Parallels Operations Automation 5.4. Handleiding voor abonnees. Herziening 9.33 (juli 2012)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Parallels Operations Automation 5.4. Handleiding voor abonnees. Herziening 9.33 (juli 2012)"

Transcriptie

1 Parallels Operations Automation 5.4 Handleiding voor abonnees Herziening 9.33 (juli 2012) Copyright Parallels IP Holdings GmbH en zijn filialen. Alle rechten voorbehouden.

2 Parallels IP Holdings GmbH c/o Parallels International GmbH Vordergasse 59 CH-Schaffhausen Switzerland Telefoon: Fax: Copyright Parallels IP Holdings GmbH en zijn filialen. Alle rechten voorbehouden. Verspreiding van dit werk of afgeleide(n) daarvan in welke vorm dan ook is verboden, tenzij vooraf schriftelijke toestemming is verkregen van de houder van het auteursrecht. {Gepatenteerde technologie, beschermd door U.S.Patents 7,328,225; 7,325,017; 7,293,033; 7,099,948; 7,076,633. Patenten in aanvraag in de VS} De hierin vermelde namen van producten en diensten zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars. Parallels Operations Automation is een geregistreerd handelsmerk van Parallels.

3 Inhoud Voorwoord... 9 Afspraken betreffende de documentatie... 9 Typografische afspraken... 9 Algemene afspraken Feedback Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Het Control Panel van Parallels Operations Automation openen Dashboard van het hoofdscherm (nieuwe stijl) Het POA-wachtwoord veranderen Navigatie Padbalk Systeemwerkbalk Werken met objectlijsten Zoeken Sorteervolgorde Groepsbewerkingen Vernieuwen Algemene begrippen van POA Over POA Websites creëren en beheren Breng variatie in uw website met behulp van geavanceerde webtoepassingen Op de hoogte blijven van het webresourceverbruik Uw account beheren Het begrip rollen Privileges Rollen Wat is de Account Administrator-rol?... 21

4 Het begrip abonnementen Domeintypes in POA Starten Uw bedrijfsprofiel bewerken Informatie over bedrijfscontacten bewerken De adresgegevens van uw bedrijf wijzigen De persoonlijke gegevens en het wachtwoord van uw account wijzigen Uw wachtwoord wijzigen De standaardlokalisatietaal wijzigen Het weergaveformaat van het uur, de kalender en de datum selecteren De gebruikersrepository beheren Abonnementen van een account beheren Een abonnement selecteren Nieuwe gebruikers toevoegen aan uw account Gebruikers verwijderen uit uw account Gebruikersgegevens bewerken Een nieuwe rol creëren Een rol toewijzen aan een gebruiker Instellingen voor de wachtwoordduur beheren De policy m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor gebruikers De policy m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor een individuele gebruiker De logingeschiedenis weergeven De geschiedenis van de CP-logins weergeven Weergave van uw persoonlijke logingeschiedenis Gebruikers deblokkeren die zijn geblokkeerd door de bescherming van POA tegen bruteforce attacks Gebruikers deblokkeren De geschiedenis van geblokkeerde gebruikers weergeven Nieuwsbrieven beheren Inschrijven op een nieuwscategorie Het nieuwsbriefarchief weergeven Nieuwsbrieven doorsturen Notificaties weergeven De SSL-connectie met websites configureren Een ondertekend SSL-certificaat aanvragen bij een certificatieautoriteit... 39

5 Een SSL-certificaat uploaden in de gebruikersrepository Een zelfondertekend certificaat aanmaken Werken met domeinen Een puur domein toevoegen Webhosting toevoegen aan een puur domein Geparkeerde domeinen Standaarddomeinparking Standard forwarding-domeinparking Frame forwarding-domeinparking Single-page website Website Apache-websites beheren Een IIS-website beheren Gebruik van Parallels Plesk Sitebuilder Websitetools beheren Gewone instellingen voor een website configureren Afzonderlijke domeinen beheren met Microsoft FrontPage Gebruik van File Manager Gebruik van FTP Beveiligde directory's beheren De logboekbeheerservice Gebruik van de Cron Management-service Zonebeheer inschakelen/uitschakelen Het webhostingtype veranderen Webhosting uit een domein verwijderen De DNS-service beheren Het DNS-hostingtype van een domein veranderen DNS-records beheren De Instant Access URL gebruiken Een domein verwijderen Subdomeinen beheren Subdomeinen creëren Subdomeinen tonen en verbergen Wildcarddomeinen creëren

6 Het abonnement van een domein wijzigen Werken met databases Een nieuwe database toevoegen Een nieuwe databasegebruiker toevoegen Een standaardgebruiker instellen Een betrouwbare verbinding met de MS SQL-databases tot stand brengen Vereisten voor het opzetten van een betrouwbare databaseverbinding Een betrouwbare verbinding met een database vanuit een webruimte toelaten Data Source Names beheren Een nieuwe DSN voor een bestaande database toevoegen Een nieuwe DSN voor een Microsoft Access-database toevoegen Toegang tot de database Gebruik van mylittleadmin voor SQL Server Back-up en restore van databases Beheer van databases met phpmyadmin of phppgadmin Beheer van de externe toegang tot een database Externe toegang tot een database inschakelen/uitschakelen Een nieuwe toegangshost toevoegen Back-ups beheren Een back-upkopie creëren Geback-upte data restoren Werken met webtoepassingen Gebruik van webtoepassingen Webtoepassingen in APS-formaat installeren Toepassingsversies beheren Add-ons van toepassingen beheren Monitoring en rapportering Het resourceverbruik volgen Webstatistieken rapporteren Gebruik van Urchin Gebruik van Webalizer Gebruik van AWStats-webstatistieken

7 Beheer van servicegebruikers Een nieuwe servicegebruiker creëren Gebruik van MyCP Een nieuwe servicegebruiker creëren (Microsoft FrontPage) Een nieuwe servicegebruiker (IIS Website Service) creëren Een nieuwe servicegebruiker creëren (toegestane webtoegang) Een nieuwe servicegebruiker creëren (WebMatrix) Een nieuwe servicegebruiker creëren (toepassing) De algemene gegevens van een servicegebruiker wijzigen De policy m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor een servicegebruiker Een dienst toevoegen aan een servicegebruiker Beheer van de toegang van een servicegebruiker tot met een wachtwoord beveiligde websites Beheer van de toegang van een servicegebruiker tot met een wachtwoord beveiligde websites Weergave van met een wachtwoord beveiligde websites die toegankelijk zijn voor een servicegebruiker Een servicegebruiker de toegang tot een met een wachtwoord beveiligde website ontzeggen Een dienst verwijderen Specificatie van de contactinfo van een servicegebruiker De status van een servicegebruiker wijzigen De standaardtaal van een servicegebruiker wijzigen De logingeschiedenis van de servicegebruiker weergeven Een servicegebruiker deblokkeren na verschillende mislukte inlogpogingen Een servicegebruiker verwijderen VPS-hosting in POA Beheer van een VPS Het Parallels Power Panel openen VPS starten/stoppen Een VPS-hostnaam wijzigen Automatische updates in-/uitschakelen Installatie van de update van de VZ OS-template Beheer van VPS-toepassingen Beheer van IP-adressen

8 Back-up en restore van een VPS Beheer van VPS-back-ups Creatie van manuele VPS-back-ups Weergave van de lijst van VPS-back-ups Restore van een VPS-back-up Een VPS-back-up verwijderen Configuratie van de instellingen van geplande VPS-back-ups Integratie van POA VPS-back-ups in Parallels Power Panel Statistieken en analyse Het VPS-resourceverbruik volgen Parallels Plesk Panel in VPS-hosting Beheer van Parallels Plesk Panel Het wachtwoord voor Parallels Plesk Panel wijzigen Herinitialisatie van Parallels Plesk Panel Initialisatie van Parallels Plesk Panel aangekocht als upgrade Werken met domeinen gehost in Parallels Plesk Panel Parallels Plesk Panel-hosting toevoegen aan een domein Beheer van uw domeinen in Parallels Plesk Panel Beheer van subdomeinen in Parallels Plesk Panel-hosting Domeingegevens opnieuw versturen naar Parallels Plesk Panel Parallels Plesk Panel-hosting verwijderen uit een domein Help en support Glossarium Index

9 H O O F D S T U K 1 Voorwoord In dit hoofdstuk Afspraken betreffende de documentatie...9 Feedback...11 Afspraken betreffende de documentatie Voor u deze handleiding begint te gebruiken, kunt u best eerst bekijken welke afspraken werden gemaakt op het gebied van de documentatie. Typografische afspraken De volgende formaattypes in de tekst wijzen op speciale informatie. Afspraken m.b.t. formaten Type informatie Voorbeeld Speciaal vetjes Items die u moet selecteren, zoals menukeuzes, opdrachtknoppen of items in een lijst. Ga naar de tab QoS. Cursief Titels van hoofdstukken, secties en subsecties. Gebruikt om het belang van een punt te benadrukken, een term te introduceren of een tijdelijke opdrachtregel aan te wijzen die moet worden vervangen door een echte naam of waarde. Lees de module Basisadministratie. Dit zijn de zogenaamde shared VE's. Om een VE te vernietigen, typt u vzctl destroy VEid.

10 Voorwoord Belangrijk Een belangrijke opmerking geeft informatie die van belang is om een taak te voltooien. Gebruikers kunnen de informatie in een opmerking negeren en de taak toch voltooien, maar een belangrijke opmerking mag niet genegeerd worden. Belangrijk: de device drivers die automatisch worden geïnstalleerd tijdens de set-up zijn door uw systeem vereist. Als u één van deze drivers verwijdert, is het mogelijk dat uw systeem niet meer correct werkt. Opmerking Monospace Voorgeformatteerd Voorgeformatteerd vetjes HOOFDLETTERS TOETS+TOETS Een opmerking met als titel 'Opmerking' wijst op neutrale of positieve informatie die belangrijke punten van de hoofdtekst benadrukt of aanvult. Een opmerking bevat informatie die enkel betrekking kan hebben op speciale gevallen, bv. geheugenbeperkingen, configuraties van apparatuur of details die van toepassing zijn op specifieke versies van een programma. Namen van opdrachten, bestanden en directory's. Weergave op het computerscherm in uw opdrachtregelsessies; broncode in XML, C++ of andere programmeertalen. Wat u typt, in contrast met de weergave op het computerscherm. Namen van de toetsen op het toetsenbord. Toetsencombinaties waarbij de gebruiker een toets ingedrukt moet houden, en daarna op een andere toets moet drukken. Opmerking: indien Windows u bij het opstarten een netwerkwachtwoord vraagt, is uw netwerk al opgezet en kunt u dit hoofdstuk overslaan. Gebruik vzctl start om een VE te starten. Opgeslagen parameters voor VE 101 # rpm V virtuozzo-release SHIFT, CTRL, ALT CTRL+P, ALT+F4 10

11 Voorwoord Algemene afspraken Houd rekening met de volgende afspraken die worden gehanteerd in dit boek. De modules in deze handleiding zijn onderverdeeld in secties, op hun beurt onderverdeeld in subsecties. Zo is Afspraken betreffende de documentatie een sectie en Algemene afspraken een subsectie. Als u de stappen volgt of voorbeelden gebruikt, let er dan op dat u dubbele aanhalingstekens ("), enkele aanhalingstekens (`) en enkele afhalingstekens (') typt, zoals afgebeeld. De RETURN-toets wordt op sommige toetsenborden aangeduid als ENTER. Opdrachten in de directory's die deel uitmaken van de PAD-variabele worden gebruikt zonder de namen van de absolute paden. Stappen die gebruikmaken van opdrachten in andere, minder gebruikelijke directory's tonen de absolute paden in de voorbeelden. Feedback Hebt u in deze handleiding een fout gevonden of hebt u suggesties of ideeën ter verbetering, zend dan uw feedback naar Vermeld in uw melding de titel van de handleiding, de titel van het hoofdstuk en van de sectie, en het fragment van de tekst waarin u de fout hebt gevonden. 11

12 H O O F D S T U K 2 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Deze sectie beschrijft de specifieke functies van de webgebaseerde interface van Parallels Operations Automation. In dit hoofdstuk Het Control Panel van Parallels Operations Automation openen...12 Dashboard van het hoofdscherm (nieuwe stijl)...13 Het POA-wachtwoord veranderen...14 Navigatie...15 Padbalk...16 Systeemwerkbalk...16 Werken met objectlijsten...16 Vernieuwen...19 Het Control Panel van Parallels Operations Automation openen Om te weten welke browsertypes door POA worden ondersteund: zie Knowledgebase Article (http://kb.parallels.com/en/112792). Om het Control Panel van Parallels Operations Automation (POA) te openen, moet u de volgende stappen uitvoeren:

13 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation 1 Voer in het adresveld van de browser het adres van uw POA Control Panel in. Het scherm Login to gaat open. 2 Typ in het scherm Login to uw gebruikersnaam en uw wachtwoord in de respectieve velden Username en Password. Figuur 1: scherm "Login to" 3 Indien taalkeuze als mogelijkheid is voorzien, hebt u een afrollijst Language in het scherm Login to. Kies in deze lijst de taal die u wenst te gebruiken in uw POA-interface. 4 Klik op Login. Als u uw gebruikersnaam en uw wachtwoord correct hebt ingevoerd, gaat u door naar de volgende pagina. Anders verschijnt er een foutmelding. 5 Hebt u meer dan één abonnement, selecteer dan het abonnement waarmee u wenst te werken. Het POA Control Panel gaat open. Opmerking: de gebruikersnaam hoeft niet hoofdlettergevoelig te zijn, indien deze mogelijkheid door uw leverancier werd voorzien. Als uw gebruikersnaam bijvoorbeeld UserA is, zult u kunnen inloggen in het POA Control Panel met zowel UserA als usera als gebruikersnaam. Dashboard van het hoofdscherm (nieuwe stijl) Als uw leverancier hostingdiensten aanbiedt op het POA-platform versie 5.2 of hoger en de eigenschap Show new hosting dashboard geactiveerd is, zal het Control Panel-hoofscherm op het Hosting-menu eruitzien als volgt: 13

14 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Figuur 2: Dashboard van het hoofdscherm (nieuwe stijl) Het nieuwe dashboardscherm is onderverdeeld in verschillende gedeelten. Elk gedeelte bevat links naar veelgebruikte bewerkingen zoals: nieuw domein toevoegen, nieuwe site toevoegen, File Manager, logingeschiedenis, enz. Welke reeks elementen wordt weergegeven op het dashboard, is afhankelijk van het geselecteerde abonnement en de erbij inbegrepen diensten. Het dashboard geeft enkel de elementen weer die in het CP kunnen worden gevonden door op de gewone manier te navigeren (op pagina 15). De elementen waarvan de titel eindigt met ovalen, bevatten meer items, die kunnen worden weergegeven door te klikken op deze elementen. Het POA-wachtwoord veranderen Bent u uw wachtwoord vergeten, dan kunt u een nieuw maken: 14

15 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation 1 Klik in het scherm Login to op de link Forgot password? 2 Voer uw login in en klik op Verzenden. 3 Wacht tot het bericht verschijnt in uw geregistreerde . 4 Klik in het bericht op de link om het scherm Change Password te openen. Opmerking: de link kan slechts één keer worden gebruikt. Als u uw wachtwoord nogmaals wilt resetten, zult u in het vervolg de hele procedure vanaf het begin moeten uitvoeren. 5 Vul in het scherm Change Password de volgende informatie in: Voer in het veld New password het nieuwe wachtwoord in. Typ in het veld Confirm new password nog eens het nieuwe wachtwoord. 6 Klik op Verzenden. Navigatie Het POA-scherm bevat de tools en de besturingselementen die overeenstemmen met de momenteel geselecteerde menukeuze bovenaan en het momenteel geselecteerde abonnement. Het navigatiegedeelte bestaat uit het menu dat boven het hoofdkader staat. Dit menu dient om over te schakelen van de ene naar de andere reeks systeeminterfaces: Home, Hosting, Account, Help & Support. Een abonnement selecteren kunt u via de afrollijst bovenaan rechts op het scherm. In het hoofdkader kunt u werken met een bepaalde POA-component. Klik op de betreffende link om de toolset te openen die u nodig hebt. Figuur 3: navigatie in Control Panel 15

16 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Padbalk Als u een POA-sessie opstart, verschijnt het pad (een reeks links) bovenaan het scherm. Deze links geven uw locatie in het POA-systeem weer. Door deze links aan te klikken kunt u, afhankelijk van waar u zich bevindt, een of meer niveaus hogerop gaan. Opgelet: u kunt automatisch van een actief scherm naar een ander worden geleid, afhankelijk van de taak. Figuur 4: padbalk Systeemwerkbalk De systeemwerkbalk bevat een afrollijst waarin u een abonnement kunt kiezen en een link naar Afmelden. De werkbalk staat bovenaan het scherm en is snel en gemakkelijk toegankelijk. Werken met objectlijsten U kunt een aanzienlijk aantal objecten hebben in het POA-systeem. Om het werken met verschillende objectlijsten (bv. lijsten van gebruikers, domeinen, enz.) gemakkelijker te maken, werden er speciale tools voorzien: Zoeken De sorteerwijze veranderen Groepsbewerkingen Zoeken Via de algemene procedure om objecten te zoeken kan een gebruiker snel een object of groep objecten vinden die overeenstemmen met bepaalde criteria die hij heeft ingevoerd. De zoekbalk staat bovenaan het scherm. Er kunnen verschillende opties worden voorzien, afhankelijk van de aard van de objecten in de lijst. Om in de lijst een bepaald item te zoeken, voert u eerst uw zoekcriteria in en klikt u daarna op de knop >. POA ondersteunt zoeken met wildcards, zodat u zoekopdrachten kunt uitvoeren zoals Host*, wat objecten zal opleveren met strings zoals Host reboot, Host overload, Host added, enz. U kunt ook een [*] wildcard gebruiken vóór de zoekterm. Zo zal *added objecten opleveren zoals Account added, Staff Member added, Service added, enz. 16

17 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Sorteervolgorde Als u een reeks objecten hebt gevonden, kunt u ze sorteren. U kunt bijvoorbeeld de objecten weergeven in alfabetische of chronologische volgorde. Figuur 5: sorteren Om de gevonden reeks (of de hele lijst) te sorteren in oplopende volgorde, klikt u op de betreffende onderstreepte kolomkop (sorteerknop). Daarop verschijnt een naar boven wijzende driehoek naast de gesorteerde kolomkop, die aanwijst dat de reeks objecten wordt weergegeven in oplopende volgorde. Om de gevonden reeks te sorteren in aflopende volgorde, moet u eerst uw gevonden reeks sorteren in oplopende volgorde zoals in 1 en daarna nog eens klikken op de kolomkop. Zo wordt de gevonden reeks gerangschikt in aflopende volgorde. De naar boven wijzende driehoek verandert in een naar beneden wijzende driehoek. Groepsbewerkingen Lijsten kunnen knoppen bevatten om bewerkingen op objectlijsten in te schakelen. De knoppen links activeren bewerkingen op nieuwe objecten. Over het algemeen zijn dit knoppen voor het creëren of toevoegen van een nieuw object. De knoppen rechts, de groepsbewerkingsknoppen, dienen om bewerkingen uit te voeren op objecten die al in de lijst staan. Deze bewerkingen omvatten onder meer een object verwijderen, uitvoeren, stoppen, resetten of inschakelen/uitschakelen. Om een bewerking uit te voeren op een bestaand object in de lijst, moet u eerst het object aanvinken door te klikken op het overeenstemmende selectievakje in de uiterst linkse kolom. Opmerking: is er geen object aangevinkt, dan zijn de groepsbewerkingsknoppen uitgeschakeld. 17

18 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Figuur 6: een object in de lijst aanvinken U kunt dezelfde bewerking uitvoeren op verschillende objecten tegelijk. Vink daartoe de gewenste selectievakjes aan en klik op de bewerkingsknop. U kunt de bewerking ook uitvoeren op alle objecten in de huidige pagina van de lijst. Vink daartoe het selectievakje bovenaan de lijst aan. Daarop zullen alle objecten op de huidige pagina automatisch worden aangevinkt. Figuur 7: alle objecten in een lijst aanvinken In lijsten met meerdere pagina's worden de groepsbewerkingen slechts in een enkele pagina uitgevoerd, volgens de onderstaande principes: 18

19 Overzicht van de interface van Parallels Operations Automation Als er enkele objecten zijn aangevinkt op een pagina, zullen alle groepsbewerkingen worden uitgeschakeld als u naar de volgende pagina gaat. Opmerking: dit principe is niet van toepassing op wizards om een object te maken. In deze wizards worden alle opties die werden aangevinkt op vorige pagina's bewaard en beletten ze niet dat er objecten worden aangevinkt op verdere pagina's. Als er een aantal objecten is aangevinkt en de lijst wordt gefilterd met de zoekoptie, wordt de bewerking enkel uitgevoerd op zichtbare objecten. Onzichtbare objecten blijven intact, ook al zijn ze aangevinkt. Wenst u een bepaalde bewerking uit te voeren op alle objecten in de lijst, dan moet u die uitvoeren op elke pagina afzonderlijk door alle pagina-items aan te vinken en te klikken op de groepsbewerkingsknop. Opmerking: als u bewerkingen uitvoert op alle objecten in de lijst, raden we u aan de parameter Items per pagina van de lijst op het maximum (100) in te stellen. U kunt ook één object in de lijst selecteren door willekeurig te klikken in het gedeelte rond het object. Het vinkje naast de eerder geselecteerde objecten wordt dan verwijderd. Door de CTRLtoets ingedrukt te houden, kunt u meerdere objecten selecteren. Vernieuwen Na sommige bewerkingen verandert het POA-scherm pas nadat het werd vernieuwd. Wilt u het scherm onmiddellijk aanpassen aan de huidige status van het systeem, klik dan op het pictogram Vernieuwen in de rechterbovenhoek van het scherm. 19

20 H O O F D S T U K 3 Algemene begrippen van POA Dit hoofdstuk bevat de informatie die u moet kennen voor u kunt starten met het gebruik van Parallels Operations Automation. Het biedt een beknopt overzicht van de functies waarover u beschikt, beschrijft de structuur van de gebruikersinterface en de manier waarop u ermee kunt werken en geeft uitleg over de belangrijkste begrippen. In dit hoofdstuk Over POA...20 Het begrip rollen...21 Het begrip abonnementen...22 Domeintypes in POA...22 Over POA POA is een toepassing die u snelle, handige tools wil bieden voor het beheer van uw domeinen, websites en dies meer. Het uitgebreide abonnementensysteem van POA maakt het gemakkelijk om een ruime selectie webresources die u nodig hebt, aan te kopen, webruimte te creëren en te beheren op uw domein volgens de door u gekozen abonnementsformule. Websites creëren en beheren POA stelt u in staat de websites op uw domein volledig te beheren, inclusief FTP, beschermde directory's, File Manager en andere webgerelateerde configuratiemogelijkheden. Breng variatie in uw website met behulp van geavanceerde webtoepassingen Haal uw voordeel uit de reeks geavanceerde toepassingen die POA u biedt. U kunt bijkomende oplossingen installeren zoals e-commerce en andere, die uw websites aantrekkelijker en boeiender zullen maken voor uw bezoekers. Op de hoogte blijven van het webresourceverbruik POA biedt u een handig mechanisme dat u statistieken en analyses over uw webresourceverbruik levert. Via de monitoringfaciliteiten kunt u uw huidige resourceverbruik controleren en vergelijken met het gebruik waarvoor u hebt ingetekend.

21 Algemene begrippen van POA Uw account beheren Met POA kunt u verschillende gebruikers toekennen aan uw account. Dankzij een flexibel rollenmechanisme kunt u werkvolumes verdelen onder verschillende gebruikers die aldus verantwoordelijk worden voor verschillende werkgebieden. Het begrip rollen POA biedt verschillende gebruikers de mogelijkheid diverse bewerkingen met systeemobjecten uit te voeren. Om die mogelijkheden te beheren en te controleren, wordt gebruikgemaakt van het systeem van rollen en privileges. Door rollen toe te kennen of in te trekken, kunt u de beschikbare bewerkingen voor een gebruiker veranderen of, met andere woorden, de rechten van gebruikers beheren. Privileges Een privilege is een recht om bepaalde bewerkingen op bepaalde objecten uit te voeren. Het privilege Domeinadministratie bijvoorbeeld biedt de mogelijkheid domeinen te creëren en te beheren. Privileges worden systeembreed gedefinieerd bij de eerste installatie of upgrade van POA en kunnen niet worden gewijzigd. Rollen Een rol is een reeks privileges. Het doel ervan is privileges te groeperen en toe te kennen aan verschillende gebruikers. Een rol kan worden toegekend aan verschillende gebruikers en er kunnen verschillende rollen tegelijk worden toegekend aan dezelfde gebruiker. Wordt een rol gewijzigd, dan heeft dit tegelijk een effect op alle gebruikers aan wie deze rol is toegekend. De wijzigingen aan een gebruikersrol worden pas effectief de volgende keer dat de gebruiker inlogt in POA. Opmerking: een gebruiker kan meerdere rollen hebben. Een rol kan worden toegekend aan meerdere gebruikers. De daaruit voortvloeiende privileges die de gebruiker krijgt, zijn een combinatie van alle privileges gedefinieerd door alle rollen die werden toegekend aan die gebruiker. Wat is de Account Administrator-rol? De Account Administrator-rol moet apart van de andere rollen worden vermeld. Deze rol wordt gecreëerd en automatisch toegekend aan de eerste gebruiker van de nieuw gecreëerde account. Het doel ervan is de eerst gecreëerde medewerker onmiddellijk in staat te stellen alle nodige functies uit te voeren, zoals het opzetten van andere medewerkers, enz. 21

22 Algemene begrippen van POA Opmerking: de Account Administrator-rol wordt niet automatisch toegekend aan medewerkers die werden gecreëerd voor de account. U kunt deze rol echter gelijk wanneer opnieuw toewijzen. Het begrip abonnementen Als u werkt met verschillende objecten zoals domeinen, mail, websites, enz. en daarbij POA gebruikt, betekent dit dat u bepaalde resources gebruikt die POA u ter beschikking stelt. Alle resources in POA zijn gegroepeerd in abonnementen hostingplannen die u moet kopen om de benodigde resources te kunnen gebruiken. U kunt verschillende abonnementen aankopen, die dan zullen worden gekoppeld aan uw account. Alle abonnementen van een account worden weergegeven in een lijst op de Account-pagina. U krijgt toegang tot deze lijst door te klikken op de tab Account > Hostingabonnementen. U kunt de details van een abonnement weergeven, d.w.z. algemene informatie (ID en naam) en informatie over de resources die zijn inbegrepen bij een bepaald abonnement. In de tab Resources kunt u de limieten betreffende deze resources en het huidige verbruik weergeven. In de tab Managed by kunt u de personeelsleden van uw account weergeven die toegang hebben tot dit abonnement. Domeintypes in POA Bij het creëren van een domein creëert u een node in het Domain Name System (DNS) waarop u daarna uw verschillende services (web, , FTP) kunt plaatsen. De domeinnaam kan worden gebruikt om dergelijke services via internet te adresseren. Naast het domein biedt POA u de mogelijkheid een aantal andere domeintypes aan te maken die ondergeschikt zijn aan het hoofddomein. Subdomein - is een speciaal domeintype dat kan worden geconfigureerd om toegang te bieden tot enkele andere domeindirectory's. Het vereist geen nieuwe DNS-zone. Subdomeinen kunnen andere services leveren dan het hoofddomein. Een domein met IIS-webhosting kan bijvoorbeeld een subdomein met SharePoint-services hebben, of met enkel mailhosting, enz. Om de services in een domein te leren toevoegen en beheren: zie de volgende hoofdstukken van deze handleiding. 22

23 H O O F D S T U K 4 Starten Dit hoofdstuk helpt u bij de installatie van het systeem. Als u de hier beschreven handelingen hebt uitgevoerd, is het systeem geconfigureerd en kunt u ermee beginnen te werken. In dit hoofdstuk Uw bedrijfsprofiel bewerken...23 Abonnementen van een account beheren...28 Nieuwe gebruikers toevoegen aan uw account...28 Gebruikers verwijderen uit uw account...29 Gebruikersgegevens bewerken...30 Een nieuwe rol creëren...30 Een rol toewijzen aan een gebruiker...31 De instellingen betreffende de wachtwoordduur beheren...32 De logingeschiedenis weergeven...34 Gebruikers deblokkeren die werden geblokkeerd door de bescherming van POA tegen brute-force attacks Nieuwsbrieven beheren...37 De SSL-connectie met websites configureren...39 Uw bedrijfsprofiel bewerken Het bedrijfsprofiel bevat gegevens over uw bedrijfscontacten, uw administratieve en technische contacten en uw contacten betreffende de facturering. Als u begint te werken met POA bevat uw bedrijfsprofiel al enkele gegevens die u hebt ingevoerd bij de registratie van uw account. U kunt de accountgegevens echter naar wens wijzigen en updaten. Informatie over bedrijfscontacten bewerken 1 Klik op de tab Account. Klik daarna op de link Account Settings. Hier kunt u voor een account de contactpersonen voor administratieve, technische en factureringskwesties invoeren. Klik daarvoor op de knop Bewerken onderaan het scherm. 2 Vul de gegevens in van uw administratieve en technische contactpersonen en de contactpersoon voor de facturering. Klik vervolgens op de knop Versturen om de gegevens op te slaan.

24 Starten De adresgegevens van uw bedrijf wijzigen 1 Klik op de tab Account. Klik daarna op de link Address. Hier kunt u de adresgegevens van uw bedrijf bewerken. Om dit te doen, klikt u op de knop Bewerken onderaan het scherm. 2 Klik op Versturen om de wijzigingen op te slaan en sluit de bewerking af. De persoonlijke gegevens en het wachtwoord van uw account wijzigen Anders dan bij de gegevens van uw bedrijfscontacten geeft dit scherm u weer als een 'Chief Staff Member' van de account - een Account Administrator. Deze info zal enkel beschikbaar zijn voor de gebruikers van uw account. Om deze gegevens te bewerken: 1 Klik op de tab Account. Klik daarna op de link Admins. De lijst van administratieve gebruikers van uw account verschijnt op het scherm. 2 Selecteer een domein door de loginnaam van een gebruiker aan te klikken. Nu verschijnen de persoonlijke gegevens van de gebruiker. 3 Om persoonlijke contactpersonen te wijzigen, klikt u op de tab Contactpersonen. Wijzig de contactpersonen. Klik op de knop Versturen om de wijzigingen op te slaan en af te sluiten. Uw wachtwoord wijzigen Om uw wachtwoord te wijzigen, dient u de volgende stappen te volgen: Om deze gegevens te bewerken: 1 Klik op de tab Account. Klik daarna op de link Admins. De lijst van administratieve gebruikers van uw account verschijnt op het scherm. 2 Selecteer een domein door de loginnaam van een gebruiker aan te klikken. Nu verschijnen de persoonlijke gegevens van de gebruiker. 3 Om het gebruikerswachtwoord te wijzigen, selecteert u de tab Algemeen. Klik op Bewerken. Wijzig het wachtwoord. Klik op de knop Versturen om de wijzigingen op te slaan en af te sluiten. De standaardlokalisatietaal wijzigen De POA-interface kan in verschillende talen worden weergegeven. U kunt voor uw interface een standaardtaal instellen die u steeds kunt wijzigen via het inlogscherm. 24

25 Starten Opmerking: om deze functie te laten werken, moet uw leverancier minstens twee taalpakketten hebben geïnstalleerd. Om de standaardtaal in te stellen: 1 Klik op de tab Account. Klik vervolgens op Admins. De lijst van de administratieve gebruikers van uw account verschijnt. 2 Klik op de loginnaam van de gebruiker. De Algemene instellingen van de gebruikers verschijnen op het scherm. 3 Klik op Geavanceerde instellingen. De tabs met de geavanceerde instellingen van de gebruiker verschijnt. Selecteer de tab Regionale instellingen. De subtab Taal gaat open. Klik op Versturen. 4 Kies de taal voor de interfacelokalisatie in het daartoe voorziene afrolmenu. 5 Klik op Versturen om de nieuwe standaardtaal in te stellen. Het weergaveformaat van het uur, de kalender en de datum selecteren In de tab Instellingen kunt u de volgende opties instellen: In het gedeelte Tijdzone kunt u de tijdzone selecteren waarin u zich bevindt. Als uw lokale tijd verschilt van de standaardtijd van POA, kunt u dit veranderen volgens uw tijdzone. In het gedeelte Kalender kunt u de kalender selecteren die u wilt gebruiken voor uw CP. Opmerking: deze optie is beschikbaar indien er meer dan één kalender is toegestaan door uw leverancier. Via het gedeelte Datumformaat kunt u voor uw account het formaat instellen voor de weergave van datums. Er zijn drie weergaveformaten mogelijk: Short Medium Long U kunt naar wens een formaat selecteren. In uw account zullen alle datums dan worden weergegeven volgens uw voorkeuren. Wanneer u de datum moet invoeren om een bepaalde bewerking uit te voeren (bv. om een bepaalde taak te plannen), zal die worden ingevoerd in het door u ingestelde formaat. Om de tijd-/datumwijzigingen toe te passen en de gewenste kalender in te stellen, gaat u te werk als volgt: 25

26 Starten 1 Klik op de tab Account. Klik vervolgens op Admins. De lijst van de administratieve gebruikers van uw account verschijnt. 2 Klik op de loginnaam van de gebruiker. De Algemene instellingen van de gebruikers verschijnen op het scherm. 3 Klik op Geavanceerde instellingen. De tabs met de geavanceerde instellingen van de gebruiker verschijnt. Selecteer de tab Regionale instellingen. 4 Selecteer de subtab Instellingen. 5 Klik op Bewerken om wijzigingen aan te brengen. a b c Om de tijdzone in te stellen van de plaats waar u zich bevindt, selecteert u de betreffende tijdzone in de afrollijst. Nu kunt u de tijd zien die overeenstemt met uw tijdzone. Selecteer in de afrollijst Kalender de gewenste kalender. Opmerking: deze optie is beschikbaar indien er meer dan één kalender is toegestaan door uw leverancier. Selecteer in het afrolmenu Datumformaat het gewenste datumweergaveformaat. Als resultaat verschijnt de datum in het door u gewenste formaat en komt de datumwaarde overeen met de geselecteerde tijdzone. Opmerking: als u het standaard ingestelde tijd- of datumformaat van het systeem niet kunt wijzigen, neem dan contact op met uw POA-leverancier. De gebruikersrepository beheren De gebruikersrepository is een archief waarin bestanden met belangrijke, vaak beveiligde informatie, zoals certificaten, privésleutels, enz. worden opgeslagen. Het type bestanden dat u eraan kunt toevoegen, is beperkt. De totale grootte van de gebruikersrepository wordt enkel bepaald door het resourcetype Repository size dat u werd geleverd. Zodra u het bestand in de repository hebt geüpload, blijft het daar (tenzij het manueel wordt verwijderd) en is het altijd gemakkelijk toegankelijk. De in de gebruikersrepository opgeslagen bestanden worden weergegeven in een lijst. Naast de systeeminformatie bevatten ze de naam- en beschrijvingsparameters die u zelf instelt. U bent niet gemachtigd om items in de gebruikersrepository te beheren, te wijzigen of bij te werken. U kunt er enkel verwijderen of toevoegen. Om een nieuw item toe te voegen aan de gebruikersrepository: 26

27 Starten 1 Selecteer de tab Account en klik op Meer tools. Het dashboard Meer tools verschijnt op het scherm. Klik op User Repository. Er verschijnt een lijst van beschikbare items, als die er zijn. 2 Klik op de knop Upload Item om een nieuw item toe te voegen aan de gebruikersrepository. De volgende pagina verschijnt: Figuur 8: een nieuw item toevoegen 3 Voer in deze pagina de gegevens in van het item dat u wilt toevoegen aan de repository. Type: selecteer een type uit het afrolmenu waartoe uw item behoort. Naam van het item: bepaal de naam die zal verwijzen naar uw item in de gebruikersrepository. Als u Bestandsnaam selecteert in het afrolmenu zal voor uw item de bestandsnaam worden bewaard die in de repository zal worden geüpload. Als u Aangepaste naam selecteert in het afrolmenu, kunt u gelijk welke naam invoeren die u geschikt acht voor het item. Beschrijving van het item: tik de beschrijving van uw item in. Vermeld daarbij bv. gegevens over de functies van het item, of gegevens die u kunnen helpen dit item van andere te onderscheiden. Pad: specificeer de padnaam naar het bestand waar uw item zich bevindt. U kunt het pad intikken in het voorziene veld, of ernaar zoeken door te klikken op de knop Browse... 4 Als u de nodige gegevens hebt ingevoerd, klik dan op de knop Versturen. Uw nieuwe item wordt nu opgeslagen in de repository en weergegeven met de andere items. Hebt u een item uit de repository niet meer nodig, dan kunt u het verwijderen door het betreffende selectievakje aan te vinken en te klikken op de knop Verwijderen. 27

