VRUCHTGEBRUIK/LEGAAT-TESTAMENT Vandaag dertig oktober tweeduizendveertien verschijnt voor mij Dukers & Baelemans notaris te --------- Tilburg de heer Koen Peters wonende op de Ringbaan Oost 240 te Tilburg, geboren te Tilburg op ------ 8 april 1969, houder van paspoortnummer NX26789362 (uitgegeven te Tilburg op 23 november 2013), gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met Petra Jansen. ---------------------------------------------------------- De comparant verklaart de volgende uiterste wilsbeschikking te maken: ----------------------------------------- I Herroeping --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterstewilsbeschikkingen, waaronder begrepen die welke ---- eventueel bij codicil zijn gemaakt. ------------------------------------------------------------------------------------------ II Rechtskeuze ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ Ik bepaal, voorzover nodig, dat op mijn nalatenschap Nederlands (erf)recht van toepassing is. Het is --- mijn wens dat ook de afwikkeling geschiedt volgens Nederlands recht. ------------------------------------------ III GEREGISTREERD PARTNERSCHAP -------------------------------------------------------------------------------- Waar in deze akte sprake is van huwelijk wordt daaronder mede verstaan geregistreerd ----------------- partnerschap, waar sprake is van (her)trouwen wordt daaronder mede verstaan het (opnieuw) ---------- aangaan van een geregistreerd partnerschap, waar sprake is van echtscheiding wordt daaronder ----- mede verstaan ontbinding van een geregistreerd partnerschap dan wel het einde van een --------------- geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden en waar sprake is van huwelijksvoorwaarden wordt daaronder mede verstaan partnerschapsvoorwaarden. ----------------------------------------------------- IV PLAATSVERVULLING EN AANWAS--------------------------------------------------------------------------------- Op de erfstellingen ten behoeve van mijn kinderen verklaar ik de wettelijke regels omtrent ----------------- plaatsvervulling van overeenkomstige toepassing, welke regels gelden voordat aanwas plaatsvindt. ---- V OVERLIJDEN MET ACHTERLATING VAN AFSTAMMELINGEN EN ECHTGENOTE ------------------- Voor het geval ik overlijd met achterlating van een of meer afstammelingen en mijn echtgenote, de ----- mevrouw Petra Jansen, geboren te Eindhoven op 26 januari 1971, hierna te noemen: mijn --------------- echtgenote beschik ik als volgt: --------------------------------------------------------------------------------------------- A Wettelijke verdeling-------------------------------------------------------------------------------------------------------- Op mijn nalatenschap is de wettelijke verdeling als bedoeld in art. 4:13 Burgerlijk Wetboek van ---------- toepassing, waarop ik de volgende wijzigingen aanbreng: ----------------------------------------------------------- 1. Erfstelling ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Erfstelling conform de wet: Ik benoem tot mijn enige erfgenamen mijn echtgenote en mijn kinderen, ---- gezamenlijk en voor gelijke delen. ------------------------------------------------------------------------------------------ 2. Opeisbaarheid ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vorderingen van mijn kinderen, alsmede de daarover verschuldigde rente zijn opeisbaar indien: ----- a mijn echtgenote overlijdt; ------------------------------------------------------------------------------------------------- b mijn echtgenote surseance van betaling of schuldsaneringsregeling aanvraagt en verkrijgt, ----------- alsmede wanneer zijn/haar faillissement onherroepelijk wordt, met dien verstande dat het ------------- faillissement niet geacht wordt te zijn beëindigd door homologatie van een akkoord; indien de ------- vordering opeisbaar is geworden doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van ----- toepassing is verklaard, is de vordering, voor zover zij onvoldaan is gebleven, door beëindiging ----- van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van art. 356 lid 2Faillissementswet ---- wederom niet opeisbaar. art. 358 lid 1 Faillissementswet vindt ten aanzien van de vordering geen -- toepassing; ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- c mijn echtgenote onder curatele wordt gesteld of op andere wijze het vrije beheer over zijn ------------ vermogen verliest, anders dan op grond van het bepaalde in titel 19 van Boek 1 Burgerlijk ------------ Wetboek (onder bewindstelling ter bescherming van meerderjarigen); --------------------------------------- d mijn echtgenote hertrouwt zonder het maken en handhaven van huwelijksvoorwaarden, --------------- inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en van verrekenbedingen; ------------- e mijn echtgenote wordt opgenomen in een instelling als bedoeld in het Besluit Zorgaanspraken ------ AWBZ of een daarvoor in de plaats getreden regeling. ----------------------------------------------------------- 3. Zekerheid ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vorderingen zijn evenwel in de hiervoor onder c, d en e vermelde gevallen niet opeisbaar indien ---- alsdan door mijn echtgenote voldoende zekerheid wordt gesteld. -------------------------------------------------
Mijn echtgenote zal ter zake van de vorderingen geen zekerheid behoeven te stellen, uitgezonderd in - de hiervoor omschreven gevallen van directe opeisbaarheid. ------------------------------------------------------- 4. Voldoening -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Mijn echtgenote is te allen tijde bevoegd het door hem/haar aan mijn overige erfgenamen ----------------- verschuldigde geheel of gedeeltelijk te voldoen zonder enige voorafgaande aankondiging daartoe. ----- Betalingen ter zake van deze vorderingen strekken in de eerste plaats tot voldoening van de rente en - in de tweede plaats tot betaling van de hoofdsom, tenzij partijen anders nader overeenkomen. ----------- 5. Rente --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- In afwijking van de wettelijke regeling bepaal ik dat de vorderingen van mijn kinderen worden ------------ vermeerderd met een zodanig percentage jaarlijkse enkelvoudige rente dat dit percentage, rekening --- houdend met levens- en sterftekansen, neerkomt op het percentage van art. 21 lid 13Successiewet ---- 1956 juncto art. 10 Uitvoeringsbesluit van de Successiewet 1956 of daarvoor in de plaats getreden ----- regelingen. Het in de vorige volzin bepaalde geldt onder de opschortende voorwaarde dat mijn ---------- echtgeno(o)t(e) zelfstandig dan wel mijn erfgenamen tezamen niet in afwijking van het vorenstaande -- binnen de ter zake van mijn nalatenschap geldende aangiftetermijn voor de erfbelasting een ander ----- enkelvoudig dan wel meervoudig rentepercentage vaststellen respectievelijk overeenkomen. ------------- 6. Wilsrechten -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Alle verplichtingen voortvloeiende uit de wilsrechten als bedoeld in art. 4:19 t/m 4:22 Burgerlijk ----------- Wetboek hef ik op. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 7. Ongedaanmaking ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ Mijn echtgenote kan binnen drie maanden vanaf de dag waarop de nalatenschap is opengevallen, ----- door middel van een verklaring bij notariële akte de wettelijke verdeling ongedaan maken. De akte ----- dient binnen die termijn te worden ingeschreven in het boedelregister. ------------------------------------------- B Keuzelegaat/vruchtgebruiklegaat ------------------------------------------------------------------------------------- Ingeval mijn echtgeno(o)t(e) de wettelijke verdeling ongedaan maakt, bepaal ik voorts als volgt: --------- 1. Keuzelegaat ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Ik legateer aan mijn echtgenote die goederen behorende tot mijn nalatenschap die hij/zij verkiest ------- onder de last van de inbreng van de waarde van al hetgeen hij/zij uit dit legaat aanvaardt. De inbreng - van de waarde kan geschieden door schuldigerkenning. Op de door deze inbrengverplichting ontstane vorderingen van mijn erfgenamen op mijn echtgenote zullen dezelfde bepalingen omtrent ----------------- opeisbaarheid, rente, zekerheid en uitbetaling van toepassing zijn als op de hiervoor onder A ------------ bedoelde vorderingen. --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 2. Vruchtgebruik ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Ik legateer aan mijn echtgenote het recht van vruchtgebruik van die goederen behorende tot mijn ------- nalatenschap die hij/zij verkiest en die niet overeenkomstig het hiervoor onder B.1 omschreven ---------- keuzelegaat door hem/haar worden verkregen. ------------------------------------------------------------------------- Ten aanzien van dit vruchtgebruik bepaal ik als volgt: ---------------------------------------------------------------- a Aanvang/einde vruchtgebruik --------------------------------------------------------------------------------------------- Het vruchtgebruik vangt aan bij mijn overlijden, ongeacht de dag van vestiging van ----------------------- het vruchtgebruik. Het vruchtgebruik zal eindigen, indien: --------------------------------------------------------- mijn echtgenote overlijdt; --------------------------------------------------------------------------------------------- mijn echtgenote surseance van betaling of schuldsaneringsregeling aanvraagt en verkrijgt, ------- alsmede wanneer zijn/haar faillissement onherroepelijk wordt, met dien verstande dat het --------- faillissement niet geacht wordt te zijn beëindigd door homologatie van een akkoord;----------------- mijn echtgenote onder curatele wordt gesteld of op andere wijze het vrije beheer over -------------- zijn/haar vermogen verliest, anders dan op grond van het bepaalde in titel 19 van Boek 1 --------- Burgerlijk Wetboek (onder bewindstelling ter bescherming van meerderjarigen); ---------------------- mijn echtgenote wordt opgenomen in een instelling als bedoeld in het Besluit ------------------------- Zorgaanspraken AWBZ of een daarvoor in de plaats getreden regeling, tenzij mijn echtgenote --- voor de instandhouding van het vruchtgebruikvermogen voldoende zekerheid stelt. ----------------- b Vestiging/boedelbeschrijving ---------------------------------------------------------------------------------------------- Het vruchtgebruik dient binnen negen maanden na mijn overlijden bij notariële akte te worden --------- gevestigd. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vruchtgebruikster is verplicht bij de aanvang van het vruchtgebruik een notariële beschrijving ------ van de aan het vruchtgebruikonderworpen goederen te maken. -------------------------------------------------
De vruchtgebruikster is verplicht de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen zoveel mogelijk --- op naam te stellen van de hoofdgerechtigden met aantekening van het vruchtgebruik, dan wel -------- indien dit niet mogelijk is dit vermogen apart van zijn/haar eigen vermogen te administreren. ----------- c Zaaksvervanging ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Hetgeen in de plaats van de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen treedt doordat--------------- daarover bevoegdelijk wordt beschikt, behoort aan de hoofdgerechtigden toe en is eveneens aan ---- het vruchtgebruik onderworpen. Hetzelfde is het geval met hetgeen door inning en nakoming van ---- de aan het vruchtgebruik onderworpen, tot het kapitaal behorende vorderingen en rechten wordt ----- ontvangen en met de vorderingen tot vergoeding, die in de plaats van de ------------------------------------ aan vruchtgebruik onderworpen goederen treden, waaronder begrepen vorderingen ter zake van ----- waardevermindering van die goederen. -------------------------------------------------------------------------------- d Kosten --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De kosten ter zake van de vestiging van het vruchtgebruik, waaronder begrepen de ---------------------- boedelbeschrijving en de jaarlijkse opgaven, alsmede de kosten van inschrijving van een afschrift ---- van de akte van afgifte van het vruchtgebruik in de openbare registers zijn voor rekening van ---------- de vruchtgebruikster. -------------------------------------------------------------------------------------------------------- e Zekerheid/opgave ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ De vruchtgebruikster is vrijgesteld van de verplichting om zekerheid te stellen. ----------------------------- De hoofdgerechtigden kunnen verlangen, dat de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken ------------ jaarlijks aan hen worden getoond. --------------------------------------------------------------------------------------- De vruchtgebruikster dient binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar aan de ----------------- hoofdgerechtigden opgave te doen van hetgeen door hem in het afgelopen jaar in de uitoefening ----- van zijn bestuur over het aan vruchtgebruik onderworpen vermogen is verricht, daaronder -------------- begrepen een nauwkeurige opgave van de goederen die bij het einde van het desbetreffende --------- kalenderjaar niet meer aanwezig waren, de goederen die daarvoor in de plaats zijn getreden en ------ van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn. -------------------------- Indien deze opgave vergezeld gaat van een rapport van een accountant en van de bijlagen, ----------- bedoeld in art. 3:206 lid 2 Burgerlijk Wetboek, is daarmede aan het in dat lid gestelde voldaan. -------- f Vruchten ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ De vruchtgebruikster komen alle vruchten toe die tijdens het vruchtgebruik afgescheiden of ------------ opeisbaar worden, zodat de vruchtgebruikster het recht heeft op het geheel van de burgerlijke --------- vruchten, die bij de aanvang van het vruchtgebruik lopende zijn. ------------------------------------------------ De hoofdgerechtigden hebben daarentegen recht op het geheel van de burgerlijke vruchten, die ------ bij het einde van het vruchtgebruiklopende zijn. ---------------------------------------------------------------------- g Aandelen en andere effecten ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ten aanzien van te eniger tijd tot het vruchtgebruikvermogen behorende obligaties of aandelen, ------ waaronder met name begrepen certificaten van aandelen, geldt het volgende: ------------------------------ de vruchtgebruikster heeft de bevoegdheid stem uit te brengen op aan ------------------------------------ het vruchtgebruik onderworpen effecten. Voorts komen hem/haar het aan die effecten---------------- verbonden recht vergaderingen bij te wonen en aldaar het woord te voeren, alsmede de ------------- rechten welke de wet toekent aan de houders van met medewerking van een vennootschap -------- uitgegeven certificaten van aandelen, toe. Indien tot de aan het vruchtgebruik onderworpen -------- goederen effecten behoren, aan de houder waarvan een benoemingsrecht is toegekend, ------------ komt dat recht aan de vruchtgebruikster toe. Voormeld stem-, vergader- en benoemingsrecht ------ komen de vruchtgebruikster slechts toe, voor zover de statuten zulks toestaan; ------------------------- de vruchtgebruikster heeft tevens de bevoegdheid stem uit te brengen op andere aan ---------------- het vruchtgebruik onderworpen goederen; ------------------------------------------------------------------------- ingeval tot de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen andere dan rentedragende ------------- effecten behoren en op die effecten enige andere uitkering geschiedt dan uitbetaling van ------------ dividend, onder welke benaming ook, daaronder begrepen terugbetaling van gestort kapitaal, ------ uitkering van enig liquidatiesaldo, van bonus (met uitzondering van zogenaamd ------------------------ stockdividend, maar met inbegrip van alle andere bonussen, derhalve ook die, voortgekomen ------ uit een dividendreserve) of claim, alles in de ruimste zin, wordt die uitkering niet als vrucht ---------- beschouwd, maar komt deze de hoofdgerechtigden toe, onder de last van het recht ------------------- van vruchtgebruik ten behoeve van de vruchtgebruikster, zonder dat de hoofdgerechtigden --------- op grond daarvan enige vergoeding aan de vruchtgebruikster verschuldigd zijn. Hetzelfde ----------- geldt ten aanzien van premies of prijzen, vallende op premieobligaties en premie- of andere -------- loten; ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- stockdividenden komen aan de hoofdgerechtigden toe, onder de last van het recht --------------------
van vruchtgebruik ten behoeve van devruchtgebruik(st)er. De hoofdgerechtigden dienen van ------- de waarde van de stockdividenden een gedeelte aan de vruchtgebruikster in contanten te ----------- vergoeden, te weten het gedeelte ter grootte van de waarde van de stockdividenden, ----------------- verminderd met de waarde van het aan de vruchtgebruikster toekomende recht ------------------------ van vruchtgebruik van de stockdividenden ten tijde van de uitkering. De waarde van het recht ------ van vruchtgebruik van de stockdividenden wordt voor de toepassing van het in de vorige zin ------- bepaalde berekend op de wijze als bedoeld in art. 21 lid 13 Successiewet 1956. ----------------------- h Verzekering -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vruchtgebruikster is verplicht de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen ten behoeve ------- van de hoofdgerechtigden te verzekeren tegen die gevaren, waartegen het gebruikelijk is een --------- verzekering af te sluiten. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- De premies die hiervoor verschuldigd zijn, komen ten laste van de vruchten. -------------------------------- i Beheer en beschikken ------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vruchtgebruikster is geheel vrij in de wijze van beleggen en herbeleggen doch dient dit te doen --- ten name van de hoofdgerechtigden met aantekening van het vruchtgebruik. ------------------------------- De vruchtgebruikster is bevoegd in en buiten rechte nakoming te eisen van aan ---------------------------- het vruchtgebruik onderworpen vorderingen, tot het in ontvangst nemen van betalingen en ------------- daarvoor kwijting te verlenen alsmede de aan vruchtgebruik onderworpen goederen te ------------------- vervreemden of te verteren op de wijze als bedoeld in art. 3:212 lid 2 en art. 3:215 Burgerlijk ----------- Wetboek. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- j Onderhoud en zorg ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- De vruchtgebruikster is verplicht de in vruchtgebruik verkregen zaken als goed vruchtgebruikster ----- in goede staat te onderhouden en ten aanzien van het overige vruchtgebruikvermogen de zorg ------- van een goed vruchtgebruik(st)er in acht te nemen. Gewone lasten worden door --------------------------- de vruchtgebruikster gedragen. ------------------------------------------------------------------------------------------- Buitengewone herstellingen aan het in vruchtgebruik verkregene worden verricht door en zijn voor --- rekening van de hoofdgerechtigden. De vruchtgebruikster dient de hoofdgerechtigden tijdig kennis --- te geven van de noodzaak daartoe en hen gelegenheid te verschaffen tot het doen van deze ---------- herstellingen. De hoofdgerechtigden zijn niet verplicht tot het doen van enige herstelling. ---------------- k Restitutieplicht ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Bij het einde van het vruchtgebruik is de vruchtgebruikster of haar rechtverkrijgende(n) gehouden ---- tot afgifte van die aan het vruchtgebruik onderworpen vermogen behorende goederen, die -------------- volgens de boedelbeschrijving en de gedurende het bestaan van het vruchtgebruik verstrekte --------- opgaven als hiervoor onder e bedoeld, op dat tijdstip aanwezig zijn, voor zover ----------------------------- de vruchtgebruikster of zijn/haar rechtverkrijgenden niet bewijzen dat die goederen zijn ------------------ tenietgegaan. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ C Belastingen ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De eventueel door mijn afstammelingen verschuldigde belasting op grond van de Wet ---------------------- Inkomstenbelasting 2001 of hiervoor in de plaats getreden regelingen, ter zake van hun verkrijgingen -- uit mijn nalatenschap zullen door mijn echtgenote desverlangd renteloos worden voorgeschoten, voor - zover deze belasting(en) betrekking hebben op hun vorderingen en/of hun hoofdgerechtigdheid op ----- grond van het hiervoor onder A en B bepaalde. Op verzoek van mijn afstammelingen is mijn-------------- echtgenote daarnaast verplicht de door deze afstammelingen uit mijn nalatenschap verschuldigde ------ erfbelasting renteloos voor te schieten. Terugbetaling of verrekening zal eerst behoeven te --------------- geschieden bij het einde van het vruchtgebruik, dan wel wanneer de vordering opeisbaar is geworden. D Legitieme ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1. Verwerping -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De legitimaris die mijn nalatenschap verwerpt, verliest zijn recht op de legitieme portie, tenzij hij bij het afleggen van de verklaring tot verwerping verklaart dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. ----- 2. Inkorting makingen ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- Voor het geval een of meer legitimarissen aanspraak op hun legitieme portie maken zal, in afwijking --- van het bepaalde in art. 4:87 Burgerlijk Wetboek, op het aan mijn echtgenote toekomende gedeelte ---- van mijn nalatenschap worden ingekort. ---------------------------------------------------------------------------------- 3. Aanwas ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Ik bepaal dat indien inkorting van makingen ten laste van mijn echtgenote plaatsvindt, een gedeelte ---- van het door de verwerping vrijkomende erfdeel aanwast bij mijn echtgenote, dan wel benoem ik -------- hem/haar voor dat gedeelte tot erfgename. Dit gedeelte heeft een zodanige omvang dat bedoelde ------
inkorting volledig bij mijn echtgenote kan plaatsvinden. Een eventueel resterend gedeelte zal------------- aanwassen bij mijn afstammelingen, naar verhouding van hun erfdelen. ---------------------------------------- 4. Opeisbaarheid vordering --------------------------------------------------------------------------------------------------- Voor zover de vordering van een legitimaris ten laste komt van mijn echtgenote, is de vordering eerst -- opeisbaar na zijn/haar overlijden. ------------------------------------------------------------------------------------------- E Dertig dagen termijn ------------------------------------------------------------------------------------------------------- Indien mijn echtgenote binnen dertig dagen, te rekenen met ingang van de dag van mijn overlijden, na mij komt te overlijden en hij/zij niet in persoon hetzij via een wettelijk vertegenwoordiger zijn/haar ------- wensen omtrent deze uiterste wilsbeschikkingen heeft geuit, benoem ik tot mijn enige erfgenamen, ----- tezamen en voor gelijke delen, mijn kinderen en sluit ik mijn echtgenote expliciet als erfgenaam uit. ---- F Inbreng giften ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Mijn afstammelingen zijn niet verplicht de waarde van de van mij ontvangen giften in te brengen in ----- mijn nalatenschap, tenzij door mij uitdrukkelijk bij de gift is bepaald. ---------------------------------------------- VIECHTSCHEIDING/SCHEIDING VAN TAFEL EN BED ------------------------------------------------------------ De beschikkingen ten behoeve van mijn echtgenote, waaronder tevens begrepen zijn/haar eventuele -- benoeming tot executeur, gelden niet: ------------------------------------------------------------------------------------- a. indien mijn huwelijk met mijn echtgenote anders dan door overlijden wordt ontbonden; dan wel ------ b. indien mijn huwelijk met mijn echtgenote door mijn overlijden wordt ontbonden en zich ten aanzien van dit huwelijk ten tijde van mijn overlijden één van de volgende gevallen voordoet: ------------------- 1. er is een procedure tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed in rechte aanhangig; ----- 2. er is een beschikking tot scheiding van tafel en bed uitgesproken. -------------------------------------- In deze gevallen sluit ik mijn echtgenote voor zover nodig tevens uit als erfgenaam. ------------------------- VII EXECUTELE ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 1. Benoeming executeur ------------------------------------------------------------------------------------------------------ Ik benoem tot executeur over mijn nalatenschap, gedurende de tijd voor de afwikkeling daarvan --------- vereist mijn echtgenote. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur heeft de bevoegdheid één of meer andere executeurs aan zich toe te voegen of in zijn --- plaats te stellen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Zijn er twee of meer executeurs dan kan ieder van hen alle werkzaamheden alleen verrichten. ----------- 2. Omvang executele ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- De executele omvat alle goederen en schulden die tot mijn nalatenschap behoren. -------------------------- 3. Boedelbeschrijving ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur is verplicht met bekwame spoed na mijn overlijden ten behoeve van mijn erfgenamen ---- een boedelbeschrijving, met inbegrip van een voorlopige staat van schulden van de nalatenschap op -- te maken en de hem bekende schuldeisers op te roepen tot indiening van hun vorderingen bij de ------- boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij een van de executeurs. ----------------------------------------------- 4. Beheer -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Ik draag de executeur op mijn nalatenschap te beheren, vorderingen te innen en de schulden van mijn nalatenschap te voldoen, waaronder de door mij gemaakte legaten, de ten laste van mijn erfgenamen - en legatarissen komende erfbelasting, de kosten van lijkbezorging en de taxatie- en boedelkosten. ----- 5. Vertegenwoordiging --------------------------------------------------------------------------------------------------------- Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt de executeur bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur kan ook als wederpartij van zichzelf optreden. -------------------------------------------------------- 6. Beschikking ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De erfgenamen kunnen niet zonder medewerking van de executeur of machtiging van de ----------------- kantonrechter over de goederen of hun aandeel daarin beschikken, voordat de bevoegdheid tot --------- beheer van de executeur is geëindigd. De executeur is slechts tezamen met de erfgenamen bevoegd - tot andere handelingen dan beheershandelingen. ---------------------------------------------------------------------- 7. Te gelde making van goederen ------------------------------------------------------------------------------------------ Ter voldoening van de schulden van de nalatenschap is de executeur bevoegd goederen van mijn ----- nalatenschap te gelde te maken. Over de keuze van de goederen en de wijze van te gelde making ----- behoeft de executeur vooraf géén overleg te plegen met mijn erfgenamen. -------------------------------------
Het hiervoor bepaalde ten aanzien van de erfgenamen geldt mede ten aanzien van degene aan wie --- een legaat van het recht van vruchtgebruik van de nalatenschap of van een aandeel daarin is ------------ vermaakt. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 8. Boedelnotaris/taxateurs ---------------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur is bevoegd zonodig een boedelnotaris en/of taxateurs aan te wijzen. -------------------------- 9. Informatieplicht --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur moet aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening --- van zijn taak geven. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 10. Executeursloon ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Aan de executeur komt geen beloning toe.------------------------------------------------------------------------------- Op grond van onvoorziene omstandigheden kan de kantonrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op ---------- verzoek van de executeur, van de erfgenamen voor bepaalde of voor onbepaalde tijd de beloning ------ anders regelen dan hierboven of in de wet is aangegeven. Ik bepaal dat dit verzoek aan de --------------- kantonrechter, van het kanton van mijn laatste woonplaats, zal moeten worden gericht, die zal ----------- beslissen in hoogste ressort. ------------------------------------------------------------------------------------------------- In zijn hoedanigheid van executeur, komt mijn echtgenote geen beloning toe. --------------------------------- De onkosten gemaakt voor werkzaamheden ten behoeve van de nalatenschap komen ten laste van --- de nalatenschap. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 11. Uitvaart ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Ik verzoek de executeur mijn uitvaart te regelen. ----------------------------------------------------------------------- 12. Rekening en verantwoording -------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur is verplicht bij het einde van zijn beheer rekening en verantwoording af te leggen aan ---- degene die na hem tot het beheer bevoegd is op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.----------- Jaarlijks ontvangen mijn erfgenamen in ieder geval een overzicht van alle belastbare inkomsten en ----- fiscaal toelaatbare kosten. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- 13. Einde executele ------------------------------------------------------------------------------------------------------------ De taak van de executeur eindigt: ------------------------------------------------------------------------------------------ A wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid; --------------------------------------------------- b door zijn dood, onder curatele stelling, onder bewindstelling van een of meer van zijn goederen ----- als bedoeld in titel 19 van Boek 1 Burgerlijk Wetboek;------------------------------------------------------------ c door ontslag door de kantonrechter; ----------------------------------------------------------------------------------- d door zijn faillietverklaring, verlening van surseance van betaling of een schuldsanering; ---------------- e wanneer de nalatenschap overeenkomstig de wet moet worden vereffend. -------------------------------- De gewezen executeur blijft verplicht te doen wat niet zonder nadeel voor de afwikkeling van de--------- nalatenschap kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap ---- bevoegd is, dit heeft aanvaard. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Indien de executeur zijn taak, met het oog waarop hem het beheer was opgedragen, heeft volbracht, -- is hij bevoegd zijn beheer te beëindigen door de goederen ter beschikking van de erfgenamen te ------- stellen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 14. Opvolging -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De executeur heeft de bevoegdheid om bij afzonderlijke notariële akte een opvolger met geheel --------- gelijke bevoegdheden te benoemen, voor zover door mij niet in de opvolging is voorzien. Indien een --- benoemde executeur komt te ontbreken is de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende ------ bevoegd een vervanger te benoemen. ------------------------------------------------------------------------------------ 15. Einde beheer ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- De erfgenamen kunnen de bevoegdheid van een executeur tot beheer beëindigen: -------------------------- a na voldoening van de schulden der nalatenschap en nakoming der lasten, waarvan de afwikkeling - reeds tot zijn taak behoort of nog binnen het jaar na het overlijden van de erflater tot zijn taak zou -- kunnen gaan behoren; ---------------------------------------------------------------------------------------------------- b wanneer een jaar en zes maanden is verlopen sedert een of meer der executeurs de ------------------ nalatenschap in beheer hebben kunnen nemen. De kantonrechter kan deze termijn, ook na het ----- verstrijken daarvan, op verzoek van een executeur een of meer malen verlengen. ----------------------- Wanneer de erfgenamen de nodige middelen voor de onder a bedoelde afwikkeling ter ---------------- beschikking van de executeur stellen, kunnen zij zijn beheersbevoegdheid voor het overige ---------- beëindigen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
VIII UITSLUITINGSCLAUSULE -------------------------------------------------------------------------------------------- 1. Voorts bepaal ik, dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en hetgeen voor een en ander - in de plaats treedt alsmede de revenuen daarvan niet zullen vallen in enige gemeenschap van ---------- goederen, ontstaan door het huwelijk, waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden en niet in -- aanmerking mogen worden genomen bij de toepassing van enig verrekenbeding. ---------------------------- 2. In afwijking van het hiervoor bepaalde wordt de waarde van het verkregene wel in de verdeling of --- verrekening betrokken ingeval het huwelijk van die verkrijger eindigt door zijn/haar overlijden, mits ------ hij/zij ten tijde van zijn/haar overlijden in wettelijke algehele gemeenschap van goederen was gehuwd, dan wel krachtens huwelijksvoorwaarden, waaronder mijn verkrijger was gehuwd, verkrijgingen --------- krachtens erfrecht (mede) moeten worden verrekend of verdeeld. ------------------------------------------------- 3. Het hiervoor onder 2 bepaalde geldt uitsluitend indien: ------------------------------------------------------------ a ten tijde van het desbetreffende overlijden (klein)kind(eren) aanwezig zijn die zowel met de ---------- verkrijger als met diens (huwelijks)partner een familierechtelijke betrekking hebben; -------------------- b ter zake van het desbetreffende huwelijk geen verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en -- bed aanhangig is gemaakt of scheiding van tafel en bed is uitgesproken;----------------------------------- c geen sprake is van het feit dat de verkrijger en diens (huwelijks)partner niet meer samenwonen en - een gemeenschappelijke huishouding voeren. Als bewijs van de samenwoning tussen de------------- verkrijger en diens (huwelijks)partner zal gelden de schriftelijke verklaring, afgegeven door de ------- Burgerlijke stand van de betreffende Gemeente, inhoudende dat de verkrijger en diens ---------------- (huwelijks)partner ten tijde van het overlijden van de verkrijger op hetzelfde adres stonden ----------- ingeschreven; --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- d de (huwelijks)partner van de verkrijger: ------------------------------------------------------------------------------- niet failliet is of met betrekking tot hem/haar niet een aanvraag tot faillissement aanhangig is; -- of indien failliet geweest, dit faillissement door homologatie van een akkoord is geëindigd; ------ niet in surseance van betaling of in een toestand van wettelijke schuldsanering verkeert of ------ met betrekking tot hem/haar niet een aanvraag tot surseance van betaling of een wettelijke ----- schuldsanering aanhangig is; en --------------------------------------------------------------------------------- direct voor het desbetreffende overlijden een positief vermogen heeft.--------------------------------- Deze akte is verleden te Tilburg op de dag aan het begin van deze akte vermeld. ---------------------------- Voor het verlijden van deze akte, heb ik, notaris, aan de comparant mededeling gedaan van de --------- zakelijke inhoud van deze akte, daarop een toelichting gegeven en heb ik, voor zover nodig, gewezen - op de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen. ----------------------------------------------------------- Vervolgens heb ik, notaris, aan de comparant gevraagd of het vorenstaande zijn uiterste wil bevat ------ waarop hij bevestigend heeft geantwoord. ------------------------------------------------------------------------------- De comparant verklaart op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het ---------- verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. ------- Onmiddellijk na beperkte voorlezing is de akte door de comparant en mij, notaris, ondertekend.----------