Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Emancipatiebeleid Nr Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA), Slob (ChristenUnie), Remkes (VVD), Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Van Vroonhoven- Kok (CDA), Jan Jacob van Dijk (CDA), Aptroot (VVD), Leerdam (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Roefs (PvdA), ondervoorzitter, Verdonk (Verdonk), Abel (SP), Van Leeuwen (SP), Biskop (CDA), Bosma (PVV), Pechtold (D66), Zijlstra (VVD), Jasper van Dijk (SP), Besselink (PvdA), De Rooij (SP), Ouwehand (PvdD) en Dibi (GroenLinks). Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Ferrier (CDA), Gill ard (PvdA), Anker (ChristenUnie), Van Miltenburg (VVD), Atsma (CDA), Sterk (CDA), Vietsch (CDA), Schinkelshoek (CDA), Dezentjé Hamming (VVD), Van Dijken (PvdA), Hamer (PvdA), Van Dam (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Bommel (SP), Gesthuizen (SP), Jonker (CDA), Fritsma (PVV), Van der Ham (D66), Nicolaï (VVD), Leijten (SP), Bouchibti (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD) en Van Gent (GroenLinks). 2 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Hamer (PvdA), Blok (VVD), Nicolaï (VVD), Jan Jacob van Dijk (CDA), Smeets (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Omtzigt (CDA), Van Hijum (CDA), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), ondervoorzitter, Luijben (SP), Ulenbelt (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Koppejan (CDA), Tony van Dijck (PVV), Spekman (PvdA), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Karabulut (SP) en Vos (PvdA). Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Gerkens (SP), Vendrik (GroenLinks), Wolfsen (PvdA), De Krom (VVD), Weekers (VVD), De Rouwe (CDA), Depla (PvdA), Aptroot (VVD), Sterk (CDA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Pechtold (D66), Spies (CDA), Irrgang (SP), Lempens (SP), Cramer (ChristenUnie), Biskop (CDA), Kamp (VVD), Joldersma (CDA), Fritsma (PVV), Tang VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEG Vastgesteld 12 november 2007 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 1, de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2, de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport 3, de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie 4 en de algemene commissie Jeugd en Gezin 5 hebben op 7 november 2007 overleg gevoerd met minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de emancipatienota. Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Van de Camp De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De Wit De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Smeets De voorzitter van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie, Van Gent De voorzitter van de algemene commissie Jeugd en Gezin, Heijnen De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Van Erp Voortzetting samenstellingen op blz. 2. KST tkkst ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 1

2 Voortzetting samenstellingen van blz. 1. (PvdA), Crone (PvdA), Ouwehand (PvdD), Gesthuizen (SP) en Heijnen (PvdA). 3 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (Groen- Links), Kant (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Ferrier (CDA), ondervoorzitter, Joldersma (CDA), Jan de Vries (CDA), Smeets (PvdA), voorzitter, Van Miltenburg (VVD), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Willemse-van der Ploeg (CDA), Van der Veen (PvdA), Schermers (CDA), Van Gerven (SP), Wolbert (PvdA), Heerts (PvdA), Zijlstra (VVD), Van Gijlswijk (SP), Ouwehand (PvdD), Agema (PVV), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (Christen- Unie). Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Azough (GroenLinks), Van Velzen (SP), Neppérus (VVD), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Verdonk (Verdonk), Dezentjé Hamming (VVD), Atsma (CDA), Van der Ham (D66), Çörüz (CDA), Gill ard (PvdA), Jonker (CDA), Langkamp (SP), Jacobi (PvdA), Arib (PvdA), Kamp (VVD), De Wit (SP), Thieme (PvdD), Bosma (PVV), Luijben (SP), Hamer (PvdA) en Ortega-Martijn (ChristenUnie). 4 Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), Van Gent (GroenLinks), voorzitter, Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), Poppe (SP), Weekers (VVD), ondervoorzitter, Dijsselbloem (PvdA), Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Sterk (CDA), Van der Ham (D66), Vietsch (CDA), Verdonk (Verdonk), Abel (SP), Jansen (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Wolbert (PvdA), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Bouchibti (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD), Fritsma (PVV) en Van Toorenburg (CDA). Plv. leden: Bilder (CDA), Dibi (GroenLinks), Nicolaï (VVD), Wolfsen (PvdA), Kant (SP), Blok (VVD), Bouwmeester (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Willemse-van der Ploeg (CDA), Pechtold (D66), Blanksma-van der Heuvel (CDA), Neppérus (VVD), Karabulut (SP), De Wit (SP), Voordewind (ChristenUnie), Heijnen (PvdA), Zijlstra (VVD), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), Ulenbelt (SP) en Madlener (PVV). 5 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Hamer (PvdA), Kant (SP), ondervoorzitter, Çörüz (CDA), Sterk (CDA), Van Miltenburg (VVD), Van Dijken (PvdA), Dezentjé Hamming (VVD), Omtzigt (CDA), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), Teeven (VVD), Wolbert (PvdA), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Voordewind (ChristenUnie), Zijlstra (VVD), Bouchibti (PvdA), Langkamp (SP), Van Gijlswijk (SP), Ouwehand (PvdD), Agema (BVV), Leijten (SP), Dibi (GroenLinks), Heijnen (PvdA), voorzitter en Van Toorenburg (CDA). Plv. leden: Heerts (PvdA), Gerkens (SP), De Rouwe (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van der Burg (VVD), Eijsink (PvdA), Nicolaï (VVD), Biskop (CDA), Van der Ham (D66), De Pater-van der Meer (CDA), Verdonk (Verdonk), Nicolaï (VVD), Bouwmeester (PvdA), Van Dijk (CDA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Schippers (VVD), Wolfsen (PvdA), Gesthuizen (SP), Karabulut (SP), Fritsma (PVV), De Wit (SP), Azough (Groen- Links), Arib (PvdA) en Jan de Vries (CDA). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 2

3 Stenografisch verslag van een notaoverleg van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie en de algemene commissie Jeugd en Gezin Woensdag 7 november 2007 Aanvang uur Voorzitter: Jan de Vries Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Van Gent, Bosma, Hamer, Arib, Van der Burg, Karabulut, Van der Vlies, Jonker, Koşer Kaya en Ortega-Martijn, en de heer Plasterk, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Aan de orde is de behandeling van: - de eindrapportages Emancipatiebeleid en Gender Mainstreaming bij de diverse ministeries, voor het onderdeel OCW (30420, nrs. 27 t/m 43); - de brief van de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en voor Wonen, Wijken en Integratie d.d. 27 juni 2007 inzake eindrapportage plan van aanpak Emancipatie en Integratie (29203, nr. 30); - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 28 september 2007 inzake de aanbieding van de emancipatienota (30420, nr. 50); - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 28 september 2007 inzake beleidsdoorlichting emancipatiebeleid (30420, nr. 51); - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 17 oktober 2007 inzake studerende moeders (24724, nr. 71); - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 1 november 2007 inzake aanvulling op de rijksbrede emancipatieagenda beleidsterrein Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 2 november 2007 inzake verantwoordelijkheidsverdeling op het terrein van emancipatie; - de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 6 november 2007 inzake juridische werkingsfeer van het VN- Vrouwenverdrag. De voorzitter: Ik deel mee dat de commissies hebben besloten om de afzonderlijke onderdelen waarover van de verschillende departementen de afgelopen dagen nog brieven zijn binnengekomen, in de desbetreffende vakcommissies te bespreken. De tijd is krap, want binnen vier uur moeten wij de nota op een goede wijze bespreken. Ik vraag daarom de leden om hun bijdragen kort en het aantal interruptie beperkt te houden. Mevrouw Karabulut (SP): Voorzitter. De strijd voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen is er niet een van alleen vandaag. Deze strijd zal morgen ook niet eindigen. Meer dan 150 jaar geleden zijn het vrouwen geweest die aan het roer hebben gestaan van een hevige strijd voor een menswaardig bestaan. Vrouwen hebben zij aan zij met mannen een belangrijke bijdrage geleverd aan het bevechten van eerst een tien- en vervolgens een achturige werkdag. Dit is een belangrijk verworven recht, evenals het kiesrecht voor vrouwen, het recht op zelfbeschikking en talloze andere rechten waarmee op belangrijke punten een einde is gemaakt aan ongelijke verhoudingen tussen de seksen. Vrouwen tellen en doen meer dan ooit mee in de samenleving, in ieder geval in Nederland. Als wij terugkijken op de afgelopen 150 jaar, zien wij dat er ook veel is bereikt. Vrouwen staan niet alleen maar achter het aanrecht, maar bekleden belangrijke posities in de samenleving, op universiteiten, in het bedrijfsleven en in de politiek. Toch is de emancipatie niet af, zoals de heer De Geus beweerde. Minister Plasterk valt dan ook te prijzen doordat hij beloofde als een helleveeg tekeer te zullen gaan als het de emancipatie van vrouwen betrof. Ik wil daarom vandaag spijkers met koppen slaan en de minister de mogelijkheid bieden om zijn woorden om te zetten in daden. De afgelopen tijd is de discussie over emancipatie weer opgelaaid. Niet alleen bespreken wij vandaag de plannen van het kabinet voor de komende jaren, maar er wordt in de media ook veel geschreven over de emancipatie van de vrouw. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de vrouw als seksobject, de carrièrevrouw versus de vrouw als hoeksteen van het gezin en om de emancipatie van migrantenvrouwen. Er zijn veel verschillende beelden van vrouwen over vrouwen. Het is duidelijk dat wij nog lang niet klaar zijn met de emancipatie in Nederland. In tegenstelling tot wat de plannen en de Emancipatienota uitstralen, is emancipatie beslist geen vrouwending. Voor daadwerkelijke emancipatie, gelijke kansen en verhoudingen zou dit het althans niet moeten zijn. Ook veel mannen kampen met armoede, uitsluiting, kunnen geen werk vinden en zijn economisch niet zelfstandig. Ook is de emancipatie van migrantenvrouwen niet anders dan die van niet-migrantenvrouwen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 3

4 Als wij het hebben over de emancipatie van mannen, betreft dit niet alleen migrantenmannen. De nota gaat hiervan helaas wel uit. Uiteraard kampen migranten met specifieke problemen en bestaan er grote achterstanden, maar in de kern gaat het bij het emancipatievraagstuk om gelijke kansen, economische zelfstandigheid, het recht op werk, inkomen, opleiding en een dak boven je hoofd. Het gaat om vrouwen, mannen, migranten, niet-migranten, homo s en hetero s, gelovigen en niet-gelovigen. Kortom, emancipatie reikt verder dan hoe vrouwen het zoal doen. Het is ook elkaar de ruimte geven en kansen bieden om überhaupt te kunnen emanciperen. Emancipatie is dus iets wat iedereen aangaat, niet alleen mij of jou of de minister, maar de hele maatschappij. Feit is wel dat anno 2007 vrouwen nog steeds op tal van vlakken een ongelijke positie innemen. Lang niet op alle terreinen is sprake van gelijke kansen. Zoals Joke Smit in haar beroemde essay Onbehagen zo mooi formuleerde: vrouwen hebben toegang gekregen tot de maatschappij, maar op een enkele uitzondering na zijn zij geconcentreerd in de lagere regionen daarvan. Nu hebben wij op veel terreinen gelukkig winst geboekt en gaat het veel beter, maar er is in Europa, in Nederland nog altijd sprake van een ongelijke beloning. De armoede onder vrouwen is nog steeds het grootst. Nog te veel vrouwen werken in kleine, slecht betaalde deeltijdbanen en twee derde van de Nederlandse vrouwen is economisch niet zelfstandig. Hierin verandering aanbrengen is een verantwoordelijkheid van ons allen. Daarvoor hebben wij, evenals in het verleden, de mannen, de werkgevers, de overheid, de vakbonden en de maatschappelijke instellingen nodig. Is de minister dat met mij eens? Taak van de overheid en deze minister is in mijn optiek ook om die gelijke kansen en de voorwaarden voor emancipatie te creëren, opdat vrouwen en mannen samen kunnen zorgen, werken, leven en nog meer vrouwen van zich laten horen, zoals zij hier vandaag samen met de minister ook al doen. Laat ik beginnen met wat algemene opmerkingen over de nota. In de nota worden heel veel ambities geformuleerd. Dat is mooi en dat is ook goed, maar zij zijn nog lang niet alle geconcretiseerd of volledig geformuleerd. Ik noem de belangrijkste. Waarom is de doelstelling zorgaandeel mannen, die in de voorgaande jaren wel was opgenomen, verlaten? Dit is een belangrijke indicator om de arbeid/zorgcombinatie niet uit beeld te verliezen. Kan de minister hierop antwoorden? Nog belangrijker is dat de doelstelling van 60% economische zelfstandigheid in 2010, die een van de belangrijkste pilaren is van het emancipatiebeleid, ook wordt losgelaten. Waarom? Wij weten allemaal dat vrouwen juist vanwege bestaande achterstanden de grootste risico s op armoede lopen en dat de doelstelling, zoals geformuleerd door het kabinet, niet is gehaald. Sterker nog, de armoede is de afgelopen jaren gegroeid. Het is trouwens opvallend dat een belangrijk onderwerp als armoedebestrijding en uitsluiting van vrouwen in Nederland nergens als concrete doelstelling is geformuleerd in de nota, maar dit terzijde. Economische zelfstandigheid is een belangrijke graadmeter voor emancipatie en moet een duidelijke doelstelling blijven, ook voor Deze doelstelling vervangen door een van arbeidsparticipatie is niet juist, past niet in het emancipatiedenken en kan bovendien een vertekend beeld opleveren. De arbeidsparticipatie kan wel omhoog gaan, maar dit betekent niet dat vrouwen ook economisch zelfstandig worden of dat werk lonend is. Slechts 40% van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig. Onder migrantenvrouwen is dat zelfs maar 20%. Wij weten ook dat het zorgenaandeel de afgelopen jaren slechts met 1% is gegroeid. Dat betekent dat het werken, betaald en onbetaald, er niet eerlijker op wordt verdeeld. Dat is toch een belangrijke voorwaarde voor vrouwen om meer aan de arbeidsmarkt deel te nemen. Ik vraag de minister om de doelstellingen voor het zorgaandeel en de economische zelfstandigheid weer onderdeel te laten uitmaken van deze nota. Daarnaast is het belangrijk om voor alle doelstellingen en subdoelstellingen concrete, meetbare indicatoren te formuleren, opdat wij dit ook kunnen volgen en de Kamer daarop kan sturen. Is de minister bereid, de Kamer hiertoe een voorstel te doen? Ik ga vervolgens in op wat specifieke punten en allereerst op de arbeidsparticipatie van de vrouw. Uit onderzoek blijkt iedereen weet dat dat drie dingen bepalend zijn om meer te gaan werken: (1) het loon, want werken moet lonend zijn, (2) de mogelijkheid om werken en privézaken, zoals de zorg voor kinderen, te combineren en (3) de beschikbaarheid van banen. Doel van het werk is om te leven, een menswaardig bestaan op te bouwen, mee te doen aan de maatschappij en jezelf te ontwikkelen, maar dan moet dat alles wel kunnen. Ik werp verre van mij dat vrouwen lui en niet ambitieus zouden zijn. Ik ga ook niet mee in het verhaal van de minister dat het slechts om een combinatievraagstuk gaat. Het werk, betaald en onbetaald, moet gedaan worden en moet dus ook eerlijk verdeeld worden, zodat vrouwen überhaupt meer kunnen werken en op eigen benen kunnen staan. Joke Smit had het indertijd over werktijdverkorting. Ik heb het over beter verdelen van werk, betaald en onbetaald, zodat het vele werk dat wordt verzet, eerlijker verdeeld wordt en vrouwen meer uren kunnen gaan werken. Wij zijn nog niet zover dat het daadwerkelijk gebeurt, maar wij moeten wel de voorwaarden scheppen zodat het überhaupt kan gaan gebeuren. Uit een onderzoek van de FNV over vrouwenparticipatie blijkt dat een kwart van de vrouwen die parttime werken, wel meer willen werken. Vooral alleenstaande moeders en vrouwen met een partner tot 55 jaar willen dat wel. Anderhalf miljoen vrouwen zonder betaald werk, willen ook wel werken mits zij dat allemaal kunnen combineren met privé. Driekwart van de vrouwen, blijkt uit dit onderzoek, ervaart druk als combinatie van werk en privé. Volgens onderzoek van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden blijkt uit de vijfjaarlijkse enquête over arbeidsomstandigheden in 31 Europese landen dat vrouwen met een parttimebaan meer uren werken dan mannen met een fulltimebaan, ook als de uren worden meegerekend die worden besteed aan huishoudelijke taken en zorgactiviteiten. Laten wij niet vergeten dat wij, mannen en vrouwen, macro-economisch en over een lange periode gezien heel hard werken. De productiviteit is tevens gestegen en wij zijn ook nog eens kampioen overwerken. Het is verbazingwekkend dat dit kabinet de mantra van hogere arbeidsparticipatie slechts koppelt aan een combinatievraagstuk en daarmee ontkent dat het deels om herverdeling gaat. Waarom wordt alleen op vrouwen een beroep gedaan om meer te gaan werken? Is het niet zo dat werkgevers alle werknemers, maar vooral de mannen, die tijd en Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 4

