Registratie-richtlijn



Vergelijkbare documenten
Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e 1

RICHTLIJN ZWANGERSCHAP EN IONISERENDE STRALING

Dosisbegrippen stralingsbescherming. /stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

PROCEDURE V1. APR 2017

Registratie-richtlijnen B006 NIET-IONISERENDE STRALING

Hoeveel straling krijg ik eigenlijk? Prof. dr. ir. Wim Deferme

Hoofdstuk 1: Radioactiviteit

Gezondheids effecten. van ioniserende straling. Stralingsbeschermingsdienst SBD-TU/e

Radioactiviteit enkele begrippen

Basiskennis inzake radioactiviteit en basisprincipes van de stralingsbescherming

Grootheden en eenheden TMS MR & VRS-d Stijn Laarakkers

Werken met radioactieve straling

Samenvatting. Blootstelling

Samenvatting Natuurkunde Domein B2

Radioactiviteit. Jurgen Nijs Brandweer Leopoldsburg APB Campus Vesta Brandweeropleiding

Samenvatting H5 straling Natuurkunde

Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Stabiliteit van atoomkernen

Effecten van ioniserende straling

STRALINGSBESCHERMING IN HET ZIEKENHUIS: Röntgenstralen

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Arbo & Milieu. Met het oog op veilig werken! Y Arbo & Milieu. Stralingsbeschermingseenheid. Zwangerschap & Straling

Bijlage bij memo van wethouder J. Helms aan de commissie Economie en Mobiliteit ten behoeve van de vergadering van 22 maart 2011.

Inleiding stralingsfysica

Registratie-richtlijnen A047 GEHALOGENEERDE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN

Registratie-richtlijnen F002 BEROEPSCONTACTDERMATOSEN

Cursus Stralingsbescherming. op deskundigheidsniveau 5R

13 Ontwerp van een analytische röntgenbuis

Examentraining Leerlingmateriaal

Röntgenstraling. Medische beeldvorming

Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum

1 Radiobiologie TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw

Handboek NBC. Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten

5,5. Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli keer beoordeeld. Natuurkunde

Antwoorden over de technische probleem bij aardwarmte installatie Koekoekspolder

Ioniserende straling

Procedure classificatie en eisen aan werknemers. Doel. Toepassingsgebied. Definities. Inhoud

Informatiemateriaal NORM/LSA

Toezichthouder Stralingsbescherming. Oefenvragen

Leids Universitair Medisch Centrum

p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 2

Subtitel (of naam of datum) Inwendige besmetting

Cursus Stralingsveiligheid Niveau M.A. Hofstee

Ioniserende straling. Straling en gezondheid. Sectie natuurkunde - Thijs Harleman 1

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)

1 Radiobiologie TS VRS-D/MR nj André Zandvoort

Fysische grondslagen radioprotectie deel 1. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum

Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling

SCHILDKLIERTHERAPIE MET RADIOACTIEF JODIUM

Zwangerschap en veiligheid

Achtergronden van Straling

ICRP International Commission on Radiological Protection

Ioniserende straling - samenvatting

Risico s en maatregelen bij stralingsongevallen

HET GEBRUIK VAN JODIUMTABLETTEN (65 MG KALIUMJODIDE PER TABLET) IN GEVAL VAN NUCLEAIRE OF RADIOLOGISCHE NOODSITUATIES

Werk veilig of werk niet

Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen. informatiefiche RADIOACTIVITEIT, EEN INLEIDING

Cursus Stralingsbescherming

pag 1 / 13 SBD &9a DOSISBEGRIPPEN VOOR STRALINGSBESCHERMING Chris J. Huyskens

Radioactiviteit. Een paar gegevens:

Veiligheid X-ray. Projectmeeting X-fast. Leuven, 20 september 2016 Pascal van Rooij

Patiënteninformatie. Skeletscan. Skeletscan

Straling valt dus buiten de lesstof van de cursus Basisveiligheid (B-VCA)!

Fysische grondslagen radioprotectie deel 2. dhr. Rik Leyssen Fysicus Radiotherapie Limburgs Oncologisch Centrum

SCHILDKLIERSCINTIGRAFIE EN THERAPIE (Lees deze folder alstublieft bij ontvangst)

Groep (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Kernenergie. Comprendre beter begrijpen

Toezichthouder Stralingsbescherming. Oefenvragen

Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAVO5 1

mei 2008 VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!

Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries

8 Straling en gezondheid

Scriptie Natuurkunde Rontgenstraling en mammografie

Handboek NBC. Tweede, herziene druk. Een naslagwerk voor het operationeel kader van de hulpverleningsdiensten

Informatiebrochure 1. Basisbegrippen inzake stralingsbescherming en reglementaire bepalingen

technieken - radioprotectie Bart Dehaes

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR STRALINGSHYGIËNE. foniserende STRALiNG EN HET BEROEPSRISICO

BASISOPLEIDING RADIOBESCHERMING

De kernreactie die in de tekst is beschreven, kan als volgt worden weergegeven:

Begripsvragen: Radioactiviteit

Eindexamen natuurkunde havo I

Handreiking Opvang van R&N patiënten op de SEH

"Naar de kern van de materie" legt uit wat radioactiviteit nu eigenlijk is. Er bestaan drie soorten straling.

Opleiding Stralingsdeskundigheid niveau 3 Biologische effecten fundamenten / overzicht

Schildklierscintigrafie. Nucleaire Geneeskunde

REGISTRATIE-RICHTLIJNEN BEROEPSZIEKTEN. Nederlandse bewerking van de Information Notices on Diagnosis of Occupational Diseases

H8 straling les.notebook. June 11, Straling? Straling: Wordt doorgelaten of wordt geabsorbeerd. Stralingsbron en straling

1 Wet- en regelgeving niveau 5 new Mieke Blaauw

DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID. Mede namens de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

1 Uit welke deeltjes is de kern van een atoom opgebouwd? Protonen en neutronen.

Transcriptie:

en IONISERENDE STRALING 1 (508: Ziekten veroorzaakt door ioniserende stralen) Beschrijving van de schadelijke invloed Inwendige bestraling wordt veroorzaakt door opname in het lichaam van positief geladen α- of negatief geladen β-deeltjes (bv. door inademing van radon). N.B. Sommige isotopen hebben een speciale affiniteit voor specifieke organen (bv.: jodium voor de schildklier). Uitwendige bestraling wordt veroorzaakt door blootstelling aan deeltjes zonder elektrische lading (neutronen) of aan elektromagnetische straling (röntgen- of γ-straling). Belangrijkste beroepsmatige toepassingen en stralingsbronnen Röntgenapparatuur, deeltjesversnellers, gammabronnen voor radiografie, kobaltbronnen, kernreactoren, bepaalde laboratoriumapparatuur en radioactieve isotopen. Gezondheidseffecten A. Niet- stochastische (deterministische) effecten A.1. Vroege gezondheidseffecten. Vroege effecten worden gekenmerkt door een drempeldosis en het feit dat de ernst van het effect toeneemt met de dosis. A.1.1. Totale lichaamsbestraling. Een aplastische anemie ten gevolge van een verstoorde bloedaanmaak met onder meer lymfopenie en chromosoomafwijkingen. aan de hand van anamnese, persoonsdosimetrie en onderzoek van de arbeidsomstandigheden, waaruit blijkt dat betrokkene een uitwendige totale lichaamsbestraling heeft opgelopen van meer dan 1 Gray voor röntgen- of γ-straling of 0,3 Gray voor neuronenstraling. Maximale latentietijd: Twee maanden. A.1.2. Lokale bestraling. en Beroepsziekten 09-11-99

en A.1.2.1 Acute radiodermatitis. 2 Ter plaatse van de inwerking van de straling passagère erytheem en de vorming van bullae. Ongeveer drie weken later treedt ulceratie op, gevolgd door necrose. van meer dan 10 Gray, afkomstig van een röntgen- of γ-bron. Maximale latentietijd: Twee maanden. A.1.2.2. Alopecia. Tijdelijke haaruitval na lokale bestraling van de schedel. die hoger is dan 3 Gray, afkomstig van een röntgen- of γ-bron. Minimale latentietijd: Vijftien dagen. Maximale latentietijd: Twee maanden A.1.2.3. Oligospermie en azoöspermie. Volgens de gangbare criteria vastgestelde oligospermie of azoöspermie. van meer dan 0,3 Gray, afkomstig van een röntgen- of γ-bron. Maximale latentietijd: Twee maanden. A.2. Late gezondheidseffecten. en Beroepsziekten 09-11-99

en Deze effecten treden op enige tijd na een éénmalige korte of wat landuriger blootstelling. 3 A.2.1. Cataract. Kristallijne vertroebeling van de lens. met een cumulatieve oogdosis van meer dan 10 Gray voor röntgenstraling of 8 Sv (0,8 Gray) voor neutronenstraling. Minimale blootstellingsduur: Kan kort zijn. Minimale latentietijd: Eén jaar. Maximale latentietijd: Vijf jaar. A.2.2. Chronische radiodermatitis (röntgenhuid). Chronische dermatitis, gekenmerkt door atrofie, hyperkeratose of teleangiëctasieën, mogelijk ge-compliceerd door radionecrose. waaruit blijkt dat betrokkene herhaaldelijk een uitwendige bestraling heeft opgelopen van meer dan 5 Gray per dag (met een totale huiddosis van meer dan 10 Gy), afkomstig van een röntgen-bron. Minimale latentietijd: Eén jaar. Maximale latentietijd: Vijf jaar. A.3. Teratogene effecten. Accidentele bestraling van een zwangere kan afwijkingen bij de ongeboren vrucht veroorzaken. De effecten zijn afhankelijk van de dosis die de vrucht ontvangt en de duur van de zwangerschap op het tijdstip van de bestraling. en Beroepsziekten 09-11-99

en 4 A.3.1. Hersenafwijkingen (bv. microcefalie) en skeletafwijkingen. Misvormingen van de vrucht, die ontstaan zijn in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Minimale blootstellingsintensiteit: Blootstelling van de moeder tijdens het werk, beoordeeld aan de hand van anamnese en onderzoek van de arbeidsomstandigheden, waaruit blijkt dat de vrucht gedurende de periode van organogenese (9-60 dagen na de conceptie) korte tijd blootgesteld is geweest aan een dosis röntgenstraling van meer dan 0,3 Gray, afkomstig van een röntgen-bron. A.4. Mentale retardatie. Mentale retardatie. Minimale blootstellingsintensiteit: Blootstelling van de moeder tijdens het werk, beoordeeld aan de hand van anamnese en onderzoek van de arbeidsomstandigheden, waaruit blijkt dat de vrucht, op een tijdstip tussen de 8e en 25e week na conceptie, korte tijd blootgesteld is geweest aan een dosis van meer dan 0,5 Gray, afkomstig van een röntgen-bron. B. Stochastische effecten Dit betreft late effecten die na een éénmalige korte of chronische bestraling kunnen ontstaan. Kenmerkend is het ontbreken van een drempeldosis en het feit dat de kans op een effect toeneemt met de dosis. en Beroepsziekten 09-11-99

en B.1. Plaveiselcelcarcinoom van de huid. 5 Plaveiselcelcarcinoom op een door een radiodermatitis veranderde huid. waaruit blijkt dat betrokkene een uitwendige bestraling, met een cumulatieve huiddosis van meer dan 15 Gray afkomstig van een röntgenbron, heeft opgelopen. Minimale latentietijd: Tien jaar. B.2. Leukemie. Alle vormen van leukemie. waaruit blijkt dat betrokkene een uitwendige of inwendige cumulatieve stralingsdosis van meer dan 1 Sv heeft opgelopen. Minimale latentietijd: Drie jaar. B.3. Primair longcarcinoom. Alle vormen van longcarcinoom. waaruit blijkt dat betrokkene een inwendige besmetting met α-deeltjes heeft opgelopen. Minimale latentietijd: Vijf jaar. en Beroepsziekten 09-11-99

en B.4. Osteosarcoom. 6 Osteosarcoom, patholoog-anatomisch bevestigd. waaruit blijkt dat betrokkene een inwendige besmetting door opname van radionucliden, die in het skelet worden opgenomen (radium 226, plutonium 239 etc.), heeft opgelopen, waarbij de totale botdosis hoger is dan 8 Gy,. Minimale latentietijd: Vijf jaar. Zie ook de registratie-richtlijn K002 Beroepstumoren'. en Beroepsziekten 09-11-99