laatste gaat mijn dank uit naar de bij het onderzoek betrokken gemeenten. Zonder hun medewerking zou mijn onderzoek nooit een succes zijn geworden..

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "laatste gaat mijn dank uit naar de bij het onderzoek betrokken gemeenten. Zonder hun medewerking zou mijn onderzoek nooit een succes zijn geworden.."

Transcriptie

1 Voorwoord Dit rapport is het resultaat van een onderzoek naar de betrokkenheid van burgerlijke gemeenten bij internationaal klimaatbeleid. Het is uitgevoerd als afstudeeropdracht in het kader van mijn studie commerciële economie aan de Hogeschool InHolland. De koppeling tussen deze opleiding en het vraagstuk van klimaatverandering lijkt in eerste instantie niet voor de hand te liggen. Er zijn enkele redenen waarom ik toch deze keuze heb gemaakt. In de eerste plaats is het versterkte broeikaseffect een van de belangrijkste ecologische en maatschappelijke problemen van de 21 ste eeuw. De media besteden er voortdurend aandacht aan. De speelfilm over een plotselinge verandering van het klimaat, De day after tomorrow, trekt een miljoenenpubliek. Alle geledingen binnen de samenleving individuele burgers, bedrijven, overheden op verschillende niveaus zijn, via het gebruik van fossiele brandstoffen, mede veroorzakers van het vraagstuk. Iedereen kan vervolgens ook weer bijdragen aan oplossingen. Klimaatverandering heeft een belangrijke Noord-Zuid dimensie. Het wordt veroorzaakt door industrielanden terwijl ontwikkelingslanden er de dupe van worden. Dit is onrechtvaardig. Door deze vele kanten heeft het vraagstuk mijn belangstelling. In de tweede plaats zitten er interessante economische en marketing kanten aan de vraag naar een oplossing van klimaatverandering. De handel in emissierechten is sterk in opkomst. Het is een nieuwe en vooral internationale markt. Het probleem kan niet worden opgelost zonder de toepassing van marktmechanismen. De uitdaging was om beide bovenstaande invalshoeken het belang van het verschijnsel en de commerciële en marketing mogelijkheden met elkaar te verbinden. SenterNovem bood daartoe de mogelijkheid. SenterNovem is een agentschap van het ministerie van Economische Zaken en heeft vestigingen in Sittard, Den-Haag, Zwolle en Utrecht. In mei 2004 is SenterNovem ontstaan uit twee afzonderlijke agentschappen, Senter en Novem. SenterNovem bundelt kennis van innovatie, energie, klimaat, milieu en leefomgeving. Hiermee draagt zij bij aan een sterkere positie van het bedrijfsleven in ons land en aan een meer duurzame samenleving, met zorg voor mens en milieu. Op het gebied van gemeentelijk klimaatbeleid is SenterNovem een van de belangrijkste spelers. Ze heeft daartoe een zogenoemde menukaart ontwikkeld op basis waarvan gemeenten klimaatbeleid kunnen ontwikkelen. Een van de thema s van de menukaart is internationaal. Dit thema is belangrijk omdat klimaatverandering een wereldwijd probleem is. Weinig gemeenten zijn op dit moment echter bezig met dit internationale thema. SenterNovem wilde graag weten welke mogelijkheden er zijn om in de toekomst deze dienst (de ondersteuning op internationaal klimaatbeleid) beter te kunnen invullen. Heeft het zin om hierin tijd en geld te investeren of hebben gemeenten hiervoor toch geen interesse. Dit is het onderwerp geworden van het onderzoek. Bij dezen wil ik een aantal mensen bedanken die mij hebben geholpen bij de uitvoering van mijn onderzoek. Vanuit mijn opleiding speelde Jessica Loudon een belangrijke rol als stagebegeleider. Ik had het onderzoek bij SenterNovem niet kunnen uitvoeren zonder de prima begeleiding van René Schellekens, waarvoor dank. Verder wil ik bij SenterNovem het team klimaatbeleid gemeenten en het secretariaat bedanken voor hun medewerking. Als

2 laatste gaat mijn dank uit naar de bij het onderzoek betrokken gemeenten. Zonder hun medewerking zou mijn onderzoek nooit een succes zijn geworden.. Het onderzoek is uitgevoerd gedurende de eerste vijf maanden van Ik hoop dat dit rapport over internationaal klimaatbeleid van gemeenten in Nederland een bijdrage zal leveren aan de uitbouw van dit programma binnen en vanuit SenterNovem. Utrecht, Gertjan de Gans 2

3 Inhoudsopgave scriptie gemeenten en internationaal klimaatbeleid 1. Inleiding 5 2. Uitvoering onderzoek Reden onderzoek 2.2 Doel & probleemstelling 2.3 Deelvragen 2.4 Uitvoering 3. Externe analyse: Mondiale situatie klimaatverandering Natuurlijk broeikaseffect (natuurlijke capaciteit) Versterkte broeikaseffect (menselijk) Gangbare analyse Andere opvattingen 3.3 Gevolgen versterkte broeikaseffect (klimaatverandering) Algemene gevolgen wereldwijd Gevolgen Nederland Gevolgen vanuit Noord-Zuid perspectief 3.4 Kyoto-protocol Uitleg protocol: 6% Nederland 3.5 Beteugelen klimaatverandering Verminderen fossiel energieverbruik Technische mogelijkheden binnen bestaande kaders Overstappen duurzame vormen van energie Methodes: CDM, JI en emissiehandel 3.6 Post Kyoto periode Externe analyse: Nederlandse mark gemeentelijk klimaatbeleid Gemeenten en klimaatbeleid Internationale dimensie lokaal klimaatbeleid Emissiehandel Emissiecompensatie: CER en VER projecten EU en EU subsidies 4.3 Nederlandse markt gemeentelijk klimaatbeleid BANS klimaatconvenant Interne analyse: SenterNovem Missie/visie en kernwaarden Organisatie en organogram Balanced Score Card Energie en Klimaat 43 3

4 6. Analyse internationaal klimaatbeleid en bezochte Nederlandse gemeenten Internationale Nederlandse gemeenten Algemeen klimaatbeleid Huidige activiteiten Motieven Obstakels/valkuilen Toekomst Onderzoek bereidheid gemeenten om te starten met internationaal 52 klimaatbeleid 7.1 Doel onderzoek Resultaten Conclusies Adviezen Algemeen Benadering gemeenten Conclusie Management Summary Bronvermelding 70 Bijlagen 1. Enquête 2. Interviews 3. Menukaart SenterNovem 4. Organogram SenterNovem 5. Balanced Score Card Overzicht SWOT 4

5 1. Inleiding Morgen wordt het voor de twaalfde keer op rij een tropische dag. Stijgt de temperatuur aan de kust bij Utrecht tot slechts 32 graden, in het binnenland wordt gemakkelijk de 40 graden gehaald. In de namiddag is er kans op onweer met windstoten tot zo n 200 kilometer per uur. Plaatselijk kan er dan 5 tot 10 centimeter regen vallen. 1 Dit weerbericht klinkt een ieder wat vreemd in de oren. Toch zou het over 100 jaar helemaal niet zo gek meer kunnen klinken. Als gevolg van het versterkte broeikaseffect wordt ons klimaat warmer en natter. Natuurrampen zoals overstromingen en aardverschuivingen zullen steeds normalere verschijnselen worden. Als er in Nederland niets gebeurt aan bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering, zal binnen 100 jaar het zeewater voor Paleis Soestdijk staan en kunnen onze achterkleinkinderen straks over de boulevard van Utrecht wandelen. Als gevolg van de stijging van de zeespiegel zal tegen die tijd half Nederland onder water zijn komen te staan. Bovenstaande ontwikkeling is een levensbedreigende en één met verstrekkende gevolgen. Het klimaat verandert door menselijk handelen. Als we niets doen zullen onze levens, maar vooral die van onze kinderen en kleinkinderen ingrijpend veranderen. In de afgelopen 15 jaar zijn er verschillende internationale klimaatconferenties gehouden. Hierin is door zeer veel verschillende landen gesproken over de gevolgen van klimaatverandering en over de maatregelen die we mondiaal kunnen nemen om klimaatverandering tegen te gaan. Deze conferenties hebben geleid tot het Kyoto-protocol in Hierin zijn voor afzonderlijke landen doelen gesteld voor het terugdringen van de CO 2 - uittstoot (belangrijkste broeikasgas) in Voor Nederland gaat het om 6% CO 2 -reductie in 2012 ten opzichte van Het Kyoto-protocol is in februari 2005 geratificeerd. Nationale overheden hebben in eerste instantie de verantwoordelijkheid om te komen tot minder CO 2 -uitstoot. Zij vertalen deze reductieverplichting naar doelstellingen voor lagere overheden (provincies en gemeenten), bedrijven, enzovoort. Voor gemeenten in Nederland zijn er in het kader hiervan verschillende organisaties die een rol kunnen spelen, waaronder SenterNovem. SenterNovem biedt Nederlandse gemeenten diverse praktische hulpmiddelen aan om te starten met klimaatbeleid. De belangrijkste daarvan is de Menukaart. Deze heeft verschillende thema s. Een van deze thema s is het thema internationaal. Op dit moment worden op dit gebied nog weinig activiteiten ontplooid. Om in de toekomst deze dienst (de ondersteuning op internationaal klimaatbeleid) beter te kunnen invullen, is het van belang duidelijkheid te krijgen over de vraag wat het standpunt van Nederlandse gemeenten is betreffende dit onderwerp. In dit kader is de volgende probleemstelling geformuleerd: Op welke wijze geven Nederlandse gemeenten op dit moment invulling aan de dimensie internationaal binnen hun klimaatbeleid en zijn gemeenten bereid om te starten met 1 H. Jansen & J. Jansen, Utrecht aan Zee,

6 internationaal klimaatbeleid en wat zijn voor deze gemeenten de voorwaarden en wat de drempels om hiermee te starten? De doelstelling bij deze probleemstelling is: Het formuleren van adviezen met betrekking tot de toekomstige benadering van Nederlandse gemeenten door SenterNovem betreffende internationaal klimaatbeleid. Om te komen tot deze adviezen zal moeten worden onderzocht welke behoeftes Nederlandse gemeenten hebben op dit gebied en wat hun visie is ten aanzien van dit beleid. Tevens zullen adviezen worden geformuleerd in relatie tot de vraag wat de kritieke succesfactoren zijn in het overhalen van gemeenten om te starten met internationaal klimaatbeleid. Om een antwoord op deze probleemstelling te kunnen formuleren zal een aantal fasen in het onderzoek doorlopen moeten worden. De eerste fase van het onderzoek omvat een externe analyse, zowel mondiaal als nationaal, van het klimaatvraagstuk. In hoofdstuk drie wordt beschreven wat het versterkte broeikaseffect inhoudt, wat de gevolgen van de opwarming van de atmosfeer zijn, op welke wijze het probleem kan worden aangepakt, wat in dat kader de betekenis is van het Kyotoprotocol en welke partijen verantwoordelijkheid zijn voor het veroorzaken van klimaatverandering en er dus ook primair voor moeten zorgen dat dit vraagstuk wordt aangepakt. Vervolgens komt in hoofdstuk vier de Nederlandse markt voor gemeentelijk klimaatbeleid aan bod. Welke mogelijkheid hebben gemeenten in Nederland om hun CO 2 uitstoot te verminderen, zowel binnen Nederland als daarbuiten? Verder wordt behandeld welke organisaties een rol spelen in klimaatbeleid voor gemeenten. Dit zijn zowel nationale als internationale organisaties. Tenslotte komt het BANS klimaatconvenant aan de orde. Dit convenant is van grote invloed op het klimaatbeleid van gemeenten in Nederland. Na deze externe analyse volgt in hoofdstuk vijf de interne analyse. In de eerste plaats wordt SenterNovem als organisatie beschreven. Het gaat daarbij om de gebieden waarop SenterNovem actief is en wat zij heeft te bieden aan Nederlandse gemeenten wat betreft klimaatbeleid. Na het deskresearchgedeelte van het onderzoek volgt in hoofdstuk zes tot en met acht een beschrijving van het veldonderzoek. Allereerst wordt in hoofdstuk zes een analyse gemaakt van de gemeenten in Nederland die op dit moment al activiteiten zijn gestart op het gebied van internationaal klimaatbeleid. Er wordt beschreven wat gemeenten precies doen op dit vlak. Vragen die hierbij aan de orde komen zijn onder andere hoe hun internationale activiteiten er precies uitzien, waarom zij hiermee zijn begonnen en of deze succesvol waren. Hoofdstuk zes geeft hierop antwoorden. In hoofdstuk zeven volgt het afnemersonderzoek. Met de resultaten zoals beschreven in hoofdstuk zes zijn de afnemers (Nederlandse gemeenten) gericht bevraagd op hun visie over internationaal klimaatbeleid. Hieruit wordt duidelijk wat de opvattingen van deze gemeenten zijn en welke mogelijkheden er liggen om een gerichte aanpak daarvan te volgen. 6

7 Als resultaat van dit onderzoek worden adviezen geformuleerd over de toekomstige benadering van Nederlandse gemeenten door SenterNovem, die als doel heeft het stimuleren van Nederlandse gemeenten om actief te gaan participeren in het uitvoeren van internationale klimaatprojecten. Hierbij komen de verschillende succesfactoren aan de orde en zal er apart aandacht worden besteed aan een vorm van internationaal klimaatbeleid, namelijk het investeren in zogenaamde VER-projecten. Hoofdstuk acht is daaraan gewijd. Het rapport sluit af met een management summary (zowel in het Nederlands als het Engels). Daarin zijn de belangrijkste punten en conclusies uit het onderzoek samengevat. 7

