Project Letselbeeld Evenementen Eindverslag
23 december 2013 Dr. J. Krul Drs. L. van Dijk A. van der Meulen Drs. B.T. Sanou Drs. S.D. Schaap Kenniscentrum Evenementenveiligheid Zekeringstraat 1 1014 BM Amsterdam Telefoon: 020 3552 611 E- mail: info@kcev.nl Internet: www.kcev.nl In opdracht van GHOR Nederland 1 Het Kenniscentrum Evenementenveiligheid (KCEV) Het KCEV levert als onafhankelijk kenniscentrum een bijdrage aan de veiligheid en gezondheids- bescherming bij evenementen. Het KCEV ondersteunt (lokale) overheden, hulpverleningsdiensten en andere professionals met informatie en advies.
INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING... 3 2. TOELICHTING OPDRACHT KCEV... 5 3. PROJECTAANPAK... 9 4. THEORETISCH KADER... 13 5. ONDERZOEKSRESULTATEN... 17 6. AANBEVELINGEN... 35 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 ONDERZOEKSFORMULIER... 37 REGISTRATIEFORMULIER LHGAP... 39 LEDEN PROJECTORGANISATIE... 40 GERAADPLEEGDE EXPERTS... 41 GERAADPLEEGDE LITERATUUR EN DOCUMENTATIE... 42 LIJST MET AFKORTINGEN... 43 RESPONDERENDE ESHO S... 44 2
1. Samenvatting 1. Van september 2012 tot november 2013 heeft het Kenniscentrum Evenementenveiligheid (KCEV) in samenwerking met Educare Groningen het onderzoeksproject Letselbeeld Evenementen (LBE) uitgevoerd. Doel van het project is om voor verschillende typen evenementen de specifieke zorgvraag in kaart te brengen. Dit kan het mogelijk maken om gerichter te bepalen welk zorgaanbod er per evenement nodig is. In het onderzoeksontwerp is uitgegaan van een onderscheid in zeven evenementcategorieën. Het onderzoek moet uitwijzen welke verschillen in zorgvraag en zorgaanbod er zijn tussen die zeven categorieën. 2. Retrospectief zijn er ongeveer 900 evenementen (van voor 2013, merendeels van 2011/2012) verzameld. Retrospectieve data leverden veel informatie op, maar de registraties zijn vaak onvolledig. Er kunnen geen aannames gedaan worden over bepaalde typen evenementen op basis van de retrospectieve data. Prospectief (2013) zijn registraties van in totaal 209 evenementen aangeleverd. De prospectieve data leveren wel verschillende inhoudelijke resultaten op. In totaal 156 cases werden (volledig) geanalyseerd. Hieruit komt een aantal voorlopige inzichten voort die door middel van langere dataverzameling verder kunnen worden geverifieerd en uitgebreid met meer inzichten. 3 3. Het percentage indoor evenementen was 24 en er waren 67% outdoor. Zestig procent van de evenementen waren gratis toegankelijk en 43% vonden plaats in een besloten ruimte. In 30% van de gevallen werd een GHOR/GGD- advies opgevolgd (en bij 35% was er geen advies). Gemiddeld was het aantal hulpverleners ruim 7 per evenement. (Dat is 1 hulpverlener/632 bezoekers.) In 67% van de evenementen waren professionele zorgverleners aanwezig. 4. Gemiddeld waren er 5.500 bezoekers op de onderzochte evenementen, waarvan 0,58% de EHBO ter plaatse bezocht. Ongeveer drie op iedere honderd patiënten werd doorverwezen naar de huisarts, vier naar het ziekenhuis en voor één op de honderd patiënten was ambulancezorg nodig. Trauma lijkt de grootste zorgdruk te genereren. 5. Er waren op kleine (< 1500 bezoekers) evenementen significant meer hulpverleners in verhouding tot het aantal bezoekers, dan op grote (> 1500) evenementen. De percentuele zorgvraag van de populatie op kleine evenementen was ook groter dan op grote. Dit wordt
veroorzaakt door het aantal gevallen Trauma. Verwijzingen naar de huisarts en ambulanceritten kwamen bij grote evenementen juist relatief vaker voor dan bij kleine. Professionele hulpverleners waren vaker aanwezig bij grote dan bij kleine evenementen. Grote evenementen leverden relatief meer alcohol- en drugsgerelateerde incidenten op. 6. Onder de kleine evenementen waren er verschillen tussen vier categorieën (Muziek, Sport hockey en voetbal, Sport overig en Overige evenementen). In het zorgaanbod valt op dat met name de categorie Muziek relatief weinig hulpverleners op het aantal bezoekers heeft. Deze categorie heeft wel relatief het hoogste aantal professionele zorgverleners. In de zorgvraag valt op dat sportevenementen de meeste zorgvraag kennen in relatie tot het aantal bezoekers. Terwijl bij deze evenementen met name Trauma relatief hoog is, geldt bij de categorie Muziek dat Onwel relatief hoog scoort. Het aantal verwijzingen is gering en verschilt significant tussen de categorieën. Er is echter niet één categorie evenement die op alle verwijzingen (huisarts, ziekenhuis, ambulance) het hoogst scoort. 7. Onder de grote evenementen waren ook diverse verschillen tussen de vier categorieën (Muziek, Dance, Volksvermaak en Sport). In de categorie Volksvermaak zijn de minste (vrijwillige en professionele) hulpverleners in relatie tot het aantal bezoekers. Sportevenementen kennen relatief juist meer hulpverleners. De zorgvraag is relatief hoog bij Sport (Trauma) en Dance (vooral Onwel). Ook is bij de grote evenementen is het aantal verwijzingen gering en is er niet één categorie evenement die de meeste verwijzingen oplevert. 4 8. Het onderzoek Letselbeeld Evenementen levert als resultaat een verkennend beeld op van evenementen en hun kenmerken. Dit is een bruikbaar resultaat dat noodzakelijk is om een model te kunnen ontwikkelen. Het onderzoek heeft verder waardevolle inzichten opgeleverd in de manier waarop evenementen worden geregistreerd en welke beperkingen daaraan kleven. De diversiteit aan registraties zowel in vorm als in hoeveelheid gegevens is groot. Belangrijke conclusie is dat de registratie vrij basaal moet blijven maar wel de noodzakelijke gegevens moet bevatten om tot een gevalideerd model te komen.
2. Toelichting opdracht KCEV 2.1 Inleiding Op ieder publieksevenement van enige omvang is er aandacht nodig voor de benodigde gezondheidszorg. De behoefte aan gezondheidszorg op evenementen loopt uiteen van pleisters plakken en blaren prikken, tot en met intensieve hulpverlening op specialistisch niveau. De GHOR adviseert in iedere veiligheidsregio gemeenten over de geneeskundige risico s van publieksevenementen en de benodigde maatregelen om evenementen vanuit gezondheidsperspectief goed te laten verlopen. Het benodigde zorgaanbod is hier een belangrijk element in. De GHOR gebruikt sinds 2005 de Landelijke Handreiking Geneeskundige Advisering Publieksevenementen (LHGAP). Deze handreiking geeft richtlijnen voor het benodigde zorgaanbod op evenementen. In 2011 is de handreiking geactualiseerd. De handreiking wordt beschouwd als standaard voor de geneeskundige advisering in alle GHOR- regio s. De huidige landelijke handreiking maakt nog beperkt onderscheid tussen verschillende typen evenementen. Wel is bekend dat de zorgvraag bij uiteenlopende evenementen behoorlijk verschilt. Het is van belang om kennis te hebben van deze verschillen. Niet alleen voorkomt het de inzet van mensen en middelen op evenementen waar dit niet nodig is, ook kan zodoende beter worden gezorgd voor de bijzondere hulpverlening wanner die wel nodig is. 5 Het Project Letselbeeld Evenementen (LBE) is bedoeld om meer evidence- based kennis te ontwikkelen over de zorgvraag en het benodigde zorgaanbod bij uiteenlopende soorten evenementen. Momenteel houden GHOR- evenementenadviseurs en hulpverleningsorganisaties op basis van hun eigen ervaring rekening met de bijzondere kenmerken. Zij kunnen op basis van de resultaten van dit onderzoeksproject beter voorbereid zijn op de inzet van (specifieke) hulpverlening voor publieksevenementen van uiteenlopende aard en omvang. Dit project is uitgevoerd door het Kenniscentrum Evenementenveiligheid (KCEV) in opdracht van GHOR Nederland en met subsidie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het KCEV bevordert de veiligheid en gezondheidsbescherming bij evenementen. Zij ondersteunt (lokale) overheden, hulpverleningsdiensten en andere professionals met informatie en advies.
2.2 Doelstelling en beoogd resultaat Het doel van dit project is om op basis van de in kaart gebrachte specifieke zorgvragen op evenementen een advies te geven over een adequate evenementenzorg. Daarbij wordt in kaart gebracht wat de impact kan zijn op de reguliere zorg, zoals ambulancezorg, ziekenhuisbezoek en verwijzing naar de huisarts. Het uitgangspunt voor dit onderzoek is dat gebruikers met behulp van de resultaten kunnen komen tot een advies voor een adequate evenementenzorg en wel zodanig dat: 1. alle medische problemen zoveel mogelijk op het evenement zelf worden afgehandeld (en er dus zo weinig gebruik gemaakt wordt van reguliere zorg a ), en 2. in kaart wordt gebracht wat de gevolgen kunnen zijn voor de reguliere zorg. Het beoogde resultaat is dat een specifiekere onderbouwing van de verwachte zorgvraag bij een evenement kan worden gegeven, op basis van karakteristieken van het evenement. Hierdoor kan een betere voorbereiding van de medische/eerstehulpverlening bij evenementen geadviseerd (en geboden) worden. Gedurende de looptijd van het project zijn de doelstelling en het beoogde resultaat bijgesteld op 6 basis van onderzoekservaringen. De opbrengsten van het project waren oorspronkelijk: 1. een naslagwerk met letselbeeld per categorie evenementen en een advies voor de zorginzet; 2. een model voor een doorlopende landelijke monitor Evenement, Gezondheid & Zorg (EvGZ.org). Tijdens de eerste fase van de projectuitvoering bleek dat het nog niet mogelijk was om de gestelde doelen volledig te bereiken. De belangrijkste oorzaak daarvoor was de beperkte registratie van zorgvraag en zorgaanbod bij evenementen. Aangeleverde registraties zijn zeer divers en de punten waarop wordt geregistreerd lopen sterk uiteen. De beschikbare gegevens van voorgaande evenementen boden daarom nog niet voldoende basis om per type evenement uitspraken te kunnen doen over zorgvraag of zorgaanbod. Na de eerste fase zijn de doelen derhalve bijgesteld en kwam de focus te liggen op het verzamelen van data om in een exploratieve studie te onderzoeken. In deze studie wordt in beeld gebracht welke significante verschillen en inzichten er uit een eerste serie evenementen naar voren komen. a Naast service aan evenementbezoekers speelt vooral het beperken van kosten voor reguliere zorg een rol. b Drie evenementen waren niet in de subcategorieën te plaatsen, waardoor uiteindelijk 156 cases in de volgende statistische
Daarnaast heeft de tweede fase inzicht opgeleverd in de manier waarop een monitor kan worden opgezet en uit welke variabelen deze zou moeten bestaan. 2.3 Aanpak en wetenschappelijke verantwoording Tijdens het project zijn registratiegegevens en evaluaties van evenementen van de afgelopen jaren en van evenementen die in de afgelopen maanden plaatsvonden zoveel mogelijk vergelijkbaar gemaakt en afgezet tegen karakteristieken van de evenementen. Enerzijds is gekeken naar de zorgvraag, onder andere: Medical Usage Rate (MUR; het aantal geregistreerde zorgcontacten op eerstehulppost per 10.000 bezoekers), gemiddelde verblijfsduur, ernst van de incidenten en (niet- geregistreerde) zelfzorg (hoofdpijn, blaren). Anderzijds gaat het om het zorgaanbod: eerstehulpverlening, ambulancezorg/ doorverwijzing naar specialistische zorg, gezondheidsvoorlichting, hygiënesurveillance en calamiteitenvoorbereiding. Het project brengt significante verschillen in beeld, maar heeft niet als doel om verklaringen te geven voor verschillen in zorgvraag en zorgaanbod. De gebruikers adviseurs van de GHOR kunnen de inzichten wel benutten bij het inschatten van de verwachte zorgvraag en het geven van een advies over het benodigde zorgaanbod. 7 Om de invloed van verschillende factoren op de zorgvraag van (grootschalige) evenementen te bepalen, zijn de aangeboden en de gevraagde zorg op deze evenementen op drie niveaus in kaart gebracht. Relevante karakteristieken van het evenement, de zorginzet, en de gegevens van geregistreerde zorgcontacten ter plaatse worden gestandaardiseerd, gecombineerd en statistisch verwerkt. Het doel van deze analyses is: 1. de uit de (inter)nationale literatuur en praktijk bekende risicofactoren empirisch te staven; 2. andere factoren als risicofactor in of uit te sluiten; 3. het komen tot aanbevelingen voor doorlopende registratie en analyse van zorgvraag en zorgaanbod, die met minimale middelen maximale informatie opleveren. Dit concept levert empirische onderbouwing voor adviezen, om de structuur van de zorginzet rond grootschalige evenementen optimaal aan te kunnen laten sluiten op de specifieke zorgvraag.
2.4 Leeswijzer De projectaanpak wordt nader toegelicht in hoofdstuk 3 (p. 9). Daarbij wordt ingegaan op de projectorganisatie, de focus en afbakening van het project, de geraadpleegde bronnen, het onderzoeksproces en de communicatie. Hoofdstuk 4 (p. 13) bevat het theoretisch kader. Het gaat in op gehanteerde definities en uitgangspunten, en beschrijft een aantal eerste identificaties vanuit de theorie. Dit leidt tot enkele uitgangspunten voor de gebruikte identificaties binnen dit onderzoek. In hoofdstuk 5 (p. 17) worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het onderzoeksproces, het retrospectieve onderzoek en het prospectieve onderzoek. De aanbevelingen komen aan de orde in hoofdstuk 6 (p. 35). 8
3. Projectaanpak 3.1 Projectorganisatie Het onderzoek is in projectvorm opgezet en uitgevoerd. Bij dit project werden diverse deskundigen ingeschakeld en betrokken. De nadruk lag op praktische input van de betrokkenen. - - - Projectteam; dit bestond uit een projectmanager, een projectsecretaris, een wetenschappelijk projectmedewerker, een medisch projectadviseur, een deskundige op het gebied van beleid en veiligheid, en vijf experts, allen met meerjarige ervaring in de uitvoering en (deel)coördinatie van medische zorg bij evenementen. Klankbordgroep GHOR; dit was een groep (selectie) van regionale evenementadviseurs. Expertgroep; deze bestond uit de contactpersoon van GHOR Nederland en medewerkers van de GGD, de ambulancezorg en van het Trimbos- instituut. Zowel de leden van de klankbordgroep als de leden van de expertgroep hebben meegedacht in de onderzoeksopzet en de factoren die meegenomen moesten worden op het onderzoeksformulier. Hierbij hebben zij steeds gezocht naar de koppeling aan hun eigen praktijk. 9 3.2 Focus en afbakening Er is in dit onderzoek voor gekozen om een afbakening te maken, niet alleen wat betreft het type evenement, maar ook wat betreft een aantal andere kenmerken. Hiertoe zijn de volgende keuzes gemaakt. 1. Volume evenementen Dit betreft het aantal (gelijktijdige) bezoekers. De GHOR heeft in haar landelijke handreiking een cesuur aangebracht wat betreft het volume van evenementen qua bezoekersaantallen: de handreiking richt zich op het advies bij evenementen met 5000 bezoekers en meer. De GHOR- evenementenadviseurs in het veld hebben echter behoefte aan een model dat voor evenementen in alle mogelijke omvang ondersteuning biedt bij het bepalen van het benodigde zorgaanbod. Daarop is ervoor gekozen om in dit project niet uitsluitend evenementen met meer dan 5000 bezoekers te betrekken.
2. Unieke evenementen Unieke evenementen zijn geen onderdeel geweest van dit onderzoek. Bij unieke evenementen zijn de kenmerken op het gebied van zorgvraag en zorgaanbod moeilijk te vergelijken met andere evenementen. Een voorbeeld hiervan is de Nijmeegse Vierdaagse. 3. Focus van het project De focus van dit project is gelegd op de volgende veel voorkomende evenementen: 1. festivals / muziekevenementen 2. sport ( auto/motor/cross, wandelen, schaatsen, hardlopen/marathon, wielrennen, voetbal) 3. waterevenementen 4. demonstraties 5. vliegshows 6. kermissen 7. leeftijdsgroepen gerelateerde evenementen (jongeren, ouderen) De bovenstaande categorieën zijn gebruikt als uitgangspunt voor statistische analyse. De steekproef in dit onderzoek leverde niet voor alle typen evenementen voldoende data op om verschillen te kunnen identificeren. De typen evenementen waarvoor significante verschillen zijn gevonden, worden besproken in hoofdstuk 5. 10 3.3 Geraadpleegde bronnen Ten behoeve van het onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - - - de Landelijke Handreiking Geneeskundige Advisering bij Publieksevenementen (LHGAP). Deze handreiking dient als kader voor terminologie, beleid en processen op het gebied van evenementenadvisering binnen de GHOR.; leveranciers (hulpverleningsorganisaties) van data en rapportages van evenementen. Hun data vormen de kern van het onderzoek; wetenschappelijke artikelen en literatuur.
3.4 Onderzoeksproces Het onderzoek voor project LBE is gestart in september 2012. Dit is begonnen met het opstellen van een stappenplan. Het stappenplan 1. Identificatie a. Evenementen b. Evenement specifieke hulpverleningsorganisaties (ESHO s) c. Selectie evenementen d. Specifieke onderzoeksvragen 2. Formeren expert- /klankbordgroepen, vaststellen overlegvormen en - frequenties 3. Vaststelling definitieve onderzoeksvragen 4. Eerste onderzoek a. Informatie GHOR s b. Informatie hulpverleningsorganisaties c. Observaties/audits evenementen* 5. Verwerking eerste onderzoeksgegevens 6. Tweede onderzoek 7. Verwerking tweede onderzoeksgegevens 8. (Evt. derde ronde) 11 De resultaten van het onderzoeksproces worden behandeld in hoofdstuk 5. 3.5 Communicatie Tijdens de looptijd van het project is er op verschillende manieren gecommuniceerd. Hoofddoel van de communicatie was om medewerking te verkrijgen bij het verzamelen van registraties, zowel van oude als nieuwe evenementen. Doelgroep waren dan ook primair de ESHO s op evenementen. Secundaire doelgroep waren de GHOR- regio s vanuit hun rol als klankbord en om de private hulpverleningsdiensten te bereiken. Ten behoeve van het project is een website opgezet: www.projectlbe.nl. Hierop is alle basale informatie van het project te vinden. Ook kan sinds begin 2013 op deze website het onderzoeksformulier worden gedownload en ingevuld. De website heeft de uitstraling van een projectsite en verwijst naar de opdrachtgever (GHOR Nederland) en de opdrachtnemer (KCEV).
GHOR Nederland heeft zelf ook gecommuniceerd. Ze heeft rechtstreekse berichten gestuurd aan de GHOR- regio s over medewerking aan het project en hier ook in hun landelijk overleg aandacht aan besteed. De projectgroep heeft ruim 80 hulpverleningsorganisaties aangeschreven en om hun medewerking gevraagd bij het onderzoek. Er is uitvoerig contact geweest met het Nederlandse Rode Kruis over het aanleveren van registraties. Dit contact heeft nog niet zozeer veel registraties als opbrengst gehad, maar heeft er wel aan bijgedragen dat het Rode Kruis zich inzet voor professionalisering van de registraties door hulpverleners binnen deze organisatie. Het KCEV heeft, naast de projectwebsite, ook door middel van haar nieuwsbrief (800+ lezers) en Twitter (500+ volgers) aandacht besteed aan het project. Daarbij is opgeroepen om een bijdrage aan de registraties te leveren. 12
4. Theoretisch kader 4.1 Definities en uitgangspunten Evenement In de internationale wetenschappelijke literatuur wordt doorgaans één van de volgende definities gehanteerd 3-10! Mass gathering is any gathering of a large numbers of people attending an event that is focused at specific sites for a finite time! The potential for a delayed response to emergencies in an event of mass gathering, regardless of the number of attendees Voor dit project wordt als begripsomschrijving aangehouden: Een georganiseerde gebeurtenis, bijgewoond door een verzameling mensen, die zich daarvoor in een bepaald tijdvak en in een accommodatie of op een terrein bevindt of beweegt. 13 Soorten evenementen Evenementen kunnen op verschillende manieren in soorten worden ingedeeld. Voor een onderzoek naar de specifieke kenmerken in het benodigde zorgaanbod, lijken met name het activiteitenprofiel en het bijbehorende publieksprofiel van een evenement van belang. De soorten evenementen voor dit onderzoek zijn op vraag en advies van de GHOR tot stand gekomen en staan beschreven bij de paragraaf 3.2 Focus en afbakening van het project. 4.2 Eerste identificaties Zorgvraag Uit bestaande studies blijken de volgende parameters van belang bij het vaststellen van de omvang van de zorgvraag: a. MUR 2;3 (Medical Usage Rate: aantal geregistreerde patiënten per 10.000 evenementbezoekers);
b. gemiddelde verblijfsduur in minuten (GV) per patiënt op een eerste hulppost; 2;11;12 c. aard van de incidenten (blessures, aandoeningen, middelengerelateerde gezondheidsverstoringen); 2;8 d. ernst van de incidenten (mild, ernstig of levensbedreigend); 2;11-13 e. aantal doorverwijzingen naar ziekenhuizen, al dan via ambulancezorg. Op basis van het beperkt aantal Nederlandse wetenschappelijke studies wordt voorlopig voor de MUR bij evenementen een standaard van 79 (en zelfzorgcontacten +30%) aangehouden 2, voor de GV 10 minuten voor een blessure of een algemene aandoening 2, 20 minuten voor een generiek middelengerelateerd probleem 12 en 45 minuten voor een specifiek GHB- gerelateerd incident 11. De LHGAP 1 van de GHOR geeft een aantal verzwarende factoren aan die bij publieksevenementen van belang zijn:! meerdaags evenement, kampeervoorziening of tijdelijke huisvesting, tatoeërings- of piercingsmogelijkheden, tijdelijke douchevoorzieningen;! bovenmatig alcoholgebruik;! bovenmatig middelengebruik;! bezoekers hebben beperking of verrichten zware fysieke inspanningen;! riskante omgevingsfactoren of ruimtelijk profiel;! beperking hulpverleningscapaciteit aan omwonenden a.g.v. evenement. 14 Daarnaast kunnen er nog andere voorziene en onvoorziene factoren van invloed zijn op de zorgvraag. Denk hierbij aan een differentiatie tussen actieve en passieve bezoekers van een evenement (verschil tussen kijkers bij en deelnemers van sporttoernooien bijv.), de duur van de activiteiten en weers- en klimaatomstandigheden. Alle geïdentificeerde factoren zullen in dit project zoveel mogelijk worden gevalideerd en op hun voorspellende waarde worden onderzocht. Zorgaanbod Het aanbod van de zorg, geboden door specifiek op evenementen gerichte hulpverleningsorganisaties, kan op basis van wetenschappelijke artikelen 3-6;8;14;15 onderverdeeld worden in: a. Algemene EHBO Eenvoudige eerste hulp handelingen en elementaire reanimatie op basis van landelijke norm "Oranje Kruis- boekje" en normen Nederlandse Reanimatie Raad.
b. Evenement- specifieke hulpverlening Aan evenement of evenement periode en - duur gerelateerde zorg, uitgevoerd door artsen of verpleegkundigen of volgens specifieke protocollen, zoals blaarbehandeling, interventie bij specifieke drugsintoxicaties en medicatieverstrekking. c. Advanced Life Support (ALS) Aantal samenhangende levensreddende vaardigheden en protocollen, uitgevoerd door specifiek opgeleide artsen en verpleegkundigen, met als doel het ondersteunen van de circulatie, het zorgen voor een vrije ademweg en een adequate ademhaling. d. Hygiënesurveillance Het monitoren van en ingrijpen bij mogelijke collectieve gezondheidsbedreigingen zoals voedselvergiftiging, extreem weer of insectenplaag. e. Gezondheidsvoorlichting Proces waardoor individuen of groepen in staat gesteld worden om meer controle te verwerven over hun gezondheid, zoals drugsinformatie, zelfzorgsupport en voorkomen hitteletsel. f. Calamiteitenvoorbereiding Planning van zorg bij geïsoleerd incident met grote hoeveelheden slachtoffers, aan de hand van interdisciplinaire rampscenario s, zoals bij instorting, explosie of paniek in menigte. 15 De LHGAP 1 van de GHOR hanteert de volgende niveaus van zorgaanbod bij publieksevenementen:! BLS (basic life support): eerstehulpverlener! BLS+: BIG- geregistreerde basisarts of verpleegkundige! ALS (advanced life support): bevoegd en bekwaam ALS- professional! Coördinatie: organisator, leidinggevende en planner van zorg. Daarbij is de algemene regel 1 hulpverlener per 1000 gelijktijdige bezoekers, met een minimum van 2 hulpverleners (altijd 1 aanwezig ten behoeve van coördinatie). De regel maakt nu nog geen onderscheid naar verschillende soorten evenementen. Er wordt alleen geadviseerd om rekening te houden met bijzondere kenmerken van de verwachte zorgvraag. Ook in het aanbod van de zorg zijn er mogelijk nog andere voorziene en onvoorziene factoren van invloed, zoals het aantal hulpposten en de inzet van mobiele hulpverleningsteams. Deze variabelen zijn in dit (eerste) onderzoek nog niet geïncludeerd.
4.3 Uitgangspunten dataverzameling Uitgangspunt is het in kaart brengen van de specifieke evenementzorgvraag en een advies voor een adequate evenementenzorg en wel zodanig, dat: medische problemen zoveel mogelijk op het evenement zelf worden afgehandeld (en er dus zo weinig gebruik gemaakt wordt van reguliere zorg) binnen de grenzen van het optimaal mogelijke, en in kaart wordt gebracht wat de impact kan zijn op de reguliere zorg (fracturen naar ziekenhuis, hechtingen verwijderen naar huisarts, ALS- situaties per ambulance naar ziekenhuis, etc.). 4.4 Registratie en onderzoek Verschillende organisaties die actief zijn in medische/eerstehulpverlening op evenementen registreren en rapporteren de zorg zeer verschillend. De LHGAP 1 adviseert in bijlage 2 een registratievorm. Deze registratievorm wordt echter nog lang niet altijd consequent gebruikt. Binnen het project zijn formulieren, die bij eerdere evenementen zijn ingevuld door de hulpverleningsinstanties, retrospectief beoordeeld. Daarnaast werd er in samenwerking met de GHOR een onderzoeksformulier (zie bijlage 1) ontwikkeld dat door de hulpverleningsorganisaties vanaf 1 januari 2013 in de praktijk gebruikt kon worden. 16
5. Onderzoeksresultaten 5.1 Onderzoeksproces en registratie In fase 1 van het onderzoeksproces (sept. 2012 mei 2013) heeft de retrospectieve dataverzameling plaatsgevonden. De reeds bestaande en beschikbaar gestelde registraties van evenementenzorg werden verzameld en geanalyseerd. In deze fase is ook gestart met de prospectieve dataverzameling, waaraan in fase 2 vervolg is gegeven. Hiertoe is een onderzoeksformulier ontwikkeld, dat rechtstreeks of via GHOR- adviseurs werd toegestuurd aan hulpverleningsorganisaties op evenementen. Daarnaast was het onderzoeksformulier online in te vullen op www.projectlbe.nl. De ingevulde onderzoeksformulieren geven een beeld van zorgvraag, zorgaanbod en letselbeelden bij de deelnemende evenementen. Prospectieve data De prospectieve data zijn verzameld via het speciaal voor dit project ontwikkelde onderzoeksformulier (bijlage 1). Dit formulier kon zowel op papier (.pdf,.doc) als online worden ingevuld op www.projectlbe.nl. 17 In totaal zijn tijdens het onderzoek 188 prospectieve cases verzameld. Niet alle prospectieve registraties waren bruikbaar voor het onderzoek. Specifiek de data op het gebied van zelfzorg bleken onbetrouwbaar vanwege interpretatieverschil over de definitie van zelfzorg. Daarnaast ontstaat onder participanten een verwarring met (al dan niet reeds geregistreerde) zorg. Deze gegevens zijn daarom uiteindelijk niet opgenomen in het rapport. Uiteindelijk moesten er 50 cases worden verwijderd vanwege onvoldoende data en 3 cases, omdat deze niet te categoriseren waren. Er bleven er 156 geschikte cases over. Retrospectieve data De retrospectieve data bestaat uit de reeds bestaande registraties die meewerkende hulpverleningsorganisaties ter beschikking stelden. Tot april 2013 zijn ruim 900 evenementen binnengekomen. Deze registraties lopen uiteen zowel in kwantiteit als kwaliteit. Kwalitatief verschilden de ter beschikking gestelde gegevens in het niveau van detail. Zo werden er verslagen aangeleverd waarin ieder zorgcontact werd uitgeschreven (69 cases), werden er rapporten aangeleverd waarin deze zorgcontacten in categorieën waren ondergebracht (656 cases), er werden
er snelrapporten geleverd waarin de gegevens al waren teruggebracht tot kerngetallen, percentages of bijzonderheden (215 cases). Het retrospectieve onderzoek heeft niet kunnen leiden tot een minimale dataset voor de identificatie van evenementtypes, zorgvraag en zorgaanbod. Een gezamenlijke maat die een vergelijking tussen evenementen mogelijk maakt was afwezig. Kwaliteit retrospectieve data: registratie nog niet op orde De retrospectieve data laten zien dat de huidige registratie van hulpverleningsorganisaties op evenementen nog niet geschikt is voor vergelijkend onderzoek. De zorgvraag is veelal goed geregistreerd, maar de verschillende hulpverleningsorganisaties hanteren een grote verscheidenheid aan categorisaties van letselbeelden. Het is onmogelijk om hieruit een gezamenlijke maat voor de zorgvraag te destilleren. Factoren die niet tot de directe patiëntenzorg behoren zijn vaak niet gerapporteerd in de beschikbaar gestelde data. Zo mist menigmaal de naam of het type evenement waar de registratie over rapporteert. In het merendeel van de retrospectieve registraties is de afwezigheid van het totaal aantal bezoekers van het evenement. Zonder dit kengetal zijn directe vergelijkingen tussen evenementen onmogelijk. Ook de MUR, de internationale maat die deze vergelijking mogelijk maakt, is mede gebaseerd op het totaal aantal bezoekers. De MUR was in de retrospectieve data niet te bepalen. 18 Naast het evenementtype en de zorgvraag, is ook het zorgaanbod van belang in het bepalen van de belasting van de reguliere zorg. Het zorgaanbod wordt in de regel niet geregistreerd in de beschikbaar gestelde retrospectieve data. Dit wil overigens niet zeggen dat de hulpverleningsorganisaties niet over deze gegevens beschikken. Het betekent slechts dat deze geen onderdeel zijn van de geleverde (snel) rapporten. Cruciaal voor een analyse van gegevens rond evenementen is dat de afwezigheid van een getal op de registratie geduid zou moeten kunnen worden als niet geconstateerd in het veld. Standaardisering van de rapportage en zorgvuldige registratie zijn gewenst. Op basis van de bovenstaande resultaten wordt geconcludeerd dat hoewel alle (deelnemende) organisaties hun handelen registreren, de veelzijdigheid van huidige rapportages het voor onderzoeksdoeleinden niet mogelijk maakt een gedetailleerd beeld te krijgen van het letselbeeld,
zorgvraag en zorgaanbod bij evenementen. De retrospectieve data is vrijwel onbruikbaar gebleken voor het doel van het project Letselbeeld Evenementen. 5.2 Algemene beschrijvingen onderzoeksresultaten In deze paragraaf behandelen we de inhoudelijke resultaten uit het prospectieve onderzoek. Totale steekproef De totale steekproef bestond uit 188 cases. Zoals in de voorgaande paragraaf al is aangegeven, konden in dit stadium van het onderzoek 159 cases worden gebruikt. Bij deze evenementen ging het om: Indoorevenementen (24%), outdoor evenementen (67%) en evenementen die zowel een in- als een outdoor gedeelte hebben (7%). Evenementen met gratis toegang (60%) en evenementen met betaalde entree (40%). Open evenementen (57%) en evenementen binnen een besloten ruimte (43%). In de vragenlijst van project LBE is ook aan de hulpverleningsorganisatie gevraagd of men het GHOR- en/of GGD- advies heeft opgevolgd. In 30% van de gevallen werd een GHOR- en/of GGD- advies opgevolgd en door 1% niet. In 35% van de gevallen was er geen advies en 34% van de respondenten weet niet of er een advies was. 19 Figuur 1 GHOR- advies opgevolgd?
Bezoekers en zorgaanbod Het gemiddeld aantal bezoekers bij de 159 onderzochte evenementen was 5.447. Dit aantal liep uiteen van 50 tot 42.000. Het gemiddelde aantal hulpverleners op deze evenementen was 7,2. Het gemiddeld aantal bezoekers per hulpverlener bedroeg 632. Bij 33% van de onderzochte evenementen waren professionele zorgverleners aanwezig (artsen, verpleegkundigen, ambulancehulpverleners, al dan niet ALS). Bij 67% van de evenementen was dat niet het geval. Tabel 1. Bezoekers en hulpverleners N=156 M SEM Min- max Aantal bezoekers 5446.97 752.50 50-42000 Aantal hulpverleners 7.20 0.84 1-67 Aantal bezoekers per hulpverlener 632.48 62.76 6.5-5000 M=Mean (Gemiddelde) SEM=Standard Error of Mean (Standaardfout van het gemiddelde) Zorgvraag Gemiddeld hebben ruim 12 personen op de onderzochte evenementen een beroep gedaan op eerstehulpverlening ter plaatse. Dit is 0.58% van de bezoekers. Daarmee is de Medical Usage Rate op deze evenementen 58. Er zijn meer zorgcontacten als gevolg van trauma gemeld (0.45% van de bezoekers) dan als gevolg van onwelwordingen (0.10%). 20 Tabel 2. Zorgvraag N=156 Absoluut aantal % bezoekers MUR M(SEM), min- max M(SEM), min- max M(SEM), min- max Totaalaantal Zorgcontacten 12.33(1.97), 0-163 0.58(0.08), 0-6 58.47(8.04), 0-600 Totaal Trauma 6.88(1.12), 0-89 0.45(0.07), 0-6 45.86(7.45), 0-600 Totaal Onwel 3.54(0.89), 0-70 0.10(0.02), 0-2.40 10.25(2.15), 0-240 M=Mean SEM=Standard Error of Mean Van 8,02% van de patiënten werd alcohol gerelateerd letsel geregistreerd, voor drugs was dit 3,41% en voor een combinatie van alcohol en drugs 2,61%.
Verwijzingen Gemiddeld werd 3,16% van de patiënten (0,02% van de totale bezoekers) naar de huisarts verwezen. Voor verwijzing naar het ziekenhuis was dit 4,24% van de patiënten. Voor vijf op de 100.000 bezoekers is ambulancezorg geïndiceerd; dit is iets meer dan 1 op de 100 patiënten. Tabel 3. Verwijzingen N=159 Absoluut aantal % bezoekers % patiënten M(SEM), min- max M(SEM), min- max M(SEM), min- max Naar huisarts 0.31(0.61), 0-5 0.02(0.01), 0-1.33 3.16(0.81), 0-66.66 Naar ziekenhuis (EG*) 0.26(0.05), 0-4 0.15(0.01), 0-1.18 4.24(1.28), 0-100 Ambulancezorg 0.26(0.05), 0-4 0.005(0.001), 0-0.12 1.24(0.28), 0-18.18 M=Mean SEM=Standard Error of Mean; *=op Eigen Gelegenheid Evenemententypes In de analyse is onderzocht welke kenmerken van de onderzochte evenementen significante verschillen opleveren wat betreft zorgvraag en zorgaanbod. Niet voor alle typen evenementen zoals genoemd in hoofdstuk 4 kon in deze steekproef voldoende data worden verzameld en niet altijd werden er significante verschillen gevonden. Uit de statistische analyse blijkt dat er binnen de steekproef significante verschillen zijn gevonden tussen twee hoofdcategorieën en vier subcategorieën evenementen b : 21 (K) Kleine evenementen (<=1500 bezoekers) o o o o Muziek/dance/pop, N=19 Voetbal/hockey, N=18 Sport overigen, N=20 Overigen, N=25 (G) Grote evenementen (>1500 bezoekers) o o o o Sport, N=19 Volksvermaak, N=16 Dance, N=23 Muziek, N=16 b Drie evenementen waren niet in de subcategorieën te plaatsen, waardoor uiteindelijk 156 cases in de volgende statistische analyses werden geïncludeerd.
De verdeling van de 156 cases over de genoemde categorieën is in de volgende figuren in beeld gebracht. De gebruikte kleuren komen in de hierop volgende analyseresultaten steeds terug. Kenmerken kleine en grote evenementen De in totaal 82 kleine en 74 grote evenementen verschillen van elkaar qua kenmerken. In de onderstaande tabel zijn de kenmerken weergegeven van beide categorieën evenementen die in de steekproef zijn gebruikt. Hieruit valt onder meer op dat de grote evenementen relatief vaker betaalde evenementen zijn, doorgaans meer afgezet en dat bij de grote evenementen vaker een GHOR- en/of GGD- advies is opgevolgd. Tabel 4. Omgevingscijfers Kleine evenementen Uitsluitend indoor 20%, uitsluitend outdoor 73%, beide 6%. Gratis entree 75%, betaald 25%. Open evenement 71%; 29% afgezet (hekwerk). Het GHOR- en/of GGD- advies is door 18% opgevolgd en door 0% niet. In 46% was er geen advies en 36% van de respondenten weet niet of er een advies was. Grote evenementen Uitsluitend indoor 28%, uitsluitend outdoor 64%, beide 8%. Gratis entree 43%, betaald 57%. Open evenement 40%; 60% afgezet (hekwerk). Het GHOR- en/of GGD- advies is door 46% opgevolgd en door 3% niet. In 20% was er geen advies en 31% van de respondenten weet niet of er een advies was. 22
5.3 Gegevens van alle evenementen totaal Zorgvraag De percentuele zorgvraag van de populatie op kleine evenementen is groter dan op grote evenementen; dit komt voor rekening van het letselbeeld Trauma. Ambulancezorg komt significant meer voor bij grote evenementen dan bij kleine evenementen. Hoewel verwijzingen naar de huisarts significant meer voorkomen bij grote evenementen dan bij kleine evenementen is dit verschil triviaal, omdat er ook meer bezoekers zijn. Tabel 5a. Bezoekers, zorgaanbod, zorgvraag en verwijzingen absolute getallen Klein N=82 Klein Groot Groot N=74 M SEM M SEM Bezoekersaantal 494.35 52.69 10721.19 1310.73 Aantal hulpverleners 2.98 0.23 11.76 1.57 Totaalaantal Zorgcontacten 5.33 1.50 19.79 3.56 Totaal Trauma 4.18 1.28 9.75 1.81 Totaal Onwel 1.15 0.50 6.09 1.71 23 Verwijzing naar huisarts 0.16 0.05 0.48 0.11 Verwijzing naar ziekenhuis (EG*) 0.09 0.03 0.44 0.09 Ambulancezorg 0.02 0.02 0.51 0.10 M=Mean SEM=Standard Error of Mean; *=op Eigen Gelegenheid Tabel 5b. Bezoekers, zorgaanbod, zorgvraag en verwijzingen correlaties Klein N=82 Klein Groot Bijzonderheden Groot N=74 M SEM M SEM Aantal bezoekers/hulpverlener 189.29 17.22 1104.82 104.02 t(79.11)=- 8.68, p<.000 Totaalaantal Zorgcontacten/% bezoekers 0.87% 0.14 0.28% 0.04 t(112.26)=2.82, p<.01 Totaal Trauma/% bezoekers 0.74% 0.13 0.16% 0.13 t(100.99)=3.91, p<.001 Totaal Onwel/% bezoekers 0.13% 0.04 0.08 0.02 niet significant Verwijzing naar huisarts 2.57 1.13 3.79 1.16 niet significant als % totaalaantal zorgcontacten Verwijzing naar ziekenhuis (EG*) 3.79 2.08 4.71 1.49 niet significant als % totaalaantal zorgcontacten Ambulancezorg 0.17 0.13 2.38 0.52 t(88.38)=- 4.719, p<001 als % totaalaantal zorgcontacten M=Mean SEM=Standard Error of Mean; *=op Eigen Gelegenheid
De kleine en grote evenementen in deze steekproef verschillen wat betreft het aantal alcohol- en drugsgerelateerde gezondheidsverstoringen. Op kleine evenementen wordt 5,38% (SEM 2,23) alcohol gerelateerde gezondheidsverstoringen vermoed. Voor drugs is dat 0,69% (SEM 0,41) en voor een combinatie 0,55 % (SEM 0,34). Voor grote evenementen zijn deze cijfers respectievelijk 10,85% (SEM 2,20), 6,32% (SEM 1,86) en 4,80% (1.21). c Zorgaanbod Het aantal bezoekers per hulpverlener is significant groter bij grote dan bij kleine evenementen (1104 versus 189). Dus: bij de kleine evenementen zijn er relatief veel hulpverleners aanwezig. Het percentage evenementen waarop professionele hulpverleners aanwezig zijn levert een significant verschil op tussen kleine en grote evenementen. Bij kleine evenementen zijn op 19,5% van de evenementen professionele zorgverleners aanwezig. Bij grote evenementen is dat in 46,8% van de cases het geval. 5.4 Vergelijking grote en kleine evenementen Uit de analyse van de cijfers van alle evenementen vallen de volgende zaken op: 24 - - - - - Percentueel vragen grote evenementen minder zorg dan kleine evenementen. Het percentage Trauma is significant kleiner op grote evenementen; Er wordt vermoed dat er vaker alcohol en drugs in het spel zijn bij gezondheidsincidenten op grote evenementen. Ambulancezorg en verwijzing naar de huisarts worden vaker geïndiceerd bij grote evenementen dan bij kleine. Bij grote evenementen worden significant meer professionele zorgverleners ingezet. c Omdat deze cijfers, meer dan de andere, gebaseerd zijn op perceptie van de registrerende hulpverlener, zijn deze niet getoetst op significantie.
5.5 Onderzoeksresultaten kleine evenementen In de categorie kleine evenementen gaat het om evenementen van minder dan 1500 bezoekers. De kleine evenementen zijn wat betreft significante verschillen onder te verdelen in vier subcategorieën. De verschillen tussen de subcategorieën komen in deze paragraaf aan bod. Mu SpHV SpOv Ov = Muziek = Hockey & Voetbal = Sport overigen = Overigen Bezoekers en zorgaanbod Het verschil in bezoekersaantal tussen groepen is significant en kan volledig worden toegeschreven aan Muziek, waar gemiddeld veel hogere bezoekersaantallen bij aanwezig zijn. Bij met name Muziekevenementen zijn er veel bezoekers per hulpverlener, dus: relatief weinig hulpverleners. Er zijn geen significante verschillen in het aantal hulpverleners tussen de categorieën. Wel is er een relatief gering aantal hulpverleners aanwezig bij de sporten ten opzichte van de andere categorieën en een groot aantal bij Muziek. Het aantal bezoekers per hulpverlener is het laagst bij de twee sportcategorieën. Het percentage professionele zorgverleners is het grootst bij Muziek en verschilt significant over de groepen. Onbekend is of dit wordt veroorzaakt door een verschil in zorgvraag. 25 Let wel: de Y- assen in onderstaande diagrammen zijn nagenoeg nooit identiek. Vergelijken is mogelijk binnen de diagrammen, maar voorzichtigheid is geboden tussen de diagrammen. Figuur 2. Bezoekers en hulpverleners d d NB De verticale streep- markering in iedere kolom is de SEM. En let wel: de Y- assen zijn nagenoeg nooit identiek!
Zorgvraag De zorgvraag loop behoorlijk uiteen tussen de vier categorieën en alle verschillen zijn significant. Bij de twee sportgroepen is het percentage bezoekers met een zorgvraag het grootst. Dit wordt vooral veroorzaakt door het percentage Trauma. Bij Muziek is het percentage Onwel het grootst. Figuur 3. Zorgvraag 26
Verwijzingen De verwijzingen naar huisarts, ambulance of ziekenhuis lopen per evenementcategorie uiteen. Bij Muziek en Sport hockey / voetbal zijn de meeste verwijzingen naar de huisarts gegeven (4 tot 5%). Verwijzing naar aan ziekenhuis komt vaker voor bij Sport overigen (10%) en de restcategorie. Ambulanceritten komen relatief vaker voor bij Muziek (0,5%), minder bij Sport overigen (iets minder dan 0,2%) en komen niet voor bij de andere categorieën. Het aantal verwijzingen is te klein om uitgebreid statistisch te analyseren. In absolute aantallen valt het op, dat bij Sport overigen relatief veel patiënten op eigen gelegenheid naar het ziekenhuis verwezen worden en weinig naar de huisarts. Figuur 4. Verwijzingen 27
5.6 Onderzoeksresultaten grote evenementen In de categorie grote evenementen gaat het om evenementen van meer dan 1500 bezoekers. De grote evenementen zijn wat betreft significante verschillen onder te verdelen in vier subcategorieën. Deze evenementen verschillen wat betreft de kenmerken op het gebied van aanwezige professionele hulpverleners, indoor/outdoor (Dance is vooral typisch outdoor), wel/geen betaalde entree (vooral Muziek en Dance zijn betaald) en wel/niet afgehekt (vooral Muziek en Dance zijn afgehekt). Nadere verschillen tussen de subcategorieën komen in deze paragraaf aan bod. Mu Dc Vv Sp = Muziek = Dance = Volksvermaak = Sport Bezoekers en zorgaanbod Het verschil in het aantal bezoekers tussen de groepen is net niet significant. Het aantal hulpverleners verschilt wel significant. Met name de categorie Sport heeft ten opzichte van de andere categorieën relatief veel hulpverleners. Ook het aantal bezoekers per hulpverlener verschilt significant tussen de groepen. Vooral de categorie Volksvermaak heeft een gemiddeld hoog aantal bezoekers per hulpverlener (dus: relatief weinig hulpverleners). Sport heeft juist weinig bezoekers per hulpverlener: dus: relatief veel hulpverleners). 28 Figuur 5. Bezoekers en hulpverleners
Zorgvraag Het aantal bezoekers met een zorgvraag is absoluut en relatief (ten opzichte van het aantal bezoekers) het grootst in de categorieën Sport en Dance. Bij Sport is dit vooral het gevolg van Trauma; bij Dance het gevolg van Onwel. Volksvermaak scoort op het gebied van zorgvraag het laagst ten opzichte van andere categorieën. Figuur 6. Zorgvraag 29
Verwijzingen Het absolute aantal verwijzingen bij grote evenementen is natuurlijk groter dan bij kleine evenementen. Desalniettemin is de spreiding groot en zijn de waardes klein. Het percentage patiënten dat naar de huisarts gestuurd wordt is het grootst bij Muziek (10%), naar het ziekenhuis (EG) is het grootst bij Volksvermaak (9%) en Muziek (7%), terwijl het grootste percentage ambulancezorg voor rekening van Sport (4%) komt. Figuur 7. Verwijzingen 30
5.7 Discussie Na afronding van de eerste onderzoeksfase bleken de oorspronkelijke doelen (ontwikkeling naslagwerk en monitor) niet haalbaar. In de tweede fase werd gefocust op dataverzameling om verschillen tussen en inzichten in categorieën evenementen te genereren en de wijze waarop een monitor kan worden opgezet en op welke variabelen deze gebaseerd zou moeten zijn. Uiteindelijk zijn in totaal 156 cases (volledig) geanalyseerd. Gemiddeld waren er 5.500 bezoekers op de onderzochte evenementen, waarvan 0,58% de EHBO ter plaatse bezocht. Hierbij dient vermeld te worden, dat het aantal zelfzorgvragen e hierin niet zijn meegenomen. Ongeveer drie op iedere honderd patiënten werd doorverwezen naar de huisarts, vier naar het ziekenhuis en voor één op de honderd patiënten was ambulancezorg nodig. Trauma lijkt de grootste zorgdruk te genereren. Er zijn op kleine evenementen significant meer hulpverleners in verhouding tot het aantal bezoekers. Een mogelijk verklaring kan zijn, dat de GHOR één hulpverlener per 1000 bezoekers adviseert, met minimaal 2 hulpverleners. De percentuele zorgvraag van de populatie op kleine evenementen is ook groter dan op grote evenementen. Verwijzingen naar de huisarts en ambulanceritten komen bij grote evenementen juist relatief vaker voor. Professionele hulpverleners zijn vaker aanwezig bij grote evenementen. Grote evenementen leveren relatief meer alcohol- en drugsgerelateerde incidenten op. Mogelijk is er sprake van een onderwaardering van ambulancezorg bij kleine evenementen (wellicht een systematische onderschatting), omdat bij dergelijke evenementen veelal geen zorgprofessionals aanwezig zijn, deze evenementen meestal buiten en op openbaar terrein plaatsvinden en ambulancezorg rechtstreeks via 112 wordt aangevraagd zonder tussenkomst van de EHBO. 31 De dataverzameling in de prospectieve fase verliep moeizamer dan verwacht. Een aantal factoren is hierop van invloed geweest. - De registratiecultuur onder hulpverleningsorganisaties is gemiddeld genomen nog slecht ontwikkeld. In een analysebijeenkomst met GHOR- adviseurs gaven zij aan dat gemiddeld van slechts 10% tot 15% van alle evenementen registraties worden opgestuurd naar de GHOR of de gemeente. Bij kleine evenementen lijkt dit percentage nog veel lager te zijn, zo is de ervaring van de GHOR- adviseurs. e De validiteit van de registratie van zelfzorgvragen (pijnstillers, blarenpleisters, etc.) bleek onvoldoende valide.
- - - - De beperkte registratiecultuur geldt voor kleine organisaties, maar ook voor het Nederlandse Rode Kruis. f Het NRK maakt kwaliteitsontwikkeling door op dit gebied. Het aantal rapportages nam toe in de loop van het onderzoek. Het NRK ziet registratie als onderdeel van de kwaliteit die zij nastreeft bij evenementenzorg. Naast registratie, is er ook geen onderzoek cultuur onder hulpverleningsorganisaties. Dit werd teruggezien bij de onderzoeksformulieren die werden verspreid onder hulpverleningsorganisaties. Hiervan is slechts een klein deel ingevuld en opgestuurd en de formulieren zijn lang niet altijd volledig ingevuld. Vooral de grote, professionele hulpverleningsorganisaties registreren al behoorlijk goed en consequent. Voor hen was het invullen van een extra onderzoeksformulier soms een extra belasting die vanwege het grote aantal evenementen dat zij draaien niet realiseerbaar bleek. Tijdens het project werd de reguliere administratieve verwerking van zorgcontacten niet voldoende onderscheiden van het onderzoeksformulier in het kader van project LBE. In dit onderzoek wordt een conclusie uit eerdere (buitenlandse) studies bevestigd, namelijk dat het voorspellen van letselbeelden bij evenementen niet eenvoudig is. De uitdaging is dan ook om met zo weinig mogelijk variabelen een zo groot mogelijk validiteit en voorspelbaarheid te genereren. Dit lijkt vooralsnog alleen mogelijk met een onderzoek, dat zoveel mogelijk aansluit op de praktijk van de evenementenhulpverleningsorganisaties. Omgevingsfactoren beïnvloeden zorgvraag tijdens evenementen ook 2-11. Deze is daarom nooit volledig voorspelbaar. Er wordt dan ook gepleit voor een vereenvoudigde dataset met betrekking tot voorspelbaarheid van letselbeelden (zorgvraag, zorgaanbod, verwijzingen) bij evenementenzorg 12;17. 32 Voor de interpretatie van data bleek medisch- wetenschappelijke deskundigheid en kennis van de praktijk en praktijkvoering van hulpverleningsorganisaties van cruciaal belang. Zonder deze kennis was het onmogelijk data daar waar nodig naar waarde te schatten. Gedurende het onderzoek werd ook duidelijk, dat aanvullende variabelen mogelijk ook bij kunnen dragen aan een goed letselbeeld. Een voorbeeld hiervan is het aantal hulpposten dat op een evenement is ingericht. Het fenomeen registratie van incidenten lijkt vooral bij professionele organisaties te zijn geformaliseerd. Voor organisaties, die (vooral) door vrijwilligers worden bemand, beperkt registratie f Beperkte registratie is overigens ook bekend bij de zusterorganisatie in het Verenigd Koninkrijk 15 ; het probleem is dus niet exclusief voor Nederland.
zich hooguit tot rapportage van een individuele hulpvrager in een al dan niet gestandaardiseerd systeem. Desalniettemin wordt een goed en praktisch bruikbaar (collectief) registratieformulier zeer gewenst breed gedragen in de markt. Het gebruikte onderzoeksformulier LBE is daarvoor niet geschikt en ook het Registratieformulier LHGAP voldoet onvoldoende aan de wensen. Met name de evaluatie van de letsels en aandoeningen worden te specifiek geacht met onvoldoende structuur. Om registratiegegevens te kunnen gebruiken voor evenementenonderzoek, moeten individuele registraties omgezet worden tot collectieve evenementendata. En zijn er meerdere hulpverleningsorganisaties betrokken bij één evenement, dan moeten de collectieve data opnieuw worden gecombineerd. Vervolgens moeten al deze verzamelde gegevens dus nog in een onderzoeksformat geplaatst worden. Deze werkwijze vraagt om - - bewustwording van de hulpverleners en hulpverleningsorganisaties over het belang van registratie en vermindering van belemmeringen en weerstand; formalisering van het werkproces van registratie: individuele rapportage - > collectief maken - > eventuele coördinatie en afstemming met samenwerkende hulpverleningsorganisaties. Hierbij lijkt een zekere externe drang van belang. Ondanks dat er geen formele of juridische handhavingsdwang bestaat, heeft met name de Veiligheidsregio Noord- Holland Noord bewezen, dat het wel degelijk mogelijk is meer dan honderd collectieve rapportages per jaar van (ook kleine) hulpverleningsorganisaties te vergaren. Het verdient aanbeveling dat andere veiligheidsregio s en GHOR- evenementenadviseurs deze werkwijze volgen. Daarnaast lijkt een taak weggelegd voor de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ), de branchevereniging voor hulpverleningsorganisaties en overkoepeldende organisaties zoals het Nederlandse Rode Kruis en de landelijke verenigingen EHBO. 33 In dit onderzoek zijn 156 evenementen geïncludeerd, maar er werden gedurende de onderzoeksperiode nog honderden verslagen van evenementen ontvangen, die niet volledig voldeden aan de specifieke normen van dit onderzoek, maar zeker gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van een doorlopend onderzoek naar letselbeelden bij evenementen. De projectgroep heeft tot haar tevredenheid wel moeten vaststellen, dat het fenomeen registratie bij meer hulpverleningsorganisaties op de kaart is komen te staan, en dat steeds meer organisaties de waarde hiervan inzien en over zijn gegaan op (verbetering van) zowel individuele patiënten- rapportage als collectieve evenementenregistratie. Het Nederlandse Rode Kruis is hier een goed voorbeeld van.
Uit het onderzoek blijkt dat er meer verwijzingen plaatsvinden bij evenementen waar zorgprofessionals werkzaam zijn. Wellicht verwijzen zij eerder dan vrijwillige hulpverleners of onderkennen zij potentiële gevaren beter. Mogelijk kan het aantal verwijzingen (algemeen, en specifiek naar ziekenhuis op eigen gelegenheid) nog kleiner zijn als EHBO ers beter geschoold worden in specifiek Trauma. Hierbij wordt vooral gedacht aan deskundigheidsbevordering ten aanzien van voet-, enkel- en knieblessures. 34
6. Aanbevelingen 6.1 Prospectief onderzoek voortzetten Uit de voorgaande resultaten wordt duidelijk dat er meervoudige actie nodig is om tot een gevalideerd model te komen. Registratie van zorgvraag, zorgaanbod en verwijzingen op evenementen blijkt voor een groot aantal hulpverleningsorganisaties nauwelijks ontgonnen terrein. Dit blijkt van belang voor het gezondheidsbeeld van evenementen, de capaciteit en kwaliteit van hulpverleningsorganisaties en de impact van een evenement op de reguliere zorg in de regio. Optimale evenementenzorg zou kunnen leiden tot kostenbesparing van met name ziekenhuiszorg. Om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen, voorafgaand aan vervolgonderzoek, is cultuurverandering noodzakelijk. Registratie, zowel individueel als collectief, moet worden gestandaardiseerd in het werkproces van hulpverleningsorganisaties. Als er meerdere hulpverleningsorganisaties bij één evenement (onsite) betrokken zijn, dient er een coördinatiemechanisme te bestaan voor afstemming van de zorgvraagdata. GHOR- evenementadviseurs moeten de keuze maken om strikter op dit proces toe te zien, ook al hebben ze daartoe geen formeel instrumentarium. Desalniettemin moet de waarde van hun positie ten opzichte van hulpverleningsorganisaties, juist in dit perspectief, niet onderschat worden. Het oogsten van data onder de huidige regelingen is wel degelijk mogelijk. Een initiërende, sturende en controlerende rol is echter noodzakelijk. Daaraan zouden ook de IGZ, branche- en overkoepelende organisaties en een taskforce een bijdrage kunnen leveren. 35 6.2 Monitor Vervolgonderzoek moet de ingeslagen richting volgen en belonen. Daarvoor is een continue monitoring nodig. De voorbeelden van Monitors als het Drugs Informatie Monitor Systeem en de Monitor DrugsIncidenten, beiden van het Trimbos- instituut, hebben hun nut bewezen en verdienen navolging in de vorm van een Monitor Evenementenzorg. Deze monitor zou moeten gebaseerd op de gangbare praktijkvoering van ESHO s, in dit onderzoek vastgestelde criteria en internationale studies en voldoen aan de volgende criteria: - Het aantal variabelen moet worden beperkt tot een minimum, maar met een zo groot mogelijke praktische waarde, en zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande
registratiesystemen van hulpverleningsorganisaties, gebaseerd op evenementkenmerken, zorgvraag, zorgaanbod en verwijzingen: o evenement en bezoekers: naam evenement, datum, type, bezoekersaantal, activiteit bezoekers, in/outdoor, open/besloten, klimaatgegevens; o zorgvraag: gecategoriseerd aantal zorgcontacten en specifieke gezondheidsrisico s; o zorgaanbod: aantal en specificatie hulpverleners en aantal hulpposten; o verwijzingen. - De variabelen moeten worden gevalideerd. - Missende variabelen, zoals omgevingstemperatuur en ambulancezorg bij open evenementen, dienen wellicht op andere wijze te worden gegenereerd. - Er moet sprake zijn van een continuüm, met als uitgangspunten wekelijkse surveillance en ontwikkeling, maandelijks nieuws en een jaarlijkse analyse/update. 36
Bijlage 1 Onderzoeksformulier " Naam hulpverleningsorganisatie Telefoonnummer test test Naam contactpersoon Emailadres!"#$%&'$()*'%+,-.$%/012/!""""/ Naam evenement Aard/type evenement Datum evenement test test test Aanvangstijd evenement 24uurs notatie, bijv. 13:00 Duur evenement Aantal uren Meerdere dagen: aparte formulieren a.u.b. Is er tevoren een advies van GHOR en/of GGD gegeven? 0 Ja en opgevolgd 0 Ja en niet opgevolgd 0 Nee 0 Onbekend Locatie evenement test Toegang bezoeker Aankruisen a.u.b. 0 Gratis 0 Betaald Terrein Aankruisen a.u.b. 0 Binnen 0 Buiten Toegankelijkheid Aankruisen a.u.b. 0 Open/vrij 0 Besloten/afgezet Totaal aantal bezoekers Bijzonderheden bezoekers Aankruisen a.u.b., indien van toepassing Overwegend: 0 Zittend 0 Mobiel 0 tot 16 jr 0 16-21 jr 0 65+ 37 ZORGAANBOD Totaal aantal hulpverleners Aantal EHBO ers Aantal basis verpleegkundigen Aantal basis artsen TOELICHTING Basisartsen en basisverpleegkundigen zijn in de evenementenzorg BIG-geregistreerde professionals zonder specifieke Advanced Life Support (A.L.S.) opleiding. Aantal A.L.S. artsen TT Aantal A.L.S. verpleegkundigen Ambuteam niet meetellen Aantal ambuteams 1 team = 2 personen A.L.S. staat voor een aantal samenhangende levensreddende vaardigheden en protocollen, uitgevoerd door specifiek opgeleide artsen en verpleegkundigen, met als doel het ondersteunen van de circulatie en het zorgen voor een vrije ademweg en een adequate ademhaling. OvD-G Aankruisen a.u.b. 0 fulltime aanwezig 0 afwezig 0 deels aanwezig 0 anders, nl. Welke specifieke deskundigheden (gecertificeerd/gediplomeerd) zijn aanwezig? Aankruisen a.u.b., indien van toepassing 0 Evenementen NRK 0 Wandelletsel 0 EHBDu 0 Sportmasseur 0 Kinderongevallen 0 Sportletsel 0 Fysiotherapeut 0 Anders, nl Datum invulling test Ondertekening
