Studenten maken de stad?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Studenten maken de stad?"

Transcriptie

1 Studenten maken de stad? De impact van Nederlandse en buitenlandse studenten op hun gaststad lessen voor Den Haag Sharon van Ede Iris Blankers René Goudriaan Een onderzoek in opdracht van de gemeente Den Haag Aarts De Jong Wilms Goudriaan Public Economics BV (APE) Den Haag, september 2010

2 Studenten maken de stad? De impact van buitenlandse studenten op hun gaststad lessen voor Den Haag. Iris Blankers, Sharon van Ede en René Goudriaan rapport nr Aarts De Jong Wilms Goudriaan Public Economics bv (APE) Website: Omslag: Brordus Bunder, Amsterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

3 INHOUD SAMENVATTING 3 SUMMARY 5 1 AANLEIDING EN ONDERZOEKSOPZET Aanleiding Vraagstelling Aanpak Literatuuronderzoek Case studies Empirische analyse 11 2 DE IMPACT VAN STUDENTEN Introductie Economische effecten Hoger onderwijs, productiviteit en groei Monetair-economische effecten Overheidskosten Innovatie en diversiteit Vestigingsklimaat Toerisme Culturele effecten Maatschappelijke effecten 32 3 BETEKENIS VOOR DEN HAAG 35 4 CONCLUSIES 41 BIJLAGE 1: LITERATUURLIJST 43 BIJLAGE 2: TOELICHTING EMPIRISCHE ANALYSE 48 BIJLAGE 3: LIJST MET GEÏNTERVIEWDEN 51 1

4

5 SAMENVATTING De gemeente Den Haag heeft APE gevraagd de economische, culturele en maatschappelijke effecten van Nederlandse en buitenlandse studenten (HBO en WO) op hun gaststad te onderzoeken, omdat de gemeente op korte termijn een aanzienlijke groei van deze groepen verwacht. Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, vier case studies in Nederland en het Verenigd Koninkrijk en een empirische analyse van vijf steden in Nederland. Hierna volgen de belangrijkste resultaten per thema. Economische effecten Een hoger opgeleide bevolking heeft, volgens de wetenschappelijke literatuur, een hogere arbeidsproductiviteit, wat tot uiting komt in hogere lonen en meer belastingopbrengsten. Een hoger opgeleide bevolking is tevens goedkoper voor de overheid, vanwege lagere werkloosheid, betere gezondheid en minder crimineel gedrag. Verder vertonen gebieden met een hoger opgeleide bevolking meer innovatie en economische groei. Dit hangt mogelijk samen met een verbetering van het vestigingsklimaat. In de case studies bleek echter dat de economische impact van studenten op de locale horeca minder groot was dan verwacht. De monetair-economische effecten van studenten zijn veelvuldig onderzocht. Voor zowel reguliere als buitenlandse studenten zijn de resultaten positief. Buitenlandse studenten blijken daarbij een verhoudingsgewijs grote bijdrage te leveren aan het bruto nationaal product. Ze reizen ook veel en krijgen behoorlijk wat vrienden en familie op bezoek. De uitgaven van buitenlandse studenten en hun bezoekers aan toeristische doeleinden zijn substantieel. Ook de respondenten van de case studies zijn ervan overtuigd dat buitenlandse studenten toeristen aantrekken. Tenslotte blijkt ook uit onze eigen analyse dat het aantal buitenlandse studenten in een Nederlandse stad positief samenhangt met het aantal hotelovernachtingen in die stad. 3

6 Culturele effecten De heersende theorie is dat studenten en studentencampussen broedplaatsen zijn van creativiteit en een bloeiend cultureel leven. Helaas is hier nog geen empirisch bewijs voor gevonden. De respondenten in de case studies vonden wel dat met name buitenlandse studenten bijdragen aan een grotere culturele diversiteit. Ook vonden zij dat buitenlandse studenten goed integreerden met de rest van de bevolking. Maatschappelijke effecten In verschillende empirische onderzoeken is een positief verband gevonden tussen aantal jaren genoten onderwijs en sociale cohesie. Tegelijkertijd wordt in de literatuur gewaarschuwd voor studentification, een verpaupering van woonwijken en daarmee geassocieerde vermindering van sociale cohesie als gevolg van grote aantallen studenten(huizen). Men denkt dat deze negatieve effecten zich voornamelijk voordoen in wijken waar het gemiddelde opleidingsniveau beduidend lager is dan het opleidingsniveau van de studenten. In de case studies hebben we zowel verhalen gehoord over studenten die voor overlast zorgen als over de bevolking die blij is met de studenten. Conclusies Zowel uit de literatuurstudie als uit de case studies en de eigen analyse volgt dat het aantrekken van nieuwe studenten vooral positieve effecten zal hebben voor een stad. Dat geldt voor zowel Nederlandse als buitenlandse studenten. Desondanks zijn er enkele risico s, zoals het verdringingseffect op de arbeidsmarkt en het ontstaan van frictie met de locale bevolking. Stadsbesturen zijn dan ook aangeraden om een snelle stijging van het aantal (of aandeel) studenten gepaard te laten gaan met het benodigde huisvestings- en communicatiebeleid. 4

7 SUMMARY As a considerable increase in the number of Dutch and foreign students in higher education is foreseen in the near future, the Municipality of The Hague asked APE to investigate the economic, cultural and societal effects of these students on their host city. Our research consists of a summary of scientific publications, four case studies in the Netherlands and the United Kingdom and an empirical analysis for the Netherlands. In this summary, we shall discuss our most relevant findings. Economic effects According to the literature, a higher educated population has a higher labour productivity. In turn, this will result in higher wages and, as a consequence, higher tax revenues. In addition, a higher educated population generates less public expenditure, because unemployment will be lower and people will be healthier and less likely to be involved in criminal activities. Furthermore, innovation and economic growth will increase. A higher educated population may even enhance the business climate s attractiveness. However, in the case studies the economic impact seemed to be smaller than expected. The students effect on the catering industry, in particular, was overestimated. The financial consequences of students have been extensively investigated, with a special focus on foreign students. Taking into account the relatively small group size, the latter appear to have contributed substantially to the Gross National Product of their host countries. Foreign students travel around a lot within their host countries and their friends and family often come to visit them. The expenditure of foreign students and their visitors when traveling around is substantial. The case studies respondents confirm that foreign students are important to tourism in their cities. Our empirical analysis did indeed show statistical relation between the number of foreign students in a (Dutch) city and the number of overnight stays in hotels in that same city. 5

8 Cultural effects Most people believe that the presence of students stimulates creativity and a thriving cultural life. Unfortunately this has not yet been proven empirically. However, the case studies respondents found that there is a greater cultural diversity in their city due to presence of the foreign students. In most cases the students also mingled well with the local population. Societal effects In numerous empirical research papers a positive connection between education and social trust and social participation is found. However, other literature strikes a note of warning against studentification: students and the way they are housed (houses in multiple occupation, HMOs) may impoverish the area, leading to a reduction in social capital. Studentification seems to occur mostly in neighbourhoods where the average level of education is considerably lower than the students. In the interviews for the case studies, we heard stories of both positive and negative experiences. Conclusions The existing literature, as well as the case studies and our own empirical research show that students have various effects on a city, most of which are positive. This equally holds for both Dutch and foreign students. Nevertheless, there are certain risks, such as ousting of lower educated people from the labour market as well as friction with the local population. In the case of a rapidly increasing number of students, it is recommended that municipalities pay special attention to housing and communication policy. 6

9 1 AANLEIDING EN ONDERZOEKSOPZET 1.1 Aanleiding Den Haag profileert zich als de Internationale Stad van Vrede en Recht en is, vanwege het grote aantal gevestigde organisaties, zoals het Internationaal Strafhof en het Joegoslaviëtribunaal een belangrijke VNstad. Naast de vele internationale NGO s en bedrijven, huisvest Den Haag twee van de tien meest geïnternationaliseerde hoger onderwijsinstellingen van Nederland: de Hotelschool (met 20% buitenlandse studenten) en het Koninklijk Conservatorium (35%) (Nuffic, 2009) 1. Ook het internationaal georiënteerde Institute of Social Studies (ISS) is in Den Haag gevestigd. Jaarlijks doen naar schatting buitenlanders een studie, cursus of summer course in Den Haag. En daar blijft het niet bij, als het aan de gemeente ligt. Den Haag promoot actief haar eigen stad als internationale studentenstad. In de toekomst wil Den Haag haar naam verder vestigen als een internationale onderwijs- en studentenstad. In een recent rapport van DBMI (2009) wordt erop gerekend dat de totale studentenpopulatie in vijf jaar met 20% toeneemt en de buitenlandse studentenpopulatie met 55% (op basis van schattingen van vijf Haagse onderwijsinstellingen). Dat betekent dat er druk op de gemeente zal komen om deze groei te accommoderen; bijvoorbeeld door extra te investeren in studentenhuisvesting. Alhoewel verondersteld wordt dat de toestroom van studenten per saldo een positief effect zal hebben op de stad, is het niet duidelijk welke effecten precies te verwachten zijn. Daarom heeft de gemeente APE 1 Nuffic telt alleen de centraal geregistreerde studenten mee en geeft aan dat de daadwerkelijke percentages waarschijnlijk hoger ligger. Dat blijkt ook uit DMBI (2009) waarin de Hogere Hotelschool heeft aangegeven 48% buitenlandse studenten te hebben en het Koninklijk Conservatorium 67%. 7

10 gevraagd de impact van Nederlandse en buitenlandse studenten op hun gaststad te onderzoeken. 1.2 Vraagstelling De vraag die de gemeente Den Haag ons heeft gesteld, luidt: Wat is de impact van de huidige (buitenlandse) studentenpopulatie in de gemeente Den Haag in economische, culturele en maatschappelijke zin, en hoe verandert de impact wanneer de populatie groeit? Het gaat hier niet zozeer om de historische impact, in de zin dat we willen weten welke invloed studenten tot nu toe op Den Haag hebben gehad. De hoger onderwijssector in Den Haag is nog van zeer beperkte omvang in vergelijking met die van andere studentensteden in Nederland (TNO, 2009). Interessanter is het om te onderzoeken welke impact een groei van de studentenpopulatie op andere steden heeft gehad, met name wanneer het aantal buitenlandse studenten sterk is gegroeid. Daarom vertalen wij de probleemstelling in de volgende zes onderzoeksvragen: 1. Welke economische, culturele en maatschappelijke effecten van de aanwezigheid van (buitenlandse) studenten op een stedelijk gebied zijn bekend vanuit de wetenschappelijke literatuur? 2. Welke economische, culturele en maatschappelijke effecten van de aanwezigheid van (buitenlandse) studenten op een stedelijk gebied zijn bekend vanuit de praktijk? 3. Voor zover over de hierboven genoemde effecten nog geen consensus bestaat, zijn deze dan terug te vinden wanneer men de prestaties van steden met studentenpopulaties van verschillende omvang met elkaar vergelijkt? 4. Maakt het aandeel buitenlandse studenten binnen de studentenpopulatie een verschil bij bovenstaande vergelijking? 8

11 5. Op welke manier ontwikkelen de (aangetoonde) effecten zich over de tijd, wanneer het aandeel van een (buitenlandse) studentenpopulatie in een stedelijk gebied toeneemt? 6. Zijn de antwoorden op bovenstaande vragen verschillend voor verschillende groepen studenten? Bijvoorbeeld: studenten die een volledige bachelor- of masteropleiding volgen (degree-seeking) versus studenten die voor kortere duur in Den Haag zijn (stage, uitwisseling of summer course); HBO-studenten versus WO-studenten; studenten van verschillende disciplines. Met studenten doelen wij binnen het kader van dit onderzoek alleen op deelnemers aan het hoger onderwijs, dat wil zeggen onderwijs op HBO- of universitair niveau. In het bijzonder zijn wij geïnteresseerd in de vraag of buitenlandse studenten (buitenlanders die voor hun studie naar Nederland zijn gekomen) een andere of extra impact hebben ten opzichte van Nederlandse studenten. Echter, aangezien wij uit eerder onderzoek (Tier en APE, 2009) weten dat in de wetenschappelijke literatuur niet altijd onderscheid wordt gemaakt tussen binnenlandse en buitenlandse studenten, beperken wij ons in dit onderzoek niet tot deze laatste categorie. Uit de antwoorden op bovenstaande onderzoeksvragen leiden wij enkele conclusies af over de potentiële impact van de buitenlandse en Nederlandse studenten, die Den Haag de komende jaren beoogt aan te trekken. 1.3 Aanpak We maken in dit onderzoek gebruik van drie verschillende methoden: literatuuronderzoek, case studies en een secundaire data-analyse. Hieronder worden deze afzonderlijk kort beschreven. Omdat de onderzoeksactiviteiten elkaar nauw aanvullen, worden de resultaten gerangschikt naar thema gerapporteerd, niet naar methode. 9

12 De focus van het onderzoek ligt op de effecten van buitenlandse studenten, omdat Den Haag op dat punt de meest uitgesproken ambities heeft. Echter, aangezien bij aanvang van het onderzoek bekend was dat veel wetenschappelijk onderzoek zich niet specifiek richt op buitenlandse studenten, is in het literatuuronderzoek en de case studies ook gekeken naar de effecten van studenten in het algemeen Literatuuronderzoek Als eerste stap zijn wij systematisch op zoek gegaan naar wetenschappelijke literatuur over de economische, culturele en maatschappelijke effecten van de aanwezigheid van een (buitenlandse) studentenpopulatie in een stad. In de literatuur zijn met name tal van economische effecten van studentenpopulaties terug te vinden, waarover een behoorlijke consensus bestaat onder wetenschappers. De culturele en maatschappelijke impact staat duidelijk minder in de belangstelling van wetenschappers, alhoewel er wel enkele publicaties over zijn verschenen. In hoofdstuk 2 vatten wij de belangrijkste resultaten van het literatuuronderzoek samen. Soms worden er in de literatuur effecten genoemd, die nog niet zo grondig zijn onderzocht dat er zekerheid of consensus over bestaat. Aan die potentiële effecten hebben wij in de case studies extra aandacht besteed (zie volgende paragraaf). Een aantal ervan hebben we bovendien zelf onderzocht (zie paragraaf 1.3.3). Ook hier komen wij in hoofdstuk 2 op terug Case studies In aanvulling op de literatuurstudie hebben wij interviews gehouden met vertegenwoordigers van gemeenten en universiteiten in steden die recentelijk een grote toestroom van studenten hebben meegemaakt. De ontwikkelingen die deze steden hebben meegemaakt, geven een indruk van wat Den Haag te wachten staat als de voorziene toestroom van studenten werkelijkheid wordt. Bovendien krijgen we met deze interviews 10

13 beter zicht op de culturele en de maatschappelijke impact van studenten, die in de wetenschappelijke literatuur nogal onderbelicht blijven. We hebben gekozen om ons te richten op vier steden die zeer geïnternationaliseerde hoger onderwijsinstellingen herbergen: Maastricht (44% fulltime buitenlandse studenten aan de Universiteit Maastricht), Middelburg (Roosevelt Academy: 30-40%), York (University of York: 20%; St. John University: 5%) en Norwich (University of East Anglia: 17%). Voor alle steden behalve Middelburg geldt bovendien dat de studentenpopulatie een goed zichtbaar aandeel uitmaakt van de totale populatie (York: 6%, Norwich en Maastricht: 11%). In Middelburg maken de studenten slechts 1% uit van de totale bevolking, maar deze is geselecteerd omdat daar in 2004 een internationaal university college is gestart, de Roosevelt Academy. Daarvoor was in Middelburg geen enkele hoger onderwijsinstelling gehuisvest. De unieke positie van de Roosevelt Academy in de stad, en het feit dat de eventuele veranderingen nog vers in het collectieve geheugen liggen, maken Middelburg tot een bijzondere gelegenheid om te onderzoeken wat de komst van studenten, waarvan een belangrijk deel niet-nederlands is, betekent voor de gaststad. De reden om ook twee steden in Engeland te selecteren is dat dit land, onder andere vanwege de lage taalbarrière, veel buitenlandse studenten trekt en in verhouding tot de Verenigde Staten, de populairste bestemming voor internationale studenten cultureel en economisch gezien niet zo ver van Nederland afstaat. De resultaten van de case studies zijn te vinden in hoofdstuk Empirische analyse Enkele van de potentiële effecten van buitenlandse studenten hebben wij aan een nader onderzoek onderworpen. We hebben daarvoor gegevens uit verschillende bronnen gebruikt: CBS, Nuffic en het Ministerie van VROM. 11

14 Een beschrijving van de gebruikte gegevens en de bewerkingen die we hebben gedaan, is te vinden in de bijlage 2. We voeren onze analyse uit voor de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Maastricht. We doen dit voor de jaren , voor zover we daar gegevens van hebben. De jaren waarvan de gegevens niet beschikbaar zijn, zijn weggelaten uit de analyse. We willen weten of het aantal studenten 2 in een stad invloed heeft op: - het aantal bedrijfsvestigingen, - het aantal hotelovernachtingen, - de werkgelegenheid, - de sociale cohesie (volgens de Leefbaarometer). We hebben deze invloeden met verschillende methodes onderzocht, meer hierover is te lezen in de technische bijlage. In hoofdstuk 2 worden de gevonden correlatiecoëfficiënten 3, die de mate van statistische samenhang aangeven, per thema genoemd. Een overzicht van alle correlatiecoëfficiënten is te vinden in bijlage 2. Wegens het beperkte aantal waarnemingen kunnen we geen harde uitspraak doen over de omvang van de effecten die we gevonden hebben. Voor sociale cohesie geldt helaas dat wij het, vanwege de zeer beperkte hoeveelheid data en de grilligheid van de waarnemingen, niet verantwoord achten om conclusies te trekken over de effecten. 2 3 Zowel het aantal in de stad wonende studenten als het aantal daar studerende studenten en daarnaast het aantal buitenlandse studerende studenten. Er waren geen gegevens beschikbaar over het aantal in een stad wonende, buitenlandse studenten. De correlatiecoëfficiënt is een maatstaf voor de (lineaire) samenhang tussen twee sets factoren. Bij een perfecte samenhang heeft de correlatiecoëfficiënt de waarde 1 of -1, terwijl bij afwezigheid van samenhang de correlatiecoëfficiënt gelijk is aan 0. 12

15 2 DE IMPACT VAN STUDENTEN 2.1 Introductie Student is goed voor de stad kopte het Dagblad van het Noorden onlangs 4, naar aanleiding van een onderzoek naar de economische waarde van studenten in Groningen. In hetzelfde artikel wordt echter ook gerefereerd aan de wrijving die de komst van studenten van buiten naar een stad veroorzaakt bij de lokale bevolking. Ook buiten Nederland klinken dergelijke geluiden. Collins (2010) meldt dat de media in Nieuw Zeeland doorgaans erg ongefundeerd schrijven over studenten en vooral over buitenlandse studenten. De berichtgeving is ofwel erg romantisch ( fashion-concious Asian youth ) of juist erg negatief ( tendencies to crowd in streets ). Verschillende onderzoekers merken op dat er een groot gebrek is aan gedegen, wetenschappelijk onderzoek naar de werkelijke processen die plaatsvinden wanneer grote groepen studenten van buitenaf in een stad komen wonen (Russo & Sans, 2009; Collins, 2010). Toch lijkt de interesse te groeien voor het fenomeen studenten in een stad. Er zijn de laatste tijd verschillende grote onderzoeken verschenen naar de economische impact van studenten, waarbij vaak ook wordt ingezoomd op de bijzondere bijdrage van buitenlandse studenten 5 (o.a. TNO, 2009; NAFSA, 2009; Roslyn Kunin & Associates, 2009; Davidson et al., 2010). Alhoewel het onderwerp dus nog relatief kort in de belangstelling staat, valt er veel te zeggen over de impact van studenten op hun gaststad. In de volgende parafen geven wij een overzicht van de meest interessante publicaties op dit terrein. Waar relevant, vullen wij die aan met onze eigen bevindingen uit de case studies en de empirische analyse. 4 5 Student is goed voor de stad, Dagblad van het Noorden, 14 augustus Op het moment van schrijven werkt NICIS Institute aan een nieuw onderzoek naar de impact van studenten in Nederland. 13

16 Voor het overgrote deel van de in dit hoofdstuk genoemde effecten geldt dat wij geen aanwijzingen hebben gevonden dat het iets uitmaakt wat voor soort studie een student volgt en voor buitenlandse studenten wat het land van herkomst is. In de wetenschappelijke literatuur is er nauwelijks aandacht voor dit soort verschillen. Bij de gegevensverzameling voor de empirische analyse bleek ook dat er weinig gegevens beschikbaar zijn die het mogelijk maken om op dit niveau uitspraken te doen. In de case studies werd een aantal duidelijke verschillen tussen Nederlandse en buitenlandse studenten geschetst en tussen shortstayers (studenten die alleen een zomer- of talencursus doen) en degree-seekers, maar verder onderscheid werd niet gemaakt. 2.2 Economische effecten Hoger onderwijs, productiviteit en groei Om de effecten van de aanwezigheid van studenten in een stad te kunnen duiden, is het eerst nodig een aantal gevolgen van hoger onderwijs in het algemeen te kennen. Deelname aan hoger onderwijs heeft namelijk grote, positieve gevolgen voor zowel de deelnemer zelf als voor de maatschappij als geheel. Allereerst zorgt het volgen van onderwijs dat iemand productiever is, wat tot uitdrukking komt in een hoger loon. Een jaar onderwijs levert over de gehele arbeidsloopbaan gerekend ongeveer 5% tot 15% meer inkomsten op (Ashenfelter et al. 1999; Card 1999; Harmon et al. 2003; Psacharopoulos & Patrinos 2004; Hanushek & Woessmann, 2007). Echter, hoger opgeleiden zijn niet alleen zelf productiever, de aanwezigheid van hoger opgeleiden maakt ook lager opgeleiden productiever (Moretti 1998, 2002). De hogere persoonlijke inkomsten doen bovendien de belastingeninkomsten toenemen, waardoor de samenleving als geheel profiteert. OECD-onderzoek laat zien dat in westerse landen hoger onderwijs gemiddeld twee keer zoveel aan belastinginkomsten opbrengt 14

17 als overheden erin investeren (OECD, 2009). In Nederland zou een hoogopgeleide man, na aftrek van studiekosten, ruim euro aan belastingen en sociale premies bijdragen tijdens zijn werkzame leven. Een hoogopgeleide vrouw zorgt voor euro extra inkomsten aan belastingen en sociale premies (OECD, 2010). Naast de extra belastinginkomsten zit er voor een samenleving nog een aantal andere voordelen aan hoger onderwijs. Door te investeren in hoger onderwijs kan een overheid aanzienlijke besparingen realiseren. Deze besparingen worden wel inverdieneffecten genoemd (Groot & Maassen van den Brink, 2003). Uit verscheidene onderzoeken van Groot en Maassen van den Brink in Nederland (2002, 2003) blijkt dat een algemeen hoger opleidingsniveau leidt tot een geringere werkloosheid, een gezondere bevolking en minder crimineel gedrag (alhoewel belastingfraude vaker voorkomt). Als het gemiddelde aantal jaren genoten onderwijs van de bevolking met één jaar toeneemt 6, dan bedraagt de gezondheidswinst 1,3-5,8% van het BNP. Op criminaliteit zou dan 578 miljoen euro worden bespaard en op sociale zekerheid (arbeidsongeschiktheids- werkloosheidsuitkeringen en bijstand) ongeveer 492 miljoen euro per jaar. Het gebruik van sociale zekerheid zou met 0,3-0,4 procentpunt dalen. Op bijstandsuitkeringen na, slaan deze besparingen op macroniveau neer, dus bij de rijksoverheid. De besparing op de bijstand zou binnen de Nederlandse situatie ten gunste komen aan gemeenten. Moretti (2004), die onderzoek deed naar inverdieneffecten, merkt bij zijn onderzoek op dat een vermindering van criminaliteit voornamelijk op lokaal niveau zichtbaar zou worden. Afgezien van de vraag of de besparingen op criminaliteitskosten in Nederland ook ten goede zouden komen aan een gemeente, een hoger gemiddeld 6 Onder toename van het opleidingsniveau wordt verstaan een stijging het gemiddelde aantal jaren genoten onderwijs van alle inwoners samen. Dat wil zeggen dat één jaar extra onderwijs kan betekenen dat iedere inwoner een jaar extra onderwijs volgt. Maar het kan ook betekenen dat de gemiddelde stijging van een jaar wordt veroorzaakt doordat een deel van de bevolking heel veel extra onderwijs geniet, terwijl de rest (de lager opgeleiden) géén extra onderwijs geniet. In dit tweede geval kan er misschien zelfs een negatief effect optreden: sommige wetenschappers menen dat overeducatie kan ontstaan, wat volgens hen zal leiden tot meer werkloosheid (Kettunen, 1997). Deze gedachte is nog volop onderwerp van discussie onder wetenschappers en wij durven er nog geen conclusies aan te verbinden. 15

18 opleidingsniveau kan wel een verbetering van leefomgeving en een groter gevoel van veiligheid opleveren. In de case studies zijn deze inverdieneffecten niet teruggevonden: respondenten hadden het gevoel dat de studenten in hun stad geen invloed hebben gehad op overheidsuitgaven of op de veiligheid op straat. Dat hoeft echter niet te betekenen dat er in de onderzochte steden geen inverdieneffecten zijn opgetreden bij een graduele toename van het aantal studenten zullen veranderingen in het publieke uitgavenpatroon niet snel zichtbaar zijn. De wetenschappelijke literatuur is op dit punt waarschijnlijk betrouwbaarder. In onze empirische analyse hebben we, gebruikmakend van Nederlandse gegevens, het effect van studenten op de werkgelegenheid in een studentenstad onderzocht. Het blijkt dat het aantal studenten dat studeert in een stad enigszins positief samenhangt met de werkgelegenheid in een stad. Dat wil zeggen dat de werkgelegenheid toeneemt als er meer studenten studeren in een stad. Wij hebben geen samenhang kunnen vinden tussen het aantal in een stad wonende studenten of het aantal buitenlandse studenten en de werkgelegenheid. Het is niet duidelijk waarom dit verschil bestaat tussen het aantal studerende en het aantal inwonende studenten. Dit heeft vermoedelijk vooral te maken met beperkingen in de gegevens (in het bijzonder het beperkte aantal waarnemingen). Maar mogelijk duidt het erop dat het werkgelegenheidseffect van studenten niet zozeer samenhangt met hun woonplaats (en bijvoorbeeld uitgaven aan huisvesting), maar vooral met andere zaken (bijvoorbeeld de indirecte werkgelegenheid die gecreëerd wordt door de onderwijsfunctie van de HBO s en universiteiten). Het vergt een diepgravender onderzoek om hier uitsluitsel over te geven. In het algemeen kunnen we dus stellen dat een hoger onderwijsniveau zowel voor mens als maatschappij een aanzienlijk rendement oplevert. Waarschijnlijk is dat de reden dat landen met een hoger gemiddeld opleidingsniveau een hogere economische groei en meer technologische vooruitgang kennen (Groot & Maassen van den Brink, 2002, 2003). Ook 16

