Holding N.V. Jaarverslag



Vergelijkbare documenten
WINSTSTIJGING ABN AMRO ONDANKS MOEILIJKE MARKTEN IN TWEEDE HALFJAAR

De Raad van Bestuur van ABN AMRO maakt bekend dat ABN AMRO een bod zal uitbrengen op het volledige aandelenkapitaal van de Generale Bank in België.

NOTULEN GECOMBINEERDE ALGEMENE VERGADERING VAN AANDEELHOUDERS d.d. 25 april 2017

ABN AMRO Holding N.V.

Agenda van de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders

HUNTER DOUGLAS N.V., Piekstraat 2, 3071 EL Rotterdam, Nederland, Tel , Telefax HUNTER DOUGLAS RESULTATEN 2011

Strategische review mei 2013

Triodos Bank Private Banking

Verkorte jaarrekening

NB: De agendapunten 4, 6, 8a, 8b, 9, 11, 12, 13, 14 en 15 zullen ter stemming worden gebracht.

ABN AMRO Basic Funds N.V. Jaarrekening 2013

Jaarrekening 2012 Triodos Bank N.V.

ABN AMRO Investment Management B.V. Jaarrekening 2013

- Vaststelling van de jaarrekening 2014 van ABN AMRO Group N.V.

HUNTER DOUGLAS RESULTATEN EERSTE HALFJAAR 2015

Agenda. 1. Toespraak President. 2. Jaarverslag over 2011, dividend en decharge. 3. Samenstelling van de raad van commissarissen

Netto-omzet Kostprijs van de omzet (61.047) (640) Bruto-omzetresultaat EBITDA Bedrijfsresultaat 1.

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT

Verkorte Geconsolideerde Winst- en Verliesrekening 1

HUNTER DOUGLAS N.V., Piekstraat 2, 3071 EL Rotterdam, Nederland, Tel , Telefax HUNTER DOUGLAS RESULTATEN Q1 2012

P E R S B E R I C H T

Jaarbericht 1996 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 39 PROCENT

Verkorte jaarrekening

Halfjaarcijfers Henk Bierstee, CEO Jan Slootweg, CFO. Agenda. 1 e halfjaar Ambitie. Financieel overzicht. -pag 2-

-1- AGENDA. 1. Opening en mededelingen.

SnowWorld operationele nettowinst stijgt 31%

Toelichting op de agenda van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van SNS REAAL N.V.

VASTNED RETAIL N.V. beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal gevestigd te Rotterdam

OMZET Nederland Duitsland

Jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Randstad Holding nv

Implementatie Regeling beheerst beloningsbeleid Wft 2011 bij BNG

Halfjaarbericht N.V. Dico International

HUNTER DOUGLAS N.V., Piekstraat 2, 3071 EL Rotterdam, Nederland, Tel , Telefax HUNTER DOUGLAS RESULTATEN Q1 2014

Agenda AVA Value8 N.V. 28 juni 2017

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

JAARREKENING 2012 ROM-D HOLDING NV

DIM VASTGOED: NETTOWINST OVER EERSTE DRIE MAANDEN 2005 USD 5,6 MILJOEN

9 Toelichting op de enkelvoudige winst- en verliesrekening en balans (voor winstbestemming)

3. Verslag van de Raad van Commissarissen en van zijn commissies over het boekjaar 2012 (informatie)

Remuneratierapport Raad van Commissarissen Accell Group N.V. over

Mijndomein.nl Services BV

Mutatie ( miljoen) Mutatie 2009* in %

BEDRIJFSRESULTAAT BETER BED HOLDING IN LIJN MET VERWACHTINGEN

HALFJAARBERICHT uitgebracht door de directie. aan de aandeelhouders van. TRUSTUS Capital Management B.V. te Joure

De Vries Robbé Groep NV: stijging bedrijfsopbrengsten in 2005 door acquisities

Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Beter Bed Holding N.V. 28 april 2011

Agenda van de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders van Koninklijke Philips N.V.

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2015

HALFJAARBERICHT uitgebracht door de directie. aan de aandeelhouders van. TRUSTUS Capital Management B.V. te Joure

ABN AMRO Groenbank B.V. ENKELVOUDIGE JAARREKENING 2012

Profielschets Raad van Commissarissen

Remuneratierapport Raad van Commissarissen Accell Group N.V. over

Algemene Vergadering van Aandeelhouders

Aantal werknemers * Het resultaat na belasting en het eigen vermogen zijn gedeeld door aandelen.

SynVest Fund Management B.V. gevestigd te Amsterdam Rapport inzake de Publicatiebalans 2016 Vastgesteld door de Algemene Vergadering d.d.

Koninklijke BAM Groep nv Jaarcijfers Persbijeenkomst Amsterdam, 7 maart 2013

Transcriptie:

Holding N.V. Jaarverslag 2000

Inhoud ABN AMRO vanaf 1991 4 Voorwoord Raad van Bestuur 7 Bericht van de Raad van Commissarissen 8 Verslag van de Raad van Bestuur 13 Resultaten en ontwikkelingen samengevat 13 Goede vooruitgang en nieuwe strategie 13 Hogere winst 13 Belangrijkste acquisities 13 Geconsolideerde resultaten 14 Toetsingsvermogen en ratio s 18 Gewogen geïnvesteerd kapitaal 18 Nettowinst per aandeel en dividend 18 Nieuwe strategie en organisatie 19 Concernstrategie en herstructurering 19 Wholesale Clients 20 Consumer & Commercial Clients 21 Private Clients & Asset Management 23 Corporate Centre 26 De bank in 2000 28 Economisch en financieel klimaat 28 Divisie Nederland 29 Divisie Buitenland 33 Divisie Investment Banking 39 Divisie Resource Management 45 Risicobeheer 46 ABN AMRO Lease Holding 55 Toetsingsvermogen 56 Geconsolideerde balans 58 Onze medewerkers 59 Vooruitzichten 59 2

Jaarrekening 2000 61 Grondslagen 64 Geconsolideerde balans per 31 december 2000 na winstverdeling 68 Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2000 69 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2000 70 Mutatieoverzicht eigen vermogen over 2000 71 Toelichting op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening 72 Vennootschappelijke balans per 31 december 2000 na winstverdeling 108 Vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 2000 108 Toelichting op de vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening 109 Belangrijke deelnemingen 111 Overige gegevens 113 ABN AMRO Holding N.V. 119 Leden Raad van Commissarissen Leden Raad van Bestuur Leden Raad van Advies Organisatieschema ABN AMRO Bank N.V. 120 Verslag van de Commissie van Aandeelhouders 122 Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding 124 Bericht van de Centrale Ondernemingsraad 126 Informatie over het aandeel ABN AMRO 128 Verklarende woordenlijst 133 3

ABN AMRO vanaf 1991 (in euro s) 2000 2000 1999 1998 Resultaten (in miljoenen) (USD) 5 Rente 9.404 8.657 8.687 7.198 Overig inkomen 9.065 8.345 6.840 5.340 Totaal baten 18.469 17.002 15.527 12.538 Bedrijfslasten 13.202 12.154 10.609 8.704 Waardeveranderingen van vorderingen 617 568 653 941 Fonds voor algemene bankrisico s 32 29 20 101 Bedrijfsresultaat voor belastingen 4.725 4.350 4.250 2.897 Groepswinst 3.401 3.131 2.930 1.989 Nettowinst (exclusief herstructureringsvoorziening) 3.097 2.851 2.570 1.828 Nettowinst, beschikbaar voor houders van gewone aandelen 2.419 2.227 2.490 1.747 Dividendbedrag 1.424 1.311 1.250 906 Balans (in miljarden) Eigen vermogen 12,5 11,6 12,0 10,7 Aansprakelijk groepsvermogen 32,5 30,2 28,9 24,4 Toevertrouwde middelen en schuldbewijzen 339,8 315,9 284,2 243,5 Kredieten 319,3 296,8 259,7 220,5 Balanstelling 543,2 504,9 457,9 432,1 Voorwaardelijke schulden en onherroepelijke faciliteiten 187,5 174,3 159,0 124,0 Naar risico gewogen activa 263,9 245,3 246,4 215,8 Gegevens van gewone aandelen 1 Aantal uitstaande aandelen (in miljoenen) 1.500,4 1.465,5 1.438,1 Gemiddeld aantal uitstaande aandelen (in miljoenen) 1.482,6 1.451,6 1.422,1 Nettowinst per aandeel (in euro s) 2,6 2,04 1,88 1,72 1,23 Nettowinst per aandeel na volledige verwatering (in euro s) 2,6 2,02 1,86 1,71 1,22 Dividend per aandeel (in euro s, afgerond) 3 0,90 0,83 0,80 0,58 Uitkeringspercentage per aandeel (dividend/nettowinst) 44,1 46,5 46,9 Vermogenswaarde per aandeel (ultimo) (in euro s) 3,4 7,78 7,23 7,59 6,85 Ratio s (in %) Rendement op eigen vermogen 26,5 23,7 16,9 BIS-ratio kernvermogen 4 7,20 7,20 6,94 BIS-ratio totaal vermogen 4 10,39 10,86 10,48 Efficiency ratio 71,5 68,3 69,4 Medewerkers (nominale aantallen) Nederland 38.958 37.138 36.716 Overige landen 76.140 72.800 71.014 Vestigingen Nederland 885 921 943 Overige landen 2.709 2.668 2.640 Aantal landen en gebieden van vestiging 74 76 74 4 De cijfers van voorgaande jaren zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden. 1 Gecorrigeerd voor ingekochte aandelen ter dekking van uitgegeven personeelsopties. 2 Berekend op basis van het gemiddeld uitstaande aantal gewone aandelen en gecorrigeerd in verband met kapitaalsuitbreidingen. 3 Waar nodig gecorrigeerd in verband met kapitaalsuitbreidingen. 4 De herrubricering van de voorziening voor algemene bankrisico s per 1 januari 1997 is hierin reeds verwerkt. 5 De resultaten zijn omgerekend tegen de gemiddelde dollarkoers en de balans tegen de ultimo dollarkoers. 6 Inclusief de herstructureringsvoorziening bedraagt de nettowinst per aandeel over 2000 EUR 1,63 en na volledige verwatering EUR 1,62.

1997 1996 1995 1994 1993 1992 1991 6.294 5.230 4.646 4.442 4.013 3.726 3.329 4.491 3.433 2.708 2.353 2.405 1.932 1.823 10.785 8.663 7.354 6.795 6.418 5.658 5.152 7.450 5.867 4.962 4.595 4.256 3.797 3.494 547 569 328 681 681 635 599 179 66 308 2.626 2.175 1.743 1.526 1.437 1.164 1.059 1.872 1.563 1.233 1.081 955 780 708 1.748 1.499 1.187 1.037 918 764 697 1.666 1.414 1.075 925 835 686 619 844 733 623 550 486 439 421 11,7 11,3 9,2 8,8 8,7 7,3 6,9 24,1 20,1 15,2 14,2 13,8 12,3 11,3 221,1 159,3 147,3 138,5 136,3 128,2 117,7 201,1 150,5 132,8 122,8 121,7 110,7 102,6 379,5 272,0 248,0 229,0 222,8 203,5 186,8 102,8 80,9 63,8 51,0 45,3 44,1 41,5 208,7 176,7 149,6 136,9 130,5 128,1 120,4 1.405,6 1.364,5 1.255,6 1.213,3 1.173,7 1.111,0 1.057,0 1.388,7 1.346,3 1.232,5 1.193,3 1.141,3 1.081,3 1.034,5 1,20 1,05 0,87 0,78 0,73 0,63 0,59 1,19 1,03 0,83 0,74 0,71 0,62 0,59 0,54 0,48 0,41 0,36 0,34 0,33 0,33 45,5 45,5 46,9 46,9 47,4 51,9 55,2 7,71 7,62 6,21 6,08 6,21 5,80 5,78 15,7 16,4 13,9 12,4 12,0 11,1 10,4 6,96 7,21 6,51 6,74 6,85 5,91 10,65 10,89 10,80 11,02 11,20 9,88 69,1 67,7 67,5 67,6 66,3 67,1 67,8 34.071 32.531 34.587 35.677 37.393 37.883 38.670 42.678 33.641 29.107 26.504 23.058 21.756 18.077 967 1.011 1.050 1.102 1.330 1.429 1.462 921 706 620 601 503 523 466 71 70 67 64 60 57 52 5

Mr. R.W.J. Groenink Jhr. drs. R.W.F. van Tets Drs. J.M. de Jong Drs. W.G. Jiskoot Voorzitter Raad van Bestuur Dr. R.G.C. van den Brink Drs. T. de Swaan Mr. J.Ch.L. Kuiper Leden Raad van Bestuur Mr. C.H.A. Collee S.A. Lires Rial H.Y. Scott-Barrett 6

Geachte aandeelhouder, Het jaar 2000 was voor ons een interessant jaar vol uitdagingen. In een jaar dat in het teken van de overgang naar een nieuwe organisatiestructuur en een nieuwe focus stond, zijn wij erin geslaagd onze winstgevendheid te handhaven. Exclusief de herstructureringsvoorziening steeg de nettowinst met 20,5% tot EUR 3.097 miljoen en de winst per aandeel met 18,6% tot EUR 2,04. Het doel van de strategische heroriëntatie van al onze activiteiten is maximalisatie van aandeelhouderswaarde. De heroriëntatie heeft geleid tot een ingrijpende herstructurering van onze bank, waarbij de nadruk sterk op economische winst ligt. Het betekende het einde van het universal banking concept. Wij hebben nu een cliëntgerichte organisatie die bestaat uit drie strategische business units: Wholesale Clients, Consumer & Commercial Clients en Private Clients & Asset Management. In deze nieuwe opzet, waarin economische winst en economische waarde centraal staan, kunnen wij onze cliënten beter bedienen. Met als uiteindelijk resultaat een aanzienlijke verhoging van de aandeelhouderswaarde. Om onze ambitie waar te maken hebben wij onszelf als doel gesteld binnen vier jaar tot de top 5 van een peer group van 20 financiële instellingen te behoren. De peer group, waarin de beste spelers in onze branche zijn vertegenwoordigd, vormt een goede afspiegeling van de complexiteit van ons bedrijf. Wij zijn van mening dat onze bank goed is gepositioneerd om deze doelstelling te realiseren. Niet alleen dankzij de nieuwe cliëntgerichtheid, maar ook gezien onze productexpertise en het internationale netwerk. Wij zijn ervan overtuigd dat de consistente uitvoering van onze strategie zoals hierboven in hoofdlijnen aangegeven, voor onze bank succes zal opleveren en voor alle betrokkenen voordelen biedt. Raad van Bestuur ABN AMRO Holding N.V. 7

Bericht van de Raad van Commissarissen 8 Het doet ons genoegen u te kunnen melden dat dankzij de inzet van het management en de medewerkers het jaar 2000 in financieel opzicht een goed jaar is geweest. Tegelijkertijd is de basis gelegd om ook in de toekomst goede resultaten te behalen en het succes te continueren. Met het oog hierop is de strategie van de bank herzien, zijn fundamentele keuzes gemaakt met betrekking tot de aansturing van de bank en is een omvangrijke reorganisatie in drie strategische business units (SBU s) in gang gezet. Wij zijn ervan overtuigd dat onze aandeelhouders, cliënten en medewerkers de komende jaren de vruchten van deze veranderingen zullen plukken. Jaarrekening en dividendvoorstel Dit jaarverslag bevat onder meer de jaarrekening, die wij na controle door Ernst & Young Accountants ongewijzigd hebben vastgesteld. Wij stellen aandeelhouders voor de jaarrekening 2000 goed te keuren en de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen decharge te verlenen voor het gevoerde beleid respectievelijk het uitgeoefende toezicht. Bij goedkeuring van de jaarrekening en de daarin opgenomen winstverdeling zullen houders van gewone aandelen een keuzedividend van EUR 0,90 (NLG 1,98) per gewoon aandeel van NLG 1,25 ontvangen. Na aftrek van het interimdividend van EUR 0,40 (NLG 0,88) resteert een slotdividend van EUR 0,50 (NLG 1,10) per gewoon aandeel. Houders van de overige soorten aandelen ontvangen het statutaire dividend zoals vermeld op pagina 115 van het jaarverslag. Benoemingen Raad van Commissarissen Per 10 mei 2000 hebben wij mevrouw drs.t.a. Maas-de Brouwer en mr. P.J. Kalff voor een periode van vier jaar benoemd tot lid van de Raad van Commissarissen. Mr. R.J. Nelissen en de heer S. Keehn, die periodiek aftraden, hebben wij per gelijke datum herbenoemd. Per 10 mei 2001 zullen mr. R.J. Nelissen, ir. J.M.H. van Engelshoven en mr. R. Hazelhoff definitief aftreden, vanwege het bereiken van de leeftijdsgrens die in principe op 70 jaar is gesteld. De heren Nelissen en Hazelhoff, de twee founding fathers van ABN AMRO, zijn negen respectievelijk zeven jaar lid van onze Raad geweest. Zij hebben hun grote deskundigheid ook als commissaris ten dienste van de bank gesteld. De heer Van Engelshoven is acht jaar lang een zeer gewaardeerd en uiterst actief lid van onze Raad geweest. Hij heeft een belangrijke bijdrage aan ons werk geleverd. Wij hebben de heer S. Keehn, die eveneens 70 jaar is geworden, verzocht om een herbenoeming voor een termijn van één jaar te accepteren. In de tussentijd kunnen wij dan een geschikte opvolger zoeken die eveneens over ruime kennis en ervaring van de Amerikaanse financiële wereld beschikt. Prof. ir. W. Dik, drs. C.H. van der Hoeven en ir. M.C. van Veen treden per 10 mei 2001 periodiek af. De Raad heeft hen bij besluit van de vergadering van 23 maart 2001 opnieuw benoemd. In diezelfde vergadering is de heer C. Boonstra als nieuw lid van de Raad benoemd, eveneens per 10 mei 2001. De heer Boonstra beschikt over ruime ervaring in het leiding geven aan grote internationale ondernemingen. Met name de ervaring die hij heeft opgedaan bij geslaagde complexe reorganisaties, zal van grote waarde voor de bank zijn. Door deze mutaties is het aantal leden van de Raad verminderd van 15 tot 13. De Raad is van mening dat met een kleiner aantal leden effectiever kan worden gewerkt. De benoemingen vonden plaats in overeenstemming met de profielschets die laatstelijk op 31 maart 1998 is geactualiseerd en bij de vennootschap ter inzage ligt. De Commissie van Aandeelhouders en de Centrale Ondernemingsraad hebben wij in kennis gesteld van de vacatures en de

voorgenomen benoemingen. Beide gremia hebben hiertegen geen bezwaar aangetekend. Twee van de leden hebben niet de Nederlandse nationaliteit. Benoemingen binnen de bank Op 10 mei 2000 is mr. R.W.J. Groenink aangetreden als voorzitter van de Raad van Bestuur. Hij volgde de heer Kalff op, die na een carrière van 36 jaar bij de bank met pensioen ging. In het kader van de strategische heroriëntatie hebben wij per 1 juni 2000 drie nieuwe leden tot de Raad van Bestuur benoemd: mr. C.H.A. Collee, de heer S.A. Lires Rial en de heer H.Y. Scott-Barrett. De wens om de Raad van Bestuur tijdelijk uit te breiden achten wij, gezien het belang van de voorgenomen veranderingen, alleszins gerechtvaardigd. Door de benoemingen is een evenwichtiger leeftijdsopbouw binnen de Raad van Bestuur ontstaan. Dit is volgens ons van essentieel belang voor de continuïteit en kwaliteit van het management. Bovendien hebben de heren Lires Rial en Scott-Barrett, die de Braziliaanse respectievelijk Britse nationaliteit bezitten, hun carrière buiten Nederland opgebouwd. Hun benoeming draagt dan ook bij aan de verdere internationalisering van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur heeft overleg met onze Raad gevoerd over de benoeming van de volgende elf Directeuren-Generaal: SBU Wholesale Clients Mw. drs. A.E.J.M. Cook-Schaapveld Mw. C.A. Menzi Collier Drs. R. Meuter H. Tillman N. Lorenzen Mr. J.W. Meeuwis K. Edginton SBU Consumer & Commercial Clients Drs. J.P. Schmittmann F.C. Barbosa SBU Private Clients & Asset Management T. Cross Brown Corporate Centre Drs. M.B.G.M. Oostendorp Door de strategische heroriëntatie waarmee een nieuwe, meer cliëntgerichte organisatie is opgezet, zal de hoeveelheid werk voor het senior management toenemen. Dit is de belangrijkste reden voor het merendeel van deze benoemingen. Daarnaast zijn vacatures, die door verloop waren ontstaan, ingevuld. Het aantal Directeuren-Generaal bedraagt 28 na deze benoemingen. Overige activiteiten De Raad heeft in de verslagperiode achtmaal vergaderd, waarvan één keer in het buitenland (Padua, Italië). Twee van de acht vergaderingen vonden plaats buiten het vergaderrooster om. Vaste onderwerpen op de agenda waren de financiële resultaten, het sociaal beleid, krediet- en andere risico s en belangrijke transacties. In de meeste vergaderingen werd uitvoerig van gedachten gewisseld over de nieuwe strategie van de bank. Tijdens één of meer vergaderingen is gesproken over voorgenomen acquisities, het accountantsrapport met inbegrip van de management-letter, budgetten, benoemingen, de organisatiestructuur van de bank en de samenstelling en het functioneren van de Raad. Voorts hebben wij aandacht besteed aan Managing for Value, de IT strategie, de lease-activiteiten, Global Transaction Services en de vergadering van aandeelhouders. Andere onderwerpen die besproken werden, betroffen de bezoldiging van de Raad van Bestuur, de financiering van de activiteiten van de bank, marktaandelen, het jaarverslag en de samenstelling van de Raad van Bestuur. Bij toerbeurt bezochten één of meer leden van onze Raad de vergaderingen van de Centrale 9

10 Ondernemingsraad. Dit contact wordt door ons op prijs gesteld. De vergaderingen van de Raad van Commissarissen worden voorbereid door de voorzitter en vice-voorzitter van onze Raad en de voorzitter van de Raad van Bestuur. Drie leden van onze Raad, waaronder de voorzitter en vice-voorzitter, vormen de Selectie- en Honoreringscommissie. Deze commissie heeft samen met de voorzitter van de Raad van Bestuur de benoemingen, de samenstelling van de Raad van Commissarissen en de bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur besproken en heeft voorstellen aan de Raad van Commissarissen voorbereid. De nieuwe strategie vereist een nieuwe beloningsstructuur voor het topkader. Om deze reden is de honorering van de Raad van Bestuur per 1 januari 2001 herzien. Uitgangspunten hierbij waren een goede aansluiting op de nieuwe strategie en concerndoelstellingen, een sterkere samenhang met de belangen van aandeelhouders en een relatie met de resultatenontwikkeling op lange termijn. De nieuwe structuur voorziet in waardegerichte beloningscriteria en de samenstelling van een meer gevarieerd, concurrerend pakket arbeidsvoorwaarden. Group Human Resources, bijgestaan door een internationaal adviesbureau, heeft de honorering bij vergelijkbare banken en een aantal Nederlandse multinationals diepgaand geanalyseerd. Op voorstel van de Selectie- en Honoreringscommissie van de Raad van Commissarissen is een nieuwe beloningsstructuur aangenomen. In de nieuwe opzet zijn vier elementen gecombineerd: basissalaris, jaarlijkse bonus, aandelenopties en prestatiegebonden aandelen. De berekening van de laatste drie elementen vindt plaats volgens nauwkeurig gedefinieerde doelstellingen op zowel concernniveau als SBU en persoonlijk niveau. De jaarlijkse bonus is gemaximeerd op 100% van het basissalaris en bedraagt 60 tot 75% indien de doelstellingen worden gehaald. De aandelenopties hebben een looptijd van drie jaar vanaf de datum van toekenning en worden verstrekt als twee doelstellingen voor waardecreatie, namelijk economische winst en rendement op eigen vermogen, zijn gerealiseerd. De toekenning van prestatiegebonden aandelen, alsmede de hoeveelheid toe te kennen aandelen is afhankelijk van de positie qua totaal rendement voor aandeelhouders die de bank vier jaar na de datum van toekenning van deze aandelen inneemt in de peer group. Dit is een evenwichtig pakket van vaste en variabele beloningselementen, op korte en op lange termijn, in contanten en in de vorm van aandelen. Dit pakket is ook voldoende concurrerend ten opzichte van de geformuleerde benchmark. Het heeft opwaarts potentieel wanneer de uitdagende doelstellingen worden overtroffen en neerwaarts potentieel wanneer de doelstellingen niet worden gehaald. De nieuwe structuur biedt de juiste balans tussen de belangen van de aandeelhouders en die van de individuele leden van de Raad van Bestuur. Met het oog op consistentie en cohesie heeft de Raad van Bestuur voor het overige topkader van de bank een soortgelijke structuur vastgesteld. Dit geldt voor alle Directeuren- Generaal en Concerndirecteuren. Conform het beleid van de bank waarin grotere transparantie centraal staat, is op pagina s 101, 102 en 103 van het jaarverslag een gedetailleerd overzicht van de honorering van de leden van de Raad van Bestuur opgenomen. Audit Commissie De Audit Commissie, die uit de voorzitter, de vice-voorzitter en vier steeds voor twee jaar benoemde leden van onze Raad bestaat, vergaderde vier keer met de voorzitter van de

Raad van Bestuur, de Chief Financial Officer (drs. T. de Swaan) en één of meer andere leden van de Raad van Bestuur. De commissie bereidt de behandeling in de voltallige Raad voor van de jaarcijfers, het budget, grote kredieten, debiteurenvoorzieningen en de management-letter. In het verslagjaar is door de Commissie ook aandacht besteed aan het risicobeleid, de juridische procedures waarbij de bank is betrokken, voorgenomen acquisities, Managing for Value en de gang van zaken rond de strategische heroriëntatie. Tevens is een audit charter opgesteld. Alle leden van de Raad ontvangen de notulen van de vergaderingen en deze worden tijdens een plenaire vergadering besproken. De externe en interne accountants woonden de vergaderingen bij waarin de jaarrekening, het accountantsrapport, het audit charter en de management-letter aan de orde kwamen. Wij zijn vol vertrouwen dat met de inzet van alle medewerkers in 2001 aan de verwachtingen die met de nieuwe strategie en de reorganisatie zijn gewekt, beantwoord zal kunnen worden. Amsterdam, 23 maart 2001 Raad van Commissarissen 11

12

Verslag van de Raad van Bestuur Resultaten en ontwikkelingen samengevat Goede vooruitgang en nieuwe strategie In 2000 dat voor onze bank een overgangsjaar was, steeg de nettowinst (exclusief herstructureringsvoorziening) opnieuw. Wij zijn er bovendien van overtuigd dat het nog veel beter kan, niet alleen de komende vier jaar waarvoor wij ambitieuze doelstellingen hebben geformuleerd, maar ook in de periode daarna. Om verdere vooruitgang te waarborgen werden in mei een nieuwe strategie en herstructurering aangekondigd, met 1 januari 2001 als implementatiedatum. De primaire doelstelling van de nieuwe strategie is maximale waarde voor aandeelhouders te creëren en qua performance tot de top 5 van onze peer group te behoren, onder gelijktijdige handhaving van onze klantenbasis. Als eerste stap in de uitvoering van de strategie hebben wij onze bank gereorganiseerd in drie strategische business units (SBU s). Wij onderkennen dat er verschillende groeperingen zijn die belang hebben bij de ontwikkeling van de resultaten van onze bank. De nadruk op maximalisatie van aandeelhouderswaarde is volgens ons het beste middel voor een evenwichtige behartiging van de uiteenlopende belangen van deze groepen. De methodiek die wij zullen gebruiken om maximale waardecreatie te realiseren is Managing for Value (MfV). Wij verwachten dat MfV volledig in onze bedrijfscultuur verweven zal raken. MfV laat zich goed samenvatten in twee begrippen. Het eerste is economische waarde, die tot uitdrukking komt in de wijziging van de marktwaarde van ABN AMRO. Het tweede begrip betreft economische winst die is gedefinieerd als de nettowinst na belastingen verminderd met de naar risico gewogen kapitaalkosten. Dit is het bedrag van de jaarlijkse waardecreatie. Hogere winst Het resultaat over 2000, het laatste jaar waarover volgens de oude divisiestructuur wordt gerapporteerd, was bevredigend. Een groot aantal bedrijfsonderdelen droeg bij aan de stijging van de nettowinst met 20,5% tot EUR 3.097 miljoen (exclusief de herstructureringsvoorziening van EUR 900 miljoen bruto en EUR 599 miljoen netto). De nettowinst per gewoon aandeel nam met 18,6% toe tot EUR 2,04 (exclusief herstructureringsvoorziening). Het geconsolideerde balanstotaal steeg van EUR 457,9 miljard ultimo 1999 tot EUR 543,2 miljard ultimo 2000. De naar risico gewogen activa lieten een bescheidener groei zien van EUR 17,5 miljard tot EUR 263,9 miljard. Belangrijkste acquisities Peer group van ABN AMRO De belangrijkste maatstaf voor het succes van onze bank is het totaal rendement voor aandeelhouders. Dit wordt afgezet tegen het rendement van onze peer group van 20 andere banken. Bank One HSBC Holdings Barclays HypoVereinsbank BBVA ING Groep BNP Paribas Lloyds TSB BSCH Merrill Lynch JPMorganChase Morgan Stanley Citigroup Nordea Crédit Suisse Société Générale Deutsche Bank UBS Fleet Boston Wells Fargo Het bod dat in 1999 op Bouwfonds werd uitgebracht, werd in januari 2000 gestand gedaan en is door alle aandeelhouders aanvaard. De resultaten van Bouwfonds over 2000 voldeden aan onze verwachtingen. In Bouwfonds, dat onderdeel vormt van de SBU Consumer & Commercial Clients, worden 13

Kerncijfers resultaten (in miljoenen) 2000 1999 1998 Bedrijfsresultaat voor belastingen Divisie Nederland 1.083 1.369 1.157 Divisie Buitenland 2.625 2.161 1.502 Divisie Investment Banking 525 547 319 ABN AMRO Lease Holding 149 128 121 ABN AMRO Bouwfonds 114 4.496 4.205 3.099 Voorzieningen voor landenrisico s 197 25 303 Fonds voor algemene bankrisico s 32 20 101 Bedrijfsresultaat voor belastingen 4.725 4.250 2.897 Nettowinst (exclusief herstructureringsvoorziening) 3.097 2.570 1.828 Nettowinst beschikbaar voor houders gewone aandelen (exclusief herstructureringsvoorziening) 3.018 2.490 1.747 Nettowinst (inclusief herstructureringsvoorziening) 2.498 2.570 1.828 Nettowinst beschikbaar voor houders gewone aandelen (inclusief herstructureringsvoorziening) 2.419 2.490 1.747 Nettowinst per aandeel (exclusief herstructureringsvoorziening) 2,04 1,72 1,23 Nettowinst per aandeel (inclusief herstructureringsvoorziening) 1,63 1,72 1,23 alle financieringsactiviteiten voor commercieel onroerend goed ondergebracht. In het vierde kwartaal van 2000 werden twee grote acquisities in de Verenigde Staten aangekondigd: Alleghany Asset Management en Michigan National Corporation. Beide transacties zullen in de eerste helft van 2001 worden afgerond. Alleghany Asset Management is een vooraanstaand vermogensbeheerder met meer dan 550 institutionele cliënten in de Verenigde Staten en met hoofdkantoren in Atlanta en Chicago. Door deze strategische acquisitie groeit het wereldwijd beheerd vermogen van ABN AMRO met 40%. Wij gaan wereldwijd de Alleghany fondsen distribueren en Alleghany gaat ook onze beleggingsfondsen distribueren. ABN AMRO betaalt voor Alleghany USD 825 miljoen. Bovendien zijn aan 14 belangrijke functionarissen compensatieregelingen toegezegd om hun kennis en ervaring te behouden voor het bedrijf. Michigan National Corporation (MNC) dat voor een bedrag van USD 2,75 miljard wordt overgenomen, is de holdingmaatschappij van een commerciële bankorganisatie en is gevestigd in de staat Michigan. Het balanstotaal van MNC bedraagt USD 11,6 miljard; de bank heeft 3.600 medewerkers en telt meer dan 180 kantoren. Deze acquisitie betekent een verdere versterking van onze positie in onze thuismarkt in het Midden-Westen van de Verenigde Staten. Geconsolideerde resultaten Het bedrijfsresultaat voor belastingen liet een verbetering van 11,2% zien. Het effect van valutakoersen was beperkt, omdat de dollargerelateerde resultaten gedeeltelijk waren afgedekt. De bedrijfslasten (+24,4%) stegen sneller dan de baten (+18,9%). Hierdoor verslechterde de efficiencyratio (bedrijfslasten als percentage van totale baten) van 68,3% in 1999 tot 71,5% in 2000. Het rentesaldo steeg met 8,3% tot EUR 9.404 miljoen. De eurorentemarge in Nederland was lager dan in 1999. De provisies namen toe met 32,0% tot EUR 5.880 miljoen. Deze stijging kwam hoofdzakelijk voor rekening van betalingsverkeer, effectenbedrijf, vermogensbeheer en overige provisies. De resultaten uit financiële transacties namen eveneens toe, namelijk met 14,2% tot EUR 1.569 miljoen. De handel in derivaten leverde EUR 137 miljoen (+36,9%) meer op. De resultaten uit de effectenhandel namen met slechts EUR 9 miljoen toe, voornamelijk door de teleurstellende resultaten uit de obligatiehandel binnen Fixed Income. De sterke stijging van de overige baten met EUR 605 miljoen (+59,8%) was onder meer te danken aan ons hypotheekbedrijf (servicing-

Geconsolideerde resultaten (in miljoenen) 2000* 2000 1999 1998 Rente 9.404 9.404 8.687 7.198 rechten) in de Verenigde Staten en projectontwikkeling door Bouwfonds. De resultaten van Bouwfonds zijn in 2000 voor het eerst volledig in de cijfers geconsolideerd. De opbrengsten uit effecten en deelnemingen, die onder overige baten zijn opgenomen, stegen met EUR 94 miljoen. Het ging hierbij met name om de verkoop van een aantal minderheidsbelangen. De bedrijfslasten het totaal van personeelskosten, andere beheerskosten en afschrijvingen gingen met 24,4% omhoog tot EUR 13.202 miljoen. Gecorrigeerd voor hogere valutakoersen, acquisities en herstructureringskosten in de Verenigde Staten bedroeg de stijging 13,9%. De hogere lasten waren het gevolg van onder meer autonome groei, een aantal automatiseringsprojecten, acquisities en hogere bonussen. De waardeveranderingen van vorderingen daalden 5,5% tot EUR 617 miljoen dankzij de vrijval van een gedeelte van de voorzieningen voor landenrisico s. De specifieke debiteurenvoorzieningen waren 20,1% hoger, met name in Noord-Amerika en Thailand. In Nederland bedroeg de stijging 15,7%. De specifieke debiteurenvoorzieningen in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied en in het Midden-Oosten en Afrika waren lager. Aan het fonds voor algemene bankrisico s werd EUR 32 miljoen onttrokken, tegenover EUR 20 miljoen in 1999. De omvang van het fonds bedraagt thans EUR 1.319 miljoen en voldoet aan onze norm van 50 basispunten van de naar risico gewogen activa. De waardeveranderingen van vorderingen en de onttrekking aan het fonds voor algemene bankrisico s kwamen per saldo uit op EUR 585 miljoen tegenover EUR 633 miljoen in 1999. Onder waardeveranderingen van financiële vaste activa (EUR 43 miljoen) zijn de niet-gerealiseerde waardeverschillen op aandelen in de beleggingsportefeuilles van de bank verwerkt. De post belastingen is stabiel gebleven op EUR 1.324 miljoen. De belastingdruk daalde van 31,1% in 1999 tot 28,0% in 2000. Provisie 5.880 5.880 4.455 3.388 Resultaat uit financiële transacties 1.569 1.569 1.374 1.153 Overige baten 1.616 1.616 1.011 799 Totaal baten 18.469 18.469 15.527 12.538 Bedrijfslasten 13.202 13.202 10.609 8.704 Bedrijfsresultaat voor waardeveranderingen 5.267 5.267 4.918 3.834 Waardeveranderingen van vorderingen 617 617 653 941 Vrijval van fonds voor algemene bankrisico s 32 32 20 101 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 43 43 35 97 Bedrijfsresultaat voor belastingen 4.725 4.725 4.250 2.897 Belastingen 1.324 1.324 1.320 908 Bedrijfsresultaat na belastingen 3.401 3.401 2.930 1.989 Buitengewone lasten 900 Belasting over buitengewoon resultaat 301 Buitengewoon resultaat na belastingen 599 Groepswinst na belastingen 3.401 2.802 2.930 1.989 Belang van derden 304 304 360 161 Nettowinst 3.097 2.498 2.570 1.828 * exclusief herstructureringsvoorziening Deze daling werd voornamelijk veroorzaakt door de hogere opbrengsten uit de verkoop van deelnemingen en de vrijval van belastingvoorzieningen. Het belang van derden is gedaald van EUR 360 miljoen tot EUR 304 miljoen. Dividenduitkeringen op in de Verenigde Staten uitgegeven preferente aandelen vormen een belangrijk onderdeel hiervan. De daling werd vooral veroorzaakt door het aanzienlijk kleinere belang van derden in Banco Real. De economische winst verbeterde met 26,4% van EUR 799 miljoen tot EUR 1.010 miljoen, exclusief herstructureringsvoorziening. 15

16

Creativity is a universal driving force in art, science and business De snelle veranderingen in de zakelijke en particuliere financiële markten, vragen om meer dan vakkennis en gedrevenheid. Met innovatief en creatief denken tekenen wij voor excellente dienstverlening aan al onze cliëntengroepen. 17

