Nulmeting studentbedrijven

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nulmeting studentbedrijven"

Transcriptie

1 Nulmeting studentbedrijven Eindrapportage Arnoud Muizer Panteia Martin Haring Hogeschool van Amsterdam Zoetermeer, december 2013

2 ISBN : Rapportnummer : A Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) en door Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE) Panteia BV Panteia BV Bredewater 26 P.o. box CA Zoetermeer 2701 AA Zoetermeer The Netherlands De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van Panteia. Panteia aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with Panteia. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of Panteia. Panteia does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.

3 Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding en doel Gehanteerde aanpak Leeswijzer 6 2 Stimulans ondernemerschap door ACE Woord vooraf Stimuleren van ondernemerschap Inzet van netwerk door studentbedrijven 8 3 Ondernemerschap en ambitie Inleiding Ondernemerschap Ambitie op het gebied van ondernemerschap Vergelijking met andere onderzoeken Binding met de instelling 17 4 Feedback op ondernemerschapsonderwijs 19 5 Feedback op ondersteuning bedrijven 23 6 Kenmerken en meerwaarde bedrijven Betrokkenheid bij bedrijven Kenmerken belangrijkste bedrijven Succesfactoren bedrijven Inzet en economische prestaties 35 7 Conclusies en aanbevelingen 41 BIJLAGE 1 Kenmerken respons 43 BIJLAGE 2 Overige uitkomsten 47 BIJLAGE 3 Vragenlijst 49 BIJLAGE 4 Ondernemingen ontstaan vanuit de minors 59 3

4

5 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Uit het programmaproject De meerwaarde van studentbedrijven 1 is duidelijk geworden dat deze bedrijven zeer innovatief zijn en daarmee een grote economische potentie in zich dragen. Daarmee vormen zij ook een belangrijk kennisvalorisatiekanaal. Met het opzetten van de monitor studentbedrijven en het uitvoeren van een nulmeting onder verschillende onderwijscohorten wordt meer inzicht verkregen in het fenomeen studentbedrijf (kenmerken, typen, ontwikkelingen) en kan worden vastgesteld wat de waardecreatie van de bedrijven is of zou kunnen zijn en welke rol zij spelen bij kennisvalorisatie. Daarnaast moet de nulmeting relevante informatie opleveren voor verbetering van het ondernemerschapsonderwijs. Concreet worden met de nulmeting en jaarlijkse monitor de volgende doelstellingen beoogd: het meten van het effect van ondernemerschapsonderwijs het leveren van feedback voor het verbeteren van het ondernemerschapsonderwijs het meten van de economische meerwaarde van de bedrijfjes Met meer kennis op deze gebieden wordt het mogelijk om gericht maatregelen te nemen ter stimulering van studentbedrijven, zowel binnen de onderwijsomgeving als daarbuiten. Deze kennis is van betekenis en beschikbaar voor ACE (Amsterdam Center for Entrepreneurship: Universiteit van Amsterdam (UVA), Vrije Universiteit (VU), Hogeschool van Amsterdam (HVA) en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten) en ook voor andere onderwijsinstellingen. 1.2 Gehanteerde aanpak De monitor studentbedrijven en het uitvoeren van een nulmeting onder verschillende onderwijscohorten kent een grondige opstartfase waarbij deskresearch en het opstellen en testen van de vragenlijst centraal staan. Bestaande studies en enquêtes zijn gebruikt om de juiste vragen te destilleren, onder andere uit de vragenlijst van Global Entrepreneurship Monitor, de vragenlijst die de HVA hanteert voor het volgen van studentbedrijven. Daarnaast is een indicator opgenomen die bij diverse metingen van de effecten van ondernemerschap in het onderwijs wordt toegepast. Dataverzameling heeft plaatsgevonden via een webenquête en via interviews onder studentbedrijven, gestart vanuit de minors en de Summerschool van ACE. Daarmee is ook een panel opgebouwd uit verschillende cohorten die bij vervolgmetingen zullen worden bevraagd. De resultaten zijn geanalyseerd met SPSS en Ucinet (netwerk analyse). 1 Haring, Martin (HVA) en Arnoud Muizer (Panteia/EIM) (2012), Meerwaarde van studentbedrijven, Programma MKB en Ondernemerschap, Amsterdam/Zoetermeer. 5

6 1.3 Leeswijzer In het navolgende wordt uitgebreid gerapporteerd over de bevindingen. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de programma s waarmee binnen ACE studentbedrijven worden gestimuleerd en het onderzoek wat naar studentbedrijven van de HVA is gedaan sinds Vervolgens wordt in de hoofdstukken daarna uitgebreid ingegaan op de uitkomsten van een online enquête onder (ex)studenten ondernemerschap van ACE. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen beschreven: Ondernemerschapskenmerken en ambitie (hoofdstuk 3) Feedback op ondernemerschapsonderwijs (hoofdstuk 4) Feedback op ondersteuning bedrijven (hoofdstuk 5) Kenmerken en meerwaarde bedrijven (hoofdstuk 6) Het rapport wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 7). In Bijlage 1 zijn de kenmerken van de respons opgenomen. Bijlage 2 bevat enkele nadere uitkomsten van de enquête en in bijlage 3 is de gehanteerde vragenlijst weergegeven. Tot slot is in bijlage 4 een overzicht opgenomen van minorbedrijven. 6

