BOMENBEHEERPLAN GEMEENTE BEUNINGEN

Vergelijkbare documenten
GROENBEHEERPLAN GEMEENTE BEUNINGEN

Aanwijsregels voor bomen per statuscategorie, gemeente Lisse

Onderwerp Wegwerken achterstallig onderhoud bij de individueel te beheren gemeentelijke bomen.

2. KAPVERGUNNING VS. BOSWET-MELDING

Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het boombeheerplan gemeente Boxmeer

Bijlage C Aanwijscriteria per statuscategorie

Kwaliteitsbeoordeling

Visuele boomveiligheidscontrole en beheerinventarisatie bomen Beheergebied Hoeksche Waard

Toetsingscriteria kap particuliere bomen

4 BOOMBELEID Boombeheer en boomveiligheid

Discussienota Kapvergunning. Onderdeel van project: Weg met de paarse krokodil!

Beleidsregel ter uitvoering van artikel 43 APV (kapverbod) Typen en beschermde status van bomen in Hoogeveen

Discussiestuk Nieuw beleid kapvergunningen Lijst van beeldbepalende bomen

EVALUATIE BOMENVERORDENING 2005

SNOEIEN (LAAN) BOMEN

G E M E E N T E IJS S E L S T E I N K A S T E E L L A A N. BOOMTOTAALZORG N a d e r o n d e r z o e k 1 3 A 1 5 1

BEOORDELINGSCRITERIA BOMENERFGOEDLIJST EN LANDSCHAPPELIJKE BEPLANTINGSLIJST

Startnotitie Bomenbeleid gemeente Vianen

BOOMBEHEER GEMEENTE BARENDRECHT

Voor dit bedrag worden (afgerond) de volgende aantallen bomen onderhouden: Jonge en halfwas bomen (begeleidingssnoei) Volwas bomen (onderhoudssnoei)

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Actualisatie Bomenverordening gemeente Bunnik. Aan de raad,

Begeleidingssnoei van laanbomen

Samenvatting Gevolgen essentaksterfte Utrecht in beeld Onderzoek en beheerstrategie

Raadsvoorstel Registratienr: Agendapunt: Onderwerp: Portefeuillehouder: Samenvatting: Aanleiding:

Kapmelding gemeentelijke bomen diverse locaties, 17 mei 2017

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

Folder Bomenverordening

BOMEN JEUGD SNOEI WEL NIET

Opdrachtgever. : Gemeente Breda : Toezichthouder. : J.L. de Jong Deelopdracht / perceel. : Mechelenstraat NTO-formulier nummer : -

GROENBELEIDSPLAN SCHIJNDEL

1 INLEIDING 2 REGELGEVING 3 LOCATIE

Inleiding Dit voorstel gaat over het verlenen van een vergunning voor het kappen van 26 sierkersen in de Van Limburg Stirumlaan in Vlijmen.

Bijlage 10 Planning en kosten renovaties

Vergunningstelsel voor het vellen van houtopstanden

Versie: 24 mei Beheerplan Wegen Waterland

Tilia x europaea Toekomstverwachting

Gelet op artikel 73a van de Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2003;

Notitie kosten en aanpak kastanjebloedingsziekte gemeente Hilversum

Evaluatie Bomenverordening & Groene Kaart 2013

Onderwerp Bomenbeheerplan : Bomenbeheer: Van kwantiteit naar kwaliteit.

Boomcategorieën en Afwegingscriteria

dat voor het kappen/vellen van zieke en dode bomen vrijwel altijd vergunning wordt verleend;

A NALYSE BOMENBESTAND Gemeente Borger-Odoorn

VTA-PLUS SECOND OPINION APELDOORNSEWEG GEMEENTE BRUMMEN. BTL Bomendienst. : Dorien Nooitgedagt : Arnold Meulenbelt

Startnotitie (gewijzigd) ACTUALISATIE GROENBELEIDSPLAN

Evaluatie Boomverordening 2013 Groene Kaart

Bomenbeleidsplan Sliedrecht

De gemeente heeft in de visie vier studies gedaan om de problematiek op te lossen.

Bomenkapbeleid gemeente Bergeijk Bijbehorende informatie dorpskern Walik

Deventer bomen en bomenonderhoud.

Kris Hofkens C U R S U S. Snoeien van bomen

Richtlijnen voor beleid en beheer. 4.1 Inleiding. 4.2 Kwaliteitseisen beheerrichtlijnen

Beheerplan openbare ruimte. Bijeenkomst Dorpsraden

Notitie beleidsuitgangspunten overlastsituatie bij bomen

OPLEGGER * * Datum Nummer Datum commissievergadering Datum raadvergadering

OPDRACHT 4 BOOMBEHEER. TERMEN UIT DE THEORIE BOOMVERZORGING Groeiplaatseisen. Bodemvaag. Penetrograaf. Sint-Janslot. Primaire groei secundaire groei

BOOMTECHNISCHE BEOORDELING 3 BOMEN ACHTERSTRAAT WILLEMSTAD

Deventer bomen en bomenonderhoud.

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:11a van de Algemene plaatselijke verordening Ede 2012;

GEMEENTEBLAD Officiële publicatie van Gemeente Ede (Gelderland)

Discussienota Bomen. Gemeente Cranendonck 2012

Raadsvoorstel. 1. Aanleiding

Beleidsnotitie Meer openbaar groen, minder regels

: Mathijs de Natris : Martijn Bouwer. Telefoonnummer : Faxnummer : : bomendienst@btl.nl :

Boom-project conflicten

Zelfbeheer Openbaar Groen

Status: definitief

Gemeente Gulpen-Wittem Actualisatie rapport Kwaliteit in Beeld

Bomen in openbaar groen. Bomen in SB250 Tom Joye, inverde. Kennis. H2: Nomenclatuur. Herwerking SB250 29/01/2015

Notitie. 1 Korte toelichting op de boominventarisatie

Aanvragen vergunning voor kappen twaalf inlandse eiken Oranjelaan in Oudheusden

DELTALOCATIE DEN DOLDER Projectnummer Van Wijnen Projectontwikkeling Midden B.V. Postbus AD HARDERWIJK

Bomeninventarisatie Oude LTS-terrein te Uden

Gemeente Leidschendam-Voorburg T.a.v. dhr. R. Bruin Koningin Wilhelminalaan BM LEIDSCHENDAM

BOMEN- VERORDENING REGELT KAPPEN VAN BOMEN WAARDEVOLLE BOMEN BESCHERMEN

Holte in de stamvoet en de stam:

VISUAL TREE ASSESSEMENT (VTA) GOLFBAAN DE HOGE KLEIJ

f. OW BIJ beleidsplan Onderhoud Groen 2014-O.docx Grip op groen.veilig en heel

Boscompensatie In relatie tot het Fietspad Asschatterweg

Advies. In opdracht van: Gemeente Lochem. Onderwerp: Projectvoorstel herinrichting groen op de Kleine Markt te Lochem

Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen 2013

Bomen over bomen. Kleine bomen worden groot. De levensfasen van een boom. Jonge bomen. Volwassen bomen. Oude bomen.

Reactienota zienswijzen Eemstraat 10A

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Transcriptie:

BOMENBEHEERPLAN GEMEENTE BEUNINGEN

Versie: Definitief Datum: September 2012 project: Beuningen Bomenbeheerplan projectnummer: 221293 Opgesteld door: BTL Advies, voor: Gemeente Beuningen Oisterwijk p: Postbus 385, 5060 JV Oisterwijk P: Postbus 14, 6640 AA Beuningen t: 013 52 99 555 t: 14 024 f: 013 52 99 550 f: 024 677 80 78 e: advies@btl.nl e: gemeente@beuningen.nl w: www.btladvies.nl w: www.beuningen.nl 2 B O M E N B E H E E R P L A N

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Doel 5 1.3 Werkwijze 6 1.4 Evaluatie en actualisatie 6 1.5 Leeswijzer 7 2 Kaders en richtlijnen 8 2.1 Wet- en regelgeving 8 2.2 Gemeentelijk beleid 10 3 Inventarisatie en analyse 12 3.1 Inventarisatie 12 3.1.1 Arealen 12 3.1.2 Plantjaar 14 3.1.3 Levensverwachting 14 3.2 Analyse 16 3.2.1 Groeiplaats type 16 3.2.2 Groeiplaats kwaliteit 16 3.2.3 Onderhoud bomenbestand 18 3.2.4 Onderhoudsniveau en snoei 18 3.2.5 Begeleidingssnoei 19 3.2.6 Onderhoudssnoei 22 3.3 Signalen uit de wijk 26 3.4 Conclusies 29 3.4.1 Sterke punten 29 3.4.2 Zwakke punten 29 3.4.3 Kansen 29 3.4.4 Bedreigingen 29 4 Visie 31 4.1 Kwaliteit boven kwantiteit 31 4.2 Een veilige leefomgeving 32 4.3 Duurzaam beheer 32 4.4 Toekomstgericht vervangen 32 4.5 Communicatie met de wijk 32 5 Maatregelen en acties 33 5.1 Achterstallig beheer en onderhoud 33 5.1.1 Gevolgen van achterstallig onderhoud 33 5.1.2 Strategie voor inhalen achterstallig onderhoud 34 5.1.3 Inspectie 34 5.1.4 Nader onderzoek 34 5.1.5 Rooi en aanplant 34 G E M E E N T E B E U N I N G E N 3

5.2 Dagelijks beheer en onderhoud 34 5.2.1 Regulier Snoei onderhoud 34 5.3 Vervangingen 37 5.4 Beheerorganisatie 41 5.4.1 Gegevensbeheer 41 5.4.2 Uitbesteding en contracten 41 5.4.3 Werkwijze zorgplicht 45 5.4.4 Plan van aanpak ziektes, aantastingen en plagen 45 6 Financiën 46 6.1 Beschikbare financiële middelen 46 6.2 Eenmalige financiële middelen 46 6.3 Benodigde financiële middelen 47 6.4 Vergelijking beschikbaar en benodigd budget 48 7 Communicatie 49 8 Integraal werken 50 Bijlagen 51 1. Bijlage Onderbouwing varianten snoeionderhoud 51 2. Bijlage Vervangingsplan lanen 52 3. Bijlage Vervangingsplan wijken 53 4. Bijlage ZAP s 54 4 B O M E N B E H E E R P L A N

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Groen, en dan met name bomen, spelen een grote rol bij de inrichting van de dorpen in Beuningen. De bomen zijn belangrijke herkenningspunten, geven met hun boomkroon massa aan de straten en zijn aantrekkelijke rust-/verblijfplaatsen voor allerlei vogels en kleine zoogdieren. De gemeente Beuningen onderkent de grote betekenis van bomen. In de toekomstvisie van de gemeente (HKOR/Groenbeleidsplan) zijn daarom ambities opgenomen voor het beschermen en ontwikkelen van het bomenbestand. Deze lange termijnvisie is in dit bomenbeheerplan vertaald. Daarnaast worden concrete acties en afspraken omschreven over hoe de gemeente op een planmatige manier werkt aan een gezond bomenbestand en de kosten voor beheer en vervanging in balans houdt. Het bomenbeheerplan geeft input aan allerlei uitvoeringsdocumenten zoals bestekken en uitvoeringsplannen. 1.2 Doel Het bomenbeheerplan omschrijft hoe de gemeente verbeteringen gaat realiseren, met als doel een duurzamer bomenbestand, een afname van overlast en klachten over bomen en een betere balans tussen structurele en incidentele beheerkosten. Dit bomenbeheerplan wordt ingezet als: Communicatiemiddel bij het toelichten van de knelpunten en stappenplan voor verbetering aan het college van B&W en de gemeenteraad; Discussiestuk bij het adviseren aan het college van B&W en de gemeenteraad over de strategische oplossingen en methoden voor verbetering; Naslagwerk voor groenbeheerder en andere ambtenaren als handleiding bij de uitvoering van werkzaamheden en het opstellen van planningen. Het bomenbeheerplan heeft geen directe functie richting burgers of andere stakeholders. Onderdelen uit het bomenbeheerplan kunnen wel ingezet worden ter verduidelijking bij concrete uitvoeringsplannen of discussies. Het bomenbeheerplan maakt onderdeel uit van de totale structuur aan gemeentelijke plannen. Vanuit het strategisch en tactisch niveau zijn kaders en randvoorwaarden G E M E E N T E B E U N I N G E N 5

(paragraaf 1.3) bepaald voor het bomenbeheerplan. Op operationeel niveau geeft dit bomenbeheerplan input voor concrete uitvoeringsmaatregelen en werkmethodes. 1.3 Werkw ijze Het bomenbeheerplan is opgesteld door de gemeente Beuningen in samenwerking met BTL Advies en BTL Bomendienst. Het bomenbeheerplan vertaalt de visie van de gemeentelijke groenbeheerder naar concrete verbetervoorstellen die aansluiten op de Beuningse situatie. Vanuit de gemeente is input geleverd over het actuele bomenbestand en specifieke Beuningse omstandigheden (zowel beleidsmatig als gebiedsomstandigheden). BTL heeft daarbij vaktechnische kennis en ervaring aangereikt bij het analyseren van het huidige bomenbestand en het doen van verbetervoorstellen. In drie fases is het bomenbeheerplan opgesteld. Elke fase bestaat uit een werksessie waarin de onderwerpen uit het bomenbeheerplan inhoudelijk met de gemeentelijke groenbeheerder zijn bediscussieerd. De uitkomsten van deze werksessies zijn verwerkt in concepten, die in de gemeentelijke projectgroep zijn besproken. Doel van deze bespreking is de toetsing van de opbouw van het bomenbeheerplan. Deze werkwijze heeft geleid tot een op maat gemaakt bomenbeheerplan dat de specifieke aandachtspunten voor Beuningen beschrijft en waarvan de opbouw een sjabloon is voor beheerplannen van andere disciplines binnen de gemeente Beuningen. 1.4 Evaluatie en actualisatie Dit bomenbeheerplan is een momentopname. Door uitvoering van de voorgestelde werkzaamheden zal de onderhoudstoestand van het bomenbestand er over enkele jaren geheel anders uitzien. In het bomenbeheerplan is een beheercyclus voorgeschreven van 5 jaar. Het is daarom noodzakelijk na deze 5 jaar het bomenbeheerplan te actualiseren zodat de visie en werkzaamheden afgestemd worden op het dan aanwezige bomenbestand. In het bomenbeheerplan zijn werkwijzen opgenomen voor het omgaan met ziektes, aantastingen en plagen (ZAP s). Deze werkwijzen zijn onderhevig aan veranderingen bijvoorbeeld door nieuwe bestrijdingstechnieken en uitbraken van ziektes en plagen. Daarom wordt elk jaar deze werkwijze geëvalueerd en indien noodzakelijk elke 5 jaar geactualiseerd. 6 B O M E N B E H E E R P L A N

1.5 Leesw ijzer Dit bomenbeheerplan bestaat uit volgende onderdelen. Hoofdstuk 2 geeft de kaders en richtlijnen die van toepassing zijn bij dit bomenbeheerplan. In hoofdstuk 3 is de huidige situatie en werkwijze beschreven en geanalyseerd. Daarna wordt in hoofdstuk 4 het gewenste toekomstbeeld van het bomenbestand in Beuningen geschetst. De hoofdstukken 5 t/m 8 beschrijven de gevolgen van deze ambitie, zowel in werkwijze als financiële zin. G E M E E N T E B E U N I N G E N 7

2 KADERS EN RICHTLIJNEN In dit hoofdstuk wordt toegelicht met welke wet- en regelgeving rekening gehouden wordt in verband met het onderhoud en eventuele ingrepen bij de bomen in Beuningen. In dit bomenbeheerplan komen meerdere onderdelen voor waarbij in meer of mindere mate een relatie is met deze wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk worden de relevante kaders en richtlijnen kort en bondig toegelicht en worden de randvoorwaarden en toepassing in de gemeente Beuningen aangegeven. 2.1 Wet- en regelgeving 1. Zorgplicht Doelstelling: Aansprakelijkheid bij (verwijtbaar) onvoldoende zorg aan bomen Inhoud: De gemeente moet haar bomen zodanig beheren en onderhouden dat geen nalatigheid kan worden verweten of schade kan ontstaan. Om aan te tonen dat voldoende zorg is besteed aan de bomen, moeten controle- en onderhoudsgegevens worden vastgelegd. Relatie met De uitvoering van bomenonderhoud en de boomveiligheidsinpecties bomenbeheerplan: is de hoofdzaak van het bomenbeheerplan en sluit hiermee nauwgezet aan op de zorgplicht. Toepassing Om te voldoen aan de zorgplicht neemt de gemeente de volgende Beuningen: maatregelen: Boomcontrole (VTA-controle); Reguliere onderhoudswerkzaamheden op basis van geconstateerde gebreken. Meer informatie: Privaatrechtelijke zorgplicht, Burgerlijk wetboek artikel 6:162 lid 2 2. Flora- en faunawet Doelstelling: Bescherming van inheemse planten- en diersoorten. Inhoud: Wanneer werkzaamheden uitgevoerd worden die schadelijk zijn voor deze soorten moet een ontheffing worden aangevraagd. Een uitzondering hierop zijn werkzaamheden die worden uitgevoerd volgens de gedragscodes Beheer groenvoorzieningen en Ruimtelijke ontwikkelingen. In 2012 wordt een wetsvoorstel ingediend voor het vereenvoudigen van de Flora- en faunawet. Door deze Nieuwe Natuurwet zal de werkwijze omtrent de bescherming van planten en dieren ook wijzigen. Relatie met Bij uitvoering van onderhoudswerkzaamheden moet voldaan bomenbeheerplan: worden aan de eisen uit de Flora- en faunawet/ Gedragscodes. Dit heeft onder andere gevolgen voor het moment van snoeien en rooien, het opleidingsniveau van de uitvoerende partij en eventuele compensatie. Toepassing De gemeente Beuningen voldoet op dit moment niet aan de Flora- Beuningen: en faunawet. Op het moment dat de leidraad beschikbaar is wordt de werkwijze hierop aangepast. Meer informatie: Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) 8 B O M E N B E H E E R P L A N

3. Boswet Doelstelling: Inhoud: Instandhouding van het areaal aan bos in Nederland. De Boswet is alleen van toepassing op: Bossen die buiten de bebouwde kom liggen (conform de in de Boswet vastgestelde komgrenzen. Deze grenzen wijken soms af van de gemeentelijke grenzen); Alle beplantingen van bomen(bosvlakken, percelen) die groter zijn dan 10 are; Bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Uitzondering op de Boswet zijn o.a.: Dunning en het periodiek kappen van houtopstanden; Wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden (populieren of wilgen); Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg; Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; Houtopstanden die worden gekapt binnen de uitvoering van een goedgekeurd bestemmingsplan; Houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen en niet groter zijn dan 10 are, dan wel als rijbeplanting niet meer dan 20 bomen bevatten; Houtopstanden waarvoor vrijstelling is verleend binnen de Regeling meldings- en herplantplicht. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Boswet. Relatie met bomenbeheerplan: Toepassing Beuningen: Meer informatie: De Boswet wordt in 2012 vervangen door de Nieuwe Natuurwet. Mogelijk dat hierdoor de inhoud en werkwijze van de wet ook verandert. Bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom Boswet moet een vergunning aangevraagd worden bij EL&I. Bij het kappen van bomen buiten de bebouwde kom Boswet vraagt de gemeente altijd een vergunning aan in het kader van de Boswet. Daarnaast is ook een aanlegvergunning noodzakelijk in relatie tot kap in het buitengebied. Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) G E M E E N T E B E U N I N G E N 9

2.2 Gemeentelijk beleid 1. Bomenverordening Beuningen Doelstelling: Bescherming van (monumentale en waardevolle) houtopstanden Inhoud: De bomenverordening Beuningen is in voorbereiding en zal naar verwachting in de tweede helft van 2012 door de gemeenteraad worden vastgesteld. Relatie met bomenbeheerplan: In een Groene Kaart en bijbehorend register heeft de gemeente haar monumentale en waardevolle elementen vastgelegd. Voor de kap van monumentale of waardevolle houtopstand(en) (De Groene Kaart) moet een ontheffing van de bomenverordening worden aangevraagd; Indien een houtopstand(en) niet op de Groene Kaart staat opgenomen, geldt het volgende: o particuliere bomen (niet vermeld op de Groene Kaart) zijn vergunningsvrij; o gemeentelijke bomen (niet vermeld op de Groene Kaart) met een omtrek van >95 centimeter, gemeten vanaf 1,30 meter boven het maaiveld, zijn vergunningsplichtig; o gemeentelijke bomen (niet vermeld op de Groene Kaart) met een omtrek van 95 centimeter, gemeten vanaf 1,30 meter boven het maaiveld, zijn vergunningsvrij. Specifieke onderhoudsmaatregelen voor instandhouding van de gemeentelijke bomen in het register. 2. Groenbeleidsplan Doelstelling: Behoud en ontwikkeling van waardevolle groenstructuren Inhoud: Het groenbeleidsplan geeft op basis van een gebiedsanalyse en verwachte ontwikkelingen aan welke groenstructuren nu en in de toekomst voor de gemeente Beuningen waardevol zijn. Relatie met bomenbeheerplan: Deze belangrijke structuren zijn vastgelegd in de structuurkaarten (regionale en lokale structuren) waarbij duurzaamheid en kwaliteit uitgangspunten zijn voor het behoud en ontwikkeling van het groen. De bomen die zich in de groenstructuren bevinden krijgen voorrang bij uitvoering van beschermingsmaatregelen en nieuwe aanplant omdat daarmee een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand wordt gestimuleerd. 10 B O M E N B E H E E R P L A N

3. Kadernota duurzaamheid Beuningen Doelstelling: Een bijdrage leveren aan een prettige leefomgeving voor burgers. Inhoud: In de kadernota is vastgelegd dat in 2015 100% van alle inkopen duurzaam moeten zijn. Daarbij worden de `Criteria voor duurzaam inkopen` van Agentschap NL gehanteerd. Relatie met Bij inkoop en aanbesteding van werkzaamheden die voortkomen uit bomenbeheerplan: dit boombeheerplan hanteert de gemeente de minimumeisen uit onder andere de criteria voor duurzaam inkopen van: Groenvoorzieningen (bijv. vakbekwaamheid medewerkers, beperken bemesting, gebruik inheems plantmateriaal) Grondwerk (bijv. werken met een gesloten grondbalans) Mobiele werktuigen (bijv. milieubelasting) G E M E E N T E B E U N I N G E N 11

3 INVENTARISATIE EN ANALYSE Dit hoofdstuk gaat uitgebreid in op kwantiteit en kwaliteit van het bomenbestand in Beuningen en de gevolgen hiervan. De uitkomsten van een veldinventarisatie en analyse van de VTA (visuele boominspectie) uit 2011 de basis voor dit hoofdstuk; zowel de visie als de maatregelen in de hierop volgende hoofdstukken vloeien voort uit deze analyse. 3.1 Inventarisatie 3.1.1 Arealen De gemeente Beuningen heeft een bomenbestand met 20.291 bomen (peildatum: juni 2011). Hiervan staan 11.234 bomen binnen en 9.057 buiten de bebouwde kom. Vooral in de bomenstructuren in het buitengebied en de in de jaren 70 en 80 aangelegde wijken zijn relatief veel bomen aanwezig. Bomenrijke wijken in de gemeente zijn onder anderen De Haaghe (4,3 bomen per woning) en Heuve (4,9 bomen per woning). Wijken met weinig bomen zijn onder meer Beuningen centrum (0,4 boom per woning) en Hoeve (0,5 boom per woning) (Bron: groenbeleidsplan gemeente Beuningen). In de gemeente Beuningen zijn er grote contrasten tussen wijken met veel en weinig bomen. 12 B O M E N B E H E E R P L A N

G E M E E N T E B E U N I N G E N 13

3.1.2 Plantjaar Zoals in onderstaande grafiek zichtbaar is, is de meerderheid van de bomen (ruim 50% van het totale bomenbestand) aangeplant tussen 1970 en 1990. Deze massale aanplant in een tijdsbestek van 20 jaar hangt samen met de bouw van de vele uitbreidingswijken in de gemeente en het ontwerp hiervan. Binnen deze ontwerpgedachte was met name aandacht voor een grote hoeveelheid bomen. De gevolgen van de pieken in de plantjaarverdeling van het bomenbestand is dat investeringen over een relatief kort tijdsbestek moeten worden uitgevoerd. Gelijk aanplanten betekent immers dat veel bomen zich in dezelfde leeftijdsfase bevinden en dat eventuele knelpunten gelijktijdig aan het licht komen. Dit vraagt om hoge investeringen. Bijvoorbeeld dat bijna 70% van de bomen in de gemeente Beuningen zich in de duurste fase, (de begeleidingssnoei fase) bevindt. Meer over snoeifasen wordt toegelicht vanaf paragraaf 3.2.4. 3.1.3 Levensverwachting Hoewel een boom wordt aangeplant voor de lange termijn dient er rekening mee te worden gehouden dat deze op termijn dient te worden vervangen. Omdat het vervangen van bomen hoge kosten met zich meebrengt, dient hier in de budgetten rekening mee gehouden te worden. Of en wanneer een boom vervangen dient te worden hangt af van de volgende aspecten: De boomsoort (snel- of langzaam groeiende soorten); De groeiplaats (veel of weinig doorwortelbare ruimte); Grond- en bouwwerkzaamheden en bijkomende schade; Beleidsstatus van de boom (waardevol of juist niet); Snoeionderhoud; Boomveiligheid. Het plantjaar van bomen geeft een relatief betrouwbaar aanknopingspunt voor een verwachting van de ontwikkeling van de vervangingscyclus. Wanneer een gemiddelde vervangingstermijn van 60 jaar wordt gehanteerd dan kan onderstaande grafiek als verwachting worden gehanteerd. Hierin is de ontwikkeling zichtbaar dat het aantal bomen dat de komende decennia vervangen dient te worden zal toenemen. 14 B O M E N B E H E E R P L A N

In deze gegevens zijn vervangingen vanuit overlast, ontoereikende groeiplaats en vanuit laanvervanging niet meegerekend. In bovenstaande grafiek is de periode 2012-2020 niet meegenomen omdat de vervanging van de bomen in deze periode onderdeel is van dit bomenbeheerplan. In hoofdstuk 5 worden de maatregelen en acties voor deze bomen nader toegelicht. G E M E E N T E B E U N I N G E N 15

3.2 Anal yse 3.2.1 Groeiplaats type Een boom heeft voldoende ondergrondse ruimte nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Daarbij is de inrichting van de groeiplaats van cruciaal belang. Bomen die geplant zijn in beplanting, ruime berm of ruime grasstrook hebben, wanneer de groeiplaats voldoende groot en doorwortelbaar is, daarbij een duidelijk betere uitgangspositie om met regulier onderhoud hun volwassen stadium te bereiken dan bomen die in verharding zijn geplant. In verharding kunnen bomen vaak onvoldoende zuurstof en voeding vinden in hun groeiplaats waardoor ze slecht groeien of afsterven en tevens de verharding opdrukken en op die manier overlast en gevaar veroorzaken voor voetgangers. In de gemeente Beuningen staat in de bebouwde kom 20% van de bomen in verharding. In de wijken in het noordwesten van de kern van Beuningen (onder anderen Aalsterveld, Olden tempel en Viermorgen) en op pleinen (waaronder het Thorbeckeplein, Mauritsplein, Kerkplein en Julianaplein) is dit probleem op grote schaal aanwezig. 3.2.2 Groeiplaats kwaliteit Naast het type groeiplaats is de totale kwaliteit van de groeiplaats bepalend voor de levensverwachting van een boom en de overlast die een boom veroorzaakt. Naast het type zijn ook de volgende aspecten van belang: Grootte van het onverharde deel van de groeiplaats; Verdichting van het substraat; Afstand tot wegen en gevels; Bovengrondse groeiruimte (kroonruimte voor een volwassen boom). Voor een toereikende groeiplaats is de volgende definitie gehanteerd:de groeiplaats dient (visueel waarneembaar) zodanig te zijn ingericht dat redelijkerwijs verwacht kan worden dat de boom zonder onacceptabele overlast (bijvoorbeeld wortelopdruk of schade aan gebouwen) op gezonde wijze zijn volwassen stadium (ca. 40-50 jaar) kan bereiken. 16 B O M E N B E H E E R P L A N

Wanneer bomen in een ontoereikende groeiplaats staan betekent dit dat: Bomen eerder zullen sterven, waardoor de investering van aanplant en begeleidingssnoei niet wordt uitbetaald; Bomen overlast zullen veroorzaken door wortelopdruk; Bomen instabiel kunnen worden door het verwijderen van wortels; De beeldkwaliteit van een volwassen boom aanmerkelijk lager zal zijn dan wanneer de groeiplaats wel toereikend zou zijn. In onderstaande grafiek zijn de resultaten weergegeven van deze groeiplaatstoets. Dit is gebaseerd op een visuele inschatting op basis van een steekproef per wijk In de wijken Bongerd, Hoeve, Tinnegieter, Viermorgen, Vording en Weurt zuid staan procentueel gezien de meeste bomen in een ontoereikende groeiplaats. Bomen in ruime groeiplaatsen hebben een betere uitgangspositie dan bomen in verharding G E M E E N T E B E U N I N G E N 17

3.2.3 Onderhoud bomenbestand Om een veilig en adequaat onderhouden bomenbestand te behouden is naast het planten van de boom in een voldoende grote groeiplaats het regulier snoeien van belang. Het snoeionderhoud maakt een groot deel uit van het bomenonderhoud en is de grootste financiële investering in de levenscyclus van de boom. Gemiddeld is het uitvoeren van snoeionderhoud verantwoordelijk voor 70% - 80% van het onderhoudsbudget voor bomen van een gemeente. Het op tijd én regelmatig uitvoeren van snoei zorgt er voor dat bomen op een veilige manier hun volwassen leeftijd kunnen bereiken. Een goed georganiseerd snoeibeheer betekent het voorkomen van problemen en dus het beheersbaar houden van de onderhoudskosten in de toekomst. 3.2.4 Onderhoudsniveau en snoei Wanneer een boom voor langere tijd niet wordt gesnoeid ontstaan achterstanden in het beheer. Een boom groeit immers ook zonder beheer gewoon door, waardoor takken die verwijderd moeten worden steeds dikker en zwaarder worden. Daarom heeft het CROW klassen opgesteld zodat visueel de onderhoudstoestand kan worden bepaald. (CROW is een landelijk en onafhankelijk kennisplatform voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek).De volgende klassen worden hierbij in de CROW systematiek onderscheiden: Op beeld: Er zijn buiten de reguliere snoeicyclus geen extra snoeimaatregelen benodigd. De bomen voldoen aan het gestelde beeld. Er zijn geen probleemtakken aanwezig. Achterstallige snoei: Met één snoeibeurt in de kroon kan de achterstand op het gewenste beeld op verantwoorde wijze weggewerkt worden. Verwaarloosde snoei: Er zijn meerdere snoeibeurten in de kroon nodig om een opgelopen achterstand op verantwoorde wijze weg te werken. Bovenstaande indeling schept de verwachting dat een snoeiachterstand altijd kan worden ingehaald. Dit brengt echter wel de nodige gevolgen met zich mee: Duurder onderhoud doordat de snoeihandelingen meer tijd vragen en het vrijgekomen snoeiafval meer massa heeft (hogere afvoerkosten); Kortere levensverwachting van de boom onder andere door grotere snoeiwonden die vatbaar zijn voor infecties; Lagere beeldkwaliteit. 18 B O M E N B E H E E R P L A N

3.2.5 Begeleidingssnoei Begeleidingssnoei is het verkrijgen van een volwassen boom met een stabiele en gedeeltelijk takvrije stam. Begeleidingssnoei is nodig in de periode tussen aanplant van de boom en het 20 e tot 40 e levensjaar van de boom en is afhankelijk van de groeisnelheid en de locatie van de boom. Een takvrije stam is wenselijk op plaatsen waar bovengronds onvoldoende ruimte is om de boom vrijelijk uit te laten groeien. Verkeer moet immers veilig en zonder de boom te beschadigen zich onder de kronen door kunnen bewegen. Dit geldt in de bebouwde omgeving en in het buitengebied langs wegen en (fiets)paden, maar ook boven parkeervakken en indien wenselijk ook in parken. Bij bomen die op het moment van aanplant niet direct aan een weg bevinden maar wel binnen de invloedssfeer van de weg staan moet rekening worden gehouden met de toekomstige grootte van de boom. Bij begeleidingssnoei ligt de prioriteit bij het verwijderen van takken of vertakkingspatronen die problemen kunnen geven voor de ontwikkeling van een goede (takvrije) stam en een stabiele kroon. Hierbij geldt dat het verwijderen van probleemtakken in de uiteindelijke kroon altijd voorrang heeft boven het verkrijgen van voldoende takvrije lengte op het zogenaamde opkronen. Probleemtakken zijn: dode en aangetaste takken; gebroken takken; dubbele toppen; zuigers en elleboogtakken; takparen en takkransen; relatief dikke takken (takdikte in cm. is dikker dan boomhoogte in m.); waterlot. G E M E E N T E B E U N I N G E N 19

Belangrijk is dat er tijdig wordt begonnen met begeleidingssnoei en dat deze regulier wordt uitgevoerd, zodat snoeiwonden klein blijven en zich geen noodgroei (waterlot) vormt. Doordat er per keer weinig wordt gesnoeid, is het noodzakelijk met een hogere frequentie te snoeien en zodoende ook toekomstige problemen tijdig te signaleren. Gevolgen van het niet of onvoldoende uitvoeren van begeleidingssnoei zijn: Het op latere leeftijd uitbreken van takken met een slechte aanhechting; De uitval en conditie vermindering van bomen door rigoureuze snoei; Grote snoeiwonden die kunnen inrotten waardoor instabiliteit kan ontstaan; Ontstaan van noodgroei aan stam (waterlotvorming) door rigoreuze snoei; Aanrijschades van met name vrachtverkeer aan straatbomen; Onveilige verkeerssituaties door zichtbelemmering laaghangende takken. Het op tijd en regelmatig uitvoeren van begeleidingssnoei zorgt ervoor dat er een boom ontstaat die op een veilige, duurzame manier zijn volwassen stadium kan bereiken. Dit leidt uiteindelijk tot lagere kosten in de verdere cyclus van de boom. Begeleidingssnoei in Beuningen In onderstaande grafiek is per wijk de snoeitoestand van bomen in de begeleidingssnoeifase van de gemeente Beuningen opgenomen. Voor de interpretatie van de grafiek gelden de volgende kanttekeningen: Een situatie waarbij 100% van de bomen op beeld is, is niet haalbaar. Bomen zijn levende organismen die groeien; Gemiddeld kan in Nederland een percentage onderhoud op beeld van 70%-80% beschouwd worden als normaal ; De snoeimaatregelen die eind 2011 begin 2012 zijn uitgevoerd zijn reeds in deze cijfers verwerkt. Voor de volgende wijken voldoet minder dan 50% van het bomenbestand aan het gestelde onderhoudsbeeld. Deze wijken hebben dan ook de hoogste prioriteit voor het inhalen van snoeiachterstanden: Aalsterveld; Heuve 2; Beuningse plas; Heuve 4; Buitengebied Weurt noord; Schoenaker; Buitengebied Winssen noord; Vording 3. Buitengebied zuid; 20 B O M E N B E H E E R P L A N

G E M E E N T E B E U N I N G E N 21

3.2.6 Onderhoudssnoei Onderhoudssnoei wordt toegepast als het eindbeeld is bereikt en begint gemiddeld vanaf het 20 e tot 40 e levensjaar van een boom. De bomen verkeren dan doorgaans in de volwassen fase. De blijvende kroon is al gevormd en de nadruk ligt dan ook op het verwijderen en/of corrigeren van nieuw gevormde probleemtakken. Probleemtakken in de onderhoudssnoeifase kunnen zijn: Dikke dode takken; Uitscheurende takken; Elleboogtakken; Kruisende takken / schuurtakken; Doorzakkende takken. De benodigde hoeveelheid onderhoudssnoei hangt met name af van de volgende factoren: Boomsoort; Leeftijd; Gevaarzetting; Uitgevoerde begeleidingssnoei. Gevolgen van onvoldoende uitgevoerde onderhoudssnoei kunnen zijn: Schade door vallend (dood) hout; Schade aan(vracht) verkeer door uitzakkende takken; Verlies habitus boom door uitbrekende takken. 22 B O M E N B E H E E R P L A N

G E M E E N T E B E U N I N G E N 23

Onderhoudssnoei in Beuningen In onderstaande grafiek is per wijk de gemiddelde snoeitoestand van bomen in de onderhoudssnoeifase van de gemeente Beuningen opgenomen. Voor de interpretatie van de grafiek gelden de volgende kanttekeningen: Een situatie waarbij 100% van de bomen op beeld is, is niet realistisch; Van de wijken waar het snoeibeeld niet is opgenomen zijn, vanwege de lage hoeveelheid bomen in die snoeiklasse, geen gegevens beschikbaar; In de gemeente Beuningen is het aandeel bomen in de onderhoudssnoeifase in de bebouwde kom klein. Dit hangt uiteraard samen met de leeftijd van het bomenbestand; De snoeimaatregelen die eind 2011 begin 2012 zijn uitgevoerd zijn al in deze cijfers verwerkt. In de wijken Balmerd en Heuve 4 is sprake van achterstallige onderhoudssnoei. Het betreft voornamelijk bomen met doorhangende takken. 24 B O M E N B E H E E R P L A N

G E M E E N T E B E U N I N G E N 25

3.3 Signalen uit de w ijk De meldingen die in de periode 2009 tot en met 2011 bij de gemeente zijn binnengekomen (meldingensysteem en bij de gemeentelijke medewerkers) zijn geanalyseerd op het onderwerp bomen. De meldingen gaan vooral over het verzoek om bomen te verwijderen of te snoeien, omdat burgers overlast ondervinden door bijvoorbeeld overhangende takken, wortelopdruk, (luizen)drup of blad- en bloesemval. In het algemeen kan gesteld worden dat de meeste meldingen ontstaan door gemaakte keuzes bij aanplant van de bomen of door de wijze waarop het onderhoud wordt uitgevoerd. In onderstaande grafieken is het aantal meldingen van overlast weergegeven. Overlast door vruchtval, overhangende takken en opdruk van de verharding * Grote hoeveelheid meldingen als gevolg van een storm 26 B O M E N B E H E E R P L A N

G E M E E N T E B E U N I N G E N 27

De meeste meldingen over wortelopdruk zijn binnengekomen vanuit de jaren 70-80 wijken zoals Tinnegieter, Olden tempel en Aalsterveld in Beuningen. De meldingen vanuit de andere dorpskernen zijn incidenteel en beperken zich tot specifieke locaties zoals de Burgemeester Blessinglaan in Ewijk en de parkeerpleinen in de verschillende centrumgebieden waar veel overlast is door wortelopdruk. De verdeling van het aantal meldingen over de verschillende wijken is een logisch gevolg van de aanwezige bouwstijlen. In de na-oorlogse wijken ( jaren 50-70) is veel openbaar groen aanwezig waarin de bomen een toereikende groeiplaats hebben. In de woonwijken met een meer projectmatige bouwstijl (jaren 80-90) zijn de bomen vaak aangeplant in de verharding of kleine plantvakken, waardoor de groeiplaats niet overal toereikend is en problemen ontstaan zoals wortelopdruk en slechte ontwikkeling van de bomen. 28 B O M E N B E H E E R P L A N

3.4 Conclusies 3.4.1 Sterke punten In de wijken uit de jaren 60 en de nieuwste uitbreidingswijken zoals de Beuningse plas (vanaf de jaren 90) is op veel plaatsen relatief veel groeiruimte voor bomen gereserveerd. Wanneer bij deze bomen voldoende begeleidingssnoei wordt uitgevoerd kunnen deze bomen op termijn uitgroeien tot volwassen of zelfs monumentale bomen. In de wijken van de jaren 50 en 60 staan relatief weinig bomen, maar de aanwezige bomen hebben zodanig veel groeiruimte dat zij kunnen uitgroeien tot beeldbepalende groenelementen. De gemeente heeft een aantal monumentale boomstructuren (waaronder de Van Heemstraweg) die van een grote waarde zijn voor de gemeentelijke groenstructuur. Deze bomen geven de gemeente een groene uitstraling. Het soortenbestand van de gemeente is vooral binnen de bebouwde kom divers en dus minder gevoelig voor ziektes, aantastingen en plagen. De gemeente heeft gerelateerd aan de hoeveelheid inwoners, veel bomen. Daardoor vormen de bomen de groene basis van de gemeente. 3.4.2 Zwakke punten In het buitengebied zijn veel opstanden van Canadese populier en wilg aanwezig. Bij veel van deze opstanden, met een gemiddelde leeftijd van circa 40-60 jaar oud, beginnen zich problemen van takbreuk voor te doen. In de meest wijken die in de late jaren 70 en jaren 80 zijn aangelegd hebben de bomen zich inmiddels ontwikkeld tot forse exemplaren. De hoeveelheid groeiruimte is echter niet toereikend en de overlast (van vooral wortelopdruk) neemt exponentieel toe. Daarnaast neemt de conditie van de bomen af waardoor de bomen er versleten bij staan. Het centrum van Beuningen is boomarm en versteend. De bomen die er staan hebben veelal onvoldoende groeiruimte. 3.4.3 Kansen Omdat het gemeentelijk bomenbestand nog een relatief lage leeftijd heeft, kunnen er nu nog keuzes worden gemaakt voor het investeren in bepaalde bomen, zonder dat dit desastreuze gevolgen heeft voor de bestaande bomenstructuur. Ingrepen als riool- en wegrenovaties kunnen worden benut bij deze overwegingen. In een aantal gebieden zijn de bomen voorzien van een goede groeiplaats. Investeren in deze bomen leidt tot een duurzame, kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. De van nature voorkomende voedselrijke kleibodem in de gemeente is zeer geschikt voor boomgroei. Daar waar voldoende ruime is om bomen toe te passen, kan gebruik gemaakt worden van deze kwaliteit 3.4.4 Bedreigingen In bepaalde gebieden zijn de groeiplaatsen veel te klein voor de geplante bomen. De ontstane overlast zal in de toekomst naar verwachting exponentieel toenemen. In het buitengebied zijn veel monoculturen van populier en wilg aangeplant. Deze komen nu in een levensfase waarin de beheerkosten voor veiligheidssnoei en calamiteitensnoei zullen gaan toenemen. De aanplantcurve is zodanig steil dat de begeleidingssnoeifase (doorgaans de duurste fase in de boomontwikkeling) voor oplopende kosten zorgen. De verwachting is dat veel G E M E E N T E B E U N I N G E N 29

bomen tegelijkertijd aan het einde van hun levenscyclus zullen komen zodat ook vervangingen tegelijkertijd zullen moeten worden uitgevoerd. De snoeiachterstand in de begeleidingssnoeifase is in de jaren 90 wijken het grootst. Hier zijn bomen geplant in relatief ruime groeiplaatsen waardoor de bomen snel groeien. De frequentie van het snoeionderhoud is hier echter niet op ingesteld. In het buitengebied is sprake van een achterstand in begeleidingssnoei. Het betreft vooral de halfwas exemplaren van duurzame boomsoorten als linde, eik en es. 30 B O M E N B E H E E R P L A N

4 VISIE In bijna alle straten en in elk parkje komen wel bomen voor. Hierdoor zijn bomen vaak beeldbepalend voor het aanzicht en de herkenbaarheid van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan de platanen bij de rotonde van de Wilhelminalaan/Kerkplein in Beuningen of de boomstructuur langs de Van Heemstraweg die een duidelijke afscheiding vormt tussen het dorp en het buitengebied. Bomen zijn belangrijke elementen in de openbare ruimte die een lange levensduur hebben, wanneer ze op de juiste plek worden toegepast en goed worden onderhouden. Als gemeente zijn we zuinig op onze bomen en we willen dan ook zo lang mogelijk genieten van de bomen die we aanplanten. Om de bomen op een duurzame manier en binnen het beschikbare budget in stand te houden is een planmatige, toekomstgerichte aanpak nodig. In deze visie wordt ingegaan op het onderhoud en de vervanging van bomen. 4.1 Kw aliteit boven kw antiteit Één grote boom die volledig kan uitgroeien tot een gezonde en volwassen boom heeft een grotere belevingswaarde, dan wanneer op diezelfde locatie vijf kleine bomen worden aangeplant. Het bomenbestand moet een duurzaam bomenbestand worden. Hierbij wordt bewust gekozen voor kwaliteit en krijgen de bomen de kans zich volledig te ontwikkelen. De bomen in de groenstructuur vormen hiervoor de basis, omdat zich hierin de groene kwaliteit van Beuningen bevindt. Hoewel voor alle bomen in Beuningen dezelfde onderhoudsinspanning geldt, zijn bij de bomen in de groenstructuur extra investeringen gerechtvaardigd om een hoge leeftijd en goede gezondheid van de bomen mogelijk te maken. In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen bomen in de groenstructuur en de overige bomen nader toegelicht. Inrichting boven- en ondergrondse groeiplaats Formaat aanplant Kwaliteit van het onderhoud Moment van vervanging Ruimtelijke ontwikkelingen In de groenstructuur Extra investering: Bijvoorbeeld door aanplant van bomen in ruime groenvakken, het aanbrengen van extra grondverbetering of boombunkers Extra investering: (minimaal aanplant met boommaat 20-25 cm) Basis Extra investering: Investeren in het langer behouden van de boom en het behalen van het gewenste eindbeeld. Bomen in de groenstructuur dienen minimaal één reconstructie te overleven. Reconstructies worden aangegrepen om de groenstructuur, waar mogelijk, te versterken. Reconstructies vinden gemiddeld 1 keer per 40 jaar plaats Buiten de groenstructuur Basis investering: door aanplant van bomen conform de inrichtingseisen van het groenbeleidsplan Basis investering: (minimaal aanplant met boommaat 16-18 cm) Basis Basis investering: Vervangingen kunnen tussentijds plaatsvinden bij: ontwikkelingen, overlast situaties of ziekte. Bij reconstructie of ontwikkeling is de vervanging van bomen mogelijk. Het groenbeleid is bepalend voor de mogelijkheden. G E M E E N T E B E U N I N G E N 31

4.2 Een veilige leefom geving Als gemeente willen we het goede voorbeeld geven en zorgdragen voor een veilige omgeving voor onze burgers en bezoekers van de gemeente. Daarom gaan we zorgvuldig om met de wettelijke zorgplicht voor onze bomen. Het beheer en onderhoud moet erop gericht zijn risico s in het bomenbestand vroegtijdig te ondervangen. In hoofdstuk 5 staat hoe we hier invulling aan geven. 4.3 Duurzaam beheer Het bomenbestand in Beuningen moet duurzaam in stand gehouden worden, zodat de bomen volledig kunnen uitgroeien en hun gewenste eindbeeld kunnen behalen. Dit vereist een planmatige aanpak waarmee structureel onderhoud aan de bomen wordt gewaarborgd. Het planmatig beheer geeft inzicht in de duurzame ontwikkeling van het bomenbestand en biedt de beheerder de mogelijkheid toekomstgerichte acties uit te voeren. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe we hier invulling aan geven. 4.4 Toekomstgericht vervangen Om te komen tot een duurzaam bomenbestand is het noodzakelijk dat we toekomstgericht naar onze bomen kijken en vervangingen of verbeteringen van groeiplaatsen planmatig uitzetten. Daarbij kijken we niet alleen naar de bomen, maar ook naar de bestaande openbare ruimte en de karakteristieke (groen) inrichting van de betreffende wijk. Voor de verschillende woonwijken en groenzones betekent dit: Gebiedstype Basisprincipe (groenbeleidsplan) Aandachtspunten bij vervanging en reconstructie Groenzones Behouden, Geen aanplant in verharding doorontwikkelen en Toepassing van duurzame soorten beschermen Grijze wijk Behouden en Bewust zoeken naar mogelijkheden voor vergroten van het groene karakter toepassing van bomen om de kwaliteit van het groen in de wijk te vergroten. Aanplant van bomen in verharding is een optie, mits wordt geïnvesteerd in een goede groeiplaats (boven- en ondergronds) om de boom in staat te stellen uit te groeien. Groene wijk Behoud van Behoud van het groene karakter van de wijk kwaliteit door de toepassing van bomen binnen de beschikbare ruimte. Basis wijk Behoud van groen Behoud van het ruimtelijk ontwerp en de daarbij areaal en kwaliteit behorende hoeveelheid bomen. In paragraaf 5.3 is nader omschreven hoe de toekomstige vervangingen gaan plaatsvinden 4.5 Communicatie met de wijk We vinden het belangrijk dat burgers en bestuur op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen in het bomenbestand (bijvoorbeeld bij uitvoering van onderhoud of keuzes voor vervanging). Daarom streven we naar een heldere opzet en structuur van het bomenbeheer. In hoofdstuk 7 staat omschreven hoe we hier invulling aan geven. 32 B O M E N B E H E E R P L A N

5 MAATREGELEN EN ACTIES Om het bomenbestand op een duurzame manier in stand te houden, is het noodzakelijk dat alle bomen eerst op een basisniveau worden gebracht. Hiervoor zijn eenmalige maatregelen en vervangingen noodzakelijk. Wanneer alle bomen op beeld zijn, kan het onderhoud in de gehele gemeente met een regelmatige cyclus worden uitgevoerd. Dit hoofdstuk beschrijft de varianten die mogelijk zijn om de eenmalige maatregelen en het cyclisch beheer uit te voeren. Op basis van deze voorstellen kan het gemeentebestuur een keuze maken. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt welke neventaken de beheerorganisatie heeft bij het uitvoeren van het bomenonderhoud. 5.1 Achterstallig beheer en onderhoud In hoofdstuk 3 is uitgebreid de onderhoudstoestand beschreven van het Beuningse bomenbestand. Hieruit blijkt dat op dit moment sprake is van een achterstand in het snoeionderhoud. Ondanks dat dit jaar snoeimaatregelen zijn uitgevoerd is nog steeds ongeveer 25% van de bomen in de begeleidingssnoei fase achterstallig. Wanneer de snoei niet structureel en cyclisch wordt uitgevoerd is de verwachting dat deze achterstand blijft of zelfs zal oplopen. Daarnaast is bij 224 bomen in de onderhoudssnoei fase achterstallig onderhoud geconstateerd. 5.1.1 Gevolgen van achterstallig onderhoud Onvoldoende snoei in de begeleidingssnoeifase levert op korte termijn een besparing van onderhoudskosten op, maar brengt op lange termijn juist hogere kosten met zich mee. Dit komt voornamelijk doordat zich probleemtakken hebben kunnen vormen die in de onderhoudssnoeifase niet meer verwijderd kunnen worden of tegen veel hogere kosten gesnoeid moeten worden. In onderstaande grafieken wordt het kostenverloop van het bomenonderhoud beschreven bij de verschillende begeleidingssnoei cycli. Dit is inclusief bijkomende kosten zoals het ontstaan van schades, hogere snoeikosten per snoeibeurt en hogere uitvalspercentages. Dit maakt duidelijk dat een besparing op de begeleidings snoeifase uiteindelijk altijd leidt tot hogere kosten in de onderhoudssnoeifase. Voor een uitgebreide toelichting over de duur en functie van begeleidingssnoei zie paragraaf 3.2.5 G E M E E N T E B E U N I N G E N 33

Voorbeeld: Over de gehele levensloop van de boom (60 jaar) leidt het verlengen van de begeleidingssnoeicyclus van eens per 2-3 jaar tot eens per 4-6 jaar tot een extra kostenpost van circa 500,- per boom. Teruggerekend per jaar betreft dit een bedrag van 8,33 euro per boom. Aangezien de gemeente ruim 14.000 bomen bezit die zich in de begeleidingssnoei fase bevinden, betreft het een bedrag van bijna 120.000,- per jaar dat in de toekomst extra gebudgetteerd zou moeten worden voor snoeionderhoud om deze bomen op een voor de boom en de omgeving verantwoorde wijze hun volledige levenscyclus te laten volbrengen. 5.1.2 Strategie voor inhalen achterstallig onderhoud Voor het inhalen van achterstallig onderhoud wordt rekening gehouden met: Een boom die op dit moment niet als achterstallig in het onderhoud wordt beoordeeld kan dit, door het groeien van de boom, volgend jaar weer wel zijn. Het inhalen van de achterstand dient dus altijd naast het uitvoeren van de reguliere cyclus te gebeuren. Wanneer het achterstallig onderhoud van een boom is weggewerkt wordt de boom volgens de reguliere snoeicyclus onderhouden. Voorgestelde werkwijze Alle bomen die tijdens de VTA inspectie als achterstallig zijn beoordeeld worden als eenmalige maatregel gesnoeid. Doordat de snoeitoestand tijdens de VTA inspectie is opgenomen is de locatie van deze bomen bekend. De geraamde (éénmalige) kosten hiervan betreffen 50.000,- tot 60.000 euro. 5.1.3 Inspectie Om aan de wettelijke zorgplicht te voldoen dienen bomen periodiek te worden geïnspecteerd. Bij een inspectiecyclus van eens per 3 jaar dient hier een jaarlijks bedrag van 13.000 voor te worden gebudgetteerd. 5.1.4 Nader onderzoek Uit de jaarlijkse visuele inspectie komt een aantal bomen naar voren waarbij nader stabiliteitsonderzoek dient te worden uitgevoerd. Het betreft circa 30 bomen per jaar. Hiervoor dient jaarlijks 3.000,- te worden gebudgetteerd. 5.1.5 Rooi en aanplant Uit de jaarlijkse visuele inspectie komt een aantal bomen naar voren die vervangen dienen te worden. Het betreft circa 80 bomen per jaar. Hiervoor dient jaarlijks 48.000,- te worden gebudgetteerd. Dit is exclusief het vervangen van bomen voor reconstructies en laanbeheer. 5.2 Dagelijks beheer en onderhoud 5.2.1 Regulier Snoei onderhoud Door het invoeren van planmatig bomenbeheer kan (kosten)efficiënt en voorspelbaar worden gewerkt. Het is belangrijk dat de lengte van de cyclus is aangepast aan de omvang en samenstelling van het bomenbestand. Is de cyclus te lang, dan ontstaan achterstanden in het onderhoud, die op termijn tot hogere kosten leiden. In de regel geldt dat hoe korter de snoei intervallen zijn, hoe goedkoper, beter en efficiënter de maatregelen per keer kunnen worden uitgevoerd. Te korte intervallen hebben tot gevolg dat teveel geld wordt besteed. Hier dient dus altijd een balans gevonden te worden tussen het beschikbare budget en de 34 B O M E N B E H E E R P L A N

keuzes van duurzaam bomenbeheer. Hieronder zijn 3 varianten voor het dagelijks snoeibeheer uitgewerkt. Variant optimaal: cyclus van 2 (en 4) jaar Deze variant gaat uit van een optimaal bomenonderhoud. Voor een boom in de begeleidingssnoei fase is dit gemiddeld een cyclus van eens per 2 jaar. Gezien de groeiomstandigheden van de Beuningse bodem groeien de bomen in hun jonge fase zodanig snel. Door één keer per 2 jaar te snoeien wordt een veilig en kwalitatief goed bomenbestand gegarandeerd. Voordelen Zowel jonge bomen (begeleidingssnoei) als volwassen bomen (onderhoudssnoei) voldoen vrijwel altijd aan het beeld. Afwijkingen komen vrijwel nooit voor. Doordat frequent wordt gesnoeid is de ingreep per snoeibeurt klein. Dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit van de boom. Ook de kosten per beurt zijn beperkt. Met deze optimale variant is een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand, ook in de toekomst gegarandeerd. Nadelen Voor deze intensieve snoeiwijze zijn veel financiële middelen benodigd. Voor jonge bomen en volwassen bomen aparte cyclus aangehouden (respectievelijk 2 en 4 jaar). Hierdoor wordt steeds (geografisch) in andere delen van de gemeente gewerkt. De communicatie met bewoners is mogelijk omdat de snoeilocaties ingepland worden. Voor de bewoners is het echter minder duidelijk, omdat niet alle bomen op hetzelfde tijdstip worden gesnoeid. Variant basis: cyclus van 3 jaar In deze variant staat de efficiëntie en het geografisch en cyclisch snoeien centraal. Eens per 3 jaar worden in één deelgebied alle bomen gesnoeid. Voordelen Volwassen bomen (onderhoudssnoei) voldoen vrijwel altijd aan het beeld. Afwijkingen komen beperkt voor. De ingreep per snoeibeurt is beperkt en haalbaar. Deze cyclus zorgt voor een geografische werkwijze, waarbij in een deel van de gemeente (vrijwel) alle bomen worden gesnoeid. In andere delen van de gemeente wordt echter niet gesnoeid in dat jaar. (uitgezonderd de vormbomen waarbij elk jaar onderhoud noodzakelijk is) Door de werkwijze per deel van de gemeente is de organisatie, aansturing en controle eenvoudig uit te voeren. De bewoners in het te snoeien deel van Nadelen Vooral sneller groeiende jonge bomen (begeleidingssnoei) worden te weinig gesnoeid. De hoeveelheid afwijkingen is echter beperkt en is acceptabel. De ingreep per snoeibeurt is voor jonge bomen relatief groot, maar acceptabel. G E M E E N T E B E U N I N G E N 35

de gemeente kunnen consequent ingelicht worden over de snoei van (vrijwel) alle bomen. Deze basisvariant leidt in de toekomst tot een duurzaam bomenbestand. Variant minimaal: cyclus van 4 jaar In deze variant kan, net als in de basis variant, ook efficiënt en geografisch worden gewerkt. De intervallen van de snoeicyclus zijn echter dusdanig lang dat wederom achterstanden in het bomenbestand ontstaan. Voordelen Volwassen bomen worden voldoende frequent gesnoeid. Mogelijk ontstaat bij sneller groeiende volwassen bomen achterstanden. De hoeveelheid afwijkingen is echter beperkt en is acceptabel. Deze cyclus zorgt voor een geografische werkwijze, waarbij in een deel van de gemeente (vrijwel) alle bomen worden gesnoeid. In andere delen van de gemeente wordt echter niet gesnoeid in dat jaar, met uitzondering van de vormbomen. Door de werkwijze per deel van de gemeente is de organisatie, aansturing en controle eenvoudig uit te voeren. De benodigde financiële middelen zijn in eerste instantie beperkt. De bewoners in het te snoeien deel van de gemeente kunnen consequent ingelicht worden over de snoei van (vrijwel) alle bomen. Nadelen Door een langere cyclus ontstaat bij jonge bomen (begeleidingssnoei) structureel achterstand. De kwaliteit van het bomenbestand zal in de toekomst teruglopen, vooral door een tekort aan begeleidingssnoei. Dit leidt ook tot achterstanden als jonge bomen volwassen worden. Door toekomstige achterstanden is structureel meer budget nodig. Ook de levensverwachting van de bomen neemt af (bomen worden minder oud). De ingreep per snoeibeurt is zowel bij jonge als volwassen bomen relatief groot. De kosten per snoeibeurt zijn hoog. 36 B O M E N B E H E E R P L A N

Kosten en tijdsbesteding per variant In onderstaand overzicht zijn per variant de geraamde kosten beschreven. Bij variant minimaal wordt structureel onvoldoende onderhoud gepleegd aan de bomen in de begeleidingssnoeifase. Daardoor ontstaan achterstanden in het onderhoud. Om de toekomstige hogere onderhoudskosten op te vangen moet jaarlijks extra budget gereserveerd worden. Varianten Optimaal Basis Minimaal Begeleidingssnoei 67.500,00 63.000,00 64.000,00 Onderhoudssnoei 51.000,00 41.000,00 35.500,00 Onderhoud vormbomen 36.000,00 24.000,00 19.000,00 Subtotaal 154.500,00 128.000,00 118.500,00 staartkosten (9%) 13.905,00 11.520,00 10.665,00 Jaarlijks regulier budget 168.405,00 139.520,00 129.165,00 Extra onderhoudskosten door ontstane achterstanden - - 120.000,00 TOTAAL JAARLIJKS BUDGET 168.405,00 139.520,00 249.165,00 In bijlage 1 is de berekening van bovenstaande bedragen nader toegelicht. Naast de benodigde budgetten is bij de uitvoering van de werkzaamheden ook aansturing en controle door de groenbeheerder noodzakelijk. Bij de basis variant zal de groenbeheerder voor de organisatie gemiddeld 1 dag per week nodig hebben. Bij de optimale variant wordt meer en vaker gesnoeid, waardoor ook organisatie meer tijd vraagt. Eenzelfde verhoging van de benodigde tijd geldt ook voor de minimale variant, waarbij wel minder wordt gesnoeid, maar juist extra aandacht nodig is voor het wegwerken van de ontstane achterstanden. Varianten Optimaal Basis Minimaal Gemiddelde tijdsbesteding op jaarbasis (uitgaande van een snoeiperiode van 10 weken, exclusief besteksvoorbereiding, aanbesteding e.d.) 120 uur 80 uur 120 uur 5.3 Vervangingen Soms is het noodzakelijk dat bomen worden verwijderd. Bij voorkeur natuurlijk wanneer de boom zijn volwassen stadium heeft gehaald en afsterft. Regelmatig zien we ook andere redenen voor het verwijderen, zoals: Ruimtelijke ontwikkelingen en reconstructies; Risico s voor de omgeving die met regulier beheer niet te beperken is; Ondergrondse groeiplaats is ontoereikend waardoor de boom zijn volwassen stadium niet zal bereiken. (vaak is hierbij ook sprake van urgentie door opdruk van verharding of versneld aftakelen van de boom); Bovengrondse groeiplaats is ontoereikend om de boom zonder intensieve snoeimaatregelen volwassen te laten worden (soorteigen habitus te laten krijgen); Beheerkosten van de boom zijn onevenredig hoog in verhouding tot de toegevoegde waarde van de boom aan de openbare ruimte. G E M E E N T E B E U N I N G E N 37

Oorzaken vervangingen Bij bomen is een gemiddelde vervangingstermijn mogelijk van 40-60 jaar (gebaseerd op technische en maatschappelijke levensduur van de boom), mits is voldaan aan een aantal inrichtingseisen voor de standplaats van de boom. De boom kan dan zonder onevenredig hoge beheerkosten zijn levenscyclus doorlopen. Ondanks dat de gemiddelde leeftijd van het Beuningse bomenbestand relatief laag is (20-30 jaar), is de noodzaak tot vervanging in bepaalde situaties echter nu al aanwezig. Dit komt vooral doordat (zie ook hoofdstuk 3 analyse): in een aantal wijken (vooral de grijze wijken) is bij de aanplant van bomen onvoldoende rekening gehouden met de (volwassen) afmeting van bomen. Dit betekent concreet dat veel wortelopdruk aanwezig is met de bijbehorende veiligheidsrisico s. Op jaarbasis geeft de gemeente circa 100.000,- uit om de bestrating zodanig te kunnen repareren dat veilig gebruik mogelijk blijft. De urgentie is op dit moment al hoog en zal in de nabije toekomst alleen maar toenemen, inclusief de daarbij horende kosten. In het buitengebied is veelvuldig gebruik gemaakt van wilgen en populieren in laanverband. Deze bomen bereiken nu een leeftijd waarop gebreken ontstaan. Prioriteiten vervanging Niet alle vervangingen kunnen gelijktijdig worden uitgevoerd. Daarom is per boomstructuur en per wijk een vervangingstermijn gehanteerd. Hiermee wordt in periodes van 5 jaar aangegeven welke bomen wanneer vervangen dienen te worden. Als uitgangspunt hiervoor zijn deze criteria voor vervanging gehanteerd: < 5 jaar: Het uitvoeren van vervangingen is noodzakelijk omdat de beheerbaarheid van de bomen in het geding is. Er is zodanig veel beheer noodzakelijk dat dit niet meer in verhouding staat tot de waarde van de bomen. Wanneer binnen deze periode geen reconstructies worden uitgevoerd is het vroegtijdig vervangen van bomen noodzakelijk. 5-10 jaar: Er is een toenemende noodzaak voor vervanging. De noodzaak is echter niet zodanig hoog dat niet gewacht kan worden tot een (wijk)reconstructie. De vervanging kan derhalve gecombineerd worden uitgevoerd. De vervanging dient plaats te vinden na actualisatie van dit bomenbeheerplan. 15 jaar: De noodzaak tot vervanging ligt verder dan de termijn van dit plan. Over 5 jaar dient de vervangingstermijn opnieuw te worden bepaald. Vervanging lanen in hoofdstructuur In dit plan zijn alle in het groenbeleidsplan voorgestelde maatregelen voor de gemeentelijke boomstructuren geprioriteerd. Dit resulteert in een verdeling van de verbetering- en vervangingsmaatregelen in 2 termijnen, binnen 5 jaar en binnen 5-10 jaar. Na deze beheerperiode blijft het noodzakelijk verbeteringen en vervangingen uit te voeren. Een toelichting per structuur van de voorgestelde maatregelen, termijnen en kosten is opgenomen in bijlage 2. In onderstaande tabel is het benodigde budget per termijn/per jaar aangegeven. Termijn Benodigd budget per jaar 1 e termijn (5 jaar) 213.400,00 2 e termijn (5-10 jaar) 125.500,00 Na 10 jaar 150.800,00 Binnen de 1e termijn worden de werkzaamheden met een hoge prioriteit uitgevoerd. Het betreft dan vooral vervangingen en groeiplaatsverbetering van lanen waarvan de 38 B O M E N B E H E E R P L A N

beheerbaarheid en veiligheid in het geding is/komt. Door de grote hoeveelheid lanen met deze problemen is het jaarlijks benodigd budget aanzienlijk. In de 2 e termijn vinden vooral bijplantwerkzaamheden plaats om de lanen te versterken. Deze werkzaamheden zijn minder ingrijpend en daardoor in verhouding goedkoper uit te voeren. Van de werkzaamheden over 10 jaar is een inschatting gemaakt van de te verwachte kosten. Vervanging bomen in wijken Het vervangen van bomen in wijken verschilt van (bovenstaande) boomstructuren. In de wijken wordt het vervangingsmoment bepaald op het moment dat de groeiplaats van een deel van de bomen zodanig ontoereikend is dat extra investeringen niet meer in balans zijn met de waarde van de boom voor de groene kwaliteit van de buitenruimte. Voor de kosten en planning van vervangingen in wijken zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Per wijk is een inschatting gemaakt van het percentage bomen dat een ontoereikende groeiplaats heeft. Dit is doorgerekend naar het aantal bomen per wijk dat niet duurzaam zijn volwassen stadium zal kunnen bereiken; Het is gewenst alle bomen met een ontoereikende groeiplaats te verwijderen; Van de verwijderde bomen wordt afhankelijk van het type wijk een % herplant, zoals in onderstaande tabel is omschreven. Wijktype Omschrijving Herplant Grijze wijk In deze wijken is weinig beplanting aanwezig (< 75m2 per woning). De aanwezige bomen compenseren het stenige uiterlijk van de wijken. Een afname van de hoeveelheid openbaar groen is ongewenst. Veel grijze wijken kenmerken zich echter door een relatief krappe stedenbouwkundige opzet. 100% herplant van de bomen is daardoor niet haalbaar. 50% Bij reconstructie/vervanging is het daarom noodzakelijk minder bomen toe te passen, maar met een betere kwaliteit. Dit betekent dat geïnvesteerd moet worden in de ondergrondse groeiplaatsomstandigheden van de bomen, zodat met minder bomen een hogere kwaliteit wordt bereikt. Basis wijk In deze wijken is een redelijke hoeveelheid groen aanwezig (76-300 m2 per woning). Bij vervanging van de bomen moet een vergelijkbaar areaal en kwaliteit worden teruggebracht. 10% areaalvermindering doet geen afbreuk aan de kwaliteit. Groene wijk In deze wijken is veel beplanting aanwezig (> 300 m2 per woning). Het groen en de bomen vormen hierbij een twee-eenheid. Bij vervanging van de bomen mag de kwaliteit en groene uitstraling van de wijk niet verminderen. 90% 90% Om de voorgestelde maatregelen te kunnen uitvoeren zijn investeringen nodig. Ook hierbij is een verdeling gemaakt in twee termijnen, binnen 5 jaar en binnen 5-10 jaar. Voor een uitgebreid overzicht van de prioriteiten en kosten van vervangingen per laan en wijk wordt verwezen naar bijlage 2 en 3. G E M E E N T E B E U N I N G E N 39

Termijn Benodigd budget per jaar 1 e termijn (5 jaar) 461.900,00 2 e termijn (5-10 jaar) 187.200,00 De 1 e termijn betreft de vervangingswerkzaamheden in wijken waarvan meer dan 35% van de bomen een ontoereikende groeiplaats heeft. De 2 e termijn betreft de vervangingswerkzaamheden in wijken waarvan 15-35% van de bomen een ontoereikende groeiplaats heeft. De bedragen zijn gebaseerd op het verwijderen van alle bomen met een ontoereikende groeiplaats en het herplanten van een percentage van de bomen op basis van het wijktype. 40 B O M E N B E H E E R P L A N

5.4 Beheerorganisatie 5.4.1 Gegevensbeheer Het is noodzakelijk dat de gemeente de beheergegevens van de bomen op orde heeft. Daarmee kan een betrouwbaar en actueel inzicht gegeven worden in de te verwachte onderhoudskosten en het te beheren areaal. Daarnaast is het een bewijsmiddel welke verantwoordt dat de gemeente aan de zorgplicht voldoet. De afgelopen jaren zijn alle boomgegevens geïnventariseerd en opgenomen in een apart beheersysteem. Acties die nog genomen moeten worden zijn: Overzetten van de gegevens uit het huidige beheersysteem naar het groenbeheersysteem; Opstellen procedure voor afhandeling van klachten en meldingen. De gemeente hanteert een klachten- en meldingenregistratie, waarbij de klachten en meldingen centraal binnenkomen bij de wijkcoördinatoren. Bij specialistische vragen over bomen wordt de groenbeheerder ingeschakeld. De wijze waarop dit wordt uitgevoerd moet worden vastgelegd. Opstellen mutatieprocedure. Mutaties Na elke onderhoudsronde worden de constateringen en uitgevoerde handelingen in het beheersysteem doorgevoerd. Op deze manier blijft het beheersysteem actueel en betrouwbaar. Gemiddeld is een groenbeheerder 5 tot 8 werkdagen per jaar bezig met het verzamelen van mutaties, actualiseren en synchroniseren van het beheersysteem. (daarbij is uitgegaan van: 5 keer per jaar gegevens aanpassen, waarvan 1 keer uitgebreid n.a.v. de onderhoudsronde.) 5.4.2 Uitbesteding en contracten Het uitvoeren van boomtechnisch onderhoud is specialistisch werk en vraagt door de grote hoeveelheid bomen in de gemeente veel tijd. De gemeente Beuningen heeft hiervoor niet de benodigde kennis, materieel en capaciteit beschikbaar. Daarom worden de werkzaamheden op de markt gezet. Bestek en aanbesteding Voorafgaand aan de uitbesteding van de werkzaamheden moeten een aantal keuzes gemaakt worden over hoe het werk aanbesteed gaat worden. De werkzaamheden moeten in een contract (RAW-bestek volgens een standaard systematiek) worden beschreven. Dit kan op basis van frequentie of beeld. In een frequentiebestek wordt exact aangegeven welke werkzaamheden de aannemer moet uitvoeren en hoe vaak deze plaatsvinden. Bij een beeldbestek wordt het te behalen eindbeeld van een boom omschreven. Voordelen Beeldbestek Aannemer is verantwoordelijk voor het behalen van het resultaat. Eenduidig beeld (vastgelegd in foto s) wat helder is omschreven ook voor burgers/politiek Frequentiebestek Gemeente heeft zelf in de hand welke werkzaamheden uitgevoerd worden. Cyclisch onderhoud Nadelen Weinig invloed op planning/route van de werkzaamheden Gemeente heeft alleen een controlerende rol. Beperkte vrijheid/ kennisinbreng van de aannemer Risico bij aannemer G E M E E N T E B E U N I N G E N 41

De voorkeur gaat uit naar een frequentiebestek zodat het bomenbeheer met een cyclus van 3 jaar kan worden uitgevoerd. Daarnaast kan de gemeente grip houden op de ontwikkeling van de bomen en kan exact worden aangeven welke werkzaamheden de aannemer moet uitvoeren. Het frequentiebestek kan opgesteld worden voor een vaste hoeveelheid bomen of middels een OMOP-bestek (Overeenkomst Met Open Posten) waarin een fictieve hoeveelheden zijn opgenomen. In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen beide type overeenkomsten aangegeven Regulier RAWbestek OMOPbestek Voordelen Vaste arealen, dus kosten liggen vooraf grotendeels vast Grote flexibiliteit/ jaarlijks uitzetten van deelopdrachten Verrekening op basis van eenheidsprijzen Nadelen Afwijking is direct verrekening van meer of minder werk Verdeling van kosten kan fluctueren gedurende de bestekstermijn. Jaarlijkse administratieve werkzaamheden door voorbereiden deelopdrachten. De voorkeur gaat uit naar een OMOP-bestek zodat jaarlijks een nieuwe snoeiplanning kan worden opgesteld die binnen het raambestek door de aannemer kan worden uitgevoerd. Hiermee is het voor de gemeente makkelijker gedurende de looptijd van het bestek flexibel om te gaan met de werkelijke hoeveelheid te onderhouden bomen. Het bestek dient aanbesteed te worden volgens de geldende wetgeving en het gemeentelijke aanbestedingsbeleid. Toezicht en directievoering Tijdens de uitvoering van het bestek is de gemeente (vertegenwoordigd door het college van B&W) directievoerder. Het college zal een ambtenaar machtigen om deze functie uit te voeren. De directievoerder zorgt ervoor dat het werk volgens het bestek wordt uitgevoerd. Afwijkingen, kwaliteit, planning en financiële zaken worden door de directievoerder met de aannemer besproken. De directievoerder begeleidt het project op afstand en is verantwoordelijk voor de administratieve werkzaamheden zoals de voorbereiding van de bouwvergadering en communicatie met burgers. De daadwerkelijke communicatie met burgers wordt verzorgd door de wijkcoördinatoren. De directievoerder is onder andere verantwoordelijk voor: Afstemming en terugkoppeling met betrokken partijen; Het organiseren en voorzitten van bouwvergaderingen. Het beoordelen van de termijnstaten, meer- en minderwerk en overige documenten van de aannemer, welke na goedkeuring naar de opdrachtgever worden verzonden (ter informatie of verdere uitwerking); Indien voorkomend, het in goed overleg met de opdrachtgever nemen van prijsverhogende en kwaliteit beïnvloedende veranderingen; 42 B O M E N B E H E E R P L A N

Beoordelen van het F&F-plan, V&G-plan, kwaliteitsplan en het werkplan en de controle van de uitvoering hiervan; Afstemming met betrokkenen en belanghebbenden i.s.m. de opdrachtgever (o.a., beheerders, vergunningverleners, nutsbedrijven); Het opzetten en bijhouden van de bestekadministratie (assistentie door toezichthouder); Inzicht houden over de verhoogde aandachtsvelden vanuit het bestek (o.a. Flora en faunawet, archeologie en explosieven); Bijwonen en verzorgen van de opnemingen/deelopneming en de eindoplevering van de (onderhouds-) werkzaamheden. Voorafgaand aan de eindoplevering wordt, al dan niet gezamenlijk, een rondgang gemaakt. Tevens wordt een proces verbaal van oplevering opgesteld; Communiceren van omgevingsfactoren en in elkaar grijpende werkzaamheden. De directievoerder wordt ondersteund door de toezichthouder, die als eerste aanspreekpunt voor de aannemer dient. De toezichthouder heeft onder andere de volgende taken: Het houden van toezicht op de uit te voeren werkzaamheden door op de cruciale momenten, waar het aankomt op kwaliteit, aanwezig te zijn. Aan de voorman/uitvoerder worden aanwijzingen gegeven zodat in korte, directe lijnen wordt gecommuniceerd. Indien nodig wordt ter plaatse in overleg getreden met de directie en worden de werkzaamheden direct bijgestuurd; Verslaglegging door middel van het opstellen van wekelijkse toezichtverslagen Het bijwonen van bouwvergaderingen, werkoverleggen en opleveringsmomenten inclusief verslaglegging; Het assisteren van de directievoerder, zoals het bijhouden van besteksadministratie, keuringen en beoordelingen; Het bewaken van de benodigde informatie, zoals onderzoeken, adviezen, bemonstering etc.; De keuring van bouwstoffen, controle van leverantiebonnen en kwaliteitskeurmerken; Het signaleren van afwijkingen en meer- en minderwerken; Het uitzoeken van gegevens naar aanleiding van contacten / afstemming met aannemer; Beoordelen van de weekstaten alvorens de termijnstaten aan de directievoerder worden voorgelegd. Contact met aannemer over uitvoeringsaspecten. De directievoerder is gedurende de looptijd van het bestek, gemiddeld 2 uur per week bezig met administratieve werkzaamheden. De toezichthouder is elke dag ongeveer een half uur bezig met de aansturing en controle van de aannemer, daarnaast heeft hij wekelijks een overleg met de aannemer. Tijdsbesteding: Directievoerder: 2 uur per week, toezichthouder: 6-8 uur per week G E M E E N T E B E U N I N G E N 43

De gemeente Beuningen heeft een gecombineerde functie van groenbeheerder, directievoerder en toezichthouder. Deze werkzaamheden zijn ondergebracht in de functie groenbeheerder. In de afgelopen jaren zijn de werkzaamheden t.a.v. toezicht onderbelicht geraakt. Er is en moet nog veel tijd gestoken worden in de opzet van het groenbeheer. De groenbeheerder is een relatief nieuwe functie voor de gemeente. De organisatie heeft door de grote opgave die er ligt om het beheer op te zetten nog geen ervaring of de combinatiefunctie groenbeheerder, directievoerder en toezichthouder praktisch ook haalbaar is. De praktijk moet leren of er in de komende jaren voldoende tijd beschikbaar is voor toezicht. Een en ander is sterk afhankelijk van de overige taken van de groenbeheerder, zoals advisering bij nieuwe ontwikkelingen, bewonersverzoeken, uitvoering beleid enzovoorts. Bij de huidige uitbesteding van de werkzaamheden zijn de taken van de directievoerder/toezichthouder nog niet specifiek benoemd en in de organisatie uitgezet. Om op een verantwoorde wijze de directie/toezicht taken uit te voeren is het noodzakelijk dat de groenbeheerder voldoende kennis heeft van de (besteks)systematiek. Mogelijk is hierbij scholing noodzakelijk of ondersteuning door externen. 44 B O M E N B E H E E R P L A N

5.4.3 Werkwijze zorgplicht De boomeigenaar/beheerder is volgens de wet verantwoordelijk voor zijn bomenbestand. Dit houdt in dat de boomeigenaar goed onderhoud dient te plegen aan zijn bomenbestand. Daarnaast moet hij de bomen periodiek controleren op veiligheid voor de omgeving. Dit dient te worden geregistreerd en de uit de inspectie voortvloeiende maatregelen dienen te worden uitgevoerd. Achtergrond zorgplicht Bij aansprakelijkheidsstelling geldt een zogenaamde omgekeerde bewijslast. Dit betekent dat de schade lijdende partij moet aantonen dat de boomeigenaar/beheerder verwijtbaar is voor de geleden schade of dat deze schade aan de boomeigenaar/beheerder kan worden toegerekend omdat deze niet volledig aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Het is dus voor de boomeigenaar/beheerder niet alleen van belang dat hij zorgvuldig onderhoud pleegt en zijn bomen controleert op veiligheid, maar dat hij ook een goede schriftelijke of digitale registratie heeft waaruit blijkt dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Toepassing van de zorgplicht De gemeente Beuningen voldoet aan de zorgplicht door de volgende werkwijze te hanteren: Alle bomen binnen de gemeente worden minimaal eens per 3 jaar geïnspecteerd; Attentiebomen worden jaarlijks gecontroleerd; De inspectie wordt uitgevoerd door een ervaren, ter zake kundige boomcontroleur. De uit de inspectie voortgekomen maatregelen worden binnen de gestelde urgentietermijn uitgevoerd. De volgende aspecten worden tijdens de inspectie minimaal opgenomen: 1. Wie heeft gecontroleerd (inspecteur); 2. Wanneer is gecontroleerd (datum); 3. Waar is gecontroleerd (straatnaam of sectie-, wijk-, of objectnummer); 4. Welke bomen zijn gecontroleerd (boom of elementnummer); 5. Welke afwijkingen zijn waargenomen (gebrek); 6. Wat moet er gebeuren (maatregel); 7. Voor wanneer maatregelen moeten zijn uitgevoerd (urgentie). 5.4.4 Plan van aanpak ziektes, aantastingen en plagen Bij bomen kunnen allerlei ziektes, aantastingen en plagen (ZAP s) voorkomen zoals luis, massaria of eikenprocessierups. Vaak leveren deze zap s overlast of een gevaarlijke situatie op en moet de gemeente ingrijpen. In bijlage 4 zijn voor de meest voorkomende zap s en de zap s die mogelijk in de toekomst een bedreiging kunnen gaan vormen. Plannen van aanpak opgenomen, waarin beschreven staat hoe de gemeente de bestrijding van deze zap s zal aanpakken. De in de bijlage opgenomen financiële onderbouwing is gebaseerd op een individuele inspectie van de boom. Wanneer de inspectie gelijktijdig met de VTA-controle plaatsvindt, kunnen deze kosten mogelijk worden bespaard. G E M E E N T E B E U N I N G E N 45

6 FINANCIËN Voor het uitvoeren van bomenonderhoud, vervangingen en eenmalige maatregelen worden jaarlijks door het bestuur financiële middelen beschikbaar gesteld. In dit hoofdstuk zijn alle beschikbare en benodigde financiële middelen opgenomen. 6.1 Beschikbare financiële middelen De gemeente heeft voor het onderhoud van de bomen jaarlijks onderstaand budget beschikbaar: Omschrijving Jaarlijks budget Regulier bomenbeheer (technisch beheer) 22.770,00 Regulier bomenbeheer (netheidsbeheer) 18.000,00 Bestrijding ziektes en plagen 5.000,00 VTA controle 30.000,00 Kappen van bomen 9.000,00 Inboet jonge aanplant 10.000,00 TOTAAL BESCHIKBAAR BUDGET 94.770,00 De gemeente heeft voor de vervanging van de bomen jaarlijks onderstaand budget beschikbaar: Omschrijving Jaarlijks budget Vervanging van bomen 10.000,00 TOTAAL BESCHIKBAAR BUDGET 10.000,00 Naast het beschikbare budget voor bomenonderhoud wordt jaarlijks 100.000,- ingezet voor het herstel van verhardingopdruk door boomwortels. Dit bedrag is onderdeel van het budget wegen. De huidige financiële middelen zijn niet goed afgestemd op de uit te voeren werkzaamheden. Het budget voor regulier (technisch) bomenbeheer is naar verhouding te laag om de grote hoeveelheid bomen in de gemeente voldoende te kunnen onderhouden. 6.2 Eenmalige financiële middelen In de afgelopen jaren zijn achterstanden ontstaan in het bomenonderhoud. In 2009 zijn middels een VTA inspectie de problemen in kaart gebracht. Aansluitend is aanvullend onderzoek gedaan naar de oorzaak van deze ontstane achterstanden. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek heeft de gemeenteraad eenmalig financiële middelen beschikbaar gesteld om de achterstanden weg te werken en de efficiëntie van het snoeionderhoud te verbeteren. Omschrijving Eenmalig budget Snoeien n.a.v. VTA inspectie en vergroten efficiëntie in het snoeionderhoud (2009, BW10.00190) 126.000,00 Inhalen achterstanden in het snoeionderhoud (2012) 50.000,00 De achterstallige werkzaamheden zijn inmiddels gedeeltelijk in uitvoering. Hieruit wordt geconcludeerd dat het beschikbare eenmalige budget niet toereikend is om alle achterstanden weg te werken. 46 B O M E N B E H E E R P L A N

6.3 Benodigde financiële middelen Met dit bomenbeheerplan wordt toegewerkt naar een duurzaam bomenbestand. Daarbij is het belangrijk dat toekomstgericht onderhoud en vervangingen uitgevoerd kunnen worden. Hiervoor zijn de volgende financiële middelen nodig. Voor het uitvoeren van achterstallige onderhoudswerkzaamheden is eenmalig een investering nodig van: Eenmalige investeringen Benodigd budget Inhalen achterstanden (eenmalig) 60.000,00 TOTAAL 60.000,00 Een onderbouwing van de eenmalige investeringen is uitgewerkt in paragrafen 5.1 en 5.3 Structurele investeringen Benodigd budget Vervanging laanstructuur (binnen 5 jaar/ per jaar) 213.400,00 Vervanging wijken (binnen 5 jaar/ per jaar) 461.900,00 TOTAAL 675.300,00 Het uitgangspunt is dat jaarlijks een deel van de probleembomen wordt vervangen zodat het budget voor herstel van verhardingen procentueel kan worden verlaagd. Voor de uitvoering van het reguliere onderhoud zijn 3 varianten mogelijk (zie ook paragraaf 5.2). In onderstaande tabel zijn de kosten per variant weergegeven. Regulier onderhoud Optimaal Basis Minimaal Zorgplicht Inspectie (vta controle) 13.000,00 13.000,00 13.000,00 Nader onderzoek 3.000,00 3.000,00 3.000,00 Vervanging n.a.v. vta controle 48.000,00 48.000,00 48.000,00 Bomenonderhoud technisch beheer Begeleidingssnoei 67.500,00 63.000,00 64.000,00 Onderhoudssnoei 51.000,00 41.000,00 35.500,00 Onderhoud vormbomen 36.000,00 24.000,00 19.000,00 Bomenonderhoud netheidsbeheer Netheidsbeheer (kwaliteitsniveau A-B-C) 17.000,00 12.000,00 11.000,00 Bestrijding ziektes en plagen Eikenprocessierups 8.000,00 8.000,00 8.000,00 Iepziekte 3.000,00 - - Massaria 30.000,00 30.000,00 30.000,00 Watermerkziekte 3.000,00 - - Luis 5.250,00 - - Wilgenhoutrups 1.500,00 - - Horzelvlinder & Populierenboktor 1.500,00 - - Essensterfte 8.400,00 - - SUBTOTAAL JAARLIJKS BUDGET 296.150,00 242.000,00 231.500,00 (excl. onderstaande kosten) Extra onderhoudskosten door ontstane - - 120.000,00 snoeiachterstanden Staartkosten (9%) 26.653,50 21.780,00 31.635,00 TOTAAL JAARLIJKS BUDGET 322.803,50 263.780,00 383.135,00 G E M E E N T E B E U N I N G E N 47

6.4 Vergelijking beschikbaar en benodigd budget Om de beschikbare en benodigde budgetten goed te kunnen vergelijken, zijn ze hieronder naast elkaar gezet. Daarbij zijn de specifieke werkzaamheden(zoals in het overzicht in paragraaf 6.3) samengevoegd onder de hoofdcategorie van werkzaamheden. Vergelijking regulier onderhoud Regulier onderhoud Optimaal Basis Minimaal Beschikbaar budget Zorgplicht (VTA, kap, vervanging en inboet) 64.000,00 64.000,00 64.000,00 49.000,00 Bomenonderhoud technisch beheer 154.500,00 128.000,00 118.500,00 22.770,00 Bomenonderhoud netheidsbeheer 17.000,00 12.000,00 11.000,00 18.000,00 Bestrijding ziektes en plagen 60.650,00 38.000,00 38.000,00 5.000,00 SUBTOTAAL JAARLIJKS BUDGET (excl. onderstaande kosten) 296.150,00 242.000,00 231.500,00 94.770,00 Extra onderhoudskosten door ontstane snoeiachterstanden - - 120.000,00 - Staartkosten (9%) 26.653,50 21.780,00 31.635,00 - TOTAAL JAARLIJKS BUDGET 322.803,50 263.780,00 383.135,00 94.770,00 Vergelijking budget voor inhalen achterstanden in het boomonderhoud Achterstanden boomonderhoud Benodigd budget Beschikbaar budget Inhalen achterstanden 60.000,00 Geen budget beschikbaar* (eenmalig in 2013) * het totale eenmalige budget van 176.000,- wat deels in 2009 en deels in 2012 beschikbaar is gesteld is reeds gebruikt voor het uitvoeren van de werkzaamheden uit de VTA controle van 2009. Voor de nu geconstateerde achterstanden is dit budget niet meer beschikbaar. Vergelijking vervangingsbudget Investeringen voor vervanging Benodigd budget Beschikbaar budget Vervanging laanstructuur (binnen 5 jaar/ per jaar) 213.400,00 5.000,- Vervanging wijken (binnen 5 jaar/ per jaar) 461.900,00 5.000,- TOTAAL 675.300 10.000,- Uit bovenstaande tabellen wordt duidelijk dat met het huidige beschikbare budget de onderhoudswerkzaamheden en vervangingen niet naar wens kunnen worden uitgevoerd. 48 B O M E N B E H E E R P L A N

7 COMMUNICATIE Het bomenbeheerplan wordt op de eerste plaats ingezet als verantwoording aan het college voor het uit te voeren bomenbeheer. Op basis van de aangegeven planning en noodzakelijke werkwijze wordt aan de gemeenteraad gevraagd hiermee akkoord te gaan en de benodigde budgetten beschikbaar te stellen. Daarnaast is het bomenbeheerplan voor de gemeenteambtenaar een naslagdocument bij de uitvoering van zijn dagelijkse werkzaamheden. De wijze waarop het bomenbeheer wordt uitgevoerd is in het bomenbeheerplan onderbouwd. Deze onderbouwing kan de ambtenaar één op één inzetten bij de communicatie met burgers. In het bomenbeheerplan zijn ook verschillende afwegingen gemaakt en financiële berekeningen uitgevoerd. Deze onderdelen zijn vooral van belang voor de gemeentelijke organisatie en worden daarom in eerste instantie niet ingezet bij externe communicatie. Deze gegevens zijn echter wel openbaar en kunnen door belangstellende worden ingezien. In onderstaande tabel is per doelgroep aangegeven welke planonderdelen voor deze doelgroep van belang zijn. Doelgroep Bestuur en politiek Gemeentelijke organisatie Burgers en andere belanghebbenden Planonderdelen Alle planonderdelen op hoofdlijnen, bijvoorbeeld: Verduidelijken gemeentelijke ambities (hst 4 visie) Inzicht geven in de uit te voeren maatregelen (hst 5 maatregelen en acties) Duidelijkheid geven over benodigde budgetten en eenmalige kosten (hst 6 financiën) Alle planonderdelen inhoudelijk, bijvoorbeeld: Inzicht in knelpunten in het bomenbestand (hst 3 inventarisatie en analyse) Voorstel voor verbetering van de huidige werkwijze van het onderhoud en de uitbesteding van deze werkzaamheden (hst 5 maatregelen en acties). Afstemming van de te nemen acties binnen de gemeentelijke organisatie (hst 8 integraal werken) Alleen de volgende planonderdelen: Bespreken knelpunten in het bomenbesten (hst 3 inventarisatie en analyse) Uitleg over gemeentelijke ambities (hst 4 visie) Uitleg geven over gemaakte keuzes bij onderhoud en vervanging, (hst 5 maatregelen en acties) Toelichting op planning van de werkzaamheden (hst 5 maatregelen en acties/ hst 8 integraal werken) Voorafgaand en tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden burgers door middel van de media (gemeentelijke website, huis-aan-huisblad) op de hoogte gehouden van de planning en voortgang. G E M E E N T E B E U N I N G E N 49

8 INTEGRAAL WERKEN De in het bomenbeheerplan voorgestelde werkwijze draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van de totale openbare ruimte. Daarom is het van belang dat bij andere werkzaamheden in de openbare ruimte ook rekening wordt gehouden met de bomen en het bomenbeheer, bijvoorbeeld door het opleggen van beschermingsmaatregelen of het melden van werkzaamheden nabij bomen, zodat de toezichthouder hierbij aanwezig kan zijn. Kaders/randvoorwaarden: Uitvoeringswerkzaamheden moeten zoveel mogelijk gecombineerd worden. Door werk met werk te maken kunnen kosten worden bespaard. Grootschalige wijkrenovaties kunnen de planning/prioriteit van het vervangen van bomen vervroegen/vertragen, mits dit niet tot gevaar of onbeheersbaarheid leidt. Gevolgen voor budgetten e.d. dienen daarbij wel doorberekend en afgewogen te worden. 50 B O M E N B E H E E R P L A N

BIJLAGEN 1. Bijlage Onderbouw ing varianten snoeionderhoud Bomenbeheerplan Beunignen Bijlage 1: Onderbouwing varianten snoeionderhoud Datum: 26 juli 2012 Variant: optimaal Variant: basis Variant: minimaal aantal bomen per boom frequentie totaal per boom frequentie totaal per boom frequentie totaal Begeleidingssnoei 13411 10,00 1x per 2 jaar 67.500,00 14,00 1x per 3 jaar 63.000,00 19,00 1x per 4 jaar 64.000,00 Onderhoudssnoei 4506 22,50 1x per 2 jaar 51.000,00 27,00 1x per 3 jaar 41.000,00 31,50 1x per 4 jaar 35.500,00 Knotbomen 1532 15,00 1x per 3 jaar 8.000,00 15,00 1x per 3 jaar 8.000,00 15,00 1x per 3 jaar 8.000,00 Fruitbomen 489 22,50 1x per 1 jaar 11.500,00 22,50 1x per 2 jaar 6.000,00 22,50 1x per 3 jaar 4.000,00 Vormbomen 46 45,00 1x per 1 jaar 2.500,00 45,00 1x per 1 jaar 2.500,00 45,00 1x per 2 jaar 1.500,00 Leibomen 197 65,00 1x per 1 jaar 13.000,00 65,00 1x per 2 jaar 6.500,00 65,00 1x per 3 jaar 4.500,00 Kandelaberbomen 35 45,00 1x per 3 jaar 1.000,00 45,00 1x per 3 jaar 1.000,00 45,00 1x per 3 jaar 1.000,00 SUBTOTAAL 154.500,00 128.000,00 118.500,00 staartkosten 9% 13.905,00 11.520,00 10.665,00 TOTAAL 168.405,00 139.520,00 129.165,00 G E M E E N T E B E U N I N G E N 51

2. Bijlage Verva ngingsplan lanen Bomenbeheerplan Beuningen Bijlage 2: Vervangingsplan lanen Datum: 19 juli 2012 Gerekend is met de eenheidsprijzen zoals opgenomen in het groenbeleidsplan Straten Foto Maatregelen Post Opmerking kosten per m1 Bijkomende kosten Aantal m1 < 5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar 4 De Balmerd 5242 50% bomen verwijderen 3b 4,35 150,00 1580 7.023,00 4 De Balmerd 5243 Populieren verwijderen en andere boomsoort terugplanten 2a 143,00 1.350,00 200 29.950,00 20 Oude Koningsstraat 5265 bomen bijplanten 4d 37,95 1.350,00 536 21.691,20 73 Lurvinkpad 5257 Peren bijplanten 4d 37,95 1.350,00 1233 48.142,35 78 Elsenpas 5229 Populieren verwijderen, vervangen met helft aantal 2b 79,95 1.350,00 4662 374.076,90 88 Leegstraat 5219 50% dunnen (eventueel niets doen) 3b 4,35 150,00 599 2.755,65 92 Postkantoorstraat 5262 Terugstraten (eventueel bomen verwijderen) 1b 23,25 1.350,00 118 4.093,50 96 Van Heemstraweg bomen bijplanten 4d 198,88 1.350,00 126 26.408,88 97 Thomas van Heereveldtstraat 5258 niets doen 102 Jonkerstraat 5261 bomen verwijderen en vervangen 2a 143,00 1.350,00 328 48.254,00 104 Jonkerstraat 5261 bomen verwijderen en vervangen 2a 143,00 1.350,00 217 32.381,00 110 Ficarystraat 5230 bomen verwijderen (50% < 5 jaar, 50% 5-10 jaar) vervangen met helft aantal 2b 79,75 1.350,00 3350 134.256,25 134.256,25 113 Zellerstraat 5221 bomen verwijderen en vervangen 2a 143,00 1.350,00 359 52.687,00 258 Betenlaan 5220 bomen bijplanten 4c 126,50 1.350,00 817 104.700,50 116 Steeg 5228 Populieren vervangen 2a 143,00 1.350,00 539 78.427,00 126 Vordingstraat 5238 Eiken bijplanten 4c 126,50 1.350,00 144 19.566,00 132 Vordingstraat 5239 Bomen verwijderen (niets terugplanten) 3a (100% verwijderen ipv. 50%) 50,13-114 5.714,82 135 Hoogstraat Wilgen vervangen 2a 143,00 1.350,00 191 28.663,00 136 Klaphekstraat 5232 bomen bijplanten 4c 126,50 1.350,00 105 14.632,50 137 Klaphekstraat 5231 Wilgen vervangen 2a 143,00 1.350,00 163 24.659,00 139 Klaphekstraat 5233 Essen vervangen 2a 143,00 1.350,00 190 28.520,00 140 Klaphekstraat Essen vervangen 2a 143,00 1.350,00 53 8.929,00 146 Julianastraat 5236 Groeiplaats verbeteren 1a (bomenzand aanbrengen ipv. vergroten boomspiegel) 153,00 1.350,00 115 18.945,00 148 Hoogstraat 5237 Wilgen bijplanten 4d 37,95 1.350,00 8 1.653,60 151 Molenstraat Bijplanten 4b 99,44 1.350,00 53 6.620,32 166 Molenstraat 5217 Dunnen 167 Notaris Stephanus Roeststraat 5216 Groeiplaats verbeteren & dunnen 1a +3b 178,15 1.350,00 267 48.916,05 172 Wilhelminalaan Vervangen 2a 143,00 1.350,00 310 45.680,00 174 Wilhelminalaan Vervangen 2a 143,00 1.350,00 1678 241.304,00 179 Wilhelminalaan 5252 Groeiplaatsverbetering 1a (Permavoid ipv bomenzand) 253,00 1.350,00 577 147.331,00 180 Krommehoekstraat 5250 Vervangen populieren 2a 143,00 1.350,00 193 28.949,00 188 Koningstraat 5225 Bijplanten eiken 4d 37,95 1.350,00 193 8.674,35 193 Leigraaf 5244 Vervangen essen door eiken 2a 143,00 1.350,00 797 115.321,00 195 Leigraaf 5245 Dunnen lindes in laan (evt. verplanten?) 3b 4,35 150,00 416 1.959,60 201 Koningstraat 5246 Groeiplaats terugstraten 1b 23,25 1.350,00 431 11.370,75 203 Koningstraat 5247 Groeiplaats terugstraten 1b 23,25 1.350,00 125 4.256,25 204 Tempelstraat 5243 Populieren vervangen 2a 143,00 1.350,00 230 34.240,00 212 Kerkplein Groeiplaatsverbetering 1a (Permavoid ipv bomenzand) 253,00 1.350,00 218 56.504,00 215 Van Heemstraweg Vervangen 2c 294,50 1.350,00 6742 1.986.869,00 216 Van Heemstraweg Bijplanten 4d 198,88 1.350,00 238 48.683,44 220 Burgemeester Geradtslaan 5254 Bijplanten 4b 99,44 1.350,00 321 33.270,24 229 Reekstraat 5256 Vervangen met helft aantal 2b 79,75 1.350,00 1049 85.007,75 231 Reekstraat 5256 Vervangen met helft aantal 2b 79,75 1.350,00 316 26.551,00 235 Hogewaldstraat 5255 Bijplanten 4d 37,95 1.350,00 173 7.915,35 241 Wolfsbossingel 5253 Dunnen aan één zijde 3b 4,35 150,00 973 4.382,55 252 Koningstraat 5248 Bijplanten 4c 126,50 1.350,00 606 78.009,00 255 Koningstraat 5224 vervangen 2a 143,00 1.350,00 497 72.421,00 261 Koningstraat 5223 Vervangen 2a 143,00 1.350,00 376 55.118,00 266 Koningstraat 5227 Bijplanten 4c 126,50 1.350,00 941 120.386,50 268 Koningstraat Vervangen populieren 2a 143,00 1.350,00 255 37.815,00 270 Van Heemstraweg Vervangen 2c 294,50 1.350,00 137 41.696,50 1001 Binnenweg 5234 Bijplanten knotwilgen 4d 37,95 150,00 100 3.945,00 1002 Binnenweg 5234 Bijplanten knotwilgen 4d 37,95 150,00 100 3.945,00 1003 Molenweg 5335 Bijplanten peren 4d 37,95 150,00 150 5.842,50 1004 Waardhuizerstraat 5240 Vervangen populieren 2a 143,00 1.350,00 400 58.550,00 1005 Kloosterstraat 5241 Vervangen wilgen 2a 143,00 1.350,00 200 29.950,00 1006 Haneman 5218 Bijplanten eik 4c 126,50 1.350,00 50 7.675,00 kosten per periode 1.066.906,11 627.091,94 3.015.547,50 kosten per jaar 213.381,22 125.418,39 150.777,38 52 B O M E N B E H E E R P L A N

3. Bijlage Vervangingsplan w ijken Bomenbeheerplan Beuningen Bijlage 3: vervaningsplan wijken Datum: 19 juli 2012 Typering Wijken Totaal aantal bomen Aantal bomen toereikende gp Aantal bomen ontoereikende gp percentage ontoereikende gp Kosten saneren (eenheidsprijs per boom*) % herplant o.b.v. wijktype Aantallen bomen herplanten kosten herplant (eenheidsprijs per boom* < 5 jaar 5-10 jaar > 10 jaar 250,00 1.205,00 > 35% ontoereikend 15-35% ontoereikend <15% ontoereikend Wijken Beuningen Schoenaker - 905 815 90 9,9% 22.500,00 90% 81 97.605,00 120.105,00 Aalsterveld Grijs 359 233 126 35,1% 31.500,00 50% 63 75.915,00 107.415,00 Olden Tempel Grijs 491 368 123 25,1% 30.750,00 50% 62 74.107,50 104.857,50 Blanckenburg Basis 513 333 180 35,1% 45.000,00 90% 162 195.210,00 240.210,00 Viermorgen Grijs 368 129 239 64,9% 59.750,00 50% 120 143.997,50 203.747,50 Tinnegieter Grijs 1.115 390 725 65,0% 181.250,00 50% 363 436.812,50 618.062,50 Den Balmerd Basis 751 676 75 10,0% 18.750,00 90% 68 81.337,50 100.087,50 Heuve 1 Groen 534 347 187 35,0% 46.750,00 90% 168 202.801,50 249.551,50 Heuve 2 Basis 199 179 20 10,1% 5.000,00 90% 18 21.690,00 26.690,00 Heuve 3 Basis 221 188 33 14,9% 8.250,00 90% 30 35.788,50 44.038,50 Heuve 4 Groen 645 581 64 9,9% 16.000,00 90% 58 69.408,00 85.408,00 Beuningse plas Basis 823 535 288 35,0% 72.000,00 90% 259 312.336,00 384.336,00 Centrum Grijs 241 157 84 34,9% 21.000,00 50% 42 50.610,00 71.610,00 Centrum Oost Grijs 335 302 33 9,9% 8.250,00 50% 17 19.882,50 28.132,50 De Haaghe Groen 695 626 69 9,9% 17.250,00 90% 62 74.830,50 92.080,50 Duivenkamp Grijs 315 284 31 9,8% 7.750,00 50% 16 18.677,50 26.427,50 De Linde Basis 51 33 18 35,3% 4.500,00 90% 16 19.521,00 24.021,00 Hoeve 1 Grijs 100 65 35 35,0% 8.750,00 50% 18 21.087,50 29.837,50 Hoeve 2 Basis 292 263 29 9,9% 7.250,00 90% 26 31.450,50 38.700,50 Hoeve 3 Grijs 53 3 50 94,3% 12.500,00 50% 25 30.125,00 42.625,00 Wijken Ewijk Centrum Basis 773 502 271 35,1% 67.750,00 90% 244 293.899,50 361.649,50 Vording 2 Grijs 380 133 247 65,0% 61.750,00 50% 124 148.817,50 210.567,50 Vording 3 Basis 627 408 219 34,9% 54.750,00 90% 197 237.505,50 292.255,50 Wijken Weurt Noord Grijs 26 23 3 11,5% 750,00 50% 2 1.807,50 2.557,50 Zuid Grijs 645 548 97 15,0% 24.250,00 50% 49 58.442,50 82.692,50 De Sluis Grijs 46 41 5 10,9% 1.250,00 50% 3 3.012,50 4.262,50 Wijken Winssen Centrum Grijs 431 216 215 49,9% 53.750,00 50% 108 129.537,50 183.287,50 De Bongerd Grijs 60 15 45 75,0% 11.250,00 50% 23 27.112,50 38.362,50 Totaal Beuningen 11.994 8.393 3.601 900.250,00 2.418 2.913.328,50 2.309.337,00 935.751,50 568.490,00 * gebaseerd op ervaringscijfers BTL per jaar 461.867,40 187.150,30 G E M E E N T E B E U N I N G E N 53

4. Bijlage ZAP s De opgenomen financiële onderbouwing is gebaseerd op een individuele inspectie van de boom. Wanneer de inspectie gelijktijdig met de VTA-controle plaatsvindt, kunnen deze kosten mogelijk worden bespaard. Eiken processie rups Betreffende boomsoorten: Vooral zomereik (Quercus robur). In mindere mate Quercus petrea, Quercus rubra, Quercus cerris en Quercus frainetto. Aantal bomen: Ca. 1.900 Percentage van Beunings bomenbestand: 10% Status: Sinds 1991 in Nederland. Verspreiding inmiddels door geheel het land, uitgezonderd Friesland en Groningen. Bestrijding richt zich niet op uitroeiing, maar op het beperken van de overlast. Juridische status: Valt niet binnen zorgplicht bomen. Boombeheerder en/of wegbeheerder kan echter aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatige daad wanneer onvoldoende maatregelen zijn genomen om het gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen/beperken. Status gemeente Beuningen De eikenprocessierups zorgt plaatselijk voor overlast in de gemeente Beuningen. Aard aantasting: Plaaginsect. Gevaar voor de volksgezondheid. Voorgeschiedenis: De eikenprocessierups is een vlindersoort die zich noordwaarts heeft verspreid vanuit Zuid Europa. Eerst werd aangenomen dat het insect de koude winters niet kon overleven. Dit blijkt wel het geval. Sinds 2 jaar is ook bekend dat de processievlinder nesten onder de grond aan de stamvoet van eikenbomen maakt, om de nesten zowel tegen extreme kou als hitte te beschermen. Gevolgen: De rups heeft brandharen die een allergische reactie veroorzaken. Dit kan leiden tot jeuk, pijn en tot kortademigheid bij inademen van de brandharen. Periode overlast: Half mei tot eind juni. Doordat de haren niet verteren kan ook buiten dit seizoen overlast ontstaan. Bestrijding: Er zijn verschillende methoden van bestrijding. Branden, zuigen en wegnemen van nesten zijn hierbij de meest gebruikten. In Beuningen vindt op meerdere plaatsen preventieve bestrijding plaats door het spuiten van een bacteriepreparaat (Xentari). De gemeente wil dit verder uitbreiden omdat ook op andere locaties overlast ontstaat. Plan van aanpak De gemeente wil jaarlijks de eikenprocessierups bestrijden om zo overlast tegen te gaan. Hiervoor worden alle bomen behandeld door middel een bespuiting met Xentari. Financiële onderbouwing Jaarlijkse bestrijding kost ca. 7,- per boom. Huidige kosten Xentari 5.000,- tot 6.000,- Door vergroting van het aantal locaties zullen de kosten toenemen en is een budget nodig van 8.000,- 54 B O M E N B E H E E R P L A N

Paardenkastanje bloedingsziekte Betreffende boomsoorten: Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). De Baumannii variant wordt hiervan het meest aangetast. In mindere mate ook de Aesculus carnea en Aesculus flava. Aantal bomen: Ca. 500 Percentage van Beunings bomenbestand: 2,5% Status: Sinds 2002 massaal waargenomen in Nederland. De meeste bomen zijn aangetast in de Randstad, maar ook in overige delen van het land zijn veel bomen aangetast. Er lijkt de laatste jaren sprake te zijn van enige stabilisatie van de ziekte. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Status gemeente Beuningen Ongeveer 5% van de Beuningse kastanjes is reeds aangetast. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde. Aard aantasting: Bacterie. Cambiumsterfte waarna bastafsterven van de gehele boom. Voorgeschiedenis: De paardenkastanje bloedingsziekte heeft zich massaal verspreid in de laatste 10 jaar. Werkgroep Aesculaap (Universiteit Wageningen) heeft de ziekte onderzocht en de ziekte veroorzakende bacterie aangetoond. Verschillende behandelmethoden (waaronder behandelen met citroenzuur- en knoflook preparatenzijn niet succesvol gebleken. Gevolgen: De bacterie veroorzaakt bloedingen in het cambiumweefsel van de boom. Op termijn sterft de gehele bast af, waardoor de boom sterft. Ook kunnen bomen worden aangetast door hout parasitaire schimmels. Hierdoor kunnen (met name) takken uitbreken. Periode overlast: De bloedingen zijn het meest zichtbaar in het groeiseizoen. In principe is er geen overlast. Wel kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan door het uitbreken van aangetaste takken. Bestrijding: (Nog) geen bestrijding mogelijk. Bomen dienen met een verhoogde inspectiefrequentie te worden geïnspecteerd om gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarnaast dienen snoeiwerkzaamheden zoveel mogelijk te worden beperkt. Plan van aanpak Alle gemeentelijke kastanjes worden jaarlijks geïnspecteerd, zodat onveilige situaties worden voorkomen. Indien een boom sterk is aangetast wordt deze geveld. G E M E E N T E B E U N I N G E N 55

Kastanjemineermot Betreffende boomsoorten: Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum). Aantal bomen: Ca. 500 Percentage van Beunings bomenbestand:2,5 % Status: Een Aziatisch insect dat waarschijnlijk sinds 1985 in Europa aanwezig is. De mot veroorzaakt bruinverkleuring en afsterven van het blad. Juridische status: Geen. Status gemeente Beuningen Op enkele locaties worden kastanjes aangetast. Aard aantasting: Bladmoes etende bacterie. Voorgeschiedenis: Sinds de jaren 80 is de kastanjemineermot in Nederland aanwezig. Voorheen dacht men dat de kastanjemineermot verband hield met de aantasting van bloedingsziekte. Uit onderzoek blijkt echter geen verband. Gevolgen: Door afsterven van het blad vanaf het midden van de zomer wordt de kroon ontsierd. Wanneer de conditie van de boom verminderd is kan de aantasting een aanslag zijn op de energievoorraad van de boom. Periode overlast: Begin juli tot de herfst. Geringe overlast door vervroegde bladval. Bestrijding: Actieve bestrijding van de mot is niet mogelijk. Omdat de larven overwinteren in het afgevallen blad kan het succesvol zijn het blad zoveel mogelijk te verwijderen. Plan van aanpak De gemeente besteed geen specifieke aandacht aan kastanje mineermot, wel wordt extra aandacht besteed aan het bladruimen tijdens de jaarlijkse bladcampagne. Financiële onderbouwing Opruimen van bladafval (voor bomen in plantsoen en gras) ca. 6,- per boom. Deze werkzaamheden zijn onderdeel van het reguliere onderhoudsbudget, waardoor een extra budget niet noodzakelijk is. Groeiplaatsverbetering (voor bomen met matige conditie) ca. 400,- per boom. Deze groeiplaatsverbetering wordt bekostigd vanuit het budget voor de vervanging van bomen (zie paragraaf 5.3) 56 B O M E N B E H E E R P L A N

Iepziekte Betreffende boomsoorten: Iep (Ulmus). Met name de oude rassen (onder meer laevis, minor, glabra, hollandica belgica) Aantal bomen: Ca. 600 (waarvan circa 500 van minder vatbare rassen) Percentage van Beunings bomenbestand: 3% Status: De iepziekte is reeds 100 jaar aanwezig in Nederland. Sinds de jaren 70 is er een meer agressieve variant van de schimmel die ook voorheen resistente klonen van de soort aantast. De schimmel kan zich door middel van de iepenspintkever van boom tot boom verspreiden. Juridische status: Valt onder wetgeving. Opgenomen in APV. Status gemeente Beuningen De gemeente injecteert geen iepen. Zieke bomen worden geveld. Aard aantasting Schimmel. De schimmel wordt door de iepenspintkever verspreid waardoor deze zich in de houtvaten kan verspreiden. Voorgeschiedenis: De schimmel is sinds 1917 in Nederland. Na de tweede wereldoorlog zijn veel verschillende resistente cultivars aangeplant (waaronder Clusius, Plantijn, Commelin) die na het opduiken van een meer agressieve variant van de schimmel in 1971, toch ziek bleken te worden. De laatste 20 jaar is men bezig met het ontwikkelen van nieuwe, beter resistente soorten. Daarnaast is er een vaccin ontwikkeld waardoor de boom jaarlijks beschermd is tegen de ziekte. Gevolgen: De boom sluit na aantasting zijn eigen houtvaten af, waardoor de kroon verwelkt. Vervolgens sterft de boom af. Dode bomen kunnen als broedboom dienst doen voor de nesten van de kevers. Ook door wortelcontact met andere iepen kunnen bomen ziek worden. Periode overlast: De bomen kunnen het gehele groeiseizoen, nádat de iepenspintkever actief wordt (begin mei) worden aangetast, tot aan de herfst. De aantasting brengt geen overlast met zich mee. Bestrijding: Door de bomen regulier te inspecteren in het groeiseizoen kunnen zieke bomen bijtijds worden verwijderd, zodat andere bomen niet ziek worden door wortelcontact. Wanneer een zieke iep wordt geveld, dient deze te worden ontdaan van zijn bast. De bomen kunnen worden beschermd tegen iepziekte door deze jaarlijks te injecteren met het middel Dutch Trig. Plan van aanpak De gemeente voert geen preventieve maatregelen uit Financiële onderbouwing Injecteren boom ca. 30,- per boom Vellen zieke boom ca. 300,- per boom. Benodigd jaarlijks budget : 3.000,- G E M E E N T E B E U N I N G E N 57

Massaria Betreffende boomsoorten: Plataan (Platanus oriëntalis, Platanus x Hispanica, Platanus occidentalis) Aantal bomen: Ca. 650 (waarvan ca. 550 bomen in de risicofase) Percentage van Beunings bomenbestand: 3% Status: De ziekte is sinds 2004 in Nederland. In Zuid Europa komt de ziekte al langer voor. Het betreft een schimmel die voorkomt bij bomen vanaf 30 tot 40 jaar oud en de aanhechting van met name takken in de binnenkroon aantast en verzwakt. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Status gemeente Beuningen Massaria is geconstateerd in de laan langs de Van Heemstraweg. Aard aantasting: Schimmel (parasitair). De schimmel verplaatst zich door de lucht en tast de takverankering aan de bovenzijde van de tak aan. Gevolgen: Door aantasting van de tak oksel kan de tak binnen enkele weken uitbreken, zonder dat dit vanaf de grond zichtbaar is. Periode overlast: Geheel het jaar, met name tijdens het groeiseizoen. De uitbrekende takken kunnen bij bomen langs parkeerplaatsen, wegen en andere drukke plaatsen leiden tot (letsel) schade. Bestrijding: Bestrijding van de schimmel is niet mogelijk. Bomen op risicovolle plaatsen dienen minimaal eens per jaar te worden gecontroleerd met een hoogwerker. Aangetaste takken dienen meteen te worden verwijderd. Plan van aanpak De gemeente wil de massariaziekte monitoren. Hiervoor dienen jaarlijks de platanen in de risicofase te worden gecontroleerd. De gemeente doet dit zoveel mogelijk in combinatie met uitvoeren snoeiwerkzaamheden. Financiële onderbouwing Jaarlijkse controle met hoogwerker ca. 80,- per boom (waarvan 1/3 van de bomen jaarlijks bij de VTA-controle kan worden beoordeeld) Benodigd jaarlijks budget: 30.000,- 58 B O M E N B E H E E R P L A N

Watermerkziekte Betreffende boomsoorten: Alle wilgen (met name Salix alba) Aantal bomen: Ca. 2.400 (waarvan 2.000 Salix alba) Percentage van Beunings bomenbestand: 12% Status: De watermerkziekte is een verwelkingsziekte die al vele decennia in Nederland aanwezig is. De ziekte blijft met name aanwezig omdat tot op de dag van vandaag gevoelig plantmateriaal wordt gebruikt. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Status gemeente Beuningen Door de grote hoeveelheid wilgen in het buitengebied komt de ziekte regelmatig voor. Sterk aangetaste bomen worden verwijderd. Aard aantasting Schimmelaantasting. Door de wind of door plantmateriaal verspreid. Voorgeschiedenis De ziekte komt al decennia voor en tast vooral Salix alba aan. Er zijn rassen ontwikkeld die minder gevoelig zijn voor de aantasting. Gevolgen Ontstaan van dood hout in de boom. Op termijn volledig afsterven van de boom. Periode overlast Tijdens het groeiseizoen, wanneer de schimmel actief is. Bestrijding Bestrijding is niet mogelijk. Bij een lichte aantasting kunnen de aangetaste takken worden verwijderd. Plan van aanpak De gemeente verwijdert sterk aangetaste bomen. Financiële onderbouwing Snoeien. 65,- per boom Vellen 300,- per boom Benodigd jaarlijks budget 3.000,- G E M E E N T E B E U N I N G E N 59

Luis Betreffende boomsoorten: Met name lindes (Tilia), eiken (Quercus), esdoorns (Acer) en beuken (Fagus) Aantal bomen: Aantal lindes ca. 1600 (waarvan 300 in verharding). Percentage van Beunings bomenbestand: 8% Status: Luizen komen al sinds mensheugenis voor op bepaalde typen bomen. De honingdauw die bladluis bij lindes veroorzaakt wordt met name op auto s als grote overlast ervaren. Tijdens vaker voorkomende langere, hetere zomers neemt de overlast door bladluizen toe. Juridische status: Geen. Status gemeente Beuningen Overlast door luis is in Beuningen een bekend verschijnsel. Aard aantasting: Insect. Bladluis zuigt sappen uit het blad van de boom. De luizen scheiden hierdoor een plakkerig sap af. Voorgeschiedenis: In het verleden zijn bladluizen succesvol behandeld door de toepassing van de chemische verdelger Acefaat. Dit middel is echter niet meer toegestaan. Door klimaatverandering is de activiteit van bladluizen toegenomen, met name gedurende hete zomers. Gevolgen: Doordat de luizen een plakkerig goedje afscheiden wordt de ondergrond vies. Door het schimmelen van de honingdauw ontstaat roetdauw, wat met name op auto s voor een laag zorgt die moeilijk te verwijderen is. Periode overlast: Mei t/m augustus, afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid. Bestrijding: Ophangen van zakjes met de larven van de lieveheersbeestjes in de boomkronen. Daarnaast het injecteren van een knoflookpreparaat. Plan van aanpak De gemeente voert geen actieve maatregelen uit. Alleen op specifieke locaties met extreme overlast worden bomen behandeld. Financiële onderbouwing Lieveheersbeestjes bestrijding. 90,- per boom 60 B O M E N B E H E E R P L A N

Wilgenhoutrups Betreffende boomsoorten: Met name populier en wilg, maar ook els, es, eik, appel en esdoorn Aantal bomen: Ca 6.000 wilgen en populieren, waarvan 4.5000 in risico categorie Percentage van Beunings bomenbestand: 23% Status: Inheemse nachtvlindersoort die voorkomt op loofhout. De rups boort gaten door (met name zacht) hout. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Status gemeente Beuningen Omdat in de gemeente Beuningen veel wilgen en populieren staan komt de aantasting regelmatig voor. Aard aantasting: Insect. De rups boort grote gangen in de stamvoet van de boom, zodat de stam op termijn kan afbreken Gevolgen: De wilgenhoutrups boort gaten in het stamhout van de boom. Wanneer het gangenstelsel dermate omvangrijk is kan de boom afknappen en omvallen. Periode overlast: De rups is het gehele jaar in de boom aanwezig. Het duurt circa 2 jaar voordat de rups is verpopt. Gevaar voor stambreuk echter het gehele jaar. Bestrijding: Bestrijding is niet mogelijk. Omdat de meeste aantastingen ontstaan vanuit maai- en aanrijschades dient dit zoveel mogelijk voorkomen te worden. Plan van aanpak Voorkomen van maaischades en andere schades aan stamvoet. Financiële onderbouwing Vellen 300,- per boom Jaarlijkse inspectie bij licht aangetaste bomen 6,- per boom Benodigd jaarlijks budget 1.500,- G E M E E N T E B E U N I N G E N 61

Horzelvlinder & populierenboktor Betreffende boomsoorten: Met name populieren (Populus) Aantal bomen: 3.600 bomen (populus) Percentage van Beunings bomenbestand: 18% Status: Inheemse insectensoorten waarvan de rups het hout van de stamvoet aantast. De rups boort grote gangen in de stamvoet van de boom, zodat de stam op termijn kan afbreken. De snelheid waarmee dit gebeurd is echter langzamer dan bij de wilgenhoutrups. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Status gemeente Beuningen Omdat in de gemeente Beuningen veel wilgen en populieren staan komt de aantasting regelmatig voor. Aard aantasting: Insect. De larve boort grote gangen in de stamvoet van de boom, zodat de stam op termijn kan afbreken Gevolgen: De larves boren gaten in het stamhout van de boom. Wanneer het gangenstelsel dermate omvangrijk is, kan de boom afknappen en omvallen. Periode overlast: De larve is het gehele jaar in de boom aanwezig. Gevaar voor stambreuk echter het gehele jaar. Bestrijding: Bestrijding is niet mogelijk. Omdat de meeste aantastingen ontstaan vanuit maai- en aanrijschades dient dit zoveel mogelijk voorkomen te worden. Plan van aanpak Voorkomen van maaischades en andere schades aan stamvoet. Financiële onderbouwing Vellen 300,- per boom Jaarlijkse inspectie bij licht aangetaste bomen 6,- per boom Benodigd jaarlijks budget 1.500,- 62 B O M E N B E H E E R P L A N

Essensterfte Betreffende boomsoorten: Es (Met name Fraxinus excelsior, daarnaast ook andere rassen als ornus en angustifolia Aantal bomen: Ca. 2.800 Percentage van Beunings bomenbestand: 14% Status: Sinds eind jaren 90 is in Oost Europa een schimmel ontdekt die voor het afsterven van takken en twijgen zorgt bij essen. Aanvankelijk werd verwacht dat alleen twijgen werden aangetast. Al snel werd duidelijk dat aangetaste bomen vaak volledig afsterven. Sinds 2011 is essensterfte ook in Nederland aanwezig. Het is nog onduidelijk hoe de ziekte zich gaat ontwikkelen. Juridische status: Valt onder verhoogde zorgplicht. Status gemeente Beuningen Binnen de gemeente Beuningen is nog geen essensterfte waargenomen Aard aantasting: Schimmel. Aantasting van het cambium van takken en twijgen, (bastnecrose) waardoor deze afsterven. Voorgeschiedenis: Sinds eind jaren 90 in Europa. Complete essenbossen en stadsbeplantingen zijn al verdwenen in Oost Europa en Scandinavië. Gevolgen: Twijg sterfte en afsterven van de complete boom Periode overlast: Geheel groeiseizoen Bestrijding: Nog niet mogelijk Plan van aanpak Wanneer essensterfte zal worden waargenomen zal een plan van aanpak worden opgesteld. Financiële onderbouwing De ziekte is nog niet in Beuningen gesignaleerd, reservering van een budget voor maatregelen is dan ook nog niet noodzakelijk. Onderstaande bedragen zijn daarom indicatief en niet meegenomen in het budget Vellen 300,- per boom Jaarlijkse inspectie bij licht aangetaste bomen 6,- per boom Benodigde reservering 5.000,- G E M E E N T E B E U N I N G E N 63