Doorstuiting van de verjaring in de SAM
|
|
|
- Jasper Mulder
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 ~ ~ 27 augustus 2008 / nr Aansprakelijkheidsrecht Doorstuiting van de verjaring in de SAM (HR 27 juni 2008, C07/068HR, LJN BD1842) mr. J.M.I. Vinkl s> 50. Inleiding De Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (de WAM) is gericht op de bescherming van de rechten van slachtoffers die in het verkeer door een motorrijtuig veroorzaakte schade lijden. Blijkens de rechtspraak van het Benelux Gerechtshof en de Hoge Raad is de slachtofferbescherming een belangrijk aanknopingspunt bij de uitleg van de WAM. De ruime bescherming van verkeersslachtoffers komt in de rechtspraak dan ook telkens weer tot uitdrukking. Aan de op dit punt illustratieve lijst van uitspraken2 kan het onderhavige, bier to bespreken arrest van de Hoge 1. Mr. J.M.I. Vink is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. Z. Zoals opgesomd door De Bosch Kemper, Losbl. Onrechtmatige daad III.9, aant. 345 en door A-G Verkade in M zijn conclusie voor dit arrest onder 4.4. Aansprakelij kheidsrecht 50 Doorstuiting van deverjaring in de WANt, (HR 27 juni?008, C07/068HK, I./:\ BD1842), rrtr. J. M.I. Vin{z / 227 Ondernemingsrecl-it 51 }~ictiez~e bestuurdersaan5prakzlijkhei~i, (HIt 14 n~aart 2005, RO 2C05, 29, R~~r~Ll~ 2005, 309; JOR 200S, 152 n1.nt. Borrius (Lan~nlers/curator Blanker~hocf Participatie ITV)), mr. M. Chebti / 230 Goederen- en faillisseinentsrecht Het voorontwerp Insolventiewet 52 Bestuurdersaansprakclijktieid, ~nr. J.P.D. ~~ctn cle KliFt / ~Citel 10 Voorontwerp Insolventie~vet, Internationaal insolventierecht: cen overzicht, ~n7-. ~.AA.~~f. Vcrschirr~e / 238 Raad worden toegevoegd. In deze zaak was de vraag aan de orde of de door onderhandelingen gestuite verjaring jegens de WAM-verzekeraar meebrengt dat ook jegens de WAM-verzekerde de verjaring is gestuit voor het gedeelte van de vordering dat uitgaat boven het bedrag waarvoor de polis dekking biedt. 2. Het arrest van 27 juni 2008 Aanleiding tot deze rechtsvraag was een in 1977 veroorzaakt verkeersongeval, waarbij de toen 20-0 a blotters Klu~~er business
2 Goederen- en faillissementsrecht Het voorontwerp Insolventiewet Bestuurdersaansprakelijkheid mr. J.P.D. van de Klift1 '' S2. Inleiding Nadat in een eerdere aflevering de doelstellingen, karakteristieken en hoofdroispelers van het nieuwe Voorontwerp Insolventiewet zijn besproken, wordt in deze bijdrage de regeling voor de aansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersonen in het Voorontwerp besproken.z Deze regeling is opgenomen in titel 8 van het Voorontwerp en bestaat uit twee artikelen, to weten aansprakelijkheid van bestuurders wegens het nalaten van passende maatregelen (art. 8.1) en hoofdelijke 1. Mr. J.P.D. van de Klift is advocaax bij NautaDutilh NV. Z. Zie mr. T.T. van Zanten, Het voorontwerp Insolventiewet; doelstellingen, karakteristieken en hoofdrolspelers, Bb 2008, 28, p
3 aansprakelijkheid van bestuurders voor het boedeltekort (art. 8.2). Daarnaast wordt in deze bijdrage stilgestaan bij enkele andere bepalingen in het Voorontwerp die van belang zijn voor de aansprakelijkheid van bestuurders van rechtspersonen. 2. Artikel 8.1 Nalaten van passende maatregelen In het Beklamel-arrest uit 1989 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat op een bestuurder een bijzondere zorgplicht jegens de `nieuwe' schuldeisers van de rechtspersoon komt to rusten vanaf het moment dat hij wetenschap had in de zin van moist of redelijkerwijze had behoren to weten van de feitelijke insolventie van de rechtspersoon.3 Met `nieuwe' schuldeisers wordt gedoeld op die schuldeisers die na dat moment ook wel de peildatum genoemd een vordering op de feitelijk insolvente rechtspersoon hebben verkregen. Deze zorgplicht brengt met zich dat een namens de rechtspersoon handelende bestuurder (de handelende bestuurder) vanaf dat moment passende maatregelen moet nemen om deze `nieuwe' schuldeisers to beschermen, bij gebreke waarvan hem een ernstig verwijt treft en hij op grond van onrechtmatige daad als geregeld in art. 6:162 BW jegens deze `nieuwe' schuldeisers aansprakelijk is. De norm die in deze uitspraak is neergelegd, wordt ook wel de Beklamel-norm genoemd. Deze norm is in art. 8.1 van het Voorontwerp gecodificeerd. In art. 8.1 is een disculpatiemogelijkheid opgenomen: niet aansprakelijk is de bestuurder die aantoont dat hem geen verwijt treft en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van passende maatregelen. Deze eerste voorwaarde van de disculpatiemogelijkheid roept de vraag op of art. 8.1 uitgaat van een collectieve aansprakelijkheid van het bestuur met een disculpatiemogelijkheid voor een individuele bestuurder of een persoonlijke aansprakelijkheid van de individuele bestuurder met een disculpatiemogelijkheid als hij passende maatregelen heeft genomen. Naar mijn mening gaat art. 8.1 uit van deze laatste worm van aansprakelijkheid.4 Als art. 8.1 wel van collectieve aansprakelijkheid zou uitgaan, dan zou in deze bepaling wel zijn opgenomen gelijk als in art. 8.2 dat de aansprakelijkheid voor iedere bestuurder heeft to Belden. Wellicht dat de eerste 3. Zie HR 6 oktober 1989, NJ 1990, 286 (Beklamel). 