5 ruimte moeten gunnen? Zij moeten een cultuuromslag maken zodat mannen, die nog oververtegenwoordigd zijn in de beter betaalde banen dat is nu feitelijk het geval ook dat zorgverlof kunnen opnemen, dat ook moet worden gecreëerd. Moet de taskforce Deeltijdarbeid zich volgens de minister niet ook hierop richten? Hiermee zal het werk pas echt eerlijker kunnen worden verdeeld. Het moet dan wel mogelijk zijn dit te doen, door goede verlofmogelijkheden, mogelijkheden om meer te kunnen werken en te emanciperen. Goede en toegankelijke verlofregelingen zijn een noodzakelijke voorwaarde om werk en privé te combineren. De SP-fractie vindt dat hiervoor veel meer aandacht moet komen, zoals de minister ook heeft gezegd in zijn toespraak bij het aanbieden van de Emancipatiemonitor. Het is goed dat er meer is geïnvesteerd in de kinderopvang. Wij zien dat er massaal gebruik van wordt gemaakt. Wij zijn ook heel blij met de herinvoering van het zwangerschapsverlof voor zelfstandigen per 1 januari 2008 na afschaffing in Ik denk dat die zelfstandige vrouwen dat ook zijn. Wij ondersteunen van harte het voorstel van de GroenLinksfractie, dat nog moet worden behandeld, voor uitgebreid kraamverlof voor vaders. Dit is echter allemaal een beetje en voor de SP-fractie en veel mensen is dit beetje niet genoeg. Veel mannen en vrouwen kunnen geen gebruik maken van de ouderschapsverlofregeling. Vorige week tijdens de hoorzitting hebben verschillende partijen aangegeven dat de bestaande verlofmogelijkheden prima zijn, maar dat mensen er ook gebruik van moeten kunnen maken. Ik spreek over de ouderschapsverlofregeling. De SP-fractie is van mening dat de huidige ouderschapsverlofregeling onvoldoende is. De geringe vergoeding van 50% van het minimumloon per opgenomen verlofuur moedigt ouders niet aan het ouderschapsverlof op te nemen. Het inkomen van jonge ouders daalt daardoor te veel om zich een periode van ouderschapsverlof te kunnen veroorloven. Dit geldt zeker voor de ouder met het hoogste inkomen en vaak is dat nog de man. Bovendien moeten ouders om in aanmerking te komen voor een ouderschapsverlofkorting deelnemen aan de levensloopregeling. Dat is ook een belemmering. Mijn fractie ziet ouderschapsverlof als belangrijke voorwaarde voor het combineren van arbeid en zorg en pleit daarom voor een uitbreiding van het betaalde ouderschapsverlof. Bovendien moet de voorwaarde worden afgeschaft van deelname aan een levensloopregeling om voor deze vergoeding in aanmerking te komen. Ik vraag hierop een reactie van de minister. Dan is er het probleem van de tussenschoolse opvang. Daarover is ook veel te doen geweest. De SP-fractie is steeds van mening geweest dat de tussenschoolse opvang onder de Wet kinderopvang moet komen, zodat ouders hiervoor een fatsoenlijke vergoeding ontvangen. Wij zien nu dat scholen steeds vaker zijn aangewezen op professionele organisaties. Die vragen soms ook professionele prijzen met als gevolg dat ouders plotseling hoge bedragen moeten betalen zonder dat hier enige vergoeding tegenover staat. Hiervoor moet een oplossing komen. Ik hoor graag een reactie van de minister. Als wij het betaald ouderschapsverlof en de tussenschoolse opvang goed regelen, ben ik ervan overtuigd dat voor vrouwen en mannen de combinatie van arbeid en zorg pas echt goed mogelijk wordt. Waar wij de regeling hebben verruimd, wordt daarvan massaal gebruik gemaakt. Ik kom op de economische zelfstandigheid. Ik ben er in mijn inleiding al over begonnen. Het is mij een doorn in het oog dat er nog steeds sprake is van ongelijke beloning. Vrouwen worden anno 2007 in bepaalde sectoren en op bepaalde gebieden nog steeds voor hetzelfde werk ongelijk beloond. Uit een onderzoek van de Europese Commissie is gebleken dat de loonverschillen in Nederland maar liefst 18% bedragen. Dat is nog hoger dan het Europese gemiddelde van 15%. Het is dan ook heel goed dat de minister in ieder geval de loonkloof tussen mannen en vrouwen bij de overheid wil halveren. Maar wat gaan wij doen met de loonkloof in de marktsector? Mijn fractie stelt voor om die ook te halveren. Hoe staat de minister hier tegenover? Het is belangrijk dat de overheid dit doet. De overheid heeft immers een voorbeeldfunctie. Voor de marktsector is het echter ook nodig. In de Zevende Voortgangsbrief gelijke beloning zegt de minister dat er geen taak is voor de Arbeidsinspectie bij het naleven van de wetgeving. Mijn fractie ziet dit anders. Wij zien graag dat de Arbeidsinspectie gaat handhaven en waar nodig boetes gaat uitdelen. Hoe staat de minister hier tegenover? Van een dergelijke maatregel zal een preventieve werking uitgaan. Werkgevers zullen daar vooraf bij het bepalen van beleid rekening mee houden. Daarmee kunnen wij de loonkloof dichten. Wat mij betreft moet die halvering al over drie jaar geëffectueerd worden. Vrouwen hebben een grotere kans om in armoede te raken dan mannen. Oplossingen hiervoor ontbreken in het emancipatiebeleid. Ik ben er ook hard mee bezig om hiervoor aandacht te vragen bij de minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken. Ik noem in dit verband de Wet Vazalo. Op basis van die wet krijgen alleenstaande ouders in de bijstand die deeltijd werken de mogelijkheid om financieel vooruit te komen. Maar helaas wordt invoering van deze wet langdurig uitgesteld. Alleenstaande moeders in de bijstand worden gekort op hun uitkering op het moment dat hun kind 18 jaar wordt. Dit zijn een aantal specifieke punten, evenals het onvolledige pensioen van heel veel vrouwen. Ik vraag deze minister om er bij zijn collega s van Sociale Zaken op aan te dringen dat dit geregeld wordt in de komende periode. Dit is echt cruciaal, zeker voor de allerzwaksten. Dan kom ik bij het punt dat werk lonend moet zijn. Het kabinet wil dat migrantenvrouwen begeleid worden naar vrijwilligerswerk en betaalde arbeid. Dit punt heeft mij enorm verbaasd. Juist deze vrouwen kampen met dubbele achterstanden. In deze benadering vind ik de gedachte om mensen te begeleiden naar vrijwilligerswerk getuigen van een paternalistische houding. Deze vrouwen moeten niet alleen vechten voor de emancipatie binnen het gezin, maar ook nog eens tegen de beeldvorming dat zij zielige, ambitieloze vrouwen zijn. Zij moeten vrijwilligerswerk gaan doen, terwijl heel veel van die vrouwen aangeven, door te willen gaan. Zij willen echt werk hebben. Zij hebben aangetoond dat zij niet meer te remmen zijn als zij eenmaal aan de slag zijn. Wat is de gedachte hierachter geweest bij het kabinet? Het kan uiteraard een tussenstap zijn, maar er moet een keiharde doelstelling gekoppeld zijn aan het aantal echte banen dat gecreëerd wordt. Deze vrouwen willen namelijk werken. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 5

6 Als het erom gaat dat werk lonend moet zijn, ben ik blij met een aantal maatregelen die genomen worden. Ik heb een aantal aanvullende opmerkingen. Het is wel belangrijk dat er dan ook banen zijn. Al maandenlang wordt er gestudeerd op een onzalig plan om het ontslagrecht te versoepelen. Daaraan gekoppeld worden banen gecreëerd, maar ondertussen is er geen enkele afspraak, voor zover ik weet, over echte banen. Het is voor dit plan echt noodzakelijk om waar te kunnen maken dat vrouwen überhaupt meer gaan werken en dat vrouwen die nu geen baan hebben, aan een baan komen. Is de minister het met mij eens dat de minister van Sociale Zaken nu echt aan de slag moet en dat hij keiharde afspraken moet maken om die banen te regelen? Wij hoeven niet nog meer flexwerkers of outsiders te creëren; laten wij zorgen dat wij afspraken maken over die banen. Dan het migrantenvraagstuk. Welke concrete plannen worden er gemaakt? Op welke manier worden migrantenorganisaties en de vrouwen die het betreft, erbij betrokken om werk te maken van taal, begeleiding, opleiding en werk? Een veelgehoorde klacht is dat zij er niet bij worden betrokken. De bestaande plannen en re-integratietrajecten werken niet. Veel vrouwen zeiden dat ze al drie jaar in een verzorgingshuis werkten en al konden koken, dat ze nu beter konden koken maar nog geen fax konden bedienen. Hoe gaat wij dit anders doen? Voorzitter. Ik ben erg blij dat de minister in zijn plannen aandacht heeft besteed aan studerende moeders. Die hebben enkele problemen. Ze zijn bezig en doen erg hun best en hebben een steunpunt opgericht. De minister geeft aan dat hij met onderwijsinstellingen om de tafel wil gaan zitten om te bezien hoe het best met deze groep kan worden omgegaan en aan te sporen om voorzieningen te creëren, zoals een vast aanspreekpunt voor studie en zorg, dat hij een onderzoek gaat instellen om een visie te ontwikkelen, maar ook een eenduidig beleid en afsluitende studieprogramma s. Hoe ver staat het hiermee? Mevrouw Jonker (CDA): Voorzitter. Het CDA wil een samenleving waarin iedereen kan meedoen en zijn of haar eigen talenten kan ontwikkelen. Ieder mens moet daarin gelijke kansen hebben. Wij zien ons voor de uitdaging gesteld om Nederland zo in te richten dat dit realiteit is. Wij zijn een heel eind op weg, maar we zijn er nog niet. Vrouwen nemen c.q. krijgen vaak gelijke kansen nog niet, waardoor er nog heel veel talent onder vrouwen onbenut blijft. Vrouwen kunnen zelf hun talenten beter benutten door de kansen die er liggen op te pakken, ervoor te zorgen dat zij volwaardig kunnen participeren in de maatschappij en economisch zelfstandig zijn. Het is aan de overheid om deze empowerment van vrouwen te faciliteren, maar alleen als vrouwen zelf ook hun eigen kracht te gebruiken om hun talent te benutten en een optimale zorg-werkcombinatie te vinden, kunnen wij de emancipatie in Nederland een sterke impuls geven. Een goed voorbeeld van wat wij in een generatie bereikt hebben, is dat het aantal vrouwen met een hoge opleiding meer dan verdubbeld is, maar tegelijk betekent dit dat voor de samenleving en voor organisaties nog een wereld aan talent te winnen valt, een reden waarom het de CDA-fractie deugd doet dat wij vandaag spreken over de Emancipatienota waarvan wij met genoegen kennis hebben genomen. Wel ervaren wij haar vooral als een inventarisatie van bestaande initiatieven bij de verschillende departementen. Mooie voorbeelden, goede initiatieven en belangrijk, omdat ze laten zien dat wij doorontwikkelen wat er al is en niet opnieuw het wiel willen uitvinden. Wel missen wij wat de coördinerend minister nu vanuit zijn affiniteit, expertise en bevoegdheden hieraan toevoegt. Het CDA constateert dat de minister met deze nota en de daarin genoemde maatregelen veelal pas aan het eind van het traject probeert te stimuleren en bij te sturen. Hij vergeet dat hij moet beginnen aan de basis. Het CDA pleit dan ook voor maatregelen die aan die basis beginnen. Later in mijn inbreng zal ik daarop terugkomen en concrete voorbeelden noemen. Het zal niet vreemd overkomen als ik zeg dat het CDA zeer hecht aan het gezin. Dat kan namelijk een ultieme haven zijn voor liefde en geborgenheid, maar ook voor een permanente training en samenwerking van mensen met verschillende posities en rollen. Het CDA hecht aan de keuzevrijheid van ouders. Die kunnen ervoor kiezen dat een van beide partners de zorgtaken op zich neemt of dat ouders zorg en arbeid combineren. Het is zeker niet aan de overheid om deze vrijheid te beknotten. Wij realiseren ons dat dit uitgangspunt tegelijkertijd grenzen stelt aan de arbeidsparticipatie. Wat de overheid wel kan, is faciliteren en randvoorwaarden stellen, drempels wegnemen die de stap naar grotere arbeidsparticipatie van vrouwen in de weg staan, niet alleen om het socialevoorzieningenniveau op peil te houden, maar ook omdat de arbeidsparticipatie van vrouwen een duidelijke meerwaarde heeft voor de maatschappij. Wij zijn dan ook verheugd over de nieuwe instrumenten die in het beleidsprogramma van dit kabinet zijn opgenomen: het invoeren van een inkomensafhankelijke arbeidskorting, een beter aanbod aan kinderopvang, de introductie van inkomensafhankelijke aanvullende combinatiekortingen, het vanaf 2009 geleidelijk afbouwen van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting en het stimuleren van een flexibelere dagindeling. Wel is het nodig dat deze voornemens voortvarend worden uitgewerkt. Wat gaat de minister daaraan doen? Keuzevrijheid en beeldvorming. Minister, emancipatie begint aan de keukentafel en is geen zaak van vrouwen alleen. Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Mevrouw Jonker zegt dat zij met genoegen heeft kennisgenomen van de nota van minister Plasterk. Een aantal punten zoals economische zelfstandigheid, politieke participatie van vrouwen en glazen plafond, dat wil zeggen concreet meetbare doelstellingen die wel in de vorige nota waren opgenomen, komt niet terug in deze nota. Hoe denkt zij daarover? Mevrouw Jonker (CDA): Ik wil om te beginnen af van termen als glazen plafond, glazen wand en dergelijke stereotype opmerkingen. Wij streven naar een samenleving met keuzevrijheid. Ik kom nog terug op doelstellingen en streefcijfers. De wenselijke toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen vraagt ook om een herverdeling van zorgtaken in het gezin. Hierover is niets opgenomen in de nota. Het komt op ons over alsof de minister geen verdere mogelijkheden ziet voor een betere herverdeling van taken tussen werkende ouders. Maar ook bedrijven laten nu kansen liggen waardoor er sprake is van onderbenut- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 6

