MODULE HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MODULE HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN"

Transcriptie

1 MODULE HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN Originele versie: Evert Wuyts, Wouter Contreras Aanpassingen: IDB Versie juli 2014 ONMIDDELLIJK NAAR INHOUDSOPGAVE Inleiding / woord vooraf Het Vlaams agentschap voor Personen met een Handicap streeft naar maatschappelijke integratie van personen met beperkingen. Hiervoor tracht men op basis van hulpmiddelen, aanpassingen of bijstand, de integratieproblemen van deze personen te verhelpen. De handleiding biedt meer duidelijkheid bij de hulpmiddelen die door het VAPH kunnen worden gesubsidieerd. Per hulpmiddel vindt u een beschrijving, een foto, alsook een rubriek met afspraken. Dit zijn richtlijnen die in de meerderheid van de situaties van toepassing zijn. Enkel op basis van een goede motivering in individuele aanvragen kan hiervan afgeweken worden. De verschillende hulpmiddelen, aanpassingen en bijstand zijn ingedeeld volgens: de diverse functioneringsdomeinen (wonen, mobiliteit, communicatie, ) en op basis van de refertelijsten (AB, VB, AO, VO, ) van het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli De handleiding houdt rekening met het zgn. principe van hiërarchie. Dit principe houdt in dat bvb. iemand met vervanging onderste ledematen ook principieel in aanmerking komt voor hulpmiddelen vervat onder aanvulling onderste ledematen. Een hulpmiddel dat in de handleiding reeds werd besproken bij aanvulling wordt bijgevolg niet opnieuw besproken bij vervanging. De inhoud van deze handleiding houdt rekening met de adviezen van de Permanente werkgroep Individuele Materiële Bijstand & Universal Design (IMB&UD). Voor vragen of opmerkingen over de handleiding kan u terecht bij de afdeling Inschrijvingen en Doelgroepenbeheer ([email protected]). 1

2 INHOUDSOPGAVE Enkele algemene onderwerpen: 1. Residuariteit en hulpmiddelen uitgesloten van subsidiëring 2. Wettelijke subrogatie 3. Hulpmiddelen voor personen opgenomen in voorziening of in ambulante begeleiding 4. Multifunctionele hulpmiddelen 5. Bijzondere Bijstandscommissie 6. Recupelbijdrage en Bebat 7. Bewijs van betaling 8. Experts voor individuele materiële bijstand 9. Verhoging refertebedrag n.a.v. aanpassing refertelijst 10. Hulpmiddelen voor het onderwijs 11. Woningaanpassingen in functie van de veiligheid voor de pmh 12. BTW 13. Herinneringen sturen i.h.k.v. in te dienen facturen 14. Behandeling door de administratie 15. Identieke rubrieken in verschillende refertelijsten 16. PEC 17. Restwaarde hulpmiddel 18. Onderhoud en herstel 19. Datum tenlasteneming 20. Varia Functioneringsdomeinen: I. WONEN II. MOBILITEIT III. COMMUNICATIE IV. AANGEPASTE STOELEN EN TAFELS V. ANTI-DECUBITUSMATERIAAL VI. TOILETSTOELEN VII. DOUCHESTOELEN VIII. INCONTINENTIEMATERIAAL IX. SPECIFIEKE ZETEL VOOR PERSONEN MET DE ZIEKTE VAN HUNTINGTON X. TOLKEN VLAAMSE GEBARENTAAL / SCHRIJFTOLKEN / ORALE TOLKEN XI. SPECIALE BEDDEN XII. HULPMIDDELEN DAGELIJKS LEVEN XIII. TRANSFERHULPMIDDELEN XIV. PEDAGOGISCHE HULP BIJ HOGERE STUDIES 2

3 Enkele algemene onderwerpen 1. Residuariteit en hulpmiddelen uitgesloten van subsidiëring Het residuariteitsbeginsel Zie artikel 6 van het BVR van 13/7/2001 betreffende de IMB: Het VAPH heeft residuaire bevoegdheden. Dit wil zeggen dat het VAPH alleen tussenkomt voor hulpmiddelen en bijstand die men nergens anders kan verkrijgen. Komt er een andere instantie tussen, dan verleent het VAPH geen of slechts een gedeeltelijke tussenkomst. Afwijkingen op het residuariteitsbeginsel zijn er o.a. voor een aantal mobiliteitshulpmiddelen zoals rolstoelen die behoren tot de bevoegdheid van het RIZIV en de aanpassingspremie van Wonen Vlaanderen. Hulpmiddelen en bijstand uitgesloten van subsidiëring Zie artikel 7 van het BVR van 13/7/2001 betreffende de IMB: Apparatuur voor medische of paramedische behandeling Apparatuur voor medische of paramedische behandeling of voor onderhoud van de fysieke conditie is uitgesloten. Voorbeelden: bloeddrukmeter, hometrainer, massagebad, infrarood cabine, glucosemeter. Dienstverlening Dienstverlening (door fysieke of rechtspersonen) is eveneens expliciet uitgesloten zoals bijvoorbeeld opleidingskosten voor het gebruik van een communicatietoestel. Er worden hier wel enkele uitzonderingen toegelaten in de regelgeving, met name: de pedagogische hulp bij hogere studies, verplaatsingstechnieken voor blinden, aanvullende rijlessen voor het behalen of behouden van een rijbewijs en het verlenen van onderhoud en herstelling van hulpmiddelen. Schooluitrusting Zaken die behoren tot de gebruikte schooluitrusting of daarmee equivalent zijn, in het bijzonder hulpmiddelen die nodig zijn om de lessen te volgen, schoolgeld en leerboeken, kunnen niet door het VAPH worden gesubsidieerd. Lijst van expliciet uitgesloten items Een aantal gebruiksvoorwerpen worden in de regelegeving expliciet uitgesloten van terugbetaling. De volledige lijst vindt u terug in artikel 7 via de bovenstaande link. Hulpmiddelen voor personen die langer dan drie maand verblijven in een voorziening die door andere regelgeving dan deze van het VAPH is erkend, gesubsidieerd of aangemeld, zoals een ziekenhuis of een revalidatiecentrum. Het VAPH kan geen hulpmiddelen of aanpassingen subsidiëren voor personen die langer dan drie maand in een zorgvorm die door een andere regelgeving dan deze van het VAPH wordt gedefinieerd met uitzondering van de situatie die hieronder omschreven wordt (rusthuis, RVT, ). Hulpmiddelen voor personen opgenomen in een rusthuis, een RVT, een woonzorgcentrum, een serviceflat of een groep van assistentiewoningen. 3

4 Vanaf 1 januari 2014 kan een tegemoetkoming toegekend worden voor hulpmiddelen of aanpassingen die voorkomen in de refertelijst onder de domeinen Mobiliteit en Communicatie, met inbegrip van de mobiliteitshulpmiddelen vermeld in de bijlage II, voor personen met een handicap die in één van deze zorgvormen verblijven. Wanneer een persoon echter terug thuis wil gaan wonen, kunnen aanpassingen aan de woning gevraagd worden die het hem mogelijk moeten maken opnieuw te verhuizen. De aanpassingen van de woning kunnen in dit geval ten laste worden genomen, evenwel op voorwaarde dat hij binnen de drie maanden ook effectief het RVT verlaat. Hulpmiddelen die tijdens het verblijf in het RVT werden aangekocht en toen niet konden worden vergoed, kunnen niet alsnog door het VAPH ten laste genomen nadat men het RVT heeft verlaten. 2. Wettelijke subrogatie De brochure over een handicap door ongeval kunt u hier terugvinden: Het algemeen adres waar men met specifieke vragen terecht kan is [email protected] 3. Hulpmiddelen voor gebruik in een voorziening erkend door het VAPH Op het internet vindt u de infonota INF 1310 hieromtrent terug: We willen benadrukken dat deze nota niet van toepassing is voor het aanvragen van hulpmiddelen voor gebruik thuis wanneer de persoon met een handicap ook nog deels thuis verblijft. Personen die zowel thuis als in een voorziening verblijven kunnen wel nog beroep doen op hulpmiddelen en aanpassingen voor thuis wanneer deze noodzakelijk blijken. Uiteraard moet daarbij ook aandacht besteed worden aan de gebruiksfrequentie en de overige voorwaarden die het IMB-besluit stelt. In de tabel als bijlage bij deze infonota vindt u een gedetailleerd overzicht van welke hulpmiddelen in de refertelijst (in de rijen) in welke VAPH-voorzieningen (in de kolommen) vanuit het IMB-budget gefinancierd kunnen worden. 4. Multifunctionele hulpmiddelen Definitie: Een multifunctioneel hulpmiddel is een hulpmiddel met twee of meer hoofdfuncties die ook apart verkrijgbaar zijn. Multifunctionele hulpmiddelen kunnen naast de hoofdfunctie(s) ook nog bijkomende functies hebben. Enkele voorbeelden: Voorleestoestellen met een ingebouwde Daisy-speler (vb: Easy Reader) Rolstoelfiets met bijgeleverde rolstoel (vb: Rollfiets Plus) Communicatietoestellen met ingebouwde omgevingscontrole (vb: Tellus, Communic). Wat is een hoofdfunctie, wat is een bijkomende functie? Bijvoorbeeld: Reporter Smart - hoofdfuncties = 1) voorleestoestel en 2) daisyspeler - bijkomende functies = muziek spelen Opgelet: wat bij het ene hulpmiddel een hoofdfunctie is, kan bij een ander hulpmiddel een bijkomende functie zijn! Hieronder vindt u naast de algemene regel ook een aantal concrete afspraken van vroeger over 4

5 hoe vragen voor deze hulpmiddelen kunnen worden afgewerkt. Algemene Regel: Om de tegemoetkoming voor een multifunctioneel hulpmiddel te bepalen, worden de verschillende gemotiveerde en goedgekeurde hoofdfuncties van het hulpmiddel opgeteld. Maar indien: - het multifunctionele hulpmiddel minder kost dan de som van de refertebedragen van de hoofdfunctie(s): De provinciale afdeling kent de som van de refertebedragen van de hoofdfuncties toe. De betaling wordt wel beperkt tot het factuurbedrag. - het multifunctionele hulpmiddel meer kost dan de som van de refertebedragen van de hoofdfunctie(s): In dit geval kan de provinciale afdeling de refertebedragen van de diverse hoofdfuncties en bijkomende functies aanwenden om de factuur te betalen. Voorwaarde hierbij is dat het dossier voor de bijkomende functies een gemotiveerde aanvraag bevat die goedgekeurd werd. Weigert de provinciale afdeling één van de functies, dan wordt het corresponderende refertebedrag niet in mindering worden gebracht bij de aankoopprijs. Het wordt gewoon niet meegerekend bij het bepalen van de maximale tegemoetkoming. Dit kan eventueel resulteren in een gedeeltelijke tegemoetkoming. De betaling van een multifunctioneel hulpmiddel De betaling van een multifunctioneel hulpmiddel gebeurt volgens de hoogte van de refertebedragen. Eerst put de PA het hoogste bedrag uit, nadien de minder hoge. Als de PA een multifunctioneel hulpmiddel volledig via het hoogste refertebedrag kan betalen, betekent dit niet dat de persoon met een handicap nog beschikt over de refertebedragen van de andere hoofdfunctie(s). Concrete afspraken: Rolstoelfiets met bijgeleverde rolwagen (b.v. Rollfiets Plus) Zie rolstoelfiets bij VO. Uitzondering: douche- en toiletstoel zonder positioneringsvoorzieningen Voor de combinatie douche- en toiletstoel zonder positioneringsvoorzieningen wordt enkel het hoogste refertebedrag toegekend worden, nl. het refertebedrag voor douchestoel. 5. Bijzondere Bijstandscommissie 1. Wie kan een voorlegging aan de BBC vragen? Een dossier kan op vraag van de persoon met een handicap, zijn wettelijk vertegenwoordiger of op initiatief van de administratie van het VAPH aan de BBC worden voorgelegd. Indien het MDT of de PEC een voorlegging aan de BBC vraagt, is er de afspraak met het raadgevend comité van het VAPH dat dit ook gebeurt (in zoverre een voorlegging natuurlijk reglementair mogelijk is). Hulpmiddelen die echter uitgesloten zijn op basis van de artikels 6 of 7 (zoals fietsen met een hulpmotor) dienen door de provinciale afdeling onmiddellijk geweigerd te worden. Deze hulpmiddelen kunnen niet aan de commissie worden voorgelegd. Zie ook het onderwerp residuariteit en hulpmiddelen uitgesloten van subsidiëring vooraan in de handleiding. 2. Algemene voorwaarden Om een dossier te kunnen voorleggen aan de bijzondere bijstandscommissie dient volgens het artikel 31, 3 "de tenlasteneming mogelijk te zijn overeenkomstig de algemene voorwaarden, gesteld in het besluit". Dit betekent ook dat er onder meer voldaan moet zijn aan de voorwaarden vermeld in het artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 (IMB-besluit): 1 de behoefte aan het hulpmiddel moet voortvloeien uit de handicap, 2 het hulpmiddel moet noodzakelijk zijn voor de sociale integratie, 3 het moet gaan om bijkomende kosten ten opzichte van een valide persoon (meerkostenprincipe), 4 de noodzaak, de gebruiksfrequentie, de werkzaamheid en de doelmatigheid moeten aangetoond worden (in functie v/d handicap) én in verhouding staan met het bedrag van de gevraagde bijstand. 5

6 Indien men tot de conclusie komt dat dat niet het geval is, dan moet een voornemen tot weigering betekend worden wanneer de aanvraag een hulpmiddel betreft dat niet in de refertelijst voorkomt. Indien men een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte inroept, betekent dit dat de administratie eerst moet oordelen over de toekenning van één of meerdere refertebedragen. Indien deze refertebedragen toegekend werden, moet de aanvraag dus onvermijdelijk worden overgemaakt aan de administratie van de BBC aangezien men reeds bij het toekennen van de refertebedragen moet afwegen of de aanvraag voldoet aan de criteria van artikel 4. - Specifieke voorwaarden BBC: De kostprijs van het hulpmiddel of de aanpassing moet meer dan 300 euro bedragen. De enige uitzondering hierop vormen de herstellingskosten die in de refertelijst zijn opgenomen. Deze worden in de regelgeving afzonderlijk van de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte (zie verder) en de hulpmiddelen en aanpassingen buiten de refertelijst gedefinieerd als BBC-bevoegdheid. Hiervoor is geen minimale meerkost bovenop het refertebedrag van toepassing. Een dossier kan aan de bijzondere bijstandscommissie worden voorgelegd in 3 situaties: 1 het hulpmiddel is niet opgenomen in de refertelijst 2 het hulpmiddel is opgenomen in de refertelijst, maar er is sprake v/e zeer uitzonderlijke zorgbehoefte 3 een elektronische rolwagen met kostprijs boven euro (basisbedrag 2002) - Een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte (ZUZ) De commissie beoordeelt de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte op basis van de volgende elementen: 1 de persoon met een handicap bevindt zich in een situatie die op een treffende wijze verschilt van die van de groep van personen met soortgelijke beperkingen; 2 de situatie, vermeld in 1, is het gevolg van factoren als eventuele aanvullende gezondheidsproblemen of de sociale, professionele en gezinssituatie. De zeer uitzonderlijke zorgbehoefte moet steeds specifiek gemotiveerd worden in het daartoe bestemde luik van het adviesrapport. De administratie verwrkt die vervolgens in een nota voor de Commissie. Indien de vraag tot onderzoek van ZUZ niet uitgaat van het VAPH, dient de administratie duidelijk in de nota aan de commissie te vermelden of ze al dan niet akkoord gaat met de voorgelegde motivatie. Indien de administratie niet akkoord gaat is een omstandige motivatie vereist. Indien de administratie de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte erkent, dient de nota te vermelden hoeveel er per delegatie kan toegekend kan worden (refertebedrag) en hoeveel de aanvullende tegemoetkoming van de commissie moet bedragen. - Maximale tegemoetkomingen De Bijzondere Bijstandscommissie (BBC) hanteert voor bepaalde soorten hulpmiddelen een maximale tegemoetkoming. Voorbeelden zijn een aangepaste kinderstoel, tandem, aangepast autokinderzitje De lijst met vaste bedragen is opgenomen als bijlage. De BBC kan dit omdat ze een autonome commissie is en per dossier kan beslissen of het wenselijk is om een hulpmiddel al dan niet volledig terug te betalen. De leden van de commissie zijn van oordeel dat de door haar gebruikte maximumbedragen een vergoeding vormen voor dat type hulpmiddel, zonder daarbij te kijken naar specifieke merken, die onderling sterk in prijs kunnen verschillen. Daarnaast is het niet uitgesloten dat de commissie afwijkt van het door haar gehanteerde maximumbedrag en een volledige tegemoetkoming voorziet. Een grondige motivering in het adviesrapport is in die gevallen noodzakelijk. - De toepassing van het meerkostprincipe De commissie trekt in haar beslissing dikwijls een standaardbedrag af. Bij bepaalde fietsoplossingen wordt bijvoorleed de kostprijs van een standaardfiets in mindering gebracht van de gevraagde tegemoetkoming. Op die manier vergoedt men enkel de meerkost. 6

7 6. Recupelbijdrage en Bebat Sinds juli 2001 voorziet de wetgeving in een aanvaardingsplicht voor producenten en invoerders van elektrische en elektronische apparaten. De vzw Recupel organiseert in gans België de inzameling en de recyclage van de zogenaamde Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten (AEEA). Recupel werkt nauw samen met de handelaars, de gemeenten, de intercommunales en de hergebruikcentra, alsook met gespecialiseerde bedrijven voor het transport en de ecologische verwerking van de afgedankte apparaten. De financiering van deze activiteiten wordt gewaarborgd door de recupelbijdrage die de consument betaalt bij aankoop van een nieuw toestel. Je kan de recupelbijdrage dus zien als een soort belasting. Het VAPH betaalt ook de belasting op de toegevoegde waarde (BTW) en kan in diezelfde optiek ook de recupelbijdrage terugbetalen (binnen het refertebedrag). Voor 2007 kon de recupelbijdrage voor rolstoelen niet betaald worden door het VAPH. Sinds 11 juli 2007 neemt het Riziv voor een aantal rolstoelen de recupel wel ten laste. Daarom heeft ook het VAPH zijn houding aangepast. Volgende afspraak wordt gemaakt. Recupel kan terugbetaald worden voor: - de elektronische rolstoelen voor volwassenen, - de elektronische scooters, - de elektronische rolstoelen voor kinderen, Het VAPH geeft enkel en alleen recupel als het RIZIV niets geeft (o.w.v. de residuariteit). Het VAPH geeft geen opleg bovenop het door het RIZIV ten laste genomen recupelbedrag. Het bedrag dat het VAPH ten laste neemt is gebaseerd op de officiële tarieven van de recupelsite ( waarbij een onderscheid gemaakt wordt op basis van gewicht aangezien het niet altijd duidelijk is hoeveel de rolstoel weegt (minder of meer dan 50 kg) geeft het VAPH altijd het bedrag voor de Y-waarde 9,22Y ( 10,40 incl. BTW index 2012). Bebat is een vereniging zonder winstoogmerk (VZW), opgericht in 1995 in het kader van milieuwetgeving. Bebat geeft gebruikte batterijen en zaklampen een nieuw leven door te sorteren en recycleren. Meer informatie over Bebat kunt u terugvinden op 7. Bewijs van betaling De PA kan volgende betaalbewijzen aanvaarden: een kopie van het rekeninguittreksel. een kopie van het resultaat van de gegeven homebanking-opdracht met vermelding van bedragen/codenummer. Dus NIET de gegeven opdracht zelf, want dit is onvoldoende. een bewijs van storting (bv. van het postkankoor - tegenwoordig elektronisch met streepjescode). de woorden "voldaan" op de factuur het liefst aangevuld met vermelding van een datum/ handtekening of stempel van de leverancier. het kasticket of factuur van het grootwarenhuis (= kasticket). Hier is geen bijkomend betaalbewijs nodig. het door de bank afgestempelde stortingsformulier (= het bewijs dat de betaalopdracht in uitvoering is). Wat de PA niet moet aanvaarden is het klantenstrookje van een stortingsbewijs waar enkel "betaald" of "voldaan" op vermeld wordt. Op het klantenstrookje moet er dus minstens ook een bank- of poststempel voorkomen. 7

8 8. Experts voor individuele materiële bijstand Terugbetaling kilometervergoeding experts De experts mogen kiezen welke routeplanner ze gebruiken om hun kilometeraantal te bepalen. De provinciale afdelingen voeren een steekproefsgewijze controle uit. Wanneer een expert overdrijft in wat het ingestuurde kilometeraantal betreft, dan brengt de provinciale afdeling IDB op de hoogte. Doorsturen van kopie van de beslissing aan experts Om de informatiestroom naar alle betrokken actoren te optimaliseren is het nodig om een kopie van de beslissing ook aan de experts te bezorgen. Zo kunnen ook de experts opvolgen wat uiteindelijk het resultaat is van de door hen aangeleverde adviezen. De experts moeten professioneel zijn en voorzichtig met informatie omgaan. Bovendien impliceert het uitbrengen van een correct advies het kennen van het hulpmiddelenaanbod waarover de persoon beschikt. De privacy wordt niet geschonden als de expert een beslissing ontvangt waarin ook andere hulpmiddelen vermeld staan. 9. Verhoging refertebedrag n.a.v. aanpassing refertelijst De verhoging van een refertebedrag is geen voldoende voorwaarde tot de herziening van een vroegere beslissing. Indien geen bijkomende elementen de herziening motiveren (de behoefte die uit de handicap voortvloeit of de toestand van de aanvrager of zijn omgeving dient gewijzigd te zijn, art. 20 BVR 13 juli 2001), dient de geldigheidstermijn van de beslissing eerst te zijn verstreken alvorens een nieuwe aanvraag voor een zelfde hulpmiddel kan behandeld worden. Algemene regel De administratie kan niet zomaar ingrijpen in een beslissing die al genomen is, ook al blijkt duidelijk dat het goedgekeurde hulpmiddel niet werd aangekocht en men in vraag kan stellen of het hulpmiddel nog noodzakelijk of adequaat is. Ingrijpen op een beslissing kan enkel door een herziening. Deze regels gelden ook wanneer een refertebedrag is gedaald. 10. Hulpmiddelen voor het onderwijs Vanaf het schooljaar werd de financiering van speciale onderwijsleermiddelen voor leerlingen met een handicap in het gewoon onderwijs van het VAPH naar het departement Onderwijs overgedragen. Apparatuur die behoort tot de (op school) gebruikte schooluitrusting of daarmee equivalent is, in het bijzonder hulpmiddelen die nodig zijn om de lessen te volgen, schoolgeld en leerboeken, kunnen daarom niet door het VAPH worden gesubsidieerd (art. 7, BVR van 13 juli 2001). De doelgroep wordt gevormd door de leerlingen of studenten met een handicap die het gewoon kleuteronderwijs, lager, secundair, hoger of academisch onderwijs volgen. Met "speciale onderwijsleermiddelen" worden hulpmiddelen bedoeld die het kind met een handicap nodig heeft om het onderwijsleerproces in de gewone school te kunnen volgen. Het kan gaan om technische apparatuur (zoals een braillescope, een leesloep) of om omzettingen van leerboeken en studiemateriaal in braille. Voor meer informatie omtrent de aanvraagprocedure kan men terecht op Opmerking: Technische hulpmiddelen die naast de schoolse situatie ook in een ruimere sociale context (bvb contact met vrienden, uitgaan, winkelen, ) kunnen aangewend worden en gemakkelijk verplaatsbaar zijn van de school naar de thuissituatie worden momenteel gefinancierd door het VAPH. Hulpmiddelen bij dyslexie 8

9 In 2008 werd een akkoord gesloten met het Vlaams Ministerie van Onderwijs, Vorming en Werk over de problematiek van de gebrekkige ondersteuning van leerlingen met dyslexie in de onderwijsomgeving. Er werd afgesproken dat het Departement Onderwijs vanaf 1 september 2009 volledig zelf zou instaan voor deze doelgroep, onder meer met de vanuit het VAPH overgedragen middelen voor deze aanvragen, en dit zowel voor hulpmiddelen op school (voornamelijk ondersteunende software) als in het verlengde ervan in de thuisomgeving (studeren, huiswerk maken enz.). Zie uitgebreide infonota m.b.t. de inschrijfbaarheid van personen met dyslexie bij het VAPH en de te volgen werkwijze bij aanvragen, Infonota%27s+2009.html. Hieronder overlopen we alvast even kort de voornaamste conclusies. Bij kinderen en adolescenten met dyslexie mag men stellen dat het voorbarig is van een handicap te spreken omdat het niet mogelijk is het uiteindelijke chronisch karakter ( langdurigheid ) en de impact op de participatie te beoordelen. De beperkingen zijn nog niet gestabiliseerd. Bovendien behoort de aanpak van de problematiek tot het domein van andere instanties met name het Departement Onderwijs voor de schoolse aanpak, inclusief de hulpmiddelen (op school en thuis) en de Ziekteverzekering voor de logopedie. Zoals afgesproken met het Departement Onderwijs verwijzen we leerlingen met dyslexie met vragen door naar hun onderwijsinstelling. Bij volwassenen zal dyslexie zich vooral vertalen in problemen bij tewerkstelling. Sedert de overheveling van de bevoegdheden omtrent opleiding en tewerkstelling naar het departement tewerkstelling, zullen deze personen zich steeds tot deze instanties kunnen richten. Het VAPH aanvaardt zulke aanvragen niet en verwijst door naar de VDAB. Alleen in sommige gevallen, bij zeer ernstige dyslexie die een volwassen persoon ook in het dagelijks leven naast de werkvloer of naast zijn of haar studies parten speelt, bestaat de mogelijkheid om deze persoon in te schrijven. Hoewel het stichtingsdecreet van het VAPH niet toelaat bepaalde stoornissen nominaal uit te sluiten, benadrukken we echter dat de beperkingen van iemand met dyslexie zelden tot nooit van die aard zijn dat wij spreken van een persoon met handicap (ernstige beperkingen in activiteiten en langdurige participatieproblemen). 11. Woningaanpassingen in functie van de veiligheid voor pmh Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de hulpmiddelen en aanpassingen die aangevraagd worden voor het veiligheidsgevoel van de persoon met een handicap ten overstaan van derden en anderzijds de hulpmiddelen en aanpassingen die nodig zijn ten gevolge van de functiebeperkingen van de persoon met een handicap. Veiligheidshulpmiddelen om het veiligheidsgevoel te verhogen kunnen door het VAPH niet ten laste genomen worden. Tenlasteneming betekent namelijk dat het steeds moet gaan om noodzakelijke hulpmiddelen, dus hulpmiddelen of aanpassingen waarvan is aangetoond dat die een significante functiebeperkingen compenseert of vervangt. Hulpmiddelen of aanpassingen die in functie van de handicap een noodzaak zijn om de persoon met een handicap tegen zichzelf in bescherming te nemen of hulpmiddelen om bepaalde activiteiten en handelingen op een veilige wijze uit te kunnen voeren, kunnen gesubsidieerd worden door het VAPH. Een voorbeeld: fixatiemateriaal om de persoon tegen zichzelf te beschermen. Ook veiligheidshekkens onderaan en bovenaan de trap om de traphal af te sluiten kan aanvaard worden als er geen alternatieven zijn. 12. BTW Persoon met een handicap kunnen in sommige gevallen een verlaagd BTW-tarief, meestal 6%, genieten. 9

10 Woningaanpassingen Een verlaagd BTW-tarief van 6 % is van toepassing op elke onroerende aanpassing aan een privéwoning die minstens vijf jaar in gebruik is genomen. Onder het begrip privéwoning worden ook de private delen van een appartementsgebouw verstaan. Er zijn een aantal bijkomende voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat de kosten steeds moeten gefactureerd worden aan de eindgebruiker, doorgaans de eigenaar van de woning. De aannemer zal bij verbouwingen vaak uit eigen beweging vragen naar de leeftijd van de woning om duidelijkheid te krijgen over het BTW-percentage voor de offerte of factuur. Meer informatie hierover vindt u via deze link: Auto s en bijhorende aanpassingen Ook voor auto s bestemd voor onbezoldigd personenvervoer en de bijhorende aanpassingen geldt een gunstige regeling van 6 % voor personen met een handicap die tot één van deze categoriën behoren: personen die volledig blind zijn; personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen; personen van wie de bovenste ledematen geamputeerd zijn (ook personen van wie beide handen geamputeerd zijn vanaf de pols); personen met een blijvende invaliditeit van ten minste 50 % die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen; militair of burgerlijk oorlogsinvaliden met een invaliditeitspensioen van ten minste 50 % (voor de btw) of 60 % (voor de belasting op de inverkeerstelling en de verkeersbelasting). Om de voordelige regeling te kunnen genieten, moet het voertuig ingeschreven zijn ofwel op naam van de invalide of gehandicapte zelf, ofwel op naam van de wettige vertegenwoordiger indien de invalide of gehandicapte minderjarig is of onder het statuut van de verlengde minderjarigheid is geplaatst. De auto moet in België aangegekocht worden en moet gedurende tenminste 3 jaar als persoonlijk vervoermiddel worden gebruikt. Belangrijk: 1. De betaalde BTW (6 %) kan volledig gerecupereerd worden indien men deze vraag aan het plaatselijke BTW-kantoor voorlegt. De BTW-administratie zal hiervoor dan een aanvraagformulier bezorgen (document 716). Zie ook onderstaande link voor meer informatie hierover. 2. Om het verlaagd BTW-tarief of de volledige terugbetaling ook voor de autoaanpassingen te kunnen genieten, moeten deze eveneens op de aankoopfactuur van de wagen worden vermeld. Een afzonderlijke factuur van de autoaanpasser achteraf geeft geen recht op het verlaagde BTW-tarief. Meer informatie vindt u terug op de website van de FOD Financiën via deze link: Indien de PA welk BTW-tarief de persoon dient te betalen, dan wordt dit opgenomen in de nota BBC. Hierdoor kan de BBC direct rekening houden met dit tarief om de tegemoetkoming vast te stellen. Andere hulpmiddelen en aanpassingen 10

11 Voor een aantal andere hulpmiddelen en aanpassingen is eveneens een aangepast BTW-tarief vastgelegd in de federale regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn: Rolstoelen Anti decubitusmateriaal opgenomen in de nomenclatuur van het RIZIV hulpmiddelen speciaal ontworpen voor slechtzienden en blinden, met uitzondering van monturen, brilglazen en contactlenzen Voor deze hulpmiddelen wordt het aangepaste BTW-tarief automatisch toegepast en hoeft er geen specifieke aanvraag te worden ingediend. 13. Herinneringen sturen i.h.k.v. in te dienen facturen Indien een foutieve factuur werd opgestuurd, kan de PA met een eerste meldingsbrief vermelden dat de factuur niet correct is en de persoon herinneren aan de resterende termijn. De aanvrager heeft wettelijk een jaar (te rekenen vanaf de factuurdatum) om de factuur op te sturen. Na 3 maand wordt er een herinnering verstuurd waarin de termijn van één jaar opnieuw wordt vermeld. Bij het laattijdig indienen van facturen, gelden de principes van redelijkheid. "Binnen de grenzen van de discretionaire bevoegdheid mag men handelen. Gaat men die grenzen te buiten, dan handelt men kennelijk onredelijk". Onder redelijkheid wordt dus "niet kennelijk onredelijk zijn" verstaan. De beslissing van de administratie dient steeds de redelijkheidstoets of de toets van het gezond verstand te doorstaan. Wanneer de "sanctie" niet in overeenstemming is met de inbreuk op, of het niet correct naleven van een administratieve voorwaarde, spreekt men van een onredelijke beslissing. Redelijkheid laat meer ruimte toe dan overmacht. Van overmacht kan er slechts sprake zijn indien het feit dat als overmacht wordt ingeroepen plaatsvindt "buiten de wil om van de persoon" die de overmacht inroept en waar die persoon onmogelijk aan kon verhelpen. Doordat de IMB-reglementering geen sanctie vermeldt voor het overschrijden van de termijn waarbinnen facturen dienen ingediend te worden (laattijdigheid), zijn de meeste rechtbanken het er over eens dat het algemeen beginsel "redelijkheid" en niet "overmacht" moet worden toegepast. "Overmacht" wordt trouwens hoofdzakelijk gehanteerd in regelgeving waarin er uitdrukkelijk en duidelijke sancties (zoals geldboetes) worden vermeld bij het niet naleven van reglementaire voorwaarden. De in de reglementering vastgestelde termijn voor het indienen van de facturen wordt beschouwd als een redelijke termijn waaraan de persoon met een handicap zich dient aan te houden. Een afwijking kan evenwel toegestaan worden mits een grondige motivatie (bvb ziekenhuisopname) en indien het niet vergoeden van de kosten gelet op het uitzonderlijk karakter van het dossier door de administratie zelf als onredelijk wordt ervaren. Besluit: Na consultatie van de juridische dienst, die bevestigt dat in een recent dossier het arbeidshof de administratie de beginselen van goed bestuur hierin vraagt toe te passen, kan er mits een grondige motivatie en op basis van het redelijkheidsbeginsel (en het zgn. proportionaliteitsbeginsel) door de administratie van het VAPH afgeweken worden van de indieningstermijn. De afwijkingen worden systematisch door de provinciale afdelingen geïnventariseerd. 14. Hulpmiddelen die niet passen binnen de door PEC toegekende functiebeperkingen en interventieniveaus (uitzonderingsprocedure) In het artikel 16, 5 de lid van het IMB-besluit wordt gesteld dat hulpmiddelen die in de refertelijst vermeld staan maar niet gekoppeld kunnen worden aan de door de provinciale evaluatiecommissie (PEC) toegekende functiebeperking en aan het interventieniveau, opgenomen kunnen worden in de 11

12 persoonlijke bijstandskorf als het agentschap vaststelt dat die hulpmiddelen door de behoefte die voortvloeit uit de handicap, noodzakelijk zijn voor de sociale integratie van de persoon met een handicap. Met dit artikel wordt een oplossing geboden voor fictieve toekenningen van interventieniveaus (IN) en functiebeperkingen (FB): de administratie van het agentschap kan beslissen tot tenlasteneming van hulpmiddelen die wel in de refertelijst staan vermeld, maar niet vallen onder het IN/FB die de PEC heeft toegekend. Het agentschap is daarbij gebonden aan de algemene IMB-beslissingscriteria zoals noodzaak, gebruikersfrequentie, doelmatigheid, refertebedrag in verhouding tot de handicap, enz. Deze aanvragen buiten de toegekende functiebeperkingen/interventieniveaus doen zich meermaals voor voor een aantal specifieke situaties. Hieronder worden een aantal voorbeelden opgelijst (Mobiel) signaleringssysteem De referterubriek (mobiel) signaleringssysteem is enkel terug te vinden in de refertelijst Vervanging Gehoor. De mogelijke doelgroep voor (mobiel) signaleringssysteem binnen de groep van personen met Aanvulling Gehoor is klein en moeilijk af te lijnen. Vaak is er een goed alternatief mogelijk, bijvoorbeeld een deurbel met lagere tonen bij verlies op hogere frequenties of een GSM met trilfunctie. Ter informatie: onderscheid aanvulling gehoor en vervanging gehoor. Aanvulling Gehoor: refertegroep matig slechthorenden: gemiddeld verlies tussen 41 db en 70 db aan beide oren volgens de BIAP-normen, zonder correctie (N.B.: matig gehoorverlies eerste graad, 41 tot 55 db, bevindt zich in overgangszone inschrijfbaarheid). Vervanging Gehoor: refertegroep ernstig tot zwaar slechthorenden en doven (diep of totaal gehoorverlies): gemiddeld verlies van 71 db en meer, aan beide oren volgens de BIAP-normen, zonder correctie Anti decubitusmateriaal De referterubrieken antidecubituskussen en antidecubitusmatras zijn enkel terug te vinden in de refertelijst Vervanging Onderste ledematen. De medische cel geeft aan dat deze referterubrieken mogelijk ook noodzakelijk kunnen zijn voor personen met een ander interventieniveau of andere functiebeperkingen maar dat de extra doelgroepen moeilijk zijn af te lijnen. Het moet wel steeds gaan om personen waarbij er sprake is van een reëel decubitusrisico Hoog-laag verzorgingsbed/bed-in-bed systeem De bovenstaande referterubrieken zijn enkel terug te vinden in de refertelijst Vervanging Onderste ledematen. Doordat de uitzonderingsgroep moeilijk af te bakenen is, moeten dergelijke dossiers voorgelegd worden aan de arts. Belangrijke elementen bij de beoordeling van de noodzaak van een verzorgingsbed zijn het kunnen uitvoeren van transfers met de hoog-laag verstelling en de noodzaak van verzorging in bed. Deze elementen moeten in verhouding staan met andere hulpmiddelen en aanpassingen Ombouwen/aanbouwen badkamer, verbouwingen sanitair, douchestoelen Ombouwen/aanbouwen badkamer Op basis van de geldende wetgeving kan het (hogere) refertebedrag onder VO Ombouwen/aanbouwen badkamer uitsluitend worden toegekend aan personen met het profiel binnenshuis rolstoelafhankelijk of volledig zorgafhankelijk. Dossiers waarbij niet voldaan wordt aan dit profiel, moeten niet worden voorgelegd aan de arts en kunnen geweigerd worden op basis van 12

13 de huidige regelgeving (zie refertelijst). Verbouwingen sanitair en douchestoelen Personen met Aanvulling Onderste Ledematen komen in aanmerking voor de referterubriek Verbouwingen sanitair: bad, douche, wastafel,... Een procedure BBC voor een aanvullende tegemoetkoming bovenop het refertebedrag voor Verbouwingen sanitair (AO) in het kader van een ZUZ is niet uitgesloten. Er kunnen redenen zijn om de verplaatsingproblemen breder te bekijken dan louter een functioneel probleem van de onderste ledematen, bijvoorbeeld bij ernstige verstandelijke handicap en evenwichtsproblemen. Dergelijke dossiers moeten aan de arts worden voorgelegd. De referteklassen Verbouwingen sanitair: bad, douche, wastafel, en douchestoelen worden niet enkel gevraagd voor personen met mobiliteitsproblemen, maar ook voor personen met matige tot diep verstandelijke beperkingen en voor personen met ernstige cognitieve beperkingen t.g.v. een niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Voor de eerste groep met verstandelijke beperkingen wordt de verbouwing van het sanitair en douchestoel meestal gevraagd omwille van een vertraagde psychomotorische ontwikkeling, een beperkt evenwichtsgevoel of evenwichtsproblemen. De persoon ondervindt daardoor problemen bij het in- en uitstappen van het bad. De aanpassing bestaat meestal uit de vervanging van het ligbad door een douche met een lage instap, een douchezit of een douchestoel. Ook voor personen met ernstige motorische problemen t.g.v. een niet-aangeboren hersenletsel kunnen gelijkaardige aanpassingen noodzakelijk zijn. Voor de beide groepen kan er overwogen worden de combinatie FB/IN Aanvulling Onderste ledematen, domein Wonen toe te kennen (zie ook nota Toekenning FB/IN, psychomotorische retardatie in de handleiding PEC-HOC) Handgrepen-beugels De bovenstaande referterubriek vinden we terug in de refertelijsten Aanvulling en Vervanging Onderste ledematen. Handgrepen of beugels zijn eenvoudige hulpmiddelen. Indien de vraag wordt gesteld omwille van andere beperkingen, dan dient het dossier aan de arts te worden voorgelegd. Gezien de diverse, medische problematieken is een oordeel van de arts over de toekenning onontbeerlijk Onderhoud, herstel en aanpassingen (O/H/A) van een rolstoel O/H/A van duwrolstoelen voor personen met een ernstige of diep verstandelijke handicap Regelmatig vragen personen met een ernstige of diep verstandelijke handicap het O/H/A van een duwrolstoel. De noodzaak van een duwrolstoel wordt voor deze groep gemotiveerd omwille de vertraagde psychomotorische ontwikkeling. Het MDV vermeldt ook meestal dat er motorische beperkingen zijn op het vlak van de functionaliteit van de onderste ledematen. Indien u de leidraad 'Toekenning functiebeperkingen en interventieniveaus' erop na leest, zal u opmerken dat aan dit probleem minstens een gedeeltelijke oplossing werd geboden. Tekstfragment uit de leidraad: "Wanneer door psychomotorische retardatie de stapfunctie niet voldoende is verworven en de verplaatsingsfunctie is verstoord en de persoon zich buitenshuis onmogelijk over lange afstand kan verplaatsen, kan de persoon gecatalogeerd worden onder AO". Dit betekent dat voor personen met een ernstige of diep verstandelijke handicap met een beperkte stapfunctie (verstoorde verplaatsingsfunctie) er overwogen kan worden AO Mobiliteit toe te kennen. Voor deze dossiers kunnen de IQ-gegevens, de module motorische beperking (functionaliteit onderste ledematen), de ernstscores op de Barthelschaal voor mobiliteit (50 m gaan op vlak terrein, in het uit het bad/douche, enz.) in het MDV ongetwijfeld helpen bij de beoordeling. Het moet echter duidelijk zijn dat op termijn een doordachte aanpassing van de refertelijst Aanvulling intellectuele en andere mentale functies dit probleem ten gronde dient op te lossen en dit door hulpmiddelen op te nemen die noodzakelijk zijn omwille van beperkingen van de psychomotorische functies. In tussentijd kunnen dergelijke dossiers aan de arts worden voorgelegd. 13

14 O/H/A van rolstoelen voor personen met reuma, osteoporose, niet gestabiliseerde handicaps en evolutieve aandoeningen Aanvragen voor O/H/A van een rolstoel voor personen met reuma, osteoporose, niet gestabiliseerde handicaps en evolutieve aandoeningen, die geen Aanvulling Onderste ledematen werden toegekend, dienen eveneens aan de arts te worden voorgelegd Onderhoud van orthopedische driewielfietsen In een aantal dossiers wordt het O/H/A gevraagd van een orthopedische driewieler voor personen met een matig verstandelijke handicap (Down). De vraag voor het O/H/A van de driewieler wordt gemotiveerd vanuit de Coördinatieproblemen die het fietsen met een gewone fiets onmogelijk maken. Voor het onderwerp coördinatieproblemen, wensen we opnieuw te verwijzen naar de nota Toekenning van interventieniveau en functiebeperking, waarin u terugvindt dat bij coördinatieproblemen er afgewogen kan worden de combinatie Aanvulling Onderste Ledematen toe te kennen. 15. Identieke rubrieken in verschillende refertelijsten Bepaalde referterubrieken komen meerdere malen voor bij verschillende functiebeperkingen en interventieniveaus. Het betreffende refertebedrag kan slechts éénmaal toegekend worden. Een voorbeeld: andere noodzakelijke aanpassingen auto staat in de refertelijst onder AB, VB, AO en VO. Welke functiebeperkingen of interventieniveaus ook wordt toegekend, dit refertebedrag kan maar éénmaal worden toegekend. 16. PEC De PEC geeft een goedkeuring of weigering voor het gevraagde interventieniveau en de functiebeperking. De PEC oordeelt niet over het hulpmiddel of het domein (wonen, mobiliteit, ). Indien de PEC het betreffende interventieniveau en de functiebeperkingen weigert en hierdoor het gevraagde hulpmiddel niet kan toegekend worden, wordt de vraag voorgelegd aan de administratie van het agentschap die de noodzaak van het gevraagde hulpmiddel onderzoekt. Deze procedure wordt uitgebreid besproken in de algemene onderwerpen, punt 16 behandeling door de administratie. 17. Restwaarde hulpmiddel in het kader van een aanvraag om hernieuwing De restwaarde is de resterende waarde van het hulpmiddel na een bepaalde duur en is het resultaat van de breuk: totale tegemoetkoming / refertetermijn. De totale tegemoetkoming bestaat uit het refertebedrag en eventueel de tegemoetkoming van de BBC. De restwaarde van het hulpmiddel wordt door de Bijzondere Bijstandscommissie gehanteerd voor de afweging van een verdere tegemoetkoming in herstellingskosten na aanputting van het refertebedrag. Indien de nieuwe herstellingskosten meer bedragen dan de restwaarde, beslist de BBC meestal nog eenmaal tussen te komen in de herstellingskosten gelet op de noodzaak van een dringende herstelling en omdat de kosten meestal reeds zijn gemaakt. De BBC benadrukt dan dat zij het zinvol achten dat de persoon advies inwint bij zijn MDT en op termijn een tegemoetkoming voor de aankoop van een nieuw toestel aanvraagt bij het VAPH. Dit om te vermijden dat de persoon in de toekomst steeds vaker herstellingskosten dient te maken waarvan onzeker is of deze nog zullen worden vergoed. Indien men in de toekomst toch een herstelling verkiest boven de aankoop van een nieuw toestel, is 14

