BRANCHEREN, MAAR DAN? Branchering op markten Deze publicatie heeft een adviesfunctie en is geen statische lijst van branches die wel of niet gewenst zijn op de markt. Hiervoor is de tijd teveel veranderd evenals het gedrag van de consument. Dat is soms dermate grillig dat regelmatige herijking van de branchering voor een markt nodig is. Inleiding Een markt moet kunnen functioneren met moderne gemakken en voorzieningen die technisch en zakelijk haalbaar en verantwoord zijn, maar die in de eerste plaats de consument wil. Het is de consument die bepaalt EN men moet als ambulant ondernemer samen met de marktbeheerder op een verantwoorde wijze de wensen van het publiek als leidraad nemen in de marktopzet van de morgen. Branchering is een belangrijk onderdeel van een goede marktopzet. Het aanbod van de warenmarkten is van het grootste belang voor de consument. Als de markt een zo breed mogelijk assortiment biedt, stijgt de aantrekkingskracht voor de marktbezoekers. Om tegemoet te komen aan dit uitgangspunt kan door de marktbeheerder een besluit worden genomen waarbij wordt vastgesteld welke branches door de kooplieden worden gevoerd alsmede het aantal kooplieden per branche. De branchering moet een instrument zijn om de mogelijkheid tot specialisatie en differentiatie van het door de kooplieden verzorgde aanbod, optimaal te benutten. Enerzijds mag branchering niet leiden tot het afschermen van concurrentie en anderzijds mag dat de mogelijkheden tot expansie van marktondernemers niet in de weg staan. Brancheren In beginsel is elke (duidelijk te definiëren) branche aan te merken als hoofdbranche. Het is zinloos om mogelijke branches op een lijst te plaatsen omdat dit het doel van branchering voorbij schiet. Verderop in deze uitgave worden een groot aantal branches als voorbeeld uitgewerkt. De samenstelling van een markt moet niet onderhevig zijn aan een onwerkbaar aantal regels, die op hun beurt aanleiding kunnen geven tot juridische touwtrekkerij. In principe adviseren wij uit te gaan van uitsluitend hoofdbranches en wel één per ondernemer. Een ondernemer kan - als dit op een bepaalde markt gewenst is - meerdere branches aanbieden. Vuistregel kan zijn: één of twee branches. Maar wel als dit door het marktbeheer en de marktcommissie gezamenlijk als meerwaarde wordt gezien. Soms is er sprake van brancheoverschrijdende artikelen, bijvoorbeeld T-shirts. Deze kunnen worden verkocht als bovenkleding, onderkleding, nachtkleding en vrijetijdskleding. Een ander voorbeeld zijn pindarotsjes, zijn dit pinda s met chocolade of is dit chocolade met pinda s? Dit soort artikelen kunnen tot het kernassortiment van diverse hoofdbranches behoren maar worden gerekend tot brancheoverschrijdende artikelen. Deze artikelen behoren tot meerdere branches. Door en met wie? De branchesamenstelling kan door de marktbeheerder in samenwerking met de marktcommissie worden beoordeeld. Uitgangspunt is dat de marktondernemer zich zoveel mogelijk specialiseert. Het voeren van één hoofdbranche verdient de voorkeur. Vaak voert men op met name kleinere markten, meerdere branches. Dat mag niet leiden tot het weren van nieuwe ondernemers op die markten en derhalve zal de te verstrekken extra vergunning voor een tweede of derde branche per ondernemer gebonden moeten worden aan een tweejaarlijkse herijking. Maakt een ondernemer niet voldoende gebruik van het aan hem of haar toegestane assortiment in een bepaalde branche, dan ontstaat de mogelijkheid dat een andere ondernemer deze niet aangeboden artikelen op basis van een duidelijk gespecificeerde overeenkomst tussen hem/haar en de gemeente, 1
als kernassortiment mag gaan verkopen. Het gaat hier om uitzonderingen. Het moet om duidelijk te omschrijven artikelen gaan. Waarom? Dat een modern ambulant ondernemer zich moet kunnen ontplooien is uitgangspunt. Dit uiteraard in overleg met het marktbeheer. Vermeden moet worden dat er op de markt een winkel van Sinkel ontstaat die anderen de kans ontneemt om zich op een markt te vestigen. Immers, de winkel van Sinkel kan in het extreemste geval branches voeren. Daarom is het verstandig om elke nieuw uit te geven vergunning door een breed gedragen orgaan (bijv een marktcommissie) te laten beoordelen en door het college van B&W te laten verlenen. Dit op basis van onderbouwde argumenten zoals: waarom uitbreiding van het aantal ondernemers in een branche of waarom het aantal ondernemers in een branche inkrimpen (landelijke trend, consumentenwensen of wijzigingen in de infrastructuur)? Branchering kan uitsluitend gebaseerd zijn op basis van ordening en nooit op basis van economische motieven. De NMA (Nederlandse Mededingings Autoriteit) accepteert geen inmenging van een gemeente in concurrentieverhoudingen van ondernemers op de markt. Ordening op basis van ruimtelijke indeling, veiligheid, hygiëne en bereikbaarheid van hulpdiensten, is wel mogelijk. Dat er hierdoor een grotere diversiteit op de markt ontstaat, heeft een positief neveneffect voor de consument, maar mag geen uitgangspunt zijn. Branchepatroon Voor elke markt, groot of klein, is het