Hoofdstuk 1 De arbo/wet
Lesboek heftruckchauffeur en reachtruckchauffeur Theorieboek: Opleiding tot heftruckchauffeur en reachtruckchauffeur Auteur: G. F. A. Rasing Illustraties: G. F. A. Rasing Lay out: G. F. A. Rasing Redactie: L. Jansink T. Brinkman Uitgave: BLOM OPLEIDINGEN Hengelo: Maart 2012 Uitgavenummer: 3- Rev: 2 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Bij de samenstelling van dit cursusmateriaal is uiterste zorg betracht, de uitgever kan echter niet verantwoordelijk worden gehouden voor enige schade ontstaan door het ontbreken of onjuist vermelden van informatie in dit cursusmateriaal.
Welkom bij BLOM OPLEIDINGEN BLOM OPLEIDINGEN heet u van harte welkom op deze opleiding. We hopen dat u na afloop van de opleiding zo tevreden bent, dat u de opleidingen en cursussen van BLOM OPLEIDINGEN zult aanbevelen bij collega s en bekenden. De opleidingen en cursussen van BLOM OPLEIDINGEN voldoen aan de wettelijke richtlijnen van de Arbo-wet en worden continue aangepast aan zowel de wettelijke voorschriften als aan de toenemende veiligheidseisen en technologische ontwikkelingen. Activiteiten van BLOM OPLEIDINGEN U kunt cursussen kiezen uit een veelzijdig aanbod op het gebied van: Intern Transport Hijsen & Hoogwerker Veiligheids Opleidingen E-learning Meer informatie over deze opleidingen vindt u op www.blomopleidingen.nl Waar vindt u BLOM OPLEIDINGEN? De opleidingen van BLOM OPLEIDINGEN kunnen op moderne, goed uitgeruste praktijklocaties in heel Nederland georganiseerd worden, terwijl sommige opleidingen bij voorkeur incompany gegeven worden. Voor informatie, aanmeldingen, offerteaanvragen, administratieve zaken en vragen kunt u ons bereiken: BLOM OPLEIDINGEN Postbus 806 Adam Smithstraat 41 7550 AV HENGELO 7559 SW HENGELO Telefoon : 074-3764044 Fax : 074-3764999 info@blomopleidingen.nl www.blomopleidingen.nl Twitter Facebook Linked in Google+ Youtube
HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 2 Hoofdstuk 3: Pagina ARBEIDSOMSTANDIGHEDENWET 1.1 Inleiding 1 1.2 De opbouw van de Arboregelgeving 1 1.3 Arbo Informatiebladen(AI bladen) 2 1.4 Arbo Dienst 3 1.5 Arbeidsinspectie 3 1.6 Rechten en plichten 3 1.7 CE markering 5 1.8 Risico Inventarisatie en Evaluatie (Ri&E) 5 Vragen hoofdstuk 1 7 TRANSPORTMIDDELEN & HEFWERKTUIGEN TECHNIEK 2.1 Inleiding 1 2.2 De heftruck of reachtruck 1 2.3 De heftruck 2 2.3.1 Bedieningspaneel en dashboard 2 2.3.2 De banden 2 2.3.3 Veiligheidskap 4 2.3.4 De hefmast 4 2.3.5 Vorkenbord en hefketting 4 2.4 Voorzetapparatuur 5 2.5 De remmen 8 2.6 Het stuursysteem 9 2.7 Het hydraulisch hefsysteem 10 2.8 Belangrijke begrippen 12 2.9 De mastneiging 19 2.10 Verschoven zwaartepunt 19 2.11 Het gewicht van de heftruck 20 2.12 Transportmiddelen 20 2.13 Explosie veilige heftruck 23 Vragen hoofdstuk 2 25 aandrijving van de heftruck en reachtruck 3.1 Opbouw van de verbrandingsmotor 1 3.2 Motorblok 1 3.3 Diesel heftruck 5 3.4 LPG heftruck 6 3.5 Electro heftruck 8 Vragen hoofdstuk 3 15
Hoofdstuk 4 HOOFDSTUK 5 Pagina TRANSPORT EN OPSLAGHULPMIDDELEN 4.1 Inleiding 1 4.2 Pallets 1 4.3 Uitvoeringen van pallets 2 4.4 Materiaalkeuze van pallets 3 4.5 Opbouw uitvoeringen van pallets 4 4.6 Vastzetten van colli 6 4.7 Etiketten 6 4.7.1 Risk & Safety zinnen 7 4.8 Opslagmiddelen 8 4.8.1 Koudstapelen 8 4.8.2 Stellingen 8 4.9 Breedte van gangpaden 10 4.10 Laad en losmiddelen 11 4.11 Schade aan pallets 11 Vragen hoofdstuk 4 13 VEILIGHEID 5.1 Inleiding 1 5.2 Bedrijfsvoorschriften 2 5.3 Gebruikerseisen 2 5.4 Controle van de heftruck 2 5.5 Algemene veiligheidsregels 6 5.6 Heftrucks op de openbare weg 14 Vragen hoofdstuk 5 16
2
1 Hoofdstuk 1 De Arbo-wet
1 Hoofdstuk 1 De arbo/wet 1.1 INLEIDING Elke werknemer heeft te maken met arbeidsomstandigheden. Daarbij maakt het soort werk dat wordt verricht niets uit. De term arbeidsomstandigheden staat voor veiligheid, gezondheid en welzijn bij het werk. Alle maatregelen die te maken hebben met veiligheid, gezondheid en welzijn staan in de arbeidsomstandighedenwet: de Arbo-wet. We noemen drie belangrijke maatschappelijke veranderingen die geleid hebben tot de instelling van de Arbo-wet. De grote industriële groei; De ontdekking van nieuwe stoffen; De veranderde verhouding tussen werkgevers en werknemers. De hierboven genoemde feiten hebben er mede toe bijgedragen dat de vanaf 1934 gehanteerde Veiligheidswet is omgebouwd naar de huidige Arbo-wet. Omgebouwd van een wet die alleen uit geboden en verboden bestond (die dus erg veel regels bevatte) en waar alleen de baas verantwoordelijk was, naar een wet die invullingen toestaat welke zijn aangepast aan de specifieke bedrijfssituatie en waar de verantwoordelijkheid bij alle betrokkenen wordt gelegd. De huidige Arbo-wet 1998 is vanaf af 1 november 1999 van toepassing met enkele tussentijdse wijzingen. De laatste grote wijziging is ingegaan op 1 januari 2007. afbeelding 1-1 industriële groei 1.2 DE OPBOUW VAN DE ARBOREGELGEVING De Arbo-wet is een raamwet. Dit houdt in dat er geen specifieke regels in zijn opgenomen, maar dat de rechten en plichten voor veiligheid, gezondheid en welzijn bij de arbeid in algemene zin zijn beschreven. In de Arbo-wet staan de algemene verplichtingen voor werkgevers en werknemers, regels voor het overleg en de samenwerking tussen werkgevers, werknemers en deskundigen en het overheidstoezicht. In het Arbo-besluit, de Arbo-regeling en in de beleidsregels zijn de algemene verplichtingen uit de Arbo-wet uitgewerkt. Een belangrijk deel van de voorschriften is gebaseerd op Europese regelgeving. afbeelding 1-2 samenwerking Kern van de Arbo wet is dat werkgevers en werknemers samen verantwoordelijk zijn voor de arbeidsomstandigheden in het bedrijf. De Arbo-wet bestaat nog maar sinds kort. Er is in 1980 een aanvang gemaakt en de wet werd in 1990 geheel van kracht. Aan het Arbo-besluit en de Arbo-regeling werden tevens Beleidsregels gekoppeld, die concreet houvast bieden bij het toepassen van de wettelijke voorschriften. De beleidsregels worden vervangen door Arbocatalogi. Hierin staan afspraken die zijn gemaakt tussen werkgevers en werknemers in verschillende sectoren maar ook op landelijk niveau over de door hen ontwikkelde werkwijzen, praktijken en normen.
2 Hoofdstuk 1 De arbo/wet 1.3 ARBO-INFORMATIEBLADEN In een poging om wetsteksten voor een ieder toegankelijk te maken, worden zogenaamde AI (Arbo Informatie) bladen uitgegeven. Deze informatiebladen vertalen de wetgeving voor specifieke werksituaties en geven gedetailleerde aanwijzingen zoals de Inspectie SZW deze hanteert. Elk AI-blad behandelt een bepaald onderwerp. Hieronder staan er een paar vermeld: AI 1 Arbo en verzuimbeleid AI 3 Asbest AI 11 Afschermen en beveiligen van machines AI 14 Bedrijfsruimten- inrichting, transport en opslag AI 17 Hijs- en hefgereedschap en veilig hijsen AI-14 Bedrijfsruimten- inrichting, transport en opslag. De informatie die in dit blad staat is bruikbaar voor zowel ontwerpers als voor gebruikers van bedrijfsruimten. Door deze informatie te benutten, wordt in principe aan de wettelijke richtlijnen uit het Arbo besluit voldaan. Tenslotte wordt er ook ingegaan op een aantal specifieke inrichtingsvoorzieningen en transportmiddelen. Opslagvoorzieningen Een veilige stapeling van goederen kan ernstige ongevallen vaak voorkomen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de maximaal toelaatbare belasting van de werkvloer of stelling. afbeelding 1-3 arbo-informatieblad Transportvoorzieningen Verbindingswegen moeten voldoende breed zijn en veilig te gebruiken door zowel voertuigen en transportmiddelen als door voetgangers. Aan intensiever gebruikte transportroutes worden aanvullende eisen gesteld. Deuren, hekken en andere doorgangen moeten een ongehinderd verkeer van personen en materialen op veilige wijze mogelijk maken. Aan transparante en automatische deuren worden aanvullende eisen gesteld. Op- en afritten, rijplaten en dock boards moeten doelmatig en voldoende sterk zijn en bovendien veilig uitgevoerd. Transportmiddelen Transportmiddelen kunnen worden beschouwd als arbeidsmiddelen, en als machine, met de daarbij behorende eisen. Er zijn echter aanvullende bepalingen van kracht, vooral met betrekking tot op- en voorschriften, deskundigheid, rijden en parkeren. Tenslotte worden eisen gesteld aan laden en lossen, tanken en opladen, constructie, controle en onderhoud aan transportmiddelen.
3 Hoofdstuk 1 De arbo/wet 1.4 DE ARBO-DIENST Bedrijven zijn niet meer verplicht zich bij een arbodienst aan te sluiten, wel blijft het verplicht zich deskundig te laten ondersteunen. Dit kan door een interne of externe bevoegde ARBO-deskundige. Deze wijziging in de Arbowet is bedoeld om branches en bedrijven meer keuze te bieden op het gebied van arbeidsomstandigheden en verzuimpreventie. Om de verzuimbegeleiding te waarborgen en de werknemers in de gelegenheid te stellen het ARBO-spreekuur te bezoeken, moeten er wel afspraken gemaakt worden of moet er een contract zijn met een geregistreerde bedrijfsarts. 1.5 DE INSPECTIE SZW De Inspectie SZW valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Inspectie SZW informeert, controleert, inspecteert en verplicht werkgevers en werknemers, als dat nodig is, zaken met betrekking tot veiligheid en gezondheid (beter) te regelen. Bij overtreding van de voorschriften is de Inspectie SZW bevoegd om een boete op te leggen aan zowel een werkgever als een werknemer. Daarnaast stimuleert de Inspectie SZW het overleg en de samenwerking tussen werkgevers en werknemers. De Inspectie SZW doet onderzoek naar de oorzaak van ongevallen en adviseert de minister omtrent aanvullende wetten en/of beleidsregels. De inspecteur van de Inspectie SZW heeft de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen als hij vaststelt dat de Arbo-wet is overtreden. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft jaarlijks een lijst uit waarin alle mogelijke overtredingen met de bijbehorende boetes worden beschreven. Dit zogenaamde lik op stuk beleid wordt sinds 1 november 1999 gehanteerd. afbeelding 1-4 inspectie SZW 1.6 RECHTEN EN PLICHTEN Werkgevers moeten maatregelen nemen die leiden tot optimale veiligheid, gezondheid en welzijn van hun werknemers. Werkgevers moeten dit beleid natuurlijk afstemmen op alle andere beleidszaken binnen de onderneming. 1.6.1 Voor de werkgever Ondanks dat de Arbo-wet bestaat uit een opsomming van algemeen geformuleerde eisen, kunnen we de volgende verplichtingen voor werkgevers herkennen. Werkgevers moeten goede werkmethoden (werkinstructies) en Persoonlijke Bescherming Middelen beschikbaar stellen; (PBM). Werkgevers moeten de werkplek voorzien van noodvoorzieningen zoals vluchtwegen en middelen voor eerste hulp bij ongevallen (E.H.B.O) beschikbaar stellen; Werkgevers moeten werknemers voldoende voorlichten en onderricht geven over het werk dat ze moeten uitvoeren; Nieuwe werknemers en werknemers die de grootste risico s lopen, moeten hierbij voorrang krijgen. afbeelding 1-5 werkgever verplicht voorlichting en les te geven...
4 Hoofdstuk 1 De arbo/wet Er moet regelmatig overleg plaatsvinden tussen werkgevers en werknemers. Werkgevers moeten zoveel mogelijk voorkomen dat werknemers monotone, machine gebonden arbeid moeten verrichten (bijvoorbeeld lopende band werk). Werkgevers moeten werknemers de mogelijkheid bieden om hun vakbekwaamheid op peil te houden of te vergroten. Werkgevers moeten de werksituatie (bijvoorbeeld de inrichting van de arbeidsplaats of werkmethoden) zoveel mogelijk afstemmen op de werknemers. Werkgevers moeten werknemers de mogelijkheid bieden om hun werk zoveel mogelijk naar eigen inzicht te doen. Werkgevers moeten rekening houden met persoonlijke eigen schappen van werknemers zoals leeftijd, opleiding, ervaring, lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Kortom: de juiste man op de juiste plaats. De werkgever is verplicht om het Arbo-beleid en alle in haar bedrijf aanwezige risico s te omschrijven in de RI&E. Daarnaast is de werkgever verplicht om van alle situaties die nog niet (of nog niet helemaal) aan de in de wet gestelde eisen voldoen, te beschrijven in het plan van aanpak. Werkgevers moeten zich laten bijstaan door, afhankelijk van de bedrijfssituatie, één of meerdere deskundige Bedrijfshulpverleners (BHV ers). Werkgevers moeten een ziekteverzuimbeleid voeren. afbeelding 1-6 veiligheid 1.6.2 Voor de werknemer In de Arbo-wet zijn ook diverse verplichtingen opgelegd aan de werknemers. In tegenstelling tot vroeger is nu iedere werknemer zelf verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Een aantal algemene verplichtingen van de werknemer zijn: Werknemers moeten het werk zodanig uitvoeren dat zij zichzelf of anderen niet in gevaar brengen. Werknemers moeten de machines en de daarop aangebrachte beveiligingen op de juiste manier gebruiken. Werknemers hebben de verplichting persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals veiligheidshelm, -handschoenen, -schoenen, -bril) te gebruiken en deze naar behoren te onderhouden. Werknemers moeten meewerken aan georganiseerde instructies en de voorlichting die de werkgever aanbiedt. Werknemers moeten gevaarlijke situaties melden aan degene die met de leiding is belast. afbeelding 1-7 werk weigeren...?
5 Hoofdstuk 1 De arbo/wet 1.7 CE - MARKERING Sinds 1 juli 1995 is in de Europese Unie een wet van kracht die ervoor moet zorgen dat je veilig met machines kunt werken. In deze wet, de zogeheten Machinerichtlijn, staan de eisen waaraan het nieuwe product moet voldoen. Als het product voldoet aan deze Europese Machinerichtlijn, mag de fabrikant CE-markering aanbrengen op zijn product en een bijbehorende EG-verklaring van overeenstemming afgeven. CE staat voor Conformité Européenne. De fabrikant moet zelf vaststellen dat zijn eigen technische oplossing tenminste overeenstemt met de eisen uit deze Machinerichtlijn. Voor producten met zware risico s (heftruck) is een officieel keuringsrapport nodig van een door de nationale overheid aangewezen instantie. afbeelding 1-8 CE markering 1.8 RISICO INVENTARISATIE & EVALUATIE ( RI&E ) De regels van de Arbo-wet moeten ervoor zorgen dat werknemers veilig, gezond en in een prettige sfeer kunnen werken. Elk bedrijf moet een Arbo-beleid formuleren. In een dergelijk document geeft de directie o.a. aan hoe zij met ARBO zaken om zal gaan en of zij bereid is daar geld voor vrij te maken. Veilig werken blijkt in de praktijk vaak lastig. Er is altijd een mogelijkheid aanwezig dat er iets mis gaat, dit noem je risico. De definitie van risico luidt als volgt: Risico is de mate van waarschijnlijkheid dat een bepaald ongewenst effect zal plaatsvinden. Of samengevat: Risico = Kans x Effect. De wet schrijft werkgevers voor een risicoanalyse uit te voeren (de zogenaamde RI&E) en laat zich daarbij bijstaan door een of meerdere deskundige werk nemers. Zijn deze er niet of onvoldoende aanwezig dan moeten er andere deskundige worden ingeschakeld. Tijdens deze schriftelijke analyse worden twee belangrijke punten bekeken: De mate van waarschijnlijkheid, (dit is de kans) dat een ongeval zich zal (of zou kunnen) voordoen. De gevolgen van een eventueel ongeval zelf, op korte en/of lange termijn Tijdens de risicoanalyse bekijken de deskundigen de risico s op de werkplek. Ze beoordelen de werkplek op bijvoorbeeld de volgende punten: EFFECT afbeelding 1-9 Risico = kans x effect Aard van het werk Kantoormensen lopen andere risico s dan transport-medewerkers. Opleidingen Werknemers zonder de juiste opleiding lopen een groter risico dan werknemers met de juiste opleiding. Werkplek De werknemer mag niet kunnen uitglijden of struikelen. Welzijn De werknemers moeten plezier (kunnen) hebben in het werk.
6 Hoofdstuk 1 De arbo/wet Pas als de risico s bekend zijn, kun je er wat aan doen en de kans op een ongeval verkleinen of zelfs wegnemen. Een werkgever moet bij geconstateerde, onaanvaardbare, risico s maatregelen nemen. Eventueel moeten maatregelen genomen worden om risicovolle werkzaamheden te vervangen dan wel aan te passen. Dit kunnen de volgende maatregelen zijn: Het laten stoppen van werkzaamheden en instructie geven Het kan zijn dat de werknemer niet weet dat het zo niet mag. Aanpassen van de onveilige werkplek Opleiden van de werknemers Een goede instructie verkleint de kans op ongevallen. Op deze manier nemen de risico s af. Dit is in het belang van zowel werknemers als werkgevers. De risico-inventarisatie en het daarvan afgeleide Plan van Aanpak moet daarom bekend te zijn bij de werknemers die het betreft. Opmerking: Het Plan van Aanpak geeft aan wat en wanneer er iets aan de nog aanwezige problemen wordt gedaan. Jaarlijks moet uit een schriftelijke evaluatie blijken of de praktijksituatie (de huidige werkelijkheid) nog in overeenstemming is met de beschreven inventarisatie en het Plan van Aanpak. Omdat de RI&E het brondocument is voor het arbo-beleid moet deze getoetst worden door gecertificeerde deskundigen. Dat mag de werkgever zelf doen als de werkgever beschikt over gecertificeerde deskundigen of een interne arbo-dienst. In andere situaties moet externe gecertificeerde deskundigheid worden ingeschakeld. Met ingang van 1 april 2012 hoeven bedrijven met maximaal 25 medewerkers hun RI&E-document niet langer te laten toetsen, mits zij gebruik maken van een erkend RI&E-instrument. Opmerking: Bedenk dat je zelf ook veel kunt doen om ongelukken te voorkomen. Een goede aanpak begint met het inschatten van de risico s tijdens je werkzaamheden.
