Vuurwerkongevallen 2010-2011



Vergelijkbare documenten
Vuurwerkongevallen

1 Behandelingen op de Spoedeisende Hulp-afdeling (SEH) 1

Vervolgonderzoek vuurwerkongevallen

Vuurwerkongevallen

Vingerbeknelling door deur

rapport Vuurwerkongevallen

Ongevallen met een barbecue

Ongevallen met vuurwerk

Vingerbeknelling door deur

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol bij jongeren van 10 tot en met 24 jaar

SEH-behandelingen naar aanleiding van GHBgebruik

Fietsongevallen en alcohol

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol bij jongeren van 10 tot en met 24 jaar

Rapport 681. Ongevallen met hoverboards

rapport Vuurwerkongevallen : type vuurwerk en letsel

Val in sanitaire ruimten (55 jaar en ouder)

Ongevallen met speeltoestellen

Vallen (privé en sport)

Fietsongevallen. Ongevalscijfers. Samenvatting. Fietsers kwetsbaar. Vooral ouderen slachtoffer van dodelijk fietsongeval

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol bij jongeren van 10 tot en met 24 jaar

rapport Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol

rapport Vallen 65 jaar en ouder Ongevalscijfers

rapport Zelf toegebracht letsel Kerncijfers 2014

Blessures Spoedeisende Hulp behandelingen Ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling 910 Doden 8

Ongevalscijfers. J.A. Draisma. Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus AD Amsterdam. April 2015

Enkelblessures. Samenvatting. gemiddeld sporters aan een enkelblessure. Het betekent ook 1,4

1 Omvang problematiek. Zaalvoetbalblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Ouderen op de SEH: na een val in beeld

Aantal SEH-behandelingen Aantal ziekenhuisopnamen na SEH % opnamen jaar jaar jaar en ouder

rapport Vallen 65 jaar en ouder Ongevalscijfers

Letsels bij kinderen 0-4 jaar

Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol

rapport Type vuurwerk en letsel: vuurwerkongevallen

Enkelblessures. Ongevalscijfers. Samenvatting. Enkelblessure op één na meest voorkomende sportblessure

Samenvatting. Bron: Letsel Informatie Systeem 2013, , VeiligheidNL; Continu LIS Vervolgonderzoek , VeiligheidNL

Aantal blessures waarvan medisch behandeld SEH-behandelingen Ziekenhuisopnamen na SEH-behandeling 20-50

Val in en om huis (55 jaar en ouder)

Jeugd 0 t/m 18 jaar Ongevalscijfers

Werkstuk: Mees Swank Groep:7

1 Omvang problematiek. Fitnessblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Volleybalblessures. Blessurecijfers. Samenvatting. Omvang problematiek. Jaarlijks lopen volleyballers blessures op,

Vallen 65 jaar en ouder

Ongevalscijfers. Arbeidsongevallen

Arbeidsongevallen en blootstelling in de metaalsector

Openbaar jaarverslag Ongevallen van kinderen 2013

Fietsongevallen. Samenvatting

Blessurecijfers. Samenvatting. Polsblessure meest behandelde sportblessure op SEH-afdeling

Knallen met je vrienden! Leuk, maar ook voor anderen?

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Geleidelijk ontstane sportblessures

(bijna) Ongevallenregistratieformulier

Blessures door veldvoetbal

Verbrandingsongevallen in 2011 bij jonge kinderen van (0-4 jaar) Spoedeisende Hulp behandelingen Ziekenhuisopnamen 500 Overledenen 0

1 Behandelingen op de Spoedeisende Hulp-afdeling (SEH) Hoofdblessures door sport. Blessurecijfers. Samenvatting

BRIEFING. Van Hoofdkwartier Aan Vuurwerk Onderzoeksteam Projectnaam Vuurwerk2010

ONGEVALLENREGISTRATIEFORMULIER. PERSOONSGEGEVENS Naam Kind: Geslacht: M / V*

Blessures tijdens paardensport

Ongevallen bij fietsers en voetgangers

Ongevallen met vuurwerk

7 december Onderzoek: Vuurwerkverbod?

Weet je al wat je later wil worden? Kan je dat beroep met één hand uitoefenen?

Huishoudchemicaliën. Ongevalscijfers. Samenvatting. Veruit grootste risico bij jonge kinderen

rapport Ongevallen en geweld op school Cijfers over letsels door ongevallen en geweld in 2014

Koolmonoxidevergiftiging

Traumatisch hersenletsel

1 Behandelingen op de Spoedeisende Hulp-afdeling (SEH) Schaatsblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Blessures tijdens fitness

Tennisblessures. Blessurecijfers. Samenvatting

Behandeling van wonden en letsels

Ongevallen met de elektrische fiets. Een LIS-vervolgonderzoek VOORLOPIGE RESULTATEN

Rapport. Arbeidsongevallen 2015 Ongevalscijfers

Rapport 674. Letsels bij kinderen en jeugd 0-18 jaar 2015 Letsel cijfers

Ongevalscijfers. Samenvatting. Overledenen

Valongevallen 65 jaar en ouder

Inhoud Inleiding 1. Geschiedenis 2. De ingrediënten 3. Soorten vuurwerk 4. Professioneel vuurwerk 5. Veiligheid 6. Vuurwerkweetjes 7.

Schaatsblessures. Samenvatting. Schaatsblessures*

Ongevallen in de woning

1. Het registreren van ongevallen

Transcriptie:

Vuurwerkongevallen 2010-2011 J.A. Draisma S. Nijman Uitgegeven door Stichting Consument en Veiligheid Postbus 75169 1070 AD Amsterdam Januari 2011

2 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Intern rapport: 503 Projectnummer: 10.0123 Disclaimer Bij de samenstelling van deze publicatie is de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen. Consument en Veiligheid aanvaardt echter geen verantwoordelijkheid voor eventuele, in deze uitgave voorkomende, onjuistheden of onvolkomenheden. Overname van tekst of gedeelten van tekst is toegestaan, mits met de juiste bronvermelding. Indien de tekst gebruikt wordt voor commerciële doelstellingen dient altijd vooraf schriftelijke toestemming verkregen te zijn.

3 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk Samenvatting 5 1 Inleiding 7 2 Methode 9 2.1 Letsel Informatie Systeem 9 2.1.1 Van steekproef naar nationale schatting 9 2.1.2 Selectie 10 2.1.3 Aanvullende gegevens 10 2.2 Krantenknipsels 10 3 Resultaten analyse SEH-behandelingen 11 3.1 Aantal SEH-behandelingen 11 3.2 Datum en tijdstip binnenkomst op SEH-afdeling 12 3.3 Leeftijd en geslacht van de slachtoffers 12 3.4 Toedracht van de ongevallen 13 3.4.1 Eigen vuurwerk versus vuurwerk van omstanders 13 3.4.2 Type vuurwerk 13 3.5 Opgelopen letsel en getroffen lichaamsdeel 14 3.6 (Vervolg-) behandeling 15 3.7 Dodelijke slachtoffers 15 4 Tabellen vuurwerkongevallen 17

5 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Samenvatting Consument en Veiligheid heeft een analyse gemaakt van de vuurwerkongevallen rond de jaarwisseling 2010/2011 (24 december t/m 3 januari). Daarbij is gebruik gemaakt van het Letsel Informatie Systeem van Consument en Veiligheid. Naar schatting zijn 710 slachtoffers van vuurwerkongevallen behandeld op de Spoedeisende Hulpafdeling van een ziekenhuis rond de jaarwisseling 2010/2011. Dit nationale geschatte aantal vuurwerkslachtoffers is gebaseerd op 84 geregistreerde cases. Het nationale geschatte aantal vuurwerkslachtoffers is met een daling van 9 lager dan dat van de vorige jaarwisseling. Vorige jaarwisseling werden er 770 slachtoffers behandeld op een SEH-afdeling, gemiddeld lag het aantal slachtoffers in de tien meest recente jaarwisselingen (2001-2002 t/m 2010-2011) op 800. Het percentage ziekenhuisopnamen is met 17 het hoogste van de afgelopen tien jaarwisselingen. Voor zover bekend zijn er rond de jaarwisseling 2010-2011 twee dodelijke slachtoffers gevallen als gevolg van het experimenteren met zelf gemaakte vuurwerkbommen. Vier van de tien slachtoffers (43) kwam op de SEH-afdeling binnen op 1 januari tussen 00.00 en 04.00 s nachts, één op de drie (33) kwam binnen op 31 december. Een belangrijke risicogroep wordt gevormd door jongeren van 10 tot en met 19 jaar, ruim een derde van de slachtoffers (37) valt in deze leeftijdsgroep. Dit percentage is laag ten opzichte van voorgaande jaarwisseling. Het percentage slachtoffers van 20 tot en met 29 jaar is met 21 hoog ten opzichte van de vorige jaarwisseling (12). Van de helft van de ongevallen is het bekend dat het letsel is veroorzaakt door vuurwerk dat door het slachtoffer zelf was aangestoken (54), een derde raakte gewond door vuurwerk dat door een ander was aangestoken (37). Dit is vergelijkbaar met de vorige jaarwisseling. Het vuurwerk dat het meest bij ongevallen betrokken was zijn potten/romeinse kaarsen/fonteinen (24), vuurpijlen (15) en rotjes en ander 'gewoon' knalvuurwerk (11). Van 18 van de ongevallen weten we dat het letsel is veroorzaakt door illegaal vuurwerk, in 4 van de gevallen ging het om zelf gemaakt vuurwerk. Het aandeel illegaal vuurwerk is fors hoger dan bij de vorige jaarwisseling. Ogen (29), aangezicht (15), handen (14) en vingers (12) worden vaak getroffen bij de vuurwerkongevallen. Vooral het aandeel oogletsels was bij de jaarwisseling 2010/2011 hoger dan de vorige jaarwisseling, het aandeel letsels aan handen en vingers was juist lager.