28 Starten Abonnementen van een account beheren Een account kan meerdere abonnementen tegelijk hebben, met verschillende resources. U kunt echter niet met al uw abonnementen tegelijk werken. U moet een abonnement selecteren om te kunnen doorgaan met uw POA-sessie. Een abonnement selecteren Als u meer dan één abonnement hebt geregistreerd voor uw account, moet u eerst het abonnement selecteren waarmee u wilt werken. Om het abonnement te selecteren waarmee u wilt werken, selecteert u het in de afrollijst Abonnementen bovenaan rechts op het scherm Control Panel. Het Control Panel wordt dan opnieuw geladen en geeft de tabs en tools weer die betrekking hebben op het geselecteerde abonnement. Vanaf POA 2.8 kunt u gecentraliseerd werken met alle domeinen en services van alle abonnementen indien uw leverancier de systeembrede optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" heeft ingeschakeld. Om alle domeinen weer te geven die voor uw account werden geregistreerd, selecteert u Alle domeinen in de afrollijst Abonnement. Opmerking: vanaf POA 2.8 is het mogelijk afzonderlijke domeinabonnementen te creëren die DNS-hosting en (optioneel) een aantal gratis bijkomende services bevatten die door uw POAleverancier werden uitgekozen als onderdeel van een abonnement. Als uw leverancier de optie "Toelaten services uit verschillende abonnementen te gebruiken op het domein" heeft ingeschakeld in POA, wordt voor elk nieuw geregistreerd domein automatisch een domeinabonnement aangemaakt op het ogenblik van de domeincreatie. U hebt ook de optie om rechtstreeks vanuit een beheerscherm van een bepaald domein naar een van uw abonnementen te gaan, zonder eerst te moeten terugkeren naar het scherm Selecteer abonnement. Voor details: zie de topic "Het type web- of mailhosting wijzigen" (p. 132). Nieuwe gebruikers toevoegen aan uw account Zodra de nieuwe account is aangemaakt, wordt u beschouwd als de enige gebruiker van uw account. Later zult u echter meer gebruikers kunnen toevoegen aan uw account om werkvolumes te verdelen onder verschillende personen of functies gedeeltelijk te delegeren aan iemand anders. U kunt bijvoorbeeld van enkele gebruikers van uw account Domain Administrators maken, waardoor ze verantwoordelijk worden voor het beheer van een bepaald domein. 28

29 Starten Opmerking: de mogelijkheid om nieuwe administratieve gebruikers toe te voegen aan uw account is afhankelijk van uw abonnement. Als u geen nieuwe gebruikers kunt toevoegen, doe dan een upgrade van uw abonnement. Om een nieuwe gebruiker toe te voegen: 1 Klik op de tab Account. Klik op Admins. De lijst van de gebruikers van uw account verschijnt. 2 Klik op Gebruiker Toevoegen. Daarop zullen u de login- en wachtwoordgegevens en de persoonlijke gegevens van een nieuwe gebruiker worden gevraagd. 3 Als u de nieuwe gegevens hebt ingevoerd, klik dan op Volgende. 4 Selecteer toestemmingen voor het beheer van abonnementen. Kies een van de volgende mogelijkheden: Beheer van alle abonnementen van de account toestaan. Als hij is ingelogd op het Control Panel zal deze gebruiker alle abonnementen van uw account kunnen selecteren en beheren. Beheer beperken tot gekozen abonnementen. Als hij is ingelogd op het Control Panel zal deze gebruiker enkel de geselecteerde abonnementen van uw account kunnen selecteren en beheren. De abonnementen waarvan het beheer is toegestaan worden bij de volgende stap geselecteerd. Klik op Volgende. 5 Als u Beheer beperkt tot gekozen abonnementen hebt geselecteerd, selecteer dan de abonnementen die een nieuwe gebruiker zal kunnen beheren. Om een abonnement te selecteren dat een gebruiker mag beheren, vinkt u het selectievakje ernaast aan. Klik op Volgende. 6 Bekijk de instellingen van een nieuwe gebruiker en klik op Klaar om de gebruiker toe te voegen. Er zal een nieuwe gebruiker verschijnen in de lijst Gebruikers van uw account. Vergeet niet een of meer rollen toe te kennen aan een nieuwe gebruiker, anders zal hij niet behoorlijk kunnen werken in het systeem. Gebruikers verwijderen uit uw account Om een of meer gebruikers te verwijderen uit uw bedrijfsaccount, gaat u te werk als volgt: 1 Log in POA in met de Account Administrator-rechten. 2 Klik op de tab Account. Klik op Admins. De lijst van de gebruikers van uw account verschijnt. 3 Om een of meer gebruikers te selecteren die moeten worden verwijderd, vinkt u de selectievakjes naast de namen van de gebruikers aan. 4 Klik op Verwijderen. De aangevinkte gebruikers worden uit de gebruikerslijst verwijderd. 29

30 Starten Gebruikersgegevens bewerken Om de gegevens betreffende een bepaalde gebruiker van uw account te bewerken: 1 Klik op de tab Account. Klik vervolgens op Admins. De lijst van de administratieve gebruikers van uw account verschijnt. 2 Klik op de loginnaam van de gebruiker. Daarop gaat een venster met twee tabs open: Algemene instellingen. Hier kunt u de login en het wachtwoord van de gebruiker wijzigen. Contactgegevens. Hier kunt u de contactgegevens van de gebruiker wijzigen. 3 Om toegang te krijgen tot andere instellingen van de gebruiker, klikt u op Geavanceerde instellingen. Een venster met verschillende tabs gaat open: Hostingrollen. Hier kunt u een bestaande rol toewijzen aan de gebruiker. De lijst van beschikbare rollen vindt u in het linkervak. De lijst van reeds toegewezen rollen vindt u in het rechtervak. Regionale instellingen. Hier kunt u de standaardtaal voor de interface, de tijdzone, het datumweergaveformaat en de kalender wijzigen. Wachtwoordduur. Hier kunt u de wachtwoordduur voor de gebruiker instellen. Beheerde abonnementen. Hier kunt u de lijst aanpassen van de accountabonnementen die de gebruiker mag beheren. Een nieuwe rol creëren Zoals eerder vermeld, is er slechts één rol die automatisch wordt gecreëerd met de account: de Account Administrator-rol. Zij bevat alle mogelijke toestemmingen die een leverancier u kan geven. U kunt deze rol onmiddellijk toewijzen aan de nieuwe gebruiker en hem aldus de admin-rechten geven om de account en de services van uw abonnement te beheren. Met POA kunt u echter ook een gebruiker met privileges beperken door de privileges te groeperen in een rol en deze rol toe te wijzen aan de gebruiker. Doe dit als volgt: 30

31 Starten 1 Ga naar de tab Account en klik vervolgens op de link Accountinstellingen. Klik in het scherm dat opengaat op Meer tools. 2 Klik op Configuratie hostingrollen. De lijst van bestaande rollen gaat open. Standaard wordt er slechts één Administrator-rol gecreëerd bij de account. 3 Klik op de knop Voeg nieuwe rol toe. Bij de eerste stap zal u worden gevraagd de naam en de beschrijving van de rol in te voeren in de betreffende velden. Klik op Volgende om verder te gaan. 4 U zult privileges moeten selecteren uit de reeks beschikbare privileges om ze op te nemen in de rol die u aan het creëren bent. Op dezelfde manier kunt u met de reeks privileges verschillende rollen creëren die de verantwoordelijkheidsgebieden van verschillende gebruikerstypes omvatten. U zult deze rollen kunnen toewijzen aan de gebruikers van uw account wanneer u ze registreert in POA. Een rol toewijzen aan een gebruiker Het systeem van gebruikerstoestemmingen wordt weergegeven door de reeks rollen die worden toegewezen aan de gebruiker. Er kunnen aan de gebruiker toestemmingen worden verleend door hem een rol of rollen toe te wijzen of er kunnen hem toestemmingen worden ontnomen door ze in te trekken. POA biedt twee manieren om een rol toe te wijzen aan een gebruiker. Met de eerste methode kunt u in één keer verschillende rollen toewijzen aan één enkele gebruiker. Om meerdere gebruikersrollen toe te kennen of te verwijderen: 1 Klik op de tab Account. Klik vervolgens op Admins. De lijst van de administratieve gebruikers van uw account verschijnt. 2 Klik op de loginnaam van de gebruiker. De Algemene instellingen van de gebruikers verschijnen op het scherm. 3 Klik op Geavanceerde instellingen. De tabs met de geavanceerde instellingen van de gebruiker verschijnt. 4 Selecteer de tab Hostingrollen. De lijst van rollen die zijn toegewezen aan de gebruiker verschijnt op het scherm. 5 De toewijzing van rollen aanpassen: Om rollen toe te wijzen, klikt u op Toevoegen. De lijst van beschikbare rollen die nog niet zijn toegewezen aan de gebruiker verschijnt op het scherm. Om rollen te selecteren die moeten worden toegewezen, vinkt u in ze aan in het selectievakje naast de rol-id's. Klik vervolgens op Versturen. Om rollen te selecteren die moeten worden toegewezen, vinkt u in ze aan in het selectievakje naast de rol-id's. Klik vervolgens op Verwijderen. Om een rol toe te wijzen aan meerdere gebruikers: 31

32 Starten 1 Selecteer de tab Account. Klik vervolgens op Meer tools. Het dashboard Meer tools verschijnt op het scherm. Klik op Configuratie hostingrollen. De lijst van bestaande rollen verschijnt. 2 Selecteer een rol die u wilt toewijzen aan een gebruiker door te klikken op een rol in de lijst. Daarop verschijnt de geselecteerde rollenpagina met verschillende tabs. 3 Selecteer de tab Rolgebruikers. Daarop verschijnt de lijst met gebruikers aan wie deze rol al werd toegewezen. 4 Klik op Nieuwe rolgebruiker toevoegen. Daarop verschijnt de lijst met alle accountgebruikers. 5 Om rollen te selecteren die moeten worden toegewezen, vinkt u in ze aan in het selectievakje naast de gebruiker-id's. Klik op Toevoegen. Nu kunt u uw gebruiker intekenen op meldberichten om hem op de hoogte te houden van wat er gebeurt in het systeem. Instellingen voor de wachtwoordduur beheren In POA kunt u opties m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor uw accountgebruikers: medewerkers en servicegebruikers. Als het wachtwoord van de gebruiker vervalt, komt hij bij de volgende inlogpoging (met de correcte referenties) terecht op het volgende scherm: Figuur 9: scherm voor het wijzigen van het wachtwoord Regelmatig het wachtwoord wijzigen is een veiligheidsmaatregel om de gegevens van de gebruikers te beschermen tegen ongeoorloofde toegang. 32

33 Starten Indien uw leverancier toelaat de policy m.b.t. de wachtwoordduur te bewerken (indien uw eigen policy niet is vergrendeld door de leverancier), kunt u deze policy instellen voor uw gebruikers. De policy m.b.t. de wachtwoordduur bepaalt het volgende: de periode waarna het gebruikerswachtwoord vervalt; de mogelijkheid voor een onderliggende accountgebruiker om de policy voor zijn/haar accounttype te wijzigen (overschrijven) (u kunt de policy blokkeren of deblokkeren voor bewerking). De standaardinstellingen van de wachtwoordduur voor uw account zijn ingesteld door uw leverancier. De standaardinstellingen van uw policy m.b.t. de wachtwoordduur kunt u bekijken op de pagina Account > Meer tools > Policy m.b.t. wachtwoordduur. Opmerking: indien het item Policy m.b.t. de wachtwoordduur ontbreekt in het menu, betekent dit dat uw leverancier het bekijken en bewerken van deze instellingen voor u heeft beperkt. Indien op de pagina Policy m.b.t. de wachtwoordduur de knoppen Bewerken en Terugzetten op standaardinstellingen zijn uitgeschakeld, betekent dit dat uw leverancier de policy voor uw accountttype heeft vergrendeld. De policy m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor gebruikers Om de policy m.b.t. de wachtwoordduur in te stellen voor uw account, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Account > Meer tools > Policy m.b.t. wachtwoordduur. 2 Klik in de veldreeks Policy eigen gebruikers op Bewerken. 3 Stel de policy m.b.t. de wachtwoordduur voor uw account in: a b c Om de wachtwoordduur in te schakelen, vinkt u het vakje Wachtwoordduur inschakelen aan. Stel de lengte van de wachtwoordduur in dagen in in het veld Duur. Indien u de policy wilt blokkeren, vink dan het vakje Policy vergrendeld aan. Het blokkeren van de policy heeft als gevolg dat er geen individuele instellingen van de wachtwoordduur kunnen worden ingevoerd voor geselecteerde gebruikers (zie pagina 34) en servicegebruikers (zie pagina 190) en dat de waarden van de policy zullen worden opgelegd aan alle gebruikers/servicegebruikers die onder uw account werden gecreëerd. Uw gebruikers die beschikken over de nodige privileges zullen de policy later gelijk wanneer kunnen deblokkeren. 4 Klik op Verzenden. Noteer dat u de individuele instellingen van de policy m.b.t. de wachtwoordduur kunt instellen voor geselecteerde gebruikers (zie pagina 34) en servicegebruikers (zie pagina 190). Indien u de door uw leverancier geconfigureerde standaardinstellingen wilt terugzetten, klik dan op de knop Terugzetten op standaardinstellingen. 33

34 Starten De policy m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor een individuele gebruiker In POA kunt u de wachtwoordduur instellen voor een geselecteerde individuele gebruiker. Opmerking: deze optie is enkel beschikbaar indien dit door uw leverancier is toegelaten (indien uw eigen policy niet is vergrendeld door uw leverancier). Om de policy m.b.t. de wachtwoordduur in te stellen voor een gebruiker, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Account > Admins. 2 Klik op de naam van de gewenste gebruiker. 3 Ga naar de tab Wachtwoordduur. Standaard ziet u op het scherm de instellingen die u hebt ingesteld voor uw eigen account of de instellingen die door uw leverancier werden ingesteld voor uw account. 4 Klik op Versturen. Opmerking: indien de policy m.b.t. de wachtwoordduur is vergrendeld door uw leverancier of u hem zelf hebt vergrendeld voor uw account, is de knop Bewerken uitgeschakeld. Voor details over het deblokkeren van de policy: zie "Policy m.b.t. wachtwoordduur instellen voor gebruikers" (op pagina 33). 5 Maak het selectievakje Accountstandaardinstellingen gebruiken leeg om de standaardinstellingen te wijzigen. 6 Stel de individuele instellingen m.b.t. de wachtwoordduur in: a b Vink het vakje Wachtwoordduur inschakelen aan om de wachtwoordduur in te schakelen of vink het weg om de wachtwoordduur uit te schakelen. Stel in het veld Duur de lengte van de wachtwoordduur in dagen in. 7 Klik op Verzenden. De instellingen van de wachtwoordduur ingesteld voor een geselecteerde gebruiker zijn van toepassing op alle servicegebruikers gecreëerd onder deze gebruiker. U kunt ook de wachtwoordduur individueel instellen voor uw servicegebruikers zoals beschreven in het hoofdstuk Een policy m.b.t. de wachtwoordduur instellen voor een servicegebruiker (op pagina 190). De logingeschiedenis weergeven De geschiedenis van de CP-logins weergeven Om de geschiedenis van de CP-logins van de gebruiker weer te geven, gaat u naar Account > Meer tools > Logingeschiedenis. 34

35 Starten De tab Gebruikers bevat een lijst van geslaagde loginacties van medewerkers. De tab Servicegebruikers bevat een lijst van geslaagde loginacties van servicegebruikers. Voor elk loginrecord tonen deze schermen de loginnaam van de gebruiker, de account waarmee hij heeft ingelogd, de inlogdatum en het IP-adres. In de tab Mislukte logins kunt u de geschiedenis weergeven van de mislukte inlogpogingen die werden uitgevoerd door gebruikers gedurende de laatste 30 dagen. Als de optie "Bescherming tegen brute-force attacks" ingeschakeld is in POA, zal de gebruiker na een bepaald aantal mislukte inlogpogingen niet langer toegang hebben tot zijn of haar CP vanop het actieve IP-adres. Voor details: zie het punt "Werken met de optie bescherming tegen brute-force attacks" (op pagina 35). Weergave van uw persoonlijke logingeschiedenis Om de geschiedenis van uw eigen CP-logins weer te geven, gaat u naar Account > Meer tools > Mijn logingeschiedenis. De tab Logingeschiedenis toont u alle loginacties die u hebt uitgevoerd met de datums en de IPadressen vanwaar ze werden uitgevoerd. De tab Mislukte logins toont dezelfde statistieken over uw mislukte inlogpogingen. Gebruikers deblokkeren die zijn geblokkeerd door de bescherming van POA tegen bruteforce attacks Als bescherming tegen brute-force attacks blokkeert POA tijdelijk een gebruikersaccount (medewerker of servicegebruiker) na enkele achtereenvolgende mislukte inlogpogingen. Als een gebruiker is geblokkeerd, verschijnt het volgende scherm bij de volgende inlogpoging: 35

36 Starten Figuur 10: scherm dat weergeeft dat de toegang voor de gebruiker is geblokkeerd De blokkeertijd werd geconfigureerd door uw POA-leverancier. Indien nodig kunt u een gebruiker deblokkeren (zie pagina 36) vóór het einde van de blokkeertijd. U kunt ook de geschiedenis van geblokkeerde gebruikers weergeven (zie pagina 36). Gebruikers deblokkeren U kunt een lijst van geblokkeerde gebruikers weergeven (gebruikers die tijdelijk geen toegang hebben tot het CP na enkele mislukte inlogpogingen) op de pagina Account > Meer tools > Geblokkeerde gebruikers. De lijst bevat de volgende gegevens: Gebruikersnaam - loginnaam van de geblokkeerde gebruiker. IP-adres - IP-adres vanwaar de inlogpogingen werden uitgevoerd. Geblokkeerd om - datum en uur waarop de gebruiker werd geblokkeerd. Gedeblokkeerd om - datum en uur waarop de gebruiker zal worden gedeblokkeerd. Belangrijk: als in het veld IP-adres 'Unknown' staat en in het veld Unlock on 'According Active Directory Settings', betekent dit dat een gebruiker geblokkeerd werd terwijl hij rechtstreeks op een onlinedienst, bv. OWA, probeerde in te loggen. In dit geval zullen op de gebruikers de door uw leverancier ingestelde lock-outpolicy's worden toegepast. Een geblokkeerde gebruiker wordt normaal automatisch gedeblokkeerd als de door de POAleverancier ingestelde blokkeertijd voorbij is. Soms kan het nodig zijn een gebruiker manueel te deblokkeren vóór het einde van de blokkeertijd, bijvoorbeeld op verzoek van een geblokkeerde klant. Om een gebruiker manueel te deblokkeren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Account > Meer tools > Geblokkeerde gebruikers. 2 Vink de naam aan van de gebruiker die u wilt deblokkeren en klik op de knop Deblokkeren. Zodra de gebruiker is gedeblokkeerd, verdwijnt het record van de gebruiker uit de lijst. De geschiedenis van geblokkeerde gebruikers weergeven U kunt de geschiedenis van de geblokkeerde gebruikers weergeven op de pagina Account > Meer tools > Geblokkeerde gebruikers, onder de tab Lock-outgeschiedenis. Van elke geblokkeerde gebruiker toont de tab het IP-adres waarvan de toegang werd geblokkeerd en de datum en het uur van de blokkering/deblokkering. 36

37 Starten Nieuwsbrieven beheren Nieuwsbrieven informeren u over alle belangrijke gebeurtenissen die u op een of andere manier kunnen aanbelangen. Alle nieuwsbrieven worden ondergebracht in een aantal groepen, topics genoemd. Alle topics behoren op hun beurt tot een bepaalde nieuwscategorie. Een nieuwscategorie kan worden beschouwd als het hoogste element van een nieuwsbrievenhiërarchie, het forum. U kunt inschrijven op gelijk welke nieuwscategorie en daarin gelijk welke topics selecteren. Er zijn categorieën waarop u verplicht bent ingeschreven en waaruit u zich niet kunt uitschrijven. Nieuwsbrieven van deze categorieën bevatten belangrijke systeeminformatie en het is in uw belang dat u die ontvangt. Inschrijven op een nieuwscategorie Om nieuwsbrieven uit een bepaalde nieuwscategorie te ontvangen, bv. mail hosting, moet u zich erop abonneren. Om u te abonneren op een nieuwscategorie: 1 Open het scherm Account > Nieuwsbrieven > Abonnementen. De lijst van categorieën waarop u momenteel bent geabonneerd, verschijnt op het scherm. Nieuwscategorieën gemarkeerd met Sticky zijn de eerder vermelde verplichte categorieën. 2 Klik op de knop Abonneren op een nieuwscategorie. 3 Selecteer de nieuwscategorie waarop u zich wilt abonneren door te klikken op de respectieve link in de kolom Naam. 4 Selecteer een of meer topics door het selectievakje naast de naam van een topic aan te vinken. 5 Klik op de knop Klaar. Daarna verschijnt er een nieuwe categorie in de lijst van categorieën en zult u nieuwsbrieven beginnen te ontvangen. Om uit te schrijven uit een nieuwscategorie: 1 Open het scherm Account > Nieuwsbrieven > Abonnement. De lijst van categorieën waarop u momenteel bent geabonneerd, verschijnt op het scherm. Nieuwscategorieën gemarkeerd met Sticky zijn de eerder vermelde verplichte categorieën. 2 Selecteer een of meer abonnementen die u wilt stopzetten door het selectievakje naast de naam van het/de abonnement(en) aan te vinken. 3 Klik op de knop Abonnement opzeggen. Bevestig de bewerking door te klikken op OK in het bevestigingsvenster. Opmerking: denk eraan dat u zich niet kunt uitschrijven uit categorieën met de status Sticky. 37

38 Starten Het nieuwsbriefarchief weergeven Alle nieuwsbrieven die ooit naar u werden verstuurd, blijven in het systeem en kunnen worden weergegeven vanuit het scherm Account > Nieuwsbrieven > Nieuwsbriefarchief. U kunt ook de nieuwsbrieven markeren als gelezen. Vink daartoe een of meer nieuwsbrieven aan in het selectievakje naast de naam ervan en klik op de knop Nieuwsbrieven als gelezen markeren. Nieuwsbrieven doorsturen U kunt uw POA instellen om nieuwsbrieven door te sturen naar uw box. Ga te werk als volgt om een box in te stellen waarnaar uw brieven moeten worden doorgestuurd: 1 Selecteer de tab Account, en daarna het submenu Nieuwsbrieven > Nieuwsinstellingen. 2 Klik op de knop Bewerken. Als het dialoogvenster voor de doorstuurinstellingen verschijnt, vul dan het formulier in: Vink Nieuwsbrieven doorsturen naar adres aan om de functie zelf te activeren. Voer in het veld adres een adres in waarnaar de nieuwsbrieven moeten worden doorgestuurd. 3 Klik op de knop Versturen om de ingevoerde instellingen te bevestigen. Notificaties weergeven Notificaties zijn berichten die in het systeem worden aangemaakt bij bepaalde soorten gebeurtenissen, bv. bij het voltooien van uitgestelde processen of achtergrondprocessen, het installeren/deïnstalleren van toepassingen, enz. U wordt automatisch op bepaalde notificaties geabonneerd door de leverancier. Om de lijst van ontvangen notificaties weer te geven, gaat u naar Account > Nieuwsbrieven > Notificaties. Algemene informatie over een bepaalde notificatie krijgt u door de naam ervan aan te klikken. De tekst meldt u welke gebeurtenis zich voordeed in het systeem en wanneer. Nadat u de notificatie hebt bekeken, kunt u ze als gelezen markeren in de tabel door het selectievakje naast de naam van de betreffende melding aan te vinken en te klikken op de knop Bericht als gelezen markeren. 38

39 Starten De SSL-connectie met websites configureren In POA kunt u webpagina's beschikbaar stellen via een beveiligde SSL-connectie. Het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) versleutelt de data die een webbrowser en een webserver met elkaar uitwisselen. Het beveiligde SSL-protocol is een industriële norm voor e-commerce- en onlineservicewebsites, waar bezoekers hun kredietkaartnummers en andere gevoelige data invoeren. Opmerking: u kunt uw webpagina's beschikbaar maken via het SSL-protocol (https://) indien uw abonnement dit toelaat. Noteer dat bij Apache-webhosting de SSL-connectie wordt geconfigureerd voor een webruimte en dat bij IIS-webhosting de SSL-connectie wordt geconfigureerd voor een website. Indien de SSL-service is toegestaan, afhankelijk van het type IP-adres dat uw website (of webruimte) heeft, hebt u de volgende opties: Voor een website (webruimte) met een gedeeld IP-adres - door gebruik te maken van het "gedeelde" SSL-certificaat, geregistreerd voor de SSL-proxy van de provider (gebruikt voor de hele webserver). Voor details betreffende het inschakelen van de SSL-proxy op een website (webruimte): zie de betreffende secties voor Apache-webhosting (zie pagina 84) en IISwebhosting (zie pagina 68). Voor een website (webruimte) met een exclusief IP-adres - door gebruik te maken van een afzonderlijk SSL-certificaat, geregistreerd voor een website (webruimte). Om deze optie te gebruiken, moet u SSL-certificaten krijgen van een certificatieautoriteit (POA automatiseert het proces gedeeltelijk (zie pagina 39)) of zelfondertekende SSL-certificaten registreren (zie pagina 42). Lees de subsecties hieronder om te weten hoe u SSL-certificaten kunt krijgen en opslaan in uw gebruikersrepository. Opmerking: op IIS-websites met exclusieve IP-adressen kunt u kiezen tussen het gebruik van SSL-proxy of de configuratie van een SSL-connectie, afhankelijk van het SSL-certificaat van de domeineigenaar. Een ondertekend SSL-certificaat aanvragen bij een certificatieautoriteit U hebt de mogelijkheid om de procedure voor het aanvragen van de uitgifte van een ondertekend SSL-certificaat bij een certificatieautoriteit gedeeltelijk te automatiseren. Om de nodige gegevens voor het aanvragen van een SSL-certificaat aan te maken, gaat u te werk als volgt: 39

40 Starten 1 Ga naar Account > Meer tools > SSL-certificaten. 2 Klik op de knop Aanvraag ondertekening certificaat creëren. De wizard start op. 3 Kies in het veld Bits de grootte van de privésleutel die u aanvraagt (512, 1024 of 2048 bits). Het sleuteltype is een vaste waarde (RSA, wat overeenkomt met het type privésleutel). 4 In de velden Land, Staat/provincie en Stad/gemeente vult u de nodige adresgegevens in. 5 In de velden Naam organisatie en Naam organisatie-eenheid vult u de naam in van uw bedrijf en het departement dat het certificaat aanvraagt (het veld Naam organisatie-eenheid is optioneel). 6 In het veld Soortnaam vult u de naam in van het domein waarvoor u een certificaat wenst. Zodra u voor een domein een certificaat hebt verkregen, werkt dit bij Apache-webhosting voor alle andere domeinen geregistreerd op dezelfde webruimte. Opmerking: indien bij het gegeven domein het prefix www is geactiveerd, moet u uw certificaat opzetten voor een domeinnaam die het prefix www bevat (bv. Indien u een certificaat registreert voor een domeinnaam zonder het prefix (bv. voorbeeld.com), zullen de sitebezoekers een waarschuwingsbericht ontvangen wanneer ze proberen toegang te krijgen tot het domein met het prefix www. 7 Vul in het veld uw adres in. In dit veld staat vooraf al het adres ingevuld dat u hebt gespecificeerd voor uw account in POA. 8 Klik op Volgende. 9 Bekijk op het volgende scherm de gegevens die u hebt gespecificeerd in de aanvraag. 10 Download beide in POA gecreëerde aanvragen (aanvraag van een SSL-certificaat en een privésleutel) naar uw computer via de Download-links naast de opties Aanvraag ondertekening certificaat en Aanvraag ondertekening privésleutel. 11 Indien u de niet-ondertekende privésleutel wilt bewaren in uw gebruikersrepository, laat dan het selectievakje Privésleutel bewaren in repository aangevinkt staan. Indien u de nietondertekende sleutel niet wilt bewaren, verwijder dan het vinkje. 12 Klik op Sluiten om het venster te sluiten. 13 Open uw clientprogramma, stel een op en stuur hem naar de gewenste certificatieautoriteit met de gedownloade aanvragen voor een SSL-certificaat en een privésleutel als bijlage. Zodra u het ondertekende certificaat en de ondertekende privésleutel hebt gekregen, kunt u ze uploaden in uw gebruikersrepository (zie pagina 41) of ze als volgt rechtstreeks op de gewenste webruimte of website installeren: Voor Apache-webhosting - in de sectie "SSL activeren op een Apache-webruimte met exclusief IP-adres" (op pagina 84) Voor ISS-webhosting - in de sectie "SSL activeren op een domein met exclusief IP-adres" (op pagina 68) 40

41 Starten Een SSL-certificaat uploaden in de gebruikersrepository Om deze optie te kunnen gebruiken, moet u daarvoor een SSL-certificaat en een privésleutel krijgen van één van de bestaande certificatieautoriteiten (bv. Thawte, Verisign, enz.). Hebt u er nog geen gekregen, dan kunt u POA-middelen gebruiken om het proces gedeeltelijk te automatiseren (zie pagina 39). Met POA kunt u een zelfondertekend SSL-certificaat creëren. Dergelijke certificaten zijn gratis en veilig genoeg, maar als u zich er toegang toe verschaft via SSL, zal op uw webpagina's het waarschuwingsbericht verschijnen dat de autoriteit die het certificaat heeft ondertekend onbekend is. Dit kan sommige bezoekers in verwarring brengen. U kunt ook een CA-certificaat krijgen. Met dit type SSL-certificaat kunt u zelf handelen als certificatieautoriteit die SSL-certificaten uitreikt voor andere websites. Zodra u een certificaat (en de bijbehorende privésleutel) hebt gekregen of geregistreerd, kunt u het rechtstreeks op de gewenste webruimte (website) installeren of het eerst in uw gebruikersrepository installeren. Certificaten bewaren in uw gebruikersrepository heeft de volgende voordelen: Meer gemak bij het installeren van een certificaat: wanneer een SSL-certificaat wordt geüpload naar een bepaalde webruimte (website) wordt ook de bijbehorende privésleutel automatisch geüpload. Gecentraliseerde opslag van alle types SSL-certificaten en privésleutels die worden gebruikt op al uw webruimtes (websites). Om een officieel SSL-certificaat, de bijbehorende privésleutel of een CA-certificaat te uploaden naar een gebruikersrepository, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Account > Meer tools > SSL-certificaten. 2 Klik op de knop Item uploaden. De uploadwizard start op. 3 Selecteer in het veld Types het type item dat u wilt uploaden: Privésleutels, Certificaten of CAcertificaten. 4 Selecteer de bestandsnaamoptie in de lijst van itemnamen: bestandsnaam - selecteer deze optie om het bestand op te slaan onder zijn oorspronkelijke naam. aangepaste naam - selecteer deze optie om uw eigen naam voor het bestand in te voeren. Voer de gewenste naam in in het vakje eronder. 5 Geef in het veld Itembeschrijving een beschrijving van het bestand (optioneel). 6 Klik in het vak Pad op Bladeren, zoek het bestand op uw computer en klik op Open. 7 Klik op Versturen om het bestand te bewaren in uw gebruikersrepository. Herhaal bij het uploaden van een officieel SSL-certificaat de procedure om ook de bijbehorende privésleutel te uploaden. Anders zal in POA een foutmelding verschijnen bij het uploaden van een SSL-certificaat naar een bepaalde webruimte. 41

42 Starten Een zelfondertekend certificaat aanmaken Met POA kunt u een zelfondertekend SSL-certificaat creëren. Dergelijke certificaten zijn gratis en veilig genoeg, maar als men zich er toegang toe verschaft via SSL, zal op uw webpagina's het waarschuwingsbericht verschijnen dat de autoriteit die het certificaat heeft ondertekend onbekend is. Dit kan sommige bezoekers in verwarring brengen. Om een zelfondertekend SSL-certificaat te creëren en het te bewaren in uw gebruikersrepository, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Account > Meer tools > SSL-certificaten. 2 Klik op de knop Nieuw certificaat creëren. 3 Kies in het veld Bits de grootte van de privésleutel die u aanvraagt (512, 1024 of 2048 bits). Het sleuteltype is een vaste waarde (RSA, wat overeenkomt met het type privésleutel). 4 In de velden Land, Staat/provincie en Stad/gemeente vult u de nodige adresgegevens in. 5 In de velden Naam organisatie en Naam organisatie-eenheid vult u de naam in van uw bedrijf en uw departement dat het certificaat aanvraagt (het veld Naam organisatie-eenheid is optioneel). 6 In het veld Soortnaam vult u de naam in van het domein waarvoor u een certificaat wenst. Zodra u voor een domein een certificaat hebt verkregen, werkt dit bij Apache-webhosting voor alle andere domeinen geregistreerd op dezelfde webruimte. Opmerking: indien bij het gegeven domein het prefix www is geactiveerd, moet u uw certificaat opzetten voor een domeinnaam die het prefix www bevat (bv. Indien u een certificaat registreert voor een domeinnaam zonder het prefix (bv. voorbeeld.com), zullen de sitebezoekers een waarschuwingsbericht ontvangen wanneer ze proberen toegang te krijgen tot het domein met het prefix www. 7 Vul in het veld uw adres in. In dit veld staat vooraf al het adres ingevuld dat u hebt gespecificeerd voor uw account in POA. 8 Selecteer via de opties Geldig van en Geldig tot de begin- en de vervaldatum van het SSLcertificaat. 9 Klik op Volgende. 10 Bekijk op het volgende scherm de gegevens die u hebt gespecificeerd in de aanvraag. 11 Download indien nodig beide in POA gecreëerde aanvragen (aanvraag van een SSL-certificaat en een privésleutel) naar uw computer via de Download-links naast de opties Aanvraag ondertekening certificaat en Aanvraag ondertekening privésleutel. 12 Klik op Klaar. Het gecreëerde zelfondertekende certificaat en de bijbehorende privésleutel worden automatisch in uw gebruikersrepository geplaatst. 42

43 H O O F D S T U K 5 Werken met domeinen Vanaf POA 2.8 kunt u gecentraliseerd werken met alle domeinen en services van alle abonnementen indien uw leverancier u daarvoor de toelating heeft gegeven. De aanwezigheid van het item Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel-scherm geeft weer dat deze toestemming geactiveerd is. Deze sectie beschrijft de standaardsituatie, waarin deze optie is ingeschakeld. Het POA-gedrag bij uitschakeling van de optie wordt beschreven in aparte secties. Vanaf POA 2.8 is het ook mogelijk afzonderlijke domain only-abonnementen te creëren die DNShosting en (optioneel) een aantal gratis bijkomende services bevatten die door uw POA-leverancier werden uitgekozen als onderdeel van een dergelijk abonnement. Dit type abonnement, het DNShosting-abonnement, wordt automatisch aangemaakt voor elk nieuw domein dat in POA wordt geregistreerd. Als een domein in POA is geregistreerd en toegevoegd, heeft de status ervan (gespecificeerd in het veld Registrar Status) geen effect op de waarde van de domeineigenschap In Sync. U kunt deze eigenschappen van elk domein bekijken op de beheerspagina van het domein in kwestie, onder de tab Overzicht. Domeinen beheren doet u via de volgende schermen:

44 Werken met domeinen Om alle domeinen weer te geven die voor uw account werden geregistreerd, selecteert u Alle domeinen in de afrollijst Abonnement. Klik vervolgens op Gehoste domeinen (of Geregistreerde domeinen indien beschikbaar). 44 De knoppen Nieuw domein toevoegen, Nieuw subdomein toevoegen en Subdomeinen verbergen (tonen) worden gebruikt bij het beheer van subdomeinen. De knop Nieuw domein toevoegen wordt gebruikt om een nieuw domein toe te voegen. De knop Nieuw subdomein toevoegen is enkel beschikbaar als u minstens één domein hebt. De knop Subdomeinen verbergen (tonen) is enkel beschikbaar als u minstens één subdomein hebt. Om domeinen te beheren die geregistreerd zijn onder alle abonnementen, klikt u op het item Alle domeinen in het bovenste navigatiekader. De knoppen Nieuw domein registreren, Bestaand domein overdragen en Elders geregistreerd domein toevoegen zijn enkel aanwezig als POA geïntegreerd is in Parallels Business Automation (PBA). Is POA niet geïntegreerd in PBA, dan wordt in plaats van deze drie knoppen één knop, Nieuw domein toevoegen, weergegeven. Vanaf POA 2.8 kunt u enkel een nieuw domein toevoegen aan uw account op het scherm Alle domeinen. Ook de knop Domeinaanvragen verbergen/tonen is enkel aanwezig als POA is geïntegreerd in PBA en als de ondersteuning van domeinaanvragen in PBA werd geconfigureerd door uw POAleverancier. Via de lijst Gekoppeld aan kunt u de domeinen filteren die behoren tot: Alle abonnementen (standaard) - Alle abonnementen van uw account. Huidig abonnement - Het momenteel geselecteerde abonnement (zie "Abonnement selecteren" (op pagina 28)). Ander dan huidig abonnement - Alle abonnementen, behalve het momenteel geselecteerde. Opmerking: als de optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" is gedeactiveerd, kunt u enkel domeinen beheren op het scherm Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. Op het scherm Sites en domeinen kunt u domeinen toevoegen aan uw account (de knoppen Nieuw domein registreren, Bestaand domein overdragen en Elders geregistreerd bestaand domein toevoegen worden weergegeven in geval van integratie met PBA), maar u kunt enkel domeinen weergeven en beheren vanuit het momenteel geselecteerde abonnement. Voor nieuw gecreëerde domeinen worden geen afzonderlijke DNS-abonnementen gecreëerd. Deze domeinen worden in het huidige hostingabonnement ondergebracht. In dit hoofdstuk Een puur domein toevoegen...45 Web- of mailhosting toevoegen aan een puur domein...47

45 Werken met domeinen Geparkeerde domeinen...48 Website...54 Websitetools beheren...75 Zonebeheer inschakelen/uitschakelen Type web- of mailhosting wijzigen Web- of mailhosting uit een domein verwijderen De DNS-service beheren De Instant Access URL gebruiken Een domein verwijderen Subdomeinen beheren Het abonnement van een domein wijzigen Een puur domein toevoegen Een puur domein is een domein waaraan enkel een DNS-hosting werd toegevoegd, d.w.z. waaraan geen web- of mailhosting of andere services werden toegevoegd. Er zijn drie manieren waarop u een domein kunt toevoegen aan uw account: Een nieuw POA-domein registreren. Met deze optie kunt u een nieuw domein (een domeinnaam + DNS-hosting) aankopen bij uw POA-leverancier. -domein overdragen. Met deze optie kunt u een domein aankopen dat al bestaat in POA (bv. het domein dat vroeger aan een andere POA-gebruiker toebehoorde). Een elders geregistreerd bestaand domein toevoegen. Met deze optie kunt u aan uw account in POA een domein toevoegen dat bij een externe registrar werd aangekocht. Voor elk nieuw geregistreerd of overgedragen domein wordt een afzonderlijk Domeinabonnement gecreëerd met DNS-hosting, inclusief een aantal gratis bijkomende services. Voor domeinen die elders werden geregistreerd, moet u in de lijst van DNS-hosting-abonnementen die voor u beschikbaar zijn het DNS-hosting-abonnement selecteren waarop het domein zal gebaseerd zijn. Om een nieuw domein te registreren of een bestaand domein over te dragen naar uw account, gaat u te werk als volgt: 45

46 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement. 2 Start met het creëren van een nieuw domein. Klik daartoe op een van de volgende knoppen: 3 Voer de gewenste domeinnaam in. Als de mogelijkheid om de DNS-zones van een domein te beheren is inbegrepen bij uw abonnement, kunt u deze optie voor een domein toestaan of verbieden via het selectievakje Mogelijkheid zonebeheer. Vermeld bij de overdracht van een bestaand POA-domein de naam van dit domein en de Transfer key. 4 Klik op Volgende. 5 Nadat POA heeft gecontroleerd of deze domeinnaam beschikbaar is, selecteert u de beschikbare variant (gemarkeerd door POA) en klikt u op Volgende. 6 Kies de vereiste abonnementsperiode en klik op Volgende. 7 Klik op Order bevestigen. Het nieuwe domein verschijnt in de lijst van domeinen. POA creëert een afzonderlijk Domeinabonnement voor het domein, dat DNS-hosting en (optioneel) een aantal gratis bijkomende services omvat die uw leverancier wil opnemen in dit type abonnement. Opmerking: als de systeembrede optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" is uitgeschakeld door uw POA-leverancier, verschilt het proces voor de creatie van domeinen op de volgende punten: 1. Er wordt geen afzonderlijk domeinabonnement gecreëerd voor het domein; het wordt in uw huidige hostingabonnement opgenomen. 2. Bij de eerste stap van de wizard wordt u gevraagd web-/(mail)hosting toe te voegen aan het domein. Om een puur domein te creëren, selecteert u Geen in de gedeelten Webhosting (Mailhosting). Om een elders geregistreerd domein toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 46

47 Werken met domeinen 1 Ga naar Alle domeinen. 2 Klik op de knop Elders geregistreerd bestaand domein toevoegen. 3 Voer de gewenste domeinnaam in. 4 Zijn er meerdere DNS-hosting-abonnementen toegewezen aan uw account, selecteer dan het abonnement waarin u het nieuwe domein wilt opnemen. Als de mogelijkheid om de DNS-zones van een domein te beheren is inbegrepen bij uw abonnement, kunt u deze optie voor een domein toestaan of verbieden via het selectievakje Mogelijkheid zonebeheer. 5 Selecteer in het gedeelte Webhosting Geen. 6 Klik op de knop Volgende. 7 Klik op de knop Klaar om het proces af te ronden. Het nieuwe domein verschijnt in de lijst van domeinen. Opmerking: als de toelating om te werken met alle domeinen en services uit verschillende abonnementen is uitgeschakeld door uw POA-leverancier, wordt u niet gevraagd een DNShosting-abonnement voor een domein te selecteren. Het domein wordt opgenomen in uw huidige hostingabonnement. Webhosting toevoegen aan een puur domein Om een webhosting wilt toevoegen aan een puur domein gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Alle domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het gewenste domein. Domeinen waaraan geen hosting is toegevoegd, worden aangeduid door een leeg veld in de webhostingkolommen. De tab Overzicht gaat open. 3 Selecteer de tab Overzicht en klik in het gedeelte Webhosting op Hosting toevoegen. 4 Selecteer in het afrolmenu Hosting het webhostingtype. 5 Selecteer in de afrollijst "Abonnement" het abonnement dat u wilt instellen als basis voor web(mail)hosting op dit domein. De lijst van beschikbare abonnementen hangt af van het geselecteerde hostingtype. De abonnementskeuze bepaalt welke reeks bijkomende hostingservices en resources beschikbaar zijn voor het domein (bv. MS FrontPage, Plesk Sitebuilder, enz.). Opmerking: als de toegang tot de services vanuit verschillende abonnementen is uitgeschakeld door uw leverancier, ontbreekt stap 5 in de wizard. 6 Klik op Volgende om verder te gaan. 7 Indien u op het scherm AWStats Web Statistics Wizard de AWStats Web Statistics-tool wilt installeren op uw domein, vink dan het selectievakje Installeer AWStats op dit domein aan en 47

48 Werken met domeinen creëer een wachtwoord om toegang te krijgen tot de webstatistieken. Klik daarna op Volgende om verder te gaan. 8 Volg de instructies van de wizard. 9 Nadat u de stappen van de wizard hebt gevolgd, klikt u op de knop Klaar om de toevoeging van hosting af te ronden. Als u nu opnieuw de lijst van uw domeinen opent, zult u zien dat het juiste hostingtype wordt weergegeven in de webhostingkolommen voor het huidige domein. Opmerking: er kan geen webhosting worden geleverd voor een domein dat wordt gebruikt door de applicatie die een DNS-record van het A-type vereist. Evenmin kan er mailhosting worden geleverd voor een domein dat wordt gebruikt door de applicatie die een DNS-record van het MX-type vereist (zie Beheer van de applicatie (op pagina 221)). Geparkeerde domeinen Via domeinparking kunt u bijkomende domeinnamen doorverwijzen naar uw al bestaande domein. Zo kunnen uw_domein.com, uw_domein.net en uw_domein.org verwijzen naar dezelfde plaats, waardoor u kunt vermijden dat anderen naar uw domein moeten zoeken. Standaarddomeinparking Standaarddomeinparking is een service die uw domein beschikbaar maakt via het HTTP-protocol. Dat betekent dat uw geparkeerde domein wordt opgeheven en toegankelijk is via de URL De HTTP-aanvragen voor uw geparkeerde domein zullen worden doorgestuurd naar een door uw leverancier vastgelegde locatie. De inhoud van de getoonde HTML-pagina wordt ook bepaald door uw leverancier. Om een geparkeerd domein te creëren dat gebaseerd is op een standaardtype domeinparking, gaat u te werk als volgt: 48

49 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 2 Start met het creëren van een nieuw domein zoals beschreven in "Een puur domein toevoegen" (op pagina 45). 3 Specificeer in het gedeelte DNS-hosting de volgende parameters: Domein - Voer de domeinnaam in. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de DNS-hosting zal gebaseerd zijn. Opmerking: de mogelijkheid resources te gebruiken uit verschillende abonnementen is uitgeschakeld en deze afrollijst is verborgen indien deze functie door uw leverancier werd gedeactiveerd. Mogelijkheid zonebeheer - Vink dit selectievakje aan indien u de mogelijkheid wilt om de DNS-zone voor dit domein te beheren. 4 Specificeer in het gedeelte Webhosting de volgende parameters: Selecteer Parking in de lijst Hosting. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de hosting van de domeinparking zal gebaseerd zijn. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 5 Klik op de knop Klaar om de creatie van een nieuw domein af te ronden. Nu krijgt u het pas gecreëerde domein te zien in de lijst van uw domeinen. Het type webhosting van het domein wordt in de kolom Webhosting gemarkeerd als Parking. Standard forwarding-domeinparking Standard forwarding is een type domeinparking waarmee u een URL kunt specificeren om aanvragen voor uw geparkeerde domein af te handelen. Een HTTP-aanvraag voor uw geparkeerde domein zal dan worden doorverwezen naar de gespecificeerde URL. Het HTML-document zal op deze URL worden geplaatst. Stel dat u een geparkeerd domein hebt. U wilt dat de bezoekers van een pagina te zien krijgen die staat op In dit geval moet u standard forwarding kiezen als parkingtype. Een "standard forwarding"-domein creëren Om een domein te creëren dat gebaseerd is op het type "standard forwarding"-domeinparking, gaat u te werk als volgt: 49

50 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 2 Start met het creëren van een nieuw domein zoals beschreven in "Een puur domein toevoegen" (op pagina 45). 3 Specificeer in het gedeelte DNS-hosting de volgende parameters: Domein - Voer de domeinnaam in. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de DNS-hosting zal gebaseerd zijn. Opmerking: de mogelijkheid resources te gebruiken uit verschillende abonnementen is uitgeschakeld en deze afrollijst is verborgen indien deze functie door uw leverancier werd gedeactiveerd. Mogelijkheid zonebeheer - Vink dit selectievakje aan indien u de mogelijkheid wilt om de DNS-zone voor dit domein te beheren. 4 Specificeer in het gedeelte Webhosting de volgende parameters: Selecteer Standard Forwarding in de lijst Hosting. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de hosting van de domeinparking zal gebaseerd zijn. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 5 Voer in het veld Forwarding URL een URL in om uw domein naar te verwijzen. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 6 Klik op de knop Klaar om de creatie van een nieuw domein af te ronden. Nu krijgt u het pas gecreëerde domein te zien in de lijst van uw domeinen. Het type webhosting van het domein wordt in de kolom Webhosting gemarkeerd als Standard Forwarding met de doel-url tussen haakjes. Een "standard forwarding"-domein configureren U wilt de URL veranderen waarnaar u uw "standard forwarding"-domein wilt doorverwijzen. Doe dit als volgt: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 2 Klik op de naam van het gewenste domein met standard forwarding als hostingtype. Standard forwarding-domeinen zijn gemarkeerd als Standard Forwarding in de kolom Webhosting. 3 Selecteer de tab Web. 4 Klik vervolgens op Bewerken. 5 Voer in het veld Forwarding URL een URL in om uw domein naar te verwijzen. 6 Klik op de knop Versturen om de nieuwe instelling op te slaan. 50

51 Werken met domeinen Frame forwarding-domeinparking Frame forwarding is een type domeinparking waarmee u een URL kunt specificeren die de bron voor HTTP-aanvragen voor uw geparkeerde domein bevat. In frame forwarding produceert de HTTP-aanvraag voor uw geparkeerde domein een HTML-pagina met een frame (kader). De framebron van deze pagina vertegenwoordigt het frame dat door u werd gespecificeerd en in HTML-code wordt beschreven als <FRAME SRC = "<customer_specified_url>" >. Met andere woorden, de locatie van het document verandert niet. Stel dat u een geparkeerd domein hebt. U wilt dat de bezoekers van een pagina te zien krijgen die staat op Als u frame forwarding selecteert als parkingtype, krijgen de bezoekers de pagina te zien; in het adresveld van de browser zal echter staan. Een "frame forwarding"-domein creëren Om een domein te creëren dat gebaseerd is op het type frame forwarding-domeinparking, gaat u te werk als volgt: Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 51

52 Werken met domeinen 1 Start met het creëren van een nieuw domein zoals beschreven in "Een puur domein toevoegen" (op pagina 45). 2 Specificeer in het gedeelte DNS-hosting de volgende parameters: Domein - Voer de domeinnaam in. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de DNS-hosting zal gebaseerd zijn. Opmerking: de mogelijkheid resources te gebruiken uit verschillende abonnementen is uitgeschakeld en deze afrollijst is verborgen indien deze functie door uw leverancier werd gedeactiveerd. Mogelijkheid zonebeheer - Vink dit selectievakje aan indien u de mogelijkheid wilt om de DNS-zone voor dit domein te beheren. 3 Specificeer in de webhostinglijst de volgende parameters: Selecteer Frame Forwarding in het gedeelte Hosting. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de hosting van de domeinparking zal gebaseerd zijn. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 4 Voer in het veld Forwarding URL een URL in om uw domein naar te verwijzen. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 5 Klik op de knop Klaar om de creatie van een nieuw domein af te ronden. Nu krijgt u het pas gecreëerde domein te zien in de lijst van uw domeinen. Het type webhosting van het domein wordt in de kolom WebHosting gemarkeerd als Frame Forwarding. Een "frame forwarding"-domein configureren U wilt de URL veranderen waarnaar u uw "frame forwarding"-domein wilt doorverwijzen. Doe dit als volgt: Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 1 Klik op de naam van het gewenste domein met frame forwarding als hostingtype. "Frame forwarding"-domeinen zijn gemarkeerd als Frame Forwarding in de kolom Web Hosting. 2 Selecteer de tab Web. 3 Klik vervolgens op Bewerken. 4 Voer in het veld Forwarding URL een URL in om uw domein naar te verwijzen. 5 Klik op de knop Versturen om de nieuwe instelling op te slaan. 52

53 Werken met domeinen Single-page website Single-page hosting is een type domeinparking waarmee u de inhoud kunt specificeren van een HTML-pagina die zal worden weergegeven als resultaat van een HTTP-aanvraag voor uw als geparkeerde domein. Eigenlijk kunt u slechts een gedeelte van een HTMLpagina specificeren omdat de header en de footer van een HTML-document gewoonlijk worden gespecificeerd door uw leverancier. Een single-page website creëren Om een single-page website te creëren, gaat u te werk als volgt: Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 1 Start met het creëren van een nieuw domein zoals beschreven in "Een puur domein toevoegen" (op pagina 45). 2 Specificeer in het gedeelte DNS-hosting de volgende parameters: Domein - Voer de domeinnaam in. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de DNS-hosting zal gebaseerd zijn. Opmerking: de mogelijkheid resources te gebruiken uit verschillende abonnementen is uitgeschakeld en deze afrollijst is verborgen indien deze functie door uw leverancier werd gedeactiveerd. Mogelijkheid zonebeheer - Vink dit selectievakje aan indien u de mogelijkheid wilt om de DNS-zone voor dit domein te beheren. 3 Specificeer in het gedeelte Webhosting de volgende parameters: Selecteer Single-page website in de lijst Hosting. Abonnement - Selecteer in de afrollijst het abonnement waarop de hosting van de domeinparking zal gebaseerd zijn. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 4 Voer in het veld Pagina-inhoud de HTML-code van uw single-page website in. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 5 Klik op de knop Klaar om de creatie van een nieuwe single-page website domein af te ronden. Nu krijgt u het pas gecreëerde domein te zien in de lijst van uw domeinen. Het type webhosting van het domein wordt in de kolom Webhosting gemarkeerd als single-page website. Een single-page website configureren U wilt de inhoud van uw single-page website veranderen. Doe dit als volgt: 53

54 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 2 Klik op de naam van de gewenste single-page website. Single-page websites worden gemarkeerd als single-page website in de kolom Webhosting. 3 Selecteer de tab Web. 4 Klik vervolgens op Bewerken. 5 Typ de nieuwe HTML-code van de pagina in het veld Pagina-inhoud. 6 Klik op de knop Versturen om de nieuwe instelling op te slaan. Website U kunt websites creëren op subdomeinen die in één van uw bestaande domeinen werden gecreëerd. Apache-websites beheren Apache is actief sinds 1995 en is het belangrijkste alternatief voor de Internet Information Server (IIS)-webhostingtechnologie van Microsoft op het Windows-platform. Omdat het in zijn totaliteit op internet is gebaseerd, verdient Apache momenteel de voorkeur als webhostingtechnologie. De meest professionele webhostingoperaties maken gebruik van Apache-versies op het Linuxbesturingssysteem voor de hosting van commerciële clientwebsites. Gebruik deze sectie als u geabonneerd bent op Apache-webhosting en een site wilt creëren die gebaseerd is op deze server. Een Apache-website creëren Om een Apache-website te creëren, gaat u te werk als volgt: 54

55 Werken met domeinen 1 Selecteer de tab Websites bovenaan het Control Panel. De lijst van de websites verschijnt (als er zijn). 2 Klik op Nieuwe website toevoegen. Als u nog geen domein hebt, creëer dan een domein zoals beschreven in de sectie "Een puur domein toevoegen" (op pagina 45) of selecteer een bestaand domein waaraan u Apache-webhosting wilt toevoegen. In dit geval wordt u voorgesteld een subdomein te creëren. a b c d e Selecteer de tab Overzicht en klik in het gedeelte Webhosting op Hosting toevoegen. Voor meer details over het toevoegen van webhosting: zie de sectie "Web- of mailhosting toevoegen aan een puur domein" (op pagina 47). Selecteer een Apache-hostingservice in de Hosting-afrollijst. Selecteer in de afrollijst Abonnement het abonnement waarop de Apache-hosting zal gebaseerd zijn. Uit de lijst met beschikbare abonnementen worden de abonnementen met Apachewebhosting gefilterd. De abonnementskeuze bepaalt welke bijkomende hostingservices en resources beschikbaar zijn voor de website (bv. MS FrontPage, Plesk Sitebuilder, enz.). 3 Om de algemene parameters van de webruimte in te stellen: Webruimte - Selecteer dit om de website die wordt gecreëerd bij een bestaande webruimte te voegen. Ga anders verder met Een Apache-website creëren in een nieuwe webruimte (op pagina 55). Locatie - Typ het pad naar de directory waar uw website zal worden geplaatst. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. Opmerking: deze stap verschijnt enkel indien er een webruimte is waar geen domeinen zijn bijgevoegd. Meestal wordt dit overgeslagen en wordt er automatisch een nieuwe webruimte gecreëerd. 4 Vink aan of u al dan niet AWStats wilt installeren: Al dan niet AWStats op het domein creëren (op pagina 179). Als u voor de installatie kiest, voer dan het wachtwoord voor toegang tot de service in. Klik op Volgende. 5 Er verschijnt een venster met een overzicht van de domeincreatie. Controleer de parameters en klik op Klaar. Voor het verdere beheer van de gecreëerde website, zie de sectie: Werken met websitetools (op pagina 75 van deze handleiding). Een Apache-website creëren in een nieuwe webruimte Het aantal beschikbare services en opties (hieronder beschreven) kan variëren, afhankelijk van wat uw abonnement bepaalt. Om een Apache-website te creëren, volgt u de instructies in de sectie "Een Apache-website creëren" (zie pagina 54) tot stap 2. 55

56 Werken met domeinen 1 Selecteer in stap 2 Een nieuwe webruimte creëren Locatie het pad naar de directory waar uw website zal worden geplaatst. 56 Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 2 Selecteer in de afrollijst Abonnement het abonnement waarop de Apache-hosting zal gebaseerd zijn. Uit de lijst met beschikbare abonnementen worden de abonnementen met Apache-webhosting gefilterd. De abonnementskeuze bepaalt welke bijkomende hostingservices en resources beschikbaar zijn voor de website (bv. MS FrontPage, Plesk Sitebuilder, enz.). Klik op Volgende. 3 Specificeer de parameters voor de websiteconfiguratie. Specificeer in het gedeelte Websiteparameters het type IP-adres: Type IP-adres - Selecteer in de afrollijst het type IP-adres van de website die wordt gecreëerd (exclusief of gedeeld). Later zult u deze parameter kunnen bewerken onder de tab Websites > [selecteer gewenst domein] > Selecteer webhostinginstellingen > tab Algemeen > knop Bewerken. Doe het volgende in het gedeelte Websiteconfiguratie: Het SSL-protocol - (Secure Sockets Layer) beveiligt de data die een webbrowser en een webserver met elkaar uitwisselen. Het beveiligde SSL-protocol is een industriële norm voor e-commerce- en onlineservicewebsites, waar bezoekers hun kredietkaartnummers en andere gevoelige data invoeren. CGI-ondersteuning (Common Gateway Interface) is een manier om uw webpagina's te verbinden met andere programma's die draaien op de server waartoe bezoekers normaal geen toegang hebben. De meeste bedrijfswebsites op het internet maken tegenwoordig gebruik van CGI-programma's of -scripts om hun bezoekers toe te laten te bladeren in onlinecatalogen of de status van hun orders in real time te volgen. SSI-ondersteuning - Vink dit selectievakje aan als u SSL-ondersteuning wilt inschakelen op een website. Server Side Includes - is een methode voor het dynamisch aanmaken van www-documenten of gedeelten ervan. Als resultaat kan er wat informatie worden toegevoegd aan een webpagina, bijvoorbeeld de datum, de datum waarop het bestand het laatst werd gewijzigd, alsook de grootte en de laatste wijzigingen van andere bestanden. Bij meer geavanceerd gebruik kan het een krachtige interface bieden voor CGI (Common Gate Interface - de meest gebruikelijke manier om dynamische webpagina's te creëren). PHP-ondersteuning - Selecteer het keuzerondje naast de PHP-modus die moet worden gebruikt op de website. De PHP-modus zal werken als ISAPI-extensie of als FastCGItoepassing: Custom error docs-ondersteuning - Foutdocumenten zijn internetpagina's die de gebruiker te zien krijgt wanneer zich onvoorziene fouten voordoen als hij toegang probeert te krijgen tot de gevraagde URL. U kunt uw website een aantrekkelijker en meer uitnodigend uitzicht geven als u een persoonlijke toets geeft aan de originele foutmeldingen die de oorzaak van

57 Werken met domeinen een fout weergeven, of als u de gebruiker naar een webpagina stuurt die de standaardfoutpagina vervangt. Webalizer-webstatistieken - Webalizer is een web server log analyzer die werd ontworpen voor de aanmaak van zeer gedetailleerde rapporten over het verbruik. Dergelijke rapporten kunnen worden weergegeven en geconfigureerd met een standaardinternetbrowser. Webalizer ondersteunt verschillende talen. WAP-ondersteuning - De bedoeling van WAP (Wireless Application Protocol) is internetcontent te tonen op draadloze toestellen, bv. gsm's. Doe het volgende in het gedeelte Configuratie van de SSH-toegang: SSH-verbindingen met deze webruimte mogelijk maken - U kunt SSH-toegang tot uw Apache-webruimtes mogelijk maken als dit wordt toegestaan in de abonnementsvoorwaarden. SSH is een alternatieve manier om de inhoud van uw site te beheren, naast FTP en File Manager. De standaardtoestemmingen zijn dezelfde: alle operaties zijn toegestaan (binnen de root directory van de service), behalve het verwijderen van systeembestanden en -mappen van POA. Doe het volgende in het gedeelte FTP-configuratie: FTP-ondersteuning - Vink dit selectievakje aan om FTP beschikbaar te maken op uw website. FTP is een courante methode om bestanden te verplaatsen van de ene internetsite naar de andere. Het is een manier om in te loggen op een andere internetsite om bestanden op te halen en/of te verzenden. Heel wat internetsites hebben publiek toegankelijke repository's van materiaal opgesteld, dat kan worden verkregen via FTP. Stel het wachtwoord voor toegang tot de FTP-server in en bevestig het. U kunt de POAwachtwoordgenerator gebruiken om een geldig en veilig wachtwoord te creëren. Klik daartoe op de knop Genereer nieuw wachtwoord. Het wachtwoord zal automatisch worden ingevoerd in de daarvoor bestemde velden en zal u worden getoond, zodat u het kunt onthouden. Klik op Volgende. 4 Selecteer in dit scherm Resource voor verkeer en schijfruimte. Klik daarna op Volgende. 5 Vink aan of u al dan niet AWStats wilt installeren: Al dan niet AWStats op het domein creëren (op pagina 179). Als u kiest voor de installatie, voer dan het wachtwoord voor toegang tot de service in. Klik op Volgende. 6 Verifieer de parameters die u hebt ingevoerd voor uw domein (website). Klik op de knop Klaar om uw website te creëren volgens deze parameters. Voor het verdere beheer van de gecreëerde website, zie de sectie: Werken met websitetools (op pagina 75 van deze handleiding). Een IIS-website beheren Met Parallels Operations Automation kunt u IIS 6.0- en IIS 7.0-websites beheren. Hebt u een abonnement op IIS 6.0, dan kunt u enkel IIS 6.0-websites beheren. Analoog daarmee kunt u enkel 57

58 Werken met domeinen IIS 7.0-websites beheren als u een abonnement op IIS 7.0-websites hebt. U kunt uw abonnement ook upgraden van IIS 6.0 naar IIS 7.0 als dat door uw leverancier is toegestaan. In dit geval zult u zowel IIS 6.0- als IIS 7.0-websites kunnen creëren. Een upgrade heeft geen effect op uw bestaande IIS 6.0-websites. Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de specifieke functies voor Windows-gebaseerde hostings kunt beheren. Een Microsoft IIS-website creëren Om een IIS-website te creëren, gaat u te werk als volgt: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 58 a b c d Creëer een domein zoals beschreven in de sectie "Een puur domein toevoegen" (op pagina 45) of selecteer een bestaand domein waaraan u een IIS-webhosting wilt toevoegen. Selecteer de tab Overzicht en klik in het gedeelte Webhosting op Hosting toevoegen. Voor meer details over het toevoegen van webhosting: zie de sectie "Web- of mailhosting toevoegen aan een puur domein" (op pagina 47). Selecteer een IIS-hostingservice in de Hosting-afrollijst. Selecteer in de afrollijst Abonnement het abonnement waarop de IIS-hosting zal gebaseerd zijn. Uit de lijst met beschikbare abonnementen worden de abonnementen met IIS-webhosting gefilterd. De abonnementskeuze bepaalt welke reeks bijkomende hostingservices en resources beschikbaar zijn voor de website (MS FrontPage, Plesk Sitebuilder, enz.). 2 Om de algemene parameters van de webruimte in te stellen: Webruimte - Selecteer of u een nieuwe webruimte wilt creëren of de website die gecreëerd wordt bij een bestaande webruimte wilt voegen. Locatie - Typ het pad naar de directory waar uw website zal worden geplaatst. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. Opmerking: deze stap verschijnt enkel indien er een webruimte is waar geen domeinen zijn bijgevoegd. Meestal wordt dit overgeslagen en wordt er automatisch nieuwe webruimte gecreëerd. 3 Om de algemene parameters van de webruimte in te stellen: Type IP-adres - Selecteer in de afrollijst het type IP-adres van de website die wordt gecreëerd (exclusief of gedeeld). Toegang tot website via exclusief IP-adres - Vink dit selectievakje aan als u toegang wenst tot uw website op basis van een exclusief IP-adres, via een URL waarin die IP staat (bv. Opmerking: hoewel er binnen een webruimte verschillende websites kunnen worden toegewezen aan hetzelfde exclusieve IP-adres, hebt u per IP-adres slechts toegang tot één

59 Werken met domeinen website. Tijdens de auto-provisioning zal de eerste website toegankelijk zijn via het exclusieve IP-adres. Later zult u deze parameter kunnen bewerken onder de tab Websites > [selecteer gewenst domein] > tab Web > subtab Algemeen > knop Bewerken. 4 Als u de optie Nieuwe webruimte creëren hebt geselecteerd, voer dan de configuratieparameters in voor de te creëren website (zie de sectie: "Een Microsoft IIS-website creëren in een nieuwe webruimte" (op pagina 59)). Wilt u een website bij een bestaande webruimte voegen, sla deze stap dan over. 5 Vink aan of u al dan niet AWStats wilt installeren op het te creëren domein. Klik op Volgende. 6 Er verschijnt een venster met een overzicht van de domeincreatie. Controleer de parameters en klik op Klaar. Een Microsoft IIS-website creëren in een nieuwe webruimte Het aantal beschikbare services en opties (hieronder beschreven) kan variëren, afhankelijk van wat uw abonnement bepaalt. Om een Microsoft IIS-website te creëren, volgt u de instructies in de sectie "Een Microsoft IISwebsite creëren" (zie pagina 58) tot stap 4. 1 Selecteer in stap 4 Een nieuwe webruimte creëren Locatie het pad naar de directory waar uw website zal worden geplaatst. Klik op de knop Volgende om verder te gaan. 2 De algemene websiteparameters instellen: Type IP-adres - Selecteer in de afrollijst het type IP-adres van de website die wordt gecreëerd (exclusief of gedeeld). Toegang tot website via exclusief IP-adres - Vink dit selectievakje aan als u toegang wenst tot uw website op basis van een exclusief IP-adres, via een URL waarin die IP staat (bijvoorbeeld Opmerking: hoewel er binnen een webruimte verschillende websites kunnen worden toegewezen aan hetzelfde exclusieve IP-adres, toch hebt u per IP-adres slechts toegang tot één website. Tijdens de auto-provisioning zal de eerste website toegankelijk zijn via het exclusieve IP-adres. Later zult u deze parameters kunnen bewerken onder de tab Websites > [selecteer gewenst domein] > Selecteer webhostinginstellingen > tab Algemeen > knop Bewerken. Klik op Volgende. 3 Specificeer de parameters voor de websiteconfiguratie. Doe het volgende in het gedeelte Websiteconfiguratie: SSI-ondersteuning - Vink dit selectievakje aan als u SSL-ondersteuning wilt inschakelen op een website. Server Side Includes - is een methode voor het dynamisch aanmaken van 59

60 Werken met domeinen www-documenten of gedeelten ervan. Als resultaat kan er wat informatie worden toegevoegd aan een webpagina, bijvoorbeeld de datum, de datum waarop het bestand het laatst werd gewijzigd, alsook de grootte en de laatste wijzigingen van andere bestanden. Bij meer geavanceerd gebruik kan het een krachtige interface bieden voor CGI (Common Gate Interface - de meest gebruikelijke manier om dynamische webpagina's te creëren). PHP-ondersteuning - Selecteer de PHP-modus die moet worden gebruikt op de website. De PHP-modus zal werken als ISAPI-extensie of als FastCGI-toepassing: ActivePerl-ondersteuning - Selecteer de ActivePerl-modus die moet worden gebruikt op de website. ActivePerl is een Perl-package bestaande uit core Perl en enkele populaire modules, verspreid door ActiveState. Opmerking: is het niet mogelijk de ActivePerl-modus te selecteren in uw CP, dan wil dat zeggen dat deze functie uitgeschakeld werd door de eigenschappen van uw abonnement. In dat geval kunt u ActivePerl enkel in-/uitschakelen. Als u deze functie nodig hebt, neem dan contact op met uw leverancier. ASP-ondersteuning - Vink dit selectievakje aan als u op uw website gebruik wilt maken van Active Server-pagina's. Deze technologie stelt HTML-pagina's in staat dynamisch en interactief te zijn met behulp van JScript-code of Visual Basic (dergelijke pagina's hebben.asp als extensie). Dankzij haar mogelijkheden wordt de ASP-technologie gebruikt voor het creëren van krachtige webgebaseerde businessoplossingen zoals e-commercesystemen. ASP.NET-ondersteuning - ASP.NET is de volgende generatie van Active Server Page (ASP) van Microsoft. ASP.NET verschilt in twee belangrijke opzichten van ASP: het ondersteunt code, geschreven in gecompileerde talen zoals C++, Visual Basic en Perl, en omvat server controls die code en content van elkaar scheiden. Dit maakt WYSIWYGediting van pagina's mogelijk en biedt een volledige omgeving voor contentmanagement en -sharing over het internet. ISAPI_Rewrite-ondersteuning - Vink dit selectievakje aan om ondersteuning van Internet Server Application Programming Interface (ISAPI) Rewrite te bieden voor een website. ISAPI_Rewrite is een krachtige URL-manipulatiemachine die speciaal werd ontworpen voor Internet Information Server (IIS) van Microsoft. Aan de hand van deze machine kunt u de dynamische content van forums of e-stores optimaliseren, een virtueledirectorystructuur van de site creëren, fysieke bestanden en extensies verbergen, toegang verlenen tot intranetservers vanop internet, enz. Doe het volgende in het gedeelte FTP-configuratie: FTP-ondersteuning - Vink dit selectievakje aan om FTP beschikbaar te maken op uw website. FTP is een courante methode om bestanden te verplaatsen van de ene internetsite naar de andere. Het is een manier om in te loggen in een andere internetsite om bestanden op te halen en/of te verzenden. Heel wat internetsites hebben publiek toegankelijke repository's van materiaal opgesteld, die kunnen worden verkregen via FTP. 60

61 Werken met domeinen Stel het wachtwoord voor toegang tot de FTP-server in en bevestig het. U kunt de POAwachtwoordgenerator gebruiken om een veilig geldig wachtwoord te creëren. Om dit te doen, klikt u op de knop Genereer nieuw wachtwoord. Het wachtwoord zal automatisch worden ingevoerd in de daartoe bestemde velden en zal u worden getoond, zodat u het kunt onthouden. Klik op Volgende. 4 Verifieer de parameters die u hebt ingevoerd voor uw domein (website). Klik op de knop Klaar om uw website te creëren volgens deze parameters. De domeinbeveiliging beheren Met het POA-systeem kunt u webservertoestemmingen toekennen voor specifieke domeinen op uw server. U kunt webservertoestemmingen verlenen om de bezoekers van uw webruimte de mogelijkheid te bieden een bepaalde webpagina te bekijken, informatie te uploaden of scripts uit te voeren. Bovendien kunt u met het POA-systeem authenticatie-instellingen configureren voor specifieke domeinen op uw server. Authenticatie is het proces waarbij bezoekers hun identiteit bevestigen en bijgevolg hun bevoegdheid om bepaalde handelingen op de server uit te voeren. Het proces werkt enkel met op Windows gebaseerde hosting. Toestemmingen en authenticatie vormen de beveiliging van een specifiek domein op uw server. Ga te werk als volgt om de beveiligingsparameters voor een domein in te stellen of te configureren: 61

62 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. 2 Klik op de naam van het gewenste domein. De tab Overzicht gaat open. 3 Ga naar de tab Web. De subtab Veiligheid gaat open en geeft de huidige beveiligingsinstellingen van het domein weer. 4 Klik vervolgens op Bewerken. De beveiligingsinstellingen worden weergegeven in bewerkingsmodus. 5 Klik in het gedeelte Toestemmingen om een van de volgende selectievakjes aan te vinken of leeg te maken voor het toestemmingsniveau dat u wilt verlenen: Toegang scriptbron. Verleen deze toestemming om bezoekers toegang te bieden tot broncodes, zoals scripts in Active Server Pages (ASP)-programma's. Opgelet: deze toestemming is enkel beschikbaar indien u lees- of schrijfrechten toekent. Als u klikt op "Toegang scriptbron" kunnen bezoekers uw gevoelige informatie (bv. uw gebruikersnaam en uw wachtwoord) bekijken vanuit scripts in een ASP-programma. Zij kunnen ook de broncode veranderen die draait op uw server, wat de veiligheid en de performantie van uw server ernstig kan aantasten. Het is aangeraden de toegang tot deze informatie zelf te beheren en voor deze functies gebruik te maken van individuele Windows-accounts en authenticatie op een hoger niveau zoals geïntegreerde Windows-integratie. Lezen. Verleen deze toestemming om bezoekers de mogelijkheid te bieden bestanden of mappen en de eraan verbonden eigenschappen te bekijken of te downloaden. Schrijven. Verleen deze toestemming om gebruikers de mogelijkheid te bieden bestanden en de eraan verbonden eigenschappen te uploaden naar de geactiveerde map op uw server, of de inhoud of eigenschappen van een write-enabled bestand te wijzigen. Bladeren in directory. Geef deze toestemming om bezoekers de mogelijkheid te bieden een hypertext te bekijken met een lijst van de bestanden en submappen in de virtuele directory. Opgelet: de virtuele directory's worden niet weergegeven in de mappenlijsten. Bezoekers moeten de alias van een virtuele directory kennen. Opmerking: als bladeren in de directory is uitgeschakeld en de bezoeker probeert toegang te krijgen tot een bestand of map op uw server zonder een bestandsnaam als Bestandsnaam.htm te vermelden in het adresvak, geeft uw webserver een foutmelding in de webbrowser van de bezoeker. 6 Kies in de afrollijst Toestemmingen uitvoeren een instelling om te bepalen hoe u scripts wilt laten draaien op de site. De volgende instellingen zijn beschikbaar: Geen. Selecteer deze instelling indien u niet wilt dat bezoekers scripts of uitvoerbare programma's draaien op de server. Als u deze instelling kiest, krijgen bezoekers enkel toegang tot statische bestanden zoals Hypertext Markup Language (HTML)- en beeldbestanden. Alleen scripts. Selecteer deze instelling om scripts zoals ASP-programma's te draaien op de server. 62

