Fiscale actualiteiten zorg
|
|
|
- Emma Moens
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Juli 2018 Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 April 2019 Juli 2018
2 Voorwoord Voor u ligt een nieuwsbrief met voor de zorgsector relevante ontwikkelingen op fiscaal terrein en daaraan gerelateerde wet- en regelgeving. Voor een belangrijk deel van de lezers zijn de in december 2018 gepubliceerde Besluiten van de staatssecretaris van Financiën van belang. In deze nieuwsbrief gaan we eerst in op het Besluit waarin wordt goedgekeurd dat de in- en uitleen van personeel tussen zorg- en welzijnsorganisaties onderling onder voorwaarden zonder btw-heffing kan plaatsvinden. Hoewel dit Besluit een actualisatie is van eerdere Besluiten onderkennen we hierin ruimere mogelijkheden dan voorheen. Het andere in december jl. gepubliceerde Besluit ziet op de toepassing van de zorgvrijstelling vennootschapsbelasting. Ook dit Besluit is deels een actualisatie van eerdere standpunten, maar kent ook belangrijke nieuwe elementen. Wat vooral jammer is, is dat het Besluit geen duidelijkheid schept over de vennootschapsbelastingpositie van organisaties actief in jeugdzorg, welzijn en maatschappelijke opvang. Ook de aangekondigde aanpassing van de zogeheten kleine ondernemersregeling in de wet op de omzetbelasting zal voor een groot aantal organisaties en/of hun toezichthouders relevant zijn. Andere besproken onderwerpen zijn aanpassingen in de wet- en regelgeving voor de loonbelasting en een positieve uitspraak over de toepassing van het lage 2% tarief overdrachtsbelasting bij de overdracht van zorgappartementen. We sluiten af met een actiepunt voor organisaties met een ANBI-status. In dit nummer: Voorwoord 2 Omzetbelasting 3 Loonbelasting 4 Vennootschapsbelasting 6 Overdrachtsbelasting 9 ANBI 10 Fiscale actualiteiten zorg is een uitgave van Verstegen accountants en belastingadviseurs, bestemd voor relaties in de Zorgsector. Vragen over of naar aanleiding van deze nieuwsbrief kunt u stellen via: Redactie: mr. G.E. (Gosse) Hoekstra RB L.G.J. (Bert) Mostert RA [email protected] [email protected] [email protected] Bij het samenstellen van deze uitgave is uiterste zorgvuldigheid in acht genomen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor mogelijk onjuiste of onvolledige informatie of voor schade die als gevolg hiervan ontstaat. Gezien het algemene karakter van de uitgave kunnen wij niet instaan voor toepassingsmogelijkheden in specifieke situaties. Alle rechten voorbehouden Pagina 2
3 Omzetbelasting Besluit (structurele) detachering Detachering van personeel waarbij de gedetacheerde onder leiding en toezicht van de opdrachtgever wordt ingezet voor het uitvoeren van werkzaamheden bij de inlener is in beginsel belast met 21% btw. In een besluit uit 2007 is een goedkeuring gegeven waarbij onder voorwaarden een structurele detachering is vrijgesteld van btw. Al in een besluit uit september 2017 is er een verdere goedkeuring gegeven, waardoor btwheffing ook achterwege kan blijven ingeval van een niet-structurele detachering tussen een in- en een uitlener die beiden voor hun primaire activiteiten de intramurale vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel c Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) toepassen. De voornoemde goedkeuringen zijn geactualiseerd en uitgebreid door middel van het Besluit van 14 december 2018, nr De belangrijkste wijzigingen benoemen we hierna. Voor een volledig overzicht van de voorwaarden voor btw-vrijgestelde detachering verwijzen wij naar het genoemde Besluit. De voorwaarden waaronder een structurele detachering in de sociaal-culturele sector kan plaatsvinden, zijn gelijk getrokken met de voorwaarden voor de gezondheidssector. Waar het oude besluit alleen aan de inlener de voorwaarde stelde dat deze zich ten aanzien van diens primaire activiteiten moet kunnen beroepen op de sociaal culturele vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel f Wet OB, stelt het nieuwe Besluit deze voorwaarde ook ten aanzien van de uitlener. De goedkeuring voor de gezondheidssector is niet langer alleen toe te passen door een uitlener die zich met betrekking tot zijn primaire activiteiten kan beroepen op de intramurale vrijstelling of de zorgvrijstellingen van artikel 11, eerste lid onderdeel g Wet OB, maar ook wanneer dat de voornoemde sociaal culturele vrijstelling is. Ook nieuw is dat onder voorwaarden de niet-structurele terbeschikkingstelling van personeel in het kader van de Wmo/Jeugdzorg wordt aangemerkt als een van btw vrijgestelde dienst. Deze goedkeuring kan zelfs met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 worden toegepast. Nieuwe kleine ondernemersregeling ook voor rechtspersonen De zogeheten kleineondernemersregeling (hierna: KOR) geldt onder de huidige wetgeving alleen voor natuurlijke personen. Toepassing van de KOR resulteert in een korting op de door de btw-ondernemer af te dragen omzetbelasting. Als de met toepassing van de KOR op jaarbasis af te dragen btw niet meer bedraagt dan per jaar kan zelfs om ontheffing van de administratieve verplichtingen verzocht worden, waardoor de KOR feitelijk een vrijstelling impliceerde. De wetgever is voornemens om per 1 januari 2020 de KOR af te schaffen. Daarvoor in de plaats komt een regeling die zowel door natuurlijke personen als rechtspersonen kan worden benut. Pagina 3 Zolang de potentieel met btw te belasten omzet niet meer bedraagt dan per jaar kan er gekozen worden voor toepassing van de nieuwe vrijstelling. Deze keuze impliceert dat er geen btw in rekening wordt gebracht, waardoor er ook geen btw kan worden afgetrokken. Ook hoeft er geen aangifte te worden gedaan. Het is wel verplicht om de omvang van de betreffende omzet te administreren.