Totaal aantal Zelfzorgcontacten Totaal van verstrekte pleisters, blarenpleisters, tampons en pijnstillers. Deze contacten moeten niet meer worden verwerkt in de volgende vragen. Naam contactp ersoon Totaal aantal Geregistreerde zorgcontacten Exclusief de Zelfzorgcontacten (vorige vraag). De hier ingevulde contacten kunnen bij de volgende vragen worden gespecificeerd. O n w e l w o r d i n g e n Psychose Wanen, hallucinaties Oververhitting Warm, bleek en versuft Opwindingsdelier Agitatie, geen contact, geen overgave Onderkoeling Koud en versuft Insult Epileptische aanval Hyperventilatie Hersenschudding Hartklachten Pijn op de borst, hartkloppingen CVA Hersenbloeding, herseninfarct Bewustzijnsstoornis Onvoldoende reactie op aanspreken en aanschudden Benauwdheid Allergische reactie Geen plaatselijke reactie, maar reactie over het hele lichaam Lichte onwelwording Algehele malaise, misselijkheid, duizeligheid, angst, buikpijn, etc. B l e s s u r e s / l e t s e l s / t r a u m a s O v e r i g Meervoudig Combinatie van letsels Insectenletsel Grote plaatselijke reactie met doorsnede >10cm! Gebitsletsel Botbreuken/ ontwrichtingen Brandwonden Tweedegraads of derdegraads Bloedingen Ernstige verwondingen Lichte blessures Blaren, kneuzingen, kleine wonden etc. 38 Alcohol en drugs Hoeveel van bovenstaande incidenten waren alcohol en/of drugs gerelateerd? Combinatie Alcohol en drugs Alcohol Geen drugs Drugs Geen alcohol Gezondheidsrisico s Welke specifieke risico s voor bezoekers zijn er opgemerkt? Bijzondere incidenten Beschrijf alle ernstige en specifiek opvallende gebeurtenissen a.u.b. VERWIJZINGEN Alle verwijzingen (aantal en aard) beschrijven a.u.b. Naar huisarts Naar ziekenhuis Per Ambulance Naar ziekenhuis Met eigen vervoer Overige verwijzingen Aantal: Aard: Aantal: Aard: Aantal: Aard: Aantal: Aard: Bijzonderheden over de organisatie/faciliteiten en overige opmerkingen Pag.%2% %Onderzoeksformulier%LBE% %Indien&een&antwoord&niet&is&ingevuld,&dan&zal&dit&als& 0 &(nul)&geïnterpreteerd&worden.! De afzender geeft toestemming voor het gebruiken van de gegevens voor de het Project Letselbeeld Evenementen en de Monitor Evenementenzorg (EvGZ.org)!
Bijlage 2 Registratieformulier LHGAP 39
Bijlage 3 Leden projectorganisatie M. Buisman (projectmedewerker) L. van Dijk (wetenschappelijk projectadviseur) J. Krul (projectmanager) A. v.d. Meulen (projectsecretaris) B. Sanou (medisch projectadviseur) S. Schaap (projectadviseur veiligheid en beleid) C. Verdonk (projectmedewerker) E. van Wijk (projectmedewerker) Y. Woudstra (projectmedewerker) B. Zwijnenburg (projectmedewerker) 40
Bijlage 4 Geraadpleegde experts Klankbordgroep GHOR- evenementenadviseurs T. de Bruin, Fryslân G. Buurman, Noord- Holland Noord J. Castelijn, Limburg- Noord S. Kol, Haaglanden M. van Roessel, Brabant- Noord M. Snabilie, Kennemerland K. Weijers, Hollands Midden F. van Wijk, Utrecht Expertgroep J. Doosje, GGD Nederland 41 W. Heutz, VGGM M. Hoorweg, GHOR Nederland D. van Kesteren, Trimbos- instituut/cvgu A. Sannen, Trimbos- instituut/cvgu W. ten Wolde, Ambulancezorg Nederland
Bijlage 5 Geraadpleegde literatuur en documentatie 1. GHOR Nederland. Landelijke handreiking geneeskundige advisering publieksevenementen. 2012. Bunnik, Libertas. 2. Krul J, Girbes ARJ. Experience of Health- Related Problems during House Parties in the Netherlands: Nine years of Experience and Three Million Visitors. Prehospital Disast Med 2009;24:133-9. 3. Milsten AM, Maguire BJ, Bissel RA, Seaman KG. Mass- Gathering Medical Care: A Review of the Literature. Prehospital Disast Med 2002;17:151-62. 4. Arbon P, Bridgewater FHG, Smith C. Mass Gathering Medicine: A Predictive Model for Patient Presentation and Transport Rates. Prehospital Disast Med 2001;16:109-16. 5. Arbon P. Planning medical coverage for mass gatherings in Australia: what we currently know. J Emerg Nurs 2005;31:346-50. 6. De Lorenzo RA. Mass gathering medicine: a review. Prehospital Disast Med 1997;12:68-72. 7. Al Tawfiq JA, Memish ZA. Mass gathering medicine: a leisure or necessity? Int J Clin Pract 2012. 8. Krul J, Sanou B, Swart EL, Girbes AR. Medical Care at Mass Gatherings: Emergency Medical Services at Large- Scale Rave Events. Prehospital Disast Med 2012;1-4. 9. Arbon P. The development of conceptual models for mass- gathering health. Prehospital Disast Med 2004;19:208-12. 10. Zeitz KM, Tan HM, Grief M, Couns PC, Zeitz CJ. Crowd behavior at mass gatherings: a literature review. Prehospital Disast Med 2009;24:32-8. 11. Krul J, Girbes A. Gamma- hydroxybutyrate: Experience of 9 years of gamma- hydroxybutyrate (GHB)- related incidents during rave parties in The Netherlands. Clin Toxicol (Phila) 2011;49:311-5. 12. Krul J, Blankers M, Girbes AR. Substance- Related Health Problems during Rave Parties in the Netherlands (1997-2008). PLoSOne. 2011;6:e29620. 13. Krul J, van Litsenburg R. Medische zorg tijdens dance- events. Critical Care 2010;2010:22-6. 14. Milsten AM, Seaman KG, Liu P, Bissel RA, Maguire BJ. Variables Influencing Medical Usage Rates, Injury Patterns, and Levels of Care for Mass Gatherings. Prehospital Disast Med 2003;18:334-46. 15. Sanders AB, Criss E, Steckl P, Meislin HW, Raife J, Allen D. An analysis of medical care at mass gatherings. Ann Emerg Med 1986;15:515-9. 16. Pakravan AH, West RJ, Hodgkinson DW. Suffolk Show 2011: Prehospital Medical Coverage in a Mass- gathering Event. Prehospital Disast Med 2013;28:1-4. 17. Hartman N, Williamson A, Sojka B, et al. Predicting resource use at mass gatherings using a simplified stratification scoring model. Am J Emerg Med 2009;27(3):337-43 42
Bijlage 6 Lijst met afkortingen ALS BIG BLS CVGU EG ESHO GEvn GGD GHB GHOR GV IGZ KCEV KEvn LCHV LHGAP MUR Advanced Life Support Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg Basic Life Support Centrum Gezond en Veilig Uitgaan Op eigen gelegenheid Evenement specifieke hulpverleningsorganisatie Grote evenementen (>1500 bezoekers) Gemeentelijke Geneeskundige Dienst Gamma Hydroxy Boterzuur Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio Gemiddeld verblijf op de EHP (in minuten) Inspectie Gezondheidszorg Kenniscentrum evenementveiligheid Kleine evenementen (<1500 bezoekers) Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid Landelijke handreiking geneeskundige advisering bij publieksevenementen Medical Usage Rate (aantal patiënten per 10.000 evenementbezoekers) 43
Bijlage 7 Responderende ESHO s De projectgroep is veel dank verschuldigd aan onderstaande hulpverleningsorganisaties en veiligheidsregio s, die een bijdrage hebben geleverd aan dit onderzoek: Al Medical Totaal Service Ambulancezorg Noord Limburg EducareGroningen EHBO- vereniging Weert EMS GHOR NO Gelderland GHOR Rotterdam Rijnmond MedEvent Medic Event Support Medical Event Support Holland Medical First Response Ned. Rode Kruis, NRK afdelingen Apeldoorn, Avereest, Castricum/Akersloot/Limmen, Kennemerland, Limburg Noord, Nijmegen, Utrechtse Heuvelrug, Stichts Weidegebied, Tholen Reimerswaal, Valkenswaard, Veghel, Venray, Zeist RSSportEventZorg Service Medical Sterrenburg BHV Total Medical Support Veiligheidsregio Limburg Noord Veiligheidsregio Noord- Holland Noord 44