Hygroscopische eigenschappen



Vergelijkbare documenten
Hout. Houteigenschappen 2013/12

Geschilderde houten panelen. Stijn Reijnen en André Jorissen Technische Universiteit Eindhoven

"VINGERLASHOEKVERBINDINGEN VOOR HOUTEN GEVELELEMENTEN"

Productinformatie Kleuren Randafwerking Randafwerking Eiken Randafwerking Mahonie Randafwerking Teak Randafwerking Noten Randafwerking Iroko

YERSEKE HANDEL WEG- EN WATERBOUW

KOMO productcertificaat

HOUT. André Jorissen SHR- Wageningen / TU- Eindhoven

Fiche Houtsoorten / Padoek Afrikaans Belgian WOODFORUM

Durélis/Populair Floor

Leginstructies. Natural Floor VOORAF. Europese Eik Europese Productie. Acclimatisering. Omgevingstemperatuur en Relatieve Luchtvochtigheid

26/05/2010. Materiaal Gebruik Bewaring

Reflectie GEVELTIMMERWERK READER. Mathieu Peters. Fontys PTH Eindhoven. Studentennummer:

Parket en Vloerverwarming

UITVOERING VAN HOUTEN VLOERBEDEKKINGEN

Titel: Geschiktheid van hoogland purperhart voor gebruik in gecertificeerde ramen, deuren en kozijnen. Rapportcode: Datum: 9 juli 2009

Is er een maximumbreedte of dikte voor de vloerplanken? Kies het juiste verwarmingssysteem

Bouwkundige elementen. Hout: introductie

: Onderzoek verfschade van kookverf op houten gevelbekleding

KOMO productcertificaat

Robbert Wijers 23 mei 2011

Eigenschappen van eiken

A HECHTINGSPROEFKIT (HPK)

RUIM 40 STANDAARD MODELLEN UIT EIGEN FABRIEK

Derlage Junior Hout V.O.F. Tel.: Schoutenstraat 30, Fax: ND/MD Vinkeveen, April GUARIUBA

Jurgen Vansteenkiste : Atlas Atheneum Gistel. Dwarse doorsnede van een boomstam

p V T Een ruimte van 24 ºC heeft een dauwpuntstemperatuur van 19 ºC. Bereken de absolute vochtigheid.

Stockmans Wood Products +32 (0)

Onderstaande tabellen geven de meest voorkomende afmetingen van hout in België verhandeld.

Duurzaam zonder verduurzaming Handleiding voor gebruik van hout zonder preventieve chemische behandeling

Bepaling van de hechting van verf op hout

Bij montage dient men rekening te houden met 3 belangrijke randvoorwaarden:

Tuinplank geschaafd. Vierkantpaal. Vierkantpaal dik. Tuinplank geschaafd met ronde kanten. Potdeksel Zweeds rabat. Scandinavisch Rabat

Voor definities van overige in de norm voorkomende begrippen, zie NEN 5461.

Zorgeloos Tuinplezier

Hout. 3e college Utrecht 13 september 2010 HKU

Fiche Houtsoorten / Iroko/kambala Belgian WOODFORUM

Een gedeeltelijk losgelaten groeiring, zichtbaar op het dosse vlak. Voor definities van overige in de norm voorkomende begrippen, zie NEN 5461.

KOZIJNENLIJM 0819 SLS

Beoordelingsgrondslag MDF/HDF voor toepassing in geveltimmerwerk Eisen en bepalingsmethoden

Acryl hoogglans wordt aangeboden als prijsalternatief voor de gepolierde hoogglans lakdeuren.

SKH PUBLICATIE d.d Panlatten. Uitgave: Stichting Keuringsbureau Hout SKH. Nadruk verboden

In een niet tot de normtekst behorende bijlage wordt aanvullende informatie gegeven inzake fysische eigenschappen, duurzaamheid en handelsmaten.

Draaiende delen (ramen) om verticale en/of horizontale as

Condensatie op mijn ramen

Q u e r c u s A l b a

Bos & milieu. Bomen 2013/12

CONCEPTHOUSE IBB - HOGESCHOOL ROTTERDAM - - ASSOCIATE LECTORAAT SUSTAINABLE BUILDING TECHNOLOGY - - KLINKNAGELSTRAAT 4 (RDM) 3089 JB ROTTERDAM

Luchtvochtigheid. maximale luchtvochtigheid; relatieve luchtvochtigheid; vochtdeficit. Absolute luchtvochtigheid (AV)

Hout. Materialen HKU. Materialen. Materialen Vandaag: Herhaling vorige week wat weten van een materiaal draad

HET PLAATSEN VAN DUBBELE BEGLAZING :

Schlüter -DITRA 25. Tegels plaatsen op houten ondergronden

Afhangen en sluitbaar maken

SKH-Publicatie Bepaling van de hechting van verf op hout d.d Uitgave: SKH. Nadruk verboden vervangt d.d.

Luchtvochtigheid en temperatuur

voor de montage van ter Hürne vloerlamellen

WETENSWAARDIGHEDEN OVER DE ONTVOCHTIGERS VAN DE LONGHI

DELTA -LIQUIXX FX: Plaatsingsvoorschriften «binnentoepassing»

CE markering constructiehout. Peter de Graauw SKH Wageningen

AKOESTISCHE WAND- EN PLAFONDPANELEN

hout werkt vrije en verhinderde vervorming van hout bij wisselende KlimaatomStandigheden

Is het Eike- of eikenhout

O-ringen zijn uitermate geschikt als afdichting van niet-bewegende machineonderdelen.

A HECHTINGSPROEFKIT (HPK)

Profidecke Onze bijdrage voor een beter (binnen)klimaat...

Optimaal genieten. De kachel

De dakconstructie is op maaiveld opgebouwd.

Tegelen op hout.

STABILITEIT. scheuren in gebouwen

Vraag 1. F G = N F M = 1000 N k 1 = 100 kn/m k 2 = 77 kn/m

Condensatie, condensdruppels

Houten terrasplanken met B-Fix clipsysteem. Verkrijgbaar in de houtsoorten: - Alungu (ook met bol profiel) of - Garapa - Merbau - Ipé

Plaatmaterialen en hun toepassingen 2009/03.08

2.1 Houtsoort europees eiken: Hout afkomstig van de winter- of zomereik (Quercus petraea (MATTUSCHKA) LIEBLEIN respectievelijk Quercus robur L).

Vloerverwarming. Lager energieverbruik. 25 april 2013 INFORMATIE OVER VLOERVERWARMING

Voor de montage van de Bear County schutting Garden Design WPC

Eenvoudig en duurzaam alternatief voor baksteen en beton Mecanosimpel 50m²/man/dag Standaard palletverpakking inclusief beslag

Gevingerlast & gelamelleerd hout

APPLICATION RULES Mechanische bevestiging van de waterdichting

Virtual Classroom Biologie: Objectief: - ter ondersteuning van (plantkunde) praktika en werkstukken

Nederlandse droogteperiodes vanaf 1906 in beeld Bart Vreeken, Logboekweer.nl

massief kunststof plaat

Techniek. TBA-Richtlijn 3.5 Richtlijn voor systeemwanden als ondergrond voor tegelwerk

KOZIJNENLIJM 0819 SLS 3.0 IP

FICHE TECHNIQUE TECHNISCHE FICHE LEVEL DESIGN 1

Voorbeeld NEN Preview. Gezaagd hout. Sterkteklassen, classificatiemethode en bepalingsmethoden. Inhoud. Nederlandse. biz.

Vervormingseigenschappen

Houtaantasting onder water -stopt het ooit-

Leginstructies voor zwevende Fold-Down

Kwaliteitseisen voor hout (KVH 1980) Houtsoort azobé. Quality requirements for timber - Species ekki

4. Fysische en mechanische eigenschappen

CLT Cross Laminated Timber

TECHNISCHE INGREPEN TEGEN VOCHT ONDERAAN DE MUREN. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen :

SKH-Publicatie voor controle kozijnverbindingen in de timmerfabriek

Fiche Houtsoorten / Merbau Belgian WOODFORUM

Contopp Versneller 10 Compound 6

Hoe kunnen we de kwaliteit van onze houtchips verbeteren?

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

: Afwerking van Western red cedar kozijnen Oorspronkelijke titel : Idem. : Rapport RAP, Verf Advies Centrum.

Transcriptie:

2013/12 Hout Hygroscopische eigenschappen Hout en vocht Hout is een natuurproduct dat na droging en verwerking gevoelig blijft voor vocht. Dit betekent dat het kan uitzetten en krimpen. Gebeurt dit ongelijkmatig, dan vervormt het hout. Als hout langdurig vochtig blijft dan vergroot dat de kans op aantasting door schimmels. Hout is opgebouwd uit cellen met een verharde celwand. Deze vormen tezamen bouw-elementen die de structuur van het hout vormen (vezels, vaten) zijn hygroscopisch. Dat wil zeggen dat ze vocht kunnen afstaan aan de lucht, maar er ook vocht uit kunnen opnemen. Komt vochtig hout in een droge omgeving, dan geeft het vocht af. Omgekeerd neemt droog hout in een natte omgeving vocht op. Dit proces gaat gepaard met krimpen en zwellen waardoor vormveranderingen kunnen optreden. Gedrag van hout Het hout van de levende boom bevat zowel 'vrij' water (in de celholten en de ruimten daartussen) als 'gebonden' water (opgenomen in de celwanden). Direct na het vellen van de boom begint het droogproces. Dit verloopt bij gezaagd hout sneller dan bij rondhout. De snelheid van het drogen is daarnaast afhankelijk van de maatvoeringen van het hout en de omgevingsfactoren (temperatuur, luchtcirculatie en luchtvochtigheid). Het is aan te raden hout te drogen alvorens het tot een eindproduct te verwerken. Als het hout droogt in zijn toepassing dan zou het kunnen krimpen, vervormen en scheuren Krimp- en zwelgedrag Krimpen en zwellen treedt op beneden het vezelverzadigingspunt. Boven het vezelverzadigingspunt zal er geen gebonden water verdampen. Hou vervormt alleen als er gebonden water wordt opgenomen of afgestaan. 1 van 6

Grote krimp impliceert ook een grote zwelling. Onder gebruiksomstandigheden reageert het houtvochtgehalte zeer vertraagd en afgezwakt op klimaatwisselingen. De kans op hinderlijke krimp, zwelling of vervorming van het eindproduct is dus veel kleiner dan de krimpcijfers aangeven. In praktijk is het aan te bevelen het hout te drogen tot een vochtgehalte dat overeenkomt met de gemiddelde relatieve vochtigheid in de toepassing en de omgeving waarin het komt te verkeren alvorens het te verwerken. Tot welk vochtgehalte het hout voor verwerking moet worden gedroogd, is afhankelijk van het gebruiksdoel. Toepassing Gemiddeld eindvochtgehalte (%) Parket 8 Binnendeuren 8 Meubelen 10 Deuvels 10 Binnenbetimmeringen 13 Trappen Binnenshuis 13 In niet verwarmde ruimten 14-16 Ramen en glaslatten 14 deuren 15 betimmering 16 Vloeren, balklagen en gordingen Binnen normaal 14-16 Binnen vochtig 16-18 beschut 18-21 Kozijnen 14-16 Gelamineerde dragende constructies Binnen droog 8 Binnen normaal 11 Binnen vochtig 14 beschut 14 onbeschut 14 Bouw- en constructiehout onder dak 16-18 Waterbouwkundige toepassingen 25-30 Tabel: het aanbevolen houtvochtgehalte bij verwerking voor een aantal toepassingen. Opo 2 van 6

Houtvochtgehalte Het vochtgehalte wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de massa van het water dat aan het hout kan worden onttrokken en de zogenaamde ovendroge massa van het hout. Evenwichtsvochtgehalte Het evenwichtsvochtgehalte is het vochtgehalte van hout dat bij een bepaalde temperatuur in evenwicht is met de relatieve vochtigheid van de omringende lucht. Relatieve luchtvochtigheid De relatieve luchtvochtigheid (R.V.) wordt gedefinieerd als de hoeveelheid waterdamp in de lucht, uitgedrukt in het percentage van de maximaal aanwezige hoeveelheid waterdamp bij een gegeven temperatuur en luchtdruk. Hysteresis Hysteresis komt bij vrijwel alle natuurlijke materialen voor. Hysteresis is het verschijnsel dat het evenwichtsvochtgehate (houtvochtgehalte na een langdurige klimatisering bij een vaste temperatuur en een vast luchtvochtgehalte) bij droging (desorptie) hoger is dan bij het vochtiger worden van hout (adsorptie). Het verschil tussen beide evenwichtsvochtgehalten varieert, afhankelijk van de houtsoort en de relatieve luchtvochtigheid, maar ligt in de ordegrootte van 0,5 tot 4,0%. Rand- en kernvochtgehalte Het randvochtgehalte is het gemiddelde vochtgehalte in de randzone. Deze zone is in de Kwaliteitseisen voor Hout (KVH) gedefinieerd als de buitenste laag met een diepte tot 1/4 van de nominale dikte en/of breedte van een deel hout. Het kernvochtgehalte is het gemiddelde vochtgehalte in de kern. De kern is gedefinieerd als dat deel van het hout dat dieper ligt dan 1/4 van de nominale dikte en/of breedte. Krimprichtingen Bij krimp is een aantal richtingen te onderscheiden: Opo 3 van 6

- radiaal : de richting loodrecht op de groeiringen - tangentiaal : de richting evenwijdig aan de groeiringen - axiaal : de lengterichting De krimp in de axiale richting (de lengte) is het laagst en zeer gering. De krimp in radiale richting (loodrecht op de groeiringen) is gewoonlijk de helft kleiner is dan die in tangentiale richting (evenwijdig aan de groeiringen). Voor naaldhout is als vuistregel de gemiddelde werking per procent vochtgehalte: axiaal 0,01% radiaal 0,15% tangentiaal 0,30% Tabel: vuistregel voor gemiddelde werking per procent vochtgehalte (naaldhout) Vervormingen Het verschil in krimp en zwel tussen de radiale en tangentiale richting kan vervormingen doen ontstaan. Deze duiden we al naar gelang de aard van de vervorming aan met de termen kromheid, gebogenheid, scheluw trekken of schotelen. Opo 4 van 6

Krom- en scheluwtrekken Door de ongelijke krimp in tangentiale en radiale richting zal gezaagd hout de neiging hebben te vervormen. In een houten deel is het aandeel tangentiaal en radiaal hout namelijk niet gelijkmatig verdeeld. Dit is het gevolg van het gegeven dat een balk een rechthoekige doorsnede heeft terwijl hout een concentrische opbouw heeft. De uitzondering is zuiver kwartiers gezaagd hout. Dit zal bij droging wel krimpen, maar geen last hebben van kromtrekken. Werking Met het werken van hout bedoelt men de vormverandering die samengaat met het vetraagd meebewegen van het houtvochtgehalte met de wisselingen in luchtvochtgehalte. Het luchtvochgehalte kent een cyclus waarin de waarde het laagst is in de winter (bij vorst) en het hoogst in de zomer (bij klam warm weer). Bij toepassingen moet emn praktisch omgaan met deze vormverandering door in het ontwerp rekening te houden met deze geringe mate van vervorming. Stabiliteit De mate van vormstabiliteit is deels afhenkelijk van de mate van krimp die optreedt bij een bepaalde houtvochtgehalte verandering (krimpgetal). Over het algemeen gedragen houtsoorten die een geringe krimp kennen zich vormstabieler. Bij houtsoorten die minder snel vocht uitwisselen met hun omgeving varieert het houtvochgehalte minder. Deze houtsoorten kunnen een hoog krimpgetal hebben maar zullen zich toch vormstabieler gedragen dan men zou verwachten. Krimpcoëfficiënt Opo 5 van 6

De krimpcoëfficiënt is het percentage krimp dat optreedt bij een vermindering van het houtvochtgehalte met 1%, gemeten over een vochttraject waarbij de krimp als constant mag worden beschouwd. Gevolgen van vochtveranderingen Wijzigingen in het houtvochtgehalte leiden tot vormveranderingen van het hout. Neem een vurenhouten stijl, met een doorsnede van 100 x 100 mm en een lengte van 2,50 m die wordt toegepast in geveltimmerwerk. Bij de verwerking heeft dit hout een gemiddeld vochtgehalte van 16%. Wanneer bij het gebruik, om wat voor redenen dan ook, het houtvochtgehalte oploopt tot circa 20%, wat niet ongebruikelijk is, zijn de vervormingen (zwelling): axiaal radiaal tangentiaal (20-16) x 0,01 = 0,04%, d.w.z. 1,0 mm (20-16) x 0,15 = 0,6%, d.w.z. 0,6 mm (20-16) x 0,3 = 1,2%, d.w.z. 1,2 mm Voorbeelden: berekening zwelling Scheuren Wanneer tijdens het drogen de krimpspanningen te groot worden, kunnen de houtvezels van elkaar scheuren. Dit is grotendeels te voorkomen door een juiste wijze van drogen en zagen. Opo 6 van 6