Over schijn en werkelijkheid

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Over schijn en werkelijkheid"

Transcriptie

1 I Artikelen RenéeKool Renée Kool is universitair docente strafrecht en criminologie aan de Juridisch Faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het rapport wettelijke voorzieningen slachtoffers in het strafproces Over schijn en werkelijkheid Blijkens de beleidsrapporten van de laatste jaren baart het moreel van de burgerij de overheid ernstige zorgen. Het beeld dat uit de criminaliteitscijfers naar voren komt is er een van niet te tolereren normverval, gepaard gaande met ware minachting voor het strafrecht als handhavingsmechanisme. Naarstig wordt dan ook gezocht naar wegen om deze geloofscrisis te overwinnen. Een - op papier complementair - beleid dat berust op de pijler van bestuurlijke preventie en op die van het strafrecht (als middel tegen de zogenaamde zware criminaliteit) moet het schip der staat naar rustiger wateren loodsen. Vooralsnog resulteert het gevoerde beleid echter in een repressief getinte criminele politiek, waarin schijnbaar neutrale termen als 'consistentie' en 'rechtshandhaving' een toenemende expansie van het strafrechtelijk systeem dekken. Dit alles gelegitimeerd vanuit het geloof dat het strafrecht als maatschappelijk stuurmiddel in ere hersteld moet worden. In dit artikel bespreekt Renée Kooide betekenis van het rapport Wettelijke voorzieningen slachtoffers in het strafproces voor de positie van het slachtoffer van sexueel geweld. In het licht van het streven naar herwinning van legitimiteit moet ook het instellen van de commissie Terwee-van Hilten worden gezien.' Deze commissie kreeg de opdracht een studie te verrichten naar de positie van het slachtoffer in het strafproces en te komen met voorstellen tot verbetering daarvan. In dit artikel zullen de voorstellen als gedaan in het eindrapport worden besproken. De invalshoek daarbij is de betekenis van het rapport voor vrouwen, meer specifiek voor het slachtoffer van sexueel geweld. 2 Voorafgaand aan deze bespreking wil ik echter kort ingaan op de vraag of de vrouwenbeweging zich op strategisch niveau moet binden aan het strafrecht. 3 Een persoonlijke visie ter kleuring van het geheel. Vrouwen, sexueel geweld en strafrecht: een keuze in/voor gebondenheid? De vraag of de keuze voor het strafrecht als bondgenoot in de strijd tegen het sexueel geweld een juiste is, is er een waarover tot nog toe geen overeenstemming bestaat binnen de vrouwenbeweging. Verwonderlijk is dat niet: het vertalen van emoties, vernedering en machteloosheid naar een abstract niveau (doel-middel-relatie) lijkt welhaast een onmogelijke zaak. Toch is het zoeken naar antwoorden in deze van levensbelang voor de vrouwenbeweging: de kwetsbaarheid van vrouwen (zowel feitelijk als strategisch) geeft het strafrechtelijk apparaat tot nog toe voldoende excuus voor expansie. In naam van slachtoffers van delicten maakt de minister van Justitie goede sier in moeilijke tijden. De maatregelen die in naam van het slachtoffer worden getroffen zijn echter niet werkelijk ingegeven vanuit betrokkenheid bij de belangen van slachtoffers, de drijfveer is eerder gelegen in de gewenste handhaving van de vigerende maatschappelijke orde. Dit gegeven is terug te vinden in de wijze waarop bedoelde voorzieningen steeds weer worden ingebed in de bestaande regelgeving; van een werkelijke bezinning is geen sprake. Vooralsnog is dat een voorspelbare zaak: in de bestaande maatschappelijke verhoudingen zullen veranderingen alleen worden geaccepteerd voor zover ze het bestaande patroon van normen en waarden (lees: het krachtenveld) niet wezenlijk aantasten. 4 Dat deze orde niet in het belang is van vrouwen mag langzamerhand bekend worden verondersteld: ook Marie is (hopelijk) wijzer geworden. Waarom menen vrouwen dan toch zich steeds weer te moeten binden aan een systeem dat bij uitstek bedoeld is de huidige status quo te handhaven? Het antwoord is niet eenduidig. Enerzijds speelt het - door de overheid ondersteunde - gelijkheidsdenken een rol. Het streven hierin is gericht op het verwerven van gelijke rechten voor vrouwen, hetgeen dan synoniem is voor rechtvaardiger machtsverhoudingen. Een meer principiële verandering van normen en waarden wordt evenwel niet nagestreefd. Anderzijds zijn er ook de dagelijkse ervaringen, welke worden gesterkt door het aangeleerde geloof in de eigen machteloosheid als vrouw. Een beroep op het strafrecht is dan al snel gerechtvaardigd met het oog op gewenste bescherming van het slachtoffer. Een andere factor van belang is het geïnternaliseerde verbod op eigenrichting : een ieder van ons heeft immers geleerd dat individuele vergelding een verwerpelijke zaak is, het monopolie daarop is toebedacht aan de staat. NEMESIS