15 een nieuwe vergoeding niet uitgesloten, maar dan zal de noodzaak van deze bijkomende kosten wel zeer grondig moeten gemotiveerd worden. 18. Onderhoud en herstel Voor een aantal hulpmiddelen en aanpassingen, vb. een traplift, voorziet de refertelijst een tegemoetkoming voor onderhouds- en/of herstellingskosten. De onderhouds- en herstellingskosten aan rolstoelen worden hier niet besproken. Daarvoor geldt immers een aparte regelgeving zoals omschreven in de bijlage II bij het BVR van 13 juli Wie een oude beslissing voor onderhoud en herstelling heeft voor een bepaald hulpmiddel en een nieuwe aanvraag indient voor de vervanging van dit hulpmiddel in de huidige regelgeving, kan door de PA in dezelfde beslissing de nieuwe refertebedragen voor onderhoud en herstelling worden toegekend. Heeft men tot op heden nog geen vraag gesteld naar onderhoud of herstelling en dient men nu een factuur in, dan schept dit geen probleem voor de datum tenlasteneming aangezien deze gelijkgesteld wordt met de datum tenlasteneming van het betreffende hulpmiddel. Indien er facturen worden ingediend voor een onderhoudsbeurt of een herstelling die niet in de refertelijst voorzien is, kunnen deze aan de Bijzondere Bijstandscommissie worden voorgelegd op voorwaarde dat aan alle voorwaarden voldaan is. Zo moet de factuur (voor één onderhoudsbeurt of herstelling) bijvoorbeeld meer dan 300 bedragen. 19. Datum tenlasteneming In het Besluit van 13 juli 2001 wordt vermeld dat de aankopen, leveringen of werken alleen in aanmerking komen voor terugbetaling op voorwaarde dat ze ten vroegste plaatsvinden één maand voorafgaand aan de aanvraag en voor het verstrijken van een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van het VAPH over de tenlasteneming ervan. Als de woning wordt omgebouwd of er delen worden aangebouwd of als de tenlasteneming aanvullende uitrusting betreft moeten de aankopen, leveringen of werken ten laatste plaatsvinden voor een periode van vier jaar verstreken is, te rekenen vanaf de datum van de beslissing van het agentschap over de tenlasteneming ervan. In het geval van een eerste aanvraag IMB, bestaat er hierop een uitzondering: De aankopen, leveringen en werken, die plaatsvonden tot één jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag komen in aanmerking voor tenlasteneming. Uitzondering: De beslissing over de toekenning van een refertebedrag voor incontinentiemateriaal, geldt vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag volledig is. Voor meer informatie, zie Domein incontinentiemateriaal. 20. VARIA Aankoop in het buitenland De persoon met een handicap kan een hulpmiddel dat hij/zij nodig heeft ook in het buitenland aankopen. Het besluit voor materiële bijstand legt op dit vlak geen beperkingen op. Overzicht van de afkortingen 1e letter: interventieniveau 2e letter: functiebeperking 3e letter: domein 15

16 AB = aanvulling bovenste ledematen VB = vervanging bovenste ledematen AO = aanvulling onderste ledematen VO = vervanging onderste ledematen AR = aanvulling rug, wervelzuil, bekken AG = aanvulling gehoor VG = vervanging gehoor AZ = aanvulling zicht VZ = vervanging zicht AS = aanvulling of vervanging stem en spraak exclusief mentale functies gerelateerd aan taal AIZ = aanvulling of vervanging zindelijkheid, domein incontinentiemateriaal AM = aanvulling intellectuele en andere mentale functies W = wonen M = mobiliteit C = communicatie H = hulpmiddelen dagelijks leven S = toiletstoelen D = douchestoelen R = speciale zetel voor personen met de ziekte van Huntington G = aangepaste stoelen en tafels L = transferhulpmiddelen B = speciale bedden A = anti-decubitusmateriaal P = pedagogische hulp bij hogere studie 16

17 DOMEIN WONEN INLEIDING ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Aanpassing woning bij gemeenschappelijke woongedeelten 2. Tweede tenlasteneming in geval van verhuis 3. Aanpassings- en verbeteringspremie 4. Cumul hulpmiddelen voor bad en douche 5. Tussenkomst in de installatie- en verplaatsingskost (aanvullende uitrusting) 6. Nieuwbouw REFERTELIJST 1. AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) Aanvullende uitrusting bij de woning 1.Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) 3. Aanpassing keuken 3.1. In hoogte verstelbaar werkvlak 3.2. Aanpassing keukenkasten 3.3. In hoogte verstelbare gootsteen 4. Automatische deuropener 4.1. Herstellingskosten automatische deuropener 5.Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) REFERTELIJST 2. VERVANGING - BOVENSTE LEDEMATEN (VB) Aanvullende uitrusting bij de woning 1.Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) 3. Automatische deuropener 3.1. Herstellingskosten automatische deuropener 4.Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) 5. Omgevingsbedieningsapparatuur 5.1.Omgevingsbedieningssysteem Systeem Stand alone: Zender Statief en houder Ofwel: omgevingsbedieningsmodule geïntegreerd in communicatietoestel Ontvangers en andere randapparatuur Aangepaste bediening van het systeem (scanning, vingertipbediening, ) 17

18 REFERTELIJST 3. AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) Ombouwen/aanbouwen van de woning en aanvullende uitrusting 1. Ombouwen/aanbouwen van de woning 1.1. Drempelbruggen 1.2. Hellingbanen 1.3. Verbouwingen sanitair: bad, douche, wastafel, 1.4. Andere 1.5. Traplift Onderhoudskosten voor traplift Herstellingskosten traplift 2. Aanvullende uitrusting van de woning 2.1. Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.2. Handgrepen - beugels * 2.3. Aanvullende trapleuning 2.4. Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.5. Mobiel parlofoonsysteem (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.6. Aanpassing keuken Onderrijdbaar werkvlak In hoogte verstelbaar werkvlak Aanpassing keukenkasten Onderrijdbare gootsteen In hoogte verstelbare gootsteen Uitschuifbaar werkvlak 2.7. Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) REFERTELIJST 4. VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) Ombouwen/aanbouwen van de woning en aanvullende uitrusting 1. Ombouwen/aanbouwen van de woning ( in functie van rolstoelgebruik binnenshuis of bij volledige zorgafhankelijkheid) 1.1. Toegang tot de woning 1.2. Leefruimte ( keuken en living) 1.3. Badkamer 1.4. Toiletruimte 1.5. Slaapkamer 1.6. Garage 1.7. Circulatieomgeving (o.a. gang ) 1.8. Traplift Onderhoudskosten voor traplift Herstellingskosten traplift 1.9. Plateaulift Onderhoudskosten voor plateaulift Herstellingskosten plateaulift Kokerlift Onderhoudskosten voor kokerlift Herstellingskosten kokerlift 2. Aanvullende uitrusting van de woning 2.1. Handgrepen beugels * 2.2. Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.3. Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.4. Mobiel parlofoonsysteem (vanaf ) 2.5. Aanpassing keuken: Onderrijdbaar werkvlak In hoogte verstelbaar werkvlak 18

19 Aanpassing keukenkasten Onderrijdbare gootsteen In hoogte verstelbare gootsteen Uitschuifbaar werkvlak 2.6. Automatische deuropener Herstellingskosten automatische deuropener 2.7. Badstoel met positioneringsvoorzieningen 2.8. Verzorgingstafel * 2.9. Verzorgingstafel in hoogte verstelbaar Oprijgoten (1 paar) Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) REFERTELIJST 5. AANVULLING RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) Aanvullende uitrusting bij de woning 1. Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) 2.Handgrepen beugels * 3. Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) REFERTELIJST 6. AANVULLING - GEHOOR (AG) Aanvullende uitrusting bij de woning 1.Ringleiding 2.Licht of trilwekker REFERTELIJST 7. VERVANGING - GEHOOR (VG) Aanvullende uitrusting bij de woning 1. Signaleringssysteem 1.1. Rookmelder bij signaleringssysteem 1.2. Babyfoonzender bij signaleringssysteem 2. Mobiel signaleringssysteem REFERTELIJST 12. AANVULLING INTELLECTUELE EN ANDERE MENTALE FUNCTIES (AM) Aanvullende uitrusting bij de woning 1. Verzorgingstafel * 2. Verzorgingstafel in hoogte verstelbaar MEERKOSTEN BIJ NIEUWBOUW 19

20 INLEIDING FUNCTIONERINGSDOMEIN I: WONEN In en rond de woning kunnen aanpassingen aangebracht worden die een aantal praktische taken vergemakkelijken zodat de zelfredzaamheid van personen met een handicap wordt vergroot. Dit varieert van kleine aanpassingen, zoals het bevestigen van handgrepen in de douche, de electrificatie van een rolluik of een automatische garagepoortopener, tot een complete verbouwing of het bijplaatsen van een slaapkamer of badkamer op het gelijkvloers. Toepassing functioneringscriteria bij het toekennen van een tegemoetkoming Bij het toekennen van een interventieniveau moet worden vertrokken vanuit de functiebeperkingen van de persoon met een handicap, niet vanuit de vraag die hij of zij stelt of het kostenplaatje achter die vraag. 1. Aanvulling: functievermindering t.h.v. been en/of heup. Indicatief: veilige verplaatsing binnenshuis enkel mits steun of met loophulp of rollator, buitenshuis mogelijk gebruik van rolwagen. 2. Vervanging: been/benen afwezig of niet bruikbaar. De restfunctie is niet voldoende om zonder rolstoel te functioneren, zowel binnenshuis als buitenshuis, of de persoon is totaal afhankelijk van hulp van derden. Algemene opmerkingen bij het domein wonen 1. Aanpassing woning bij gemeenschappelijke woongedeelten (b.v. appartementsgebouw) Er zijn verschillende situaties waarbij een aanpassing aan een gemeenschappelijk deel van de woning noodzakelijk is. Enkele voorbeelden: toegang tot de hoofdingang van een appartementsgebouw, een traplift die een persoon met een handicap van het gelijkvloers naar zijn flat op de eerste verdieping brengt, etc. De provinciale afdelingen beoordelen of een tegemoetkoming aangewezen is, rekening houdend met elementen zoals noodzaak, gebruiksfrequentie, doelmatigheid en of de bijstand in verhouding staat tot de gevraagde subsidie. Dossiers met knelpunten kunnen aan IDB-Centraal overgemaakt worden. 2. Tweede tenlasteneming in geval van verhuis Als algemeen principe moet gekeken worden naar de noodzaak van een verhuis waardoor de aanpassing van een andere woning noodzakelijk wordt. Er zijn situaties die niet in aanmerking komen. Wie reeds een tegemoetkoming kreeg voor de aanpassing van een eerste verblijf en een aanvraag doet voor de aanpassing van een tweede (en de refertebedragen werden reeds volledig uitgeput), kan geen bijkomende tegemoetkoming krijgen voor het aanpassen van twee woningen. Co-ouderschap: De werkwijze van het VAPH in dossiers waarin sprake is van de aanpassing van een tweede verblijfplaats is tot medio 2009 steeds geweest dat de refertebedragen van toepassing slechts eenmaal kunnen worden toegekend. Deze regeling gold ook bij echtscheiding met dien verstande dat de ouders de mogelijkheid hadden het refertebedrag onderling te verdelen en zodoende aanpassingen voor de beide woningen te financieren. Dit standpunt is echter achterhaald, mede door het invoeren van de wet van 18 juli 2006 op het verblijfsco-ouderschap waar men een gelijkmatig verdeelde huisvesting als regel neemt. Beoordelingscriteria voor subsidiëring van hulpmiddelen en aanpassingen bij co-ouderschap en vergelijkbare situaties. 20

21 1) Het betreft moeilijk of niet verplaatsbare goederen/aanpassingen waarvoor een tegemoetkoming gevraagd wordt of aanpassingen aan goederen waarop een voorafgaand eigendomsrecht van toepassing is zoals de woning of de auto. 2) Het gaat in hoofdzaak om primaire hulpmiddelen of aanpassingen. Hulpmiddelen (en aanpassingen) van primair belang zijn hulpmiddelen die de persoon toelaten om in een aantal basisbehoeften te voorzien alsook die aanpassingen die de toegankelijkheid van de essentiële woonruimten (leefruimte, badkamer/toilet, slaapkamer, ) mogelijk maken. 3. Aanpassings- en verbeteringspremie Aanpassingspremie voor bejaarden Voor kleinere aanpassingen (zie verder voor voorbeelden) en trapliften voor bejaarde personen met beperkingen (+ 65 jaar), die voldoen aan de inkomens- en andere voorwaarden voor een aanpassingspremie (zoals KI < euro), dient het bedrag van de eventuele aanpassingspremie (600 tot euro) ingehouden te worden totdat een bewijs van weigering aan het VAPH kan voortgelegd worden. De weigering van Wonen Vlaanderen mag niet aan de persoon zelf te wijten zijn, anders komt het VAPH ook hier niet voor tussen. De premie moet in rekening gebracht worden bij de uitbetaling. Aan het toegekende refertebedrag kan niets worden gewijzigd. Er wordt bij de beslissing meegedeeld wat de persoon moet doen om te kunnen genieten van deze premie. Er zijn twee mogelijkheden zodat de premie niet wordt ingehouden: Indien men voldoet aan de voorwaarden van de aanpassingspremie en het bedrag van de meerkosten t.g.v. de handicap meer bedraagt dan het VAPH-refertebedrag en de premie samen, dient er evenmin het bedrag van de premie ingehouden te worden. Tijdens het huisbezoek kan de maatschappelijk assistente het aanslagbiljet van het gezin onderzoeken op deze voorwaarden, zodat het inhouden van een bedrag vaak kan vermeden worden. Verbeteringspremie en renovatiepremie Naast de aanpassingspremie bestaat er ook een verbeteringspremie en een renovatiepremie. Deze premies zijn er voor specifieke verbeteringswerkzaamheden (dak, gevel, toilet, elektriciteit, sanitair, ) en andere, uitgebreide renovatiewerken en hebben een andere finaliteit (nl. renovatie) dan de VAPH-refertebedragen, die er zijn voor de meerkosten te dragen van de noodzakelijke aanpassingen in functie van de handicap. Verdere informatie over aanpassingspremie voor bejaarden - Hoeveel bedraagt de aanpassingspremie? De aanpassingspremie bedraagt 50% van het bedrag van de goedgekeurde facturen, btw inbegrepen, afgerond tot op het lagere tiental. De premie bedraagt maximaal euro (in te dienen facturen 2.500) en minimaal 600 euro (in te dienen facturen 1.200). Wat zijn de voorwaarden voor een aanpassingspremie? - Leeftijdsvoorwaarde De aanvrager, diens partner, of een inwonend gezinslid moet minstens 65 jaar oud zijn. - Inkomensvoorwaarde Voor aanvragen in 2012 mag het aan de personenbelasting onderworpen inkomen van de bejaarde voor wie de aanpassingswerkzaamheden worden uitgevoerd en diens eventuele partner niet meer bedragen dan euro. Dit maximum mag worden verhoogd met euro per persoon ten laste. 21

22 Er wordt gekeken naar het belastbaar inkomen van het derde jaar dat voorafgaat aan de aanvraagdatum. Voor aanpassingspremies die worden aangevraagd in 2012 wordt dus het belastbaar inkomen van 2009 in aanmerking genomen. De aanvraagdatum is de datum waarop men de aanvraagdocumenten verstuurt naar Wonen- Vlaanderen (de postdatum geldt als bewijs) of de datum waarop men deze documenten persoonlijk afgeeft op een dienst van Wonen-Vlaanderen. Een persoon ten laste is een inwonend kind dat ofwel jonger is dan 18 jaar, waarvoor men de kinderbijslag of wezentoelage ontvangt, of dat na voorlegging van bewijzen wordt beschouwd als persoon ten laste. Inwonende gezinsleden die erkend zijn als persoon met een ernstige handicap worden eveneens beschouwd als persoon ten laste. In al deze gevallen is de situatie op de aanvraagdatum doorslaggevend. - Voorwaarden voor de woning De aanvrager heeft de woning als hoofdverblijfplaats. Deze woning moet in het Vlaamse Gewest gelegen zijn, en het (niet-geïndexeerde) kadastraal inkomen van deze woning mag niet meer bedragen dan euro. - Voorwaarden voor de facturen De aanpassingspremie wordt berekend aan de hand van ingediende facturen van de aanpassingswerkzaamheden. Deze facturen mogen op de aanvraagdatum niet ouder zijn dan 1 jaar. Er moet voor minstens euro aan facturen (inclusief btw) kunnen voorgelegd worden. De volgende aanpassingswerkzaamheden kunnen in aanmerking komen (voorbeelden folder 2/2011): - het maken van een badkamer of toilet dat aangepast is aan de noden van de bejaarde. Een tweede badkamer of toilet kan enkel betoelaagd worden als dit zich op een andere verdieping bevindt; - het installeren van een traplift of rolstoelplateaulift; - het aanbrengen van vast verankerde electromechanische hulpmiddelen om zich te verplaatsen in de woning; - het aanbrengen van handgrepen en steunmiddelen in de sanitaire lokalen; - het automatiseren van de bestaande toegangsdeur, garagepoort of rolluiken; - het toegankelijk maken van de woning door hellende vlakken aan te brengen, de toegangsdeur te verbreden, al dan niet met automatische bediening, en hinderlijke drempels weg te werken; - het creëren van voldoende ruimte in de woning door het aanpassen van de gangbreedte en de deuropeningen of het vergroten of functioneel herschikken van de woonvertrekken of sanitaire lokalen; - het verhogen of verlagen van vloeren in de woning zodat niveauverschillen verdwijnen op de woonverdieping; - het overbruggen van de verdiepingshoogte door het plaatsen van veilig beloopbare trappen; - verbouwings- en inrichtingswerkzaamheden om in de woning een entiteit in te richten waarin de bejaarde zelfstandig en afzonderlijk kan wonen. Verdere informatie vindt u op de site Bij vragen m.b.t. de specieke werkwijze van inhouding van de aanpassingspremie, kan u contact opnemen met Wouter Contreras (IDB). 4. Cumul van hulpmiddelen voor bad en douche Als een persoon met een handicap hulpmiddelen aanvraagt voor zowel douche als bad dan dient de persoon in principe een keuze te maken tussen beide. 22

23 We spreken over cumul als iemand tegelijkertijd hulpmiddelen voor bad en douche aanvraagt. Wanneer de persoon met een handicap hulpmiddelen uit het andere gamma nodig heeft omdat zijn situatie wijzigt, spreken we niet over een cumul. Als een persoon echter bvb. tegelijkertijd een douchestoel als een badstoel met positioneringsvoorzieningen aanvraagt, zal hij of zij een keuze moeten maken. De maatschappelijk werker kan in dit geval eventueel een huisbezoek afleggen en daarbij verduidelijken welke de mogelijke oplossingen zijn waarvoor een tegemoetkoming mogelijk is. Blijft er na het huisbezoek twijfel bestaan, dan kan er advies gevraagd worden aan IDB-Centraal. 5. Tussenkomst in de installatie- en verplaatsingskosten (aanvullende uitrusting) Verantwoorde installatie- en verplaatsingskosten bij aanvullende uitrusting kunnen ten laste worden genomen voor zover het refertebedrag niet wordt overschreden. 6. Nieuwbouw Definitie van nieuwbouw: Onder nieuwbouw bedoelen we een nieuw te realiseren woning, waar tijdens de ontwerpfase rekening gehouden wordt met de mogelijkheden en beperkingen van een persoon met een gekende handicap. Bij een nieuwbouw zal men zowel, door de keuze van het bouwperceel en door een logisch ontwerp, maximaal alle problemen proberen op te vangen. Dit ontwerp resulteert in een aangepaste woning of in een eenvoudig aanpasbare woning. Aanpassingskosten bij nieuwbouw vallen buiten de refertelijst. De dossiers dienen voorgelegd te worden aan de bijzondere bijstandscommissie. Voor het voorstel in de nota aan de BBC kan de administratie zich baseren op de studie van het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC. Meer informatie over de concrete werkwijze vindt u achteraan het gedeelte over Wonen. Onder verbouwing wordt bedoeld: Het aanpassen van een bestaande woning door aanbouw van nieuwe ruimten. Elke bestemmingswijziging van bestaande ruimten in de woning. Het verbouwen van een onaangepaste nieuwbouw: Bij de aankoop van een nieuwe sleutel op de deur woning of groepsbouw, waar door wijzigingen op het plan extra kosten kunnen aangetoond worden. Elke wijziging aan een nieuwe woning, waar de persoon met een handicap tijdens de bouw van de woning, een nieuwe handicap verwerft. 23

24 REFERTELIJST 1: AANVULLING BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) Een automatische garagepoortopener is een systeem om een garagepoort gemotoriseerd te openen, meestal met afstandsbediening. Voor personen die met de auto rijden of waarvoor de garagepoort de enige toegang is tot de woning en de poort niet zelfstandig kunnen openen, is automatisering van de garagepoortopener verantwoord. Wanneer een persoon met een handicap een automatische garagepoortopener aanvraagt, maar zelf geen gebruik maakt van een auto, dan moeten noodzaak en gebruiksfrequentie goed gemotiveerd worden. Automatisering van garagepoortopeners voor heel jonge kinderen of personen die sterk afhankelijk zijn van derden (en dus niet zelf met de auto rijden) dienen geweigerd te worden. Vanaf 1 december 2010 is dit niet meer mogelijk bij nieuwbouw. Zie ook: Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) Afspraak: Indien de bestaande poort niet kan worden geautomatiseerd, is de persoon ook veprlicht om een nieuwe poort te plaatsen. In deze situatie kan ook de garagepoort ten laste worden genomen met het refertebedrag. Dergelijke dossiers vereisen een grondige motivatie en onderzoek. Foto: automatische garagepoortopener 2. Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) Elektrificatie rolluiken staat voor de bediening van de rolluiken met een elektrische motor. Een elektrisch bediend rolluik maakt slingers en optrekbanden overbodig. Met behulp van een schakelaar (of afstandsbediening) wordt het rolluik in de gewenste positie gezet. Het VAPH neemt enkel de elektrificatie ten laste. Voor de rolluiken zelf verleent het VAPH geen tegemoetkoming. Vanaf is dit niet meer mogelijk bij nieuwbouw en wordt het aantal stuks beperkt tot 2. Zie ook Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) Afspraken: - Het VAPH kan maximaal de elektrische bediening van 2 rolluiken subsidiëren. - Als iemand een vraag naar rolluiken stelt, is het niet meer dan logisch dat er specifiek omschreven wordt om hoeveel rolluiken het gaat. Bij andere zaken die per stuk aangevraagd worden mag naar analogie gewerkt worden. - Het ten laste nemen van elektrificatie van zonnewering kan enkel als rolluiken geen alternatief vormen. De medische noodzaak (gevoeligheid voor zonlicht, bvb. bij ziekte van lupus) moet bovendien worden aangetoond. Vraag steeds advies aan de arts van uw PA. Er is geen cumul mogelijk tussen de elektrificatie van rolluiken én die van zonnewering. - Zowel de elektrificatie van rolluiken als gordijnen (alternatief voor rolluiken) kan ten laste genomen worden onder dit refertebedrag. Enkel het motorgedeelte komt in aanmerking voor tenlasteneming. 24

25 Foto: motor en schakelaars voor een elektrisch rolluik Foto: gordijnopener (G-rail) 3. Aanpassing keuken 3.1. In hoogte verstelbaar werkvlak Een in hoogte verstelbaar werkvlak is een werkvlak dat mechanisch/hydraulisch (bv. met behulp van een slinger) of elektrisch of met behulp van een manueel instelbare steun in de hoogte kan versteld worden zodat bijvoorbeeld de onderarmen op het werkvlak kunnen rusten. Afspraak: Cumul tussen de refertebedragen Onderrijdbaar- en In de hoogte verstelbaar werkvlak is niet mogelijk. Foto: elektrisch in hoogte verstelbaar keukenvlak 3.2. Aanpassing keukenkasten Als door een verworven handicap plots een aanpassing van de keukenkasten nodig is dan kan dit vergoed worden met het refertebedrag voor Aanpassing keukenkasten. Soms kunnen courante zaken een oplossing bieden om de keuken praktisch en bruikbaar te maken: Het vervangen van legplanken door laden. Het voorzien van toegankelijke kasten beneden ter vervanging van onbereikbare bovenkasten Het vervangen van ontoegankelijke kasten door push-open deuren voor personen met beperkingen aan de bovenste ledematen die geen gewone deurgreep kunnen manipuleren. Het voorzien van aanpassingen aan de bovenkasten zoals uittrekbare bovenkasten Dergelijke aanpassingen kunnen vergoed worden via dit refertebedrag. Renovatie van een bestaande keuken kan niet vergoed worden. Een volledig nieuwe keuken in een nieuwbouwwoning is evenmin een meerkost. De nieuwe kasten kunnen gekozen worden in functie van de handicap en worden dus niet terugbetaald. 25

26 Foto: uittrekbare bovenkast Foto: kasten met volledig uitschuifbare laden 3.3. In hoogte verstelbare gootsteen De gootsteen moet op een aangepaste hoogte kunnen ingesteld worden. Een in hoogte verstelbare gootsteen is een spoelbak die manueel (instelbare console), mechanisch/hydraulisch of elektrisch in de hoogte verstelbaar is zodat het gebruik ervan zowel staande als vanuit een rolstoel mogelijk is. 4. Automatische deuropener Buitendeur Binnendeur 4.1.Herstellingskosten automatische deuropener Buitendeur Binnendeur Herstellingskosten zijn uitzonderlijke kosten die gemaakt worden om een defecte automatische deuropener opnieuw gebruiksklaar te maken. De betaling gebeurt op basis van ingediende facturen. De facturen van de herstelkosten moeten een beschrijving bevatten van het defect dat aanleiding heeft gegeven tot het herstel, evenals de prijs van wisselstukken, het aantal werkuren, de kostprijs ervan en de verplaatsingskosten. 5. Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) Hiermee wordt alle andere zaken bedoeld die nog niet zijn besproken in punt 1. tot en met punt 4 maar die geen losse elementen of gadgets zijn. 26

27 REFERTELIJST 2: VERVANGING BOVENSTE LEDEMATEN (VB) 1.Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt 2. 3.Automatische deuropener Zie bij AB punt Herstellingskosten automatische deuropener Zie bij AB punt Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) Zie bij AB punt Omgevingsbedieningsapparatuur 5.1.Omgevingsbedieningssysteem Zie ook: Omgevingsbedieningssystemen Omgevingbedieningsapparatuur ondersteunt het zelfstandig leven van de persoon met een handicap. Omgevingsbediening of domotica stelt hem in staat om de elektrische functies van verschillende toestellen op afstand te bedienen. Omgevingsbediening werkt met een zendkastje en ontvangers op basis van infraroodsignalen, radiogolven (FM) of X-10 technologie. De referteklasse Omgevingsbedieningssysteem werd voor aanvragen vanaf 1 december 2010 uitgesplitst in een aantal afzonderlijke elementen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: - 'Stand Alone' systeem, opgesplitst in een zender en een statief met houder, - een zender geïntegreerd in een communicatietoestel, - ontvangers en andere randapparatuur, - aangepaste bediening v/h systeem (scanning, vingertipbediening, ). Opmerkingen: De refertebedragen van de verschillende referterubrieken zijn inclusief eventuele installatiekosten. In de praktijk kunnen de installatiekosten van de onderdelen van het omgevingsbedieningssysteem vergoed worden met de som van de eventuele restbedragen van de refertebedragen die van toepassing zijn. Easy ridersysteem: rolstoel- en omgevingsbesturing Het Easy ridersysteem van HMC is geïntegreerd in de besturing van een elektronische rolstoel. Voor aanvragen vanaf 1 december 2010 maakt het omgevingsbedieningsgedeelte van het Easy ridersysteem deel uit van de rolstoel. 27

28 Systeem Stand Alone : Zie Systeem Stand alone Een stand alone-systeem is een set waarbij de omgevingsbediening afzonderlijk kan worden gebruikt, zonder behulp van andere toestellen. Het bestaat uit een zender en een statief of een houder Zender Zie Systeem Stand alone Een zender bij het systeem stand alone Statief en houder Zie Statief en houder Ofwel: omgevingsbedieningsmodule geïntegreerd in communicatietoestel Zie omgevingsbedieningsmodule geïntegreerd in communicatietoestel Ontvangers en andere randapparatuur Zie. Ontvangers en andere randapparatuur Aangepaste bediening van het systeem (scanning, vingertipbediening, ) Zie Aangepaste bediening van het systeem (scanning, vingertipbediening, ) 28

29 REFERTELIJST 3: AANVULLING ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Ombouwen/aanbouwen van de woning Zie ook Aangepast wonen voor personen met een motorische handicap 1.1. Drempelbruggen Een drempelbrug of dorpelbrug is een wegneembare constructie bestaande uit twee hellende vlakken die over een obstakel geplaatst wordt. Het is bedoeld voor obstakels van maximum 7 cm, zoals deurdrempels, snel en eenvoudig te overbruggen. Verwijdering van drempels is overbodig en deuren hoeven onderaan niet langer gemaakt te worden. De doelgroep bevat personen met een ernstig of volledig participatieprobleem m.b.t. zich stappend verplaatsen: - Die voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis langdurig en definitief gebruik maken van een rolstoel (of verrijdbare stoel) - Die een obstakel met een hoogte tussen 2 cm en 7 cm (drempel of raamlijst) moeten overschrijden. De drempelbrug is ook bedoeld voor personen met een matig of ernstig participatieprobleem m.b.t. zich stappend verplaatsen: - Die zich met ondersteuning door derden, een loophulpmiddel, een orthese of prothese nog stappend kunnen verplaatsen - Die een obstakel met een hoogte tussen 2 cm en 7 cm (drempel of raamlijst) moeten overschrijden. Afspraak: Wanneer naast de ruimte op zich, ook de toegang tot de badkamer met een drempelbrug toegankelijk moet worden gemaakt voor een persoon met beperkingen aan de onderste ledematen, zijn twee pistes mogelijk. Krijgt een persoon aanvulling onderste ledematen toegekend, dan kan de PA naast het refertebedrag voor "Verbouwing sanitair: bad, douche, wastafel " ook het refertebedrag voor "Drempelbrug" toekennen. Krijgt een persoon vervanging onderste ledematen toegekend, dan zijn de kosten voor de aanpassing aan de toegang tot de badkamer inbegrepen in het refertebedrag voor "Ombouw badkamer". Foto: enkelzijdige drempelbrug Foto: dubbelzijdige drempelbrug (vlinderbrugje) wordt over een drempel geplaatst 1.2. Hellingbanen Een hellingbaan is een constructie met een hellend vlak met een minimale breedte van 90 cm en een helling volgens de richtlijnen van art. 19 van het BVR tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Een hellingbaan is al dan niet wegneembaar. Een hellingbaan is bedoeld voor personen die minstens een matig of ernstig participatieprobleem ervaren m.b.t. zich stappend verplaatsen: 29

30 - Die zich met ondersteuning door derden, een loophulpmiddel, een orthese of een prothese nog stappend kunnen verplaatsen of die gebruik maken van een rolstoel. - Waarbij de huidige toegang niet toegankelijk is omwille van een hoogteverschil. Foto: (vaste) hellingbanen Foto: oprijplaat (vermeld onder VO mobiliteit) 1.3.Verbouwingen sanitair: bad, douche, wastafel, Verbouwingen sanitair zijn verbouwingen in functie van het gebruik van de sanitaire installaties van de badkamer zoals het plaatsen van een vlakke of drempelvrije douchebak, het op de juiste hoogte plaatsen van een wastafel, enz. Zie ook Oplossingen om zich te verzorgen of verzorgd te worden voor personen met een motorische handicap Voorbeelden van 'Verbouwingen sanitair : - Vervangen van het bad door een douchecabine met lage instap met een vast, opklapbaar douchezitje. Voor een losse douchestoel of een gesofisticeerde douchezit met positioneringsvoorzieningen die degelijke ondersteuning bieden bij het zitten onder de douche kan een apart refertebedrag worden voorzien (domein Douchestoelen bij AO). - Plaatsen van een aangepaste, onderzitbare wastafel, waarbij de persoon al zittend de kraan kan bedienen: een onderzitbare of onderrijdbare wastafel of lavabo (al dan niet in hoogte verstelbaar) beschikt over een speciale afvoer van het water die zo dicht mogelijk tegen de wand of in de wand gemonteerd wordt. De wastafel creëert daardoor een open ruimte zodat de benen eronder kunnen geplaatst worden. De persoon met een handicap komt hierdoor dichterbij de wastafel zodat de kranen voor hem bereikbaar worden. De wastafel kan gebruikt worden al zittend op een stoel of kruk. Bij een dergelijke wastafel wordt de afvoerbuis van het water zoveel mogelijk naar achteren geplaatst (d.m.v. een speciale afvoerset of zwanenhals). Er wordt meestal gekozen voor een uitvoering die minder diep is dan een standaard wastafel. Foto: in hoogte verstelbare, onderrijdbare wastafel 30

31 1.4. Andere (ombouw/aanbouw van de woning) Met Andere worden andere verbouwingen of aanbouw van de woning bedoeld die in de punten 1.1 tot en met 1.3 nog niet werden besproken. Afspraken: - Refertelijst Andere : een persoon met een handicap krijgt van de PEC AOW toegekend. Hij wenst zijn slaapkamer aan te passen, bvb. twee kleine slaapkamers samenvoegen tot een ruimte om de toegankelijkheid bij het gebruik van een loophulp te verbeteren. In dit geval kan het refertebedrag Andere worden toegekend. - Airconditioning in de woning Mensen met MS, met de aandoening Epidermolysis bullosa of met een hoge dwarslaesie kunnen soms gebaat zijn met een aircosysteem. Een advies van de arts van het Vlaams agentschap is noodzakelijk Traplift Een traplift, stoellift of een klapstoeltjeslift is een eenvoudige oplossing voor het bestijgen en afdalen van een trap waarbij er nog voldoende loopruimte overblijft voor de andere gezinsleden. Langs de trap wordt een rail of geleider geplaatst waarop het stoeltje naar boven of naar beneden kan schuiven. Foto: traplift Afspraken: Voorlopig stuurt men alle aanvragen voor trapliften door naar het Kenniscentrum Hulpmiddelen vooraleer deze naar de BBC gestuurd worden voor ZUZ. Het advies van het Kenniscentrum Hulpmiddelen kan aan de vraag BBC toegevoegd worden. - Tweede traplift: Toepassing van onderrichting 120 (aanvragen voor 2e trapliften aan de BBC voorleggen) hoeft niet langer. Binnen de PA's kan perfect autonoom geoordeeld worden over het verlenen van een tegemoetkoming voor een tweede traplift voor personen die slechts één traplift willen plaatsen over twee verdiepingen. Deze situatie dient niet meer aan de BBC te worden voorgelegd. De verplaatsing is de grootste kost bij de onderhoudsbeurt. Voor een huis met twee trapliften van dezelfde firma worden daarom éénmaal de refertebedragen voor onderhoud en herstellingen toegekend. De onderhoudsbeurten van de beide trapliften kunnen op hetzelfde moment plaatsvinden. Indien de trapliften elk van een andere firma gekocht werden, dan wordt wel tweemaal het refertebedrag voor onderhoud toegekend aangezien de beide firma s een onderhoud moeten uitvoeren. Iemand heeft een goedkeuring voor een traplift. Hij wil echter een kokerlift installeren of heeft dit al gedaan. Er is geen probleem om in dit geval het refertebedrag voor de traplift uit te betalen. Onderhouds- en herstellingskosten worden berekend op het refertebedrag van de traplift. Trappenklimmer 'scalamobil': alternatief voor een traplift. Een trappenklimmer is een hulpmiddel voor de begeleider om een persoon in een rolstoel een trap op of af te helpen. Een trappenklimmer kan zowel binnens- als buitenshuis gebruikt worden. Soms wordt 31

32 een trappenklimmer gevraagd indien er geen traplift kan geplaatst worden (omdat de trap teveel bochten maakt, de doorgangsbreedte te smal is of omdat het een huurhuis betreft en de eigenaar geen toelating verleent voor de plaatsing van een traplift).de bijzondere bijstandscommissie besliste in een aantal dossiers een volledige subsidie te verlenen als alternatief voor een traplift. De commissie verbiedt de cumulatie met een traplift of lift. Indien de trappenklimmer uitsluitend buitenshuis gebruikt zal worden is een onderzoek van de gebruiksfrequentie op zijn plaats. Indien het gebruik te gering is, zal de commissie weigeren een subsidie te verlenen. Foto: scalamobil - Vervanging traplift bij ontbreken van noodbatterij Alle trapliften kunnen in een noodsituatie of bij stroompanne hun laagste positie bereiken. Bij de zuiver op netstroom aangedreven liften moet deze handeling door een derde gebeuren en neemt veel tijd in beslag. Vervanging van een traplift wegens het ontbreken van een noodbatterij is geen reden die een noodzaak kan aantonen. Bij vervanging moet kunnen aangetoond worden of de vorige lift defect is en niet meer hersteld kan worden. Liften worden geplaatst om een lange termijn mee te gaan. Een levensduur van 12 jaar of langer is voor trapliften de norm. Mochten er nog onduidelijkheden zijn dan kan er contact opgenomen worden met Ivo De Raeymaecker (Kenniscentrum hulpmiddelen KOC) Onderhoudskosten voor traplift Onderhoudskosten zijn kosten die gemaakt worden om de goede staat van een hulpmiddel (in dit geval een traplift) en de correcte werking ervan te garanderen. Het onderhoud omvat onder meer reinigen en smeren van onderdelen, werkingscontrole, afregelingswerkzaamheden, werkuren, verplaatsingskosten en bij een onderhoudsbeurt gebruikelijke vervangingen van onderdelen. De betaling gebeurt op basis van ingediende facturen. De facturen van de onderhoudskosten moeten een gedetailleerde beschrijving van het uitgevoerde onderhoud bevatten en moeten de verschillende onderdelen van de kostprijs van het uitgevoerde onderhoud vermelden, zoals de prijs van de wisselstukken, het aantal werkuren, de kostprijs ervan en de verplaatsingskosten. De verplaatsingskost is het grootste gedeelte van de kost. Wanneer men twee of meer trapliften door dezelfde firma laat plaatsen wordt de onderhoudsbeurt voor de beide toestellen op hetzelfde moment uitgevoerd. De verplaatsginskost moet dus slechts éénmaal vergoed worden. Mogelijks wordt op termijn een aangepaste tegemoetkoming in de refertelijst opgenomen voor een 2e en volgende traplfit Herstellingskosten traplift De verplaatsingskost is het grootste gedeelte van de kost. Wanneer men twee of meer trapliften door dezelfde firma laat plaatsen wordt de onderhoudsbeurt voor de beide toestellen op hetzelfde moment uitgevoerd. De verplaatsginskost moet dus slechts éénmaal vergoed worden. Mogelijks wordt op termijn een aangepaste tegemoetkoming in de refertelijst opgenomen voor een 2e en volgende traplfit. 32

33 Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 2.Aanvullende uitrusting 2.1.Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt Handgrepen beugels * Door het verlies aan kracht in de benen, een gestoord evenwicht of coördinatie zijn handgrepen in veel gevallen het eerste hulpmiddel om het zelf verzorgen en het transfereren gemakkelijker te laten verlopen. Handgrepen, wand- of muurbeugels, al of niet opklapbaar, worden gebruikt om zich uit zit op te drukken. Het zijn handige hulpmiddelen voor het rechtkomen van het toilet, als steun bij het (gaan) staan of zitten aan de wastafel, enz. Strategisch geplaatste beugels kunnen ook een enorme hulp zijn bij het baden. Waar gaan liggen vaak nog lukt, verloopt het weer rechtkomen toch heel wat moeilijker. Met goed geplaatste handgreep of een op het bad bevestigde badgreep wordt dit een stuk makkelijker. Er kunnen maximaal 4 handgrepen worden toegekend. Afspraak: Facturen voor ombouw aan de woning worden vaak algemeen opgesteld. Een factuurbedrag voor ombouw van de badkamer kan bijvoorbeeld naast verbouwingswerken ook hulpmiddelen als handgrepen of een douchezitje omvatten. De kosten worden echter onder één noemer vermeld. Er zullen steeds gedetailleerde facturen opgevraagd moeten worden. Zo is een opsplitsing per refertebedrag mogelijk. Indien dit niet mogelijk is kan contact worden opgenomen met de persoon met een handicap om samen met hem/haar tot een oplossing te komen. Er kunnen nooit meer handgrepen worden toegekend dan er gevraagd worden. Foto: badgreep 2.3. Aanvullende trapleuning Een tweede trapleuning biedt extra steun en evenwicht bij het bestijgen en afdalen van de trap binnenshuis. Trapleuningen zijn algemeen in de handel verkrijgbaar. Voor een "eerste" trapleuning kan geen tegemoetkoming verleend worden Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt Mobiel parlofoonsysteem (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie Mobiel parlofoonsysteem (uitgezonderd bij nieuwbouw) 33

34 2.6. Aanpassing keuken Onderrijdbaar werkvlak Een onderrijdbaar werkvlak is een keukenwerkvlak dat op de juiste hoogte is geplaatst zodat een persoon met mobiliteitsbeperkingen met een verrijdbare stoel (of rolstoel: dan VO) er met de benen onder kan rijden. Geen cumul met een in de hoogte verstelbaar werkvlak In hoogte verstelbaar werkvlak Het werkvlak in de keuken moet op een aangepaste hoogte worden geïnstalleerd. Een in hoogte verstelbaar werkvlak is een werkvlak dat mechanisch/hydraulisch (bv. met behulp van een zwengel), of elektrisch of met behulp van een manueel instelbare steun in de hoogte kan versteld worden. Zowel de persoon met een handicap als het valide gezinslid kan hierdoor op een ergonomische wijze aan het aanrechtblad werken. Geen cumul met onderrijdbaar werkvlak. Zie ook bij AB punt 3.1. Foto: in hoogte verstelbaar werkvlak (uitvoering met manueel instelbare steun) Aanpassing keukenkasten Enkele voorbeelden van Aanpassing keukenkasten : - Keukenkasten die mechanisch of elektrisch op de juiste hoogte worden ingesteld. - Bovenkasten waarvan de laden volledig uittrekbaar zijn (zie foto bij AB) of waarvan de deuren dankzij speciale scharnieren bijna 180 opendraaien (zie foto onder). Dit komt de bereikbaarheid van de kasten ten goede en voorkomt het stoten met het hoofd aan de bovenkastjes. - Indien het voor de fijne motoriek nodig is om de keukenkasten aan te passen met een drukfunctie, kan dit aanvaard worden voor subsidie. Een voorbeeld is een persoon met tetraplegie. Afspraak: Zgn. apothekerskasten (kasten met volledig uitschuifbare laden) dienen geweigerd te worden (zie foto onder AB). Foto: 165 draaiende deurscharnieren 34

35 Onderrijdbare gootsteen Een onderrijdbare gootsteen is een gootsteen die op de juiste hoogte is geplaatst (ca 66 cm) zodat er de persoon met een verrijdbare stoel (of rolstoel: dan VO) er met de benen onder kan rijden In hoogte verstelbare gootsteen Zie bij AB punt Uitschuifbaar werkvlak Een alternatief voor een onderrijdbaar werkvlak (zie boven) is een aanrechtblad dat uitschuifbaar is en zich op de geschikte hoogte voor de persoon met een handicap bevindt. 2.7.Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) (vanaf ) Zie bij AB punt 5. 35

36 REFERTELIJST 4: VERVANGING ONDERSTE LEDEMATEN (VO) Een persoon met een volledig verlies van de functie van de onderste ledematen verplaatst zich zowel binnenshuis als buitenshuis met een manuele of elektronische rolstoel. Indien het zelfstandig gebruik van een rolstoel onmogelijk is, wordt er meestal van een duwrolwagen gebruik gemaakt. 1. Ombouwen/aanbouwen van de woning (in functie van rolstoelgebruik binnenshuis of bij volledige zorgafhankelijkheid) Zie ook Aangepast wonen voor personen met een motorische handicap 1.1.Toegang tot de woning Zie ook Toegang tot de woning Voorbeelden van aanpassingswerken om de toegang tot de woning te vergemakkelijken: - Het aanleggen van een hellend vlak (rolstoelpad) en het verbreden van de voordeur (rolstoeltoegankelijkheid). Voor een manuele rolwagen mag het stijgingspercentage best niet meer dan 5% bedragen. Een elektronische rolstoel laat een steilere oprit toe. - Het verbreden van het toegangspad tot de woning voor het gebruik van een rolstoel (en eventueel het pad rond de woning). De aangewezen breedte voor een rolstoel is 1,2 meter. Meer informatie kunt u terugvinden op: Afspraak: Indien aan de persoon VO werd toegekend door de PEC, dan kan dit refertebedrag ook gehanteerd worden voor het vergoeding van een hellingbaan. Als het refertebedrag niet volstaat, is er de mogelijkheid om via de BBC de oplegkost vergoed te krijgen, mits motivering Leefruimte (keuken en living) Voorbeeld van aanpassingswerken Leefruimte (keuken en living) : - Verbouwingen aan de achterzijde van de woning met uitbreiding van de leefruimte (keuken en living) om de rolstoeltoegankelijkheid te verbeteren Badkamer Zie ook Aangepast wonen voor personen met een motorische handicap Voorbeelden van aanpassingswerken Badkamer : - Verbouwing van de garage tot een badkamer omdat de bestaande badkamer die zich op de eerste verdieping bevindt niet bereikbaar is of te klein is in oppervlakte om met de rolstoel te manoeuvreren. - Aanbouw van een aangepaste badkamer met natte cel op het gelijkvloers. - Vervangen van het bad door een natte cel (eventueel in combinatie met een vast, opklapbaar douchezitje. Voor een losse douchestoel of een gesofisticeerde douchezit met positioneringsvoorzieningen die degelijke ondersteuning bieden bij het zitten onder de douche kan een apart refertebedrag worden voorzien, domein Douchestoelen bij VO). - Het verbreden van de badkamerdeur en het voorzien van een drempelloze toegang voor een rolstoelgebruiker. - Plaatsing van een speciale in hoogte verstelbare wastafel of het op de juiste hoogte plaatsen van een wastafel zodat er voldoende vrije ruimte overblijft om er met de rolstoel onder plaats te nemen (onderrijdbaar). De persoon met een handicap komt hierdoor dichterbij de wastafel zodat de kranen voor hem bereikbaar worden. De waterafvoerbuis van de wastafel wordt meestal zoveel mogelijk naar achteren geplaatst (d.m.v. een speciale afvoerset of zwanenhals). Er wordt meestal gekozen voor een uitvoering die minder diep is dan een standaard wastafel. 36