4. Anders J.B. Huizink, Insolventie en bestuurdersaansprakelijkheid, in Het voorontwerp Insolventiewet nader beschouwd, e.a. (red.), Ars Aequi Libri, 2008, p voorwaarde is opgenomen om de bestuurder die niet namens de rechtspersoon heeft gehandeld (de passieve bestuurder) de gelegenheid to geven zich van aansprakelijkheid to bevrijden. De handelende bestuurder treft immers behoudens passende maatregelen in deze omstandigheden sowieso een ernstig verwijt. Een ander punt is dat uit de voorgestelde regeling lijkt to volgen dat de passieve bestuurder in geval van wetenschap van benadeling pas van aansprakelijkheid is bevrijd als hij tevens aantoont dat hij passende maatregelen heeft genomen om de belangen van de `nieuwe' schuldeisers to beschermen. De verplichting die Merin besloten ligt lijkt redelijk, aangezien, een passieve bestuurder in deze omstandigheden immers evengoed als de handelende bestuurder op de voet van art. 6:162 BW een ernstig verwijt kan worden gemaakt als hij nalaat om passende maatregelen to nemen om de belangen van de `nieuwe' schuldeisers to beschermen. Uit de Toelichting bij art. 8.1 volgt dat een rechtspersoon feitelijk insolvent is, als zij haar opeisbare schulden niet of niet binnen een redelijke termijn uit haar aanwezige liquide middelen kan voldoen.s Op dat moment dient de bestuurder de insolventverklaring van de rechtspersoon op de voet van art van het Voorontwerp to verzoeken, dan wel andere passende maatregelen to nemen om de belangen van de `nieuwe' schuldeisers to beschermen. Het verzoek tot benoeming van een stille bewindvoerder op de voet van afdeling 7.2 van het Voorontwerp kan onder omstandigheden als een dergelijke passende maatregel worden aangemerkt.b Voorts kan worden gedacht aan het vooraf waarschuwen van potentiele `nieuwe' schuldeisers, een reorganisatie of een financiele herstructurering. Voorts volgt uit de Toelichting bij art. 8.1 dat in geval van overtreding van de Beklamel-norm de vordering in beginsel toekomt aan de `nieuwe' schuldeisers. Zij verkrijgen immers een onverhaalbare vordering op een feitelijk insolvente rechtspersoon. Als echter niet alleen de `nieuwe' schuldeisers, maar ook de `oude' schuldeisers (lees: de schuldeisers die reeds voor de peildatum een vordering op de rechtspersoon hadden) in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, dan komt de bevoegdheid om deze vordering in to 5. Zie S.C.J.J. Kortmann & N.E.D. Faber (red.), Geschiedenis van de Faillissementswet, Voorontwerp Insolventiewet, Serie Onderneming en Recbt deel 2-IV, 2007, p Wanneer hierna wordt verwezen naar de Toelichting op het Voorontwerp, wordt steeds verwezen naar de desbetreffende pagina in dit boek. 6. Zie Voorontwerp Insolventiewet, p Bb 2008,
4 stellen op de voet van de art en exclusief toe aan de bewindvoerder ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers.' Een dergelijke benadeling van de gezamenlijke schuldeisers words in de Toelichting bij art. 8.1 ook wel aangeduid als een generieke schuldeisersbenadeling. Hiervan is sprake als na de peildatum tegenover de toename van het passief een minder dan evenredige toename van het actief staat, hetgeen tot uitdrukking komt in lager uitkeringspercentage ten opzichte van het percentage dat zou zijn uitgekeerd aan de schuldeisers als de bestuurder op de peildatum de insolventieverklaring zou hebben aangevraagd.g Deze vordering van de bewindvoerder wordt ook wel de Peeters-Gatzen vordering genoemd en strekt tot herstel van de verhaalsmogelijkheden van de gezamenlijke schuldeisers waarover hierna meer. Een dergelijke vordering is wel een uitzondering in geval van overtreding van de Beklamel-norm, aangezien het toch in eerste instantie de `nieuwe' schuldeisers zijn die hierdoor worden benadeeld. De gezamenlijke schuldeisers worden slechts benadeeld in het uitzonderlijke geval waarin de door de rechtspersoon ontvangen prestatie (toename activa) niet in verhouding staat tot de voor de rechtspersoon corresponderende verplichting (toename actrda) Artikel 8.2 hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders voor boedeltekort De aansprakelijkheid van bestuurders voor het tekort in het faillissement is thans geregeld in art. 2:138 BW voor de NV en art. 2:248 BW voor de BV. Deze regeling is met de derde misbruikwet op 1 januari 1987 ingevoerd teneinde de positie van de curator in faillissement tegenover bestuurders to verbeteren.9 Voorts steunt deze regeling op de gedachte dat iedere bestuurder in beginsel hoofdelijk aansprakelijk is voor de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur.10 De Commissie heeft de art. 2:138 en 248 BW thans Zie Voorontcverp Insolventiewet, p Zie HR 10 december 1976, NJ 1977, 617 (Eneca); W.J.M. van Andel & F.M.J. Verstijlen, Materieel faillissementsrecht: de Peeters/Gatzen-vordering en de overeenkomst binnen faillissement, Preadviezen Vereniging voor Burgerlijk Recht, 2006, p ; F.M.J. Verstijlen, noot onder Rb. Utrecht 15 September 1999, NJkort 1999, 85 (Meijer q.q./kakisina), TvI 1999/10, p ; zie ook T.T. van Zanten, Het actierecht van de faillissementscurator, VrA 2006, afl. 3, p Zie Wet van 16 mei 1986, Stb. 275; MvT, Kamerstukken , nr. 3, p Zie MvA, Kamerstukken , nr. 6, p. 19. gebundeld tot een artikel en overgeheveld naar art. 8.2 van het Voorontwerp. De inhoud van lid 1 van art. 8.2 van het Voorontwerp stemt materieel overeen met lid 1 van art. 2:138/248 BW: iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van de insolventie. Krachtens art. 2:10 BW heeft het bestuur van iedere rechtspersoon de verplichting om een behoorlijke administratie to voeren. In gevolge art. 2:394 BW heeft iedere rechtspersoon de verplichting Naar jaarrekening tijdig to publiceren. In lid 2 van art. 8.2 van het Voorontwerp is nu bepaald dat in geval van schending van de administratie- of publicatieplicht wordt vermoed dat (i) het bestuur zijn taak ook voor het overige onbehoorlijk heeft vervuld en (ii) deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van de insolventie is. Anders dan in de huidige regeling is het eerste bewijsvermoeden weerlegbaar. Het staat de aangesproken bestuurder vrij om aannemelijk to maken dat het bestuur haar tack voor het overige wel behoorlijk heeft vervuld. Slaagt de aangesproken bestuurder hierin, dan words evenwel nog steeds vermoed dat de schending van de administratie- of publicatieplicht (lees: de specifieke onbehoorlijke taakvervulling) een belangrijke oorzaak is van de insolventie. Per saldo is de aangesproken bestuurder dus niet beter of ten opzichte van de huidige situatie. Om dit tweede bewijsvermoeden to weerleggen zal hij namelijk nog steeds aannemelijk moeten maken dat andere feiten en omstandigheden dan de schending van de administratie- of publicatieplicht mede een belangrijke oorzaak van de insolventie zijn geweest. 11 Als reden voor de wijziging van het eerste bewijsvermoeden verwijst de Commissie naar de uitspraak van de Hoge Raad in het arrest Koster/Van Nie, waarin de Hoge Raad oordeelde dat in geval van schending van de administratie- of publicatieplicht vaststaat dat iedere bestuurder zijn taak ook voor het overige onbehoorlijk heeft vervuld.'z Volgens de Commissie zou hieruit volgen dat de disculpatiemogelijkheid van lid 3 van art. 2:138/248 SW niet langer openstaat in geval van schending van de administratie- of pu- 11. HR 23 november 2001, NJ 2002, 95 (Mefrigo c.s./wind q.q.); zie tevens HR 20 oktober 2006, NJ 2007, 2 m.nt. Maeijer en RO 2007, 1 (Van Schilt/Janssen). 12. HR 20 mei 1988, NJ 1989, 676 (Koster/Van Nie); Voorontwerp Insolven~iewet, p Bb 2008,
