AANHANGIGE ZAKEN. Voorgeschiedenis; onduidelijkheden rondom artikel 2b PSW

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "AANHANGIGE ZAKEN. Voorgeschiedenis; onduidelijkheden rondom artikel 2b PSW"

Transcriptie

1 'In pensioenregelingen, waarin wordt voorzien in een weduwen- en weduwnaarspensioen voor gehuwden, moeten gelijkwaardige keuzemogelijkheden zijn opgenomen tussen nabestaandenpensioen, ongeacht burgerlijke staat, of een hoger danwei een eerder ingaand ouderdomspensioen. Door Onze Minister kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.' (art. 2b PSW) Voorgeschiedenis; onduidelijkheden rondom artikel 2b PSW Artikel 2b Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) heeft een wat merkwaardige voorgeschiedenis. De problematiek van de doorgeschoten solidariteit (ongelijke behandeling?) in pensioenregelingen van alleenstaanden versus mensen met een partner werd in 1993 tijdens de behandeling van de AWGB door D66 aan de orde gesteld. Staatssecretaris Ter Veld gaf het betreffende Kamerlid (Groenman) in overweging de kwestie binnen het bestek van de PSW te laten terugkomen, aangezien dit onderwerp buiten het toepassingsbereik van de AWGB viel. Deze nam dit advies ter harte en diende ongeveer een jaar later het ontwerp- 2b als amendements-wetsvoorstel bij de Kamer in. Vervolgens is dit zonder veel discussie aangenomen. Als ingangsdatum werd I januari 2000 aangehouden, zodat pensioenfondsen nog ongeveer vijf-en-een-half jaar de tijd zouden hebben om het in 2b verwoorde uitgangspunt in hun reglementen te incorporeren. Kort nadien bleek dit gebrek aan ambtelijke voorbereiding, waardoor, bijvoorbeeld, ook de Stichting van de Arbeid (Star) als meest direct betrokken adviesorgaan zich niet over inhoud of wenselijkheid van deze bepaling had kunnen uitspreken, zich te wreken. Pensioenfondsen, of beter de sociale partners in hun besturen, zagen zich gesteld voor diverse moeilijk, zo niet onmogelijk te beantwoorden vragen over de inhoud en reikwijdte van hetgeen als dwingend voorschrift in de wet was neergelegd. Als meest urgente noem ik: a. de vraag op welk moment de bewuste keuze geboden dient te worden. Is dit bij de aanvang van het deelnemerschap en als dat het geval is, moet men daar dan later op terug kunnen komen, bijvoorbeeld vanwege gewijzigde omstandigheden (huwelijk/geboorte kind/echtscheiding)? Zo ja, verwordt de collectieve werknemersvoorziening daarmee niet tot een 'duiventil'regeling waar deelnemers vrijelijk in en weer uit kunnen vliegen? Hoe collectief (lees: solidair) kan een regeling in dat geval nog zijn? b. de inhoud van het begrip 'gelijkwaardige keuzemogelijkheden'. Wordt daarmee bedoeld dat solidariteit van zogenaamde goede risico's met hun zwakkere broeders - of beter: zusters - taboe is geworden? Voor wie het gender- AANHANGIGE ZAKEN HET KEUZERECHT VAN ARTIKEL 2B PSW. EEN AANTAL 'KERNVRAGEN' BEANTWOORD. aspect waaraan gerefereerd wordt niet meteen duidelijk is: een vrouw die met, bijvoorbeeld, 65 jaar aangeeft af te zien van nabestaandendekking heeft een minder waardevol product ter ruiling aan te bieden dan een man van gelijke leeftijd, omdat de kans dat zij de langstlevende zal zijn verreweg het grootste is. Mogen (of, gezien de term 'gelijkwaardig': moeten) pensioenfondsen deze realiteit voortaan vertalen in een eveneens gunstiger tegenprestatie (nog lagere pensioenleeftijd, meer pensioenverhoging) voor mannelijke deelnemers? Of staat dat juist op gespannen voet met het gelijk-loonbeginsel (art I 19 EG-verdrag, WGL) of de verplichting uit het VN-vrouwenverdrag om vrouwen een gelijke sociale-zekerheidspositie (als mannen) te verschaffen? 1 c. is de consequentie van deze verplichting dat iedere vorm van solidariteit van mensen zonder met mensen met een partner niet langer is toegestaan ook in, bijvoorbeeld, de fase van gezinsvorming? d. over welke periode dient het na I januari 2000 te verstrekken voordeel bij het afzien van partnerpensioen gegeven te worden: over de pensioenopbouw vanaf I januari 2000, zodat eerst over veertig jaar ten volle van het afzien van partnerpensioen geprofiteerd kan worden; of moet iedereen die na deze datum met pensioen gaat meteen het volledige voordeel van het afzien van nabestaandenpensioen krijgen? Het laatste woord over deze en andere vragen is nog niet gesproken. Wel is een voorlopig tussenstation bereikt met de brief van de staatssecretaris van 19 maart jl., waarin deze een aantal 'kernvragen over de reikwijdte van artikel 2b PSW' benoemt en vervolgens beantwoordt. De brief opent met een verwijzing naar zijn eerdere toezegging (bij brief van 25 april 1997) om 'met een voorstel (te komen) tot nadere regelgeving bij het per I januari 2000 in werking tredende artikel 2b PSW'. Veelzeggend is deze aanhef vooral vanwege de meteen daarop volgende passage, dat 'alvorens te kunnen komen tot voorstellen tot aanpassing van artikel 2b PSW en de nadere regelgeving in dit kader, (...) een aantal kernvragen over de reikwijdte van artikel 2b beantwoord (dient) te worden'. Kennelijk wordt aanpassing (wijziging? of misschien zelfs intrekking?) van de wetsbepaling niet bij voorbaat uitgesloten geacht, iets waarop de Star in zijn advies 'Onduidelijkheden rondom artikel 2b PSW' ook al had gezinspeeld. 2 Behalve de Star heeft ook de Nederlandse Gezinsraad (Ngr) zijn licht over deze bepaling doen schijnen. 3 Hiertoe had dit orgaan een expertmeeting georganiseerd, waarin deskundigen uit verschillende geledingen (uitvoering, politiek, wetenschap) hun licht over het onderwerp hebben kunnen laten schijnen. Mogelijk is het 'overleg met deskundigen uit de pensioenpraktijk' dat in deze voorjaarsbrief wordt 1. Artikel 11 VN-vrouwenverdrag luidt: De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen alle passende maatregelen om discriminatie van vrouwen in het arbeidsproces uit te bannen, ten einde vrouwen, op basis van gelijkheid van mannen en vrouwen, van dezelfde rechten te verzekeren, in het bijzonder (...) (e) het recht op sociale zekerheid, in het bijzonder in geval van pensionering (...). 2. Pens/869 B, Star-advies van 12 december Als slotconclusie (p. 10) noemt de Star het 'nodig dat door aanpassing van de tekst van artikel 2b PSW danwei door nadere regelgeving de gewenste duidelijkheid wordt verkregen'. 3. Nederlandse Gezinsraad, Gelijke behandeling in pensioenen ongeacht leefvorm: de keuzemogelijkheden van artikel ïb PSW, uitgave december nr 3 75