37 Afspraken: - Het refertebedrag kan toegekend worden aan iemand die in zijn garage een douche wil installeren, want de garage krijgt in dit geval immers de functie van badkamer. - Een persoon met een handicap wenst de garage van zijn woning om te bouwen tot een slaapkamer en badkamer. De refertebedragen voor Ombouw slaapkamer en Ombouw badkamer kunnen worden toegekend Toiletruimte Zie ook Oplossingen om het toilet te gebruiken voor personen met een motorische handicap Voorbeelden van aanpassingswerken Toiletruimte : - Verbouwen van een bergruimte tot een aangepaste toegankelijke WC-ruimte voor een rolstoelgebruiker. - Verbreden van de deur van de toilet in functie van rolstoeltoegankelijkheid. - Plaatsen van een verhoogd toiletmeubel (enkel indien toiletzitverhoger geen bruikbaar alternatief is). Afspraak: Sproei- en droogtoiletten die het gebruik van toiletpapier overbodig maken, dienen voorgelegd te worden aan de BBC Slaapkamer Voorbeelden van aanpassingswerken Slaapkamer : - Samenvoegen van 2 kleine slaapkamers tot één rolstoeltoegankelijke slaapkamer. - Aanbouwen van een slaapkamer op het gelijkvloers omdat de transfer naar de slaapkamer op de eerste verdieping uitgesloten is. - Verbreden van de deur van de slaapkamer in functie van rolstoeltoegankelijkheid. Afspraak: Slaapkamer: toepassing van het draaicirkelprincipe voor een manuele rolstoel. Voor het keren met een manuele rolstoel is een draaicirkel van ongeveer 1,5 meter aanbevolen (zie plan). Voor een elektronische rolstoel is dit ongeveer 1,7 meter. Plan van een slaapkamer 1.6. Garage Enkele voorbeelden van aanpassingswerken Garage : - Verruimen (breedte/hoogte) van de bestaande garage zodat de transfer in en uit de auto voor een rolstoelgebruiker mogelijk wordt. - Verbreden van de deur in de garage die voor de persoon met een handicap toegang verleent tot de woning. 37

38 Afspraken: - De bouw van een carport kan betaald worden onder aanpassing garage en dus ter waarde van dit refertebedrag mits: - de persoon principieel recht heeft op het bedrag voor aanpassing garage, - de persoon op zijn perceel een onbruikbare en onaanpasbare garage heeft, - door de bouw van de carport de niet uitvoerbare aanpassingsproblemen van de garage. Een carport moet voldoende hoog zijn (als de garage in hoogte niet voldoende aanpasbaar was) en ook voldoende breed. Een carport van +/- 2 meter is niet voldoende, +/- 3 meter wel. Het is immers de bedoeling dat een persoon veilig en droog uit zijn auto kan komen en eventueel zijn rolwagen in de koffer kan opbergen. De argumenten waarom je een garage zou laten aanpassen (en daarvoor van het VAPH een tussenkomst zou krijgen), maar praktisch niet uitvoerbaar zijn, moeten dan wel ingevuld kunnen worden ingevolge de bouw van een carport. Het VAPH betaalt geen carport als iemand voorheen nog geen garage had of indien je voorheen een garagebox had op een andere locatie. - Ombouw garage: een gezin koopt een nieuwe, hogere wagen zodat een rolstoelplateaulift geïnstalleerd kan worden. Het gevolg van deze aankoop is dat er ook een nieuwe, hogere garagepoort en aanpassingen aan het plafond moeten komen. Deze kosten kunnen ten laste worden genomen via het refertebedrag voor Ombouw Garage. Als de garage uitsluitend dient voor de stalling van de wagen dan is de verbouwing geen meerkost uit hoofde van de handicap Circulatieomgeving (o.a. gang ) Onder Circulatieomgeving worden de verbindingsplaatsen die de verschillende kamers en de ruimten en plaatsen in én rond de woning met elkaar verbinden, bedoeld. Enkele voorbeelden: - Het voorzien van een aangewezen doorgangsbreedte en wegwerken van drempels en n in gangen, sassen, overlopen en inkomhal. Ter informatie: voor het keren met een manuele rolstoel is een draaicirkel van ongeveer 1,5 meter aanbevolen. Voor een elektronische rolstoel is dit ongeveer 1,7 meter, zie het plan bij 1.5. Slaapkamer. - Een persoon die binnenshuis een rolstoel gebruikt, woont in een woning met een kleine, aangebouwde veranda die aansluit op de keuken. De vloer van de veranda moet een tiental centimeter verhoogd worden om de rolwagentoegankelijkheid te verzekeren. Opmerking: rolstoelpaden naar de voordeur of de achterdeur om de toegang tot de woning mogelijk te maken dienen onder 'Ombouwen/aanbouwen: toegang tot de woning' behandeld te worden. Andere rolstoelpaden in de tuin (bijvoorbeeld naar een tuinhuis of een terras) kunnen beschouwd worden als vragen voor Circulatieomgeving Traplift Zie bij AO punt Onderhoudskosten voor traplift Zie bij AO punt Herstellingskosten traplift Zie bij AO punt

39 1.9. Plateaulift Een plateaulift is een liftsysteem met een plateau of platform waarop de persoon in de rolstoel wordt getransfereerd. De meeste plateauliften worden via een rail langs de trap gemonteerd (plateautraplift of platformtraplift), andere werken met een verticaal hefplateau zonder schacht of koker (hefplateaulift of verticale platformlift zonder schacht/koker). Met een plateautraplift kan mits een eenvoudige installatie een trap worden overbrugd. Een plateaulift kan gebruikt worden tot een hefhoogte van 1,80 meter. Wanneer meer dan 1,80 meter hefhoogte moet overbrugd worden is een schacht/koker verplicht. Een verticale platformlift zonder schacht/koker is een goedkoper alternatief voor een kokerlift (mét schacht) voor personen die geen gebruik meer kunnen maken van een gewone stoeltjeslift of traplift (zie AO) of volledig rolstoelgebonden zijn. Afspraken: Bij een plateaulift of huislift dient men rekening gehouden te worden met het volgende: - Is de persoon, gelet op zijn handicap niet voldoende geholpen met een gewone traplift? - Voor de bijkomende kosten van het plaatsen van een plateaulift, kan het refertebedrag andere aanvullende uitrusting van de woning toegekend worden voor het verstevigen van de trap. - Indien een traplift geen alternatief is en de kostprijs van de plateaulift loopt hoog op, kan aan het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC gevraagd worden op zoek te gaan naar een minder dure, maar geschikte plateaulift. - Plateauliften mogen maximaal een hoogte van 1,80 meter overbruggen. Vanaf 3 meter is de plaatsing van een schacht of koker verplicht. Foto: plateautraplift of platform-traplift Foto: verticale hefplateaulift of platformlift Onderhoudskosten voor plateaulift Onderhoudskosten zijn kosten die gemaakt worden om de goede staat van een hulpmiddel (in dit geval een plateaulift) en de correcte werking ervan te garanderen. Het onderhoud omvat onder meer reinigen en smeren van onderdelen, werkingscontrole, afregelingswerkzaamheden, werkuren, verplaatsingskosten en bij een onderhoudsbeurt gebruikelijke vervangingen van onderdelen. De betaling gebeurt op basis van ingediende facturen. De facturen van de onderhoudskosten moeten een gedetailleerde beschrijving van het uitgevoerde onderhoud bevatten en moeten de verschillende onderdelen van de kostprijs van het uitgevoerde onderhoud vermelden, zoals de prijs van de wisselstukken, het aantal werkuren, de kostprijs ervan en de verplaatsingskosten. 39

40 Herstellingskosten plateaulift Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel Kokerlift Bij een kokerlift, schachtlift of huislift (met of zonder kooi) verplaatst de lift zich in een koker of liftschacht. Wanneer meer dan 1,80 meter hefhoogte moet overbrugd worden is een schacht/koker verplicht. Een kokerlift is een oplossing voor personen die geen gebruik kunnen maken van een gewone stoeltjeslift of traplift of volledig rolstoelgebonden zijn. Er bestaan verschillende types kokerliften: - een platformlift met liftschacht/koker (liftschacht bv. in staal en glas) - een kooilift (met schacht) Een kokerlift is erg duur. Een huisbezoek door de maatschappelijk assistent is aangewezen. Afspraak: Bij het toekennen van een kokerlift dient men rekening te houden met het volgende: - Is de persoon, gelet op zijn handicap niet voldoende geholpen met een gewone traplift? - Indien een traplift geen alternatief is: is de plaatsing van een plateaulift onmogelijk? Een plateaulift kost meestal een stuk minder dan een kokerlift. - Indien er geen goedkoper alternatief bestaat voor de huislift en de kostprijs loopt hoog op, kan aan het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC gevraagd worden op zoek te gaan naar een minder dure, maar geschikte lift. - Het plaatsen van een kokerlift is zeer duur. Voor de kosten zoals doorgang plafond, schachtput, kan eht refertebedrag van corculatieomgeving gegeven worden. Indien dit nog niet volstaat, kunnen eventueel het Kennis- en Ondersteuningscentrum en/of een expert ingeschakeld worden. Zij kunnen nagaan of een andere oplossing mogelijk is. Dergelijke zorgvragen kunnen op verzoek van de persoon en het team aan de BBC overgemaakt worden, maar de PA maakt in deze gevallen een negatief voorstel van beslissing op. Meer informatie kunt u terugvinden op: Foto: platformlift met schacht in staal en glas Foto: kooilift met schacht Onderhoudskosten voor kokerlift Onderhoudskosten zijn kosten die gemaakt worden om de goede staat van een hulpmiddel (in dit geval een kokerlift) en de correcte werking ervan te garanderen. Het onderhoud omvat onder meer reinigen en smeren van onderdelen, werkingscontrole, afregelingswerkzaamheden, werkuren, verplaatsingskosten en bij een onderhoudsbeurt gebruikelijke vervangingen van onderdelen. 40

41 De betaling gebeurt op basis van ingediende facturen. De facturen van de onderhoudskosten moeten een gedetailleerde beschrijving van het uitgevoerde onderhoud bevatten en moeten de verschillende onderdelen van de kostprijs van het uitgevoerde onderhoud vermelden, zoals de prijs van de wisselstukken, het aantal werkuren, de kostprijs ervan en de verplaatsingskosten Herstellingskosten kokerlift Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 2.Aanvullende uitrusting van de woning 2.1. Handgrepen beugels * Zie bij AO punt Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt Mobiel parlofoonsysteem (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie onder AOW, punt Aanpassing keuken: Onderrijdbaar werkvlak Zie bij AO punt In hoogte verstelbaar werkvlak Zie bij AB punt Aanpassing keukenkasten Zie bij AO punt Onderrijdbare gootsteen Zie bij AO punt In hoogte verstelbare gootsteen Zie bij AO punt Uitschuifbaar werkvlak Zie bij AO punt Automatische deuropener Zie bij AB punt 4. 41

42 2.6.1.Herstellingskosten automatische deuropener Zie bij AB punt Badstoel met positioneringsvoorzieningen Zie Badstoel met positioneringsvoorzieningen Opmerking: Voor kleine kinderen kan een Orcabad een oplossing zijn om het kind in bad te wassen. Het kind kan veilig gewassen worden in de thuissituatie, waar geen gewoon bad aanwezig is. De persoon heeft totaal geen zitfunctie en kan geen gebruik maken van de douche, ook niet mits aanpassingen. Het Orcabad is in hoogte verstelbaar waardoor het tillen gemakkelijker wordt. De ouder kan het kind wassen op een hoogte die voor de ouder de rug minder belast. Het orcabad kan gebruikt worden in combinatie met de Pinguin. Dit is een stoeltje dat perfect geplaatst kan worden in het bad. Hierdoor heeft de verzorgende de handen vrij en kan het kind veilig gewassen worden. De combinatie van een Orcabad en Pinguin kan gebruikt worden tot de leeftijd van 8 jaar. Het bad is ook meeneembaar bij een verhuis. De Penguin is een veilige en comfortabele zit/ligondersteuning voor kinderen van ca. 1 tot 6 jaar. Liggend in de Penguin wordt het kind goed ondersteund en heeft voldoende vrijheid om armen en benen vrij te kunnen bewegen. Door middel van de verstelbare abductieheuvel kan de Penguin gemakkelijk aan de lengte van het kind worden aangepast. Tevens kan deze eenvoudige voorziening worden gebruikt bij het zwembad, op het strand of tijdens spelactiviteiten en therapie. Deze zit/ligondersteuning kan zowel in het Orca bad als in een normaal bad worden gebruikt. De Penguin wordt door middel van zuignappen op de bodem van het bad bevestigd. Afspraak: Indien dit wordt aangevraagd; kan dit hulpmiddel integraal naar de BBC gestuurd worden als nietreferte. Foto: Orcabad Foto: Pinguinzit 2.8. Verzorgingstafel * Zie Verzorgingstafel * 2.9. Verzorgingstafel in de hoogte verstelbaar Zie. Verzorgingstafel in hoogte verstelbaar Oprijgoten (1 paar) Oprijgoten of rolstoelgoten bestaan uit 2 losse metalen U-profielen. Een oprijplaat is een metalen plaat. Oprijgoten en oprijplaten zijn: -al dan niet uitschuifbaar of opplooibaar 42

43 -meeneembaar (hanteerbaar door 1 persoon) -sterk genoeg om een elektronische rolstoel te dragen. Oprijgoten zijn ook vermeld onder VOM (zelfde refertebedrag), een cumul is niet mogelijk. Dit hulpmiddel is bedoeld voor personen met een ernstig of volledig participatieprobleem m.b.t. zich stappend verplaatsen: - Die voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis langdurig en definitief gebruik maken van een rolstoel (of verrijdbare stoel) - Die op andere plaatsen dan in en rond de eigen woning een hoogteverschil moeten overbruggen. Oprijgoten zijn voor personen met een ernstig of volledig participatieprobleem m.b.t. zich stappend verplaatsen: - Die voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis langdurig en definitief gebruik maken van een rolstoel (of verrijdbare stoel) - Die door derden vervoerd worden met een auto op de autozetel - Waarvan de rolstoel of scooter moet meegenomen worden. Foto: oprijgoten Andere aanvullende uitrusting (uitgezonderd losse elementen en gadgets) (vanaf ) Zie bij AB punt 9. 43

44 REFERTELIJST 5: AANVULLING RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1.Automatische garagepoortopener (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt Handgrepen beugels * Zie bij AO punt Elektrificatie rolluiken (uitgezonderd bij nieuwbouw) Zie bij AB punt 2. 44

45 REFERTELIJST 6: AANVULLING GEHOOR (AG) 1. Ringleiding Een ringleidingsysteem maakt het voor de slechthorende mogelijk om naar één geluidsbron te luisteren zonder last te hebben van achtergrondgeluid. Een ringleiding is een systeem waarmee geluid als het ware dichterbij de luisteraar kan worden gebracht. Hierdoor wordt de invloed van stoorgeluiden minder hinderlijk. Het systeem bestaat uit een klein kastje dat bijvoorbeeld bij de televisie wordt geplaatst en met het televisietoestel wordt verbonden door middel van een speciale kabel. Uit het kleine kastje komt een draad die in een lus langs de plinten van de kamer wordt gelegd. Deze lus is de 'ring' uit het woord ringleiding. Als de persoon met een hoortoestel (met T- stand) binnen deze lus zit, dan kan hij het geluid van de televisie draadloos opvangen. Het werkt ook in een zaal (bv. een kerk) als de spreker praat in een microfoon die is aangesloten op een ringleiding systeem. Hierdoor creëert men een betere spraakverstaanbaarheid. Foto: ringleiding De werking van een ringleiding: De meeste hoorapparaten hebben een zogenaamde M- en T-stand. De M- (microphone) stand is bedoeld voor 'normaal' luisteren, de ontvangst van geluid via de lucht door middel van de ingebouwde microfoon in het hoorapparaat. De T-stand (telecoil of ringleidingstand) is voor de ontvangst van geluid middels de luisterspoel in het hoorapparaat. Een ringleidingsysteem bestaat uit een versterker en een lus. De versterker wordt aangesloten op een geluidsbron (zoals TV of radio, een geluidsinstallatie of een microfoon). Het versterkt dit ingangssignaal en stuurt het uit in de vorm van een stroom door de lus. Wanneer de stroom door de lus loopt, wordt er een magnetisch veld gecreëerd in deze ruimte. Als een slechthorende zijn hoorapparaat schakelt in de T-stand, ontvangt de luisterspoel de fluctuaties in het magnetisch veld en zet het om in een wisselstroom. Dit wordt dan weer omgezet in geluid. Opmerking: er bestaat ook een ringleiding voor een gsm (gsm-loopset): Een ringleiding voor gsm of een zogenaamde gsm-loopset is een kleine persoonlijke ringleiding die aangesloten wordt op het gsmtoestel. De persoon draagt het met een halslus rond de nek of met een haakje achter het oor. De gsm-loopset geeft de (geluids)signalen van de gsm door aan de luisterspoel van het hoorapparaat. De gsm-loopset maakt het voor slechthorenden mogelijk om storingsvrij mobiel te telefoneren. Een hoortoestel is hierbij noodzakelijk. Een ringleiding voor GSM is opgenomen onder hulpmiddelen dagelijks leven, aanvulling gehoor, punt 3. 45

46 2. Licht- of trilwekker Een licht- of trilwekker is een wekker met een flitslamp of een trilelement onder het kussen. Afspraak: - Het refertebedrag is voor een stand-alonemodel, met enkel een wekfunctie. Foto: lichtwekker Foto: lichtwekker 46

47 REFERTELIJST 7: VERVANGING GEHOOR (VG) 1.Signaleringssysteem Een signaleringssysteem (lichtflitssysteem of wek- en waarschuwingssysteem) is een systeem dat geluidssignalen omzet in lichtflitssignalen of voelbare trillingen. Het systeem bestaat uit zenders en ontvangers op verschillende plaatsen in de woning. De zender vangt de geluidssignalen op en stuurt ze onmiddellijk door naar de ontvanger die het vervolgens omzet in lichtflitssignalen of voelbare trillingen. Opmerking: Er zijn twee vormen van trilwekkers. Sommige trilwekkers zijn ook ontvangers vb. geven signaal wanneer de deurbel of de telefoon gaat. Andere zijn dit niet en hebben alleen de wekfunctie (zie licht-en trilwekker bij AG). Tussen beide is er een duidelijk prijsverschil. Indien enkel en alleen een wekker met wekfunctie wordt gevraagd (zónder ontvangstfunctie, dus niet werkend in combinatie met een signaleringssysteem) wordt niet het refertebedrag signaleringssysteem toegekend maar enkel en alleen het refertebedrag licht- of trilwekker, opgenomen onder Aanvulling gehoor. Afspraak: Als de trilwekker in het signaleringssysteem vervat zit, dan is er geen afzonderlijke trilwekker meer nodig en mag deze ook niet worden toegekend. Heeft men een signaleringssysteem waarin geen trilwekker is opgenomen, dan zou het in het belang van de aanvrager zijn om een model aan te kopen dat in het signaleringssysteem kan worden ingeschakeld. Zodoende kan men ook de andere signalen ontvangen. Deze wekker moet dan met het restbedrag van het signaleringssysteem bekostigd worden. 1.1.Rookmelder bij signaleringssysteem Optie bij signaleringssysteem. De rookmelder is een aanvulling op wek- en waarschuwingssysteem. De rookmelder kan aangesloten worden op bvb. een trilkussen. Zodra er rook wordt waargenomen, zorgt de rookmelder dat het trilkussen gaat trillen. De rookmelder geeft ook een geluidssignaal, zodat goedhorende huisgenoten ook worden gewaarschuwd. Het trilkussen kan vaak eveneens worden gebruikt in combinatie met een lichtwekker of digitale trilwekker Babyfoonzender bij signaleringssysteem Optie bij signaleringssysteem. Een baby(alarm)zender is een aanvulling op het signaleringssysteem en waarschuwt wanneer de baby huilt. Hij werkt draadloos en wordt geactiveerd wanneer de baby huilt of schreeuwt, en stuurt een radiosignaal naar de ontvangers van het signaleringssysteem, die op hun beurt waarschuwen met een signaal. In combinatie met een ontvanger kan de babyalarmzender ook soms buiten de woning worden gebruikt, bijvoorbeeld in de tuin. 2.Mobiel signaleringssyteem Een mobiel signaleringssysteem kan worden meegenomen op verplaatsing om te gebruiken in een hotelkamer of bij familie waar de woning niet aangepast is. Hotels en vakantieverblijven in Vlaanderen en daarbuiten zijn weinig of niet toegankelijk voor doven. 47

48 REFERTELIJST 12: AANVULLING INTELLECTUELE EN ANDERE MENTALE FUNCTIES (AM) 1.Verzorgingstafel * Zie bij VO punt Verzorgingstafel in hoogte verstelbaar Zie bij VO punt

49 DOMEIN MOBILITEIT INLEIDING REFERTELIJST 1 AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Aanpassing auto 1.1. Afneembare stuurbol of stuurhandvat zonder bedieningsfuncties 1.2. Stuurbol elektronische bediening 1.3. Automatische en semi-automatische transmissie 1.4. Andere noodzakelijke aanpassingen auto 1.5. Herstellingskosten aanpassing auto 2. Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden REFERTELIJST 2 VERVANGING - BOVENSTE LEDEMATEN (VB) 1. Aanpassing auto (voetbesturing, spraakbediening v/d elektrische functies) 2. Andere noodzakelijke aanpassingen auto 2.1. Herstellingskosten aanpassingen auto 3. Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden REFERTELIJST 3. AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) Zie bijlage II. Rolstoelen 1. Aanpassing auto 1.1. Gas en remmen aan of op het stuur 1.2. Verplaatsing gaspedaal 1.3. Draaizetel 1.4. Automatische en semi-automatische transmissie 1.5.Rolstoelopbergsysteem voor manuele rolstoel 1.6.Oprijgoten (1 paar) of oprijplaat 1.7.Andere noodzakelijke aanpassingen auto 1.8.Herstellingskosten aanpassing auto 2. Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden 3. Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets 4. Tweewieltandem bestuurder achteraan 5.Driewieltandem 6.Aankoppelwiel voor de rolwagen (lig)fiets met handtrappers 7.Aanhangfiets met twee wielen 8.Rolstoel-fiets verbinding 9.Rolstoelhulpmotor voor de begeleider REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Aankoppelwiel voor de rolwagen (lig)fiets met handtrappers 2. Rolstoelfiets 3. Aanpassing auto: 3.1.Gas en remmen aan of op het stuur 3.2.Draaizetel/transferstoel 3.3.Automatische en semi-automatische transmissie 3.4.Oprijgoten (1 paar) of oprijplaat 3.5.Schuifdeur/telescopische deur 3.6.Rolstoelopbergsysteem voor manuele rolstoel 3.7.Rolstoelplateaulift 3.8.Rolstoelvergrendeling 3.9.Noodzakelijke aanpassingen aan het koetswerk (verhoogd dak, verlaagde instap, ) 49

50 3.10.Doorzaksysteem voor toegang tot de wagen met een manuele rolwagen, elektronische rolstoel of scooter 3.11.Andere noodzakelijke aanpassingen 3.12.Herstellingskosten aanpassing auto 4. Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden 5. Rolstoel-fiets verbinding 6. Rolstoelhulpmotor voor de begeleider REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets 2. Witte stok 3. Aanleren verplaatsingstechnieken witte stok REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Geleidehond voor blinden 2. Aanleren verplaatsingstechnieken witte stok 3. Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets 4. Witte stok REFERTELIJST 12 AANVULLING INTELLECTUELE EN ANDERE MENTALE FUNCTIES (AM) 1. Aanhangfiets met twee wielen 2. Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets 3. Tweewieltandem bestuurder achteraan 4. Driewieltandem 50

51 INLEIDING FUNCTIONERINGSDOMEIN II: MOBILITEIT Personen met een handicap hebben soms nood aan hulpmiddelen die hun mobiliteit en zo ook hun zelfstandigheid vergroten. Onder die hulpmiddelen kan men verstaan: aanpassingen aan de auto, een rolstoelfiets, een tandem Zonder deze hulpmiddelen zouden personen met een handicap afhankelijker zijn van hun omgeving, en de betrachting van het VAPH is juist om personen met een handicap meer onafhankelijk te laten functioneren. Vooraf Aanpassingen van wagens in leasing Aanpassingen aan een wagen die geleasd wordt, kunnen door het VAPH ten laste genomen worden op voorwaarde dat de betrokkene op eer verklaart dat de aanpassingskosten niet in rekening gebracht zullen worden in de boekhouding van het bedrijf. Pas na het ontvangen van een verklaring op eer mag de PA overgaan tot de uitbetaling. Aanpassingen aan een "auto zonder rijbewijs" Het Vlaams Agentschap kan ook aanpassingen aan een zogenoemde "auto zonder rijbewijs" ten laste nemen. Een voorbeeld van dit type auto zijn de modellen van het bekende merk Ligier. Wat is volgens wettelijke bepalingen een auto zonder rijbewijs? Wel, een auto zonder rijbewijs behoort tot de categorie bromfiets op meer dan 2 wielen of een lichte vierwieler, die voorzien is van een gesloten carrosserie. Enkele criteria: - leeg gewicht is lager dan 350kg, - maximumsnelheid bedraagt 45km/uur, - het motorvermogen bedraagt maximum 4kw. Overplaatsingskosten Een persoon wenst bij aankoop van een nieuwe wagen een aantal aanpassingen van de oude wagen (stuurbol elektronische bediening of andere aanpassing) over te plaatsen op de nieuwe. De overplaatsingskosten kunnen aan de bijzondere bijstandscommissie worden voorgelegd. Bij twijfel over de hoogte van de overplaatsingskosten, kan de PA het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC om advies vragen. De overplaatsingskosten mogen nooit meer te bedragen dan de kosten voor een nieuwe aanpassing. Het Cara Het CARA, Centrum voor Rijgeschiktheid en voertuigaanpassing, is een afdeling van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV). Het CARA heeft als opdracht de rijgeschiktheid te bepalen van de kandidaten met een verminderde functionele vaardigheid die een invloed kan hebben op het veilig besturen van een motorvoertuig. Dit heeft betrekking op alle motorvoertuigen waarvoor het besturen ervan een rijbewijs vereist, gaande van categorie A3 klasse A tot de categorie D+E. De verminderde functionele vaardigheden kunnen het gevolg zijn van een aandoening van het muskulo-skeletaal systeem, een aandoening van het centraal en perifeer zenuwstelsel of elke andere aandoening, waardoor een beperking ontstaat van de motorische controle, de waarnemingen, het gedrag en het beoordelingsvermogen, een vermindering van het gezichtsveld, Het CARA levert geen rijbewijzen, wel rijgeschiktheidsattesten af. 51

52 De aanpassingsdeskundigen adviseren over de technische aanpassingen aan het motorvoertuig en beoordelen de rijgeschiktheid in de praktijk. Psychologen beoordelen de psychologische geschiktheid terwijl de artsen de medische geschiktheid beoordelen en het rijgeschiktheidsattest afleveren. Dit attest wordt afgeleverd als de medische conditie in overeenstemming is met de medische minimumnormen en de kandidaat over de praktische vaardigheden beschikt om veilig, een al dan niet aangepast motorvoertuig te besturen. Aanpassingen zijn de nodige verbouwingen aan en uitrustingen van een motorvoertuig die vereist zijn om de vermindering van de functionele vaardigheden te ondervangen, zodat het motorvoertuig veilig kan worden bestuurd, in overeenstemming met de reglementaire bepalingen. Aan het gebruik van het rijbewijs kunnen ook voorwaarden en beperkingen gesteld worden. Deze worden bepaald op basis van de lichamelijke en geestelijke toestand van de kandidaat, rekening houdend met de risico s omstandigheden en gevaren, eigen aan het besturen van een bepaald motorvoertuig. Deze voorwaarden en beperkingen kunnen onder meer betrekking hebben op de rijbewijscategorie of subcategorie, het type van voertuig, de gebruiksvoorwaarden, het ogenblik van gebruik, de actieradius, de geldigheidsduur, het gebruik van orthese of prothese,.. Het CARA beschikt over aangepaste lesauto s die gratis ter beschikking worden gesteld, via de rijschool, voor het volgen van de opleiding voor het bekomen van een rijbewijs of om te gewennen aan de nieuwe rijwijze. Deze lesvoertuigen kunnen voorzien worden van de vereiste aanpassingen en omvatten auto s met een handgeschakelde als automatische versnellingskast, stuurbekrachtigingen en een aangepaste lesvrachtauto. De onderzoeken op het CARA zijn gratis. Op het CARA kan men ook terecht voor nadere inlichtingen betreffende het rijbewijs, de autokeuring, advies bij het aanpassen of verbouwen van een motorvoertuig,... Wanneer men niet meer wenst auto te rijden maar men heeft informatie nodig om de auto te verbouwen, omtrent het plaatsnemen, rolstoelberging, kan men ook beroep doen op het CARA. Ook deze adviesverlening is gratis. Noodzaak van een CARA-attest Het CARA-attest bepaalt in de vorm van codes welke aanpassingen aan het voertuig nodig zijn om betrokkene rijgeschikt te maken. Op rijbewijzen die afgeleverd werden vóór 1 januari 1998, de zogenaamde BF-rijbewijzen, staat de nummerplaat van de wagen waarmee de persoon met een handicap mag rijden, vermeld. Door de invoering van de Europese nummerplaat, verliest het rijbewijs van deze personen zijn geldigheid. D.m.v. de administratieve procedure zou CARA op vrij korte termijn en middels administratieve afhandeling een CARA-attest aan deze personen kunnen bezorgen zodat ze vrij snel een aangepast rijbewijs ontvangen en ondanks het melden van hun beperkingen toch een gewoon rijbewijs B kregen. Het betreft in deze discussie de personen die vrij beperkte aanpassingen (zoals een automatisch transmissie) nodig hebben. Uit de VAPH-regelgeving (artikel 4 van het IMB-besluit) vloeit voort dat de bijstand slechts kan worden toegekend in die mate dat deze noodzakelijk ter compensatie van de verminderde functionele rijvaardigheid van de bestuurder zijn. Enkel CARA kan vaststellen welke aanpassingen aan de wagen hiervoor noodzakelijk zijn, dus kunnen in principe enkel de door CARA weerhouden aanpassingen toegekend worden. Een rijbewijs BF is een rijbewijs waarop de nummerplaat van de wagen vermeld staat waarmee de persoon met een handicap zich in het verkeer mag begeven. Door de invoering van de Europese nummerplaat worden deze rijbewijzen in feite waardeloos. Deze personen moeten zich dan ook richten tot CARA om een CARA-attest te krijgen zodat hun rijbewijs omgeruild kan worden naar een rijbewijs met codes. CARA stelt dat dit meestal via een administratieve procedure kan gebeuren zodat geen nieuw onderzoek noodzakelijk is. Voor de duidelijkheid wordt de volgorde nog eens overlopen: - Eerst over een CARA-attest beschikken - Slagen voor het theoretisch examen - Een tussenkomst aanvragen bij het VAPH en de aanpassingen aankopen - Het rijbewijs behalen (praktisch examen) 52

53 Doordat er onvoldoende aangepaste wagens beschikbaar zijn bij CARA, kan de persoon niet eerst het rijbewijs behalen en daarna pas de aanpassingen laten uitvoeren. CARA heeft maar enkele wagens ter beschikking en dit zijn dan wagens met de meest courante aanpassingen, zoals gas en remmen op het stuur. Personen die vóór 1993 hun rijbewijs haalden en die melding maakten van hun beperkingen, maar toch een gewoon rijbewijs B kregen, moeten zich voor wat de tussenkomsten van het VAPH betreft niet tot CARA wenden voor tussenkomsten in aanpassingen die ze vroeger ook al kregen. De persoon moet aantonen dat hij zijn rijbewijs reeds van vóór 1993 heeft en een doktersattest moet bevestigen dat er sindsdien geen evolutie is die bijkomend onderzoek van CARA noodzakelijk maakt. Het gaat in deze situatie enkel over een automatische transmissie en een stuurbol. Als er wel een evolutie is, moet de persoon zich toch tot CARA wenden om een attest te krijgen. Aanpassingen aan andere gemotoriseerde voertuigen dan auto Het VAPH betaalt in principe de aanpassingen aan één voertuig terug. Er moet dus zeker nagedacht worden over welk voertuig de beste keuze is, ook op langere termijn. Bij de aanvraag om een ander hulpmiddel aan te passen, zoals bijvoorbeeld een quad, moet dit grondig onderzocht worden door het Kenniscentrum Hulpmiddelen KOC omdat dit een weinig voor de hand liggende keuze lijkt. Voorlopig gaan deze aanvragen best via de BBC en vraagt de PA steeds advies aan het Kenniscentrum Hulpmiddelen KOC vooraleer dit door te sturen naar de BBC. Bij negatief advies van het Kenniscentrumm Hulpmiddelen KOC maakt de PA een voornemen van weigering op. Ook voor deze voertuigen levert het CARA een rijgeschiktheidsattest af. BTW bij auto-aanpassingen Zie punt 12. BTW 53

54 REFERTELIJST 1. AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Aanpassing auto 1.1. Afneembare stuurbol of stuurhandvat zonder bedieningsfuncties Een stuurbol is een ergonomische bol die toelaat de wagen op een eenvoudige manier te besturen. Foto: stuurbol (manueel) Foto: stuurhandvat 1.2.Stuurbol elektronische bediening Het toestel is uitgerust met een stuurbol waarmee het stuur wordt gedraaid. Er bestaan systemen met een constante elektrische verbinding (werken zonder batterij) of met infrarood verbinding (met batterij). Een gekend systeem is de Satelliet-besturing of gewoonweg Satelliet genoemd. Met behulp van drukknopen kunnen de functies van de auto, zoals richtingaanwijzers, lichten, ruitenwissers, worden bediend. Enkele voorbeelden van stuurbollen met elektronische bediening 1.3.Automatische en semi-automatische transmissie Een automatische transmissie is een systeem dat automatisch schakelt, zonder dat er een ontkoppelingspedaal moet ingedrukt worden. De wagen zoekt zelf zijn ideale versnelling, de bestuurder moet enkel gas geven en remmen door de twee voetpedalen te gebruiken. Wie niet met een handmatige versnellingsbak kan of wil rijden, kan tegenwoordig naast de automatische transmissie ook kiezen voor een semi-automatische transmissie. Tijdens het rijden met de semiautomaat gebruikt de bestuurder de versnellingspook om in een hogere of lagere versnelling te geraken. Er is echter geen koppelingspedaal. 54

55 Foto: 1.4.Andere noodzakelijke aanpassingen auto Aanpassingen in functie van beperkingen bovenste ledematen, niet vermeld onder punt 1.1 t.e.m Afspraak: Een handybar is een klein hulpmiddel die niet kan vergoed worden. Het hulpmiddel staat niet in de refertelijst en de kostprijs is minder dan Herstellingskosten aanpassing auto Herstellingskosten zijn uitzonderlijke kosten die gemaakt worden om een defecte autoaanpassing opnieuw gebruiksklaar te maken. De betaling gebeurt op basis van ingediende facturen. De facturen van de herstelkosten moeten een beschrijving bevatten van het defect dat aanleiding heeft gegeven tot het herstel, evenals de prijs van wisselstukken, het aantal werkuren, de kostprijs ervan en de verplaatsingskosten. De vergoeding bedraagt 20% van het in aanmerking genomen refertebedragen, maar is begrensd tot een totaal maximumbedrag. De correct geïndexeerde maximale tegemoetkoming is te vinden in de refertelijst ( Dit kan ook toegekend worden op andere noodzakelijke aanpassingen auto indien de herstelling zinvol is. 2.Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden Gewenningslessen dienen om de medische en fysieke geschiktheid tot het besturen van een aangepaste wagen, te beoordelen. Deze gewenningslessen kunnen enkel door de diensten van CARA voorgeschreven worden. De personen die zich aanbieden bij de diensten van CARA om hun medische geschiktheid te laten bepalen, kunnen van CARA tien uur gewenningslessen voorgeschreven krijgen. Bij twijfelgevallen of bij een vertraagde progressie in de rijvaardigheden die CARA toch als haalbaar beoordeelt, kan CARA beslissen om nog eens tien uur extra gewenningslessen voor te schrijven. De persoon krijgt op dat moment nog geen officieel attest met de codes van CARA. Alhoewel de codes hoogstwaarschijnlijk reeds door CARA gekend zijn op basis van de door hen uitgevoerde intake. Zo weet men bijvoorbeeld dat het (zeer waarschijnlijk) een gaspedaal links wordt. Om deze gewenningslessen mogelijk te maken, stelt CARA aangepaste wagens ter beschikking. Zelfs het leren rijden (gewoon worden aan) met een joystick behoort tot de mogelijkheden. Het type joystick kan variëren van fietsstuur tot twee-wegsystemen en een vier-wegsysteem. CARA heeft geen wagen met Joystick als leswagen ter beschikking. Deze lessen helpen CARA om de medische geschiktheid van persoon te bepalen. De arts van CARA mag alle mogelijke middelen gebruiken om de medische geschiktheid te bepalen. Bijvoorbeeld het ritverslag van de gewenningslessen en de evolutie na de gewenningslessen. 55

56 CARA heeft geen wagens en aanpassingen genoeg om deze aan de particulieren ter beschikking te stellen. De persoon met een handicap is daardoor verplicht rijlessen bij een rijschool te volgen. Dit wordt door het VAPH niet als meerkost gezien. 56

57 REFERTELIJST 2. VERVANGING - BOVENSTE LEDEMATEN (VB) 1. Aanpassing auto (voetbesturing, spraakbediening v/d elektrische functies) Daar waar er geen arm- en handbesturing mogelijk is, wordt er als alternatieve besturingsoptie vaak een voetbesturing toegepast. Een besturing aan de linkervoet vervangt het stuur. De gaspedaal en de rem worden bediend door de rechtervoet. De secundaire functies, zoals de richtingaanwijzers, de ruitenwissers, de ruitensproeier, het waarschuwingslicht, de lichten (enz.) worden door de stem gecontroleerd. Foto: voetbesturing 2.Andere noodzakelijke aanpassingen auto Aanpassingen in functie van beperkingen bovenste ledematen, niet vermeld onder punt Herstellingskosten aanpassingen auto Herstellingskosten zijn uitzonderlijke kosten die gemaakt worden om een defecte auto opnieuw gebruiksklaar te maken. De betaling gebeurt op basis van ingediende facturen. De facturen van de herstelkosten moeten een beschrijving bevatten van het defect dat aanleiding heeft gegeven tot het herstel, evenals de prijs van wisselstukken, het aantal werkuren, de kostprijs ervan en de verplaatsingskosten. 20% van het in aanmerking genomen refertebedragen, met een maximum van 1.299,95 (bedrag index 2012). Dit kan ook toegekend worden op andere noodzakelijke aanpassingen auto indien de herstelling zinvol is. 3. Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden Zie bij AB punt 2. 57

58 REFERTELIJST 3. AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1.Aanpassing auto Auto-aanpassers zijn de grootste kenners op het vlak van aanpassingen aan de auto. De persoon met een handicap hoeft niet altijd naar Cara. Enkel indien de persoon een nieuw rijgeschiktheidsattestnodig heeft, is een bezoek aan Cara noodzakelijk. In geval van twijfel over de gevraagde aanpassingen, kan de PA het dossier doorsturen aan het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC. Personen die vóór 1993 hun rijbewijs haalden en die melding maakten van hun beperkingen, maar toch een gewoon rijbewijs B kregen, moeten zich voor wat de tussenkomsten van het VAPH betreft niet tot CARA wenden voor tussenkomsten in aanpassingen die ze vroeger ook al kregen. De persoon moet aantonen dat hij zijn rijbewijs reeds van vóór 1993 heeft en een doktersattest moet bevestigen dat er sindsdien geen evolutie is die bijkomend onderzoek van CARA noodzakelijk maakt. Het gaat in deze enkel over een automatische transmissie en een stuurbol. Als er wel een evolutie is, moet de persoon zich toch tot CARA wenden om een attest te krijgen. 1.1.Gas en remmen aan of op het stuur Dit is een systeem waarbij gas en rem op of aan het stuur gemonteerd zijn, zodat een persoon met een ernstig of volledig verlies van de functie van de onderste ledematen een auto manueel kan besturen. Foto: gas/rem aan het stuur Foto: gas/rem op het stuur 1.2.Verplaatsing gaspedaal Voor personen met beperkingen aan het rechterbeen, kan de gaspedaal naar links worden verplaatst. De pedaal wordt meestal opplooibaar gemaakt zodat ook een valide persoon van de auto gebruik kan maken. Er bestaat ook een universele uitvoering (zie foto 2). Foto 1: gaspedaal aan de linkerkant geplaatst universele uitvoering 58

59 1.3.Draaizetel Een draaizetel is een verstelbare en roteerbare zetel die het voor de persoon met een handicap mogelijk maakt om in en uit de auto te stappen op een manier die minder belastend is. Voor een rolstoelgebruiker vereenvoudigt het de transfer tussen de autozetel en de rolstoel. Draaiplateau met elektrische hoog-laagfunctie (Turny) en caronyinstapcombinatie (aanpassing van de auto). Een turny draaiplateau met carony wordt gebruikt om de transfer in en uit een auto voor ernstig motorisch gehandicapte personen mogelijk te maken. Met behulp van een draaiplateau kan de autozetel op eenvoudige wijze in en uit de wagen worden gedraaid. De hoog-laagfunctie Turny laat toe om hoogteverschillen bij transfer tussen rolstoel en auto te overbruggen. Het turnysysteem is gericht op personen die niet geholpen zijn met een gewone draaizetel omdat de transfer zeer moeizaam uitvoerbaar is: bijvoorbeeld omwille van bijkomende beperkingen in de armen of de handen of omdat de auto een hoog vloerniveau heeft (minibus of bestelwagentje). Indien de transfer zelfs met een hoog-laagfunctie van de zetel moeizaam verloopt, kan gekozen worden voor een rolstoelinstapcombinatie carony: hierbij wordt de autozetel op een onderstel met wieltjes geplaatst. Bij twijfel omtrent de noodzaak of de geschiktheid van het systeem kan een advies gevraagd worden aan de arts van het VAPH of het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC. Voor elektronische rolstoelgebruikers is de plaatsing van een rolstoelplateaulift vaak meer aangewezen. Een rolstoelplateaulift (zie VO, mobiliteit) kan echter niet in elke wagen worden geplaatst. Per delegatie kan er door het hoofd van de provinciale afdeling een tussenkomst verleend worden tot euro incl. BTW (dit is de som van de refertebedragen voor "draaizetel/transferstoel" en "andere noodzakelijke aanpassingen"/basisbedragen 2002). Het dossier kan aan de BBC worden voorgelegd in het kader van een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte. De commissie oordeelt op basis van de voorgelegde nota of de persoon onvoldoende geholpen zou zijn met een gewone draaizetel en beslist eventueel een aanvullende tegemoetkoming te verlenen. De commissie besliste tijdens één van haar vergaderingen om de totale subsidie voor een dergelijke systemen te beperken tot euro inclusief BTW. Dit komt ongeveer overeen met het refertebedrag van een rolstoelplateaulift. Six-way seat (BBC-nota's) De 6-way Power Transfer Seat van de firma Ricon maakt de transfer van rolstoel naar bestuurders- of passagierzetel eenvoudig. Het volautomatische draaiplateau draait tot 90 graden en is met de meeste autozetels te gebruiken. Daarnaast kan de zit ook naar voor en naar achter verplaatst worden en kan de hoogte van de zetel ingesteld worden. De 6-way seat is een verantwoorde aanpassing indien de persoon zelf met de auto rijdt en de transfer van rolstoel naar bestuurderszetel in de auto dient te gebeuren. Per delegatie kan het refertebedrag voor een draaizetel worden toegekend. Een verhoogde subsidie via de bijzondere bijstandscommissie (zuz) kan eventueel gevraagd worden. Kostprijs: ca euro. Informatie over de werking van de 6-way seat vindt u in de Vlibank. 59

60 Foto: draaizetel 1.4.Automatische en semi-automatische transmissie Zie bij AB punt Rolstoelopbergsysteem voor manuele rolstoel Een rolstoellift is een liftsysteem om een (opplooibare) manuele rolstoel in of op de wagen te plaatsen. De rolstoel wordt bevestigd aan een lift-, robot- of trekarm, waarna de rolstoel mechanisch of (vol)automatisch in de auto wordt geladen. Er bestaan rolstoelliften waarbij de rolstoel in de koffer, achter de bestuurderzetel of op de achterbank of zelfs op het dak wordt geplaatst. Een rolstoellift wordt ook wel een rolstoellaadsysteem genoemd. Foto: Rolstoel achter de bestuurderszetel Foto: Systeem met rolstoel op het dak Foto: Systeem met rolstoel in de koffer 1.6.Oprijgoten (1 paar) of oprijplaat Een oprijgoot is bedoeld om een rolstoel mee te nemen in de auto of om in een gebouw te komen waarvan de drempel normaal gesproken te hoog is. Een oprijplaat bestaat uit een volledige vlakke plaat, met als 60

61 voordeel dat ze zonder probleem voor alle types rolstoel bruikbaar zijn: manuele rolstoel, elektrische rolstoel, scooter of gewone driewieler. Foto: oprijgoten 1.7.Andere noodzakelijke aanpassingen auto Onder Andere kunnen de noodzakelijke aanpassingen die nog niet werden besproken aanvaard worden. 1.8.Herstellingskosten aanpassing auto Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 2.Aanvullende rijlessen om een rijbewijs te behalen of te behouden Zie bij AB punt 2. 61

62 3.Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets Een tandem of een duofiets is een fiets voor twee personen. Een speciaal type duofiets is een parallelfiets, twee fietsen naast elkaar die verbonden zijn met metalen stangen. Er bestaan duofietsen waarbij het voorste fietsgedeelte kleiner is en aangepast aan kinderen. Foto: tandem Foto: parallelfiets (soort duofiets) 4.Tweewieltandem bestuurder achteraan Tandem waarbij de bestuurder achteraan zit zodat hij overzicht en toezicht behoudt. Personen die niet zelfstandig kunnen fietsen of die zich niet zelfstandig in het verkeer kunnen begeven, kunnen nood hebben aan een hulpmiddel om mee te fietsen. Deze personen beschikken nog over (verminderde) mogelijkheden om mee te trappen maar beschikken niet over voldoende kracht, uithouding of cognitieve mogelijkheden om de activiteit zelfstandig uit te voeren. Voor meer informatie kunt u terecht op: 5.Driewieltandem Indien de gewone tandem niet genoeg stabiliteit levert (omwille van evenwichtproblemen of andere) kan er gebruik maakt worden van een driewieltandem (ook driewielertandem genoemd). Er bestaan tandems met voorwielbesturing en tandems met achteraanbesturing (eventueel gecombineerd met vrijloop vooraan). Een driewieltandem wordt gebruikt door personen met een mentale of visuele handicap met bijkomende evenwichtsproblemen. 6.Aankoppelwiel voor de rolwagen (lig)fiets met handtrappers Een aankoppelwiel voor de rolwagen (ook vijfde wiel of handbike genoemd) is een wiel dat kan bevestigd worden vooraan de rolstoel en waarmee de rolstoelgebruiker via een kettingsysteem en handtrappers hogere snelheden kan halen of zich over een grotere afstand kan verplaatsen (vergroten van actieradius). Een (lig)fiets met handtrappers is een (lig)fiets die met handtrappers wordt aangedreven. Voor mensen met evenwichtsproblemen wordt de ligfiets best voorzien van drie wielen ("handaangedreven driewielfiets") of zelfs vier wielen. 62

63 Meer informatie kunt u terugvinden op: Foto's: Aankoppelwielen voor de rolwagen Foto: Ligfiets met handtrappers De driewielligfiets (zonder handtrappers) of ligdriewieler Indien er een driewielligfiets zonder handtrappers wordt gevraagd, dient eerst nagegaan waarom de persoon geen gebruik wenst te maken van een orthopedische driewieler. Bij twijfel omtrent de noodzaak of het adequaat zijn van een driewielligfiets kan er advies gevraagd worden aan de arts van het VAPH of het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC. Indien de driewielligfiets een adequaat hulpmiddel is én een orthopedische driewieler geen alternatief is, kan het dossier aan de bijzondere bijstandscommissie worden overgemaakt. De commissie besliste de subsidie voor driewielligfietsen te beperken tot het refertebedrag van een 'ligfiets met handtrappers'. Elektronisch aankoppelwiel of elektronische aankoppelhandbike Er bestaan meerdere types elektrische aankoppelwielen: Elektrische aankoppelwielen van het type Speedy Elektra of Firefly vervangen volledig de aandrijving met de armen. Ze maken van een manuele rolstoel een elektrisch aangedreven rolstoel en worden beschouwd als een hulpmotor die bediend wordt door de persoon met een handicap. Hiervoor is geen tegemoetkoming voorzien in de refertelijst. Elektrische aankoppelwielen van het type Speedy Duo bieden elektrische ondersteuning van de spierkracht van de rolstoelgebruiker. Hier spreekt men ook van een 'handbike met hulpmotor'. Dit tweede type aankoppelwiel met elektrische ondersteuning is opgenomen in de refertelijst ('Aankoppelwiel voor de rolwagen'). 63

64 Alvorens het dossier aan de bijzondere bijstandscommissie voor ZUZ wordt voorgelegd, dient onderzocht te worden waarom er geen gebruik gemaakt wordt van een elektronische rolwagen of scooter (schriftelijk te bevragen bij het MDT) én waarom een louter manueel aankoppelwiel geen geschikt alternatief is. Ook de gebruiksfrequentie dient grondig te worden onderzocht. Foto: Speedy elektra (zonder handtrappers) 7.Aanhangfiets met twee wielen Daar waar de éénwiel- aanhangfiets niet meer voor de nodige stabiliteit en dus veiligheid zorgt kan worden overgestapt op een tweewiel-uitvoering. Men spreekt dan van een aanhangfiets met twee wielen of een tweewielaanhangfiets. Een aanhangfiets kan ook voorzien worden van een vrijloop. Sommige aanhangfietsen zijn uitgevoerd met een heupsteun en voetplaten. Aanhangfietsen met twee wielen zijn duurder dan deze met één wiel. Foto: aanhangfiets met twee wielen (tweewiel-aanhangfiets) 8.Rolstoel-fiets verbinding Een rolstoel-fiets verbinding is een verbindingsstang tussen een rolstoel en een gewone fiets. Zo n verbindingsstang maakt het mogelijk om een rolstoel mee te nemen achter de fiets waardoor de persoon met een handicap het voordeel heeft ter plekke over de eigen rolstoel te kunnen beschikken. Het is een oplossing voor rolstoelgebruikers die willen "(mee)fietsen", maar niet over de nodige vaardigheden beschikken om (mee) te rijden op een aangepaste fiets, met een driewielfiets of een 5de wiel of handbike. De tegemoetkoming voor een rolstoel-fiets verbinding bedraagt 500 euro. 64

65 Afspraak: Het refertebedrag van rolstoel-fiets verbinding is hoog ten opzichte van de beperkte kostprijs voor een fietsstang. Dus kunnen er maximaal 2 stuks worden toegekend onder dit refertebedrag. Foto: (universeel) fiets-rolstoel-trekdeel (Huri-trekdeel) 9.Rolstoelhulpmotor voor de begeleider Uit de keuzewijzer Hulpmiddelen voor verplaatsing op middellange afstand : Hulpmotoren die de begeleider ondersteunen, geven duw- en remondersteuning voor een handbewogen rolstoel. Daardoor wordt de inspanning die de begeleider moet doen verminderd. Open afritten nemen wordt makkelijker, evenals steile hellingen nemen, tegen wind in rijden, lange afstanden rijden, Een hulpmotor die de begeleider ondersteunt, kan een adequate oplossing zijn: - wanneer de rolstoelgebruiker niet in staat is zich zelfstandig met een manuele of elektronische rolstoel te verplaatsen en voor zijn verplaatsingen steeds beroep moet doen op een begeleider; - wanneer de begeleider beperkt is in zijn mogelijkheden om deze verplaatsingen te kunnen uitvoeren. Dit kan o.a. door een beperkte uithouding, een zeer moeilijk te berijden omgeving en een groot verschil tussen grootte en gewicht van rolstoelgebruiker en begeleider. Welke types komen in aanmerking en welke niet? Er bestaan meerdere types hulpmotoren voor rolstoelen: - type 1: voor de betrokkene zelf - type 2: voor de begeleider en de betrokkene - type 3: voor de begeleider Het VAPH neemt enkel type 3 rolstoelhulpmotoren voor de begeleider ten laste. Opmerking: Onder rolstoelhulpmotor voor de begeleider wordt hulpaandrijving verstaan die enkel door de begeleider kan worden gebruikt. Een hulpmotor voor de rolstoelgebruiker komt niet in aanmerking. Afspraak: 1. Personen met een handicap hebben vaak moeite om hun elektronische rolstoel mee te nemen in de wagen, waardoor zij op verplaatsing voor een manuele rolstoel kiezen. In dat geval wordt soms een hulpmotor voor de begeleider aangevraagd. Als de persoon met een handicap op verplaatsing een manuele rolwagen nodig heeft omdat de auto moeilijk aan te passen is, dan kan een rolstoelhulpmotor toegekend worden indien ook aan alle overige voorwaarden voldaan is. 2. Er werd opgemerkt dat in een bepaald dossier de persoon met een handicap een hulpmotor vraagt om haar man (geen persoon met een handicap) te begeleiden. In dit geval kan er geen goedkeuring zijn. Van iemand die aanvulling onderste ledematen kreeg toegekend, kan niet verondersteld worden dat deze persoon langdurig en frequent kan stappen buitenshuis. Het is dan ook niet aannemelijk dat deze persoon (met een handicap) frequent en langdurig als begeleider van een rolstoelgebruiker kan optreden. 65

66 REFERTELIJST 4. VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Aankoppelwiel voor de rolwagen (lig)fiets met handtrappers Zie onder AOM. 2. Rolstoelfiets Onder een rolstoelfiets kunnen meerdere hulpmiddelen verstaan worden: 1 een fietsconstructie zonder voorwiel met een rolstoelkoppeling vooraan, waarmee de persoon gebruik kan maken van zijn of haar rolstoel. De mogelijkheden van het fietssysteem zijn beperkt. De oplossing is vooral geschikt voor occasioneel fietsen. Voor het fietsen van beperkte afstanden en vooral voor vlakke wegen. 2 een fiets met vooraan een laadplatform waarop de eigen rolstoel kan bevestigd worden (minder veilige oplossing). 3 een rolstoel-fietscombinatie (met rolstoel vooraan) waarbij een fietsgedeelte zonder voorwiel en een bijgeleverde rolstoel eenvoudig van elkaar los te koppelen zijn. De twee delen (rolstoel & fiets) horen bij elkaar. De persoon kan dus hier geen gebruik maken van zijn of haar eigen rolstoel. Het refertebedrag dekt enkel de kosten van de fietsconstructie. Dit systeem is geschikt om lange afstanden te fietsen. Er is de mogelijkheid om hogere snelheden te halen door het plaatsen van drie tot zeven versnellingen. Het gebruik is veilig dankzij het remsysteem op de grote voorwielen. De rolstoel vormt in principe het stuur van de fiets (zoals bij een bakfiets). Tijdens het rijden zijn de kleine voorwieltjes van de rolstoel van de grond gelicht. Afspraak: Bij de aanvraag van een rolstoelfiets zijn meerdere situaties mogelijk: 1) PmH heeft reeds een rolwagen a. PmH heeft recht op een tweede rolstoel Het rolstoelgedeelte kan aanvaard worden onder de voorwaarden van Bijlage II en kan het forfaitaire bedrag voor een tweede rolstoel toegekend worden. Voor het fietsgedeelte wordt het refertebedrag van rolstoelfiets toegekend. Indien er nog een opleg is, kan dit doorgestuurd worden naar de BBC. De BBC kent bij een goedkeuring een bedrag toe tot men een maximale tegemoetkoming ter hoogte van het refertebedrag van driewieltandem bereikt. b. PmH heeft geen recht op een tweede rolstoel De volledige aanvraag wordt doorgestuurd naar de BBC. De BBC kent bij een goedkeuring een bedrag toe ter hoogte van het refertebedrag voor driewieltandem. 2) PmH heeft nog geen rolwagen Het rolstoelgedeelte kan aanvaard worden onder de voorwaarden van Bijlage II. Voor het fietsgedeelte wordt het refertebedrag van rolstoelfiets toegekend. Foto: rolstoelfiets van 1ste type (met een gewone rolstoel) rolstoelfiets van het 2de type (met platform) 66

67 Foto: rolstoelfiets van het 3de type (rolstoel-fietscombinaties: Rolfiets Plus of O-Pair) 3. Aanpassing auto 3.1. Gas en remmen aan of op het stuur Zie bij AO punt Draaizetel /transferstoel Zie bij AO punt Automatische en semi-automatische transmissie Zie bij AB punt Oprijgoten (1 paar) of oprijplaat Zie bij AO punt Schuifdeur/telescopische deur Voor bestuurders met genoeg kracht in de armen om hun opgeplooide stoel op te tillen, maakt een schuifdeur of een telescopische deur het mogelijk hun rolstoel achter de bestuurderszetel in te laden in een voertuig met vier deuren (eventueel in combinatie met een rolstoellift). Er is een duidelijk onderscheid tussen een schuifdeur en een telescopische deur. Een schuifdeur vind je bijvoorbeeld bij een auto als de Citroën Berlingo of de Renault Kangoo. Deze zijn vaak standaard. Een telescopische deur (d.m.v. een uitstrekbare arm, zie foto 2) 'komt uit de auto', zoals bijvoorbeeld ook bij treinen en bussen het geval is. Dit is bijvoorbeeld nodig voor de plaatsing van een rolstoelplateaulift. Indien een schuifdeur standaard in de wagen aanwezig is, moet de PA deze zorgvraag weigeren. Voor de aanpassing van een gewone deur tot een schuifdeur, of de automatisatie van de schuifdeur, kan wel een tegemoetkoming verleend worden. Voor een telescopische deur is er wel steeds een aanpassing noodzakelijk. De meeste telescopische deuren worden automatisch gesloten door middel van een motor. Foto: schuifdeur Foto: telescopische deur 67

68 3.6. Rolstoelopbergsysteem voor manuele rolstoel Zie AO bij punt Rolstoelplateaulift Een rolstoelplateau is een liftsysteem waarbij de rolstoelgebruiker in de rolstoel kan blijven zitten als het plateau zich naar boven of naar beneden verplaatst waarna hij of zij in of uit de auto kan rijden. Plateauliften kennen twee types: - Inbouwplateauliften: minder duur en eenvoudig in te bouwen in de auto. - Onderbouwlift of cassetteliften (Braun Underfloorlift of andere). Het laadplateau van dit type rolstoelplateaulift wordt niet ín maar ónder de auto geplaatst. Met dit type lift behoudt men zijn volledige binnenruimte. Zodoende verliest men niet aan passagiersruimte. Voor een gezin met meer dan 3 personen kan dit een voordeel zijn. De provinciale afdeling van het VAPH kent het refertebedrag toe van een rolstoelplateaulift. Dit kan niet bij elke auto worden geplaatst vb: bij een auto met achterwielaandrijving. Foto: rolstoelplateaulift (inbouw) rolstoelplateaulift met onderbouw 3.8. Rolstoelvergrendeling Een rolstoelvergrendeling is een vergrendelingssysteem in de auto dat de rolstoel vasthecht zodat die niet heen en weer kan bewegen tijdens het rijden. Een veel gebruikt type van rolstoelvergrendeling zijn de zogenaamde vliegtuigriemen met aluminium verankeringsrails als ankerpunt. De prijzen zijn sterk afhankelijk van de uitvoering. Er zijn "rails" die verzonken zijn in de vloer van de auto. Dit laatste zou veiliger zijn. De riemen of gordels (meestal 4 stuks) worden apart aangekocht. Daarnaast bestaan er ook nog automatische of elektronische vergrendelingssystemen (EZ-lock, Permolock, enz.). Voor meer informatie hierover: Afspraak: Het is altijd nodig om een offerte op te vragen. Het refertebedrag voor rolstoelvergrendeling mag alleen gegeven worden als het refertebedrag van doorzaksysteem niet toereikend is, zie punt hieronder. 68

69 Foto: rolstoelvergrendeling met riemen en rails vergrendelingssysteem 3.9. Noodzakelijke aanpassingen aan het koetswerk (verhoogd dak,verlaagde instap,...) Een verlaagde instap of vloer vereenvoudigt het "instappen" in de auto. Foto: 3.10.Doorzaksysteem voor toegang tot de wagen met een manuele rolwagen, elektronische rolstoel of scooter Een elektro-hydraulisch doorzaksysteem of knielsysteem is een aanpassing die meestal bij een Renault Kangoo wordt uitgevoerd. Kan ook bij Peugeot, Citroën, Fiat, Ford, Volkswagen en Chrysler (zie vlibank). De achterzijde (kan ook langs de zijkant, wordt zelden gevraagd) van de auto kan met behulp van een knielsysteem zakken. Eenmaal in de auto kan de rolstoelgebruiker over een verlaagde bodem van achteruit de auto naar de bijrijderspositie (ook voor de rijpositie mogelijk) doorrijden waarna de rolstoel met behulp van een vergrendeling vastgezet kan worden. Nadat de achterdeuren gesloten zijn en de auto weer omhoog staat, kan er weggereden worden. Opmerking: een doorzaksysteem wordt altijd gecombineerd met een klein oprijplaatje (= alternatief voor oprijgoten). Opmerkingen: - indien ook een rolstoelvergrendeling gevraagd wordt kan ook hiervoor bijkomend het refertebedrag voor 'Rolstoelvergrendeling' (zie punt 4.8.) worden toegekend. De rolstoelvergrendeling is echter geen deel van het hydraulisch doorzaksysteem op zich. - Een doorzaksysteem bevat steeds een knielsysteem waardoor de bodem van de auto in hoogte verstelbaar is. Wanneer dit niet aanwezig is, maar wel een bodemverlaging met een oprijplaat, kan het refertebedrag voor een doorzaksysteem niet toegekend worden. In dat geval worden de refertebedragen voor noodzakelijke aanpassingen aan het koetswerk, oprijgoten of oprijplaat en rolstoelvergrendeling toegekend. Voor de meerkosten kan eventueel een Zeer Uitzonderlijke Zorgbehoefte ingeroepen worden bovenop het refertebedrag voor noodzakelijke aanpassingen aan het koetswerk. 69

70 Foto: elektro-hydraulisch doorzaksysteem of knielsysteem Andere noodzakelijke aanpassingen Aanpassingen die niet onder de punten 4.1. tot en met zijn vermeld. Autopersonenlift: De keuze voor een autopersonenlift (netlift, carlift, multi-lift) dient samen met de transfer van de manuele rolstoel in & uit de auto onderzocht te worden. Bij twijfel omtrent de noodzaak of de geschiktheid van het transfersysteem voor de persoon of de rolstoel kan een advies gevraagd worden aan de arts van het VAPH of het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC. Een autopersonenlift kan aan de bijzondere bijstandscommissie worden voorgelegd in het kader van een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte. Het bedrag 'Andere noodzakelijke aanpassingen' van de auto kan per delegatie worden toegekend. De keuze voor deze autoaanpassing dient samen met de transfer van de persoon vooraan in de wagen onderzocht te worden. Er dient ook nagegaan of een degelijke oprijplaat geen mogelijk goedkoper alternatief is. Bij twijfel omtrent de noodzaak of de geschiktheid van het transfersysteem kan een advies gevraagd worden aan de arts van het VAPH of het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC. Foto: Multi-lift Autolift voor elektronische rolwagen of scooter (kofferlift of andere) Een autolift voor een elektronische rolwagen of scooter kan aan de bijzondere bijstandscommissie worden voorgelegd in het kader van een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte. Het refertebedrag van 'andere noodzakelijke aanpassingen' aan de auto kan per delegatie worden toegekend. Opmerking: het refertebedrag van een 'rolstoellift' is gebaseerd op de prijs van een autolift voor een manuele rolwagen, die heel wat minder weegt dan een elektronische rolwagen of scooter. Freedom of movement: Dit hulpmiddel heeft zowel positieve als negatieve kenmerken: - eenvoudig te hanteren 70

71 - perfect overplaatsbaar - voor personen die binnenshuis de tildoek gebruiken voor transfer - oogt modern - veel duurder dan vroeger - bagagedrager nodig (meerkost voor persoon met handicap) - kan niet bij elke wagen, type wagen moet bekeken worden - moet getest worden als de begeleider hiermee kan werken - kwaliteit is niet gekend - om af en toe te gebruiken Als de persoon met handicap dit vraagt, is er een testverslag nodig om te bewijzen dat de begeleider hiermee kan werken, dat dit op de wagen plaatsbaar is, In een rolstoel vervoerd worden is de laatste oplossing. Een autozetel blijft het veiligst maar de transfer is helaas niet voor iedereen mogelijk. Vervoer in een rolstoel kan pas als er echt geen andere mogelijkheden zijn aangezien de persoon in de rolstoel dan meer risico loopt op letsels bij een aanrijding. Harnasgordels voor gebruik in de auto & aangepaste autokinderstoel De autogordels van CarFix worden meer en meer uitgeleend bij de firma Prontoshop. Vooral de magneetgordel blijkt populair bij de test-gebruikers. Navraag bij het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) leerde dat de gordels volkomen wettelijk zijn en samen met een verhogingskussen worden gebruikt. Bij de test-gebruikers leeft vooral de vraag of het VAPH hiervoor een tegemoetkoming kan verlenen. Om dergelijke zorgvragen vlotter te behandelen wordt besloten om zowel autogordels (bv. Carfix) als aangepaste (kinder-)autostoeltjes per delegatie te beslissen via het refertebedrag voor "andere noodzakelijke aanpassingen onder Vervanging Onderste Ledematen." Een logisch gevolg van deze beslissing is dat deze hulpmiddelen enkel nog in het kader van een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte aan de bijzondere bijstandscommissie kunnen worden voorgelegd. Supplementaire, opklapbare zetels Indien er geen duidelijke motivatie is voor de opklapbare zetels worden ze niet beschouwd als noodzakelijke meerkosten in functie van de handicap en de sociale integratie. Eventuele motivatie: gezin met meerdere kinderen. Trekhaak voor de auto Een trekhaak wordt niet beschouwd als een meerkost ten gevolge van de handicap. Dit standpunt wordt gedeeld door de bijzondere bijstandscommissie. Airconditioning in de auto De nood aan airconditioning in de auto dient door de arts van het VAPH onderzocht te worden. Mensen met een hoge dwarslaesie, bijvoorbeeld, kunnen soms gebaat zijn met airconditioning. Ook mensen met MS of de aandoeningen epidermolysis bullosa of anhydrose vragen soms een tegemoetkoming voor een aircosysteem. Een advies van de arts van het VAPH is vereist. De KOC-info is te vinden op de volgende webpagina: Herstellingskosten aanpassing auto Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 4. Aanvullende rijlessen voor het behalen of te behouden v/e rijbewijs Zie bij AB punt 2. 71

72 5. Rolstoel-fiets verbinding Zie bij AO punt Rolstoelhulpmotor voor de begeleider Zie bij AO punt 9. 72

73 REFERTELIJST 8. AANVULLING - ZICHT (AZ) 1.Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets Zie bij AO punt 3. 2.Witte stok 3.Aanleren verplaatsingstechnieken witte stok

74 REFERTELIJST 9. VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Geleidehond voor blinden 2. Aanleren verplaatsingstechnieken witte stok 3.Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets Zie bij AO punt 3. 4.Witte stok

75 REFERTELIJST 12: AANVULLING INTELLECTUELE EN ANDERE MENTALE FUNCTIES (AM) 1.Aanhangfiets met twee wielen Zie AO punt 7. 2.Standaard tweewieltandem bestuurder vooraan of duofiets Zie AO punt 3. 3.Tweewieltandem bestuurder achteraan Zie AO punt 4. 4.Driewieltandem Zie AO punt 5. 75

76 DOMEIN COMMUNICATIE INLEIDING 1.Communicatietoestellen 2.Cumul ringleiding/fm-apparatuur/geluidsoverdrachtssysteem 3. Voorwaarden om een statisch communicatiesysteem toe te kennen 4. Voorwaarden om een dynamisch communicatiesysteem toe te kennen 5. Communicatietoestellen vermeld in de refertelijst Aanvulling/Vervanging Stem en spraak, exclusief mentale functies gerelateerd aan taal 6.Tablet REFERTELIJST 1 AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Noodzakelijke bijhorigheden bij computer 1.1. Eenvoudige aanpassingen voor computer: toetsenafdekplaat, typhulp, toetsenbordstickers, hoes of waterdicht toetsenbord, compact toetsenbord, éénhandig toetsenbord, muis met aansluiting voor externe schakelaars, grote trackball, 1.2. Toetsenbordalternatief Toetsenbord met grote toetsen Verkleind toetsenbord (<12mm toetsdiameter) Programmeerbaar toetsenbord Software voor toetsenbord- en muisfunctie op scherm (voor directe selectie of scanning) 1.3. Muisalternatief: aangepaste trackball (incl. interface), interface voor bediening via omgevingsbediening of via schakelaars 1.4. Aanvulling bij computerbediening: Schakelaars Statieven, houders en bevestigingssystemen Software voor muisfuncties op scherm (kliksoftware) Armondersteuning Spraakherkenning of woordvoorspellingssoftware Scanner en software voor werkblaadjes en formulieren REFERTELIJST 2 VERVANGING - BOVENSTE LEDEMATEN (VB) 1. Noodzakelijke bijhorigheden bij computer 1.1. Toetsenbordalternatief Toetsenbord voor mond- of hoofdstokbediening (incl. mond- of hoofdstok, excl. statief en houder) Software voor toetsenbord en muisfuncties op scherm (voor directe selectie of scanning) 1.2. Muisalternatief Aangepaste trackball, joystick (incl. interface), interface voor bediening via de omgevingsbediening of via schakelaars Hoofdmuis 1.3. Aanvulling bij computerbediening Schakelaars Statieven, houders en bevestigingssystemen Software voor muisfuncties op scherm (kliksoftware) Spraakherkenning of woordvoorspellingssoftware Scanner en software voor werkblaadjes en formulieren 76

77 REFERTELIJST 6 AANVULLING - GEHOOR (AG) 1. FM-apparatuur 1.1. FM-zender 1.2. FM-ontvanger 1.3. Eénzijdige aanpassing 1.4. Tweezijdige aanpassing REFERTELIJST 7 VERVANGING - GEHOOR (VG) 1. Communicatietoestel voor doofblinden REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Beeldschermloep tafelmodel 1.1. Zonder computeraansluiting 1.2. of: voor aansluiting op bureaucomputer inclusief leesplateau en beeldscherm 1.3. of: voor aansluiting op laptop exclusief beeldscherm 2. Draagbare beeldschermloep met eigen scherm 3. Computer bedienen 3.1. Monitorarm 3.2. Software beeldvergroting: Vergrotingssoftware zonder spraakondersteuning Vergrotingssoftware met spraakondersteuning 3.3. Andere noodzakelijke aanpassingen pc: toetsenbordstickers, toetsenbordhoes, toetsenbord met grote en/of contrastrerende letters 3.4. Spraaksyntheseprogramma REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Brailleschrijfmachine 2. Notitietoestel voor niet-zienden 2.1. Notitietoestel met spraakweergave 2.2. Notitietoestel met brailleweergave 2.3. Onderhoudskosten notitietoestel met brailleweergave 2.4. Herstellingskosten notitietoestel met brailleweergave 3. Computer bedienen 3.1. Brailleleesregel met 40 cellen 3.2. Brailleleesregel met 80 cellen Onderhoudskosten brailleleesregel Herstellingskosten brailleleesregel 3.3. Brailleprinter Herstellingskosten brailleprinter 3.4. Spraaksyntheseprogramma 3.5. Schermuitleesprogramma s voor bureaucomputers en laptops 4. Tekstherkenningsprogramma met scanner (tekstherkenningssysteem op basis van standaard PC) 5. Voorleestoestel tafelmodel 6. Communicatietoestel voor doofblinden REFERTELIJST 10 AANVULLING / VERVANGING - STEM EN SPRAAK, EXCLUSIEF MENTALE FUNCTIES GERELATEERD AAN TAAL (AS) 1. Dynamische systemen (toestel met communicatiesoftware en spraaksynthese) 1.1. Aanvulling: Uitbreidingsmodules voor communicatiesoftware (per stuk, max. 2) 77

78 Extra sleutel (licentie) Extra taal Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) 2. Teksttoestellen (toestel met synthetische spraak) (vanaf ) 2.1. Aanvulling: Extra taal (vanaf ) 3. Aanvullende uitrusting bij draagbare computer gebruikt als communicatietoestel 3.1. Communicatiesoftware 3.2. Extra sleutel (licentie) 3.3. Extra taal 3.4. Synthetische stem 3.5. Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) 4. Bijhorigheden (voor de in deze lijst vermelde communicatietoestellen): 4.1. Schakelaars, afdekplaten, 4.2. Extra batterijen batterijladers 4.3. Adapter 4.4. Tafelstatieven 4.5. Rolstoelstatieven 4.6. Andere statieven 4.7. Andere (draagtas, kabels, ) 5. Stemversterker REFERTELIJST 12 AANVULLING INTELLECTUELE EN ANDERE MENTALE FUNCTIES (AM) 1.Statische systemen: 1.1. Met één boodschap (max. tweemaal refertebedrag) 1.2. Met één boodschap (max. tweemaal refertebedrag en maximaal één refertebedrag per stuk) (vanaf ) 1.3. Met meerdere boodschappen 1.4. Aanvulling: (vanaf ) Software voor de aanmaak van papieren communicatiekaarten (vanaf ) Symbooldatabank (max. 1) (vanaf ) 2.Aanvullende uitrusting bij draagbare computer gebruikt als communicatietoestel (vanaf ) 2.1. Communicatiesoftware (vanaf ) 2.2. Extra sleutel (licentie) (vanaf ) 2.3. Extra taal (vanaf ) 2.4. Synthetische stem (vanaf ) 2.5. Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) (vanaf ) 3.Dynamische systemen (toestel met communicatiesoftware en spraaksynthese) (vanaf ) 3.1. Aanvulling: (vanaf ) Uitbreidingsmodules voor communicatiesoftware (per stuk, max. 2) (vanaf ) Extra sleutel (licentie) (vanaf ) Extra taal (vanaf ) Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) (vanaf ) 4.Bijhorigheden (voor de in deze lijst vermelde communicatietoestellen): 4.1. Schakelaars, afdekplaten, 4.2. Extra batterijen batterijladers 4.3. Adapter 4.4. Tafelstatieven 4.5. Rolstoelstatieven 4.6. Andere statieven 4.7. Andere (draagtas, kabels, ) 78

79 INLEIDING FUNCTIONERINGSDOMEIN II: COMMUNICATIE 1.Communicatietoestellen Heel wat personen met ernstige beperkingen op het vlak van mondelinge of schriftelijke communicatie kunnen vandaag geholpen worden door gebruik te maken van een geschikt toestel of aangepaste software. Personen die geen gebruik kunnen maken van hun handen bijvoorbeeld, kunnen met behulp van een automatisch bladomslagapparaat hun lectuur zelfstandig doornemen. Voor anderen met een auditieve of visuele handicap kan bijvoorbeeld FM-apparatuur, een beeldschermloep, een spraaksyntheseprogramma of een brailleleesregel een efficiënte oplossing bieden. Erg geavanceerd zijn de zgn. communciatietoestellen voor personen met spraakproblemen. Afhankelijk van de cognitieve mogelijkheden van de persoon is er de keuze tussen enerzijds toestellen die werken op basis van tekstinvoer en anderzijds toestellen waarbij de communicatie met behulp van symbolen en symbolencombinaties plaatsvindt. 2.Cumul ringleiding/fm-apparatuur/geluidsoverdrachtssysteem In een bepaalde volgorde is deze cumul mogelijk: als men eerst een vast systeem vraagt en later een mobiel systeem kan dit, mits een grondige motivatie, toegekend worden. Als men eerst een mobiel systeem heeft gevraagd en later een vast systeem, wordt dit niet toegekend aangezien men reeds over een volledige oplossing beschikt. 3.Voorwaarden om een statisch communicatiesysteem toe te kennen 4.Voorwaarden om een dynamisch systeem toe te kennen 5.Communicatietoestellen vermeld in de refertelijst Aanvulling/Vervanging Stem en spraak, exclusief mentale functies gerelateerd aan taal Om een eenvoudige behandeling van de dossiers voor geavanceerde communicatietoestellen (teksttoestellen en dynamische systemen) mogelijk te maken, kunnen de verschillende refertebedragen door de medewerkers in de provinciale afdelingen worden samengevoegd. Voor communicatietoestellen zoals de Tellus 4 en de ComUnic 7 moet er een offerte aan de PA worden bezorgd. Deze toestellen zijn immers steeds vergezeld van allerlei toebehoren waarvoor eventueel extra refertebedragen kunnen toegekend worden en moeten doorgaans aan de BBC worden voorgelegd. De verschillende refertebedragen staan samen voor een terugbetaling van een volledig communicatiesysteem. Indien er na toekenning van de verschillende refertebedragen nog een oplegkost van minimum 300 overblijft, kan het dossier aan de bijzondere bijstandscommissie worden voorgelegd in het kader van een onderzoek naar een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte (bijvoorbeeld voor een Tellus of ComUnic). Het voorgestelde bedrag in de nota aan de bijzondere bijstandscommissie wordt als volgt berekend: de som van de prijzen van het toestel en de noodzakelijke aanvullende uitrusting en bijhorigheden, verminderd met de refertebedragen die van toepassing zijn. Meer info met betrekking tot dynamische communicatiehulpmiddelen Meer info met betrekking tot teksttoestellen 6 Tablet ipad Er werden bij het VAPH al enkele aanvragen ingediend met de vraag voor tegemoetkoming in de aankoop van een ipad als basis voor een (dynamisch) communicatiehulpmiddel. Gezien de nieuwe ontwikkelingen verwachten we dat deze vragen in de toekomst zullen toenemen. 79

80 In infonota 1214 kan men terugvinden hoe deze aanvragen dienen behandeld te worden, 80

81 REFERTELIJST 1 AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Noodzakelijke bijhorigheden bij computer 1.1. Eenvoudige aanpassingen voor computer: toetsenafdekplaat, typhulp, toetsenbordstickers, hoes of waterdicht toetsenbord, compact toetsenbord, éénhandig toetsenbord, muis met aansluiting voor externe schakelaars, grote trackball, (vanaf ) Toetsenafdekplaat Een toetsenafdekplaat is een rooster met gaatjes dat boven de toetsen van een standaard of alternatief toetsenbord geplaatst wordt. Door een toetsenafdekplaat aan te brengen op een (aangepast) toetsenbord komen de toetsen verzonken te liggen. Hierdoor wordt het makkelijker de goede toets te vinden. De hand kan tijdens het werken rusten op de afdekplaat waardoor het werken op een computer minder vermoeiend kan worden. Bovendien leidt dit mogelijk tot een oplossing van coördinatieproblemen. Foto: Toetsenafdekplaat / afdekrooster Typhulp Een typhulp is een typstok met een aangepaste greep en een antislip-dop. Een typhulp kan worden gebruikt met een gewoon toetsenbord. Om toetscombinaties (bv. om een hoofdletter te tikken) na elkaar te kunnen aanslaan, kan gebruik gemaakt worden van toegankelijkheidsinstellingen (die standaard ingebouwd zitten in het besturingsprogramma Windows). De doelgroep bestaat uit personen met onvoldoende handfunctie om met de vingers toetsen in te drukken, maar die wel beschikken over een goede armfunctie. Foto: typhulp Toetsenbordstickers Toetsenbordstickers zijn letterstickers (drukletters, kleine letters, letters met groter contrast of andere kleuren) om op de toetsen van een gewoon toetsenbord te plakken. De stickers met kleine letters worden vaak gebruikt voor kinderen die leren lezen en schrijven. De gewone drukletters kunnen gebruikt worden om de lay-out van het toetsenbord aan te passen. In combinatie met software voor verandering van de toetsenbordlay-out kan zo een aangepaste lay-out verkregen worden. Om de stickers te beschermen, kan gebruik gemaakt worden van een transparante toetsenbordhoes. De stickers kunnen ook aan de binnenkant van de hoes gekleefd worden. Zo blijft het toetsenbord ook voor andere gebruikers toegankelijk. I.p.v. toetsenbordstickers kan ook een 81

82 toetsenbordletterhoes met aangepaste letters of een aangepaste lay-out worden gebruikt. Vaak wordt de hoes enkel verkocht samen met een toetsenbord. De doelgroep bestaat uit kinderen die leren lezen en schrijven en personen die de lay-out van het toetsenbord willen veranderen (bv. om eenhandig te typen). Foto: toetsenbordstickers Hoes of waterdicht toetsenbord Een transparante toetsenbordhoes of een hoes met letterstickers beschermt een toetsenbord tegen slijtage van stickers of tegen morsen en kwijlen. In zo n toetsenbordhoes kunnen (aan de binnenkant) toetsenbordstickers gekleefd worden (zie 1.5). Bij overmatig morsen en kwijlen kan ook voor een volledig waterdicht toetsenbord geopteerd worden. Personen die hun toetsenbord moeten beschermen tegen morsen en kwijlen vormen de doelgroep. Foto: toetsenbordhoes Foto: waterdicht toetsenbord Compact toetsenbord Een compact toetsenbord is kleiner dan een standaard 101/102-toetsenbord omdat er kleinere knoppen gebruikt zijn en omdat het numeriek deel (cijfer en pijltjestoetsen) is weggelaten. Er is een apart deel voor pijltjestoetsen en functietoetsen. Een compact toetsenbord is vergelijkbaar met een toetsenbord van een draagbare computer. Gebruikers met een klein bereik (ook kinderen) en personen die het toetsenbord eenhandig bedienen kunnen gebaat zijn bij een compact toetsenbord. Foto: compact toetsenbord Eenhandig toetsenbord Een éénhandig toetsenbord is een toetsenbord met een andere indeling of minder knoppen bedoeld voor bediening met één hand. Er zijn verschillende types toetsenborden op de markt die ontworpen zijn voor bediening met een hand. Een toetsenbord met minder knoppen is kleiner dan een gewoon toetsenbord. Op zo n toetsenbord zijn een aantal letters direct bereikbaar, voor de overige letters 82

83 moet er een extra toets ingedrukt worden. Het is bedoeld voor personen die eenhandig moeten typen en waarvoor de toegankelijkheidsinstellingen en het eenhandig typen op een standaard toetsenbord ontoereikend zijn. Een akkoordentoetsenbord heeft een klavier met een beperkt aantal toetsen, voor elke vinger één. De verschillende letters en commando's die bij een gewoon toetsenbord ingevoerd worden door het indrukken van één toets, worden bij een akkoordentoetsenbord ingevoerd door tegelijk verschillende toetsen in te drukken. Dit is vergelijkbaar met het spelen van akkoorden op een piano. Er bestaan ook eenhandige ergonomische toetsenborden, zowel voor de linkerhand als de rechterhand. Deze toetsenborden hebben een vorm die aangepast is aan de lengte van de vingers. De toetsen liggen in een holte en de lay-out ervan is aangepast aan het eenhandig gebruik. Het gebruik van deze toetsenborden is minder belastend en de nauwkeurigheid wordt gunstig beïnvloed. Foto: eenhandig toetsenbord Muis met aansluiting voor externe schakelaars Een muis voorzien van aansluitingen voor externe schakelaars is een gewone muis met twee standaard aansluitingen, waarop schakelaars kunnen aangesloten worden. De linker en rechter muisklik kunnen dan door drukken op de externe schakelaars worden uitgevoerd. Deze oplossing wordt niet zo vaak gebruikt om de muis te sturen omdat de kabels soms de beweging van de muis belemmeren. Een trackball is dan een beter alternatief. Een muis met externe schakelaars wordt wel vaak gebruikt om software voor één functie bediening aan te sturen. Dit hulpmiddel is voor personen die (nog) niet in staat zijn een muis of muisalternatief te bedienen en een computer met één of twee schakelaars moeten besturen. Personen die problemen ondervinden om de muis vast te houden en tegelijk te klikken (voor hen is een trackball doorgaans een beter alternatief). Foto: muis met aansluiting voor externe schakelaars Trackball Een trackball ziet er over het algemeen uit als een omgekeerde muis met een gedeeltelijk blootliggende en uitstekende kogel. Door de kogel met de vingers, duim of handpalm te bewegen wordt de cursor op het beeldscherm verplaatst. Verder heeft de trackball, net zoals een muis, twee 83

84 knoppen om de muisfuncties te activeren. Voordeel van een trackball t.o.v. een gewone muis is dat het met een trackball mogelijk is om de cursor eerst naar de gewenste plaatst te sturen, daarna de trackball los te laten en dan de gewenste knop in te drukken. Doordat de handelingen na elkaar kunnen uitgevoerd worden, is het bedienen van een trackball motorisch minder moeilijk dan het bedienen van een gewone muis. Mocht de trackball toch verschuiven, dan kan die met velcro aan het tafelblad bevestigd worden. Voor wie enkel grovere bewegingen kan maken, kan de aanwijssnelheid vertraagd worden. Een grote trackball heeft een grote kogel (> 4 cm) en grote toetsen waardoor hij gemakkelijker te gebruiken is door kinderen en personen met een beperkte coördinatie. Voorbeelden: SAM trackball, Agiler Trackball Chic, Kensington Orbit, Grote trackball: BIGtrack, Kidtrack, PC track, Foto: trackbal 1.2. Toetsenbordalternatief Het multifunctionele hulpmiddel Lucy : vervanging van toetsenbord Lucy is een alternatief toetsenbord waarmee een computer, een printer of een communicatiehulpmiddel (zoals de Eurovocs spraaksynthesizer) kan bediend worden. Lucy is geschikt voor mensen met een motorische handicap, zoals die zich voordoet bij hoge dwarslaesies, spierziekten, M.S., A.L.S. of spasticiteit. Lucy kan worden gebruikt met een groot aantal verschillende invoerhulpmiddelen. Dit maakt het uitermate geschikt als hulpmiddel voor mensen met progressieve aandoeningen. De keuze van het invoerhulpmiddel is afhankelijk van de fysieke en cognitieve mogelijkheden van de gebruiker. Als optie kan op het Lucy-bord een LCD-leesregel worden geplaatst. Op dit display verschijnen de ingetypte boodschappen. In het geheugen van de Lucy kunnen meer dan 900 verschillende boodschappen opgeslagen worden, hetgeen tot een aanzienlijke opvoering van de snelheid kan leiden. Lucy werd oorspronkelijk ontwikkeld als vervanging van een PC-toetsenbord, maar kent ondertussen veel meer toepassingen. Dit kan bediend worden door een hoofdbesturing en laser. Lucy met laserlamp wordt gebruikt ter vervanging van een gewoon toetsenbord of klavier. Bedieningsmogelijkheden: Bediening via 5-toetsbediening, via joystick, trackball of aangepaste muis. Een bijzondere vorm van invoer is de laserlichtaanwijzer (laserpointer), die aan het hoofd bevestigd wordt. Enkele toepassingen: Er dient opgemerkt dat indien het Lucybord samen wordt gevraagd met een muisemulator van het type Headmouse, dit refertebedrag steeds ontoereikend is. Een procedure via de bijzondere bijstandscommissie (onderzoek van een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte) is een mogelijkheid. In het adviesrapport dient grondig gemotiveerd waarom deze combinatie noodzakelijk is. 84

85 Lucy is een alternatief toetsenbord. Net zoals je met een gewoon toetsenbord via de pijltjestoetsen en de toegankelijkheidsopties de muis kunt bedienen, kan je met het Lucybord via de pijltjestoetsen de muis bedienen. Voor personen die nauwelijks de muis gebruiken kan muisbediening via de pijltjestoetsen voldoende zijn. Wie de muis echt nodig heeft (bijv. i.f.v. internetgebruik) heeft naast de Lucy nog een computermuis of muisalternatief nodig. Gebruikers die aangewezen zijn op hoofdbediening opteren dan vaak voor een hoofdmuis (headmouse of andere). In combinatie met extra muisknop-software, zoals Dragger 32, kunnen het aanklikken van de muis en het selecteren op het scherm gesimuleerd worden en is het heel wat eenvoudiger werken. Dit is vooral een voordeel indien er veel dient getypt te worden. Lucy in combinatie met een communicatiesysteem: Om een Lucy te vergoeden kunnen volgende refertebedragen worden toegekend: - Draagbare computer gebruikt als communicatiehulpmiddel - Synthetische stem - Tafelstatieven, rolstoelstatieven, Andere statieven - Extra batterijen - batterijladers - Andere (draagtas, kabels,...) De nog resterende meerkost kan in het kader van de zeer uitzonderlijke zorgbehoefte aan de BBC worden voorgelegd indien die meer dan 300 bedraagt. Foto: Lucy Toetsenbord met grote toetsen Een toetsenbord met grote toetsen heeft toetsen die twee tot drie keer groter zijn dan de gewone (101/102 toetsen). Personen die onvoldoende coördinatie in de bovenste ledematen hebben om een gewoon toetsenbord te bedienen en waarvoor de toegankelijkheidsinstellingen van een besturingssysteem (bijvoorbeeld de herhaalsnelheid bij het ingeven van tekens) en een toetsenbord met toetsenafdekplaat ontoereikend zijn. Dit wordt vaak gebruikt in combinatie met een toetsenafdekplaat. Foto: toetsenbord met grote toetsen 85

86 Verkleind toetsenbord (<12mm toetsdiameter) Een verkleind toetsenbord is een toetsenbord met kleine druktoetsen die dicht bij elkaar staan. Voor wie problemen heeft om de juiste toets in te drukken of voor wie met de hand moet steunen op het toetsenbord, zijn er bij de meeste verkleinde toetsenborden toetsenafdekplaten verkrijgbaar. Een verkleind toetsenbord voor bediening met magneetstift kan niet aanvaard worden. Foto: verkleind toetsenbord (<12mm toetsdiameter) Programmeerbaar toetsenbord Een programmeerbaar toetsenbord is een toetsenbord dat bestaat uit een aantal drukgevoelige cellen. De grootte, de functie en de afbeelding van de cellen kunnen gedefinieerd worden volgens de noden van de gebruiker. Het toetsenbord wordt geleverd met voorgedrukte toetsenbordlay-outs en/of software om zelf toetsenbordlay-outs te maken. Voor wie problemen heeft om de juiste toets in te drukken of voor wie met de hand moet steunen op het toetsenbord, zijn er bij de meeste programmeerbare toetsenborden toetsenafdekplaten verkrijgbaar. Foto: programmeerbaar toetsenbord Software voor toetsenbord- en muisfunctie op scherm (voor directe selectie of scanning) Software voor toetsenbord en muisfuncties op scherm (voor directe selectie of scanning) is een computerprogramma dat het volledige toetsenbord en de muisfuncties weergeeft op het scherm. Andere benamingen zijn schermtoetsenbord of on-screen toetsenbord. De software is voorzien van: - verschillende toetsenbord indelingen en/of een aanpasbare indeling, - de mogelijkheid om de toetsen met een muis of muisalternatief of met een of twee schakelaars via scanning. De software kan voorzien zijn van: - ingebouwde woordvoorspelling, - autoclick/dwellfunctie, - auditieve feedback. 86

87 Foto: sofware voor toetsenbord- en muisfunctie op scherm (voor directe selectie of scanning) On-screen toetsenborden: Keyvit en WiVik Een on-screen toetsenbord is een virtueel en volledig individueel programmeerbaar toetsenbord dat op het scherm verschijnt en dat bediend wordt via een (speciale) muis, trackball, joystick of scanning. Een programma starten, surfen op het internet, een typen of een tekening inladen kan zonder klassiek toetsenbord of muis. Foto: Keyvit 1.3. Muisalternatief: aangepaste trackball (incl. interface), interface voor bediening via omgevingsbediening of via schakelaars) Aangepaste trackball Een aangepaste trackball is een trackball voorzien van één of meer aanpassingen zoals: - een rooster, - een knop voor de sleepfunctie, - een knop voor de dubbelklikfunctie, - een knop om de cursorsnelheid aan te passen, - aansluitingen voor externe schakelaars. Voordelen: - een rooster laat toe om met de hand te steunen op de trackball of op de joystick, zonder ongewenst knoppen in te drukken, - een aparte sleepknop vereenvoudigt de moeilijke gecombineerde handeling van het slepen, - een aparte knop voor dubbelklikken maakt het onnodig om snel na elkaar op dezelfde knop te moeten drukken, - een knop om de cursorsnelheid aan te passen laat de gebruiker toe om de snelheid aan te passen aan zijn mogelijkheden en aan de uit te voeren activiteit, - aansluitingen voor externe schakelaars laten toe om de muisfuncties met een losse schakelaar te bedienen, - deze muisalternatieven kunnen met de hand bediend worden of mits goede plaatsing ook met een ander lichaamsdeel (kin, voeten, knieën, ). 87

88 Sommige muisalternatieven zijn niet voorzien van (extra) knoppen om de muisfuncties te activeren. Om die muisfuncties toch te activeren kan aanvullend gebruik gemaakt worden van software voor muisfuncties op het scherm, zie punt Foto: aangepaste trackbal Interface voor bediening via omgevingsbediening Een interface voor bediening via omgevingsbediening is een schakelkastje dat de signalen afkomstig van de zender van de omgevingsbediening omzet in cursorbewegingen op het scherm. Met deze interface kan de cursor bediend worden via de rolstoelbesturing, op voorwaarde dat de rolstoel voorzien is van omgevingsbediening (zender) geïntegreerd in de rolstoelbesturing. Er bestaan ook interfaces die een speljoystick simuleren. Foto: interface voor bediening via omgevingsbediening Interface voor bediening via schakelaars Een interface voor bediening via schakelaars is een schakelkastje dat toelaat om schakelaars aan te sluiten op de computer om er de muis mee te bedienen of om programma s via scanning te bedienen. Interfaces zijn nodig om schakelaars aan de computer aan te sluiten en om bepaalde joysticks of toetsenmuizen aan te sluiten. Er zijn veel soorten interfaces op de markt om schakelaars aan de computer aan te sluiten. Ze verschillen sterk in het aantal functies en in de instelmogelijkheden. Sommige interfaces zijn er specifiek op gericht om de muis te bedienen, andere zijn specifiek bedoeld om programma s via scanning te bedienen. 88

89 Foto: interface voor bediening via schakelaars 1.4. Aanvulling bij computerbediening : Schakelaars Schakelaars zoals hier bedoeld zijn een of meer schakelaars: - handbediende of anders bediende, - bedrade of draadloze, - één- of meerfunctieschakelaars. Een toetsenmuis behoort niet tot deze klasse. Schakelaars kunnen niet rechtstreeks op de computer aangesloten worden. Wel via een muis of muisalternatief met een aansluiting voor schakelaars of via een speciale interface voor schakelaars. Doorgaans volstaan één of twee schakelaars. Dat kunnen in principe om het even welke éénfunctieschakelaars of tweefunctieschakelaars zijn. Meestal voldoen eenvoudige drukschakelaars. Bij een interface voor vijf of meer schakelaars zijn minstens vijf eenfunctieschakelaars nodig of één vijffunctieschakelaar (zie hiervoor toetsenmuis in fiche Muisalternatief, ) Statieven, houders en bevestigingssystemen De statieven, houders en bevestigingssystemen bedoeld in deze fiche zijn één of meer tafelstatieven, rolstoelstatieven of bedstatieven om toetsenbord- of muisalternatieven en/of schakelaars op een bedienbare plaats te monteren. Volgende zaken behoren niet tot deze klasse: - statieven of bevestigingssystemen om een scherm of de computer te monteren (buiten fiche) - statieven of bevestigingssystemen om een dynamisch communicatietoestel of computer gebruikt als communicatiehulpmiddel te monteren (andere fiches) Foto: 89

90 Software voor muisfuncties op scherm (kliksoftware) Software voor muisfuncties op het scherm (kliksoftware) is een computerprogramma dat de verschillende muisfuncties weergeeft op het computerscherm. De software zoals hier bedoeld is voorzien van de mogelijkheid om de muisfuncties (rechter klik, linker klik, slepen, ) met de cursor of via scanning te selecteren. Het aanwijzen van de gewenste toets gebeurt met de muis of het muisalternatief. Voor het selecteren (aanklikken) van de gewenste functie kan - een aangepaste schakelaar gebruikt worden, - gebruik gemaakt worden van een autoklik. Bij een autoklik wordt de functie automatisch geselecteerd als de cursor even op de gewenste functie blijft stilstaan. Software voor muisfuncties op het scherm (kliksoftware) wordt vaak gebruikt in combinatie met een hoofdmuis. Dragger 3.2. is een muisklikprogramma dat het klikken van de muis stimuleert. Het wordt meestal gebruikt in combinatie met een speciale) schakelaar. Foto: Dragger Armondersteuning De armondersteuning bestaat uit één of twee statische of dynamische armsteunen en/of polssteunen en helpt de gebruiker in de armfunctie bij het verplaatsen van de arm en hand. Dit hulpmiddel is geschikt voor personen met een spierzwakte die een inzetbare grijpfunctie hebben. Voorbeelden: Balancer, NC38001 Foto: armondersteuning Spraakherkenning of woordvoorspellingssoftware Spraakherkenning Spraakherkenningssoftware is een computerprogramma met hoofdmicrofoon dat menselijke spraak herkent en gebruikt voor het invoeren van tekst, het opmaken en bewerken van tekst, het bedienen van muis, het bedienen van menu s en dialoogvensters, het ingeven van internetadressen, Om spraakherkenning te kunnen aansturen moet de gebruiker over voldoende articulatie beschikken. 90

91 Spraakherkenning werkt niet altijd foutloos. Om de fouten te corrigeren, is het aangewezen dat de gebruiker alsnog gebruik kan maken van een alternatieve computerbediening. Voorbeeld: Dragon Naturallyspeaking Woordvoorspellingssoftware Woordvoorspellingssoftware is een computerprogramma dat tijdens het typen de rest van het woord of het volgende woord voorspelt. De woordvoorspelling geïntegreerd in software voor toetsenbord en muisfuncties op het scherm is ingebegrepen. Het is aangewezen bij personen die moeizaam schrijven en traag typen als gevolg van ernstige spellingsproblemen. Woordvoorspellingssoftware verhoogt de snelheid waarmee men een tekst kan schrijven en verkleint het aantal schrijffouten. Vooral interessant bij traag typen en moeizaam spellen. Moeilijk bruikbaar als je daarbij ook zeer zwak leest, want je moet de verschillende opties lezen. De gebruiker kan kiezen tussen een aantal voorspelde woorden. Woorden die het programma nog niet kent, moeten volledig worden ingetypt. Daardoor worden ze aan het programma aangeleerd waardoor ze de volgende keer ook bij de voorspellingen staan. Woordvoorspelling kan voor een gemiddelde tekst tot de helft van het aantal toetsaanslagen uitsparen. Woordvoorspelling versnelt de typsnelheid enkel als de gebruiker snel de aangeboden voorspellingen kan lezen om er de juiste uit te kiezen. Voorwaarden voor adequaat gebruik Een zekere beheersing van het toetsenbord is onmisbaar maar als die beheersing niet bereikt wordt dan kan eventueel woordvoorspellingssoftware ingezet worden. Woordvoorspelling zou door zwakke spellers kunnen gebruikt worden, maar dan toch met de ernstige restrictie dat ze bij het intypen van de beginletters van het woord geen spellingsfouten mogen maken. Anders kan woordvoorspelling het bedoelde woord onmogelijk vinden. Opmerking: Bij de meeste voorleessoftwarepakketten op de Vlaamse markt is woordvoorspelling standaard opgenomen maar het wordt ook als afzonderlijke software te koop aangeboden. Voorbeelden: Skippy, Keyrep, Scanner en software voor werkblaadjes en formulieren Scanner Software voor werkblaadjes en formulieren is bedoeld voor de aankoop van een scanner en een computerprogramma dat toelaat om ingescande of digitale werkblaadjes en formulieren via de computer in te vullen, op te slaan en af te drukken. De software is bedoeld voor personen die zelf werkblaadjes en/of formulieren moeten invullen, personen die niet functioneel (voldoende snel en leesbaar) kunnen schrijven en (aangepaste) computer kunnen bedienen. Het gaat niet over personen met dyslexie. Deze software volstaat voor kleine dagelijkse huistaken (één of enkele pagina s) of voor administratie thuis. Het refertebedrag is gericht op een eenvoudige scanner zonder sheetfeeder. Personen die een meer complexe scanner willen aankopen, kunnen het refertebedrag als een forfait beschouwen. We gaan ervan uit dat er in de meeste privésituaties geen nood is aan dagelijks inscannen van meer dan enkele bladzijden. Het refertebedrag is gericht op een eenvoudige scanner zonder sheetfeeder. Personen die een meer complexe scanner willen aankopen, kunnen het refertebedrag als een forfait beschouwen. We gaan ervan uit dat er in de meeste privésituaties geen nood is aan dagelijks inscannen van meer dan enkele bladzijden. Een bladomslagapparaat moet eerst uitgetest worden voor een goedkeuring kan toegekend worden. 91

92 REFERTELIJST 2 VERVANGING - BOVENSTE LEDEMATEN (VB) 1. Noodzakelijke bijhorigheden bij computer (nieuwe indeling) 1.1. Toetsenbordalternatief Zie bij AB punt Toetsenbord voor mond- of hoofdstokbediening (incl. mond- of hoofdstok, excl. statief en houder) Een toetsenbord voor mond- of hoofdstokbediening is een toetsenbord met een speciale vorm en een aangepaste lay-out voor bediening met een mond- of hoofdstok en bevat ook deze mond- of hoofdstok. Een mond- of hoofdstok is een typhulp die bestaat uit een typstok met een mondgedeelte of een hoofdbevestiging. Om het toetsenbord op een bereikbare plaats te positioneren, is een statief noodzakelijk. Om de mondstok bereikbaar op te bergen, is een mondstokhouder aangewezen. Mondstokhouders en toetsenbordstatieven vallen onder de klasse statieven, houders en bevestigingssystemen, zie punt Bij sporadisch gebruik kan een mond- of hoofdstok gebruikt worden met een gewoon toetsenbord. Opgelet! Bij intensief gebruik moet rekening gehouden worden met een risico op overbelasting van de nek en schouder. Software voor toetsenbord- en muisfuncties op scherm bediend met een hoofdmuis of een toetsenbord met laseraanwijzer zijn dan misschien een beter alternatief. Foto: toetsenbord voor mond- of hoofdstokbediening Foto: mondstok Foto : hoofdstok Software voor toetsenbord en muisfuncties op scherm (voor directe selectie of scanning) Zie bij AB punt Muisalternatief Zie bij AB punt

93 Aangepaste trackball, joystick (incl. interface), interface voor bediening via de omgevingsbediening of via schakelaars Aangepaste trackball Een aangepaste trackball is een trackball met een grote kogel voorzien van één of meer aanpassingen waaronder: - een rooster waarop kan gesteund worden en dat ongewenst indrukken van de functietoetsen voorkomt, - een aparte sleepknop waardoor de moeilijke gecombineerde handeling van het slepen vereenvoudigd wordt, - een aparte knop voor dubbelklikken waardoor gecontroleerd snel na elkaar op dezelfde knop drukken niet nodig is, - een knop om de cursorsnelheid aan te passen waardoor de gebruiker de snelheid kan aanpassen aan zijn mogelijkheden en aan het uit te voeren werk, - aansluitingen voor externe schakelaars om de functietoetsen met een losse schakelaar eventueel met andere delen van het lichaam te bedienen. Dit is voor personen met matig of ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen: - die problemen ondervinden om de muis te sturen, vast te houden en tegelijk te klikken of die problemen ondervinden om te slepen (knop ingedrukt houden en muis verschuiven) - en waarvoor eenvoudigere alternatieven (waaronder een trackball, een grote trackball, ) niet voldoen. Enkele voorbeelden: Traxsys Roller Plus, n-abler trackball, Inclusive Kidtrack, Bigtrack Kidsball voorzien van externe knoppen Foto: n-abler trackball Joystick Een joystick is een invoerapparaat met een stuurknuppel. De knuppel bewegen doet de cursor op het scherm bewegen. Verder heeft een joystick, net zoals een muis, knoppen om de muisfuncties te activeren. Er zijn twee soorten computerjoysticks, namelijk een joystickmuis en een joystickschakelaar. Zowel de joystickmuis als de joystickschakelaar kan voorzien zijn van aanpassingen zoals een rooster, een knop voor de sleepfunctie, een knop voor de dubbelklikfunctie, een knop om de cursorsnelheid aan te passen en kan voorzien zijn van aansluitingen voor externe schakelaars. De joysticks in de gewone handel zijn speljoysticks. Die kunnen niet rechtstreeks als muisalternatief gebruikt worden. Daarvoor is nog zogenaamde joystick-to-mouse -software nodig. De joystickmuis is een joystick die bij aansluiting op de muisingang zich voordoet als een muis. Er is geen extra software nodig op de computer. Enkele voorbeelden:, n-abler Joystick, Easytrax, Gorlo&Todt muis joystick, Point-it 93

94 Foto: Point-it De joystickschakelaar is een joystick die slechts een beperkt aantal richtingen toelaat. Meestal zijn dit vier richtingen, soms ook acht. Enkele voorbeelden: Funkey USB joystick, Tash USB joystick Foto: Funkey USB joystick Toetsenmuis Een toetsenmuis is een muisalternatief met toetsen om de cursor op het scherm in verschillende richtingen te sturen. Een toetsenmuis kan voorzien zijn van aanpassingen zoals een rooster, een knop voor de sleepfunctie, een knop voor de dubbelklikfunctie, een knop om de cursorsnelheid aan te passen en kan voorzien zijn van aansluitingen voor externe schakelaars. Dit is bedoeld voor personen met matig of ernstig functieverlies in beide bovenste ledematen: - die problemen ondervinden om de muis te sturen, vast te houden en tegelijk te klikken of die problemen ondervinden om te slepen (knop ingedrukt houden en muis verschuiven) - en waarvoor eenvoudige alternatieven (waaronder pijltjestoetsen op toetsenbord gebruiken, een (grote) trackball, een aangepaste trackball, ) niet voldoen. Enkele voorbeelden: Gorlo Todt tastenmaus, Funkey USB knoppen Foto: Gorlo Todt tastenmaus Interface voor bediening van de muis via omgevingsbediening Gebruikers die beschikken over een omgevingsbediening geïntegreerd met de rolstoelbesturing of met een communicatiehulpmiddel, kunnen gebruik maken van een draadloze IR-interface voor muissimulatie. Zo n interface zet signalen, afkomstig van de zender van de omgevingsbediening, om in cursorbewegingen op het scherm. Op die manier kan de cursor bediend worden via de rolstoelbesturing of via de bediening van het communicatietoestel. Er bestaat ook een IR-interface die een speljoystick simuleert. 94

95 De interface is bedoeld voor gebruikers van een omgevingsbediening geïntegreerd met de rolstoelbesturing of met een communicatiehulpmiddel. Enkele voorbeelden: HMC Easy mouse, HMC Easy game (voor spelletjes), IR PC link Foto: HMC Easy mouse Interface voor bediening via vijf of meer schakelaars Een interface voor bediening via vijf of meer schakelaars is een schakelkastje dat toelaat om een vijffunctieschakelaar of vijf losse schakelaars aan te sluiten op de computer om er de muis mee te bedienen. Hierdoor kunnen alle functies van de muis aangestuurd worden. Doorgaans worden vier schakelaars gebruikt voor de vier muisrichtingen, en de andere voor klik, dubbelklik en slepen. Wie met vijf schakelaars werkt, kan voor dubbelklik en slepen gebruik maken van kliksoftware. Er zijn twee soorten interfaces voor vijf of meer schakelaars: - Interface pijltjestoetsen: bij het indrukken van een schakelaar geeft de interface een signaal aan de computer dat gelijk is aan het signaal voor het indrukken van een pijltjestoets op het toetsenbord. Een programma op de computer (vb. de muistoetsen van de toegankelijkheidsopties van Windows) verplaatst vervolgens de cursor op het scherm in de gewenste richting. De computer denkt dat er een toetsenbord aangesloten is. - Interface muis: bij het indrukken van de schakelaar wordt naar de computer een signaal gegeven dat gelijk is aan het signaal voor het bewegen van de muis. Er is geen extra software op de computer nodig. De computer denkt dat er een echte muis aangesloten is. Dit is bedoeld voor gebruikers van vijf of meer schakelaars of van een vijffunctieschakelaar als muisalternatief met ernstig functieverlies in de bovenste ledematen: - waarvoor eenvoudigere oplossingen met directe selectie (waaronder trackball, joystick, trackball op kinstatief,;..) niet voldoen - en die beschikken over voldoende controle en inzicht om de cursor via vijf schakelaars te bedienen. Enkele voorbeelden: Multikeyl, joystick-mouse simulator voor elke HMC joystick, Woodpecker USB (interface pijltjestoetsen) Foto: Multikeyl (interface muis) Interface voor bediening via een of twee schakelaars (scanning) Een interface voor bediening van een computer via een of twee schakelaars is een schakelkastje of adapterkabel die toelaat om één of twee schakelaars aan te sluiten op de computer. Via die schakelaars kan dan bijvoorbeeld software voor eenfunctiebediening aangestuurd worden. 95

96 In combinatie met software voor toetsenbord en muisfuncties op scherm (voorzien van scanmogelijkheid) kan het volledige toetsenbord en de muis aangestuurd worden d.m.v. één of twee schakelaars. Dit is bedoeld voor: - gebruikers van éénfunctiesoftware - gebruikers van één of twee schakelaars als muisalternatief met ernstig functieverlies in de bovenste ledematen waarvoor eenvoudigere oplossingen met directe selectie (waaronder trackball, joystick, trackball op kinstatief, ) niet voldoen. De gebruiker dient tevens te beschikken over voldoende controle en inzicht om de cursor via één of twee schakelaars te bedienen. Enkele voorbeelden: Joy Cable, Switch Click Foto: Joy Cable Hoofdmuis Een hoofdmuis is een muisalternatief dat hoofdbewegingen omzet in cursorbewegingen op het scherm. Een hoofdmuis bevat reflecterende stickers en de bevestiging op het scherm van het toestel van (draagbare) computer of communicatietoestel. Een hoofdmuis simuleert cursorbeweging, maar heeft geen muisknoppen waarmee geklikt kan worden. Klikken, dubbelklikken of slepen kan via: - een aangepaste schakelaar al dan niet op statief, - software voor muisfuncties op het scherm, - software voor toetsenbord en muisfuncties op het scherm. Een hoofdmuis wordt gebruikt in combinatie met een hoofdbediend toetsenbordalternatief. Doorgaans is dat software voor toetsenbord en muisfuncties op scherm of een toetsenbord met laseraanwijzer. Bij gebruik in combinatie met software voor toetsenbord en muisfuncties op scherm is voor het klikken, dubbelklikken of slepen: - een schakelaar al dan niet met statief nodig, - of kan er gebruik gemaakt worden van een autoklik (even blijven staan op de gewenste toets). Bij gebruik in combinatie met een toetsenbord met laseraanwijzer is er voor het klikken, dubbelklikken of slepen: - software voor muisfuncties op het scherm nodig en - een schakelaar al dan niet met statief of kan er gebruik gemaakt worden van een autoklik (even blijven staan op de gewenste toets). 96

97 Foto: 1.3. Aanvulling bij computerbediening Zie bij AB punt Schakelaars Zie bij AB punt Statieven, houders en bevestigingssystemen Zie bij AB punt Software voor muisfuncties op scherm (kliksoftware) Zie bij AB punt Spraakherkenning of woordvoorspellingssoftware Zie bij AB punt Scanner en software voor werkblaadjes en formulieren Zie bij AB punt

98 REFERTELIJST 6 AANVULLING - GEHOOR (AG) 1. FM-apparatuur FM-apparatuur wordt gebruikt door slechthorenden om het spraakverstaan in moeilijke luistersituaties te verhogen. Bij FM-apparatuur draagt de spreker een microfoontje, dat verbonden is met een draagbaar zendertje. De luisteraar heeft een ontvanger, die verbonden is met het hoorapparaat of cochleair implantaat of soms zelfs in het hoorapparaat is geïntegreerd. Via radiogolven (FM) bereikt het geluid vanuit de zender de ontvanger. Zo wordt als het ware de afstand tussen spreker en luisteraar verkleind en de hinder van achtergrondgeluiden (o.a. omgevingslawaai, nagalm ) verminderd waardoor het spraakverstaan verhoogt. De voordelen van FM-apparatuur zijn niet leeftijdsgebonden. Zodra het kind zijn individuele hoortoestellen kan dragen (akoestisch toestel of cochleaire implant) is het gebruik van een FM nuttig. Concrete toepassing ervan bij peuters kan, bijvoorbeeld, in de volgende situaties: - conversatie in de woning: de moeder, vader of andere gezinsleden staan niet altijd binnen het gezichtsveld en/of op zeer korte afstand van de peuter. - conversatie met de kinderverzorgster in de kribbe. - in de wagen, wanneer het kind achteraan in de kinderstoel zit en mama of papa de wagen bestuurt (er is geen oogcontact, het achtergrondlawaai in elke rijdende wagen is zeer uitgesproken). FM communicatie is al jaren een begrip bij slechthorende kinderen in het onderwijs. Indien de FMapparatuur uitsluitend op school gebruikt zou worden, dan kan er door het VAPH geen tegemoetkoming verleend worden. Het behoort dan tot de bevoegdheid van het ministerie van onderwijs. FM apparatuur kan ingezet worden om het spraakverstaan in werksituaties (bijvoorbeeld vergaderingen) te verbeteren. In die situatie dient de aanvraag te gebeuren bij de VDAB. Sinds 1 april 2006 is het VAPH voor arbeidsgereedschap niet langer bevoegd. Enkele voorbeelden van FM-apparatuur: Zenders: Smartlink+, Zoomlink+, Scola Talk, Comfort Contego T800, Ontvangers: Mylink+, Scola Buddy, MLxi, Opmerkingen: FM apparatuur mag niet verward worden met Ringleiding-systeem (werkt op basis van een magnetisch veld en niet op basis van geluidsgolven). Een ringleiding hoort bij het domein Wonen bij Aanvulling Gehoor. Indien het refertebedrag voldoende groot is, dan mogen de audio-schoentjes terugbetaald worden. Voor de volledigheid moet wel vermeld worden dat Lapperre een hoorapparaat in haar gamma heeft waar de FM-ontvanger geïntegreerd werd in het hoorapparaat, de I-link. De I-link is een hoorapparaat met een geïntegreerde fm-ontvanger. Doordat de zender ontbreekt is er dus geen sprake van fm-apparatuur als dusdanig. De residuariteit speelt echter hoe dan ook een rol. De prijs van een klassiek hoortoestel ligt rond 800 euro. Dit is meer dan de tegemoetkoming van het RIZIV. Een probleem is dat de persoon met een handicap in overleg met zijn team fm-apparatuur aanvraagt, en nadien op zoek gaat naar een geschikt hulpmiddel. Zo komt hij/zij vaak uit bij de I- link. Om de mogelijkheden van dit toestel optimaal te kunnen gebruiken is de zender onontbeerlijk. De kans dat snel een aankoop volgt van de zender is dan ook reëel. Fundamenteel dient de discussie gevoerd te worden of dergelijke gehoorapparatuur, gelet op de technologische evolutie waarbij er meer en meer functies in één toestel worden geïntegreerd, in de nabije toekomst niet integraal dient gesubsidieerd te worden door het RIZIV. Afspraak Wanneer bij de aanvraag duidelijk is dat de persoon met een handicap een I-link wenst aan te kopen, dan moet in de beslissing worden opgenomen dat het VAPH omwille van haar residuair karakter enkel een tegemoetkoming kan verlenen voor de fm-ontvanger. Wanneer bij de aanvraag geen verwijzing is 98

99 naar een I-link, dan kent de PA gewoon het refertebedrag voor fm-apparatuur toe, zonder dat in de beslissing melding gemaakt wordt van een opsplitsing fm-apparatuur/hoorapparaat. Standaardzin beslissing Wanneer u kiest om een hoorapparaat te kopen waarbij fm-apparatuur is ingebouwd, dan kan het VAPH enkel een tegemoetkoming verlenen voor het fm-gedeelte. Het VAPH verleent met andere woorden geen tegemoetkoming voor het gehoorapparaat zelf. De bevoegdheid voor gehoorapparaten berust bij het RIZIV. U neemt hiervoor best contact op met uw ziekenfonds. Bluetooth Bluetooth is een techniek om draadloos (via radiogolven) data en spraak over te dragen tussen twee toestellen. Het is ontwikkeld om over korte afstanden (10 tot 100 meter) toestellen met elkaar te laten communiceren met een minimum aan stroomverbruik. Voor slechthorenden verhoogt het spraakverstaan hierdoor omdat storende achtergrondgeluiden worden uitgeschakeld. Slechthorenden gebruiken deze technologie vooral om het geluid van tv, radio, mp3, computer, gps of gsm-gesprek naar het hoortoestel te brengen m.a.w. te streamen. Meer en meer toestellen hebben een ingebouwde Bluetoothzender: gsm s, televisies, computers maar ook toestellen zonder ingebouwde zender kunnen soms met een losse Bluetoothzender uitgerust worden. Een streamer pikt dit Bluetoothsignaal op en stuurt het door naar de hoortoestellen. Een streamer gebruikt een fabrikant-eigen digitale transmissietechnologie om het signaal ontvangen van de Bluetoothzender naar de hoortoestellen te sturen. De streamers zijn onderling niet wisselbaar. Afhankelijk van het merk heeft deze techniek verschillende namen (:e2e Wireless 2.0 technologie, earstreamtechnologie ). De hoortoestellen zetten dit digitaal signaal vervolgens om in waarneembaar geluid. Voor een Bluetoothstreamer is een tegemoetkoming mogelijk van het VAPH. Het dient te worden aangevraagd onder geluidsoverdrachtsysteem voor radio en TV (via IR of andere technologie). Met dit refertebedrag kan een streamer worden aangekocht zonder eigen inbreng FM-zender Een FM-zender is een onderdeel van een FM-geluidsoverdrachtsysteem. De zender zet het stemgeluid van de spreker, gesproken in de microfoon, om in FM-radiogolven en zendt ze naar de ontvanger. Foto: Smartlink+ van Phonak 1.2. FM-ontvanger Een FM-ontvanger is een onderdeel van een FM-geluidsoverdrachtsysteem. De ontvanger zet de FMradiogolven om in geluid en brengt het geluid onmiddellijk naar het hoorapparaat of het cochleair implantaat via directe koppeling of inductie. 99

100 Foto: MyLink+ van Phonak 1.3. Eénzijdige aanpassing FM-apparatuur eenzijdige aanpassing is een FM geluidsoverdracht-systeem dat bestaat uit één zender en één ontvanger Tweezijdige aanpassing FM-apparatuur tweezijdige aanpassing is een geluidsoverdrachtsysteem dat bestaat uit één zender en twee aanklikbare ontvangers of één ontvanger met halslus. Om te achterhalen of het refertebedrag voor een éénzijdige of tweezijdige aanpassing moet worden toegekend, kan de PA zich baseren op het aantal hoorapparaten dat de persoon draagt. Bijvoorbeeld na sommige ooroperaties, bij een totale eenzijdige doofheid of bij sommige oorontstekingen is het onmogelijk of ongewenst om twee hoorapparaten te gebruiken. De slechthorende heeft dan voldoende aan één FM-ontvanger. De PA kan de leeftijd van de persoon in bovenstaand niet weerhouden als criterium om een zorgvraag te weigeren. Wanneer de PEC iemand erkent als behorende tot de doelgroep van het VAPH en de nodige interventiedoelen toekent, dan moet de PA als aan al de andere voorwaarden voldaan is de tegemoetkoming goedkeuren. Dus: ook oudere personen die vóór hun 65 ingeschreven werden wegens ernstige auditieve beperkingen komen in aanmerking voor een tegemoetkoming voor fm-apparatuur. 100

101 REFERTELIJST 7 VERVANGING - GEHOOR (VG) 1. Communicatietoestel voor doofblinden Dit toestel maakt communiceren zonder lichamelijk contact in twee richtingen mogelijk tussen een doofblinde braillelezer en een ziende. Het toestel beschikt aan de ene zijde over een brailletoetsenbord, twee functietoetsen en acht achtpunts braillecellen die door de doofblinde gebruikt worden en aan de andere zijde over een qwertytoetsenbord en een LCD-scherm voor de ziende communicatiepartner. Wanneer de doofblinde tekst intikt op het brailletoetsenbord kan de ziende deze tekst lezen op het LCD-scherm. Als de ziende tekst intikt op het qwertytoetsenbord kan de doofblinde deze tekst lezen op zijn braillecellen. Het laatst ingetypte teken kan door middel van de verbeteringstoets gewijzigd worden. Enkele voorbeelden: Screen Braille Communicator, Block Letter Communicator, tabli Foto: Screen Braille Communicator Foto: Block Letter Communicator geschikt voor doofblinden die geen braille kennen en kunnen spreken Foto: Tabli Op de site van het Kenniscentrum hulpmiddelen KOC is een keuzewijze te vinden over communicatie met doofblinde personen: 101

102 REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Beeldschermloep tafelmodel De beeldschermloep is een vergrotingssysteem dat bestaat uit een leesplateau met daarboven een miniatuurcamera met zoomlens en een beeldscherm. Je stelt de gewenste leesgrootte in en de cameralenzen vergroten dan de tekst. Het scherm geeft alle tekens weer in grootletterdruk. Je kan het scherm soms ook gebruiken als tv of om foto s mee te bekijken. Afspraken: - De beeldschermloep zonder beeldscherm kan ook ten laste worden genomen onder het refertebedrag voor TV-leesloep. Dit is een pragmatische oplossing. - De Vocatex is in de eerste plaats een beeldschermloep want je moet slechtziend zijn om er mee te kunnen werken, voor blinden is het geen hulpmiddel. Blinden zijn gebaat met een zuiver voorleestoestel zonder beeldschermloepfunctie. Foto: Quartz HD 1.1. Zonder computeraansluiting Een beeldschermloep tafelmodel zonder computeraansluiting is een elektronisch vergrotingshulpmiddel met een camera, een beeldscherm en de nodige elektronica voor beeldvergroting, scherpstelling en contrasverbetering (zwart-wit weergave, kleurenweergave, positief of negatief beeld). Een beeldschermloep tafelmodel zonder computeraansluiting is al dan niet voorzien van een handmatig beweegbaar leesplateau. Meer informatie is te vinden in de keuzewijzer van het Kenniscentrum Hulpmiddelen Foto: Videomatic RP 102

103 1.2. of: voor aansluiting op bureaucomputer inclusief leesplateau en beeldscherm Dit is een elektronisch vergrotingshulpmiddel dat bestaat uit: - een camera, - een beeldscherm - een handmatig beweegbaar leesplateau, - de nodige elektronica voor beeldvergroting, scherpstelling en contrastverbetering (zwart-wit weergave, kleurenweergave, positief of negatief beeld) - een aansluiting voor de monitoruitgang van een computer. - optioneel bijgeleverd handmatig beweegbaar leesplateau Aanvragen voor een automatisch leesplateau kunnen aan de bijzondere bijstandscommissie worden voorgelegd in het kader van een ZUZ of: voor aansluiting op laptop exclusief beeldscherm Dit is een elektronisch vergrotingshulpmiddel dat bestaat uit: - een compacte camera met usb-aansluiting, - soft- en/of hardware voor beeldvergroting, scherpstelling en contrastverbetering (zwart-wit weergave, kleurenweergave, positief of negatief beeld). Een beeldschermloep tafelmodel voor aansluiting op laptop exclusief beeldscherm kan al dan niet voorzien zijn van hardware waarmee de camera rechtstreeks kan gekoppeld worden aan een tvtoestel of losse monitor en al dan niet met de mogelijkheid om met de camera ook in de verte te kijken. Optioneel kan een handmatig beweegbaar leesplateau bijgeleverd worden. Beeldschermloep tafelmodel voor aansluiting op laptop (exclusief beeldscherm) is een lees- en schrijfhulpmiddel dat een slechtziend persoon op één of meer vaste werkplekken kan gebruiken. Naast lezen en schrijven, kan dit hulpmiddel ook worden ingezet voor andere huiselijke activiteiten (hobby, huishouden, ). Met deze beeldschermloep kan men ook beelden vastleggen, die men dan kan opslaan in het geheugen van de laptop. Bij een beeldschermloep voor aansluiting op laptop wordt een draagbare pc gebruikt om het vergrootte beeld van de camera weer te geven. Software op de laptop zorgt voor de beeldbewerkingen. In veel gevallen is het mogelijk om een gedeelte van het laptopscherm te gebruiken voor camerabeeld en een ander deel voor computerbeeld. In de praktijk opteren de meeste gebruikers er echter voor om ofwel met schermvullend computerbeeld ofwel met schermvullend camerabeeld te werken. De camera staat doorgaans op een statief, maar is soms ook als handcamera uitgevoerd. Foto: 2. Draagbare beeldschermloep met eigen scherm Draagbare beeldschermloepen bevatten een camera en een scherm in één behuizing. Ze werken op batterijen. Onder sommige modellen kan er ook geschreven worden. De pocketmodellen zijn zo klein dat ze kunnen meegenomen worden in de jaszak, de handtas of aan een riemclip. Sommige modellen kunnen het beeld bevriezen en onthouden. 103

104 Een draagbare beeldschermloep is bedoeld voor slechtzienden die onderweg nood hebben aan meer contrast en vergroting dan bereikt kan worden met een zuiver optisch hulpmiddel (loepenbril, vergrootglas, lichtloep). Typische teksten die met het toestel gelezen worden, zijn formulieren, prijsaanduidingen, productomschrijvingen, verpakkingen en menukaarten in de bank, het postkantoor, de supermarkt of het restaurant. Kiezen voor een draagbare beeldschermloep is altijd een compromis maken tussen draagbaarheid en bruikbaarheid. Door de afmetingen van een draagbare beeldschermloep kan maar een beperkte vergroting bekomen worden. Daardoor is dit soort beeldschermloep niet voor iedere slechtziende geschikt. Uitproberen brengt uitsluitsel. Een draagbare beeldschermloep moet in de regel gezien worden als een aanvulling op een tafelmodel en niet als vervanging. Foto: beeldschermloep draagbaar model beperkte pocketbeeldschermloep met ingebouwd scherm, vergroting 3. Computer bedienen 3.1. Monitorarm Een monitorarm is een beweegbare steun waarop de computermonitor vastgeschroefd wordt. De steun wordt bevestigd op de tafel en laat toe dat het beeldscherm voor- en achteruit, op en neer en links en rechts kan bewogen worden. In sommige situaties is het voor een slechtziende computergebruiker, omwille van het beeldoverzicht, aangewezen om tijdelijk het beeld dichterbij te halen in plaats van de vergroting te verhogen. Daarom vormt de monitorarm voor een aantal slechtziende computergebruikers een hulpmiddel ter aanvulling op het vergrotingsprogramma. Foto: monitorarm 3.2. Software beeldvergroting: Beeldvergrotingssoftware is software die het beeld van het computerscherm vergroot en verandert naar de gewenste lay-out. Vele programma s kunnen tevens de kleuren op het scherm veranderen voor een beter contrast en helderheid. 104

105 Bekende voorbeelden van software voor beeldvergroting zijn Zoomtext en Lunar Vergrotingssoftware zonder spraakondersteuning Vergrotingssoftware zonder spraakondersteuning is een programma dat het schermbeeld van een computer (Windows, Mac, Linux) uitvergroot in een door de gebruiker instelbare vergrotingsfactor. Vergrotingssoftware zonder spraakondersteuning is al dan niet voorzien van andere instellingen die de toegankelijkheid verhogen, zoals: - tekst voor- en achtergrondkleur, - extra benadrukking van de muispijl en cursor (vorm, kleur, grootte, ), - vetter maken van de tekst, - leesfuncties (lichtkrant, ). Vergroten betekent automatisch dat er een verlies aan overzicht optreedt. Vergrotingssoftware heeft functies die het verlies aan overzicht trachten te compenseren. Het komt erop neer dat hierbij het vergrootte beeld en niet vergrootte beeld samen getoond worden. Ook een groter beeldscherm kan helpen om het verlies aan overzicht te compenseren. Bij een hernieuwing moet eerst nagegaan worden of er voor het bestaande pakket een upgrade bestaat vooraleer overgegaan wordt tot de aankoop van een nieuw pakket. Foto: vergrotingssoftware zonder spraakondersteuning Vergrotingssoftware met spraakondersteuning Indien er naast beeldvergrotingssoftware ook spraakondersteuning nodig is, kan gekozen worden voor pakket van het type Lunar Plus (maar evengoed voor ZoomText Magnifier/ScreenReader of andere pakketten). Met deze versie van Lunar is een combinatie met spraakondersteuning mogelijk (BrightSpeech of Real Speak). Voor de Brightspeech of de RealSpeak kan men bijkomend het refertebedrag voor Spraaksyntheseprogramma (punt 11.) toekennen. In de Lunar Plus zit standaard ook wel een spraaksynthesesoftware, maar die spreekt geen behoorlijk Nederlands. Ook bij ZoomText Magnifier/ScreenReader wordt een spraaksynthesesoftware meegeleverd, maar die spreekt helemaal géén Nederlands. Een bijkomende, behoorlijk Nederlands sprekende spraaksynthesesoftware is bijgevolg noodzakelijk. ZoomText en Lunar zijn de twee meest bekende vergrotingsprogramma s, maar we mogen ons niet beperken tot deze twee. Lunar Plus heeft naast de eigenschappen van Lunar de mogelijkheid om de tekst op het scherm om te zetten in spraak. Een combinatie met een apart spraaksyntheseprogramma is aangewezen. Hetzelfde geldt voor ZoomText Magnifier/ScreenReader. De beeldvergrotingssoftware Lunar en LunarPlus wordt ook aangeboden in een Pen Editie (ook wel eens een extra licentie van LunarPlus genoemd). Dit is een draagbare USB stick waarmee je op eender welke pc het beeldvergrotings-programma kan gebruiken. De toegang tot het programma is niet gebonden aan de computer maar aan de Dolphin Pen van de persoon. Als de persoon de computer gebruikt heeft, hoeft hij simpelweg de USB stick te verwijderen en de toegang tot het programma wordt verbroken. 105

106 De opleg voor licenties voor LunarPlus kunnen naar de BBC gestuurd worden indien die gemotiveerd werd. Een gewone vermelding op de offerte volstaat niet. Foto: Lunar Plus Guide-software Guide is een applicatie met een speciale en eenvoudige menustructuur. Het is een soort schil over Windows. Het is vooral geschikt voor mensen die niet meteen computervaardig zijn, maar toch met de computer willen werken voor bijvoorbeeld communicatie en administratie. Guide bevat onder meer onderdelen voor het maken van brieven, het schrijven en beheren van account en een adresboek. De gebruiker wordt bij iedere stap geholpen door middel van aanwijzingen en een menu dat alleen de items bevat die op dat moment relevant zijn. Guide beschikt standaard over een vergrotingsfunctie en kan naar keuze worden geleverd met een spraaksynthesizer en scansoftware. Een scanner is niet inbegrepen. De software omvat , brieven en documenten, websites bekijken, scannen en voorlezen, adresbeheer, muziek afspelen, kalender, spraakmemo s, rekenmachine, scannen en vergroten, kopiëren, bestandsbeheer, Internetnieuwslezer (de zogenaamde RSS feeds) en de nodige aanpassingsmogelijkheden om de te gebruiken menu s individueel aan te passen. Guide biedt dus een complete werkomgeving, maar blijft eenvoudig in gebruik. De spraaksynthesizer waarvan sprake is, is spraaksynthesesoftware in de drie talen: Nederlands, Engels en Frans, die allen worden geleverd. De Engelse producent richtte zich bij de ontwikkeling vooral op slechtziende en blinde mensen die het moeilijk vinden om met de computer te werken, maar dat toch minimaal willen doen. Personen die dus moeilijk overweg kunnen met ingewikkelde besturingssystemen zoals Windows, kunnen via deze applicatie wel gebruik maken van onder andere , tekstverwerking, internet en allerlei mediatoepassingen. De twee hoofdfuncties die het pakket bevat, vergroting en spraakondersteuning, kan het VAPH vergoeden via het refertebedrag voor vergrotingsoftware met spraakondersteuning. De ingebouwde functies zoals agenda, memorecorder en rekenmachine staan ook apart vermeld in de refertelijst. Omdat de persoon ook buiten de woning over deze hulpmiddelen moet kunnen beschikken, is een cumul van tegemoetkomingen mogelijk. De andere nevenfuncties zoals bijvoorbeeld de internetnieuwslezer, de tekstverwerker, het adresboek en de kalender zitten ook vervat in gangbare pakketten zoals Windows. Ze hoeven echter niet in mindering te worden gebracht. Het is immers onmogelijk te bepalen wat hun aandeel is in de kostprijs, die sowieso al laag ligt Andere noodzakelijke aanpassingen pc: toetsenbordstickers, toetsenbordhoes, toetsenbord met grote en/of contrastrerende letters Zie bij AB punt 1.1. en punt

107 3.4. Spraaksyntheseprogramma Er bestaan spraaksyntheseprogramma s (of zogenaamde text-to-speechprogramma s, TTS) die met name ontwikkeld zijn voor visueel gehandicapten. De functie van een spraaksyntheseprogramma (of spraaksynthesesoftware) is het genereren van kunstmatige (synthetische) spraak met behulp van de geluidskaart, die in elke hedendaagse pc (bureau- of draagbare uitvoering) standaard aanwezig is. Spraaksyntheseprogramma's op zich zijn niet voldoende om een sprekende pc te bekomen. Deze programma's moeten gestuurd worden door bijvoorbeeld een schermuitleesprogramma zoals Supernova of Jaws (zie punten 13,14 en 15) of een vergrotingsprogramma met spraakondersteuning zoals Lunar Plus (zie punt 9.4. bij Aanvulling Zicht, Communicatie) die de nodige codes naar het spraaksyntheseprogramma sturen om het te laten spreken. Vele van deze spraaksyntheseprogramma s kunnen eveneens gebruikt worden ter ondersteuning van de communicatie voor personen met een spraakstoornis. Enkele voorbeelden van spraaksyntheseprogramma's: RealSpeak, Brightspeech, Orpheus, Infovox, Eurovocs. Docreader* (tekstverwerker met RealSpeak), Fluency, Desktop Pro. Combinatie van software en hardware Wat kan niet: 1. Een cumul van een tekstherkenningsprogramma (=software) met een autonoom tekstherkenningssysteem (= voorleesmachine; hardware-oplossing). 2. Een tegemoetkoming voor gewone scanner (basisuitrusting). 3. Cumul: beeldschermloep + autonoom tekstherkenningssysteem (=voorleesmachine). Opgelet: Er zijn situaties waarin deze cumul wel te motiveren is, nl.: een slechtziend persoon die zeer snel moe wordt van het lezen op een beeldschermloep en dan overschakelt op een voorleesmachine. In dergelijke gevallen kan je deze cumul dus wel toestaan. Wat kan wel: Indien voldoende gemotiveerd en verantwoord op grond van de gebruiksfrequentie: Cumul: beeldschermloep (tafelmodel, compact, koffer, enz.) + aanpassingen PC zoals bv. spraaksynthesesoftware/software beeldvergroting/speciale monitor. De beeldschermloep heeft op zich niets te maken met eventuele aanpassingen die de PC worden aangebracht. Er kan dus enerzijds een beeldschermloep (monitor inbegrepen) op de bureau geplaatst worden met daarnaast dan een computer met een monitor, beeldvergrotingssoftware, een scanner en alle andere computerbenodigdheden zolang de combinatie logisch blijft. 107