8 2. Onderzoek Klimaatverandering wordt beschouwd als het grootste milieuprobleem van de 21 ste eeuw Iedereen op deze wereld zal hier in de toekomst mee te maken krijgen of ervaart nu al de problemen die dit met zich meebrengt. Het is een mondiaal probleem waarvoor iedereen zijn of haar verantwoordelijkheid zal moeten nemen: bedrijfsleven, overheden maar ook burgers. Gemeenten kunnen een vooraanstaande rol spelen in de uitvoering van klimaatbeleid. Zij hebben contacten met de doelgroepen en de partijen die de reductie van broeikasgassen en vooral van CO 2 daadwerkelijk kunnen realiseren. Bij het ontwikkelen en uitvoeren van lokaal, regionaal en internationaal klimaatbeleid vervullen gemeenten en provincies een belangrijke initiërende en coördinerende rol. Zij kunnen een voorbeeld zijn naar burgers toe. 2.1 Reden onderzoek SenterNovem onderkent deze rol van Nederlandse gemeenten. In het kader van gemeentelijk klimaatbeleid heeft SenterNovem diverse instrumenten ontwikkeld voor Nederlandse gemeenten om met klimaatbeleid aan de slag te gaan. Zoals eerder staat beschreven zijn dit onder andere de klimaatscan en de menukaart. Deze instrumenten zijn praktische hulpmiddelen waarmee gemeenten direct kunnen starten. Voor de begeleiding van deze projecten zijn zogenaamde klimaatadviseurs van SenterNovem beschikbaar. Deze adviseurs zijn verspreid over Nederland werkzaam en zijn voor gemeenten beschikbaar als adviseur/begeleider bij deze werkzaamheden. Een van de thema s van de menukaart is het thema internationaal. Dit is voor gemeenten geen verplicht thema. Op dit moment hebben nog maar enkele gemeenten gekozen voor dit thema als onderdeel van hun klimaatbeleid. Toch staat het wel op de menukaart. SenterNovem wil in de toekomst meer invulling geven aan een koppeling van lokaal klimaatbeleid met het thema internationaal. In dit kader is SenterNovem geïnteresseerd in wat de visie van gemeenten is op dit thema. Op basis daarvan kan SenterNovem een afweging maken over het wel of niet investeren in deze dienst in de toekomst. 2.2 Doel & probleemstelling Het doel van het onderzoek is om te onderzoeken in hoeverre Nederlandse gemeenten geïnteresseerd zijn om in de toekomst in internationaal klimaatbeleid te investeren. Belangrijk daarbij is de vraag wat voor deze gemeenten de voorwaarden hiervoor zijn en wat de drempels zijn om daarmee te starten. Kortom, op welke wijze kan SenterNovem Nederlandse gemeenten stimuleren om in de toekomst te investeren in internationaal klimaatbeleid? De probleemstelling luidt als volgt: Op welke manier geven gemeenten op dit moment invulling aan de dimensie internationaal binnen hun klimaatbeleid, zijn gemeenten bereid om te investeren in internationaal klimaatbeleid en wat zijn voor deze gemeenten de voorwaarden en wat de drempels om dat te doen? 8

9 Uit de probleemstelling vloeien twee onderzoeksvragen voort, namelijk: 1. Op welke manier geven gemeenten op dit moment invulling aan de dimensie internationaal binnen hun klimaatbeleid? 2. Zijn gemeenten bereid om te investeren in internationaal klimaatbeleid en wat zijn voor deze gemeenten de voorwaarden en de drempels om hierin te investeren? De doelstelling bij deze probleemstelling is: Het formuleren van adviezen met betrekking tot de toekomstige benadering van Nederlandse gemeenten door SenterNovem als het gaat om internationaal klimaatbeleid. Om te komen tot deze adviezen zal moeten worden onderzocht welke behoeftes Nederlandse gemeenten hebben op dit gebied en wat hun visie ten aanzien van dit beleid is. Tevens zullen er adviezen geformuleerd worden over wat precies de kritieke succesfactoren zijn als het gaat om het overhalen van gemeenten om te starten met internationaal klimaatbeleid. 2.3 Deelvragen Bij de gestelde probleemstelling horen verschillende deelvragen. 1 e deel probleemstelling: Welke en hoeveel gemeenten zijn er in Nederland? Welke gemeenten zijn bezig met internationaal klimaatbeleid? Wat waren de beweegredenen voor deze gemeenten om te starten met internationaal klimaatbeleid? Hoe geven zij hier invulling aan? Hoe ver zijn deze gemeenten hier nu mee? Hoe ver willen zij gaan met internationaal klimaatbeleid? Hoe lang zijn ze hier al mee bezig? Is het beleid wat zij voeren succesvol? Welke obstakels kwamen zij tegen? 2 e deel probleemstelling: Welke gemeenten zijn geïnteresseerd om te starten met internationaal klimaatbeleid? Waarom zijn gemeenten niet eerder begonnen met internationaal klimaatbeleid? Waarom zijn gemeenten niet geïnteresseerd om aan internationaal klimaatbeleid te doen? Wat zijn de voorwaarden waaronder gemeenten zouden willen investeren in internationaal beleid? Hoe ver willen gemeenten gaan bij internationaal klimaatbeleid? Vormen internationale contacten, zoals een stedenband, eventueel een ingang voor internationale projecten? Zijn gemeenten geïnteresseerd om te investeren in VER-Projecten? 9

10 2.4 Uitvoering Het beantwoorden van de twee gestelde onderzoeksvragen vereiste een aantal stappen. Voordat kon worden begonnen met het veldonderzoek moest eerst een grondige analyse worden gemaakt van de situatie op de markt. Hoe ziet deze eruit? Welke ontwikkelingen zijn er gaande? Welke organisaties spelen een rol? Welke concurrenten heeft SenterNovem? Wat zijn intern de sterke en zwakke punten? Om een antwoord te vinden op deze vragen is gebruik gemaakt van verschillende bronnen zoals het internet, diverse boeken en artikelen. Deze analyse is beschreven in hoofdstuk drie tot en met vijf. De eerste stap in het veldonderzoek was de vraag welke gemeenten op dit moment aan internationaal klimaatbeleid doen. Voor een deel was dit bij SenterNovem al bekend, voor een deel is hier onderzoek naar gedaan. Nadat dit was geanalyseerd, ontstond er een goed beeld van welke gemeenten er op dit moment op het gebied van internationaal klimaatbeleid actief zijn. Deze internationale gemeenten zijn belangrijk voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Wat waren voor deze gemeenten de beweegredenen om te starten met internationaal klimaatbeleid? Hoe geven zij op dit moment hier invulling aan? Hoe ver zijn deze gemeenten hier mee? Hoe lang zijn ze hier al mee bezig? Is het beleid succesvol? Welke obstakels kwamen zij tegen? Hiervoor is er een kijkje in de keuken genomen bij een aantal gemeenten. Doel hiervan was om bovenstaande vragen te beantwoorden. Dit is gebeurd op basis van half gestructureerde interviews. Voor de vragenlijst zie bijlage 2. Met behulp van de verkregen informatie over de beweegredenen van de huidige gemeenten die internationaal bezig zijn, konden andere gemeenten gerichter worden benaderd. Helder was wat voor deze internationale gemeenten hun motieven waren om te investeren in internationaal klimaatbeleid. De gemeenten zijn benaderd op basis van een schriftelijke enquête. Alle gemeenten met meer dan inwoners zijn aangeschreven. Uit de enquête zal duidelijk worden welke visie deze gemeenten hebben ten aanzien van het voeren van internationaal klimaatbeleid. Met deze informatie konden tenslotte adviezen worden geformuleerd omtrent de invulling van de dienst naar gemeenten toe op het gebied van internationaal klimaatbeleid. Welke activiteiten kan SenterNovem ontplooien om ervoor te zorgen dat gemeenten in de toekomst zullen investeren in internationaal klimaatbeleid. Het onderzoek en de verslaglegging zijn uitgevoerd in de periode januari mei

11 3. Externe analyse: Mondiale situatie klimaatverandering Het vraagstuk dat als achtergrond dient bij dit onderzoek is klimaatverandering. Op dit moment staat dit probleem volop in de belangstelling. Het wordt beschouwd als het grootste milieuprobleem van de 21 ste eeuw. In dit eerste hoofdstuk komen een aantal aspecten van klimaat, klimaatverandering en klimaatbeleid ter sprake, zowel internationaal als lokaal. In de volgende paragrafen zal aan de orde komen wat precies het broeikaseffect is, wat de gevolgen zijn van het versterkte broeikaseffect, wat het Kyoto-protocol inhoudt en welke maatregelen genomen kunnen worden om het versterkte broeikaseffect terug te dringen. 3.1 Natuurlijk broeikaseffect Het broeikaseffect is een natuurlijk verschijnsel. We mogen zelfs van geluk spreken dat het broeikaseffect bestaat. Figuur 1 laat de werking van het natuurlijk broeikaseffect zien. De aarde blijkt een soort mantel om zich heen te hebben. Deze mantel bestaat uit gassen. De zonnestraling wordt door de aarde omgezet in warmte. Deze warmte wordt daarna voor een deel teruggekaatst in de atmosfeer. Dankzij deze zogenaamde mantel wordt een deel van deze warmte vastgehouden. Zonder deze mantel zou de gemiddelde temperatuur op aarde min 18 graden zijn in tegenstelling tot de plus 15 graden wat nu het geval is. Dit natuurlijke systeem van de aarde wordt het natuurlijk broeikaseffect genoemd en zorgt dus voor een deel dat er leven op aarde mogelijk is. Figuur 1: Natuurlijk broeikaseffect (Bron: United Nations Environmental Programme) 11

12 3.2 Versterkte broeikaseffect Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het natuurlijk evenwicht (zoals beschreven in paragraaf 3.1) op dit moment wordt verstoord. De mantel blijkt meer warmte binnen te houden waardoor de aarde langzaam opwarmt en het klimaat verandert. Dit wordt het versterkte broeikaseffect genoemd. De meeste wetenschappers gaan er vanuit dat dit versterkte broeikaseffect het gevolg is van menselijk handelen. De figuur hierboven laat de temperatuurverschillen zien in de twintigste eeuw volgens Van Ulden en van Dorland 2. Het bovenste paneel geeft een schatting van drie natuurlijke temperatuursignalen, ten gevolge van: 1. Variaties in zonnestraling (Rode lijn); 2. vulkaanuitbarstingen (Blauwe lijn) en 3. El Nino (Groene lijn). Het onderste paneel toont de rest die overblijft als je de som van de drie natuurlijke processen aftrekt van de waarnemingen. Er blijft dan een signaal over dat consistent is met de verwachte menselijke invloed 2 Ontleend aan de website 12

13 Zoals in de grafiek op pagina 11 te zien is, is de gemiddelde mondiale temperatuur de laatste decennia flink gestegen. In het verleden is dit al vaker het geval geweest maar die stijgingen en dalingen waren het gevolg van natuurlijke verschijnselen. Het KNMI heeft een studie gedaan naar het effect van variatie van de zonnestraling, vulkaan- uitbarstingen en van El Niño. Uit dit onderzoek blijkt dat de waargenomen temperatuur- stijging in de eerste helft van de 20 e eeuw natuurlijke oorzaken heeft: een afname van vulkaanactiviteit, nadat die eerst nogal sterk was, en een toename van de zonneactiviteit. In de tweede helft van de 20 e eeuw kan de temperatuurstijging echter niet worden verklaard door deze natuurlijke oorzaken: de zonneactiviteit nam nauwelijks toe terwijl er maar enkele grote vulkaanuitbarstingen zijn geweest. In het verleden zijn er wel vaker temperatuurschommelingen geweest. De temperatuur is echter nog nooit zo snel gestegen als de laatste vijftig jaar. Als we naar deze trend kijken kunnen we concluderen dat de mens wel degelijk invloed heeft op deze temperatuurstijging. Andere studies komen tot vergelijkbare conclusies Gangbare analyse De opwarming van de atmosfeer wordt volgens de meeste wetenschappers veroorzaakt door het gebruik van fossiele brandstoffen (steenkool, olie en aardgas). Internationaal zijn er honderden studies uitgevoerd naar dit verschijnsel en de oorzaken hiervan. Een organisatie die zich hiermee bezighoudt is het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). Het IPCC is een adviesorgaan van de Verenigde Naties. Zij hebben als opdracht om de beschikbare wetenschappelijke, technische en sociaal-economische informatie met betrekking tot het broeikasprobleem op objectieve manier in kaart te brengen. Elke vier a vijf jaar brengt deze organisatie hierover een rapport uit. Het eerste rapport verscheen in 1990 en was de basis voor de eerste klimaatconferentie in Rio de Jainero in Volgend jaar zal het IPCC een nieuw rapport uitbrengen. In hun rapporten komt het IPCC telkens tot dezelfde conclusie: de mens veroorzaakt het versterkte broeikaseffect. Het IPCC kijkt niet alleen naar de oorzaken van het versterkte broeikaseffect maar ook naar de (mogelijke) gevolgen hiervan. Zij zijn hierover steeds meer verontrust geraakt. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt kooldioxide (CO 2 ) vrij. CO 2 is op zich geen gevaarlijk gas. Het komt bijvoorbeeld vrij bij het uitademen en voor planten is het zelfs een voedingsstof. Kooldioxide werkt in de biosfeer echter als een broeikas. Het kan de atmosfeer niet verlaten. Kooldioxide is het belangrijkste zogenoemde broeikasgas. Naast kooldioxide zijn er nog veel meer broeikasgassen. De bekendste hiervan, naast CO 2 (78%) zijn CH4-methaan (11%) en N 2 O-lachgas (9%). De aarde heeft een natuurlijke capaciteit om CO 2 uit de lucht te halen. Dit is ongeveer 12 miljard ton per jaar. Dat gebeurt door groeiende vegetatie (planten, bomen, gewassen) en door zeeën en oceanen. Die capaciteit is eeuwen lang voldoende geweest om alle geproduceerde kooldioxide op te nemen. Sinds de industriële revolutie, en vooral de laatste vijftig jaar, is de hoeveelheid gebruikte fossiele brandstoffen zeer sterk toegenomen. Onze hele welvaart is erop gebaseerd. De mensheid produceert nu ongeveer twee keer zo veel CO 2 als de aarde kan opnemen. Die extra hoeveelheid veroorzaakt het versterkte broeikaseffect, de opwarming van de atmosfeer. 13