aan te bevelen om een vergunning aan de kooplieden te verstrekken met daarop vermeld de te voeren branche(s) en subbranches. Ook verdient het aanbeveling een uitleg te geven betreffende brancheoverschrijdende artikelen. Op die manier wordt bereikt dat een markt een zo breed mogelijk assortiment heeft en behoudt. Ongecontroleerde wisseling van branches door kooplieden kan het ordebeeld en dus de aantrekkelijkheid van een markt verstoren. De consument is gebaat bij een zo breed mogelijk aanbod van artikelen. En het marktbeheer is gebaat bij een duidelijke indeling van plaatsen. De oppervlakte van de markt (of het aantal standplaatsen) kan bepalend zijn voor het aantal branches dat toegelaten kan worden. Een eenmaal vastgesteld branchepatroon moet regelmatig door de marktcommissie getoetst worden (CVAH adviseert een maal in de twee jaar) op basis van inpasbaarheid en wenselijkheid. De belangen van de consument spelen hier een rol. De praktische invulling (denk maar aan de vele soorten verkoopinrichtingen die gebruikt worden) gebeurt op basis van het hierboven al aangegeven indeling, veiligheid, hygiëne en bereikbaarheid van hulpdiensten Een branche-indeling (branchepatroon) is een must. Of er nu sprake is van grote of kleine markten, bij markten zal dat ten grondslag moeten liggen aan het te voeren beleid. De meelopers zijn onderhevig aan het branchepatroon. Achtergrond hiervan is om de kans op overaanbod van dezelfde producten te voorkomen. Wachtlijsten. CVAH adviseert om wachtlijsten aan te leggen door het marktbeheer. Dat geeft duidelijkheid. De marktcommissie heeft een adviserende rol. Een wachtlijst moet zorgvuldig worden bijgehouden. De kosten voor een dergelijke wachtlijst kunnen via een legesheffing toegerekend worden aan de daarop voorkomende (aspirant)ondernemer. Beoordeling van de toe te wijzen plaatsen moet worden gedaan op basis van een zorgvuldige onderbouwing door de marktcommissie. Deze commissie moet een goede maatschappelijke afspiegeling zijn en bestaan uit bijv. een afvaardiging van kooplieden, een of meerdere CVAH bestuursleden, leden van een consumentenorganisatie enz.. Is er geen marktcommissie en/of heeft de gemeente geen mogelijkheid om deze of andere marktbeleidszaken uit te werken, dan kan de CVAH, indien gewenst, een volledig uitgewerkte beleidsnotitie verzorgen. 2
Hiervoor verwijzen wij u naar het FBAH, een volledige dochter van de CVAH, met als kerntaken: het opstellen van beleidsnotities, beleidsadvisering, beleidsplannen, marktanalyses en marktbeheer op vlakken van de ambulante handel. Onderstaand staan een aantal voorbeelden van branches genoemd. Deze opsomming is niet bedoeld als een s omvattende opsomming en zal ook periodiek moeten worden aangepast of als de plaatselijke situatie dat nodig maakt. Dat geldt in het bijzonder voor de branches: AGF, kleding, en vis. Aanbevolen wordt om minimaal een maal per twee jaar de branchering per markt te herijken. Dit om actuele veranderingen op de markt te kunnen begeleiden, tevens kan dit het marktbeleid ondersteunen. Het is wenselijk om deze herijking samen met de marktcommissie te beoordelen. Op deze wijze wordt er vanuit het veld waardevolle informatie aangedragen. 3
voorbeelden van brancheaanduidingen toelichting textiel 1. bovenkleding volwassenen (heren) bovenkleding volwassenen (dames) ook wanneer het een complete outfit betreft ook wanneer het een complete outfit betreft onder- en nachtkleding (volwassenen en kinderen) incl. T- shirts 4. baby en kleuterkleding kinderkleding t/m. maat 116 incl. kousen en sokken t/m. maat 176 excl. kousen en sokken Stoffen t.b.v. het vervaardigen van kleding stoffen die per meter of coupon verkocht worden seniorenkleding ----- werkkleding ----- beenbekleding kousen, sokken, panty s, nylon kousen, kniekousen, kousenvoetjes, zowel voor kinderen als wel voor volwassenen interieur(bekleding)/textiel bekleding t.b.v. verschillende ruimten waaronder woonkamer in de meest brede zin, maar met uitsluiting van stoffen als onder 6. huishoudtextiel ----- overige textiel kleinvakartikelen zaken t.b.v. zelf maak mode, o.a. garens, naalden, band levensmiddelen aardappelen, groenten en fruit ----- aardappelen, groenten en fruit kant en klare maaltijdcomponenten, gesneden en bewerkte aardappelen, groenten en fruit, alsmede verduurzaamde producten die tot deze artikelengroep behoren aardappelen en peulvruchten met uitzondering van pinda s groenten ----- fruit ----- Patates-frites, gefrituurde snacks, shoarma etc. belegde broodjes naar gelang de plaatselijke omstandigheid een nader te definiëren artikel vereist kunnen mogelijk meerdere aanbieders van deze duidelijk verschillende artikelen plaats innemen Vietnamese snacks ----- consumptie ijs ----- poelierswaren en eieren ----- vis soorten bewerkt en onbewerkt, gebakken en ongebakken vis gebakken uitsluitend gebakken, gerookte, gestoomde en bewerkte vis. ingeblikt en verpakt verse vis uitsluitend verse vis, onbewerkt haring in vormen brood, koek en banket ----- chocolade, drop en suikerwerken ----- stroopwafels uitsluitend ter plekke bereid 4
5