19 op het niveau van een stad hangt de aanwezigheid van meer hoger opgeleiden positief samen met economische groei (Lever, 2002) Monetair-economische effecten Als er meer studenten in een stad komen wonen, heeft dat los van andere ontwikkelingen een positieve invloed op het gemiddelde onderwijsniveau. Daaruit volgt dat de positieve gevolgen uit de vorige paragraaf ook te merken zouden moeten zijn als er meer studenten in een stad (komen) wonen. Op het niveau van een stad (of een gemeente) is daar echter nog nauwelijks onderzoek naar gedaan. Wel is er steeds meer belangstelling voor de directe monetair-economische impact van studenten. Anders gezegd: het geld dat studenten binnenbrengen. Uit verschillende recente onderzoeken blijkt dat studenten een economische factor van belang zijn. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar buitenlandse studenten. Hieronder wordt een aantal conclusies uit deze onderzoeken uitgelicht. - In 2008 leverden de buitenlandse studenten 7 in Canada (0,5% van alle Canadezen) met hun uitgaven een bijdrage van 0,26% aan het Canadese bruto nationaal product. De studenten creëerden door hun aanwezigheid meer dan fulltime banen en genereerden meer dan 291 miljoen CAN$ 8 aan overheidsinkomsten (Roslyn Kunin & Associates, 2009). - Buitenlandse studenten in de Verenigde Staten (0,2% van de Amerikaanse bevolking) leverden in 2008 een bijdrage aan de Amerikaanse economie ter grootte van ongeveer 0,11% van BNP (NAFSA, 2009). 7 8 Tenzij anders vermeld, zijn in deze onderzoeken alleen de buitenlandse studenten betrokken. Het gaat dan om studenten die voor een complete bachelor- of masterstudie kwamen, en niet alleen voor een taalcursus of summer school. In 2008 was dit ongeveer gelijk aan 168 miljoen euro. 17

20 - Uit een Australisch onderzoek volgt dat elke buitenlandse student (inclusief bezoekers) gemiddeld AUS$ 9 bijdraagt aan de Australische economie en 0.29 FTE aan banen creëert (Access economics, 2009). - In Nederland is recent de toegevoegde waarde van kennissector als geheel onderzocht. De kennissector wordt hier breder opgevat dan het HBO en WO alleen ook zelfstandige kenniscentra zoals TNO zijn inbegrepen. De banen in de sector onderwijs en onderzoek vertegenwoordigen volgens de onderzoekers een waarde van 14,5 miljard euro (in 2005). De onderzoekers rekenen dit om naar een bijdrage van euro per student (TNO, 2009), maar daarbij moet worden aangetekend dat niet alle werkgelegenheid binnen de kennissector samenhangt met het onderwijs aan studenten. De werkelijke bijdrage per student ligt daarom waarschijnlijk lager. Een deel van de economische waarde wordt veroorzaakt door het feit dat veel studenten naast hun studie een (bij)baan hebben. Van de buitenlandse studenten in Melbourne, Australië, had 55% een parttime baan; 45% werkte niet (Michael et al., 2004). In de steekproef van Davidson et al. (2010) werkten studenten gemiddeld 6,4 uur per week. In Nederland heeft 73% van de studenten een bijbaan, met een totale omvang van FTE (Steijn & Hofman, 1999). Een mogelijk neveneffect daarvan is volgens Steijn en Hofman overigens dat studenten lager opgeleiden van de arbeidsmarkt verdringen. Van de ruim 300 buitenlandse studenten in Nederland die Blauw (2009, in opdracht van Nuffic) heeft geïnterviewd, heeft 25% een bijbaantje. In de case studies merken sommige respondenten op dat de economische impact enigszins kleiner was dan verwacht. Zo had de Middelburgse horeca verwacht dat de komst van de Roosevelt Academy tot een omzetstijging zou leiden. Dat bleek in de praktijk tegen te vallen, omdat de studenten zo hard studeren dat zij nauwelijks in de kroegen zijn te vinden. Ook in Maastricht zijn de buitenlandse studenten minder in de 9 Begin 2009 was dit ongeveer euro. 18

21 horeca te vinden dan verwacht. De gemeente heeft geluiden gehoord dat deze groep geen eigen plek heeft binnen het uitgaansleven en daarom vaak eigen feestjes organiseert. Bovendien valt in Maastricht op dat de buitenlandse studenten minder koopkrachtig zijn dan algemeen van hen gedacht wordt. Veel van deze studenten blijven met Kerstmis alleen achter, zonder geld om naar familie te reizen of iets leuks te doen. De Britse respondenten zien hun studenten daarentegen wel als een bron van inkomsten voor winkels en horeca, alhoewel daar in geen van de gevallen specifiek onderzoek naar is verricht. Als het werkelijk zo is dat buitenlandse studenten in het Verenigd Koninkrijk koopkrachtiger zijn dan die in Nederland, dan zijn daar verschillende redenen voor te bedenken. Zo komt het in het Verenigd Koninkrijk vaker voor dat studenten een studiebeurs krijgen en mogen studenten van buiten de EU, in tegenstelling tot in Nederland, wel werken (tot 20 uur per week).. Bovendien liggen de collegegelden in het Verenigd Koninkrijk aanzienlijk hoger dan in Nederland (althans voor Europese studenten), waardoor het land minder aantrekkelijk is voor koopkrachtigere studenten wellicht worden afgestoten Overheidskosten Studenten leveren niet alleen iets op, ze kosten ook wat. De maatschappelijke baten van (hoger) onderwijs maken het logisch dat de overheid hierin investeert. In welke mate overheden dit doen en hoe die investering zich verhoudt tot particuliere onderwijsinvesteringen, verschilt sterk 10. In dit kader is het interessant te weten dat overheidsinvesteringen in onderwijs niet alleen positieve, maar ook negatieve effecten kunnen hebben. Als er zoveel overheidsgeld naar onderwijs gaat dat andere economische activiteiten uit de markt worden gedrukt ( crowding out'), kan dat de economische groei op de lange termijn remmen. De mate waarin crowding out optreedt, hangt onder meer samen met de omvang van de overheidsinvesteringen en van de belastingstructuur (Blankenau & Simpson, 2004). Angelopoulos et al. (2007) stellen dat overheden, om 19

22 crowding out te voorkomen, minder aan andere zaken zouden moeten uitgeven maar juist meer aan onderwijs 11. Dat zou het collectieve welzijn maximaliseren. Uit de case studies blijkt overigens dat de ondervraagde gemeenten geen grote bedragen uitgetrokken hebben om buitenlandse studenten naar hun stad te trekken 12. Gemeenten spelen vooral een bemiddelende rol bij de zoektocht naar passende huisvesting voor onderwijsinstellingen en soms stimuleren zij de ontwikkeling van studentenhuisvesting. De Engelse steden zijn terughoudender met het faciliteren van studentenhuisvestiging: studentenhuisvesting wordt daar overgelaten aan de universiteiten en de markt. Wel verstrekken veel gemeenten informatie voor studenten die voor het eerst in de stad komen wonen. Maastricht heeft bovendien een speciaal loket voor buitenlandse studenten en medewerkers geopend, vergelijkbaar met de Xpat Desk in Den Haag Innovatie en diversiteit Uit paragraaf bleek al dat onderwijs economische groei stimuleert. Dit verband is grotendeels direct, doordat onderwijs de arbeidproductiviteit vergroot. Voor een deel heeft dit echter te maken met innovatie. Volgens Hanushek en Woessmann (2007) versterkt onderwijs de capaciteit van een economie om nieuwe technologieën en producten voort te brengen (innovatie) en versnelt tegelijkertijd de adoptie en transmissie van nieuwe kennis en technologieën. Dit effect treedt zowel nationaal als lokaal op. Ook Agénor en Neanidis (2010) stellen dat het effect van De OECD publiceert jaarlijks hoe groot de investeringen in onderwijs per land zijn en welke partijen daarvoor betalen: Overigens leidt een plotselinge toename in onderwijsinvesteringen door de overheid in het model van Angelopoulos en Philippopoulos (2007) niet tot duurzame groei. Na een initiële toename valt het groeipercentage terug tot onder het oorspronkelijke niveau. Dit heeft ermee te maken dat overheidsinvesteringen in onderwijs meestal gepaard gaan met aanvullende investeringen in de overheid zelf (bijv. meer ambtenaren op het ministerie van Onderwijs) of in infrastructuur, wat resulteert in hogere belastingen. Overigens is niet uit te sluiten dat er sprake is geweest van indirecte subsidiering, bijvoorbeeld via korting op de grondprijs. Dergelijke constructies zijn mogelijk, maar zijn in de gesprekken met de respondenten niet aan de orde geweest. 20