14 3.2.2 Andere opvattingen Niet iedereen is ervan overtuigd dat de mens de oorzaak van het versterkte broeikaseffect is. Sommige wetenschappers zetten hier vraagtekens bij. Een voorbeeld van een dergelijke tegenstander is geoloog Salomon Kroonenberg. Hij heeft het boek De menselijke maat geschreven. Kroonenberg verwijt de mensheid dat zij een kortzichtige visie heeft als het gaat om klimaat. Hij erkent dat het klimaat aan het veranderen is, maar hij vindt dat natuurlijke oorzaken daaraan ten grondslag liggen. Volgens Kroonenberg is klimaatverandering van alle tijden. Hij ziet niets in het investeren in CO 2 -reductie omdat dit volgens hem geen zin heeft. Je kunt het geld beter investeren in het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Een andere publicatie is het boek Klimaatverandering op een waterplaneet. Kern van dit boek is dat de verhoogde concentratie van CO 2 in de atmosfeer geen gevolg is van menselijk handelen maar van de variaties in de activiteit van de zon. De auteurs proberen dit op een wetenschappelijke manier te bewijzen. Bewijzen voor de conclusies die zij trekken zijn er echter nauwelijks. Het enige wat zij doen is het in twijfel trekken van eerder uitgebrachte visies die betrekking hebben op klimaatverandering en het versterkte broeikaseffect. Deze tegenstanders staan in hun opvattingen vrijwel alleen. Slechts een kleine groep mensen is ervan overtuigd dat de mens het versterkte broeikaseffect niet veroorzaakt, dit ondanks de vele studies die het tegendeel hebben bewezen en steeds weer bewijzen. Een ander punt waar deze tegenstanders geen rekening mee houden is het voorzorgprincipe. Dit principe houdt in dat we nu al rekening houden met de mogelijke gevolgen van klimaatverandering in de toekomst. Er kan op dit moment nog niet voor de volle 100% gezegd worden dat de mens de huidige klimaatverandering veroorzaakt. Als we dit, over 20 jaar, wel zeker zouden weten zou het wel eens te laat kunnen zijn om nog te kunnen ingrijpen. In dat geval zou de opwarming van de aarde nog 20 jaar zijn doorgegaan. De opwarming van de aarde heeft namelijk sowieso een naijl effect. Als we nu stoppen met het uitstoten van CO 2 dan loopt de temperatuur de komende 30 jaar nog op. 3.3 Gevolgen van het versterkte broeikaseffect Algemene gevolgen wereldwijd Klimaatverandering brengt een aantal (serieuze) problemen met zich mee. Op sommige plekken zal het warmer worden, op andere plaatsten juist kouder of natter of droger. De laatste honderd jaar is de zeespiegel tussen de 5 en 10 centimeter gestegen. Laaggelegen landen zoals Nederland zijn vanzelfsprekend extra kwetsbaar. De belangrijkste gevolgen van klimaatverandering wereldwijd zijn: Zeespiegelstijging: verwacht wordt dat het aantal mensen dat getroffen zal worden door overstromingen toeneemt van 13 naar 94 miljoen per jaar. Aantasting van ecosystemen: klimaatverandering zal een verschuiving van klimaatzones tot gevolg hebben. Sommige planten en dieren kunnen zich niet snel genoeg aanpassen en worden met uitsterven bedreigd. Op sommige plekken zal klimaatverandering tot meer droogte leiden, met alle gevolgen van dien. Zoetwatertekort: door klimaatverandering zal het watertekort in diverse regio s (Midden-Oosten, Sahel en Australië) alleen maar toenemen. Afname landbouwproductiviteit: gebieden die droger worden zullen minder aantrekkelijk worden voor landbouw. 14

15 Elke wereldburger zal te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering. De weersomstandigheden zullen steeds extremer worden. Droge gebieden worden nog droger, natte gebieden worden nog natter. De laatste jaren zijn de voorbodes hiervan al merkbaar. De extreme droogte in Zuid-Europa, de extreem zware orkanen in het Caribische gebied en in de Verenigde Staten en de zware overstromingen in Azië zijn hier slechts enkele voorbeelden van Gevolgen Nederland Maar ook dichter bij huis maken we deze voorbodes al mee. Het jaar 1998 was voor Nederland het natste ooit waargenomen. In de jaren 90 zijn er diverse keren kritieke situaties ontstaan door extreme wateroverlast. Nederland zal als het zo doorgaat in de toekomst vooral met wateroverlast te maken krijgen. De conclusies die de Commissie Waterbeheer 21 e eeuw trekt liegen er niet om. Door de klimaatverandering, bodemdaling en de ontwikkelingen in het grondgebruik (waaronder de toenemende verharding van de bodem als gevolg van woningbouw en infrastructuur) zullen de problemen de komende tientallen jaren flink verergeren. De veiligheid zal in het geding komen en de overlast zal volstrekt onacceptabel worden. De kans op miljardenschade en het verlies van (vele) mensenlevens wordt steeds groter en zal in de 21 e eeuw werkelijkheid zijn, waarneer er niets wordt gedaan. De commissie staat in deze opvatting niet alleen. Waarneer er niets gedaan wordt zal in het jaar 2100 Nederland voor bijna de helft onder water komen te liggen. Volgens wetenschappers is het niet lastig om te voorspellen wat er met Nederland zal gebeuren. De grote rivieren zullen vaker buiten hun oevers treden, rioleringen zullen bij extreme regen de hoeveelheid water niet aankunnen en de duingebieden zullen de stijging van de zeespiegel niet aankunnen. 15

16 Waarnemingen van De Natuurkalender 3 (zie figuur pag. 14) laat zien dat de gevolgen van klimaatverandering ook in uw eigen achtertuin al merkbaar zijn. Waarnemingen van deze organisatie laten zien dat bijvoorbeeld planten/bloemen/bomen enzovoort. steeds vroeger in bloei komen. Hieruit blijkt dat het klimaat aan het veranderen is. Niet alleen mondiaal maar ook in uw eigen achtertuin Gevolgen vanuit Noord-Zuid perspectief De gevolgen van klimaatverandering kunnen door Nederland nog worden opgevangen, mits de overheid adequate maatregelen neemt maar het zijn vooral de arme landen die het slachtoffer worden van klimaatverandering. Energie vormt de motor voor ontwikkeling. In de loop van de geschiedenis is een sterk verband gebleken tussen de hoogte van het BNP en het verbruik van energie. Ze is de basis geweest voor de geweldige welvaartsgroei in de rijke landen. Mensen zijn de laatste honderd jaar steeds meer energie gaan gebruiken. Het gaat daarbij om fossiele brandstoffen, gas, olie en kolen. Bij de verbranding daarvan komt kooldioxide (CO 2 ) vrij, het belangrijkste broeikasgas. Broeikasgassen in de dampkring werken als het glas van een serre: de zonnestraling kan er wel in, maar de warmte kan er niet uit. Zeeën en oceanen nemen CO 2 op. Ook planten en bomen halen kooldioxide uit de lucht. Deze natuurlijke capaciteit van de aarde is in toenemende mate echter ontoereikend om de CO 2 uit de atmosfeer te halen. Door al het extra CO 2 in de lucht komen we nu in de problemen. De dampkring houdt steeds meer warmte vast en het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde leidt tot allerlei effecten. De gevolgen van klimaatverandering zullen niet overal dezelfde zijn of op een zelfde manier uitwerken. Met name ontwikkelingslanden zullen harde klappen oplopen in de vorm van calamiteiten en extra stress in relatie tot voedselvoorziening, watervoorziening, gezondheidszorg en biodiversiteit. Zij moeten zich aanpassen aan klimaatverandering (variatie en extremen) om potentiële schade te verminderen (mitigatie) of de gevolgen het hoofd te bieden (adaptatie). Zij beschikken daartoe echter over onvoldoende financiële middelen. En dat terwijl de industrielanden veruit de grootste veroorzakers zijn van klimaatverandering. Het is dan ook niet meer dan rechtvaardig dat die het initiatief nemen in de aanpak van het probleem. Zij hebben ook de financiële middelen om maatregelen te nemen Wat historisch gezien van toepassing is op de industrielanden, geldt ook voor ontwikkelingslanden. Energievoorziening is een basisvoorwaarde om uit armoede te geraken. Die energie is nodig voor consumptieve doeleinden, bijvoorbeeld de bereiding van voedsel of het verschaffen van basisverlichting,- voor sociaalproductieve aanwending- zoals energie voor onderwijs- en gezondheidsdiensten of voor economisch-productief verbruik, energie voor ondernemingen, industrie, transport/vervoer, landbouw/irrigatie, ICT enzovoort. Met het bovenstaande is een prisoners dilemma geschetst. Moderne energievoorziening is noodzakelijk voor economische ontwikkeling maar leidt, in geval van fossiele brandstoffen, tot een additionele bijdrage aan het versterkte broeikaseffect. Noch de geïndustrialiseerde landen, noch de ontwikkelingslanden zijn daarbij gebaat. Eigenlijk voor het eerst in de geschiedenis hebben industrielanden en ontwikkelingslanden echt gemeenschappelijke belangen. Die zijn gelegen in vermindering van CO 2 -uitstoot en een overstap naar duurzame 3 16

17 vormen van energievoorziening in de rijke landen en de inzet op duurzame energie voor ontwikkeling en beperking in de groei van CO 2 -emissies in de arme landen. In dat geval wordt gewerkt aan rechtvaardigheid, duurzaamheid en ontwikkeling. De keuze voor een verdelingsprincipe is uiteindelijk een politieke keuze. Op de lange termijn lijkt gelijkheid als verdelingsprincipe bij de toekenning van emissierechten het beste verdedigbaar. Dit principe komt voort uit het ethische uitgangspunt dat elk mens de maximale vrijheid behoort te hebben om invulling te geven aan het eigen leven, verenigbaar met gelijke vrijheid voor anderen. De basis hiervoor wordt gevormd door een mondiale, rechtvaardige verdeling van de CO 2 -voetafdruk volgens de volgende redenering. Zoals reeds is aangegeven beschikt de aarde over een intrinsieke capaciteit om CO 2 uit de lucht te halen. Die wordt geschat op 12 miljard ton per jaar. De atmosfeer behoort tot het gemeenschappelijke erfgoed van de mensheid. Op basis van een eerlijke verdeling daarvan heeft iedere wereldbewoner (we zijn met ongeveer 6 miljard mensen) recht op de uitstoot van 2 ton CO 2 per jaar. De gemiddelde uitstoot per hoofd van de wereldbevolking is 4 ton kooldioxide. De twee extra ton veroorzaken het versterkte broeikaseffect. In Nederland stoten we gemiddeld bijna 12 ton CO 2 uit per hoofd van de bevolking. Vanuit de duurzaamheidsnorm is dat 10 ton per persoon per jaar te veel. Die extra hoeveelheid vervuilt ook de lucht van mensen in ontwikkelingslanden. Vanuit het perspectief van duurzaamheid dient de wereldwijde CO 2 - uitstoot op termijn te zijn verminderd met procent. Vanuit het internationaal overeengekomen principe de vervuiler betaalt (rechtvaardigheid) ligt het voor de hand dat de industrielanden tot dat moment de ontwikkelingslanden compenseren voor het feit dat ook hun lucht wordt vervuild. Vergelijking van de gemiddelde CO 2 -uitstoot (ton) per individu per jaar voor een aantal landen Nederland Kyoto Brazilië Kameroen Nepal Roemenië Wereld Duurz. Norm 0 De eerlijke verdeling van emissierechten onder alle wereldbewoners zal een belangrijk thema worden in het kader van de onderhandelingen over internationaal klimaatbeleid voor de post- Kyoto-periode. In de Nationale Strategie Duurzame Ontwikkeling, Verkenning van het Rijksoverheidsbeleid wordt ook erkend dat er op termijn niet valt te ontkomen aan een gelijk recht op emissie per hoofd van de wereldbevolking (pag. 35). 17

18 De industrielanden hebben belang bij armoedebestrijding en economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden op basis van o.a. duurzame energievoorziening op een zodanige wijze dat de CO 2 -uitstoot niet veel verder toeneemt omdat ook de industrielanden worden geconfronteerd met adaptatieproblemen (waarvan de kosten aanzienlijk zijn) 4. De industrielanden hebben behoefte aan het te gelde maken van hun energieverbruiksruimte als additionele en nieuwe bron van financiering van internationale samenwerking. Bovendien zijn zij gebaat bij vermindering van de CO 2 -uitstoot in de industrielanden omdat daarmee hun adaptatieproblemen (op de lange termijn) zullen verminderen. Met name rond het klimaatvraagstuk wordt de onderlinge afhankelijkheid en de gemeenschappelijke belangen van industrie- en ontwikkelingslanden voor het eerst goed zichtbaar. Met behulp van VERprojecten wordt dit concreet uitgewerkt. VER-projecten kunnen de komende jaren bijdragen aan terugdringing van klimaatverandering door vermindering van de CO 2 -uitstoot in Nederland, aan armoedebestrijding door investering in met name energievoorziening in ontwikkelingslanden, aan adaptatie in ontwikkelingslanden als gevolg van klimaatverandering en aan beleidsbeïnvloeding met het oog op fondsen voor grensoverschrijdende milieuproblemen. Dit alles vanuit het perspectief van mondiale duurzaamheid, rechtvaardigheid en de onderlinge afhankelijkheid tussen industrie- en ontwikkelingslanden. Het is misschien een druppel op een gloeiende plaat maar als er niets wordt gedaan, zullen de gevolgen niet te overzien zijn en als we niet ergens beginnen, zullen we ook niets bereiken. 3.4 Kyoto-protocol Het VN-klimaatverdrag dat in 1992 in Rio de Janeiro is gesloten, bevat het raamwerk voor het huidige mondiale klimaatbeleid. Dit verdrag, dat door een groot aantal landen is ondertekend, is vooral een intentieverklaring. In het verdrag wordt onderschreven dat er maatregelen genomen moeten worden om de emissie van broeikasgassen tegen te gaan. In 1997 vond vervolgens de Kyoto klimaatconferentie plaats. Tijdens deze conferentie is het klimaatverdrag van Rio de Janeiro uitgewerkt tot een protocol. De volgende paragrafen beschrijven de afspraken die in het Kyoto-protocol zijn gemaakt en wat dit voor consequenties heeft voor het mondiale klimaatbeleid. Tot slot volgt een opsomming van de mogelijkheden die de mens heeft om de uitstoot van CO 2 terug te dringen Uitleg protocol De basis van het Kyoto-protocol zijn de verregaande emissiereductieverplichtingen die zijn vastgesteld voor geïndustrialiseerde landen. Niet-geïndustrialiseerde landen krijgen geen aanvullende verplichtingen. Formeel kan het protocol overigens alleen in werking treden wanneer de meeste landen dit hebben ondertekend. Het protocol is pas begin 2005 in werking getreden. De reden daarvoor was dat nog niet voldoende landen het verdrag hadden ondertekend. De Verenigde Staten en Australië doen bijvoorbeeld niet mee. Met de ondertekening door Rusland waren er aan het begin van 2005 voldoende landen om Kyoto in werking te laten treden. Voor de geïndustrialiseerde landen is een gezamenlijke emissiereductie afgesproken voor de periode Deze reductie komt neer op 5,2% onder de gezamenlijk uitstoot in Per land gelden uiteenlopende reductiepercentages. Japan moet de uitstoot van broeikasgassen met 6% verminderen en de Europese Unie met 8%. De Europese Unie heeft vervolgens na onderling overleg de emissiereducties per lidstaat bepaald. Nederland moet zijn 4 De kosten van de calamiteiten in 2002 in Europa die in verband werden gebracht met klimaatverandering, worden geschat op 32 miljard. 18

19 broeikasgasemissies in reduceren met 6% ten opzichte van De percentages lopen overigens sterk uiteen: Luxemburg moet de uitstoot met 28% verminderen, terwijl Portugal de uitstoot nog met 27% mag laten groeien. In het Kyoto-protocol is tevens opgenomen dat de geïndustrialiseerde landen een deel van hun reductieverplichting in het buitenland mogen realiseren. Sommige maatregelen zijn namelijk goedkoper te realiseren in ontwikkelingslanden dan in eigen land. Het Kyoto-protocol bevat hiervoor drie nieuwe instrumenten. Dit zijn: het Clean Development Mechanism (CDM), Joint Implementation (JI) en emissiehandel. Deze zogenaamde flexibele instrumenten maken het mogelijk in het buitenland uitstootvermindering van broeikasgassen te realiseren en te kopen. Deze uitstootvermindering kan worden gebruikt bij het nakomen van de eigen Kyoto doelstelling. De geïndustrialiseerde landen hebben de volgende opties om aan hun verplichtingen van het Kyoto-protocol te kunnen voldoen: Reduceren van binnenlandse emissies van broeikasgassen Handelen in emissiereducties met andere geïndustrialiseerde landen (ET) Uitvoeren van emissiereducerende projecten in andere geïndustrialiseerde landen (Joint Implementation) Uitvoeren van emissiereducerende projecten in ontwikkelingslanden (Clean Development Mechanism) 3.5 Beteugelen van klimaatverandering De mens is met zijn energieverbruik de grootste veroorzaker van klimaatverandering. Dit betekent dat de mens ook voor een groot deel deze klimaatverandering ongedaan zou kunnen maken of in ieder geval tegen zou kunnen gaan. Hiervoor heeft de mens op dit moment verschillende mogelijkheden tot zijn beschikking. Dit zijn: Verminderen fossiel energieverbruik Technische mogelijkheden binnen bestaande kaders Overstappen duurzame vormen van energie: wind/water/zon Methodes Kyoto-protocol Met behulp van deze oplossingen is veel mogelijk. In de komende paragrafen kunt u de verdere uitwerking van deze mogelijkheden lezen Verminderen fossiel energieverbruik Een eerste mogelijkheid om de uitstoot van CO 2 terug te dringen is het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Dit kan op verschillende manieren. De eerste manier is een vrijwillige gedragsverandering van de mensen. Het is niet waarschijnlijk dat dit zal gebeuren. Uit onderzoek van RIVM 5 is gebleken dat mensen in Nederland wel degelijk bezig zijn met klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Zij geven aan dat zij zeker bereid zijn om hun steentje bij te dragen in het verminderen van het gebruik 5 RIVM, Kwaliteit en toekomst (verkenning van duurzaamheid), November

20 van fossiele brandstoffen. Mensen doen dit alleen niet uit eigen initiatief. Zij vinden dat de overheid hierin het initiatief moet nemen. Aangezien mensen niet vanuit zichzelf hun gedrag zullen veranderen zal de overheid dit moeten stimuleren. De mensen hebben aangegeven dat zij wel bereid zijn om te investeren in het verminderen van het fossiel brandstofgebruik. De overheid zou dit bijvoorbeeld kunnen bewerkstelligen door middel van het heffen van belastingen Technische mogelijkheden binnen bestaande kaders CO 2 opslag De eerste technische mogelijkheid is het opslaan van CO 2 in de aarde. De mogelijkheid bestaat namelijk om CO 2 op te vangen aan het einde van de schoorsteenpijp. De vraag alleen is, wat doen we ermee? Verschillende landen hebben zich in de afgelopen decennia over deze vraag gebogen. Ook op EU niveau is men hier nu mee bezig. Voor de komende jaren trekt de EU voor onderzoek naar CO 2 opslag flink geld uit. Er bestaat namelijk een mogelijkheid om het opgevangen CO 2 op te slaan in de aarde, bijvoorbeeld in gasvelden. In de wereld zijn genoeg natuurlijke reservoirs om voor honderden jaren de totale wereldwijde CO 2 uitstoot in op te slaan. Voor Nederland zou dit in de toekomst een aantrekkelijke mogelijkheid zijn vanwege de bijna leegstaande gasvelden in Slochteren. Noorwegen is op dit moment het verst met deze techniek. De Noorse oliemaatschappij Statoil is er namelijk in geslaagd om voor de Noorse kust vijf megaton kooldioxide op te slaan in een laag zandsteen. Deze lagen zandsteen zouden een hoeveelheid kooldioxide kunnen herbergen die gelijk is aan de uitstoot van alle Europese elektriciteitscentrales in de komende 600 jaar. Recent is ook een nieuw project gestart in Noorwegen. Statoil werkt hierin samen met Shell. Doel van het project is om een gascentrale te bouwen aan de Noorse kust. De CO 2 die hierbij vrijkomt wordt terug gepompt in olievelden. Ook in Denemarken zijn ze onlangs gestart met een soortgelijk project, opgestart door de Europese Unie. Toch zitten er aan deze techniek wel enige nadelen. Het eerste en grootste nadeel is dat deze techniek op dit moment qua kosten nog niet kan concurreren met andere oplossingen. Een tweede nadeel is dat deze oplossing niet van structurele aard is. De structurele oplossing ligt namelijk in het verbeteren van de energie-efficiency en de ontwikkeling van meer natuurlijke brandstoffen. Een laatste nadeel van deze techniek is dat er nog niet voldoende bekend is welke risico s het opslaan van CO 2 met zich meebrengt. Het risico zou kunnen zijn dat, ten gevolge van CO 2 lekken, er onnoemelijk veel schade wordt aangericht aan ecosystemen, grondwater (kwaliteit) en bodemkwaliteit. Is het opslaan van CO 2 veilig of niet, dat is op dit moment nog niet bekend Biomassa Een andere vorm van duurzame energie is het stoken van biomassa. Er zijn twee verschillende soorten biomassa. Dit zijn vuile (zoal bijvoorbeeld kippenmest) en schone (zoals hout en gewassen). Het principe van het gebruik van biomassa is als volgt. Biomassa wordt gebruikt in energiecentrales in plaats van fossiele brandstoffen. Het grote voordeel van deze vorm van energie is dat het vrijwel CO 2 neutraal is. Er komt weliswaar CO 2 vrij bij de verbranding maar 20

21 deze is recentelijk door de biomassa, die wordt verbrand, aan de atmosfeer onttrokken. In Nederland gebruiken alle zes de kolencentrales biomassa als vervanging voor kolen. Zo wordt op dit moment ongeveer drie procent van de kolen vervangen. Op termijn kan dit oplopen naar minimaal 20%. Er is alleen één nadeel in Nederland. Er is eigenlijk onvoldoende biomassa beschikbaar. Een andere mogelijkheid is om plantaardig materiaal om te zetten in vloeibare brandstoffen. Dit heet biobrandstof. Biobrandstoffen zijn vloeibare of gasvormige brandstoffen die gewonnen zijn uit plantaardig of dierlijk materiaal 6. Deze biobrandstoffen kunnen fossiele brandstoffen, zoals benzine en diesel, vervangen. Er zijn verschillende soorten biobrandstoffen. De belangrijkste zijn: Bio-ethanol De meest gebruikte biobrandstof wereldwijd is bio-ethanol, dat benzine kan vervangen. Bioethanol ontstaat door het vergisten van suikerriet (Brazilië), maïs (Verenigde Staten) of andere plantaardige grondstoffen. Biodiesel Biodiesel is een dieselbrandstof die wat eigenschappen betreft sterk overeenkomt met gewone diesel. Biodiesel wordt gemaakt uit plantaardige olie. In Europa is koolzaadolie het meest in gebruik, maar andere oliën als zonnebloemolie en sojaolie worden ook gebruikt. PPO Pure Plantaardige Olie is ook een alternatief voor diesel. Het is net als biodiesel gemaakt van plantaardige oliën (zonnebloemen, koolzaad). De warme of koudgeperste olie is echter niet geschikt voor gebruik in een gewone dieselmotor. De Elsbett-motor, een motor die speciaal voor het gebruik van PPO is ontwikkeld, is in ons land onder meer toegepast in de veegwagens van de gemeente Venlo. Deze rijden op koudgeperste koolzaadolie. Het aantal PPO-tankstations in Nederland is op dit moment nog zeer beperkt. Op dit moment worden deze biobrandstoffen op kleine schaal gebruikt. In Duitsland rijden bijvoorbeeld al bijna auto s op pure biodiesel. Tanken is in Duitsland geen probleem omdat zij al beschikt over 1600 pompstations die biodiesel leveren. In Duitsland bestaat er ook geen accijns op deze brandstof, iets wat in Nederland op dit moment nog wel zo is. In ons land wordt op dit moment nog (te) weinig gedaan met biobrandstoffen en de stimulatie daarvan. Oorzaak daarvan ligt bij de prioriteiten van de overheid. Recent heeft staatssecretaris Van Geel eindelijk actie ondernomen. Hij wil dat oliemaatschappijen in 2010 zorgen dat 5.75 procent van de autobrandstof van plantaardige herkomst is. Dit is nog extreem weinig, maar in ieder geval een begin

22 Kernenergie Een bekende vorm van energievoorziening is het gebruik van kernenergie. Bij het gebruik van kernenergie worden atoomkernen gespleten, hieruit komt warmte vrij wat wordt gebruikt voor het opwarmen van water. De stoom die hiervan afkomt drijft een turbine aan die op zijn beurt een generator aandrijft waarin elektriciteit wordt opgewekt. Vanuit het oogpunt van klimaatverandering is het gebruik van kernenergie een gunstig alternatief voor fossiele brandstoffen. Kernenergie heeft alleen het grote nadeel dat er zeer veel negatieve bijverschijnselen zijn. Dit zijn onder andere de onveiligheid, het nucleaire afval en de beschikbaarheid van de kernenergietechnologie. Hierdoor wordt kernenergie niet tot de duurzame energiebronnen gerekend. Dat kernenergie onveilig kan zijn heeft de ramp in 1986 in Tsjernobyl bewezen. In deze stad in de Oekraïne vond in 1986 een grote kernramp plaats. Tot op de dag van vandaag zijn er mensen in de omgeving van Tsjernobyl die de gevolgen ondervinden van de ramp door ziektes als kanker en leukemie. Deze ramp heeft de kijk op kernenergie voorgoed veranderd. Na 1986 werd uit angst voor nog meer dergelijke kernrampen menig kerncentrale gesloten. Door de klimaatverandering is de discussie over het gebruik van kernenergie weer opgelaaid, zeker in Nederland. Staatssecretaris van Geel van Milieu heeft deze discussie weer actueel gemaakt door te zeggen dat hij een nieuwe tweede kerncentrale in Nederland niet uitsluit. Toch is er veel verzet tegen deze plannen. Een ander negatief bijverschijnsel van kernenergie is het overhouden van kernafval. Al meer dan vijftig jaar wordt er onderzoek gedaan naar een goede oplossing van kernafval maar deze is tot op heden nog niet gevonden. Kernafval blijft namelijk nog duizenden jaren gevaarlijk radioactief. Hiermee zadelen wij toekomstige generaties op met ons kernafval. Er bestaat wel een mogelijkheid om het kernafval af te breken, dit heet opwerken. In Europa staan twee van zulke opwerkingsfabrieken. Het opwerken van kernafval is echter niet milieuvriendelijk. Bij opwerking komen namelijk wel degelijk radioactieve stoffen in het milieu terecht wat leidt tot milieuverontreiniging en ziektes bij mensen in de directe omgeving van de fabrieken. Het derde negatieve aspect is dat kernenergie ook gebruikt kan worden voor minder vreedzame toepassingen, namelijk kernwapens. Bij het proces van kernenergie komt namelijk plutonium vrij en dit is een belangrijk bestandsdeel voor het maken van atoomwapens. De laatste jaren is gebleken dat de wereld op dit moment verre van stabiel is en we moeten er toch niet aan denken dat het gebruik van kernwapens hier een rol in gaat spelen. Het laatste aspect dat kernenergie tegenhoudt is de beschikbaarheid van uranium. Dit is namelijk de grondstof voor kernenergie en de vermoedelijke voorraad hiervan is niet groot. Hiermee kunnen we het huidige energieverbruik van de wereld misschien 20 jaar dekken. 22

23 Waterstof De laatste alternatieve energiebron is waterstof. Op dit moment is hier bij de gewone burger nog niet veel over bekend. Waterstof is het kleinste, meest eenvoudige chemische element en is de meest voorkomende substantie in het universum. Onder normale omstandigheden (kamertemperatuur) is waterstof gasvormig. Waterstof kan in de nabije toekomst gebruikt worden als brandstof. Hiervoor is wel een brandstofcel nodig die de waterstof kan omzetten in energie. Hiermee kan vervolgens een elektromotor worden aangedreven. Een brandstofcel is het beste te vergelijken met een grote batterij. In de cel vindt een reactie plaats tussen waterstof en zuurstof, met water als restproduct. Het voordeel van waterstof is dat het uitermate schoon is. Deze techniek staat op dit moment nog in de kinderschoenen, mede omdat er nog te weinig in wordt geïnvesteerd. Er zijn wel enkele initiatieven op dit gebied. In Amsterdam vindt bijvoorbeeld een waterstofproject plaats waarbij bussen op waterstof rijden. Er zijn ook al enkele projecten geweest met auto s die op waterstof rijden. Deze doen qua prestatie niet onder voor hun fossiele voorgangers. Waterstof heeft dus wel degelijk een toekomst maar of dit op korte termijn zal zijn is nog maar de vraag. Waarschijnlijker is dat in de toekomst gebruik zal worden gemaakt van een combinatie van waterstof en andere biobrandstoffen. Staatssecretaris van Geel van Milieu zegt hierover: Waterstof lijkt de belofte van de toekomst, maar we moeten oppassen dat het dat niet blijft Andere vormen alternatieve energie Naast de hier besproken vormen van technische mogelijkheden bestaan er nog enkele andere mogelijkheden. Deze zijn in hun ontwikkeling echter nog in een beginstadium. De Nederlandse overheid wil dat Nederland binnen veertien jaar vijf keer zoveel groene energie gaat opwekken. Hiervoor zijn bestaande alternatieven echter ontoereikend. Deze alternatieven blijken er wel degelijk te zijn. Nieuwe vormen van energievoorziening kunnen elektriciteitsopwekking uit mest, zoet en zout water en uit stromend water zijn. Met deze verschillende methoden kun je hooguit een paar procent van de Nederlandse energiebehoefte voorzien maar bij elkaar opgeteld heb je dan al heel wat. Andere minder bekende alternatieven zijn stroom uit poep, energie uit golven en energie uit warmte 7. Deze vormen maken gebruik van bestaande grondstoffen die al beschikbaar zijn. Op dit moment is de prijs van een kilowattuur echter nog hoger dan die van de traditionele energievoorzieningen Overstappen duurzame vormen van energie: wind/water/zon Naast de technische mogelijkheden uit paragraaf is er ook een aantal duurzame vormen van energie waar de mens gebruik van kan maken. Deze vormen van energie betreffen de natuurlijk brandstoffen: wind, water en zon. Deze brandstoffen zijn onuitputtelijk. Iedereen kent het en vindt het een goede mogelijkheid maar de vraag is waarom er dan op dit moment nog zo weinig mee gedaan wordt. 7 J. Koot, Gas halen uit een ton mest, stroom uit zeewater (alternatieve energie), Trouw

