Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad."

Transcriptie

1 HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? De woon- en leefomstandigheden in een gebied. 2p 2 Welk begrip hoort bij welke omschrijving? Maak de juiste combinaties. A Wijkenaanpak B Bebouwingsdichtheid C Bestemmingsplan I Plan van de Nederlandse regering om probleemwijken op te knappen. II Nauwkeurig plan voor de inrichting van de ruimte in een gemeente, waaraan iedereen zich moet houden. III Het aantal woningen in een gebied, meestal per hectare. 1p 3 Welke uitspraken gaan over welvaart? Meer antwoorden zijn goed. A Mensen met een lage opleiding hebben vaak een lager inkomen. B De bebouwingsdichtheid is hoog in deze wijk. C Veel werkloosheid. D Smalle straten met veel voorzieningen. 1p 4 Prinses Beatrix is de dochter van een Duitse vader. Ze trouwde met een Duitse man, prins Claus. Haar oudste zoon, koning Willem-Alexander, is getrouwd met een Argentijnse vrouw: koningin Máxima. Zij hebben drie kinderen: de prinsessen Amalia, Alexia en Ariane. Welke personen van dit deel van de koninklijke familie zijn allochtoon? Noteer de letters. A Prinses Beatrix. B Prins Claus. C Koning Willem-Alexander. D Koningin Máxima. E Prinses Amalia. F Prinses Alexia. G Prinses Ariane. MALMBERG 1

2 HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS 2p 5 Kies steeds het juiste woord. In een negentiende-eeuwse arbeiderswijk: is de bebouwingsdichtheid hoog / laag; hebben de mensen een hoger / lager inkomen; wonen veel / weinig allochtonen. 1p 6 Welk begrip hoort niet in het rijtje thuis? A Arme wijk. B Rijke wijk. C Lagere bebouwingsdichtheid. D Veel voorzieningen. 1p 7 Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? Afname van het percentage jongeren. Inzicht 3p 8 Elk woongebied heeft zijn eigen kenmerken. Neem de letters A, B en C over op je antwoordblad. Noteer achter elke letter het juiste gebied. Kies uit: stadscentrum negentiende-eeuwse arbeiderswijk woongebied Neem ook de letters D, E en F over op je antwoordblad. Noteer achter elke letter wat er met de woningen wordt gedaan. Kies uit: saneren renoveren restaureren. Welk huis? Waar? Wat wordt er met de woningen gedaan? Etagewoning A D Flat B E Herenhuis C F 1p 9 Bekijk bron 1. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In gebied A wonen mensen met hoge inkomens. II In gebied B liggen de meest groene wijken. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. MALMBERG 2

3 HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS Bron 1 De verschillende woongebieden in een stad. 3p 10 Bekijk in je atlas de kaartbladen Nederland - soorten wijken. Deze kaarten gaan over Utrecht. In welk soort wijk zal een gezin met jonge kinderen het liefst wonen? Licht je keuze toe met twee argumenten die je uit de kaartbladen kunt aflezen. 3p 11 Bekijk in je atlas op het kaartblad Nederland - Herinrichting stedelijk gebied de kaarten A. Amsterdam - Bijlmer tot 1990 en B. Amsterdam - Bijlmer in Heeft in de Bijlmer meer renovatie of meer sanering plaatsgevonden? Licht je keuze toe met twee argumenten die je uit de kaart kunt aflezen. 2p 12 Leg uit waarom de gezinsverdunning door vergrijzing verder zal toenemen. MALMBERG 3

4 HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS 1p 13 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Door de gezinsverdunning neemt de vraag naar woningen toe. II In wijken waar de verpaupering toeneemt, neemt de leefbaarheid af. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. Toepassing 2p 14 Lees bron 2 en bekijk de gegevens in bron 3. Welke leeftijdssamenstelling hoort bij de Kolenkit: die van wijk A of die van wijk B? Licht je keuze toe met een argument uit bron 2. Een groot knelpunt is de vertraging in de stedelijke vernieuwing. Veel woningen zijn in afwachting van de sloop slecht onderhouden. Bewoners wachten al jaren in te kleine woningen op een nieuwe of andere woning. Het niet doorgaan dan wel vertraging oplopen is hard aangekomen in de buurt. Stedelijke vernieuwing is ook nodig om de buurt meer gemengd te maken; die is nu homogeen samengesteld met bewoners van nietwesterse herkomst. Uit: Buurtprofiel Kolenkit. Bron 2 Stedelijke vernieuwing gaat traag. Leeftijd Wijk A Wijk B % 14% % 11% % 33% % 28% 65+ 8% 14% Bron 3 3p 15 Een gemeentebestuur wil met een wijkenaanpak een negentiende-eeuwse arbeiderswijk opknappen die aan het verpauperen is. Het heeft de keuze tussen saneren en renoveren. Helaas heeft de gemeente niet veel geld. Beargumenteer waarom saneren voor de wijk de beste keuze is. Betrek in je antwoord de begrippen koopwoningen en voorzieningen. MALMBERG 4

5 HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Welk begrip hoort bij deze omschrijving? Gebieden binnen de EU die extra steun krijgen. 2p 2 Welk begrip hoort bij welke omschrijving? Maak de juiste combinaties. A Armoedegrens B Bbp per hoofd C Bbp I Het gemiddelde inkomen per inwoner van een land. II Het aandeel inwoners in een land dat in arme omstandigheden leeft. III Het totale inkomen van een land. 1p 3 In een aantal Oost-Europese landen is de levensverwachting van (vooral mannen) afgenomen. Wat is geen reden daarvoor? A De slechtere gezondheidszorg. B Het lagere welvaartsniveau. C De ongezondere leefwijze. D De daling van het bbp per hoofd. 3p 4 Binnen de EU bestaan verschillen in welvaart en welzijn. Oorzaken hiervoor liggen ook in het politieke systeem. Welke politieke en economische kenmerken horen bij welk deel van Europa? Maak de juiste combinaties. Deel van Europa Politiek Economie 1 West-Europa A Dictatuur I Langer werkzaam in de landbouw 2 Zuid-Europa B Communisme II Verouderde industrie 3 Oost-Europa C Lange democratie III Diensteneconomie MALMBERG 1

6 HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA 2p 5 Welke drie kenmerken worden gemeten met de Human Development Index? 1p 6 Gebruik bron 1. De titel van deze kaart is weggevallen. Wat is de juiste titel? A Levensverwachting in Europa. B Geluk in Europa. C Stimuleringsbeleid in Europa. D Zuigelingensterfte in Europa. Bron 1 MALMBERG 2

7 HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA 1p 7 Welke van de volgende ziekten zijn welvaartsziekten? A Hart- en vaatziekten. B Malaria. C Longkanker. D Mazelen. Inzicht 1p 8 Gebruik bron 2. De beroepsbevolking van Bulgarije lijkt het meest op die van Nederland in: A B C Bron 2 Verdeling van de beroepsbevolking in Nederland ( ). 1p 9 Welke landen horen bij de letters A en B in de volgende tabel? Kies uit: Hongarije Duitsland. A B Levensverwachting 75,2 jaar 80,2 jaar Zuigelingensterfte 5,24 3,51 Leeftijdsopbouw: 0-15 jaar 14,9% 13,3% jaar 68,2% 66,1% ,9% 20,6% MALMBERG 3

8 HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA 3p 10 Gebruik de tabel uit vraag 9 opnieuw. Schrijf achter elke uitspraak of deze juist of onjuist is. A Deze tabel gaat over welvaart. B De Human Development Index van land A is waarschijnlijk lager dan die van land B. C Land B heeft meer vergrijzing dan land A. 2p 11 Welke twee uitspraken zijn juist? A Als de zuigelingensterfte daalt, stijgt de levensverwachting. B Als de Human Development Index toeneemt, stijgt het aantal inwoners onder de armoedegrens. C Als het bbp per hoofd in een land stijgt, zal het aantal gebruiksgoederen ook stijgen. D Door het stimuleringsbeleid van de EU worden de welvaartsverschillen binnen de EU groter. 2p 12 Bekijk in je atlas op het kaartblad Duitsland / Verenigd Koninkrijk en Ierland de kaarten over Duitsland. Duitsland bestond vroeger uit het communistische Oost-Duitsland en het kapitalistische West-Duitsland. Er waren grote welvaartsverschillen tussen deze landen. Beschrijf met behulp van de kaarten in je atlas hoe je kunt zien dat deze welvaartsverschillen nog steeds bestaan. 2p 13 Bekijk in je atlas de kaarten van het kaartblad Europa - economie (in de inhoudsopgave heet dit kaartblad per abuis Europa - werken). De Duitse regering heeft veel geld geïnvesteerd in het herstructureren van de economie in het oosten van het land, maar dit heeft nog niet geleid tot een gelijk welvaartsniveau in heel Duitsland. Leg dit uit met behulp van de kaarten in je atlas. 1p 14 Bekijk bron 3. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Naarmate de werkloosheid hoger is, is de welvaart lager. II In landen met veel verouderde industrie is de werkloosheid hoog. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. MALMBERG 4

9 HOOFDSTUK 2 ARM EN RIJK IN NEDERLAND EN EUROPA Bron 3 Werkloosheid in percentages binnen Europa (2009). Toepassing 2p 15 Een hogere welvaart hoeft nog niet te betekenen dat het welzijn ook hoger is. Leg dit uit met behulp van een Europees voorbeeld. MALMBERG 5

