EPLAN Performance Rev 00
Inhoudsopgave INLEIDING... 3 1. SYSTEEMEISEN EN INRICHTING EPLAN ELECTRIC P8... 4 1.1. INRICHTING NETWERK... 4 2. GEBRUIKERSINSTELLINGEN TER OPTIMALISATIE PERFORMANCE... 5 2.1. GEBRUIKERSINSTELLINGEN ALGEMEEN... 5 2.2. GEBRUIKERSINSTELLINGEN VERTALING... 6 3. OVERIGE INSTELLINGEN... 7 3.1. VOORBEELDWEERGAVE UITSCHAKELEN... 7 3.2. BUNDELVERBINDINGEN... 7 3.3. REORGANISEREN... 7 3.4. COMPRIMEREN... 7 3.5. MELDINGENBEHEER... 8 4. OVERIGE OPLOSSINGEN... 9 4.1. AFBEELDINGEN... 9 4.2. VIRUSSCANNER... 9 4.3. LOKAAL WERKEN... 9 4.4. SYMBOOLBESTAND IEC_SYMBOL AANPASSEN... 9 2
Inleiding Dit document is een handvat bij het verhogen van de performance van EPLAN Electric P8. Het is belangrijk om dit document stap voor stap door te nemen. Een geschikt werkstation en goede IT-infrastructuur zijn de fundering voor de goede performance van EPLAN. Het is raadzaam uw systeembeheerder bij de inrichting van uw systeem en het netwerk te betrekken. Door de beschreven stappen uit te voeren leert onze ervaring dat de performance van EPLAN zal verbeteren. Er is echter geen garantie af te geven dat -als de beschreven stappen doorlopen zijn- de performance van EPLAN naar tevredenheid is. Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van dit document neem dan contact op met de helpdesk. 3
1. Systeemeisen en inrichting EPLAN Electric P8 Om EPLAN optimaal te laten presteren is het van groot belang dat de werkstations en ITinfrastructuur voldoen aan de systeemeisen van de software. De volgende systeemeisen zijn van toepassing: Werkstation: o Windows XP SP2 Professional of Windows Vista Business, Enterprice of Ultimate SP1; o Core 2 Duo processor; o Minimaal 2 Gbyte intern geheugen; o Minimale schijfruimte van 100 Gbyte. Server: o Windows Server 2000 of 2003; o Lees-, en schrijfrechten voor de gegevensdirectory van EPLAN. 1.1. Inrichting netwerk De juiste inrichting van het netwerk is bepalend voor de performance van EPLAN. De data van EPLAN mag vrij gepositioneerd worden op een netwerk. Echter is het verstandig het aantal mappings laag te houden. Voorbeeld Uw data staat op het netwerk op de volgende locatie: \\data-server\techniek\tekeningen\elektro\cae\eplan Electric P8 In Windows Verkenner ziet u waarschijnlijk: X:\Tekeningen\Elektro\CAE\EPLAN Electric P8\ Elke mapping in Windows heeft een eigen rechtentoekenning. Dat kan betekenen dat voor elke map andere rechten gelden. Voor de data van EPLAN betekent deze situatie dat alles door, in dit voorbeeld, 5 rechtenlagen moet. Dit kan de nodige vertraging opleveren, vooral wanneer het een reguliere data server betreft waar veel gebruikers tegelijkertijd op actief zijn. Het is aan te raden de data van EPLAN zo dicht mogelijk bij de root van de schijf te houden. Voorbeeld \\data-server\techniek\eplan Electric P8 Oftewel: X:\EPLAN Electric P8 Hiermee reduceert u het aantal rechtenlagen dat de data van EPLAN moet passeren alvorens de data door server wordt geaccepteerd en opgeslagen. Laat uw systeembeheerder controleren of de optie Oppurtunistic Locking aanstaat. Deze dient uitgeschakeld te zijn op uw server. 4
2. Gebruikersinstellingen ter optimalisatie performance In dit hoofdstuk worden verschillende instellingen toegelicht, die de performance van EPLAN kunnen verbeteren. 2.1. Gebruikersinstellingen Algemeen In de gebruikersinstellingen kunt u een aantal instellingen activeren waardoor EPLAN stappen automatisch uitvoert. Automatische acties worden altijd uitgevoerd na een actie in EPLAN. Dit betekent een aanslag op de performance van uw systeem. Om de snelheid van uw werkstation optimaal te benutten kunt u de volgende instellingen uitzetten in EPLAN: Verwerkingen bij het openen van pagina s actualiseren; Verwerkingen bij het afdrukken en exporteren actualiseren; Navigators altijd actualiseren; Verbindingen bij de paginawisseling actualiseren; Kruisverwijzingen altijd actualiseren. Wanneer bovenstaande opties uitgeschakeld zijn, worden er geen automatische generaties uitgevoerd. U kunt deze instellingen beïnvloeden via Opties, Instellingen, Gebruiker, Weergave, Algemeen. 5
2.2. Gebruikersinstellingen Vertaling Wanneer u beschikt over EPLAN Electric P8 Professional of de Add-on Vertaling, dan heeft u de mogelijkheid tot vertalen. In de module vertaling zit de optie AutoAanvullen opgenomen die uw teksten aanvult, terwijl u deze teksten intypt. Om de performance zo optimaal mogelijk te houden kunt u deze optie uitschakelen. Dit is mogelijk via Opties, Instellingen, Gebruiker, Vertaling, Woordenboek. Hier kunt u de optie AutoAanvullen uitvinken. 6
3. Overige instellingen In dit hoofdstuk treft u overige instellingen die de performance van EPLAN kunnen beïnvloeden. 3.1. Voorbeeldweergave uitschakelen Indien u de voorbeeldweergave uitschakelt, zal EPLAN niet constant bezig zijn met het actualiseren van deze voorbeeldweergave. U kunt de optie uitschakelen via Beeld, Grafisch voorbeeld. 3.2. Bundelverbindingen Het toepassen van bundelverbindingen heeft een vertragende werking op het actualiseren van de verbindingen. Het is raadzaam bundelverbindingen zoveel mogelijk te vermijden. Hierdoor blijft het actualiseren van de verbindingen snel. 3.3. Reorganiseren Om uw projecten snel en fit te houden is het raadzaam het projecten regelmatig te reorganiseren. Hierbij wordt de databank van EPLAN zo efficiënt mogelijk ingericht wat de snelheid ten goede komt. U kunt dit doen via Project, Organiseren, Reorganiseren. Let op: Dit betreft een Projectinstelling. De instelling dient voor elk project opnieuw gemaakt te worden. Het is raadzaam de aangepaste instelling door te voeren in het basisproject. 3.4. Comprimeren EPLAN kent verschillende comprimeerinstellingen. Deze kunt u aanpassen om uw project lichter te maken. U kunt bijvoorbeeld niet-gebruikte stamdata uit het project halen. Let op, dat verwijderde stamdata pas weer gebruikt kan worden, als het opnieuw is toegevoegd aan het project. Instellingen voor het comprimeren kunt u maken via Project, Organiseren, Comprimeren. Als u in het venster Project comprimeren op de selectieknop [ ] klikt, kunt u zelf bepalen wat wordt uitgevoerd tijdens het comprimeren. 7
3.5. Meldingenbeheer In meldingenbeheer kunt u zelf instellen welke meldingen gegenereerd worden. Ook is het mogelijk aan te geven of een melding online wordt gegenereerd. Dat wil zeggen dat EPLAN na het afsluiten van een actie direct controleert of dit juist is. Het is raadzaam de instellingen van de controleprocedure dusdanig in te stellen, dat alle meldingen offline worden gegenereerd De instellingen voor de controleprocedure kunt u beïnvloeden via Projectgegevens, Meldingen, Controleprocedure uitvoeren. In het opkomende dialoogvenster kunt u op de selectieknop [ ] klikken om de instellingen aan te passen. Let op: Dit betreft een Projectinstelling. De instelling dient voor elk project opnieuw gemaakt te worden. Het is raadzaam de aangepaste instelling door te voeren in het basisproject. 8
4. Overige oplossingen In dit hoofdstuk worden overige oplossingen toegelicht. Deze hebben geen betrekking op instellingen van de gebruiker of van het project. 4.1. Afbeeldingen Het toepassen van afbeeldingen in het plotkader en schema kan vertraging opleveren wanneer grote afbeeldingen ( > 1MB) worden gebruikt. Het is raadzaam om afbeeldingen met de extensie. jpg toe te passen. Dit is een bestandstype van klein formaat. 4.2. Virusscanner Bij algehele traagheid is het raadzaam de activiteit van de virusscanner te controleren. EPLAN heeft een continu verbinding met de server, dat betekent dat er honderden pakketjes per seconde naar de server wordt gestuurd. Elk pakketje wordt door de virusscanner nagekeken. Het is aanbevolen bij traagheid de bestanden van EPLAN voor de virusscanner uit te sluiten. 4.3. Lokaal werken Bij slechte performance op het netwerk is het mogelijk uw project tijdelijk naar uw lokale werkstation te kopiëren. Dit gaat zonder problemen omdat alle benodigde data in het EPLAN-project is opgeslagen. U kunt een project eenvoudig verplaatsen of kopiëren via het menu Project. 4.4. Symboolbestand IEC_Symbol aanpassen Het standaard meegeleverde symboolbestand IEC-Symbol heeft een omvang van 22MB. Wanneer u een symbool invoegt wordt telkens het gehele symboolbestand ingelezen. Bij ernstige performanceproblemen is het mogelijk dat u IEC_Symbol uitkleedt waardoor de omvang van het symboolbestand afneemt. Dit kunt u het beste realiseren door het symboolbestand te kopiëren en een eigen naam toe te kennen. Vervolgens kunt u de symbolen, of varianten van symbolen gaan verwijderen die u niet toepast. Tip: In IEC_Symbol zitten veel niet opnieuw te plaatsen symbolen. Deze zijn bedoeld voor de migratie vanuit EPLAN 5 en EPLAN 21. Deze symbolen voor de migratie hebben een symboolnummer boven 3000. Alles beneden 3000 wordt toegepast in nieuwe projecten. 9