108 REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Brailleschrijfmachine Met een brailleschrijfmachine kunnen brailletekens in het braillepapier worden gedrukt, waardoor de puntjes van het brailleschrift ontstaan. Het toestel heeft zes toetsen, waarmee in één aanslag de puntjes voor één teken worden gezet, met een zevende toets kan men een spatie invoegen. Enkele voorbeelden: Blista, Perkins, Tatrapoint Foto: Perkins Brailler 2. Notitietoestel voor niet-zienden Met een notitietoestel voor niet-zienden kunnen blinde personen notities nemen in braille. Dit geldt voor de situaties waar een goedziende persoon pen en papier zou gebruiken. Deze notities worden opgeslagen in het geheugen van het notitietoestel en kunnen nadien opnieuw geraadpleegd worden. Een notitietoestel kan verbonden worden met de computer zodat enerzijds de ingebrachte gegevens verder op de computer verwerkt kunnen worden en anderzijds ook bestanden van de computer in het geheugen van het notitietoestel kunnen opgeladen worden. Dit toestel wordt bijvoorbeeld vaak gebruikt tijdens vergaderingen. Opmerking: Veruit de meeste toestellen zijn standaard voorzien van spraakweergave als controle van de datainvoer. Het refertebedrag voor Notitietoestel voor niet-zienden is bijna steeds voldoende om de kostprijs volledig te subsidiëren zodat het refertebedrag voor Spraaksyntheseprogramma niet bijkomend dient toegekend te worden. Enkele voorbeelden: Euroscope (gewone versie zonder brailleleesregel), Braille Lite, Pacmate. - De Euroscope bevat ook nog een wetenschappelijke rekenmachine, een uurwerk en een agendafunctie. Voor deze functies worden geen extra refertebedragen in aanmerking genomen. - Praktisch bij de uitbetaling: bij uitbetaling van de refertebedragen begin je eerst met het hoogste refertebedrag. Foto: Euroscope CE, Euroscope CE 20 en Euroscope CE

109 2.1. Notitietoestel met spraakweergave Een notitietoestel met spraakweergave is een compact elektronisch notitiehulpmiddel dat uitgerust is met een braille- of standaardtoetsenbord (om de notities in te typen), een intern geheugen (dat de notities bewaart) en een spraaksyntheseprogramma (waarmee je de notities achteraf kan consulteren). Een notitietoestel is al dan niet voorzien van andere functies zoals een adressenboek, een agenda, een klok, Indien gekozen wordt voor een toestel met een brailletoetsenbord is kennis van het brailleschrift een vereiste. De opgeslagen notities kunnen achteraf op een computer of laptop verwerkt worden. Voor een blinde die geen computergebruiker is, is een notitietoestel, aangevuld met een voorleestoestel tafelmodel, een 40-cellige brailleleesregel en een brailleprinter een oplossing om te communiceren met tekst (eigen nota s nemen, lezen en afdrukken en gedrukte teksten lezen). Indien de zorgvrager kan aantonen nood te hebben aan een notitietoestel met meer dan 24 braillecellen, dan kunnen de refertebedragen voor enerzijds een notitietoestel met spraakweergave en anderzijds een brailleleesregel met 40 cellen gecombineerd worden. In dit geval kan de zorgvrager geen extra tegemoetkoming meer krijgen voor een afzonderlijke 40- of 80-cellige brailleleesregel. Het is desgevallend de bedoeling dat hij zijn notitietoestel met 40 braillecellen ook als brailleleesregel voor zijn computer gebruikt. Foto: 2.2. Notitietoestel met brailleweergave Een notitietoestel met brailleweergave is een compact elektronisch notitiehulpmiddel dat uitgerust is met een braille- of standaardtoetsenbord (om de notities in te typen), een intern geheugen (dat de notities bewaart) en een brailleleesregel (waarmee je de notities achteraf kan consulteren en controleren). Een notitietoestel met brailleweergave is al dan niet voorzien van andere functies zoals spraakweergave, een adressenboek, een agenda, een klok, De versies Euroscope 20 en Euroscope 40 hebben een ingebouwde brailleleesregel met respectievelijk 20 en 40 braillecellen. Enkel de 40-cellige brailleleesregel beschikt over een volwaardige brailleleesregel. Euroscope 20 = refertebedrag notitietoestel (enkel BBC indien sprake van ZUZ). Euroscope 40 = refertebedrag notitietoestel + refertebedrag brailleleesregel Onderhoudskosten notitietoestel met brailleweergave Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel Herstellingskosten notitietoestel met brailleweergave Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 109

110 3. Computer bedienen 3.1. Brailleleesregel met 40 cellen De brailleleesregel of ook wel brailleregel genoemd, is hardware die een standaard computermonitor vervangt. Een brailleleesregel presenteert de tekst die op het scherm verschijnt in braille door middel van elektronisch aangestuurde braillepennetjes. De doelgroep voor een brailleleesregel zijn blinde en zeer slechtziende computergebruikers die het brailleschrift kennen of die concrete plannen hebben om op korte termijn braille aan te leren. Deze aanpassing maakt informatie toegankelijk van computers voor blinde gebruikers die het brailleschrift beheersen. Het is een plat toestel dat je meestal onder of voor je toetsenbord kan zetten. Enkele voorbeelden: Braillex, Brailloterm, Cyberbraille, Satellite Zie ook punt 1.5.: Euroscope 40: notitietoestel met ingebouwde brailleleesregel. Foto: Braillex EL 2D Brailleleesregel met 80 cellen Veertig cellen zijn gangbaar voor gewoon gebruik bij een (draagbare) computer. Tachtig cellen zijn aangewezen voor personen die intensief met teksten bezig zijn of veel informatie tegelijk beschikbaar wensen te hebben. Met 80 cellen is men in staat meer woorden in één keer te lezen. Minder dan 40 cellen zijn aangewezen wanneer draagbaarheid belangrijk is, bijvoorbeeld bij braillenotitietoestellen. Een aantal cellen dat varieert tussen 40 en 80 wordt als compromis gebruikt om enerzijds de kostprijs te drukken en anderzijds toch maximale leesbaarheid na te streven. Enkele voorbeelden: Braillex, Pegasus, Satellite Foto: Alva 584 Satellite Pro Onderhoudskosten brailleleesregel Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel Herstellingskosten brailleleesregel Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 110

111 3.3. Brailleprinter Dit is een printer waarmee een tekst in braille kan worden geprint. Er zijn brailleprinters die gebruik maken van kettingpapier en van losse, wat dikkere vellen. Er zijn printer die langs beide kanten van het papier kunnen drukken, de zogenaamde dubbelzijdige (interpoint) brailleprinters. Dubbelzijdige printers zijn duurder dan de modellen die langs één zijde van het papier drukken. Het printen maakt veel lawaai. Enkele voorbeelden: Braillo, Index, Thiel Foto: Index Everest D Herstellingskosten brailleprinter Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 3.4.Spraaksyntheseprogramma Zie bij AZ punt Schermuitleesprogramma s voor bureaucomputers en laptops Het schermuitleesprogramma is een programma dat permanent in de achtergrond op de pc draait en dat ervoor zorgt dat de spraaksynthesizer en/of de brailleleesregel continu de juiste informatie uit het Windows schermbeeld toegespeeld krijgen. Zonder een schermuitleesprogramma kan je met een spraaksynthesizer of brailleleesregel niets doen op een Windows computer. Een schermuitleesprogramma geeft immers niet enkel de tekst door naar de leesregel en/of spraaksynthesizer, maar geeft ook informatie door over de grafische elementen op het scherm. Daarnaast biedt het schermuitleesprogramma heel wat navigatiefuncties om je weg te vinden op het bureaublad, in mappen, in Word-documenten, op internetpagina's,...voor mensen die van slechtziendheid naar blindheid evolueren en daarom het brailleschrift aanleren, kan het zinvol zijn als het schermuitleesprogramma ook vergrotingsmogelijkheden biedt. Voor software worden geen onderhoudskosten betaald. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Jaws, Window Eyes, Cobra en Supernova. 4. Tekstherkenningsprogramma met scanner (tekstherkenningssysteem o.b.v. standaard PC) Een tekstherkenningsprogramma en de bijhorende scanner vormen samen een hulpmiddel dat blinde en zeer slechtziende computergebruikers in staat stelt om gedrukte papieren documenten te lezen. Het hulpmiddel scant, herkent en maakt de gedrukte tekst vervolgens toegankelijk. De persoon dient wel te beschikken over een computer en een standaard scanner. Een hardware alternatief voor een tekstherkenningssoftware is een autonoom tekstherkenningssysteem. Voorbeelden van tekstherkenningssoftware: Cicero Text Reader 2.0, FineReader Pro, OmniPage Pro, Open Book, Kurzweil

112 Kurzweil Light bevat geen tekstherkenning, maar enkel spraaksynthese. Indien deze software gevraagd wordt, kan het refertebedrag voor spraaksyntheseprogramma gegeven worden. Kurzweil 3000 is een tekstherkenningsprogramma voor personen met leer- en/of leesproblemen. Het wordt soms ingezet voor kinderen met een ernstige vorm van dyslexie. Vanaf het schooljaar behoort dit tot de bevoegdheid van het Departement Onderwijs (zie aparte infonota over dit onderwerp). 5.Voorleestoestel tafelmodel De functie van een voorleestoestel tafelmodel (ook autonoom tekstherkenningssysteem genoemd of scanner voor blinden of gewoon voorleesapparaat) is het scannen, herkennen en voorlezen van gedrukte teksten. Het apparaat profileert zich als een dagelijks hulpmiddel voor het lezen van uw briefwisseling, teksten, boeken, enzovoort. Uitvoering: in één behuizing zijn een scanner, een pc, tekstherkenningssoftware en spraakweergave samengebracht met de bedoeling een eenvoudig bedienbaar voorleesapparaat te bekomen. Er zijn modellen met een los bedieningstoetsenbord, terwijl bij anderen de bedieningsknoppen zich in de behuizing zelf bevinden. Bij sommige uitvoeringen kan de ingebouwde computer gebruikt worden door het aansluiten van een toetsenbord, een muis en een beeldscherm. Sommige modellen beschikken over een ingebouwde cd-speler voor het beluisteren van gesproken boeken in het Daisyformaat. Meer info: KOC-keuzewijzer 'Overzicht geavanceerde hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden'. Enkele voorbeelden: EasyReader, Sensotec Reporter, Poët, Sara Foto: Reporter Smart 6.Communicatietoestel voor doofblinden Een voorbeeld van een communciatietoetsel voor doofblinden is de Screen Braille Communicator (SBC). De SBC is een hulpmiddel dat communiceren zonder lichamelijk contact in twee richtingen mogelijk maakt tussen een doofblinde braillelezer en een ziende. Het toestel beschikt aan de ene zijde over een brailletoetsenbord, twee functietoetsen en acht achtpunts braillecellen die door de doofblinde gebruikt worden en aan de andere zijde over een qwertytoetsenbord en een LCD-scherm voor de ziende communicatiepartner. Wanneer de doofblinde tekst intikt op het brailletoetsenbord kan de ziende deze tekst lezen op het LCD-scherm. Als de ziende tekst intikt op het qwertytoetsenbord kan de doofblinde deze tekst lezen op zijn braillecellen. 112

113 REFERTELIJST 10 AANVULLING / VERVANGING - SPRAAK (AS) 1. Dynamische systemen (toestel met communicatiesoftware en spraaksynthese) Opmerking: Upgrade software dynamisch communicatietoestel 1.1. Aanvulling: Uitbreidingsmodules voor communicatiesoftware (per stuk, max. 2) Extra sleutel (licentie) Extra taal Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) 2.Teksttoestellen (toestel met synthetische spraak) (vanaf ) 2.1.Aanvulling: Extra taal (vanaf ) 3.Aanvullende uitrusting bij draagbare computer gebruikt als communicatietoestel 3.1. Communicatiesoftware 3.2. Extra sleutel (licentie) 3.3. Extra taal 3.4. Synthetische stem 3.5.Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) 4.Bijhorigheden (voor de in deze lijst vermelde communnicatietoestellen): 4.1. Schakelaars, afdekplaten, 4.2. Extra batterijen batterijladers 4.3. Adapter 4.4. Tafelstatieven 4.5. Rolstoelstatieven 4.6. Andere statieven 4.7. Andere (draagtas, kabels, ) 5. Stemversterker 113

114 REFERTELIJST 12 AANVULLING INTELLECTUELE EN ANDERE MENTALE FUNCTIES (AM) Indienststelling 1.Statische systemen: (max. tweemaal refertebedrag) 1.1. Met één boodschap (max. tweemaal refertebedrag en maximaal één refertebedrag per stuk) (vanaf ) 1.2.Met meerdere boodschappen 1.3.Aanvulling: Software voor de aanmaak van papieren communicatiekaarten (vanaf ) Symbooldatabank (max.1) (vanaf ) 2.Aanvullende uitrusting bij draagbare computer gebruikt als communicatietoestel 2.1. Communicatiesoftware 2.2. Extra sleutel (licentie) 2.3. Extra taal 2.4. Synthetische stem 2.5.Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) 3. Dynamische systemen (toestel met communicatiesoftware en spraaksynthese) Opmerking: Upgrade software dynamisch communicatietoestel 3.1. Aanvulling: Uitbreidingsmodules voor communicatiesoftware (per stuk, max. 2) Extra sleutel (licentie) Extra taal Symbooldatabanken (per stuk, max. 2) 4.Bijhorigheden (voor de in deze lijst vermelde communnicatietoestellen): 4.1. Schakelaars, afdekplaten, 4.2. Extra batterijen batterijladers 4.3. Adapter 4.4. Tafelstatieven 4.5. Rolstoelstatieven 4.6. Andere statieven 4.7. Andere (draagtas, kabels, ) 114

115 Indienststelling Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen installatie en indienststelling. Installatie is de fysieke levering van het toestel en het technisch gebruiksklaar maken ervan door de leverancier, zoals het plaatsen of monteren van het toestel in de gewenste positie (via statief op de rolstoel ), zorgen dat alle elektronische verbindingen werken, enz. Installatiekosten kunnen slechts in aanmerking worden genomen voor toestellen, waarvoor technische kennis en technische aanpassingen nodig zijn om het toestel (technisch) gebruiksklaar te maken, zoals bij de plaatsing van een aangepast en uitgebreid domotica- of omgevingsbedieningssysteem of een dynamische communicatietoestel dat op statief (op rolstoel,...) dient geplaatst te worden. Onder indienststelling wordt verstaan het instellen van het toestel in functie van de persoonlijke noden en behoeftes van de gebruiker zoals het aanmaken van individuele communicatiekaarten voor een dynamisch communicatietoestel via de beschikbare sofware. Indienststelling wordt in tegenstelling tot installatie beschouwd als een vorm van dienstverlening en dient derhalve geweigerd te worden op basis van het artikel 7,2. Er dient ook opgemerkt dat de producent van communicatietoestellen Jabbla (Tellus) regelmatig opleidingen geeft over Mind Express, waarbij grondig wordt ingegaan op het leren uitwerken van communicatiekaarten, het gebruik van Mind Express, enz. 115

116 DOMEIN AANGEPASTE STOELEN EN TAFELS REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Meerkosten van een kinderstoel, die aan de functiebeperkingen is aangepast, met positioneringsvoorzieningen (inclusief bijhorend voorzettafeltje) 2.Meerkosten van werk- of bureaustoel, bedoeld voor volwassenen, die aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen: A.Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren 3.Trippelstoel, bedoeld voor volwassenen, voorzien van elk van de volgende functies of aanpassingen: A. Vierwielonderstel met vrije beenruimte voor trippelfunctie B. Vaste zit, centrale rem o wielen te blokkeren C. Zitdiepte en zithoogte instelbaar of ingesteld op de noden van de gebruiker REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1.Meerkosten van een kinderstoel, die aan de functiebeperkingen is aangepast, met positioneringsvoorzieningen (inclusief bijhorend voorzettafeltje) 2.Meerkosten van een tafel die of een bureau dat aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van volgende functies of aanpassingen: hoogteverstelling (rolstoelonderrijdbaar), buikuitsparing, kantelbaar blad 3.Meerkosten van werk- of bureaustoel, bedoeld voor volwassenen, die aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen: A.Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren REFERTELIJST 5 AANVULLING - RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1. Meerkosten van een kinderstoel, die aan de functiebeperkingen is aangepast, met positioneringsvoorzieningen (inclusief bijhorend voorzettafeltje) 2.Meerkosten van werk- of bureaustoel, bedoeld voor volwassenen, die aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen: A.Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren 3.Trippelstoel, bedoeld voor volwassenen, voorzien van elk van de volgende functies of aanpassingen: A. Vierwielonderstel met vrije beenruimte voor trippelfunctie B. Vaste zit, centrale rem o wielen te blokkeren C. Zitdiepte en zithoogte instelbaar of ingesteld op de noden van de gebruiker 116

117 REFERTELIJST 3 AANVULLIING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Meerkosten van kinderstoel, die aan de functiebeperkingen is aangepast, met positioneringsvoorzieningen (inclusief bijhorend voorzettafeltje) Een aangepaste stoel voor kinderen met een handicap is een stoel die meer ondersteuning biedt dan de standaard stoel. De stoel is uitgerust met extra positioneringstoebehoren zoals bijvoorbeeld instelbare armsteunen, beensteunen, een voetenplank, een hoofdsteun of een steunbiedend voorzettafeltje. Opmerking: een eenvoudig triptrap-stoeltje, dat niet is aangepast aan functiebeperkingen, kan niet vergoed worden. Bij twijfel over het type van stoel dien je bijkomende informatie op te vragen. Enkele voorbeelden van een kinderstoel met positioneringstoebehoren: Child's chair RS, Cocoon, Giraffe, Jenx Beta, Sunbeam, Tiger, Timo. Foto: Jenx Beta Foto: gewoon triptrapstoeltje (niet subsidieerbaar) 1. Meerkosten van werk- of bureaustoel, bedoeld voor volwassenen, die aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen: A. Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren Zie ook bijlage III bij het besluit Een aan een functiebeperking aangepaste stoel kan noodzakelijk zijn indien de persoon problemen heeft met het zitten en een standaard ergonomische werk- of bureaustoel voor hem of haar niet volstaat. Er is een zitprobleem als bijvoorbeeld sprake is van een balansprobleem, ernstige scoliose, spasticiteit of van een bewegingsbeperking in knie, bekken of wervelkolom. In de praktijk zal het meestal gaan om gecombineerde problematiek waarbij, naast functiebeperkingen van de benen, ook sprake is van functieproblemen t.h.v. van de bovenste lichaamshelft. Vanaf 1 januari 2014 verduidelijkt de refertelijst en bijlage III van het besluit ook welke werk- en bureaustoelen via de refertelijst kunnen vergoed worden. Het betreft werk- of bureaustoelen voor volwassenen, voorzien van één of meer van de volgende functies of aanpassingen: A. Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren Er kan een tegemoetkoming verleend worden in de kosten voor een aangepaste werk- of bureaustoel aan personen die geen functionele zithouding kunnen bewaren in een standaard ergonomische werkof bureaustoel of die onvoldoende kracht of coördinatie hebben om te gaan zitten op of op te staan 117

118 uit een standaard ergonomische werk- of bureaustoel en die voor hun verplaatsing binnenshuis niet afhankelijk zijn van een elektronische rolstoel. Een standaard ergonomische werk- of bureaustoel is een werk- of bureaustoel waarvan de maten en het instelbereik van de zitinclinatie vallen binnen de onderstaande standaardmaten : 1 zit : - zithoogte : van 41 cm tot en met 55 cm; - zitdiepte : van 38 cm tot en met 48 cm; - zitinclinatie : tot en met 7 achterwaarts of tot en met 3 voorwaarts; 2 rug : - rugbreedte : van 36 cm tot en met 46 cm; - middelpunt lendensteun : van 17 cm tot en met 23 cm boven de zitting Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke stoel er een tegemoetkoming wordt gevraagd en worden de functies of aanpassingen, vermeld in de refertelijst, beschreven. Er wordt ook aangetoond dat de gekozen stoel een oplossing biedt voor de problemen die hierboven worden vermeld. Er kan geen tegemoetkoming zijn voor een aangepaste werk- of bureaustoel als er al een tegemoetkoming werd toegekend voor een trippelstoel, tenzij aangetoond wordt dat de trippelstoel vervangen moet worden. 2. Trippelstoel, bedoeld voor volwassenen, voorzien van elk van de volgende functies of aanpassingen: A. Vierwielonderstel met vrije beenruimte voor trippelfunctie B. Vaste zit, centrale rem om wielen te blokkeren C. Zitdiepte en zithoogte instelbaar of ingesteld op de noden van de gebruiker Zie ook bijlage III bij het besluit Het agentschap kan een tegemoetkoming verlenen in de kosten voor een trippelstoel aan personen die wegens een zeer beperkte sta- of stapfunctie een aantal dagelijkse huishoudelijke taken zoals staand werk in de keuken, zittend moeten uitvoeren en zich daarbij zittend over kleine afstanden, vaak zijwaarts moeten verplaatsen. Een standaard ergonomische werk- of bureaustoel, of een gewone verrijdbare taboeret bieden geen oplossing voor de hierboven vermelde problemen. Een standaard ergonomische werk- of bureaustoel is een werk- of bureaustoel waarvan de maten en het instelbereik van de zitinclinatie vallen binnen de onderstaande standaardmaten : 1 zit : - zithoogte : van 41 cm tot en met 55 cm; - zitdiepte : van 38 cm tot en met 48 cm; - zitinclinatie : tot en met 7 achterwaarts of tot en met 3 voorwaarts; 2 rug : - rugbreedte : van 36 cm tot en met 46 cm; - middelpunt lendensteun : van 17 cm tot en met 23 cm boven de zitting Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke stoel er een tegemoetkoming wordt gevraagd en worden de functies of aanpassingen, vermeld in de refertelijst, beschreven. Er wordt ook aangetoond dat de gekozen stoel een oplossing biedt voor de hierboven vermelde problemen. Er kan geen tegemoetkoming zijn voor een trippelstoel als al een tegemoetkoming werd toegekend voor een aangepaste werk- of bureaustoel, tenzij aangetoond wordt dat de aangepaste werk- of bureaustoel vervangen moet worden. 118

119 Foto: trippelstoel 119

120 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Meerkosten van kinderstoel, die aan de functiebeperkingen is aangepast, met positioneringsvoorzieningen (inclusief bijbehorend voorzettafeltje) zie punt 1 bij AO. 2. Meerkosten van een tafel die of een bureau dat aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van volgende functies of aanpassingen: hoogteverstelling (rolstoelonderrijdbaar), buikuitsparing, kantelbaar werkblad Hiermee wordt een tafel of bureau bedoeld waarvan het werkblad op een ideale hoogte voor een rolstoelgebruiker kan ingesteld worden (hoogteverstelling). De juiste hoogte-instelling maakt ergonomisch werken mogelijk. Het tafelblad is voorzien van een buikuitsparing en is het eveneens kantelbaar wat het werken comfortabeler maakt. Tafels en bureaus komen slechts in aanmerking voor subsidiëring indien deze beschikken over aanpassingen en functies die als doel hebben een functiebeperking te compenseren. Deze functies zijn: hoogteverstelling, buikuitsparing en kantelbaar blad. Enkele voorbeelden: Corner Seat, Ergoswiss, Heathfield, Young Office System, Ergo SR (Barry Emons). Foto: Hoog-laag tafel Ergo SR van de firma Barry Emons. 3. Meerkosten van een werk- of bureaustoel, bedoeld voor volwassenen, die aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen: A. Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren Zie bij AO punt

121 REFERTELIJST 5 AANVULLING - RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1. Meerkosten van een kinderstoel, die aan de functiebeperkingen is aangepast met positioneringsvoorzieningen (inclusief bijhorend voorzettafeltje) zie punt 1 bij AO. 2.Meerkosten van een werk- of bureaustoel, bedoeld voor volwassenen, die aan de functiebeperkingen is aangepast, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen: A. Positioneringsaanpassingen en toebehoren (aangepaste armsteun, zijdelingse rompsteun, beensteun, (vaste/geïntegreerde) voetensteun, arthrodesezit, abductieklos, zadelzit, B. Maatvoering of instelbereik buiten standaardmaten C. Centrale rem om wielen te blokkeren Zie ook bijlage III bij het besluit Zie punt 2 bij AO. 3. Trippelstoel, bedoeld voor volwassenen, voorzien van elk van de volgende functies of aanpassingen: A. Vierwielonderstel met vrije beenruimte voor trippelfunctie B. Vaste zit, centrale rem o wielen te blokkeren C. Zitdiepte en zithoogte instelbaar of ingesteld op de noden van de gebruiker Zie ook bijlage III bij het besluit Zie punt 3 bij AO. 121

122 DOMEIN ANTI-DECUBITUSMATERIAAL REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Anti-decubituskussen 2. Anti-decubitusmatras 2.1. Statische matras 2.2. Wisseldrukmatras Herstellingskosten wisseldrukmatras 2.3. Wisseldrukmatras van het type PRI > 50 % / 11 cm Herstellingskosten wisseldrukmatras van het type PRI > 50% / 11 cm 122

123 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Anti-decubituskussen Decubituswonden ontstaan door druk, schuifkracht of een combinatie van beiden. Een antidecubituszitkussen is een zitkussen dat bestaat uit drukverlagende materialen (op het contactoppervlak met het lichaam), al dan niet op een kern van gewone foam en voorzien van een in 2 richtingen rekbare beschermhoes of incontinentiehoes. Drukverlagende materialen zijn - lucht in onafhankelijke of communicerende luchtcellen of buizen - visco-elastische foam (traagschuim) met een densiteit van minimaal 80kg/m³ en een dikte van minimaal 4 cm: enkel hiervan is het effect bewezen waardoor enkel dit aanvaard wordt. Luchtkussen Luchtkussens behouden hun drukverdelende eigenschappen als de gebruiker er scheef op zit of onderuit zit. Sommige luchtkussens hebben het nadeel dat de gebruiker er niet stabiel op zit. Sommige luchtkussens moeten frequent en precies bijgesteld (lucht bijpompen of aflaten) worden. Foamkussen Er bestaat geen eenduidigheid over het drukreducerend effect van foamkussens. Sommige foamkussens slagen erin de druk te doen afnemen, terwijl andere daar niet in slagen. De viscoelastische foamkussens behoren tot de betere drukreducerende kussens. Het drukreducerend vermogen van visco-elastische foamkussens is bij rechtopzittende personen vergelijkbaar met dat van luchtkussens. In een onderuitgezakte of schuingezakte zithouding is het drukreducerend vermogen van de visco-elastische foamkussens minder goed dan dat van de luchtkussens. Opmerking: Onderstaande kussens zijn niet doelmatig om decubitus te voorkomen of te bestrijden. Ringkussen Ringkussens zijn ook luchtkussens, maar beperken het contactoppervlak tot een kleine ring. Ringkussens kunnen soms schade veroorzaken in plaats van voorkomen. Zij veroorzaken oedemen en een hoge druk langs de zijkanten. Kussens waarbij het contactoppervlak verkleind wordt - wat het geval is voor een ringkussen - verhogen de druk en dus het decubitusrisico. Holle-vezelkussen De drukreductie van holle-vezelkussens is onbestaande of te beperkt om decubitus te voorkomen. Waterkussen Het waterkussen reduceert de druk in stabiele rechtopzittende houding. In een onderuit- of schuingezakte houding blijkt de druk op een waterkussen hoog te zijn. Daar stabiel zitten op een waterkussen bijna onmogelijk is, is het gebruik van een waterelement af te raden in de preventie van decubitus. Bovendien bestaat het gevaar voor afkoeling en onderkoeling van personen die zitten op een waterkussen. Dit komt niet in aanmerking voor vergoeding. Gelkussen Het gelkussen is een frequent gebruikt hulpmiddel in de preventie van decubitus. Toch blijkt het drukreducerend effect niet of onvoldoende aanwezig. Sommige gelkussens verhogen zelfs de druk in plaats van te doen afnemen. 123

124 Foto van een ringkussen Foto van een gelkussen Antidecubituskussens - RIZIV In eerste instantie moet een persoon met een handicap aankloppen bij het RIZIV om een tegemoetkoming voor een anti-decubituskussen te bekomen. Vroeger moest een anti-decubituskussen gelijktijdig met de aanvraag voor een rolstoel worden aangevraagd. Het RIZIV vergoedt sinds 1/11/2012 echter ook AD-kussens die niet gelijktijdig met de rolstoel worden aangevraagd. Zij onderscheiden vier subgroepen. De subgroepen 1 en 2 zijn de niet-individueel aanpasbare AD-kussens en subgroepen 3 en 4 zijn de individueel aanpasbare AD-kussens. De hernieuwingstermijn is niet voor alle subgroepen dezelfde: voor een niet-individueel aanpasbaar antidecubituskussen (verstrekking ) wordt de hernieuwingstermijn vastgesteld op 2 jaar; voor een niet-individueel aanpasbaar anatomisch gevormde antidecubituszit (verstrekking ) wordt de hernieuwingstermijn van de rolstoel gevolgd; voor individueel aanpasbaar antidecubituskussen (verstrekking ) wordt de hernieuwingstermijn vastgesteld op : - 3 jaar voor de gebruikers tot hun 18e verjaardag; - 4 jaar voor de gebruikers vanaf hun 18e verjaardag; voor individueel aanpasbaar antidecubituskussen type luchtkussen met celstructuur of Flow- Fluidgelkussen (verstrekking ) wordt de hernieuwingstermijn vastgesteld op : - 3 jaar voor de gebruikers tot hun 18e verjaardag; - 4 jaar voor de gebruikers vanaf hun 18e verjaardag. Tegemoetkoming VAPH voor kussens voor gebruik bij een mobiliteitshulpmiddel: Een AD-kussen dat binnen de hernieuwingstermijn van het vorige AD-kussen wordt aangevraagd omdat het onbruikbaar geworden is door bijvoorbeeld slijtage, kan door het VAPH vergoed worden indien de noodzaak is aangetoond. AD-kussens bijvoorbeeld voor gebruik in de zetel kunnen vergoed worden indien de noodzaak is aangetoond. Indien het RIZIV geen cumul toelaat van een bepaald type rolstoel en een AD-kussen, bvb. bij de manuele standaardrolstoelen, kan het VAPH het AD-kussen alsnog ten laste nemen indien zowel de rolstoel als het AD-kussen noodzakelijk zijn. Indien een AD-kussen gevraagd wordt dat niet is erkend door het RIZIV kan het VAPH een tegemoetkoming toekennen indien voldoende is aangetoond dat een AD-kussen noodzakelijk is en dat de persoon met een handicap niet kan volstaan met de door het RIZIV erkende ADkussens. De noodzaak van een AD-kussen bij gebruik van een tweede rolstoel hangt af van de gebruiksintensiteit van de rolstoel. Dit kan echter enkel noodzakelijk zijn wanneer het reeds gebruikte kussen van de eerste rolstoel niet zou kunnen worden gebruikt bij de tweede rolstoel. 124

125 Belangrijke elementen voor de motivering zijn onder andere: De redenen en de noodzaak waarom men de hernieuwing vraagt binnen de hernieuwingstermijn van het RIZIV, waarom men kiest voor een specifiek AD-kussen dat niet kan worden terugbetaald,. De datum vanaf wanneer een nieuw AD-kussen door het RIZIV kan gesubsidieerd worden. Behoort het nieuwe AD-kussen tot dezelfde groep (in de nomenclatuur) als het kussen dat vervangen moet worden of gaat het om een ander type? Modulair aanpasbaar rugsysteem Een modulair aanpasbaar rugsysteem is een soort van positioneringskussen voor de rug. Sinds 1 januari 2006 echter is er binnen het RIZIV een lijst van modulair aanpasbare rugsystemen goedgekeurd. Dit betekent dat personen met een handicap bij het RIZIV terecht kunnen voor dergelijke aanvragen en hiervoor dus niet langer een tegemoetkoming kunnen krijgen bij het VAPH. Deze regel is van toepassing op aanvragen vanaf 1 januari Een uitzondering hierop: mensen die zich voor de allereerste keer bij het VAPH laten inschrijven en die een aankoop hebben gedaan voor 1 januari Er kunnen in dit geval geen supplementen boven de nomenclatuur betaald worden. Een opleg van het VAPH bovenop de nomenclatuurwaarde van het RIZIV kan enkel voor rolstoelen. Positioneringskussens Aangezien het RIZIV sinds 1 januari 2006 een aantal AD-kussens en rugkussens heeft goedgekeurd, wordt voorgesteld om positioneringskussens die samen met een rolstoel aangevraagd worden te weigeren. Deze regel is van toepassing op aanvragen vanaf 1 januari Een uitzondering hierop: mensen die zich voor de allereerste keer bij het VAPH laten inschrijven en die een aankoop hebben gedaan voor 1 januari Opgelet! Positioneringskussens die niet samen met een rolstoel worden aangevraagd, kunnen wel goedgekeurd worden: die positioneringskussens kunnen beslist worden onderhoud, herstel en aanpassing. Opmerking: De bundels voor kussens die ons worden doorgestuurd, zijn rechtsgeldige aanvragen bij het VAPH. Hier geldt dus dezelfde afspraak als bij rolstoelen: De aanvraagdatum voor het anti-decubituskussen bij het Vlaams Agentschap is dezelfde als de initiële aanvraagdatum bij het RIZIV indien het RIZIV eerst geweigerd heeft. Het opvragen van een adviesrapport is niet noodzakelijk indien reeds een document van het RIZIV aanwezig is in het dossier. Wanneer de RIZIV-documenten echter onvoldoende informatie bevatten, kan het opvragen van een bijkomend adviesrapport nuttig zijn. Het is de dossierbehandelaar die afweegt of een adviesrapport al dan niet nodig is. 2. Anti-decubitusmatras Bij het bepalen van een decubitusrisico moet naast de risicoschaal rekening gehouden worden met de activiteit en de mobiliteit van betrokkene over 24 uur en een huidobservatie en -beoordeling. Voor personen met een langdurig hoog risico zijn matrassen nodig met een hogere effectiviteit. Deze matrassen vallen niet binnen de refertelijst en kunnen dus aan de BBC worden voorgelegd. Er bestaan twee vormen van drukreducerende matrassen: statische en dynamische matrassen. Beide systemen pogen het drukoppervlak (contactvlak tussen patiënt en systeem) te vergroten en zo de grootte van de druk en schuifkracht te verminderen. Anti-decubitusmatrassen met in 2 richtingen rekbare hoezen zijn doorgaans alleen te verkrijgen in de gespecialiseerde vakhandel. Visco-elastisch foam met een densiteit van minimaal 80kg/m³ en een dikte van minimaal 4 cm is aangewezen voor personen met een gewoon lichaamsgewicht. Visco-elastische matrassen kunnen de zelfredzaamheid verlagen. Sommige personen die zichzelf kunnen verleggen op een gewone matras, 125

126 kunnen dit soms niet meer op een visco-elastische foammatras of een luchtmatras. Dit moet uitgetest worden voor de matras wordt aangekocht. Voor obese (gewicht > 120kg) personen is een volledige matras met 10 cm traagschuim aangewezen. Opgelet! Om het drukreducerend effect van de matras te behouden is het gebruik van elastische hoes noodzakelijk. Een strak onderlaken, liggen op een glijlaken of op een tildoek is zeker niet aan te raden. Wissellighouding ter voorkoming van decubitus Een wissellig is het systematisch van lighouding veranderen waardoor alle punten waarop het lichaam steunt (de drukpunten) worden gewijzigd. In een wisselliggschema wordt best zoveel mogelijk rugligging ingebouwd en zo weinig mogelijk zijligging omdat zijligging de meeste druk geeft. In rugligging geeft de semi-fowler houding in 30 de minste druk en schuifkrachten. In zijlig is dat de 30 zijligging. Voor patiënten die geen wisselhouding kunnen krijgen, zijn wisseldrukmatrassen een zinvol en effectief alternatief Statische matras Een statische anti-decubitusmatras is een matras die bestaat uit drukverlagende materialen (op het contactoppervlak met het lichaam) al dan niet op een kern van gewone foam en voorzien van een in 2 richtingen rekbare beschermhoes of incontinentiehoes. Een statische anti-decubitusoplegmatras is een oplegmatras die bestaat uit drukverlagende materialen (op het contactoppervlak met het lichaam) voorzien van een in 2 richtingen rekbare beschermhoes of incontinentiehoes. Het drukverlagend materiaal in de matras of oplegmatras is visco-elastische foam (traagschuim) met een densiteit van minimaal 80kg/m³ en een dikte van minimaal 4 cm (enkel hiervan is de doelmatigheid bewezen) of lucht in onafhankelijke of communicerende luchtcellen of buizen. Op statische anti-decubitusmatrassen blijft systematische wisselhouding (minstens om de 4 uur) noodzakelijk. Bij rugligging moet gebruik gemaakt worden de van zwevende hielkussens. Om personen in 30 zijlig te positioneren kan gebruik gemaakt worden van een 30 positioneringskussen. Het uitvoeren van een systematische wissellighouding moet conform de anti-decubitusrichtlijn (ref) uitgevoerd worden. Opmerkingen: Een Tempurmatras kan onder statische matras geplaatst worden. Een watermatras of waterbed behoort tot het gamma van comfortmatrassen en is geen aangepast toestel of hulpmiddel voor personen met een handicap. Een watermatras is bovendien niet aangewezen bij decubitus. Een belangrijk nadeel van watermatrassen (of waterbedden) is dat spontane houdingsveranderingen van de persoon bemoeilijkt worden. Het kost veel meer inspanning om van houding te veranderen of veranderd te worden. Hierdoor verlengt de duur van immobilisatie en neemt het risico op decubitus toe. Indien een watermatras gevraagd wordt via de bijzondere bijstandscommissie weigert de commissie dan ook een subsidie te verlenen. 126

127 Foto: statische matras (Foammatras) 2.2. Wisseldrukmatras Een wisseldrukmatras is een matras met verschillende compartimenten of cellen waarbij de druk wijzigt door gebruik van een luchtpomp. Er bestaan eenvoudige, maar ook erg gesofisticeerde systemen. Een wisseldrukmatras of een wisseldrukoplegmatras is een matras die bestaat uit: - met lucht gevulde cellen (buizen) die afwisselend opgeblazen en leeg gezogen worden - voorzien van: bijhorende pomp en in 2 richtingen rekbare beschermhoes of incontinentiehoes. Een wisseldrukmatras is een een matras die een hoogte heeft van minimaal 10 cm om doelmatig te zijn en kan op een kern van gewone foam liggen. Een wisseldrukoplegmatras is een oplegmatras die een hoogte heeft van minimaal 9 cm om doelmatig te zijn Herstellingskosten wisseldrukmatras Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel Wisseldrukmatras van het type PRI > 50 % / 11 cm Zie ook bij 2.2. Wisseldrukmatras. Voor de wisseldrukmatras die voldoet aan de criteria drukopheffingsindex- Pressure relief Index (PRI) > 50 % en cellen van minstens 11 cm hoogte is een hoger refertebedrag voorzien. Foto: AlphaXcel Opmerkingen: Andere systemen met een nog betere drukopheffingscore vallen buiten deze categorie en dienen aan de BBC te worden voorgelegd. De noodzaak van dergelijke, zeer dure systemen dient grondig gemotiveerd te worden. Decubituspreventie is iets louter medisch. Met vragen kan u hieromtrent bij de medische cel van het VAPH terecht. 127

128 Continue-lage-druksystemen Matras bestaande uit één of meerdere componenten gevuld met lucht. Via sensoren wordt de druk in de componenten gemeten en geregeld door het laten ontsnappen van lucht of door het bijpompen van lucht. Low-Air-Loss (LALBS) Matras opgebouwd uit meerdere met lucht gevulde compartimenten en bestaande uit microscopisch geperforeerd materiaal. Er wordt continu lucht geblazen doorheen de compartimenten waarna door microscopisch kleine gaatjes de lucht weer ontsnapt. De druk in de compartimenten wordt continu aangevuld door een pomp Herstellingskosten wisseldrukmatras van het type PRI > 50% / 11 cm Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 128

129 DOMEIN TOILETSTOELEN REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Toiletstoelen REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Toiletstoelen 2. Douche- en/of toiletstoel met positioneringsvoorziening 129

130 REFERTELIJST 3 AANVULLING ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Toiletstoelen Zie Toiletstoelen 130

131 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Toiletstoel Zie AO, punt Douche- en/of toiletstoel met positioneringsvoorziening Zie Douche- en/of toiletstoel met positioneringsvoorziening Afspraken De refertelijst bevat een bedrag voor toilet- en douchestoelen. Deze stoelen zijn geschikt voor personen die beschikken over voldoende rompstabiliteit en die zelfstandig kunnen zitten. Voor personen die niet over voldoende rompstabiliteit beschikken en niet zelf kunnen zitten, kan een douche- en/of toiletstoel met positioneringsvoorziening een oplossing zijn. Dergelijke stoelen zijn voorzien van de nodige steun en fixatiemogelijkheden. Voor douchestoelen die ook als toiletstoel kunnen gebruikt worden (douche-toiletstoelen) en voorzien zijn van postioneringsmogelijkheden (Dukki van de firma Huka, douche-toiletstoelen Flamingo /2/3/4 van de firma R82 a/s, het Blue Wave toiletsysteem van de firma Rifton, enz.): is een apart refertebedrag voorzien. Een team vraagt via de BBC een op maat gemaakte sleutelgatstoel (soort toiletstoel met wielen en armsteunen om over het vast toilet te rijden) voor een persoon die verblijft in een tehuis nietwerkenden. Betrokkene heeft duidelijk nood aan dergelijk hulpmiddel voor toiletgebruik. De aangepaste toiletstoel valt onder aangepast sanitair. Artikel 7, BVR van 13/7/2001 (tenlasteneming in de VAPH-voorzieningen) spreekt niet expliciet over toiletstoelen, maar zegt wel dat aanpassing van de slaap-, leef- en badkamer met inbegrip van de eventuele aanvullende uitrusting voor tenlasteneming wordt uitgesloten. Bijgevolg is er vanuit IMB geen tegemoetkoming mogelijk. Om direct te weigeren, is er geen reglementaire basis (dus: voornemen). 131

132 DOMEIN DOUCHESTOEL, DOUCHERAAM, DOUCHEBRANCARD, DOUCHEWAGEN REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Douchestoel REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Douchestoel 2. Doucheraam of douchebrancard (zonder hoogteregeling) 3. Douchebrancard (met hoogteregeling) of douchewagen 4. Douche- en/of toiletstoel met positioneringsvoorziening 132

133 REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Douchestoel Zie ook Douchestoel Afspraken Er kan geen tegemoetkoming worden verleend voor een douchestoel en -wagen voor een persoon die verblijft in een voorziening. Personen met beperkte rompstabiliteit hebben bij het gebruik van een douchestoel vaak nood aan extra positioneringsmogelijkheden. Douche-stoelen kunnen ook als toiletstoel gebruikt worden (douche-toiletstoelen).voor douche-toiletstoelen met positioneringsmogelijkheden is een apart refertebedrag voorzien. Dit is van toepassing op aanvragen vanaf Doucherolstoel Belangrijk hierbij te vermelden is dat de keuze van een verplaatsbare douchestoel, op langere termijn een betere oplossing is, gezien de persoon in de douchecel zelf geen transfers meer moet uitvoeren. Doordat deze stoel ook over een gewoon toilet kan geplaatst worden, heeft deze douchestoel een dubbele functie, en kan de zelfverzorging gemakkelijker verlopen en wordt het aantal transferts beperkt. Een doucherolstoel is niet opgenomen in de refertelijst maar mag onder douchestoel beslist worden. Hierdoor hoeft deze vraag niet voor de BBC te verschijnen. Zie ook Doucherolstoel Een lavabostoeltje is geen meerkost. Indien een waterdichte lavabostoel met armleuningen wordt aangevraagd en de PA twijfelt, dan kan de vraag voorgelegd worden aan het Kenniscentrum Hulpmiddelen. 133

134 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Douchestoel Zie punt 1 bij AO. 2. Doucheraam of douchebrancard (zonder hoogteregeling) Zie. Doucheraam of douchebrancard (zonder hoogteregeling) 3. Douchebrancard (met hoogteregeling) of douchewagen Zie Douchebrancard (met hoogteregeling) of douchewagen 4. Douche- en/of toiletstoel met positioneringsvoorziening Zie VO, Domein Toiletstoelen, punt

135 DOMEIN INCONTINENTIEMATERIAAL Algemene opmerkingen REFERTELIJST 11 AANVULLING / VERVANGING - ZINDELIJKHEID (AIZ) Zie refertelijst 1. Kinderen van 3 tot 4 jaar 1.1. Personen met fecale incontinentie of personen met fecale en urinaire incontinentie (dag en nacht) 2. Kinderen van 5 tot 11 jaar 2.1. Personen met enkel incontinentie s nachts 2.2. Personen met urine-incontinentie (dag en nacht) gebruik van sondes 2.3. Personen met urine-incontinentie (dag en nacht) géén gebruik van sondes Voor personen met passieve zindelijkheid wordt het refertebedrag beperkt 2.4. Incontinente personen die permanent bedlegerig zijn (supplement) 3. Personen van 12 jaar en ouder 3.1. Personen met enkel incontinentie s nachts 3.2. Personen met urine-incontinentie (dag en nacht) gebruik van sondes 3.3. Personen met urine-incontinentie (dag en nacht) géén gebruik van sondes Voor personen met passieve zindelijkheid wordt het refertebedrag beperkt 3.4. Personen met fecale incontinentie of personen met fecale en urinaire incontinentie (dag en nacht) Voor personen met passieve zindelijkheid wordt het refertebedrag beperkt 3.5. Incontinente personen die permanent bedlegerig zijn (supplement) 135

136 Algemene opmerkingen: 1. Algemeen principe van het incontinentieforfait Onder incontinentie wordt in zijn algemeenheid "het onvoldoende kunnen ophouden van urine en / of ontlasting" verstaan. De meeste mensen met incontinentie hebben last van urine-incontinentie. Incontinentie is vaak een gevolg van gezondheidsklachten, bijvoorbeeld een urineweginfectie, een stofwisselingsziekte, diabetes mellitus (suikerziekte), prostaat-vergroting, beroerte of beschadiging van het ruggenmerg. Ook na een operatie of ongeval kunnen dergelijke klachten optreden. Ook personen met een mentale handicap ervaren soms incontinentieproblemen. Incontinentie is niet leeftijdsgebonden. Door het natuurlijke verouderingsproces van het lichaam lijden echter overwegend ouderen aan deze aandoening. Bij de toekenning van een incontinentieforfait wordt geen rekening gehouden met de datum tenlasteneming vastgesteld met toepassing van artikel 11 van het inschrijvingsbesluit. De beslissing over de toekenning van een refertebedrag voor incontinentiemateriaal geldt vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag volledig is. Het bedrag wordt dan pro rata berekend. De kosten moeten niet langer bewezen worden aan de hand van facturen. De uitbetaling van het forfait gebeurt aan het begin van het jaar. 2. Wanneer is de aanvraag volledig? 2.1. Welke documenten? Afhankelijk van de situatie moeten een aantal documenten worden ingediend. 1) De persoon is reeds gekend bij het VAPH maar deed nooit eerder een aanvraag IMB. Aangezien het hier een eerste aanvraag IMB betreft, dient naast het formulier aanvraag van een tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal ook een MDV (A.002) te worden ingediend. 2) De persoon is nog niet gekend bij het VAPH. Het gaat hier om een allereerste aanvraag, vandaar dat naast het formulier aanvraag voor tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal ook een A.001 en een MDV (A.002) noodzakelijk zijn. 3) De persoon is gekend bij het VAPH en deed reeds eerder een aanvraag IMB. In dit geval volstaat het formulier aanvraag voor tegemoetkoming in de kosten van incontinentiemateriaal. Van zodra de noodzakelijke, correct ingevulde documenten zijn ingediend, is het dossier volledig Overmacht Overmacht is een verschoningsgrond voor het niet voldoen aan bepaalde verplichtingen. Juridisch advies stelt dat voor wat de aanvangsdatum van een goedkeuring voor het incontinentieforfait betreft, er geen verplichting wordt geformuleerd. Er wordt alleen vastgesteld dat de beslissing ingaat op de eerste van de maand waarin de aanvraag volledig is. Overmacht is dus niet van toepassing op deze aanvragen. 3. Afstandsverklaring met betrekking tot het incontinentieforfait Een gebruiker kan normaliter voor de terugbetaling van aankopen gebruik maken van het formulier Toestemming om rechtstreeks aan een leverancier te betalen. Dit formulier wordt ook kortweg Afstandsverklaring genoemd. Bij de afstandsverklaring ondertekent de persoon met een handicap een formulier waarin staat dat de vergoeding onmiddellijk aan de schuldeiser/leverancier mag betaald worden. Voor personen die in een voorziening verblijven, is een afzonderlijk formulier gevreëerd waarmee men toestemming kan geven om het incontinentieforfait jaarlijks aan de voorziening uit te betalen. 136

137 Een rechtstreekse betaling kan enkel wanneer een ondertekende overeenkomst tussen de voorziening en de persoon met een handicap of zijn wettelijk vertegenwoordiger aan de provinciale afdeling wordt bezorgd. De modelovereenkomst is beschikbaar op onze website bij 'formulieren' onder de rubriek 'hulpmiddelen': Het gebruik van deze modelovereenkomst is niet af te dwingen indien één van de betrokken partijen dit werkelijk niet wenst. Het staat beide partijen vrij om zelf een andere overeenkomst op te stellen. Gezien het feit dat deze overeenkomst echter juridisch getoetst werd en goedgekeurd is door de vertegenwoordigers van de personen met een handicap en de vertegenwoordiger van de voorzieningen binnen de Permanente Werkgroep geniet ze de voorkeur. 4. Leeftijd Deze regeling is er voor personen vanaf 5 jaar. Er is een uitzondering mogelijk voor kinderen vanaf drie jaar met fecale incontinentie bij een ontwikkelingsleeftijd van maximaal 9 maanden of wegens onvoldoende controle over de ontlasting door fysieke, niet te verhelpen oorzaken. Voor kinderen van 3 tot 5 jaar met fecale incontinentie door fysieke, niet te verhelpen oorzaken, moet de lichamelijke onbehandelbare oorzaak van fecale incontinentie duidelijk beschreven worden in het attest. Het spreekt voor zich dat ook de elementen zoals de gevolgde behandelingen, ingrepen, prognose en dergelijk meer, essentieel zijn voor de inschatting door de arts. Een verslag van een gastro-enteroloog en/of een kinderchirurg in het vakgebied van de proctologie kunnen de aanvraag vervolledigen. Een attest door een uroloog of een gynaecoloog laten invullen is bij dit probleem uiteraard niet relevant. 5. Geldigheid beslissingen De beslissing blijft maximum 3 jaar geldig. Afhankelijk van de problematiek en de leeftijd zal na drie jaar een nieuw attest noodzakelijk zijn. Dit wordt duidelijk in de beslissingsbrief vermeld. 6. Begrippen Het bedrag van de tussenkomst is afhankelijk van de leeftijd, de ernst van de incontinentie en de soort incontinentie. Het bedrag van de tussenkomst wordt beperkt voor personen die passief zindelijk zijn. Passieve zindelijkheid houdt in dat een derde de persoon met een handicap op gezette tijden naar het toilet begeleidt zodat deze zoveel mogelijk het toilet gebruikt en daardoor minder incontinentiemateriaal nodig heeft. Kenmerkend is dat het toiletbezoek steeds op initiatief van een begeleider moet gebeuren omdat de persoon met een handicap hiervoor zelf het initiatief niet neemt. Er wordt een supplement gegeven voor personen die bedlegerig zijn. Een bedlegerige persoon neemt meer dan 16 uur per dag een liggende houding aan in bed. Hierdoor zijn er meer onderleggers nodig. Opmerkingen: - Een rolstoelgebonden persoon is niet bedlegerig: de persoon is aan de rolstoel gebonden, maar niet aan het bed. - Indien de persoon voor alle activiteiten afhankelijk is van derden is dit niet hetzelfde als bedlegerig zijn. - Bij de beoordeling wordt geprobeerd om een globaal beeld van de betrokkene te krijgen en zowel het aanvraagformulier als het MDV zijn hierin belangrijk. 7. Facturen De betalingsbewijzen en verzamelstaat dienen niet meer opgestuurd te worden naar de PA. De persoon met een handicap moet echter wel de aankoopbewijzen bijhouden voor eventuele inspectie. 8. Bijzondere Bijstandscommissie (BBC) 137

138 Indien de persoon een meerkost van meer dan 300 bovenop het toegekende refertebedrag kan aantonen, dan kan de meerkost aan de BBC voorgelegd worden. Men moet bij de motivering voor de aanvraag dan wel steeds aangeven waarom men een zeer uitzonderlijke zorgbehoefte heeft die deze extra kosten rechtvaardigt. Men moet ook steeds vermelden of men een incontinentieforfait van het RIZIV ontvangt en, zo ja, welk forfait men ontvangt. Deze aanvragen worden best ingediend nadat men een zicht heeft op de volledige kosten gemaakt gedurende het jaar waarvoor de forfaitaire vergoeding van het VAPH werd toegekend. 9. Herziening door een medische evolutie Een herziening van de beslissing door een verandering in de toestand van de persoon met een handicap kan zowel op initiatief van de aanvrager als op initiatief van het VAPH. 10. Verschillende producten Enkele merken van incontinentiemateriaal: Absorin, Curion, Attends, Hollister, Coloplast, Tena, Mentor, Hartmann Foto: Tena incontinentiebroekjes De refertebedragen voor incontinentiemateriaal zijn bedoeld om absorberend en afschermend materiaal te vergoeden. Deze vergoedingen zijn niet bedoeld om eventuele reinigingskosten of kosten voor verzorgingsproducten te compenseren. 138

139 DOMEIN SPECIFIEKE ZETEL VOOR PERSONEN MET DE ZIEKTE VAN HUNTINGTON REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington REFERTELIJST 5 AANVULLING - RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1. Specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington 139

140 REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington Een specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington is een zetel met een specifieke zithoek die zorgt voor een sterk remmende invloed op de typische onwillekeurige bewegingen van de Huntingtonpatiënt. Deze stoel geeft de meest comfortabele zithouding voor de Huntingtonpatiënt. De stoel kan in een positie gebracht worden waardoor het een ligstoel wordt. De beschermkussens bieden een maximum aan veiligheid en ze kunnen makkelijk verwijderd worden om te reinigen. Het kader van de stoel bestaat uit stevig staal waardoor de stoel bestand is tegen de onvrijwillige bewegingen van de Huntington-patiënt. De zetel is volledig bekleed met zacht materiaal en bestand tegen de hevige onwillekeurige bewegingen van de Huntingtonpatiënt. Inbegrepen: - bijhorend drukverlagend inlegkussen - bijhorende positioneringtoebehoren: beensteun, fixatiemateriaal, Foto: CF1100 van Carefoam 140

141 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington zie punt 1. AO. 141

142 REFERTELIJST 5 AANVULLING - RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1. Specifieke zetel voor personen met de ziekte van Huntington zie punt 1. AO. 142

143 DOMEIN TOLKEN VLAAMSE GEBARENTAAL / SCHRIJFTOLKEN / ORALE TOLKEN REFERTELIJST 7 VERVANGING - GEHOOR (VG) 1. Doventolken Een tolk voor doven en slechthorenden is een neutrale tussenpersoon die in een veelheid van maatschappelijke situaties een optimale communicatie tussen dove(n) en horende(n) bevordert. De communicatie tussen doven en slechthorenden verloopt vaak moeizaam. De horende verstaat de dove niet goed en de dove heeft moeite om de horende te begrijpen. In sommige situaties kan dit problemen veroorzaken. Vandaar dat men de nood aan assistentie van een tolk Vlaamse gebarentaal of een schrijftolk kan hebben. Een tolk Vlaamse gebarentaal tolkt tussen de beide gesprekspartners door enerzijds de gesproken taal in gebarentaal te vertalen naar de persoon met een auditieve beperking en anderzijds de gebarentaal van deze laatste in spraak (stemtolken) om te zetten voor de persoon zonder auditieve beperking. Niet iedereen met een auditieve beperking beheerst echter de Vlaamse gebarentaal of vindt dit steeds de beste communicatievorm. Soms verkiest men een schrijftolk die de gesproken boodschappen toegankelijk maakt door ze om te zetten in schrift. De toekenning hiervan gebeurt volgens de bepalingen in het BVR van 20 juli 1994 en niet via het IMBbesluit. Een aanvraag voor tolkuren of extra tolkuren is dus geen IMB-vraag ook al wordt dit domein (ter informatie) vermeld in de refertelijst. Iemand die al ingeschreven is en voor de 1 e keer een aanvraag doet voor tolken, moet enkel aantonen dat hij/zij aan de voorwaarden uit het doventolkenbesluit voldoet (90db gehoorverlies, verminderd spraakverstaan). Een MDV of een adviesrapport is niet altijd nodig, een audiogram kan dikwijls al volstaan. Een concreet voorbeeld is dat iemand die al van voor 1 januari 2002 een goedkeuring heeft voor tolkuren en na 1 januari 2002 een eerste vraag stelt voor extra tolkuren geen nieuw MDV moet aanleveren (zoals wel gebruikelijk is voor een eerste IMB-vraag na 01/01/2002), aangezien het niet om een IMB-aanvraag gaat. De beslissing voor tolkuren blijft gewoon lopen. Indien jullie hierover vragen hebben, gelieve deze steeds te richten aan zowel Ward De Bruecker als Wouter Contreras. Aantal tolkuren Het VAPH kent enkel tolkuren toe die betrekking hebben op de leefsituatie, de zogenaamde L-uren. Ondersteuning van een tolk in de arbeidssituatie, voor het solliciteren, bij beroepsopleidingen (via VDAB) kunnen aangevraagd worden bij de VDAB, tolkassistentie in een onderwijsinstelling wordt aangevraagd via de cel Speciale OnderwijsLeerhulpmiddelen. Voor meer informatie kan men terecht bij het Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven VZW (CAB: Personen met een auditieve beperking kunnen bij het VAPH in aanmerking komen voor een minimum van 18 tolkuren per jaar ter ondersteuning van de leefsituatie. Personen met een auditieve beperking gecombineerd met een visuele beperking hebben automatisch recht op 70 tolkuren. Het aantal tolkuren dat men toegekend krijgt bij de goedkeuring van de aanvraag (het eerste jaar) is niet afhankelijk van het tijdstip van de aanvraag. Indien iemand bvb halverwege het kalenderjaar de aanvraag indient, heeft men bij een positieve beslissing dat eerste jaar nog steeds recht op de volle 18 uren en niet op 9 uren. Eenmaal toegekend, wordt het recht ook elk jaar automatisch verlengd. De persoon hoeft dus niet elk jaar opnieuw een aanvraag in te dienen. Het recht geldt vanaf de eerste van de maand waarin de aanvraag werd ingediend. Eventuele ongebruikte tolkuren kunnen nooit overgedragen worden naar het volgend jaar. De uitbetaling van de tolkuren gebeurt rechtstreeks aan het CAB dat de concrete vraag naar tolken behandelt. De datum tenlasteneming één maand voorafgaand heeft hier niet altijd zin. De medewerker moet de datum zelf invullen en moet er dus rekening mee houden dat het geen zin heeft om een maand terug te keren. 143

144 Eerste aanvraag Wanneer een persoon die reeds ingeschreven is bij het VAPH, een eerste aanvraag doet voor doventolk in de leefsituatie, moet hij zich wenden tot een IMB-MDT. Afhankelijk van de datum van opmaak van het MDV (vóór of na 1 januari 2002) en de eerder gestelde zorgvragen (Zorg, IMB of PAB) zal er al dan niet een nieuw MDV en/of adviesrapport moeten opgemaakt worden. De richtlijnen hierover vindt u in de infonota aan Multidisciplinaire teams INF0901 Noodzaak multidisciplinaire verslagen en adviesrapporten, voorwaarden tot vergoeding. Een uitbreiding van het aantal uren Men kan ook een uitbreiding van het aantal tolkuren aanvragen. Daarvoor volstaat een schriftelijke aanvraag (een gewone brief) van de betrokken persoon waarin goed gemotiveerd wordt waarom er meer tolkuren nodig zijn. Een uitbreiding kan maximaal een verdubbeling van het aantal goedgekeurde uren inhouden (36 of 140 uren) in volgende situaties: 1. De uitbreiding dient schriftelijk aangevraagd te worden met een omstandige motivatie van het dwingend karakter, gestaafd met alle nuttige attesten en documenten in functie van de bijzondere situatie; deze aanvraag dient eveneens een opgave van het nodige aantal uren op jaarbasis te bevatten; 2. Deze aanvraag dient jaarlijks hernieuwd en de uitbreiding kan niet voor langer dan het lopend jaar verleend worden. Indien een uitbreiding toegestaan wordt, geldt deze slecht voor één jaar en moet dus elk jaar opnieuw aangevraagd worden. Dit recht gaat in vanaf de eerste van de maand waarin men de uitbreiding aanvraagt. Een aanvraag voor uitbreiding hoeft niet geregistreerd te worden omdat het CAB voor een jaaroverzicht zorgt. Ook de bijstandskorf moet niet aangepast worden wanneer de persoon een uitbreiding vraagt. In de bijstandskorf komt enkel de principiële goedkeuring. Een vraag tot uitbreiding van het aantal tolkuren voor een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden voor een uitbreiding kan niet voorgelegd worden aan de BBC om volgende redenen: - het betreft geen hulpmiddel dat niet opgenomen is in de refertelijst - het betreft ook geen tenlasteneming voor een bedrag dat hoger is dan voorzien (een hoger bedrag is wel degelijk voorzien, alleen voldoet de betrokkenen niet aan de wettelijke gestelde criteria). Een heroverweging is ook niet mogelijk omdat de weigering niet het gevolg is van een inhoudelijke beoordeling. De regels zijn duidelijk en die worden in deze gewoon toegepast. 144

145 DOMEIN SPECIALE BEDDEN REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Aanpassingen en toebehoren voor een bed 1.1. Verhoging van een bed 1.2. Per elektrisch regelbaar gedeelte (hoofdgedeelte, ruggedeelte, bovenbeengedeelte, onderbeengedeelte) REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Het hoog-laag verzorgingsbed of hoog-laag bed-in-bed systeem 1.1. Herstellingskosten hoog-laag verzorgingsbed of hoog-laag bed-in-bed systeem 2. Aanpassing en toebehoren voor een bed 2.1. Verhoging van een bed 2.2. Per elektrisch regelbaar gedeelte (hoofdgedeelte, ruggedeelte, bovenbeengedeelte, onderbeengedeelte) 145

146 REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Aanpassingen en toebehoren voor een bed 1.1. Verhoging van een bed Een verhoging van een bed is een set van 4 hoogteverstelbare pootverhogers al dan niet voorzien van beremde wielen. Het is een hulpmiddel om het bed op de juiste hoogte te brengen om de betrokkene toe te laten transfers (gemakkelijker) uit te voeren. Dit is een werkzaam en doelmatig hulpmiddel voor personen die problemen ondervinden met de transfers vanuit een gewoon bed naar stand of rolstoel, maar die dit wel kunnen vanuit een bed op aangepaste hoogte. Het bed is verhoogd, maar kan nadien niet meer in hoogte geregeld worden. Het kan gaan om een aanpassing aan een bestaand bed of een speciaal bed dat hoger is dan de standaard bedden. Foto: pootverhogers Aangewezen hoogte van een verhoogd bed In een door het Platform van Ouderen - in samenwerking met het departement Leefmilieu en Infrastructuur afdeling woonbeleid - ontwikkeld document, is sprake van een verhoogd bed vanaf 50cm. De regelgeving bevat bovendien geen objectief gegeven over de hoogte van een verhoogd bed. Dit pleit dus voor het uitbetalen van facturen voor verhoogde bedden vanaf een hoogte van 50cm. De hoogte van een verhoogd bed mag ook niet overschat worden. Mensen met evenwichtsproblemen of verminderde spierkracht zullen problemen hebben om veilig uit een bed met een hoogte van bijvoorbeeld 65-70cm te stappen. Om een idee te geven: 70 cm is de standaardhoogte van de gemiddelde bureautafel van het Vlaams Agentschap Per elektrisch regelbaar gedeelte (hoofdgedeelte, ruggedeelte, bovenbeengedeelte, onderbeengedeelte) Zie ook Oplossingen om zich te verzorgen of verzorgd te worden voor personen met een motorische handicap Een elektrisch regelbaar gedeelte is een afzonderlijk elektrisch verstelbaar deel van een elektrisch verstelbare bedbodem. Een elektrisch verstelbare bedbodem is een verstelbare bedbodem met één of meer elektrisch regelbare delen. Een elektrisch verstelbare bedbodem heeft doorgaans 1 tot 4 elektrisch regelbare gedeelten. De delen kunnen volledig afzonderlijk regelbaar zijn of gecombineerd (bijv. rug- en hoofdgedeelte samen) te regelen. Soms is een combinatie mogelijk van elektrische en manueel verstelbare delen. Bijv. Bedbodem met 1 apart elektrisch regelbaar deel : - ruggedeelte (al dan niet samen met hoofdgedeelte) 146

147 Bedbodem met 2 apart elektrisch regelbare delen: - ruggedeelte (al dan niet samen met hoofdgedeelte) - beengedeelte of boven- en onderbeengedeelte samen Bedbodem met 3 apart elektrisch regelbare delen: - ruggedeelte (al dan niet met ingewerkte hoofdsteun) - bovenbeengedeelte - onderbeengedeelte Bedbodem met 4 apart elektrisch regelbare delen: - hoofdgedeelte - ruggedeelte - bovenbeengedeelte - onderbeengedeelte Terminologie: - hoofdgedeelte: steunt enkel het hoofd - ruggedeelte: steunt de volledige rug en hoofd - beengedeelte: steunt het been vanaf het zitvlak tot en met de hiel - bovenbeengedeelte: steunt het been vanaf het zitvlak tot in de knievouw - onderbeengedeelte: steunt het been vanaf de knievouw tot en met de hiel - boven- en onderbeengedeelte samen: boven- en onderbeengedeelte bewegen samen elektrisch. Het onderbeengedeelte kan al dan niet apart manueel verstelbaar zijn Foto: elektrisch verstelbare lattenbodem 147

148 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Hoog-laag verzorgingsbed of hoog-laag bed-in-bed systeem Zie ook hoog-laag verzorgingsbed of hoog-laag bed-in-bed systeem Opmerking: Cumul met aanpassingen aan een bestaand bed zijn uitgesloten daar het hoog-laag verzorgingsbed of hoog-laag bed-in-bed systeem beschikt over lattenbodemaanpassingen zoals verstelling van het ruggedeelte. Volgende artikelen worden niet in aanmerking genomen: - matras en beddengoed, dit vormt geen meerkost uit hoofde van de handicap ( met uitzondering van een anti-decubituskussen en matras) - bedboxen met hoge hekkens (vanaf ongeveer 1 m) kunnen eventueel voor gelegd worden aan de BBC (hulpmiddel niet opgenomen in refertelijst). Foto: hoog-laag verzorgingsbedden Foto: hoog-laag bed-in-bed systeem 1.1. Herstellingskosten hoog-laag verzorgingsbed of hoog-laag bed-in-bedsysteem Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 2. Aanpassing en toebehoren van een bed 2.1. Verhoging van een bed Zie punt 1.1. bij AO Per elektrisch regelbaar gedeelte (hoofdgedeelte, ruggedeelte, bovenbeengedeelte, onderbeengedeelte) Zie punt 1.2. bij AO. 148

149 DOMEIN HULPMIDDELEN DAGELIJKS LEVEN REFERTELIJST 1 AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Aangepaste werktafel 2. Mechanisch eetapparaat REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Draaischijf * REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Draaischijf * REFERTELIJST 5 AANVULLING - RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1. Draaischijf * REFERTELIJST 6 AANVULLING - GEHOOR(AG) 1. Geluidsoverdrachtsysteem voor radio en TV (via IR of andere technologie) 2. Ringleiding voor gsm * (tot ) REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Aangepaste werktafel 2. Leesloep met lamp * 3. Daisyspeler * 4. Uitspraak of vergroting voor gsm * REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Kleurendetector * 2. Daisyspeler * 3. Uitspraak gsm * 149

150 REFERTELIJST 1 AANVULLING - BOVENSTE LEDEMATEN (AB) 1. Aangepaste werktafel Een aangepaste werktafel is een tafel heeft 1 of meer van volgende functies: - buikuitsparing - kantelverstelling (al dan niet met magnetisch werkblad of opstaande rand) - hoogteverstelling (al dan niet elektrisch) Een werktafel of bureau die voldoet aan de normale ergonomische eisen van een valide persoon is geen aangepaste werktafel. Voorbeeld: tafels van producent Ropox met armsteunen en magnetisch liniaal. 2. Mechanisch eetapparaat Een mechanisch eetapparaat is een toestel met een beweegbare opschep-arm die tijdens het eten de tremor en de ongecontroleerde bewegingen dempt en tevens een deel van het gewicht van de onderarm draagt. Een mechanisch eetapparaat is al dan niet voorzien van een bijhorende opscheplepel of vork en een bijhorend bord. Er zijn verschillende types mechanische eetapparaten op de markt. - Bij het type voor verminderde spierkracht en mobiliteit ondersteunt de beweegbare arm de beweging. Dit type is soms ook bedienbaar d.m.v. een aangepaste bediening (manueel bediende hendel met beperkte bewegingsuitslag, voetpedalen, kniebediend wiel om bord te draaien, ). - Bij het type voor tremor en /of ongecontroleerde bewegingen dempt de beweegbare arm tremor en /of ongecontroleerde bewegingen tijdens het opscheppen en naar de mond brengen. De mate van demping is doorgaans instelbaar. De doelgroep voor dit type eetapparaat bestaat uit kinderen en volwassenen die niet beschikken over voldoende coördinatie in de bovenste ledematen om zelfstandig (aangepast) bestek tot bij de mond te brengen. Zij hebben een goede grijpfunctie om de draagarm of het bestek te grijpen en voldoende kracht om de beweging van de draagarm te sturen. Gebruikers van een eetapparaat moeten in staat zijn om vanuit een zittende houding van de lepel af te happen. Enkele voorbeelden: Jamie, Nelson Nel , Neater-Eater V2 Foto: Neater-Eater V2 150

151 REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Draaischijf Een (voet)draaischijf bestaat uit twee schijven in hard materiaal die op elkaar geplaatst zijn en ten opzichte van elkaar kunnen draaien. Via een draaischijf kan een transfer waar een draaibeweging deel van uitmaakt een stuk vlotter verlopen. Het is bedoeld voor personen met een ernstig of volledig participatieprobleem m.b.t. zich stappend verplaatsen: - die voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis langdurig en definitief gebruik maken van een rolstoel (of verrijdbare stoel) - die beschikken over een beperkte steunfunctie - die voor het maken van de transfers aangewezen zijn op hulp van derden. Deze referteklasse omvat verschillende types: - Een zitdraaischijf, glijdkussen is een schijf of een kussen waarop een persoon in zittende positie zelf of met assistentie gemakkelijker een draai- of schuifbeweging kan uitvoeren om zo geassisteerd of zelfstandig de transfer van zit naar zit mogelijk te maken. De gebruiker moet een goede zitbalans hebben, voldoende kracht hebben in de armen, maar kan niet (eventjes) staan. Voorbeeld van gebruik is de transfer in en uit de wagen. - Een voetdraaischijf laat mensen die nog kunnen staan, maar desondanks moeilijk de benen of voeten kunnen verplaatsen toe de draaibeweging van de transfer van zit naar zit geassisteerd uit te voeren. - Een draaischijf met opstabeugel ondersteunt de geassisteerde transfer van zit naar zit en van zit naar stand. Het is een hulpmiddel voor mensen die moeite hebben met het tot staan komen, maar zich wel goed kunnen optrekken en over voldoende stabiliteit en sta-functie beschikken. Enkele voorbeelden: Turntable Metra, Pediturn Metra Opmerking: Exclusief tilbanden (fleximove); glijlakens of transferplanken voor liggende transfer (vb Rollerslide, 4 way glide); transferwagen (vb. Return) Foto: draaischijf 151

152 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Draaischijf * zie punt 1 bij AO. 152

153 REFERTELIJST 5 AANVULLING - RUG, WERVELZUIL, BEKKEN (AR) 1. Draaischijf * zie punt 1 bij AB. 153

154 REFERTELIJST 6 AANVULLING - GEHOOR (AG) 1. Geluidsoverdrachtsysteem voor radio en TV (via IR of andere technologie) Een infrarood(ir)-geluidsoverdrachtsysteem bestaat uit een zender, die met de geluidsbron verbonden is, en een ontvanger die de slechthorende draagt. De zender en ontvanger communiceren met elkaar via infrarood signalen. De slechthorende kan het signaal ontvangen via een kinbeugel (indien men geen hoorapparaat draagt) of via een speciale ontvanger die makkelijk te koppelen is aan een hoorapparaat (met een halslus, inductiehaakje of audiosnoer). In de ontvanger worden de infraroodsignalen omgezet in geluid. Enkele voorbeelden: Comfort Conference DIR 23, Danaplus infra-roodsysteem, Echo-IR , Infralight II A 4010, Set 250 InfraPORT, Set 810 I.R. infraport Foto: Set 810 I.R. infraport Andere technologieën (geen infrarood en elders in de refertelijst opgenomen): - Een FM-geluidsoverdrachtssysteem bestaat uit een zender en een ontvanger. De zender en ontvanger communiceren met elkaar via FM-radiogolven. De zender zet het stemgeluid van de spreker, gesproken in de microfoon, om in FM-radiogolven en zendt ze naar de ontvanger. De ontvanger zet de FM-radiogolven om in geluid en brengt het geluid onmiddellijk naar het oor, het hoorapparaat of het cochleair implantaat. FM-apparatuur is in de refertelijst opgenomen onder het functioneringsdomein communicatie. - Geluidsoverdracht door magnetische inductie of magnetische koppeling (bijv. ringleiding). Een ringleiding bestaat uit een ringleidingversterker en een draadlus. Binnen de ring ontstaat een magnetisch veld, dat signalen in de ruimte stuurt. Een hoorapparaat met een luisterspoel vangt de signalen in het magnetisch veld op en zet het om in geluidssignalen. Een ringleiding is in de refertelijst opgenomen onder het functioneringsdomein wonen. 2. Ringleiding voor gsm * Gsm s hebben heel vaak de mogelijkheid om het gespreksvolume te versterken. Voor slechthorenden is die versterking echter onvoldoende en vaak zorgen de gsm-signalen voor storingen in het hoortoestel. Een ringleiding voor gsm of een gsm-loopset kan een oplossing bieden. Een gsm-loopset bestaat uit een kleine persoonlijke ringleiding die aangesloten wordt op het gsmtoestel en als een halslus rond de nek of met een haakje achter het oor gedragen wordt. De gsmloopset geeft de (geluids-)signalen van de gsm door aan de luisterspoel van het hoorapparaat. Met een ringleiding voor een gsm kan een slechthorende een gsm-gesprek horen via zijn hoortoestel (in T- stand). De gsm-loopset maakt het voor hen mogelijk om met een hoortoestel storingsvrij mobiel te telefoneren. Enkele voorbeelden: mini-ringleiding van Nokia (LPS-modellen), Silhouette, T-hook 154

155 Foto: PL 100 A 4540 Opmerkingen: Een luisterspoel (T-spoel) is, volgens het Kenniscentrum Hulpmiddel, een onderdeel van een hoortoestel. Voor een hoortoestel kan men als slechthorende van het RIZIV een tegemoetkoming ontvangen dit maakt dat het VAPH omwille van haar residuaire bevoegdheid de kosten van een luisterspoel niet ten laste kan nemen. 155

156 REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Aangepaste werktafel Aangepaste werktafels voor slechtzienden zijn tafels die aan de functiebeperkingen van de persoon zijn aangepast, bijvoorbeeld: magnetisch tafelblad, hoogteverstelling of kantelverstelling van minimum 60. Op die manier kan optimaal gebruik gemaakt worden van de lichtinval. 2. Leesloep met lamp * Een leesloep met lamp is een leesloep met geïntegreerde lamp die, door een combinatie van een doeltreffende verlichting en een vergroting, het lezen van documenten voor sommige slechtzienden mogelijk maakt. Deze loepen bestaan in verschillende vormen en zijn in vergrotingssterktes van ongeveer 2 tot 20 (keer groter) beschikbaar. Er bestaat een heel scala aan uitvoeringen: - een bureaulamp-achtige lamp met een vergrootglas in het midden of aan de zijkant gemonteerd, - een rechthoekige handloep met verlichting op batterijen, - een uitvoering op een zwanenhals, - een ultra-compacte uitvoering met rond vergrootglas en verlichting op batterijen. Opmerking: 'Leesloep met lamp', 'loeplamp' en 'lichtloep' zijn synoniemen; wat ze gemeen hebben is de loep (vergrootglas) die uitgerust is met een lamp. Foto: lichtloep (tafelmodel) Foto: lichtloep (draagbaar) 3. Daisyspeler * Gesproken boeken werden tot nu toe geleverd op cassettes. Het Digital Accessible Information System, beter bekend als Daisy, biedt vele voordelen boven andere geluidsdragers: - men kan navigeren naar bepaalde hoofdstukken of titels, - de daisyspeler onthoudt waar men gestopt is, - men kan een bladwijzer aanbrengen om later naar een specifieke pagina terug te kunnen, - de spreeksnelheid kan traploos aangepast worden zonder al te storende vervorming (Donald Duck-stem effect). Enkele voorbeelden: Plextalk PTN2, Telex Scholar, Victor Reader Wave Foto: Plextalk PTN2 156

157 Opmerking: Naast de gewone daisyspelers bestaan er ook daisyrecorders, dit zijn daisyspelers met opnamefunctie. Vb: de Victor Reader Classic Plus met opnamemogelijkheid of Plextalk PTR2. Met de PTR2 kunnen daisy-cd s gemaakt worden. Met de Victor Reader Classic Plus kan men klank opnemen via het intern geheugen of de chipkaart. De tegemoetkoming voor dergelijke toetstellen wordt beperkt tot het refertebedrag voor een klassiek Daisytoestel zonder opnamefunctie. Indien een toestel met een ingebouwde digitale recorder wordt gevraagd (bvb Daisyspeler-recorder Plextalk PTR2 ) dient het gebruik van de opnamefunctie gemotiveerd te worden. Indien de noodzaak niet is aangetoond of de gebruiksfrequentie te klein is, wordt de tegemoetkoming beperkt tot het refertebedrag van een Daisyspeler. Het VAPH verleent geen tegemoetkoming voor Daisysoftware. Deze software voor gebruik op de computer is gratis te downloaden via het internet. Vb: AMIS versie Uitspraak of vergroting voor gsm * Uitspraak of vergroting voor gsm is een softwarematig hulpmiddel dat op een Symbian of Windows Mobile gsm zorgt voor vergroting en/of spraakondersteuning bij basishandelingen. Door de installatie van vergroting en/of spraak kunnen de verschillende functies van een gsm bruikbaar worden gemaakt voor slechtzienden. Opmerkingen: Een speciaal voor gsm-toestellen ontworpen schermuitleesprogramma (vb: Mobile Speak) geeft slechtzienden en blinden de mogelijkheid om gsm-toestellen volwaardig te gebruiken. Het maken, versturen, ontvangen en lezen van zowel sms-berichten als s en het aanmaken en actueel houden van contacten met telefoonnummers, adressen, enz. is met behulp van dergelijke schermuitleessoftware perfect mogelijk. Om deze software te kunnen gebruiken dient men wel over een bijzonder gsm-toestel te beschikken zoals (Symbian) Nokia 6600 met spraakondersteuning (Talks, Mobile Speak, Mobile Accessibility) ofwel een smartphone zoals de Nokia Communicator 9300 met Talks-software. Dit laatste is een duurdere oplossing. De meerkosten van het gsm-toestel komen niet in aanmerking (gsm-toestellen zijn expliciet uitgesloten in de reglementering artikel 7, 7 ) enkel voor de software kan een tussenkomst gegeven worden. Er bestaan ook vergrotingssoftwarepakketten voor gsm-toestellen. Vergrotingssoftware kan een adequate oplossing zijn afhankelijk van de nog bruikbare restvisus. Vb: Mobile Speak, Talks, Talx, Mobile Accessibility, Talks&Braille, Foto: Nokia 6600 (uitgerust met Mobile Speak) 157

158 REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Kleurendetector * Een kleurendetector is een hulpmiddel dat de kleur van een voorwerp uitspreekt voor mensen die visueel geen kleuren kunnen herkennen. Dit gebeurt door een kleurendetector tegen het te meten voorwerp te houden en een knop in te drukken. Via spraakweergave laat het toestel weten over welke kleur het gaat. De toepassingen zijn divers, zoals het sorteren van witte en bonte was, het uitzoeken van een geslaagde kledingcombinatie, het vinden van jouw rode tandenborstel in plaats van die gele van oma,... We worden nu eenmaal dagelijks geconfronteerd met kleuren en het wordt dankzij hulpmiddelen mogelijk om als (kleuren)blinde persoon ook kleuren te herkennen. De detector kan dit door middel van een detectieoog dat een lichtstraal uitstuurt en vervolgens het door het voorwerp teruggekaatste licht gaat analyseren. Aan de hand van de hoeveelheid licht dat door een voorwerp wordt geabsorbeerd of gereflecteerd, kan de kleur worden bepaald. Dit werkingsprincipe is logisch: zonder licht kan je immers ook visueel helemaal geen kleuren waarnemen. Enkele voorbeelden: Colorino, Color Talk, Colortest 2000 DeLuxe Foto: Colortest Daisyspeler * zie punt 9 bij AZ. 3. Uitspraak gsm * zie punt 10 bij AZ. 158

159 DOMEIN TRANSFERHULPMIDDELEN 1. Nood aan een tilsysteem 2. Nood aan meerdere tilsystemen REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Hoog/laag badzit - zittend model 1.1. Herstellingskosten hoog/laag badzit zittend model 2. Vastopgesteld optrektoestel op voet of met muurbevestiging REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VO) 1. Vastopgesteld optrektoestel op voet of met muurbevestiging 2. Hoog/laag badzit - zittend model 2.1. Herstellingskosten hoog/laag badzit zittend model 3. Elektrisch aangedreven lifter op wieltjes (excl. tildoek of tilband) 3.1. Herstellingskosten elektrisch aangedreven lifter op wieltjes (excl. tildoek of tilband) 4. Til- en verplaatsingssystemen voor gebruik in één ruimte (rail- of wandliftsysteem) (excl. tildoek of tilband) 4.1. Herstellingskosten til- en verplaatsingssystemen voor gebruik in één ruimte (rail- of wandliftsysteem) (excl. tildoek of tilband) 5. Til- en verplaatsingsystemen voor gebruik in meerdere ruimten (rail- of wandliftsysteem) (excl. tildoek of tilband) 5.1. Herstellingskosten til- en verplaatsingssystemen voor gebruik in meerdere ruimten (rail- of wandliftsysteem) (excl. tildoek of tilband) 6. Tilband of tildoek 7. Onderhoudskosten (el. lifter op wieltjes, til- en verplaatsingssystemen (één of meerdere ruimten)) 159

160 1. Nood aan een tilsysteem Er is nood aan een tilsysteem wanneer de persoon met een handicap niet zelfstandig of met ondersteuning van derden de transfers kan uitvoeren. 2. Nood aan meerdere tilsystemen Er is nood aan een 2 e tilsysteem: 1. Wanneer in verschillende ruimtes moet getild worden en het tilsysteem (geheel of gedeeltelijk), niet kan meegenomen worden naar al deze ruimtes: o Omdat de ruimtes waarin getild moet worden zich op verschillende niveaus bevinden, en er geen kokerlift aanwezig is om het tilsysteem (geheel of gedeeltelijk) te verplaatsen o Wanneer de toegang tot een bepaalde ruimte niet te overbruggen is en dit niet aangepast kan worden (niveauverschil, smalle deuropening of gang, in een huurwoning, ) o Wanneer in 2 ruimtes, gescheiden door een grote afstand of een moeilijk traject getransfereerd moet worden. 2. Wanneer in verschillende ruimtes moet getild worden en het plaatsen van een tilsysteem voor gebruik in meerdere ruimtes geen oplossing biedt: o Omdat de bevestiging van een plafondsysteem, bruikbaar in meerdere ruimtes, niet mogelijk is (bijv. Omdat niet elke plafond stevig genoeg is of de plafonds zich niet op hetzelfde niveau bevinden) én o Omdat een mobiel tilsysteem niet kan meegenomen worden naar de ruimtes waar getild moet worden. 3. Wanneer reeds een tilsysteem aanwezig is: o En een bijkomend tilprobleem ontstaat dat niet met het bestaande systeem kan opgelost worden. (bijv. een kind wordt naar de slaapkamer boven gedragen door de ouders, en op het gelijkvloers in bad gezet met behulp van een plafondlift voor gebruik in 1 ruimte. Wanneer het kind opgroeit wordt een slaapkamer op het gelijkvloers gemaakt. Het kind moet in deze slaapkamer ook getransfereerd worden.) 4. Wanneer de persoon meerdere vaste verblijfplaatsen heeft en dus op verschillende locaties moet getild worden, en het niet mogelijk is te kiezen voor één verplaatsbare tillift (zie nota Tegemoetkoming voor IMB bij echtscheiding, co-ouderschap en vergelijkbare situaties voor meerderjarigen met een handicap die bij de beide ouders verblijven, : o Bijv. een kind dat in co-ouderschap bij beide ouders woont. (indien vaak gewisseld moet worden, zorgt dit voor extra belasting qua verplaatsing van zowel de persoon als zijn uitrusting. Zo kan bijv. de aanschaf van een grotere auto nodig zijn. 5. Wanneer de persoon zelfstandig transfers in meerdere ruimtes wil/moet uitvoeren en de plaatsing van een plafondlift in meerdere ruimtes niet mogelijk is: o Zelfstandig transfereren kan enkel met een plafondsysteem in combinatie met een tilbeugel.(plafondlift met vaste motor in één ruimte). 160

161 REFERTELIJST 3 AANVULLING - ONDERSTE LEDEMATEN (AO) 1. Hoog/laag badzit - zittend model Zie ook Hoog/laag badzit - zittend model Afspraak: De draaischijf maakt deel uit van de hoog/laag badzit. Een bijkomend refertebedrag wordt dus niet toegekend. Vraagt de persoon met een handicap apart nog een losse draaischijf voor andere doeleinden, dan is dit wel nog mogelijk (zie ook referteklasse draaischijf ). Enkele voorbeelden: Bathmaster, Merlin badlift, Nautica badlift, Saphir Foto: badlift 1.1. Herstellingskosten hoog/laag badzit zittend model Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 2. Statisch optrekstoel op voet of met muurbevestiging Een statisch optrekstoel op voet of met muurbevestiging is een optrektoestel dat bevestigd wordt tussen plafond en vloer of aan de muur, meestal ter hoogte van het bed. Door zich op te trekken aan het toestel kan de persoon zelfstandig de transfer van lig naar zit of van zit naar stand uitvoeren. Synoniemen: bedgalg, papegaai of zelfoprichter. Foto: Statisch optrekstoel op voet 161

162 REFERTELIJST 4 VERVANGING - ONDERSTE LEDEMATEN (VOL) 1. Statisch optrekstoel op voet of met muurbevestiging Zie punt 2, AO. 2. Hoog/laag badzit zittend model Zie punt 1, AO Herstellingskosten hoog/laag badzit zittend model Zie punt 1.1. bij AO. 3. Elektrisch aangedreven lifter op wieltjes (exclusief tildoek of tilband) Een elektrisch aangedreven lifter op wieltjes is een transferlift die wordt gebruikt voor tilhandelingen van zit naar stand, van lig naar zit, uit te voeren. Deze ondersteunt de transfers wanneer die niet zelfstandig (ondanks eenvoudige hulpmiddelen zoals bedgalgen, zelfoprichters, draaischijf, glijmat, ) of met hulp van derden alleen kunnen uitgevoerd worden. Een gangbaar synoniem is stalen verpleegster. Er bestaan drie soorten verrijdbare liften: - de actieve stalift, - de passieve tillift, - de combinatielift. Bij de keuze van een tillift moet rekening gehouden worden met: - de mogelijkheden van de persoon - de omgeving, de onderrijdbaarheid van bed, bad,, de manoeuvreerruimte - de mogelijkheden van de tillift, oa het tilbereik, de hoogte van het onderstel, de wendbaarheid, - de houding en de mogelijkheden van de verzorger. Kenmerken van de soorten liften: Een actieve lift wordt vooral gebruikt wanneer staan een probleem is. Het biedt de verzorger de mogelijkheid om op een eenvoudige manier de nodige zorg te verlenen. Kenmerkend voor de actieve lift: - een band onder de oksels ondersteunt de persoon bij het opstaan - een band rond de romp kan een extra beveiliging zijn - er is eveneens steun aan de knieën - geschikt voor transfer van de rand van bed/stoel naar stoel/toilet en omgekeerd - er wordt zo optimaal gebruik gemaakt van de resterende mogelijkheden van de betrokkene - de betrokkene moet nog kunnen begrijpen wat er van hem verwacht wordt en moet nog kunnen rechtstaan en zich vasthouden - gemakkelijk bij toiletgebruik omdat de onderrug en de benen van de gebruiker vrij zijn zodat kledij aan- en uitdoen vlotter verloopt - compacte modellen die weinig plaats innemen - voor korte verplaatsingen in staande houding, niet geschikt voor verplaatsingen op langere afstand - er zijn aangepaste tildoeken afhankelijk van de noden van de gebruiker - voor personen die over voldoende hoofd- en schoudergordelcontrole beschikken en enige controle hebben over de onderste ledematen. 162