24 Windenergie Sinds 1995 is de productie van windenergie met bijna 500% gestegen. Met deze energie kunnen ruim 23 miljoen mensen worden voorzien van stroom. Mondiaal neemt het gebruik van windenergie toe met 20 tot 30 procent per jaar. Hoe harder de wind waait, hoe efficiënter de windmolens zijn. De beste plekken voor windmolenparken zijn dan ook heuveltoppen. Aangezien Nederland die niet heeft is de beste plek langs de kust omdat de wind daar vrij spel heeft. De beste mogelijkheid zou overigens een windmolenpark op zee zijn. Hoewel het gebruik van windenergie mondiaal elk jaar toeneemt, is in Nederland sprake van een stagnatie. Ondanks de voordelen van windenergie is er in Nederland sprake van protest. Enkele jaren geleden bestond het plan om een windmolenpark te bouwen langs de Afsluitdijk. Tegen dit plan werd door natuurorganisaties fel geprotesteerd. Dit omdat de wieken van de windmolens gevaarlijk zouden kunnen zijn voor vogels. Er bestaat wel een plan om een windmolenpark te bouwen voor de kust van Egmond aan Zee. Doordat deze windmolens ongeveer 10 kilometer uit de kust komen te staan, kunnen deze windmolens meer energie leveren, veroorzaakt door de hardere wind boven zee. Voorloper in deze trend is Denemarken. Zij hebben op dit moment de grootste bijdrage van windenergie aan hun totale elektriciteitsbehoefte, namelijk zo n 20%. Denemarken beschikt ook al over een windmolenpark op zee. Hiermee voorzien zij ongeveer huishoudens van energie. Het nadeel van een windmolenpark op zee is dat de kosten bijna 40% hoger zijn dan een windmolenpark op land. Waarom wordt er dan in Nederland weinig gebruik gemaakt van windenergie. Dit ligt vooral aan de kosten. Op dit moment is de kostprijs van windenergie nog te hoog om te kunnen concurreren met de energie die vrijkomt bij het verbranden van fossiele brandstoffen. In een rapport van de Britse regering wordt de verwachting uitgesproken dat windenergie in 2020 goedkoper zal zijn dan kernenergie, dit vooral door toedoen van technologische verbeteringen aan windturbines Waterkracht Een tweede vorm van natuurlijke brandstof is het gebruik van water. Waterkracht levert ongeveer 20% van alle stroom. Elektriciteit wordt uit water gewonnen door het aandrijven van turbines door stromend water. Voor het gebruik hiervan zijn hoogteverschillen noodzakelijk. In Nederland wordt er daarom maar op kleine schaal gebruik gemaakt van waterkracht. Rechts kunt u de waterkrachtcentrale bij Maurik zien. Deze centrale staat in de Nederrijn. Dit is, in vergelijking met andere waterkrachtcentrales in de wereld, maar een hele kleine. Mondiaal wordt er op dit moment nog weinig gebruik gemaakt van waterkracht. Er bestaat wel een aantal grote waterkrachtcentrales in de wereld. Deze maken gebruik van stuwmeren. 24

25 Op dit moment wordt er wereldwijd nog geen vijfde deel van het potentieel aan waterkracht geëxploiteerd. Deze vorm van energie kan dus wel degelijk gebruikt worden bij het tegengaan van het versterkte broeikaseffect. Toch heeft het gebruik van waterkracht zeker enige nadelen. De bouw van een waterkrachtcentrale is zeer tijdrovend en arbeidsintensief. Het bouwen van een dergelijke centrale vergt dan ook een grote kapitaalsinvestering. De terugverdienperiode is hierbij lang. Ook het onderhouden van het stuwmeer is kostbaar omdat door de ophoping van slib het stuwmeer regelmatig moet wordt uitgebaggerd of doorgespoeld. Om deze redenen is het gebruik van waterkracht niet populair. Of deze vorm van natuurlijke energie een toekomst heeft is nog maar de vraag en zal de komende decennia moeten blijken Zonne-energie Een derde en laatste vorm van natuurlijke brandstof is het gebruik van zonne-energie. De zon is een onuitputtelijke vorm van energie. Met behulp van zonnepanelen kan stralingsenergie omgezet worden in elektriciteit. Iedereen kent deze zonnepanelen wel. Ze worden gebruikt op huizen en gevels maar ook steeds meer bij openbare gebouwen en bedrijvencomplexen. Tot het jaar 2004 werd er in Nederland veel geïnvesteerd in zonne-energie. Maar door het abrupt stoppen van de subsidie hiervoor is hier snel een einde aan gekomen. In andere Europese landen wordt hier nog wel mee gewerkt. Op de lange termijn is dit zeker zinvol, niet alleen vanuit milieu oogpunt maar ook vanwege de stijgende energieprijzen (in %) dus ook vanuit economisch oogpunt. Op het eerste gezicht lijkt zonne-energie een zeer waardevolle bron van energie. Toch kleven ook hier negatieve aspecten aan. Net zoals de andere vormen van natuurlijke energiebronnen is zonne-energie kostbaar. Op dit moment is zonne-energie bijna twee keer zo duur als kernenergie en vier keer zo duur als elektriciteit die afkomstig is uit de verbranding van fossiele brandstoffen. Toch worden er op dit gebied wel projecten gestart. Dit wordt vooral op plekken gedaan die een gunstige ligging hebben. In Egypte, Mexico en Marokko zijn er plannen om grote energiecentrales te bouwen die elektriciteit opwekken uit zonne-energie. De grootste energiecentrale die energie opwekt uit zonnestralen staat in de Mojave-dessert in de Verenigde Staten. Deze centrale wekt een hoeveelheid energie op die voldoende is om drie kleine steden van elektriciteit te voorzien. Naarmate er meer installaties en centrales worden gebouwd zal de expertise op dit gebied alleen maar toenemen. Hierdoor zal in de toekomst de prijs van zonne-energie dalen en uiteindelijk de concurrentie met de schaarser wordende fossiele brandstoffen aankunnen Methodes Kyoto-protocol Naast de mogelijkheden uit de vorige paragrafen is er in het kader van het Kyoto-protocol ook een aantal instrumenten ontwikkeld waarmee de uitstoot van CO 2 kan worden teruggedrongen. Deze flexibele instrumenten zullen nu worden toegelicht Joint Implementation (JI) Joint Implementation houdt eigenlijk in het gezamenlijk ondernemen. Hierbij investeren industrielanden in projecten in andere industrielanden, met name in de voormalig Oostbloklanden. In deze landen kan met relatief eenvoudige maatregelen op het gebied van klimaatbeleid toch snel resultaat worden geboekt. Voor het investeren in deze projecten krijgen industrielanden zogenoemde Emission Reduction Units (ERU). Voor deze industrielanden is dit een goede manier om hun uitstoot te verminderen en de kosten laag te 25

26 houden. Halverwege de jaren 90 zijn op dit vlak al enkele proefprojecten opgestart om de voor- en nadelen hiervan te bestuderen. Nederland heeft inmiddels een aantal overeenkomsten gesloten met Roemenië, Bulgarije, Slowakije en Kroatië Clean Development Mechanism (CDM) Het Clean Development Mechanism is vergelijkbaar met JI. Het verschil tussen deze twee instrumenten is echter dat CDM is ontwikkeld voor derdewereldlanden. De derdewereldlanden waren hier in beginsel op tegen. Zij gingen akkoord op voorwaarde dat de projecten die zouden worden uitgevoerd gericht zouden zijn op duurzame ontwikkeling. Net als bij JI worden de projecten gefinancierd met geld uit de industrielanden. Hiermee krijgen zij net als bij JI zogenaamde Certified Emission Reduction eenheden (CERs). In tegenstelling tot JI is CDM een stuk ingewikkelder. Voor het verkrijgen van CERs is namelijk goedkeuring van het project nodig door een internationaal toezichtorgaan, de CDM Board. De procedures hiervan zijn ingewikkeld, tijdrovend en kostbaar. Op dit moment wordt er op het gebied van CERs vooral gehandeld door grote bedrijven en landen. Ook grote NGOs (zoals Greenpeace en het Wereldnatuurfonds) steunen CERs. Meestal zijn ze gekoppeld aan omvangrijke energieprojecten. Omdat CERs zo kostbaar en tijdrovend zijn, zijn er zogenaamde VER s ontwikkeld (Verified Emission Reduction). Meer hierover kunt u in de volgende paragraaf vinden Internationale Emissiehandel (ET) Als laatste mechanisme wordt hier internationale emissiehandel behandeld. Via dit mechanisme kunnen industrielanden onderling emissiereducties verhandelen. Landen die onder hun Kyoto-doelstellingen blijven, mogen hun emissies verkopen aan landen die hun doelstelling niet dreigen te halen. Niet alleen landen mogen hierin handelen maar ook bedrijven onderling. Voor deze handel is een eigen CO 2 -emissiehandelssysteem ontwikkeld. Dit systeem is per januari 2004 in werking getreden. Dit systeem is zo opgezet dat het gecombineerd kan worden met het gebruik van de Kyotomechanismen. Over het algemeen zijn bedrijven redelijk enthousiast over de mogelijkheid om te handelen in emissies. Emissiehandel biedt namelijk de mogelijkheid om in plaats van dure maatregelen binnen het bedrijf, goedkopere reducties elders te kopen. De vraag is alleen wat de prijs van deze emissies in de toekomst gaat worden, aangezien deze schaars zullen zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden in paragraaf 3.2. Zoals u hebt kunnen lezen heeft de mens veel mogelijkheden om de CO 2 -uitstoot te verminderen. 6% reductie in 2012 mag dan niet veel lijken, de doelstelling betekent toch een grote opgave voor regeringen die deze moeten bereiken. Dat geldt ook voor Nederland. De Nederlandse overheid heeft een uitgebreid programma opgesteld om de CO 2 -uitstoot te verminderen. Alle economische sectoren moeten een steentje bijdragen: provincies, burgerlijke gemeenten en bedrijven. Die krijgen allemaal doelstellingen opgelegd. Deze doelstellingen zijn echter niet hoog. Vermindering van de uitstoot is duur. Er zijn al de nodige technische maatregelen genomen om de hoeveelheid CO 2 te beperken. Aanvullende maatregelen gaan alleen nog maar meer geld kosten. 26

27 3.6 Post-Kyoto beleid Het Kyoto-Protocol is een eerst, kleine stap op weg naar stabilisatie van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer. Na de eerste periode tot 2012 zal de uitstoot van broeikasgassen in sterkere mate beperkt moeten worden om stabilisatie te bereiken. Ambitieuzere doelstellingen vergen eigenlijk de toetreding van landen die nu nog niet meedoen aan het klimaatbeleid. Voorbeelden van deze landen zijn de Verenigde Staten, Australië en nieuwe industrielanden zoals China en India. Deze resultaten blijken uit een gezamenlijke studie van het CPB en het MNP (Milieu- en Natuur Planbureau). Deze studie richt zich op de gevolgen van een beperking van 30 procent van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 ten opzichte van het niveau van Doel van deze studie was om met additionele analyses beleidsmakers te informeren over de gevolgen van varianten van post-kyoto klimaatbeleid. De kosten van klimaatbeleid zullen de economische groei verminderen. De studie gaat in op de relatie tussen economische groei en de beleidsinspanning. De kosten zijn relatief beperkt bij een mondiale coalitie waarbij gebruik gemaakt wordt van vrije emissiehandel. De kosten stijgen echter sterk bij kleinere coalities en bij beperkingen op de verhandelbaarheid van emissierechten of op de toepassing van CDM. CDM kan de kosten van het klimaatbeleid voor de geïndustrialiseerde wereld aanzienlijk verlagen. Het post-kyoto akkoord zal nieuwe en verdergaande verbintenissen vergen. Onder andere verdere emissiereducties in industrielanden, een uitbreiding van reductieverplichtingen voor bepaalde ontwikkelingslanden en meer middelen om de gevolgen van klimaatverandering in het Zuiden op te vangen. Daardoor zal in de onderhandelingen een centrale rol weggelegd zijn voor de vraag naar de rechtvaardigheid van een akkoord vanuit Noord-Zuid perspectief en voor de verbinding van het klimaatproces met duurzame ontwikkeling. Indien dit niet gebeurt zullen de gevolgen in ontwikkelingslanden niet te overzien zijn. Uiteindelijk moet de uitstoot van kooldioxide wel met 60-80% worden verminderd. De emissie van broeikasgassen zal gaan om 30% vermindering in 2020 en 50% in Dit zijn veel hogere percentages dan de 6% die Nederland heeft opgekregen voor de periode tot Uit onderzoek 8 blijkt dat Nederland deze doelstelling naar alle waarschijnlijkheid maar net gaat halen. Als het voor Nederland al lastig is om 6% reductie te halen in 2012, hoe moeilijk zal het dan worden om 30% te halen in Onderzoek van VROM en MNP: 27

