Werken aan woonwagenlocaties

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Werken aan woonwagenlocaties"

Transcriptie

1 Werken aan woonwagenlocaties Handreiking voor gemeenten: over beleid en handhaven

2

3 Werken aan woonwagenlocaties Handreiking voor gemeenten: over beleid en handhaven

4 Inhoudsopgave 1. Inleiding Voor wie deze handreiking? Achtergrond Situatie is Nederland Belastingdienst Leeswijzer Beleid Goed beleid als voorwaarde voor handhaving Beleidsvarianten Handhavingskader Juridisch kader Bevoegd gezag Handhaving Eigendom en eigendomsoverdracht De doelgroep Stappenplan naar een genormaliseerde situatie Leren van elkaar 31 Regionale Kantoren VROM-Inspectie 32

5 03 1 Inleiding 1.1 Voor wie deze handreiking? Deze handreiking is bedoeld om gemeenten een leidraad te bieden bij het handhaven op woonwagenlocaties. Gemeenten die nog aan het begin staan van het traject naar een genormaliseerde handhaving op dergelijke locaties kunnen de aanwijzingen, tips en het stappenplan in deze handreiking gebruiken bij het ontwikkelen van hun aanpak. Gemeenten die al volop bezig zijn, kunnen de handreiking gebruiken als een checklist voor hun eigen beleid. Ook gemeenten zonder grote problemen bij de handhaving op woonwagenlocaties kunnen deze publicatie gebruiken, voornamelijk voor het borgen en verbeteren van de huidige situatie of voor het voorkomen van het ontstaan van vrijplaatsen. Gemeenten hebben immers de regie op integraal veiligheidsbeleid, waar het handhaven op woonlocaties een onderdeel van uitmaakt Achtergrond In maart 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken. Dit betekent dat woonwagenbewoners vanaf dat moment behandeld worden als gewone burgers en de situatie op woonwagenlocaties genormaliseerd dient te worden. De bijzondere wettelijke verplichtingen van de provincie bij de woonruimtevoorziening voor woonwagenbewoners is komen te vervallen, waarmee het een onverdeelde verantwoordelijkheid is geworden van de gemeente. In het voorjaar van 2004 is maatschappelijke onrust ontstaan na het grootschalig optreden op het woonwagencentrum Vinkenslag in Maastricht. Er blijkt sprake van een ernstig handhavingstekort op bepaalde woonwagencentra: er zijn zogenaamde vrijplaatsen ontstaan. In april 2005 hebben de ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie en VROM en de staatssecretaris van Financiën een brief gestuurd aan alle gemeenten met een dringende oproep om het bestaan of ontstaan van vrijplaatsen tegen te gaan. Gemeenten hebben zicht op de lokale situatie en de openbare orde en veiligheid is een primaire taak van gemeenten. Bovenstaande ontwikkelingen hebben er toe geleid dat gemeenten de handhaving op woonwagenlocaties hebben opgepakt na een soms jarenlange gedoogsituatie. Omdat het aanbieden van woongelegenheid geen kerntaak is van de gemeente, is er daarnaast binnen gemeenten ook veel aandacht voor de overdracht van woonwagenlocaties naar woningcorporaties. Dit proces is onlosmakelijk verbonden met het handhaven op de locaties. Het handhaven en normaliseren van situaties waarin jarenlang is gedoogd, is een lastige opgave. Daarom heeft het kabinet besloten om gemeenten hierin te ondersteunen. Deze handreiking is een onderdeel daarvan. 1.3 Situatie in Nederland Tachtig procent van alle Nederlandse gemeenten beschikt over woonwagenlocaties, variërend van 1 locatie tot 28 locaties. De grootte van de locaties verschilt van 1 tot 168 standplaatsen. In totaal zijn er ruim 8000 standplaatsen in heel Nederland. In 2000 is berekend dat er nog een behoefte is aan circa 2000 standplaatsen. Van alle woonwagencentra in Nederland is het grootste deel ontstaan in de periode tussen 1975 en De gemeenten zijn eigenaar van 60% van alle locaties. Van de overige locaties is een woningcorporatie, een gewest of woonwagenschap eigenaar. De beheerder van de woonwagencentra is meestal een woningcorporatie (40%), de gemeente zelf (40% of een particulier bureau (20%). Bijna 80% van de gemeenten met woonwagenlocaties zegt geen onoverkomelijke problemen te ervaren met hun woonwagenlocaties en bewoners. Circa 20% van de gemeenten (absoluut 70) zegt wel problemen te ervaren op één of meer locaties. Volgens de gemeenten is 5% van alle woonwagenlocaties te kenmerken als vrijplaats en is er op 10% van alle locaties sprake van geweldsdreiging. 2 Veel gemeenten maken de laatste jaren een ontwikkeling door in hun woonwagenbeleid. De fase waarin gemeenten zich bevinden verschilt. Sommige gemeenten staan aan het begin van de aanpak van de (handhaving van) woonwagenlocaties. Andere gemeenten hebben reeds een genormaliseerde situatie, zijn woonwagenlocaties overgedragen aan een woningcorporatie en vindt handhaving regulier plaats. 1 Op is informatie te vinden over de regierol van gemeenten en ook over de binnengemeentelijke organisatie van integraal veiligheidsbeleid 2 Cijfers uit de inventarisatie woonwagenlocaties 2006, Regioplan Beleidsonderzoek

6 04 Terugkijkend op decennialange overheidsbemoeienis met woonwagenbewoners is te constateren dat het steeds aan drie basis-ingrediënten ontbroken heeft: voldoende (feitelijke) kennis, vertrouwen en respect over en weer. Wil beleid een kans van slagen hebben, dan zullen daar de nodige investeringen in moeten worden gedaan: herstel van het gezag betekent voor alles herstel van vertrouwen Belastingdienst Als onderdeel van de aanpak van vrijplaatsen hebben veel gemeenten, al dan niet in regionaal verband, een convenant afgesloten met het Ministerie van Financiën (Belastingdienst), het Openbaar Ministerie en de politie. Bij de heffing en inning van de rijksbelastingen ontstonden wel eens problemen op woonwagencentra. Omdat de Belastingdienst niet is toegerust om die problemen alleen op te lossen, heeft de Belastingdienst vanaf 2002 met gemeenten handhavingsconvenanten gesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over samenwerking, veiligheid van medewerkers die op vrijplaatsen worden ingezet en uitwisseling van informatie. Goede handhaving is hard waar nodig (veiligheid, gezondheid, openbare orde) en oplossinggericht waar mogelijk (is legalisatie mogelijk?). Die afweging vergt beleid. De uitvoerende ambtenaren moeten goed zijn toegerust op hun taak. Dat vergt gedegen vorming en opleiding. In vervolg hierop is nu sprake van een verdergaande doelstelling: het Kabinet heeft uitgesproken te komen tot een integrale aanpak (wonen, werk+inkomen, leren, milieu, belasting, etc.). En om gemeenten daartoe te stimuleren en daarbij te ondersteunen, waarbij zij een beroep kunnen doen op de rijksdiensten Leeswijzer In hoofdstuk 1 worden feiten en achtergrondinformatie gegeven over woonwagenlocaties in Nederland en de handhaving op die locaties. In hoofdstuk 2 komt het beleid aan bod. Daarin wordt aangegeven waaraan beleid moet voldoen om succesvol te kunnen handhaven. Ook wordt een aantal mogelijke beleidsvarianten beschreven. In hoofdstuk 3 staat het handhavingskader centraal. In dat hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de meest relevante wetten en regels, het bevoegd gezag ten aanzien van woonwagenlocaties, de mogelijkheden van handhaven en van eigendomsoverdracht van woonwagens, standplaatsen en locaties. Een stappenplan naar een genormaliseerde situatie vormt hoofdstuk 4. In vijf stappen wordt uiteengezet hoe gemeenten de kennis en vaardigheden die zij in huis hebben kunnen inzetten en hoe zij kunnen komen tot een goed onderbouwd en goed geborgd handhavingsbeleid voor woonwagenlocaties. In hoofdstuk 5 ten slotte, worden gemeenten opgeroepen hun kennis en ervaring te delen. Daarbij kan men gebruik maken van het forum op Dit is een openbare site. Bijlagen van deze handreiking staan op de site van het centrum voor criminaliteit en veiligheid:

7 05 2 Beleid 2.1 Goed beleid als voorwaarde voor handhaving Voordat gehandhaafd kan worden is eerst beleid nodig. In dit hoofdstuk wordt aangegeven aan welke criteria beleid moet voldoen en welke beleidsvarianten er zijn als het gaat om woonwagenlocaties. Sinds het afschaffen van de Woonwagenwet is het aan gemeenten om te bepalen hoe men omgaat met de wens van woonwagenbewoners om in een woonwagen te wonen. Dit kan worden neergelegd in een aparte paragraaf in het woonbeleid of kan worden opgenomen in de algemene regelgeving met betrekking tot wonen, milieu, parkeren, etc. De geschiedenis van het woonwagenbeleid kent verschillende perioden. Soms lag het accent sterk op repressie en eenzijdig opgelegde maatregelen, dan weer op investeringen in onderwijs, arbeidsmarktpositie en opbouwwerk. De perioden hebben met elkaar gemeen dat niet werd overlegd met de bewoners ( voor u, over u, maar zonder u ) en steeds weinig vooruitgang werd geboekt in de zin van positieverbetering en normalisatie van verhoudingen, waarna het beleid weer drastisch omging. Met wederom weinig vooruitgang tot gevolg. Uiteindelijk heeft dit eind jaren negentig geleid tot een periode van gedogen en de andere kant uit kijken. Nu de handhaving weer wordt opgepakt hebben de overheden de kans te leren van de ervaringen en fouten uit het verleden. Er moet een evenwichtig beleid ontwikkeld worden waarin hard en zacht beleid elkaar niet afwisselen of afzwakken, maar aanvullen en versterken. Emotie speelt vaak een rol bij het vaststellen van beleid voor woonwagens, alsmede bij de handhaving. Al dan niet terecht medelijden met en angst voor woonwagenbewoners, hebben vaak invloed op de te kiezen beleidsrichting en op de mate waarin gehandhaafd wordt. Het is belangrijk dat een betrokken partij zich bewust is van zijn eigen emoties en van de emoties van de andere betrokken partijen. Het beleid moet redelijk en zorgvuldig zijn. Ook de belangen van de bewoners moeten zorgvuldig zijn meegewogen. Als bewoners ergens weg moeten of een bedrijfsmatige activiteit moeten staken, dan is kan hen een alternatief worden aangeboden. Ook bij handhaving dient een gemeente zorgvuldig en billijk te handelen. Na jarenlange gedogen kan de gemeente een redelijke termijn overwegen om tot een legale situatie te komen. Beleid moet vastgesteld, vastgelegd en gecommuniceerd worden. Direct betrokkenen en anderen (burgers, bedrijven, organisaties) moeten op de hoogte (kunnen) zijn van de beleidslijnen. Het beleid ten aanzien van woonwagens moet passen binnen of aansluiten op het algemene gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen, milieu, scholing, werk, welzijn, etc. De regels moeten elkaar uiteraard niet tegenspreken, handhaafbaar zijn. Er mogen geen personen zonder reden worden bevoordeeld of benadeeld. Als een integrale handhaving wordt nagestreefd dan moet het beleid daar ook op aansluiten. Het wel of niet integraal aanpakken van een locatie, of er nu woonwagens op staan of gewone woningen, mag niet het gevolg zijn van willekeur, maar moet gestoeld zijn op beleid. Betrek de (goedwillende) woonwagenbewoners actief en intensief bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid: alleen als zij overtuigd zijn van het belang van de maatregelen zullen ze bereid en in staat zijn mede verantwoordelijkheid te dragen voor de realisatie ervan. Die inzet is niet alleen van morele en emancipatoire betekenis, maar ook strategisch van aard. Goed beleid voldoet aan een aantal criteria. Beleid moet effectief zijn. Als een beleidsregel is ingesteld om een bepaald probleem op te lossen dan moet de toepassing van die regel ook leiden tot de oplossing van dat probleem. Beleid moet efficiënt zijn. De beleidsdoelen moeten tegen zo laag mogelijke kosten gerealiseerd worden.

8 06 Bij herinrichting van een locatie is het vinden van een geschikte standplaats voor de (boventallige) bewoners vaak een probleem. Gemeenten kunnen regionaal (met buurgemeenten) de aanwezige lege standplaatsen inventariseren en afspraken maken over welke bewoners daar terecht kunnen. 2.2 Beleidsvarianten Gemeenten kunnen het beleid ten aanzien van woonwagenlocaties vanuit verschillende visies benaderen. Hieronder is op hoofdlijnen een aantal mogelijke beleidsvarianten binnen het Wonen-beleid beschreven. Deze varianten nemen de ruimtelijke verschijning als uitgangspunt. Het staat een gemeente uiteraard vrij andere beleidsvarianten te ontwikkelen. Dat kan ook vanuit andere uitgangspunten zoals welzijn, arbeidsparticipatie of scholing. Variant 1: nuloptie Bij deze variant wordt geen invulling meer gegeven aan eventuele behoefte onder bewoners aan standplaatsen voor woonwagens. De gemeente kan een passief nuloptiebeleid voeren (vrijkomende standplaatsen verwijderen), of een actief beleid (de bewoners andere wijze van huisvesting bieden). Mogelijke redenen om voor deze variant te kiezen zijn: de gemeente acht standplaatsen en/of woonwagens een te dure of te grondextensieve woonvorm; de handhaving is te kostbaar. Wat vaak helpt is te bedenken wat men zou doen als men niét met woonwagenbewoners te maken zouden hebben, maar met burgers. Het feit dat men met woonwagenbewoners te doen heeft, veroorzaakt soms bij voorbaat al onzekerheid. Woonwagenbewoners zijn gewoon mensen, die zich onderscheiden doordat ze in een wagen wonen. Variant 2: afbouwbeleid Bij deze variant worden de bestaande centra opgedeeld en verkleind tot centra van slechts enkele standplaatsen. De gemeente kan besluiten geen huurwagens meer aan te bieden en de bestaande huurwagens te verkopen aan de bewoners. De nieuwe centra worden qua stratenplan identiek aan gewone woonstraten. De gemeente kan het bestemmingsplan zodanig aanpassen dat op een standplaats ook het bouwen van een reguliere woning mogelijk is. Dit beleid kan geleidelijk of versneld worden uitgevoerd. Mogelijke reden om voor deze variant te kiezen: een geleidelijke overgang naar reguliere woonvormen. Variant 3: woonvisiebeleid Het wonen op een standplaats wordt ingebed in de reguliere gemeentelijke beleidsprocessen rondom het wonen en dus niet behandeld als een specifiek beleidsonderwerp. Woonwagenbewoners worden gelijk gesteld aan en concurrerend met andere woningzoekenden. In bestemmingsplannen kan toegestaan worden dat op woonlocaties of op bedrijventerreinen een woning of een woonwagen gerealiseerd wordt. Meer draagkrachtigen kunnen op eigen initiatief of via projectontwikkeling in hun behoefte voorzien. Bij minder draagkrachtigen kunnen woningcorporaties hun gebruikelijke rol vervullen. Mogelijke reden om voor deze variant te kiezen: het behoud van alternatieve woonvormen in een gemeente.

9 07 Variant 4: vraaggericht specifiek beleid De gemeente kan de behoefte peilen aan alternatieve woonvormen, bijvoorbeeld het wonen in een woonwagencentrum, wonen in familieverband in een woongroep -achtige woonvorm of bedrijfsstandplaatsen met gelegenheid voor wonen in een wagen. Ook op de wensen wat betreft het eigendom van wagens en/of standplaats kan worden ingespeeld. Mogelijke redenen om voor deze variant te kiezen: een specifieke, lokale situatie, bijvoorbeeld veel bedrijfsplaatsen met woongelegenheid voor kermisbedrijven of bestaande goede verhoudingen met de bewoners. Bij het verplaatsen van woonwagenlocaties kan gedacht worden aan het verplaatsen van locaties naar een nieuwbouwlocatie. Toekomstige omwonenden kunnen dan rekening houden met het feit dat er een woonwagenlocatie ligt. Het verplaatsen van een locatie naar een bestaande woonwijk stuit namelijk vaak op weerstand bij de huidige bewoners. Variant 5: neutraal beleid De gemeente kan besluiten geen specifiek beleid te ontwikkelen, maar situationeel te reageren op verzoeken van degenen die een standplaats willen hebben, al dan niet met huurwagen. Mogelijke reden om voor deze variant te kiezen: men ziet geen aanleiding om beleid te ontwikkelen, bijvoorbeeld omdat er niet of nauwelijks woonwagens zijn in een gemeente of omdat er helemaal geen problemen zijn. Eigendomsoverdracht Het voorzien in woonwagenbewoning is geen kerntaak van gemeenten. In alle opties is het mogelijk om woonwagens en/of standplaatsen over te dragen aan woningcorporaties of te verkopen aan bewoners. Hier zitten echter wel haken en ogen aan. Een woningcorporatie wil een locatie bijvoorbeeld vaak pas overnemen als de situatie genormaliseerd is. Juridische aspecten ten aanzien van de eigendom en eigendomsoverdracht zijn opgenomen in paragraaf 3.4. Bij varianten 3 t/m 5 zal een open discussie met andere burgers en belanghebbenden dan de woonwagenbewoners moeten worden gevoerd. Om vooroordelen weg te nemen en om wederzijdse acceptatie te bevorderen. Ruimtelijke ligging Veel woonwagenlocaties liggen verre van optimaal. Soms ver van de bebouwde kom, of dichtbij wegen of industrie. Soms in natuurgebieden of dichtbij veligheidzones. In de beleidsoverweging mag een verplaatsing van woonwagencentra naar planologisch betere locaties een rol spelen. Zeker indien een grondige herstructurering noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat de ondergrond vervuild is.

10 08

11 09 3 Handhavingskader 3.1 Juridisch kader Per 1 maart 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken. Dit betekent dat het wonen in een woonwagen juridisch gelijkgesteld wordt aan het wonen in een woning en er geen specifieke wetgeving meer geldt voor woonwagenbewoning. Sinds het intrekken van de Woonwagenwet vallen woonwagens derhalve onder de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening en andere wetten. Als zich op woonwagenlocaties inrichtingen (bedrijven) bevinden is ook de Wet Milieubeheer van toepassing. Deze vier wetten komen in deze paragraaf aan de orde. Daarnaast wordt een korte beschrijving gegeven van de Wet op de huurtoeslag en de Wet bevordering eigen woningbezit, vanwege de relevantie van deze wetten voor woonwagenlocaties. Ten slotte worden de Leerplichtwet, de Wet Werk en Bijstand, het Wetboek van Strafrecht en de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) kort behandeld, omdat deze wetten en regels bevatten die eveneens overtreden kunnen worden op woonwagenlocaties. Woningwet Via de Woningwet stelt de overheid kwaliteitseisen aan gebouwen en bouwwerken. In het Bouwbesluit staan de eisen die voorwaarden zijn voor het verkrijgen van een bouwvergunning. Voor woonwagens zijn eisen opgenomen ten aanzien van onder andere de sterkte van de bouwconstructie, de elektriciteitsvoorziening, brandveiligheid en (geluids)isolatie. Naast het Bouwbesluit bevat een gemeentelijke bouwverordening de niet-bouwtechnische eisen omtrent het bouwen, zoals stedenbouwkundige voorschriften, bestemming van gebouwen en de wijze van handhaving door de gemeente. Woonwagens moeten voldoen aan de eisen die golden toen de wagen gebouwd werd. Voor meer informatie over de bouwvergunningplicht bij woonwagens zie artikel 133 van de Woningwet (overgangsregeling). Wet op de Ruimtelijke Ordening Het ruimtelijk beleid van de overheid is vastgelegd in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Op gemeentelijk niveau wordt in een bestemmingsplan bepaald welke functies er in een bepaald gebied mogen voorkomen, bijvoorbeeld woningen of bedrijven, en ook wat de maximale hoogte en breedte van bouwwerken mag zijn. Ook kunnen hierin zaken worden opgenomen als het maximaal aantal parkeerplaatsen en toegestane bijgebouwen, hekwerken en erfafscheidingen, stankcirkels in verband met industrie, etc. Een bestemmingsplan moet elke tien jaar worden geactualiseerd. Veel voorkomende overtredingen van de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn: het plaatsen van woonwagens buiten formele standplaatsen, te grote en te hoge woonwagens op de standplaatsen; een bedrijf op een locatie met een woonbestemming. Bij het in gebruik nemen van groenstroken en openbare wegen kan de eigenaar van de grond (vaak de gemeente) privaatrechtelijk optreden. De gemeente kan ook optreden vanwege strijdig gebruik ten opzichte van het bestemmingsplan. Meer informatie over ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen is te vinden op Het bestemmingsplan is een belangrijk handhavingsinstrument. Regelmatig zijn bestemmingsplannen gedateerd (soms is er helemaal geen bestemmingsplan) voor een gebied waarin een woonwagenlocatie ligt. Het maakt het handhaven een stuk duidelijker als er in een gewijzigd of nieuw bestemmingsplan eenvoudig te handhaven bepalingen worden opgenomen. Veel voorkomende overtredingen van de Woningwet op woonwagenlocaties zijn: bouwen zonder/in afwijking van de bouwvergunning, het plaatsen van meerdere woonwagens op één standplaats, het te dicht op elkaar staan van woonwagens (brandgevaar) en het niet voldoen aan andere eisen van het Bouwbesluit. Een uitgebreid juridisch kader van de Woningwet is opgenomen in de Handreiking handhaven bouwregelgeving die te downloaden is van

12 10 Huisvestingswet De Huisvestingswet bevordert een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte. Gemeenten kunnen in het kader van deze wet een huisvestingsverordening opstellen waarin regels zijn opgenomen voor de verdeling van woonruimte (zoals de standplaatsen en huurwagens). Hierin kan ook geregeld worden dat al dan niet voorrang wordt gegeven aan bepaalde woningzoekenden, bijvoorbeeld om ze de mogelijkheid te geven in de buurt van hun familie te wonen. Gemeenten hebben geen plicht om te voorzien in een kernvoorraad huurwoonwagens. Meer informatie over de Huisvestingswet is te vinden op www. vrom.nl Wet Stedelijke Vernieuwing Gemeenten kunnen eens in de vijf jaar uit het Investeringsbudget Stedelijke vernieuwing (ISV) geld aanvragen voor stedelijke vernieuwing. Dat geld kan bijvoorbeeld ingezet worden voor herstructurering van woonwagenlocaties. Ook kan er eventuele bodemsaneringsprolematiek mee gefinancierd worden Meer informatie over het ISV is te vinden op Door een woonwagenlocatie zo in te richten dat de erfafscheidingen duidelijk zichtbaar zijn wordt de kans dat bewoners naast hun standplaats grond in gebruik nemen verkleind. Wet op de huurtoeslag De huurtoeslag is geregeld in twee wetten: de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) en de Wet op de huurtoeslag. In de AWIR zijn algemene begrippen en definities van toeslagen omtrent inkomen en huishouden vastgelegd. In de Wet op de huurtoeslag staan regels omtrent de huur en de berekening van de hoogte van de huurtoeslag. De toepassing van deze wetten is gezien de koppeling standplaats/woonwagens nét iets anders dan bij woningen. Meer informatie op Wet bevordering eigen woningbezit De Wet bevordering eigen woningbezit (BEW) is bedoeld om mensen uit de lagere inkomensgroepen in de gelegenheid te stellen een eigen woning te kopen. Koopsubsidie wordt onder voorwaarden verstrekt voor zowel bestaande als nieuw te bouwen woningen en woonwagens. De koopsubsidie wordt voor een periode van vijftien jaar toegekend en om de drie jaar getoetst, waarna opnieuw bepaald wordt of een bewoner in aanmerking komt voor deze vorm van subsidie. Bepalend is ook de Nationale Hypotheek Garantie. Meer informatie op en Wet milieubeheer Indien er inrichtingen (bedrijven) aanwezig zijn of zijn geweest op woonwagenlocaties is de Wet milieubeheer van toepassing. Deze wet is bedoeld om de milieubelasting door bedrijven en instellingen te voorkomen of te beperken. In de wet is vastgelegd voor welke activiteiten een vergunning moet worden aangevraagd of melding moet worden gedaan (dit geldt voor bijna alle bedrijven). Op woonwagenlocaties gaat het veelal om garagebedrijven, autosloperijen, oud ijzer handel en kermisactiviteiten. Vergunningen worden verleend door de gemeente, de provincie of door het ministerie van VROM, afhankelijk van het soort bedrijf waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. Een punt van aandacht is hier dat activiteiten door woonwagenbewoners ten onrechte niet altijd worden gezien als bedrijfsmatig. Veel voorkomende overtredingen van de Wet Milieubeheer door inrichtingen op woonwagenlocaties zijn: illegale lozing, bedrijfsvoering zonder vergunning, lekkende olievaten en het illegaal opslaan van banden en accu s. Ook kan sprake zijn van bodemver-

13 11 ontreiniging door activiteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden. Informatie over milieuwetgeving en handhaving is te vinden op de website Besluit Inzameling Afvalstoffen (BIA) Inzamelaars van een aantal specifieke afvalstromen moeten hiervoor een vergunning hebben (inzamelen binnen Nederland van afgewerkte olie, klein gevaarlijk afval en scheepsafvalstoffen). De regels hiervoor staan in het Besluit inzamelen afvalstoffen (BIA). Uitvoering Afvalbeheer van SenterNovem voert namens het ministerie van VROM (bevoegd gezag) dit Besluit uit. Meer informatie is te vinden op de site van SenterNovem: www. senternovem.nl/uitvoeringafvalbeheer. Wet werk en bijstand (WWB) De WWB biedt inkomensondersteuning aan burgers die om welke reden dan ook niet op een andere manier (bijvoorbeeld werk of een voorliggende voorziening als de WerkloosheidsWet) in het levensonderhoud kunnen voorzien. De voorziening is tijdelijk, van de cliënt wordt verwacht dat hij zo snel mogelijk weer aan het werk raakt of anderszins in zijn levensonderhoud voorziet. De WWB wordt helaas ook door sommige cliënten misbruikt (fraude). Naast een beroep op de WWB maken bewoners ook gebruik van andere sociale zekerheidsregelingen (AOW, AKW, WW, WIA etc. waarin regelovertreding mogelijk is. Bij handhaving van de regelgeving kan de belastingdienst en de SIOD ondersteunen. Meer informatie op Leerplichtwet Hierin wordt de leerplicht van minderjarigen geregeld. Gemeenten dienen toezicht te houden op de naleving van de leerplicht. Hiervoor kent bijna iedere gemeente één of meer leerplichtambtenaren. De leerplicht wordt op een aantal woonwagenlocaties veelvuldig ontdoken. Meer informatie op Wetboek van Strafrecht/Strafvordering Het Wetboek van Strafrecht bepaalt in welke gevallen er aan mensen of rechtspersonen een straf kan worden opgelegd en welke overtredingen en/of misdrijven strafbaar zijn gesteld. Het strafprocesrecht is beschreven in het Wetboek van Strafvordering, de Wet Economische Delicten (WED) en bijzondere wetten. Op sommige woonwagenlocaties komen o.a. wietteelt, illegaal aftappen van elektriciteit, drugshandel en wapenhandel regelmatig voor. APV In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staan gemeentelijke regels die overlast van/voor bewoners moeten verminderen. Bij overlastsituaties worden deze regels vaak genegeerd. Meer informatie over wet- en regelgeving is te vinden op de websites of 3.2 Bevoegd gezag Gemeente Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het lokale volkshuisvestingsbeleid. Zij moeten zorgdragen voor passende woonruimte voor haar inwoners, maar zijn niet verplicht te voorzien in een kernvoorraad huurwoonwagens. Gemeenten hebben volledige beleidsvrijheid ten aanzien van de woonwagencentra en de standplaatsen en kunnen reguliere subsidies, bijvoorbeeld voor nieuwbouw van woningen, stedelijke vernieuwing of bodemsanering aanwenden voor woonwagencentra. Alle burgers verdienen een gelijke behandeling, ongeacht of zij de voorkeur hebben voor het wonen in een woning of een woonwagen. De burgermeester is verantwoordelijk voor de openbare orde. Het ministerie van BZK is voornemens om gemeenten formeel verantwoordelijk te maken voor de regie op integraal veiligheidsbeleid. Gemeenten hebben verder een eerstelijns handhavingstaak. Deze taak blijft bij de gemeente, ook wanneer woonwagenlocaties zijn overgedaan aan woningcorporaties. De APV is een extra instrument waarmee gemeenten overlast van burgers kunnen aanpakken. Provincie De intrekking van de Woonwagenwet heeft er voor gezorgd dat bijzondere wettelijke verplichtingen van de provincie bij de woonruimtevoorziening zijn vervallen. De taken en bevoegdheden van de provincies ten aanzien van de huisvesting van woonwagenbewoners zijn geregeld in de Huisvestingswet, de Woningwet en de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De provincie heeft een handhavingstaak in geval van ernstige bodemverontreiniging.

14 12 Rijk Het rijk, provincie, gemeenten en waterschappen zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van wetten en regels. Het rijk heeft over het algemeen een tweedelijns handhavingstaak. De VROM- Inspectie voert haar reguliere taken uit ten aanzien van toezicht en handhaving op woonwagenlocaties, wat betekent dat zij toeziet op de taakvervulling van lagere overheden en woningcorporaties. VROM/DGW ziet toe op de woningcorporaties. Woningcorporatie De corporaties zijn op grond van de Woningwet en het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) verantwoordelijk voor sociale huisvesting. In de Woningwet en het BBSH wordt geen onderscheid gemaakt naar woonvorm. Wel wordt in de toelichting en beleidsuitleg van deze wet- en regelgeving aangegeven dat woonwagenbewoning valt onder de algemene verantwoordelijkheid voor wonen en daarmee dus ook van de woningcorporaties. De corporaties kunnen in de behoefte van de doelgroep woonwagenbewoners voorzien door standplaatsen aan te leggen en huurwoningen of huurwagens beschikbaar te stellen. Deze behoefte is gelijk aan de behoefte om te wonen in reguliere woningen. In het BBSH staat aan welke bewoners met voorrang een woonwagen toegewezen kan worden. Gemeenten kunnen hierover prestatieafspraken maken met woningcorporaties. Woningcorporaties hebben geen taak in de handhaving. Woningcorporaties hebben de taak om een rustig woongenot aan hun huurders te garanderen. Daarom zijn zij vaak een aanspreekpunt bij overlast. Woningcorporaties krijgen steeds meer kennis van de specifieke situatie, zoals die speelt op woonwagenlocaties. Politie De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven (Politiewet 1993) De werkzaamheden ter handhaving van de openbare orde en hulpverlening verricht de politie onder verantwoordelijkheid van de burgemeester. Bij de opsporing van strafbare feiten staat de politie onder gezag van de officier van justitie Zie verder: Overige handhavende instanties Naast en soms in opdracht van bovengenoemde partijen wordt op specifieke terreinen gehandhaafd door andere handhavende instanties zoals waterschappen, milieudienst, nutsbedrijven, VROM Inlichtingen en Opsporingsdienst (VROM-IOD), Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD), UWV, Sociale Verzekeringsbank, de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst (Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst, Economische Controle Dienst; FIOD/ECD). 3.3 Handhaving Om te handhaven kan gebruik worden gemaakt van het bestuursrecht, privaatrecht, het strafrecht, Wet op de Economische Delicten en plaatselijke verordeningen. In deze paragraaf worden de handhavingsmogelijkheden besproken. Burgers en andere partijen kunnen de gemeente vragen handhavend op te treden tegen regelovertreders. Als woningcorporaties een grote rol hebben op woonwagenlocaties dan is het aan te raden daarover duidelijke afspraken te maken. In deze paragraaf staat hoe tegen overtreders kan worden opgetreden. Gemeenten moeten redelijk blijven wanneer zij na een jarenlange gedoogsituatie weer gaan handhaven. De jurisprudentie heeft inmiddels uitgewezen dat de gemeente in het ongelijk kan worden gesteld als zij sprongsgewijs en niet aangekondigd begint met strikt handhaven. Een koerswending dient goed te worden aangekondigd en het moet de bewoners mogelijk worden gemaakt zich aan de regelgeving te gaan houden.

15 13 Bestuursrechtelijke handhaving De bestuursrechtelijke handhaving is bedoeld om een bepaalde situatie in overeenstemming te brengen met de norm (wet of APV). Het bestuur dient altijd af te wegen of het, gelet op alle betrokken belangen, gewenst is om een illegale situatie te beëindigen met behulp van bestuursrechtelijke middelen. Gemeenten dienen het legaliteitsbeginsel toe te passen. Dit houdt in dat een gemeente alleen mag optreden als daarvoor een wettelijke grond is. Als er een onvergunde situatie is en er is geen reden een vergunning te weigeren (bijvoorbeeld een bouwvergunning die in het bestemmingsplan past), dan moet er alsnog een vergunning worden aangevraagd en moet het gemeentebestuur de situatie legaliseren. Betreft het een vrijstellingsmogelijkheid, dan moet de gemeente kiezen tussen het verlenen en handhavend optreden. Als legalisering niet mogelijk of wenselijk is (bijvoorbeeld: de bouw past niet in het bestemmingsplan) kan worden overgegaan tot het gebruik maken van de bevoegdheden die het gemeentebestuur heeft op grond van art. 125 van de Gemeentewet (bestuurlijke handhaving). De overtreder moet dan wel eerst een redelijke termijn worden gegeven om de illegale situatie zelf op te heffen. Handhavingsinstrumenten die door het bestuur kunnen worden ingezet bij de bestuursrechtelijke handhaving: Uitoefenen van toezicht Toepassen van bestuursdwang Opleggen van een last onder dwangsom Bestuurlijke boete Intrekken van een vergunning Uitoefenen van toezicht Het uitoefenen van toezicht is een relatief eenvoudige en snelle manier om te bewerkstelligen dat overtredingen worden voorkomen of beëindigd via controle, zonder daartoe echt dwingend op te treden. De nadruk kan daarbij zowel liggen op voorlichting en advisering ter bevordering van de naleving, als op het opsporen van overtredingen. Toepassen van bestuursdwang Bestuursdwang houdt in dat de overheid (op kosten van de overtreder) een bepaalde situatie bewerkstelligt door daadwerkelijk in te grijpen. Bestuursdwang kan worden toegepast tegen de overtreder of degene die het in zijn macht heeft om de overtreding ongedaan te maken. Met name indien met spoed moet worden opgetreden tegen een overtreding met ontoelaatbare gevolgen, is bestuursdwang het aangewezen instrument. Toepassing van bestuursdwang wordt op grond van een bestemmingsplan, de Woningwet, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de APV geëffectueerd. Ook hierbij geldt dat de overtreder een termijn moet worden gegeven om zelf de illegale situatie te kunnen opheffen. Opleggen van een last onder dwangsom De dwangsombevoegdheid houdt in dat aan een overtreder een verplichting kan worden opgelegd om binnen een bepaalde termijn iets te doen of na te laten, op straffe van het verbeuren van een dwangsom. Het verbeuren van de dwangsom kan nooit werken als een afkoopsom voor de verplichting. Dat effect dient te worden voorkomen door in dat geval bijvoorbeeld een dwangsom te verhogen of in te trekken en alsnog bestuursdwang toe te passen. Bestuurlijke boete Met het wetsvoorstel bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (30101), dat nog bij de Tweede Kamer ligt, krijgt het bestuur ook de mogelijkheid tot het zonder tussenkomst van de rechter straffen van een overtreder. Het gaat dan vooral om situaties waarbij er sprake is van onomkeerbare gevolgen of bij kleine overtredingen zoals vervuiling, e.d. De bestuurlijke boete is gericht op bestraffing van de overtreder, de boete maakt de overtreding niet ongedaan en is daar ook niet op gericht. Bestuursrechtelijk optreden heeft ook nadelen. Het betekent dat de gemeente het zelf moet afhandelen. Kleinere gemeenten hebben soms moeite de daarvoor benodigde capaciteit vrij te maken. Daarnaast is het traject grotendeels onzichtbaar voor de (mede)burgers, wat het argument oplevert dat dit tot rechtsongelijkheid leidt en de indruk wekt dat de gemeente niets doet tegen onwenselijk gedrag. Communicatie naar de burgers toe is hierbij dus van belang. Intrekken van een vergunning Wanneer in strijd wordt gehandeld met vergunningsvoorschriften of algemene regels, kan de overheid die de vergunning heeft verleend die weer intrekken.dit kan onder andere aan de orde zijn bij bedrijven (instellingen) met milieuvergunningen. Uiteraard dient het traject van vergunning intrekken omgeven te zijn door bestuurlijke nauwkeurigheid.

16 14 Het is van belang om handhavingsmogelijkheden consequent toe te passen. Dit vergroot de duidelijkheid naar de (woonwagen)bewoners. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een opschalingsmodel. Dit betekent dat zwart op wit wordt gezet welke actie door de gemeente wordt ondernomen bij constatering van een overtreding en welke acties volgen bij het opnieuw constateren van (dezelfde) overtreding. Als gemeente is het belangrijk dat je doet wat je zegt en dat je zegt wat je doet. In gemeente X is aan de bewoners duidelijk gemaakt dat als ze wiet kweken in hun woonwagen ze de kwekerij moeten verwijderen. Als na een bepaalde periode wordt geconstateerd dat er nog steeds wiet wordt gekweekt, worden de bewoners uit de woonwagen geplaatst. Privaatrechtelijke handhaving De gemeente kan, als eigenaar van de grond, optreden wanneer derden onrechtmatig en zonder toestemming gebruik maken van die grond. Optreden dient uiteraard met de nodige waarborgen omkleed te zijn: (ruime) opzegtermijn, eventuele vergoeding van (verhuis)kosten c.q. gedane investeringen. Volgens vaste jurisprudentie dient de (lokale) overheid in eerste aanleg de haar ten dienste staande publiekrechtelijke rechtsmiddelen te laten prevaleren boven de privaatrechtelijke (twee wegenleer). Indien geen gebruik kan worden gemaakt van het publiekrecht om het uiteindelijke doel te bereiken, kan en mag een privaatrechtelijke weg bewandeld worden. Een huurovereenkomst tussen gemeente en een huurder is een privaatrechtelijke overeenkomst. Als deze geschonden wordt, bijvoorbeeld bij oplopende huurachterstanden, dan kan privaatrechtelijk worden opgetreden. In een huurovereenkomst kan worden opgenomen dat daar waar sprake is van hennepteelt in de verhuureenheid, de verhuurder de overeenkomst kan ontbinden. Strafrechtelijke handhaving Overtreedt iemand de wet of de APV dan is strafrechtelijk optreden mogelijk. Er zal aangifte worden gedaan en aan de hand daarvan bepaalt de Officier van Justitie of er een schikking wordt aangeboden of strafrechtelijke vervolging zal plaatsvinden. Bij strafrechtelijk optreden wordt de illegale situatie niet altijd beëindigd. In dat geval is publiekrechtelijk handhaven eveneens noodzakelijk. Een belangrijk verschil tussen het bestuursrecht en het strafrecht ligt in de toegepaste sancties. De sancties bij strafrechtelijke handhaving zijn primair gericht op het stoppen en straffen van de dader. Bij bestuursrechtelijke handhaving gaat het vooral om aanpassing van de feitelijke situatie aan de norm. Net als in verhouding tussen privaatrecht en bestuursrecht geldt dat het instrumentarium van beide rechtsgebieden de laatste jaren naar elkaar is toegegroeid. Zo kunnen via het strafrecht verplichtingen tot het betalen van schadevergoeding of het herstellen van de rechtmatige toestand worden opgelegd. De Officier van Justitie kan op grond van het (economisch) strafrecht voorlopige maatregelen opleggen die veel lijken op bestuurlijke sancties, zoals het bevel zich te onthouden van bepaalde handelingen. Een strafrechtelijke aanpak heeft ook nadelen. Als de gemeente het OM de zaak wil laten vervolgen, dan moet men het eens zien te worden met het OM, dat zelf zijn prioriteiten kan stellen. Als het OM veel tijd aan dit soort zaken besteedt, kan het onder kritiek komen: Heeft het OM niets beters te doen dan een rommelmaker voor de rechter te slepen? Dit zal over het algemeen in het driehoeksoverleg tussen Officier van Justitie, burgemeester en politiechef aan de orde komen. Ook wenst het OM back-up door de gemeente, alvorens er zelf werk van te maken. Dat vergt naast het strafrechtelijk spoor ook een bestuursrechtelijk spoor, dat dan bij voorkeur stoelt op een handhavingsbeleid. Gedogen De gemeente kan ook besluiten om situaties te gedogen. Dat vergt een gemeentelijk gedoogbeleid (transparant en verifiëerbaar vastgelegd, met besluitvorming door de Raad). Informatie, randvoorwaarden en (on)mogelijkheden zijn te vinden in de Kaderstellende nota grenzen aan gedogen.

17 15 Gedoogbeleid Onder gedogen wordt verstaan: het oogluikend toestaan van gedragingen die in strijd zijn met de wet. Gedogen kan een bewuste strategie zijn in het gemeentelijke handhavingsbeleid (actief gedogen). Om misverstanden te voorkomen moet deze strategie in een helder gedoogbeleid geformuleerd worden. Daarin kan staan onder welke voorwaarden tijdelijk gedoogd wordt. In veel gemeenten hebben echter minder bewuste overwegingen een rol gespeeld bij de beslissing niet handhavend op te treden op woonwagenlocaties (passief gedogen), zoals een beperkte capaciteit, een andere prioriteitstelling of het niet meer durven optreden vanwege een vrijplaatsachtig karakter van de woonwagenlocaties. Passief gedogen is onwenselijk. Op is een voorbeeld opgenomen van beleidsregels ten aanzien van gedogen in de vorm van een convenant vrijplaatsen. 3.4 Eigendom en eigendomsoverdracht De laatste jaren is er een algemene beweging naar een meer strikte handhaving in combinatie met een wens tot normalisatie. Veel gemeenten zitten momenteel in een fase waarbij ze beheer en eigendom van locaties, standplaatsen en/of woonwagens willen overdragen aan woningcorporaties of aan woonwagenbewoners. Hieronder wordt ingegaan op het juridische kader van deze eigendomskwesties. Belangrijk is het in de gaten te houden wie eigenaar is waarvan en welke kosten en verantwoordelijkheden dat met zich meebrengt. Overdracht aan bewoners Net als bij woningen heeft het in eigendom hebben van de standplaats en woonwagen een positieve invloed op het verantwoordelijkheidsgevoel voor de woonomgeving. Verkoop van standplaatsen en woonwagens wordt gestimuleerd via een aantal regelingen zoals de Wet Bevordering Eigen Woningbezit (BEW). De BEW maakt het mogelijk een woonwagen en standplaats in eigendom te verwerven, zelfs wanneer het inkomen op bijstandsniveau ligt. Er zijn uiteraard grenzen gesteld aan de hoogte van de kosten voor standplaatsen en woonwagens. Het is aan de gemeente of corporatie om te bepalen wat de prijs is van een huurstandplaats of een huurwagen. Hypotheekverstrekkers zijn echter vaak terughoudend bij het verstrekken van hypotheken voor woonwagens en ook de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) stelt criteria. De vermogenstoets bij aankoop van een woonwagen en of standplaats kan gevolgen hebben voor de uitkering van een bewoner. Overdracht aan woningcorporaties Het Besluit beheer sociale huursector (BBSH) bevat de regels waaraan woningcorporaties (en gemeentelijke woningbedrijven) zich moeten houden. Eigendomsoverdracht is in het BBSH niet voorgeschreven, niet voor woningen en niet voor woonwagens of standplaatsen. Een woningcorporatie is dus niet verplicht om het eigendom van standplaatsen en huurwoonwagens over te nemen. Anderzijds is het voorzien in de woonbehoefte geen kerntaak voor de gemeenten. Daarom is het zaak dat gemeente en corporaties met elkaar in gesprek komen over de overdracht van de (goedkope en betaalbare) huurstandplaatsen en huurwagens. In 1999 hebben VNG en AEDES de publicatie Overdracht overdacht: checklist voor overdracht van woonwagencentra samengesteld. De VNG heeft deze publicatie destijds aan alle gemeenten toegezonden. Hiernaar zij verwezen. Daarin staat onder meer dat de gemeente, net als bij andere woonwijken, eigenaar van wegen en openbaar groen zal (kunnen) blijven. Gemeenten moeten zorgdragen voor het vaststellen van een volkshuisvestingsbeleid met betrekking tot standplaatsen en woonwagens. Eigendom van de woonwagen Het Burgerlijk Wetboek stelt dat de eigenaar van een stuk grond ook eigenaar is van de onroerende zaak die op zijn grond staat en daar duurzaam mee is verenigd. De grondeigenaar is onbeperkt eigenaar van het gebouwde. (De fiscale discussie hierover is overigens nog gaande en er is nog geen definitieve uitspraak bekend). Dit wordt natrekking genoemd. De wet zegt dat een zaak onroerend is als deze duurzaam met de grond is verenigd. Volgens de Hoge Raad is hiervan sprake als het object naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatste te blijven. Woonwagens vallen meestal binnen deze definitie van de Hoge Raad en zullen dus vrijwel altijd beschouwd moeten worden als een onroerende zaak. Hierdoor is de woonwagen juridisch gezien eigendom van de eigenaar van de grond. Deze moet daarom het eigenarengedeelte van de onroerende zaakbelasting en de aanslag van de waterschapsom-

18 16 slag betalen. Ook is de eigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud van de wagen. Deze situatie kan worden opgelost door de grond te verkopen aan de woonwageneigenaar. Ook kan er formeel een onderscheid worden vastgelegd tussen het juridisch en economisch eigendom en de daarbij horende verplichtingen. Een uitgebreider overzicht van wetten en regels is te vinden op de volgende websites: en 3.5 De doelgroep Het verbeteren van de positie van woonwagenbewoners, het normaliseren van de situatie op woonwagencentra en het doorbreken van wederzijds wantrouwen tussen overheid en kampers vraagt nog al wat inspanning. Gemeenten, maar ook overheidsdiensten en bijvoorbeeld corporaties moeten de komende jaren zeilen bijzetten om de huidige situatie aan te pakken. Van belang is dat het gebeurt in goed overleg met de doelgroep. De woonwagenbewoner bestaat natuurlijk niet. Iedere woonwagenbewoner is anders, heeft zijn eigen visie, cultuur en belang. Om problemen te voorkomen moet vastgelegd worden: Wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de woonwagen. Wie de overdrachtsbelasting betaalt. Wie andere belastingen en heffingen betreffende onroerend goed betaalt. Wat er gebeurt als een economisch eigenaar van een woonwagen bij verhuizing de woonwagen niet meeneemt. Of recht van opstal wordt geregeld. Wat het maximale gewicht is dat een standplaats kan dragen. Als dit niet goed is vastgelegd kan dat gemakkelijk leiden tot juridische procedures. Het beeld van de doelgroep is divers. De persoonlijke meningen over de doelgroep ook. De persoonlijke ervaringen zijn vaak echter zeer beperkt. Er zijn wel veel verhalen. En ook die zijn vaak van horen zeggen. Bestuurders, beleidmakers en handhavers moeten direct met deze doelgroep (leren) communiceren. Dat is de eerste investering. Betrek vervolgens de goedwillende woonwagenbewoners actief en intensief bij het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van beleid: alleen als zij overtuigd zijn van het belang van de maatregelen zullen ze bereid en in staat zijn mede verantwoordelijkheid te dragen voor de realisatie ervan. Die inzet is niet alleen van morele en emancipatoire betekenis, maar ook strategisch van aard. Veel woonwagenbewoners zien met lede ogen de criminaliteit in hun omgeving aan. Zij zijn vaak blij als de overheid daar tegen optreedt. Herstel van het formeel gezag betekent ook herstel van het moreel gezag: consequent en straf handhaven van normale regels is immers een uiting van emancipatie en normaliseren. Woonwagenbewoners worden daarmee als gelijkwaardige burgers beschouwd en benaderd de goedwillende woonwagenbewoners hebben recht (!) op en belang bij een normale behandeling. Veel woonwagenbewoners wensen zo snel mogelijk genormaliseerde verhoudingen. Maar zij leven dagelijks in een gemeenschap, waar men elkaar ziet. Bij handhaven toont deze gemeenschap zich vaak een hechte groep, die gezamelijk ageert tegen plannen. Voor een toenemend aantal van de bewoners is dat meedoen alleen maar om bij bepaalde medebewoners vooral niet de indruk te wekken niet loyaal te zijn. Harde en zachte maatregelen staan ook voor woonwagen-bewoners niet tegenover elkaar, maar veronderstellen elkaar: Om duurzaam constructief beleid te voeren, moet steeds en gewoon worden ingegrepen om van de regelgeving afwijkend gedrag aan te pakken. Voor draagvlak om uitwassen op het kamp te voorkomen moet constructief mee oplopen. De veldwerkers van gemeenten, handhavingspartners en ander organisaties moeten voorbereid zijn op het omgaan met deze doelgroep. Kennis van geschiedenis en cultuur zijn daarvoor nodig. Voor succesvolle normalisatie van beleid en handhaving dient daar vooraf in geïnvesteerd te worden.

19 17 4 Stappenplan naar een genormaliseerde situatie In dit hoofdstuk staat een stappenplan dat gemeenten kan helpen te komen tot een genormaliseerde handhavingsituatie. Om goed te kunnen handhaven is eerst beleid nodig. Dit stappenplan behandelt daarom de weg naar zowel beleid als handhaving. Het stappenplan bestaat uit vijf stappen. In de eerste twee stappen wordt de bestaande situatie verkend en wordt bepaald naar welke situatie de gemeente uiteindelijk toe wil. In stap drie en vier wordt een concreet plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd. Stap vijf gaat over het normaliseren van de handhaving. Alle gemeenten kunnen de eerste twee stappen doorlopen. Als een gemeente zich in stap twee tot doel stelt om de huidige situatie te continueren, bijvoorbeeld omdat er geen vrijplaatsen en/of problemen zijn, dan kunnen de stappen drie en vier overgeslagen worden. Als een gemeente niet tevreden is met de bestaande situatie en een verandering wil, dan kunnen stap drie en vier doorlopen worden. De vijfde stap is weer voor alle gemeenten met een woonwagenlocatie relevant. In deze stap wordt de handhaving op woonwagenlocaties opgenomen in het reguliere handhavingtraject. Beleid maken en handhaven is mensenwerk. Communiceren en draagvlak creëren is gedurende het hele traject van groot belang. Bij iedere stap kan men zich afvragen of het draagvlak onder bestuurders, ambtenaren, andere partijen en de betrokken bewoners kan worden vergroot. Dat kan niet vanachter een bureau. Dat kan alleen met heel veel praten en luisteren. Stap 1: verkenning van de bestaande situatie De eerste stap is het in kaart brengen van de bestaande situatie. Dit zal voor de ene gemeente meer werk zijn dan voor de andere. Ook voor een gemeente met bijvoorbeeld een kleine woonwagenlocatie en weinig problemen is het aan te raden de eerste stap te doorlopen. Het kan bijvoorbeeld blijken dat een gemeente op een rustige en een probleemloze locatie financieel verantwoordelijk kan worden gehouden bij schade aan een woonwagen. Een verkenning van de bestaande situatie moet alle informatie bevatten die het gemeentebestuur nodig heeft om een geïnformeerde en goed overwogen beleidsafweging te kunnen maken. De verantwoordelijkheid voor de verkenning ligt bij één ambtenaar. Van belang is dat deze persoon niet direct met woonwagenbewoners of het woonwagenbeleid te maken heeft. Dat kan een belangrijke hindernis zijn om tot gezamenlijkheid te komen. Deze ambtenaar zal afhankelijk zijn van de medewerking van verschillende afdelingen. De opdrachtgever is daarom bij voorkeur een wethouder of de burgemeester. Waar zit de kennis? Er zit veel informatie in schriftelijke bronnen bij gemeenten en andere maatschappelijke organisaties. Denk aan beleidsnotities, databestanden, analyses, informatie bij de kamer van koophandel, beleidsevaluaties e.d. Ook veel kennis over de situatie op woonwagenlocaties zit bij de mensen die beroepsmatig betrokken zijn bij de (problematiek van) woonwagenbewoners. Er zijn professionals die op uitvoerend niveau direct te maken hebben met bewoners zoals buurtwerkers, wijkagenten, leerkrachten, maatschappelijk werkers enz. Andere professionals hebben een beleidsmatige betrokkenheid, bijvoorbeeld beleidsambtenaren en managers van gemeentelijke beleidsafdelingen (RO, bouw, milieu) of maatschappelijke organisaties. Zij zijn informatiebronnen van gemeentelijk beleid. Ten slotte zijn er professionals die zijdelings betrokken zijn bij woonwagenbewoners zoals consulente op het consultatiebureau, de buurtwinkelier of de postbode. Deze laatste groep behoren niet tot de professionals die bij beleidsvorming en handhaving een rol kunnen spelen maar hebben wellicht wel kennis over de situatie op de locatie. Door de beschikbare schriftelijke bronnen te lezen en veel met de betrokken professionals te spreken ontstaat een beeld van wat er al aan kennis aanwezig is en wat nog moet worden uitgezocht. Voor meer informatie over het bundelen van kennis in de organisatie zie de bijlage van de handreiking op De Wederkerige Adequate Benadering (WAB) De betrokken professionals zijn vaak degenen die het beleid uiteindelijk gaan uitvoeren. Het is belangrijk dat zij niet het gevoel hebben er alleen voor te staan of dat zij als professional niet serieus worden genomen. Als zij benaderd worden in de verkenningsfase dan is het goed om deze mensen deelgenoot te maken van het hele proces. Breng betrokken ambtenaren eens met elkaar in contact. Toon dat er waarde aan hun oordeel wordt gehecht door hun bijvoorbeeld een verslag te sturen van het gevoerde gesprek. In dat verslag moet de door de professional gegeven informatie niet worden gewijzigd naar de inzichten van de ambtenaar die de verkenning uitvoert.

20 18 Het is belangrijk je enigszins te verdiepen en te verplaatsen in een andere leefstijl. Bijvoorbeeld, bij sommige groepen woonwagenbewoners is het gebruik de schoenen in de wagen uit te doen. Zie voor meer inzicht en tips. Hieronder is een voorbeeld gegeven van hoe een verkenning er uit zou kunnen zien en welke elementen het moet bevatten. 1. Een beknopte geschiedenis van de totstandkoming van de locatie: ontstaansgeschiedenis, wensen bewoners, toezeggingen aan bewoners, beleidskeuzen ten aanzien van het oprichten van de locatie. 2. Een inventarisatie van de situatie op de woonwagenlocatie(s): Aantal standplaatsen, wagens en bewoners volgens het bestemmingsplan. Feitelijk aantal standplaatsen, wagens en bewoners Aantal bedrijven (inrichtingen) en aard en omvang van de inrichtingen Ligging van de locaties (kern, randgebied of buitengebied) Gebruik van de openbare ruimte Maar ook: een omgevingscan: wat ligt in de buurt, wat verwachten naburige bewoners en bedrijven. Een goed gedocumenteerde nulmeting is van belang om twee redenen. Om het effect van beleid te kunnen meten en om op terug te kunnen grijpen bij eventuele (juridische) geschillen met bewoners. Foto s en luchtfoto s kunnen hier een goed hulpmiddel zijn. Ook nuttig is een plattegrond met daarop aangegeven wat legaal is en wat illegaal. 3. Een inventarisatie van de eigendoms- en beheersituatie: Overzicht van het aantal huur- of koopwagens. Beschrijving van de eigendomsconstructie van de standplaatsen (huur, eigen grond of een erfpachtconstructie). De afspraken en taken van de gemeente, de woningcorporatie(s) en de bewoners. 4. Een beschrijving van de bewoners en hun woonwensen: Bewonersgroep (Sinti, Roma, autochtonen, etc.) Eventuele vertegenwoordiging van bewoners (intermediair, vereniging van woonwagenbewoners, etc.) Woonwensen van de bewoners ten aanzien van de omgeving Woonwensen van de bewoners ten aanzien van koop/huur van de wagens en eventuele verhuiswensen. Hoeveel standplaatsen zijn er nodig en beschikbaar in de gemeente en regio Beschrijvingvan de aanwezige ondernemers en hun wensen.

Beleidsnotitie gebruik gemeentelijke grondstrookjes.

Beleidsnotitie gebruik gemeentelijke grondstrookjes. Beleidsnotitie gebruik gemeentelijke grondstrookjes. Inleiding. In de loop der jaren is een groot aantal grondstrookjes die eigendom zijn van de gemeente Weert bij overeenkomst in gebruik gegeven aan particulieren.

Nadere informatie

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen 76 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen De gemeente De Ronde Venen kan tegen overtreders met meerdere verschillende sanctiemiddelen, al dan

Nadere informatie

Permanente bewoning vakantiehuisjes

Permanente bewoning vakantiehuisjes r gemeente ermelo Permanente bewoning vakantiehuisjes Iedere recreant is welkom. Maar wonen in een vakantiehuisje in Ermelo mag niet! a i H 0 2 Gemeente Ermelo Permanente bewoning vakantiehuisjes Inhoud

Nadere informatie

Beleidsnotitie Bestuurlijke boete Huisvestingswet Rotterdam 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

Beleidsnotitie Bestuurlijke boete Huisvestingswet Rotterdam 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, Beleidsnotitie Bestuurlijke boete Huisvestingswet Rotterdam 2013 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, Gelezen het voorstel van de wethouder Wonen, Ruimtelijke Ordening,

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven

Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven Betrekken omgeving bij ruimtelijke initiatieven Aanleiding Op 2 september heeft het college het volgende verzocht: Maak een voorstel betreffende de wijze waarop omwonenden worden geïnformeerd of betrokken

Nadere informatie

mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen

mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indeling Inwerkingtreding Doel Vraag -Strafrechtelijk -Bestuursrechtelijk Conclusie Toekomst

Nadere informatie

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek (opneming verhuiskostenvergoeding bij renovatie)

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek (opneming verhuiskostenvergoeding bij renovatie) Wijziging van het Burgerlijk Wetboek (opneming verhuiskostenvergoeding bij renovatie) MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN Aanleiding In artikel 11g van het Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh) is een

Nadere informatie

Woonwagenbeleid 2005-2009 Gemeente Purmerend

Woonwagenbeleid 2005-2009 Gemeente Purmerend Woonwagenbeleid 2005-2009 Gemeente Purmerend Akropolishof Veenweidestraat Slaperdijk Purmerdijk Voorwoord Deze nota beschrijft het woonwagenbeleid van de gemeente Purmerend en is tot stand gekomen op initiatief

Nadere informatie

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Besluitvorming Toezicht Sancties Rechtsgebied bestuursrecht oktober 2011 Rechtsgebied bestuursrecht Verhoudingen tussen bestuursorgaan/belanghebbende - stelt het bestuur is staat

Nadere informatie

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND September 2011-1 - Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Doel 3 Verhouding met de APV en het Vuurwerkbesluit 4 Argumentatie 5 Beleidsregels 6 Vaststelling, citeertitel

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Houten Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van Houten; gelet op de artikel 13b Opiumwet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; overwegende: dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de

Nadere informatie

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Het algemeen bestuur van Ferm Werk - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december 2014; - gelet op: - artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen Bijlage Bijlage Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen 1. Inleiding Als gevolg van de invoering van nieuwe wetgeving wordt aan de decentrale overheden, waaronder de

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar Openbaar Onderwerp Overgangsregeling handhaving illegale kamerverhuurpanden nota Beleidsregels onttrekking, omzetting en samenvoeging 2011 Programma / Programmanummer Ruimte & Cultuurhistorie / 1031 BW-nummer

Nadere informatie

Beleidsregels Leegstandwet

Beleidsregels Leegstandwet Beleidsregels Leegstandwet Datum: 28 april 2009 Burgemeester en wethouders van Soest; Gelet op artikel 1.3, vierde lid Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet; Overwegende

Nadere informatie

LEIDRAAD BIJ DE LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE

LEIDRAAD BIJ DE LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE LEIDRAAD BIJ DE LANDELIJKE HANDHAVINGSSTRATEGIE foto provincie Utrecht Versie: maart 2015 Inhoud Inleiding... 3 Gebruik van de Leidraad... 3 Bestuursrecht... 3 Naamgeving... 3 Stappen... 4 Last onder dwangsom

Nadere informatie

Gemeente Hillegom Evaluatie handhaving bouwtaken 2015 en programma toezicht en handhaving 2016

Gemeente Hillegom Evaluatie handhaving bouwtaken 2015 en programma toezicht en handhaving 2016 Gemeente Hillegom Evaluatie handhaving bouwtaken 2015 en programma toezicht en handhaving 2016 1. Inleiding Het vaststellen van een handhavingsbeleid is een wettelijke verplichting (artikel 7.3 van het

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en lijst II, dan wel

Nadere informatie

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008

B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Jaar: 2008 Nummer: 44 Besluit: B&W 01 juli 2008 Gemeenteblad BELEIDSREGEL HANDHAVINGSPROTOCOL OPIUMWET M.B.T. WONINGEN HELMOND 2008 Burgemeester en wethouders van Helmond; Besluit Vast te stellen de Beleidsregel

Nadere informatie

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk;

Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven van artikel 13b Opiumwet bij een woning of een al dan niet voor publiek toegankelijk lokaal is wenselijk; Beleidsregels artikel 13b Opiumwet De burgemeester van De Ronde Venen; Gelezen het advies van; Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Overwegingen: een beleidsregel bij handhaven

Nadere informatie

Beperking en spreiding van overlast als gevolg van commerciële kamerverhuurpanden en logiesgebouwen

Beperking en spreiding van overlast als gevolg van commerciële kamerverhuurpanden en logiesgebouwen Initiatiefvoorstel Beperking en spreiding van overlast als gevolg van commerciële kamerverhuurpanden en logiesgebouwen Juni 2009 Partij van de Arbeid Lelystad www.lelystad.pvda.nl Emiel van der Herberg

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

CONVENANT. Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD

CONVENANT. Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD CONVENANT Veiligheid op scholen van het Voortgezet en Middelbaar Beroepsonderwijs in LELYSTAD Partijen komen het volgende overeen: De scholen zijn op grond van de Wet op de Arbeidsomstandigheden verantwoordelijk

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II, dan wel aangewezen

Nadere informatie

Raadsbesluit. vast te stellen de volgende. Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2006. Hoofdstuk 1. Algemeen. 1. Begripsbepalingen.

Raadsbesluit. vast te stellen de volgende. Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 2006. Hoofdstuk 1. Algemeen. 1. Begripsbepalingen. Gemeenteblad Jaar 2006 Afdeling 3A Publicatiedatum 8 maart 2006 Onderwerp Intrekking van de Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus 1998 en vaststelling van de Verordening op de woning- en

Nadere informatie

Huisvestingsverordening Breda 2015

Huisvestingsverordening Breda 2015 Huisvestingsverordening Breda 2015 De raad van de gemeente Breda, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 mei 2015; gelet op artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 en gezien het advies

Nadere informatie

MANDAAT- EN MACHTIGINGSBESLUIT HANDHAVING GEMEENTE VELSEN

MANDAAT- EN MACHTIGINGSBESLUIT HANDHAVING GEMEENTE VELSEN MANDAAT- EN MACHTIGINGSBESLUIT HANDHAVING GEMEENTE VELSEN Burgemeester en wethouders van Velsen Overwegende dat bij besluit van 28 januari 2003 het college van Burgemeester en Wethouders van Velsen en

Nadere informatie

Beleidsregel handhaving Wet Damocles

Beleidsregel handhaving Wet Damocles 1 "Al gemeente f(s Heemskerk Beleidsregel handhaving Wet Damocles 15 december 2014 BIVO/2014/30108 Illill Hl lllll lllll lllll lllll Z015994FE86 fë BELEIDSREGEL HANDHAVING WET DAMOCLES Inhoudsopgave Beleidsregel

Nadere informatie

Handreiking voor overdracht van woonwagens en standplaatsen

Handreiking voor overdracht van woonwagens en standplaatsen Handreiking voor overdracht van woonwagens en standplaatsen Handreiking voor overdracht van woonwagens en standplaatsen Handreiking voor overdracht van woonwagens en standplaatsen 01 Inhoudsopgave 1. Vooraf

Nadere informatie

Zó handhaven we in Laarbeek Regels, overtredingen en de gevolgen

Zó handhaven we in Laarbeek Regels, overtredingen en de gevolgen Zó handhaven we in Laarbeek Regels, overtredingen en de gevolgen Regels, overtredingen en de gevolgen De overheid heeft regels gemaakt om de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren zo schoon, mooi

Nadere informatie

Gewaamierkte documenten

Gewaamierkte documenten Ons kenmerk- 2014/140140 gemeente Zaanstad Omgevingsvergunningen Gemeente Zaanstad De heer R. van Zonneveld Postbus 2000 1500 GA ZAANDAM Stadhuisplein 100 1506 MZ Zaandam Postbus 2000 1500 GA Zaandam Telefoon

Nadere informatie

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; Burgemeester van Schouwen-Duiveland; gelet op artikel 13b van de Opiumwet en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat de effecten van illegale verkooppunten van verdovende middelden

Nadere informatie

GEMEENTE NUTH Raad: 24 maart 2015 Agendapunt: RTG: 10 maart 2015

GEMEENTE NUTH Raad: 24 maart 2015 Agendapunt: RTG: 10 maart 2015 Reg.nr:Z.06827 INT.08894 Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 24 maart 2015 Agendapunt: RTG: 10 maart 2015 AAN DE RAAD Onderwerp: Verzoek om medewerking realisatie nieuw zorgpension Nuth 1. Samenvatting

Nadere informatie

Convenant kamerverhuur. Gemeente Lelystad. Particuliere kamerverhuurders

Convenant kamerverhuur. Gemeente Lelystad. Particuliere kamerverhuurders gemeente Lelystad Convenant kamerverhuur Gemeente Lelystad & Particuliere kamerverhuurders 3 oktober 2011 partijen er een oplossing in zien om gezamenlijk de overlast te verminderen en/of voorkomen ten

Nadere informatie

Traplift zonder vergunning Gemeente Amsterdam Dienst Zorg en Samenleven

Traplift zonder vergunning Gemeente Amsterdam Dienst Zorg en Samenleven Rapport Gemeentelijke Ombudsman Traplift zonder vergunning Gemeente Amsterdam Dienst Zorg en Samenleven 10 november 2009 RA0944475 Samenvatting Een huiseigenaar beklaagt zich over het feit dat de Dienst

Nadere informatie

Mondelinge vragen huur woonwagenstandplaatsen Amsterdam

Mondelinge vragen huur woonwagenstandplaatsen Amsterdam Raad 4 juli 2012 Mondelinge vragen huur woonwagenstandplaatsen Amsterdam Vla de Dorpsraad ontvingen wij het bericht dat het Amsterdamse Huurbeleid voor woonwagenstandplaatsen gewijzigd gaat worden. Dit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

agendapunt 06.02 Aan Verenigde Vergadering BESTUURLIJKE STRAFBESCHIKKING

agendapunt 06.02 Aan Verenigde Vergadering BESTUURLIJKE STRAFBESCHIKKING agendapunt 06.02 985703 Aan Verenigde Vergadering BESTUURLIJKE STRAFBESCHIKKING Gevraagd besluit Verenigde Vergadering 19-04-2012 kennis te nemen van het besluit van het college van dijkgraaf en hoogheemraden

Nadere informatie

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010 AANVRAAG Registratienummer: Betreft: Eisen bestaand gezondheidszorggebouw Aanvrager: ir. C.A.E. (Kees) Rijk Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie,

Nadere informatie

Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de hieronder genoemde stukken deel uitmaken van de vergunning:

Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de hieronder genoemde stukken deel uitmaken van de vergunning: inn i in MI ii mm ii ii OOG O O Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders hebben op 29 juli 2013 een aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor het bouwen van een woning met bijgebouw. De

Nadere informatie

MILIEUJAARVERSLAG 2014-2015

MILIEUJAARVERSLAG 2014-2015 MILIEUJAARVERSLAG 2014-2015 GEMEENTE HAARLEMMERLIEDE & SPAARNWOUDE Vastgesteld: april 2016 Inhoudsopgave Inleiding... - 3 - Procedure vaststelling Milieuverslag en programma... - 3 - Uitbesteding aan ODIJmond

Nadere informatie

Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO)

Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) / Bijlage 3.2 Beleidsregel Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (Wet MBVEO) 7 juni 2012 Inhoudsopgave Artikel 1 Bevoegdheden op grond van artikel 172a Gemeentewet 2 Artikel

Nadere informatie

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen

BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen BELEIDSREGELS en HANDHAVINGSARRANGEMENT ARTIKEL 13B OPIUMWET Gemeente Vianen De burgemeester van Vianen, Gelet op de artikelen 13b Opiumwet, 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Artikel 13b, eerste lid, van

Nadere informatie

Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. DE RIJDENDE RECHTER Zaaknummer: 10437 Datum uitspraak: datum uitspraak Plaats uitspraak: Zaandam in het geschil tussen: Bindend Advies de heer en mevrouw P. en I. Cattenstart te Veldhoven verder te noemen:

Nadere informatie

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van

Nadere informatie

Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2015 vastgesteld

Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2015 vastgesteld GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Leiden. Nr. 49101 4 juni 2015 Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2015 vastgesteld Op 28 mei 2015 heeft de gemeenteraad de Huisvestingsverordening,

Nadere informatie

Memo. aan. de gemeenteraad Jaarverslag 2012 handhaving bouwregelgeving. van. Burgemeester en wethouders R.O. 27 augustus 2013.

Memo. aan. de gemeenteraad Jaarverslag 2012 handhaving bouwregelgeving. van. Burgemeester en wethouders R.O. 27 augustus 2013. Memo aan onderwerp van directie afdeling telefoon datum de gemeenteraad Jaarverslag 2012 handhaving bouwregelgeving Burgemeester en wethouders R.O. 27 augustus 2013 Memo Geachte dames en heren, Hierbij

Nadere informatie

Beantwoording artikel 38 vragen

Beantwoording artikel 38 vragen Beantwoording artikel 38 vragen Aan de PvdA fractie Ter attentie van mevrouw Suijker directie/afdeling RO/RBA contactpersoon J. de Heer onderwerp artikel 38 vragen PvdA telefoon 0182-588288 uw kenmerk

Nadere informatie

30 oktober 2013. Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Noord- Limburg (short-stay)

30 oktober 2013. Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Noord- Limburg (short-stay) 30 oktober 2013 Beleidskader huisvesting arbeidsmigranten Noord- Limburg (short-stay) Inhoudsopgave blz 1. 2. 3. Achtergrond 3 Doelgroep van beleid 3 Huisvestingsmogelijkheden binnen het beleid 3 3.1 Uitgangspunten

Nadere informatie

Preventie en handhavingsplan alcohol De Friese Waddeneilanden 2014-2018

Preventie en handhavingsplan alcohol De Friese Waddeneilanden 2014-2018 Preventie en handhavingsplan alcohol De Friese Waddeneilanden 2014-2018 Inhoudsopgave Deel 1 Algemeen 3 1. Inleiding 3 2. Toezicht 4 3. Resultaten 4 Deel 2 Sanctiebeleid 5 3. Sanctiecategorieën 5 4. Handreiking

Nadere informatie

Artikel 13b Opiumwet (de wet Damocles) is het juridische instrument om bestuurlijk op te treden tegen illegale verkooppunten van verdovende middelen.

Artikel 13b Opiumwet (de wet Damocles) is het juridische instrument om bestuurlijk op te treden tegen illegale verkooppunten van verdovende middelen. STAPPENPLAN 13b OPIUMWET Artikel 13b Opiumwet (de wet Damocles) is het juridische instrument om bestuurlijk op te treden tegen illegale verkooppunten van verdovende middelen. Artikel 13b is toepasbaar

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BEROEP EN BEDRIJF AAN HUIS GEMEENTE WIERDEN. Vastgesteld door B&W op 4 mei 2010

BELEIDSREGEL BEROEP EN BEDRIJF AAN HUIS GEMEENTE WIERDEN. Vastgesteld door B&W op 4 mei 2010 BELEIDSREGEL BEROEP EN BEDRIJF AAN HUIS GEMEENTE WIERDEN Vastgesteld door B&W op 4 mei 2010 Inleiding In deze beleidsregel wordt het gemeentelijk beleid ten aanzien van beroep en bedrijf aan huis beschreven.

Nadere informatie

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC 2013. Routing Provinciale Staten van Overijsse PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& Dat. 1 8 DEC 2013 ontv.: Routing a.d. Bijl.: Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL Agendanummer 8.2

RAADSVOORSTEL Agendanummer 8.2 RAADSVOORSTEL Agendanummer 8.2 Raadsvergadering van 21 januari 2010 Onderwerp: Beoordeling of positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Lex Silencio Positivo) van toepassing is op een aantal

Nadere informatie

Beleid toezicht & handhaving kwaliteit kinderopvang Utrecht 2013. Unit Inspectie Kinderopvang GG&GD Utrecht

Beleid toezicht & handhaving kwaliteit kinderopvang Utrecht 2013. Unit Inspectie Kinderopvang GG&GD Utrecht Beleid toezicht & handhaving kwaliteit kinderopvang Utrecht 2013 Unit Inspectie Kinderopvang GG&GD Utrecht 1. Inleiding In dit handhavingsbeleid wordt beschreven hoe het beleid rond toezicht en handhaving

Nadere informatie

Meldpunt Integriteit Woningcorporaties

Meldpunt Integriteit Woningcorporaties Meldpunt Integriteit Woningcorporaties Meld fraude bij het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties 02 Meldpunt Integriteit Woningcorporaties Fraude meldt u bij het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties

Nadere informatie

Handhavingsparagraaf

Handhavingsparagraaf BIJLAGE 2 Handhavingsparagraaf 1 1. HANDHAAFBAARHEID, CONTROLE, TOEZICHT Een belangrijk onderdeel van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Wedderbergen- Wedderveer is de daadwerkelijke handhaving

Nadere informatie

Beleidsnota: Verwijdering van inboedels bij (huis)uitzettingen

Beleidsnota: Verwijdering van inboedels bij (huis)uitzettingen Beleidsnota: Verwijdering van inboedels bij (huis)uitzettingen Gemeente Waalre Afdeling Publiekszaken Team handhaving 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3. 2. Situatie zonder beleid 4. 3. Beleid 5. 3.1 Uitspraak

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014. Rapportnummer: 2014/004 Rapport Rapport betreffende een klacht over de gemeente Wierden. Datum: 22 januari 2014 Rapportnummer: 2014/004 2 De klacht Verzoekers klagen over de manier waarop de gemeente Wierden is omgegaan met hun

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21460 29 juli 2014 Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

Nadere informatie

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC. TOEZICHT EN/OF OPSPORING Jan Willem van Veenendaal MEC. Rechtshandhavingsystemen Onderwerpen: Iets over Bestuursrechtelijke bevoegdheden De sfeerovergang Iets over Strafrechtelijke bevoegdheden Toezicht

Nadere informatie

Beoogd effect Argumenten

Beoogd effect Argumenten Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: 1096711 Sliedrecht, 29 oktober 2013 Onderwerp: Drank- en Horecaverordening Gemeente Sliedrecht. Beslispunten 1. De bijgevoegde tekst van

Nadere informatie

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) De burgemeester van de Gemeente Valkenswaard; Gelet op artikel 13b Opiumwet en artikel 2 Politiewet; BESLUIT: Vast te stellen de beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid)

Nadere informatie

Toelichting. Algemeen

Toelichting. Algemeen Toelichting Algemeen Op 1 januari 2013 zijn de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking getreden. Hierdoor wijzigt o.a. de

Nadere informatie

Artikel 3.8 en 3.9, 2.38, 2.39, van de Wet basisregistratie personen (BRP) 2014 met kenmerk 2013-0000755689

Artikel 3.8 en 3.9, 2.38, 2.39, van de Wet basisregistratie personen (BRP) 2014 met kenmerk 2013-0000755689 De colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten i.a.a. de hoofden Burgerzaken Directie Burgerschap en Informatiebeleid Identiteit Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Herinrichting woonwagencentra gemeente Heusden 2007-2009

Herinrichting woonwagencentra gemeente Heusden 2007-2009 Herinrichting woonwagencentra gemeente Heusden 2007-2009 Inrichtingstekeningen woonwagencentra bijlage 1 (pagina 4 en 6) Juridische aansprakelijkheid bijlage 2 (pagina 6) Uitvoeringsvoorstellen bijlage

Nadere informatie

PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008

PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008 PLAN VAN AANPAK PROJECT VINKENSLAG, versie 4 september 2008 1. Achtergrond en aanleiding De Rekenkamer Maastricht doet onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde

Nadere informatie

Raadsvoorstel gemeente Coevorden

Raadsvoorstel gemeente Coevorden Raadsvoorstel gemeente Coevorden Datum raadsvergadering 3 maart 2015 Versie Agendapunt Naam rapporteur Rv.nr. Openbaar Portefeuillehouder Onderwerp Definitief L. Sakkers Ja Dhr. J. Brink Voorgenomen concept

Nadere informatie

ECGR/U200901131 Lbr. 09/081

ECGR/U200901131 Lbr. 09/081 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 Betreft Gemeentelijk optreden bij incidenten met honden naar aanleiding intrekking RAD uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U200901131

Nadere informatie

Bijlage 2 Toelichting op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen

Bijlage 2 Toelichting op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen Bijlage 2 Toelichting op het afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen Paragraaf 1 Algemeen Het college hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en Peuterspeelzalen bij het

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 Inhoud Voorwoord Leeswijzer 7 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 3 Vergunningverlening bij convenantbedrijven 17 4 Vergunningverlening bij bedrijven die niet deelnemen

Nadere informatie

Bijlage 1: Ambtelijke toelichting belangrijkste aspecten Huisvestingswet 2014

Bijlage 1: Ambtelijke toelichting belangrijkste aspecten Huisvestingswet 2014 Bijlage 1: Ambtelijke toelichting belangrijkste aspecten Huisvestingswet 2014 Inleiding Met ingang van 1 januari 2015 treedt de Huisvestingswet 2014 in werking. In deze wet is bepaald dat voor bestaande

Nadere informatie

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal Stichting S&L Zorg T.a.v. D. van Randwijk Postbus 148 4700 AC Roosendaal NEDERLAND contactpersoon : Mevr. M. Bezemer (Aanw.op ma,di,do) Roosendaal : doorkiesnummer : (0165) 579875 (W20_vrl_OU) onderwerp

Nadere informatie

Beleidsregels Snippergroen (Vastgesteld bij besluit van 15 juli 2014 en gewijzigd bij besluit van 3 februari 2015)

Beleidsregels Snippergroen (Vastgesteld bij besluit van 15 juli 2014 en gewijzigd bij besluit van 3 februari 2015) Beleidsregels Snippergroen (Vastgesteld bij besluit van 15 juli 2014 en gewijzigd bij besluit van 3 februari 2015) 2 1. Inleiding 1.1 Aanleiding beleidsregels snippergroen Deze beleidsregels zijn opgesteld

Nadere informatie

COEVORDE N Postadres: Postbus 2 7740 AA Coevorden Tel. 0524-598598 Fax 0524-598555 E-mail: gemeente@coevorden.nl Website: www.coevorden.

COEVORDE N Postadres: Postbus 2 7740 AA Coevorden Tel. 0524-598598 Fax 0524-598555 E-mail: gemeente@coevorden.nl Website: www.coevorden. El COEVORDE N Postadres: Postbus 2 7740 AA Coevorden Tel. 0524-598598 Fax 0524-598555 E-mail: gemeente@coevorden.nl Website: www.coevorden.nl Bezoekadres: Locatie Dalen Hoofdstraat 2 Aan: Ermerstrand BV

Nadere informatie

Bed-voor-Bed Regeling - voor huisvesting van arbeidsmigranten

Bed-voor-Bed Regeling - voor huisvesting van arbeidsmigranten Bed-voor-Bed Regeling - voor huisvesting van arbeidsmigranten De Bed-voor-Bedregeling is onderdeel van de nationale intentieverklaring voor huisvesting van arbeidsmigranten. Door ondertekening van deze

Nadere informatie

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke waarschuwing en verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen; Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

25-1-2012. Opdrachtgever: Erica Mosch

25-1-2012. Opdrachtgever: Erica Mosch Onderwerp: De bestuurlijke strafbeschikking Nummer: Bestuursstukken\943 Agendapunt: 7 DB: Ja BPP: Nee 7-12-2011 Workflow Opsteller: Bert Jager, 0598-693752 Schoon Water FAZ: Ja 25-1-2012 Opdrachtgever:

Nadere informatie

Onderwerp: Verordening toeslagen en verlagingen van uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb).

Onderwerp: Verordening toeslagen en verlagingen van uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). Nummer: Onderwerp: Verordening toeslagen en verlagingen van uitkeringsnormen op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb). De Gemeenteraad van Haaksbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Handhavingsbeleid kwaliteit Kinderopvang Gemeente De Bilt 2013

Handhavingsbeleid kwaliteit Kinderopvang Gemeente De Bilt 2013 Handhavingsbeleid kwaliteit Kinderopvang Gemeente De Bilt 2013 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding en leeswijzer 3 1.1 Landelijk Register Kinderopvang.... 3 2. Wet- en regelgeving 4 2.1 Wetten en besluiten. 4

Nadere informatie

3. Het bouwen zonder vergunning is enkel mogelijk indien voor het bouwen op grond van artikel 43 van de Woningwet geen bouwvergunning is vereist.

3. Het bouwen zonder vergunning is enkel mogelijk indien voor het bouwen op grond van artikel 43 van de Woningwet geen bouwvergunning is vereist. Verweerschrift namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Niedorp,inzake het bezwaarschrift van de heer Kok en mevrouw Brugman op het besluit van het college als verzonden d.d. 18-12-2008

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad. categorie/agendanr. B. en W. 2013 RA13.0092 B 2 13/965. Raad

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad. categorie/agendanr. B. en W. 2013 RA13.0092 B 2 13/965. Raad Raadsvoorstel jaar Raad categorie/agendanr. B. en W. 2013 RA13.0092 B 2 13/965 Onderwerp: Woonwagenbeleid en herstructurering kleine woonwagencentra Portefeuillehouder: A.J. Sleeking Dorpen en Wijken Team

Nadere informatie

Handreiking brandveiligheid van. woonwagens en. woonwagenlocaties

Handreiking brandveiligheid van. woonwagens en. woonwagenlocaties Handreiking brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties Inhoudsopgave 1. Inleiding 01 2. Brandveiligheidsaspecten bij woonwagens 02 3. Wetgeving 04 4. Handvatten bij het opstellen van een bestemmingsplan

Nadere informatie

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)

Nadere informatie

Bekendmaking van het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 december 2013, nr. 11B, tot vaststelling de Beleidsnota Plattelandswoning.

Bekendmaking van het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 december 2013, nr. 11B, tot vaststelling de Beleidsnota Plattelandswoning. Gemeenteblad Elektronisch uitgegeven van de gemeente Tubbergen Jaargang: 2013 Nummer: 33 Uitgifte: 24 december 2013 Bekendmaking van het besluit van de gemeenteraad d.d. 16 december 2013, nr. 11B, tot

Nadere informatie

Gemeenschappelijke regeling samenwerking belastingen Amstelland- Meerlanden

Gemeenschappelijke regeling samenwerking belastingen Amstelland- Meerlanden Gemeenschappelijke regeling samenwerking belastingen Amstelland- Meerlanden De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, ieder voor

Nadere informatie

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt.

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt. Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Leegstandwet (uitbreiding van de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik en uitbreiding van de mogelijkheden tot tijdelijke verhuur) Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

Corporate brochure RIEC-LIEC

Corporate brochure RIEC-LIEC Corporate brochure RIEC-LIEC Corporate brochure RIEC-LIEC 1 De bestrijding van georganiseerde criminaliteit vraagt om een gezamenlijke, integrale overheidsaanpak. Daarbij gaan de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke

Nadere informatie

WET OP HET OVERLEG HUURDERS- VERHUURDER

WET OP HET OVERLEG HUURDERS- VERHUURDER WET OP HET OVERLEG HUURDERS- VERHUURDER Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a) Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting,

Nadere informatie

Nieuwe wettelijke kaders - Huisvestingswet2014 - Wbmgp (Rotterdamwet) - Woningwet (handhaving)

Nieuwe wettelijke kaders - Huisvestingswet2014 - Wbmgp (Rotterdamwet) - Woningwet (handhaving) Nieuwe wettelijke kaders - Huisvestingswet2014 - Wbmgp (Rotterdamwet) - Woningwet (handhaving) Inge Vossenaar, directeur Woon- en Leefomgeving Portefeuillehoudersoverleg Wonen, Stadsregio Rotterdam 24

Nadere informatie

Definitieve beschikking

Definitieve beschikking Algemene wet bestuursrecht 1 Wet milieubeheer Definitieve i Aanleiding Aan NS Railinfiabeheer B.V., 1998 een revisievergunning ingevolge is beroep ingesteld op grond waarvan grond hiervan is de verlenen

Nadere informatie

TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE DOETINCHEM 2012. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 maart 2012;

TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE DOETINCHEM 2012. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 maart 2012; TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE DOETINCHEM 2012 De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het advies van de sociale raad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28

Nadere informatie

Bijlage veelgestelde vragen Passend Toewijzen

Bijlage veelgestelde vragen Passend Toewijzen Bijlage veelgestelde vragen Passend Toewijzen A) WONINGWET: ALGEMEEN 1. Wat is de nieuwe Woningwet? De nieuwe Woningwet geeft nieuwe regels voor de sociale huursector. Met de herziening wil de overheid

Nadere informatie

opleiding BOA Besluit BOA

opleiding BOA Besluit BOA Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd, versie juni 2005. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikt over: a. een titel van opsporingsbevoegdheid,

Nadere informatie