2 3 2008 Bouwfysica FOCuS OP DuurZAAmHeiD Het woord duurzaamheid dreigde lange tijd te verworden tot een containerbegrip voor allerlei milieu-, klimaat- en sociaal verantwoorde activiteiten. Ook duurzaam bouwen werd beschouwd als een lange lijst maatregelen (het nationaal Pakket Duurzaam Bouwen), die toegepast konden worden in een bouwproject, maar waarbij enige creativiteit niet meer nodig was. Bovendien verzandden de intenties vaak in een discussie over de mate van duurzaamheid van een maatregel. Drs. E.M. (Esther) Roth, W/E Adviseurs, Utrecht Tilburg ir. J.P. (John) Mak, W/E Adviseurs, Utrecht 1 Modulaire opbouw van GPR Gebouw 4 Bij gemeenten ontstond na de ervaringen met checklisten uit het Nationaal pakket Duurzaam Bouwen de behoefte aan een methode waarmee de duurzaamheid van een bouwproject kon worden gekwantificeerd en gemonitord, zodanig, dat op grond daarvan prestatieafspraken met de betrokken partijen konden worden gemaakt. Deze methode diende voldoende wetenschappelijk onderbouwd en maatschappelijk gedragen te zijn, zodat de uitkomsten ervan algemeen geaccepteerd zouden worden. Daarnaast moest de kennis toegankelijk gemaakt worden voor een brede doelgroep, wat eisen stelt aan de eenvoud en het gebruiksgemak van de methode. Dit leidde in 1995 tot een initiatief van de gemeente Tilburg en W/E Adviseurs waarbij de methode GPR Gebouw is ontwikkeld. Dit is een eenvoudige methodiek, waarmee de duurzaamheid van een gebouw in twee uur betrouwbaar wordt weergegeven. De duurzaamheid wordt uitgedrukt in rapportcijfers, waardoor partijen gestimuleerd worden om te streven naar een voldoende of hoger. De methode wordt inmiddels door meer dan honderd gemeenten gebruikt om prestatieafspraken te maken met bouwpartijen. Maar ook ontwikkelende en ontwerpende partijen hebben de voordelen van GPR Gebouw ontdekt en gebruiken het op eigen initiatief. Gemeenten kunnen hun duurzaam bouwen ambities vormgeven en de behaalde resultaten monitoren. Met deze prestatiegerichte werkwijze blijven de ambities van gemeenten overeind zonder de keuze- en ontwerpvrijheid van ontwikkelaars en architecten te beperken. Verheugend te zien, dat deze partijen ook buiten lokale afspraken de methodiek in toenemende mate voor eigen kwaliteitsbeleid gebruiken. methodiek PreSTATie-inSTrumenT De basis voor GPR Gebouw is een uitgesproken visie op duurzaamheid. Duurzaamheid is het creëren van een gebouwde omgeving met een zo hoog mogelijke kwaliteit en een zo laag mogelijke milieubelasting. Het maximaliseren van kwaliteit gaat over gezondheid, gebruikswaarde en omgeving. Het gaat om de kwaliteit nu en in de toekomst. Een hoge integrale kwaliteit, comfort en een goede leefbaarheid maken dat gebouwen en de gebouwde omgeving langer meegaan. Dat is duurzaamheid in de letterlijke betekenis van het woord. Het minimaliseren van milieueffecten gaat over energie, materialen, afval en water (stoffenstromen) in de levenscyclus van woningen en gebouwen. Belangrijke milieuproblemen zijn broeikaseffect, uitputting van voorraden en verlies aan biodiversiteit. Voor het in kaart brengen van de kwaliteit- en duurzaamheidprestaties van een gebouw is gekozen voor een modulaire onderverdeling in verschillende thema s voor kwaliteit en duurzaamheid (Figuur 1). In de meest actuele versie van GPR Gebouw, GPRgebouw 4 [1] zijn dat de thema s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Per module is een score tussen 1 en 10 te behalen. De uitgangspunten voor de scores worden aangegeven in uitgangspunten per module. De startwaarde is een 6,0 wat bij benadering het Nederlandse Bouwbesluitniveau (nieuwbouw) weergeeft. Ten opzichte van deze startwaarde kunnen toegepaste maatregelen negatief scoren, als ze niet voldoen aan het prestatieniveau van het Bouwbesluit en positief wanneer ze verder gaan dan vereist. Het nieuwbouw Bouwbesluitniveau is ook voor een bestaand