4 De organisatie (het lichaam) dat de nieuwe regeling vanaf 1 januari 2020 wil gaan toepassen moet vaststellen of ter zake van voorheen btw-belaste en vanaf 1 januari 2020 btw-vrijgestelde omzet, btw in vooraftrek is genomen op investeringen. De keuze voor toepassing van de nieuwe regeling kan er namelijk toe leiden dat een deel van de eerder geclaimde vooraftrek gecorrigeerd moet worden. Daarnaast geldt dat een aanmelding vóór 20 november 2019 moet plaatsvinden. Aanmelding is echter al mogelijk vanaf 1 juni a.s. De nieuwe kleine ondernemersregeling en de toezichthouders De in bovenstaande paragraaf besproken nieuwe vrijstellingsregeling kan ook van belang zijn voor de leden van een raad van toezicht. Een dergelijke toezichthouder die daarvoor een vergoeding ontvangt, wordt geacht een btw-ondernemer te zijn. De toezichthouders die met toepassing van de KOR een ontheffing van hun administratieve (btw-)verplichtingen hebben gekregen, hoeven zich niet aan te melden. De Belastingdienst gaat er vanuit dat zij de vrijstellingsregeling willen toepassen. In de loop van dit jaar ontvangen deze toezichthouders een bevestigingsbrief. Toezichthouders die nu geen ontheffing hebben, maar waarvan de omzet op jaarbasis onder de blijft, zouden ook om toepassing van de regeling kunnen verzoeken. Voor de gemiddelde zorgorganisatie is dat financieel aantrekkelijk, omdat zij de aan hen in rekening gebrachte btw niet of nauwelijks in aftrek kunnen brengen. De toezichthouder die gebruik wil maken van de nieuwe regeling moet zich eveneens vóór 20 november 2019 hebben aangemeld. Aanmelding is ook voor een toezichthouder al mogelijk vanaf 1 juni a.s. Loonbelasting Wijzigingen werkkostenregeling 2020 In maart 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën het rapport gepubliceerd van de evaluatie van de werkkostenregeling. Hierin is een aantal vereenvoudigingen van de werkkostenregeling aangekondigd. In zijn brief van 1 februari 2019 zijn enkele vereenvoudigingen concreet gemaakt. Het betreft de volgende maatregelen: De vergoeding van de kosten van het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag aan een (potentiële) werknemer hoeft niet langer ten laste van de vrije ruimte te worden gebracht. De vrije ruimte wordt vergroot waarbij een tweeschijvenstelsel wordt ingevoerd. De vrije ruimte wordt 1,7% over de loonsom tot plus 1,2% van de resterende loonsom. Dit betreft per inhoudingsplichtige een vergroting van de vrije ruimte van Deze wijzigingen treden per 1 januari 2020 in werking. Naast bovenstaande wijzigingen is de administratieve verwerking van de fiets van de werkgever ook per 1 januari 2020 vereenvoudigd. Voor de uitwerking hiervan verwijzen wij naar de fiscale nieuwsbrief van november Pagina 4
5 Besluit Regeling Vervroegde Uittreding Indien een vertrekvergoeding wordt aangemerkt als Regeling Vervroegde Uittreding (hierna: RVU), is de werkgever een eindheffing van 52% over het bruto bedrag van de vertrekvergoeding verschuldigd aan de Belastingdienst. In de fiscale nieuwsbrief van juli 2018 hebben wij aandacht besteed aan het arrest van de Hoge Raad inzake de RVU. De Hoge Raad oordeelde hierin dat indien een sociaal plan ten behoeve van een reorganisatie een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling bevat, deze regeling onder voorwaarden niet als RVU kan worden aangemerkt. In december 2018 heeft de staatssecretaris een Handreiking RVU gepubliceerd waarin het oordeel van de Hoge Raad nader is uitgewerkt. Met publicatie van deze handreiking RVU zijn per direct de besluiten over de RVU uit 2005 en 2013 ingetrokken. De belangrijkste aandachtspunten van de Handreiking RVU zijn de volgende: Een vertrekregeling dient in beginsel op individueel niveau van de werknemer te worden getoetst om vast te stellen of er sprake is van een RVU. Indien het ontslag van de werknemer niet leeftijd gerelateerd is, maar zijn oorzaak vindt in het disfunctioneren, onenigheid over het te voeren beleid of onverenigbaarheid van karakters, kan er nimmer sprake zijn van een RVU. Hierbij merken wij op dat indien er meerdere oudere werknemers op dezelfde gronden worden ontslagen, de Belastingdienst de ontslaggronden in twijfel zal trekken. Indien een werknemer gebruik maakt van een collectieve vertrekregeling, zoals opgenomen in een sociaal plan, is het toegestaan om de collectieve vertrekregeling in zijn geheel te toetsen of er sprake is van een RVU. Of de collectieve vertrekregeling is aan te merken als RVU dient beoordeeld te worden aan de hand van objectieve criteria (zoals het afspiegelingsbeginsel of LIFO-systeem). Indien de collectieve vertrekregeling volgens deze criteria wordt uitgevoerd, zal er geen RVU worden verondersteld aanwezig te zijn. De beweegredenen van de werkgever om deze regeling aan te bieden dan wel de beweegredenen van de werknemer om er gebruik van te maken zijn daarbij niet relevant. Mocht de Belastingdienst na toetsing van de bovenstaande punten zich op enig moment nog op het standpunt stellen dat er sprake is van een RVU, biedt de Handreiking RVU nog de mogelijkheid om middels de 70%-toets aan te tonen dat er alsnog géén sprake is van een RVU. Indien de omvang van de vertrekvergoeding niet hoog genoeg is om het inkomen van de werknemer vanaf de datum van het ontslag tot aan de datum van 24 maanden voorafgaand aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd middels een fictieve periodieke uitkering aan te vullen tot aan ten minste 70% van het laatst verdiende salaris, kan de vertrekvergoeding niet worden aangemerkt als RVU. Indien de vertrekvergoeding wordt uitgekeerd na de datum die ligt binnen 24 maanden van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zal de Belastingdienst het standpunt innemen dat er sprake is van een RVU. Indien er sprake is van een al dan niet gedwongen ontslag adviseren wij om te laten toetsen of er sprake is van RVU. Een goede dossiervorming waarbij aangetoond kan worden dat het ontslag en de daarmee samenhangende vertrekvergoeding geen RVU betreft, is daarbij essentieel. Pagina 5
6 Vervallen vakantiedagen 2018 Vakantiedagen uit 2018 moeten volgens de hoofdregel voor 1 juli 2019 opgenomen worden. Indien de vakantiedagen niet voor 1 juli 2019 worden opgenomen, dan vervallen deze in beginsel. De vakantiedagen van een medewerker vervallen niet in de volgende situaties: De medewerker kon de vakantiedagen niet opnemen omdat hij/zij daar niet toe in staat was. U kunt hierbij denken aan omstandigheden zoals ernstige ziekte, maar ook ingeval u als werkgever het onmogelijk heeft gemaakt om deze dagen op te nemen. Sprake is van bovenwettelijke vakantiedagen. Indien bij cao of andere schriftelijke overeenkomst is overeengekomen dat een ruimere vervaltermijn geldt. In de cao VVT is bepaald dat zowel wettelijke als bovenwettelijke vakantie-uren vervallen na vijf jaar. In de cao GHZ wordt in beginsel aangesloten bij de hoofdregel, maar hiervan kan worden afgeweken in uitzonderlijke situaties. De cao ZKH, GGZ en Sociaal Werk sluiten aan bij de hoofdregel en voorzien niet in uitzonderingen. Vennootschapsbelasting Jeugdzorg, welzijn en maatschappelijke opvang De afgelopen jaren is het speelveld in de zorgsector sterk veranderd. Dit heeft in de praktijk geleid tot een groeiend aantal discussies en de behoefte aan duidelijkheid over de reikwijdte van de vennootschapsbelastingplicht van zorgorganisaties in brede zin en meer specifiek die van organisaties actief in de jeugdzorg, het welzijnswerk, de maatschappelijke opvang en combinaties van deze activiteiten al dan niet met andere typen zorg- en dienstverlening. In onze nieuwsbrieven van maart en oktober 2016 zijn wij ingegaan op de mogelijke vennootschapsbelastingplicht van voornoemde specifieke typen organisaties. Reden daarvoor was het feit dat de per 2015 veelal gewijzigde bekostigingssystematiek ertoe kon leiden dat het zogeheten Subsidiebesluit niet langer van toepassing is. Daarmee zou sprake kunnen zijn van een onderworpenheid aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een aangifte kan dan alleen achterwege blijven als er een vrijstelling van toepassing is. Kleine stichtingen (en verenigingen) met een op fiscale grondslagen bepaalde winst van minder dan kunnen onder voorwaarden een beroep doen op de zogeheten generieke vrijstelling. Zie ook onze nieuwsbrief van november Naast de generieke vrijstelling noemt de wet een aantal specifieke vrijstellingen. Daarvan is alleen de zogeheten zorgvrijstelling onder voorwaarden van toepassing. Vanwege de toen door de Belastingdienst gegeven uitleg aan de zorgvrijstelling was twijfel mogelijk. Al in onze nieuwsbrief maart 2016 hebben wij gemeld dat een aantal brancheorganisaties in overleg is getreden met de Belastingdienst en de relevante ministeries. In december jl. is er een Besluit gepubliceerd over onder andere de toepassing van de zorgvrijstelling. Het Besluit wordt in de hierna volgende paragraaf besproken. Pagina 6
7 Van belang is dat het voornoemde overleg nog niet tot een oordeel heeft geleid. Sommige brancheorganisaties adviseren daarom in de jaarrekening melding te maken van de onduidelijkheid over de vennootschapsbelastingpositie en het daarover gevoerde overleg tussen de branche en de Belastingdienst. Dat kan een goed advies zijn. Nadere actie is echter vereist als de organisatie vragenbrieven van de Belastingdienst ontvangt en/of zelfs wordt uitgenodigd om aangifte vennootschapsbelasting te gaan doen. Ook een organisatie die incidenteel in een verliessituatie verkeert, kan er belang bij hebben om zelf actie te ondernemen. Besluit toepassing zorgvrijstelling Voor de niet in de voorgaande paragraaf genoemde typen zorgorganisaties is de onderworpenheid aan de heffing het uitgangspunt. Of dan aangifte gedaan moet worden is vooral afhankelijk van het toepassingsbereik van de zorgvrijstelling. Om de zorgvrijstelling toe te kunnen passen, moet een organisatie voor ten minste 90% van het totaal aan werkzaamheden de in de wet genoemde kwalificerende werkzaamheden verrichten. De 90% voorwaarde noemen we het nagenoeg uitsluitend-criterium. Of en onder welke voorwaarden werkzaamheden wel of niet kwalificeren voor de vrijstelling noemen we de werkzaamhedentoets. Voor organisaties anders dan die van publiekrechtelijke aard geldt daarnaast de voorwaarde dat een eventueel behaalde winst uitsluitend aangewend mag worden ten bate van een met toepassing van de zorgvrijstelling vrijgestelde organisatie (lichaam) dan wel een algemeen maatschappelijk belang. Dit noemen we de winstbestemmingseis. In een besluit van 20 december 2018 heeft de staatssecretaris beleid geformuleerd over de toepassing van, onder andere, de zorgvrijstelling. Met dit nieuwe Besluit is het eerdere Besluit uit december 2009 komen te vervallen. Hoewel het nieuwe Besluit in vergelijking met diens voorganger meer onderwerpen bestrijkt en beter aansluit bij de huidige realiteit, zijn er nog steeds veel onduidelijkheden. Ook worden standpunten ingenomen waarvan het de vraag is of deze in een procedure bij de rechter stand zullen houden. Zonder daarbij volledigheid te beogen, worden hierna een aantal aspecten van het besluit toegelicht. Winstbestemmingseis Menig inspecteur heeft de afgelopen jaren betoogd dat, ongeacht de rechtsvorm, de winstbestemming ook statutair geborgd moet zijn. Deze voorwaarde is nu opgenomen in het Besluit. Ook een BV kon en kan onder voorwaarden de zorgvrijstelling toepassen. Waar in het verleden (soms) praktische afspraken met de inspecteur gemaakt konden worden, moeten BV s en vooral de statuten daarvan vanaf december 2018 aan strikte voorwaarden voldoen om de vrijstelling te kunnen toepassen. Pagina 7
8 Voor onder andere BV s die op het moment van inwerkingtreding van het Besluit nog niet voldoen aan de nader geformuleerde voorwaarden geldt tot en met 31 december 2020 overgangsrecht. Pas daarna moet aan de in het Besluit gestelde voorwaarden zijn voldaan om de vrijstelling te kunnen toepassen. Dit geldt ook wanneer in het verleden een schriftelijke goedkeuring op toepassing van de vrijstelling is verkregen. Nagenoeg uitsluitend-criterium De staatssecretaris erkent dat in de praktijk veel onduidelijkheid bestaat over de vraag aan de hand van welke toetsingscriteria moet worden bepaald of aan het nagenoeg uitsluitend -criterium is voldaan. Hij heeft er echter voor gekozen om geen regels te geven. In de praktijk moet van geval tot geval de beste toetsingsmaatstaf worden gekozen. Het meest voor de hand liggende of passende criterium moet vervolgens consistent worden toegepast. Een toetsing aan de hand van gerealiseerde omzetten is in de regel de meest eenvoudig uit te voeren toetsing. Pas als met die werkwijze toepassing van de vrijstelling in gevaar komt, pasten/passen wij een toetsing toe aan de hand van de (omvang van de) arbeidsinzet voor de diverse te onderkennen werkzaamheden. In de regel vergt zorgverlening veel meer personele inzet dan bijvoorbeeld de werving en het begeleiden van huurders, het verzorgen van maaltijden etc. waar de zorgomzet soms achterblijft bij de omzet van de andere activiteiten. Het is de vraag of de Belastingdienst zo n werkwijze voldoende consistent acht. In het Besluit is gesteld dat op dit punt van zowel belastingplichtige als de Belastingdienst een invulling naar redelijkheid mag worden verwacht. Maar wat is redelijk? Werkzaamhedentoets Het Besluit biedt ook nu geen strikt toetsingskader om te bepalen welke werkzaamheden vallen onder het begrip genezen, verplegen of verzorgen. In het nieuwe Besluit is het uitgangspunt dat sprake moet zijn van een vorm van zorg gefinancierd vanuit het basispakket (waarom hiertoe beperkt?) Zvw, de Wlz, de Wpg en/of een algemene of maatwerkvoorziening uit de Wmo (ofwel collectief gefinancierde zorg). Het is ons niet bekend waarom de Jeugdwet in deze opsomming ontbreekt. Volgens het Besluit kwalificeren niet alle voornoemde vormen van zorg voor de vrijstelling. Van belang is dat de feitelijke werkzaamheden vallen onder de definitie genezen, verplegen en verzorgen. Zowel in het oude als het nieuwe Besluit zijn in beginsel van de vrijstelling uitgesloten werkzaamheden benoemd, zoals: de verkoop van geneesmiddelen; de maatschappelijke ondersteuning op het gebied van onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen en bedrijfsmaatschappelijk werk; servicepakketen en aanvullende dienstverlening, o.a. ingeval van een scheiding van wonen en zorg; maaltijdverstrekkingen tenzij geleverd in een intramurale setting, of aan personen met een Wlz-indicatie of met een zodanige ziekte, aandoening of beperking dat de maaltijdverstrekking wordt vergoed op grond van de Wlz, Zvw of Wmo; welzijnsactiviteiten. Pagina 8
9 Belangrijke tegemoetkomingen zien wij in de toezeggingen dat ook personen met een gediagnostiseerde psychische beperking behoren tot de doelgroep waarop de zorgvrijstelling zich richt en dat preventiewerkzaamheden die volgens het oude besluit nooit kwalificeerden onder het nieuwe Besluit kunnen kwalificeren zolang sprake is van geïndiceerde en zorg gerelateerde preventie bekostigd vanuit het basispakket Zvw of de Wlz. Een belangrijke beperking is de zogeheten handen aan het bed-eis. De zorgwerkzaamheden moeten door de zorgorganisatie zelf worden verricht. Er mag wel personeel ingehuurd worden, maar de door een onderaannemer verrichte zorgwerkzaamheden kwalificeren voor de hoofdaannemer niet omdat deze dan niet zelf de werkzaamheden uitvoert. Het Besluit zou zelfs zo gelezen kunnen worden dat ook de onderaannemer ter zake van de in onderaanneming verrichte werkzaamheden niet kwalificeert. Het Besluit stelt namelijk dat de uitvoerder van het werk zich rechtstreeks ten opzichte van de zorgvragers verplicht moet hebben de gevraagde zorg te verlenen. Dat is bij onderaanneming juist niet het geval. Overdrachtsbelasting Het lage 2% tarief is (ook) van toepassing op de verkrijging van zorgappartementen Op 14 maart 2019 heeft de Rechtbank Gelderland geoordeeld dat ook bij de overdracht van zogeheten zorgappartementen de overdrachtsbelasting verschuldigd is naar het lage 2% tarief zoals dat geldt voor de overdracht van woningen. Ondanks het feit dat de Hoge Raad al in februari 2017 heeft gedefinieerd op welke wijze er vastgesteld kan worden of er sprake is van een overdracht van een woning, is de praktijk niet altijd eenduidig. Bovendien blijken er (veel) inspecteurs te zijn die zonder meer bij een verkrijging van woningen waarin zorg wordt verleend het standpunt innemen dat dit aangemerkt moet worden als verkrijging van een verpleeg- en verzorgingsinstelling waarop het hoge 6% tarief van toepassing is. In de onderhavige procedure werden twee gebouwen gekocht die ieder bestaan uit vijf woonlagen met 71 appartementen en verschillende gemeenschappelijke ruimtes. Omdat de appartementen in hoofdzaak bewoond werden door personen die zorg ontvingen, stelde de Belastingdienst dat sprake was van een verpleeg-verzorgingsinstelling, zodat het 6% tarief van toepassing is. De rechtbank oordeelt dat de gebouwen naar hun aard en objectief vast te stellen kenmerken woningen zijn. Daarbij is voor de rechtbank relevant dat ieder appartement een eigen keuken en badkamer, een afsluitbare voordeur en eigen bel heeft. Ten aanzien van de gemeenschappelijke ruimtes stelt de rechtbank dat deze niet bestemd zijn voor de verzorging van de bewoners en daarmee gelijkgesteld kunnen worden aan een gemeenschappelijke (binnen)tuin bij een appartementencomplex en derhalve voor de heffing van overdrachtsbelasting ook als woning beschouwd kunnen worden. Omdat in het complex ook een aantal ruimten werd gebruikt voor andere dan woondoeleinden, was ter zake van de verkrijging daarvan wel het 6% tarief van toepassing. Pagina 9
10 Het is nog mogelijk dat de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen deze uitspraak van de rechtbank. De termijn daarvoor verloopt per 25 april aanstaande. Als er geen beroep wordt ingesteld, is de uitspraak definitief per 26 april a.s. Maar ook als er wel beroep wordt ingesteld is het mogelijk om aan te sluiten bij de onderhavige uitspraak. De uitspraak is niet alleen van belang wanneer zich op korte termijn een vergelijkbare situatie voordoet, maar kan mogelijk ook gebruikt worden ingeval er recent zorgvastgoed is aangekocht en de bezwaartermijn van de aangifte overdrachtsbelasting (tot uiterlijk zes weken na de levering) nog niet is verstreken. ANBI Publicatieverplichting financiële verantwoording 2018 Ter behoud van een afgegeven ANBI-beschikking moet in continuïteit aan alle, aan een ANBI gestelde, voorwaarden worden voldaan. Een van de voorwaarden is de jaarlijkse publicatie van de financiële verantwoording. Voor 1 juli a.s. moet de financiële verantwoording 2018 gepubliceerd worden op de in het door de Belastingdienst bijgehouden ANBI-register vermelde website. Ook als andere gegevens zoals het beleidsplan niet meer actueel zijn, dan dienen deze geactualiseerd te worden. Pagina 10
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 Oktober 2016 Voorwoord Het met Prinsjesdag bekend gemaakte Belastingplan 2017 bevat een aantal elementen die, bij ongewijzigde invoering, voor uw organisatie van belang
Fiscale aspecten contractering en samenwerking. Landelijke themadag vereniging HEAD 21 april 2016
Fiscale aspecten contractering en samenwerking Landelijke themadag vereniging HEAD 21 april 2016 Agenda Vennootschapsbelasting (Vpb) zorgvrijstelling bij zorgcontractering en samenwerking Omzetbelasting
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 Februari 2016 Voorwoord In 2016 zullen wij u weer met enige regelmaat informeren over de relevante ontwikkelingen in de fiscale wet- en regelgeving. In deze eerste nieuwsbrief
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 Februari 2015 Voorwoord Uit de veelheid aan fiscale nieuwsfeiten in de eerste weken van 2015 hebben wij voor u de voor de VGZ sector (Volksgezondheid, Gemeenten en Zorg)
Fiscale en juridische actualiteiten. mr. A.B.M. (André) Loesink
Fiscale en juridische actualiteiten mr. A.B.M. (André) Loesink Actualiteiten Fiscaal Omzetbelasting Loonbelasting/premieheffing Wijziging besluit vrijstelling Vennootschapsbelasting Juridisch Diverse juridische
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 December 2015 Voorwoord Aan het einde van het jaar 2015 is er nog een aantal belangwekkende (en minder belangrijke) ontwikkelingen die we graag met u delen. Eind november
CHECKLIST RVU-RISICO 52%
CHECKLIST RVU-RISICO 52% Voorkomen is goedkoper dan genezen CHECKLIST 52%-risico bij vervroegd uittreden 1. Inhoud en bedoeling van deze checklist Deze checklist is een praktische handleiding om vast te
Fiscale actualiteiten onderwijsinstellingen
Fiscale actualiteiten onderwijsinstellingen januari 2014 Voorwoord In deze white paper gaan we in op de actuele fiscale ontwikkelingen die van belang zijn voor onderwijsinstellingen. In het voorjaar van
Btw-heffing in en rondom de zorg Landelijke themadag vereniging HEAD Angélique van Horik MSc RB 13 oktober 2016
Btw-heffing in en rondom de zorg Landelijke themadag vereniging HEAD Angélique van Horik MSc RB 13 oktober 2016 1 Agenda Ondernemerschap; Toepasbare vrijstellingen in de zorg; Verschillende zorgthema s
Handreiking btw in de samenwerking tussen Onderwijs en Kinderopvang
Handreiking btw in de samenwerking tussen Onderwijs en Kinderopvang Inleiding Zowel onderwijsinstellingen als kinderopvangorganisaties verrichten btw-vrijgestelde prestaties, namelijk het verzorgen van
Bijgaand gelieve u een opsomming met een korte beschrijving van fiscale goedkeuringen en vrijstellingen aan te treffen.