7 ting van potentieel. Er bestaat een aantoonbaar verband tussen een groter aandeel van vrouwen in topmanagement en betere financiële prestaties van de organisatie. Bedrijven als IBM en Interpolis laten overigens zien dat het wel degelijk mogelijk is om het huidige werkpatroon te doorbreken. Ze werken al langer met een bereikbaarheidscultuur in plaats van met een aanwezigheidscultuur. Thuiswerken en telewerken zijn bij deze bedrijven heel gewoon voor zowel mannen als vrouwen. Dit leidt ertoe dat werknemers hun uren zelf kunnen indelen. Toch lijkt het gemiddeld genomen lastig voor vrouwen om de gebruikelijke werkpatronen om te buigen. Dit vormt een belemmering voor werkelijke keuzevrijheid. De CDA-fractie is van mening dat voor de taskforce Deeltijd Plus een rol is weggelegd bij het doorbreken van deze patronen. De taskforce zou bijvoorbeeld een grootschalige brainstormsessie kunnen organiseren met bedrijven, waaronder bedrijven in het midden- en kleinbedrijf en mannen en vrouwen die in deeltijd en voltijd werken en zorgen, met als doel het benoemen van succes- en faalfactoren die arbeidsparticipatie in de weg kunnen staan. Die brainstormsessie dient zodanig ingericht te worden dat zij leidt tot concrete oplossingen en vervolgstappen. Is de minister bereid om deze opdracht aan de taskforce te verstrekken? Daarnaast willen wij dat de taskforce de opdracht krijgt om een toegankelijke loon- en pensioenwijzer op te stellen. Een loonwijzer die voor degene die meer wil gaan werken, inzichtelijk maakt in hoeverre dit loont. Wij hebben deze vraag eerder voorgelegd aan minister Donner. Hij antwoordde dat een dergelijke website al bestaat: Wij hebben die website uitgeprobeerd, maar je hebt daar een cursus salarisadministratie op universitair niveau voor nodig en dat is echt iets anders dan wij ons voorstellen. Wij willen een pensioenwijzer, omdat vrouwen door hun deeltijdbanen geen of slechts een beperkt pensioen opbouwen. Vrouwen realiseren zich onvoldoende wat hiervan op latere leeftijd de gevolgen zijn. Wij willen dat eenieder on line kan uitrekenen wat de inkomenssituatie zal zijn ten tijde van pensionering. Helaas strandt in Nederland een op de drie huwelijken. Daarom moeten mensen goed geïnformeerd zijn over de financiële situatie die dan ontstaat, voor vrouw en voor man. De overheid heeft hierin een taak. De minister schrijft in de nota slechts marginaal over de rol van onderwijs in de beeldvorming. Er wordt enkel ingezet op stimulering en deskundigheidsbevordering van leerkrachten op het terrein van bèta en techniek. Er is bijvoorbeeld niets te vinden over de onderwaardering van mannelijk talenten voor verzorgende beroepen en de noodzakelijke aanmoediging van jongens daarin. Ook los daarvan is dit de essentiële oplossing voor de tweedeling in identiteitsvorming in onze samenleving. Het onderzoek van Sardes: Ongezien onderscheid in het onderwijs laat zien dat ook in het basisonderwijs, überhaupt in het onderwijs, zowel de organisatie, de inhoud van de leerstof als het gedrag van leerkrachten en interactiepatronen in de klas invloed hebben op de keuzeprocessen van jongens en meisjes. Dit heeft gevolgen voor hun toekomstbeeld en de keuze voor een vervolgopleiding, beroep en arbeidsdeelname. Wij hadden meer verwacht van de minister van Onderwijs. Dit zou zelfs een onderscheidend pluspunt kunnen zijn voor het onderbrengen van emancipatie bij de minister van OCW in plaats van bij de minister van SZW. Wij vragen de minister binnen vier maanden een schriftelijke inhoudelijke reactie op het Sardesonderzoek naar de Kamer te sturen; op basis daarvan kan de Kamer deze discussie voortzetten. Onderwijs legt een fundament voor latere keuzes en daarom hechten wij hier zeer aan. Dit bedoelt het CDA met maatregelen vroeg in het traject. De minister is laat als hij pas gaat sturen in het voortgezet onderwijs, of als vrouwen de arbeidsmarkt betreden. Hetzelfde kan worden gezegd over de hoge uitval onder mannelijke pabostudenten. Wij hebben de minister schriftelijke vragen gesteld over het onderzoek dat uitwijst dat pabo-opleidingen grote moeite hebben om jongens te enthousiasmeren voor deze opleiding. Bovendien haken vele jongens af in het eerste jaar. Wij vinden dit zorgwekkend. Seksediversiteit onder leraren heeft een meerwaarde voor de ontwikkeling van jonge kinderen; dat blijkt ook uit het onderzoek van Sardes. We maken de minister tevens attent op het programma TalentenKracht, een onderzoeksproject dat velen wetenschappers, ouders, leerkrachten bij elkaar brengt rondom de vraag hoe jonge kinderen optimaal kunnen worden uitgedaagd tot het ontwikkelen van eigen talenten. Kent de minister dit project en denkt hij dat het een goede rol kan spelen bij de identiteitsvorming van jongeren? Wij willen dat de minister het onderzoeksproject naar de uitval van pabostudenten, alsook het onderzoeksproject TalentenKracht, meeneemt in de gevraagde inhoudelijke reactie. Mevrouw Koşer Kaya (D66): Wij kennen allemaal de problematiek van het onderwijs en het leraarschap. Wij weten dat het leraarschap aantrekkelijk moet worden gemaakt. Een en ander houdt nauw verband met de inkomens van leraren. Bent u ook van mening dat leraren, conform het advies van Rinnooy Kan, beter moeten worden betaald? Mevrouw Jonker (CDA): Ik heb bij deze onderzoeken en zojuist geen enkel moment gedacht aan het salaris van de leerkracht. Nu de vrouwen in topposities. Wij zijn voorstander van de initiatieven van de minister op dit punt, maar willen de inzet van instrumenten die leiden tot een structurele verankering van de doorstroom van vrouwen, daaraan toevoegen. Dat betekent dat aan de basis wordt begonnen. Het CDA wil de garantie dat mannen en vrouwen deel uitmaken van zowel de selectie als de benoemingsadviescommissies, zodat deze nooit meer eenzijdig zijn samengesteld. Bovendien wil het CDA dat de afdelingen Personeel en Organisatie van de departementen en in het bijzonder de adviseurs van de verschillende departementen op dit gebied, zich verder bekwamen in genderdiversiteit. Nu is de mannelijke werkcultuur de norm. Deze benaderingswijze spreekt vrouwen minder aan; zij maken keuzes op basis van andere afwegingen. De M&Dadviseurs moeten vroegtijdig inzoomen op vrouwen, zowel allochtone als autochtone. De minister is te laat als hij pas instapt bij schaal 14; al op schaal 10 kan vrouwelijk potentieel worden gespot. Goed werkgeverschap moet hun kansen bieden, moet hen binden; binding leidt tot doorstroom. En het huidige management-en-developmentinstrumentarium moet worden doorgelicht om te bezien of het genderproof is. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 7

8 De overheid dient ook te veranderen. Dit kan, net als in het bedrijfsleven, door het aanbieden van tijd- en plaatsonafhankelijke werkplekken en door de creatie van variatiemogelijkheden in carrièrepaden. Maar er moet ook een beter zicht komen op de manier van werven en de plekken waar vrouwen zijn te vinden. De overheid heeft een voorbeeldrol en dient die met verve neer te zetten. Wij willen dat de minister van Binnenlandse Zaken, die nu ook al verantwoordelijk is voor het ABD, expliciet verantwoordelijk wordt voor de instroom en doorstroom van vrouwen binnen het Rijk. Om de effecten van het beleid inzichtelijk te maken, pleiten wij voor transparantie: een jaarlijkse rapportage van de voortgang per departement, uitvoeriger dan de huidige monitoring in het sociaal jaarverslag. Deze monitoring moet exact inzichtelijk maken wat is ondernomen om de doelstellingen te behalen, wat de resultaten zijn, wat de faal- en succesfactoren zijn en of de resultaten conform de streefcijfers zijn. Wij willen dat de minister vóór de voorjaarsnota hiertoe een voorstel doet. De ontwikkelingen binnen de zbo s en de adviesraden dienen hier ook deel van uit te maken. De CDA-fractie heeft bij monde van de heer Koppejan gepleit voor een emancipatie-index. Ik weet dat er bedrijven zijn die zich graag willen onderscheiden met hun initiatieven om vrouwen te binden. De CDA-fractie vindt dat dit moet worden gesteund. Een emancipatieindex draagt hieraan bij. Verder is het mogelijk om met een banner op vacaturesites naar deze index te verwijzen. De minister leek enthousiast over zo n index. Ik hoor dan ook graag welke vervolgstappen hij inmiddels heeft gezet. Ongelijke beloning is een weerbarstig probleem. Aan dit onderscheid moet zo snel mogelijk een einde worden gemaakt. Het is een probleem dat binnen de rijksoverheid al helemaal niet voor zou mogen komen. Wat gaat de minister hieraan doen? De minister heeft zich ten doel gesteld om de ongelijke beloning voor het einde van de kabinetsperiode te halveren. Dat is wel het minste wat hij kan doen. Ik ben ervan overtuigd dat de Algemene Bestuursdienst, de afdelingen Personeel en Organisatie en de M&D-adviseurs het fenomeen van ongelijk loon goed kunnen tackelen als zij hun kennis over seksespecifiek beleid zouden vergroten. Personeelsadviseurs dienen vrouwen vanaf het begin van hun loopbaan beter te faciliteren. De verschillen worden namelijk steeds groter. Duidelijk moet zijn dat personeelsadviseurs er niet alleen zijn voor het welbevinden van hun werkgevers, maar ook voor het welbevinden van hun werknemers. En daarbij speelt gelijke beloning een belangrijke rol. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat vrouwen ook zelf een grote bijdrage kunnen leveren aan het terugbrengen van ongelijke beloning. Je moet je talenten en meerwaarde kennen en durven verkopen. Je moet je assertief en vol zelf vertrouwen durven opstellen. Vrouwen moeten zich bewust zijn van hun doorgaans blinde vlek en zich verrijken met een cursus salarisonderhandeling, een gat in de markt. Ook moeten opleidingen overwegen om workshops aan afstuderenden aan te bieden. De ontwikkelingen rond gelijke beloning moeten ten slotte jaarlijks transparant in beeld worden gebracht. Mevrouw Karabulut (SP): U noemt een doelstelling voor de overheid. Moet die doelstelling niet ook voor het bedrijfsleven gelden? Zo ja, moet de Arbeidsinspectie daar dan geen actieve rol bij spelen? Mevrouw Jonker (CDA): Streefcijfers zijn net zo belangrijk voor het bedrijfsleven als voor de overheid. Maar het is natuurlijk wel lastig om de minister te vragen daarover verantwoording af te leggen. Hij heeft hierop immers alleen maar indirect invloed. Verder kan ik mij in principe voorstellen dat de Arbeidsinspectie hierbij een rol speelt. Voorzitter. Ik ben ervan overtuigd dat meisjes en vrouwen uit etnische minderheidsgroepen een dubbele investering moeten doen om hetzelfde resultaat te bereiken als hun zusters van Nederlandse afkomst. De afstand tussen hun culturele achtergrond en de wensen en valkuilen van de Nederlandse samenleving is nog groter. Nog meer zelfvertrouwen, nog meer doorzettingsvermogen en nog meer zelfredzaamheid zijn nodig om je als vrouw of meisje uit een minderheidsgroep te onderscheiden. De CDA-fractie vindt dat voor de etnische minderheidsgroepen een tweesporenbeleid gevoerd dient te worden. Enerzijds moet de maatschappelijke participatie worden gestimuleerd, anderzijds de arbeidsparticipatie. Het meest in het oog springende project van de minister is het project Duizend en één Kracht; vrouwen en vrijwillige inzet. Dit is een goed project voor een deel van de vrouwen uit etnische minderheidsgroepen. De vrouwen die in Nederland zijn geboren en getogen, staan echter voor andere uitdagingen, waarop zeker niet minder de nadruk mag worden gelegd. Juist de dialoog met succesvolle vrouwen en mannen uit etnische minderheidsgroepen kan voor hen een enorme steun zijn. Zij kunnen een rolmodel zijn en hen het vertrouwen geven dat het ook voor hen haalbaar is. De minister noemt in zijn nota de regiegroep Allochtone vrouwen en arbeid. De inzet van deze regiegroep spreekt mij zeer aan. In het rapport over het plan van aanpak Emancipatie en Integratie is de minister lovend over deze regiegroep. Is de minister bereid om deze regiegroep tot 2010 te blijven ondersteunen? Daarmee zou aangesloten worden bij de looptijd van de participatieagenda 2010 van de PaVEM, de agenda die de regiegroep uitvoert. Mevrouw Koşer Kaya (D66): Het is goed dat de CDA-fractie nu wel blij is met de regiegroep. Ondanks dat ik hier destijds om heb gevraagd, is er voor de regiegroep geen enkel concreet doel geformuleerd. Moeten die doelen niet alsnog worden geformuleerd? Mevrouw Jonker (CDA): De regiegroep heeft de rol om de participatieagenda en de adviezen van de commissie PaVEM aan te jagen en verder uit te voeren. In dat opzicht denk ik dat het voldoende geformuleerd is. Discriminatie is ongetwijfeld het grootste obstakel voor allochtone vrouwen, en mannen, om een baan te vinden. De Commissie Gelijke Behandeling zich heeft vorig jaar september tot de Kamer gewend met een voorstel om discriminatie op te nemen in de Arbeidsomstandighedenwet. Zij constateert dat conflicten gebaseerd op discriminatie hierdoor in een eerder stadium via een adequate aanpak kunnen worden opgelost. Ook zou het leiden tot een grotere kennis van de werkgever over de wijze waarop hij in zijn organisatie discriminatie zou kunnen aanpakken. De heer Van Hoof, toenmalig staatssecretaris van Sociale Zaken, heeft destijds Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 8

9 aangegeven dat wij al veel wetten hebben tegen discriminatie en was van mening dat het geen meerwaarde zou opleveren. Is de minister met de voormalige staatssecretaris van mening dat onze huidige wetten nog steeds voldoende antwoord geven op de bestrijding van discriminatie op de arbeidsvloer? Zo niet, dan ontvangen wij van hem graag suggesties over hoe dit doel wel kan worden bereikt. Eventueel kan hij hier later via een brief op terugkomen, maar dan graag binnen twee maanden. Dan nu het onderwerp geweld. Het feit dat vrouwen vaak sociaal en economisch afhankelijk zijn van mannen is een van de oorzaken van ongelijke machtsverhoudingen die vrouwen kwetsbaar maken. Dat is ook een reden waarom veel vrouwen niet uit een relatie stappen, hoewel zij structureel geconfronteerd worden met geweld. Wij waarderen het zeer dat de minister dit onderdeel heeft opgenomen in de Emancipatienota. Ik wil mij hierbij focussen op de aanpak van seksueel geweld. Veel te grote aantallen vrouwen worden hiermee geconfronteerd, met vaak ingrijpende gevolgen. Daarentegen blijkt het diagnosticeren en het behandelen van slachtoffers van seksueel geweld zwaar onder de maat. Deze constateringen worden ook gedaan in het rapport Seksuele gezondheid Huisartsen hebben een grote blinde vlek. Deskundigheidsbevordering over seksueel geweld maakt geen deel uit van het curriculum van bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, psychiaters of gynaecologen. Onder huiselijk geweld wordt doorgaans fysiek geweld verstaan. Dat maakt dat wanneer er sprake is van seksueel geweld, dat natuurlijk breder is dan huiselijk geweld, de gang naar de steunpunten huiselijk geweld niet gemaakt wordt en de expertise van de steunpunten op dit vlak tekortschiet. De CDA-fractie is blij dat de minister een werkconferentie organiseert om met het veld over de deskundigheid op het gebied van seksueel geweld te spreken. Bewaakt moet wel worden dat wij niet opnieuw vervallen in het inventariseren van problemen, maar dat er gesproken wordt over oplossingen. Het Fiom heeft in opdracht van het ministerie van VWS een bewezen effectieve vorm van lotgenotenhulpverlening ontwikkeld. De taken op dit terrein moeten aan VWS worden overgedragen. Betekent dit dat ook kennis, mensen en geld worden overgedragen, of moeten wij concluderen dat het gaat om een bezuiniging? Het Algemeen Maatschappelijk Werk en de ggz zouden hiertoe geëigende organisaties zijn, maar zij zien zich gesteld voor een onmogelijke opdracht vanwege tekortschietende financiële middelen. De CDA-fractie ziet een ernstige tekortkoming in de hulpverlening en is van mening dat onder meer lotgenotenhulp het gat in de hulpverlening kan opvullen. Wij willen dat lotgenotenhulp landelijk wordt aangeboden en dat de minister met organisaties in gesprek gaat over hoe wij deze overdracht kunnen realiseren. Binnenkort start er een nieuwe aanvraagronde voor gelden uit het Daphne III-programma. Er is 116 mln. beschikbaar vanuit de Europese Commissie voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen. Kan daarvan in dit geval gebruikgemaakt worden? Wie ondersteunt of regelt vanuit Nederland dat er überhaupt gebruikgemaakt wordt van deze subsidiegelden? Is de minister bereid dat onder de aandacht te brengen van de VNG? Een tweede punt is dat de hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld tekortschiet doordat het huidige financieringsstelsel van cliënten- en patiëntenorganisaties gebaseerd is op ledenaantallen. Organisaties die zich bezighouden met onderwerpen als seksueel geweld hebben vaak maar weinig leden, omdat potentiële leden door schaamte liever in de anonimiteit blijven. Een cliëntenorganisatie als de Vereniging tegen Seksuele Kindermishandeling (VSK) kan zich daardoor slechts veertien uur professionele ondersteuning permitteren. Voor die organisatie is het daarom onmogelijk om zowel informatie te verstrekken, als lotgenotengroepen te organiseren én de belangen van deze doelgroep te behartigen. Door een tekort aan leden, wat in dit geval niets zegt over de behoefte die er bestaat onder slachtoffers, kan een organisatie als de VSK niet tot een volwaardige belangenvereniging van slachtoffers van seksueel geweld binnen en buiten de huiselijke kring uitgroeien. Kan extra ondersteuning voor deze cliëntenen patiëntenorganisaties worden geregeld in de nieuwe opzet van het PGO-fonds? Nu krijgen zij subsidie, maar klopt het dat zij ook in de nieuwe opzet van het PGO-fonds een aparte doelgroep zijn? Dan kom ik op het thema seksualisering en media. Jarenlang waren wij op dit punt roependen in de woestijn. Het doet ons daarom zeer veel deugd dat deze nota het CDA-standpunt volgt dat kwetsbare groepen bescherming verdienen en dat aandacht wordt gevraagd voor de effecten van beeldvorming in de media; dat is de basis. Dit zal ons hopelijk helpen grenzen te stellen aan ongewenste ontwikkelingen als plastisch-chirurgische ingrepen bij jonge meisjes en het portretteren van vrouwen als lustobject. Ons gaat het er in de discussie om dat het mogelijk wordt om beïnvloedbare jongeren te beschermen en hen weerbaarder te maken. Daarom zijn wij tevreden over het aangekondigde onderzoek naar de effecten op jongeren van seksualisering in de media. Wat de CDA-fractie betreft kan het niet zo zijn dat de nadruk selectief komt te liggen op de mediawijsheid van jongeren en dat aanpassingen van het medialandschap wegvallen onder het mom van onafhankelijkheid. Wij willen niet dat de overheid dwingende regels oplegt, maar ik wijs de minister wel op de taak van de overheid om burgers te beschermen; in het bijzonder minderjarigen tegen mogelijke schadelijke effecten van de media. Wij willen graag van de minister vernemen hoe het staat met de gesprekken met de media over zelfregulering. De CDA-fractie vraagt de minister, druk te zetten op de betrokken partijen om binnen een jaar te komen met een mediacode. Graag geef ik de minister de suggestie om hierover te discussiëren met programmamakers, scenarioschrijvers vooral van soaps en technici, die belangrijk zijn voor het beïnvloeden van beelden en met de samenstellers van tijdschriften gericht op jongeren. Het doel daarvan is, bondgenoten te vinden om te komen tot zelfregulering. Gaat de minister dit oppakken? Wat kan de minister zeggen over de ontwikkeling van het media-expertisecentrum en zijn rol op het gebied van seksualisering? Welke initiatieven ontwikkelt de minister, wellicht samen met Justitie, voor internetwijsheid? Wij moeten nu echt stoppen met bezuinigingen op en fusies van de expertisebureaus, zoals MOVISIE en E-Quality. Niemand weet meer waar welke expertise is gebleven. Specialistische kennis gaat verloren. De organisaties krijgen nauwelijks de kans de veranderingen te laten landen. In onze ogen is er echt een grens bereikt. Nationaal, maar ook internationaal vinden wij dit echt een verkeerd signaal, alsof er in Nederland geen streven meer is op het gebied van gendergelijkheid. Wij zijn een heel eind op weg, maar wij zijn er nog niet. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 97 9