2 MIES WESTERVELD genoemd, een impliciete verwijzing naar deze bijeenkomst, hoewel het advies zelve, anders dan dat van de Star, op geen enkele plaats genoemd wordt. Beide organen adviseren op een aantal punten uiteenlopend, maar de constatering dat de met 2b neergelegde instructienorm minstens zoveel vragen oproept als zij beantwoordt, valt uit beide adviezen op te maken. Het standpunt van het ministerie van SZW over een aantal 'kernvragen' Solidariteit tussen mannen en vrouwen Onder het kopje 'statistische verschillen in levensverwachting' wordt melding gemaakt van het feit dat 'de kosten van een ouderdomspensioen voor een vrouwelijke werknemer hoger (zijn) dan de kosten van een ouderdomspensioen voor een mannelijke deelnemer'. Nauw hiermee verband houdt de kwestie van de nog altijd in brede kring gehanteerde sekse-afhankelijke sterftetafels, waardoor vrouwen ofwel meer premie moeten betalen om tot een gelijk pensioenresultaat te komen, ofwel bij gelijke premiestelling een minder goed pensioen terugontvangen. Niet met zoveel woorden genoemd, maar hierbij wel inbegrepen, is het gegeven dat vrouwen door, wederom, hun hogere levensverwachting bij overlevingspensioenen een minder aantrekkelijk ruilproduct te bieden hebben dan mannen. In de brief wordt het mogelijke effect van deze onloochenbare realiteit aldus omschreven dat 'de uitkering voor ouderdomspensioen van een vrouwelijke werknemer die haar nabestaandenpensioen wil inruilen, veel minder (zou) kunnen stijgen dan die van haar mannelijke collega die hetzelfde gaat doen.' Een dergelijke consequentie van het 'gelijkwaardig ruilen' wordt in de brief in strijd met het gelijk-loonvoorschrift uit de WGL verklaard. Met kennelijke instemming wordt verwezen naar het door een eerder kabinet betrokken standpunt (kamerstukken II 1991/92, , nr. 4) 'dat een ongelijke uitkomst voor mannen en vrouwen bij bijvoorbeeld uitruil in zgn. defined-benefït-regelingen (zoals eindloonregelingen) niet in overeenstemming met het beginsel van gelijke beloning wordt geacht, voorzover die omzetting binnen de toezegging van de werkgever valt'. Anderzijds wordt in dit verband wèl opgemerkt dat 'Europa op dit moment niet dwingt tot het hanteren van sekseneutrale actuariële factoren en zelfs niet tot gelijke uitkeringen bij het gebruik maken van keuzemogelijkheden in een pensioenregeling', maar met dat het VN-vrouwenverdrag dit (dwingen) mogelijk wel doet. Aanbeveling 25 uit het eerste verslag van de rapportagecommissie VN-vrouwenverdrag (hierna, naar de voorzitter: commissie Groenman) luidt: 'Neem in de AWGB een uitdrukkelijk verbod op van het gebruik van geslachtsgebonden actuariële berekeningen die voor vrouwen nadelige effecten hebben. Schrap de bestaande uitzondering in het Besluit gelijke behandeling voor individuele verzekeringen.' Ter adstructie van deze aanbeveling wordt (op p. 101 van het rapport) het gebruik van geslachtsafhankelijke actuariële factoren gebrandmerkt als 'directe discriminatie waarvoor het Verdrag geen uitzondering kent' en de aarzelingen 'binnen de ontwikkeling van het Europese gelijke-behandelingsrecht om op dit punt vrouwen volledige gelijke rechten te geven' als 'vooral ingegeven door traditionele opvattingen van pensioenfondsen en verzekeraars'. 4 De conclusie dat het kabinetsstandpunt verder gaat dan hetgeen in Europees verband wordt voorgeschreven - bijna een jaar nadat de commissie-groenman tot deze aanbeveling uit hoofde van het VN-vrouwenverdrag kwam - doet dan ook wat zelfgenoegzaam aan. Voor de uitwerking van dit verder-gaan (gelijke uitkeringen of het ook in de premiestelling geen onderscheid meer mogen maken) kiest het kabinet voor de minst vergaande, dat wil zeggen dat 'wettelijk wordt voorgeschreven dat bij pensioenen in alle gevallen de uitkeringen onafhankelijk van het geslacht dienen te worden vastgesteld'. Deze verplichting zal ook gelden voor beschikbare premieregelingen (pensioenregelingen waarin de uitkering aan de met de ingelegde premies behaalde investeringswinst gerelateerd wordt), maar alleen ten aanzien van 'uitkeringen en rechten die direct voortvloeien uit een arbeidsverhouding, omdat bij niet-psw-voorzieningen het beginsel van gelijke beloning geen rol speelt'. 5 Regelgeving bij de implementatie van artikel 2b PSW Het man-vrouw-vraagstuk bestrijkt ongeveer de helft van de brief; het tweede deel gaat in op een aantal gerezen implementatievraagstukken en op mogelijk te verwachten (neven)effecten van art. 2b PSW. Ik beperk me tot de belangrijkste observaties. Onmiddellijke werking of terugwerkende kracht? Een duidelijke stellingname bevat de brief ten aanzien van de vraag of 2b dient terug te werken, een kwestie waarin Star en Ngr uiteenlopend geadviseerd hadden (Star: nee, Ngr: ja, maar met mate). Met name vanwege het door de Star geraamde kostenplaatje dat een volledige terugwerking zou aankleven (ca. tien miljard gulden) wordt voor onmiddellijke werking (oftewel geen terugwerking) gekozen. Het Ngr-advies om terug te gaan tot de zgn. Barber-datum van 17 mei 1990 wordt in de brief niet genoemd, evenmin als het door dit orgaan voor terugwerking genoemde argument dat, 'indien het artikel niet van toepassing zou worden geacht op aanspraken die betrekking hebben op deelnemingstijd voor 2000 (...) de beoogde rechtsgelijkheid (van alleenstaanden en andere ongehuwden) pas na 2040 volledig gerealiseerd zal zijn'. Dat is in zoverre jammer dat daardoor ook niet wordt ingegaan op de vraag of 'alleenstaanden en andere ongehuwden' zich wel zozeer op één lijn laten stellen met mensen-met-een-partner als hier, door de verwijzing naar 'de beoogde rechtsgelijkheid', gebeurt. Wel komt dit element terug bij de bespreking van de PGGM-constructie (zie hieronder). Het aantal keuzemomenten: de PGGM-constructie Ten aanzien van de vraag hoe vaak en op welk moment de mogelijkheid tot kiezen moet worden gegeven, wordt 4. Het Vrouwenverdrag in Nederland, Verslag van de Rapportagecommissie IVDV Met deze toevoeging wordt (de slotzin van) aanbeveling 25 voornoemd andermaal genegeerd. Is de staatssecretaris hiermee onbekend, acht hij het opvolgen daarvan een brug te ver of wordt het aspect tezeer buiten het bestek van het onderhavige onderwerp geacht om hier te noemen? Zonder nadere verwijzing blijft het gissen hoe de pensioenbeleidsmakers tegen dit belangwekkende onderdeel uit het rapport van de commissie-groenman aankijken. 76 NEMESIS

3 MIES WESTERVELD geen standpunt ingenomen. De staatssecretaris acht dit een kwestie die de sociale partners beter onder elkaar kunnen uitmaken. Wel wordt, en zelfs vrij uitgebreid, ingegaan op het al dan niet 2b-conform zijn van de nieuwe regeling die het pensioenfonds PGGM naar aanleiding van 2b had opgesteld en waaromtrent in september 1997 al Kamervragen gesteld waren. 6 In de brief wordt deze regeling omschreven als 'het uitsluitend, collectief verplicht verzekeren van risico-nabestaandenpensioen tot de pensioengerechtigde leeftijd, hetgeen impliceert dat geen nabestaandenpensioen ingeruild kan worden.' Onder verwijzing naar een aantal overwegingen waarom (het handhaven van) dit type solidariteit 'in de juiste verhouding staat tot en past bij de overige vormen van solidariteit die een collectieve pensioenregeling kenmerken' wordt deze variant 'aanvaardbaar' genoemd, aangezien het 'niet de bedoeling van 2b (is) om alle solidariteit naar burgerlijke staat te verbieden'. Onvermeld blijft of 2b aanpassing behoeft om datgene wat kennelijk niet bedoeld is ook wetstechnisch toelaatbaar te maken, of dat deze variant naar het oordeel van de bewindsman binnen het bestek van de nu geldende wettekst past. Een aanwijzing voor het laatste vormt de overweging (verderop in de brief, onder het kopje: 'hoger en/of eerder ingaand ouderdomspensioen') dat 2b alléén voorschrijft dat één van beide opties (hoger ouderdomspensioen of eerder ingaande pensioenleeftijd) wordt geboden en niet per se het bieden van beide opties binnen één regeling. Toekomstverwachtingen; al dan niet beoogde effecten Ten slotte mag hier niet onvermeld blijven dat onder het kopje 'kosten' nog een bepaald openhartige ontboezeming wordt gedaan over het mogelijk te verwachten (of beoogde?) effect van de regeling. Namelijk dat het 'gezien de kostenverhogingen die voortvloeien uit het keuzerecht (...) goed voorspelbaar (is) dat mede hierdoor de afschaffing van het nabestaandenpensioen als onderdeel van de verplichte collectieve regeling wordt gestimuleerd'; waarna 'de verwachting (...) gerechtvaardigd (lijkt) dat in toenemende mate alleen nabestaandenpensioenen voor eigen rekening zullen worden aangeboden, respectievelijk alleen nabestaandenpensioen op risicobasis zal worden verzekerd. In dat geval zal het keuzerecht conform 2b PSW in de praktijk een dode letter zijn'. Het is bij mijn weten voor het eerst dat in een beleidsnotitie over 2b zo openlijk op de afschaffing van de collectieve nabestaandenverzekering gezinspeeld wordt. Wordt hier misschien ook een voorschot genomen op de discussie (die althans in de openbaarheid maar niet van de grond lijkt te komen) over de toekomst van de Anw als verplichte volksverzekering? 7 De tijd zal het leren. Voor de aanvullende voorziening liggen de kaarten nu in elk geval wel in volle omvang op tafel. En dat is voor de verdere discussie over inhoud en wenselijkheid van een collectieve overlijdensrisicoverzekering wel zo plezierig. Mies Westerveld 6. En wel door het D66-Kamerlid Schimmel. Zie hierover uitgebreider van een volksverzekering tegen de gevolgen van het overlijden van de M. Westerveld, Naar een nieuwe nabestaandenvoorziening voor werknemers... of niet? TPV 1998/1. jaar aangekondigd, die derhalve rond het jaar 2000 van start zou moeten partner'. Tegelijkertijd werd een herbezinning op de regeling over tien 7. In de MvT op de Anw-I (die in 1993 door de EK is geblokkeerd) werd gaan.tk , , nr. 3. deze regeling gepresenteerd als tijdelijk 'in het perspectief van afschaffing 1998 nr 3 77

4 ANNE MARIE GERRITSEN VERBOD OP LEEFTIJDSDISCRIMINATIE BIJ WERVING EN SELECTIE Hebben vrouwen er belang bij dat discriminatie naar leeftijd bij werving en selectie bij de arbeid wettelijk wordt verboden? Voldoet het wetsvoorstel van die strekking dat 14 oktober 1997 bij de Tweede Kamer werd ingediend aan de verwachtingen, of op welke onderdelen zou onderscheid naar leeftijd voor vrouwen beter geregeld kunnen worden? 1 Dat zijn vragen waarop ik in dit commentaar op het wetsvoorstel een antwoord zal geven. Zal het niet meer voorkomen, als het voorstel wet wordt, dat een vrouw wordt aangenomen als schoonmaakster en vervolgens weer ontslagen omdat blijkt dat zij 65 is? 2 Zal de arbeidsovereenkomst met 42-jarige garderobedames niet langer worden beëindigd omdat de schouwburgdirecteur 'geen oma's in de garderobe wil'? 3 Of zal de wet, om een bescheidener wens te formuleren, tenminste daaraan een bijdrage leveren? Uitgangspunten wetsvoorstel Het is onacceptabel dat een grote groep mensen een kans op deelname aan het arbeidsproces onthouden wordt op een grond die niets met hun geschiktheid voor een bepaalde functie te maken heeft - dat is de leidende gedachte achter het wetsvoorstel (MvT, p. 5). 4 Het verbod op leeftijdsdiscriminatie zou dus een uitwerking zijn van de kern van het beginsel van gelijke behandeling: een afwijzing van onderscheid op grond van irrelevante factoren. De waarde van behandeling van ieder mens ais gelijke is hier in het geding. De indieners van het wetsvoorstel (de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Justitie en van Binnenlandse Zaken) spreken van economische zowel als sociale overwegingen die onderscheid naar leeftijd bij werving en selectie onacceptabel maken. Met sociale overwegingen zijn mede gedachten als de genoemde bedoeld, in de sfeer van de gelijkwaardigheid van allen, anderen niet mogen behandelen alsof bepaalde aspecten van zijn of haar persoon minderwaardig zouden zijn, of hem of haar minderwaardig zouden maken. De maatschappelijke en de sociale positie en de inkomenspositie van mensen zijn gebaat bij deelname aan het arbeidsproces. De sociale overwegingen hebben dus ook een financiële kant. De economische overwegingen geven aan dat ongelijke behandeling ook inefficiënt is. De premies voor de sociale verzekeringen komen onder drukte staan. Er is een economisch belang bij de vergroting van de arbeidsparticipatie van ouderen gelet op de demografische ontwikkelingen en een verder afnemende werkloosheid. De Nederlandse samenleving kan het zich steeds minder veroorloven een groot potentieel aan kennis en energie onbenut te laten door ouderen buiten het arbeidsproces te laten staan, menen de ministers. Een realistisch argument om discriminatie te willen beëindigen, lijkt mij. Wel valt te hopen dat de realisering van het beginsel van gelijke behandeling ook prioriteit houdt als dat economisch minder dringend mocht worden. Expliciet verbod Leeftijdsdiscriminatie is thans al verboden, geven de ministers aan. De toevoeging dat dit niet ter discussie staat is licht overdreven. Maar art. I Grondwet en art. 26 BuPoverdrag bevatten bepalingen die een algemeen discriminatieverbod bevatten. Waarom dan toch een aparte wet tegen leeftijdsdiscriminatie bij werving en selectie? De Raad van State was van de noodzaak hiervan niet overtuigd - en tot het tot stand brengen van nieuwe regelingen zou toch alleen moeten worden besloten, indien de noodzaak daarvan is komen vast te staan, meent de Raad. 5 De regering wil burgers echter een zelfstandige grond bieden om in de verhouding tussen burgers onderling discriminatoir gedrag tegen te gaan. Art. I GW en art. 26 BuPo-verdrag gelden primair in de verhouding tussen overheid en burgers. Ook de rechter zal doorgaans de niet nader geëxpliciteerde discriminatieverboden van de Grondwet slechts met terughoudendheid in zijn afwegingen betrekken. Daarom toch een expliciet verbod van onderscheid op grond van leeftijd. Althans: bij werving en selectie. En tenzij er een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. De norm De regering ziet alleen aanleiding onderscheid naar leeftijd wettelijk te verbieden bij werving en selectie. Op andere terreinen zouden geen harde knelpunten bekend zijn (MvT, p. 5). 6 En voor het terrein van het ontslag is de regering van mening dat er al voldoende wettelijke waarborgen zijn om ongerechtvaardigd onderscheid naar leeftijd tegen te gaan. Bij de preventieve ontslagtoets moet het anciënniteitsbeginsel worden gehanteerd (MvT, p. 5-6). Onderscheid naar leeftijd wordt alleen verboden voor zover het niet objectief gerechtvaardigd is (art. I, eerste lid). Of dat laatste het geval is, moet worden beoordeeld aan de hand van dezelfde criteria als bij de beoordeling van indirect onderscheid naar geslacht worden gehanteerd (MvT, p. 9). Dat zijn criteria van legitimiteit, doelmatigheid en proportionaliteit, door de regering als volgt toegelicht (MvT, p. 10): - Het doel van de omstreden handelwijze, maatregel of het betreffende middel dient te beantwoorden aan een werkelijke behoefte van de onderneming of aan een noodzakelijke doelstelling van sociaal beleid van een lidstaat. 7 - Handelwijze, maatregel of middel moet geschikt zijn om dat doel te bereiken; - en moet daarvoor ook noodzakelijk zijn. 1. Wet verbod op leeftijdsdiscriminatie bij werving en selectie bij de arbeid, kamerstukken HR 13 januari 1995, RN 1995, 495 (Codfried). 3. Rb Zutphen 11 mei 1995, RN 1995, 496, zie NJB 1991, p MvT, TK , , nr. 3, p Advies van de Raad van State, TK , , A. 6. Genoemd worden de terreinen van scholing en arbeidsvoorwaarden en andere maatschappelijke terreinen. Mensen boven de veertig hebben meer moeite met het vinden van een baan; de indruk dat dit het belangrijkste probleem van leeftijdsdiscriminatie is kwam ook naar voren bij de landelijke melddag leeftijdsdiscriminatie op 29 februari Het Landelijke Bureau Leeftijdsdiscriminatie, dat de melddag organiseerde, publiceerde een verslag ervan onder de titel Helaas een succes. 7. De regering spreekt hier van een discriminerende handelwijze etc, maar ik zou menen dat dit oordeel in dit stadium nog niet aan de orde is: of er sprake is van discriminatie of van gerechtvaardigd onderscheid valt nog te bezien. 78 NEMESIS

5 ANNE MARIE GERRITSEN De reden die als objectieve rechtvaardigingsgrond wordt opgevoerd moet in de personeelsadvertentie worden vermeld (art. I, tweede lid). Wie meent niet te zijn aangenomen omdat hij of zij 'te oud' is (of te jong) kan een oordeel daarover vragen aan de Commissie gelijke behandeling. Op grond van haar deskundigheid en ervaring wordt van de Commissie een belangrijke bijdrage verwacht aan de uitwerking van het algemeen beginsel van gelijke behandeling ongeacht leeftijd. Geheel volgens de traditie van de Nederlandse gelijke-behandelingswetgeving is in het wetsvoorstel niet in sancties voorzien. Handelen in strijd met de wettelijke norm zal volgens art. 6:162 BW wél onrechtmatig zijn. Indirecte discriminatie van vrouwen naar leeftijd Hebben vrouwen speciaal reden verheugd te zijn over wettelijke maatregelen tegen leeftijdsdiscriminatie, omdat onderscheid naar leeftijd met name vrouwen nadelig treft? Dat mogen wij aannemen, aangezien vrouwen meer dan mannen tijdelijk uittreden (of zich neerleggen bij kleine deeltijdbanen en slechtere rechtsposities) in verband met de verzorging van kinderen, en aangezien de traditionele arbeidsdeling zich tijdens het leven voortzet. 8 Deze verschillen leggen de basis voor verschil in sociale positie en inkomen van oudere mannen en vrouwen. De mogelijkheid dat onderscheid naar leeftijd indirect discriminatie van vrouwen inhoudt is dus tenminste iets om bedacht op te zijn. Ook de Commissie gelijke behandeling meent dat het aannemelijk is dat vrouwen in het algemeen eerder dan mannen onevenredig nadeel ondervinden van leeftijdsgrenzen bij de opbouw van hun carrière. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat vrouwen vanwege zwangerschap, moederschap en zorgtaken vaker dan mannen hun loopbaan onderbreken dan wel in deeltijd werken. Het hanteren van leeftijdsgrenzen (van 35, 41 en 55 jaar) bij de aanstelling van onderzoekers in opleiding en post-docs door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) keurde de Commissie dan ook af als een vorm van indirect onderscheid naar geslacht. 9 De leeftijdsgrenzen werden geschrapt. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel wordt slechts gesproken van een mogelijk verband tussen leeftijdsdiscriminatie en vrouwendiscriminatie. Het zou een feit zijn dat leeftijdsdiscriminatie regelmatig vrouwen lijkt te treffen (MvT, p. 9). Dit leidt in het wetsvoorstel echter niet tot speciale bepalingen betreffende discriminatie van vrouwen naar leeftijd. Vergelijking bestaande en nieuwe wetgeving Moest tot nu toe leeftijdsdiscriminatie van vrouwen via de omweg van indirect onderscheid naar geslacht worden aangepakt, op grond van de nieuwe wet zal dit rechtstreeks, als een vorm van leeftijdsdiscriminatie kunnen worden bestreden. Het grote voordeel daarvan is dat het niet meer nodig zal zijn met behulp van cijfermateriaal aan 8. Tineke van Vleuten, beefiijds- en vrouwendiscriminatie, Nemesis 1995, nr. S,p CGB 13 oktober 1997, RN 1998,825, m.nt. Eva Cremers-Hartman. 10. De beoordeling zal bovendien op dezelfde manier verlopen doordat de criteria van legitimiteit, doelmatigheid en proportionaliteit aan welke indirect onderscheid naar geslacht wordt getoetst, ook bij onderscheid te tonen dat een bepaalde leeftijdsgrens met name vrouwen nadelig treft. (Voor mannen is het overigens helemaal gunstig direct een beroep op leeftijdsdiscriminatie te kunnen doen, aangezien onderscheid naar leeftijd zelden indirecte discriminatie van mannen zal opleveren, zodat de WGB de naar-leeftijd-gediscrimineerde man weinig te bieden heeft.) Het verzamelen van dergelijke gegevens is vaak lastig en de vraag hoe er precies moet worden geteld wil ook nog wel eens problemen opleveren. Zo'n berekening is nodig om een vermoeden van indirecte discriminatie te onderbouwen, tenzij feiten van algemene bekendheid (zoals dat vrouwen vaker hun loopbaan onderbreken om voor kinderen te zorgen) als basis voor dat donkerbruine vermoeden kunnen dienen. Rechtstreeks een beroep kunnen doen op het verboden karakter van leeftijdsgrenzen is dus winst. Die winst blijft wel beperkt doordat in het wetsvoorstel onderscheid naar leeftijd alleen ontoelaatbaar is als het niet objectief gerechtvaardigd is. Vanaf dit punt verloopt de beoordeling van het onderscheid hetzelfde als in het geval van (een vermoeden van) indirect onderscheid naar sekse: ook dat is niet ontoelaatbaar als er een objectieve rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangevoerd (art. 6 WGB, art. 2, eerste lid, AWGB). 10 Daar komt bij dat het wetsvoorstel alleen betrekking heeft op onderscheid naar leeftijd bij werving en selectie. Levert onderscheid naar leeftijd op andere onderdelen van het arbeidsproces, of op andere terreinen dan arbeid, indirect onderscheid naar geslacht op, dan verbiedt de voorgestelde wet dat niet. We vallen dan terug op de vertrouwde regels van de WGB en van de AWGB. Dit roept de vraag op of het speciaal in het belang van vrouwen is dat het verbod op leeftijdsdiscriminatie tot andere terreinen dan werving en selectie wordt uitgebreid. Andere terreinen De beperking van het verbod op leeftijdsdiscriminatie tot werving en selectie heeft veel kritiek opgeroepen." Het verbod zou zich ook moeten uitstrekken tot de arbeidsvoorwaarden, bevordering, opleiding en ontslag (en tot andere maatschappelijke terreinen). Is het met name voor vrouwen van belang het verbod op leeftijdsdiscriminatie uit te breiden tot bijvoorbeeld het beëindigen van de arbeidsovereenkomst? Die gedachte kan opkomen doordat het soms zo schijnt te zijn dat de effecten van een goed (in de zin van: vrouwen een gelijke kans biedend) sollicitatiebeleid, teniet worden gedaan doordat vrouwen eerder en meer dan mannen het arbeidsproces weer verlaten. Bij de politie verdwijnen vrouwen die de arbeidsorganisatie binnenkomen bijvoorbeeld weer al te snel. Maar hoeveel verbetering valt op dit punt te verwachten van een verbod op leeftijdsdiscriminatie? Onderscheid naar leeftijd is niet de belangrijkste reden dat vrouwen (tijdelijk) uit het arbeidsproces verdwijnen. Desalniettemin doet de zaak van de garderobe-dames vermoeden dat werkgevers nog steeds voor bepaalde representatieve functies het liefst jonge vrouwen in dienst hebben. Vrouwen zullen uit deze functies eerder dan mannen naar leeftijd gehanteerd moeten worden, zoals hierboven reeds vermeld. 11. Zie de reacties van het Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie, maar ook van de Commissie gelijke behandeling en de Stichting van de Arbeid zoals weergegeven in de memorie van toelichting, p. 2 e.v nr 3 79

6 ARTIKEL AUTEUR worden ontslagen omdat zij te oud zijn - maar mannen worden voor die functies misschien al niet eens aangenomen. Verder is de wens niet op een bepaalde leeftijd verplicht te worden gepensioneerd, maar door te kunnen werken, er wellicht niet een die nou bij veel vrouwen leeft. Er zijn best vrouwen, net als mannen, die niet op hun 65ste willen stoppen met werken, maar ook hier geldt dat dit niet een heel belangrijke factor is voor de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Discriminatie van vrouwen naar leeftijd bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst lijkt, kortom, niet een onderwerp dat prioriteit moet hebben bij de verbetering van de positie van vrouwen. Ter vergelijking zij nog opgemerkt dat in de Verenigde Staten, waar leeftijdsdiscriminatie ook bij ontslag en pensionering is verboden, het met name mannen zijn die daartegen in het geweer komen. 12 Dat heeft meerdere oorzaken, die niet alle in Nederland even sterk aanwezig zijn, maar kan toch de indruk bevestigen dat we op dit punt niet speciaal met een vrouwen-issue van doen hebben. worden afgesloten met het uitspreken van de verwachting dat het opdragen van de handhaving van de wet aan de Commissie gelijke behandeling, voor vrouwen gunstig zal zijn. De CGB, opvolgster van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen, heeft veel ervaring met seksediscriminatie-zaken en is getraind op het herkennen van (indirecte) discriminatie van vrouwen. Hoopgevend is bovendien dat de Commissie ook zonder expliciet wettelijk verbod leeftijdsdiscriminatie al afkeurt. Het voeren van een leeftijdsbeleid bij de aanstelling van personeel waarbij 'de leeftijdsopbouw binnen de taakcluster' doorslaggevend was, werd door de Commissie niet geaccepteerd. 13 Het leeftijdsbeleid mag alleen dan prevaleren indien het stellen van een leeftijdseis voor het uitoefenen van de werkzaamheden relevant is, meent de Commissie. Dit is m.i. de kern van het beginsel van gelijke behandeling: een afwijzing van onderscheid op grond van irrelevante factoren. Mr. dr. Anne Marie Gerritsen Commissie gelijke behandeling Dit kort commentaar op het Wetsvoorstel verbod op leeftijdsdiscriminatie bij werving en selectie kan positief 12. Moge ik voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen naar mijn proefschrift, Onderscheid naar leeftijd in het arbeidsrecht, Kluwer, Deventer CGB 26 november 1996,96-111, SMA 1997, p NEMESIS

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 694 Pensioenregelingen Nr. 5 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 29311 Wijziging van de Algemene wet gelijke behandeling en enkele andere wetten naar aanleiding van onderdelen van de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 101 Besluit van 5 februari 2002 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2b, vijfde lid, 2c, tweede

Nadere informatie

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen.

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Doorwerken na 65 jaar

Doorwerken na 65 jaar CvA-notitie februari 2008 Doorwerken na 65 jaar De levensverwachting en het gemiddelde aantal gezonde jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is toegenomen. Een groeiende groep ouderen heeft behoefte

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 711 Wijziging van de Pensioen- en Spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 694 Pensioenregelingen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Advies van de Raad voor het Overheidspersone inzake de Proeve van Wet houdende een verbod maken van ongerechtvaardigd onderscheid op g handicap of

Advies van de Raad voor het Overheidspersone inzake de Proeve van Wet houdende een verbod maken van ongerechtvaardigd onderscheid op g handicap of Advies van de Raad voor het Overheidspersone inzake de Proeve van Wet houdende een verbod maken van ongerechtvaardigd onderscheid op g handicap of chronische ziekte Advies nummer 20 's-gravenhage, 23 juni

Nadere informatie

(Dossiernummer: 2004-0153) 9 december 2004 CGB-advies/2004/09. op het verzoek schrift van 27 mei 2004 van. gevestigd en kantoorhoudend te

(Dossiernummer: 2004-0153) 9 december 2004 CGB-advies/2004/09. op het verzoek schrift van 27 mei 2004 van. gevestigd en kantoorhoudend te Advies inzake de berekening van de omvang van pensioenen onder artikel 12c Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB) (Dossiernummer: 2004-0153) 9 december 2004 CGB-advies/2004/09 op het verzoek

Nadere informatie

Nieuwsbrief van het Expertisecentrum Pensioenrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam ter ondersteuning van de Leergang Pensioenrecht.

Nieuwsbrief van het Expertisecentrum Pensioenrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam ter ondersteuning van de Leergang Pensioenrecht. Nieuwsbrief van het Expertisecentrum Pensioenrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam ter ondersteuning van de Leergang Pensioenrecht. Editie 2013/9 Kamervragen Instemmingsrecht Ondernemingsraad bij PPI

Nadere informatie

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187

ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr. 08/187 Brief aan de leden T.a.v. het college informatiecentrum tel. (070) 373 8021 betreft gelaatsbedekkende kleding bij gemeentepersoneel Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U200801782 CVA/LOGA 08/37 Lbr.

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Verslag Mandema Update mei 2014

Verslag Mandema Update mei 2014 Verslag Mandema Update mei 2014 Terwijl de leden van de Eerste Kamer zich op 20 mei jl. bogen over de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen, kregen onze relaties te horen wat de consequenties

Nadere informatie

Flexibele(re) pensioenleeftijd en onderscheid op grond van leeftijd. Emilie Schols Utrecht, 22 september 2009

Flexibele(re) pensioenleeftijd en onderscheid op grond van leeftijd. Emilie Schols Utrecht, 22 september 2009 Flexibele(re) pensioenleeftijd en onderscheid op grond van leeftijd Emilie Schols Utrecht, 22 september 2009 Agenda 1. Wijziging opgebouwde aanspraken 2. Gefaseerde ophoging van de pensioenleeftijd 3.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 28 170 Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid)

Nadere informatie

Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling

Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling Toelichting op het pensioenoverzicht 2010 KPN Uitkeringsovereenkomst voor de middelloonregeling Wat u moet weten over uw pensioen Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u duidelijkheid over wat u krijgt bij

Nadere informatie

Het pensioenontslag. ECLI:NL:RBUTR:2011:BU3431; Ktr. Delft, 23 april 2009, JAR 2009/116.

Het pensioenontslag. ECLI:NL:RBUTR:2011:BU3431; Ktr. Delft, 23 april 2009, JAR 2009/116. 1 Het pensioenontslag Inleiding Het maken van onderscheid op grond van leeftijd bij arbeid is verboden. De hierop betrekking hebbende EG-Richtlijn 1 is in Nederland geïmplementeerd door de Wet gelijke

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2009Z02723/2080913600. Kamervragen van het lid Omtzigt

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2009Z02723/2080913600. Kamervragen van het lid Omtzigt De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

3.4. Verplichtstelling en maximale hoogte van het pensioen

3.4. Verplichtstelling en maximale hoogte van het pensioen Bij een eindloonregeling bouwt u veel meer pensioen op als u gedurende uw werkzame leven behoorlijk carrière maakt (lees salarisstijgingen ontvangt). Want u ontvangt het pensioen over uw laatste en dus

Nadere informatie

Richtlijn houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten

Richtlijn houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten- Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag Inlichtingen Suzanne Koelman T (070) 426 6095 F (070) 426 7634 Uw kenmerk Nr. 131841.1 Onderwerp Richtlijn houdende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 990 Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007,

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

Datum 2 mei 2013 Betreft Kamervragen van het lid Omtzigt (CDA) over medezeggenschap bij PPI

Datum 2 mei 2013 Betreft Kamervragen van het lid Omtzigt (CDA) over medezeggenschap bij PPI > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Einde dienstverband en uw pensioen

Einde dienstverband en uw pensioen Einde dienstverband en uw pensioen INHOUD PAGINA 1. Inleiding 2 2. Het op de ontslagdatum opgebouwde pensioen 3 3. Het nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum 3 4. Het wezenpensioen 3

Nadere informatie

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950;

een goedkeuring voor pensioenregelingen met een toezegging van partner en wezenpensioen voor werknemers geboren voor 1950; Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 23 juni 2014, nr. BLKB2014/0351M De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten Dit besluit is een herziening van het besluit

Nadere informatie

Examen pensioenspecialist collectieve pensioenen

Examen pensioenspecialist collectieve pensioenen Voorbeeldvragen examen Pensioenspecialist collectieve pensioenen NB deze geven u een beeld van de vraagstelling die u in het daadwerkelijke examen kunt tegenkomen. Het daadwerkelijk examen bestaat uit

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Uw kenmerk 2014Z01109 Betreft Vragen

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Aan: De vakorganisaties ABVA/KABO en CFO Dienstleiding Belastingdienst Bijlagen: 1. hoorverslag AAC/00.00102 22 september 2000 2. arbitrageverzoek AAC.71 Onderwerp:

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht

Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht Besluit van 7 februari 2005, Stb. 2005, 152, houdende intrekking van het Besluit reken- en procedureregels recht op waardeoverdracht en vaststelling van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 711 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen.

Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. Dit besluit is per 1 januari 2015 vervangen door het besluit van 23 september 2014, nr. BLKB2014/1702M) Het vervallen besluit is hierna opgenomen. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014 > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22 Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 T

Nadere informatie

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling

Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling Overzicht vragen gesteld tijdens inloopsessies met betrekking tot de nieuwe pensioenregeling 1. Waarom wordt het nieuwe pensioenreglement pas later uitgereikt? Antwoord: De pensioenregeling is gebaseerd

Nadere informatie

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Brief minister Donner Datum 2 februari 2010 Bij brief van 2 juli jl. heeft u gereageerd op mijn brief van 19 december 2008. Uw reactie heeft u inmiddels ook bij brief

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 378 Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde

Nadere informatie

PENSIOENINRUIL TIJDELIJKE OUDERDOMSPENSIOEN TER AANVULLING VAN DE VUT-UITKERING 1

PENSIOENINRUIL TIJDELIJKE OUDERDOMSPENSIOEN TER AANVULLING VAN DE VUT-UITKERING 1 PENSIOENINRUIL 2013 TIJDELIJKE OUDERDOMSPENSIOEN TER AANVULLING VAN DE VUT-UITKERING 1 PENSIOENINRUIL TIJDELIJKE OUDERDOMSPENSIOEN TER AANVULLING VAN DE VUT-UITKERING In de brochure wordt een aantal regels

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 711 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling

Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling Aandachtspuntenlijst reglementen rechtstreekse regeling Dit reglement betreft een: (versie augustus 2012) A. Verplichte PW artikelen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 14c 26 711 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van nabestaandenpensioen

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Nabestaandenpensioen. Pensioen is er niet alleen voor jezelf. Het is ook bedoeld om eventuele nabestaanden goed verzorgd achter te laten.

Nabestaandenpensioen. Pensioen is er niet alleen voor jezelf. Het is ook bedoeld om eventuele nabestaanden goed verzorgd achter te laten. Nabestaandenpensioen Pensioen is er niet alleen voor jezelf. Het is ook bedoeld om eventuele nabestaanden goed verzorgd achter te laten. Inleiding De pensioenregeling van UWV voorziet standaard in een

Nadere informatie

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van:

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Werken na Werken na het bereiken het bereiken van de van de pensioenpensioengerechtigde gerechtigde leeftijd leeftijd Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Inleiding Werken na het bereiken van

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Mevrouw dr. K. Arib Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Geachte voorzitter,

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Mevrouw dr. K. Arib Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Geachte voorzitter, Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Mevrouw dr. K. Arib Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Onderwerp Wetsvoorstel gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding Datum 31 maart 2016 Ons

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1986-1987 Nr. 174d 19638 Wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en van de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds BRIEF VAN

Nadere informatie

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering)

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) van de vereniging Het Pensioenfonds voor het personeel van de ANWB, gevestigd te 's-gravenhage Datum: 1 januari 2015 INLEIDING

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Herziening van het stelsel van sociale zekerheid BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

201506 brochure pensioen in zicht 2015. Pensioen in zicht

201506 brochure pensioen in zicht 2015. Pensioen in zicht Pensioen in zicht INHOUD PAGINA 1. Wanneer gaat het pensioen in? 3 2. Kan het pensioen ook op een eerdere datum ingaan? 3 3. Is een vervroegde pensionering haalbaar? 3 4. Vervroegde ingang van het pensioen

Nadere informatie

ANW- Hiaat Reglement 2015. De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland

ANW- Hiaat Reglement 2015. De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland ANW- Hiaat Reglement 2015 De Stichting Kuwait Petroleum Pensioenfonds Nederland Inhoudsopgave Artikel 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 2. Deelnemers... 5 Artikel 3. ANW-Hiaat... 5 Artikel 4. Einde van

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 322b 27 661 Uitvoering van de richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 182 Wijziging van de Pensioenwet en enige andere wetten in verband met versterking van het bestuur bij pensioenfondsen en enige andere wijzigingen

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 2 maart 1994, houdende algemene regels ter bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit,

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3

Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2. Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3. Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement, einde dekking, nietige dekking 3 Stichting Pensioenfonds ARCADIS Nederland Reglement ANW-hiaatpensioen Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Voorwaarden deelneming 3 Artikel 3 Aanvang ANW-hiaatpensioenreglement,

Nadere informatie

Informatiebijeenkomsten maart 2006. Werknemers geboren vóór 1950

Informatiebijeenkomsten maart 2006. Werknemers geboren vóór 1950 Informatiebijeenkomsten maart 2006 Werknemers geboren vóór 1950 1 Agenda Waarom een nieuwe pensioenregeling? Algemene informatie over uw pensioen Gevolgen nieuwe regeling Overig (o.a. extra rechten, partnerpensioen)

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers Gelijke behandeling informatie voor werknemers Gelijke behandeling: informatie voor werknemers Het is wettelijk bepaald dat iemand niet ongelijk behandeld mag worden vanwege zijn godsdienst, levensovertuiging,

Nadere informatie

VERGOEDINGEN EN SANCTIES PROF. MR. WILLEM BOUWENS

VERGOEDINGEN EN SANCTIES PROF. MR. WILLEM BOUWENS VERGOEDINGEN EN SANCTIES PROF. MR. WILLEM BOUWENS STELLING 1 Het nieuwe stelsel van ontslagvergoedingen is niet uit te leggen! 2 SOORTEN VERGOEDING 1. Vergoeding in verband met het voortijdig eindigen

Nadere informatie

Aanpassing pensioenregelingen n.a.v. nieuwe wetgeving rond VUT, prepensioen en levensloopregeling

Aanpassing pensioenregelingen n.a.v. nieuwe wetgeving rond VUT, prepensioen en levensloopregeling Aanpassing pensioenregelingen n.a.v. nieuwe wetgeving rond VUT, prepensioen en levensloopregeling (klik op logo om onze website te bezoeken) Aan de cliënten Breda, 19 oktober 2005 1. Inleiding De Eerste

Nadere informatie

de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel t.a.v. de heer J.W. Dieten verslag hoorzitting d.d. 29-01-2015 bijlage(n)

de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel t.a.v. de heer J.W. Dieten verslag hoorzitting d.d. 29-01-2015 bijlage(n) Aan: Het Verbond Sectorwerkgevers Overheid t.a.v. mevrouw S. Pijpstra en de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel t.a.v. de heer J.W. Dieten verslag hoorzitting d.d. 29-01-2015 bijlage(n) AAC.99

Nadere informatie

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden

Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Voorkeursbeleid Voorkeursbeleid: de (on)mogelijkheden Als een werkgever een diverse samenstelling van zijn personeelsbestand nastreeft, heeft hij daarvoor enkele instrumenten ter beschikking. Te denken

Nadere informatie

De doorsneepremie ZO DENKEN WIJ ER OVER. De doorsneepremie. De doorsneepremie

De doorsneepremie ZO DENKEN WIJ ER OVER. De doorsneepremie. De doorsneepremie Zo denken wij er over is een uitgave van ABP Corporate Communicatie. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.abp.nl. september 2007 ZO DENKEN WIJ ER OVER Collectief versus individueel Juridische

Nadere informatie

Vereniging voor Pensioenrecht 22 januari 2014

Vereniging voor Pensioenrecht 22 januari 2014 Vereniging voor Pensioenrecht 22 januari 2014 mr. Tim Zuiderman Onno F. Blom Advocaten Jurisprudentie 2013 1. Wijziging pensioenregeling HR 8 november 2013, JAR 2013/300 en Gerechtshof Amsterdam 12 juni

Nadere informatie

ANW- Hiaat Reglement 2015

ANW- Hiaat Reglement 2015 ANW- Hiaat Reglement 2015 1 februari 2016 Inhoudsopgave Artikel 1. Algemene bepalingen... 3 Artikel 2. Deelnemers... 5 Artikel 3. ANW-Hiaat... 5 Artikel 4. Einde van het deelnemerschap... 7 Artikel 5.

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) C

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 21 109 Uitvoering EG-Richtlijnen Nr. 135 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

1 PB nr. C 24 van 31. 1. 1991, blz. 3. 2 PB nr. C 240 van 16. 9. 1991, blz. 21. 3 PB nr. C 159 van 17. 6. 1991, blz. 32.

1 PB nr. C 24 van 31. 1. 1991, blz. 3. 2 PB nr. C 240 van 16. 9. 1991, blz. 21. 3 PB nr. C 159 van 17. 6. 1991, blz. 32. Richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Pagina 1/6 Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Momenteel bouwt u pensioen op bij uw eigen vennootschap. Dit betekent dat de vennootschap recht heeft op premieaftrek voor uw

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers

Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers Wet Witteveen 2015 voor IBondernemers Rogier van den Heuvel Met ingang van 1 januari wordt de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen ("Wet Witteveen

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Bekijk hier de uitspraak van de Commissie van Beroep GCHB 2010-401

Bekijk hier de uitspraak van de Commissie van Beroep GCHB 2010-401 Bekijk hier de uitspraak van de Commissie van Beroep GCHB 2010-401 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 89 d.d. 3 mei 2010 (mr. drs. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. B.F. Keulen

Nadere informatie

S A M E N V A T T I N G

S A M E N V A T T I N G 5 6 Samenvatting Dit advies bevat een reactie op: De adviesaanvraag van de staatssecretaris van SZW van 25 mei 2005 over het wegnemen van belemmeringen voor doorwerken na 65 jaar. Naast een algemene vraag

Nadere informatie

2. Aanbevelingen van de Commissie gelijke behandeling

2. Aanbevelingen van de Commissie gelijke behandeling Verslag naar aanleiding van de vijfjaarlijkse rapportage van de Commissie gelijke behandeling over de werking van de Wet verbod op onderscheid naar arbeidsduur 1. Inleiding Op 1 november 1996 trad de Wet

Nadere informatie

Leeftijdsonderscheid in de kantonrechtersformule: toegestaan of niet?

Leeftijdsonderscheid in de kantonrechtersformule: toegestaan of niet? EVERYTHING MATTERS Leeftijdsonderscheid in de kantonrechtersformule: toegestaan of niet? Yvette van Gemerden kantonrechtersformule: direct en indirect onderscheid op basis van leeftijd Factor A Aanbevelingen

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming

Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming <Uitkeringsregeling> <Premieregeling> Voorbeeld Toelichting Uniform Pensioenoverzicht einde deelneming Wat heeft u aan het Uniform Pensioenoverzicht? Het Uniform Pensioenoverzicht geeft u inzicht in wat

Nadere informatie

Help, pensioenregels (weer) op de schop?! Mr. Marin van Esterik CPL

Help, pensioenregels (weer) op de schop?! Mr. Marin van Esterik CPL Help, pensioenregels (weer) op de schop?! Mr. Marin van Esterik CPL Onderwerpen 1. Pensioen, wat is pensioen? 2. Wijziging Wet op de ondernemingsraden 3. Outsourcing vanuit zorg en overheid OR (opeens)

Nadere informatie

Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2011

Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2011 Actualiteitenseminar Loonheffingen & Arbeidsrecht 2011 Actualiteiten Arbeidsrecht Inhoudsopgave Loonsanctie UWV bij onvoldoende re-integratie Wetsvoorstel aanpassing vakantiewetgeving Aanscherping Wet

Nadere informatie

Actualiteitenbulletin 1/6

Actualiteitenbulletin 1/6 Actualiteitenbulletin 1/6 Titel: Handboek personeelswerk, 3 e druk Datum: 27 februari 2014 Par. Blz. Art. Wijziging 1.1 15 Beroepsbevolking 559 duizend mensen hebben twee banen, dat zijn voornamelijk zelfstandigen.

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet

Nadere informatie

Lage wettelijke rekenrente bij waardeoverdracht

Lage wettelijke rekenrente bij waardeoverdracht Door Wim van Kouteren, senior compliance officer Lage wettelijke rekenrente bij waardeoverdracht Bij wisseling van werkgever heeft de werknemer een wettelijk recht op waardeoverdracht. Voor 2011 is de

Nadere informatie

3 De nieuwe Wet Huis voor klokkenluiders en de rol van de ondernemingsraad

3 De nieuwe Wet Huis voor klokkenluiders en de rol van de ondernemingsraad Klokkenluiders en ondernemingsraad 3 De nieuwe Wet Huis voor klokkenluiders en de rol van de ondernemingsraad Alexander Briejer & Miranda Koevoets 1. Inleiding De klokkenluidersproblematiek heeft in literatuur

Nadere informatie

4 Enkele kanttekeningen bij het voornemen van de minister

4 Enkele kanttekeningen bij het voornemen van de minister 4 Enkele kanttekeningen bij het voornemen van de minister Cyclische werkloosheid en WW-uitkeringen Uit gegevens van het UWV blijkt dat hoewel cyclische arbeid (en daarmee cyclische werkloosheid) eigenlijk

Nadere informatie

AOW, (door)werken en pensioen

AOW, (door)werken en pensioen AOW, (door)werken en pensioen Inleiding De AOW'er staat in de schijnwerpers. Aan de wijzen waarop de arbeidsovereenkomst met de (bijna) AOW-gerechtigde werknemer kan worden beëindigd c.q. kan eindigen

Nadere informatie

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE !f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein, 6 1 000 Brussel Tei.:025464340 Fax :02 546 21 53 ABC ADVIES 2010/04 Brussel,

Nadere informatie

ADDENDUM BIJ DE PENSIOENOVEREENKOMST

ADDENDUM BIJ DE PENSIOENOVEREENKOMST ADDENDUM BIJ DE PENSIOENOVEREENKOMST In aanvulling op de eerder tussen de werkgever en diens werknemers gesloten pensioenovereenkomst maken met ingang van 1 januari 2008 de hierna vermelde bepalingen deel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 18813 Wijzigingen van bepalingen in de Algemene Bijstandswet die betrekking hebben op het verhaal van kosten van bijstand Nr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 szw0001021 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 De SER heeft in zijn advies van 19 mei 2000 Onvolledige AOW-opbouw aandacht gevraagd voor het inkomensprobleem

Nadere informatie