2 I Over schijn en werkelijkheid ReneéKool Door op het strafrecht te vertrouwen, conformeren vrouwen zich echter aan de illusie dat er binnen de bestaande machtsverhoudingen sprake zou kunnen zijn van een sexe-neutraal 'sociaal contract'. Onderschikking van het individueel belang wordt hierin gelegitimeerd vanuit de noodzaak tot behoud van het gemeenschappelijke. Degene die in opstand komt tegen deze orde bezorgt zichzelf een kwaad geweten en daarmee het systeem een 'legitieme' reden tot bestraffing van deze rebellie. Met name het strafrecht is meester in het verhullen van de ware aard door gebruik van neutralisatietechnieken. Middels het gebruik van rituelen, uitgeoefend door de afstandelijke 'dienaren' der wet, krijgt het verbod tot eigenrichting een welhaast sacrale betekenis. Het verband tussen 'recht' spreken en rechtvaardigheid schijnt logisch onaantastbaar. Toch zullen de zo verkregen schijnbare protectie en zekerheid op korte termijn mijns inziens op den duur voor vrouwen het wisselgeld vormen voor het verlies van keuzevrijheid en medezeggenschap op de invulling van het eigen leven. In dit model worden vrouwen namelijk in de rol van slachtoffer gedwongen, de bijwagen van het strafproces. Evenals mannen vertonen vrouwen een zekere ambivalentie in hun houding tegenover deze rolverdeling. Enerzijds hebben ze het gevoel de greep op het gebeuren kwijt te raken, anderzijds betekent dat ook dat ze als slachtoffer verder geen verantwoordelijkheid dragen voor het verder verloop van de zaak. Het 'onpartijdige' strafrechtelijke apparaat zorgt er immers voor dat de dader zijn 'verdiende straf krijgt. In eerste instantie zal dit veelal overeenstemmen met de eerste behoefte van het slachtoffer van sexueel geweld. Niemand van ons vraagt om een dergelijke schending van haar integriteit. Wanneer deze dan toch plaats vindt, wil de vrouw liefst met rust worden gelaten, tijd krijgen om de ervaring te verwerken. Afhankelijk van de individuele factoren van deze zaak (betreft het een onbekende dan wel bekende dader) kan de vrouw behoefte voelen een beroep te doen op Justitie. De redenen daarvoor zijn variabel en kunnen onder meer gelegen zijn in behoefte aan vergelding, herwinnen van het zelfrespect en/of de gedachte aan voorkoming van recidive. In het proces van verwerking zal het slachtoffer van sexueel geweld echter gaandeweg merken dat niet zij centraal staat in de afhandeling van het conflict, maar het geschonden gemeenschappelijk belang. 5 De onvrede die hiervan het gevolg is heeft de laatste jaren in toenemende mate geleid tot een zich afkeren van het strafrechtsysteem en het zoeken naar andere wegen door slachtoffers. 6 Dat dit vooralsnog een keerbare tendens betreft en geen principiële afwijzing van het strafrecht is Justitie zich maar al te goed bewust. Om haar imago op te vijzelen schijnt niets teveel: slachtoffer-enquêtes, slachtofferrichtlijnen, herziening van wetgeving en het ondersteunen van hulpverleningsinitiatieven, alles behalve een werkelijk recht op medezeggenschap of verandering van normen. 7 Het slachtoffer, kwetsbaar gehouden in de illusie van de eigen onmacht, weet veelal niets beters te doen dan terug te keren naar het vertrouwde patroon. Waar het het individuele slachtoffer betreft is dit een begrijpelijke zaak, waar het de vrouwenbeweging betreft zouden we beter moeten weten dan ons te laten misleiden door dit vertoon van dienstbaarheid. Vrouwen moeten niet zoveel geloof hechten aan de gepropageerde onmacht van het individu. Justitie is voor haar voortbestaan mede afhankelijk van vrouwen: als slachtoffers beheersen zij een deel van de door Justitie benodigde informatie. Wanneer vrouwen afzien van het inschakelen van het strafrechtelijk systeem komt er zand in de machine, met als gevolg dat een (nog groter) deel van de conflicten onbeheersbaar wordt. In de huidige gang van zaken heeft Justitie er 'levensbelang' bij het slachtoffer te bevestigen in de gevoelde machteloosheid. De toenemende sabotage van het strafrecht door vrouwen in de vorm van het gebruik maken van het civiele recht wordt door Justitie dan ook met argwaan bekeken. 8 Door de maatschappelijke posities waarin vrouwen zich al te lang bevinden laten zij zich steeds weer in de rol van het slachtoffer, de afhankelijke, drukken. 9 Het nastreven van speciale rechten voor vrouwen - zoals bij voorbeeld de erkenning als slachtoffer binnen het bestaande strafrechtbestel - levert dan ook geen wezenlijke veranderingen van het krachtenveld op: sexueel geweld is immers inherent aan de bestaande sociale verhoudingen. Om op langere termijn te komen tot een menswaardiger bestaan (zowel voor vrouwen als mannen) is het nodig normen en waarden fundamenteel te herzien, hetgeen alleen een reële kans van slagen heeft als dit streven zoveel mogelijk wordt losgekoppeld van de bestaande orde. 10 Dit betekent dat het strafrecht niet deugdelijk is als middel ter bestrijding van sexueel geweld. Dat, om pragmatische redenen, een kritisch 'dagelijks gebruik' vooralsnog onvermijdelijk is doet daaraan geen afbreuk. Het is voor de vrouwenbeweging zaak niet in de valkuil van haar eigen honger naar macht te vallen en dezelfde fouten te maken die zij nu bestrijdt. Het rapport wettelijke voorzieningen slachtoffers in het strafproces De voorstellen van de commissie-terwee zijn onder te verdelen in een viertal deelonderwerpen: 1. De verbetering van de bestaande voegingsprocedure (artt Sv); 2. Het invoeren van een nieuwe bijkomende straf: de schadevergoedingsstraf; 3. Het invoeren van een nieuwe bijzondere voorwaarde : het storten van een schadevergoeding in een fonds voor slachtofferhulp; 4. Wijzigingen betreffende de Voorlopige Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven. Hieronder wordt de inhoud van de voorstellen kort weergegeven en (incidenteel) becommentarieerd. Vervolgens wordt een meer principiëwewle kritiek geformuleerd aan de hand van een bespreking van de uitgangspunten van de commissie, waarna een vergelijking volgt van de (verbeterde) voegingsregeling en de (nieuwe) schadevergoedingsstraf. Het geheel wordt afgesloten met een korte conclusie. De voegingsprocedure In de bestaande regeling (artt Sv) kan iemand die rechtstreeks benadeeld is zich partij stellen in het straf geding middels het indienen van een civie nrl

3 I Overschijn en werkelijkheid RenéeKool Ie vordering. Deze wordt ingediend ter zitting en is gelimiteerd: ƒ 1500 voor rechtbankprocedures, ƒ 600 voor kantongerechtprocedures. De achterliggende gedachte is een verdubbeling van procedures betreffende eenzelfde feitencomplex te voorkomen, alsmede de primair belanghebbende een mogelijkheid tot verhaal te bieden. In het Voorontwerp van wet wordt voorgesteld de limieten te laten vervallen en de benadeelde het recht te geven een in principe onbeperkte vordering in te dienen. De ontvankelijkheid van de vordering wordt nu gebonden aan een kwalitatief criterium: zij moet eenvoudig van aard zijn. Het is de bedoeling dat dit criterium analoog aan de bepaling van 369 Sv (politierechter-procedure) wordt ingevuld. Het komt er min of meer op neer dat de vordering ondergeschikt moet blijven aan de strafzaak; het bewijs ten aanzien van de omvang van de schade en de veroorzaker daarvan moet gemakkelijk zijn te leveren. In hoeverre de hoogte van de vordering infiltreert in het 'eenvoud'-criterium is vooralsnog onduidelijk. De omvang van de vordering zou echter geen reden mogen zijn voor een niet-ontvankelijkheidsverklaring. 11 Volgt een dergelijke verklaring, dan staat de weg naar de civiele rechter alsnog open. Om risico's te spreiden is het de benadeelde eveneens toegestaan de schadevordering te splitsen en slechts een deel daarvan in te brengen in het strafproces. Voor het andere deel is de civiele rechter (art BW) bevoegd. Het verdient overigens - ter slechting van processuele drempels - aanbeveling om de bepaling dat de benadeelde in geval van niet-ontvankelijkheid moet worden veroordeeld in de proceskosten te laten vervallen. Daarnaast wordt het moment van interventie vervroegd : de benadeelde kan zich reeds tijdens het opsporingsonderzoek tot de Officier van Justitie wenden met een schadeclaim. Er worden echter geen dwingende gevolgen voor de vervolgingsbeslissing aan verbonden. 12 Evenmin wordt het mogelijk gemaakt om in ad informandum gevoegde zaken tot schadeverhaal te komen. Een andere wijziging betreft het inzagerecht. De rechtbank krijgt de bevoegdheid inzage te weigeren aan de benadeelde op gronden ontleend aan de privacy van de dader. Nu de benadeelde geen volledig overzicht meer kan krijgen van alle relevante informatie, betekent dit afbreuk aan de procesbewaking. 13 Overigens is ten aanzien van de privacy van het slachtoffer niet eenzelfde zorg in acht genomen: de ingediende vordering moet de personalia van de benadeelde bevatten. Het zou voldoende moeten zijn wanneer de benadeelde partij zich middels een advocaat stelt en diens kantooradres opgeeft als domicilie. Een laatste opmerking betreft het feit dat nabestaanden niet worden gezien als rechtstreeks belanghebbenden. Voeging is voor hen derhalve niet mogelijk. De schadevergoedingsstraf Voorgesteld wordt art. 9 van het Wetboek van Strafrecht uit te breiden met een nieuwe bijkomende straf: de schadevergoedingsstraf. Voor het kunnen opleggen van een schadevergoedingsstraf moet aan een tweetal voorwaarden worden voldaan: 1. De benadeelde moet zich middels het indienen van een vordering gesteld hebben als partij in het straf geding; 2. Er moet sprake zijn van civielrechtelijke aansprakelijkheid voor de schade (art BW). Indien een slachtoffer zich gesteld heeft, is het aan de strafrechter overgelaten in welke vorm hij de schadevergoeding wil toewijzen. De te maken keuze is afhankelijk gesteld van de mate van strafrechtelijk verwijt dat de verdachte ten aanzien van de schade kan worden gemaakt; de schadevergoedingsstraf is als bijkomende straf immers gebonden aan het schuldbeginsel. Overigens stelt de commissie dat het in een dergelijk geval voorkeur verdient in het requisitoir te kiezen voor een schadevergoedingsstraf. De hoogte van de schadevergoedingsstraf is gebonden aan het maximum van de op het delict staande geldboete en aan het algemene minimum (ƒ 5,-). De tenuitvoerlegging is opgedragen aan het Openbaar Ministerie. In geval de veroordeelde weigerachtig is te betalen staat hem vervangende hechtenis te wachten, hetgeen echter de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor het toegewezen schadebedrag niet doet vervallen. Het invoeren van de storting van een bedrag in een fonds als bijzondere voorwaarde De commissie acht het wenselijk dat artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht wordt uitgebreid met de voorwaarde van storting van een som gelds in een fonds voor slachtofferhulp. Niet ingezien kan worden waarom in een geval van een voorwaardelijke veroordeling, waarin immers voldaan is aan de schuldvraag, niet kan worden overgegaan tot het betalen van schadevergoeding aan de benadeelde. Wijzigingen betreffende de Voorlopige Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven Met de invoering van de voorstellen van de commissie Terwee zal de naam van deze wet veranderen in de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit fonds dateert al van Wettelijk gezien is het slechts mogelijk voor zwaar lichamelijk letsel schadevergoeding toe te kennen. In de praktijk wordt echter ook schadevergoeding gegeven voor zwaar geestelijk letsel. Voorgesteld wordt daarom de wettelijke bepaling in die zin uit te breiden. In het voorstel is ook een bepaling opgenomen over het vaststellen van de schade; daarin kan het gedrag van het slachtoffer een rol spelen in de vorm van medeschuld. Het feit dat er in de vaststelling van de schade wordt gekeken naar hoe de feitelijke gang van zaken is verlopen mag dan welhaast niet te voorkomen zijn, het rechtvaardigt niet het wettelijk vastleggen daarvan op deze wijze. Het rapport van de commissie-terwee nader bekeken In het algemeen kan worden gesteld dat de commissie haar opdracht beperkt heeft opgevat. Van een wezenlijke mentaliteitsverandering ten gunste van het belang van het slachtoffer is geen sprake, de voorstellen worden keurig ingebed in de bestaande regelgeving. NEMESIS