10 Mevrouw Karabulut (SP): Ik steun volledig uw opmerkingen over de mediawijsheid en het behoud van expertise. Kunnen wij ook op een ander punt samen optrekken? U gaf aan dat u voorstander bent van een betere verdeling van zorgtaken en dat de overheid dit moet faciliteren en er randvoorwaarden voor moet creëren. Een grote belemmering voor heel veel mensen is het ouderschapsverlof. Steunt u ons voorstel voor een goede algemene regeling voor ouderschapsverlof, zodat mensen die zich dat nu niet kunnen permitteren, daarvan straks gebruik kunnen maken? Mevrouw Jonker (CDA): Het is u vast niet ontgaan dat de ouderschapsregeling wordt uitgebreid. Ik weet niet of u dat bedoelt met een goede ouderschapsregeling? Mevrouw Karabulut (SP): Neen, dat is de uitbreiding van... De voorzitter: Mevrouw Jonker, u hoeft geen vraag te stellen, u hoeft alleen een vraag te beantwoorden. Hebt u geen behoefte om een ander antwoord te geven? Mevrouw Jonker (CDA): Neen. De voorzitter: Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Burg. Mevrouw Van der Burg (VVD): Voorzitter. Het verheugt de VVD-fractie dat de Emancipatienota vandaag op de agenda staat. Voor de VVD is de beste manier om de emancipatie te bevorderen, de arbeidsparticipatie te verhogen en de economische zelfstandigheid van vrouwen te vergroten. De VVD-fractie is dan ook blij dat dit als een van de speerpunten door het kabinet in de nota is opgenomen. Daarnaast is de VVD-fractie van mening dat emancipatie niet moet draaien om gelijkheid van man en vrouw, maar om gelijkwaardigheid. Mannen en vrouwen zijn nu eenmaal verschillend. Laten vrouwen, maar ook mannen, daar trots op zijn. Gelukkig is er diversiteit. Mannen en vrouwen hebben gelijke rechten en plichten. In de praktijk leidt dat echter zeker niet altijd tot gelijke kansen. Ik kom daar later op terug. Ook vindt de VVD-fractie dat er ruimte moet zijn voor eigen afwegingen en voor eigen keuzevrijheid. Het mag niet zo zijn dat fiscale maatregelen deze afwegingen in een bepaalde richting beïnvloeden. De minister heeft een nota over emancipatie opgesteld. Wat valt op in dit boekwerk? Ten eerste dat de emancipatie alleen een probleem is van de vrouw. De man, behalve de man van allochtone afkomst, ontbreekt geheel in dit verhaal. Is de minister niet ook van mening dat man en vrouw samen verantwoordelijk zijn voor het huishouden en voor de opvoeding van de kinderen? Wat gaat de minister concreet doen om deze misser in de nota in de praktijk niet ook te maken? Graag hoor ik van de minister een uiteenzetting van zijn visie, concrete maatregelen en meetbare doelen op dit punt. Dit kabinet heeft twee gezichten op het terrein van de emancipatie. Het wil vrouwen stimuleren om vooral meer uren te gaan werken en om hun economische zelfstandigheid te vergroten. Tegelijkertijd zijn er allerlei prikkels voor met name vrouwen om thuis bij de kinderen te blijven. Er moet een flexibeler dagindeling komen, maar ondertussen wordt het aantal koopzondagen teruggeschroefd. Echt een rood-christelijke coalitie: wat de ene hand geeft, neemt de andere hand weer terug. Mooi beleid. Dan kom ik op het onderwerp arbeid en zorg. Economische zelfstandigheid is essentieel voor de emancipatie. Bij een inkomen van 852 bruto per maand ben je economisch zelfstandig in Nederland. Geen vetpot. Dit kabinet verschuift echter de deadline van de doelstelling om 60% van de vrouwen economisch zelfstandig te laten zijn, van 2010 naar maar liefst Het argument is dat deze doelstelling toch niet gehaald wordt. Wat een kulargument! De VVD-fractie wil geen mooie woorden, maar daden. Zij is dan ook van mening dat 2010 moet worden gehandhaafd. Is de minister dit met mij eens en kan hij het toezeggen? Om dit te halen wil de VVD-fractie concreet dat de aanrechtsubsidie voor iedereen wordt afgebouwd. Wij zien geen enkele reden om vrouwen met kinderen jonger dan zes jaar uit te zonderen en wij zien al helemaal geen reden om vrouwen van 35 en ouder hiervan te ontheffen. Is de minister bereid deze uitzonderingen te schrappen? Anders overweeg ik hierover een motie in te dienen. Voorts vindt de VVD-fractie dat bijstandsmoeders met kinderen onder de zes jaar ook moeten solliciteren en aan het werk gaan in plaats van vrijgesteld te worden van de sollicitatieplicht. Juist deze vrouwen en hun kinderen zijn oververtegenwoordigd in de armoedecijfers. Dit is dus een anti-emancipatiebeleid ten opzichte van vrouwen en hun kinderen. Wil de minister hiervoor de verantwoordelijkheid dragen? Graag verneem ik hierop zijn reactie. De heer Van der Vlies (SGP): Ik vroeg mij af wat de aanrechtsubsidie precies is. Die ken ik niet, daar is geen wet voor, geloof ik. Dan de bijstandsmoeders en die twee gezichten. Daar kan de VVD-fractie wel bezwaar tegen hebben, maar dat ene gezicht namelijk dat gericht op de opvoeding van kinderen en de verzorging daarvan hoeft toch niet helemaal achter het gordijn te verdwijnen, hoop ik? Mevrouw Van der Burg (VVD): Nee, dat hoeft zeker niet. Het is heel belangrijk dat mannen en vrouwen hun kinderen opvoeden. Maar dat wil niet zeggen dat wij allerlei regelingen hebben die fiscaal de vrouw ontmoedigen want daar komt het op neer om die arbeidsmarkt op te gaan. Daar zijn wij tegen. Mevrouw Karabulut (SP): Even over de vrijstelling van alleenstaande uitkeringsgerechtigde moeders met kinderen tot zes jaar. U had het over keuzevrijheid. Geldt die dan niet voor deze groep mensen? Wat het kabinet mijns inziens terecht doet met deze maatregel, is die vrouwen nu juist die keuzevrijheid bieden. Mevrouw Van der Burg (VVD): Wij zijn erg voor keuzevrijheid, maar wat je ziet in de praktijk u maakt zich sterk voor armoedebestrijding is dat juist deze groep door die vrijstelling buiten de arbeidsmarkt komt te staan en zwaar oververtegenwoordigd is in de cijfers over de armoedegrens. Daardoor verkeren die kinderen ook in de toekomst in een slechte situatie en dat vinden wij asociaal. Wij willen ook dat het inkomensafhankelijke budget er niet komt. Deze maatregel geeft een prikkel om thuis voor de kinderen te zorgen, iets wat wij met het oog op de arbeidsparticipatie van vrouwen niet zouden moeten Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

11 willen. Deelt de minister deze mening? Wij willen dat de combinatiekorting wordt verhoogd om arbeid en zorg te stimuleren. Kortom, de VVD wil dat het thuisblijven van een van de partners niet fiscaal wordt gestimuleerd, opdat mannen en vrouwen een fiscaal neutrale keuze kunnen maken tussen arbeid en zorg. De VVD gunt deze minister graag een herkansing als helleveeg en verzoekt hem op deze punten om een toezegging. Een ander punt is de gelijke beloning van mannen en vrouwen. De minister schrijft dat de overheid het goede voorbeeld moet geven en streeft er dan ook naar om het gecorrigeerde beloningsverschil, dat nu 4% bedraagt bij de overheid, te halveren. Dat is prima. De VVD is echter van mening dat dit niet moet worden gehalveerd maar teruggebracht naar nul. Mannen en vrouwen hebben gewoon recht op een gelijk loon wanneer zij hetzelfde werk doen. Er zijn genoeg instrumenten bij de overheid om dit te realiseren. Waarom hebben wij ABD s, MBD s enzovoorts? Is de minister dit met mij eens en is hij bereid deze doelstelling aan te passen? Wat het combineren van arbeid en zorg betreft zijn er inmiddels stappen in de goede richting gezet. Ik denk daarbij aan het verbeteren van de kinderopvang, de vooren naschoolse opvang en het opzetten van brede scholen. De motie-van Aartsen/Bos heeft daartoe een belangrijke aanzet gegeven. Het wordt nu echter wel tijd dat deze beloften worden ingelost en dat wij ervoor zorgen dat de plaatsen er ook echt zijn. Ik weet dat de staatssecretaris hiervoor inspanningen heeft geleverd, maar ik wil graag weten hoe wij ook anderen gaan faciliteren. De wachtlijsten zouden moeten worden opgelost en er moeten vooral brede scholen worden gebouwd. Wat gaat de minister op dit terrein doen en gaat hij ervoor zorgen dat iedereen zijn plek krijgt? De minister spreekt in zijn nota van een flexibele tijdsindeling voor schooltijden en openingstijden van allerlei overheidsinstellingen maar ook van huisartsen. Dat onderschrijft de VVD, evenals het feit dat dit bijdraagt tot het combineren van arbeid en zorg. Van 7 tot 7 is een goed project, maar waarom wordt dit nu pas toegepast in vier steden en twee provincies en waarom aan het eind van deze kabinetsperiode in 25 koplopers? Waarom slaan wij hier niet spijkers met koppen en rollen wij dit uit over het land? Waarom moeten hier weer jaren overheen gaan? De VVD vraagt zich af hoe deze projecten zich verhouden tot de visie van dit kabinet om koopzondagen af te schaffen. Is de mogelijkheid om te winkelen op zondag, in plaats van s zaterdags in de rij te staan, niet het ultieme voorbeeld van flexibele tijdsindeling? Deelt de minister mijn mening dat het belachelijk is om veel geld te pompen in dit soort projecten, terwijl men tegelijk op andere plekken de flexibiliteit weghaalt? Zoals men van de VVD kan verwachten, juichen wij de paragraaf over het stimuleren van zelfstandig ondernemerschap toe. Het zelfstandig ondernemerschap biedt juist ook aan vrouwen een goede mogelijkheid om arbeid en zorg te combineren en om economisch zelfstandig te worden. Daarbij blijkt uit onderzoek dat vrouwen zeer succesvolle ondernemers zijn, minder vaak failliet gaan en er vaak financieel flink op vooruitgaan wanneer zij deze stap nemen. Het is wat ons betreft dan ook tijd dat politiek en beleid erkennen en ernaar handelen dat ondernemerschap een gelijkwaardige optie is voor iedereen, zeker ook voor vrouwen, en hun enorme kansen biedt. Bij het instappen van vrouwen in posities wordt vaak het beloningsverschil gecreëerd. De VVD is het met de minister eens dat meer vrouwen in goede en topposities moeten komen, maar ziet niets in quota, die juist stigmatisering in de hand werken. Een vrouw moet niet worden aangenomen op grond van haar geslacht maar op grond van kwaliteit. Wel moeten managers worden aangesproken op te weinig vrouwen in hun team, omdat is gebleken dat een gemengd team beter presteert. Dat zou met de beoordelingsmethode moeten kunnen. Dit betekent dus een betere dienstverlening voor de overheid. Bedrijven moet worden voorgehouden dat er met vrouwen in de top aantoonbaar beter wordt gepresteerd. Onlangs is uit een onderzoek gebleken dat de belangrijkste vijfhonderd Amerikaanse bedrijven die veel vrouwen in de top hebben meer winst maken dan bedrijven die vrijwel uitsluitend door mannen worden gerund. Bedrijven met relatief de hoogste concentratie in de top bleken ruim 50% meer winst te maken dan bedrijven met het laagste aantal vrouwen in managementposities. Kortom, voor overheid en bedrijfsleven geldt: je bent een rund als je je bedrijf zonder vrouwen runt. De voorzitter: Mevrouw Van Gent voelt zich aangesproken en stelt een korte vraag. Mevrouw Van Gent (GroenLinks): In onze fractie gaat het wat dit betreft wel goed. U hebt het over vrouwen aan de top. In Noorwegen heeft men hiervoor een quotering ingesteld. Dit werkt hartstikke goed, want hierdoor moeten de old boys voor kandidaten voor topfuncties verder kijken dan het eigen adressenboekje. U gaat pittig tekeer en daar houd ik van. Daarom vraag ik of u bereid bent om zo n quotering in te stellen, want anders wordt het nooit wat. Wij moeten nu doorpakken, want op basis van vrijwilligheid werkt het niet. Mevrouw Van der Burg (VVD): Omdat mevrouw Van Gent net zat te praten met haar buurvrouw, heeft zij niet gehoord dat ik zojuist heb gezegd dat de VVD-fractie tegen quota is... Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Waarom? Mevrouw Van der Burg (VVD): Omdat ik vind dat dit stigmatiserend werkt en dat vrouwen het op eigen kracht en op kwaliteit moeten doen. Het is mijns inziens nu niet het moment om quota in te voeren. Mevrouw Hamer (PvdA): Ik leg mevrouw Van der Burg de resultaten voor van een klein onderzoekje dat wij in de Kamer hebben kunnen doen. Als je wel quoteert, leidt dit tot een fractie van de PvdA met de helft vrouwen. Als je niet quoteert, leidt dit tot een VVD-fractie met veel minder vrouwen. Mevrouw Van der Burg (VVD): Ja, maar het leidt ook tot een VVD-fractie met drie vrouwen bij de eerste vijf. Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Mevrouw Van der Burg is een erg creatief boekhoudster. Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik wil mevrouw Van der Burg bijvallen, want op deze manier heeft de VVD in ieder geval niet het probleem dat er, als er een man laag Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

12 op de lijst uitkomt, gezegd wordt dat dit komt door de vrouwen die om en om op de lijst moeten worden geplaatst. Mevrouw Van der Burg (VVD): De VVD-fractie is blij dat de minister in zijn nota vrouwen en meisjes uit etnische minderheidsgroepen apart benoemd heeft. Wij hebben het daarbij over een kwetsbare groep die op het punt van de emancipatie nog veel heeft in te halen in vergelijking met autochtone vrouwen. Laat ik echter duidelijk zeggen dat dit uiteraard niet voor alle allochtone vrouwen geldt. Bijna 80% van de niet-westerse allochtone vrouwen bevindt zich echter in een kansarme of kwetsbare positie wat betreft de mate van participatie in de Nederlandse samenleving. Dit zijn schrikbarende cijfers. Een immens obstakel bij het proces van zelfstandig worden en emanciperen van een deel van de allochtone vrouwen in Nederland is de dreiging van het zogenaamde cultureel gelegitimeerd geweld. Voorbeelden hiervan zijn gebrek aan bewegingsvrijheid, uithuwelijken, eerwraak, genitale verminking en ontvoeringen van meisjes als zij zich niet gedragen conform de culturele normen. Dit moet afgelopen zijn. Mevrouw Karabulut (SP): Bedoelt u dat de achterstanden van migranten op sociaaleconomisch en maatschappelijk terrein veroorzaakt worden doordat de mannen veel gewelddadiger zijn? Mevrouw Van der Burg (VVD): Nee, dat bedoel ik niet. Ik constateer echter wel dat deze vrouwen in een zeer kwetsbare positie zitten en met dit geweld te maken hebben. Dit zullen wij met z n allen moeten benoemen en wij zullen hieraan iets moeten doen. Wij mogen op dit punt niet wegkijken. Voor een deel is dit een zaak op het gebied van het strafrecht, maar voor een deel ligt dit ook op het terrein van de emancipatie. Deze vormen van traditioneel geweld bestendigen de ondergeschikte rol van vrouwen en beroven hen van burgerlijke en politieke rechten. Bovendien tasten zij de lichamelijke integriteit van vrouwen aan. Daarbij komt dat er van bijvoorbeeld eerwraak een enorme dreiging uitgaat naar meisjes die zich in het emancipatieproces bevinden. Afgelopen jaren is er mede dankzij de VVD al veel gebeurd om geweld en discriminatie tegen deze vrouwen tegen te gaan. Zo kunnen daders van huiselijk geweld uit huis worden geplaatst en is de veiligheid van de vrouwenopvang in elk geval verbeterd. Door middel van maatschappelijke preventie, bescherming en strafrechtelijke aanpak dient ook de komende jaren dit probleem zeer serieus te worden aangepakt. Het is toch onaanvaardbaar dat deze vrouwen zo oververtegenwoordigd zijn in Blijf-van-mijn-lijfhuizen? Voor onze fractie is dit een heel belangrijk punt. Wat is de visie op dit punt van de minister? De bestrijding van huiselijk geweld moet minder versnipperd worden, zodat inzicht hierin en kennis hierover groeien. Voor de overheidsorganisatie moet er daarom één loket komen, met als hoofddoel het bestrijden van huiselijk geweld in het algemeen en het bestrijden van cultureel gelegitimeerd geweld in het bijzonder. Eerwraakzaken moeten zo snel mogelijk landelijk worden geregistreerd. Het is goed dat de minister van Justitie dit oppakt door de landelijke uitrol van het multi-etnische politiesysteem. Daarmee kunnen eerwraakdelicten worden herkend en geregistreerd. Daarover is een brief gestuurd, maar hoe staat het met de opzet van het landelijke expertisecentrum eerwraak? De VVD is van mening dat er een controlesysteem moet komen voor de bestrijding van genitale verminking. Wat vindt de minister hiervan? Welke rol ziet hij voor zichzelf als minister voor Emancipatie? Vrouwen spelen zelf ook een belangrijke rol bij het verbeteren van hun positie en functie, op eigen kracht. Zij moeten empoweren, ze moeten inburgeren en economisch zelfstandig worden. De beste manier is werken. Ik heb het dan niet over vrijwilligerswerk en paraprofessionele functies, wat dat ook moge zijn, maar over echt betaald werk. Wij moeten echter realistisch zijn. Dit is niet voor iedereen direct mogelijk, maar het streven moet erop zijn gericht deze groep aan het werk te helpen. Dat helpt het best bij de emancipatie. Deelt de minister deze mening? Dan nog iets over de positie van vrouwen en meisjes. Hoewel de VVD-fractie niet direct wil spreken van een seksualisering van de samenleving ziet zij ook een aantal ontwikkelingen waarover zij zich grote zorgen maakt. Zaken als breezersletjes, groepsverkrachtingen, loverboys en het op steeds jongere leeftijd seksueel actief zijn, verdienen grote aandacht. Wij zijn van mening dat hierover het debat moet worden gevoerd, allereerst door het strafrecht zijn werk te laten doen. Loverboys en daders van verkrachtingen moeten worden aangepakt, ook als zij minderjarig zijn. Wij kunnen dit niet tolereren. Er moet wat dat betreft een signaal worden afgegeven. Een andere mogelijkheid is het geven van onderwijs. Dat moet deze minister aanspreken. Jongeren moeten weerbaarder worden gemaakt. Zij moeten weten dat zij de baas zijn over hun eigen lichaam. Zij moeten inzien dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Het is belangrijk dat jongeren hun grenzen kennen en die van anderen respecteren. Ze moeten weten dat het niet normaal is om in ruil voor een whopper of wat dan ook seks te hebben. Mogelijkheden op dit punt liggen in het geven van les over seksuele vorming en weerbaarheid op met name basisscholen en middelbare scholen. De VVD is erg geschrokken van de constatering dat tweederde van de basisscholen daar geen aandacht aan geeft. Het staat wel in de kerndoelen, maar er wordt niet gesproken over seksuele vorming en weerbaarheid. Wij willen graag dat die kwestie wordt opgenomen, omdat bepaalde ouders daar niet toe in staat zijn. Ik krijg graag een toezegging van de minister op dit punt, want anders overweeg ik een motie in tweede termijn. Mevrouw Hamer (PvdA): Voorzitter. Wij zijn heel erg blij dat deze nota is verschenen en nog blijer dat deze minister hier zit. Ik durf de stelling aan dat mede dankzij de vrouwen er weer een emancipatienota ligt. Dat was een belangrijk punt voor ons bij de coalitieonderhandelingen. Er bestaat nog steeds een hardnekkige beeldvorming van wat vrouwen en mannen behoren te doen. Deze cultuur, de genderideologie, is heel hardnekkig. De PvdA staat voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, voor ontplooiingskansen voor iedereen, evenals voor economische zelfstandigheid van vrouwen en mannen. Wij steunen de positieve insteek van de minister om via het benutten van het talent van vrouwen vorm te geven aan het emancipatiebeleid. Iedereen, ook meisjes, moet de kans krijgen alles uit zichzelf te halen. Er zit waanzinnig veel talent bij vrouwen en meisjes. Dat blijkt ook wel. Kijken wij naar de carrièrepatronen van meisjes op Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

