GEZONDHEIDSUNIVERSITEIT

Vergelijkbare documenten
1. Rijksvaccinatieprogramma

GEZONDHEIDSINFORMATIE

Bescherm je kind tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm je kind tegen infectieziekten

Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor peuters van 14 maanden. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor kinderen van 4 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en maanden. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Vaccinaties voor kinderen van 9 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

7,2. Werkstuk door een scholier 1567 woorden 21 februari keer beoordeeld. Het actuele vaccinatieprogramma

Vaccinaties ; informatie voor ouders

Kinkhoest en zwangerschap

Afweer en Immuniteit

Vaccinatie tegen HPV voor meisjes. Rijksvaccinatieprogramma

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

RABIËS VIRUSKENNER. Onderzoeksverslag 29 MAART 2017

Zwangerschap en vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

GRIEPVACCINATIE Waardoor komt het? Wat zijn de verschijnselen? Adviezen

Vaccinatie. Achtergrondinformatie over werking, veiligheid en waarde van vaccinatie

Ongevallen en tetanusvaccinatie

GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden?

Op reis met IBD ~Vaccinaties en reisadviezen~ Marijke van der Vliet Coördinerend reizigersverpleegkundige Franciscus Vaccinatiepoli

PRAKTISCH Hondsdolheid (rabiës)

Liefs Jill. hip, hot & handig nieuws. Prikgids prikken - inentingen - vaccins

14u05-14u50 Geef griep geen kans op de werkvloer. Els De Pinnewaert, verpleegkundig ziekenhuishygiënist

Vaccinatie tegen HPV voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Veelgestelde vragen over mazelen

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Besmetting met hepatitis B. rkz.nl

Leren over vaccineren

IMMUUN WORDEN EN BLIJVEN

Veel gestelde vragen (seizoens)griepvaccinatie

Reizen en vaccinaties Maag-Darm-Levercentrum

INFORMATIE BLAD VERGELIJKING VAN DE EFFECTEN VAN DE ZIEKTE EN DE NEVENEFFECTEN VAN DE VACCINS

Toolbox-meeting Het gevaar van naalden (van junks) in de liftput

Inentingen bij huisdieren deel 2: honden

Tetanus. Spoedeisende Hulp. Beter voor elkaar

Griep, feiten en tips vaccinatie tegen seizoensgriep

HPV-vaccinatie voor meisjes van 12 jaar. Rijksvaccinatieprogramma

Bof Brief ouders (t.e.m. 4 de leerjaar)

Hoe krijg je hepatitis B?

LAAT GRIEP DEZE WINTER IN DE KOU STAAN

PRAKTISCH VACCINATIE VAN DE HOND

Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit geneesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan gewijzigd zijn.

Liefs Jill. hip, hot & handig nieuws. Prikgids prikken - inentingen - vaccins

PRAKTISCH VACCINATIE VAN DE HOND

Hepatitis B vaccinatie

WEES WIJS, GA BESCHERMD OP REIS

6,9. Praktische-opdracht door een scholier 1495 woorden 3 april keer beoordeeld

ja, tot diarree over is (nee bij toxine) uren tot enkele weken 1 tot 4 dagen van 1 dag vóór tot 6 dagen na het begin van de ziekteverschijnselen

Hepatitis A en B. informatie over hepatitis A en B en andere vakantietips. Gezond op reis. Gezond weer thuis.

Vaccinatie tegen tetanus

Vaccineren van honden Voorkomen is beter dan genezen!

Informatie voor zorgpersoneel. Vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) Bescherming tegen de Mexicaanse Griep ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

WAT ZIJN DE VERSCHIJNSELEN VAN HEPATITIS B?

Hepatitis B vaccinatie

Sulfasalazine (Salazopyrine EC, salazosulfapyridine) bij reumatische aandoeningen

Ziektebeleid KINDERDAGVERBLIJF DE PEUTERBOERDERIJ & KINDCENTRUM HET BORGHONK. De Peuterboerderij & Het Borghonk GEA VELDHUIZEN OVERBERG, RENSWOUDE

Tetanus. Patiëntenvoorlichting. alle aandacht

Vaccinatie tegen tetanus

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Ustekinumab Stelara. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Jaap T. van Dissel Afdeling Infectieziekten. Neuraminidaseremmers bij pandemie door Mexicaanse Griep Influenza A(H1N1)

Inhoud. Inleiding Medische achtergrondkennis 9 - Virussen en bacteriën 10 - Het afweersysteem 14 - Ziektebeelden 19

Informatie over onderhoudsmedicatie voor (zeer) actieve Multiple Sclerose

Beleid zieke kind versie september 2015

Allereerst wensen wij iedereen natuurlijk een beestachtig en gelukkig 2014 toe!

4. Bereiden 49 - Rekenen 50 - Bereiden Persoonlijke groei 81 - Feedback 82

Inhoud. Inleiding Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 17

Vedoluzimab. Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa

Infliximab (Remicade )

VACCINATIES EN REISADVIEZEN BIJ AFWEERONDERDRUKKENDE MEDICIJNEN

Haal die prik tegen meningokokkenziekte

Afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie, locatie AZU. Langwerkende antireumatische middelen: anakinra (Kineret )

Nederlandse samenvatting 161. Samenvatting. Nederlandse samenvatting voor niet ingewijden

Uitscheiding en afweer

Grieppandemie. Wat moet u weten over een grieppandemie (wereldgriep)?

Wie vaccineert Het CLB vaccineert gratis. Bij de huisarts of kinderarts is het vaccin ook gratis, maar moet de raadpleging wel betaald worden.

Spoedeisende Hulp / Spoedpost. Tetanusvaccinatie.

Ziektebeleid gastouderbureau Kindercath

WAT IS HEPATITIS A? Algemene informatie. Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus BA Bilthoven

Humaan Papillomavirus (HPV) Polikliniek Gynaecologie

Gezondheidspromotie. Vaccinaties bij kinderen

Transcriptie:

Gezondheidsuniversiteit 2017 Reeks 10 Acute Geneeskunde GEZONDHEIDSUNIVERSITEIT Informatieboekje De Eeuwige Mens Reeks 12 Avond 1 www.gezondheidsuniversiteit.nl

1. Rijksvaccinatieprogramma Het rijksvaccinatieprogramma is in Nederland in 1957 gestart. Aanvankelijk met vaccinaties tegen difterie kinkhoest, tetanus en polio. In de afgelopen 60 jaar zijn hier verschillende vaccinaties bijgekomen. De vaccinaties zijn vrijwillig en de ouders hoeven er niet voor te betalen. Twee weken na de geboorte komt iemand consultatiebureau thuis kennis maken. Wanneer het kindje ongeveer vier weken oud is, ontvangen de ouders een uitnodiging RIVM voor het rijksvaccinatieprogramma met informatie en oproepkaarten. De oproepkaarten worden uitgegeven voor de periode tot en met het vierde levensjaar kind. Door vaccinaties, gezonder eten, betere zorg en hygiëne komen er veel minder infectieziekten voor in Nederland dan 100 jaar geleden. Afbeelding 1: Rijksvaccinatieprogramma per leeftijd in Nederland Infectieziekten Infectieziekten kunnen ontstaan door virussen en bacteriën. Een deel van de virussen en bacteriën is gevaarlijk, omdat ze ons ziek kunnen maken. Wanneer we besmet raken, gaat het afweersysteem de bacteriën of virussen vernietigen. Je kan hierdoor een beetje ziek worden, maar vaak merk je er ook niks van. Wanneer het afweersysteem het virus of de bacterie niet goed tegen kan houden, dan kan het zich vermenigvuldigen en schade in het lichaam veroorzaken. Hierdoor kun je ernstiger ziek worden. Je afweer onthoudt de virussen en bacteriën waarmee het lichaam besmet is geweest, zodat het hierop later sneller kan reageren. Vaccinatie Een vaccin bevat deeltjes van een bacterie of virus. Deze zijn echter veranderd, zodat ze je niet ziek maken. Wel zorgt het ervoor dat je afweersysteem aan het werk gaat Hierdoor herkent het lichaam het virus of de bacterie uit het vaccin de volgende keer sneller als het erdoor besmet wordt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is in Nederland verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma. De minister bepaalt, op basis van advies van de Gezondheidsraad, welke vaccinaties aan kinderen worden aangeboden. Voordat een vaccin op de markt komt, moet het eerst worden getest op effectiviteit en veiligheid. Na uitgebreid onderzoek geeft de Gezondheidsraad advies. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) is verantwoordelijk voor de organisatie programma. Samen met universiteiten onderzoeken zij de veiligheid van vaccins. De vaccins worden op consultatiebureaus, Centra voor Jeugd en Gezin en de GGD in de gemeente, door jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen gegeven. Het huidige rijksvaccinatieprogramma beschermt kinderen tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, heamophilus influenzae type b, hepatitis B (samen gegeven in de DKTP Hib-HepB), pneumokokken, bof, mazelen, rodehond, meningokokken in de eerste vier jaar. Voor meisjes van twaalf jaar behoort de HPV-vaccinatie ook nog bij het rijksvaccinatieprogramma. 2. Reisvaccinaties Behalve de vaccinaties Rijksvaccinatieprogramma zijn er bij verre reizen aanvullende vaccinaties nodig, de reisvaccinaties. Door het verschil in hygiëne en het verschil in voorkomen van bepaalde ziektes hebben we extra bescherming nodig. Veel voorkomende reisvaccinaties zijn hepatitis A en B, DTP (difterie, tetanus, polio), buiktyfus en rabiës. Vaak wordt ook een BMR (bof, mazelen, rode hond) vaccinatie aangeraden, maar deze zit in het Rijksvaccinatieprogramma en biedt levenslange bescherming. Daarnaast is een vaccinatie voor gele koorts verplicht voor sommige landen. Avond 1 1

Hepatitis A Hepatitis A is een infectie die wordt veroorzaakt door een virus en overgedragen via de fecaal-orale route (dit houdt in dat mensen besmet worden doordat ze via de mond verontreinigde ontlastingsdeeltjes binnenkrijgen). In landen waar de hygiëne minder is, is er meer kans op overdracht van een virus via deze route. Daarom is goede handhygiëne (zorgvuldig handen wassen) na toiletbezoek in deze landen erg belangrijk. Besmetting met het hepatitis A virus kan een ontsteking van de lever veroorzaken. De duur en de ernst van de ziekte hangen samen met de leeftijd; hoe ouder, hoe meer klachten Mogelijke symptomen zijn vermoeidheid, lichte koorts, pijn in de bovenbuik en misselijkheid. Doordat de lever is aangedaan kan er ook geelzucht optreden met daarbij donkere urine en ontkleurde ontlasting. Voor alle ontwikkelingslanden worden het hepatitis A vaccin aangeraden. Vaccinatieschema en beschermingsduur: Al na één vaccinatie ben je beschermd tegen hepatitis A. Voor langdurige bescherming (30-40 jaar) kan de vaccinatie na 6 tot 12 maanden herhaald worden, afhankelijk vaccin en de leeftijd bestaat de serie uit twee of drie vaccinaties. Afbeelding 2: Landen waar hepatitis A vaccinatie wordt aanbevolen Hepatitis B Hepatitis B is een virusinfectie die wordt overgedragen via lichaamsvloeistoffen (dus via bloedcontact, seksueelcontact of van moeder naar kind bij de geboorte). Er is een acute en chronische vorm van hepatitis B. De symptomen van de acute vorm zijn vermoeidheid, minder eetlust, spier- en gewrichtspijnen, koorts, geelzucht en soms jeuk. Vaak hebben mensen geen of weinig van deze symptomen en ruimt het lichaam het virus zelf op. Bij een deel blijft de infectie aanwezig en gaat deze over in de chronische vorm, waarbij soms ernstig leverfalen of leverkanker kan optreden. Voor een korte reis wordt een hepatitis B vaccinatie meestal niet aangeraden, maar wel voor een verblijf langer dan 3 maanden of bij een verhoogde kans op bloedcontact (bijv. als je in de gezondheidszorg werkt). Vaccinatieschema en beschermingsduur: Er is een serie van drie vaccinaties nodig voor een goede bescherming. De drie vaccinaties worden in zes maanden gegeven en bieden een levenslange bescherming. DTP De DTP vaccinatie beschermt tegen 3 ziektes, namelijk difterie, tetanus en polio. Difterie is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie. De ziekte wordt overgedragen via de aerogene route (via de lucht) dus bijvoorbeeld via hoesten Symptomen zijn koorts en keelpijn. Tetanus wordt veroorzaakt door een bacterie die vooral in straatvuil aanwezig is. Die besmettingsweg is via de wond. Symptomen zijn stijfheid in de buurt van de wondjes en spierkrampen (vaak in de kaakspieren, waardoor het ook wel kaakklem genoemd wordt). Polio is een ziekte die door een virus wordt overgedragen die zich via de fecaal-orale route en soms ook via de aerogene route verspreidt. Polio wordt in de volksmond ook wel kinderverlamming genoemd. In delen van Afrika, Zuid Amerika en Azië komt deze ziekte nog steeds voor. De DTP vaccinatie wordt in bijna alle landen aanbevolen, met uitzondering van West-Europa, Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië. Vaccinatieschema en beschermingsduur: Eén inenting geeft een beschermingsduur van 10 jaar. DTP zit tevens in het Rijksvaccinatieprogramma. Buiktyfus Buiktyfus wordt veroorzaakt door de bacterie salmonella enterica typhi, een invasieve bacterie, die wordt overgedragen via de fecaal-orale route, of indirect via besmet water of voedsel. Symptomen van buiktyfus zijn koorts, minder eetlust, hoofdpijn en buikpijn. Avond 1 2

Vaccinatie tegen buiktyfus wordt aangeraden in risicogebieden bij een verblijf langer dan twee weken of drie maanden. Vaccinatieschema en beschermingsduur: De vaccinatie tegen buiktyfus bestaat uit een vaccinatie, de beschermingsduur is drie jaar. 70% van de mensen die de buiktyfus vaccinatie hebben gehad zijn beschermd, de bescherming vaccin is dus beperkt. Rabiës Rabiës oftewel hondsdolheid is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het rabiës virus dat wordt overdragen via een beet, kras, lik of krab van een besmettelijk dier (bijvoorbeeld hond, vleermuis of aap). Symptomen die kunnen optreden ontstaan in verschillende fasen, in de eerste fase (de prodromale fase oftewel de fase van voortekenen) doen zich nietspecifieke symptomen voor zoals rillingen, koorts, ziek voelen, minder eetlust, misselijkheid, braken en hoofdpijn. Er kan ook jeuk of pijn optreden bij de wond. Vervolgens kan er een encefalitis (hersenontsteking) ontstaan met neurologische symptomen zoals krampen, uitbreidende verlamming, nekstijfheid en trekkingen. Hierna treedt er een fase op waarin de patiënt in coma raakt en uiteindelijk overlijdt. Rabiës komt in veel landen voor. Vaccinatie wordt aanbevolen bij een verblijf van langer dan 3 maanden in een land waar rabiës voorkomt, of bij een verhoogd risico op rabiës (denk bijvoorbeeld aan een verhoogd risico op hondenbeten zoals bij een fietsvakantie). Vaccinatieschema en beschermingsduur: Het vaccinatieschema voor rabiës bestaat uit drie vaccinaties die in 3-4 weken tijd worden gegeven. De beschermingsduur is levenslang, wel moet je na een verdachte beet alsnog vaccinaties halen: maar als je als gevaccineerd bent zijn dit er maar twee in plaats van vijf als je nog niet gevaccineerd bent. Gele koorts Gele koorts wordt veroorzaakt door het gele koortsvirus. Mensen kunnen besmet raken door een steek van een met het virus besmette gelekoortsmug. Ongeveer 10% van de geïnfecteerde personen wordt ziek. Symptomen van gele koorts zijn koorts, spierpijn, hoofdpijn, koude rillingen en misselijkheid en braken. De meeste mensen herstellen na 3-4 dagen, maar ongeveer 15-25% krijgt een terugval waarbij opnieuw koorts, geelzucht, buikpijn, braken en bloedingen optreden, in dit geval kan het beloop ernstig zijn. Gele koorts komt alleen voor in Zuid-Amerika, Afrika, Panama en op de Caribische eilanden Trinidad en Tobago. In bepaalde landen wordt een vaccinatie tegen gele koorts verplicht gesteld om het land in te mogen, het doel hiervan is behalve de individuele reiziger beschermen ook het voorkomen van verspreiding van gele koorts naar andere landen. Vaccinatieschema en beschermingsduur: De vaccinatie tegen gele koorts bestaat uit een vaccinatie, waarna je levenslang beschermd bent tegen gele koorts. Het gelekoortsvaccin bevat levend verzwakte virus, waardoor er mogelijk wat meer bijwerkingen kunnen optreden. Voor vertrek op een verre reis wordt aanbevolen om een afspraak te maken om te bepalen welke vaccinaties er nodig zijn. Dit kan via de GGD maar ook via de huisarts. 3. Titer Titer is een term die zowel in de scheikundige als medische wereld gebruikt wordt. Het is een meeteenheid. De titer van een bepaalde stof geeft de laagste verdunning aan waarbij de stof nog steeds werkzaam ofwel aanwezig is. Waarom een titer? De titer wordt in de geneeskunde gebruikt om te kijken of mensen voldoende antistoffen aanmaken tegen de antigenen na het krijgen van een vaccinatie tegen een bepaalde ziekte. Het toont aan of iemand genoeg antistoffen heeft aangemaakt om het virus te kunnen bevechten en zo ziekte te kunnen voorkomen. De titer geeft dus aan of iemand voldoende beschermd is tegen bepaalde ziektes, ofwel immuun is. Deze waarde kan helpen bepalen of iemand een extra vaccinatie nodig heeft of niet. Voorbeeld Lisa wil in de zomer op vakantie naar Thailand. Hiervoor heeft zij een hepatitis B-vaccinatie nodig. Een maand nadat Avond 1 3

ze haar vaccinaties heeft gehad, wordt er een buisje bloed afgenomen. In die maand heeft het lichaam de tijd gehad om antistoffen aan te maken. Met behulp van de titer wordt gekeken of er voldoende antistoffen zijn om haar te beschermen tegen hepatitis B. Om dit te bepalen wordt haar bloed in stappen verdund; 1:5, 1:10, 1:20 etc. De verhouding 1:5 wil zeggen: 1 deel bloed met 5 delen oplosmiddel. De laagste verdunning waarbij nog steeds een reactie gezien wordt tussen de antistoffen en de antigenen is het resultaat van de bepaling. De test van Lisa toont een titer van 500 ie/l (internationale eenheden Liter). Voor hepatitis B is afgesproken dat de titer boven de 10iE/L voldoende is. Een lagere waarde geeft aan dat het lichaam mogelijk niet voldoende antistoffen heeft om de ziekte te voorkomen. Dus hoe hoger de titer, hoe beter men beschermd is tegen de desbetreffende ziekte. Afbeelding 3: Titerbepaling middels verdunning 4. Actieve immunisatie Actieve immunisatie is het opbouwen van weerstand (immuun worden) tegen een bacterie of virus doordat je met een verzwakte of dode versie virus wordt geïnfecteerd, vaak in de vorm van een vaccin. Hierdoor word je in de toekomst niet (of minder) ziek doordat je antistoffen aanmaakt tegen de bacterie of het virus. Deze antistoffen komen dan ook in het geheugen afweersysteem, waardoor je op een later moment een kortere en minder merkbare ziekteperiode doormaakt. Na het inspuiten verzwakte of dode virus komen deze stofjes samen in de organen waar zich immuuncellen bevinden (milt, lymfesysteem, etc.). Hier worden ze via de aspecifieke afweer, door bepaalde witte bloedcellen (fagocyten) afgebroken. Deze fagocyten zorgen er ook voor dat de virusdeeltjes (antigenen) aan het specifieke afweer systeem worden gepresenteerd. Via dit specifieke afweer systeem (het adaptieve immuunsysteem) komen deze virus antigenen bij de Afbeelding 4: Regulatie immuunsysteem, focus op T-helper T-cellen, welke het antigeen als gevaarlijk herkennen en de immuunrespons gaan promoten door activatie en toename van B-cellen en NK-cellen. Zij gaan dan onder andere antilichamen produceren tegen het antigeen. Bij een werkelijke infectie zullen deze antilichamen de antigenen herkennen en zij zullen er dan dus voor zorgen dat de antigenen (de virusdeeltjes) worden opgeruimd. Voor het vormen van immuniteit is nog een essentiële stap nodig, namelijk het ontwikkelen van B-geheugen cellen. Deze geheugencellen blijven tot lang na de doorgemaakte infectie aanwezig in het lichaam, waardoor er bij een nieuwe infectie een snellere herkenning plaatsvindt specifieke antigen en er sneller overgegaan kan worden tot de bestrijding van die infectie. In afbeelding 5 is bij ongeveer 20 dagen na het doormaken van een infectie een duidelijke piek van de concentratie antistoffen tegen een virus (waarmee iemand is geïnfecteerd) waar te nemen. Bij het doormaken van een tweede infectie, is een dergelijke piek veel sneller bereikt, dit ten gevolge van de eerder genoemde geheugencellen. De hoeveelheid afweerstoffen is hierin Avond 1 4

eigenlijk een maat voor de manier waarop de infectie op dat moment wordt aangepakt. Wanneer alle gevaarlijke ziektekiemen zijn bedekt door een antilichaam, is het slechts nog een kwestie van opruimen voor de infectie wordt opgeruimd. Afbeelding 5: Antistofconcentratie naar tijd bij twee infectiemomenten. 5. Passieve immunisatie Actief vs. passief Passieve immunisatie betekent dat een persoon immuun wordt voor een ziekteverwekker doordat hij zijn antilichamen toegediend krijgt. In tegenstelling tot actieve immunisatie, waar de persoon zelf antilichamen tegen de ziekteverwekker aanmaakt, leent men bij passieve immunisatie dus de antilichamen van iemand anders. Deze iemand kan een mens of dier zijn tegenwoordig zijn het vooral mensen; bloeddonoren. Bij passieve immunisatie wordt, in tegenstelling tot actieve immunisatie, géén immunologisch geheugen opgebouwd. Dit betekent dat een passieve immunisatie dus maar kort werkt (1 week tot maximaal 3-4 maanden) en dus vooral voor acute situaties gebruikt wordt. Stel dat iemand een infectie krijgt die op andere manieren moeilijk te bestrijden is, kan men direct Afbeelding 6: Passieve immunisatie passieve immunisatie toepassen, zodat de toegediende antilichamen de ziekteverwekker meteen kunnen bestrijden. Actieve immunisatie zou op zo n moment niet handig zijn, aangezien het even duurt tot een eigen immuunrespons is opgebouwd. Als de infectie voorbij is, kan dit wel alsnog toegepast worden om een volgende infectie te voorkomen. Natuurlijk vs. kunstmatig Passieve immunisatie kan opgesplitst worden in een natuurlijke en een kunstmatige vorm. De natuurlijke vorm zien we bij de moeder, die haar kind voor de geboorte via de placenta, en na de geboorte via borstvoeding van antilichamen voorziet. Op deze manier kan het kind zijn moeders antilichamen gebruiken om gezond te blijven. De kunstmatige vorm is de toediening als vaccin/ medicatie, zoals we die hier bespreken. Geschiedenis Kunstmatige passieve immunisatie bestaat al ruim 100 jaar. De grondleggers Emil von Behring en Shibasaburo Kitasato ontdekten dat de antilichamen van konijnen die een tetanus toxine toegediend gekregen hadden na toediening bij andere konijnen tetanus konden voorkomen. Hetzelfde werd kort daarna gevonden voor de difterie toxine. Deze bevindingen werden door Paul Ehrlich meegenomen in zijn onderzoek naar immuniteit waaruit uiteindelijk de termen actieve en passieve immunisatie geboren werden. In 1918 werden tijdens een influenza epidemie al de antilichamen van herstelde patiënten succesvol gebruikt om patiënten in de acute fase te behandelen. Ook gebruikte men in 1920 antilichamen van paarden om bij mensen een bacteriële longontsteking te behandelen. Anno 2018 Tegenwoordig kan kunstmatige passieve immunisatie worden gebruikt wanneer mensen ziek zijn door bijvoorbeeld difterie of ter preventie na aanraking met pathogenen die ziekten veroorzaken, zoals hepatitis B, Afbeelding 7: Het verzamelen van paardenbloed met difterie antilichamen Avond 1 5

de waterpokken, hondsdolheid of tetanus. Hepatitis B is een ontsteking van de lever veroorzaakt door het hepatitis B-virus. De waterpokken treden vooral op bij kinderen en worden veroorzaakt door het varicellazostervirus. Hondsdolheid, ook wel rabiës genoemd, is een dodelijke infectieziekte die kan wordt veroorzaakt door een beet, krab of lik van een geïnfecteerd dier. Tetanus Dit is de ziekte waarbij passieve immunisatie nog het vaakst wordt toegepast. Dit is een acute, zeer ernstige ziekte die wordt veroorzaakt door de Clostridium tetani bacterie. Vaak is passieve immunisatie nodig als iemand een bijtwond of wond met daarin straatvuil heeft opgelopen. Het gaat hierbij om mensen die niet of meer dan 10 jaar geleden zijn laatste tetanusvaccinatie heeft gehad of als iemand een verminderd immuunsysteem heeft. Omdat passieve immunisatie maar kort werkt wordt dit gegeven in combinatie met actieve immunisatie zodat er voldoende antilichamen worden opgebouwd en de persoon voor langere tijd beschermd is tegen een nieuwe infectie. 6. Griepprik Influenza (ook wel de griep) is een luchtweginfectie en wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Het virus heeft drie verschillende subtypen: A, B en C. Volgens gegevens CBS sterven tijdens een winterepidemie gemiddeld 189 mensen door griep. Veel van deze sterftegevallen zijn ouderen en dan met name ouderen die in verpleeghuizen wonen. Hoe leidt het influenzavirus tot griep? De besmettingsweg influenzavirus gaat via de lucht (aerogeen), dit kan via druppels in de lucht of via direct contact. De luchtdruppels kunnen verspreid worden door hoesten of niezen. Het virus kan van de ene persoon op de andere persoon overgedragen worden via de slijmvliezen van de luchtwegen. Eenmaal in de slijmvliezen hecht het virus zich op het epitheel van bv. de neus en de luchtpijp. Deze besmette cellen gaan dan heel veel van het virusdeeltje produceren, maar zullen uiteindelijk sterven. Hierdoor raken gedeeltes epitheel van de luchtwegen beschadigd. Als een persoon in contact is gekomen met iemand die de griep heeft, duurt het gemiddeld 1-5 dagen voordat hij of zij zelf ook de griep krijgt. Dit wordt de incubatietijd virus genoemd. Nadat iemand besmet is met het virus, treedt het afweersysteem lichaam op, om de geïnfecteerde cellen te vernietigen. Deze afweerreactie zorgt uiteindelijk ook voor de typische klachten die bij de griep kunnen ontstaan. Het influenzavirus kan kleine variaties ondergaan in de eiwitten op de oppervlakte. Het oppervlak virus bevat onder andere hemagglutinine (H) en neuraminidase (N), waarvan verschillende subtypes bestaan. Elke combinatie van subtypes geeft een ander variant virus weer. Door de veranderingen omzeilt het virus de immuniteit van de bevolking. Deze immuniteit wordt opgedaan door infecties met influenza of eerdere vaccinaties. Het gevolg is dat ieder jaar een nieuwe epidemie (klein of groot) kan Afbeelding 8: Het griepvirus ontstaan met een nieuwe vorm van influenza. Om die reden is het nodig om bepaalde groepen personen jaarlijks te vaccineren tegen influenza. Wat zijn de typische klachten van griep? De klachten hangen ook af type influenza dat actief is. Vaak wordt er gesproken van een trias van symptomen, namelijk: 1. Een acuut begin 2. Hoesten, neusverkoudheid, niezen, pijn achter het borstbeen en een zere keel 3. Koorts tot 39oC of hoger, gewrichtspijnen, hoofdpijn, koude rillingen, moeheid en spierpijn Meestal verdwijnen de klachten spontaan binnen 1 tot 3 weken. Zoals gezegd zijn er enkele groepen personen die Avond 1 6

een vergroot risico hebben ziekte en sterfte door influenza. Ditzijn onder andere: - Mensen met hartaandoeningen: denk hierbij aan een eerder hartinfarct of hartritmestoornissen - Mensen met longaandoeningen: denk hierbij aan astma en COPD - Mensen met een chronische nierinsufficiëntie: dat wil zeggen dat de nieren van mensen niet meer voldoende werken - Mensen met diabetes mellitus: ook wel suikerziekte genoemd - Mensen met een verminderde weerstand: denkt hierbij aan mensen die een beenmergtransplantatie hebben ondergaan of mensen met een hiv-infectie - Alle personen van 60 jaar en ouder - Verpleeghuisbewoners De vaccinatie De influenzavaccinatie is gericht tegen het virustype A en B. Hoe effectief de vaccinatie is, hangt af van welk type virus op het moment actief is. Geschat wordt dat de sterfte door influenza daalt met 70-80%. Bij ouderen is deze daling slechts 30-70%, maar de complicaties worden wel minder. De vaccinatie wordt jaarlijks tussen eind oktober en begin november uitgedeeld. Bij de vaccinatie wordt er gebruik gemaakt van actieve immunisatie. Het vaccin bevat eiwitten die aan de buitenkant virus zitten, zodat het immuunsysteem geactiveerd wordt. Hierbij moet men rekening houden met welk soort influenzavirus er dat jaar verwacht wordt, zodat de goede eiwitten in het vaccin worden geplaatst. De prik wordt intramusculair gegeven, dat wil zeggen dat de naald van de spuit in de spier wordt gezet. 7. Reactie lichaam op vaccin Bij een vaccinatie wordt er een vloeistof met dode of verzwakte deeltjes van een virus of een bacterie in het lichaam gespoten. Het lichaam merkt dat er een vreemde stof binnen is gekomen en activeert daarom je immuunsysteem om deze onbekende stof op te ruimen. In een vaccin zitten ook aanvullende stoffen, meestal aluminiumzouten, die ervoor zorgen dat het immuunsysteem extra wordt gestimuleerd. Tijdens het opruimen ontstaat de gewenste langdurige bescherming tegen het virus of de bacterie, dit gebeurt middels actieve immunisatie (zie hoofdstuk 4, actieve immunisatie). Eerste reactie Het lichaam probeert zoveel mogelijk cellen immuunsysteem naar de vreemde stof toe te brengen. Hierdoor kan er een rode, warme, pijnlijke, zwelling ontstaan. Deze reactie immuunsysteem is te vergelijken met een milde infectie. Kinderen kunnen hierdoor ook wat hangeriger zijn en langer huilen. Binnen enkele dagen heeft het lichaam deze milde infectie tegen de vreemde stof opgelost en zijn de mogelijke klachten in de meeste gevallen weer verdwenen. Gekende bijwerkingen ( 1 op de 100) - Pijn op de plaats van de injectie, soms met roodheid, zwelling of een harde plek - Flauwvallen - Een lichte verhoging - Maagdarmklachten zoals misselijkheid, braken, diarree Zeldzame bijwerkingen ( 1 op de 100) - Gezwollen lymfeklieren - Koortsstuipen - Overgevoeligheid, huiduitslag met galbulten, in dit geval dient altijd overlegt te worden met een arts Veiligheid Alle vaccins moeten voldoen aan zeer strenge veiligheidsregels. Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar een vaccin voordat het gebruikt kan worden. Ook na het in gebruik nemen wordt het vaccin nog goed in de gaten gehouden, er wordt kritisch gekeken naar mogelijke bijwerkingen. Bijwerkingen melden Zorgmedewerkers die denken dat ze een bijwerkingen zien bij een kind melden deze bij www.lareb.nl. Ouders die denken dat hun kind een bijwerking heeft van een vaccinatie kunnen dit ook melden, zij kunnen dit doen bij: Avond 1 7

het consultatiebureau, de GGD of ook bij www.lareb.nl. Onzekerheid ouders Ouders kunnen onzeker worden over de mogelijke bijwerkingen van vaccinaties. Het kan lijken alsof de mogelijke bijwerkingen niet opwegen tegen de ziektes waartegen wordt gevaccineerd. Doordat de ziektes steeds minder voorkomen zijn de gevaren onbekend, echter zijn er nog steeds kinderen die overlijden of gehandicapt raken door deze ziektes. Vaccinatie voorkomt dus nog steeds ernstige ziektes. Hieronder twee discussiepunten op internet uitgewerkt met feiten. In 1998 presenteerde de Britse arts, Andrew Wakefield, dat hij een verband had gevonden tussen de BMR vaccinatie en autisme. Echter werd dit onderzoek snel teruggetrokken vanwege fraude en werd de arts zijn artsentitel ontnomen. Hierna is er door meerdere organisaties, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie, aangetoond dat er geen verband is tussen vaccinatie en autisme. Op internet is te vinden dat het HPV-vaccin chronische vermoeidheid en onvruchtbaarheid kan veroorzaken. Recent is er echter nog een nieuw onderzoek afgerond die specifiek heeft gekeken naar chronische vermoeidheid onder 824.133 meiden en jongens gevaccineerd tegen HPV. Dit onderzoek toonde nogmaals aan dat er geen toename is aan chronische vermoeidheid na vaccinatie. 8. Vaccinatiegraad en vaccinatiebelang Volgens het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) wordt met de vaccinatiegraad bedoelt, het aandeel zuigelingen, kleuters en schoolkinderen dat de vaccinaties uit het rijksvaccinatieprogramma hebben gehad. Vaccinatiegraad In Nederland is de vaccinatiegraad over het algemeen gekeken over de afgelopen jaren erg hoog. De vaccinatiegraad verschilt per vaccinatie. Als voorbeeld nemen we mazelen. Mazelen is een ziekte die voorkomen kan worden door middel van een vaccinatie. De vaccinatie tegen mazelen zit in de BMR-vaccinatie. Deze bestaat uit vaccinaties voor de bof, mazelen en rodehond. Deze vaccinatie wordt tweemaal gegeven, de eerste keer met 14 maanden en de tweede wanneer de kinderen 9 jaar zijn. Er wordt gestreefd naar een mazelen vrij Nederland. De vaccinatiegraad dient hiervoor 95% te zijn volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). 95% van de kinderen dient dus gevaccineerd te zijn en dit zorgt ervoor dat kwetsbare en (nog) niet gevaccineerde kinderen worden beschermd tegen deze ziekte. Het zorgt voor een groepsbescherming. De vaccinatiegraad wordt in Nederland nauwkeurig bijgehouden en hier wordt jaarlijks een rapport van opgemaakt door het RIVM. De vaccinatiegraad voor BMR daalt al een aantal jaren licht. Uit het rapport van 2017 bleek dat de norm, een vaccinatiegraad van 95%, voor de eerste BMR-vaccinatie niet gehaald is. Voor de tweede BMR-vaccinatie was dit al langer het geval. Daarnaast is de deelname aan de HPV-vaccinatie tegen baarmoederhalskanker voor het eerst afgenomen van 61% naar 53%. Vaccinatiebelang Een dalende vaccinatiegraad zorgt ervoor dat de groepsbescherming verminderd en er dus meer kans is op ziekte uitbraken. Voor veel infectieziekten is er sprake van groepsbescherming, groepsimmuniteit. Dit houdt in dat er een groep mensen wordt beschermd tegen een infectieziekte door de groep gevaccineerde mensen om hen heen. Om groepsimmuniteit te verkrijgen en behouden is het belangrijk dat zoveel mogelijk kinderen gevaccineerd worden. Hiermee kan een ziekte zelfs op den duur helemaal verdwijnen, neem het voorbeeld van mazelen. Tegenwoordig zijn er nog ongeveer 10 kinderen per jaar die deze ziekte krijgen. Dit komt meestal voor in de gebieden waar minder gevaccineerd wordt. Daar is deze groepsimmuniteit dus minder sterk. Afbeelding 9 verduidelijkt dit concept. In het bovenste gedeelte plaatje is aan de linker kant een populatie te zien met veel blauwe poppetjes en 2 rode. De blauwe poppetjes staan voor gezonde niet ingeënte mensen. De rode poppetjes staan voor geïnfecteerde mensen. Aan de rechterkant zie je dat de infectie snel is verspreid naar een Avond 1 8

groot deel van de populatie. In het middelste gedeelte plaatjes zie je aan de linkerkant eenzelfde situatie, hier zijn er echter een aantal ingeënte personen in de populatie, de gele poppetjes. Aan de rechterkant zie je dat de infectie weer is verspreid naar een deel van de populatie, maar minder dan in het eerste geval. Dit komt doordat de ingeënte mensen een bescherming vormen voor de gezonde niet ingeënte personen. In het laatste, onderste gedeelte plaatje, zie je eenzelfde situatie. Hierin zijn er meer gele poppetjes, ingeënte personen. Deze zorgen ervoor dat de infectie minder kan verspreiden naar de gezonde niet ingeënte personen. Dit is de situatie die gecreëerd is bij de ziekte mazelen. De gezonde niet ingeënte personen zijn in het beste geval de kinderen onder de 12 maanden die nog niet gevaccineerd zijn. Helaas blijkt uit de cijfers dat er een daling is in vaccinatiegraad. Dit betekent dus dat er kinderen moedwillig niet gevaccineerd worden in Nederland. Dit onderstaande plaatje laat zien wat het belang is van een hoge vaccinatiegraad. Wanneer kinderen dus niet gevaccineerd worden, verlaagd de groepsimmuniteit. Afbeelding 9: Groepsimmuniteit Avond 1 9

Stellingen 1. Ouders zijn verplicht hun kinderen te laten vaccineren. 2. Je bent van plan komende zomer op reis te gaan naar Azië, om precies te zijn naar Laos en Cambodja. Voor deze reis is het van belang om van tevoren een gele koorts vaccinatie te halen. 3. Een titerbepaling toont aan of iemand voldoende antistoffen heeft aangemaakt om ziekte te voorkomen, na het krijgen van een vaccinatie. 4. Bij actieve immunisatie is de bescherming tegen een ziekteverwekker slechts van korte duur. 5. Kunstmatige passieve immunisatie werkt maar kort in tegenstelling tot natuurlijke passieve immunisatie, omdat er geen immunologisch geheugen wordt opgebouwd. 6. Mensen die ooit een hartinfarct hebben ondergaan hebben een hogere kans om te sterven door de griep. 7. Mike heeft eergisteren zijn BMR-vaccinatie gehad, hij is vandaag wat huilerig en heeft een temperatuur van 38.2. Is er bij Mike sprake van een bijwerking? 8. De vaccinatiegraad wordt in Nederland jaarlijks door het RIVM bijgehouden. Begrippenlijst 1. Rijksvaccinatieprogramma - Heamophilus influenzae type b: Een bacterie die via hoesten en niezen overgedragen kan worden. Wanneer deze bacterie in de bloedbaan of in het zenuwstelsel komt, kan het ernstige ziektebeelden geven zoals bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking. - HPV: Humaan Pappillomavirus, een virus dat overgedragen wordt via seksueel contact, welke verantwoordelijk kan zijn voor het veroorzaken van baarmoederhalskanker. 2. Reisvaccinaties - Aerogene transmissie: Besmetting door het binnenkrijgen van besmette luchtdruppeltjes, deze worden verspreid door bijvoorbeeld hoesten. - Encefalitis: Ontsteking hersenweefsel, waarbij de zenuwcellen direct beschadigd kunnen raken. Een hersenontsteking wordt veroorzaakt door virussen. - Fecaal-orale transmissie: Besmetting door inname van ontlasting via de mond. Meestal treedt deze vorm van besmetting op in gebieden waar de hygiëne minder is. - Geelzucht: De medische term voor geelzucht is icterus. Geelzucht is het gevolg van aandoeningen van de lever of galblaas. Het wordt veroorzaakt door een verhoging bilirubine gehalte, bilirubine is een afbraakproduct van rode bloedcellen en wordt normaal gesproken door de lever verwerkt om het vervolgens uit te scheiden via de galvloeistof. Doordat de lever niet goed werkt (bijvoorbeeld bij een leverontsteking) kan er geelzucht optreden. 3. Titerbepaling - Antigenen: Stoffen die het afweersysteem aanzetten tot aanval. - Antistoffen: Eiwitten die het lichaam aanmaakt als reactie op lichaamsvreemd materiaal zoals virussen. 4. Actieve immunisatie - Aspecifieke afweer: Deze vorm van afweer bestaat uit stoffen en cellen die zich niet specifiek richten tegen één ziekteverwekker. Dit zijn met name cellen aangeboren immuunsysteem: macrofagen (fagocyten), Avond 1 10

granulocyten en naturalkillercellen. De aspecifieke afweer samen met de fysieke barrière lichaam (o.a. de huid), vormen samen het aangeboren immuunsysteem. - Specifieke afweer: De specifieke afweer is de afweer die (door de aspecifieke afweer) wordt geactiveerd ter bestrijding van een specifieke ziekteverwekker. Men noemt het vaak ook het adaptieve of verworven immuunsystemen. Deze vorm maakt gebruik van lymfocyten: de B- en T-lymfocyten. - B-cellen: Dit zijn lymfocyten (afweercellen) afkomstig uit het Beenmerg. Ze zijn verantwoordelijk voor het produceren van anti-stoffen. - T-cellen: Dit zijn lymfocyten (afweercellen) afkomstig uit de zwezerik (Thymus). Ze zijn verantwoordelijk voor de specifieke afweer en zijn betrokken bij het produceren van stofjes (cytokines), de afbraak van geïnfecteerde cellen en het helpen van B-cellen. - NK-cellen: Natural killercellen zijn constant bezig met het scannen van cellen om zo na te gaan of deze geïnfecteerd zijn met een virus, en als dit zo is zorgen ze er voor dat er stofjes vrijkomen die de cel afbreken. 6. Griepprik - Hemagglutinine en neuraminidase: Oppervlakteeiwitten influenza-virus, waardoor het lichaam het virus kan herkennen. 7. Reactie lichaam op vaccin - Bijwerking: Ieder onbedoeld effect dat optreedt bij een medische behandeling. - Immuunsysteem: Afweersysteem. 8. Vaccinatiegraad en vaccinatiebelang - Vaccinatiegraad: Het percentage mensen in een populatie dat een bepaalde vaccinatie heeft ontvangen ten opzichte van alle mensen in die populatie die in aanmerking komen voor dat vaccin. 5. Passieve immunisatie - Antilichamen: Stoffen, vaak geproduceerd door het eigen lichaam, die ziekteverwekkers bestrijden om het lichaam gezond te houden of beter te maken. - Immunologisch geheugen: Een opgebouwde herinnering lichaam om meteen dezelfde ziekteverwekker aan te vallen als je daar een tweede keer mee in aanraking komt. - Natuurlijke passieve immunisatie: Bescherming kind door overgedragen antilichamen vanuit de moeder. - Kunstmatige passieve immunisatie: Bescherming van een individu met behulp van een vaccin met daarin antilichamen. - Pathogenen: Een andere term voor ziekteverwekkers. - Rabiës: Een andere naam voor hondsdolheid. - Clostridium tetani bacterie: De bacterie die verantwoordelijk is voor het ontstaan van tetanus. Avond 1 11

Literatuurlijst 1. Rijksvaccinatieprogramma - Over het Rijksvaccinatieprogramma. Rijksvaccinatieprogramma. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (08-03-2018). https:// rijksvaccinatieprogramma.nl/over-het-programma. - Vaccinatieschema. Vaccinaties. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (26-04-2018). https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/ vaccinatieschema. 2. Reisvaccinaties - Freedman, D. O., Leder K. (2018). Immunization for travel. UpToDate. Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://www-uptodate-com.ezproxy. ub.unimaas.nl/contents/immunizations-fortravel?search=travel%20vaccination&source=search_ result&selectedtitle=1~150&usage_ type=default&display_rank=1 - LCR (Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering. (2018). Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://www. lcr.nl/beschermingsduur - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2015). Hepatitis A-vaccinatie: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://www.rivm.nl/onderwerpen/v/ vaccinaties_op_maat/hepatitis_a_vaccinatie - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2015). Hepatitis B-vaccinatie: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://www.rivm.nl/onderwerpen/v/ vaccinaties_op_maat/hepatitis_b_vaccinatie_buiten_ het_rijksvaccinatieprogramma - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2015). Richtlijn Buiktyfus: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/buiktyfus - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2018). Richtlijn Gele Koorts: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/gele-koorts - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2018). Richtlijn Difterie: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/difterie - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2017). Richtlijn Rabiës: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/rabies - RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). (2018). Richtlijn Tetanus: Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/tetanus - Vaccinaties op reis. (2018). Geraadpleegd op 6 mei 2018 van http://www.vaccinatiesopreis.nl/ 3. Titerbepaling - Hepatitis B-richtlijn. (z.d.). Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://lci.rivm.nl/richtlijnen/hepatitis-b#historie - Medisch woordenboek. (z.d.). Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://www.gezondheidsplein.nl/medischwoordenboek/item30768?letter=a - Titer Medisch. (z.d.). Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://nl.wikipedia.org/wiki/titer_(medisch) - Titer. (2017, 10 juli). Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://labtestsonline.org/glossary/titer - Veel gestelde vragen. (z.d.). Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://www.preventcare.nl/veel-gestelde-vragen - What is a titer? (2017, 21 juni). Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://shs.gmu.edu/ufaqs/what-is-a-titer/ 4. Actieve immunisatie - Abbas, A., Lichtman, A., Pillai, S., Baker, D., (Medical illustrator),, & Baker, A. (2016). Basic immunology: Functions and disorders of the immune system (Fifth edition. ed.). St. Louis, Mo.: Elsevier. - Hall, J. (2016). Guyton and hall textbook of medical physiology (13th edition. ed.). Philadelphia, PA: Elsevier. 5. Passieve immunisatie - Raab MD, C. P. (2011, 1 december). Passive Immunization. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://www. clinicalkey.com/#!/content/playcontent/1-s2.0-s009545 4311000558?returnurl=https:%2F%2Flinkinghub.elsevier. - Graham, B. S., & Ambrosino, D. M. (2016, 1 mei). History of Passive Antibody Administration for Prevention and Treatment of Infectious Diseases. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/ PMC4437582/ - Baxter, D. (2007, 1 december). Active and passive immunity, vaccine types, excipiets and licensing. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://academic.oup. Avond 1 12

com/occmed/article/57/8/552/1474357 - The History of Vaccines. (z.d.). Passive Immunization. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://www. historyofvaccines.org/content/articles/passiveimmunization - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2014, 10 september). Hoe snel tetanusvaccin toedienen na verwonding=. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://www.rivm.nl/documenten_en_publicaties/ Algemeen_Actueel/Uitgaven/Infectieziekten_Bulletin/ Jaargang_25_2014/September_2014/Inhoud_ september_2014/hoe_snel_tetanusvaccin_toedienen_ na_verwonding - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (z.d.). Hepatitis B-vaccinatie. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://www.rivm.nl/onderwerpen/v/vaccinaties_op_ maat/hepatitis_b_vaccin - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (z.d.). Waterpokken. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https:// www.rivm.nl/onderwerpen/w/waterpokken - Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (z.d.). Rabies. Geraadpleegd op 2 mei 2018, van https://www. rivm.nl/onderwerpen/r/rabies 8. Vaccinatiegraad en vaccinatiebelang - RIVM. (2017, 22 juni). Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2016. Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://www.rivm. nl/documenten_en_publicaties/wetenschappelijk/ Rapporten/2017/Juni/Vaccinatiegraad_en_jaarverslag_ Rijksvaccinatieprogramma_Nederland_2016 - RIVM. (2018, 8 maart). Mazelen en vaccineren. Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https:// rijksvaccinatieprogramma.nl/infectieziekten/mazelen - RIVM. (2018, 8 maart). BMR. Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://rijksvaccinatieprogramma.nl/ vaccinaties/bmr - RIVM. (2018, 8 maart). Infectieziekten. Geraadpleegd op 6 mei 2018, van https://rijksvaccinatieprogramma.nl/ infectieziekten 6. Griepprik - Influenza richtlijn RIVM. (2017). Verkregen via: https://lci. rivm.nl/richtlijnen/influenza - SNPG. (nb). Richtlijn influenza [pdf]. Verkregen via: https://www.snpg.nl/wp-content/uploads/richtlijnnvavg-influenza.pdf - Rijkers, G. (2009). Immunologie (1e dr. ed.). Houten: Bohn Stafleu van Loghum. 7. Reactie lichaam op vaccin - Plotkin, S., Orenstein, W., Offit, P., (2012), Vaccines. - Feiring, B., Laake, I., Bakken, I. J., Greve-Isdahl, M., Wyller, V. B., Håberg, S. E., Trogstad, L. (2017). HPV vaccination and risk of chronic fatigue syndrome/myalgic encephalomyelitis: A nationwide register-based study from Norway. Vaccine, 35(33), 4203 4212. - Rijksvaccinatieprogramma. Geraadpleegd op 7 mei 2018, van: https://rijksvaccinatieprogramma.nl Lareb. Geraadpleegd op 7 mei 2018, van https://www.lareb.nl Avond 1 13