Nr JULI-DECEMBER 2008 DRIEMAANDELIJKS DOSSIER : HUISHOUDELIJKE ENERGIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nr 55-56 JULI-DECEMBER 2008 DRIEMAANDELIJKS DOSSIER : HUISHOUDELIJKE ENERGIE"

Transcriptie

1 BGHM info Afgiftekantoor : 1050 brussel 5 Nr JULI-DECEMBER 2008 Driemaandelijks informatiemagazine van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij DRIEMAANDELIJKS DOSSIER : HUISHOUDELIJKE ENERGIE EN VERDER : Het statuut van het personeel van de sociale huisvestingsmaatschappijen Welzijns- en gezondheidsatlas van Brussel-Hoofdstad : het dagelijkse leven van de Brusselaars via een atlas

2 BGHM-info Verantwoordelijk uitgever en hoofdredacteur : Yves Lemmens wnd. Directeur-generaal Jourdanstraat Brussel Tel. : 02/ http ://www.bghm.irisnet.be Redactiesecretaresse : Anneleen Adang Tel. : Redactiecomité : Lutgard Decoster Marie-Noëlle Livyns Roger Sannen Luciane Tourtier Roland Tuteleers Jo Van Cleven Pol Zimmer Concept en logistiek : Pascal Houzé Foto s BGHM : Chris Van Goethem en Pascal Houzé Illustraties : Jacques Peten Vertaling : FIBEMA n.v. Drukkerij : Uitgeverij & Drukkerij NV BGHM-Info wordt uitgegeven met de steun van Ethias. De overname van teksten en illustraties is enkel toegestaan na schriftelijke toestemming van de redactie en de auteur en mits de bron alsook de naam van de auteur vermeld worden. De gepubliceerde artikels geven enkel de mening weer van de auteur(s) Inhoud nummer : Het editoriaal artikel van de hoofdredacteur... 3 Dossier : Huishoudelijke energie... 4 Energie (Pol Zimmer)... 4 Huisvesting en energiearmoede (Muriel Wart)... 6 Het energieprestatiecertificaat: één materie, drie gewesten... 9 Energie en energiebesparende maatregelen (Anneleen Adang) Energiebesparing in bestaande appartementsgebouwen (Jonathan Fronhoffs) Premies en stimulansen voor energiebesparende investeringen in de sociale huisvestingssector (Marie-Noëlle Livyns en Eric Myngheer) De sociale energiebegeleiding, een idee dat opgang maakt (Christophe Barbieux) Rationeel energiegebruik op de sociale woonmarkt. Projecten in de Noordwijk en de Chicagowijk (Valentine De Lannoy) Juridisch Het statuut van het personeel van de sociale huisvestingsmaatschappijen (Dominique Vercruysse) Wonen in 3Dimensies: Gezondheid, Veiligheid, Gezelligheid Van het individuele naar het gemeenschappelijke: een kleine stap voor Gebruwo (Muriel Vander Ghinst) Open venster Welke samenhang voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? De conclusies van het eerste verslag van het Gewestelijk Ondersteuningscentrum sociale samenhang CRAcs (Alexandre Ansay) Het NAPincl, het strategisch rapport over de sociale bescherming en insluiting - De koppelingen ervan op Federaal, de Gewestelijk en Gemeenschappelijk niveau (Annette Perdaens) Welzijns- en gezondheidsatlas van Brussel-Hoofdstad: het dagelijkse leven van de Brusselaars via een atlas (Myriam De Spiegelaere en Truus Roesems) Varia Vincent Baré, de nieuwe preventieadviseur van de BGHM (interview door Marie-Noëlle Livyns) Nieuws van de OVM s Project voor Sociale Cohesie Radijs-Marollen Kleuren en kinderdromen in de Marollen (Philippe Helson) D/2008/5637/93 2

3 Het editoriaal artikel van de hoofdredacteur Energie, energie en nog eens energie. Sinds de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt, de stijging van de energieprijzen, de daling van de koopkracht, slaan ze je naar het hoofd met allerlei tips over hoe de energiefactuur betaalbaar kan worden gehouden. Steeds meer wordt er gezocht naar goedkopere en duurzamere energiebronnen. Overal kun je erover lezen. In iedere krant en tijdschrift staat er wel één of ander artikel. Ook de reclame speelt in op dit gevoelige thema. Voor mensen met een beperkt inkomen, is de vraag naar betaalbare energie enorm. Er is zelfs sprake van een ware noodzaak. In dit driemaandelijks dossier bieden we alvast een overzicht van de vele nuttige en minder nuttige tips. Er werd getracht zowel een politiek- als een meer praktijkgericht aanbod te brengen. Voor het beleidsgebonden gedeelte werden de resultaten van de rondetafelgesprekken uitgewerkt door een wetenschappelijk consulente, mevrouw Muriel Wart. Het energieprestatiecertificaat dat werd ingevoerd in de 3 Gewesten wordt eveneens besproken. Voor het praktijkgerichte gedeelte worden verschillende voorbeelden van goedkope en van dure energiebronnen, alsook van meerdere energiebesparende maatregelen overlopen. We krijgen ook een overzicht van de bestaande energiepremies voor de collectieve huisvesting. Verder heeft een artikel van de heer Christophe Barbieux het over de sociale begeleiding en wordt er een bestaand initiatief in de Noordwijk en de Chicagowijk uitgewerkt door mevrouw Valentine De Lannoy. Het dossier bewijst alleszins dat er zeer gretig wordt gezocht naar mogelijkheden om de verhoogde energiefacturen te drukken. De juridische rubriek bevat een artikel over het statuut van de personeelsleden van de openbare vastgoedmaatschappijen. Onder «wonen in 3D» vinden we dan een artikel van mevrouw Muriel Vander Ghinst die een interessante interpretatie van de sociale cohesie hanteert. Zij maakt een duidelijk onderscheid tussen het individuele, het collectieve en het communautaire niveau van de sociale cohesie. Alvast interessant om de opbouwfase van projecten op een degelijke manier te schragen. In de rubriek Open Venster komen drie stijvolle dames en een heer met klasse aan het woord. In hun bijdrage wordt de sociale cohesie geëvalueerd, het strategisch rapport over de sociale bescherming en de sociale uitsluiting behandeld en de atlas van het Observatorium voor Gezondheid en welzijn voorgesteld. Een goede dosis leerrijke literatuur wordt verzekerd. Verder maken wij kennis met de heer Vincent Baré die ons wordt voorgesteld als de nieuwe preventieadviseur van de BGHM. Ons magazine eindigt op een luchtige noot, namelijk met een portie kunst vanuit de Marollen. Het is een cocktail geworden van diverse onderwerpen belicht door verschillende persoonlijkheden. Zoals altijd wordt ook hier naar kwaliteit gestreefd en hopen wij u ook met dit nummer te kunnen boeien. Yves Lemmens, Hoofdredacteur 3

4 DRIEMAANDELIJKS DOSSIER HUISHOUDELIJKE ENERGIE Energie De afgelopen jaren werd de energieproblematiek gaandeweg belangrijker in het politieke debat en in de media. De vrijmaking van de markten, de opkomst van een aantal landen ( Brazilië, Rusland, Indië en China ) als nieuwe economische machten en verbruikers van energie, de prijsschommeling van een vat ruwe olie en, algemener, de vaststelling dat onze planeet opwarmt. Al deze elementen zorgden ervoor dat energie niet meer uit de actualiteit weg te branden was. Het ziet er bovendien naar uit dat dit nog een tijdje zal voortduren. De energiekwestie bevindt zich vandaag op het kruispunt van de structurele problematiek van duurzame ontwikkeling en van meer sociale problemen die te maken hebben met de algemene toegang tot energie voor een betaalbare prijs. De Europese richtlijn «Save», waarmee de CO2-uitstoot moest worden teruggeschroefd, stamt uit 1993 en werd in 2002 verlengd door een richtlijn over de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Die richtlijn moest door de verschillende lidstaten tegen begin 2006 worden omgezet. 4 De energiekloof is trouwens al enige jaren aan het groeien. Dat zette de overheid bijna tien jaar geleden aan tot enkele maatregelen om een minimumlevering te waarborgen voor de economisch zwakste bevolkingsgroepen. Vandaag stellen wij eindelijk vast dat de perceptie van het energieprobleem in een stroomversnelling is terechtgekomen en dat het besef is gegroeid dat er maatregelen moeten worden genomen. Onderhavig dossier van «BGHMInfo» sluit aan op het dossier van nummer 50 van het magazine uit het voorjaar van 2007, dat in het teken van duurzaam wonen stond. In het voorliggende nummer wordt het energievraagstuk vanuit verschillende standpunten bekeken : de energiearmoede, premies en stimulansen om te investeren in energiebesparingen in de sociale huisvestingssector, het energieprestatiecertificaat dat in de drie Belgische gewesten werd ingevoerd en diverse experimenten of vrij praktische voorstellen die focussen op een aantal individuele of collectieve initiatieven om het probleem aan te pakken en om concrete oplossingen aan te brengen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest begon zijn denkwerk en nam zijn eerste initiatieven inzake duurzame huisvesting vanaf de derde regeerperiode toen het Gewest ook het Derde colloquium van de Europese Ministers over duurzame huisvesting in juni 2002 te Genval organiseerde. Sindsdien is duidelijker gebleken dat er moet worden gekozen voor een offensiever beleid ter zake. Vandaar dat het Gewest zijn antwoord tijdens deze regeerperiode ( ) uitbouwde en versterkte, zoals blijkt uit de inhoud van het voornoemde nummer 50 van BGHM-Info. Het is duidelijk dat een aanzienlijk deel van het sociale woningenbestand inzake energieverbruik te wensen over laat. Historisch gezien was volkshuisvesting in verschillende perioden een terrein waar geëxperimenteerd werd op het vlak van architectuur, bouwtechnieken of het gebruik van materialen. Hiermee kon de sector er niet voor zorgen dat het hele patrimonium thans in een behoorlijke staat verkeert of dat alle woningen zuinig omspringen met energie.

5 Deze vaststelling en het feit dat er tot vóór de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 1989 geen sprake was van een vooruitblikkend beheer van het woningenbestand verklaren waarom de sector thans geconfronteerd wordt met een aanzienlijke renovatiebehoefte. Het energievraagstuk stelt onze manier van ontwikkelen in vraag. Sterker nog, onze levenswijze en onze woonvormen worden erdoor in twijfel getrokken. Door de energieproblematiek moeten wij onze gewoonten opnieuw in perspectief plaatsen, terwijl een groot deel van onze cultuur die gewoonten precies naturaliseert. Die vraagstelling lijkt trouwens nog niet voorbij, want na de energie lijkt het water aan de beurt te zijn Die vragen klinken vandaag steeds sterker door in het huisvestingsbeleid en in het beleid van de Brusselse sociale huisvesting. Meer dan ooit profileert een vooruitblikkend beheer zich als een essentieel element in het gewestelijk huisvestingsbeleid. Als wij willen vermijden dat de energiekloof nog groter wordt, zal de overheid het voortouw moeten nemen en instaan voor doeltreffende antwoorden en beleidsinstrumenten die resoluut in die richting wijzen. Pol Zimmer, BGHM, Verantwoordelijke Studiecel Dat betekent dus dat, als aanvulling op de in dit dossier voorgestelde initiatieven, er blijkbaar ook nog structurele antwoorden geformuleerd zullen moeten worden inzake het investeringsbeleid in de sector. De instrumenten en systemen, zoals het technisch kadaster, die thans de opvolging en de oriëntering van het investeringsbeleid mogelijk maken, zullen binnenkort met dit nieuwe element rekening moeten houden. Het is immers duidelijk dat niet alleen onze consumptiemethoden aan verandering toe zijn, maar dat het ook met onze manier van produceren een andere kant uit moet. 5

6 Huisvesting en energiearmoede Op het moment dat de energiemarkten worden vrijgemaakt en de brandstofen elektriciteitsprijzen de hoogte inschieten, duikt het onrustwekkende fenomeen «energiearmoede» ( EA ) op. Sinds 1996 is het deel dat de gezinnen met een laag inkomen 1 aan energie besteden, vrijwel verdubbeld. Dat probleem kan uiteraard niet bestudeerd worden zonder ook te kijken naar de aspecten inzake de «woning». Wat is energiearmoede? Thans bestaat er in België geen officiële definitie van het begrip energiearmoede. De enige referentie ter zake komt uit het Verenigd Koninkrijk waar het verschijnsel als volgt wordt gedefinieerd : «het onvermogen van een gezin om zijn huis aan een adequate temperatuur te verwarmen ( zegge zonder gevaar voor de gezondheid en comfortabel ) als gevolg van een laag inkomen en gebouwen met slechte energieprestaties». In België wordt ervan uit gegaan dat een te gering inkomen en ( overmatige ) schuldenlast de belangrijkste oorzaken van energiearmoede 1 Vergelijkende studie van de sociale energiemaatregelen, Cédric Dumortier, Sandrine Meyer, Dr. Walter Hecq (CEESE [Centre d études économiques et sociales de l environnement] ULB) en Barbara Demeyer en Kris Bachus (HIVA [Hoger Instituut voor de Arbeid] KUL), Augustus zijn. De andere oorzaken zijn de stijgende energieprijzen en huurprijzen waarvan de kwetsbare personen opnieuw het grootste slachtoffer zijn. Europese studie Gezien de problematiek van de energiearmoede, financiert Europa sinds december 2006 een studie over dat verschijnsel. Die studie heet EPEE 2 2 «European Fuel Poverty and Energy Efficiency» en wordt gevoerd in het kader van een samenwerkingsverband tussen Frankrijk, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en België. Deze studie wil er uiteindelijk voor zorgen dat nieuwe Europese richtlijnen inzake de Energieprestatie van gebouwen makkelijker kan worden toegepast door zich in de eerste plaats te richten op personen met een laag inkomen, die in oncomfortabele woningen wonen die zij niet kunnen verbeteren. Rondetafelconferentie over de huisvesting In het kader van de EPEE organiseerde het CUNIC 3, dat belast is met de studie op Belgisch niveau, verschillende 2 Officiële site van de studie: < >. 3 Universitair centrum van Charleroi: < >. rondetafelconferenties waaronder één met als thema : «Aides aux logements : perspectives d avenir pour les personnes en précarité» 4. In dit stadium van het onderzoek blijken diverse vaststellingen en kunnen verschillende conclusies worden getrokken. 1. Onvoldoende kwaliteit van de woningen Het hoeft niet gezegd dat deze eerste vaststelling niet nieuw is : de kwaliteit van de huidige woningen laat duidelijk te wensen over en de meest kwetsbare personen betrekken de woningen met de slechste energieprestaties. Reeds daar begint de vicieuze cirkel De energiefacturen stijgen, de gezinnen kunnen niet meer betalen, de schuldenlast begint en in het slechtste geval zitten de mensen zonder stroom en/of verwarming. Aangezien het woningaanbod de vraag niet kan volgen, raken vochtige of slecht geïsoleerde of ongezonde woningen toch nog verhuurd. Kwetsbare personen hebben er over het algemeen geen flauw idee van dat hun elektriciteitsen verwarmingsfacturen in een vochtige of ongezonde huurwoning aanzienlijk hoger zullen liggen en dat ze er bovendien nog ernstig ziek kunnen worden. 4 Hulp aan woningen: toekomstperspectieven voor kwetsbare personen. 6

7 Hoe slechter de kwaliteit van de woning, hoe moeilijker om er tegen een aanvaardbare kostprijs voor isolatie te zorgen. De eigenaars wagen zich zelden aan dergelijke werken en als zij het toch doen, wordt de huurprijs onmiddellijk verhoogd en zien de bewoners zich ertoe verplicht de woning te verlaten. Een tweede vicieuze cirkel begint Als er zou worden gezorgd voor gebruiksaanwijzingen en/ of onderhoudsboekjes van de woning zouden de huurders de risicoplaatsen blijkbaar reeds beter gebruiken ( ventilatie, ). Daarenboven zouden de sociale woningen met de beste energieprestaties bij voorrang moeten worden toegewezen aan de meest kwetsbare personen, zodat zij niet afglijden in de energiearmoede. 2. Gebrek aan coördinatie In België wordt het armoedeprobleem onvoldoende globaal aangepakt. De interventie- en urgentiediensten zoals schuldbemiddeling, gezondheidszorg, woondiensten, sociale energiebegeleiding en andere diensten lopen elkaar voor de voeten. Al deze diensten hebben het recht om te bestaan, maar als er voor coördinatie zou worden gezorgd en deze diensten hun informatiekrachten zouden bundelen, zouden hun initiatieven veel doeltreffender zijn. Het wordt tijd dat de professionals van de betrokken sectoren ( gezondheid, huisvesting, schuldbemiddeling, ) rond de tafel gaan zitten en een energiebeleid ontwikkelen dat nauw verband houdt met het huisvestingsbeleid. 3. Opeenstapeling van problemen Zonder te willen veralgemenen, moeten wij toch vaststellen dat kwetsbare personen soms worden geconfronteerd met een opeenstapeling van problemen : gebrek aan opleiding of zelfs problemen inzake geestelijke gezondheid, slechte hygiëne, instabiliteit ( talrijke verhuizingen ), overmatige schuldenlast, Omwille van al die redenen is het zeer moeilijk om dat publiek te sensibiliseren voor en te informeren over rationeel energiegebruik, ook al zou dat hun energiefactuur ten goede komen. Het komt niet zelden voor dat huurders hun woning verlaten, omdat zij hun energiefactuur niet meer kunnen betalen. Zij denken dan dat zij door de mazen van het net zijn geglipt en dat zij niet zullen hoeven te betalen. Helaas voor hen is de situatie minder eenvoudig. Zij worden vaak in de kraag gevat en de rekening loopt nog op, want zij moeten dan ook nog de rappelen gerechtsdeurwaarderskosten ophoesten! 4. Eigenaars in gebreke Sommige eigenaars bezondigen zich aan dubieuze praktijken waarmee zij de kwetsbare situatie van mensen ( bewust of onbewust ) nog erger maken. Enkele voorbeelden. De eigenaar kondigt een huurprijs «inclusief alle lasten» aan, maar betaalt de energiefacturen van de woningen niet. Zo komen de huurders zonder gas of elektriciteit te zitten en kunnen zij niets ondernemen om hun situatie te veranderen. Gezien het woningtekort deinzen eigenaars van ( zeer ) ongezonde woningen er niet voor terug om hun woning aan arme mensen te verhuren. De controles op het verbod om 20 n woningen te verhuren, moet worden opgedreven om met dergelijke huisjesmelkers komaf te maken. De eigenaars voeren zelden grote isolatiewerken aan hun woning uit, aangezien zij er zelf niets aan hebben. Op dat vlak zou het interessanter zijn om het systeem waarbij een deel van de investering wordt terugbetaald, te verlaten en te kiezen voor een systeem van de derde investeerder 5 door er financiële of fiscale voordelen aan te koppelen. Zodoende wordt de inspanning van de eigenaar beloond en hoeft hij zijn huurders geen hogere huurprijs aan te rekenen om zijn investering terug te verdienen. Het zou interessant zijn om te zorgen voor de uitbouw van verenigingen 6 waarin eigenaars en huurders samenkomen om hun onderlinge relaties te verbeteren. Zo zijn er in Vlaanderen werkgroepen onder de naam «Ecoteams» opgericht. In dat kader gaan kansarmen en maatschappelijk werkers samen rond de tafel zitten om de problemen te bespreken. 5 Volgens het principe van de derde investeerder staat een derde in voor de last en de verantwoordelijkheid van een project. De terugbetaling van de kosten hangt af van de winst die wordt gemaakt op de energiefactuur en vindt plaats wanneer deze kosten worden terugbetaald aan de derde investeerder. Op dat moment krijgt het bedrijf/ de klant de energiebesparingen. Dankzij dat principe winnen zowel de derde investeerder als de onderneming/de klant. 6 Bijvoorbeeld de AWCCLP (Association Wallonne des Comités Consultatifs de Locataires et de Propriétaires). 7

8 Zodoende kwamen reeds betwistbare praktijken van onder andere eigenaars aan het licht. 5. De nefaste gevolgen van de vrijmaking van de energiemarkten Naast de reeds vermelde stijging van de prijzen veroorzaakte de vrijmaking nog andere ongewenste effecten Sommige mensen hebben tegelijkertijd verschillende contracten voor de levering van elektriciteit of gas ondertekend en werden dus geconfronteerd met annulatiekosten of dubbele facturatie! De informatie over die vrijmaking van de markten is zo ingewikkeld en moeilijk te begrijpen dat de «armen» opnieuw het gelag betalen. De facturen zijn een heus doolhof en zijn allemaal anders opgesteld. Als je je leverancier belt voor aanvullende informatie moet je heel lang wachten om uiteindelijk toch geen antwoord te krijgen. Ook de maatschappelijk werkers van de OCMW s die met Sociale Energiebegeleiding belast zijn, worden met dat probleem geconfronteerd. Hoe lang moeten wij nog wachten vooraleer de energieleveranciers gratis infolijnen openen en hun facturen gelijkvormig maken? Tot slot moeten wij vaststellen dat de aan de woning gelinkte energiearmoede een ruim probleem is. Toch kunnen kleine acties, zoals deze die wij hierboven hebben aangegeven, het verschijnsel terugdringen. De politici moeten evenwel dringend werk maken van het probleem, vooraleer de situatie nog erger wordt. Wij mogen immers niet vergeten dat energiearmoede slechts een stukje van de armoede puzzel is. Initiatieven kunnen enkel doeltreffend en samenhangend zijn als armoede globaal wordt aangepakt. De EPEE is een stap in de richting van een collectieve bewustwording van het probleem. Muriel Wart, Wetenschappelijk adviseur, CUNIC Van links naar rechts : Muriel Wart, Jean-Pierre Baland en Daphné Van Ing ( Foto : Cunic ). 8

9 Het energieprestatiecertificaat : één materie, drie gewesten De SAVE-richtlijn ( uit 1993 )1, die erop gericht was de CO2uitstoot te verminderen, werd verlengd door een richtlijn ( de 2002/91/CE van 16 december 2002 ) over de Energieprestatie en het binnenklimaat van de gebouwen. De richtlijn moest door de Lidstaten tegen 4 januari 2006 worden omgezet, maar deze termijn werd slechts in zeldzame gevallen nageleefd ( enkel in Vlaanderen waar de EPB2 in januari 2006 werd ingevoerd ). Er werd onder andere verplicht om een berekeningsmethode en een aantal eisen inzake energieprestaties uit te werken voor alle nieuwe gebouwen en voor de bestaande gebouwen van meer dan m² die aanzienlijke renovatiewerken ondergingen. In een latere fase zal ook het energieprestatiecertificaat en een nazicht van de stookketels en de aircosystemen een verplichting worden ( 2009 ). 1 Save: Richtlijn 93/76/CEE van de Raad van 13 september 1993, tot beperking van de kooldioxide-emissie door verbetering van de energie-efficiëntie. 2 EPB: Energieprestatienormen voor de gebouwen PEB: Prestation énergétique des bâtiments. Het «energieprestatiecertificaat» ( geldig voor hoogstens tien jaar ) zal niet alleen verplicht zijn in geval van nieuwbouw, maar ook bij verkoop of verhuring van een gebouw. Het certificaat maakt de energiebalans op van het gebouw en geeft adviezen om die balans snel te verbeteren. Dat is een meevaller voor de bouwsector, want dat zal aardig wat werk opleveren voor de aannemers. Het energiecertificaat zal de kopers en huurders ook in staat stellen de energieprestaties van de woningen te vergelijken. Hiermee zullen gebouwen met een goede energieprestatie beter in de markt liggen en in waarde stijgen. Zo zullen eigenaars ertoe aangezet worden hun gebouwen beter te isoleren en hun verwarmingsinstallaties te vernieuwen. Jacques Peten 9

10 Aangezien het in België om een gewestmaterie gaat, rijst de vraag hoe deze kwestie eigenlijk geregeld is. HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd een «EPBordonnantie» op 7 juni 2007 aangenomen en op 11 juli 2007 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Het eerste uitvoeringsbesluit werd op 5 februari 2008 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De andere verkeren nog in de uitwerkingsfase. De ordonnantie zal in verschillende fasen in werking treden. 3 De precieze datum is nog niet gekend, maar de gebouwen van meer dan m² zullen hun EPB-certificaat in principe in 2009 moeten aankondigen. In 2009 zal de reglementering ook bij de verkoop of verhuring van gebouwen een energieprestatiecertificaat verplicht maken. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de gebouwen ( huisvesting en tertiaire sector ) ongeveer goed voor 70 % van het globale gewestelijke energieverbruik. Precies daarom gaat de ordonnantie verder dan in beide andere gewesten. De ordonnantie heeft betrekking op alle gebouwen en niet alleen op nieuwbouw of renovaties van meer dan m². Vandaar dat het E-peil ( globale energieprestatie ) en K-peil ( globaal isolatiepeil ) van de gebouwen in Brussel 3 Marianne Pouplier, BGHM-Info nr. 53 (januari-februari-maart 2008), p ambitieuzer is dan in Vlaanderen en in Wallonië. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft voor woningen een K40 en een E70 bepaald en voor kantoren, diensten en scholen een K45 en een E75. Voor meer informatie over de EPB-reglementering en de verschillende beschikbare middelen waarmee die reglementering kan worden nageleefd, verwijzen wij u naar de webstek van Leefmilieu Brussel. Surf naar : <www.leefmilieubrussel.be> VLAANDEREN Nieuwbouw In Vlaanderen gelden sinds 1 januari 2006 eisen op het vlak van energieprestaties en binnenklimaat ( EPB ) voor nieuwbouw en verbouwingen waarvoor een bouwvergunning vereist is. Het is verplicht om een EPB-aangifte te doen die aantoont dat alle maatregelen zijn genomen opdat het afgewerkte gebouw voldoet aan wettelijk vastgelegde minimumnormen voor isolatie, ventilatie,... In de gevallen dat uit deze uitgifte een E-peil wordt berekend, wordt sinds 2006 meteen ook een energieprestatiecertificaat uitgereikt. Het gaat dan om woningen, kantoren en scholen. Het E-peil geeft aan welke energieprestatie het gebouw bereikt en het mag niet hoger liggen dan E100. Tijdens de overgangsfase ( aanvraag voor stedenbouwkundige vergunning ingediend in 2006 ) mocht de bouwheer er ook voor kiezen om al dan niet te voldoen aan bepaalde isolatie-eisen ( K-peil ). In beide gevallen kreeg hij bij de EPB-aangifte een certificaat. Bestaande gebouwen Voor bestaande gebouwen heeft de Vlaamse overheid zichzelf een strakke timing opgelegd. In het najaar van 2008 moet een energieprestatiecertificaat ook verplicht zijn bij de verkoop van residentiële gebouwen. In 2009 moet het voorgelegd worden aan huurders van een woning. Ook bij de verkoop of de verhuur van niet-residentiële gebouwen zal een certificaat nodig zijn in Drukke publieke gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan m² moeten vanaf 2009 eveneens een certificaat hebben, zelfs als ze niet nieuw zijn of als ze van eigenaar of huurder veranderen. Hiermee mikt het Vlaams Gewest op de gebouwen van de overheid, maar ook op deze van de overheidsbedrijven ( stations, postkantoren,... ) van de onderwijsinstellingen ( scholen, universiteiten,... ) en van de welzijns- en gezondsheidsvoorzieningen ( ziekenhuizen, rusthuizen,... ). Bij bestaande residentiële gebouwen zullen onafhankelijke deskundigen ( energiedeskundigen type A ) 4 het certificaat opstellen na een onderzoek van het gebouw. Zij moeten een opleiding gevolgd hebben die erkend is door het Vlaams Energieagentschap ( VEA ) 5. De Vlaamse overheid verwacht dat de opleiding van de deskundigen midden 2008 aanvangt. 4 Energiedeskundige type A: Ministerieel besluit van 11 maart 2008 (B.S. 20 maart 2008) betreffende de opleidingen tot energiedeskundige type A en type B, art Vlaams energieagentschap (VEA): Het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Energieagentschap (VEA) werd opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 april Dit besluit is in werking getreden op 1 april Meer info op <http://www.energiesparen.be>. 10

11 Wat kost het? De Vlaamse overheid schat dat ieder jaar ongeveer woningen een certificaat zullen krijgen. Minister Crevits, Vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en natuur, voorspelt dat een deskundige niet langer dan een halve dag nodig zal hebben om voor een gemiddelde woning een certificaat op te maken. Gemiddeld zal het 200 tot 250 kosten. Het certificaat is tien jaar geldig. Eerste ervaringen in Vlaanderen In de woningbouw bieden sleutelop-de-deur-bedrijven projecten aan die aan het E100-peil voldoen, zoals de EPB-regelgeving oplegt. Maar deze firma s staan open voor klanten die verder willen gaan met energiebesparing door bijvoorbeeld de installatie van warmtepompen, fotovoltaïsche zonnepanelen,... HET WAALSE GEWEST Op 19 april 2007 keurde het Waalse Gewest het Kaderdecreet 6 goed voor een gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn ( artikelen 3, 4, 5, 6, 7 en 10 ). De reglementering met betrekking tot de inspectie van de stookketels en de aircoinstallaties ( artikelen 8 en 9 ) zal pas helemaal in werking treden na de publicatie van de uitvoeringsbesluiten die thans ter raadpleging aan de Regering werden voorgelegd. Het besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de berekeningsmethode en de eisen, de goedkeuringen en de sancties op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen werd op 17 april 2008 goedgekeurd. De prestatiepeilen worden vastgesteld aan de hand van maximumwaarden van de warmteoverdrachtcoëfficiënt van de muren ( Umax ), isolatie van de gebouwschil ( K=45, in plaats van de huidige 55 7 ) en een primaireenergieconsumptiepeil dat wordt uitgedrukt in een percentage van een referentiepeil volgens een statistische formule voor een gebouw van «middelmatige kwaliteit» ( Ew=100 ). De eisen zullen geleidelijk worden toegepast : Op 1 september 2008 : K45, Umax-waarden, ventilatie voor alle nieuwe gebouwen ( K55 voor de industriële gebouwen, K65 voor sommige bestemmingswijzigingen ) en in geval van renovatie, Umax-waarden voor vernieuwde muren en luchtaanvoersystemen als er ramen worden vervangen. Tijdens dit overgangsjaar wordt er nog geen EPBverantwoordelijke aangesteld. Op 1 september 2009 : toevoeging van een Ew100-eis voor nieuwe gebouwen ( woon-, kantoor- en dienstgebouwen, schoolgebouwen ) en aanstelling van een EPBverantwoordelijke. Energie en stedenbouw zijn voortaan gekoppeld en kondigen een Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie ( CWATUPE ) aan. De aflevering van het Energieprestatiecertificaat voor nieuwe gebouwen wordt gekoppeld aan de stedenbouwkundige vergunning : hierin wordt een EPB-verbintenis in de vergunningsaanvraag bepaald, alsook een EPB-verklaring twee weken vóór de aanvang van de werken en een slotverklaring waarin de toegepaste maatregelen worden beschreven. Tevens wordt voor het gebouw het berekende resultaat opgegeven, waarop de inhoud van het certificaat zal gebaseerd zijn. De opdrachtgever, «EPBdeclarant», stelt een «EPBverantwoordelijke» aan. Dat kan een architect zijn ( zelfs deze van het ontwerp ) of een andere door het Gewest erkende persoon. Het Gewest zorgt ook voor een gebruiksvriendelijk informaticaprogramma om de ontwerpers te helpen zich te schikken naar de nieuwe vereisten en om de opdrachtgever te overtuigen van de gegrondheid van de genomen opties. Het Waalse Gewest maakt zijn berekening zoals Vlaanderen, behalve voor de referentiewaarde die in het Vlaamse Gewest voortvloeit uit een staal van woningen. Experts en overheden vinden dat het om een klein detail gaat. Wat de bestaande woningen betreft, zijn thans meer dan 260 auditeurs erkend om de EAP-audits uit te voeren ( Energieadviesprocedure ). 6 Belgisch Staatsblad van 29 mei Waarvoor staat «K»?: Het «K-peil» bepaalt de globale warmte-isolatie van een gebouw. Hoe kleiner de K, hoe beter de isolatie. 11