13 school, dan zien wij dat meisjes zowel in het basisonderwijs, als in het voortgezet onderwijs, het hbo en de universiteit zo langzamerhand over de jongens heen gaan. Daarna gaat er toch iets mis. Na die succesvolle schoolcarrières treden heel veel vrouwen van ongeveer 25, 30 jaar uit het arbeidsproces. In het begin van hun carrière zijn ze er nog wel, maar daarna niet meer. Recent is ook een onderzoek van Margriet en Opzij verschenen, waarop wij, naar ik had begrepen, nog een reactie van het kabinet zouden krijgen. Er was in elk geval wel om gevraagd, omdat uit dat onderzoek een paar interessante dingen blijken. Er blijkt bijvoorbeeld uit dat meisjes en vrouwen moederschap niet meer als het hoogste ideaal zien, maar dat zij en dat is steeds de verklaring geweest waarom zij geen carrière maken ook niet kiezen voor een volledige carrière of het ingewikkeld vinden om hun ambitie te omschrijven. Ik hoop dus dat wij die kabinetsreactie op het onderzoek alsnog krijgen, omdat het heel erg belangrijk is dat wij een goede analyse krijgen van wat er met vrouwen en meisjes misgaat nadat die succesvolle onderwijscarrière is afgerond. Voor ons is het in elk geval van het hoogste belang dat meisjes en vrouwen participeren in de samenleving, dat zij kunnen kiezen voor een loopbaan en dat zij ook kunnen kiezen voor een combinatie met het moederschap. Iedereen die ons in de mond wil leggen dat wij iedereen willen verplichten vijf dagen te werken, heeft het bij het verkeerde eind. Wij vinden wel dat meisjes en vrouwen echt de kans moeten hebben om een goede carrière te maken en voor het moederschap te kiezen, als zij dat willen. De Partij van de Arbeid vond het belangrijk dat de coördinerend minister voor emancipatie bij OCW zat, evengoed als zij het belangrijk vond dat kinderopvang en onderwijs bij elkaar kwamen te zitten, omdat dan juist vanuit de kans van het talent naar emancipatie gekeken kan worden. Tot zover het goede nieuws, want wij zien ook wel wat slecht nieuws in de nota. Nu er een man op emancipatie zit, zouden wij verwachten dat de nota bol zou staan van wat de mannen gaan doen aan emancipatie. Daarover staat een beetje weinig en dat verbaast ons. Het gaat alleen over de allochtone man, maar de autochtone man hoeft nog niet veel te doen. Nu kennen wij deze minister als een heel constructief iemand. Om hem te helpen, heb ik een plan gemaakt: Het Plan van de Man. Ik zou zeggen: ook voor de man. Ik heb er een strikje omheen gedaan en via de voorzitter reik ik het uit aan de minister. De voorzitter: Het zal vermenigvuldigd worden en aan iedereen worden uitgereikt. Mevrouw Hamer (PvdA): In dit Plan van de Man hebben wij tien voorstellen gedaan hoe de emancipatie van de man kan verbeteren. Die betreffen het niet meer alles voor je 40ste hoeven doen, verlenging van het vaderschapsverlof en het ouderschapsverlof, uitbreiding van de taskforce Deeltijd Plus met een taak voor voltijd min voor mannen, seksuele vorming voor jongens, het in beeld brengen van mannelijke rolmodellen, jongens voor de klas, meer mannen in traditionele vrouwenberoepen, meer mannen in de mantelzorg en ten slotte de uitreiking van de Uit-het-keurslijfprijs aan de persoon of organisatie die het meest bijdraagt aan de emancipatie van de man. Het zijn tien concrete suggesties. Ik hoop dat de minister wil toezeggen dat hij ze serieus bekijkt en dat hij ons schriftelijk een reactie wil doen toekomen hoe hij deze voorstellen wil overnemen. Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik ben helemaal blij en dat gebeurt niet vaak. Het tweede punt uit het tienpuntenplan is het verlengen van het vaderschapsverlof, waarover ik een kant-en-klaar initiatiefwetsvoorstel heb. Ik begrijp dat de PvdA-fractie mijn initiatief, met grote maatschappelijke steun, om het van twee dagen op twee weken te stellen steunt. Mevrouw Hamer (PvdA): U begrijpt in elk geval dat de PvdA voor uitbreiding van het vaderschapsverlof is. De reactie op uw initiatiefvoorstel kunt u straks in onze inbreng lezen. Mevrouw Karabulut (SP): Ik vind het ook geweldig, de man moet meer doen enzovoorts. Mevrouw Hamer steunt dan zeker ons voorstel om het betaald ouderschapsverlof voor zes maanden te regelen, zodat vaders vrij kunnen nemen? Mevrouw Hamer (PvdA): Ik heb al gezegd dat wij voorstellen doen voor het verlengen van ouderschapsverlof. Overigens doet het kabinet dat ook in het coalitieakkoord. Ik begrijp best dat u allen op rij met uw eigen initiatiefvoorstellen wil komen. Ik heb net een plan aangeboden en ik heb de minister gevraagd om een reactie en daarop zal ik eerst wachten. Wij zijn bezig met de emancipatie van de man, dus laat deze man, de minister, dan ook de kans krijgen om te reageren. Tijdens de vorige periode is een omslag gemaakt in de financiering van de ondersteuning van emancipatieactiviteiten, waardoor niet organisaties maar projecten worden gefinancierd. Ik vraag de minister om een evaluatie van het resultaat van het beleid gedurende de afgelopen vier jaar, waarin wordt onderzocht of de doelstelling om meer vrouwen te bereiken daadwerkelijk wordt behaald dan wel of met de projecten en de nieuwe aanpak minder wordt bereikt dan met de oude aanpak. Dat wil ik graag onderzocht hebben. In dat kader sluit ik mij zeer graag aan bij de woorden van de CDA-fractie dat wij niets moeten veranderen aan de huidige kennisinfrastructuur zolang wij het resultaat van dat onderzoek niet kennen. Minister Plasterk: Welke projecten bedoelt u? Mevrouw Hamer (PvdA): Tijdens de vorige periode heeft een omslag plaatsgevonden van organisatie- naar projectensubsidie. Mijn vraag is hoe dat heeft uitgepakt. Wij vinden deze nota natuurlijk ambitieus van toon, maar wat ons betreft mag zij nog wat ambitieuzer worden in de manier waarop de doelen worden vormgegeven. Wij zien graag dat er een jaarlijkse voortgangsrapportage komt die aan de Kamer wordt voorgelegd en waarin de voortgang op de verschillende doelen en ambities wordt weergegeven. Wij vragen de minister om ons binnen een maand of drie een voorstel te doen over de punten waarop hij het emancipatiebeleid wil monitoren en om ons jaarlijks voor de begrotingsbehandeling van OCW daarover een notitie te doen toekomen. De brief over de verantwoordelijkheidsverdeling vind ik nog niet helemaal helder. Misschien kan de minister die Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

14 straks toelichten. Wat het internationale beleid betreft, vraag ik de minister om een vergelijkend onderzoek naar de ontwikkelingen in de emancipatie in Nederland ten opzichte van de vele initiatieven in de ons omringende landen. In Duitsland is men bijvoorbeeld druk bezig met de invoering van gratis kinderopvang om de vergrijzingsproblematiek tegen te gaan. Ik vraag hem deze ontwikkelingen naast elkaar te leggen en te kijken wat wij daarvan kunnen leren. Naar aanleiding van de brief over het Internationaal Vrouwenverdrag verzoek ik de minister om een aanvulling op een aantal punten omdat ik het idee heb dat op een aantal aanbevelingen in deze brief niet precies wordt ingegaan. Dit betreft bijvoorbeeld de coördinatie en de vraag hoe wij ons precies houden aan dit Vrouwenverdrag. Ik vraag daarover om een aanvullende notitie. Ik kom op de arbeidsparticipatie. Ik vind het jammer dat de doelstelling, die eerst op 70% was gesteld, nu is verlaagd naar 60%. Dat begrijp ik niet goed. Ik vraag de minister om dat weer terug te draaien. Het is een groot probleem op de arbeidsmarkt. Te veel vrouwen hebben kleine deeltijdbanen en te veel vrouwen zitten in een kwetsbare positie waardoor zij onvoldoende pensioen opbouwen en in de financiële problemen komen bij het beëindigen van relaties. Het zou goed zijn als deze minister van Emancipatie daarop een voorlichtingsbeleid zou voeren, zodat vrouwen veel beter weten wat de consequenties zijn als zij maar zo weinig werken. Natuurlijk, ik heb al gezegd dat de keuzevrijheid voorop staat, maar dan moet men wel echt iets te kiezen hebben. Er is dus betere kinderopvang nodig. Ik vraag ook aandacht voor de kinderopvang van tieners en jongeren. Er is net een onderzoek verschenen waaruit is gebleken dat het nog niets beter gaat met de tussenschoolse opvang, dus dat is een heel belangrijk punt om snel op te pakken. Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voor economische zelfstandigheid was de doelstelling 60% in De minister heeft gezegd dat hij dit onmogelijk kan halen en heeft dit vervolgens geschrapt. Mevrouw Hamer wenst nog steeds economische zelfstandigheid voor 60% van de vrouwen in 2010? Mevrouw Hamer (PvdA): Ja, ik vind dat wij alles op alles moeten zetten om dat te halen. Dan moeten wij nog harder werken aan al die maatregelen. Als de emancipatie van de man ook ter hand genomen wordt, zal het sneller gaan. In de nota wordt gesteld dat de uiteindelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen aan de keukentafel plaatsvindt. Voor een deel is dat zo, maar dan moet er aan de keukentafel wel sprake zijn van gelijkwaardigheid. Dat betekent dat vrouwen evenveel moeten verdienen en dat zij evenveel kans moeten hebben op een goede combinatie van zorg en arbeid als mannen. Zolang dat niet het geval is, is er geen sprake van gelijkwaardigheid aan de keukentafel. De overheid heeft de belangrijke taak om te zorgen dat die gelijkwaardigheid er wel komt. Mevrouw Karabulut (SP): De PvdA heeft altijd gesteld dat zij voorstander is van betaald ouderschapsverlof gedurende zes maanden voor elke ouder, met doorbetaling van ten minste 70% van het minimumloon, zodat ouders samen voor hun kind kunnen zorgen. Is de PvdA daar nog steeds voor nu zij deel uitmaakt van het kabinet? Mevrouw Hamer (PvdA): Ik ben nog steeds voor alles wat ik altijd heb bepleit. Mevrouw Karabulut (SP): Steunt u ons voorstel ook? Mevrouw Hamer (PvdA): Ik ga niet steeds zeggen of ik voorstellen al dan niet steun. Ik heb de minister een heleboel voorstellen gedaan. Ik wacht de reactie daarop af. Zoals u ziet, doe ik vaak zelf voorstellen. U kunt mij ook steunen. Voorzitter. Ik was gebleven bij de taskforce Deeltijd Plus. Die is erg belangrijk. In ons voorstel introduceren wij ook Voltijd Min, zodat er een gelijkwaardige verdeling van uren tussen mannen en vrouwen is. Het kabinetsbeleid geeft een dubbele boodschap aan vrouwen. Zij moeten van deze minister en van de minister van Sociale Zaken vooral veel werken, maar van de minister van VWS moeten zij aan het vrijwilligerswerk. Zo kan ik nog heel wat meer voorbeelden geven. Alles bij elkaar opgeteld, kom ik uit boven de 24 uur. Is de minister bereid om in zijn coördinerende rol te berekenen wat het kabinet van vrouwen vraagt en dat aan de Kamer te laten weten? Daar zou hij de vrouwenorganisaties bij moeten betrekken. Vervolgens kunnen wij bekijken of er een betere urenverdeling tussen mannen en vrouwen mogelijk is, zodat vrouwen niet overbelast worden. Het is een belangrijke taak van deze minister om in ieder geval in het overheidsbeleid voor vrouwen in topfuncties verandering te brengen. Het zegt genoeg dat er nog niet één vrouwelijke SG is. Er moet dus nodig iets gebeuren. Ik noem in dit verband ook het glazen plafond. Ik geloof dat wij deze term niet meer mogen gebruiken, maar het is er wel. Dus ik zou zeggen: noem man en paard. Ik zou het op prijs stellen als de minister komt tot naming and shaming. Dat is misschien nog wel belangrijker dan quotering. Er zou jaarlijks een lijst moeten komen van departementen en bedrijven die op dit terrein het best presteren, maar ook van departementen en bedrijven die het slechtst presteren. Mevrouw Koşer Kaya (D66): Om het glazen plafond te doorbreken, moet er wel een plek aan de top vrijkomen. Ik heb indertijd een motie ingediend om het ambtenarenrecht af te schaffen en gelijk te stellen aan het Burgerlijk Wetboek, omdat het behoorlijk inflexibel is. Steunt de PvdA mijn fractie daarin nog steeds? Mevrouw Hamer (PvdA): Ik ga mezelf niet herhalen. Ik heb al honderd keer gezegd dat ik niet steeds ga zeggen dat ik allerlei voorstellen steun. Het valt mij wel op dat mevrouw Koşer Kaya er van alles bij haalt. Dat kan ik ook. Wij hebben een brief van minister Donner ontvangen over het emancipatiebeleid en die haalt er zelfs het ontslagrecht bij. Hij zegt dat vrouwen niet de arbeidsmarkt op mogen zonder het ontslagrecht. Kan de minister hierop ingaan? Ik vind dat wij niet van alles erbij moeten slepen. Voorzitter. Emancipatie is maatwerk. Geen vrouw is hetzelfde en dat is maar goed ook. Dat betekent dat er vrouwen met hoge en lage opleidingen zijn, hoog op de arbeidsmarkt, laag op de arbeidsmarkt. Ik hoop dat de minister toe wil naar een beleid waarin dat maatwerk Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