10 HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Welk begrip hoort bij deze omschrijving? Opbrengsten per mens in de landbouw. 2p 2 Welk begrip hoort bij welke omschrijving? Maak de juiste combinaties. A Overvoeding I Als mensen te weinig voedsel hebben. B Ondervoeding II Als je te weinig te eten hebt. C Kwantitatieve honger III Als mensen te veel voedsel hebben. D Kwalitatieve honger IV Als je wel genoeg, maar te eenzijdig eet. 1p 3 Welk begrip hoort niet in het rijtje thuis? A Invoerrechten. B Handelsbelemmeringen. C Exportlandbouw. D Fairtrade. 2p 4 In de VS is de binnenlandse ongelijkheid groter dan in Nederland. Dat heeft politieke, economische en maatschappelijke redenen. Onder welke noemer vallen de redenen hieronder? Maak de juiste combinaties. A Hoe hoger opgeleid, hoe meer inkomen. B Elke staat heeft zijn eigen beleid. C In rijke staten werken meer mensen in de diensten. I Politiek II Economisch III Maatschappelijk 2p 5 Welke van de volgende begrippen hebben te maken met kwantitatieve honger? A Natuurramp. B Alleen rijst eten. C Hongersnood. D Droogte. E Tekort aan eiwitten. F Te weinig kilojoules. G Veel patat eten. MALMBERG 1

11 HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA 2p 6 Bekijk bron 1. Binnen de VS zijn er verschillende landbouwgebieden. Bij welke letters uit de bron horen de volgende beschrijvingen van de gebieden? Noteer letter en romeins cijfer. I Zomertarwe. II Wintertarwe. III Kerngebied. IV Kustgebieden. V Zuivelgebied. Bron 1 Verschillende landbouwgebieden in de VS. 2p 7 De regering van de VS neemt een aantal maatregelen om de voedselzekerheid te vergroten. Welke maatregel hoort bij welk soort voedselzekerheid? Maak de juiste combinaties. A Gifstoffen verbieden I Genoeg voedsel B Voorlichting II Gezond voedsel C Landbouwsubsidies III Veilig voedsel MALMBERG 2

12 HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA 1p 8 Welke van de volgende uitspraken zijn van toepassing op de VS? A Het hoogste bbp ter wereld. B Het hoogste bbp per hoofd ter wereld. C Grotere binnenlandse ongelijkheid dan in Nederland. D Kleinere binnenlandse ongelijkheid dan in Nederland 1p 9 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In Nigeria is de binnenlandse ongelijkheid groter dan in de VS. II In zowel Nigeria als de VS is een grote exportlandbouw. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. Inzicht 2p 10 Maak de tekst kloppend. Noteer telkens de letter en het juiste woord. Het noordoosten van de VS is een van de rijkste gebieden van het land, want A er werken veel mensen in de landbouw / diensten; B de mensen hebben een hogere / lagere opleiding; C de mensen hebben een hoger / lager inkomen; D de koopkracht van de mensen is groot / klein. 3p 11 Neem de cijfers 1, 2 en 3 over op je antwoordblad. Noteer achter elk cijfer het juiste kenmerk. Kies uit: levensverwachting zuigelingensterfte brp per hoofd. Neem ook de letters A en B over op je antwoordblad. Noteer achter elke letter het juiste land. Kies uit: VS Nigeria. Kenmerk A B 1 78,6 jaar 51 jaar 2 6, euro euro MALMBERG 3

13 HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA 1p 12 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In de exportlandbouw worden veel voedselgewassen verbouwd. II Op handelsgewassen worden vaker invoerrechten geheven dan op voedselgewassen. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 2p 13 Bekijk in je atlas de kaarten van het kaartblad Verenigde Staten - bevolking. In de VS wonen twee grote minderheden: de hispanics en de zwarte bevolking. Voor wie gelden de volgende uitspraken vooral? Noteer achter elke letter de juiste groep. A Deze groep woont vooral in de staten in het zuidoosten. B Deze groep woont vooral in de staten in het zuidwesten. C Deze groep vormt een groter aandeel van de bevolking in grote steden. 1p 14 Bekijk bron 2 en bekijk in je atlas de kaarten van het kaartblad Verenigde Staten - bevolking. Lees daarna onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In staten met een lagere bevolkingsgroei is het brp per hoofd over het algemeen lager. II In staten met een hoge bevolkingsgroei wonen meer hispanics dan zwarten. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. MALMBERG 4

14 HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA Bron 2 Inkomen per inwoner in procenten van het gemiddelde inkomen van de VS. 2p 3p 15 Wie profiteert het meest van fairtrade: een boer die kleinschalig produceert of een boer die grootschalig produceert? Verklaar je antwoord. 16 Welke begrippen horen bij de volgende omschrijvingen? Noteer achter elke letter het juiste begrip. A Cargill is een groot Amerikaans bedrijf met vestigingen in veel verschillende landen. B Het haalt cacao uit West-Afrika en verwerkt dit in de grootste cacaohaven ter wereld: Amsterdam. Voor de cacao hoeft het in Nederland geen extra geld te betalen, omdat Nederland dit product niet verder produceert. C In landen waar Cargill de grondstof cacao koopt, zet het scholen op, zodat het bedrijf goed geschoold personeel heeft. Toepassing 4p 17 Leg uit waarom fairtrade een goede manier is om de positie van boeren in Nigeria te verbeteren. Betrek in je antwoord de volgende begrippen: armoede, handelsbeleid, invoerrechten en wereldmarktprijzen. MALMBERG 5

15 HOOFDSTUK 3 ARM EN RIJK IN DE VS EN NIGERIA Opdrachten over de casusparagrafen (alleen voor vmbo-gt) 1p 18 (gt) Welk woord hoort niet in het rijtje thuis? A Armoedeziekten. B Welvaartsziekten. C Tropische ziekten. D Muskietennetten. 2p 19 (gt) Niet alle Nigerianen weten van de olieproductie in het land te profiteren. Welke redenen zijn juist? A 80% van de oliewinst komt terecht bij 1% van de bevolking. B Olieproductie is een oorzaak van geweld in Nigeria. C Door olieproductie is er meer corruptie. D Arme Nigerianen hebben niet kunnen profiteren van de olieproductie. 3p 20 (gt) Bekijk bron 3. Je ziet drie vicieuze cirkels met betrekking tot onderontwikkeling. Om welke vicieuze cirkels gaat het? Noteer telkens de letter en het ontbrekende woord. A Vicieuze cirkel van de B Vicieuze cirkel van de C Vicieuze cirkel van de Bron 3 MALMBERG 6

16 HOOFDSTUK 4 ENERGIE IN JE EIGEN OMGEVING Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 3p 1 Welke begrippen horen bij onderstaande omschrijvingen? A Energiebron waarbij gebruik wordt gemaakt van biologische materialen, zoals hout of mest. B Elektriciteitscentrale waarbij gebruik wordt gemaakt van hoogteverschillen in de waterstand tussen eb en vloed. C De warmte die dieper in de aardkorst van nature aanwezig is. 2p 2 Geef voor de volgende energiebronnen aan of ze bij groene stroom of bij grijze stroom horen: aardgas biomassa wind zon aardolie water steenkool. 2p 3 Zet de volgende energieverbruikers in de juiste volgorde: begin met de grootste energieverbruiker en eindig met de kleinste. Noteer de letters. A Industrie. B Transport. C Energiebedrijven. D Huishoudens. 1p 4 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In de enige kerncentrale van Nederland wordt groene stroom geproduceerd. II Een groot nadeel van de opwekking van kernenergie is de grote uitstoot van broeikasgassen. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 1p 5 Hieronder worden een voordeel en een nadeel van een energiebron genoemd. Om welke energiebron gaat het? Voordeel: geeft erg veel energie. Nadeel: levert radioactief afval op. 2p 6 Welke drie energiebronnen worden in Nederland het meest gebruikt om energie op te wekken? MALMBERG 1

17 HOOFDSTUK 4 ENERGIE IN JE EIGEN OMGEVING Inzicht 2p 7 Het opwekken van elektriciteit met zonne-energie heeft enkele voordelen. Noem er twee. 1p 8 Welk begrip hoort niet in het rijtje thuis? A Duurzame energie. B Getijdencentrale. C Fossiele brandstoffen. D Aardwarmte. 1p 9 In West-Nederland moet meer elektriciteit opgewekt worden dan in Zuid-Nederland. Zoek in je atlas naar een kaart die hiervoor een verklaring geeft. Noteer het nummer van deze kaart en eventueel ook de letter. De titel hoef je niet te noteren. 1p 10 In Nederland wordt bijna 10% van de energie opgewekt met duurzame energiebronnen. Hieronder staan enkele kenmerken van deze energiebronnen. Welk kenmerk hoort er niet bij? A Het zijn hernieuwbare bronnen van energie. B Ze zijn minder schadelijk voor mens en milieu dan uitputbare energiebronnen. C Ze raken niet of nauwelijks op. D Het zijn uitputbare energiebronnen. 3p 11 Over welke bronnen van energie gaan de volgende zinnen? Noteer de letter en de energiebron. A Vooral de Nederlandse kustprovincies zijn erg geschikt voor het opwekken van deze vorm van energie. B Deze bron van energie levert vele malen meer energie dan we wereldwijd jaarlijks nodig hebben. C Deze bron van energie wordt voornamelijk gebruikt om huizen te verwarmen en te douchen. 2p 12 Bekijk bron 1. Wat is de belangrijkste reden waarom Nederlanders vanaf 1945 veel meer energie zijn gaan verbruiken? MALMBERG 2