7 Hoofdstuk 1 De arbo/wet Vragen hoofdstuk 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Vraag 6 Vraag 7 Vraag 8 Wat is het doel van de Arbo- (arbeidsomstandigheden) wet? A het bevorderen van productie en kwaliteit binnen het bedrijf. B het bevorderen van een goede arbeidsrelatie door regels te stellen over het salaris. C het bevorderen van goede werkomstandigheden door regels te stellen ten aanzien van veiligheid, gezondheid en welzijn. Wat is een juiste omschrijving van het begrip veilig werken? A u neemt tijdens het werken bewust aanvaardbare risico s. B u neemt tijdens het werken alleen risico s als uw baas dit opdraagt. C u neemt tijdens het werken geen enkel risico. Wie is er verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in het bedrijf? A de Arbo dienst. B de Inspectie SZW. C de werkgever en de werknemer. Wie controleert het naleven van de Arbo-wet? A de Inspectie SZW. B de werkgever en de werknemer. C de werknemer. Welke meldingsplicht heeft de werkgever bij ongevallen met letselschade? A de werkgever moet ongevallen met letselschade melden bij de Inspectie SZW. B de werkgever moet dit vermelden in zijn dagboek. C de werkgever hoeft dit aan niemand te melden. Wie moet persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar stellen? A de werknemer B de werkgever C de Inspectie SZW Welke eis wordt er onder andere gesteld aan bestuurders van transportmiddelen? A bestuurders moeten vertrouwd zijn met de bediening van transportmiddelen B de bestuurder blijft zelf verantwoordelijk voor de inhoud van deskundigheid C de bestuurder mag zonder bril een maximale oogafwijking van 0,5 hebben Waarom krijgt de heftruck- of reachtruckchauffeur een opleiding? A omdat de Arbo-wet specifieke deskundigheid vereist B om sneller te kunnen werken C omdat iedere werknemer een opleiding krijgt
2
1 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek
1 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk gaan we in op de technische aspecten van de verschillende trucks. Deze informatie geeft u de mogelijkheid om in de praktijk beter in te schatten wat de mogelijkheden en/of de beperkingen van een hef of reachtruck zijn. Ook wordt aandacht besteed aan de invloed van lading op de stabiliteit. Instabiliteit leidt vaak tot ernstige ongelukken. Tot slot krijgt u nog een overzicht van de meest voorkomende transportmiddelen die gebruikt worden in magazijnen en distributie centra s. 2.2 DE HEFTRUCK OF REACHTRUCK Een heftruck of reachtruck is een transportmiddel waarmee goederen verplaatst kunnen worden. Meestal bestaat de lading uit een pallet met daarop verzamelde goederen. Maar ook grotere afzonderlijke lasten kunnen met een heftruck of reachtruck verplaatst worden. De heftruck kan ladingen horizontaal en verticaal verplaatsen. Dit kan omdat de heftruck en reachtruck zijn voorzien van een hefinrichting (hefmast). Met deze hefinrichting kan een lading op elke gewenste hoogte worden opgepakt en weggezet. BLOM OPLEIDINGEN BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-1 horizontaal en verticaal transport De hefmast kan voor- en achterover kantelen. Dit noemen we neigen. De reachtruck heeft ook nog de mogelijkheid de mast in horizontale richting uit- en in te schuiven. Dit noemen we reachen. Om een klein beetje inzicht te geven in de techniek van een heftruck of reachtruck, zullen we de belangrijkste onderdelen wat beter bekijken. In het algemeen komen bij de meeste heftrucks of reachtrucks dezelfde onderdelen voor. Op de volgende pagina is een afbeelding te zien van een elektroheftruck waarbij de onderdelen staan vermeld.
2 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek sleuf voor het verwisselen van de tractiebatterij kruiskop hefmast hefketting hefcilinder lastrek instrumentenpaneel lamp neigcilinder tractiebatterij pomp hydrauliek rijmotor vork stuurbekrachtiging afbeelding 2-2 onderdelen 2.3 DE HEFTRUCK Bovenstaande heftruck wordt aangedreven door een elektromotor die van stroom wordt voorzien door een loodbatterij of tractiebatterij. Hierna spreken we alleen nog van een tractie batterij. Een andere mogelijke aandrijving voor een heftruck is een verbrandingsmotor. Dit kan zijn een diesel- of een LPG motor. De voor- en nadelen van een verbrandingsmotor worden in hoofdstuk 3 behandeld. 2.3.1 Instrumentenpaneel Bij een elektrisch aangedreven heftruck bevat het instrumentenpaneel onder andere de bedrijfsurenteller en capaciteitsmeter. Bij een heftruck die wordt aangedreven door een verbrandingsmotor zijn dat onder andere een bedrijfsurenteller, brandstofmeter en een oliedrukmeter. 2.3.2 De banden Banden vervullen een belangrijke functie bij de heftruck; zij moeten de heftruck en de last dragen. Het kiezen van de juiste band moet zorgvuldig gebeuren. De keuze hangt af van de bedrijfsomstandigheden. Afhankelijk van deze omstandigheden worden aan een band eisen gesteld op het gebied van: draagvermogen (stabiliteit) rijcomfort (binnen en of buiten gebruik) rolweerstand (vloer) grip (binnen en of buiten gebruik) vering (vloer, binnen en of buiten gebruik) In het algemeen komen er bij heftrucks drie soorten banden voor: luchtbanden volrubberbanden massieve banden afbeelding 2-3 instrumentenpaneel
3 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Luchtbanden De stabiliteit van de luchtband zorgt voor een goed gedrag bij het nemen van bochten door de heftruck. Stabiliteit is ook van groot belang bij het werken op grote hefhoogte. Zorg bij luchtbanden voor de juiste bandenspanning. Vooral bij het werken op hoogte geeft ongelijke bandenspanning een onstabiele situatie. afbeelding 2-4 luchtband Voordelen: goede grip goede vering geschikt voor buiten Nadelen: banden kunnen lek raken; onstabiel bij ongelijke bandenspanning; hoge bouwhoogte. Om de stabiliteit van heftrucks te vergroten, wordt deze soms uitgevoerd met een verlengde vooras die is voorzien van dubbele wielen. Dit verkleint de kans op kantelen bij het verplaatsen van bijvoorbeeld zware en brede ladingen. Volrubber banden Volrubberbanden hebben het formaat van luchtbanden maar zijn gevuld met een verend rubber, in plaats van lucht. Als de omstandigheden waaronder de heftruck moet werken slechter worden, dan monteert men volrubber banden. Deze banden zijn bedrijfszeker en hebben geen onderhoud nodig. Ze kunnen zowel bij hoge temperaturen, als op slechte wegen gebruikt worden. De banden combineren de vering van de luchtband met de betrouwbaarheid van de massieve banden. Voordelen: stabiel kunnen niet lek goede grip geen onderhoud Nadelen: minder vering dan de luchtband; hoge bouwhoogte. onstabiel bij zware ladingen; afbeelding 2-5 volrubberband Massieve banden Reachtrucks, stapelaars en elektropallettrucks zijn voorzien van massieve banden. Op vlakke vloeren, zoals in magazijnen, is de massieve band goed bruikbaar. Deze banden hebben een groot draagvermogen en een lange levensduur. Deze band komt soms ook voor bij de grotere en zwaardere heftrucks. afbeelding 2-6 massieve band Voordelen: stabiel geen onderhoud lage bouwhoogte banden kunnen niet lek raken Nadelen: geen enkele vering; hoge druk op de vloer;
4 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.3.3 Veiligheidskap Om de bestuurder te beschermen tegen vallende voorwerpen is er een veiligheidskap aanwezig. Bij een heftruck of reachtruck die hoger kan heffen dan 1.80 meter is een veiligheids kap verplicht. Bij de elektroheftruck is in de veiligheidskap een uitsparing gemaakt zodat de tractiebatterij met behulp van een vonkvrije takel kan worden gewisseld. 2.3.4 De hefmast De hefmast van een heftruck of een reachtruck is opgebouwd uit twee of meer mastdelen. De hefmast is zo gemaakt dat, wanneer men hoger heft, er meer mastdelen uit uitschuiven. Met behulp van een hydraulische cilinder worden de mastdelen omhoog gedrukt. Afhankelijk van de gewenste hefhoogte heb je de keuze uit de volgende mastconstructies: tweevoudige mast met 1 uitschuifbaar deel drievoudige mast met 2 uitschuifbare delen Het voordeel van een drievoudige mast is een grote hefhoogte bij een lage doorrijhoogte. Wel wordt het zicht naar voren vaak beperkt door de hefcilinder en neemt de stabiliteit af als de mast verder wordt uitgeschoven. Om het zicht van de bestuurder naar voren te verbeteren kan de centrale hefcilinder vervangen worden door twee zijdelings geplaatste cilinders. Door deze constructie heb je beter zicht naar voren. Dit noemen we een doorkijkmast. LET OP: De stabiliteit van de heftruck neemt af als de mast verder uitschuift. Drievoudige mast Tweevoudige mast 2.3.5 Vorkenbord en hefketting De meeste heftrucks en reachtrucks worden standaard uitgevoerd met een vorkenbord met daaraan twee vorken. Dit vorkenbord wordt met behulp van geleiderollen, de hefketting en de hefcilinder langs de mast omhoog en omlaag bewogen. De onderlinge vorkafstand is handmatig te verstellen. Bij een heftruck of reachtruck, waarmee uit losse delen samengestelde lasten worden geheven, wordt aan het vorkenbord een laststeunrek gemonteerd. afbeelding 2-7 de hefmast
5 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.4 VOORZETAPPARATUUR Heftrucks of reachtrucks zijn standaard voorzien van vorken. Deze vorken kunnen vervangen worden door voorzetapparatuur. Voorzetapparaten hebben een belangrijke eigenschap: ze kunnen bijzondere ladingen gemakkelijker opnemen en verplaatsen. Voorzetapparaten worden meestal aan het vorkenbord bevestigd of komen hiervoor in de plaats. Ze beïnvloeden, met of zonder de lading, de verschillende eigenschappen van de heftruck aanzienlijk, zowel positief als negatief. positief: Specifieke goederen kunnen beter en sneller verplaatst worden. negatief: Het eigen gewicht van het voorzetapparaat gaat meestal ten koste van het hefvermogen. Door de constructie van voorzetapparatuur komt de lading vaak verder voor de vooras te liggen. Wanneer een heftruck of reachtruck voorzien is van voorzetapparatuur, dan moet dit op het merkplaatje of typeplaatje van de truck te zijn vermeld. Tevens moet de voorzetapparatuur zelf te zijn voorzien van een merkplaatje waarop de benodigde gegevens af te lezen zijn. De meest voorkomende voorzetapparatuur Het aantal typen en uitvoeringen van deze voorzetapparatuur is zeer uitgebreid. Daarom zullen wij de meest voorkomende hieronder bespreken. Side-shift Hiermee kan het vorkenbord, met de vorken, hydraulisch 10 tot 15 cm heen en weer geschoven worden. Bij o.a. het laden van een vrachtauto is het van belang om de lading zonder te beschadigen tegen elkaar te plaatsen. Bij een reachtruck kan het zijn dat de hele hefmast naar links of rechts geschoven kan worden. Opmerking: Laat de side-shift geen compensatie worden van uw gebrek aan stuurvaardigheid. afbeelding 2-8 side shift Verlengvorken Diepe ladingen vragen om lange vorken. Hiervoor bestaan verlengstukken die over de vorken geschoven kunnen worden. afbeelding 2-9 verlengvorken
6 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Reachvorken Dit zijn hydraulisch uitschuifbare vorken. Hierdoor wordt het mogelijk pallets twee maal zo diep weg te zetten, denk hierbij aan het laden of lossen van een vrachtwagen vanaf de zijkant. Zowel verlengvorken als reachvorken beïnvloeden de hefcapaciteit van de truck niet wezenlijk. Wel wordt de zwaartepuntafstand groter, hierover verderop in dit hoofdstuk meer. Opmerking: Doordat zowel de verlengvorken als de reachvorken over de bestaande vorken worden geplaatst wordt de totale dikte van de vorken hoger. afbeelding 2-10 reachvorken Spreader De vorken kunnen we dichter bij elkaar of verder uit elkaar schuiven. Normaal doen we dit met de hand. Het is ook mogelijk om de vorken met behulp van het hydraulisch systeem te verstellen. Dit is vooral handig als er steeds pallets met verschillende afmetingen verplaatst moeten worden. afbeelding 2-11 spreader Transport- of tapijtdoorn Voor ladingen die in het midden een opening hebben, zoals banden, rollen draad, vloerbedekking of betonnen buizen, gebruikt men vaak een doorn. Deze kan in plaats van de vorken in het midden van het vorkenbord worden bevestigd. afbeelding 2-12 tapijtdoorn Kantelaar (draai-inrichting) Met dit voorzetapparaat is het mogelijk het vorkenbord, met vorken, hydraulisch 180 of 360 te draaien, zowel linksom als rechtsom. Hiermee kunnen pallets of transportbakken gekanteld worden. afbeelding 2-13 kantelaar
7 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Push pull Een mogelijkheid voor het vervoer van goederen zonder pallets is gebruik maken van een slip-sheet. Dit is een sterke plaat karton of kunststof. De push pull bestaat uit een raamwerk dat hydraulisch wordt verschoven. Onder aan het raamwerk bevindt zich een brede, hydraulisch bedienbare klem. Deze klemt de opstaande rand van de slip-sheet vast. Door het raamwerk in te trekken (pull) wordt de slip-sheet op de plaat getrokken. Door het raamwerk naar voren de duwen (push) wordt de slip-sheet van de plaat geschoven. afbeelding 2-14 push pull Rollenklem Een rollenklem is bedoeld om bijvoorbeeld rollen papier te klemmen en op deze manier, zonder gebruik van pallets, te vervoeren. Daarnaast zijn er ook balen-, dozen- en stenenklemmen. afbeelding 2-15 rollenklem Mechanische vatenklem (papegaaienbek) Deze grijper maakt gebruik van de felsrand aan de bovenkant van een vat. Bij het oppakken van een vat komt de grijper onder de rand van het vat en bij het heffen sluit de grijper zich automatisch. De romp van het vat steunt tijdens het transport tegen de gebogen steunbalk die deel uit maakt van de grijper. Bij het plaatsen van het vat gaat de grijper automatisch open. afbeelding 2-16 vatenklem Palletklem Met deze klem is het mogelijk om een pallet op te nemen waarvan de kratten in blokstapeling op een pallet staan. Deze klemmen worden ook gebruikt voor het tillen van wasmachines, koelkasten, wasdrogers en degelijke. afbeelding 2-17 palletklem
8 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.5 DE REMMEN (bedrijfsrem) De meeste heftrucks zijn uitgevoerd met een hydraulisch remsysteem. Dat betekent dat de remmen door vloeistofdruk worden bediend. Door het rempedaal in te drukken met de voet, bedient men de hoofdremcilinder. Deze hoofdremcilinder drukt de remvloeistof naar de wielremcilinders. Door het uitschuiven van de wielremcilinders worden de remschoenen tegen de remtrommel gedrukt en de heftruck wordt afgeremd. Bij het loslaten van het rempedaal valt de vloeistofdruk weg en trekt een veer de remschoenen weer van de remtrommel af. De remvloeistof loopt terug naar de hoofdremcilinder via de remleidingen. Voordelen: - Geringe pedaaldruk. - Minder onderhoud. - Gelijke verdeling van de remkracht over de beide wielen. - Soepel en gelijkmatig aangrijpen van de remmen. afbeelding 2-18 hydraulisch remsysteem Handrem De meeste heftrucks hebben een handrem. Deze rem werkt mechanisch, dat wil zeggen door middel van kabels en stangen. Door de handrem aan te trekken worden de remschoenen tegen de trommel gedrukt. Als de heftruck verlaten wordt, of geparkeerd, moet de handrem altijd aangetrokken worden. Tevens zal de handrem ook gebruikt moeten worden als de bedrijfsrem niet meer werkt. Opmerking: de parkeerrem heeft minder remkracht dan de bedrijfsrem. Elektrische parkeerrem Heftrucks en reachtrucks kunnen ook voorzien zijn van een elektrische parkeerrem
9 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.6 HET STUURSYSTEEM De besturing van een vorkheftruck en reachtruck is anders dan bij een auto. Bij de vorkheftruck en de reachtruck worden niet de voorwielen bestuurd maar de achterwielen of het achterwiel. Tegenwoordig zijn de meeste vorkheftrucks en reachtrucks voorzien van hydraulische stuurbekrachtiging. Deze stuurbekrachtiging zorgt er voor dat je altijd erg makkelijk kunt sturen met de truck zonder dat je merkt hoe zwaar het eigenlijk is. Om schade aan het stuursysteem en slijtage aan de banden te voorkomen moet men zo min mogelijk aan het stuurwiel draaien bij een stilstaande vorkheftruck of reachtruck. Asbesturing Het voordeel van achterwielbesturing is dat de wendbaarheid beter wordt en dat er, minder ruimte nodig is om te manoeuvreren. Bij een driewieltruck draait de gehele achteras. Dit wordt asbesturing genoemd. Fuseebesturing Bij een vierwielvorkheftruck draait niet de achteras maar draaien de achterwielen. De achterwielen zijn bevestigd aan zogenaamde fusees. Dit wordt fuseebesturing genoemd. Manoeuvreerruimte Dit is de ruimte die een heftruck of reachtruck nodig heeft om te draaien. Deze ruimte wordt bepaald door een aantal factoren: De draaicirkel van de heftruck of reachtruck. Breedte en diepte van de lading. De ervaring van de bestuurder. In- of uitgereachte mast. De breedte van de rijroutes en stellingpaden. afbeelding 2-19 fuseebesturing driewiel heftruck vierwiel heftruck afbeelding 2-20 manoeuvreerruimte voor drie en vierwiel truck Een andere belangrijke factor is of er word gereden met een drie- of vierwiel heftruck. Een driewiel heftruck heeft een kleinere draaicirkel, omdat het achterwiel 180 kan draaien. Een reachtruck heeft een nog kleinere draaicirkel dan een driewiel heftruck omdat een reachtruck korter is dan een driewiel heftruck. Opmerking: Er zijn vierwiel heftrucks waarbij de achterwielen, net als bij de driewiel heftruck, ook 180 kunnen draaien. Hierdoor heeft de heftruck 37 cm minder ruimte nodig om te draaien.
10 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.7 HET HYDRAULISCH HEFSYSTEEM Eén van de belangrijkste onderdelen van een heftruck of reachtruck is het hefsysteem. Dit hydraulisch systeem wordt gebruikt voor de volgende functies: het heffen van de mast; het neigen van de mast, voorover of achterover; stuurbekrachtiging; voorzetapparatuur (bijvoorbeeld de side shift). De werking gaat als volgt: De olie wordt door een pomp vanuit de tank via leidingen en slangen naar een ventielkast gepompt. Op de ventielkast bevinden zich één of meer bedieningshandels die een enkele of een dubbele functie hebben. Door het bedienen van deze handels wordt de olie naar één van de functiecilinders gepompt. Deze functies zijn: bedienen van de hefcilinder, bedienen van de neigcilinders, bedienen van de side-shift en bij de reachtruck het bedienen van de cilinder die de mast naar voren schuift. 2 13 5 10 1 7 3 8 9 11 12 6 2 4 afbeelding 2-21 hydraulisch systeem 1 = hefcilinder 7 = accumulator 2 = neigcilinder 8 = verdeelblok 3 = ventielkast 9 = oliepomp 4 = stuurhuis ventiel 10 = olietank (reservoir) 5 = retourleiding 11 = aftap 6 = daalveiligheidsventiel 12 = besturingscilinder 13 = vuldop met peilstok Neigcilinders (kiepcilinders) De neigcilinders zijn er voor om de hefmast voor- of achterover te kunnen bewegen. Deze cilinders zijn dubbelwerkend. Dat wil zeggen dat ze bij vooren achterwaartse beweging olie van de pompmotor nodig hebben. Ook de cilinders voor de stuurbekrachtiging, het reachen en de side-shift zijn dubbelwerkend uitgevoerd. afbeelding 2-22 neigcilinder
11 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek De hefcilinder De hefcilinder is er voor om de mast omhoog en omlaag te bewegen en is enkelwerkend uitgevoerd. Dat wil zeggen dat alleen voor het uitschuiven hydraulische olie nodig is. Het zakken van de mast gebeurt door het eigen gewicht van de mast en het vorkenbord met de vorken en daarop eventueel een lading. Opmerking: De meeneemtruck heeft een dubbelwerkende hefcilinder. Deze hefcilinder tilt de meeneemtruck omhoog onder de vrachtwagen. Overdrukventiel of overstortventiel Om het hydraulisch systeem te beveiligen tegen overbelasting, te hoge druk in de leidingen en cilinders, is er een overdrukventiel ingebouwd. Bij het oppakken van een te zware lading, of bij het bereiken van de uiterste stand van de cilinder, zal dit ventiel gaan werken, waardoor de hydraulische olie terug stroomt naar de tank, terwijl de druk in de cilinders gelijk blijft. afbeelding 2-23 hefcilinder Daalveiligheidsventiel (doorstroombegrenzer) Als door leiding- of slangbreuk de druk onder de zuiger in de hefcilinder wegvalt, zorgt het daalveiligheidsventiel ervoor dat de vorken (eventueel met lading) langzaam en schoksgewijs naar beneden zakt. Zonder deze begrenzer zou de last met een grote snelheid naar beneden vallen. Daalveiligheidsventiel: heffen doorstroombegrenzer Daalveiligheidsventiel: dalen afbeelding 2-24 daalveiligheidsventiel
12 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.8 BELANGRIJKE BEGRIPPEN Bij heftrucks onderscheiden we vijf verschillende hoogten: bouwhoogte doorrijhoogte hefhoogte vrije hefhoogte afzethoogte Bouwhoogte Onder bouwhoogte wordt verstaan het hoogste punt van de heftruck, gemeten van af de vloer, de mast verticaal en de vorken op de vloer. BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-25 bouwhoogte Doorrijhoogte De doorrijhoogte is het hoogste punt van de heftruck gemeten vanaf de vloer met de mast achterover geneigd en de hielen van de vorken ca. 10 15 cm boven de vloer (rijpositie). afbeelding 2-26 doorrijhoogte Hefhoogte De hefhoogte is de maximale hoogte die de vorken kunnen bereiken bij een volledig uitgeschoven mast, terwijl de mast verticaal staat. Dit gemeten vanaf de vloer tot de bovenkant van de vorken. De hefhoogte staat ook vermeld op het typeplaatje van de heftruck. BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-27 hefhoogte
13 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Vrije hefhoogte De vrije hefhoogte is de afstand van de bovenkant van de vork tot aan de grond, zonder dat de mast uitschuift of de hoogte van de heftruck verandert. Deze vrije hefhoogte kan per heftruck verschillen. Vooral in lage ruimtes, zoals wagons of containers, ondervinden we veel gemak van een grotere vrije heffing. BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-28 vrije hefhoogte Afzethoogte De afzethoogte, of ook wel plaatsinghoogte genoemd, is in tegenstelling tot de hefhoogte afhankelijk van een aantal factoren namelijk: de hoogte van de pallet; de pallet moet iets opgetild kunnen worden; bandenslijtage en bandenspanning. -25 cm In het algemeen wordt hiervoor ± 25 cm aangehouden. Dit betekent dat, wanneer een vorkheftruck een hefhoogte heeft van 5 meter, de afzethoogte 5 m 0,25 m = 4,75 meter bedraagt. BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-29 afzethoogte Hefvermogen Het hefvermogen van de heftruck of reachtruck (ook wel werklast genoemd) is het maximale gewicht dat de truck op een veilige manier mag tillen en verplaatsen. Dit kan in de praktijk veel minder worden door een grotere zwaartepuntafstand, grotere hefhoogte met een langere mast en voorzetapparatuur. Dit hefvermogen staat vermeld op het typeplaatje van de truck. afbeelding 2-30 merkplaatje
14 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Stabiliteit Stabiliteit, of eigenlijk de instabiliteit van de heftruck en reachtruck, zorgen jaarlijks voor veel ongelukken met lichamelijk letsel of, nog erger, de dood tot gevolg. Er zijn een aantal factoren waardoor een heftruck kan omvallen. een zware lading een zware lading op grote hoogte een diepe lading waarvan het zwaartepunt te ver van de vooras af ligt een lading met de mast voorover gaan heffen zwaartepunt van de lading niet op de hartlijn van de heftruck bij een reachtruck: rijden met een uitgereachte mast rijden met een hoog geheven lading te hoge snelheid in bochten De eerste zes factoren hebben te maken met de nadelige werking op de stabiliteit van de heftruck, met of zonder lading, het zogenaamde hefboomeffect. Deze factoren worden later behandeld en uitgelegd. De laatste twee punten hebben te maken met nadelige krachten die ontstaan door het rijden met hef- of rechtruck en de snelheid waarmee dat gebeurt. Opmerking: Tijdens het rijden met de heftruck of reachtruck heb je altijd te maken met voorwaartse krachten, achterwaartse krachten en zijwaartse krachten. Om te weten of een lading opgepakt kan worden met een heftruck of reachtruck, moet je zeker weten dat de lading binnen het hefvermogen van de truck valt. Het hefvermogen staat vermeld op het typeplaatje van de truck. Bij het beoordelen of je een last kan vervoeren, moet je niet alleen op het gewicht van de lading letten, maar ook op de afmetingen en hefhoogte. De afmetingen, en met name de diepte van de lading, bepalen het zwaartepunt van de lading. Hoe verder het zwaartepunt van de voorwielen af ligt, hoe minder zwaar de lading mag zijn om voorover kiepen van de heftruck te voorkomen. Dit geldt ook als een lading hoger wordt geheven. Hoe hoger je een lading heft, hoe minder stabiel de heftruck wordt. Zwaartepunt Het zwaartepunt van een voorwerp, is het punt waaromheen de massa van het voorwerp is verdeeld. Bekeken vanuit dit punt is het voorwerp in alle richtingen in evenwicht. Als we één kant extra zwaar maken gaat het zwaartepunt niet alleen dichter naar de zwaarste kant toe, maar verschuift ook een stukje naar boven. afbeelding 2-31 zwaartepunt
15 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Zoals elk voorwerp hebben ook de heftruck en de reachtruck een zwaartepunt. Als een heftruck geen lading op de vorken heeft, ligt het zwaartepunt van de heftruck tussen de vooras en de achteras. Wordt een heftruck beladen dan zal het zwaartepunt van de heftruck naar voren, in de richting van het kantelpunt, de vooras verplaatsen. Is het gewicht van de lading gelijk aan het hefvermogen van de heftruck dan zal de heftruck bij de voorwaartse beweging voorover kiepen. (wipwap-effect) BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-32 heftruck zwaartepunt Lastzwaartepuntafstand Onder de lastzwaartepuntafstand wordt verstaan: de afstand gemeten vanuit de hiel van de vork tot het zwaartepunt van de lading (naar voren toe). Deze zwaartepuntafstanden, gewichten en hefhoogten worden door de fabrikant berekend en verwerkt in een lastendiagram. BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-33 zwaartepuntafstand Capaciteit Wanneer het hefvermogen en zwaartepuntafstand van een heftruck bekend zijn, is de capaciteit te berekenen door het hefvermogen in kilogrammen (kg) te vermenigvuldigen met het zwaartepuntafstand in cm (centimeters). De capaciteit wordt altijd in kgcm gegeven. De formule, waarmee capaciteit (kgcm), het hefvermogen (kg) en de zwaartepuntafstand (cm) worden berekend zijn: Capaciteit (kgcm) = Hefvermogen (kg) x zwaartepuntafstand (cm) Capaciteit (kgcm) Hefvermogen (kg) = Zwaartepuntafstand (cm) Capaciteit (kgcm) Zwaartepuntafstand (cm) = Hefvermogen (kg) Capaciteit (kgcm) Hefvermogen (kg) Zwaartepuntsafstand (cm)
16 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Voorbeeld: Als een heftruck een hefvermogen heeft van 1700 kg en een zwaartepunt-afstand van 50 cm heeft, mag deze heftruck dan een lading vervoeren van 1700 kg als de lading 100 cm diep is? Als het zwaartepunt van de lading op 50 cm ligt mag dit. Als het zwaartepunt van de lading gelijk is aan de zwaartepuntafstand van de heftruck, mag het gewicht van de lading zo zwaar zijn als het opgegeven hefvermogen. In formulevorm: Hefvermogen (kg) x Zwaartepuntsafstand(cm) = Capaciteit(kgcm) 1700 kg x 50 cm = 85.000 kgcm De bovenstaande gegevens hebben we nodig om te kunnen bepalen hoe zwaar en diep een te vervoeren lading mag zijn. Maar voordat we dit kunnen doen, moeten we weten wat een zwaartepunt is. Voorbeeld: Een pallet is 100 cm x 100 Het zwaartepunt ligt dan op 50 cm, omdat 100 : 2 = 50 cm. De diepte van de pallet bepaalt dus de zwaartepuntafstand Deze theorie kan alleen toegepast worden bij een gelijkmatig beladen pallet. In de praktijk kan het vaak heel anders zijn. zwaartepunt = 50 cm 100 cm 100 cm Wanneer een pallet 120 cm x 100 cm is, dan kan de zwaartepuntafstand 50 cm of 60 cm zijn. Dit heeft te maken aan welke zijde de vorken in de pallet gestoken worden. 100 cm 120 cm opneemzijde = 100 cm zwaartepunt = 60 cm 120 cm opneemzijde = 120 cm zwaartepunt = 50 cm 100 cm afbeelding 2-34 voorbeeld van de zwaartepuntaanduiding Wanneer de zwaartepuntafstand gegeven is en men wil de diepte van de pallet weten dan kunnen wij daar gemakkelijk achter komen. Immers in de theorie ligt het zwaartepunt altijd in het midden. Wanneer men een zwaartepuntafstand van 50 cm heeft, dan is de palletdiepte: 50 cm x 2 = 100 cm
17 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Lastendiagram Omdat het voor een heftruck- of reachtruckbestuurder in de praktijk erg moeilijk is om in te schatten wat de invloed van de lading zal zijn op de stabiliteit van de truck, hebben de fabrikanten een lastendiagram gemaakt. Een lastendiagram moet, zichtbaar voor de bestuurder, op de heftruck zijn aangebracht. Van het lastendiagram kun je niet alleen de zwaartepuntafstanden aflezen, maar ook de daarbij behorende gewichten en hefhoogtes. gewichten 3300 1550 1800 2000 hefhoogte = 3300 mm 700 600 500 Zwaartepuntafstanden afbeelding 2-35 lastendiagram 1 Het bovenstaand lastendiagram moet op de volgende manier gelezen worden: Zwaartepuntafstand Hefvermogen(gewicht) Hefhoogte: 500 mm 2000 kg 3300 mm 600 mm 1800 kg 3300 mm 700 mm 1550 kg 3300 mm gewicht 1200 kg 1000 kg 800 kg 600 kg 3300 mm 40 50 60 70 80 90 cm zwaartepuntafstand hefhoogte afbeelding 2-36 lastendiagram 2 Het bovenstaand lastendiagram moet op de volgende manier gelezen worden: Zwaartepuntafstand: Hefvermogen (gewicht): Hefhoogte: 40 cm 1200 kg 3300 mm 60 cm 1000 kg 3300 mm 90 cm 700 kg 3300 mm
18 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Bij heftrucks met een hogere hefhoogte dan 3.30 meter wordt op het lastendiagram soms ook aangegeven tot welke hoogte een bepaalde last mag heffen. h (mm) 5430 680 830 (kg) 930 1060 C (mm) 5030 730 885 995 1135 4430 785 955 1075 1200 4030 825 1000 1130 1200 3730 855 1040 1170 1200 3430 885 1075 1200 1200 800 600 500 400 Het lastendiagram hierboven moet je op de volgende manier lezen: Zwaartepuntafstand: Hefvermogen (gewicht): Hefhoogte: 400 mm 1200 kg 4430 mm 500 mm 1200 kg 3430 mm 600 mm 1000 kg 4030 mm 800 mm 680 kg 5430 mm afbeelding 2-37 lastendiagram 3 kg 1200 1100 1000 900 800 700 600 mm 5450 5750 6050 TMS 500 6250 400 6550 6750 500 600 700 800 900 1000 afbeelding 2-38 lastendiagram 4 mm Het lastendiagram hierboven moet je op de volgende manier lezen: Zwaartepuntafstand: Hefvermogen (gewicht): Hefhoogte: 500 mm 1200 kg 5450 mm 600 mm 870 kg 6050 mm 800 mm 500 kg 6750 mm 1000 mm 520 kg 6250 mm Opmerking: Uit wat hierboven staat en uit de voorbeelden is gebleken dat voor het tillen van de lading de volgende gegevens van belang zijn: de zwaartepuntafstand de hefhoogte het gewicht van de lading
19 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.9 DE MASTNEIGING Zoals eerder aangegeven is het bij de heftruck mogelijk de mast voorover en achterover te neigen. Dit betekent dat, wanneer een mast voorover geneigd staat, het zwaartepunt van de lading steeds verder bij de voorwielen vandaan komt te liggen. Door het toenemen van het hefboomeffect wordt de kans op voorover kiepen steeds groter. Let er dus goed op dat de mast verticaal staat als er een lading geheven wordt. BLOM OPLEIDINGEN BLOM OPLEIDINGEN BLOM OPLEIDINGEN BLOM OPLEIDINGEN afbeelding 2-39 mastneiging 2.10 VERSCHOVEN ZWAARTEPUNT De bestuurder moet er voor zorgen dat de lading zoveel mogelijk in het midden wordt opgenomen. Dit betekent in de meeste gevallen dat het zwaartepunt van de lading zich op de hartlijn van de truck bevindt. Is de lading niet regelmatig van vorm en ligt het zwaartepunt niet in het midden, dan moet de lading zo worden opgenomen, dat het zwaartepunt op de hartlijn van de heftruck ligt. Ligt het zwaartepunt van de lading niet op de hartlijn van de heftruck of reachtruck dan zal de heftruck of reachtruck ongelijk belast worden. Hierdoor zal één der zijden van de heftruck of reachtruck zwaarder worden belast en is het gevaar van zijwaarts kantelen niet denkbeeldig. Ook de side shift kan er voor zorgen dat het zwaartepunt van een lading niet op de hartlijn van de heftruck ligt. Zet de side shift altijd terug in de middenpositie. afbeelding 2-40 verschoven zwaartepunt Ingereachte mast Bij een reachtruck is het mogelijk het zwaartepunt van een lading binnen of boven de voorwielen te reachen. Hierdoor is een reachtruck met lading stabieler dan een heftruck met lading. Reach dus eerst de lading binnen of boven de voorwielen en ga dan pas rijden.
20 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek 2.11 HET GEWICHT VAN DE HEFTRUCK EN REACHTRUCK Als men een auto ziet rijden dan kan men redelijk het gewicht van deze auto inschatten. Maar het gewicht van een heftruck inschatten blijkt toch iets moeilijker tezijn. Dit komt doordat de heftruck zeer compact gebouwd is. Toch is het ook bij een heftruck niet zo moeilijk om hiervan het gewicht te raden. Het hefvermogen van de heftruck bepaalt in grote lijnen het gewicht van de heftruck. De verhouding tussen het hefvermogen van de heftruck en het eigen gewicht van de heftruck is ongeveer 1:2. Dit betekent dat, wanneer het hefvermogen van de heftruck 1500 kg is, het eigen gewicht van de heftruck ongeveer 3000 kg is. 2.12 INTERNE TRANSPORTMIDDELEN Interne transportmiddelen zijn te verdelen in twee hoofdgroepen: transportmiddelen voor horizontaal transport transportmiddelen voor horizontaal en verticaal transport Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende transportmiddelen met een omschrijving en hun toepassingsgebied. De vorkheftruck Vorkheftrucks zijn drie- of vierwielige hefvoertuigen. Een belangrijk kenmerk van de vorkheftruck is dat de lading vóór de voorwielen wordt opgenomen. Het hefvermogen van een heftruck kan variëren van 500 kg tot 90.000 kg. De aandrijving van een heftruck kan zowel met een elektromotor als met een verbrandingsmotor plaatsvinden. De heftruck kan zowel binnen als buiten gebruikt worden. afbeelding 2-41 vorkheftruck De reachtruck Bij veel bedrijven gebruikt men behalve normale vorkheftrucks ook reachtrucks. Zij beschikken over een extra bewegingsmogelijkheid. Dat wil zeggen: de hefmast met de vorken, kan horizontaal uit en inschuiven. ( reachen ) Tijdens het rijden zit de bestuurder dwars op de rijrichting. Hij kijkt al rijdende dus niet vooruit of achteruit, maar opzij. afbeelding 2-42 reachtruck
21 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Reachtrucks hebben als aandrijving een elektromotor en worden gebruikt in distributie centra en magazijnen. De reachtruck heeft ook een bijzonder uiterlijk en een aantal bijzondere eigenschappen. Weinig risico van kiepen of kantelen. Door de extra horizontale bewegingsmogelijkheid van de mastconstructie gedraagt de reachtruck zich alleen tijdens het opnemen en het plaatsen van de last als een normale heftruck. Alleen dan bevindt de last zich voor de steunwielen. Voordat er weggereden wordt, wordt de mastconstructie naar binnen geschoven waardoor de last (maar ook de lege vorken) binnen de wielbasis komt te liggen. Reachtrucks zijn manoeuvreerbaar in beperkte ruimte. Omdat een lading direct na het opnemen binnen de wielbasis wordt geschoven, is tijdens het rijden een reachtruck aanzienlijk korter dan een vergelijkbare normale heftruck. Hierdoor heeft een reachtruck voor het manoeuvreren slechts 2 /3- gangbreedte nodig ten opzichte van een heftruck. Door smallere gangpaden blijft er meer opslagruimte over. Een andere belangrijke eigenschap bij het rijden met een reachtruck is dat de bestuurder veel beter zicht heeft. Dit komt doordat de bestuurder haaks op de rijrichting zit. Handpallettruck (pompwagen) De handpallettruck is een eenvoudig en veel voorkomend transportmiddel bij intern en extern transport. Bij extern transport wordt de handpallettruck meegenomen in de vrachtwagen. De functie van de handpallettruck is het horizontaal verplaatsen van pallets over een korte afstand. afbeelding 2-43 hand pallettruck Elektropallettruck Wanneer veelvuldig ladingen getransporteerd moeten worden, of wanneer de ladingen zwaarder zijn en de afstand te groot is om een handpallettruck te gebruiken, maakt men gebruik van een elektropallettruck. Deze pallettrucks zijn er in vele andere uitvoeringen. afbeelding 2-44 elektropallettruck
22 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Stapelaar De stapelaar is een eenvoudig transportmiddel. Het is vergelijkbaar met een pallettruck maar dan met een mast. Stapelaars kunnen handbediend of elektrisch worden voortbewogen. Er zijn stapelaars met meelopende bestuurder, met een zitplaats of een staanplaats. De vorken bevinden zich tussen (breedspoor) of boven (smalspoor) de steunwielen. Hierdoor bevindt zich het zwaartepunt van een lading altijd boven de steunwielen waardoor een contragewicht overbodig is. afbeelding 2-45 smalspoostapelaar Combi-hoogbouwtruck (man up) Het kenmerk van de combi-hoogbouwtruck is dat de bestuurder mee omhoog gaat. Deze truck wordt gebruikt voor het werken in magazijnen met smalle rijpaden en hoge stellingen. De hoogte die bereikt kan worden is ongeveer 10 meter. Om een pallet uit de stelling te halen of er in te plaatsen kan men de mast 180 graden draaien zowel naar links als naar rechts. afbeelding 2-46 combi-hoogbouwtruck Orderverzameltruck (hoogheffende) Het kenmerk voor de orderverzameltruck of orderpicker is dat ook hier de bestuurder in een cabine staat en mee omhoog gaat. Hierdoor is het mogelijk om op grotere hoogtes handmatig materiaal uit een stelling te halen (order verzamelen). De orderverzameltruck is niet geschikt voor het in de stelling plaatsen of uit de stelling halen van pallets. afbeelding 2-47 orderverzameltruck
23 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Orderverzameltruck (laagheffende) Met dit transportmiddel kan men langs stellingen rijden om op lagere hoogte orders te verzamelen. Ook deze truck kan geen pallet in de stelling plaatsen of er uit halen. afbeelding 2-48 orderverzameltruck Zijlader De zijlader is gemaakt om lange ladingen mee te vervoeren. Denk daarbij aan de houtindustrie. Net als bij een reachtruck wordt de mast uitgeschoven om een lading op te pakken. Daarna wordt de mast weer ingetrokken en wordt de lading op een platform gelegd. Om het manoeuvreren met de zijlader te vergemakkelijken zijn zijladers vaak uitgevoerd met een vier-weg besturing. Alle wielen kunnen180o draaien. Dit maakt het mogelijk om met zo n groot apparaat toch gemakkelijk te sturen en te manoeuvreren. Zijladers kunnen zijn uitgevoerd met een verbrandingsmotor of een elektromotor. afbeelding 2-49 zijlader 2.13 EXPLOSIE VEILIGE HEFTRUCK Er zijn voor veel situaties transportmiddelen te verkrijgen. De eenvoudigste is de handpallettruck. De meest geavanceerde zijn de AGV s. Maar er zijn situaties waar je niet zomaar met een vorkheftruck mag rijden en dat is in explosiegevaarlijke gebieden. De vorkheftruck die het meest op deze plaatsen worden gebruikt zijn speciaal voor deze ruimtes aangepaste trucks die worden aangedreven door een diesel- of elektromotor. Deze trucks worden zo aangepast dat ze in explosiegevaarlijke gebieden kunnen worden ingezet. Vorkheftrucks met een LPG-motor worden meestal niet ingezet omdat deze motoren wezenlijk meer ontstekingsgevaar inhouden en dus moeilijker zijn aan te passen om te werken in explosiegevaarlijke gebieden. Enkele voorbeelden van aanpassingen bij een dieseltruck: Vonkenvanger op de uitlaat om hete roetdeeltjes te vangen en af te koelen. Vorken bekleedt met messing of inox tegen mechanische vonken. Enkele voorbeelden van aanpassingen bij een elektrische heftruck: Beperkte ademende omkasting van alle ontstekingsbronnen. Antistatische banden tegen opladen van de heftruck.