15 ook erkend wordt en er gerichte ondersteuning komt voor vrouwen in verschillende posities en dat er aan de andere kant ook wordt gekeken naar instrumenten, bijvoorbeeld mentoraten, die vrouwen zowel aan de top als aan onderkant van de arbeidsmarkt kunnen helpen. Mevrouw Arib (PvdA): Voorzitter. Collega Hamer is al op enkele onderdelen van de Emancipatienota ingegaan, ik zal mij vooral beperken tot de positie van allochtone vrouwen en, zoals dat heet, de socialisering van de samenleving. Collega Hamer zei al dat de PvdA erg blij is dat eindelijk een emancipatienota is verschenen. Zij is ook blij met deze nota. Dat de nota is verschenen valt te prijzen, want emancipatie is geen sexy onderwerp meer. Menig bewindspersoon zag het eerder als last dan als uitdaging om een visie te presenteren. Aan de presentatie van deze Emancipatienota is veel media-aandacht besteed. Niet geheel ten onrechte is die aandacht gegaan naar arbeidsparticipatie en socialisering van de maatschappij. Echter in die aandacht is een belangrijke groep vergeten, namelijk de allochtone vrouwen. Juist deze groep dient zo veel mogelijk te profiteren van dit kabinetsbeleid. Ik moet helaas constateren dat allochtone vrouwen in deze nota weer buiten de boot dreigen te vallen. Waar het kabinet van mening is dat economische onafhankelijkheid essentieel is voor emancipatie van vrouwen, dat economische zelfstandigheid aan de basis ligt van emancipatie en dat betaald werk een weg is naar zelfbeschikking en zelfverwezenlijking geldt dit kennelijk niet voor allochtone vrouwen. De minister noemt enkele beleidsmaatregelen, zoals opvang van mishandelde vrouwen, vrouwen die bedreigd worden met eergeweld en vrouwen die de taal niet spreken, maar niet alle allochtone vrouwen worden mishandeld, niet alle allochtone vrouwen worden besneden en niet alle allochtone vrouwen zijn slachtoffer van geweld. In de discussie over de positie van allochtone vrouwen is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de verschillende groepen. Als dat niet gebeurt, ben ik bang dat geen van de voorgestelde maatregelen effect zal hebben. Voor vrouwen met een gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal of die niet in het bezit zijn van de nodige arbeidskwalificatie is een andere aanpak nodig dan bijvoorbeeld voor Antilliaanse of Surinaamse vrouwen die vaak wel de taal spreken en vaak ook een arbeidskwalificatie hebben. Tweede generatie meisjes en hoog opgeleide Marokkaanse en Turkse vrouwen hebben weer met andere problemen te maken dan de eerste generatie vrouwen. Desalniettemin gaat de minister bijna alleen maar uit van vrouwen die de taal niet spreken en nauwelijks een stap buiten zetten. Het gaat hier uiteraard om een grote groep die veel aandacht nodig heeft. Wij hebben dat altijd gesteund en daar hebben wij ook altijd om gevraagd, maar daarmee is de kous niet af. Juist met het oog op de emancipatie van vrouwen die nauwelijks de taal spreken, is het nodig om te investeren in de groep die wel actief deelneemt aan de samenleving en een positie probeert te verwerven. De minister geeft alarmerende cijfers over het relatief grote aantal vrouwen dat niet actief aan de samenleving deelneemt, vrouwen die de taal niet beheersen, geen contact hebben met de groep buiten hun eigen omgeving, maar de consequenties die de minister aan deze alarmerende cijfers verbindt, vind ik onvoldoende. Ik verwacht van hem een concreet plan met concrete maatregelen om de positie van allochtone vrouwen en meisjes te verbeteren. De voorstellen van de minister vind ik niet in verhouding staan tot de ernst van de situatie waarin heel veel allochtone vrouwen verkeren. Om de maatschappelijke en arbeidsparticipatie van vrouwen uit etnische minderheden te vergroten, stelt de minister voor om vrouwen te helpen om aan laagdrempelige activiteiten mee te doen. Hij ziet vrijwillige inzet als een belangrijke stap. Voor vrouwen waarvoor de stap naar de arbeidsmarkt moeilijk is, wil de minister alles doen om die stap te stimuleren en faciliteren. Hoe deze voorstellen geconcretiseerd en uitgevoerd worden, blijft vaag. De minister verwijst naar het inburgeringsplan en ook naar het een of andere project, een soort methodiek die gemeenten hebben ontwikkeld waarop men een beroep kan doen, maar wat voegt de minister van Emancipatie nu zelf toe aan het bestaande beleid? Ik zou graag horen hoe hij de meerwaarde van zijn verantwoordelijkheid als minister ziet. Het belangrijkste voorstel van de minister heeft betrekking op de vrijwilligersplaatsen voor allochtone vrouwen. Natuurlijk vinden wij het uitstekend dat allochtone vrouwen vrijwilligerswerk doen, maar de vraag is wel hoeveel betaalde banen zij krijgen. Hoe zal de minister die vrijwilligersplaatsen realiseren? Hoeveel vrouwen krijgen uiteindelijk een baan? Is het de bedoeling om hen eerst vrijwilligerswerk te laten doen en vervolgens toe te leiden naar een arbeidsplaats? Zo ja, welke garantie hebben zij dan op een betaalde baan? Deelt de minister de mening dat economische onafhankelijkheid ook voor deze vrouwen een belangrijk instrument voor emancipatie is? Zo ja, is hij dan bereid om samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een plan op te stellen om de schrijnende werkloosheid onder met name Marokkaanse en Turkse vrouwen te bestrijden? Ik heb me ook een beetje gestoord aan de toon van de nota. Iemand sprak over een paternalistische ondertoon en zo heb ik het ook ervaren. Er staat in de nota dat het voor die vrouwen belangrijk is dat zij vrijwilligerswerk doen en buitenshuis komen. Ik was afgelopen vrijdag in Slotervaart en ik heb daar met heel veel moeders gesproken van wie een deel de taal niet spreekt. Voor al die vrouwen geldt dat zij graag hun eigen geld willen verdienen. Het is algemeen bekend dat armoede vooral onder allochtone vrouwen een groot probleem is. Zij kunnen alleen uit die armoede komen als er uitzicht is op werk. De vrouwen willen graag aan de slag, of zij nu de taal spreken of niet, maar zij ontmoeten veel problemen waaronder discriminatie, bijvoorbeeld omdat zij een hoofddoek dragen. Vandaag stond er een artikel in De Volkskrant waaruit blijkt dat hoogopgeleide Turkse en Marokkaanse vrouwen nog steeds uitgesloten zijn van passende functies op de arbeidsmarkt. Dit geldt zelfs voor de helft van de vrouwen. Hoe kan de arbeidsmarkt voor allochtone vrouwen worden verbeterd? Binnenkort zal er worden gedebatteerd over eergerelateerd geweld en huiselijk geweld. Wij hebben hier al vaker voor gepleit en mijn collega s hebben in het verleden veel plannen gepresenteerd om de veiligheid van vrouwen te waarborgen en geweld tegen vrouwen te stoppen. Veel Turkse en Marokkaanse meisjes voeren een stille strijd om hun eigen leven te kunnen leiden. Hoe wil de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

16 minister hen stimuleren? Ik denk dan vooral aan de meisjes op middelbare en hoge scholen die vaak door druk van de familie hun opleiding niet kunnen afmaken. Is de minister bereid om, ook als minister van Onderwijs, met de onderwijsinstellingen in overleg te treden opdat er extra mentoren of begeleiding komen voor meisjes die hun best doen om hun school af te maken? Wij zijn blij over de visie die de minister heeft gepresenteerd op de toenemende seksualisering van de samenleving. Mijn collega Jeroen Dijsselbloem heeft dit onderwerp al een aantal keren in schriftelijke vragen of debatten aan de orde gesteld. Wij zijn het met de minister eens dat dit onderwerp bespreekbaar moet worden gemaakt. Wij weten dat het wereldbeeld van de jeugd in belangrijke mate door de media wordt bepaald. Daarom is het belangrijk om dit aan de orde te stellen. Dit is geen eenvoudige discussie, dat geef ik toe. De minister heeft een onderzoek aangekondigd. Op welke wijze wil hij de seksualisering van de samenleving tegengaan? Is hij bijvoorbeeld bereid om met de media, zowel de publieke als de commerciële oproepen, een gesprek aan te gaan over bijvoorbeeld een gedragscode en daarover afspraken te maken zoals ook wordt gedaan voor het bestrijden van kinderporno, geweld enzovoorts.? Ik wil nog aandacht vragen voor een aantal problemen waarmee vooral Turkse en Marokkaanse vrouwen te maken hebben. Marokkaanse vrouwen kunnen nog steeds niet scheiden; zij moeten altijd terug naar het land van herkomst om een scheiding te regelen. De minister kan misschien niet direct antwoord geven op de vraag, maar ik vraag hem om dit probleem mee te nemen in zijn beleid. Een ander probleem is dat wij nog steeds niet weten hoeveel Marokkaanse en Turkse meisjes in de landen van herkomst worden achtergelaten omdat ze in Nederland voor emancipatie kiezen. Tot slot vraag ik de minister hoe het zit met de Remigratiewet: als allochtone mannen in het kader van die wet besluiten om terug te gaan naar de landen van herkomst, blijken de vrouwen nog steeds automatisch te worden uitgeschreven en geen enkele mogelijkheid te hebben om er zelf voor te kiezen om hier te blijven. De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Emanciperen is een wederkerig werkwoord: mensen emanciperen zích. Ik geef twee voorbeelden. De bordesscène bij de presentatie van het nieuwe kabinet, met drie oud-studenten van de Vrije Universiteit op de drie hoogste posten: de kleine luyden hebben zichzelf geëmancipeerd. Uit de lijst van de meest invloedrijke mensen op deze planeet, recentelijk gemaakt door het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair, bleek dat er van de 100 mensen 51 joods zijn; een ongelooflijke ontwikkeling van een groep die zo n doelwit van discriminatie was. De les is: succesvolle emancipatie wordt gedaan door de mensen zelf, niet door te leunen op de overheid. Dat brengt mij bij de kern van wat er mis is met deze Emancipatienota. Onderzoekers Saskia Keuzenkamp en Joop Schippers, lid van de Visitatiecommissie Emancipatie, concludeerden dat vrouwen meer vertrouwen hebben in de overheid dan in mannen. Het is Vadertje Staat die het werk moet opknappen. Deze Emancipatienota ademt ook die sfeer. Om te beginnen: wat is dat eigenlijk, emancipatie van vrouwen? Wanneer is een vrouw geëmancipeerd en hoezo is het de taak van de overheid om een bepaalde groep te emanciperen? Wie moeten er niet geëmancipeerd worden en wie wel? Uit de Emancipatienota krijgt mijn fractie sterk de indruk dat emancipatie een betaalde baan betekent; een positie die onrecht doet aan de vele vrouwen die thuis zorgen voor hun gezin. Het feit dat emancipatie aan het ministerie van Onderwijs is gehangen, kan niet anders zijn dan het resultaat van een politieke gevoeligheid. Het nieuwe departement Jeugd en Gezin zou een veel logischere plaats zijn geweest, maar blijkbaar werd minister Rouvoet niet vertrouwd met dit dossier. De oplossingen die in deze nota worden gepresenteerd, zijn typerend voor het wereldbeeld van onze linksliberale elite: er is een probleem, je trekt een blik ambtenaren open, je gooit wat met subsidies en ondertussen sluit je de ogen voor het werkelijke probleem. Het streven naar een hogere arbeidsparticipatie van de ene groep mag zeker niet betekenen dat een andere groep wordt gediscrimineerd. Recentelijk meldde weekblad Elsevier twee vermeende gevallen van discriminatie in het kader van de emancipatie van vrouwen: het ging om het benoemen van Andrée van Es op het ministerie van Binnenlandse Zaken en om de procedure van de nieuwe Inspecteur-Generaal van het Onderwijs, waarbij mannen zouden zijn uitgesloten. In dat laatste geval zou de minister bij aantreden een procedure hebben aangetroffen met meer kandidaten, die allen man waren. In antwoord op mijn Kamervragen ontkende deze minister dat hij coûte que coûte een vrouw op deze positie wil benoemen, maar Elsevier blijft bij zijn verhaal. Deze minister heeft aangekondigd zich als een helleveeg te gaan inzetten voor de emancipatie van vrouwen. In de praktijk betekent dit dat het percentage vrouwen in topposities bij de overheid moet groeien van 17 tot 25. Ik vraag hem of discriminatie, hoe positief ook, hierbij volledig is uit te sluiten. Hoe garandeert hij dat ook mannen in aanmerking blijven komen voor deze topfuncties? Ik citeer hierbij graag voormalig minister Van Boxtel, die zei: quota s zijn voor vissen. En, mevrouw Hamer, een discriminatieverbod van mannen lijkt mij een mooi punt 11 voor het Plan van de Man. De Inspectie van het Onderwijs blijft cruciaal voor de kwaliteit van onze scholen. Onderwijs emancipeert, dus wij moeten de schaarse middelen van OCW juist daarop richten. De twintig ambtenaren die op het ministerie nu de hele dag vrouwen zitten te emanciperen, kunnen wat mij betreft daarom beter iets anders gaan doen. De PVV ziet hun fte s graag toegevoegd aan de onderwijsinspectie; vrouwen zijn mans genoeg om zichzelf te emanciperen en hebben daarvoor geen twintig overheidsbureaucraten nodig. Het is hoog tijd dat die ambtenaren iets anders gaan doen, bijvoorbeeld de kwaliteit van ons onderwijs verhogen. Iets nuttigers kan ik mij voor het ministerie van Onderwijs niet voorstellen. Is de minister bereid om deze fte s anders in te zetten? Er kan ook flink gehakt worden in de subsidiestroom die nu naar allerlei vrouwenclubs gaat. Wij zijn als Kamerleden weer eens besprongen door de vele lobbyclubs die teren op subsidies. Hun wens is altijd dezelfde: meer geld. Het is te pijnlijk voor woorden wat het vrouwenemancipatiebeleid soms in de praktijk betekent. Neem de macramétaal die sommige ministeries menen te moeten produceren. Op het ministerie van Verkeer en Waterstaat moeten managers in het kader van het Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

17 vrouwenemancipatiebeleid zo worden getraind dat emoties een plaats krijgen in de organisatie. Dit citaat is een seksistische redenering, omdat de schrijver er blijkbaar van uitgaat dat vrouwen zo emotioneel zijn dat de organisatie daaraan moet worden aangepast. Mijn fractie ziet overigens graag wat meer emotie op het ministerie van Verkeer en Waterstaat, want dan gaan die ambtenaren de files misschien eens aanpakken. Miljoenen mensen staan dagelijks in de file, onder wie veel geëmotioneerde vrouwen die ook graag wat eerder thuis waren geweest. Op Defensie moet de machocultuur worden aangepakt, zo stelt het ministerie van Defensie in haar bijdrage aan de emancipatie van vrouwen. Dat wordt nog een hele klus voor een organisatie die in haar naakte essentie erop gericht is om onze vijanden te doden! Gisteren kruiste ik met deze minister de degens over de benoeming van Tariq Ramadan, de moslimextremist die gesponsord wordt door de sultan van Oman. Mijnheer Ramadan wordt hoogleraar te Leiden. In het Algemeen Dagblad wees minister Plasterk erop dat slechts 10% van de hoogleraren vrouw is. Ik neem dan ook aan dat de sultan binnenkort een telefoontje van minister Plasterk kan verwachten om te horen wat deze sjeik gaat doen om een vrouw te benoemen op zijn leerstoel. Veertig jaar geleden verrichtte Joke Smit de aftrap voor de tweede feministische golf in Nederland. Ik heb overigens een persoonlijke band met haar, want ooit zat ik op een middelbare school die naar haar is vernoemd. Het boek van Joke Smit heet Er is een land waar vrouwen willen wonen. Jaren later kunnen wij vaststellen dat het land er heel anders uitziet dan Joke Smit in haar ergste nachtmerries had kunnen voorzien. Wat hebben wij er allemaal niet bij gekregen? Ik noem eerwraak, vrouwenbesnijdenis, lover boys, gedwongen huwelijken, hoofddoeken, boerka s, vrouwen die worden opgesloten als hun man het huis verlaat, vrouwen die over straat gaan met hun man als cipier, massaal analfabetisme, blijf-van-mijn-lijfhuizen met een veelal islamitische bevolking, imamhuwelijken, polygamie, gedwongen huwelijken met geestelijk gehandicapten, 80% van de allochtonen vrouwen met een taalachterstand, gedwongen neef-nichthuwelijken, inteelt en vreemdelingen die hoer, hoer sissend Nederlandse vrouwen schrik aanjagen. De ironie van de geschiedenis wil dat uitgerekend de linkse zusters van Joke Smit hebben bijgedragen aan deze praktijken, want zij waren het die tientallen jaren hebben staan juichen bij de massa-immigratie, inclusief het recente generaal pardon. Weinigen hebben de positie van de vrouw meer geschaad dan de Ien van der Heuvels, de Hedy d Ancona s en de Anja Meulenbelts van deze wereld, onnozele halsjes die een ideologie in Nederland verwelkomen die vrouwen ergens zien in de regionen van varkens. Die ideologie put voor haar theorie en praktijk uit de koran. Stapels soera s uit de Koran worden door honderden miljoenen letterlijk genomen, omdat de Koran het nooit gecreëerde woord van Allah is. Een andere basis voor deze ideologie is Mohammed, een figuur die binnen de islam geldt als de perfecte mens. Mohammed scoort echter niet zo hoog op de feministische meetlat. De cultuur die hierop is gebouwd, is geen feest voor vrouwen. De kans op verandering is bovendien nihil. Heeft de massa-immigratie van de afgelopen dertig jaar de positie van vrouwen beïnvloed? Is de positie van vrouwen verbeterd of juist verslechterd door de komst van 1,8 miljoen niet-westerse allochtonen? Een goed vrouwenemancipatiebeleid begint bij een goed immigratie- en een goed remigratiebeleid. Dat is een beleid dat is gericht op het tegenhouden van de islam. Ik zag gisteravond op de nieuwe televisiezender Het Gesprek een interview van Theo van Gogh met professor Fortuyn. De laatste riep op tot een koude oorlog tegen de islam. Een minister die het lot van vrouwen serieus neemt, gaat voor in die oorlog. Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb een gedreven en hier en daar zelfs offensieve emancipatienota gelezen. Ik steun de minister op een groot aantal onderwerpen, maar hier en daar plaats ik een kanttekening. Ik doe dat wanneer de minister in zijn gedrevenheid onvoldoende rekening houdt met andere belangrijke zaken uit het regeerakkoord. De ChristenUnie is blij met het door de minister aangekondigde offensief tegen de seksualisering van de samenleving. De ChristenUnie heeft genoeg van de wijze waarop wij daarmee geconfronteerd worden via billboards, op internet et cetera. Het is goed dat er een verkenning plaatsvindt naar de effecten van de seksualisering van de maatschappij en dat rond dit thema een maatschappelijke discussie op gang is gebracht. De minister legt in deze nota de nadruk op arbeidsparticipatie van de vrouw als graadmeter voor een succesvolle emancipatie. Natuurlijk speelt dat een rol. Emancipatie is echter niet hetzelfde als betaalde participatie. Zorg voor kinderen of pleegkinderen, mantelzorg, vrijwilligerswerk komt voor een groot deel voor rekening van vrouwen en mannen die er bewust voor kiezen thuis te blijven of gedeeltelijk thuis te blijven. In het coalitieakkoord wordt dan ook gesproken over de waarde van andere bijdragen aan de maatschappij dan betaalde participatie. Dat is terecht, want anders diskwalificeer je al die mensen die zoveel waardevol werk verrichten. Dat zou deze minister ook niet willen. De nadruk op betaalde participatie zou op termijn ook problemen opleveren, zoals een tekort aan handen aan het bed. Zorg die niet vrijwillig wordt verricht wordt dan betaalde arbeid. Daarmee ondersteun ik wat mevrouw Hamer zo-even heeft aangegeven. De ChristenUnie ziet emancipatie niet in de laatste plaats als keuzevrijheid van vrouwen én mannen. De Christen- Unie acht mannen én vrouwen prima in staat eigen afwegingen te maken over de verdeling van arbeid en zorg naar gelang hun levensfase en gezinssituatie. De overheid moet er vooral voor zorgen dat mensen die eigen keuzes kunnen invullen. Het komt dus aan op faciliteren. De ChristenUnie ziet hiertoe veel mogelijkheden, zoals flexibilisering van arbeidstijden door bijvoorbeeld het aanbieden van schooltijdbanen en het stimuleren van de informele kinderopvang. Het valt op dat het kabinet een aantal doelen tegelijk nastreeft, zoals verhoogde arbeidsparticipatie, meer vrijwilligers, meer mantelzorg. Wij vragen ons af hoe mensen dit alles moeten combineren. Kunnen de verhoging van de arbeidsparticipatie en de verhoging van het aantal vrijwilligers wel samengaan? Leidt dat er niet toe dat het aantal vrijwilligers juist afneemt? Daarnaast speelt de vraag wat de financiële lasten zijn. Onbetaalde zorg moet immers straks door een professionele kracht worden verleend, en dat kost geld. Tot slot voorzien wij ook ongewenste maatschappelijke effecten. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

18 De mogelijkheid van ouderen om met behulp van vrienden en familie thuis te blijven wonen, zal wellicht gaan afnemen. Wat betekent dat voor de sociale samenhang en voor eenzaamheid? Het is goed dat het kabinet een sociaaleconomisch onderzoek instelt, maar wat gaat het kabinet precies onderzoeken? Wij pleiten voor een breed onderzoek, waarbij ook de genoemde aspecten worden meegenomen. Ik hoor graag een reactie van de minister. Mevrouw Van der Burg (VVD): U zegt dat straks vrijwilligerswerk betaald werk wordt. Wat wilt u daarmee zeggen? Vindt u dat vrouwen dat moeten blijven doen, want veel vrijwilligerswerk wordt uiteindelijk door vrouwen gedaan? Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Vrouwen moeten de keuze blijven houden om al dan niet vrijwilligerswerk te doen. Nu al is er sprake van een tekort in de zorg. Op het moment dat straks alles wat nu vrijwilligerswerk is, wordt overgedragen aan professionele krachten, denk ik dat ook de VVD problemen zal krijgen, want dan zullen de zorgbudgetten ontzettend uit hun voegen gaan barsten. In het coalitieakkoord is opgenomen dat er een betere financiële ondersteuning komt voor tweeverdieners die gebruikmaken van informele kinderopvang. Wij hadden gehoopt dat er een plan op tafel had gelegen om dit te regelen. Helaas is dat niet het geval. Sterker nog: het belang van formele opvang wordt in de Emancipatienota nog eens benadrukt. Nu heeft dat natuurlijk zijn waarde, maar wij zien in de samenleving dat ook op grote schaal gebruik wordt gemaakt van informele opvang. Wij verzoeken de minister om op korte termijn te komen met een plan voor de financiële tegemoetkoming voor informele kinderopvang. Mevrouw Hamer (PvdA): U zegt dat vrouwen vrijwilligerswerk moeten blijven doen. Ik heb de minister gevraagd om een onderzoek naar de vraag of wij niet te veel van vrouwen vragen. Bent u dat met mij eens? Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Ik heb dat zojuist aangegeven. Het zou goed zijn om de effecten te onderzoeken. Wij zijn voornemens om eventueel daarover een motie in te dienen, afhankelijk van het antwoord van de minister. Voorzitter. Het kabinet wil de belemmeringen voor herintreders wegnemen om op de arbeidsmarkt terug te keren. Mijn fractie kan zich hierin vinden. Wel constateren wij dat veel herintreders relevante vaardigheden en capaciteiten hebben opgedaan, door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of mantelzorg. Dit zijn echter geen erkende kwaliteiten. Wij kennen al de elders verworven competenties, die ingezet worden voor bijvoorbeeld jongeren. Mijn fractie wil versterkt inzetten op het gebruik van EVC voor herintredende vrouwen. Zo wordt ook hun mobiliteit vergroot, aangezien zij al werkende een diploma halen. Hoe staat de minister tegenover dit voorstel? De minister wil dat de overheid het goede voorbeeld geeft bij het doorbreken van het glazen plafond. Daar zijn wij blij mee. Wel mis ik in de nota de plannen van de minister om in het bedrijfsleven de doorbreking van het glazen plafond te stimuleren. Ik wil graag dat de minister hierbij ook de positie van de hoog opgeleide allochtone vrouwen meeneemt. Zij komen niet eens tot aan het glazen plafond; het is een en al vechten. Tot slot ben ik verbaasd over de aangekondigde korting op de subsidie voor E-Quality. De kennisstructuur die wij nu in Nederland hebben, is van groot belang om de ambities uit de emancipatienota te realiseren. Wij verzoeken de minister, het besluit om de subsidie aan E-Quality vanaf 2010 met 25% per jaar te korten, te heroverwegen. Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. In tegenstelling tot zijn voorganger minister De Geus, die meteen na zijn aantreden riep dat de emancipatie is voltooid, straalt minister Plasterk iets uit van: ik ga als een helleveeg tekeer. De minister heeft dat met zoveel woorden gezegd. Hij straalt ook uit dat hij echt werk wil maken van emancipatie. Aanvankelijk waren wij daar wel blij mee, maar ik moet zeggen dat het uiteindelijke resultaat dat nu voorligt, ons heeft teleurgesteld, met name als het aankomt op concrete daden. Je zou kunnen zeggen dat dit weinig te maken heeft met een helleveeg, maar meer met een softie die niet durft door te pakken. Ik dacht niet dat ik het ooit zou zeggen, maar als ik alles afweeg, ga ik bijna terugverlangen naar de nota van minister De Geus uit Daarin stonden tenminste wel streefcijfers. Er werd expliciet gestreefd naar het verhogen van het aantal vrouwen dat economisch zelfstandig is, en de harde thema s werden niet geschuwd. Woorden als armoede en bijstand zijn nu verdwenen uit de nota van minister Plasterk en dat betreur ik ten zeerste. Hetzelfde geldt voor het idee dat emancipatie de hele samenleving aangaat. De minister zegt helemaal niets over de zogenaamde mammacultuur in Nederland. Wij snappen best dat de minister moet opboksen tegen ChristenUnie en CDA. Het is echter jammer dat hij dit vaak verliest. Het meest prangende voorbeeld is het afschaffen van de sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders in de bijstand. Als afleidingsmanoeuvre vraagt hij met veel bombarie aandacht voor de seksualisering van de samenleving. De fractie van GroenLinks wil geen softie op emancipatie, maar een leuke macho, die keihard in actie komt voor een geëmancipeerde samenleving. Op zich zien wij natuurlijk het probleem van de seksualisering ook wel. Sterker nog: GroenLinks maakt zich al lange tijd sterk voor het weerbaar maken van jongeren. Zo pleiten wij voor liefdeslessen op scholen, waarin niet alleen de technische voorlichting aan de orde komt, maar ook het relationele deel. Verder ligt er een initiatiefwet Mediaeducatie. Dat gaat heel wat verder en is heel wat effectiever dan de matige voorstellen van de minister, die vooral een heleboel gaat verkennen en onderzoeken. Wij vinden het belangrijk dat onderscheid wordt gemaakt tussen jonge meiden en volwassen vrouwen en tussen kwesties van smaak en ernstige problemen. Wij hebben bijvoorbeeld geen problemen met posters van dames in een gouden bikini, maar maken ons er wel zorgen over dat een op de zes meisjes en een op de vijfentwintig jongens weleens wordt gedwongen tot het verrichten of ondergaan van een seksuele handeling. Dan kom ik op het punt van de mannen. Het kabinet ziet vrouwen en meisjes vooral als slachtoffers die moeten worden beschermd. De mannen zijn geheel uit beeld. Veelzeggend is de titel van de nota: Meer kansen voor vrouwen. Wij stellen voor om de titel te veranderen in: Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

19 Meer kansen voor emancipatie. De minister denkt dat emancipatiebeleid hetzelfde is als beleid voor vrouwen. Een goed voorbeeld is het problematiseren van de studiekeuze van meisjes. Dat geldt evenzeer voor de keuze van jongens. Het is bijvoorbeeld zorgelijk dat steeds minder jongens naar de pabo gaan. De instroom is 18% en zij haken ook nog vaker af. Eigenlijk verklaart de minister de emancipatie van witte mannen voltooid. Waar het vroeger nog een expliciet doel was dat mannen meer gingen zorgen, is dat nu privé, behalve gek genoeg als het om allochtone mannen gaat. Ik zou zeggen: minister, vergeet alstublieft ook niet de old boys aan te pakken die minimaal evenveel, maar vaak ook meer uren gaan werken na de geboorte van hun eerste kind en die dan in leidinggevende functies moeilijk doen als een werknemer in deeltijd wil gaan werken. Wat moet er over mannen volgens de GroenLinksfractie in de emancipatienota komen te staan? Om te beginnen twee weken vaderverlof. Wij hadden het net al over het initiatiefwetsvoorstel daarover van de fractie van GroenLinks. Ik ben blij dat ook de PvdA-fractie dat nu steunt. Een ander punt is dat veel te weinig mannen weten dat zij het recht hebben om in deeltijd te werken. Ik zou zeggen dat alle werkende mannen in Nederland een brief moeten krijgen van de minister om hen hierop te wijzen. Als dat op prijs wordt gesteld, komt er ook een assertiviteitstraining voor de vele mannen die wel deeltijd willen werken, maar het niet durven aan te kaarten, zoals uit zeer recent onderzoek blijkt. Onder het motto een zorgende man staat zijn mannetje valt nog wel het nodige te doen. Is de minister bereid een dergelijke brief te schrijven? Een campagne om jongens te verleiden om te kiezen voor een beroep in de zorg zou ik ook op zijn plaats vinden. Kinderopvang, basisonderwijs. Ik zou willen voorstellen dat er ten aanzien van jongens en zorg een variant komt op het Technikateam voor meisjes. Bij de maatschappelijke stage worden meisjes en jongens gestimuleerd om niet traditioneel te kiezen. Daar zou echt wat meer aan gedaan moeten worden dan nu gebeurt. Wat willen wij nog meer? Nederland kent met 6% echt veel te weinig vrouwen aan de top. Al jarenlang probeert de overheid daar verandering in te brengen, maar zonder succes. Neelie Kroes en Heleen Mees pleiten daarom voor quotering. Wij sluiten ons daar graag bij aan. In bijvoorbeeld Noorwegen blijkt dat het werkt. Nu denken wij dat de 40%-quotering van Noorwegen voor Nederland nog te hoog gegrepen is. Wij stellen voor om een quotering van 25% in te voeren. Graag hoor ik hierop een reactie van de minister. Mevrouw Karabulut (SP): Doelt u dan alleen op quotering voor vrouwen aan de top? Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Laten wij daar eens mee beginnen. U weet dat met mij ook over andere vormen te praten valt, maar ik ben in elk geval blij met uw warme steun op dit punt. De heer Bosma (PVV): Hoe verhoudt zich het pleidooi voor quota s van mevrouw Van Gent tot artikel 1 van onze Grondwet? Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dat kan prima. In Noorwegen hebben ze een vergelijkbaar artikel. Dat kan best, in de vorm van positieve actie. Als u zich daar zorgen over maakt, ben ik graag bereid, met u daarnaar te kijken. Als u ons voorstel vervolgens steunt, dan hebben wij toch nog een concrete bijdrage van uw kant in plaats van alleen maar gemopper en gescheld op een aantal elementen in onze samenleving waar u erg ongenuanceerd over het woord voert. Maar goed, dat moet u verder zelf weten. Voorzitter. Tot slot nog een opmerking over het ouderschapsverlof en de levensloopregeling. De minister en de coalitiepartijen proberen goede sier te maken met uitbreiding van het wettelijke recht op ouderschapsverlof van 13 naar 26 weken. Dat zet echter weinig zoden aan de dijk, omdat het onbetaald is en omdat het gecombineerd met de levensloopregeling, waar maar een kleine elite gebruik van maakt, dus gewoon niet goed werkt. Vindt de minister het niet tijd worden voor betaald ouderschapsverlof? Wat vindt hij van de suggestie van de FNV om op korte termijn bijvoorbeeld te zeggen: 13 weken 100% vergoed of 26 weken 50% vergoed? Ik wil verder graag dat hij ingaat op de brief van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag ik zal hem een kopie daarvan geven waarin nog een aantal vragen staat over de implementatie. Mevrouw Arib (PvdA): Ik ben het eens met mevrouw Van Gent dat meer vrouwen in topfuncties zouden moeten komen. Is zij het met mij eens dat daarbinnen ook een bepaald percentage voor allochtone vrouwen zou moeten worden gereserveerd? Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik ben voor een goede afspiegeling van de samenleving, zeker in topposities. Dit hoort daarbij. Het gaat er natuurlijk om dat de old boys verder kijken dan hun neus lang is en ook eens in andere adresboekjes bladeren dan nu gebeurt. De quotering in Noorwegen heeft hieraan bijgedragen. Dit werkt dus hartstikke goed. Laten wij hierover dus niet langer kletsen maar laten wij gewoon gaan poetsen. Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Voor mij betekent emancipatie dat je vrij bent in je hoofd, economisch vrij en lichamelijk vrij. Ik beperk mij in deze bijdrage tot de economische vrijheid en tot de onderdelen die daarbij passen. Er is 10 mln. uitgetrokken voor emancipatie. Dat bedrag is naar mijn mening laag en daarnaast nog eens sterk vervuild. Zo gaat er bijvoorbeeld veel geld naar slachtoffers van huiselijk geweld. Op zichzelf is dat een goede zaak maar de financiering hiervan hoort toch meer bij Justitie thuis. Hoe is het mogelijk dat het deze minister enerzijds niet lukt andere ministeries mee te laten betalen aan grote maatschappelijke problemen die binnen zijn portefeuille vallen en anderzijds niet kan voorkomen dat diezelfde ministeries wel uit zijn budget snoepen? Hierop krijg ik graag een reactie van de minister. Een cultuuromslag, waarover in de nota hoog wordt opgegeven, bereik je niet door er alleen maar iets over te zeggen maar er ook iets aan te doen. Doen begint bij het formuleren van concrete doelen. Waar zijn die concrete doelen? Het kabinet geeft natuurlijk het goede voorbeeld. Schaf het ambtenarenrecht af en zorg ervoor dat de wal van inflexibiliteit wordt doorbroken, zodat vrouwen, jongeren en allochtonen kunnen doorstromen, ook door het glazen plafond. Overigens verbindt minister Donner Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

20 zijn ontslagrecht ook al aan vrouwen, want de emancipatie komt volgens hem niet op gang zonder daaraan iets te doen. Ik krijg graag een reactie van de minister op dit punt. Een cultuuromslag begint overigens bij mannen en vrouwen. Waarom wordt emancipatie in deze nota teruggebracht tot enkel een taak van vrouwen? Wanneer de minister geen invulling geeft aan de combinatie van zorg en arbeid, kunnen wij net zo goed ophouden, omdat dit de kern is van waaruit de emancipatie zich verder kan ontwikkelen. Wij zullen hierop een antwoord moeten hebben, dat ik vooralsnog niet zie. Zo zijn werkgevers en werknemers niet betrokken bij de totstandkoming van deze emancipatie. Zijn zij het niet juist die mede een antwoord kunnen formuleren op de vraag hoe de combinatie van werk en zorg beter kan worden vormgegeven? Waarom heeft de minister niet met werkgevers en werknemers gesproken? Ik zal hierover misschien een motie indienen. Mensen moeten ook buiten kantooruren hun huisarts, apotheker en tandarts kunnen bezoeken. Daarom heb ik bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken een motie ingediend waarin ik de regering heb gevraagd om alle obstakels weg te nemen die ruimere en/of flexibeler openingstijden in de weg staan. Alle economische activiteiten tussen negen en vijf proppen past niet meer bij de huidige tijdgeest. De minister moet zijn systemen aan deze tijd aanpassen. Hij erkent dat ook, maar hij werkt de motie niet uit. Die biedt namelijk ouders de mogelijkheid om zonder stress meer dan parttime te werken en hun werktijden beter aan de schooltijden aan te passen of omgekeerd. Hierdoor zullen vrouwen gemakkelijker doorstoten naar leidinggevende functies en zal de arbeidsparticipatie van vrouwen toenemen. Zeker het laatste is goed nieuws voor de Nederlandse man. Werk mijn motie uit. Een grote meerderheid in deze Kamer heeft daarvoor getekend. Mocht de minister de taskforce Deeltijd Plus als uitwerking van mijn motie zien, is die niet breed genoeg en moet die breder worden opgesteld. De definitie van het begrip economische zelfstandigheid wordt door het ministerie van Sociale Zaken bepaald op 70% van het minimumloon. De arbeidsparticipatie mag dan wel stijgen, maar deze papieren werkelijkheid staat wel heel los van het leven van alledag. Het hebben van een partner is geen financiële zekerheid voor de toekomst. Een inkomen van 910,55 per maand is een farce. Waarom trekt de minister dit niet naar het niveau van het minimuminkomen? Ik kom op de AOW. Veel allochtone vrouwen hebben zelfs alleen maar een onvolledige AOW. Hoe ziet de minister dit? Is hij bereid om in overleg te treden met zijn collega om de grens van economische zelfstandigheid te verhogen en om de oudedagsvoorzieningen genderneutraal te maken? Op dit punt zal ik eventueel een motie indienen. Hoe zit het verder met mijn regiegroep, die is opgestart om concreet voor scholing, onderwijs en werk te zorgen? Ik vind het een schande dat in de nota de allochtone vrouwen naar het vrijwilligerswerk worden verwezen, terwijl er geen concrete doelen worden afgesproken. Die doelen moeten er komen. Mijn laatste punt gaat over de seksualisering van de maatschappij. Het gaat hierbij vooral om het weerbaar maken van kinderen. Wij moeten niet net doen alsof alle jongeren in Nederland alleen maar aan seks en Breezers doen, want zo is het niet. Ik wil een breed onderzoek waarin dit tot uitdrukking komt. Op die manier kunnen wij echt naar een oplossing gaan zoeken. Daarvoor hebben wij kwantitatief materiaal nodig. De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. De vertegenwoordiger van de SGP-fractie zit bij dit overleg altijd met gemengde gevoelens. Het emancipatiedebat wordt al jarenlang gevoerd en emotioneert altijd. Het is bovendien ideologisch geladen. Men gaat erbij uit van gelijke kansen en gelijke rechten. Uiteraard is dit een relevant thema, maar het debat behoort ook de keuzevrijheid als spits te hebben. Gelukkig hebben diverse collega s dit woord centraal gesteld, maar de praktijk is anders. In de jaren tachtig werden zinderende debatten gevoerd over wat uiteindelijk de 1990-Maatregel werd. Verder zijn het sociale en fiscale stelsel geïndividualiseerd en is het kostwinnersbeginsel weggenomen. Om de keuzevrijheid te garanderen, is in wetgeving de overdraagbare algemene heffingskorting verankerd geraakt. Verder zijn bijstandsmoeders die kinderen te verzorgen hebben, vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Deze twee zaken moesten zorgen voor de keuzevrijheid, maar hieraan is de jaren door gepeuterd. Ik verwijt dit nu ook dit kabinet. Je kunt wel over keuzevrijheid spreken, maar als je de twee bovenstaande instrumenten wegneemt, betekent dit veel voor mensen en stuur je hen de arbeidsmarkt op. Dit gaat ten koste van de vrijheid om te kiezen voor zorgtaken, vrijwilligerswerk en het opvoeden van kinderen. De keuzevrijheid moet overeind blijven. Ik tref in de emancipatienota sympathieke elementen aan, maar wij vinden de nota veel te eenzijdig georiënteerd op economie, vergrijzing en betaalde arbeid en participatie. Het lijkt wel of andere zaken er niet zijn en geen hoge waarde hebben voor de samenleving. Zorgtaken, het opvoeden van kinderen en vrijwilligerswerk mogen wel eens wat meer gewaardeerd worden. Ook de Nederlandse Vrouwenraad vraagt meer aandacht voor de werkelijke wensen van vrouwen. Wij moeten niet alleen focussen op economie, vergrijzing en betaalde arbeid, want er is echt meer in het leven dan alleen dat. De kinderopvang is een belangrijk instrument. De informele en de formele kinderopvang worden ongelijk bejegend. Ik daag de minister ertoe uit om deze ongelijke bejegening weg te nemen. Ik vind het moedig van de minister dat hij de seksualisering van de samenleving heeft geagendeerd. Er is immers heel veel aan de hand. Uiteraard kunnen wij niet alles regelen, maar wij kunnen wel al het mogelijke doen om zaken weg te nemen waar wij zoal tegenaan lopen en om incidenten te voorkomen. Onderzoek, maar vooral daadkracht zijn nodig. Er moet een stok achter de deur zijn bij zelfregulering. Ook media-educatie is een speerpunt van de SGP-fractie. De vergadering wordt van uur tot uur geschorst. De voorzitter: Het is nu uur. De minister heeft zeker een uur voor de beantwoording nodig. Dat betekent dat wij enigszins in de knel komen met ons tijdschema, zeker als de leden de tijd die zij nog over hebben voor hun tweede termijn volledig willen gebruiken. Mevrouw Hamer wil een ordevoorstel doen. Mevrouw Hamer (PvdA): Voorzitter. Wij hebben even overlegd, ook omdat wij elkaar nu aan het bestoken zijn Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 420 Emancipatiebeleid Nr. 58 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 30 oktober 2007 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 874 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang Nr. 47 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 322 Kinderopvang Nr. 39 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 29 oktober 2008 Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 827 Opvang zwerfjongeren 2008 Nr. 2 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Weekers (VVD), Van Haersma Buma

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 138 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met het openstellen van de mogelijkheid van het verlenen van bijzondere bijstand aan bepaalde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 24 170 Gehandicaptenbeleid Nr. 95 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 14 juli 2009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Justitie datum 23 april 2010 Betreffende wetsvoorstel: 30511 Voorstel van wet van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2008 Nr. 67

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 071 Voorstel van wet van de leden Halsema en Van Gent tot wijziging van de Wet arbeid en zorg (Vaderverlof) Nr. 7 VERSLAG Vastgesteld 26 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008 Nr. 155 1 Samenstelling:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 420 Emancipatiebeleid Nr. 94 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 365 Bepalingen verband houdende met de instelling van het Speciaal Tribunaal voor Libanon, mede ter uitvoering van Resolutie 1757 van de Veiligheidsraad

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 28 684 Naar een veiliger samenleving Nr. 123 1 Samenstelling: Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 545 Uitvoering Wet Werk en Bijstand Nr. 85 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 22 januari 2010 Binnen de vaste commissie voor Sociale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 28 333 WAO-stelsel Nr. 102 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 30 mei 2008 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 323 Prenatale screening Nr. 30 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 18 juli 2007 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 525 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 25 424 Geestelijke gezondheidszorg Nr. 95 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 8 december 2009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 452 Belastingen als beleidsinstrument Nr. 7 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI) Nr. 324 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Van Gent (Groen- Links), Verburg

Nadere informatie

Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag. Staten-Generaal. Vastgesteld 18 november De voorzitter van de commissie, Van Baalen

Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag. Staten-Generaal. Vastgesteld 18 november De voorzitter van de commissie, Van Baalen Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2008 2009 F 31 744 Oprichting Stichting Nederlandse Veteranendag Nr. 2 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 850 Verantwoording en toezicht rechtspersonen met een wettelijke taak, deel 5 Nr. 25 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 095 Rapport bij de Nederlandse EU-lidstaatverklaring 2006 Nr. 3 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (GL), Kant (SP), Blok (VVD),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 711 Topsport in Nederland Nr. 3 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA), Weekers (VVD), van Haersma

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 343 Handhaving milieuwetgeving Nr. 172 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 13 juni 2007 De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 220 Uitvoering van richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 september 2006 (PbEU L 264) tot wijziging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 406 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met overblijven in het basisonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 25 695 Wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en enige andere wetten Nr. 51 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 21 november 2007

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 366 Wijziging van de Wet arbeid en zorg in verband met een uitkering aan zelfstandigen bij zwangerschap en bevalling en een verruiming van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 IXB Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2008 Nr. 35 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Nadere informatie

Emancipatiebeleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Emancipatiebeleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Emancipatiebeleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Verankering van emancipatie in beleid en uitvoering a) Commitment ambtelijke en politieke top In de begroting van het Ministerie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 981 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de invoering van de OV-chipkaart Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 september 2009

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 I Vaststelling van de begrotingsstaat van het Huis der Koningin (I) voor het jaar 2009 Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 136 Herstructurering en uitvoering Stedelijke vernieuwing Nr. 32 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 2 februari 2010 De algemene commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 30 545 Uitvoering Wet Werk en Bijstand Nr. 74 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 29 april 2009 De vaste commissie voor Sociale Zaken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland te

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 554 Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Verslag aan het Vlaams Parlement en de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 420 Emancipatiebeleid Nr. 143 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Depla (PvdA), Remkes (VVD), Van Bochove (CDA), voorzitter, Joldersma

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2008 Nr. 49 1 Samenstelling: Leden:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 975 (R 1821) Wijziging van de Rijksoctrooiwet 1995 en enige andere wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Rijksoctrooiwet 1995 van 2006

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 874 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang Nr. 68 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 29 248 Invoering Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs) Nr. 102 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 16 oktober 2009 In de vaste commissie

Nadere informatie

30420 Emancipatiebeleid Nr. 60 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

30420 Emancipatiebeleid Nr. 60 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 30420 Emancipatiebeleid Nr. 60 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 1 november 2007 Op 28 september 2007 heeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 714 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met verlening aan de notaris van bevoegdheden in verband met gemeenschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 830 Wijziging van de Wet giraal effectenverkeer houdende uitbreiding van de bescherming aan cliënten van intermediairs inzake financiële instrumenten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en Blok houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 890 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering van een kwalificatieplicht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 631 Modernisering AWBZ Nr. 226 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 4 oktober 2007 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen Nr. 182 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Schreijer-Pierik (CDA), Vendrik (GroenLinks), Ten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 307 (R 1842) Goedkeuring van: de op 25 juni 2003 te Washington D.C. totstandgekomen Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Europese

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 000 Kerncentrale Borssele Nr. 55 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Schreijer-Pierik (CDA), Vendrik (GroenLinks), Ten Hoopen (CDA),

Nadere informatie

Maatschappelijke participatie als opstap naar betaald werk.

Maatschappelijke participatie als opstap naar betaald werk. Maatschappelijke participatie als opstap naar betaald werk. Paraprofessionele functies Voor allochtone vrouwen zonder formele kwalificaties worden komende jaren paraprofessionele functies gecreëerd. Deze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 270 Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties en Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, ter implementatie van richtlijn nr. 2006/43/EG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 769 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 243 Samenvoeging van de gemeenten Bodegraven en Reeuwijk Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 1 februari 2010 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2007 27 451 Koers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 217 Regels met betrekking tot het geldstelsel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet geldstelsel BES) Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 27 565 Alcoholbeleid Nr. 100 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 25 november 2009 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 700 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het stellen van een inburgeringsvereiste bij het toelaten van bepaalde categorieën

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 26 631 Modernisering AWBZ Nr. 278 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 28 oktober 2008 In de vaste commissie voor Volksgezondheid,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 231 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008 Nr. 176 VERSLAG

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2009 Nr. 65 LIJST VAN VRAGEN EN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 792 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008 (wijziging samenhangende

Nadere informatie

Hoofdkantoor. Beeldvorming

Hoofdkantoor. Beeldvorming Hoofdkantoor Postadres Postbus 8456, 1005 AL Amsterdam Bezoekadres Naritaweg 10 1043 BX Amsterdam Aan: de leden van de vaste kamercommissie OCW de leden van de vaste kamercommissie SZW de leden van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 523 Bepalingen met betrekking tot de veilige vaart op de binnenwateren (Binnenvaartwet) Nr. 17 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 133 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), De Wit (SP), voorzitter,

Nadere informatie

Stemmingen lijst controversiële onderwerpen

Stemmingen lijst controversiële onderwerpen 13 Aan de orde zijn de stemmingen in verband met wijzigingsvoorstellen op de lijst van controversiële (33285). Dit is een gewijzigde stemmingslijst. De sterretjes geven de wijzigingen aan. Er zijn ook

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 896 Regeling van het beroepsgoederenvervoer en het eigen vervoer met vrachtauto s (Wet wegvervoer goederen) Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld 1 februari

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 300 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2006 Nr. 116 VERSLAG

Nadere informatie

TIJD OM TE WERKEN Internationale Vrouwendag 8 maart 2014

TIJD OM TE WERKEN Internationale Vrouwendag 8 maart 2014 TIJD OM TE WERKEN Internationale Vrouwendag 8 maart 2014 TIJD OM TE WERKEN Vandaag is het Internationale Vrouwendag. Een dag die ooit begon op 8 maart 1908 met een massale staking van Amerikaanse vrouwen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 106 Wijziging van arbeidsongeschiktheidswetten en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met de verhoging van de uitkering voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2008 29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 883 Wijziging van het Besluit vaststelling doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006 2010 in verband met het verhogen van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 051 Evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens Nr. 2 1 Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2008 Nr. 49

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 994 Wijziging van de Telecommunicatiewet en de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit ter uitvoering van de roamingverordening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 201 Trendnota Arbeidszaken Overheidspersoneel 2008 Nr. 22 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 16 januari 2008 De vaste commissie voor

Nadere informatie

1 Inleiding. 1.1 Discriminatie in arbeidsmarktperspectief

1 Inleiding. 1.1 Discriminatie in arbeidsmarktperspectief 1 Inleiding 1.1 Discriminatie in arbeidsmarktperspectief Breed maatschappelijk en politiek debat In Nederland is een breed maatschappelijk en politiek debat gaande over discriminatie en de vraag hoe dit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 048 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 928 Aanpassing van de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek en andere wetten aan de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 174 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 25 augustus 2008 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2007 Nr. 55

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 753 Publiek-private samenwerking Nr. 9 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Crone (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Blok (VVD), Ten Hoopen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 991 Voedselveiligheid Nr. 175 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), voorzitter, Atsma (CDA),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 28 760 Meerjarenplan Alfabetisering 2003 2006 Nr. 16 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), voorzitter, Depla (PvdA),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 689 Herziening Zorgstelsel Nr. 44 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 7 december 2005 Ter voorbereiding van een algemeen overleg

Nadere informatie

61ste vergadering Dinsdag 10 maart 2009

61ste vergadering Dinsdag 10 maart 2009 61ste vergadering Dinsdag Aanvang 14.00 uur Voorzitter: Verbeet Tegenwoordig zijn 144 leden, te weten: Aasted Madsen-van Stiphout, Agema, Anker, Aptroot, Arib, Atsma, Van Baalen, Bashir, Van Beek, Besselink,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 XI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) en van de begrotingsstaat

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 28 345 Aanpak huiselijk geweld Nr. 91 1 Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), ondervoorzitter,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 XI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) en van de begrotingsstaat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 333 ICT-project huur- en zorgtoeslag Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 25 februari 2008 De commissies voor de Rijksuitgaven 1,

Nadere informatie

>Retouradres Postbus BJ Den Haag

>Retouradres Postbus BJ Den Haag >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Datum 28 februari 2017 Betreft Brief aan Kamer met beantwoording Kamervragen van de leden Dijkstra en Van Weyenberg (beiden D66) over jonge vrouwen die vaak

Nadere informatie

2010D02442. Lijst van vragen totaal

2010D02442. Lijst van vragen totaal 2010D02442 Lijst van vragen totaal 1 In hoeverre heeft de staatssecretaris jongerenorganisaties betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van haar beleid? 2 Welke verband ligt er tussen de brief over

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 031 XV Jaarverslag en slotwet ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2006 Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 7 juni 2007

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 240 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Gerechtsdeurwaarderswet in verband met de bevoegdheid van deurwaarders om

Nadere informatie

Kamervragen van de leden Karabulut en Jansen

Kamervragen van de leden Karabulut en Jansen De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 817 Sociale werkvoorziening Nr. 99 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie