Toetsmatrijs edrijfsmanagement Opgesteld door: CCV Categoriecode: edrijfsmanagement Toetsvorm: Online Totaal aantal vragen: 30 meerkeuzevragen Dekkingsgraad toetstermen: 80% Cesuur: 65% ijzonderheden: Geen Toelichting op tabel met afbakening = onomiecode F = Feitelijke kennis = egripsmatige kennis = eproductieve vaardigheid P = Productieve vaardigheid Nr Eindtermen 1. Stichten van een onderneming 2. Verzekeringen 3. echt- en wetkennis 4. Criminaliteitspreventie en beveiliging 5. elastingen 6. Marketing Vastgesteld door: College van Deskundigen edrijfsmanagement Ondernemersexamens 21 oktober 2013 eoordeeld door: Logistiek, Transport en Personenvervoer raad; kamer 1: over de weg 15 februari 2014 Goedgekeurd door: Divisiemanager CCV 15 februari 2014 Ingangsdatum: 1 september 2014 Pagina 1 van 6
Toetsmatrijs edrijfsmanagement 1. Stichten van een onderneming 1.1 De kandidaat kan uitleggen welke soorten ondernemingsvormen er zijn. 1.2 De kandidaat kan de oprichtingseisen van een ondernemingsvorm uitleggen en analyseren. Tevens kan de kandidaat de onderlinge verschillen verklaren. 2. Verzekeringen 2.1 De kandidaat kan benoemen en omschrijven welke verzekeringen nodig zijn voor de onderneming. 2.2 De kandidaat kan benoemen en omschrijven welke verzekeringen nodig zijn voor de ondernemer zelf. Vormen met rechtspersoonlijkheid. Vormen zonder rechtspersoonlijkheid. Inschrijving. Aansprakelijkheid. Kapitaalbegrippen. Aandelen. Winst(uitkering). estuursorganen. elasting. rand. Opstal. Inboedel. edrijfsschade. Wegam. Verzekeringen voor motorvoertuigen. Goederentransportverzekering. Vervoerdersaansprakelijkheidsverzekering. Overlijdensrisicoverzekering. Gemengde verzekering. Lijfrente. Compagnonverzekering. Kapitaal/risicoverzekering. Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Pagina 2 van 6
Toetsmatrijs edrijfsmanagement 3. echt- en wetkennis 3.1 De kandidaat kan belangrijke begrippen bij oprichting toepassen. Eigendom. ezit. Houderschap. Partners. Minderjarigen. Handelsonbekwaam. 3.2 De kandidaat kan het zekerheidsrecht toepassen. Overeenkomst. Separatisme. Parate executie. Verbod van toe-eigening. 3.3 De kandidaat kan het hypotheekrecht toepassen. Notariële akte. Onroerende zaken. Openbaar register. 3.4 De kandidaat kan het pandrecht toepassen. Vuistpand. Stil of bezitloos pandrecht. Akte. egistratie. 3.5 De kandidaat kan het recht van retentie toepassen. Het urgerlijk Wetboek (W). De Algemene Vervoerscondities (AVC). 3.6 De kandidaat kan leasing, renting en factoring omschrijven en de daaruit voortvloeiende lasten en verplichtingen verklaren. 3.7 De kandidaat kan bijzondere wetgevingen toepassen. Merkenwet. Mededingingswet. Misleidende reclame. uma/stemra. Sena. Stichting reprorecht. Wet persoonsbescherming. Verklaring omtrent gedrag. Colportagewet. Pagina 3 van 6
Toetsmatrijs edrijfsmanagement 3.8 De kandidaat kan het faillissementsrecht uitleggen. Surseance van betaling. Faillissement. echten van de schuldeisers. Soorten schuldeisers. Positie belastingdienst en UWV WEKbedrijf. ewindvoerder/curator. Einde van het faillissement. Schuldsanering. esluit ijstandsverlening Zelfstandigen (Z) Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) 3.9 De kandidaat kan zowel acquisitiefraude als advertentiefraude waarnemen. 3.10 De kandidaat kan de regeles betreffende de verstrekking van CS- Enquête vervoersgegevens aan het CS toepassen 4. eveiliging 4.1 De kandidaat kan beveiligingsmogelijkheden toepassen. Ten behoeve van criminaliteitpreventie: Objectbeveiliging. Informatiebeveiliging. Interne beveiliging. Transportbeveiliging. Werknemersbeveiliging. Klantenbeveiliging. Pagina 4 van 6
Toetsmatrijs edrijfsmanagement 5. elastingen 5.1 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de belastingsoort omzetbelasting, de kandidaat kan aan de hand van een situatieschets de omzetbelasting berekenen en weet hoe deze moet worden afgedragen. 5.2 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de belastingsoort loonbelasting en kan omschrijven hoe en bij wie de loonbelasting moet worden afgedragen. 5.3 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de belastingsoort inkomstenbelasting en kan uitleggen hoe het stelsel van de inkomstenbelasting werkt. 5.4 De kandidaat kent de begrippen die horen bij de autogerelateerde belastingen en tolgelden. TW. Tarieven. Factuur/kasstelsel. Voorbelasting. KO (Kleine Ondernemersregeling). Levering en diensten. Plaats van de prestatie. TW en buitenland. Voorheffing. Inhoudingsplichtige. Werknemer/werkgever. Loon Directeur-grootaandeelhouder. Aanmerkelijk belang. Vergoedingen (belast en onbelast) oxen. Heffingskortingen. Winst. Andere inkomsten. Ondernemersaftrek. Eigen woning. Meewerkende partner. (Aftrekbare) kosten. Privé-gebruik auto. elasting op personenauto s en motorrijwielen (PM). Motorrijtuigenbelasting (M). elasting zware motorrijtuigen (ZM). Pagina 5 van 6
Toetsmatrijs edrijfsmanagement 5.5 De kandidaat kent de algemene begrippen inzake de belastingheffing en kan de verplichtingen ten dienste van de belastingheffing benoemen. 6. Marketing 6.1 De kandidaat kan de marketingmix (marketinginstrumenten) toepassen. 6.2 De kandidaat kan de vormen van marktonderzoek toepassen. 6.3 De kandidaat kan uitleggen welke keuzes voor groei gemaakt kunnen worden. elastingsoorten. Indeling direct/indirect. Aanslag- en aangiftebelastingen. ezwaar en beroep. Informatieverplichting. Administratieplicht. Navordering/naheffing. Termijnen. Product. Prijs. Plaats. Promotie. Personeel. Intern. Extern. Sterkte/Zwakte/Kansen/edreiging. Marktsegmentatie. Marktpenetratie. Marktontwikkeling. Productontwikkeling. Diversificatie. 6.4 De kandidaat kan een marketingplan opzetten. Ondernemingsplan. Lange termijn beslissingen. Korte termijn beslissingen. F Pagina 6 van 6