Winstverdeling (in miljoenen) 2000 1999 1998 Nettowinst 2.498 2.570 1.828 Uitkering aan houders preferente aandelen 78 78 78 Uitkering aan houders converteerbare aandelen 1 2 3 Nettowinst beschikbaar voor houders gewone aandelen 2.419 2.490 1.747 Dividend gewone aandelen 1.345 1.170 825 Toevoeging aan de reserves 1.074 1.320 922 Gegevens van gewone aandelen 2000 1999 1998 Aantal uitstaande aandelen (in miljoenen) 1.500,4 1.465,5 1.438,1 Gemiddeld aantal uitstaande aandelen (in miljoenen) 1.482,6 1.451,6 1.422,1 Nettowinst per aandeel (exclusief herstructureringsvoorziening, in euro s) 2,04 1,72 1,23 Nettowinst per aandeel (inclusief herstructureringsvoorziening, in euro s) 1,63 1,72 1,23 Dividend per aandeel (in euro s, afgerond) 0,90 0,80 0,58 Uitkeringspercentage (exclusief herstructureringsvoorziening) 44,1 46,5 46,9 Uitkeringspercentage (inclusief herstructureringsvoorziening) 55,2 46,5 46,9 Vermogenswaarde per aandeel (in euro s) 7,78 7,59 6,85 Toetsingsvermogen en ratio s Het aansprakelijk groepsvermogen bedroeg ultimo 2000 EUR 32.534 miljoen, een stijging van 12,6% ten opzichte van ultimo 1999. Onderdeel hiervan is het eigen vermogen dat met EUR 536 miljoen steeg tot EUR 12.523 miljoen, voornamelijk door het saldo van de afschrijving van goodwill en de toevoeging van ingehouden winst over 2000. Het rendement op het eigen vermogen bedroeg 26,5% (exclusief herstructureringsvoorziening) tegenover 23,7% in 1999. Onze bank blijft ruimschoots voldoen aan de solvabiliteitsnormen van de Nederlandsche Bank. De ratio voor het kernvermogen 18 (tier 1-ratio) bedroeg ultimo 2000 7,2% (ultimo 1999: 7,2%) en de ratio voor het totale toetsingsvermogen 10,39% (ultimo 1999: 10,86%). Gewogen geïnvesteerd kapitaal Het door aandeelhouders aan ons beschikbaar gestelde kapitaal steeg met EUR 2,0 miljard tot EUR 20,9 miljard. Het gewogen geïnvesteerd kapitaal (eigen vermogen volgens Nederlandse waarderingsregels vermeerderd met cumulatieve goodwill en een aantal kleinere correcties) betreft de definitie van kapitaal zoals onze bank die in de loop van vorig jaar heeft vastgesteld. Deze definitie sluit volgens ons goed aan bij onze primaire doelstelling van maximalisatie van de aandeelhouderswaarde. Teneinde te waarborgen dat het totale gewogen geïnvesteerd kapitaal wordt verantwoord, hebben wij dit kapitaal aan de business units (BU s), met inbegrip van het Asset & Liability Committee, toegewezen volgens een intern ontwikkelde methode. De BU s voeren een eigen winst- en verliesrekening en hebben hun eigen waardedrijvers. Wij zijn ervan overtuigd dat deze methode garant staat voor transparantie bij de verantwoording van waardecreatie door acquisities en het aan de BU s gealloceerde kapitaal in het kader van de nieuwe strategie. Nettowinst per aandeel en dividend De nettowinst die toekomt aan houders van gewone aandelen, exclusief de herstructureringsvoorziening, steeg met 21,2% tot EUR 3.018 miljoen. Door stockdividenden en de uitoefening van optierechten, nam het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen met 2,14% toe tot 1.482,6 miljoen (1999: 1.451,6 miljoen). Per saldo verbeterde de nettowinst per gewoon aandeel met 18,6% tot EUR 2,04. De vermogenswaarde per gewoon aandeel bedroeg ultimo 2000 EUR 7,78 (ultimo 1999: EUR 7,59). Het dividend bedraagt EUR 0,90 per gewoon aandeel, een stijging van 12,5% ten opzichte van het dividend van EUR 0,80 over

1999. Dit zal in contanten betaalbaar worden gesteld of, naar keuze van de aandeelhouder, in gewone aandelen ten laste van de agioreserve worden uitgekeerd. Het uitkeringspercentage (exclusief herstructureringsvoorziening) bedraagt 44,1%. Nieuwe strategie en organisatie Concernstrategie en herstructurering Wij hebben onze activiteiten gehergroepeerd in drie wereldwijd opgezette, in sterke mate zelfstandig opererende SBU s: Wholesale Clients, Consumer & Commercial Clients en Private Clients & Asset Management. Het specifieke doel van de reorganisatie is: een duidelijker focus in onze activiteiten en organisatie te leggen; de dienstverlening aan cliënten verder te verbeteren; de transparantie van en verantwoordelijkheid voor waardecreatie en waardevernietiging te vergroten; leidinggevenden zich te laten concentreren op datgene waarin zij het beste zijn; medewerkers een meer uitdagende werkomgeving en navenante beloning te bieden. Iedere SBU heeft een duidelijke verantwoordelijkheid voor een specifiek cliëntensegment: Wholesale Clients, waarin de wereldwijde activiteiten van de bank op het gebied van investment banking en corporate banking zijn samengevoegd om in de behoeften van grotere bedrijven, instellingen en overheden te kunnen voorzien vanuit een internationaal perspectief; Consumer & Commercial Clients, dat zich richt op particulieren en het midden- en kleinbedrijf (MKB) in een aantal kernmarkten wereldwijd; Private Clients & Asset Management, waarin de activiteiten voor vermogensopbouw ten behoeve van zowel vermogende particulieren als beleggingsfondsen voor de eerste keer zijn geïntegreerd tot een wereldwijd bedrijf. De nieuwe organisatiestructuur vervangt de oude matrixstructuur. Wij zijn van mening dat de nieuwe structuur ons in staat zal stellen om aan de steeds complexere behoeften van onze cliënten tegemoet te komen en de transparantie en resultaatverantwoordelijkheid binnen de hele bank zal vergroten. Op deze manier kunnen wij de activiteiten bepalen die de meeste waarde creëren danwel tenietdoen. De Raad van Bestuur gaat zich vooral richten op de ontwikkeling van de concernstrategie, de allocatie van middelen aan de verschillende SBU s, performance management, de bepaling van mogelijke synergievoordelen tussen de SBU s en omvangrijke investeringen en acquisities. Volledige delegatie van operationele verantwoordelijkheden aan de SBU s is een fundamenteel aspect van de herstructurering. De Raad van Bestuur zal zich zo min mogelijk met de gang van zaken, inclusief kredietrisico, binnen de SBU s bemoeien. Wel behoudt zij de eindverantwoordelijkheid voor de strategieontwikkeling op SBU niveau. Maximale waardecreatie Om te kunnen bepalen of wij onze primaire doelstelling hebben gehaald, heeft het management zich vastgelegd op een aantal criteria. De belangrijkste maatstaf is het totaal rendement voor aandeelhouders (stijging van de aandelenkoers vermeerderd met dividendrendement) waarmee wij steeds tot de top 5 van 20 sterk presterende, internationale banken willen behoren. Met de invoering van MfV binnen onze bank is inmiddels goede vooruitgang geboekt. MfV is veel meer dan alleen een financiële exercitie; wij breken met de manier waarop wij ons 19

20 bedrijf in het verleden hebben gevoerd. Kiezen voor MfV als uitgangspunt betekent kiezen voor een holistische aanpak waarin drie fundamentele aspecten uit het zakenleven samengaan: organisatie, strategie en financiën. Naarmate wij meer vertrouwd met MfV raken, zal het de ABN AMRO way of life worden. Invoering van MfV impliceert dat de bank haar kapitaal en mankracht zal toewijzen aan die activiteiten die uitzicht op het hoogste rendement bieden. Wij zullen hiertoe onze aanwezigheid in een aantal kernmarkten versterken, terwijl wij ons uit sommige landen zullen terugtrekken en activiteiten met een lagere prioriteit (voornamelijk retail banking) in een groot aantal andere landen zullen beëindigen. Op deze manier willen wij een meer winstgevend en effectiever wereldwijd netwerk creëren. Een belangrijke voorwaarde voor het succes van een dergelijk ingrijpend initiatief als MfV is, dat vooruitgang navenant wordt beloond. In de nieuwe beloningsstructuur voor het senior management vormt de realisatie van de geformuleerde doelstellingen voor totaal rendement voor aandeelhouders en economische winst vanaf 1 januari 2001 een belangrijke factor in de bezoldiging van de Raad van Bestuur en het overige topkader. Evenwicht tussen belangen van beleggers, cliënten en medewerkers Het succes van de nieuwe strategie, en met name de realisatie van de interne doelstellingen en een superieur rendement voor aandeelhouders, is in belangrijke mate afhankelijk van het evenwicht tussen de uiteenlopende belangen van al diegenen die betrokken zijn bij onze bank. Voor maximalisatie van aandeelhouderswaarde is het nodig dat wij ons sterker dan ooit richten op de dienstverlening aan cliënten en onze medewerkers een uitdagende werkomgeving met navenante beloning bieden. Dit is ook waar het bij de herstructurering allemaal om begonnen is: wij willen de bank dichter bij onze cliënten brengen, een snellere besluitvorming bevorderen en de individuele verantwoordelijkheid van onze medewerkers voor behaalde resultaten stimuleren. Onze cliënten zullen profiteren van onze gerichte marktbenadering, onze medewerkers krijgen nieuwe, uitdagende mogelijkheden en onze aandeelhouders zullen de vruchten plukken van onze successen in de product- en cliëntensegmenten waarin wij actief zijn. De ABN AMRO Waarden alsmede de Business Principles die thans worden uitgewerkt, zullen goede hulpmiddelen zijn bij de uitvoering van de strategie en bij de dialoog met andere groepen. Wholesale Clients De SBU en zijn missie Met de vorming van de SBU Wholesale Clients heeft ABN AMRO een belangrijke stap vooruit gezet op het gebied van wereldwijd wholesale banking. In deze SBU zijn de voormalige divisie Investment Banking en het internationale corporate banking netwerk van de voormalige divisie Buitenland geïntegreerd. Deze combinatie levert een sterk wholesale banking bedrijf op. De sleutel tot succes voor de SBU bij het streven naar maximalisatie van de economische waarde ligt in het opbouwen van een leidende positie in internationaal wholesale banking voor bedrijven, financiële instellingen en overheden, in die zin dat wij een van de meest winstgevende spelers in de wholesale banking markt willen zijn. Bij de opbouw van ons wereldwijde bedrijf zullen wij gebruikmaken van onze sterke marktpositie in Europa en kunnen wij terugvallen op ons internationaal netwerk met vestigingen in meer dan 50 landen. Wij willen tot de top 5 behoren in de door ons geselecteerde cliënt- en productgroepen. Een positie die de vereiste omvang en status

biedt om onze cliënten optimaal te kunnen bedienen. Wij zullen ons richten op de bundeling van advies-, financierings- en operationele diensten voor de geselecteerde internationaal opererende bedrijven, financiële instellingen en overheden. Vaardigheden en middelen zullen worden afgestemd op de behoeften van cliënten, waardoor zij ook kunnen rekenen op de uitstekende dienstverlening die zij van ABN AMRO verwachten. Relaties zullen centraal worden beheerd. Bedrijf en strategie Wij beschikken over een solide platform om deze doelstellingen waar te maken. Ons cliëntenbestand is zeer breed en van hoge kwaliteit. Voorts hebben wij een sterke concurrentiepositie in een zeer gevarieerd assortiment investment banking en corporate banking producten, met name in Europa waar het gevecht om een deel van de internationale wholesale banking markt het hevigst zal zijn. Wij beschikken ook over een prominent internationaal netwerk ter ondersteuning van de wereldwijde verkoop en distributie van onze producten. Tegelijkertijd gaat de nieuwe strategie van ABN AMRO uit van een veel meer gerichte opzet van het wholesale banking bedrijf. Cliënten en producten zijn gehergroepeerd op mondiaal sectorniveau. Hierdoor kunnen wij onze middelen selectiever en efficiënter aanwenden. Met deze nieuwe aanpak spelen wij in op de veranderende behoeften van cliënten. Grote bedrijven en instellingen kijken thans heel anders tegen financiële dienstverlening aan dan in de negentiger jaren. Zij hebben behoefte aan een relatie voor langere duur, met een kleiner aantal banken dat het volledige assortiment advies-, financierings- en operationele diensten kan bieden. Hun visie is, en wij zijn het daarin met hen eens, dat dit een veel betere basis voor samenwerking vormt. Deze filosofie zal in de komende jaren aan de ontwikkeling van ons wholesale banking bedrijf ten grondslag liggen. Op deze manier zullen wij in staat zijn onze cliënten meer waarde te bieden en tegelijkertijd onze baten en winst aanzienlijk te verhogen. Groei en doelstellingen De beoogde groei van de resultaten zullen wij bereiken door: verhoging van de baten via een gerichte benadering van de belangrijkste cliënten, het opbouwen van bedrijfstakexpertise in aantrekkelijke sectoren, het bevorderen van cross-selling, de verbetering van het dienstverleningsconcept en het opzetten van één geïntegreerde verkooporganisatie. Voorts zullen wij investeren in verdere versterking van onze slagvaardigheid in belangrijke productgebieden zoals fusies en overnames, aandelenmarkten, gestructureerde producten en sales, trading en research van aandelen; forse jaarlijkse kostenbesparingen te realiseren door vereenvoudiging en rationalisatie van de IT organisatie, herstructurering van operations in regionale centra, concentratie van de inkoop en stroomlijning van de ondersteuningsfuncties; aanzienlijke extra baten te genereren uit de herallocatie van kapitaal aan cliënten en activiteiten die het aantrekkelijkste rendement opleveren. Onder handhaving van de naar risico gewogen activa op het huidige niveau zullen wij een portefeuillegerichte benadering van het beheer van risicodragend vermogen invoeren, onder meer door middel van een strakkere discipline bij tarifering en een vermindering van het vermogensbeslag door minder rendabele producten en cliënten. Consumer & Commercial Clients De SBU en zijn missie De SBU Consumer & Commercial Clients (C&CC) richt zich op particuliere cliënten en het bedrijfsleven, met name het Midden- en Kleinbedrijf. Door de opbouw en consolidatie van een positie als marktleider en door de versterking van onze merknaam, willen wij de 21

22 bijdrage van deze cliëntensegmenten aan de economische waarde van ABN AMRO maximaliseren. Bedrijf en strategie De BU s binnen C&CC genieten aanzienlijke operationele autonomie. Het topkader van C&CC en de leiding van de BU s zijn evenwel gezamenlijk verantwoordelijk voor strategieontwikkeling en resultaten. Door het elimineren van doublures, verdere standaardisering en het delen van informatie en best practices kunnen aanzienlijke besparingen worden gerealiseerd. C&CC zorgt ervoor dat de BU s kennis en vaardigheden onderling effectief delen, producten snel op de markt komen en de bank als marktleider wordt erkend in de particuliere en MKB markt. Succes hangt uiteindelijk echter af van ons vermogen om onze beloften aan cliënten waar te maken. En dit betekent dat wij nieuwe diensten moeten introduceren en bestaande diensten voortdurend moeten aanpassen om in de veranderende behoeften van cliënten te voorzien. C&CC is in staat om in haar kernmarkten snel nieuwe activiteiten te initiëren. Een recent voorbeeld is de joint venture voor spaar- en beleggingsproducten die met het Franse Pinault-Printemps-Redoute is opgezet. Wij zijn vol vertrouwen dat wij kunnen profiteren van groeimogelijkheden. Onze drie thuismarkten Nederland, Brazilië en het Midden-Westen van de Verenigde Staten vormen de kern van het bedrijf van C&CC. Wij behoren tot de topspelers in deze marktgebieden, die samen goed zijn voor ruim 90% van het bedrijfsresultaat en de baten van C&CC. De in november 2000 aangekondigde acquisitie van de Amerikaanse bank Michigan National vormt een belangrijke stap in de implementatie van de strategie. C&CC onderzoekt de opties om onze thuismarkt in Europa uit te breiden of een vierde thuismarkt met een uitzonderlijk groeipotentieel te creëren. In Europa zou een grensoverschrijdende fusie of overname hiervoor de aangewezen weg kunnen zijn. E-commerce speelt een belangrijke rol. Het vormt een integraal onderdeel van ons concept om de markt via diverse distributiekanalen te benaderen. Uitgangspunt is echter de cliënt en niet het distributiekanaal. Wij bieden onze producten en diensten aan via diverse kanalen bankkantoren, geldautomaten, telefoon en internet waaruit de cliënt kan kiezen. Ter ondersteuning van dit beleid ontwikkelt C&CC op dit moment diverse initiatieven, zowel op eigen kracht als samen met derden. Groei en doelstellingen C&CC zal de economische waarde op basis van de huidige balanspositie de komende vier jaar sterk verbeteren. Marktleiderschap in termen van winstgevendheid en versnelde groei in opkomende markten zijn van essentieel belang om deze doelstelling te halen. Meer specifiek zijn de volgende drie prioriteiten gesteld: maximalisatie van de groei van de economische winst in ieder van de drie thuismarkten; invoering van de ABN AMRO footprint in deze thuismarkten door de toepassing van uniforme standaarden en best practices ; uitwerking van strategische opties voor uitbreiding van onze thuismarkt in Europa of de vorming van een vierde thuismarkt. Wij onderzoeken voorts ook een aantal opties voor versnelde groei in onze thuismarkten, waaronder geografische expansie, fusies en overnames en de ontwikkeling van diensten voor derden. Verder zal C&CC zich terugtrekken uit een aantal landen waar wij waarschijnlijk geen concurrentievoordeel kunnen vasthouden. Om de groeidoelstelling te

realiseren is het van essentieel belang dat de efficiencyratio gedurende de komende vier jaar verbetert. Nederland en Frankrijk en een sterke concurrentiepositie in Luxemburg, Singapore en Zwitserland. Synergievoordelen in termen van kosten, baten en efficiency zullen worden behaald door de toepassing van best practices over alle thuismarkten heen op gebieden zoals cliëntensegmentatie en dienstverleningsconcepten, distributie via meerdere kanalen, productvernieuwing en kredietbeheer. C&CC speelt hierin een centrale rol. In de nieuwe organisatie zijn shared services voor onder meer operations, IT en facility management binnen C&CC ondergebracht. Alle onderdelen van de bank kunnen op deze centra een beroep doen. De mogelijke kostenbesparingen en operationele verbeteringen zijn veelbelovend. Private Clients & Asset Management De SBU en zijn missie Private Clients & Asset Management (PCAM) wil de economische waarde maximaliseren door uit te groeien tot een leidende speler dat wil zeggen een van de meest winstgevende spelers in geselecteerde markten voor private banking en vermogensbeheer wereldwijd. Wij gaan vanuit twee geïntegreerde global lines of business, Private Clients (private banking) en Asset Management (vermogensbeheer), de markt bedienen. Bedrijf en strategie De twee global lines of business streven naar krachtige winstgroei in de geselecteerde markten. Private Clients Het Private Clients bedrijf opereert onder de naam ABN AMRO Private Banking en neemt op de wereldranglijst een negende positie qua beheerd vermogen in. Eind 2000 bedroeg het beheerd vermogen EUR 107 miljard. Private Clients is actief in 22 landen, met een toonaangevende concurrentiepositie in Private Clients gaat zich richten op vermogende particulieren en gezinnen die over een belegbaar vermogen van minimaal EUR 1 miljoen beschikken of het potentieel hebben om binnen afzienbare tijd een vermogen van die omvang op te bouwen. Binnen de categorie vermogende particulieren worden vijf wereldwijde doelgroepen onderscheiden: ondernemers en bedrijfseigenaren, vrije beroepen, topmanagers met een omvangrijke optieportefeuille, globetrotters die van meer dan één land ingezetene zijn, en particulieren met een belegd vermogen van meer dan EUR 25 miljoen voor wie een totaalpakket vermogensbeheerdiensten onder de naam wealth management zal worden geïntroduceerd. Tot de belangrijkste instrumenten om deze doelgroepen te bereiken behoort een specifiek voor iedere doelgroep ontworpen product- en dienstenaanbod. Teams onder leiding van een Private Banker zullen op maat gesneden diensten leveren aan private banking cliënten. Voorts zullen de units binnen ABN AMRO Private Banking hun activiteiten wereldwijd coördineren. Om de marges te verbeteren zal de verkoop van producten met een hoge marge, zoals overgedragen ofwel discretionair vermogensbeheer, worden opgevoerd. Operationele efficiencyvoordelen zullen worden behaald door verwerkingscentrales op te zetten conform de geografische marktstructuur van PCAM. Asset Management De tweede global line of business, Asset Management, biedt beleggingsfondsen en zogeheten afgescheiden beheer aan particuliere beleggers, vermogende 23

24

Vision, ambition and drive are essential for building the future Met de introductie van Managing for Value (MfV) kiest ABN AMRO voor een nieuwe manier van bedrijfsvoering om maximale waardecreatie te realiseren. MfV bundelt drie fundamentele aspecten uit het zakenleven: organisatie, strategie en financiën. Deze way of life is ons fundament voor de toekomst. 25

26 particulieren, financiële instellingen zoals pensioenfondsen, centrale banken, verzekeringsmaatschappijen en liefdadigheidsinstellingen. Groei en doelstellingen De groeistrategie van de SBU is gericht op zowel autonome groei als het aangaan van samenwerkingsverbanden. Tevens wil de SBU de synergiemogelijkheden benutten zowel binnen de eigen SBU als met de andere twee SBU s. In gevestigde private banking markten zal autonome groei van het cliëntenbestand, mogelijk ondersteund door acquisities en/of samenwerkingsverbanden op lokale markten, de drijvende kracht achter waardecreatie zijn. Asset Management zal autonome groei combineren met tactische acquisities en samenwerkingsverbanden of joint ventures om de beleggingsexpertise en het cliëntenbestand verder uit te bouwen. De acquisitie van Alleghany Asset Management illustreert deze strategie. Voorts zal door initiatieven op het gebied van e-commerce de verkoop via derden worden vergroot. Asset Management streeft naar een positie in de Europese top 10 van actieve vermogensbeheerders binnen vier jaar. De synergiemogelijkheden met de andere SBU s worden onderzocht. Dit betreft onder meer de gezamenlijke ontwikkeling van distributiekanalen en nieuwe producten alsmede de doorverwijzing van cliënten. Binnen PCAM zijn drie gebieden geïdentificeerd waar synergievoordelen kunnen worden behaald: de integratie binnen Asset Management van discretionair ofwel overgedragen vermogensbeheer (hierbij wordt het vermogen van een cliënt ondergebracht en beheerd in een afzonderlijke portefeuille) voor beide onderdelen van PCAM, onder het toezicht van één beleggingscommissie die ervoor verantwoordelijk is dat een uniform beleggingsproces wordt toegepast voor alle vermogensbeheeractiviteiten onder de naam ABN AMRO; de vorming van één unit voor niet- ABN AMRO beleggingsfondsen. Deze unit is verantwoordelijk voor onderzoek met betrekking tot deze fondsen, fund-of-fund beheer en een aantal andere producten; de combinatie van alle IT en operationele systemen, waardoor een betere informatieuitwisseling tot stand zal komen en alle brokerage en administratieve activiteiten worden gestroomlijnd. Applicaties zullen op elkaar worden afgestemd en een nieuwe, gezamenlijke visie op toekomstige verwerkingscentrales zal worden ontwikkeld. Corporate Centre Missie Het Corporate Centre ondersteunt en stimuleert de SBU s bij de uitvoering van hun bedrijfsstrategieën. Doel van het Corporate Centre is: de primaire doelstelling van maximalisatie van aandeelhouderswaarde concernbreed te handhaven en versterken; erop toe te zien dat de BU s consistent de strategieën uitvoeren en de resultaten behalen die nodig zijn om voor onze aandeelhouders een superieur rendement te genereren; de portefeuille van ABN AMRO onderdelen te beheren teneinde synergievoordelen te bevorderen. Onderdeel van de governance-rol van het Corporate Centre is Strategic Decision Support, welke ondersteuning geeft aan de Raad van Bestuur en SBU s ten aanzien van strategie en resultaat gerelateerde zaken. Transparante contracten tussen de Raad van Bestuur en de SBU s en BU s, op grond waarvan partijen elkaar kunnen aanspreken, zijn hier een gevolg van en effenen de weg voor management op basis van MfV uitgangspunten. In de nieuwe structuur wordt een verregaande delegatie van

verantwoordelijkheden aan de SBU s gecombineerd met handhaving van de noodzakelijke besluitvorming, beleidsbepaling en vaststelling van standaarden op concernniveau. Verantwoordelijkheden Als uitvloeisel van deze aanpak is het Corporate Centre belast met diverse taken, waaronder de formulering van het concernbeleid op de volgende elementaire terreinen: Risicobeheer heeft in de nieuwe organisatie een prominente positie. Doelstelling van de bank is handhaving van de AA creditrating. Binnen de SBU s zijn onafhankelijke functies voor kredietrisico en marktrisico ingericht. De SBU s zijn ook verantwoordelijk voor het beheer van operationele risico s. Omdat de uiteindelijke fiatteringsbevoegdheid aan de SBU kredietcommissies is gedelegeerd, is Group Risk Management belast met risicobeleid, risicobeoordeling en fiattering van transacties boven de toegestane limiet van de SBU s. Tot de verantwoordelijkheden van Group Risk Management behoren voorts het beheer van de kredietportefeuille, de goedkeuring van nieuwe financiële instrumenten en kwantitatieve modellen, de validering van ratings en het beheer van grensoverschrijdende risico s en risico s op overheden. Group Finance is belast met finance taken op concernniveau terwijl iedere SBU een eigen Chief Financial Officer (CFO) heeft. De finance functie is onder invloed van MfV ingrijpend veranderd. Het accent verschuift van budgettering voor het komende jaar naar financiële en strategische meerjarenraming. Strategische planning is hiermee gekoppeld aan de allocatie van middelen en performance management. Door de strakkere planning en controle in het kader van MfV, in combinatie met de nadruk op maximalisatie van economische waarde en de omschakeling van een geografische naar een cliëntgerichte structuur, zijn de behoeften van de SBU s en het Corporate Centre aan managementinformatie drastisch gewijzigd. Group Finance ontwikkelt daarom een blauwdruk voor een nieuw concernbreed Management Informatie Systeem (MIS). Het Corporate Centre en de SBU s zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de realisatie van synergievoordelen tussen de SBU s en de opstelling van modellen voor dienstverleningsovereenkomsten (Service Level Agreements) en mechanismen voor interne verrekening (transfer pricing). Group Asset & Liability Management rapporteert aan Group Risk Management en Group Finance. Het is verantwoordelijk voor balansbeheer. Meer in het bijzonder bepaalt Group Asset & Liability Management de balans- en liquiditeitslimieten, waarbij rekening wordt gehouden met de bevoegdheden die aan de balansbeheerfuncties op SBU en BU niveau zijn gedelegeerd. Tevens beheert het de liquiditeits- en renteposities alsmede de participatieportefeuilles en definieert het de financieringsstrategieën. Group HR ondersteunt de SBU s door best practices voor de werving en het behoud van personeel ter beschikking te stellen. Verder wordt een netwerk opgezet waarin teamwerk, het delen van kennis en carrièrestappen over de grenzen van de SBU s heen worden gestimuleerd en dat aldus de synergie en cohesie tussen de SBU s bevordert. Dat de medewerker een cruciale rol speelt in de nieuwe structuur, blijkt ook uit het feit dat iedere SBU een eigen Human Resources (HR) organisatie heeft. De bedoeling van deze opzet is te komen tot een flexibelere en meer gevarieerde invulling van het op concernniveau geformuleerde beleidskader. 27

De ontwikkeling en exploitatie van informatie- en communicatietechnologie (ICT) is sterk gedecentraliseerd. De SBU s zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Niettemin moeten gemeenschappelijke belangen worden gewaarborgd en moeten nieuwe commerciële mogelijkheden die ICT biedt, worden gesignaleerd over de grenzen van de SBU s heen. Hier ligt een taak voor Group ICT. Deze unit zal ervoor zorgen dat ICT standaarden en beleid worden ontwikkeld, goedgekeurd en nageleefd. Group Audit neemt binnen het Corporate Centre een bijzondere positie in. Deze is vastgelegd in een audit charter. De kernfunctie van Group Audit bestaat uit onafhankelijk onderzoek naar de kwaliteit van het risicobeheer binnen de hele ABN AMRO groep. Het centrale toezicht op normen en grondslagen is gehandhaafd, maar de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse auditwerkzaamheden is naar de BU s overgeheveld. Het in Brussel gevestigde Liaison Office is belast met overheidsaangelegenheden, met name op EU niveau. De bank in 2000 Economisch en financieel klimaat Het verslagjaar had in economisch opzicht twee gezichten. Het herstel dat na de crisis van 1998 op gang was gekomen, zette in 2000 aanvankelijk door. De Amerikaanse economie perste er na een reeks jaren van sterke groei in de eerste helft van 2000 nog een sprintje uit. Een eerste signaal dat op het naderende einde van deze krachtige ontwikkeling wees, kwam uit de hoek van de technologiefondsen. De snelgroeiende bomen van de nieuwe economie bleken tegen veler verwachting in toch niet tot de hemel te reiken. In het vierde kwartaal van het jaar werd het rooskleurige beeld van de Amerikaanse economie verstoord door een forse terugval in het groeitempo. 28 Corporate Communications, waartoe ook Investor Relations behoort, is verantwoordelijk voor de interne en externe communicatie van ABN AMRO. Een andere belangrijke taak is het behoud en de verdere verbetering van de reputatie van de bank, die van essentieel belang is voor maximale waardecreatie. Corporate Development fungeert als adviseur van de Raad van Bestuur bij het beheer van de totale portefeuille van bedrijfsonderdelen. Het is tevens verantwoordelijk voor de signalering, analyse en uitwerking van fusie- en overnamemogelijkheden op concernniveau, de advisering van de SBU s bij fusies en overnames en de handhaving van de juiste hoge criteria bij de besluitvorming over fusies en overnames. Corporate Affairs omvat afdelingen als compliance, juridische zaken, fiscale zaken en economisch onderzoek. Door de aanvankelijk nog sterke groei in de VS zag de Amerikaanse Federal Reserve Board zich genoodzaakt om de rente diverse malen verder te verhogen teneinde het inflatiegevaar te beteugelen. De inflatie in de industrielanden liep onder invloed van de toch al snel stijgende energieprijzen sterk op. De kerninflatie bleef overigens verrassend laag. De groei in de eurozone trok weliswaar aan doordat het herstel in Duitsland en Italië verder aan kracht won, maar verbleekte bij het Amerikaanse machtsvertoon. De expansie in de eurozone werd vooral gedragen door de krachtige groei van de wereldhandel en de zwakke positie van de euro. De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogde haar tarieven diverse malen, met in totaal 175 basispunten. In het derde kwartaal vertraagde de groei in de eurozone, zij het minder sterk dan in de VS. De kapitaalmarktrente liet vanaf mei een dalende beweging zien, vooral in de VS, onder invloed

van de verwachte afzwakking van de Amerikaanse conjunctuur. De koers van de euro weerspiegelde het verschil in economische prestaties tussen de VS en de eurozone. Bij de zeer sterke Amerikaanse groei zakte de euro gedurende het grootste deel van het jaar verder weg, niet in de laatste plaats omdat de structurele kracht van die economie hoger werd ingeschat. Een forse nettostroom van directe investeringen in de VS ondersteunde de dollar. De euro gleed af tot een niveau dat zo n 30% lager was dan bij de start van de Economische en Monetaire Unie (EMU) begin 1999. Toen echter tegen het einde van het jaar duidelijk werd dat de Amerikaanse groei snel aan tempo verloor en er zelfs werd gevreesd voor een harde landing, keerde het tij ten gunste van de euro. Japan kon de problemen nog steeds niet van zich afschudden. Weliswaar was er aanvankelijk sprake van conjunctureel herstel, maar naderhand trad opnieuw een vertraging in onder invloed van een afzwakkende exportgroei. Bovendien was er veel politieke onrust, hetgeen zijn weerslag had op de financiële markten en de yen. Het herstel in de opkomende economieën in Azië hield aan en overtrof zelfs de verwachtingen. De meeste landen lieten een hoger groeitempo zien dan in 1999, daarbij geholpen door een sterke stijging van de export. Sommige landen hebben hun structurele problemen echter nog niet overwonnen. Het beeld voor Latijns-Amerika was minder eenduidig. In Brazilië kon door een vertrouwenwekkend begrotingsbeleid en de gunstige inflatieontwikkeling de rente diverse malen worden verlaagd. Dit stimuleerde de economische groei. Argentinië daarentegen had moeite om zich aan de economische impasse te ontworstelen. De landen in Midden- en Oost-Europa profiteerden van het herstel in West-Europa, terwijl Rusland de vruchten kon plukken van de hoge olieprijs. Divisie Nederland Resultatenontwikkeling Het bedrijfsresultaat voor belastingen van de divisie vertoonde een teleurstellende ontwikkeling en daalde met 20,9% tot EUR 1.083 miljoen in 2000. Dit resultaat onderstreept de verzadiging van de Nederlandse markt en de noodzaak van het nieuwe dienstverleningsconcept in Nederland dat in februari 2001 werd bekendgemaakt. Rente Het rentesaldo is vorig jaar met 4,5% gedaald als gevolg van de lagere productmarges. In 1999 werden de rentebaten beïnvloed door looptijd-gerelateerde verkopen uit de beleggingsportefeuille. De groei aan de activazijde betrof vooral de hypotheekportefeuille. Mede hierdoor verkrapten de marges. De spread op de portefeuille is over het algemeen gering. Bovendien had de productie van nieuwe hypotheken te lijden onder de gestegen lange rente. De overige activaposten bleven in volume op het niveau van 1999, hoewel de productmarges verkrapten. Zowel zakelijke als particuliere creditproducten namen toe in volume, maar de marges krompen. Aan de passivazijde namen de toevertrouwde middelen, met name termijndeposito s, in volume toe. Provisies De provisies stegen per saldo met 15,9%. De belangrijkste bijdrage kwam van provisies effectenbedrijf dankzij het gunstige beursklimaat. De provisies uit het binnenlands betalingsverkeer namen toe met 4,7% tot EUR 405 miljoen. De verschuiving van conventionele naar elektronische betalingen zette verder door. Van alle transacties werd 29

Kerncijfers Divisie Nederland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Rente 2.757 2.888 2.641 Provisie 1.036 894 837 Resultaat uit financiële transacties 35 67 76 Overige baten 185 140 163 Totaal baten 4.013 3.989 3.717 Bedrijfslasten 2.859 2.511 2.425 Waardeveranderingen van vorderingen 96 83 100 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 25 26 35 Bedrijfsresultaat voor belastingen 1.083 1.369 1.157 Balanstotaal 119.370 99.886 89.823 Naar risico gewogen balanstotaal 83.168 76.478 68.714 Aantal medewerkers (fte) 26.132 26.057 25.801 Aantal vestigingen 863 915 937 84% elektronisch afgewikkeld. De provisies uit het grensoverschrijdend betalingsverkeer lieten een lichte stijging zien. Overige baten De overige baten stegen in totaal met 32,1% tot EUR 185 miljoen. 30 Geldautomaten, betaalautomaten en chipknip worden steeds vaker gebruikt. De chipknip blijkt met name bij automaten, betaald parkeren en catering een goed alternatief voor muntgeld te zijn. Wij verwachten dat de invoering van de chartale euro elektronische betalingen zal stimuleren. In overeenstemming met de strategie van de bank zijn onze verzekeringsactiviteiten uitgebreid. De provisies assurantiebedrijf stegen sterk in zowel de particuliere als de zakelijke markt. Onze producten voor elektronische aandelenhandel zoals HomeNet en de Beleggingslijn, die cliënten de mogelijkheid bieden om 24 uur per dag, 7 dagen per week transacties uit te voeren, kenden opnieuw een uitstekend jaar. De verkoop van Online Investor nam sterk toe. In 2000 werd 24% van de effectenorders via de Beleggingslijn geplaatst, 12% via HomeNet en 16% via Online Investor. Het premie-inkomen en de resultaten van onze verzekeringsmaatschappijen groeiden verder. Nieuwe, aan bankproducten gekoppelde verzekeringsvormen en de toegenomen belangstelling van particulieren voor pensioengerelateerde verzekeringsproducten gaven een krachtige impuls aan de verkoopcijfers. Het totale bruto premieinkomen dat via of door ABN AMRO werd gegenereerd, liep op van EUR 718 miljoen in 1999 tot EUR 977 miljoen. ABN AMRO Levensverzekering N.V. verdiende vorig jaar EUR 787 miljoen aan premieinkomen, tegenover EUR 565 miljoen in 1999, waarmee het tot de grotere levensverzekeraars in Nederland behoort. Het premie-inkomen van ABN AMRO Schadeverzekering N.V. bedroeg EUR 190 miljoen (1999: EUR 153 miljoen). Het verzekeringsresultaat van ABN AMRO Levensverzekering N.V., dat het saldo is van premie-inkomen, technisch resultaat en beleggingsopbrengsten, kwam uit op EUR 41 miljoen (1999: EUR 32 miljoen).

Provisies Divisie Nederland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Betalingsverkeer 405 387 336 ABN AMRO Schadeverzekering N.V. boekte eveneens een hoger verzekeringsresultaat en hoger premie-inkomen. Het resultaat verbeterde van EUR 22 miljoen in 1999 tot EUR 31 miljoen vorig jaar. Het grootste deel van de portefeuille wordt gevormd door particuliere pakketverzekeringen. Opbrengsten uit effecten en deelnemingen namen toe met 71,9%. Bedrijfslasten De stijging van de bedrijfslasten met 13,9% tot EUR 2.859 miljoen werd voornamelijk veroorzaakt door de toename van andere beheerskosten met 27,6%. Dit betrof vooral ICT uitgaven. De personeelskosten stegen met 9,4% als gevolg van de hogere CAO lonen. Het aantal medewerkers in mensjaren (inclusief uitzendkrachten) was ultimo 2000 met 26.132 ongeveer gelijk aan dat van ultimo 1999. De daling van het aantal medewerkers in het kantorennet werd gedeeltelijk tenietgedaan door de stijging op de callcenters. Kredieten De kredietverlening aan de private sector nam toe met 9,8% tot EUR 97,3 miljard. Het uitstaande saldo schommelde sterk in de loop van het jaar. Dit werd veroorzaakt door met name overbruggingsfinancieringen in het kader van aandelenemissies door een aantal grote zakelijke relaties. De reeds goede kwaliteit van de kredietportefeuille verbeterde verder. De verkrapping van de gemiddelde marge op lopende rekeningen als gevolg van de gestegen rente werd volledig door ruimere marges op langlopende kredieten gecompenseerd. De stijging van de rente die in 1999 inzette, hield vorig jaar aan. Hierdoor namen de hypotheekverkopen en ook de vervroegde aflossingen en oversluitingen van hypotheken af. De hypotheekmarkt groeide ongeveer 18% minder dan in 1999, waardoor de nieuwe productie uitkwam op EUR 62 miljard. De Effectenbedrijf 450 331 328 Assurantiebedrijf 139 126 118 Overige 42 50 55 1.036 894 837 Bedrijfslasten Divisie Nederland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Personeelskosten 1.524 1.393 1.297 Andere beheerskosten 1.049 822 842 Afschrijvingen 286 296 286 2.859 2.511 2.425 strategie om ons sterker op kwaliteit en rendement te richten, werd voortgezet. De hypotheekportefeuille kon met 6,2% worden uitgebreid tot EUR 46 miljard. Niettemin daalde ons marktaandeel. Toevertrouwde middelen De toevertrouwde middelen stegen met EUR 14,3 miljard (+15,5%) tot EUR 106,1 miljard. Particuliere spaargelden en deposito s groeiden ongeveer half zo snel als in 1999. Het marktaandeel van ABN AMRO nam echter verder toe ondanks de felle concurrentie. Door de hogere rente steeg de belangstelling voor termijndeposito s; dit ging ten koste van gewone spaarrekeningen zoals de Beleggers Rendement Rekening en de Bonus Spaarrekening. De aangehouden saldi op de Tele Direct Spaarrekening vertoonden wederom een forse stijging. In november werd de Rent3ffect Spaarrekening geïntroduceerd. Deze rekening combineert de veiligheid van een spaarrekening met het verwachte hoge rendement op een belegging in aandelen. 31

32 De zakelijke toevertrouwde middelen, met inbegrip van die van het midden- en kleinbedrijf, vertoonden een gestage groei. Wij konden ons marktaandeel handhaven. Evenals in het particuliere segment, was ook in het zakelijke segment sprake van een forse volumestijging van termijndeposito s. Focus 2005 Begin 2000 hebben wij voor de divisie Nederland een nieuw strategisch concept geïntroduceerd. Dit concept, Focus 2005, is volledig geïntegreerd in de nieuwe concernstrategie. Het was opgezet als een vijfjarenplan maar inmiddels is besloten het programma te versnellen en te verdiepen. Hoewel wij onderkennen dat dit extra druk op de organisatie zal leggen, is het volgens ons niettemin noodzakelijk om het programma reeds medio 2003 af te ronden. Het doel van Focus 2005 is ervoor te zorgen dat de organisatie volgens geheel nieuwe maatstaven voor commerciële performance gaat werken en zich volledig gaat richten op de behoeften van de cliënt. Binnen de gehele operationele keten zal verantwoordelijkheid voor de commerciële resultaten worden gedragen. Focus 2005 zal leiden tot een structurele kostenverlaging. Multi-Channel Platform Het Multi-Channel Platform (MCP) gaat een integraal onderdeel van bankieren bij ABN AMRO vormen. Dit houdt in dat via bankkantoren, callcenters, het internet en andere distributiekanalen een volledig geïntegreerd pakket financiële diensten beschikbaar zal zijn, ongeacht via welk kanaal het contact met de bank plaatsvindt. Alle cliëntinformatie wordt real-time bijgehouden. Het MCP zorgt ervoor dat de beschikbaarheid van informatie niet afhankelijk is van het kanaal en betekent een belangrijke stap op weg naar een daadwerkelijk geïntegreerd aanbod van producten, diensten en informatie via meerdere kanalen. In de toekomst zullen onze cliënten in staat zijn hun bankdiensten af te stemmen op hun behoeften. Zij hebben de keuze tussen de snelheid van het internet en de deskundigheid van ons kantoorpersoneel en kunnen de persoonlijke aandacht van een gesprek via het callcenter combineren met de traditionele voordelen van schriftelijke communicatie. Op deze wijze kunnen wij systematisch inspelen op de steeds hogere eisen van onze cliënten. MCP zal derhalve cliënten een maximale flexibiliteit bieden bij het definiëren van hun eigen servicebehoeften en tegelijkertijd de bank in staat stellen haar eigen hoge maatstaven te handhaven. Nieuwe markten Wij verwachten dat de toepassing van het MCP op een aantal markten buiten Nederland aanzienlijke voordelen kan opleveren. In andere markten kan via enkelvoudige distributiekanalen, zoals een volwaardige internetbank, mogelijk het beste aan de vraag worden beantwoord. ABN AMRO beschikt in ieder geval over de technologie, de flexibiliteit en de systemen die noodzakelijk zijn om optimale oplossingen te kunnen bieden. Nieuwe markten, nieuwe distributiemethoden en een nieuwe concurrentieomgeving (met betrekkelijke nieuwkomers zoals supermarktketens, postorderbedrijven en e-commerceondernemingen) maken nieuwe soorten marktinformatie noodzakelijk. Door een grondige analyse van gebruikte producten en kanalen kunnen gemakkelijker commerciële prioriteiten worden gesteld en nieuwe marktniches worden verkend. Wanneer voor het verzamelen van dergelijke informatie innovatieve hulpmiddelen worden toegepast, zullen de klanttevredenheid en cross-selling toenemen. Bouwfonds Bouwfonds meldde een sterke verbetering van zowel projectontwikkeling als de

financieringsactiviteiten. In oktober 2000 verkreeg Bouwfonds een bankvergunning. Divisie Buitenland Resultatenontwikkeling Het bedrijfsresultaat voor belastingen steeg met EUR 464 miljoen ofwel 21,5% tot EUR 2.625 miljoen. De baten lieten een verbetering van 21,6% zien en de bedrijfslasten namen 24,0% toe. Het aandeel van de divisie Buitenland in het totale bedrijfsresultaat voor belastingen steeg van 50,8% in 1999 tot 55,6% in 2000. De regio Noord-Amerika presteerde opnieuw goed. Banco Real gaf een sterke impuls aan het bedrijfsresultaat voor belastingen in Latijns- Amerika. Europa (exclusief Nederland) Het bedrijfsresultaat voor belastingen van de regio Europa verbeterde met 52,7% van EUR 353 miljoen tot EUR 539 miljoen. De sterke groei was voornamelijk te danken aan de uitstekende resultaten in België, Frankrijk, Luxemburg, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, gesteund door onze corporate banking en private banking activiteiten alsmede het gunstige beursklimaat en de positieve effecten van de invoering van de euro. lokale bank in Hongarije, gefuseerd met Kereskedelmi és Hitelbank, een dochter van de Belgische bankverzekeraar KBC. De nieuwe combinatie neemt op de Hongaarse markt een tweede positie in, met een marktaandeel van ongeveer 15%. ABN AMRO heeft een belang van 40% in de nieuwe groep. Na het moeilijke jaar 1999 konden ABN AMRO Polska in Polen en ABN AMRO Moskou vorig jaar een forse winstgroei melden. In Centraal-Azië hebben wij ons netwerk in Kazakstan met een kantoor in Atyrau, de oliehoofdstad van het land, uitgebreid. Midden-Oosten en Afrika Het bedrijfsresultaat voor belastingen bedroeg EUR 58 miljoen. Dit is een sterke verbetering ten opzichte van het verlies van EUR 52 miljoen over 1999 toen de resultaten werden gedrukt door omvangrijke debiteurenvoorzieningen. Zowel het particuliere als het zakelijke bedrijf van Saudi Hollandi Bank floreerde. Ook voor de Verenigde Arabische Emiraten, en met name ons kantoor in Dubai, was 2000 een goed jaar. In Libanon werd de renovatie en uitbreiding van ons lokale kantorennet voortgezet. Wij hebben in de loop van het jaar ons bedrijf door middel van een aantal acquisities en deelnemingen verder kunnen versterken. Zo hebben wij in Italië ons belang in Banca di Roma uitgebreid van 9,65% tot 10,2% en is de overeenkomst met de andere grootaandeelhouders van die bank tot december 2002 verlengd. De bijdrage van ons belang in Banca di Roma is in het bedrijfsresultaat van de regio Europa begrepen. In Midden- en Oost-Europa konden wij over de hele linie onze positie versterken, met name in wholesale banking. Vanwege de verwachte verdere consolidatie van de Hongaarse banksector is ABN AMRO Magyar Bank, onze Noord-Amerika Het Noord-Amerikaanse bedrijf van onze bank omvat de lokale ABN AMRO kantoren en de binnenlandse bankdochters. De kantoren in Canada, Mexico en de Verenigde Staten zijn overgeheveld naar de divisie Investment Banking. Het bedrijfsresultaat voor belastingen liet een stijging van 5,2% zien van EUR 1.099 miljoen tot EUR 1.156 miljoen. De hogere voorzieningen en het verlies op de dollar-hedge (inkomsten in USD zijn gedeeltelijk voor valutarisico afgedekt) drukten evenwel het groeitempo. In 2000 heeft ABN AMRO North America de groeistrategie waarmee in 1999 een begin 33

34

Speaking every language with one and the same voice Al kent de bank na de strategisch heroriëntatie drie, in grote mate autonoom opererende Strategic Business Units, toch is en blijft er sprake van één herkenbare eenheid. De kracht van ons merk, de Managing for Value aanpak èn onze Corporate Values vormen de gemeenschappelijke leidraad. 35

Kerncijfers Divisie Buitenland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Rente 5.805 4.961 3.858 Provisie 2.193 1.706 1.105 Resultaat uit financiële transacties 344 403 393 Overige baten 801 446 279 Totaal baten 9.143 7.516 5.635 Bedrijfslasten 5.971 4.814 3.588 Waardeveranderingen van vorderingen 557 541 528 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 10 17 Bedrijfsresultaat voor belastingen 2.625 2.161 1.502 waarvan: Europa (exclusief Nederland) 539 353 339 Noord-Amerika 1.156 1.099 886 Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied 633 576 235 Midden-Oosten en Afrika 58 52 45 Azië Pacific 239 185 3 Balanstotaal 197.877 180.180 163.185 Naar risico gewogen balanstotaal 118.148 114.762 95.528 Aantal medewerkers (fte) 59.324 58.351 59.600 Aantal vestigingen 2.604 2.564 2.529 36 was gemaakt, voortgezet. De nadruk ligt hierbij op de ontwikkeling van essentiële bedrijfsonderdelen ( franchises ) en het benutten van de voordelen die de lokale, landelijke en wereldwijde aanwezigheid van onze bank biedt. Deze franchises zorgen voor een gediversifieerde inkomstenstroom. De vergrote coherentie maakt kostenbesparingen mogelijk. Belangrijke dochterondernemingen in Noord- Amerika zijn LaSalle Bank in Chicago, een van de grootste banken in het Midden-Westen, met een balanstotaal van USD 47 miljard en 125 vestigingen, Standard Federal Bank in Troy, Michigan, de grootste spaarbank in het Midden-Westen met een balanstotaal van ruim USD 20 miljard en 193 kantoren, en European American Bank (EAB) in Long Island, New York en Metropolitan New York met een balanstotaal van USD 15 miljard en 87 kantoren. Teneinde de lease-activiteiten van EAB te verbreden werd Fidelity Leasing overgenomen. Inmiddels is de verkoop van EAB aangekondigd. Deze transactie zal naar verwachting medio 2001 haar beslag krijgen. Het Noord-Amerikaanse bedrijf, tezamen met de ABN AMRO kantoren, verleent financiële diensten zoals objectfinanciering, structured finance, leaseconstructies en hypotheken voor middelgrote ondernemingen. Daarnaast bieden wij bedrijfshypotheken, woninghypotheken, trustdiensten en vermogensbeheer voor instellingen, effectenclearing en orderuitvoering. Wij hebben deze activiteiten in 2000 uitgebreid door diverse strategische acquisities en samenwerkingsverbanden. Zo werd Michigan National Corporation overgenomen. Na afronding van de transactie zullen Michigan National en Standard Federal Bank worden samengevoegd tot de op één na grootste bank van Michigan. Dit zal naar

Provisies Divisie Buitenland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Betalingsverkeer 902 743 392 verwachting een aantal strategische voordelen opleveren. De positie op de commercial banking markt wordt hierdoor verstevigd terwijl het complementaire kantorennet de aanwezigheid van ABN AMRO North America in de zuidelijke helft van Michigan versterkt. Door de activiteiten en het klantenbestand van Michigan National en Standard Federal Bank samen te voegen zijn wij in staat een compleet pakket financiële producten en diensten aan te bieden aan meer gezinnen en grote en kleine ondernemingen in Michigan en kunnen via synergievoordelen kostenbesparingen worden gerealiseerd. Door de acquisitie van Alleghany, een dochter van de in New York gevestigde Alleghany Corporation, wordt ons klantenbestand met ruim 550 institutionele cliënten uitgebreid. Tevens versterkt ABN AMRO haar positie in de markt voor vermogensbeheer en krijgt zij toegang tot een groter cliëntenbestand. Begin 2000 heeft ABN AMRO North America de Atlantic Mortgage and Investment Corporation overgenomen. Hiermee is ABN AMRO een belangrijke aanbieder van woninghypotheken in de Verenigde Staten geworden met een portefeuille van USD 90 miljard. Effectenbedrijf 422 326 235 Vermogensbeheer en trustbedrijf 351 302 194 Garanties 100 87 68 Assurantiebedrijf 72 49 36 Overige 346 199 180 2.193 1.706 1.105 Resultaat uit financiële transacties Divisie Buitenland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Effectenbedrijf 122 97 41 Valutabedrijf 335 326 338 Derivaten 56 46 36 Overige 169 66 22 344 403 393 Bedrijfslasten Divisie Buitenland (in miljoenen) 2000 1999 1998 Personeelskosten 3.194 2.444 1.841 Andere beheerskosten 2.353 2.012 1.491 Afschrijvingen 424 358 256 Aangezien Noord-Amerika het hart van de dot.com sector vormt en vooroploopt in de e-commerce revolutie, hebben wij een groot aantal initiatieven op dit terrein ontplooid, onder meer via samenwerkingsverbanden, de introductie van nieuwe producten en partnerships in zowel de particuliere als de zakelijke sector. Zo is ABN AMRO North America begin 2000 een samenwerkingsverband aangegaan met Ariba, een toonaangevende aanbieder van e-commerce software voor business-to-business (B2B) toepassingen. Mede dankzij deze samenwerking hebben wij een online inkoopsysteem kunnen opzetten, waarmee het plaatsen en goedkeuren van bestellingen en de levering van goederen en diensten door preferred suppliers worden gestroomlijnd. Het samenwerkingsverband tussen ABN AMRO North America en Yodlee.com, marktleider op het gebied van de aggregatie van online accounts, is een ander voorbeeld. Doel is klanten van LaSalle Bank en Standard Federal Bank via de toegangsservice MySites 5.971 4.814 3.588 37

38 gratis en veilig toegang te verschaffen tot online informatie. Verder hebben wij een strategisch samenwerkingsverband aangekondigd met UPS Capital Corp. Het doel van deze samenwerking is cliënten van Global Trade Finance (GTF) handelsondersteunende diensten met toegevoegde waarde aan te bieden. In het kader van de samenwerking zal ABN AMRO back-office ondersteuning bieden voor bepaalde internationale handelstransacties die door cliënten van GTF via diverse kanalen, waaronder het internet, worden afgesloten. Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied Het bedrijfsresultaat voor belastingen verbeterde van EUR 576 miljoen tot EUR 633 miljoen, een toename van 9,9%. In het afgelopen jaar werd de geplande integratie van IT en operations van Banco Real, ABN AMRO en Banco do Estado de Pernambuco (Bandepe) afgerond. Bovendien hebben wij ons distributieplatform verbeterd en gestroomlijnd, onder meer door de introductie van moderne programma s voor elektronisch en internet-bankieren. In de tweede helft van het jaar werden callcenters geopend in São Paulo en Rio de Janeiro. Deze ontwikkelingen vonden plaats tegen de achtergrond van een zich krachtig ontwikkelende Braziliaanse economie. De rente daalde verder terwijl de inflatie binnen de voorspelde marges bleef. Dankzij onze sterke marktpositie en de integratie van IT en operations konden wij optimaal profiteren van de aanzienlijk gestegen vraag naar financiële diensten. Deze extra vraag kwam vooral uit de particuliere markt, maar ook in de zakelijke markt tekende zich een toenemende behoefte af. Het gunstige economische klimaat en de geavanceerde technieken voor creditscoring droegen ertoe bij dat wij de goede kwaliteit van onze kredietportefeuille konden handhaven en de voorzieningen lager uitvielen dan werd verwacht. De resultaten in Argentinië verbeterden verder, ondanks de moeilijke binnenlandse economische situatie. Uruguay deed het zeer goed maar Chili kon de recordcijfers van de voorgaande jaren niet evenaren. Colombia, Paraguay en Venezuela hadden te lijden onder het ongunstige bedrijfsklimaat. Aruba, de Nederlandse Antillen, Panama en Suriname boekten bevredigende resultaten. Eind 2000 verkochten wij onze kantoren in Suriname aan de Royal Bank of Trinidad and Tobago. Ook de kantoren in Bolivia werden afgestoten. Azië Pacific Het bedrijfsresultaat voor belastingen steeg met EUR 54 miljoen ofwel 29,2% van EUR 185 miljoen tot EUR 239 miljoen. Voor wat betreft de lines of business zette vooral Global Transaction Services (GTS) een zeer sterke performance neer. Ook de treasury-, valuta- en geldmarktactiviteiten kenden een zeer goed jaar. Van de cliëntensegmenten presteerde consumer banking goed en ontwikkelde private banking zich wederom voorspoedig, met name in Zuidoost-Azië. Corporate relationships kon dankzij het economisch herstel in de regio Azië Pacific een aanzienlijk hogere omzet realiseren dan in 1999. Gesteund door investeringen en innovaties in e-commerce, waarvan Bexcom (ontwikkelaar van wereldwijde B2B e-commerce beurzen) een goed voorbeeld is, floreerden de regionale activiteiten op het gebied van liquiditeitsbeheer en handelsfinanciering. Deze investeringen droegen ertoe bij dat het aantal grote, kosteneffectieve transacties aanzienlijk steeg.

Dankzij de reorganisatie van Structured Finance, die in de nasleep van de economische crisis in Azië werd doorgevoerd, hebben wij onze leidende positie op dit terrein kunnen handhaven. Het aantal transacties was evenwel fors lager dan vóór de crisis. Onze bedrijven in alle landen in de regio konden hun marktaandeel in consumer banking uitbreiden na de consolidatie van de activiteiten die van Bank of America werden overgenomen. De kwaliteit van onze particuliere kredietportefeuille bleef onveranderd zeer goed. Geografisch gezien gedijde de Indiase markt ook in 2000 weer goed. Alle activiteiten en cliëntensegmenten leverden een forse bijdrage, waardoor 2000 als een recordjaar kon worden afgesloten. De groei in Thailand was daarentegen marginaal, hoewel enige vooruitgang werd geboekt in de consumer banking sector. In Taiwan werd een belang van 88% genomen in Kwang Hua, een lokale fondsbeheerder met een beheerd vermogen van USD 2,4 miljard. Op de ranglijst van Taiwanese fondsbeheerders staat Kwang Hua Securities Investment & Trust op een zesde positie. Daarnaast werden de activiteiten van Bank of America in Taiwan overgenomen. Hierdoor kon ons Taiwanese consumer banking bedrijf recordcijfers melden voor 2000. Alle activiteiten, en met name creditcards, droegen hiertoe bij. Door de felle concurrentie stonden in Hongkong de marges op woninghypotheken onder druk. Tegen het einde van het jaar werd een groot gedeelte van de hypotheekportefeuille gesecuritiseerd. Hoewel de omzet in het corporate banking bedrijf hoger lag dan in 1999, namen ook hier door de toegenomen concurrentie de provisies en marges sterk af. In Singapore werden goede resultaten behaald op alle lokale activiteiten. Het regiokantoor werd verder afgeslankt, waarbij met name aandacht werd besteed aan onze handelscapaciteit op het gebied van fixed income. De handel in vastrentende waarden in de nationale muntsoort was bijna overal in de regio, en met name in Taiwan, levendig. Onze fixed income groep in Japan moest zelfs extra personeel aantrekken. International Private Banking Voor het International Private Banking (IPB) bedrijf van onze bank was 2000 wederom een goed jaar. IPB wordt aangestuurd vanuit Zwitserland, met regionale centra in Luxemburg, Miami en Singapore. In een complexe en snelgroeiende markt levert IPB oplossingen voor financiële planning en nalatenschapsplanning die naadloos aansluiten op de zeer diverse behoeften van onze cliënten. Deze profiteren met name van de geïntegreerde productontwikkeling waarbij de synergie tussen de wereldwijde activiteiten op het gebied van asset management, trust en investment banking ten volle wordt benut. De concurrentie op de markten voor private banking en vermogensbeheer wordt steeds feller en de regelgeving wordt steeds strakker. Bovendien bestaat er de dreiging van witwaspraktijken. Dit risico is voor ABN AMRO aanleiding geweest om samen met elf toonaangevende private banking instellingen de zogeheten Wolfsberg Principes voor de gezamenlijke bestrijding van het witwassen van geld op te stellen en te ondertekenen. Divisie Investment Banking Resultatenontwikkeling In 2000 is fors geïnvesteerd in de versterking van onze investment banking en wholesale banking activiteiten. Door de hiermee gepaard gaande kosten daalde het bedrijfsresultaat voor belastingen met 4,0% tot EUR 525 miljoen. De baten namen toe met 27,2% tot 39

Kerncijfers Divisie Investment Banking (in miljoenen) 2000 1999 1998 Rente 502 640 519 Provisie 2.491 1.739 1.355 Resultaat uit financiële transacties 1.189 904 684 Overige baten 232 187 190 Totaal baten 4.414 3.470 2.748 Bedrijfslasten 3.793 2.880 2.382 Waardeveranderingen van vorderingen 104 34 2 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 8 9 45 Bedrijfsresultaat voor belastingen 525 547 319 Balanstotaal 199.555 169.347 172.306 Naar risico gewogen balanstotaal 43.659 47.199 45.182 Aantal medewerkers (fte) 12.248 10.901 10.683 Aantal vestigingen 104 110 102 40 EUR 4.414 miljoen en de bedrijfslasten met 31,7% tot EUR 3.793 miljoen. De gunstige omstandigheden op de wereldmarkten gedurende de eerste helft van het jaar gaven vooral ons aandelenbedrijf een stevige duw in de rug: de provisies stegen met 43,2% tot EUR 2.491 miljoen. De hogere kosten hielden verband met de onverminderd forse investeringen in de werving en het behoud van toptalent. Dit vormt een essentieel onderdeel van onze strategie om onze slagkracht verder te versterken op product- en dienstengebieden die van direct belang zijn voor onze cliënten. De efficiencyratio van de divisie liep op van 83,0% in 1999 tot 85,9% in 2000. Met de cross-selling van investment banking en corporate banking producten aan onze belangrijkste zakelijke en institutionele relaties werd goede vooruitgang geboekt. Hiermee werd de weg gebaand voor de vorming van de SBU Wholesale Clients. Onze investment banking en corporate banking activiteiten in Noord-Amerika werden in het afgelopen jaar samengevoegd. De aldus gerealiseerde batenen kostensynergieën zijn veelbelovend voor de strategische heroriëntatie van de hele ABN AMRO groep. Global Equities We hebben onze toonaangevende positie op zowel de primaire als de secundaire aandelenmarkt verder verstevigd. Aan de primaire kant kende de joint venture ABN AMRO Rothschild opnieuw een goed jaar dankzij haar rol als global coördinator danwel bookrunner in 66 aandelenemissies wereldwijd waarmee USD 33 miljard uit de markt werd opgenomen. De joint venture klom op tot de zevende positie op de Capital Data ranglijst van coördinatoren en bookrunners van internationale aandelentransacties. Hoogtepunten waren onder meer de herplaatsing van aandelen Reed Elsevier (EUR 2,1 miljard), de uitgifte van aandelen en converteerbare obligaties KPN (USD 5,5 miljard) en de beursintroductie van de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras (USD 4,3 miljard). Dit was de grootste beursgang ooit in de geschiedenis van Latijns- Amerika. Tot onze teleurstelling voldeed de beursgang van World Online niet aan de verwachtingen van de markt. Op de secundaire aandelenmarkt beleefden wij een recordjaar, gesteund door de over het

Provisies Divisie Investment Banking (in miljoenen) 2000 1999 1998 Betalingsverkeer 78 46 50 algemeen gunstige marktomstandigheden. De verkoopprovisies waren aanzienlijk hoger en bovendien slaagden wij erin om in Europa ons marktaandeel verder uit te breiden. In acht grotere Europese aandelenmarkten behoorden wij tot de vijf grootste handelspartijen. De uitrol van pan-europese sectorhandel en de implementatie van een systeem voor wereldwijd relatiebeheer leverden bemoedigende resultaten op. Ons aandelenderivatenbedrijf presteerde opnieuw goed. Effectenbedrijf 1.567 1.082 901 Vermogensbeheer en trustbedrijf 327 229 183 Garanties 37 29 20 Overige 482 353 201 2.491 1.739 1.355 Resultaat uit financiële transacties Divisie Investment Banking (in miljoenen) 2000 1999 1998 Global Financial Markets De treasury- en vastrentende activiteiten zijn met onderdelen van structured finance samengevoegd tot Global Financial Markets. Hierdoor zijn wij nu in staat cliënten naadloos op elkaar aansluitende schuldgerelateerde kapitaalmarktproducten en -diensten te leveren, zoals vastrentende schuldtitels, gesyndiceerde leningen en andere gestructureerde financieringen. Wij hebben onze leidende positie op het gebied van wereldwijde valutahandel en Europese rentehandel behouden. Zo traden wij op als bookrunner bij 273 internationale obligatie-emissies, waarmee USD 55 miljard uit de markt werd opgenomen en de bank een vijfde positie op de IFR ranglijst van euroemissies bereikte. Wij waren de eerste Europese bank die optrad als lead-manager van de emissie van benchmark notes voor een Amerikaanse hypotheekfinancier. Andere vermeldenswaardige transacties betroffen een obligatielening van EUR 6 miljard voor Unilever en EUR 650 miljoen voor het Amerikaanse mediabedrijf Clear Channel Communications, de grootste eurotransactie met een BBB-rating die ooit is uitgevoerd. Op de ranglijst van arrangeurs van gesyndiceerde leningen buiten de Verenigde Staten steeg ABN AMRO van de tiende naar de vijfde plaats. Wij hebben inmiddels een gevestigde reputatie als een toonaangevende Effectenbedrijf 326 320 486 Valutabedrijf 202 148 132 Derivaten 426 312 138 Handel LDC-portefeuille 32 41 139 Overige 203 83 67 Bedrijfslasten 1.189 904 684 Divisie Investment Banking (in miljoenen) 2000 1999 1998 Personeelskosten 2.409 1.719 1.339 Andere beheerskosten 1.193 1.039 938 Afschrijvingen 191 122 105 3.793 2.880 2.382 en invloedrijke partij in deze markt. Aan het einde van het jaar waren wij de enige Europese bank met een top 10 positie in alle belangrijke regio s: Noord- en Zuid-Amerika, Azië Pacific en Europa. Twee transacties zijn in het bijzonder vermeldenswaard. Wij traden op als co-arrangeur van de gesyndiceerde lening van DEM 17 miljard voor Deutsche Telekom. Het mandaat dat wij van het Belgische drankenconcern Interbrew kregen om een transactie ter waarde van 41

Choosing the right partner; striking at the right moment Dè manier om voor onze cliënten de beste financiële partner te zijn is door aan hun verwachtingen te blijven voldoen. Het op het juiste moment aanbieden van passende producten en diensten is daarbij van cruciaal belang. 42

43

EUR 6 miljard te arrangeren, betrof de grootste Europese gesyndiceerde lening in 2000. Corporate Finance Onze adviesdiensten bij fusies en overnames groeiden snel. Dankzij het aantrekken van nieuwe medewerkers voor sleutelfuncties konden wij onze slagkracht in diverse cliëntensegmenten uitbreiden. Gedurende het afgelopen jaar werden 164 transacties met een totale waarde van USD 65 miljard uitgevoerd. Wij zijn goed gepositioneerd in wereldwijde fusie- en overnametransacties en bereikten de zestiende positie als adviseur voor grensoverschrijdende Europese transacties, ons belangrijkste adviesterrein. ABN AMRO blijft marktleider in de Australische, Nederlandse en Scandinavische markten voor fusies en overnames. Op Europees sectorniveau behoorden wij bij transacties in nutsbedrijven, chemie en de bouw tot de top 5 adviseurs. verschillende sectoren. Het internationale netwerk is door de opening van kantoren in Madrid, San Francisco, São Paulo en Sydney uitgebreid tot vijftien. Wij hebben vorig jaar een bedrag van EUR 1.100 miljoen geïnvesteerd in 82 participaties. Dit betrof zowel geheel nieuwe posities als de uitbreiding van bestaande belangen. Vermeldenswaard zijn onder meer de buy-out van Thermphos in Nederland, de enige Europese producent van fosforzuur en fosforig zuur, van Accantia Health and Beauty in het Verenigd Koninkrijk en van MGE in Frankrijk alsmede de public-toprivate transactie van het Franse De Dietrich, een industriële holdingmaatschappij. De verkoop van participaties in de sectoren telecommunicatie en media in Frankrijk, Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten leverde een uitstekend rendement op. Onze participatieportefeuille werd uitgebreid in Azië, de Benelux, Duitsland en Scandinavië. 44 Belangrijke transacties waarbij wij als adviseur optraden, betroffen onder meer een strategisch samenwerkingsverband tussen KPN Mobile en de Japanse mobiele telefoniegigant DoCoMo, waarmee een bedrag van EUR 5 miljard was gemoeid, en het bod van EUR 4,8 miljard door Telefónica, het grootste Spaanse telefoniebedrijf, op Endemol. Ook bij de fusie tussen de Belgische, Nederlandse en Franse effectenbeurzen tot Euronext N.V. vervulden wij een adviesfunctie. In het Verenigd Koninkrijk adviseerden wij bij de fusie tussen de farmacieconcerns Glaxo en Wellcome (GBP 114 miljard) en tussen de verzekeringsconcerns CGU en Norwich Union (GBP 23 miljard). Private Equity Private Equity beleefde een recordjaar zowel qua gerealiseerde winst bij de verkoop van beleggingen als qua nieuwe participaties. Private Equity heeft op dit moment wereldwijd ruim EUR 2,5 miljard belegd in een groot aantal Global Custody Het effectenbewaarbedrijf van ABN AMRO bestaat uit twee onderdelen: enerzijds lokale organisaties die binnenlandse bewaardiensten aanbieden in Nederland, waar wij marktleider zijn, en andere landen en anderzijds een global custody organisatie via onze joint venture met de Amerikaanse Mellon Bank. Beide onderdelen van ons bewaarbedrijf presteerden in 2000 goed en zagen hun bewaarloon aanzienlijk stijgen. Hierdoor konden wij onze positie in een markt die wordt gekenmerkt door snel voortschrijdende concentratie, verder versterken. Asset Management De provisies uit ons asset management bedrijf zijn aanzienlijk toegenomen. Het wereldwijd beheerd vermogen steeg met 13,7% tot EUR 128,4 miljard, voornamelijk door autonome groei. Ondanks de dalende markt groeide het voor institutionele beleggers beheerde vermogen met 10,5%. Het

vermogen dat voor particuliere beleggers en beleggingsfondsen wordt beheerd, nam toe met 16%. Vooral onze vestigingen in Australië, Brazilië, Canada en Duitsland droegen sterk bij aan de groei van nieuw ingelegde gelden. Door de overname van Alleghany Asset Management, dat Amerikaanse aandelenproducten aanbiedt, zal het wereldwijd beheerd vermogen fors verder stijgen. In het afgelopen jaar hebben wij ons asset management netwerk uitgebreid door de overname van Kwang Hua in Taiwan en door het belang dat wij hebben genomen in de pensioenfondsen van Skoda en Jistota a Korunz in Tsjechië en van Munai Gaz in Kazakstan. Voorts werd nog het Noorse Industrifinans Forvaltning overgenomen. Divisie Resource Management De voormalige divisie Resource Management bestond uit vier onderdelen: Global Transaction Services (GTS), Human Resources (HR), Information Technology (IT) en Corporate Facility Management (CFM). De divisie had als taak de andere divisies te ondersteunen, zodat zij cliënten en medewerkers optimaal van dienst kunnen zijn, en aldus voor aandeelhouders waarde te creëren. Global Transaction Services (GTS) De baten van GTS overtroffen de ramingen. Dankzij projecten op het gebied van ontvangsten en automatische verwerking van transacties werd de efficiency verhoogd. Voor het dit jaar geïntroduceerde GTS portal, dat toegang verschaft tot kwalitatief hoogwaardige informatie en rekeningrapportages, bestond bij cliënten grote belangstelling. Wij hebben inmiddels een sterke positie opgebouwd als wereldwijd aanbieder van diensten voor liquiditeitsbeheer en handelsfinanciering. In Europa is ABN AMRO een erkend marktleider in liquiditeitsbeheer. In Azië was de marktontwikkeling vlak, maar steeg ons marktaandeel. In Noord-Amerika nam onze marktpenetratie sterker toe dan die van enige andere Amerikaanse of buitenlandse bank en handhaafden wij onze positie als grootste buitenlandse bank voor liquiditeitsbeheer in de regio. Op sectorniveau beleefde GTS eveneens een goed jaar. Wij sleepten in alle doelsectoren belangrijke mandaten in de wacht. Daarnaast konden wij ons aandeel in de bankzaken van onze belangrijkste bestaande cliënten uitbreiden. In reactie op de behoefte aan een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening hebben wij GTS Enterprise geïntroduceerd. Door de koppeling van dit product voor wereldwijd relatiebeheer aan onze uitgebreide Client Satisfaction Monitor, die 25 landen dekt, kunnen wij kwantitatieve analyses maken van investeringen in kwaliteit en loyaliteit en van het rendement daarop. Een hieraan gerelateerde service is Transaction Related Information Processing. Hiermee krijgen cliënten in Europa en lidstaten van de North American Free Trade Agreement real-time informatie over de status van betalingen. Andere e-commerce diensten werden los van het GTS portal geïntroduceerd. Het betrof onder meer B2B toepassingen voor de afwikkeling van betalingen, CashProcure en BankOnline. Wij waren een van slechts vier banken in de wereld die van start gingen met Identrus, dat financiële zaken en identificatiezaken regelt waarmee middelgrote en kleine bedrijven te maken krijgen bij internationaal zakendoen via het internet. Information Technology (IT) IT is een fundamenteel aspect van het moderne bankieren en speelt een centrale rol 45

46 bij grote projecten zoals MCP. Het is echter van cruciaal belang dat op een zo efficiënt mogelijke manier gebruik wordt gemaakt van IT. Wij hebben diverse programma s geïnitieerd om de efficiency van IT binnen de bank te vergroten en de samenwerking tussen de IT-functie en de rest van de bank te verbeteren. Voorts is een begin gemaakt met de verdere verhoging van de professionele kwalificaties van de medewerkers van IT Development & Support. Daarnaast is een aantal pilot projecten voor bankieren per mobiele telefoon (Wireless Application Protocol, of WAP) gestart. Human Resources (HR) De wereldwijde personeelsbezetting van de ABN AMRO groep in nominale aantallen nam vorig jaar toe met 4,7% van 109.938 tot 115.098. De herstructurering van de bank vormde een bijzondere uitdaging. HR adviseerde over het veranderingsproces, verstrekte informatie, assisteerde bij de allocatie van medewerkers en coördineerde het overleg. De gecentraliseerde HR informatiestructuur die in vijftien landen is ingevoerd, vormt de eerste stap op weg naar een wereldwijde infrastructuur voor HR management en informatie. Wij zullen een wereldwijd vacaturesysteem invoeren en leiderschapscursussen organiseren om het management met de nieuwe cultuur vertrouwd te maken. Het in 2000 uitgevoerde onderzoek onder medewerkers en leidinggevenden zal in 2001 worden herhaald om te kunnen beoordelen hoe goed wij met de veranderingen omgaan. HR verzorgde het herontwerp van werkstromen en de implementatie van concerninformatiesystemen. Daarnaast werden diverse personeelsprocessen, waaronder arbeidsvoorwaarden en pensioen, geschikt gemaakt voor elektronische zelfbediening door de medewerkers. Omdat talent in Europa en de Verenigde Staten schaars is, hebben wij de werving van personeel via het internet opgevoerd. In Latijns-Amerika werd de integratie van Banco Real in de acht betrokken landen afgerond. Het arbeidsvoorwaardenbeleid is volledig geharmoniseerd. Het nominale aantal medewerkers werd geleidelijk met 6% verminderd via natuurlijk verloop en selectieve opvulling van vacatures. In Nederland kon na goede samenwerking met de vakbonden de eerste ABN AMRO CAO worden afgesloten. De bereikte overeenkomst biedt de medewerkers meer opties. Voorts werd flexibele pensionering ingevoerd, waarbij medewerkers een ruimere keuze wordt geboden op belangrijke punten zoals pensioenleeftijd en hoogte van de pensioenuitkeringen. Corporate Facility Management (CFM) De prioriteiten van CFM liggen bij interne dienstverlening en kostenbesparing. CFM streeft ernaar in de behoeften van de business units te voorzien en een bijdrage aan een efficiënt gebruik van faciliteiten te leveren door de kosten van producten en diensten transparant te maken. De voor- en nadelen van uitbesteding worden voortdurend afgewogen. Teneinde kosten te besparen werd een wereldwijd gecoördineerd inkoopprogramma opgezet. Risicobeheer Achtergrond Risicobeheer behoort tot de kernactiviteiten van ABN AMRO en omvat kredietrisico, marktrisico, liquiditeitsrisico, landenrisico, operationeel risico en reputatierisico. Onze normen worden door de internationale financiële gemeenschap en onze cliënten vaak als benchmark gebruikt. Bij de beoordeling van risico s en het treffen van voorzieningen hebben wij altijd een behoudend beleid gevolgd dat onafhankelijk

van de commerciële activiteiten wordt vastgesteld. Deze omzichtige opstelling ten aanzien van risico s en de professionele manier van risicobeheersing zijn de afgelopen jaren succesvol gebleken: de portefeuille, organisatie en interne processen van ABN AMRO zijn aan stress-tests onderworpen, met name in opkomende markten, en hebben hun veerkracht bewezen. Onze aanpak op het gebied van risicobeheer vloeit voort uit de kenmerken van onze bedrijfsvoering: cliëntgericht zakendoen, professionele levering van producten en diensten, jarenlange ervaring in de vele landen wereldwijd waar wij actief zijn, discipline en een traditioneel sterke cultuur van risicobeheer. bedrijfsonderdeel en het onafhankelijke advies van de risicobeheerfunctie; kredietrisico s worden zowel op transactiebasis als op portefeuillebasis beoordeeld. De wens om een risicoprofiel te handhaven dat in overeenstemming is met de externe rating van ABN AMRO, blijkt ook uit de nieuwe structuur voor risicobeheer. Deze omvat onafhankelijke risicofuncties binnen de SBU s en de overkoepelende Group Risk Management functie binnen het Corporate Centre. Samen bepalen zij het beleid en accorderen zij individuele risicoposities, rekening houdend met de gestelde limieten per bedrijfstak, markt, land en product binnen de concernlimieten (gebaseerd op GOOE). Het proces van risicobeheer is van cruciaal belang. Dankzij een sterk gecentraliseerd proces van fiattering en controle beschikt het management over de benodigde informatie, bijvoorbeeld per risicocategorie, per sector of per land, om effectief en consistent onze omvangrijke en sterk gediversifieerde risicoportefeuille te beheren. Belangrijke kenmerken van onze risicobeheerprocessen zijn: de commerciële lines of business dragen volledige verantwoordelijkheid voor de risico s die zij genereren. Er bestaat echter wel een onafhankelijke risicofunctie die de beleidslijnen voor de risico s uitzet en belast is met de fiattering en beheersing ervan; de mate waarin de fiatteringsbevoegdheid wordt gedelegeerd hangt af van een combinatie van Global One Obligor Exposure (GOOE), waaronder alle vormen van individueel tegenpartijrisico, en interne risicoclassificatie (afgezet tegen openbare ratings). Commissies waarin vertegenwoordigers van zowel de business als onafhankelijke risicofuncties zitting hebben, besluiten unaniem op basis van de voorstellen van het betreffende Het Group Risk Committee, waarin leden van de Raad van Bestuur zitting hebben, komt driemaal per week bijeen om individuele voorstellen, met inbegrip van aspecten inzake portefeuillebeheer, te bespreken en ten minste zesmaal per jaar om belangrijke beleidszaken te bespreken. Herziening van Bazels Akkoord Het Bazels Comité voor het Bankentoezicht heeft besloten het Bazels Akkoord van 1988 te herzien en gaat een nieuw kader voor solvabiliteitsrichtlijnen van toezichthoudende instanties invoeren. De belangrijkste doelstelling is internationale financiële stabiliteit tot stand te brengen en te handhaven en de kapitalisatie van internationaal opererende banken te verbeteren. De werkzaamheden bevinden zich in een vergevorderd stadium en een concept voor de nieuwe BIS-richtlijnen wordt inmiddels reeds besproken. Het kader zal dynamischer en risicogevoeliger worden en op drie pijlers rusten: minimum kwantitatieve kapitaaleisen, evaluatie door de toezichthouder en de effectieve toepassing van 47

48 marktdiscipline. De reikwijdte van het huidige akkoord zal zodanig worden uitgebreid dat alle risico s volledig worden ondervangen. De berekening van het kredietrisico op basis van interne rating zal het uitgangspunt vormen voor de vaststelling van kapitaallasten, onder voorbehoud van goedkeuring door de toezichthouder en met inachtneming van kwantitatieve en kwalitatieve richtlijnen en aanbevelingen met betrekking tot verantwoording. Op best practices gebaseerde technieken voor risicovermindering zullen worden aangemoedigd. Operationele risico s zullen explicieter in aanmerking worden genomen teneinde de risico s nauwkeuriger tot uiting te laten komen. ABN AMRO Bank juicht deze uitdagende en evenwichtige benadering toe. Wij staan geheel achter dit initiatief van het Bazels Comité en zijn betrokken bij het internationale overleg. Tegelijkertijd heeft ook de Europese Commissie besloten de wettelijke solvabiliteitseisen binnen de Europese Unie te herzien. ABN AMRO ondersteunt de stroomlijning van beide processen en steunt de Europese Commissie en het Europees Parlement bij hun werkzaamheden om tijdig Europese wetgeving op te stellen. Ratings en portefeuillebeheer Creditratings worden gebruikt om het risico dat is verbonden aan bepaalde kredietnemers of kredietfaciliteiten te classificeren. Deze ratings zijn een belangrijk hulpmiddel bij het beheer van kredietrisico s, ongeacht of het een individuele kredietfaciliteit of kredietnemer betreft of de kredietportefeuille van de bank. ABN AMRO heeft eigen interne ratingsystemen voor tegenpartij- en landenrisico s. Voor het toekennen van ratings aan zakelijke relaties en banken hebben wij een aantal verbeterde instrumenten geïntroduceerd. Deze ratinginstrumenten bestaan uit een combinatie van geautomatiseerde scoringssystemen en kwalitatieve beoordelingsmethoden, waarvan de einduitkomst wordt gefiatteerd door de bevoegde kredietcommissies. Om de onderlinge consistentie van de binnen ABN AMRO toegepaste ratings te waarborgen volgen wij de resultaten van de ratinginstrumenten en stellen wij deze zonodig bij. ABN AMRO streeft bij het beheer van haar kredietportefeuille naar behoud van de goede kwaliteit en een evenwichtige en goed gespreide samenstelling. Wij volgen de ontwikkelingen binnen de kredietportefeuille nauwlettend en besteden hierbij vooral aandacht aan de creditrating van de kredietnemers en de bedrijfstakken waarin zij actief zijn, alsmede aan gespecialiseerde kredietproducten. ABN AMRO heeft tevens risicomodellen ontwikkeld voor haar zakelijke en particuliere kredietportefeuilles. Met behulp van deze modellen kunnen wij het economisch risico van iedere kredietportefeuille vaststellen en de onderlinge relaties daartussen bepalen. ABN AMRO zal blijven investeren in deze risicomodellen teneinde het portefeuillebeheer verder te verbeteren. Kredietrisico De kredietportefeuille van ABN AMRO wordt gekenmerkt door een consequente, goede spreiding en is van hoge kwaliteit. In 2000 bedroeg de omvang van de vereiste bruto voorzieningen voor specifieke debiteuren 53 basispunten van de naar risico gewogen activa (RGA). Na incasso en vrijval kwamen de netto voorzieningen uit op een bevredigend resultaat van 31 basispunten. Deze ontwikkeling vormt een goede afspiegeling van de mate waarin buiten onze thuismarkten de nadruk ligt op internationale ondernemingen en het lokale grootbedrijf. ABN AMRO houdt zich, mede via investment banking, bezig met overbruggingsfinancieringen en adviesverlening voor en na kapitaalmarkttransacties, waarbij de bank een belangrijke rol speelt. Strategische bedrijfstakanalyses

VaR-handelsportefeuilles 99% eendaagsrisico (in miljoenen) Eind jaar Minimum Maximum Gemiddelde bepalen de richting van ons risicobeleid voor zowel individuele cliënten als de totale kredietportefeuille, die goed gespreid is over de diverse bedrijfstakken. De groeiende particuliere kredietverlening steunt eveneens op stringente beleidslijnen en effectieve operationele systemen. Landenrisico Het landenrisico wordt voor alle landen gemeten, met uitzondering van de EUlidstaten, Australië, Canada, Japan, Nieuw- Zeeland, Noorwegen, Singapore, Zwitserland en de Verenigde Staten. De afdeling Country Risk Management voert voor alle andere landen metingen uit voor grensoverschrijdende risico s en risico s op overheden. Onder de meting van het grensoverschrijdende risico vallen alle balans- en buitenbalansposten die rechtstreeks door transferbeperkingen zouden worden beïnvloed. ABN AMRO houdt al jaren nauwgezet toezicht op grensoverschrijdende uitzettingen. De ervaring leert dat bij een betalingscrisis doorgaans dit soort uitzettingen het sterkst wordt getroffen. Bij de bepaling van het grensoverschrijdende risico van de totale portefeuille gebruiken wij een zogenaamd Value-at-Risk (VaR) model. Binnen de limiet van de totale portefeuille worden per land limieten vastgesteld. Het VaRmodel heeft tijdens de crises in Azië, Brazilië en Rusland zijn nut bewezen en de bank in staat gesteld de juiste maatregelen in de juiste dosering te treffen. Risico op de overheid betreft alle balans- en buitenbalansposten die onder de directe verantwoordelijkheid van de overheid van een land vallen of door de overheid van een land worden gegarandeerd. De limiet op de overheid wordt bepaald door een waarschuwingsniveau: een absoluut bedrag dat is gebaseerd op het bruto binnenlands product (BBP) en de nationale schuldpositie van het betreffende land, alsmede onze doelstellingen in dat land. Valutacontracten 10 5 19 11 Rentecontracten 27 21 38 29 Aandelencontracten 6 4 13 8 27 23 46 33 In het afgelopen jaar hebben wij de beheersing van het grensoverschrijdende risico verder verbeterd door nieuwe beheerinstrumenten te implementeren en procedures in te voeren om het grensoverschrijdende risico van de bank op derivatentransacties in risicolanden te verminderen. Voorts is een interne doorbelastingsmethodiek ontwikkeld, waardoor de schaarse limieten voor grensoverschrijdend risico kunnen worden benut voor de meest winstgevende transacties. De kwaliteit van ons grensoverschrijdend risicobeheer kwam in 2000 duidelijk naar voren. Het uitstaande bedrag uit hoofde van grensoverschrijdend risico nam als gevolg van de wereldwijd aantrekkende economie toe, maar het totale risicoprofiel van de portefeuille bleef vrijwel ongewijzigd ten opzichte van 1999. In de nieuwe organisatie vormt de afdeling Country Risk Management onderdeel van het Corporate Centre. Het is een van de weinige afdelingen binnen de bank die langs geografische lijnen blijft werken, waarbij het landenrisico via een portefeuillegerichte aanpak wordt beheerd. De fundamentele factoren op grond waarvan grensoverschrijdende risico s en risico s op overheden kunnen worden onderkend, zijn niet gewijzigd. Marktrisico Marktrisico betreft het risico dat de rente, wisselkoersen of aandelenkoersen stijgen of dalen en dat dit leidt tot winsten of verliezen. Het ontstaat uit de handel zowel voor cliënten als voor eigen rekening van de bank. 49

Join forces with a powerful and reliable team Belangrijk element bij ons streven naar maximalisatie van aandeelhouderswaarde is een leidende positie in internationaal wholesale banking voor bedrijven, financiële instellingen en overheden. Daarbij maken wij optimaal gebruik van onze sterke marktpositie in Europa en het unieke, internationale netwerk met vestigingen in meer dan 50 landen. 50

51

Voorzieningen (in basispunten) Bruto toename/rga Netto toename/rga 2000 1999 1998 2000 1999 1998 Nederland 33 26 35 14 11 19 Noord-Amerika 45 37 33 37 22 4 Rest van de wereld 74 76 81 40 44 56 Totaal 53 49 53 31 28 30 Grensoverschrijdend risico in de afgelopen drie jaar (in miljarden euro s) Totaal grensoverschrijdend risico Exclusief risicovermindering 2000 1999 1998 2000 1999 1998 Latijns-Amerika 6,8 5,5 5,9 3,4 3,2 3,6 Azië 7,4 7,1 7,2 4,1 5,3 5,2 Midden- en Oost-Europa 3,3 3,3 2,2 2,3 2,1 1,6 Midden-Oosten en Afrika 3,7 5,0 4,2 1,9 2,1 2,7 Totaal 21,2 20,9 19,5 11,7 12,7 13,1 52 Het marktrisico wordt beheerd aan de hand van risicolimieten zoals VaR-limieten, rentegevoeligheid per basispunt, netto openstaande positie, spread-gevoeligheden, de Grieken (delta, gamma, vega, rho), stresstests, scenarioanalyses, positieconcentraties en positielooptijden. De bevoegdheid tot het vaststellen van marktrisico-limieten berust bij de Risk Committees van de bank. Marktrisicolimieten worden per locatie en per handelsportefeuille bepaald en van dag tot dag gevolgd. Interne marktrisicomodellen voldoen aan de eisen van de toezichthoudende instanties. Onze modellen voor de berekening van kapitaalbuffers voor marktrisico s, zoals gedefinieerd in de per 1 januari 1998 gewijzigde Capital Adequacy Directive, zijn door de Nederlandsche Bank goedgekeurd. Voor de goedkeuring van nieuwe, marktrisicogevoelige producten wordt een strikt proces gehanteerd, waarbij de kwantitatieve unit binnen Group Risk Management de modellen moet fiatteren die voor de validering en het risicobeheer van deze producten worden gebruikt. Kwantitatieve controlemiddelen alleen zijn evenwel niet voldoende. Het inzicht en de ervaring van het management zijn eveneens onmisbaar om te bepalen tot op welk niveau het marktrisico aanvaardbaar is en de bank bereid is risico s te nemen. Beheer en dagelijkse toetsing van het marktrisico van de handelsactiviteiten vinden primair plaats met behulp van de VaR-methode. Het betreft een statistische inschatting met een bepaald betrouwbaarheidspercentage van het potentiële verlies dat kan ontstaan als gevolg van ontwikkelingen van marktrente en koersen gedurende een bepaald tijdsinterval. De methode die de bank hanteert voor de VaRberekening, gaat uit van historische simulatie op basis van gegevens over een periode van vier jaar. De bank gaat uit van een tijdsinterval van één dag, een betrouwbaarheidsniveau van 99% en gelijkelijk gewogen simulaties. De VaR wordt dagelijks voor iedere handelsportefeuille en line of business alsmede voor de bank als geheel gerapporteerd aan de leiding van de lines of business, de onafhankelijke risicofunctie binnen de SBU s, Group Risk Management binnen het Corporate Centre en de verantwoordelijke leden van de Raad van Bestuur.

De effectiviteit van de VaR-berekeningen wordt getoetst aan de hand van back-testing, een techniek waarbij het aantal dagen wordt geteld waarop de verliezen hoger zijn dan de berekende VaR. Bij een betrouwbaarheidsniveau van 99% zal in theorie het negatieve handelsresultaat eens in de honderd dagen groter dan de VaR zijn. Backtesting wordt uitgevoerd op zowel het feitelijke handelsresultaat als op een hypothetisch handelsresultaat waarbij alleen marktbewegingen in aanmerking worden genomen en provisies, emissieresultaten, intradag-transacties, e.d. buiten beschouwing worden gelaten. De uitkomsten van backtesting op het feitelijke en hypothetische handelsresultaat worden regelmatig aan de Nederlandsche Bank gerapporteerd. De hypothetische back-testing wordt gebruikt om de VaR-berekening volledig zuiver te kunnen toetsen en is dan ook een essentieel middel voor de validering van onze interne modellen. Uit de back-testing resultaten (grafiek 1) blijkt dat de dagelijks berekende VaR in 2000 op geen enkele dag werd overschreden. Bijzondere omstandigheden zoals de periode augustus oktober 1998 die in de historische cijfers zijn verwerkt, en bepaalde uitgangspunten die bij het aggregeren van de VaR over de verschillende risicofactoren zijn gehanteerd, hebben geresulteerd in een relatief voorzichtige VaR-raming. De stress-test is een aanvulling op de VaRberekening en geeft inzicht in het gedrag van een portefeuille onder extreme marktomstandigheden. Deze test wordt toegepast op optieportefeuilles en gaat uit van extreme fluctuaties in een groot aantal parameters. Grafiek 1: Value at Risk versus hypothetisch resultaat voor handelsportefeuilles in 2000 (in miljoenen euro s) 40 30 20 10 0-10 -20-30 -40-50 week 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 jan feb mrt apr mei juni juli aug sept okt nov dec 52 Value at Risk Winst Verlies 53

Grafiek 2: Dagelijkse baten Treasury in 2000 (in miljoenen euro s) 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 60-30 -25-20 -15-10 -5 0 5 10 15 20 25 30 Grafiek 3: Dagelijkse baten Fixed Income in 2000 (in miljoenen euro s) De VaR geeft een goede indicatie van de mogelijke schommelingen in het handelsresultaat onder normale marktomstandigheden, maar laat incidentele gebeurtenissen buiten beschouwing. Scenarioanalyse geeft inzicht in schommelingen in het handelsresultaat onder ongebruikelijke omstandigheden. Dagelijks worden diverse scenario s geaggregeerd en op concernniveau toegepast. De histogrammen tonen de verdeling van de dagelijkse baten in 2000 uit handelsactiviteiten en overige activiteiten (met inbegrip van provisies en emissieresultaten) per line of business, namelijk voor Treasury in grafiek 2, Fixed Income in grafiek 3 en Equity in grafiek 4. In zijn totaliteit schommelt het resultaat rond een positief gemiddelde, met name voor Equity waar provisies etc. een belangrijke bron van inkomsten vormen. 50 Renterisico 40 Het balansbeheer heeft onder meer ten doel het effect van fluctuaties in de marktrente op 30 het rentesaldo van de bank te beheersen en te 20 sturen. Voor de bewaking en berekening van het renterisico worden verschillende methoden 10 gebruikt, waaronder gap-analyse en 0-30 -25-20 -15-10 -5 0 5 10 15 20 25 30 scenarioanalyse. Rentegevoeligheidstesten maken het mogelijk om het effect van wijzigingen in de marktrente op het rentesaldo in te schatten. 60 50 40 30 Grafiek 4: Dagelijkse baten Equity in 2000 (in miljoenen euro s) De gevoeligheid van het rentesaldo voor wijzigingen in het renteklimaat is getoetst aan een direct ingaande en blijvende rentemutatie van 100 basispunten. Het blijkt dat een dergelijke forse rentestijging het eerste jaar een nadelig effect op het rentesaldo van 2,9% heeft. Een rentedaling leidt daarentegen tot een stijging van het rentesaldo met 1,3%. 20 10 Operationeel risico Operationeel risico wordt door ABN AMRO 54 0-30 -25-20 -15-10 -5 0 5 10 15 20 25 30 gedefinieerd als het risico dat een verlies ontstaat als gevolg van niet afdoende of

Kerncijfers ABN AMRO Lease Holding (in miljoenen) 2000 1999 1998 Rente 212 198 180 falende interne processen, menselijk gedrag en systemen of als gevolg van externe gebeurtenissen. Onder deze definitie vallen operationele gebeurtenissen zoals problemen met computersystemen, tekortkomingen van de organisatiestructuur of interne controle, menselijk gedrag, fraude en externe bedreigingen. De verantwoordelijkheid voor het beheer van operationele risico s ligt bij het management en de medewerkers op alle niveaus van de organisatie. Er zijn binnen de bank diverse coördinatoren voor operationeel risicobeheer aangesteld. Zij voorzien leidinggevenden en medewerkers van beleidslijnen, methodes, hulpmiddelen en informatie ten behoeve van een beter beheer van het operationeel risico. Wij hebben in 2000 gewerkt aan verbetering van het beheer van de operationele risico s binnen ABN AMRO. Er is een bestuursstructuur opgezet om de initiatieven met betrekking tot operationeel risicobeheer te coördineren, goed te keuren en te implementeren. Voorts is een operationeel risicobeleid ontwikkeld (inclusief beleidslijnen met betrekking tot e-commerce en een goedkeuringsproces voor de introductie van producten, systemen en projecten) en werd binnen de bank het principe van interne risicobeoordeling verder ingevoerd. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van systemen om de meting van het operationele risico (bijvoorbeeld informatie over verliessituaties en belangrijke risicoindicatoren) verder te verbeteren. Deze meetsystemen zullen in 2001 in gebruik worden genomen en zullen ons beter in staat stellen het operationele risico te vertalen naar een behoefte aan economisch kapitaal. ABN AMRO Lease Holding Het bedrijfsresultaat voor belastingen van ABN AMRO Lease Holding steeg met 16,4% Provisie 153 116 91 Overige baten 263 238 167 Totaal baten 628 552 438 Bedrijfslasten 426 404 309 Waardeveranderingen van vorderingen 53 20 8 Bedrijfsresultaat voor belastingen 149 128 121 Balanstotaal 9.384 8.471 6.769 Naar risico gewogen balanstotaal 9.102 7.935 6.345 Aantal medewerkers (fte) 7.070 5.278 4.795 Aantal kantoren 47 37 34 van EUR 128 miljoen in 1999 tot EUR 149 miljoen. Het geconsolideerde balanstotaal steeg tot EUR 9,4 miljard ultimo 2000. Het aantal medewerkers bedroeg ultimo 2000 7.070 in mensjaren. Gedurende het verslagjaar is uitvoering gegeven aan het veranderingsproces naar financieel dienstverlener met betrekking tot wagenparken. Tot de aangeboden diensten behoren motorrijtuigenverzekering en schadebehandeling. Als gevolg van de sterkere nadruk op wagenparkbeheer is de managementstructuur aangepast en zijn in de loop van het jaar de activiteiten op het gebied van equipment lease (Amstel Lease) aan ABN AMRO Bank verkocht danwel beëindigd. In juni 2000 verwierf ABN AMRO Lease Holding de Dial groep met vestigingen in Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In december werd Consolidated Service Corporation (CSC), een van de grootste dienstverleners voor wagenparkbeheer in de Verenigde Staten, overgenomen. Dankzij deze acquisities, in combinatie met autonome groei, is Leaseplan, de belangrijkste merknaam waaronder ABN AMRO Lease Holding haar lease-activiteiten en diensten voor wagenparkbeheer aanbiedt, thans met 55

Specificatie vermogen (in miljoenen) 2000 1999 1998 Gewoon aandelenkapitaal 851 832 818 Preferent aandelenkapitaal 823 823 823 Converteerbaar preferent aandelenkapitaal 2 3 4 Kapitaal 1.676 1.658 1.645 Agioreserve gewone aandelen 2.497 2.443 2.409 Agioreserve converteerbaar preferente aandelen 21 37 45 Overige reserves 8.329 7.849 6.624 Eigen vermogen 12.523 11.987 10.723 Belang van derden 5.287 4.945 3.530 Groepsvermogen 17.810 16.932 14.253 Fonds voor algemene bankrisico s 1.319 1.232 1.140 Achtergestelde schulden 13.405 10.717 8.980 Aansprakelijk groepsvermogen 32.534 28.881 24.373 1,2 miljoen voertuigen wereldleider op de markt van wagenparkbeheer. Begin 2000 is de joint venture QEK Global Solutions opgericht. Dit bedrijf is gespecialiseerd in logistieke ondersteuning en voertuigopslag, marketingdiensten en schadeherstel voor de autobranche. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar het door ABN AMRO Lease Holding gepubliceerde jaarverslag. Toetsingsvermogen Het aansprakelijk groepsvermogen bedroeg ultimo 2000 EUR 32.534 miljoen, een stijging van EUR 3.653 miljoen (12,6%). Solvabiliteit (in miljoenen) 2000 1999 1998 Kernvermogen (tier 1) 19.010 17.735 14.985 Aanvullend vermogen (tier 2) 9.628 8.968 7.583 Aanvullend vermogen (tier 3) 538 498 428 Aftrekposten 1.755 437 384 Totaal toetsingsvermogen 27.421 26.764 22.612 Naar risico gewogen balans: Kredietrisico 216.894 194.715 168.427 Kredietrisico buiten de balans 42.039 46.649 39.208 Marktrisico 4.920 5.010 8.134 263.853 246.374 215.769 BIS-ratio kernvermogen 7,20% 7,20% 6,94% BIS-ratio totaal vermogen 10,39% 10,86% 10,48% 56 Eigen vermogen Voornamelijk door winstinhouding en stockdividenden steeg het eigen vermogen met EUR 536 miljoen van EUR 11.987 miljoen tot EUR 12.523 miljoen. Met betrekking tot het interimdividend 2000 koos 66,4% van de aandeelhouders voor stockdividend. Hierdoor werden 14,3 miljoen aandelen uitgegeven tegen een koers van EUR 27,60. Het interimstockdividend 2000 vertegenwoordigde derhalve een waarde van EUR 394 miljoen. Van het slotdividend 2000 zal naar schatting EUR 375 miljoen in de vorm van aandelen worden uitgekeerd. Het aantal uitstaande gewone aandelen nam met 34,8 miljoen toe, waarvan 28,3 miljoen betrekking had op stockdividend. De uitoefening van personeelsopties leidde tot de uitgifte van 3,3 miljoen aandelen tegen een gemiddelde koers van EUR 15,79. Daarnaast werden 0,6 miljoen preferente aandelen geconverteerd in 2,5 miljoen gewone aandelen onder bijbetaling van NLG 7, per aandeel en werden 0,7 miljoen opties uitgeoefend, waarbij aan de leveringsplicht werd voldaan uit ingekochte eigen aandelen. Het eigen vermogen nam hierdoor met EUR 55 miljoen toe.

Ontwikkeling belangrijkste balansgroepen (in miljarden) 2000 1999 1998 Liquiditeiten en beleggingen 79,4 72,8 71,5 Het eigen vermogen werd voorts beïnvloed door de afboeking van EUR 1.453 miljoen wegens goodwill. Dit betreft het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de netto vermogenswaarde van acquisities. De afboeking van goodwill had hoofdzakelijk betrekking op de verwerving van de belangen in Bouwfonds en Kwang Hua alsmede Dial (door ABN AMRO Lease Holding). De stijging van de dollarkoers leidde tot een positief valutaomrekeningsverschil op de investeringen in vestigingen in het buitenland. Hierdoor kon een bedrag van EUR 98 miljoen aan de reserve koersverschillen worden toegevoegd. Bankiers 48,6 47,2 60,9 Kredieten overheid 15,0 12,0 7,2 Kredieten private sector 245,5 207,0 179,2 Professionele effectentransacties 58,8 40,7 34,1 Kredieten 319,3 259,7 220,5 Balanstotaal 543,2 457,9 432,1 Bankiers 101,6 81,0 104,9 Spaargelden 81,0 71,7 61,8 Overige toevertrouwde middelen 155,5 128,5 112,8 Professionele effectentransacties 43,0 29,8 31,0 Toevertrouwde middelen 279,5 230,0 205,6 Belang van derden De stijging met EUR 342 miljoen was vooral het gevolg van valutaschommelingen (EUR 413 miljoen). Hiertegenover stond de gedeeltelijke uitkoop van minderheidsaandeelhouders in Banco Real (EUR 170 miljoen). Schuldbewijzen 60,3 54,2 37,9 Kredieten private sector naar divisie (exclusief professionele effectentransacties) (in miljarden) Fonds voor algemene bankrisico s Door consolidatie-effecten en een positief omrekeningsverschil ten aanzien van het in Amerikaanse dollars aangehouden gedeelte van het fonds nam de omvang van het fonds met EUR 108 miljoen toe van EUR 1.232 miljoen tot EUR 1.319 miljoen. Een vrijval naar de winst- en verliesrekening van EUR 32 miljoen bruto is hierbij in aanmerking genomen. Achtergestelde schulden Het achtergestelde vermogen nam met EUR 2.688 miljoen toe tot EUR 13.405 miljoen. Aan nieuwe achtergestelde leningen werd voor een bedrag van EUR 2.443 miljoen geplaatst. Door hogere valutakoersen stegen de achtergestelde schulden met EUR 394 miljoen. 2000 1999 1998 Divisie Nederland 97,3 88,6 80,6 Divisie Buitenland: Europa (exclusief Nederland) 22,8 21,6 19,1 Noord-Amerika 57,2 48,0 37.9 Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied 8,7 8,2 8,8 Midden-Oosten en Afrika 1,6 1,5 1,2 Azië Pacific 14,5 14,5 11.0 104,8 93,8 78.0 Divisie Investment Banking 19,3 16,9 14.6 ABN AMRO Lease Holding 8,6 7,7 6,0 ABN AMRO Bouwfonds 15,5 245,5 207,0 179,2 57

Obligo s dubieuze debiteuren (in miljoenen) 2000 1999 1998 Non-accrual loans 2.748 1.543 1.444 Other non-performing loans 2.374 3.248 2.939 Accruing doubtful loans 2.741 2.789 2.195 Totaal obligo s dubieuze debiteuren 7.863 7.580 6.578 Ratio s obligo dubieuze debiteuren (in percentages) 2000 1999 1998 Nieuwe voorzieningen en verhogingen (netto) t.o.v. kredieten private sector (bruto) 0,33 0,32 0,35 Non-performing kredieten t.o.v. kredieten private sector (bruto) 2,05 2,26 2,39 Debiteurenvoorzieningen t.o.v. kredieten private sector (bruto) 1,68 2,11 2,25 Debiteurenvoorzieningen t.o.v. non-performing loans 81,9 93,0 93,9 Afschrijvingen t.o.v. kredieten private sector (bruto) 0,63 0,36 0,29 Vereist vermogen en ratio s Op grond van de richtlijnen van de Nederlandsche Bank worden eisen gesteld aan de omvang van het vermogen. Het vermogen van de bank wordt afgezet tegen de uitzettingen op en buiten de balans. Deze uitzettingen worden gewogen naar het daarin begrepen risico. Ook voor het in de handelsactiviteiten van de bank begrepen marktrisico moet vermogen worden aangehouden. De norm voor het kernvermogen (tier 1-ratio) bedraagt 4% en voor het totale toetsingsvermogen 8%. ABN AMRO voldoet ruimschoots aan deze normen. Het toetsingsvermogen is in 2000 met 2,5% gestegen. De naar risico gewogen activa bedroegen ultimo 2000 EUR 263,9 miljard, een stijging van 7,1% ten opzichte van ultimo 1999. Evenals in voorgaande jaren zijn enkele grote securitisatieprogramma s (EUR 8,5 miljard in Europa en EUR 16,4 miljard in de Verenigde 58 Staten) uitgevoerd. Geconsolideerde balans Het geconsolideerde balanstotaal bedroeg ultimo 2000 EUR 543,2 miljard. Dit was EUR 85,3 miljard (+18,6%) hoger dan eind 1999. De ultimo 2000 hogere valutakoersen hadden een positief effect van EUR 13,3 miljard, terwijl acquisities EUR 17,9 miljard aan het balanstotaal toevoegden. De toename van het balanstotaal was het resultaat van een stijging met EUR 17,7 miljard tot EUR 197,9 miljard bij de divisie Buitenland (gedeeltelijk hogere valutakoersen), met EUR 30,3 miljard tot EUR 199,6 miljard bij de divisie Investment Banking (hoofdzakelijk hogere interbancaire deposito s) en met EUR 19,5 miljard tot EUR 119,4 miljard bij de divisie Nederland (vooral woninghypotheken). Kredieten De totale kredietverlening steeg met EUR 59,6 miljard (+22,9%) tot EUR 319,3 miljard. De kredietverlening aan de private sector, exclusief repotransacties, nam toe met 18,6% tot EUR 245,5 miljard. Repotransacties lieten een stijging van EUR 18,1 miljard zien. Deze groei vond vooral plaats bij onze buitenlandse effectendochters. De kredietverlening aan de overheid steeg met EUR 3,0 miljard tot EUR 15,0 miljard. Bij de divisie Nederland nam de kredietverlening aan de private sector toe met 9,8% tot EUR 97,3 miljard en bij de divisie Buitenland met EUR 11,0 miljard (+11,7%) tot EUR 104,8 miljard. De per saldo hogere valutakoersen hadden een effect van EUR 8,6 miljard. Dubieuze kredieten en voorzieningen Het aandeel van non-performing kredieten in de totale kredietverlening aan de private sector daalde tot 2,05%. In 2000 is EUR 331 miljoen ofwel 0,33% (1999: 0,32%) van de totale kredietverlening aan de private sector toegevoegd aan specifieke debiteurenvoorzieningen. De verhouding van specifieke debiteurenvoorzieningen ten

opzichte van de totale kredietportefeuille private sector daalde van 2,11% ultimo 1999 tot 1,68% ultimo 2000. Deze daling werd hoofdzakelijk veroorzaakt door de afboeking van kredieten in Thailand. Toevertrouwde middelen De toevertrouwde middelen stegen met EUR 49,5 miljard (+21,5%) tot EUR 279,5 miljard. Bij de divisie Nederland bedroeg de stijging EUR 14,3 miljard tot EUR 106,1 miljard. De toevertrouwde middelen bij de divisie Buitenland namen toe met EUR 14,3 miljard, waarvan EUR 1,4 miljard uit hoofde van repotransacties, tot EUR 115,8 miljard. Onze medewerkers In 2000 hebben wij een groot beroep gedaan op het weerstandsvermogen en de flexibiliteit van onze medewerkers. De ingrijpende strategische en organisatorische veranderingen hebben tot onzekerheid geleid in vele geledingen van de bank. Wij zijn dan ook trots op de prestaties die onder deze moeilijke omstandigheden door onze medewerkers zijn gerealiseerd en zijn hen grote dank verschuldigd voor hun niet aflatende inzet. Vooruitzichten Wij hebben een goede start gemaakt met het realiseren van de in november voorspelde kosten- en batensynergieën binnen de SBU s. Wij zijn op dit moment vol vertrouwen dat deze synergieën in alle onderdelen van ons bedrijf kunnen worden gerealiseerd en dat wij op schema liggen voor wat betreft onze belangrijkste doelstelling, namelijk om ultimo 2004 tot de top 5 van onze peer group te behoren. Derhalve hebben wij er ook vertrouwen in dat onze resultaten zich in 2001 in overeenstemming met deze doelstelling zullen ontwikkelen. Gegeven de onzekere economische vooruitzichten en wijzigende marktomstandigheden is het nog te vroeg in het jaar om een meer kwantitatieve uitspraak te doen. Amsterdam, 23 maart 2001 R.W.J. Groenink R.W.F. van Tets J.M. de Jong W.G. Jiskoot R.G.C. van den Brink T. de Swaan J.Ch.L. Kuiper C.H.A. Collee S.A. Lires Rial H.Y. Scott-Barrett 59

60

Jaarrekening 2000 61

62 Jaarrekening 2000

Jaarrekening 2000 Inhoud Grondslagen 64 Geconsolideerde balans per 31 december 2000 na winstverdeling 68 Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2000 69 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2000 70 Mutatieoverzicht eigen vermogen over 2000 71 Toelichting op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening 72 Vennootschappelijke balans per 31 december 2000 na winstverdeling 108 Vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 2000 108 Toelichting op de vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening 109 Belangrijke deelnemingen 111 63

Jaarrekening 2000 Grondslagen Algemeen De jaarrekening is in overeenstemming met de in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving opgesteld. Waar nodig liggen aan de bedragen, zoals vermeld in de jaarrekening, schattingen en veronderstellingen ten grondslag. In verband met de notering van het gewone aandeel ABN AMRO Holding N.V. in de vorm van American Depositary Receipts op de New York Stock Exchange (NYSE) publiceert ABN AMRO ook een jaarverslag (Form 20-F) dat voldoet aan de regels die de Securities and Exchange Commission (SEC) stelt. Deze regels betreffen onder meer vorm en inhoud van de toelichting op de jaarrekening. Bovendien wordt inzicht gegeven in vermogen en resultaat bij toepassing van de Amerikaanse waarderingsregels (U.S. GAAP). Grondslagen voor opname van financiële instrumenten in de balans Een financieel actief of financieel passief wordt in de balans opgenomen vanaf het tijdstip dat de vennootschap recht heeft op de voordelen respectievelijk gebonden is aan de verplichtingen voortkomend uit de contractuele bepalingen van het financieel instrument. Vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan deze voorwaarden wordt een financieel instrument niet meer in de balans opgenomen. Financiële activa en passiva worden per saldo in de balans opgenomen indien ABN AMRO op grond van wettelijke of contractuele bepalingen over de bevoegdheid beschikt en de intentie heeft deze activa en passiva gesaldeerd of simultaan af te wikkelen. Grondslagen voor consolidatie De activa, passiva, baten en lasten van ABN AMRO Holding N.V., haar dochtermaatschappijen en overige groepsmaatschappijen, die met haar een organisatorische en economische eenheid vormen, worden volledig geconsolideerd. Het belang van derden in zowel het vermogen als het resultaat van de dochtermaatschappijen en overige groepsmaatschappijen wordt afzonderlijk vermeld. Grondslagen voor omrekening van vreemde valuta De activa en passiva in vreemde valuta en de financiële instrumenten die worden gebruikt om het aan deze activa en passiva verbonden valutarisico af te dekken, worden in euro s omgerekend tegen de contante koersen per balansdatum. Omrekeningsverschillen worden in de winst- en verliesrekening verwerkt. De omrekeningsverschillen op het geïnvesteerd vermogen, inclusief de daarin opgenomen resultaten, van buitenlandse vestigingen in landen zonder hyperinflatie worden, tezamen met de uitkomsten van hiermee samenhangende dekkingstransacties en rekening houdend met belastingeffecten, ten gunste of ten laste van het eigen vermogen gebracht. Resultaten uit transacties in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koersen per transactiedatum danwel, voor zover nog niet ontvangen of betaald, tegen de ultimokoersen van de maand waarop de resultaten betrekking hebben. De resultaten van de buitenlandse vestigingen, met uitzondering van die in hyperinflatielanden, worden omgerekend tegen de koersen van het einde van de maand waarin de resultaten worden verantwoord. Het resultaat van de vestigingen in hyperinflatielanden wordt gecorrigeerd voor het effect van de inflatie en vervolgens omgerekend tegen de koersen per balansdatum. Grondslagen voor waardering en resultatenbepaling Algemeen De activa en passiva worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, tenzij hierna een andere grondslag wordt vermeld. Waar noodzakelijk zijn waardecorrecties in mindering gebracht. Transacties en gebeurtenissen worden verantwoord op het moment dat deze plaatsvinden. Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Agio s en disagio s worden toegerekend aan de verslagperioden overeenkomstig de resterende looptijd van de desbetreffende posten en worden opgenomen onder overlopende activa danwel overlopende passiva. 64

Jaarrekening 2000 Waardepapieren en schuldbewijzen, waarvan de rente geheel of grotendeels op het moment van aflossing wordt verrekend, worden opgenomen tegen de aankoopprijs of de contante waarde bij uitgifte vermeerderd met de opgelopen rente, tenzij zij behoren tot de handelsportefeuille. Voor financiële instrumenten die worden gebruikt om de aan specifieke activa of passiva verbonden risico s af te dekken (hedging), geschiedt de waardering en de resultatenbepaling volgens dezelfde grondslagen als die welke gelden voor de gehedgde posten. Transacties worden aangemerkt als dekkingstransactie indien deze als zodanig zijn geïdentificeerd en de resultaten van de hedge een sterke correlatie vertonen met die van de te dekken positie. Resultaten behaald bij voortijdige beëindiging van een hedge worden geactiveerd of gepassiveerd en toegerekend aan de resterende looptijd van de gedekte posities. Indien financiële instrumenten worden gebruikt om aan specifieke activa of passiva verbonden risico s te dekken en deze activa en passiva worden verkocht of beëindigd, dan worden deze financiële instrumenten niet meer als hedge beschouwd. Resultaten bij de afwikkeling van een hedge worden in dezelfde periode verantwoord als de resultaten van de afwikkeling van de gedekte positie. De grondslagen voor andere financiële instrumenten worden hieronder toegelicht onder handelsactiviteiten. Kredietgerelateerde provisies worden, voor zover zij de eerste kosten overstijgen, als rente toegerekend aan de desbetreffende periode. De door het levensverzekeringsbedrijf aan derden en het bankbedrijf betaalde afsluitprovisie wordt als eerste kosten geactiveerd en afgeschreven. Kosten verbonden aan het plaatsen van gewone en preferente aandelen worden ten laste van het eigen vermogen gebracht. Kredieten Kredieten worden in het algemeen opgenomen tegen de hoofdsom. Kredieten worden als dubieus aangemerkt zodra er twijfel bestaat over de terugbetaling. Indien nodig wordt voor dergelijke kredieten een waardecorrectie in mindering gebracht. De waardecorrecties voor oninbaarheid van vorderingen worden naar de aard van de situatie op statistische wijze danwel per post bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met de waarde van de verstrekte zekerheden. Voor vorderingen op overheden met betalingsproblemen wordt een waardecorrectie per land toegepast. De waardecorrecties worden in het resultaat verwerkt onder waardeveranderingen van vorderingen. Bij de kredieten die reeds in afwikkeling zijn, wordt de renteverantwoording stopgezet ( non-accrual loans ). Afhankelijk van de mate van twijfel over de terugbetaling wordt bij de overige kredieten de rente pas in de winst- en verliesrekening verantwoord op het moment van ontvangst ( other non-performing loans ) danwel op de normale wijze ( accruing doubtful loans ). Dubieuze kredieten worden pas afgeschreven zodra duidelijk is dat geen enkele verbetering is te verwachten. Handelsactiviteiten De effecten die tot de handelsportefeuilles behoren, worden gewaardeerd tegen marktwaarde. In het kader van handelstransacties verworven eigen obligaties worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs of, indien lager, de marktwaarde. Valutacontracten, aandelen-, obligatie-, valuta- en overige opties, alsmede renteovereenkomsten zoals renteswaps en rentetermijncontracten, worden gewaardeerd tegen de marktwaarde. De marktwaarden van deze contracten worden per saldo onder overige activa of overige passiva gerubriceerd. De mutaties, die uit de beschreven waarderingswijze voortvloeien, worden onder resultaat uit financiële transacties in de winsten verliesrekening verwerkt. Financiële en andere vaste activa Beleggingen De tot de beleggingsportefeuilles behorende schuldbewijzen, uitgezonderd die waarvan de rente geheel of grotendeels op het moment van aflossing wordt verrekend, worden opgenomen tegen de aflossingswaarde. De in deze portefeuilles begrepen aandelen worden gewaardeerd tegen marktwaarde; veranderingen in de waarde worden na aftrek van belastingen in het eigen vermogen 65

Jaarrekening 2000 66 verwerkt. Indien de aldus gevormde herwaarderingsreserve niet toereikend is om waardeverminderingen op te vangen, worden deze onder waardeveranderingen van financiële vaste activa in de winst- en verliesrekening verwerkt. Resultaten uit verkopen worden in het jaar van verkoop ten gunste van de resultatenrekening gebracht. Per saldo positieve verschillen uit verkopen vóór de aflossingsdatum, welke gedaan zijn in het kader van ruiltransacties met betrekking tot rentedragende waardepapieren, worden echter toegerekend aan de verslagperioden overeenkomstig de gemiddelde resterende looptijd van de portefeuille en als rente verantwoord. Beleggingen die uit hoofde van verzekeringsovereenkomsten voor rekening en risico van polishouders worden aangehouden, worden gewaardeerd op marktwaarde; veranderingen in de waarde van deze beleggingen worden onder overige baten (resultaten verzekeringsmaatschappijen) verantwoord. Aandelen in het kader van venture capital activiteiten Participaties, dit wil zeggen aandelen die in het kader van venture capital activiteiten worden gehouden, worden opgenomen tegen verkrijgingsprijs of de duurzaam lagere marktwaarde. Waardeveranderingen worden in de winst- en verliesrekening verwerkt. Deelnemingen De waardering van deelnemingen, waarin ABN AMRO of haar dochterbedrijven invloed van betekenis uitoefenen op het zakelijke en financiële beleid, vindt plaats tegen nettovermogenswaarde, bepaald volgens de grondslagen van deze jaarrekening. Overeenkomstig deze grondslagen worden de mutaties in de nettovermogenswaarde in het eigen vermogen zoals herwaarderingen en goodwill of in de winst- en verliesrekening verwerkt. Verschuldigde belasting over uitkeringen wordt hierbij op het moment van besluit tot uitkering in aanmerking genomen. Goodwill bij de verwerving van deelnemingen wordt ten laste van het eigen vermogen gebracht. De overige deelnemingen, die voornamelijk bestaan uit kapitaalbelangen in bedrijven met verwante activiteiten, worden gewaardeerd tegen de geschatte netto-opbrengstwaarde. Veranderingen in de waarde worden na aftrek van belastingen in het eigen vermogen verwerkt. Indien de aldus gevormde herwaarderingsreserve niet toereikend is om waardeverminderingen op te vangen, worden deze onder waardeveranderingen van financiële vaste activa in de winst- en verliesrekening verwerkt. Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen De gebouwen van de bank voor eigen gebruik, inclusief grond, worden gewaardeerd tegen de actuele waarde, afgeleid van de vervangingswaarde. De opstallen en de duurzame installaties worden lineair afgeschreven gedurende de geschatte gebruiksduur met een maximum van vijftig jaar zonder rekening te houden met een restwaarde. Veranderingen in de waarde worden blijvend ten gunste of ten laste van het eigen vermogen gebracht, onder aftrek van de op deze mutaties betrekking hebbende belastingen. De investeringen in huurpanden worden geactiveerd en eveneens lineair afgeschreven, rekening houdend met de gebruiksperiode. Onroerende zaken bestemd voor de verkoop worden gewaardeerd tegen de bestede kosten inclusief bouwrente of, indien lager, tegen de vermoedelijke opbrengst bij verkoop. De inventaris, de computerinstallaties en de van derden gekochte software worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs minus de afschrijvingen; de afschrijving geschiedt lineair op basis van de geschatte economische gebruiksduur. Verhandelbare rechten met betrekking tot de administratievoering (servicing-rechten) worden geactiveerd tegen de verkrijgingsprijs of, indien lager, de netto-opbrengstwaarde en afgeschreven over de looptijd. Voorzieningen Voor de medewerkers in Nederland en voor de meeste medewerkers in het buitenland zijn pensioen- of andere oudedagsregelingen getroffen in overeenstemming met de in die landen bestaande voorschriften en usances. Deze regelingen zijn grotendeels bij

Jaarrekening 2000 afzonderlijke pensioenfondsen of bij derden ondergebracht. De premies worden jaarlijks ten laste van het resultaat gebracht. Bij de vaststelling van de premie wordt rekening gehouden met een toename van de aanspraken op grond van de loonontwikkeling en de inflatie, en met het rendement van de pensioenfondsen boven de rekenrente, welke in Nederland op dit moment 4% bedraagt. De verzekeringstechnische voorzieningen betreffen in hoofdzaak de voorzieningen voor levensverzekering. Deze worden vastgesteld met toepassing van actuariële methoden op basis van de grondslagen waarop ook de premie is berekend. Periodiek wordt de toereikendheid van deze voorzieningen getoetst aan de hand van sterfte-, rente- en kostenontwikkelingen. Bij gebleken ontoereikendheid worden deze voorzieningen verhoogd. Technische voorzieningen waarbij polishouders het beleggingsrisico dragen, worden op dezelfde grondslagen gewaardeerd als bij de waardering van de onderliggende beleggingen worden gehanteerd. De relatief beperkte pensioenvoorzieningen in eigen beheer en de voorzieningen voor nonactiviteitsregelingen worden berekend volgens actuariële grondslagen. Met uitzondering van de voorziening voor latente belastingverplichtingen worden de overige voorzieningen voor verplichtingen en risico s opgenomen tegen de nominale waarde. Belastingen Bij de bepaling van de belastingdruk worden alle tijdelijke verschillen tussen de winst vóór belastingen op basis van de grondslagen van ABN AMRO en het belastbaar bedrag volgens de fiscale wetgeving in aanmerking genomen. Latente belastingverplichtingen worden gewaardeerd tegen de contante waarde op basis van de nettorente. Latente belastingvorderingen worden uitsluitend in de balans opgenomen indien er voldoende zekerheid bestaat over de inbaarheid in de toekomst. Bij de bepaling van de belastingdruk wordt de toevoeging respectievelijk onttrekking aan het fonds voor algemene bankrisico s in aanmerking genomen. 67

Jaarrekening 2000 Geconsolideerde balans per 31 december 2000 na winstverdeling (in miljoenen euro s) 2000 1999 Activa Kasmiddelen 1 6.456 6.806 Kortlopend overheidspapier 2,5 11.199 10.375 Bankiers 3 48.581 47.201 Kredieten aan de overheid 14.974 12.007 Kredieten aan de private sector 245.450 206.974 Professionele effectentransacties 58.842 40.742 Kredieten 4 319.266 259.723 Rentedragende waardepapieren 5 108.053 92.583 Aandelen 5 21.094 16.990 Deelnemingen 6 2.026 1.884 Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen 7 6.813 5.205 Overige activa 8 7.764 6.894 Overlopende activa 9 11.917 10.223 543.169 457.884 Passiva Bankiers 10 101.510 80.990 Spaargelden 80.980 71.729 Overige toevertrouwde middelen 155.549 128.507 Professionele effectentransacties 43.020 29.756 Toevertrouwde middelen 11 279.549 229.992 Schuldbewijzen 12 60.283 54.228 Overige schulden 8 41.080 42.113 Overlopende passiva 9 14.791 10.974 Voorzieningen 13 13.422 10.706 510.635 429.003 Fonds voor algemene bankrisico s 14 1.319 1.232 Achtergestelde schulden 15 13.405 10.717 Eigen vermogen 16 12.523 11.987 Belang van derden 17 5.287 4.945 Groepsvermogen 17.810 16.932 Aansprakelijk groepsvermogen 32.534 28.881 543.169 457.884 Voorwaardelijke schulden 23 49.044 43.561 Onherroepelijke faciliteiten 138.457 115.441 68 De bij de posten vermelde nummers verwijzen naar de toelichting.

Jaarrekening 2000 Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2000 (in miljoenen euro s) 2000 1999 1998 Baten Rentebaten 37.236 29.062 25.634 Rentelasten 27.832 20.375 18.436 Rente 26 9.404 8.687 7.198 Opbrengsten uit effecten en deelnemingen 27 451 357 348 Provisiebaten 6.529 4.947 3.819 Provisielasten 649 492 431 Provisie 28 5.880 4.455 3.388 Resultaat uit financiële transacties 29 1.569 1.374 1.153 Overige baten 30 1.165 654 451 Overig inkomen 9.065 6.840 5.340 Totaal baten 39 18.469 15.527 12.538 Lasten Personeelskosten 31 7.460 5.768 4.656 Andere beheerskosten 32 4.801 4.041 3.381 Personeels- en andere beheerskosten 12.261 9.809 8.037 Afschrijvingen 33 941 800 667 Bedrijfslasten 13.202 10.609 8.704 Waardeveranderingen van vorderingen 34 617 653 941 Vrijval van fonds voor algemene bankrisico s 35 32 20 101 Waardeveranderingen van financiële vaste activa 36 43 35 97 Totaal lasten 13.744 11.277 9.641 Bedrijfsresultaat voor belastingen 4.725 4.250 2.897 Belastingen 37 1.324 1.320 908 Bedrijfsresultaat na belastingen 3.401 2.930 1.989 Buitengewone lasten 38 900 Belasting over buitengewoon resultaat 301 Buitengewoon resultaat na belastingen 599 Groepswinst na belastingen 2.802 2.930 1.989 Belang van derden 39 304 360 161 Nettowinst 2.498 2.570 1.828 Winst per gewoon aandeel 1,63 1,72 1,23 Winst per gewoon aandeel na volledige verwatering 1,62 1,71 1,22 Dividend per gewoon aandeel 0,90 0,80 0,58 De bij de posten vermelde nummers verwijzen naar de toelichting. 69

Jaarrekening 2000 Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2000 (in miljoenen euro s) 2000 1999 1998 Groepswinst 2.802 2.930 1.989 Afschrijvingen 941 800 667 Waardeveranderingen van vorderingen minus vrijval van fonds voor algemene bankrisico s 585 633 839 Toename/afname voorzieningen 1.085 516 171 Toename/afname te ontvangen interest 542 1.878 36 Toename/afname te betalen interest 1.429 1.356 1.058 Toename/afname actuele belasting 64 274 131 Overige overlopende posten 872 200 2.279 Overheidspapier en effecten, handel 12.230 13.423 21.980 Overige effecten 2.305 9.865 4.593 Bankiers, niet terstond opeisbaar 11.788 13.288 11.936 Kredieten 20.022 18.907 15.924 Professionele effectentransacties (onder kredieten) 15.043 1.441 4.937 Toevertrouwde middelen 27.005 13.984 12.563 Professionele effectentransacties (onder toevertrouwde middelen) 10.782 5.274 6.563 Schuldbewijzen, exclusief obligaties en notes 1.405 5.524 2.121 Overige activa en schulden 3.750 3.155 20.745 Netto kasstroom uit operationele/ bancaire activiteiten 9.556 5.562 9.080 Investeringen in beleggingsportefeuilles 61.839 56.164 62.582 Verkopen en aflossingen uit beleggingsportefeuilles 59.726 49.821 56.103 Saldo 2.113 6.343 6.479 Investeringen in deelnemingen 2.292 1.355 1.182 Verkopen van deelnemingen 202 64 313 Saldo 2.090 1.291 869 Investeringen in onroerende zaken en bedrijfsmiddelen 1.597 1.502 1.245 Desinvesteringen 214 293 173 Saldo 1.383 1.209 1,072 Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten 5.586 8.843 8.420 Uitbreiding groepsvermogen 55 1.198 1.049 Aflossing preferente aandelen 528 Opname achtergestelde leningen 1.452 1.536 420 Aflossingen achtergestelde leningen 299 350 348 Opname obligatieleningen en notes 5.956 8.851 1,401 Aflossing obligatieleningen en notes 5.941 2.826 2.560 Betaald contant dividend 1.135 974 439 Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten 440 7.435 477 Kasstroom 3.530 4.154 183 70 Zie toelichting punt 42.

Jaarrekening 2000 Mutatieoverzicht eigen vermogen over 2000 (in miljoenen euro s) 2000 1999 1998 Gewone aandelen Beginstand 832 818 800 Uitoefening rechten uit opties en warrants 2 1 2 Conversie van converteerbare preferente aandelen 1 1 1 Stockdividenden 16 12 15 Eindstand 851 832 818 Preferente aandelen Stand ongewijzigd 823 823 823 Converteerbare preferente aandelen Beginstand 3 4 5 Conversie 1 1 1 Eindstand 2 3 4 Agioreserve gewone aandelen Beginstand 2.443 2.409 2.367 Uitoefening rechten uit opties en conversie 51 38 46 Conversie van converteerbare preferente aandelen 19 8 11 Stockdividenden 16 12 15 Eindstand 2.497 2.443 2.409 Agioreserve converteerbare preferente aandelen Beginstand 37 45 55 Conversie 16 8 10 Eindstand 21 37 45 Algemene reserve en wettelijke reserve Beginstand 7.982 6.988 7.759 Winstinhouding 1.074 1.320 922 Stockdividenden 772 520 617 Goodwill 1.453 814 2.275 Overige 1 32 35 Eindstand 8.376 7.982 6.988 Herwaarderingsreserves Beginstand 320 314 289 Herwaarderingen 20 6 25 Eindstand 300 320 314 Reserve koersverschillen Beginstand 424 639 317 Valutaomrekeningsverschillen 98 215 322 Eindstand 326 424 639 Ingekochte eigen aandelen Beginstand 29 39 51 Afname/toename 8 10 12 Eindstand 21 29 39 Totaal eigen vermogen 12.523 11.987 10.723 71

Jaarrekening 2000 Toelichting op de geconsolideerde balans en winst- en verliesrekening (alle bedragen zijn opgenomen in miljoenen euro s, tenzij anders aangegeven) 1 Kasmiddelen Hieronder worden opgenomen de wettige betaalmiddelen en de direct opeisbare tegoeden bij de centrale banken in de landen waar de bank gevestigd is. 2 Kortlopend overheidspapier Hieronder worden opgenomen de door overheden uitgegeven waardepapieren, zoals schatkistpapier, voor zover deze een oorspronkelijke looptijd hebben van twee jaar of korter en herfinancierbaar zijn bij een centrale bank. 3 Bankiers (uitgezette gelden) Hieronder worden opgenomen de vorderingen, inclusief die uit hoofde van professionele effectentransacties, op kredietinstellingen, centrale banken en multilaterale ontwikkelingsbanken voor zover niet begrepen onder kasmiddelen. Vorderingen in de vorm van waardepapieren worden opgenomen onder rentedragende waardepapieren of aandelen. 4 Kredieten en kredietrisico Hieronder worden opgenomen de vorderingen uit kredietverlening, inclusief die uit hoofde van professionele effectentransacties, voor zover niet begrepen onder bankiers. Vorderingen in de vorm van waardepapieren worden opgenomen onder rentedragende waardepapieren of aandelen. Door het verlenen van faciliteiten en door uitzettingen ontstaat kredietrisico, zijnde het risico dat de vordering niet wordt terugbetaald. Dit heeft vooral betrekking op de balansposten bankiers, kredieten en rentedragende waardepapieren alsmede op de posten buiten de balans. Concentratie van kredietrisico kan tot gevolg hebben dat, indien door een wijziging in de economische omstandigheden een bedrijfstak of land wordt getroffen, de bank een materieel verlies lijdt. Kredieten per sector 2000 1999 Overheid 15.000 12.097 Zakelijk 148.102 130.003 Particulier 101.540 81.679 Professionele effectentransacties 58.842 40.742 Voorzieningen voor debiteuren en landenrisico s 4.218 4.798 Kredieten 319.266 259.723 72

Jaarrekening 2000 Zakelijke zekerheden voor kredieten aan private sector Ten behoeve van de kredietverlening worden in vele gevallen zakelijke zekerheden bedongen. In onderstaande tabel wordt de onderverdeling naar soort weergegeven. Kredieten waarvoor is afgesproken dat de bank de zekerheden kan verkrijgen, zijn opgenomen onder blanco kredieten. 2000 1999 Zakelijk Garantie van overheden 6.932 6.109 Hypothecaire dekking 22.615 18.974 Effectendekking 3.246 2.337 Garantie van andere kredietinstellingen 5.606 3.114 Overige zekerheden en blanco kredieten 109.703 99.469 Totaal zakelijk 148.102 130.003 Particulier Garantie van overheden 6.392 3.628 Hypothecaire dekking 74.496 58.082 Overige zekerheden en blanco kredieten 20.652 19.969 Totaal particulier 101.540 81.679 Zakelijke kredieten naar bedrijfstak 2000 1999 Landbouw, mijnbouw en energie 10.436 10.718 Industrie 36.751 30.948 Bouw en onroerend goed 17.972 15.067 Handel 21.387 19.257 Transport en communicatie 12.894 10.451 Financiële dienstverlening 17.260 17.639 Overige zakelijke dienstverlening 15.091 12.290 Onderwijs, zorg- en overige diensten 16.311 13.633 Totaal zakelijk 148.102 130.003 73

Jaarrekening 2000 Verloop debiteurenvoorzieningen 2000 1999 1998 Beginstand 4.458 4.116 2.894 Valutaomrekeningsverschillen en overige mutaties 233 178 957 Afboekingen 1.575 771 527 Ontvangen na afboeking 108 119 77 3.224 3.642 3.401 Toevoeging ten laste van rentesaldo 157 138 77 Toevoeging ten laste van waardeveranderingen van vorderingen 1.278 1.085 1.073 Vrijval ten gunste van waardeveranderingen van vorderingen 464 407 435 Netto toename 814 678 638 Eindstand 4.195 4.458 4.116 Landenrisico Kredieten en andere uitzettingen zijn veelal niet beperkt tot het land van vestiging, maar worden ook verstrekt aan banken, overheden en andere klanten daarbuiten, veelal in een andere valuta. Het totaal van deze grensoverschrijdende uitzettingen is zeer omvangrijk, maar heeft vooral betrekking op OESO-landen. Een verhoogd risico inzake dergelijke uitzettingen ontstaat indien en voor zover in landen door overheidsmaatregelen of extreme economische omstandigheden betaling van rente en hoofdsommen wordt belemmerd. Tot 2000 werden in dergelijke omstandigheden aanvullende waardecorrecties voor landenrisico s toegepast. Per december 2000 zijn de landenvoorzieningen vervangen door voorzieningen voor risico s op overheden. Volgens de nieuwe methode worden slechts voorzieningen getroffen voor in vreemde valuta luidende buitenlandse schulden van bepaalde overheden. Bij de bepaling van de feitelijke voorziening voor risico s op overheden wordt rekening gehouden met de actuele waarde van in het kader van herstructureringsprogramma s ontvangen zekerheden in de vorm van Amerikaans schatkistpapier. De voorziening voor risico s op overheden is een voorziening voor tegenpartijrisico s in tegenstelling tot de voorziening voor landenrisico s die een algemene voorziening is voor het totale risico op een bepaald land. 74

Jaarrekening 2000 Specificatie risico s op overheden per 31 december 2000 Netto obligo Voorziening Midden- en Oost-Europa 223 91 Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied 785 118 Azië Pacific 10 7 Overige landen 89 56 Totaal 1.107 272 Verloop voorzieningen voor risico s op overheden 2000 1999 1998 Beginstand 533 494 410 Valutaomrekeningsverschillen 36 74 23 Waardeveranderingen van vorderingen 197 25 303 Overige mutaties 100 10 196 Eindstand 272 533 494 De voorziening voor risico s op overheden c.q. landenrisico s is als waardecorrectie in mindering gebracht op kredieten, bankiers respectievelijk rentedragende waardepapieren. Overig Onder kredieten zijn achtergestelde vorderingen begrepen tot een bedrag van EUR 22 miljoen (vorig jaar EUR 57 miljoen). Onder kredieten is begrepen een bedrag inzake lease-activiteiten van EUR 13.386 miljoen (vorig jaar EUR 10.910 miljoen). 75

Jaarrekening 2000 5 Effecten In de balansposten kortlopend overheidspapier, rentedragende waardepapieren en aandelen zijn begrepen de beleggingsportefeuilles en de handelsportefeuilles, de in waardepapieren belichaamde vorderingen zoals schatkistpapier en commercial paper, alsmede participaties. Rentedragende waardepapieren behorend tot een beleggingsportefeuille, voornamelijk obligaties van centrale overheden, dienen onder meer als liquiditeitsbuffer. Door middel van een actief beheer wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk rendement. Aandelenpakketten, welke duurzaam worden gehouden, zijn eveneens in de beleggingsportefeuilles opgenomen. Van de genoemde balansposten is de samenstelling als volgt: 2000 1999 Beleggingsportefeuilles 67.893 62.679 Handelsportefeuilles 52.305 39.428 Kortlopend overheidspapier 5.579 3.114 Andere waardepapieren van banken 3.207 4.873 Andere waardepapieren met karakter van kredietverlening 5.957 4.631 Opties 3.307 3.913 Participaties 2.098 1.310 Totaal effecten 140.346 119.948 waarvan: Ter beurze genoteerd Niet ter beurze genoteerd 2000 1999 2000 1999 Waardepapieren overheden 37.765 43.579 23.097 11.271 Overige waardepapieren 20.968 16.109 37.422 31.999 Aandelen 17.993 15.542 3.101 1.448 Totaal effecten 76.726 75.230 63.620 44.718 76

Jaarrekening 2000 Ter beurze genoteerde effecten betreffen alle effecten die op enige effectenbeurs worden verhandeld. Voor een deel van de in de portefeuilles opgenomen effecten berust het juridisch eigendom bij derden. Dit betreft tijdelijk verkochte effecten met terugkoopverplichting (EUR 11.639 miljoen, vorig jaar EUR 8.163 miljoen) en in verbruikleen gegeven effecten (EUR 5.947 miljoen, vorig jaar EUR 9.213 miljoen). Daarnaast heeft ABN AMRO tot een bedrag van EUR 16.482 miljoen (vorig jaar EUR 7.075 miljoen) effecten in verbruikleen ontvangen. Deze effecten zijn niet in de balans opgenomen. Onder rentedragende waardepapieren zijn posten met een achtergesteld karakter van EUR 131 miljoen (vorig jaar EUR 32 miljoen) begrepen, alsmede niet-achtergestelde rentedragende waardepapieren, uitgegeven ten laste van groepsmaatschappijen tot een bedrag van EUR 1.249 miljoen (vorig jaar EUR 1.028 miljoen). In het kader van de uitoefening van het effectenbedrijf wordt in eigen aandelen gehandeld. Tevens zijn in verband met verstrekte optierechten aan het personeel en ter dekking van met cliënten ingenomen posities via de beurs aandelen ingekocht. Per balansdatum hadden groepsmaatschappijen 1,9 miljoen gewone aandelen ABN AMRO Holding N.V. voor eigen rekening in portefeuille. Het hiermee corresponderende bedrag van EUR 21 miljoen is in mindering gebracht op de reserves. In 2001 zal van de post rentedragende waardepapieren op grond van de aflossingsschema s EUR 23.235 miljoen vervallen. Beleggingsportefeuilles Het onderstaande overzicht toont de boekwaarde alsmede de reële waarde van de beleggingsportefeuilles van ABN AMRO. De reële waarde is gebaseerd op de genoteerde koersen voor effecten waarin handel plaatsvindt, en op de geschatte marktwaarde voor effecten waarin geen handel plaatsvindt. 2000 1999 Boek- Reële Boek- Reële waarde (Dis)agio waarde waarde (Dis)agio waarde Nederlandse Staat 6.503 17 6.628 4.770 234 4.812 Amerikaans schatkistpapier en overheid 4.235 21 4.260 7.454 123 7.137 Overige OESO staten 19.853 313 20.475 18.112 560 18.396 Hypothecair gedekte waardepapieren 21.559 89 21.558 17.900 66 17.284 Overige rentedragende waardepapieren 10.288 73 10.462 9.628 31 9.847 Totaal rentedragende waardepapieren en kortlopend overheidspapier 62.438 147 63.437 57.864 636 57.476 Aandelen 5.455 5.455 4.815 4.815 Totaal beleggingsportefeuilles 67.893 68.892 62.679 62.291 77

Jaarrekening 2000 Verloop van de boekwaarde van beleggingsportefeuilles in 2000: Rentedragend Aandelen Beginstand beleggingsportefeuille bankbedrijf 55.182 1.496 Mutaties: Aankopen 61.100 739 Verkopen 43.703 368 Aflossingen 15.656 Herwaarderingen 11 32 Valutaomrekeningsverschillen 2.212 5 Overige 319 236 Eindstand beleggingsportefeuille bankbedrijf 59.465 1.668 Eindstand beleggingsportefeuille verzekeringsbedrijf 2.973 3.787 Totaal beleggingsportefeuilles 62.438 5.455 Cumulatief bedrag herwaarderingen 30 Cumulatief bedrag waardeverminderingen 82 Agio s en disagio s betreffende de beleggingsportefeuilles worden geamortiseerd; de verkrijgingsprijs van de beleggingsportefeuilles ligt met inbegrip van de nog te amortiseren bedragen uit ruiltransacties EUR 400 miljoen beneden de aflossingswaarde. Handelsportefeuilles In de onderstaande tabel wordt de samenstelling van de handelsportefeuilles nader gespecificeerd. 2000 1999 Nederlandse Staat 1.534 947 Amerikaans schatkistpapier en overheid 8.519 4.147 Overige OESO staten 16.071 17.420 Overige rentedragende waardepapieren 15.947 9.962 Totaal rentedragende waardepapieren 42.071 32.476 Aandelen 10.234 6.952 Totaal handelsportefeuilles 52.305 39.428 78

Jaarrekening 2000 Overige effecten In de onderstaande tabel wordt de boekwaarde alsmede de reële waarde van de overige effecten nader gespecificeerd. 2000 1999 Boek- Reële Boek- Reële waarde waarde waarde waarde Kortlopend overheidspapier 5.579 5.593 3.114 3.139 Andere waardepapieren van banken 3.207 3.207 4.873 4.873 Andere schuldbewijzen 5.957 5,928 4.631 4.535 Totaal rentedragende waardepapieren 14.743 14.728 12.618 12.547 Aandelen, opties en participaties 5.405 5.372 5.223 5.252 Totaal overige effecten 20.148 20.100 17.841 17.799 6 Deelnemingen Hieronder worden de kapitaalbelangen opgenomen, welke duurzaam voor de bedrijfsuitoefening worden aangehouden. 2000 1999 Kredietinstellingen 916 858 Overige deelnemingen 1.110 1.026 Totaal deelnemingen 2.026 1.884 Verloop: Beginstand 1.884 1.057 Mutaties: Aankopen/uitbreidingen 196 782 Verkopen/verminderingen 202 64 Herwaarderingen 4 4 Overige 152 113 Eindstand 2.026 1.884 Cumulatief bedrag herwaarderingen 2 27 De boekwaarde van de deelnemingen die op een officiële beurs zijn genoteerd, bedroeg EUR 629 miljoen (vorig jaar EUR 794 miljoen). 79

Jaarrekening 2000 7 Onroerende zaken en bedrijfsmiddelen 2000 1999 Onroerende zaken voor eigen gebruik 3.376 3.218 Onroerende zaken niet voor eigen gebruik 1.533 357 Bedrijfsmiddelen 1.904 1.630 Totaal onroerende zaken en bedrijfsmiddelen 6.813 5.205 Onroerende zaken Eigen Niet eigen Bedrijfs- Totaal gebruik gebruik middelen Verloop: Beginstand 5.205 3.218 357 1.630 Mutaties: Aankopen 1.597 363 231 1.003 Verkopen 214 74 94 46 Herwaarderingen 3 3 Afschrijvingen 941 199 742 (De)consolidatie 1.157 18 1.076 63 Overige 6 47 37 4 1.608 158 1.176 274 Cumulatieve bedragen: Vervangingswaarde 9.308 4.426 1.534 3.348 Afschrijvingen 2.495 1.050 1 1.444 Eindstand 6.813 3.376 1.533 1.904 Waarvan herwaardering 151 148 3 Van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen berust tot een bedrag van EUR 34 miljoen (vorig jaar EUR 75 miljoen) het juridisch eigendom bij derden. 8 Overige activa en overige schulden Onder overige activa en overige schulden worden die bedragen opgenomen, die niet overlopend zijn of niet onder andere balansposten gerubriceerd kunnen worden, zoals belastingvorderingen (2000: EUR 97 miljoen) en belastingverplichtingen (2000: EUR 927 miljoen), latente belastingvorderingen (2000: EUR 1.060 miljoen), servicing-rechten, edele metalen en andere goederen, saldi van nog te verrekenen posten in het betalingsverkeer, baisseposities effecten en marktwaarde van rente- en valutacontracten inzake handelsactiviteiten. 80

Jaarrekening 2000 9 Overlopende activa en overlopende passiva Onder overlopende activa en overlopende passiva worden baten en lasten gerubriceerd, die zijn toegerekend aan de verslagperiode, maar waarvan de feitelijke ontvangst of betaling valt in een andere periode. Daarnaast wordt onder deze balansposten opgenomen het saldo van alle verschillen tussen de contractkoers en de contante koers van contracten die zijn afgesloten ter dekking van het valutarisico. 10 Bankiers (opgenomen gelden) Hieronder worden opgenomen de schulden, inclusief die uit hoofde van professionele effectentransacties, aan kredietinstellingen, centrale banken en multilaterale ontwikkelingsbanken. 11 Toevertrouwde middelen Hieronder worden opgenomen de door klanten toevertrouwde middelen, zoals rekeningcourantverhoudingen, spaargelden en deposito s, alsmede de schulden uit hoofde van professionele effectentransacties en niet-achtergestelde onderhandse leningen. 2000 1999 Spaargelden 80.980 71.729 Deposito s zaken 77.722 65.931 Professionele effectentransacties 43.020 29.756 Overige creditsaldi 77.827 62.576 Totaal toevertrouwde middelen 279.549 229.992 12 Schuldbewijzen Hieronder worden opgenomen obligaties en andere verhandelbare rentedragende waardepapieren, voor zover niet achtergesteld. 2000 1999 Obligatieleningen en notes 24.736 17.277 Kas- en spaarbiljetten, spaar- en bankbrieven 8.015 7.795 Certificates of deposit en commercial paper 27.532 29.156 Totaal schuldbewijzen 60.283 54.228 De obligatieleningen zijn vooral opgenomen op de Nederlandse kapitaalmarkt en op de Euromarkt en luiden voornamelijk in euro s en Amerikaanse dollars. Het commercial paper programma wordt vooral gevoerd in de Verenigde Staten en luidt in Amerikaanse dollars. De overige schuldbewijzen zijn instrumenten voor de markten waarop ABN AMRO werkzaam is en luiden veelal in de lokale valuta. Van de schuldbewijzen ultimo 2000 luidde EUR 20.606 miljoen in euro s en EUR 32.539 miljoen in Amerikaanse dollars. 81

Jaarrekening 2000 De schuldbewijzen per 31 december 2000 bestonden voor een bedrag van EUR 728 miljoen uit verplichtingen met variabele rente. Daarnaast waren ultimo 2000 schuldbewijzen tot een bedrag van EUR 1.477 miljoen geconverteerd in variabel rentende verplichtingen door middel van derivatencontracten die in het kader van het balansbeheer werden afgesloten. Gecorrigeerd voor ultimo 2000 uitstaande derivatencontracten in het kader van het balansbeheer, bedroeg het gemiddelde rentepercentage van de obligatieleningen en notes 6,2%. Overzicht resterende looptijden schuldbewijzen 2000 1999 Korter dan één jaar 31.724 31.370 Van één tot twee jaar 3.385 3.994 Van twee tot drie jaar 2.649 2.192 Van drie tot vier jaar 2.532 1.443 Van vier tot vijf jaar 2.855 1.821 Langer dan vijf jaar 17.138 13.408 Totaal schuldbewijzen 60.283 54.228 13 Voorzieningen 2000 1999 Voorziening voor latente belastingverplichtingen (zie toelichting punt 37) 1.391 1.008 Voorziening voor pensioenverplichtingen 252 178 Voorzieningen voor uitkeringen aan niet-actieve medewerkers 251 165 Verzekeringstechnische voorzieningen 9.984 8.539 Herstructureringsvoorziening 837 Overige voorzieningen 707 816 Totaal voorzieningen 13.422 10.706 De voorzieningen voor uitkeringen aan niet-actieve medewerkers zijn gevormd voor onder meer de vervroegde uittreding, ingegane uitkeringen wegens volledige arbeidsongeschiktheid en de bijdragen aan ziektekosten. Onder de verzekeringstechnische voorzieningen zijn opgenomen de wiskundige reserves en de premie- en schadereserves van de tot de groep behorende verzekeringsmaatschappijen. Nadere gegevens over de herstructureringsvoorziening zijn opgenomen onder punt 38. In het algemeen zijn de voorzieningen naar hun aard langlopend. 82

Jaarrekening 2000 14 Fonds voor algemene bankrisico s Het fonds voor algemene bankrisico s heeft betrekking op het algemene risico uit hoofde van kredietverlening en de uitoefening van het overige bankbedrijf. Het fonds is na aftrek van belastingen en maakt deel uit van het kernvermogen; het wordt gedeeltelijk aangehouden in andere valuta dan de euro. 2000 1999 Beginstand 1.232 1.140 Mutaties: Vrijval ten gunste van resultaat 32 20 Belasting over vrijval 11 7 21 13 Valutaomrekeningsverschillen 57 98 Overige 51 7 Eindstand 1.319 1.232 15 Achtergestelde schulden Onder deze post worden opgenomen de achtergestelde obligaties en leningen die voor de geconsolideerde solvabiliteitstoetsing door de Nederlandsche Bank in aanmerking genomen worden. Dit betreft zowel schulden die achtergesteld zijn bij alle andere tegenwoordige en toekomstige verplichtingen van ABN AMRO Holding N.V. alsmede schulden opgenomen door geconsolideerde deelnemingen, waarvan EUR 11.342 miljoen door ABN AMRO Bank N.V. Vervroegde gehele of gedeeltelijke aflossing is in het algemeen niet toegestaan. Het gemiddelde rentepercentage van de achtergestelde schulden bedroeg 6,9%. Overzicht resterende looptijden achtergestelde leningen 2000 1999 Korter dan één jaar 1.523 261 Van één tot twee jaar 703 1.423 Van twee tot drie jaar 188 681 Van drie tot vier jaar 487 172 Van vier tot vijf jaar 1.427 459 Langer dan vijf jaar 9.077 7.721 Totaal achtergestelde schulden 13.405 10.717 83

Jaarrekening 2000 Van de achtergestelde schulden ultimo 2000 luidde EUR 5.867 miljoen in euro s en EUR 6.810 miljoen in Amerikaanse dollars; een bedrag van EUR 1.320 miljoen bestond uit verplichtingen met variabele rente. 16 Eigen vermogen 2000 1999 1998 Kapitaal 1.676 1.658 1.645 Reserves 10.868 10.358 9.117 12.544 12.016 10.762 Ingekochte eigen aandelen 21 29 39 Totaal eigen vermogen 12.523 11.987 10.723 Voor een specificatie van de mutaties in het eigen vermogen wordt verwezen naar het mutatieoverzicht eigen vermogen. Aandelenkapitaal Het maatschappelijk kapitaal van ABN AMRO Holding N.V. bedraagt nominaal NLG 10.500.000.005 en bestaat uit één prioriteitsaandeel, vier miljard gewone aandelen, een miljard preferente aandelen en honderd miljoen preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen, waarvan ieder aandeel kan worden omgewisseld in vier gewone aandelen. Het geplaatst en gestort kapitaal is samengesteld uit de volgende aandelen (in aantallen): Prioriteitsaandeel (nominaal NLG 5,00) 1 Gewone aandelen (nominaal NLG 1,25) 1.502.301.875 Preferente aandelen (nominaal NLG 5,00) 362.503.010 Preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen (nominaal NLG 5,00) 794.984 Per 31 december 2000 zijn 1.946.009 gewone aandelen ingekocht in het kader van verstrekte optierechten. De preferente aandelen zijn uitgegeven op naam; het dividend is vastgesteld op 9,50% van de nominale waarde en is conform de statutaire bepalingen per 1 januari 2001 herzien en vastgesteld op 5,55%. Het dividend van de preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen is tot en met het boekjaar 2003 vastgesteld op EUR 1,72 (afgerond) per aandeel per jaar. De houders van converteerbare aandelen kunnen tot en met 31 oktober 2003 hun aandelen converteren in 3,2 miljoen gewone aandelen tegen bijbetaling van EUR 0,79 (afgerond) per gewoon aandeel. Bij uitoefening van alle rechten neemt het eigen vermogen toe met EUR 862 miljoen. 84

Jaarrekening 2000 Reserves 2000 1999 1998 Agioreserve 2.518 2.480 2.454 Herwaarderingsreserves 300 320 314 Wettelijke en statutaire reserves 207 205 172 Algemene reserve 8.169 7.777 6.816 Reserves koersverschillen 326 424 639 Overige reserves 7.843 7.353 6.177 Totaal reserves 10.868 10.358 9.117 De agioreserve is fiscaal erkend. Van de herwaarderingsreserves is door verkopen en afschrijvingen EUR 140 miljoen als gerealiseerd te beschouwen. Het overige gedeelte kan worden beschouwd als wettelijke reserve. Ten aanzien van het slotdividend is rekening gehouden met de verwachte keuze door de aandeelhouders voor stockdividend (50%). Personeelsopties Naast leden van de Raad van Bestuur en het overige topkader wordt ook aan andere medewerkers van ABN AMRO in Nederland periodiek de gelegenheid geboden aandelenopties te verkrijgen waarbij de waarde gerelateerd is aan de uitoefenprijs van de opties. De uitoefenprijs van de uitgegeven personeelsopties is gelijk aan het gemiddelde van de hoogste en laagste notering van het gewone aandeel op de AEX-Effectenbeurs op de dag waarop de optierechten worden verleend. Met ingang van 2000 hebben aan het topkader toegekende opties een looptijd van zeven jaar in plaats van voorheen vijf jaar. Het merendeel van de opties mag echter gedurende de eerste drie jaar na toekenning niet uitgeoefend worden. Voor het hoger kader en andere daartoe aangewezen personen zijn open perioden voor de uitoefening vastgesteld. Buiten deze perioden is uitoefening door deze groep van medewerkers niet toegestaan, uitgezonderd en onder bepaalde voorwaarden op de expiratiedatum en de daaraan voorafgaande vijf werkdagen. In 2000 maakten circa 19.000 medewerkers gebruik van de mogelijkheid aandelenopties te verkrijgen. Ultimo 2000 hadden circa 25.000 werknemers aandelenopties in hun bezit. 85

Jaarrekening 2000 De uitoefenprijs in 1998, 1999 en 2000 varieerde tussen EUR 5,85 en EUR 24,32. Indien de ultimo 2000 uitstaande rechten worden uitgeoefend, neemt het aantal gewone aandelen toe met 42,0 miljoen (zie onderstaand overzicht) en het eigen vermogen met EUR 860 miljoen. Personeels- Gemiddelde Bandbreedte opties uitoefenprijs uitoefenprijs Uitoefenperiode tot en met (in duizenden) in euro s in euro s 2001 2.126 10,99 10,02-12,75 2002 6.242 16,60 15,38-18,60 2003 14.034 22,55 17,28-23,52 2004 10.680 20,73 18,10-24,32 2005 4.068 22,43 22,23-24,11 2006 2007 4.866 21,30 21,30 Totaal 42.016 20,46 10,02-24,32 2000 1999 Personeels- Gemiddelde Personeels- Gemiddelde opties uitoefenprijs opties uitoefenprijs (in duizenden) in euro s (in duizenden) in euro s Verloop: Beginstand 34.306 19,32 28.103 17,99 Opties verleend aan Raad van Bestuur 482 21,30 322 18,13 Opties verleend aan overig topkader 4.489 21,28 3.296 18,10 Overige verleende opties 6.906 22,28 6.430 21,85 Uitgeoefende opties 4.008 14,91 3.818 12,62 Afgelopen en vervallen opties 159 19,54 27 8,66 Eindstand 42.016 20,46 34.306 19,33 Vanaf 1 januari 2001 zal ABN AMRO ter voldoening van haar verplichtingen uit hoofde van verleende opties jaarlijks nieuwe gewone aandelen beschikbaar stellen tot maximaal 1% van de uitstaande gewone aandelen. Het totaal van de uitstaande optieverplichtingen, die zullen worden voldaan door de uitgifte van nieuwe gewone aandelen, zal maximaal 10% bedragen van het aantal uitstaande gewone aandelen. Indien door het verlenen van opties deze grenzen worden overschreden, zal ABN AMRO aan haar verplichtingen voldoen door aandelen in de vrije markt in te kopen of optieposities af te dekken door middel van derivatentransacties. De levering van de in 2000 uitgeoefende opties vond plaats door middel van 700.000 op het moment van toekenning ingekochte aandelen en 3.308.000 op het moment van uitoefening uitgegeven aandelen. Indien ABN AMRO de in 2000 verleende personeelsopties zou hebben gewaardeerd tegen de reële waarde van de opties op de datum van verlening daarvan in plaats van tegen de intrinsieke waarde, zouden de nettowinst en de winst per aandeel EUR 65 miljoen respectievelijk EUR 0,04 lager zijn uitgevallen. 86

Jaarrekening 2000 17 Belang van derden Hieronder is opgenomen het aandeel van derden in het vermogen van dochtermaatschappijen en overige groepsmaatschappijen, alsmede de door dochtermaatschappijen in de Verenigde Staten aan derden uitgegeven preferente aandelen. Het recht op terugbetaling van deze preferente aandelen berust in alle gevallen bij de uitgevende instelling en vereist tevens de instemming van de toezichthouders. Voor preferente aandelen waarbij geen sprake is van een vast dividend zal, indien geen gebruikgemaakt wordt van het recht van terugbetaling, een opwaartse aanpassing van het dividend (step-up) plaatsvinden. De Trust preferred shares zijn wat betreft de dividend- en liquidatierechten vergelijkbaar met door ABN AMRO Holding N.V. zelf uitgegeven preferente aandelen. 2000 1999 1998 Cumulatief preferente aandelen 109 94 Niet-cumulatief preferente aandelen Trust preferred shares met vast dividend 2.689 2.488 1.070 Overige aandelen met vast dividend 480 547 471 Overige aandelen met dividendherziening 1.027 1.209 1.040 Overige belangen van derden 1.091 592 855 Totaal 5.287 4.945 3.530 2000 1999 1998 Beginstand 4.945 3.530 2.054 Valutaomrekeningsverschillen 413 556 195 Uitgifte van preferente aandelen 1.180 1.133 Aflossing van preferente aandelen 528 Overige mutaties 457 321 538 Eindstand 5.287 4.945 3.530 18 Solvabiliteit De door de Nederlandsche Bank gestelde normen voor de belangrijkste vermogensratio s zijn afgeleid van de solvabiliteitsrichtlijnen van de Europese Unie en het Bazels Comité voor het Bankentoezicht. Deze ratio s vergelijken het totale vermogen en het kernvermogen van de bank met het totaal van de naar risicocategorie gewogen activa en buitenbalansposten en het marktrisico van de handelsportefeuilles. De minimaal vereiste percentages voor totaal vermogen en kernvermogen bedragen 8% respectievelijk 4% van de naar risico gewogen activa. 87

Jaarrekening 2000 De onderstaande tabel geeft een overzicht van het aanwezige vermogen en het volgens de normen van de toezichthouder minimaal vereiste vermogen. 2000 1999 Minimaal Minimaal vereist Aanwezig vereist Aanwezig Totaal vermogen 21.108 27.421 19.710 26.764 Ratio totaal vermogen 8,0% 10,39% 8,0% 10,86% Kernvermogen 10.554 19.010 9.855 17.735 Ratio kernvermogen 4,0% 7,20% 4,0% 7,20% 19 Verhoudingen met deelnemingen De vorderingen op en schulden aan deelnemingen, zoals opgenomen onder de diverse balansposten, bedroegen: 2000 1999 Bankiers (uitgezette gelden) 10 17 Kredieten 216 194 Bankiers (opgenomen gelden) 380 84 Toevertrouwde middelen 48 16 20 Looptijden Tegenover de op korte termijn opeisbare schulden staan in het algemeen liquide middelen, op vergelijkbare termijnen in liquide middelen om te zetten activa, danwel uitzettingen die passen in het renterisicobeleid. De balans is reeds ingedeeld naar afnemende liquiditeit; voor een aantal balansposten, waarbinnen uiteenlopende resterende looptijden gelden, wordt hieronder een aanvullend overzicht gegeven. In dit overzicht zijn niet opgenomen de liquide activa zoals kasmiddelen en kortlopend overheidspapier en de beleggingsportefeuilles obligaties, welke gezien hun karakter direct in liquide middelen zijn om te zetten. In alle landen, waar ABN AMRO werkzaam is, voldoet de liquiditeit aan de normen van de toezichthoudende instanties. 88

Jaarrekening 2000 Looptijdenoverzicht (in miljarden euro s) Opeisbaar 3 mnd 3 mnd - 1 jr 1 jr - 5 jr > 5 jr Bankiers (opgenomen gelden) 14 65 17 4 2 Spaargelden 46 19 10 6 Overige toevertrouwde middelen (inclusief professionele effectentransacties) 58 106 22 8 5 Schuldbewijzen 20 12 11 17 Achtergestelde schulden 1 3 9 Bankiers (uitgezette gelden) 14 22 11 1 1 Kredieten 22 106 39 62 90 21 Valutapositie Van de totale activa en de totale passiva luidt omgerekend EUR 343 miljard respectievelijk EUR 332 miljard in een andere valuta dan de euro; de in de balans begrepen posities zijn in het algemeen door middel van niet in de balans opgenomen valutacontracten afgedekt. De feitelijke valutaposities voortkomend uit de eigen handelsposities zijn beperkt van omvang. De investeringen in buitenlandse vestigingen worden grotendeels met euro s gefinancierd. Een deel van de hieruit voortvloeiende valutaposities wordt aangehouden als tegenwicht voor de eveneens aan valutakoersschommelingen onderhevige solvabiliteitseis over de risicodragende activa in vreemde valuta. In dit beleid past ook het aantrekken van preferent vermogen en achtergestelde schulden in vreemde valuta. 22 Zakelijke zekerheden In verband met zekerheidstelling ten behoeve van bepaalde passiva en voor buiten de balans opgenomen voorwaardelijke schulden, alsmede in het kader van transacties op de financiële markten, staan bepaalde activa niet ter vrije beschikking. Dit betreft kasmiddelen (EUR 4,1 miljard), bankiers (EUR 0,1 miljard), effecten (EUR 6,5 miljard) en kredieten (EUR 21,7 miljard). Ten behoeve van verplichtingen is zekerheid gesteld onder bankiers (EUR 16,0 miljard), toevertrouwde middelen (EUR 6,5 miljard) en overige schulden (EUR 5,8 miljard). 89

Jaarrekening 2000 23 Voorwaardelijke schulden 2000 1999 Verplichtingen wegens verstrekte borgtochten en garanties 43.633 39.254 Verplichtingen uit hoofde van onherroepelijke accreditieven 5.291 4.243 Regresverplichtingen uit hoofde van verdisconteerde wissels 120 64 49.044 43.561 24 Derivaten Derivaten zijn financiële instrumenten, waarvan de gecontracteerde bedragen niet in de balans worden opgenomen, omdat sprake is van rechten en verplichtingen uit één overeenkomst, waarvan de prestatie ligt na de balansdatum, danwel omdat deze uitsluitend fungeren als rekengrootheden. Voorbeelden van derivaten zijn valutatermijntransacties, opties, swaps, futures en forward rate agreements. De onderliggende waarde kan een rente-, valuta-, commodity-, obligatie- of aandelenproduct zijn danwel een combinatie van deze producten. Transacties in derivaten worden afgesloten als handelsactiviteit (inclusief dienstverlening aan klanten) en ter afdekking van de eigen rente- en valutarisico s. De in het overzicht weergegeven gecontracteerde bedragen of notional amounts (inclusief looptijdprofiel op basis van resterende looptijd) weerspiegelen de mate waarin ABN AMRO op de desbetreffende (deel)markten actief is. Deze notional amounts geven echter geen indicatie van de omvang van de kasstromen en het aan transacties in derivaten verbonden marktrisico en kredietrisico. Het marktrisico komt voort uit verandering van variabelen die de waarde van derivaten bepalen, zoals rente en koers. Het kredietrisico betreft het mogelijke verlies dat ontstaat wanneer een tegenpartij in gebreke blijft. Dit laatste kan niet los gezien worden van het marktrisico omdat de hoogte van het kredietrisico mede wordt bepaald door feitelijke en verwachte marktbewegingen. Bij de berekening van het kredietrisico in onderstaande tabel is geen rekening gehouden met netting-overeenkomsten en andere zekerheden. 90

Jaarrekening 2000 Derivaten overzicht (in miljarden euro s) Notional amounts 1 jr 1 jr - 5 jr > 5 jr Totaal Kredietrisico Rentecontracten OTC: Swaps 302 389 307 998 15 Forwards 118 7 125 Opties 71 153 54 278 2 Beurs: Futures 117 22 2 141 Opties 22 3 25 Valutacontracten OTC: Swaps 33 82 33 148 5 Forwards 434 19 1 454 12 Opties 51 3 54 1 Beurs: Futures 1 1 Opties 2 2 Overige contracten OTC: Forwards/Swaps 5 1 6 Opties 9 31 40 1 Beurs: Futures 2 2 Opties 16 9 3 28 Totaal derivaten 1.183 719 400 2.302 36 De volgende tabellen gesplitst naar contracten behorend tot de handelsportefeuilles en contracten afgesloten in het kader van het eigen rente- en valutabeleid (hedgeportefeuilles) geven een overzicht van de notional amounts en de (gemiddelde) marktwaardes daarvan, nader onderverdeeld naar de belangrijkste instrumenten. De intercompany transacties tussen hedgeportefeuilles en handelsportefeuilles zijn niet geëlimineerd. 91

Jaarrekening 2000 Handelsportefeuilles derivaten 2000 Notional Marktwaarde Gemiddelde marktwaarde amounts Positief Negatief Positief Negatief Rentecontracten Swaps 1.011.770 16.697 14.419 14.653 13.112 Forwards 124.040 127 153 128 131 Gekochte opties 153.403 1.670 1.678 Verkochte opties 164.725 1.910 2.078 Futures 134.682 Totaal rentecontracten 1.588.620 18.494 16.482 16.459 15.321 Valutacontracten Swaps 130.275 5.586 7.262 5.736 6.404 Forwards 451.718 11.587 9.856 11.209 9.412 Gekochte opties 26.588 655 598 Verkochte opties 30.115 616 559 Futures 1.312 Totaal valutacontracten 640.008 17.828 17.734 17.543 16.375 Overige contracten Gekochte aandelenopties 30.564 1.222 1.954 Verkochte aandelenopties 39.107 2.877 3.480 Overige aandelen en commoditycontracten 8.977 56 166 90 125 Totaal overige contracten 78.648 1.278 3.043 2.044 3.605 Handelsportefeuilles derivaten 1999 Notional Marktwaarde Gemiddelde marktwaarde amounts Positief Negatief Positief Negatief Rentecontracten 1.391.319 17.545 15.849 17.326 17.728 Valutacontracten 608.404 13.415 13.112 12.764 11.837 Overige contracten 57.187 2.110 3.676 1.895 3.453 92

Jaarrekening 2000 Hedgeportefeuilles derivaten 2000 1999 Notional Marktwaarde Notional Marktwaarde amounts Positief Negatief amounts Positief Negatief Rentecontracten Swaps 125.138 2.295 2.377 85.688 2.243 1.702 Forwards 4.598 2 2 9.720 10 10 Gekochte opties 19.788 338 7.980 130 Futures 6.266 15.773 69 2 Totaal rentecontracten 155.790 2.635 2.379 119.161 2.452 1.714 Valutacontracten Swaps 12.148 300 275 8.948 352 184 Forwards 16.000 295 223 24.871 400 654 Gekochte opties 6.107 103 4.486 32 Totaal valutacontracten 34.255 698 498 38.305 784 838 Derivaten en solvabiliteitseisen Bij de bepaling van het voor de solvabiliteitstoetsing vereiste vermogen wordt naast het huidige kredietrisico ook rekening gehouden met het toekomstige kredietrisico. Dit gebeurt door het huidige potentiële verlies, de zogenoemde positieve vervangingswaarde op basis van de marktomstandigheden op de balansdatum, te verhogen met een van de aard en de resterende looptijd van het contract afhankelijk percentage van de relevante gecontracteerde bedragen. Op deze manier wordt rekening gehouden met het mogelijk nadelige verloop van de positieve vervangingswaarde gedurende de resterende looptijd van het contract. In onderstaande tabel wordt het totaal zowel ongewogen als gewogen voor het tegenpartijrisico (voornamelijk banken) weergegeven. Hierbij is wel rekening gehouden met de risico- en solvabiliteitsverlagende invloed van netting-overeenkomsten en andere zekerheden. Kredietequivalent (in miljarden euro s) 2000 1999 Rentecontracten 25,4 23,8 Valutacontracten 30,6 26,0 Overige contracten 4,3 3,4 60,3 53,2 Effect van contractuele netting 27,1 21,1 Ongewogen kredietequivalent 33,2 32,1 Gewogen kredietequivalent 9,7 8,8 93

Jaarrekening 2000 25 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Naast de onder de balans vermelde bedragen zijn niet-gekwantificeerde garanties afgegeven ten aanzien van onze effectenbewaarbedrijven, interbancaire organen en instellingen en voor deelnemingen; verder zijn collectieve garantieregelingen op groepsmaatschappijen in verschillende landen van toepassing. Daarnaast is ten behoeve van een aantal groepsmaatschappijen een verklaring van aansprakelijkheidstelling afgegeven. In een aantal jurisdicties zijn procedures aanhangig tegen ABN AMRO. Op grond van informatie die thans beschikbaar is en na raadpleging van de juridische adviseurs, is de Raad van Bestuur van mening dat de uitkomst van die procedures naar verwachting geen wezenlijk nadelig effect zal hebben op de geconsolideerde financiële positie en het totaal van de activiteiten van ABN AMRO. Voor 2001 worden de investeringen in onroerende zaken en bedrijfsmiddelen geraamd op EUR 1,2 miljard. Tot een bedrag van EUR 175 miljoen zijn hiervoor reeds verplichtingen aangegaan. Alhoewel ABN AMRO een gedeelte van haar kredietportefeuille heeft verkocht, gedeeltelijk door securitisatie al dan niet in combinatie met in verband daarmee afgegeven garanties, berust het juridisch eigendom van deze vorderingen in sommige gevallen bij ABN AMRO. De meeste van deze kredieten worden ook door ABN AMRO beheerd. Daarnaast verzorgt ABN AMRO het beheer van door andere instellingen verstrekte kredieten. Onderstaand worden de desbetreffende bedragen per 31 december 2000 vermeld. Kredieten verkocht met behoud van juridisch eigendom 6.029 Kredieten in beheer voor derden 109.476 Kredieten verkocht met garantie 11.534 Uit hoofde van langlopende huur- en leasecontracten waren per 31 december 2000 de onderstaande verplichtingen aangegaan: 2001 233 2002 218 2003 197 2004 177 2005 153 2006 en later 905 94

Jaarrekening 2000 26 Rente Hieronder worden opgenomen de rentebaten uit hoofde van de kredietverlening, de uitzettingen en de beleggingen, de rentelasten van de opgenomen en toevertrouwde middelen, alsmede de resultaten uit de rentecontracten en de valutacontracten die ter dekking van het renterisico respectievelijk het valutarisico zijn afgesloten. Tevens zijn onder dit hoofd verantwoord de ontvangen overige kredietgerelateerde baten. Uit hoofde van rentedragende waardepapieren is een rentebate van EUR 6.621 miljoen (vorig jaar EUR 4.746 miljoen) verantwoord. De rentelast van de achtergestelde schulden bedroeg EUR 816 miljoen (vorig jaar EUR 695 miljoen). 27 Opbrengsten uit effecten en deelnemingen Hieronder wordt voor deelnemingen, waarin invloed van betekenis wordt uitgeoefend, het aandeel in het nettoresultaat verwerkt. Bovendien worden hierin opgenomen de ontvangen dividenden uit aandelen en overige deelnemingen, alsmede de verkoopresultaten van de aandelen uit de beleggingsportefeuille en deelnemingen, voor zover die niet als waardeverandering van financiële vaste activa worden aangemerkt. 2000 1999 1998 Opbrengsten uit aandelen en participaties 130 119 99 Opbrengsten uit deelnemingen 321 238 249 Totaal opbrengsten uit effecten en deelnemingen 451 357 348 28 Provisie Hieronder worden opgenomen de vergoedingen verkregen uit de dienstverlening in het effectenbedrijf, het binnenlands en het buitenlands betalingsverkeer, het vermogensbeheer, het assurantiebedrijf, het leasebedrijf en de overige dienstverlening. Voor zover bedragen aan derden zijn vergoed worden deze als provisielasten verantwoord. 2000 1999 1998 Effectenbedrijf 2.405 1.710 1.437 Betalingsverkeer 1.385 1.176 778 Vermogensbeheer- en trustbedrijf 712 560 404 Assurantiebedrijf 212 176 155 Garanties 163 139 117 Leasebedrijf 158 123 94 Overige 845 571 403 Totaal provisie 5.880 4.455 3.388 95

Jaarrekening 2000 29 Resultaat uit financiële transacties Hierin worden begrepen de koersresultaten uit de effecten- en valutahandel, de handel in derivaten alsmede de onder overige begrepen handel in schuldtitels van landen met betalingsproblemen, en de valutaomrekeningsverschillen op het geïnvesteerde vermogen, voor zover niet vastgelegd in materiële vaste activa, van vestigingen in hyperinflatielanden. 2000 1999 1998 Effectenbedrijf 426 417 527 Valutabedrijf 570 499 531 Derivaten 508 371 188 Overige 65 87 93 Totaal resultaat uit financiële transacties 1.569 1.374 1.153 30 Overige baten Hieronder worden opgenomen de opbrengsten uit projectontwikkeling, de overige opbrengsten uit het leasebedrijf alsmede de resultaten van de tot de groep behorende verzekeringsmaatschappijen. De resultaten van de verzekeringsmaatschappijen betreffen: Leven Schade Netto premie-inkomen 1.679 567 Opbrengst belegde middelen 207 92 Verzekeringstechnische lasten 1.759 563 Totaal resultaat verzekeringsmaatschappijen 127 96 31 Personeelskosten 2000 1999 1998 Salarissen (inclusief winstdelingsregelingen e.d.) 5.754 4.516 3.605 Pensioenlasten 187 140 151 Sociale lasten en overige personeelskosten 1.519 1.112 900 Totaal personeelskosten 7.460 5.768 4.656 Gemiddeld aantal medewerkers (nominaal): Nederland 38.476 36.976 35.387 Overige landen 74.916 71.713 47.880 Totaal gemiddeld aantal medewerkers (nominaal) 113.392 108.689 83.267 96

Jaarrekening 2000 32 Andere beheerskosten Deze post omvat de huisvestingskosten, automatiseringskosten, reclame- en advertentiekosten en overige algemene kosten. Voor haar hoofdactiviteiten huurt ABN AMRO ook panden alsmede ruimte in andere gebouwen. De huurcontracten bevatten in het algemeen een verlengingsclausule en voorzien in de betaling van huur en bepaalde andere huisvestingskosten. De totale huursom van alle contracten bedroeg EUR 341 miljoen in 2000, EUR 262 miljoen in 1999 en EUR 244 miljoen in 1998. 33 Afschrijvingen Hierin worden begrepen de afschrijvingen op onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. 34 Waardeveranderingen van vorderingen Hieronder worden opgenomen de waardecorrecties voor oninbaarheid van vorderingen. 35 Toevoeging aan het fonds voor algemene bankrisico s Hieronder wordt de toevoeging aan respectievelijk de vrijval uit het fonds verantwoord. Er wordt gestreefd naar een omvang van het fonds van ongeveer 0,5% van de naar risico gewogen activa. 36 Waardeveranderingen van financiële vaste activa Onder financiële vaste activa worden begrepen de beleggingsportefeuilles obligaties en aandelen en de deelnemingen waarin de bank geen invloed uitoefent. Waardeverminderingen in de beleggingsportefeuille obligaties kunnen ontstaan bij een duurzame vermindering van de kwaliteit van een debiteur. Deze waardeverminderingen en de waardeverminderingen beneden de verkrijgingsprijs van aandelen en deelnemingen zonder invloed, alsmede de vrijval van eerdere waardeverminderingen worden in deze post verwerkt. Verkoopresultaten beneden de verkrijgingsprijs worden eveneens als waardevermindering aangemerkt. 37 Belastingen De belastingdruk daalde van 31,1% in 1999 tot 28,0% in 2000 (26,7% inclusief herstructureringsvoorziening). 2000 1999 1998 Nominale belastingdruk Nederland 35,0% 35,0% 35,0% Effect belastingdruk overige landen 2,5% 1,3% 1,1% Effect belastingvrij inkomen in Nederland 4,1% 3,1% 3,1% Overige 0,4% 0,5% 0,5% Effectieve belastingdruk 28,0% 31,1% 31,3% 97

Jaarrekening 2000 Van de totaal ten laste van de winst gebrachte belastingen ad EUR 1.023 miljoen betreft EUR 187 miljoen latent verschuldigde belastingen (vorig jaar EUR 279 miljoen). Het totale bedrag aan belastingen dat gedurende het jaar gemuteerd werd in het eigen vermogen is gebracht, bedroeg EUR 31 miljoen. De voorziening voor latente belastingverplichtingen heeft betrekking op belastingverplichtingen die in de toekomst ontstaan als gevolg van het verschil tussen de boekwaarde en de fiscale waardering van bepaalde activa of passiva. In onderstaand overzicht worden de latente belastingverplichtingen en -vorderingen gespecificeerd. 2000 1999 Latente belastingverplichtingen Gebouwen 256 154 Pensioenen en andere uitgangsregelingen 228 173 Derivaten 165 160 Leasing en soortgelijke financiële overeenkomsten 490 326 Servicing-rechten 383 247 Overige 415 206 Totaal 1.937 1.266 Latente belastingvorderingen Debiteurenvoorzieningen 274 300 Beleggingsportefeuilles 31 255 Verrekenbare verliezen buitenlandse vestigingen 714 678 Herstructureringsvoorziening 134 Fiscale verrekeningsmogelijkheden 301 Overige 658 412 Latente belastingvorderingen voor waardecorrecties 2.112 1.645 Af: waardecorrecties 506 415 Latente belastingvorderingen na waardecorrecties 1.606 1.230 De netto contante waarde van latente belastingvorderingen en -verplichtingen wordt berekend op basis van de nettorente indien de oorspronkelijke termijn van het tijdelijk verschil langer dan vijf jaar is. De nominale waarde van de latente belastingvorderingen bedraagt EUR 1.729 miljoen en van de latente belastingverplichtingen EUR 2.044 miljoen. Gedisconteerde latente belastingvorderingen worden contant gemaakt tegen een netto rentepercentage van 14% en hebben een gemiddelde resterende looptijd van drie jaar. Voor gedisconteerde latente belastingverplichtingen bedraagt het netto rentepercentage 4% en de gemiddelde resterende looptijd 20 jaar. 98

Jaarrekening 2000 De latente belastingvorderingen zijn, voor zover mogelijk, gesaldeerd met waardeveranderingen. Het belangrijkste element van deze waardeveranderingen betreft verrekenbare verliezen. Latente belastingvorderingen die waarschijnlijk binnen één jaar ontvangen zullen worden, bedragen EUR 426 miljoen. Specificatie van verrekenbare verliezen van buitenlandse vestigingen per 31 december 2000: 2001 31 2002 73 2003 261 2004 304 2005 199 2006 en later 1.319 Totaal 2.187 ABN AMRO beschouwt een aanzienlijk deel van het uitkeerbare geïnvesteerd kapitaal ten bedrage van ongeveer EUR 4,0 miljard als een investering met een duurzaam karakter. Bij eventuele uitkering van dit kapitaal is geen buitenlandse inkomstenbelasting verschuldigd. Het effect van buitenlandse bronbelasting wordt geraamd op EUR 120 miljoen. 38 Buitengewone lasten In het kader van de nieuwe strategie en de daarmee samenhangende ingrijpende reorganisatie zijn herstructureringsplannen door de nieuw opgerichte strategische business units ingediend. De Raad van Bestuur heeft deze plannen tot een bedrag van maximaal EUR 900 miljoen goedgekeurd en bekendgemaakt. Vanwege het eenmalige karakter van deze plannen worden de geraamde kosten van EUR 900 miljoen als buitengewone lasten aangemerkt. In 2000 is van genoemd bedrag in totaal EUR 63 miljoen uitgegeven. De belangrijkste elementen van de voorziening hebben betrekking op: Afvloeiing personeel 530 Afboeking activa 120 Overige kosten 250 Totaal 900 99

Jaarrekening 2000 39 Belang van derden Hieronder wordt opgenomen het aandeel van derden in het resultaat van dochtermaatschappijen en overige groepsmaatschappijen, alsmede het dividend op de door de dochtermaatschappijen in de Verenigde Staten uitgegeven preferente aandelen. 2000 1999 1998 Dividend preferente aandelen 245 209 123 Overig belang van derden 59 151 38 Totaal belang van derden 304 360 161 40 Gegevens per bedrijfsonderdeel ABN AMRO heeft vestigingen en cliënten in een groot aantal landen. Deze vestigingen zijn niet alleen lokaal maar ook internationaal actief. In de onderstaande tabellen worden de gegevens opgesplitst naar de commerciële bedrijfsonderdelen. In dit verband dient onder netto-omzet te worden verstaan het totaal van de baten vóór aftrek van rentelasten en provisielasten. De indirecte overheadkosten zijn aan de commerciële bedrijfsonderdelen toegerekend. Netto-omzet Totaal baten 2000 1999 1998 2000 1999 1998 Divisie Nederland 12.202 10.389 9.970 4.013 3.989 3.717 Divisie Buitenland: Europa (exclusief Nederland) 4.804 3.603 3.752 1.925 1.590 1.455 Noord-Amerika 7.269 5.507 4.769 3.327 2.753 2.372 Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied 3.996 4.824 2.257 2.712 2.289 1.073 Midden-Oosten en Afrika 422 336 282 190 139 119 Azië Pacific 2.356 1.634 1.317 989 745 616 18.847 15.904 12.377 9.143 7.516 5.635 Divisie Investment Banking 13.971 9.388 8.483 4.414 3.470 2.748 45.020 35.681 30.830 17.570 14.975 12.100 ABN AMRO Lease Holding 800 713 575 628 552 438 ABN AMRO Bouwfonds 1.131 271 Totaal 46.951 36.394 31.405 18.469 15.527 12.538 100

Jaarrekening 2000 Bedrijfsresultaat voor belastingen Naar risico gewogen balanstotaal 2000 1999 1998 2000 1999 1998 Divisie Nederland 1.083 1.369 1.157 83.168 76.478 68.714 Divisie Buitenland: Europa (exclusief Nederland) 539 353 339 23.246 29.800 26.317 Noord-Amerika 1.156 1.099 886 62.305 51.786 39.714 Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied 633 576 235 12.544 12.462 13.673 Midden-Oosten en Afrika 58 52 45 2.161 2.159 1.739 Azië Pacific 239 185 3 17.892 18.555 14.085 2.625 2.161 1.502 118.148 114.762 95.528 Divisie Investment Banking 525 547 319 43.659 47.199 45.182 ABN AMRO Lease Holding 149 128 121 9.102 7.935 6.345 ABN AMRO Bouwfonds 114 9.776 Niet-toegerekende resultaten 197 25 303 Vrijval van fonds voor algemene bankrisico s 32 20 101 Totaal 4.725 4.250 2.897 263.853 246.374 215.769 41 Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen In de onderstaande tabellen wordt een aantal financiële gegevens ter zake van leden en oud-leden van de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen vermeld. Raad van Bestuur Raad van Commissarissen 2000 1999 2000 1999 Bezoldiging (in EUR 1.000) 13.169 7.406 592 617 Uitstaande ABN AMRO personeelsopties 1.341.076 865.343 181.389 1 ABN AMRO aandelen in bezit 44.902 41.396 50.714 56.150 Uitstaande kredieten (in EUR 1.000) 12.379 8.837 10.884 8.018 1 Stand van de opties van de heer P.J. Kalff toegekend in de periode dat hij lid was van de Raad van Bestuur. 101

Jaarrekening 2000 Van de totale bezoldiging van de Raad van Bestuur heeft EUR 12.542.000 betrekking op salarissen en tantièmes. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de salarissen en tantièmes van de individuele leden van de Raad van Bestuur. Voor 2000 is het tantième afhankelijk van de stijging van de winst per aandeel in plaats van de hoogte van het dividend. Deze wijziging is doorgevoerd in het kader van het streven naar een meer variabele beloning en een directere koppeling met de resultaten van ABN AMRO. Bezoldiging Raad van Bestuur (in duizenden euro s) Salaris Tantième Totaal R.W.J. Groenink 1 641 908 1.549 R.W.F. van Tets 568 805 1.373 J.M. de Jong 568 805 1.373 W.G. Jiskoot 568 805 1.373 R.G.C. van den Brink 568 805 1.373 T. de Swaan 568 805 1.373 J. Ch. L. Kuiper 568 805 1.373 C.H.A. Collee 2 331 235 566 S.A. Lires Rial 2,3 331 470 801 H.Y. Scott-Barrett 2,3 331 470 801 P.J. Kalff 1 243 344 587 1 De heer Groenink werd per 10 mei 2000 benoemd tot voorzitter van de Raad van Bestuur, als opvolger van de heer Kalff. 2 Salaris en tantième van de heren Scott-Barrett, Lires Rial en Collee betreffen de bedragen die vanaf hun benoeming tot lid van de Raad van Bestuur per 1 juni 2000 zijn verdiend. 3 Naast hun salaris ontvingen de heren Lires Rial en Scott-Barrett in 2000 ieder een buitenlander-toelage van EUR 265.000. Naast bovengenoemde bezoldiging worden als onderdeel van het totale beloningspakket van de leden van de Raad van Bestuur opties op aandelen ABN AMRO toegekend. In de tabellen op pagina 103 treft u een overzicht aan met informatie over deze opties zowel voor de totale Raad van Bestuur als per individueel lid. De voorwaarden waaronder de opties zijn verstrekt, zijn beschreven in de toelichting bij punt 16. 102

Jaarrekening 2000 2000 1999 Gemiddelde Gemiddelde Opties Raad uitoefenprijs Opties Raad uitoefenprijs van Bestuur (in euro s) van Bestuur (in euro s) Verloop: Beginstand 865.343 17,30 749.851 15,62 Verleende opties 482.124 21,30 322.492 18,13 Uitgeoefende opties 109.745 13,64 115.000 7,95 Mutatie voormalige en/of nieuw benoemde leden 103.354 22,46 92.000 18,18 Eindstand 1.341.076 19,44 865.343 17,30 Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde uitoefen- uitoefen- uitoefen- uitoefen- Uitoefen- Begin- prijs prijs prijs prijs periode stand (in euro s) Verleend (in euro s) Uitgeoefend (in euro s) Eindstand (in euro s) tot en met R.W.J. Groenink 110.785 18,45 60.354 21,31 171.139 19,45 2007 R.W.F. van Tets 202.283 14,27 60.354 21,31 40.712 6,71 221.925 17,57 2007 J.M. de Jong 120.785 18,19 60.354 21,31 40.000 15,38 141.139 20,32 2007 W.G. Jiskoot 121.389 18,18 60.354 21,31 1.033 19,35 180.710 19,22 2007 R.G.C. van den Brink 120.356 18,17 60.354 21,31 180.710 19,22 2007 T. de Swaan 40.356 18,13 60.354 21,31 100.710 20,03 2007 J.Ch.L. Kuiper 28.000 18,10 60.000 21,30 88.000 20,28 2007 C.H.A. Collee 1 28.000 21,01 85.743 20,24 2007 S.A. Lires Rial 1 95.000 20,30 2007 H.Y. Scott-Barrett 1 76.000 20,46 2007 P.J. Kalff 121.389 18,18 60.000 21,30 181.389 19,21 2007 1 Rechten die door nieuwe leden verworven zijn vóór hun benoeming, zijn niet verwerkt in de beginstand. Gewone aandelen ABN AMRO in bezit van leden van de Raad van Bestuur 1 2000 R.W.F. van Tets 39.448 W.G. Jiskoot 1.232 J.Ch.L. Kuiper 2.410 H.Y. Scott-Barrett 1.812 Totaal 44.902 1 Geen enkel lid van de Raad van Bestuur bezat preferente of converteerbare preferente aandelen. 103

Jaarrekening 2000 In onderstaand overzicht treft u informatie aan over de bezoldiging van de individuele leden van de Raad van Commissarissen. Met uitzondering van de voorzitter, de vice-voorzitter en de leden van het audit committee ontvangen leden van de Raad van Commissarissen een gelijke bezoldiging, die mede afhankelijk is van de periode van lidmaatschap gedurende het jaar. Leden van de Raad van Commissarissen krijgen geen beloning in de vorm van aandelen ABN AMRO of opties op aandelen ABN AMRO. Bezoldiging Raad van Commissarissen (in duizenden euro s) 2000 A.A. Loudon 54 H.B. van Liemt 41 W. Overmars 32 R.J. Nelissen 32 W. Dik 38 J.M.H. van Engelshoven 32 R. Hazelhoff 36 S. Keehn 32 C.H. van der Hoeven 36 M.C. van Veen 41 A. Burgmans 41 Mrs. L.S. Groenman 38 D.R.J. Rothschild 32 Mrs. T.A. Maas-de Brouwer 1 21 P.J. Kalff 1 21 F.H. Fentener van Vlissingen 2 19 1 Mevrouw Maas-de Brouwer en de heer Kalff werden benoemd als lid van de Raad van Commissarissen per 10 mei 2000. 2 De heer Fentener van Vlissingen, vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen, trad af per 10 mei 2000. 104

Jaarrekening 2000 42 Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de herkomst van de liquide middelen die gedurende het jaar beschikbaar zijn gekomen en de wijze waarop de liquide middelen gedurende het jaar zijn aangewend. De kasstromen worden gesplitst naar bancaire, investerings- en financieringsactiviteiten. Als liquide middelen worden aangemerkt de aanwezige kasmiddelen, alsmede de per saldo aanwezige nostrotegoeden bij andere banken en de per saldo direct opeisbare tegoeden bij centrale banken. Mutaties in kredieten, toevertrouwde middelen en interbancaire deposito s zijn opgenomen onder de kasstroom uit bancaire activiteiten. Investeringsactiviteiten omvatten de aan- en verkopen en aflossingen inzake beleggingsportefeuilles, alsmede de aan- en verkopen van deelnemingen en onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. De plaatsing van aandelen en de opname en aflossing van lang vreemd vermogen worden als financieringsactiviteit aangemerkt. Mutaties uit hoofde van valutaomrekeningsverschillen worden evenals de consolidatie-effecten bij de verwerving van deelnemingen, voor zover van wezenlijk belang, uit de stroomgrootheden geëlimineerd. 2000 1999 1998 Kasmiddelen 6.456 6.806 4.478 Banktegoeden in rekening-courant 11.247 7.069 8.618 Bankschulden in rekening-courant 1.598 1.404 5.410 Liquide middelen 16.105 12.471 7.686 Verloop: Beginstand 12.471 7.686 7.858 Kasstroom 3.530 4.154 183 Valutaomrekeningsverschillen 104 631 355 Eindstand 16.105 12.471 7.686 De betaalde rente bedroeg EUR 26.403 miljoen en aan belastingen werd EUR 549 miljoen afgedragen. Van deelnemingen ontvangen dividenden bedroegen EUR 28 miljoen in 2000, EUR 37 miljoen in 1999 en EUR 23 miljoen in 1998. 105

Jaarrekening 2000 In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de mutaties als gevolg van acquisities en verkopen van deelnemingen. 2000 1999 1998 (Des)investeringsbedrag betaald/ontvangen in liquide of equivalente middelen (netto) 2.347 1.352 2.939 Mutatie liquide of equivalente middelen (netto) 55 3 1.757 Per saldo mutatie activa en passiva: Banken 29 6 3.547 Kredieten 16.542 1.305 7.226 Effecten 42 122 2.520 Overige activa 1.211 75 4.231 Totaal activa 17.824 1.508 17.524 Achtergestelde leningen 136 30 Banken 10.551 41 2.550 Toevertrouwde middelen 4.038 1.220 13.951 Schuldbewijzen 2.930 131 Overige passiva 1.188 76 1.782 Totaal passiva 18.843 1.337 18.444 43 Reële waarde van financiële instrumenten De reële waarde is het bedrag waarvoor een financieel instrument op dat moment tussen twee partijen zou kunnen worden uitgewisseld door middel van transacties die niet in het kader van executie of liquidatie worden uitgevoerd. Een beursnotering, zo die aanwezig is, vormt de beste indicatie van deze waarde. De activa, passiva en buitenbalansposten van ABN AMRO bestaan voor het grootste gedeelte uit financiële instrumenten. De reële waarde hiervan is waar mogelijk op basis van marktkoersen bepaald. Van het merendeel van de financiële instrumenten, en met name kredieten, deposito s en OTC derivaten, kan de reële waarde echter niet gemakkelijk worden bepaald omdat er geen markt is waarop deze instrumenten tussen partijen worden verhandeld. Voor deze instrumenten zijn schattingsmethoden gebruikt. Deze methoden zijn naar hun aard subjectief en gaan uit van bepaalde veronderstellingen, zoals de periode dat de financiële instrumenten zullen worden aangehouden, de timing van toekomstige kasstromen en het te hanteren disconteringspercentage. Hierdoor kunnen de onderstaande benaderde reële waarden mogelijk geen goede indicatie geven van de netto-opbrengstwaarden. Bovendien is de berekening van de benaderde reële waarde een momentopname op basis van de alsdan geldende marktomstandigheden; de toekomstige waarde kan hiervan afwijken. 106

Jaarrekening 2000 De benaderde reële waarden die financiële instellingen presenteren, zijn door het gebruik van de vele verschillende waarderingsmethoden en de talrijke veronderstellingen niet onderling vergelijkbaar. Door het ontbreken van een objectieve waarderingsmethode is de benaderde reële waarde in hoge mate een subjectief gegeven. Daarom wordt de lezer gewaarschuwd voor gebruik van de onderstaande cijfers bij vergelijking van de geconsolideerde financiële positie van ABN AMRO met die van andere financiële instellingen. Activa (incl. buitenbalansposten) 31 December 2000 31 December 1999 Boekwaarde Reële waarde Boekwaarde Reële waarde Kasmiddelen 6.456 6.456 6.806 6.806 Kortlopend overheidspapier 1,2 11.199 11.209 10.375 10.372 Bankiers 48.581 48.602 47.201 47.220 Kredieten overheid 14.974 15.033 12.007 12.103 Kredieten private sector zakelijk en professionele effectentransacties 203.317 204.498 166.540 166.880 Kredieten private sector particulier 100.975 102.493 81.176 82.572 Rentedragende waardepapieren 1,3 108.200 109.027 92.583 92.127 Aandelen 4 21.094 21.062 16.990 17.019 Derivaten 35.122 36.018 31.302 32.516 Totaal 549.918 554.398 464.890 467.615 Passiva (incl. buitenbalansposten) Bankiers 101.510 101.540 80.990 81.016 Spaargelden 80.980 81.143 71.729 71.651 Deposito s zaken 79.283 79.103 65.931 66.081 Overige toevertrouwde middelen 119.286 119.286 92.332 92.332 Schuldbewijzen 60.283 60.582 54.228 54.628 Achtergestelde schulden 13.405 13.586 10.717 10.778 Derivaten 34.741 35.315 30.615 31.399 Totaal 489.488 490.555 406.542 407.885 1 De boekwaarde van kortlopend overheidspapier en rentedragende waardepapieren is gelijk aan de aanschaffingsprijs plus (dis)agio s. 2 Waarvan EUR 4.099 miljoen behoorde tot de handelsportefeuille per 31 december 2000. 3 Waarvan EUR 37.972 miljoen behoorde tot de handelsportefeuille per 31 december 2000. 4 Waarvan EUR 10.234 miljoen behoorde tot de handelsportefeuille per 31 december 2000. 107

Jaarrekening 2000 Vennootschappelijke balans per 31 december 2000 na winstverdeling (in miljoenen euro s) 2000 1999 Activa Bankiers a 1.335 1.204 Rentedragende waardepapieren b 19 27 Deelnemingen in groepsmaatschappijen c 11.874 11.481 Overige activa d 728 728 Overlopende activa e 71 68 14.027 13.508 Passiva Overige toevertrouwde middelen 19 27 Overige schulden d 457 496 Overlopende passiva e 13 33 489 556 Achtergestelde schulden 1.015 965 Kapitaal 1.676 1.658 Agioreserve 2.517 2.480 Herwaarderingsreserves 300 320 Wettelijke en statutaire reserves 208 205 Overige reserves 7.822 7.324 Eigen vermogen 12.523 11.987 Aansprakelijk vermogen 13.538 12.952 14.027 13.508 Vennootschappelijke winst- en verliesrekening over 2000 (in miljoenen euro s) 2000 1999 1998 Resultaat deelnemingen na belastingen 2.494 2.566 1.825 Overig resultaat na belastingen 4 4 3 Nettowinst 2.498 2.570 1.828 108 Opgesteld in overeenstemming met artikel 2:402 van het Burgerlijk Wetboek. De bij de posten vermelde letters verwijzen naar de toelichting.

Jaarrekening 2000 Toelichting op de vennootschappelijke balans en winst- en verliesrekening (alle bedragen zijn opgenomen in miljoenen euro s) a Bankiers De onder dit hoofd opgenomen bedragen betreffen daggelden en andere interbancaire verhoudingen met groepsmaatschappijen. Van de uitzettingen is EUR 738 miljoen (vorig jaar EUR 708 miljoen) achtergesteld. In 2001 zal EUR 738 miljoen en in 2002 EUR 227 miljoen vervallen. b Rentedragende waardepapieren Het onder dit hoofd vermelde bedrag betreft de in waardepapieren belichaamde vorderingen, zoals commercial paper. c Deelnemingen in groepsmaatschappijen Het door ABN AMRO Bank N.V. aan de ABN AMRO Holding N.V. te betalen dividend bedraagt EUR 728 miljoen (vorig jaar EUR 728 miljoen) terwijl ABN AMRO Bank N.V. voor een bedrag van EUR 475 miljoen (vorig jaar EUR 621 miljoen) aan dividend ontving van dochters. 2000 1999 1998 Verloop: Beginstand 11.481 10.233 11.354 Mutaties (per saldo) 393 1.248 1.121 Eindstand 11.874 11.481 10.233 d Overige activa en overige schulden Onder overige activa en overige schulden worden die bedragen opgenomen, die niet overlopend zijn of niet onder andere balansposten gerubriceerd kunnen worden, zoals te vorderen of te betalen belastingen en dividenden. e Overlopende activa en overlopende passiva Onder overlopende activa en overlopende passiva worden baten en lasten gerubriceerd, die zijn toegerekend aan de verslagperiode, maar waarvan de feitelijke ontvangst of betaling valt in een andere periode. Daarnaast wordt onder deze balansposten opgenomen het saldo van alle verschillen tussen de contractkoers en de contante koers van valutacontracten, welke zijn afgesloten ter dekking van het valutarisico. f Kapitaal en reserves Zie voor toelichting punt 16. 109

Jaarrekening 2000 g Garanties ABN AMRO Holding N.V. heeft een verklaring van aansprakelijkheidstelling ten behoeve van ABN AMRO Bank N.V. afgegeven. Amsterdam, 23 Maart 2001 Raad van Commissarissen Raad van Bestuur A.A. Loudon R.W.J. Groenink H.B. van Liemt R.W.F. van Tets W. Overmars J.M. de Jong R.J. Nelissen W.G. Jiskoot W. Dik R.G.C. van den Brink J.M.H. van Engelshoven T. de Swaan R. Hazelhoff J.Ch.L. Kuiper S. Keehn C.H.A. Collee C.H. van der Hoeven S.A. Lires Rial M.C. van Veen H.Y. Scott-Barrett A. Burgmans Mw. L.S. Groenman D.R.J. de Rothschild Mw. T.A. Maas-de Brouwer P.J. Kalff 110

Jaarrekening 2000 Belangrijke deelnemingen (tenzij anders vermeld is het deelnemingspercentage per 23 maart 2001 100% of bijna 100%) ABN AMRO Bank N.V., Amsterdam Nederland AAGUS Financial Services Group N.V., Amersfoort (67%) AA Interfinance B.V., Amsterdam ABN AMRO Bouwfonds N.V., Hoevelaken (stemrecht 50%, kapitaalbelang 98%) ABN AMRO Lease Holding N.V., Almere ABN AMRO Levensverzekering N.V., Zwolle ABN AMRO Participaties Holding B.V., Amsterdam ABN AMRO Projectontwikkeling B.V., Amsterdam ABN AMRO Schadeverzekeringen N.V., Zwolle ABN AMRO Trustcompany (Nederland) B.V., Amsterdam ABN AMRO Verzekeringen B.V., Zwolle Consultas N.V., Zwolle Hollandsche Bank-Unie N.V., Rotterdam IFN Group B.V., Rotterdam Nachenius, Tjeenk & Co. N.V., Amsterdam Overige landen Europa ABN AMRO Asset Management Ltd., Londen ABN AMRO Asset Management (Polska) S.A., Warschau ABN AMRO Bank (Moscow), Moskou ABN AMRO Bank (Deutschland) A.G., Frankfurt am Main ABN AMRO Bank (Luxembourg) S.A., Luxemburg ABN AMRO Bank (Polska) S.A., Warschau ABN AMRO Bank (Romania) S.A., Boekarest ABN AMRO Bank (Schweiz) A.G., Zurich ABN AMRO Corporate Finance Ltd., Londen ABN AMRO Corporate Finance (CEE) Ltd., Boedapest ABN AMRO Corporate Finance (Ireland) Ltd., Dublin ABN AMRO Development Capital (UK) Ltd., Londen ABN AMRO Equities (Hungary) Rt., Boedapest ABN AMRO Equities (Russia) ZAO, Moskou ABN AMRO Equities (Spain) S.A. Sociedad de Valores y Bolsa, Madrid ABN AMRO Equities (UK), Londen ABN AMRO France S.A., Parijs (92%) ABN AMRO Fixed Income (France) S.A., Parijs ABN AMRO Securities (France) S.A., Parijs Banque de Neuflize, Schlumberger, Mallet S.A., Parijs Banque Odier Bungener Courvoisier, Parijs ABN AMRO Futures Ltd., Londen ABN AMRO International Financial Services Company, Dublin ABN AMRO Investment Management S.A., Luxemburg ABN AMRO Leasing (Hellas) S.A., Athene ABN AMRO (Magyar) Bank Rt., Boedapest ABN AMRO Portfolio Management S.A. Brno ABN AMRO Securities (Greece) Ltd., Athene ABN AMRO Securities (Polska) S.A., Warschau ABN AMRO Securities (Romania) S.A., Boekarest ABN AMRO Stockbrokers (Ireland) Ltd., Dublin ABN AMRO Trust Company (Denmark) A/S, Kopenhagen ABN AMRO Trust Company (Jersey) Ltd., St. Helier ABN AMRO Trust Company (Luxembourg) S.A., Luxemburg ABN AMRO Trust Company (Suisse) S.A., Genève ABN AMRO Yatýrým Menkul Degerter A.S., Istanboel Alfred Berg Holding A/B, Stockholm Antonveneta ABN AMRO Societa di Gestione del Risparmio SpA, Milaan (50%) Banca di Roma, Rome (10%) CM Capital Markets Brokerage S.A., Madrid (45%) Afrika ABN AMRO Bank (Maroc) S.A., Casablanca (99%) ABN AMRO Delta Asset Management (Egypt), Caïro (61%) ABN AMRO Delta Securities (Egypt), Caïro ABN AMRO Securities (South Africa) (Pty) Ltd., Johannesburg (76%) Midden-Oosten Saudi Hollandi Bank, Riad (40%) 111

Jaarrekening 2000 Overig Azië ABN AMRO Asia Ltd., Hongkong ABN AMRO Asia Corporate Finance Ltd., Hongkong ABN AMRO Asia Futures Ltd., Hongkong ABN AMRO Asia Merchant Bank (Singapore) Ltd., Singapore ABN AMRO Asia Securities Plc., Bangkok (40%) ABN AMRO Asset Management (Asia) Ltd., Hongkong ABN AMRO Asset Management (Japan) Ltd., Tokio ABN AMRO Asset Management (Singapore) Ltd., Singapore ABN AMRO Bank Berhad, Kuala Lumpur ABN AMRO Bank (Kazakstan) Ltd., Almaty (51%) ABN AMRO Bank N.B., Uzbekistan A.O., Tashkent (50%) ABN AMRO Savings Bank, Manilla ABN AMRO Securities (India) Private Ltd., Bombay (75%) ABN AMRO Securities (Far East) Ltd., Hongkong ABN AMRO Securities (Japan) Ltd., Tokio Bank of Asia, Bangkok (79%) PT ABN AMRO Finance Indonesia, Jakarta (85%) Australië ABN AMRO Australia Ltd., Sydney ABN AMRO Capital Markets (Australia) Ltd., Sydney ABN AMRO Equities Australia Ltd., Sydney Nieuw-Zeeland ABN AMRO Equities NZ Ltd., Auckland European American Bank Inc., New York (stemrecht 100%, kapitaalbelang 64%) Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied ABN AMRO Bank Asset Management (Curaçao) N.V., Willemstad ABN AMRO Bank (Chile) S.A., Santiago de Chile ABN AMRO Bank (Colombia) S.A., Bogota ABN AMRO (Chile) Seguros Generales S.A., Santiago de Chile ABN AMRO (Chile) Seguros de Vida S.A., Santiago de Chile ABN AMRO Securities (Argentina) Sociedad de Bolsa S.A., Buenos Aires ABN AMRO Securities (Brazil) Corretora de Valores Mobiliarios S.A., São Paulo ABN AMRO Trust Company (Curaçao) N.V., Willemstad Banco Bandepe S.A., Recife Banco ABN AMRO Real S.A., São Paulo (stemrecht 94%, kapitaalbelang 95%). Real Paraguaya de Seguros S.A., Asunción Real Previdencia e Segures S.A., São Paulo Real Segures S.A., Bogota Real Uruguaya de Segures S.A., Montovideo Voor de deelnemingen van ABN AMRO Lease Holding N.V. en ABN AMRO Bouwfonds N.V. wordt verwezen naar het door deze vennootschappen afzonderlijk uitgebrachte jaarverslag. De lijst van deelnemingen, waarvoor een verklaring van aansprakelijkheidstelling is afgegeven, is gedeponeerd bij het Handelsregister te Amsterdam. 112 Noord-Amerika ABN AMRO Bank Canada, Toronto ABN AMRO Bank (Mexico) S.A., Mexico Stad ABN AMRO North America Inc., Chicago (holding company, stemrecht 100%, kapitaalbelang 73%) LaSalle Bank N.A., Chicago LaSalle National Corporation, Chicago Standard Federal Bancorporation, Troy ABN AMRO Inc., Chicago Alleghany Asset Management Inc., Atlanta/Chicago

Overige gegevens 113

Overige gegevens 114 Accountantsverklaring Opdracht Wij hebben de jaarrekening 2000 van ABN AMRO Holding N.V. te Amsterdam gecontroleerd. De jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de vennootschap. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de jaarrekening te verstrekken. Werkzaamheden Onze controle is verricht in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de vennootschap daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel. Oordeel Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen op 31 december 2000 en van het resultaat over 2000 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW. Amsterdam, 23 maart 2001 Ernst & Young Accountants Gebeurtenissen na balansdatum Op 18 oktober 2000 kondigde ABN AMRO aan dat overeenstemming was bereikt over de overname van de vermogensbeheerder Alleghany Asset Management, een dochteronderneming van het Amerikaanse Alleghany Corporation, voor een bedrag van USD 825 miljoen in contanten. De transactie werd afgerond op 1 februari 2001. Naast de overnameprijs heeft ABN AMRO aan belangrijke functionarissen compensatieregelingen toegezegd om hun kennis en ervaring te behouden voor het bedrijf. Een bedrag van USD 725 miljoen zal als goodwill ten laste van het eigen vermogen worden gebracht. Alleghany Asset Management zal in de SBU Private Clients & Asset Management worden ondergebracht. Op 22 november 2000 ondertekende ABN AMRO een definitief akkoord met National Australia Bank inzake de overname van Michigan National Corporation voor een bedrag van USD 2,75 miljard in contanten. De transactie zal naar verwachting in het begin van het tweede kwartaal van 2001 worden afgerond. Het balanstotaal van deze in de Amerikaanse staat Michigan gevestigde bank bedraagt USD 12 miljard. Goodwill, geraamd op USD 1,9 miljard, zal ten laste van het eigen vermogen worden gebracht. Na afronding van de transactie zullen Michigan National Corporation en Standard Federal Bancorporation (de in Detroit gevestigde bankdochter van ABN AMRO) worden samengevoegd. Hierdoor ontstaat de op één na grootste bank van Michigan. Op 12 februari 2001 maakte ABN AMRO de verkoop bekend van European American Bank aan Citibank. De overeengekomen prijs bestaat uit een aandelenbelang van USD 1,6 miljard voor de gewone aandelen, een verondersteld bedrag van USD 350 miljoen voor de preferente aandelen en een vergoeding achteraf voor de winst van EAB tot het moment waarop de transactie wordt afgerond. De opbrengst zal worden gebruikt om de acquisitie van Alleghany Asset Management en Michigan National Corporation gedeeltelijk te financieren. Het resterende bedrag zal uit eigen middelen worden gefinancierd.

Overige gegevens Statutaire bepalingen inzake de winstverdeling De winstverdeling vindt plaats overeenkomstig artikel 38 van de statuten. In hoofdlijnen is deze voor de thans uitstaande soorten respectievelijk series aandelen als volgt: 1 Aan de houder van het prioriteitsaandeel wordt een dividenduitkering gedaan van NLG 0,30, zijnde 6% over het nominale bedrag (art. 38 lid 2, sub a.). 2 Aan de houders van de preferente aandelen wordt een dividenduitkering gedaan van NLG 0,2775 per aandeel, zijnde 5,55% over het nominale bedrag. Dit dividend zal per 1 januari 2011 en vervolgens iedere tien jaar nadien worden herzien op basis van het gemiddelde effectieve rendement op de vijf langstlopende staatsleningen vermeerderd met een opslag van minimaal een kwart procentpunt en maximaal één procentpunt (art. 38 lid 2, sub b 2). Aan de houders van de preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen wordt een dividenduitkering gedaan van NLG 3,78 per aandeel, zijnde 6% over het per aandeel gestorte bedrag. Het dividend op deze aandelen, die niet uiterlijk op 31 oktober 2003 zijn geconverteerd in gewone aandelen, zal per 1 januari 2004 en vervolgens iedere tien jaar nadien worden herzien op basis van het effectieve rendement op staatsleningen met een (resterende) looptijd van negen tot tien jaar vermeerderd of verminderd met een opslag of een afslag van maximaal één procentpunt (art. 38 lid 2, sub b 4 en b 3). Aan de houders van de preferente aandelen en de preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen wordt geen hogere winstuitkering gedaan dan hiervoor omschreven (art. 38 lid 2, sub b 6). 3 Ten laste van de na deze uitkeringen resterende winst worden zodanige reserves gevormd als de Raad van Bestuur, onder goedkeuring van de Raad van Commissarissen, zal vaststellen (art. 38 lid 2 sub c.). 4 Het bedrag dat daarna overblijft wordt als dividend uitgekeerd op de gewone aandelen (art. 38 lid 2, sub d.). De Raad van Bestuur kan het dividend op de gewone aandelen, naar keuze van de houders, in contanten of geheel danwel gedeeltelijk in de vorm van gewone danwel preferente aandelen ter beschikking stellen (art. 38 lid 3). Statutaire bepalingen inzake aandelen Ieder gewoon aandeel van nominaal NLG 1,25 in het kapitaal van de ABN AMRO Holding N.V. geeft recht op het uitbrengen van één stem. De andere aandelen in het kapitaal hebben een nominale waarde van NLG 5,00 en geven recht op het uitbrengen van vier stemmen. Behoudens bepaalde wettelijke en statutaire uitzonderingen worden besluiten met absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen aangenomen. De rechten van de houder van het prioriteitsaandeel betreffen de vaststelling van het aantal leden van de Raad van Bestuur met inachtneming van het in de statuten genoemde minimum van vijf leden en de vaststelling van het aantal leden van de Raad van Commissarissen met inachtneming van het minimum aantal van tien. Voorts is de voorafgaande goedkeuring vereist van de houder van het prioriteitsaandeel bij voorstellen tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de vennootschap. Het prioriteitsaandeel heeft recht op een jaarlijkse uitkering tot 6% over het nominale bedrag. Het prioriteitsaandeel wordt gehouden door de te Amsterdam gevestigde Stichting Prioriteit ABN AMRO Holding. Het bestuur van de Stichting bestaat uit de leden van de Raad van Commissarissen en van de Raad van Bestuur van ABN AMRO Holding N.V. Gegeven het aandeel leden van beide raden, 15 respectievelijk 10, zijn de Raad van Commissarissen en Raad van Bestuur, q.q. het bestuur van de Stichting Prioriteit ABN AMRO Holding van oordeel dat voldaan wordt aan artikel C.9 van Bijlage X van het Fondsenreglement van Euronext N.V., dat de meerderheid van het aantal uit te brengen stemmen in de vergaderingen van het 115

Overige gegevens stichtingsbestuur niet kan worden uitgeoefend door de bestuurders. Behoudens bepaalde uitzonderingen, genieten houders van gewone aandelen bij uitgifte van gewone aandelen en preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen een voorkeursrecht in verhouding tot hun belang. Houders van preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen genieten bij een uitgifte van preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen een voorkeursrecht in verhouding tot hun belang met inachtneming van bepaalde beperkingen. In het geval van ontbinding en liquidatie van ABN AMRO Holding N.V. worden de na betaling van alle schulden resterende activa uitgekeerd allereerst aan de houder van het prioriteitsaandeel tot een bedrag gelijk aan de nominale waarde van het prioriteitsaandeel, in de tweede plaats pro rata aan de houders van preferente aandelen en preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen tot een bedrag gelijk aan het totaal opgelopen dividend vanaf het begin van het meest recente volledige boekjaar tot en met de datum van uitkering en vervolgens tot een bedrag gelijk aan de nominale waarde van de preferente aandelen respectievelijk het op de preferente in gewone aandelen converteerbare aandelen gestorte bedrag, en tenslotte pro rata aan de houders van gewone aandelen. Eigen vermogen en nettowinst volgens U.S. GAAP In het kader van de notering aan de New York Stock Exchange bepaalt ABN AMRO het eigen vermogen en de nettowinst ook volgens de in de Verenigde Staten algemeen aanvaarde grondslagen voor waardering en resultatenbepaling (U.S. GAAP). De belangrijkste verschillen met de Nederlandse grondslagen worden hierna kort omschreven waarna een overzicht volgt van de noodzakelijke aanpassingen van het eigen vermogen en de nettowinst indien de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met de Amerikaanse grondslagen zou zijn opgesteld. Goodwill Goodwill wordt gekapitaliseerd en lineair afgeschreven gedurende de geschatte levensduur met een maximum van, voor ABN AMRO, twintig jaar. Algemene voorziening voor oninbaarheid van vorderingen Het fonds voor algemene bankrisico s wordt als een algemene voorziening voor oninbaarheid van vorderingen beschouwd. De omvang van het fonds is zodanig dat alle inherente verliezen uit hoofde van kredietverlening kunnen worden opgevangen. Voorstel voor winstverdeling Verdeling van de nettowinst volgens artikel 38 lid 2 en 3 (in miljoenen euro s) 2000 1999 1998 Herstructurering van schulden Effecten, die in het kader van herstructureringsprogramma s worden verworven, zoals de Brady obligaties, worden opgenomen tegen de geschatte marktwaarde per balansdatum. Dividend preferente aandelen 78 78 78 Dividend converteerbare aandelen 1 2 3 Toevoeging aan de reserves 1.074 1.320 922 Dividend gewone aandelen 1.345 1.170 825 2.498 2.570 1.828 Beleggingsportefeuille Alle tot de beleggingsportefeuille behorende obligaties en soortgelijke schuldbewijzen worden gerubriceerd als verhandelbaar en opgenomen tegen de marktwaarde. Verkoopresultaten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt en niet-gerealiseerde waarderingsverschillen in het eigen vermogen. 116 Onroerende zaken Bankgebouwen worden gewaardeerd tegen de aanschaffingsprijs en lineair volledig afgeschreven over de levensduur.

Overige gegevens Pensioenlasten De actuariële berekeningen zijn gebaseerd op de huidige en toekomstige salarisniveaus, waarbij de marktwaarde van het vermogen van de pensioenfondsen en de actuele rentetarieven in aanmerking worden genomen. Rechten na pensionering Voor de verwachte kosten uit hoofde van ziektekostenvoorzieningen voor gepensioneerde medewerkers en hun begunstigden en degenen in wier levensonderhoud zij voorzien, wordt tijdens de actieve dienstjaren van de medewerkers een voorziening opgebouwd. belastingvorderingen opgenomen tegen de geschatte realisatiewaarde. Dividend Dividend wordt tot het moment van uitkering of goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders verantwoord onder eigen vermogen. Rechten na beëindiging dienstverband Alle contractuele toezeggingen na beëindiging van het dienstverband maar vóór de pensionering, worden verantwoord op het moment dat de rechten worden toegekend en de verplichting waarschijnlijk en kwantificeerbaar is. Voorzieningen Er zijn enige voorzieningen gevormd die niet voldoen aan de formele Amerikaanse regels. Dit geldt ook voor het grootste gedeelte van de herstructureringsvoorziening voor 2000. Derivaten Derivatentransacties die niet voldoen aan de Amerikaanse voorwaarden om deze als hedge aan te merken, worden opgenomen tegen de marktwaarde. Mutaties in de marktwaarde worden rechtstreeks in het resultaat verantwoord. Software voor eigen gebruik Behalve de kosten van extern gekochte software worden ook de kosten van intern ontwikkelde sofware geactiveerd en afgeschreven over de geschatte gebruiksduur. Latente belastingen Latente belastingverplichtingen en latente belastingvorderingen worden berekend op basis van de geldende belastingtarieven zonder rekening te houden met een disconteringsfactor. Indien realisatie afhankelijk is van belastbare winsten in toekomstige jaren, worden latente 117

Overige gegevens Reconciliatie De onderstaande tabel toont de materiële aanpassingen die bij toepassing van de Amerikaanse grondslagen op het geconsolideerde eigen vermogen en de geconsolideerde nettowinst van ABN AMRO zouden moeten worden aangebracht. Eigen vermogen Nettowinst (in miljoenen euro s) 2000 1999 2000 1999 Eigen vermogen en nettowinst volgens Nederlandse grondslagen 12.523 11.987 2.498 2.570 Goodwill 6.492 5.344 422 343 Herstructurering van schulden 111 164 Beleggingsportefeuilles 1.102 431 131 83 Onroerende zaken 151 172 21 13 Pensioenlasten 244 48 196 98 Rechten na pensionering 72 55 17 14 Rechten na beëindiging dienstverband 29 38 9 8 Voorzieningen 880 139 741 69 Derivaten 122 110 232 453 Software voor eigen gebruik 340 157 183 157 Latente belastingen 411 366 48 32 Belastingen 673 85 300 129 Dividend 454 494 Eigen vermogen en nettowinst volgens U.S. GAAP 20.222 17.514 2.570 1.951 Eigen vermogen en winst per gewoon aandeel volgens U.S. GAAP 12,92 11,36 1,68 1,29 Winst per gewoon aandeel na volledige verwatering volgens U.S. GAAP 1,67 1,28 118

ABN AMRO Holding N.V. 0 Raad van Commissarissen Ir. M.C. van Veen (66) # 2005 Raad van Bestuur Ing. S.J. van Kesteren Jhr. mr. A.A. Loudon (64)*#, voorzitter 2002 Oud-Voorzitter Raad van Bestuur AKZO Nobel N.V. Mr. H.B. van Liemt (67)*#, vice-voorzitter 2002 Oud-Voorzitter Raad van Bestuur DSM N.V. Mr. W. Overmars (68) 2003 Oud-Voorzitter Raad van Bestuur Koninklijke Hoogovens N.V. A. Burgmans (54)*# 2002 Voorzitter Raad van Bestuur Unilever N.V. D.R.J. Baron de Rothschild (58) 2003 Senior partner Rothschild & Cie Banque, plaatsvervangend Voorzitter NM Rothschild Group (incl. Mr. R.W.J. Groenink (51), voorzitter Jhr. drs. R.W.F. van Tets (53) Drs. J.M. de Jong (55) Drs. W.G. Jiskoot (50) Dr. R.G.C. van den Brink (53) Drs. T. de Swaan (55) Mr. J.Ch.L. Kuiper (53) Mr. C.H.A. Collee (48) S.A. Lires Rial (40) H.Y. Scott-Barrett (42) Voorzitter Directie Draka Holding N.V. Drs. C.G. van Luijk RA Voorzitter Raad van Bestuur Getronics N.V. F.L.V. Meysman Voorzitter Raad van Bestuur Sara Lee/DE N.V. Drs. J.G.M. van Oijen Oud-Voorzitter Hoofddirectie NM Rothschild & Sons Ltd.) Voorzitter Raad van Bestuur Gamma Campina Melkunie B.V. Holding N.V. Mw. drs. L.S. Groenman (60)# Secretaris Mr. R.J. Nelissen (69) 2001 2003 A.A. Olijslager Oud-Voorzitter Raad van Bestuur Kroonlid Sociaal-Economische Raad Mr. H. Duijn Voorzitter Directie Friesland Coberco ABN AMRO Holding N.V./ (SER) Dairy Foods B.V. ABN AMRO Bank N.V., oud-vice- Minister-President en oud-minister Mw. drs. T.A. Maas-de Brouwer Raad van Advies A.J. Scheepbouwer van Financiën (54) 2004 Voorzitter Raad van Bestuur Voorzitter HayVision Society J. Aalberts TNT Post Groep N.V. Prof. ir. W. Dik (62)# 2005 President-directeur Aalberts Oud-Voorzitter Raad van Bestuur Mr. P.J. Kalff (63) 2004 Industries N.V. Ir. A.H. Spoor Koninklijke KPN N.V., oud- Oud-Voorzitter Raad van Bestuur Voorzitter Raad van Bestuur Staatssecretaris van Economische ABN AMRO Holding N.V./ Drs. L.J.M. Berndsen RA Koninklijke Vopak N.V. Zaken ABN AMRO Bank N.V. Voorzitter Raad van Bestuur Koninklijke Nedlloyd N.V. C.J.M. Stutterheim Ir. J.M.H. van Engelshoven (70) De leeftijd (tussen haakjes) en het Voorzitter Raad van Bestuur 2001 jaar van aftreden c.q. periodiek Mr. R.F. van den Bergh CMG Plc Oud-Groepsdirecteur Koninklijke/ aftreden zijn vermeld. Een Voorzitter Raad van Bestuur Shell Groep, oud-directeur N.V. curriculum vitae, met daarin VNU N.V. Drs. P.J.J.M. Swinkels Koninklijke Nederlandsche Petroleum opgenomen onder meer Voorzitter Raad van Bestuur Maatschappij nationaliteit en belangrijke Mw. S.M. Dekker Bavaria N.V. nevenfuncties, ligt ter inzage ten Algemeen Directeur Algemene Mr. R. Hazelhoff (70) 2001 kantore van de vennootschap. Werkgeversvereniging VNO- Dr. J.A.J. Vink Oud-Voorzitter Raad van Bestuur NCW (AWVN) Voorzitter Directie CSM nv ABN AMRO Holding N.V./ * Lid van de Selectie- en ABN AMRO Bank N.V. Honoreringscommissie G.J. Doornbos Ir. J.C.T.G.M. van der Wielen # Lid van de Audit Commissie Voorzitter LTO Nederland President-Directeur Koninklijke S. Keehn (70) 2002 Numico N.V. Oud-President Federal Reserve Bank Ing. R. van Gelder BA of Chicago Voorzitter Raad van Bestuur Drs. L.M. van Wijk Koninklijke Boskalis President-Directeur Koninklijke Drs. C.H. van der Hoeven (53) Westminster N.V. Luchtvaart Maatschappij N.V. 2005 Voorzitter Raad van Bestuur Mr. R. ter Haar H. Zwarts Koninklijke Ahold N.V. Voorzitter Raad van Bestuur President-Directeur Randstad Hagemeyer N.V. Holding N.V. Situatie per 31 maart 2001 119