23 overheidsinvesteringen op economische groei voor een belangrijk deel veroorzaakt wordt door een grotere capaciteit om te innoveren. Of de aanwezigheid van een hoger onderwijsinstelling of van (buitenlandse) studenten op zich de innovatie in een stad stimuleert, is nog weinig onderzocht. Uit de literatuur volgt wel dat op plaatsen waar veel hoger opgeleiden te vinden zijn, de kans op innovatie groter is (Ozgen et al., 2010; Hanushek & Woessmann, 2007), dus dat zou ook voor een stad gelden. En studenten zijn ook vóór hun afstuderen relatief hoog opgeleid. Buitenlandse studenten lijken boven gewone studenten een extra meerwaarde te hebben: buitenlandse studenten hebben een disproportioneel groot aandeel in wetenschappelijke publicaties en patentaanvragen (Chellaraj et al., 2008). In de case studies wordt dit beeld af en toe bevestigd: buitenlandse studenten zouden kritischer zijn, dus in potentie extra meerwaarde leveren in wetenschappelijk onderzoek. Deze hypothese is echter nauwelijks onderzocht. Wel is er onderzoek gedaan naar de effecten van (culturele) diversiteit op een economie. Daar kunnen we uit putten, om de vraag te beantwoorden of er verschil is tussen de bijdrage van binnenlandse en die van buitenlandse studenten. Ottaviano en Peri (2005, 2006) hebben de effecten van culturele diversiteit in de Verenigde Staten op verschillende manieren onderzocht. Zij tonen een positief verband aan tussen diversiteit (gemeten als de verscheidenheid aan moedertalen of geboortelanden van de inwoners) en de lonen en huurprijzen in een stad. De onderzoekers gebruiken de ontwikkeling van lonen en huurprijzen als indicator voor de collectieve productiviteit en de economische ontwikkeling van de V.S. Hun redenering is dat hogere huurprijzen betekent dat inwoners meer geld te besteden hebben en luxer wonen. Hierbij merken ze op dat Saiz (2003a, 2003b) ook al bewijs vond van een positief verband tussen immigratie en huurprijzen, maar dit gegeven op een andere manier interpreteerde: als een verhoogde vraag naar huurhuizen door het grotere aantal inwoners. Het is hiermee 21

24 dus nog niet helder of immigratie een samenleving werkelijk productiever maakt. In een recent, nog niet gepubliceerd onderzoek tonen Ozgen et al. (2010) aan dat een toename van het aantal de octrooiaanvragen in Europese regio s positief samenhangt met (i) de netto immigratie; (ii) het percentage buitenlandse inwoners; (iii) het gemiddelde opleidingsniveau van de immigranten en (iv) de culturele diversiteit van de immigranten. Zij achten het hiermee bewezen dat in een omgeving met meer diversiteit (van inwoners) er een kruisbestuiving van ideeën ontstaat, die vruchtbare bodem schept voor nieuwe ideeën en daarmee de productiviteit verhoogt. Er is volgens de onderzoekers wel een plafond aan de voordelen van immigratie op een zeker punt neemt de toegevoegde waarde af. Ook de Nederlandse onderzoeker Hospers (2003, 2004) ziet diversiteit als een stimulans voor economische ontwikkeling, maar om een andere reden. Hij is ervan overtuigd dat een diversere bevolking een stad aantrekkelijker maakt voor hoger opgeleiden. Omdat grote steden in de wereld qua voorzieningenniveau steeds meer op elkaar gaan lijken, wordt volgens Hospers dit soort soft location factors steeds belangrijker. Steden met meer diversiteit hebben dus een streepje voor op de concurrentie. Als een stad meer buitenlandse studenten trekt, zou je dus ook enkele positieve effecten van diversiteit mogen verwachten. Maar dan moet de toename van buitenlandse studenten ook werkelijk bijdragen aan de diversiteit in de stad. In de case studies is onderzocht of de (buitenlandse) studenten in positieve zin bijdragen aan de culturele diversiteit. Meer hierover vindt u in paragraaf 2.3. Of de toename van het aantal studenten, of het aantal buitenlandse studenten, ook heeft geleid tot meer innovatie, is op basis van de case studies niet te zeggen. 22

25 2.2.5 Vestigingsklimaat De toegevoegde waarde van universiteiten voor een locale economie ligt volgens Kitagawa (2004) niet alleen in technologieoverdracht, maar ook in hun bijdrage aan zachte zaken zoals collectieve leerprocessen, netwerken en vertrouwen in de maatschappij (social trust). Daarmee raakt hij aan het begrip vestigingsklimaat. Vestigingsklimaat, investeringsklimaat, ondernemingsklimaat, business climate en regional competitiveness zijn allemaal termen die gebruikt worden om uit te drukken hoezeer een locatie (land, regio of stad) erin slaagt om bedrijvigheid aan te trekken. Het kan dan gaan om nieuwe, ter plaatse opgerichte bedrijven of om bedrijven die elders begonnen waren, maar (een gedeelte van) hun productie verhuizen naar desbetreffende locatie. Het is duidelijk dat het vestigingsklimaat een samengesteld begrip is: meerdere factoren zijn erop van invloed. En over wélke factoren dit precies zijn, bestaat nog veel onduidelijkheid. Het CBS gebruikt, om het ondernemingsklimaat in Nederland te beschrijven, de volgende indicatoren: - menselijk kapitaal & arbeidsaanbod, - innovatie, - kapitaal, - ondernemerschap, - macro-economische condities, - functioneren van de overheid, - infrastructuur, - maatschappij. In een recente publicatie stelt het CBS (2009) dat deze indicatoren met elkaar samenhangen, alleen dat niet alle oorzaak-gevolgrelaties duidelijk zijn. CBS gebruikt een model dat oorspronkelijk door Ierland is ontwikkeld voor hun National Competitiveness Report. 23

26 Figuur 1: Model van economische groei. (Bron: CBS, 2009) De belangrijkste factoren voor het ondernemingsklimaat bevinden zich in de onderste twee lagen. Human capital (het collectieve opleidingsniveau en de vaardigheden van inwoners) en innovatie staan hier gezamenlijk op de tweede trede. Dit impliceert dat beide factoren evenzeer bijdragen aan productiviteit en daarmee aan economische groei (zie ook paragraaf over de interactie tussen opleidingsniveau en innovatie). Op basis van dit model kunnen we dus concluderen dat een toename van het aantal hoger opgeleiden of studenten in een stad (i.e. een groei van human capital), een verbetering betekent voor het vestigingsklimaat. Dit lijkt echter een te snelle conclusie. Bartelsman et al. (2010) benadrukken dat het onderzoek naar investeringsklimaat veel genuanceerder moet, omdat beleid in de praktijk verschillende effecten blijkt te hebben op verschillende soorten bedrijven. Bewust stimuleren van het aantal (buitenlandse) studenten in een stad kan, als we de redenering van deze onderzoekers volgen, voor sommige bedrijven aantrekkelijk zijn en voor andere niet. Het is dan niet gezegd dat het investeringsklimaat overall verbetert. In ons empirische onderzoek vinden we wel een positieve samenhang tussen het aantal bedrijfsvestigingen in een stad en het aantal studenten 24

27 dat er woont. De correlatiecoëfficiënt van 0,3 geeft zwakke positieve samenhang aan. Ook is er een positieve samenhang tussen het aantal bedrijfsvestigingen en het aantal in een stad studerende studenten (in tegenstelling tot in de stad wonende studenten; correlatiecoëfficiënt: 0,4). Echter, het aantal buitenlandse studenten hangt volgens onze analyse negatief samen met het aantal bedrijfsvestigingen in een stad. Aangezien we voor wat betreft de buitenlandse studenten maar weinig waarnemingen hebben, moeten we dit resultaat met de nodige voorzichtigheid interpreteren. Uit de case studies volgt inderdaad geen eenduidig beeld over de gevolgen van de aanwezigheid van studenten voor het vestigingsklimaat. De conclusie is dat veranderingen in het aantal studenten (Nederlands of buitenlands) op dit punt geen grote veranderingen teweeg brengt. Desgevraagd geeft een aantal respondenten van verschillende steden aan dat zij niet de indruk hebben dat studenten tot de vestiging van nieuwe bedrijven hebben geleid alhoewel hier in geen van de steden systematisch onderzoek naar is gedaan. Alleen in Maastricht bestaat het vermoeden dat sinds de komst van Chinese studenten ook meer Chinese bedrijven zich in de stad hebben gevestigd. Een respondent uit York denkt dat de buitenlandse studenten uitsluitend aantrekkingskracht zullen hebben op bedrijven die afhankelijk zijn van andere talen dan Engels. Aangezien de Engelse taal ook in Nederland relatief gangbaar is (in het hoger onderwijs wordt nu al veel in het Engels gedoceerd), zou dit ook voor Nederland op kunnen gaan. Niettemin worden universiteiten en hogescholen door beleidsmakers vaak gezien als van aanzienlijk belang voor het vestigingsklimaat, vanwege de uitstraling die zulke instituten hebben. Universiteiten worden zo op het zelfde niveau gesteld als theaters en conferentiecentra die nodig zijn om een stad aantrekkelijk te maken voor hoogopgeleide inwoners (Veltz, 2001). Een aangenaam klimaat om te wonen en leven zou zo automatisch leiden tot meer bedrijvigheid. Ischinger en Puukka (2009) sluiten hierbij aan. Op basis van OECD-onderzoek stellen zij dat hoogwaardige, technologische bedrijven (die geschoolde en dus goedbetaalde 25

28 werkgelegenheid bieden) zich vestigen op plaatsen waar kennis, kunde en infrastructuur samenkomen. Met andere woorden: banen volgen mensen. Dus wie goede mensen kan aantrekken, wordt beloond met economische vooruitgang. Zo bezien, is het altijd verstandig om HBO- en WO-studenten naar de stad te halen en bovendien te proberen hen na het afstuderen vast te houden. Hierbij passen echter wel enige kanttekeningen. De strijd om het beste vestigingsklimaat, die steden en regio s wereldwijd met elkaar voeren bedrijvigheid aan te trekken en die aangeduid wordt met het begrip regional competitiveness, is volgens Kitson et al. (2004) helemaal niet zinnig. De theoretische onderbouwing van het idee is, volgens deze economen, te zwak 13. Bovendien signaleren zij dat regio s met zeer uiteenlopende kenmerken precies dezelfde groeistrategieën inzetten. Dit zien ook Ischinger en Puukka (2009) als onverstandig. Zij adviseren om economisch stimuleringsbeleid toe te spitsen op de unieke omstandigheden in elke specifieke regio. Juist doordat iedereen de nieuwe Silicon Valley wil worden, zijn, zo vindt ook Hospers (2004) stedelijke regio s alleen maar meer op elkaar gaan lijken. En daardoor verschillen de concurrerende vermogens van regio s nauwelijks van elkaar. Afgezien hiervan is er nog heel weinig onderzoek gedaan naar wat het juiste niveau van interventie zou moeten zijn (Kitson et al., 2004) Toerisme Een van de effecten van buitenlandse studenten die intuïtief sterk aanspreken en die ook in de meeste case studies is bevestigd, is dat zij meer toerisme aantrekken. De gedachte is dat studenten tijdens hun verblijf in hun gaststad verhalen verspreiden onder familie en vrienden 13 Zij wijzen erop dat competitiveness relevant is voor individuele bedrijven, maar niet zomaar vertaald kan worden naar het niveau van steden, regio's of zelfs landen. Dat is volgens deze auteurs een fundamentele denkfout. Verschillen tussen landen leiden bijvoorbeeld niet tot het failliet van het ene land en winst van het andere zoals in het bedrijfsleven wel kan. Daarnaast is er nog veel te weinig onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijke niveaus van interventie en de effectiviteit daarvan. En zelfs al zou daar meer over bekend zijn, dan nog is regionaal economisch beleid lastig, omdat de afbakening van een administratieve regio lang niet altijd overeenkomt met de meest relevante economische regio. 26

29 thuis, die vervolgens op bezoek komen. Na thuiskomst fungeren de studenten als ambassadeurs van hun vroegere studiestad. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat er een sterke relatie is de tussen buitenlandse studenten en toerisme. Met name uit Australië komt veel informatie, doordat men daar regelmatig op vliegvelden enquêtes houdt onder vertrekkende buitenlanders. Hieronder volgen enkele interessante resultaten uit Australisch onderzoek: - In bezocht voor elke twee buitenlandse studenten één vriend of familielid Australië. Hun bezoekers gaven, omgerekend per student, AUS$ 864,50 14 uit, wat FTE aan werkgelegenheid genereerde. Dit is dus exclusief de student zelf (Access Economics, 2009). - Ook een groot gedeelte van de studenten zelf wordt toerist: 82% van de buitenlandse studenten in Australië reist gedurende hun studieperiode binnen Australië voor recreatieve of sociale doeleinden. Van de studenten ontving 78% bezoek uit hun eigen land tijdens de studie. De gemiddelde buitenlandse student in Australië geeft AUS$ 12000,- 15 uit aan toerisme gerelateerde activiteiten (Weaver, 2003). - Buitenlanders die in Melbourne, Australië, studeren schijnen iets minder rond te reizen dan de studenten in het vorige onderzoek: 64,4%. Daarnaast gaf 64% aan de intentie te hebben om na hun studie nog een keer terug te komen naar Australië en 75% zou Australië aanbevelen als toeristische bestemming bij hun vrienden thuis. De meeste studenten ontvingen tijdens hun verblijf in Australië ook bezoek: 15% ontving één maal bezoek, 40% tweemaal of vaker en dit bezoek bleef vaak minimaal een week in Australië (Michael et al., 2004). Ook deze percentages liggen iets lager dan in het onderzoek van Weaver. - Meer recent is er door Davidson et al. (2010) een grootschalig onderzoek gedaan onder buitenlandse studenten in Australië. Zij hebben de antwoorden op de enquête van bijna 6000 studenten op het 14 In was dit ongeveer gelijk aan 450 euro. 15 In 2002 was dit ongeveer gelijk aan 7000 euro, wat vandaag de dag bijna 8000 euro zou zijn (vanwege inflatie). 27

30 hoger onderwijs geïnterpreteerd, waarvan de meeste respondenten (89%) een universitaire opleiding volgden. De resultaten hiervan zijn nog optimistischer dan voorgenoemde onderzoeken. Ongeveer 85% van de buitenlandse studenten reist tijdens hun studietijd, waarvan de meeste (62%) van de trips maximaal drie dagen duren. Helaas wordt er niet onderzocht of de studenten binnen of buiten Australië reizen, maar bij de kortere trips ligt dit voor de hand. Van de studenten verwacht 83% bezoek van ten minste één vriend en 85% van ten minste één familielid, waarvan 40% een tot twee weken zal blijven, 24% twee tot vier weken en 20% langer dan een maand. De meeste studenten verwachten drie of meer familieleden én drie of meer vrienden op bezoek. Deze cijfers, zo geven de auteurs aan, zijn een stuk hoger dan waarmee in Australië wordt gerekend (zie het eerste punt: op iedere twee studenten één bezoeker). Echter, slechts 36% van deze bezoekende vrienden of familieleden zal verblijven in een commerciële accommodatie, zoals een hotel. Het ambassadeurseffect lijkt zeker van toepassing: bijna alle (93%) van de studenten geven aan hun vrienden en familie aan te moedigen om Australië te bezoeken. De meeste studenten (63%) hebben ook het gevoel dat hun verhalen over Australië hun vrienden en familie motiveert om Australië te gaan bezoeken. De meeste studenten (80%) dachten erover na om een permanente verblijfsvergunning aan te vragen voor Australië. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het relatief makkelijk is om na een studie in Australië te blijven werken. Dit is ook een belangrijke reden waarom studenten ervoor kiezen om in Australië te studeren 16. Ook in Canada is onderzoek gedaan naar de effecten van buitenlandse studenten in het land (Roslyn Kunin & Associates, 2009). De ruim buitenlandse studenten die in 2008 voor de langere termijn (langer dan zes maanden) in Canada studeerden, leverden een extra toerisme op ter waarde van CAN$285 miljoen 17 (ongeveer 0,02% van BNP in 2008). 16 Bron: mondelinge informatie Nuffic 17 In 2008 was dit ongeveer gelijk aan 180 miljoen euro. 28

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Wim Groot & Henriette Maassen van den Brink In samenwerking met Annelies Notenboom, Karin Douma en Tom Everhardt, APE Den Haag

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Economische impact Bèta College & Delta Academy

Economische impact Bèta College & Delta Academy Economische impact Bèta College & Delta Academy Onderzoek naar de jaarlijkse economische impact van de komst van het Bèta College en de uitbreiding van de Delta Academy op de Zeeuwse economie drs. Sven

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands Proefschrift Marieke Heers (gepromoveerd 3 oktober in Maastricht; promotoren prof.dr. W.N.J. Groot en prof.dr. H. Maassen van den Brink)

Nadere informatie

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work.