5 blicatieplicht. Daarvoor bestaat naar haar mening onvoldoende rechtvaardiging. Voor zover daar onzekerheid over bestaat, vraag ik mij of of de gekozen oplossing de juiste is. Het komt mij namelijk voor dat het probleem niet is gelegen in de onweerlegbaarheid van het eerste bewijsvermoeden, maar veeleer in het oordeel van de Hoge Raad dat in geval van schending van de administratie- of publicatieplicht ieder van de bestuurders Naar tack ook voor het overige onbehoorlijk heeft vervuld. Om dit probleem op to lossen lijkt het mij zuiverder om in de Toelichting bij art. 8.2 lid 2 op to nemen dat in geval van schending van de administratie- of publicatieplicht slechts het bestuur als zodanig haar taak voor het overige onbehoorlijk heeft vervuld en dat het iedere individuele bestuurder vrijstaat een beroep op voornoemde disculpatiemogelijkheid in lid 3 to doen. Deze oplossing heeft als voordeel dat de toelichting aansluit bij de tekst van de wet en komt ook overeen met de bedoeling van de wetgever.13 In lid 3 van art. 8.2 van het Voorontwerp is de disculpatiemogelijkheid uit lid 3 van art. 2:138/248 BW overgenomen: niet aansprakelijk is de individuele bestuurder die aantoont dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem is to wijten en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan of to wenden. Slaagt een individuele bestuurder hierin, dan is hij van aansprakelijkheid bevrijd. Anders dan in de huidige regeling is in de voorgestelde regeling expliciet tot uitdrukking gebracht dat een individuele bestuurder zich ook kan disculperen met een beroep op zijn werkkring en/of de periode gedurende Welke hij in functie is geweest. Tot de werkkring van een bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toegekend. Verder blijft iedere bestuurder ondanks een taakverdeling verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken en voor zijn verplichting om nadelige gevolgen van een onbehoorlijke taakvervulling door een of meerdere van zijn medebestuurders of to wenden.14 Huizink merkt terecht op dat een wettelijke grondslag in het huidige vennootschapsrecht voor een dergelijke invulling van het begrip werkkring ontbreekt.15 Wellicht dat de Commissie heeft geanticipeerd op het wetsvoorstel betreffende de aanpassing van het bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen 13.Zie Mvt Kamerstukken 16631, nr, 3, p Voorontwerp Insolventiewet, p Huizink, a.w., p van 13 maart In dit wetsvoorstel wordt in de art. 2:9, 2:129a en 2:139a de door de Commissie voorgestane invulling van het begrip werkkring in het vennootschapsrecht geintroduceerd, zij het dat men het gebruik van het wage begrip `werkkring' achterwege heeft gelaten en heeft gekozen voor een precieze omschrijving van de wij-r_e waarop en hoever het bestuur de taken mag verdelen en wat de gevolgen daarvan zijn voor de besluitvorming, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. In lid 4 van art. 8.2 van het Voorontwerp is bepaald dat de bewijsvermoedens van lid 2 niet van toepassing zijn op een individuele bestuurder die aantoont dat de schending van de administratieof publicatieverplichting niet aan hem is to wijten en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan of to wenden. De huidige regeling in art. 2:138/248 BW kept deze disculpatiemogelijkheid niet. Daarmee is niet gezegd dat dit naar huidig recht niet mogelijk zou zijn. Verschillende auteurs menen onder verwijzing naar de memorie van toelichting bij de huidige regeling en lagere rechtspraak dat dit wel mogelijk is, zij het slechts in sprekende gevallen.'~ Een en ander brengt met zich dat het voorgestelde lid 4 mijns inziens overbodig is en dat voor deze specifieke disculpatiemogelijkheid kan worden volstaan met lid 3 van de voorgestelde regeling. In lid 5 van art. 8.2 van het Voorontwerp zijn de collectieve en de individuele matigingsbevoegdheid uit lid 4 van art. 2:138/248 BW overgenomen. De voorgestelde bepaling is ruimer van opzet dan de huidige regeling: de individuele matigingsbevoegdheid is niet Langer beperkt tot de periode waarin een individuele bestuurder gedurende de onbehoorlijke taakvervulling als zodanig in functie is geweest, maar omvat tevens alle andere omstandigheden van het geval. Het is de vraag of deze verruiming niet to veel of doet aan het principiele uitgangspunt van de huidige regeling met betrekking tot de collectieve aansprakelijkheid van het bestuur voor het financieel beleid en de daaraan gekoppelde hoofdelijke aansprakelijkheid en of het wellicht niet beter is met deze omstandigheden rekening to houden in een regresprocedure op de voet van art. 6:10 BW. Lid 6 van art. 8.2 van het Voorontwerp bevat 16. Zie 17.Rechtspersonen (losbl.), art. 138, aant. 12; Asser/Maeijer, Vertegenzr~oordiging en Rechtspersoon, De Naamloze en besloten vennootschap, deel 2-III, 1997, nr. 330; J.B. Wezeman, Aansprakelijkheid van bestuurders, 1998, p ; Kamerstukken 16631, nr. 3, p. 5. Bb 2008, 52 z3s