4 I Over schijn en werkelijkheid Reneé Kool Vanuit een systeemgeoriënteerde visie wordt in naam van het slachtoffer een uitbouw voorgesteld van het bestaande strafrechtsysteem. 14 Het is volgens de commissie noodzakelijk om een 'objectieve' rechtsorde te garanderen waarin een gewaarborgde conflictoplossing kan plaatsvinden. Overmatige wraakgevoelens van het slachtoffer enerzijds en de onmacht om tot afdwingbare conflictoplossingen te komen anderzijds nopen de overheid tot het in eigen beheer houden van conflictafdoeningen. Een tweetal kanttekeningen daarbij. In de eerste plaats bestaat een dergelijke 'objectieve' rechtsorde niet. Criminaliteit is geen ontologische werkelijkheid, maar een resultaat van benoeming van gedragingen. 15 Waarden en normen worden, buiten de beginselen waarover de gemeenschap het in principe eens is, ingevuld onder invloed van machtsverhoudingen en daaraan verbonden posities. De invloed van vrouwen op deze invulling van normen is zoals bekend slechts gering. Bovendien bestaat er ook geen 'objectief opsporings- en vervolgingsorgaan. De overheid voert wel degelijk een criminele politiek waarin zij prioriteiten stelt tengevolge waarvan bepaalde gebeurtenissen eerder gecriminaliseerd worden dan andere. Vrouwen zijn voor de toegang tot de strafrechtelijke voorzieningen dan ook afhankelijk van de 'ogen' van de dienaren der wet, hetgeen voor slachtoffers van sexueel geweld weinig reden tot vreugde schept. Zo is bij voorbeeld uit onderzoek bekend dat sexueel geweld dat zich afspeelt binnen de relationele sfeer minder snel als strafbaar feit benoemd wordt dan wanneer dezelfde handelingen worden gepleegd door een onbekende. 16 Een tweede kanttekening betreft de overmatige wraakgevoelens van het slachtoffer en de onmacht om te komen tot een zinvolle conflictoplossing. Ten eerste is het de vraag, wanneer wraakgevoelens 'overmatig' zijn, of ze wel bestaan en zo ja, waardoor ze worden veroorzaakt. Onderzoek heeft uitgewezen dat slachtoffers niet zozeer uit zijn op volledig herstel van schade (voor sexueel geweld is dat trouwens een onmogelijke zaak), als wel op de zekerheid dat zij serieus worden genomen en worden erkend als belanghebbende. 17 Het gegeven dat het slachtoffer niets kan 'doen' is evenzeer debet aan bestaande frustraties als het conflict zelf. Het feit dat het bestaande systeem geen mogelijkheid biedt tot communicatie tussen slachtoffer en dader versterkt deze gevoelens. 18 Ten tweede zijn het niet de vrouwen die onmachtig zijn te komen tot zinvolle conflictoplossingen, maar het strafrecht zelf. Sexueel geweld kan slechts werkelijk worden bestreden vanuit het respect voor de vrouw als volwaardig mens. Dit betekent dat het slachtoffer het recht moet hebben om, indien gewenst, in werkelijke zin betrokken te zijn bij de beslechting van het conflict. Zoals de vrouw het recht heeft op haar eigen lijf, heeft ze ook het recht mee te beslissen over de afhandeling van de schending daarvan. De ontzegging van een dergelijk recht met het argument dat alleen de overheid beschikt over de middelen om conflictoplossingen af te dwingen snijdt geen hout. De overheid confïsceert deze middelen ten behoeve van de door haar gewenste afhandelingswijzen en laat niet na het slachtoffer in de vermeende onmacht te bevestigen. Bovenstaand gegeven komt weer eens duidelijk naar voren als de commissie-terwee het heeft over de 'vredemakende' functie van het strafrecht. Gesteld wordt dat maatregelen, getroffen in het belang van het slachtoffer, niet in strijd hoeven te komen met de algemene strafdoelen (generale en speciale preventie). Integendeel, de commissie is van mening dat bedoelde maatregelen zelfs doelbevorderend kunnen werken. Immers, het herstel van de credietwaardigheid van het strafrecht in de ogen van het slachtoffer zal uiteindelijk leiden tot normherstel: het is zaak de afgedwaalde ooien terug te brengen naar de maatschappelijke kudde. Dit maakt al bij voorbaat duidelijk dat vrouwen als slachtoffer weinig wezenlijke verbeteringen hoeven te verwachten van de voorstellen van de commissie- Terwee: het blijft rommelen in de marge. Ook de Emancipatieraad komt in haar Advies over het Voorontwerp van wet tot een gelijk gestemde conclusie. 19 Vanuit de gedachte dat het huidige strafrecht voor slachtoffers geen afdoende oplossing kan bieden, meent de Emancipatieraad dat de voorstellen slechts van beperkte betekenis zijn voor het slachtoffer van sexueel geweld. Gesteld wordt dat de voorstellen te mager zijn om van werkelijke mogelijkheden tot participatie van het slachtoffer binnen het strafproces te kunnen spreken. In dit kader pleit de Emancipatieraad dan ook voor het invoeren van een totaal-pakket aan maatregelen (waarbij met name de voorfase van het strafproces herzien zou moeten worden) en voor een zekere 'civilisering' van het strafproces. In aansluiting op dit laatste bepleit zij schadevergoeding ook in andere vormen dan geld mogelijk te maken, waarbij onder meer gedacht wordt aan een straatverbod. Het feit dat de voorstellen geen principiële herziening van de positie van het slachtoffer in het strafproces inhouden was wellicht te verwachten. Een commissie ingesteld door de minister van Justitie zal daar in haar opdracht geen ruimte voor toegemeten krijgen; structurele verschuivingen in het machtenveld ten gunste van vrouwen worden immers niet 'echt' wenselijk gevonden. Voeging of schadevergoedingsstraf: over de waterscheiding tussen civielrecht en strafrecht De rode draad die door de voorstellen heen loopt, is die van het onderscheid tussen onrechtmatige daad en strafbaar feit. Daaraan worden argumenten ontleend om de voeging te laten voortbestaan naast de nieuw in te voeren schadevergoedingsstraf. De voeging betreft dan het inbouwen van een civiele vordering in het strafproces, waarbij de gevoegde partij ook strafprocessuele rechten heeft. 20 De aansprakelijkheid voor een onrechtmatige daad berust op een schending van het individuele belang; de verwijtbaarheid bestaat slechts in relatie tot een bepaald individu. De complicatie in het geheel ontstaat als mèt deze schending ook het algemeen belang geschonden wordt. Dit laatste rechtvaardigt in deze optiek een strafrechtelijke reactie. Zo gesteld lijkt het op het eerste gezicht inderdaad alsof er sprake zou zijn van principiële verschillen tussen de onrechtmatige daad (art BW) en het strafbaar feit (art. 1 Sr). Bij nader inzien blijkt dit ech nrl