7 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Inleiding Consument en Veiligheid heeft een analyse gemaakt van de vuurwerkongevallen die tijdens de jaarwisseling 2010/2011 hebben plaatsgevonden. In dit rapport staan de resultaten van deze analyse beschreven. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de gebruikte methoden. De resultaten van de analyse van de ongevalgegevens uit het Letsel Informatie Systeem en aanvullende gegevens staan in hoofdstuk 3. Om ontwikkelingen in de tijd weer te geven worden deze gegevens vergeleken met de gegevens van voorgaande jaarwisselingen. Tabellen die de jaarwisselingen van eerdere jaren tot en met de laatste jaarwisseling beslaan, staan in hoofdstuk 4.

9 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Methode 2.1 Letsel Informatie Systeem Voor het analyseren van de vuurwerkongevallen rond de jaarwisseling is gebruik gemaakt van het Letsel Informatie Systeem (LIS) van Consument en Veiligheid. In LIS staan slachtoffers geregistreerd die na een ongeval zijn behandeld op een Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling van een selectie van ziekenhuizen in Nederland. Deze ziekenhuizen vormen een representatieve steekproef van ziekenhuizen in Nederland met een continu bezette SEH-afdeling. Dit maakt het mogelijk cijfers op nationaal niveau te berekenen. 2.1.1 Van steekproef naar nationale schatting De extrapolatie van de steekproef naar landelijke aantallen gebeurt met behulp van een schatter. Om deze schatter te bepalen wordt gebruik gemaakt van gegevens met betrekking tot ziekenhuisopnamen die afkomstig zijn uit de Landelijke Medische Registratie (LMR) van Prismant. De schatter wordt bepaald door het aantal ziekenhuisopnamen ten gevolge van letsel in Nederland uit de LMR te delen door het aantal ziekenhuisopnamen ten gevolge van letsel in LIS-ziekenhuizen. De vermenigvuldiging van het aantal geregistreerde vuurwerkslachtoffers in LISziekenhuizen met deze schatter geeft een schatting van het aantal vuurwerkslachtoffers in heel Nederland. Bij het analyseren van de vuurwerkongevallen is gebruik gemaakt van een voorlopige schatter (ophoogfactor) voor 2010 en een voorlopige schatter voor 2011. Voor 2010 en 2011 zijn alleen voorlopige schatters beschikbaar, omdat niet alle gegevens bekend zijn die nodig zijn om de definitieve schatter te bepalen. De voorlopige schatters zijn gebaseerd op de definitieve schatter van 2009. De voorlopige schatters voor 2010 en 2011 zijn identiek aangezien in beide jaren dezelfde ziekenhuizen meedoen aan de registratie van vuurwerkslachtoffers. Het aantal ziekenhuizen in de steekproef is ten opzichte van 2009 wel veranderd, er heeft een ziekenhuis meer aan de steekproef deelgenomen. De voorlopige schatter (ophoogfactor) is daarom iets lager dan vorig jaar. De voorlopige schatter die gebruikt is bij de analyse bedraagt 8,40. Dat wil zeggen dat het aantal geregistreerde vuurwerkslachtoffers in LIS ziekenhuizen vermenigvuldigd is met 8,40 om te komen tot een nationale schatting. Bij vergelijking van de jaarwisseling 2010/2011 met andere jaarwisselingen zijn de aantallen van de andere jaarwisselingen gebaseerd op de (toenmalige) voorlopige schatters van die betreffende jaren.

10 Vuurwerkongevallen 2010-2011 2.1.2 Selectie In LIS is geselecteerd op het product vuurwerk. Het vuurwerk kan de aanleiding van het ongeval zijn geweest, de oorzaak van het letsel, of op een andere manier betrokken bij het ongeval. Wanneer er bijvoorbeeld een brandwond ontstaat door vonken van het vuurwerk, dan is vuurwerk de oorzaak van het letsel. Wanneer er een snijwond ontstaat door het uiteenspatten van een fles, naar aanleiding van een vuurpijl die in de fles gestopt was, dan is vuurwerk de aanleiding van het ongeval. Tevens is geselecteerd op datum van binnenkomst op de SEH-afdeling van een patiënt. Patiënten binnengekomen in de periode van 24 december 2010 tot en met 3 januari 2011 zijn in de selectie meegenomen. 2.1.3 Aanvullende gegevens Aan de ziekenhuizen is gevraagd om extra informatie te leveren over de toedracht van de ongevallen met vuurwerk. Naast de gegevens die in LIS worden geregistreerd, zoals persoonsgegevens en gegevens over het opgelopen letsel en de behandeling, zijn de volgende kenmerken van de ongevallen gevraagd: - Werd het letsel veroorzaakt door illegaal vuurwerk? - Werd het letsel veroorzaakt door zelf gemaakt vuurwerk? - Werd het letsel veroorzaakt door vuurwerk van een ander? - Wat was de naam van het vuurwerk of welk soort vuurwerk (knalvuurwerk/ siervuurwerk, legaal/illegaal) was betrokken bij het ongeval? De meeste ziekenhuizen hebben deze extra informatie kunnen leveren. In de voorkomende gevallen dat deze extra informatie niet geleverd werd, is deze informatie voor zover mogelijk uit de toedrachtomschrijvingen uit LIS geëxtraheerd. Het onderscheid tussen legaal en illegaal vuurwerk blijkt vaak lastig te maken, bovendien weten slachtoffers van vuurwerk dat door iemand anders is afgestoken vaak niet wat voor een vuurwerk het betrof. De extra informatie over het type vuurwerk en of het eigen vuurwerk betrof of vuurwerk van een omstander, is verwerkt in hoofdstuk 3. 2.2 Krantenknipsels Ter aanvulling op de gegevens uit LIS is in de Krantenknipselregistratie van Consument en Veiligheid informatie gezocht naar dodelijke slachtoffers na een ongeval met vuurwerk. De krantenberichten zijn afkomstig uit de landelijke dagbladen en hebben betrekking op vuurwerkongevallen die binnen de periode van 24 december 2010 tot en met 3 januari 2011 hebben plaatsgevonden.

11 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Resultaten analyse SEH-behandelingen 3.1 Aantal SEH-behandelingen Tijdens de jaarwisseling 2010/2011 zijn naar schatting 710 slachtoffers behandeld op de SEH-afdeling na een vuurwerkongeval. Dit geschatte aantal vuurwerkslachtoffers is gebaseerd op 84 geregistreerde cases. Het nationale geschatte aantal vuurwerkslachtoffers is met een daling van 9 lager dan dat van de vorige jaarwisseling. De laatste tien jaarwisselingen, van 2001/2002 tot en met 2009/2010, lag het aantal slachtoffers gemiddeld op 800 per jaar. Tijdens de jaarwisseling 1998/1999 werd het hoogste aantal slachtoffers behandeld, namelijk 1.300 (zie ook figuur 3.1 en tabel 4.1). Figuur 3.1 Aantal SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar jaarwisseling (nationale schatting) 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 1995/1996 1996/1997 1997/1998 1998/1999 1999/2000 2000/2001 2001/2002 2002/2003 2003/2004 2004/2005 2005/2006 2006/2007 2007/2008 2008/2009 2009/2010 2010/2011 Bron: Letsel Informatie Systeem 1995-2011, Consument en Veiligheid

12 Vuurwerkongevallen 2010-2011 3.2 Datum en tijdstip binnenkomst op SEH-afdeling Zes van de tien slachtoffers (61) kwamen op 1 januari binnen op de SEHafdeling, een derde (33) op 31 december. Vergeleken met de jaarwisseling 2009/2010 zijn er meer slachtoffers gewond geraakt op 31 december en minder op 1 januari (zie ook tabel 4.2). Ruim vier van de tien slachtoffers (43) kwam op 1 januari tussen 00.00 uur en 04.00 uur binnen op de SEH-afdeling. Op 1 januari overdag (vanaf 06.00 tot 20.00 uur) kwam 12 van de slachtoffers binnen op de SEH-afdelingen. Dit percentage is vergelijkbaar met de vorige jaarwisseling. Het aandeel vuurwerkslachtoffers dat van 24 tot en met 30 december binnenkwam op een SEH-afdeling bedraagt 1. Vijf procent van de slachtoffers kwam op 2 of 3 januari binnen. 3.3 Leeftijd en geslacht van de slachtoffers Ruim een derde van de slachtoffers (37) valt in de leeftijdsgroep van 10 tot en met 19 jaar, dit percentage is laag ten opzichte van voorgaande jaarwisseling (zie figuur 3.2 en tabel 4.4). Het aandeel kinderen onder de 10 jaar is met 14 hoger dan in de vorige jaarwisselingen. Met 21 is het aandeel slachtoffers van 20 tot en met 29 jaar hoog ten opzichte van de jaarwisseling 2009/2010. Binnen deze leeftijdsgroep zijn het met name de 25- tot en met 29-jarigen die vaker letsel hebben opgelopen dan de voorgaande jaarwisseling. Figuur 3.2 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar leeftijdscategorie 40 37 35 30 25 21 20 15 14 10 5 11 11 6 0 0-9 jaar 10-19 jaar 20-29 jaar 30-39 jaar 40-49 jaar 50 jaar en ouder Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid

13 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Evenals voorgaande jaarwisselingen is het grootste deel van de slachtoffers van het mannelijk geslacht. Deze jaarwisseling was 86 van de slachtoffers man en 14 vrouw. Dit is gelijk aan de voorgaande jaarwisseling (zie tabel 4.5). 3.4 Toedracht van de ongevallen Uit de toedrachten van de LIS ongevalgegevens is extra informatie gehaald over de vuurwerkongevallen. Er is onder andere gekeken of het vuurwerk van het slachtoffer, dan wel van een ander (omstander) afkomstig was. In tabel 4.6 staan voorbeelden van toedrachtomschrijvingen waarbij eigen vuurwerk werd afgestoken. Voorbeelden van ongevallen waarbij het slachtoffer een omstander was staan in tabel 4.7. 3.4.1 Eigen vuurwerk versus vuurwerk van omstanders Van de helft van de ongevallen is het bekend dat het ongeval werd veroorzaakt door vuurwerk dat door het slachtoffer zelf is aangestoken (54). In 37 van de situaties was het vuurwerk aangestoken door een ander. Dit is vergelijkbaar met de verdeling de vorige jaarwisseling (53 eigenaar vs. 36 omstanders). Van de overige 10 van de gevallen is niet te achterhalen of het letsel is ontstaan door eigen vuurwerk of door vuurwerk dat door anderen is afgestoken (zie figuur 3.3). Figuur 3.3 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar eigen vuurwerk versus vuurwerk van omstanders Onbekend 10 Omstander 37 Eigenaar 54 Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid 3.4.2 Type vuurwerk Van veel vuurwerk (31) is onbekend of het legaal of illegaal vuurwerk betrof. Van een vijfde van de ongevallen (18) weten we dat het letsel is veroorzaakt door illegaal vuurwerk. Dit is hoog vergeleken met de voorgaande jaarwisselingen (zie tabel 4.9). Van de helft van de ongevallen nemen we aan dat het legaal

14 Vuurwerkongevallen 2010-2011 consumentenvuurwerk betrof (48). Van 4 van de ongevallen is bekend dat het letsel is veroorzaakt door zelf gemaakte projectielen. Het percentage ongevallen waarbij niet bekend is of het om legaal of illegaal vuurwerk gaat is laag vergeleken met voorgaande jaren. Het vuurwerk dat het meest bij ongevallen betrokken was zijn potten/romeinse kaarsen/fonteinen (24), vuurpijlen (14) en rotjes en ander 'gewoon' knalvuurwerk (11), zie tabel 4.8. 3.5 Opgelopen letsel en getroffen lichaamsdeel Vier op de tien slachtoffers (38) hebben een brandwond opgelopen door het vuurwerkongeval (zie tabel 4.10). Dit aandeel is vergelijkbaar met het aandeel brandwonden bij de vorige jaarwisseling (40). De brandwonden vormen hiermee het meest voorkomende type letsel. Andere veel voorkomende verwondingen zijn oppervlakkige letsels (26) en open wonden (19). Oppervlakkige letsels zijn bijvoorbeeld kneuzingen of schaafwonden aan ledematen. Ook kan dit oppervlakkig letsel aan het oog zijn, bijvoorbeeld geïrriteerde ogen of bloederige ogen nadat er iets in het oog terecht is gekomen. In figuur 3.4 en in tabel 4.10 is de verdeling van de verschillende typen letsel over de lichaamsdelen weergegeven. De meerderheid van de slachtoffers die op een SEH-afdeling van een ziekenhuis is binnengekomen heeft letsel aan het hoofd (54). Vooral ogen (29) en het aangezicht (15) worden vaak getroffen bij de vuurwerkongevallen. Het gaat voornamelijk om oppervlakkig letsel en in mindere mate om open wonden en brandwonden. Het percentage slachtoffers dat letsel heeft aan de ogen is hoog vergeleken met de voorgaande jaarwisseling. Letsel aan de armen (30) betreft in de helft van de gevallen een brandwond. Het percentage letsels aan handen (14) en vingers (12) is iets lager dan in de voorgaande jaarwisseling (zie tabel 4.11). Een tiende van de slachtoffers raakt gewond aan de benen (11). Dit is een hoog percentage ten opzichte van voorgaande jaarwisselingen.

15 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Figuur 3.4 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar getroffen lichaamsdeel Hoofd: 54 oog: 29 aangezicht: 15 Overig: 6 Schouder/arm/hand: 30 hand: 14 vingers: 12 Heup/been/voet: 11 Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid 3.6 (Vervolg-) behandeling De meeste slachtoffers kunnen na behandeling op de SEH-afdeling weer naar huis (82; zie tabel 4.12). Zeven van de tien slachtoffers (71) moeten later wel voor controle terugkomen, op de SEH of polikliniek (57) of bij de huisarts (14). Het percentage slachtoffers dat later voor controle terug moet komen is hoog vergeleken met voorgaande jaarwisselingen. Zeventien procent van de slachtoffers is opgenomen in het ziekenhuis. Dit is het hoogste opnamepercentage van de laatste tien jaarwisselingen. Het aantal opgenomen patiënten in de steekproef is echter klein, daarom moet dit percentage met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. 3.7 Dodelijke slachtoffers In de krantenknipsels zijn deze jaarwisseling twee dodelijke slachtoffers door vuurwerkongevallen geregistreerd. Een 13-jarige jongen overleed toen hij stond te kijken naar het aansteken van een vuurwerkbom en een 17-jarige jongen overleed nadat hij aan zijn hoofd was geraakt tijdens het afsteken van een zelfgemaakte vuurwerkbom. Overigens dient opgemerkt te worden dat in de steekproef van LIS-ziekenhuizen géén dodelijke slachtoffers voorkwamen.

17 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabellen vuurwerkongevallen Tabel 4.1 Aantal SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar jaarwisseling (nationale schatting) Jaarwisseling Aantal SEH-behandelingen Percentage ziekenhuisopnamen 1991/1992 1.000 * 1992/1993 1.900 * 1993/1994 1.800 * 1994/1995 1.100 * 1995/1996 800 * 1996/1997 1.100 2 1997/1998 1.200 3 1998/1999 1.300 3 1999/2000 1.200 1 2000/2001 900 6 2001/2002 960 6 2002/2003 760 3 2003/2004 630 9 2004/2005 620 10 2005/2006 660 8 2006/2007 960 10 2007/2008 1.100 5 2008/2009 790 14 2009/2010 770 7 2010/2011 710 17 Bron: Letsel Informatie Systeem 1991-2011, Consument en Veiligheid * niet bekend

18 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.2 Percentage SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar datum binnenkomst en jaarwisseling Datum binnenkomst 01/02 02/03 03/04 04/05 05/06 06/07 07/08 08/09 09/10 10/11 24/12-28/12 2 3 3-3 4 2 2 1-29/12 2 5 1 4 1-2 1 - - 30/12-5 1 4 4 <1 3-1 1 31/12 16 17 21 20 17 32 33 23 17 33 01/01 78 67 67 68 71 63 55 67 73 61 02/01 3 1 4 3 3 <1 5 4 6 4 03/01-2 3 1 1 - - 2 1 1 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Absoluut (nationale schatting) 960 760 630 620 660 960 1.100 790 770 710 Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2011, Consument en Veiligheid

19 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.3 In LIS geregistreerde SEH-behandelingen naar aanleiding van ongevallen met vuurwerk, naar tijdstip binnenkomst en datum binnenkomst tijdstip binnenkomst 28-30 dec 31 dec 1 jan 2-3 jan Totaal 00 uur - 1 21-23 01 uur - - 13-13 02 uur - - 4-4 03 uur - - 5-5 04 uur - - 1-1 05 uur - - - - - 06 uur - - - - - 07 uur - - - - - 08 uur - - - - - 09 uur - - - - - 10 uur - 1 1-2 11 uur - 2 - - 2 12 uur - - 1-1 13 uur - 2 1-4 14 uur - 1 4-5 15 uur 1 4 2 2 10 16 uur - 1 1 1 4 17 uur - 2 - - 2 18 uur - 2 1-4 19 uur - 4 - - 4 20 uur - 1 1 1 4 21 uur - 1 1-2 22 uur - 5 1-6 23 uur - 5 1-6 Totaal 1 33 61 5 100 Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid

20 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.4 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar leeftijdscategorie en jaarwisseling Leeftijdscategorie 01/02 02/03 03/04 04/05 05/06 06/07 07/08 08/09 09/10 10/11 0-9 jaar 16 10 11 11 10 8 9 10 10 14 10-19 jaar 40 41 48 44 41 39 48 34 46 37 10-14 jaar * * * * 22 21 33 23 23 20 15-19 jaar * * * * 19 18 15 11 23 17 20-29 jaar 16 20 11 18 26 25 13 25 12 21 30-39 jaar 13 13 13 8 12 10 12 12 12 11 40-49 jaar 8 8 9 10 9 9 12 12 10 11 50-59 jaar 5 6 4 7 3 5 4 7 5 5 60 jaar en ouder 1 2 4 1-4 2-6 1 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Absoluut (nationale schatting) 960 760 630 620 660 960 1.100 790 770 710 Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2011, Consument en Veiligheid * niet bekend Tabel 4.5 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar geslacht en jaarwisseling Geslacht 01/02 02/03 03/04 04/05 05/06 06/07 07/08 08/09 09/10 10/11 Man 79 81 81 83 76 79 82 75 86 86 Vrouw 21 19 19 17 24 21 18 25 14 14 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Absoluut (nationale schatting) 960 760 630 620 660 960 1.100 790 770 710 Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2011, Consument en Veiligheid