6 geen materiele wijziging ten opzichte van lid 5 van art. 2:138/248 BW: als de omvang van het tekort nog niet bekend is, dan kan de rechter, al dan niet met toepassing van de matigingsbevoegdheid in lid 5, bestuurders overeenkomstig de art b Rv. veroordelen tot betaling van het to kort nader op to maken bij staat. In lid 7 van art. 8.2 van het Voorontwerp is een nieuwe regeling opgenomen: op vordering van de bewindvoerder of een aangesproken bestuurder kan de rechter bepalen dat de vordering van een schuldeiser op de voet van de eigen schuld regeling in art. 6:101 lid 1 BW buiten beschouwing moet worden gelaten. Art. 6:101 BW bepaal'dat de schadevergoedingsplicht in beginsel wordt verminderd wanneer de schade merle een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. Uit de Toelichting bij art. 8.2 lid 7 volgt dat het de bedoeling is dat deze bepaling slechts wordt toegepast in sprekende gevallen waarin de schuldeiser zelf aan de insolventie van de schuldenaar heeft bijgedragen, zoals bijvoorbeeld in het geval waarin een kredietverschaffer in strijd met de goede trouw~abrupt het krediet heeft beeindigd.lg Deze vordering is ontleend aan een voordracht uit 1994 van Van Schilfgaarde.19 Wat opvalt is dat Van Schilfgaarde de aansprakelijkheid op de voet van art. 2:138/248 BW kwalificeert als een externe aansprakelijkheid jegens de schuldeisers van de rechtspersoon, terwijl de Commissie deze aansprakelijkheid juist kwalificeert als een interne aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon.20 Nu Van Schilfgaarde zijn voorstel voor de onderhavige vordering expliciet in de sleutel van de externe aansprakelijkheid heeft geplaatst, rijst de vraag hoe deze vordering zich verhoudt met het oordeel van de Hoge Raad in Notaris M/Gerritse q.q. Hierin werd geoordeeld dat in het kader van de uitoefening van een Peeters-Gatzen vordering door een curator, het collectieve belang rechtvaardigt dat de aangesproken derde tegenover de curator niet alle verweren kan inroepen die hij tegenover een individuele schuldeiser wel zou hebben kunnen inroepen.21 In geval van een vordering op de voet van art. 8.2 behartigt de bewindvoerder immers ook via de boedel de collectieve belangen van de gezamenlijke schuldeisers. 18. Voorontwerp Insolventiewet, p P. van Schilfgaarde, Behoeft art. 2:138/248 BW aanvulling met het oog op eigen schuld van een benadeelde crediteur?, in: Knelpun[en in de vennootschapswetgeving, IVO deel 24, 1995, p Voorontwerp Insolventiewet, p HR 23 december 1994, NJ 1996, 628 m.nt. WMK onder NJ 1996, 629 (Notaris M/Gerritse q.q.). Lid 8 van art. 8.2 van het Voorontwerp bevat Been materiele wijziging ten opzichte van lid 6 van art. 2:138/248 BW: de vordering kan slechts worden ingesteld voor een onbehoorlijke taakvervulling die heeft plaatsgevonden in de periode van drie jaren voorafgaande aan de insolventie, alsmede dat een aangesproken bestuurder geen beroep op kwijting kan doen. Voor de duidelijkheid is de onmogelijkheid van verrekening aan de bepaling toegevoegd. Lid 9 van art. 8.2 van het Voorontwerp komt materieel grotendeels overeen met lid 7 van art. 2:138/248 BW: de vordering kan ook worden ingesteld tegen een feitelijke bestuurder van de rechtspersoon, maar niet tegen een door de rechter benoemde functionaris, zoals bijvoorbeeld een door de Ondernemingskamer op de voet van art. 2:359 sub d BW tijdelijk aangestelde bestuurder. Aan deze bepaling is toegevoegd de aansprakelijkheid van de oprichter van de vennootschap. Deze toevoeging lijkt overbodig nu reeds in art. 2:93/203 lid 4 BW is bepaald dat art. 2:138/248 BW overeenkomstig van toepassing is op een oprichter die onzorgvuldig heeft gehandeld. In de Toelichting bij art. 8.2 lid 9 wordt tevens voorgesteld om art. 2:11 BW aan to passen in die zin dat ook bestuurders van feitelijk leidinggevende rechtspersonen hoofdelijk voor kennelijkonbehoorlijk bestuur van de rechtspersoon kunnen worden aangesproken. Deze aanpassing kan achterwege blijven, omdat het Voorontcverp is achterhaald door de uitspraak van de Hoge Raad in Lammers/Aerts q.q. Hierin heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit op de voet van het huidige art. 2:11 BW reeds mogelijk is. 22 Lid 10 van art. 8.2 van het Voorontcverp verklaart de regeling van overeenkomstige toepassing op verenigingen, cooperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen in het tijdvak waarin deze rechtspersonen een onderneming dreven. Anders dan in de huidige regeling wordt voor het criterium onderneming niet Langer aangesloten bij het begrip onderneming in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting, maar bij het begrip onderneming in art. 5 van de Handelsregisterwet. Het negende lid van art. 2:138/248 BW is komen to vervallen: de bevoegdheid van de curator om bepaalde onverplicht verrichte rechtshandelingen van de bestuurder to vernietigen.23 Het elfde lid 22. HR 14 maart 2008, RI 2008, 32 en JOR 2008, 152 (Lammers/Aerts q.q.). 23. Zie onder meer F.P. van Koppen, Een pleidooi voor het verwijderen van de quasi-pauliana uit onze wetgeving, WPNR 1991/6009, p. 405 e.v. Bb 2008,
7 komt materieel overeen met het achtste lid van art. 2:138/248 BW: de bevoegdheid ~i~ van de curator om de bestuurder op grond van onbehoorlijke taakvervulling op de voet van art. 2:9 BW aan to spreken. Het twaalfde lid komt materieel overeen met het tiende lid van art. 2:138/248 BW: de mogelijkheid voor de curator om van de minister van justitie een voorschot to vragen om de vordering in to stollen als de boedel ontoereikend is. 4. Artikel 3.2.8/3.2.9 Vordering tot herstel van de boedel In eon reeks van arresters heeft de Hoge Raad bepaald dat de curator bevoegd is om op de voet van art. 6:162 BW tegen eon derde bijvoorbeeld eon bestuurder eon vordering uit hoofde van onrechtmatige daad in to stollen wegens benadeling van de gezamenlijke schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden.24 Naar aanleiding van het eerste arrest in doze reeks wordt doze vordering ook wel de Peeters-Gatzen vordering genoemd. Doze vordering is in art van het Voorontwerp gecodificeerd. In afcvijking van eon tweetal arresters van de Hoge Raad heeft de Commissie in art van het Voorontwerp bepaald dat doze bevoegdheid exclusief aan de bewindvoerder toekomt.25 Een en ander brengt met zich dat voor zover eon derde tevens eon specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens eon individuele schuldeiser heeft geschonden