Studiehandleiding Profilering jonge kind (studiegidsnr.: ay)

Vergelijkbare documenten
Studiehandleiding eigen vaardigheid basistoets Nederlands (studiegidsnr: 70710P06MY)

Studiehandleiding Geschiedenis (studiegidsnr.: MY)

Studiehandleiding Beroepsvaardigheden 1

Studiehandleiding beeldende vorming 2

Studiehandleiding Onderzoekspracticum (PW GY)

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen

Masterclass Forensische Orthopedagogiek (7014B458DT)

Studiehandleiding Testconstructie en onderzoeksverslaglegging AY (Pedagogiek) DY ULP13 (UPVA)

Faculteit der Geesteswetenschappen. Bachelor scriptiereglement voor de opleidingen: Nederlandse Taal en cultuur Taal en communicatie

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op , verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op

Kinderen en jongeren actief in wetenschappelijk onderzoek

Studiehandleiding Bachelorscriptie Pedagogische wetenschappen ( AY) 6EC

1. Inleiding. 2. Aanvang

Studiehandleiding Forensische Orthopedagogiek (7014B413DT)

Studiehandleiding. Forensische Orthopedagogiek (7014B413DY) Masterjaar: Semester 1

Studiewijzer. Bachelor Informatica. Inleiding Programmeren Studiejaar en semester: jaar 1, semester 1 (blok 1)

Stappenplan Ontdekken van de Wereld

Psychologie: ontwikkeling, persoonlijkheid en leren ( CT)

Studiehandleiding Wetenschapsfilosofie ( DT)

De OER in gewoon Nederlands

Toetscyclus. 5.1 Praktijk Reflectie De toetscyclus Portfolio 39

Studiehandleiding Propedeuse POWL en UPvA Argumentatieleer hoorcolleges & werkgroepen /practica v1.1

EXAMENREGELING BACHELOR-PROPEDEUSE PSYCHOLOGIE

GROEPSDYNAMICA STUDIEHANDLEIDING

BEOORDELINGSFORMULIER

Uitleg over de OER Alles wat iedere student moet weten over zijn of haar Onderwijs- en Examenregeling (OER)

Studiehandleiding Doelgroepen en Fenomenen in de Forensische Orthopedagogiek

Certificering pabo-studenten voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs Door: Bestuur OGO-Academie september 2014

Beoordelingsformulier Verslag Vakprofilering Geschiedenis Code: OTR3-PRWT1-15 EC: 5

Studiehandleiding Curriculum Studies ( AY)

Studiewijzer BACHELOR KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE EXTRA KEUZENVAK VAK: C++ PROGRAMMEERMETHODEN

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

: Afstudeerproject BSc KI : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : semester 2, periode 5 en 6

Toetsbekwaamheid BKE november 2016

Studiehandleiding Testleer en Testgebruik (7013K400CY)

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging

Studiehandleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging

Studiehandleiding Inleiding Onderwijskunde (studiegidsnr: 70710P08DY)

Studiehandleiding Onderwijskunde, theorie en contexten I ( AY)

Schakelmodule De jeugd

Pendelen tussen stagepraktijk en opleiding

HANDLEIDING BACHELOR EINDWERKSTUK

Eindverslag stage jaar 1

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning Leerdoelen en persoonlijke doelen Het ontwerpen van het leerproces Planning in de tijd 89

Reglement Onderzoekscollege en Bachelorscriptie Europese Studies

Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren

Werkplan vakverdieping kunstvakken

Toelichting Startbekwaamheidsgesprek voor opleidings- en werkveldexaminatoren

Onderwijsregeling VI Keuzeonderwijs Bacheloropleiding Geneeskunde Curius+

Universitaire Pabo van Amsterdam 70710P11LY. Deelhandleiding bij KCO 1. Studiehandleiding Beeldende Vorming 1

Diagnostiek Behandel Combinatie bij Ontwikkelings- en Opvoedingsproblemen (7014A421AT)