Inventarisatie fiscale regelingen voor sportverenigingen Tijdens de ALV op 22 november 2012 is gevraagd om een inventarisatie van de fiscale faciliteiten voor sportverenigingen. Die vraag kwam op toen
De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning
De fiscale aspecten van een onroerende recreatiewoning Hieronder wordt ingegaan op de fiscale consequenties van de aankoop en het bezit van een recreatiewoning die zodanig met de (onder)grond is verbonden
Kluwer Online Research. Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting
Belastingadvies Actualiteiten auto in de omzetbelasting Nieuwe regels privégebruik ondernemingsauto in de omzetbelasting Per 1 juli 2011 geldt een nieuwe regeling voor het in de heffing betrekken van privégebruik
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 December 2014 Voorwoord De fiscale regelgeving voor de VGZ sector (Volkgezondheid, Gemeenten en Zorgsector) verandert continue. Niet alleen de wetgeving zelf, maar ook
Btw-nieuwsbrief mei 2019
In deze btw-nieuwsbrief informeren wij u over de ontwikkelingen op het gebied van de omzetbelasting. In deze nieuwsbrief gaan wij nader in op de volgende onderwerpen: (1) btw-teruggaaf op oninbare vorderingen,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Vennootschapsbelasting. Subjectieve vrijstellingen (artikel 5)
STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 19194 15 december 2009 Vennootschapsbelasting. Subjectieve vrijstellingen (artikel 5) 8 december 2009 Nr. CPP2009/1368M
Gooilanden. Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning
Gooilanden Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning 1. Inleiding 2. Omzetbelasting 2.1 Btw-ondernemer 2.2 Aftrek van voorbelasting 2.2.1 Geen privé gebruik recreatiewoning 2.2.2 Privé gebruik
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Fiscale actualiteiten zorg is een uitgave van Verstegen accountants en adviseurs, bestemd voor relaties in de gezondheidszorg. Voor logistieke vragen: Voor inhoudelijke vragen:
Checklist Werken met de werkkostenregeling
Checklist Werken met de werkkostenregeling 1. Verdiep u in de werkkostenregeling Op 1 januari 2011 trad de werkkostenregeling in werking. Op grond van deze regeling mag de inhoudingsplichtige maximaal
Nieuw Zorgbesluit voor de vennootschapsbelasting. Tax alert 7 januari 2019
Nieuw Zorgbesluit voor de vennootschapsbelasting Tax alert 7 januari 2019 Pagina 2 1 Inleiding Op 20 december 2018 is een nieuw Zorgbesluit voor de vennootschapsbelasting gepubliceerd. In dit Besluit wordt
2 Wie kan een Verklaring arbeidsrelatie aanvragen? 3
Inhoud 1 Waarom deze brochure? 2 2 Wie kan een Verklaring arbeidsrelatie aanvragen? 3 3 Hoe vraagt u de verklaring aan? 4 4 Wat staat er in de Verklaring arbeidsrelatie? 4 4.1 De inkomsten behoren tot
1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften
1 2 BIJLAGE Toelichting knelpunten: 1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften De uitspraak van rechtbank Zeeland-West Brabant ( 27 augustus 2015, nr AWB 15/424 (RBZWB:2015:5628) leidt
Landal Volendam. Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning
Landal Volendam Fiscaal memorandum: Investeren in een recreatiewoning 1. Inleiding 2. Omzetbelasting 2.1 Btw-ondernemer 2.2 Zelfstandigheid en verhuurorganisatie 2.3 Aftrek van voorbelasting 2.3.1 Geen
Fiscale actualiteiten zorg
Fiscale actualiteiten zorg Pagina 1 Maart 2015 Voorwoord Het aanbod van relevante fiscale nieuwsfeiten heeft er toe geleid dat we ook deze maand een fiscale nieuwsbrief hebben opgesteld. De nieuwsbrief
Bent u al DBA proof?
