Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012



Vergelijkbare documenten
Is jouw maand ook altijd iets te lang? Onderzoek Jongerenpanel Tilburg

GEMEENTE NUNSPEET. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2011 [VERANTWOORDING EN ANALYSE] Jongerenonderzoek gemeente Nunspeet VERANTWOORDING EN ANALYSE

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol

Rapport tevredenheid burgers Wmo Gemeente Oss

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen

Hoofdstuk 20. Gezondheid en informatie

Jongerenparticipatie in Amersfoort

Stadjers over het CJG Groningen

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren

Wmo-klanttevredenheidsonderzoek

Clientervaringsonderzoek Wmo & Jeugd

VRAAGVERHELDERING EasyCare WELZIJN. Naam wijkbewoner / cliënt: Geboortedatum: Geboortedata gezinsleden: Datum/data vraagverheldering

Hoe gezond zijn de inwoners van Staphorst? Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen

Alvast bedankt voor het invullen!

Onderzoek Je wordt 18 jaar en dan? De gevolgen voor je geldzaken

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Financiële opvoeding. September 2007

TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST

Vragenlijst multiproblematiek I

3.5 Voorzieningen in de buurt

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord

Vrijwilligerswerk, mantelzorg en sociale contacten

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

VRAGENLIJST. Mantelzorger

amersfoort Hoe bereik ik CJG Amersfoort?

Oppasoma s en opa s. Resultaten GGD Gezondheidspanel

Klanttevredenheid WMO vervoer Haren 2013

Rapportage Wmo onderzoek Communicatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : J A A R

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012

Ik heb een vraag over: Voorwoord. Ik voel me thuis niet prettig, kan ik met iemand praten?

Daarvoor gaat u naar Minters

KLEINE MENSEN GROTE WENSEN

duurzaam eten November 2010 Kim Paulussen Marcel Temminghoff

in opdracht van Wijkservicecentrum Vleuten-De Meern en Wijkbureau Leidsche Rijn. versie2- augustus 2012

FNV Vakantiewerk onderzoek 2013

Vakantiewerk onderzoek 2015 FNV Jong. Hans de Jong & Leon Pouwels Juni 2015

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning

TOELICHTING OP HET AANMELDINGSFORMULIER VOOR HET CASUS-OVERLEG

Omnibusenquête deelrapport. Studentenhuisvesting

Therapie, Counselling en Coaching

Ik heb een vraag over. zorg... ondersteuning... opvoeding... jeugdhulp... mijn arbeidsbeperking... mijn uitkering... werk...

waardering Zwolle Jonge mantelzorgers (jonger dan 18 jaar) zijn in de onderzoeken van de gemeente niet meegenomen,

VRAGENLIJSTEN GEZIN & OPVOEDING

pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012

PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID

Hoofdstuk 43. Financiële situatie

2)Waarvoor heeft u hulp gezocht? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk; u kunt alle antwoorden aankruisen die op u van toepassing zijn.

Burgerpanel Gorinchem. 1 e peiling: Sociale monitor. Juli 2014

Gezondheidsbeleid Onderzoek onder gemeentepanel Venlo

Samenvatting, conclusies en discussie

CLIËNTTEVREDENHEIDSONDERZOEK BREED SOCIAAL LOKET GEMEENTE EDAM-VOLENDAM

VRAGENLIJSTEN GEZIN & OPVOEDING

Klanttevredenheid consultatiebureaus Careyn

Resultaten tevredenheidsonderzoeken cliënten en medewerkers

Hoofdstuk 5 Naamsbekendheidonderzoek

Wmo-loket. In gesprek over wat u nodig heeft aan ondersteuning

Resultaten onderzoek seksualiteit

Ouders over kindcentra

OpGroeieN. OpGroeieN. DaT doen We in Best SaMen! Beste Betsy geeft antwoord op al je vragen over opvoeden en opgroeien

pggm.nl Persoonlijke Balans in de beleving van PGGM- leden Enquête De Persoonlijke Balans

INTAKEVRAGENLIJST VOLWASSENEN. U wordt vriendelijk verzocht deze vragenlijst uit te printen, in te vullen en mee te nemen naar het intakegesprek.

Onderzoek Inwonerspanel: Maatschappelijke stage (MAS)

Omnibusenquête deelrapport. Zoetermeer FM

VRAGENLIJST. Mantelzorger, baseline en vervolgmeting

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : J A A R

Transcriptie:

Onderzoeksbureau Wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Drs. G. Eijkhout Rapport

GEMEENTE GENNEP Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Juni 2013 Pagina 1

COLOFON Samenstelling: Drs. G. Eijkhout Vormgeving en druk: Wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl Wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl Postbus 27 6560 AA Groesbeek Tel.: 024-642 45 62 E-mail: info@wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl Website: www.wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Wmoklanttevredenheidsonderzoek.nl. De vragenlijsten die ten grondslag liggen aan dit onderzoek is en blijft intellectueel eigendom van Wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl en mag op geen enkele wijze gebruikt worden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl Dit rapport is met de grootst mogelijke zorg opgesteld. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek.nl kan echter niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden, noch kunnen aan de resultaten, de conclusies of de aanbevelingen rechten worden ontleend. Pagina 2

Inhoudsopgave Verantwoording... 5 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN... 12 HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSOPZET... 13 1.1 Aanleiding van het onderzoek... 13 1.2 Onderzoeksdoelstelling... 13 1.3 Onderzoeksgroepen... 13 1.4 Onderzoeksvragen... 13 1.5 Gegevensverzameling... 14 1.6 Gegevensverwerking en analyse... 14 HOOFDSTUK 2 RESPONS... 15 HOOFDSTUK 3 ANALYSE DATA... 16 3.1 Jongeren... 16 3.1.1 Achtergrondgegevens... 16 3.1.2 Jongerenbeleid... 20 3.1.3 Werkgelegenheid... 22 3.1.4 Vrije tijd en voorzieningen... 23 3.1.5 Persoonlijke situatie jongeren... 32 3.1.6 Centrum voor Jeugd en Gezin... 43 3.1.7 Jongerenwerkers... 48 3.1.8 Wmo-raad... 49 3.2 Ouders... 51 3.2.1 Achtergrondgegevens ouders... 51 3.2.2 Opvoeding en gezondheid... 55 3.2.3 Voorzieningen... 65 3.2.4 Centrum voor Jeugd en Gezin... 69 3.2.5 Jongerenwerkers... 73 3.2.6 Hulpwebsites... 74 Pagina 3

BIJLAGE I GEBRUIKTE SCHATTINGS- EN ANALYSEMETHODEN... 75 BIJLAGE II TOELICHTING VRAAG IS ER IETS VOOR JONGEREN WAT JE MIST IN DE GEMEENTE?... 76 BIJLAGE III OPMERKINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE VRAGENLIJST... 80 BIJLAGE IV VRAGEN OVER HET OPVOEDEN VAN DE KINDEREN VAN DE OUDERS... 82 BIJLAGE V WAT OUDERS BELANGRIJK VINDEN ALS HET GAAT OM OPVOEDEN EN OPGROEIEN VAN HUN KINDEREN... 84 BIJLAGE VI OORZAKEN WAAROM DE OPVOEDING ALS LICHT OF ZWAAR WORDT ERVAREN... 88 BIJLAGE VII OORZAKEN VAN PROBLEMEN MET OPVOEDING... 92 BIJLAGE VIII TOELICHTING OP (ON)TEVREDENHEID VOORZIENINGEN... 94 BIJLAGE IX VOORZIENINGEN DIE OUDERS MISSEN IN DE GEMEENTE GENNEP... 97 BIJLAGE X TIPS VAN OUDERS OM PROBLEMEN BIJ JONGEREN TE VOORKOMEN OF VROEGTIJDIG TE SIGNALEREN... 99 BIJLAGE XI OPMERKINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE VRAGENLIJST... 102 Pagina 4

Verantwoording Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Opmerkingen respondenten In dit rapport zijn bij enkele onderwerpen opmerkingen van respondenten vermeld. Deze opmerkingen stonden ofwel vermeld als toelichting bij een (open) vraag, ofwel vermeld aan het einde van de vragenlijst, waar plaats is voor opmerkingen, suggesties of vragen. Uit deze opmerkingen hebben we een relevante selectie gemaakt, die we steeds in een kader bij de bijbehorende onderwerpen hebben geplaatst. Het gaat hierbij steeds om één of meer reacties van individuele personen, dus de reacties hoeven niet representatief te zijn voor de rest van de doelgroep. Sommige opmerkingen zijn geparafraseerd om de privacy van de respondenten te waarborgen. Volgorde vragen In dit rapport zijn vragen en onderwerpen die bij elkaar horen geclusterd. De volgorde van de vragen zoals die in het rapport worden geanalyseerd, wijkt dus af van de volgorde van de vragen in de vragenlijst. Afronding percentages Bij sommige tabellen komt het totale percentage niet precies uit op 100%. Dit wordt veroorzaakt door afrondingsverschillen en brengt de betrouwbaarheid van de percentages dus niet in het geding. Betekenis en verantwoording technieken en symbolen De in dit rapport gebruikte analyse- en schattingsmethoden worden in bijlage I verder uitgelegd. Pagina 5

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Resultaten onderzoek onder jongeren Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Onderzoeksopzet Aan dit onderzoek hebben 220 jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar en 230 jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar meegedaan. De jongeren hebben door middel van een schriftelijke vragenlijst meegedaan aan dit onderzoek. Jongerenbeleid 26% van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar is van mening dat de gemeente Gennep op dit moment voldoende aandacht besteedt aan jongeren. 29% van deze groep is van mening dat de gemeente Gennep niet voldoende aandacht aan jongeren besteedt. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar liggen deze percentages op respectievelijk 19% en 40%. Verder is 42% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 55% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar van mening dat er voor jongeren niet voldoende te doen is in de gemeente Gennep, terwijl dit volgens deze groep wel zou moeten. Een kwart van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 16% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar zou het leuk vinden om mee te denken over het jongerenbeleid in de gemeente Gennep. (Online) vragenlijsten en het inzetten van sociale media zijn volgens de jongeren de meest geschikte manieren om meer te weten te komen over jongeren. Werkgelegenheid Jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar zijn niet optimistisch over het vinden van een baan in de gemeente Gennep. 62% van de jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar denkt niet een baan in de gemeente Gennep te kunnen vinden of dat het lastig is om in de gemeente een baan te vinden. Jongeren met een lagere of middelbare (beroeps)opleiding zijn iets optimistischer om een baan te vinden dan jongeren met een hogere opleiding. Over de toekomstperspectieven met betrekking tot werkgelegenheid in de regio zijn de jongeren positiever. 17% heeft al een baan in de regio gevonden en 37% denkt wel een baan in de regio te kunnen vinden. Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar heeft 47% een bijbaan. Jongeren tussen 18 en 22 jaar hebben vaker een bijbaan, namelijk 85%. Vrije tijd en voorzieningen Jongeren hebben gemiddeld ongeveer vier uur vrije tijd per dag. De activiteiten waar jongeren de meeste tijd aan besteden, zijn afspreken met vrienden, muziek luisteren, tv-kijken en sporten. Van de jongeren in de leeftijd van 12 tot 17 jaar mist 44% bepaalde voorzieningen in de gemeente Gennep. Bij de groep jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 54%. Het gaat hierbij vooral om uitgaansgelegenheden, ontmoetingsplekken voor jongeren en sportfaciliteiten. Persoonlijke situatie jongeren Over het algemeen zijn jongeren tevreden over de buurt waarin zij wonen en hebben zij daar ook contacten met andere jongeren. Een opvallend gegeven is dat meer dan de helft van de jongeren eraan twijfelt of jongeren in hun buurt bereid zijn om anderen te helpen. Hulpverlenende organisaties zijn matig bekend, met uitzondering van de huisarts. Er wordt nauwelijks gebruikgemaakt van de hulpverlenende organisaties, ook weer met uitzondering van de huisarts. Pagina 6

Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 19% wel eens een vraag of probleem waar zij zich zorgen om maken. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat 24%. De vragen of problemen waar jongeren mee zitten, hebben meestal te maken met school of studie. Problemen of vragen waar jongeren van 12 tot en met 17 jaar daarnaast mee zitten hebben te maken met angsten, hun ouders en geldproblemen of schulden. De vragen of problemen waar jongeren van 18 tot en met 22 jaar het meest mee zitten, hebben te maken met angsten, depressiviteit, geldproblemen of schulden en seks. Om de problemen waarmee zij zitten aan te pakken, nemen jongeren ook zelf initiatieven, bijvoorbeeld door erover praten met vrienden, informatie op te zoeken of door hulp of advies te vragen aan professionals. Eén op de drie jongeren lost het probleem zelf op. De jongerenwerker, het Centrum voor Jeugd en Gezin, de maatschappelijk werker, de schoolmaatschappelijk werker en de kinder- en jongerentelefoon worden hierbij nauwelijks of niet genoemd. Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 23% wel eens een probleem met de gezondheid. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat percentage 29%. Een chronische ziekte of stress zijn de belangrijkste oorzaken van de gezondheidsklachten. Ook lichamelijke beperkingen en ADHD/ADD/PDD-NOS blijken belangrijke oorzaken te zijn van gezondheidsklachten. Verder valt op dat psychische problemen bij ongeveer 10% van de jongeren een rol spelen. De meeste jongeren kunnen normaal deelnemen aan de samenleving. Jongeren met problemen of vragen waar ze zich zorgen over maken en jongeren met gezondheidsproblemen hebben iets meer moeite met maatschappelijke participatie. Ongeveer één op de acht jongeren zorgt voor een ziek familielid. Het gaat daarbij in de meeste gevallen om een ouder of hun opa of oma. Sommige jongeren zorgen ook voor hun broer of zus. De taken die de jongeren op zich nemen zijn huishoudelijke klussen, boodschappen doen of oppassen. Bij de meeste jongeren leiden deze mantelzorgtaken niet tot een overbelasting. De jongeren beoordelen hun relatie met hun ouders als goed tot zeer goed. De vraag of jongeren zich gewaardeerd voelen door hun ouders hangt vooral samen met de vraag of zij goed kunnen opschieten met hun ouders. Het gegeven of een jongere met een vraag of probleem in zijn/haar maag zit heeft eveneens enige invloed op de relatie met de ouders. Datzelfde geldt voor jongeren van wie de ouders gescheiden zijn. Het Centrum voor Jeugd en Gezin Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 9% wel eens gehoord of gelezen over het CJG. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 22%. De meeste jongeren die wel eens over het CJG gehoord of gelezen hebben, hebben er vooral via school en internet van gehoord. Slechts enkele jongeren (drie in totaal) hebben wel eens contact gehad met het CJG. De meeste jongeren geven aan dat zij het CJG nog niet nodig hebben gehad. Een nadere analyse laat zien dat van de jongeren die nog geen contact met het CJG hebben gehad, 35% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 41% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar wel eens een vraag of probleem hebben (gehad) waar ze zich zorgen over maken. Geen enkele jongere die aan dit onderzoek heeft deelgenomen is voornemens om zeker gebruik te gaan maken van het CJG. 6% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 19% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar zegt misschien gebruik te gaan maken van het CJG. Met de website van het CJG zijn de jongeren nauwelijks bekend. Pagina 7

Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar vindt 36% het nuttig dat er een CJG is in de gemeente Gennep. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat 44%. De meest genoemde onderwerpen waar de jongeren tussen 12 en 17 jaar graag informatie van het CJG over willen ontvangen gaan vooral over: - Roken, drugs en alcohol - Problemen die te maken hebben met echtscheiding, huiselijk geweld, pesten en loverboys - Gezondheid en voeding - Omgaan met geld - Criminaliteit Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar komen daar de volgende onderwerpen nog bij: - Seksualiteit - Opvoeden en opvoedproblemen. Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar zou 5% wel betrokken willen zijn bij het CJG. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar wil een iets grotere groep wel actief zijn bij het CJG, namelijk 12%. Jongerenwerkers Slechts een hele kleine groep jongeren is bekend met de jongerenwerkers. Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar is 4% bekend met de jongerenwerkers die actief zijn in de gemeente Gennep. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 6%. Op de vraag hoe jongerenwerkers jongeren beter kunnen helpen, geven de jongeren de volgende adviezen: - Informeer hoe jongeren om moeten gaan met pesten - Geef meer voorlichting en verspreid informatie - Plaats advertenties - Toon meer betrokkenheid - Vergroot de bekendheid onder jongeren - Maak duidelijk wat de toegevoegde waarde is van de jongerenwerkers - Oefen meer invloed uit in de gemeente - Maak eens wat vaker een praatje met jongeren. Wmo-raad Onder de jongeren van 12 tot en met 17 jaar is de Wmo-raad nauwelijks bekend. Slechts 3% kent de Wmo-raad. De Wmo-raad is iets bekender onder de groep jongeren van 18 tot en met 22 jaar. 8% van de jongeren kent de raad. 3% van de jongeren zou wel lid willen worden van de Wmo-raad. Het gaat hierbij in totaal om veertien jongeren. Resultaten onderzoek onder ouders Onderzoeksopzet In totaal hebben 211 ouders van kinderen tussen 0 en 22 jaar meegedaan aan dit onderzoek. De ouders konden door middel van een schriftelijke vragenlijst meedoen aan het onderzoek. Achtergrond ouders De ouders die aan dit onderzoek hebben meegedaan, hebben gemiddeld twee kinderen. De meeste ouders die aan dit onderzoek hebben meegedaan (91%) zijn tussen 41 en 55 jaar. De gemiddelde leeftijd van het oudste kind ligt tussen 16 en 17 jaar. Bij het tweede ligt de gemiddelde leeftijd tussen 13 en 15 jaar en bij het derde kind Pagina 8

tussen 11 en 12 jaar. De meeste ouders en hun medeopvoeders hebben een middelbare of hogere (beroeps)opleiding gevolgd. Van de respondenten heeft 27% een voltijdsbaan en 57% een deeltijdbaan. Van de medeopvoeders heeft 66% een voltijdsbaan en 22% een deeltijdsbaan. Van de respondenten die iets over hun netto gezinsinkomen willen zeggen, verdient een meerderheid meer dan 1.800,- netto per maand. Opvoeding en gezondheid 36% van de ouders heeft de afgelopen twaalf maanden wel eens een vraag gehad over het opvoeden. Gescheiden ouders hebben duidelijk vaker vragen over het opvoeden van hun kinderen dan ouders die nog samen zijn. De vragen hebben onder andere te maken met puberteit, school en studie, gedragsproblemen of -stoornissen, problemen thuis, opvoedkundige vragen en zakgeld. 43% van de ouders gaat zelf op zoek naar informatie of advies over opvoeden. 57% doet dat niet. Het internet, vrienden of kennissen, familie en de huisarts zijn de belangrijkste informatiebronnen voor de ouders die wel eens op zoek gaan naar informatie of advies over opvoeden. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt in dit verband door 9% van de ouders genoemd. Ouders zoeken vooral naar informatie over sociale vaardigheden, veilig internetten, gedragsproblemen en psychische problemen. Als het om opvoeden en opgroeien van hun kinderen gaat, vinden ouders het volgende belangrijk: - Geluk, een goede gezondheid en welzijn van de kinderen - Sociale vaardigheden van de kinderen - Normen en waarden / eerlijk zijn / respect - Opgroeien in een veilige omgeving - Zelfstandigheid. Volgens 25% van de ouders kampt haar kind met gezondheidsproblemen, zoals ADHD, ADD, PDD-NOS, chronische ziekten en depressiviteit. Het gaat hierbij iets vaker om ouders die hun kind alleen opvoeden. De onderwerpen die het meest in het oog springen als het gaat om de vraag waar ouders zich (een beetje) zorgen over maken wat betreft hun kinderen, zijn faalangst en onzekerheid, prestaties op school en moeite met concentratie. Over het algemeen geven ouders die zich zorgen maken over hun kinderen vaker aan dat hun kind gezondheidsproblemen heeft. Deze ouders hebben ook veel vaker vragen over het opvoeden van hun kinderen. Van de ouders ervaart 44% de opvoeding als licht tot heel licht en dus niet als belastend. 28% van de ouders ervaart het opvoeden als een beetje zwaar en 29% als zwaar tot heel zwaar. 33% heeft soms wel eens problemen en 3% zegt vaak problemen te hebben (gehad) met het opvoeden. Het gaat hierbij vooral om ouders met kinderen met gezondheidsproblemen, gescheiden ouders en ouders die hun kind alleen opvoeden. De redenen waarom sommige ouders het opvoeden van hun kinderen soms wel eens als zwaar beschouwen, zijn onder andere: - Puberteit - Gedragsstoornissen - Combinatie van werk en gezin - Opvoedkundige kwesties, zoals regels stellen en consequent zijn - Lichamelijke beperkingen - Het aanbrengen van structuur - Omgevingsinvloeden. De ouders die problemen hebben (gehad) met het opvoeden van hun kind(eren), hebben dat in 54% van de situaties met behulp van een professional opgelost. 39% van de ouders heeft het probleem zelf opgelost en 16% heeft ondersteuning gekregen van familie. Pagina 9

Van de hulpverlenende of ondersteunende organisaties en personen is de huisarts de meeste bekende. Ook de schoolarts en de GGD zijn naar verhouding goed bekend, namelijk bij ongeveer 80%. De jongerenwerker (met 29%) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (met 36%) zijn in verhouding het minst bekend. 35% van de ouders heeft wel eens een professionele organisatie ingeschakeld. De psycholoog / psychiater, de huisarts en de GGD zijn de meest genoemde professionele organisaties die door de ouders geraadpleegd zijn. Maatschappelijke participatie Over het algemeen kunnen kinderen volgens hun ouders goed contacten onderhouden met anderen en meedoen aan allerlei activiteiten in de gemeente. Kinderen met gezondheidsproblemen en kinderen met ouders met een lager inkomen of ouders die gescheiden of alleenstaand zijn kunnen minder goed meedoen aan activiteiten. Voorzieningen Volgens 55% van de ouders is er in de gemeente Gennep onvoldoende te doen voor jongeren. Dit percentage komt overeen met het percentage jongeren dat van mening is dat er onvoldoende te doen is in de gemeente. 45% van de ouders is van mening dat er wel voldoende te doen in voor de jongeren. Over de kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, basisscholen, het speciaal en voortgezet onderwijs en de sportvoorzieningen bestaat een grote mate van de tevredenheid onder de ouders. Er zijn ook enkele onderdelen waarover een substantieel deel van ouders ontevreden is. Het gaat hierbij om: - Ondersteuning van de gemeente bij jongerenactiviteiten (67% ontevreden) - Het beleid ter voorkoming van drugs- en alcoholverslaving (55% ontevreden) - Culturele voorzieningen (39% ontevreden) - Kwaliteit (30% ontevreden) en onderhoud (35% ontevreden) van voorzieningen, zoals speeltuinen en sportveldjes De helft van de ouders zegt een voorziening voor jongeren in de gemeente Gennep te missen. De volgende voorzieningen worden het meest genoemd: - Bioscoop - (Betaalbare) uitgaansgelegenheden - Sportvoorzieningen - Ontmoetingsplekken voor jongeren. Van de ouders wil 13% wel meedenken over het jongerenbeleid dat in de gemeente Gennep gevoerd wordt. Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Van de ouders heeft 57% wel eens gehoord of gelezen over het CJG. De ouders hebben het meest via De Maasen Niersbode en de krant over het CJG gehoord of gelezen. Een ruime meerderheid (95%) van de ouders heeft nog geen contact met het CJG gehad, omdat zij het CJG nog niet nodig hebben gehad. 5% heeft wel al eens contact met het CJG gehad. De elf ouders die wel eens contact hebben gehad met het CJG zijn hierover goed te spreken. Van de ouders die tot nu toe nog geen gebruik van het CJG hebben gemaakt, zegt 2% zeker gebruik te gaan maken van het CJG. 28% zegt misschien gebruik van het CJG te gaan maken en 21% zeker niet. 48% weet het nog niet of heeft geen mening. Van de ouders die zeker of misschien gebruik van het CJG gaan maken, heeft 49% wel eens problemen (gehad) met het opvoeden. Bijna 64% van de ouders vindt het nuttig dat er een CJG is in de gemeente Gennep. Onder ouders is er dus wel een duidelijk draagvlak voor het CJG. Pagina 10

Er zijn enkele onderwerpen die eruit springen waar het CJG informatie over moet geven: - roken, drugs en alcohol - problemen die te maken hebben met huiselijk geweld, echtscheiding, pesten en loverboys - gezondheid en voeding - opvoeden / opvoedproblemen - criminaliteit. De ouders geven een aantal suggesties om problemen bij jongeren te voorkomen of vroegtijdig te signaleren: - Onderhoud contacten met scholen, sportverenigingen en dergelijke - Geef informatie en voorlichting - Treed in contact met ouders. Jongerenwerkers Jongerenwerkers zijn nauwelijks bekend onder ouders. Van de ouders is slechts 4% bekend met de jongerenwerkers die binnen de gemeente Gennep actief zijn. 96% van de ouders kent de jongerenwerkers niet. Hulpwebsites Er bestaan diverse websites waar jongeren en ouders terecht kunnen als zij problemen hebben. Drie van deze websites zijn klikvoorhulp.nl, kopstoring.nl en kopopouders.nl. Verreweg de meeste ouders (98%) zijn niet bekend met een van de genoemde websites. 2% is wel bekend met één of meerdere websites. Pagina 11

Aanbevelingen Ruim één op de vijf jongeren vindt dat de gemeente onvoldoende aandacht besteedt aan jongeren. Ongeveer de helft van de jongeren vindt dat er onvoldoende te doen is voor jongeren in de gemeente Gennep; een mening die door de ouders wordt gedeeld. Wij raden aan om in samenspraak met de jongeren diverse jongeren hebben zich via dit onderzoek opgegeven een plan op te stellen om een aantal voorzieningen voor jongeren te treffen. Van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) wordt door zowel jongeren als ouders nauwelijks gebruikgemaakt. En dit terwijl toch een substantieel deel van de jongeren en de ouders (ongeveer één op de vijf) met vragen of problemen zit die onder andere te maken hebben met opvoeden, opgroeien en welzijn. Wij bevelen de gemeente Gennep aan een plan op te stellen om niet alleen de naamsbekendheid van het CJG te vergroten, maar vooral bekend te maken wat het CJG voor jongeren en ouders kan betekenen en hoe de toegang tot het CJG vergroot kan worden. Het is tevens belangrijk dat het vertrouwelijke karakter van het contact benadrukt wordt. Zowel onder ouders als jongeren is er voldoende draagvlak voor het CJG. Ouders zoeken vooral naar informatie over sociale vaardigheden, veilig internetten, gedragsproblemen en psychische problemen. Daarnaast hebben vragen van ouders te maken met puberteit en school en studie. Jongeren zoeken naar informatie over roken, drugs en alcohol, angsten, hun thuissituatie, gezondheid en voeding, financiële problemen/omgaan met geld, depressiviteit, opvoeden en seksualiteit. Wij adviseren de gemeente Gennep en het CJG qua voorlichting, informatievoorziening en ondersteuning rekening te houden met deze informatiebehoefte. Doelgroepen die bijzondere aandacht nodig hebben, zijn ouders die hun kind alleen opvoeden, gescheiden ouders, ouders met een lager inkomen en ouders die kinderen met gezondheidsproblemen hebben. Een andere doelgroep is jongeren met gezondheidsproblemen. De Wmo-raad is nauwelijks bekend bij de jongeren. Afhankelijk van de doelstellingen adviseren wij de Wmo-raad om een communicatieplan op te stellen dat gericht is op jongeren. Wellicht kan overwogen worden om een jongeren-wmo-raad op te richten die zich specifiek richt op jongerenvraagstukken. Pagina 12

HOOFDSTUK 1 ONDERZOEKSOPZET 1.1 Aanleiding van het onderzoek Gemeenten zijn volgens artikel 9 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht om elk jaar de uitkomsten van een tevredenheidsonderzoek onder cliënten van maatschappelijke ondersteuning te publiceren. De gemeente Gennep heeft er dit jaar voor gekozen om het onderzoek te houden onder jongeren en ouders in het kader van prestatieveld 2 van de Wmo. Dit prestatieveld heeft betrekking op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en op ouders met problemen met opvoeden. 1.2 Onderzoeksdoelstelling De doelstelling van het onderzoek is enerzijds inzicht krijgen in de mate van bekendheid en tevredenheid over voorzieningen voor jongeren en het huidige ondersteunings- en informatieaanbod voor jongeren en ouders. Anderzijds moet het onderzoek inzicht geven in de behoefte aan voorziening, ondersteuning en informatie onder jongeren en ouders. De resultaten van het onderzoek moeten input bieden voor het verder invullen van het beleid. 1.3 Onderzoeksgroepen De doelgroepen van dit onderzoek bestaan uit: Doelgroep 1: Doelgroep 2: Doelgroep 3: Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar Jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar Ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 22 jaar. 1.4 Onderzoeksvragen Het onderzoek moet inzicht geven in de volgende hoofdvragen: Hoe wordt het huidige informatie-, voorzieningen- en ondersteuningsaanbod door ouders en jongeren ervaren? Welke behoeften bestaan er onder ouders en jongeren als het gaat om informatie, voorzieningen en ondersteuning? In welke mate zijn ouders en jongeren bekend met en tevreden over het Centrum voor Jeugd en Gezin? Om deze hoofdvragen te kunnen beantwoorden, komen de volgende onderwerpen aan bod: Huidig en gewenst aanbod van opvoedingsondersteuning Ondersteuningsaanbod Centrum voor Jeugd en Gezin Voorzieningenaanbod voor jongeren Informatieaanbod en -behoefte Jeugd- en jongerenwerk Huisvesting Activiteiten Jeugd- en jongerenbeleid Gezondheid en welzijn Problemen met betrekking tot alcohol, drugs, huiselijk geweld, pesten, gokken et cetera Fysieke gezondheid Mantelzorg verlenen Vrijetijdsbesteding. Pagina 13

De onderzoeksonderwerpen en -vragen zijn in overleg met de betrokken medewerkers van de gemeente Gennep en de Wmo-raad nader vastgesteld. 1.5 Gegevensverzameling De doelgroepen zijn medio februari benaderd door middel van een schriftelijke vragenlijst. Alle geselecteerde jongeren en ouders hebben van de gemeente Gennep een uitnodiging ontvangen om de vragenlijst in te vullen. Om de jongeren en de ouders te stimuleren om mee te doen aan het onderzoek, zijn onder de deelnemers waardebonnen van Bol.com verloot. De respondenten moesten daarvoor hun adresgegevens noteren. Vanzelfsprekend is hun anonimiteit gewaarborgd door het onderzoeksbureau. Bij het vaststellen van de uitkomsten zijn onbeantwoorde vragen of vragen die zijn beantwoord met niet van toepassing of weet ik niet niet meegerekend. Dit betekent dat de resultaten niet altijd betrekking hebben op de totale groep onderzoeksdeelnemers. Per onderwerp is aangegeven hoeveel respondenten hebben meegedaan. 1.6 Gegevensverwerking en analyse De kwantitatieve gegevens van dit onderzoek zijn geanalyseerd met behulp van het statistische programma IBM SPSS Statistics versie 20.0. De kwalitatieve data zijn geanalyseerd met behulp van het programma Kwalitan versie 5.14. Andere programma s die gebruikt zijn, zijn Word 2010 en Excel 2010. Het rapport beschrijft voor alle onderwerpen de uitkomsten en de achtergronden. De gegevens worden hierbij vaak in grafieken, tabellen of taartdiagrammen weergegeven. De gegevens zijn, waar relevant, verder uitgesplitst naar specifieke kenmerken van de doelgroepen. Pagina 14

HOOFDSTUK 2 RESPONS In de onderstaande tabel is de respons per doelgroep weergegeven. Doelgroep Doelgroep 1: Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar Doelgroep 2: Jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar Doelgroep 3: Ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 22 jaar Totaal aantal burgers behorende tot de doelgroep 1 Aantal benaderde burgers per doelgroep Respons (%) 1.256 892 220 (24,7%) 874 828 230 (27,8%) 2.250 968 211 (21,8%) Tabel 1. Respons onderzoek Om voldoende respons te krijgen is per doelgroep bepaald wat de minimale respons moest zijn. Hierbij zijn we telkens uitgegaan van een betrouwbaarheidsniveau van 90%. Hoewel in de statistiek een betrouwbaarheidsniveau van minimaal 95% gebruikelijk is, is bij dit onderzoek om praktische redenen (lagere respons in verband met de doelgroep) gekozen voor een betrouwbaarheidsniveau van 90%. Op basis van dit betrouwbaarheidsniveau is de steekproefgrootte per doelgroep bepaald. Bij het bepalen van het aantal te benaderen personen per doelgroep, zijn we uitgegaan van een respons van 25%. Doelgroep 1: Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar Op 11 maart 2013 waren er in totaal 1.256 jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar in de gemeente Gennep. Van deze jongeren hebben 892 jongeren een vragenlijst ontvangen. 220 jongeren in deze leeftijdscategorie hebben de vragenlijst ingevuld en teruggestuurd. Daarmee komt de respons op 24,7%. Voor deze doelgroep is dat een voldoende resultaat. Doelgroep 2: Jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar Op 11 maart 2013 waren er in totaal 874 jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar in de gemeente Gennep. Van deze jongeren hebben 828 jongeren een vragenlijst ontvangen. 230 jongeren in deze leeftijdscategorie hebben de vragenlijst ingevuld en teruggestuurd. De respons komt dan op 27,8%. Ook dat is een goed resultaat. Doelgroep 3: Ouders Op 11 maart 2013 waren er in totaal 2.250 ouders met ten minste één thuiswonend kind van 0 tot en met 22 jaar. De ouders moesten zelf 23 jaar of ouder zijn om te voorkomen dat zij ook een vragenlijst voor jongeren zouden ontvangen. Gezien de omvang van de groep ouders hebben we 968 ouders willekeurig geselecteerd. Van deze 968 ouders hebben er 211 de vragenlijst ingevuld en teruggestuurd. Daarmee komt de respons op 21,8%. Voor deze doelgroep is dat een redelijk resultaat. 1 Peildatum: 11 maart 2013. Pagina 15

HOOFDSTUK 3 ANALYSE DATA In dit hoofdstuk worden de data van de onderzoeksdeelnemers geanalyseerd. Per onderdeel vindt er een kwantitatieve analyse plaats. De gegevens worden per vraag beschreven. Waar mogelijk en relevant worden de gegevens uitgesplitst naar verschillende groepen respondenten en worden dwarsverbanden gelegd tussen data. Aan de respondenten zijn ook open vragen gesteld. De antwoorden hiervan worden inhoudelijk geanalyseerd. Tevens worden de kwalitatieve resultaten gebruikt om de kwantitatieve uitkomsten verder te verdiepen. In paragraaf 3.1 worden de gegevens van de beide groepen jongeren geanalyseerd en beschreven. Vervolgens komen in paragraaf 3.2 de gegevens van de ouders aan de orde. 3.1 Jongeren In deze paragraaf bespreken we de resultaten van het onderzoek onder de jongeren. De resultaten van de twee groepen jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar en die van 18 tot en met 22 jaar worden, voor zover mogelijk, ter vergelijking naast elkaar gezet. 3.1.1 Achtergrondgegevens In deze paragraaf bespreken we de achtergrondgegevens van de jongeren die aan het onderzoek hebben meegedaan. Het gaat daarbij onder meer om geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en de woonsituatie. Geslacht Jongeren 12 t/m 17 jaar Mannelijk 60,7% 51,6% Vrouwelijk 39,3% 48,4% N 219 225 Tabel 2. Verdeling geslacht jongeren Jongeren 18 t/m 22 jaar Van de jongeren in de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar is ruim 39% vrouw en bijna 61% man. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is bijna 52% vrouw en ruim 48% man. Leeftijd Grafiek 1a. Leeftijdsverdeling jongeren van 12 tot en met 17 jaar (N = 218) Uit grafiek 1a blijkt dat de groep jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar qua leeftijd gelijkmatig verdeeld is. De gemiddelde leeftijd ligt tussen 14 en 15 jaar. Een klein aantal respondenten valt buiten de leeftijdscategorie. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het gegeven dat zij tijdens het onderzoek jarig zijn geweest. Pagina 16

Grafiek 1b. Leeftijdsverdeling jongeren van 18 tot en met 22 jaar (N = 224) Ook bij de groep jongeren van 18 tot en met 22 jaar zien we een redelijk gelijkmatige verdeling qua leeftijd. De gemiddelde leeftijd van deze groep ligt tussen de 19 en 20 jaar. Eén respondent is 23 jaar. Ook dit heeft waarschijnlijk te maken met het gegeven dat hij of zij tijdens het onderzoek jarig was. Opleiding Grafiek 2a. Opleiding jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 216) Relatief de meeste jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar (34%) volgen een VMBO-opleiding. Van deze groep volgt 10% de basisberoepsrichting, 20% de kaderberoepsrichting, 10% de gemengde richting en 47% de theoretische richting. 27% volgt een opleiding op HAVO-niveau en 19% op VWO-niveau. 7% zit nog op de basisschool, 9% volgt een middelbare beroepsopleiding en 3% heeft anders aangekruist. Het is belangrijk om te vermelden dat het hier uitsluitend om jongeren gaat die in de gemeente Gennep wonen en dus niet om jongeren die vanwege hun studie op kamers in een andere gemeente zijn gaan wonen. Grafiek 2b. Het volgen van een opleiding door jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 214) Van de jongeren in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar volgt 71% op dit moment een opleiding. 29% volgt geen opleiding meer. Pagina 17

Grafiek 2c. Jongeren van 18 t/m 22 jaar die op dit moment een opleiding volgen (N = 162) Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar die nog studeren, volgt 46% een MBO-opleiding. 33% volgt een HBOopleiding en 9% studeert aan de universiteit. 10% zit nog op de middelbare school. Grafiek 2d. Opleidingsniveau van jongeren 18 t/m 22 jaar die hun opleiding afgerond hebben (N = 61) De meeste jongeren van 18 tot en met 22 jaar die klaar zijn met hun opleiding, hebben een middelbare beroepsopleiding (52%) afgerond. 13% heeft een HBO-diploma op zak. 30% heeft een middelbare schoolopleiding gevolgd. Aan de jongeren tussen van 18 tot en met 22 jaar die geen opleiding meer volgen hebben we gevraagd wat zij nu doen. Grafiek 2e. Activiteiten jongeren 18 t/m 22 jaar die hun opleiding afgerond hebben (N = 61) 74% van de jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar die geen opleiding meer volgen, werkt op dit moment. 13% is op zoek naar een baan. 2% is arbeidsongeschikt en 2% loopt stage. 5% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar heeft een sabbatical genomen. 5% heeft anders aangekruist. Pagina 18

Ik woon in de volgende kern: Gennep Heijen Milsbeek Ottersum Ven-Zelderheide 2% Grafiek 3. Verdeling jongeren per woonkern De meeste jongeren uit beide leeftijdsgroepen die aan het onderzoek hebben deelgenomen, komen uit Gennep. 20% van beide groepen woont in Milsbeek. In Ven-Zelderheide wonen naar verhouding de minste respondenten. Aan de jongeren zijn vragen gesteld over hun woonsituatie om te kunnen onderzoeken of er een relatie bestaat tussen de woonsituatie en eventuele problemen waar zij mee kampen. Ik woon op dit moment: 13% 11% 20% 7% 17% 15% 20% 43% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 52% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 217) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 223) Bij mijn ouders Bij mijn gescheiden ouders 12,3% 7,2% 86,7% 81,3% Bij pleegouders Bij familie 0,5% 1,0% Bij vrienden Samen met mijn vriend(in) Alleen Jeugdopvang 0,5% 6,7% 3,3% 0,5% Grafiek 4a. Woonsituatie jongeren 0% 20% 40% 60% 80% 100% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 203) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 208) De meeste jongeren wonen thuis bij hun ouders. Dat geldt voor 87% van de jongeren van 17 tot en met 12 jaar en ruim 81% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar. Ongeveer 12% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 7% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar woont bij gescheiden ouders. De verdeling is weergegeven in grafiek 4b op de volgende bladzijde. Bijna 7% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar woont samen met de partner en ruim 3% woont alleen. Pagina 19

Alleen bij mijn moeder Bij mijn moeder en haar nieuwe partner Alleen bij mijn vader Bij mijn vader en zijn nieuwe partner 17,1% 7,3% 4,0% 7,3% 41,5% 44,0% 40,0% Afwisselend bij mijn moeder en vader 12,0% 26,8% Grafiek 4b. Woonsituatie jongeren met gescheiden ouders 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 41) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 25) Jongeren van wie de ouders gescheiden zijn, wonen in verhouding het meest bij hun moeder of bij hun moeder en haar nieuwe partner. Bijna 27% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar woont afwisselend bij de vader of de moeder. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 12%. Aan de jongeren tussen 18 en 22 jaar is gevraagd of zij één of meerdere kinderen hebben. Grafiek 5. Jongeren van 18 t/m 22 jaar met kinderen (N = 222) Van de jongeren tussen 18 en 22 jaar die aan dit onderzoek hebben meegedaan, heeft 2% één of meerdere kinderen. 98% van deze groep jongeren heeft nog geen kind. 3.1.2 Jongerenbeleid Elke gemeente heeft een jongerenbeleid waarin staat dat er bijvoorbeeld voldoende sportgelegenheid is, voorlichting gegeven wordt en bijgedragen kan worden aan evenementen. Aan de jongeren hebben we gevraagd of zij van mening zijn dat de gemeente Gennep voldoende aandacht besteedt, of er iets voldoende te doen is in de gemeente Gennep en of zij iets in de gemeente Gennep missen. Ik vind dat de gemeente Gennep op dit moment voldoende aandacht besteedt aan jongeren: Ja Nee Weet ik niet 19% 26% 29% 40% 45% 40% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 217) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 223) Grafiek 6. Aandacht voor jongeren door de gemeente Gennep volgens jongeren Pagina 20

26% van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar is van mening dat de gemeente Gennep op dit moment voldoende aandacht besteedt aan jongeren. 29% van deze groep is van mening dat de gemeente Gennep niet voldoende aandacht aan jongeren besteedt. Jongeren tussen 13 en 15 jaar zijn met 34% iets bovengemiddeld van mening dat de gemeente onvoldoende aandacht aan jongeren besteedt. Datzelfde geldt voor jongeren uit kern Gennep (39%) en Heijen (31%). De jongeren uit deze leeftijdscategorie uit de kern Ottersum zijn het meest positief; 37% vindt dat de gemeente Gennep voldoende aandacht aan jongeren besteedt. De meningen van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar wijken af van die van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar. Een groter percentage, 40%, van deze groep jongeren is van mening dat de gemeente Gennep niet voldoende aandacht besteedt aan jongeren. Het gaat hierbij vooral om de mannelijke respondenten, namelijk 53%. Van de vrouwelijke respondenten is 29% deze mening toegedaan. Bij deze groep jongeren, zijn de jongeren uit Milsbeek het meest positief; 37% is van mening dat de gemeente voldoende aandacht besteedt aan jongeren. Met 15% zijn de jongeren uit de kern Gennep het minst positief. Ik vind dat er in de gemeente Gennep voldoende te doen is voor jongeren: Ja, er is voldoende te doen Nee, maar dat hoeft voor mij ook niet Nee, maar dat zou volgens mij wel moeten Grafiek 7. Activiteiten voor jongeren in de gemeente Gennep volgens jongeren 42% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar is van mening dat dat er in de gemeente Gennep niet voldoende te doen is voor jongeren, terwijl dit volgens hen wel zou moeten. Dit geldt vooral voor jongeren tussen 13 en 16 jaar. Ongeveer 46% van deze groep is van mening dat er onvoldoende te doen is voor jongeren in Gennep. Ook de jongeren uit de kern Gennep (51%) zijn bovengemiddeld van mening dat er niet voldoende te doen is in de gemeente Gennep, terwijl dit wel wenselijk is. Voor 55% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar geldt eveneens dat zij vinden dat er onvoldoende te doen is in de gemeente Gennep, terwijl dit voor hen wel zou moeten. Bij deze groep valt op dat de vrouwelijke respondenten met 29% meer van mening zijn dat er voor jongeren voldoende te doen is in Gennep dan de mannelijke respondenten (19%). De jongeren van 20 jaar en ouder zijn eveneens met (29%) meer van mening dat er voldoende te doen is in de gemeente Gennep dan de groep 18- en 19-jarigen (17%). Zou je het leuk vinden om mee te denken over het jongerenbeleid in de gemeente? Ja Nee 16% Grafiek 8. Meedenken over het jongerenbeleid Een kwart van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 16% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar zou het leuk vinden om mee te denken over het jongerenbeleid in de gemeente Gennep. 24% 22% 25% 33% 42% 55% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 215) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 224) 26% 76% 84% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 216) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 225) Pagina 21

3.1.3 Werkgelegenheid Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Aan de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is gevraagd hoe zij hun toekomst qua werkgelegenheid in de gemeente Gennep en de regio zien. Er is nadrukkelijk gezegd dat het niet om een vakantiebaan of een bijbaan gaat. Er is voor mij voldoende kans om (later) een baan in deze gemeente te vinden: Grafiek 9. Toekomstperspectief werkgelegenheid in de gemeente Gennep volgens jongeren van 18 tot en met 22 jaar (N = 221) 62% van de jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar denkt niet een baan in de gemeente Gennep te kunnen vinden of dat het lastig is om in de gemeente een baan te vinden. 11% is optimistischer en denkt wel een baan te kunnen vinden in de gemeente Gennep. 12% heeft al een baan gevonden. 15% wil niet in de gemeente werken. Jongeren met een lagere of middelbare (beroeps)opleiding zijn iets optimistischer om een baan te vinden dan jongeren met een hogere opleiding. Er is voor mij voldoende kans om (later) een baan in de gemeenten in de buurt van Gennep (de regio) te vinden: Grafiek 10. Toekomstperspectief werkgelegenheid in de regio volgens jongeren van 18 tot en met 22 jaar (N = 219) Over de toekomstperspectieven met betrekking tot werkgelegenheid in de regio zijn de jongeren positiever. 17% heeft al een baan in de regio gevonden en 37% denkt wel een baan in de regio te kunnen vinden. Ook hier zien we een klein verschil tussen jongeren die een MBO-opleiding volgen en jongeren die een HBO-opleiding volgen. Van de jongeren die een MBO-opleiding volgen, denkt 51% een baan in de regio te kunnen vinden. Bij de jongeren die een HBO- of universitaire opleiding volgen is dat 41%. 40% denkt dat het lastig of misschien wel onmogelijk is om een baan in de regio te kunnen vinden. 5% wil niet in de regio werken. Pagina 22

3.1.4 Vrije tijd en voorzieningen Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Met de volgende vragen willen we inzicht geven in de tijdsbesteding van jongeren. Ook onderzoeken we wat zij vinden van de aanwezige voorzieningen in de gemeente Gennep en of zij hier ook gebruik van maken. Hoeveel vrije tijd heb je gemiddeld per dag? Dat is de tijd die je overhoudt naast je school, huiswerk en/of (bij)baan. Grafiek 11a. Aantal vrije uren per dag volgens jongeren van 12 t/m 17 jaar (N = 214) Relatief de meeste jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar hebben gemiddeld vier uur per dag vrije tijd. Gemiddeld hebben jongeren in deze leeftijdscategorie 3,8 uur per dag vrije tijd. In de volgende tabel staat het gemiddelde per leeftijd: Leeftijd Gemiddeld aantal vrije uren per dag 12 jaar 4,4 13 jaar 3,7 14 jaar 3,9 15 jaar 3,3 16 jaar 3,8 17 jaar 3,6 Tabel 3a. Gemiddeld aantal vrije uren per dag per leeftijd Pagina 23

Grafiek 11b. Aantal vrije uren per dag volgens jongeren van 18 t/m 22 jaar (N = 222) Relatief de meeste jongeren (bijna 29%) in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar hebben vijf uur per dag vrije tijd. Gemiddeld hebben jongeren van 18 tot en met 22 jaar 4,1 uur per dag vrije tijd. Het gemiddeld aantal uren per leeftijd staat weergegeven in tabel 3b. De verschillen zijn minimaal. Leeftijd Gemiddeld aantal vrije uren per dag 18 jaar 3,9 19 jaar 4,0 20 jaar 4,0 21 jaar 4,1 22 jaar 4,3 Tabel 3b. Gemiddeld aantal vrije uren per dag per leeftijd Hoe besteed je je vrije tijd gemiddeld per week? Pagina 24

Sporten Muziek maken Muziek luisteren Afspreken met vrienden Familie bezoeken Uitgaan (café, bios, disco etc.) Tv/film kijken Gamen Naar mijn vereniging gaan Lezen Internetten voor mijn plezier Winkelen Niets doen/luieren Museum/theater/bieb bezoeken Vrijwilligerswerk Buiten spelen 11% 22% 3% 30% 3% 25% 8% 29% 1% 14% 20% 43% 37% 38% 4% 28% 24% 15% 40% 23% 25% 14% 4% 1% 74% 16% 4% 5% 1% 16% 21% 50% 31% 19% 17% 15% 12% 10% 6% 22% 17% 7% 3% 30% 7% 3% 1% 17% 15% 6% 1% 22% 15% 3% 23% 10% 8% 6% 6% 1% 19% 20% 7% 1% 46% 9% 6% 2% 1% 25% 17% 13% 7% 4% 51% 17% 4% 2% 1% 45% 16% 13% 6% 4% 2% 72% 26% 1% 85% 10% 3% 1% 31% 12% 9% 4% 1% 1% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Nooit 0 tot 2 uur 2 tot 4 uur 4 tot 6 uur 6 tot 10 uur 10 tot 16 uur 16 tot 24 uur 24 uur of meer Grafiek 12a. Vrijetijdsbesteding volgens jongeren van 12 t/m 17 jaar uitgedrukt in uren per week (N tussen 348 en 364) Pagina 25