24 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Het is onmogelijk om hier alle aanpassingen te beschrijven waaraan de heftruck moet voldoen. Sinds 1995 moeten alle machines, waaronder ook heftrucks, voldoen aan de machinerichtlijn. Meer specifiek betekent dit dat voldaan moet worden aan alle van toepassing zijnde veiligheids- en gezondheidseisen. Een algemene eis is dat de fabrikant een risicostudie uitvoert en dan de machine volgens de resultaten daarvan bouwt. Een andere eis is dat machines die bedoeld zijn voor gebruik in een explosiegevaarlijke omgeving, geen ontsteking mogen veroorzaken. automatisch gestuurde voertuig (AGV) containertruck
25 Hoofdstuk 2 Transportmiddelen & hefwerktuigen techniek Vragen hoofdstuk 2 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Vraag 6 Vraag 7 Vraag 8 Vraag 9 Een driedelige mast heeft ten opzichte van een tweedelige mast als voordeel: A dat deze gemakkelijk te onderhouden is; B de hoge hefhoogte, terwijl de doorrijhoogte niet verandert; C de lage hefhoogte, terwijl de doorrijhoogte laag blijft. Voor welke werkzaamheden is de spreader / vorktandverstelling gemaakt? A voor het laden en lossen van vrachtwagens B om de afstand tussen de vorken onderling te veranderen; C om het hefvermogen te vergroten. Wat is een voordeel van luchtbanden? A de banden hebben een lage bouwhoogte; B de banden hebben een goede vering; C de banden hebben een grote rolweerstand. Wat wordt er verstaan onder het begrip afzethoogte? A de hefhoogte + 25 cm; B de hefhoogte 25 cm; C de hefhoogte x 25 cm. Welke gegevens kun je aflezen van een lastendiagram? A de breedte, gewicht van de lading en het zwaartepunt; B hefhoogte, gewicht van de lading en lastzwaartepunt; C diepte van de lading, breedte en het zwaartepunt. Tijdens het rijden met een beladen heftruck is de mast achterover geneigd. Waarom moet dat? A dan komt het zwaartepunt dichter bij de heftruck te liggen; B daarmee wordt slijtage aan de achterwielen voorkomen; C dan wordt het hydraulisch systeem minder belast. Hoe zwaar mag de lading zijn met een lzp van 800 mm als de hefhoogte 5030 mm is? (zie lastendiagram 3 op pagina 18). A 995 kg; B 825 kg; C 730 kg. Wat is de maximale hefhoogte van een lading met een lastzwaartepunt van 500 mm en een gewicht van 1090 kg? (zie lastendiagram 3 pagina 18). A 4430 mm; B 4030 mm; C 5030 mm. Een lading heeft een lzp van 900 mm. De hefhoogte is 6550 mm. Hoe zwaar mag de lading maximaal zijn? (zie lastendiagram 4 op pagina 18). A 720 kg; B 500 kg; C 400 kg.
26 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 1 Transportmiddelen De arbo/wet & hefwerktuigen techniek Vraag 10 Vraag 11 Vraag 12 Vraag 13 Vraag 14 Vraag 15 Vraag 16 Vraag 17 Vraag 18 Hoe zwaar mag de lading maximaal zijn met een lzp van 500 mm, als de hefhoogte 6400 mm is.(zie lastendiagram 4 op pagina 18). A 720 kg; B 800 kg; C 500 kg. Als u een europallet van 120 x 80 cm aan de 80 cm zijde opneemt, dan ligt het zwaartepunt op: A 50 cm; B 40 cm; C 60 cm; De basisonderdelen van het hydraulisch hefsysteem zijn: A reservoir, gastank, ventielen en cilinders, leidingen en slangen; B injectiepomp, tandwielen en kettingen, oliedruk, leidingen en slangen; C reservoir, pomp, cilinders, olie leidingen, slangen en retourleiding. Waar moet je dan rekening mee houden als je vooruit rijdt en een bocht naar rechts maakt. A met de rechter achterkant van de heftruck; B dat de achterzijde van de heftruck naar links wegdraait; C dat de achterzijde van de heftruck naar rechts wegdraait. Wat is het kenmerk van een reachtruck? A de soort aandrijving; B dat de hefmast in en uit kan schuiven; C het grote contragewicht. Het voorwaartse kantelpunt bevindt zich bij een vorkheftruck: A op de hartlijn van de vorken; B op de hartlijn van de vooras; C in het midden van de vorkheftruck. Waardoor ontstaat gevaar voor het voorover kantelen van een vorkheftruck? A als de mast te ver naar achteren wordt geneigd; B als de mast te ver naar voren wordt geneigd met een zware lading; C als de bandenspanning van de stuurwielen te laag is. De doorstroombegrenzer in het hydraulisch hefsysteem: A beschermt het hydraulisch systeem tegen over belasting; B zorgt er voor dat de mast bij eventuele leidingbreuk niet met grote snelheid naar beneden valt; C vangt de schokken van de hefcilinder op. Welk begrip is afgebeeld? A doorrijhoogte; B bouwhoogte; C vrije hefhoogte.
Hoofdstuk 1 De arbo/wet
Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck
1 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck 3 AANDRIJVINGEN VOOR DE HEFTRUCK EN REACHTRUCK Heftrucks worden, afhankelijk van de plaats waar deze worden gebruikt, aangedreven door een verbrandingsmotor of een elektromotor. Op plaatsen waar een groot hefvermogen nodig is zal men meestal gebruik maken van een heftruck met verbrandingsmotor. Binnen of in ruimtes waar niet of slecht geventileerd kan worden, gebruikt men een heftruck met elektromotor. We kennen de volgende uitvoeringen heftruck met een dieselmotor; heftruck met een LPG-motor (conventionele benzine motor); heftruck of reachtruck met een elektromotor. 3.1 OPBOUW VAN DE VERBRANDINGSMOTOR De motor is opgebouwd uit een aantal hoofdcomponenten te weten: motorblok met carter luchtinlaat (met luchtfilter) luchtuitlaat (met katalysator en roetfilter) koelsysteem verbrandingsproces elektrisch systeem startsysteem 3.2 MOTORBLOK Het motorblok vormt de basis van een verbrandings truck. Alle andere componenten zijn hier in of aan gemonteerd. In het motorblok ontstaat door verbranding van de brandstof de beweging die nodig is voor een heftruck. Deze beweging wordt via een overbrenging omgezet in de aandrijving van de truck. Kortom: de motor levert de beweging om de heftruck te laten rijden. 1luchtinlaat 2 bougie 3 motorblok 4 krukas 5 luchtfilter 6 luchtuitlaat peilstok 8oliefilter 9 carterpan afbeelding 3-1 verbrandingsmotor Als de motor in beweging is zorgt de motorolie voor smering, koeling, demping van geluid en het reinigen en afdichten van alle bewegende delen in het motorblok. De olie is verzameld onder het motorblok (het carter) en wordt door de oliepomp via de oliekanalen in het blok naar de belangrijkste delen van de motor geperst. De olie stroomt, na de taak vervuld te hebben, weer terug in de carterpan. Voor de oliepomp is een oliefilter gebouwd om alle vuilresten uit de olie te verwijderen voordat het weer naar de bewegende delen geperst wordt.
2 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Tijdens het gebruik van de motor wordt een deel van de olie verbruikt en wordt vuil. De motorolie moet dus regelmatig ververst worden. Doordat er ook olie wordt verbruikt zal er dus regelmatig gecontroleerd worden of er nog voldoende olie in het carter aanwezig is. Het olie peilen doe je met behulp van de peilstok. Het peilen van de olie gebeurt altijd bij een koude motor. Op het instrumentenpaneel is een oliedruklampje aanwezig, deze geeft aan wanneer er te weinig druk of een ander probleem met de olie zich voordoet. Als dit lampje gaat branden moet je direct de motor uitschakelen en een deskundige inschakelen. afbeelding 3-2 motoroliedruklamp Luchtinlaat Voor de verbranding van de brandstof is lucht nodig. Lucht wordt aangezogen, via de luchtinlaat, door het luchtfilter naar de verbrandingskamer. Is de verbrandingsmotor uitgerust met een luchtfilter dan moet dit filter regelmatig gecontroleerd worden en als het nodig is moet het filter worden gereinigd of worden vervangen. Als het luchtfilter verstopt raakt zal de luchtbrandstofverhouding worden ontregeld. Hierdoor zal de motor onregelmatig gaan draaien en het brandstof-verbruik toenemen wat slecht is voor het milieu. Ook zal er door het aanzuigen van vervuilde lucht slijtage in de cilinders optreden. In een stoffige werkomgeving moet het luchtfilter vaker gereinigd of vervangen te worden. De luchtuitlaat De uitlaatgassen die vrijkomen na de verbranding van brandstof bevatten schadelijke stoffen. Deze stoffen zijn niet alleen schadelijk voor het milieu maar ook voor de gezondheid van de mens. Het uitlaatsysteem van dieselmotoren is voorzien van een roetfilter. Dit is wettelijk ook verplicht bij de dieselheftruck die een hefvermogen heeft tot maximaal 4 ton. LPG heftrucks kunnen zijn voorzien van een katalysator. De roetfilter De roetfilter laat uitlaatgassen door maar houdt roetdeeltjes tegen. Roetdeeltjes ontstaan door de onvolledige verbranding van diesel. De katalysator De katalysator zorgt ervoor dat de schadelijke stoffen zoals koolmonoxide, koolwaterstof en stikoxide worden omgezet in niet schadelijke stoffen zoals kooldioxide, water en stikstof. afbeelding 3-3 roetfilter afbeelding 3-4 katalysator
3 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Koelsysteem Tijdens het verbrandingsproces in de motor ontstaat warmte. Deze warmte wordt doorgegeven aan de cilinderwanden en het motorblok. Het materiaal van het motorblok is niet bestand tegen deze hoge temperaturen. Daarom wordt het motorblok gekoeld met een koelvloeistof. Om de koelvloeistof weer af te koelen wordt deze door een radiateur geleid en afgekoeld door de luchtstroom die mede veroorzaakt wordt door een ventilator. Het koelwaterniveau moet regelmatig worden gecontroleerd en eventueel bijgevuld. afbeelding 3-5 koelsysteem Om te controleren of de motor niet te warm wordt is er een temperatuurmeter. Als de wijzer gezien vanuit het midden te veel naar rechts wijst (rode gedeelte), dan is er iets niet in orde met het koelsysteem. Je zult dan direct moeten stoppen en controleren wat hiervan de oorzaak kan zijn. afbeelding 3-6 temperatuurmeter Opmerking: Als de motor heet is dan NOOIT de vuldop op de radiator openen. Eerst de motor laten afkoelen. bougie Verbrandingsproces Bij de dieselmotor wordt de diesel onder hoge druk in de verbrandingskamer gespoten. Als de zuiger omhoog komt wordt de diesel samengeperst in de kamer en er ontstaat een explosie. Door de kracht van de explosie wordt de zuiger naar beneden gedrukt en de motor draait. Bij de LPG-motor wordt er gas in de verbrandingskamer aangezogen. Het gas ontbrandt door middel van een vonk van de bougie. Door de kracht van de explosie wordt de zuiger naar beneden gedrukt en de motor draait. inlaat mengsel van brandstof en lucht cilinder verbrandings kamer uitlaat zuiger afbeelding 3-7 verbrandingsproces
4 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Startsysteem Het elektrisch systeem bij verbrandingsmotoren bestaat uit een aantal componenten: de accu bobine stroomverdeler stroomonderbreker de bougieontsteking, bij benzinemotoren 1 2 3 4 4 2 1 stroom 3 verdeler contactslot stroom onderbreker bobine accu _ afbeelding 3-8 startsysteem Stroomverbruikers: startmotor verlichting claxon gloeiplug (dieselmotor) Is er een probleem met het elektrisch systeem dan zal op het dashboard of instrumenten paneel een rood waarschuwingslampje gaan oplichten. Je moet de heftruck direct stoppen en dit probleem melden. Dit lampje gaat ook branden als de motor wordt gestart. Als de motor voldoende toeren maakt zal dit lampje weer uit gaan. Dieselmotoren In dieselmotoren start het verbrandingsproces omdat de temperatuur in de verbrandingskamer door de compressie, ongeveer 1000 bar, zo hoog wordt opgevoerd dat de brandstof spontaan ontbrandt. Bij het starten van een dieselmotor is de verbrandingskamer nog te koud voor spontane ontbranding. Daarom wordt bij het starten van een dieselmotor de verbrandingskamer voorgegloeid. Als de motor draait, is de temperatuur hoog genoeg en wordt de gloeiplug uitgeschakeld. afbeelding 3-9 laadstroomcontrolelampje afbeelding 3-10 gloeispiraal
5 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck LPG motoren Het merendeel van de LPG-motoren zijn omgebouwde conventionele motoren.voor personen wagens zijn dat benzinemotoren waarin de LPG-instalatie meestal wordt geïnstalleerd naast het oorspronkelijk brandstofsysteem. Bij heftrucks wordt het benzine brandstofsysteem volledig vervangen. Het LPG-brandstofsysteem bestaat uit een tank waarin het LPG onder druk (~ 8 bar) wordt opgeslagen en een aangepast brandstofregelsysteem. Bij het starten van de motor wordt er LPG en lucht in de verbrandingskamer gezogen. Wanneer de zuiger in de cilinder omhoog komt zorgt de bougie voor de ontsteking waardoor de zuiger weer naar beneden wordt gedrukt. En de motor draait. Uit oogpunt van milieueisen en veiligheid is de heftruck ook voorzien van een katalysator waardoor de uitlaatgassen nog schoner zijn. 3.3 DE DIESELHEFTRUCK Een heftruck met een dieselmotor heeft als voordeel dat deze snel gebruiksklaar is te maken. Na de dagelijkse controle en eventueel tanken is de heftruck voor een langere tijd beschikbaar. De motor is zeer betrouwbaar en vraagt weinig onderhoud.bovendien zijn het krachtige motoren. Nadelen zijn de trillingen en de uitlaatgassen. Ze stinken en bij een slechte afstelling van de motor, kan deze motor vuile en vette rook uitblazen. Daarom zullen de dieselheftrucks niet gebruikt worden in de voedingsindustrie en levensmiddelenindustrie. In ruimten waar geen ventilatie is mag geen dieselheftruck gebruikt worden. De uitstoot van roetdeeltjes kan zoveel mogelijk voorkomen worden door het plaatsen van een roetfilter of een regenerator. Opmerking: Volgens de wetgeving mogen er geen dieselheftruck binnen gebruikt worden als het hefvermogen maximaal 4000 kg is. Tevens moet dan een beoordeling van de blootstelling aan dieselmotoren emissies uitgevoerd te worden om vast te stellen dat geen blootstelling aan gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het tanken van dieselolie Het tanken van dieselolie moet op tijd gebeuren. Het tanken van dieselolie is minder brandgevaarlijk dan bijvoorbeeld het verwisselen van een LPG tank. Het tanken van de dieselolie moet in de buitenlucht en boven een vloeistof- dichte vloer te gebeuren. Roken is ook verboden. afbeelding 3-11 brandstofmeter Instrumentenpaneel Naast de al genoemde afleesinstrumenten is er ook een urenteller. Urenteller De urenteller geeft het aantal gedraaide werkuren van de heftruck aan. Naar aanleiding van deze gewerkte uren worden de periodieke onderhoudsbeurten uitgevoerd. Alle typen hef- en reachtrucks hebben een urenteller. afbeelding 3-12 urenteller Opmerking: Roetdeeltjes die vrijkomen bij een dieselheftruck zijn schadelijk voor mens en het milieu. Het lekken van vloeistoffen heeft ook nadelige gevolgen voor de bodem. Absorptiemiddelen moeten worden afgevoerd als klein chemisch afval.
6 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Voor en nadelen van een dieselheftruck Voordelen: veel motorvermogen goedkope brandstof(rode diesel) 24 uur per dag inzetbaar snel gebruiksklaar over grote afstanden inzetbaar weinig onderhoud betrouwbaar Nadelen: stank en roetuitstoot; veel lawaai(vooral bij oudere heftrucks); relatief hoge aanschafprijs; tot 4 ton niet binnen te gebruiken; trillingen; niet te gebruiken bij geur en smaakgevoelige stoffen. 3.4 DE LPG - HEFTRUCK Zoals eerder besproken zijn LPG-heftrucks uitgevoerd met een normale benzine motor waarbij het brandstofsysteem is aangepast om op LPG-brandstof te rijden. LPG staat voor Liquiefied Petroleum Gas (vloeibaar petroleum gas) en wordt ook gebruikt als autogas. Het LPG wordt onder druk opgeslagen in de gastank.dit brandstofsysteem bevat naast een verwisselbare LPG-tank, ook een drukregelaar en een verdamper die voor de omzetting van vloeibare LPG naar LPG in gasvorm zorgt. Doordat LPG in gasvorm de cilinder binnenstroomt, mengt het erg goed met lucht. Dit resulteert in een goede verbranding, waardoor de uitlaatgassen erg weinig koolmonoxide bevatten. LPG is dus een relatieve schone brandstof. 3 1. heftrucktank; 2. elektrisch bediende klep; 3. drukregelaar/verdamper; 4. carburateur; 5. contactslot; 6. koelwaterleiding. 6 6 2 _ 4 5 1 afbeelding 3-13 LPG installatie De LPG installatie is voorzien van diverse ventielen, regelkranen, een drukregelaar en verdamper. Het omzetten van het vloeibare LPG gebeurt door de druk af te nemen in de drukregelaar. Vervolgens zuigt de motor het gas uit de verdamper naar de carburateur. Die zorgt er dan voor dat, in de juiste gas/ lucht verhouding, de verbranding kan plaatsvinden. Door enkele aanpassingen aan het uitlaatsysteem (katalysator) kunnen de uitlaatgassen nog beter gereinigd worden.
7 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck De LPG tank Op de LPG tank komen de volgende appendages voor: een niveau meter waarop men kan aflezen hoeveel procent (%) de LPG tank gevuld is met propaan; een proefafsluiter of ullage. Door deze open te draaien, tijdens het vullen, kan men controleren of de LPG tank tot het wettelijk niveau van 80% gevuld word; een vulaansluiting. Via deze aansluiting wordt de LPG tank bij gevuld met propaan; een overdrukventiel of veerveiligheid. Deze beveiliging zorgt ervoor dat wanneer de druk in de LPG tank te groot wordt (ca. 27 bar) dit ventiel open gaat en de binnendruk weer daalt;. aftapaansluiting met kraan. Op deze aansluiting wordt de brandstofleiding naar de motor aangesloten. Dit kan op verschillende manieren maar de meest gebruikte koppeling is de snelkoppeling. LPG tank wisselen Bedrijven die met LPG-heftrucks rijden hebben vaak meerdere heftrucktanks. Een lege LPG tank kan vrij eenvoudig verwisseld worden voor een volle tank waardoor de heftruck constant inzetbaar is. Er zijn ook bedrijven die een eigen tankinstallatie hebben Handelingen voor het verwisselen van de LPG tank: de LPG tank moet altijd buiten verwisseld worden (veiligheid) het is verboden te roken tijdens het verwisselen van de LPG tank zet de motor uit draai de kraan van de lege LPG tank dicht ontkoppel de gasleiding van de LPG tank maak de vergrendeling los waarmee de LPG tank op de heftruck is bevestigd haal de lege LPG tank van de heftruck neem een volle LPG tank en plaats deze op de heftruck maak de vergrendeling vast waarmee de LPG tank op de heftruck is bevestigd maak de gasleiding vast aan de LPG tank draai de kraan op de LPG tank open en controleer de aansluitingen op lekkage Voor en nadelen van de LPG-heftruck aftap-aansluiting overdruk ventiel ullage niveau meter gasvul-aansluiting afbeelding 3-14 gastankappendages Voordelen: relatief schoon; goedkope brandstof; 24 uur per dag inzetbaar; gunstig aanschafprijs; over grote afstanden inzetbaar; Nadelen: brandgevaar; wisseltanks nodig; opslag voor wisseltanks; uitlaatgassen; minder geschikt in de voedingsindustrie.
8 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Opmerking: Er zijn LPG tanks gemaakt van een duurzaam composiet materiaal (een soort versterkt glasvezel). De LPG tank bevat circa 26 liter LPG en weegt gevuld 23 kilo. Dat is precies de ARBO-norm die de arbo-wet stelt voor handmatig tillen. Een volle conventionele LPG tank weegt ongeveer 45 kilogram. Daarnaast bestaan er ook lichtgewicht RVS LPG tanks Let op: Te hard rijden en een vervuild luchtfilter veroorzaken een hoog brandstofverbruik. Komt er blauwe rook uit de uitlaat dan betekent dit een hoog olieverbruik. Komt er zwarte rook uit de uitlaat betekent dit een vervuild luchtfilter. Alle afvalstoffen die vrijkomen bij een heftruck moeten afgevoerd worden als klein chemisch afval. 3.5 DE ELEKTRO HEFTRUCK Op plaatsen waar niet of onvoldoende geventileerd kan worden gebruikt men door elektromotoren aangedreven transportwerktuigen. Deze elektromotoren zorgen niet alleen voor de aandrijving van de heftruck of reachtruck, maar ook voor de aandrijving van de oliepomp en voor de stuurbekrachtiging. De elektromotoren worden van stroom voorzien door een tractiebatterij. De tractiebatterij levert maar voor een beperkte tijdsduur energie. Daarna is de tractiebatterij leeg en moet weer opgeladen worden, wat ongeveer acht uur duurt. Dit chemische proces van laden en ontladen kan tot circa 1600 keer herhaald worden. Daarna zal de tractiebatterij misschien vervangen moeten worden. Naast de spanning voor de elektromotoren levert de tractiebatterij ook de benodigde spanning voor de claxon en de eventuele aanwezige verlichting. De tractiebatterij De tractiebatterij is de energiebron van de electro-heftruck of -reachtruck. De batterij levert de energie die nodig is om de electro-heftruck of -reachtruck te laten rijden en om de hefmast te laten heffen en voor het neigen van de mast. Een tractiebatterij is opgebouwd uit een aantal cellen. Deze cellen zijn aan de bovenkant afgesloten en voorzien van een vuldop. De cellen worden geplaatst in een metalen bak, ook wel trog genoemd, en in serie met elkaar verbonden. In serie schakelen wil zeggen dat de pool van de ene cel verbonden wordt met de + pool van de andere cel. Elke cel bestaat uit een aantal positieve en negatieve platen. De positieve platen met een zogenaamde buisjesstructuur, zijn aan elkaar verbonden door een metalen strip (de poolbrug). Op deze poolstrip heb je de plus aansluiting (de pluspool) van de cel aangebracht. Ook alle negatieve platen zijn op deze manier met elkaar verbonden. afbeelding 3-15 een cel Deze platen staan ondergedompeld in een geleidende vloeistof, elektrolyt genaamd. De elektrolyt bestaat uit zwavelzuur dat opgelost is in gedestilleerd water of gedemineraliseerd water.
9 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Door de chemische reactie tussen de positieve en negatieve platen is de cel in staat om elektrische energie op te nemen en deze weer af te geven. De spanning tussen de positieve en negatieve pool, van een cel, is 2 volt. Een tractiebatterij kan bestaan uit 12 cellen = 24 volt tot 48 cellen = 96 volt. De meeste heftrucks of reachtrucks zijn uitgevoerd met een 48 volt batterij = 24 cellen. De keuze van het aantal volt van een tractiebatterij is ook afhankelijk van het gebruik van de elektrotruck. Heb je weinig en licht werk zal men kiezen voor een tractiebatterij met minder voltage. Heb je veel en zwaar werk dan kiest men voor een tractiebatterij met een hogere voltage. De capaciteit van een tractiebatterij is ook belangrijk. De hoeveelheid energie die opgeslagen kan worden hangt onder andere af van de hoeveelheid actieve massa van de platen. Bij de aankoop van een nieuwe tractiebatterij is het belangrijk om te weten welke batterij men moet hebben. Belangrijk zijn: de afmetingen van de metalen bak of trog, het gewicht van tractiebatterij, de batterijspanning (volt) en capaciteit (Ah). Afmetingen; de afmetingen waarin de metalen bak of trog geplaatst moet worden is afhankelijk van de ruimte die de heftruckbouwer daarvoor heeft vrijgehouden.als er maar één heftruckbouwer zou zijn dan zou het geen probleem zijn, maar er zijn verschillende heftruckbouwers dus ook verschillende afmetingen waarin de metalen bak of trog geplaatst kan worden. Contragewicht; de tractiebatterij moet ook als contragewicht dienen van de elektroheftruck. Batterijspanning; dit is voor elk type truck verschillend. Capaciteit (Ah); de capaciteit van een batterij wordt uitgedrukt in Ah. Voor een batterij van 400 Ah/5h kan gedurende 5 uren continu 80 Ampère afgeven. Gedurende de levensduur van de batterij neemt de capaciteit geleidelijk af. afbeelding 3-16 de tractiebatterij
10 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Wisselbatterij Daar in sommige bedrijven de heftruck of reachtruck continu gebruikt wordt is het mogelijk de lege tractiebatterij te verwisselen voor een volle tractiebatterij, de zogenaamde wisselbatterij. De betreffende elektrotruck heeft dan twee tractiebatterijen. Terwijl de ene batterij wordt gebruikt staat de andere tractiebatterij aan de oplader om op te laden. Het verwisselen gebeurt met behulp van een vonkvrije takel, vandaar de uitsparing in de veiligheidskap. Bij een reachtruck zijn er verschillende manieren om de tractiebatterij te verwisselen. Let er op dat de aansluitkabels tijdens het wisselen niet bekneld raken en dat de ketting van hijsinrichting de accupolen niet raakt. Dit om kortsluiting te voorkomen. De parkeerrem moet tijdens het verwisselen van de batterij aangetrokken zijn. Bijkomend voordeel van dit systeem is dat de tractiebatterij volledig ontladen kan worden en daardoor de technische levensduur van de tractiebatterij gehaald wordt. Handelingen voor het verwisselen van de batterij Als de batterijontladingsmeter aangeeft dat de batterij leeg is moet de batterij gewisseld worden. Dit gebeurt in het acculaadstation. Men moet met de volgende punten rekening te houden: Het transportmiddel zo moet dicht mogelijk bij de te wisselen batterij staan Gebruik de voorgeschreven persoonlijke bescherming middelen De stekker van de batterij losmaken van het voertuig De batterij met behulp van een takel (vonkvrij) uit het voertuig halen en op de juiste plaats neerzetten De volle batterij in het voertuig plaatsen en stekker aansluiten De lege batterij aan de oplader aansluiten De stappen Parkeer het transportmiddel op de juiste manier bij de oplader Zet eventueel de rijrichtinghandel in de neutrale stand Zet de handrem aan Zorg er voor dat de mast rechtop staat en laat de vorken op de vloer zakken De contactsleutel uit het contact halen De batterijstekker uit het voertuig trekken De stuurkolom naar voren verplaatsen en eventueel vergrendelen De bestuurdersstoel zodanig verschuiven dat de kap veilig omhoog gehaald kan worden en eventueel vergrendelen Eventueel de zijplaten verwijderen De batterij vastmaken met een goedgekeurde en vonkvrije takel en uit het transportmiddel tillen en op de daarvoor bestemde plaats zetten De batterijstekker verbinden met de stekker van de oplader De oplader inschakelen en controleren of het laadproces begint De geladen batterij met behulp van de takel in het transportmiddel plaatsen Zijplaten weer terug op hun plaats De batterijstekker aansluiten aan het voertuig Laat de kap boven de batterij zakken en zet de stoel en stuurkolom in de juiste stand
11 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Laden van de tractiebatterij Het laden van een tractiebatterij is een belangrijke factor. Als een tractiebatterij niet leeggereden wordt, wordt de technische levensduur van de tractiebatterij aanzienlijk verkort. Daarnaast neemt de capaciteit van de batterij af, de batterij wordt lui. Het opladen van de tractiebatterij moet bij voorkeur gebeuren als deze voor 80% ontladen is. Opmerking: Het is niet altijd mogelijk om de tractiebatterij helemaal leeg te rijden. Denk daarbij aan bedrijven die alleen maar dagdienst draaien. Deze batterij wordt dan na werktijd aan de oplader gezet en opgeladen zodat de batterij de volgende morgen weer vol is. Wanneer merk je dat de batterij minder capaciteit heeft? Het hefmechanisme reageert langzaam en de heftruck of reachtruck gaat langzamer rijden. Het aflezen van de ontladingsmeter of een capaciteitsmeter. De ontladingsmeter of capaciteitsmeter is vaak uitgevoerd met ledjes (lichtjes) of als een meter met een rood en groen meetpunt. Deze geven een globale indicatie van de laadtoestand van de tractiebatterij. afbeelding 3-17 capaciteitsmeter Let op: Elke capaciteitsmeter of ontladingsmeter heeft een kleine afwijking. Dit betekent dat je niet precies kunt aflezen hoe vol of leeg de tractiebatterij is. De meest juiste methode om de ladingstoestand van de tractiebatterij te meten is met behulp van een zuurweger. Hiermee wordt het soortelijk gewicht (s.g.) van het elektrolyt gemeten. (zie hiervoor pagina 12). De oplaadruimte In de ruimte of omgeving waar de tractiebatterij wordt opgeladen, mag geen open vuur zijn. Ook andere zaken die vonken kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld lassen of slijpen) is dan ook ten strengste verboden. Door het opladen van de tractiebatterij wordt het elektrolyt onder stroom gezet, hierdoor zal water ontleden in waterstofgas en zuurstofgas (elektrolyse van water). Waterstof, ook wel knalgas genoemd, is zeer explosief en één vonk is voldoende om een explosie te veroorzaken. De laadruimte moet goed geventileerd zijn en voldoen aan de eisen die gesteld zijn door de Inspectie SZW. afbeelding 3-18 geen open vuur Een oogspoelfles of oogdouche dienen aanwezig te zijn. Ook de aanwezigheid van een brandblusser is verplicht. Wie aan de tractiebatterij werkt moet de hiervoor bestemde persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken. Afgekort PBM s: een zuurbestendige bril of gelaatsmasker; om de ogen en de huid te beschermen. zuurbestendige handschoenen; om de handen te beschermen.een schort van zuur bestendig rubber; om de kleding te beschermen. afbeelding 3-19 pbm s Let op: Eventueel gemorste elektrolyt neutraliseren met soda en dit opruimen als chemisch afval.
12 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Onderhoud van de tractiebatterij Een schone tractiebatterij is noodzakelijk, niet alleen voor het uiterlijk, maar ook ter voorkoming van ongelukken en het verlengen van de levensduur van de tractiebatterij. Elektrolyt is zwavelzuur opgelost in water, maar toch is deze vloeistof agressief met een bijtende werking. Komt men met elektrolyt in aanraking dan moet dit zo snel mogelijk met water afgespoeld worden. Krijgt men elektrolyt in de ogen dan de ogen uitspoelen (15 minuten) en zo snel mogelijk naar de bedrijfsarts of naar een aangestelde arts. Goed en regelmatig onderhoud van de tractiebatterij is belangrijk, hiermee kan men de technische levensduur aanmerkelijk verlengen. De tractiebatterij moet altijd schoon en droog zijn. Vuil, vocht en vet moeten verwijderd worden. Met een droge lap kan vuil, vocht en vet van de deksels en vuldoppen verwijderd worden. Ook de vuldoppen moeten goed schoongehouden worden; de ventilatie openingen hierin mogen niet verstopt raken. Indien nodig corrosie bij de accupolen verwijderen. De platen moeten, om krom trekken te voorkomen, altijd volledig ondergedompeld in het elektrolyt staan. Tijdens het laden van de batterij wordt deze warm waardoor er via de ontluchtingsgaatjes in de vuldoppen water verdampt. Daarom moeten de cellen van de batterij regelmatig met gedestilleerd- of gedemineraliseerd water worden bijgevuld. Dit bij voorkeur na het laden en tot 1 cm boven de platen. Dit bijvullen geschiedt over het algemeen handmatig waarbij iedere cel apart bijgevuld wordt. Deze methode vergt veel tijd en het niveau in de cellen is niet altijd even nauwkeurig. Daarbij is het mogelijk dat je met het elektrolyt uit de cellen in aanraking komt. Sneller en veiliger is het gebruik van een zogenaamd autofill systeem. Door een reservoir met water aan te sluiten op dit systeem worden alle cellen tot het juiste niveau afgevuld. Hierbij zijn alle cellen met elkaar verbonden door een dunne waterslang. De vuldop heeft een vlotter die de inlaat van het water afsluit als het gewenste niveau is bereikt. afbeelding 3-20 ogen uitspoelen Zuurwegen Tijdens het laden en ontladen van de batterij zal het soortelijk gewicht (grammen per cm3 ) van het elektrolyt toenemen of afnemen. Immers de hoeveelheid deeltjes in de vloeistof neemt toe als de batterij geladen wordt, de vloeistof wordt per cm3 dus zwaarder. Om het soortelijke gewicht van het elektrolyt te meten gebruikt men een zuurweger. Op de steel van de drijver is een schaalverdeling aangegeven. Hier kan men direct het soortelijk gewicht aflezen. Door het soortelijk gewicht te meten kan men vaststellen hoever een tractiebatterij geladen of ontladen is. Anders gezegd: moet de batterij opgeladen worden of niet. bal glazen buis drijver slang afbeelding 3-21 de zuurweger
13 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck De drijver bevindt zich in de buis en kan daar op en neer bewegen. Door de bal in te drukken en weer los te laten wordt door de slang de elektrolyt opgezogen uit één van de cellen en wel een zodanige hoeveelheid dat de drijver in de elektrolyt drijft. Afhankelijk van het soortelijk gewicht van de vloeistof zal een groter of kleiner gedeelte van de steel van de drijver boven de vloeistof uitsteken. Op de drijver bevindt zich een schaalverdeling, bovenaan staat 1.10 en onder 1.30. Bij een geheel geladen tractiebatterij wijst de drijver een meetwaarde aan tussen 1.28 en 1.30. Bij een halfvolle tractiebatterij is de afgelezen waarde 1.20. Bij een lege of ontladen tractiebatterij wijst de drijver een meetwaarde aan tussen 1.13 en 1.15. afbeelding 3-22 het zuurwegen Opmerking: Een geladen cel heeft een soortelijk gewicht tussen de 1.28 en 1.30.Een ontladen cel heeft een soortelijk gewicht van 1.13 omdat de tractie batterij maar voor 80% ontladen wordt. Dat betekent dus dat een batterij van bijvoorbeeld 600 Ah. 600 x 80% = 480 Ah levert. Een batterij die van 1.29 naar 1.13 wordt ontladen is in totaal 16 punten in s.g. gedaald. 16 punten is 80%. Verdeeld over 16 punten is dit 5% per punt. Laadrapport Om de laadtoestand van de tractiebatterij te kunnen controleren en om eventuele gebreken op tijd te kunnen signaleren, wordt er een laadrapportenboek bijgehouden. Meet, voor het begin en aan het einde van je dienst, één cel en vermeld deze aflezing in het laadrapportenboek. In het algemeen wordt hiervoor één cel een week lang gecontroleerd. Dit wordt dan de cel van de week genoemd.
14 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck 20 afbeelding 3-23 laadrapport Voor en nadelen van een elektrotruck Voordelen: schoon geen uitlaatgassen geen trillingen stil in gebruik te gebruiken in de voedingsindustrie Nadelen: duur in aanschaf; oplader nodig; dure kwetsbare batterij; oplaadruimte nodig; stil. Opmerking: Door rustig te rijden met de hef- of reachtruck voorkom je overmatige slijtage. Ook voorkom je hierdoor enige mate van lucht verontreiniging en energieverbruik. Dit geldt voor alle heftrucks
15 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Vragen hoofdstuk 3 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Vraag 6 Vraag 7 Vraag 8 Vraag 9 Wat is een voordeel van de diesel heftruck? A veel motorvermogen en over grote afstanden inzetbaar; B over grote afstanden inzetbaar en een lage aanschafprijs; C investering in- en ruimte voor tankinstallatie. Om te weten wanneer een heftruck of reachtruck onderhoud nodig heeft bevindt zich op het instrumentenpaneel een: A capaciteitsmeter; B kilometerteller; C bedrijfs-urenteller. Hoe wordt de inhoud van een LPG-tank aangegeven? A in liters. B in kilogrammen. C in procenten. Het verwisselen van de LPG-tank mag alleen gebeuren: A in de buitenlucht. B in het magazijn. C in het acculaadstation. Een tractiebatterij van 48 volt heeft: A 96 cellen. B 24 cellen. C 48 cellen. Waarvoor wordt de zuurweger gebruikt? A om het soortelijk gewicht van de batterij te wegen. B om het soortelijk gewicht van het koolzuur te wegen. C om het soortelijk gewicht van het elektrolyt te wegen. Persoonlijke beschermingsmiddelen die u moet gebruiken tijdens het zuurwegen zijn: A een zuurbestendige bril, handschoenen, schort B een zuurstofmasker, katoenen overal. C werkhandschoenen, schoenen Batterijen moeten regelmatig bijgevuld worden met: A leidingwater. B gedemineraliseerd of gedestilleerd water. C gekookt water. Wat lees je af, op de drijver van de zuurweger, bij een volledig geladen tractiebatterij? A 1.13 1.15. B 1.19 1.20. C 1.28 1.30.
16 Hoofdstuk 3 Aandrijving van de heftruck en de reachtruck Vraag 10 Vraag 11 Vraag 12 Vraag 13 Vraag 14 Vraag 15 Vraag 16 De belangrijkste functies van motorolie zijn: A dempen en reinigen. B reinigen en afdichten. C smeren en koelen. Een heftrucktank mag maximaal gevuld worden tot: A 90 %. B 80 %. C 70 %. Een voor het milieu schadelijke stof die een dieselmotor uitstoot is: A roet. B ethyleen. C waterstofgas. Waarom mag in een acculaadstation niet gerookt worden? A in verband met de aanwezigheid van waterstofgas. B in verband met de aanwezigheid van zwavelzuur. C in verband met de aanwezigheid van waterdamp. De katalysator bij een LPG heftruck zorgt voor: A minder brandstof verbruik. B een schonere uitstoot van uitlaatgassen. C een betere verbranding van de brandstof. Waardoor wordt de koelvloeistof gekoeld bij de heftruck met verbrandingsmotor? A door de lucht die door de radiateur wordt geblazen. B door de uitlaat. C door het expansievat. Welke heftruck is het minst belastend voor het milieu? A LPG- heftruck. B elektro heftruck. C diesel heftruck.
Hoofdstuk 4 Transport en opslag
1 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen 4 TRANSPORT EN OPSLAGHULPMIDDELEN 4.1 Inleiding In en rondom elk bedrijf vindt transport en opslag van goederen plaats. Voor een goede verwerking van goederen binnen een bedrijf is het van groot belang de juiste keuze te maken betreffende palletuitvoeringen (stapelmiddelen), opslag met behulp van bijvoorbeeld stellingen (opslagmiddelen), vervoer van goederen door bijvoorbeeld een reachtruck (transportmiddelen), kortom de indeling van de totale logistiek. Rekening houden met bovenstaande factoren betekent in veel gevallen, dat werkzaamheden veel efficiënter plaats vinden, veiliger en met minder schade. Zorgvuldigheid Zorgvuldig transport en opslag houden niet alleen de kans op beschadiging van de goederen minimaal, maar ook van de gebouwen, machines en installaties langs de transportroutes. Veiligheid Veilig transport en opslag voorkomen niet alleen letsel bij degenen, die met het transport belast zijn, maar ook bij degenen die zich in de omgeving van de transportroutes kunnen bevinden of in opslagruimten werkzaam zijn. Doelmatigheid Doelmatig transport en opslag bereikt men door: zo kort mogelijke en logische transportroutes; veel is hierbij afhankelijk van de aan- en afvoermogelijkheden en van de ligging van bedrijfsgebouwen en terreinen; het zo goed mogelijk benutten van de beschikbare opslagruimte. Hierbij is niet alleen het vloeroppervlak van belang, maar ook de hoogte die men kan benutten; de juiste keuze en het juiste gebruik van de beschikbare transporthulpmiddelen. Volgens de voorschriften handelen Door kennis te nemen van de voorschriften en richtlijnen en deze op te volgen, verhoogt u onder andere in hoge mate de veiligheid. Bedrijfsvoorschriften zijn voor iedereen van toepassing die op het terrein aanwezig is. 4.2 PALLETS Een pallet is een platform, met aan de zijkanten openingen om de vorken van een heftruck of reachtruck in te kunnen steken. Een pallet wordt veelal gebruikt om van een aantal losse goederen (colli) een éénheidslast te maken, ook wel een verzamelde last genoemd. Het voordeel hiervan is dat meerdere colli door middel van de pallet in één keer te verplaatsen zijn. Collomoduul De stichting Collomoduul heeft onderzoek gedaan naar mogelijke verbeteringen op het gebied van verpakkingen. Dat wil zeggen: men wil algemene invoering van een formaat voor pallets en een algemeen gehanteerde reeks van grondvlakformaten voor omverpakkingen.
2 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Maten van pallets Pallets zijn er in verschillende maten en uitvoeringen. De keuze van de pallet is afhankelijk van de soort lading, het gewicht van de lading, de opslagmethode, wijze van vervoer en de wensen van de klant. Enkele voorbeelden: 120 cm x 100 cm standaard pallet; 120 cm x 80 cm euro-pallet; 60 cm x 40 cm display pallet; 60 cm x 80 cm display pallet; 60 cm x 100 cm display pallet 4.3 UITVOERINGEN VAN PALLETS Tweeweg of vierweg pallets afbeelding 4-1 tweewegpallet en vierwegpallet Het voordeel van een tweewegpallet is dat deze steviger is dan een vierwegpallet doordat er gebruik gemaakt wordt van balken in plaats van blokken. Eenmalige en duurzame pallets Sommige pallets zijn licht uitgevoerd. Dit kan omdat ze bedoeld zijn om maar één keer gebruikt te worden. Deze noemt men dan ook een eenmalige pallet ook wel afval of weggooipallet genoemd. Deze pallets worden gebruikt in omstandigheden waarbij palletvervoer ten zeerste gewenst is, maar waar het moeilijk is om deze pallet terug te krijgen. Denk hierbij aan export over zee of een eenmalige klant. Eenmalige pallets zijn door een lage aanschafprijs van mindere kwaliteit en ook slecht stapelbaar. Dit geldt zowel voor koudstapelen (pallet op pallet) als voor het in de stelling plaatsen van deze pallets. Andere pallets zijn veel steviger gemaakt. Deze pallets worden in die omstandigheden gebruikt waarbij palletvervoer ten zeerste gewenst wordt. Maar hier is het wel zo dat deze pallet weer terug komt bij de afzender. Deze pallets worden dus meerdere malen gebruikt. Met duurzame pallets wordt dus geruild of er wordt een statiegeld op geheven. Voorbeelden: europallets en I.S.O pallets. (zie pallets afbeelding 4-2) afbeelding 4-2 eenmalige pallet
3 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Enkeldeks of dubbeldeks Naast de eerder genoemde pallets kan men ook een onderscheid maken tussen enkeldeks en dubbeldekspallets. De enkeldekspallet heeft slechts één gesloten draagvlak of dek. De dubbeldekspallet heeft aan de bovenkant en onderkant een gesloten draagvlak of dek. Een dubbeldekspallet is stevig maar ook zwaar. Een nadeel is dat deze pallet niet met een handpallettruck of een elektrische pallettruck opgenomen kan worden. afbeelding 4-3 enkeldekspallet en dubbeldekspallet 4.4 MATERIAALKEUZE VAN PALLETS Hout, metaal, kunststof of karton? De materiaalkeuze van een pallet hangt sterk af van het inzetgebied van deze pallet. Bij zware belasting zal een sterk materiaal gebruikt moeten worden. In de levensmiddelen industrie worden andere eisen gesteld aan de materialen van pallets dan bijvoorbeeld in de metaalindustrie. Houten pallets De meeste pallets zijn van hout gemaakt. Dit materiaal voldoet over het algemeen het beste. Het gewicht van zo n pallet is relatief laag, heeft een redelijke sterke constructie en een gunstige aanschafprijs. Ook zijn houten pallets gemakkelijk te repareren en mede daardoor hebben de pallets een redelijke lange levensduur. Metalenpallets De metalen pallet is uitermate geschikt voor een zware belasting en kan lang mee gaan. Nadeel van metalen pallets is een hogere kostprijs en ze zijn in het algemeen ook zwaarder dan een houten pallet. Ook een nadeel van metalen pallets is dat deze gemakkelijker gaan glijden tijdens het vervoer op de vorken. Immers metaal op metaal glijdt gemakkelijker dan hout op metaal. Kunststof pallets Kunststof pallets zijn redelijk licht van gewicht en heel goed bestand tegen invloeden van buitenaf zoals regen, chemicaliën of eventueel bepaalde zuren. Een ander voordeel van kunststof pallets is dat de pallets goed schoongemaakt kunnen worden (vleesverwerkende industrie en de voedingsindustrie) en de pallets splinteren niet. Nadelen van de kunststof pallet zijn de hoge kostprijs, dat de pallet niet meer te repareren is als deze kapot is en dat de pallets gemakkelijk van de vorken glijden in vochtige en natte omgeving. afbeelding 4-4 kunststofpallet
4 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Kartonnen pallets Kartonnen pallets zijn licht, goedkoop en derhalve uitermate geschikt voor eenmalig transport van lichte artikelen onder droge omstandigheden. Het draagvermogen is beperkt en in een vochtige omgeving is karton geen mogelijkheid. afbeelding 4-5 kartonnen pallet 4.5 OPBOUWMOGELIJKHEDEN VAN PALLETS Tot nu toe hebben we het voortdurend gehad over vlakke pallets, dus pallets zonder enige opbouw. Omdat in het goederenvervoer allerhande soorten goederen worden vervoerd zal men ook pallets in verschillende, soms speciale, uitvoeringen hebben. Vlakke pallet Dit is een pallet voor goederen die goed stapelbaar zijn, denk daarbij aan dozen. Pallets met opzetranden en opzetwanden Met deze opbouwmogelijkheid kunnen kleine en losse artikelen gemakkelijker vervoerd worden. Er is een grote verscheidenheid in opbouwmogelijkheden. Deze randen en wanden hebben ook als voordeel dat je er een pallet bovenop kunt plaatsen zonder dat het materiaal dat in deze pallet ligt, beschadigd wordt. afbeelding 4-6 vlakke pallet Pallets met opzetranden De randen worden op de pallet geplaatst waardoor er materiaal in geplaatst kan worden zonder dat dit van de pallet valt tijdens het transport. Een ander voordeel van deze randen is dat men de inhoud zelf kan bepalen: immers, hoe meer randen er op elkaar geplaatst worden hoe groter de inhoud en hoe meer materiaal er vervoerd kan worden. Pallets met opzetwanden Hier wordt gebruikt gemaakt om losse artikelen gemakkelijker te vervoeren. Deze randen zijn ook stevig genoeg om er een andere pallet bovenop te plaatsen. afbeelding 4-7 losse opzetranden afbeelding 4-8 pallet met opzetwanden
5 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Gaasboxpallets De gaasboxpallets zijn gemaakt van metaal en hebben vaak een houten bodem. Ze worden veel gebruikt voor de wat zwaardere en kleinere artikelen, bijvoorbeeld in de metaalindustrie. afbeelding 4-9 metalen gaasbox pallet Vatenpallets Vaten laten zich moeilijk met een heftruck oppakken of wegzetten. Voor deze handeling is er een speciale vatenpallet leverbaar, waarmee het mogelijk is twee of drie vaten naast elkaar op te slaan. In de pallet zijn uitsparingen aangebracht, waarin men de vorken kan steken om de pallet op te nemen. afbeelding 4-10 vatenpallet
6 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen 4.6 VASTZETTEN VAN COLLI Naast de juiste keuze van de te gebruiken pallet is het op de juiste manier beladen van een pallet van groot belang om goed en veilig transport te garanderen. Als een pallet beladen wordt met dozen of zakken is het vaak mogelijk de colli in verband te stapelen. Dit houdt in dat iedere slag om en om wordt gestapeld zodat er een stevig geheel ontstaat. Denk maar aan het in verband metselen van een muur. Is in verband stapelen niet mogelijk of geeft dit nog niet voldoende resultaat dan zijn er mogelijkheden om de ladingen vast te zetten met andere hulpmiddelen zoals: afbeelding 4-11 in verband stapelen de lading omwikkelen met wikkelfolie of krimpfolie; de lading vastzetten met plakband, omsnoeren met kunststof banden of, bij een zware lading, met staalband; een layer van karton tussen de lagen dozen leggen waardoor dit een stabieler geheel vormt. 4.7 ETIKETTEN afbeelding 4-12 vastzetten colli Verpakkingen met gevaarlijke stoffen worden voorzien van etiketten. De etiketten geven informatie over de eventuele gevaren van de stof. Ze hebben een signaalfunctie en zijn van groot belang voor iedereen die betrokken is bij het vervoer. Ook hulpverleners kunnen van de informatie gebruik maken bij calamiteiten. Indien de heftruckchauffeur werkt met gevaarlijke stoffen moet hij ook aan bepaalde eisen voldoen. Hij mag niet roken tijdens het werken met gevaarlijke stoffen; Niet eten en drinken in een ruimte met gevaarlijke stoffen; Eventuele wondjes direct laten behandelen of verzorgen. Opmerking: Indien er met gevaarlijke stoffen gereden wordt, rij dan achteruit.
7 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen 4.7.1 Etikettering gevaarlijke stoffen (oud en nieuw) Er is een nieuwe afspraak gemaakt om wereldwijd chemische stoffen op dezelfde manier te gaan indelen en etiketteren. Deze afspraak wordt het Globally Harmonized System genoemd, afgekort tot GHS. Met het GHS verdwijnen de bekende oranje gevaarsymbolen en de bijbehorende gevaarszinnen (R-zinnen) en de veiligheids aanbevelingen (S-zinnen). Deze worden vervangen door nieuwe pictogrammen en door nieuwe gevarenaanduidingen (H-zinnen) en voorzorg maatregelen (P-zinnen). De GHS is sinds 2009 van kracht in Europa maar er geldt een vervangstermijntot 2015 en na juni 2017 mogen er geen chemische producten met oude etiketten meer in de handel zijn. De oude etiketteringsregels stonden in de Wet milieugevaarlijke stoffen (WMS). Deze wet is opgeheven. De handhaving van GHS is geregeld in de Wet Milieubeheer. Een gesimplificeerd overzicht van de oude en nieuwe pictogrammen ziet u hiernaast. Voor een meer gedetailleerd overzicht (inclusief een onderverdeling in gehanteerde gevarenklassen en categorieën) in combinatie met H-zinnen wordt verwezen naar het overzicht-wms-naar-eughs.
8 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen 4.8 OPSLAGMIDDELEN 4.8.1 Koudstapelen/blokstapelen Onder koudstapelen of blokstapelen wordt verstaan dat goederen direct of door middel van pallets op elkaar gestapeld worden. Houd hierbij wel rekening met de maximale draagkracht van de vloer. Als er geen FIFO-systeem (first in, first out) wordt toegepast kan men door middel van koudstapelen de ruimte optimaal benutten. Wanneer wel een FIFO-systeem wordt toegepast heeft koudstapelen grote nadelen. Deze nadelen zijn een slechte bereikbaarheid van bepaalde goederen en als gevolg daarvan, dat goederen vaak omgezet dienen worden. Hierdoor is de kans dat er schade aan de goederen ontstaat groot, hetgeen de veiligheid in gevaar kan brengen. afbeelding 4-13 koudstapelen 4.8.2 Stellingen Een andere mogelijkheid is om goederen op te slaan in stellingen. Stellingen zijn er in vele soorten en maten al naar gelang de vorm, grootte en gewicht van de artikelen die opgeslagen moeten worden. Stellingen moeten aan vele veiligheidseisen voldoen zoals borging van leggers en voorzien zijn van een typeplaatje waar onder andere het draagvermogen van de stelling op vermeld staat. BELASTINGTABEL Wijzigingen van de stellingconfiguratie alleen in overleg met de leverancier Ordernr: vr62003790 d.d. 090906 opdrachtgever: BLOM opleidingen stellingtype: PALLETSTELLING juk: PAFB153426.0600 max. 13600kg nivo liggertype PAD lengte x hoogte Belasting p / vak gelijkmatig [kg] 1500 2351 BELASTINGTABEL Wijzigingen van de stellingconfiguratie alleen in overleg met de leverancier Ordernr: vr62003790 d.d. 090906 opdrachtgever: BLOM opleidingen stellingtype: PALLETSTELLING juk: PAFB153426.0600 max. 13600kg nivo liggertype PAD lengte x hoogte Belasting p / vak gelijkmatig [kg] 3400 2068 Nivo B Nivo B V4 V4 V3 V2 A V3 V2 A V1 V1 V1: maximaal 178 mm V1: maximaal 133 mm A bovenste nivo 4210 mm A bovenste nivo 4210 mm B liggerlengte 1500 mm HAMAG Magazijninrichting B liggerlengte 3400 mm HAMAG Magazijninrichting afbeelding 4-14 stellingtypeplaatje
9 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Palletstellingen Palletstellingen zijn opgebouwd uit staanders (jukken) en liggers. De hoogte van de staanders is aan de omstandigheden aan te passen. De lengte van de liggers wordt bepaald door de maat van de pallets en het aantal naast elkaar te plaatsen pallets, twee of drie. De ruimte tussen twee staanders noemt men een sectie. Een sectie is weer onderverdeeld in locaties, de palletplaats. afbeelding 4-15 palletstelling Inrijdstellingen Inrijdstellingen zijn opgebouwd uit staanders die aan de bovenkant met elkaar verbonden zijn. De staanders zijn voorzien van steunen (consoles), waarop de pallets rusten. Inrijdstellingen worden vooral gebruikt wanneer er grote hoeveelheden vande zelfde soort goederen opgeslagen moeten worden. Dit komt omdat de aan- en afvoer maar aan een kant mogelijk is. De inrijdstelling is dus niet geschikt voor het FIFO-systeem. Het voordeel van inrijdstellingen is een groot aantal palletplaatsen op een relatief klein vloeroppervlak met een beperkt aantal gangpaden Doorrijdstellingen Bij doorrijdstellingen is de opbouw gelijk aan die van inrijdstellingen. Het verschil is dat de aan- of afvoer bij doorrijdstellingen aan beide zijden mogelijk is. Deze stellingen zijn dus meer geschikt voor het FIFO-systeem. Het aantal werkgangen is wel een keer zo groot. afbeelding 4-16 inrijdstellingen Doorrolstellingen Doorrolstellingen zijn in opbouw gelijk aan inrijdstellingen of doorrijdstellingen. De steunen waarop de pallets rusten zijn vervangen door een rollenbaan. De aandrijving van de rollenbaan kan geschieden door de eigen massa van de lading of door een motor. De voordelen van dit systeem zijn een snellere orderverzameling, een maximale ruimtebenutting en een goede doorstroming van de voorraden. Deze stelling wordt vooral toegepast voor FIFO systemen. Een nadeel is de kwetsbaarheid van het systeem door schade of kapotte pallets. afbeelding 4-17 doorrolstelling
10 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Draagarmstellingen Draagarmstellingen zijn opgebouwd uit staanders met daaraan draagarmen gemonteerd. Door het ontbreken van secties ontstaan er geen afgepaste vakken, zodat deze stellingen geschikt zijn voor lange materialen. afbeelding 4-18 draagarmstelling 4.9 BREEDTE VAN GANGPADEN Transportroutes zijn wegen waarover dagelijks verkeer met heftrucks plaats vindt en moeten als zodanig zijn gemarkeerd. Onder transportroutes worden niet verstaan stapelgangen, b.v. tussen magazijnstellingen en opslagterreinen waar de situatie regelmatig wijzigt. Aan transport routes worden de volgende voorwaarden gesteld: Voldoende draagkracht, waar mogelijk horizontaal, effen en voorzien van een stroef en slijtvast oppervlak, hoeken afgerond. Onoverzichtelijke hoeken voorzien van spiegels, waarschuwingsborden of strepen. Dat wil zeggen voldoende breed: in het geval van eenrichtingsverkeer minimaal 60 cm breder dan het breedst beladen voertuig. Op routes voor verkeer in beide richtingen minimaal 90 cm breder dan tweemaal het breedst beladen voertuig. De transportroutes worden altijd vrijgelaten van obstakels. Waar nodig moeten voor voetgangers uitwijkplaatsen of speciale voetpaden zijn aangelegd. 30 cm 30 cm 30 cm 30 cm 30 cm afbeelding 4-19 transportroute
11 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen 4.10 LAAD EN LOSMIDDELEN Om een vrachtwagen of container te laden en of te lossen bestaan er de volgende mogelijkheden: laadperron dockleveler heftafel verrijdbare laadbrug afbeelding 4-20 laad- en losmiddelen 4.11 SCHADE AAN PALLETS Schade aan pallets heeft zowel direct als indirect een negatieve invloed op de voortgang van de productie, het interne transport en de opslag. Beschadigde pallets: Belemmeren een snelle doorstroming van de goederen. Brengen de veiligheid van mensen in gevaar, denk aan het omvallen van een stapelformatie met zware materialen. Maken het niet mogelijk de kwaliteit van het product tijdens het transport te waarborgen. Brengen jaarlijks hoge kosten met zich mee door vervanging of herstel van deze pallets. De prijzen van pallets variëren van 5- tot 60-. Brengen extra kosten met zich mee door tijdverlies in verband met het omstapelen van ladingen. Schade aan pallets is nooit helemaal uit te sluiten maar bewuster omgaan met pallets kan het bedrijf jaarlijks tienduizenden euro s besparen. Hierna volgt de top tien van de meest gemaakte fouten die leiden tot palletschade:
12 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen 1 Verkeerde mastneiging. Zorg dat tijdens het opnemen, het plaatsen, het inrijden of het uitrijden van een pallet de vorken horizontaal staan. 2 Te lange vorken. Houd rekening met de lengte van de vorken. Bij kleinere pallets kunnen de vorken aan de achterkant uitsteken en de pallets of de lading die erachter staat beschadigen. 3 Te korte vorken. Zorg er voor dat de vorken de lading altijd volledig ondersteunen. Door de lading te ver op de punten van de vorken op te nemen is de kans op kantelende lading groot waardoor de veiligheid in het geding komt en de pallet en de lading beschadigd kunnen worden. 4 Laat pallets niet slingeren. Ruim pallets die binnen het bedrijf rondslingeren op. Rondslingerende pallets leveren vaak aanrijdingen op wat weer tot schade of gevaarlijke situaties kan leiden. Tevens beperken rondslingerende kapotte pallets uw werkruimte. 5 Vorken te dicht bij elkaar. Bij brede ladingen is het van groot belang dat de vorken de lading zo breed mogelijk ondersteunen. Dit verbetert de stabiliteit van de lading. Om een lading redelijk stabiel te vervoeren is de hartafstand tussen de vorken, ten opzichte van de breedte van de pallet, ongeveer 60% 6 Vergenoeg uit de pallet rijden. Zorg ervoor dat de vorken geheel uit de pallet zijn voordat je wegdraait. 7 Schuif niet onnodig met pallets. Onnodig schuiven van pallets levert vaak schade aan pallets op. Probeer ook niet uw gebrek aan stuurvaardigheid te compenseren door met de punt van de vorken de pallet recht te zetten. 8 Pas de rijhoogte van de pallet aan de omstandigheden Bij pallets die te laag vervoerd worden bestaat de kans dat hierbij de klossen er vanaf gereden worden door aanrijdingen bij drempels of bij het op en af rijden van een hellingbaan. 9 Gooi niet met pallets. Door onnodig gooien en smijten van pallets kunnen deze beschadigd worden. 10 Let op voldoende ruimte. Let er op dat u altijd voldoende ruimte heeft bij het plaatsen van de pallet in bijvoorbeeld een stelling. Dit geldt zowel voor links als rechts van de pallet maar ook voor de achterzijde.
13 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Vragen hoofdstuk 4 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Vraag 6 Vraag 7 Vraag 8 Vraag 9 Een vlakke pallet is vooral bestemd voor: A goederen die moeilijk stapelbaar zijn. B goederen die hangend vervoerd moeten worden. C goederen die goed stapelbaar zijn. Twee manieren om goederen op een pallet vast te zetten zijn: A overladen in een boxpallet en met folie omwikkelen. B met wikkelfolie omwikkelen en vastzetten met bandijzer. C omsnoeren met plakband en overladen op een vatenpallet. De afmetingen van de europallet zijn: A 80 x 120 cm. B 100 x 120 cm. C 100 x 60 cm. Welke pallet is hier afgebeeld? A europallet. B eenmalige pallet. C dubbeldekspallet. Moeilijk stapelbare en of kleine artikelen worden vaak vervoerd in een: A vatenpallet. B vloeistofcontainer. C pallet met opzetranden. Wat wordt er bedoeld met koudstapelen? A goederen stapelen in een koelcel. B goederen direct of door middel van pallets op elkaar stapelen. C goederen stapelen in een palletstelling. Het voordeel van een kunststofpallet is: A splintert niet en is goed schoon te maken. B goedkoop in aanschaf en gemakkelijk te repareren. C geschikt voor extreem grote ladingen. Het belangrijkste kenmerk van een draagarmstelling is: A geschikt voor kleine pallets. B geschikt voor lange ladingen. C geschikt voor losse artikelen. De maten van de kleinste displaypallet zijn: A 80 x 120 cm. B 60 x 40 cm. C 60 x 100 cm.
14 Hoofdstuk 4 Transport- en opslaghulpmiddelen Vraag 10 Vraag 11 Vraag 12 Vraag 13 Vraag 14 Vraag 15 Vraag 16 Vraag 17 Bekijk de afbeelding. Op welke wijze zijn de goederen op de pallet vastgezet? A met touw. B met bandijzer. C met wikkelfolie. De meeste schade aan pallets ontstaat door: A het verschuiven van pallets. B een verkeerde mastneiging. C te rijden met een lage snelheid. Welke pallet is hier afgebeeld? A eenmalige kunststof pallet. B eenmalige kartonnen pallet. C eenmalige houten pallet. Het FIFO-systeem kan alleen toegepast worden bij: A palletstellingen en inrijdstellingen. B inrijdstellingen en doorrolstellingen. C palletstellingen en doorrolstellingen. Bekijk de afbeelding. Afgebeeld is: A een verrijdbare laadbrug. B heftafel. C dockleveler. Een dubbeldekspallet kunt u alleen oppakken met een: A handpallettruck. B reachtruck. C smalspoor stapelaar. Door goederen in verband te stapelen: A kan er meer gewicht op de pallet geladen worden. B kunnen er minder goederen op een pallet gestapeld worden. C is de kans op omvallen of verschuiven van de lading kleiner. Bekijk de afbeelding. Wat betekent dit behandelingsetiket? A deze zijde boven houden. B zwaartepuntsaanduiding. C breekbaar, voorzichtig verplaatsen.
Hoofdstuk 5 Veiligheid
1 Hoofdstuk 5 Veiligheid 5 VEILIGHEID 5.1 INLEIDING De heftruck of reachtruck is een belangrijk middel om grondstoffen en producten te transporteren. Ondanks de risico s die verbonden zijn aan het foutief gebruik van heftrucks of reachtrucks, is het werken met deze intern transportmiddelen niet gevaarlijker dan het werken met machines in andere beroepen. Voorwaarde is wel dat de bestuurder op de hoogte is van alle veiligheidsregels en deze dan ook toepast. Ongevallen kunnen overal gebeuren. De oorzaken kan men verdelen in menselijke fouten en technische fouten. Stellen we het totaal aan fouten op 100% dan zijn de technische fouten verantwoordelijk voor 10% van de ongevallen. Dit betekent dat 90% van de ongevallen te wijten is aan menselijke fouten. Zowel eigen fouten als fouten van anderen. De meeste ongevallen die jaarlijks plaats vinden zijn: beknelling, stoten van lichaamsdelen en aan- of overrijdingen. Deze ongevallen hebben vaak licht tot zwaar lichamelijk letsel, of nog erger, de dood tot gevolg. Voeten en benen zijn de meest getroffen lichaamsdelen, daarnaast worden ook handen en armen geraakt. Veel van deze ongevallen zijn eenvoudig te voorkomen door een goede training van de bestuurder. Ook typische beroepsziekten zoals rug, nek en gewrichtsklachten zijn te voorkomen door het nemen van een aantal maatregelen. Hierbij kan men denken aan ergonomische aspecten zoals: De juiste zithouding (stoelinstelling en stuurinstelling). Niet van de truck springen (opstaptreden en beugels gebruiken). Onjuist rijgedrag (rijsnelheid en rijrichting aanpassen). Het gebruiken van de juiste kleding (nat en vochtig weer). Absolute veiligheid bestaat niet! Veilig werken betekent dat we ons bewust zijn van deze risico s en in de praktijk deze risico s moeten vermijden, dus veilig werken is: het bewust nemen van aanvaardbare risico s Maar dat is dan ook direct het grootste gevaar. Wat is aanvaardbaar? Om de risico s zoveel mogelijk te beperken is de meest ideale oplossing: de risico s aan de bron uitschakelen. afbeelding 5-1 veiligheidsregels
Hoofdstuk 5 Veiligheid 5.2 BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN Als werknemer moet je weten wat je moet doen in bepaalde omstandigheden en bij eventuele calamiteiten. Denk hierbij aan een brand, ongeval of ontruiming. We moeten weten: Wat de geldende bedrijfsvoorschriften zijn. Deze regels gelden ook voor alle op het bedrijfsterrein/gebouw aanwezige personen. Waar brandblusmiddelen zijn en hoe deze eventueel te gebruiken. Waar de EHBO verbandtrommel is. Waar de vluchtwegen zijn. Wie er gealarmeerd moeten worden in noodsituaties. Of er gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Opmerking: Bij eventuele ongevallen zorgt u eerst voor uw eigen veiligheid voordat u iets gaat ondernemen. 5.3 GEBRUIKERSEISEN Werknemers die een mobiel transportmiddel bedienen, zoals een heftruck, reachtruck maar ook een elektropallettruck, moeten over specifieke deskundigheid beschikken. Voor heftruckof reachtruckchauffeurs zijn drie punten van belang bij het invullen van deze specifieke deskundigheid: Vaktechnische vaardigheden, zoals het besturen van de heftruck, het positioneren van een pallet in een stelling, het laden van een vrachtauto, enz. De bedrijfsregels/verkeersregels op het bedrijf, zoals welke snelheden, rijroutes, waar parkeren, wie is er verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud, enz. Merkspecifieke kennis; de heftruck van merk A kan verschillen van de heftruck van merk B. Om zelfstandig met de heftruck of reachtruck te mogen werken moet de bestuurder 18 jaar zijn (dit geldt ook voor een elektropallettruck). Personen van 16 en 17 jaar oud mogen alleen onder deskundig en voortdurend toezicht rijden. Welke Persoonlijke Bescherming Middelen (PBM) zijn voorgeschreven is afhankelijk van de werk situatie en de bedrijfs voorschriften. In ieder geval moeten Heftruckchauffeurs en werknemers op plaatsen waar met heftrucks wordt gereden, verplicht veiligheidsschoenen dragen. De werkgever moet erop toezien dat ze inderdaad gedragen worden. afbeelding 5-2 minimaal 16 jaar 5.4 CONTROLE VAN DE TRUCK Voordat we, voor aanvang van de dienst of ploegwisseling, de heftruck of reachtruck gaan gebruiken moeten we controleren of de truck in orde is. Zijn er gebreken of defecten, dan moet dit worden gemeld. Als er defecten zijn waardoor de veiligheid in gevaar wordt gebracht, dan mogen we de truck niet gebruiken. 2 afbeelding 5-3 minimaal 16 jaar
3 Hoofdstuk 5 Veiligheid Controlepunten Vorken/Vorkenbord Zijn de vorken gecentreerd en vergrendeld op het vorkenbord. Zijn de borgbouten aanwezig? (Dit om te voorkomen dat de vorken van het vorkenbord kunnen vallen.) Zijn de geleiderollen niet stuk? Is het laststeunrek goed bevestigd en niet beschadigd. (indien aanwezig) Heftmast en hefkettingen Controle op slijtage of gebreken. Is kruiskop of kettinggeleider in orde. Heeft de ketting geen kapotte ankerpennen of ontbrekende sluitstiften. Hefcilinder en neigcilinders Zijn er geen lekkages bij de keerringen of slangaansluitingen? Banden Let op beschadigingen, slijtage en bandenspanning. (bij luchtbanden) Velgen controleren op beschadigingen en aanwezigheid van alle wielmoeren. Zijkant van de heftruck Is de zijkant beschadigd? Stuurventielen De stuurventielen moeten terugveren in de neutrale stand. Verlichting Indien de heftruck voorzien is van verlichting controleren of deze goed bevestigd en niet kapot is. Veiligheidskap Is de veiligheidskap niet beschadigd en ingedeukt. Achterkant van de heftruck Is de achterkant niet beschadigd door aanrijdingen. De batterij Is de stekker droog en schoon, kabels vrij en batterij vergrendeld. Keuring Transportmiddelen, waaronder heftrucks en reachtrucks, moeten sinds 5 december 1998 periodiek gekeurd worden. Deze keuring moet uitgevoerd worden door een deskundig persoon of instelling. Dit kan een onafhankelijke keuringinstantie zijn (BMWT of VeBIT), een onderhoudsdienst van de leverancier, maar ook de technische dienst van het bedrijf zelf. Voorwaarde is dat de betrokken persoon of instelling voldoende gekwalificeerd is. Van de uitgevoerde keuringen moeten schriftelijke bewijsstukken op de arbeidsplaats aanwezig zijn. Bij voorkeur wordt dit tevens op het betreffende transportmiddel aangeduid, bijvoorbeeld door middel van een keuringssticker voorzien van een keuringsdatum.
4 Hoofdstuk 5 Veiligheid Stoel Is de stoel goed bevestigd op heftruck en de bekleding niet ingescheurd? Werking van de stoelschakelaar, stroomonderbreker of dodemansknop. Kan de stoel gemakkelijk in de juiste stand gezet worden om alle bedieningshandels goed te kunnen bereiken? Veiligheidsgordel Is sinds december 2002 wettelijk verplicht op alle heftrucks. Opmerking: Er zijn ook andere valbeveiligingen mogelijk die voorkomen dat de heftruckchauffeur uit de heftruck valt en bekneld raakt onder de heftruck. Heftruck inschakelen. Steek de sleutel in het contactslot en draai de sleutel om. Bij de nieuwere heftruck of reachtruck kan dit ook met behulp het intoetsen van een code of een keykaart. Claxon Controleer of de claxon werkt. Urenteller en capaciteitsmeter (elektro heftruck). Controleer de werking van de urenteller en capaciteitsmeter. De urenteller geeft het aantal gedraaide werkuren aan. De capaciteitsmeter geeft de laadtoestand van de tractiebatterij aan. Verlichting Is de heftruck voorzien van verlichting, stadslichten, remlichten en eventueel een richtingaanwijzer, controleer dan of ze functioneren. Controle hefinrichting Zet de vorken in horizontale stand. Breng de hefmast in de hoogste stand. Controleer de hefketting op slijtage en de hefcilinders op lekkage. Houd de hefhandel even vast en controleer het overstortventiel op werking. Men bereikt hiermee: Dat de werking van het hefsysteem wordt gecontroleerd. Dat men weet of de hoeveelheid hydraulische olie voldoende is. Dat de binnenzijde van de hefcilinder over zijn gehele lengte wordt gesmeerd waardoor roestvorming wordt voorkomen. Dat men kan controleren of leidingen en slangen niet lekken. Controleer de vorken Breng de vorken op ooghoogte en schakel de truck uit. Zijn de vorken recht en geborgd. Zitten er geen scheuren in de hielen van de vorken. De dikte van de vorken. Neigcilinders Breng de vorken ca. 1 meter boven de vloer en controleer de neigcilinders door de mast voor- en achterover te neigen. Breng de vorken in rijpositie.
5 Hoofdstuk 5 Veiligheid Voorzetapparatuur Controleer de werking van de voorzetapparatuur. Reachcilinder, alleen bij reachtruck Reach de mast uit en controleer de reachcilinder op beschadiging of lekkage. Stuurinrichting Controleer de stuurinrichting door het stuurwiel naar links en rechts te draaien. De speling mag niet meer zijn dan 45. Voetrem Controleer de voetrem door deze in te drukken. Als het rempedaal niet wegzakt is er voldoende remdruk. Handrem Trek de handrem aan en probeer voorzichtig weg te rijden. De truck mag niet van de plaats rijden. Voetrem (bedrijfsrem) Zet de handrem af en rij voorzichtig weg. Druk nu de voetrem krachtig in. Controle op olielekkage Rijd met de heftruck of reachtruck zover vooruit dat de truck geheel van de plaats is gereden. Kijk achterom en controleer of er olie op de vloer ligt. Aanvullende controle verbrandingstruck Brandstof (diesel of LPG) Als je niet op een ongunstig moment met een lege brandstoftank wilt komen te staan, dan moet je de vulling bij aanvang van je werkzaamheden controleren. LPG-tank Controleer of de LPG-tank op de juiste manier op de heftruck is bevestigd. Controleer de inhoud van de tank. Draai de kraan op de tank open. Controleer de koppelingen op lekkage. Motoroliecontrole Controleer het oliepeil op het juiste niveau. (maximaal / minimaal) Transmissieolie Controleer het oliepeil op het juiste niveau. (maximaal / minimaal) Koelvloeistof Controleer de inhoud van de koelvloeistoftank. Radiateur Controleer of de radiateur schoon is. In een stoffige omgeving raakt de radiateur snel verstopt en zal daarom regelmatig schoon geblazen moeten worden. Doet men dit niet dan kan de koelvloeistof niet gekoeld worden. Het gevolg daarvan is dat de motortemperatuur oploopt met eventuele schadelijke gevolgen voor de motor.
6 Hoofdstuk 5 Veiligheid V-snaar Controleer de V-snaar op voldoende spanning en zichtbare slijtage. Accu Controleer of er voldoende vloeistof in de accu zit, ca. 1 cm boven de platen. Controleer of de plus- en minpolen schoon zijn. Dashboard (afleesinstrumenten) Controleer bij de heftruck met verbrandingsmotor de diverse afleesinstrumenten. Let op: Lekkages direct melden aan de leidinggevende; dit in verband met de veiligheid maar ook in verband met milieu effecten. Vloeistoffen zoals motorolie, hydraulischeolie en koelvloeistof opruimen met behulp van absorptiekorrels en afvoeren als klein chemisch afval. Gemorste batterij -vloeistof neutraliseren met soda en daarna opruimen. Denk hierbij aan PBM s. 5.5 ALGEMENE VEILIGHEIDSREGELS Overbelast een heftruck nooit Om te voorkomen dat een heftruck overbelast wordt moeten voordat een lading wordt opgenomen, de gegevens van de heftruck bekend zijn. De gegevens van de heftruck die voor het heffen belangrijk zijn, staan op de typeplaatje en het lastendiagram. De gegevens van de lading staan vermeld op de vrachtbrief of op de lading. afbeelding 5-4 overbelasting Stel de vorktanden in op de juiste breedte Stel de vorktanden zo in dat de lading gelijkmatig is verdeeld over de vorken. Door de lading gelijkmatig over de vorken te verdelen bereiken we dat de lading stabiel op de vorken ligt. 20% 60% 20% afbeelding 5-5 voldoende steun Stabiliteit van de lading Let op de stabiliteit van losgestapelde lasten. Stapel, indien mogelijk, volgens de aanbevolen stapelpatronen. Omsnoer zo mogelijk de last met metaal- of kunststofband of met wikkelfolie. Gebruik voor goederen die niet te stapelen zijn boxpallets. afbeelding 5-6 stabiliteit
7 Hoofdstuk 5 Veiligheid Verdeel de lading gelijk over beide vorken voor een goede stabiliteit Als er brede of lange ladingen worden opgenomen, waarvan het zwaartepunt niet in het midden ligt, rij dan langzaam en pas op dat de heftruck niet naar voren of zijwaarts kantelt. Rij vooral rustig en langzaam wanneer er lange ijzeren balken opgenomen worden. afbeelding 5-7 gelijke verdeling Let op omstanders Bij het oppakken of wegzetten van een lading moet worden gelet op omstanders. Het is verboden om onder of vlakbij de lading te komen. De chauffeur moet, als dit nodig is, de omstanders wegsturen. afbeelding 5-8 niet onder lading doorlopen Blijf met de handen en voeten uit het mastgedeelte Probeer nooit met handen en voeten de lading tegen te houden. Een kleine vergissing kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. afbeelding 5-9 denk aan je handen Let op de hoogte Let op hoge stapels en eventuele losse voorwerpen boven op de lading. Om de bestuurders te beschermen tegen vallende voorwerpen hebben heftrucks met een hefhoogte van meer dan 1.80 meter een veiligheidskap. afbeelding 5-10 onstabiele lading
8 Hoofdstuk 5 Veiligheid De lading heffen Hef geen lading als de mast naar voren kantelt. De lading heffen mag alleen met een verticale mast. Het voorwaarts neigen mag uitsluitend worden gebruikt bij het plaatsen van de lading, als deze zich boven het plaatsingspunt bevindt. Houd tijdens het bedienen van de hef- en daalbewegingen de voet op de rem. afbeelding 5-11 onstabiele lading Verplaats ladingen zo dicht mogelijk bij de grond Houd de lading laag, ongeveer 10 15 cm, boven de grond. Rij nooit met de lading hoger dan noodzakelijk is om de lading vrij te houden van de grond of werkvloer. afbeelding 5-12 te hoog geheven lading Houd de lading tegen het vorkenbord terwijl de mast gekanteld is Hef nooit lasten op of breng ze omlaag onder het rijden. Zorg ervoor dat de hele lengte van de vorken onder de lading is, terwijl de lading tegen het vorkenbord rust. Hierdoor komt het lastzwaartepunt dichterbij de heftruck. afbeelding 5-13 lading achterover Opmerking: Rijd met reachtrucks altijd met een ingeschoven mast. Gebruik de reach-beweging nooit om ladingen op hun plaats te duwen. EERST KIJKEN DAN RIJDEN!!!!!!!! Kijk, voordat je gaat rijden, altijd goed om je heen. Kijk ook of er voldoende manoeuvreerruimte is. Let er op dat de rijrichtinghandel in de stand staat van de richting waarin u gaat rijden. Blijf altijd in de rijrichting kijken, ook bij het achteruit rijden. afbeelding 5-13 eerst kijken... Opmerking: Bij reachtrucks kijkt u bij elk van de beide rijrichtingen zijwaarts.
9 Hoofdstuk 5 Veiligheid Versnel en vertraag heftrucks langzaam en zonder schokken Vermijd plotseling versnellen en vertragen. In het bijzonder als er een lading op de vorken ligt of als je een lading stapelt. Wordt er plotseling geremd dan kan een gevaarlijke situatie ontstaan. De lading kan van de vorken schuiven. De heftruck kan ook voorover kiepen. afbeelding 5-15 snelheid verminderen Snelheid aanpassen Pas de snelheid aan de omstandigheden aan. Houd tijdens het rijden zoveel mogelijk rechts. Houd ook rekening met het overige verkeer, vooral met voetgangers. afbeelding 5-16 snelheid aanpassen Afstand houden Het houden van voldoende afstand is noodzakelijk. Als een heftruck remt, moet de bestuurder van de heftruck die erachter rijdt ook op tijd kunnen remmen. Houd ten minste twee tot drie heftrucklengtes afstand op je voorganger. afbeelding 5-17 onvoldoende afstand Inhalen? Alleen op overzichtelijke plaatsen Haal niet in op gevaarlijke plaatsen, kruispunten of plaatsen zonder voldoende uitzicht. afbeelding 5-18 inhalen? Haal geen stunts en grappen uit Veiligheid wordt bepaald door je eigen houding tijdens je werk. De schuld van moeilijkheden ligt niet bij de heftruck, maar bij JOU of de persoon die op de heftruck zit. afbeelding 5-19 geen stunts en grappen
10 Hoofdstuk 5 Veiligheid Pas op voor slipgevaar. Pas op dat de heftruck niet slipt. Als de vloer nat is door water of olie kan er slipgevaar ontstaan. Slippen kan worden voorkomen door de snelheid aan te passen, rustig en gelijkmatig te remmen en voorzichtig te sturen, vooral bij het nemen van bochten. afbeelding 5-20 slipgevaar Houd altijd de volle aandacht bij het werk Oplettendheid, een juiste inschatting van mogelijke gevaren en een goed inzicht in de verschillende werkomstandigheden worden van een heftruckchauffeur verlangd. We moeten er dus zelf voor zorgen dat de heftruck op een veilige manier wordt gebruikt om schade en ongevallen te voorkomen. Blijf altijd in de rijrichting kijken, ondanks de vele afleidingen, die je onderweg kunt tegenkomen. afbeelding 5-21 aandacht bij het werk Benaderen van kruisingen Als je met de heftruck een kruising nadert, moet de snelheid worden aangepast. Er kan altijd verkeer van de andere kant komen. Geef ook tijdig een claxonsignaal. Claxon Er wordt gezegd dat de claxon alleen gebruikt moet worden om ander verkeer te waarschuwen. Een claxon moet in bijzondere situaties gebruikt worden, dus niet alleen bij het naderen van iedere kruising. Gebruik de claxon dus selectief. afbeelding 5-22 voorzichtig... Spoorrails schuin oversteken Een spoorwegovergang kan de heftruck flink doen schudden, zelfs als je er langzaam overheen rijdt. Rij met aangepaste snelheid, en steek de spoorrails altijd schuin over.dit geldt ook voor drempels en waterafvoergoten. afbeelding 5-23 schuin oversteken Rijd niet over losse voorwerpen Rijd nooit over losse voorwerpen die op de vloer liggen. Verwijder deze in plaats van er omheen of er over heen te rijden. Rijd zo min mogelijk door kuilen in het wegdek. Denk er aan dat de heftruck geen enkele vering heeft. afbeelding 5-24 rommel op de vloer
11 Hoofdstuk 5 Veiligheid Let op de doorrijhoogte. Let er op dat je niet tegen hoog geplaatste voorwerpen stoot zoals lampen, bedradingen, pijpen en sprinklerinstallaties. Let vooral op de verschillende doorrijhoogtes in magazijnen. afbeelding 5-25 let op doorrijhoogte Let erop dat je opzij genoeg ruimte hebt. Let erop dat je genoeg ruimte hebt, in het bijzonder met brede ladingen. Rijd in nauwe doorgangen zo mogelijk in het midden en bij voorkeur achteruit. zonder de mensen in gevaar te brengen die bij machines staan. Denk ook aan magazijn stellingen of ander materiaal. afbeelding 5-26 genoeg ruimte.. Houd handen, voeten en hoofd binnen de heftruck. Steek geen armen, benen of hoofd uit de heftruck onder het rijden. Je hebt maar één paar armen en benen en één hoofd. Wees er zuinig op. Houd armen en voeten binnen de truck en die van anderen erbuiten. afbeelding 5-27 houd armen en benen binnen de heftruck Denk aan het wegdraaien van het achterste deel van de heftruck Bij het nemen van bochten moet je er altijd op letten dat de achterzijde van de heftruck de tegenovergestelde kant op draait. Dus als je vooruit rijdt en met de heftruck linksaf gaat, dan draait de achterzijde van de heftruck naar rechts. Let er ook op dat de lading voor de voorwielen een grotere bocht maakt dan de truck zelf. afbeelding 5-28 wegdraaien... Laat niet de uiteinden van de vorken ergens tegenaan stoten Wees erg voorzichtig als je met de heftruck in de buurt komt van personen. Denk aan het uiteinde van de vorken en houd deze ongeveer 15cm boven de vloer en de mast achterover. Duw geen lasten met de punten van de vorken. Het opduwen van spoorwagons of voertuigen met de heftruck is ook niet toegestaan. afbeelding 5-29 10-15 boven de vloer
12 Hoofdstuk 5 Veiligheid Rijd achteruit als de hoogte van de lading het uitzicht naar voren belemmert. Als het zicht naar voren wordt belemmerd door een hoge lading,rijd dan achteruit of laat eventueel iemand anders u aanwijzingen geven. afbeelding 5-30 achteruit rijden Let op de toelaatbare vloerbelasting Let op de toelaatbare vloerbelasting van laadbordessen, vloeren van treinwagons, vrachtwagens en eventueel liften. Let ook op de toelaatbare belasting van rijplaten en oprijbruggen. Dit geldt niet alleen voor een onbelaste heftruck, maar ook voor een belaste heftruck. Rijplaten en oprijbruggen dienen goed verankerd te zijn. afbeelding 5-31 vloerbelasting Laden en lossen van vrachtwagens. Let er op dat de auto of volgwagen niet plotseling kan wegrijden als u er met de heftruck inrijdt. Als er één naar voren rolt, kan dat een ernstig ongeluk tot gevolg hebben. Blokkeer de wielen door een keg. Denk ook aan de beperkte hoogte in vrachtwagens. Bij het beladen van de vrachtwagen vooraan beginnen, vervolgens om en om links en rechts laden. afbeelding 5-32 voorkom wegrollen Rijd hellingen op de juiste wijze op en af. vooruit de helling op. achteruit de helling af. Deze regels gelden voor zowel een onbelaste heftruck als een belaste heftruck. Bedenk dat de stabiliteit van een heftruck op een helling sterk afneemt. Keer dus met een heftruck, van welk type dan ook, nooit op een helling afbeelding 5-33 helling rijden Vervoer geen personen Vervoer geen personen met de heftruck. Er is echt geen veilige plaats voor personen op een heftruck. Een uitzondering hierop is als daarvoor een duo-zitplaats op de heftruck aanwezig is. afbeelding 5-34 geen vervoer van personen
13 Hoofdstuk 5 Veiligheid Hef nooit personen met een heftruck Het heffen van personen met een heftruck of een reachtruck is ten strengste verboden. Gebruik een heftruck of een reachtruck niet als een gemakkelijke opstap. Moeten bijvoorbeeld werkzaamheden op een hoger niveau gedaan worden dan is het verboden om personen op een pallet of in een boxpallet omhoog te brengen zodat deze werkzaamheden verricht kunnen worden. Het gebruik van zelfgebouwde kooien is ook niet toegestaan! Eén en ander is wel toegestaan met een werkbak die voldoet aan de geldende eisen van de Inspectie SZW en waarbij de heftruck ook is aangepast. afbeelding 5-35 geen personen heffen Waar mag je de heftruck niet parkeren? op een helling. voor deuren, voor nooduitgangen. voor de EHBO verbandtrommel. voor brandblusmiddelen. afbeelding 5-36 parkeren Parkeer de heftruck op de juiste manier De heftruck moet op de volgende manier geparkeerd worden: parkeer de heftruck zodanig dat je, als heftruckbestuurder, normaal van de heftruck kunt stappen. stuurwielen recht. mast voorover neigen. vorken op de vloer. parkeerrem vast. rijkeuze schakelaar, indien aanwezig, in de neutrale stand. bij LPG-heftrucks: gaskraan dichtdraaien. contactsleutel verwijderen. Brandstof tanken alleen op speciale plaatsen Het vullen van de brandstoftank mag alleen op speciaal daarvoor bestemde plaatsen. Dit geldt ook voor het verwisselen van heftrucktanks. Tijdens deze werkzaamheden is roken en open vuur verboden. Om gevaarlijke situaties tijdens het tanken te voorkomen moeten we ons aan de volgende regels houden: de vloer moet vloeistofdicht zijn motor uit. niet roken. tankdop, na het tanken, goed terugplaatsen. gemorste brandstof verwijderen. afbeelding 5-37 brandstof tanken
14 Hoofdstuk 5 Veiligheid Controleer de toestand van de heftruck aan het einde van de dagtaak. Inspecteer de heftruck aan het einde van de dagtaak. Noteer alle gegevens die nodig zijn en rapporteer slecht functioneren van de heftruck of reachtruck onmiddellijk. Behandel de heftruck met respect. Behandel de heftruck met respect, al hoeft u de loper er niet voor uit te leggen. Als u niet veilig met de heftruck werkt, legt men voor u zeker de loper niet uit. afbeelding 5-38 gebreken doorgeven afbeelding 5-39 behandel de heftruck met respect 5.6 HEFTRUCKS OP DE OPENBARE WEG Heftrucks worden meestal op eigen terrein gebruikt en hebben daarom niets te maken met het wegenverkeersreglement. Maar zodra je met een heftruck over de openbare weg gaat rijden, is het wegenverkeersreglement wel van toepassing. De gedragsregels voor de heftruck op de openbare weg zijn vergelijkbaar met die van een motorvoertuig. Aanpassing Voertuigen die onder het Wegenverkeersreglement vallen en die maar een beperkte snelheid hebben moet aan een aantal voorwaarden voldoen namelijk: Aan de voorkant dienen er twee lampen met zowel dimlicht als stadslicht gemonteerd te zijn. Aan de voorkant en aan de achterzijde zijn richtingaanwijzers verplicht. Er dienen waarschuwingsknipperlichten (alarmlichten) aanwezig te zijn. Er moet een speciale rode reflecterende (LMV) driehoek met platte hoeken gemonteerd te zijn. Deze driehoek moet bevestigd worden aan de achterzijde. Op de achterkant zijn twee achterlichten, twee stoplichten en tenminste twee rode reflectoren. Als de heftruck met eventueel een aanhanger langer is dan zes meter moet hij ook nog uitgerust te zijn met extra richtingaanwijzers en oranje retroreflectoren aan de zijkanten. Verder dienen uitstekende delen, bijvoorbeeld de vorken, verwijderd dan wel afgeschermd te worden. Maximum snelheid De maximum snelheid op de openbare weg is 25 km per uur.
15 Hoofdstuk 5 Veiligheid Verzekering Heftrucks die op eigen terrein rijden zijn verplicht verzekerd volgens de Wettelijke Aansprakelijkheid Motorrijtuigen, afgekort WAM. Voordat men met een heftruck de openbare weg opgaat, is het aan te bevelen eerst de verzekerings-voorwaarden goed te bekijken. Standaarduitvoering Heftrucks zijn normaliter in de standaarduitvoering alleen van een beperkte verlichting voorzien. Als je van plan bent om met de heftruck de openbare weg op te gaan, moet er contact opgenomen te worden met de leverancier zodat de heftruck aangepast kan worden en wel zodanig dat de vorkheftruck voldoet aan het wegenverkeersreglement. Zwaailicht Een geel zwaailicht mag alleen gebruikt worden om andere weggebruikers te wijzen op een bijzondere situatie, zoals het takelen van een auto met pech. Het voeren van gele zwaailichten geeft geen voorrangsrechten. Het gele zwaailicht mag gebruikt worden op het daartoe bedoelde voertuig bij: Het verlenen van hulp op of langs de weg. Werkzaamheden aan op of rondom wegen. Hulpverlening aan voertuigen, incl. repareren, wegslepen of bergen. Het vervoer van ondeelbare lading waarvoor ontheffing is verleend. Het begeleiden van transporten waarvoor ontheffing is verleend. Het begeleiden van militaire colonnes. Het rijden met landbouw- of bosbouwtrekker en motorvoertuigen met beperkte snelheid. Of door deze voertuigen getrokken aanhangwagens die inclusief lading niet breder zijn dan 2.60 meter. Rijbewijs Voor het besturen van een heftruck op de openbare weg zijn geen wettelijke vaardigheidseisen dan wel een rijbewijs verplicht. Van toepassing is alleen dat de werkgever er verantwoordelijk voor is dat de bestuurder, die met een heftruck op de openbare weg rijdt, over specifieke deskundigheden beschikt. Wegenbelasting Een heftruck heeft geen kenteken en is daardoor vrijgesteld van houderschapsbelasting. (wegenbelasting) LAATSTE TIP: VEILIGHEID BEGINT BIJ UZELF. DENK HIERBIJ NIET ALLEEN AAN UW EIGEN VEILIGHEID MAAR OOK AAN DIE VAN ANDEREN
16 Hoofdstuk 5 Veiligheid Vragen hoofdstuk 5 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Vraag 6 Vraag 7 Vraag 8 Vraag 9 Hoe oud moet je zijn om zelfstandig met een hef of reachtruck te mogen werken? A 15 jaar en opgeleid. B 16 jaar en opgeleid. C 18 jaar en opgeleid. Waarom moet je de heftruck of reachtruck bij het begin van je dienst controleren? A omdat de bestuurder moet weten hoeveel hij met de heftruck kan tillen. B omdat de bestuurder mede verantwoordelijk is voor de heftruck en om de veiligheid te waarborgen. C omdat dit van de chef moet. Klachten als het gevolg van het werken met een heftruck kan zijn: A suikerziekte B rugklachten C zwaarlijvigheid Als je een pallet moet verplaatsen waarvan de lading niet veilig is gestapeld dan moet je: A de pallet laten staan. B de chef waarschuwen. C de pallet voorzichtig verplaatsen. Hoe rijdt je met de heftruck als je naar voren niets kunt zien? A aan de rechterkant van de stelling. B langzaam vooruit. C achteruit. De rijsnelheid waarmee je met een hef- of reachtruck rijdt moet te worden aangepast aan: A de soort heftruck of reachtruck. B de te leveren prestatie. C de vloer, de weersomstandigheden en/of bedrijfsomstandigheden. Wat is de maximumsnelheid van een heftruck op de openbare weg? A 12 km/uur. B 20 km/uur. C 25 km/uur. Hoe rijd je met een beladen heftruck op een helling? A helling op: vooruit, helling af: vooruit. B helling op: achteruit, helling af: achteruit. C helling op: vooruit, helling af: achteruit. Bij het rijden met de heftruck op de openbare weg zijn de voorrangregels vergelijkbaar met die van een: A motorvoertuig. B fietser. C trein.
17 Hoofdstuk 5 Veiligheid Vraag 10 Vraag 11 Vraag 12 Vraag 13 Vraag 14 Vraag 15 Vraag 16 Vraag 17 Vraag 18 Je moet de heftruck of reachtruck parkeren. Er is hiervoor geen speciale parkeerplaats. Hoe parkeer je dan? A veilige plaats, punten van de vorken op de vloer, parkeerrem aan, contact af. B veilige plaats, vorken op de vloer, parkeerrem aan, contact af, kap omhoog, stuurwiel recht. C veilige plaats, punten van de vorken op de vloer, parkeerrem aan, stuurwiel recht, sleutel uit het contact. Wat weet je van het kijkgedrag bij het rijden op een heftruck of reachtruck? A je kijkt links en rechts en tijdens het rijden altijd in de rijrichting. B je kijkt tijdens het rijden altijd in het rond of er mensen in de buurt zijn. C je kijkt tijdens het rijden altijd naar de vorken. Hoe rijd je met de heftruck als de lading de maximale werklast overschrijdt? A langzaam vooruit. B niet rijden. C langzaam achteruit. Tijdens het verplaatsen van gevaarlijke stoffen met een heftruck, rijd je: A met de heftruck mag u geen gevaarlijke stoffen verplaatsen; B achteruit; C vooruit. Welke voorzieningen zijn verplicht aan een heftruck op de openbare weg? A geel zwaailicht, verlichting en gesloten cabine. B verlichting, veiligheidsgordel en vorken afgeschermd. C blauw zwaailicht, verlichting en vorken afgeschermd. Met de heftruck nader je in een magazijn een onoverzichtelijke kruising. Je wilt afslaan. Hoe handel? A je stopt en kijkt of je zonder problemen de bocht kunt nemen. B je vermindert snelheid, claxonneert en rijdt bij voorkeur achteruit. C je kijkt, claxonneert en rijdt zo snel mogelijk. Je constateert olielekkage onder de heftruck. Wat doe je? A de olie bijvullen. B de olievlek markeren. C het probleem bij de chef melden. Welk opschrift moet er in ieder geval op het typeplaatje vermeld staan? A de werklast voor ten minste drie zwaartepuntafstanden. B de soort banden. C het type motor. Bij het rijden met een lading op de vorken moet deze: A 10 15 cm van de vloer worden gehouden en de mast achterover geneigd. B 25 50 cm van de vloer worden gehouden en de mast achterover geneigd. C 10 15 cm van de vloer worden gehouden en de mast voorover geneigd.
18 Hoofdstuk 5 Veiligheid Vraag 19 Vraag 20 Vraag 21 Vraag 22 Vraag 23 Vraag 24 Vraag 25 Het remsysteem van een heftruck wordt gecontroleerd op: A remvloeistof, lekkage en werking. B pedaalslag en pedaalprofiel. C remvloeistof en remkrachtbegrenzer. Bij het oppakken van de lading moet de afstand van het zwaartepunt van de lading tot aan de hielen van de vorken: A zo laag mogelijk zijn. B zo klein mogelijk zijn. C zo groot mogelijk zijn. Aan welke vorm is een gevarenetiket te herkennen? A een ronde vorm. B een ruit vorm. C een driehoekige vorm. Je wilt een slachtoffer helpen bij een ongeval. Wat doe je als eerste? A je eigen veiligheid waarborgen. B een hulpverleningsdienst waarschuwen. C het schadeformulier invullen. Typische beroepsziekten van een hef of reachtruckbestuurder zijn: A hart en vaat ziekten door stress. B rug, nek en gewrichtsklachten. C griep en verkoudheid. Je gaat de koelvloeistof van een heftruck met verbrandingsmotor vervangen. Wat doet je met de oude koelvloeistof? A afvoeren via het riool. B afvoeren met het regulier bedrijfsafval. C afvoeren met het klein chemisch afval. Wat is de betekenis van dit veiligheidsetiket? A B C oxiderend. licht ontvlambaar; schadelijk.