Transporteren en plaatsen van de matten Voorbereiden voor de nieuwe teelt 3-3 Levering 1 Het wordt afgeraden de matten buiten op te slaan. Sla ze op een schone en droge plek op, gescheiden van het productiegebied. 3 Zet niet meer dan drie pallets/slipsheets op elkaar. Zorg dat de pallets/pakken niet per ongeluk kunnen worden beschadigd door voertuigen of personeel. 5 Vermijd verontreiniging van het substraat of de folie met stof, grond of uitlaatgassen. 6 Laat de verpakking intact totdat de matten in de kas worden uitgelegd. 7 Om traceerbaarheid te garanderen, dienen de relevante leveringsgegevens, zoals retrievalcodes, te worden bewaard. 6
Uitleggen van de matten 1 Voordat u de matten uitlegt, dient de kas grondig te worden gereinigd. Zie het factsheet Reinigen van de kas. 1 Wees voorzichtig bij het uitladen van de pallets of het uitpakken van de pakken om te voorkomen dat het substraat of de folie wordt beschadigd. Beschadiging van de folie kan leiden tot ongelijkheid in initiële verzadiging, een slechte inworteling van het gewas en ongelijkheid in plantopbouw. 3 Zorg dat de matten met de juiste kant naar boven worden gelegd: zie daarvoor de tekst en pijl op de folie. Het ontluchtingsgat en de afdichtstrip zitten aan de bovenkant van de mat.
Initiële verzadiging van de matten 1 Indien u geen voorgevormde plantgaten hebt besteld, bepaal dan op basis van de gewenste plant de juiste positie in de folie. Plant de gewassen niet op droge matten. 5 3 Zet de matten minstens 8 uur voor het planten vol en warm de oplossing op om te voorkomen dat de jonge planten een koudeschok krijgen. Een juiste verzadiging vóór het planten is van essentieel belang om de juiste mateigenschappen te creëren en behouden. Bij veel licht en hoge temperaturen kan de temperatuur in het wortelmilieu te hoog oplopen. Een hoge temperatuur in het wortelmilieu (>6 C) vergroot het risico van een Pythium-infectie. Om het risico tot een minimum te beperken, moet de initiële verzadiging plaatsvinden in de nacht voorafgaand aan het moment waarop de jonge planten in de kas worden afgeleverd. Plaats de irrigatiepinnen in de steenwolmat, maar let op dat ze niet door de mat heen prikken. Zet de matten geleidelijk vol met de juiste voedingsoplossing 5 Na het vullen moet worden gecontroleerd of alle matten correct vol zijn gezet met de voedingsoplossing. Eventueel kunnen de matten handmatig worden bijgevuld. De verpakkingsfolie moet gaan bobbelen en de voedingsoplossing moet aan de oppervlakte van de steenwolmat zichtbaar zijn. Als er in deze fase variaties in het watergehalte zijn, is een nauwkeurig beheer van het wortelmilieu lastig en kan er ongelijkheid in plantopbouw ontstaan. 6 Zorg dat de matten minstens uur lang volledig verzadigd blijven voor een optimale capillaire werking van de mat. Er kan alleen een uitzondering worden gemaakt bij extreem warm weer wanneer de matten s nachts vol zijn gezet om te voorkomen dat de substraatoplossing te warm wordt.
Het maken van de draingaten Voer deze instructie uit wanneerde matten volledig verzadigd zijn. 1 Grodan heeft een duurzame teelt hoog in het vaandel staan. De beste manier om emissie van mest in oppervlaktewater te voorkomen is om de drainoplossing vanaf dag één te recyclen. Als de draingaten gemaakt worden zal er voedingsoplossing in de drainkanalen terecht komen. Deze oplossing is schoon, zodat een UV-systeem deze effectief kan ontsmetten, en heeft precies de juiste samenstelling. Daarom is het volkomen veilig om deze oplossing te behouden en te hergebruiken voor de nieuwe teelt. Voorwaarde hiervoor is wel dat het distributiesysteem goed gespoeld is met schoon water. Maak de draingaten minimaal uur vóór het planten. Voor het beste resultaat moet vanaf de onderkant van de mat in opwaartse richting gesneden worden (hierdoor wordt de loopfolie niet beschadigd wanneer er geen hangende goten zijn). De grootte van het draingat moet minimaal 3 cm zijn. Om te voorkomen dat het draingat niet geblokkeerd raakt tijden de teelt wordt geadviseerd het gat met de vingers wat te verbreden. Zorg ervoor dat er geen dood water onderin de mat blijft staan. Dat beperkt namelijk de wortel ontwikkeling en de wortel functies. 3 Maak één draingat per 133 cm matlengte. Bij matten die langer zijn dan 133 cm, kan gekozen worden voor één of twee draingaten, afhankelijk van de voorkeur van de teler. Let op: hoe meer draingaten er zijn gemaakt, hoe moeilijker het wordt om de matten in fase 3 en te herverzadigen. Ook is er meer drain nodig om de EC in de matten gelijk te trekken. Vooral in het stuurbare Next Generation-assortiment is het aantal draingaten en de positie ervan belangrijk. Ga voor meer informatie over het 6-fasenmodel van Grodan naar www.grodan.nl. De afstand tussen de eerste druppelaar en het draingat is bepalend voor het watergedrag in de mat. Hoe groter de afstand, hoe meer verversing en herverzadiging er kan plaatsvinden in de mat. Voor het Next Generation-assortiment wordt een minimale afstand van 0 cm geadviseerd. 5 De beste positie voor het draingat is het laagste punt van de mat in de richting van de helling. Bij een oneffen bodem zijn er extra draingaten nodig zodra de matten het laagste punt hebben bereikt. Maak de draingaten nooit recht onder een opkweekblok of druppelaar. Houd ook rekening met de plaats van de blokken voor tussenplanting op dezelfde mat en de positie van een eventuele extra druppelaar in het midden van de mat.
Let op: Als het drainsysteem de grote stroom aan afvoerwater tijdens het maken van de draingaten niet kan verwerken, begin dan bij het laagste punt van het drainsysteem (einde van de rij) en werk terug naar het hoogste punt (betonpad). a b Als het door de omstandigheden noodzakelijk is om tijdens de teelt veranderingen door te voeren (bij een te hoog WG of een frequentere irrigatiestrategie), is het eenvoudiger om een extra draingat te maken dan om het aantal draingaten te verminderen. a Verkeerde draingaten b Draingat onder de druppelaar c Draingat onder het blok d Draingat te klein, niet aan de onderkant c d
Planten 1 Maak goede afspraken over de levertijd met de plantenkweker en bespreek de klimaatcondities tijdens transport zodat de planten in optimale conditie aankomen. 1 Zorg ervoor dat de kas en de matten de juiste temperatuur hebben. Voor een goede inworteling moet de temperatuur tussen de 18 C en 8 C liggen. Zorg dat gedurende twee of drie dagen de kas tot ten minste 19-0 C wordt opgewarmd. Het maximale temperatuurverschil tussen de kas en opkweek is hooguit 3 C. 3 Vermijd koude plaatsen tijdens het uitladen van de blokken zoals de inpakruimte en breng ze direct naar de kas. Begin zo snel mogelijk met het planten of het plaatsen naast de plantgaten. Plant bij extreme weersomstandigheden in de vroege ochtend of wacht tot de avond wanneer de temperatuur lager is. 3 Geef na het planten 1 tot irrigatiebeurten om het WG in het blok uniform te krijgen, en vervolgens gebaseerd op een WG van 0-70%, wanneer de weerstomstandigheden dit toelaten. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw Grodan vertegenwoordiger of lokale Grodan dealer.