Sporten Muziek maken Muziek luisteren Afspreken met vrienden Familie bezoeken Uitgaan (café, bios, disco etc.) Tv-/ film kijken Gamen Naar mijn vereniging gaan Lezen Internetten voor mijn plezier Winkelen Niets doen/luieren Museum/theater/bieb bezoeken Vrijwilligerswerk 17% 25% 18% 22% 13% 5% 79% 8% 5% 5% 2% 1% 7% 35% 14% 11% 10% 10% 9% 2% 17% 18% 27% 21% 10% 3% 9% 60% 16% 10% 5% 1% 7% 23% 23% 25% 16% 5% 2% 21% 25% 20% 21% 7% 1% 56% 19% 11% 7% 4% 1% 2% 52% 9% 15% 14% 7% 3% 49% 37% 9% 2% 3% 1% 6% 34% 23% 18% 10% 5% 2% 22% 62% 11% 5% 1% 27% 37% 19% 10% 6% 1% 1% 85% 15% 1% 80% 13% 5% 1% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Nooit 0 tot 2 uur 2 tot 4 uur 4 tot 6 uur 6 tot 10 uur 10 tot 16 uur 16 tot 24 uur 24 uur of meer Grafiek 12b. Vrijetijdsbesteding volgens jongeren van 18 t/m 22 jaar uitgedrukt in uren per week (N tussen 193 en 219) Sport 89% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 83% van de jongeren doet aan sport. 22% sport maximaal 2 uur per week, 23% sport 3 tot 4 uur per week en 25% sport 4 tot 6 uur per week. 19% van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar sport intensief; zij zijn ten minste 10 uur per week met sport bezig. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar doet 83% aan sport. Van deze groep jongeren sport 25% 0 tot 2 uur, 18% 2 tot 4 uur per week en 22% 4 tot 6 uur. 5% sport intensief, namelijk minimaal tien uur per week. We zien dus een verschuiving qua sporten als we de jongeren tussen 18 en 22 jaar vergelijken met de jongeren van 12 tot en met 17 jaar. Muziek De meeste jongeren maken zelf geen muziek. Van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar maakt 26% muziek, bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat 21%. Veel jongeren geven daarentegen wel aan dat zij naar muziek luisteren. Van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar luistert 97% naar muziek en 93% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar. Afspreken met vrienden De jongeren besteden vrij veel tijd aan hun vrienden. Ongeveer 98% van beide groepen jongeren spreekt wekelijks af met vrienden. Ongeveer de helft van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 61% van de jongeren tussen Pagina 26

18 en 22 jaar ziet haar vrienden minimaal 4 uur per week. Gemiddeld spreken jongeren met een lagere of middelbare opleiding iets vaker af met hun vrienden dan jongeren met een hogere opleiding. Familie bezoeken De meeste jongeren meer dan 90% bezoekt wekelijks familieleden. Het aantal uren dat aan familiebezoek wordt besteed is echter beperkt. 50% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar bezoekt wekelijk 0 tot 2 uur familie, bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 60%. Uitgaan Uitgaan is een populaire vrijetijdsbesteding onder jongeren van 18 tot en met 22 jaar; 93% gaat wekelijks uit. 23% doet dat wekelijks 0 tot 2 uur, 23% 2 tot 4 uur en 25% 4 tot 6 uur. 21% gaat meer dan zes uur per week uit. Van de jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar gaat 71% wekelijks uit. Jongeren gaan tussen hun zestiende en hun 21 ste jaar gaan het meeste uit. Tv/film kijken Vrijwel alle jongeren uit beide leeftijdsgroepen kijken televisie. 40% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar kijkt minimaal zes uur per televisie of film. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 29%. Gamen 57% van de 12- tot en met 17-jarigen gamet wel eens. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat minder, namelijk 44%. Jongens gamen gemiddeld veel meer dan meisjes. Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar gamet 41% 0 tot 6 uur per week en 13% meer dan zes uur per week. Bij de groep jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat respectievelijk 37% en 7%. Naar een vereniging gaan 37% van de 12- tot en met 17-jarigen gaat nooit naar een vereniging. 17% doet dit wekelijks 0 tot 2 uur, 19% 2 tot 4 uur en 20% 4 tot 6 uur. Een kleinere groep (8%) gaat meer dan 6 uur per week naar zijn vereniging. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar gaat 52% nooit naar een vereniging. Mannelijke respondenten van deze leeftijdsgroep besteden gemiddeld meer uren aan een vereniging dan vrouwelijke respondenten. Jongeren die naar school gaan, gaan gemiddeld iets vaker naar een vereniging dan jongeren die niet meer naar school gaan. Lezen 62% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar leest wel eens. 55% van deze groep leest gemiddeld 0 tot 4 uur per week. Van de 18- tot en met 22-jarigen leest 51% wekelijks wel eens. 46% van deze groep leest 0 tot 4 uur per week. Lezen is bij vrouwen iets populairder dan bij mannen. Internet De jongeren maken veel gebruik van internet, namelijk meer dan 93% van beide groepen. Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar internet 28% maximaal 2 uur per week, 25% 3 tot 4 uur per week en 17% 4 tot 6 uur per week. Een aanzienlijk deel (24%) maakt 6 uur of meer per week gebruik van internet. Bij de 18- tot en met 22-jarigen is de verdeling als volgt: 34% 0 tot 2 uur, 23% 2 tot 4 uur en 18% 4 tot 6 uur per week. 17% maakt meer dan 6 uur per week gebruik van internet. Winkelen Winkelen is een geliefde bezigheid onder de jongeren. 76% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 78% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar winkelen wel eens. 51% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 62% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar winkelt maximaal 2 uur per week. Ongeveer een kwart van de jongeren geeft aan nooit te winkelen. Gemiddeld winkelen meisjes meer dan jongens. Pagina 27

Niets doen / luieren 15% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 27% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar geeft aan nooit te luieren of niets te doen. Ongeveer 60% luiert 0 tot 4 uur per week. Museum / theater / bibliotheek bezoek Het museum, het theater en de bibliotheek worden weinig bezocht door jongeren. 72% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 85% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar zegt nooit naar één van deze gelegenheden te gaan. De jongeren die wel eens gebruikmaken van deze culturele voorzieningen doen dat gemiddeld minder dan 2 uur per week. Vrijwilligerswerk 85% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 80% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar doen nooit aan vrijwilligerswerk. Bij de groep 12- tot 17-jarigen valt op dat jongeren uit Ottersum iets meer aan vrijwilligerswerk doen dan de jongeren uit de andere kernen. Buiten spelen 40% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar speelt nooit buiten en 31% speelt minder dan twee uur per week buiten. Vooral de jongeren van 12 en 13 jaar spelen buiten. De oudere jongeren spelen nauwelijks buiten. Andere activiteiten waar jongeren mee bezig zijn, zijn onder andere: Fietsen / fietscrossen Motorcrossen Werken / bijbaantje Tekenen Werk zoeken Oppassen. Is er iets voor jongeren wat je mist in de gemeente? Ja Nee 44% 46% 54% 56% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 212) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 219) Grafiek 13. Activiteiten of voorzieningen die jongeren missen in de gemeente Gennep Van de jongeren in de leeftijd van 12 tot 17 jaar mist 44% iets in de gemeente Gennep. Bij de groep jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 54%. Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar missen onder andere de volgende voorzieningen of activiteiten: - Bioscoop - Uitgaansgelegenheden, zoals een disco of café - Een ontmoetingsplek voor jongeren (hangplek) - Sportfaciliteiten. Jongeren tussen 18 en 22 jaar missen onder andere: - Uitgaansgelegenheden, zoals een disco of café - Evenementen voor jongeren Pagina 28

- Sportfaciliteiten - Jongerencentrum - Woningen voor jongeren. De volledige lijst met suggesties van beide groepen jongeren is opgenomen in bijlage II. Heb je een bijbaan? Ja Nee, ik mag nog niet werken van mijn ouders of Nee, ik wil nog niet werken Nee, ik kan niet werken (vanwege bijvoorbeeld 17% 2% 30% 6% 6% 7% 47% 85% Grafiek 14. Het hebben van een bijbaan 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 217) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 205) Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar heeft 47% een bijbaan. Het gaat hierbij vooral om jongeren van 15, 16 en 17 jaar. De jongeren van 12 tot en met 14 jaar mogen of willen nog niet werken. In deze leeftijdsgroep hebben meisjes (50%) iets vaker een bijbaan dan jongens (42%). Jongeren tussen 18 en 22 jaar hebben vaker een bijbaan, namelijk 85%. Wat moet de gemeente Gennep doen om meer te weten te komen over jongeren? Avonden organiseren waar jongeren met gemeentemedewerkers kunnen praten Informatiebijeenkomsten organiseren Vragenlijsten via internet verspreiden Vragenlijsten via school uitdelen Sms-panel opzetten Social media inzetten Jeugdraad in het leven roepen 7% 8% 4% 7% 16% 27% 10% 2% 3% 23% 8% 7% 41% 40% Grafiek 15. Informatievergaring onder jongeren 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 215) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 214) Jongeren van 12 tot en met 17 jaar noemen het uitdelen van vragenlijsten op school (41%) en het inzetten van social media (23%) het meest als een middel om meer te weten te komen over jongeren. Jongeren tussen 18 en 22 jaar noemen social media (40%) en online onderzoek (23%) het meest. Pagina 29

18-22 12-17 18-22 12-17 18-22 12-17 18-22 12-17 18-22 12-17 18-22 12-17 Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 In hoeverre ben je het eens of oneens met de volgende uitspraken over jouw woonbuurt: 2 De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om 35% 48% 16% 1% 1% 34% 44% 16% 4% 1% Ik voel me thuis in mijn buurt 49% 35% 12% 3% 1% 39% 43% 12% 4% 2% Ik heb weinig contact met andere jongeren in de buurt 8% 18% 24% 24% 26% 11% 19% 27% 22% 22% Jongeren in mijn buurt zijn bereid om anderen te helpen 6% 42% 40% 10% 3% 9% 41% 39% 7% 4% Ik woon in een veilige buurt 40% 43% 14% 3% 1% 26% 52% 13% 7% 2% Ik woon in een schone buurt 24% 55% 16% 5% 23% 53% 16% 5% 3% Grafiek 16. Mening van jongeren over hun woonbuurt 0% 20% 40% 60% 80% 100% Helemaal mee eens Mee eens Neutraal Mee oneens Helemaal mee oneens De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om 83% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 78% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar is van mening dat de mensen in hun buurt op een prettige manier met elkaar omgaan. De jongeren uit de kern Gennep zijn het duidelijk minder eens met deze stelling dan de jongeren uit de andere kernen. Ik voel me thuis in mijn buurt De meeste jongeren voelen zich thuis in hun buurt. Dit geldt voor 84% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 82% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar. De jongeren uit de kern Gennep voelen zich iets minder thuis in hun buurt dan jongeren uit de andere kernen. 2 Vanwege het geringe aantal respondenten is de kern Ven-Zelderheide hier buiten beschouwing gelaten. Pagina 30

Ik heb weinig contact met andere jongeren in de buurt Over het contact dat jongeren hebben met andere jongeren in hun buurt, bestaat een diversiteit aan meningen. Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 50% weinig contact met andere jongeren in hun buurt. 24% staat neutraal tegenover deze stelling en 26% is het oneens met de stelling. De laatste groep jongeren heeft dus blijkbaar wel contact met jongeren in hun buurt. Jongeren tussen 12 en 17 jaar uit Ottersum hebben minder contact met elkaar dan jongeren uit de andere kernen. Kinderen van 12 en 13 jaar hebben meer contact met jongeren uit hun buurt dan jongeren tussen 14 en 17 jaar. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar heeft 44% weinig contact met andere jongeren uit hun buurt. Daar staat tegenover dat 30% wel contact heeft met andere jongeren. Hier zijn het de jongeren uit de kern Gennep die minder contact met elkaar hebben in vergelijking met andere kernen. Jongeren in mijn buurt zijn bereid om anderen te helpen Over de stelling of jongeren uit de buurt bereid zijn om anderen te helpen bestaat twijfel. 48% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 50% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar denkt dat jongeren uit hun buurt wel bereid zijn om anderen te helpen. Van de jongeren tussen 12 en 17 weet 40% het niet zeker en 13% denkt dat jongeren niet bereid zijn om anderen te helpen. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat respectievelijk 39% en 11%. De jongeren van 12 tot en met 17 jaar uit de kernen Milsbeek en Heijen (> 52%) zijn het meest van mening dat jongeren in hun buurt bereid zijn om elkaar te helpen. Bij de 18- tot en met 22-jarigen zijn dat de jongeren uit de kernen Milsbeek en Ottersum (> 58%). Ik woon in een veilige buurt 83% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 78% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar is van mening dat zij in een veilige buurt wonen. 14% van de 12- tot en met 17-jarigen en 13% van de 18- tot en met 22-jarige heeft neutraal gereageerd op deze stelling. De jongeren uit de kern Gennep voelen zich relatief het minst veilig in hun buurt. Ik woon in een schone buurt 79% van de 12- tot en met 17-jarigen en 76% van de 18- tot en met 22-jarige zijn van mening dat ze in een schone buurt wonen. 16% van beide groepen heeft neutraal op de stelling gereageerd en 5% is het oneens met de stelling. De vrouwelijke respondenten zijn wat kritischer dan de mannelijke respondenten. De jongeren uit de kern Gennep zijn hierover wat minder te spreken dan de jongeren uit de andere kernen. Pagina 31

18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 3.1.5 Persoonlijke situatie jongeren Aan de jongeren hebben we vragen gesteld over hun persoonlijke situatie. De vragen gaan over (gezondheids)problemen waar ze mogelijk mee zitten, plaatsen waar zij eventueel informatie zoeken en hun relatie met hun ouders. Allereerst is aan de jongeren de vraag gesteld of zij bekend zijn met hulpverlenende organisaties en of zij er ook gebruik van maken. GGD 21% 46% 33% 5% 63% 1% 31% Schoolarts 9% 40% 1% 50% 0,4% 54% 1% 44% Huisarts 78% 17% 5% 80% 15% 5% Maatschappelijk werk 6% 34% 2% 57% 4% 50% 2% 44% Schoolmaatschappelijk werk 17% 31% 2% 50% 1% 41% 2% 57% Jongerenwerker 3% 25% 6% 66% 2% 42% 2% 54% Kinder- of jongerentelefoon 2% 46% 1% 52% 1% 57% 2% 40% Psycholoog / psychiater 4% 37% 1% 58% 7% 53% 4% 37% Pedagoog 3% 26% 1% 70% 1% 53% 2% 45% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Ja, en ik maak er ook gebruik van Nee, maar dat zou ik wel willen Ja, maar ik maak er geen gebruik van Nee, en dat hoeft voor mij ook niet Grafiek 17. Bekendheid en gebruik van hulpverlenende organisaties Pagina 32

Grafiek 17 laat zien dat de huisarts verreweg de meest bekende hulpverlener is onder de jongeren. Ook zijn de meeste jongeren wel eens naar de huisarts geweest. De GGD is eveneens bekend onder de beide groepen jongeren. Ongeveer twee derde van de jongeren is bekend met de GGD. Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar gaat 21% wel eens naar de GGD. Van de twaalf- en dertienjarigen is 33% wel eens naar de GGD geweest. Scholieren van het VMBO gaan wat vaker naar de GGD in vergelijking met scholieren van andere opleidingen, namelijk bijna 32 % tegenover ongeveer 10%. Met het schoolmaatschappelijk werk is bijna de helft van de jongeren tussen 12 en 17 jaar bekend. Van deze groep jongeren maakt 17% ook gebruik van het schoolmaatschappelijk werk. Het gaat hierbij vooral om veertienen vijftienjarigen. Jongeren boven die leeftijd maken nog nauwelijks gebruik van het schoolmaatschappelijk werk. De overige hulpverleners en de hulpverlenende instanties zijn bij 40 tot 60% van de jongeren bekend. Tegelijkertijd wordt er weinig gebruikgemaakt van die instanties. Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar maakt 9% gebruik van de schoolarts en 6% van het maatschappelijk werk. 7% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar gaat wel eens naar een psycholoog of psychiater. Heb je wel eens een vraag of probleem waar je je (een beetje) zorgen om maakt? Ja Nee 19% 24% 76% 81% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 216) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 223) Grafiek 18. Aanwezigheid problemen bij jongeren Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 19% wel eens een vraag of probleem waar zij zich zorgen om maakt. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat 24%. Een nadere analyse laat zien dat de vrouwelijke respondenten bij beide groepen wat vaker met een probleem of vraag zitten dan de mannelijke respondenten. Daarnaast hebben jongeren in de leeftijd van 20 en 21 jaar iets vaker een vraag of probleem, namelijk 34%. Pagina 33

Aan de jongeren die wel eens met een vraag of probleem zitten, hebben we gevraagd waar die vragen of problemen mee te maken hebben. In grafiek 19 zijn de resultaten weergegeven, waarbij aangetekend moet worden dat jongeren meerdere antwoorden konden geven. Huiselijk geweld Grafiek 19. Aard van de problemen Drugs Alcohol Gokken Geldproblemen / schulden Gepest worden Loverboys Roken Seks Depressiviteit Eenzaamheid Homo- of biseksualiteit/genderidentiteit Angsten School / studie Vader Moeder Partner Anders 0% 5% 6% 0% 8% 0% 11% 7% 14% 10% 6% 12% 15% 17% 12% 13% 7% 0% 8% 17% 12% 6% 12% 19% 17% 25% De vragen of problemen waar jongeren mee zitten, hebben meestal te maken met school of studie. Problemen of vragen waar jongeren van 12 tot en met 17 jaar daarnaast mee zitten hebben te maken met angsten, hun ouders en geldproblemen of schulden. De vragen of problemen waar jongeren van 18 tot en met 22 jaar het meest mee zitten, hebben te maken met angsten, depressiviteit, geldproblemen of schulden en seks. Om de problemen waarmee zij zitten aan te pakken, nemen jongeren ook zelf initiatieven, bijvoorbeeld door erover praten met vrienden, informatie op te zoeken of door hulp of advies te vragen aan professionals. 11% 21% 21% 15% 26% 48% 49% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 42) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 53) Pagina 34

Aan de jongeren is gevraagd waar zij wel eens naar informatie of advies hebben gezocht en wat de eventuele redenen waren om dat niet te doen. Ook hierbij konden de jongeren meerdere antwoorden geven. GGD Huisarts Jongerenwerker Leraar of docent Internet Kinder- en jongerentelefoon Het Centrum voor Jeugd en gezin School Ouder(s) Vrienden of kennissen Maatschappelijk werker Schoolmaatschappelijk werker Familie Anders 10% 8% 29% 23% 0% 10% 25% 17% 42% 0% 2% 5% 0% 14% 19% 48% 49% 33% 58% 2% 2% 0% 2% 19% 25% 10% 13% Grafiek 20. Waar zoeken jongeren informatie? 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 42) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 53) Jongeren tussen 12 en 17 jaar noemen hun ouders het meest als zij informatie of advies willen hebben over een vraag of probleem waar zij mee zitten. Jongeren van 18 tot en met 23 jaar noemen hun vrienden of kennissen het meest als informatie- of adviesbron. Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar raadplegen daarnaast vrienden of kennissen of de huisarts het meest. Jongeren van 18 tot en met 22 jaar noemen hun ouders, het internet, familie, de huisarts en de school/leraar als belangrijkste informatiebronnen. De jongerenwerker, het Centrum voor Jeugd en Gezin, de maatschappelijk werker, de schoolmaatschappelijk werker en de kinder- en jongerentelefoon worden nauwelijks of niet genoemd. Een kleine groep jongeren zit of zat wel met een vraag of probleem, maar heeft niet naar informatie gezocht. Dit heeft te maken met het gegeven dat ze nog niet naar informatie op zoek zijn geweest, die informatie niet hebben ontvangen of niet weten waar ze die informatie kunnen vinden. Enkele jongeren durven niemand te benaderen met hun vraag of probleem, vanwege schaamte of de gevolgen die het stellen van de vraag eventueel voor hen kan hebben. Ook kunnen sommige jongeren hun probleem of vraag moeilijk onder woorden brengen. Uit de toelichting blijkt dat jongeren het meest behoefte hebben aan gesprekken en ondersteuning van personen met wie zij een vertrouwensband hebben. Het gaat hier vooral om ouders, vrienden en familie. Sommigen noemen ook een professional, zoals een psycholoog. Pagina 35

In grafiek 21 staat weergegeven of en op welke wijze de jongeren hun probleem hebben opgelost. Ik heb het zelf opgelost Met behulp van mijn ouders Met behulp van familie Met behulp van vrienden Met behulp van een hulpverlener Anders Ik heb het probleem (nog) niet opgelost 10% 10% 11% 26% Grafiek 21. Wijze van oplossing van het probleem of vraagstuk 5% 8% 33% 30% 36% 40% Ongeveer één op de drie jongeren heeft het probleem zelf opgelost. Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar heeft een derde haar probleem nog niet opgelost. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat ongeveer een kwart. Bij de jongeren die hun probleem wel hebben opgelost, gaat het vaak om een combinatie van oplossingen. Bijvoorbeeld door hulp te vragen aan zowel ouders als aan familie of vrienden. De jongeren tussen 18 en 22 jaar gaan wat vaker naar een hulpverlener. Ongeveer 32% van de jongeren met een vraag of probleem heeft wel eens een hulpverlener geconsulteerd. 26% 32% 33% 45% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 42) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 53) Heb je wel eens problemen met je gezondheid: Nee, ik heb geen problemen met mijn gezondheid Ja 23% 29% 71% 77% Grafiek 22. Percentage jongeren met de gezondheidsproblemen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 217) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 221) Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 23% wel eens een probleem met de gezondheid. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat percentage 29%. Een nadere analyse laat zien dat bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar de vrouwelijke respondenten (24%) meer te maken hebben met gezondheidsproblemen dan de mannelijke respondenten (25%). Pagina 36

Aan de jongeren die zeggen een gezondheidsprobleem te hebben is gevraagd wat de aard of de oorzaak van het gezondheidsprobleem is. Chronische ziekte Lichamelijke beperkingen Overgewicht Autisme ADHD, ADD, PDD-NOS Psychische problemen SOA Stress Anders 31% 14% 20% 4% 5% 6% 8% 14% 20% 10% 11% 2% 4% 22% 26% 16% 25% Grafiek 23. Oorzaken van de gezondheidsklachten Uit grafiek 23 blijkt dat onder beide groepen jongeren met gezondheidsproblemen een chronische ziekte of stress de belangrijkste oorzaken zijn van hun gezondheidsklachten. Ook het hebben van lichamelijke beperkingen en ADHD/ADD/PDD-NOS blijken belangrijke oorzaken te zijn van gezondheidsklachten. Verder valt op dat psychische problemen bij ongeveer 10% van de jongeren een rol spelen. Chronische ziekten komen bij twintigplussers iets vaker voor dan bij de andere leeftijdsgroepen. Stress komt bij de vrouwelijke respondenten ongeveer twee keer vaker voor dan bij de mannelijke respondenten. Bij de overige veroorzakers van gezondheidsklachten zijn geen specifieke categorieën jongeren te duiden. 26% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 50) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 65) Pagina 37

18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Aan alle jongeren zijn stellingen voorgelegd over maatschappelijke participatie. De resultaten staan in de volgende grafiek. Het lukt mij goed om mezelf binnen de gemeente Gennep te verplaatsen (N = 204) 81% 17% 2% (N = 219) 80% 16% 4% Ik kan goed contacten onderhouden met anderen (N = 214) 79% 20% 1% (N = 221) 82% 16% 2% Ik kan meedoen aan allerlei activiteiten in de gemeente (N = 177) 40% 38% 22% (N = 180) 46% 36% 18% Grafiek 24. Reacties op stellingen over maatschappelijke participatie 0% 20% 40% 60% 80% 100% Ja, helemaal Een beetje Nee Het lukt mij goed om mezelf binnen de gemeente Gennep te verplaatsen Ongeveer 80% van beide groepen jongeren kan zichzelf goed binnen de gemeente Gennep verplaatsen. Ongeveer 17% heeft er een beetje moeite mee en ongeveer 3% lukt het niet. Het gaat hierbij vooral om jongeren met gezondheidsproblemen en jongeren met problemen waar ze zich zorgen over maken. Ik kan goed contacten onderhouden met anderen 80% van de jongeren kan goed contacten onderhouden met anderen. Ongeveer 20% heeft daar in meer of mindere mate moeite mee. Het gaat hierbij vooral om jongeren die wel eens met vraag of probleem zitten. Hoewel de N laag is, gaat het vooral om jongeren met stressproblemen. De jongeren uit de kern Gennep hebben iets meer moeite met het onderhouden van contacten dan de jongeren uit andere kernen. Ik kan meedoen aan allerlei activiteiten in de gemeente Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar kan 38% een beetje en 22% niet meedoen aan activiteiten in de gemeente. Bij jongeren van 18 tot en met 22 jaar gaat het om respectievelijk 36% en 18%. Jongeren van wie de ouders gescheiden zijn kunnen iets minder goed meedoen aan activiteiten dan de jongeren van wie de ouders nog samen zijn. Hierbij moet opgemerkt worden dat de N te laag is om hier een definitieve uitspraak over te kunnen doen. Ook jongeren met gezondheidsproblemen hebben meer moeite met het meedoen aan activiteiten in de gemeente. De redenen waarom jongeren moeite hebben om mee te doen aan activiteiten of om contacten te leggen en te onderhouden met anderen zijn onder andere: - Geen tijd - Geen zin - Geen interesse of behoefte - Een gedragsstoornis - Te weinig activiteiten in de gemeente / de activiteiten spreken niet aan Pagina 38

- Verlegenheid / te weinig zelfvertrouwen - Onbekendheid met de activiteiten in de gemeente Gennep - (Nog) te weinig contact met anderen, vanwege een recente verhuizing naar Gennep. Sommige jongeren zorgen (mede) voor een ziek familielid. Aan de jongeren is gevraagd of dit zo is, en zo ja, wat de zorgtaken zijn en of zij die zorg als zwaar ervaren. Ja Nee 13% 11% 87% 89% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Grafiek 25. Jongeren als mantelzorger Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 209) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 221) Ongeveer één op de acht jongeren zorgt voor een ziek familielid. Het gaat daarbij in de meeste gevallen om hun ouders of hun opa of oma. Sommige jongeren zorgen ook voor hun broer of zus. De taken die de jongeren op zich nemen zijn huishoudelijke klussen, boodschappen doen of oppassen. Zij zorgen gemiddeld al één tot twee jaar voor hun familielid. De meeste jongeren tussen 12 en 17 jaar ervaren de mantelzorgtaken niet als zwaar. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar ervaart ongeveer één op de drie jongeren de mantelzorgtaken als redelijk zwaar tot zwaar. Pagina 39

18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. 18-22 jr. 12-17 jr. Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Aan de jongeren hebben we gevraagd hoe hun relatie is met hun ouders. Daartoe hebben we de jongeren een zestal stellingen voorgelegd en gevraagd om een rapportcijfer te geven. Kun je aangeven in hoeverre de onderstaande stellingen op jou van toepassing zijn? Ik kan meestal goed met mijn ouder(s) opschieten 90% 10% 1% 88% 12% Mijn ouder(s) hanteren veel te strenge regels 1% 20% 79% 3% 10% 87% Mijn ouder(s) hebben het beste met mij voor 97% 96% 3% 1% 4% 1% Ik kan over het algemeen alles met mijn ouder(s) bespreken 81% 17% 2% 76% 21% 3% Mijn ouder(s) geven mij veel vrijheid 70% 27% 3% 86% 12% 2% Ik voel mij gewaardeerd door mijn ouder(s) 89% 86% 11% 12% 1% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Ja, helemaal Ja, een beetje Nee Grafiek 26. Stellingen met betrekking tot de relatie met de ouders volgens jongeren van 12 t/m 17 jaar (N tussen 204 en 220) en jongeren van 18 t/m 22 jaar (N tussen 206 en 221) Ik kan meestal goed met mijn ouder(s) opschieten Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar geeft 90% aan meestal goed met haar ouders op te kunnen schieten. 10% is het een beetje eens met de stelling. 1% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar geeft aan niet goed met haar ouders op te kunnen schieten. De jongeren in deze leeftijdscategorie die relatief het meest met ja, een beetje hebben gereageerd op de stelling, zijn jongeren van wie de ouders gescheiden zijn, namelijk 20%. Verder zien we dat jongeren die wel eens problemen hebben en jongeren met gezondheidsproblemen vaker ja, een beetje of nee hebben aangekruist, namelijk respectievelijk 26% en 24%. De jongeren van 18 tot en met 22 jaar kunnen vrijwel net zo goed met hun ouders opschieten. 88% kan meestal goed opschieten met haar ouders. 12% is het een beetje eens met de stelling. Hier kan niet een specifieke groep jongeren aangewezen worden. Ook bij deze groep zien we dat de jongeren die wel eens met een vraag of probleem zitten en jongeren met Pagina 40

gezondheidsproblemen wat vaker minder goed met hun ouders kunnen opschieten, namelijk 19% respectievelijk 22%. Mijn ouder(s) hanteren veel te strenge regels Wat betreft de stelling Mijn ouder(s) hanteren veel te strenge regels geeft 79% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 87% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar aan het oneens te zijn. Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar is 20% het een beetje en 1% het helemaal eens met de stelling. 21% van deze groep jongeren vindt dus (een beetje) dat hun ouders te streng voor hen zijn. Jongeren van wie de ouders gescheiden zijn vinden iets vaker dat hun ouders (een beetje) te streng zijn. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is 87% van mening dat hun ouders niet te streng voor hen zijn. 3% van de oudere jongeren vindt dat hun ouders te streng zijn en 10% vindt dat hun ouders een beetje te streng voor hen zijn. Het gaat hierbij vooral om jongeren met gezondheidsproblemen. Mijn ouder(s) hebben het beste met mij voor 97% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar en 96% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is van mening dat hun ouders het beste met hen voorhebben. Ik kan over het algemeen alles met mijn ouder(s) bespreken Met de stelling Ik kan over het algemeen alles met mijn ouders bespreken is 81% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar het helemaal eens. 17% van deze jongeren kruiste het antwoord ja, een beetje en 2% kruiste Nee aan. Ook hier zien we dat vooral de jongeren van wie de ouders zijn gescheiden het minder eens zijn met de stelling. Van deze groep jongeren is 42% van mening dat zij over het algemeen niet alles met hun ouders kunnen bespreken. Bij de groep jongeren wier ouders nog samen zijn, is dat 17%. Dat is significant lager. Daarnaast geven jongeren in deze leeftijdscategorie die wel eens vragen of problemen hebben duidelijk vaker aan dat zij niet alles met hun ouders kunnen bespreken (43%) dan jongeren die niet met een vraag of probleem zitten (13%). Van de jongeren tussen 18 en 22 jaar is 76% het helemaal eens met de stelling, 21% een beetje en 3% niet. Ook hier zien we dat het vooral om jongeren gaat die wel eens met een vraag of probleem zitten waarover ze zich zorgen maken, namelijk 37%. Mijn ouder(s) geven mij veel vrijheid Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar is 70% het eens met de stelling Mijn ouders geven mij veel vrijheid. 27% is het een beetje eens en 3% van deze jongeren is het niet eens met de stelling. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar antwoordt 86% ja, helemaal, 12% ja, een beetje en 2% nee. Naarmate de leeftijd stijgt, geven jongeren vaker aan dat hun ouders hen veel vrijheid geven. Jongeren die wel eens een vraag of probleem hebben, geven eveneens vaker aan het niet helemaal eens te zijn met de stelling. Ik voel mij gewaardeerd door mijn ouder(s) 89% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar voelt zich gewaardeerd door haar ouders. 11% voelt zich iets minder gewaardeerd door de ouders. Jongeren in deze leeftijdscategorie van wie de ouders gescheiden zijn, voelen zich duidelijk minder gewaardeerd door hun ouders dan de jongeren van wie de ouders nog samen zijn, namelijk 92% tegenover 72%. De jongeren tussen 18 en 22 jaar voelen zich eveneens gewaardeerd door hun ouders. 86% heeft ja, helemaal aangekruist, 12% ja, een beetje en 1% nee. Jongeren met problemen of gezondheidsproblemen voelen zich eveneens minder gewaardeerd. Dit geldt vooral voor jongeren tussen 18 en 22 jaar. De vraag of jongeren zich gewaardeerd voelen door hun ouders hangt vooral samen met de vraag of zij goed kunnen opschieten met hun ouders. Pagina 41

Ik geef de relatie die ik met mijn moeder heb het volgende cijfer: Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 218) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 223) 3,7% 1,8% 4,5% 0,4% 94,5% 95,1% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 1 t/m 4 5 of 6 7 of hoger Grafiek 27. Het rapportcijfer dat jongeren geven voor de relatie die zij met hun moeder hebben Op basis van grafiek 27 kunnen we vaststellen dat de jongeren de relatie met hun moeder als goed tot zeer goed beoordelen. De jongeren van 12 tot en met 17 jaar geven een 8,8 als gemiddeld rapportcijfer en de jongeren van 18 tot en met 22 jaar geven een 8,5 als gemiddeld rapportcijfer. 94,5% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar geeft een 8 of hoger als rapportcijfer. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat ruim 95%. Het rapportcijfer 8 is door beide groepen jongeren het meest gegeven. Ik geef de relatie die ik met mijn vader heb het volgende cijfer: Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 213) 3,3% 6,1% 90,6% Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 222) 3,7% 9,3% 86,9% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 1 t/m 4 5 of 6 7 of hoger Grafiek 28. Het rapportcijfer dat jongeren geven voor de relatie die zij met hun vader hebben Over de relatie met hun vader zijn de jongeren eveneens positief. De jongeren van 12 tot en met 17 jaar geven een 8,4 als gemiddeld rapportcijfer en de jongeren van 18 tot en met 22 jaar geven een 8,0 als gemiddeld rapportcijfer. 90,6% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar geeft een 8 of hoger als rapportcijfer. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat bijna 87%. Het rapportcijfer 8 is ook hier door beide groepen jongeren het meest gegeven. De waardering van de jongeren voor hun vader ligt gemiddeld een half punt lager dan het gemiddelde cijfer voor hun moeder. Pagina 42

3.1.6 Centrum voor Jeugd en Gezin Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 De gemeente Gennep heeft een Centrum voor Jeugd en Gezin, afgekort CJG. Het CJG is een herkenbaar inlooppunt in de gemeente waar jongeren (tot en met 22 jaar), ouders en professionals terecht kunnen voor informatie en advies over opvoeding en opgroeien. Aan de jongeren hebben we vragen gesteld over de bekendheid met, het gebruik van en de tevredenheid over het CJG. Heb je wel eens gehoord of gelezen over het Centrum voor Jeugd en Gezin? Ja 9% 22% Nee 91% 78% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Grafiek 29. Bekendheid met het CJG Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 217) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 224) Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar heeft 9% wel eens gehoord of gelezen over het CJG. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 22%. De meeste jongeren die wel eens gehoord of gelezen hebben over het CJG, hebben er vooral via school en internet van gehoord. Daarnaast worden de televisie, De Maas- en Niersbode, de krant, folders of bekenden als bron genoemd. Aan de jongeren die wel eens gehoord of gelezen hebben over het CJG hebben we gevraagd of zij ook wel eens contact hebben gehad met het CJG. Ja 5% 4% Nee 95% 96% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% Grafiek 30. Contact met het CJG Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 20) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 50) Slechts enkele jongeren (drie in totaal) hebben wel eens contact gehad met het CJG. Gezien het geringe aantal bespreken we nu alleen in hoofdlijnen de resultaten wat betreft de tevredenheid over dat contact. De jongeren die met het CJG contact hebben gehad, zijn rechtstreeks naar het inloopcentrum gegaan of hebben via het internet contact gehad. De jongeren die contact hebben gehad met het CJG in Gennep zijn van mening dat het CJG telefonisch en fysiek goed bereikbaar is. De jongeren vinden de medewerkers vriendelijk en zij voelden zich met respect behandeld. Eén jongere vond dat de medewerker van het CJG zijn of haar vragen serieus nam en de andere jongere niet. De medewerkers waren volgens de jongeren goed te vertrouwen. Pagina 43

Aan de jongeren die wel bekend zijn met het CJG, maar er nog geen gebruik van hebben gemaakt, is gevraagd wat de reden hiervan is en of zij mogelijk in de toekomst alsnog van het CJG gebruik zullen gaan maken. Als je (nog) geen contact hebt gehad met het CJG, wat is daar dan de oorzaak van? Nog niet nodig gehad Ik weet niet waar het CJG voor dient Ik weet niet hoe ik het CJG kan bereiken Ik vind het gevoelsmatig moeilijk om mijn vraag te stellen aan iemand van het CJG 6% 6% 15% 88% 85% Grafiek 31. Oorzaken geen contact met het CJG 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 17) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 47) De meeste jongeren geven aan dat zij het CJG nog niet nodig hebben gehad. Daarnaast zien we dat 6% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 15% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar ook niet zo goed weet waar het CJG voor dient. Een nadere analyse laat zien dat van de jongeren die nog geen contact met het CJG hebben gehad, 35% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 41% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar wel eens een vraag of probleem hebben (gehad) waar ze zich zorgen over maken. Denk je dat je gebruik gaat maken van het Centrum voor Jeugd en Gezin? Ja, zeker Misschien Nee, zeker niet Weet ik nog niet / geen mening 0% 6% Grafiek 32. Potentieel gebruik van het CJG 19% 56% 38% 39% 43% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 18) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 42) Geen enkele jongere die aan dit onderzoek heeft deelgenomen is voornemens om zeker gebruik te gaan maken van het CJG. 6% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 19% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar zegt misschien gebruik te gaan maken van het CJG. 56% van de jongeren tussen 12 en 17 jaar en 38% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar zegt zeker geen gebruik te gaan maken van het CJG en respectievelijk 39% en 43% weet het nog niet. Pagina 44

Een nadere analyse laat het volgende zien: Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Gebruik van het CJG Zich zorgen maken (N = 6) Jongeren 12 t/m 17 jaar Gezondheidsproblemen (N = 4) Zich zorgen maken (N = 19) Jongeren 18 t/m 22 jaar Gezondheidsproblemen (N = 17) Misschien 17% 0% 21% 35% Nee, zeker niet 50% 50% 47% 24% Weet ik nog niet / geen mening 33% 50% 32% 41% Tabel 4. Kruistabel mogelijk gebruik van het CJG met zich zorgen maken over een vraag of een probleem en de aanwezigheid van gezondheidsproblemen Tabel 4 laat zien dat jongeren met problemen of gezondheidsproblemen zich nog niet gemeld hebben bij het CJG, terwijl zij hier wel mee bekend zijn. Dit is een mogelijke aanduiding dat het CJG niet (primair) als een organisatie wordt gezien waar jongeren terechtkunnen met een persoonlijke vraag of probleem, hoewel het aantal respondenten in deze erg laag is. Ben je bekend met de website het CJG? Ja 10% 24% Nee 76% 90% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 20) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 50) Grafiek 33. Bekendheid website van het CJG onder jongeren Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar kent 10% (2 jongeren) de website van het CJG. Bij de groep jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat 24% (12 jongeren). Als beide groepen jongeren bij elkaar opgeteld worden, gaat het om veertien jongeren. Ook hier zullen we daarom de resultaten van de vervolgvragen over de website van het CJG globaal bespreken. De redenen waarom de jongeren wel eens de website bezocht hebben, zijn: - Informatie over het CJG. - Achtergrondinformatie voor schoolprojecten - Achtergrondinformatie over jongeren met problemen - Vacatures. Vrijwel alle jongeren hebben de informatie die ze zochten ook op de website van het CJG kunnen vinden. Twee jongeren konden de informatie niet vinden. De meeste jongeren zijn tevreden over de informatie die ze op website van het CJG hebben gevonden. Ongeveer de helft van de jongeren die bekend is met de website zou het fijn vinden als de site een chatfunctie zou bevatten waar zij anoniem en rechtstreeks met iemand kunnen praten. Pagina 45

Aan alle jongeren hebben we de vraag gesteld of zij het nuttig vinden dat er een CJG is in de gemeente Gennep en over welke onderwerpen het CJG informatie moet geven. Vind je het nuttig dat er een Centrum voor Jeugd en Gezin is in de gemeente Gennep? Ja Nee Weet ik niet / geen mening 3% 2% 36% 44% 53% 61% Grafiek 34. Nut CJG 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 216) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 223) Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar vindt 36% het nuttig dat er een CJG is in de gemeente Gennep. Bij de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is dat 44%. Slechts een heel klein percentage van de jongeren vindt het niet nuttig dat er een CJG is in de gemeente. 61% van jongeren tussen 12 en 17 jaar en 53% van de jongeren tussen 18 en 22 jaar weet het niet of heeft geen mening. Pagina 46

De jongeren willen graag dat het CJG over de volgende onderwerpen informatie geeft: Sport Muziek Roken, drugs en alcohol Gezondheid en voeding Stageplekken Omgaan met geld Diverse organisaties en instellingen, zoals Bureau Jeugdzorg of de GGD Opvoeden / opvoedproblemen Problemen, zoals echtscheiding, huiselijk geweld, pesten en loverboys Vrije tijd: activiteiten en uitgaanstips voor jongeren Criminaliteit Seksualiteit Onderwijs Anders 26% 38% 16% 19% 58% 45% 23% 32% 41% 26% 34% 24% 54% 28% 35% 40% 34% 17% 28% 1% 1% 57% 49% 54% 45% 63% 52% 51% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 220) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 230) Grafiek 35. Onderwerpen waar jongeren graag informatie over willen hebben van het CJG De meest genoemde onderwerpen waar de jongeren tussen 12 en 17 jaar graag informatie van het CJG over willen ontvangen gaan over: - Roken, drugs en alcohol - Problemen die te maken hebben met echtscheiding, huiselijk geweld, pesten en loverboys - Gezondheid en voeding - Omgaan met geld - Criminaliteit Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar komen daar de volgende onderwerpen nog bij: - Seksualiteit - Opvoeden en opvoedproblemen. Pagina 47

Op de vraag of de jongeren zelf actief binnen het CJG zouden willen zijn, is het volgende geantwoord: Ja Nee 5% 12% 88% 95% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 215) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 225) Grafiek 36. Betrokken willen zijn bij het CJG Van de jongeren tussen 12 en 17 jaar zou 5% wel betrokken willen zijn bij het CJG. Van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar wil een iets grotere groep actief zijn bij het CJG, namelijk 12%. 3.1.7 Jongerenwerkers In de gemeente Gennep is een aantal jongerenwerkers actief. Aan de jongeren is gevraagd of zij bekend zijn met de jongerenwerkers, of zij tevreden zijn over de ondersteuning die jongerenwerkers bieden en hoe jongerenwerkers jongeren beter kunnen ondersteunen. Ben je bekend met de jongerenwerkers die binnen de gemeente Gennep actief zijn? Ja 4% 6% Nee 94% 96% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 215) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 220) Grafiek 37. Bekendheid jongerenwerkers Van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar is 4% bekend met de jongerenwerkers die actief zijn in de gemeente Gennep. Bij de jongeren tussen 18 en 22 jaar is dat 6%. Een ruime meerderheid 96% respectievelijk 94% van beide groepen jongeren kent de jongerenwerkers niet. In hoeverre ben je tevreden of ontevreden over de ondersteuning die jongerenwerkers bieden aan jongeren? Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 7) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 10) 43% 43% 80% 14% 20% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Ontevreden Zeer ontevreden Grafiek 38. Tevredenheid over de ondersteuning van jongerenwerkers aan jongeren Pagina 48

Hoewel het slechts om een hele kleine groep jongeren gaat die een mening heeft over het ondersteuningsaanbod van de jongerenwerkers, kan toch geconstateerd worden dat er hierover tevredenheid bestaat. 86% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar en 80% van de jongeren van 18 tot en met 22 jaar is hierover tevreden. Vanwege het geringe aantal jongeren mogen hier verder geen conclusies aan verbonden worden. Op de vraag hoe jongerenwerkers jongeren beter kunnen helpen, geven de jongeren de volgende adviezen: - Informeer hoe jongeren om moeten gaan met pesten - Geef meer voorlichting en verspreid informatie - Plaats advertenties - Toon meer betrokkenheid - Vergroot de bekendheid onder jongeren - Maak duidelijk wat de toegevoegde waarde is van de jongerenwerkers - Oefen meer invloed uit in de gemeente - Maak eens wat vaker een praatje met jongeren. 3.1.8 Wmo-raad De Wmo-raad adviseert en informeert de gemeenteraad en het college op het gebied van onder andere de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo gaat ook over jongeren, zoals het helpen van jongeren met problemen. Daarom hebben we aan de jongeren naar de bekendheid van de Wmo-raad gevraagd en of zij interesse hebben om hier lid van te worden. Ben je bekend met de Wmo-raad? Ja 3% 8% Nee 92% 97% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 217) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 226) Grafiek 39. Bekendheid Wmo-raad onder jongeren Onder de jongeren van 12 tot en met 17 jaar is de Wmo-raad nauwelijks bekend. Slechts 3% kent de Wmo-raad. De Wmo-raad is iets bekender onder de groep jongeren van 18 tot en met 22 jaar. 8% van de jongeren kent de raad. Pagina 49

De Wmo-raad wil graag jongeren als lid verwelkomen. Zou je lid willen zijn van de Wmo-raad? Ja Nee 3% 3% 97% 97% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% Jongeren 12 t/m 17 jaar (N = 218) Jongeren 18 t/m 22 jaar (N = 227) Grafiek 40. Lid willen worden van de Wmo-raad 3% van de jongeren zou wel lid willen worden van de Wmo-raad. Het gaat hierbij in totaal om veertien jongeren. Pagina 50

3.2 Ouders Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 In deze paragraaf bespreken we de resultaten onder ouders van kinderen en jongeren van 0 tot en met 22 jaar. 3.2.1 Achtergrondgegevens ouders In deze paragraaf komen de achtergrondgegevens van de ouders aan bod die aan dit onderzoek hebben meegedaan, zoals burgerlijke staat, aantal kinderen, leeftijd, opleiding en inkomen. Bent u moeder, vader, stiefmoeder, stiefvader, pleegouder of verzorger? Grafiek 41. Relatie ouder / kind (N = 210) Bij 79% van de ouders die aan dit onderzoek hebben deelgenomen gaat het om de moeder en bij 20% om de vader. In enkele gevallen gaat het om de stiefvader. Gezien de geringe aantallen met betrekking tot stiefvaders, laten we deze groep buiten beschouwing bij de verdere uitwerking van de onderzoeksgegevens. Wat is uw burgerlijke staat? Grafiek 42. Burgerlijke staat (N = 208) 78% van de ouders is getrouwd. Ruim 8% woont samen. Bijna 4% is alleenstaand en ruim 9% gescheiden. 1% heeft anders aangekruist. Het gaat hier om ouders van wie de partner is overleden. Voedt u uw (pleeg)kinderen alleen of samen met iemand anders op of hebt u uw (pleeg)kinderen samen of alleen opgevoed? Grafiek 43. Opvoeding van de kinderen (N = 209) Van de ouders die aan dit onderzoek hebben deelgenomen, voedt 92% haar kind samen met iemand anders op. Het gaat in de meeste gevallen om de partner (76%). 6% voedt haar kind samen met de ex-partner op, 8% met de huidige partner (niet de biologische ouder) en 1% met een professionele begeleider. 8% voedt haar kind alleen op. Pagina 51

Voor hoeveel kinderen zorgt u? Grafiek 44. Aantal kinderen voor wie de ouder zorgdraagt (N = 206) De meeste ouders (56%) zorgen voor twee kinderen. 18% van de ouders zorgt voor één kind en 22% voor drie kinderen. 3% heeft vier of meer kinderen. Wat is uw leeftijd? Grafiek 45. Leeftijd respondenten (N = 211) De meeste ouders die aan dit onderzoek hebben meegedaan (91%) zijn tussen 41 en 55 jaar. Ruim 7% is 40 jaar of jonger en ruim 7% is ouder dan 55 jaar. Wat is de leeftijd van de medeopvoeder? Alleen invullen indien van toepassing. Grafiek 46. Leeftijd medeopvoeders (N = 192) De leeftijd van de meeste medeopvoeders (84%) ligt eveneens tussen 41 en 55 jaar. 11,5% van de medeopvoeders is 56 jaar of ouder en bijna 5% is 40 jaar of jonger. Pagina 52

Wat is de leeftijd van uw kind(eren)? Kind 1 is het oudste kind, kind 2 het op een na oudste kind etc. Ouder dan 22 jaar 3% 11% 21-22 jaar 2% 7% 16% 18-20 jaar 18% 24% 24% 16-17 jaar 8% 13% 17% 13-15 jaar 11-12 jaar 6-10 jaar 29% 11% 57% 21% 8% 13% 22% 19% 20% 31% 20% 24% 40% 3-5 jaar 0-2 jaar 7% 1% 3% 14% 20% Grafiek 47. Leeftijdsverdeling kinderen 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Kind 1 (N = 208) Kind 2 (N = 176) Kind 3 (N = 62) Kind 4 (N = 7) Kind 5 (N = 5) De gemiddelde leeftijd van het oudste kind ligt tussen 16 en 17 jaar. Bij het tweede ligt de gemiddelde leeftijd tussen 13 en 15 jaar en bij het derde kind tussen 11 en 12 jaar. Wat is de hoogst afgeronde opleiding die u en uw medeopvoeder hebben genoten? Lager onderwijs MAVO, LBO of VMBO HAVO VWO MBO HBO Universiteit Anders 1% 2% 4% 1% 1% 3% 8% Grafiek 48. Opleidingsniveau ouders 5% 5% 23% De meeste ouders en hun medeopvoeders hebben een middelbare of hogere (beroeps)opleiding gevolgd. Daarnaast heeft een kwart van de ouders en 32% van de medeopvoeders MAVO, LBO of VMBO afgerond. 30% 31% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 23% Respondent zelf (N = 209) Medeopvoeder (N = 189) 32% 32% Pagina 53

Bent u en/of uw medeopvoeder werkzaam? Ja, een voltijds betaalde baan Ja, een voltijds onbetaalde baan Ja, een betaalde deeltijdbaan Ja, een onbetaalde deeltijdbaan Werkzaam in het huishouden Nee, werkzoekend Nee, studeert nog Anders Grafiek 49. Arbeidspositie ouders Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 2% 1% 7% 2% 2% 3% 1% 5% 6% 27% 22% Van de respondenten heeft 27% een voltijdsbaan en 57% een deeltijdbaan. 7% werkt in het huishouden. Van de medeopvoeders heeft 66% een voltijdsbaan, 22% een deeltijdsbaan en werkt 2% in het huishouden. Degenen die anders hebben aangekruist, zijn vaak zelfstandigen of arbeidsongeschikt. 57% 66% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Respondent zelf (N = 206) Medeopvoeder (N = 190) In welke kern woont u? Grafiek 50. Verdeling respondenten per woonkern (N = 203) In de kern Gennep wonen in verhouding tot de andere dorpskernen de meeste respondenten, namelijk 45%. Uit Ottersum komt 19% van de respondenten. 17% woont in Milsbeek. In Heijen en Ven-Zelderheide wonen respectievelijk 12% en 7% van de respondenten. Pagina 54

Wat is uw netto gezinsinkomen per maand? Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Grafiek 51. Inkomensverdeling van de respondenten (N = 205) Van de respondenten die iets over hun netto gezinsinkomen willen zeggen, verdient 42% 2.300,- of meer per maand. Het gaat hierbij vooral respondenten die gehuwd zijn of samenwonen. 10% verdient tussen de 1.800,- en 2.300,- en 11% verdient minder dan 1.300,- netto per maand. Bij de respondenten die minder dan 1.300,- per maand verdienen gaat het vooral om respondenten die alleenstaand of gescheiden zijn. 3.2.2 Opvoeding en gezondheid In deze paragraaf wordt ingegaan op de kwestie of ouders wel eens vragen hebben met betrekking tot de opvoeding van hun kinderen, wat de aard is van die vraag en hoe zij dit oplossen. Hoe vaak hebt u de afgelopen twaalf maanden vragen gehad over het opvoeden van uw (pleeg)kinderen? Grafiek 52. Frequentie aanwezigheid opvoedingsvragen (N = 206) Een ruime meerderheid (64%) van de ouders heeft de afgelopen twaalf maanden nooit of weinig vragen gehad over het opvoeden van hun kinderen. 30% heeft soms wel eens een vraag over het opvoeden gehad en 6% vaak. Kijkend naar de groep die wel eens met vragen over de opvoeding zit, zien we dat moeders (38%) vaker met een vraag zitten dan vaders (26%). Gescheiden ouders (58%) hebben duidelijk vaker vragen (gehad) over het opvoeden van hun kinderen. Ouders met een middelbare beroepsopleiding hebben eveneens vaker dan gemiddeld een vraag over de opvoeding (39%). De vragen waar ouders mee te maken hebben, gaan onder andere over: - Puberteit - School en studie - Gedragsstoornissen en hoe daarmee om te gaan - Problemen thuis - Opvoeding, zoals het aangeven van grenzen en hoe om te gaan met bepaalde problemen - Zakgeld. De volledige lijst is opgenomen in bijlage IV. Pagina 55

Gaat u en/of uw medeopvoeder zelf wel eens op zoek naar informatie of advies over het opvoeden van uw kind(eren)? Grafiek 53. Informatiebehoefte onder ouders met betrekking tot opvoeding (N = 207) 43% van de ouders gaat zelf wel eens op zoek naar informatie of advies over het opvoeden van haar kind(eren). 57% van de ouders zegt dat niet te doen. Moeders gaan verhoudingsgewijs veel vaker op zoek naar informatie (47%) dan vaders (29%). Daarnaast zien we dat ouders vaker op zoek gaan naar informatie naarmate zij meer kinderen hebben. Ook jongere ouders (tot 45 jaar) gaan vaker op zoek naar informatie of advies. De informatiebehoefte neemt af naarmate de leeftijd van de ouders stijgt. Tot slot gaan ouders met een deeltijdbaan duidelijk vaker op zoek naar informatie (48%) dan ouders met een voltijdbaan (35%). In grafiek 54 staat weergegeven waar of bij wie ouders op zoek gaan naar informatie of advies. De respondenten konden hierbij meerdere antwoorden geven. GGD Huisarts Internet Maatschappelijk werker Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) School Vrienden of kennissen Bibliotheek Collega s Familie Tijdschriften, kranten etc. Anders 17% 31% 10% 9% 28% 8% 30% 39% 24% 12% 53% 63% Grafiek 54. Bronnen voor informatie en advies (N = 90) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Het internet, vrienden of kennissen, familie en de huisarts zijn de belangrijkste informatiebronnen voor ouders die wel eens op zoek gaan naar informatie of advies over opvoeden. Verder worden collega s, de school en tijdschriften, kranten et cetera als informatiebronnen genoemd. Het CJG wordt door 9% van de ouders genoemd. Pagina 56

De ouders die wel eens op zoek zijn gegaan naar informatie of advies over het opvoeden, hebben naar informatie over de volgende onderwerpen gezocht: Voeding Sociale vaardigheden Lichamelijke beweging Pesten Veilig tv-kijken Veilig internetten Leerproblemen Gedragsproblemen Seksualiteit Criminaliteit Psychische problemen Drugs, roken, alcohol Anders 3% 10% 11% 7% Grafiek 55. Informatieonderwerpen waar naar gezocht wordt (N = 90) 9% 9% 16% 24% 23% Ouders zoeken vooral naar informatie over sociale vaardigheden, veilig internetten, gedragsproblemen en psychische problemen. Ouders die informatie over sociale vaardigheden hebben gezocht, zijn vooral gescheiden ouders, ouders tussen 41 en 50 jaar oud en ouders met kinderen tussen 11 en 17 jaar. Wat betreft het veilig internetten gaat het vooral om ouders jonger dan 45 jaar, ouders van kinderen tussen 11 en 15 jaar en ouders met een HBO- of universitaire achtergrond. Bij gedragsproblemen gaan ouders tussen 41 en 45 jaar en ouders met kinderen tussen 11 en 17 jaar in verhouding wat vaker op zoek naar informatie. Als het gaat over psychische problemen, zoeken moeders iets vaker naar informatie dan vaders. Datzelfde geldt voor alleenstaande ouders. Ouders met een voltijdsbaan zoeken duidelijk minder vaak naar informatie over opvoeding dan ouders die geen baan of een deeltijdsbaan hebben. 31% 30% 29% 29% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Als het om opvoeden en opgroeien van hun kind(eren) gaat, vinden ouders het volgende belangrijk: - Geluk, een goede gezondheid en welzijn van de kinderen - Sociale vaardigheden van de kinderen - Normen en waarden / eerlijk zijn / respect - Opgroeien in een veilige omgeving - Zelfstandigheid. De volledige lijst is opgenomen in bijlage V. Heeft uw (pleeg)kind problemen met zijn of haar gezondheid? Grafiek 56. Aanwezigheid gezondheidsproblemen (N = 197) Van de ouders zegt 25% dat haar kind problemen met de gezondheid heeft. Ouders die hun kind alleen opvoeden geven vaker aan dat kun kind een gezondheidsprobleem heeft (44%) dan ouders die hun kind samen met iemand Pagina 57

anders opvoeden (24%). Ouders met een inkomen van minder dan 2.300,- netto per maand geven eveneens vaker aan dat hun kind gezondheidsproblemen heeft (40%) dan ouders die meer verdienen (22%). In grafiek 57 staat vermeld waardoor die gezondheidsproblemen veroorzaakt worden. Chronische ziekte 2% 20% 18% Lichamelijke beperkingen Verstandelijke beperking Overgewicht 8% 2% 2% 10% 4% 2% 2% 4% 2% 14% Psychische problemen Autisme ADHD, ADD, PDD-NOS Stress 12% 2% 4% 2% 2% 10% 8% 4% 2% 2% 14% 8% 2% 2% 6% 2% 36% Depressiviteit of verdriet Algehele ontwikkeling 2% 4% 2% 4% 4% 2% 2% 14% 18% Seksueel overdraagbare aandoening (SOA) Anders 4% 8% Grafiek 57. Oorzaken gezondheidsproblemen (N = 50) 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% Kind 1 Kind 2 Kind 3 Kind 4 Kind 5 ADHD, ADD, PDD-NOS, chronische ziekten en depressiviteit zijn volgens de ouders de belangrijkste veroorzakers van de gezondheidsproblemen. Pagina 58

Aan de ouders zijn een drietal stellingen voorgelegd over de maatschappelijke participatie van hun kinderen. Het lukt mijn (pleeg)kind(eren) goed om zichzelf binnen de gemeente Gennep te verplaatsen (N = 207) 87% 12% 1% Mijn (pleeg)kind(eren) kunnen goed contacten onderhouden met anderen (N = 208) 85% 13% 3% Mijn (pleeg)kind(eren) kunnen meedoen aan allerlei activiteiten in de gemeente (N = 196) 69% 24% 8% Grafiek 58. Stellingen over maatschappelijke participatie 0% 20% 40% 60% 80% 100% Ja, helemaal Een beetje Nee Het lukt mijn (pleeg)kind(eren) goed om zichzelf binnen de gemeente Gennep te verplaatsen Een ruime meerderheid van de ouders (87%) geeft aan dat haar kinderen zich goed kunnen verplaatsen binnen de gemeente. Volgen 12% lukt dat een beetje en volgens 1% lukt het haar kinderen niet om zich binnen de gemeente te verplaatsen. Van de ouders die zeggen dat (één van) hun kinderen gezondheidsproblemen hebben, zegt 24% dat hun kinderen moeite hebben om zich binnen de gemeente Gennep te verplaatsen. Mijn (pleeg)kind(eren) kunnen goed contacten onderhouden met anderen Als het gaat om het kunnen onderhouden van contacten zegt 85% van de ouders dat dit hun kinderen goed lukt. Volgens 13% lukt dit een beetje en volgens 3% helemaal niet. Ouders met een inkomen lager dan 1.300,- zeggen iets vaker dat hun kinderen minder goed contacten kunnen onderhouden met anderen (24%) dan ouders die meer dan 2.300,- verdienen (15%). Van de ouders die zeggen dat hun kinderen gezondheidsproblemen hebben, zegt 36% dat hun kinderen moeite hebben om contacten met anderen te onderhouden. Mijn (pleeg)kind(eren) kunnen meedoen aan allerlei activiteiten in de gemeente Volgens 69% van de ouders kunnen hun kinderen meedoen aan activiteiten in de gemeente. 24% zegt dat dit een beetje lukt en 8% helemaal niet. Ouders met een inkomen lager dan 2.300,- zeggen iets vaker dat hun kinderen minder goed mee kunnen doen aan activiteiten (44%) dan ouders die meer dan 2.300,- verdienen (26%). Van de ouders die zeggen dat hun kinderen gezondheidsproblemen hebben, zegt 52% dat hun kinderen moeite hebben om mee te doen aan activiteiten in de gemeente. Bij ouders die zeggen dat hun kinderen geen gezondheidsproblemen hebben is dat 24%. Ook gescheiden en alleenstaande ouders geven vaker aan dat hun kinderen meer moeite hebben om deel te nemen aan activiteiten in de gemeente. Uit de toelichting komt eveneens naar voren dat dat de beperkingen van de kinderen redenen zijn waardoor zij moeilijk mee kunnen doen aan activiteiten. Andere redenen zijn dat er in de ogen van sommige ouders te weinig activiteiten voor jongeren zijn of dat ze geen zin hebben. Pagina 59

Kunt u aangeven of en in welke mate u zich zorgen over uw (pleeg)kinderen met betrekking tot de volgende onderwerpen: Slapen Voeding Roken Drugs Alcohol Agressief gedrag / boos zijn Faalangst of onzekerheid Gehoorzaamheid Omgaan met anderen Vrijetijdsbesteding Prestaties op school Schoolverzuim Ontoelaatbaar gedrag, zoals criminaliteit Gepest worden Kunnen praten over problemen Spraak- en taalontwikkeling Om kunnen gaan met de echtscheiding Druk gedrag Moeite met concentratie Financiële omstandigheden 85% 77% 78% 75% 68% 78% 48% 80% 82% 72% 61% 92% 93% 77% 73% 90% 81% 84% 66% 77% 14% 1% 22% 2% 20% 2% 23% 2% 29% 3% 18% 4% 48% 5% 19% 2% 13% 5% 25% 3% 33% 7% 6% 2% 5% 2% 19% 4% 23% 4% 9% 2% 13% 11% 25% 17% 6% 6% 9% 6% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Geen zorgen Een beetje zorgen Veel zorgen Grafiek 59. Onderwerpen waar ouders zich mogelijk zorgen over maken De onderwerpen die het meest in het oog springen als het gaat om de vraag waar ouders zich (een beetje) zorgen over maken wat betreft hun kinderen zijn faalangst en onzekerheid, prestaties op school en moeite met concentratie. In het navolgende proberen we deze onderwerpen nader te analyseren. Faalangst en onzekerheid Van de ouders die zich (soms) zorgen maken over faalangst en onzekerheid bij hun kinderen (53%), zegt 80% ook dat hun kinderen gezondheidsproblemen hebben. Ook hebben zij veel vaker vragen over het opvoeden van hun kinderen. Daarnaast gaat het wat vaker om ouders die gescheiden zijn. Pagina 60

Prestaties op school 40% van de ouders maakt zich (soms) zorgen over de prestaties op school. Hierbij gaat het vooral om ouders van wie de kinderen gezondheidsproblemen hebben. Ook hier zien we dat deze ouders vaker met vragen over opvoeding zitten. Moeite met concentratie 34% van de ouders maakt zich (soms) zorgen over het gegeven dat hun kind moeite heeft met concentratie. Het gaat hier voornamelijk om ouders die gescheiden of alleenstaand zijn en die hun kind alleen opvoeden. Ouders met kinderen met gezondheidsproblemen maken zich eveneens (soms) iets meer zorgen over de mate waarin hun kinderen zich kunnen concentreren. Ook hebben zij veel vaker vragen over het opvoeden van hun kinderen. Kunt u op een schaal van 1 tot 10 aangeven hoe u het opvoeden van uw (pleeg)kinderen ervaart? Ervaringen met opvoeden 44% 28% 29% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 1 t/m 4 (Heel licht) 5 of 6 7 of hoger (zwaar tot heel zwaar) Grafiek 60. Ervaringen ouders met het opvoeden van hun kinderen (N = 207) Van de ouders ervaart 44% het opvoeden van haar kinderen als licht tot heel licht en dus niet als belastend. 28% van de ouders ervaart het opvoeden als een beetje zwaar en 29% als zwaar tot heel zwaar. Een nadere analyse laat het volgende zien: - Ouders die hun kind(eren) alleen opvoeden, ervaren dat als zwaarder dan ouders die dat samen met iemand anders doen - Het opvoeden van kinderen wordt als zwaarder ervaren naarmate ouders meer kinderen hebben - Het opvoeden van kinderen wordt als zwaarder ervaren naarmate de leeftijd van de ouders stijgt - Ouders met een lager inkomen ervaren het opvoeden van hun kinderen als iets zwaarder dan ouders met een hoger inkomen - Ouders die kinderen met gezondheidsproblemen hebben, ervaren het opvoeden van kinderen als zwaarder dan ouders met kinderen zonder gezondheidsproblemen. De redenen waarom sommige ouders het opvoeden van hun kinderen soms wel eens als zwaar beschouwen, zijn onder andere: - Puberteit - Gedragsstoornissen - Combinatie van werk en opvoeden - Opvoedkundige kwesties, zoals regels stellen en consequent zijn - Lichamelijke beperkingen - Het aanbrengen van structuur - Omgevingsinvloeden. De meeste ouders geven echter aan dat zij (meestal) geen problemen hebben met het opvoeden. In bijlage VI is de volledige lijst opgenomen. Pagina 61

Hebt u wel eens problemen (gehad) met betrekking tot het opvoeden van uw (pleeg)kinderen? Grafiek 61. Problemen met de opvoeding van kinderen (N = 209) 64% van de ouders heeft nog nooit problemen gehad met betrekking tot het opvoeden van haar kinderen. 33% heeft soms wel eens problemen en 3% zegt vaak problemen te hebben (gehad) met het opvoeden. Van de ouders wier kinderen wel eens gezondheidsproblemen hebben, zegt 74% wel eens problemen te hebben gehad met betrekking tot het opvoeden. Bij de ouders van wie de kinderen geen gezondheidsproblemen hebben, is dat 23%. Ook gescheiden ouders (58%) en ouders die alleen hun kind (62%) opvoeden hebben vaker problemen met het opvoeden van hun kind(eren). De problemen met betrekking tot het opvoeden hebben te maken met: - ADHD - Autisme - Beperkingen - Gedrag - Privéproblemen - Psychische problemen - Puberteit - School / studie. De volledige lijst is opgenomen in bijlage VII. Hoe hebt u die problemen opgelost? Ik heb het zelf opgelost 39% Ik heb het aan mijn kinderen zelf overgelaten Ik heb ondersteuning (gekregen) van familie Ik heb ondersteuning (gekregen) van vrienden of bekenden Ik heb professionele ondersteuning ontvangen Ik heb de problemen (nog) niet opgelost Anders 4% 16% 9% 4% 5% 54% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Grafiek 62. De wijze waarop de problemen met betrekking tot het opvoeden zijn opgelost (N = 76) De ouders die problemen hebben (gehad) met het opvoeden van hun kind(eren), hebben dat in 54% van de situaties met behulp van een professional opgelost. 39% van de ouders heeft het probleem zelf opgelost en 16% heeft ondersteuning gekregen van familie. Pagina 62

Op de vraag wat de ouders zelf hebben gedaan om het probleem op te lossen, komt in hoofdlijnen het volgende naar voren: - Hulp gezocht bij een professionele hulpverlener, zoals MEE, jeugdzorg, een psycholoog, de huisarts of de GGZ - Zelf praten met de kinderen - Informatie via internet gezocht - Samen met kind(eren) naar een oplossing zoeken, zoals een plan opstellen en afspraken maken. Bent u bekend met de volgende organisaties of personen? GGD (N = 195) Schoolarts (N = 194) Huisarts (N = 203) Maatschappelijk werk (N = 178) Schoolmaatschappelijk werk (N = 182) Centrum voor Jeugd en Gezin (N = 179) Jongerenwerker (N = 179) Psycholoog / psychiater (N = 189) Pedagoog (N = 177) 51% 42% 36% 29% 54% 44% 80% 81% 99% 49% 58% 64% 71% 46% 56% 20% 19% 1% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Ja Nee Grafiek 63. Bekendheid hulpverlenende organisaties of personen Van de hulpverlenende of ondersteunende organisaties en personen is de huisarts het meest bekend. Ook de schoolarts en de GGD zijn naar verhouding goed bekend, namelijk bij ongeveer 80%. De jongerenwerker (met 29%) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (met 36%) zijn in verhouding het minst bekend. In tabel 5 staat de bekendheid van de hulpverlenende en ondersteunende organisaties onder de groep ouders die wel eens problemen (gehad) hebben met betrekking tot het opvoeden van hun kind(eren). N Ja Nee GGD 68 81% 19% Schoolarts 68 84% 16% Huisarts 73 99% 1% Maatschappelijk werk 60 57% 43% Schoolmaatschappelijk werk 62 55% 45% Centrum voor Jeugd en Gezin 60 45% 55% Jongerenwerker 60 33% 67% Psycholoog / psychiater 68 75% 25% Pedagoog 61 56% 44% Tabel 5. Bekendheid organisaties onder ouders die problemen hebben (gehad) over het opvoeden Pagina 63

De hulpverlenende of ondersteunende organisaties en personen zijn onder ouders die wel eens problemen hebben (gehad) met betrekking tot het opvoeden iets bekender in vergelijking met de totale groep ouders. Dat geldt vooral voor de psycholoog / psychiater, het schoolmaatschappelijk werk en de pedagoog. Ook het CJG geniet iets meer bekendheid onder deze groep. Hebt er u wel eens een professionele hulp ingeschakeld voor ondersteuning bij de opvoeding van uw (pleeg)kinderen? Grafiek 64. Inschakelen van professionals voor ondersteuning bij de opvoeding (N = 210) 35% van de ouders heeft wel eens een professionele organisatie ingeschakeld. 6% heeft dat nog niet gedaan, maar overweegt dat wel. 59% heeft nog nooit een professionele organisatie ingeschakeld en overweegt dat ook niet. Aan de respondenten die wel eens professionele hulp hebben ingeschakeld, is tevens gevraagd bij welke professional zij hulp hebben gezocht. Deze resultaten zijn weergegeven in grafiek 65. GGD Schoolarts Huisarts Maatschappelijk werk Schoolmaatschappelijk werk Centrum voor Jeugd en Gezin Jongerenwerker Psycholoog / psychiater Pedagoog Anders 3% 4% 3% 12% 18% 12% 20% 32% 38% 55% Grafiek 65. Geconsulteerde professionals door ouders (N = 74) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% De psycholoog / psychiater, de huisarts en de GGD zijn de meest genoemde professionele organisaties die door de ouders geraadpleegd zijn. Het CJG, de jongerenwerker en de schoolarts zijn het minst genoemd, namelijk door ongeveer 3%. Pagina 64

3.2.3 Voorzieningen In de gemeente Gennep zijn diverse voorzieningen waar ouders en jongeren gebruik van kunnen maken. Aan de ouders hebben we de vraag gesteld of zij van mening zijn dat er voldoende voorzieningen in de gemeente Gennep aanwezig zijn en wat hun mening over die voorzieningen is, voor zover zij daar gebruik van maken. Vindt u dat er in de gemeente Gennep voldoende te doen is voor jongeren? Grafiek 66. Voldoende voorzieningen voor jongeren in de gemeente Gennep (N = 198) Volgens 55% van de ouders is er in de gemeente Gennep onvoldoende te doen voor jongeren. Dit percentage komt overeen met het percentage jongeren dat van mening is dat er onvoldoende te doen is in de gemeente. 45% van de ouders is van mening dat er wel voldoende te doen is voor jongeren in de gemeente. Per dorpskern zijn er verschillen, zoals blijkt uit tabel 6. Dorpskern Ja Nee N Gennep 31% 69% 87 Heijen 59% 41% 22 Milsbeek 73% 27% 33 Ottersum 47% 53% 34 Ven-Zelderheide 47% 53% 15 Tabel 6. Kruistabel Vindt u dat er in de gemeente Gennep voldoende te doen is voor jongeren * dorpskern Pagina 65

Maakt uw kind (wel eens) gebruik van de volgende organisaties of personen? Kinder- en jongerentelefoon (N = 201) 93% 7% Kinderdagverblijf (N = 203) 8% 90% 2% Buitenschoolse opvang (N = 202) 10% 87% 3% Basisschool (N = 203) 38% 60% 2% Speciaal of voortgezet onderwijs (N = 192) 44% 53% 1% 3% Jeugdverenigingen (N = 202) 50% 47% 1% 3% Jongerenwerker (N = 197) 3% 90% 2% 5% Schoolarts (N = 203) 30% 67% 4% Huisarts (N = 205) 91% 9% Speeltuinen (N = 200) 43% 55% 1% 2% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Ja Nee Niet aanwezig Niet mee bekend Grafiek 67. Gebruik voorzieningen door kinderen volgens de ouders Van de meeste organisaties wordt geen gebruikgemaakt door de kinderen van de ouders. Hierbij moet aangenomen worden dat als er geen gebruik van een organisatie wordt gemaakt, dit ook kan betekenen dat ze er niet mee bekend zijn. Na de huisarts maken de jongeren het meest gebruik van de jeugdverenigingen. Het gaat hierbij vooral om kinderen tussen 11 en 15 jaar oud. Bij basisscholen gaat het hoofdzakelijk om kinderen van 11 en 12 jaar en bij het speciaal of voortgezet onderwijs om kinderen tussen 13 en 19 jaar. Van de schoolarts wordt vooral door jongeren tussen 11 en 17 jaar gebruikgemaakt. 43% van de ouders geeft aan dat hun kind wel eens gebruikmaakt van de speeltuin. Het gaat hierbij vooral om kinderen die jonger zijn dan 15 jaar. Aan de ouders is gevraagd of en in hoeverre zij tevreden zijn over de voorzieningen, voor zover zij er gebruik van maken. Pagina 66

Kinderdagverblijf (N = 28) 36% 61% 4% Buitenschoolse opvang (N = 33) 21% 67% 6% 6% Basisschool (N = 105) 28% 67% 4% 2% Speciaal en voortgezet onderwijs (N = 101) 25% 69% 4% 2% De ondersteuning van de gemeente bij jongerenactiviteiten (N = 58) 2% 31% 50% 17% Het beleid ter voorkoming van drugs- en alcoholverslaving (N = 38) 45% 34% 21% Sportvoorzieningen (N = 175) 10% 75% 11% 3% Culturele voorzieningen (N = 124) 8% 53% 35% 4% Kwaliteit van voorzieningen, zoals speeltuinen en sportveldjes (N = 141) 4% 66% 23% 6% Onderhoud van voorzieningen, zoals speeltuinen en sportveldjes (N = 138) 3% 62% 30% 5% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Ontevreden Zeer ontevreden Grafiek 68. Tevredenheid van ouders over voorzieningen in de gemeente Gennep (tussen haakjes staat telkens vermeld hoeveel respondenten de vraag hebben beantwoord. Het antwoord Geen mening/n.v.t. is buiten beschouwing gelaten) Over de kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, basisscholen, het speciaal en voortgezet onderwijs en de sportvoorzieningen bestaat een grote mate van de tevredenheid onder de ouders. Ten minste 86% van de ouders is hierover tevreden tot zeer tevreden. Er zijn ook enkele onderdelen waarover een substantieel deel van ouders ontevreden is. Op deze onderdelen gaan we nader in. Ondersteuning van de gemeente bij jongerenactiviteiten Als het gaat om de ondersteuning van de gemeente bij jongerenactiviteiten is een ruime meerderheid van de ouders (67%) ontevreden. Ouders van wat oudere kinderen zijn meer ontevreden dan ouders van jongere kinderen. Het beleid ter voorkoming van drugs- en alcoholverslaving Wat betreft het beleid om drugs- en alcohol te voorkomen, is eveneens een ruime meerderheid van de ouders ontevreden, namelijk 55%. 45% van de ouders vindt dit beleid wel (voldoende) goed. Ouders die wel eens problemen hebben met de opvoeding van hun kind(eren) zijn duidelijk meer tevreden (53%) dan de groep ouders die geen problemen hebben gehad (35%). Pagina 67

Culturele voorzieningen Over de culturele voorzieningen is 39% van de ouders ontevreden. Ouders met een HBO- of WO-achtergrond zijn meer ontevreden over de culturele voorzieningen in de gemeente Gennep, namelijk 54%. Kwaliteit en onderhoud van voorzieningen, zoals speeltuinen en sportveldjes Van de ouders is 70% van de ouders tevreden over de kwaliteit van voorzieningen, zoals speeltuinen en sportveldjes. Vooral de ouders uit Ottersum zijn hierover tevreden, namelijk 84%. In de andere dorpskernen is de tevredenheid ongeveer 66%. Over het onderhoud van deze voorzieningen is 65% tevreden en 35% ontevreden. Opvallend gegeven: naarmate ouders meer kinderen hebben, neemt de tevredenheid af. Uit de toelichting van de ouders komt globaal het volgende beeld naar voren: - Er is te weinig te doen voor jongeren in de gemeente Gennep - Over het onderhoud van voorzieningen zijn de meningen verdeeld. Sommige ouders vinden het onderhoud goed, andere niet. In bijlage VIII zijn alle reacties opgenomen. De helft van de ouders zegt een voorziening voor jongeren in de gemeente Gennep te missen. De volgende voorzieningen worden het meest genoemd: - Bioscoop - (Betaalbare) uitgaansgelegenheden - Sportvoorzieningen - Ontmoetingsplekken voor jongeren. In bijlage IX zijn alle voorzieningen opgenomen die ouders op dit moment missen. Zou u mee willen denken over het jongerenbeleid in de gemeente Gennep? Grafiek 69. Mee willen denken over het jongerenbeleid in de gemeente Gennep (N = 195) Van de ouders wil 13% wel meedenken over het jongerenbeleid dat in de gemeente Gennep gevoerd wordt. Het gaat hierbij vooral om ouders in de leeftijd van 36 tot en met 40 jaar. 87% is hiertoe niet bereid. Pagina 68

3.2.4 Centrum voor Jeugd en Gezin Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 De gemeente Gennep heeft een Centrum voor Jeugd en Gezin, afgekort CJG. Het CJG is een herkenbaar inlooppunt in de gemeente waar jongeren (tot en met 22 jaar) en ouders terecht kunnen voor informatie en advies. Net als bij de jongeren hebben we ook aan de ouders gevraagd of zij bekend zijn met het CJG, of ze wel eens van het CJG gebruik hebben gemaakt en of zij tevreden zijn over het CJG. Daarnaast hebben we gevraagd of ouders het nuttig vinden dat er een CJG is en over welke onderwerpen het CJG informatie en advies moet geven. Hebt u wel eens gehoord of gelezen over het Centrum voor Jeugd en Gezin? Grafiek 70. Bekendheid CJG onder ouders (N = 205) Van de ouders heeft 57% wel eens gehoord of gelezen over het CJG. 43% heeft nog niet over het CJG gehoord of gelezen. De moeders die aan dit onderzoek hebben meegedaan zijn meer bekend met het CJG (61%) dan de vaders (43%). Daarnaast zijn ouders van kinderen in de leeftijd van 11 en 12 jaar meer bekend met het CJG. Verder zijn ouders van kinderen met gezondheidsproblemen en ouders die wel eens een probleem (gehad) hebben met betrekking tot het opvoeden van hun kind beter bekend met het CJG, namelijk 64%. De ouders hebben het meest via De Maas- en Niersbode en de krant over het CJG gehoord of gelezen. Verder wordt het werk ook nog een aantal keer genoemd. Hebt u wel eens contact gehad met het CJG? Grafiek 71. Contact met het CJG door ouders (N = 200) Een ruime meerderheid (95%) van de ouders heeft nog geen contact met het CJG gehad. 6% (11 respondenten) heeft wel al eens contact met het CJG gehad. Het gaat hierbij uitsluitend om moeders, die vrijwel allemaal getrouwd zijn. Van de elf respondenten hebben er zes via het inloopcentrum contact gezocht met het CJG, drie via internet en twee via de telefoon. Pagina 69

Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de onderstaande stellingen over het CJG? Het CJG is telefonisch goed bereikbaar (N = 8) 25% 63% 13% Het CJG is goed bereikbaar vanaf waar ik woon (N = 11) 27% 73% De medewerkers van het CJG zijn vriendelijk (N = 10) 50% 40% 10% De medewerkers van het CJG behandelen mij met respect (N = 10) 50% 50% De medewerkers van het CJG nemen mijn verhaal of vraag serieus (N = 9) 44% 56% De medewerkers van het CJG zijn te vertrouwen (N = 9) 44% 56% De medewerkers van het CJG doen hun werk goed (N = 8) 38% 63% Mijn vraag of probleem is door de medewerkers van het CJG goed opgelost (N = 7) 29% 71% Grafiek 72. Stellingen over het CJG 0% 20% 40% 60% 80% 100% Helemaal mee eens Mee eens Mee oneens Helemaal mee oneens De elf ouders die wel eens contact hebben gehad met het CJG zijn hierover goed te spreken. Het CJG is telefonisch en fysiek goed bereikbaar. Ook over de medewerkers bestaat er tevredenheid. De ouders die contact met medewerkers van het CJG hebben gehad, voelden zich met respect behandeld en vonden dat hun verhaal of vraag serieus genomen werd. De medewerkers van het CJG zijn vriendelijk, te vertrouwen en doen hun werk goed. Vrijwel alle ouders zijn deze mening toegedaan. De ouders zijn het (helemaal) eens met de stelling dat hun vraag of probleem goed is opgelost door de medewerkers van het CJG. Pagina 70

De volgende twee vragen zijn alleen gesteld aan de ouders die het CJG wel kennen, maar er nog geen gebruik van hebben gemaakt. Als u (nog) geen contact hebt gehad met het CJG, wat is daar dan de oorzaak van? Grafiek 73. Redenen waarom ouders nog geen contact hebben gehad met het CJG (N = 191) De belangrijkste reden waarom ouders nog geen gebruik hebben gemaakt is dat zij het CJG nog niet nodig hebben gehad. Dit zegt 84% van de ouders. 7% weet niet waar het CJG voor dient. Een klein aantal ouders vindt de afstand tot het CJG te groot, weet niet hoe het CJG bereikt kan worden of vindt het gevoelsmatig moeilijk om het CJG te benaderen. Van de ouders die zeggen dat zij het CJG nog niet nodig hebben gehad, heeft 33% wel eens problemen (gehad) met het opvoeden van hun kind. Denkt u dat u gebruik gaat maken van het Centrum voor Jeugd en Gezin? Grafiek 74. Potentieel gebruik van CJG (N = 191) Van de ouders die tot nu toe nog geen gebruik van het CJG hebben gemaakt, zegt 2% zeker gebruik te gaan maken van het CJG. 28% zegt misschien gebruik van het CJG te gaan maken en 21% zeker niet. 48% weet het nog niet of heeft geen mening. Van de ouders die zeker of misschien gebruik van het CJG gaan maken, heeft 49% wel eens problemen (gehad) met het opvoeden van haar kind(eren). Aan alle ouders is gevraagd of zij het nuttig vinden dat er een CJG is in de gemeente Gennep en over welke onderwerpen het CJG informatie moet geven. Vindt u het nuttig dat er een Centrum voor Jeugd en Gezin is in de gemeente Gennep? Grafiek 75. Nut van het CJG volgens ouders (N = 204) Pagina 71

Bijna 64% van de ouders vindt het nuttig dat er een CJG is in de gemeente Gennep. Ouders die hun kinderen samen met iemand anders opvoeden, zijn iets meer van mening dat het nuttig is dat er een CJG in de gemeente Gennep is (65%) dan de ouders die hun kinderen alleen opvoeden (53%). Datzelfde geldt voor ouders die een betaalde deeltijdbaan hebben (71% vindt het nuttig), in vergelijking met ouders die een voltijdsbaan hebben (51%). Ouders die wel eens problemen hebben (gehad) met het opvoeden zijn eveneens van mening dat het nuttig is dat er een CJG is (76%). Van de ouders die geen problemen met de opvoeding hebben gehad, is 57% van mening dat het nuttig is dat er een CJG in de gemeente Gennep aanwezig is. Voor 0,5% van de ouders hoeft een CJG niet en 36% weet het niet of heeft geen mening. Over welke onderwerpen zou het Centrum voor Jeugd en Gezin in de gemeente Gennep volgens u informatie moeten geven? Sport Muziek 17% 25% Roken, drugs en alcohol 61% Gezondheid en voeding Omgaan met geld Diverse organisaties en instellingen, zoals Bureau Jeugdzorg, MEE, GGZ of de GGD Opvoeden / opvoedproblemen Problemen, zoals echtscheiding, huiselijk geweld, pesten en loverboys Vrije tijd: activiteiten en uitgaanstips voor jongeren Criminaliteit Seksualiteit Onderwijs 46% 41% 38% 46% 59% 40% 46% 32% 29% Anders 2% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Grafiek 76. Onderwerpen waarover het CJG informatie zou moeten geven volgens de ouders (N = 211) Voor de ouders zijn meerdere onderwerpen belangrijk als het erom gaat of het CJG er informatie over moet geven. Een aantal onderwerpen springt eruit, namelijk: - roken, drugs en alcohol - problemen die te maken hebben met huiselijk geweld, echtscheiding, pesten en loverboys - gezondheid en voeding - opvoeden / opvoedproblemen - criminaliteit. Pagina 72

Wat zou het Centrum voor Jeugd en Gezin volgens u kunnen doen om problemen bij jongeren te voorkomen of om vroegtijdig problemen te signaleren? De ouders geven een aantal suggesties om problemen bij jongeren te voorkomen of vroegtijdig te signaleren: - Onderhoud contacten met scholen, sportverenigingen en dergelijke - Geef informatie en voorlichting - Treed in contact met ouders - Probeer signalen vroegtijdig op te vangen - Vergroot de bekendheid van het CJG. In bijlage X is de volledige lijst met suggesties opgenomen. 3.2.5 Jongerenwerkers In de gemeente Gennep zijn enkele jongerenwerkers actief. Aan de ouders is, net zoals aan de jongeren, gevraagd of zij bekend zijn met de jongerenwerkers, of zij tevreden zijn over de hulp die jongerenwerkers bieden en hoe jongerenwerkers jongeren beter kunnen helpen. Bent u bekend met de jongerenwerkers die binnen de gemeente Gennep actief zijn? Grafiek 77. Bekendheid van jongerenwerkers onder ouders (N = 206) Van de ouders is 4% bekend met de jongerenwerkers die binnen de gemeente Gennep actief zijn. 96% van de ouders kent de jongerenwerkers niet. Bij de jongeren is de bekendheid met de jongerenwerkers vrijwel even groot. De ouders die wel bekend zijn met de jongerenwerkers acht in totaal zijn overwegend tevreden over de ondersteuning die jongerenwerkers bieden aan jongeren, namelijk zes van de acht. Twee ouders zijn niet tevreden. Het aantal is echter te klein om er verdere conclusies aan te verbinden. Op welke wijze zouden jongerenwerkers volgens u jongeren beter kunnen helpen? De ouders die bekend zijn met de jongerenwerkers hebben een aantal suggesties gegeven over hoe de jongerenwerkers de jongeren beter kunnen ondersteunen: - Goed luisteren naar datgene wat jongeren daadwerkelijk te zeggen hebben. - In gesprek gaan met de jongeren. Voorlichting geven over drugs alcohol. - Laat je zien, spreek de jongeren aan, maar zeker ook de ouders. - Luisteren en ermee aan de gang gaan, niet elke keer terugschuiven op de ouders. Er werk van maken. Er wordt wel opgemerkt dat het heel moeilijk zal worden, omdat ouders minder tijd hebben en jongerenwerkers (door bezuinigingen) ook niet de tijd kunnen besteden die jongeren wel nodig hebben. Pagina 73

3.2.6 Hulpwebsites Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 Er bestaan diverse websites waar jongeren en ouders terecht kunnen als zij problemen hebben. Drie van deze websites zijn klikvoorhulp.nl, kopstoring.nl en kopopouders.nl. Op de website klikvoorhulp.nl kunnen jongeren chatten en mailen met maatschappelijk werkers van Synthese. Alle vragen en problemen die hen bezighouden kunnen zij gratis aan de maatschappelijke werkers voorleggen, onder andere over eenzaamheid, depressie, pesten, problemen met ouders, onzekerheid of verslaving. Kopstoring.nl is een website voor jongeren met een vader of moeder met psychische of verslavingsproblemen. Op de site vinden jongeren informatie voor, over en door jongeren. Kopopouders.nl is een website voor alle ouders die kampen met psychische problemen, een verslaving of hun partner, waardoor er problemen zijn met de opvoeding. Aan de ouders hebben we gevraagd of zij met deze websites bekend zijn en of zij wel eens gebruikmaken van kopopouders.nl. Was u bekend met de websites klikvoorhulp.nl, kopstoring.nl of kopopouders.nl? Grafiek 78. Bekendheid hulpwebsites onder ouders (N = 208) Verreweg de meeste ouders (98%) zijn niet bekend met één van de genoemde websites. 2% (vijf respondenten) is wel bekend met één of meerdere websites. Eén respondent kent alle drie de websites. Eén respondenten kent zowel klikvoorhulp.nl als kopopouders.nl. Twee respondenten kennen alleen kopstoring.nl. Eén respondent kent kopstoring.nl en kopopouders.nl. Omdat kopopouders.nl specifiek op ouders is gericht, hebben we gevraagd of ouders die bekend zijn met de hulpwebsite hier ook gebruik van maken. Drie respondenten hebben wel eens gebruikgemaakt van kopopouders.nl. De overige respondenten hebben nog geen gebruikgemaakt van de website, omdat ze de website nog niet nodig hebben gehad of omdat de website slecht bereikbaar is. Tot slot is aan de ouders gevraagd of zijn naar aanleiding van deze vragenlijst nog vragen of opmerkingen hadden. Deze opmerkingen zijn opgenomen in bijlage XI. Pagina 74

BIJLAGE I Wmo-klanttevredenheidsonderzoek over 2012 GEBRUIKTE SCHATTINGS- EN ANALYSEMETHODEN 1. Frequentieanalyse De resultaten van de gesloten vragen worden weergegeven aan de hand van percentages waarmee de diverse antwoordmogelijkheden zijn aangekruist. Een frequentieanalyse levert een eerste blik op van de verzamelde data. 2. Gemiddelde beoordeling variabelen Het gemiddelde is het aantal waarden bij elkaar opgeteld gedeeld door het aantal keren dat een waarde voorkomt. Door een gemiddelde te berekenen kan bepaald worden waar het zwaartepunt van een reeks waarden ligt. 3. Spreiding Spreiding is een begrip uit de statistiek, waarmee in algemene zin wordt aangeduid hoe ver waarden uit elkaar liggen. 4. Kruisanalyses Met behulp van kruisanalyses kan een uitspraak gedaan worden over de beoordeling door verschillende doelgroepen en of er verschillen zijn in de beoordelingen tussen die groepen. 5. Beoordeling betrouwbaarheidsinterval Voor het betrouwbaarheidsinterval geldt dat, wanneer het nemen van de steekproef en het vervolgens berekenen van een schatting een groot aantal keren herhaald zou worden, in gemiddeld X van de 100 gevallen het betrouwbaarheidsinterval de te schatten waarde zal bevatten. Let wel: op basis van steekproeven kunnen uitspraken nooit met absolute zekerheid worden gedaan. 6. Spearman s Rho. Met behulp van de toets Spearman s Rho kan worden aangetoond of twee waarden met elkaar samenhangen. 7.N. N is het aantal respondenten dat een bepaalde vraag heeft beantwoord. 8. T-Toets De t-toets wordt gebruikt wanneer getoetst moet worden of twee steekproeven een significant verschillend gemiddelde hebben. Pagina 75

BIJLAGE II TOELICHTING VRAAG IS ER IETS VOOR JONGEREN WAT JE MIST IN DE GEMEENTE? Jongeren van 12 t/m 17 jaar: Een sporthal in Ottersum die groot genoeg is. Oeffelt is mijn thuisbasis, waarom niet in Ottersum. Een treinstadion, Meer winkels. Een uitgaansgelegenheid. Een voetbalkooi, plek met van alles. Er is niks voor jongeren in de gemeente. Gezellige hangplek. Gezelligheid, ik vind de jongeren agressief en ongezellig. [ de jongeren op straat ]. Activiteiten in de stad. Activiteiten voor jongeren. Betaalbaar zwembad en bioscoop. Binnen buiten activiteiten. Bios, discotheek. Bioscoop, disco, Bioscoop, Disco, jongeren kroeg. Bioscoop, Discotheek. Bioscoop, leuke winkels. Bioscoop. Chilruimte voor jongeren. Cola disco. Cultuurcentrum: dans + muziek etc. Disco voor tieners en pubers. Disco, bioscoop, leuke hangplekken. disco. Disco. Discotheek met goeie muziek. En Mac Donaths. Discotheek, hangplek. Discotheek. Eem goed voetbalveld waar je altijd terecht kunt met grote goals. een Bios. Een bios. Een bioscoop. Een disco. Een fiets cross baantje. Een park met sportvelden. Een plaats waar jongeren kunnen zitten zonder overlast te bezorgen. Een plek waar je elkaar ontmoet en iets leuks kunt doen. Een plek waar je s \' avonds kunt zitten in plaats van stadsherberg Dragonder. Een plek waar jongeren 24 uur per dag kunnen komen. Glasvezelinternet. Hangplek waar we andere niet tot last zijn. Hangplek. Pagina 76

Hangplekken. In de winter een schaatsbaan. In Milsbeek een trapveldje. Initiatieven Jaarlijkse sportevenementen. Jeugd disco. Jongeren disco. Kledingwinkels. Leuke activiteiten. Meer activiteiten. Meer feesten voor jongeren. Meer feestjes voor 16 plus en ouder. Meer hang plekken. meer sporten. Meerdere sportactiviteiten. Plek om uit te gaan. Uigaansgelegenheid. Uitgaan onder de 16. Uitgaan tussen 12 en 15, bioscoop, meer keus in sport. Uitgaan. Uitgaanscentrum Voor 14 tot 16 jaar. Uitgaanscentrum. Uitgaansgelegenheden voor 16 +. Uitgaansgelegenheden voor jeugd. Uitgaansgelegenheden, ijsbaan in de winter. Uitgaansgelegenheden, winkels. Uitgaansgelegenheden. Uitgaansgelegenheid voor jongeren vanaf 16 jaar. Uitgaansgelegenheid, + weinig kinderen op straat. Uitgaansgelegenheid, activiteiten voor jongeren.. Uitgaansgelegenheid, disco. Uitgaansgelegenheid, hangplek. Uitgaansgelegenheid. Uitgaansmogelijkheden. Uitgaansplaats. Uitgaansplek die echt goed op ons gericht is. En ook door jongeren wordt georganiseerd. Voetbalveldje / voetbalkooi. Voetbalveldjes, Uitgaansgelegenheden. Voor ouderen [ vooral van 15 tot 20 ] een uitgaansgelegenheid. Winkels, bioscoop. Pagina 77

Jongeren 18 t/m 22 jaar: Activiteiten voor gehandicapten. Activiteiten, ontmoetingsplek. Als stad Gennep mis ik een fatsoenlijk beleid. Waardoor we goed uit kunnen gaan en niet om 1 uur al braaf naar huis moeten of de kroeg in moeten. Begeleiding met de stap van studeren naar werken. Bios, discotheek. Bios. Bioscoop, uitgaansgelegenheid. Bioscoop. Coffeeshop. Cultuurcentrum Voor muziek en dans. Disco, fatsoenlijke winkels. Disco, goede muziekschool. Disco. Discotheek, bioscoop, leuk park. Discotheek, gezamenlijk honk. Discotheek, uitgaan. Discotheek. Discotheek. grote sporthal, Een fatsoenlijk basketbalveld in Ven- Zelderheide. Een fatsoenlijk basketbalveld. Een fatsoenlijke uitgaansgelegenheid / poppodium. Een goede discotheek voor 18 + Een goedkope sportschool. Een H.en M. Een hangplek. Een jongeren honk in het dorp. Een muziek zaak. Een plek om te chillen s \"avonds Een sporthal in Milsbeek. Een veld om te voetballen en basketballen. Ergens waar je met vrienden kunt zitten zodat we dat niet meer op straat hoeven te doen. Evenementen voor jongeren tussen de 12 en 16 jaar. evenementen voor jongeren. Evenementen. Goed voetbalveld. Goede horeca voorziening. Grotere evenementen zelf ook jongeren laten organiseren en er bij betrekken. Hardcore feesten. Huur woningen voor studerende jongeren. Iets tussen café en disco in. Iets uitdagend. Pagina 78

Ik woon er net 6 maanden. In Gennep, winkels voor de jeugd deze zijn duur. jeugdgelegenheden. gelegenheid om te driften. Jongeren café. Jongeren centrum, online gemeente game servers PC / PS / Box. Jongeren centrum. Jongerencentrum. Kooivoetbal, basketbalveld. Leuke feesten zoals Niersvalleij. Leuke uitgaansgelegenheid Meer activiteiten. Meer echte uitgaansgelegenheden i.p.v.. café zou leuk zij als ergens kon dansen of zo. Meer gezamenlijke evenementen zoals vroeger de soos organiseerde. Meer uitgaansgelegenheden zoals bios. Meer uitgaansgelegenheid. Onleesbaar. Ontmoetingsplaats voor jongeren in de Gennepse kerkdorpen. Plek om uit te gaan. Podium voor live bands. Sport baan, voor atletiek, hardlopen, wielrennen, schaatsen inde winter. Zoiets als in Breda. Sporthal. Sportvelden en speeltuinen onderhouden. Uigaansgelegenheid. uitgaan. Uitgaan. Uitgaangelegenheid. Uitgaanscentra, [ denk aan discotheek ]. De meeste zijn er voor wat ouderen. Uitgaanscentrum. Uitgaansgelegenheden voor de jeugd. Uitgaansgelegenheden. uitgaansgelegenheden. Fatsoenlijk voetbalveld. Uitgaansgelegenheden. Waar ieder weekend iets te doen is. Uitgaansgelegenheid in Gennep. Uitgaansgelegenheid, Betaalbare huizen. Uitgaansgelegenheid, ontmoetingsplek. Uitgaansgelegenheid. Uitgaansleven. Uitgaansplek geen café bedoel ik daarmee. Uitgebreide bibliotheek. Veel. Vermaak voor leeftijden van 12 tot 16. Winkels, Werkgelegenheid voor jongeren die afgestudeerd zijn. Pagina 79

BIJLAGE III OPMERKINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE VRAGENLIJST Jongeren van 12 tot en met 17 jaar Ik vind het best een goede vragenlijst maar sommige vragen ook moeilijk. Ik zou het leuk vinden als er meer activiteiten komen voor jongeren. Ja, kinderen uit Gennep moeten ver fietsen als ze in Boxmeer naar school gaan en ik vind dat er gratis bussen moeten komen voor deze kinderen boven de 5 k.m. afstand tussen school en huis. Ja; gaan jullie ook wat met de problemen doen. Kan er iets gedaan worden aan de uitgaansmogelijkheden voor de wat oudere jeugd in de gemeente Gennep. Kan er niet ergens een cross baantje voor de fiets gemaakt worden. Bouw sporthal in Ottersum, of vergroot de huidige. De brug tussen Ottersum en Gennep moet er snel komen. De vragen worden moeilijk gesteld. Een brede jeugdraad. Er zouden meer bussen door de dorpskernen moeten rijden, met name in Ottersum. Meer straatverlichting in buiten gebieden van dorpen. Ik ben niet zeer actief in de gemeente Gennep, mede vanwege 27 b. jullie zouden mij hier niet mee kunnen helpen, want dit zal ik zelf moeten doen. [ dit is ook het beste ] Hiernaast ga ik naar de school in Nijmegen, en daar zitten ook mijn vriendinnen. Ik merk dat er in de gemeente mee te doen is dan ik dacht. Ik denk dat ik me daar meer in de toekomst in ga verdiepen. Ik vind dat de gemeente Gennep wel wat vaker een jongeren feest of activiteiten mogen organiseren. Ik vind dit goed van de gemeente dat ze dit doen zo geven ze ook wat aandacht aan de jongeren. Meer uitgaansgelegenheden en meer activiteiten voor jongeren van 13 tot 18 jaar. Nee leuke vragenlijst, doe mij die 25 euro. Nee, overzichtelijk gemaakt. Nee; denk dat de gemeente niet echt kan bij dragen aan projecten voor jongeren Nee; is wel duidelijk zo. Of er een goed voetbalveld / speelveld kan komen, want je kan niet altijd bij Vitesse 08 terecht. Opmerking; Leg eerst iets uit, stel daarna pas vragen over en gebruik wat minder afkortingen. Tip voor de gemeente: Zorg voor een disco voor jongeren ven 12 tot 18 jaar. zo dat hier veel jongeren naar toe komen ook uit Brabant. Vraag het niet of jongeren bij zo\'n dergelijke raad wil, want het zal niet veel opleveren, zoek scholen op, voor voorlichting dagen. Jongeren van 18 tot en met 22 jaar: Beetje lang, vind je niet. Deze lijsten zijn te persoonlijk. Denk dat veel jongeren het niet serieus invullen. Doe dit onderzoek beter digitaal. Een basketbalveld in Ven-Zelderheide zodat de jongeren niet in Gennep hoeven gaan te sporten. Geen tijd om lid te worden. Goed dat jullie de behoeften van jongeren onderzoeken. Noodzakelijk, want als Gennep zich niet wat hipper gaat positioneren, verliezen ze veel jongeren. [ Die gaan het buiten Gennep zoeken ]. Pagina 80

Goed initiatief om jongeren te benaderen voor bepaalde commissies / organisaties. Hopelijk komt er meer uitgaansgelegenheid in de gemeente. Ik mis de betrokkenheid vanuit de gemeente met de verenigingen. Het voelt echt alsof de gemeente de verenigingen niet belangrijk vind. dit is heel erg. Je moet het toch van de vrijwilligers hebben. Wat ik mis is een bouwplaats voor carnavals wagens. Eem mooie kans voor de gemeente om een plek te realiseren waar de jeugd kan samen komen. Ik vind het een beetje overbodig dat ik de vragenlijsten 2 maal krijg. Ik retourneer 1 exemplaar. Ik vind het goed dat jullie dit opsturen. Ik vond het wel leuk om in te vullen. Ik zou graag meer leve muziek zien in de gemeente. Summertime is hier een voorbeeld van. Ik zou het wet interessant vinden maar ik heb geen tijd. Jongeren moeten weten waar ze aan toe zijn in verband met de crisis, de werkelijkheid etc. Meer uitgaansgelegenheden in de gemeente Gennep zou leuk zijn. Nee, bedankt, duidelijke en overzichtelijke enquête. Nee, prima vragenlijst. Omnleesbaar. Onleesbaar. Probeer als gemeente niet alleen te denken in woningen de jeugd die je hebt binnen de gemeente moet je behouden hou het dicht bij huis. verder onleesbaar. Sport voor basis school kinderen is wel erg klein. [ verder onleesbaar. ] Succes met het onderzoek.136 Volgende keer een misschien ophe?. Vraag 50: Ik studeer sport, gezondheid en management en ben benieuwd of hiermee enige aanknopingspunten zijn [ bv onderzoek ] voorlichting over gezondheid bevordering van kinderen. Wanner je anoniem een vragenlijst moet invullen en dat je vervolgens je gegevens moet invullen om ergens kans op te maken. Je kunt beter een nummer meegeven i.p.v. vragen om gegevens. Zou best actief willen zijn voor de gemeente maar momenteel ontbreek me de tijd daarvoor. De gemeente moet soms eerst op de lange termijn denken voordat ze wat doen. Vraag eerst dingen na bij de inwoners van het dorp, en dit niet als mensen al weten dat het plan klaar is, en hun antwoord dus toch niks meer kan toevoegen. Zo gaat het vaak bij de gemeenten. Pagina 81

BIJLAGE IV VRAGEN OVER HET OPVOEDEN VAN DE KINDEREN VAN DE OUDERS A.D.H.D. Afspraken maken. Alcohol, uitgaan, voeding. Autisme. Begeleiding van oudste kind m.b.t. werk / opleiding. Communicatief / consequenties verbinden aan gedrag. Consequent blijven, alcohol, roken. Contact leggen met leeftijdgenoten. De pubertijd hoe er mee om te gaan. Doen we het wel goed. Dat ze een afspiegeling van ons zelf terug is in hun. Door de buurt bewoners. Was ik streng, meegaand, of soepel in de opvoeding. Echtscheidingsproblemen. [ verder onleesbaar ]. Emotioneel en sociaal welbevinden. Er zijn altijd clichés waarbij je als ouder je afvraagt hoe daar mee om te gaan. Gedrag. Grenzen aangeven. Hoe je in bepaalde dingen handelt, Bijv. alcohol, uitgaan, studie, enz. Hoe je ze kan beschermen tegen verkeerde invloeden. Hoe krijg ik ze zover dat ze de kamer opruimen. Hoe om te gaan A.D.H.D. Hoe om te gaan met puberen. Hoeveel vrijheid ze aan kunnen. I. v. m. handicap. Kiezen vervolg opleiding. Gebruik wied, emotioneel welzijn kinderen. Media, telefoon. internet. Mentale vragen. Met de jongste bij G.G.D. Normale puber dingen. Normen en waarden. Omgaan met digitale wereld. Omgaan met school aangelegenheden. Ons kind blijkt A.D.D. te hebben dan is er toch wel behoefte aan informatie. Opleiding, toekomst, relatie vriendin, Psychische problemen. Over communicatie met mijn kind. Vooral als ze in een staat van boosheid verkeerd. Over geld, ook kleding, [ geld ] de hoeveelheid die een kind krijgt. Overleggen met andere ouders. Pesten, en hoe hier mee om te gaan. Psychisch, emotioneel. Pubergedrag. Pubergedrag. Onderlinge verhoudingen tussen de kinderen. Grenzen stellen, wat is redelijk. Puberkwaaltjes [ gedrag ]. Puberproblemen. Pagina 82

pubers. Puberteit, gedrag. Puberteit. Pubertijd, hulp bij huiswerk. Pubertijd. School keuze e.d. School vrije tijd. School, puberteit, zakgeld. School, uitgaan. School. Schoolkeuze. Sociale redzaamheid, / respect. Stemmingswisselingen, Onderlinge conflicten tussen de kinderen, drugs, roken, pilgebruik, seks. Studeren. Studie. Verkering/ vertrouwen. Regels te streng- andere aanpak. Studie. Voeding, gezondheid, opleiding. Wat gaat het allemaal kosten als je op jezelf gaat wonen en / of als auto wilt gaan rijden. Werk na voltooide opleiding. omgangsvormen en gedrag. Zakgeld, uitgaan, bedtijd. [ verder onleesbaar.] Zelfstandig wonen met begeleiding. Pagina 83

BIJLAGE V Alles. WAT OUDERS BELANGRIJK VINDEN ALS HET GAAT OM OPVOEDEN EN OPGROEIEN VAN HUN KINDEREN Altijd bij ons terecht kunnen, goed in hun vel zitten, veilig en warm thuis hebben Balans vertrouwen en geluk. Dat de kinderen gelukkig zijn en goed in hun vel zitten. Dat de kinderen veilig op kunnen groeien. dat ze zich kunnen en mogen zijn en zich kunnen ontplooien. Dat de ouders / verzorgers zorgen voor een gezond leef / werk klimaat voor de kinderen. Dat er structuur, eerlijk, rust is, en dat ze zich mag ontplooien. Dat het in een veilige en eerlijke omgeving gebeurd. dat het zelfstandige mensen worden met respect voor de mede mens, dat ze goed in hun vel zitten en sociaal zijn. Dat hij zich ontwikkeld tot een sociale, eerlijke, en zelfstandig persoon. Dat ik de informatie die ik krijg direct kan toepassen. Dat ik en mijn partner de kinderen veiligheid en vertrouwen bieden. Zodat de kinderen zich zelf kunnen ontwikkelen tot gelukkige en tevreden volwassenen. Dat je er bent voor de kinderen en zowel voor jezelf en hun de normen en waarden hoog houdt. Dat kinderen opgroeien tot sociaal verantwoorde en zelfstandige mensen. Dat kinderen zich thuis veilig voelen. Dat mijn kind gelukkig en tevreden is. Dat ze beleefd, sociaal zijn en goed in hun vel zitten. Dat ze gelukkig en gezond blijven. Dat ze gelukkig zij, goed in hun vel zitten, hun passie vinden. Dat ze gelukkig zijn. Dat ze gelukkig. vrolijk, en gezond blijven. Dat ze gezond en gelukkig zijn. Dat ze goed in hun vel zitten en mee kunnen in de maatschappij. Dat ze goed in hun vel zitten. Dat ze kunnen sporten. Veilig over straat kunnen. Dat ze later goed terecht komen en weten wat hun plaat is in de maatschappij. Dat ze lekker in hun vel zitten, en een onbezorgde jeugd hebben. Dat ze lekker in hun vel zitten, vrolijk en gelukkig zijn. Dat ze lekker in hun vel zitten. Dat ze luisteren, afspraken na komen, gezond eten. Dat ze op een goede en gezonde manier opgroeit. Hopen op een goede baan, zodat ze zelf kunnen onderhouden. Dat ze opgroeien tot sociale volwassene met een eigen mening. Dat ze opgroeit tot een evenwichtig mens die haar eigen keuzes kan maken, en ruimte krijgt om zich zelf te ontdekken. Dat ze prettig / veilig voelen. Dat ze sociaal en sterk in de maatschappij staan. Dat ze sociaal zijn. Andere helpen en voor zich zelf op kunnen en durven komen. Dat ze tevreden zijn, netjes gedragen, toekomst werk, Dat zij hun zaken kunnen regelen en de maatschappij. Pagina 84

Dat ze uiteindelijk goed terecht komen. Dat ze veilig opgroeien. Dat ze veilig opgroeien. Dat ze karakter krijgen. Dat ze kunnen sporten. Dat er van alles te doen is. Dat ze zelf gelukkig zijn, en respect hebben voor andere mensen. Dat ze zelfstandig en sociaal opgroeien. Dat ze zelfvertrouwen hebben, Sociaal ingesteld. Dat ze zich gedragen en een goede toekomst tegemoet gaan. Dat ze zich gelukkig voelen. Dat ze zich houden aan de regels van de samenleving met respect, maar ook dat ze voor zich zelf opkomen. Dat ze zich ontwikkelen tot zelfstandige mensen. Dat zij/ hij zich kan ontwikkelen op zijn / haar niveau waar ze goed bij voelen. Duidelijkheid, geborgenheid. Een gezond leefklimaat. Een veilige omgeving waarin ze zich zelf kunnen ontplooien. Eerlijk zijn, luisteren naar elkaar, en er voor elkaar zijn. Eerlijkheid en open zijn. Eerlijkheid, netjes, beleeft. Eerlijkheid, normen en waarden. Eerlijkheid, openheid, veiligheid. consequent. Eerlijkheid, respect en rekening houden met anderen. Eerlijkheid, zelfstandigheid, behulpzaam. Eerlijkheid. Er altijd zijn voor de kinderen en leren dat ze altijd respect moeten hebben voor ouderen. Geborgenheid, veiligheid, liefde en een goede basis om op terug te vallen. Geborgenheid, veiligheid, rust en regelmaat. Gedrag respect voor anderen. Gelukkig zijn. goed in hun vel zitten, respect voor anderen. Gezond eten, en goed gedrag. Gezond opgroeit, respect voor mens en dier, en natuur. Gezondheid en goede sociale contacten, goede schoolmogelijkheden. Gezondheid en opleiding. Gezondheid, Scholing, algemeen welbevinden. Gezondheid, veiligheid, sociaal welzijn. Gezondheid, zelfstandigheid, geluk. Gezondheid. Goed in hun vel zitten, + thuis, in studie, of werk. Goed in zijn vel zit, gelukkig is, mogelijkheden om zich goed te ontwikkelen. Goede gezondheid. Goede leefomgeving, eerlijk, sociaal, vriendenkring. Goede toekomst liefde en vertrouwen. Consequent opvoeden; warm thuis. Hoe voed ik mijn kinderen op tot zelfstandige, streng in hun schoenen staande ouders. Hum zelfstandigheid, zich zelf kunnen redden, respect tonen, opkomen voor zich zelf. Pagina 85

Ik wil ze een goede jeugd bieden.. Dit omdat dit de bodem ie voor zijn verdere leven. In een veilig mogelijke omgeving. In gesprek zijn. Normen en waarden, geluk, gezond. Normen en waarden, laten op groeien tot zelfstandige mensen. Normen en waarden, mentale weerbaarheid. verzorging, voorbereiden op een plek in de maatschappij. Normen en waarden, veilig voelt, en respect voor de medemens hebben. Normen en waarden, veiligheid, gezondheid en geluk. Normen en waarden. Normen en waarden. Opgroeien tot een gelukkig en tevreden persoon. Normen waarden. respect. Openheid, School, sociale contacten, eerlijkheid, praten en problemen oplossen. Openheid, veiligheid, sociaal. Opgroeien in een veilige omgeving met voldoende sociale contacten. Opgroeien tot respectvolle en verantwoordelijke normale volwassene. Opleiding, Vermijden van problemen, verkeerde vrienden. Pesten op school. Regelmaat, en respect voor elkaar. Respect naar elkander, dat ze opgroeien tot zelfstandige volwassenen. Respect voor andere, beleefdheid. Respect voor anderen, vertrouwen, werken voor je geld, behulpzaam zijn. Respect voor elkaar, samenhorigheid, niet liegen en genieten van het leven. Respect, elkaar willen kennen, niet naast je schoenen lopen, gewoon blijven, en aardig en behulpzaam blijven. Respect, en zelfredzaamheid. Respect, meekunnen op school, sociaal gedrag. Respect, natuur, onleesbaar. Respect, normen en waarden, Structuur. Respect, rust, en regelmaat. Respect, Steunen en begeleiden in hun leven. Respect, waarde en normen, aan afspraken houden. Respect, waarden en normen. Respect, warmte. Respect. Respect. zelfbewust zijn, verantwoording. Respect. zelfstandigheid, gelukkig zijn. Resultaten school, welbevinden, vrije tijdbesteding. Ruimte geven om op te groeien tot een zelfstandig denkend persoon met verantwoordelijk gevoel en binnen de grenzen van normaal besef en respect. Rust in huis, praten, sociale vaardigheid aanleren, Beleefdheid naar elkaar en anderen. Rust, regelmaat, open communicatie met elkaar. S0ociale vaardigheden, leren waarderen, respect, problemen oplossen, leren denken / positief denken. Sociaal vaardig zijn, zelfstandig worden, verantwoordelijk nemen. Pagina 86

Sociaal voelende mensen, beleefdheidsvormen is erg belangrijk. Sociaal zijn. Sociaal, Respect, Veiligheid. Sociaal. Sociale Vaardigheden, en dat ze gelukkig en gezond zijn. Sociale vaardigheden, gezondheid. Sociale vaardigheden, zelfstandigheid. Stabiliteit, liefde, openheid. respect. Studie en weerbaarheid. Veel dingen zijn belangrijk, de juiste beslissen nemen bijvoorbeeld. Veilige basis thuis, zelfstandigheid, vertrouwen en eerlijkheid. Veilige leefomgeving met voldoende faciliteiten. Veilige leefomgeving, goede school, stabiele / prettige thuissituatie. Veilige omgeven, begrip, ze plezier, kunnen hebben, hobby\'s, vrienden hebben. Veilige omgeving. Veilige omgeving. Voldoende sociale netwerken. Veilige thuisplek, eerlijk, respect. Veiligheid, Veiligheid, en geborgenheid. Veiligheid, geborgenheid. Veiligheid, omgang met ex partner dat dat goed loopt. Veiligheid, onleesbaar, openheid. Veiligheid, rust, ruimte, natuur, respect, gelukkig zijn, gezonde voeding, sociaal, eerlijkheid. etc. Veiligheid. Veiligheid. goede thuissituatie. Verantwoordelijkheid nemen. sociaal betrokkenen zijn. Kritisch nadenken. Vertrouwen, rust, verantwoordelijkheid. Vertrouwen. Vooral veel praten en begrip tonen. waarden en normen, respect voor anderen, veiligheid. Waarden en normen, respect. Waarden en normen. Respect. Waarden, normen, respect. Welbevinden, Sociaal, emotioneel, Goede prestaties op school. Welzijn en gezondheid. Welzijn en welbehagen. zelfstandig eigen keuzes maken en de gevolgen daar van onder ogen zien. Zelfstandigheid, eerlijkheid, geborgenheid. Zelfstandigheid, respect voor de mensen, natuur en samenleving, gezin. Zelfstandigheid, veiligheid, Ruimte om zich te ontwikkelen tot volwaardige mensen. Zelfstandigheid, zelf verantwoording dragen over eigen gedrag. Zelfstandigheid. Zelfvertrouwen. Pagina 87

BIJLAGE VI OORZAKEN WAAROM DE OPVOEDING ALS LICHT OF ZWAAR WORDT ERVAREN 2 Tieners is best pittig. Aandacht en er bij blijven is ook als ze groot zijn van belang. Over het algemeen is het fijn om kinderen op te mogen voeden. Aangezien het pubers zijn valt het af en toe zwaar, maar doorgaans zijn er geen problemen. Afhankelijk wat zich voor doet. Alleen nu met puberen dat ik soms denk poeh poeh dat gezeur, eigen wil, maar daar ben ik heel makkelijk in nee is nee. Alles goed naar behoren. Als alleen staande ouder sta je er vaak alleen voor. Als een van de ouders weg valt is het niet makkelijk. Als er goede regels zijn waar ze zich aan moeten houden, lukt het redelijk. Als je kids het op deze leeftijd goed doen [ school sociaal ] kun je tevreden zijn. Altijd praten als er problemen zijn en ook naar de kinderen luisteren zeer belangrijk. Begeleiding met problemen op school kost veel energie maar doe het graag. Ben er altijd voor ze, veel tijd en energie ingestopt, dat krijg je op latere leeftijd terug. Bij autisme moet alles duidelijk zijn, moet altijd rekening gehouden worden met hun stoornis. Bij mijn ouders een goed voorbeeld gehad. [ veder onleesbaar ]. Bij tijd en wijlen een hobbel en dan gaat het weer goed. Combinatie werk opvoeding, sportartikelen, Vergt veel energie. Combinatie werken + opvoeden vaak lastig; opvoeden op zichzelf niet zwaar; veel praten. Kinderen moeten al vroeg zelfstandig zijn. Consequent zijn is moeilijk. De kinderen zij netjes opgevoed waar lopen ook aan tegen anderen die brutaal, ongemanierd zijn. Contact is goed, in al die jaren nooit problemen gehad, makkelijk karakter. De ene maal gaat het makkelijker dan de andere keer. De mede opvoeder is thuis gebleven, daardoor hebben we meer tijd en rust gehad om mee te veren met de behoeftes en ontwikkeling van onze zoon. De opvoeding verloop op een prettige en veilige manier. de kinderen zitten lekker in hun vel. De vraag is altijd, doen we het goed. Door aanwezigheid autisme zoon. Door moeten functioneren terwijl aandacht thuis moet liggen. Weinig financiële middelen om iets leuks te doen. Eigenlijk ging het met de leeftijd mee. Er is altijd wel wat als je 3 kinderen hebt. Erg makkelijk in de omgang. Geeft geen problemen. Gaat eigenlijk van zelf, zorgen als moeder heb je altijd. Gaat eigenlijk vanzelf. Gaat prima, we kunnen goed met elkaar over weg. Gedrag + gezondheid geen probleem. Werkhouding op school enige strijd punt. Geeft gelukkig niet al te veel problemen. Geen echte problemen, dus ook niet zwaar. Geen problemen; pubertijd begint te komen. Pagina 88

Geen problemen. Geluk gehad, of het goed gedaan, geen problemen. Gelukkig hebben wij 2 heel sociale jongens ze passen zichzelf makkelijk aan. Gemakkelijk in omgang. Gezonde, \"gemakkelijke\" kinderen. Goed opvoeden blijft een klus. Goede verstandhouding. Grenzen aangeven. Een kind moet geregeld gestimuleerd worden om dingen te doen en te ondernemen. Hebben de leeftijd dat werk gedaan zou moeten zijn, staan nu bijna op zich zelf. Heeft veel hulp nodig in verband met beperking. Heel natuurlijke omgang met elkaar hebben, rust, bespreekbaar maken van dingen. Het alleen moeten doen, vader onttrekt zich van alles. Het blijft soms moeilijk om een balans te vinden en consequent te blijven. Het gaat ons goed af, en de kinderen doen het ook goed. Het gaat op en af. Het gaat prima. Het is een hele verantwoordelijkheid maar vooral gezellig. Daarom niet licht maar ook niet zwaar. Het is een makkelijke puber tot nu toe. Het is geen sinecure maar het lijkt goed uit te pakken. Het is heel gezellig en vredig in ons huis, dus dat maakt het heel licht. Het is lastig om de balans te vinden tussen loslaten en zelf laten ervaren. Het is moeilijk te combineren met werk. Jongste is 12 jaar kan die de hele dag thuis laten. Het valt niet altijd mee om het voor iedereen goed te doen. Het verloopt soepel. Hun gelukkig duidelijk kunnen dat het leven bestaat uit meer geven dan nemen. I.V.M handicap. Iedere leeftijd geeft de nodige ups en downs. Een kind met ( ) maakt het niet makkelijker. We zijn nu al zo ver gekomen, dus gaan we er vanuit dat de komende jaren onze weg hierin vinden. Iedereen doet het op zij eigen manier. Ik ben blij met mijn 3 kinderen, en moeder worden / zijn was / is mijn grootste wens. Ik geniet er van hoe ze zich tot eigen persoonlijkheden ontwikkelen. er zijn ook wel mindere momenten als het met de gezondheid minder gaat. Ik had meer problemen verwacht in de pubertijd maar tot op heden verloopt alles naar wens. Ik heb het gevoel dat ik haar verwen, waardoor ze gemakzuchtig wordt / denkt. Ik heb regels en daar wordt aan gehouden. Ik heb veel ondersteuning nodig bij het opvoeden van mijn 2 dochters. allen lukt het niet. Ik vertrouw mijn kinderen wel en de omgeving niet. Ik vind het juist leuk om kinderen op te voeden en de dilemma\"s die daar wel eens bij voorkomen. In deze tijd is alles even duur In sommige fases van het leven zou het cijfer hoger kunnen liggen soms ook lager 5 in denk een mooi gemiddelde. Inplannen van 3 agenda\'s. Je hebt ups downs. Pagina 89

Je bent als ouder verantwoordelijk dat je kind stabiel en volwassen wordt, gelukkig is en iets van zijn leven wil maken. Je loopt tegen dingen waarvan je denk wat moet ik er mee. Je wild dat ze goed terecht komen, er zijn in de gemeente weinig betaalbare kamers / woningen voor jongeren met een beperking die geen indicatie krijgen maar wek nodig hebben. Kind 1 en 2 geen probleem Kind 3 veel structuur nodig. Kinderen met een handicap is moeilijk, weet vaak niet hoe ze denken en wij als ouders zijn hier niet op voor bereid, geen cursus gehad hoe er mee om te gaan. Kinderen opvoeden met een vorm autisme vergt veel energie en kracht, kinderen met een voedsel allergie zijn een bron ven extra zorg. Kinderen van deze tijd worden bloot gesteld aan veel negatieve prikkels van buiten af. Komen er problemen [ normale ] voor maar zijn te [ onleesbaar ]. Komt van alles tegen wat je niet [ kunt ] weten. Kwestie van goede balans vinden. Leuke kinderen, er wordt veel gepraat. Lijkt makkelijker dan het is. Loopt soepel. Meestal wijzen de dingen het vanzelf. Soms moeilijk omdat je moet respecteren dat ze een andere mening hebben die niet geheel de jouwen is. Met 2 kinderen in de pubertijd moet je continu nadenken over het opvoeden. Met 4 kinderen is het vaak druk veel regelen. Met hulp van G.G.Z. gaat het nu prima. Mijn kind gaat fluitend door het leven. Moeilijke kinderen met zware zorgzwaartepakketten. Pleegkinderen eigen kinderen. Momenteel zitten wij met het A.D.D. gebeuren en dat vind ik behoorlijk pittig. Tot nu toe is het wel te doen en kijken met vertrouwen naar de toekomst. Na omstandigheden goed. Naarmate de kinderen ouder worden gaan ze hun eigen weg het is fijn om te zien dat ze dingen ondernemen die ze leuk vinden, en de weg vinden in datgene wat ze willen bereiken. Naast de opvoeding moet er gewerkt worden, en en huishoudelijke taken gedaan worden, dit soms moeilijk te combineren. Naast huis / tuin en keuken problemen weinig moeilijkheden in de opvoeding. Nu ze begint te puberen wordt het moeilijker door gedrag. Omdat ik 2 kinderen heb met A.D.H. D. / P.D.D. nos, is het lastig om ze goed op te voeden, 1 kind is \"normaal\"en voor haar is het ook zwaar om 2 broers te hebben met deze aandoening. Onder controle. Ons kind luistert goed, komt afspraken na. Onze kinderen zijn erg makkelijk in de omgang dus valt het ons niet zwaar. Op dit moment gaan we fluitend door het leven, geen problemen. Op een normale manier met de kinderen communiceren en ze geen etiketten op laten plakken. Opvoeden is een continu proces, er zij momenten dat je wat meer energie geeft en op andere momenten krijg je deze terug. Opvoeden is een moeilijke taak. Wanneer doe je het goed. Mijn zoon vindt het oké dus heb ik er een goed gevoel bij. Pagina 90

Opvoeden is een zware, helemaal als je het goed wild doen. Je moet tijd en energie erin steken om een goed resultaat te bereiken. Oudste kind heeft leerachterstand door gehoor problemen. Goede school zoeken war moeilijk. Jongste kind heeft veel long problemen gehad. Prettig veel werk op deze leeftijd helpen ze ook wel mee in het gezin [ helpen elkaar ]. Pubers zijn niet makkelijk en er zit geen gebruiksaanwijzing bij. Pubertijd is lastig. Pubertijd, Verleidingen. Schijnbaar hebben wij super kinderen die geen problemen hebben. Soms moeilijk hoe te reageren op bepaald gedrag. Soms moeilijk maar nooit zo ernstig dat ik het niet meer zie zitten. Soms moeilijk om met pubers goed te blijven communiceren. Soms sta je voor moeilijke keuzes mag iets wel of niet. Hoe ver ga je hierin mee. Soms wat lastig, pubertijd. Soms wat moeilijk, over het algemeen o.k. Soms zwaar, nooit van een leien dakje, opvoeden is veel hobbels over winnen. Tot nu toe hebben ouders het gevoel dat het regelmaat en bijsturen is maar ook vaak genieten van hun ontwikkeling. Tot nu toe weinig problemen gehad. Tot op heden gaat het prima. De energie die er in gestoken wordt komt er ook weer uit. Tot op heden geen moeilijke of lastige situaties meegemaakt. Veel geregel, ruzies / irritaties onderling. Veel werk door kind met A.D.H.D.. Verloopt prima. Volgen eigen gezond verstand. Voltijdbaan en co-ouderschap. Vraagt veel tijd en energie en de leeftijd waar in ze zitten vraagt aandacht. We gaan er van uit dat we het goed doen, maar dat zal misschien nog moeten blijken in de komende jaren. We hebben een goed onderling contact en praten veel. Soms gaat het wat minder in bepaalde situaties. Weinig te doen voor de jeugd, afstand tot activiteiten, financieel probleem. Weinig tot geen problemen. Wel soms zwaar, maar ook met veel voldoening. Wie hebben totaal geen probleem met de kinderen. Wij hebben geen moeite met het opvoeden. Wij hebben rustige kinderen die veel sporten en weinig bij de straat hangen. Vrienden zijn altijd welkom in onze kelder. Drank en drugs worden daar niet gebruikt. wij hoeven ons weinig zorgen te maken, en daar zijn we enorm blij om. Onze kinderen doen het prima. Wij zijn zeer tevreden over onze kinderen, als ouder weet je nooit echt of je het goed doet. Ze zitten allebei in de pubertijd dat vraagt toch veel aandacht en communicatie. Zelfredzaamheid bij autisme is niet optimaal. begeleiding intensief. Zie mijn zoon niet als kind meer 22 jaar bijna volwassen. Zware verantwoordelijkheid. Goed in de gate houden. Pagina 91

BIJLAGE VII A.D.D. A.D.H.D. OORZAKEN VAN PROBLEMEN MET OPVOEDING A.D.H.D., O.D.D. Alcohol gebruik, ongepast gedrag. Autisme. Computer gebruik, te laat thuis komen. Concentratie problemen van kind impulsief gedrag. Concentratie problemen. De kinderen worden ouder en dan wordt het opvoeden moeilijker. De normale problemen. De scheiding. De situatie Diabetes en A.D.H.D. Dislectie teruggetrokken / gesloten Door cultuur verschil binnen ons gezin. Drugs. Extreem angst. Faalangst, angst er niet bij te horen. Faalangst, Stoer zijn. Financiële, toestand mijn vrouw die overleden is en geen werk. Val soms in een gat, maar lukt meestal weer na een paar dagen. Gedrag [ druk ]. Gedrag T.O.V. elkaar. Gedrag van het kind. Gedrag, agressie, anti sociaal gedrag, [ pleegkinderen [. Gedrag. gepest op basis school. Gerelateerd aan autisme. Grenzen verleggen, alcohol gebruik in pubertijd. druk gedrag. Grote mond, geen respect, gevraagde activiteiten niet uitvoeren. Het feit dat ik meestal vanaf 4 jaar er alleen voor stond. Hun troep achter hun kont opruimen! [ maar als dat het enige blijft, hebben wij niet te klagen]. Los kunnen laten. Luisteren. Met autisme stoornis. met hun aandoening. Ontwikkelingsfase gerelateerde problemen. Onzekerheid; doe ik het goed. Op school. Over alcohol drinken. en vooral met carnaval. Pesten. Privé. Pagina 92

Psychisch problemen thuis. Psychische problemen, stoppen met opleiding. Psychische problemen. Psychische sociaal welbevinden. Pubergedrag. Pubertijd en school. Pubertijd, egoïstisch. Pubertijd. Scheiding dat vader geen contact wil. Scheiding. School en werk. School, uitgaan, geld. School, uitgaan, op tijd thuis. etc. School. Schoolprestaties, Slapen. Slapen. Stemmingwisselingen. Teveel energie in het lichaam van mijn kind. Met sporten en naar school fietsen wordt deze energie verbruikt. Verhuizing en kinderopvang. Verschil van mening. Verwerking [ scheiding ] biologische ouders geen verantwoordelijk nemen. Weet het niet zeker. Weinig zelfvertrouwen, pesten, niet assertief genoeg voor deze maatschappij. Werk. Pagina 93

BIJLAGE VIII TOELICHTING OP (ON)TEVREDENHEID VOORZIENINGEN Accommodatie\' s, Weinig luxe voor sportvoorzieningen vergeleken met andere gemeente. Afruimen, onderhoud, baldadigheid. Alles kost geld en mijn dochter is 16 jaar dus daar is weinig voor. Basisschool heeft bij beide kinderen regelmatig steken laten vallen door dingen te herkennen of begeleiden. Ben ik niet. Cola disco. muziekles. Culturele voorzieningen voor jongeren. Dat er te weinig te doen is of een leuke hangplek mist voor de jongeren. De wipkip op het speelveld daar krijgen de kinderen splinters van in de vingers. een aantal zaken kreeg \" geen mening \" omdat ik er niets vanaf weet. Er bij mij niet bekend dat er een beleid is ter voorkoming van drugs en alcohol verslaving. er is alleen een voetbalveld in Ven-Zelderheide, Muziek harmonie is erg actief in ons dorp. Er is te weinig te doen in het centrum van de gemeente Gennep. daardoor gaan jongeren naar andere locaties waar thuis problemen door ontstaan. Er is te weinig voor jeugd van 12 jaar. Er is te weinig voor jongeren [ 10 tm 16 jaar ] 1 of meerdere trefpunten. Er is veel criminaliteit en drugs handel in Gennep. Hier mag wel eens meer aan gedaan worden i.p.v.. van parkeerbonnen schijven. Er zijn diverse verenigingen in Heijen jeugd kan hier veel kanten op. Er zijn te weinig trapveldjes in buurt en soms te ver uit de buurt er is in de knoot een stuk gras dat beschikbaar gemaakt kan worden voor de jeugd. Er zijn voldoende sportmogelijkheden. Geen organisaties van toepassing i. v. m. handicap. Gemeente vind regio belangrijk er gaat veel geld naar [ verder onleesbaar ]. Gennep centrum en omgeving zijn de speeltuinen goed onderhouden. Gennep heeft beperkte mogelijkheden voor jongeren en zijn daarnaast niet altijd goedkoop. De muziekschool is weg. en toen er nog mogelijkheden waren erg duur. Gewoon wat we zien ziet er goed uit. Heel tevreden over sport en speelstraat in ons dorp. Erg ontevreden over het korfbalveld [ knollenveld ] en het clubgebouw de kleedkamers zijn aan vernieuwing toe. Het antwoord dekt de lading van de vraag, [onleesbaar ] slecht onderhoud. Het onderhoud van de speelveldjes vind ik minimaal. ieder kerk dorp zou een sport en speelstraat moeten hebben. of in ieder geval een kustgrasveld. Ik ben waarschijnlijk niet op de hoogte van jongeren activiteiten. Ook niet van beleid ter voorkomen van drugs en alcohol. Ik vind dat er in Gennep veel te weinig te doen is voor de kinderen je moet altijd met de bus ergens anders naar toe. Ik vind dat er weinig is voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Ik vind sport en cultuur belangrijk voor de kinderen en het zou fijn zijn als door de gemeente goed en regelmatig makkelijk toegankelijk aanbod zou zijn. In Gennep is weinig te doen voor de jeugd zoals muziekles. Wel logisch omdat er te weinig kinderen zijn, maar toch jammer. Pagina 94

Is genoeg plaats voor de jeugd. Jongeren tussen de 12 en 16 jaar hebben niet zo veel in Gennep een cola disco zou bv. al leuk zijn. Kan altijd beter. wat betreft voorzieningen. Kunt slechte afspraken maken / doen maar wat. Maken gebruik van sportveld Vios in Ottersum. Zeer slecht te onderhouden sportveld. Meer activiteiten voor de leeftijd van 12 tot 16 jaar. Meer speeltuinen, sportverenigingen uitbreiden, kinderen \"buitenspelen\" promoten. Mer plekken voor de oudere jeugd. Mijn kinderen nemen daar weinig aan deel. Mijn zoon is lid van de sport vereniging en sport 3 maal per week. Missen een sporthal in Milsbeek bij voetbal en korfbalveld. Omdat op de speelplaatsen velden \"gewoon \" de honden worden uitgelaten, dus last van stront en soms last van de hangjeugd. Onderhoud is altijd te laat, dan is het vies. Er is voor jongeren niet veel te doen. Onderhoud laat hier en daar te wensen over kan beter. Onderhoud sportvelden. De gemeente moet juist het sporten stimuleren. Nu wordt het sporten lastig gemaakt door de hoge kosten voor verenigingen en het terugtrekken van de overheid. Onderhouden speelvoorzieningen. onleesbaar. Onleesbaar. Ons kind is 18 de meeste dingen zijn niet van toepassing. Ontevreden over de deskundigheid /professionaliteit van de leerkrachten. Op het schoolplein zijn weinig uitdagende speel / klim toestellen. Ottersum heeft een mooie sporten speelzaal. 1 dochter kan hier korfballen, andere volleyt in Gennep. Overlast. Slecht onderhouden speeltuinen. Slecht onderhouden speeltuintjes i.v.m. vernielingen, crimineel gedrag, onjuist gebruik speeltoestellen. Speeltuintjes en sportveldjes zijn niet schoon [ afval / hondenpoep ]. Speeltuintjes licht veel rommel en hondenpoep, zouden voor de jeugd iets meer kunnen doen met muziek. Speeltuintjes waren toen der tijd summier. Sporthal in Milsbeek zou niet overbodig zijn. Sportvoorzieningen, hoge contributie. Stop zetten [ onleesbaar ] muziek onderwijs. Te weinig mogelijkheden voor bepaalde doelgroepen. [ veder onleesbaar ]. Te weinig mogelijkheden voor vertier en vrije tijd voor de kinderen. Te weinig speelgelegenheden! Te weinig te doen voor jongeren. Te weinig te doen voor kinderen in de pubertijd. Uitgaansgelegenheden voor groep tussen 13 en 20 jaar. Vaak worden bepaalde gelegenheden gebruikt door jongeren die er misbruik van maken [ rommel drugs ] hangjongeren, brutaal gedrag, taalgebruik. Veel afval. Veel muziek verenigingen, toneel /dramatisch expressie werkshops, koren, 4 events - super organisatie. Pagina 95

Voor de jeugd is er weinig te doen in Gennep. Voor de jeugd te weinig te doen. Voor dochter van 14 weinig mogelijkheden om uit te gaan. Geen gezellig centrum. Voor jongeren van 14 jaar te weinig te voorzieningen. Voor kinderen vanaf 12 jaar is er niets Voor speeltuintjes, sportveldjes, vind ik niet veel aandacht voor. Voor sporten te ver buiten het dorp, [ voetbalveld ]. Voorzieningen zijn niet bekend bij ons of niet aanwezig. Weinig mogelijkheden om muziek te kunnen beoefenen. Weinig op cultuurgebied voor de jeugd, Is moeilijk voor groep weet zo geen oplossing. Weinig speel toestellen, kinderen willen ook voor anderen toestellen ook op grote plein. Weinig speel voorzieningen. Jammer dat de Meander is gestopt met diverse activiteiten. wij hebben nooit betaalbare opvang voor onze kind gevonden ook de gemeente wilde ons hierin ook niet steunen, terwijl buitenlanders hier komen en gratis kinderopvang krijgen als ze inburgeren, hoezo discriminatie. Zoon doet buitensporten, De ondersteuning van de gemeente aan andere sporten als voetbal is abominabel. De sport voorzieningen zijn eenzijdig. Pagina 96

BIJLAGE IX VOORZIENINGEN DIE OUDERS MISSEN IN DE GEMEENTE GENNEP aangepast zwemmen te weinig. Activiteiten voor jongeren met een stoornis. Activiteiten voor jongeren. Betaalbare activiteiten. Betaalbare opvang voor kinderen met beperkte handicap is nodig. Betaalbare uitgaansgelegenheden. Beter openbaar vervoer naar school in Boxmeer. Bioscoop, Er is wel een zwembad in Gennep is maar beperkt open, of met beperkte regeltjes, [ niet vriendelijk ]. Bioscoop, hangplek, cross baan. Bioscoop, muziekzaak. Bioscoop, treinstadion. Bioscoop. Bioscoop. / disco. Buitenzwembad. Cola disco. Disco 12-16. Disco, culturele voorzieningen. Discotheek / dancing. Discotheek, bioscoop. Discotheek. Een disco of soort gelijk iets. Een grote speeltuin. een soos voor jongeren, Gennep zuid een voetbalveld. Een stapavond georganiseerd bijv. 1 maal per maand voor de jeugd tot 16 jaar. Festival. Film kijken. Goede begeleiding in jongeren centrum. Goede horeca. Goede ruime sportschool. Goede ruime sportzaal in Ven-Zelderheide / Ottersum Goede sportzaal in Milsbeek. Goedkoop zwemmen. Grotere speelvelden. Hangplek overdekt. Hokky vereninning. Info over voorzieningen /activiteiten. Jeugdhonk of iets dergelijks. Jeugdhonk. Jongeren centrum. Korting fitnis abonnement jeugd tot 18 jaar. Meer tijdsgerichte activiteiten. Pagina 97

Muziekonderwijs. onleesbaar. Ontmoetingsplaats. Ontmoetingsplek. Ruimte voor de bouw van carnavalswagens. Ruimte voor de jeugd van 14 tot 18. Ruimte. Schaatsbaan in de winter. Shop, uitgaansgelegenheid. Soos bioscoop. Speelterrein. Sporthal Milsbeek. Sportverenigingen voor lichamelijk gehandicapte. Sportwinkel. Te weinig voor oudere jeugd. Uitgaan voor jongeren. Uitgaan voor pubers. Uitgaan. Uitgaanscentrum voor jongeren 14 tot 18. uitgaanscentrum. Uitgaanscentrum. Uitgaansgelegenheden jongeren 15 tot 18. Uitgaansgelegenheden, 16 in Gennep centrum. Uitgaansgelegenheden, disco. jeugd activiteiten. uitgaansgelegenheden. Uitgaansgelegenheden. Uitgaansgelegenheid voor jonge jeugd. Uitgaansgelegenheid voor jongeren vanaf 16 jaar. Uitgaansgelegenheid voor jongeren. Uitgaansgelegenheid, Basketbal veldjes. Uitgaansgelegenheid, disco. uitgaansgelegenheid. Uitgaansgelegenheid. Uitgaansleven. Uitgaansmogelijkheden. Voetbalveld voor de jeugd. Voor 12 +. Voor de leeftijd 13 tot 16 jaar weinig te doen. Zoiets als de Linde in Groesbeek. Zwembad met ruime openingstijden. Bibliotheek. Pagina 98

BIJLAGE X TIPS VAN OUDERS OM PROBLEMEN BIJ JONGEREN TE VOORKOMEN OF VROEGTIJDIG TE SIGNALEREN Actief zijn tussen de jongeren. Als ze een plek hebben waar ze naar toe kunnen weet je wat er speelt. Bekendheid bij ouders, organisaties die met kind en jongeren werkt. Bespreekbaar maken op basisscholen. Bij de basis school beginnen. Communiceren. Contact met scholen en na schoolseopvang. Contact met scholen intensiveren. Contact met scholen, jongeren werker, sportclubs. Contact met scholen, zichtbaar blijven. Contact scholen. Contacten onderhouden met scholen, wijken hoe het daar verloopt. Contacten onderhouden met sportclubs, verenigingen waar veel kinderen lid van zijn. Controleren in uitgaansgelegenheid. De jeugdige zelf betrekken bij het centrum. De ouders moeten het eerst signaleren dan kunnen er pas instanties ingeschakeld worden. Door goede voorlichting. Een goed geformuleerd netwerk. Een goede samenwerking met consultatiebureaus en scholen. Een goede vertrouwenspersoon voor de jeugd. Een luisteren oor bieden aan de ouders, naar de juiste personen / organisaties verwijzen. Een van de ergste dingen die door scholen niet of nauwelijks wordt herkend en wat aan gedaan dat is pesten. Je kind is zijn leven getekend. Er ook zijn als ze dat beleven. gemakkelijk binnen te lopen als je ergens mee zit. Goed kijken wat er speelt binnen de jeugd / scholen. Goed netwerk, met Justitie, scholen, wijkcentra, huisartsen. Goede informatie en bereikbaar [ benaderbaar ] zijn. Goede informatie geven bijv. via school. Goede voorlichting aan ouders met tiener kinderen. Goede voorlichting. Het begint met de ouders. Als deze geen respect hebben voor de medemens hoe moeten ze dat dan over brengen op de kinderen. Het niet bij de jongeren zoeken, maar vroegtijdig ook bij de ouders aan de bel trekken. Iedereen helpen en serieus nemen die aanklopt. Om welke reden dan ook. Want dit doe je als je ze nodig hebt. Ik denk niet dat C.J.G. zelf problemen bij jeugdigen kan signaleren. Ik mocht willen dat ik het wist, dat zou wereld nieuws zijn. In contact staan met jongeren, met en zonder problemen. Info verspreiden. Informatie geven, open spreekuren, makkelijke bereikbaarheid / openingstijden. Informatie ouderavonden organiseren. Pagina 99

Informatie school, ouders. Informeren. Jammer dat je voor inentingen naar Gennep moet. Dit is voor baarmoeder halskanker 3 maal naar Gennep. Gennep heeft zelf toch ook genoeg zalen. Je wijk kennen en geregeld contact houden hangjongeren, en bij probleem ouders op de koffie gaan zonder bedreigend over te komen. Net als vroeger de wijkagent. Jeugd actief benaderen. Jongeren meer zelfvertrouwen en ruimte geven. Korte lijnen met scholen houden. Korte lijnen met school en huisarts. Langs gaan op scholen. Luisteren naar de ouders. Maak het centrum meer bekend op scholen en ook in de vorm van ouder avonden. Meer dan praten en advies / hulp bieden kun je volgens mij niet doen. Meer organiseren in Gennep zelf. Meer trapveldjes maken in Milsbeek, dan hoeven ze niet op school te voetballen. Meer verantwoordelijkheid bij de ouders / verzorgers en hun kinderen leggen. Met jongeren in gesprek gaan. Misschien wat gerichter naar jongeren toe adviseren. Niet zo veel denk ik hangt af van het milieu waar het kind in opgroeit. Ondersteuning bieden, geen waarde oordeel. Op scholen / buitenschoolse opvang, informatie geven over de onderwerpen. Op scholen en verenigingen voorlichting geven. Op school info geven. Op tijd inspringen indien er problemen zijn. Ouders die aan de bel trekken dat er iets met hun kinderen is serieus nemen. Ouders informeren over signalen. Pesten. Plan van aanpak voor de ouders. Praten met jeugd en ouders kan veel ellende voorkomen. Samenwerken scholen. Scholen moet dit [ onleesbaar ]. Sportclubs, en jeugdclubs bezoeken. Sterk aanwezig zijn in de gemeente. Thuissituatie bekijken [ nu of voeger ] daar licht vaak het probleem. Goede basis zo belangrijk. Voldoende beschikbaarheid en zichtbaarheid. Voorlichting aan de jeugd via scholen, als dat er al niet is met betreffende info die ze mee krijgen voor ouderen. Voorlichting geven op school. Voorlichting op scholen, Actief betrekken van ouders met probleem jongeren. Voorlichting + praatgroepen. Voorlichting op scholen, verenigingen. Voorlichting op scholen. alle partijen er bij betrekken die betrokken zijn. Voorlichting op school, omgaan met geld, [ kosten mobiele telefoon ]. Pagina 100

Voorlichting. Vroeg met de ouders in contact treden, en ook de ouders helpen. Vroegtijdig aanwezig zijn bij verenigingen en scholen. zorgen dat ze bekend zijnbij ouders en jeugd. Vroegtijdig begeleiden en zoo nodig sturen. Vroegtijdig informeren, zoals bv. op basisschool. Werkschop planner voor jongeren, hun aan het woord laten tijdens verschillende bijeenkomsten. Zeer laagdrempelig zijn voor ouders en kind zodat het makkelijk is hulp te vragen. Zíj kunnen mensen helpen als er hulp nodig is, verder doen ze al genoeg om er te zijn als mensen hulp nodig hebben. Zorgen dat het centrum zich bekend maakt aan jongeren via brochure en internet. Zorgen dat mensen C.J.G. weten te vinden. Zorgen voor bekendheid. Zorgen voor een goed contact met de doelgroep. Zoveel mogelijk samen werken met anderen instanties. Pagina 101

BIJLAGE XI OPMERKINGEN NAAR AANLEIDING VAN DE VRAGENLIJST Beetje laat wanneer kinderen 22 en 24 zijn moet je eerder mee zijn. De hulp website zijn wel interessant. Een goed initiatief deze lijst. Enquête geen enkele waarde voor ons 23 jarige niet zo betuttelen als kinderen. Er moet meer voor de jeugd vanaf 12 jaar te doen zijn. en meer woonruimte voor jongeren vooral betaalbaar. Fijn, want ik wist niet van mogelijkheden in onze gemeente, ook van de websites. Bedankt. Graag resultaat van onderzoek per post ontvangen. Om beter met je jongeren kunnen praten. Heel goed dat deze vragenlijsten gekomen zijn had 20 jaar eerder moeten gebeuren. Hopelijk brengt deze info wat voor de mensen in Gennep. Ik ben van mening dat ouders / verzorgers hun kinderen meer verantwoordelijkheid moeten dragen. En niet bij een andere instantie neer moeten leggen. ik vind dit een goed vragenlijst, en sorry voor mijn handschrift. Succes verder, Ik vind het belangrijk dat gemeente voorwaarden creëert waardoor jongeren met en zonder problemen met elkaar in contact zijn en van elkaar kunnen leren Ik vind het belangrijk dat ouder of kinderen de stap zetten om hulp te vragen. Dat ze dan ook ergens te recht kunnen. Ik vind het heel goed wat jullie nu doen, maar hopelijk lukt het ook om resultaat te krijgen door deze vragenlijst. Want toen ik jullie nodig had kreeg ik 0 op mijn vragen en actie \'s ook toen jeugdzorg me hierin begeleide. Ja wat wordt er uiteindelijk gedaan met deze verstrekte informatie. Krijgen wij hiervan nog iets te horen? Meer bekendheid geven aan de genoemde website en graag een lotgenoten groep kinderen en of ouders / Partners met autisme. Meer bussen in de dorpskernen met name Ottersum. Meer straatverlichting in buitengebied. Niet alleen concentreren op de gemeente Gennep ook de bij behorende dorpen. Of er misschien iets mee gedaan kan worden voor jongens en meisjes die de lagere school verlaten. Onze kinderen hebben specifieke problemen door autisme. Wonen in buitengebied, zijn niet zo betrokken bij wat er in dorp gebeurd. Voor de jeugd is er niks te doen qua amusement. Wanneer komt er een goede verbinding voor de jeugd van Ottersum naar Gennep. De fietsbrug is een lachertje. ze houden de menden gewoon voor de gek, vooral de jeugd. Weer attent gemaakt op C.J.G. Wij zouden een stukje grond aan de tuinzijde willen kopen omdat het slecht onderhouden is en in de zomermaanden door hangjeugd verloederd is om er een nuttig geheel van te kunnen maken waar veel plezier aan beleefd zal worden. Pagina 102