28 4. Externe analyse: Nederlandse markt gemeentelijk klimaatbeleid Het vierde hoofdstuk beschrijft de Nederlandse situatie inzake klimaatbeleid. Dit gebeurt vanuit gemeentelijk oogpunt. Allereerst wordt de relatie beschreven van gemeenten met klimaatverandering. Hierin zal ook aandacht besteedt worden aan de internationale dimensie van lokaal (gemeentelijk) klimaatbeleid. Vervolgens komt de Nederlandse markt voor klimaatverandering aan bod. Welke bedrijven/organisaties spelen een rol met betrekking tot het klimaatbeleid van gemeenten. Dit zijn zowel nationale als internationale organisaties. Apart wordt aandacht gegeven aan het BANS klimaatconvenant. Deze regeling is namelijk van grote invloed op het huidige klimaatbeleid van gemeenten in Nederland. 4.1 Gemeenten en klimaatbeleid Gemeenten vormen een belangrijke doelgroep in het kader van nationaal klimaatbeleid. Ook zij dienen een bijdrage te leveren om de Kyoto-doelstelling voor CO 2 -reductie te halen (om nog maar niet te spreken over wat er na die periode dient te gebeuren). Gemeenten kunnen om diverse redenen een belangrijke rol spelen. Ze verkeren in de eerste plaats in een uitstekende positie om energieambities te verwezenlijken. Geen enkele andere organisatie heeft directere contacten met inwoners, bedrijven en instanties dan gemeenten. Een tweede belangrijke reden is dat gemeenten een eigen instrumentarium ter beschikking hebben om ontwikkelingen te initiëren en te sturen. Subsidies en vergunningen zijn in dit verband beproefde hulpmiddelen. Een derde belangrijke reden is dat gemeenten het goede voorbeeld kunnen geven. Ze zorgen daarmee dat ook de burgers gemakkelijker gaan kiezen voor duurzame opties. Overtuiging mag wat kosten, zegt men in dit kader in Rotterdam. Op basis van de landelijke doelstellingen worden gemeenten gestimuleerd om hun energiebeleid bij te stellen of een meer integraal klimaatbeleid op te stellen waaruit het ambitieniveau blijkt. Energiebesparing is een verplichting voor eigen gebouwen van de gemeente. CO 2 -reductie is alleen mogelijk indien de gemeentelijke overheid nauw samenwerkt met burgers en bedrijven. Gemeentelijk klimaatbeleid is een verbreding van het traditionele energiebeleid waarbij naast CO 2 -reductie door besparing nadrukkelijk ook het stimuleren van de toepassing van duurzame energie, duurzaam wonen en werken en duurzame mobiliteit ter hand wordt genomen. Voor gemeenten heeft Ecofys een methode ontwikkeld om de CO 2 -productie te meten 9. Aan de hand van inwonersaantal, inkomen, huizenbestand en samenstelling van de bevolking, wordt een eerste berekening gemaakt van het consumptiepatroon binnen een gemeente. Aanvullende gegevens worden verzameld door middel van interviews en lokale statistieken. Op basis daarvan wordt de CO 2 -uitstoot berekend. De uitkomst van de berekening voor een gemeente kan het vertrekpunt vormen voor klimaatbeleid. Voor gemeenten heeft SenterNovem een aanpak ontwikkeld met instrumenten en een stappenplan waarmee zij het gemeentelijk klimaatbeleid vorm kunnen geven 10. Richtsnoeren daarbij zijn het traject dat een gemeente gaat doorlopen en de gemeentemenukaart voor het klimaatbeleid. Instrumenten zijn de klimaatscan, de klimaatplanner, een helpdesk en een speciale website. De praktijk van de invulling van klimaatbeleid ziet er in het kort als volgt uit. de klimaatscan (Zie paragraaf 4.4) is het startpunt in de voorbereiding naar een (nieuw) klimaatbeleid. Op basis van uitvoering van de klimaatscan krijgen gemeenten een duidelijk Ontleend aan de website 28

29 beeld van de stand van zaken en inzichten in de kansen en bedreigingen voor klimaatbeleid. 275 gemeenten hebben ondertussen een Klimaatscan laten uitvoeren. Aan de hand van een Klimaatplanner kunnen gemeenten vervolgens aan de slag om concreet klimaatbeleid te ontwikkelen. De mogelijkheden voor de gemeente voor het voeren van klimaatbeleid worden aan de hand van een zogenoemde Menukaart in kaart gebracht. Gemeenten die werk willen maken van klimaatbeleid kiezen daarbij uit een of meerdere beleidsthema s. De Menukaart omvat de volgende thema s: Klimaat in beleid Gemeentelijke gebouwen en installaties Woningbouw (nieuw en bestaand) Bedrijven (inrichtingen en terreinen) Agrarische sector Verkeer en vervoer Duurzame energie Internationaal Binnen de verschillende thema s zijn diverse ambitieniveau s onderscheiden. Deze ambitieniveau s geven aan hoe ver gemeenten willen gaan. Er wordt onderscheid gemaakt in een actief, een voorlopend en een innovatief beleid. Meer informatie over de menukaart van SenterNovem volgt in paragraaf 4.4. Na vaststelling van beleid en ambitieniveau staat gemeenten een aantal opties ter beschikking om CO 2 -uitstoot te reduceren: 1. Emissievermindering 2. Emissie vrije energie 3. Emissiehandel 4. Emissiecompensatie In de eerste plaats kan worden gewerkt aan vermindering van de CO 2 -uitstoot via bijvoorbeeld energiebesparing en nieuwe productieprocessen (efficiencyverbetering). Een tweede mogelijkheid betreft de overstap op duurzame vormen van energie. Alle grote energiemaatschappijen in Nederland bieden deze aan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in 100% schone energie, die is opgewekt met windmolens, zonnepanelen en waterkrachtcentrales, en CO 2 -neutrale energie die is geproduceerd door de verbranding van biomassa. Er is nog verschil in vuile biomassa (bijv. kippenmest) en schone biomassa (houtafval enzovoort). Verschillende gemeenten geven op eigen wijze invulling aan deze tweede mogelijkheid. De gemeente Apeldoorn bijvoorbeeld investeert in de bouw van een aantal grote windmolens binnen haar grenzen. De gemeente Rotterdam is de grootste afnemer van groene stroom in ons land. Het totale verbruik van 230 miljoen kwh wordt gedekt door duurzaam gewonnen elektriciteit. Rotterdam wil daarmee het goede voorbeeld geven. Ze hoopt dat burgers ook gemakkelijker overstappen als ze horen dat hun eigen stad het goede voorbeeld geeft Gert van Wijland, Overtuiging mag wat kosten, in: Duurzame Energie, augustus 2005, nr 4, pag

30 4.2 De internationale dimensie van lokaal klimaatbeleid Ongeveer de helft van de Nederlandse reductiedoelstellingen voor broeikasgassen dient in Nederland te worden gerealiseerd. Daartoe staan de eerste twee opties uit de vorige paragraaf ter beschikking. De overige 50% mag in het buitenland worden gerealiseerd. Daarvoor zijn emissiehandel en emissiecompensatie ontwikkeld. Deze opties raken het laatste thema van de Menukaart, de internationale dimensie van lokaal klimaatbeleid. Gemeenten hebben nog geen doelstellingen opgelegd gekregen vanuit de overheid. De verwachting is dat dit in de toekomst wel zal gaan gebeuren Emissiehandel Een steeds populairder wordende markt is de handel in emissierechten voor kooldioxide. De verwachting is dat binnen vijf jaar de marktwaarde van de handelswaar enkele tientallen miljarden euro s zal bedragen. Verschillende banken in Nederland (Rabobank, ABN Amro en Fortis) zijn al druk bezig met deze markt. De emissiehandel biedt nu al werk aan tientallen specialisten. Op deze markt zijn op dit moment alleen nog maar grote bedrijven (BP, Shell enzovoort) en banken actief. Bedrijven begeven zich op deze markt als koper en banken zijn vaak actief als tussenpersoon. Deze bedrijven hebben van de overheid regels gekregen wat betreft het uitstoten van CO 2. Zij mogen niet meer dan een bepaalde hoeveelheid kooldioxide uitstoten. Als zij dit wel doen krijgen ze per ton CO 2 dat zij uitstoten een boete. In de maand maart van elk jaar maken de bedrijven de balans op en kunnen ze zien wat hun werkelijke CO 2 -uitstoot is. Indien deze hoger is dan wat zij mogen uitstoten kunnen zij rechten kopen of als deze lager uitvalt kunnen zij rechten verkopen. Op dit moment weten nog weinig mensen af van deze markt. Dit zal in de komende jaren veranderen. ABN Amro introduceert dit jaar certificaten die particulieren de mogelijkheid bieden om te beleggen in CO 2 -emissierechten. De koers van CO 2 ligt op dit moment rond 22 euro. In theorie zal de prijs op dit moment niet uitstijgen boven de 40 per ton, want dat is namelijk het bedrag dat bedrijven aan boete moeten betalen als zij meer CO 2 uitstoten dan toegestaan. De verwachting is dat de prijs vanaf 2008 wel zal gaan stijgen. Dan gaat de boete namelijk naar 100. Gemeenten in Nederland zijn op het gebied van emissiehandel nog niet actief. De vraag is of dit in de toekomst wel zal gebeuren. Dit ligt voor een gedeelte aan de overheid. Indien de gemeenten in de toekomst vanuit de overheid specifieke doelstellingen krijgen opgelegd, zullen ook gemeenten misschien moeten gaan denken aan deze optie. De vraag is alleen of de politiek hieraan zal meewerken Emissiecompensatie Emissiecompensatie kan via verschillende wegen worden gerealiseerd. Twee daarvan zijn zoals eerder genoemd Joint Implemention (JI) en het Clean Development Mechanism (CDM). Zie voor een beschrijving van deze instrumenten paragraaf Het bereiken van klimaatneutrale gemeenten of bedrijven kan worden gerealiseerd via bosprojecten (vergroting van de CO 2 -opnamecapaciteit) of de opslag van kooldioxide. Maar ook valt te denken aan projecten op het gebied van duurzame energievoorziening elders in de 30

31 wereld waardoor de uitstoot aan CO 2 wordt gecompenseerd. Het gaat hierbij om vrijwillige maatregelen die gemeenten (of bedrijven) nemen in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De resultaten van deze projecten moeten natuurlijk wel meetbaar zijn. Daarom zijn VERs (Verified Emission Reductions) ontwikkeld. Een VER is een emissiereductie van een project dat niet staat geregistreerd onder CDM. De procedures zijn minder ingewikkeld en minder kostbaar. Daardoor kunnen ook kleine projecten zich kwalificeren voor certificering. Dat is van belang omdat daardoor ook kleine partijen die willen inzetten op emissiereducties die minder omvangrijk zijn en op vrijwillige basis worden aangegaan, een mogelijkheid hebben om hun klimaatambities te realiseren. Van gemeenten wordt in het landelijke klimaatbeleid vooral een bijdrage verwacht aan het bereiken van de binnenlandse reductiedoelstellingen. Maar gemeenten die over de hele linie een actief en ambitieus klimaatbeleid willen voeren, kunnen ook via buitenlandse projecten en activiteiten een bijdrage leveren aan CO 2 -reductie. Het gaat daarbij om de uitwerking van het laatste thema internationaal. Een voorbeeld van gecombineerd lokaal en internationaal klimaatbeleid is een project dat de gemeente De Bilt uitvoert samen met het regionale centrum voor ontwikkeling en gezondheid in Gakpé. De gemeente De Bilt draagt bij, ook door fondswervende acties, aan de ontwikkeling van een lokaal elektriciteitsnetwerk op zonne-energie (PV-panelen) in Gakpé in Benin ten behoeve van een kliniek, gemeentehuis en school (voor een uitgebreidere beschrijving zie paragraaf 6.3). ICCO heeft een vergelijkbaar project uitgevoerd in Bangladesh (zonnepanelen t.b.v. een coöperatie) met financiering vanuit de gemeente Landsmeer. De Europese Unie speelt in het klimaatbeleid voor Nederlandse gemeenten ook een rol. Zij stellen namelijk subsidies beschikbaar voor klimaatprojecten. 4.3 Nederlandse markt gemeentelijk klimaatbeleid In Nederland is er een aantal organisaties, dat zich bezighoudt met het klimaatbeleid voor gemeenten. Dit zijn zowel internationale als nationale organisaties. Hieronder volgt een overzicht van welke organisaties dit zijn, wat ze precies doen en wat hun aandachtsvelden zijn. De volgende organisaties zullen aan bod komen: Nationaal VROM SenterNovem VNG (internationaal) Ecofys ICCO/Kerkinactie Klimaat Neutraal Groep Klimaatverbond Milieudefensie COS-Nederland Internationaal Energie Cités ICLEI CEMR FEDARENE 31

32 4.3.1 Ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (VROM) Het ministerie van volkshuisvesting, ruimtelijk ordening en milieubeheer (VROM) is verantwoordelijk voor het klimaatbeleid in Nederland. Er werken momenteel meer dan 4000 mensen. VROM houdt zich niet alleen bezig met klimaatbeleid voor gemeenten maar heeft veel meer prioriteiten. Deze zijn: het scheppen van een prettige woonomgeving, het voeren van een ruimtelijk ontwikkelingsbeleid en de ontwikkeling van een duurzame toekomst. VROM coördineert het Nederlandse klimaatbeleid. Ook is VROM verantwoordelijk voor een van de drie internationale mechanismen (CDM) om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Voor Nederlandse gemeenten heeft VROM een subsidieregeling in het leven geroepen, genaamd BANS-klimaatconvenant. BANS staat voor het bestuursakkoord nieuwe stijl. Het BANS-klimaatconvenant houdt in grote lijnen in dat lokale overheden subsidie kunnen aanvragen om hun klimaatbeleid te intensiveren. Dit kan op een aantal niveaus. De subsidie houdt in dat lokale overheden de helft van de kosten zelf moet betalen en de andere helft wordt bijgelegd door het minsterie van VROM. Het BANS-klimaatconvenant wordt uitgebreid beschreven in paragraaf SenterNovem SenterNovem bundelt kennis van innovatie, energie, klimaat, milieu en leefomgeving. SenterNovem draagt hiermee bij aan een sterkere positie van het bedrijfsleven in ons land en aan een meer duurzame samenleving, met zorg voor mens en milieu. SenterNovem is op 1 mei 2004 ontstaan uit de fusie tussen Senter en Novem, twee agentschappen van het Ministerie van Economische Zaken. SenterNovem steunt gemeenten bij hun klimaatbeleid en stedelijke vernieuwing. Zij doen dit in opdracht van het ministerie van VROM. Door het hele land heeft SenterNovem klimaatadviseurs waarvan gemeenten gebruik kunnen maken. Senternovem heeft verschillende methodes/hulpmiddelen (menukaart, klimaatscan enzovoort) ontwikkeld om gemeenten hierbij te helpen. SenterNovem is ook actief betrokken bij het BANS-klimaatconvenant, samen met VROM. Meer informatie over SenterNovem volgt in hoofdstuk vier VNG (internationaal) De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is een vereniging waarbij alle gemeenten zijn aangesloten. De missie van de VNG is om samen met alle gemeenten te staan voor kracht en kwaliteit van het lokale bestuur. Zij vertegenwoordigt de gemeenten in overleggen met ander overheden zoals de Tweede Kamer. Onderdeel van de VNG is VNG internationaal. Deze tak van de VNG is internationaal georiënteerd. Zij adviseren en begeleiden gemeenten bijvoorbeeld bij internationale activiteiten zoals het aanvragen van EU subsidies enzovoort Ecofys Ecofys is een adviesbureau dat opereert op het gebied van duurzame energie. Ecofys heeft als visie: een duurzame energievoorziening voor iedereen. Ecofys heeft veel expertise op het gebied van de ontwikkeling van duurzame energie en energiebesparing. Zij werken volgens het principe van de Trias Energetica (zie pag. 33). 32

33 Ecofys heeft verschillende klantgroepen waaronder overheden (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). Voor gemeenten heeft Ecofys verschillende hulpmiddelen ontwikkeld zoals de Duurzame energiescan en het Klimaatmenu. Ecofys biedt ook begeleiding aan aan gemeenten bij het opstellen van hun klimaatbeleid en bij het implementeren van klimaat- en energieprojecten. Ecofys is de enige echte concurrent van SenterNovem. Net als SenterNovem biedt Ecofys ook begeleiding aan van gemeenten bij hun klimaatbeleid. Op het gebied van internationaal klimaatbeleid doen zij echter op dit moment vrij weinig, slechts de begeleiding van een enkel project. De verwachting is dat Ecofys in de toekomst op dit gebied actiever zal worden. Uit onderzoek blijkt dat Ecofys in de begeleiding van internationale klimaatprojecten momenteel tekort schiet. Ecofys is een internationale organisatie met negen vestigingen door heel Europa. Dit verschaft Ecofys de mogelijkheid om in de toekomst gemakkelijker begeleiding van internationaal klimaatbeleid aan te bieden. Groot verschil tussen Ecofys en SenterNovem is dat de diensten van SenterNovem voor gemeenten kosteloos zijn terwijl dit bij Ecofys niet het geval is. Dit geeft SenterNovem ten opzichte van Ecofys een belangrijk voordeel en maakt het gebruik van SenterNovem als adviseur en begeleider aantrekkelijker voor gemeenten dan Ecofys. Noodzaak is wel dat de kwaliteit die SenterNovem aanbiedt te vergelijken is met Ecofys ICCO/Kerkinactie ICCO en Kerkinactie zijn twee protestants-christelijke organisaties die gezamenlijk een Klimaatplan uitvoeren (www.klimaatplan.nl). Zij doen dit vanuit het perspectief van rechtvaardigheid en duurzaamheid. 33

CaseQuest 2: Kunnen de VS en China zich onttrekken aan een mondiaal klimaatbeleid?

CaseQuest 2: Kunnen de VS en China zich onttrekken aan een mondiaal klimaatbeleid? CaseQuest 2: Kunnen de VS en China zich onttrekken aan een mondiaal klimaatbeleid? Door Rik Lo & Lisa Gerrits 15-03-13 Inhoud: Inleiding Deelvraag 1 Deelvraag 2 Deelvraag 3 Deelvraag 4 Hoofdvraag & Conclusie

Nadere informatie

Bedreigingen. Broeikaseffect

Bedreigingen. Broeikaseffect Bedreigingen Vroeger gebeurde het nogal eens dat de zee een gat in de duinen sloeg en het land overspoelde. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. De mensen hebben de duinen met behulp van helm goed vastgelegd

Nadere informatie

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces H 2 et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces Bij het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaren geleden, was er geen atmosfeer. Enkele miljoenen jaren waren nodig voor de

Nadere informatie

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect.

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect. LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Informatieblad Begrippen Biobrandstof Brandstof die gemaakt wordt van biomassa. Als planten groeien, nemen ze CO 2 uit de lucht op. Bij verbranding van de biobrandstof komt

Nadere informatie

Opwarming van de aarde

Opwarming van de aarde Leerlingen Opwarming van de aarde 8 Naam: Klas: In dit onderdeel kom je onder andere te weten dat er niet alleen een broeikaseffect is, maar dat er ook een versterkt broeikaseffect is. Bovendien leer je

Nadere informatie

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen REDD+ een campagne voor bewustwording van suriname over haar grootste kapitaal Wat is duurzaam gebruik van het bos: Duurzaam

Nadere informatie

Les Kernenergie. Werkblad

Les Kernenergie. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Kernenergie Werkblad Les Kernenergie Werkblad Wat is kernenergie? Het Griekse woord atomos betekent ondeelbaar. Het woord atoom is hiervan afgeleid. Ooit dachten wetenschappers

Nadere informatie

Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen.

Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen. Open klimaatlezingen 2009 Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen. Hans Bruyninckx De eerste stappen in internationaal klimaatbeleid 1979: 1ste World Climate Conference

Nadere informatie

Les bij klimaatverandering:

Les bij klimaatverandering: Les bij klimaatverandering: Lesdoelen: De leerlingen zijn aan het einde van de les meer te weet gekomen over het gevolg van de opwarming van de aarde. De leerlingen kunnen zich verplaatsen in kinderen

Nadere informatie

Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering 8-10-2012. Klimaatverandering

Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering. Klimaatverandering 8-10-2012. Klimaatverandering Zonne-energie 2012: prijs 21 ct per kwh; 2020 prijs 12 ct kwh Groen rijden; energiehuizen, biologisch voedsel Stimular, de werkplaats voor Duurzaam Ondernemen Stichting Stimular www.stimular.nl 010 238

Nadere informatie

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Page 1 of 6 Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Hoe voorspeld? Klimaatscenario's voor Nederland (samengevat) DOWNLOAD HIER DE WORD VERSIE In dit informatieblad wordt in het kort klimaatverandering

Nadere informatie

2016-04-15 H2ECOb/Blm HOE KAN DE ENERGIETRANSITIE WORDEN GEREALISEERD? Probleemstelling

2016-04-15 H2ECOb/Blm HOE KAN DE ENERGIETRANSITIE WORDEN GEREALISEERD? Probleemstelling HOE KAN DE ENERGIETRANSITIE WORDEN GEREALISEERD? Probleemstelling Op de internationale milieuconferentie in december 2015 in Parijs is door de deelnemende landen afgesproken, dat de uitstoot van broeikasgassen

Nadere informatie

Verandert het klimaat? Klimaatconferentie in Den Haag, 13-24 november 2000

Verandert het klimaat? Klimaatconferentie in Den Haag, 13-24 november 2000 Editie 10 November 2000 Leerkrachten: didactische aanwijzingen vindt u op pagina 4 van de handleiding. De leerlingenpagina s zijn kopieerbaar voor gebruik in de klas Klimaatconferentie in Den Haag, 13-24

Nadere informatie

Gevolgen van klimaatverandering voor Nederland

Gevolgen van klimaatverandering voor Nederland Gastcollege door Sander Brinkman Haagse Hogeschool Climate & Environment 4 september 2008 Introductie Studie Bodem, Water en Atmosfeer, Wageningen Universiteit Beroepsvoorbereidendblok UNFCCC CoP 6, Den

Nadere informatie

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging

Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014. Energie in Beweging Presenta/e door Jan de Kraker - 5 mei 2014 Energie in Beweging Wat is Well to Wheel Met Well to Wheel wordt het totale rendement van brandstoffen voor wegtransport uitgedrukt Well to Wheel maakt duidelijk

Nadere informatie

Alternatieve energieopwekking

Alternatieve energieopwekking Alternatieve energieopwekking Energie wordt al tientallen jaren opgewekt met een paar energiebronnen: Kolen Gas Olie Kernenergie De eerste drie vallen onder de fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen

Nadere informatie

Geologische tijdschaal. AK 4vwo vrijdag 31 oktober. 11 Het klimaat door de tijd. inhoud

Geologische tijdschaal. AK 4vwo vrijdag 31 oktober. 11 Het klimaat door de tijd. inhoud Hoofdstuk 1 Extern systeem en klimaatzones Paragraaf 11 t/m 14 inhoud Het klimaat door de tijd (par. 11) Het klimaat nu (par. 12) Het klimaat in de toekomst (par. 13) Klimaatbeleid (par. 14) AK 4vwo vrijdag

Nadere informatie

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Basisles Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Les Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Zonlicht dat de aarde bereikt, zorgt ervoor dat het aardoppervlak warm

Nadere informatie

Opwarming van de aarde

Opwarming van de aarde Leerlingen Opwarming van de aarde 8 Naam: Klas: In dit onderdeel kom je onder andere te weten dat er niet alleen een broeikaseffect is, maar dat er ook een versterkt broeikaseffect is. Bovendien leer je

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort Historisch perspectief 1945-1970 Keerpunten in de jaren 70 oliecrisis en milieu Tsjernobyl (1986) ramp door menselijke fouten Kyoto protocol (1997) (CO 2 en global warming problematiek) Start alternatieven

Nadere informatie

Vijf redenen om vandaag te starten met CO 2

Vijf redenen om vandaag te starten met CO 2 Vijf redenen om vandaag te starten met -neutraal ondernemen Inleiding Zijn u of uw directie nog niet overtuigd van de noodzaak om vandaag te starten met -neutraal ondernemen? In dit hoofdstuk noemen we

Nadere informatie

Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014

Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014 Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014 Klimaateffectschetsboek Scheldemondraad: Actieplan Grensoverschrijdende klimaatbeleid, 11 september 2009 Interregproject

Nadere informatie

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Nederland is verslaafd aan fossiele energie, zeker in vergelijking met landen om ons heen, vertelt Paul Korting, directeur van ECN. Er zijn genoeg scenario

Nadere informatie

Achtergrondinformatie toelichtingen bij ppt1

Achtergrondinformatie toelichtingen bij ppt1 Achtergrondinformatie toelichtingen bij ppt1 Dia 1 Klimaatverandering Onomstotelijk wetenschappelijk bewijs Deze presentatie geeft een inleiding op het thema klimaatverandering en een (kort) overzicht

Nadere informatie

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265).

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265). 5.2.1 Lezen In het leerboek krijgen de leerlingen uiteenlopende teksten te lezen. Op die manier worden de verschillende tekstsoorten en tekststructuren nogmaals besproken. Het gaat om een herhaling van

Nadere informatie

Factsheet klimaatverandering

Factsheet klimaatverandering Factsheet klimaatverandering 1. Klimaatverandering - wereldwijd De aarde is sinds het eind van de negentiende eeuw opgewarmd met gemiddeld 0,9 graden (PBL, KNMI). Oorzaken van klimaatverandering - Het

Nadere informatie

Les Biomassa. Werkblad

Les Biomassa. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Biomassa Werkblad Les Biomassa Werkblad Niet windenergie, niet zonne-energie maar biomassa is de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Meer dan 50%

Nadere informatie

Factsheet. Klimaatverandering: Beleid en maatregelen

Factsheet. Klimaatverandering: Beleid en maatregelen Factsheet Klimaatverandering: Beleid en maatregelen Sinds het begin van het Industriële Tijdperk (circa 1860) is de gemiddelde temperatuur op aarde met 0,8 C gestegen. Wetenschappers kennen het grootste

Nadere informatie

MAATSCHAPPIJ ONDERSCHAT ERNST EN TAAIHEID KLIMAATPROBLEEM

MAATSCHAPPIJ ONDERSCHAT ERNST EN TAAIHEID KLIMAATPROBLEEM MAATSCHAPPIJ ONDERSCHAT ERNST EN TAAIHEID KLIMAATPROBLEEM De maatschappelijke discussie over klimaatverandering wordt onvoldoende scherp gevoerd. Er wordt nauwelijks nagedacht over de ernst van de problematiek

Nadere informatie

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec)

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec) Kernenergie En dan is er nog de kernenergie! Kernenergie is energie opgewekt door kernreacties, de reacties waarbij atoomkernen zijn betrokken. In een kerncentrale splitst men uraniumkernen in kleinere

Nadere informatie

Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. Resolutie: Energie

Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie. Resolutie: Energie Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie Resolutie: Energie Definitieve versie op het JOVD Najaarscongres van 3 en 4 december 2011 te s Gravenhage Maarten Oude Kempers, politiek commissaris Milieu en

Nadere informatie

Biomassa: brood of brandstof?

Biomassa: brood of brandstof? RUG3 Biomassa: brood of brandstof? Centrum voor Energie en Milieukunde dr ir Sanderine Nonhebel Dia 1 RUG3 To set the date: * >Insert >Date and Time * At Fixed: fill the date in format mm-dd-yy * >Apply

Nadere informatie

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs 28 november 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de

Nadere informatie

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Samenvatting Burgers verwachten dat de overheid het voortouw neemt bij het aanpakken van duurzaamheidsproblemen. In deze

Nadere informatie

1 Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen

1 Nederland is nog altijd voor 92 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen achtergrond Afscheid van fossiel kan Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Energie(on)zekerheid ook. Dat betekent dat een transitie naar een veel duurzamere economie noodzakelijk is. Het recept

Nadere informatie

Wat is energie? Als een lichaam arbeid kan leveren bezit het energie Wet van het behoud van energie:

Wat is energie? Als een lichaam arbeid kan leveren bezit het energie Wet van het behoud van energie: ENERGIE Wat is energie? Als een lichaam arbeid kan leveren bezit het energie Wet van het behoud van energie: energie kan noch ontstaan, noch verdwijnen (kan enkel omgevormd worden!) Energie en arbeid:

Nadere informatie

Alternatieve energiebronnen

Alternatieve energiebronnen Alternatieve energiebronnen energie01 (1 min, 5 sec) energiebronnen01 (2 min, 12 sec) Windenergie Windmolens werden vroeger gebruikt om water te pompen of koren te malen. In het jaar 650 gebruikte de mensen

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

Klimaat en ontwikkeling

Klimaat en ontwikkeling Klimaat en ontwikkeling Een eerlijk en juridisch bindend klimaatakkoord is van groot belang voor ontwikkelingslanden, omdat deze landen dagelijks de gevolgen ondervinden van klimaatverandering die hoofdzakelijk

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2006-I

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2006-I Actieve aarde Opgave 6 Platentektoniek nu en in de toekomst bron 11 Plaatbewegingen langs de westkust van Noord-Amerika Huidige situatie A Juan de Fuca B Noord- Amerikaanse San Andreas breuk Pacifische

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 664 Besluit van 12 december 2005, houdende regels met betrekking tot de instelling van een nationaal inventarisatiesysteem voor broeikasgassen

Nadere informatie

Flipping the classroom

Flipping the classroom In dit projectje krijg je geen les, maar GEEF je zelf les. De leerkracht zal jullie natuurlijk ondersteunen. Dit zelf les noemen we: Flipping the classroom 2 Hoe gaan we te werk? 1. Je krijgt of kiest

Nadere informatie

Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting

Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting DUTCH Wedstrijd Correspondentie en notuleren De wedstrijdtekst bevindt zich in de derde kolom van de lettergrepentabel in art. 19.1 van het Intersteno

Nadere informatie

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les.

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 1 Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 2 Colofon Dit is een uitgave van Quintel Intelligence in samenwerking met GasTerra en Uitleg & Tekst Meer informatie Kijk voor meer informatie

Nadere informatie

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Programma 15.15 uur: Inleiding duurzaam toerisme door Dr. Anja de Groene 15.35 uur: Cradle to Cradle

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen Afsluitende les Leerlingenhandleiding Alternatieve brandstoffen Inleiding Deze chemie-verdiepingsmodule over alternatieve brandstoffen sluit aan op het Reizende DNA-lab Racen met wc-papier. Doel Het Reizende

Nadere informatie

Klimaatverandering. Urgentie in Slow Motion. Bart Verheggen ECN

Klimaatverandering. Urgentie in Slow Motion. Bart Verheggen ECN Klimaatverandering Urgentie in Slow Motion Bart Verheggen ECN http://klimaatverandering.wordpress.com/ @Bverheggen http://ourchangingclimate.wordpress.com/ De wetenschappelijke positie is nauwelijks veranderd

Nadere informatie

1. Ecologische voetafdruk

1. Ecologische voetafdruk 2 VW0 THEMA 7 MENS EN MILIEU EXTRA OPDRACHTEN 1. Ecologische voetafdruk In de basisstoffen heb je geleerd dat we voedsel, zuurstof, water, energie en grondstoffen uit ons milieu halen. Ook gebruiken we

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2004 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2004 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. OMGAAN MET NATUURLIJKE HULPBRONNEN figuur 1 De kringloop van het water R * ** ** ** ** ** ** ** * S ** * ** ** * P Q LAND ZEE T

Nadere informatie

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid.