Studenthandleiding Bachelorthesis European Law School

Format voor het plan van aanpak voor het aanvragen van een ster

Hoe leer ik kinderen rekenen in groep 3 en 4? Weekschema PABWJ314X

Begin je (les)activiteit met een korte observatie aan de hand van onderstaande vragen:

Beroepsproduct Project Wetenschap en technologie op de basisschool

Reglement bachelorwerkstuk

REGELING BACHELOR SCRIPTIE (specialisatie Geschiedenis LAS)

Inhoudsopgave : PARAGRAAF 4 EXAMEN 6 Artikel 4 Iudicium 6

Beoordelingsformulier KET Een gezondheidsbevorderende interventie ontwikkelen inclusief evaluatieplan

BSc Kunstmatige Intelligentie. : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : semester 1, periode 2

Samen beoordelen van deeltijdstudenten Bijlage 9

Universitaire Pabo van Amsterdam Studiehandleiding CE RF Cultuureducatie en Erfgoed

Leerwerktaak Bouwen aan grammatica

Faculteit der Geesteswetenschappen Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT) TAALTRAININGEN VOOR STUDENTEN FGw

Studiehandleiding Gespreksvaardigheden ( DP)

Regels voor het schrijven, begeleiden en beoordelen van MAscripties

Basiskwaliteit Voorschool VVE Zaanstad CRITERIA PROFESSIONELE COMPETENTIES VOOR MEDEWERKERS, TEAM EN ORGANISATIE

[Inhoudsopgave wordt geplaatst op de eerste pagina studiehandleiding rechterkant] Inhoudsopgave

Evaluatie Curriculum Onderzoek in de opleiding

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media

Heikamperweg AZ Asten-Heusden

WERKSTUK Taalexpert PRIMO

Curriculumevaluatie BA Wijsbegeerte

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO-examen 6. Het Pre-masterprogramma 7. Studeren in deeltijd 9

Studiehandleiding Onderwijspraktijk A

EXAMEN en TENTAMEN REGLEMENT KABER GROEP

PWS - Fase 1 - Plan van aanpak Behaald 0 van de 25 punten

Transcriptie:

Universitaire Pabo van Amsterdam Nieuwe Prinsengracht 130 1018 VZ Amsterdam E-mail: upva@uva.nl www.student.uva.nl/upva Studiehandleiding Profilering jonge kind (studiegidsnr.:700740406ay) Jaar 4 Semester 1, blok 1 + 2 Studiejaar 2013-2014 Coördinator: Helma Brouwers Docenten: Helma Brouwers Amsterdam, augustus 2013 1

Deelname onderwijs Deelname onderwijs/tentamen Om deel te kunnen nemen aan het onderwijs en/of eerste afsluitingsgelegenheid (tentamen) in deze module moet je je binnen de voorgeschreven periode aanmelden conform de door de onderwijsbureau voorgeschreven procedure in SIS. Bij niet-tijdige aanmelding en/of onjuiste inschrijving kan deelname aan het onderwijs/tentamen op praktische gronden worden geweigerd. Zie voor de aanmeldingsprocedure www.student.uva.nl/upva. Deelname herkansing Als je wilt deelnemen aan de herkansing dien je je minimaal 8 dagen voor de herkansing aan te melden via Student Informatie Systeem (SIS). Aanmelden kan nadat de uitslagen van de eerste afsluitingsgelegenheid bekend zijn gemaakt. Indien de aanmelding niet of niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan deelname aan de herkansing op praktische gronden worden geweigerd, of kan het werk niet worden nagekeken en/of beoordeeld. Onderwijsbalie Voor vragen met betrekking tot de inschrijving in SIS, kun je contact opnemen met de onderwijsbalie van de Universitaire Pabo via upva@uva.nl of 020-5257616. Inleiding In deze profilering verdiept de student zich in de theorie over het jonge kind en hij oefent een aantal praktische vaardigheden die het werken met jonge kinderen betreffen. de student zal de verbinding leren leggen tussen die theorie en de praktijk. De praktische vaardigheden die de student met name zal gaan oefenen is kennis van materialen en middelen, gespreksvoering met jonge kinderen, omgaan met moeilijke kinderen en de speciale organisatorische vaardigheden die je in een onderbouwgroep nodig hebt. De focus ligt op de kleuterleeftijd (basisschoolgroepen 1 en 2), maar er is eveneens aandacht voor wat daaraan vooraf gaat en wat daarop volgt. De praktijkervaring is referentiepunt en onderwerp voor onderzoek en reflectie. De student zet die praktijkervaring af tegen de kennis over ontwikkelingspsychologie, kennis over materialen en middelen, over onderwijsvernieuwing, en kennis van een aantal recente onderwijsvisies en onderwijsconcepten. Elk kind behoort optimaal te profiteren van het onderwijs dat we geven. De student leert hoe je dat in de onderbouw kunt garanderen; welke discussie er bestaan over wat goed onderwijs is aan kleuters, welke doelen er in de onderbouw zoal worden nagestreefd, welke observatie- en registratieinstrumenten er zijn voor kwaliteitsbewaking en wat de rol daarbij is van de inspectie en van het overheidsbeleid. Tot slot komen aan de orde welke personen en instanties binnen en rondom de school een functie hebben bij het streven naar optimaal, passend onderwijs en hoe de communicatie met die personen en instanties verloopt of zou moeten verlopen. Leerdoelen 2

A. Kennis en inzicht 1.- De student weet hoe hij een rijke, ontwikkelingsstimulerende speel/leeromgeving voor jonge kinderen kunt inzetten om kinderen optimale ontwikkelingskansen te bieden. 2.- De student heeft kennis van de ontwikkelingspsychologie van jonge kinderen. 3.- De student weet welke ontwikkelingsstimulerende maatregelen hij op basis van die gegevens bij welk kind kan nemen. 4.- De student kent de verschillende onderwijsvisies en onderwijsconcepten, waaronder VVTO (vroeg vreemde taalonderwijs) B. Toepassen kennis en inzicht 1.- De student kan de vertaalslag maken van wetenschappelijke literatuur over onderwijs en opvoeding, naar het handelen in de praktijk. 2.- De student kan uitdagend en betekenisvol onderwijs ontwerpen en uitvoeren voor kinderen in de groepen 1 t/ m 4, waarin Engels is opgenomen. 3.- De student houdt met zijn onderwijs rekening met de specifieke kenmerken van jonge kinderen, op het terrein van leren en ontwikkelen. 4.- De student kan de ontwikkeling van kinderen in de praktijk observeren en registreren C. Communicatie 1.- De student kent de verschillende instanties rond het onderwijs (ouders, schoolbesturen, onderwijsinspectie, voorscholen, begeleidingsdiensten, jeugdhulpverlening, etc.) 2.- Hij kan met die instanties in overleg gaan en hen zo mogelijk inschakelen als er problemen zijn. D. Oordeelsvorming 1.- De student heeft een beargumenteerde visie op onderwijs aan het jonge kind op basis van concepten uit de literatuur en verantwoordt daarmee zijn handelswijze in de praktijk. Aansluiting bij andere modules In de profilering jonge kind staat de integratie tussen theorie en praktijk centraal. De profilering bereidt voor, verdiept en reflecteert op de ervaringen in de LIO-stage. Literatuur: 1. Brouwers, Helma (2010) Kiezen voor het jonge kind, Bussum Coutinho 2. Inspectie van het onderwijs (2012) Jong geleerd, toezicht op het onderwijs aan jonge kinderen 3. Oskam,S. (2013) Praktische didactiek van het Engels in het basisonderwijs, Bussum Coutinho Aanbevolen literatuur: Imelman, J.D. & Goorhuis-Brouwer S. (2010) Meedoen en leren. Ontwikkelingspsychologie en pedagogiek van het jonge kind. Baarn-Utrecht-Zutphen ThiemeMeulenhoff bv Dahlberg, Gunilla & Moss, Peter (2005) Ethics and Politics in Early Childhood Education, London and New York, RoutledgeFalmer, Reader met onder andere delen uit: - Brouwers, Helma. Inspirerende onderwijsvisies in De Kracht van opvoeden, Amsterdam SWP - Fijma, Nico & Vink, Henk, (2012) Op jou kan ik rekenen, Van Gorcum Assen 2004, - Pompert, Bea, Thema s en taal, Van Gorcum Assen 2004 - Miller, Edward & Almon, Joan, Alliance for Childhood Kindergartenreport (2009) Crisis in the kindergarten, te vinden op http://www.allianceforchildhood.org - Onderwijsinspectie: Toezichtkader voor VVE (oktober 2011) 3

- Een aantal artikelen (Ludo Heylen en Annemieke Huisingh) uit Het recht van het kind te zijn zoals het is (eind 2013, Red. H. Brouwers & Theo Cappon, Gorinchem, uitgeverij Narratio Onderwijsvormen Afhankelijk van de onderwerpen die aan de orde zijn, wisselen we af tussen hoorcollegeachtige bijeenkomsten, bijeenkomsten met een workshopkarakter, bijeenkomsten die een discussiekarakter hebben en bijeenkomsten waarin uitwisseling plaats vindt over het werk dat tijdens zelfstudie gedaan is. Tussen de bijeenkomsten door is er ruimte voor zelfstudie en onderzoek op de praktijkschool. Contact Helma Brouwers: wmtbrouw@dds.nl Rooster Omvang:.6 EC s = Contacturen 12 x 2 = Zelfstudie/ literatuur lezen = Onderzoek in stageschool = Uitwerking en beschrijving thema = Essay schrijven over onderwijsvisie = Didactiek Engels = 168 uur. 24 uur 38 uur 10 uur 28 uur 58 uur 10 uur --------------------------------------------------------- Totaal 168 uur. 4

Datum Inhoud Voorbereiden Blok 1 12-09-2013 Introductie over de profilering jonge kind. Wat is anders in groep ½ 19-09-2013 Hoe krijg je een doorgaande lijn tussen groep 1 / 2 en groep 3 / 4? 26-09-2013 Wat is goed onderwijs aan deze leeftijdsgroep? Discussiepunten als doelen, rol van spel en spelen, rol van de leerkracht etc. Geen voorbereiding Lezen: Kiezen voor het jonge kind 1, 2.1, 2.2,2.3, 2.4, 2.5. + 7.1 Lezen: Kiezen voor het jonge kind hoofdstuk 3 Zoek ook naar informatie over de recente discours rond onderwijs aan jonge kinderen in de media. 03-10-2013 Visies op onderwijs: traditionele en recente vernieuwers. Groepsdiscussie: Rol van spel en spelen in diverse visies en waar zie je doorgaande lijnen naar groep 3. Lezen: Brouwers H. Inspirerende Onderwijsvisies In: De kracht van Opvoeden En Kiezen voor het jonge kind Deel II, hoofdstuk 7 Evidence-based : zoek onderzoeksresultaten over welke onderwijsconcepten/programma s het beste resultaat laten zien: zie SCO-Kohnstamm Instituut. 10-10-2013 Praktische vaardigheden: materialenkennis en inrichten van een rijke leeromgeving. Oefening: Enkele materialen en hun mogelijkheden 17-10-2013 Praktische vaardigheden: Klasseninrichting; hoeken en buitenruimte Oefening: zelf ontwikkelingsmaterialen ontwerpen Blok 2 31-10-2013 Praktische vaardigheden: klassenmanagement; activiteiten, organisatie en groepssamenstelling met het oog op de doorgaande lijn. 07-11-2013 Praktische vaardigheden: gesprekken voeren met jonge kinderen Oefening: vragen stellen Lezen: Kiezen voor het jonge kind, Hoofdstuk 8. Bekijk de ontwikkelingsmaterialen in je stageklas en lees de handleidingen *Orden de ontwikkelingsmaterialen in je stageklas in de matrix (p. 413 Kiezen voor het jonge kind.) Onderzoek in je stageklas de inrichting en maak een verslag met mogelijke verbeteringen. Lees: Kiezen voor het jonge kind, 6.5, 6.6 + hoofdstuk 9: 9.1 t/m 9.3 *Observeer gesprekken tussen kinderen onderling; schrijf die uit en neem ze mee naar deze bijeenkomst. *Observeer gesprekken in de grote kring; inventariseer de 5

vragen die de leerkracht stelt. 14-11-2013 Praktische vaardigheden: thematisch werken; waarom en hoe. Thema s in groep 3+4 Verhalend ontwerpen: een speciale themavorm. Lezen: Kiezen voor het jonge kind Hoofdstuk 5 +6: 6.1 t/m 6.4. Reader: Pompert: thematiseren. Overleg met mentor over een themaonderwerp 21-11-2013 Observeren, evalueren en registreren, of hoe bewaak ik de kwaliteit van mijn onderwijs. - Wat zijn nastrevenswaardige doelen? - Welke soorten observatie- en registratie-instrumenten bestaan er voor het onderwijs aan jonge kinderen? Lezen: Kiezen voor het jonge kind, 9.5 Onderzoek in de stage welke observatie/registratiemiddelen gebruikt worden; neem voorbeelden mee en maak een verslag. 28-11-2013 Opbrengstgericht werken in de onderbouw: - Hoe kun je ontwikkeling zien, - Wat wil je meten, - En is meten ook inderdaad weten? Oefening: deficitmodel of groeimodel 12-12-2013 Kwaliteitsbewaking vanuit overheid (kabinetsbeleid) en inspectie (uitvoerders van het beleid) 19-12-3013 Instanties rondom de school; wanneer schakel je wie in? Ouders als partners; hoe geef je daar vorm aan. Soorten gesprekken met oudergesprekken. Lezen: Miller et al. Crisis in the Kindergarten Onderzoek de discours over het meetbare en maakbare (jonge) kind (Diane Ratvich, Ad Boes, Sieneke Goorhuis, Peter Moss & Gunilla Dahlberg, Annemieke Huisingh etc.) op internet. Lezen: toezichtkader inspectie voor jonge kinderen (zie + Toezichtkader voor VVE + Jong geleerd Interview je mentor over zorginstanties rondom de school. Maak een verslag en neem dat mee. Vraag je mentor om deel te mogen nemen aan (een aantal) oudergesprekken Lezen: Kiezen voor het jonge kind, 9.4 13-01-2014 Inleveren: essay-opdracht Visies op onderwijs aan jonge kinderen 03-02-2014 Inleveren, themaontwerp *Voor elke bijeenkomst bereid je je voor door de aangegeven literatuur vooraf te bestuderen, óf het besproken onderzoek of de aangegeven opdrachten vooraf uit te voeren. Die voorbereiding is essentieel om actief te kunnen participatie en om een actieve inbreng te kunnen leveren tijdens de bijeenkomsten. 6

Dit programma draait voor de eerste keer, en mag gezien worden als experimenteel; in overleg en met kritische feedback van studenten hopen we het telkens te kunnen bijstellen en verbeteren. Mochten er veranderingen in dit programma nodig zijn, dan gaat dat in nauw overleg tussen studenten en docent en die veranderingen worden zo tijdig mogelijk bekend gemaakt. Beoordeling De student levert aan het eind van het semester twee opdrachten in en hij maakt een schriftelijke toets. De opdrachten : 1. Hij werkt op papier een thema uit, dat in de praktijk van je LIO-stageklas uitgewerkt kan worden. Het verslag bevat: a. Een verantwoording van het gekozen onderwerp (waarom dit onderwerp, voor déze groep) b. De algemene themadoelen, d.w.z. de bedoelingen van het thema zélf. c. De deelonderwerpen rond dit onderwerp (een woordweb + daarnaast een ordening van die onderwerpen van dichtbij naar steeds verder af). d. Een woordenlijst met woorden/ begrippen die je tijdens de uitwerking van dit thema extra aandacht kunt geven. e. Een invulling van betekenisvolle activiteiten, geordend naar de diverse kernactiviteiten (zie Brouwers pag. 256-259) en daarbinnen weer geordend naar moeilijkheidsgraad (hou daarbij rekening met die niveauverschillen die je in je stageklas trof). f. De doelen die je met elk van die activiteiten mogelijk kunt bereiken. g. Een beschrijving van hoe je een rijke speel/ leeromgeving rond dit onderwerp kunt creëren: de hoeken die het werken, onderzoeken en spelen rond het thema stimuleren, en de materialen waarmee je die hoeken inricht. h. Een beschrijving van één zelfgemaakt ontwikkelingsmateriaal dat bij dit onderwerp te gebruiken is, en de bedoelingen die je met dit materiaal kunt bereiken. i. Het observatie- registratiesysteem dat je tijdens het thema gaat gebruiken om vast te leggen wát kinderen deden (activiteiten) en wat ze ervan leerden (opbrengsten). Doelen: A. 1 + 2, B. 1,2,3,4. Met deze opdracht leert de student zijn kennis (van ontwikkelingspsychologie, van doelen en bedoelingen van het onderwijs in de onderbouw, over spel en spelen, over het belang van een rijke speel/leeromgeving) concreet toe te passen in de praktijk. Hij leert onderwijs ontwerpen dat voor kinderen uitdagend, passend en betekenisvol is. En hij leert onderwijs ontwerpen dat rekening houdt met diversiteit in culturele achtergronden en niveaus van kinderen. 2. Hij schrijft een essay over onderwijsvisies in de onderbouw. In 2500-3000 woorden beschrijft de student minimaal vijf door hem bestudeerde onderwijsvisies, waarvan één visie uit de groep zgn. traditionele onderwijsvernieuwers. Op basis van die kennis beschrijft de student zijn eigen visie op onderwijs in de onderbouw, onderbouwd met argumenten en met évidence-based onderzoek, daar waar dat beschikbaar is. En die eigen visie is op alle beschreven aspecten consistent. Bovendien is daarin verwerkt: o opvattingen over hoe kinderen leren en zich ontwikkelen, o opvattingen over de rol van spel en spelen, o opvattingen over de taak van de leerkracht, o over het dilemma child-centered dan wel teacher-centered, o over aandacht voor kinderen die iets extra s nodig hebben, 7

o opvattingen over aandacht voor culturele diversiteit o over wat belangrijke onderwijsdoelen zijn o opvattingen over assessment, o over doorgaande lijnen tussen groep 1 / 2 en groep 3 + 4 De student gebruikte naast de in deze studiehandleiding genoemde literatuur minimaal vier andere wetenschappelijke werken die zijn argumenten ondersteunen. De student reflecteert in dit essay tenslotte op zijn eigen vaardigheden: op welke aspecten zijn die toereikend om deze visie in de praktijk te brengen en op welke aspecten vergen die nog de nodige oefening. Doelen: A.4 + D.1 Met deze opdracht leert de student verschillende onderwijsvisies en onderwijsconcepten kennen en hij leert een beargumenteerde keuze te maken die voor zijn werk met kinderen nu en in de toekomst leidend zal zijn. Het eindcijfer van de profilering jonge kind wordt bepaald door: 1. De kwaliteit van het uitgewerkte thema, waarin de bestudeerde theorie en de praktijk samen komen (30 %) 2. De kwaliteit van het essay over onderwijsvisies, waarin theorie, praktijk en een goed beargumenteerde eigen visie zijn verwerkt. (60 %) 3. De schriftelijke toets Engels (10 %) De student is verplicht bij alle bijeenkomsten aanwezig. Van hem/haar worden actieve participatie en inbreng verwacht. Indien een student afwezig is geweest bij één of meerdere bijeenkomsten is dat gemeld aan de coördinator. De gemiste bijeenkomsten zijn in overleg met de coördinator ingehaald middels een opdracht of anderszins. Om een voldoende te krijgen voor de opdrachten (cijfer 5.5) moet je in elk geval aan alle eisen die aan de opdrachten gesteld zijn hebben voldaan én je moet die eisen juist hebben begrepen en geïnterpreteerd. Is dat niet het geval, dan krijg je kans om - nadat je van de docent feedback hebt ontvangen - dat wat ontbreekt aan te vullen en/of wat verkeerd geïnterpreteerd werd bij te stellen. (Zie de beoordelingsformulieren voor de opdrachten in deze studiehandleiding.) De kwaliteit van het werk bepaalt uiteindelijk het cijfer: - Bij het thema wordt gekeken naar didactische kwaliteit, inventiviteit, creativiteit en originaliteit. - Bij het essay wordt gekeken naar de mate waarin de student getuigt van kennis van zaken, naar de kwaliteit van de argumentatie en naar de (wetenschappelijke en onderwijskundige) verantwoording daarvan. Feedback Feedback op het gemaakte tentamen wordt op tweeërlei wijzen gegeven: o Individueel Studenten kunnen desgewenst het gemaakte tentamen inzien als zij zich van tevoren hebben ingetekend (een intekenlijst komt te hangen bij de coördinator, kamer G0.14). o Collectief in een responsiecollege Studenten dienen (uiterlijk drie dagen) van te voren hun vragen te mailen naar de coördinator. Deze vragen (alleen) worden besproken in het responsiecollege. Op practicumopdrachten wordt feedback gegeven door de practicumdocent. Mocht de eindopdracht als onvoldoende worden beoordeeld, dan dient aan de hand van de feedback een verbeterde versie te worden ingeleverd, die dan weer volgens de gebruikelijke criteria wordt beoordeeld. 8

Evaluatie van het onderwijs Docenten en de Universitaire Pabo hebben behoefte aan feedback van de studenten op de kwaliteit van het gegeven onderwijs. Waar nodig kan een betreffende module verbeterd worden voor de volgende groep studenten. Maar evalueren kan ook een goed leermoment zijn voor jou als student, omdat je zo extra nadenkt over je eigen leerproces en nagaat hoe je achteraf kijkt naar de inhoud van een module. Binnen de FMG wordt gewerkt met een vragenlijst die UvA-breed wordt toegepast. Bij het laatste college of na afloop van het tentamen zal je gevraagd worden deze vragenlijst in te vullen. Vul deze vragenlijst zo eerlijk mogelijk in, de resultaten ervan hebben geen consequenties voor de uitslag van het tentamen. Bovendien blijf je bij het invullen van de vragenlijst anoniem. Indien uit de resultaten van de vragenlijst blijkt dat toelichting nodig is op de evaluatie van de betreffende module, organiseert het Onderwijsinstituut een panelgesprek. Hiertoe worden een aantal studenten uitgenodigd en wordt samen met de docent en de onderwijsdirecteur of studieadviseur gesproken over het verloop en de inhoud van de betreffende module. Studenten kunnen indien gewenst ook zelf een panelgesprek aanvragen. Fraude Onder fraude wordt verstaan het handelen of nalaten van de student dat erop gericht is het vormen van een juist oordeel door de examinator omtrent kennis, inzicht en vaardigheden van de student geheel of gedeeltelijk onmogelijk te maken. Een voor iedereen duidelijk herkenbare vorm van fraude is bijv. het op enigerlei wijze spieken tijdens het tentamen. Een helaas vaak voorkomende vorm van fraude, die in de wetenschappelijke wereld zeer zwaar wordt aangerekend, is het plegen van plagiaat. Plagiaat Een wetenschappelijke tekst moet controleerbaar zijn en daarom dien je gebruikte (internet)bronnen altijd vermelden in een zogenaamde bronvermelding. Als je een stuk tekst of tabel van iemand overneemt geef je precies aan wie de auteur is en waar je de tekst of tabel hebt gevonden. Doe je dat niet en wek je dus de indruk dat die tekst of die gegevens van jezelf zijn, dan wordt dat plagiaat genoemd. Het plegen van plagiaat in een paper of scriptie betekent altijd uitsluiting van de betreffende tentamen- of scriptiegelegenheid. Bovendien kan de examencommissie nog zwaardere straffen opleggen. Zorg dus dat je altijd goed je bronnen vermeldt en niet zomaar stukken tekst of gegevens van anderen overneemt. Zie ook Serviceplein voor studenten, Fraude- en plagiaatregeling, http://www.student.uva.nl/fraude-plagiaat/voorkomen.cfm, en OER bachelor- en masteropleiding Pedagogische wetenschappen en Onderwijskunde, artikel 5.14. Beroepsmogelijkheden Als je het niet eens bent met een beslissing van een examinator, is het verstandig om je eerst te wenden tot de Examencommissie UPvA met het verzoek om een uitspraak te doen over je eventuele klacht. Na die uitspraak kun je besluiten om binnen 4 weken beroep aan te tekenen bij de COBEX. Raadpleeg de studieadviseurs voor advies en de procedure. 9

Beoordelingsformulier uitwerking thema voor de onderbouw Naam: Datum: Studentnummer: Beoordelaar: Eisen Beoordeling Opmerkingen Er is een beschrijving van de groep waarvoor het thema bedoeld is. De themakeuze is voldoende verantwoord. Er zijn themadoelen geformuleerd. Er zijn zeker zes deelonderwerpen beschreven. Er is een lijst met woorden en begrippen opgenomen die tijdens het thema aan de orde komen. De doelen per activiteitzijn beschreven. Er is een beschrijving van hoe de speel/leeromgeving aan het thema wordt aangepast. Er is een beschrijving van een zelf ontworpen ontwikkelingsmateriaal, met bijbehorende doelen. Er is materiaal ontworpen voor observatie/registratie bij het thema. Opbouw Beoordeling Opmerkingen De opbouw van deelonderwerpen, van dichtbij naar veraf, is logisch. De activiteiten zijn goed geordend naar moeilijkheidsgraad. Inhoud Beoordeling Opmerkingen De inhoud wordt voldoende concreet uitgewerkt. De uitwerking van het thema is dusdanig dat dit boeiend, betekenisvol onderwijs voor kinderen oplevert. Er is met dit onderwijsontwerp voldoende rekening gehouden met verschillen tussen kinderen. Er is voldoende rekening gehouden met de culturele achtergrond van de kinderen uit de groep Het onderwijsontwerp is origineel. Taalgebruik Beoordeling Opmerkingen Het taalgebruik is grammaticaal correct; correcte spelling en grammaticaal juiste zinnen. De formuleringen zijn helder? 10

Algemene opmerkingen Cijfer eindopdracht: Eindcijfer themaverslag: 11

Beoordelingsformulier essay Visies op onderwijs in de onderbouw Naam: Datum: Studentnummer: Beoordelaar: Eisen Beoordeling Opmerkingen Het essay bevat in elk geval: -Tussen de 2500 en 3000 woorden. -Een beschrijving van minimaal vijf onderwijsvisies/ -concepten, waarvan één traditioneel vernieuwingsconcept. -Er is evidence-based research verwerkt in de argumentatie. -Er zijn reflecties op eigen vaardigheden n relatie tot die visie.. Opbouw Beoordeling Opmerkingen Er is een inleiding, middenstuk en een conclusie te herkennen De onderwerpen in de tekst lopen logisch in elkaar over Inhoud Beoordeling Opmerkingen De inhoud voldoet aan de opdracht. De eigen visie is voldoende uitgewerkt, De argumentatie is helder en onderwijskundig verantwoord. Alle genoemde aspecten (zie opdrachtomschrijving) zijn verwerkt. De visie is op alle beschreven aspecten consistent. Taalgebruik Beoordeling Opmerkingen De zinnen zijn grammaticaal correct. De spelling is correct. De formulering is helder? Het taalgebruik is voldoende wetenschappelijk? Literatuur gebruik Beoordeling Opmerkingen Er wordt voldoende informatie uit de literatuur gehaald. De literatuur wordt kritisch gebruikt. De literatuur is geïntegreerd gebruikt (pluspunt). Er is aanvullende relevante literatuur gebruikt (minimaal vier wetenschappelijke studies). APA richtlijnen Beoordeling Opmerkingen De literatuurverwijzingen zijn conform de APA richtlijnen opgemaakt. 12

Algemene opmerkingen Cijfer eindopdracht: Eindcijfer essay 13