3 maart 2016
Inhoudsopgave 1 Gesprekken 3 1.1 Werkwijze 3 1.2 Jaaroverzicht 4 2 Hulpvraag 5 2.1 Aard van de organisatie 5 2.2 Specificatie bellers 6 2.3 Specificatie misstanden 7 2.4 Specificatie ouderdom misstanden 8 2.5 Vervolgacties naar aanleiding van de gesprekken 9 2
1 Gesprekken 1.1 Werkwijze Sinds eind 2012 kan iedereen persoonlijke ervaringen met misstanden binnen gesloten groepen van religieuze, therapeutische of educatieve aard bespreken met de vertrouwenspersonen van. is zeven dagen per week bereikbaar van 10.00 tot 17.00 uur via het telefoonnummer 088-5543276. Afhankelijk van het doel van het telefoongesprek maken de vertrouwenspersonen van een gespreksverslag (casus). Tijdens de gesprekken komen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde: 1. Organisatie in kwestie (naam, type, leider, etc.) 2. Aanleiding om te bellen 3. Overzicht van de misstanden 4. Eerdere meldingen en contacten met andere organisaties 5. De hulpvraag van de beller Registratie van cases vindt plaats op basis van een vast format. Na afloop van het gesprek krijgen bellers een dossiernummer. Hiermee kan het betreffende dossier er eenvoudig bij gepakt worden bij een vervolgcontact, ook als de eerdere vertrouwenspersoon niet aanwezig is. Afhankelijk van de hulpvraag van de beller wordt een vervolg gegeven aan het eerste vertrouwensgesprek. Indien gewenst wordt contact tot stand gebracht met een partner uit het brede netwerk van, bijvoorbeeld op het gebied van opsporing, recht of zorg- en hulpverlening. 3
1.2 Jaaroverzicht In 2015 registreerden de vertrouwenspersonen van 57 unieke cases. Dit aantal ligt lager dan vorig jaar, maar in de gesprekken werden wel meer misstanden gemeld (zie hoofdstuk 2.3). Het aantal cases per maand varieerde van twee (oktober) tot zeven (mei en november). Het gemiddelde ligt op bijna vijf cases per maand. Aantal cases Aantal telefoontjes Januari 6 11 Februari 5 7 Maart 5 17 April 3 6 Mei 7 19 Juni 5 17 Juli 5 8 Augustus 4 22 September 4 15 Oktober 2 15 November 7 19 December 4 10 Totaal 2015 57 166 Totaal 2014 63 213 Tabel 1: Cases per maand 4
2 Hulpvraag 2.1 Aard van de organisatie hanteert drie typen categorieën om de aard van de organisatie in te delen: religieuze, therapeutische en educatieve bewegingen. Net als voorgaande jaren is er in de meeste cases (41%) sprake van een organisatie van religieuze aard. Er werd in 2015 meer gebeld over groepen van therapeutische en educatieve aard. Het aantal cases over organisaties van therapeutische aard steeg van twaalf naar achttien. Het aantal cases over educatieve groepen steeg van twee naar tien. In een aantal gevallen was er sprake van een combinatie tussen achtergronden. In zeventien cases was de aard van de organisatie niet in de eerdergenoemde types te categoriseren of werd er in het gesprek te weinig prijsgegeven over de organisatie. 2015 % 2014 Religieus 31 41% 43 68% Therapeutisch 18 24% 12 19% Educatief 10 13% 2 3% Onbekend/Overig 17 22% 6 10% Tabel 2: Aard van de organisatie 2015 2014 3% 10% Religieus 13% 22% 41% 19% 68% Therapeutisch Educatief 24% Onbekend/overig 5
2.2 Specificatie bellers biedt steun, informatie en advies aan slachtoffers van misstanden binnen sektes. Daarnaast kunnen ook bezorgde familieleden, kennissen en vrienden bij de vertrouwenslijn terecht. In ruim een derde (36%) van de gevallen neemt de beller contact op met om eigen ervaringen binnen gesloten groepen te bespreken. Verder nemen familieleden, vrienden en andere naasten van mensen die betrokken zijn bij een sekte contact op met. Ook voor deze groep biedt de vertrouwenslijn een mogelijkheid om een gesprek te hebben, informatie of zorgen te delen of gepaste hulp- of zorgverlening in te schakelen. In een kwart van de gevallen is het een kind of kleinkind waarover gebeld wordt, in de overige gevallen is de relatie heel divers: van een cliënt tot vrienden. In tabel 3 is een volledig overzicht te zien over wie de beller contact zocht met. In een aantal gevallen werd er over meerdere personen gebeld. 2015 % 2014 % Zichzelf 24 36% 26 41% Kind 17 25% 6 10% Partner 9 13% 6 10% Familie 6 9% 8 13% Ouders 3 5% 2 3% Overig 8 12% 9 14% Ex-partner - - 2 3% Onbekend - - 4 6% Tabel 3: Belt over 2015 2014 Zichzelf 9% 5% 12% 36% 3% 14% 41% Kind Partner Familie 13% 10% Ouders Overig 25% 3% 13% 10% Ex-partner Onbekend 6
2.3 Specificatie misstanden De misstanden binnen sektarische groepen waarover gebeld werd zijn heel divers. heeft de misstanden gecategoriseerd. In 28 gevallen wordt gesproken over financiële misstanden en in 23 gevallen over sociale isolatie. Ook geweld (16 keer), seksuele misstanden (5 keer) en medische misstanden (4 keer) komen aan de orde. Opvallend is dat er in 2015 meer misstanden ter sprake kwamen dan een jaar eerder. In het onderstaande figuur staat het volledige overzicht met misstanden. Het aantal geregistreerde misstanden per jaar (81 in 2015 en 55 in 2014) overtreft het totaal aantal cases per jaar (57 in 2015 en 63 in 2014), omdat er in sommige gevallen meerdere misstanden in een casus gemeld zijn. Misstanden (absolute aantallen) 2015 2014 28 27 23 19 16 16 14 7 5 8 4 4 4 0 1 1 In elf cases was in 2015 sprake van misstanden met minderjarigen. Dat was niet eerder zo hoog (vijf in 2014 en acht in 2013). Er was in deze gevallen met name sprake van sociale isolatie (vijf keer) en seksuele misstanden (vier keer) met minderjarigen. 7
Misstanden met minderjarigen (specificatie 2015) Sociale isolatie 5 Seksueel 4 Geweld Medisch 1 1 2.4 Specificatie ouderdom misstanden In ruim de helft van de gevallen (60%) vonden de misstanden minder dan een jaar geleden plaats. Er werd ten opzichte van een jaar eerder meer gebeld over misstanden die langer dan drie jaar geleden plaats vonden. 2015 % 2014 % 0-1 jaar 34 60% 52 82% 1-3 jaar 8 14% 1 2% > 3 jaar 12 21% 5 8% Onbekend 3 5% 5 8% 57 63 Tabel 4: Ouderdom van de misstand 2015 2014 5% 8% 8% < 1 jaar 21% 2% 1-3 jaar 14% 60% 82% > 3 jaar Onbekend 8
2.5 Vervolgacties naar aanleiding van de gesprekken In 2015 werd negentien keer is doorverwezen naar een van de tweedelijnspartners, acht keer naar een reguliere zorg- of hulpverlener en vijf keer naar een opsporingsinstantie zoals de FIOD of politie. Het percentage doorverwijzingen lag niet eerder zo hoog. Dit komt mede dankzij de investeringen in het netwerk van. In 36 cases was geen vervolgactie nodig. De beller had zelf al stappen ondernomen en wilde een verhaal alleen delen (signaalfunctie) of het bieden van een luisterend oor of advisering van de eerstelijn was voldoende. 2015 % 2014 % Doorverwijzing tweedelijns organisatie 19 28% 13 21% Doorverwijzing reguliere zorg/hulpverlening 8 12% 7 11% Doorverwijzing opsporingsinstantie 5 7% 5 8% Signaalfunctie problematiek 10 15% 3 5% Geen 26 38% 35 55% Tabel 5: Vervolgactie 2015 2014 Tweedelijns 38% 15% 28% 7% 12% 55% 21% 11% 8% 5% Zorg- / hulpverlening Opsporingsinstantie Signaalfunctie Geen 9