zoals bijvoorbeeld de Beklamel-norm doze schuldeiser niet Langer zelfstandig bevoegd is om tegen doze derde to ageren. Op de voet van art /3.2.9 komt doze bevoegdheid mode ten behoove van doze individuele schuldeiser voortaan toe aan de bewindvoerder.zb Zoals hierboven reeds is aangegeven, komt dit slechts in uitzonderlijke gevallen voor. of meer schuldenaren geconsolideerd worden voortgezet. De ratio voor de voeging is dat een gescheiden afwikkeling zou leiden tot uitkomsten die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Een dergelijke geconsolideerde afwikkeling kan belangrijke gevolgen hebben voor de aansprakelijkheid van bestuurders op de voet van art. 8.2 van het Voorontwerp. Art. 9.6 van het Voorontwerp bepaalt namelijk dat in geval van geconsolideerde afwikkeling ieder van de bestuurders aansprakelijk is voor het geconsolideerde tekort. De gevolgen hiervan kunnen echter worden verzacht door de hierboven besproken mogelijkheden van disculpatie (art. 8.2 lid 3 en 4) en matiging (art. 8.2 lid 5). 6. Conclusie De aansprakelijkheid van bestuurders in het Voorontcverp is grotendeels gebaseerd op bestaande regelgeving en jurisprudentie. Op onderdelen heeft de Commissie echter keuzes gemaakt en wijkt de voorgestelde regeling of van de bestaande regelgeving en jurisprudentie. Voorts heeft de Commissie in de voorgestelde regeling ook nieuwe elementen geintroduceerd. Uit het voorgaande blijkt dat bij de voorgestelde regeling kanttekeningen kunnen worden geplaatst. Ik zie het Voorontwerp dan ook vooral als eon good uitgangspunt voor debat over de wijze waarop de regeling voor aansprakelijkheid van bestuurders in eon toekomstige Insolventiewet gestalte dient to krij gen. 5. Artikel 9.6 bestuurdersaansprakelijkheid bij geconsolideerde afwikkeling Op de voet van art. 9.1 van het Voorontwerp kan de rechtbank bepalen dat de insolventies van twee 24. Zie HR 14 januari 1983, NJ 1983, 597 m.nt. BW (Footers q.q./gatzen); HR 8 november 1991, NJ 1992, 174 (Nimox/Van den End q.q.); NJ 1996, 629 (Notaris M/Geritse q.q.); HR 21 december 2001, NJ 2005, 95 (Lunderstadt/De Kok q.q.); en HR 16 September 2005, NJ 2006/311 m.nt. PvS (De Borst/Bannenberg q.q.). 25. Zie NJ 2005, 95 (Liinderstadt/De Kok q.q.) en IVJ 2005, 96 (Sobi/Hurks II). 26. "Lie Voorontwerp Insolventiewet, p. 418; anders M.A.J.G. Janssen en G.G. Boeve, De Peeters-Gatzen vordering wettelijk geregeld, in Het vooront~erp Insolventiewet nader beschou~d, a.w., p Bb 2008,
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid Auteur: mr. J.P.D. van de Klift 1 In: Bb 2008, 52 1. Inleiding Nadat in een eerdere aflevering de doelstellingen, karakteristieken en hoofdrolspelers van het nieuwe Voorontwerp
Het Ceteco-vonnis en benadeling in de vorm van vermeerdering van het passief
Dit artikel uit is gepubliceerd door Boom juridisch en is bestemd voor DVDW Advocaten Het Ceteco-vonnis en benadeling in de vorm van vermeerdering van het passief Inleiding Ceteco N.V. (hierna: Ceteco)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen
Jurisprudentie Ondernemingsrecht
Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok
Bewijsvermoedens bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement
Bewijsvermoedens bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement M r. H. M. R o v e r s * Inleiding Mede vanwege de kredietcrisis is het onderwerp van bestuurdersaansprakelijkheid actueel. De toepasselijke
Diverse civielrechtelijke aspecten van de aansprakelijkheid van bestuurders. Mijke Sinninghe Damsté & Irene Tax Ontbijtseminar 12 december 2013
Diverse civielrechtelijke aspecten van de aansprakelijkheid van bestuurders Mijke Sinninghe Damsté & Irene Tax Ontbijtseminar 12 december 2013 Programma I. Introductie II. Aansprakelijkheid Bestuurders
WIJZIGINGEN IN BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID ALS GEVOLG VAN DE FLEX-WET EN HET WETSVOORSTEL BESTUUR EN TOEZICHT
Notariaat M&A - oktober 2012 WIJZIGINGEN IN BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID ALS GEVOLG VAN DE FLEX-WET EN HET WETSVOORSTEL BESTUUR EN TOEZICHT In het wetsvoorstel Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht
Onder Professoren. Aansprakelijkheid van bestuurders. 14 april 2015 VAAN Utrecht. prof. mr. Claartje Bulten
Onder Professoren Aansprakelijkheid van bestuurders 14 april 2015 VAAN Utrecht prof. mr. Claartje Bulten Aansprakelijkheid van bestuurders Onderwerpen Interne aansprakelijkheid Externe aansprakelijkheid
Artikel 2:9 BW, enkele observaties
Artikel 2:9 BW, enkele observaties prof. mr. J.B. Huizink 1. Het huidige art. 2:9 BW Het huidige art. 2:9 BW lijkt mij als volgt te moeten worden uitgelegd. In geval van een éénhoofdig bestuur is een bestuurder
Aansprakelijkheid commissarissen
1 november 2012 Aansprakelijkheid commissarissen Suzan Winkels-Koerselman Turnaround Advocaten Een klein, modern en gespecialiseerd advocatenkantoor Digitaal dossier Wij bieden de inzet van ervaren onafhankelijke
Het besturen van een vereniging en stichting
Het besturen van een vereniging en stichting Roland van Mourik notaris Cursus Goed Bestuur Nijmegen 6 oktober 2009 Roland van Mourik 37 jaar 1990-1991 propaedeuse rechten te Leiden 1991-1996 notarieel
Juridisch Document ZORG
Juridisch Document ZORG Wanneer ben je als bestuurder van een rechtspersoon in de zorg persoonlijk aansprakelijk? 14 maart 2014 Zorg Zaken Groep Mr. W. Wickering Mr. M.N. Minasian Alle rechten voorbehouden.
Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers
Dit artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Juridisch up to Date, september 2008 Aansprakelijkheid van rechtspersoon-bestuurders en feitelijk beleidsbepalers Mr. dr. S. Parijs, CMS Derks Star Busmann
Het juridische lot van de Commissaris. Mr. David Dronkers 26 november 2009
Het juridische lot van de Commissaris Mr. David Dronkers 26 november 2009 Amerikaanse toestanden? Rechtspersoon houder van rechten en plichten mythe van bestuurdersaansprakelijkheid Kentering: deep pocket-beginsel
Persoonlijke verwijtbaarheid en art. 2:11 BW: gaat dat samen?
Persoonlijke verwijtbaarheid en art. 2:11 BW: gaat dat samen? Mr. J.P. Hellinga in zijn arrest van 1 mei 2012 1 heeft het gerechtshof s-hertogenbosch geoordeeld dat art. 2:11 BW van toepassing is bij aansprakelijkheid
Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven'
Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' 1 Toezicht op bestuur Op 31 mei 2011 is het wetsvoorstel bestuur en toezicht (het "Wetsvoorstel")
Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt.
Wetgeving Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. Onder beschikking
TvI 2012/1 p. 10 e.v. Mr dr L.J. van Eeghen
TvI 2012/1 p. 10 e.v. Mr dr L.J. van Eeghen Bijna 30 jaar PGV (Peeters/Gatzen vordering) en 25 jaar Beklamel: iedereen uitgerangeerd? 1 Curatoren zijn ogenschijnlijk na het Bannenberg- en Butterman-arrest
Enkele aspecten van de Peeters/Gatzen-vordering
Enkele aspecten van de Peeters/Gatzen-vordering Mr. M.A.J.G. Janssen en mr. G.G. Boeve Sinds het in 1983 gewezen Peeters/Gatzen-arrest is het vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat de curator bevoegd is
Positiebepaling van de Hoge Raad bij het ontwikkelen van maatstaven voor bestuurdersaansprakelijkheid
Positiebepaling van de Hoge Raad bij het ontwikkelen van maatstaven voor bestuurdersaansprakelijkheid Inleiding Vanaf het midden van de jaren tachtig zijn in Nederland vele honderden, mogelijk zelfs duizenden
Perikelen rond de vaststelling en publicatie van de jaarrekening en aansprakelijkheid in het kader daarvan. Een reactie
Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2016 Perikelen rond de vaststelling en publicatie van de jaarrekening en aansprakelijkheid in het kader daarvan. Een reactie Prof. mr. C.A. Schwarz en Mr.
MEMO. Bestuurdersaansprakelijkheid Datum: 12 februari Introductie
MEMO Onderwerp: Bestuurdersaansprakelijkheid Datum: 12 februari 2018 Referentie: White paper 1. Introductie Steeds meer mensen starten hun eigen onderneming. Dit brengt verschillende voordelen met zich
Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering. Mr. drs. KP. van Koppen
Actio Pauliana en onrechtmatige daadvordering Mr. drs. KP. van Koppen Kluwer - Deventer - 1998 Voorwoord V Gebruikte afkortingen XV Algemene inleiding en verantwoording 1 Verantwoording 1 2 Een körte schets
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid 7 oktober 2015 Mr. F.J.M.E. Koppenol 1 Wie ben ik? Introductie Onderwerpen Interne bestuurdersaansprakelijkheid Externe bestuurdersaansprakelijkheid tegenover een crediteur;
Bestuurdersaansprakelijkheid, een pot nat?
J.B. Huizink 1 Inleiding Bij de verdediging van haar proefschrift Aansprakelijkheid van leidinggevenden 1 in de fraaie aula van het Groningse Academiegebouw werd mevr. De Valk geconfronteerd met een interessante
TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN A. BONS BEHEER B.V. d.d. 18 juli 2013. : de besloten vennootschap A. Bons Beheer B.V.
Dit verslag ziet uitsluitend op hetgeen zich in de afgelopen verslagperiode heeft voorgedaan. Daar waar de nummering ontbreekt, zijn de hoofdstukken reeds afgesloten en wordt voor informatie verwezen naar
Bestuurdersaansprakelijkheid. Door drs. Heske van Eyck van Heslinga Associate partner DeNieuweCommissaris Consult VTOI congres 17 april 2015
Bestuurdersaansprakelijkheid Door drs. Heske van Eyck van Heslinga Associate partner DeNieuweCommissaris Consult VTOI congres 17 april 2015 Mijn achtergrond Associate partner DeNieuweCommissaris Opleiden
Actualiteiten Verbintenissenrecht. Webinar 7 april 2015 Academie voor de Rechtspraktijk R.J.Q. Klomp
Actualiteiten Verbintenissenrecht Webinar 7 april 2015 Academie voor de Rechtspraktijk R.J.Q. Klomp Bankgarantie Bankgarantie is abstract. Wat betekent dat? Beginsel van strikte conformiteit. Uitzondering
AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting
AMBTELIJK VOORONTWERP Memorie van Toelichting 1. Inleiding Dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen om te kiezen voor een monistisch bestuursmodel.
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen
PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/54061
Recente ontwikkelingen van de publicatieplicht
Recente ontwikkelingen van de publicatieplicht MR. P.J. PeteRs en MR. F. el Houzi Het afgelopen jaar heeft de publicatieverplichting van jaarrekeningen behoorlijk in de schijnwerpers gestaan, voornamelijk
Aansprakelijkheid in verband met uitkeringen in het vereenvoudigde BV-recht
MR. B. VERKERK Aansprakelijkheid in verband met uitkeringen in het vereenvoudigde BV-recht Inleiding Het voorstel voor de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht 1 bevat ten opzichte van het huidige
De voorlopige crediteurencommissie revisited en artikel 76 Fw re-examined
S.E. Castaño Ortiz De voorlopige crediteurencommissie revisited en artikel 76 Fw re-examined Inleiding De bevoegdheden die aan de voorlopige crediteurencommissie worden toegekend, door de Faillissementswet,
Bestuurdersaansprakelijkheid DOOR MR. JAN DOP
Bestuurdersaansprakelijkheid DOOR MR. JAN DOP Inleiding Op 17 mei 2000 werd het handelshuis Ceteco, dat voornamelijk in wit- en bruingoed voor de Zuidamerikaanse markt handelde, failliet verklaard. Al
Reactie NautaDutilh. Reactie NautaDutilh op het ambtelijk voorontwerp voorstel
Reactie NautaDutilh consultatie Wet bestuur en toezicht rechtspersonen Reactie NautaDutilh op het ambtelijk voorontwerp voorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen NautaDutilh N.V. Marianne de Waard-Preller
Welkom namens. Bestuurdersaansprakelijkheid in incassozaken. Rob Beks
Welkom namens Bestuurdersaansprakelijkheid in incassozaken Rob Beks Onderwerpen Wat is bestuurdersaansprakelijkheid Soorten bestuurdersaansprakelijkheid Uitkeringstoets (nieuwe) BV-recht Vragen Wat is
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid van een civielrechtelijk bestuursverbod (Wet civielrechtelijk bestuursverbod) VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij
BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID. Interne aansprakelijkheid
BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID Interne aansprakelijkheid Als de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan de bestuurder op grond van art.