18 HOOFDSTUK 4 ENERGIE IN JE EIGEN OMGEVING Bron 1 Ontwikkeling van het dagelijkse energieverbruik in Nederland (per inwoner). 1p 13 Bekijk bron 1 nog een keer. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Door de stijging van het energieverbruik nam de uitstoot van broeikasgassen toe. II Door de stijging van het energieverbruik raken de fossiele brandstoffen eerder op. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 1p 14 Bekijk bron 2. De Nederlandse overheid wil dat we energie gaan besparen en meer gebruik gaan maken van duurzame energie. Welke maatregel hiervoor zie je in de bron? MALMBERG 3

19 HOOFDSTUK 4 ENERGIE IN JE EIGEN OMGEVING Bron 2 Nieuwbouwhuizen in Heerhugowaard. Toepassing 2p 15 Bekijk in je atlas de kaarten van het kaartblad België en Luxemburg. In welk deel van België wordt de meeste energie verbruikt: in het noordwesten of in het zuidoosten? Geef twee argumenten voor je keuze. Noteer achter elk argument een kaartnummer waaruit dit antwoord blijkt. MALMBERG 4

20 HOOFDSTUK 5 ENERGIE IN NEDERLAND EN FRANKRIJK Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 3p 1 Hoe is aardgas ontstaan? Zet de volgende zinnen in de juiste volgorde. Noteer de letters. A Dit aardgas kwam terecht in de poriën van het hoger gelegen zandsteen, op enkele kilometers diepte. B Waar het aardgas niet kon ontsnappen doordat er een dikke, ondoordringbare zoutlaag boven zat, ontstond een gasveld. C Miljoenen jaren geleden had Nederland een tropisch klimaat. Ons land was bedekt met moerassige oerwouden. D Door de hoge druk kon steenkool veranderen in aardgas. E Het organisch materiaal hieruit vormde dikke veenlagen, die in miljoenen jaren bedekt werden met zand en door de druk werden samengeperst tot steenkool. 2p 2 Waar wordt aardgas in Nederland vooral voor gebruikt? Vul de juiste woorden in. Noteer letter en woord. Voor het opwekken van (A) Als (B) voor vervoer. Voor het (C)... van huizen en gebouwen. 1p 3 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Afvalverbranding is een duurzame bron van energie. II Bij de verbranding van afval komen geen stoffen vrij die schadelijk zijn voor het milieu. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 3p 4 Welke begrippen horen bij onderstaande omschrijvingen? A Gassen in de atmosfeer die de eigenschap hebben om warmte vast te houden. B Alle bovengrondse en ondergrondse verbindingen, zoals wegen, havens, spoorlijnen en kabels. C Afval uit fabrieken waar met kernstoffen gewerkt wordt, zoals kerncentrales en opwerkingsfabrieken. MALMBERG 1

21 HOOFDSTUK 5 ENERGIE IN NEDERLAND EN FRANKRIJK 1p 5 Welke bewering is juist? A In Frankrijk zijn bijna alle huishoudens aangesloten op het aardgasnet. B In Nederland wordt in totaal meer energie verbruikt dan in Frankrijk. C Vanaf de Tweede Wereldoorlog neemt het energieverbruik in Nederland en Frankrijk af. D Het energieverbruik in de wereld zal blijven toenemen door meer welvaart en een groeiende bevolking. 2p 6 Over het gebruik van kernenergie zijn de meningen verdeeld. Noem een voordeel en een nadeel van het gebruik van kernenergie. 2p 7 Het opwekken van energie leidt tot aantasting van het landschap en het milieu in Nederland en Frankrijk. Over welke landen gaan onderstaande zinnen vooral? Kies uit: Frankrijk Nederland beide landen. Noteer letter en land(en). A De aardgas-wininstallaties en transportleidingen tasten het landschap aan. B Kerncentrales en thermische centrales nemen de nodige ruimte in beslag. C In thermische centrales worden meer broeikasgassen uitgestoten. D Bij het opwekken van kernenergie ontstaat radioactief afval. 1p 8 Voor welke energiebron zijn we in Nederland niet afhankelijk van import uit andere landen? A Aardolie. B Steenkool. C Windenergie. D Aardgas. Inzicht 1p 9 Bekijk bron 1. In deze tabel staan de gegevens van Frankrijk en Nederland. Neem de letters A en B over op je antwoordblad en zet er het juiste land achter. MALMBERG 2

22 HOOFDSTUK 5 ENERGIE IN NEDERLAND EN FRANKRIJK Bron 1 Franse en Nederlandse bronnen van energie. 2p 10 In welk jaargetijde wordt de minste elektriciteit verbruikt in Nederland: in de winter of in de zomer? Verklaar je antwoord. 2p 11 Vanaf 1980 is Frankrijk steeds meer kernenergie gaan produceren. Wat was hiervoor de belangrijkste reden? 2p 12 In Frankrijk wordt ook energie opgewekt met windkracht en waterkracht. Geef per energiebron aan door welke kenmerken van het Franse landschap dat mogelijk is. 2p 13 Zoek in je atlas op in welk deel van Frankrijk het meest efficiënt zonne-energie kan worden opgewekt. Noteer ook het nummer van de kaart waarop je het antwoord hebt gevonden. Toepassing 2p 14 Bekijk in je atlas van het kaartblad Europa - energie en milieu de kaart Energieproductie. In Zwitserland en Oostenrijk is meer dan de helft van de opgewekte energie hydro-energie. Leg uit waarom. Noem in je antwoord een kenmerk van het landschap. 2p 15 De Nederlandse kust leent zich het best voor het opwekken van duurzame energie. Bewijs deze stelling met informatie uit twee verschillende atlaskaarten. Noteer van beide kaarten het nummer en beschrijf per kaart het bewijs. MALMBERG 3

23 HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 2p 1 De ruimtelijke ongelijkheid in Brazilië heeft haar oorzaak in het verre verleden. Zet de onderstaande oorzaken van deze ruimtelijke ongelijkheid in de juiste volgorde. Begin met de gebeurtenis die het eerst plaatsvond. Noteer de letters. A De landloze inheemse bevolking heeft nog steeds minder te zeggen. B De macht is in handen gebleven van nakomelingen van de Portugezen. C De Portugezen maakten van Brazilië een kolonie. D Nakomelingen van Portugezen worden rijke grootgrondbezitters. 1p 2 Het klimaat zorgt ervoor dat in Brazilië veel bio-ethanol geproduceerd kan worden. Welk antwoord verklaart de relatie tussen het klimaat in Brazilië en de productie van bio-ethanol? A Bio-ethanol wordt gemaakt door middel van waterkracht. In Brazilië is veel neerslag, waardoor er veel waterkracht is. B Bio-ethanol wordt gemaakt door middel van zonnekracht. In Brazilië schijnt de zon gemiddeld vaak. C Bio-ethanol wordt gemaakt van soja. Soja heeft een droog klimaat nodig om te groeien. Brazilië heeft een droog klimaat. D Bio-ethanol wordt gemaakt van suikerriet. Suiker heeft een warm klimaat nodig om te groeien. Brazilië heeft het geschikte (savanne)klimaat. 1p 3 Bekijk bron 1. Welke energiebron geeft het cijfer 1 aan? Bron 1 Productie van energie per energiebron in Brazilië (2008). MALMBERG 1

24 HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË 1p 4 Wat is de reden waarom Brazilië bio-ethanol is gaan produceren? A Brazilië wilde minder afhankelijk zijn van de import van aardolie en zocht naar een vervangende energiebron. B De productie van aardolie leverde te veel milieuproblemen op. C Door de productie van bio-ethanol kon de inheemse bevolking aan het werk geholpen worden. D Brazilië hoopte door de productie van bio-ethanol de ruimtelijke ongelijkheid te kunnen verkleinen. 3p 5 De productie, het transport en het verbruik van energie kosten ruimte. Welk voorbeeld van ruimtegebruik (I t/m III) hoort bij welke letter? Maak de juiste combinaties. A Productie van energie I Tankstations B Transport van energie II Een olieboorplatform C Verbruik van energie III Hoogspanningsmasten Inzicht 1p 6 Bekijk bron 2. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Mensen die in krottenwijken wonen, komen oorspronkelijk meestal van het platteland. II Bron 2 is een goed voorbeeld van ruimtelijke ongelijkheid binnen de Braziliaanse steden. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. Bron 2 São Paulo. MALMBERG 2

25 HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË 1p 7 Welke uitspraak over technopolen in Brazilië is onjuist? A In een technopool is het energieverbruik lager dan in de rest van het land. B In een technopool doen bedrijven en universiteiten onderzoek en ontwikkelen ze nieuwe producten. C Technopolen helpen de economie van Brazilië te versterken. D Technopolen zorgen voor banen. 1p 8 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Door economische groei heeft Brazilië op energieproductie kunnen besparen. II Verstedelijking is één van de oorzaken van de toename van het energieverbruik in Brazilië. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 1p 9 Bekijk bron 3. Anne en Yordi discussiëren over de foto. Volgens Anne is deze vorm van energieopwekking duurzaam. Yordi vindt van niet. Bij wie horen de volgende argumenten: bij Anne of Yordi? Schrijf achter elke letter de juiste naam. A Voor het aanleggen van stuwmeren verdwijnen grote stukken land onder water. B Water raakt als energiebron niet op. Bron 3 De Itaipu-dam. MALMBERG 3

26 HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË 2p 10 Hoe kan concurrentie om de ruimte leiden tot een lagere voedselproductie in Brazilië? Zet de onderstaande antwoorden in de juiste volgorde. Noteer de letters. A De productie van soja en rietsuiker wordt steeds aantrekkelijker. B De productie van voedsel neemt af in verhouding tot de productie van soja en rietsuiker. C Door de toenemende vraag naar biobrandstoffen worden soja en rietsuiker steeds meer waard. D Steeds meer landbouwgrond wordt in gebruik genomen voor de productie van soja en rietsuiker. Bron 4 Percentage van de oorspronkelijke begroeiing dat nog over is in Brazilië. 2p 11 Bekijk bron 4. De oorspronkelijke begroeiing in delen van Brazilië verdwijnt door uitbreiding van landbouwgrond. Hoe noem je dit verschijnsel? MALMBERG 4

27 HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË 2p 12 Gebruik bron 4. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In het noorden van Brazilië is minder ontbossing, omdat daar minder landbouw is. II Je kunt met behulp van bron 4 de ruimtelijke ongelijkheid in Brazilië verklaren. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 1p 13 Bekijk bron 5. In welke stad waait het hard genoeg om windenergie op te wekken? A In Belém. B In Manaus. C In São Paulo. Bron 5 Geschikte plekken voor windenergie in Brazilië. Het moet tussen 5,0 m/s en 8,5 m/s waaien om windenergie op te kunnen wekken. MALMBERG 5

28 Toepassing 3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË 1p 14 Bekijk helemaal achterin je atlas de satellietfoto van de aarde bij nacht. Hoe zie je aan deze satellietfoto dat de welvaart niet gelijk verdeeld is over Brazilië? 2p 15 Bekijk in je atlas de kaart Zuid-Amerika - natuurkundig en vergelijk deze met de kaart Bodemaantasting van het kaartblad De aarde - milieu. In het oosten en zuidoosten van Brazilië is veel bodemaantasting door afstromend water. Geef hiervoor een menselijke én een natuurlijke oorzaak. Opdrachten over de casusparagrafen (alleen voor vmbo-gt) 2p 16 (gt) Het Amazonegebied wordt steeds meer gebruikt om energie te produceren. Noem twee voordelen en twee nadelen van de energieproductie in het Amazonegebied. 2p 17 (gt) Bekijk bron 6. Welke energiebronnen horen bij de letters A, B en C in de legenda te staan? Kies uit: grootschalige landbouw overig (mijnbouw, stuwdammen enz.) veebedrijven. Bron 6 Oorzaken van ontbossing in het Amazonegebied ( ). 1p 18 (gt) Het regenwoud van Brazilië is belangrijk voor de hele wereld. Welke uitleg is niet juist? A Bomen en planten nemen CO 2 op en zorgen daarmee voor vermindering van het versterkte broeikaseffect. B Een belangrijk deel van de zuurstof is afkomstig van het regenwoud. C In het regenwoud komen plantensoorten voor die gebruikt kunnen worden als medicijn. D Toeristen uit de hele wereld komen naar het Braziliaanse regenwoud voor hun gezondheid. MALMBERG 6

29 HOOFDSTUK 6 ENERGIE, MILIEU EN RUIMTE IN BRAZILIË 2p 19 (gt) Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Nederland draagt bij aan de ontbossing in Brazilië door import van producten als vlees en soja uit Brazilië. II Nederland draagt bij aan de ontbossing in Brazilië door import van elektriciteit die in waterkrachtcentrales is geproduceerd. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 2p 20 (gt) Brazilië heeft de keuze uit bijna alle energiebronnen om energie op te wekken. Welke energiebron is volgens jou het beste om te gebruiken? Geef twee argumenten voor je keuze. MALMBERG 7

30 HOOFDSTUK 7 GRENZEN EN IDENTITEIT IN JE EIGEN OMGEVING Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Wat is soevereiniteit? A Het koningshuis is in Nederland de baas. B Binnen Nederland mogen andere landen niet beslissen over wetten en regels. C De Nederlandse regering mag in Nederland belasting heffen. D Nederland mag geen migranten toelaten. 1p 2 Wat voor eigen identiteit hebben Molukkers en Antillianen? A Een eigen religieuze identiteit. B Een eigen etnische identiteit. C Een eigen regionale identiteit. D Een eigen Nederlandse identiteit. E Een eigen Europese identiteit. 1p 3 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Op grond van feiten over groepen mensen kunnen vooroordelen ontstaan. II Bij discriminatie of uitsluiting vindt iemand de groep waar hij zelf bij hoort beter. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 1p 4 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I De individualisering in Nederland neemt af, het gemeenschapsgevoel neemt toe. II Door de verstedelijking zijn de verschillen tussen stad en platteland toegenomen. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. MALMBERG 1

31 HOOFDSTUK 7 GRENZEN EN IDENTITEIT IN JE EIGEN OMGEVING 2p 5 In de tijd dat je grootouders jong waren, was er sprake van een sterke betrokkenheid bij de eigen woonomgeving. Geef daarvan twee voorbeelden. 1p 6 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Het soort woningen (huur of koop, prijsklasse, gezinswoningen of appartementen) bepaalt voor welke bevolkingsgroepen een wijk aantrekkelijk is. II Door maatregelen als veiligheid, hoeveelheid groen en voorzieningen heeft de gemeente invloed op de leefbaarheid van een wijk. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. Inzicht 2p 7 Gebruik bron 1. Vul de ontbrekende woorden in. Deze kaart gaat over A identiteiten op grond van B Mijn school staat in het gebied waar C wordt gesproken. MALMBERG 2

32 HOOFDSTUK 7 GRENZEN EN IDENTITEIT IN JE EIGEN OMGEVING Bron 1 Identiteiten in Nederland. 3p 8 Bekijk bron 2. Waarvan is de grens op deze foto een voorbeeld? Drie antwoorden zijn goed. A Van een gesloten grens. B Van een kunstmatige grens. C Van een natuurlijke grens. D Van een onzichtbare grens. E Van een open grens. F Van een zichtbare grens. MALMBERG 3

33 HOOFDSTUK 7 GRENZEN EN IDENTITEIT IN JE EIGEN OMGEVING Bron 2 Grens tussen Israëlisch en Palestijns grondgebied. 2p 9 Welke uitspraak (A-D) hoort bij welk begrip? Maak de juiste combinaties. A Brabanders zijn ook altijd te laat. B Het Nederlands elftal was natuurlijk het beste team. C Ik ben vrijwilliger bij een fietsproject voor allochtone vrouwen. D Ik kijk mijn buren meestal niet aan. I Chauvinisme II Insluiting III Stereotypering IV Uitsluiting 1p 10 Gebruik bron 3. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I De allochtonen in bron 3 voelen zich meer met de stad Amsterdam verbonden dan met hun eigen moederland. II De allochtonen in bron 3 voelen zich meer Nederlander dan Amsterdammer. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. MALMBERG 4

34 HOOFDSTUK 7 GRENZEN EN IDENTITEIT IN JE EIGEN OMGEVING Bron 3 Verbondenheid van allochtonen met Nederland en Amsterdam, per geboorteland. 1p 11 Bekijk bron 4. Neemt de ruimtelijke segregatie in Tilburg toe? Verklaar je antwoord Tilburg Noord 17,0 27,3 29,2 30,5 Tilburg West 12,3 18,4 21,4 23,6 Tilburg Oud-Noord 9,7 12,7 13,2 13,1 Bron 4 Percentage niet-westerse allochtonen in enkele stadsdelen in Tilburg ( ). Toepassing 3p 12 Bekijk in je atlas de kaart Nederland - grondgebruik. Geef met behulp van deze kaart een voorbeeld van de onderstaande soorten regio s. A Natuurlijke regio. B Economische regio. C Bestuurlijke regio. MALMBERG 5

35 HOOFDSTUK 7 GRENZEN EN IDENTITEIT IN JE EIGEN OMGEVING 2p 13 Bekijk in je atlas het kaartblad Nederland - multiculturele samenleving. Welke twee soorten identiteiten komen op dit kaartblad voor? 2p 14 Het burgerschapsgevoel neemt door allerlei veranderingen in de Nederlandse samenleving af. Noem twee soorten gevolgen van dit afnemende burgerschapsgevoel. MALMBERG 6

36 HOOFDSTUK 8 IDENTITEITEN IN BELGIË EN NEDERLAND Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 2p 1 Vul de ontbrekenden woorden in. Kies uit: autonome eenheids federale gedecentraliseerd. België heeft kenmerken van een A staat. Het land bestaat immers uit drie B gewesten met een grote mate van zelfstandigheid: Vlaanderen, Wallonië en tweetalig Brussel. Nederland is een echte C staat. Veel bestuurlijke taken zijn D... Dat wil zeggen dat die taken opgedragen zijn aan de gemeenten en provincies. 1p 2 Welk begrip hoort bij de volgende zin? In België willen Vlamingen en Walen ieder hun eigen taal erkend hebben. 2p 3 Bekijk bron 1. Kies telkens het juiste woord en zet die woorden in de goede volgorde op je antwoordblad. Het Fries is een Europese minderheidstaal. Uit bron 1 kun je aflezen dat het Fries vooral een schrijftaal / spreektaal is. Het aantal kinderen dat vaardig is in de Friese taal neemt af / toe. Daarmee neemt het aantal kinderen dat zich betrokken voelt bij de Friese identiteit af / toe. Bron 1 Het Fries is een Europese minderheidstaal. 1p 4 Wat is een faciliteitengemeente in België? MALMBERG 1

37 HOOFDSTUK 8 IDENTITEITEN IN BELGIË EN NEDERLAND 2p 5 Vul de ontbrekende begrippen in. Kies uit: Euregio s grenspendel nabuurschap ontgrenzen. Om grensregio s economisch te ontwikkelen worden A ingesteld, waardoor er een proces van B op gang komt. De samenwerking tussen de grensregio s neemt langzamerhand toe. Er is sprake van goed C, omdat de grenzen niet meer belemmeren. Mensen overschrijden dagelijks ongemerkt de grenzen om te werken, te winkelen en naar school te gaan. Dit heet ook wel D 1p 6 Gebruik bron 2. Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In Nederland is meer sprake van een religieuze identiteit dan in België. II In Nederland wonen in verhouding meer mensen die oorspronkelijk uit een islamitisch land afkomstig zijn dan in België. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. België Nederland Katholiek Protestant 1 6 Gereformeerd 0 4 Nederlands-hervormd 0 9 Moslim 4 6 Overigen 11 2 Geen Bron 2 Religies in België en Nederland. Inzicht 1p 7 Bekijk bron 3. In welke gebieden kun je in België deze bekladde borden tegenkomen? MALMBERG 2

38 HOOFDSTUK 8 IDENTITEITEN IN BELGIË EN NEDERLAND Bron 3 Beklad gemeentebord in België. 1p 8 Bekijk bron 4. Waar streven de mensen op deze foto naar? Twee antwoorden zijn goed. A Eén Belgische identiteit. B Een splitsing van België. C Een aparte status voor Brussel. D De Belgische eenheid. E Twee identiteiten in België. Bron 4 Demonstratie in België. 2p 9 Bekijk in je atlas van het kaartblad Europa - Europeanen de kaart Regionalisme. Welke conclusie kun je trekken op grond van deze kaart over regionalisme in België? Leg dat met je eigen woorden uit. MALMBERG 3

39 1p 10 Bekijk bron 5. Wat is de boodschap van deze demonstrant? 3 VMBO-KGT HOOFDSTUK 8 IDENTITEITEN IN BELGIË EN NEDERLAND Bron 5 Een Belgische demonstrant. 1p 11 Bekijk in je atlas van het kaartblad Europa - werken de kaart Industrie. Wat valt je op aan de werkgelegenheid in de Euregio Maas-Rijn, als je dit gebied vergelijkt met omliggende regio s? 1p 12 In de Euregio Scheldemond kan de samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische havens nog sterk verbeteren. Welke belangen zetten de havens nog te sterk voorop? Meer antwoorden zijn goed. A Regionale belangen. B Europese belangen. C Nationale belangen. D Mondiale belangen. Toepassing 2p 13 Noem één reden waarom het goed is dat de Europese Unie zich met regionale identiteit bemoeit en één reden waarom dat niet goed is. 2p 14 Euregio s hebben vaak ook culturele doelen. Toch zie je in deze Euregio s geen Europese identiteit ontstaan. Waarom helpen Euregio s niet bij de vorming van een Europese identiteit? MALMBERG 4

40 HOOFDSTUK 9 GRENZEN EN CONFLICTEN IN RUSLAND Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 2p 1 Vul de ontbrekenden woorden in. Kies uit: armoede communisten gelijk Russische Revolutie Sovjet-Unie tsaar. In 1917 vond de A plaats. De bevolking was de macht van de B beu en had genoeg van de grote ongelijkheid en C in het land. De D namen de macht over. In 1922 werd de E opgericht, een communistisch land waar iedereen F zou zijn. 1p 2 Welke twee delen van Rusland zijn het dichtst bevolkt? A Het noorden van Rusland. B Europees Rusland. C Aziatisch Rusland. D Het zuidwesten van Siberië. 2p 3 Maak juiste zinnen door de zinsdelen met elkaar te verbinden. Noteer de letter en het Romeins cijfer. A In Rusland is er sinds 1990 B De totale bevolkingsgroei is C Rusland heeft een samengestelde bevolking die bestaat uit ongeveer D Het hoge sterftecijfer wordt veroorzaakt door E Rusland is het grootste land ter wereld met I 160 verschillende etnische groepen. II 138 miljoen inwoners. III vanaf 1900 erg laag. IV de verslechtering van de leefomstandigheden. V sprake van bevolkingskrimp. 1p 4 Welk soort identiteit hoort bij het begrip russificatie? A Etnische identiteit: Rus of Georgiër. B Politieke identiteit: communist. C Religieuze identiteit: orthodox christelijk. MALMBERG 1

41 HOOFDSTUK 9 GRENZEN EN CONFLICTEN IN RUSLAND 1p 5 Welke omschrijving hoort bij separatisme? A Etnische groepen of nationaliteiten willen zich afscheiden en een eigen staat vormen. B Etnische groepen plegen aanslagen op metro s en theaters. C Groeiend racisme en groeiende vreemdelingenhaat, vooral gericht op etnische groepen. D Het onderdrukken van de identiteit van minderheden. 2p 6 Rusland wil invloed houden op het gebied ten zuiden van de Kaukasus. Welke belangen heeft de Russische Federatie? Vier antwoorden zijn goed. A Olie- en gastoevoer van de Kaspische Zee naar Europa. B De bergen van de Kaukasus zijn een schuilplaats voor terroristen. C Handelsbrug tussen Azië en Europa. D Grote afkeer van de Russen. E Geweld tegen de bevolking. F De rijkdom aan grondstoffen. G Corrupte regeringen. 1p 7 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I Vanaf 1917 werd in de Sovjet-Unie de russificatie in hoog tempo doorgevoerd. II In de Sovjet-Unie was alleen de communistische identiteit toegestaan. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. Inzicht 2p 8 Noem twee gevolgen van de territoriale conflicten in de Kaukasus. 2p 9 Waarom zijn er nog maar erg weinig Russen godsdienstig? MALMBERG 2

42 HOOFDSTUK 9 GRENZEN EN CONFLICTEN IN RUSLAND 1p 10 Lees onderstaande uitspraken en kies het juiste antwoord. I In gebieden waar meer etnische identiteiten bij elkaar wonen, ontstaan vaker conflicten. II Hoe verder van Moskou, hoe sterker de etnische identiteit aanwezig is. A Beide uitspraken zijn juist. B Alleen uitspraak I is juist. C Alleen uitspraak II is juist. D Beide uitspraken zijn onjuist. 2p 11 Gebruik bron 1. Hoe is de verhouding van de volgende gebieden met de Russen? Maak de juiste combinaties. A Tsjetsjenië B Dagestan C Noord-Ossetië I Toenemende spanningen tussen de inwoners en de Russen II Bondgenoot van de Russen III De spanningen met de Russen lijken af te nemen Bron 1 Aantal gewelddadige conflicten in de voormalige Sovjet-Unie in 2008, 2009 en MALMBERG 3

43 HOOFDSTUK 9 GRENZEN EN CONFLICTEN IN RUSLAND 1p 12 Wanneer spreek je over economische sancties die genomen worden bij een conflict? A Als de VN oproept tot een staakt-het-vuren. B Als buitenlandse troepen militair ingrijpen om het conflict te beëindigen. C Als de VN-troepen toezicht houden op het naleven van vredesafspraken. D Als er een handelsverbod ingesteld wordt naar een of meer landen die bij het conflict betrokken zijn. Toepassing 2p 13 Gebruik bron 2. De rechthoeken zijn de staten, de cirkels de volkeren. Leg uit waarom er bij grenzen vaak conflicten ontstaan. Bron 2 Staten en volkeren in de wereld. 2p 14 Bekijk in je atlas van het kaartblad Rusland en Centraal-Azië de kaart Energie. Verklaar met deze kaart waarom Rusland zijn invloed in de Kaukasus niet wil verliezen. 2p 15 Bekijk in je atlas van het kaartblad Rusland en Centraal-Azië de kaart Staten en volken. Verklaar waarom na 1990 aan de west- en zuidrand van Rusland nieuwe staten zijn ontstaan. MALMBERG 4

44 HOOFDSTUK 9 GRENZEN EN CONFLICTEN IN RUSLAND Opdrachten over de casusparagrafen (alleen voor vmbo-gt) 1p 16 (gt) Welke uitspraak is juist? A De poolcirkel ligt op 60 noorderbreedte. B Via de noordelijke doorvaart komen schepen vanuit de Atlantische Oceaan direct in de Indische Oceaan. C Maatschappelijke organisaties zijn overheidsorganisaties die zich inzetten voor een maatschappelijk belang. D Het zeerecht regelt het gebruik van de zeeën en oceanen. 3p 17 (gt) Bekijk bron 3. Noteer de juiste begrippen bij de cijfers 1, 2 en 3. Bron 3 Overgang tussen continent en oceaan. 1p 2p 18 (gt) Welke soorten gebieden in het noordpoolgebied kunnen niet door andere landen geclaimd worden? Meer antwoorden zijn goed. A Continentaal plat. B Exclusieve economische zone. C Gebieden met landijs. D Territoriale wateren. 19 (gt) Vind jij dat in het noordpoolgebied grondstoffen gewonnen mogen worden? Onderbouw je mening met ten minste twee argumenten. MALMBERG 5

Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad.

Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. HOOFDSTUK 1 ARME EN RIJKE NEDERLANDERS Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad. Kennis 1p 1 Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? De woon- en leefomstandigheden in een gebied. 2p 2

Nadere informatie

aardrijkskunde voor vmbo bovenbouw vmbo-kgt zakboek samenvattingen begrippen

aardrijkskunde voor vmbo bovenbouw vmbo-kgt zakboek samenvattingen begrippen aardrijkskunde voor vmbo bovenbouw 3 + 4 vmbo-kgt zakboek samenvattingen begrippen Inhoud 3 vmbo-kgt MODULE 1 Arm en rijk Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders 5 Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en

Nadere informatie

Nigeria. 1. Bevolking en welvaart in Nigeria 2. Voedselvoorziening in Nigeria 3. Nigeria in de wereldeconomie 4. Gezond in Nigeria

Nigeria. 1. Bevolking en welvaart in Nigeria 2. Voedselvoorziening in Nigeria 3. Nigeria in de wereldeconomie 4. Gezond in Nigeria Nigeria 1. Bevolking en welvaart in Nigeria 2. Voedselvoorziening in Nigeria 3. Nigeria in de wereldeconomie 4. Gezond in Nigeria Marèl Smit & Anne Jekel H3T3 1.Bevolking en welvaart in Nigeria Nigeria

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2003 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2003 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. OMGAAN MET NATUURLIJKE HULPBRONNEN figuur 1 De kringloop van het water A B LAND ZEE 2p 1 In figuur 1 staat de kringloop van het

Nadere informatie

1.7 Kwartet over de verschillende energiebronnen

1.7 Kwartet over de verschillende energiebronnen 2. 1. Lessuggesties Oriënterende en activiteiten op klasniveau 1.7 Kwartet over de verschillende energiebronnen Dit kwartet is een syntheseactiviteit. De meeste aspecten van energie die aan bod zijn gekomen,

Nadere informatie

Energie-case: Brazilië vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Energie-case: Brazilië vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/82628 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Oriëntatie. Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders. Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en Europa. Hoofdstuk 3 Arm en rijk in de VS en Nigeria

Oriëntatie. Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders. Hoofdstuk 2 Arm en rijk in Nederland en Europa. Hoofdstuk 3 Arm en rijk in de VS en Nigeria Studiewijzer MODULE 1 Arm en rijk Gedaan Score Oriëntatie 3 Hoofdstuk 1 Arme en rijke Nederlanders 1 Arm en rijk in je eigen woonplaats 2 Veranderingen in de wijk 3 Herinrichting van de wijk Adviestoets

Nadere informatie

een wereld apart Vanuit aardrijkskundige (= geografische) invalshoek

een wereld apart Vanuit aardrijkskundige (= geografische) invalshoek een wereld apart Vanuit aardrijkskundige (= geografische) invalshoek Wat is aardrijkskunde op zoek naar een verklaring voor de ruimtelijke verschijnselen aan het aardoppervlak. Beschrijvende vragen: bodem

Nadere informatie

H2: Europa, verenigd of versnipperd?

H2: Europa, verenigd of versnipperd? H2: Europa, verenigd of versnipperd? Klas 2 Geo Vragen 5 1. Europa is te herkennen aan een aantal natuurkenmerken. Noem er drie. 6 2. Het aantal inwoners verandert door natuurlijk bevolkingsgroei (geboorte

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

2 Landschapszones op aarde SO 1

2 Landschapszones op aarde SO 1 Aardrijkskunde 1 havo/vwo 2 Landschapszones op aarde SO 1 Deze toets bestaat uit tien vragen: open vragen en meerkeuzevragen. Ook zijn er vragen waarbij de atlas (Grote Bosatlas, editie 54) nodig is. Bij

Nadere informatie

Zuidoost Brazilië vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Zuidoost Brazilië vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/82629 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2004 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2004 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. OMGAAN MET NATUURLIJKE HULPBRONNEN figuur 1 De kringloop van het water R * ** ** ** ** ** ** ** * S ** * ** ** * P Q LAND ZEE T

Nadere informatie

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec)

Kernenergie. kernenergie01 (1 min, 22 sec) Kernenergie En dan is er nog de kernenergie! Kernenergie is energie opgewekt door kernreacties, de reacties waarbij atoomkernen zijn betrokken. In een kerncentrale splitst men uraniumkernen in kleinere

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-C Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit

Nadere informatie

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid

Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Leerkrachtinformatie Groep 8 - Les 4 Duurzaamheid Lesduur: 30 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten wat de gevolgen zijn van energie verbruik. De leerlingen weten wat duurzaamheid is. De leerlingen

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II LEEFBAARHEID EN ZORG IN STEDELIJKE EN LANDELIJKE GEBIEDEN figuur 2 Woningen in de vier grote steden naar eigendom per 1 januari 2000 in procenten Amsterdam Den Haag Rotterdam Utrecht X Y Z Nederland Het

Nadere informatie

Dat kan beter vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Dat kan beter vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 25 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/82623 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW. Groep 6, 7, 8

Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW. Groep 6, 7, 8 Lessuggesties energie Ter voorbereiding van GLOW Groep 6, 7, 8 Eindhoven, 8 september 2011 In het kort In deze lesbrief vind je een aantal uitgewerkte lessen waarvan je er één of meerdere kunt uitvoeren.

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 De gemeenschap van mijn overgrootvader vormt een van oudste minderheidsgroepen

Nadere informatie

1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld

1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld Hoofdstuk 3 Socio- economische verscheidenheid 1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld 1.1 De wereldblokken Noteer per reeks welk gemeenschappelijk thema je kan herkennen. REEKS 1 Thema:.. REEKS

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Zekerheden over een onzeker land

Zekerheden over een onzeker land Zekerheden over een onzeker land Parijs, 27 januari 2012 Paul Schnabel Universiteit Utrecht Demografische feiten 2012-2020 Bevolking 17 miljoen (plus 0,5 miljoen) Jonger dan 20 jaar 3,7 miljoen (min 0,2

Nadere informatie

Zwart Afrika. Oorspronkelijke bevolking: donkere huidskleur

Zwart Afrika. Oorspronkelijke bevolking: donkere huidskleur Zwart Afrika Wereldzone: ZWART-AFRIKA Vegetatie Zwart-Afrika Oorspronkelijke bevolking: donkere huidskleur Klimatogram Antalaha, Madagaskar Klimatogram Limpopo, Zuid-Afrika Zwart-Afrika (het gedeelte van

Nadere informatie

Les Biomassa. Werkblad

Les Biomassa. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Biomassa Werkblad Les Biomassa Werkblad Niet windenergie, niet zonne-energie maar biomassa is de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Meer dan 50%

Nadere informatie

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect

Les Koolstofkringloop en broeikaseffect LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Basisles Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Les Koolstofkringloop en broeikaseffect Werkblad Zonlicht dat de aarde bereikt, zorgt ervoor dat het aardoppervlak warm

Nadere informatie

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6

T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 T4 Oefen SED Geschiedenis Module 6 1. Bekijk bron 1. De titel van de onderstaande Russische cartoon is: De Amerikaanse stemmachine. De Verenigde Staten drukken op het knopje voor, dat naast het knopje

Nadere informatie

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat

GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Naam GROOT-BRITTANNIË en zeeklimaat Groot Brittannië Groot-Brittannië is Schotland, Engeland en Wales samen. Engeland is het grootst van Groot-Brittannië en Wales het kleinst. Engeland heeft meer dan 46

Nadere informatie

1. Ecologische voetafdruk

1. Ecologische voetafdruk 2 VW0 THEMA 7 MENS EN MILIEU EXTRA OPDRACHTEN 1. Ecologische voetafdruk In de basisstoffen heb je geleerd dat we voedsel, zuurstof, water, energie en grondstoffen uit ons milieu halen. Ook gebruiken we

Nadere informatie

Men gebruikt steeds meer windenergie in Nederland. Er wordt steeds meer windenergie gebruikt in Nederland.

Men gebruikt steeds meer windenergie in Nederland. Er wordt steeds meer windenergie gebruikt in Nederland. Herhalingsoefeningen De sprong, thema 8 Vocabulaire Oefening 1 Vul het goede woord in. Verander de vorm als dat nodig is. Kies uit: bewegen, bijdragen aan, biologisch, duurzaam, energiebronnen, energierekening,

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 dinsdag 29 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 dinsdag 29 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 dinsdag 29 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 61 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces

et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces H 2 et broeikaseffect een nuttig maar door de mens ontregeld natuurlijk proces Bij het ontstaan van de aarde, 4,6 miljard jaren geleden, was er geen atmosfeer. Enkele miljoenen jaren waren nodig voor de

Nadere informatie

Les Biomassa LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE. Werkblad. Les Biomassa Werkblad. Over biomassa. Generaties biobrandstoffen

Les Biomassa LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE. Werkblad. Les Biomassa Werkblad. Over biomassa. Generaties biobrandstoffen LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Biomassa Werkblad Les Biomassa Werkblad Niet windenergie, niet zonne- energie maar biomassa is de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Meer dan 50%

Nadere informatie

Basisles Energietransitie

Basisles Energietransitie LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Basisles Energietransitie Werkblad Basisles Energietransitie Werkblad 1 Wat is energietransitie? 2 Waarom is energietransitie nodig? 3 Leg in je eigen woorden uit wat het Energietransitiemodel

Nadere informatie

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265).

Vooraleer de leerlingen de teksten lezen, worden de belangrijkste tekststructuren overlopen (LB 265). 5.2.1 Lezen In het leerboek krijgen de leerlingen uiteenlopende teksten te lezen. Op die manier worden de verschillende tekstsoorten en tekststructuren nogmaals besproken. Het gaat om een herhaling van

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING kaarten 1 en 2 Spreiding allochtonen in Den Haag kaart 1 kaart 2 uit Indonesië totaal

Nadere informatie

Inhoudsopgave atlas. antwoorden met uitleg voorbeeldopgaven Aardrijkskunde. Wereldorientatie-pabo antwoord 1 van 12

Inhoudsopgave atlas. antwoorden met uitleg voorbeeldopgaven Aardrijkskunde. Wereldorientatie-pabo antwoord 1 van 12 antwoord 1 van 12 Inhoudsopgave atlas kaart 1 De Aarde Godsdiensten kaart 2 De Aarde Ziekenhuizen per land kaart 3 De Aarde Talen kaart 4 Azië Grote steden kaart 5 Azië Telefoons kaart 6 Amerika Auto's

Nadere informatie

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto

Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Elektrische auto stoot evenveel CO 2 uit als gewone auto Bron 1: Elektrische auto s zijn duur en helpen vooralsnog niets. Zet liever in op zuinige auto s, zegt Guus Kroes. 1. De elektrische auto is in

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen HAVO 2016 tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5

GEBIEDEN. 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 GEBIEDEN 4 havo 3 Stedelijke gebieden 4-5 Probleemwijken Groot aandeel sociale huurwoningen Slechte kwaliteit woonomgeving Afname aantal voorzieningen Toename asociaal gedrag Sociale en etnische spanningen

Nadere informatie

Nee, want de voorraden lopen juist terug in Indonesië.

Nee, want de voorraden lopen juist terug in Indonesië. Plusles Energiebronnen in Indonesië Module 2 Bronnen van energie Hoofdstuk 6 Energie, milieu en ruimte in Brazilië Indonesië is een groot eilandenrijk in Zuidoost-Azië. Het land bestaat uit meer dan 17.000

Nadere informatie

Les Kernenergie. Werkblad

Les Kernenergie. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Kernenergie Werkblad Les Kernenergie Werkblad Wat is kernenergie? Het Griekse woord atomos betekent ondeelbaar. Het woord atoom is hiervan afgeleid. Ooit dachten wetenschappers

Nadere informatie

Profit. Europa is een van s werelds meest welvarende regio s. en heeft een van de grootste interne markten. Deze

Profit. Europa is een van s werelds meest welvarende regio s. en heeft een van de grootste interne markten. Deze Profit Europa is een van s werelds meest welvarende regio s en heeft een van de grootste interne markten. Deze positie wordt echter bedreigd door de snelle opkomst van Azië, maar ook door het steeds groter

Nadere informatie

Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië

Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië Een overzicht van de hernieuwbare-energiesector in Roemenië Roemenië ligt geografisch gezien in het midden van Europa (het zuidoostelijk deel van Midden-Europa). Het land telt 21,5 miljoen inwoners en

Nadere informatie

Spreekbeurtinformatie Millenniumdoelen

Spreekbeurtinformatie Millenniumdoelen Spreekbeurtinformatie Millenniumdoelen Informatie voor basisschoolleerlingen uit groep 5 t/m 8 Wat kun je hier vinden? 1. Jouw spreekbeurt over de Millenniumdoelen 2. Waarom zijn er Millenniumdoelen 3.

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Examen HAVO 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt.

Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt. Grote klus van : Opdrachten : Je moet 5 verschillende opdrachten maken. Zorg dat je daarvoor in tenminste 3 verschillende werkplekken komt. Laat de opdrachten aftekenen door een juf. Je mag natuurlijk

Nadere informatie

.22. Hoe ziet een centrum eruit?

.22. Hoe ziet een centrum eruit? Hoe ziet een centrum eruit? Hoofdstuk 2 les 1 Wat ga je leren? In deze les leer je hoe een centrum eruitziet. Je leert ook hoe het komt dat sommige steden of plekken een centrum zijn geworden. Begrippen

Nadere informatie

DE ENERGIE[R]EVOLUTIE

DE ENERGIE[R]EVOLUTIE DE LEERLINGENHANDLEIDING VMBO Naam: Klas: Datum: Pagina 2 INLEIDING Mensen maken op grote schaal gebruik van fossiele brandstoffen: aardolie, aardgas en steenkool. Fossiele brandstoffen ontstaan uit resten

Nadere informatie

De hereniging van Duitsland

De hereniging van Duitsland De hereniging van Duitsland 9 november is voor onze oosterburen een bijzondere dag. Op die dag in 1989 viel namelijk de Berlijnse muur en die ingrijpende gebeurtenis wordt nog steeds elk jaar in het hele

Nadere informatie

Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen. Energiemonitor 2010

Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen. Energiemonitor 2010 Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen Energiemonitor 2010 Index 1. Inleiding 2. Populariteit energievormen 3. Bouwen tweede kerncentrale 4. Uitbreiding

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2003-I

Eindexamen aardrijkskunde havo 2003-I Politiek en ruimte Opgave 6 bron 9 In de periode 2000-2006 zal de Europese Unie financiële steun voor sociaal-economische ontwikkeling toekennen aan twee soorten regio s: de regio s met een ontwikkelingsachterstand

Nadere informatie

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen.

SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013. Staat en Natie. Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. SO 2 Tijdvak I AVONDMAVO 2012-2013 Staat en Natie Dit SO bestaat uit 37 vragen. 29 openvragen en 8 meerkeuze vragen. In de 17 e en de 18 e eeuw ontstond er in Europa een politieke en filosofische stroming,

Nadere informatie

Een beginners handleiding voor duurzame energie

Een beginners handleiding voor duurzame energie Een beginners handleiding voor duurzame energie Waarom leren over duurzame energie? Het antwoord is omdat: een schone energiebron is het niet begrensd wordt door geografische grenzen en geo-politiek INHOUD

Nadere informatie

Examen HAVO. Centraal Examen Havo Aardrijdskunde 2014 tijdvak 1 Opgaven www.uitwerkingensite.nl. aardrijkskunde

Examen HAVO. Centraal Examen Havo Aardrijdskunde 2014 tijdvak 1 Opgaven www.uitwerkingensite.nl. aardrijkskunde Centraal Examen Havo Aardrijdskunde 2014 tijdvak 1 Opgaven www.uitwerkingensite.nl Examen HAVO 2014 tijdvak 1 vrijdag 16 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote

Nadere informatie

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013 1 Beknopte samenvatting van de Inventaris duurzame energie in Vlaanderen 2013, Deel I: hernieuwbare energie, Vito, september 2014 1 Het aandeel hernieuwbare energie in 2013 bedraagt 5,9% Figuur 1 bio-elektriciteit

Nadere informatie

GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB53. 4 2 Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud 7 5 8 6 Algemene inhoud 9 7 10 8 10 9 10 11

GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB53. 4 2 Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud 7 5 8 6 Algemene inhoud 9 7 10 8 10 9 10 11 GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB53. 4 2 Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud 7 5 8 6 Algemene inhoud 9 7 10 8 10 9 10 11 Algemene inhoud Introductie Kaarten foto s en Satelliet

Nadere informatie

Windenergie in Utrecht

Windenergie in Utrecht Windenergie in Utrecht J.H. Fred Jansen Nationaal Kritisch Platform Windenergie (NKPW) www.nkpw.nl Conclusies Windenergie is geen noemenswaardig alternatief voor fossiele energie en levert geen noemenswaardige

Nadere informatie

Bedreigingen. Broeikaseffect

Bedreigingen. Broeikaseffect Bedreigingen Vroeger gebeurde het nogal eens dat de zee een gat in de duinen sloeg en het land overspoelde. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. De mensen hebben de duinen met behulp van helm goed vastgelegd

Nadere informatie

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN

Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Mondiale perspectieven voor energie, technologie en klimaatbeleid voor 2030 KERNPUNTEN Referentiescenario De WETO-studie (World Energy, Technology and climate policy Outlook 2030) bevat een referentiescenario

Nadere informatie

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2014

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2014 1 Beknopte samenvatting van de Inventaris hernieuwbare energiebronnen Vlaanderen 2005-2014, Vito, januari 2016 1 Het aandeel hernieuwbare energie in 2014 bedraagt 5,7 % Figuur 1 groene stroom uit bio-energie

Nadere informatie

Een dag zonder energie vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Een dag zonder energie vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 16 November 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/82620 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen VWO 2016 tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2010 - II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2010 - II Beoordelingsmodel Wereld Opgave 1 De global shift 1 maximumscore 2 aandeel van het totale handelsvolume 1 Het aandeel in het totale handelsvolume is (in Azië) toegenomen 1 2 maximumscore 1 Uit het antwoord

Nadere informatie

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2013 tijdvak 2 dinsdag 18 juni 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 67 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs 28 november 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de

Nadere informatie

100% groene energie. uit eigen land

100% groene energie. uit eigen land 100% groene energie uit eigen land Sepa green wil Nederland op een verantwoorde en transparante wijze van energie voorzien. Dit doen wij door gebruik te maken van duurzame energieopwekking van Nederlandse

Nadere informatie

richtlijnen de resultaten presenteren 3.5 De kandidaat kan aan de hand van gegeven richtlijnen sterke en zwakke punten van het

richtlijnen de resultaten presenteren 3.5 De kandidaat kan aan de hand van gegeven richtlijnen sterke en zwakke punten van het Aardrijkskunde, vmbo, Geografische F. Oorschot vaardigheden vmbo bovenbouw kern subkern Inhoud / Eindterm bb Eindterm kb Eindterm gt Eindterm Geografisch vaardigheden Geografisch onderzoek Stappenplan

Nadere informatie

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Persbericht PB13 062 1 oktober 2013 9:30 uur Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025 Tussen 2012 en 2025 groeit de bevolking van Nederland met rond 650 duizend tot 17,4 miljoen

Nadere informatie

Energie Rijk. Lesmap Leerlingen

Energie Rijk. Lesmap Leerlingen Energie Rijk Lesmap Leerlingen - augustus 2009 Inhoudstafel Inleiding! 3 Welkom bij Energie Rijk 3 Inhoudelijke Ondersteuning! 4 Informatiefiches 4 Windturbines-windenergie 5 Steenkoolcentrale 6 STEG centrale

Nadere informatie

In bovenstaande figuur staat de kringloop van het water weergegeven.

In bovenstaande figuur staat de kringloop van het water weergegeven. Omgaan met natuurlijke hulpbronnen figuur 1 De kringloop van het water 1 6 3 5 4 2 4 zee In bovenstaande figuur staat de kringloop van het water weergegeven. 1p 23 Bij welke cijfers in deze figuur is het

Nadere informatie

De Energiezuinige Wijk - De opdracht

De Energiezuinige Wijk - De opdracht De Energiezuinige Wijk De Energiezuinige Wijk De opdracht In deze opdracht ga je van alles leren over energie en energiegebruik in de wijk. Je gaat nadenken over hoe jouw wijk of een wijk er uit kan zien

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2008-I

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2008-I LET OP: De cursieve regel achter de vraagzin kan afhankelijk van de feitelijke vraag bijvoorbeeld vermelden: dat een verklaring een situatiebeschrijving en een algemene regel (= verklarend principe) moet

Nadere informatie

Eindtoets hoofdstuk 1

Eindtoets hoofdstuk 1 WERELDWIJS 1 VMBO-BK 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS EINDTOETS Eindtoets hoofdstuk 1 1 Hoe zoek je in de atlas? Noteer het juiste hulpmiddel. Kies uit: het namenregister de bladwijzer het zaakregister.

Nadere informatie

Groep 8 Basisles: Elektriciteit opwekken

Groep 8 Basisles: Elektriciteit opwekken Leerkrachtinformatie Lesduur: 35 tot 40 minuten Deze basisles kunt u op verschillende manieren organiseren: A. Klassikaal (35 minuten) U verzorgt en begeleidt de les. U gebruikt hierbij deze leerkrachtinformatie

Nadere informatie

Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto

Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto Nederlands-Duitse grensstreek Sociaal-economische foto 1 Rabobank Groep Duits-Nederlandse grensstreek Inhoudsopgave Demografie Dynamiek, groen-grijs, beroepsbevolking, inkomen, migratie Werkgelegenheid

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II Politiek en Ruimte bron 10 Aandeel van de lidstaten in de handel van de Europese Unie in procenten, 1998 30 % 25 20 22 25 Legenda: invoer uitvoer 15 10 8 8 15 15 10 11 9 9 15 12 5 0 6 5 2 2 1 0 België

Nadere informatie

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS Dit onderzoek bestaat uit 40 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad. Meerkeuze antwoorden worden

Nadere informatie

Les 14 Bevolkingsspreiding in Europa

Les 14 Bevolkingsspreiding in Europa 5. Stedelijke landschappen 1 2e jaar aardrijkskunde Les 14 Bevolkingsspreiding in Europa Hoe onderzoek ik de bevolkingsspreiding? (gebaseerd op Geogenie2) Positieve factoren Verklaart de hoge bevolkingsdichtheid

Nadere informatie

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES DE BOSATLAS VAN HET VOEDSEL VRAGENSET ANTWOORDMODEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES I. Voeding en welvaart 1. De Human Development Index (HDI) geeft aan hoe welvarend een land is. Vergelijk de HDI met de andere

Nadere informatie

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe  Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012 Vergrijzing in Fryslân fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe In Fryslân wonen op 1 januari 2011 647.282 inwoners. De Friese bevolking groeit nog jaarlijks. Sinds 2000 is het aantal inwoners toegenomen

Nadere informatie

Eindterm 1 de woon- en leefsituatie in buurten en wijken van Nederlandse steden en dorpen beschrijven en vergelijken. In dat verband kan hij/zij

Eindterm 1 de woon- en leefsituatie in buurten en wijken van Nederlandse steden en dorpen beschrijven en vergelijken. In dat verband kan hij/zij Explicitering bij de eindtermen aardrijkskunde Van toepassing bij centraal examen 2006 Leefbaarheid en zorg in stedelijke en landelijke gebieden KB en GL/TL De kandidaat kan Eindterm 1 de woon- en leefsituatie

Nadere informatie

Instructie: Wat weet je van de landen van de EU?

Instructie: Wat weet je van de landen van de EU? Instructie: Wat weet je van de landen van de EU? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen gaan in tweetallen aan de slag en krijgen een werkblad. Welk land hoort bij de omschrijving? Elke lidstaat van

Nadere informatie

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les.

Overzicht lessenserie Energietransitie. Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 1 Lessen Energietransitie - Thema s en onderwerpen per les. 2 Colofon Dit is een uitgave van Quintel Intelligence in samenwerking met GasTerra en Uitleg & Tekst Meer informatie Kijk voor meer informatie

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz)

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Lees ter voorbereiding de volgende teksten en bekijk de vragen en antwoorden van de quiz. De juiste antwoorden zijn vetgedrukt. Wat wil en doet

Nadere informatie

DE ENERGIE[R]EVOLUTIE

DE ENERGIE[R]EVOLUTIE DE LEERLINGENHANDLEIDING HAVO/VWO Naam: Klas: Datum: Pagina 2 INLEIDING De mens maakt op grote schaal gebruik van fossiele brandstoffen. Dit zijn bijvoorbeeld aardolie, aardgas en steenkool. Fossiele brandstoffen

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Flipping the classroom

Flipping the classroom In dit projectje krijg je geen les, maar GEEF je zelf les. De leerkracht zal jullie natuurlijk ondersteunen. Dit zelf les noemen we: Flipping the classroom 2 Hoe gaan we te werk? 1. Je krijgt of kiest

Nadere informatie

HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL. Bernd Roemmelt / Greenpeace

HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL. Bernd Roemmelt / Greenpeace HET KLIMAAT EN DE NOORDPOOL Bernd Roemmelt / Greenpeace 2. NOORDPOOL OPDRACHT 1 Bekijk het filmpje: 1. Welke landen liggen rondom de Noordpool? 2. In welke zee ligt de Noordpool? Bernd Roemmelt / Greenpeace

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen HAVO 2016 tijdvak 2 donderdag 23 juni 13:30-16:30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

MINDER ARMOEDE MILLENNIUMDOEL 1. Beantwoord de volgende vragen en gebruik daarbij de kaart MINDER ARMOEDE.

MINDER ARMOEDE MILLENNIUMDOEL 1. Beantwoord de volgende vragen en gebruik daarbij de kaart MINDER ARMOEDE. MILLENNIUMDOEL 1 MINDER ARMOEDE kaart MINDER ARMOEDE. 1. Wat betekent de extreme armoedegrens? 2. In welk werelddeel liggen de meeste landen waar mensen onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag leven?

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2008-II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2008-II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Migratie en vervoer Opgave 1 Segregatie en integratie 1 maximumscore 2 Uit de beschrijving moet blijken dat: op nationale schaal er een concentratie in het westen

Nadere informatie

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect.

Begrippen. Broeikasgas Gas in de atmosfeer dat de warmte van de aarde vasthoudt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect. LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Informatieblad Begrippen Biobrandstof Brandstof die gemaakt wordt van biomassa. Als planten groeien, nemen ze CO 2 uit de lucht op. Bij verbranding van de biobrandstof komt

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2004-I

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Politiek en ruimte Opgave 1 1 separatisme 2 Voorbeelden van juiste terreinen zijn: cultuur onderwijs per juist terrein 1 3 Juiste bevolkingskenmerken verwijzen naar: de sociaal-economische

Nadere informatie

Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting

Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting Intersteno Ghent 2013- Correspondence and summary reporting DUTCH Wedstrijd Correspondentie en notuleren De wedstrijdtekst bevindt zich in de derde kolom van de lettergrepentabel in art. 19.1 van het Intersteno

Nadere informatie

AARDRIJKSKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

AARDRIJKSKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 AARDRIJKSKUNDE VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie