Standaard groei & puberteit: vorming biometrie

Vergelijkbare documenten
Nauwkeurig meten en wegen Goed begonnen is half gewonnen

Nauwkeurig meten en wegen Goed begonnen is half gewonnen

DE TECHNIEK VAN HET WEGEN EN METEN EN SCOREN VAN PUBERTEIT

EEN KIND GROEIT TE TRAAG

Substudie: Aanbeveling inzake de opsporing en verwijzing van het te kleine kind.

Intervisie voor coördinatoren groei & pub. Agenda. Werkkaarten THEORIE. Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg

Richtlijn Overgewicht (2012)

EEN KIND IS TE GROOT

Gewicht meting. Standard Operating Procedures. Versie 1.0 6/13/2019 Auteurs: Heidi Zweers, Anneke van den Berg, Anneke Droop, Hinke Kruizenga

Het meten en wegen van een zorgvrager

Protocol metingen NLdeMaat 1. LENGTE

Deel 2. Concrete richtlijnen voor de praktijk

Standaardontwikkeling VWVJ Opvolging van het gewicht

1 ONTWIKKELINGSTESTEN

STANDAARD GROEI EN PUBERTAIRE ONTWIKKELING

Inhoud. Edex aanmaken in esis/ parnassys/ lar/ enz. Blz. 18 Afkappunten jongens. Blz. 19 Afkappunten meisjes.. Blz. 20

Naam: Klas: Practicum veerconstante

De Vlaamse groeistudie 2004

BMI BIJ SCHOOLKINDEREN

Montage-instructie. Screens. V599 Ritz V599R Ritz V599 Ritz XL

1 ONTWIKKELINGSTESTEN

Alles over thuis uw bloeddruk meten Achtergrondinformatie voor de patiënt

Opvolgen van groei. Vroegtijdige detectie van mogelijke groeistoornissen METEN van lengte, gewicht en hoofdomtrek.

De standaard Groei en Puberteit. 14 juni 2018

LEIDRAAD VOOR DE PMW IN EEN NOODPLAN

synchroonzwemmen BREVET 1

synchroonzwemmen BREVET 1

MATEN OPNEMEN. Schrijf je metingen op. Zorg ervoor dat je de metingen noteer zodra je ze gedaan hebt, zodat je ze niet vergeet en opnieuw moet meten.

Proef Natuurkunde Massa en zwaartekracht; veerconstante

M V. Inleiding opdrachten. Opgave 1. Meetinstrumenten en grootheden. Vul het schema in. stopwatch. liniaal. thermometer. spanning.

Natuurkunde practicum 1: Rekken, breken, buigen, barsten

MONTAGE HANDLEIDING ROLLUIK

Intervisie voor coördinatoren gewicht. Doelstelling. Gevolg is dat. Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg

Synchroonzwemmen BREVET 2

STAP 1 VOORBEREIDING. Bestudeer de tekeningen en deze bevestigings instructies alvorens u begint met de montage! Organiseer uw werkplek.

Montage-instructie. Ritzscreen V540 V599 V599R V599 L V599 XL

Doel: Je kunt je eigen lichaamsgewicht beoordelen en diagrammen invullen en aflezen.

Montage-instructie. Rolluik RV40 - RV41

Praktijktoets. Vragen van CLB. NIEUWSBRIEF 3-5 december Geachte directie, Beste CLB-verpleegkundige en CLB-arts, Beste VWVJ-lid of sympathisant,

Les 4 lengtematen m, dm en cm

Natuurkunde havo Evenwicht Naam: Maximumscore 47. Inleiding

KWP symposium Sport op Basisscholen een kwaliteitsimpuls in het bewegingsonderwijs

Montage-instructie. Screens. V599R Ritz V599 Ritz XL

In onderstaande beslisboom is het stappenplan voor het gebruik van de SNAQ 65+ schematisch weergegeven.

ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND

De foamroll oefeningen

Vermogen snelheid van de NXT

Draaibare en kantelbare muurbeugel APM-70 INSTALLATIE HANDLEIDING 35 KG

Montage-instructie Screen

ALGEMENE NEDERLANDSE SJOELBOND

Naam:... Datum: =. 2 x 15 = =. 4 x 12 = =. 6 x 7 = =. 100 : 4 = =. 36 : 6 =.

Opvolgen van groei. Vroegtijdige detectie van mogelijke groeistoornissen METEN van lengte, gewicht en hoofdomtrek

Montage-instructie. Ritzscreen V599R V599 XL

Montagehandleiding Luxalon Plafond Type: 300L

Basisbegrippen 3D-tekenen.

Havo 4 - Practicumwedstrijd Versnelling van een karretje

MODEL HOM 2650 KG DIGITALE ROLSTOELWEEGSCHAAL HANDLEIDING

Montagehandleiding: Rolluiken

Synchroonzwemmen BREVET 2

1 ONTWIKKELINGSTESTEN

Laser LAX 300 G. Bedieningshandleiding

Handleiding voor de begeleider: CLB-medewerker of leerkracht

( Hoe moet deze oefeningen doen? )

EEN KIND IS TE KLEIN

Montage-instructie. Screens V585 V595

BMI-GEGEVENS VAN DE JEUGD IN EMMEN

VTS HSP 1. Links: 10 Rechts: 10

1 e jaar 2 e graad (2uur) Waarneming: een gewicht doet een ontstaan Merk op : Een gewicht is een = Besluit:

KNGF-richtlijn Beroerte

Proeven Talentendag 8-11 jaar

GRONDOEFENINGEN LIFE STYLE CLINIC: ALGEMENE SPIERVERSTEVIGING

Geen tijd om elke dag te sporten? Kom thuis in actie met 1-minuut oefeningen!

BELANGRIJK! BEWAREN TER REFERENTIE IN DE TOEKOMST

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Diffractie door helix structuren (Totaal aantal punten: 10)

Gebruiksaanwijzing Skinfold Caliper BASELINE. (Huidplooidiktemeting)

Indeling De metingen De groeicurven De limieten van normale groei en puberteit De varianten van normale groei en puberteit De verwijscriteria binnen h

ZESDE KLAS MEETKUNDE

Een zorgvrager met een aangedane arm of aangedaan been helpen bij het uit- en aankleden

Richtlijn Signalering en verwijscriteria bij kleine lichaamslengte (2010)

Oefenbundel Einde. Opwarming beweeglijkheidsoefeningen en stretching 1. RUGLIG. Richtlijnen bij het verderzetten en onderhoud van uw rugprogramma

Onderdeel 5: 10 cm of minder 3 punten; 11 t/m 20 cm = 2 punten; 21 cm of meer = 1 punt.

Cambridge Health Plan Benelux BV

DRAAIDEUR MET ZIJLICHT

Procedures voor het meten van rondhout

TVE TIEN VRAGEN EXTENSIE LVS - VCLB WISKUNDE Midden 1ste leerjaar INSTRUCTIE BIJ VRAGEN Wiskunde Midden 1 ste leerjaar

Watersafety test 12. Baan Vier - Schoolzwemmen - pg 1

TOEPASSING VAN DE AANBEVELINGEN OP DE HUIDIGE CLB-CONTEXT

Elektrische muurbeugel

TOTAALSTATION BEGIN VAN EEN METING OPSTELLEN VAN EEN TOESTEL. a b c METEN IN EEN GEKEND ASSENSTELSEL VRIJE OPSTELLING


Transcriptie:

Standaard groei & puberteit: vorming biometrie Doelgroep: alle CLB-medewerkers die betrokken zijn bij het meten en wegen van kinderen/jongeren ter gelegenheid van de algemene of gerichte consulten. Voorbereiding: Er zal aan de VPLK worden gevraagd om hun koffer voor onderzoek op verplaatsing mee naar de vorming te brengen. De deelnemers kunnen ook eigen casussen meebrengen. Doorloopt u de vorming alleen met dit werkboek en de diavoorstelling, neem dan uw werkkoffer ter hand met het materiaal dat u doorgaans gebruikt voor uw medische consulten. 1. Inleiding De doelstelling van de vorming: Unless measurement is carried out to the highest standards, the period of growth monitoring is time wasted. De betrouwbaarheid van de meetresultaten optimaliseren. Betrouwbaarheid = de mate waarin het resultaat van een herhaalde meting, uitgevoerd door dezelfde of door een ander persoon, identiek blijft. Verstorende factoren zijn: Het materiaal De techniek Het kind Afspraken: Tijdens de training worden de principes van intervisie gehanteerd. Het is een werkmethode waarbij collega s ervaringen uitwisselen om samen vaardigheden en kennis te verwerven. Vertrekkende van concrete oefeningen tracht men, in een collegiale sfeer, te zoeken naar oplossingen en te leren van elkaars aanpak. 2. Materiaal Doel: Kennismaking met het gebruikte materiaal en toetsen aan de kwaliteitscriteria. Welk materiaal gebruikt u, in het centrum en op verplaatsing? U kan hieronder aanvinken welk materiaal u gebruikt Transporteerbare lat Microtoise Vaste meetlat (muurmodel) Apothekersweegschaal Badkamerweegschaal Lintmeter Ander?... Meetlat: algemene kwaliteitskenmerken: De lat moet een bereik hebben van 80 tot 200 cm 1

De lat moet tot op 1 mm nauwkeurig meten De aanwijzer moet minimum 5 cm breed zijn zodat er voldoende zekerheid is dat hij op het hoogste deel van het hoofd rust. De aanwijzer moet een hoek van 90 vormen tegenover de lat en mag niet wiebelen. de lat mag niet op een apothekersweegschaal zijn gemonteerd. Controleer of de aanwezige latten een stabiele aanwijzerplaat hebben. Voorbeelden zijn: Het muurvast model: TB I Hyssna 4205 Een verplaatsbaar model: een microtoise rollint of een monteerbare lat uit harde plastiek Evalueer kritisch uw materiaal. Voldoet het aan de kwaliteitscriteria? Het ijken van de vaste meetlat kan bij de start van het nieuwe schooljaar gebeuren of wanneer er onderhouds-of verbouwingswerken zijn uitgevoerd. Let op het volgende: Is de meetlat verticaal gemonteerd? controleer met de waterpas Controleer de vloer: Is de vloer ± waterpas? Kijk naar vloerbekleding (geen tapijt) Indien een gebouw erg oud is en de vloer manifest niet waterpas, moet er een standvlak worden gemonteerd, of elders worden gemeten. Controleer de plinten. Is de lat correct tegen de plinten gemonteerd? Indien de aanwezigheid van de plinten onvermijdelijk is, wordt de dikte van de plinten geneutraliseerd door houten blokjes van gelijke dikte als de plinten- te plaatsen ter hoogte van de bevestigingspunten in de muur. Te controleren in het leslokaal De hoogte van de vaste meetlat wordt dan vergeleken met de lat waarmee de meetlat gemonteerd werd., of met een microtoise of een niet rekbare lintmeter. Weegschaal: algemene kwaliteitskenmerken: De weegschaal moet tot op 100 gram nauwkeurig wegen De weegschaal heeft een bereik van 0 tot 120 kg De weegschaal moet op een harde en vlakke ondergrond worden geplaatst. Een badkamerweegschaal met een elektronisch display kan naar zijn correcte meting worden gecontroleerd. Een gestandaardiseerd gewicht kan op de weegschaal worden geplaatst. Evt te vragen in beroepsschool om 2 maal een geijkt gewicht van 5 kg te produceren. Modellen die op batterijen werken, worden minder accuraat wanneer de batterijen bijna opgebruikt zijn. Het kan handig zijn om de data te noteren (vb. op een zelfklevend etiket die onder de weegschaal wordt gekleefd) waarop de batterij werd vernieuwd. Bij de weegschaal met gewichten kan een correctie op de meting worden uitgevoerd. Op welke energiebron werkt uw weegschaal? Kan u deze vervangen? 2

Voorbeelden zijn: Klassieke apothekersweegschaal met gewichten of een elektronisch display, zonder vaste meetlat Badkamerweegschaal met een elektronisch, digitaal display, geen veer met aanwijzer! Lintmeter: algemene kwaliteitskenmerken: Een niet-rekbare lintmeter (lintmeters uit metaal of glasvezel genieten de voorkeur) De aanduiding moet tot op 1 millimeter nauwkeurig zijn. Een voorbeeld is: KaWe lintmeters van 150 cm. 3. Techniek Doel: De meet- en weegtechnieken beheersen De juiste technieken zijn beschreven ter gelegenheid van de groeistudie en in de standaard overgenomen. Meten van de gestalte Schoenen en kousen worden uitgedaan. Haarspelden en vlechten / staartjes die de meting kunnen verstoren worden verwijderd. De persoon staat centraal voor de meetlat, met de rug er naar toe. De armen hangen ontspannen langs het lichaam. De hielen, kuiten, billen en schouders raken de wandplaat. De hielen staan op de grond, de voeten in een hoek van ongeveer 45 en tegen mekaar, zodat de hielen mekaar raken. Bij jonge kinderen kan het nodig zijn om even op de voeten te drukken zodat de onderzijde van de hiel steeds met de grond in contact blijft. Bij X-benen of obesitas mogen de hielen lichtjes uit mekaar staan zodat de ene knie niet voor de andere is geplooid. In geval van een belangrijk beenlengteverschil, wordt dit met plankjes van gekende dikte gecorrigeerd zodat het kind recht staat. Vergeet niet om ook de dikte van deze plankjes te noteren! Spoor het kind aan zich zo groot mogelijk te maken (een fikse houding), zonder dat de hielen van de grond oplichten. Hou het hoofd met de ene hand zo, dat het Frankfurt vlak horizontaal staat, en breng met de andere hand de aanwijzer tot tegen de kruin. Geen opwaartse druk op het hoofd uitoefenen! Laat het kind voorzichtig van onder de meetlat wegstappen, zodat de aanwijzer niet verschuift. Lees de gestalte af tot op de laatste volledige millimeter. Het Frankfurt vlak (figuur 2) is de denkbeeldige lijn van de uitwendige gehoorgang naar de onderste rand van de oogkas (orbita). Vanaf de leeftijd van 2 jaar wordt de gestalte of staande lengte gemeten. Dit Figuur 1: Frankfurter vlak gebeurt blootsvoets, in lichte kleding (geen pull, hemd of jas). Kledingstukken kunnen hoewel ze geen invloed hebben op de feitelijke gestalte de houding van het kind verbergen, en zo de meting verstoren. In het kader van de CLB geven we er de voorkeur aan om kinderen te meten wanneer ze in ondergoed zijn (bij de algemene consulten op het onderzoekscentrum) of in turnpak (bij gerichte consulten op school). De gestalte kan door één persoon worden gemeten. Indien dit niet mogelijk is, wordt er gevraagd zoveel mogelijk bovenkleding uit te doen. De gestaltemaat wordt nooit afgerond maar genoteerd tot op de laatste volledige millimeter. 3

Om de meetprocedure te vergemakkelijken kunnen er op de grond, centraal voor de meetlat markeringen worden aangebracht op de plaats waar de leerling de voeten moet zetten (voetjes of tape in een hoek van 45 ). Wanneer het kind niet mooi recht kan staan of niet kan volharden, meet men 3 keer en neemt men het gemiddelde van de 3 metingen. Bij twijfel (ging het kind nu even door de knieën of op de tippen staan) wordt de meting gewoon herhaald. Er is mogelijkheid tot oefenen positioneren van de te meten persoon juiste plaatsing van de hoogte-aanwijzer uit deel 2 standaard Groei & Puberteit correct aflezen van de gestalte (let op soms moet men aflezen aan de onderrand van de aanwijzer, soms in een afleesvenster ) Dezelfde onderzoeker meet de collega 3 maal, nadat de collega tussen elke meting even van onder de meetlat is weggestapt. Aan deze collega wordt gevraagd om zelf geen initiatief te nemen in het zich juist positioneren maar de instructies af te wachten. Iedereen neemt de rol van onderzoeker op zijn beurt op De meetresultaten worden genoteerd. De interpersoonlijke betrouwbaarheid wordt getoetst. De groepjes schuiven éénmaal door. Op die manier wordt de helft van de deelnemers door een nieuwe collega gemeten. De meetresultaten worden genoteerd. Meten van de hoofdomtrek Figuur 2: meten van de hoofdomtrek De hoofdomtrek is de omtrek van het hoofd ter hoogte van de supraorbitale rand (net boven de wenkbrauw) vooraan en de grootste protuberantie (uitstekend schedeldeel) van het achterhoofd. Verwijder haarspelden en vlechten. Hou het oprolbare deel van de lintmeter in de ene hand, en het vrije eind (de nulzijde ) in de andere. Plaats de onderste rand van de lintmeter net boven de wenkbrauwen, boven de oren, en achteraan over de grootste uitstulping van het achterhoofd. Let op dat de oorschelp niet onder de lintmeter geklemd zit. Beide einden van de lintmeter moeten voor uw eigen aangezicht kruisen. Alleen zo heeft u goed zicht op de afleeszone en kan u de omtrek correct aflezen. Als de lintmeter op de juiste plaats zit worden beide einden voldoende strak aangetrokken zodat het onderliggende haar wordt samengedrukt. Lees de hoofdomtrek af tot op de laatste volledige millimeter. Het is aan te bevelen om bij alle kinderen de hoofdomtrek éénmalig bij de start van de schoolloopbaan op te meten (1 e of 2 e kleuterklas). De arts zal beslissen over de noodzaak om de hoofdomtrek verder op te volgen. uit deel 2 standaard Groei & Puberteit De deelnemers meten elkaars hoofdomtrek: bijzondere aandacht aan het juist positioneren van de lintmeter.de lesgever loopt rond en controleert de techniek. Ook hier worden minstens 2 metingen bij dezelfde persoon uitgevoerd, ter illustratie van het begrip intra- en interpersoonlijke betrouwbaarheid. 4

Wegen Wanneer kinderen op het centrum worden gewogen, zijn ze ontkleed en houden ze enkel een onderbroek en hemd / T-shirt of BH aan. Om de metingen op school (voor het 1 e en het 3 e leerjaar) vergelijkbaar te maken met de metingen op het centrum adviseren we om aan de kinderen te vragen een turnpak aan te doen. Het gewicht van een turnpak (T-shirt en short of maillot) is minimaal en benadert het dichtste de ontklede weging. Met respect voor de privacy kan het omkleden worden georganiseerd zoals bij een reguliere turnles. Indien dit niet mogelijk is, moet het kind zich toch zoveel mogelijk van de bovenkleding ontdoen. Vanaf 2 jaar worden kinderen gewogen met een personenweegschaal (badkamermodel of apothekerweegschaal, met een precisie van ten minste 100 gram). Zorg er voor dat het kind in het midden van de weegschaal staat. Lees het gewicht af tot op 100 gram. Indien de weegschaal tot twee cijfers na de komma aangeeft, lees dan enkel het eerste cijfer af, zonder af te ronden. uit deel 2 standaard Groei & Puberteit Wanneer een onverwacht meetresultaat wordt genoteerd en de meting door de verpleegkundige werd gecontroleerd, is het goed om dit feit door een bepaald teken in het dossier te noteren. De aanwezigheid ervan wijst op een uitgevoerde dubbel-check. 4. Plotten van de meetresultaten Om correct te kunnen plotten moet men over groeicurven beschikken. Om de juiste leeftijd te berekenen moet de geboortedatum en de onderzoeksdatum zijn gekend. In het dossier worden genoteerd: Geboortedatum Onderzoeksdatum De berekende leeftijd Berekenen van de leeftijd Bij de berekening van de leeftijd door NICO, worden jaren, maanden en dagen in rekening genomen. De standaard adviseert om enkel de jaren en maanden in acht te nemen. In de standaard staat volgende procedure beschreven: Bereken de leeftijd van het kind door de geboortedatum van de datum van de meting af te trekken. Voor de eenvoud van de berekening moet men enkel rekening houden met de maanden en jaren. vb.1 Een kind geboren op 06/01/94 en onderzocht in oktober 2003 Jaar Maanden Jaar en maand van het onderzoek 2003 10 Jaar en maand van geboorte 1994 1 Leeftijd van het kind 9 9 vb.2 Een kind geboren op 24/11/1988 en onderzocht in oktober 2003 5

Jaar Maanden Jaar en maand van onderzoek Zet 1 jaar in maanden om 2003-1 2002 10 + 12 22 Geboortedatum 1988 11 Leeftijd van het kind 14 11 Er zijn uiteraard handigere en snellere technieken voor de dagelijkse praktijk: Is het kind in dit kalenderjaar reeds verjaard? Tel het aantal volledige levensjaren en doe daar het aantal maanden tussen de laatste verjaardag en de maand van het consult bij. De groeicurve Welke groeicurve gebruikt u? Hoe organiseert u de overgang van de oudere groeicurven naar de nieuwe Vlaamse groeicurve? Advies: Plotten Voor nieuwe leerlingen zonder voorgaand dossier worden de nieuwe Vlaamse groeicurven gebruikt. Dit geldt dus voor 1 e kleuters en (anderstalige) nieuwkomers (in onthaalklassen). Gebruik bij voorkeur de Vlaamse groeicurven voor kinderen van de 2 e kleuters en het 1 e leerjaar. Herplot de (1 à 2) voorgaande meetpunten. Besef dat bij niet-overschakelen op de nieuwe groeicurven, de interpretatie van het groeipatroon van kinderen nog 12 jaar lang op oude, niet voor de standaard aangepast curven moet plaatsvinden Gebruik de Vlaamse groeicurven wanneer een verstoord groeipatroon wordt vastgesteld (meestal neerwaarts afbuigen) en er een selectief consult of een verwijzing wordt overwogen. Bij twijfel over de noodzaak, laat de arts beslissen. Zoek op de X-as het overeenkomstige leeftijdspunt op en markeer dit. De leeftijdsgrid van 2 maanden (1 hokje = 2 maanden) laat toe op de exacte leeftijd te plotten (= op de lijn of net tussen 2 lijnen) en niet af te ronden op een kwartaal zoals vroeger het geval was. Zoek op de Y-as het cijfer overeenkomstig de gemeten gestalte, het gewogen gewicht en markeer dit punt (1 hokje is 1 cm; 1 hokje is 1 kg). Plot tot op de millimeter en de 100 gram nauwkeurig. Vanuit de X-as gaat men loodrecht naar boven; vanuit de Y-as gaat men (loodrecht) horizontaal naar rechts. Op de kruising van beide lijnen wordt een duidelijk kruisje gezet (+) Het plotten van de waarde moet steeds onmiddellijk na de meting gebeuren. Dit laat toe om bij aberrante resultaten, te controleren op fouten: Als motto geldt controleer wat nog te controleren valt. Werd een correcte meettechniek gehanteerd? Hermeet zo nodig het kind. Herbereken de leeftijd voor het huidige én de voorbije meetmomenten. Herplot de huidige meting én de vorige metingen. 6

5. Berekenen en plotten van BMI Naar aanleiding van de gerichte consulten kan het gebeuren dat de verpleegkundige alléén de kinderen weegt en meet en zelfstandig moet oordelen over het al dan niet hebben van overgewicht. In de standaard gewicht zullen de criteria worden aangegeven wanneer men van overgewicht dan wel van obesitas dient te spreken. In ieder geval zal de BMI een belangrijke rol spelen in de beoordeling van de mate van overgewicht. Daarom wordt het berekenen en plotten van de BMI door de verpleegkundige hier toegelicht. Berekenen van de BMI De formule: BMI = Gewicht (in kg) / (Lengte in m) x (Lengte in m) Het resultaat geeft een cijfer dat moet worden afgerond tot één cijfer na de komma. Plotten Zoek op de X-as van de Vlaamse BMI-curven het overeenkomstige leeftijdspunt op en markeer dit. De leeftijdsgrid van 2 maanden (1 hokje = 2 maanden) laat toe op de exacte leeftijd te plotten (= op de lijn of net tussen 2 lijnen) en niet af te ronden op een kwartaal zoals vroeger het geval was. Zoek op de Y-as het cijfer overeenkomstig de berekende BMI en markeer dit punt (1 hokje is 0,2 kg/m 2 ; dit betekent dat ofwel op de lijn of net tussen 2 lijnen wordt geplot). Vanuit de X-as gaat men loodrecht naar boven; vanuit de Y-as gaat men (loodrecht) horizontaal naar rechts. Op de kruising van beide lijnen wordt een duidelijk kruisje gezet (+) Betekenis van de plotpunten Een plotpunt dat in de bovenste grijze zone valt, verwijst naar overgewicht. Een plotpunt boven de bovenste grijze zone verwijst naar obesitas. Een plotpunt in de onderste grijze zone verwijst naar ondergewicht. 6. Toelichting bij de beslisboom groeivertraging/kleine gestalte Doel: aangeven wanneer de VPLK, n.a.v. de gerichte consulten (wanneer deze zonder arts worden uitgevoerd), een dossier aan de arts dient voor te leggen, bij casussen van kleine/grote gestalte of bij groeivertraging/versnelling Cfr. de bijgevoegde werkkaarten met korte toelichtingen. 7. Oefeningen met casussen Doel: leren plotten en in het geval van vermeende afwijkende groeipatronen, moet de fout worden gezocht. Dit impliceert het beheersen van de juiste plottechniek, correct berekenen van de leeftijd Dossiercasussen worden voorgelegd: opsporen van een fout bij aflezing/montage/ (quasi alle metingen van een groepje onderzochte kinderen in 2e kk levert een groeivertraging bij het plotten) (casussen 2e kk) opsporen van een fout in het berekenen van de leeftijd (casus Albert) leeftijd is niet in dossier genoteerd, er is wel een plotpunt 1eKK consult alleen jaartal genoteerd 7

opsporen van een fout plotpunt evt oefening met OG/OB Klinische casussen zullen worden voorgelegd onder vorm van dossiers. De deelnemers kunnen individueel de casussen bestuderen, in kleine groepjes bespreken. Plenair zullen de casussen worden besproken. Korte toelichting bij het berekenen en plotten van de BMI. Wanneer BMI berekenen (klinische indruk) 8. Uitwisseling van persoonlijke ervaringen en/of casussen Doel: leren van elkanders ervaringen Tijd voor bijkomende vraagstelling 8