Organisatieschema ABN AMRO Bank N.V. Raad van Bestuur Wholesale Clients Consumer & Commercial Clients Voorzitter Mr. R.W.J. Groenink Leden Jhr. drs. R.W.F. van Tets Drs. J.M. de Jong Drs. W.G. Jiskoot Dr. R.G.C. van den Brink Drs. T. de Swaan Mr. J.Ch.L. Kuiper Mr. C.H.A. Collee S.A. Lires Rial H.Y. Scott-Barrett Executive Committee Jhr. drs. R.W.F. van Tets (Voorzitter) Drs. W.G. Jiskoot S.A. Lires Rial H.Y. Scott-Barrett Mr. W.F.C. Baars K. Edginton Client Relationship Management Telecom, Media, Technology* Mw. drs. A.E.J.M. Cook-Schaapveld Automotive, Consumer, Diversified Industries* Drs. R.J. Meuter Integrated Energy, Chemicals, Pharmaceuticals* Mr. A.M. Kloosterman Financial Institutions* H. Tillman Executive Committee Drs. J.M. de Jong (Voorzitter) Mr. J.Ch.L. Kuiper Mr. C.H.A. Collee J.J. Oyevaar H.F. Tempest F.I.A. Lion F.G.H. Deckers Mr. drs. G.B.J. Hartsink Drs. J.P. Schmittmann F.C. Barbosa Verenigde Staten* H.F. Tempest Brazilië* F.C. Barbosa Nederland* F.G.H. Deckers New Growth Markets* Drs. J.P. Schmittmann Support Public Sector* Mw. C.A. Menzi Collier Operations* Mr. drs. G.B.J. Hartsink Projects Products J.J. Oyevaar Loan Products* Mr. E.H. Kok Business Development F.I.A. Lion Global Financial Markets* N. Lorenzen Chief Financial Officer P.A.M. Loven Corporate Finance* Mr. J.W. Meeuwis P.N.N. Turner Equities* N.W.A. Bannister Human Resources Mw. M.L.O. Pinto Communication Drs. P.J.C. van Helsdingen Global Transaction Services* D. Post (* = Business/Service Unit) Private Equity* Drs. G. Kuyper E-commerce Drs. G. Kuyper Support Technology, Operations, Property Services* K. Edginton Risk, Compliance, Finance, Legal Mr. W.F.C. Baars Human Resources W.E. Tol Communication Mw. M.C. Poulain (* = Business Unit) 120

Private Clients & Asset Management Corporate Centre Executive Committee Dr. R.G.C. van den Brink (Voorzitter) Mr. J. Koopman T. Cross Brown J.A. Mirza A.K. Sarwal G. Wallis Private Clients Mr. J. Koopman Domestic Private Clients D.M. Scalogne International Private Clients Mr. R.F. van Lennep Asset Management T. Cross Brown Asset Management T. Cross Brown Mr. R.W.J. Groenink Drs. T. de Swaan Corporate Development Drs. F.A. van Os Corporate Communications E.C. Bouwmeester Group Audit E.J. van Dijk RA Group Finance Drs. M.B.G.M. Oostendorp Trust Mr. J.M.J. Kallen (vanaf 1 april 2001) Group Risk Management Mr. H. Mulder Dr. J. Sijbrand Support Group Human Chief Financial Officer/ Chief Operating Officer J.A. Mirza ebusiness/ Resources Mr. R.A. Kleyn Corporate Affairs Dr. mr. J.J. Kamp Product Development A.K. Sarwal Group Audit* E.J. van Dijk RA Human Resources G. Wallis Communication Ir. J.J.M. Lammerts Group ICT Drs. T.F.B.M. ten Kortenaar EU Liaison Office A.C. Tupker (* = Managerial Issues) 121

Verslag van de Commissie van Aandeelhouders 122 De commissie stelt er prijs op, zoals artikel 9 van haar reglement voorschrijft, verslag uit te brengen over haar werkzaamheden. Op grond van artikel 33 van de statuten van ABN AMRO Holding N.V. is de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bevoegd om aan de commissie de bevoegdheden, die haar bij wet zijn toegekend, over te dragen. De bevoegdheden betreffen uitsluitend de benoeming en het ontslag van leden van de Raad van Commissarissen en Raad van Bestuur. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders kan te allen tijde de overdracht ongedaan maken. De zittende commissie is op 6 mei 1999 benoemd voor een periode van twee jaar. Op 1 juni 2000 is mevrouw R.M. ten Cate- Dhont, die sinds 1991 lid van onze commissie was, plotseling overleden. Wij zijn haar zeer erkentelijk voor haar bijdrage aan het werk van de commissie. Een energieke en positief kritische instelling markeerde haar deelname aan onze gedachtewisselingen met de Raad van Bestuur. Per brief van 26 mei 2000 is de Commissie ingelicht over de voorgenomen benoeming per 1 juni 2000 van mr. C.H.A. Collee, de heer S.A. Lires Rial en de heer H.Y. Scott-Barrett tot lid van de Raad van Bestuur van ABN AMRO Holding N.V. De benoemingen vonden plaats in het kader van de strategische heroriëntatie en de daarmee samenhangende reorganisatie van de bank. Gezien de nieuwe structuur werd een tijdelijke uitbreiding van de Raad van Bestuur en een herschikking van de taakverdeling binnen de Raad wenselijk geacht. Met de benoeming van de drie nieuwe leden wordt internationale kennis en ervaring toegevoegd en wordt een evenwichtiger leeftijdsopbouw bereikt. De heer Lires Rial heeft de Braziliaanse nationaliteit en de heer Scott-Barrett de Britse. De Commissie is tweemaal bijeengeweest met de voorzitter van de Raad van Commissarissen en de voorzitter van de Raad van Bestuur. Gesproken werd onder meer over de vacatures die in de Raad van Commissarissen ontstaan per 10 mei 2001. Op die datum treden mr. R.J. Nelissen, ir. J.M.H. van Engelshoven en mr. R. Hazelhoff definitief af, vanwege het bereiken van de gestelde leeftijdsgrens van in principe 70 jaar. De heer S. Keehn, die eveneens 70 jaar is geworden, is verzocht om een herbenoeming voor een termijn van één jaar te aanvaarden. In de tussentijd kan dan een opvolger gezocht worden die over ruime ervaring met de Amerikaanse financiële wereld beschikt. Voorts loopt de reguliere termijn af van prof. ir. W. Dik, drs. C.H. van der Hoeven en ir. M.C. van Veen. De commissie nam er kennis van dat deze drie periodiek aftredende commissarissen voor herbenoeming beschikbaar waren en dat er, gezien het besluit om het aantal commissarissen met twee te verminderen tot 13, één vacature was. Aan de hand van het curriculum vitae is de heer C. Boonstra als kandidaat voor de vacature aan ons gepresenteerd. Aangezien hij uitstekend past in het profiel van de Raad van Commissarissen, heeft de commissie met de voordracht ingestemd en besloten geen gebruik te maken van haar recht om zelf een kandidaat voor te dragen. Naar aanleiding van het advies van de Sociaal- Economische Raad (SER) over de Structuurwet, dat voortijdig bekend werd, en het aflopen van de huidige zittingstermijn van de commissie per 10 mei 2001 is van gedachten gewisseld over de toekomst van de Commissie van Aandeelhouders. De commissie en de Raad van Bestuur hebben stilgestaan bij de vraag of de delegatie van belangrijke bevoegdheden van de aandeelhoudersvergadering aan een commissie nog wel past in een tijd waarin de invloed van aandeelhouders groter wordt. Besloten is om in afwachting van de

totstandkoming van een aangepaste Structuurwet de termijn van een nieuwe commissie mocht de vergadering van aandeelhouders op 10 mei 2001 daartoe besluiten te beperken tot één jaar. In de tweede bijeenkomst heeft de Commissie besloten geen bezwaar te maken tegen het besluit van de Raad van Commissarissen om de vier kandidaten te benoemen. Amsterdam, 12 maart 2001 Commissie van Aandeelhouders Mw. W.H. van Bruggen-Gorter C.C. Delprat J.W. Groen A.C.M. Groeneveld Mw. P.W. Kruseman H.I. Möller P.A. Wackie Eysten 123

Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding De Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding (de Stichting ) beheert en administreert de preferente aandelen op naam van ABN AMRO Holding N.V. en geeft daartegenover beperkt royeerbare certificaten uit. Het bestuur van de Stichting stelt het op prijs, zoals artikel 14 van de administratievoorwaarden voorschrijft, om rapport uit te brengen over haar werkzaamheden. Met zijn aftreden als voorzitter van de Raad van Bestuur op 10 mei 2000 kwam voor mr. P.J. Kalff ook een einde aan zijn lidmaatschap van ons bestuur. Wij zijn hem erkentelijk voor de toewijding waarmee hij gedurende zes jaar de secretarisfunctie in ons bestuur heeft uitgeoefend. De Raad van Bestuur heeft, met goedkeuring van de Raad van Commissarissen, per dezelfde datum mr. R.W.J. Groenink tot zijn opvolger benoemd. Op 15 september 2000 liep de tweede vierjarige termijn van de heer Schwencke, onze voorzitter, af. Met de goedkeuring van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur is de heer Schwencke per gelijke datum voor een nieuwe termijn als lid en voorzitter benoemd. In 2000 zijn twee bestuursvergaderingen gehouden. Voorts is de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bezocht. In de bestuursvergaderingen is gesproken over de jaarcijfers en halfjaarcijfers van de vennootschap, de samenstelling van de Raad van Bestuur en de agenda van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en zijn beheertaken uitgevoerd. Tevens is het bestuur geïnformeerd over de strategische heroriëntatie en de reorganisatie van de bank. geboden. De certificaathouders waren op de vergadering van 10 januari 2000 met het verstrekken van stemvolmachten akkoord gegaan. Tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2000 was 33% van de certificaten vertegenwoordigd. Alle agendapunten konden bij acclamatie worden behandeld. In geval van een stemming zouden de certificaathouders hebben kunnen stemmen naar rato van de economische waarde van de preferente aandelen ten opzichte van de gewone aandelen. Het bestuur van de Stichting zou in dezelfde verhouding de stemrechten voor de preferente aandelen, waarvoor geen stemvolmachten waren afgegeven, hebben kunnen uitoefenen. Per 31 december 2000 waren voor een nominaal bedrag van EUR 822.483.471,06 preferente aandelen op naam in administratie, waartegenover certificaten aan toonder voor een gelijk nominaal bedrag in coupures van 1 x NLG 5,, 10 x NLG 5,, 100 x NLG 5, en 1.000 x NLG 5, in CF-vorm waren uitgegeven. De werkzaamheden verbonden aan de administratie van de genoemde aandelen zijn verricht door de administrateur van de Stichting: Administratiekantoor van het Algemeen Administratie- en Trustkantoor B.V. te Amsterdam. Amsterdam, 23 maart 2001 Het Bestuur P. Schwencke, voorzitter A. Heeneman, vice-voorzitter R.W.J. Groenink, secretaris 124 Het bestuur besloot dat certificaathouders voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 10 mei 2000 stemvolmachten voor preferente aandelen konden aanvragen. Het was de eerste keer dat deze mogelijkheid werd

Onafhankelijkheidsverklaring De Raad van Bestuur van ABN AMRO Holding N.V. en het Bestuur van de Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding verklaren hiermede dat naar hun gezamenlijk oordeel voldaan is aan de ten aanzien van de onafhankelijkheid van de bestuurders van de Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding gestelde eisen als bedoeld in bijlage X bij het Fondsenreglement van Euronext N.V. te Amsterdam. Amsterdam, 23 maart 2001 ABN AMRO Holding N.V. Raad van Bestuur Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding Het Bestuur 125

Bericht van de Centrale Ondernemingsraad 126 Het jaar 2000 was een turbulent jaar voor de bank en daardoor ook voor de Centrale Ondernemingsraad (COR), die op diverse manieren nauw betrokken is bij de gang van zaken binnen de bank. In het begin van het jaar was de COR betrokken bij de voorgenomen vorming van de divisie Europa. Deze nieuwe matrixorganisatie, die een Europese basis zou krijgen, omvatte onder meer de divisie Nederland en was voor een deel de natuurlijke opvolger daarvan. De COR werd tijdig in kennis gesteld van de voorgenomen benoeming van mevrouw drs.t.a. Maas-de Brouwer en de vroegere voorzitter van de Raad van Bestuur mr. P.J. Kalff tot lid van de Raad van Commissarissen. De COR zal ervoor blijven ijveren dat de samenstelling van de Raad van Commissarissen het heterogene karakter van ABN AMRO weerspiegelt. De aandacht werd afgeleid van de voorgenomen vorming van de divisie Europa toen de bestuurder begin mei tijdens een buitengewone vergadering van de COR plannen presenteerde voor een ingrijpende wereldwijde strategische heroriëntatie van de bank. Het bestuur nodigde de COR en de Europese Ondernemingsraad (EOR) uit om in een zeer vroeg stadium van de planning en implementatie van de reorganisatie hun visie te geven. De COR en EOR hebben uiteraard veel aandacht besteed aan de gevolgen van deze reorganisatie voor medewerkers in Nederland en het buitenland. Tegelijkertijd werd de COR in kennis gesteld van de voorgenomen benoeming van mr. C.H.A. Collee en de heren S.A. Lires Rial en H.Y. Scott-Barrett tot lid van de Raad van Bestuur. De COR stemde in met deze benoemingen. De uitbreiding van het aantal leden van de Raad van Bestuur vormt een aanvaardbare tijdelijke oplossing voor de eisen die de nieuwe structuur van ABN AMRO stelt. De COR heeft acht keer vergaderd met het verantwoordelijke lid van de Raad van Bestuur. Deze plenaire vergaderingen vonden voor het merendeel plaats volgens rooster en werden bijgewoond door één of meer leden van de Raad van Commissarissen. Op de agenda stonden advies- en instemmingsaanvragen over een breed scala aan onderwerpen. De COR heeft door zijn deelname aan deze zakelijke discussies zijn invloed op de besluitvorming feitelijk geformaliseerd. Vermeldenswaard zijn de volgende onderwerpen: de COR plaatste kanttekeningen bij het bestuursmodel voor de voorgenomen divisie Europa en bedong na onderhandelingen met de bestuurder een werkgelegenheidsgarantie tot 2004; de COR was onverdeeld positief over de hoofddoelen van de strategische heroriëntatie. Tijdens discussies met de COR zegde de bestuurder toe dat bij reorganisaties geen functies lager zouden worden gewaardeerd; toen de implementatie van de strategische heroriëntatie naderbij kwam, bereikte de COR formele overeenstemming met de bestuurder over additionele kwesties met betrekking tot werkgelegenheidsgarantie en handhaving van functieniveaus. In twee vergaderingen is de voorzitter van de Raad van Bestuur uitvoerig ingegaan op vragen naar aanleiding van het jaarverslag 1999 en de halfjaarcijfers 2000. De openheid die de voorzitter daarbij betrachtte, weerspiegelde de cultuur die binnen de bank heerst. Een andere belangrijke ontwikkeling gedurende het afgelopen jaar was de totstandkoming van de collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsniveau, die door de bank en de vakbonden specifiek voor ABN AMRO werd overeengekomen. Deze ABN AMRO CAO vormde het resultaat van een informeel proces dat een aantal maanden in beslag had genomen en waaraan de meeste leden van de COR intensief hadden

deelgenomen. De COR is ervan overtuigd dat op het gebied van de arbeidsverhoudingen een belangrijke stap voorwaarts is gezet, doordat niet de letter maar juist de geest van de overeenkomst de doorslaggevende factor zal zijn. De COR zal verdere adviezen geven over en bijdragen leveren aan de implementatie van de nieuwe strategie. Namens alle onderliggende ondernemingsraden van ABN AMRO spreekt de COR zijn waardering uit voor de sfeer van wederzijds vertrouwen waarin het overleg met de bestuurder is gevoerd. Voorts werden de regelmatige contacten met leden van de Raad van Commissarissen gewaardeerd en als stimulerend ervaren. Amsterdam, 29 december 2000 Centrale Ondernemingsraad 127

Informatie over het aandeel ABN AMRO Koersperformance januari 2000 tot en met december 2000 (in euro s) (AEX index herleid tot koers gewoon aandeel ABN AMRO Holding N.V. op 4 januari 2000) 30 25 20 15 10 5 0 jan feb mrt apr mei juni juli aug sept okt nov dec ABN AMRO Holding N.V. Euronext Amsterdam N.V. 128 Beursnoteringen De gewone aandelen ABN AMRO Holding N.V. zijn genoteerd op de beurzen van Amsterdam, Brussel, Düsseldorf, Frankfurt, Hamburg, Londen, New York, Parijs, Singapore en de Zwitserse beurs. De aandelen zijn beschikbaar in de vorm van American Depositary Receipts (ADR s), waarbij één ADR één gewoon aandeel vertegenwoordigt. Het totaal aantal uitgegeven ADR s bedroeg ultimo 2000 26.703.377 (1999: 19.997.080). De certificaten voor preferente aandelen alsmede de converteerbare preferente aandelen zijn genoteerd op de AEX-Effectenbeurs. Ontwikkeling van aandelenkapitaal In 2000 is het aantal uitstaande gewone aandelen met 34,8 miljoen toegenomen van 1.465,5 miljoen tot 1.500,3 miljoen. Deze stijging was het gevolg van stockdividenden (28,3 miljoen aandelen), de uitoefening van personeelsopties (3,3 miljoen aandelen), de conversie van converteerbare preferente aandelen (2,5 miljoen aandelen) en het weer in omloop brengen van ingekochte eigen aandelen (0,7 miljoen aandelen). Het gemiddelde aantal uitstaande aandelen bedroeg 1.482,6 miljoen (1999: 1.451,6 miljoen). In de berekening tellen de in de loop van het jaar uitgegeven aandelen tijdsevenredig mee, met uitzondering van de gewone aandelen die uit conversie van converteerbare preferente aandelen voortkomen. Deze worden meegeteld vanaf het begin van het jaar waarin conversie plaatsvindt. Als gevolg van de hiervoor genoemde conversie nam het aantal uitstaande converteerbare preferente aandelen af tot 0,8 miljoen. Het aantal uitstaande preferente aandelen bleef ongewijzigd 362,5 miljoen. Personeelsopties geven recht op de in onderstaande tabel genoemde aantallen gewone aandelen. Bij volledige uitoefening van de personeelsopties kan het aantal gewone aandelen met 42,0 miljoen ofwel 2,8% van het ultimo 2000 aantal uitstaande gewone aandelen toenemen. Dividendbeleid Zowel het interim- als het slotdividend wordt, naar keuze van de aandeelhouder, geheel in contanten danwel geheel in gewone aandelen ten laste van de agioreserve uitgekeerd.

Maatschappelijk kapitaal (in guldens) 1 prioriteitsaandeel van NLG 5, 5,00 Voor het slotdividend zal de keuzeperiode pas na de dag van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders aanvangen. Bij keuze voor uitkering in aandelen dienen de aandeelhouders hun stockdividendrechten gelijktijdig met de opgave van hun keuze te leveren aan het ABN AMRO Verwisselkantoor. Derhalve zal geen officiële notering van en handel in stockdividend plaatsvinden. Certificaten van preferente aandelen en converteerbare preferente aandelen Ultimo 2000 stonden 362,5 miljoen certificaten van preferente aandelen van NLG 5, nominaal uit. Jaarlijks wordt een contant dividend van 9,5 procent (EUR 0,21555 ofwel NLG 0,475) van het nominaal bedrag van NLG 5, uitgekeerd. Volgens de statuten van ABN AMRO Holding N.V. is het dividendpercentage voor preferente aandelen en certificaten van preferente aandelen per 1 januari 2001 vastgesteld op 5,55%. Per 1 januari 2011 en vervolgens iedere tien jaar nadien zal het dividendpercentage worden aangepast aan het alsdan bepaalde gemiddelde effectieve rendement van de vijf langstlopende Nederlandse staatsleningen, verhoogd met een opslag van minimaal 25 en maximaal 100 basispunten, afhankelijk van de alsdan geldende marktomstandigheden. Per 31 december 2000 stonden 0,8 miljoen converteerbare preferente aandelen van NLG 5, nominaal uit. Jaarlijks wordt een contant dividend van 6% (EUR 1,71529 ofwel NLG 3,78) uitgekeerd over het bij uitgifte gestorte bedrag van EUR 28,58815 (NLG 63, ). Per 1 januari 2004 en vervolgens iedere tien jaar nadien zal het dividendpercentage worden aangepast aan het alsdan bepaalde effectieve rendement van Nederlandse staatsleningen met een (resterende) looptijd van negen tot tien jaar, eventueel verhoogd met een opslag of verlaagd met een afslag van maximaal 100 basispunten. De converteerbare preferente aandelen zijn converteerbaar in vier 4.000.000.000 gewone aandelen van NLG 1,25 5.000.000.000,00 1.000.000.000 preferente aandelen van NLG 5, 5.000.000.000,00 100.000.000 converteerbare preferente aandelen van NLG 5, 500.000.000,00 Geplaatst kapitaal per 31 december 2000 10.500.000.005,00 (in guldens) 1 prioriteitsaandeel van NLG 5, 5,00 1.502.301.875 gewone aandelen van NLG 1,25 1.877.877.343,75 362.503.010 preferente aandelen van NLG 5, 1.812.515.050,00 794.984 converteerbare preferente aandelen van NLG 5, 3.794.920,00 3.694.367.318,75 Uitstaande rechten per 31 december 2000 (aantallen in duizenden) Gemiddelde uitoefen- Uitoefenperiode tot en met Personeelsopties prijs in euro s 2001 2.126 10,99 2002 6.242 16,60 2003 14.034 22,55 2004 10.680 20,73 2005 4.068 22,43 2006 2007 4.866 21,30 42.016 20,46 129

Historisch overzicht dividend gewone aandelen (in euro s) Aantal nieuwe Volledig in of Contant plus aandelen als % van aandelen Uitkeringscontanten nominale waarde (x 1,000) percentage Interimdividend 1992 0,16 0,06 2% gewone aandelen 21.668 Slotdividend 1992 0,17 0,05 2% gewone aandelen 22.364 51,9 Interimdividend 1993 0,16 0,03 2% gewone aandelen 22.940 Slotdividend 1993 0,18 0,05 2% gewone aandelen 23.499 47,3 Interimdividend 1994 0,17 0,04 2% gewone aandelen 13.316 Slotdividend 1994 0,20 2,9% gewone aandelen 23.961 46,9 Interimdividend 1995 0,18 2,3% gewone aandelen 11.074 Slotdividend 1995 0,23 2,2% gewone aandelen 10.453 46,8 Interimdividend 1996 0,20 1,9% gewone aandelen 8.968 Slotdividend 1996 0,27 1,6% gewone aandelen 14.697 45,4 Interimdividend 1997 0,24 1,4% gewone aandelen 11.882 Slotdividend 1997 0,30 1,3% gewone aandelen 13.058 45,5 Interimdividend 1998 0,27 1,4% gewone aandelen 13.451 Slotdividend 1998 0,30 1,4% gewone aandelen 14.045 46,9 Interimdividend 1999 0,30 1,2% gewone aandelen 8.339 Slotdividend 1999 0,50 2,2% gewone aandelen 13.990 46,5 Interimdividend 2000 0,40 1,4% gewone aandelen 14.293 Dagomzet gewone aandelen in 2000 (aantallen in duizenden, dubbeltelling) Euronext NYSE (ADR s) Hoog 37.871 339 Laag 1.902 18 Gemiddeld 10.188 85 Dagomzet preferente aandelen in 2000 op de Euronext Amsterdam Stock Market Certificaten van preferente aandelen (aantallen in duizenden, dubbeltelling) Converteerbare preferente aandelen Hoog 809 103 Laag 0 0 Gemiddeld 126 1 130 gewone aandelen met een nominale waarde van NLG 1,25 onder bijbetaling van EUR 3,17646 (NLG 7, ) per te converteren aandeel. De conversieperiode loopt van 1 januari 1994 tot en met 31 oktober 2003. Geografische spreiding gewone aandelen ABN AMRO Het aantal gewone aandelen ABN AMRO dat in handen van buitenlandse beleggers is, bedraagt circa 50%. De belangrijkste geografische concentraties buiten Nederland zijn het Verenigd Koninkrijk (ongeveer 16%) en de Verenigde Staten (ongeveer 11%). Institutionele beleggers bezitten circa 80% van het totaal aantal uitstaande gewone aandelen. Grootaandeelhouders De in de tabel genoemde instellingen hebben op basis van de Wet Melding Zeggenschap meegedeeld het volgende aandelenbelang in ABN AMRO Holding N.V. te bezitten. De belangen zijn weergegeven als percentage van het totaal aantal geplaatste gewone aandelen en certificaten van preferente aandelen per ultimo 2000.

Marktkapitalisatie (ultimo, in miljoenen euro s) 2000 1999 1998 Gewone aandelen (uitstaand) 36.339 36.345 25.771 De certificaten van preferente aandelen worden uitgegeven door de Stichting Administratiekantoor ABN AMRO Holding. Ultimo 2000 hield deze Stichting 99,9% van de uitstaande preferente aandelen in administratie. Preferente aandelen 787 877 928 Converteerbare preferente aandelen 68 131 120 37.194 37.353 26.819 Kapitalisatie als % van totale beurswaarde van alle beursgenoteerde Nederlandse gewone aandelen 5,55% 5,52% 4,28% Geografische spreiding wereldwijd 2000 Kerncijfers gewone aandelen (in euro s) 2000 1999 1998 Slotkoersen Hoog 29,30 25,00 25,00 Laag 20,22 16,40 12,62 Geografische spreiding Europa 2000 Europa: 88,0% Verenigde Staten: 11,0% Afrika/Australië/Azië: 0,2% Onbekend: 0,8% Ultimo 24,22 24,80 17,92 Nettowinst per aandeel 1 2,04 1,72 1,23 Winst per aandeel na volledige verwatering 2,02 1,71 1,22 Uitkeringspercentage 2 44,1 46,5 46,9 Dividend per aandeel 0,90 0,80 0,58 Dividendrendement in % (ultimo) 3,7 3,2 3,2 Intrinsieke waarde per aandeel (ultimo) 7,78 7,59 6,85 Koers/winst-verhouding (ultimo) 12,0 14,4 14,6 Koers/intrinsieke waarde in % 311,3 326,7 261,6 1 Berekend op basis van het gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen en gecorrigeerd voor kapitaaluitbreidingen (exclusief herstructureringsvoorziening). 2 Verhouding tussen dividend en nettowinst per aandeel (exclusief herstructureringsvoorziening). Nederland: 58% Verenigd Koninkrijk: 16% Duitsland: 7% België: 6% Luxemburg: 5% Zwitserland: 4% Overig: 4% Indexen Het gewone aandeel ABN AMRO Holding N.V. is opgenomen in de volgende wereldwijde indexen: Euronext Amsterdam CBS Index MSCI Banking Index FTSE Euro Top 100 S&P Euro Index FTSE Euro Top 300 DJ Euro Stoxx 50 Index FTSE Euro Star Index DJ Sustainability Index 131

Opgave Wet Melding Zeggenschap (in procenten) Gewone aandelen Preferente aandelen Aegon N.V. 1,04 16,30 Fortis 0,90 10,33 Delta Lloyd Leven 0,46 1,63 ING Groep N.V. 10,36 17,63 Rabobank Nederland 0,12 10,31 Zonnewijser (beleggingsfonds) 13,55 Creditratings Lang Kort Kalender 2002 14 februari Bekendmaking jaarcijfers 2001 1 mei Bekendmaking cijfers eerste kwartaal 2002 1 mei Aandeelhoudersvergadering 8 augustus Bekendmaking halfjaarcijfers 2002 4 november Bekendmaking cijfers derde kwartaal 2002 Moody s Aa2 P-1 S&P AA A-1+ FitchIBCA AA A1+ Kalender 2001 19 april Publicatie jaarverslag 10 mei Bekendmaking cijfers eerste kwartaal 2001 10 mei Aandeelhoudersvergadering 14 mei Ex-dividendnotering 14 mei 30 mei Keuzeperiode 31 mei (na beurs) Vaststelling stockkoers 6 juni Betaalbaarstelling slotdividend 2000 16 augustus Bekendmaking halfjaarcijfers 2001 12 november Bekendmaking cijfers derde kwartaal 2001 In verband met de notering van de gewone aandelen aan de New York Stock Exchange publiceert ABN AMRO ook een rapport dat voldoet aan de regels die door de Securities and Exchange Commission (SEC) zijn gesteld. Exemplaren van deze zogenoemde 20-F rapporten zijn, in een beperkte oplage, verkrijgbaar via de afdeling Investor Relations. Investor Relations K. Guha, drs. R.J. Jansen, drs. A.C. Mollerus tel.: +31 (0)20 6287835 fax: +31 (0)20 6287837 e-mail: investorrelations@nl.abnamro.com website: www.abnamro.nl/investorrelations 132

Verklarende woordenlijst ADR American Depositary Receipt: in de VS verhandelbare certificaten van aandelen die aandelen van buitenlandse ondernemingen vertegenwoordigen. Asset Management Het professionele beheer, inclusief beleggingsfondsen, van vermogens van particulieren en instituten gericht op het realiseren van een optimaal beleggingsresultaat. Balansbeheer Strategisch beheer van de activa en passiva van de bank ten aanzien van rente- en valutarisico, liquiditeit en solvabiliteit. BIS Bank voor Internationale Betalingen opgericht in 1930 met het hoofdkantoor in Bazel. De belangrijkste taken zijn het stimuleren van de samenwerking tussen Centrale Banken en het assisteren in internationale betalingen. De BIS geeft tevens aanbevelingen aan banken en regelgevende instanties op het gebied van risicobeheer, solvabiliteit en de informatieverstrekking omtrent financiële derivaten. BIS-ratio Solvabiliteitsratio gebaseerd op het naar risico gewogen balanstotaal van de bank. DNB stelt als minimumpercentage een norm van 8%. Bookrunner Hoofd van een effectensyndicaat die de inschrijving, toewijzing en na-markt regelt voor alle syndicaatsleden. Commercial bank Bank die tot hoofdtaak heeft het aantrekken van spaargelden en deposito s en het uitzetten van deze middelen in de vorm van kredieten aan overheden, bedrijven en particulieren. Commercial Paper Waardepapier met een looptijd van 1 tot 12 maanden uitgegeven door grote ondernemingen. Corporate finance Activiteiten op het gebied van fusies, acquisities, privatiseringen, adviesdiensten en origination van emissies. Credit Rating Het door een rating agency in een letter/cijfercombinatie weergegeven oordeel omtrent de kredietwaardigheid van een land, bedrijf of instelling. Derivaten Financiële instrumenten waarvan de waarde een afgeleide is van de prijs van een of meer onderliggende waarden (valuta, effecten of indices etc.). Economische winst Nettowinst na belastingen verminderd met de naar risico gewogen kapitaalkosten. Eurobonds Internationale obligaties luidend in een andere valuta dan die van de lokale markt. GAAP Generally Accepted Accounting Principles. Verslaggevingsregels. Gap-analyse Methode voor berekening en beheersing van het renterisico. De gap is het verschil tussen de contractuele rentetypische looptijden van activa en passiva gedurende een bepaalde periode, en vormt het renteherzieningsrisico. Geldmarktrente Rente voor een 1 tot 12 maands periode. Gewogen geïnvesteerd kapitaal Eigen vermogen volgens Nederlandse waarderingsregels vermeerderd met cumulatieve goodwill en een aantal kleinere correcties. Goodwill Het vermogen van een onderneming tot het behalen van extra winst. Het zijn immateriële activa die meestal te danken zijn aan een voorsprong van het bedrijf op de markt en/of in kennis en organisatie. Investment banking Activiteiten op het gebied van effecten en corporate finance. Joint venture Samenwerkingsverband tussen twee of meer juridisch los van elkaar staande bedrijven. Kredietequivalent De som van de kosten van vervangende transacties (indien tegenpartijen hun verplichtingen niet nakomen) en het potentiële toekomstige kredietrisico, zijnde een opslagpercentage op de hoofdsom van het contract. Het opslagpercentage is afhankelijk van de aard en de resterende looptijd van het contract. 133

LDC Less Developed Country. Land waarvan de economie wordt gekenmerkt door een laag nationaal inkomen, snelle groei van de bevolking en werkloosheid alsmede afhankelijkheid van goederenexport. Liquiditeitsrisico Risico dat een positie niet snel tegen marktconforme prijs kan worden afgewikkeld. Managing for Value Het instrument dat ABN AMRO gebruikt voor maximalisatie van aandeelhouders. Twee relevante begrippen in dit verband zijn economische winst en economische waarde. Marktrisico Risico samenhangend met fluctuaties in beurskoersen en/of rentevoeten. Mezzanine financiering Financiële instrumenten zoals achtergestelde leningen en preferente aandelen die de kern vormen van een gemengde financieringsstructuur bestaande uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Mismatch Verschil in rentetypische looptijd van activa en passiva. Multidistributie-platform Concept waarbij de cliënt via alle beschikbare distributiekanalen met de bank kan communiceren en transacties kan verrichten. De cliënt heeft 24 uur per dag, 7 dagen per week toegang tot alle producten en diensten van de bank en de bank heeft op ieder moment en via ieder distributiekanaal inzicht in alle communicatie en transacties van een cliënt met de bank. Naar risico gewogen activa Het balanstotaal berekend op basis van de risicograad van de onderscheiden balansposten. Notional amounts Omvang van de onderliggende waarde van financiële derivatencontracten. Opties (aandelen en valuta) Contractueel recht om een vastgestelde hoeveelheid van een bepaalde onderliggende waarde te kopen (call-optie) c.q. te verkopen (put-optie) tegen een van tevoren vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode of op een bepaalde datum. OTC Over-the-counter: handel in effecten die niet plaatsvindt op een officiële beurs en niet gebonden is aan een bepaalde plaats of tijd. Preferent aandeel Een aandeel dat per boekjaar bij voorrang aan de houder ervan recht geeft op een vast dividend. Private banking Richt zich op de ontwikkeling en uitvoering van het beleid ten aanzien van vermogende relaties en kleine/middelgrote institutionele beleggers. Projectfinanciering Financiering van grootschalige projecten voor de sectoren olie en gas, elektriciteit, telecommunicatie, chemie en infrastructuur. Renterisico De mate waarin fluctuaties in de lange en de korte rente een negatief effect hebben op het resultaat van de bank. Repo Transactie waarbij effecten tijdelijk worden verkocht voor handels- of liquiditeitsdoeleinden en op een vooraf bepaalde datum tegen een vooraf bepaalde prijs weer worden teruggekocht. Risicodragend vermogen Belegging in het risicodragend kapitaal van bedrijven voor rekening en risico van de bank. Scenarioanalyse Methode voor berekening en beheersing van onder meer het renterisico. Op basis van verschillende scenario s van toekomstige wijzigingen in de marktrente, wordt het rentesaldo ingeschat. Securitisatie Herstructurering van kredieten in de vorm van verhandelbare effecten. Solvabiliteit Maatstaf voor het financiële weerstandsvermogen van een onderneming, veelal uitgedrukt in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal of voor banken in de BIS-ratio. Spread (effectenhandel op nettobasis) Het tegelijkertijd houden van een long-positie in een bepaalde optieklasse en een short-positie in een of meer andere series van dezelfde optieklasse. Structured Finance Richt zich wereldwijd op kredietverlening in gespecialiseerde product/ marktcombinaties, ontwikkeling en marketing van complexe financiële constructies, exportfinanciering van kapitaalgoederen en grote projectfinanciering. 134

Swaps Renteswap: periodieke uitwisseling van rentebedragen gedurende een vooraf vastgestelde termijn. Valutaswap: uitwisseling van rentebedragen en hoofdsommen in verschillende valuta tegen een vooraf overeengekomen verhouding tussen de valuta. Tier 1 ratio Kernvermogen van de bank uitgedrukt als percentage van het naar risico gewogen balanstotaal. DNB stelt als norm minimaal 4%. Warrant Papier dat de houder ervan recht geeft om gedurende een bepaalde tijd en tegen een vooraf vastgestelde koers een overeengekomen aantal effecten te verwerven. Yieldcurve Rentestructuur, weergevend het rentepercentage per rentetypische looptijd. Totaal rendement voor aandeelhouders Stijging van de aandelenkoers vermeerderd met dividendrendement. Treasury Is verantwoordelijk voor alle geldmarkt- en valuta-operaties. Trustbedrijf Er wordt vermogen toevertrouwd aan een trustee, die dat vermogen beheert. Valutarisico Het prijsrisico samenhangend met de wijziging van koersen in vreemde valuta. Valutatermijnaffaires Contract waarbij de koper op een vastgelegde datum valuta tegen een van tevoren vastgestelde wisselkoers koopt. Vermogenswaarde per aandeel Waarde van alle activa van een bedrijf minus vreemd vermogen, gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Volatiliteit Een statistische maatstaf voor de mate waarin marktprijzen in de tijd fluctueren. 135

136