Seizoen: 2016-2017 Vak: Klas: 3/4 Afdeling: Mavo Herkansingen/inhalen: Tijdens de herkansingen kunnen de SE s van een trimester herkanst en/of ingehaald worden. Echter een ingehaald SE kan niet worden herkanst, de voorgangstoetsen uit de periodes 1 t/m 5 kunnen niet worden herkanst. School Examens (SE s) met open/gesloten vragen Trimester Wat moet ik kennen Wat moet ik kunnen Eindtermen Duur (min) M/S Cijfer/ code Weegfacto r 1 1. Procenten 2. Kaart en doorsnede 4. Statistiek Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan: zich oriënteren op het belang van wiskunde voor de eigen loopbaan en voor zijn functioneren in de maatschappij een relatie leggen tussen wiskundige kennis en vaardigheden en de beroepspraktijk. k1, k2, k3, k6. k7, V3 90 min S SE1 3 Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat kan structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen, en daarbij: wiskundige technieken kiezen en gebruiken om
problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën toepassen. Meetkunde en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren. en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren. Informatieverwerking, statistiek De kandidaat kan informatie verzamelen, weergeven en analyseren met behulp van grafische voorstellingen, en daarbij: statistische representatievormen en een graaf hanteren op basis van de verwerkte informatie verwachtingen uitspreken en conclusies trekken. gewogen gemiddelde van de voortgangstoetsen periode 1 n.v.t. 1 2 3 formules en Oriëntatie op leren en werken K1, K2, K3, 90 S SE2 3
grafieken 5 meetkunde 6 verschillende verbanden 7 oppervlakte en inhoud De kandidaat kan: zich oriënteren op het belang van wiskunde voor de eigen loopbaan en voor zijn functioneren in de maatschappij een relatie leggen tussen wiskundige kennis en vaardigheden en de beroepspraktijk. Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken K4, K5, K6, K8, V3 min Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat kan structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen, en daarbij: wiskundige technieken kiezen en gebruiken om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën toepassen. Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 5. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 6. De kandidaat kan
problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. Meetkunde 8. De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte, en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren. 9. en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren. Geïntegreerde Wiskundige Activiteiten 11. De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd gebruiken conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie gewogen gemiddelde voortgangstoetsen periode 2 n.v.t. 1 3 8 machten 9 grafieken en Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan: zich oriënteren op het belang van wiskunde voor de eigen loopbaan en voor zijn K1, K2, K3, K4, K6, K8 S SE3 3
vergelijkingen 10 goniometrie functioneren in de maatschappij een relatie leggen tussen wiskundige kennis en vaardigheden en de beroepspraktijk. Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat kan structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen, en daarbij: wiskundige technieken kiezen en gebruiken om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën toepassen. Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 5. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 6. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen,
grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. Meetkunde 8. De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte, en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren. 9. en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren. Geïntegreerde Wiskundige Activiteiten 11. De kandidaat kan problemen in alledaagse situaties vertalen naar wiskundige problemen, en daarbij: de hierboven genoemde vaardigheden geïntegreerd gebruiken conclusies trekken die relevant zijn voor de bewuste probleemsituatie gewogen gemiddelde voortgangstoetsen periode 3 1 4 2 verbanden 3 afstanden en hoeken Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan: zich oriënteren op het belang van wiskunde voor de eigen loopbaan en voor zijn functioneren in de maatschappij een relatie leggen tussen wiskundige kennis en vaardigheden en de K1, K2, K3, K4, K5, K6 S SE4 7
4 grafieken en vergelijkingen 5 rekenen meten en schatten beroepspraktijk. Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat kan structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen, en daarbij: wiskundige technieken kiezen en gebruiken om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën toepassen. Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 5. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 6. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen
gebruiken. Rekenen, meten en schatten De kandidaat kan efficiënt rekenen en cijfermatige gegevens kritisch beoordelen, en daarbij: schatten en rekenen met gangbare maten en grootheden op een verstandige manier de rekenmachine gebruiken. Meetkunde en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren. 9. De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte, en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren. gewogen gemiddelde voortgangstoetsen periode 4 1 5 6 vlakke figuren 7 verbanden 8 ruimtemeetkunde Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan: zich oriënteren op het belang van wiskunde voor de eigen loopbaan en voor zijn functioneren in de maatschappij een relatie leggen tussen wiskundige kennis en vaardigheden en de beroepspraktijk. K1, K2, K3, K4, K6, S SE5 7 Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die
betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken Leervaardigheden in het vak wiskunde De kandidaat kan structuren en verbanden opsporen in voor hem herkenbare situaties en verbindingen leggen met wiskundige begrippen, en daarbij: wiskundige technieken kiezen en gebruiken om problemen op te lossen, waaronder basisalgoritmen en standaardmethodes communiceren door middel van adequaat (wiskundig) taalgebruik adequate onderzoeks- en redeneerstrategieën toepassen. Algebraïsche verbanden De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en woordformules hanteren, in het bijzonder bij lineaire verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 5. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en (woord)formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. 6. De kandidaat kan problemen oplossen waarin verbanden tussen variabelen een rol spelen, en daarbij: tabellen, grafieken en formules hanteren bij verschillende typen verbanden geschikte wiskundige modellen gebruiken. Meetkunde
en interpreteren van objecten en hun plaats in de schatten en berekenen meetkundige begrippen, instrumenten en apparaten hanteren. 9. De kandidaat kan voorstellingen maken, onderzoeken en interpreteren van objecten en hun plaats in de ruimte, en daarbij: redeneren over meetkundige figuren en deze tekenen afmetingen meten, schatten en berekenen meetkundige begrippen en formules, instrumenten en apparaten hanteren. Informatieverwerking, statistiek gewogen gemiddelde voortgangstoetsen periode 5 1 6 Examentraining Bron(nen): https://www.examenblad.nl/examenstof/syllabus-2017-wiskunde-vmbo/2017/f=/wiskunde_vmbo_2_versie_2017.pdf Praktische opdrachten (PO s) Trimester Wat moet ik kennen Wat moet ik kunnen Eindtermen Duur (min) M/S Cijfer/ code Weegfacto r 1 PO1 2 PO2 3 PO3 Bron(nen):
Opmerkingen bijv. inleverdata PO Berekening gemiddeld cijfer gemiddeld SE 3M GSE 3M = (x*se1 + x*se2 + x*se3 + PO1 + PO2 + PO3) / x