Bent u al DBA proof? Per 1 mei 2016 is de VAR afgeschaft, zoals wellicht u al bekend. Vanaf voornoemde datum kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer een overeenkomst sluiten, waaruit moet blijken dat de
Fiscale spelregels rondom vergoedingen voor commissarissen en toezichthouders Zorginstellingen en vennootschapsbelasting
Fiscale spelregels rondom vergoedingen voor commissarissen en toezichthouders Zorginstellingen en vennootschapsbelasting Handreiking voor de juiste fiscale verwerking van vergoedingen per 1 januari 2017
Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer
Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij
Notitie. Aan de Griffier van de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Betreft: Bos en Lommerplein
Notitie Aan de Griffier van de Vaste Commissie van Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Mr. R.W. Polak parlementair advocaat Mr. D.A. Hofland advocaat / belastingadviseur Mr R.J. Bondrager
21 mei 2019 BTW-nieuwtje : Vanaf 1 juni 2019 aanmelden voor toepassing nieuwe kleine ondernemersregeling BTW per 1 januari 2020
21 mei 2019 BTW-nieuwtje 12-2019: Vanaf 1 juni 2019 aanmelden voor toepassing nieuwe kleine ondernemersregeling BTW per 1 januari 2020 Vanaf 1 juni 2019 aanmelden voor toepassing nieuwe kleine ondernemersregeling
vb_tandheelkun_dienstv_ _ pagina 1
Beoordeling overeenkomst tandheelkundige dienstverlening Ik ben van mening dat werken volgens de bijgevoegde overeenkomst voor de opdrachtgever vanaf 1 januari 2016 niet leidt tot de verplichting loonheffingen
Verenigingen en Stichtingen Blijf op de hoogte. whitepaper
Verenigingen en Stichtingen 2017 Blijf op de hoogte whitepaper In dit whitepaper: Als bestuurder zet u zich in voor uw vereniging of stichting. Daarom wilt u op de hoogte blijven van alle actualiteiten.
Inhoud. Voorwoord. 1 Loonbelasting 1. 1.1 Inleiding 1. 1.2 Dienstbetrekking 2. 1.3 Inhoudingsplichtige 10. 1.4 Loon 13
Inhoud Voorwoord V 1 Loonbelasting 1 1.1 Inleiding 1 1.2 Dienstbetrekking 2 1.2.1 Inleiding 2 1.2.2 Privaatrechtelijke dienstbetrekking 3 1.2.3 Publiekrechtelijke dienstbetrekking 5 1.2.4 Fictieve dienstbetrekking
Het leerstuk van de kosten voor gemene rekening en risico
Het leerstuk van de kosten voor gemene rekening en risico Page 1 of 8 INHOUDSOPGAVE HET LEERSTUK VAN DE KOSTEN VOOR GEMENE REKENING EN RISICO... 1 INTRODUCTIE... 3 ALGEMENE REGELGEVING... 3 VOORWAARDE
Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M,
Omzetbelasting. Kleine ondernemersregeling Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 26 maart 2013, nr. BLKB/2013/400M, De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
ECLI:NL:HR:2017: Geding in cassatie. Uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:185 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 10-02-2017 Datum publicatie 10-02-2017 Zaaknummer 15/04877 Formele relaties In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2015:3523, (Gedeeltelijke) vernietiging
Salarispraktijk. Uitstel Werkkostenregeling. Bezwaar eindheffing hoge lonen Pagina 2. Overgangsregeling levensloopregeling Pagina 3
Nieuwsbrief i KPMG MKB Salarispraktijk Middels onze nieuwsbrief willen wij u op de hoogte brengen van de laatste wijzigingen op het gebied van salaris- en personeelsadministratie. Heeft u vragen over de
Onderwijsinstellingen en Van Ree & Van Driel
Onderwijsinstellingen en Van Ree & Van Driel Het verstrekken van onderwijs door daartoe bestemde inrichtingen, zoals omschreven in de wetten die onderwijs regelen, is vrijgesteld van omzetbelasting. Toch
Fiscale aspecten. Stichting en Vereniging. Mr. drs.theo C.J.M. van Vugt ESJ Accountants & Belastingadviseurs 11 April 2016
Fiscale aspecten Stichting en Vereniging Mr. drs.theo C.J.M. van Vugt ESJ Accountants & Belastingadviseurs 11 April 2016 Bonte verzameling (Professionele) ANBI/FONDSWERVERS/CULTURELE INSTELLINGEN (Amateur)
Gebruik kenmerknummer beoordeling Deze beoordeling is bij de Belastingdienst op geregistreerd onder nummer
VOORBEELDOVEREENKOMST TIJDELIJKE WAARNEMING HUISARTS Beoordeling Belastingdienst nr. 9061554654 13 10 2015 Beoordeling overeenkomst tijdelijke waarneming huisarts Ik ben van mening dat werken volgens de
VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015
VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen tussenkomst De Belastingdienst heeft, in samenwerking met
VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015
VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke
2 Wie kan een Verklaring arbeidsrelatie aanvragen? 3
Inhoud 1 Waarom deze brochure? 2 2 Wie kan een Verklaring arbeidsrelatie aanvragen? 3 3 Hoe vraagt u de verklaring aan? 4 4 Wat staat er in de Verklaring arbeidsrelatie? 4 4.1 De inkomsten behoren tot
Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten
Algemeen nut beogende instellingen: algemeen nuttige en commerciële activiteiten 5 april 2013 mr. Carina Vrieling [email protected] 1 ANBI-kwalificatie Vereisten: algemeen nut > 90% ( nagenoeg uitsluitend,
Gevolgen Wet DBA bij tussenkomst
Gevolgen Wet DBA bij tussenkomst Per 1 mei 2016 is de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking getreden waardoor de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) is komen te vervallen. Met ingang
Verenigingen en stichtingen Fiscale actualiteiten 2014. Denk ondernemend. Denk Bol.