Aansprakelijkheid van verenigingsbestuurders in faillissement. dr. S. Renssen
Aansprakelijkheid van verenigingsbestuurders in faillissement dr. S. Renssen Inhoud 1. De huidige regeling 2. De mogelijke toekomst 3. Een verhoogd risico? 4. Het civielrechtelijk bestuursverbod 1. De
Corporate Governance. Privaatrechtelijk speelveld Master Class Corporate Governance Mr. Jaap Maris 21 april 2015
Corporate Governance Privaatrechtelijk speelveld Master Class Corporate Governance Mr. Jaap Maris 21 april 2015 Corporate governance Relevante bronnen van regelgeving (in volgorde van belangrijkheid) (Uitgangspunt
COMMISSIE VENNOOTSCHAPSRECHT
COMMISSIE VENNOOTSCHAPSRECHT Datum: 19 oktober 2015 De Minister van Veiligheid en Justitie mr. GA. van der Steur Postbus 20301 2500 EH DEN HMG Excellentie, Graag doe ik u hierbij het advies van de Commissie
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.
Help, ik ben bestuurder
Help, ik ben bestuurder Aansprakelijkheid van bestuurders Ine Schockaert 24 april 2014 Minervastraat 5 1930 ZAVENTEM T +32 (0)2 275 00 75 F +32 (0)2 275 00 70 www.contrast -law.be Inleiding Faillissementen
Achtste openbare verslag ex artikel 73a Fw in het faillissement van Bruidshuis Sonja Rotterdam B.V.
Het papieren verslag is identiek aan het digitale verslag. Achtste openbare verslag ex artikel 73a Fw in het faillissement van Bruidshuis Sonja Rotterdam B.V. Inzake : Bruidshuis Sonja Rotterdam B.V.,
Vereniging Jaarrekeningenrecht Administratie- en publicatieplicht en insolventie. 13 april 2010 Prof.mr.dr. Karin Luttikhuis RA
Vereniging Jaarrekeningenrecht Administratie- en publicatieplicht en insolventie 13 april 2010 Prof.mr.dr. Karin Luttikhuis RA Onderwerpen Administratie- en publicatieplicht onderdeel Wet bestuurdersaansprakelijkheid
NOTULEN AUTEUR / INLICHTINGEN: 12 mei 2011 10060553/11-00258663/eti Concept-notulen flexbv
NOTULEN VAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN EEN BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NEDERLANDS RECHT, GEBASEERD OP DE WETSVOORSTELLEN INZAKE FLEXIBILISERING VAN HET BV-RECHT. Bijgaand eerst een toelichting en daarna
Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht. van de. Nederlandse Orde van Advocaten. en de. Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.
Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht van de Nederlandse Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie inzake het voorstel van wet Herziening van de regels over toegelaten instellingen
progamma 19:30 Welkom 19:45 Bestuurdersaansprakelijkheid - intern 20:15 Pauze 20:30 Bestuurdersaansprakelijkheid extern en in geval van faillissement
Welkom progamma 19:30 Welkom 19:45 Bestuurdersaansprakelijkheid - intern 20:15 Pauze 20:30 Bestuurdersaansprakelijkheid extern en in geval van faillissement 21:15 Vragen 21:30 Borrel en napraten 22:00
Turbo-liquidatie en de bestuurder
Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten
STATUTAIRE INSTRUCTIEBEVOEGDHEID EN DE GEVOLGEN VOOR DE BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID EN BESTUURSAUTONOMIE
STATUTAIRE INSTRUCTIEBEVOEGDHEID EN DE GEVOLGEN VOOR DE BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID EN BESTUURSAUTONOMIE Een onderzoek naar de gevolgen van gebruikmaking van de statutaire instructiebevoegdheid conform
Handreiking bestuurlijke aansprakelijkheid. Vereniging van toezichthouders in onderwijs en kinderopvang
Handreiking bestuurlijke aansprakelijkheid Vereniging van toezichthouders in onderwijs en kinderopvang VTOI-NVTK, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen
ONDERNEMINGSRECHT EN ZORG
ONDERNEMINGSRECHT EN ZORG Nieuwe regels voor bestuurders en toezichthouders 27/11/2014 1 Problemen in semi-publieke sector, ook in de zorg Vergoedingen staan onder druk Bezuinigingen en dreigende ontslagen
In het opschrift komt de zinsnede en deskundigheidstoetsing van commissarissen te vervallen.
32 512 Wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het financieel toezicht in verband met de bevoegdheid tot aanpassing en terugvordering van bonussen van bestuurders en dagelijks beleidsbepalers
Bestuurdersaansprakelijkheid. Jaap van der Meer advocaat
Bestuurdersaansprakelijkheid Jaap van der Meer advocaat Turnaround Advocaten Turnaround Advocaten is een klein en modern gespecialiseerd advocaten kantoor. Digitaal dossier. Wij bieden de inzet van zeer
Jurisprudentie Ondernemingsrecht
Jurisprudentie Ondernemingsrecht 8 september 2015 Mr. F.J.M.E. Koppenol 1 Onderwerpen Faillietverklaring versus Turboliquidatie Uitspraken HR personenvennootschappen Uitspraken Rechtbank wettelijke geschillenregeling
Bestuurdersaansprakelijkheid in het vernieuwde (BV-)recht
Mr. dr. M. Olaerts* Bestuurdersaansprakelijkheid in het vernieuwde (BV-)recht In deze bijdrage wordt ingegaan op de op handen zijnde wijzigingen in de bestuurdersaansprakelijkheid die het gevolg zijn van
Geconsolideerde behandeling van insolventies. Samenvatting
Ondernemingsrecht, Geconsolideerde behandeling van insolventies Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: Ondernemingsrecht 2008, 136 Bijgewerkt tot: 03-10-2008 Auteur: Mr.
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 6 Datum: 4 juni 2015
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 6 Datum: 4 juni 2015 In dit verslag worden de werkzaamheden en de stand van de boedel beschreven over de afgelopen periode. De curator baseert zich op aangetroffen gegevens
Corporate Alert: de 403-verklaring
Corporate Alert: de 403-verklaring Kort na elkaar heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan over vragen waartoe de 403- verklaring aanleiding geeft. De meest in het oog springende beslissing (HR 20 maart
Tweede openbare verslag ex artikel 73a Faillissementswet in het faillissement van MKB TRANSPORT B.V.
