Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Klaas Timmermans
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Nota over de toestand van s Rijks Financiën Nr. 42 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 maart 2001 Bijgaand ontvangt u een notitie over de ontwikkeling van de collectieve uitgaven in de periode Aanleiding vormen vragen hierover vanuit de Tweede Kamer op grond van publicaties in de pers op basis van CPB-cijfers. De Minister van Financiën, G. Zalm KST52193 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2001 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 42 1
2 De ontwikkeling van de collectieve uitgaven 1. Inleiding In deze notitie wordt ingegaan op de ontwikkeling van de collectieve uitgaven sinds het aantreden van het eerste paarse kabinet. Aanleiding vormen vragen hierover vanuit de Tweede Kamer op grond van CPB-cijfers. 2. Conclusies Het CPB geeft in zijn publicaties een beeld van de verdeling van de groei van het nationale inkomen over de gezinnen, de bedrijven en de collectieve sector. Volgens de desbetreffende CPB-cijfers legt de collectieve sector in de jaren beslag op het leeuwendeel van de groei van het nationale inkomen. Dit hangt voor een deel samen met de verbetering van het begrotingssaldo die in deze periode is bereikt. Het CPB maakt gebruik van een benadering waarbij een groot deel van de collectieve uitgaven wordt toegerekend aan de gezinnen en de bedrijven. De bedoelde CPB-cijfers bieden bijgevolg geen inzicht in de ontwikkeling van de totale collectieve uitgaven en daarmee evenmin in de ontwikkeling van de bijdrage die de overheid levert aan de bevrediging van maatschappelijke behoeften. De totale collectieve uitgaven zijn onder beide paarse kabinetten gegroeid. De sociale-zekerheidsuitgaven en de rentelasten dalen onder deze kabinetten echter, hetgeen samenhangt met een afname van het aantal burgers dat noodgedwongen een beroep op de sociale zekerheid moet doen en met de verbetering van de overheidsfinanciën. Door de gunstige ontwikkeling van de sociale-zekerheidsuitgaven en de rentelasten is binnen de collectieve uitgaven extra ruimte ontstaan voor de overige collectieve uitgaven. Hiertoe behoren met name de uitgaven voor onderwijs, zorg en infrastructuur. Deze uitgaven vertonen onder de paarse kabinetten dan ook een sterke groei. 3. De «koek-analyse» van het CPB Met de «koek-analyse» poogt het CPB inzicht te verschaffen in de aandelen van gezinnen, bedrijven en collectieve sector in de groei van het netto nationale inkomen (NNI). De analyse geeft een beeld van de ontwikkeling van de beschikbare inkomens van gezinnen, bedrijven en collectieve sector. Het gaat daarbij om de inkomens na herverdeling van het nationale inkomen door de collectieve sector. Het beschikbare inkomen van de collectieve sector is in deze analyse gelijk aan de opbrengst van alle belastingen en premies na aftrek van zowel alle overdrachten van de collectieve sector aan gezinnen en bedrijven als de zogenoemde individualiseerbare overheidsconsumptie. De individualiseerbare overheidsconsumptie bestaat met name uit zorg- en onderwijsuitgaven, die in deze benadering aan gezinnen worden toegerekend. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 42 2