Verenigingen en stichtingen Fiscale actualiteiten 2014 Denk ondernemend. Denk Bol. Als bestuurder zet u zich in voor uw vereniging of stichting. Daarom wilt u op de hoogte blijven van alle actualiteiten.
IVVU Kennisbijeenkomst Fiscale aspecten bij scheiden van wonen en zorg
IVVU Kennisbijeenkomst Fiscale aspecten bij scheiden van wonen en zorg mr. Jos M.W.M. van Bavel, 22 april 2014 Agenda: 9.00u - 12.30u Voorstelrondje Omzetbelasting Btw-regels en voornaamste vrijstellingen
In deze Nieuwjaarsbrief Nederlandse Payroll 2014 gaan wij in op een aantal aandachtspunten en wijzigingen met betrekking tot de loonheffingen 2014.
NIEUWJAARSBRIEF NEDERLANDSE PAYROLL 2014 Postbus 504 2300 AM Leiden t +31 71 750 68 00 w www.limes-int.com e [email protected] Beconnummer 500495 In deze Nieuwjaarsbrief Nederlandse Payroll 2014 gaan
Inleiding. groep is hier de oorzaak van maar de aanpassingen in Wet en regelgeving die voor alle overheidsorganisaties
Continuering van de Avelingen Personeelsdetacheringen BV en het oprichten van een nieuwe BV en andere fiscale aspecten bij de gemeenschappelijke regeling Avres. Inleiding Met ingang van 1 januari 2016
FISCALE INFORMATIE OVER VAKANTIEWONING IN NEDERLAND
FISCALE INFORMATIE OVER VAKANTIEWONING IN NEDERLAND Bij de aankoop van een vakantiewoning in Nederland komt een aantal fiscale aspecten kijken. Hierbij speelt uw persoonlijke situatie een belangrijke rol.
Fiscale informatie over vakantiewoning in Nederland
April 2017 Mr. P. Homan Belastingadviseur E-mail: [email protected] Internet: www.edo.nl Fiscale informatie over vakantiewoning in Nederland Bij de aankoop van een vakantiewoning in Nederland komt een aantal
Notitie Detachering aan derden Publicatie 15 april 2016
Toelichting Deze notitie heeft de status van een inlichting/algemene voorlichting, omdat geen specifieke casuïstiek aan de orde komt. De notitie beoogt de overheidslichamen te ondersteunen bij het beoordelen
De werkkostenregeling internationaal belicht.
De werkkostenregeling internationaal belicht. Over de werkkostenregeling (hierna: WKR) is al veel geschreven en gesproken. De internationale aspecten van de werkkostenregeling zijn echter onderbelicht
People Services. De werkkostenregeling ABCD. KPMG Meijburg & Co
People Services De werkkostenregeling In dit memo gaan wij in op de gevolgen van de werkkostenregeling die met ingang van 1 januari 2011 in werking is getreden, en het overgangsrecht waarmee werkgevers
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 De Staatssecretaris van Financiën; Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Van: NOAB Adviesgroeplid Punt & Van de Weerdt Belastingadviseurs Datum: juli 2019 Onderwerp: De Wet Modernisering kleineondernemersregeling
Van: NOAB Adviesgroeplid Punt & Van de Weerdt Belastingadviseurs Datum: juli 2019 Onderwerp: De Wet Modernisering kleineondernemersregeling 1. Inleiding Vanaf 1 januari 2020 wordt door invoering van de
Memorandum werkkostenregeling
Memorandum werkkostenregeling De werkkostenregeling De werkkostenregeling (hierna: WKR) betekent een volledige verandering van de fiscale regels rondom het geven van vergoedingen en verstrekkingen aan
De sportvereniging & werkgeverschap. Heerenveen 25 november 2011
De sportvereniging & werkgeverschap Heerenveen 25 november 2011 INHOUD PRESENTATIE LOONDIENST WERKGEVERSCHAP ZELFSTANDIGHEID / FREELANCER VRIJWILLIGERSREGELING LOONDIENST - DIENSTBETREKKING Altijd drie
M I N I S T E R I E V A N F I N A N C I E N. DIRECTORAAT-GENERAAL VOOR FISCALE ZAKEN DIRECTIE DIRECTE BELASTINGEN s-gravenhage,
M I N I S T E R I E V A N F I N A N C I E N DIRECTORAAT-GENERAAL VOOR FISCALE ZAKEN DIRECTIE DIRECTE BELASTINGEN s-gravenhage, NR. DB 2012/181 ONDERWERP Wijziging van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting
OVEREENKOMST VAN OPDRACHT
OVEREENKOMST VAN OPDRACHT Partijen: 1. , gevestigd te aan de , rechtsgeldig vertegenwoordigd door , hierna te noemen: Opdrachtgever ; en 2. ),
1. Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking Werken volgens de bijgevoegde overeenkomst leidt niet tot een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Federatie Medisch Specialisten hebben aan de Belastingdienst een tweetal modelovereenkomsten van opdracht voorgelegd, met het verzoek te beoordelen
Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten
18 september 2014 Prinsjesdag 2014 - fiscale actualiteiten Op Prinsjesdag 2014 is het Belastingplan 2015 gepresenteerd. Het Belastingplan 2015 bevat voor specifiek de vastgoedsector weinig belangrijke
Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014)
Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014) De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, handelend in overeenstemming