7 2 Stimulans ondernemerschap door ACE 2.1 Woord vooraf Vanaf 2006 is ACE bewust bezig met het stimuleren van ondernemerschapsonderwijs op de betrokken instellingen HVA, UVA,VU en sinds kort AHvK. Op deze instellingen worden allerlei activiteiten geïnitieerd die ertoe leiden dat ondernemerschap onder studenten en docenten/medewerkers wordt gestimuleerd. Vanuit deze activiteiten ontstaan ook concrete bedrijven die een bijdrage leveren aan de innovatiekracht van Nederland. In dit hoofdstuk worden de initiatieven beschreven waaraan ACE de laatste jaren heeft bijgedragen. Tevens wordt er ingegaan op de rol van het netwerk van deze bedrijven bij het verkrijgen van acceptatie in de markt en het bevorderen van het succes van deze bedrijven. 2.2 Stimuleren van ondernemerschap ACE heeft de afgelopen jaren veel energie en tijd gestoken in het ontwikkelen van prikkelende ondernemers programma s en evenementen. Hieronder volgt een opsomming van specifieke programma s voor studenten door ACE geïnitieerd en/of ondersteund. Minor Ondernemerschap VU-FEWEB (2008-heden): In dit programma wordt de student voorbereid op de mogelijkheid om een eigen bedrijf te starten. Tijdens dit programma worden geen bedrijven opgestart. Het programma is goed voor 30 ECTS. Jaarlijks volgens circa studenten dit programma. Minor Entrepreneurship VU-FSW(2009-heden): In dit programma wordt een theoretische introductie gegeven op het fenomeen entrepreneurship en krijgen de studenten een goed inzicht in de drijfveren van een ondernemer. De minor heeft in 2012 het bijzondere kenmerk ondernemen van de NVAO gekregen. Tijdens dit programma worden geen ondernemingen opgestart. Het programma is goed voor 30 ECTS. Jaarlijks volgens circa studenten dit programma. Minor Entrepreneurship UVA: In dit programma van een half jaar krijgen de studenten de kans hun eigen bedrijf op te starten en meer kennis op te doen van de achtergronden van succesvolle ondernemers. Het programma is goed voor 30 ECTS. Jaarlijks volgen studenten dit programma. Minor Ondernemerschap HVA (2006-heden): In dit programma van een half jaar krijgen de studenten de kans om hun eigen bedrijf op te starten. Het programma is goed voor 30 ECTS. Deze minor wil in 2014 het bijzondere kenmerk ondernemen van de NVAO behalen. Jaarlijks volgen studenten dit programma. Summerschool Entrepreneurship (2007-heden): Studenten van UVA, HVA en VU krijgen gedurende een week in de zomervakantie de kans om onder begeleiding aan hun ondernemingsplan te werken. Vanuit dit programma wordt regelmatig een bedrijf opgestart. Jaarlijks volgens circa 30 studenten dit programma. Kaufmann Foundation Entrepreneurship Scholarship ( ): Studenten van UVA en VU kregen de gelegenheid om in de VS hun horizon te verleggen en de entrepreneurial spirit op te snuiven in o.a. Sillicon Valley en Boston. 7

8 Venturelab (2012-heden) ACE is haar eigen incubator begonnen en in samenwerking met investeerders zijn tech startups vanuit de universitaire wereld bezig zich verder te ontwikkelen. Snelkookpanweekend (2012-heden): Een keer per jaar organiseert ACE een weekend voor personeelsleden uit het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Vanuit dit weekend worden ook ondernemingen opgestart. Jaarlijks volgens circa 30 collega s dit programma. Breaking out ( ): Samen met het evenementenbureau Winkelman Van Hessen heeft ACE 4x dit evenement georganiseerd. Tijdens dit evenement werden studenten in contact gebracht met succesvolle ondernemers. Entrepreneurshipday (2011-heden): Samen met diverse ondernemers worden verschillende workshops georganiseerd met ondernemende thema s, zoals sociaal ondernemen, financiering van je onderneming en duurzaamheid. The 16 student entrepreneurs (2010-heden): Elk jaar stimuleert ACE een groep ondernemende studenten om op onderzoek te gaan naar entrepreneurship in het buitenland. Tot nu toe is er een groep naar de VS, China en Turkije gegaan. De enquête die verderop in hoofdstuk 3 wordt uitgewerkt is gehouden onder (ex-)studenten van de diverse minoren en de Summerschool van ACE (figuur 1). Figuur 1 Inschrijvingen minors en Summerschool Bron: ACE, Inzet van netwerk door studentbedrijven Het netwerk van ondernemers blijkt een grote rol te spelen bij het succes van startups. Om dit nader te onderzoeken, volgt ACE de bedrijven die van september 2009 tot en met september 2011 zijn gestart in de minor ondernemerschap van de HVA. In deze periode volgden in totaal 495 studenten de minor en werden er 165 bedrijven opgestart. Op dit moment zijn er nog 23 bedrijven actief. De overige bedrijven zijn gestaakt. Als redenen (waarbij men voor meer redenen kon kiezen) werden opgegeven: 8

9 Concentratie op de studie (80%) Onderlinge meningsverschillen (10%) Geen levensvatbaar concept (80%) Een eigen onderneming starten is niet echt wat voor mij (40%) Elk jaar worden de ondernemers uit de actieve startups ondervraagd over de veranderingen binnen hun netwerk. Op basis van dit onderzoek en met de aanvullende data uit de enquête onder de studentbedrijven van alle minors en de Summerschool kunnen de eerste voorzichtige conclusies worden getrokken. Bij het schetsen van het netwerk van de bedrijven werd gevraagd naar connecties waarmee de persoon in kwestie wekelijks of maandelijks contact had en waarbij een link kon worden gemaakt met het bedrijf. Denk hierbij aan leveranciers, grote klanten, boekhouder, reclamebureau, websitebouwer, juridisch adviseur, coach, investeerder, producent etc. Een netwerk van een startend bedrijf bij de minor kan er als volgt uit zien: Figuur 2 Startend bedrijf in 2009 met 9 relevante connecties (Ucinet) Bron: ACE,