gebouw als referentie gekozen, omdat hierdoor de behaalde prestaties van de bestaande bouw te vergelijken zijn met die van de nieuwbouw. Gevolg hiervan is dat bestaande gebouwen vaak een onvoldoende zullen scoren, omdat in de loop der jaren de eisen in de wet- en regelgeving zijn aangescherpt (bijvoorbeeld EPC). GPR Gebouw wordt gebruikt om de duurzaamheid van een nieuw gebouw te bepalen of voor het maken van keuzes bij groot onderhoud of renovatie. De modules zijn onderverdeeld in submodules. De gewogen scores behaald in de submodules geven samen de prestatie van de betreffende module. Voor een bestaand gebouw kunnen in de modules de gebouwkenmerken van zowel de huidige situatie (zonder ingreep) als de situatie na ingreep ingevoerd worden. Hierdoor krijgt de gebruiker inzicht in de huidige prestaties van een gebouw, waarmee de prestaties na ingreep vergeleken kunnen worden. Dit geeft informatie over de mate van kwaliteitsverbetering door renovatie of groot onderhoud. Daarnaast biedt het de vastgoedbeheerder de mogelijkheid om ambi-
energie en milieu Bouwfysica 3 2008 3 uitgangspunten Per module 2 overzicht van de prestaties in de verschillende thema s voor en na ingreep ties te stellen voor de te behalen prestaties en plannen te optimaliseren op milieuprestatie (Figuur 2). Het resultaat van een gebouwinvoer in GPR Gebouw is niet alleen de behaalde duurzaamheidscores in de vorm van rapportcijfers. Het programma berekent ook de gerealiseerde CO 2 -reductie. Voor een nieuw gebouw is dit de reductie die al dan niet wordt behaald ten opzichte van de referentie voor dat type woning. Bij een bestaand gebouw is de behaalde CO 2 -reductie na ingreep gerelateerd aan de situatie voor ingreep (figuur 2). Behalve de CO 2 -emissie als gevolg van het energiegebruik wordt de CO 2 -emissie van een gebouw ook bepaald door de toegepaste materialen. Gedurende verschillende fasen in de levenscyclus van een materiaal wordt CO 2 uitgestoten. VerBreDingS- en VerDiePingSSlAg In de bijna vijftien jaar dat GPR Gebouw nu gebruikt wordt, heeft de ontwikkeling ervan niet stil gestaan. Op basis van kennisontwikkeling en voortschrijdend inzicht hebben verdiepingsslagen plaatsgevonden. Voorbeeld hiervan is de module waarin de duurzaamheid van het materiaalgebruik in een gebouw wordt bepaald. Die ontwikkelde zich van een lijst met voorkeursmaterialen tot een rangschikking in duurzaamheid gebaseerd op de levenscyclusanalyse (LCA) van een materiaal en levensduurscenario s van het gebouw. Naast inhoudelijke verdieping heeft er een verbreding van de modules plaatsgevonden. In de eerste versie lag de focus voornamelijk op het milieu: energie, water, materialen, afval. Omdat de duurzaamheid van een gebouw niet alleen afhangt van de milieubelasting zijn de modules gezondheid en woonkwaliteit toegevoegd. In versie 4 is ook een brede kwaliteit als toekomstwaarde vormgegeven. Ook het werkingsgebied is verbreed. In 1995 kon GPR Gebouw alleen nog voor nieuwbouw woningen toegepast worden. In de jaren daarna zijn versies ontwikkeld voor de utiliteitsbouw en recent voor de bestaande voorraad. Al deze versies zijn dit jaar samengevoegd tot één webbased programma, GPR Gebouw 4. Module energie In de energiemodule wordt de energieprestatie van woningen, kantoren en scholen berekend. Bij een nieuw gebouw gebeurt dit met de EPN methodiek; voor bestaande bouw wordt de energie-index volgens de ISSO 75 en 82 [2] [3] rekenregels berekend. De scores worden zodanig geïndexeerd, dat een 6 overeenkomt met primair energieverbruik per m 2 gebruiksoppervlak van de gemiddelde nieuwbouwwoning met EPC 0,8. Die indexering is vervolgens ook toegepast voor de bestaande bouw. Om de GPR score voor een bestaand en een nieuw gebouw vergelijkbaar te houden is voor de door SenterNovem gedefinieerde Voorbeeldwoningen bestaande bouw (2007) volgens de EPN methodiek berekend bij welk primair energieverbruik de EPC 0,8 zou zijn. Op die manier wordt het primair gebouwgebonden energiegebruik per m 2 gebruiksoppervlak verkregen, waardoor de energiescore van een nieuw gebouw in GPR vergelijkbaar is met die van een bestaand gebouw. Consequentie van deze manier van vergelijken is wel dat een nieuwe vrijstaande woning met een EPC van 0,8 in de energiemodule lager kan scoren dan een 6 vanwege de in de EPN toegepaste correctiefactor voor verliesoppervlak. Dit effect is bij bestaande woningen groter, omdat in rekenregels de correctiefactor voor vrijstaande woningen groter is dan in de EPN methodiek. Module milieu De module Milieu bestaat uit de submodules Water, Milieuzorg en Materialen. Voor Water zijn kenmerken opgenomen voor waterbesparing (toiletten, kranen en douchekoppen), hergebruik (hemel- en grijswater) en waterbeheer (verharding, ontkoppeling van het riool en vervuiling). Bij Milieuzorg gaat het om zorgvuldig handelen gedurende de gehele levensloop van een gebouw. Direct te beïnvloeden fasen zijn het ontwerp (standaardisering, prefab), uitvoering (opslag materialen, verpakkingsafval) en afvalscheiding (fracties, voorzieningen). Bij de latere fasen gaat het om het aanbrengen van de randvoorwaarden, zoals voor milieubewust gebruik (voorzieningen voor afvalscheiding, handleiding) en voor een duurzame sloop van het gebouw (voorkomen van verontreiniging, scheidbare constructies). De score bij Materialen is gebaseerd op de materiaalgebonden milieubelasting gedurende de gehele levensloop van het gebouw. Deze score wordt bepaald volgens de methode van de levenscyclusanalyse (LCA). Een methode die nationaal en internationaal breed draagvlak heeft. Op nationaal niveau vond in Nederland recent een harmonisatie plaats van databases en methode. De score op gebouwniveau wordt bepaald door de sommatie van de scores van de gebouwcomponenten. Deze wordt bepaald door de combinatie van de hoeveelheid materiaal en de milieubelasting per eenheid materiaal. Deze submodule is bijzonder, omdat er nog geen instrument bestaat dat een beoordeling geeft van de materiaalgebonden milieubelasting in de bestaande bouw. Kern van de gedachte is dat een gebouw een materiaalgebonden milieubelasting veroorzaakt, die gedurende de gebouwlevensduur afgeschreven moet worden. Op basis
4 3 2008 Bouwfysica 3 Materiaalgebonden milieubelasting 5 Materiaalgebonden milieubelasting indien bij ingreep het betreffende materiaal niet wordt verwijderd en/of nieuw materiaal wordt toegevoegd van de theoretische levensduur wordt een vaste jaarlijkse afschrijving vastgesteld (figuur 3). Wordt nu voor het verstrijken van de theoretische levensduur een renovatie-ingreep gepleegd, dan zal een deel van die belasting nog niet zijn afgeschreven: er is nog een restschuld. De ingreep heeft normaliter tot gevolg dat de levensduur van het gebouw wordt opgerekt. De restschuld moet over deze restlevensduur van het gebouw afgeschreven worden. De belasting van de bij de ingreep vroegtijdig afgedankte en de nieuw toegepaste materialen worden afgeschreven over de restlevensduur (figuur 4). Afhankelijk van de aard van de ingreep en de (inschatting van de) verlenging van de gebouwlevensduur kan de jaarlijkse milieubelasting groter of kleiner worden. De levensduurverlenging is gunstig voor de gebouwdelen die gehandhaafd blijven. Voor het gehandhaafde casco, waarbij niet of nauwelijks sprake is van vervanging en onderhoud, betekent levensduurverlenging dus winst (figuur 5). Module gezondheid De module Gezondheid bestaat uit de submodules geluid, luchtkwaliteit, thermisch comfort en licht en visueel comfort. De submodule geluid betrekt hinder door verkeerslawaai (geluidwering), door buren, installatiegeluid en de geluidisolatie binnen een gebouw. Er is gekozen voor 3 niveaus van invoer: 1. Bouwkundige eigenschappen 2. Meetgegevens per onderdeel 4 Materiaalgebonden milieubelasting indien bij ingreep dit materiaal wordt verwijderd en (deels) nieuw toegevoegd In de meeste gevallen wordt niveau 1 gebruikt. De in te voeren, meest bouwkundige, gegevens kunnen ter plaatse of aan de hand van tekeningen door een bouwkundige worden vastgesteld. De beoordeling van de luchtkwaliteit wordt gedaan met enerzijds aan- c.q. afwezigheid van vervuilende bronnen en anderzijds de ventilatievoorzieningen. In te voeren gegevens zijn ter plekke of van tekening vast te stellen. Voor het thermisch comfort worden zowel zomer- als wintercomfort beoordeeld. Voor zomercomfort wordt vooral naar bouwkundige eigenschappen gevraagd (spuivoorzieningen, gebouwmassa, grootte van glasoppervlak, dakisolatie). Bij wintercomfort is het type verwarmingsinstallatie van belang, naast enkele bouwkundige eigenschappen (kierdichting, enkelglas, isolatieniveau). Licht en visueel comfort worden beoordeeld aan de hand van het raamoppervlak (daglichttoetreding) en maatregelen om verblinding te voorkomen. Module gebruikskwaliteit De module Gebruikskwaliteit is opgebouwd uit de submodules toegankelijkheid, functionaliteit, technische kwaliteit en sociale Veiligheid. Bij toegankelijkheid zijn eisen ontleend aan het Handboek Toegankelijkheid. Het doel van deze eisen is dat mensen met een rolstoel buiten en binnen de woning zelfstandig kunnen leven. Onder de noemer functionaliteit vallen kenmerken die bepalen in hoeverre sprake is van efficiënt ruimtegebruik, voldoende ruimtelijke afmetingen, functionele (gebruiks) kwaliteit en de aanwezigheid van randvoorwaarden voor goed gebruik. De technische kwaliteit wordt normaliter door gebouweigenaren op systematische wijze beheerd. Voor meerjaren planmatig onderhoud worden met regelmaat inspecties uitgevoerd die inzicht geven in de staat van bouwkundige en installatieonderdelen. De vijfpuntenschaal (slecht, matig, voldoende, goed, uitstekend) waarop de technische kwaliteit bij die inspecties wordt uitgedrukt is ook in GPR Gebouw gebruikt. Sociale veiligheid kan op twee manieren worden ingevoerd. Indien voldaan wordt aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen kan volstaan worden met één vinkje. Indien dat niet het geval is kunnen maatregelen uit een lijst worden geselecteerd die op gebouwniveau een bijdrage leveren aan een sociaal veilige omgeving.
energie en milieu Bouwfysica 3 2008 Module toekomstwaarde De module Toekomstwaarde is opgebouwd uit toekomstgerichte voorzieningen, flexibiliteit en belevingswaarde. Onder de kop toekomstgerichte voorzieningen zijn maatregelen opgenomen die een goede basis of randvoorwaarden bieden voor een lange levensduur. Het gaat enerzijds om technieken gericht op openhouden dat toekomstige energievoorzieningen zinvol toegepast kunnen worden. Anderzijds gaat het om bouwtechnische oplossingen die bijdragen aan lange levensduur van materialen of rekening houden van vervangbaarheid van delen met een kortere levensduur. Het voornaamste doel van flexibel bouwen is dat gebouwen langer geschikt blijven voor de gebruiker en eigenaar. Gebouwen worden langer gebruikt, wat beter is voor het milieu. Gedurende de gebruiksduur gaat het om de mogelijkheid tot aanpassing aan veranderde eisen en wensen van de gebruiker of van een nieuwe gebruiker. Het belangrijkste uitgangspunt van flexibel bouwen is dat het gebouw en zijn onderdelen zodanig ontworpen en gerealiseerd zijn dat er op allerlei niveaus aanpassingen mogelijk zijn. Hierdoor kan de gebruiker of eigenaar het gebouw aanpassen aan zijn huidige eisen en wensen. Dit geldt niet alleen bij aanvang van de gebruiksduur (de oplevering), maar ook tijdens de gebruiksfase en bij een eventuele tweede of volgende gebruiksduur. Onder gebruiksduur wordt de periode verstaan waarin het gebouw geschikt is voor het bedoelde gebruik. In GPR Gebouw zijn technieken die randvoorwaardelijk bijdragen aan flexibiliteit gewaardeerd op het niveau van het gebouw, de ruimte, de bouwdelen en de installatietechniek. Belevingswaarde is een begrip waarmee een waardering van de gebruikers voor een gebouw en de omgeving wordt geduid. In deze module wordt bijvoorbeeld de architectonische en esthetische waardering beschreven. De belevingswaarde verdelen we in: identiteit, belevingswaarde omgeving, belevingswaarde binnen en educatieve waarde. Een objectieve beoordeling is lastig of onmogelijk. Een belangrijke vraag is van wie de (inter) subjectieve waardering van het bestaande gebouw en omgeving afkomstig is: van bewoners/gebruikers of van deskundigen(panel)? Voor de nieuwbouw zal het de ontwikkelaar zijn die de waardering opstelt. Dit nieuwe onderdeel van GPR Gebouw zal de komende jaren nog zeker doorontwikkeld worden, waarbij onder meer gebruik gemaakt zal worden van de ontwikkeling van de duurzaamheidsbarometer voor corporaties [5] en het implementatieprogramma Naar een duurzame voorraad [4]. Ook bij de ontwikkeling van GPR Stedenbouw, inmiddels gestart, zal dit onderwerp verder aandacht krijgen. VOORBEELDPROJECTEN Bestaande bouw Het woongebouw De Valk van de corporatie Ons Huis uit Apeldoorn wordt volledig gestript. Hierdoor is een sterke verbetering van de isolatie van vloer en gevel mogelijk. Daarnaast worden alle installaties vernieuwd. Na renovatie is er een sterke verbetering van het thermisch comfort en de sociale veiligheid bereikt. Door de toegepaste maatregelen verbetert de prestatie van de woningen bij alle modules. Dit is in de figuur te zien aan de twee weergegeven balken per module. De achterliggende balk geeft de score van de huidige situatie en de voorste de score van de situatie na ingreep weer. Een rood of een groen vakje geeft weer of de gestelde ambitie al dan niet gehaald is. De woningen gaan van een E naar een B label. Nieuwbouw - particuliere woongebouwen Ontwikkelaar Project In de Stad ontwikkelde in Hellevoetsluis de Natuurlijk Comfort Villa. De open gevel op de zon geeft een sterke verbinding met de tuin. De zoninstraling draagt bij aan de energiezuinigheid en lage energielasten. Overstek van dak en balkon zorgen in de zomer voor een natuurlijke beschaduwing. Bewoners hebben optimaal comfort en een zeer gezond binnenmilieu. Door ontwerpoptimalisatie behalen deze woningen op alle thema s hoge prestatiescores. 5
6 3 2008 Bouwfysica Nieuwbouw onderwijsgebouwen Trias VMBO in Krommenie bestaat uit een school voor maximaal 1800 leerlingen en een sportcentrum. De uitdaging is om voor elke leerling een eigen plek te creëren. De verschillende bouwstenen zijn met een hoofdvolume langs de Provinciale Weg geplaatst met haaks daarop zes vleugels. De inhammen tussen de vleugels zijn van een glazen overkapping voorzien die zo als pauzeruimte en praktijkruimte dienst kunnen doen. Centraal hart van de school is een brink die verbonden is met een sportplein in het sportcentrum. Het gebouw combineert een hoge kwaliteit met minimale milieueffecten. Kwaliteit gaat over gebruikskwaliteit nu en in de toekomst en een gezond en aangenaam binnenklimaat. Het schoolgebouw werkt als een driedimensionaal lesboek. Het laat de scholieren en docenten milieubewuste technieken zien en biedt zo meerwaarde in het dagelijkse onderwijs. De belevingswaarde is groot. In combinatie met de aanwezige flexibiliteit zijn de randvoorwaarden aanwezig voor een lange gebouwlevensduur. Sinds de zomer van 2006 is het gebouw in gebruik. Het is een aangenaam gebouw voor leerlingen en docenten, dat ook nog eens 50% energiezuiniger is dan gangbare nieuwe schoolgebouwen. GEEN OP ZICHZELF STAAND INSTRUMENT Wat onderscheid het instrument GPR Gebouw nu van andere instrumenten? Uit de reacties van gebruikers blijkt bovenal dat het gebruiksgemak in combinatie met het verkregen inzicht en de heldere communicatie van resultaten zeer gewaardeerd wordt [6]. Anders dan meer gedetailleerde LCA-instrumenten Eco-Quantum en Greencalc geeft GPR gebouw gebruiksgemak: in circa twee uur invoertijd biedt het betrouwbare en begrijpelijke resultaten met een bredere scope. GPR Gebouw geeft inzicht in gezondheid en kwaliteitsaspecten als toegankelijkheid, veiligheid en flexibiliteit. De betrouwbaarheid van resultaten op Materiaalgebruik is vergelijkbaar met Eco-Quantum en Greencalc en loopt daar zelfs op vooruit. Recente afspraken die in het kader van harmonisatie zijn reeds in GPR Gebouw verwerkt [7]. Ten opzichte van de oude werkwijze van voorschrijven van lijsten maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen biedt GPR Gebouw aanzienlijk meer ruimte van creativiteit en beter inzicht in resultaten van de inspanning. Het effect van andere keuzes is direct zichtbaar en optimaliseren in relatie tot kosten is eenvoudig mogelijk. Inmiddels zijn ook kostengevolgen van verschillende prestatieniveau inzichtelijk gemaakt in samenwerking met BBN, deskundige op het gebied van bouwkostenmanagement. De Toolkit van de Nederlandse projectontwikkelaars kan goed gebruikt worden als aanvulling op GPR gebouw. De Toolkit bevat informatie over bouwconcepten en geeft een bijbehorend GPR Gebouw profiel per concept. De concepten voorkomen dat maatregelen lukraak gestapeld worden. Om deze concepten af te stemmen op het keuze-instrument in het Kwaliteitsprofiel is een tabel gemaakt waarmee de milieukwaliteit min of meer vergelijkbaar is gemaakt. VOORDELEN MARKT EN OVERHEIDw GPR Gebouw biedt voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw een oplossing voor de schijnbare tegenstrijdigheid in het verwezenlijken van ambities en het behouden van keuzevrijheid. Lokale inbedding in het beleid creëert een gelijk speelveld voor marktpartijen omdat voor ieder bouwproject een helder omschreven ambitie is vastgelegd. Verhoogde acceptaties van het product en uitbreiding van het aantal gebruikers stimuleert de concurrentie op duurzaamheid waardoor partijen worden uitgedaagd steeds duurzamer te bouwen. n BRONNEN [1] www.gprgebouw.nl [2] Handleiding energieprestatie advies utiliteitsgebouwen, formulestructuur, ISSO publicatie 75.3; Versie 1.0: april 2007 [3] Handleiding Energieprestatie advies woningen, formulestructuur, ISSO publicatie 82.3; Versie 1.0: april 2007 [4] www.dubonieuwestijl.nl [5] www.duurzaamheidsbarometer.nl [6] Gemeentelijk project Uniformering Duurzaam Bouwen Instrumenten, W/E, maart 2007 [7] Handleiding Milieuprestaties Gebouwen, Berekenings wijze voor het bepalen van de milieuprestatie van gebouwen gedurende hun gehele levensduur, gebaseerd op de levenscyclusanalysemethode (LCA-CML2) d.d. 7-11-2007
Senior adviseur bouwfysica doorgroei tot MT-lid of vestigingsmanager Cauberg-Huygen is: Een A-merk Partner voor haar opdrachtgevers Trots op de expertise van haar ondernemende professionals Locatie: Amsterdam of Rotterdam of Zwolle Excellente arbeidsvoorwaarden Een uitgebreid functieprofiel treft u aan op www.chri.nl. Nadere inlichtingen over deze vacature kunnen worden ingewonnen bij de heer ing. Alphonse Hanlo, algemeen directeur, tel. 038 4221411 oplossingen zijn ons vak Vanuit onze vijf vestigingen verspreid over Nederland werken meer dan 170 gekwalificeerde medewerkers binnen de werkgebieden Industrie, Bouw, Infrastructuur, Milieu, Ruimtelijke Ordening en Onderzoek. Onze medewerkers zijn specialisten en met onze integrale aanpak voorzien wij onze opdrachtgevers van een samenhangend advies. In onze Zwolse vestiging beschikken wij tevens over een eigen modern en volledig uitgerust akoestisch en bouwfysisch laboratorium. Hier worden akoestische en bouwfysische onderzoeken verricht in het kader van ontwerpondersteuning. Uw motivatie met CV kunt u richten aan Maaike Blom, personeelsfunctionaris, m.blom@chri.nl Meer informatie over deze functie: www.chri.nl