nederlands voor de onderbouw antwoordenboek 2 havo/vwo

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "nederlands voor de onderbouw antwoordenboek 2 havo/vwo"

Transcriptie

1 nederlands voor de onderbouw antwoordenboek 2 havo/vwo

2 nederlands voor de onderbouw antwoordenboek 2 havo/vwo ERNA MULDER POLLY DEN TENTER TAEDE DE BOER JOOP DIRKSEN JOS VAN SON Malmberg, 's-hertogenbosch Eerste druk

3 COLOFON Ontwerp en vormgeving: Uitgeverij Malmberg Ontwerp omslag: Buro de Kuijper grafisch ontwerp ISBN Eerste druk, eerste oplage, 2009 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet 1912 j het Besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij het Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471, en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. Malmberg, s-hertogenbosch Ondanks vele inspanningen is het de uitgever misschien niet gelukt alle rechthebbenden te achterhalen. Wie denkt rechthebbende te zijn, kan zich wenden tot de uitgever.

4 INHOUD HOOFDSTUK fictie grammatica spelling lezen schrijven spreken, kijken, luisteren woorden informatie gedicht taalonderzoek test jezelf HOOFDSTUK fictie grammatica spelling lezen schrijven spreken, kijken, luisteren woorden informatie gedicht taalonderzoek test jezelf HOOFDSTUK fictie grammatica spelling lezen schrijven spreken, kijken, luisteren woorden informatie gedicht taalonderzoek test jezelf HOOFDSTUK fictie grammatica spelling lezen schrijven spreken, kijken, luisteren woorden informatie gedicht taalonderzoek test jezelf HOOFDSTUK fictie grammatica spelling lezen schrijven spreken, kijken, luisteren woorden informatie gedicht taalonderzoek test jezelf HOOFDSTUK fictie grammatica spelling lezen schrijven spreken, kijken, luisteren woorden informatie gedicht taalonderzoek test jezelf PROJECT De kat op het spek binden... 68

5 HOOFDSTUK fictie OPDRACHT 1 (HERHALING) Bijvoorbeeld: a Littekens. b De hoofdpersoon van dat boek was Margriet, een geadopteerd meisje dat op school niet zo goed mee kon komen, en gekweld werd door pijnen én door nachtmerries. In haar jeugd had ze akelige dingen meegemaakt, en ze voelde zich schuldig over dat verleden. c Ik vond haar een aardige hoofdpersoon: ze was dapper en vriendelijk. d Het verhaalprobleem was haar afkomst en haar gezondheid, die door ervaringen in haar jeugd slecht was. e Je zag dat Margriet met problemen zat. De vraag was met wat voor problemen en hoe ze daarmee om zou gaan. Spannend dus. OPDRACHT 2 a Hij heeft een vader, die Deur genoemd wordt, en een klein broertje, Bobo van zes. Over een moeder wordt niet gesproken. Blijkbaar is het huishouden thuis niet zo goed georganiseerd: Bobo is bang dat er thuis niets te eten zal zijn, en de hoofdpersoon denkt dat dat weleens waar zou kunnen zijn. Hij steelt een mobieltje uit de Megamarkt terwijl hij zijn broertje juist verbiedt om iets te stelen. b Hij is oneerlijk, want hij steelt. Hij is bezorgd voor zijn broertje en heeft een rare gewoonte: hij wil niemand aanraken of door iemand aangeraakt worden. c Bijvoorbeeld: Ik vind hem niet zo aardig omdat hij steelt, maar wel aardig is dat hij zo zorgzaam is voor zijn broertje. d Bijvoorbeeld: Nu de jongen gearresteerd is, zal hij wel naar de gevangenis moeten en in de problemen raken. OPDRACHT 3 a door te letten op hoe hij eruitziet; door wat hij doet en zegt; door zijn gedachten, fantasieën en gevoelens b Bobo is een bijpersoon, want je leest zijn gedachten niet. c Bobo is zes jaar. Hij weegt weinig, is klein en mager. Hij wil eten stelen omdat hij denkt dat er thuis anders niets te eten is. OPDRACHT 4 a door zijn woordkeus en zijn beschrijving van het gedrag van de jongen, wat hij denkt en wat hij zegt: Maarten doet minachtend naar zijn moeder; hij heeft haar aan het huilen gemaakt, hij scheldt haar uit; hij trekt zich niets van haar aan b Bijvoorbeeld: Ik vind hem dus onsympathiek. c B OPDRACHT 5 a Bijvoorbeeld: Het thema of verhaalprobleem is het probleem waar het in het verhaal om draait. b Je kunt het in een of enkele woorden omschrijven, je kunt het als vraag formuleren, of je kunt het in een volledige zin weergeven. c Spanning is de nieuwsgierigheid naar de antwoorden op de vragen die het verhaal bij je oproept of die spontaan bij je opkomen. d De schrijver kan de spanning verhogen door ervoor te zorgen dat jij meer of juist minder weet dan de hoofdpersoon. HOOFDSTUK 1 1 FICTIE 4

6 e f g Een cliffhanger is een extra spannende situatie aan het einde van een hoofdstuk of een soapaflevering. Bijvoorbeeld: een auto rijdt met hoge snelheid op een afgrond af, en juist voordat duidelijk wordt of hij nog kan remmen of niet, is het hoofdstuk afgelopen of eindigt de aflevering van de soapserie. De hoofdpersoon wil een mobieltje stelen uit een warenhuis en wordt daarbij betrapt, achtervolgd en uiteindelijk gearresteerd. Bijvoorbeeld: Waarom steelt die jongen dat mobieltje? Wat gaat er verder met hem gebeuren? Hoe gaat het verder met Bobo? Wat is er met die vader, die Deur, aan de hand? OPDRACHT 6 a Het blijkt dat de hoofdpersoon steelt op afspraak met het warenhuis, in ruil voor etenswaren. Hij is dus niet echt een winkeldief. b Bijvoorbeeld: Ja, nu vind ik hem helemaal sympathiek. Dat stelen vond ik namelijk maar niks. c Een jongen raakt zijn broertje kwijt als hij net doet alsof hij steelt, om aan eten te komen. d Bijvoorbeeld: het eerste fragment, met de diefstal en de achtervolging e Bijvoorbeeld: Over die Deur is me nog veel niet duidelijk. f Zweven betekent voor de jongen dat niemand hem mag aanraken; hij krijgt een strafpunt voor elk lichamelijk contact. Alleen zijn jonge broertje valt daarbuiten. g Hij speelt het omdat hij altijd verdrietig wordt als iemand hem aanraakt; hij zegt dat hij al genoeg verdriet heeft gehad, en hij wil dat niet meer. OPDRACHT 7 eigen antwoord 1.2 grammatica OPDRACHT 1 (HERHALING) a In het ondiepe water zwommen verscheidene vissen. VZ LW BN ZN WW TW ZN b Ze waren zilverachtig van kleur. WW BN VZ ZN c Door de beweging van de lange staarten ontstonden rimpelingen. VZ LW ZN VZ LW BN ZN WW ZN d De reiger had lang bij de sloot gestaan. LW ZN WW VZ LW ZN WW e Plotseling had hij één guppy in zijn snavel. WW TW ZN VZ ZN f Je zag het visje door zijn lange nek glijden. WW LW ZN VZ BN ZN WW OPDRACHT 2 (HERHALING) a Deze verkoper komt u helpen. AV PSV b Ze zijn hun spullen vergeten. PSV BZV c Het heeft mij geërgerd. PSV PSV d Ik vertelde dat grapje aan jullie vrienden. PSV AV BZV e Welke opmerking maakte ze? VRV PSV HOOFDSTUK 1 2 GRAMMATICA 5

7 f Wat voor nieuws staat op die site van haar? VRV AV PSV OPDRACHT 3 (HERHALING) a Regelmatig gingen ze naar een fitnesscentrum voor een flinke training. BW LW ZN LW BN ZN b Misschien eten ze vandaag wel goed. BW BW BW BW c De belangrijkste kranten besteden aandacht aan een gezonde levensstijl. LW BN ZN ZN LW BN ZN d Veel voedsel heeft een heel speciale behandeling ondergaan. ZN LW BW BN ZN e Soms reageren consumenten slecht op conserveringsmiddelen. BW ZN BW ZN f Hoe komt dat toch? BW BW OPDRACHT 4 (HERHALING) a Tijdens de vakantie sliepen ze onder de blote hemel. VZ LW ZN WW PSV VZ LW BN ZN b Deze motoren hebben een afstand van 500 kilometer op één tank afgelegd. AV ZN WW LW ZN VZ TW ZN VZ TW ZN WW c De tijd tussen aankomst en vertrek was kort. LW ZN VZ ZN ZN WW BN d Matilda vond juffrouw Bulstronk een vreselijk vervelende directrice. ZN WW ZN ZN LW BW BN ZN e Wie heeft dat boek van Roald Dahl ook gelezen? VRV WW AV ZN VZ ZN ZN BW WW OPDRACHT 5 (HERHALING) c had opgeruimd; v.v.t. a sloeg; o.v.t. e is geboren; v.t.t. b gaan; o.t.t. f hebben genoemd; v.t.t. d heeft; o.t.t. g kan zien; o.t.t. h werd gevoed; o.v.t. OPDRACHT 6 (HERHALING) a De motorrijder krijgt een bekeuring. b Hij had 30 kilometer te hard gereden. c De politie hield hem een tijdje in de gaten. d Hij heeft al voor de derde keer een bon gekregen. e De agent waarschuwt hem nog een keer. f De motorrijder lachte de agent uit. OPDRACHT 7 (HERHALING) a WG O LV Bij dat spelletje / gooide / ze / steeds / een zes. b WG O Overal / slingeren / spullen van jullie. c WG O LV WG Heb / jij / de vuilniszakken / buiten / gezet? d WG O Op het rekenmachientje / verschijnen / de uitkomsten van de moeilijkste sommen. HOOFDSTUK 1 2 GRAMMATICA 6