10 En na twee jaar zou het netwerk er als volgt kunnen uitzien: Figuur 3 Twee jaar later (2011) heeft hetzelfde bedrijf 19 relevante connecties en zijn er diverse connecties vervangen (Ucinet) Bron: ACE, 2013 Tijdens de interviews werd ook gevraagd wat de relatie van het betreffende contact betekende voor de ondernemer. Hoe lang kende de ondernemer de betreffende relatie en welke band had de ondernemer met de relatie? Op deze manier kon er een onderscheid worden gemaakt tussen sterke relaties (familie en vrienden) en zwakke relaties (kennissen). In de netwerkliteratuur worden op basis van de indeling in sterke relaties (strong ties) en zwakke relaties (weak ties) diverse conclusies getrokken over de relaties die van belang zijn voor een startup. Om een bijdrage te kunnen leveren aan deze wetenschappelijke literatuur is dit onderzoek onder startups van de HVA begonnen. In figuur 4 is te zien hoe een netwerk zich na verloop van tijd kan ontwikkelen. Entrepreneur A ontwikkelt een netwerk met relatief veel kennissen, terwijl hij geen vrienden of familie bij zijn bedrijf betrekt. Entrepreneur B ontwikkelt in de loop der tijd een heel divers netwerk, waarbij zowel vrienden als kennissen bij het bedrijf worden betrokken. Volgens Newbert et al. (2012) 1 zijn startups met een netwerk, vergelijkbaar met dat van entrepreneur B succesvoller dan startups met een netwerk, vergelijkbaar met dat van entrepreneur A. Zij pleiten er dan ook voor dat startups in hun eerste jaren een zo divers mogelijk netwerk opbouwen. 1 Newbert, Scott L., Erno T. Tornikoski, and Narda R. Quigley. "Exploring the evolution of supporter networks in the creation of new organizations.", Journal of Business Venturing (2012). 10

11 Figuur 4 Evolutie van een netwerk na verloop van tijd (Newbert et al., 2012) Bron: Newbert, Scott L., Erno T. Tornikoski, and Narda R. Quigley. "Exploring the evolution of supporter networks in the creation of new organizations." Journal of Business Venturing (2012), page 284 Bij de 23 studentbedrijven die in de afgelopen 4 jaar zijn gevolgd, blijkt 80% een ontwikkeling door te maken, vergelijkbaar met entrepreneur A. Deze bedrijven geven de betreffende ondernemers een inkomen waar ze niet of nauwelijks van kunnen rondkomen. De andere bedrijven tonen overeenkomst met entrepreneur B. Bij deze bedrijven is er sprake van: Jaarlijks sterke omzetgroei Een aantal personeelsleden in dienst Prijswinnaars (studentondernemer van het jaar, new venture prijswinnaar, lokale prijzen, ) Veel free publicity (vermelding in diverse kranten, weekbladen, radio en tv etc.) Internationale expansie c.q. ambitie Duidelijke vindbaarheid op het internet en goede zichtbaarheid in de sociale media. De betreffende ex-studenten scoren ook hoog op vrijwel alle vlakken van de competentietest van Driessen. Het zijn veelal extraverte personen met een duidelijke drijfveer en zij zijn bewust bezig om het bedrijf waaraan ze werken groot te maken. Doordat ze tijdens hun studie al druk bezig waren met het ontwikkelen van hun eigen onderneming hebben ze op dit moment ook niet allemaal hun bachelor gehaald. Dit pleit in mijn ogen wederom voor het creëren van een mogelijkheid op onze hogescholen en universiteiten om dit soort studenten een aparte behandeling te geven (vergelijkbaar met topsporters), zodat ze zowel hun bedrijf kunnen uitbouwen als hun diploma kunnen behalen. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de ontwikkeling van de bedrijven uit de verschillende minors en de Summerschool. Hier zijn ook gegevens te vinden over de omzet- en personeelsontwikkeling. 11

12

13 3 Ondernemerschap en ambitie 3.1 Inleiding In het voorgaande hoofdstuk is een beeld geschetst van de wijze waarop ACE ondernemerschapsonderwijs stimuleert en werd ingegaan op een specifiek onderzoek onder HVA studenten naar de rol van het netwerk van studentenbedrijven bij het verkrijgen van acceptatie in de markt en het bevorderen van het succes van deze bedrijven. In de navolgende hoofdstukken worden de percepties en ervaringen van de studenten zelf gepresenteerd. In dit hoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de ondernemerschapkenmerken en ambitie van (oud-)studenten. 3.2 Ondernemerschap Om te bepalen in hoeverre studenten zichzelf als ondernemend beschouwen, is de volgende definitie van ondernemen gehanteerd: Het zien en realiseren van kansen. Het draait primair om gedrag en gaat niet per se gepaard met het oprichten van een eigen bedrijf. Ook als werknemer kun je je ondernemend opstellen door zelf initiatieven te nemen. Een kleine 35% van alle ondervraagde (oud-)studenten beschouwt zichzelf als zeer ondernemend, het overgrote deel (53%) noemt zichzelf tamelijk ondernemend. Ongeveer 11% van het totaal vindt zichzelf enigszins ondernemend en 1% niet zo ondernemend. De percentages verschillen wel enigszins per instelling. Zo is het percentage zeer ondernemende VU-studenten met 24% relatief laag. Dit percentage ligt het hoogst bij HVA-studenten (38%) en dat geldt ook voor studenten die zich tamelijk ondernemend vinden. Zie figuur 5. Figuur 5 Mate waarin men zichzelf als ondernemend persoon beschouwt, studenten per instelling en totaal, in percentage (N=175) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% UVA (N=35) HVA (N=79) VU (N=38) Zeer ondernemend Tamelijk ondernemend Enigszins ondernemend Niet zo ondernemend andere instelling (N=23) Totaal (N=175) Drie aspecten steken met kop en schouders boven de rest uit als het gaat om succesvol ondernemen: kennis van de markt, kansen kunnen herkennen en benutten en oplossingsgericht zijn. Het beschikken over persoonlijke netwerken en netwerkvaardigheden vormt de op drie na belangrijkste succesfactor. Zie figuur 13

14 6. Het belang van de aspecten ontloopt elkaar niet veel bij vergelijking van de instellingen. Zie Bijlage 2. Figuur 6 Mate waarin de volgende aspecten belangrijk zijn voor succesvol ondernemerschap, in percentage (N=175) 0% 20% 40% 60% 80% 100% kennis van de markt kennis van technologieën groeiambitie overtuigingskracht oplossingsgericht / drive om oplossingen te vinden voor een probleem bewezen succesvol in de branche waarin u actief bent kansen kunnen herkennen en benutten koersvast / doelgericht beschikken over persoonlijke netwerken en netwerkvaardigheden goede managementvaardigheden creativiteit maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) onbelangrijk belangrijk cruciaal 3.3 Ambitie op het gebied van ondernemerschap Alleen aan degenen die nog studeren, is gevraagd naar het belang van ondernemerschap als onderdeel van de beroepswens. Gemiddeld geeft ruim 40% aan dat dit belang zeer sterk is. Zie figuur 7. Studenten aan andere instellingen scoren duidelijk het hoogst, zij maken waarschijnlijk ook meer bewust de keuze om ondernemerschapsonderwijs te volgen. Zij worden, vermoedelijk om dezelfde reden, gevolgd door HVA-studenten. Figuur 7 Mate waarin ondernemerschap een belangrijk onderdeel vormt van de beroepswens, in percentage (N=175, alleen gevraagd aan studenten) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% UVA HVA VU Andere instelling Totaal Helemaal niet Een beetje Tamelijk sterk Zeer sterk 14

15 Hetzelfde beeld ontstaat als wordt gevraagd naar de ambitie om na de studie ondernemer te worden. De studenten aan andere instellingen scoren hier duidelijk het hoogst: ruim 70% geeft aan zeker ondernemer te willen worden. HVAstudenten volgen met 61%. Zie figuur 8. Ruim de helft van alle ondervraagde studenten (55%) wil na de afronding van de studie zeker ondernemer worden. ACE heeft op dit punt een hoge ambitie neergelegd: 60% van alle studenten in Amsterdam geeft aan zeker ondernemer te willen worden. Met een score van 55% onder studenten die ondernemerschapsonderwijs volgen, is deze ambitie echter nog geen werkelijkheid. Zie figuur 8. Dit percentage zou onder alle studenten gemeten moeten worden om echt een goede vergelijking te kunnen maken met de doelstelling en met landelijke cijfers. Een dergelijke brede meting maakt echter geen onderdeel uit van dit project. Overigens verschillen de cijfers behoorlijk tussen de instellingen. Zo is ruim 70% van de studenten aan andere instellingen zeker van plan om ondernemer te worden. Zij hebben duidelijk minder twijfels dan studenten van VU en UVA. Onder HVA-studenten is het percentage met 61% ook bovengemiddeld. Figuur 8 Wil na afronding van studie ook ondernemer worden, in percentage (N=175, alleen gevraagd aan studenten) 0% 20% 40% 60% 80% 100% UVA HVA VU Andere instelling Totaal Nee, zeker niet Misschien, weet ik nog niet Ja, zeker wel Vervolgens is gevraagd wat de exacte ambities zijn na afronding van de studie. Zie figuur 9. Ongeveer 40% geeft aan door te willen studeren en wellicht in combinatie daarmee een baan te zoeken in loondienst. Een kleine 70% wil een andere onderneming opstarten (63%) of een familiebedrijf overnemen (4%). Ruim een kwart is van plan om het studentbedrijf door te zetten. De verschillen tussen de ambities van studenten per instelling zijn niet heel groot. Het overgrote deel wil een andere onderneming opstarten. Opvallend is wel dat de fractie die met het studentbedrijf wil doorgaan, duidelijk het grootst is onder HVA-studenten. 15

16 Figuur 9 Wat zijn de ambities na afronding studie (meerdere antwoorden mogelijk), in percentage (alleen gevraagd aan studenten, N=175) UVA HVA VU doorgaan met het studentbedrijf doorstuderen een baan zoeken in loondienst zelf een andere onderneming opstarten een familiebedrijf overnemen Andere instelling Totaal 3.4 Vergelijking met andere onderzoeken In vergelijking met de uitkomsten van de Tweemeting Ondernemerschap in het onderwijs 1 zijn de in het onderhavige onderzoek bevraagde studenten veel ondernemender. Dat heeft alles te maken met het feit dat de scope van de Tweemeting zich niet beperkt tot studenten die ondernemerschapsonderwijs volgen. Uit de Tweemeting blijkt dat 56% van de WO-studenten en 61% van de HBOstudenten zichzelf als tamelijk tot zeer ondernemend beschouwen. In het onderhavige onderzoek liggen deze percentages voor WO en HBO gezamenlijk op 88%. In het onderhavige onderzoek geeft 78% aan dat ondernemerschap een tamelijk sterk tot zeer sterk onderdeel uitmaakt van de beroepswens. In de Tweemeting ligt dit voor HBO op 65% en voor WO op 59%. Verder ligt het percentage studenten dat na de afronding van de studie zeker ondernemer wil worden met 55% duidelijk hoger dan de 20% voor het WO en 21% voor het HBO die in de Tweemeting zijn gemeten onder alle studenten. Zoals gezegd wordt de relatief hoge score in het onderhavige onderzoek vooral veroorzaakt door het feit dat hier studenten zijn ondervraagd die al ondernemerschapsonderwijs volgen en dus al interesse hebben in ondernemerschap. In de Tweemeting is de scope breder en zijn ook studenten ondervraagd die geen ondernemerschapsonderwijs volgen. 1 ECORYS, Ondernemerschap in het onderwijs, Tweemeting, Opdrachtgever: Agentschap NL, namens Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Ministerie van Economische Zaken, Rotterdam, 9 november

17 3.5 Binding met de instelling Van de oud-studenten voelt 75% nog (enigszins) een binding met de onderwijsinstelling. Een kleine 40% geeft aan wel te willen samenwerken met een studentbedrijf, 30% werkt al samen met of ondersteunt een studentbedrijf. Zie figuur 10. Figuur 10 Wijze waarop oud-studenten de binding die zij voelen met de instelling, invullen of zouden willen invullen, in percentage (N=30) ik werk samen of ondersteun een studentbedrijf ik zou graag willen samenwerken met een studentbedrijf ik breng op studentbedrijven/studenten ondernemerschap mijn eigen ervaringen over ik zou studentbedrijven/studenten ondernemerschap meer van mijn eigen ervaringen willen overbrengen ik ondersteun studentbedrijven/studenten ondernemerschap op een andere wijze, namelijk: ik zou studentbedrijven/studenten ondernemerschap graag op een andere wijze willen ondersteunen, namelijk: Ook een groot deel van de huidige studenten wil na hun studie samenwerken met studentbedrijven. Vooral UVA-studenten houden graag de binding met studentbedrijven, gevolgd door studenten aan de VU en andere instellingen. Bij HVA-studenten is deze behoefte duidelijk minder aanwezig. Zie figuur 11. Dat kan drie dingen betekenen: men ondervindt zelf de behoefte aan ondersteuning door oud-studenten men ziet de meerwaarde van samenwerken met studentbedrijven een combinatie van beide Figuur 11 Wensen met betrekking tot studentbedrijven na de studie, in percentage (N=175) UVA HVA VU wil na studie graag samenwerken met een studentbedrijf of deze ondersteunen wil na studie eigen ervaringen overbrengen op studentbedrijven/studenten ondernemerschap wil studentbedrijven/studenten ondernemerschap op een andere wijze ondersteunen Andere instelling Totaal 17

18

19 4 Feedback op ondernemerschapsonderwijs Voor het stimuleren van ondernemerschap en ondernemend gedrag krijgt de HVA een rapportcijfer dat met een 7,2 iets lager ligt dan dat van de VU (7,3) en de UVA (7,4). Bij andere instellingen ligt dit cijfer ook op 7,4. In totaal geven de studenten een 7,3. Aan de respondenten is een oordeel gevraagd over het belang van een aantal aspecten voor de verdere verbetering van het ondernemerschapsonderwijs. Vooral een goede ondersteuning en begeleiding vanuit de instelling zijn belangrijk en volgens ruim de helft van alle respondenten zelfs cruciaal voor een verdere verbetering van dit onderwijs. Samenwerking met een of meer externe bedrijven wordt in dit verband door 40% als cruciaal genoemd. Zie figuur 12. Figuur 12 Belang van de volgende aspecten voor een verdere verbetering van het ondernemerschapsonderwijs, in percentage (N=175) 0% 20% 40% 60% 80% 100% samenwerking in een mixed team met studenten vanuit verschillende studierichtingen samenwerking met een of meerdere externe bedrijven voldoende tijd voor de ontwikkeling van een nieuw product voldoende tijd voor de vorming van een goed samenwerkingsverband de mogelijkheid om af te studeren in het eigen bedrijf een goede ondersteuning en begeleiding vanuit de instelling een goede afstemming van het ondernemerschapsonderwijs met de overige studieonderdelen onbelangrijk belangrijk cruciaal Bij vergelijking tussen de instellingen van de verbeteraspecten blijkt dat studenten aan de VU een goede ondersteuning ook het meest cruciaal vinden (47%), terwijl een goede afstemming met de andere studieonderdelen door hen als tweede wordt genoemd: 42% vindt dit cruciaal. Zie figuur

20 Figuur 13 Belang van de volgende aspecten, belangrijk voor een verdere verbetering van het ondernemerschapsonderwijs van de VU, in percentage (N=37) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% samenwerking in een mixed team met studenten vanuit verschillende studierichtingen samenwerking met een of meerdere externe bedrijven voldoende tijd voor de ontwikkeling van een nieuw product voldoende tijd voor de vorming van een goed samenwerkingsverband de mogelijkheid om af te studeren in het eigen bedrijf een goede ondersteuning en begeleiding vanuit de instelling een goede afstemming van het ondernemerschapsonderwijs met de overige studieonderdelen onbelangrijk belangrijk cruciaal Het beeld voor de UVA-studenten ziet er duidelijk anders uit. Voldoende tijd voor de vorming van een goed samenwerkingsverband wordt door hen als belangrijkste verbeteraspect genoemd (46% noemt dit cruciaal), terwijl 50% de samenwerking met een of meer externe bedrijven cruciaal noemt. Voldoende tijd voor de ontwikkeling van een nieuw product komt met 43% op een derde plaats. De ondersteuning en begeleiding vanuit de instelling wordt minder vaak als cruciaal verbeteraspect genoemd dan bij de VU-studenten het geval is (38% vs. 46%). Zie figuur

21 Figuur 14 Belang van de volgende aspecten, belangrijk voor een verdere verbetering van het ondernemerschapsonderwijs van de UVA, in percentage (N=35) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% samenwerking in een mixed team met studenten vanuit verschillende studierichtingen samenwerking met een of meerdere externe bedrijven voldoende tijd voor de ontwikkeling van een nieuw product voldoende tijd voor de vorming van een goed samenwerkingsverband de mogelijkheid om af te studeren in het eigen bedrijf een goede ondersteuning en begeleiding vanuit de instelling een goede afstemming van het ondernemerschapsonderwijs met de overige studieonderdelen onbelangrijk belangrijk cruciaal Een goede ondersteuning en begeleiding vormt wel heel duidelijk het belangrijkste verbeteraspect volgens HVA-studenten. Bijna twee derde vindt dit aspect cruciaal, zoals blijkt uit figuur 15. Figuur 15 Belang van de volgende aspecten voor een verdere verbetering van het ondernemerschapsonderwijs van de HVA, in percentage (N=78) 0% 20% 40% 60% 80% 100% samenwerking in een mixed team met studenten vanuit verschillende studierichtingen samenwerking met een of meerdere externe bedrijven voldoende tijd voor de ontwikkeling van een nieuw product voldoende tijd voor de vorming van een goed samenwerkingsverband de mogelijkheid om af te studeren in het eigen bedrijf een goede ondersteuning en begeleiding vanuit de instelling een goede afstemming van het ondernemerschapsonderwijs met de overige studieonderdelen onbelangrijk belangrijk cruciaal 21

22

23 5 Feedback op ondersteuning bedrijven In totaliteit wordt de ondersteuning van minorbedrijven door de onderwijsinstelling en/of coach door 75% van de respondenten gewaardeerd als voldoende tot ruim voldoende. De waardering van de ondersteuning is het meest positief bij VU-studenten en HVA-studenten. UVA-studenten zijn wat minder tevreden, hoewel slechts 6% ontevreden is. Bij HVA-studenten ligt dit op 10%. Zie figuur 16. Figuur 16 Mate van ondersteuning van minorbedrijven door onderwijsinstelling en/of coach, in percentage (studenten met minorbedrijf (N=93) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% UVA (N=17) HVA (N=51) VU (N=11) andere instelling (N=14) totaal (N=93) ruim voldoende voldoende voldoende noch onvoldoende onvoldoende ruim onvoldoende Gemiddeld geven de studenten een 7,2 als rapportcijfer voor de ondersteuning en coaching vanuit de onderwijsinstelling voor het opzetten van het bedrijf. De HVA scoort een 7,4, de VU een 7,3 en de UVA slechts een 6,9. In tabel 1 zijn deze cijfers afgezet tegen de cijfers die de instellingen hebben ontvangen voor het stimuleren van ondernemerschap en ondernemend gedrag. Zie hoofdstuk 3. Daarbij valt op dat de UVA op dit laatste punt met een 7,4 hoger scoort dan de HVA en de VU. 23

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC De Leijgraaf Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC De Leijgraaf De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, oktober 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, 5 juli 2013 Rapportnummer : A201337 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Cliëntenaudit Bureau ABC

Cliëntenaudit Bureau ABC Cliëntenaudit Bureau ABC 2014 Zoetermeer 17 april 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages Tevredenheidsonderzoek 2014 STE Languages Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van STE Languages De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Stemming onder ondernemers in het MKB

Stemming onder ondernemers in het MKB Stemming onder ondernemers in het MKB ISBN : 978-90-371-1130-9 Rapportnummer : A201424 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Panteia

Nadere informatie

De oudere starter in Nederland Quick Service

De oudere starter in Nederland Quick Service De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling Tevredenheidsonderzoek 2015 Stap.nu Reïntegratie & Counseling Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Stap.nu Reïntegratie & Counseling De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 Rijn IJssel, Educatie & Integratie Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Rijn IJssel, Educatie & Integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering Tevredenheidsonderzoek 2011 BHP Groep Loopbaanadvisering Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van BHP Groep Loopbaanadvisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia/Stratus.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Stichting ActiefTalent Zoetermeer, donderdag 21 mei 2015 In opdracht van Stichting ActiefTalent De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1096-8 Rapportnummer : A201363 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Staatvandienst B.V. Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Staatvandienst B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Coaching en Advisering Zoetermeer, zondag 3 augustus 2014 In opdracht van Coaching en Advisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 P&M arbeidsreintegratie Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van P&M arbeidsreintegratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Benchmark klanten Qredits

Benchmark klanten Qredits Benchmark klanten Qredits Lia Smit Zoetermeer, maart 2013 Rapportnummer: A201308 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl). Voor alle

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Arbo Coaching B.V. Zoetermeer, maandag 20 juli 2015 In opdracht van Arbo Coaching B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland Innovatie in het MKB in C10978 Petra Gibcus en Yvonne Prince Zoetermeer, 16 juli 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Effecten BTW-verandering op het gedrag van consumenten in de Schilders- en stukadoorsbranche drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Zoetermeer, 23 maart 2012 Dit onderzoek is gefinancierd door CNV Vakmensen, FNV

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten Tevredenheidsonderzoek 2014 SWA HR Diensten Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van SWA HR Diensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 19 mei 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurmeting oktober 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66

Nadere informatie

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten Evaluatie campagne Doe meer met Afval mening betrokken gemeenten Zoetermeer, 10 maart 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013. Baanfit verzuim en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 Baanfit verzuim en re-integratie Zoetermeer, zaterdag 20 juli 2013 In opdracht van Baanfit verzuim en re-integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Global Entrepreneurship Monitor 2002

Global Entrepreneurship Monitor 2002 Global Entrepreneurship Monitor 2002 Niels Bosma Zoetermeer, 14 november 2002 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Renga BV

Tevredenheidsonderzoek 2009. Renga BV Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 1 juni 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven

MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven MKB Rating: smaakt naar meer Onderzoek naar bekendheid en gebruik van ratings door MKB-bedrijven Lia Smit, Ro Braaksma, Pieter Fris Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1108-8 Rapportnummer : A201374

Nadere informatie

Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen

Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen Is uw vereniging toekomstbestendig en voorbereid op de Generatie XYZ? Onderzoek onder branche- en beroepsorganisaties en verenigingen Zoetermeer, 6 juni 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. Oog voor werk

Tevredenheidsonderzoek 2014. Oog voor werk Tevredenheidsonderzoek 2014 Oog voor werk Zoetermeer, vrijdag 30 januari 2015 In opdracht van Oog voor werk De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen

Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen Vertrouwen in eigen bedrijf keldert Ondernemersvertrouwen door de jaren heen Bram van der Linden Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1107-1 Rapportnummer : A201373 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Loopbaankamer

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Loopbaankamer Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Loopbaankamer Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van Loopbaankamer De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Werkelijk B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2015. Werkelijk B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Werkelijk B.V. Zoetermeer, zondag 31 januari 2016 In opdracht van Werkelijk B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Minirapportage biomaterialen

Minirapportage biomaterialen Minirapportage biomaterialen Arnoud Muizer Zoetermeer, juni 2013 ISBN-nummer : 978-90-371-1067-8 Rapportnummer : A201325 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB Starters

Financieringsmonitor MKB Starters Financieringsmonitor MKB Starters Starters en gevestigd MKB vergeleken Pim van der Valk Lia Smit Zoetermeer, 19 januari 2010 Dit onderzoek is gefinancierd door Ministerie van Economische Zaken Programmaonderzoek

Nadere informatie

Starters zien door de wolken toch de zon

Starters zien door de wolken toch de zon M201206 Starters zien door de wolken toch de zon drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Starters zien door de wolken toch de zon Enkele jaren nadat zij met een bedrijf zijn begonnen, en met enkele jaren financieel-economische

Nadere informatie

Financiering bij familiebedrijven

Financiering bij familiebedrijven Financiering bij familiebedrijven Ro Braaksma Zoetermeer, 23 september 2011 Dit onderzoek is gefinancierd door het Centrum van het Familiebedrijf. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM.

Nadere informatie

Onderzoek Alumni Bètatechniek

Onderzoek Alumni Bètatechniek Onderzoek Alumni Bètatechniek 0 meting - Achtergrond Eén van de knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt is een tekort aan technisch geschoolden. De Twentse situatie is hierin niet afwijkend. In de analyse

Nadere informatie

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief

Ondernemerschap in Zuidoost-Brabant in perspectief M201208 Ondernemerschap in in perspectief Ondernemerschap in vergeleken met en de rest van Ro Braaksma Nicolette Tiggeloove Zoetermeer, februari 2012 Ondernemerschap in in perspectief In zijn er meer nieuwe

Nadere informatie

VBO Woonindex. Vierde kwartaal 2008. drs. J.J.J. Donkers

VBO Woonindex. Vierde kwartaal 2008. drs. J.J.J. Donkers VBO Woonindex Vierde kwartaal 2008 drs. J.J.J. Donkers Zoetermeer, 7 januari 2009 In opdracht van VBO Makelaars. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013

Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013 Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013 Onderzoek uitgevoerd door Panteia / EIM in opdracht van Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra Monitor MKB Bouw & Infra 27 november 2013 Onderzoek uitgevoerd

Nadere informatie

Financieringsmonitor MKB

Financieringsmonitor MKB M200901 Financieringsmonitor MKB Eerste resultaten, december 2008 dr. J. Meijaard drs. W.D.M. van der Valk Zoetermeer, januari 2009 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Onderchap,

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D. M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten

Nadere informatie

Uitkomsten knelpuntenstudie

Uitkomsten knelpuntenstudie Uitkomsten knelpuntenstudie Heleen Stigter Maureen Lankhuizen Zoetermeer, september 2003 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Leiderschap in Turbulente Tijden

Leiderschap in Turbulente Tijden De Mindset van de Business Leader Leiderschap in Turbulente Tijden Onderzoek onder 175 strategische leiders Maart 2012 Inleiding.. 3 Respondenten 4 De toekomst 5 De managementagenda 7 Leiderschap en Ondernemerschap

Nadere informatie

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland 18 december 2012 Social Media Onderzoek MKB Nederland 1. Inleiding Er wordt al jaren veel gesproken en geschreven over social media. Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook op tv en het internet.

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Tevredenheid over MEE Brancherapport 2011 Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Zoetermeer, 21 december 2011 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Veldwerkverslag. Vrouwen in besluitvormende posities. Dataverzameling

Veldwerkverslag. Vrouwen in besluitvormende posities. Dataverzameling Veldwerkverslag Vrouwen in besluitvormende posities Dataverzameling Zoetermeer, 24 juni 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

MKB ziet wel brood in ondernemerschapsonderwijs

MKB ziet wel brood in ondernemerschapsonderwijs M201114 MKB ziet wel brood in ondernemerschapsonderwijs MKB-ondernemers over ondernemen in het reguliere onderwijs drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, november 2011 MKB ziet wel brood in

Nadere informatie

Samenvatting mediapartners Shopping2020

Samenvatting mediapartners Shopping2020 Samenvatting eindrapport expertgroep Online Ondernemen Webwinkeliers te optimistisch over overlevingskansen. Op basis van data van de Kamer van Koophandel (N=26.250), een online enquête (N=500) en interviews

Nadere informatie

Concurrentie in het MKB Hoe concurrentie het MKB scherp houdt

Concurrentie in het MKB Hoe concurrentie het MKB scherp houdt Concurrentie in het MKB Hoe concurrentie het MKB scherp houdt drs. W.V.M. van Rijt-Veltman drs. J. Snoei Zoetermeer, maart 2013 Rapportnummer: A201313 Dit onderzoek is mede gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Samenwerken bij vernieuwing in de topsectoren

Samenwerken bij vernieuwing in de topsectoren Samenwerken bij vernieuwing in de topsectoren dr. Y.M. Prince Zoetermeer, februari 2014 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) ISBN 978-90-371-1112-5

Nadere informatie

ONDERZOEKSRAPPORT CONTENT MARKETING EEN ONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN HET MKB IN REGIO TWENTE AAN HET TOEPASSEN VAN CONTENT MARKETING

ONDERZOEKSRAPPORT CONTENT MARKETING EEN ONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN HET MKB IN REGIO TWENTE AAN HET TOEPASSEN VAN CONTENT MARKETING ONDERZOEKSRAPPORT CONTENT MARKETING EEN ONDERZOEK NAAR DE BEHOEFTE VAN HET MKB IN REGIO TWENTE AAN HET TOEPASSEN VAN CONTENT MARKETING VOORWOORD Content marketing is uitgegroeid tot één van de meest populaire

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

Zoetermeer, 16 januari 2015

Zoetermeer, 16 januari 2015 Arbeidsmarkt Groothandel Bloemen en Planten 2014 Zoetermeer, 16 januari 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 12 juli 2010 Stand van zaken Onderwijs en Ondernemen.

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. 12 juli 2010 Stand van zaken Onderwijs en Ondernemen. a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Managementinformatie bij gemeenten: er is nog veel winst te behalen

Managementinformatie bij gemeenten: er is nog veel winst te behalen Onderzoeksrapport Managementinformatie bij gemeenten: er is nog veel winst te behalen Trends en ontwikkelingen in het gebruik van Business Intelligence en het toepassen van managementinformatie binnen

Nadere informatie

Managementinformatie bij gemeenten: er is nog veel winst te behalen

Managementinformatie bij gemeenten: er is nog veel winst te behalen Onderzoeksrapport Managementinformatie bij gemeenten: er is nog veel winst te behalen Trends en ontwikkelingen in het gebruik van Business Intelligence en het toepassen van managementinformatie binnen

Nadere informatie

Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl)

Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Monitor vrouwelijk en etnisch ondernemerschap 2013 ISBN : 978-90-371-1114-9 Rapportnummer : A201408 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl)

Nadere informatie

Highlights resultaten partnerenquête DNZ

Highlights resultaten partnerenquête DNZ Highlights resultaten partnerenquête DNZ Peter Brouwer 28 mei 2015 1 van 8 Inleiding Jaarlijks organiseert De Normaalste Zaak (DNZ) een enquête onder haar leden. De enquête levert nuttige informatie op

Nadere informatie

Wat zijn de drijfveren van de Nederlandse ondernemer? Een onderzoek naar de vooren nadelen van ondernemen

Wat zijn de drijfveren van de Nederlandse ondernemer? Een onderzoek naar de vooren nadelen van ondernemen Wat zijn de drijfveren van de Nederlandse ondernemer? Een onderzoek naar de vooren nadelen van ondernemen Onderzoek van GfK november 2015 Inleiding Het aantal ondernemers blijft groeien. In 2015 heeft

Nadere informatie

M200501 Ervaringen van startende ondernemers in hun eerste jaar

M200501 Ervaringen van startende ondernemers in hun eerste jaar M200501 Ervaringen van startende ondernemers in hun eerste jaar drs. A. Bruins Zoetermeer, juni 2005 Ervaringen van starters in het eerste jaar Na ruim een jaar bezig zijn met een nieuw bedrijf, zeggen

Nadere informatie

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002)

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002) Rapportage producentenvertrouwen oktober/november 2002 Inleiding In de eerste Economische Barometer van Breda heeft de Hogeschool Brabant voor de eerste keer de resultaten gepresenteerd van haar onderzoek

Nadere informatie

Werken in startende bedrijven

Werken in startende bedrijven M201211 Werken in startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, september 2012 Werken in startende bedrijven De meeste startende ondernemers hebben geen personeel. Dat is zo bij de start met het bedrijf,

Nadere informatie

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid www.qompas.nl Januari 2015 Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid 1 Oordeel studenten/scholieren over Qompas en tevredenheid met betrekking tot

Nadere informatie

LATER IN LISSE? De invloed van verlengde sluitingstijden op het alcoholgebruik van uitgaanspubliek. Rapportage

LATER IN LISSE? De invloed van verlengde sluitingstijden op het alcoholgebruik van uitgaanspubliek. Rapportage LATER IN LISSE? De invloed van verlengde sluitingstijden op het alcoholgebruik van uitgaanspubliek Rapportage LATER IN LISSE? De invloed van verlengde sluitingstijden op het alcoholgebruik van uitgaanspubliek

Nadere informatie

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit

De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit De bijdrage van cohorten aan het niveau en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit Minirapportage drs. W.H.J Verhoeven dr. R.G.M. Kemp drs. H.H.M. Peeters Zoetermeer, 26 september 2002 Deze studie

Nadere informatie

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012 Sociale innovatie De volgende vragen gaan over sociale innovatie en innovatief ondernemingsbeleid. Sociale Innovatie is een vernieuwing of een verbetering in de arbeidsorganisatie en in de arbeidsrelaties

Nadere informatie

Algemeen beeld van het MKB in 2015

Algemeen beeld van het MKB in 2015 Algemeen beeld van het MKB in 2015 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap (www.ondernemerschap.nl) Drs. K.L. Bangma Drs. D. Snel Zoetermeer, 9 februari 2015 De

Nadere informatie

Vakantiewerk in het mkb 2004

Vakantiewerk in het mkb 2004 Vakantiewerk in het mkb 2004 Koninklijke Vereniging MKB-Nederland Delft, 3 augustus 2004 Contactpersoon: dhr. drs. A. van Delft : 015 21 91 255, e-mail: delft@mkb.nl Copyright Koninklijke Vereniging MKB-Nederland,

Nadere informatie

Stoppen binnen vijf jaar

Stoppen binnen vijf jaar M200720 Stoppen binnen vijf jaar Joris Meijaard Lex van Eck van der Sluijs Erik Stam Zoetermeer, november 2007 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM bv. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Second Opinion Achter de Lange Stallen

Second Opinion Achter de Lange Stallen Second Opinion Achter de Lange Stallen Henk J. Gianotten Capelle aan den IJssel, 5 februari 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Henk Gianotten. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006

Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006 Effecten invoering nieuwe ziektekostenstelsel 2006 Gevolgen voor de werkgeversbijdrage voor het MKB en het grootbedrijf M. Folkeringa P.J.M. Vroonhof Zoetermeer, 30 december 2003 Bestelnummer: M200311

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs.

Vrijwilligersbeleid. Rapportage flitsenquête ActiZ. ActiZ, organisatie van zorgondernemers. ICSB Marketing en Strategie Drs. Rapportage flitsenquête ActiZ Vrijwilligersbeleid Voor ActiZ, organisatie van zorgondernemers Van ICSB Marketing en Strategie Drs. Yousri Mandour Datum 7 maart 2011 Pag. 1 Voorwoord Voor u liggen de resultaten

Nadere informatie

De dienstverlening van SURFnet Onderzoek onder aangesloten instellingen. - Eindrapportage -

De dienstverlening van SURFnet Onderzoek onder aangesloten instellingen. - Eindrapportage - De dienstverlening van Onderzoek onder aangesloten instellingen - Eindrapportage - 09-09-2009 Inhoud Inleiding 3 Managementsamenvatting 4 Onderzoeksopzet 5 Resultaten 6 Tevredenheid 6 Gebruik en waardering

Nadere informatie

1.1 Inleiding 5 1.2 Octrooidata: een resultaatvorm van innovatie 5 1.3 Doel van het onderzoek 6 1.4 Werkwijze 6. 2 Octrooischets Noordwest-Holland 9

1.1 Inleiding 5 1.2 Octrooidata: een resultaatvorm van innovatie 5 1.3 Doel van het onderzoek 6 1.4 Werkwijze 6. 2 Octrooischets Noordwest-Holland 9 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, KvK Noordwest-Holland en tien andere regionale KvK's. Het onderzoek is uitgevoerd door EIM in samenwerking NL Octrooicentrum.

Nadere informatie

MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager

MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager M201120 MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager drs. B van der Linden Zoetermeer, december 2011 MKB-ondernemer ziet zichzelf vooral als manager Ondernemers zijn te verdelen in managers, marktzoekers,

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

Inleiding: De vragenlijst wordt afgesloten met de vraag om uw kennisvraag 2 ledig in maximaal 100 woorden te formuleren.

Inleiding: De vragenlijst wordt afgesloten met de vraag om uw kennisvraag 2 ledig in maximaal 100 woorden te formuleren. Inleiding: Deze vragenlijst bestaat uit 45 vragen en dient ertoe om het innovatietraject strategischeen zoekmachine marketing zo Efficiënt, Effectief en Educatief mogelijk te laten verlopen. Deze kunt

Nadere informatie