De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk. The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work. De Relatie Tussen de Gehanteerde Copingstijl en Pesten op het Werk The Relation Between the Used Coping Style and Bullying at Work Merijn Daerden Studentnummer: 850225144 Werkstuk: Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Kennis als economische motor ONDERZOEK NAAR HET RUIMTELIJK-ECONOMISCH EFFECT VAN HOGER ONDERWIJS

Kennis als economische motor ONDERZOEK NAAR HET RUIMTELIJK-ECONOMISCH EFFECT VAN HOGER ONDERWIJS Kennis als economische motor ONDERZOEK NAAR HET RUIMTELIJK-ECONOMISCH EFFECT VAN HOGER ONDERWIJS ST UD E NT E N ST E D E N IN NE D E R L A ND B E T E R EC O N O MI S C H K L IM A AT R O ND K N A P P E

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope Een onderzoek naar de relatie tussen sociale steun en depressieve-

Nadere informatie

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1 Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out The effect of Goal-striving Reasons and Personality on facets of Burn-out

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Programma 15.15 uur: Inleiding duurzaam toerisme door Dr. Anja de Groene 15.35 uur: Cradle to Cradle

Nadere informatie

Onderzoek vrienden- en familiebezoek. SusTRIP Sustainable Tourism Research and Intelligence Partnership. Juni 2011

Onderzoek vrienden- en familiebezoek. SusTRIP Sustainable Tourism Research and Intelligence Partnership. Juni 2011 Onderzoek vrienden- en familiebezoek SusTRIP Sustainable Tourism Research and Intelligence Partnership Juni 2011 Contactgegevens Tracey Parker Research Manager Visit Kent / Kent County Council 28/30 St

Nadere informatie

1 jaar UvA Job board

1 jaar UvA Job board *Disclaimer: No rights can be derived from this publication. Reproduction of this publication in whatever form is only permitted with prior consent from the UvA Student Careers Centre of the University

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children

Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working. mothers with spouse and young children 1 Differences in stress and stress reactivity between highly educated stay-at-home and working mothers with spouse and young children Verschil in stress en stressreactiviteit tussen hoogopgeleide thuisblijf-

Nadere informatie

Samenvatting Twente Index 2016

Samenvatting Twente Index 2016 Samenvatting Twente Index 2016 Kijk voor regionale en lokale data op www.twenteindex.nl INLEIDING De Twente Index wordt door Kennispunt Twente samengesteld in opdracht van de Twente Board. De Board wil

Nadere informatie

Buitenlandse investeringen maken de Nederlandse economie sterk

Buitenlandse investeringen maken de Nederlandse economie sterk Buitenlandse investeringen maken de Nederlandse economie sterk Buitenlandse investeringen maken de Nederlandse economie sterk Investeringen door buitenlandse bedrijven hebben een belangrijke toe gevoegde

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12

1.1 Bevolkingsontwikkeling 9. 1.2 Bevolkingsopbouw 10. 1.2.1 Vergrijzing 11. 1.3 Migratie 11. 1.4 Samenvatting 12 inhoudsopgave Samenvatting 3 1. Bevolking 9 1.1 Bevolkingsontwikkeling 9 1.2 Bevolkingsopbouw 10 1.2.1 Vergrijzing 11 1.3 Migratie 11 1.4 Samenvatting 12 2. Ontwikkelingen van de werkloosheid 13 2.1 Ontwikkeling

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Op weg naar duurzame ontwikkeling van stedelijk toerisme. Ko Koens Academy for Hotel and Facility Management Vakantiebeurs Utrecht - 14-01-2015

Op weg naar duurzame ontwikkeling van stedelijk toerisme. Ko Koens Academy for Hotel and Facility Management Vakantiebeurs Utrecht - 14-01-2015 Op weg naar duurzame ontwikkeling van stedelijk toerisme Ko Koens Academy for Hotel and Facility Management Vakantiebeurs Utrecht - 14-01-2015 Irritante toeristen Stedelijk toerisme Stedelijk toerisme

Nadere informatie

Regiobericht 1.0 Noord

Regiobericht 1.0 Noord Economie, innovatie, werk en inkomen 1 Kenmerken van het landsdeel Het landsdeel Noord bestaat uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. De provincies werken samen in het Samenwerkingsverband

Nadere informatie

Verbanden tussen Coping-Strategieën en. Psychologische en Somatische Klachten. binnen de Algemene Bevolking

Verbanden tussen Coping-Strategieën en. Psychologische en Somatische Klachten. binnen de Algemene Bevolking 2015 Verbanden tussen Coping-Strategieën en Psychologische en Somatische Klachten binnen de Algemene Bevolking Master Scriptie Klinische Psychologie Rachel Perez y Menendez Verbanden tussen Coping-Strategieën

Nadere informatie

2. Beter nu dan later

2. Beter nu dan later Daarom Duits 1. Engels is niet voldoende Natuurlijk is kennis van de Engelse taal essentieel, maar: Englisch ist ein Muss, Deutsch ist ein Plus. Uit een enquête onder bedrijven die actief zijn in Duitsland

Nadere informatie

Den Haag: Internationale stad van vrede en recht

Den Haag: Internationale stad van vrede en recht Intergouvernementeel / VN Europees Kennis NGO Onderwijs Cultuur en expatorganisaties Ambassades en consulaten Den Haag: Internationale stad van vrede en recht De gemeente Den Haag is internationale stad

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Bijlage. Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen

Bijlage. Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen Bijlage Behoeftepeilingen Haven- en Transportdagen Maasbracht en Nijmegen Behorend bij het rapport VMBO-opleiding Rijn- en binnenvaart in Nijmegen ; Onderzoek naar de behoefte aan een VMBO-opleiding Rijn-

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

Ambities van ZZP ers. Een verkennend onderzoek.

Ambities van ZZP ers. Een verkennend onderzoek. Ambities van ZZP ers. Een verkennend onderzoek. Ambities van ZZP ers. Wat drijft hen, wat vinden zij belangrijk? In hun ondernemerschap, in de manier waarop ze zichzelf willen ontwikkelen. Een onderwerp

Nadere informatie

Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs

Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs CPB Notitie 25 februari 2013 Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs Uitgevoerd op verzoek van Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Nadere informatie

Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden

Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden HBO-Monitor 2016 De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden Managementsamenvatting In deze factsheet staat de arbeidsmarktpositie van de hbo-afgestudeerden uit studiejaar 2014/2015 centraal. Eind 2016,

Nadere informatie

Den Haag: Internationale Stad van Vrede en Recht

Den Haag: Internationale Stad van Vrede en Recht Intergouvernementeel/VN Europees Kennis NGO Onderwijs Cultuur Expat serviceorganisaties Ambassades en consulaten Aan ambassades gelieerde organisaties Den Haag: Internationale Stad van Vrede en Recht Den

Nadere informatie

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei CPB Notitie 22 december 2014 CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei Uitgevoerd op verzoek van de vaste commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor. Metropoolregio Amsterdam. Oktober amsterdam economic board

Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor. Metropoolregio Amsterdam. Oktober amsterdam economic board Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor Metropoolregio Amsterdam Oktober 2016 amsterdam economic board Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor Metropoolregio Amsterdam (MRA) Oktober 2016

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee?

Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? 80 8 Wat doen ingenieurs en wat verdienen ze ermee? Arnaud Dupuy en Philip Marey Na hun afstuderen kunnen ingenieurs in verschillende soorten functies aan

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent?

Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent? Onderwijs en opleiding Bedrijfsscholing: scholen voor de concurrent? Wolff, Ch. J. de, R. Luijkx en M.J.M. Kerkhofs (2002), Bedrijfsscholing en arbeidsmobiliteit, OSA A-186, Tilburg. Scholing van werknemers

Nadere informatie

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit

Functioneren van een Kind met Autisme. M.I. Willems. Open Universiteit Onderzoek naar het Effect van de Aanwezigheid van een Hond op het Alledaags Functioneren van een Kind met Autisme M.I. Willems Open Universiteit Naam student: Marijke Willems Postcode en Woonplaats: 6691

Nadere informatie

Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum: Bevindingen voor Nederland

Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum: Bevindingen voor Nederland Inclusive Growth and Development Report 2017 van het World Economic Forum: Bevindingen voor Nederland Nederland scoort relatief hoog op economische groei en het aanpakken van ongelijkheid, maar de ongelijkheid

Nadere informatie

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

5.6 Het Nederlands hoger onderwijs in internationaal perspectief

5.6 Het Nederlands hoger onderwijs in internationaal perspectief 5.6 Het s hoger onderwijs in internationaal perspectief In de meeste landen van de is de vraag naar hoger onderwijs tussen 1995 en 2002 fors gegroeid. Ook in gaat een steeds groter deel van de bevolking

Nadere informatie

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen

Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk. gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Het executief en het sociaal cognitief functioneren bij licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. Samenhang met emotionele- en gedragsproblemen Executive and social cognitive functioning of mentally

Nadere informatie

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze

Nadere informatie

Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten

Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten 24 Voorlopige update PwC rapport 2013: Laaggeletterdheid in Nederland kent aanzienlijke maatschappelijke kosten Maart 2017 PwC is het merk waaronder PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (KvK 34180285),

Nadere informatie

Imago-onderzoek Rotterdam onder studenten

Imago-onderzoek Rotterdam onder studenten Imago-onderzoek Rotterdam onder studenten Rotterdam, februari 2013 Onderzoek uitgevoerd door studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam Contacten: Professor Luit Kloosterman, Bart van Putten, Tim

Nadere informatie

Universiteit Leiden. John Kroes 12 mei 2017

Universiteit Leiden. John Kroes 12 mei 2017 Universiteit Leiden John Kroes 12 mei 2017 In Leiden en Den Haag Leiden Nederland Amsterdam Den Haag Eerste Universiteit van Nederland Opgericht door Willem van Oranje in 1575 Als beloning voor verzet

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Wat beweegt kennismigranten?

Wat beweegt kennismigranten? Wat beweegt kennismigranten? seminar arbeidsmigratie NIDI-NVD 30 maart 2011 Ernest Berkhout www.seo.nl e.berkhout@seo.nl - +31 20 525 1630 Wat beweegt kennismigranten EZ: Hoe concurrerend is NL bij het

Nadere informatie

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting - Feiten en trends 2010-1- Studenten Aantal ingeschreven voltijd studenten in bekostigde HBO- en WO-instellingen in Nederland 2009-2010 2008-2009

Nadere informatie

Mandarijn in Shanghai, Hutong School

Mandarijn in Shanghai, Hutong School EASY LANGUAGES Mandarijn in Shanghai, Hutong School Programma overzicht: Intensieve Mandarijnse cursus Vanaf 18 jaar Accommodatie in modern appartement 2 weken tot 1 jaar Alle niveaus Bestemming Taalcursus

Nadere informatie

Macro-economie van offshore wind-energie

Macro-economie van offshore wind-energie Macro-economie van offshore wind-energie Windkracht14 World Trade Center, Rotterdam 22/01/2014 David de Jager Stelling > De (potentiële) economische waarde van de Nederlandse toeleverende economische sectoren

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op.

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op. Utrecht HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties. Met dit model

Nadere informatie

Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming

Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming Verschillen tussen Allochtone- en Autochtone Jonge Studerende Moeders in het Ervaren van Dagelijkse Stress en het Effect ervan op de Stemming Differences between Immigrant and Native Young Student Mothers

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD 1 Opvoedstijl en Externaliserend Probleemgedrag en de Mediërende Rol van het Zelfbeeld bij Dak- en Thuisloze Jongeren in Utrecht Parenting Style and Externalizing Problem Behaviour and the Mediational

Nadere informatie

Rotterdam: er werken is OK, er wonen NEE!

Rotterdam: er werken is OK, er wonen NEE! Rotterdam: er werken is OK, er wonen NEE! OBR onderzoek naar HBO-jongeren en de arbeidsmarkt Dick Markvoort, Guido Walraven en anderen, Hogeschool INHolland 1 HBO-studenten die wonen en studeren in de

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 9 mei 015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 86 1350 onderzoek@utrecht.nl

Nadere informatie

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch Stress en Psychose 59 Noord Stress and Psychosis 59 North A.N.M. Busch Prevalentie van Subklinische Psychotische Symptomen en de Associatie Met Stress en Sekse bij Noorse Psychologie Studenten Prevalence

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Rotterdam HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Amersfoort HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

ING International Survey. De ik -generatie: Grip op financiële doelstellingen en eigen dromen nastreven

ING International Survey. De ik -generatie: Grip op financiële doelstellingen en eigen dromen nastreven april 2014 De ik -generatie: Grip op financiële doelstellingen en eigen dromen nastreven Deze enquête is samengesteld door Ipsos namens ING Grote belangstelling voor geldzaken, maar het beheren van geld

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2016 Thema Water. De positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 juni Utrecht.

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2016 Thema Water. De positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 juni Utrecht. Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 2016 Thema Water De positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 29 juni 2016 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht Postbus 16200

Nadere informatie

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement

Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties. Grace Ghafoer. Memory strategies, learning styles and memory achievement Geheugenstrategieën, Leerstrategieën en Geheugenprestaties Grace Ghafoer Memory strategies, learning styles and memory achievement Eerste begeleider: dr. W. Waterink Tweede begeleider: dr. S. van Hooren

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

De ruimtelijke variatie in de relatie tussen voorzieningen en omvang is groot. Dit wijst op grote verschillen in preferenties.

De ruimtelijke variatie in de relatie tussen voorzieningen en omvang is groot. Dit wijst op grote verschillen in preferenties. De aanwezigheid van de meeste voorzieningen in gemeenten is grosso modo naar rato van de bevolkingsomvang. Dit geldt echter niet voor theaters en bibliotheken: die zijn sterk ondervertegenwoordigd in grote

Nadere informatie

De vraag van studenten naar huisvesting

De vraag van studenten naar huisvesting Vastgoedmarkten De vraag van studenten naar huisvesting Groep 7 Fariez Alyan Arjen Kalkhoven Mina Karami Maikel Lankreijer Danny van Sas Mirte Tuinenberg Specialisatie/Minor Real Estate & Makelaardij 2011-2012

Nadere informatie

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1 René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl Sinds giften aan culturele instellingen fiscaal gezien aantrekkelijker zijn geworden,

Nadere informatie

Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen)

Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen) Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen) HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties.

Nadere informatie

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F.

Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding. Relation between Cyberbullying and Parenting. D.J.A. Steggink. Eerste begeleider: Dr. F. Relatie tussen Cyberpesten en Opvoeding Relation between Cyberbullying and Parenting D.J.A. Steggink Eerste begeleider: Dr. F. Dehue Tweede begeleider: Drs. I. Stevelmans April, 2011 Faculteit Psychologie

Nadere informatie

40% Figuur 1 Stelt uw onderneming flexmigranten ter beschikking in Nederland? (N=118)

40% Figuur 1 Stelt uw onderneming flexmigranten ter beschikking in Nederland? (N=118) Factsheet 23 juli 2013 - FK Ledenonderzoek Flexmigranten 2013 Vrijwel elk jaar bevraagt de ABU zijn leden over de groep flexmigranten. Daaruit komt zeer bruikbare informatie over deze specifieke groep

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Voorbeeld adviesrapport MedValue

Voorbeeld adviesrapport MedValue Voorbeeld adviesrapport MedValue (de werkelijke naam van de innovatie en het ziektebeeld zijn verwijderd omdat anders bedrijfsgevoelige informatie van de klant openbaar wordt) Dit onafhankelijke advies

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Bowling alone without public trust

Bowling alone without public trust Bowling alone without public trust Een bestuurskundig onderzoek naar de relatie tussen een ervaren sociaal isolement van Amsterdamse burgers en de mate van publiek vertrouwen dat deze burgers hebben in

Nadere informatie

NIDAP biedt hogescholen ondersteuning bij het analyseren van de marktkansen voor de verschillende deeltijd en duale bachelor- en masteropleidingen.

NIDAP biedt hogescholen ondersteuning bij het analyseren van de marktkansen voor de verschillende deeltijd en duale bachelor- en masteropleidingen. Audits NIDAP biedt hogescholen ondersteuning bij het analyseren van de marktkansen voor de verschillende deeltijd en duale bachelor- en masteropleidingen. 2 De NIDAP Audit richt zich op deeltijd/duale

Nadere informatie

Culturele instellingen in Nederland

Culturele instellingen in Nederland Culturele instellingen in Nederland Veranderingen in geefgedrag, giften, fondsenwerving en inkomsten tussen 2011 en 2014 Het Groot Onderhoud 11 oktober 2016 Antwerpen Wat kunnen andere landen leren van

Nadere informatie

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij Mensen met een Psychiatrische Stoornis de Modererende Invloed van de Therapeutische Alliantie The Effect of Arts Therapies

Nadere informatie

B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015. Onderwerp

B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015. Onderwerp B en W-nummer 15.0379; besluit d.d. 12-5-2015 Onderwerp Beantwoording van schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van het raadslid A. Van den Boogaard (PvdA) inzake Arbeidsparticipatie

Nadere informatie

Nederland FACTS & FIGURES. Laaggeletterdheid in. Geletterdheid. VAN DE 1,3 MILJOEN laaggeletterden tussen de 15 en 65 jaar zijn: 65% 35%

Nederland FACTS & FIGURES. Laaggeletterdheid in. Geletterdheid. VAN DE 1,3 MILJOEN laaggeletterden tussen de 15 en 65 jaar zijn: 65% 35% Laaggeletterdheid in Nederland FACTS & Ongeveer 1 op de 9 Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar is laaggeletterd. In totaal zijn dat 1,3 miljoen mensen. Van deze groep is 65% autochtoon. Het aantal laaggeletterden

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

ONDERNEMERSCHAPSCULTUUR EN ONDERNEMEND GEDRAG IN VLAANDEREN: SITUATIE 2016

ONDERNEMERSCHAPSCULTUUR EN ONDERNEMEND GEDRAG IN VLAANDEREN: SITUATIE 2016 ONDERNEMERSCHAPSCULTUUR EN ONDERNEMEND GEDRAG IN VLAANDEREN: SITUATIE 2016 Petra Andries, Laurence Rijssegem, Jolien Roelandt, Jarno Stappers, en Egle Vaznyte Steunpunt Ondernemerschap en Regionale Economie

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl The Relation between Daily Stress and Affect with Moderating Influence of Coping Style Bundervoet Véronique Eerste

Nadere informatie

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek Monitor beleidsmaatregelen 2014 Anja van den Broek Maatregelen, vraagstelling en data Beleidsmaatregelen Collegegeldsystematiek tweede studies uit de Wet Versterking besturing inclusief uitzonderingen

Nadere informatie