3 Tabel 1 Beschikbare inkomens van gezinnen, bedrijven en collectieve sector Nominale groei Mld % NNI mld % NNI Gezinnen % % 39% w.v. lonen en uitkeringen % % 39% w.v. individualiseerbare overheidsconsumptie 83 15% % 39% Bedrijven 67 12% 78 9% 16% Collectieve sector 55 10% % 132% Nationaal inkomen % % 45% Bron: CPB Uit tabel 1 valt af te lezen dat in deze benadering het beschikbare inkomen van de collectieve sector in de jaren stijgt met 132%, terwijl de beschikbare inkomens van gezinnen en bedrijven slechts toenemen met respectievelijk 39% en 16%. Alle inkomensmutaties in de tabel luiden in nominale termen. Tabel 2 Bestedingen van gezinnen en collectieve sector Nominale groei Mld % NNI mld % NNI Particuliere consumptie % % 46% Individualiseerbare overheidsconsumptie 83 14% % 39% Overige overheidsbestedingen 78 14% % 41% w.v. Bruto investeringen 20 3% 31 4% 59% (EMU-saldo) ( 28) (11) Bron: CPB Tabel 2 laat zien dat de niet aan individuele burgers toegerekende overheidsbestedingen in de periode toenemen met 41%. Tot deze bestedingen behoren ook de bruto overheidsinvesteringen. Zij bestaan daarnaast uit de materiële overheidsconsumptie en de salarissen van ambtenaren buiten de zorg- en onderwijssector. De investeringsuitgaven nemen relatief sterk (59%) toe. Dit hangt samen met de inspanningen gericht op versterking van de infrastructuur. De collectieve sector gebruikt zijn aandeel in de groei van het nationale inkomen in de beschouwde periode niet alleen voor een verhoging van de niet aan individuele burgers toegerekende overheidsbestedingen, maar ook voor een verbetering van het begrotingssaldo. Uit tabel 2 valt af te lezen dat het CPB in zijn ramingen van december jl. voor 2001 rekent op een EMU-overschot van 11 mld, terwijl in 1995 nog sprake was van een EMU-tekort van 28 mld. De collectieve sector gebruikt derhalve een bedrag van 39 mld van zijn inkomenstoename (van 72 mld) voor verbetering van het EMU-saldo. De groei van het beschikbare inkomen van gezinnen komt volgens tabel 1 tot stand door een dienovereenkomstige toename van zowel de beschikbare lonen en uitkeringen als de individualiseerbare overheidsconsumptie. De groei van het beschikbare inkomen van bedrijven blijft achter bij die van het beschikbare gezinsinkomen. Dit valt met name te verklaren uit een toename van de arbeidsinkomensquote. Dit kengetal stijgt in de CPB-projectie van 81,8% in 1995 tot 83% in Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 42 3
4 In de pers is een discussie gevoerd over de vraag of op grond van de CPB-cijfers uitspraken mogelijk zijn over de ontwikkeling van de collectieve voorzieningen onder de paarse kabinetten. Zulke uitspraken zijn op grond van alleen deze cijfers niet mogelijk. Een groot deel van de collectieve uitgaven wordt in het kader van de «koek-analyse» immers toegerekend aan de gezinnen en de bedrijven. De CPB-cijfers geven evenmin een volledig beeld van de ontwikkeling van de bestedingsmogelijkheden van de gezinnen. De gezinnen boekten de afgelopen jaren forse vermogenswinsten dankzij de sterke prijsstijging van huizen en de hausse op de aandelenmarkt. Deze vermogenswinsten maken in de «koek-analyse» echter geen onderdeel uit van het beschikbare gezinsinkomen. Dit verklaart waarom de particuliere consumptie in de jaren sterker (46%) stijgt dan de netto lonen en uitkeringen (39%). 4. De ontwikkeling van de collectieve uitgaven Uitspraken over de bijdrage die de collectieve sector levert aan de bevrediging van maatschappelijke behoeften zijn op grond van de «koekanalyse» niet goed mogelijk. Wil men hierover een uitspraak doen, dan is inzicht nodig in het verloop van de collectieve uitgaven. Tabel 3 toont de ontwikkeling van de totale collectieve uitgaven (in reële termen) onder de twee paarse kabinetten. Aangezien de waardering van de verschillende collectieve uitgaven verschilt, worden in de tabel tevens cijfers voor onderdelen van de collectieve uitgaven gegeven. Tabel 3 Ontwikkeling collectieve uitgaven onder Paars 1 en Paars 2 (gemiddelde reële mutaties a per jaar) Totaal collectieve uitgaven 1 4% 2% w.v. Sociale zekerheid 2 1 2% 0% w.v. Rente 3 1 2% 6% Collectieve uitgaven excl. SZ en rente 2% 4 1 4% w.v. Onderwijs 2 1 4% 3 1 2% w.v. Zorg b 3 1 4% 4 1 4% w.v. Infrastructuur 5 1 4% 7 3 4% a De reële toename van de collectieve uitgaven is gelijk aan de groei van de nominale uitgaven verminderd met de prijsstijging van het BBP. De toename van het volume van de uitgaven is gelijk aan de groei van de nominale uitgaven verminderd met de prijsstijging van de desbetreffende collectieve uitgaven. Zie voor de volumegroei van de uitgaven: CPB, MEV 2001, blz b De groei van de reële zorguitgaven als gevolg van de demografische ontwikkeling bedraagt in beide perioden 1,1% per jaar. De totale collectieve uitgaven stegen onder het eerste paarse kabinet ( ) in reële termen met gemiddeld 1 4% per jaar. In de eerste drie jaren van het tweede paarse kabinet ( ) versnelt de groei van de totale collectieve uitgaven tot gemiddeld 2% per jaar. Wat betreft de ontwikkeling van de onderscheiden uitgavencategorieën valt op dat de sociale-zekerheidsuitgaven en de rentelasten gerekend over de gehele periode een daling vertonen. Dit valt te verklaren uit de sterke groei van de werkgelegenheid en de tot stand gebrachte verbetering van het begrotingssaldo. De overheidsfinanciën plukken daarmee de vruchten van de geleverde beleidsinspanningen. De daling van de socialezekerheidsuitgaven en de rentelasten heeft ruimte gecreëerd voor een toename van andere collectieve uitgaven. Onder het eerste en het tweede paarse kabinet groeien deze uitgaven in reële termen met respectievelijk Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 42 4
5 2% en 4 1 4% per jaar. Tot deze uitgaven behoren met name de uitgaven voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Figuur 1 Reële mutatie van uitgaven aan sociale zekerheid, rente, onderwijs, zorg en infrastructuur (in miljarden guldens, prijzen 1998, cumulatief) zorg onderwijs infra SZ rente Tabel 3 laat zien met hoeveel procent de onderscheiden uitgavencategorieën gemiddeld per jaar groeien. Figuur 1 toont de daarmee bereikte cumulatieve mutaties van deze uitgavencategorieën in miljarden guldens, in prijzen van Deze figuur maakt duidelijk dat de zorguitgaven, in miljarden guldens, in de periode het sterkst stijgen. De uitgaven voor de infrastructuur vertonen in procenten de grootste toename, maar dat geldt niet in miljarden guldens vanwege de relatief kleine omvang van deze uitgaven in de uitgangspositie. Tabel 4 toont het niveau en de samenstelling van de collectieveuitgavenquote in 1994, 1998 en Onder het eerste paarse kabinet groeiden de collectieve uitgaven, maar de toename van deze uitgaven bleef achter bij die van het BBP, zodat de collectieve-uitgavenquote daalde. De aandelen van de sociale-zekerheidsuitgaven en de rentelasten in het BBP namen in deze periode het sterkste af. Hoewel de groei van de collectieve uitgaven onder Paars 2 versnelt, daalt de collectieveuitgavenquote ook in de jaren Deze daling komt volledig voor rekening van de uitgaven voor sociale zekerheid en rente. De uitgavenquote exclusief sociale zekerheid en rente neemt in de periode niet verder af, hoewel het BBP sterk groeit. 1 Uit de tabel valt tevens af te leiden dat de uitgaven voor onderwijs de laatste zeven jaar ruwweg een constant percentage van het BBP uitmaken en dat de uitgaven voor zorg en infrastructuur in 2001 een hoger percentage van het BBP uitmaken dan in 1998 en Tabel 4 Aandelen van uitgavencategorieën in het BBP (in %) De cijfers van tabel 4 sluiten niet volledig aan bij die van tabel 3 vanwege beperkte afbakeningsverschillen. Van belang is met name dat in tabel 3 de uitgaven van de lagere overheden die worden gefinancierd uit eigen belastingen en uit het beroep op de kapitaalmarkt buiten beschouwing blijven. Totaal collectieve uitgaven w.v. Sociale zekerheid w.v. Rente ; Collectieve uitgaven excl. SZ en rente w.v. Onderwijs w.v. Zorg w.v. Infrastructuur Bron: CPB, MEV Op basis van de in deze paragraaf gepresenteerde cijfers kan concluderend worden gesteld dat de sociale-zekerheidsuitgaven en de rentelasten onder de paarse kabinetten dalen. Dat valt positief te waarderen: deze Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 42 5
6 ontwikkeling is het resultaat van een afnemend beroep op de sociale zekerheid en de daling van de overheidsschuld. De overige collectieve uitgaven waartoe met name die voor onderwijs, zorg en infrastructuur behoren nemen onder Paars 1 met gemiddeld 2% per jaar toe in reële termen en onder Paars 2 is de jaarlijkse reële groei tot en met %. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 42 6
Overheid en economie
Overheid en economie Overheid en economie Het aandeel van de overheid in de economie, de overheid als actor en de overheid op regionaal niveau, een verkenning Inleiding Het begrip economische groei komt
Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2
Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Als je moet kiezen welk plaatje je op je cijferlijst zou willen hebben,
Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen
Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-074 13 juli 2006 9.30 uur Uitgaven huishoudens hoger dan inkomsten De Nederlandse economie is in 2005 met 1,5 procent gegroeid. Het voor inflatie gecorrigeerde
Gezinnen. Overheid. Bedrijven. Buitenland
Hoofdstuk 2 Basisinzichten Opgave 1 NBP fk 990 S = 120 Gezinnen Bg = 50 C = 820 Overheid NBPov = 90 Indir. Bel. = 70 Cov = 50 Iov = 10 NBPb = 900 Bedrijven I = 110 X = 910 M = 930 Buitenland B NBPfk Bg
Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl
Domein E: Ruilen over de tijd Rente : prijs van tijd Nu lenen: een lagere rente Nu sparen: een hogere rente Individuele prijs van tijd: het ongemak dat je ervaart Algemene prijs van tijd: de rente die
Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010
11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader
Eindexamen economie 1 havo 2008-I
Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) primair bij (2) directe
UIT theorie ASAD
Uitleg theorie AS-AD model. Het AS-AD model is een theoretisch model over de werking van de economie. Het model is een samenvoeging van de theorie van Keynes met de oude klassieke modellen. In verschijningsvorm
Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.
Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal
Hoofdstuk 2: Het Taylor-Romer model
Hoofdstuk 2: Het Taylor-Romer model 1. Opbouw van de AV-lijn A. Relatie tussen reële bbp en rente Fragment: Belgische glansprestatie (Tijd, 31/12/2004) Bestedingen De consumptie van de gezinnen groeide
Eindexamen economie 1-2 vwo II
Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een
Eindexamen vwo economie I
Opgave 1 1 maximumscore 1 Uit het antwoord moet blijken dat de hoogte van de arbeidsinkomensquote 0,7 / 70% is. 2 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat als b 1 daalt, het inkomen na belastingheffing
Economische conjunctuur
Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. Ontstaat door veel vraag naar producten Trend (Gemiddelde groei over groot aantal jaren) laagconjunctuur
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 480 IXA Wijziging van de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2012 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota) Nr. 3 VERSLAG
4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro.
Grote opgave personele inkomensverdeling Blz. 1 van 4 personele inkomensverdeling Inkomensverschillen tussen personen kunnen te maken hebben met de verschillende soorten inkomen. 1 Noem drie soorten primair
Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.
Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie
Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I
Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a
Samenvatting Miljoenennota Hoofdpunten beleid mln. 100 mln. 92 mln. 63 mln. 1,9 mld. 1,2 mld. 1,0 mld. 0,5 mld
Samenvatting Miljoenennota 219 Hoofdpunten beleid 219 Prioriteiten en actualiteiten Lager volume gaswinning 3 mln Ondersteuning regio Groningen 1 mln Voorbereiding brexit bij Douane en NVWA 92 mln Oprichting
HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN
1 HOOFDSTUK 14: OEFENINGEN 1. Antwoord met juist of fout op elk van de onderstaande beweringen. Geef telkens een korte a) Indien een Amerikaans toerist op de Grote Markt van Brussel een Deens bier drinkt,
Hoofdstuk 15 Economische relaties
Hoofdstuk 15 Economische relaties Open vragen 15.1 Gegeven is de onderstaande economische kringloop: Verder is nog gegeven dat de afschrijvingen van bedrijven gelijk zijn aan 200. De overheid schrijft
Samenvatting Economie Toetsweek 2
Samenvatting Economie Toetsweek 2 Samenvatting door E. 1301 woorden 3 december 2016 10 1 keer beoordeeld Vak Economie VERKOOPWAARDE 2000 INKOOPWAARDE: (INTERMEDIAIR VERBRUIK) GRONDSTOFFEN 1100 DIENSTEN
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 322 Kinderopvang Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap
Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 18813 Wijzigingen van bepalingen in de Algemene Bijstandswet die betrekking hebben op het verhaal van kosten van bijstand Nr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS
Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen
Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 682 Evaluatie Wet uniformering loonbegrip Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede
Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen
Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =
Eindexamen economie havo II
Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 import: 250 + 29 + 139 + 415 460
Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog
Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,
Eindexamen economie havo I
Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 van het aanbod van arbeid
Uitleg theorie AS-AD model. MEV Wat betekent AS-AD. Aggregated demand: de macro-economische vraag.
Uitleg theorie AS-AD model. Het AS-AD model is een theoretisch model over de werking van de economie. Het model is daarmee een macro-economisch model. Het model maakt sterk gebruik van het marktmodel uit
Domein E: Concept Ruilen over de tijd
1. Het bruto binnenlands product is gestegen met 0,9%. Het inflatiepercentage bedraagt 2,1%. Bereken de reële groei van het BBP. 2. Waarmee wordt het inflatiepercentage gemeten? 3. Lees de onderstaande
Samenvatting Economie Lesbrief Modellen
Samenvatting Economie Lesbrief Modellen Samenvatting door een scholier 1385 woorden 6 mei 2006 6,2 13 keer beoordeeld Vak Methode Economie LWEO H. 1, Crisis. Conjunctuurtheorie = theorie over crisis met
Eindexamen economie havo II
Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een
Beleggingen institutionele beleggers stijgen naar 1,7 biljoen euro halverwege 2012
11 Beleggingen institutionele beleggers stijgen naar 1,7 biljoen euro halverwege 212 J.L. Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 16-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * =
Marktontwikkelingen varkenssector
Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te
Samenvatting Economie Hoofdstuk 6
Samenvatting Economie Hoofdstuk 6 Samenvatting door een scholier 2139 woorden 16 oktober 2005 7,4 25 keer beoordeeld Vak Methode Economie Percent Paragraaf 1 Micro-economie: als we de productie door 1
Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?
1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte
Vraag Antwoord Scores
Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Voordat de export wegviel was er evenwicht op de
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van. 2012, Z-.;
Besluit van houdende wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2013 Op de voordracht van Onze
Effect van maximaal fiscaal gefaciliteerd pensioengevend inkomen
CPB Notitie Nummer : 2004/3 Datum : 29 januari 2004 Aan : Tweede Kamerfractie PvdA (de heer Crone en de heer Depla) Effect van maximaal fiscaal gefaciliteerd pensioengevend inkomen Verzoek De Tweede Kamerleden
Werkloosheid daalt licht / Inflatie blijft laag
Werkloosheid daalt licht / Inflatie blijft laag Het voorzichtige herstel houdt in 2014 stand. De uitvoer is in belangrijke mate bepalend voor dit herstel. De energieprijzen dalen sterk en de euro kent
Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II
Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 0,15 0,12 100% = 25%
DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later
DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij