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Een Levens Cyclus Duurzaamheids Analyse Auteur: Baukje Bruinsma November 2009 Samenvatting. Door het verbranden van fossiele

Nadere informatie

The Day After tomorrow... Waarom wachten

The Day After tomorrow... Waarom wachten The Day After tomorrow... Waarom wachten als we vandaag kunnen reageren? The Day After Tomorrow, de film van Roland Emmerich (Godzilla en Independence Day), verschijnt op 26 mei 2004 op het witte doek.

Nadere informatie

Houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging

Houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging Houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging Meer hout voor een betere planeet Beleidsmakers zoeken allerlei manieren om broeikasgasemissies te verminderen. De rol van bossen en bosbouw vormt

Nadere informatie

5 jaar Kyoto. Wat of wie is KYOTO? Verandert ons klimaat? Auteur: Lieve Hoet

5 jaar Kyoto. Wat of wie is KYOTO? Verandert ons klimaat? Auteur: Lieve Hoet Auteur: Lieve Hoet Wat of wie is KYOTO? Kyoto is een stad in Japan. In 1997 werd daar een belangrijke milieutop gehouden. De leiders van 181 landen tekenden toen het 'Verdrag van Kyoto'. Daarin staat dat

Nadere informatie

LES 3: Wereldvoedselvraagstuk

LES 3: Wereldvoedselvraagstuk LES 3: Wereldvoedselvraagstuk 1 Les 3: Wereldvoedselvraagstuk Vakken Zedenleer/godsdienst, economie, aardrijkskunde, PAV Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken,

Nadere informatie

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Bron 1: Elektrische auto s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto s, zegt Guus Kroes. 1. De elektrische auto is in

Nadere informatie

Vragen voor burgers die deelnemen aan WWViews

Vragen voor burgers die deelnemen aan WWViews Vragen voor burgers die deelnemen aan WWViews WWViews C/o The Danish Board of Technology Antonigade 4 DK-1106 Copenhagen K Denemarken Tel +45 3332 0503 Fax +45 3391 0509 wwviews@wwviews.org www.wwviews.org

Nadere informatie

KLIMAATVERANDERING. 20e eeuw

KLIMAATVERANDERING. 20e eeuw KLIMAATVERANDERING 20e eeuw Vraag De temperatuur op aarde is in de afgelopen honderd jaar gestegen met 0.2-0.5 C 0.6-0.9 C Antwoord De temperatuur op aarde is in de afgelopen honderd jaar gestegen met

Nadere informatie

Bodem & Klimaat. Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer

Bodem & Klimaat. Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer Bodem & Klimaat Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer Jaartemperaturen en warmterecords in De Bilt sinds het begin van de metingen in 1706 Klimaatverandering KNMI scenarios Zomerse dagen Co de Naam

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

Nieuwe KNMIklimaatscenario s. Janette Bessembinder e.v.a.

Nieuwe KNMIklimaatscenario s. Janette Bessembinder e.v.a. Nieuwe KNMI klimaatscenario s Nieuwe KNMIklimaatscenario s 2006 2006 Janette Bessembinder e.v.a. Opzet presentatie Klimaatverandering Waargenomen veranderingen Wat zijn klimaatscenario s? Huidige en nieuwe

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie

Opwarming van de aarde hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52494

Opwarming van de aarde hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52494 Auteur VO-content Laatst gewijzigd 03 May 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/52494 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Afsluitende module Alternatieve Brandstoffen - Chemie verdieping - Ontwikkeld door dr. T. Klop en ir. J.F. Jacobs Op alle lesmaterialen is de Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk

Nadere informatie

FOSSIELE BRANDSTOFFEN

FOSSIELE BRANDSTOFFEN FOSSIELE BRANDSTOFFEN De toekomst van fossiele energiebronnen W.J. Lenstra Inleiding Fossiele energiebronnen hebben sinds het begin van de industriele revolutie een doorslaggevende rol gespeeld in onze

Nadere informatie

Boeren met energie. 11 November 2010

Boeren met energie. 11 November 2010 Boeren met energie 11 November 2010 Wat doen wij? Ontwikkelen projecten energie uit biomassa Opzetten expertisecentrum energie uit hout droogtechnieken stookgedrag rookgasmetingen rookgasreiniging Ontwikkelen

Nadere informatie

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Referentiescenario De WETO-studie (World Energy, Technology and climate policy Outlook 2030) bevat een referentiescenario

Nadere informatie

LES 2: Klimaatverandering

LES 2: Klimaatverandering LES 2: Klimaatverandering 1 Les 2: Klimaatverandering Vakken PAV, aardrijkskunde Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken, kritisch denken Materiaal Computer met

Nadere informatie

Klimaat en ontwikkeling

Klimaat en ontwikkeling Klimaat en ontwikkeling Een eerlijk en juridisch bindend klimaatakkoord is van groot belang voor ontwikkelingslanden, omdat deze landen dagelijks de gevolgen ondervinden van klimaatverandering die hoofdzakelijk

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie Feike Sijbesma, CEO Royal DSM In de loop der tijd is het effect van bedrijven op de maatschappij enorm veranderd. Vijftig tot honderd

Nadere informatie

Naam: Thijs. Groep: 6/7. School: St.Willibrordusschool

Naam: Thijs. Groep: 6/7. School: St.Willibrordusschool Naam: Thijs Groep: 6/7 School: St.Willibrordusschool 1 Voorwoord Voor je ligt het werkstuk van Thijs. Dit werkstuk gaat over zonne-energie. Ik kwam op het idee voor dit onderwerp toen papa en mama ook

Nadere informatie

BROEIKASEFFECT HET BROEIKASEFFECT: FEIT OF FICTIE? Lees de teksten en beantwoord de daarop volgende vragen.

BROEIKASEFFECT HET BROEIKASEFFECT: FEIT OF FICTIE? Lees de teksten en beantwoord de daarop volgende vragen. BROEIKASEFFECT Lees de teksten en beantwoord de daarop volgende vragen. HET BROEIKASEFFECT: FEIT OF FICTIE? Levende wezens hebben energie nodig om te overleven. De energie die het leven op aarde in stand

Nadere informatie

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Door Harry Kloosterman en Joop Boesjes (Stichting E.I.C.) Deel 1 (Basis informatie) Emissies: Nederland heeft als lidstaat van de Europese

Nadere informatie

Tropisch Nederland. 1. Aanzetten. 1.a Tropisch Nederland

Tropisch Nederland. 1. Aanzetten. 1.a Tropisch Nederland 1. Aanzetten Tropisch Nederland 1.a Tropisch Nederland Jij gaat aan de slag met het dossier Tropisch Nederland. Welke onderdelen van het dossier ga jij maken? Overleg met je docent. GA IK DOEN STAP ONDERDEEL

Nadere informatie

(autogas en propaan)

(autogas en propaan) Petitie Geen accijnsverhoging LPG (autogas en propaan) De Vereniging Vloeibaar Gas (VVG) vraagt u de voorgenomen accijnsverhoging op LPG met 0,07 per liter naar 0,18 per liter per 1 januari 2014 niet door

Nadere informatie

De Energiezuinige Wijk - De opdracht

De Energiezuinige Wijk - De opdracht De Energiezuinige Wijk De Energiezuinige Wijk De opdracht In deze opdracht ga je van alles leren over energie en energiegebruik in de wijk. Je gaat nadenken over hoe jouw wijk of een wijk er uit kan zien

Nadere informatie

16% Energie van eigen bodem. 17 januari 2013

16% Energie van eigen bodem. 17 januari 2013 16% Energie van eigen bodem 17 januari 2013 Inhoud Klimaatverandering Energie in Nederland Duurzame doelen Wind in ontwikkeling Northsea Nearshore Wind Klimaatverandering Conclusie van het IPCC (AR4, 2007)

Nadere informatie

O R D E O P Z AKE N. Een rechtvaardiging voor meer maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in woongebouwen S T L L E N

O R D E O P Z AKE N. Een rechtvaardiging voor meer maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in woongebouwen S T L L E N O R D E O P Z AKE N Een rechtvaardiging voor meer maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie in woongebouwen S T L L E N E DE VERONTRUSTENDE WAARHEID De mondiale uitdaging Het is verontrustend maar

Nadere informatie

VERANDEREN VAN KLIMAAT?

VERANDEREN VAN KLIMAAT? VERANDEREN VAN KLIMAAT? Tropisch klimaat, gematigd klimaat, klimaatopwarming, klimaatfactoren...misschien heb je al gehoord van deze uitdrukkingen. Maar weet je wat ze echt betekenen? Nova, wat bedoelen

Nadere informatie

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof.

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof. Energielabel auto Personenwagens moeten voorzien zijn van een zogenaamd energielabel. Deze maatregel is ingesteld om de consument de mogelijkheid te geven om op eenvoudige wijze het energieverbruik van

Nadere informatie

Regionaal Energie Convenant 2014-2016

Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Mede mogelijk gemaakt met steun van: Regio Rivierenland Provincie Gelderland RCT-Rivierenland Pagina 1 Ondertekenaars, hier tezamen genoemd: partijen 1. Hebben het

Nadere informatie

Klimaatafspraken van Parijs betekenis voor de Nederlandse akkerbouw

Klimaatafspraken van Parijs betekenis voor de Nederlandse akkerbouw Klimaatafspraken van Parijs betekenis voor de Nederlandse akkerbouw NAV Jaarcongres Swifterbant 17 februari 2016 Inleiding door prof. Pier Vellinga Waddenacademie en Urgenda voorheen Wageningen UR, Vrije

Nadere informatie

IPCC voorspelt klimaatverandering en verdere zeespiegelstijging. Hoe erg is dat? November 15, 2009 2. Het hangt er vanaf hoe het verder gaat

IPCC voorspelt klimaatverandering en verdere zeespiegelstijging. Hoe erg is dat? November 15, 2009 2. Het hangt er vanaf hoe het verder gaat Agri Business club Westland, 19 november 2009 IPCC voorspelt klimaatverandering en verdere zeespiegelstijging. Hoe erg is dat? November 15, 2009 2 Het hangt er vanaf hoe het verder gaat November 15, 2009

Nadere informatie

Bos en klimaatverandering

Bos en klimaatverandering Bos en klimaatverandering 19/08/2009 De mondiale trend van klimaatverandering brengt vele klimaateffecten met zich mee. Temperatuurstijging, de verandering van regenvalpatronen, hiervan kunnen we in Suriname

Nadere informatie

Economie en milieu hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52456

Economie en milieu hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52456 Auteur VO-content Laatst gewijzigd 02 May 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/52456 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

De Kaars is van adel, ze praat daarom wat uit de hoogte

De Kaars is van adel, ze praat daarom wat uit de hoogte De Kaars is van adel, ze praat daarom wat uit de hoogte Jongelui! Jullie denken wellicht: wat schijnt daar? Welnu, dat ben ik. Wat een licht, nietwaar! Hoezo, dat valt vies tegen! Jongeman, daar, op dat

Nadere informatie

Nuon Helianthos. Een doorbraak in zonne-energie.

Nuon Helianthos. Een doorbraak in zonne-energie. Nuon Helianthos Een doorbraak in zonne-energie. 2 Nuon Helianthos Een doorbraak in zonne-energie. Nuon Helianthos 3 Een duurzame samenleving staat hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Een wezenlijke

Nadere informatie

Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden

Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden Een inleiding op de Technical Guidance Koolstofkringloop Waar gaat deze folder over? Duurzame mobiliteit is een hot

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. en energieomzetting

Hoofdstuk 3. en energieomzetting Energie Hoofdstuk 3 Energie en energieomzetting Grootheid Energie; eenheid Joule afkorting volledig wetenschappelijke notatie 1 J 1 Joule 1 Joule 1 J 1 KJ 1 KiloJoule 10 3 Joule 1000 J 1 MJ 1 MegaJoule

Nadere informatie

De waarde van het BBP Onderzoek naar de consumptie van energie

De waarde van het BBP Onderzoek naar de consumptie van energie De waarde van het BBP Onderzoek naar de consumptie van energie Geschreven door: Lesley Huang en Pepijn Veldhuizen Vakken: Economie School en klas: Scholengemeenschap Were Di, vwo 6 Begeleider: De heer

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 11 februari 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2003 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2003 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. OMGAAN MET NATUURLIJKE HULPBRONNEN figuur 1 De kringloop van het water A B LAND ZEE 2p 1 In figuur 1 staat de kringloop van het

Nadere informatie

WKK en decentrale energie systemen, in Nederland

WKK en decentrale energie systemen, in Nederland WKK en decentrale energie systemen, in Nederland Warmte Kracht Koppeling (WKK, in het engels CHP) is een verzamelnaam voor een aantal verschillende manieren om de restwarmte die bij elektriciteitsproductie

Nadere informatie

Jij en energie: Problemen en oplossingen

Jij en energie: Problemen en oplossingen Figuur 1 Affakkelen van gassen, fossiele brandstofopslag in Den Helder bron: AMeces Toen eind jaren zestig de grote gasvoorraad in Nederland ontdekt werd, zijn de industrie en de huishoudens massaal overgeschakeld

Nadere informatie

GEMEENTERAADSFRACTIE KERKRADE A. Rossel Maarzijde 60, 6467 GC Kerkrade, andyrossel@telfort.nl

GEMEENTERAADSFRACTIE KERKRADE A. Rossel Maarzijde 60, 6467 GC Kerkrade, andyrossel@telfort.nl Aan gemeente Kerkrade T.a.v. de griffie Postbus 600 6460 AP Kerkrade Kerkrade, 26 mei 2011 Behandeld door: M.A.H. van Aken Subject: initiatiefvoorstel ex artikel 36 reglement van orde voor de vergaderingen

Nadere informatie

HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL. Bernd Roemmelt / Greenpeace

HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL. Bernd Roemmelt / Greenpeace HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL Bernd Roemmelt / Greenpeace 2. NOORDPOOL OPDRACHT 1 Bekijk het filmpje: 1. Welke landen liggen rondom de Noordpool? 2. In welke zee ligt de Noordpool? Bernd Roemmelt / Greenpeace

Nadere informatie

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Scheikunde Hoofdstuk 2 Samenvatting Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Fossiele brandstof Koolwaterstof Onvolledige verbranding Broeikaseffect Brandstof ontstaan door het afsterven van levende organismen,

Nadere informatie