Rasresistentie tegen Phytophthora infestans in het loof

Vergelijkbare documenten
Selectieprogramma CRA-W resultaten 2014

5.2 Rassenselectie om plaagresistentie te verbeteren

Karakterisatie van stammen van de aardappelziekte in Wallonië (2012)

Karakterisatie van stammen van de aardappelziekte in Wallonië (2014)

Evolutie van de Belgische voorraden

AARDAPPELEN. nr variëteit maat zaadhuis. 1 Agria Bioselect Agrico/Binst. 2 Biogold Van Rijn. 3 Charlotte Bio Terra (Binst)

Onderzoek naar de gevoeligheid van aardappelrassen voor kringerigheid, op percelen met Trichodorus primitivus besmet met tabaksratelvirus.

Sterke rassen weerstaan hoge plaagdruk (2014)

Raseigenschappen biologische aardappelen. Vermeerdering Biologisch Uitgangsmateriaal (VBU) KW0826 Door: Douwe Werkman

Evolutie van de Belgische voorraden

RASSENKEUZE BIOLOGISCHE AARDAPPELEN. Lieven Delanote, Karel Dewaele - Inagro

Genetisch gewijzigde aardappelen ter bestrijding van de aardappelziekte. met de medewerking van

Nieuwe rassen dienen zich aan

Groeicurve Bintje en Fontane 2014

Waarschuwingsdienst aardappelziekte PCA

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw

CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS AARDAPPELEN (Solanum tuberosum L.

Bestrijding Phytophthora in aardappelen. H. Schepers, G. Kessel & B. Evenhuis

Fractioneren van de stikstofbemesting in aardappelen 6 jaar proeven

Nieuwe rassen dienen zich aan

Bestrijding van Fusarium in lisianthus

Impuls voor afzet bio aardappel

Het effect van fungiciden op knolphytophthora (2007). Auteurs: Ing J.R. Kalkdijk, Dr. Ir. A. Evenhuis en Dr. Ir. H.T.A.M. Schepers

RAPPORT. Gevoeligheid van aardappelrassen voor schade door stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) Ing. Egbert Schepel

BESTRIJDING VAN VALSE MEELDAUW IN PETERSELIE

Loofresistentie tegen P.infestans in aardappel

Invloed van koken in de microgolf op de kwaliteit van de aardappelen

Bestrijding van Myrothecium in lisianthus

Alternariain in aardappel: een ziektecomplex? Prof. Geert Haesaert Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen Vakgroep Toegepaste Biowetenschappen

Tot de laatste korrel robuust in de strijd tegen Phytophthora.

ELKE AARDAPPEL VERDIENT DE BESTE BESCHERMING.

Het Bintje-PLUS project

TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP (TIW) VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN

10.2 Rassenproef biologische aardappelen

Groeicurve Amora en Anosta (2015)

Groeicurve Première en Sinora (2016)

Jolien Bode, Technisch onderzoeksmedewerker

Groeicurve Bintje en Fontane 2015

Rassenproef aardappelen biologische teelt 2016: Plaagresistent aanbod breidt fors uit

9.4 Invloed koude tijdens bewaring pootgoed K. Demeulemeester (Inagro)

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw

Een uniek duo. Informationen unter: Hotline:

Carial Star Eén schot, twee voltreffers

Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje

ELKE AARDAPPEL VERDIENT DE BESTE BESCHERMING.

C. Meijer BV Lady Anna. Willem in t Anker

Bestrijding van Fusarium in tomaat

Rassenproef biologische aardappelteelt (2016)

Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy

DACOM - Waarnemingstabellen

Groeicurve Première en Anosta

Effectieve bestrijding van Phytophthora infestans bij minimaal fungicidengebruik met behulp van waarschuwingssystemen

Doel van het onderzoek

Beheersing van bacterie in pootgoed

Groeicurve Bintje en Fontane 2016

Vitale aanpak Cylindrocladium besmettingsproef 2016 onderdeel van Koepelproject plantgezondheid bomen en vaste planten

PROLONG XP IN POOTGOED UITGEVOERD DOOR PROEFTUIN ZWAAGDIJK 2017

PROTOCOL CULTUUR- EN GEBRUIKSWAARDE- ONDERZOEK VAN ZOMERTARWERASSEN

pca Bewaarproblemen oogst 2014

WRATZIEKTE & FYTOPLASMEN. Kürt Demeulemeester

Bestrijding van blad- en aarziekten in wintertarwe. EH 859 Door: ing.h.w.g.floot

DACOM WAARNEMINGSTABELLEN ZIEKTEMANAGEMENT - ALLE BESCHIKBARE GEWASSEN

SNIJBOON ONDER GLAS 2015

BESTRIJDING VAN KASWITTEVLIEG (Trialeurodes vaporariorum) IN TOMAAT

Preventie Buxus, bodem en bodemleven

Het gebruik van humuszuren bij de bemesting van aardappelen

landbouw en natuurlijke omgeving plantenteelt open teelten CSPE BB

BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF

Een specialiteit van Belgische bodem

3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt

Curatieve en eradicatieve (stop) werking van fungiciden tegen Phytophthora 2009

9.1 Kiemremming van in het veld

Valse meeldauw in zonnebloemen. Marjan de Boer, Suzanne Breeuwsma, Jan van der Bent, Rik de Werd en Frank van der Helm

Rijenbehandeling in aardappel met Amistar

plantaardappelgids tuin dier bakplezier

Biologische bestrijding van echte meeldauw in zomerbloemen. biokennis

Proefresultaten zoete aardappel 2017

Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen

Hét kiemremmingsmiddelen voor aardappelen en uien

Transcriptie:

Rasresistentie tegen Phytophthora infestans in het loof - 2013 V. César (CRA-W) Samenvatting Om de aardappelziekte onder controle te houden zijn heel wat fungicidebehandelingen nodig. Het gebruik van rassen met een lagere gevoeligheid voor Phytophthora infestans blijft veruit de beste werkwijze om op een preventieve manier deze pathogeen aan te pakken. Elk jaar worden in Libramont verschillende rassen getest op hun gevoeligheid voor de aardappelziekte. Pas op 9 juli verschenen de eerste symptomen van de aardappelziekte in de proef. Het relatief droge weer leidde niet tot een snelle ontwikkeling van de symptomen. Eind juli begin augustus werd het weer wisselvallig wat zorgde voor een versnelling van de infecties. De meest resistentie rassen in de proef waren Carolus, Sarpo Mira en Bionica. Inleiding Phytophthora infestans blijft de belangrijkste plaag in de aardappelteelt. Onder gunstige omstandigheden kan deze ziekte een gewas in enkele weken tijd vernietigen. Om de plaag te bestrijden gebruiken de landbouwers zeer regelmatig fungiciden rekening houdende met waarschuwingssystemen. Tijdens een normaal groeiseizoen worden ongeveer 15 bespuitingen uitgevoerd. Planten van minder gevoelige variëteiten is een manier om het aantal fungicidebespuitingen te verminderen met behoud van een goede fytosanitaire gezondheid van het perceel. Het gebruik van deze rassen zorgt voor een reëel voordeel op het gebied van behoud van het milieu en een daling van de risico s voor de gebruiker. Elk jaar wordt een proef uitgevoerd in Libramont om de gevoeligheid voor Phytophthora te bepalen van de belangrijkste aardappelrassen in België. Er worden ook steeds nieuwe rassen opgenomen waarvan een aantal bestemd zijn voor de biologische markt als ook klonen afkomstig van het selectieprogramma van CRA-W. De kennis en de ontwikkeling van tolerante of zelfs resistente rassen voor Phytophthora is één van de manieren om te beantwoorden aan enerzijds de Europese doelstelling om het gebruik van pesticiden te reduceren en anderzijds aan de implementatie van de geïntegreerde bestrijding binnen de lidstaten. Doelstellingen Deze proef heeft als doel de gevoeligheid van Phytophthora infestans in het loof te bepalen bij diverse rassen. Deze variëteiten werden geselecteerd op basis van hun resistentie (zoals bleek uit het verleden) of omdat ze veel geteeld worden of nieuw zijn. Daarnaast heeft de proef ook als doel om de gevoeligheid voor Phytophthora te evalueren van de klonen afkomstig van het selectieprogramma van het CRA-W.

Teeltomstandigheden De proef was aangelegd in Bras (deelgemeente van Libramont). De bemesting en onkruidbestrijding gebeurden volgens de gangbare praktijk. Er werden 26 rassen getest in een ad random blokkenproef met 4 parallellen. Elk veldje was 2,7 m² groot en bestond uit 3 rijen met telkens 8 planten. Aan beide kanten van de veldjes werden infectierijen aangelegd met het ras Bintje. De infectie kwam op natuurlijke wijze in het perceel. De klonen uit het selectieprogramma werden op hetzelfde perceel geplant maar zonder herhalingen door een tekort aan pootgoed. De proef werd op twee tijdstippen geplant: herhaling 1 en 2 werden geplant op 28 mei maar moest onderbroken worden door de regen. Herhaling 3 en 4 werden op 6 juni geplant. In tegenstelling tot 2012 was het redelijk droog, wat niet gunstig is voor een snelle ontwikkeling van Phytophthora. De gemiddelde dagtemperaturen lagen rond 15-20 C met uitzondering van eind juni met onweders en frisse temperaturen. Tijdens juli en augustus bleef het weer relatief rustig soms afgewisseld door perioden van regen die ervoor zorgden dat de aardappelziekte zich toch kon ontwikkelen. Grafiek 1 Weersomstandigheden van 28 mei tot 31 augustus 2013 (bron: Pameseb) Vanaf het verschijnen van de eerste symptomen op het perceel (9 juli) werden elke 3 tot 4 dagen waarnemingen gedaan. De graad van aantasting werd uitgedrukt in percentage aangetast blad volgens de schaal van het Europees Netwerk Eucablight. Uit deze waarnemingen werd de AUDPC-waarde (Area Under the Disease Progress Curve) berekend. Dit liet vervolgens toe om een cijfer voor gevoeligheid te berekenen (via extrapolatie van de resultaten van de referentierassen). Bintje, Markies, Gasoré en Sarpo Mira haalden respectievelijk 2,4; 5,4; 7,6 en 8,9 op een schaal van 1 tot 9 (met 9 = totale resistentie). De rassen en klonen in proef worden weergegeven in Tabel 1.

Tabel 1 Lijst van de rassen en klonen getest op gevoeligheid voor Phytophthora infestans op het blad Rassen Klonen (kruisingen) Agria Triplo 09-11-17 R8 99 sassa x Dalida Allians Princess 09-12-24 R8 99 sassa x Dalida Asterix Sarpo Mira 09-12-39 R8 99 sassa x Dalida Bintje Spunta 09-12-41 R8 99 sassa x Dalida Biogold Victoria 09-22-18 Spunta - Eden Bionica Vitabella 09-23-05 Sarpo Mira x Apolline Bionta 09-23-21 Sarpo Mira x Apolline Carolus 09-23-25 Sarpo Mira x Apolline Challenger 09-24-11 Eden x Apoline Désirée 08-11-17 Marabel x Vineta Fontane 08-13-09 Bellarosa x Mariline Franceline 08B-11-04 Marabel x Vineta Gasoré 08B-15-01 Eden x Mariline Innovator 08B-18-14 Marabel x Tivoli Lady Rosetta 07-06-09 Gasoré x Désirée Leire 07-10-89 Gasoré x Victoria Leonardo 07-10-96 Gasoré x Victoria Markies 07-10-123 Gasoré x Victoria Miss Bianka 05-01-08 Gasoré x Impala Miss Malina 05-01-48 Gasoré x Impala Voorkomen en ontwikkeling van de aardappelziekte De eerste symptomen van de aardappelziekte verschenen op 9 juli in de rassen Bintje, Spunta en Asterix. Het relatief droge weer leidde niet tot een snelle ontwikkeling van de symptomen. Grafiek 2 Modellering van de infecties van de aardappelziekte in Libramont van 1 juli tot 31 augustus 2013 (bron: www.pameseb.be)

Juli werd gekenmerkt door extreem droog weer met 19 opeenvolgende dagen zonder neerslag en een gemiddelde temperatuur dicht bij 20 C. Met als gevolg dat er weinig infectiekansen werden geregistreerd. Maar vanaf het einde van juli tot 9 augustus was het weer wisselvallig met regelmatig stortbuien en temperaturen overdag rond 25 C. Deze omstandigheden zorgden voor een snelle opeenvolging van de infecties wat zich vertaalde in een algemene aantasting. Het einde van augustus werd vervolgens gekenmerkt door zachtere temperaturen en relatief weinig neerslag. Maar dankzij de dagelijkse aanwezigheid van ochtenddauw kon de aardappelziekte zich blijven ontwikkelen. Vanaf midden augustus waren de gevoelige rassen bijna volledig vernietigd. De waarnemingen werden gestopt eind augustus. In 2012 waren 21 dagen nodig vooraleer het loof van Bintje volledig vernietigd was. In 2013 was er dubbel zoveel tijd nodig of dus 42 dagen om dezelfde aantasting te zien. Grafiek 3 toont de evolutie van aangetast loof door de aardappelziekte per groep rassen met dezelfde gevoeligheid. Grafiek 3 Evolutie van de bladaantasting door Phytophthora infestans van 1 juli tot 31 augustus Resultaten De rassen Bintje, Lady Rosetta, Spunta, Princess, Franceline, Challenger en Miss Bianka toonden een zeer snelle voortgang van de loofaantasting eenmaal de eerste symptomen optraden. Vijftien dagen na het begin van de infectie was reeds 50% van het loof aangetast. Deze rassen worden dus aanzien als zeer gevoelig. De rassen Innovator, Désirée, Fontane, Leonardo, Markies, Victoria en Asterix worden beschouwd als gevoelig. Op het einde van de waarnemingen was er nog weinig groen loof aanwezig. Ook bij deze rassen breidde de infectie zich snel uit zoals bij de zeer gevoelige rassen, maar met een lagere bladaantasting.

Anderzijds worden de rassen Agria, Triplo, Leire, Bionta, Miss Malina en Allians dit jaar beschouwd als matig gevoelig. Terwijl de infectie reeds bij het begin van de waarnemingen duidelijk zichtbaar was op de gevoelige rassen, bleven de infecties bij deze rassen eerder beperkt. Op het einde van de waarnemingen was 50% van het loof nog groen. Tenslotte tonen de rassen Gasoré, Vitabella, Biogold, Bionica, Sarpo Mira en Carolus een hoog niveau van resistentie. Deze rassen worden dus beschouwd als weinig gevoelig. Op het einde van de waarnemingen, wanneer het loof van de gevoelige rassen bijna helemaal vernietigd was, bedroeg de gemiddelde aantasting van de resistentie rassen slechts 15%. Onder deze rassen werden Bionica, Sarpo Mira en Carolus bijna niet geïnfecteerd. Daarom krijgen deze drie rassen dan ook de maximum score van 9. De gevoeligheid van de verschillende rassen voor de aardappelziekte gedurende de voorbije jaar wordt weergegeven in Tabel 2. Tabel 2 Gevoeligheid voor Phytophthora infestans in het blad van 2010 tot 2013 Gevoeligheid voor Phytophthora infestans Ras 2013 2012 2011 2010 Bintje 2,6 2,2 2,3 2,5 Lady Rosetta 3,2 3,4 1,3 2,8 Spunta 3,8 - - - Princess 4,1 - - - Franceline 4,3 - - - Challenger 4,4 6,5 4,9 - Miss Bianka 4,4 - - - Innovator 4,9 5,9 4,0 3,8 Désirée 5,0 3,8 4,0 Fontane 5,0 4,4 1,8 3,1 Leonardo 5,1 - - - Markies 5,2 5,7 5,5 4,6 Victoria 5,5 4,2 - - Asterix 5,5 4,7 4,5 - Agria 5,6 5,6 5,1 3,5 Triplo 5,6 - - - Leire 5,7 5,1 - - Bionte 6,1 8,7 8,2 - Miss Malina 6,5 6,7 - - Allians 6,8 - - - Gasoré 7,4 8,1 6,3 7,6 Vitabella 7,4 - - - Biogold 7,6 7,7-6,3 Bionica 9,0 8,5 9,0 9,0 Sarpo Mira 9,0 8,6 8,9 9,0 Carolus 9,0 8,6 - - Het selectieprogramma van het CRA-W heeft als doel om rassen te creëren die weinig gevoelig zijn voor de aardappelziekte en toch hun interessante technologische en landbouwkundige eigenschappen behouden. De keuze van de ouderlijnen richt zich dus naar rassen die weinig gevoelig zijn voor Phytophthora infestans (Sarpo Mira, Bionica, Gasoré, ) en een goede culinaire kwaliteit en verwerkingseigenschappen hebben (Charlotte, Fontane, Victoria, ). Momenteel vertonen enkele klonen in de selectie een gedrag ten opzichte van de aardappelziekte vergelijkbaar met weinig gevoelig rassen (kruising Sarpo Mira x Apolline).

Besluit De keuze voor rassen met een lagere gevoeligheid voor ziekten blijft veruit de beste werkwijze om op een preventieve manier ziekten aan te pakken. Dit is des te meer van toepassing in het kader van de bestrijding van Phytophthora infestans, een ziekte die heel wat fungicidebehandelingen vereist gedurende het groeiseizoen. Ook in 2013 werden grote verschillen in gevoeligheid voor Phytophthora infestans waargenomen tussen de geteste rassen. Terwijl de meest gevoelige rassen volledig vernietigd werden door de aardappelziekte, vertoonden de minst gevoelige rassen zeer weinig symptomen. Het gebruik van deze variëteiten zou een daling in het aantal fungicidebespuitingen kunnen toelaten terwijl het loof gezond blijft. In welke mate de bescherming kan verminderd worden zou in specifieke proeven moeten beoordeeld worden. Onder de geteste rassen in 2013 vertoont het ras Vitabella een uitzonderlijke resistentie met een gevoeligheid van 7,4 (vergelijkbaar met Gasoré en Biogold). Vitabella (kweekbedrijf KWS) is een ras bestemd voor de biologische teelt. Het is een vroeg ras dat goed bewaart. Zijn gladde schil zorgt ervoor dat hij gewassen gecommercialiseerd kan worden. Net als in 2012 vertoont het ras Carolus (kweekbedrijf Agrico) een uitstekende resistentie tegen de aardappelziekte. Er werd zelfs geen enkel symptoom gezien op het loof tot op het einde van de waarnemingen. Dit is een ras bestemd voor de versmarkt en is eerder bloemig. Verschillende klonen in het selectieprogramma vertonen eveneens een hoog gevoeligheidscijfer (een goede resistentie tegen Phytophthora infestans). Dit stimuleert de verdere ontwikkeling van het selectieprogramma en het creëren van nieuwe rassen binnen het CRA-W.