Het middelbaar beroepsonderwijs
|
|
|
- Mathilda Willemsen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Het middelbaar beroepsonderwijs Dick Takkenberg Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) levert grote aantallen gediplomeerden voor de arbeidsmarkt. De ongediplomeerde uitval is echter ook groot. Het aantal leerlingen in het mbo is de laatste jaren gestaag toegenomen, vooral door groeiende deelname van vrouwen. In het schooljaar 23/ 4 telde het mbo 45 duizend leerlingen. De sector techniek is sinds 1997 fors in omvang teruggelopen en de sectoren economie en zorg en welzijn zijn sterk gegroeid. Het aandeel van de basisberoepsopleiding nam in vrijwel elke sector toe. Bij techniek is slechts één van de tien geslaagden een vrouw, bij zorg en welzijn is dat negen van de tien. Vergeleken met andere Europese landen levert de sector techniek in Nederland maar een klein deel van de geslaagden in het mbo. 1. Inleiding: mbo en arbeidsmarkt Elk jaar kiezen honderdduizenden jongeren voor een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Het mbo is daarmee een zeer belangrijke toeleverancier voor de arbeidsmarkt. Bijna vier van de tien mensen in de werkzame beroepsbevolking hebben een mbo-diploma als hoogste opleiding. Ze zijn werkzaam in tal van beroepen, zoals bakkers, automonteurs, loodgieters en verpleegsters. Het gaat ook om een substantieel deel van wat in termen van de kenniseconomie wel aangeduid wordt als human resources in science and technology: vaklieden op het gebied van techniek, gezondheidszorg, automatisering en andere technisch wetenschappelijke terreinen. Deze vakmensen hebben als mbo ers weliswaar geen hogere opleiding gehad, maar zij zijn wel op hoog niveau werkzaam en spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de implementatie van innovatieprocessen. Het mbo is sinds 1996 sterk gereorganiseerd. De beroepsopleidingen kunnen tegenwoordig op vier niveaus gevolgd worden: Niveau 1: de assistentopleidingen. Zij duren een half jaar tot een jaar en leiden op voor eenvoudige uitvoerende werkzaamheden. Afronding van deze opleiding wordt niet beschouwd als een volwaardige startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Niveau 2: de basisberoepsopleidingen. Dit is het eerste niveau dat opleidt tot een volwaardige startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Het zijn twee- tot driejarige opleidingen voor uitvoerend werk. Niveau 3: de vakopleidingen. Deze duren twee tot vier jaar en leiden op tot volledig zelfstandige uitvoering van werkzaamheden. Niveau 4: de middenkaderopleidingen (drie tot vier jaar) en de specialistenopleidingen (kopstudies van een tot twee jaar). Zij leiden op tot volledig zelfstandige uitvoering van werkzaamheden met brede inzetbaarheid of hoge specialisatie. Een leerling die een opleiding op niveau 4 heeft behaald kan eventueel doorstromen naar het hoger beroepsonderwijs (hbo). Het mbo volgt in het Nederlandse onderwijs op het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) en de mavo. Met een vboof mavo-diploma heeft een jongere nog geen startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Die startkwalificatie verkrijgt men pas met een diploma van mbo niveau 2 of hoger, of met een diploma van havo/vwo. Dat het letterlijk loont om na het vbo of mavo door te leren op de hogere niveaus van het mbo blijkt uit het Loonstructuuronderzoek van het CBS. In 22 was het gemiddelde bruto uurloon van mbo ers met een startkwalificatie ruim 17 euro. Van vbo ers en mavisten was het uurloon aanzienlijk lager, namelijk 14,4 euro (Advokaat e.a., 25). Uit recent CBS-onderzoek blijkt bovendien dat jongeren met een startkwalificatie een aanzienlijk grotere kans hebben op werk dan jongeren zonder dat diplomaniveau. In 24 had 84 procent van de jongeren die van school waren gegaan met een startkwalificatie betaald werk. Van de jongeren zonder startkwalificatie had slechts 67 procent een baan (Beckers en Traag, 25). In dit artikel zullen deelnemers aan de mbo-assistentopleidingen (niveau 1) buiten beschouwing worden gelaten, aangezien het geen startkwalificatie geeft voor de arbeidsmarkt. Als hieronder over het mbo wordt gesproken worden dus de niveaus 2 tot en met 4 bedoeld. Verder zal onderscheid gemaakt worden tussen de basisberoepsopleiding (mbo 2) enerzijds, en de vak-, middenkader-, en specialistenopleidingen (mbo 3/4) anderzijds. Naar verwachting zullen kenniswerkers vooral uit niveau 3/4 komen. 2. Ontwikkeling van het mbo: In het Nederlandse onderwijsstelsel neemt het mbo een tussenpositie in tussen het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs. Een zeer groot deel van de 17 tot en met 19-jarigen gaat naar het mbo. Tussen schooljaar 1997/ 98 en 23/ 4 is een lichte verjonging in de deelname aan het mbo opgetreden. Het aandeel 17-jarigen dat een mbo-opleiding volgt, is gestegen van 37 naar 4 procent. De deelname van de 18 en 19-jarigen is iets gedaald, maar blijft zeer hoog. Ruim vier van de tien 18-jarigen zitten op het mbo. Bij de 19-jarigen is dat ruim een van de drie. Pas bij de 2-jarigen is de deelname aan het hoger onderwijs groter dan de deelname aan het mbo. Het mbo is de laatste jaren gestaag gegroeid. Het aantal leerlingen in het mbo bedroeg in het schooljaar 23/ 4 ruim 45 duizend. Ten opzichte van 1997/ 98 is dat een groei van 6 procent. De groei is te splitsen in een deel dat het gevolg is van bevolkingsgroei en een deel dat het gevolg is van grotere deelname van de bevolking aan het mbo. 24 Centraal Bureau voor de Statistiek
2 1. Onderwijsdeelname naar leeftijd, 23/'4 van de bevolking 5 3. Leerlingen in mbo niveau 2 4 x Havo/vwo Mbo Hoger onderwijs jaren 1997/ / / 2/ 1 21/ 2 22/ 3 23/ 4 Mannen Vrouwen 2. Onderwijsdeelname mbo naar leeftijd van de bevolking jaren Ongeveer 1 procentpunt van de groei komt doordat de bevolking is toegenomen. Het grootste deel van de groei, 5 procentpunten, komt echter door toegenomen deelname van de bevolking aan het mbo. Bij vrouwen nam de belangstelling voor een mbo-opleiding zeer sterk toe. Hun deelname groeide met 12 procent. Bij de mannen bleef de deelname aan mbo-opleidingen vrijwel gelijk Door deze groei is de gemiddelde verwachte verblijfsduur in het (voltijd-) mbo van een 15-jarig meisje toegenomen van 1,9 tot 2,1 jaar. Deze verwachte verblijfsduur is berekend voor elke 15-jarige, dus inclusief degenen die nooit aan het mbo zullen deelnemen en inclusief eventuele uitvallers. Bij de mannen is de gemiddelde verwachte verblijfsduur in het (voltijd-) mbo voor een 15-jarige blijven steken op 2,3 jaar. Het mbo is in de periode niet alleen gegroeid, maar ook van karakter veranderd. Het accent is verschoven naar opleidingen voor de diensteneconomie: minder technische opleidingen en meer economische opleidingen en opleidingen in de zorg. Daarnaast is het aandeel van de basisberoepsopleidingen (niveau 2) in het totale leerlingaantal toegenomen. Het aantal leerlingen in de sector techniek, in schooljaar 1997/ 98 nog de grootste mbo-sector, is in deze periode sterk afgenomen, namelijk met 15 procent. In schooljaar 23/ 4 is techniek in omvang nog maar de derde sector van het mbo. De sector economie is met een groei van 15 procent van het leerlingenaantal in deze periode de grootste sector geworden, op de voet gevolgd door de sector zorg en welzijn waar maar liefst een groei van bijna 3 procent gerealiseerd werd. De sector landbouw ten slotte was en bleef relatief klein. 4. Mbo-leerlingen naar niveau en sector x Techniek Economie Zorg en welzijn Landbouw Niveau 2 Niveau 3/4 Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 26 25
3 De daling van het aantal leerlingen bij de sector techniek heeft zich zowel bij de basisberoepsopleiding als bij de hogere opleidingen voorgedaan. Op het niveau 3/4 was de afname echter groter. Techniek bleef zo de opleidingssector met het hoogste percentage deelnemers in opleidingen op niveau 2 met 37 procent. De groei in de sector economie en in de sector zorg en welzijn kwam voor een groot deel voor rekening van de basisberoepsopleidingen. In de sector economie nam het aandeel van de lagere opleidingen toe van 26 naar 33 procent, en in de sector zorg en welzijn van 11 naar 16 procent. Over het hele mbo bezien nam het aandeel van leerlingen in de basisberoepsopleidingen toe van 26 naar 28 procent. 3. Geslaagden mbo en ongediplomeerde uitval Het mbo is vooral een arbeidsmarktgerichte opleiding. Weliswaar biedt het hoogste niveau van het mbo de mogelijkheid om door te stromen naar het hbo, maar slechts een op de vier leerlingen maakt daar ook gebruik van. Het gros van de mbo ers komt na hun opleiding terecht op de arbeidsmarkt, echter lang niet altijd met een diploma. Het aandeel ongediplomeerde schoolverlaters van het mbo is hoog. Aan het einde van schooljaar 22/ 3 verliet 4 procent van de leerlingen in de basisberoepsopleiding de opleiding zonder diploma. Bij de opleidingen op de hogere niveaus was de ongediplomeerde uitval niet veel lager: 37 procent. De doorstroom tussen de mbo-niveaus is vrij hoog: 19 procent van de leerlingen stroomt door van niveau 2 naar de hogere niveaus. De meesten daarvan, 7 procent, hebben al een diploma niveau 2 op zak. Er zijn dus vrij veel leerlingen die in de loop van hun schoolloopbaan meer dan één mbo-diploma behalen. 5. Doorstroom binnen en uitstroom uit het mbo, 22/'3 Mbo niveau 2 19 Mbo niveau 3/4 Hbo Zonder diploma Met diploma Zonder diploma Met diploma 16 (dit is 24 van niveau 4) Arbeidsmarkt, geen onderwijs Ondanks de grote uitval levert het mbo ook grote aantallen gediplomeerden af voor de arbeidsmarkt. In 22/ 3 haalden bijna 12 duizend mensen een mbo-diploma waarmee ze aan de slag konden op de arbeidsmarkt. Bijna 37 duizend werden behaald op het niveau van de basisberoepsopleiding, de overige 82 duizend, waren diploma s op hogere niveaus. Er zijn geen gegevens over de leeftijd van de geslaagden in het mbo, maar gezien de leeftijd van de deelnemers en de duur van de opleidingen (2 à 4 jaar) is te verwachten dat het merendeel van de geslaagden in de leeftijdsgroep jaar valt. Het totaal aantal mensen dat een mbo-diploma behaalde, vormde in 22/ 3 bijna 8 procent van deze bevolkingsgroep van jongvolwassenen. In schooljaar 1997/ 98 was dat nog 6,5 procent. 6. Aandeel mbo-geslaagden jarigen / / / 2/ 1 21/ 2 22/ 3 Totaal mbo Mbo niveau 2 Mbo niveau 3/4 De al vermelde groei van de deelname aan de basisberoepsopleidingen betekent dat de gemiddelde studieduur in het mbo korter wordt. Dat heeft in elk geval tijdelijk een toename van het aantal geslaagden tot gevolg. De gesignaleerde veranderingen in de sector-structuur van het mbo (minder techniek, meer economie en vooral meer zorg en welzijn) vertalen zich met enige jaren vertraging in de aantallen geslaagden. Het aandeel geslaagden in technische opleidingen is sinds schooljaar 1999/ gedaald van 34 naar 31 procent van alle mbo-geslaagden. Het aandeel geslaagden in de sector zorg en welzijn is toegenomen van 29 naar 33 procent. De groei van het leerlingaantal in de sector economie trad pas na 1999 op en leidt in 22/ 3 nog niet tot een substantiële toename van het aandeel geslaagden. Al met al leverde de sector zorg en welzijn in schooljaar 22/ 3 de meeste geslaagden af: bijna 39 duizend. De sector economie volgde daar vlak achter met bijna 38 duizend gediplomeerden. De sector techniek was nog goed voor bijna 37 duizend geslaagden, maar dat aantal zal gezien het dalend leerlingaantal vermoedelijk verder afnemen. Bijna de helft van alle mbo-geslaagden in de niveaus 2 tot en met 4 is vrouw. Ten opzichte van schooljaar 1997/ 98 is het aandeel vrouwen licht toegenomen tot 49 procent. Terwijl er voor het mbo als geheel sprake is van een evenredi- 26 Centraal Bureau voor de Statistiek
4 7. Aandeel van de sectoren in het totaal aantal geslaagden Aandeel van mbo-sectoren in het totaal aantal geslaagden per land, 9. 22/'3 1) Nederland België Duitsland Italië Spanje / / / 2/ 1 21/ 2 22/ 3 Techniek Zorg en welzijn Economie Landbouw Polen Tsjechië Denemarken Finland Zweden 2 4 Handel, administratie Techniek, ambachten Gezondheid, diensten Landbouw 1) De gegevens zijn ontleend aan Eurostat database Chronos. De gegevens van Italië hebben betrekking op 2/'1, die van Finland op 21/'2. Het mbo omvat ISCED niveau 3/4. Handel, administratie omvat ISCED 3; techniek, ambachten ISCED 4, 5, 21; gezondheid, diensten ISCED 7, 8, 14, 22; landbouw ISCED 6. ge vertegenwoordiging van mannen en vrouwen, is er bij twee grote sectoren sprake van een zeer forse onbalans. Deze is in de beschreven periode niet of nauwelijks veranderd. Techniek is nog steeds een typische mannensector: slechts één van de tien geslaagden is een vrouw. Zorg en welzijn daarentegen is een typische vrouwensector: negen van de tien geslaagden zijn vrouwen. Alleen in de kleine sector landbouw is in de beschreven periode de onevenwichtigheid verminderd: het aandeel vrouwelijke geslaagden nam toe van 34 naar 41 procent. 8. Aandeel vrouwelijke geslaagden per sector 1 aandeel van deze sector nog kleiner. De sector techniek is in de andere landen de grootste of op een na grootste sector. In Duitsland bijvoorbeeld hebben vier van de tien geslaagden een technische of ambachtelijk opleiding gevolgd en in Polen en Zweden zijn dat er ongeveer zes van de tien. Nederland en België springen eruit door het hoge aandeel geslaagden in de gezondheid en dienstverlening. Het aandeel vrouwelijke geslaagden varieert tussen de 42 procent (Polen) en 55 procent (Finland). Voor het mbo als geheel is de over- of ondervertegenwoordiging van vrouwen betrekkelijk gering. Dit beeld verandert echter bij uitsplitsing naar sector. De typische mannen- en vrouwensectoren komen eigenlijk in elk land voor. 1. Aandeel vrouwelijke geslaagden in enige sectoren van het mbo, 1. 22/'3 1) 8 6 Gezondheid, diensten 4 Techniek, ambachten 2 Techniek 1997/ 98 Economie Zorg en welzijn 22/ 3 4. Internationale vergelijking Landbouw Alle sectoren Bij vergelijking met Europese landen waarvan mbo-gegevens beschikbaar zijn, valt op hoe klein in Nederland het aandeel geslaagden van de sector techniek en ambachten is, bijna eenderde van het totaal. Alleen in België is het Handel, administratie 2 Nederland België Duitsland Italië Spanje 4 6 Polen Tsjechië 8 Denemarken Finland Zweden 1 1) De gegevens zijn ontleend aan Eurostat database Chronos. De gegevens van Italië hebben betrekking op 2/'1, die van Finland op 21/'2. Het mbo omvat ISCED niveau 3/4. Handel, administratie omvat ISCED 3; techniek, ambachten ISCED 4, 5, 21; gezondheid, diensten ISCED 7, 8, 14, 22; landbouw ISCED 6. Sociaal-economische trends, 1e kwartaal 26 27
5 Zo zijn bij de geslaagden in de sector techniek en ambachten in elk land vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd. Nederland springt er uit met slechts 8 procent vrouwelijke geslaagden. Denemarken en Duitsland hebben respectievelijk 14 en 15 procent vrouwelijke gediplomeerden. In Zweden is het aandeel vrouwelijke gediplomeerden bij technische en ambachtelijke opleidingen het hoogst, namelijk 3 procent. De sectoren gezondheid en diensten, en handel en administratie hebben vrijwel overal een zeer hoog aandeel vrouwelijke geslaagden. Doorgaans zijn zes à acht van de tien geslaagden vrouw. Literatuur CBS, 21. Kennis en economie 21: onderzoek en innovatie in Nederland. Par (CBS; Voorburg / Heerlen). CBS, 24. Jaarboek onderwijs 25: feiten en cijfers over het onderwijs in Nederland tot november 24. Par (CBS, Kluwer; Voorburg / Deventer). Advokaat, W., J. van Cruchten, J. Gouweleeuw, E. Schulte Nordholt en W. Weltens, 25. Loon naar beroep en opleidingsniveau: het Loonstructuuronderzoek 22. Sociaal-economische trends, 25, nr. 2, blz Beckers, I. en T. Traag, 25. Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt. Sociaal-economische trends, 25, nr. 4, blz Centraal Bureau voor de Statistiek
Opleidingsniveau stijgt
Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma
Van mbo en havo naar hbo
Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied
5. Onderwijs en schoolkleur
5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone
De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw
De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren
Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt
: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als
Welke routes doorlopen leerlingen in het onderwijs?
Welke routes doorlopen leerlingen in het onderwijs? Wendy Jenje-Heijdel Na het examen in het voortgezet onderwijs staan leerlingen voor de keuze voor vervolgonderwijs. De meest gangbare routes lopen van
7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs
7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs Vergeleken met autochtonen is de participatie in het hoger onderwijs van niet-westerse allochtonen ruim twee keer zo laag. Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/
5.6 Het Nederlands hoger onderwijs in internationaal perspectief
5.6 Het s hoger onderwijs in internationaal perspectief In de meeste landen van de is de vraag naar hoger onderwijs tussen 1995 en 2002 fors gegroeid. Ook in gaat een steeds groter deel van de bevolking
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het
Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs
Steeds meer niet-westerse allochtonen in het voltijd hoger onderwijs Esther van Kralingen Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/ 2 is het aandeel van de niet-westerse allochtonen dat in het hoger onderwijs
Met mbo Techniek of Zorg het meest succesvol op de arbeidsmarkt
Met mbo Techniek of Zorg het meest succesvol op de arbeidsmarkt Eva Gorree Eind september 2005 hadden zeven op de acht mbo-gediplomeerde schoolverlaters uit 2004/ 05 betaald werk. Veel gediplomeerden vonden
Stromen door het onderwijs
Stromen door het onderwijs Vanuit het derde leerjaar van het vo 2003/2004 Erik Fleur DUO/IP Juni 2013 1. Inleiding In schooljaar 2003/2004 zaten bijna 200 duizend leerlingen in het derde leerjaar van het
Erratum Jaarboek onderwijs 2008
Centraal Bureau voor de Statistiek Erratum 13 december 2007 Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is een aantal zaken niet juist vermeld. Onze
Middelbaar beroepsonderwijs regio Arnhem
Deze factsheet toont de ontwikkeling van het aantal studenten in het middelbaar beroepsonderwijs in de regio Arnhem. De cijfers geven inzicht in de ontwikkelingen per sector, niveau en leerweg. Daarnaast
Langdurige werkloosheid in Nederland
Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.
CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen
CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.
Jongeren op de arbeidsmarkt
Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal
Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks
ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor
Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers
Sociaaleconomische trends 213 Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Harry Bierings en Bart Loog juli 213, 2 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, juli 213, 2 1 De afgelopen
CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren
CBS: Meer mensen aan het werk, vooral jongeren Het aantal mensen met een baan is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 6 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren hadden vaker werk. De beroepsbevolking
Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers
Research Centre for Education and the Labour Market ROA Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2014/1 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant
index Technocentrum Kwantitatieve regioanalyse technisch beroepsonderwijs Provincie Noord-Brabant Inhoudsopgave 1. Mbo Techniek... 3 1.1 Deelnemers mbo techniek... 3 1.1.1 Onderwijsinstellingen... 3 1.1.2
Vrouwen op de arbeidsmarkt
op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna
Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt
Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1999-4Middelbaar BeroepsOnderwijs ROA De cijfers in deze publicatie zijn gebaseerd op de jaarlijkse schoolverlatersonderzoeken van het Researchcentrum voor
Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010
FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage
Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt
Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt 07 Arbeidsmarktmobiliteit geringer dan in voorgaande jaren Bijna miljoen mensen wisselen in 2008 van beroep of werkgever Afname werkzame door crisis
Arbeidsmarkt in vogelvlucht
Arbeidsmarkt in vogelvlucht In het eerste kwartaal van 2011 is het aantal banen van werknemers, in vergelijking met het vierde kwartaal van 2010, licht gedaald. Dit is het eerste kwartaal met banenkrimp
Ouders op de arbeidsmarkt
Ouders op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Johan van der Valk De bruto arbeidsparticipatie van alleenstaande s is sinds 1996 sterk toegenomen. Wel is de arbeidsparticipatie van paren nog steeds een stuk
FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom
FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom In het Nederlands onderwijsbestel moeten kinderen op jonge leeftijd belangrijke keuzes maken die de rest van hun loopbaan beïnvloedt. De
Huishoudensprognose : belangrijkste uitkomsten
Huishoudensprognose 26 2: belangrijkste uitkomsten Elma van Agtmaal-Wobma en Coen van Duin Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 26 tot 8,1 miljoen in 23. Daarna
Analyse instroom
Instroomontwikkeling 2016 2017 In 2016 was er een instroomtoename van 5,5% bij de hbo-bachelor- en ad-opleidingen, opgebouwd uit: Een toename van de directe doorstroom vanuit havo, mbo en vwo met 1,0%
8. Werken en werkloos zijn
8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,
Ontwikkelingen in de instroom in het hoger onderwijs
Ontwikkelingen in de instroom in het hoger Sabine Gans Het aantal eerstejaars is de afgelopen vijftien jaar met meer dan de helft toegenomen tot 129 duizend in 29/ 1. Het percentage vrouwen kwam in die
Werkloosheid in de Europese Unie
in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23
Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014
Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos
Studievoortgang in het voortgezet onderwijs
Studievoortgang in het voortgezet onderwijs Lieke Stroucken 1. Leerlingen naar herkomstgroepering en aantal kinderen in het huishouden, brugklascohort 2004/ 05 Leerlingen uit éénoudergezinnen en niet-westers
Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen jaar
Gemiddelde looptijd werkloosheidsuitkeringen nog geen Ton Ferber In de jaren 1992 2001 was de gemiddelde looptijd van een WWuitkering elf maanden. Van de 4,3 miljoen beëindigde uitkeringen was de gemiddelde
Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders
Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Martine Mol De geboorte van een heeft grote invloed op het arbeidspatroon van de vrouw. Veel vrouwen gaan na de geboorte van het minder werken.
Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners
Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het
FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009
FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)
Vacatures in de industrie 1
Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.
Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen
Maart 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen opnieuw toegenomen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische
Factsheets. Voortijdig Schoolverlaten
Factsheets Voortijdig Schoolverlaten Februari 2007 Inleiding Deze factsheets behoren bij de brief kenmerk BVE/INI/2007/3891 en presenteren een weergave van de nu bekende feiten en getallen over de groep
Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009
Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen
ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA
Research Centre for Education and the Labour Market ROA Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2012/1 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
Werkloosheid Amsterdam
Werkloosheid Amsterdam Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon 020 527 9459 Fax 020 527 9595 www.os.amsterdam.nl Amsterdam, februari Werkloosheid in Amsterdam neemt verder
1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt
1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1.1 De beroepsbevolking in 1975 en 2003 11 1.2 De werkgelegenheid in 1975 en 2003 14 Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw trok de gemiddelde Nederlandse
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs. April 2016
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs April 2016 Feiten en cijfers 2 Het algemene beeld Start van de studie uitval en wisselaars Tal van inspanningen bij hogescholen
Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden
HBO-Monitor 2016 De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden Managementsamenvatting In deze factsheet staat de arbeidsmarktpositie van de hbo-afgestudeerden uit studiejaar 2014/2015 centraal. Eind 2016,
Verpleegkundigen aan het werk 1)
Verpleegkundigen aan het werk 1) Alex Hellenthal Als door de vergrijzing de zorgvraag toeneemt en het zorgaanbod juist krimpt, kan er een tekort ontstaan aan verpleegkundigen. Dit artikel besteedt daarom
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze
Kortetermijnontwikkeling
Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van
6,1. Praktische-opdracht door een scholier 1991 woorden 25 mei keer beoordeeld. Hoofdvraag:
Praktische-opdracht door een scholier 1991 woorden 25 mei 2004 6,1 123 keer beoordeeld Vak Economie Hoofdvraag: Wat is de relatie tussen jongeren, arbeid en geld? Deelvragen: 1. Hoeveel jongeren werken?
Joost Meijer, Amsterdam, 2015
Deelrapport Kohnstamm Instituut over doorstroom vmbo-mbo t.b.v. NRO-project 405-14-580-002 Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Inleiding De doorstroom van vmbo naar mbo in de groene sector is lager dan de doorstroom
Werktijden van de werkzame beroepsbevolking
Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Ingrid Beckers Ruim de helft van de werkzame beroepsbevolking werkte in 22 op onregelmatige tijden. Werken in de avonduren en op zaterdag komt het meeste voor.
ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I
ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft
Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt
Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Uit onderzoek blijkt dat jongeren van 15-24 jaar zonder startkwalificatie meer moeite hebben om een (vaste)
Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office)
Tekorten op de ICT-arbeidsmarkt verklaard Door Has Bakker (beleidsadviseur ICT~Office) ICT~Office voorspelt een groeiend tekort aan hoger opgeleide ICT-professionals voor de komende jaren. Ondanks de economische
Feiten en cijfers. Afgestudeerden en uitvallers
Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers April 2017 Inhoud 1 Het algemene beeld 2 2 Start van de studie: uitvallers 4 3 Start van de studie: wisselaars 5 4 Afsluiting van de studie: studiesucces
Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann
Ouderschapsverlof Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ruim een kwart van de werknemers in Nederland die in 24 recht hadden op ouderschapsverlof, hebben daarvan gebruik gemaakt. nemen veel vaker ouderschapsverlof
Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1
Het aantal studenten dat start met een opleiding tot leraar basisonderwijs, leraar speciaal onderwijs of leraar voortgezet onderwijs is tussen en afgenomen. Bij de tweedegraads en eerstegraads hbo-lerarenopleidingen
De inkomensverdeling van ouderen internationaal vergeleken
Bron: K. Caminada & K. Goudswaard (2017), De inkomensverdeling van ouderen internationaal vergeleken, Geron Tijdschrift over ouder worden & maatschappij jaargang 19, nummer 3: 10-13. De inkomensverdeling
CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal
Persbericht PB14 56 11 9 214 15.3 uur CBS: Voorzichtig herstel arbeidsmarkt in het tweede kwartaal Meer werklozen aan de slag Geen verdere daling aantal banen, lichte groei aantal vacatures Aantal banen
Artikelen. Arbeidsmarktdynamiek en banen. Peter Kee en Robin Milot
Artikelen Arbeidsmarktdynamiek en banen Peter Kee en Robin Milot Dit artikel bespreekt de dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt aan de hand van het aantal afgesloten en ontbonden arbeidscontracten. De
Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen
April 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen blijven stijgen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische
Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo)
Aantal gediplomeerden aan de lerarenopleidingen in Nederland Ondanks huidige en verwachte lerarentekorten is er geen sprake van een substantiële groei van aantal gediplomeerden aan de verschillende lerarenopleidingen.
