Verspreid in deze publicatie ziet u de veiligheidswaarschuwingen GEVAAR en LET OP (vergezeld van het

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Verspreid in deze publicatie ziet u de veiligheidswaarschuwingen GEVAAR en LET OP (vergezeld van het"

Transcriptie

1 Welkom U hebt een van de beste buitenboordmotorproducten ter wereld aangeschaft. Het bevat diverse speciaal ontworpen functies die het gebruik vereenvoudigen en het product duurzaam maken. Bij goed gebruik en goed onderhoud zult u dit product vele vaarseizoenen lang met plezier kunnen gebruiken. Lees deze handleiding zorgvuldig door om u van maximale prestaties en probleemloos gebruik te verzekeren. Deze handleiding vormt een aanvulling op de gebruikershandleiding die met uw motor wordt meegeleverd. Hij bevat aanvullende specifieke informatie over gebruik en onderhoud van het voortstuwingssysteem met Joystick Piloting for Outboards (joystickbesturing voor buitenboordmotor[en]). Lees deze handleiding aandachtig door voordat u het Joystick Piloting for Outboards voortstuwingssysteem gebruikt. Dank u voor de aankoop van een van onze producten. We wensen u van harte veel vaarplezier toe. Mercury Marine 8M nld Informatie over garantie Voor het door u aangeschafte product geldt een beperkte garantie van Mercury Marine. De garantievoorwaarden worden uiteengezet in de Garantiehandleiding of het onderdeel Garantie in de handleiding voor bediening, onderhoud en garantie die met uw motorinstallatie is meegeleverd. De garantieverklaring bevat een beschrijving van wat wel en niet gedekt wordt, de duur van de dekking, hoe u het best dekking onder garantie kunt verkrijgen, belangrijke afstandsverklaringen en beperkingen van schadeclaims en andere aanverwante informatie. Lees deze belangrijke informatie aandachtig. Mercury Premier Service Mercury beoordeelt de dienstverlening door haar dealers en verleent het predicaat "Mercury Premier" aan dealers die blijk hebben gegeven van hun inzet voor service van topklasse. Als een dealer het predicaat Mercury Premier Service verkrijgt, betekent dit dat de dealer: Scoort hoog op de Customer Satisfaction Index (CSI) voor garantieservice over 12 maanden. Beschikt over alle vereiste servicegereedschappen, testuitrusting, handleidingen en onderdelencatalogi. Heeft ten minste één Certified- of Master-monteur in dienst. alle klanten van Mercury Marine tijdig service verleent; langer dan gebruikelijk open is en, waar gepast, op locatie service verleent; Gebruikt, toont en heeft een voldoende voorraad originele Quicksilver of Mercury Precision Parts. Heeft een schone en nette werkplaats met goed georganiseerde gereedschappen en servicedocumentatie. Lees deze handleiding zorgvuldig door BELANGRIJK: Als u een gedeelte niet begrijpt, neem dan contact op met uw dealer voor een demonstratie van de daadwerkelijke start- en bedieningsprocedures. Kennisgeving voor gebruikers van deze handleiding Verspreid in deze publicatie ziet u de veiligheidswaarschuwingen GEVAAR en LET OP (vergezeld van het gevarensymbool voor veiligheidswaarschuwingen,! ), die worden gebruikt om uw aandacht te vestigen op speciale instructies m.b.t. een bepaalde reparatie of handeling die gevaarlijk kan zijn bij een verkeerde of slordige uitvoering. Neem deze waarschuwingen nauwgezet in acht. De veiligheidswaarschuwingen op zich kunnen de gevaren waarop ze wijzen niet elimineren. Strikte inachtneming van deze speciale instructies bij het uitvoeren van onderhoud, plus het gebruik van gezond verstand, zijn belangrijke stappen ter voorkoming van ongevallen.! WAARSCHUWING Duidt een gevaarlijke situatie aan die tot ernstig of dodelijk letsel zou kunnen leiden als hij niet wordt vermeden.! OPGELET Duidt een gevaarlijke situatie aan die tot licht of matig letsel zou kunnen leiden als hij niet wordt vermeden. Daarnaast zijn er waarschuwingen met speciale informatie die uw aandacht vereist: KENNISGEVING Duidt een situatie aan die tot uitvallen van de motor of een belangrijk onderdeel zou kunnen leiden als hij niet wordt vermeden. BELANGRIJK: Duidt informatie aan die van groot belang is om de taak met succes te voltooien. NB: Duidt informatie aan die nuttig is voor een goed begrip van een bepaalde handeling of actie Mercury Marine Joystick Piloting for Outboards

2 De beschrijving en specificaties in deze handleiding waren van kracht bij het ter perse gaan. Mercury Marine streeft naar constante verbetering en behoudt zich daarom het recht voor om de productie van bepaalde modellen te staken en specificaties of ontwerpen te wijzigen, zonder tot voorafgaande kennisgeving en verdere verplichtingen gehouden te zijn. Auteursrecht en handelsmerken MERCURY MARINE. Alle rechten voorbehouden. Reproductie in zijn geheel dan wel gedeeltelijk zonder toestemming is verboden. Alpha, Axius, Bravo One, Bravo Two, Bravo Three, Circle M met Waves-logo, K planes, Mariner, MerCathode, MerCruiser, Mercury, het Mercury met Waves-logo, Mercury Marine, Mercury Precision Parts, Mercury Propellers, Mercury Racing, MotorGuide, OptiMax, Quicksilver, SeaCore, Skyhook, SmartCraft, Sport Jet, Verado, VesselView, Zero Effort, Zeus, #1 On the Water en We're Driven to Win zijn gedeponeerde handelsmerken van Brunswick Corporation. Pro XS is een handelsmerk van Brunswick Corporation. Mercury Product Protection is een gedeponeerd servicemerk van Brunswick Corporation.

3 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem joystickbesturing... 2 Functies en bedieningsorganen...2 Multifunctiedisplay... 2 Sturen met elektronisch roer... 2 Joystickbesturing basiswerking... 2 Strategie voor motorbewaking... 3 Aangepaste motorbesturing bij een lage accuspanning... 3 Botsingschade van de motorkap voorkomen... 3 Gebruik van de trim of opklapfunctie met de sleutels op Uit motorkapbotsingen... 3 Extra joystick (indien aanwezig)... 4 Besturingsfuncties en gebruik van schaduwmodus... 4 Gebruik gasklep en schakeling voor drie motoren... 4 Gebruik gasklep en schakeling voor vier motoren...4 Transport van een boot met joystickbesturing voor buitenboordmotoren...5 Hoofdstuk 2 - Op het water Om te beginnen... 8 Functies digitaal gas en schakelen (Digital Throttle And Shift; DTS)... 8 Transfer (boten met twee roeren)... 9 Afmeermodus... 9 Alleen gasmodus... 9 Enkele hendelmodus Motoren synchroniseren Traditioneel manoeuvreren met stuur en stuwkracht De boot vooruit of achteruit manoeuvreren De boot bij lage snelheden in scherpe bochten sturen De boot bij lage snelheden om zijn as laten draaien Manoeuvreren met de joystick...11 Joystickopdrachten en bootrespons De afstelknop gebruiken met de joystick Trimsteunfunctie joystick Besturingsoverdracht Besturingsoverdracht aanvragen...15 Besturingsoverdracht en Autopilot...16 Autopilot functies Vereisten kaartplotter Autopilot lampjes Autopilot modi...17 Skyhook positiebehoudfunctie Belangrijke veiligheidsoverwegingen Skyhook inschakelen Skyhook uitschakelen Skyhook gebruiken Auto Heading (automatische koers) Auto Heading (automatische koers) inschakelen Koersaanpassing Koersnauwkeurigheid Auto Heading (automatische koers) uitschakelen Routemodus (Waypoint Sequencing) Routemodus inschakelen Routenauwkeurigheid Routemodus uitschakelen Knop Auto Heading in routemodus Cruisecontrol Stuurwiel en motor of aandrijvingspositie Contactsleutels op Aan Opstarten van motoren Afsluiten van joystickbediening Skyhook afsluiten Routemodus afsluiten Hoofdstuk 3 - Problemen oplossen Kijk altijd eerst op de multifunctiedisplay Diagnose van problemen met DTS...26 Motorbewakingssysteem Tabellen voor probleemoplossing Opsporen van storingen in verband met de motor Joystick Elektronische afstandsbedieningen Stuursysteem...27 Onderdelen van de DTS trackpad Automatische piloot Skyhook Hoofdstuk 4 - Onderhoud Onderhoud van de buitenboordmotor Beschermkabels en veren Zekeringen Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren Stuuractuator Joystick Piloting M nld MAART 2016 Bladzijde i

4 Hoofdstuk 5 - Informatie over klantondersteuning Servicebijstand Plaatselijke reparatieservice Service onderweg Diefstal van de motorinstallatie...34 Vereiste handelingen na zinken Vervangende onderdelen Inlichtingen over onderdelen en accessoires Oplossen van een probleem...34 Contactinformatie voor klantenservice van Mercury Marine...34 Documentatiemateriaal bestellen Verenigde Staten en Canada Buiten de Verenigde Staten en Canada Hoofdstuk 6 - Controlelijsten vóór aflevering (PDI) en voor aflevering aan klant (CDI) Inspectie vóór aflevering (predelivery inspection; PDI) Inspectie voor levering aan de klant (Customer Delivery Inspection; CDI) Bladzijde ii 90-8M nld MAART 2016

5 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem 1 joystickbesturing... 2 Functies en bedieningsorganen... 2 Multifunctiedisplay... 2 Sturen met elektronisch roer... 2 Joystickbesturing basiswerking... 2 Strategie voor motorbewaking... 3 Aangepaste motorbesturing bij een lage accuspanning...3 Botsingschade van de motorkap voorkomen... 3 Gebruik van de trim of opklapfunctie met de sleutels op Uit motorkapbotsingen... 3 Extra joystick (indien aanwezig)... 4 Besturingsfuncties en gebruik van schaduwmodus... 4 Gebruik gasklep en schakeling voor drie motoren... 4 Gebruik gasklep en schakeling voor vier motoren... 4 Transport van een boot met joystickbesturing voor buitenboordmotoren M nld MAART 2016 Bladzijde 1

6 Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem joystickbesturing Mercury Marine en de bouwer van uw boot hebben een speciale 'vessel personality' voor de voortstuwing van uw boot ontwikkeld om een optimale werking van de joystick, stuurfuncties en Autopilot onder ideale omstandigheden te verzekeren. Als omstandigheden zoals wind en stroming veranderen, zult u als gebruiker soms extra handelingen moeten verrichten. Veranderingen in de motorprestaties, tandwielverhouding of schroeven kunnen van invloed zijn op de werking van de joystick en op de topsnelheid van de boot. Door parameters van de originele fabrieksuitrusting en fabrieksinstellingen aan te passen kunnen de prestaties negatief worden beïnvloed. Voer daarom geen aanpassingen uit zonder eerst de bootbouwer en een productintegratiespecialist van Mercury te raadplegen. De 'vessel propulsion personality' is eigendom van de bootbouwer. Veranderingen of upgrades van de 'vessel personality' moeten door de bootbouwer goedgekeurd en verspreid worden. Mercury Marine biedt alleen ondersteuning met softwarematige eigenschapsveranderingen op verzoek van de bootbouwer. Functies en bedieningsorganen Multifunctiedisplay Uw motorinstallatie is aangesloten op een multifunctiedisplay (MFD), bijvoorbeeld de SmartCraft System View-display. Sommige Autopilot-functies vereisen installatie van een VesselView 4 (hieronder afgebeeld) of een door Mercury goedgekeurde MFD en VesselView Link. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de MFD voor meer gedetailleerde instructies over het gebruik van de display aan boord Sturen met elektronisch roer De besturing met het elektronisch roer werkt via elektronische signalen. We raden aan om voorzichtig te varen totdat u de gelegenheid hebt gehad om de besturingskenmerken van het joystickbesturingssysteem in een open gebied zonder hindernissen en ander vaarverkeer te verkennen, en totdat u vertrouwd bent met de reacties van de boot. De elektronische roerbesturing kan resulteren in een snellere stuurreactie dan verwacht. U kunt uw stuurbereik tussen de stuuraanslagen controleren. Voor deze test hoeven de motoren niet te draaien. Draai het stuurwiel helemaal naar stuurboord. Deze aanslag is elektrisch. Draai het stuurwiel naar bakboord en tel het aantal omwentelingen totdat het stuurwiel bij de bakboordaanslag stopt. Dit is het aantal omwentelingen om de aandrijvingen van helemaal stuurboord naar helemaal bakboord te zetten, met de middelste stand recht vooruit op nul graden. Als u het stuurwiel tot de aanslag draait terwijl u vaart, kunt u een kortstondige weerstand ondervinden. U moet het stuurwiel uit de arreteerstand trekken om weer normaal te kunnen sturen. De bij het draaien van het stuurwiel ondervonden weerstand verschilt per boot en kan ook met de vaarsnelheid veranderen. Deze weerstand is door de botenbouwer of dealer geprogrammeerd. Neem contact op met uw erkende dealer als u een andere instelling wenst. De vessel personality van uw boot is ontwikkeld door de fabrikant in samenwerking met Mercury Marine en is bepalend voor het aantal omwentelingen van aanslag tot aanslag. Joystickbesturing basiswerking BELANGRIJK: De 'vessel personality' die bepalend is voor de wijze waarop de boot op joystickopdrachten reageert, is ontwikkeld voor een normale belasting en normaal gebruik van de boot onder ideale vaaromstandigheden. Verschillen in wind, stroming en lading kunnen de werking van de joystickbesturing aanzienlijk beïnvloeden. Een boot die bij de boeg zwaar is beladen, zal bijvoorbeeld anders reageren dan een boot die bij de spiegel zwaarder is beladen. De 'vessel personality' kan deze variabelen niet voorzien en kan er niet voor compenseren. Het is de taak van de bestuurder om de vereiste correcties aan te brengen door de verdeling van de lading over de boot te wijzigen of door de extra manoeuvres uit te voeren die nodig zijn om het gewenste vaargedrag te verkrijgen. Bladzijde M nld MAART 2016

7 Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem De joystick biedt bij lage snelheid en tijdens het afmeren een intuïtieve controle over uw boot. In deze modus wordt het motortoerental begrensd om een overmatige kielzoginteractie of ongewenste bootdynamiek te voorkomen. Als u op de afstelknop op de trackpad van de joystick drukt (om van twee verlichte segmenten naar één verlicht segment te gaan), wordt de motorvraag verlaagd vergeleken met de standaard joystickmodus. De afstandsbedieningshendels moeten worden gebruikt om met de boot te manoeuvreren als de omgevingsfactoren meer stuwkracht vereisen dan volgens de hierboven vermelde vermogensbereiken. Hoewel de joystickbesturing grotendeels intuïtief werkt, wordt aangeraden deze functie pas te gebruiken nadat u de gelegenheid hebt gehad om vertrouwd te raken met de vaarkarakteristieken van de boot. Oefen het gebruik van de joystick bij proefvaarten in open water. Daarnaast is het een goed idee om ook af en toe te oefenen zonder de joystick, voor het geval dat de joystick onbruikbaar wordt. Om de joystick te kunnen gebruiken moeten alle afstandsbedieningshendels op neutraal staan. Strategie voor motorbewaking BELANGRIJK: Als het Engine Guardian-systeem is ingeschakeld, kan de vaarsnelheid van de boot tot stationair toerental dalen en zal de boot eventueel niet op de gashendel reageren. Het Engine Guardian-systeem controleert de kritieke sensoren op de motor voor vroege aanwijzingen van problemen. Het Engine Guardian-systeem werkt altijd wanneer de motor draait zodat u zich nooit hoeft af te vragen of de motor nu wel of niet beschermd wordt. Het systeem reageert op een probleem door een hoornsignaal van zes seconden te laten horen en/of het vermogen van de motor te verminderen ter bescherming van de motor. Neem gas terug als het Engine Guardian-systeem is geactiveerd. Het systeem moet worden gereset voordat de motor op een hoger toerental kan draaien. U reset het Engine Guardian-systeem door de gashendel drie seconden lang in de stand voor stationair te zetten. Als het Engine Guardian-systeem ook na het resetten blijft werken, moet worden vastgesteld waarom het Engine Guardian-systeem wordt ingeschakeld, en moet het probleem eerst worden verholpen. De motorbewaking controleert: Oliedruk Koelvloeistoftemperatuur Waterdruk Overtoeren Accuspanning Als het Engine Guardian-systeem op uw boot wordt ingeschakeld, wordt dit door uw SmartCraft-instrumenten aangegeven en wordt u zo nodig geadviseerd om gas terug te nemen. Als de situatie dit vereist zal het Engine Guardian-systeem zelfs soms gas terugnemen. Neem contact op met een erkende dealer om een mogelijke herhaling van het probleem te voorkomen. De Propulsion Control Module slaat de storing op: met deze informatie kan de monteur sneller een diagnose stellen van de problemen. Aangepaste motorbesturing bij een lage accuspanning Het stationair toerental van de motor zal soms in stappen van 25 omw/min geleidelijk worden verhoogd om te compenseren in geval van lage batterijspanning. Deze verhoging van het motortoerental is minimaal en soms niet merkbaar. Denk eraan dat het motortoerental kan toenemen zonder dat u de afstandsbedieningshendel of joystick beweegt wanneer u afmeert of op plaatsen met beperkte ruimte met de boot manoeuvreert. Botsingschade van de motorkap voorkomen De beschermkabels op de voorkant van de motoren voorkomen botsing van de motorkappen tijdens het varen. Bij afmeermanoeuvres met de joystick kunnen de motoren in de richting van het zwaartepunt van de boot leunen. Als de contactschakelaars op Uit worden gezet terwijl de motoren inleunen, blijven ze in die stand staan. Zorg dat de motoren zijn gecentreerd voordat u ze uitschakelt om onbedoelde botsing van de motorkappen te voorkomen. Laat de contactschakelaars op Run staan om de motoren automatisch te centreren nadat u de joystick hebt gebruikt. Draai het stuurwiel voorbij de door de elektromotor van het stuurwiel geleverde weerstand of draai de joystick naar links of naar rechts. Draai de contactsleutels vervolgens naar Uit. Gebruik van de trim- of opklapfunctie met de sleutels op Uit motorkapbotsingen De joystickbesturing voor buitenboordmotoren heeft een functie waarmee de trimfunctie nog enige tijd kan worden gebruikt nadat de contactsleutel naar Uit is gedraaid. De trimmotor wordt niet direct door de trim/opklapschakelaar bestuurd. Hij wordt door de computersoftware bestuurd. De computer moet een verzoek voor activering van de trimfunctie ontvangen. Nadat de sleutel naar Uit is gedraaid, kan de trimmotor nog 15 minuten lang ingeschakeld worden. Nadat u de sleutel naar Uit hebt gedraaid, gebruikt u de trimschakelaar op de elektronische afstandsbedieningshendel of de trimschakelaar op het roer. De motoren trimmen omhoog maar behouden de stuurstand die ze hadden op het moment dat de contactsleutel naar Uit werden gedraaid. De hoek van de spiegel en de montageafstand van de motoren is bepalend voor de trim-opklaphoek waarbij de motorkappen kunnen botsen. Vergeet niet om de motoren te centreren voordat u ze uitschakelt, om motorkapbotsingen bij het omhoog trimmen van uitgeschakelde motoren te voorkomen. 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 3

8 Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem Extra joystick (indien aanwezig) Met een extra joystick op een apart station is dezelfde controle over de boot mogelijk als bij het dashboard met joystick. De bestuurder kan de besturing overdragen aan een extra joystickstation nadat voldaan is aan bepaalde besturingseisen op het hoofddashboard. Er kunnen meerdere extra stations met joystick op de boot geïnstalleerd zijn. Elk extra joystickstation heeft een joystick en een noodstopschakelaar. De extra joystick verschilt iets van de standaard joystick omdat hij maar twee knoppen heeft: Een afstelknop met twee signaallampjes Een knop voor besturingsoverdracht met controlelampje Besturingsfuncties en gebruik van schaduwmodus Gebruik gasklep en schakeling voor drie motoren Door de hendels op de afstandsbediening te bewegen, kan de bootbestuurder het motortoerental en de schakelstanden regelen voor alle drie motoren. De gasklep- en schakelfunctie is afhankelijk van welke motoren in gebruik zijn. Zie de onderstaande tabel. Motor bakboord Middelste motor Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Uit Uit Loopt Loopt Loopt Uit Loopt Motor stuurboord Functie bedieningshendel Gasklep en schakelen motor bakboord = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen motor stuurboord = geregeld met bedieningshendel stuurboord Gasklepstand middelste motor = gelijk aan die van de motor met de kleinste gasklepopening totdat de stand voor de bakboord- en stuurboordmotor minder dan 10% verschilt: op dat punt wordt het toerental van alle motoren gesynchroniseerd met dat van de stuurboordmotor. Schakelen middelste motor = neutraal tenzij beide motoren in dezelfde versnelling staan Gasklep en schakelen motor bakboord/middelste motor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen motor stuurboord/middelste motor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Gasklep en schakelen motor bakboord = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen motor stuurboord = geregeld met bedieningshendel stuurboord Loopt Uit Uit Gasklep en schakelen motor bakboord = geregeld met bedieningshendel bakboord Uit Uit Loopt Gasklep en schakelen motor stuurboord = geregeld met bedieningshendel stuurboord Uit (contactschakelaar ingeschakeld) Loopt Uit (contactschakelaar ingeschakeld) Gasklep middelste motor = neutraal/stationair, tenzij beide bedieningshendels in dezelfde versnelling staan Als een van de buitenste motoren tijdens het varen wordt uitgezet, wordt de middelste motor naar neutraal/stationair geforceerd. De middelste motor gaat weer normaal functioneren als de regelhendel van de draaiende buitenste motor eerst in neutraal wordt gezet en vervolgens in versnelling. Het toerental en de schakelfunctie voor de middelste motor worden dan bepaald door de draaiende buitenste motor. Het afzetten van de middelste motor tijdens het varen zal geen invloed hebben op de werking van de buitenste motoren. Als er zich een storing voordoet tijdens het varen, waardoor een van de buitenste motoren gedwongen in neutraal of stationair gezet wordt, wordt ook de middelste motor gedwongen in neutraal/stationair gezet. De middelste motor gaat weer normaal functioneren als de regelhendel van de werkende buitenste motor in neutraal wordt gezet en daarna in de versnelling. Gebruik gasklep en schakeling voor vier motoren Door de hendels op de afstandsbediening te bewegen, kan de bootbestuurder het motortoerental en de schakelstanden regelen voor alle vier motoren. De gasklep- en schakelfunctie is afhankelijk van welke motoren in gebruik zijn. Zie de onderstaande tabel. Buitenste bakboordmotor Binnenste bakboordmotor Binnenste stuurboordmotor Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Uit Uit Uit Uit Loopt Loopt Uit (contactschakelaar ingeschakeld) Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Buitenste stuurboordmotor Uit (contactschakelaar ingeschakeld) Functie bedieningshendel Gasklep en schakelen binnenste/buitenste bakboordmotor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen binnenste/buitenste stuurboordmotor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Gasklep en schakelen binnenste/buitenste bakboordmotor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen binnenste/buitenste stuurboordmotor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Gasklep en schakelen binnenste bakboordmotor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen binnenste stuurboordmotor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Bladzijde M nld MAART 2016

9 Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem Buitenste bakboordmotor Uit (contactschakelaar uitgeschakeld) Binnenste bakboordmotor Binnenste stuurboordmotor Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Loopt Uit Uit Loopt Uit (contactschakelaar ingeschakeld) Loopt Loopt Buitenste stuurboordmotor Uit (contactschakelaar uitgeschakeld) Uit (contactschakelaar ingeschakeld) Functie bedieningshendel Gasklep en schakelen binnenste bakboordmotor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Gasklep en schakelen binnenste stuurboordmotor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen buitenste bakboordmotor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen buitenste stuurboordmotor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Gasklep en schakelen binnenste bakboordmotor = geregeld met bedieningshendel bakboord Gasklep en schakelen binnenste stuurboordmotor = geregeld met bedieningshendel stuurboord Als de buitenste stuurboordmotor tijdens het varen wordt uitgezet, wordt de binnenste stuurboordmotor naar neutraal/ stationair geforceerd. U kunt de werking van de binnenste motor herstellen door de contactschakelaar van de buitenste stuurboordmotor eerst op 'aan' te zetten en daarna de bedieningshendel voor stuurboord terug naar neutraal en vervolgens in versnelling te zetten. Het toerental en de versnelling van de binnenste motor worden dan geregeld met de bedieningshendel aan stuurboord. Als de buitenste bakboordmotor tijdens het varen wordt uitgezet, wordt de binnenste bakboordmotor naar neutraal/ stationair geforceerd. U kunt de werking van de binnenste motor herstellen door de contactschakelaar van de buitenste bakboordmotor eerst op 'aan' te zetten en daarna de bedieningshendel voor bakboord terug naar neutraal en vervolgens in versnelling te zetten. Het toerental en de versnelling van de binnenste motor worden dan geregeld met de bedieningshendel aan bakboord. Het afzetten van een van de middelste motoren tijdens het varen zal geen invloed hebben op de werking van de buitenste motoren. Als zich een storing voordoet tijdens het varen waardoor een van de buitenste stuurboordmotoren gedwongen in neutraal of stationair gezet is, wordt ook de binnenste stuurboordmotor gedwongen in neutraal/stationair gezet. De binnenste motor gaat weer normaal functioneren als de bedieningshendel aan stuurboord eerst in neutraal wordt gezet en daarna in versnelling. Als zich een storing voordoet tijdens het varen waardoor een van de buitenste bakboordmotoren gedwongen in neutraal of stationair gezet is, wordt ook de binnenste bakboordmotor gedwongen in neutraal/stationair gezet. De binnenste motor gaat weer normaal functioneren als de bedieningshendel aan bakboord eerst in neutraal wordt gezet en daarna in versnelling. Transport van een boot met joystickbesturing voor buitenboordmotoren KENNISGEVING Vermijd beschadiging van het stuursysteem door gebruik terwijl dit vergrendeld is. Als u de contactsleutels naar Aan of Run draait terwijl de stuurvergrendeling is aangebracht, kan dat het stuursysteem ernstig beschadigen. Verwijder de stuurvergrendelingen altijd voordat u de contactsleutels in het contactslot steekt. De motoren op een boot met joystickbesturing voor buitenboordmotoren hebben geen onderlinge verbindingsstang en kunnen door zwaartekracht en de bij transport ondervonden trillingen bewegen, zodat ze tegen elkaar kunnen stoten. Voorkom dat de motoren tijdens transport tegen elkaar stoten: 1. Zet de motoren in de normale bedrijfsstand. 2. Verwijder alle contactsleutels. 3. Verwijder de schroeven (optioneel bij korte bewegingen). 4. Plaats een stuurvergrendeling voor aanhangervervoer op de verbindingsstangarm en verbindingsstang voor de buitenste motoren zoals afgebeeld. NB: Voor toepassingen met drie of vier motoren zijn de beschermkabels voldoende om de binnenste motoren op hun plaats te houden. 5. Zorg dat de stuurvergrendeling helemaal over de stuurstang is geplaatst. 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 5

10 Hoofdstuk 1 - Vertrouwd raken met het joystickbesturingssysteem 6. Zet de stuurvergrendelingen met de meegeleverde klemmen vast. Wanneer de stuurvergrendelingen zijn aangebracht, kunnen de motoren helemaal in de aanhangerstand omhoog worden gezet. BELANGRIJK: Verwijder de stuurvergrendelingen altijd voordat u de contactsleutels in het contactslot steekt Bladzijde M nld MAART 2016

11 Inhoudsopgave Om te beginnen... 8 Functies digitaal gas en schakelen (Digital Throttle And Shift; DTS)... 8 Transfer (boten met twee roeren)... 9 Afmeermodus... 9 Alleen gasmodus... 9 Enkele hendelmodus Motoren synchroniseren Traditioneel manoeuvreren met stuur en stuwkracht...11 De boot vooruit of achteruit manoeuvreren De boot bij lage snelheden in scherpe bochten sturen De boot bij lage snelheden om zijn as laten draaien Manoeuvreren met de joystick Joystickopdrachten en bootrespons De afstelknop gebruiken met de joystick Trimsteunfunctie joystick Besturingsoverdracht Besturingsoverdracht aanvragen Besturingsoverdracht en Autopilot Autopilot functies Vereisten kaartplotter Autopilot lampjes Hoofdstuk 2 - Op het water Hoofdstuk 2 - Op het water Autopilot modi Skyhook positiebehoudfunctie Belangrijke veiligheidsoverwegingen Skyhook inschakelen Skyhook uitschakelen Skyhook gebruiken Auto Heading (automatische koers) Auto Heading (automatische koers) inschakelen Koersaanpassing Koersnauwkeurigheid Auto Heading (automatische koers) uitschakelen Routemodus (Waypoint Sequencing) Routemodus inschakelen Routenauwkeurigheid Routemodus uitschakelen Knop Auto Heading in routemodus Cruisecontrol Stuurwiel en motor of aandrijvingspositie Contactsleutels op Aan Opstarten van motoren Afsluiten van joystickbediening Skyhook afsluiten Routemodus afsluiten M nld MAART 2016 Bladzijde 7

12 Hoofdstuk 2 - Op het water Om te beginnen Functies digitaal gas en schakelen (Digital Throttle And Shift; DTS) Het DTS-systeem heeft verschillende gebruiksmodi voor de hendels van de elektronische afstandsbediening (ERC). Elk van de vermelde functies kan tegelijk met de andere worden gebruikt. a j i h b c d e f ERC voor twee motoren met ingebouwde trimschakelaars a - trimbediening (hendel) b - trimbediening (trackpad) c - neutraallampjes d - transferfunctie e - Afmeermodus f - + (helderheid vergroten) g - Alleen-gasmodus h - (helderheid verminderen) i - besturing met enkele hendel j - synchronisatie-functie g DTS-trackpad op dashboard Bedieningsorgaan Bedieningselement voor trimmen NEUTRAAL (lampjes) LANGZAAM VAREN TRANSFER DOCK THROTTLE ONLY 1 HENDEL SYNC + (verhogen) en (verlagen) Functie Zet de motoren/aandrijvingen hoger of lager voor optimale efficiëntie of tijdens varen in ondiep water of vervoer op een aanhanger. Gaan branden als de aandrijving in neutraal staat. De lampjes knipperen als de motor in de modus Alleen-gas staat. Beperkt het toerental bij stationair vooruit tot een toerental dat in de PCM of de vessel personality is ingesteld. Gebruik de knoppen "+" en " " om de gewenste snelheid of het gewenste toerental in te stellen. NB: De functie voor langzaam varen is niet beschikbaar voor sommige trackpads die op de ERC zijn gemonteerd; hij is alleen beschikbaar voor trackpads op het dashboard. Voor boten met trackpads op de ERC maar geen knop voor Langzaam varen is de functie voor langzaam varen beschikbaar via een door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay (MFD). Maakt het mogelijk om de besturing over te dragen naar een ander dashboard. Zie Besturingsoverdracht. Alleen beschikbaar tijdens gebruik van ERC. Voor bedieningshendels wordt de gasklepcapaciteit verlaagd tot circa 50% van de normale gasvraag bij hendelgebruik. Hiermee kan de bestuurder het motortoerental verhogen zonder de motor in versnelling te zetten. Zie Alleen-gasmodus. Maakt het mogelijk om de gas- en schakelfuncties voor alle motoren te regelen met de bakboordhendel. Zie Enkelehendelmodus. Schakelt de automatische synchronisatiefunctie in of uit. Zie Motoren synchroniseren. Verhoogt en verlaagt de helderheidsinstellingen voor de trackpad, de door Mercury goedgekeurde MFD en de SmartCraftmeters. NB: Op DTS-trackpads op het dashboard wordt de snelheid voor langzaam varen met de volgende knoppen verhoogd of verlaagd. Bladzijde M nld MAART 2016

13 Transfer (boten met twee roeren) Hoofdstuk 2 - Op het water Met de transferfunctie kan de bestuurder de besturing van de boot van het actieve roer overzetten op het inactieve roer op boten met twee roeren. Zie Besturingsoverdracht Afmeermodus Transferknop en -lampje In de afmeermodus wordt het toerental binnen het gehele gashendelbereik met 50% verlaagd, zodat het motorvermogen in situaties met weinig ruimte zorgvuldiger kan worden geregeld. Gebruik de afmeermodus niet als voor het manoeuvreren meer vermogen is vereist omdat de omstandigheden meer stuwkracht vereisen. Inschakelen afmeermodus: 1. Zet beide ERC-hendels in neutraal. 2. Druk op de afmeerknop op de DTS-trackpad. 3. Het afmeerlampje gaat branden. 4. Zet een van beide ERC-hendels in de versnelling. NB: Het motortoerental en beschikbare vermogen worden evenredig met het verstellen van de gashendel verlaagd Uitschakelen afmeermodus: Afmeerknop en -lampje 1. Zet beide ERC-hendels in een willekeurige arreteerstand of neutraal. NB: De afmeermodus wordt alleen uitgeschakeld als de hendels op een arreteerstand zijn gezet. 2. Druk op DOCK. Het afmeerlampje gaat uit. Alleen-gasmodus Als u de joystick verstelt terwijl de motoren draaien en de bedieningshendels op neutraal staan, krijgt de boot de opdracht om te gaan varen. De Alleen-gasmodus moet worden gebruikt om de joystick uit te schakelen als de schipper niet aan het roer staat. Door de ERC in de Alleen-gasmodus te zetten, wordt onbedoeld schakelen voorkomen. De aandrijvingen lopen via het stuurwiel of de joystick en het toerental van de motoren kan worden verhoogd in de Alleen-gasmodus, terwijl de versnelling in de neutraalstand blijft staan Alleen-gasmodus inschakelen: Alleen-gasknop en -lampje 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 9

14 Hoofdstuk 2 - Op het water 1. Zet beide ERC-hendels in neutraal. 2. Druk op THROTTLE ONLY op de DTS-trackpad. Het Alleen-gaslampje gaat branden en de neutraallampjes gaan knipperen. 3. Zet een van beide ERC-hendels op de arreteerstand voor voor- of achteruit. De waarschuwingshoorn geeft telkens een signaal wanneer de hendels in of uit de versnelling worden geschakeld in de Alleen-gasmodus, maar de aandrijving blijft in neutraal staan. NB: De Alleen-gasmodus is ook van invloed op de werking van de joystick. De aandrijvingen bewegen en het toerental kan worden verhoogd, maar de versnelling blijft in neutraal staan. 4. Het toerental van de motoren kan worden verhoogd. De alleen gas-modus uitschakelen: 1. Zet beide ERC-hendels in neutraal. De Alleen-gasmodus kan alleen worden uitgeschakeld als de ERC-hendels in neutraal staan. NB: Als u op THROTTLE ONLY (Alleen-gas) drukt terwijl de ERC-hendels zijn ingeschakeld, gaat alleen het Alleengaslampje uit. De motoren blijven in de Alleen-gasmodus staan totdat u de hendels op neutraal zet. 2. Druk op THROTTLE ONLY. Het Alleen-gaslampje gaat uit. 3. De neutraallampjes stoppen met knipperen en branden constant. U kunt nu de ERC-hendels of de joystick gebruiken om de boot te besturen. Enkele-hendelmodus De DTS biedt de mogelijkheid om alle motoren met één hendel te bedienen. Dat vereenvoudigt het motorgebruik. De enkele-hendelmodus is niet van invloed op de werking van de joystick. Deze modus is niet identiek aan de synchronisatiemodus Enkele-hendelmodus inschakelen: 1. Zet beide ERC-hendels in neutraal. Enkele-hendelknop en -lampje 2. Druk op 1 LEVER op de DTS-trackpad. Het lampje voor de enkele-hendelmodus gaat branden. 3. Zet de bakboord-erc-hendel in de versnelling. 4. Het motortoerental op de motoren wordt synchroon verhoogd en verlaagd, terwijl beide aandrijvingen ingeschakeld blijven. Enkele-hendelmodus uitschakelen: 1. Zet beide ERC-hendels in neutraal. 2. Druk op 1 LEVER. Het lampje voor de enkele-hendelmodus gaat uit. Bladzijde M nld MAART 2016

15 Motoren synchroniseren Hoofdstuk 2 - Op het water De synchronisatiemodus is een automatische functie voor motorsynchronisatie die bij het opstarten automatisch inschakelt. De synchronisatiemodus bewaakt de positie van beide ERC-hendels. Als beide hendels binnen 10% van elkaar staan, wordt het toerental van alle motoren gesynchroniseerd met het toerental van de stuurboordmotor. Het SmartCraft-systeem schakelt de synchronisatie automatisch uit bij de laatste 10% van het hendelbereik, om de motor de gelegenheid te geven het maximaal haalbare toerental te bereiken. De synchronisatiemodus kan pas inschakelen wanneer het vereiste minimumtoerental is bereikt Sync-modus uitschakelen: Synchronisatieknop en -lampje 1. Zet de ERC-hendels in een willekeurige arreteerstand. 2. Druk op SYNC. Het synchronisatielampje gaat uit. Druk op een willekeurig tijdstip op de synchronisatieknop om de synchronisatiemodus in te schakelen. Traditioneel manoeuvreren met stuur en stuwkracht Met de joystickbesturing voor buitenboordmotoren op uw boot verbeteren de manoeuvrecapaciteiten bij lage toerentallen. U kunt nog steeds op planeersnelheid of langzaam blijven varen met behulp van de gebruikelijke bedieningsorganen voor het sturen en accelereren. Mercury raadt aan om de stuur- en afmeermanoeuvres met laag toerental met behulp van alleen het stuurwiel en de ERC-hendels te oefenen voor het onwaarschijnlijke geval dat de joystickbesturing uitvalt. De boot vooruit of achteruit manoeuvreren Zet een of beide motoren in de vooruit- of achteruitversnelling en stuur met het stuurwiel zoals u dat in elke andere vergelijkbare boot zou doen. De boot bij lage snelheden in scherpe bochten sturen Draai het stuurwiel in de richting van de bocht om de boot bij lage snelheid in een scherpe bocht te sturen. De bocht scherper maken nadat het stuurwiel volledig gedraaid is: Zeus-boten: Geef meer gas aan de aandrijving aan de binnenkant van de bocht. Boten met buitenboordmotor of hekaandrijving: Geef meer gas aan de buitenste motor. De boot bij lage snelheden om zijn as laten draaien 1. Zet het stuurwiel in de middenstand. 2. Laat de boot rechtsom draaien door de stuurboordmotor in achteruit te zetten en de bakboordmotor in vooruit. 3. Laat de boot linksom draaien door de bakboordmotor in achteruit te zetten en de stuurboordmotor in vooruit. 4. U kunt de draaisnelheid verhogen door tegelijkertijd beide ERC-hendels te verstellen op meer gas. Er is doorgaans meer gas in achteruit vereist om te compenseren voor het grotere stuwvermogen van een motor in vooruit. Manoeuvreren met de joystick De joystick is een besturingsinterface met enkele hendel voor het manoeuvreren met de boot. Het besturen van de boot via de joystick is handig voor manoeuvres in nauwe ruimten en bij het afmeren. Via de joystick regelt het besturingssysteem de stuurhoek en stuwkracht afzonderlijk om de boot in een bepaalde richting te verplaatsen of draaien. Als u bijvoorbeeld de joystick naar opzij beweegt, zorgt het besturingssysteem dat de boot zijwaarts beweegt. Met de joystick kan beweging langs drie assen worden geregeld: vooruit/achteruit, bakboord/stuurboord en rotatie, of elke willekeurige combinatie hiervan. Als u de joystick bijvoorbeeld naar bakboord verplaatst, beweegt ook de boot zijwaarts naar bakboord. Door de joystick te draaien, draait de boot om zijn middelpunt. U kunt de joystick tegelijkertijd bewegen en draaien om in nauwe ruimtes heel ingewikkelde manoeuvres uit te voeren. Het besturingssysteem probeert tijdens het gebruik van de joystick automatisch de uitslag (het gieren) van boeg en spiegel te verminderen. Een sensor aan boord meet de gierwaarde van de boot en levert dan actieve tegenbeweging tegen deze gierbeweging van de boot. Factoren als wind, de gesteldheid van het water en de belading van de boot kunnen soms meer invloed op de boot uitoefenen dan het systeem voor gieren kan compenseren. Handmatige correctie van gieren kan nodig zijn als u de boot naar voren of achteren, bak- of stuurboord of in diagonale richtingen stuurt. Om te compenseren voor onbedoeld gieren tijdens manoeuvres, draait u de joystick in de richting tegenover de gierrichting. 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 11

16 Hoofdstuk 2 - Op het water De joystick werkt evenredig, dat betekent dat hoe verder u de joystick uit het midden beweegt, hoe meer stuwkracht er in die richting wordt geleverd. Met de joystick de boot manoeuvreren: 1. Beweeg beide hendels van de elektronische afstandsbediening (ERC) naar de neutrale stand. 2. Beweeg de joystick in de richting waarin u de boot wilt bewegen, of draai de joystick in de richting waarin u de boot wilt draaien. De joystick kan tegelijkertijd worden bewogen en gedraaid. Joystickopdrachten en bootrespons De volgende tabel geeft een beperkt aantal voorbeelden van de belangrijkste reacties van de boot op bewegingen van de joystick. BELANGRIJK: Alle bewegingen van de boot in de onderstaande tabel zijn zoals deze plaatsvinden onder ideale omstandigheden. Variabelen waarmee u in de realiteit te maken krijgt, zoals wind, golfslag en belasting van de boot, zijn van invloed op het gedrag van de boot. Oefen het gebruik van de joystick onder uiteenlopende omstandigheden zodat u weet hoe de boot in zulke omstandigheden reageert. Handeling met joystick Werking van lichtring joystick Reactie van boot Beweging (afgebeeld van lichtgrijs tot donkergrijs) Geen Boot in rust Bovenste kwadrant gaat branden Boot beweegt vooruit Onderste kwadrant gaat branden Boot beweegt achteruit Bladzijde M nld MAART 2016

17 Hoofdstuk 2 - Op het water Handeling met joystick Werking van lichtring joystick Reactie van boot Beweging (afgebeeld van lichtgrijs tot donkergrijs) Rechter kwadrant gaat branden Boot beweegt naar stuurboord zonder te draaien Linker kwadrant gaat branden Boot beweegt naar bakboord zonder te draaien Kwadrant rechtsboven gaat branden Boot beweegt diagonaal vooruit en naar stuurboord zonder te draaien Kwadrant rechtsonder gaat branden Boot beweegt diagonaal achteruit en naar stuurboord zonder te draaien Kwadrant linksonder gaat branden Boot beweegt diagonaal achteruit en naar bakboord zonder te draaien M nld MAART 2016 Bladzijde 13

18 Hoofdstuk 2 - Op het water Handeling met joystick Werking van lichtring joystick Reactie van boot Beweging (afgebeeld van lichtgrijs tot donkergrijs) Kwadrant linksboven gaat branden Boot beweegt diagonaal vooruit en naar bakboord zonder te draaien Het licht beweegt rechtsom op de ring NB: Het lichtsegment wordt groter naarmate de vraag toeneemt. Boot draait met de klok mee Het licht beweegt linksom op de ring NB: Het lichtsegment wordt groter naarmate de vraag toeneemt. Boot draait tegen de klok in De afstelknop gebruiken met de joystick Tijdens normaal gebruik van de joystick wordt het motortoerental beperkt om een te sterk kielzog of onaanvaardbare dynamiek van de boot tijdens het manoeuvreren te voorkomen. Als u op de afstelknop op de trackpad van de joystick drukt, wordt de motorvraag verlaagd vergeleken met de standaard joystickmodus. Afstelknop en lichtsegmenten Twee brandende segmenten geven een normale werking aan. Eén brandend segment geeft een begrensde werking aan. Trimsteunfunctie joystick Het Joystick Piloting-systeem heeft functies voor trimassistentie die kunnen worden gebruikt in combinatie met het Skyhook positiesysteem en de joystick. Deze functies trimmen de aandrijvingen omhoog of omlaag tot een stand die door de bootbouwer is ingesteld. Trimsteunfuncties joystick inschakelen De trimsteunfuncties worden ingeschakeld als de ERC-hendels in versnelling worden gezet en vervolgens naar neutraal worden teruggezet, of als de motoren worden gestart Bladzijde M nld MAART 2016

19 Functie Omhoog trimmen op joystick Hoofdstuk 2 - Op het water Als de bestuurder de besturing van de boot met de joystick wil overnemen, zet het Joystick Piloting-systeem alle lager getrimde motoren of aandrijvingen omhoog in de vooringestelde stand, als de trimsteunfunctie is ingeschakeld zoals hierboven beschreven. Het systeem trimt de motoren of aandrijvingen ook omhoog als Skyhook wordt ingeschakeld. Nadat de motoren of aandrijvingen tot de vooringestelde stand omhoog zijn getrimd, wordt de trimsteunfunctie uitgeschakeld: hij kan alleen weer worden ingeschakeld zoals hierboven beschreven. NB: Op sommige modellen is de vooringestelde positie helemaal omlaag. Op die modellen brengt de trimsteunfunctie de aandrijvingen niet omhoog. Dit is geen systeemdefect. Functie Omlaag trimmen op joystick Als de bestuurder de besturing van de boot met de joystick wil overnemen en een of meer motoren of aandrijvingen hoger dan de vooringestelde stand zijn getrimd, wordt op de door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay een pop-up weergegeven. Ook als Skyhook wordt ingeschakeld terwijl een of meer motoren of aandrijvingen hoger dan de vooringestelde stand zijn getrimd, wordt de pop-up weergegeven. De pop-up verdwijnt na 10 seconden, maar de bestuurder heeft 15 seconden de tijd om de functie voor omlaag trimmen in te schakelen. Om de functie voor omlaag trimmen in te schakelen, drukt u kort op de knop voor alles omlaag trimmen op de ERC of de trimpad. Alle motoren of aandrijvingen die hoger dan de vooringestelde stand zijn getrimd, worden tot aan de vooringestelde stand omlaag getrimd. Om de functie voor omlaag trimmen van een bepaalde motor of aandrijving te stoppen, drukt u op een van de trimknoppen (omhoog of omlaag) voor die motor of aandrijving. Om het omlaag trimmen van alle motoren of aandrijvingen te stoppen, drukt u op een willekeurige knop voor alles omhoog of omlaag trimmen. BELANGRIJK: De vooringestelde positie voor de trimfunctie is tot op ±3 nauwkeurig, wat betekent dat de trimstand in beide richtingen tot maximaal 3 te hoog of laag kan worden ingesteld. Als een of meer motoren of aandrijvingen door de trimsteunfunctie omhoog zijn getrimd en de resterende motoren of aandrijvingen automatisch omlaag worden getrimd, kan het verschil in de trimstand van de motoren of aandrijvingen wel 6 bedragen. Dit is geen defect. Alle motoren of aandrijvingen in dezelfde trimsteunstand zetten: 1. Zorg dat de motoren zijn afgezet maar de contactsleutels op Aan staan, en trim de motoren of aandrijvingen helemaal omlaag. Houd de trimknop nog drie seconden ingedrukt. 2. Start de motoren. 3. Schakel de trimsteunfuncties van de joystick in. 4. Schakel de joystick of Skyhook in. De motoren of aandrijvingen worden tot dezelfde stand omhoog getrimd. Besturingsoverdracht Op sommige boten kan de besturing van de boot op meerdere plaatsen worden verricht. Deze plaatsen worden doorgaans dashboards of stations genoemd. "Besturingsoverdracht" is de term voor de methode voor het overdragen van de besturing van het ene dashboard (of station) op een ander dashboard.! WAARSCHUWING Voorkom ernstig of dodelijk letsel door verlies van de controle over de boot. De bootbestuurder mag nooit het actieve station verlaten als de motor in versnelling is geschakeld. Overdracht van de besturing mag alleen plaatsvinden als beide stations bemand zijn. Overdracht van de besturing door één persoon mag alleen worden uitgevoerd met de motor in neutraal. Met de functie besturingsoverdracht kan de bootbestuurder bepalen welk dashboard de boot bestuurt. Voordat besturingsoverdracht kan plaatsvinden, moeten de ERC-hendels van het actieve dashboard en die op het dashboard waaraan de besturing wordt overgedragen, op neutraal staan. NB: Als u probeert om de besturing over te dragen terwijl de ERC-hendels niet op neutraal staan, klinkt er een pieptoon en zal de besturingsoverdracht niet plaatsvinden, tenzij de hendels bij de dashboards op neutraal worden gezet en er opnieuw een verzoek tot besturingsoverdracht wordt gedaan. Er kunnen storingscodes op de door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay verschijnen als er een poging tot gebruik van andere besturings- of navigatiefuncties wordt gedaan nadat de procedure voor besturingsoverdracht is gestart. Om deze storingscodes te verwijderen, zult u mogelijk de contactsleutel naar Uit en weer naar Aan moeten draaien, waarna u de procedure voor besturingsoverdracht opnieuw start. Wacht met het geven van andere besturings- en navigatieopdrachten totdat de besturingsoverdracht is voltooid om het zetten van storingscodes te voorkomen. KENNISGEVING De ERC-hendels moeten op de stand neutraal staan om besturingsoverdracht te kunnen verrichten. Terwijl ze in neutraal staan kan uw boot afdrijven en met nabije objecten in aanvaring komen, wat schade zal veroorzaken. Houd uw omgeving goed in de gaten terwijl u de besturingsoverdracht verricht. Voorkom schade: wees extra voorzichtig wanneer u een besturingsoverdracht verricht met de boot vlakbij aanlegsteigers, pieren of andere vaste objecten of nabij andere boten. Besturingsoverdracht aanvragen NB: Elke beweging van de joystick of ERC-hendels na het indrukken van de transferknop beëindigt het verzoek om besturingsoverdracht. Er klinkt een enkele pieptoon en het lampje in de transferknop gaat uit om aan te geven dat het overdrachtverzoek is beëindigd. Om overdracht van de besturing over de boot tussen dashboards aan te vragen: 1. Alle contactsleutels moeten op AAN staan. 2. Alle ERC-hendels aan boord moeten op neutraal staan. 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 15

20 Hoofdstuk 2 - Op het water 3. Druk één keer op de transferknop op het dashboard waaraan u de besturing wilt overdragen. Nadat u op de transferknop hebt gedrukt, gaat het overdrachtslampje branden en klinkt er een pieptoon om aan te geven dat de overdracht op het punt staat te beginnen Transferknop en -lampje NB: Als de ERC-hendels bij de dashboards niet op neutraal staan, knipperen de neutraallampjes. Zet alle ERChendels op neutraal: het neutraallampje stopt met knipperen. 4. Als het lampje van de transferknop en het neutraallampje branden, drukt u nogmaals op de transferknop om de besturingsoverdracht te voltooien. 5. Nadat de besturingsoverdracht is voltooid, klinkt er nogmaals een pieptoon. Het overdrachtslampje blijft branden op het dashboard waaraan de besturing is overgedragen. NB: Als de besturingsoverdracht niet binnen 10 seconden wordt voltooid, wordt het verzoek automatisch geannuleerd en klinkt er een dubbele pieptoon. De besturing vindt nog steeds plaats via het op dat moment actieve dashboard. Druk nogmaals op de transferknop om de besturingsoverdracht opnieuw te starten. 6. Het dashboard waarop het verzoek om besturingsoverdracht werd gegeven, is nu actief en bestuurt de boot. Besturingsoverdracht en Autopilot Het overdragen van de besturing van een actief roer op een niet-actief roer (tussen stations) is van invloed op de werking van de Autopilot-modi. Hieronder staan enige van deze effecten vermeld. De modus Auto Heading wordt uitgeschakeld als de ERC-hendels op neutraal worden gezet. U moet de modus Auto Heading opnieuw inschakelen op het roer dat nu actief is geworden. Als de opdracht tot besturingsoverdracht wordt gegeven, komt de functie Autopilot stand-by te staan. Alle vereiste opdrachten moeten bij het geactiveerde roer worden ingevoerd. Skyhook wordt uitgeschakeld zodra de transferknop voor de tweede keer wordt ingedrukt. Skyhook moet bij het geselecteerde actieve roer worden ingeschakeld. Als de functie Auto Heading wordt ingeschakeld, wordt de besturingsoverdracht uitgeschakeld. Schakel de functie uit om de besturingsoverdracht te hervatten. Schakel Auto Heading in bij het geselecteerde actieve roer. Als de routemodus is ingeschakeld, wordt de besturingsoverdracht uitgeschakeld. Schakel de functie uit om de besturingsoverdracht te hervatten. Schakel de routemodus in bij het geselecteerde actieve dashboard. De regeling van de route via de routemodus (Waypoint Sequencing) en de weergave van de routegegevens op de kaartplotter worden niet automatisch overgedragen naar de kaartplotter bij het actieve dashboard. U moet de kaartplotter bij het actief geworden dashboard inschakelen, het routepunt opnieuw invoeren en de routemodus opnieuw inschakelen. BELANGRIJK: Als er storingen worden ondervonden bij besturingsoverdracht, moeten alle besturingsmodules voor de motor en de joystickbesturing worden uitgeschakeld. U schakelt de besturingsmodules uit door beide motoren uit te schakelen en de ERC-hendels van beide motoren drie seconden lang op volgas achteruit te zetten. Autopilot-functies Vereisten kaartplotter Veel van de onderdelen en functies voor Autopilot maken gebruik van informatie van een kaartplotter. Maar niet elke kaartplotter beschikt over de informatiekwaliteit die nodig is voor een goede werking van deze functies. De kaartplotter in uw boot is geselecteerd uit een goedgekeurde lijst die is opgesteld en wordt bijgehouden door Mercury Marine. Deze kaartplotters hebben speciale software die voldoet aan de strenge eisen voor een goede verbinding met de Autopilot en de joystick. Slechte kwaliteit of onzorgvuldig, door niet goedgekeurde kaartplotters of software gegenereerde informatie kan ertoe leiden dat functies verkeerd, onverwacht of helemaal niet werken. Het updaten van software naar een niet goedgekeurde versie kan er eveneens toe leiden dat het systeem niet goed werkt. Raadpleeg uw erkende dealer of bel de klantenservice van Mercury voor een lijst van goedgekeurde kaartplotters. BELANGRIJK: Bij gebruik van de Autopilot moet de aankomstzone op de kaartplotter worden ingesteld op ten minste 0,05 zeemijl. Bladzijde M nld MAART 2016

21 Autopilot-lampjes Hoofdstuk 2 - Op het water De joystick heeft verschillende lampjes die aangeven wanneer de joystick wordt gebruikt en wanneer een Autopilot-modus actief (ingeschakeld) is. Zie voor een beschrijving van de werking van de lampjes tijdens gebruik van de joystick de paragraaf Manoeuvreren met de joystick. Als u op de knop voor Auto Heading, route (Waypoint Sequencing) of Skyhook drukt, wordt die modus ingeschakeld en gaan zowel het bijbehorende lampje als de bijbehorende verlichte tekst op de kop van de joystick branden. a c d e g b f h Nr. Beschrijving Aantekeningen a b c Lichtring Signaallampjes en tekstindicatie voor modus koersaanpassing Indicators voor Skyhookmodus De lichtring gaat branden, knipperen, pulseren of draaien om een van de vele mogelijke statussen aan te geven. Raadpleeg de informatie over de handeling in kwestie voor meer informatie. De lichtring knippert als u een invoerfout maakt. De signaallampjes voor koersaanpassing branden als het systeem in de Auto Heading-modus staat. Deze wijzen de bestuurder op het volgende: Draai de joystick naar rechts om de koers met 10 stuurboord te wijzigen Draai de joystick naar links om de koers met 10 bakboord te wijzigen Tik de joystick naar rechts om de koers met 1 stuurboord te wijzigen Tik de joystick naar links om de koers met 1 bakboord te wijzigen De tekstindicator brandt altijd terwijl de Auto Heading-modus is ingeschakeld. De tekstindicator SKYHOOK en het Skyhook-symbool branden terwijl de Skyhook-modus is ingeschakeld. d Tekstindicator route Brandt als de routemodus (Waypoint Sequencing) is ingeschakeld. Trackpad lampjes e Knoplampje Heading (koers) Brandt als de Auto Heading-modus is ingeschakeld. f Knoplampje Skyhook Brandt als de Skyhook-functie is ingeschakeld. g h Knoplampje Route (Waypoint Sequencing) Lampjes van afstelknop Brandt als de routemodus (Waypoint Sequencing) is ingeschakeld. Deze twee lichtsegmenten gaan branden om de mate van fijnafstemming voor elke functie aan te geven. Raadpleeg de informatie over de functie in kwestie voor meer gegevens. Autopilot-modi! WAARSCHUWING Vermijd ernstig of dodelijk letsel. Onnadenkend gebruik van de boot kan resulteren in aanvaringen met andere schepen, zwemmers of de bodem. De Autopilot houdt een vooringestelde koers aan maar reageert niet automatisch op gevaren in de nabijheid van de boot. De bestuurder moet aan het roer blijven staan om gevaren te ontwijken en opvarenden te waarschuwen bij koerswijzigingen. De Autopilot omvat verschillende modi waarmee u uw boot naar een specifieke koers kunt sturen, of naar bestemmingen die zijn gegenereerd door een kaartplotter en GPS-unit. Als u gebruik maakt van een apparaat voor het genereren van koersinformatie, hoort u vertrouwd te zijn met de werking van die kaartplotter en de GPS-unit voordat u de Autopilot gaat gebruiken bij het besturen van uw boot. De Autopilot regelt geen snelheid maar alleen de richting en kan geen gevaren bij de navigatie waarnemen. Deze automatische modi ontslaan de bestuurder niet van de verantwoordelijkheid om aan het roer te blijven staan en te blijven letten op andere boten, personen in het water of gevaren bij het navigeren. NB: Gebruik van het stuurwiel prevaleert altijd boven de Autopilot: in dat geval neemt de bestuurder de besturing van de boot weer over. Ook het gebruik van een andere versnelling met de hendel van de elektronische afstandsbediening (ERC) schakelt de Autopilot-modus uit. Bij gebruik van de Autopilot met een kaartplotter en een GPS-unit voor het navigeren langs een reeks routepunten (een route), zal de boot niet naar de exacte locatie van het routepunt varen voordat hij koers zet naar het volgende routepunt. De kaartplotter creëert een zone (de aankomstcirkel) rondom het routepunt en de Autopilot meldt aankomst op de bestemming zodra de boot die zone binnenvaart. 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 17

22 Hoofdstuk 2 - Op het water Skyhook positiebehoudfunctie Uw boot kan uitgerust zijn met de Skyhook-functie voor positiebehoud. Dit systeem maakt gebruik van GPS-technologie en een elektronisch kompas voor automatische schakelbediening, gas en besturing om koers en positie te behouden. Deze functie kan praktisch zijn wanneer u stil ligt om te tanken, wacht totdat een brug wordt geopend of wanneer het water te diep is voor een anker. Skyhook houdt geen exact bepaalde positie aan, maar houdt de boot binnen een vaste koers binnen een gebied. De afmetingen van dit gebied zijn afhankelijk van de nauwkeurigheid van het GPS-satellietsysteem, de signaalkwaliteit van de satelliet, de fysieke positie van de satellieten in verhouding tot de ontvanger, zonnevlammen en de afstand tussen de ontvanger op de boot en grote bouwwerken (bijv. bruggen en gebouwen) en bomen. Onder bepaalde omstandigheden zal Skyhook hierdoor zo sterk worden beïnvloed dat het systeem wordt uitgeschakeld. De bestuurder moet aan het roer blijven staan wanneer Skyhook is ingeschakeld, en blijven letten op veranderende omstandigheden zoals de aanwezigheid van andere boten of zwemmers, of het uitschakelen van Skyhook. Onder normale gebruiksomstandigheden houdt Skyhook de boot binnen een straal van 10 m (30 ft). Deze afstand kan onder bepaalde omstandigheden echter toenemen tot een straal van 30 m (100 ft). Omdat Skyhook de boot ONGEVEER op de juiste positie houdt, kan dat beteken dat uw boot in aanvaring komt met andere objecten vlakbij de boot, wat schade kan veroorzaken. Gebruik Skyhook niet als uw boot vlakbij een dok, paal, brug, een andere boot of zwemmers ligt.! WAARSCHUWING Skyhook is een automatisch systeem. Gebruik van dit systeem ontslaat de bestuurder niet van de verplichting om aan het roer te blijven staan en op eventueel veranderende omstandigheden te letten. Bij aanwezigheid van zwemmers of andere boten en als Skyhook wordt uitgeschakeld moet de bestuurder de handmatige besturing van de boot kunnen hervatten. Belangrijke veiligheidsoverwegingen Activiteiten in het water nabij het vaartuig kunnen leiden tot letsel als Skyhook is ingeschakeld. De bestuurder moet de waarschuwingsstickers op de boot lezen en in acht nemen, en aan de opvarenden de werking van Skyhook uitleggen alvorens de functie te gebruiken. Stickers bij de Autopilot-trackpad Sticker bij het instapgedeelte bij de spiegel BELANGRIJK: Als deze stickers onvindbaar zijn of niet meer leesbaar zijn, moeten ze worden vervangen voordat Skyhook wordt ingeschakeld. Neem voor nieuwe stickers contact op met de bootbouwer of een erkende Mercury Marine reparatiewerkplaats. Alvorens Skyhook in te schakelen, moet de bestuurder: 1. De opvarenden laten weten hoe Skyhook werkt, aangeven dat ze uit het water en van het zwemplatform en de ladder vandaan moeten blijven en moeten beseffen dat de positie van de boot plotseling kan veranderen. 2. Stel opvarenden op de hoogte van akoestische en visuele waarschuwingssystemen op de boot, en wanneer deze actief kunnen zijn. 3. Zorg dat niemand zich bij de achterkant van de boot of in het water vlak rondom de boot bevindt Bladzijde M nld MAART 2016

23 Hoofdstuk 2 - Op het water Nadat Skyhook is ingeschakeld, moet de bestuurder: 1. Aan het stuur blijven en goed blijven uitkijken. 2. Skyhook uitschakelen als iemand het water ingaat of de boot vanuit het water benadert.! WAARSCHUWING Een draaiende schroef, een bewegende boot of een apparaat dat is bevestigd aan een bewegende boot kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken bij mensen in het water. Wanneer Skyhook is ingeschakeld, draaien de schroeven en beweegt de boot om op dezelfde plaats te blijven. Zet de motoren onmiddellijk af als iemand zich in het water in de buurt van de boot bevindt. Skyhook inschakelen Skyhook kan pas worden ingeschakeld als de joystick en de bedieningshendels op neutraal staan. 1. Breng de boot zelf naar de gewenste positie. 2. Controleer voor Joystick Piloting for Sterndrive-systemen of beide motoren draaien. 3. Controleer voor Joystick Piloting for Outboard- of Zeus-systemen of er ten minste twee motoren werken: Op toepassingen met drie motoren moeten dit de twee buitenste motoren zijn. Op toepassingen met vier motoren moeten dit ten minste een bakboord- en een stuurboordmotor zijn (m.a.w. twee buitenste of twee binnenste motoren, of bakboord binnen en stuurboord buiten dan wel bakboord buiten en stuurboord binnen). Skyhook werkt niet als alleen de twee motoren aan stuurboord of alleen de twee motoren aan bakboord draaien. 4. Controleer of de ERC-hendels in neutraal staan. 5. Overtuig u ervan dat er geen zwemmers of obstakels in de buurt van de boot zijn. 6. Druk op de Skyhook-knop. Er gaan verschillende signaallampjes op de joystick branden om te melden dat het systeem de opdracht heeft aanvaard. NB: Er klinkt een dubbele pieptoon van de claxon en de lichtring op de joystick gaat knipperen als de Skyhook-modus niet wordt ingeschakeld. 7. Druk op de afstelknop om heen en weer te schakelen tussen strenge of minder strenge beperkingen voor het afdrijfgebied. Niveau 1 (één verlicht segment) heeft minder strenge beperkingen zodat het afdrijfgebied groter is. Niveau 2 (twee verlichte segmenten) heeft strengere beperkingen zodat het afdrijfgebied kleiner is. Het systeem zal de motoren vaker inschakelen bij niveau 2 om de positie van de boot zorgvuldiger aan te houden. a b c d e Bovenaanzicht van de joystick met verlichte signaallampjes voor ingeschakelde Skyhook-functie a - Lichtring (rondom de basis van de joystick); pulseert blauw wanneer Skyhook is ingeschakeld b - Skyhook-symbool (boven op de joystick) c - Tekst SKYHOOK (boven op de joystick) d - Skyhook-knop en lampje (op de keypad bij de basis van de joystick) e - Afstelknop en lampjes: één segment betekent minder strenge beperkingen voor het afdrijfgebied, en twee segmenten strengere beperkingen hiervoor. Druk op de afstelknop om tussen de twee instellingen te wisselen Als u op de Skyhook-knop op de joystick drukt, verschijnt er een pop-upbericht met Skyhook-waarschuwing op de door Mercury goedgekeurde MFD (multifunctiedisplay). NB: Na bevestiging van de waarschuwing zal op sommige door Mercury goedgekeurde MFD's het bericht "Skyhook Active" (Skyhook actief) worden weergegeven M nld MAART 2016 Bladzijde 19

24 Hoofdstuk 2 - Op het water Skyhook uitschakelen Skyhook kan op verschillende manieren worden uitgeschakeld: Draai aan het stuur. Druk op de Skyhook-knop op de joystick. Beweeg de joystick en zet hem terug naar de oorspronkelijke neutraalstand. Verstel de ERC-hendels. Schakel een of meer motoren uit. Skyhook wordt niet automatisch hervat nadat het stuurwiel, de hendels of de joystick weer in de oorspronkelijke stand zijn teruggezet. Druk nogmaals op de Skyhook-knop om de functie opnieuw in te schakelen. Skyhook gebruiken BELANGRIJK: Op Joystick Piloting voor Outboard- of Zeus-systemen met drie of vier motoren werkt Skyhook ook als er slechts twee motoren draaien (zie Skyhook inschakelen). Probeer nooit om een niet-draaiende motor te starten terwijl de Skyhook-functie is ingeschakeld. Het reactieniveau van het Skyhook-systeem is afhankelijk van de wind en stroming. Onderzoek in welke positie uw boot het best reageert op snelheid en richting van wind en stroming. Oefen met Skyhook om te bepalen wat het meest geschikt is voor uw boot onder verschillende omstandigheden. Bij extreem weer of een ruwe zee zal Skyhook de koers en positie van de boot soms niet kunnen behouden. Dit geldt met name als de koers van de boot haaks op de wind- of stroomrichting ligt. Als de wind of stroomrichting de boot uit de met Skyhook ingestelde positie duwen, draait Skyhook de boeg van de boot terug naar het oorspronkelijk ingestelde punt. Naarmate de boot verder wordt weggeduwd draait Skyhook de boeg verder naar het ingestelde punt totdat de boeg precies naar het ingestelde punt wijst. Als Skyhook tijdens deze procedure de omstandigheden kan overwinnen en de positie kan behouden, wordt het draaien van de boeg gestopt. Als de omstandigheden verbeteren en Skyhook de boot naar het oorspronkelijke ingestelde punt kan terugbrengen, draait Skyhook de boeg terug naar de oorspronkelijke koers terwijl het de boot terugbrengt naar het ingestelde punt. Als de boot te ver van het ingestelde punt afdrijft, meldt Skyhook aan de bestuurder dat het de positie niet kan behouden. Skyhook zal blijven proberen om naar het ingestelde punt terug te keren tenzij de bestuurder de besturing van de boot overneemt. Om het effect van extreme omstandigheden op de werking van Skyhook zo veel mogelijk te beperken, raadt Mercury Marine aan om de koers van de boot zo te kiezen passen dat de boeg (of bij sommige boten de spiegel) tegen de wind- of stroomrichting in wijst. Skyhook kan onverwacht uitgeschakeld worden als het motorvermogen of het GPS-signaal wegvalt. In dat geval geeft Skyhook een alarm, worden de motoren op neutraal gezet en zal de boot met de wind en stroming mee drijven. U moet altijd in staat zijn om de besturing weer in eigen hand te nemen. Auto Heading (automatische koers) Met Auto Heading (automatische koers) houdt de boot tijdens het varen automatisch een bepaalde koers aan. Auto Heading (automatische koers) inschakelen 1. Zorg dat het contactslot van de stuurboordmotor in de stand RUN staat. 2. Zet ten minste één draaiende motor in vooruit. NB: Auto Heading werkt niet als de ERC-hendels op neutraal of achteruit staan. 3. Breng de boot in de gewenste koers. 4. Druk op de Auto Heading-knop op de keypad van de joystick. De knop licht op, de tekst HEADING (koers) gaat branden en er klinkt een enkele pieptoon om inschakeling aan te geven. Er klinkt een dubbele pieptoon en de lichtring pulseert als de Auto Heading-modus niet is ingeschakeld. b e a c d f Bovenaanzicht van de joystick met lampjes die branden als Auto Heading is ingeschakeld a - Indicator voor koersaanpassing met 10 b - Indicator voor koersaanpassing met 1 naar bakboord c - Indicator voor koersaanpassing met 1 naar stuurboord d - Tekstindicator HEADING (koers) e - Auto Heading-knop en -lampje f - Afstelknop met twee lichtsegmenten Bladzijde M nld MAART 2016

25 Hoofdstuk 2 - Op het water NB: Op sommige door Mercury goedgekeurde MFD's (multifunctiedisplays) zal soms het bericht "AP - Heading Locked" (AP - koers vergrendeld) worden weergegeven. Ook het koerssymbool kan op de MFD worden weergegeven. 5. Zie voor het aanpassen van de koers in de modus Auto Heading de paragraaf Koersaanpassing. 6. Zie voor uitschakelen van de modus Auto Heading de paragraaf Auto Heading (automatische koers) uitschakelen. Koersaanpassing In de Auto Heading-modus kunt u de joystick gebruiken om de ingestelde koers te wijzigen. Draai de joystick in de richting van de gewenste koerswijziging om de koers met 10 te wijzigen. Beweeg de joystick een seconde lang in de gewenste richting om kleine aanpassingen te maken in de gekozen koers en houd de joystick in deze stand vast. Elke beweging die wordt herkend past de gekozen koers aan met 1. Koersnauwkeurigheid De nauwkeurigheid waarmee het systeem een bepaalde koers aanhoudt kan worden gewijzigd met behulp van de afstelknop op de keypad van de joystick. Lage nauwkeurigheid: Aangegeven door een enkel lichtsegment op de afstelknop. Gebruik de instelling voor lage nauwkeurigheid in open water waar het precies aanhouden van de koers niet zo belangrijk is. Bij deze instelling zijn koerswijzigingen minder heftig dan bij gebruik van hoge nauwkeurigheid. Hoge nauwkeurigheid: Aangegeven door twee lichtsegmenten op de afstelknop. Gebruik de instelling voor hoge nauwkeurigheid om te zorgen dat de boot de gewenste koers beter volgt. Gebruik van de instelling voor hoge nauwkeurigheid kan resulteren in meer abrupte koersaanpassingen dan bij gebruik van de lage nauwkeurigheid. Auto Heading (automatische koers) uitschakelen 1. U kunt de modus Auto Heading op een van de volgende manieren uitschakelen: Zet de ERC-hendels voor alle motoren in neutraal. Draai het stuur. Druk op de Auto Heading-knop op de joystick. 2. Het lampje van de Auto Heading-knop en de tekstindicator HEADING gaan uit. Routemodus (Waypoint Sequencing)! WAARSCHUWING Vermijd ernstig of dodelijk letsel. Onnadenkend gebruik van de boot kan resulteren in aanvaringen met andere schepen, zwemmers of de bodem. De Autopilot houdt een vooringestelde koers aan maar reageert niet automatisch op gevaren in de nabijheid van de boot. De bestuurder moet aan het roer blijven staan om gevaren te ontwijken en opvarenden te waarschuwen bij koerswijzigingen. In de routemodus navigeert de boot automatisch naar een bepaalde bestemming of een reeks van bestemmingen (de bestemmingsroute). Deze functie is bedoeld voor gebruik op open water dat vrij is van obstakels boven en onder de waterlijn. Kijk naar de hieronder afgebeelde voorbeeldroute: Bestemmingspunten worden getoond in genummerde vierkanten binnen de aankomstcirkel (een cirkel met streepjeslijn rondom het genummerde vierkant). Er is een gevaar tussen routepunt 1 en 2. Als deze routepunten voor de route worden gebruikt, zal de Autopilot proberen om door de gevarenzone heen te varen. De bestuurder moet routepunten selecteren waarmee alle gevaren worden vermeden. Bestemmingspunt 4 bevindt zich te dicht bij 3 om voor dezelfde route te worden gebruikt. Bestemmingspunten moeten zich op voldoende afstand van elkaar bevinden, zodat de aankomstcirkels elkaar niet snijden. 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 21

26 Hoofdstuk 2 - Op het water Een route wordt samen met de routepunten 1, 2 en 3 weergegeven door de rechte streepjeslijn. Het Autopilot-systeem zal proberen via deze route te navigeren. De bestuurder moet ervoor zorgen dat de route geen gevaren bevat en dient hierop tijdens het varen te blijven letten. Voorbeeldroute Wanneer de routemodus is geactiveerd en de boot in bedrijf wordt gesteld, geldt het volgende: De bestuurder moet altijd aan het roer blijven staan. Deze functie is niet bedoeld om de boot zonder toezicht te gebruiken. Gebruik de routemodus niet als enige navigatiebron. BELANGRIJK: De routemodus kan alleen worden gebruikt met door Mercury Marine goedgekeurde kaartplotters. De aankomststraal moet op ten hoogste 0,05 zeemijl worden ingesteld. Zie de handleiding van de kaartplotter voor meer informatie. De nauwkeurigheid van de functie kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren en een onjuist gebruik. Raadpleeg de volgende informatie tijdens gebruik van de functies Track Waypoint en Waypoint Sequencing. Tussen bestemmingspunten Aankomstalarmen Waypoint-gegevens afstandsinstellingen Meer dan 1.0 zeemijl (1,85 km) Niet minder dan 0,1 zeemijl (0,19 km) Routemodus inschakelen BELANGRIJK: In de routemodus zal de boot altijd automatisch draaien na aankomst op een uitgezet routepunt. De routemodus inschakelen: 1. Schakel de kaartplotter in en kies een te volgen bestemmingsroute. 2. Zet ten minste één ERC-hendel op vooruit. De routemodus werkt niet als beide hendels in neutraal of achteruit staan. 3. Stuur de boot handmatig in de richting van het eerste bestemmingspunt en houd de boot in die koers met een veilige vaarsnelheid.! OPGELET Voorkom letsel als gevolg van onverwacht keren op hoge snelheid. Wanneer de functie Track Waypoint of Waypoint Sequence wordt ingeschakeld in planee, kan de boot hierdoor een scherpe bocht maken. Bevestig de richting van het volgende bestemmingspunt voordat u deze autopilot functies inschakelt. Zorg dat u tijdens het varen in de Waypoint Sequence modus altijd actie kunt ondernemen bij het bereiken van een bestemmingspunt. 4. Druk op de routeknop op de joystick. Het knopje op de routeknop gaat branden, de tekstindicator ROUTE gaat branden en er klinkt een enkele pieptoon om aan te geven dat de routemodus is ingeschakeld. NB: Er klinken twee pieptonen als de routemodus niet is ingeschakeld. Bladzijde M nld MAART 2016

27 Hoofdstuk 2 - Op het water De Autopilot gaat naar het eerste routepunt op de koers van de kaartplotter. a b c d Bovenaanzicht van de joystick: de routemodus is ingeschakeld en er is bijna een routepunt bereikt a - Lichtring rond de basis van de joystick: knippert als de boot bijna een routepunt heeft bereikt b - Tekstindicator ROUTE c - Routeknop en lampje op de keypad bij de basis van de joystick d - Afstelknop en lampjes op de keypad bij de basis van de joystick: gebruikt om de nauwkeurigheid van de route in te stellen Op de door Mercury goedgekeurde MFD (multifunctiedisplays) klinkt een pieptoon. NB: Op sommige modellen MFD's zal tevens de tekst "AP - Route" worden weergegeven. 6. Als u zich in het aankomstgebied van een routepunt bevindt dat is ingesteld door de kaartplotter, meldt de routemodus aan de Autopilot dat de boot verder kan gaan naar het volgende routepunt. De modus Waypoint Sequence fungeert als bevestiging van het routepunt en de Autopilot laat een pieptoon horen zodra de boot zich in de zone bevindt. 7. Als u zich niet in een eerder ingestelde aankomstzone van een routepunt bevindt, start de routemodus de functie voor automatisch varen naar de routepunten in de route. Bevestig dat u de informatie op het pop-upscherm van de MFD hebt begrepen. 8. Blijf alert. In deze modus maakt de boot automatisch bochten. U hoort zeker te weten dat de boot veilig een bocht kan maken zodra de boot de aankomstzone van een routepunt bereikt. Laat de opvarenden weten dat de boot automatisch een bocht maakt, zodat ze hierop voorbereid zijn. Routenauwkeurigheid De nauwkeurigheid waarmee het systeem een uitgezette route volgt, kan worden gewijzigd met behulp van de afstelknop op de keypad van de joystick. Lage nauwkeurigheid: Aangegeven door een enkel lichtsegment op de afstelknop. Gebruik de instelling voor lage nauwkeurigheid in open water waar het precies aanhouden van de koers niet zo belangrijk is. Koerscorrecties (inclusief veranderingen die plaatsvinden in een aankomstzone) zijn bij deze instelling minder heftig dan bij gebruik van hoge nauwkeurigheid. Hoge nauwkeurigheid: Aangegeven door twee lichtsegmenten op de afstelknop. Gebruik de instelling voor hoge nauwkeurigheid om te zorgen dat de boot de uitgezette route nauwkeuriger volgt. Gebruik van de instelling voor hoge nauwkeurigheid kan resulteren in meer abrupte koersaanpassingen dan bij gebruik van de lage nauwkeurigheid. Routemodus uitschakelen Schakel de routemodus uit via een van de volgende handelingen: Druk op de routeknop wanneer de boot zich niet in de aankomstzone van een routepunt bevindt. Het lampje in de routeknop en de tekstindicator ROUTE gaan uit. Draai het stuurwiel voorbij de arreteerstand. Zet beide ERC-hendels in neutraal. Druk op de Auto Heading-knop op de keypad van de joystick. De Autopilot komt in de modus Auto Heading te staan. Schakel de kaartplotter uit. Knop Auto Heading in routemodus Wanneer u vanuit de routemodus op de Auto Heading-knop drukt, schakelt de Autopilot naar de Auto Heading-modus M nld MAART 2016 Bladzijde 23

28 Hoofdstuk 2 - Op het water Cruisecontrol De door Mercury goedgekeurde MFD's (multifunctiedisplays) bevatten een geïntegreerde cruise control, waarmee de bestuurder het piektoerental naar keuze lager kan instellen dan volgas. Voor deze functie is een VesselView 4 of een VesselView Link met een door Mercury goedgekeurde MFD vereist. Raadpleeg de eigenaarshandleiding van uw MFD voor bedieningsinstructies. Deze extra opmerkingen zijn speciaal bedoeld voor uw installatie: U kunt de cruisecontrol op elk moment via het scherm veranderen of uitschakelen. Wanneer u de contactsleutel naar Uit draait, wordt de cruisecontrol gereset. Als de cruise-limiet wordt gewijzigd terwijl de hendels op vol gas staan, past de instelling zich geleidelijk aan de nieuwe snelheid aan. De cruisecontrol wordt niet uitgeschakeld als de ERC-hendels op een hoger motortoerental staan dan het daadwerkelijke toerental. Zet de hendels terug in de vooruit-arreteerstand om uit te schakelen. Stuurwiel en motor- of aandrijvingspositie Hieronder wordt beschreven hoe het joystickbesturingssysteem de stand van de motoren of aandrijvingen regelt bij de overstap op andere vaaracties, afhankelijk van de stand van het stuurwiel. Contactsleutels op Aan Er gebeurt niets: de motoren of aandrijvingen bewegen niet. Opstarten van motoren Afhankelijk van de stuurwielstand t.o.v. het werkelijke middelpunt nemen de motoren of aandrijvingen de stand van het stuurwiel aan. Afsluiten van joystickbediening De motoren of aandrijvingen komen in de middelste stand te staan en het stuurwiel gebruikt de huidige stand als het nieuwe middelpunt. Ga varen om het stuurwiel weer terug te zetten op het oorspronkelijke (werkelijke) middelpunt: het systeem past de middelste stand van de motoren of aandrijvingen geleidelijk aan de oorspronkelijke (werkelijke) middelste stand van het stuurwiel aan. Skyhook afsluiten De motoren of aandrijvingen komen in de middelste stand te staan en het stuurwiel gebruikt de huidige stand als het nieuwe middelpunt. Ga varen om het stuurwiel weer terug te zetten op het oorspronkelijke (werkelijke) middelpunt: het systeem past de middelste stand van de motoren of aandrijvingen geleidelijk aan de oorspronkelijke (werkelijke) middelste stand van het stuurwiel aan. Routemodus afsluiten Zonder stuuropdracht komen de motoren of aandrijvingen niet uit de laatste stand. De stand van het stuurwiel stemt niet overeen met de stand van de motoren of aandrijvingen, maar de boot kan met elke opdracht van het stuurwiel worden bestuurd. De beweging van het stuurwiel wordt geleidelijk aangepast aan de stand van de motoren of aandrijvingen zodat het stuurwiel uiteindelijk weer op zijn werkelijke middelpunt komt te staan. Bladzijde M nld MAART 2016

29 Inhoudsopgave Hoofdstuk 3 - Problemen oplossen Hoofdstuk 3 - Problemen oplossen Kijk altijd eerst op de multifunctiedisplay Diagnose van problemen met DTS Motorbewakingssysteem Tabellen voor probleemoplossing Opsporen van storingen in verband met de motor Joystick Elektronische afstandsbedieningen Stuursysteem Onderdelen van de DTS trackpad Automatische piloot Skyhook M nld MAART 2016 Bladzijde 25

30 Hoofdstuk 3 - Problemen oplossen Kijk altijd eerst op de multifunctiedisplay Uw door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay (MFD) is de belangrijkste informatiebron voor de verschillende functies van uw boot. Kijk op de MFD als u vermoedt dat er een probleem is. De MFD geeft storingen en andere informatie weer waarmee u kunt bepalen wat de actuele status is van verschillende systemen die het probleem mogelijk veroorzaken en wat de oplossing kan zijn. Diagnose van problemen met DTS Uw erkende dealer heeft de juiste service-instrumenten om problemen vast te stellen op DTS-systemen (systemen met digitale gas- en schakelbediening). De ECM (Electronic Control Module, elektronische regelmodule) of PCM (Propulsion Control Module, voortstuwingsregelmodule) op deze motoren kan sommige problemen met het systeem detecteren terwijl ze zich voordoen en slaat dan een storingscode in het geheugen van de regelmodule op. Deze code kan dan later door een monteur worden uitgelezen met behulp van een speciaal diagnoseapparaat. Motorbewakingssysteem Het Engine Guardian-systeem controleert de sensoren op de motor voor vroege aanwijzingen van problemen. Het systeem reageert op een probleem door een hoornsignaal te geven en/of het motorvermogen te verminderen ter bescherming van de motor. Neem gas terug als het motorbewakingssysteem is geactiveerd. De hoorn gaat uit als het toerental weer onder de toegestane limiet valt. Raadpleeg een erkende Mercury Marine-dealer voor ondersteuning. Tabellen voor probleemoplossing Opsporen van storingen in verband met de motor Het is mogelijk dat voor het opsporen van storingen in verband met de motor informatie nodig is die niet aanwezig is in deze tabellen voor probleemopsporing. Aanvullende informatie voor het opsporen van storingen is te vinden in de instructiehandleiding van de motor. Raadpleeg de met de motor meegeleverde handleiding voor gebruik en onderhoud. Joystick Symptoom De joystick bestuurt de boot niet. De reactie op de joysticksignalen is onvoorspelbaar of de joystick werkt niet volgens de bediening. De joystick werkt niet goed en er is een storingscode geactiveerd. De joystick werkt onvoorspelbaar. De joystick is te gevoelig. Oplossing Een of beide ERC-hendels staan niet in neutraal. Zet de ERC-hendels in neutraal. Controleer of er ten minste twee motoren (een aan bakboord en een aan stuurboord; zie OPMERKING hieronder) draaien. Start de motor of motoren. Zorg dat er bij de joystick geen radio's of andere bronnen van elektronische of magnetische interferentie zijn. Kijk op de door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay (MFD) of er storingscodes zijn van de motorbewaking die aangeven dat het motorvermogen is verminderd. Laat het systeem door een erkende Mercury Marine-dealer nakijken als deze storingscodes worden aangetroffen. Controleer de trimstand. Trim de motoren omlaag. Druk op de afstelknop om het beschikbare vermogen te verlagen. Als er twee segmenten verlicht zijn, betekent dit dat de joystick normaal werkt; als er één segment verlicht is, geeft dat aan dat er met begrensd vermogen wordt gevaren. NB: Om de boot met de joystick te kunnen besturen, moeten er ten minste twee motoren draaien. Op toepassingen met drie motoren moeten dit de twee buitenste motoren zijn. Op toepassingen met vier motoren kan dit elke combinatie van ten minste een bakboord- en een stuurboordmotor zijn (dus de twee buitenste of twee binnenste motoren, bakboord binnen en stuurboord buiten dan wel bakboord buiten en stuurboord binnen). Elektronische afstandsbedieningen Symptoom Het is te moeilijk of te makkelijk om de ERC-hendel uit de neutraal-arreteerstand te halen. De ERC-hendel heeft te veel of te weinig weerstand door zijn bewegingsbereik. De ERC-hendel verhoogt het motortoerental, maar de motoren schakelen niet in versnelling en de boot beweegt niet. De ERC-hendel bedient de motoren maar ze komen niet op vol gas. Stel de arreteerspanning af. Stel de spanningsschroef van de hendel af. Oplossing Kijk naar de Alleen-gasknop op de DTS-trackpad. Als het lampje brandt, zet u de ERChendels in neutraal en drukt u op de knop om de functie uit te schakelen. Zet de contactschakelaars van alle motoren op Uit. Zet ze vervolgens allemaal op Aan. Kijk op de door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay (MFD) of er storingscodes of popups verschijnen. Vouw de tekst van de storingscode uit om te zien of u iets moet doen. Neem contact op met een erkende Mercury Marine-dealer. Als de motor maar tot 50% van vol gas komt, controleer dan de afmeerknop op de DTStrackpad. Als het lampje brandt, zet u de hendels in neutraal en drukt u op de knop om de functie uit te schakelen. Kijk op de door Mercury goedgekeurde MFD om te zien of cruise control aan staat. Zet cruise control uit. Inspecteer de schroef op eventuele schade en vervang hem als hij beschadigd is. Neem contact op met uw erkende Mercury Marine-dealer om de beschadigde schroef te laten repareren. Bladzijde M nld MAART 2016

31 Hoofdstuk 3 - Problemen oplossen Symptoom De ERC-hendel bedient de motor maar reageert niet lineair. Alle motoren reageren als er één ERC-hendel wordt bewogen. De ERC-bediening, joystick en het stuurwiel werken niet. De boot vaart vooruit maar kan niet snel achteruit varen. Oplossing Controleer de door Mercury goedgekeurde MFD op storingscodes van de motorbewaking die aangeven dat het motorvermogen wordt begrensd. Neem in dat geval contact op met uw erkende Mercury Marine-dealer. Kijk naar de Langzaam-varenknop op de DTS-trackpad. Als het lampje brandt, zet u de hendels in neutraal en drukt u op de Langzaam-varenknop om de functie uit te schakelen. Overtuig u ervan dat de afmeermodus en de cruisecontrol niet zijn ingeschakeld. Kijk naar de Enkele-hendelknop op de DTS-trackpad. Zet als het lampje brandt de hendels in neutraal en druk op 1 LEVER om de functie uit te schakelen. Druk op TRANSFER op de DTS-trackpad om de besturingsfunctie op het roer te herstellen. (Alleen op boten met meerdere roeren.) Trim de motoren omlaag. Stuursysteem Symptoom Het stuurwiel bestuurt de boot niet. De besturing werkt maar de boot reageert traag. Onderdelen van de DTS-trackpad Oplossing Neem gas terug en schakel over op joystickbediening om te sturen. Controleer de door Mercury goedgekeurde MFD op storingen. Controleer alle zekeringen op de motor, bij het roer en bij de accu. Controleer of alle stroomverbrekers zijn gesloten en zet ze zo nodig terug. Controleer de draadboomconnectors in de stuuractuators. Controleer het stuurvloeistofpeil en vul bij naar vereist. Neem contact op met uw erkende Mercury Marine-dealer voor service. Controleer de trimstand. Stel bij naar vereist. Controleer of alle motoren werken. Zet de contactschakelaars van de motoren op Uit en weer op Aan. Controleer het stuurvloeistofpeil en vul bij naar vereist. Neem contact op met uw erkende Mercury Marine-dealer voor service. NB: Zie Elektronische afstandsbedieningen voor nog meer situaties waarbij de ERC en trackpad betrokken zijn. Symptoom De bootbesturing blijft in de aanlegmodus hangen. De bootbesturing blijft in de Alleengasmodus hangen. De bootbesturing blijft in de Enkelehendelmodus hangen. Oplossing Als de trackpadfuncties zijn ingeschakeld terwijl de motoren draaien en een van de motoren afslaat of wordt uitgeschakeld, wordt de trackpad in die functie vergrendeld. Start de motor en sluit de functie af. Automatische piloot De routemodus werkt niet. Symptoom Controleer of de kaartplotter is ingeschakeld. Oplossing Controleer of de kaartplotter beschikt over een actief routepunt. Controleer of de vaarsnelheid vooruit meer is dan 2,6 knopen (3 mph). Controleer of de kaartplotter communiceert via het NMEA 2000-netwerk. Vergelijk de routepuntnamen en afstanden met die op de door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay. De namen en afstanden moeten hetzelfde zijn. Draai de contactsleutel naar Uit en zet de ERC-hendels drie seconden op volgas achteruit. Zet de ERC-hendel terug in neutraal en start de motoren. Skyhook Symptoom Skyhook werkt niet. Oplossing Controleer of de door Mercury goedgekeurde multifunctiedisplay (MFD) is ingeschakeld. De MFD moet worden ingeschakeld om Skyhook te laten werken. Controleer de werking van het GPS. Zet de contactsleutels op Uit en weer op Aan als de unit is blijven hangen. Controleer of er ten minste twee motoren (een aan bakboord en een aan stuurboord; zie OPMERKING hieronder) draaien. Start de motor of motoren. NB: Voor werking van Skyhook moeten er ten minste twee motoren draaien. Op toepassingen met drie motoren moeten dit de twee buitenste motoren zijn. Op toepassingen met vier motoren kan dit elke combinatie van ten minste een bakboorden een stuurboordmotor zijn (dus de twee buitenste of twee binnenste motoren, bakboord binnen en stuurboord buiten dan wel bakboord buiten en stuurboord binnen). 90-8M nld MAART 2016 Bladzijde 27

32 Hoofdstuk 3 - Problemen oplossen Aantekeningen: Bladzijde M nld MAART 2016

33 Inhoudsopgave Hoofdstuk 4 - Onderhoud Hoofdstuk 4 - Onderhoud Onderhoud van de buitenboordmotor Beschermkabels en veren Zekeringen Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren Stuuractuator Joystick Piloting M nld MAART 2016 Bladzijde 29

34 Hoofdstuk 4 - Onderhoud Onderhoud van de buitenboordmotor Om uw buitenboordmotoren in optimale bedrijfsconditie te houden, is het belangrijk dat voor de buitenboordmotoren de periodieke inspecties en onderhoudsprocedures worden uitgevoerd die vermeld staan in het Verado handboek voor de eigenaar dat met uw motoren is meegeleverd. Wij dringen er bij u op aan om de buitenboordmotoren naar behoren te laten onderhouden, om de veiligheid van uzelf en uw passagiers zeker te stellen en tevens de betrouwbaarheid ervan in stand te houden. Beschermkabels en veren BELANGRIJK: De beschermkabels en veren voorkomen dat de motoren tegen elkaar stoten. Om beschadiging van de motorkappen of motoren te voorkomen, moeten kabels van de juiste lengte in de juiste richting en met de juiste veren worden geïnstalleerd. Schade door verkeerde of verkeerd geïnstalleerde kabels en veren wordt niet door de garantie gedekt. Het is het beste om dit onderhoud door de plaatselijke erkende Mercury-dealer te laten uitvoeren. De beschermkabels en veren moeten als volgt worden vervangen: Om de twee jaar bij varen in zout water. Om de vijf jaar bij varen in zoet water. Zekeringen BELANGRIJK: De 20A-zekering voor de voeding van de thrust vector module (TVM) bevindt zich alleen in het zekeringblok voor motoren met joystickbesturing. Alle andere zekeringen zijn identiek aan die voor de standaard Verado, en staan vermeld in de handleiding voor de eigenaar van uw buitenboordmotor. De elektrische circuits op de buitenboordmotor worden door zekeringen in de bedrading tegen overbelasting beschermd. Probeer als een zekering is doorgebrand om de oorzaak van de overbelasting op te sporen en te verhelpen. Als de oorzaak niet wordt verholpen, kan de zekering nogmaals doorbranden. Verwijder de zekeringtrekker uit de houder. Neem de kap van de zekeringhouder. Verwijder de zekering die waarschijnlijk is doorgebrand en kijk naar de zilveren strip in de zekering. Als de strip onderbroken is, vervangt u de zekering. Vervang de zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde ampèrage. a c d e f 2 j Stuurbekrachtigingsvloeistof controleren 20 g h k i b a - zekeringtrekker b - zekeringhouder c - bruikbare zekering d - open (doorgesmolten) zekering e - elektronische regelmodule en ontluchtingsklep "ECM" - 20A-zekering f - bobines "IGN. COILS' 20A-zekering g - brandstoftoevoer "FUEL" 20A-zekering h - reservezekeringen (3) i - voeding thrust vector module (TVM) 20A-zekering j - diagnoseaansluiting 2A-zekering k - drukklep en turbodrukklep injector 'INJ. PWR.' 20A-zekering Verwijder het stuurbekrachtigingsdeksel en vul de dop om het vloeistofpeil te controleren. Het vloeistofpeil hoort net iets onder de onderkant van de vulopening te staan. Vul zo nodig bij met SAE 0W-30 synthetische stuurbekrachtigingsvloeistof. a b c a - deksel stuurbekrachtiging b - vuldop c - peil vullen/vol Bladzijde M nld MAART 2016

35 Hoofdstuk 4 - Onderhoud Ref.-nr. tube Beschrijving Gebruikt in Onderdeelnr. 138 SAE 0W-30 synthetische stuurbekrachtigingsvloeistof Stuuractuator Joystick Piloting Stuurbekrachtigingssysteem K01 De stang van de stuuractuator op modellen met joystickbesturing hoeft niet als onderdeel van onderhoud gesmeerd te worden. Als de hefboomstang wordt gesmeerd, kan dat ertoe leiden dat de inwendige afdichtingen omhoog worden gedrukt en dat er water in het afgedichte gedeelte van de actuator binnendringt. Dat kan leiden tot inwendige corrosie waardoor de actuator beschadigd raakt. De hefboomstang hoeft niet te worden gesmeerd. Breng geen vet of smeermiddelen aan op de hefboomstang. Schuif de actuator uit en verwijder al het vet als u dat op de actuator aantreft. De hefboomstang is gemaakt van vernikkeld roestvast staal en zal niet corroderen. BELANGRIJK: Breng geen vet of smeermiddelen aan op de hefboomstang. a b b a - Verlengarm b - schroef (2) c - Hefboomstang c M nld MAART 2016 Bladzijde 31

Motorconfiguratie Emissiecertificatie Motorvermogen Model hekaandrijving

Motorconfiguratie Emissiecertificatie Motorvermogen Model hekaandrijving Betrokken modellen De inhoud van deze handleiding heeft betrekking op de Joystick Piloting for Sterndrives (joystickbesturing voor hekaandrijvingen) die wordt gebruikt op de volgende Mercury Diesel-motorinstallaties:

Nadere informatie

Motorconfiguratie Motorvermogen Model hekaandrijving 200 Bravo Three 250 Bravo Three 300 Bravo Three 350 Bravo Three

Motorconfiguratie Motorvermogen Model hekaandrijving 200 Bravo Three 250 Bravo Three 300 Bravo Three 350 Bravo Three Betrokken modellen De inhoud van deze handleiding heeft betrekking op de Axius Joystick Piloting for Sterndrives die wordt gebruikt op de volgende MerCruiser motorinstallaties: 4.5L V6 6.2L V8 Motorconfiguratie

Nadere informatie

Overal in deze publicatie en op uw motorinstallatie vindt u de termen Waarschuwing, Voorzichtig en Kennisgeving,

Overal in deze publicatie en op uw motorinstallatie vindt u de termen Waarschuwing, Voorzichtig en Kennisgeving, Welkom U hebt een van de beste scheepsmotorinstallaties ter wereld aangeschaft. Deze bevat diverse speciaal ontworpen functies die het gebruik vereenvoudigen en het product duurzaam maken. Bij goed gebruik

Nadere informatie

Overal in deze publicatie en op uw motorinstallatie vindt u de termen Waarschuwing, Voorzichtig en Kennisgeving,

Overal in deze publicatie en op uw motorinstallatie vindt u de termen Waarschuwing, Voorzichtig en Kennisgeving, Welkom U hebt een van de beste scheepsmotorinstallaties ter wereld aangeschaft. Deze bevat diverse speciaal ontworpen functies die het gebruik vereenvoudigen en het product duurzaam maken. Bij goed gebruik

Nadere informatie

Overal in deze publicatie vindt u de veiligheidswaarschuwingen GEVAAR en LET OP (vergezeld van het

Overal in deze publicatie vindt u de veiligheidswaarschuwingen GEVAAR en LET OP (vergezeld van het Welkom U hebt een van de beste buitenboordmotorproducten ter wereld aangeschaft. Het bevat diverse speciaal ontworpen functies die het gebruik vereenvoudigen en het product duurzaam maken. Bij goed gebruik

Nadere informatie

2016 Mercury Marine. Joystick Piloting for Inboards een of twee motoren. Bedieningshandleiding

2016 Mercury Marine. Joystick Piloting for Inboards een of twee motoren. Bedieningshandleiding 2016 Mercury Marine Joystick Piloting for Inboards een of twee motoren Bedieningshandleiding 8M0125458 816 nld nld Welkom U hebt een van de beste scheepsmotorinstallaties ter wereld aangeschaft. Deze bevat

Nadere informatie

Bedieningshandleiding

Bedieningshandleiding 2017 Mercury Marine Besturing met joystick voor binnenboordmotoren - enkele of dubbele motor Bedieningshandleiding 8M0128697 1216 nld nld Welkom U hebt een van de beste scheepsmotorinstallaties ter wereld

Nadere informatie

! GEVAAR. Duidt een gevaarlijke situatie aan die tot ernstig of dodelijk letsel zal leiden als hij niet wordt vermeden. !

! GEVAAR. Duidt een gevaarlijke situatie aan die tot ernstig of dodelijk letsel zal leiden als hij niet wordt vermeden. ! Welkom U hebt een van de beste scheepsmotorinstallaties ter wereld aangeschaft. Deze bevat diverse speciaal ontworpen functies die het gebruik vereenvoudigen en het product duurzaam maken. Bij goed gebruik

Nadere informatie

Automatische transmissie

Automatische transmissie Automatische transmissie TRANSMISSIEHENDEL H3916 De CommandShift transmissie kan als automaat en als handbak worden gebruikt. Automatische bediening Normaal staat de transmissie op 'automatisch'. Nadat

Nadere informatie

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote

Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote Vehicle Security System VSS3 - Alarm system remote Alarmsysteem met afstandsbediening leidraad bij het instellen - Dutch Geachte klant, In deze handleiding vindt u de informatie en bedieningen die nodig

Nadere informatie

DUTCH Document number: Date:

DUTCH Document number: Date: DUTCH Document number: 86142-1 Date: 02-2011 Let op: Zorg dat u er altijd zicht op hebt Met automatische koersbesturing is het besturen van uw schip gemakkelijker, maar het is GEEN vervanging van goed

Nadere informatie

XTC (Mk3) PROPORTIONELE SWITCHBOX CONTROLS (7 Service)

XTC (Mk3) PROPORTIONELE SWITCHBOX CONTROLS (7 Service) XTC (Mk3) PROPORTIONELE SWITCHBOX CONTROLS (7 Service) Machines met XTC Mk3 Proportioneel Controls (7 service) wordt geleverd met de hieronder getoonde besturing. De eenheden voor zowel elektrische en

Nadere informatie

Handleiding: instellen en werking LCD display t.b.v. ombouwset 004 en prolithium Velvet. Gefeliciteerd met de aankoop van een R A T - Holland product!

Handleiding: instellen en werking LCD display t.b.v. ombouwset 004 en prolithium Velvet. Gefeliciteerd met de aankoop van een R A T - Holland product! Handleiding: instellen en werking LCD display t.b.v. ombouwset 004 en prolithium Velvet Beste Gebruiker, Gefeliciteerd met de aankoop van een R A T - Holland product! Neemt u a.u.b. deze handleiding zorgvuldig

Nadere informatie

Vehicle Security System VSS3 - Vehicle original remote

Vehicle Security System VSS3 - Vehicle original remote Vehicle Security System VSS3 - Vehicle original remote Originele afstandsbediening van het voertuig leidraad bij het instellen - Dutch Geachte klant, In deze handleiding vindt u de informatie en bedieningen

Nadere informatie

Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist

Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist Handleiding: Verreiker roterend max. hefvermogen 20,6 mtr. incl. machinist BEDIENINGSUITLEG 1 - Bestuurderszetel 17 - Hendel stuurafstelling 2 - Sleutelschakelaar (START) 18 - Bedieningshendel hijsen linker

Nadere informatie

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies

Nadere informatie

MS Semen Storage Pro

MS Semen Storage Pro MS Semen Storage Pro 150 4508425 NL MS Semenstorage PRO 150 Gebruiksaanwijzing... 3 4508425/11-01-2016/F Inhoud MS Semen Storage Pro 150... 1 Bepalingen... 3 Introductie... 4 MS Semen Storage... 5 Aanbevelingen...

Nadere informatie

GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding

GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding GE Security FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding versie 1-0 / november 2004 ERKENNING HANDELSMERK De onderstaande merknamen zijn handelsmerken van Echelon Corporation

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. DEVIreg 550. Intelligente elektronische thermostaat. www.devi.com

Gebruikershandleiding. DEVIreg 550. Intelligente elektronische thermostaat. www.devi.com Gebruikershandleiding DEVIreg 550 Intelligente elektronische thermostaat www.devi.com Inhoudsopgave 1 Inleiding................. 4 1.1 Veiligheidsinstructies...... 6 2 Instellingen............... 7 2.1

Nadere informatie

Syma X8HC en X8HW quickstart handleiding

Syma X8HC en X8HW quickstart handleiding Syma X8HC en X8HW quickstart handleiding Deze quickstart handleiding is gemaakt voor de Syma X8HC en de X8HW. Naast deze quickstart handleiding raden wij aan om ook de Engelse handleiding te lezen voor

Nadere informatie

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions Awning Instructions Wind, Sun & Rain Sensor Instructions B C D Nederlands Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Inhoud Garantie Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING

TECHNISCHE HANDLEIDING TECHNISCHE HANDLEIDING TIMER SCHAKELAAR Sleutelschakelaar met timerfunctie 230/380V / 4 x 10 Amp - 1 x 2 AMP inschakelbaar incl. LED controle, uitvoering opbouw ASW BV 2011 Technische Handleiding Documentversie

Nadere informatie

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33.

X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht brandt (met waarschuwingstoon) bij ingeschakelde ontsteking: Gordel omdoen, zie pagina 33. Instrumenten verklikkerlichten De verklikkerlichten die hier staan vermeld, zijn niet in alle auto s aanwezig. Deze beschrijving geldt voor alle instrumentenuitvoeringen. X Veiligheidsgordel 3 Verklikkerlicht

Nadere informatie

Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be

Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be Module voor redundantie/omschakelen GEBRUIKS- EN MONTAGEAANWIJZINGEN UTD-USM 208 Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be Inhoud 1. Inleiding en veiligheidsvoorschriften...

Nadere informatie

GIDS VOOR DE GEBRUIKER

GIDS VOOR DE GEBRUIKER GIDS VOOR DE GEBRUIKER Aangekoppelde Afstandsbediening MWR-TH00 MWR-TH01 Airconditioner Ne DB98-26319A(1) Veiligheidsvoorschriften Voordat u de aangekoppelde afstandsbediening gebruikt, leest u best deze

Nadere informatie

LCD scherm va LCD scherm

LCD scherm va LCD scherm scherm 1. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica

Nadere informatie

NL ESP-Systeem

NL ESP-Systeem 603.83.515 NL ESP-Systeem ESP-SYSTEEM (Electronic Stability Program) Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de auto als de wielen hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft. De werking

Nadere informatie

Proteus EEC 2505 / 3000 / 3005

Proteus EEC 2505 / 3000 / 3005 Proteus EEC 2505 / 3000 / 3005 Korte handleiding van het computergedeelte Dit systeem is ontworpen voor een programmeerbare magnetische elliptical trainer. Er zijn 3 onderdelen die tot dit systeem behoren,

Nadere informatie

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT

HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT HANDLEIDING QUICKHEAT-FLOOR THERMOSTAAT Technische gegevens: Spanning: 230-240VAC + aarde Frequentie: 50-60Hz Weerstandsbelasting: 16A (3600W-230VAC) Inductieve belasting: 1A IP Waarde: IP21 Aanpassing:

Nadere informatie

Duurzaam rijden, samen met ECOdrive

Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Duurzaam rijden, samen met ECOdrive Beknopte gebruiksaanwijzing Algemene versie 07-2014 Introductie Het duurzaam ondernemen wordt steeds belangrijker. Veel bedrijven zijn verplicht CO 2 -doelstellingen

Nadere informatie

Module nr. 3319 3319-1

Module nr. 3319 3319-1 Module nr. 3319 3319-1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING Knopbedieningen worden aangegeven door gebruikmaking van de letters zoals in de illustratie getoond. Alle displays in deze gebruiksaanwijzing worden

Nadere informatie

Helpgids. Ondersteunde cameramodellen. Overzicht van de onderdelen. Voorbereidingen. Opnames maken

Helpgids. Ondersteunde cameramodellen. Overzicht van de onderdelen. Voorbereidingen. Opnames maken Gebruik deze wanneer u problemen ondervindt, of vragen hebt over het gebruik van uw. Ondersteunde cameramodellen Overzicht van de onderdelen Voorbereidingen Uitpakken Plaatsen van de batterij De en een

Nadere informatie

Verwarming en ventilatie

Verwarming en ventilatie Verwarming en ventilatie BEDIENINGSELEMENTEN 1. Temperatuurregeling. Afzonderlijk instelbaar voor de bestuurder en de passagier voorin. 2. Programma voor maximaal ontdooien. 3. Luchtverdeling. In de geselecteerde

Nadere informatie

Handleiding Otter POD motor

Handleiding Otter POD motor Handleiding Otter POD motor Inhoud Veiligheidsvoorschriften... 2 Inleiding;... 2 POD motor... 3 Installatie en aansluiten;... 3 Varen met de OTTER... 4 Onderhoud... 5 Garantie... 5 Specificaties... 5 Waarschuwing;...

Nadere informatie

DucoBox Silent Connect

DucoBox Silent Connect DucoBox Silent Connect HANDS ON BE(nl) 1 2 1. Aansluiting & knoppen 2. LED-indicatie 3 3. Montage + aansluiting 1. Draai de Boxsensor(en) in het gewenste kanaal in de DucoBox tot de Boxsensor vastklikt.

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING. Elektronisch slot Multicode. think safe

GEBRUIKERSHANDLEIDING. Elektronisch slot Multicode. think safe GEBRUIKERSHANDLEIDING Elektronisch slot Multicode think safe Gebruikershandleiding elektronisch slot Multicode Algemeen Het slot werkt met een 6- of 7-cijferige code of een 6- of 7-letterige code. Elke

Nadere informatie

Garantie-informatie EMEA en GOS

Garantie-informatie EMEA en GOS 2018 Mercury Marine Garantie-informatie EMEA en GOS EMEA en GOS 8M0150643 718 nld Overzicht garantiedekking BEPERKTE FABRIEKSGARANTIE Als fabrikant van scheepvaartproducten van wereldklasse weet Mercury

Nadere informatie

Vooraleer het toestel in gebruik te nemen moet men controleren of hij correct functioneert. Het toestel niet gebruiken wanneer het beschadigd is

Vooraleer het toestel in gebruik te nemen moet men controleren of hij correct functioneert. Het toestel niet gebruiken wanneer het beschadigd is ALGEMENE OPMERKINGEN Lees aandachtig de aanwijzingen in dit handboek. Vooraleer het toestel in gebruik te nemen moet men controleren of hij correct functioneert. Het toestel niet gebruiken wanneer het

Nadere informatie

F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S

F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S F I A T B R A V O 603.83.122 NL S N E L G I D S DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting - 2 Instrumentenpaneel - 3 Rechter hendel: bediening ruitenwissers, achterruitwisser, trip computer

Nadere informatie

Vooraleer het toestel in gebruik te nemen moet men controleren of hij correct functioneert. Het toestel niet gebruiken wanneer het beschadigd is

Vooraleer het toestel in gebruik te nemen moet men controleren of hij correct functioneert. Het toestel niet gebruiken wanneer het beschadigd is ALGEMENE OPMERKINGEN Lees aandachtig de aanwijzingen in dit handboek. Vooraleer het toestel in gebruik te nemen moet men controleren of hij correct functioneert. Het toestel niet gebruiken wanneer het

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7

GEBRUIKSAANWIJZING. Afstandsbediening BRC315D7 GEBRUIKSAANWIJZING 1 3 2 1 4 11 NOT AVAILABLE 12 6 5 5 7 8 14 9 10 19 17 18 21 13 20 15 16 1 ONZE WELGEMEENDE DANK VOOR UW AANKOOP VAN DEZE AFSTANDS- BEDIENING. LEES DE HANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS

Nadere informatie

Bedieningsinstructie

Bedieningsinstructie Deze instructie moet bezien worden als een snelstartgids en is een uittreksel van de bedieningshandleiding van het Cargo Floor laad- en lossysteem, welke standaard meegeleverd wordt met elk systeem. Van

Nadere informatie

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR

INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN AFTER SALES SERVICE INFO DIAG DIAGNOSE- APPARATUUR CITROËN DISTRIBUTEUR NIEUWE AUTO'S - Afleveringstechnicus - Coördinator terugroepacties CITROËN ERKEND REPARATEURS - Servicemanager - Technisch

Nadere informatie

Contents Inhoud. Wind, Zon & Regen Sensor Instructies. Inhoud: Sensor Functies:

Contents Inhoud. Wind, Zon & Regen Sensor Instructies. Inhoud: Sensor Functies: Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Contents Inhoud Sensor Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door te lezen. Het kan zo zijn dat u een beroeps electricien moet inschakelen

Nadere informatie

Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak.

Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak. Handleiding: Rupsdumper roterende kipbak. Veiligheidsvoorzieningen Beschermingsvoorzieningen mogen alleen worden verwijderd resp. geopend na stilstand van de dumper met geactiveerde parkeerrem, uitschakelen

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV6500 CTO

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV6500 CTO U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION DV6500 CTO. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION DV6500 CTO in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding 2 3 In de verpakking 1. RollerMouse Red plus 2. 2 korte toetsenbordsteunen 3. 2 lange toetsenbordsteunen 4. Polssteun 5. Sleutel voor de verwijdering van polssteun 5 1 4 /1 RollerMouse

Nadere informatie

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN

COPYRIGHT GARANTIEBEPERKINGEN COPYRIGHT SLC BV 1996. All rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, overgebracht, opgeslagen in een opslagsysteem of doorgegeven in welke vorm of op welke manier ook - elektronisch,

Nadere informatie

Bell-control GEBRUIKERSHANDLEIDING (IP66) IDTechnology BV (Bellmarine) Meridiaan 29,

Bell-control GEBRUIKERSHANDLEIDING (IP66) IDTechnology BV (Bellmarine) Meridiaan 29, GEBRUIKERSHANDLEIDING Bell-control (IP66) IDTechnology BV (Bellmarine) Meridiaan 29, NL-2801DA Gouda The Netherlands Tel.: +31-85-4868530 e-mail: info@bellmarine.nl www.bellmarine.nl Copyright 2016 IDTechnology,

Nadere informatie

GHP Compact Reactor Hydraulic configuratiehandleiding

GHP Compact Reactor Hydraulic configuratiehandleiding GHP Compact Reactor Hydraulic configuratiehandleiding De stuurautomaat moet worden geconfigureerd en afgesteld op de dynamiek van uw boot. Gebruik de Dockside Wizard en de Sea Trial Wizard om de stuurautomaat

Nadere informatie

LCD scherm ve LCD scherm

LCD scherm ve LCD scherm scherm. Gebruik scherm Met het in Uw scooter ingebouwde scherm kunt U alle rij-, stuuracties, remmen en bedienen van het voertuig bepalen. De elektrische installatie van de scooter en de elektronica zelf

Nadere informatie

Afstandsbediening Telis 16 RTS

Afstandsbediening Telis 16 RTS Afstandsbediening Telis 16 RTS Bedieningshandleiding Telis 16 RTS Pure Art.nr. 1811020 Telis 16 RTS Silver Art.nr. 1811021 Afstandsbediening Telis 16 RTS 16 Kanaals zender met display Telis 16 RTS Pure

Nadere informatie

Lees en bewaar dit document zorgvuldig! Installatie instructies Gebruikershandleiding 10 Knops afstandsbediening

Lees en bewaar dit document zorgvuldig! Installatie instructies Gebruikershandleiding 10 Knops afstandsbediening Lees en bewaar dit document zorgvuldig! Installatie instructies Gebruikershandleiding 10 Knops afstandsbediening Well Straler Industrielaan 22 9320 Erembodegem info@wellstraler.be www.wellstraler.be Inhoudstafel

Nadere informatie

Handleiding: zelfr. knik telescoophoogwerker 20 mtr. hybride

Handleiding: zelfr. knik telescoophoogwerker 20 mtr. hybride Handleiding: zelfr. knik telescoophoogwerker 20 mtr. hybride 1 Achterwiel 8 Platformbediening 2 Stuurwiel 9 Platform 3 Voeding naar acculader 10 Draaihek 4 Grondbediening 11 Veiligheidsgordelverankeringspunt

Nadere informatie

BIZOBIKE Display handleiding E-Motion

BIZOBIKE Display handleiding E-Motion BIZOBIKE Display handleiding E-Motion Inhoudsopgave Materiaal & kleur 1 Functies 1 Interface 1 Installatie 1 Powerknop 1 Wandel assistent 2 Achtergrond verlichting 2 Batterij capaciteit 2 Afstand & trip

Nadere informatie

Programma Eco stand 8-SYMBOOL DISPLAY

Programma Eco stand 8-SYMBOOL DISPLAY BEDIENINGS INSTRUCTIES 8-SYMBOOL AFSTANDBEDIENING Kinder slot Tijd Signaal indicator Thermostatische stand Batterij Countdown F or C Programma Eco stand Temperatuur Dubbele brander 8-SYMBOOL DISPLAY INSTELLING

Nadere informatie

8075-000-048 - April 2010. Handleiding infrarood afstandsbediening

8075-000-048 - April 2010. Handleiding infrarood afstandsbediening 8075-000-048 - April 00 Handleiding infrarood afstandsbediening x 9V Batterij x x I zonder geheugen A, B, C + D S I met geheugen A, B, C + E I met massage A, B, C + F, G A Ontvangstinstelling A. Verwijder

Nadere informatie

INBOUW HANDLEIDING GT403, 404

INBOUW HANDLEIDING GT403, 404 INBOUW HANDLEIDING GT403, 404 Hartelijk dank voor het kiezen van een GT produkt. Onze materialen zijn met uiterste zorg gefabriceerd en getest. Mocht U vragen over onze produkten hebben, dan staan onze

Nadere informatie

SmartHome Huiscentrale

SmartHome Huiscentrale installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor WoonVeilig Huiscentrale (model WV-1716) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website WoonVeilig www.woonveilig.nl Klantenservice Meer

Nadere informatie

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het Egardia alarmlicht met sirene. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice

Nadere informatie

Activeren voetplaat volgens EN Functie

Activeren voetplaat volgens EN Functie De functie is een klantoptie voor vuilniswagens met een voetplaat. Als de voetplaat wordt geactiveerd aan de hand van deze beschrijving, beschermt de functie personeel op de voetplaat. De functie voldoet

Nadere informatie

Probleemoplossingsgids

Probleemoplossingsgids NL Probleemoplossingsgids BF115D, BF135A, BF150A Inhoud *Tik of klik op de relevante uitgave. - Controlelampje gaat aan / uit - Motor start niet - Motor stopt na te zijn gestart / Motor stopt terwijl deze

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene installatiehandleiding Alarmlicht met sirene INSTALLATIEHANDLEIDING ALARMLICHT MET SIRENE Gefeliciteerd met de aankoop van het WoonVeilig alarmlicht met sirene. Telefoonnummer WoonVeilig 0900-388 88 88

Nadere informatie

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41 MKR41 HI-SEC DEZE KIT BESTAAT UIT: 1. Elektronische module met een startonderbrekingssysteem, knipperlichtsignalering, aansluitingen voor alle typen deurvergrendeling en

Nadere informatie

Videokaart. 4. Als u de behuizing tegen diefstal hebt beveiligd met een beveiligingskabel, verwijdert u deze kabel.

Videokaart. 4. Als u de behuizing tegen diefstal hebt beveiligd met een beveiligingskabel, verwijdert u deze kabel. Nederlands Instructies voor vervanging Videokaart AppleCare Volg de instructies in dit document nauwgezet. Als u dit niet doet, kan de apparatuur beschadigd raken en de garantie komen te vervallen. Opmerking:

Nadere informatie

Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM

Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM H6716G Uw voertuig is voorzien van een uiterst verfijnd elektronisch diefstalalarm en motor-immobilisatiesysteem. Tevens beschikt het voertuig over een aantal extra veiligheidssystemen.

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING EN. PROJECTION ALARM CLOCK INSTRUCTION MANUAL DE. PROJEKTIONSWECKER

GEBRUIKSAANWIJZING EN. PROJECTION ALARM CLOCK INSTRUCTION MANUAL DE. PROJEKTIONSWECKER PRC 280 NL. PROJECTIE WEKKER EN. PROJECTION ALARM CLOCK DE. PROJEKTIONSWECKER FR. RÉVEILLE PROJECTION GEBRUIKSAANWIJZING INSTRUCTION MANUAL BEDIENUNGSANLEITUNG MODE D EMPLOI GEBRUIKSAANWIJZING Wij feliciteren

Nadere informatie

Handleiding KCVR9NE KCVR9NE

Handleiding KCVR9NE KCVR9NE Handleiding Instructies voor de installatie: Instructies voor de verwijdering van de vetfilter. Weghaalbaar bovenste glas Weghaalbaar onderste glas 1) Fasen voor het weghalen van het bovenste glas: NB:

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE

GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE Voertuigverwarmingen Technische documentatie NL GEBRUIKSAANWIJZING EASYSTART REMOTE Bedieningselement voor de Eberspächer-standverwarmingen EasyStart Select Bedienungsanleitung EasyStart Remote Gebruiksaanwijzing

Nadere informatie

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1 DMX ADRES INSTELLINGEN 1 Freekie Nederlandse handleiding Iedere fixture dat verbonden is met serial link moet voorzien worden van een DMX startadres, welke het eerste kanaal is dat de controller gebruikt

Nadere informatie

INTELLISTART 4 INSTALLATIE

INTELLISTART 4 INSTALLATIE Standaard mogelijkheden van de IntelliStart 4. INTELLISTART 4 INSTALLATIE Op afstand starten voor automaten en handgeschakelde auto's tevens ook geschikt voor diesels Automatisch starten bij lage accu

Nadere informatie

HENKELMAN BV. Adres Veemarktkade 8 / D 9 5222 AE s-hertogenbosch Nederland. Postadres Postbus 2117 5202 AE s-hertogenbosch Nederland

HENKELMAN BV. Adres Veemarktkade 8 / D 9 5222 AE s-hertogenbosch Nederland. Postadres Postbus 2117 5202 AE s-hertogenbosch Nederland HANDLEIDING VOOR DE DEALER DIGITAAL BEDIENINGSPANEEL JUMBO-SERIE 0,6 0,4 VACUUM 0,8-1 0 0,2 SEAL HENKELMAN BV Adres Veemarktkade 8 / D 9 5222 AE s-hertogenbosch Nederland Postadres Postbus 2117 5202 AE

Nadere informatie

SmartHome Huiscentrale

SmartHome Huiscentrale installatiehandleiding SmartHome Huiscentrale Vervanging voor Egardia Huiscentrale (model GATE-01) INSTALLATIEHANDLEIDING SMARTHOME HUISCENTRALE Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC

Uw gebruiksaanwijzing. HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP PC. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP COMPAQ D230 MICROTOWER DESKTOP

Nadere informatie

Switch. Handleiding 200.106.110117

Switch. Handleiding 200.106.110117 Switch Handleiding 200.106.110117 Hartelijk dank voor uw aanschaf van deze uitbreiding van uw Plugwise systeem. Met de Switch kunt u draadloos de elektrische stroom naar de apparaten in uw Plugwise netwerk

Nadere informatie

Installatie. Vervangset voor bediening Pro Force bladblazer Modelnr.: Installatie-instructies

Installatie. Vervangset voor bediening Pro Force bladblazer Modelnr.: Installatie-instructies Vervangset voor bediening 2008-09 Pro Force bladblazer Modelnr.: 121-2813 Form No. 3373-370 Rev A Installatie-instructies Installatie 1. Koppel eerst de negatieve accukabel los en vervolgens de positieve.

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding ICY1801TP Thermostat Programmer Installatiehandleiding en gebruiksaanwijzing I.C.Y. B.V. Introductie De Thermostat Programmer vergemakkelijkt het programmeren van de Timer-Thermostaat, doordat u één keer

Nadere informatie

Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display

Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display Bedieningshandleiding voor het extern Regin Display Copyright RETEG b.v. 1 Inhoudsopgave 1 INHOUDSOPGAVE... 2 2 INTRODUCTIE... 3 2.1 BEVEILIGING... 3 2.2 MEER INFORMATIE... 3 3 MENU STRUCTUUR VAN HET DISPLAY...

Nadere informatie

Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948

Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Clifford Electronics Benelux bv. Tel.+31 20 40 40 919 Fax. +31 20 40 40 948 Belangrijke informatie Gefeliciteerd met de aankoop van uw voertuig beveiligingsysteem. Het is ontworpen om jaren van probleemloze

Nadere informatie

Elektrische muurbeugel

Elektrische muurbeugel E HANDLEIDING Elektrische muurbeugel IR ontvanger programmeren: (AB = afkorting voor afstandsbediening) STAP 1: Druk en houd voor 5 seconden ingedrukt totdat de LED gaat knipperen en aan blijft, dan druk

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris Uitpakken en installeren Aan de slag met uw LivingColors Als u de LivingColors uitpakt, is deze al gekoppeld aan de afstandsbediening. U hoeft alleen nog maar de stekker

Nadere informatie

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding 1 Aan de eigenaar Gefeliciteerd met de aankoop van uw Haswing elektrische buitenboordmotor. Een Haswing is een duurzaam kwaliteitsproduct, ontworpen om topprestaties te leveren. Bovendien

Nadere informatie

InteGra Gebruikershandleiding 1

InteGra Gebruikershandleiding 1 InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing RGB(W) controller type LLD-10Z

Gebruiksaanwijzing RGB(W) controller type LLD-10Z Gebruiksaanwijzing RGB(W) controller type LLD-10Z Deze professionele controller kan zowel als enkelvoudige controller als meervoudige controller worden toegepast. Bij meerdere controllers is het mogelijk

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

LifeSpan TR800 Loopband. Gebruikershandleiding. Versie 1.0

LifeSpan TR800 Loopband. Gebruikershandleiding. Versie 1.0 LifeSpan TR800 Loopband Gebruikershandleiding Versie 1.0 Veiligheidssleutel Wanneer u gebruik wilt maken van de loopband, dient u ervoor te zorgen dat de veiligheidssleutel op de computer is bevestigd.

Nadere informatie

RollerMouse Pro3 Gebruikershandleiding

RollerMouse Pro3 Gebruikershandleiding RollerMouse Pro3 Gebruikershandleiding In de verpakking 1. RollerMouse Pro3 2. 2 korte toetsenbordsteunen 3. 2 lange toetsenbordsteunen 2 3 1 /1 RollerMouse functies A. Rollerbar B. Cursorsnelheids LED

Nadere informatie

installatiehandleiding Bewegingsmelder

installatiehandleiding Bewegingsmelder installatiehandleiding Bewegingsmelder INSTALLATIEHANDLEIDING Gefeliciteerd met de aankoop van de Egardia bewegingsmelder. Website Egardia www.egardia.com Klantenservice Meer informatie over de installatie

Nadere informatie

Helphandleiding. (DI2-Adapter voor ander E-BIKE systeem)

Helphandleiding. (DI2-Adapter voor ander E-BIKE systeem) (Dutch) HM-EO.3.2.0-01 Helphandleiding (DI2-Adapter voor ander E-BIKE systeem) Dank u voor de aankoop van Shimano producten. Deze instructiehandleiding geeft uitleg over de bediening van E-TUBE PROJECT.

Nadere informatie

Handleiding afstandsbediening voor mobiele airconditioning

Handleiding afstandsbediening voor mobiele airconditioning Handleiding afstandsbediening voor mobiele airconditioning Lees deze handleiding aandachtig door voor een veilig en correct gebruik van de mobiele airconditioner. Bewaar de handleiding zorgvuldig, zodat

Nadere informatie

HANDLEIDING MOTOR CONNECTOR SET. Gebruikershandleiding voor in hoogte verstelbare bureau s cm

HANDLEIDING MOTOR CONNECTOR SET. Gebruikershandleiding voor in hoogte verstelbare bureau s cm HANDLEIDING MOTOR CONNECTOR SET Gebruikershandleiding voor in hoogte verstelbare bureau s 62-82 cm Voor ingebruikname van het systeem lees aandachtig deze handleiding en bewaar het voor naslag Type motor:

Nadere informatie

Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding

Cobra Alarm 4627. Gebruikers Handleiding Cobra Alarm 4627 Gebruikers Handleiding Clifford Electronics Benelux BV Tel.+31 20 40 40 919 info@clifford.nl ISO 9001:2008 Cobra Alarmsysteem: Diefstal is de laatste tijd explosief gestegen. CAN Bus manipulatie

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV9870EA

Uw gebruiksaanwijzing. HP PAVILION DV9870EA U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor HP PAVILION DV9870EA. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de HP PAVILION DV9870EA in de gebruikershandleiding

Nadere informatie

RollerMouse Free3 Wireless. Gebruikershandleiding

RollerMouse Free3 Wireless. Gebruikershandleiding RollerMouse Free3 Wireless Gebruikershandleiding Inhoud van de doos 1. RollerMouse Free3 Wireless 2. Twee korte toetsenbordsteunen 3. Twee lange toetsenbordsteunen 4. Draadloze ontvanger 5. USB 2.0-kabeladapter

Nadere informatie

HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2

HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding. 9355495 Uitgave 2 HS-2R Radio-hoofdtelefoon van Nokia Gebruikershandleiding 9355495 Uitgave 2 CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA CORPORATION verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product HS-2R conform is aan de bepalingen

Nadere informatie

Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan.

Uitschakelen in noodgevallen Doe de touch-key kort in de opening op het bedieningspaneel. Het alarm zal uitgaan. Basis handeling Het systeem inschakelen Kort op de grote (in-/uitschakelen) knop drukken. Alarm klinkt eenmaal kort. Voortentlamp gaat 30 seconden aan. Het duurt 15 seconden voordat het alarm op beweging

Nadere informatie

Sulky Line Painter 1200

Sulky Line Painter 1200 Form No. 3355 9 Rev C Sulky Line Painter 00 Modelnr. 403 6000000 en hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.toro.com Vertaling van de oorspronkelijke instructies (NL) Inhoud Blz. Inleiding....................................

Nadere informatie

GEBRUIKSHANDLEIDING. Art. 866 DRIVERCARD 06DE1939A - 03/04. Cobra is a registered trade mark by DELTA ELETTRONICA

GEBRUIKSHANDLEIDING. Art. 866 DRIVERCARD 06DE1939A - 03/04. Cobra is a registered trade mark by DELTA ELETTRONICA GEBRUIKSHANDLEIDING Art. 866 DRIVERCARD 12 Cobra is a registered trade mark by DELTA ELETTRONICA 06DE1939A - 03/04 1 06DE1939A.pmd 1 GARANTIE Garantie bepaling INHOUD Introductie... pagina 2 1. DriverCard

Nadere informatie