Wat houdt de effectentaks in? U weet ongetwijfeld dat de regering in de zomer van 2017 beslist heeft om vanaf 2018 een taks op effectenrekeningen in te voeren. Dit wetsontwerp is donderdag 1 februari 2018 goedgekeurd door het Parlement. Op 9 maart 2018 werd de wet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad waardoor ze vanaf 10 maart 2018 van kracht is. Hierna vindt u een overzicht van de toepassingsvoorwaarden van de wet. Bij vragen helpt uw vermogensbeheerder u graag verder. Onderstaande informatie heeft een vrijblijvende, zuiver informatieve waarde. De informatie wordt naar best vermogen verstrekt en kan niet beschouwd worden als een fiscaal of juridisch advies. De voorbeelden worden altijd meegedeeld onder voorbehoud. 1. Wie wordt door deze taks getroffen? Zowel natuurlijke personen die Belgische fiscale ingezetenen zijn (en personenbelasting moeten betalen) als niet-ingezeten natuurlijke personen zijn onderworpen aan deze taks, ongeacht of zij rechtstreeks houder/titularis zijn van een effectenrekening of via een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap, mede-eigendom). Voor ingezeten natuurlijke personen betreft het zowel in België als in het buitenland aangehouden effectenrekeningen, terwijl het voor niet-ingezeten natuurlijke personen alleen effectenrekeningen in België betreft. De fiscale autoriteiten hebben bevestigd dat niet-inwoners die een beroep kunnen doen op een dubbelbelastingverdrag dat van toepassing is op vermogensbelasting niet onderworpen zijn aan de taks. Rechtspersonen (commerciële vennootschap, vzw, stichting, enz.) vallen niet onder deze taks. Een antimisbruikmaatregel bepaalt evenwel dat vanaf 1 januari 2018 de inbreng van een effectenrekening in een rechtspersoon die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, als die inbreng uitsluitend bedoeld is om de taks te vermijden, niet tegenstelbaar is aan de belastingadministratie. Bijgevolg zal de natuurlijke persoon die zijn effectenrekening heeft ingebracht, worden beschouwd als de rechtstreekse /titularis van die rekening. 2.Op welke effecten heeft deze taks betrekking? Het betreft vijf categorieën van financiële instrumenten, ongeacht de inkomsten die ze genereren: aandelen (al dan niet beursgenoteerd) en certificaten van die financiële instrumenten; obligaties (al dan niet beursgenoteerd) en certificaten van die financiële instrumenten;
participaties en aandelen in fondsen (GBF en bevek) met uitzondering van fondsen verworven in het kader van pensioensparen; kasbons; warrants. In het register van de emittent ingeschreven aandelen op naam zijn niet aan de taks onderworpen, in tegenstelling tot aandelen op naam op een effectenrekening. Om te voorkomen dat bepaalde belastingplichtigen dat als een achterpoortje gebruiken, werd een antimisbruikbepaling opgenomen met betrekking tot de omzetting van aandelen op naam na 9 december 2017. Die bepaalt dat aandelen die na deze datum in aandelen op naam worden omgezet, toch onderworpen zijn aan de taks voor de eerste 'referentieperiode' (zie de opmerking hieronder). Om diezelfde personen af te schrikken, is voorts bepaald dat zij de aldus omgezette aandelen moeten aangeven. Bovendien zijn bepaalde financiële instrumenten en contracten vrijgesteld van de taks, namelijk: opties, tak 21- of tak 23-verzekeringscontracten, swaps, futures, enz. 3. Wat moet u weten om te begrijpen hoe de taks wordt berekend? Om te begrijpen hoe de wetgever de taks op effectenrekeningen wil toepassen, moeten we bepaalde begrippen toelichten: De referentieperiode: dit is klassiek de periode van twaalf maanden die begint op 1 oktober en eindigt op 30 september daaropvolgend. Daarnaast zijn er nog bijzondere referentieperiodes mogelijk, bv. in het geval van het afsluiten van een effectenrekening of het schrappen van een titularis. Uw effectenrekeningen worden gedurende deze periode gewaardeerd om te bepalen of u de taks al dan niet moet betalen. De periode heeft verschillende referentietijdstippen. Referentietijdstippen: dit zijn de momenten waarop een foto (waardering) van uw effectenrekening wordt gemaakt. Die foto bevat diverse vermeldingen die moeten worden opgenomen in een staat. Er zijn in principe vier referentietijdstippen (en dus vier staten) in een referentieperiode. Daarnaast kunnen er nog bijzondere referentietijdstippen zijn, bv. bij het schrappen van een titularis, het vestigen van een pand of vruchtgebruik op een effectenrekening, het openen of sluiten van een effectenrekening. Het overzicht: op het einde van de referentieperiode wordt de gemiddelde waarde van de staten berekend en ontvangt u van uw bank/broker een overzicht met die gemiddelde waarde en de betaalde taks. 4. Wanneer is de taks verschuldigd? De taks is van toepassing als de gemiddelde waarde van de betrokken financiële instrumenten 500 000 euro of meer per persoon bedraagt. Volgens de basisregel moet die gemiddelde waarde in principe worden berekend over een referentieperiode van 12 maanden.
Merk op dat er, naast de basisregel, nog bijzondere verkorte referentieperiodes kunnen gelden. De gemiddelde waardering wordt berekend op basis van de waardering van de effectenrekening op vier wettelijk vastgestelde 'referentietijdstippen'. Zo wordt een 'foto' van de effectenrekening genomen op 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september. De waardering gebeurt op basis van de slotkoers die bekend is op het moment dat de foto wordt genomen (beursgenoteerde producten). Anders zal achtereenvolgens worden gekeken naar de MiFID-waardering, vervolgens de geschatte waarde, dan de nominale waarde en ten slotte, bij gebrek aan enige andere bekende waarde, de aanschaffingswaarde. Opmerking: de eerste referentieperiode begint op de dag na de publicatie van de wet in het Staatsblad en eindigt op 30 september 2018. Ze telt dus in principe maar drie referentietijdstippen. Het eerste referentietijdstip is normalerwijze 31 maart 2018. Voor 'wijzigingen' zijn bijzondere regels vastgesteld die leiden tot een verkorte referentieperiode. Onder wijzigingen wordt verstaan: het openen van een effectenrekening; het sluiten van een effectenrekening; het toevoegen van een rekeningtitularis; het schrappen van een rekeningtitularis; het vestigen van een vruchtgebruik; het vestigen van een pand. Deze wijzigingen geven aanleiding tot een tussentijds referentietijdstip. Rekening houdend met deze elementen zal de berekening om te bepalen of de drempel van 500 000 euro wordt overschreden, dus als volgt verlopen: 1. Alle verkregen waarden op de verschillende referentietijdstippen worden samengeteld en gedeeld door het aantal referentietijdstippen (per effectenrekening). 2. De gemiddelde waarden van alle effectenrekeningen waarvoor de referentieperiode op dezelfde dag eindigt, worden opgeteld. Als voor een belegger de drempel van 500 000 euro tijdens een referentieperiode wordt overschreden, is de taks van 0,15% verschuldigd over het totale bedrag en niet over het gedeelte dat de drempel overschrijdt. De taks is verschuldigd op het geheel van de effectenrekeningen van een belastingplichtige bij verschillende financiële instellingen. Om controle door de administratie mogelijk te maken, zullen de belastingplichtigen voortaan het bestaan van meerdere effectenrekeningen moeten vermelden in hun aangifte personenbelasting (aangifte in te vullen in 2019).
5. Wie wordt beschouwd als titularis van een effectenrekening? De natuurlijke persoon die de effectenrekening houdt of die geregistreerd of geïdentificeerd is als titularis van de effectenrekening, wordt geacht titularis van de effectenrekening te zijn: ongeacht of die persoon als volle eigenaar, blote eigenaar of vruchtgebruiker is ingeschreven; en ongeacht zijn huwelijkscontract (als hij getrouwd is). Dat heeft verschillende gevolgen: 1. Volmachtdragers worden niet beschouwd als titularis van de effectenrekening (die voorwerp is van het mandaat), en dus zijn zij niet aan de taks onderworpen. 2. Als er meerdere titularissen van eenzelfde effectenrekening zijn, wordt, in overeenstemming met de wet, een regel van gelijke verdeling toegepast tussen de verschillende titularissennatuurlijke personen (alsof de titularis-rechtspersonen niet bestaan). Dat zal niet noodzakelijk overeenstemmen met de juridische realiteit, aangezien de titularissen contractueel een procentuele verdeling overeengekomen kunnen zijn. Een titularis die als gevolg van deze gelijke verdeling te veel taks heeft betaald, kan de belastingadministratie om een teruggave daarvan vragen, met de nodige bewijsstukken. Voor de medehouder wordt dan een herberekening gemaakt. Niettemin is voorzien in hoofdelijkheid voor de betaling van de taks. Een voorbeeld: mijnheer en mevrouw zijn samen titularis van een effectenrekening met een gemiddelde waarde van 1 200 000 euro. De taks zal automatisch worden ingehouden, omdat wordt aangenomen dat zowel mijnheer als mevrouw een gemiddelde waarde van 600 000 euro op hun effectenrekening aanhoudt. In totaal wordt dus voor beiden 1 800 euro taks ingehouden. Uit hun huwelijkscontract blijkt echter een verdeling van 70-30. Mevrouw bezit dus maar een gemiddelde waarde van 360 000 euro en kan dus de volledige terugbetaling vragen van de door haar betaalde taks. Mijnheer daarentegen bezit een gemiddelde waarde van 840 000 euro en is bijgevolg 1 260 euro taks verschuldigd. Omdat hij al 900 euro heeft betaald, moet hij nog 360 euro taks bijbetalen. 3. Bij splitsingen vruchtgebruik blote eigendom wordt de berekening complexer. Een voorbeeld: een effectenrekening wordt aangehouden in vruchtgebruik - blote eigendom door drie personen (vruchtgebruiker en twee blote eigenaars). De gemiddelde waarde bedraagt 1 200 000 euro. Er wordt geen taks ingehouden (de waarde wordt gedeeld door drie), tenzij de opt-in wordt toegepast (de rekeninghouder vraagt om de taks toch in te houden, hoewel hij onder de drempel van 500 000 euro blijft).
Als de vruchtgebruiker 95 jaar is, bedraagt de omzettingscoëfficiënt (ingevolge het MB van 1 juli 2017) 2,47%. Zijn aandeel wordt bijgevolg gewaardeerd op 29 640 euro (hij hoeft dus geen taks op de effectenrekening te betalen). Anderzijds zal het aandeel van elke naakte eigenaar dan 585 180 euro bedragen. Bijzonderheid: bij KBC en CBC worden, in geval van splitsing, in de regel de blote eigenaars geregistreerd als enige houders van de effectenrekening. In het bovenstaande voorbeeld wordt de waarde van de effectenrekening dan gedeeld door twee en kunnen zij een terugbetaling vragen lastens de fiscale administratie. 6. Wie is de taks verschuldigd? In de meeste gevallen zal de in België gevestigde professionele tussenpersoon (in de praktijk voornamelijk banken, beursvennootschappen en alle andere financiële instellingen) de taksverplichtingen op zich moeten nemen. Dit houdt specifiek in: de betrokken rekeningen en klanten te identificeren, de financiële instrumenten te waarderen, de klanten te informeren en, indien van toepassing, de taks te berekenen, in te houden en aan de fiscus of bevoegde instantie af te dragen. Diezelfde tussenpersoon bij wie u dus uw effectenrekening(en) aanhoudt, moet u informeren over de gemiddelde waarde van de effectenrekening(en) aan het einde van elke referentieperiode. Daarna zijn er twee mogelijke scenario's: Als de waarde van uw effectenrekening(en) bij deze tussenpersoon de drempel van 500 000 euro op het einde van een referentieperiode bereikt, is de professionele tussenpersoon verplicht de taks rechtstreeks in te houden. Het betreft een bevrijdende heffing: u hoeft dat bedrag niet meer op te nemen in uw aangifte van de taks op effectenrekeningen. Als de waarde van uw effectenrekening(en) bij deze tussenpersoon de drempel van 500 000 euro niet bereikt, kunt u de professionele tussenpersoon vragen om de taks toch in te houden met bevrijdend karakter via een 'opt-in'. De tussenpersoon is verplicht die mogelijkheid aan te bieden aan elke effectenrekeninghouder. Het is dan aan de titularis zelf om te bepalen of de waarde van al zijn effectenrekeningen 500 000 euro bedraagt. Bij wijze van uitzondering zal de houder in sommige gevallen de taks zelf verschuldigd zijn en zal hij een aangifte moeten indienen. Dat is met name het geval voor effectenrekeningen in het buitenland, maar ook wanneer de houder niet heeft gekozen voor de bevrijdende heffing als hij globaal voor al zijn aan de taks onderworpen effectenrekeningen de drempel van 500 000 euro tijdens de referentieperiode bereikt. In het buitenland gevestigde tussenpersonen zullen de mogelijkheid hebben om de taks voor rekening van hun klanten te berekenen en te betalen. Houders van buitenlandse
effectenrekeningen zullen dus bij hun buitenlandse tussenpersonen moeten achterhalen of zij de taks heffen en/of daartoe de nodige informatie verstrekken. Een niet-aangifte of laattijdige aangifte wordt bestraft met een boete van 10% tot 200%, eventueel verhoogd met nalatigheidsinteresten. 7. In het kort, met indicatie van timings We vatten in een paar regels samen wat er zal gebeuren: 1. Waardering van effectenrekeningen en opstelling van 'staten' op de referentietijdstippen --> door uw Belgische of buitenlandse financiële tussenpersoon (of uzelf) 2. Optelling van de waarderingen (op basis van de staten) en berekening van een gemiddelde per 30/9 ingeval standaard referentieperiode of op moment van specifieke wijziging mbt effectenrekening (verkorte referentieperiode) --> Hiermee kunt u bepalen of uw effectenrekening een gemiddelde waarde heeft van 500. 000 euro. 3. Globalisering van de rekeningen van eenzelfde houder op het einde van elke referentieperiode. --> Zo is het mogelijk te bepalen of al uw effectenrekeningen bij dezelfde financiële instelling samen een gemiddelde waarde hebben van 500 000 euro. 4. Verzending van het overzicht naar de rekeninghouder met vermelding van de in te houden taks, tegen het einde van de eerste maand volgend op het afsluiten van de referentieperiode. 5. Mogelijkheid voor de houder om de tussenpersoon te vragen de taks toch in te houden als de gemiddelde waarde van de effectenrekeningen bij deze tussenpersoon < 500 000 euro --> Opt-in (de rekeninghouder vraagt om de taks toch in te houden, hoewel hij onder de drempel van 500 000 euro blijft) uiterlijk tegen het einde van de tweede maand volgend op het afsluiten van de referentieperiode 6. Aangifte aan de bevoegde instantie en bevrijdende betaling van de taks door de financiële tussenpersoon (in principe niet later dan de 20e dag van de 3e maand volgend op het einde van de referentieperiode) 7. Specifieke aangiften op het moment van de aangifte PB door de titularis en eventueel een verzoek om terugbetaling of aanvullende betaling van de taks via een aparte aangifte taks op effectenrekeningen.