5 I Over schijn en werkelijkheid RenéeKool ter een benoemingskwestie. Immers de vorm waarin op een concreet gebeuren wordt gereageerd is niet in alle gevallen gelijk, maar afhankelijk van een aantal variabelen, zoals: de ernst van het feit, de aard van de overschreden norm, de context van het gebeuren, de aan- of afwezigheid van een slachtoffer en diens behoeften en verwachtingen. Binnen deze variabelen is sprake van een zekere hiërarchie: sommige leggen meer gewicht in de schaal dan anderen. Naar gelang de mate waarin het algemeen belang geacht wordt te zijn geschaad zal de reactie al of niet strafrechtelijk van aard zijn. Sexueel geweld staat in deze niet echt hoog op de ranglijst, alhoewel er wel een zekere 'opwaardering' waarneembaar is. 21 Ook de commissie-terwee ontkomt niet aan deze waarderingskwestie. Ondanks het krampachtig vasthouden aan voornoemd onderscheid beïnvloeden strafrecht en civielrecht elkaar over en weer in het Voorontwerp van wet. Ten eerste wordt het opleggen van schadevergoedingsstraf afhankelijk gesteld van de civielrechtelijke aansprakelijkheid. Deze voorwaarde wordt zelfs 'karakteristiek' genoemd voor de schadevergoedingsstraf. Daarnaast geldt als voorwaarde dat het slachtoffer zich als benadeelde partij heeft gesteld in de strafprocedure; de schadevergoedingsstraf is niet ambtshalve op te leggen. Blijkbaar mag het slachtoffer pas profiteren van strafrechtelijke voorzieningen als daarvoor voldaan is aan civielrechtelijke eisen. Dit komt neer op het opwerpen van drempels voor het slachtoffer: daar waar Justitie welhaast vanzelfsprekend normherstel claimt, wordt het slachtoffer onder curatele gesteld. Ten tweede speelt de autonome keuze van de rechter hoe hij de schadevergoeding zal toewijzen een verwarrende rol. Het is voor het slachtoffer onduidelijk in welke vorm en omvang zij de schadevergoeding al dan niet toegewezen krijgt. Daarbij moet worden bedacht dat de rechter, in geval hij een schadevergoedingsstraf oplegt, zich gebonden ziet aan de mate van strafrechtelijke verwijtbaarheid. Daartoe heeft hij zich een oordeel te vormen over het concrete gebeuren, waarin begrepen het gedrag van het slachtoffer. De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de dader is in deze zin omgekeerd evenredig met de inbreng van het slachtoffer in het geheel. Dit brengt het gevaar voor secundaire victimisatie van het slachtoffer met zich mee, nu deze zich immers min of meer voor haar gedrag heeft te verantwoorden. 22 De directe lijn tussen het opleggen van een schadevergoedingsstraf en de beurs van het slachtoffer zal er voor zorgen dat de koppeling tussen het gedrag van de dader en dat van het slachtoffer sterker aanwezig zal zijn dan bij andere straffen. Een derde bezwaar vormt het feit dat de schadevergoedingsstraf als bijkomende straf gebonden is aan het draagkrachtbeginsel (art. 24 Sr). De mate waarin het algemeen belang is geschonden (lees: wordt gekozen voor de schadevergoedingsstraf) bepaalt zodoende direct welke omvang de schadeclaim naar het individu toe heeft. Een toewijzing van het restant in de vorm van een civiele voeging schijnt dan onvermijdelijk. Een vierde nadeel bestaat uit het gevaar voor infiltratie van de voorwaarden van de civiele vordering - met name het kwalitatief criterium - in de schadevergoedingsstraf. Verwacht kan worden dat deze in de praktijk slechts opgelegd zal worden voor 'eenvoudige' schade (zijnde materiële restschade). Voor vrouwen die slachtoffer zijn geworden van sexueel geweld valt er dan weinig te halen: immateriële schade zal al gauw niet aan dit criterium voldoen. Mutatis mutandis doen vrouwen er ook beter aan geen hooggespannen verwachtingen te koesteren van toewijzing van de civiele vordering. Langzamerhand vervaagt het onderscheid civielrecht/strafrecht, zeker als men daarbij nog bedenkt dat de rechter bij het opleggen van andere straffen rekening moet houden met de hoogte van het toegewezen schadebedrag. Sexueel geweld is blijkbaar 'af te kopen'. 23 De restvraag is of er voordelen zitten aan de invoering van de schadevergoedingsstraf. Daarvoor is het noodzakelijk te bezien hoe 'gebruikstersvriendelijk' deze is en welke de praktische betekenis ervan is. Positieve beantwoording van deze vraag zou tegenwicht kunnen bieden aan de principiële bezwaren die geformuleerd zijn. Daartoe moet eerst worden bezien hoe de gang van zaken als door de commissie voorgesteld globaal verloopt. De gang van het slachtoffer van sexueel geweld door het strafrechtelijk systeem Nadat een vrouw slachtoffer is geworden, meldt ze zich, indien gewenst, bij de politie met een aangifte. Als alles gaat zoals het hoort, maakt deze haar erop attent dat zij een mogelijkheid heeft tot schadeverhaal en op de hoogte kan worden gehouden van het verloop van de zaak. Het Openbaar Ministerie wordt geacht de schadeclaim bij haar beslissing over het al dan niet vervolgen te betrekken; zij neemt dan in haar requisitoir een vordering tot het opleggen van de schadevergoedingsstraf dan wel het toewijzen van de civiele vordering op. Zoals eerder gezegd behoort schadeverhaal in ad informandum gevoegde zaken juridisch gezien niet tot de mogelijkheden. De bewijslast terzake van de schade rust op de schouders van het Openbaar Ministerie. In de praktijk blijkt het voor het slachtoffer namelijk vaak moeilijk om binnen een strafprocedure het bewijs ten aanzien van de schade rond te krijgen. Op het eerste gezicht lijkt deze bewijslastherverdeling dus een voordeel. Bij nader inzien kan dat wel eens tegen vallen, wanneer men bedenkt dat het Openbaar Ministerie voor het vergaren van het bewijs afhankelijk is van politionele activiteiten als bedoeld in de richtlijnen Slachtofferhulp. Of de bewijslastvergaring met betrekking tot de schadeclaim net zoveel aandacht krijgt van politie en Justitie als van het slachtoffer zelf, valt nog te bezien. 24 In geval het bewijs slaagt en de schade wordt toegewezen, ligt de executie van de schadevergoedingsstraf in handen van het Openbaar Ministerie. Als dwangmiddelen staan haar verhoging van het bedrag en uiteindelijk over de vervangende hechtenis ter beschikking. Een voordeel voor het slachtoffer, maar slechts tot op zekere hoogte. Ten eerste vloeit de verhoging van het bedrag niet in de beurs van het slachtoffer, maar in de staatskas. Ten tweede moet het slachtoffer in geval van vervangende hechtenis zelf alsnog zorgen voor een executoriale titel. Met de vervangende hechtenis vervalt namelijk niet de civiel- 10 NEMESIS

6 I Over schijn en werkelijkheid Reneé Kool rechtelijke aansprakelijkheid. Het slachtoffer is dus terug bij af. Een groter bezwaar dan het bovenstaande - uiteindelijk staat immers ook Justitie met 'lege handen' - is het ontbreken van een rangorde tussen de verschillende 'financiële' straffen die mogelijk zijn. Wanneer naast een schadevergoedingsstraf, c.q. een civiele vordering ook een geldboete is opgelegd, is er niets geregeld over een mogelijk preferent karakter van de schadeclaim. Bij dit alles moet niet worden vergeten dat het slachtoffer van sexueel geweld voor de toewijzing van schade afhankelijk is van de prioriteitenstelling bij politie en Justitie. Deze beslissen immers of er een procesverbaal wordt opgemaakt en ingestuurd, en zo ja, of dat tot vervolging leidt. Een wankele positie voor het slachtoffer, zeker in een apparaat dat doordrenkt is van masculien denken. Conclusie: geen doodgeboren mus, maar een koekoeksjong 25 Afsluitend kan worden gesteld dat het rapport weinig wezenlijks bijdraagt aan de verbetering van de positie van slachtoffers van sexueel geweld in het strafproces. In feite is het niet eens die dode mus waarvoor zou worden gewaakt, het is eerder een koekoeksjong. Door de krampachtige manier waarop is vastgehouden aan een scheiding tussen civielrecht en strafrecht is een stuk ondoorzichtige regelgeving ontstaan, hetgeen niet bijdraagt tot het zo wenselijk geachte normherstel en zelfs haaks staat op elders geformuleerde beleidsuitgangspunten. 26 Van een werkelijk respect voor het slachtoffer, tot uiting komend in een meer cliëntgericht denken, is dan ook geen sprake: het slachtoffer wordt wederom onder curatele gesteld van het strafrechtelijk systeem. Alles in naam der vooruitgang, maar niet in naam van het slachtoffer. Van mijn bezwaren tegen het strafrecht als middel tegen sexueel geweld hoef ik wellicht niet eens meer te reppen, ware het niet dat daar de wortel van het kwaad ligt. Immers, zolang maatregelen zogenaamd in het belang van slachtoffers worden genomen vanuit het oogpunt van conservering van de bestaande maatschappelijke orde, is er weinig reden tot hoop voor vrouwen. Het strafrecht als bondgenoot lokt, maar schijn bedriegt. Noten 1. De commissie werd ingesteld op 20 augustus 1985, het eindrapport verscheen in maart De instelling van een dergelijke commissie vloeide overigens ook voort uit internationale verplichtingen uit hoofde van het Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldsmisdrijven (Raad van Europa, Straatsburg, 24 november Tractatenbladjrg. 84, nr. 2). Dit Verdrag is op 1 februari 1988 voor Nederland in werkinggetreden(trb. 1987,nr. 187). Genoemde verplichtingen zijn tevens terug te voeren op een tweetal aanbevelingen van de Raad van Europa in deze, namelijk Recommendation (77)27: On the compensationofvictimsofcrimeen(s5)l 1: Thepositionofthevictimin theframework ofcriminal law and procedure. 2. Het gebruik van de term 'slachtoffer' in deze betekent niet dat ik dit als synoniem voor het woord 'vrouw' gebruik. Ik kom daar later nog op terug. 3. Onder de term 'vrouwenbeweging' versta ik hier: een revolutionaire beweging die primair verandering van de maatschappelijke werkelijkheid beoogt welke voor mannen en vrouwen repressief wordt geacht. Vergelijk Dorien Pessers, Feminisme en gelijkheid, in: Nemesis 1984 nr Bell Hooks, Macht in een ander licht, in: Nemesis 1986 nr.6. 5: Jet Isarin, Justitie bondgenoot of tegenstander, in: Nemesis 1985 nr.6js)yce Hes/Karin van Ringen, Blijf uit mijn buurt, Amsterdam, VUGA Zo heeft de minister van Justitie onlangs aangekondigd om opportuniteitsredenen af te zien van integrale invoering van het wetsontwerp Herziening zedelijkheidswetgeving. De bestaande regelgeving zal nog slechts marginaal worden aangepast. 8. Hierbij moet bedacht worden dat een deel van de bezwaren die in te brengen zijn tegen het strafrecht mutatis mutandis voor het huidige civiele recht gelden. 9. Heikelien Verrijn Stuart, Vrouwen en strafrecht, in: Tort et a Travers, redactie R. van Swaaningen, e.a., Amsterdam, VU-uitgeverij Marjet Gunning, Liever gemarmerd, in: Recht en Kritiek 1985, Themanummer De dubbelzinnigheid van het recht, Nijmegen Ars Aequi Riki Holtmaat, Naar een onderrecht, Nemesis, 1988 nr Zie ook Emancipatieraad, Advies over het rapport van de commissie wettelijk voorzieningen slachtoffers in het strafproces, Den Haag november 1988, pag Hooguit speelt het beleid uitgezet in de richtlijnen Slachtofferhulp (Stcrt. 87) een rol. Hierin wordt gesteld dat de aanwezigheid van een benadeelde een van de redenen kan zijn om over te gaan tot vervolging. 13. Zie noot 11 pag De term systeemoriëntatie is ontleend aan L. Hulsman en staat tegenover cliëntoriëntatie. Zie L. Hulsman, Slachtoffers vandelicten, in: Delikt & Delinkwent E. Rood-Pijpers, Mensen over misdaad en straf, Arnhem, Gouda Quint O. Zoomer/C. Steinmetz, Vrouwelijke slachtoffers van misdrijven; hoe reageert hetjustitiële systeem daarop, Tijdschrift voor Criminologie 1979 nr J. Shapland, Ervaringen van slachtoffers met politie en justitie in Europa, in: Justitiële Verkenningen 1982, nr Ik heb hier met het woord 'communicatie' niet een soort therapeutische 'ronde-tafel-conferentie' op het oog. Wel ben ik van mening dat slachtoffers van sexueel geweld desgewenst de mogelijkheid zouden moeten krijgen de dader persoonlijk duidelijk te maken wat hen is aangedaan. 19. Emancipatieraad, Advies over het rapport van de commissie v/ettelijke voorzieningen slachtoffers in het strafproces, Den Haag, november M.S.Groenhuysen, Schadevergoeding voor slachtoffers van delicten in het strafgeding, Nijmegen, Ars Aequi De vraag is of je van 'opwaardering' kunt spreken. In ieder geval is het zo dat de strafmaat voor sexueel geweld in de gerechtelijke uitspraken is verzwaard. 22. P. de Beer, Schadevergoedingsstraf, in: Delikt en Delinkwent 1988, nr Hiermee is niet gezegd dat ik schadevergoeding als sanctie naar aanleiding van sexueel geweld niet zinvol acht. Ik maak alleen bezwaar tegen de quasi-serieuze wijze waarop dit in het voorstel van wet heeft vorm gekregen. Schadevergoeding dient als (nevenschikkende) hoofdzaak te worden gezien en niet als bijzaak. 24. Uit onderzoek is gebleken dat deze richtlijnen in de praktijk vooralsnog niet naar behoren in acht worden genomen. C.Hogenhuis/E. de Koning-de Jong, Slachtoffers en politioneel beleid, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Erasmus Universiteit T. Wesselius, Slachtofferhulp - hulp aan slachtoffers?, Delikt en Delinkwent 1986 nr Gerefereerd wordt aan de woorden van de voorzitster van de commissie, mevrouw Terwee-van Hilten, uitgesproken in haar installatiereden: 'Wij moeten er dan ook voor waken het slachtoffer structureel blij te maken met een dode mus'. 26. Vergelijk het laatste beleidsrapport van de WRR, Rechtshandhaving, SDU 's-gravenhage nrl 11

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Toespraak van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen mr. Corinne Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de aanbieding van het rapport

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Voegen in het strafproces

Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces april 2011 U bent slachtoffer geworden van een misdrijf of overtreding en u heeft daarbij schade geleden. Eén van de mogelijkheden om uw schade vergoed

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 853 Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten C

Nadere informatie

Recht en bijstand bij juridische procedures

Recht en bijstand bij juridische procedures Recht en bijstand bij juridische procedures In deze folder leest u meer 0900-0101 (lokaal tarief) over de juridische bijstand door Slachtofferhulp Nederland en de rechten van slachtoffers. Een wirwar van

Nadere informatie

De positie van het slachtoffer in het strafproces. 3.2. De benadeelde. 3.3. Nabestaanden. 3.4. Splitsing van de vordering door de benadeelde

De positie van het slachtoffer in het strafproces. 3.2. De benadeelde. 3.3. Nabestaanden. 3.4. Splitsing van de vordering door de benadeelde 3. Schadevergoeding (voegen) 3.2. De benadeelde Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage

Nadere informatie

SCHADEVERGOEDING VOOR SLACHTOFFERS, EEN SCHONE SCHIJN ZAADDONOR DEWUV, HET TAAIE ONBEGRIP

SCHADEVERGOEDING VOOR SLACHTOFFERS, EEN SCHONE SCHIJN ZAADDONOR DEWUV, HET TAAIE ONBEGRIP NEME ^ 1 januari/februari 1989 SCHADEVERGOEDING VOOR SLACHTOFFERS, EEN SCHONE SCHIJN ZAADDONOR DEWUV, HET TAAIE ONBEGRIP NEMESIS jaargang 5 januari/februari 1989 nummer 1 Verschijnt zes maal per jaar Redactie:

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING VAK : : Maatschappijleer 2 METHODE : Essener Criminaliteit druk 4 KLAS: : 3 NIVEAU : BASIS CONTACTUREN PER WEEK 3 X MINUTEN PER WEEK UDIEJAAR : 205-206 EINDCIJFER KLAS

Nadere informatie

Vervolging. Getuigenverhoor rechter-commissaris

Vervolging. Getuigenverhoor rechter-commissaris Als u in de strafzaak door een advocaat wordt bijgestaan, is het van belang dat u de advocaat op de hoogte houdt van de voortgang in het onderzoek. Na aangifte zal het politieonderzoek waarschijnlijk nog

Nadere informatie

U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen

U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.3.7 U hebt een schadevergoeding toegewezen gekregen bronnen www.cjib.nl, januari 2011 Openbaar Ministerie, brochure: Hoe krijg ik mijn schade vergoed? januari 2011

Nadere informatie

Slachtofferhulp. concept wetsvoorstel betreffende hétieggen van conservatoir beslag door de staat voor slachtoffers van misdrijven.

Slachtofferhulp. concept wetsvoorstel betreffende hétieggen van conservatoir beslag door de staat voor slachtoffers van misdrijven. ~,tl~ 3 / Nootailfafiltoor 7: ~.,1 e d 1ff 0 Postbus 14208 3508 SH Utrecht Pallas Athertedreef 27 3561 PE Utrecht 03023401 16 F 030 231 76 55 info@s~achtofferhuip.fli w www.s}achtofferhulp.ni / Ministerie

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:417, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1483 ECLI:NL:HR:2014:2652 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 09-09-2014 Datum publicatie 10-09-2014 Zaaknummer 13/01257 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie In cassatie op

Nadere informatie

Wat zijn de argumenten voor en de argumenten tegen de verruiming van de mogelijkheden voor wraking van individuele rechters?

Wat zijn de argumenten voor en de argumenten tegen de verruiming van de mogelijkheden voor wraking van individuele rechters? Universiteit Utrecht Grondslagen van het recht Wat zijn de argumenten voor en de argumenten tegen de verruiming van de mogelijkheden voor wraking van individuele rechters? Auteur: Nick Verboom Docent:

Nadere informatie

Aanwijzing. Slachtofferzorg. Parket Curaçao

Aanwijzing. Slachtofferzorg. Parket Curaçao Aanwijzing Slachtofferzorg Parket Curaçao Samenvatting Deze aanwijzing stelt regels betreffende de bejegening van slachtoffers van misdrijven, zoals zeden, geweld- en verkeersmisdrijven. Daarbij worden

Nadere informatie

Kale kikker of toch kale kip?

Kale kikker of toch kale kip? Kale kikker of toch kale kip? Martine Wouters Het slachtoffer is de afgelopen jaren steeds centraler komen te staan in de Nederlandse straf(proces)wetgeving. 1 Vanaf 1 januari 2014 is het mogelijk om conservatoir

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer

Eindexamen maatschappijleer Opgave 3 Criminaliteit in Nederland tekst 1 2 30 3 40 4 In Nederland worden per jaar zo n vijf en een half miljoen misdrijven gepleegd. Ruim anderhalf miljoen daarvan komt ter kennis van de politie. Uiteindelijk

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen.

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Slachtoffer zijn van een misdrijf is ingrijpend. Het draagt bij aan de verwerking van dit leed als slachtoffers het gevoel hebben dat zij de aandacht krijgen die zij verdienen. Dat zij zo goed mogelijk

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 2030, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat?

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Scheiding der machten De rechters zijn gescheiden www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website*. Naam Leerling:...Klas:...

Nadere informatie

6 De taak van de rechter in het burgerlijk geding

6 De taak van de rechter in het burgerlijk geding 6 De taak van de rechter in het burgerlijk geding 1 INLEIDING Over de taak van de rechter in het burgerlijk geding bestaat weinig onenigheid. Het is zijn taak om ambtshalve te beoordelen of het recht op

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/333

Rapport. Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/333 Rapport Datum: 27 september 2006 Rapportnummer: 2006/333 2 Klacht Verzoeker, slachtoffer van mishandeling, klaagt erover dat de juridisch medewerker van het regionale politiekorps Twente verzoeker bij

Nadere informatie

De buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten door het openbaar ministerie

De buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten door het openbaar ministerie De buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten door het openbaar ministerie G.J.M. van den Biggelaar Gouda Quint bv (S. Gouda Quint - D. Brouwer en Zoon) Arnhem 994 Inhoudsopgave Lijst van gebruikte

Nadere informatie

2014D36200 LIJST VAN VRAGEN

2014D36200 LIJST VAN VRAGEN 2014D36200 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft over de beleidsdoorlichting slachtofferzorg (Kamerstuk 33 199, nr. 4) de navolgende vragen ter beantwoording aan de Staatssecretaris

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388 ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388 Instantie Datum uitspraak 10-02-2011 Datum publicatie 14-02-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-001943-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Het wetsvoorstel Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade

Het wetsvoorstel Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Het wetsvoorstel Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade M.P.G. Schipper & I. van der Zalm Published in AV&S 2010/3, nr. 15,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002 ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak 16-02-2011 Datum publicatie 17-02-2011 Zaaknummer 03-702714-08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht

Interventie Syrië. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Internationaal en Europees recht Oudemanhuispoort 4-6 1012 CN Amsterdam Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 5252833 Interventie Syrië Datum 29 augustus 2013 Opgemaakt

Nadere informatie

AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING

AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING AANWIJZING VOOR DE PRAKTIJK 1 HET VORDEREN VAN BILLIJKE GENOEGDOENING I. Introductie 1. De toekenning van billijke genoegdoening is geen automatisch gevolg van de vaststelling door het Europees Hof voor

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 15-04-2011 Zaaknummer 19.605555-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2014:381. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 13/ Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556, Gevolgd ECLI:NL:HR:2014:381 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-02-2014 Datum publicatie 19-02-2014 Zaaknummer 13/02084 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:2556,

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken

GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken parketnummer : 20.001938.96 uitspraakdatum : 29 april 1997 verstek dip GERECHTSHOF TE 's-hertogenbosch meervoudige kamer voor strafzaken A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833

ECLI:NL:PHR:2014:1700 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/04833 ECLI:NL:PHR:2014:1700 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 01-07-2014 Datum publicatie 26-09-2014 Zaaknummer 12/04833 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 juni 2006 Rapportnummer: 2006/232

Rapport. Datum: 28 juni 2006 Rapportnummer: 2006/232 Rapport Datum: 28 juni 2006 Rapportnummer: 2006/232 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het arrondissementsparket te Rotterdam bij brief van 3 november 2004 heeft geweigerd om haar financieel tegemoet

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 204 26 027 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Wet op de rechterlijke organisatie en enkele andere wetten met betrekking tot het

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2016:935

ECLI:NL:GHDHA:2016:935 ECLI:NL:GHDHA:2016:935 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 31-03-2016 Datum publicatie 06-04-2016 Zaaknummer 22-004068-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

B 11 Buitenlandse werknemers 8

B 11 Buitenlandse werknemers 8 B 11 Buitenlandse werknemers 8 Wettelijke maatregelen te~en ille~ale tewerkstellin~ Teneinde illegale tewerkstelling tegen te gaan en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers te kunnen reguleren voorziet

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijwetenschappen havo II

Eindexamen maatschappijwetenschappen havo II Opgave 4 Slachtoffers van criminaliteit Bij deze opgave horen de teksten 9 tot en met 12, figuur 2 en 3 en tabel 1 uit het bronnenboekje. Inleiding Ruim drie miljoen Nederlanders worden jaarlijks het slachtoffer

Nadere informatie

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website. Naam Leerling: Klas:. 3.0 a.

Nadere informatie

HoE krijg Ik mijn ScHADE vergoed?

HoE krijg Ik mijn ScHADE vergoed? Hoe krijg ik mijn schade vergoed? De schadevergoedingsmaatregel Heeft u als gevolg van een misdrijf schade geleden, dan is het strafproces een manier om uw schade vergoed te krijgen. Als de rechter vindt

Nadere informatie

Aanbevelingen behandeling civiele schadevordering in het strafproces (wet Terwee)

Aanbevelingen behandeling civiele schadevordering in het strafproces (wet Terwee) Aanbevelingen behandeling civiele schadevordering in het strafproces (wet Terwee) Verantwoording... 1 Geen voegingsformulier... 1... 2 Afwijzen of niet ontvankelijk verklaren... 2... 2 Civiele vordering

Nadere informatie

15445/1/06 REV 1 wat/hor/mg 1 DG H 2B

15445/1/06 REV 1 wat/hor/mg 1 DG H 2B RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2006 (01.12) (OR. en) 15445/1/06 REV 1 COPEN 119 NOTA van: het voorzitterschap aan: de Raad nr. vorig doc.: 15115/06 COPEN 114 nr. Comv.: COM(2005) 91 def.

Nadere informatie

Datum 23 november 2012 Onderwerp Nadere informatie n.a.v. de berichtgeving over de secretaris-generaal van mijn ministerie

Datum 23 november 2012 Onderwerp Nadere informatie n.a.v. de berichtgeving over de secretaris-generaal van mijn ministerie 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

Dading in plaats van strafrecht

Dading in plaats van strafrecht Dading in plaats van strafrecht Symposium Universiteit van Amsterdam gehouden op 9 april 1992 te Amsterdam Onder redactie van: P.G. Wiewel R.H. Stutterheim P. Ingelse FJ. Olde Rikkert Gouda Quint bv (S.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2007:208

ECLI:NL:GHARN:2007:208 ECLI:NL:GHARN:2007:208 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 25-05-2007 Datum publicatie 11-04-2016 Zaaknummer 21-004591-06 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 25 907 Voorkoming en bestrijding van geweld op straat Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2010:BO2558

ECLI:NL:HR:2010:BO2558 ECLI:NL:HR:2010:BO2558 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 02-11-2010 Datum publicatie 03-11-2010 Zaaknummer 09/00354 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Conclusie: ECLI:NL:PHR:2010:BO2558

Nadere informatie

Datum 18 mei 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over bericht Mishandelde bejaarde moet zelf achter daders aan

Datum 18 mei 2011 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over bericht Mishandelde bejaarde moet zelf achter daders aan 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Staatssecretaris van Veiligheid en Schedeldoekshaven 100 2511 EX

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding. Vraagstelling onderzoek. Wetgever

Samenvatting. Inleiding. Vraagstelling onderzoek. Wetgever Samenvatting Inleiding Bij een ontzetting uit beroep of ambt wordt iemand de bevoegdheid ontzegd om een bepaald beroep of ambt voor een zekere periode uit te oefenen. Ontzettingen worden vaak opgelegd

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Directie Wetgeving Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 september 2001 Rapportnummer: 2001/271

Rapport. Datum: 7 september 2001 Rapportnummer: 2001/271 Rapport Datum: 7 september 2001 Rapportnummer: 2001/271 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de (hoofd-)officier van justitie van het arrondissementsparket te Zwolle zijn verzoek om een gesprek naar aanleiding

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:10337

ECLI:NL:RBROT:2016:10337 ECLI:NL:RBROT:2016:10337 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24-11-2016 Datum publicatie 29-05-2017 Zaaknummer 10/996568-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven Uitspraak De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven Zaaknummer: ****** Datum uitspraak: 7 augustus 2015 De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

Nadere informatie

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring [locatie] te [plaats 2],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring [locatie] te [plaats 2], ECLI:NL:RBAMS:2013:3850 Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/737331-13 RK nummer: 13/2646 Datum uitspraak: 28 juni 2013 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23

Nadere informatie

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 bijlage(n)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 319 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met wijzigingen van de regeling van de voorwaardelijke veroordeling en de regeling van

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061 ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061 Instantie Datum uitspraak 03-02-2009 Datum publicatie 05-02-2009 Gerechtshof 's-gravenhage Zaaknummer 22-002670-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 740 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten ter verhoging van de opbrengst

Nadere informatie

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11 Titel II Straffen 1. Algemeen Artikel 1:11 1. De straffen zijn: a. de hoofdstraffen: 1. gevangenisstraf; 2. hechtenis; 3. taakstraf; 4. geldboete. b. de bijkomende straffen: 1. ontzetting van bepaalde

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 20-11-2007 Datum publicatie 21-11-2007 Zaaknummer 19.830186-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2008:BG8054

ECLI:NL:RBZUT:2008:BG8054 ECLI:NL:RBZUT:2008:BG8054 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 23-12-2008 Datum publicatie 23-12-2008 Zaaknummer 06-460438/08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Mr. J. Kronenberg Mr. B. de Wilde Vijfde druk Kluwer a Kluwer business Deventer - 2012 Inhoudsopgave Voorwoord 13 Aanbevolen literatuur 15 Afkortingenlijst 17

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 Instantie Datum uitspraak 11-11-2009 Datum publicatie 11-11-2009 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-002029-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RECHTSPPjy^K

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RECHTSPPjy^K NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RECHTSPPjy^K De Minister van Veiligheid en Justitie mr. G.A. van der Steur Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Datum 18 juli 2016 Uw kenmerk 756867 Contactpersoon J.M.A. Timmer Onderwerp

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 16-11-2011 Datum publicatie 18-11-2011 Zaaknummer 13/656781-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten

Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

No.W03.04.0378/I 's-gravenhage, 10 september 2004

No.W03.04.0378/I 's-gravenhage, 10 september 2004 No.W03.04.0378/I 's-gravenhage, 10 september 2004 Bij Kabinetsmissive van 27 juli 2004, no.04.002990, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2017:1537

ECLI:NL:RBAMS:2017:1537 ECLI:NL:RBAMS:2017:1537 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 13-03-2017 Zaaknummer KK EXPL 17-174 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01

ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer /01 ECLI:NL:GHAMS:2016:5140 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 06-02-2017 Zaaknummer 200.174.828/01 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2005:AV1120

ECLI:NL:GHSHE:2005:AV1120 ECLI:NL:GHSHE:2005:AV1120 Instantie Datum uitspraak 27-09-2005 Datum publicatie 06-02-2006 Zaaknummer K05/0167 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Strafrecht

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

VOOR Rf CH f SPRAAK. Geachte heer Hirsch Ballin,

VOOR Rf CH f SPRAAK. Geachte heer Hirsch Ballin, fr NFJ)EREANDSF VFRENIGIN( VOOR Rf CH f SPRAAK De minister van Justitie Mr. E.M.H. Hirsch Ballin Postbus 2030! 2500 GH Den Haag Datum 22 september 2010 Kenmerk 83.2000u/JT Uw kenmerk 5658242/ 0/6 Onderwerp

Nadere informatie

Wat kunt u doen als u zelf slachtoffer bent geworden van geweld

Wat kunt u doen als u zelf slachtoffer bent geworden van geweld Wat kunt u doen als u zelf slachtoffer bent geworden van geweld Dit document behandeld de volgende onderwerpen: 1. Ziekenhuis / huisarts 2. Aangifte doen Aangifte bij de Politie Anoniem aangifte doen 3.

Nadere informatie

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2010-2011 32 856 Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enkele andere wetten teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2017:3565

ECLI:NL:RBROT:2017:3565 ECLI:NL:RBROT:2017:3565 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 10-05-2017 Zaaknummer C/10/507047 / HA ZA 16-758 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

Deze brochure 3. Dagvaarding 3. Bezwaarschrift 3. Rechtsbijstand 4. Slachtoffer 4. Inzage in uw dossier 4. Getuigen en deskundigen 5.

Deze brochure 3. Dagvaarding 3. Bezwaarschrift 3. Rechtsbijstand 4. Slachtoffer 4. Inzage in uw dossier 4. Getuigen en deskundigen 5. U MOET TERECHTSTAAN INHOUD Deze brochure 3 Dagvaarding 3 Bezwaarschrift 3 Rechtsbijstand 4 Slachtoffer 4 Inzage in uw dossier 4 Getuigen en deskundigen 5 Uitstel 5 Aanwezigheid op de terechtzitting 6 Verstek

Nadere informatie

Nederlandse Tafeltennisbond

Nederlandse Tafeltennisbond Nederlandse Tafeltennisbond COMMISSIE VAN BEROEP Zaak: CvB 10-05/09-01herz d.d.: 29 juni 2010 Aan geadresseerde(n) Geachte mevrouw, mijnheer, In de bovengenoemde zaak doe ik u bijgesloten de uitspraak

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 september 2003 Rapportnummer: 2003/317

Rapport. Datum: 15 september 2003 Rapportnummer: 2003/317 Rapport Datum: 15 september 2003 Rapportnummer: 2003/317 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat het arrondissementsparket te Assen onvoldoende inhoudelijk heeft gereageerd op de brief van zijn rechtsbijstandverzekeraar

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2015:4984 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer C/16/ / HA RK

ECLI:NL:RBMNE:2015:4984 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer C/16/ / HA RK ECLI:NL:RBMNE:2015:4984 Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 03-07-2015 Datum publicatie 06-07-2015 Zaaknummer C/16/393610 / HA RK 15-129 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 14-07-2010 Datum publicatie 22-07-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16-711123-09 [P] Strafrecht

Nadere informatie

2016, Annemarie ten Boom (WODC)

2016, Annemarie ten Boom (WODC) Slachtoffers van misdrijven door intimi, kennissen of vreemden. Verschillen in context, ervaringen en behoeften met betrekking tot justitie. Samenvatting. 2016, Annemarie ten Boom (WODC) Een substantieel

Nadere informatie

Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie.

Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Rapport Ingetrokken of niet? Een onderzoek naar een onduidelijke intrekkingsbrief van het Openbaar Ministerie. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Openbaar Ministerie te Rotterdam,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068

Rapport. Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068 Rapport Datum: 2 maart 2004 Rapportnummer: 2004/068 2 Klacht Verzoeker, slachtoffer van poging doodslag gepleegd door zijn ex-vriendin op 10 december 1999, klaagt erover dat het arrondissementsparket te

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 31-03-2004 Datum publicatie 08-04-2004 Zaaknummer 06/060115-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

5. Moet je een melding bij de commissie Samson hebben gedaan om voor een compensatieregeling in aanmerking te komen? Dat is niet noodzakelijk.

5. Moet je een melding bij de commissie Samson hebben gedaan om voor een compensatieregeling in aanmerking te komen? Dat is niet noodzakelijk. Vragen en Antwoorden compensatieregelingen slachtoffers van seksueel misbruik in de jeugd/pleegzorg In dit document vindt u vragen en antwoorden bij de mededelingen van het Ministerie van Veiligheid en

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende

Nadere informatie