12 Deze auditeurs worden na een opleiding van vijf dagen benoemd voor drie jaar. Om geselecteerd te worden, moet je aantonen dat je beschikt over een echte praktijkkennis inzake energie-evaluatie. De auditeur moet onafhankelijk zijn van de geauditeerde en mag geen energieleverancier noch een leverancier zijn van uitrusting die aan de audit onderworpen is. Tot slot moet hij zich ertoe verbinden een minimumbestek te respecteren waarin alle voorwaarden voorkomen, die door de besluiten worden bepaald. En praktisch? De Energieadviesprocedure ( EAP ) omvat twee delen. Het eerste deel bestudeert het gebouw in een gestandaardiseerde situatie. Dat deel zal evolueren naar een certifiëringsmodule die in 2009 zal worden toegepast voor bestaande woningen die te koop of te huur worden aangeboden. Het tweede deel omvat het werkelijke gedrag en verbruik en maakt het mogelijk een persoonlijk energieadvies te verstrekken, waarbij met deze gegevens rekening wordt gehouden en verbeteringsmaatregelen worden voorgesteld. Het Gewest moedigt de bouw van minder energieverslindende woningen aan via talrijke premies en fiscale prikkels. Het Gewest publiceert ook praktische gidsen voor vaklui en architecten. Er wordt ook gezorgd voor technische gidsen voor het ruime publiek. Een premie van 60 % van de prijs ( met een maximum van 360 ) wordt toegekend voor een energieaudit. Talrijke andere Waalse premies moedigen de bouwsector aan : de REG-premies, Soltherm 8, UREBA 9, AMURE 10 en de gemeentelijke premies voor zonne-energie. «Beter doen dan de huidige reglementering» In 2004 heeft het Waalse Gewest de actie «Construire avec l energie 11» opgestart om de bouw te stimuleren van nieuwe woningen waarvan de energieprestaties beter zijn dan de vigerende reglementaire eisen. De architecten en de aannemers bereiden zich zodoende voor op de wijzigingen van de warmtereglementering, terwijl de kandidaat-bouwers ertoe worden aangezet om nieuwe woningen met betere energieprestaties aan te kopen. De actie zet de professionals er ook toe aan om vrijwillig projecten te ontwikkelen die verder gaan dan de wettelijke energievereisten. Met dank aan Peter Graller, redacteur Confederatie Bouw Monique Glineur, Ministerie van het Waalse Gewest, D.G.T.R.E1012. Afdeling Energie Marienda Mollen, Vlaamse Confederatie Bouw Eric Myngheer, energieadviseur PB 8 Soltherm is een initiatief van het Waalse Gewest om de markt van de zonneboilers in Wallonië aan te moedigen. 9 UREBA staat voor het programma waarmee het Waalse Gewest het rationeel energiegebruik in de overheidssector wil aanmoedigen. 10 AMURE staat voor het programma waarmee het Waalse Gewest het rationeel energiegebruik in de privé-sector wil aanmoedigen. 11 Bouwen met energie 12 Algemene Directie voor Technologie, Onderzoek en Energie. 12

13 Energie en energiebesparende maatregelen Nu het niet meer te ontkennen valt dat de energiefacturen blijven stijgen, rijst de vraag meer dan ooit wat we hieraan kunnen doen. Wanneer we de energiefacturen van de afgelopen jaren analyseren, merken we een enorme prijsstijging op. De energieprijs, uitgedrukt in c/kwh, wordt niet enkel bepaald door de eenheidsprijs, maar wordt, onder meer ook beïnvloed door speculatie en politiek. Een voorbeeld hiervan is de afgelopen politieke crisis, waarbij de oorlog in Irak voor een enorme prijsstijging zorgde. De individuele verbruiker stond voor een voldongen feit. Aan de prijs van energie valt weinig te veranderen. Wat we wel kunnen doen om de energiefactuur min of meer betaalbaar te houden, is inspelen op het verbruik. Energiefactuur uitgedrukt in = verbruik kwh x energieprijs c / kwh Het energieprobleem is drievoudig. Enerzijds raken energiebronnen uitgeput en dient men op zoek te gaan naar steeds nieuwe bronnen. Anderzijds wordt energie almaar duurder en neemt deze een steeds grotere hap uit het gezinsbudget. Ten derde is er het ecologische effect. De opwarming van de aarde moet dringend afgeremd worden door drastisch een verminderde uitstoot van CO2 na te streven. Men hoort al vaak oplossingen promoten zoals goed isoleren, zorgen voor een goede luchtdichtheid van de woning, gebruik van alternatieve energie zoals zonne-energie, zuiniger omgaan met water en elektriciteit,... Hierbij rijzen verschillende vragen. Hoe kunnen we ons huis goed isoleren? Welk materiaal gebruiken we best om dit te doen? Welke handelingen en gewoonten kunnen we invoeren om doeltreffend te bezuinigen op energie? Is het niet zo dat men dikwijls grote investeringen moet verrichten, vooraleer een resultaat zichtbaar wordt op de energiefactuur ( het verminderd verbruik )? Kunnen we deze investeringen ook effectief terugwinnen? En wat zijn de merkbare voordelen voor de natuur? Zijn de investeringen wel duurzaam? Verschillende studies werden reeds verricht hieromtrent. Het is een must om op zoek te gaan naar oplossingen, naar effectieve en duurzame oplossingen. Want het staat vast dat de meest kwetsbare bevolkingsgroepen als eerste het slachtoffer worden van deze tikkende tijdbom. Zo werd in 2005 een studie verricht door Roel De Coninck ( 3E ) en Griet Verbeeck ( KUL ) in opdracht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer ( BIM ). Deze heeft voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ( BHG ) op wetenschappelijke wijze de impact van de verschillende energiebesparende investeringen in de residentiële en tertiaire sector onderzocht en een economische evaluatie doorgevoerd. Als je weet dat het energieverbruik in gebouwen verantwoordelijk is voor 71 % van het totale energieverbruik in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan is het duidelijk dat de gebouwensector bijzondere aandacht verdient. Te meer omdat de politieke wil bestaat om de opgelegde vermindering in uitstoot van CO2 in Brussel te realiseren. De Europese Richtlijn betreffende de Energieprestatie van Gebouwen verplicht alle lidstaten om zo snel mogelijk een energieprestatieregelgeving te implementeren. Men hoopt zo met een goed onderbouwde minimale prestatieeis het energieverbruik in nieuwe en grondig gerenoveerde gebouwen sterk te verminderen. 13

14 ENERGIEPRIJZEN De energiefactuur kan, zoals reeds eerder aangehaald, opgedeeld worden in de energieprijs en het energieverbruik. De overheid zou in de energieprijs ( gedeeltelijk ) kunnen ingrijpen via heffingen en taksen. Wat het verbruik betreft, voorziet de overheid reeds in bepaalde premies voor, onder andere, renovatiewerken en de installatie van energiezuinige materialen. Maar, blijkt dat men nog veel meer kosten kan besparen door zuiniger om te springen met energie, door bewust bepaalde handelingen in te voeren in ons dagelijkse doen en laten, alsook door bepaalde ingrepen in onze woning. Zo kan men bepaalde investeringen doen en de kosten op korte en/of middenlange termijn terugwinnen door middel van een verlaagde energiefactuur. Daarover gaat ook de studie van de hand van Roel De Coninck ( 3E ) en Griet Verbeeck ( KUL ) in opdracht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Hier zal ik mij beperken tot de resultaten van de residentiële sector, omdat deze rechtstreeks van belang zijn voor ons werkterrein. BOUWKUNDIGE MAATREGELEN Tijdens de studie werden bepaalde bouwkundige maatregelen gebruikt om de impact op het energieverbruik te kunnen analyseren. Naast isolatie ( van dak, gevel, en leidingen buiten woonvertrekken ), beglazing ( enkel, dubbel, lage e-glas en superbeglazing ) en zonnewering is ook de luchtdichtheid als een parameter opgenomen in de analyse. Blijkt dat het grootste verlies aan warmte binnenshuis gebeurt langs de ramen en het dak door infiltratie van buitenlucht via kieren en spleten. Vandaar dat het luchtdicht maken van de woning zo belangrijk is, alsook het voorzien van de minimum vereiste ventilatie. Maatregelen zoals isolatie en dubbele, zelfs drievoudige beglazing hebben wel degelijk hun impact op het warmteverlies binnenshuis. Schema : Vereisten van een passieve woning in volgorde van belang 1. Isolatie : - dak - muren en beglazing - vloeren 2. Luchtdichtheid 3. Gecontroleerde ventilatie Jacques Peten 14

15 Van alle woningen in het BHG heeft 60 % dubbel glas. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde van 67 %. Bovendien is bij bijna de helft van deze woningen dubbel glas niet toegepast voor alle ramen van de woningen. Bij de andere isolatiemaatregelen valt vooral op dat meer dan de helft van de bewoners niet weet of hun woning geïsoleerd is. Het grote aantal flats in appartementsgebouwen in het BHG is waarschijnlijk een verklaring voor het hoge percentage niet wetenden, evenals het hoge percentage huurwoningen. Bij dergelijke woningen is het aannemelijk dat de bewoners geen of weinig zicht hebben op de aanwezigheid van isolatie. Verder is het gebruik van condenserende ketels, thermostatische kranen, goede regeling en eventueel frequentie gestuurde pompen ( collectieve systemen ) aangeraden. Als kers op de taart kunnen alternatieve technieken worden gebruikt. Voor verwarming wordt de warmtepomp ingeschakeld. Een andere techniek is de warmtekrachtkoppeling ( WKK ). Maar de investeringskost voor deze extreme varianten is zeer onzeker, zodat de terugverdientijden niet absoluut zijn. Ook thermische zonnepanelen ( boiler ) doen het de laatste jaren goed bij de eengezinswoningen. Zo is de verkoop van zonnepanelen het laatste jaar bijna verdubbeld. Doch dient er rekening te worden gehouden met de hoge aankoopprijs. Door subsidies worden de hoge investeringskosten evenwel gedrukt, zodat zonnepanelen niet enkel voor rijke mensen mogelijk zijn. Verder werden ook de ventilatiesystemen opgenomen. Mechanische aan- en afvoer van ventilatielucht en eventuele warmterecuperatie vindt men terug in zowel eengezinswoningen als in flatgebouwen. Voor elk van de bovenstaande methodes werd ook de combinatie met een PV-systeem 1 gesimuleerd. Het systeem is telkens gemonteerd op een vrijstaand frame op het dak, zuid georiënteerd en onder een helling van 34. RESULTATEN Tijdens het onderzoek werd het effect nagegaan van deze maatregelen. Uit de resultaten blijkt dat elke maatregel op zich slechts een beperkte energiebesparing realiseert, terwijl door combinatie van maatregelen zeer grote energiebesparingen kunnen gerealiseerd worden tegen een eerder beperkte meerinvestering. Zo werden de terugverdientijden versus totaal primair energieverbruik berekend. De statistische terugverdientijd ( STVT ) wordt berekend op basis van de meerinvestering ( incl. BTW ) en de jaarlijkse besparing op energiekosten, zonder rekening te houden met actualisatie. Hieruit blijkt dat de economisch meest rendabele oplossing ( TAK 2 ) ook quasi de kleinste STVT heeft, namelijk 4,4 jaar voor een nieuwbouw rijwoning. Zo is de meerinvestering voor een K33 woning 3 t.o.v. de referentie K70 woning, met quasi dezelfde verwarmingsinstallatie ( HR-ketel op aardgas met radiatoren en sanitair warm waterproductie via een doorstroomgeiser op aardgas, zonder waakvlam ) terugverdiend op iets meer dan 4 jaar. Toch wel het overwegen waard. Verder wordt een onderscheid gemaakt met de dynamische terugverdientijd ( DTVT ). Deze brengt de actualisatie en de prijsstijgingen wel in rekening. Voor maatregelen die snel worden terugverdiend, liggen de statistische en dynamische terugverdientijden echter dicht bij elkaar. Voor maatregelen met een STVT < 20 jaar vallen DTVT en STVT quasi samen. Voor de economisch meest rendabele maatregel ( minimale TAK ) bedraagt de DTVT bij de nieuwbouw rijwoning zelfs maar 4 jaar bij een actualisatievoet van 4,5 % ( voor particulieren ) en een conservatief scenario voor de prijsstijgingen van de energie ( 2,1 % voor elektriciteit en aardgas ). Dit wil zeggen dat de gedane investeringen terug te winnen zijn binnen de 4 daaropvolgende jaren en verder geniet men steeds een verminderd energieverbruik. Voor de residentiële sector is dit uiterst interessant. De maatregelen met een langere terugverdientijd zijn minder aantrekkelijk voor de sociale residentiële sector, maar kunnen wel voor de tertiaire sector in aanmerking komen. 1 PV-systeem: Fotovoltaïsch systeem. 2 TAK: Totale Actuele Kost. 3 K33 woning (15 cm isolatie in dak en op zoldervloer, 6 cm in gevel, Uglas = 1 W/ m²k en U raamprofiel = 2,2 W/m²K). 15

16 Hierbij werd nog geen rekening gehouden met de voorziene premies die de overheid de laatste jaren toekent. Wanneer we deze wel in rekening brengen, worden de terugverdientijden natuurlijk nog verscherpt. SAMENVATTING De onderzochte residentiële sector omvatte een rijwoning, een herenhuis, een klein en een groot appartementsgebouw. Samengevat heeft het onderzoek tot de conclusie geleid dat in alle gevallen, zowel bij nieuwbouw als bij renovatie, eenzelfde logica dient gerespecteerd te worden om tot een energiezuinig woongebouw te komen : 1. door voldoende en min of meer gelijkmatig verdeelde ISOLATIE in alle niet doorzichtige delen ( ca. 15 cm in het dak, 6-10 cm in de gevel en in de vloeren ) en ramen met superisolerend glas ( U = 1-1,3 W/m²K ) en thermisch verbeterde profielen ( U ~ 2 w/m²k ). Er moet gestreefd worden naar een isolatiegraad van ongeveer K30 voor eensgezinswoningen en K25 voor appartementsgebouwen. Voor renovatie liggen de optimale isolatiegraden ongeveer 10 punten hoger; 2. goede LUCHTDICHTHEID; 3. een PERFORMANTE KETEL; 4. natuurlijk of mechanisch gecontroleerde VENTILATIE. Wil men om milieubewuste redenen nog verder gaan, dan kan men nog : 5. MEER ISOLEREN of kiezen voor BALANSVENTILATIE met WARMTETERUGWINNING, maar deze oplossingen liggen reeds voorbij het economisch optimum, afhankelijk van eventuele premies; 6. WARMTEPOMP, ZONNECOLLECTOR of PV- CELLEN zijn extra s waar in laatste instantie kan voor gekozen worden, als het budget beschikbaar is. Maar zonder financiële steunmaatregelen, die niet in de studie beschouwd zijn, liggen zowel de statische als de dynamische terugverdientijd van deze oplossingen voorbij de gebruiksduur van de woning. Deze analyse geeft een goed zicht op wat kan bereikt worden binnen het woningbestand van het Brusssels Hoofdstedelijk Gewest. Zo kunnen ook bedrijven hun energiegebruik aanpassen, verbruik verminderen en kosten besparen. De resultaten van de tertiaire sector werden in dit artikel bewust niet naar voren gebracht. Via volgende link kunnen zij geraadpleegd en gedownload worden : <http ://www.dubolimburg.be/ media/docs/pdf/pr_beb151_ Eindrapport pdf>. Wat de sociale huisvesting betreft, resten er nog interessante vragen. Wie zal bijvoorbeeld de kosten financieren in de sociale huisvesting? Worden de maatschappijen verantwoordelijk gesteld voor deze investeringen of wordt deze opdracht doorgegeven aan de huurders? Uiteindelijk zal dit invloed hebben op hun factuur. En wat met gebouwen en hun collectieve rekeningen? Zo mag een gezin alle moeite doen om zuinig om te springen met energie, maar wat baat het als de rekening gedeeld wordt met medebewoners die niet deelnemen aan dergelijke inspanning? Dit is een heikel punt waarvoor dringend een realistische oplossing moet gevonden worden. Het is nu afwachten hoe deze veelbelovende voorstellen in de praktijk zullen omgezet worden. Eén zaak staat zeker vast : het is economisch verantwoord om zuinig te ( ver )bouwen! Anneleen Adang, BGHM met medewerking van Eric Myngheer, energieadviseur BGHM en Roel De Coninck, 3E 16

17 Energiebesparing in bestaande appartementsgebouwen Dit themanummer laat er geen twijfel over bestaan : energiebesparing in de sector van de sociale huisvesting is zeker een hot topic. De stijgende energiekost is hier de belanrijkste drijfveer : een vat ruwe olie kost nu 130 $ 1. Amper 3 jaar geleden leek het ondenkbaar dat de grens van 100 $ zou worden overschreden. Deze kosten worden automatisch doorgerekend aan de huurder en meer specifiek aan de sociale huurder. In het budget van een gezin zien we alsmaar vaker situaties waar de lasten meer kosten dan de huur van de woning. Naast de energiekost speelt de ouderdom van het bestaande gebouwenpark een even belangrijke rol : een belangrijk deel van het gebouwenpark is ouder dan jaar. Het steeds weerkerend argument dat er toen gebouwd werd zonder rekening te houden met energieverbruik is één element. Het tweede element is dat er nu op die gebouwen sowieso grotere renovatiewerken aan de orde zijn. Maatregelen in dit kader worden eerder genomen bij het ontwerp van gebouwen of zware renovaties ( cfr. Projecten Modelwijk, Marcolini-Rodenbach, Florair, ) waarover u meer hebt kunnen lezen in BGHM-info nr 50 van 2007 ( en verder in dit nummer ). De vraag blijft dus : hoe verlagen we het energieverbruik in bestaande gebouwen? Het energiezorgsysteem Om gericht acties te voeren is het nodig deze te structureren. Een ISO 9000 certificaat attesteert dat een bedrijf zijn interne werking kwalitatief heeft geanalyseerd, in kaart heeft gebracht en een kwaliteitscontrole heeft ingebouwd. Op vlak van energie kan men een gelijkaardige aanpak toepassen waarbij het principe Plan-Do- Check-Act ( PDCA ) geldt. Eerst plannen ( PLAN ) we de ingrepen die moeten uitgevoerd worden. Alle andere elementen terzijde gelaten ( financiering, dringende maatregelen, opportuniteiten, ), kunnen we proberen na te gaan waar de prioriteiten liggen om in te grijpen. Dit kunnen we aan de hand van een energiekadaster. In dit kadaster evalueren we welke gebouwen het meeste kosten op vlak van energieverbruik. Hiervoor hebben we een kengetal 2 of indicator nodig : hoeveel verbruikt mijn gebouw per vierkante meter vloeroppervlakte? De tweede stap is aan de gebouwen een bepaald gewicht te geven om ze onderling te kunnen vergelijken. Dit doen we door het kengetal te vermenigvuldigen met het totale verbruik. Het is inderdaad vaak interessanter 5 % te besparen op een heel groot gebouw met een relatief laag kengetal ( bv. 170 kwh/m² ), dan besparen op een klein gebouw met een slecht kengetal ( bv. 250 kwh/m² ). Als de te bestuderen gebouwen gevonden zijn, kunnen we zelf mogelijke maatregelen uitzoeken of een studiebureau onder de arm nemen. Het kan verleidelijk zijn een aanbesteding uit te schrijven voor de studie van heel het gebouwenpark, maar dit is meestal geen goed idee : uit het kadaster kan blijken dat een reeks gebouwen niet uitzonderlijk veel besparen; eens de doorlichtingen gebeurd zijn, moeten de investeringen nog gerealiseerd worden. Dit gebeurt dan op meerdere jaren. Misschien zijn de maatregelen die toen beschreven werden niet meer van toepassing; het kan soms interessanter zijn om 1 of meerdere studies te laten uitvoeren en aan het studiebureau vragen de verantwoordelijke binnen de openbare vastgoedmaatschappijen ( OVM ) op te leiden. 1 $ 130 in juni De term Kengetal is ook gekend onder de naam indicator of specifiek verbruik. 17

18 De volgende stap is DO. Het komt er op neer de gevonden maatregelen uit te voeren. Een maatregel moet niet per se een investering zijn, er kan ook gewerkt worden aan de onderhoudscontracten waarin, bijvoorbeeld, besparingsgaranties verwerkt zijn. Ervaring ( o.a. van de Molenbeekse Haard ) leert ons dat hier 20 tot 25 % energie kan worden bespaard. De fases CHECK en ACT kunnen elkaar snel opvolgen. Check komt er op neer een energieboekhouding bij te houden : van maand tot maand controleren we het verbruik en gaan wij na of er geen afwijkingen zijn. Om het verwarmingsverbruik onderling te kunnen vergelijken, corrigeren we deze in functie van het klimaat : we houden rekening met warmere en koudere dagen en perioden. Voor water en elektriciteit kijkt men gewoonlijk naar het verbruik van dezelfde periode het jaar daarvoor. Het nut van een energieboekhouding is eerst en vooral afwijkingen ( lekken, ontregelde ketels, ) snel te detecteren, zodat men hierop kan ingrijpen. Hoewel energieboekhouding hier pas als derde stap in PDCA komt, is het voor mij toch een hoeksteen van het energiezorgsysteem : start er zo snel mogelijk mee! Desnoods begint u in een rekenblad uw verbruik op te volgen. U zal zien dat de besparingen niet op zich laten wachten : foute facturaties, lekken, niet aangesloten meters. Er zijn voorbeelden genoeg! ACT is meestal het laatste punt : snel ingrijpen bij afwijkingen. Maar ACT kan ook inhouden dat er bij nieuwe investeringen rekening gehouden wordt met fouten of goede ervaringen van uitgevoerde maatregelen. Ook hier speelt energieboekhouding een belangrijke rol : op basis van de resultaten van gerealiseerde investeringen kan besloten worden om gelijkaardige investeringen te doen in de rest van het gebouwenpark. Om dit energiezorgsysteem te starten, ontbreekt er één cruciaal element Wie voert het uit? De energieverantwoordelijke zal zorgen voor een efficiënte realisatie van uw energiebeleid. Hij of zij kan iemand zijn van de technische dienst, van de milieudienst of van de logistieke dienst gebouwen. In kleinere structuren kan de taak van verantwoordelijke gedragen worden door, bijvoorbeeld, de syndicus of door een lid van de mede-eigendom. Uiterst belangrijk hierbij is dat deze persoon overkoepelend werkt en toegang heeft tot alle gebouwgebonden informatie, zoals energiefacturen, gebruikstijden, plannen Leg zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden formeel vast, anders heeft hij geen slagkracht. Vermits de energieverantwoordelijke zijn handen vol zal hebben met het uitwerken van praktische zaken, kan hij met al zijn vragen terecht bij de energie-facilitatoren van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De energie-audit : welke maatregelen zijn er? Over de drie voorbije jaren hebben we in opdracht van Leefmilieu Brussel meer dan 25 appartementsgebouwen doorgelicht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met het oog op energiebesparende maatregelen. Deze studies staan beter bekend als energie-audits. Hierin worden alle aspecten van energieverbruik in het gebouw onderzocht die opgedeeld kunnen worden in drie grote onderdelen : de stookplaatsen ( verwarming en SWW 3 2 ), elektriciteitsverbruik in de gemeenschappelijke ruimten ( gangen, liften en garages ) en ten slotte de gebouwschil ( muren, vloeren, daken en ramen ). Ik stel u hierna een type appartementsgebouw voor en doorloop enkele vragen die een auditer zich stelt. Hierbij probeer ik de voorgestelde besparingen en investeringen in te schatten en zodoende tot een geschatte terugverdientijd te komen. Eerst gaan we naar de stookplaats. 3 SWW: Sanitair warm water 18

19 Is het bij het binnenkomen extreem warm ( C )? Dit geeft een indicatie over de graad van thermische isolatie. Het gaat hier niet enkel over de leidingen, maar ook over de kranen, flenzen, bochten en de ketel. We komen geregeld oude ketels tegen die zo slecht geïsoleerd zijn dat er op een jaar tijd genoeg warmte verloren gaat om 2 à 3 huizen mee te verwarmen. In die gevallen is de ketel vaak zo oud dat deze toch vervangen moet worden. Wat ook niet verwaarloosd mag worden, zijn de leidingen voor SWW. Er zijn gevallen gekend waar 75 % van de energie die in de productie van sanitair warm water wordt gestoken, verloren gaat door de niet geïsoleerde leidingen! De kost voor isolatie van leidingen, kranen en flenzen is sterk variabel. Over het algemeen wordt de investering wel terugverdiend binnen de 1 à 7 jaar. Welk type ketel is er in de stookplaats? Volgende vuistregel geldt : indien er een atmosferische ketel is, kan de besparing oplopen van 15 tot 30 % door vervanging met een condenserende ketel. Laat ons hier heel duidelijk zijn : atmosferische ketels horen vandaag de dag niet meer in verwarmingsinstallaties van appartementsgebouwen! De terugverdientijd voor deze maatregel varieert van 4-5 jaar tot maximum jaar! Hoewel deze (in slechte staat verkerende) leidingen goed geïsoleerd lijken, gaat veel warmte verloren via de niet-geïsoleerde delen. Ter hoogte van de kraan gaat evenveel warmte verloren als in een buis van 1,5 à 2 meter lang en met dezelfde doorsnede. (Foto : Jonathan Fronhoffs). 19

20 Is er een regeling aanwezig die de verwarming stuurt? En zo ja, staat deze goede afgesteld? Op de regeling worden meestal de grootste besparingen gerealiseerd. Daarenboven kosten de maatregelen relatief weinig ( regeling vervangen ) of niets ( de ingestelde parameters aanpassen ). Hier spreekt men onder andere over een nachtverlaging van de temperatuur of een uitschakeling van de ketel tussen bv. 23u30 en 5u30, over de aanpassing van de stooklijnen 4 of gewoon de schakelaar van manueel ( =permanente verwarming ) terugschakelen naar automatisch ( volgens klok en stooklijn ). De besparing kan hier tot 20 % van het brandstofverbruik oplopen en dit dus zonder investering. Daarenboven kunnen de pompen vaak ook uitgeschakeld worden en kan zo nog eens extra op elektriciteit bespaard worden. Zijn de ketels niet overgedimensioneerd ( = te groot voor het gebouw )? In 80 % van de gebouwen met oudere ketels merken we dat ze 2 maal te groot zijn. Hier kunnen we besparen door één of meerdere ketels uit te schakelen, waardoor er minder warmteverliezen zijn. Kost? 0. Na de stookplaats kijken we naar de gemeenschappelijke installaties. Het gaat hier voornamelijk over verlichting van gangen en liften plus ventilatie van parkings/garages. Er geldt één principe : permanente werking vermijden. Dit kan door tijdschakelaars, bewegingsmelders of nog door te werken met een vervuilingsdetectie-systeem voor de ventilatie van garages. Een frappant voorbeeld is de verlichting van liften : in sommige gevallen overschrijdt de permanente verlichting van de liftcabine het jaarverbruik van de liftmotor! De terugverdientijd situeert zich tussen de 1 en 5 jaar. Op vlak van de gebouwschil valt er heel wat te besparen aangezien het grootste deel van de energie door de wanden van een gebouw verloren gaat. Maar ingrepen op de gebouwschil zijn niet altijd mogelijk en meestal erg duur. Enkele cijfers : dakisolatie /m², nieuwe ramen /m², gevelisolatie minimum 125 /m² Daardoor zijn de terugverdientijden meestal erg lang. We spreken over ongeveer 8 à 10 jaar in het beste geval voor dakisolatie tot 15, 20 of 40 jaar in sommige gevallen van gevelisolatie en ramen. Daartegenover staat wel dat, als men een gebouw volledig isoleert, besparingen tot 60 % bereikt kunnen worden! ( cfr. Florair ) Een laatste punt zijn de installaties voor hernieuwbare energie. Het is zeker de moeite deze installaties te evalueren, maar laat ons dit even illustreren aan de hand van een kleine berekening van de besparing van een zonneboiler voor een appartementsgebouw. Sanitair warm water-productie heeft een aandeel van ongeveer 15 à 17 % in de totale brandstoffactuur. Een zonneboiler produceert klassiek 30 % van dit sanitair warm water dankzij de zonnewarmte. Het is een fantastische uitvinding, maar het eindresultaat is dus een besparing van 5 %. Deze besparing wordt meestal verkregen door in de stookplaats een aantal schakelaars terug in de juiste stand te zetten ( kost : 0 ). Het is dus een kwestie van prioriteit : zorg eerst voor een geoptimaliseerde installatie en stap daarna over op deze investeringen. 4 Een stooklijn bepaalt hoeveel warmte in het gebouw gestuurd wordt bij een bepaalde buitentemperatuur. 20

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck De potentiële verbetering van de energie- en milieuprestaties van gebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is

Nadere informatie

DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB)

DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) Nieuwe ordonnantie aangenomen op 1 juni 2007, van kracht in de loop van 2008 1. WAAROM EEN ORDONNANTIE OVER EPB? In Europa is de bouw verantwoordelijk

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie

energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie energieprestatiecertificaat straat Hoogstraat nummer 570 bus postnummer 9235 gemeente Fruitrode bestemming eengezinswoning type open bebouwing softwareversie 1.0 berekend energieverbruik (kwh/m²): 380

Nadere informatie

Nieuwe Energiepremies 2007. «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!»

Nieuwe Energiepremies 2007. «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!» PERSCONFERENTIE 17 JANUARI 2007 Evelyne Huytebroeck Brusselse Minister van Leefmilieu en Energie Nieuwe Energiepremies 2007 «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!» 1 Context

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Vanaf 1 november

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Vanaf 1 november

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EPC. Voor energiezuiniger wonen. Meer info: Vlaams Energieagentschap Koning Albert II-laan 20 bus 17-1000 Brussel E-mail:

Nadere informatie

Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007

Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007 Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007 1. Energieprestatie van de gebouwen in België en in Brussel : stand van zaken In vergelijking met

Nadere informatie

Wonen & energie. Beleidsinstrumenten op federaal en gewestelijk niveau. Provinciehuis Vlaams-Brabant Bart Martens 26 juni 2006

Wonen & energie. Beleidsinstrumenten op federaal en gewestelijk niveau. Provinciehuis Vlaams-Brabant Bart Martens 26 juni 2006 Beleidsinstrumenten op federaal en gewestelijk niveau Provinciehuis Vlaams-Brabant Bart Martens 26 juni 2006 ANIMO Winteruniversiteit LEEFMILIEU & ENERGIE 18 februari 2006 Energiezuiniger wonen: heel wat

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie certificaatnummer 20090615-0000209416-00000001-5 straat Trumelet Faberstraat nummer 9 bus 3 postnummer 8670 gemeente Koksijde bestemming appartement

Nadere informatie

Het ABC van de energieprestatieregelgeving

Het ABC van de energieprestatieregelgeving Het ABC van de energieprestatieregelgeving De Vlaamse overheid streeft er naar dat alle gebouwen in Vlaanderen energiezuinig én comfortabel worden. Een van de middelen om dit te realiseren, is de energieprestatieregelgeving,

Nadere informatie

Luc Maes, Schepen voor Energiebeleid, Beveren. Welkom

Luc Maes, Schepen voor Energiebeleid, Beveren. Welkom Welkom 2. Beleggen in energiebesparing en alternatieve energie Een rendabele uitdaging Luc Maes, schepen van energiebeleid Gemeente Beveren Programma 1. Introductie 2. Overzicht fiscale aftrekken en premies

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat Vri jteken i ng sbed i ng De meeste maatregelen die opgenomen zijn op dit certificaat, zijn op dit moment kosteneffectief of kunnen dat worden binnen de geldigheidsduur van het certificaat. Mogelijk zijn

Nadere informatie

op de in eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen van het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake energie

op de in eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen van het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake energie ingediend op 461 (2014-2015) Nr. 5 21 oktober 2015 (2015-2016) Amendementen op de in eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen van het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake

Nadere informatie

PERSBERICHT. Annemie Turtelboom Vlaams Viceminister-president Annemie Turtelboom Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie

PERSBERICHT. Annemie Turtelboom Vlaams Viceminister-president Annemie Turtelboom Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie PERSBERICHT Annemie Turtelboom Vlaams Viceminister-president Annemie Turtelboom Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie Brussel, 11/2/2016 Energiebesparende renovatie in Vlaanderen zet door

Nadere informatie

Is investeren in energiebesparende producten nog interessant?

Is investeren in energiebesparende producten nog interessant? Is investeren in energiebesparende producten nog interessant? Energie verwarming en SWW Stijgende prijzen woningen zonder spouwisolatie Woningen met enkel glas Woningen zonder dakisolatie 2 1 Energie elektriciteit

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat certificaatnummer 20120515-0001118936-00000005-8 nummer postnummer Voorhavenlaan 33 9000 bus gemeente A 101 Gent bestemming type appartement - softwareversie 1.3.3 berekend

Nadere informatie

Waarom je blauw betalen aan energie?

Waarom je blauw betalen aan energie? Waarom je blauw betalen aan energie? Energieprijzen Voordeel van energievriendelijke installaties Opbrengst spaarboekje Haal je voordeel uit energievriendelijke oplossingen voor warmte en water! Bespaar

Nadere informatie

16 oktober 2006. Vorming Energieadviseur Woonsector. Procedure van de energieaudit. Spreker

16 oktober 2006. Vorming Energieadviseur Woonsector. Procedure van de energieaudit. Spreker 16 oktober 2006 Vorming Energieadviseur Woonsector Procedure van de energieaudit Spreker Nicodème Lonfils Energieadviseur Brussels Energie Agentschap (ABEA) De Stadswinkel vzw Wettelijk kader Europese

Nadere informatie

DE RENDABILITEIT VAN HERNIEUWBARE ENERGIE (HE 03)

DE RENDABILITEIT VAN HERNIEUWBARE ENERGIE (HE 03) DE RENDABILITEIT VAN HERNIEUWBARE ENERGIE (HE 03) 1 HOE BEOORDEEL JE DE RENDABILIEIT VAN EEN INVESTERING? Is het rendabel om in uw woning te investeren in een systeem dat werkt op hernieuwbare energie?

Nadere informatie

RICHTLIJNEN VOOR EEN GEÏNTEGREERDE HAALBAARHEIDSSTUDIE

RICHTLIJNEN VOOR EEN GEÏNTEGREERDE HAALBAARHEIDSSTUDIE RICHTLIJNEN VOOR EEN GEÏNTEGREERDE HAALBAARHEIDSSTUDIE 1. CONTEXT In het kader van de Ordonnantie houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen van 7 juni 2007 dient een geïntegreerde

Nadere informatie

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2):

energiedeskundige / Dit certtficaat is geldig tot en met 27 juni 2021 berekend energieverbruik (kwh/m 2): certificaatnummer 20110627-0000869054-00000007-9 straat Wijngaardstraat nummer 39 bus bestemming type eengezinswoning gesloten bebouwing softwareversie 1.3.3 berekend energieverbruik (kwh/m 2): Het berekende

Nadere informatie

Vlaamse Regering principieel akkoord met E70 vanaf 2012

Vlaamse Regering principieel akkoord met E70 vanaf 2012 1 Vlaamse Regering principieel akkoord met E70 vanaf 2012 Inhoudstafel INHOUDSTAFEL... 1 INLEIDING... 2 1. AANLEIDING TOT WIJZIGING VAN DE ENERGIEPRESTATIEREGELGEVING... 2 1.1 Revisie EPBD-richtlijn...

Nadere informatie

Europese best practices Inspirerende modellen voor Brussel. Christophe BARBIEUX

Europese best practices Inspirerende modellen voor Brussel. Christophe BARBIEUX Duurzame renovatie Problematiek van het verdelen van de winst onder eigenaar en huurder Europese best practices Inspirerende modellen voor Brussel Christophe BARBIEUX AFDELING Energie 25 maart 2014 Chronologie

Nadere informatie

Preventie in actie. Chantal Duret OCMW van Soignies Brussel 19 juni 2014

Preventie in actie. Chantal Duret OCMW van Soignies Brussel 19 juni 2014 Preventie in actie Chantal Duret OCMW van Soignies Brussel 19 juni 2014 10 jaar sociale energiebegeleiding Via individuele opvolging SOIGNIES : 26.509 inwoners 11.510 gezinnen Ons OCMW: Service d Action

Nadere informatie

Energiezorg. Een zorg voor de toekomst. Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Energiezorg. Een zorg voor de toekomst. Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest WG Energiezorg. Een zorg voor de toekomst Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Naar een rationeel energiebeleid De klimaatsverandering zet ons aan om maatregelen

Nadere informatie

Vergelijking rijwoning nieuwbouw

Vergelijking rijwoning nieuwbouw Vergelijking rijwoning nieuwbouw Your climate. Our energy. gelijkvloers verdieping 1 Kenmerken voorbeeldwoning: K-peil K39 (Max K45) K35 (Max K35) Bewoonbaar oppervlak 107 m 2 107 m 2 Totaal warmteverlies

Nadere informatie

Vergelijking vrijstaande woning nieuwbouw

Vergelijking vrijstaande woning nieuwbouw Vergelijking vrijstaande woning nieuwbouw Your climate. Our energy. gelijkvloers verdieping. 1 Kenmerken voorbeeldwoning: K-peil K41 (Max K45) K35 (Max K35) Bewoonbaar oppervlak 202 m 2 202 m 2 Totaal

Nadere informatie

AGENDA. Energiepremies 2008 en financiële hulpen voor de tertiaire sector in het Brussel Hoofdstedellijk Gewest. Xavier Meersseman

AGENDA. Energiepremies 2008 en financiële hulpen voor de tertiaire sector in het Brussel Hoofdstedellijk Gewest. Xavier Meersseman Energiepremies 2008 en financiële hulpen voor de tertiaire sector in het Brussel Hoofdstedellijk Gewest Xavier Meersseman Brussel, 16 april 2008 AGENDA! Diensten van de Energiefacilitator Tertiaire Sector!

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Zilvervos 4 bus *1/1 2610 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 711 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

Is uw verbruik normaal?

Is uw verbruik normaal? Is uw verbruik normaal? Maar dit mag ons niet doen vergeten wat zijn kostprijs en effecten op het milieu zijn. Ook al hebben we geen vat op de prijzen, ons verbruik kunnen we wel zelf beïnvloeden. Deze

Nadere informatie

De energiekwaliteit van het bestaande woningenpark

De energiekwaliteit van het bestaande woningenpark De energiekwaliteit van het bestaande woningenpark Prof. dr. ir. arch. Griet Verbeeck Faculteit Architectuur & Kunst, Universiteit Hasselt Jaarvergadering BMP-PMC, Brussel, 1 oktober 2015 We zijn op de

Nadere informatie

VLAAMSE ENERGIELENING

VLAAMSE ENERGIELENING VLAAMSE ENERGIELENING Jeroen Verbeke Energiedeskundige 04/12/2015 WVI www.wvi.be BARON RUZETTELAAN 35 8310 BRUGGE T +32 50 36 71 71 E wvi@wvi.be voormalig federaal Fonds FRGE(Fonds ter Reductie van de

Nadere informatie

DE ENERGIEPRESTATIE EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB)

DE ENERGIEPRESTATIE EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) DE ENERGIEPRESTATIE EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) Nieuwe ordonnantie, aangenomen op 7 juni 2007, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 11 juli 2007, van kracht op 2 juli 2008 1. WAAROM EEN

Nadere informatie

EPB in Vlaanderen en hoe te gebruiken als verkoopstool

EPB in Vlaanderen en hoe te gebruiken als verkoopstool EPB in Vlaanderen en hoe te gebruiken als verkoopstool Inleiding EPB Wat Waarom Wanneer De 7 Eisen van EPB Huidige normen Normen 2016 E Peil als verkoopstool technieken 2 1 Wat EPB Energie Prestatie voor

Nadere informatie

385 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

385 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Bist 33 bus 7 2610 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1958 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 385 De energiescore laat toe om de heid van

Nadere informatie

351 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

351 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Gentse steenweg 10 bus 5 9300 gemeente Aalst bestemming appartement type - bouwjaar 1971 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 351 De energiescore laat toe om de heid

Nadere informatie

HET ENERGIEPRESTATIE- CERTIFICAAT (EPC) IN DE PRAKTIJK

HET ENERGIEPRESTATIE- CERTIFICAAT (EPC) IN DE PRAKTIJK HET ENERGIEPRESTATIE- CERTIFICAAT (EPC) IN DE PRAKTIJK Ledenvergadering november 2008 Vastgoedalliantie Ir. Kurt Heyman, erkend energiedeskundige Inhoud presentatie EPC nov. 2008 Kort overzicht regelgeving

Nadere informatie

Energiefacilitator voor Collectieve Huisvesting & Premies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Energiefacilitator voor Collectieve Huisvesting & Premies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Energiefacilitator voor Collectieve Huisvesting & Premies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Jonathan Fronhoffs Dienst Energiefacilitator voor de Collectieve Huisvesting van het Brussels Hoofdstedelijk

Nadere informatie

Renovatiepact. Werkgroep verplichtingen. Het EPC als basis van de woningpas? 2 e vergadering 23 maart 2015, Brussel. Ann Collys

Renovatiepact. Werkgroep verplichtingen. Het EPC als basis van de woningpas? 2 e vergadering 23 maart 2015, Brussel. Ann Collys Renovatiepact Werkgroep verplichtingen Het EPC als basis van de woningpas? 2 e vergadering 23 maart 2015, Brussel Ann Collys Inhoud Doel Wat en wanneer? Door wie? Opmaak van het EPC Vorm en inhoud Advertentieplicht

Nadere informatie

20 vragen en antwoorden over EPC

20 vragen en antwoorden over EPC 20 vragen en antwoorden over EPC Inleiding Als renovatiecoach adviseer en begeleid ik mensen met bouw-of verbouwplannen. Stap voor stap neem ik ze mee in een voor hen ongekend avontuur. Een avontuur waarin

Nadere informatie

Nulenergie in Brussel: perspectieven?

Nulenergie in Brussel: perspectieven? Nulenergie in Brussel: perspectieven? Seminarie Duurzaam Gebouw 22 maart 2013 Ir. Ismaël Daoud Politiek adviseur, Duurzaam bouwen en Energie Kabinet d'evelyne Huytebroeck, Brussels Minister voor Leefmilieu,

Nadere informatie

OP WEG NAAR 2020 Bijna-Energieneutrale gebouwen?

OP WEG NAAR 2020 Bijna-Energieneutrale gebouwen? OP WEG NAAR 00 Bijna-Energieneutrale gebouwen? Maarten De Groote Vlaams Energieagentschap 4 oktober 0 Brugge Inhoud Evolutie energieprestatie Vlaanderen Aanpassingen wetgeving EPB Aanpassingen wetgeving

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Eugeen Leenlaan 3 bus 12 3500 gemeente Hasselt bestemming appartement type - bouwjaar 1978 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 406 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Lange Leemstraat nummer 60 bus 3 bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 9.7.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 277

Nadere informatie

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000 Overzicht Vlaams gewest Decreet houdende algemene bepalingen betreffende energiebeleid (energiedecreet) van 8 mei 2009. Belgisch Staatsblad: 07.07.2009 Van kracht sinds: 01.01.2011 Besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

Energiepremies 2014. Energiepremies 2014. De drie bedragcategorieën voor de energiepremies. A - Energiestudies. B - Isolatie en verluchting

Energiepremies 2014. Energiepremies 2014. De drie bedragcategorieën voor de energiepremies. A - Energiestudies. B - Isolatie en verluchting De drie bedragcategorieën voor de energiepremies Energiepremies 2014 A - basispremie: voor alle types aanvragers B - premie "gemiddeld inkomen": voor gezinnen met een inkomen tussen 30.000/jaar en 60.000/jaar

Nadere informatie

Energiebesparende investeringen. Inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende investeringen. Inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende investeringen Inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren worden

Nadere informatie

168 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

168 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Albert I Laan 123 bus 301 8670 gemeente Koksijde bestemming appartement type - bouwjaar 1963 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 168 De energiescore laat toe om

Nadere informatie

Premies 2011. Vlaams Energieagentschap

Premies 2011. Vlaams Energieagentschap Premies 2011 Vlaams Energieagentschap Fiscale voordelen 2011 Sinds 2010: heel duidelijk onderscheid tussen bestaande woningen (al 5 jaar in gebruik bij de start van de werken) en nieuwbouw. Bij bestaande

Nadere informatie

1216 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken.

1216 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken. nummer postnummer Lammekensknok 94 8770 gemeente Ingelmunster bestemming eengezinswoning type halfopen bebouwing bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 1216 De energiescore

Nadere informatie

664 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken.

664 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken. nummer postnummer Krekel 24 9052 gemeente Gent bestemming eengezinswoning type halfopen bebouwing bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 664 De energiescore laat toe om de

Nadere informatie

156 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

156 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Celestijnenlaan 9 bus 31 3001 gemeente Leuven bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 156 De energiescore laat toe om de heid

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Ooievaar 8 bus 1 2060 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1965 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 379 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

326 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

326 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Ertbruggelaan 49 bus 4 2100 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1957 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 326 De energiescore laat toe om de

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening

Energiebesparende uitgaven Groene lening JAAR 2013 (AANSLAGJAAR 2014): a. Belastingvermindering voor uitgaven = overdracht van het vorige jaar: Saldo vorig jaar: 190 Maximumbedrag van de vermindering is niet bereikt: 3 810 Geen saldo meer b.

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Kipdorp nummer 61 bus 206 bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 281 De energiescore

Nadere informatie

525 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken.

525 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken. nummer postnummer Dorps 23 2830 gemeente Willebroek bestemming eengezinswoning type gesloten bebouwing bouwjaar 1918 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 525 De energiescore laat toe

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Erwten 16 bus 2 2060 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1959 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 367 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

194 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

194 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Kerk 74 bus 103 8420 gemeente De Haan bestemming appartement type - bouwar 1991 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²ar): 194 De energiescore laat toe om de heid van appartementen

Nadere informatie

Dankzij EPB uw verwarmingsinstallatie performant maken

Dankzij EPB uw verwarmingsinstallatie performant maken 1 Seminarie Duurzaam Bouwen: Dankzij EPB uw verwarmingsinstallatie performant maken 21 oktober 2014 Leefmilieu Brussel De regelgeving EPB-verwarming Alain BEULLENS, DPT VERWARMING en KLIM EPB LEEFMILIEU

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Helderstraat nummer 10 bus bestemming eengezinswoning type gesloten bebouwing bouwjaar 1924 softwareversie 9.7.1 berekende energiescore

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Oudegemse baan nummer 183 bus 2 bestemming appartement type - bouwjaar 1979 softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar):

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Ooievaar 8 bus 2 2060 gemeente Antwerpen bestemming appartement type - bouwjaar 1965 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 353 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat nummer postnummer Elzen 1 bus 1 3500 gemeente Hasselt bestemming appartement type - bouwjaar 1967 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 229 PROEFCERTIFICAAT

Nadere informatie

Energiebeleid lokaal bestuur. Joost Venken Schepen van Energie & Duurzaamheid Stad Hasselt

Energiebeleid lokaal bestuur. Joost Venken Schepen van Energie & Duurzaamheid Stad Hasselt Energiebeleid lokaal bestuur Joost Venken Schepen van Energie & Duurzaamheid Stad Hasselt Energiebeleid stad Hasselt Hasselt 20/20/20 stadsdiensten Hasseltse gemeenschap 20% reductie HEB Duurzaamheidsdienst

Nadere informatie

272 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken.

272 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van appartementen te vergelijken. nummer postnummer Kerk 14 bus 2 8560 gemeente Wevelgem bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 272 De energiescore laat toe om de heid van appartementen

Nadere informatie

Energie in 21 e eeuw. Overzicht

Energie in 21 e eeuw. Overzicht Energie in 21 e eeuw Arch. Energieconsulent Luc Dedeyne Overzicht Bestaande gebouwen Energie renovatie programma 2020 Dakisolatie (dakisolatiepremie) Hoogrendementsglas Hoog rendement verwarming Energie

Nadere informatie

Systeem - VOLL WONING

Systeem - VOLL WONING S.0. Gegevens en informatiebronnen Systeem - VOLL WONING Algemene kenmerken van het verwarmingssysteem Warmteproductie Ketel Brandstof : Aardgas Fabricagedatum : 01/01/2004 Vermogen : 35,000 kw Warmtedistributie

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Herentalsebaan nummer 596 bus 1VRe bestemming appartement type - bouwar 1990 softwareversie 9.9.0 berekende energiescore (kwh/m²ar): 279

Nadere informatie

Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen?

Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen? Energie in het Grote Woononderzoek 2013 Hoe evolueert de energiekwaliteit van de Vlaamse woningen? Griet Verbeeck & Wesley Ceulemans Universiteit Hasselt Studiedag De energiekwaliteit van het Vlaamse woningenpark,

Nadere informatie

Stephan PLETTINCK IBGE responsable du Service «PEB»

Stephan PLETTINCK IBGE responsable du Service «PEB» Voor-ontwerp van de ordonnantie betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van de gebouwen (EPB) Omzetting van de Europese Richtlijn 2002/91/EG Stephan PLETTINCK IBGE responsable du Service «PEB»

Nadere informatie

Ondersteuningspakket Werken rond kleine terugverdientijden in de gemeente

Ondersteuningspakket Werken rond kleine terugverdientijden in de gemeente Ondersteuningspakket Werken rond kleine terugverdientijden in de gemeente Klimaatneutrale Organisatie 2020 De ondersteuningscampagne voor gemeenten die zich engageren om in 2020 een klimaatneutrale organisatie

Nadere informatie

De Vlaamse Renovatiedag in een notendop

De Vlaamse Renovatiedag in een notendop Persmoment De Vlaamse Renovatiedag in een notendop Openhuizendag Initiatief van NAV en Ik ga Bouwen & Renoveren 18 de editie Doelpubliek: toekomstige verbouwers Gratis Uniek. Meer dan een namiddag huisjes

Nadere informatie

30 % Nieuwe beleidsmaatregelen voor nieuwe ontwikkelingen. Warmtekrachtkoppeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ir.

30 % Nieuwe beleidsmaatregelen voor nieuwe ontwikkelingen. Warmtekrachtkoppeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ir. Warmtekrachtkoppeling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Nieuwe beleidsmaatregelen voor nieuwe ontwikkelingen Ir. Ismaël Daoud Beleidsadviseur voor Duurzaam Bouwen en Energie Cel Energie, Lucht, Klimaat,

Nadere informatie

zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie

zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie vergadering C214 WON18 zittingsjaar 2010-2011 Handelingen Commissievergadering Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie van 28 april 2011 2 Commissievergadering nr. C214 WON18 (2010-2011)

Nadere informatie

NATIONAAL. Particulier : Belastingsvermindering van 30% van de uitgaven met een max. = 750 Mogelijk voor zowel eigenaar als huurder VLAANDEREN

NATIONAAL. Particulier : Belastingsvermindering van 30% van de uitgaven met een max. = 750 Mogelijk voor zowel eigenaar als huurder VLAANDEREN Bij plaatsing inbraakwerende beglazing NATIONAAL Particulier : Belastingsvermindering van 30% van de uitgaven met een max. = 750 Mogelijk voor zowel eigenaar als huurder Ondernemer : Bijkomende aftrek

Nadere informatie

LOGBOEK. Verwarmingssysteem type 2. van een flatgebouw. Gebouw:.

LOGBOEK. Verwarmingssysteem type 2. van een flatgebouw. Gebouw:. LOGBOEK Verwarmingssysteem type 2 van een flatgebouw Gebouw:. CONTEXT Het logboek is de 'referentie'-documentatie van de verwarmingssystemen. Het bijhouden van een logboek is een van de eisen van de EPB-reglementering

Nadere informatie

232 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken.

232 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van woningen te vergelijken. nummer postnummer Vil 59 3511 gemeente Hasselt bestemming eengezinswoning type open bebouwing bouwar 2001 softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²ar): 232 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid

Nadere informatie

575 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van collectieve woongebouwen te vergelijken.

575 De energiescore laat toe om de energiezuinigheid van collectieve woongebouwen te vergelijken. nummer postnummer Smeyskens 64 bus 2 9200 gemeente Dendermonde bestemming collectief woongebouw type gesloten bebouwing bouwjaar - softwareversie 1.5.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 575 De energiescore

Nadere informatie

Studie kost- en energie efficiënt (ver)bouwen. Auteur: Veronique Mattheeuws

Studie kost- en energie efficiënt (ver)bouwen. Auteur: Veronique Mattheeuws Studie kost- en energie efficiënt (ver)bouwen Auteur: Veronique Mattheeuws Onderzoek perceptie impact bouwschil op E-peil Online enquête uitgevoerd in januari 2016 Representatieve steekproef van 700 bouwers

Nadere informatie

VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van de heren Eloi Glorieux, Koen Helsen, Robert Voorhamme en Jos Bex

VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van de heren Eloi Glorieux, Koen Helsen, Robert Voorhamme en Jos Bex Stuk 1753 (2002-2003) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 13 juni 2003 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van de heren Eloi Glorieux, Koen Helsen, Robert Voorhamme en Jos Bex betreffende energiebesparende maatregelen

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Jozef Dhoorelaan nummer 4 bus 32 bestemming appartement type - bouwjaar 1969 softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar):

Nadere informatie

Renovatie in de bouw De zin en onzin van renovaties - bewustmaking Wat voorziet Vlaanderen op het gebied van EPB- methodiek & ERP2020

Renovatie in de bouw De zin en onzin van renovaties - bewustmaking Wat voorziet Vlaanderen op het gebied van EPB- methodiek & ERP2020 Renovatie in de bouw De zin en onzin van renovaties - bewustmaking Wat voorziet Vlaanderen op het gebied van EPB- methodiek & ERP2020 21/02/2013 Kamp C Energierenovatieprogramma 2020 Prioriteiten: dak/glas/verwarming/muur

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Jan Van Rijswijcklaan nummer 170 bus 7 bestemming appartement type - bouwjaar 1951 softwareversie 9.7.2 berekende energiescore (kwh/m²jaar):

Nadere informatie

Bijlage 2: ENGAGEMENTSVERKLARING VOOR EEN VERSTANDIG ENERGIEGEBRUIK

Bijlage 2: ENGAGEMENTSVERKLARING VOOR EEN VERSTANDIG ENERGIEGEBRUIK Bijlage 2: ENGAGEMENTSVERKLARING VOOR EEN VERSTANDIG ENERGIEGEBRUIK Vlaams minister Kris Peeters wil met een verstandig energiebeleid niet alleen het aanbod sturen maar ook en vooral de vraag beheersen.

Nadere informatie

Energiedata woningen bij het VEA 28 september 2015

Energiedata woningen bij het VEA 28 september 2015 Energiedata woningen bij het VEA 28 september 2015 INHOUD BRONNEN ENERGIEDATA HUISHOUDENS VEA AANTAL RESULTATEN VEA-ENQUETE HUISHOUDENS 2015 INTERFEDERALE SAMENWERKING ENERGIEDATA DOELEINDEN DATAVERZAMELING

Nadere informatie

DE BRUSSELSE GROENE LENING. Om energiebesparende werken in uw woning te financieren

DE BRUSSELSE GROENE LENING. Om energiebesparende werken in uw woning te financieren DE BRUSSELSE GROENE LENING Om energiebesparende werken in uw woning te financieren EEN LENING TEGEN 0 % INTEREST ZODAT IEDEREEN KAN ISOLEREN De Brusselse groene lening is een energielening met een interestvoet

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie bestemming type appartement bouwjaar 1969 softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m^jaar): 220 De energiescore laat toe om de heid van

Nadere informatie

EPB-ordonnantie. Voor verwarmingsspecialisten: erkende verwarmingsinstallateurs, erkende verwarmingsketeltechnici, EPB-verwarmingsadviseurs

EPB-ordonnantie. Voor verwarmingsspecialisten: erkende verwarmingsinstallateurs, erkende verwarmingsketeltechnici, EPB-verwarmingsadviseurs e_réglementaire.doc EPB-reglementering verwarming Technische inhoud voor opleidingsinstellingen EPB-ordonnantie Voor verwarmingsspecialisten: erkende verwarmingsinstallateurs, erkende verwarmingsketeltechnici,

Nadere informatie

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement.

NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. Belan rike toelichtin bi het E C attest! NOTA: De EPC score is geen weergave van het effectieve verbruik in dii appartement. De hoge score is meestal te wijien aan het teit dat er met elektdcileii verwarmd

Nadere informatie

ENERGIEPRESTATIECERTIFICAAT

ENERGIEPRESTATIECERTIFICAAT Dit document geeft nuttige informatie over de energieprestatie van het gebouw (EPB). Op de volgende bladzijden staat meer gedetailleerde uitleg en informatie. Klein Berchemstraat 40 1082 SINT-AGATHA-BERCHEM

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Voldersstraat nummer 17 bus bestemming eengezinswoning type gesloten bebouwing bouwjaar - softwareversie 9.7.0 berekende energiescore

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie straat Oude Liersebaan nummer 4 bus 201 bestemming appartement type - bouwjaar - softwareversie 9.9.0 berekende energiescore (kwh/m²jaar): 269

Nadere informatie