Welbevinden en betrokkenheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Welbevinden en betrokkenheid"

Transcriptie

1 Welbevinden en betrokkenheid Ad Boes en Jaap Meijer Inhoudsopgave Samenvatting Hoe te gebruiken Achtergrond Praktische uitwerkingen Instrumenten Systeemkritiek Tweeslachtigheid? Competentie Problematisch vergelijken Vergelijken niet verantwoord Verenigbaar Meten is weten Literatuur Kernwoorden: ervaringsgericht onderwijs, welbevinden, betrokkenheid, behoeften van kinderen Reflectie: Deze tekst zet aan tot conceptuele reflectie op het jenaplanconcept aan de ene kant en een analyse van de eigen situatie aan de andere kant. We staan op de grens tussen visie en realiteit Samenvatting Wanneer we het hebben over Groeien en bloeien in De Rozentuin kunnen we niet om de begrippen welbevinden en betrokkenheid heen. Ze hebben vooral inhoud gekregen door het onderwijsconcept Ervaringsgericht Onderwijs (EGO). EGO is een van de vele onderwijsinnovaties in Nederland. Het is een vorm van adaptief onderwijs, dat oorspronkelijk niet is bedoeld voor kinderen met achterstanden en andere problemen, maar voor alle kinderen. Een aantal scholen in Nederland werkt volledig ervaringsgericht, andere scholen hebben de essentie van het concept (mede) als leidraad genomen. De kern van EGO De kern van de term EGO wordt gevormd door het woord ervaring.

2 Daarmee wordt niet bedoeld (een misverstand dat vaak voorkomt) dat in het onderwijs moet worden uitgegaan van de ervaring of belevingswereld van het kind, welke bepalend zou zijn voor de keuze van leerstof. Laevers maakt duidelijk dat een ervaringsgerichte instelling van de leerkracht betrekking heeft op een bijzondere wijze van kijken naar zichzelf en naar anderen (p.165). Deze tracht zich een zo levendig mogelijke voorstelling te maken van wat zich bij een ander innerlijk afspeelt. Dat is mogelijk door een ontwikkelde sensiviteit, door empathie en door actief luisteren. De laatste twee termen kennen we uit de psychologie van Carl Rogers en het werk van Thomas Gordon. Naar Rogers en Nederlandse navolgers zoals Vossen (A.M.J.Vossen Zichzelf worden in menselijke relatie, Haarlem 1970) heeft Suus Freudenthal in het begin van de jaren zeventig als een concretisering ten behoeve van een eigentijds Jenaplanconcept bij herhaling verwezen. Van Rogeriaanse theorieën kan nu gezegd worden dat ze het produkt zijn van hun tijd en daarmee verouderd. Het lijkt me beter te concluderen dat de verworvenheden van de zogenaamde humanistische psychologie in ruime mate zijn geaccepteerd binnen de kaders van tal van hedendaagse psychologieën en psychiatrische concepten. Dat geldt in mindere mate voor de geschriften van Maslow, wiens behoefte-hiërarchie een empirische onderbouwing node mist. De vraag moet wel worden gesteld of genoemde psychologie voldoende te bieden heeft voor een enigszins omvattende pedagogische theorie Hoe te gebruiken Met name de aandacht voor de persoonlijke, gevoelsmatige kant van het leren is door EGO met de begrippen welbevinden en betrokkenheid goed uitgewerkt. Een groepsleider aan het woord Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met het gedachtegoed van EGO dacht ik bij mezelf, dat is allemaal wel mooi gezegd, maar hoe gaat dat dan in de praktijk. Ik heb mij later gerealiseerd, dat bij het gevoelig worden voor begrippen als welbevinden en betrokkenheid ik eerst eens kritisch naar mijn observatiehouding moest gaan kijken. En ik heb toen heel bewust eraan gewerkt om bij kinderen te kunnen zien, wanneer ze zich goed voelden en zich betrokken opstelden. Waaraan waren die begrippen te herkennen? Bij welbevinden zie ik kinderen, die er ontspannen uitzien en dus rustig van binnen zijn. Ze blijven sterk bij zichzelf, geloven in wat ze doen, zijn spontaan en durven te gaan voor wat zij belangrijk vinden. Ze hebben echt zin in de activiteit. Ik zie ze bij een activiteit heel nauwkeurig werken. Hun hele lijf en gezicht doen mee, de aandacht is gericht, ze laten zich niet makkelijk afleiden en zetten door. Een genot om naar te kijken. Voor mij was het van belang om eerst voor mezelf een gevoeligheid te ontwikkelen voor de begrippen welbevinden en betrokkenheid. Bij betrokkenheid let ik op of ik steeds bereid ben om mezelf in een kind te verplaatsen. En wil ik kijken en voelen wat er in een kind omgaat. Die bereidheid moet ik eerst bij mezelf nagaan. En dan ga ik observeren en beschrijven wat ik aan gedrag zie. Een flinke oefening is

3 om te beschrijven en niet te interpreteren. Nadien ga ik de schaalwaarde toekennen, waarbij ik me zelf drie vragen stel: a. Is er activiteit/aandacht? b. Wat is de kwaliteit van de activiteit/aandacht (intensiteit/complexiteit) c. Vanwaar komt de activiteit/aandacht (bron?) Een schoolleider aan het woord In het team hebben we onlangs afgesproken wat meer vertrouwd te raken met de begrippen welbevinden en betrokkenheid. Na een aantal maanden beslissen we of wij het kindvolgsysteem van EGO mede willen betrekken bij het volgen van onze kinderen. Alle teamleden is verzocht om elke dag een kind in gedachten te nemen, waarvan de teamleden vermoeden dat het kind zich goed voelt. In korte aantekeningen dienen ze zich dan af te vragen: a. waarom ze juist denken dat dit kind zich goed voelt b. wat ze bij dit kind zien c. hoe het kind zich gedraagt d. welke gevoelens / belevingen het kind ervaart. Vooral het laatste aspect vonden sommigen moeilijk om te beschrijven. Dit vereist enige oefening. In het gesprek dat we met elkaar hebben gehad, konden we elkaar goed ondersteunen. Na deze fase heeft iedereen dagelijks een kind genoemd dat zich niet goed voelt en dezelfde vragen opnieuw gesteld Achtergrond Het thema Welbevinden en betrokkenheid heeft een duidelijke relatie met vooral de volgende basisprincipes: 01. Elk mens is uniek; zo is er maar één. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde. 02. Elk mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze wordt zoveel mogelijk gekenmerkt door: zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid. Daarbij mogen ras, nationaliteit, geslacht, seksuele gerichtheid, sociaal milieu religie, levensbeschouwing of handicap geen verschil uitmaken. 03. Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig: met andere mensen; met de zintuiglijke waarneembare werkelijkheid van natuur en cultuur; met de niet zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. 04. Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken 07. Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.

4 13. In de school wordt de leerstof zowel ontleend aan de leef-en belevingswereld van de kinderen als aan de cultuurgoederen die in de maatschappij als belangrijke middelen worden beschouwd voor de hier geschetste ontwikkeling van persoon en samenleving Praktische uitwerkingen Terug naar Laevers. Elke persoon is ervaring, is een continue stroom van ervaringen. Daarin kunnen we onderscheid maken tussen voelen en kennen. Meestal is ervaren impliciet aanwezig, maar we kunnen ons er ook op concentreren. Dat is in hoge mate het geval als we er uitdrukking aan geven in vormen van expressie, waarover mensen kunnen beschikken. We maken daarbij gebruik van symbolen en tekens. Gevoeligheid voor het opmerken van onze ervaringsstroom en die van anderen is te ontwikkelen. We spreken van empathie als mensen in staat zijn in de eigen ervaringsstroom ruimte te maken voor die van anderen, we worden als het ware even die andere. Begrip van de ander dat daardoor ontstaat heeft een boven-rationeel karakter. Wanneer mensen bewust de vraag proberen te beantwoorden wat er in de ander omgaat spreekt Laevers van ervaringsreconstructie. Hij rekent die tot een bij uitstek pedagogische bezigheid, omdat daarmee toegang wordt verkregen tot wat in een kind omgaat. Laevers rekent het zich verplaatsen door opvoeders in de ervaringswereld van kinderen tot hun allerbelangrijkste vaardigheden. Het veranderingsproces dat kinderen op weg naar volwassenheid doormaken lijkt een gegeven, de kwaliteit ervan kan in gunstige zin worden beïnvloed. Daarbij is betrokkenheid van kinderen het centrale criterium voor goed onderwijs. Laevers rekent de ervaringsgerichte benadering niet tot de exclusieve kenmerken van het onderwijs dat hij voorstaat. Hij treft het bij allerlei stelsels en mensen aan: nietprofessionele opvoeders kunnen die kwaliteit in hoge mate bezitten (p.169). Het gaat evenmin om een benadering die zich tot onderwijs beperkt. Wie in de gezondheidszorg werkzaam is of wie wezenlijk wil bijdragen aan ontwikkelingsprojecten in de Derde Wereld dient erover te kunnen beschikken. Geert Kelchtermans heeft al in 1988 in Jenaplan en ervaringsgericht onderwijs (Mensenkinderen september 1988) op de overeenkomsten tussen Jenaplan en EGO gewezen. Bij EGO zijn milieuverrijking, vrij initiatief en betrokkenheid de belangrijkste pijlers om ontwikkeling bij kinderen teweeg te brengen. Kelchtermans trekt een parallel met het creëren van pedagogische situaties bij Jenaplan. Hij vergelijkt de ervaringsgerichte houding met uitgaan van het kind in de leerling, inclusief denken en authenticiteit. Veel werkvormen, die in het jenaplanconcept zijn ontwikkeld, ziet hij terug in het EGOconcept, zoals het kringgesprek, de weekopening- en sluiting, de blokperiode (contractwerk), keuzecursussen (ateliers) en projectwerk. Kelchtermans: In het EGO-concept kunnen jenaplanscholen het samenhangende en uitgewerkte totaalmodel vinden voor de onderbouw (groep 1 en 2). In Jenaplan 21 van Kees Both wordt ervaringsgerichtheid als een van de kwaliteitscriteria genoemd.

5 Both schrijft: De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen neemt in een Jenaplanschool een belangrijke plaats in. Dat doel is op zichzelf belangrijk voor de persoonlijkheidsvorming van kinderen en als basis voor de cognitieve ontwikkeling. Het tegemoet komen aan basisbehoeften van kinderen vormt de grondslag voor een gevoel van welbevinden, van waaruit er betrokkenheid kan ontstaan bij de omgeving. Het Ervarings Gericht Onderwijs levert werkwijzen en instrumenten om het onderwijs (met name de blokperiode, wereldoriëntatie, gesprekken, zorgverbreding en spel) meer in deze richting te ontwikkelen en waarmee groepsleiders hun eigen houding en handelen kunnen evalueren. Volgens Both ligt de kracht van EGO in de instrumenten, die groepsleiders in handen krijgen om hun situatie te verhelderen. In een jenaplanschool is de ervaringsgerichtheid van belang in de onderbouw, maar deze pedagogische kwaliteit, de aandacht voor de gevoelsmatige (persoonlijke) kant van het leren, blijft ook in de midden- en bovenbouw belangrijk. Er zijn verbanden tussen dit principe en de blokperiode, de inrichting van schoolwoonkamers (met name ontdekhoeken), de werkwijze bij wereldoriëntatie, maar ook bij taal en rekenen en vooral ook: kunstzinnige vorming. EGO staat voor onderwijs waarin kinderen zich zo breed mogelijk kunnen ontwikkelen, wil kinderen helpen zich te ontwikkelen tot mensen die niet gebukt gaan onder angst, onder een gebrek aan durf of onder schuldgevoelens: tot mensen die gevoelens niet onderdrukken, maar ermee kunnen omgaan en ze op een acceptabele manier kunnen uiten. Betrokkenheid en welbevinden nemen in kwaliteitszorg bij EGO een centrale plaats in. Dat blijkt uit de plaats van die criteria in het EGO- kindvolgsysteem, waarvan wij menen dat veel voor Jenaplan bruikbaar is. Wanneer wij naar kinderen kijken vragen we ons af of het kind goed in zijn vel zit en hoe het zich verhoudt tot activiteiten. Het zijn concretiseringen van welbevinden en betrokkenheid. Welbevinden wordt gedefinieerd als een bijzondere toestand van gevoelsleven, die zich laat herkennen aan signalen van voldoening, genieten, waarbij de persoon a. ontspannen is en innerlijke rust toont b. energie in zich voelt stromen en vitaliteit uitstraalt c. open is en zich voor de omgeving toegankelijk opstelt d. spontaniteit aan de dag legt en zichzelf is Van welbevinden is sprake als de situatie waarin het kind verkeert tegemoet komt aan de basisbehoeften, waarin het over een positief zelfbeeld beschikt en in voeling is met zichzelf (Expertisecentrum EGO Nederland: Een oriëntatie op de principes van het EGO in onder-, midden- en bovenbouw ). EGO formuleert de volgende basisbehoeften: lichamelijke behoeften behoeften aan affectie, warmte, tederheid behoefte aan veiligheid, duidelijkheid, continuïteit

6 behoefte aan erkenning behoefte om zich als kundig te ervaren behoefte om moreel in orde te zijn Het jenaplanconcept spreekt over een viertal grondkrachten: bewegingsdrang drang tot zelfstandig bezig zijn sociale drang of de behoefte aan contact met andere kinderen behoefte aan consequente en duidelijke leiding De termen behoefte en grondkracht zijn weliswaar verwant, maar er is een niet onbelangrijk nuanceverschil. Aan behoeften van een kind komt het onderwijs (de school, de opvoeding, etc) al of niet tegemoet. Van grondkrachten die voor kinderen kenmerkend zijn maakt de school (al of niet) gebruik. Else Petersen (1965) verweet het onderwijs van haar tijd dat het de grondkrachten negeerde. Naast het welbevinden is betrokkenheid het tweede kernbegrip in het ervaringsgerichte onderwijsconcept. Betrokkenheid wordt door het Expertisecentrum gedefinieerd als: Een bijzondere kwaliteit van menselijke activiteit, die zich laat herkennen aan een concentreerde, aangehouden en tijdvergeten activiteit, waarbij de persoon a. zich open stelt, op een intense wijze waarneemt en betekenissen ervaart b. zich gemotiveerd voelt en geboeid is c. een grote mate van energie vrijmaakt, een sterke voldoening ervaart en zich ten volle in de situatie engageert. Zulk gedrag wordt zichtbaar doordat de activiteit aansluit bij de exploratiedrang van het kind en zijn individueel behoeftepatroon en zich tevens aan de grens van zijn individuele mogelijkheden situeert. Laevers: Betrokkenheid ontstaat op de smalle strook van acties die niet makkelijk zijn, zodat ze zich uitgedaagd voelen, én die niet te moeilijk zijn, zodat ze niet gedwongen zijn af te haken Instrumenten Het instrument om betrokkenheid vast te stellen is voor verschillende doelen te gebruiken: om je aanpak globaal te evalueren om na te gaan of een activiteit in bepaalde situaties voldoende intensief is

7 om na te gaan of bepaalde kinderen, waarover je je zorgen maakt, in de loop van een dag wel voldoende aan hun trekken komen. Ad Boes heeft in Mensenkinderen het EGO-kindvolgsystyeem aan een oordeel onderworpen en komt tot de volgende bevindingen: Systeemkritiek Interessant bij EGO is het dat bij het constateren van problemen de aandacht eerst wordt gericht op het geheel van het onderwijs in een groep en niet meteen op een kind dat zich anders gedraagt en dat minder of anders presteert. Daarmee komt er ruimte voor systeemkritiek die in de meeste kindvolgsystemen ontbreekt. De stelling dat een aanzienlijk deel van problemen die kinderen in school hebben wordt veroorzaakt door het schoolsysteem zelf kan immers goed worden verdedigd. Met behulp van het EGO-instrument wordt de vraag of onderwijs voor een groep en voor kinderen individueel relevant is indringend aan de orde gesteld. Het is een uiterst vruchtbaar uitgangspunt. Door de frequente en intensieve contacten tussen kind en de leraar, die voor een optimale EGO-praktijk kenmerkend zijn, kan deze nauwkeurig weten hoe ieder kind van zijn groep het onderwijs ervaart Tweeslachtigheid? Niets dan lof, tot hier, voor de uitgangspunten van EGO en voor het kindvolgsysteem dat daarop is gebaseerd. Maar de bespreking van het systeem is nog niet compleet. Aan de twee criteria welbevinden en betrokkenheid is competentie als derde toegevoegd. De uitwerking daarvan is problematisch omdat die gemakkelijk kan leiden tot tweeslachtigheid als gevolg waarvan de eerste twee criteria, onder de druk van onderwijs-politieke en algemeen maatschappelijke ontwikkelingen waar iedere school mee te maken heeft, gemakkelijk naar de achtergrond verschuiven. Laevers biedt zijn instrument niet als een compleet systeem aan. Hij zegt dat scholen een eigen leerlingvolgsysteem kunnen samenstellen, uit het zijne en dat van anderen. Je zou het EGO kindvolgsysteem dus kunnen combineren met delen uit bijvoorbeeld het CITO-kindvolgsysteem, of met AVI- en Brus-toetsen voor het leesonderwijs. Dat moet dan wel met de nodige voorzichtigheid gebeuren, lijkt me, omdat de validiteit van zulk onderzoek niet bij voorbaat vaststaat. Laevers geeft niet aan welke combinaties van delen uit diverse kindvolgsystemen onwenselijk of onjuist zijn. Enkele voorbeelden zouden hier verhelderend kunnen werken Competentie Onder competentie verstaat Laevers het geheel van vaardigheden, inzichten en disposities. Competentie is bepalend voor de mate van succes in de schoolse context en daarbuiten. Het criterium wordt vastgesteld op hetzelfde formulier waarop ook betrokkenheid

8 wordt gescoord. De combinatie van beide scores geeft aan of interventie nodig is. Om competentie verantwoord te scoren moet, anders dan bij welbevinden en betrokkenheid, een kind twee maanden gevolgd worden, zo wordt gesteld, omdat het niet alleen maar gaat om procesevaluatie. Er kan zowel in het algemeen als voor een vak of vakonderdeel worden gescoord. Een compleet beeld van de competentie van een kind omvat (pagina 47): de mate van behendigheid, vaardigheid en inzicht die uit de prestaties blijkt het succes waarmee hij of zij zich in een veelheid van (leer-)situaties begeeft het gemak waarmee hij of zij nieuwe informatie verwerkt en bijleert competentie op het vlak van zelfsturing sociale vaardigheden de mate waarin verbeeldingskracht blijkt en creativiteit expressie- en communicatieve vaardigheden Voorts is er informatie van derden, ouders, de leerkracht van het vorige jaar, de taakleerkracht en mogelijk anderen. Laevers wijst in dit verband nog op het belang van deep level learning : de aandacht moet worden gericht op fundamenteel leren in plaats van op deelvaardigheden en geïsoleerde kennis Problematisch vergelijken Hoewel het vergelijken van de competentie van een kind met die van andere kinderen in de groep problematisch is komt Laevers toch tot dat voorstel. De vijf niveaus van competentie worden namelijk als volgt gedefinieerd: niveau 1: zeer zwak = presteert ver onder het gemiddelde van leeftijdsgenoten tot en met niveau 5: zeer sterk = presteert ver boven het gemiddelde niveau van leeftijdsgenoten. Hierbij merkt Laevers op dat ook gekeken moet worden naar wat andere collega s in vergelijkbare situaties bereiken, naar wat in kern- of einddoelen is aangegeven, naar ontwikkelingslijnen die in handboeken worden aangegeven, naar verwachtingen van de inspectie en naar genormeerde testgegevens. Dit alles moet voldoende zijn om kinderen die uit de boot dreigen te vallen tijdig te signaleren, zo wordt gezegd Vergelijken niet verantwoord De scoring van de competentie op basis van gemiddelde groepsprestaties - Laevers voorziet die weliswaar van een kritische notitie - acht ik problematisch. Elke groep kinderen is toevallig samengesteld, alleen al daarom is het voorgestelde niet verantwoord. Voorts zijn er grote verschillen tussen de mentale en kalenderleeftijd van kinderen binnen een jaargroep, de eerste wordt in de loop van de schooljaren alleen nog maar groter. Al te gemakkelijk kan een negatief verschil in prestaties ten opzichte van gemiddelde

9 vorderingen leiden tot een onderwijsprobleem. Dit uitgangspunt moet, in de traditie van de critici van het leerstofjaarklassensysteem (Montessori, Petersen en later Doornbos en Stevens, maar ook de schrijvers van de Wet op het Basis- en Primair onderwijs) worden afgewezen, het keert zich tegen het belang van allen die niet gemiddeld presteren. Het is eveneens strijdig met wat met adaptief onderwijs wordt beoogd Verenigbaar Het is duidelijk dat het EGO-kindvolgsysteem is ontstaan in een situatie die zich (nog?) sterk van de onze onderscheidt. Bij ons moeten scholen steeds nauwkeuriger aangeven of de doelen van het onderwijs, die men tot op grote hoogte nog zelf kan kiezen, worden bereikt. Wat Laevers op het gebied van competentie-scoring voorstelt voldoet daaraan niet. Hij suggereert dat ook niet en verwijst naar andere kindvolgsystemen. Maar het is juist nodig om binnen de eigen kaders van het EGO-concept te komen tot het vaststellen van competenties. Met het binnenhalen van vreemde en andersoortige elementen uit andere kindvolgsystemen is er een groot risico dat deze het oorspronkelijke evaluatie-concept verdringen. Dat gevaar kan alleen worden bezworen als wordt aangegeven wat wel en wat niet met het EGO-kindvolgsysteem verenigbaar is Meten is weten Deze kritiek heeft nog een andere achtergrond, die is ingegeven door wat zich momenteel in het Nederlandse onderwijs afspeelt. Met de uitdrukking meten is weten wordt aangegeven wat steeds meer bepalend blijkt te zijn voor het vaststellen van onderwijskwaliteit. Breed wordt de opvatting gedeeld dat je onderwijskwaliteit alleen verantwoord kunt vaststellen met behulp van een exacte rendementsmeting die uitgaat van het verschil tussen twee meetmomenten. Dat is mogelijk als schaalsoorten worden gehanteerd waarbij men (onder meer) gemiddelden kan berekenen en prestaties van kinderen, groepen en scholen op een rangorde plaatsen. Het aantrekkelijke van de vijfpuntsschalen in het EGO-materiaal is nu juist dat zulke bewerkingen niet mogelijk zijn. Het is van belang dat die manier van meten, ook waar het om competentie gaat, op alle onderwijsdomeinen kan worden toegepast. Het heeft daarbij het belangrijke voordeel dat zo verkregen gegevens niet kunnen worden gebruikt voor het bepalen van de kwaliteit van een school als geheel, of van een groep. Daarvoor zijn kindvolgsystemen immers niet bedoeld? Literatuur Bij dit artikel is gebruik gemaakt van F.Laevers. 'Ervaringsgericht werken in de basisschool', Leuven 1988 Voor verdere verdieping in zake Welbevinden en betrokkenheid zie Jenaplan 21, hoofdstuk en Jenaplan in een notendop, hoofdstuk 2

10 Op de website bij het submenu bibliotheek kunt u in het register literatuur die in de Suus Freudenthalbibliotheek is opgenomen, opzoeken over welbevinden en betrokkenheid.

6.15.4.4 Relatie met basisactiviteiten. 6.15.4.6 Een pedagogische situatie rondom bewegingsonderwijs

6.15.4.4 Relatie met basisactiviteiten. 6.15.4.6 Een pedagogische situatie rondom bewegingsonderwijs Bewegingsonderwijs Jaap Meijer Inhoudsopgave 6.15.1 Samenvatting 6.15.2 Hoe te gebruiken 6.15.3 Achtergronden 6.15.4 Praktische uitwerkingen 6.15.4.1 Relatie met groepering 6.15.4.2 Relatie met ruimte

Nadere informatie

WORKSHOP LOOQIN PO. Kennismaking met een procesgericht kindvolgsysteem voor het primair onderwijs. Barbara van der Linden (Onderwijs maak Je Samen)

WORKSHOP LOOQIN PO. Kennismaking met een procesgericht kindvolgsysteem voor het primair onderwijs. Barbara van der Linden (Onderwijs maak Je Samen) WORKSHOP LOOQIN PO Kennismaking met een procesgericht kindvolgsysteem voor het primair onderwijs Barbara van der Linden (Onderwijs maak Je Samen) PROCESGERICHT WERKEN DOELEN VAN DE WORKSHOP - Aanleiding

Nadere informatie

1. Peter Petersen. De effectieve groepsleid(st)er. 1.1.Opvoeding is het leren zelf

1. Peter Petersen. De effectieve groepsleid(st)er. 1.1.Opvoeding is het leren zelf De effectieve groepsleid(st)er 1. Peter Petersen Voorwaarden om veel en breed te leren: uitgaan van positieve vermogens van kind; rijke en veelzijdige leerwereld creëren die vol zit met de meest verschillende

Nadere informatie

HET RITMISCH WEEKPLAN in de Rozentuin

HET RITMISCH WEEKPLAN in de Rozentuin HET RITMISCH WEEKPLAN in de Rozentuin De schoolleider aan het woord We hebben al weer lang geleden de overgang gemaakt van een strak en weinig flexibel rooster naar een ritmisch weekplan. De daarin aangegeven

Nadere informatie

BIJLAGE 3 DE LEERPLANNEN EN RELATIONELE EN

BIJLAGE 3 DE LEERPLANNEN EN RELATIONELE EN BIJLAGE 3 DE LEERPLANNEN EN RELATIONELE EN SEKSUELE VORMING In deze bijlage maken we de vergelijking tussen de Ontwikkelingsdoelen uit het Ontwikkelingsplan van de katholieke kleuterschool en de doelen

Nadere informatie

1 Aanbevolen artikel

1 Aanbevolen artikel Aanbevolen artikel: 25 november 2013 1 Aanbevolen artikel Ik kan het, ik kan het zélf, ik hoor erbij Over de basisingrediënten voor het (psychologisch) welzijn Een klassieke motivatietheorie toegelicht

Nadere informatie

Vandaag is een mooie dag om te leren. Informatie over EGO in theorie en de Bonckert in praktijk

Vandaag is een mooie dag om te leren. Informatie over EGO in theorie en de Bonckert in praktijk Vandaag is een mooie dag om te leren Informatie over EGO in theorie en de Bonckert in praktijk De Bonckert is. Een openbare basisschool; Een basisschool voor ErvaringsGericht Onderwijs; En maakt onderdeel

Nadere informatie

JENAPLAN BASISONDERWIJS NEDERLAND. Ieder kind is uniek!

JENAPLAN BASISONDERWIJS NEDERLAND. Ieder kind is uniek! JENAPLAN BASISONDERWIJS NEDERLAND Ieder kind is uniek! WAT IS JENAPLANONDERWIJS? Nederland telt circa 7000 scholen voor basisonderwijs. In Nederland heeft iedere school de vrijheid om zijn eigen onderwijsconcept

Nadere informatie

Een Jenaplanschool is ervaringsgericht:

Een Jenaplanschool is ervaringsgericht: Observatie gericht op Jenaplanonderwijs De zes kwaliteitskenmerken van een Jenaplanschool met bijbehorende indicatoren. (bron: Boek: Jenaplan, een school waar je leert samenwerken ) Een Jenaplanschool

Nadere informatie

Studie en gesprek over de inhoud van de jenaplankernkwaliteiten.

Studie en gesprek over de inhoud van de jenaplankernkwaliteiten. In dit document treft u de handleiding aan voor het gebruik van het zelfevaluatie-instrument op basis van jenaplankernkwaliteiten. Het document is opgebouwd in verschillende fasen. Feedback graag naar:

Nadere informatie

Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik

Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik Competenties Het werken met een protocol, zoals het protocol Vermoedens van huiselijk

Nadere informatie

OMGAAN MET DISCRIMINATIE

OMGAAN MET DISCRIMINATIE OMGAAN MET DISCRIMINATIE Diversiteit: 19 beschermde criteria bepaald door de wet 10/5/2007 Leeftijd Seksuele geaardheid Burgerlijke staat Geloof of levensbeschouwing Vermogen Politieke overtuiging Taal

Nadere informatie

Doel van deze presentatie is

Doel van deze presentatie is Doel van deze presentatie is Oplossingsgericht? Sjoemelen? Evaluatie van de praktische oefening. Verbetersuggesties qua oplossingsgerichtheid (niet met betrekking tot de inhoud van de gebruikte materialen)

Nadere informatie

SCOL Sociale Competentie Observatielijst. Analyse doelen Jonge kind

SCOL Sociale Competentie Observatielijst. Analyse doelen Jonge kind SCOL Sociale Competentie Observatielijst Analyse doelen Jonge kind Maart 2013 Verantwoording 2013 SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling), Enschede Mits de bron wordt vermeld, is het toegestaan

Nadere informatie

Identiteitsdocument van Jenaplanschool de Sterrenwachter

Identiteitsdocument van Jenaplanschool de Sterrenwachter Identiteitsdocument van Jenaplanschool de Sterrenwachter Onze ideologie We zien iedereen als uniek en waardevol. Ieder kind heeft talenten en samen gaan we die ontdekken en ontwikkelen. Hierdoor kunnen

Nadere informatie

Wat is voor jou ervaringsgericht werken???

Wat is voor jou ervaringsgericht werken??? Ervaringsgericht werken in de kinderopvang Wat is voor jou ervaringsgericht werken??? Ervaringsgericht is (gewoon) je proberen in te leven in de ander. Inlevend observeren Breder en nauwer kijken Negatieve

Nadere informatie

Competentiemeter Zelfsturing

Competentiemeter Zelfsturing Competentiemeter Zelfsturing Met het invullen van deze vragenlijst krijg je een beeld van je eigen bekwaamheden als zelfstuurder. Deze vragenlijst is in de eerste plaats bedoeld voor zelfanalyse. Je kunt

Nadere informatie

Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen

Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen RV 1 Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf. RV1.1 RV1.2 RV1.3 RV1.4 Ontdekken dat iedereen uniek is. Ik heb door dat iedereen

Nadere informatie

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht [Gepubliceerd in Erik Heijerman & Paul Wouters (red.) Praktische Filosofie. Utrecht: TELEAC/NOT, 1997, pp. 117-119.] Van mij Een gezicht is geen muur Jan Bransen, Universiteit Utrecht Wij hechten veel

Nadere informatie

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Samenwerken Omgevingsgericht/samenwerken Reflectie en zelfontwikkeling competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Competentieprofiel stichting Het Driespan, (V)SO

Nadere informatie

Je doel behalen met NLP.

Je doel behalen met NLP. Je doel behalen met NLP. NLP werkt het beste als al je neurologische niveaus congruent zijn. Met andere woorden: congruent zijn betekent wanneer je acties en woorden op 1 lijn zijn met je doelen, overtuigingen,

Nadere informatie

COMMUNICATIE DE AXIOMATA

COMMUNICATIE DE AXIOMATA COMMUICATIE DE AXIOMATA Mireille Jacobs Gezins en relatietherapie Bemiddeling, in familiezaken www.familiekwesties.be CAW oost Vlaanderen Vormingscentrum VCOK lid Forum voor Bemiddeling. Jozef Plateaustraat,

Nadere informatie

ijkwijzer voor leermaterialen: leer-, werkboeken en bordboeken eigen ontwikkeld materiaal

ijkwijzer voor leermaterialen: leer-, werkboeken en bordboeken eigen ontwikkeld materiaal K ijkwijzer voor leermaterialen: leer-, werkboeken en bordboeken eigen ontwikkeld materiaal De keuze van leer- en handboeken of ander ondersteunend materiaal, belichten we in deze kijkwijzer vanuit het

Nadere informatie

2 Algemene doelstelling en visie

2 Algemene doelstelling en visie 2 Algemene doelstelling en visie 2.1 Algemene doelstelling De groene kikker heeft als doel huiselijke en persoonlijke kinderopvang te bieden, die optimaal tegemoet komt aan de behoeften van de kinderen.

Nadere informatie

Een gelukkig en betrokken kind ontwikkelt zich beter. Veel met weinig looqin ko informatiebrochure 1. prof. F. Laevers, grondlegger looqin

Een gelukkig en betrokken kind ontwikkelt zich beter. Veel met weinig looqin ko informatiebrochure 1. prof. F. Laevers, grondlegger looqin GESCHIKT VOOR KINDEROPVANG, BREDE SCHOLEN EN INTEGRALE KINDCENTRA Een gelukkig en betrokken kind ontwikkelt zich beter. prof. F. Laevers, grondlegger looqin KO Veel met weinig looqin ko informatiebrochure

Nadere informatie

De schoolbrochure. Jenaplanschool Lieven Gevaert. van het GESUBSIDIEERD OFFICIEEL LAGER ONDERWIJS

De schoolbrochure. Jenaplanschool Lieven Gevaert. van het GESUBSIDIEERD OFFICIEEL LAGER ONDERWIJS De schoolbrochure van het GESUBSIDIEERD OFFICIEEL LAGER ONDERWIJS Jenaplanschool Lieven Gevaert 2017-2018 1 Inhoudsopgave 1. Het pedagogisch project van Jenaplanschool Lieven Gevaert... 3 1.1. Inleiding

Nadere informatie

De Wondere Werking van Verhalen

De Wondere Werking van Verhalen De Wondere Werking van Verhalen Multiply Your Happiness! 2013 Inleiding Sinds het begin der tijden vertellen mensen overal ter wereld, bij kampvuur en bij kaarslicht, elkaar verhalen. Dit deden en doen

Nadere informatie

Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool

Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool Zo zit dat dus met 10+ Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool Werken met vormingsthema s Zo zit dat dus met 10+ Relationele en seksuele vorming voor de bovenbouw van de basisschool

Nadere informatie

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012

Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012 Theoretische achtergrond ZIEN! Publieksversie van de ZIEN!-verantwoording d.d. april 2012 Waarom pedagogisch expertsysteem ZIEN!? Omdat het belangrijk is dat ook de school kinderen volgt bij het sociaal-emotioneel

Nadere informatie

Observatiekladblok ZIEN!

Observatiekladblok ZIEN! Het observeren/ waarnemen Het observatiekladblok is een hulpmiddel in de fase van het waarnemen. Door de ZIEN! begrippen te kennen, gedrag te herkennen kun je scherper observeren. Wanneer je weet waar

Nadere informatie

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK?

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAT MAAKT UNIEK? WAAROM De vrijeschool heeft een geheel eigen kijk op onderwijs, die gebaseerd is op het mensbeeld uit de antroposofie. Daarbinnen heeft iedere vrijeschool in Nederland een grote mate van

Nadere informatie

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. [email protected]. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

Rapportage Competenties. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: Rapportage Competenties Naam: Bea het Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: [email protected] Bea het Voorbeeld / 16.06.2015 / Competenties (QPN) 2 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op de competenties

Nadere informatie

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK?

WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAT MAAKT DE VRIJESCHOOL UNIEK? WAAROM DE VRIJESCHOOL De vrijeschool heeft een geheel eigen kijk op onderwijs, die gebaseerd is op het mensbeeld uit de antroposofie. Daarbinnen heeft iedere vrijeschool

Nadere informatie

Visie op ouderbetrokkenheid

Visie op ouderbetrokkenheid Visie op ouderbetrokkenheid Basisschool Lambertus Meestersweg 5 6071 BN Swalmen tel 0475-508144 e-mail: [email protected] website: www.lambertusswalmen.nl 1 Maart 2016 Inleiding: Een beleidsnotitie

Nadere informatie

Beleidsplan cultuureducatie OBS de Driepas

Beleidsplan cultuureducatie OBS de Driepas Beleidsplan cultuureducatie OBS de Driepas 1. Algemene doelstelling cultuureducatie 2. Doelen en visie van de school 3. Visie cultuureducatie 4. Beschrijving van de bestaande situatie 5. Beschrijving van

Nadere informatie

Werk maken van betrokkenheid!

Werk maken van betrokkenheid! Werk maken van betrokkenheid! Ellen Emonds 1 Haargroei Vertrouwen Hoe kan het dat we zoveel vertrouwen voelen bij de ontwikkeling van kinderen tot we het gaan meten? 2 3 vooronderstelling Alle mensen kunnen

Nadere informatie

Vreedzame VERBETER DE WERELD, BEGIN BIJ DE OPVOEDING... Hart, handen en voeten voor de BSO als democratische oefenplaats

Vreedzame VERBETER DE WERELD, BEGIN BIJ DE OPVOEDING... Hart, handen en voeten voor de BSO als democratische oefenplaats VERBETER DE WERELD, BEGIN BIJ DE OPVOEDING... Hart, handen en voeten voor de als democratische oefenplaats Het beleid van SKH is gebaseerd op de visie van Mischa de Winter, met name wat betreft de opvang

Nadere informatie

Stellingen en normering leerlingvragenlijst

Stellingen en normering leerlingvragenlijst Stellingen en normering leerlingvragenlijst Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs 2.0 juli 2012 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys ZIEN!PO leerlingvragenlijst 2.0 Stellingen

Nadere informatie

Betrokkenheid. Competentie. De behoefte aan competentie wordt vervuld.

Betrokkenheid. Competentie. De behoefte aan competentie wordt vervuld. Betrokkenheid Autonomie Competentie Relatie leerkracht Relatie leerlingen De behoefte aan autonomie De behoefte aan competentie De behoefte aan een goede relatie met de leerkracht De behoefte aan goede

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

Zelfevaluatie-instrument MeMoQ. Dimensie 2: Betrokkenheid. Groepsopvang

Zelfevaluatie-instrument MeMoQ. Dimensie 2: Betrokkenheid. Groepsopvang Zelfevaluatie-instrument MeMoQ Dimensie 2: Betrokkenheid Groepsopvang 2016 Kind en Gezin UGent KU Leuven Citeren uit het zelfevaluatie-instrument MeMoQ kan, mits correcte bronvermelding: Declercq, B.,

Nadere informatie

Sociale vaardigheden: Partners in het leerproces

Sociale vaardigheden: Partners in het leerproces Sociale vaardigheden: Partners in het leerproces OMGAAN MET DE ZORGVRAGER 1 Attitudes 12 1.1 Attitude 13 1.2 De specifieke beroepsattitudes van de verzorgende 14 1.2.1 De specifieke beroepsattitudes van

Nadere informatie

Doelstellingen van PAD

Doelstellingen van PAD Beste ouders, We kozen er samen voor om voor onze school een aantal afspraken te maken rond weerbaarheid. Aan de hand van 5 pictogrammen willen we de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen

Nadere informatie

3.6 Diversiteit is meer dan verschil in cultuur 91 3.7 Antwoorden uit de gezondheidswetenschappen

3.6 Diversiteit is meer dan verschil in cultuur 91 3.7 Antwoorden uit de gezondheidswetenschappen Inhoud Inleiding 7 1 Diversiteit in jouw leven 13 1.1 Identiteit 13 1.2 Sociale identiteit 15 1.3 Sociale deelidentiteiten 17 1.4 Multiculturele persoonlijkheden 20 1.5 Aspecten van persoonlijkheden 24

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP C.B.S. ROEMTE

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP C.B.S. ROEMTE RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP C.B.S. ROEMTE Plaats : Loppersum BRIN-nummer : 07ZS Onderzoeksnummer : 117870 Datum schoolbezoek : 10 Rapport vastgesteld te : 11 februari

Nadere informatie

Voor elke competentie dient u ten eerste aan te geven in welke mate deze vereist is om het stageproject succesvol te (kunnen) beëindigen.

Voor elke competentie dient u ten eerste aan te geven in welke mate deze vereist is om het stageproject succesvol te (kunnen) beëindigen. FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSWETENSCHAPPEN NAAMSESTRAAT 69 BUS 3500 3000 LEUVEN, BELGIË m Stageproject bijlage 1: Leidraad bij het functioneringsgesprek Naam stagiair(e):.. Studentennummer:. Huidige opleiding

Nadere informatie

Jenaplanschool Lindekring. brengt de wereld dichterbij. Liesmortel 19, 5435 XH St.Agatha. 0485-311611 [email protected] www.lindekring.

Jenaplanschool Lindekring. brengt de wereld dichterbij. Liesmortel 19, 5435 XH St.Agatha. 0485-311611 info@lindekring.nl www.lindekring. Liesmortel 19, 5435 XH St.Agatha. 0485-311611 [email protected] www.lindekring.nl In het kleine dorp St.Agatha vindt u een school van de toekomst. Jenaplanschool Lindekring brengt de wereld dichterbij

Nadere informatie

Verdieping profiel veiligheidsdeskundige, ter voorbereiding op de inrichting van het assessment ten behoeve van het nieuwe register NVVK

Verdieping profiel veiligheidsdeskundige, ter voorbereiding op de inrichting van het assessment ten behoeve van het nieuwe register NVVK Verdieping profiel veiligheidsdeskundige, ter voorbereiding op de inrichting van het assessment ten behoeve van het nieuwe register NVVK. Aanleiding Met betrekking tot het eindniveau van veiligheidsopleidingen

Nadere informatie

BIJLAGE 2 RELATIONELE EN SEKSUELE VORMING IN DE LEERPLANNEN. Inleiding. verwijst naar ontwikkelingsaspecten uit het OWP

BIJLAGE 2 RELATIONELE EN SEKSUELE VORMING IN DE LEERPLANNEN. Inleiding. verwijst naar ontwikkelingsaspecten uit het OWP BIJLAGE 2 RELATIONELE EN SEKSUELE VORMING IN DE LEERPLANNEN Inleiding In alle leerplannen en in het Ontwikkelingsplan voor de Katholieke Basisschool zitten aspecten van relationele vorming verwerkt. Soms

Nadere informatie

Doelen relationele vorming

Doelen relationele vorming Doelen relationele vorming RV 1 Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf RV 1.1. Ontdekken dat ieder uniek is. RV 1.2. Zich bewust worden van hun eigen kwetsbaarheid en ermee kunnen omgaan. RV 1.3. Eigen

Nadere informatie

VISIE. Met opvoeden en onderwijzen beogen leerkrachten de harmonische ontplooiing van de totale persoon.

VISIE. Met opvoeden en onderwijzen beogen leerkrachten de harmonische ontplooiing van de totale persoon. Met opvoeden en onderwijzen beogen leerkrachten de harmonische ontplooiing van de totale persoon. OPVOEDEN en LEREN is gebaseerd op een draagvlak van STEUNEN, STUREN EN STIMULEREN: Om binnen de grenzen

Nadere informatie

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS WWW.PESTWEB.NL DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS Kinderen en jongeren willen je hulp, als je maar (niet)... Wat kinderen zeggen over pesten Kinderen gaan over het algemeen het liefst met hun probleem naar hun

Nadere informatie

Gespreksformulieren LA personeel Dommelgroep

Gespreksformulieren LA personeel Dommelgroep Gespreksformulieren LA personeel Dommelgroep (versie mei 2012) FUNCTIONERINGSGESPREK leraar basisonderwijs (LA) Naam: Geboortedatum: Huidige school: Leidinggevende: Huidige functie: Datum vorig gesprek:

Nadere informatie

Het spel der democratische opvoeding Wat vooraf ging: Aan de hand van de 4 pijlers deden de ambassadeurs van Triodus samen goed voor later en de werkgroep wat iedere kindwijzerorganisatie deed, inventariseren!

Nadere informatie

Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken. Astrid van den Hurk 22 januari 2015

Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken. Astrid van den Hurk 22 januari 2015 Welke ruimte en skills hebben leerlingen nodig om bevlogen en gemotiveerd te werken Astrid van den Hurk 22 januari 2015 Doelen Zicht op basisbehoeftes van leerlingen om gemotiveerd te kunnen werken; Zelfdeterminatietheorie

Nadere informatie

PVA Jaar 2. Stefan Timmer S1001410 Klas: CE 2b

PVA Jaar 2. Stefan Timmer S1001410 Klas: CE 2b PVA Jaar 2 Stefan Timmer S1001410 Klas: CE 2b Inhoudsopgave blz. Voorblad - Inhoudsopgave 2 Plan van aanpak tweede jaar 3-4 Bijlage 1: Algemene domeincompetenties 5-6 (wat heb ik geleerd) Bijlage 2: Belangrijkste

Nadere informatie

Passend Onderwijs voor de kinderen op school: samen met ouders en leerkracht

Passend Onderwijs voor de kinderen op school: samen met ouders en leerkracht Passend Onderwijs voor de kinderen op school: samen met ouders en leerkracht Vanaf 1 augustus is de Wet passend onderwijs van kracht. De school van uw kind/uw school is aangesloten bij het samenwerkingsverband

Nadere informatie

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman

Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Compassie leven 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Inhoudsopgave Voorwoord Wekelijkse inspiraties 01 Geweld in de taal? Wie, ik?

Nadere informatie

Toelichting zeven dimensies

Toelichting zeven dimensies Toelichting zeven dimensies Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs December 2009 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys Inhoudsopgave Zeven dimensies 3 1. De kwaliteitsdimensies

Nadere informatie

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT DE SBL competenties COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Identiteit van de Koos Meindertsschool

Identiteit van de Koos Meindertsschool Identiteit van de Koos Meindertsschool 1. Identiteit - het karakter van de school Wij zijn een open school waarin een ieder gelijkwaardig is. Wij heten elk kind welkom op de Koos Meindertsschool, ongeacht

Nadere informatie

Thermometer leerkrachthandelen

Thermometer leerkrachthandelen Thermometer leerkrachthandelen Leerlijnen en ontwikkelingslijn voor leerkrachten van WSKO 1 Inleiding Leerkracht zijn is een dynamisch en complex vak. Mensen die leerkracht zijn en binnen onze organisatie

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Auteur: Ingeborg van der Zanden Bartels Datum: 05 januari 2015 Plaats: Kerkdriel Versie: 0.1 Pedagogisch beleidsplan BSO VillaDriel 12 april 2015 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

Rapport Voorbeeld adviseur. Voorbeeld adviseur2. voorbeeld Rapportage

Rapport Voorbeeld adviseur. Voorbeeld adviseur2. voorbeeld Rapportage Rapport Voorbeeld adviseur Naam Adviseur Voorbeeld adviseur2 voorbeeld Rapportage Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Detail overzicht

Nadere informatie

communicatie vanuit systeemtheoretisch perspectief Je kunt niet niet communiceren, besef het! (er is geen nooduitgang)

communicatie vanuit systeemtheoretisch perspectief Je kunt niet niet communiceren, besef het! (er is geen nooduitgang) Workshop Taal, veel meer dan praten. Koolhof Coaching en Training Over de complexiteit van communicatie Onderwerp: Uitgangspunt: communicatie vanuit systeemtheoretisch perspectief Je kunt niet niet communiceren,

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek bij. R.K. basisschool De Talenten

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek bij. R.K. basisschool De Talenten RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek bij R.K. basisschool De Talenten Plaats : Haarlem BRIN-nummer : 16LQ Onderzoeksnummer : 120887 Datum schoolbezoek : 29 november 2010 Rapport vastgesteld te Zoetermeer

Nadere informatie

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN De meeste mensen, en dus ook leerlingen, praten niet alleen met anderen, maar voeren ook gesprekken met en in zichzelf. De manier waarop leerlingen over, tegen en in zichzelf

Nadere informatie

dialooghouding We stellen u onze visie even voor.

dialooghouding We stellen u onze visie even voor. schoolvisie Als katholieke basisschool willen we zorg dragen voor de opvoeding van elk kind. We zien onze school als een huis met een tuin waarin we de basis leggen voor de toekomst, om later met de beste

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (Summary in Dutch) 159 Ouders spelen een cruciale rol in het ondersteunen van participatie van kinderen [1]. Participatie, door de Wereldgezondheidsorganisatie gedefinieerd als

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

Een voorlopige balans (Periode 1)

Een voorlopige balans (Periode 1) Een voorlopige balans (Periode 1) Omschrijving van deze periode We hebben tijdens dit schooljaar al heel wat gediscussieerd, besproken, nagedacht, Je hebt in deze gesprekken, maar ook in de logboekopdrachten

Nadere informatie

Het perspectief van een kind of jongere zien. Coaching bij (dreigende) uitval

Het perspectief van een kind of jongere zien. Coaching bij (dreigende) uitval Het perspectief van een kind of jongere zien Coaching bij (dreigende) uitval 12 oktober 2017 T A L E N T Slim Begeleiden Albert Kaput Vastlopen Hoe ervaren jongeren de boodschappen die zij uit hun omgeving

Nadere informatie

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013 ALEANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013 Deze monitor is ingevuld op basis van een eerste gesprek, een lesobservatie en een nagesprek (soms in andere

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Deel 1: Pedagogisch project Vrije Basisschool Lenteland

Deel 1: Pedagogisch project Vrije Basisschool Lenteland 1 ONZE SCHOOL en de SCHOLENGROEP ARKORUM Het katholiek basisonderwijs brengt al vele jaren een aanbod van kwalitatief onderwijs en opvoeding aan kleuters en leerlingen in de regio Roeselare- Ardooie. In

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan

Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleidsplan Pedagogisch beleid van Kappio (locaties Seppelin en Gastouderbureau) Voor u ligt het pedagogisch beleid van Kappio (locaties Seppelin en Gastouderbureau). Hierin wordt beschreven

Nadere informatie

Met ingang van het schooljaar hanteert de Vosseschans structureel beleid rond het omgaan met hoogbegaafdheid.

Met ingang van het schooljaar hanteert de Vosseschans structureel beleid rond het omgaan met hoogbegaafdheid. Beleid rond begaafdheid voor leerlingen van De Vosseschans Met ingang van het schooljaar 2009-2010 hanteert de Vosseschans structureel beleid rond het omgaan met hoogbegaafdheid. Dit wil niet zeggen dat

Nadere informatie

JENAPLANSCHOOL DE PANDELAAR. samen in gesprek spelen werken vieren

JENAPLANSCHOOL DE PANDELAAR. samen in gesprek spelen werken vieren JENAPLANSCHOOL DE PANDELAAR samen in gesprek spelen werken vieren Uw kind naar onze jenaplanschool De Pandelaar Waarom? De Pandelaar is een basisschool die open staat voor alle kinderen en hun ouders,

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW

Als je te weinig van een kind verwacht, komt er niet uit wat er in zit. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt INTERVIEW INTERVIEW Auteur: René Leverink Fotografie: Rijksoverheid Onlangs hebben minister Van Bijsterveldt en staatssecretaris Zijlstra van OCW drie actieplannen gelanceerd, gericht op een ambitieuze leercultuur

Nadere informatie

vaardigheden - 21st century skills

vaardigheden - 21st century skills vaardigheden - 21st century skills 21st century skills waarom? De Hoeksteen bereidt leerlingen voor op betekenisvolle deelname aan de wereld van vandaag en de toekomst. Deze wereld vraagt kinderen met

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Visie 3. Kernwaarden. 4. Zorgstructuur. 5. Zorgniveau 1 6. Zorgniveau Zorgniveau 3 9. Zorgniveau Zorgniveau 5.

Inhoudsopgave. Visie 3. Kernwaarden. 4. Zorgstructuur. 5. Zorgniveau 1 6. Zorgniveau Zorgniveau 3 9. Zorgniveau Zorgniveau 5. Zorgstructuur 1 Inhoudsopgave Visie 3 Kernwaarden. 4 Zorgstructuur. 5 Zorgniveau 1 6 Zorgniveau 2... 7 Zorgniveau 3 9 Zorgniveau 4 11 Zorgniveau 5. 13 Bijlagen.. 15 2 Visie De visie van de Fonkelsteen:

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Naam: Wouter van Straten Adviseur: Floor Meijer Datum: 15 maart 2014

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Naam: Wouter van Straten Adviseur: Floor Meijer Datum: 15 maart 2014 Naam: Adviseur: Floor Meijer Datum: 15 maart 2014 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op alle afgeronde onderdelen. 2 Algemeen werk- en denkniveau Ver beneden - gemidde ld Ver bovengemidde ld Algemene

Nadere informatie

IK-DOELEN BIJ DE DALTONUITGANGSPUNTEN

IK-DOELEN BIJ DE DALTONUITGANGSPUNTEN IK-DOELEN BIJ DE DALTONUITGANGSPUNTEN 1 2 3 4 5 A Samen werken (spelen) Hierbij is het samenwerken nog vooral doel en nog geen middel. Er is nog geen sprake van taakdifferentiatie. De taak ligt vooraf

Nadere informatie

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z Samen doen Zorgvisie Zorg- en dienstverlening van A tot Z Wat en hoe? 3 W Samen met de cliënt bepalen we wát we gaan doen en hóe we het gaan doen. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen op diverse

Nadere informatie

VVSG als pedagogische ondersteuningsorganisatie

VVSG als pedagogische ondersteuningsorganisatie VVSG als pedagogische ondersteuningsorganisatie Ann Lobijn, VVSG Inhoud 1. Pedagogisch beleid 2. 3. Voorstel VVSG 4. Reacties en vragen 2 - VVSG - Inhoud 1 Pedagogisch beleid Decreet Kinderopvang van baby

Nadere informatie

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld.

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Zelfbeeld Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Een kind dat over het algemeen positief over zichzelf denkt, heeft meer zelfvertrouwen.

Nadere informatie

Informatiegids stamgroep 3/4 2015 2016

Informatiegids stamgroep 3/4 2015 2016 Informatiegids stamgroep 3/4 2015 2016 Openbare Jenaplan basisschool de Triolier en PSZ de Boemeltrein basisschool en peuterspeelzaal onder één dak Inhoud Voorwoord 3 Onze school missie en visie 4 Jenaplan

Nadere informatie

2 Training of therapie/hulpverlening?

2 Training of therapie/hulpverlening? Bewustwording wordt de sleutel voor veranderen Peter is een zeer opvallende leerling die voortdurend conflicten heeft met medeleerlingen en de schoolleiding. Bij een leerlingbespreking wordt opgemerkt

Nadere informatie

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande

Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Eerste druk 2015 R.R. Koning Foto/Afbeelding cover: Antoinette Martens Illustaties door: Antoinette Martens ISBN: 978-94-022-2192-3 Productie

Nadere informatie