Het papieren verslag is identiek aan het digitale verslag. Tweede openbare verslag ex artikel 73a Faillissementswet in het faillissement van MKB TRANSPORT B.V. inzake : MKB Transport B.V., statutair gevestigd
DE BESTE BESTUURDERS STAAN AAN WAL EN HOE ZIT HET MET CRUIJFF EN AJAX
BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID DE BESTE BESTUURDERS STAAN AAN WAL EN HOE ZIT HET MET CRUIJFF EN AJAX (Lezing aan boord van DFDS Seaways ) Uitgangspunt voor deze inleiding is om een onderwerp aan de orde
Hoge Raad 23 november 2012 LJN BX5881 Van de Riet / Hoffmann. Rekt Hoge Raad bestuurdersaansprakelijkheid op? Bart-Adriaan de Ruijter Femke Leopold
4 april 2013 Seminar Bestuurdersaansprakelijkheid Hoge Raad 23 november 2012 LJN BX5881 Van de Riet / Hoffmann Rekt Hoge Raad bestuurdersaansprakelijkheid op? Bart-Adriaan de Ruijter Femke Leopold Plan
GECOMBINEERDE COMMISSIE VENNOOTSCHAPSRECHT. van de. Nederlandse Orde van Advocaten. en de. Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie
GECOMBINEERDE COMMISSIE VENNOOTSCHAPSRECHT van de Nederlandse Orde van Advocaten en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie Advies inzake Wetsvoorstel (Kamerstukken 31 763) tot Wijziging van boek 2
WIE BEPAALT DE FAILLISSEMENTSWET?
WIE BEPAALT DE FAILLISSEMENTSWET? Prof. mr. B.Wessels Hoogleraar Internationaal insolventierecht, Universiteit Leiden ([email protected]) Op 26 november 2012 jaar is door de Minister van Veiligheid
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijke taakvervulling bestuur. Disculpatie bestuurder? Art. 2:248 lid 3 BW?
58 Ondernemingsrecht «JIN» Jurisprudentie in Nederland april 2015, afl. 3 362 verwijt. X lijkt hier juist te handelen conform wat advocaatgeneraal Timmerman in zijn conclusie bij HR 12 juli 2013 (RvdW
Bestuurdersaansprakelijkheid voor bestuurders van Duitse vennootschappen
Bestuurdersaansprakelijkheid voor bestuurders van Duitse vennootschappen Het Duitse en Nederlandse recht bepalen de bestuurders aansprakelijkheid vaak vanuit een verschillende invalshoek. Het is moeilijk
Governance: uw risico en uw aansprakelijkheid
Governance: uw risico en uw aansprakelijkheid Dr. Arie Slottje MBA Associate Partner IPFOS Mr. drs Reinier Russell Partner Russell Advocaten Agenda Ontwikkeling pension fund governance Wat is besturen?
Hof van Cassatie van België
6 DECEMBER 2012 C.11.0654.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.11.0654.F A. V., advocaat, handelend in de hoedanigheid van curator van het faillissement van de coöperatieve vennootschap met onbeperkte
Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen?
Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Feiten In 2007 vindt een ongeval plaats tussen twee auto s. De ene wordt
AANSPRAKELIJKHEID VAN BESTUURDERS
AANSPRAKELIJKHEID VAN BESTUURDERS ONDERWERPEN PAGINA I. INLEIDING 3 1. Rechtspersonen 3 2. Bestuurders 3 3. Aansprakelijkheid van bestuurders 3 II. INTERNE AANSPRAKELIJKHEID 5 III. EXTERNE AANSPRAKELIJKHEID
Partijen zullen hierna [BETROKKENE] en [VERZEKERAAR] genoemd worden.
beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/10/423356 / HA RK 13-304 Beschikking van in de zaak van [BETROKKENE], wonende te Rotterdam, verzoeker, advocaat mr. P. Meijer, tegen'
Nieuwe piketpalen bij aansprakelijkheidsvorderingen tegen indirecte bestuurders via art. 2:11 BW
Nieuwe piketpalen bij aansprakelijkheidsvorderingen tegen indirecte bestuurders via art. 2:11 BW M r. Y. A. W e h r m e i j e r e n m r. J. P. W. M. v a n H e i j n i n g e n * 1 Inleiding Aanleiding voor
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 2 Datum: 19 juni 2017
FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 2 Datum: 19 juni 2017 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MELIS BEHEER B.V., statutair gevestigd te gemeente Rheden en kantoorhoudende
Tijdschrift voor Insolventierecht, Volstorting bij oprichting en schending van de administratieplicht
Tijdschrift voor Insolventierecht, Volstorting bij oprichting en schending van de administratieplicht Vindplaats: TvI 2008, 2 Bijgewerkt tot: 01-01-2008 Auteur: Mr. drs. C.M. Harmsen Wetingang: Boek 2
Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen
Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen Prof. dr. M.L. Hendrikse Inleiding: de aard van de aansprakelijkheidsverzekering (1) Art. 7:952 BW (eigen
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid Overdreven of reëel risico? Robert Sluis CVAH Verzekeringsdienst 23 januari 2017 Onze doelstellingen voor vandaag Uitleg en handvatten Aan het einde van deze presentatie weet
De gevolgen van de uitkeringstest voor tussenpersonen
De gevolgen van de uitkeringstest voor tussenpersonen M r. P. v a n d e r V e l d * Inleiding Op dit moment liggen ter behandeling bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal het wetsvoorstel Vereenvoudiging
Hoe verder met collegiaal bestuur in Nederland?
Hoe verder met collegiaal bestuur in Nederland? Hoe verder met collegiaal bestuur in Nederland? Bestuurstaak, bestuursverantwoordelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid volgens het nieuwe artikel 2:9
Wettelijke invulling van bestuurstaken: een verhoging van het aansprakelijkheidsrisico?
schap eming Wettelijke invulling van bestuurstaken: een verhoging van het aansprakelijkheidsrisico? Inleiding In de afgelopen jaren is er veel discussie geweest over corporate governance in Nederland.
Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium
Actualiteiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering Pieter Leerink 6 november 2015 ACIS-symposium Persoonlijke aansprakelijkheid advocaat ECLI:NL:HR:2015:2745 Client vraagt advies (risico s afdekken) over
De curator als (privatieve) lasthebber:
De curator als (privatieve) lasthebber: Een alternatieve benadering voor de exclusieve onrechtmatige daad bevoegdheid? Maud van Erp 717677 28 augustus 2008 Master Nederlands recht, accent privaatrecht
ELFDE FAILLISSEMENTSVERSLAG/ TEVENS EINDVERSLAG
ELFDE FAILLISSEMENTSVERSLAG/ TEVENS EINDVERSLAG Gegevens onderneming : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAS OVERBEEKE BEHEER BV, statutair gevestigd te Geldermalsen en kantoorhoudende