8 e O WG LV WG De monteur / trok / vol verbazing / zijn wenkbrauwen / op. f WG O LV WG Steeds vaker / gaan / leerlingen / contactlenzen / dragen. OPDRACHT 8 (HERHALING) a BWB WG O LV BWB Van het fietsen / kreeg / Marjon / een gezonde blos / op de wangen. b O WG MV BWB LV Die overtreding / kostte / hem / helaas / zijn rijbewijs. c BWB WG O Aan een touw voor het raam / bungelden / allerlei schelpen. d WG O MV LV WG Kun / je / me / je mailadres / sturen? e BWB WG O BWB Over een prachtig aangelegd parcours / skeelerden / ze / naar Zuiderwoude. f O WG MV BWB LV WG Proefwerken / kunnen / jullie / soms / slapeloze nachten / bezorgen. OPDRACHT 9 a Een wederkerend werkwoord herken je aan het woord zich in de infinitief. b me: PSV, WKV je: PSV, BZV, WKV ons: PSV, BZV, WKV c Het wederkerend voornaamwoord hoort bij het werkwoordelijk gezegde. OPDRACHT 10 a O WG WG Jullie / verslikten / je. b O WG WG BWB WG Jij / stelde / je / verschrikkelijk / aan. c BWB WG O WG BWB Tijdens die rondleiding / gedroegen / we / ons / keurig. d O WG WG LV WG Optimistische mensen / stellen / zich / een ideale wereld / voor. e O WG WG BWB WG Iedereen / heeft / zich / buitengewoon / ingespannen. OPDRACHT 11 a WG O LV BWB WG Hebt / u / alles / al / geregeld? b BWB WG O WG Voor morgen / worden / regen en hagel / voorspeld. c O WG WG BWB WG De kinderen / hadden / zich / enorm / vergist. d O WG MV LV De ober / overhandigde / de directeur / de rekening. e BWB WG O WG WG Eigenlijk / zou / de regering van dat land / zich / moeten schamen. f BWB WG O WG BWB Na enig nadenken / bedacht / hij / zich / toch. HOOFDSTUK 1 2 GRAMMATICA 7

9 OPDRACHT 12 a de een en de ander b van de een en van de ander c Twee of meer zelfstandige naamwoorden doen hetzelfde bij elkaar. OPDRACHT 13 a Gelukkig heb je je bedacht! PSV WKV b Hebben jullie elkaar al gedag gezegd? PSV WGV c Ik heb me vanmorgen voor het eerst geschoren. PSV WKV d Het publiek haastte zich naar de schouwburg. WKV e Veel mensen zien jullie als toekomstige artsen en advocaten. PSV f Ja hoor, je hebt je weer verslapen! PSV WKV g We bekeken elkaars werk. PSV WGV OPDRACHT 14 a Jan heeft zijn studieboeken vandaag nog niet aangeraakt. ZN WW BZV ZN BW BW BW WW b Wie gaat zich bezighouden met de voorbereiding van het project? VRV WW WKV WW VZ LW ZN VZ LW ZN c De huidige situatie is heel gunstig. LW BN ZN WW BW BN d Wat voor rotzooi ligt daar? VRV ZN WW BW e Die pet staat je goed. AV ZN WW PSV BW f U mag het aan uw man vertellen. PSV WW PSV VZ BZV ZN WW g Na afloop van de wedstrijd ruilen de voetballers hun shirts met elkaar. VZ ZN VZ LW ZN WW LW ZN BZV ZN VZ WGV h De eerste totale zonsverduistering zien de mensen in Nederland pas in LW TW BN ZN WW LW ZN VZ ZN BW VZ TW 1.3 spelling OPDRACHT 1 (HERHALING) a geef b Strandt c verhuist d Struikel OPDRACHT 2 (HERHALING) a Speelt de acteur zijn rol met veel enthousiasme? Het woord speelt staat vooraan in de zin en is dus PV. De acteur speelde zijn rol met veel enthousiasme. Het woord speelt verandert van tijd en is dus PV. HOOFDSTUK 1 3 SPELLING 8

10 b ik-vorm c als ik het onderwerp is als je of jij achter de persoonsvorm staat als het gebiedende wijs is d als het hele werkwoord (de infinitief) OPDRACHT 3 (HERHALING) a laad ik-vorm b vraagt hij-vorm c is hij-vorm d heb ik-vorm e antwoordt hij-vorm f blaas ik-vorm g racet hij-vorm h vecht ik-vorm of hij-vorm OPDRACHT 4 (HERHALING) a De ik-vorm eindigt bij d-werkwoorden op een -d, dus de hij-vorm schrijf je met -dt. b ik-vorm hij-vorm verbranden ik verbrand hij verbrandt vinden ik vind hij vindt glijden ik glijd hij glijdt bekladden ik beklad hij bekladt verblijden ik verblijd hij verblijdt kleden ik kleed hij kleedt OPDRACHT 5 (HERHALING) a 1 Verveel 2 Verveelt b De persoonsvormen in zin 1 en 2 verschillen omdat je in zin 1 het onderwerp je kunt veranderen in jij. Dan schrijf je de ik-vorm. In zin 2 is het onderwerp je vriendin. Je schrijft dan de hij-vorm. OPDRACHT 6 (HERHALING) a landt b verbergt c komen d Raad e bedient f schudt g besteedt h Verberg i overtreedt j maait k stofzuigt l houden OPDRACHT 7 (HERHALING) a Wat je afspreekt, moet je zelf weten. b We zien dat je hem goed behandelt. c Krijg je meer dan je toekomt? d Mohamed geeft hem het antwoord dat hij verwacht. e Wij vermoeden dat Max het verhaal verandert. HOOFDSTUK 1 3 SPELLING 9

11 OPDRACHT 8 (HERHALING) a s Avonds drinken we een colaatje op het terras van café Noorderlicht aan de Emmastraat. b Op het Martinuscollege krijgt mevrouw Van Haperen een paasei als ontbijt. OPDRACHT 9 eigen antwoord OPDRACHT 10 a Jan Jaap Bergman b Esra ter Beek c Farid El Azzouzi d mevrouw I. van Berkel-de Jager e de heer Van Vrijberghe de Coningh OPDRACHT 11 a Namen afgeleid van feestdagen schrijf je niet met een hoofdletter. b Merknamen die een gewoon zelfstandig naamwoord zijn geworden, krijgen geen hoofdletter. c In het eerste deel van een citaat schrijf je wel een hoofdletter. OPDRACHT 12 Susanne Alt Quartet Gezien haar achternaam kan het geen toeval zijn dat Susanne Alt momenteel furore maakt als altsaxofoniste. Geboren op 25 april 1978 te Würzburg in Duitsland, een plaatsje ten noorden van de deelstaat Beieren, verhuisde Alt naar de Schiekade in Rotterdam. Volgens het Brabants Dagblad valt de soul en de drive in het spel van de Duitse op. Niet voor niets noemt ze Maceo Parker, koning van de funk, als grote voorbeeld. Susanne Alt zou weleens dé verrassing van Jazz in Duketown 2008 kunnen worden. Alt stelt enthousiast: Voor mij is dit optreden het hoogtepunt van het jaar. 1.4 lezen OPDRACHT 1 (HERHALING) a Een leesstrategie is de manier van lezen die je gebruikt om een tekst door te nemen. b Je hebt vier leesstrategieën geleerd in deel 1: verkennend lezen, zoekend lezen, nauwkeurig lezen, studerend lezen. c/d leesstrategie leesdoel voorbeeld verkennend lezen Je wilt weten met wat voor tekst je te maken hebt en of de tekst bruikbaar is. (Elke tekst lees je eerst verkennend.) achterflap van een leesboek, een krantenartikel zoekend lezen Je bent op zoek naar het woordenboek, internettekst antwoord op een vraag. nauwkeurig lezen Je wilt de tekst begrijpen. leesboek, schoolboektekst studerend lezen Je wilt de tekst begrijpen én schoolboektekst leren. e Waar gaat de tekst over? f Een deelonderwerp is een stukje van het onderwerp dat behandeld wordt in een alinea of in een groep alinea s. g ja h Wat zegt de schrijver over het onderwerp? i B, E, F HOOFDSTUK 1 4 LEZEN 10

12 j k l Een alinea is een groep zinnen die bij elkaar horen, omdat ze samen een stukje van het onderwerp (een deelonderwerp) behandelen. Langere teksten hebben alinea s; korte teksten, zoals een sms je of een korte , niet. De kernzin is de belangrijkste zin, de hoofdmededeling, van een alinea. De andere zinnen van de alinea geven uitleg over de kernzin. OPDRACHT 2 (HERHALING) a Als je in een tekst een moeilijk woord tegenkomt, dan stop je niet met lezen. Je vraagt je eerst eens af of dat moeilijke woord belangrijk is. Is dat zo, dan kijk je of de schrijver het woord uitlegt. Doet hij dat niet, dán pas zoek je het woord op of vraag je de betekenis aan iemand. b A c tekstverband signaalwoord voorbeeld tegenstellend maar, toch, echter Dat is niet zwart, maar wit. uitleggend/voorbeeldgevend voorbeeld, bijvoorbeeld, ter illustratie Een voorbeeld van een signaalwoord is ter illustratie. vergelijkend net zo als, zoals, evenals Youssef is net zo groot als Joris. opsommend en, bovendien, ook Het is prima weer buiten. De zon schijnt. Bovendien staat er nauwelijks wind. d e eigen antwoord OPDRACHT 3 a Tekst 1 is een krantenartikel. b Bijvoorbeeld: de vetgedrukte eerste alinea, de titel, de afbeelding, de kolommen, de tussenkoppen c het Eindhovens Dagblad d B e Bijvoorbeeld: bedels; bedelarmbanden OPDRACHT 4 a C b maar c tegenstellend tekstverband d hype = iets wat heel erg in de mode is, wat het publiek heel belangrijk vindt e exclusief = zeer chic, niet overal verkrijgbaar f collectie = de verzameling artikelen die een winkelier verkoopt OPDRACHT 5 a het woord hype (r. 4) b Elke tiener laat zien wie hij is. c Op internet zijn er ondertussen heel veel bedelverkopers. d 1 Nederland, Duitsland en België 2 de Verenigde Staten, Canada en Australië e en f Het principe van een bedelarmband is simpel. g segment = deel; onderdeel, stukje h bijvoorbeeld i De laatste zin van alinea VII is een voorbeeld bij de vorige zin, waarin staat dat de bedels niet zonder meer uitwisselbaar zijn. HOOFDSTUK 1 4 LEZEN 11

13 OPDRACHT 6 a iets is een gat in de markt = een artikel waar de koper behoefte aan heeft, maar dat nog niet (veel) verkocht wordt b De bedels zijn volgens Assmann zo populair omdat ze in verschillende prijzen te verkrijgen zijn. c A d Dat doet hij om aan te geven dat er naast goedkopere bedelarmbanden ook heel dure samen te stellen zijn. OPDRACHT 7 a B b iets is met het blote oog te zien = iets is zonder al te veel moeite te ontdekken; je ziet het meteen c A d bijvoorbeeld e B f A OPDRACHT 8 a B b Degene die een bedelarmband wilde bekijken, moest daarvoor geld geven. Dat werd 'bedelen' genoemd. OPDRACHT 9 a A b Dat kun je zien aan de manier waarop de tekst is opgebouwd. Bijvoorbeeld: de adressering, de plaats/datumvermelding, de aanhef Geachte, de ondertekening. c Het onderwerp is: retourzending n.a.v. klacht. d Je kunt het onderwerp direct herkennen aan de Betreft-regel. e H.M. Armanda is de schrijver van de tekst. f B g De vermelding Bijlage geeft aan dat er iets met de brief wordt meegestuurd. h B i Armanda is ontevreden over wat hij ontvangen heeft en stuurt de bestelling daarom terug. OPDRACHT 10 a n.a.v. = naar aanleiding van b In s staat vaak Onderwerp in plaats van Betreft. c Hij schrijft Geachte mevrouw, geachte heer, en niet bijvoorbeeld Geachte heer Jorritsma of Geachte mevrouw Janssen. d opbouw van tekst 2 alinea s inleiding I kern II, III, IV, V slot VI OPDRACHT 11 a In alinea I, de inleiding, schrijft hij dat hij vier klachten heeft. Die klachten behandelt hij in de vier volgende alinea s. b alinea deelonderwerp II nepzilver III niet geleverde bedels IV bruikbaarheid bedels V prijs HOOFDSTUK 1 4 LEZEN 12

14 c B d Bovendien (begin alinea III), Verder (begin alinea IV), Ten slotte (begin alinea V) e maar (eerste regel alinea VI) f Ik wilde een goed cadeau hebben voor mijn zus. Datgene wat ik gekocht heb, is nep. OPDRACHT 12 eigen antwoord 1.5 schrijven OPDRACHT 1 (HERHALING) stap wat te doen hoe te doen Stap 1: oriënteren Vier vragen stellen aan jezelf: Antwoorden geven op de vragen Tekstvorm? Onderwerp? Tekstdoel? Voor welk publiek? Stap 2: voorbereiden Stap 3: uitvoeren Stap 4: nakijken Stap 5: herschrijven Info verzamelen Info ordenen Eerste versie schrijven: Inleiding schrijven Kern schrijven Slot schrijven Twee keer herlezen: 1 Letten op inhoud en opbouw 2 Letten op taalgebruik Laatste versie maken 5W + 1H-vragen (of:) Trefwoorden onder elkaar noteren (of:) Mening + argumenten kort opschrijven Info in logische volgorde zetten Duidelijk maken wat onderwerp is (of:) Mening geven Binnenkomer gebruiken (vraag of verhaaltje) Alinea s met kernzin + toelichting Teruggrijpen naar het begin (of:) Conclusie trekken Afsluiten met uitsmijter Verbeteringen noteren in kladversie Pen: verbeterde versie in het net schrijven PC: stap 4 en 5 combineren OPDRACHT 2 a plaats- en datumaanduiding, aanhef, inhoud, afsluiting b aanhef: Beste Karin, Geachte mevrouw Ferwerda afsluiting: Groetjes, Hoogachtend c geadresseerde: naam en adres handtekening afzender: je naam en adres d In een persoonlijke brief is het belangrijk dat je alinea s maakt, zeker als hij wat langer is. In een zakelijke brief móét je alinea s maken en tussen de alinea s een regel overslaan. e f ja g De bestelde bedels deugen niet. h Er zijn vier kritiekpunten. Je krijgt een duidelijke indeling als je elk punt in een aparte alinea behandelt. i B HOOFDSTUK 1 5 SCHRIJVEN 13

15 OPDRACHT 3 a Bijvoorbeeld: formeel: gelaat; vervoermiddel; ten enenmale informeel: geinig; hartstikke; idioot; geklungel b Je schrijft aan iemand die je goed kent, en daar hoort een woordkeus bij die niet stijf aandoet. c Je schrijft aan iemand die je vaak niet persoonlijk kent. Je wilt op die persoon een goede indruk maken en daarom kies je je woorden zorgvuldig. OPDRACHT 4 a Hallo iedereen, Zeer geachte heer Van Strien, Liefste Jantien, Geachte leden van tennisvereniging Smash, Beste Joop, Geachte redactie, Hoi jongens en meisjes, b Tot gauw, Hoogachtend, Groetjes, Met vriendelijke groet, See you! Met gevoelens van hoogachting, Het beste met je, Uw zeer dankbare ex-collega, Dag schatje, OPDRACHT 5 a Ja, de aanhef en de afsluiting zijn voorbeelden van formeel taalgebruik en passen in een zakelijke brief. b de komma; dit leesteken gebruik je altijd aan het eind c het persoonlijk voornaamwoord u d Bijvoorbeeld: onlangs schemert door het zilver heen minuscuul laagje U was heel stellig zending niet identiek aan niet in overeenstemming met u zult zich kunnen voorstellen het zal voor u niet als een verrassing komen OPDRACHT 6 a b Bijvoorbeeld: Aan het College van B & W Postbus AB Gronwerda Gronwerda, 23 juni 2010 Geacht college, Al weken ondervinden wij grote overlast van een groep jongens uit de Witmansstraat. Tot diep in de nacht racen ze op hun scooters door de buurt. Op die manier beroven ze ons van onze nachtrust. Over hun gedrag is al herhaaldelijk geklaagd bij de politie, maar die ziet blijkbaar geen reden om op te treden. Ten einde raad wenden we ons tot u met het verzoek de politie op te dragen nu eindelijk eens te doen waarvoor ze wordt betaald. Anders zijn we bang dat buurtbewoners misschien voor eigen rechter gaan spelen, en dat kan toch onmogelijk uw bedoeling zijn. Met vriendelijke groet, [handtekening] HOOFDSTUK 1 5 SCHRIJVEN 14

16 P.M. Overbeek Bosjesweg AJ Gronwerda OPDRACHT 7 eigen antwoord OPDRACHT 8 a b Bijvoorbeeld: Ik vind het werkelijk een krankzinnig idee. c t/m e Bijvoorbeeld: Nieuwstadt, 22 september 2010 Hallo Peter, Het is gewoon krankzinnig! Ons schoolbestuur wil volgend jaar een lesrooster maken waarin jongens en meisjes apart les krijgen. We gaan weer helemaal terug naar de middeleeuwen. Kan dat stelletje idioten niet zelf bedenken dat dit niet werkt? Als je een klas maakt met alleen maar jongens, dat wordt één groot gerotzooi. Als in een klas jongens en meisjes zitten, is de sfeer veel prettiger en dan wordt er ook beter gewerkt. En dat meisjes in een gemengde klas minder aandacht krijgen dan jongens, daar geloof ik geen moer van. Bij ons in de klas is het juist andersom. Ik zeg je: als dit doorgaat, stap ik volgend jaar over naar jouw school. Ik kan alleen maar hopen dat de leraren er nog een stokje voor steken. Ik hou je op de hoogte! Wouter OPDRACHT 9 a Ik ga een zakelijke brief schrijven over het plan om jongens en meisjes gescheiden les te geven. Mijn brief is bedoeld voor het schoolbestuur. Mijn doel is het bestuur ervan te overtuigen dat dit een slecht idee is. b Bijvoorbeeld: (inleiding) mening Jongens en meisjes gescheiden lesgeven: slecht idee! argument 1 Onze ervaring: gemengde klas beste garantie voor goede werksfeer. argument 2 Ook de mening van de leerlingen peilen. Pas daarna beslissing. (slot) conclusie Uitkomst enquête moet belangrijke rol spelen in beslissing. OPDRACHT 10 Bijvoorbeeld: Aan het bestuur van het Vitaliscollege Romerswei VA Nieuwstadt Nieuwstadt, 23 november 2010 Geacht bestuur, HOOFDSTUK 1 5 SCHRIJVEN 15

17 In het infoblad voor ouders lazen wij dat u van plan bent volgend cursusjaar een rooster in te voeren waarin jongens en meisjes gescheiden les gaan krijgen. Wij, dat zijn de leerlingen van 2HV1, vinden dit een zeer slecht idee. Met deze brief willen wij proberen u op andere gedachten te brengen. Dat jongens en meisjes beter in aparte klassen les kunnen krijgen, is helemaal niet in overeenstemming met onze ervaring. Voor een goede werksfeer biedt naar ons oordeel juist een gemengde klas de beste garantie. In een klas met jongens en meisjes is de sfeer veel prettiger, met als gevolg dat er ook beter wordt gewerkt. Wat ons ronduit verbijstert, is dat u de leerlingen niet bij zo n belangrijke beslissing betrekt. Zij zijn het slachtoffer van uw maatregel, zonder dat hun ook maar iets wordt gevraagd. Daarom verzoeken wij u uw plan ook aan de leerlingen voor te leggen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door een enquête te organiseren. U kunt dan de resultaten van de enquête mee laten wegen in uw beslissing. We hopen dat u serieus kijkt naar ons verzoek en de uitkomsten van de enquête een belangrijke rol laat spelen in uw beslissing. Anders vrezen wij dat u uw plan moet uitvoeren in een school met heel wat minder leerlingen dan het aantal waar u de laatste jaren mee wordt verwend. Met vriendelijke groet namens klas 2HV1, [handtekening] Jeroen Kereweer Acacialaan VB Nieuwstadt OPDRACHT 11 a eigen antwoord b Bijvoorbeeld: Persoonlijke brief: De briefindeling is volgens de regels en de inhoud is duidelijk. De taal is niet informeel genoeg, want de woordkeus is soms te stijf voor een persoonlijke brief. Zakelijke brief: De indeling is niet helemaal volgens de regels, want de afsluiting en het adres van de afzender ontbreken. In de inleiding ontbreekt de aanleiding. De argumenten die zijn gebruikt, zijn overtuigend. De conclusie sluit niet helemaal logisch aan op de argumenten. Het taalgebruik is voldoende formeel. OPDRACHT 12 OPDRACHT 13 eigen antwoord 1.6 spreken, kijken, luisteren OPDRACHT 1 (HERHALING) a eigen antwoord b eigen antwoord HOOFDSTUK 1 6 SPREKEN, KIJKEN, LUISTEREN 16

18 c eigen antwoord d eigen antwoord e De inleiding bestaat uit een binnenkomer en een overzicht van de deelonderwerpen. f Je zet de deelonderwerpen in een logische volgorde. g Eerst geef je de gelegenheid om vragen te stellen, daarna vat je de informatie samen, en je eindigt met een uitsmijter. h OPDRACHT 2 a eigen antwoord b eigen antwoord c eigen antwoord d eigen antwoord e eigen antwoord f Waarschijnlijk had de eerste teller minder tijd nodig. g Verklaring: de tweede teller werd afgeleid door de tijdopnemer. OPDRACHT 3 a eigen antwoord b Nee, want dat stond niet in de opdracht vermeld. c Voorkennis is de kennis die je al over een onderwerp hebt. d Bij opdracht 1 heb je je voorkennis geactiveerd. e Door het overzicht weet je bij welk onderdeel de spreekbeurt is. Zo krijg je een kapstok om de informatie beter te rangschikken. f Je noteert bij elk deelonderwerp eerst de informatie uit het overzicht. Het is verstandig om deze woorden te onderstrepen. g Bijvoorbeeld: alles wegleggen wat je kan afleiden OPDRACHT 4 a eigen antwoord b eigen antwoord c Je mag hele zinnen gebruiken, maar je kunt ook pijltjes en dergelijke gebruiken. Zorg er wel voor dat je je uitwerking ook na een tijdje nog begrijpt. OPDRACHT 5 a Dit zijn goede aantekeningen. De deelonderwerpen zijn duidelijk aangegeven. Er is met afkortingen en dergelijke gewerkt. De lay-out is duidelijk. b Het onderwerp was de zon. c Er waren drie deelonderwerpen. d Bijvoorbeeld: Wat is de zon? De zon is de ster die het dichtst bij de aarde staat, op 150 miljoen kilometer. De zon is een gloeiende gasbel. De gassen die je op de zon vindt, zijn waterstof en helium. De temperatuur op de zon is 3500 graden Celsius. Wat is zonlicht? Zonlicht ontstaat uit een soort atoomexplosie: waterstof en helium reageren op elkaar. Uit deze explosie komen licht en warmte voort. Door het licht en de warmte kan er leven op aarde zijn. Wat is de geschiedenis van de zon? De zon is 5 miljard jaar oud. De zon is ontstaan toen een wolk, bestaande uit waterstof en helium, samentrok. De verwachting is dat de zon nog 5 miljard jaar zal bestaan. e f eigen antwoord g eigen antwoord HOOFDSTUK 1 6 SPREKEN, KIJKEN, LUISTEREN 17

19 OPDRACHT 6 a eigen antwoord b c Wat moet je met de uitleg doen? OPDRACHT 7 OPDRACHT 8 a/b naam: Anique goed voldoende matig inleiding x kern x vragen x samenvatting x oogcontact x rekening houden met het publiek x gebruik hulpmiddelen x lichaamstaal x verstaanbaarheid x variatie in tempo en stem x c d Bijvoorbeeld: Kijk niet steeds naar één kant. Geef je publiek meer tijd om vragen te stellen. Stel zelf een vraag als er geen vragen komen. Gebruik meer hulpmiddelen. Breng meer variatie aan in je tempo en je stem. OPDRACHT 9 a eigen antwoord b c eigen antwoord OPDRACHT 10 a eigen antwoord b eigen antwoord OPDRACHT 11 eigen antwoord 1.7 woorden OPDRACHT 1 a b c nagenoeg bijna diameter doorsnede minieme geringe arbitraire willekeurige variaties veranderingen sindsdien sinds die tijd zich het hoofd breken diep nadenken astronomen sterrenkundigen bepaalden stelden vast HOOFDSTUK 1 7 WOORDEN 18

20 elders effect gravitatie creëert interpretatie kosmos op een andere plaats uitwerking zwaartekracht maakt uitleg/verklaring heelal OPDRACHT 2 a sindsdien b arbitraire c variatie d bepaalt e astronomen OPDRACHT 3 a goed b goed c fout d fout e fout f fout g goed h goed i goed OPDRACHT 4 a/b Bijvoorbeeld: Het werk is nagenoeg af. De nieuwe accelerator heeft een diameter van zeker driehonderd meter. We hebben de minieme bewegingen met de camera kunnen opnemen. Wat mij betreft is de volgorde van de bewegingen arbitrair. We hebben drie variaties bedacht. Het is mij niet duidelijk welke interpretatie de beste is. We breken ons al enige tijd het hoofd over deze interpretaties. Sindsdien slaap ik een stuk minder goed. Volgens astronomen stellen die bewegingen niets voor. Zij bepaalden dat de enorme telescoop minstens tien keer sterker moet worden. Zulke telescopen zijn elders al in gebruik. Het effect ervan is enorm. Je kunt de gevolgen van de gravitatie dan goed waarnemen. Een sterkere telescoop creëert weer heel veel nieuwe kansen. Zo kun je weer een deel van de kosmos af speuren naar achtergrondstraling. OPDRACHT 5 a scheepvaart/schippers/zeelui b 1 = terugkrabbelen 2 = Dat is op het nippertje. 3 = te laat zijn 4 = mislukken 5 = iemand de waarheid zeggen / iemand ervanlangs geven 6 = een andere mening krijgen 7 = door vermoeidheid (of drank) niets meer kunnen doen 8 = niet weten waar je aan toe bent HOOFDSTUK 1 7 WOORDEN 19

21 9 = Dat gaat te ver. 10 = Het is gemakkelijk kritiek te leveren als je niet zelf voor de moeilijkheid staat. OPDRACHT 6 a Ze klinken leuk en minder ernstig en geven een duidelijk beeld dat iedereen begrijpt. b Een duit is een oude munt. c Bijvoorbeeld: waard (Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.), smid (Je moet het ijzer smeden als het heet is.) OPDRACHT 7 a 1 = bier (Grolsch) 2 = koffie (Douwe Egberts) 3 = chocoladereep (Caddy) 4 = wasmiddelen (Uit Onze Taal: In 1894 is deze leus voor het eerst schriftelijk vastgelegd, in een tijdschriftadvertentie door de Amsterdamse handelaar Gustav Raken. Als eerste verkoopargument voor de met de hand aangedreven wasmachine van het merk Simplex staat er: 'De behandeling is absoluut niet vermoeiend, zoodat inderdaad een kind de wasch kan doen.' In 1904 begon de Nederlandse wasmachinefabrikant Velo deze slagzin te gebruiken om reclame te maken voor zijn 'agitatorwasmachine'.) b 1.8 informatie OPDRACHT 1 eigen antwoord OPDRACHT 2 a Je krijgt een overzicht van alle webpagina s waarop het woord appel staat. b Je krijgt een overzicht van alle webpagina s waarop het woord appel en het woord boom staat. c Je krijgt een overzicht van alle webpagina s waarop de zin de appel valt niet ver van de boom staat. OPDRACHT 3 a eigen antwoord b De zoekopdracht de appel valt niet ver van de boom levert de minste hits op. c Nee, welke hit belangrijk voor jou is, hangt af van het doel dat je hebt. Vaak zijn de bovenste hits gesponsorde resultaten. d Webpagina s in het Nederlands zijn pagina s die in het Nederlands zijn geschreven. Het internetadres van webpagina s uit Nederland eindigt op.nl. OPDRACHT 4 a eigen antwoord b Er is geen verschil. Google reageert niet op hoofdletters. Beide opdrachten leveren dezelfde hits op. c Nee. Als je appel intikt, krijg je veel informatie over fruit. d Als je karel appel intikt, staan de twee woorden telkens zo achter elkaar op de gevonden pagina s. Tik je karel appel in, dan krijg je alle webpagina s waarop ergens karel en appel staat. Karel appel is dus een betere zoekopdracht. OPDRACHT 5 a Dat is een goede keuze als je geen pagina s in een andere taal dan het Nederlands wilt. Zo krijg je ook pagina s van Belgische sites. HOOFDSTUK 1 8 INFORMATIE 20

22 b Karel Appel is blijkbaar beroemd, want er is veel over hem op internet geschreven. c Je vindt er de eerste tien hits. d Volgens de eerste hit leefde hij van 1921 tot e Hij behoorde tot het expressionisme. f bij videoresultaten voor Karel Appel g Hit 1 en 2. De eerste is Wikipedia, een online-encyclopedie. Ook de tweede lijkt prima. De site heet Cultuurarchief en de toelichting geeft aan dat er goede informatie te vinden is. OPDRACHT 6 a Je moet eerst op Afbeeldingen klikken. b Ja. Net als bij het zoeken naar informatie tik je een of meerdere woorden in. Je kunt ook hier met dubbele aanhalingstekens werken. c Een thumbnail is een verkleinde afbeelding. d De afbeelding is ongeveer zo groot als de nagel van je duim. e Als je op een thumbnail klikt, krijg je een vergrote afbeelding en de webpagina waar de afbeelding staat. f Er zijn meer Engelstalige gebruikers van internet dan Nederlandstalige. g De bestandssoort is het programma waarin de informatie is opgeslagen, bijvoorbeeld Word. h JPG (Joint Photographic Experts Group) wordt vooral gebruikt voor afbeeldingen met veel kleuren en weinig scherpe kleurovergangen. Voor foto's wordt het jpg-formaat gebruikt. GIF (Graphics Interchange Format) wordt vooral gebruikt voor afbeeldingen met vlakken met elk dezelfde kleur. Het aantal kleuren is beperkt en de overgangen tussen de kleuren zijn scherp. i Er staan meer foto s dan tekeningen van ananassen op internet. OPDRACHT 7 a Dat zie je aan de titel Google Afbeeldingen zoeken, aan het vetgedrukte Afbeeldingen en aan de reclame eronder. b Zo vind je alle afbeeldingen met een appel of iets appelachtigs. c waarschijnlijk niet zoveel d misschien wel, maar zeker niet op de eerste resultaatpagina s OPDRACHT 8 a De zoekopdracht foto karel appel levert een goed resultaat op. b met de zoekopdracht vragende kinderen appel of karel appel vragende kinderen c Op veel afbeeldingen rust copyright. Zulke afbeeldingen mag je officieel niet gebruiken. OPDRACHT 9 a De zoekopdracht was: karel appel. b NRC Handelsblad is een krant. c Een galerie is een winkel waar je kunst kunt kopen. d De foto is door de Volkskrant gebruikt in een bericht over het overlijden van Karel Appel. e eigen antwoord OPDRACHT 10 a eigen antwoord b Bijvoorbeeld: Hoe preciezer je zoekopdracht, hoe sneller je geschikte informatie vindt. c eigen antwoord 1.9 gedicht OPDRACHT 1 (HERHALING) a Nee, niet in elk gedicht vind je alle kenmerken van poëzie. HOOFDSTUK 1 9 GEDICHT 21

23 b Je herkent een gedicht meteen aan de vorm. c Een aantal regels uit een gedicht die bij elkaar gezet zijn, noem je een strofe. Strofen worden van elkaar gescheiden door een witregel. d Voor de meeste gedichten geldt dat een dichter in een gedicht zijn gevoelens uit of dat hij een speciale kijk op een onderwerp geeft. e OPDRACHT 2 a Dat kun je zien aan het gebruik van woorden als zulk een, droppels en aan de schrijfwijze grooten. b ABAAB CDCCD c Het gedicht heeft twee strofen. d C e Onze opvatting over hoe kinderen denken en praten komt niet overeen met de manier waarop het kind in dit gedicht zich uit. OPDRACHT 3 a Het woord schepper is een omschrijving voor God. b Met ons wordt naar schepper verwezen en met jullie naar de mensen. c Er wordt opgesomd waar de mensen volgens God nog voor moeten zorgen, nadat hij de wereld heeft geschapen. d Dat is het trapje dat je voor het trapgat plaatst om ervoor te zorgen dat kleine kinderen niet van de trap vallen. e A en B f eigen antwoord g Alle mensen worden door God heengezonden na de schepping. OPDRACHT 4 eigen antwoord 1.10 taalonderzoek OPDRACHT 1 a ze = onderwerp; hun = meewerkend voorwerp; hen = lijdend voorwerp b c onderwerp d Als het persoonlijk voornaamwoord onderwerp is, gebruik je ze, en na een voorzetsel gebruik je hen. e eigen antwoord OPDRACHT 2 a Er komen nieuwe woorden bij, de uitspraak verandert, de grammatica verandert. b Ja, dat is een verandering van de grammatica. OPDRACHT 3 a Volgens een prescriptieve taalkundige is dit geen correct Nederlands. b eigen antwoord c De functie van het woord hun wordt verruimd: het wordt nu ook gebruikt als onderwerp. OPDRACHT 4 a op andere plaatsen gaan wonen; onlogische taalregels; veel nieuwe taalgebruikers b Nee, ze lijken nu minder op elkaar. HOOFDSTUK 1 10 TAALONDERZOEK 22

24 c d Meer op het Nederlands. Het Duits staat nog het dichtst bij de talen van vroeger doordat het nog naamvallen heeft, meer werkwoordsuitgangen, en nog duidelijk een onderscheid in woordgeslacht. Het Engels is het meest veranderd. Het Nederlands zit ertussenin. Eigen antwoord. Daar valt niets over te zeggen. OPDRACHT 5 a ja b nee C ja OPDRACHT 6 a/b Eigen antwoord. Waarschijnlijk niet. Er zijn nu veel mensen die niet doorhebben dat ze deze fout maken. Maar de regel wordt ook op school aangeleerd. Dat kan de verandering tegenhouden. c eigen antwoord d eigen antwoord test jezelf OPDRACHT 1 a door hun uiterlijk, hun leeftijd, hun leefomstandigheden en hun karaktereigenschappen b in een of enkele woorden, in de vorm van een vraag of in een complete zin c Spanning ontstaat doordat je nieuwsgierig wordt gemaakt naar de antwoorden op vragen die de tekst bij je oproept of die spontaan bij je opkomen. OPDRACHT 2 a De hoofdpersoon is blijven zitten in havo 4, is dus een jaar of zestien. Hij vindt zichzelf niet mooi: sluik strohaar, een geblokte beugelbek en nu ook nog een glanzende rode pukkel naast zijn neus. Hij woont bij zijn oom en tante op het vasteland omdat er op het eiland waar hij vandaan komt, geen havo bovenbouw is. Hij vindt het maar niks dat zijn vader hem niet komt opzoeken. b Ja, want wat de hoofdpersoon denkt, is herkenbaar. c De jongen is ongelukkig met zijn uiterlijk en zijn situatie. d Waarom vindt zijn vader hem niet belangrijk? Hoe gaat dat afspraakje verlopen? Wordt het gezelliger als zijn zus ook bij hem komt wonen? OPDRACHT 3 a Je herinnert je dat ongeluk nog? PSV WKV b Vaak stoort ons hun gebel in de trein. PSV BZV c Jullie hebben je vergist in de opgave. PSV WKV d Ze zijn elkaars beste maatjes. PSV WGV e Haar baas commandeert haar voortdurend. BZV PSV OPDRACHT 4 BWB WG O BWB BWB a Vandaag / staat / de zon / hoog / aan de hemel. WG O MV BWB LV b Gaven / mijn ouders / ons / maar eens / een ijsje! HOOFDSTUK 1 TEST JEZELF 23

25 c d LV WG O BWB WG Welke smoes / hebben / ze / nu weer / bedacht? O WG LV BWB WG BWB Ik / geef / mijn eigen zakgeld / wel / uit / voor zo n verfrissing. OPDRACHT 5 a Snijd b laadt c raden d vindt e Begeleidt OPDRACHT 6 a Ismaïl Aissaiti f Shelltankstation b Rosmalen g zuidwesten c ramadan h sinterklaascadeau d Zuid-Amerikaanse tango i een Opel e J.F.M. de Vries j mevrouw Van Haperen-Debatz OPDRACHT 7 a een nieuwsbericht b de Kidsweek c De tekst heeft een tweedeling. d Bijvoorbeeld: beestjes in je oor e De titel en de eerste alinea helpen je hierbij. f D OPDRACHT 8 a namelijk b Het legt een soort Spiderman uit. c uit drie delen d en e zo... als f De grootte van de spinnen wordt vergeleken met de grootte van een gum. g echter OPDRACHT 9 a Het onderwerp staat altijd in de hoofdgedachte. b titel, eerste alinea, kernzinnen en slot c de eerste alinea d Bij een jongetje leefden er twee spinnen in zijn oor. OPDRACHT 10 a A geadresseerde: naam en adres B plaats- en datumaanduiding C aanhef D inhoud van de brief, verdeeld in alinea s E afsluiting F handtekening G afzender: je naam en adres (onder elkaar) b plaats- en datumaanduiding, aanhef en afsluiting HOOFDSTUK 1 TEST JEZELF 24

26 c Bijvoorbeeld: Bij formeel taalgebruik spreek je de lezer aan met u en gebruik je vaker woorden die je in alledaagse gesprekken niet zult gebruiken. Bij informeel taalgebruik spreek je de lezer aan met jij en schrijf je vaker woorden die je ook gebruikt als je praat. OPDRACHT 11 a Aan de directie van Witgoedmarkt Tonnesteeg KK Wormerdam Wormerdam, 22 oktober 2010 Geachte mevrouw, geachte heer, b c Bijvoorbeeld: Een half jaar geleden heb ik bij Witgoedmarkt een mp3-speler gekocht, die vanaf het begin problemen heeft gegeven. Ik ben ermee teruggegaan naar uw zaak, maar volgens de dienstdoende verkoper kon ik geen aanspraak maken op garantie omdat ik te ruw met het apparaat was omgesprongen. Het is mij een raadsel hoe uw verkoper tot die conclusie komt. Ik zal u kort uitleggen wat er aan de mp3-speler mankeert en hoe ik hem heb gebruikt, zodat u zelf kunt oordelen. Met vriendelijke groet, [handtekening] J. Verwoerd Piekelaan AL Wormerdam OPDRACHT 12 a b Bijvoorbeeld: Ze moeten die verkoper ook eens flink aanpakken. Jongen, wat een lomperik! OPDRACHT 13 a b Een ander woord voor astronomie is sterrenkunde. De geschiedenis van de astronomie: De Grieken en Arabieren deden waarnemingen met het blote oog. Deze waarnemingen waren niet nauwkeurig. In de derde eeuw voor Christus werd ontdekt dat de aarde om de zon draait. In de 17e eeuw werd de telescoop uitgevonden. Door deze uitvinding kwamen geleerden erachter hoe sterren ontstaan en hoe ze sterven. In 1920 ontdekte Hubble dat sterren in een melkwegstelsel staan. In 1990 werd de Hubble ruimtetelescoop gelanceerd. Ook worden er satellieten gebruikt om het heelal te bestuderen. OPDRACHT 14 a waar b waar c waar d niet waar HOOFDSTUK 1 TEST JEZELF 25

27 OPDRACHT 15 a Op een andere plaats b zwaartekracht c sterrenkundige, uitleg/verklaring d Bijna, sinds die tijd e geringe, gemaakt OPDRACHT 16 a terugkrabbelen b te laat zijn c door vermoeidheid (of drank) niets meer kunnen doen d iemand de waarheid zeggen / iemand ervanlangs geven OPDRACHT 17 a De zoekopdracht luidde: strips. b Nee, dit is een heel algemene zoekopdracht. c Strips.blogo.nl d Strips e De nieuwste stripboeken OPDRACHT 18 a Je kiest Afbeeldingen en geeft tom poes als zoekopdracht. b Je kiest pagina s in het Nederlands. Je geeft de zoekopdracht schrijver tom poes c Je kiest pagina s in het Nederlands. Je geeft de zoekopdracht geschiedenis tom poes. HOOFDSTUK 1 TEST JEZELF 26

28 HOOFDSTUK fictie OPDRACHT 1 a Naar alle waarschijnlijkheid is de vader overleden. b Eerst komt de kanotocht met de vader de afgelopen zomer, dan haalt de moeder het naambordje weg, en later gaan ze op vakantie naar Griekenland. c Bijvoorbeeld: De ik en zijn moeder zeggen niets en praten over niets wat de ander pijn zou kunnen doen. d B e In die allerbinnenste kamer zitten de herinneringen aan zijn vader, die natuurlijk nog heel gevoelig liggen. OPDRACHT 2 a Bijvoorbeeld: Vlucht voor het vuur van Ton van Reen, een historische roman over heksenprocessen in de zestiende eeuw b Ja, aan de manier waarop de mensen met elkaar omgingen, en de namen van beroepen: de schout en de schepenen. c een tijdsverloop waarbij begonnen wordt met het vertellen van de begingebeurtenis, en daarna alles in de volgorde waarin het gebeurd is d een tijdsverloop waarbij de gebeurtenissen niet worden verteld in de volgorde waarin ze gebeurd zijn e Hij begint midden in de gebeurtenissen en vertelt daarna wat eraan is voorafgegaan. Hij begint bij de afloop en vertelt daarna hoe het zover heeft kunnen komen. Hij vertelt midden in een verhaal ineens een stukje uit het verleden. OPDRACHT 3 a gamen en luisteren naar het gesprek tussen zijn ouders b Dan loopt het mis met het spel. c De jongen is een puber. Hij is klein en smal, niet direct stoer. Hij woont thuis bij zijn vader en moeder. Hij speelt graag games. Hij vindt de ruzies tussen zijn ouders vreselijk, wil er graag een eind aan maken, maar kan dat niet. d De vader is sportief, groot, werkt hard. Hij heeft nogal eens ruzie met zijn vrouw. e Hij wil hem iets vertellen: Vroeg of laat moet hij het toch weten... makkelijker te bespreken als we met z n tweeën zijn... f acht maanden voordat de vader uit het leven van de jongen en zijn moeder is verdwenen, waarschijnlijk is gestorven g B h De schrijver vertelt de gebeurtenissen duidelijk niet in de volgorde waarin ze gebeurd zijn. i Bijvoorbeeld: A OPDRACHT 4 eigen antwoord 2.2 grammatica OPDRACHT 1 a minstens één bijvoeglijk naamwoord of zelfstandig naamwoord b minstens een koppelwerkwoord HOOFDSTUK 2 1 FICTIE 2 GRAMMATICA 27

29 c d Het koppelwerkwoord koppelt het naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde aan het onderwerp. Het vormt de schakel tussen beide zinsdelen. Omdat het een kenmerk, een eigenschap van het onderwerp noemt. Hij heet Jan. Hij is docent. Naam en functie zouden op een badge kunnen staan. OPDRACHT 2 a Bijvoorbeeld: Zo n dikke auto is/wordt/blijft/blijkt/lijkt/schijnt erg duur. b Bijvoorbeeld: Hij is/wordt/blijft/lijkt/schijnt een vreemde eend in de bijt. c Bijvoorbeeld: Jouw ouders worden opa en oma. d Bijvoorbeeld: Die peuter is/wordt/blijft/blijkt/lijkt/schijnt koppig. e Bijvoorbeeld: De tent is/wordt/blijft/blijkt/lijkt/schijnt droog. f Bijvoorbeeld: Hun verklaringen zijn/blijken/lijken/schijnen goedkope smoezen. OPDRACHT 3 Bijvoorbeeld: a Uw gedrag blijkt nogal arrogant. b De jongsten schijnen vrolijk. c Carlijn is de nieuwe juf. d De zalm wordt zeldzaam. OPDRACHT 4 a O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Hun vrienden / zijn / aardig. b O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Onze docent Frans / schijnt / ziek. c O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Het interview met die artiest / was / interessant. d O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Dat nieuws / blijkt / toch / juist. e O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Je / werd / knalrood! OPDRACHT 5 a O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Hij / is / een heel mooie jongen. b O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Die jonge docente / was / mentor van 2B. c NG (ww-deel) O NG (nw-deel) Ook in Nederland / wordt / een warme zomer / heel gewoon. d O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Een gezellig avondje thuis / leek / hem / een prima idee. e NG (ww-deel) O NG (nw-deel) Pas gisteren / bleek / zijn bekentenis / hartstikke vals. f O NG (ww-deel) NG (nw-deel) Amsterdam / blijft / een aantrekkelijk oord / voor toeristen. OPDRACHT 6 (HERHALING) a heeft = HWW; gestolen = ZWW b gooide stuk = ZWW c heeft = ZWW d laat = HWW; lachen = ZWW e zullen = HWW; gaan = ZWW HOOFDSTUK 2 2 GRAMMATICA 28

30 OPDRACHT 7 a waar b niet waar c niet waar OPDRACHT 8 a Iedereen is op jullie feestje gekomen. HWW ZWW b Bas is blij! KWW c Iedereen is op het terras. ZWW d Gelukkig scheen de zon vandaag. ZWW e Die man scheen de nieuwe directeur. KWW f Spieken wordt zwaar gestraft. HWW ZWW g Veel mensen worden dik. KWW h Mo blijkt een doorzetter. KWW OPDRACHT 9 a WG O WG Blijven / jullie / vanavond / thuis / eten? b WG O Voor volgende week / wordt / mooi weer / verwacht. c O NG NG Mark / blijft / een schatje! d WG O WG In een gepantserde auto / werden / ze / teruggebracht / naar de gevangenis. e O NG NG Hij / heet / Paul. f NG O NG Lijkt / dat eiland / jullie / niet / prachtig? g NG O NG Tijdens het gesprek / werd / hij / steeds / persoonlijker. OPDRACHT 10 a Dat chique etentje blijft een uitzondering. b Die mode wordt een nieuwe trend. c De zondebok is door de eeuwen heen een bekend verschijnsel. d Volgens mij ben je hartstikke gek! OPDRACHT 11 a wordt = KWW b wordt = HWW; bezorgd = ZWW c lijkt = HWW; gaan = HWW; lukken = ZWW d is = HWW; geworden = KWW e blijft = HWW; wonen = ZWW f zijn = KWW g kon = HWW; zijn = KWW HOOFDSTUK 2 2 GRAMMATICA 29

31 OPDRACHT 12 a O NG NG Dat meisje / lijkt / slim. b O NG NG NG Zijn vriendinnen van de basisschool / zijn / mooi / geworden. c O NG NG NG Hij / is / altijd / uiterst geduldig / gebleven. d NG O NG NG Vroeger / had / het dorp / haar / een paradijs op aarde / geleken. e NG O NG NG In veel landen / zijn / de rijken / rijker / geworden. f O NG NG NG Die ontwikkeling / lijkt / onvermijdelijk / te zijn. g O NG NG Grote verschillen tussen arm en rijk / schijnen / zo onrechtvaardig. OPDRACHT 13 a BWB WG O BWB WG Tot laat in de avond / bleven / de kinderen uit de buurt / op straat / spelen. b O NG NG Nagelbijten / lijkt / een moeilijk af te leren gewoonte. c O NG NG Sint-Maarten / is / een traditioneel Hollands feest. d MV WG O BWB LV WG Straatmuzikanten / zullen / we / meestal / wat geld / toestoppen. e O NG BWB BWB NG NG Jullie / moeten / niet / zo gauw / paniekerig / worden. f BWB WG O WG Gisteren / is / die film over pinguïns op de Zuidpool / gedraaid. OPDRACHT 14 a Tijdens het weekend zijn we eindelijk vrij! VZ LW ZN KWW PSV BW BN b Wie gaat er nog leraar worden? VRV HWW BW BW ZN KWW c Bescheidenheid is altijd een deugd geweest. ZN HWW BW LW ZN KWW d Van zijn eerste lachje werd een prachtige foto gemaakt. VZ BZV TW ZN HWW LW BN ZN ZWW e Geluidsschermen langs de A1 schijnen noodzakelijk. ZN VZ LW ZN KWW BN f Welke kamer gaat hij morgen behangen? VRV ZN HWW PSV BW ZWW 2.3 spelling OPDRACHT 1 (HERHALING) a verloor zond genoten b De klank van het werkwoord verandert in de verleden tijd. c sterke werkwoorden HOOFDSTUK 2 3 SPELLING 30

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Uitleg boekverslag en boekbespreking Uitleg boekverslag en boekbespreking groep 7 schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave: Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 Blz. 6 Blz. 7 Blz. 7 Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina Stap 3: Inhoudsopgave

Nadere informatie

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT) Schooljaar 2015 2016 Nederlands havo vwo 1 Lesperiode: 1 week 36 t/m week 38 Hoofdstuk: Spelling H 2 t/m 6 De stam van het werkwoord Splitsbare werkwoorden Persoonsvorm tegenwoordige tijd en de bijbehorende

Nadere informatie

2 hv. 1

2 hv.  1 2 hv www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

Routeboek Onderleggers voor de ISK

Routeboek Onderleggers voor de ISK Routeboek Onderleggers voor de ISK ISK Utrecht Boom, Amsterdam Deze uitgave is gemaakt in opdracht van ISK Utrecht. Tweede herziene uitgave 2014 2011 ISK Utrecht Behoudens de in of krachtens de Auteurswet

Nadere informatie

Fictiedossier Op blote voeten Maren Stoffels

Fictiedossier Op blote voeten Maren Stoffels Fictiedossier Op blote voeten Maren Stoffels Mariska Wijlens Klas 3T2 Docent: Mevrouw Scholten 1. Zakelijke gegevens Titel: Op blote voeten Auteur: Maren Stoffels Uitgever: Leopold Jaar van verschijnen:

Nadere informatie

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis. Weer naar school Kim en Pieter lopen het schoolplein op. Het is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik ben benieuwd wie onze mentor * is, zegt Pieter. Kim knikt. Ik hoop een man, zegt ze. Pieter kijkt

Nadere informatie

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer Nieske Selles-ten Brinke Jouw reis door de Bijbel Dagboek voor kinderen Uitgeverij Jes! Zoetermeer Onder de naam Jes! Junior verschijnen boeken voor kinderen tot twaalf jaar. Jes! Junior is een imprint

Nadere informatie

Kies 1 SANDER HEEBELS MENNO BEEKHUIZEN PETRI BENSCHOP ANNE-MARIE BRUNEN MARIEKE STRIK HANNEKE SCHOTTERT

Kies 1 SANDER HEEBELS MENNO BEEKHUIZEN PETRI BENSCHOP ANNE-MARIE BRUNEN MARIEKE STRIK HANNEKE SCHOTTERT Kies 1 Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS MENNO BEEKHUIZEN PETRI BENSCHOP ANNE-MARIE BRUNEN MARIEKE STRIK HANNEKE SCHOTTERT Heb je een leeshandicap en wil je dit boek in een toegankelijke leesvorm,

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift -

Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - Zin in schrijven! Workshop vrij en creatief schrijven voor jonge anderstaligen door Fros van der Maden - auteur Op Schrift - I Oefenen met observeren 1. Het woordenschilderij A Kijk 60 seconden heel goed

Nadere informatie

Nederlands in beeld bevat een tekstboek met een cd en een cd-rom. Op www.nederlandsinbeeld.nl vindt u extra informatie.

Nederlands in beeld bevat een tekstboek met een cd en een cd-rom. Op www.nederlandsinbeeld.nl vindt u extra informatie. Nederlands in beeld Nederlands in beeld bevat een tekstboek met een cd en een cd-rom. Op www.nederlandsinbeeld.nl vindt u extra informatie. Vervolgmogelijkheid: Basiscursus 1 ISBN 9789461057228 www.nt2.nl

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 6 groep 6 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen gekregen. Wilt u meer weten over dit keurmerk kijk dan op de website: www.stichtingmakkelijklezen.nl.

Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen gekregen. Wilt u meer weten over dit keurmerk kijk dan op de website: www.stichtingmakkelijklezen.nl. Chatten Dit boek heeft het keurmerk Makkelijk Lezen gekregen. Wilt u meer weten over dit keurmerk kijk dan op de website: www.stichtingmakkelijklezen.nl. Colofon Een uitgave van Eenvoudig Communiceren

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Uitprobeerpakket Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S 2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de

Nadere informatie

Kies 2. Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS PETRI BENSCHOP MENNO BEEKHUIZEN MARK OOMEN HANNEKE SCHOTTERT

Kies 2. Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS PETRI BENSCHOP MENNO BEEKHUIZEN MARK OOMEN HANNEKE SCHOTTERT Kies 2 Leerwerkboek burgerschap SANDER HEEBELS PETRI BENSCHOP MENNO BEEKHUIZEN MARK OOMEN HANNEKE SCHOTTERT Heb je een leeshandicap en wil je dit boek in een toegankelijke leesvorm, bel dan Dedicon: 0486-486486,

Nadere informatie

Oefentekst voor het Staatsexamen

Oefentekst voor het Staatsexamen Oefentekst voor het Staatsexamen Staatsexamen NT2, programma I, onderdeel lezen bij Hoofdstuk 3 van Taaltalent NT2-leergang voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Katja Verbruggen Henny Taks Eefke

Nadere informatie

Met sorry maak je dit niet ongedaan

Met sorry maak je dit niet ongedaan Met sorry maak je dit niet ongedaan Ervaringen en adviezen van als kind mishandelde vrouwen Fiet van Beek Met sorry maak je dit niet ongedaan werd geschreven in opdracht van Stichting Alexander en financieel

Nadere informatie

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL OEFENSITES WERKWOORDELIJK GEZEGDE ONTLEDEN ZIN OEFENSITES NAAMWOORDELIJK

Nadere informatie

Sleutel bij hoofdstuk 1

Sleutel bij hoofdstuk 1 Sleutel bij hoofdstuk 1 van Taaltalent NT2-leergang voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Katja Verbruggen Henny Taks Eefke Jacobs u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2012 Deze sleutel hoort bij

Nadere informatie

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk?

Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Hoe maak ik in groep 6 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

Inhoud. Aan jou de keuze 7. Niet alleen maar een boek 187. Auteurs 191. Dankwoord 197

Inhoud. Aan jou de keuze 7. Niet alleen maar een boek 187. Auteurs 191. Dankwoord 197 Inhoud Aan jou de keuze 7 D/2012/45/239 - isbn 978 94 014 0183 8 - nur 248 Tweede druk Vormgeving omslag en binnenwerk: Nanja Toebak, s-hertogenbosch Illustraties omslag en binnenwerk: Marcel Jurriëns,

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Hoe maak je een werkstuk?

Hoe maak je een werkstuk? Hoe maak je een werkstuk? Je gaat een werkstuk maken. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp? Op deze vragen en nog vele anderen krijg

Nadere informatie

Hoe maak je een werkstuk?

Hoe maak je een werkstuk? Hoe maak je een werkstuk? Je gaat een werkstuk maken. Maar hoe zit een werkstuk nou eigenlijk in elkaar? Hoe moet je beginnen? En hoe kies je nou een onderwerp? Op deze vragen en nog vele anderen krijg

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten.

Lekker ding. Maar Anita kijkt boos. Hersendoden zijn het!, zegt ze. Die Jeroen is de ergste. Ik kijk weer om en zie hem meteen zitten. Lekker ding Pas op!, roept Anita. Achter je zitten de hersendoden! Ik kijk achterom. Achter ons zitten twee jongens en drie meisjes hun boterhammen te eten. Ze zijn gevaarlijk, zegt Anita. Ze schudt haar

Nadere informatie

lesmateriaal Taalkrant

lesmateriaal Taalkrant lesmateriaal Taalkrant Toelichting Navolgend vindt u een plan van aanpak en 12 werkbladen voor het maken van de Taalkrant in de klas, behorende bij het project Taalplezier van Stichting Wereldleren. De

Nadere informatie

Jouw werkstuk lever je uiterlijk in op donderdag 20 maart 2014!!

Jouw werkstuk lever je uiterlijk in op donderdag 20 maart 2014!! Hoe maak ik in groep 8 een werkstuk? Jij gaat de komende weken thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het wordt geschreven om iemand iets te leren of te laten weten. Net als in

Nadere informatie

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je het onderwerp uit een zin bepalen. - Kun je het onderwerp van een tekst bepalen. - Kun je een soort tekst

Nadere informatie

HOTEL HALLO. , Amsterdam. Werkboek. Nederlandse woordenschat voor anderstalige kinderen Kim Koelewijn

HOTEL HALLO. , Amsterdam. Werkboek. Nederlandse woordenschat voor anderstalige kinderen Kim Koelewijn HOTEL HALLO Werkboek Nederlandse woordenschat voor anderstalige kinderen Kim Koelewijn, Amsterdam 2014, Uitgeverij Boom, Amsterdam, Kim Koelewijn Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde

Nadere informatie

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Dankdag voor gewas en arbeid Liturgie Voorzang LB 448,1.3.4 Stil gebed Votum Groet Zingen: Gez 146,1.2 Gebed Lezen: Johannes 6,1-15 Zingen: Ps

Nadere informatie

Examen Nederlandse Taal (lezen en schrijven)

Examen Nederlandse Taal (lezen en schrijven) Examen Nederlandse Taal (lezen en schrijven) Deel 1 Niveau Opgavenummer Examenduur : KSE 3 / 2F : NL3(09) : 90 minuten Instructies Dit examen bevat 7 opdrachten. Vul in het onderstaande vak uw gegevens

Nadere informatie

Basisvaardigheden Nederlands Deel 1 van 2

Basisvaardigheden Nederlands Deel 1 van 2 Basisvaardigheden Nederlands Deel 1 van 2 Colofon Auteur: Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Redactie: Edu Actief b.v. Vormgeving: Crius Group Illustraties: Edu Actief b.v. Titel: Basisvaardigheden

Nadere informatie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 8 groep 8 blok 4

Uitprobeerpakket. Toetsboek 8 groep 8 blok 4 Uitprobeerpakket Toetsboek 8 groep 8 blok 4 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Nadere informatie

WERK ZE! Lesmateriaal voor reïntegratie

WERK ZE! Lesmateriaal voor reïntegratie ld be e or Vo WERK ZE! Lesmateriaal voor reïntegratie Stichting Lezen & Schrijven t 070 302 26 60 www.lezenenschrijven.nl Auteur Elma Draaisma Vormgeving 7Causes Eindeloos Medeauteurs en klankbordgroep

Nadere informatie

Bijlage interview meisje

Bijlage interview meisje Bijlage interview meisje Wat moet er aan de leerlingen gezegd worden voor het interview begint: Ik ben een student van de Universiteit van Gent. Ik wil met jou praten over schrijven en taken waarbij je

Nadere informatie

Apostolische rondzendbrief

Apostolische rondzendbrief oktober 9, 2011 Jaargang 1, nummer 1 Lieve mensen, Zo bent u een voorbeeld voor alle gelovigen in Macedonië en Achaje geworden. Wij zijn nu al weer een tijdje hier in het zuiden van Griekenland, in de

Nadere informatie

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy Reality Reeks Verwerkingsopdrachten Mooi meisje Verliefd op een loverboy Lees blz. 3. Woont Laura in de stad of op het platteland? Hoe weet je dat? Lees blz. 5 en 7. Woont Laura s oma al lang op de boerderij?

Nadere informatie

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap

Seksuele vorming. Anticonceptie en zwangerschap Seksuele vorming Anticonceptie en zwangerschap Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Rianne Gritter Inhoudelijke redactie: Tessel Mulder, Philein

Nadere informatie

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5

NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5 NEDERLANDS Spreken en gesprekken voor 1F Deel 4 van 5 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur(s): Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis

Nadere informatie

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Stel dat dat (te grote wonder) gebeurt, ik betwijfel of dat zal gebeuren, maar stel je voor dat, wat zou je dan doen dat je nu niet doet? (p36)

Nadere informatie

LEREN LEREN LEREN. een overzicht met leerhulpjes voor de diverse vakgebieden. Hieronder kun je lezen over het leren/maken van:

LEREN LEREN LEREN. een overzicht met leerhulpjes voor de diverse vakgebieden. Hieronder kun je lezen over het leren/maken van: LEREN LEREN LEREN een overzicht met leerhulpjes voor de diverse vakgebieden Hieronder kun je lezen over het leren/maken van: 1. DICTEE 2. TAFELS 3. VRAGEN EN OPDRACHTEN 4. STUKKEN TEKST (bijv. hoofdstuk

Nadere informatie

nederlands Schrijven voor 1F Deel 2 van 5

nederlands Schrijven voor 1F Deel 2 van 5 nederlands Schrijven voor 1F Deel 2 van 5 Colofon Auteur: Mieke Lens Eindredactie: Ina Berlet Redactie: Edu Actief b.v. Vormgeving: Crius Group Illustraties: Edu Actief b.v. Nederlands - Schrijven voor

Nadere informatie

Er is toch niemand die jou aardig vindt. SUKKEL.

Er is toch niemand die jou aardig vindt. SUKKEL. Liefde Ik laat je nooit in de steek. Ik zal je helpen. Jij bent mijn beste vriendin. Het mooiste wat ik heb, geef ik aan jou. Ik ben verliefd... Ik heb alles voor je over. IK HOU VAN JOU! Ik bid voor je.

Nadere informatie

Hoe lang duurt geluk?

Hoe lang duurt geluk? Hoe lang duurt geluk? Op dit moment ben ik gelukkig. Na veel pech ben ik dan eindelijk een vrolijke schrijver. Mijn roman is goed gelukt. En ik verdien er veel geld mee. En ik heb ook nog eens een mooie,

Nadere informatie

Loopt vader met moeder in het park?

Loopt vader met moeder in het park? Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint

Nadere informatie

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31

OOGGETUIGE. Johannes 20:30-31 1 januari OOGGETUIGE Johannes 20:30-31 Een nieuw jaar ligt voor ons. Wat er gaat komen, weten we niet. Al heb je waarschijnlijk mooie plannen gemaakt. Misschien heb je goede voornemens. Om elke dag uit

Nadere informatie

Schrijven - Zakelijke brief HV 1. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52549

Schrijven - Zakelijke brief HV 1. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/52549 Schrijven - Zakelijke brief HV 1 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 21 July 2015 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52549 Dit lesmateriaal

Nadere informatie

Lesbrief. Introductie

Lesbrief. Introductie Lesbrief Introductie Deze lesbrief hoort bij Lieve Stine, weet jij het? van Stine Jensen en Sverre Fredriksen. Dit boek bestaat uit 20 brieven en antwoorden van filosoof Stine. Deze lesbrief bestaat uit

Nadere informatie

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test

Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk. 1, 2 A, B, C 3 A en B. synoniemen ja 1,2 3,4. ja 1 2 3 A,B 4,5 6 Ja. Test Blz 45 en 46 Test Boek 1, H 1 Onderdeel onderwerp aantekening opdrachten extra huiswerk Lezen Onderwerp van een tekst ja 1, 2 A, B, C 3 A en B 3C of 4 Vaardigheden interview Kattebelletje nee 1, 2 4 2 Taal en Woordenschat

Nadere informatie

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af. Intro Met de docent Wat ga je doen in dit hoofdstuk? 1 Herhalen: je gaat herhalen wat je hebt geleerd in hoofdstuk 7, 8 en 9. 2 Toepassen: je gaat wat je hebt geleerd gebruiken in een situatie over werk.

Nadere informatie

Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus

Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus Marcus 10,13-16 - Kleine en grote kinderen: iedereen is welkom bij Jezus Gezinsdienst Liturgie Welkom en mededelingen Voorzang: - Gezang 132 - Opwekking 461 - Gezang 146 Stil gebed Votum / groet Zingen:

Nadere informatie

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef). 2. Persoonsvorm pv Wat is de persoonsvorm? Daar draait in een zin eigenlijk alles om. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Hoe kun je de persoonsvorm vinden? - De zin in een andere tijd zetten (tijdproef).

Nadere informatie

LEZEN FICTIE BK 1 LEKKER LEZEN PERRON 1

LEZEN FICTIE BK 1 LEKKER LEZEN PERRON 1 LEZEN FICTIE BK LEKKER LEZEN PERRON Lekker lezen Daar lag de molen. Donker en dreigend lag hij daar in de sneeuw, als een sterk, gevaarlijk dier dat loert op zijn prooi. Ik hoef er helemaal niet heen,

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Begeleide interne stage

Begeleide interne stage Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren

Nadere informatie

Hanneke van Herk. 1. Beschrijvingsopdracht: Uitgewerkt persoonlijke reactie:

Hanneke van Herk. 1. Beschrijvingsopdracht: Uitgewerkt persoonlijke reactie: 1. Beschrijvingsopdracht: Motivatie: Ik heb dit boek gelezen, omdat ik een deel van de film had gezien en nieuwsgierig was naar de rest van het verhaal. Ik was eerst begonnen aan het boek Karakter van

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Moeder worden, moeder zijn

Moeder worden, moeder zijn Moeder worden, moeder zijn Uitgeverij Eenvoudig Communiceren Postbus 10208 1001 EE Amsterdam Telefoon: (020) 520 60 70 Fax: (020) 520 60 61 E-mail: info@eenvoudigcommuniceren.nl Website: www.eenvoudigcommuniceren.nl

Nadere informatie

Voor jou. Verhalen van mantelzorgers. Anne-Rose Hermer

Voor jou. Verhalen van mantelzorgers. Anne-Rose Hermer Voor jou Verhalen van mantelzorgers Anne-Rose Hermer 6 Inleiding In dit boek maak je kennis met Martine, Koos en Sara. Ze zijn alledrie in een andere fase van hun leven. Maar één ding is hetzelfde voor

Nadere informatie

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik.

Eerste nummer. Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie. Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik. juni 2014 Op kamers Eerst durfde ik de woonkamer niet naar binnen. Eetfobie Eerste nummer Het was moeilijk om te zien dat mijn nichtje van 5 meer at dan ik. INHOUD juni 2014 Eten als een kind Op kamers

Nadere informatie

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Info Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Inhoud INHOUD 1. Waar gaat het over 3 2. Aanraken 4 3. Hoe noem jij dat? 5 4. Baas over

Nadere informatie

Lucy heeft een ballon

Lucy heeft een ballon Caro Kindercoach & begeleiding Maasdijk 16 4283 GA Giessen 0620380336 info@carokindercoach.nl www.carokindercoach.nl heeft een ballon Handleiding Doelgroep: Kinderen van 3 tot 6 jaar. Doel van het lezen

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Regels en wetten

Ik en de maatschappij. Regels en wetten Ik en de maatschappij Regels en wetten Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Titel: Ik en de maatschappij

Nadere informatie

Het kinderprotocol. Inhoud: 1. Inleiding; het kinderprotocol 2. Goed gedrag kun je leren 3. De schoolregels 4. Pesten/ gepest worden 5.

Het kinderprotocol. Inhoud: 1. Inleiding; het kinderprotocol 2. Goed gedrag kun je leren 3. De schoolregels 4. Pesten/ gepest worden 5. Het kinderprotocol Inhoud: 1. Inleiding; het kinderprotocol 2. Goed gedrag kun je leren 3. De schoolregels 4. Pesten/ gepest worden 5. Slot 1. Het kinderprotocol: Op de Flamingoschool vinden we het erg

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Ondersteuning bieden bij emotionele problemen

Ondersteuning bieden bij emotionele problemen Ondersteuning bieden bij emotionele problemen > Inhoud > Cursus: Emoties: Soms heerlijk! Soms lastig! 5 > Tekstbron: Bieden van ondersteuning bij emotionele problemen 36 > Project: Film over goed en fout

Nadere informatie

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les 8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil

Nadere informatie

Ik en de maatschappij. Samen maar verschillend

Ik en de maatschappij. Samen maar verschillend Ik en de maatschappij Samen maar verschillend Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Ruud Schinkel Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Eindredactie:

Nadere informatie

Omgaan met rijexamenangst

Omgaan met rijexamenangst Omgaan met rijexamenangst Van A tot ggz De boeken in de reeks Van A tot ggz beschrijven niet alleen oorzaak, verloop en behandeling van de onderhavige problemen, maar geven ook antwoord op de vraag hoe

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113 Inhoud Woord vooraf 7 Het allereerste begin 9 Oervaders 19 Israël als moeder 57 Wijsheid voor ouders en kinderen 83 Koninklijke vaders 113 Profetische opvoedkunde 145 Kinderen in zijn koninkrijk 177 Leerling

Nadere informatie

Niet eerlijk. Kyara Blaak

Niet eerlijk. Kyara Blaak Kyara Blaak Niet eerlijk Kyara Blaak Kyara Blaak 248media uitgeverij, Steenwijk Grafische realisatie: MDS Grafische Vormgeving Illustraties binnenwerk: Kyara Blaak Alle rechten voorbehouden. Niets uit

Nadere informatie

ZELF STARTEN MET NEDERLANDS NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN

ZELF STARTEN MET NEDERLANDS NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN ZELF STARTEN MET NEDERLANDS NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN Het zelfstudiepakket Zelf starten met Nederlands is ontwikkeld door Uitgeverij Boom in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Nadere informatie

NEDERLANDS. Schrijven. voor 1F Deel 3 van 5

NEDERLANDS. Schrijven. voor 1F Deel 3 van 5 NEDERLANDS Schrijven voor 1F Deel 3 van 5 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235 235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Mieke Lens Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Titel: Nederlands -

Nadere informatie

TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven.

TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven. TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven. Beginsituatie: De lln doen als inleiding op het project rond geloven en de kerkwandeling, een filosofisch gesprek. Er komen verschillende

Nadere informatie

door Sebastiaan Heins

door Sebastiaan Heins door Sebastiaan Heins 3 2 e druk november 2012 Sebastiaan J.R. Heins - 23 mei 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand

Nadere informatie

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.

LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen. Vrijdag 15 januari 016 Artikelen: Alle artikelen - 7Days week Inhoud: De leerlingen leren om kritisch te kijken naar de verschillende artikelen uit 7Days. De leerlingen leren strategieën toe te passen

Nadere informatie

Oefentekst voor het Staatsexamen

Oefentekst voor het Staatsexamen Oefentekst voor het Staatsexamen Staatsexamen NT2, programma I, onderdeel lezen bij Hoofdstuk 5 van Taaltalent NT2-leergang voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Katja Verbruggen Henny Taks Eefke

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

Best tof. Asma haalt haar schouders op. Ik weet niet eens of ik niet mag, zegt ze.

Best tof. Asma haalt haar schouders op. Ik weet niet eens of ik niet mag, zegt ze. Niet naar Texel Je gaat naar Samara, zegt de vader van Asma. Met het vliegtuig naar opa en oma; is dat niet fijn? Asma kijkt haar vader met grote ogen aan. Naar opa en oma?, herhaalt ze verbaasd. Ja, knikt

Nadere informatie

Nederlands. Schrijven. voor 1F Deel 1 van 5

Nederlands. Schrijven. voor 1F Deel 1 van 5 Nederlands Schrijven voor 1F Deel 1 van 5 Colofon Auteur: Mieke Lens Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Redactie: Edu Actief b.v. Vormgeving: PPMP Prepress, Wolvega Illustraties: Edu Actief b.v. Titel:

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

INFORMATIEBRIEF nr.6 VRIENDJES - KIKKER IS VERLIEFD. Aan de ouders van groep 1 en 2

INFORMATIEBRIEF nr.6 VRIENDJES - KIKKER IS VERLIEFD. Aan de ouders van groep 1 en 2 Aan de ouders van groep 1 en 2 INFORMATIEBRIEF nr.6 VRIENDJES - KIKKER IS VERLIEFD De eerste weken van het nieuwe jaar zijn al weer voorbij. We hebben met de kinderen gewerkt over de kalender. Hoe ziet

Nadere informatie

Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz.

Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz. Onderzoeksverslag Omslag en titelpagina Op het omslag staan in elk geval de titel van het onderzoek en de namen van de schrijvers. Op de titelpagina opnieuw de titel en de namen van de schrijvers. Nu uitgebreid

Nadere informatie

Naam: Groep: Willem Teellinckschool 15 juni 2016

Naam: Groep: Willem Teellinckschool 15 juni 2016 AMSTERDAM Naam: Groep: Willem Teellinckschool 15 juni 2016 1 Hoe maak ik in groep 8 een werkstuk? Jij gaat de komende weken op school en thuis een werkstuk maken. Een werkstuk is een lange weettekst. Het

Nadere informatie

Basiscursus 2 Nederlands voor buitenlanders. Tekstboek. DM-Basiscursus2-tekstboek_05.indd 1 07-09-15 12:34

Basiscursus 2 Nederlands voor buitenlanders. Tekstboek. DM-Basiscursus2-tekstboek_05.indd 1 07-09-15 12:34 Basiscursus 2 Nederlands voor buitenlanders Tekstboek DM-Basiscursus2-tekstboek_05.indd 1 07-09-15 12:34 Basiscursus 2 Nederlands voor buitenlanders P.J. Meijer A.G. Sciarone Tekstboek Herziene editie

Nadere informatie

Mijn kind een Kanjer!

Mijn kind een Kanjer! Mijn kind een Kanjer! Mijn kind een Kanjer! Help je kind bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden Herberd Prinsen Bohn Stafleu van Loghum Houten 2009 2009 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer

Nadere informatie

Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1

Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1 Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1 Tekstverband Signaalwoord Voorbeeld Reden Omdat, want, daarom Ik

Nadere informatie

Tips Examen Nederlands

Tips Examen Nederlands Tips Examen Nederlands Het eindexamen Het CE Nederlands bestaat uit lees- en schrijfvaardigheid. De opbouw van het examen staat vast. Tekst 1: 10/12 vragen bij een lange tekst Tekst 2: de samenvattingsopdracht

Nadere informatie

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers Praten over boeken in de klas Het vragenspel van idan hambers We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen. (idan hambers). Elk individu, kind en volwassene, beleeft een tekst op geheel eigen

Nadere informatie

Competent talent in de praktijk

Competent talent in de praktijk Competent talent in de praktijk Competent talent in DE PRAKTIJK CURSISTENBOEK Talent ontdekken, ontwikkelen & inzetten Competent talent in de praktijk Cursistenboek Talent ontdekken, ontwikkelen & inzetten

Nadere informatie

Toetsvragen bij domein 5 Begrijpend lezen

Toetsvragen bij domein 5 Begrijpend lezen bijvoorbeeld Exemplarische opleidingsdidactiek voor taalonderwijs op de basisschool Toetsvragen bij domein 5 Begrijpend lezen Bart van der Leeuw (red.) Jo van den Hauwe (red.) Els Moonen Ietje Pauw Anneli

Nadere informatie