63 Werken met domeinen Scripts en uitvoerbare bestanden. Selecteer deze instelling om scripts zoals ASPprogramma's en uitvoerbare bestanden te draaien op de server. 7 Klik in het gedeelte Authenticatie om een van de volgende selectievakjes aan te vinken of leeg te maken voor het toestemmingsniveau dat u wilt verlenen: Anonieme toegang. Dit schema biedt bezoekers toegang tot de publieke zones van uw website zonder hun een gebruikersnaam of wachtwoord te vragen. Indien de anonieme toegang is uitgeschakeld, wordt de site beveiligd met een wachtwoord, d.w.z. enkel toegankelijk voor POA-servicegebruikers met de toestemming "Toegelaten webtoegang" (deze servicegebruikers worden webgebruikers van een domein genoemd). Voor details over de beveiliging van websites met een wachtwoord: zie "Beheer van met een wachtwoord beveiligde websites (op pagina 64). Geïntegreerde Windows-authenticatie. Dit schema kan gebruikmaken van NTLM- of Kerberos V5-authenticatie en werkt enkel met Internet Explorer 2.0 of hoger. Als Internet Explorer probeert toegang te krijgen tot een beschermde resource, zendt IIS twee WWW- Authenticate-headers, nl. Negotiate en NTLM. Als Internet Explorer de Negotiate-header herkent, kiest hij deze omdat hij als eerste op de lijst staat. Als hij Negotiate gebruikt, zal de browser informatie voor zowel NTML als Kerberos terugsturen. Op de server zal IIS Kerberos gebruiken indien zowel de client als de server Windows 2000 of hoger draaien en beide lid zijn van hetzelfde domein of dezelfde vertrouwde domeinen. Anders zal de server standaard NTLM gebruiken. Als Internet Explorer Negotiate niet begrijpt, zal hij NTLM gebruiken. Als het wordt gebruikt in combinatie met Kerberos v5-authenticatie kan IIS beveiligingsreferenties delegeren over de computers die Windows 2000 en hoger draaien, die worden vertrouwd en geconfigureerd voor delegatie. Delegatie maakt remote access van resources mogelijk voor gedelegeerde gebruikers. Geïntegreerde Windows-authenticatie is het beste authenticatieschema in een intranetomgeving waar gebruikers Windows-domeinaccounts hebben, vooral wanneer ze Kerberos gebruiken. Geïntegreerde Windows-authenticatie, zoals digest authentication,stuurt het wachtwoord van de gebruiker niet over het hele netwerk. In plaats daarvan wordt een hashed value uitgewisseld. Digest-authenticatie: dit responsmechanisme stuurt een digest (ook wel hash genoemd) in plaats van een wachtwoord over het netwerk. Een digest is een resultaat met een vaste grootte dat wordt verkregen door een mathematische functie toe te passen op de combinatie van het wachtwoord en de data die bekend zijn bij zowel de server als de client. De client zendt de digest naar de server als respons op de challenge van de server. De server gebruikt hetzelfde proces als de client om een digest te creëren. Als de door de server gecreëerde digest overeenkomt met de door de client gecreëerde digest, authenticeert de server de client. 63

64 Werken met domeinen Basisauthenticatie. Bij gebruik van dit schema vraagt de browser de bezoeker een gebruikersnaam en een wachtwoord. Deze informatie wordt dan als plain text doorgestuurd over HTTP. 8 Klik op de knop Klaar om het proces af te ronden. Nu krijgen bezoekers enkel toegang tot de elementen van uw webruimte volgens de nieuwe toestemmings- en authenticatie-instellingen. Beheer van met een wachtwoord beveiligde websites Standaard zijn alle nieuw gecreëerde IIS-hosted websites publiek toegankelijk. U kunt bepaalde gedeelten van uw websites beveiligen door de toestemmingen voor geselecteerde bestanden en directory's te beheren via File Manager (zie pagina 107). Indien nodig kunt u de volledige site met een wachtwoord beveiligen. In dit geval is de website enkel toegankelijk voor webgebruikers van een domein, d.w.z. voor servicegebruikers met de toestemming "Toegelaten webtoegang" (zie pagina 65). Lees de subsecties hieronder voor instructies over de websitebeveiliging met een wachtwoord en het beheer van webgebruikers. Websites beveiligen met een wachtwoord Om een website met een wachtwoord te beveiligen, moet u de anonieme toegang tot deze website uitschakelen. Opmerking: nadat u de eerste webgebruiker hebt toegevoegd (zie pagina 65), wordt de anonieme toegang automatisch uitgeschakeld. Om de anonieme toegang manueel uit te schakelen, gaat u te werk als volgt: Om de anonieme toegang tot een website (manueel) uit te schakelen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. 2 Klik op de naam van het domein dat de gewenste website bevat. 3 Klik op Meer tools > Veiligheidsinstellingen. 4 Klik op Bewerken. 5 Maak in het vak Authenticatie het selectievakje Anonieme toegang leeg. 6 Klik op Verzenden. Het scherm Veiligheidsinstellingen gaat opnieuw open met de parameter Anonieme toegang op Uitgeschakeld. Nu is de website enkel toegankelijk voor webgebruikers (zie pagina 65) van deze site. Belangrijk: indien u Parallels Plesk Sitebuilder gebruikt, moet de anonieme toegang ingeschakeld zijn. 64

65 Werken met domeinen Herstelling van de anonieme toegang tot een website Om de publieke toegankelijkheid van de website opnieuw in te stellen, herhaalt u de procedure in topic "Websitebeveiliging met een wachtwoord" (op pagina 64). Ditmaal vinkt u het selectievakje Anonieme toegang aan in het vak Authenticatie. Beheer van de lijst van webgebruikers Webgebruikers zijn servicegebruikers met de toestemming Webtoegang toegelaten (zie pagina 187) voor bepaalde met een POA-wachtwoord beveiligde website(s) (zie pagina 64). Deze servicegebruikers loggen met hun referenties in op een met een wachtwoord beveiligde website(s). Weergave van de lijst van webgebruikers Om te bekijken welke servicegebruikers al de toestemming "Toegelaten webtoegang" hebben voor de actieve site, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het domein dat de gewenste website bevat. 2 Klik op Webgebruikers. De lijst van de webgebruikers verschijnt. Een toegelaten servicegebruiker toevoegen aan de lijst van webgebruikers Om een servicegebruiker toegang te bieden tot een met een wachtwoord beveiligde website (m.a.w. hem de toestemming "Toegelaten webtoegang" te verlenen voor de actieve site), moet u hem registreren als webgebruiker van deze site. Opmerking: zodra u de eerste webgebruiker hebt toegevoegd aan een publiek toegankelijke website, wordt deze site automatisch een met een wachtwoord beveiligde site (de anonieme toegang tot de site is uitgeschakeld). Om een servicegebruiker toe te voegen aan de lijst van webgebruikers, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het domein dat de gewenste website bevat. 2 Klik op Webgebruikers. De lijst van de webgebruikers verschijnt. 3 Klik op Gebruiker Toevoegen. 4 Selecteer de optie Nieuwe servicegebruiker om een nieuwe servicegebruiker te creëren. Klik op Volgende en specificeer de algemene parameters van de nieuwe servicegebruiker. Klik daarna op Klaar. Voor meer details: zie "Een nieuwe servicegebruiker creëren" (op pagina 183), stappen 1-2c. OF Om een bestaande servicegebruiker webtoegang te verlenen, vinkt u de optie Bestaande servicegebruiker aan en kiest u de gewenste servicegebruiker in de afrollijst. De gegevens van de nieuwe webgebruiker verschijnen nu in de lijst. Nadat de status is veranderd in Klaar heeft de overeenkomstige servicegebruiker toegang tot de website via zijn POAreferenties. 65

66 Werken met domeinen Een servicegebruiker verwijderen uit de lijst van webgebruikers Om een servicegebruiker de toegang tot een met een wachtwoord beveiligde website te ontzeggen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het domein dat de gewenste website bevat. 2 Klik op Webgebruikers. De lijst van de webgebruikers verschijnt. 3 Selecteer de gebruiker in de lijst en klik op Verwijderen. 4 Klik in het bevestigingsscherm op OK. De gegevens van de webgebruiker zijn nu verwijderd uit de lijst. Opgelet: als u alle webgebruikers uit een website hebt verwijderd, betekent dit nog niet dat de website automatisch publiek toegankelijk wordt. Om een site publiek te maken, moet u de toestemming Anonieme toegang aanzetten (zie pagina 65) in de tab Web, subtab > Beveiliging op de pagina voor domeinbeheer. Een lijst configureren van servicegebruikers die een ISS-website mogen beheren Een IIS-website kan worden beheerd door een bepaalde lijst van servicegebruikers die elk hun eigen naam, login, wachtwoord en andere eigenschappen hebben. U kunt verschillende servicegebruikers creëren om een enkele website te beheren. Ga te werk als volgt om een lijst te configureren van servicegebruikers die één enkele ISS-website kunnen beheren: 66

67 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites. De lijst van de websites verschijnt. 2 Klik op de naam van het domein dat de gewenste website bevat. 3 Klik op Site Administrators. De lijst van de webgebruikers verschijnt. De lijst van servicegebruikers bevat de volgende kolommen: ID: numerieke identificatie van een servicegebruiker. Servicegebruiker: als u klikt op de naam van de servicegebruiker wordt u doorgestuurd naar de pagina met algemene informatie over de servicegebruiker. Hier kunt u de aan deze servicegebruiker gekoppelde informatie beheren en de voor hem beschikbare tools voor het beheer van websitecontent in- of uitschakelen. Login: de loginnaam van een servicegebruiker die hij of zij kan gebruiken om in te loggen in MyCP. Zie de sectie MyCP gebruiken (op pagina 184). FTP-toegang: status van de FTP-service voor deze servicegebruiker (Ingeschakeld/Uitgeschakeld). File Manager: status van de File Manager-service voor deze servicegebruiker (Ingeschakeld/Uitgeschakeld). Status: huidige status van een servicegebruiker. 4 Om een nieuwe servicegebruiker te creëren die de content van deze website kan beheren, klikt u op de knop Servicegebruiker toevoegen en volgt u de instructies in de sectie "Een nieuwe servicegebruiker creëren". Om een servicegebruiker uit de lijst te verwijderen, vinkt u het selectievakje aan naast de naam van een servicegebruiker en klikt u op de knop Verwijderen. Virtuele directory's beheren Virtuele directory's zijn directory's die vanuit het standpunt van de webclients dezelfde fysieke structuur lijken te delen met de webhomedirectory, terwijl ze zich in werkelijkheid op een compleet andere locatie kunnen bevinden, bv. op een andere harde schijf of op een remote computer. Virtuele directory's laten u een websitestructuur zien die aanzienlijk kan verschillen van uw huidige. U kunt gebruikmaken van virtuele directory's om uw webclients een handige, geordende structuur te bieden om te navigeren. Op die manier lijken virtuele directory's op de logical drives van een harde schijf. Zij dienen als methode om de data te reorganiseren en gebruiksvriendelijker weer te geven. Een nieuwe virtuele directory toevoegen Om een virtuele directory te creëren op uw site, gaat u te werk als volgt: 67

68 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Selecteer het op fysieke hosting gebaseerde domein waarvoor u een virtuele directory wilt creëren. Het dashboard van het domein gaat open. 3 Klik op Meer tools en selecteer daarna Virtuele directory's. Hier ziet u de lijst van virtuele directory's, als die er zijn. 4 Klik op de knop Virtuele directory toevoegen. Daarop verschijnt het scherm voor het toevoegen van een virtuele directory. 5 Vul in dit scherm de volgende gegevens in: Directorynaam - Voer een naam in voor de directory die u wilt creëren. Type directory: a b Directorypad - Voer de locatie in van de fysieke directory op de server die u wenst te mappen. Bestaat de directory niet, dan zal hij automatisch worden gecreëerd. Doorsturen - Stuurt de gebruiker die zijn virtuele directory binnengaat door naar het adres dat u in het daartoe voorziene veld invoert. 6 Klik op Volgende. 7 Selecteer de nodige instellingen in de gedeelten Toestemmingen en Authenticatie. Zie de betekenis van de selectievakjes in de topic "Domeinbeveiliging beheren" (op pagina 61). 8 Klik op Klaarom de virtuele directory te creëren met de gedefinieerde parameters. Gebruik van SSL op een IIS-website Het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) beveiligt de data die een webbrowser en een webserver met elkaar uitwisselen. Het beveiligde SSL-protocol is een industriële norm voor e-commerce- en onlineservicewebsites, waar bezoekers hun kredietkaartnummers en andere gevoelige data invoeren. De procedures voor SSL-beheer zijn anders bij ISS-websites met exclusieve IP-adressen dan bij ISS-websites met gedeelde IP-adressen. Om te zien welk type IP-adressen uw website gebruikt, gaat u naar Websites, klikt u op de naam van het gewenste domein, selecteert u de tab Web en controleert u het Type IP-adres in het gedeelte Webhosting. Lees een van de hierna volgende subsecties, afhankelijk van het type IP-adres. Opmerking: om de SSL-connectie met een website te configureren, moet u eerst ISS-hosting toevoegen aan een domein waarop ze gebaseerd is. SSL activeren op een domein met een gedeeld IP-adres Indien een domein dat de website bevat een gedeeld IP-adres heeft, kunt u een "gedeeld" SSLcertificaat gebruiken, geleverd door de SSL-proxy die door uw POA-leverancier werd geconfigureerd voor de webserver in zijn geheel. Om de SSL-proxy voor de website te activeren, gaat u te werk als volgt: 68

69 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Selecteer het op fysieke hosting gebaseerde domein waarvoor u een virtuele directory wilt creëren. Het dashboard van het domein gaat open. 3 Klik op Meer tools en selecteer daarna SSL. 4 Klik op de knop SSL-proxy activeren. Wanneer de SSL-status verandert in Geactiveerd (gedeeld), wordt de SSL-connectie naar de website beschikbaar. Voor informatie over het deactiveren van SSL: zie "SSL op domein deactiveren" (op pagina 71). Belangrijk: als uw website bedoeld is voor toegang via SSL Proxy, moet u de URL's gebruiken om van de ene websitepagina te verwijzen naar een andere websitepagina, -afbeelding of - bestand. SSL activeren op een domein met een exclusief IP-adres Indien het domein dat de website bevat een exclusief IP-adres gebruikt, hebt u de keuze tussen twee opties: Gebruik van een "gedeeld" SSL-certificaat, geleverd door de SSL-proxy die door uw POAleverancier werd geconfigureerd voor de webserver in zijn geheel. Deze optie is gratis. Gebruik van een afzonderlijk SSL-certificaat, exclusief uitgereikt voor uw website door een certificatieautoriteit (aanbevolen). Deze optie is niet gratis, maar veel veiliger. Kiest u de eerste optie, activeer dan SSL zoals beschreven in de sectie "SSL activeren op een domein met een gedeeld IP-adres". Kiest u de tweede optie, lees dan de hierna volgende subsecties voor meer details over het configureren van de SSL-connectie. Eerst moet u een SSL-certificaat krijgen of een zelfondertekend certificaat registreren zoals beschreven in de sectie "SSL-connectie met websites configureren" (op pagina 39). Een SSL-certificaat uploaden naar een domein Om een SSL-connectie met een website op te zetten op basis van uw eigen SSL-certificaat moet u het certificaat uploaden naar het overeenkomstige domein (het domein met een exclusief IP-adres). Om een SSL-certificaat te uploaden naar een domein, gaat u te werk als volgt: 69

70 Werken met domeinen 1 U krijgt een SSL-certificaat en een privésleutel voor het domein van een certificatieautoriteit of u registreert een zelfondertekend SSL-certificaat. Upload die indien nodig naar de gebruikersrepository. Gedetailleerde instructies vindt u in de sectie "SSL-connectie met websites configureren (op pagina 39). 2 Ga naar Websites. De lijst van uw domeinen gaat open. 3 Selecteer het op fysieke hosting gebaseerde domein waarvoor u een virtuele directory wilt creëren. Het dashboard van het domein gaat open. 4 Klik op Meer tools en selecteer daarna SSL. 5 Klik op de knop Certificaat installeren en SSL inschakelen. 6 Duid in het eerste scherm van de wizard het type locatie aan vanwaar u het certificaat wilt installeren: Repository - Gebruik deze optie om het SSL-certificaat te installeren vanuit uw POAgebruikersrepository. Bestand - Gebruik deze optie om het SSL-certificaat te installeren vanuit een locatie op uw computer. Klembord - Gebruik deze optie om een kopie van het certificaat te creëren via kopiëren/plakken (door de strings van het certificaat en de privésleutel in de betreffende velden te plakken). 7 Klik op Volgende. Het weergegeven scherm komt overeen met de optie voor certificaatlocatie die u hebt gekozen bij de vorige stap. a b c Als u in de vorige stap hebt gekozen voor de optie Repository, selecteer dan het gewenste certificaat in de lijst. De privésleutel voor het certificaat zal automatisch worden geïnstalleerd. Als u hebt gekozen voor de optie Bestand, klik dan op Bladeren en specificeer de paden naar de bestanden van het SSL-certificaat en de privésleutel op uw computer. Als u hebt gekozen voor de optie Klembord, open dan de bestanden met uw SSL-certificaat en uw privésleutel, kopieer de inhoud ervan naar het klembord en plak hem in de respectieve velden Certificaat en Privésleutel. Klik op Volgende. 8 Kijk de informatie over het certificaat na en klik op Klaar. Zodra de SSL-connectie is geconfigureerd, verschijnt alle informatie over het SSL-certificaat onder de subtab SSL. Er verschijnen nieuwe knoppen: Installeer nieuw certificaat - Gebruik deze optie als u het huidige SSL-certificaat wilt vervangen door een nieuw. Installeer CA-certificaat - Gebruik deze optie om een CA-certificaat te installeren (een speciaal certificaat dat u het recht geeft zelf te handelen als certificatieautoriteit). Neem contact op met de gewenste certificatieautoriteit voor meer details over hoe u een dergelijke certificaat kunt verkrijgen. Om het verkregen CA-certificaat op te slaan in uw gebruikersrepository, gaat u te 70

71 Werken met domeinen werk zoals beschreven in "Een SSL-certificaat uploaden naar de gebruikersrepository" (op pagina 41). Om een CA-certificaat te installeren op een website gebruikt u dezelfde procedure als hierboven beschreven. Overschakelen op SSL-proxy - Gebruik deze optie om over te schakelen op het gedeelde SSLcertificaat dat de leverancier heeft uitgegeven voor de webserver in zijn geheel. SSL deactiveren - Gebruik deze optie om de SSL-connectie met uw website te deactiveren. Noteer dat, ook als SSL gedeactiveerd is, de SSL-instellingen en het certificaat voor de webruimte opgeslagen blijven in POA. Na heractivering van SSL worden ook de instellingen hersteld. Om de SSL-connectie te testen, klikt u op de pagina op de URL-link van de SSL. SSL deactiveren op een domein Om de SSL-connectie met een website op uw domein te deactiveren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Selecteer het op fysieke hosting gebaseerde domein waarvoor u een virtuele directory wilt creëren. Het dashboard van het domein gaat open. 3 Klik op Meer tools en selecteer daarna SSL. 4 Klik op de knop SSL-proxy deactiveren of op SSL deactiveren. De keuze van de knop is afhankelijk van het type IP-adres (gedeeld of exclusief). De status van SSL verandert in Gedeactiveerd. Later kunt u SSL opnieuw activeren op het domein. Op websites met exclusieve IP-adressen worden de geüploade certificaten en de andere instellingen hersteld na de heractivering van SSL. Gebruik van Parallels Plesk Sitebuilder Parallels Plesk Sitebuilder is een krachtig product van Parallels waarmee u websites kunt creëren, bewerken en publiceren op zowel Apache- als IIS-domeinen (voor elk type domein wordt de bijbehorende versie van Parallels Plesk Sitebuilder gebruikt). Via POA kunt u websites creëren met behulp van Parallels Plesk Sitebuilder. U kunt Parallels Plesk Sitebuilder rechtstreeks vanuit het Control Panel van POA openen en starten met het beheer van de gecreëerde site. Belangrijk: zorg er alvorens te publiceren voor dat de anonieme toegang is geactiveerd op uw IIS-website. Een website creëren Nadat u een Apache- of IIS-domein hebt gecreëerd, kunt u op dit domein een website creëren met behulp van Parallels Plesk Sitebuilder. Om op het gewenste domein een website te creëren met Parallels Plesk Sitebuilder gaat u te werk als volgt: 71

72 Werken met domeinen 1 Activeer Parallels Plesk Sitebuilder voor het gewenste domein, als het nog niet geactiveerd is. U hebt de volgende mogelijkheden: Ga naar Alle domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. Opmerking: als de systeembrede optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" is uitgeschakeld door uw POA-leverancier, start dan deze bewerking vanuit de pagina Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. Klik in de lijst op de link Contentmanagement activeren naast het gewenste domein. Opmerking: als uw hostingabonnement FrontPage ondersteunt, zal u worden gevraagd een type contentmanagement te selecteren. Klik op de link Parallels Plesk Sitebuilder activeren. Anders wordt deze stap overgeslagen. Ga naar Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. Klik in de lijst op de link Content Management activeren naast het gewenste domein. Opmerking: als uw hostingabonnement FrontPage ondersteunt, zal u worden gevraagd een type contentmanagement te selecteren. Klik op de link Parallels Plesk Sitebuilder activeren. Anders wordt deze stap overgeslagen. Ga naar Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. Klik in de lijst op het gewenste domein. Klik daarna op de link Parallels Plesk Sitebuilder activeren. Ga naar de tab Overzicht van het domein. Klik in het gedeelte Contentmanagement op de link Parallels Plesk Sitebuilder activeren. 2 Klik op de link Bouwen in Parallels Plesk Sitebuilder. De bouwpagina van de Parallels Plesk Sitebuilder-wizard gaat open. Volg de instructies van de wizard om uw website te creëren en te publiceren. Opmerkingen 1. Wanneer u de eerste keer klikt op de link Bouwen in Parallels Plesk Sitebuilder gaat de bouwpagina van Parallels Plesk Sitebuilder open en wordt de link Bouwen in Parallels Plesk Sitebuilder vervangen door de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder. Wanneer u klikt op de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder gaat de bewerkingspagina van Parallels Plesk Sitebuilder open. 2. Voor meer informatie over Parallels Plesk Sitebuilder: zie de productdocumentatie op (http://www.parallels.com/products/plesk/sitebuilder/docs/). Wanneer Parallels Plesk Sitebuilder is geactiveerd voor een domein, krijgt u de algemene informatie over Parallels Plesk Sitebuilder te zien onder de tab Parallels Plesk Sitebuilder van het domein. 72

73 Werken met domeinen Het Control Panel van Parallels Plesk Sitebuilder openen Vanuit het Control Panel van POA kunt u het Control Panel van Parallels Plesk Sitebuilder voor een van uw Parallels Plesk Sitebuilder-websites openen. 1 Ga naar Alle domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. Opmerking: als de systeembrede optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" is uitgeschakeld door uw POA-leverancier, start dan deze bewerking vanuit de pagina Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. 2 Klik in de lijst op de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder naast het gewenste domein. 3 Ga naar Websites. De lijst van uw domeinen gaat open. Klik in de lijst op de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder naast het gewenste domein. 4 Ga naar de tab Overzicht van het domein. Klik in het gedeelte Contentmanagement op de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder. Opmerkingen 1. Wanneer u de eerste keer klikt op de link Bouwen in Parallels Plesk Sitebuilder gaat de bouwpagina van Parallels Plesk Sitebuilder open en wordt de link Bouwen in Parallels Plesk Sitebuilder vervangen door de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder. Wanneer u klikt op de link Bewerken in Parallels Plesk Sitebuilder gaat de bewerkingspagina van Parallels Plesk Sitebuilder open. 2. Voor meer informatie over Parallels Plesk Sitebuilder: zie de productdocumentatie op (http://www.parallels.com/products/plesk/sitebuilder/docs/). Een website verwijderen Een website verwijderen uit Parallels Plesk Sitebuilder kunt u op verschillende manieren: I 73

74 Werken met domeinen 1 Ga naar Alle domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. Opmerking: als de systeembrede optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" is uitgeschakeld door uw POA-leverancier, start dan deze bewerking vanuit de pagina Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. 2 Klik op het gewenste domein. De tab Overzicht gaat open. 3 Klik in het gedeelte Contentmanagement op de link Contentmanagement annuleren. Het berichtenvak verschijnt, met de volgende vraag: Wilt u Parallels Plesk Sitebuilder echt annuleren? 4 Klik op OK in het berichtenvak. II 1 Ga naar Alle domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. Opmerking: als de systeembrede optie "Toelaten om services uit verschillende abonnementen op het domein te gebruiken" is uitgeschakeld door uw POA-leverancier, start dan deze bewerking vanuit de pagina Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. 2 Klik op het gewenste domein. 3 Ga naar de tab Parallels Plesk Sitebuilder. 4 Klik op Contentmanagement annuleren. Het berichtenvak verschijnt, met de volgende vraag: Wilt u Parallels Plesk Sitebuilder echt annuleren? 5 Klik op OK in het berichtenvak. III 1 Ga naar Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik in de lijst op het gewenste domein. 3 Klik in het gedeelte Contentmanagement op de link Contentmanagement annuleren. Het berichtenvak verschijnt, met de volgende vraag: Wilt u Parallels Plesk Sitebuilder echt annuleren? 4 Klik op OK in het berichtenvak. 74

75 H O O F D S T U K 6 Websitetools beheren In dit hoofdstuk Gewone instellingen voor een website configureren...75 Gebruik van Microsoft FrontPage om afzonderlijke domeinen te beheren Gebruik van File Manager Gebruik van FTP Beheer van beveiligde directory's De dienst logboekbeheer Gebruik van de dienst Cron Management Gewone instellingen voor een website configureren Om de gewone instellingen van uw website te configureren: 1 Ga naar de tab Websites en klik op de domeinnaam van de site in de lijst. Het dashboard van de website gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen. De pagina met de tab Webhostinginstellingen verschijnt op het scherm. Op de Apache-hosting ziet de pagina eruit als volgt:

76 Werken met domeinen 76

77 Werken met domeinen Figuur 11: configuratie van een Apache-webruimte Opmerking: enkel voor NG Shared Hosting: indien een standaard-httpdocs- en een veilige httpsdocs-map worden gebruik voor site-inhoud, kan de webspaceowner overschakelen op een standaard-httpdocs-map voor alle sitebestanden die gebruikmaken van de op het scherm weergegeven optie Geconsolideerde HTTP/HTTPS-map. Opgelet: wanneer een website begint met het gebruik van een httpdocs-map worden de bestanden in de httpsdocs (als er zijn) niet gekopieerd naar httpdocs. Op de IIS-hosting ziet de pagina eruit als volgt: Figuur 12: configuratie van een IIS-webruimte De tab Algemeen toont de huidige instellingen van verschillende parameters die u kunt wijzigen. Hier ziet u de lijst van services die de website ondersteunen. Elk van deze services kan een van de volgende statussen hebben: 77

78 Werken met domeinen Onbeschikbaar of Niet beschikbaar in het abonnement in een veld betekent dat het huidige abonnement de betreffende service niet ondersteunt. Uit betekent dat de service niet wordt ondersteund, maar wel kan worden ingeschakeld op de webruimte. De status Aan betekent dat de service wordt ondersteund. Om deze instellingen te wijzigen, klikt u op Bewerken om het scherm in bewerkingsmodus te zetten. Opmerking: als ASP.NET 2.0-ondersteuning is ingeschakeld op uw IIS-website, kunt u op deze website ASP.NET AJAX-faciliteiten gebruiken. Op Windows gebaseerde services worden geleverd via de link Test. U kunt deze link aanklikken om te controleren of de service werkt op de site. Werkt de service, dan krijgt u de resultaten van de test te zien op de geopende pagina. Opmerking: de link Test biedt geen ondersteuning van ColdFusion, want het aantal ColdFusion-connectoren is beperkt en het heeft geen zin connectoren te gebruiken voor testdoeleinden. Voor details over het configureren van PHP-versies en de werkingsmodus op de Apache-webruimte (de opties PHP4-ondersteuning en PHP5-ondersteuning): zie sectie Configuratie van beschikbare PHP-versies en hun werkingsmodus op een Apache-webruimte (op pagina 79). Op een Apache-webruimte kunt u ook SSH-toegang tot de webruimte activeren (zie pagina 80) indien dit is toegelaten door de voorwaarden van uw abonnement (d.w.z. indien er een gedeelte voor configuratie van de SSH-toegang aanwezig is onder de tab Algemeen van (zie pagina 80) het scherm Websiteconfiguratie). In de tab Algemeen kunt u de statusparameter van de website veranderen door ze te starten of te stoppen. Als de website is gestart en u ze wilt stoppen, klik dan op Stop in de rechterbenedenhoek van de pagina. Als de website is gestopt en u ze wilt starten, klik dan op Start in de rechterbenedenhoek van de pagina. De status van de website verandert niet onmiddellijk. Voor het herstarten gebeurt, wordt de uitvoerstatus van de website gedefinieerd als Gestopt of Begonnen. De Stop- (of Start)-knop is in dit overgangsstadium niet actief. Opmerking: in de status "gestopt" zal uw site onbeschikbaar zijn voor bezoekers via HTTP of HTTPS. Toegang via FTP zal wel mogelijk zijn. Probeer lange uitvaltijden zonder gegronde redenen te vermijden, want het is altijd vervelend als een gevraagde URL niet gevonden wordt. 78

79 Werken met domeinen Beschikbare PHP-versies en hun werkingsmodussen configureren op een Apache-webhosting Ga naar Websites. Klik in de lijst op de naam van de gewenste website. Het dashboard van de website gaat open. Klik op Webhostinginstellingen. De tab Algemeen op de pagina Webhostinstellingen toont de standaard-php-instellingen die werden geconfigureerd door de leverancier. Ze kunnen worden aangepast, afhankelijk van de voorwaarden van uw abonnement. Om de standaard-php-instellingen aan te passen, klikt u op de knop Bewerken onderaan de pagina. Pas de wijzigingen toe en klik op Versturen. Opmerking: bij het creëren van een nieuw domein met Apache-webhosting (zie pagina 47), zult u indien u verkiest een nieuwe webruimte te creëren, worden aangeboden daarvoor dezelfde PHP-instellingen te configureren. Afhankelijk van de voorwaarden van uw abonnement kunt u de PHP-versies en hun werkingsmodussen configureren als volgt: Voor een PHP-versie die is toegelaten als module en als CGI-toepassing, hebt u de keuze tussen drie opties: Uit (PHP-versie is gedeactiveerd op webruimte, Apache-module of CGItoepassing. Voor een PHP-versie die enkel is toegelaten in CGI-modus worden slechts twee opties aangeboden: Uit (PHP-versie is gedeactiveerd op webruimte) of CGI-toepassing. Opmerking: slechts één van de ondersteunde PHP-versies (PHP 4 of PHP 5) is beschikbaar als Apache-module. Indien een PHP-versie is ingesteld op Uit en niet bewerkbaar is, betekent dit dat de leverancier het gebruik van deze PHP-versie heeft beperkt in uw abonnement. Indien zowel PHP 4 als PHP 5 zijn geactiveerd op een webruimte, is de standaard-php-engine (die de bestanden met.php-extensie verwerkt) PHP 4. Bestanden met.php5-extensies worden altijd verwerkt door de PHP 5-engine. Daarvoor hebt u de volgende opties: Indien u PHP 5 wilt instellen als standaardengine, deactiveer dan de PHP 4-ondersteuning (zet deze op Uit). In dit geval zullen alle PHP-toepassingen (inclusief die met.php- en.php5- extensies) worden behandeld door PHP 5 in de daarvoor ingestelde werkingsmodus. Indien u zowel de PHP 4- als de PHP 5-engines nodig hebt op uw webruimte, kunt u de.php5- extensie gebruiken voor bestanden die moeten worden verwerkt door PHP 5, terwijl de.phpbestanden zullen worden behandeld door de PHP 4-engine. Opmerking: denk eraan dat de toegepaste wijzigingen kunnen leiden tot verstoring van de PHP-toepassingen in de al voorziene webruimtes. Noteer ook dat wanneer u de PHP-engine deactiveert op een webruimte die.php5-webpagina's bevat, deze webpagina's ontoegankelijk zullen worden. 79

80 Werken met domeinen IP-type van de Webspace HTTP- en FTP-protocollen wijzigen Om het standaard-ip-type van de website voor het HTTP-protocol te wijzigen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. Klik in de lijst op de naam van de gewenste website. Het dashboard van de website gaat open. Klik op Webhostinginstellingen. 2 Klik in de tab Algemeen op de knop Bewerken. 3 Kies in Type IP-adres het nieuwe type IP-adres. Opgelet: de scope van de IP-adrestypes wordt bepaald door uw abonnement. 80 Shared IPv4: de webruimte zal een gedeeld IPv4-adres hebben. Exclusive IPv4: de webruimte zal slechts één adres hebben: het exclusieve IPv4- adres. Exclusive IPv4 and IPv6: de webruimte zal beide IP-adressen hebben: exclusieve IPv4- en exclusieve IPv6-adressen. Exclusive IPv6: de webruimte zal slechts één adres hebben: het exclusieve IPv6- adres. Shared IPv4 and exclusive IPv6: de webruimtes zullen een gedeeld IPv4-adres en een exclusief IPv6-adres hebben. 4 Klik op Versturen om de wijzigingen op te slaan. Om het IP-type voor een FTP-protocol te wijzigen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. Klik in de lijst op de naam van de gewenste website. Het dashboard van de website gaat open. Klik op Webhostinginstellingen. Klik in de geopende pagina op FTPtoegang. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Kies in Type IP-adres het nieuwe type IP-adres. Opgelet: de scope van de IP-adrestypes wordt bepaald door uw abonnement. Shared IPv4: de webruimte zal een gedeeld IPv4-adres hebben. Exclusive IPv4: de webruimte zal slechts één adres hebben: het exclusieve IPv4- adres. Exclusive IPv4 and IPv6: de webruimte zal beide IP-adressen hebben: exclusieve IPv4- en exclusieve IPv6-adressen. Exclusive IPv6: de webruimte zal slechts één adres hebben: het exclusieve IPv6- adres. Shared IPv4 and exclusive IPv6: de webruimtes zullen een gedeeld IPv4-adres en een exclusief IPv6-adres hebben. Klik op Volgende. 4 Klik op Klaar om de wijzigingen op te slaan. De SSH-toegang tot een Apache-webruimte beheren U kunt de SSH-toegang tot uw Apache-webruimtes activeren indien de voowaarden van uw abonnement dit toestaan. SSH is een alternatieve manier om de inhoud van uw site te beheren, naast FTP en File Manager. De standaardtoestemmingen zijn dezelfde: alle operaties zijn

81 Werken met domeinen toegestaan (binnen de root directory van de service), behalve het verwijderen van systeembestanden en -mappen van POA. Voor meer details verwijzen we naar de hierna volgende subsecties. De SSH-toegang tot een webruimte activeren Standaard is de SSH-toegang tot alle automatisch geleverde webruimtes geactiveerd. Om de SSH-toegang tot een webruimte te activeren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. Klik in de lijst op de naam van de gewenste website. Het dashboard van de website gaat open. Klik in het geopende dashboard op Webhostinginstellingen. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Vink in het gedeelte Configuratie SSH-toegang het selectievakje SSH-verbindingen met deze webruimte activeren aan. Alle velden in dit gedeelte zullen actief worden. Als het gedeelte Configuratie SSH-toegang ontbreekt in de tab Algemeen, betekent dit dat de SSH-toegang niet is toegestaan door uw abonnementsvoorwaarden. 4 Specificeer in de voorziene velden de referenties van de SSH-toegang (login en wachtwoord). Specificeer een unieke login. Als de login niet uniek is, geeft POA een foutbericht weer en krijgt u op het scherm tips voor mogelijke logins. Indien u wilt dat POA een sterk wachtwoord creëert, klik dan op Genereer nieuw wachtwoord. 5 Klik op Versturen. In de tab Algemeen wordt de status van de SSH-toegang op Aan gezet. Het gedeelte Configuratie SSH-toegang geeft details over de SSH-toegang weer: het IP-adres van de server waarlangs de webruimte toegankelijk is, de login en het wachtwoord. Men krijgt toegang tot de webruimte zodra de status van de SHH-toegang op In Sync is gezet. Opmerking: indien een abonnement geblokkeerd is, zal de SSH-toegang tot al zijn webruimtes gedeactiveerd zijn. Om de SHH-toegang op andere webruimtes in uw abonnement te activeren, selecteert u de gewenste webruimte en herhaalt u de bovenstaande procedure. Het aantal webruimtes waarvoor u SSH-toegang kunt toestaan, kan in uw abonnement worden beperkt. Het gedeelte Configuratie SSH-toegang zal in dat geval ontbreken in de instellingen van de betreffende webruimtes. Voor pas gecreëerde domeinen met Apache-webhosting (gecreëerd in nieuwe webruimtes) kunt u SSH-toegang activeren tijdens de creatie van het domein volgens stappen 3 tot 5 van de bovenstaande procedure. De details van een SHH-toegang bewerken Uw login en uw wachtwoord kunt u bewerken, het IP-adres niet. Om uw SHH-referenties te bewerken, gaat u te werk als volgt: 81

82 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites. Klik in de lijst op de naam van de gewenste website. Het dashboard van de website gaat open. Klik in het geopende dashboard op Webhostinginstellingen. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Voer in het gedeelte Configuratie SSH-toegang het nieuwe login en/of het nieuwe wachtwoord in. Bevestig het wachtwoord. Indien u wilt dat POA een sterk wachtwoord creëert, klik dan op Genereer nieuw wachtwoord. 4 Klik op Versturen. De SSH-toegang tot een webruimte deactiveren Om de SSH-toegang tot een webruimte te deactiveren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. Klik in de lijst op de naam van de gewenste website. Het dashboard van de website gaat open. Klik in het geopende dashboard op Webhostinginstellingen. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Vink in het gedeelte Configuratie SSH-toegang het selectievakje SSH-verbindingen met deze webruimte activeren weg. 4 Klik op Versturen. In de tab Algemeen wordt de status van de SSH-toegang op Uit gezet. Beheer van de ondersteuning van services op websites Als u klikt op de knop Bewerken in de rechterbenedenhoek van de tab Algemeen kunt u de services in- of uitschakelen die worden beschreven in de tabel in de sectie Microsoft IIS-website creëren op nieuwe webruimte (op pagina 59) en enkele andere, zoals: 82

83 Werken met domeinen ColdFusion-ondersteuning: vink dit selectievakje aan om uw website ColdFusion-ondersteuning te bieden. POA kan drie versies van ColdFusion ondersteunen: 6, 7 en 8. Net zoals ASP is ColdFusion een technologie die werd ontwikkeld voor de productie van dynamische webpagina's. Dit product omvat een server en een reeks ontwikkelingstools die werden ontworpen om databases en webpagina's integreren. ColdFusion-webpagina's bevatten tags geschreven in ColdFusion Markup Language (CFML). Als u ColdFusion-ondersteuning hebt, zult u ColdFusion-scriptbestanden (meestal scriptbestanden met extensies.cfm,.cfml) kunnen plaatsen in wwwroot-mappen en ze kunnen uitvoeren met behulp van uw webbrowser. ISAPI_Rewrite-ondersteuning: vink dit selectievakje aan om ondersteuning van Internet Server Application Programming Interface (ISAPI) Rewrite te bieden voor een website. ISAPI_Rewrite is een krachtige URL-manipulatiemachine die speciaal werd ontworpen voor Internet Information Server (IIS) van Microsoft. Met deze machine kunt u de dynamische content van forums of e-stores optimaliseren, een virtueledirectorystructuur van de site creëren, fysieke bestanden en extensies verbergen, toegang verlenen tot intranetservers vanop internet, enz. Opmerking: in de weergavemodus van de tab Algemeen staat er een link naast de statusindicator in het veld ISAPI_Rewrite-ondersteuning. Klik op de link voor gedetailleerde informatie over ISAPI_Rewrite. Opmerking: leveranciers kunnen uw mogelijkheid om de ondersteuning van een bepaalde functies aan/uit te schakelen, deactiveren. Selecteer of deselecteer de gewenste vakjes en klik vervolgens op Versturen. De tab met deze service verschijnt op het scherm. Bij uitschakeling van de service zal de betreffende tab verdwijnen. Belangrijk: als u ondersteunende services activeert, denk er dan aan dat bepaalde services niet met elkaar kunnen samenwerken omdat hun parameters niet compatibel zijn. De faciliteit "IP Deny" bijvoorbeeld zal niet naar behoren werken als u FrontPage-ondersteuning op uw website inschakelt. FrontPage-ondersteuning zal niet naar behoren werken als de faciliteit "Hotlink Protection" werd aangezet. Gebruik van SSL op Apache-webruimtes Het SSL-protocol (Secure Sockets Layer) beveiligt de data die een webbrowser en een webserver met elkaar uitwisselen. Het beveiligde SSL-protocol is een industriële norm voor e-commerce- en onlineservicewebsites, waar bezoekers hun kredietkaartnummers en andere gevoelige data invoeren. Opmerking: Apache-webhosting bevat een speciale directory die is gereserveerd voor het opslaan van veilige websitecontent, nl. de directory webspace/httpsdocs. Deze directory is gemeenschappelijk voor alle websites op de webruimte. Alvorens de SSL-connectie met de webruimte te configureren en te testen, moet u via File Manager enkele van uw bestanden uploaden naar deze directory (zie pagina 107). De procedures voor SSL-beheer zijn verschillend voor Apache-websites met exclusieve IPadressen en Apache-websites met gedeelde IP-adressen. Om te zien welk type IP-adressen uw 83

84 Werken met domeinen website gebruikt, gaat u naar Websites, klikt u op de naam van het gewenste domein, selecteert u de tab Web en controleert u het Type IP-adres in het gedeelte Webhosting. Lees een van de hierna volgende subsecties, afhankelijk van het type IP-adres. SSL activeren op een Apache-webruimte met een gedeeld IP-adres Indien een gedeeld IP-adres hebt, kunt u een "gedeeld" SSL-certificaat gebruiken, geleverd door de SSL-proxy die door uw POA-leverancier werd geconfigureerd voor de webserver in zijn geheel. Om de SSL-proxy voor de website te activeren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Meer tools en selecteer daarna SSL. 2 Ga naar de tab SSL en vink de optie SSL status aan. 3 Klik op de knop SSL activeren. Wanneer de SSL-status verandert in Geactiveerd (gedeeld), wordt de SSL-connectie naar de website beschikbaar. Als u geen SSL-tab te zien krijgt, betekent dit dat het gebruik van SSL is gedeactiveerd voor uw abonnement. Voor meer informatie over het deactiveren van SSL: zie "SSL op webruimte deactiveren" (op pagina 86). Belangrijk: als uw website bedoeld is voor toegang via SSL Proxy, moet u de URL's gebruiken om van de ene websitepagina te verwijzen naar een andere websitepagina, -afbeelding of - bestand. SSL activeren op een Apache-webruimte met een exclusief IP-adres Als u op Apache-webhosting een exclusief IP-adres hebt, kunt u niet overschakelen naar het gebruik van de SSL-proxy van de leverancier die werd geconfigureerd voor de webserver. Om een SSL-connectie met uw webruimtes op te zetten, moet u eerst een SSL-certificaat verkrijgen van een certificatieautoriteit of een zelfondertekend certificaat registreren zoals beschreven in de sectie "SSL-connectie met websites configureren" (op pagina 39) en het daarna uploaden naar de webruimte (zie pagina 84). Een SSL-certificaat uploaden Voor de configuratie van een SSL-connectie met uw webruimte die gebruikmaakt van een exclusief IP-adres, gaat u te werk als volgt: 84

85 Werken met domeinen 1 Vraag bij een certificatieautoriteit een SSL-certificaat en een privésleutel voor de webruimte of registreer een zelfondertekend SSL-certificaat. Upload die indien nodig naar de gebruikersrepository. Gedetailleerde instructies vindt u in de sectie "SSL-connectie met websites configureren (op pagina 39). 2 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik op de geopende pagina op Meer tools en selecteer daarna SSL. 3 Klik op Certificaat installeren en SSL activeren. 4 Duid in het eerste scherm van de wizard het type locatie aan vanwaar u het certicaat wilt installeren: Repository - Gebruik deze optie om het SSL-certificaat te installeren vanuit uw POAgebruikersrepository. Bestand - Gebruik deze optie om het SSL-certificaat te installeren vanuit een locatie op uw computer. Klembord - Gebruik deze optie om een kopie van het certificaat te creëren via kopiëren/plakken (door de strings van het certificaat en de privésleutel in de betreffende velden te plakken). 5 Klik op Volgende. Het weergegeven scherm komt overeen met de optie voor certificaatlocatie die u hebt gekozen bij de vorige stap. a b c Als u in de vorige stap hebt gekozen voor de optie Repository, selecteer dan het gewenste certificaat in de lijst. De privésleutel voor het certificaat zal automatisch worden geïnstalleerd. Als u hebt gekozen voor de optie Bestand, klik dan op Bladeren en specificeer de paden naar de bestanden van het SSL-certificaat en de privésleutel op uw computer. Als u hebt gekozen voor de optie Klembord, open dan de bestanden met uw SSL-certificaat en uw privésleutel, kopieer de inhoud ervan naar het klembord en plak hem in de respectieve velden Certificaat en Privésleutel. Klik op Volgende. 6 Kijk de informatie over het certificaat na en klik op Klaar. Zodra de SSL-connectie is geconfigureerd, verschijnt alle informatie over het SSL-certificaat onder de tab SSL. Er verschijnen nieuwe knoppen: Installeer nieuw certificaat - Gebruik deze optie als u het huidige SSL-certificaat wilt vervangen door een nieuw. Installeer CA-certificaat - Gebruik deze optie om een CA-certificaat te installeren (een speciaal certificaat dat u het recht geeft zelf te handelen als certificatieautoriteit). Neem contact op met de gewenste certificatieautoriteit voor meer details over hoe u een dergelijke certificaat kunt verkrijgen. Om het verkregen CA-certificaat op te slaan in uw gebruikersrepository, gaat u te werk zoals beschreven in "Een SSL-certificaat uploaden naar de gebruikersrepository" (op 85

86 Werken met domeinen pagina 41). Om een CA-certificaat te installeren op een website gebruikt u dezelfde procedure als hierboven beschreven. SSL deactiveren - Gebruik deze optie om de SSL-connectie met uw website te deactiveren. Noteer dat, ook als SSL gedeactiveerd is, de SSL-instellingen en het certificaat voor de webruimte opgeslagen blijven in POA. Na heractivering van SSL worden ook de instellingen hersteld. Om de SSL-connectie te testen, klikt u op de pagina op de URL-link van de SSL. SSL deactiveren op een webruimte Om de SSL-verbinding naar de website te deactiveren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik op de geopende pagina op Meer tools en selecteer daarna SSL. 2 Klik op de knop SSL-proxy deactiveren of op SSL deactiveren. De keuze van de knop is afhankelijk van het type IP-adres (gedeeld of exclusief). De status van SSL verandert in Gedeactiveerd. Later kunt u SSL opnieuw activeren op de webruimte. In webruimtes met exclusieve IP-adressen worden alle certificaten en instellingen teruggezet na de heractivering van SSL. Apache-websites configureren Foutdocumenten aanpassen Foutdocumenten zijn internetpagina's die de gebruiker te zien krijgt wanneer zich een onvoorziene fout voordoet als hij toegang probeert te krijgen tot de gevraagde URL. U kunt uw website een aantrekkelijker en meer uitnodigend uitzicht geven als u een persoonlijke toets geeft aan de documenten met de originele foutmeldingen, of als u de gebruiker naar een bepaalde webpagina leidt die de standaardfoutpagina vervangt. Elk type fout heeft zijn eigen codenummer. POA biedt u de mogelijkheid de volgende foutdocumenten te bewerken: Foutcode Beschrijving 400 Aanvraag ongeldig 403 Verboden 404 Niet gevonden 500 Interne serverfout 86

87 Werken met domeinen 1 Om foutdocumenten aan te passen, gaat u naar Websites en klikt u op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab Foutdocumenten. 2 Klik op het codenummer van de foutpagina die u wenst aan te passen. Daarop verschijnt de huidige configuratie van het foutdocument. 3 Klik op de knop Bewerken om naar de bewerkingsmodus te gaan. De volgende modussen voor de weergave van foutpagina's kunnen worden geselecteerd: Uit - De browser zal de foutcode en de beschrijving weergeven als "404 niet gevonden". Standaard - In deze modus zal de browser de standaardfoutpagina van Apache laten zien. Aangepast bericht - U kunt het bericht intikken dat naar de gebruiker moet worden verzonden in plaats van de standaardfoutpagina van Apache. Bestand gelokaliseerd in document root - U kunt een van de bestanden uit de map webruimte > error_docs invoeren in de remote machine waar de webruimte is gelokaliseerd. U kunt File Manager gebruiken om de bestanden te bekijken die zijn ondergebracht in de map webruimte > error_docs. Doorsturen naar URL - Deze modus stuurt de gebruiker door naar de internetpagina waarvan u de URL hebt gespecificeerd in het daartoe voorziene veld. 4 Klik op Versturen om de nieuwe modus toe te passen. Beheer van.htaccess-bestanden De meeste webservers hebben configuratiebesturingselementen en -opdrachten die een fijngemaasde controle van de toegang tot de pagina's en data op de server toelaten. Over het algemeen kan die worden uitgevoerd vanop de systeembrede configuratiebestanden of via de.htaccess-bestanden. Wat is een.htaccess-bestand? Met Apache kunt u de configuratie gedecentraliseerd beheren via speciale bestanden die in de web tree zijn geplaatst. Deze speciale bestanden worden meestal.htaccess-bestanden genoemd, maar in de AccessFileName-directive kan eender welke naam worden vermeld. Directives geplaatst in.htaccess-bestanden zijn van toepassing op de directory waarin u het bestand plaatst en op alle subdirectory's. De.htaccess-bestanden hebben dezelfde syntaxis als de hoofdconfiguratiebestanden. Om te zien welke directives kunnen worden geplaatst in.htaccess-bestanden: zie de context (http://httpd.apache.org/docs/mod/directives.html) van de directive. Voor meer informatie over het beheer van htaccess-bestanden: zie de officiële website van Apache (http://httpd.apache.org/docs/howto/htaccess.html#what). Hoe.htaccess-bestanden werken 87

88 Werken met domeinen Voor Shared Hosting-sites worden.htaccess-bestanden gelezen bij elke request. Wijzigingen aan deze bestanden worden dus onmiddellijk toegepast. De CGI-service testen CGI (Common Gateway Interface) is een manier om uw webpagina's te verbinden met andere programma's die draaien op de server waartoe bezoekers normaal geen toegang hebben. De meeste bedrijfswebsites op het internet maken tegenwoordig gebruik van CGI-programma's of - scripts om hun bezoekers toe te laten te bladeren in onlinecatalogen of de status van hun orders in real time te volgen. De subdirectory "webspace/cgi-bin" bevindt zich in uw homedirectory. Deze subdirectory dient voor het opslaan van CGI-bestanden. Als uw abonnement CGI-ondersteuning bevat, neem dan enkele minuten om te testen of uw CGI echt werkt. Opmerking: controleer voor u met de test begint of de CGI-ondersteuning is ingeschakeld. Ga daarvoor naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab Algemeen. Klik op Bewerken en vink het selectievakje CGI-ondersteuning aan om dit te activeren. Klik op Versturen om de wijzigingen op te slaan. Om CGIing te testen: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab CGI-bin. 2 Klik op de URL van de CGI-bin-testpagina in het gedeelte Hoe CGI-bin gebruiken. 3 De testpagina gaat open in het nieuwe venster. Staat daarin de rood en blauw gekleurde zin "Test van de CGI (met sh)", dan werkt uw CGI-service zoals het hoort en kunt u de CGIbestanden opslaan in de directory webspace/cgi-bin. Gebruik van WAP De bedoeling van WAP (Wireless Application Protocol) is internetcontent te tonen op draadloze toestellen, bv. gsm's. Om meer te weten over WAP-mogelijkheden, gaat u naar Websites en klikt u op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab WAP. De pagina bevat nuttige informatie over WAP. De directory voor het opslaan van de bestanden voor WAP is webspace/httpdocs/index.wml. Overschrijf index.wml met uw bestand met behulp van de File Manager. Probeer toegang te krijgen tot de site via uw mobiele telefoon om te controleren of WAP-ondersteuning beschikbaar is. Geavanceerde functies MIME-types definiëren MIME-types (Multipurpose Internet Mail Exchange) vertellen browsers hoe ze bepaalde extensies moeten behandelen. Het MIME-type txt/html bijvoorbeeld is het equivalent van htm-, html- en 88

89 Werken met domeinen shtml-extensies op de meeste servers en vertelt uw browser dat hij alle bestanden met deze extensies moet interpreteren als HTML-bestanden. Om het bestand te openen, moet de juiste toepassing worden geïnstalleerd. Bijvoorbeeld een afbeelding die u per wordt toegezonden is gecodeerd als MIME. Als u dit bestand ontvangt, moet er een met dit bestandstype geassocieerde toepassing worden geïnstalleerd, bv. ACDSee, Adobe Photoshop of een andere image viewer. Om MIME-types te behandelen: Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab MIME-types. Dan verschijnt de lijst van extensies met de respectieve applicaties die ze kunnen behandelen. POA biedt u de mogelijkheid specifieke extensies toe te voegen aan de lijst: 1 Klik op de knop Nieuw MIME-type definiëren. 2 Typ het MIME-type en de extensie(s) in de betreffende velden. 3 Klik op Versturen om de ingevoerde gegevens op te slaan. Het nieuwe MIME-type wordt weergegeven in de lijst Door de gebruiker gedefinieerde MIME-types. Om het MIME-type te verwijderen, vinkt u het selectievakje naast het respectieve MIME-type aan en klikt u op de knop Verwijderen. Apache-handlers definiëren Een handler is een interne Apache-weergave van de bewerking die moet worden uitgevoerd als een bestand wordt opgeroepen. Doorgaans zijn er in bestanden handlers ingebouwd op basis van het bestandstype. Normaal worden alle bestanden gewoon verwerkt door de server, maar sommige bestandstypes kunnen afzonderlijk worden behandeld. Op basis van de bestandsnaamextensies kunnen er handlers worden gespecificeerd die geen verband hebben met het bestandstype. Als u om een of andere reden de standaardbehandeling van Apache-bestanden wilt wijzigen of een nieuwe wilt definiëren, moet u enkel een handler selecteren en de eraan gekoppelde bestandsextensie(s) aanduiden. Om een handler te definiëren: 89

90 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab Geavanceerd. Open subitem Apachehandlers. 2 Klik in het gedeelte Door de gebruiker gedefinieerde handlers op de knop Nieuwe handler toevoegen. Het scherm met de velden voor het toevoegen van handlers gaat open. De bij de standaarddistributie ingebouwde handlers zijn: send-as-is - Het bestand verzenden met de HTTP-headers zoals het is. cgi-script - Het bestand behandelen als een CGI-script. imap-file - Parseren als een "imagemap rule file". server-info - De informatie over de serverconfiguratie ophalen. server-parsed - De server zal de SSI-richtlijnen in het bestand uitvoeren. server-status - Het rapport over de status van de server ophalen. type-map - Parseren als type mapbestand voor contentnegotiaties. 3 Selecteer het gewenste handlertype in het afrolmenu en voer in welke extensie(s) u erdoor wilt laten behandelen. 4 Klik op Versturen. De nieuwe handler wordt weergegeven in de lijst Door de gebruiker gedefinieerde handlers. Configuratie van de hotlinkbeveiliging POA biedt u de mogelijkheid uw websites te beveiligen tegen onbevoegde hotlinking. Hotlinking betekent dat een andere website owner een rechtstreekse link maakt met een of meer van uw afbeeldingen of multimediabestanden om ze op te nemen in zijn webpagina. Niet alleen is dit diefstal van intellectuele eigendom, u betaalt ook voor de bandbreedte die door die site wordt gebruikt. Met een hotlinkbeveiliging kunt u verhinderen dat bepaalde websites toegang krijgen tot uw website. Om hotlinkbeveiliging in te schakelen op uw website, gaat u te werk als volgt: Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab Geavanceerd. Open subtab Hotlinkbeveiliging. 90

91 Werken met domeinen 1 De optie Hotlinkbeveiliging is standaard uitgeschakeld. Het statuspictogram staat in het grijs. 2 Klik op de knop Inschakelen om de hotlinkbeveiliging in te schakelen. De status verandert in Ingeschakeld. Uw website is beveiligd tegen hotlinking. 3 Klik op de knop Bewerken om de parameters van de hotlinkbeveiliging in te stellen. Daarop verschijnt het scherm Hotlinkbeveiliging configureren: 4 De volgende bijkomende parameters zijn beschikbaar: URL's om toegang toe te staan - Om de URL('s) vast te leggen van de bestanden die beschikbaar zijn voor hotlinking. Te weigeren bestandsextensie - Om vast te leggen aan welke bestandsextensie(s) de toegang moet worden ontzegd. URL voor omleiding - Om vast te leggen naar welke URL('s) een gebruiker die probeert beveiligde bestanden te openen, moet worden omgeleid. 5 Klik op de knop Versturen om de nieuwe configuratie op te slaan. IP Deny Manager Gebruik deze tool om de toegang tot uw website vanop bepaalde IP-adressen te blokkeren. 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de geopende pagina op Webhostinginstellingen en selecteer vervolgens de tab Geavanceerd. Open de subtab IP Deny Manager. 2 Klik op de knop Voeg nieuwe IP toe. Daarop gaat het scherm IP toevoegen open, met het veld waarin u de te blokkeren IP moet invoeren. 3 Geef de IP-adressen of hostnamen op die u de toegang wilt ontzeggen. 4 Klik op Versturen. De nieuwe IP zal worden weergegeven in de lijst van geblokkeerde IP's. IIS-websites configureren IIS-mappings beheren Wat POA betreft, is mapping een combinatie van een scriptmachine (ASP, ASP.NET, PHP, Perl, enz.) en een scriptextensie. Een dergelijke mapping bepaalt welke scriptmachine moet worden gebruikt voor het behandelen van bestanden met een welbepaalde extensie. Voor er bijvoorbeeld.asp-bestanden kunnen worden geopend op een website, moet eerst de "asp"- mapping voor de ASP-machine bestaan in POA. Anders zullen websitebezoekers een foutmelding krijgen in de trant van "Pagina kan niet worden gevonden" als zij proberen toegang te krijgen tot dergelijke bestanden. Tijdens de provisioning van uw website wordt de reeks voorgedefinieerde mappings (systeemmappings gecreëerd door de leverancier) gekopieerd naar die website en standaard gebruikt. Toch kunt u mappings beheren voor een scriptmachine die wordt ondersteund in POA als 91

92 Werken met domeinen de leverancier dat toestaat. Als de leverancier de aanpassing van mappings voor een bepaalde scriptmachine heeft uitgeschakeld, kunt u deze mappings enkel bekijken. Als de leverancier de mogelijkheid om mappings aan te passen heeft ingeschakeld voor een scriptmachine, krijgt u de controle over meerdere bewerkingen op mappings van de machine, zoals: Nieuwe mappings toevoegen Mappings bewerken Mappings verwijderen/terugzetten Deze bewerkingen worden meer gedetailleerd beschreven in dit hoofdstuk. Om toegang te krijgen tot de lijst van mappings op uw webruimte: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. 2 Klik in de sectie Websitetools op Meer tools... om de lijst van tools uit te breiden en selecteer daarna Mappings. De lijst van beschikbare scriptmachines met hun mappings verschijnt op het scherm. Een nieuwe mapping toevoegen Om een nieuwe mapping voor een scriptmachine toe te voegen: 92

93 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. 2 Klik in de sectie Websitetools op Meer tools... om de lijst van tools uit et breiden en selecteer daarna Mappings. De lijst van beschikbare scriptmachines met hun mappings verschijnt op het scherm. 3 Selecteer een scriptmachine waarvoor u een mapping wilt creëren, door te klikken op de gewenste machinenaam in de kolom Machine. Daarop krijgt u de pagina met een volledige lijst van mappings voor de geselecteerde machine. Opmerking: u kunt enkel een nieuwe mapping toevoegen aan scriptmachines waarvan de indicator Aanpasbaar op Ja staat. Anders zal er een waarschuwingsbericht verschijnen zoals: "Mappings voor ASP zijn alleen-lezen". 4 Klik op de knop Nieuwe mapping toevoegen. Het dialoogvenster "Nieuwe mapping toevoegen" verschijnt. Specificeer de volgende mappingeigenschappen: Voer in het veld Extensie een bestandsextensie in die is geassocieerd met de scriptmachine (bv. bestandsextensie.php voor de PHP-scriptmachine). Opmerking: als u een extensie invoert die al werd gedefinieerd voor de huidige of voor een andere scriptmachine die in de lijst van scriptmachines staat, krijgt u een foutbericht Ongeldige invoer in de trant van "Extensie 'cgi' al gedefinieerd voor Perl". U kunt dan geen extensie associëren met verschillende scriptmachines (de enige uitzonderingen zijn ASP.NET 1.1 en ASP.NET 2, maar die kunnen niet tegelijk worden ingeschakeld op dezelfde site). Selecteer in het gedeelte Werkwoorden welke HTTP-werkwoorden u wilt koppelen aan de machine door de respectieve selectievakjes aan te klikken. Specificeer de geavanceerde eigenschappen van de mapping die u aan het creëren bent. Zij verschillen afhankelijk van het webhostingtype van uw webruimte: IIS 6.0 of IIS 7.0. Voor IIS 6.0: Vink het selectievakje Scriptmachine aan indien u de toepassing wilt uitvoeren in een directory zonder uitvoertoestemmingen. Indien niet, laat dan het selectievakje blanco. Vink het selectievakje Controleer of dat bestand bestaat aan, om te kunnen controleren of het gevraagde scriptbestand bestaat. Voor IIS 7.0: Vereiste toegang het toegangsniveau voor de nieuwe mapping. De mogelijke waarden zijn: Geen, Lezen, Schrijven, Script, Uitvoeren. Als er een aanvraag binnenkomt die overeenstemt met deze mapping, toetst IIS7 de instellingen van de vereiste toegang van de mapping met de toestemmingen voor faciliteiten voor de website. Als de toestemmingen voor faciliteiten voor de website lager zijn dan de vereiste toegang, wordt de aanvraag geweigerd. Vink het selectievakje Controleer of dat bestand bestaat aan, om te kunnen controleren of het gevraagde scriptbestand bestaat. 93

94 Werken met domeinen Selecteer in het menu Beheerde module voor de geïntegreerde modus de handler voor de nieuwe mapping. De beheerde module wordt enkel gebruikt als de gepaste IIStoepassingspool die de aanvraag verwerkt, draait in de geïntegreerde IIS 7-modus (voor informatie over de modussen van IIS 7-toepassingspools: zie de sectie "Switchen tussen modussen van toepassingspools voor IIS 7.0-websites"). Deze optie is enkel beschikbaar voor ASP.NET 2-mappings. 5 Klik op Versturen om de creatie van een mapping te voltooien. Nu kunt u de pas gecreëerde mapping zien in de lijst met mappings van de scriptmachine. U hebt dan een zogenaamde aangepaste mapping gecreëerd. Om deze al bestaande mapping te bewerken: 1 Volg de stappen 1-5 hierboven om toegang te krijgen tot de volledige lijst van mappings van een bepaalde scriptmachine. 2 Selecteer de nodige mapping door te klikken op zijn extensienaam in de kolom Extensie van de lijst. 3 Klik op de knop Bewerken. Na de bewerking van een mapping zal de indicator Aangepast op Ja staan. Mappings terugzetten/verwijderen Zoals eerder gezegd, worden de door de leverancier gecreëerde mappings "systeemmappings" genoemd en de door u gecreëerde mappings "aangepaste mappings". Systeemmappings kunnen niet uit het systeem worden verwijderd. Als ze door u werden gewijzigd, kunnen ze in hun oorspronkelijke staat worden teruggezet. Aangepaste mappings kunt u wel verwijderen. Om een bestaande mapping te verwijderen/terug te zetten: 94

95 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. 2 Klik in de sectie Websitetools op Meer tools... om de lijst van tools uit te breiden en selecteer daarna Mappings. De lijst van beschikbare scriptmachines met hun mappings verschijnt op het scherm. 3 Selecteer een scriptmachine waarvoor u een mapping wilt creëren door te klikken op de gewenste machinenaam in de kolom Machine. Daarop krijgt u de pagina met een volledige lijst van mappings voor de geselecteerde machine. In de lijst hebben systeemmappings het type Systeem en aangepaste mappings het type Aangepast. Voor systeemmappings is er ook de indicator Aangepast die op Ja staat bij mappings die door u werden gewijzigd en op Nee bij ongewijzigde mappings (niet gewijzigd sinds ze door de leverancier werden gecreëerd). Opmerking: u kunt enkel een mapping verwijderen/terugzetten bij scriptmachines waarvan de indicator Aanpasbaar op Ja staat. Anders zal er een waarschuwingsbericht verschijnen zoals: "Mappings voor ASP zijn alleen-lezen". 4 Vink de selectievakjes aan naast de mapping(s) die u wilt terugzetten/verwijderen. U kunt enkel de systeemmappings terugzetten waarvan de indicator Aangepast op Ja staat. U kunt gelijk welke aangepaste mapping verwijderen. 5 Klik op de knop Terugzetten/Verwijderen. "Daarop verschijnt het bevestigingsbericht: "Bent u zeker dat u de systeemmappings wilt terugzetten en de aangevinkte aangepaste mappings wilt verwijderen?". 6 Klik op OK. De aangevinkte aangepaste mappings werden verwijderd en staan niet langer in de lijst van mappings. De aangevinkte systeemmappings werden teruggezet in hun oorspronkelijke staat (de indicator Aangepast staat op Nee). Mappings uitschakelen/inschakelen U kunt de ondersteuning van een bepaalde scriptextensie tijdelijk stopzetten door de ermee overeenstemmende mapping uit te schakelen. Om een of meer mappings van een scriptmachine uit te schakelen, gaat u te werk als volgt: 95

96 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. 2 Klik in de sectie Websitetools op Meer tools... om de lijst van tools uit te breiden en selecteer daarna Mappings. De lijst van beschikbare scriptmachines met hun mappings verschijnt op het scherm. 3 Selecteer een scriptmachine waarvoor u een mapping wilt creëren door te klikken op de gewenste machinenaam in de kolom Machine. Daarop krijgt u de pagina met een volledige lijst van mappings voor de geselecteerde machine. Opmerking: u kunt enkel een bestaande mapping uitschakelen/inschakelen bij scriptmachines waarvan de indicator Aanpasbaar op Ja staat. Anders zal er een waarschuwingsbericht verschijnen zoals: "Mappings voor ASP zijn alleen-lezen". 4 Vink de selectievakjes aan naast de mappings die u wilt uitschakelen. Dit stelt u in staat verschillende mappings tegelijk uit te schakelen. U kunt enkel de mappings uitschakelen waarvan de indicator Ingeschakeld op Ja staat. Opmerking: u kunt ook een mapping selecteren die moet worden uitgeschakeld door te klikken op zijn extensienaam in de kolom Extensie van de lijst. De eigenschappen van de geselecteerde mapping zullen op het scherm verschijnen. 5 Klik op de knop Uitschakelen. De geselecteerde mappings worden uitgeschakeld. De indicator Ingeschakeld voor deze mapping staat op Nee. Om een of meer mappings in te schakelen, voert u dezelfde stappen uit als hierboven, maar bij de laatste stap klikt u op de knop Inschakelen. De performantie-instellingen beheren Om overmatig verkeer te vermijden en de serverperformantie te verhogen, kunt u de parameters van de IIS-performantie instellen zoals u ze optimaal vindt, zonder echter de door de leverancier vastgelegde limieten te overschrijden. 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab Performantie. 3 Onder de tab Performantie kunt u de huidige parameterwaarden zien. 4 Klik op de knop Bewerken om de standaardparameters te wijzigen. Op het bewerkingsscherm zijn de volgende parameters beschikbaar: Connectielimiet: stel een standaardmaximumaantal gelijktijdige clientverbindingen voor uw server in. U kunt de limiet van het aantal verbindingen voor uw webserver wijzigen binnen de door de leverancier bepaalde begrenzing. Als u een waarde invoert die de vastgelegde grenzen overschrijdt, zal ze automatisch tot de toegestane limiet worden teruggebracht. Ook zult u een berichtje krijgen met de melding dat de door u ingevoerde waarde niet kan worden toegepast. Toch zal deze te hoge waarde worden opgeslagen in het systeem zodat, als de 96

97 Werken met domeinen grenzen in de toekomst worden uitgebreid, de gedefinieerde waarde automatisch zal worden toegepast. Connecties time-out. stel een waarde in voor de time-out van verbindingen. Met deze instelling kunt u configureren (in seconden) hoe lang de server een verbinding voor een client zal openhouden. Normaal zal de webbrowser de server vragen een verbinding open te houden voor de client. Dit wordt een HTTP keep-alive genoemd. De client kan deze verbinding gebruiken voor meervoudige verzoeken van elementen en noch de client, noch de server moeten alle handelingen doorlopen die voor elk verzoek een verbinding tot stand brengen. Dit verbetert de werking aanzienlijk voor zowel de client als de server, vooral bij verbindingen met een hoge latentie. Als de client gedaan heeft met zijn verzoeken, laat hij dat weten aan de server. De verbinding wordt afgesloten en de resources worden vrijgemaakt. Indien de client er om een of andere reden niet in slaagt de verbinding af te sluiten, zal de verbinding onbeperkt open blijven. Na het tijdsinterval dat werd vastgelegd in de instelling "Connecties time-out" sluit de server de verbinding af. U kunt de time-outlimiet van de verbindingen wijzigen binnen de door de leverancier bepaalde limiet. Als u een waarde invoert die de vastgelegde grenzen overschrijdt, zal ze automatisch tot de toegestane limiet worden teruggebracht. Ook zult u een berichtje krijgen met de melding dat de door u ingevoerde waarde niet kan worden toegepast. Toch zal deze te hoge waarde worden opgeslagen in het systeem zodat, als de grenzen in de toekomst worden uitgebreid, de gedefinieerde waarde automatisch zal worden toegepast. Http Keep-Alives: als u deze parameter inschakelt, biedt u uw server de mogelijkheid de verbinding met de client in stand te houden nadat de eerste aanvraag is uitgevoerd. Dit beperkt ook de time-outlimiet en het CPU-gebruik, maar niet alle browsers ondersteunen deze modus. Maximale bandbreedte: met de bandbreedtebeperking kunt u, in kilobyte per seconde, de maximale bandbreedte configureren die de server aan de website mag besteden. U kunt de bandbreedtelimiet wijzigen binnen de door de leverancier bepaalde begrenzing. Als u een waarde invoert die de vastgelegde grenzen overschrijdt, zal ze automatisch tot de toegestane limiet worden teruggebracht. Ook zult u een berichtje krijgen met de melding dat de door u ingevoerde waarde niet kan worden toegepast. Toch zal deze te hoge waarde worden opgeslagen in het systeem zodat, als de grenzen in de toekomst worden uitgebreid, de gedefinieerde waarde automatisch zal worden toegepast. 5 Klik op Versturen om de nieuw geconfigureerde parameters op te slaan. De logrotatie beheren Een logbestand wordt door de webserver gecreëerd om de transacties die zich hebben voorgedaan op de webserver te registreren. Analyse van het logbestand biedt informatie over de bezoekers van uw site, waar ze vandaan komen, welke query's ze hebben gebruikt om toegang te krijgen tot uw site. Daarom verzamelt een logbestand allerhande gegevens: de datum en het uur van de transacties, de URL en het IP-adres van de aanvrager, de statuscode van de aanvraag, de user agent string, enz. 97

98 Werken met domeinen Als niets wordt ondernomen, kan een logbestand onbegrensd groter worden, wat problemen kan meebrengen. Een groot logbestand is moeilijk te behandelen en het bestandssysteem zal uit zijn voegen barsten. De oplossing voor dit algemene probleem veroorzaakt door een alsmaar aandikkend logbestand is logrotatie. Dit houdt in dat een bestaand logbestand regelmatig (elke nacht of wekelijks) wordt verplaatst naar een andere bestandsnaam en dat men opnieuw begint met een leeg logbestand. Na een bepaalde periode worden de oude logbestanden verwijderd. Om de logrotatie te configureren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab Logging. Deze tab geeft de huidige parameters van de logrotatie weer. 3 Om de parameters van de logrotatie te wijzigen, klik op Bewerken. 4 Selecteer in de afrolmenu's de passende items. Frequentie logrotatie. Selecteer de frequentie van de logrotatie. De opties zijn: Nooit, Maandelijks, Wekelijks, Dagelijks. Archiveer logbestanden na. Selecteer een vervaldatum waarna het oude logbestand zal worden gearchiveerd (.gzip). De opties zijn: Een maand, Twee maanden, Drie maanden, Vier maanden, Vijf maanden, Zes maanden, Een jaar, Anderhalf jaar, Twee jaar, Drie jaar. Bewaar logbestanden voor. Selecteer de termijn waarna de gearchiveerde bestanden zullen worden verwijderd. De opties zijn: Een maand, Twee maanden, Drie maanden, Vier maanden, Vijf maanden, Zes maanden, Een jaar, Anderhalf jaar, Twee jaar, Drie jaar. 5 Klik op Versturen om de instellingen op te slaan. De geroteerde logbestanden worden opgeslagen in de map Logs, in het formaat svc<site_id>_ex<date>.log, waarin: <site_id> de website identifier in de IIS-metabase is; <datum> de tijdregistratie van het logbestand in het formaat JJMMDD is. Voor maandelijkse cycli wordt de <datum>-waarde gespecificeerd in het formaat JJMM. Standaarddocumenten beheren Een standaarddocument is een pagina die wordt verstuurd als er geen document wordt vermeld in de URL van een aanvraag. Als bijvoorbeeld een klant intikt in de browser, controleert de IIS-webserver of er een standaarddocument werd geconfigureerd voor deze site. Is dit het geval, dan verstuurt de browser dat document. Dankzij deze functionaliteit hoeven klanten geen document te specificeren voor elke site die ze bezoeken. Om de lijst van standaarddocumenten weer te geven: 98

99 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab Standaarddocumenten. De namen van de pagina's in deze lijst zijn de namen waarnaar IIS zoekt als er in een query geen pagina wordt vermeld. Bij het zoeken doorloopt IIS deze lijst in de volgorde waarin hij hier verschijnt. IIS gebruikt de eerste overeenstemmende pagina die het vindt. Om deze volgorde te wijzigen of een nieuwe standaardpagina toe te voegen, klikt u op de knop Wijzigen boven de lijst. Tik in de bewerkingspagina de nieuwe documentnaam in. Gebruik de ENTER-toets, puntkomma of komma als scheidingsteken om het document op de juiste plaats in te voegen. Als dit voltooid is, klik dan op Versturen. Foutdocumenten aanpassen Foutdocumenten zijn internetpagina's die de gebruiker te zien krijgt wanneer zich een onvoorziene fout voordoet als hij toegang probeert te krijgen tot de gevraagde URL. U kunt uw website een aantrekkelijker en meer uitnodigend uitzicht geven als u de foutdocumenten met de originele berichten die de oorzaak van een fout weergeven, aanpast. Een dergelijk bericht, bv. een ASPscript, alarmeert de webmaster, noteert het incident in het logboek, geeft een foutbericht weer op het scherm van de eindgebruiker en leidt de gebruiker om naar de standaardpagina. Naast het gebruik van berichten kunt u een gebruiker ook omleiden naar een bepaalde webpagina die de standaardfoutpagina vervangt. Of u kunt de gebruiker terugleiden naar de vorige pagina die hij heeft bekeken. Doordat u scripts kunt gebruiken, kunt u de foutberichten nuttig maken; de berichten kunnen u helpen een diagnose te stellen bij problemen op uw website. Om foutdocumenten aan te passen: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab Foutdocumenten. 3 Klik op het codenummer van de foutpagina die u wenst aan te passen. Daarop verschijnen de gegevens van de huidige configuratie van het foutdocument. De volgende modussen voor de weergave van een foutpagina kunnen worden geselecteerd: IIS-standaarddocument - In deze modus zal de browser de standaardfoutpagina van ISS laten zien. Standaard - De browser zal enkel de foutcode en de beschrijving weergeven als "404 niet gevonden". Bestand - U kunt op uw lokale computer het absolute pad invoeren naar het bestand waardoor u de standaardfoutpagina wilt vervangen. 4 Klik op Versturen om de nieuwe modus toe te passen. U kunt ook een groepsaanpassing van foutpagina's uitvoeren door ze over te schakelen naar een standaardtekst- of standaard-iis-document. Controleer daartoe de foutcodes waarvan u het type wilt wijzigen en druk op de knop (Instellen op standaardtekst of Instellen op standaarddocument) boven de codelijst. Bevestig in het weergegeven dialoogvenster de operatie door te klikken op Ja. 99

100 Werken met domeinen MIME-types definiëren Multipurpose Internet Mail Exchange-types (MIME) geven een webbrowser of mailtoepassing instructies over hoe ze bestanden moeten behandelen die ze hebben ontvangen van een server. Om het bestand te lezen, hebt u een toepassing nodig die het verzonden bestand kan behandelen. Als twee bestanden, een Word-document en een afbeelding, per worden verzonden, worden ze allebei als MIME gecodeerd. Bij ontvangst van deze bestanden moet er een toepassing zijn gekoppeld aan elk bestandstype. Microsoft Word of eventueel een andere tekstverwerker wordt gekoppeld aan het Word-document, waardoor het bestand kan worden gelezen. ACDSee, Adobe Photoshop of een andere image viewer wordt gekoppeld aan de afbeelding. Om de lijst weer te geven van extensies met de toepassingen om ze te behandelen: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab MIME-types. Naast de in de lijst weergegeven extensies kunt u bestanden hebben met een aantal specifieke extensies. Via POA kunt u nieuwe bestandstypes toevoegen die moeten worden behandeld door een bepaalde toepassing. Doe dit als volgt: 1 Ga naar de tab Door de gebruiker gedefinieerd. 2 Klik op de knop Voeg nieuw MIME-type toe. 3 Vul het MIME-type en de te behandelen extensie(s) in in de betreffende velden. Figuur 13: definitie van MIME-types 4 Klik op Versturen om de ingevoerde gegevens op te slaan. Het MIME-type verschijnt in de lijst onder de subtab Door de gebruiker gedefinieerd van de tab MIME-types. Als u nu aan uw website een bestand met extensie zzz toevoegt, zal op de computer van de gebruiker de toepassing video/x-ms-asf worden gebruikt om dit bestand te openen. Om het door de gebruiker gedefinieerde MIME-type te verwijderen, vinkt u het aan in de lijst en klikt u op Verwijderen. 100

101 Werken met domeinen ActivePerl-ondersteuning inschakelen/uitschakelen Met POA kunt u ActivePerl inschakelen/uitschakelen op de webruimte. U kunt de ActivePerlondersteuning in- of uitschakelen voor alle websites op uw webruimte. ActivePerl is installatieklare distributie van Perl van ActiveState, met kwaliteitsverzekering, beschikbaar voor AIX, HP-UX, Linux, Mac OS X, Solaris en Windows. Opgelet! De ActivePerl-ondersteuning kunt u niet in- of uitschakelen op SharePoint-websites. Als de functie ActivePerl-ondersteuning is ingeschakeld, configureert het systeem IIS-websites zo dat door clients aangevraagde bestanden met extensies.pl,.plx, en.cgi worden verwerkt door de Perl-scriptmachine. Om ActivePerl-ondersteuning in te schakelen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab Algemeen. 3 Zoek in het venster Basisinstellingen het veld ActivePerl-ondersteuning. Als de eigenschap is ingeschakeld, staat de statusindicator op Aan. Als de eigenschap is uitgeschakeld, is de status Uit. Is de status Uit en wilt u de eigenschap inschakelen om ActivePerl-ondersteuning voor uw website te voorzien, klik dan op de knop Bewerken onderaan de pagina en selecteer de ActivePerl-modus die u wenst te gebruiken op de website. Opmerking: is het niet mogelijk de ActivePerl-modus te selecteren in uw CP, dan wil dat zeggen dat deze functie uitgeschakeld werd door de eigenschappen van uw abonnement. In dat geval kunt u ActivePerl enkel in-/uitschakelen. Als u deze functie nodig hebt, neem dan contact op met uw leverancier. 4 Klik op de knop Versturen om de wijzigingen te bevestigen. De functie ActivePerl-ondersteuning is ingeschakeld. Omgekeerd, om de functie uit te schakelen, klikt u op Bewerken en selecteert u het keuzerondje Uit naast ActivePerl-ondersteuning. De parameters van de ISS-toepassingspool beheren Deze sectie behandelt de informatie over twee poolparameters van de ISS-toepassing - Pooltype en Poolmodus - en geeft gedetailleerde instructies over het beheer ervan. POA biedt u een manier om uw websites te isoleren van websites van andere klanten die op dezelfde IIS (6.0 of 7.0)-server zijn gelokaliseerd door van het ene type toepassingspool van een webruimte over te schakelen op een ander. De twee in POA beschikbare types toepassingspools zijn:

102 Werken met domeinen Gedeelde toepassingspool Een toepassingspool die websites van alle klanten draait. Exclusieve toepassingspool Een toepassingspool die enkel websites draait die aan uw webruimte zijn verbonden. U kunt de webruimte overschakelen van een gedeelde op een exclusieve toepassingspool en omgekeerd (als deze functionaliteit is voorzien door de leverancier), zodat ook alle websites van deze webruimte zullen worden overgeschakeld naar de gedeelde/exclusieve toepassingspool. Belangrijk: wanneer u overschakelt van een exclusieve op een gedeelde toepassingspool, dan zal de toegang tot de database wegvallen voor de toepassingspools die onder een betrouwbare connectie met de database werken. Als u later de exclusieve toepassingspool wilt terugzetten, moet u de connectie-instellingen van de betrouwbare database manueel terugzetten (zie pagina 150). Een exclusieve toepassingspool heeft zijn eigen reeks systeemresources. Fouten die zich voordeden op websites van andere klanten in de gedeelde toepassingspool zullen geen effect hebben op websites die in de exclusieve toepassingspool zijn geplaatst, want deze laatste biedt een hoger beveiligings- en stabiliteitsniveau voor uw websites. U kunt van de ene toepassingspoolmodus voor webruimtes die zijn gelokaliseerd op een IIS 7.0- server overschakelen op een andere. Er zijn twee mogelijke statussen voor de parameter van de toepassingspoolmodus. Geïntegreerd Biedt de mogelijkheid de nieuwe IIS 7.0-functionaliteit te gebruiken. Deze modus integreert de IIS-functionaliteit met de ASP.NET-functionaliteit. "Forms Authentication" (faciliteit van ASP.NET) bijvoorbeeld kan worden gebruikt in combinatie met niet-asp.nettoepassingen (bv. met ASP-toepassingen). De modus kan enkel worden geactiveerd wanneer ASP.NET 2.0 is ingeschakeld op uw webruimte (zie het hoofdstuk "Gemeenschappelijke instellingen voor alle websites op de webruimte configureren" hoger in dit hoofdstuk). Klassiek Biedt compatibiliteit met IIS 6.0. Als hij is geactiveerd, is de IIS-functionaliteit niet geïntegreerd met de ASP.NET-functionaliteit. Schakel deze modus in als u gebruikmaakt van ASP.NET 1.1. Om de parameters van de IIS-toepassingspool van uw webruimte in te stellen, gaat u te werk als volgt: 102

103 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Webhostinginstellingen en selecteer dan de tab IIS-toepassingspool. Daarop verschijnen de parameters van de IIS-toepassingspool. 3 Klik op de knop Bewerken. De instellingen van de toepassingspool zijn klaar voor bewerking. Breng de nodige wijzigingen aan: Klik naast Pooltype het passende keuzerondje aan: Exclusief of Gedeeld. Klik naast Pooltype het passende keuzerondje aan: Geïntegreerd of Klassiek. Opmerking: de parameter Poolmodus is enkel voor IIS 7.0-webruimtes. Tenzij ASP.NET 2.0 of ASP.NET 4.0 is ingeschakeld op uw webruimte, is het keuzerondje Geïntegreerd niet beschikbaar. 4 Klik op Versturen om de wijzigingen te bevestigen en op te slaan. De standaardpoolmodus wordt ingesteld door de leverancier. Gebruikt u ASP.NET 1.1, dan kunt u enkel de Klassiek-modus inschakelen. Het aantal exclusieve toepassingspools dat beschikbaar is voor uw websites, kan door uw abonnement worden beperkt. Als het maximale aantal exclusieve toepassingspools is bereikt, zult niet meer naar een ander pooltype kunnen overschakelen nadat u de knop Bewerken hebt ingedrukt. In dat geval kunt u: het aantal beschikbare exclusieve toepassingspools in uw abonnement verhogen (neem daarvoor contact op met uw leverancier); één webruimte overschakelen op gedeelde toepassingspool en daarna een andere webruimte overschakelen op exclusieve toepassingspool. Afzonderlijke domeinen beheren met Microsoft FrontPage Met POA kunt u FrontPage (FP) activeren op afzonderlijke domeinen in een webruimte. Dit helpt u om uw webcontent te beheren in een domein zonder tijd te verliezen met de lokalisering in FP. Als FP al is geactiveerd op een van uw domeinen kunt u FP niet activeren op domeinen die gelokaliseerd zijn op andere niveaus in het pad naar de websitelocatie die overeenkomt met dit domein. Als FP bijvoorbeeld is geactiveerd op de locatie dirc in de directory wwwroot/dira/dirb/dirc/dird, dan zal het onmogelijk zijn om FP te activeren op de locaties dira, dirb en dird. Het staat u echter vrij FP te activeren op websites met locaties in andere subdirectory's van dira en dirb. FrontPage installeren op een domein Om FP te activeren op een afzonderlijk domein, gaat u te werk als volgt: 103

104 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 De lijst van uw domeinen gaat open. 3 Klik op de link Content Management inschakelen naast de gewenste domeinnaam en klik daarna op Installeer FrontPage. 4 Specificeer de FrontPage-servicegebruiker. Er zijn twee varianten mogelijk: U kunt een bestaande servicegebruiker toewijzen door het keuzerondje naast Bestaande servicegebruiker aan te klikken en de UPN-login van de gewenste gebruiker te selecteren in de afrollijst. U kunt een nieuwe FrontPage-servicegebruiker op het domein creëren. Doe dit door het keuzerondje naast Nieuwe servicegebruiker aan te klikken. Klik op Volgende. 5 Als u in de vorige stap het keuzerondje naast Nieuwe servicegebruiker hebt aangeklikt, voer dan de volgende parameters voor de servicegebruiker in: Tik in het veld Displaynaam de naam van de nieuwe servicegebruiker in zoals hij moet worden weergegeven in POA. Typ in het veld Login de login van de nieuwe servicegebruiker in UPN (User Principal Name)-formaat. Voor de UPN-login moet u de loginnaam intikken en een bestaand domein selecteren in de afrollijst. starten. U moet tweemaal hetzelfde wachtwoord intikken: eenmaal in het veld Wachtwoord en nog eens in het veld Wachtwoord bevestigen. Wilt u het systeem een wachtwoord laten aanmaken, klik dan op de knop Genereer nieuw wachtwoord. Klik op Volgende om verder te gaan. 6 Vink het selectievakje Authoring aan als u de websitecontent op afstand wilt kunnen wijzigen. Is deze optie ingeschakeld, dan zal de servicegebruiker de website kunnen openen via FrontPage Client. Figuur 14: het selectievakje 'Authoring' is aangevinkt 104

105 Werken met domeinen In het veld kan een adres voor op FP- gebaseerde functies worden gespecificeerd. Dit adres wordt gebruikt als waarde voor de velden 'Van' en 'Antwoorden op' in de berichten die worden verzonden door FP dat is geïnstalleerd op de ISS-website. Standaard wordt het account- adres gespecificeerd. U kunt de standaardwaarde gebruiken of een aangepaste waarde specificeren. Als er geen adres is gespecificeerd, zijn er geen op FP- gebaseerde features beschikbaar. 7 Klik op de knop Klaar. De tab Overzicht gaat open. In het gedeelte Content Management kunt u bekijken of FP geactiveerd is op het domein en klaar is voor gebruik. U kunt ook de links Deïnstalleer FrontPage en Bewerk instellingen weergeven. De FrontPage-parameters configureren U kunt de parameters wijzigen van FP, dat is geïnstalleerd op een van uw domeinen. Doe dit als volgt: 105

106 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op de naam van het gewenste domein met FP. Domeinen met FP zijn gemarkeerd als FrontPage in de kolom Content Management. 3 Kies een van de volgende methodes: Klik in de tab Overzicht op de link Instellingen bewerken. Open de tab FrontPage. Klik vervolgens op Bewerken. Daarop gaat de tab FrontPage open in de bewerkingsmodus. Hier kunt u enkel de Authoringinstelling wijzigen. 4 Klik om het selectievakje Authoring aan te vinken of leeg te maken, naargelang u de websitecontent vanop afstand wilt kunnen wijzigen of niet. In het veld kan een adres voor op FP- gebaseerde features worden gespecificeerd. Dit adres wordt gebruikt als waarde voor de velden 'Van' en 'Antwoorden op' in de berichten die worden verzonden door FP dat is geïnstalleerd op de ISS-website. Als er geen adres is gespecificeerd, zijn er geen op FP- gebaseerde features beschikbaar. 5 Klik op de knop Versturen. 6 Wilt u meer FP-parameters configureren, klik dan op de displaynaam in de tab FrontPage. Het scherm Servicegebruiker gaat open. Opmerking: u kunt dit scherm onmiddellijk krijgen als u naar Hosting > Configuratie en administratie > Servicegebruikers gaat en daarna de FrontPage-servicegebruiker selecteert. 7 Klik in de tab Algemeen op de knop Bewerken. 8 Nu kunt u de volgende parameters wijzigen: Displaynaam Login Wachtwoord 9 Klik op de knop Versturen. FrontPage deïnstalleren Om FP te deïnstalleren op een afzonderlijk domein, gaat u te werk als volgt: 106

107 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik op de naam van het gewenste domein. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op de naam van het gewenste domein met FP. Domeinen met FP zijn gemarkeerd als FrontPage in de kolom Content Management. 3 Klik op de tab Overzicht en vervolgens in het gedeelte Content Management op de link FrontPage deïnstalleren. Het berichtenvak verschijnt, met de volgende vraag: Doorgaan met de deïnstallatie van FrontPage? 4 Klik op OK. Het berichtenvak gaat dicht. In het gedeelte Content Management staat het veld Content Management gemarkeerd als Geen. De link Installeer FrontPage verschijnt. Gebruik van File Manager File Manager is een krachtige, webgebaseerde softwaretool die u verschillende onlinebewerkingen in bestanden op uw webruimteserver helpt uitvoeren. Het gaat onder meer om het volgende: Een bestand/directory creëren Een bestand opladen Een bestand/directory kopiëren Een bestand/directory verplaatsen Het uur van de laatste wijziging van het bestand/de directory veranderen in het huidige uur Een bestand/directory verwijderen Een bestand/directory hernoemen De attributen van een toestemming voor toegang tot een bestand/directory weergeven en instellen. Het is mogelijk de lees-, schrijf- en uitvoertoestemmingen afzonderlijk in te stellen. Al deze verrichtingen kunnen worden uitgevoerd op eender welk bestand of eender welke directory in uw root directory. Er is echter een reeks systeembestanden en directory's die u niet mag beheren. Opmerking: u hebt geen toegang tot de directory webspace/cgi-bin via File Manager. Maak gebruik van een FTP-protocol om toegang te krijgen tot deze directory. File Manager werkt zowel op Windows- als op Linux-webruimtes. De verschilpunten worden behandeld in de hierna volgende secties. Belangrijk: als u FrontPage-ondersteuning hebt ingeschakeld op uw webruimte, kunt u de foutmelding "toegang geweigerd" ontvangen als u via File Manager werkt met mappen die worden beheerd door FrontPage. Daarom is het aangeraden de FrontPage-ondersteuning uit te schakelen als u uw webruimte beheert via File Manager. 107

108 Werken met domeinen Toegang krijgen tot uw webruimte via File Manager Om toegang te krijgen tot uw websitebestanden via File Manager, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites. Klik in de lijst op de gewenste domeinnaam. Klik in de geopende pagina op File Manager. Daarop verschijnt het scherm voor het beheer van File Manager. 2 Open File Manager. Klik in een Windows-webruimte op de link File Manager openen. Opmerking: het venster Beveiligingsinformatie met het bericht "Deze pagina bevat zowel veilige als onveilige items. "Wilt u de onveilige items weergeven?" verschijnt als u FM voor het eerst binnengaat tijdens een POA-sessie. Klik op OK om toegang te krijgen tot File Manager. Klik in een Linux-webruimte op een van de links File Manager openen: in de sectie HTTP doc root-bestanden en -mappen om toegang te krijgen tot gewone bestanden en mappen; in de sectie HTTPS doc root-bestanden en -mappen om toegang te krijgen tot met SSL beveiligde bestanden en mappen. Opmerking: in een Linux-webruimte kunt u File Manager uitschakelen door te klikken op de knop Deactiveer File Manager. Om File Manager terug te activeren nadat hij werd gedeactiveerd, klikt u op de knop Activeer File Manager, die verschijnt in hetzelfde scherm. De File Manager-interface bestaat uit een lijst van bestaande directory's en bewerkingsknoppen. De lijst bevat de volgende kolommen: 108

109 Werken met domeinen Kolom met selectievakjes: vink de selectievakjes aan van de objecten waarop taken moeten worden uitgevoerd. Naam: naam van een directory of een bestand. Klik op de naam om een directory of een bestand te openen. Grootte: grootte van een object. Laatst gewijzigd op: tijdstip waarop een object voor het laatst werd gewijzigd. Actie: de twee pictogrammen in deze kolom (voor Windows) zijn knoppen voor het uitvoeren van twee processen. Klik op het linkerpictogram om het object te hernoemen. Klik op het rechterpictogram om de toestemmingsinstellingen voor het object te wijzigen. Opmerking: in Linux File Manager worden de toestemmingen beheerd in een afzonderlijke kolom Toestemmingen door te klikken op de record met de toestemmingen voor het object. Figuur 15: Bladeren in File Manager Door te klikken op de onderstreepte woorden kunt u de items van de lijst alfabetisch sorteren, op grootte of op het tijdstip waarop ze werden gewijzigd. 109

110 Werken met domeinen Een aangevraagd object kunt u vinden via het veld Filter in de linkerbovenhoek van het File Manager-scherm. Tik de naam en de extensie van het gezochte object in en klik op de knop rechts van het veld. U kunt ook een wildcard (*) gebruiken om te zoeken. Om u sneller te verplaatsen in File Manager kunt u gebruikmaken van het veld Ga naar. Tik het pad van het object in en klik op de knop rechts van het veld. Nieuwe directory's en bestanden toevoegen Gebruik de bewerkingsknoppen om taken uit te voeren op directory's en bestanden. Om een nieuwe directory te creëren: 1. Open de directory waarin u het nieuwe bestand wilt creëren. 2. Klik op de knop Creëer directory. Het venster Directory creëren gaat open. 3. Typ de naam van de nieuwe directory in het betreffende veld van dit venster en klik op OK. De nieuw gecreëerde directory zal verschijnen in de lijst van directory's en bestanden. Om een nieuw bestand te creëren: 1. Open de directory waarin u het nieuwe bestand wilt creëren. 2. Klik op de knop Creëer bestand. Het venster Bestand creëren gaat open. 3. Typ de naam van het nieuwe bestand in het betreffende veld van dit venster en klik op OK. Het nieuw gecreëerde bestand zal verschijnen in de lijst van directory's en bestanden. Om een nieuw bestand te uploaden: 1. Open de directory waarnaar u bestanden wilt uploaden. 2. Klik op de knop Bestanden uploaden. Het venster Bestand(en) uploaden gaat open. 3. Klik op Bladeren en selecteer het bestand dat u wilt uploaden. U kunt maximaal drie bestanden per bewerking uploaden. Klik op OK. De nieuw gecreëerde bestanden verschijnen in de lijst van directory's en bestanden. Bestaande directory's en bestanden beheren Met de rechts uitgelijnde knoppen kunt u taken uitvoeren op directory's en bestanden die al bestaan in de lijst. Deze knoppen kunnen ook dezelfde taak uitvoeren voor verschillende directory's en bestanden tegelijk. Alvorens een dergelijke taak uit te voeren op een of meer objecten van de lijst, vinkt u het/de selectievakje(s) aan in de uiterst linkse kolom van de lijst, naast de namen van de objecten. Om een taak op alle geselecteerde objecten tegelijk uit te voeren, klikt u op de daartoe voorziene knop. Om een directory of een bestand te kopiëren: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik op de knop Kopiëren naar. Daarop gaat het scherm Kopiëren naar open. 110

111 Werken met domeinen 3. Kies de bestemming waarnaar u het/de geselecteerde object(en) wilt kopiëren. U kunt een directory selecteren in de afrollijst Selecteer directory of het pad naar de doeldirectory intikken in het veld Directorynaam invoeren. Klik op OK. De objecten worden gekopieerd naar de aangeduide directory. Om een directory of een bestand te verplaatsen: 1. Selecteer de objecten die u wilt verplaatsen. 2. Klik op de knop Verplaatsen naar. Daarop gaat het scherm Verplaatsen naar open. 3. Kies de bestemming waarnaar u de geselecteerde objecten wilt kopiëren. U kunt een directory selecteren in de afrollijst Selecteer directory of het pad naar de doeldirectory intikken in het veld Directorynaam invoeren. Klik op OK. De objecten zullen worden verplaatst naar de aangeduide directory. Om een directory of een bestand bij te werken: 1. Selecteer de objecten waarvan u het uur van de laatste wijziging wilt veranderen. 2. Klik op de knop Bijwerken. Daarop gaat het venster Bijwerken open. 3. Als u het uur van de laatste wijziging wilt veranderen voor alle bestanden in de directory, vink dan het selectievakje Recursief bijwerken aan. 4. Klik op OK. Nu kunt u in de lijst van bestanden en directory's zien dat het tijdstip van de laatste wijziging van de geselecteerde objecten werd geüpdatet met de huidige lokale tijd. Als "recursief bijwerken" is geactiveerd, wordt het tijdstip van de laatste wijziging van alle objecten in de geselecteerde directory veranderd in het huidige tijdstip. Opmerking: de bewerking Bijwerken is enkel beschikbaar in Windows File Manager. Om een directory of een bestand te verwijderen: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik op Verwijderen. Daarop gaat het venster Verwijderen open. Klik op OK om aan te geven dat u de objecten wilt verwijderen. De objecten zullen worden verwijderd. Om een directory of een bestand te hernoemen: 1. Zoek het gewenste object in de lijst. 2. Klik in de rij die overeenstemt met het object op het linkerpictogram in de kolom Acties. Daarop gaat het venster Hernoemen open. 3. Voer in het betreffende veld een nieuwe naam in. Klik op OK. In de lijst zal dit object worden weergegeven onder de nieuwe naam. Om het in.zip-formaat gecomprimeerde object uit te pakken: 111

112 Werken met domeinen 1 Zoek het gewenste.zip-archief. 2 Klik in de rij die overeenstemt met het object op het pictogram Bestand uitpakken in de kolom Acties. 3 Het gecomprimeerde object wordt uitgepakt in de actieve directory. Opmerkingen 1. Het uitpakken van archieven van meer dan 2 GB wordt door File Manager niet ondersteund. 2. Het uitpakken van met een wachtwoord beveiligde archieven wordt door File Manager niet ondersteund. Toestemmingen beheren Met File Manager kunt u webservertoestemmingen verlenen voor specifieke mappen en bestanden op uw server. U kunt toestemmingen gebruiken om bezoekers van uw webruimte toe te laten een bepaalde map of een bepaald bestand te bekijken, informatie te uploaden of specifieke bestanden uit te voeren. Met File Manager kunt u de toestemmingsinstellingen configureren. Doe dit als volgt: 112

113 Werken met domeinen 1 Open het scherm voor het toestemmingenbeheer voor het gewenste bestand of de gewenste map: Klik in Windows File Manager op het rechterpictogram in de kolom Acties naast dit bestand of deze map. Daarop gaat de tabel Toestemmingen instellen open. Klik in Linux File Manager op het betreffende record in de kolom Toestemmingen van de tabel. Daarop gaat het venster Toestemmingen wijzigen open. Figuur 16: het instellen van toestemmingen in Linux File Manager 113

114 Werken met domeinen 2 Vink de selectievakjes in de toestemmingentabel aan of maak ze leeg om de toestemmingen die u wilt verlenen in te stellen. Als u in Linux File Manager de toestemmingen voor alle bestanden in de geselecteerde directory wilt wijzigen, vink dan "Toestemmingen recursief wijzigen" aan. 3 Klik op OK of Toepassen om de toestemmingen op te slaan. Opmerking: in Windows File Manager kunt u de standaardtoestemmingen opslaan door te klikken op Vernieuwen. Nu kan een bezoeker van uw webruimte het object behandelen volgens de voor de gebruiker ingestelde toestemmingen. Overzicht van de structuur van een webruimte Structuur van de Apache-webruimtedirectory De onderstaande tabel illustreert de structuur van de Apache-webruimte in POA. Pad Ownership Modus Beschrijving log/ root:pemsrv rwxr-x--- Deze directory bevat logbestanden voor alle websites die aan de webruimte zijn toegevoegd. Logbestanden zijn verborgen voor iedereen, behalve voor de pemsrv-groep waarin speciale gebruikers zitten die werden gecreëerd door de log access service om de klant toe te laten zijn eigen logbestanden te lezen. tmp/ apache:apache rwxr-x--- Tijdelijke directory gebruikt voor onder meer PHP-sessiebestanden. De directory is beschrijfbaar voor Apache-gebruikers, aangezien mod_php er gebruik van maakt om PHP-scripts uit te voeren. webspace/ root:root rwxr-xr-x De klant kan de inhoud van deze directory niet wijzigen. webspace/certs/ webspace/certs/http sd.pem root:root root:root rwxr-x--- rw De directory bevat certificaten die de klant heeft geselecteerd uit POA UI om voor zijn/haar site te worden geïnstalleerd op een exclusieve IP. Certificaten bevatten privégegevens. Het hoofdproces van Apache leest die af tijdens het opstarten. 114

115 Werken met domeinen webspace/cgi-bin/ webspace/cgibin/test.cgi <user>:pemsrv <user>:pemcln rwxr-x--- rwxr-xr-x Directory voor de CGI-scripts van de klant. Hij/zij kan hier zijn eigen scripts plaatsen. De directory is leesbaar voor Apacheservergebruiker apache. De scripts zelf moeten minstens voor de owner leesbaar en uitvoerbaar zijn (d.w.z. dat ze r*x******-toestemmingen moeten hebben). Ownership is belangrijk. Als het verschilt van wat wordt gespecificeerd, zal mod_suexec weigeren een dergelijk script uit te voeren. CGI-scripts worden uitgevoerd met de webspace/cgi-bin/ working directory. UID/GID wordt ingesteld op <user>:pemcln. webspace/conf webspace/conf/vhost.conf root:root root:root rwxr-xr-x r De directory voor configuratiebestanden Is enkel beschrijfbaar voor de root. Configuratiebestanden zijn enkel leesbaar voor root. Apache leest ze bij het opstarten. webspace/errordocs/ webspace/errordocs/<http error code>.html root:pemsrv <user>:pemsrv rwxr-xr-x rw-r----- Foutdocumenten kunnen enkel worden gelezen door Apache en door owners van webruimte. De owner van de webruimte kan ze vervangen. webspace/httpdocs/ <user>:pemsrv rwxr-x--- De document root van websites kan worden gelezen door Apache om aanvragen te verwerken, en door de owner van de webruimte. De owner van de webruimte kan de inhoud van deze directory wijzigen. Deze bestanden moeten world-readable zijn (d.i. iedereen moet ze kunnen lezen) om toegankelijk te zijn voor Apache. Opmerking: vanaf POA 5.3 kunnen owners van webspace httpdocs- en httpsdocs-mappen combineren en voor alle sitebestanden de standaard-httpdocs-map gebruiken. In dit geval worden de bestanden in de httpsdoc-map niet gekopieerd naar httpdocs. webspace/httpsdocs/ <user>:pemsrv rwxr-x--- Document root voor veilige websites. Anders is het net zoals de hierboven beschreven httpdocs/-directory. webspace/pd/ webspace/pd/<dir_id > root:pemsrv root:root rwxr-x--- r Autorisatiebestanden voor beveiligde directory's, enkel root kan die bestanden lezen. 115

116 Werken met domeinen webspace/webstat/ root:pemsrv rwxr-x--- Door Webalizer aangemaakte webstatistieken. De Apache-systeemgroep kan deze directory lezen voor toegang via HTTP. webspace/webstatssl / root:pemsrv rwxr-x--- HTTPS-webstatistieken. webspace/siteapps/ webspace/siteapps/< application name> <user>:pemsrv root:root --x--x--- --x--x--x Directory met third-party Apachewebtoepassingen verspreid met POA. Het is de klanten niet toegestaan ze manueel te wijzigen. Ze kunnen deze toepassingen enkel bekijken en installeren/deïnstalleren via CCP. Zie de onderstaande tabel voor de structuur van de directory met de webtoepassingen. webspace/webapps/ webspace/webapps/<a pplication name>/ <user>:pemsrv root:root --x--x--- --x--x--x Directory met zogenaamde legacy applications (third-party webtoepassingen overgeërfd van oude POA-versies). Vanaf POA worden die toepassingen nog steeds ondersteund, maar niet meer onderhouden door POA. Het is de klanten niet toegestaan manueel de inhoud van de directory te wijzigen. Ze kunnen deze toepassingen enkel bekijken en installeren/deïnstalleren via CCP. Opmerking: indien de support van de legacy applications door de POA-leverancier wordt gedeactiveerd, wordt deze directory niet gebruikt. Zie de onderstaande tabel voor de structuur van de directory met de webtoepassingen. Directorystructuur van de IIS-webruimte De onderstaande tabel illustreert de structuur van de IIS-webruimte in POA. Directory anonftp config errdocs logs private statistics Beschrijving Niet gebruikt. Voorbehouden voor de toekomstige FTP-hostingdienst. Configuratiebestanden van Windows File Manager. Aangepaste foutdocumenten. Als u aangepaste foutdocumenten instelt in een website vanuit het Control Panel van POA, zoekt POA deze documenten op in deze map. Logbestanden van IIS-website/SharePoint-site. Private Database Folder voor MS Access-databases. Het is ten zeerste aangeraden MS Access-databasebestanden te bewaren in deze directory. Niet gebruikt. Gereserveerd voor toekomstig gebruik. 116

117 Werken met domeinen spsroot temp webapps wwwroot Root directory voor SharePoint-sites. Hun document roots verwijzen naar submappen van deze directory. Tijdelijke directory van ASP.NET. Webtoepassingen van de klant. Root directory voor IIS-sites. Hun document roots verwijzen naar submappen van deze directory. Gebruik van FTP FTP (File Transfer Protocol) is een protocol waarmee computers bestanden kunnen uitwisselen via internet. Momenteel is dit het populairste protocol voor het downloaden/uploaden van content naar/van websites. Het FTP-protocol encrypteert of codeert geen data tijdens de transmissie, ook niet als een FTP-server zo is geconfigureerd dat er een gebruikersauthenticatie is vereist. Als uw server echter het Secure Sockets Layer (SSL)-protocol ondersteunt, is het mogelijk de FTP-service zo te configureren dat de data van en naar de server op een veilige manier worden verzonden. Als in uw abonnement FTP-toegang is toegestaan, wordt de FTP-service automatisch voor elk van uw webruimtes geconfigureerd door POA: er wordt een FTP-gebruikersaccount aangemaakt met een unieke login en wachtwoord (een sterk wachtwoord aangemaakt door POA). Nadat u voor het eerst hebt ingelogd in POA, kunt u deze instellingen krijgen en ze gebruiken om toegang te krijgen tot uw sitedirectory via FTP. De procedure om uw FTP-referenties te krijgen en het aantal beschikbare FTP-opties kan lichtjes verschillen naargelang het hostingplatform (IIS of Apache). Voor meer details verwijzen we naar de hierna volgende subsecties. Gebruik van FTP op een IIS-webhosting FTP-informatie krijgen en de webruimte binnengaan via FTP Om toegang te krijgen tot uw FTP-toegangsgegevens en -referenties, gaat u naar Websites en klikt u daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op de link Webhostinginstellingen in het dashboard van het domein. In de tab Algemeen krijgt u de volgende informatie te zien: In het veld FTP URL de URL voor directe toegang tot de webruimte via FTP. In de velden Login en Password uw FTP-referenties. Om te controleren of een webruimte toegankelijk is via FTP, gaat u te werk als volgt: 1 Voer de FTP Server URL in die in de tab Algemeen wordt weergegeven en plak hem in een afzonderlijk browservenster. 2 Log in het geopende dialoogvenster in op de webruimte met uw FTP-referenties. De structuur van de betreffende webruimte gaat open. 117

118 Werken met domeinen Het FTP-wachtwoord wijzigen Om uw FTP-wachtwoord te wijzigen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op de link Webhostinstellingen in het dashboard van het domein. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Voer het nieuwe wachtwoord in en bevestig het. Klik daarna op Versturen. Opmerking: in een IIS-webruimte kunt u enkel het FTP-wachtwoord wijzigen, niet de login. De FTP-service in- en uitschakelen Indien nodig kunt u de FTP-service voor een bepaalde webruimte uitschakelen. Om de FTP-service op een webruimte uit te schakelen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op de link Webhostinginstellingen in het dashboard van het domein. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Maak het selectievakje FTP-ondersteuning leeg en klik op Versturen. Later kunt u gelijk wanneer de FTP-service opnieuw inschakelen door het selectievakje aan te vinken. Gebruik van FTP op een Apache-webhosting FTP-informatie krijgen en de webruimte binnengaan via FTP Om toegang te krijgen tot uw FTP-toegangsgegevens en -referenties, gaat u naar Websites en klikt u daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op FTPtoegang. In de tab Algemeen krijgt u de volgende informatie te zien: FTP-server - URL voor directe toegang tot de webruimte via FTP. Poort - Poort voor toegang tot de FTP-server. IP-adres- IP-adres van de FTP-server. DocumentRoot - Locatie van de directory met de gewone HTTP-bestanden op de webruimte. SSL DocumentRoot - Locatie van de directory met de met SSL beveiligde bestanden op de webruimte. IP-adrestype - Type IP-adres toegewezen aan het domein waartoe de webruimte behoort (Gedeeld of Exclusief). FTP-loginnaam en FTP-wachtwoord - Uw FTP-referenties voor toegang tot de webruimte. Om te controleren of een webruimte toegankelijk is via FTP, gaat u te werk als volgt: 118

119 Werken met domeinen 1 Kopieer de FTP Server URL die in de tab Algemeen wordt weergegeven en plak die in een afzonderlijk browservenster. 2 Log in het geopende dialoogvenster in op de webruimte met uw FTP-referenties. De structuur van de betreffende webruimte gaat open. De FTP-login en het FTP-wachtwoord wijzigen Om uw FTP-referenties te wijzigen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op FTP-toegang. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Voer in het veld FTP-loginnaam de nieuwe FTP-login in. 4 Vink het vakje Wachtwoord wijzigen aan. 5 Tik uw nieuwe wachtwoord in en bevestig het of klik op Genereer nieuw wachtwoord om POA een sterk wachtwoord te laten aanmaken. 6 Klik op Versturen. FTP-gebruikers beheren In Apache-webhosting kunt u derden toegang verlenen tot bepaalde bestanden en directory's in uw webruimte onder door u aangeleverde referenties. Om een dergelijke toegang te verlenen, moet u een aantal FTP-gebruikers creëren. Een FTP-gebruiker toevoegen Om een nieuwe FTP-gebruiker toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 119

120 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op FTP-toegang. 2 Ga naar de tab Gebruikers. 3 Klik op de knop Voeg nieuwe gebruiker toe. 4 Voer in het veld FTP-loginnaam de login van de nieuwe gebruiker in. De login van de nieuwe FTP-gebruiker bestaat uit de hardcoded prefix aangemaakt door POA en het door u ingevoerde aangepaste gedeelte. 5 Voer het nieuwe FTP-wachtwoord in en bevestig het of klik op Genereer nieuw wachtwoord om POA een sterk wachtwoord te laten aanmaken voor een gebruiker. 6 Kies in het gedeelte Toegangspunt van het scherm de directory die toegankelijk is voor de gebruiker in uw webruimte. De opties zijn: De DocumentRoot-directory (de optie WebSite-documentroot) De SSL DocumentRoot-directory (de optie SSL WebSite-documentroot) De CGI-directory (de optie WebSite CGI-directory) 7 Beperk indien nodig de gebruikerstoegang binnen de geselecteerde directory door een relatief pad te specificeren in het veld Pad. Het FTP-gebruikerswachtwoord en de FTP-privileges wijzigen Om het wachtwoord van een FTP-gebruiker te wijzigen of zijn toegangsprivileges te bewerken, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op FTP-toegang. 2 Ga naar de tab Gebruikers. 3 Klik op de FTP-loginnaam van de gewenste gebruikersaccount. 4 Klik op Bewerken. Het scherm schakelt over op de bewerkingsmodus. 5 Wijzig het bewerkbare gedeelte van de loginnaam, het wachtwoord of de toegangsparameters van de gebruiker naar wens en klik op Versturen. Voor gedetailleerde informatie over de beschikbare toegangsparameters: zie de sectie "Een FTPgebruiker toevoegen" (op pagina 119). Een FTP-gebruiker verwijderen Om een FTP-gebruiker te verwijderen, gaat u te werk als volgt: 120

121 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op FTP-toegang. 2 Ga naar de tab Gebruikers. 3 Selecteer de gewenste gebruikersaccount in de lijst en klik op Verwijderen. 4 Klik in het bevestigingsscherm op OK. Anonieme FTP-toegang tot een webruimte toelaten Indien nodig kunt u bepaalde bestanden en directory's uploaden naar uw webruimte en ze publiek toegankelijk maken via FTP. Dit kan noodzakelijk zijn als u bijvoorbeeld wenst dat de bezoekers van uw site bepaalde bestanden kunnen downloaden zonder authenticatie op de server. Anonieme FTP-gebruikers hebben toegang tot de directory ftp_anonymous in uw webruimte. Wilt u bepaalde bestanden openstellen voor downloads, dan moet u ze daarom in deze directory onderbrengen. De directory ftp_anonymous bevat de map incoming, die bedoeld is voor de upload van bestanden door anonieme FTP-gebruikers. Om publieke toegang tot uw webruimte te kunnen verlenen, moet u anonieme gebruikerstoegang kunnen inschakelen en configureren voor uw webruimte in het CCP. Opmerking: u kunt enkel anonieme FTP-toegang verlenen aan uw gebruikers als aan uw domein een exclusief IP-adres is toegewezen. Om anonieme FTP-toegang toe te staan en de nodige limieten daarvoor in te stellen, gaat u te werk als volgt: 121

122 Werken met domeinen 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op FTP-toegang. 2 Klik in de tab Algemeen op Bewerken. 3 Vink in het gedeelte Anonieme instellingen van het scherm het selectievakje Anonieme toegang aan. 4 Configureer de volgende parameters voor anonieme FTP-toegang: a b c d e Maximumaantal gelijktijdige verbindingen - Maximumaantal verbindingen naar uw webruimte tot stand gebracht door anonieme FTP-gebruikers. Maximumaantal gelijktijdige verbindingen per host - Maximumaantal verbindingen naar uw webruimte tot stand gebracht vanuit één host. Downloadbandbreedte - Maximale transmissiesnelheid voor het downloaden van bestanden uit uw webruimte in kbyte/s. De limiet wordt toegepast per connectie. Vink het selectievakje Uploaden naar incoming-directory toestaan aan als u anonieme FTPgebruikers wilt toestaan bestanden te uploaden naar de incoming-directory (gelokaliseerd in de directory ftp_anonymous in uw webruimte). Als u de toestemming Uploaden naar incoming-directory toestaan hebt aangevinkt, kunt u ook de schijfruimte voor geüploade bestanden beperken door de parameter Schijfruimtelimiet in de incoming-directory in te stellen. 5. Klik op Versturen. Als u later de anonieme FTP-toegang tot uw webruimte wilt uitschakelen, maak dan het selectievakje Anonieme toegang leeg. Beveiligde directory's beheren Als u de toegang tot bepaalde gedeelten van uw website wilt beperken, kunt u ze bundelen tot een beveiligde directory. Een dergelijke directory krijgt enkel HTTP-beveiliging. Daarom werkt die beveiliging enkel als een bezoeker probeert toegang te krijgen tot een beveiligde directory met behulp van een browser. De naam van een beveiligde directory is een locatie onder het domein met webruimte. De locatie moet worden gespecificeerd voor de referentie via de browser. Als uw domein bijvoorbeeld is en u voor de beveiligde directory de naam geheim kiest, zal de manier om toegang te krijgen tot deze directory de volgende zijn: Om beveiligde directory's te openen, gaat u naar Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. Klik op de naam van het gewenste domein. Klik in de sectie Websitetools op Meer tools... om de lijst van tools uit te breiden en selecteer daarna Mappings. Op deze pagina krijgt u een lijst te zien van uw beveiligde directory's, als u die hebt, en kunt u de volgende bewerkingen uitvoeren: 122

123 Werken met domeinen Een beveiligde directory verwijderen Gebruikers van een beveiligde directory beheren Een beveiligde directory creëren Om een nieuwe beveiligde directory te creëren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Beveiligde directory's. 2 Klik op de knop Nieuwe beveiligde directory toevoegen. Daarop gaat de pagina Beveiligde directory toevoegen open. 3 Voer in de pagina Beveiligde directory toevoegen de volgende parameters in: Directorynaam. Opmerking: als u beveiligde directory's creëert in de virtuele hostdirectory van Apache, gebruik dan de volgende namen niet: cgi-bin, webstat of error_docs. Deze namen zijn voorbehouden voor de ondersteuning van de desbetreffende services. Directory header. De directory header is een tekst die wordt weergegeven op het autorisatiescherm telkens wanneer er wordt binnengegaan in uw beveiligde directory. Dit kan een eenvoudige beschrijving zijn zoals "Mijn geheime zone" of een korte welkomstboodschap gericht aan een gebruiker die de toelating heeft om er binnen te gaan. Wilt u SSL-ondersteuning inschakelen voor toegang tot de nieuwe beveiligde directory, vink dan het selectievakje SSL-ondersteuning aan. Opmerking: als u het selectievakje SSL-ondersteuning niet ziet, betekent dit dat de SSL-ondersteuning niet is ingeschakeld voor de service. Om de SSL-ondersteuning in te schakelen, gaat u naar de pagina Hosting > Configuratie en administratie > Sites en domeinen. Selecteer de gewenste domeinnaam. Klik op Meer tools en selecteer daarna SSL. Volg de instructies. Als u de SSL-ondersteuning uitschakelt, verdwijnen de met SSL beveiligde directory's uit de lijst, hoewel ze fysisch nog bestaan en men er kan binnengaan via de directory httpsdocs via File Manager of via het adres https://mijndomein.com/beveiligdedirectory/ zonder autorisatie. Om de directory opnieuw beveiligd te maken, herhaalt u de toevoeging van een nieuwe beveiligde directory. 4 Klik op Versturen om het proces te voltooien. 123

124 Werken met domeinen Een beveiligde directory bewerken Bij het bewerken van een beveiligde directory veranderen alleen de beveiligingsparameters. De inhoud van de directory wordt op geen enkele manier verplaatst noch gewijzigd. De gebruikers van beveiligde directory's worden bijgehouden. Om een bestaande beveiligde directory te bewerken, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Beveiligde directory's. Selecteer een beveiligde directory door te klikken op de naam ervan. De pagina met de directoryeigenschappen gaat open. In de tab Algemeen krijgt u de algemene parameters van de directory te zien. 2 Klik vervolgens op Bewerken. De tab Algemeen schakelt over op bewerkingsmodus. In de bewerkingsmodus ziet de tab eruit zoals de pagina Beveiligde directory toevoegen, met dezelfde elementen. 3 Voer in Directorynaam en Directoryheader nieuwe waarden in. Vink het selectievakje SSLondersteuning aan of maak het leeg. Opmerking: zie de sectie "Een beveiligde directory creëren" (op pagina 123) voor informatie over de elementen van de tab Algemeen in bewerkingsmodus. 4 Klik op Versturen om de instellingen op te slaan. Een beveiligde directory verwijderen Een beveiligde directory verwijderen betekent enkel dat u de status "beveiligd" verwijdert. De directory wordt niet fysisch verwijderd. Om een of meer beveiligde directory's tegelijk te verwijderen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Beveiligde directory's. Selecteer een beveiligde directory door te klikken op de naam ervan. De pagina met de directoryeigenschappen gaat open. 2 Vink de ID aan naast de directory die moet worden verwijderd. Klik op de knop Verwijderen. Er verschijnt een waarschuwingsbericht dat vraagt of u de gespecificeerde beveiligde directory's echt wilt verwijderen. 3 Klik op OK in het berichtenvak. De beveiligde directory's verdwijnen uit de lijst. Gebruikers van beveiligde directory's beheren Om gebruikers in staat te stellen zich toegang te verschaffen tot beveiligde directory's, moet u de gebruikers van beveiligde directory's beheren. 124

125 Werken met domeinen Een nieuwe gebruiker van beveiligde directory's toevoegen Om een nieuwe gebruiker toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Beveiligde directory's. Selecteer een beveiligde directory door te klikken op de naam ervan. De pagina met de directoryeigenschappen gaat open. 2 Selecteer de tab Gebruikers. Klik op Gebruiker Toevoegen. Vul het formulier in. 3 Voer in het geopende dialoogvak de login en het wachtwoord van de nieuwe gebruiker in de velden Login en Wachtwoord in. Voer in het veld Wachtwoord bevestigen het wachtwoord nog eens in. Opmerking: enkel de eerste acht karakters in het wachtwoord van een beveiligde directory zijn van betekenis. Dat betekent dat een wachtwoord met meer dan acht karakters wel zal worden aanvaard, zolang de eerste acht karakters overeenkomen met het echte wachtwoord (d.w.z. de volgende wachtwoorden zullen als dezelfde worden beschouwd: 'wachtwoord', 'wachtwoord1', 'wachtwoord12345'). 4 Klik op de knop Versturen om het proces af te ronden. De lijst van directorygebruikers gaat opnieuw open en de pas gecreëerde gebruiker staat erin. Gebruikers van beveiligde directory's verwijderen Om een of meer gebruikers van beveiligde directory's tegelijk te verwijderen, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Beveiligde directory's. Selecteer een beveilgide directory door te klikken op de naam ervan. De pagina met de directoryeigenschappen gaat open. 2 Selecteer de tab Gebruikers. De lijst van de gebruikers van beveiligde directory's verschijnt. 3 Om een of meer gebruikers te selecteren die moeten worden verwijderd, vinkt u de selectievakjes naast de namen van de gebruikers aan. 4 Klik op de knop Verwijderen. Er verschijnt een waarschuwingsbericht dat vraagt of u de gespecificeerde beveiligde directory's echt wilt verwijderen. 5 Klik op OK in het berichtenvak. De lijst van gebruikers gaat open zonder de net verwijderde gebruikers. De logboekbeheerservice Algemeen gesproken bevat een logboek de aanvragen voor individuele bestanden vanuit een website. Deze bestanden omvatten de HTML-bestanden met hun ingebedde grafische afbeeldingen en andere geassocieerde bestanden die worden overgezonden. Het logboek kan dan 125

126 Werken met domeinen worden geanalyseerd en samengevat door een ander programma en u informatie geven, zoals het aantal bezoekers van een homepage, enz. Om de optie logboekbeheer te kunnen gebruiken, moet u eerst de logboekbeheerservice toevoegen aan uw domein. Als u de logboekbeheerservice toevoegt, wordt er een FTP-account voor toegang tot de logbestanden van de website aangemaakt. Daarbij wordt de FTP-account-login automatisch gegenereerd. U moet wel het wachtwoord invoeren in uw FTF-account terwijl u de logboekbeheerservice toevoegt. De logboekbeheerservice toevoegen Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Log Manager. Als de logboekbeheerservice niet is geïnstalleerd in uw domein, zal u gevraagd worden de stappen van de wizard voor toevoeging van het logboekbeheer te volgen. 1 Vul de volgende parameters in: FTP-wachtwoord - Uw wachtwoord voor toegang tot de FTP-account. Wachtwoord bevestigen - Tik het wachtwoord nog eens in om er zeker van te zijn dat u het juist hebt ingevoerd. 2 Klik op Volgende >> om naar de volgende stap van de wizard te gaan. 3 Daarop krijgt u de gegevens van uw abonnement te zien en de resource die zal worden gebruikt om de logboekbeheerservice toe te voegen. Klik op Klaar om het proces af te ronden. Opmerking: sommige leveranciers kunnen de logboekbeheerservice creëren bij de domeincreatie. In dit geval zal u niet worden gevraagd de stappen van de wizard voor toevoeging van logboekbeheer te volgen. De logboekbeheerservice beheren Met de logboekbeheerservice kunt u de volgende bewerkingen uitvoeren: Wachtwoord wijzigen - Wijzig het wachtwoord voor uw FTP-account door te klikken op de link Wachtwoord wijzigen op het dashboard van het scherm "Log Manager". Voer het nieuwe wachtwoord in, bevestig het daarna in het betreffende veld en klik op Versturen om uw wijzigingen toe te passen. Toon FTP-directory - Toon uw FTP-directory door te klikken op de link "Toon FTP-directory" op het dashboard van het scherm "Log Manager". Hij zal opengaan in een afzonderlijk browservenster. Inschakelen/Uitschakelen- Om de status van uw FTP-account te beheren door hem in- of uit te schakelen via de respectieve opties Uitschakelen en Inschakelen op het dashboard van het scherm "Log Manager". 126

127 Werken met domeinen Gebruik van de Cron Management-service Cron Management is een dienst waarmee u de uitvoering van hostcommando's of webtoepassingen op uw website kunt plannen. Als u Cron Management voor het eerst gebruikt in uw webruimte, moet u Cron Management activeren. Doe dit als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Cron Management. Als u nog nooit Cron Management hebt gebruikt op uw webruimte en als Cron Management goed werkt, zal het systeem u laten weten of het klaar is om de Cron Management-service te activeren. 2 Klik op de knop Versturen. 3 Klik op de link Manage Cron. U kunt nu gebruikmaken van de Cron Management-service. Cron-taken beheren Met het POA-systeem kunt u de uitvoering van hostcommando's in uw webruimte plannen. Dergelijke geplande taken worden Cron-taken genoemd. Om Cron-taken uit te voeren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. 2 Klik op Meer tools en selecteer daarna Cron Management. De tab Cron Tabs gaat open. In deze tab ziet u de lijst van Cron-taken, als u er hebt. Met de knoppen bovenaan de lijst kunt u bewerkingen uitvoeren op de Cron Management-service zoals Cron-taken toevoegen, verwijderen, activeren, deactiveren. Een nieuwe Cron-taak toevoegen Om een nieuwe Cron-taak toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 1 Klik in de tab Cron Tabs op de knop Nieuwe taak toevoegen. 2 Typ in het veld Commando een hostcommando dat u wilt plannen in uw webruimte. Klik op Volgende om verder te gaan. 3 Stel in hoe frequent de taak moet worden uitgevoerd door een optie te selecteren in het veld Frequentie. Klik op Volgende om verder te gaan. 4 Stel een nauwkeuriger frequentie in. Klik op Klaar om de instellingen op te slaan. Het commando zal op uw webruimte draaien met de pas ingestelde frequentie. 127

128 Werken met domeinen Een Cron-taak verwijderen Om een of meer Cron-taken te verwijderen, gaat u te werk als volgt: 1 Selecteer in de tab Cron Tabs de Cron-taken die u wilt verwijderen door te klikken op de betreffende selectievakjes. Klik op de knop Verwijderen. Het berichtenvak verschijnt met de vraag: Wilt u doorgaan met het verwijderen van deze ta(a)k(en)? 2 Klik op OK om te bevestigen dat u de aangevinkte taken wilt verwijderen. Als gevolg daarvan verdwijnt de Cron-taak uit de lijst met Cron-taken en uit het systeem. Een Cron-taak deactiveren Als u een Cron-taak wilt annuleren zonder ze te verwijderen, moet u ze deactiveren. Om een of meer Cron-taken te deactiveren, gaat u te werk als volgt: 1 Selecteer in de tab Cron Tabs de actieve Cron-taken die u wilt deactiveren door te klikken op de betreffende selectievakjes. Opmerking: de status van een Cron-taak wordt weergegeven in de kolom Status. Klik op de knop Deactiveren. Het berichtenvak verschijnt met de vraag: Wilt u doorgaan met het deactiveren van deze ta(a)k(en)? 2 Klik op OK om te bevestigen dat u de aangevinkte taken wilt verwijderen. Als gevolg daarvan verandert de status van de geselecteerde Cron-taken in Inactief, zoals u kunt zien in de lijst met Cron-taken. Een Cron-taak activeren Om een of meer inactieve Cron-taken te activeren, gaat u te werk als volgt: 1 Selecteer in de tab Cron Tabs de inactieve Cron-taken die u wilt activeren door te klikken op de betreffende selectievakjes. Opmerking: de status van een Cron-taak wordt weergegeven in de kolom Status. Klik op de knop Activeren. Het berichtenvak verschijnt met de vraag: Wilt u doorgaan met het activeren van deze ta(a)k(en)? 2 Klik op OK om te bevestigen dat u de aangevinkte taken wilt activeren. Als gevolg daarvan verandert de status van de geselecteerde Cron-taken in Actief, zoals u kunt zien in de lijst met Cron-taken. Een Cron-taak configureren Misschien wilt u het commando of de frequentie van een van uw Cron-taken wijzigen. Doe dit als volgt: 128

129 Werken met domeinen 1 Selecteer in de tab Cron Tabs de Cron-taak die u wilt configureren door het commando ervan aan te klikken. 2 De instellingen van een Cron-taak wijzigen: Om het commando te wijzigen, klikt u op de knop Bewerken in het gedeelte Commando. Geef het nieuwe commando in. Klik op de knop Versturen. Om de frequentie te wijzigen, klikt u op de knop Bewerken in het gedeelte Frequentie. Stel een nieuwe frequentie in. Klik op de knop Versturen. Geplande toepassingen beheren Via "Geplande toepassingen" kunt u een of meer herhaalde uitvoeringen van webtoepassingen instellen en beheren. Geplande toepassingen zullen u herinneren aan enkele belangrijke gebeurtenissen, de uitvoering van een programma of script op de geplande datum en uur opstarten (om de minuut, om het uur, dagelijks, wekelijks, maandelijks). Deze toepassing kan alle uitvoerbare bestanden uitvoeren. Om geplande toepassingen te beheren, gaat u te werk als volgt: 1 Ga naar Websites en klik daarna op de gewenste domeinnaam. Het dashboard van het domein gaat open. Klik op Meer tools en selecteer daarna Cron Management. 2 Ga naar de tab Geplande toepassingen. In deze tab ziet u de lijst van geplande toepassingen als u er hebt. Met de knoppen bovenaan de lijst kunt u bewerkingen uitvoeren op geplande toepassingen (geplande toepassingen toevoegen, verwijderen, activeren, deactiveren). Een geplande toepassing toevoegen Om een nieuwe geplande toepassing toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 129

130 Werken met domeinen 1 Klik in de tab Geplande toepassingen op de knop Nieuwe toepassing toevoegen om de wizard op te starten. 2 Voer de volgende gegevens in: URL - Voer het absolute pad in van de locatie van het CGI-toepassingsbestand dat moet worden uitgevoerd. Gebruikersnaam (optioneel) - Voer de gebruikersnaam in als de toepassing dat vereist. Wachtwoord (optioneel) - Voer het wachtwoord in als de toepassing dat vereist. Klik op Volgende om naar de volgende stap van de wizard te gaan. 3 Selecteer hoe frequent de toepassing moet worden uitgevoerd: Om de minuut, Om het uur, Dagelijks, Wekelijks, of Maandelijks en klik op Volgende om verder te gaan. 4 Selecteer in de afrollijsten het juiste uur en het juiste punt in de cyclus (dag van de week, datum van de maand, enz., afhankelijk van de periode die u hebt gekozen in de vorige stap) voor het uitvoeren van de toepassing. 5 Klik op Klaar om van de toepassing een geplande toepassing te maken. Een geplande toepassing verwijderen Om een of meer geplande toepassingen te verwijderen, gaat u te werk als volgt: 1 Selecteer in de tab Geplande toepassingen de geplande toepassingen die u wilt verwijderen door te klikken op de betreffende selectievakjes. Klik op de knop Verwijderen. Het berichtenvak verschijnt met de vraag: 130 Wilt u doorgaan met het verwijderen van deze toepassing(en)? 2 Klik op OK om te bevestigen dat u de aangevinkte geplande toepassingen wilt verwijderen. Als gevolg daarvan verdwijnt de geplande toepassing uit de lijst en uit het systeem. Een geplande toepassing deactiveren Een geplande toepassing verwijderen, betekent dat ze voor altijd verdwijnt uit het systeem. Als u de taak wilt annuleren en de geplande toepassing toch wilt opslaan, moet u ze deactiveren. Om een of meer geplande toepassingen te deactiveren, gaat u te werk als volgt: 1 Selecteer in de tab Geplande toepassingen de actieve geplande toepassingen die u wilt deactiveren door te klikken op de betreffende selectievakjes. Opmerking: de status van een geplande toepassing wordt weergegeven in de kolom Status. Klik op de knop Deactiveren. Het berichtenvak verschijnt met de vraag: Wilt u doorgaan met het deactiveren van deze toepassing(en)? 2 Klik op OK om te bevestigen dat u de aangevinkte taken wilt verwijderen. Als gevolg daarvan verandert de status van de geplande toepassingen in Inactief, zoals u kunt zien in de lijst met geplande toepassingen.

131 Werken met domeinen Een geplande toepassing activeren Om een of meer inactieve geplande toepassingen te activeren, gaat u te werk als volgt: 1 Selecteer in de tab Geplande toepassingen de inactieve geplande toepassingen die u wilt activeren door te klikken op de betreffende selectievakjes. Opmerking: de status van een geplande toepassing wordt weergegeven in de kolom Status. Klik op de knop Activeren. Het berichtenvak verschijnt met de vraag: Wilt u doorgaan met het activeren van deze toepassing(en)? 2 Klik op OK om te bevestigen dat u de aangevinkte taken wilt activeren. Als gevolg daarvan verandert de status van de geplande toepassingen in Actief, zoals u kunt zien in de lijst met geplande toepassingen. Een geplande toepassing configureren Misschien wilt u de URL, de gebruikersnaam, het wachtwoord of de frequentie van een van uw geplande toepassingen wijzigen. Doe dit als volgt: 1 Selecteer in de tab Geplande toepassingen de geplande toepassing die u wilt configureren door te klikken op zijn URL. 2 De instellingen van een geplande toepassing wijzigen: Om de URL, de gebruikersnaam of het wachtwoord te wijzigen, klikt u op de knop Bewerken in het gedeelte URL. Tik nieuwe waarden in in de betreffende velden. Klik op de knop Versturen. Om de frequentie te wijzigen, klikt u op de knop Bewerken in het gedeelte Frequentie. Stel een nieuwe frequentie in. Klik op de knop Versturen. Zonebeheer inschakelen/uitschakelen Om de mogelijkheid tot zonebeheer te wijzigen, gaat u te werk als volgt: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het gewenste domein. De tab Overzicht gaat open. 3 Klik in de tab Overzicht op de knop Bewerken. 4 Klik om het selectievakje Mogelijkheid zonebeheer aan te vinken of leeg te maken. 5 Klik op de knop Versturen om de nieuwe instellingen op te slaan. Opmerking: de optie Mogelijkheid zonebeheer wordt niet weergegeven bij domeinen met externe DNS-hosting. 131

132 Werken met domeinen Het webhostingtype veranderen Wilt u het web- of mailhostingtype veranderen dat u aan een van uw domeinen hebt toegevoegd? Om het web- of mailhostingtype te veranderen, gaat u te werk als volgt: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het gewenste domein. 3 Selecteer de tab Overzicht en klik in het gedeelte Webhosting op Hosting wijzigen. De abonnementsnaam vermeld in de tab Overzicht is een link waarmee u naar het abonnement kunt overschakelen. Als u deze link hebt aangeklikt, wordt u naar het Hosting-scherm geleid dat wordt geopend onder het desbetreffende abonnement. Als de naam van het momenteel gebruikte abonnement wordt weergegeven, is hij niet aanklikbaar. Opmerking:als u het hostingtype wijzigt op het domein waar SharePoint-sites werden gecreëerd, zal er een bericht verschijnen met de melding dat alle sites en hun content zullen worden verwijderd. Om te bevestigen dat u het hostingtype op een dergelijk domein wilt veranderen, klikt u op OK. 4 Selecteer het nieuwe hostingtype. 5 Selecteer in de afrollijst "Abonnement" het abonnement dat u wilt instellen als basis voor webhosting op dit domein. De lijst van beschikbare abonnementen hangt af van het geselecteerde hostingtype. De abonnementskeuze bepaalt welke reeks bijkomende hostingservices en resources beschikbaar zijn voor het domein (zoals bv. MS FrontPage, Plesk Sitebuilder, enz.). Opmerking: als de toegang tot de services vanuit verschillende abonnementen is uitgeschakeld door uw leverancier, ontbreekt stap 5 in de wizard. 6 Klik op Volgende om verder te gaan. 7 Volg de instructies van de wizard. 8 Klik na het uitvoeren van de stappen van de wizard op de knop Klaar om de toevoeging van hosting af te ronden. Als u nu opnieuw de lijst van uw domeinen opent, zult u zien dat het net gewijzigde domein met het nieuwe hostingtype wordt weergegeven in de kolom Webhosting. Een andere manier om de hosting te veranderen is de volgende: 132

133 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het gewenste domein. 3 Selecteer de tab Web. 4 Klik in de tab Web op de knop Hosting wijzigen en volg de instructies van de wizard. Webhosting uit een domein verwijderen Wilt u web- of mailhosting uit een van uw domeinen verwijderen? Voer daartoe de volgende stappen uit: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. Klik op de naam van het gewenste domein. 2 Selecteer de tab Overzicht en klik in het gedeelte Webhosting op Hosting verwijderen. 3 Bevestig uw intentie om hosting te verwijderen door te klikken op OK in het berichtenvenster. Open nu opnieuw de lijst van uw domeinen. U zult zien dat er geen hosting meer aanwezig is in het net gewijzigde domein. Het overeenkomstige veld in de kolommen Webhosting is leeg. De DNS-service beheren Deze sectie beschrijft hoe u de DNS-service voor uw domeinen kunt beheren. Het DNS-hostingtype van een domein veranderen Met POA kunt u twee types DNS-hosting voor uw domeinen toevoegen: Interne DNS-hosting - U gebruikt hiervoor de door uw leverancier geleverde naamservers. Naast de DNS-records van uw leverancier kunt u uw eigen DNS-records toevoegen en beheren via het Control Panel van POA. Externe DNS-hosting - U gebruikt de externe naamserver en beheert die zonder het Control Panel van POA te gebruiken. Om een van uw domeinen over te schakelen op een ander DNS-hostingtype, gaat u te werk als volgt: 133

134 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Selecteer het gewenste domein. 3 Open de tab DNS, kies de subtab DNS-hosting. 4 Klik op de knop DNS-hosting wijzigen in externe hosting. 5 Klik op Klaar. 6 Na een tijdje wordt u gemeld of de bewerking is geslaagd. Klik op het pictogram Vernieuwen. Het bericht verdwijnt en de tab DNS neemt het formulier mee naar een domein dat gebruikmaakt van een externe naamserver. Om het DNS-hostingtype om te schakelen van extern naar intern, gaat u te werk als volgt: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. Selecteer het gewenste domein. 2 Open de tab DNS. 3 Klik op de knop DNS-hosting wijzigen in interne hosting. Als er aan uw account meerdere DNShostingabonnementen zijn toegewezen, zal u worden gevraagd het gewenste DNShostingabonnement te selecteren op een afzonderlijk scherm. Na een tijdje ziet de tab DNS eruit zoals in de figuur "tab DNS-hosting - hosting via interne naamserver". DNS-records beheren Het POA-systeem biedt u de mogelijkheid verschillende types DNS-records, zoals A-, CNAME-, NS-, MX-, SRV- en TXT-records toe te voegen en te beheren. Sommige DNS-records kunnen door toepassingen worden gebruikt en bestaan vanaf de installatie tot de verwijdering van de toepassing die het DNS-record gebruikt (zie Toepassingen beheren (op pagina 221)). Opmerkingen 1. U kunt enkel DNS-records beheren indien het DNS-hostingtype van uw domein interne hosting is. 2. U kunt de DNS-instellingen van het domein niet beheren als de status Gedeactiveerd is. 3. Uw leverancier kan het creëren, bewerken of verwijderen van bepaalde DNS-records beperken. Als u probeert een dergelijke record te creëren, zal er een foutmelding verschijnen. Records die niet mogen gewijzigd of verwijderd worden, zullen deze mogelijkheden ook niet hebben. 134

135 Werken met domeinen Een A-record toevoegen Het A-record, ook wel adresrecord genoemd, is het belangrijkste deel van een DNS-record. Het wordt gebruikt om uw domein te koppelen aan zijn overeenkomstig IP-adres. A-records zijn niet vereist voor alle computers, maar wel voor een computer die shared resources op een netwerk levert. Om een A-DNS-record toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het domein waaraan u het DNS-record wilt toevoegen. Nu gaat de tab Overzicht van het domein open. 3 Ga naar de tab DNS. Selecteer de subtab DNS-records. Daarop verschijnt een lijst van alle DNS-records. 4 Klik op de knop Nieuw DNS-record toevoegen. 5 Selecteer op de weergegeven pagina A als het type DNS-record. 6 Specificeer de volgende DNS-recordeigenschappen: Voer in het veld Domein de string in die moet worden gemapt met de webserver. Als uw domeinnaam bv. domeinnaam.com is en u sub1 invoert, zal dit de volledig gekwalificeerde domeinnaam sub1.domeinnaam.com opleveren. Als u een A-record definieert voor uw hoofddomein, laat dan het beschikbare veld blanco. Voer in het veld IP-adres het IP-adres in dat de domeinnaam mapt. Dit IP-adres kunt u krijgen met eender welke ping utility. TTL: (afkorting van Time-To-Live) stel in om de hoeveel seconden het record zal worden vernieuwd in de DNS-cache. Dit wordt in seconden uitgedrukt. 7 Klik op de knop Klaar om de toevoeging van de DNS-record van het adres af te ronden. Belangrijk: indien de bewerking niet kan worden uitgevoerd en er een foutmelding verschijnt zoals "DNS-recordgegevens komen overeen met bepaalde beperkingsregels. Creatie verboden", betekent dit dat uw hostingprovider u niet toelaat bepaalde "A"-records toe te voegen. Om dit probleem op te lossen, moet u contact opnemen met uw hostingprovider. Een CNAME-record toevoegen Een CNAME-record of canonical name record maakt van een domeinnaam een alias van een andere domeinnaam. Het gealiaste domein krijgt alle subdomeinen en DNS-records van het originele domein. Met aliassen ziet een hostcomputer eruit als meerdere hostcomputers. De host gamma.tvpress.com kan men bijvoorbeeld laten verschijnen als en ftp.tvpress.com. Om een CNAME-DNS-record toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 135

136 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het domein waaraan u het DNS-record wilt toevoegen. Nu gaat de tab Overzicht van het domein open. 3 Ga naar de tab DNS. Selecteer de subtab DNS-records. Daarop verschijnt een lijst van alle DNS-records. 4 Klik op de knop Nieuw DNS-record toevoegen om een nieuw DNS-record toe te voegen. 5 Selecteer op de weergegeven pagina CNAME als het type van het DNS-record en specificeer daarna de volgende DNS-recordeigenschappen: Voer in het veld Domein de aliasdomeinnaam in waarvoor u het CNAME-record wilt creëren. Voer in het veld Canonieke naam het type domeinnaam in waarin u de alias wilt onderbrengen. U kunt eender welke domeinnaam invoeren. Hij hoeft niet te worden ondergebracht op dezelfde server. TTL: (afkorting van Time-To-Live) stel in om de hoeveel seconden het record zal worden vernieuwd in de DNS-cache. Dit wordt in seconden uitgedrukt. 6 Klik op de knop Klaar om de toevoeging van de DNS-record van het adres af te ronden. Opmerking: er moet altijd een A-record zijn voor de machine eer er een CNAME-record (aliassen) kan worden gecreëerd. Belangrijk: indien de bewerking niet kan worden uitgevoerd en er een foutmelding verschijnt zoals "DNS-recordgegevens komen overeen met bepaalde beperkingsregels. Creatie verboden", betekent dit dat uw hostingprovider u niet toelaat bepaalde "CNAME"-records toe te voegen. Om dit probleem op te lossen, moet u contact opnemen met uw hostingprovider. Een MX-record toevoegen MX-records (mail exchange records) identificeren mail exchange servers voor het domein. Deze servers staan in voor het verwerken of doorsturen van mail binnen het domein. Om een MX-DNS-record toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 136

137 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. 2 Klik op de naam van het domein waaraan u het DNS-record wilt toevoegen. Nu gaat de tab Overzicht van het domein open. 3 Ga naar de tab DNS. Selecteer de subtab DNS-records. Daarop verschijnt een lijst van alle DNS-records. 4 Klik op de knop Nieuw DNS-record toevoegen om een nieuw DNS-record toe te voegen. 5 Selecteer op de weergegeven pagina MX als het type van de DNS-record en specificeer daarna de volgende DNS-recordeigenschappen: Voer in het veld Maildomein het lokale domein in waarvoor u het MX-record wilt creëren. Voor het hoofddomein laat u het beschikbare veld gewoon blanco. Selecteer in het veld Voorkeur een item om een voorkeurgetal voor de mailserver te specificeren. U kunt een van de vooraf gedefinieerde voorkeuren selecteren of een Aangepaste waarde. In het laatste geval kunt u een aangepaste voorkeur invoeren als een geheel getal tussen 0 en Een voorkeurgetal legt de prioriteit van de mailserver binnen het domein vast. De mailserver met het laagste voorkeurgetal heeft de hoogste prioriteit en is de eerste die mail zal ontvangen. Als het afleveren van mail mislukt, wordt automatisch de mailserver met het tweedelaagste voorkeurgetal geprobeerd. Voer in het veld Mail exchanger de naam van de mailserver in. Als u een remote mailserver draait met als naam mail.mijnhostnaam.com, voert u gewoon mail.mijnhostnaam.com in. TTL: (afkorting van Time-To-Live) stel in om de hoeveel seconden het record zal worden vernieuwd in de DNS-cache. Dit wordt in seconden uitgedrukt. 6 Klik op de knop Klaar om de toevoeging van de DNS-record van het adres af te ronden. Opmerking: u zult een passend A- en/of CNAME-record moeten toevoegen, indien toepasselijk voor de remote mailserver. Belangrijk: indien de bewerking niet kan worden uitgevoerd en er een foutmelding verschijnt zoals "DNS-recordgegevens komen overeen met bepaalde beperkingsregels. Creatie verboden", betekent dit dat uw hostingprovider u niet toelaat bepaalde "MX"-records toe te voegen. Om dit probleem op te lossen, moet u contact opnemen met uw hostingprovider. Een SRV-record toevoegen Een SRV-record is een DNS-record dat informatie verstrekt over de service die beschikbaar is op het domein. Om een SRV-DNS-record toe te voegen, gaat u te werk als volgt: 137

138 Werken met domeinen 1 Kies Alle domeinen in de afrollijst Abonnement bovenaan het Control Panel. De lijst van uw domeinen gaat open. Klik op de naam van het domein waaraan u het DNS-record wilt toevoegen. Nu gaat de tab Overzicht van het domein open. 2 Ga naar de tab DNS. Selecteer de subtab DNS-records. Daarop verschijnt een lijst van alle DNS-records. 3 Klik op de knop Nieuw DNS-record toevoegen om een nieuw DNS-record toe te voegen. 4 Selecteer op de weergegeven pagina SRV als het type DNS-record. De volgende pagina verschijnt: 138 Figuur 17: een SRV-record creëren 5 Specificeer de volgende parameters van het SRV-record: Service - Naam van de gewenste service. Het protocol van de gewenste service (TCP, UDP of TLS). TTL (Time To Live): stel in hoeveel seconden zullen verstrijken eer het record wordt vernieuwd in de DNS-cache. Om de TTL in te stellen, moet u kiezen tussen Standaard-TTL

1. Hoe krijg ik toegang tot mijn VPS-controlepaneel?

1. Hoe krijg ik toegang tot mijn VPS-controlepaneel? VPS Business FAQ Sectie 1: Installatie...2 1. Hoe krijg ik toegang tot mijn VPS-controlepaneel?...2 2. Hoe krijg ik toegang tot mijn Windows-VPS?...6 3. Hoe krijg ik toegang tot mijn Linux-VPS?...8 Sectie

Nadere informatie

Handleiding Controlepaneel Parallels

Handleiding Controlepaneel Parallels Handleiding Controlepaneel Parallels Inhoudsopgave 1 Inloggen... 3 2 Domeinbeheer... 4 2.1 Beheer van domeinen die via InterNLnet geregistreerd zijn... 4 2.2 Beheer van domeinen die via een andere provider

Nadere informatie

Handleiding Controlepaneel Parallels

Handleiding Controlepaneel Parallels Handleiding Controlepaneel Parallels Inhoudsopgave 1 Inloggen... 3 2 Domeinbeheer... 4 2.1 Beheer van domeinen die via InterNLnet geregistreerd zijn... 4 2.2 Beheer van domeinen die via een andere provider

Nadere informatie

Handleiding RealHosting Controle Paneel

Handleiding RealHosting Controle Paneel Handleiding RealHosting Controle Paneel Inloggen. Om in te loggen in het Controle Paneel kunt u de gebruikersnaam en wachtwoord gebruiken welke u van ons heeft ontvangen. Nieuw is dat u ook met uw social

Nadere informatie

Handleiding Reseller Controle Paneel

Handleiding Reseller Controle Paneel Handleiding Reseller Controle Paneel Inloggen Om in te loggen in het Controle Paneel kunt u de gebruikersnaam en wachtwoord gebruiken welke u van ons heeft ontvangen. Nieuw is dat u ook met uw social media

Nadere informatie

HANDLEIDING Content Management Systeem de Fertilizer 4

HANDLEIDING Content Management Systeem de Fertilizer 4 HANDLEIDING Content Management Systeem de Fertilizer 4 1 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 3 2. BEHEER 5 2.1 Site structuur 6 2.2 Afdelingen 7 2.3 Beheerders 8 2.3.1 Rechten 9 2.3.1.1 Rechten Beheer 9 3. INSTELLINGEN

Nadere informatie

Handleiding Zakelijk Exchange Online. Versie maart 2014

Handleiding Zakelijk Exchange Online. Versie maart 2014 Handleiding Zakelijk Exchange Online Versie maart 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Inloggen in Zelfservice Cloud 4 2.2 Abonnement selecteren 4 2.3 Eerste gebruiker

Nadere informatie

End-user handleiding voor Virtualmin Handleiding gemaakt door Digibel BVBA Copyright 2010 Digibel BVBA

End-user handleiding voor Virtualmin Handleiding gemaakt door Digibel BVBA Copyright 2010 Digibel BVBA Virtualmin handleiding, WHStarter, WHPro, WHUltra. End-user handleiding voor Virtualmin Handleiding gemaakt door Digibel BVBA Copyright 2010 Digibel BVBA Inhoudsopgave Inloggen Virtualmin...2 Uw hosting

Nadere informatie

Zakelijk Exchange Online

Zakelijk Exchange Online Zakelijk Exchange Online Installatie handleiding Versie 1.0 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Licenties selecteren en gebruikers aanmaken... 4 Stap 1 Inloggen in Zelfservice ICT-diensten... 4 Stap 2 Abonnement

Nadere informatie

Installatie en configuratie documentatie

Installatie en configuratie documentatie Installatie en configuratie documentatie Assistance Web Portal v. 2.58, 2.60 Voor Windows 2003 / 2008 / XP / Vista / Windows 7 Assistance PSO handleiding, uitgegeven door Assistance Software. Alle rechten

Nadere informatie

Zakelijk Office 365. Installatie handleiding. Versie 2.0

Zakelijk Office 365. Installatie handleiding. Versie 2.0 Zakelijk Office 365 Installatie handleiding Versie 2.0 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Licenties selecteren en gebruikers aanmaken... 4 Stap 1 Inloggen in Zelfservice ICT diensten... 4 Stap 2 Abonnement

Nadere informatie

FAQ Moodlewinkel.nl. 1. Algemeen. 2. Manager. 3. Docent. 4. Cursist

FAQ Moodlewinkel.nl. 1. Algemeen. 2. Manager. 3. Docent. 4. Cursist FAQ Moodlewinkel.nl 1. Algemeen 2. Manager a. Taalinstellingen b. Gebruikers/rechten c. Categorieën/cursussen d. Modules e. Veiligheid 3. Docent a. Cursusbeheer b. Gebruikersbeheer c. Activiteiten d. Bronnen

Nadere informatie

1. Startpagina 1. 2. Gebruikers 1. 3. Mail 2

1. Startpagina 1. 2. Gebruikers 1. 3. Mail 2 Inhoudsopgave 1. Startpagina 1 2. Gebruikers 1 3. Mail 2 3.1 Een nieuwe e-mailbox aanmaken 2 3.2 Een e-mailalias aanmaken 2 3.3 Een e-mailbox/e-mailalias verwijderen 2 3.4 E-mail doorsturen en naar een

Nadere informatie

Handleiding Directadmin Resellers

Handleiding Directadmin Resellers Handleiding Directadmin Resellers Inhoud 1. Accounts aanmaken... 3 1.1 Gebruikersnaam en Paswoord... 3 1.2 Wachtwoord... 3 1.3 Domeinnaam... 3 1.4 Pakketnaam... 3 1.5 Ipadres... 3 1.6 E-mail versturen...

Nadere informatie

Handleiding DirectAdmin

Handleiding DirectAdmin Handleiding DirectAdmin Heeft uw hostingpakket het control panel DirectAdmin dan leest u in deze sectie hoe u uw pakket kunt beheren. Dat doet u via : http://www.uwdomein.nl:2222. 1 Inloggen Voordat u

Nadere informatie

Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC

Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Technische nota AbiFire5 Rapporten maken via ODBC Laatste revisie: 29 juli 2009 Inhoudsopgave Inleiding... 2 1 Installatie ODBC driver... 2 2 Systeeminstellingen in AbiFire5... 3 2.1 Aanmaken extern profiel...

Nadere informatie

Handleiding Suwinet-Inkijk Gebruikersadministratie

Handleiding Suwinet-Inkijk Gebruikersadministratie Handleiding Suwinet-Inkijk Gebruikersadministratie 8 april 2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 1.1 Gebruikersadministratie... 2 1.2 Vragen... 2 2 Inloggen en navigeren... 3 2.1 Inloggen op Suwinet-Inkijk...

Nadere informatie

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht

Mededeling met betrekking tot het auteursrecht Parallels Panel Mededeling met betrekking tot het auteursrecht ISBN: Niet beschikbaar Parallels 660 SW 39 th Street Suite 205 Renton, Washington 98057 USA Telefoon: +1 (425) 282 6400 Fax: +1 (425) 282

Nadere informatie

Milieuvergunningen in FMIS

Milieuvergunningen in FMIS Milieuvergunningen in FMIS 1. Algemeen Elk schooldomein dient verplicht over één of meerdere milieuvergunningen te beschikken. Deze vergunningen zijn gekoppeld aan een domein zelf of aan bepaalde installaties;

Nadere informatie

HANDLEIDING DOMEINREGISTRATIE EN DNS- BEHEER

HANDLEIDING DOMEINREGISTRATIE EN DNS- BEHEER HANDLEIDING DOMEINREGISTRATIE EN DNS- BEHEER versie 2.0, 11 december 2009 SURFNET BV, RADBOUDKWARTIER 273, POSTBUS 19035, 3501 DA UTRECHT T +31 302 305 305, F +31 302 305 329, WWW.SURFNET. NL INHOUD 1.

Nadere informatie

EBUILDER HANDLEIDING. De Ebuilder is een product van EXED internet www.exed.nl. info@exed.nl EXED CMS UITLEG

EBUILDER HANDLEIDING. De Ebuilder is een product van EXED internet www.exed.nl. info@exed.nl EXED CMS UITLEG EBUILDER HANDLEIDING De Ebuilder is een product van EXED internet www.exed.nl info@exed.nl 1 INHOUDSOPGAVE Inleiding Een korte introductie over het Ebuilder» Navigatie» Snelnavigatie Pagina s Hier vind

Nadere informatie

ZorgMail Secure e-mail

ZorgMail Secure e-mail ZorgMail Secure e-mail 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem of uitgezonden in enige

Nadere informatie

Handleiding: MRJ Online Back-up versie 1.0

Handleiding: MRJ Online Back-up versie 1.0 Handleiding: MRJ Online Back-up versie 1.0 Inhoudsopgave. Over deze handleiding.... 3 Inleiding... 4 1. Installatie Windows XP/Vista/7/2000/2003 of 2008... 5 2. Backupset maken... 11 3. Extra Backupset

Nadere informatie

Handleiding digitaal dossier

Handleiding digitaal dossier Handleiding digitaal dossier Handleiding digitaal dossier... 1 Omschrijving... 2 Login met persoonlijke account... 3 Geen persoonlijke account... 3 Automatisch omwisselen naar persoonlijke account... 4

Nadere informatie

16. Web Station. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod:

16. Web Station. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: 16. Web Station U kunt uw QNAP NAS gebruiken om een website te hosten. U kunt zelf een website bouwen in HTML of gebruik maken van één van de vele content management systemen die beschikbaar worden gesteld

Nadere informatie

Getting started guide

Getting started guide Getting started guide Getting started Guide Gefeliciteerd met uw hosting bij echristenen. Wij zijn blij u te mogen verwelkomen als klant. Deze Getting started Guide helpt u op weg bij het hosten van uw

Nadere informatie

1 INHOUDSOPGAVE... 1 2 INSTELLEN ANDROID TOESTEL... 2 3 INSTELLEN IPHONE TOESTEL... 4 4 INSTELLEN NOKIA TOESTEL... 6

1 INHOUDSOPGAVE... 1 2 INSTELLEN ANDROID TOESTEL... 2 3 INSTELLEN IPHONE TOESTEL... 4 4 INSTELLEN NOKIA TOESTEL... 6 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 1 2 INSTELLEN ANDROID TOESTEL... 2 3 INSTELLEN IPHONE TOESTEL... 4 4 INSTELLEN NOKIA TOESTEL... 6 5 INSTELLEN WINDOWS MOBILE 5 EN 6 TOESTELLEN... 7 6 AANVULLENDE GEGEVENS:...

Nadere informatie

Handleiding DirectAdmin

Handleiding DirectAdmin Handleiding DirectAdmin Heeft uw hostingpakket het control panel DirectAdmin dan leest u in deze sectie hoe u uw pakket kunt beheren. Dat doet u via : http://www.uwdomein.nl:2222. Handleiding DirectAdmin

Nadere informatie

Web Presence Builder. Inhoud

Web Presence Builder. Inhoud Web Presence Builder Inhoud Inhoud... 1 Wat is Web Presence Builder?... 2 Het categoriescherm... 2 De eerste stappen naar een eigen website... 3 Onderwerp selecteren en website naam aanpassen... 3 Vooraf

Nadere informatie

Handleiding voor het installeren van VBA scripts in Outlook

Handleiding voor het installeren van VBA scripts in Outlook Handleiding voor het installeren van VBA scripts in Outlook Brondocument E:\OutLook\InstallerenVBAScriptOutlook.odt Versiebeheer Versie Datum Uitleg 1.0v 21-03-12 1e versie na draaien prototype klant 1.1v

Nadere informatie

Outlookkoppeling installeren

Outlookkoppeling installeren Outlookkoppeling installeren Voordat u de koppeling kunt installeren, moet outlook afgesloten zijn. Stappenplan Controleer of het bestand VbaProject.OTM aanwezig is. (zie 3.2) Controleer of de map X:\RADAR\PARAMETERS\

Nadere informatie

CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd

CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd Introductie Deze handleiding heeft tot doel een eenvoudige stap voor stap handleiding te zijn voor eindgebruikers van CMS Made Simple

Nadere informatie

Er zijn diverse andere software platformen en providers die werken met SIP, maar in dit voorbeeld gaan we uit van de volgende software:

Er zijn diverse andere software platformen en providers die werken met SIP, maar in dit voorbeeld gaan we uit van de volgende software: Er zijn diverse andere software platformen en providers die werken met SIP, maar in dit voorbeeld gaan we uit van de volgende software: Counterpath Bria SIP client. Net2 Entry Configuration Utility (SIP

Nadere informatie

Web applicatie Tolk- en vertaalaanvragen: Handleiding voor aanvragers SVBBO

Web applicatie Tolk- en vertaalaanvragen: Handleiding voor aanvragers SVBBO Eerste aanmelding Web applicatie Tolk- en vertaalaanvragen: Handleiding voor aanvragers SVBBO Datum release 24/04/2013 Versie 1.0 1. Eerste aanmelding Wanneer u als contactpersoon via het registratiesysteem

Nadere informatie

Outlook Web App 2010 XS2office

Outlook Web App 2010 XS2office Handleiding Outlook Web App 2010 XS2office Toegang tot uw contacten, adressen en e-mail berichten via internet XS2office Versie: 22 juli 2014 Helpdesk: 079-363 47 47 Handleiding OWA Helpdesk: 079-363 47

Nadere informatie

MWeb 4.0. Handleiding Basis Modules Versie 1.0

MWeb 4.0. Handleiding Basis Modules Versie 1.0 MWeb 4.0 Handleiding Basis Modules Versie 1.0 Index 1. Algemeen 3 1.1. Gebruikersnamen en Wachtwoorden 3 1.2. Inloggen 3 1.3. Uitloggen 3 1.4. Belangrijk 3 2. User Manager 4 2.1. Gebruikers lijst User

Nadere informatie

Installatie. Klik vervolgens op OK om verder te gaan met de installatie. Om verder te gaan met de installatie kunt op op Volgende klikken.

Installatie. Klik vervolgens op OK om verder te gaan met de installatie. Om verder te gaan met de installatie kunt op op Volgende klikken. Installatie De client software van Backup+ kan worden gedownload op de Internet Limburg website. Kijk hiervoor op http://www.ilimburg.nl/downloads. Na het downloaden en openen van het backup+.exe bestand

Nadere informatie

Handleiding Joomla! 1.5

Handleiding Joomla! 1.5 Handleiding Joomla! 1.5 Versie :0.1 2/20 Inhoud 2. Aanmelden... 4 3. Artikelbeheer... 5 3.1 Nieuw artikel toevoegen... 5 3.2 Bestaand artikel wijzigen/verwijderen... 6 3.2.1 Front end editing... 7 4. Sectie

Nadere informatie

Aan de slag Uren registreren met WorkTimer (voor medewerkers)

Aan de slag Uren registreren met WorkTimer (voor medewerkers) Aan de slag Uren registreren met WorkTimer (voor medewerkers) Over dit document Binnen uw organisatie is gekozen om WorkTimer te gebruiken voor tijdregistratie. WorkTimer is een programma waarmee u eenvoudig

Nadere informatie

Deze MobiDM handleiding bekijkt de mogelijkheden voor de partner binnen de MobiDM Portal.

Deze MobiDM handleiding bekijkt de mogelijkheden voor de partner binnen de MobiDM Portal. Deze MobiDM handleiding bekijkt de mogelijkheden voor de partner binnen de MobiDM Portal. Version: x.x MobiDM Partner Handleiding Pagina 1 Index Introductie 2 Help-bestanden & Tooltips 2 Filteren van data

Nadere informatie

Cliënten handleiding PwC Client Portal

Cliënten handleiding PwC Client Portal Cliënten handleiding PwC Client Portal Mei 2011 (1) 1. Portal van de cliënt Deze beschrijving gaat ervan uit dat u beschikt over inloggegevens voor de portal en over de url van de portal website. Als u

Nadere informatie

VERBINDING MAKEN EN INLOGGEN...

VERBINDING MAKEN EN INLOGGEN... INHOUDSOPGAVE 1. VERBINDING MAKEN EN INLOGGEN... 3 2. HET AANMAKEN VAN DOMEINEN... 4 2.1. Plaatsen website... 6 3. HET AANMAKEN VAN E-MAILADRESSEN... 6 3.1. E-mail ophalen... 7 IntroWeb Plesk Quick Startup

Nadere informatie

Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet

Handleiding. Outlook Web App 2010 - CLOUD. Versie: 22 oktober 2012. Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Outlook Web App 2010 - CLOUD Versie: 22 oktober 2012 Toegang tot uw e-mailberichten via internet Handleiding Multrix Outlook Web App 2010 - CLOUD Voorblad Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Inloggen...4

Nadere informatie

Handleiding installatie Rental Dynamics

Handleiding installatie Rental Dynamics Handleiding installatie Rental Dynamics Versie: 1.1 Datum: 9 januari 2015 1. Inleiding Deze handleiding beschrijft de procedure voor de installatie van Rental Dynamics en de benodigde software. In hoofdstuk

Nadere informatie

Internet Quotations: Handleiding voor Fleet Managers

Internet Quotations: Handleiding voor Fleet Managers Internet Quotations: Handleiding voor Fleet Managers Version: 3.1.1 1. Inloggen op leaseplan.be 3 2. Aanmelden op My LeasePlan en Internet Quotations 4 3. Een bestuurdersprofiel aanmaken en beheren 4 3.1

Nadere informatie

MobiDM Partner Handleiding 4.8

MobiDM Partner Handleiding 4.8 MobiDM Partner Handleiding 4.8 Deze MobiDM handleiding bekijkt de mogelijkheden voor de partner binnen de MobiDM Portal. Version: x.x Pagina 1 Index Introductie 2 Help-bestanden & Tooltips 2 Filteren van

Nadere informatie

PunchCMS Handleiding. Versie 2.0 Oktober 2010

PunchCMS Handleiding. Versie 2.0 Oktober 2010 PunchCMS Handleiding Versie 2.0 Oktober 2010 Inhoud Inhoud...2 1 Inloggen...3 2 De gebruikersinterface...4 2.1 Overzicht...4 2.2 Workflow...5 3 Elementen...6 3.1 Aanmaken...6 3.2 Element vullen of aanpassen...7

Nadere informatie

Zakelijk Exchange Online Kiosk/Lite Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform

Zakelijk Exchange Online Kiosk/Lite Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform Zakelijk Exchange Online Kiosk/Lite Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform V ersie 1.1 1 I nho udso pg av e 1 Inleiding... 3 2 Zakelijk Exchange Online gebruiken... 4 2.1 Webmail gebruiken...

Nadere informatie

Handleiding Webapplicatie Robin

Handleiding Webapplicatie Robin Handleiding Webapplicatie Robin (Versie 05) Inhoudstafel 1. Registratie van uw labo... 2 2. Persoonlijke account aanmaken... 4 3. Inloggen in uw labo account... 7 4. Wijziging labogegevens... 8 5. Inschrijven

Nadere informatie

Handleiding DocZend. Versie 1.2 januarie 2014. 2014 Copyright KPN Lokale Overheid

Handleiding DocZend. Versie 1.2 januarie 2014. 2014 Copyright KPN Lokale Overheid Handleiding DocZend Versie 1.2 januarie 2014 2014 Copyright KPN Lokale Overheid Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van KPN Lokale overheid mag niets uit dit document

Nadere informatie

ISIS. Gebruikershandleiding

ISIS. Gebruikershandleiding ISIS Gebruikershandleiding 7-8-2012 Inleiding Inhoud Inhoud... 1 Inleiding... 2 Aanvragen... 3 Het creëren van een nieuwe aanvraag... 3 Uw meldingen inzien... 5 Het afdrukken van de melding... 5 Het toevoegen

Nadere informatie

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8

Shell Card Online e-invoicing Service Gebruikershandleiding. Versie 2.8 Gebruikershandleiding Versie 2.8 november 2012 Inhoud 1 Voor toegang tot Shell Card Online e-invoicing Service... 3 1.1 Inloggen in Shell Card Online... 3 1.2 Wat als u uw wachtwoord bent vergeten... 3

Nadere informatie

Handleiding - Nieuwe werkomgeving (medewerkers)

Handleiding - Nieuwe werkomgeving (medewerkers) Handleiding - Nieuwe werkomgeving (medewerkers) Onderwerp : Nieuwe werkomgeving (medewerkers) Datum : Januari 2014 Versie : 1.0 Auteur(s) Organisatie : Team Functioneel Applicatiebeheer : IT-Workz Dit

Nadere informatie

Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified. System Integrators

Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified. System Integrators Installatie Handleiding voor: TiC Narrow Casting Certified System Integrators Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server -

Nadere informatie

Handleiding Aastra 57i

Handleiding Aastra 57i Handleiding Aastra 57i Inhoudsopgave Account Informatie opvragen... 2 Web interface van het toestel openen... 4 Aanmelding Controle... 8 12Connect Support... 9 Begrippenlijst... 10 NB: Om gebruik te kunnen

Nadere informatie

Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website

Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Aan de slag met het e-mailadres van uw nieuwe Website Handleiding Inhoud 03 Basisinformatie e-mail 04 E-mailprogramma's 07 SMTP controleren als u geen e-mails kunt versturen 10 Veranderen van SMTP-poort

Nadere informatie

Handleiding. HetSchoolvoorbeeld.nl. Versie 2.2 - juni 2014. Websites voor het onderwijs. Meest recente uitgave: www. hetschoolvoorbeeld.

Handleiding. HetSchoolvoorbeeld.nl. Versie 2.2 - juni 2014. Websites voor het onderwijs. Meest recente uitgave: www. hetschoolvoorbeeld. HetSchoolvoorbeeld.nl Websites voor het onderwijs Handleiding Versie 2.2 - juni 2014 Meest recente uitgave: www. hetschoolvoorbeeld.nl/handleiding Handleiding HetSchoolvoorbeeld 2.2 Pagina 1 Inhoud Inhoud

Nadere informatie

Handleiding App installatie en beheerportal

Handleiding App installatie en beheerportal Handleiding App installatie en beheerportal Inhoud 1. De App installeren en activeren via de SEOshop App store... 2 2. Testen of de koppeling correct is geconfigureerd... 5 3. Inloggen beheerportal...

Nadere informatie

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail Handleiding Installatie / Configuratie E-mail Heeft u na het lezen van deze handleiding nog vragen? Neem dan contact op met onze telefonische helpdesk op 020 430 90 33 of per email op helpdesk@ezorg.nl.

Nadere informatie

Handleiding Sociale kaart. Vlaams Brabant en Hoofdstedelijk Gewest Brussel

Handleiding Sociale kaart. Vlaams Brabant en Hoofdstedelijk Gewest Brussel Handleiding Sociale kaart Vlaams Brabant en Hoofdstedelijk Gewest Brussel Opgesteld door Dennis Servaas bijgewerkte versie januari 2012 1 Inhoudsopgave 1. Aanmelden... 3 2. Zoekfilters... 4 3. Fiches bekijken...

Nadere informatie

Handleiding (Verzender Ontvanger)

Handleiding (Verzender Ontvanger) Handleiding (Verzender Ontvanger) Anachron B.V. Steven Nijholt & Maarten Wiggers 28-02-2014 Version: 1.1 Status: Released Inhoud 1. Over dit document... 3 1.1 List of changes... 3 1.2 Scope... 3 2. Registratie...

Nadere informatie

THOMAS ONLINE TIPS & TRICKS

THOMAS ONLINE TIPS & TRICKS THOMAS ONLINE TIPS & TRICKS 1. Keuze navigatietaal van de website 2. Aanloggen 3. Wachtwoord wijzigen 4. Wachtwoord vergeten 5. Een PPA uitnodiging sturen naar een kandidaat 6. Een PPA rapport creëren

Nadere informatie

Office 365 gebruiken en beheren

Office 365 gebruiken en beheren Office 365 gebruiken en beheren Inhoud 1. Office 365 gebruiken... 3 Stap 1 Persoonlijke instellingen wijzigen... 4 Stap 2 Aan de slag met Office 365... 4 Stap 3 Werken met Office 365... 6 1. Beheren van

Nadere informatie

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager

Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Installatiehandleiding TiC Narrow Casting Manager Inhoudsopgave 1. Algemeen - 3-2. Installatie PostgreSQL database server - 4-3. Installatie FTP server - 9-4. Aanmaken account in FileZilla server - 13

Nadere informatie

Gebruikers handleiding Brugge Printshop webshop

Gebruikers handleiding Brugge Printshop webshop Gebruikers handleiding Brugge Printshop webshop Gebruikers handleiding Brugge Printshop webshop... 1 Inleiding... 3 Inloggen... 4 Wachtwoord vergeten... 4 Gebruikersnaam vergeten... 5 Nog geen klant?...

Nadere informatie

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook

Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook Handleiding ZorgMail Secure e-mail - Outlook 2014 ENOVATION B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een data verwerkend systeem

Nadere informatie

Domeinnaam Online Gebruikershandleiding

Domeinnaam Online Gebruikershandleiding Domeinnaam Online Gebruikershandleiding Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Control Panel...4 2.1 Mogelijkheden Control Panel...5 3 Domeininstellingen...6 3.1 Domeinadministratie uitschakelen...8 3.2 Mogelijkheden

Nadere informatie

Telefoon: +31(0)50 3183031 Fax: +31(0)50 3181656 E-mail: Groningen@mennens.nl

Telefoon: +31(0)50 3183031 Fax: +31(0)50 3181656 E-mail: Groningen@mennens.nl Mennens Amsterdam BV Contactweg 40 1014 AN AMSTERDAM Postbus 8051 1005 AB AMSTERDAM Mennens Dongen BV Metaalstraat 5 5107 ND Dongen Postbus 260 5100 AG Dongen Mennens Groningen BV Duinkerkenstraat 33 9723

Nadere informatie

Handleiding nieuwsbrief

Handleiding nieuwsbrief Polakkenweg 3 Postbus 12 9422 ZG Smilde Telefoon (0592) 42 02 00 Fax (0592) 41 58 43 Email post@fontijn.nl www.fontijn.nl Handleiding nieuwsbrief Om in het nieuwsbrief systeem te komen vult u het volgende

Nadere informatie

Handleiding. HetSchoolvoorbeeld.nl. HetSchoolvoorbeeld 2.1. Websites voor het onderwijs. Websites Social media Mediawijsheid Grafisch ontwerp

Handleiding. HetSchoolvoorbeeld.nl. HetSchoolvoorbeeld 2.1. Websites voor het onderwijs. Websites Social media Mediawijsheid Grafisch ontwerp HetSchoolvoorbeeld.nl Websites voor het onderwijs Handleiding HetSchoolvoorbeeld 2.1 Websites Social media Mediawijsheid Grafisch ontwerp Handleiding HetSchoolvoorbeeld 2.1 Pagina 1 Inhoud 1 Opbouw van

Nadere informatie

Installatiehandleiding. Facto minifmis

Installatiehandleiding. Facto minifmis Installatiehandleiding Facto minifmis 1. Installatie Facto MiniFMIS 1.1 Achtergrond Facto MiniFMIS biedt facilitaire organisaties een eenvoudige en gebruikersvriendelijke hulpmiddel bij het uitvoeren van

Nadere informatie

Portfolio Handleiding / faq

Portfolio Handleiding / faq Portfolio Handleiding / faq Wat is een portfolio? Waar vind ik het portfolio? Wat vind ik allemaal op mijn portfoliopagina? Hoe pas ik mijn introductietekst aan? Wat zijn portfoliomappen en portfolio-items?

Nadere informatie

Quick start handleiding versie 1.0

Quick start handleiding versie 1.0 Quick start handleiding versie.0 Inleiding Beste gebruiker, Via dit document lopen we door de basis onderdelen van je eigen Mijn Kroost control panel. Dit control panel vormt de basis voor het gebruik

Nadere informatie

WebHare Professional en Enterprise

WebHare Professional en Enterprise WebHare Professional en Enterprise Systeem module Systeem configuratie handleiding Datum: 19 november 2002 Aantal pagina s: 20 Versie: 2.01 Doelgroep: Sysops Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Vooraf... 2

Nadere informatie

Foto s Plaatsen op Rallykaart.nl

Foto s Plaatsen op Rallykaart.nl Foto s Plaatsen op Rallykaart.nl [Geef tekst op] 1. Inloggen Ga naar: http://www.rallykaart.nl/g2 Klik rechtsboven op Inloggen Voer de gebruikersnaam en het wachtwoord in dat u van ons hebt ontvangen en

Nadere informatie

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

Zakelijk Office 365 Snel aan de slag met Zakelijk Office 365 Professional Plus

Zakelijk Office 365 Snel aan de slag met Zakelijk Office 365 Professional Plus Zakelijk Office 365 Snel aan de slag met Zakelijk Office 365 Professional Plus Versie 1.2 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Zakelijk Office 365 voor het eerst gebruiken... 4 2.1 Inloggen op Zelfservice

Nadere informatie

Handleiding Website wijzigingen Versie juni 2015

Handleiding Website wijzigingen Versie juni 2015 Handleiding Website wijzigingen Versie juni 2015 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 1.1 Mijn Bedrijf Online 3 Hoofdstuk 2. Webhosting Online Linux 4 2.1 U hebt een website opgebouwd zonder tooling

Nadere informatie

Cloud Backup Handleiding

Cloud Backup Handleiding Cloud Backup Handleiding 1 Cloud Backup handleiding In deze handleiding zullen we stap voor stap uitleggen hoe u Cloud Backup kunt installeren, backups kunt maken en terugzetten. Met het Backup programma

Nadere informatie

Handleiding Domeinnaam Online Versie maart 2014

Handleiding Domeinnaam Online Versie maart 2014 Handleiding Domeinnaam Online Versie maart 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie van de dienst 4 2.1 Stap 1 Inloggen in de Zelfservice Cloud 4 2.2 Stap 2 Abonnement selecteren

Nadere informatie

SECRETZIP HANDLEIDING

SECRETZIP HANDLEIDING SECRETZIP COMPRESSIE & ENCRYPTIE programma (enkel voor Windows). Het programma bevindt zich op de USB Flash-drive. Raadpleeg a.u.b. de handleiding op de USB Flash-drive of bezoek integralmemory.com om

Nadere informatie

Handleiding Beveiligen van Wordpress

Handleiding Beveiligen van Wordpress Handleiding Beveiligen van Wordpress Deze handleiding beschrijft de stappen die u dient te nemen om uw Wordpress website te beveiligen Versie 1.0 Kies een sterk wachtwoord Gebruik als wachtwoord een combinatie

Nadere informatie

Altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Beheer Webredactie dashboard Het webredactie dashboard geeft u in één oogopslag een overzicht van de beheersmogelijkheden van uw website. Daarnaast blijft u via het dashboard gemakkelijk op de hoogte van

Nadere informatie

Handleiding CMS Made Simple

Handleiding CMS Made Simple Handleiding CMS Made Simple Versie 3 Mei 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Inloggen en uitloggen... 4 Inloggen... 4 Uitloggen... 5 3. Plaatsen van teksten op pagina s... 6 Menubalk... 6 Tekst plaatsen

Nadere informatie

Installatie en configuratie documentatie

Installatie en configuratie documentatie Installatie en configuratie documentatie Assistance Web Portal v. 2.x Voor Windows 2003 / XP / Vista Assistance PSO handleiding, uitgegeven door Assistance Software. Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding Office 365 Business Premium & Domeinnaam Voor beheerders pro cloud solutions 1 Inhoud 1. Wanneer gebruikt u deze handleiding?... 3 2. Office 365 Business Premium instellen... 4 2.1.

Nadere informatie

Mobile Connect & Apple

Mobile Connect & Apple Mobile Connect & Apple Software versie 4.05.01.00 - Always Best Connected - Hoe Installeert U de Vodafone Mobile Broadband software op uw Apple computer. Index van deze handleiding: Inleiding Het installeren

Nadere informatie

Mail op Domeinnaam. Instellen in software en apparaten. Mail op domeinnaam 29-3-2016. Versie 1.5 Auteur : E.Mouws

Mail op Domeinnaam. Instellen in software en apparaten. Mail op domeinnaam 29-3-2016. Versie 1.5 Auteur : E.Mouws Mail op domeinnaam Instellen in software en apparaten Mail op domeinnaam 29-3-2016 Versie 1.5 Auteur : E.Mouws Pagina 1 Inhoudsopgave Wat is?... 3 Algemene instellingen... 3 Verschillen tussen IMAP en

Nadere informatie

Handleiding E-mail clients

Handleiding E-mail clients Handleiding E-mail clients Inhoudsopgave Handleiding E-mail clients... 1 1 POP of IMAP... 2 2 Outlook... 2 2.1 Instellen Mailaccount... 2 Stap 1... 2 Stap 2... 2 Stap 3... 3 Stap 4... 3 Stap 5... 3 Stap

Nadere informatie

Globale kennismaking

Globale kennismaking Globale kennismaking Kennismaking Tesla CMS 1. Dashboard 2. pagina beheer - pagina aanmaken - pagina aanpassen - pagina verwijderen - pagina seo opties - zichtbaarheid pagina 3. subpagina beheer - subpagina

Nadere informatie

Altijd en overal toegang tot e-mail en documenten. MijnOffice365 Beheerdershandleiding

Altijd en overal toegang tot e-mail en documenten. MijnOffice365 Beheerdershandleiding Altijd en overal toegang tot e-mail en documenten MijnOffice365 Beheerdershandleiding Inhoud Wat is MijnOffice365? 2 Inloggen op MijnOffice365 3 Een nieuw domein toevoegen aan uw Microsoft Office 365-account

Nadere informatie

Elektronisch werkbriefje

Elektronisch werkbriefje Webservice - werkbriefjes invullen. - rapportages. Persoonlijk. - loonstroken. 1 16-1-2012 12:24:54 - inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Aanmelden 4 3 Werkbriefje invullen 5 4 Werkbriefje aanbieden 7 5 Rapportage

Nadere informatie

Handleiding gebruik Citymail

Handleiding gebruik Citymail Handleiding gebruik Citymail Versie : 4.0.1 Jaar : 2014 Auteur : Citymail BV / Charly Traarbach Citymail BV Copyright 1 Citymail BV, Nederland 2014 Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of

Nadere informatie

Welkom bij Digicel Online Top Up

Welkom bij Digicel Online Top Up 1 Welkom bij Digicel Online Top Up Welkom en bedankt voor het kiezen van Digicel Online Top Up, de snelste en gemakkelijkste manier om top up te versturen naar landen in de Caribische regio. Onze website

Nadere informatie

Versie: 1.0 Datum: 01-10-2014. Handleiding Billingportal Telefonie

Versie: 1.0 Datum: 01-10-2014. Handleiding Billingportal Telefonie Versie: 1.0 Datum: 01-10-2014 Handleiding Billingportal Telefonie Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 2 INLOGGEN... 4 3 GESPREKSDETAILS... 5 3.1 TOTALEN... 5 3.2 DETAILS... 6 4 FACTURATIE... 7 5 MOBIEL (INDIEN

Nadere informatie

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail

Handleiding. Installatie / Configuratie E-mail Handleiding Installatie / Configuratie E-mail Heeft u na het lezen van deze handleiding nog vragen? Neem dan contact op met onze telefonische helpdesk op 020 430 90 33 of per email op helpdesk@ezorg.nl.

Nadere informatie

Zakelijk Exchange Online Standaard met archivering Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform

Zakelijk Exchange Online Standaard met archivering Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform Zakelijk Exchange Online Standaard met archivering Handleiding voor Exchange Online op het Office 365 platform V ersie 1.1 1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Zakelijk Exchange Online gebruiken... 4 2.1

Nadere informatie