163 Een passieve lift wordt vooral gebruikt voor het tillen van personen die niet meer voldoende kunnen staan. Kenmerkend voor de passieve lift: - geschikt voor transfer vanuit lig of zit naar halfliggende of zittende houding - geschikt voor transfers over langere afstanden - het biedt de mogelijkheid om de gebruiker van dichtbij te assisteren - geschikt voor personen die niet voldoende meewerken - enkele modellen kunnen transfers uitvoeren rechtstreeks van op de grond - persoon moet niet eerst in zit getild worden, dit gebeurt vanzelf - is in elke situatie bruikbaar, onafhankelijk van de mogelijkheden van de betrokkene - geschikt voor een volledige verplaatsing, er zijn geen tussenstappen nodig die rugbelastend zijn - er bestaan compacte modellen die weinig plaats innemen - kledij aan- en uitdoen verloopt wat moeilijker bij toiletgebruik - voor personen die niet voldoende actieve medewerkingen leveren aan het tilproces. Een combinatielift is een tillift die zowel als actieve als passieve lift kan gebruikt worden. Kenmerkend voor een combinatielift: - voor personen met een evoulerende aandoening die in een beginstadium nog een actieve lift kunnen gebruiken en nadien nood hebben aan een passieve lift - meestal niet optimaal omdat de gebruiker met een progressieve ziekte een tijdje moet wachten op de goedkeuring en dan al snel behoefte zal hebben aan een passieve lift - vooral aan te raden in instellingen waar tilliften voor verschillende personen moeten gebruikt worden en dus moeten kunnen aangepast worden aan de mogelijkheden van de gebruiker. Enkele voorbeelden: Chorus, Oxford Standaid, Sarita, Harvest Alpha 200 Foto: actieve stalift Foto: passieve tillift Foto: combinatielift: 163

164 Tilbanden, tildoeken, tiljuk, tilbeugel Voor de tilbanden of tildoeken is er een apart refertebedrag voorzien (zie punt 6). Als men een tildoek koopt, dan koopt men er meestal twee omdat dit wasbaar is. Het refertebedrag voor een tildoek mag dan ook 2x toegekend worden (1 refertebedrag per tildoek). Het tiljuk is het vaste frame waaraan een tildoek wordt bevestigd. Het juk maakt deel uit van (het refertebedrag van) de lifter. Tilbeugel: een tilbeugel is een alternatief voor een tildoek. Een tilbeugel is een scharnierend systeem meestal vervaardigd uit roestvrij staal dat automatisch het bovenlichaam omsluit door de druk op de steunen onder de benen. Een tilbeugel kan sneller en makkelijker worden aangebracht dan een tildoek. Dit kan een voordeel zijn voor zowel de gebruiker als de verzorger. Een tilbeugel kan vergoed worden met het refertebedrag voor tilband of tildoek. Voor 1 tilbeugel kan 2x het refertebedrag van tildoeken worden toegekend, omdat dit duurder en duurzamer is. Indien er nog een restbedrag is van het tilsysteem, mag dit ook gebruikt worden om de tilbeugel mee te vergoeden Herstellingskosten elektrisch gedreven lifter op wieltjes (excl. tildoek of tilband) Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 4. Til- en verplaatsingssystemen voor gebruik in één ruimte (rail- of wandliftsysteem, exclusief tildoek of tilband) Til- en verplaatsingssystemen worden gebruikt voor het uitvoeren van tilhandelingen van zit/lig naar zit/lig binnen één ruimte die te klein is voor het gebruik van een lifter op wieltjes. Personen die nog beschikken over voldoende functie in de bovenste ledematen kunnen dit systeem zelfstandig gebruiken, mits gebruik van een tilbeugel. Voor personen die volledig passief getild worden met een verzorger, gebruikt men tildoeken. Dit is een hulpmiddel om op een veilige manier en met een minimale inspanning de transfer uit te voeren. Er bestaan verschillende tilsystemen: - een vrijstaand systeem, - een railsysteem of plafondsysteem, - een wandliftsysteem. 1. Een vrijstaand systeem: Dit is een tilsysteem dat vooral gebruikt wordt om uit te proberen of een tilsysteem een oplossing biedt. Het vrijstaand systeem kan enkel transfers van links naar rechts en omgekeerd uitvoeren, vb. om een persoon van bed naar rolstoel te verplaatsen. Het systeem is verplaatsbaar, maar niet verrijdbaar, vandaar dat het geen ideale oplossing is om dagelijks te gebruiken. Een vrijstaand systeem kan niet gebruikt worden in te kleine ruimtes. 164

165 Foto: vrijstaand tilsysteem 2. Een railsysteem of plafondssysteem Dit is een tilsysteem met plafondbevestiging waardoor problemen met onderrijdbaarheid van o.a. bed, bad, vermeden worden. Daarnaast kan de betrokkkene getild worden op praktisch elke plaats van de ruimte; zowel dicht tegen de muur als op de grond. De draagkracht van het plafond moet voldoende zijn om dit systeem te bevestigen. Het railsysteem kan rechtdoor of draaiend geïnstalleerd worden en kan gebruikt worden met ophangbeugels of met een tildoek. Foto: tilsysteem met plafondbevestiging 3. Een wandliftsysteem Dit systeem wordt vaak gebruikt in kleine ruimtes, zoals de badkamer, om betrokkene tussen bad en toilet te verplaatsen. Het is bedoeld voor zijwaartse transfers bijvoorbeeld voor de verplaatsing tussen bad en toilet die zich direct naast elkaar bevinden. Als de draagkracht van het plafond onvoldoende is voor het plaatsen van een tilsysteem met plafondsbevestiging, kan dit systeem een alternatief zijn. Het systeem kan niet uitgeprobeerd worden, het moet vastgeplaatst worden alvorens het kan gebruikt worden. Doordat de opties beperkt zijn is het systeem niet optimaal. Aangezien het systeem gebruikt wordt in een kleine ruimte is het vaak moeilijk om met de elektrische rolwagen binnen te rijden, waardoor het moeilijk wordt om op een veilige en gemakkelijke manier in de tildoek van de wandlift te geraken. 165

166 Foto: wandliftsysteem (van de firma Handi-move) 4.1. Herstellingskosten til- en verplaatssingsystemen voor gebruik in één ruimte (rail- of wandliftsysteem) (excl. tildoek of tilband) Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 5. Til- en verplaatsingssystemen voor gebruik in meerdere ruimten (rail- of wandliftsysteem, exclusief tildoek of tilband) Til- en verplaatsingssystemen worden gebruikt voor het uitvoeren van tilhandelingen van zit/lig naar zit/lig tussen meerdere ruimtes. Personen die nog beschikken over voldoende functie in de bovenste ledematen kunnen dit systeem zelfstandig gebruiken, deze personen maken gebruik van een tilbeugel. Voor personen die volledig passief getild worden met een verzorger, wordt gebruikt gemaakt van tildoeken. Dit is een veilige manier om met een minimale inspanning transfers uit te oefenen in meerdere ruimtes. Er bestaan verschillende tilsystemen: - een railsysteem of plafondsysteem - een wandliftsysteem 1. Een railsysteem Dit is een tilsysteem met plafondbevestiging waardoor problemen met onderrijdbaarheid van o.a. bed, bad, vermeden worden. Daarnaast kan betrokkkene getild worden op praktisch elke plaats van de ruimte; zowel dicht tegen de muur als op de grond. De draagkracht van het plafond moet voldoende zijn om dit systeem te bevestigen. Foto: tilsysteem met plafondbevestiging Gebruik in meerdere ruimten: Daarnaast kan de persoon getild en verplaatst worden in verschillende ruimtes door een motorsysteem. Er zijn verschillende motorsystemen: - vaste plafondmotor, 166

167 - verplaatsbare plafondmotor. Deze verplaatsbare motor is draagbaar en eenvoudig mee te nemen. Daardoor is hij in meerdere ruimten in te zetten en op verschillende verdiepingen bruikbaar. De verplaatsbare motor heeft als nadeel dat verzorgers met een kleine gestalte de motor moeten verhangen aan de deuropeningen terwijl de gebruiker in het tilsysteem hangt. Dit tilsysteem kan gebruikt worden met tildoeken of een tilbeugel. Foto: vaste plafondmotor 2. Een wandliftsysteem Dit systeem wordt vaak gebruikt in kleine ruimtes, zoals de badkamer om betrokkene tussen bad en toilet te verplaatsen. Het systeem biedt een alternatief voor de plaatsing van een railsysteem aan het plafond, als de draagkracht van het plafond onvoldoende is. Een wandlift kan een alternatief zijn voor een railsysteem met een railtraject tussen meerdere ruimtes (meestal tussen slaapkamer en badkamer) omdat er meerdere zwenkarmen en muurbevestigingsplaten kunnen terugbetaald worden met het refertebedrag. Het kan niet eerst uitgebrobeerd worden doordat het eerst een plaatsing vereist. Doordat de opties beperkt zijn, is het systeem niet optimaal. Aangezien het systeem gebruikt wordt in een kleine ruimte is het vaak moeilijk om met de elektrische rolwagen binnen te rijden, waardoor het moeilijk wordt om op een veilige en gemakkelijke manier in de tildoek van de wandlift te geraken. Foto: wandliftsysteem (van de firma Handi-move) 5.1. Herstellingskosten til- en verplaatssingsystemen voor gebruik in meerdere ruimten (rail- of wandliftsysteem) (excl. tildoek of tilband) Bijkomende informatie omtrent onderhoud en herstel. 167

168 6. Tilband of tildoek Een tildoek ondersteunt het lichaam bij transfers en is gemakkelijk aan te brengen maar moet na het tillen steeds verwijderd worden. De tildoek zorgt voor het gemak en de minimale belasting van de begeleider en bezorgt betrokkene meer comfort en veiligheid. Naargelang de behoeft bestaan er verschillende soorten tildoeken. Bij de keuze van de tildoek is het belangrijk rekening te houden met: - het model en het materiaal van de tildoek - de juiste maat van de tildoek - het gewicht van betrokkene - de lengte van betrokkene - de omvang van de gebruiker - de mate van stabiliteit van de heup van de gebruiker - de pijn die de tildoek veroorzaakt Tiljuk, tilbeugel Het tiljuk is het vaste frame waaraan een tildoek wordt bevestigd. Het juk maakt deel uit van (het refertebedrag van) de lifter. Tilbeugel: een tilbeugel is een alternatief voor een tildoek. Een tilbeugel is een scharnierend systeem meestal vervaardigd uit roestvrij staal dat automatisch het bovenlichaam omsluit door de druk op de steunen onder de benen. Een tilbeugel kan sneller en makkelijker worden aangebracht dan een tildoek. Dit kan een voordeel zijn voor zowel de gebruiker als de verzorger. Foto: een tilbeugel Diverse tildoeken Een standaard tildoek ondersteunt het lichaam volledig en is verkrijgbaar met of zonder maanvormige hoofdsteun. 168

169 Foto: een standaard tildoek Een cocoontildoek is meer ingesloten en geeft een veilig gevoel aan de gebruiker. Foto: een cocoontildoek Een toilettildoek is gemaakt voor de transfer naar het toilet. Dit doek is voorzien van een uitsparing voor het zitvlak en de lage rug. Foto: een toilettildoek 169

170 Een badtildoek bestaat uit onderhoudsvriendelijke antislipkunststof. Foto: een badtildoek En een badstoeltje bestaat uit kunststof en is geschikt voor personen met een slecht evenwicht. De gebruiker zit in een positie van 90 waarbij de rug volledig ondersteunt wordt. Het badstoeltje komt op de badbodem. Foto: een badstoeltje Een amputatietildoek verschilt afhankelijk van de amputatie en is aangepast om het lichaam perfect in evenwicht te houden. Foto: een amputatietildoek 170

171 7. Onderhoudskosten (el. lifter op wieltjes, til- en verplaatsingssystemen (één of meerdere ruimten) Vanaf 1 januari 2009 voorziet de refertelijst voor dit domein enkel nog in een refertebedrag voor Onderhoudskosten (el. lifter op wieltjes, til- en verplaatsingssystemen (één of meerdere ruimten). Het basisbedrag werd bepaald op 165,67 euro. Onderhoudscontracten worden vanaf 1 januari 2009 dus niet langer zonder meer volledig ten laste genomen. 171

172 DOMEIN PEDAGOGISCHE HULP BIJ HOGERE STUDIES REFERTELIJST 6 AANVULLING - GEHOOR (AG) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies REFERTELIJST 7 VERVANGING - GEHOOR (VG) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies 172

173 REFERTELIJST 6 - AANVULLING GEHOOR (AG) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies Het VAPH kan een tegemoetkoming voor pedagogische hulp bij hogere studies verlenen voor inhoudelijke begeleiding buiten de lesuren. Het VAPH verleent een tegemoetkoming voor deze pedagogische hulp, als de begeleiding gerechtvaardigd is omwille van een visuele of auditieve handicap. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming moet de visueel of auditief gehandicapte student(e) een opleiding van het hoger onderwijs of het hoger beroepsonderwijs volgen die georganiseerd wordt overeenkomstig het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en die leidt tot het behalen van respectievelijk de graad van bachelor of master of het diploma van gegradueerde. Hiervoor kan een door de student vrij gekozen begeleider worden aangesteld. Bijvoorbeeld een collega student die via de jobdienst van de hogeschool of universiteit hiervoor kiest. De pedagogische begeleiders moeten geslaagd zijn voor de vakken waarvoor ze begeleiding geven en moeten die vakken op een vergelijkbaar opleidingsniveau hebben gevolgd. - Pedagogische hulp versus praktische hulp Pedagogische hulp staat niet voor praktische hulp, begeleiding of assistentie die een sensorieel gehandicapte nodig heeft om zijn studies te volgen. Uitgesloten zijn bijvoorbeeld het omzetten van teksten naar braille, het nemen van notities tijdens de les in plaats van de gehandicapte student, hulp bij het opzoeken en raadplegen van boeken en teksten in de bibliotheek, enz. Er moet ook opgemerkt worden dat er voor sensorieel gehandicapte studenten meer en meer hulpmiddelen beschikbaar worden die de student toelaten de lessen beter te volgen, zodat dit een invloed kan hebben op de noodzaak aan pedagogische hulp. - Pedagogische hulp en PAB Voor studenten met een sensoriële handicap bestaat de theoretische mogelijkheid om via een PAB tegemoetkoming te bekomen voor hun noden inzake leven. Voor de toekenning van het PAB zijn een aantal criteria vastgelegd (vb. ernst van de handicap, ) waardoor de kans op een PAB-toekenning miniem is voor studenten met een sensoriële handicap. Daarentegen komen zij in aanmerking voor pedagogische hulp. - Motorisch gehandicapten, PAB en pedagogische hulp Er zijn verschillen qua mogelijke oplossingen tussen de doelgroepen motorisch gehandicapten en sensorieel gehandicapten. Er is vandaag een ongelijke behandeling binnen de totale groep van personen met handicap in Hoger Onderwijs. Motorisch gehandicapten staan op een hogere prioriteitenschaal bij de toekenning van een PAB en kunnen daardoor makkelijker persoonlijke assistentie aantrekken bij hun functioneren aan universiteit of hogeschool. Anderzijds komen zij niet in aanmerking voor pedagogische hulp. - Pedagogische hulp in het buitenland Studenten die gebruik willen maken van pedagogische hulp tijdens een stage aan een buitenlandse onderwijsinstelling kunnen dit volgens de juridische dienst, op voorwaarde dat zij gedurende die periode uiteraard ingeschreven zijn in het bevolkingsregister. De regelgeving stelt geen eisen aan degene die pedagogische begeleiding biedt, ook de nationaliteit van deze persoon kan dus geen bezwaar zijn. Werkwijze: - De beslissing tot toekenning van een tegemoetkoming voor pedagogische hulp bij hogere studies geldt voor één jaar en kan jaarlijks worden verlengd voor één jaar. - Voor het behalen van de graad van bachelor of het diploma van gegradueerde, kan de persoon met een handicap gedurende maximaal vier jaar aanspraak maken op een tegemoetkoming, voor het behalen van de graad van master gedurende maximaal drie jaar. 173

174 - De persoon met een handicap kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming voor het behalen van een eerste diploma gegradueerde, een eerste graad van bachelor en een eerste graad van master. - De betaling gebeurt na de voorlegging van een factuur waarin een overzicht wordt gegeven van het aantal gepresteerde uren per begeleider gedurende de periode waarop de facturatie slaat, en van de bedragen die per pedagogische begeleider werden betaald zijn. - De provinciale afdeling neemt een principiële beslissing. Pas wanneer de 1e facturen worden ingediend, vraagt de provinciale afdeling bewijsstukken (inschrijvingsbewijs en begeleidingsvoorstel) op. - De tenlasteneming gebeurt voor maximaal het refertebedrag en jaarlijks wordt een deel toegekend. Er zijn in het IMB-besluit geen bijkomende voorwaarden opgenomen m.b.t. het uurloon. - Vervoerskosten voor de begeleider kunnen niet vergoed worden. - De nieuwe regelgeving is alleen van toepassing op aanvragen die ingediend worden na Bestaande beslissingen blijven onderworpen aan de vroegere regelgeving en blijven dus van kracht. Dat houdt in het in de beslissing toegekende totaalbedrag, rekening houdend met het maximumbedrag per jaar, nog kan gespendeerd worden. Nodige documenten jaarlijks te bezorgen: - Een inschrijvingsbewijs in een onderwijsinstelling van het hoger onderwijs of het hoger beroepsonderwijs voor een opleiding die kan gesubsidieerd worden door het VAPH (zie hierboven); - Een gestructureerd voorstel tot pedagogische begeleiding bij de hogere studies met aandacht voor de volgende aspecten: initiatieven en acties van de begeleidende dienst van de onderwijsinstelling in functie van de pedagogische hulp; de pedagogische hulp die door de student zelf wordt georganiseerd; de inhoud en het voorwerp van de pedagogische hulp in functie van de functiestoornis van de betrokken persoon met een handicap; - Informatie over wie de begeleiding en vorming van de pedagogische begeleiders coördineert; - In voorkomend geval informatie over de begeleidende dienst en de contactpersoon ervan; een overzicht van de begeleiders met voorlegging van een document waaruit blijkt dat ze voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 11; - Een overeenkomst tussen de betrokken persoon met een handicap en de begeleiders of begeleidende dienst waarin de wederzijdse rechten en verplichtingen zijn vastgelegd. - De facturen moeten door de betrokken persoon met een handicap voor akkoord zijn getekend. - Bij de aanvraag is een adviesrapport verplicht. - De persoon met een handicap hoeft niet elk jaar een nieuwe aanvraag in te dienen. Opmerking: Om in aanmerking te komen voor pedagogische hulp moet een zintuiglijke handicap worden aangetoond. Het conceptueel doof zijn van een persoon met autismespectrumstoornis kan niet aanvaard worden om in aanmerking te komen voor pedagogische hulp. REFERTELIJST 7 VERVANGING - GEHOOR (VG) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies: zie refertelijst 6: AG 174

175 REFERTELIJST 8 AANVULLING - ZICHT (AZ) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies: zie refertelijst 6: AG 175

176 REFERTELIJST 9 VERVANGING - ZICHT (VZ) 1. Pedagogische hulp bij hogere studies: zie refertelijst 6: ZG 176

VR DOC.1142/2BIS

VR DOC.1142/2BIS VR 2018 1210 DOC.1142/2BIS Voorontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen

Nadere informatie

VERBOUWEN OF BIJBOUWEN AAN DE WONING

VERBOUWEN OF BIJBOUWEN AAN DE WONING Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 Brussel T 02 225 84 11 F 02 225 84 05 [email protected] www.vaph.be Wijzigingen refertelijst op 1/12 INFONOTA 1611 14 november 2016 Gericht aan Vragen naar E-mail

Nadere informatie

MONITEUR BELGE 19.01.2007 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD

MONITEUR BELGE 19.01.2007 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE 19.01.2007 Ed. 2 BELGISCH STAATSBLAD 2423 VLAAMSE OVERHEID Welzijn, Volksgezondheid en Gezin [C 2007/35049] 8 DECEMBER 2006. Ministerieel besluit houdende herziening van de refertelijst

Nadere informatie

Hulpmiddelen en aanpassingen

Hulpmiddelen en aanpassingen Hulpmiddelen en aanpassingen INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP wat vindt u in deze folder? 01 Wat verstaan we onder hulpmiddelen en aanpassingen?

Nadere informatie

Personen met een handicap kunnen op het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) een beroep doen voor hulpmiddelen.

Personen met een handicap kunnen op het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) een beroep doen voor hulpmiddelen. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 167 van BART VAN MALDEREN datum: 4 december 2015 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN VAPH - Hulpmiddelen voor personen met een handicap Personen

Nadere informatie

Hulpmiddelenfiches. Gebruikerservaring BZIO

Hulpmiddelenfiches. Gebruikerservaring BZIO Hulpmiddelenfiches Gebruikerservaring BZIO Even voorstellen Ingrid Vanvelthoven Ergotherapeute BZIO- Oostende, revalidatiecentrum Hoe werkt ons team ivm VAPH Kerntaak: ergotherapeutische behandeling Vroeger:

Nadere informatie

Nummer: INF/MDT/1106. Brussel, 27 april Aan de instanties die erkend zijn om multidisciplinaire verslagen af te leveren

Nummer: INF/MDT/1106. Brussel, 27 april Aan de instanties die erkend zijn om multidisciplinaire verslagen af te leveren Nummer: INF/MDT/1106 Brussel, 27 april 2011 Aan de instanties die erkend zijn om multidisciplinaire verslagen af te leveren Aan de voorzitter en de leden van de permanente werkgroep Inschrijvingen en Evaluaties

Nadere informatie

Hulpmiddelen en aanpassingen

Hulpmiddelen en aanpassingen Hulpmiddelen en aanpassingen INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP 01 wat vindt u in deze BROCHURE? 01 Wat verstaan we onder hulpmiddelen en aanpassingen?

Nadere informatie

Huursysteem hulpmiddelen bij snel degeneratieve aandoeningen

Huursysteem hulpmiddelen bij snel degeneratieve aandoeningen Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Gericht aan: multidisciplinaire teams, diensten ondersteuningsplan, gebruikersorganisaties, gemachtigde experten, revalidatiecentra,

Nadere informatie

Dossier aanpassing arbeidsomgeving: arbeidspostaanpassing (APA) & arbeidsgereedschap en kledij (AG)

Dossier aanpassing arbeidsomgeving: arbeidspostaanpassing (APA) & arbeidsgereedschap en kledij (AG) Dossier steunpunt handicap & arbeid: Dossier aanpassing arbeidsomgeving: arbeidspostaanpassing (APA) & arbeidsgereedschap en kledij (AG) INHOUD 1 Omschrijving 2 Tegemoetkoming in de kosten voor arbeidsgereedschap

Nadere informatie

VERTICALE CIRCULATIE DOELGROEPOMSCHRIJVINGEN KEUZEPROCESSEN TEGEMOETKOMINGEN VAPH

VERTICALE CIRCULATIE DOELGROEPOMSCHRIJVINGEN KEUZEPROCESSEN TEGEMOETKOMINGEN VAPH VERTICALE CIRCULATIE DOELGROEPOMSCHRIJVINGEN KEUZEPROCESSEN TEGEMOETKOMINGEN VAPH AGORIA 2012 Ivo De Raeymaeker OPLOSSINGEN VERTICAAL TRANSPORT TRAP NEMEN Oplossingen die de trap volgen Traplift Hefplatform

Nadere informatie

Hulpmiddelen en aanpassingen

Hulpmiddelen en aanpassingen Hulpmiddelen en aanpassingen INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP 01 wat vindt u in deze BROCHURE? 01 Wat verstaan we onder hulpmiddelen en aanpassingen?

Nadere informatie

Publicatie B.S.: Inwerkingtreding: Artikel 1.

Publicatie B.S.: Inwerkingtreding: Artikel 1. BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 17 december 2010 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen

Nadere informatie

Nummer: INF/MDT/1507

Nummer: INF/MDT/1507 Nummer: INF/MDT/150 Brussel, 30 september 2015 Aan de instanties die erkend zijn om multidisciplinaire verslagen af te leveren Aan de voorzitter en de leden van de permanente werkgroep Inschrijvingen en

Nadere informatie

Hulpmiddelenfiches. Volgens refertelijst van 01/07/2011

Hulpmiddelenfiches. Volgens refertelijst van 01/07/2011 Hulpmiddelenfiches Volgens refertelijst van 01/07/2011 1 Ombouwen/aanbouwen van de woning: Toegang tot de woning... 6 2 Ombouwen/aanbouwen van de woning: Leefruimte (keuken en living)... 8 3 Ombouwen/aanbouwen

Nadere informatie

HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR

HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP 01 WAT VINDT U IN DEZE BROCHURE? 01 WAT VERSTAAN WE ONDER HULPMIDDELEN EN AANPASSINGEN?

Nadere informatie

WETTELIJKE SUBROGATIE EN CUMULVERBOD VAPH

WETTELIJKE SUBROGATIE EN CUMULVERBOD VAPH WETTELIJKE SUBROGATIE EN CUMULVERBOD VAPH Geregeld door : - artikel 14 van het oprichtingsdecreet van het VAPH van 7 mei 2004; - Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening

Nadere informatie

LEERRECHT in het SBSO

LEERRECHT in het SBSO LEERRECHT in het SBSO Alle jongeren vanaf 13 jaar tot 21 jaar kunnen als regelmatige leerling in het buitengewoon secundair onderwijs worden toegelaten op basis van een inschrijvingsverslag. streeft ernaar

Nadere informatie

BELGISCH STAATSBLAD Ed. 2 MONITEUR BELGE

BELGISCH STAATSBLAD Ed. 2 MONITEUR BELGE 81447 VLAAMSE OVERHEID Welzijn, Volksgezondheid en Gezin [C 2010/35977] 29 NOVEMBER 2010. Ministerieel besluit houdende vervanging van de refertelijst inzake individuele materiële bijstand De Vlaamse minister

Nadere informatie

1 het decreet: het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap;

1 het decreet: het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap; BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 13 JULI 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiele bijstand voor de sociale integratie van

Nadere informatie

MULTIDISCIPLINAIR FUNCTIONERINGSRAPPORT VOOR DE AANVRAAG VAN EEN MOBILITEITSHULPMIDDEL EN/OF AANPASSINGEN

MULTIDISCIPLINAIR FUNCTIONERINGSRAPPORT VOOR DE AANVRAAG VAN EEN MOBILITEITSHULPMIDDEL EN/OF AANPASSINGEN Bijlage bij de Verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Nadere informatie

MDT TER KOUTER- CAR HOE KAN ONS MDT U HELPEN? In deze brochure leest u hoe multidisciplinair team Ter Kouter

MDT TER KOUTER- CAR HOE KAN ONS MDT U HELPEN? In deze brochure leest u hoe multidisciplinair team Ter Kouter MDT TER KOUTER- CAR Revalidatiecentrum, v.z.w. Aaltersesteenweg 2 9800 Deinze Tel. 09/386.38.90 - Fax : 09/386.82.72 E-mail : [email protected] HOE KAN ONS MDT U HELPEN? In deze brochure leest u hoe multidisciplinair

Nadere informatie

Over te maken door de rechthebbende aan de door hem gekozen verstrekker.

Over te maken door de rechthebbende aan de door hem gekozen verstrekker. Bijlage bij de Verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Nadere informatie

INFONOTA. Toelichting bij de verschillende onderdelen van het MDV (volgens het modulair systeem)

INFONOTA. Toelichting bij de verschillende onderdelen van het MDV (volgens het modulair systeem) Sterrenkundelaan 30 1210 Brussel T 02 225 84 11 F 02 225 84 05 [email protected] www.vaph.be 17 mei 2016 INFONOTA Toelichting bij de verschillende onderdelen van het MDV (volgens het modulair systeem)

Nadere informatie

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten

Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten Booischotseweg 1 2235 Hulshout Tel: 015 22 40 17 www.hulshout.be [email protected] Bijzondere projectsubsidies socio-culturele projecten Artikel 1. Doelstelling en definitie Onder de hierna bepaalde

Nadere informatie

Over te maken door de rechthebbende aan de door hem gekozen verstrekker.

Over te maken door de rechthebbende aan de door hem gekozen verstrekker. Bijlage bij de Verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Nadere informatie

DE VERNIEUWDE AANPASSINGSPREMIE VANAF 1 JUNI 2019

DE VERNIEUWDE AANPASSINGSPREMIE VANAF 1 JUNI 2019 / Nota DE VERNIEUWDE AANPASSINGSPREMIE VANAF 1 JUNI 2019 www.wonenvlaanderen.be INHOUD 1 Duiding... 3 1.1 waarom een vernieuwde aanpassingspremie 3 1.2 Krachtlijnen vernieuwde aanpassingspremie 3 1.2.1

Nadere informatie

INFONOTA. Aanpassing regelgeving en refertelijst IMB vanaf 1/01/ Aanpassingen BVR

INFONOTA. Aanpassing regelgeving en refertelijst IMB vanaf 1/01/ Aanpassingen BVR Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Gericht aan: De instanties die erkend zijn om multidisciplinaire verslagen af te leveren, de voorzitter en de leden van de permanente

Nadere informatie

pagina 1 van 5 Beslissing Btw nr. E.T.129.030/3 dd. 02.02.2016 FOD Financiën, 04/02/2016, www.fisconetplus.be Context Belasting over de toegevoegde waarde > 17 - B.T.W. tarieven Algemene Administratie

Nadere informatie

Wat betekent het CLB voor u? Hoe kan ons multidisciplinair team VAPH u helpen?

Wat betekent het CLB voor u? Hoe kan ons multidisciplinair team VAPH u helpen? Het multidisciplinair team VAPH van VCLB Leuven Infobrochure voor leerlingen en hun ouders Wat betekent het CLB voor u? Het centrum voor leerlingenbegeleiding biedt informatie, advies, diagnostiek en korte

Nadere informatie

Personen met een handicap. Tegemoetkomingen en andere maatregelen

Personen met een handicap. Tegemoetkomingen en andere maatregelen Personen met een handicap Tegemoetkomingen en andere maatregelen 1 Heb je een handicap? Heeft je kind een handicap? Dan kan je bij ons (de Directiegeneraal Personen met een handicap) terecht voor: De

Nadere informatie

FAQ Wettelijke subrogatie cumulverbod

FAQ Wettelijke subrogatie cumulverbod FAQ Wettelijke subrogatie cumulverbod 1 Algemene vragen Vraag 1: Mijn handicap komt (deels) door een ongeval of een medische fout. Een tegenpartij moet mijn kosten vergoeden. Kan ik nog een tussenkomst

Nadere informatie

Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)

Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) Studiedag Werkgelegenheidsmaatregelen Donderdag 29 september Vilvoorde Wat? Rendementssubsidie bij de tewerkstelling van PmAH Premie toegekend door de VDAB Gemeenten,

Nadere informatie

In de communicatie naar onze inwoners wordt er steeds gesproken over een woonzorgcampus.

In de communicatie naar onze inwoners wordt er steeds gesproken over een woonzorgcampus. Inhoud Situering... 2 Wat is een woonzorgcampus?... 2 Woonzorg of toch assistentiewoningen?... 2 Kernvraag indien woonzorgcampus... 4 Voorgeschiedenis... 4 Huidige Stand van zaken... 4 Toekomst... 4 Kernvraag

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER GEMEENTELIJKE VERBETERINGS & AA NPASSINGSPREMIE. De gemeentelijke verbeterings- en aanpassingspremie bestaat uit twee luiken:

AANVRAAGFORMULIER GEMEENTELIJKE VERBETERINGS & AA NPASSINGSPREMIE. De gemeentelijke verbeterings- en aanpassingspremie bestaat uit twee luiken: AANVRAAGFORMULIER GEMEENTELIJKE VERBETERINGS & AA NPASSINGSPREMIE voorwaarden De gemeentelijke verbeterings- en aanpassingspremie bestaat uit twee luiken: - een gemeentelijke aanvullende premie op de verbeterings-

Nadere informatie

IV.4 PA/E/S IBO MB Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van het laatste wijzigingsbesluit

IV.4 PA/E/S IBO MB Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van het laatste wijzigingsbesluit Ministerieel besluit van 12 juni 2001 houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van

Nadere informatie

Hulpmiddelen Meer comfort, beter leven

Hulpmiddelen Meer comfort, beter leven Hulpmiddelen Meer comfort, beter leven Deze brochure is een uitgave van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Opmaak: Leen Verstraete Cover: Fotosearch Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of

Nadere informatie

SUBSIDIE VOOR INBRAAKPREVENTIE

SUBSIDIE VOOR INBRAAKPREVENTIE SUBSIDIE VOOR INBRAAKPREVENTIE REGLEMENT TOELAGEREGLEMENT VOOR DE BEVEILIGING VAN VERENIGINGSLOKALEN Artikel 1 In het district Ekeren zijn veel verenigingen actief. Het districtsbestuur wenst het verenigingsleven

Nadere informatie

Van revalidatie tot consolidatie

Van revalidatie tot consolidatie Van revalidatie tot consolidatie Het belang van wettelijke subrogatie voor het slachtoffer Jens Vuylsteke Juridische Dienst VAPH Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap 1 Inhoud Revalidatie Consolidatie

Nadere informatie

Betreft: Hulpmiddelen voor studenten met behoefte aan extra ondersteuning in het hoger onderwijs.

Betreft: Hulpmiddelen voor studenten met behoefte aan extra ondersteuning in het hoger onderwijs. Steunpunt Inclusief hoger Onderwijs Sint-Jorisstraat 71 8000 Brugge Betreft: Hulpmiddelen voor studenten met behoefte aan extra ondersteuning in het hoger onderwijs. Het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs

Nadere informatie

MDT - HET VEER - CAR HOE KAN ONS MDT U HELPEN? In deze brochure leest u hoe multidisciplinair team Het Veer

MDT - HET VEER - CAR HOE KAN ONS MDT U HELPEN? In deze brochure leest u hoe multidisciplinair team Het Veer MDT - HET VEER - CAR Revalidatiecentrum, v.z.w. Kazernestraat 35 A 9100 Sint-Niklaas Tel. 03/776.63.19 - Fax : 03/760.48.71 E-mail : [email protected] Riziv : 9.53.406.07 HOE KAN ONS MDT U

Nadere informatie

Reglement met betrekking tot het subsidiëren van projecten ter bevordering van een goede studiekeuze in het secundair onderwijs

Reglement met betrekking tot het subsidiëren van projecten ter bevordering van een goede studiekeuze in het secundair onderwijs directie Onderwijs & Vorming Reglement met betrekking tot het subsidiëren van projecten ter bevordering van een goede studiekeuze in het secundair onderwijs Artikel 1 Definities Voor de toepassing van

Nadere informatie

Thuis Blijven Wonen. Inge Claessens, Ergotherapeute, Thuiszorgpunt

Thuis Blijven Wonen. Inge Claessens, Ergotherapeute, Thuiszorgpunt Thuis Blijven Wonen Inge Claessens, Ergotherapeute, Thuiszorgpunt Thuis Blijven Wonen Wandeling doorheen de woning met valkuilen, oplossingen en tips Premies 65+ Voorstelling dienst Wandeling doorheen

Nadere informatie

Gezien de specifieke zorgvraag van heel wat van de cliënten is een individuele badstoel met instellingsmogelijkheid noodzakelijk. In de aangepaste bad

Gezien de specifieke zorgvraag van heel wat van de cliënten is een individuele badstoel met instellingsmogelijkheid noodzakelijk. In de aangepaste bad Vlaams Welzijnsverbond vzw Guimardstraat 1 1040 Brussel Tel: 02 511 44 70 Fax: 02 513 85 14 www.vlaamswelzijnsverbond.be [email protected] bank 776-5935071-29 Ondernemingsnr: 466885447 Welke

Nadere informatie

MDT - HET VEER - CAR HOE KAN ONS MDT U HELPEN?

MDT - HET VEER - CAR HOE KAN ONS MDT U HELPEN? Revalidatiecentrum, v.z.w. Kazernestraat 35 A 9100 Sint-Niklaas Tel. 03/776.63.19 - Fax : 03/760.48.71 E-mail : [email protected] Riziv : 9.53.406.07 MDT - HET VEER - CAR HOE KAN ONS MDT U

Nadere informatie

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013.

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Portefeuillehouder: Onderwerp: B.G. Schalkwijk vaststellen van het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, overwegende dat

Nadere informatie

INFOSESSIE MOHM STUDIEDAGEN SOCIAAL WERK

INFOSESSIE MOHM STUDIEDAGEN SOCIAAL WERK INFOSESSIE MOHM STUDIEDAGEN SOCIAAL WERK 29 mei, 3 juni, 5 juni 2019 SINDS 1 JANUARI 2019 ZIJN MOBILITEITSHULPMIDDELEN EEN ONDERDEEL VAN DE VLAAMSE SOCIALE BESCHERMING RIZIV VAPH VSB december 2018 Agentschap

Nadere informatie

A001. Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)

A001. Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) A001 Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) Provinciale afdeling Vak bestemd voor de administratie Toegekend dossiernummer AANVRAAG OM INSCHRIJVING EN BIJSTAND PERSOON VOOR WIE DE AANVRAAG

Nadere informatie

Overleg mdt en ouders Timing

Overleg mdt en ouders Timing Mariska Waldukat Sociaal werker Patiëntenbegeleiding Overleg mdt en ouders Timing Wat nu? Aanvraagprocedure Rechten? Indienen van de aanvraag Medisch onderzoek Beslissing 1 Contact kinderbijslagfonds Bedienden

Nadere informatie

Aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel

Aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel Aanvraag voor een mobiliteitshulpmiddel ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Vlaamse

Nadere informatie

Hoe inschrijven BIJ het VAPh? INFORMAtIe VOOR. VLAAMS AGeNtSChAP VOOR PeRSONeN Met een handicap

Hoe inschrijven BIJ het VAPh? INFORMAtIe VOOR. VLAAMS AGeNtSChAP VOOR PeRSONeN Met een handicap Hoe inschrijven BIJ het VAPh? INFORMAtIe VOOR PeRSONeN Met een handicap VLAAMS AGeNtSChAP VOOR PeRSONeN Met een handicap Wat VINDt u IN Deze BROChuRe? 01 Waarom u INSChRIJVeN BIJ het VAPh? 03 AAN welke

Nadere informatie

NIETIGHEID TERUGGAVE DUPLICAAT OMWISSELING VAN EEN OUD

NIETIGHEID TERUGGAVE DUPLICAAT OMWISSELING VAN EEN OUD NIETIGHEID TERUGGAVE DUPLICAAT OMWISSELING VAN EEN OUD MODEL TEGEN EEN NIEUW MODEL INHOUDSOPGAVE Nietigheid van het rijbewijs Teruggave van het rijbewijs Duplicaat In welke omstandigheden wordt een duplicaat

Nadere informatie

Hoe een aanvraag indienen BIJ het VAPH? INFORMATIE VOOR VLAAMS AGENTSCHAP VOOR

Hoe een aanvraag indienen BIJ het VAPH? INFORMATIE VOOR VLAAMS AGENTSCHAP VOOR Hoe een aanvraag indienen BIJ het VAPH? INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP 01 wat vindt u in deze BROCHURE? 01 Waarom een aanvraag indienen bij het

Nadere informatie

Zorg en ondersteuning voor personen met een nietaangeboren hersenletsel of tetraplegie

Zorg en ondersteuning voor personen met een nietaangeboren hersenletsel of tetraplegie Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Gericht aan: multidisciplinaire teams, vergunde zorgaanbieders 2 oktober 2018 INF/ATH/18/09 Contactpersoon Cluster Indicatiestelling

Nadere informatie

Toelichting bij de. Classificerende Diagnostische Protocollen

Toelichting bij de. Classificerende Diagnostische Protocollen Toelichting bij de Classificerende Diagnostische Protocollen 1 1 Oorsprong 1.1 Situering Binnen het VAPH loopt er een project diagnostiek en indicatiestelling dat onder andere de bedoeling heeft het organisatiemodel

Nadere informatie

Wijzigingen regelgeving IMB - opleiding MDT s

Wijzigingen regelgeving IMB - opleiding MDT s Wijzigingen regelgeving IMB - opleiding MDT s 2019 Overzicht Refertelijst indeling Hulpmiddelenfiches Adviesverlening hulpmiddelen Aanvraag hulpmiddelen Algemene doelgroepen Toetsing algemene doelgroepen

Nadere informatie

Aanvraag bijzondere bijstand Sociale Dienst Amsterdam, regio Noord

Aanvraag bijzondere bijstand Sociale Dienst Amsterdam, regio Noord Rapport Gemeentelijke Ombudsman Aanvraag bijzondere bijstand Sociale Dienst Amsterdam, regio Noord 17 december 2004 RA0409921 Samenvatting Verzoeker heeft een chronische ziekte en vraagt bijzondere bijstand

Nadere informatie

Wat na de definitieve schaderegeling?

Wat na de definitieve schaderegeling? Wat na de definitieve schaderegeling? Het cumulverbod in al zijn facetten Sam Van Bastelaere Diensthoofd Juridische Dienst Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap 1 Cumulverbod Wettelijke subrogatie

Nadere informatie

Directie-generaal Personen met een handicap. Tegemoetkomingen en andere maatregelen

Directie-generaal Personen met een handicap. Tegemoetkomingen en andere maatregelen Directie-generaal Personen met een handicap Tegemoetkomingen en andere maatregelen 1 Heb je een handicap? Heeft je kind een handicap? Dan kan je bij ons (de Directiegeneraal Personen met een handicap)

Nadere informatie

Personen met een handicap. Tegemoetkomingen en andere maatregelen

Personen met een handicap. Tegemoetkomingen en andere maatregelen Personen met een handicap Tegemoetkomingen en andere maatregelen 1 Heb je een handicap? Heeft je kind een handicap? Dan kan je bij ons (de Directiegeneraal Personen met een handicap) terecht voor: De

Nadere informatie

Vereenvoudigde aanvraag van hulpmiddelen en aanpassingen

Vereenvoudigde aanvraag van hulpmiddelen en aanpassingen Vereenvoudigde aanvraag van hulpmiddelen en aanpassingen Waarvoor dient dit formulier? Als u in het verleden al een goedkeuring hebt gekregen voor een tegemoetkoming in de kosten van hulpmiddelen en aanpassingen,

Nadere informatie

HOE EEN AANVRAAG INDIENEN BIJ HET VAPH? INFORMATIE VOOR VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP

HOE EEN AANVRAAG INDIENEN BIJ HET VAPH? INFORMATIE VOOR VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP HOE EEN AANVRAAG INDIENEN BIJ HET VAPH? INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP WAT VINDT U IN DEZE BROCHURE? 01 WAT DOET HET VAPH? 03 ZIJN ER VOORWAARDEN?

Nadere informatie

Agentschap Ondernemen Steun voor strategisch advies. via de kmo-portefeuille

Agentschap Ondernemen Steun voor strategisch advies. via de kmo-portefeuille Agentschap Ondernemen Steun voor strategisch advies via de kmo-portefeuille S t e u n v o o r s t r a t e g i s c h a d v i e s v i a d e k m o - p o r t e f e u i l l e Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Wie

Nadere informatie

STEDELIJK REGLEMENT TOT TOEKENNING VAN EEN AANPASSINGSPREMIE VOOR HET LEVENSLANG WONEN IN EEN WONING

STEDELIJK REGLEMENT TOT TOEKENNING VAN EEN AANPASSINGSPREMIE VOOR HET LEVENSLANG WONEN IN EEN WONING STAD IZEGEM STEDELIJK REGLEMENT TOT TOEKENNING VAN EEN AANPASSINGSPREMIE VOOR HET LEVENSLANG WONEN IN EEN WONING Aangenomen door de Gemeenteraad in zitting van 6 mei 2013, gewijzigd bij besluit in zitting

Nadere informatie

HOE EEN AANVRAAG INDIENEN BIJ HET VAPH? INFORMATIE VOOR VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP

HOE EEN AANVRAAG INDIENEN BIJ HET VAPH? INFORMATIE VOOR VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP HOE EEN AANVRAAG INDIENEN BIJ HET VAPH? INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP 01 WAT VINDT U IN DEZE BROCHURE? 01 WAT DOET HET VAPH? 03 ZIJN ER VOORWAARDEN?

Nadere informatie

1 Vul hieronder de gegevens in van de persoon waarvoor het medisch voorschrift wordt opgemaakt. dag maand jaar

1 Vul hieronder de gegevens in van de persoon waarvoor het medisch voorschrift wordt opgemaakt. dag maand jaar Medisch voorschrift voor een mobiliteitshulpmiddel /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning van beoefenaars van paramedische beroepen

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning van beoefenaars van paramedische beroepen Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning van beoefenaars van paramedische beroepen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd

Nadere informatie

Medisch voorschrift voor een mobiliteitshulpmiddel

Medisch voorschrift voor een mobiliteitshulpmiddel Medisch voorschrift voor een mobiliteitshulpmiddel MV versie 2 1 februari 2019 /////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Nadere informatie

Waar kan u terecht? INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR

Waar kan u terecht? INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR U heeft een handicap. Waar kan u terecht? INFORMATIE VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP VLAAMS AGENTSCHAP VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP 01 wat vindt u in deze BROCHURE? 01 Waar kan u als persoon met een handicap

Nadere informatie