21 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.6 Voorbeelden van toedrachten van ongevallen waarbij het vuurwerk door het slachtoffer zelf werd afgestoken Leeftijd Geslacht Toedrachtbeschrijving 9 Man Eigen vuurwerk in gezicht gekregen. 9 Man Gooit vuurpijl over schouder, niet aangestoken. Komt in gloeiend materiaal, gaat aan. Via capuchon in hals - ontploft. 9 Man Vlinderbom in hand ontploft. 11 Man Vuurwerk in hand afgegaan voor het huis op straat. 11 Man Had rotje in ander vuurwerk gestopt, aangestoken, ging meteen af in linker hand. 12 Vrouw Was vuurwerk aan het afsteken tijdens oud en nieuw. Dacht dat grondtolletje uit was gegaan, pakte het op, ontplofte toen. 12 Man Tijdens vuurwerk afsteken tol in hand ontploft, gooide het te laat weg. 12 Man Nitraat rotje ontploft in hand. 13 Man Vuurwerk, strijker, vroegtijdig in hand ontploft. 13 Man Wilde rotje voor de 2de keer afsteken, ontplofte vlak voor het oog. 14 Man Wou een matje vuurwerk aansteken lukte niet, een rotje erop gegooid. werd toen een vuurbal. 14 Man Vuurwerk, fontein, ging kijken of hij aanging. 14 Man Tijdens afsteken vuurwerk, vuurpot opplofte te vroeg. 15 Man Restjes legaal knalvuurwerk in hand en gezicht afgegaan. 15 Man Wilde vuurtol aansteken, deze ging af in de hand. 15 Man Sierpot aangestoken en afgegaan/ontploft in gelaat. 15 Man Vlinderbom zonder lont gevonden. Zelf lont in gestopt. Bij aansteken meteen explosie. 16 Man Tijdens het afsteken van vuurwerk ging strijker af in hand. 16 Man Het vuurwerk van de Romeinse kaars schoot weg en kwam in linkeroog terecht. 20 Man Liep met nitraatbom in handen die ontplofte. 22 Man Twee keer illegaal supra cobra knalvuurwerk af willen steken. Ontploft. 22 Man Heeft vuurwerk in handen gehouden in plaats van op de grond te zetten. 25 Man Was bezig met zelfgemaakte vuurwerkbom. na afsteken vuurrestjes in oog. 26 Man Illegaal vuurwerk in zijn gezicht ontploft. 26 Man Vuurwerk, vlinder in hand afgegaan, illegaal. 28 Man Tijdens aansteken van Chinese mat in gelaat ontploft. 29 Man Vuurwerk in houten krat laten exploderen Stuk hout tegen linker onderbeen gekregen. 31 Man Wou een vuurpijl afsteken maar die ontplofte in de hand. Kwam ook nog tegen gezicht. 32 Man Siervuurwerk in pot aangestoken. Eerste vuurpijl in het gelaat gekregen. 35 Man Vuurpijl aangestoken die gelijk in handen ontplofte. 35 Man Sierpot tegen linkerpols geklapt. 39 Man Had per ongeluk lont uit vuurpot getrokken en stak die aan, ontplofte snel en kwam in gezicht. 40 Man Vuurwerk tegen linkerslaap en oor gekregen. 41 Man Is vanavond bij het afsteken van een siervuurwerkpot geraakt op zijn voorhoofd, schoot direct af. 42 Man Ratelband, kon aangestoken lont niet vinden, leek het niet te doen. Deed het wel, in gezicht ontploft. 44 Vrouw Vuurwerk knalde in haar gezicht, ging te vroeg af na ontsteken. 48 Man Sierpot aangestoken met sigaret, in gelaat ontploft. Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid

22 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.7 Voorbeelden van toedrachten van ongevallen waarbij het slachtoffer een omstander was Leeftijd Geslacht Toedrachtbeschrijving 2 Vrouw Zat achterin de auto met raampje open, rotje van Chinese mat door raam in oog gekomen. 3 Man Omstander bij afschieten vuurpijl, die de verkeerde kant op schoot. 4 Man Op straat door iemand vuurwerk gegooid, kruit in oog gekregen. 9 Man Vuurpijl in de grond gestoken, deze ging niet de lucht in. Patiënt stond op 3 m afstand en kreeg stuk vuurpijl in sjaal. 10 Man Liep over straat. Eén meter naast hem ontplofte vuurwerk. Sindsdien verminderd gehoor linkeroor. 12 Man Stond op stoep te kijken, vuurwerk grondbloem, legaal, van een ander, in nek gekregen. 13 Man Stond te kijken op stoep, brommerrijder kwam langs, deze gooide vuurpijl. Weerde deze met handen af. 15 Vrouw Vuurpijl tegen hand gekregen. 15 Man Vuurwerk ontploft, had tas vast met vuurwerk, iemand gooide vuurwerk er in. 16 Man Stond gebukt en kreeg vuurwerk tegen het rechteroog, wat enkele tientallen meters verderop werd afgestoken. 16 Man Illegale nitraatbom bij oog afgegaan. 16 Vrouw Liep langs vuurwerk bij de buren en droeg een nylon broek. Broek vatte vlam door het vuurwerk. 19 Man Rotje met kort lontje ontploft dicht bij oog. 19 Man Jongeman geraakt door rondvliegende Romeinse kaars in rechteroog. 20 Man Romeinse kaars viel om, vuurbal tegen rechterhand gekregen. 20 Man Na afsteken vuurwerk iets in oog gevoeld, kon zelf niet ontdekken wat. 21 Man Vlinderbom (is illegaal) vlak naast oren ontploft. 23 Man Stond op straat vuurwerk te kijken, vonken van vuurwerk in rechteroog. Illegaal knalvuurwerk van ander, nitraatbom. 25 Man Vriend stak vuurwerk af, dat ontplofte te snel. 26 Man Stond vuurwerk te kijken, kreeg vuurwerk tussen de benen, broek vatte vlam. 27 Man Vriend stak vuurwerk af, wat te snel ontplofte. 32 Man Sierpot van de buren in gelaat ontploft. 33 Man Iemand anders was met Romeinse kaars bezig. Vuurbal tegen rechteroog gekregen. 34 Man Vuurpijl tegen linkeroog gekregen. 41 Vrouw Stond op 5-6 meter afstand vuurwerk te kijken, na afsteken Romeinse kaars omgevallen, vuurbal tegen haar oog. 54 Man Vuurpijl van een ander in kleding geschoten. 58 Man Rechterhand verbrand aan vuurwerk van de buurman. 58 Man Met harde klap rotje tegen oog gekregen. Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid

23 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.8 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar type vuurwerk Type vuurwerk Illegaal vuurwerk (inclusief zelf gemaakt vuurwerk) 21 Waarschijnlijk legaal vuurwerk 48 pot, fontein, Romeinse kaars 24 rotje, 'gewoon' knalvuurwerk 11 Herkomst vuurwerk onbekend 31 vuurpijl 14 Totaal 100 Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid Tabel 4.9 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar legaal/illegaal vuurwerk en jaarwisseling 2007/2008 2008/2009 2009/2010 2010/2011 Illegaal vuurwerk 23 14 7 18 Zelfgemaakt vuurwerk * - 2 4 (waarschijnlijk) legaal vuurwerk 36 28 47 48 Herkomst vuurwerk onbekend 42 58 45 31 Totaal 100 100 100 100 Bron: Letsel Informatie Systeem 2007-2011, Consument en Veiligheid * niet bekend Tabel 4.10 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar type letsel en getroffen lichaamsdeel Hoofd Arm Been Overig Totaal Brandwonden 24 52 44 80 38 Oppervlakkig letsel 40 12-20 26 Open wond 20 20 22-19 Overig/onbekend 16 16 33-17 Totaal 100 100 100 100 100 Bron: Letsel Informatie Systeem 2010-2011, Consument en Veiligheid

24 Vuurwerkongevallen 2010-2011 Tabel 4.11 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar getroffen lichaamsdeel en jaarwisseling Getroffen lichaamsdeel 01/02 02/03 03/04 04/05 05/06 06/07 07/08 08/09 09/10 10/11 Hoofd 46 47 40 41 42 52 60 61 42 54 Oog 22 16 17 17 27 26 32 34 19 29 Aangezicht * 25 21 17 8 20 20 22 12 15 Oor 7 2 1 12-3 3 1 4 6 Hoofd overig 17 3-4 8 4 5 5 7 4 Arm 36 38 41 37 41 34 31 28 47 30 Hand 27 10 24 17 14 16 18 10 22 14 Vingers 5 19 8 14 26 14 10 14 17 12 Arm overig 4 8 9 6 1 4 3 4 8 4 Been 9 8 13 14 8 5 4 5 4 11 Overig 9 8 5 8 9 9 5 6 7 6 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Absoluut (nationale schatting) 960 760 630 620 660 960 1.100 790 770 710 Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2011, Consument en Veiligheid *niet bekend Tabel 4.12 SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar (vervolg-) behandeling en jaarwisseling (Vervolg-) behandeling 01/02 02/03 03/04 04/05 05/06 06/07 07/08 08/09 09/10 10/11 Behandeld en ontslagen 24 17 21 18 22 17 21 22 19 8 Behandeld en controle huisarts 20 18 15 14 17 22 14 27 11 14 Behandeld en controle SEH/polikliniek 49 61 53 48 50 45 45 30 53 57 Ziekenhuisopname 6 3 9 10 8 10 5 14 7 17 Overig 1 - - 1 3 4 7 6 1 2 Onbekend - - 1 7 1 2 8 1 8 1 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Absoluut (nationale schatting) 960 760 630 620 660 960 1.100 790 770 710 Bron: Letsel Informatie Systeem 2001-2011, Consument en Veiligheid