SNIJBOON ONDER GLAS 215 1. Snijboon - vergelijking stengeldichtheid en bladplukfrequentie TOAGLA15SJB_TT1 Doel van de proef Bepalen wat de invloed is van de stengeldichtheid en de frequentie van bladplukken op de arbeidsduur en opbrengst van snijbonen. Proefopzet Object Stengeldichtheid Bladpluk Wijd + bladpluk. 2,83 stengels/m² Standaard Wijd geen 2,83 stengels/m² Geen Dicht + bladpluk. 3,125 stengels/m² Standaard Dicht geen 3,125 stengels/m² Geen Stengeldichtheid (zie figuur 1) Dicht = 3,125 stengels/m² = 2 x 16 cm en 2 zaden/pot, waarbij de twee stengels elk afzonderlijk werden opgeleid langs een touw, in V-vorm. Per mat staan er 3 steenwolpotten. Wijd = 2,83 stengels/m² = 3 x 16 cm en 2 zaden/pot, waarbij de twee stengels elk afzonderlijk werden opgeleid langs een touw, in V-vorm. Per mat staan er 2 steenwolpotten. Bladpluk Standaard = regelmatige wegname van blad, met de bedoeling het gewas luchtig te houden en de oogst makkelijker te maken. Geen= geen bladpluk Experimentele eenheid (proefveldje) = 3,6 m lang (1 rij van ong. 3 steenwolmatten) x 1,6 m breed. Aantal parallellen: 2 Voor elk van de vier objecten werd de nodige arbeid nauwkeurig opgemeten. Dit gebeurde in veldjes van 9,6 m lang (1 rij van ong. 8 steenwolmatten) x 1,6 m breed, en telkens enkel in de achteraan gelegen parallel. Proefomstandigheden Substraatteelt, met planten in steenwolpotten geplant op steenwolmatten. De onderlinge afstand tussen twee steenwolmatten was telkens 2 cm. Zaaidatum: 6 februari 215 Plantdatum: 19 februari 215 Oogstperiode: 1 april 12 juni 215 Ras: Oriente (Hortiplan) De teelt werd beëindigd na de tweede vlucht. Hoogte horizontale gewasdraad: 2 m boven de mat. Als de stengels boven de gewasdraad kwamen, werden deze getopt. Verder werd er niet gesnoeid in de scheuten.
Figuur 1. Opbinden van de planten langs de touwen bij de twee stengeldichtheden (links: 3,125 stengels/m²; rechts: 2,83 stengels/m²) Bladpluk Bij het object met standaard bladpluk werd gedurende de teelt 4 maal blad geplukt: op 15 april en 6 mei (telkens 3 bladeren per plant verwijderd), op 19 mei (5 bladeren per plant verwijderd) en op 28 mei (8 bladeren per plant verwijderd). Biologische gewasbescherming De roofmijt Amblyseius swirskii werd preventief ingezet tegen trips en spint. Dat gebeurde onder vorm van kweekzakjes. Chemische middelen werden nooit ingezet. Hoewel dit jaar het insectengaas uit de ventilatieramen verwijderd werd, werd geen last ondervonden van bladluizen. Bemesting en watergift Er werd een standaardvoedingsoplossing gebruikt zoals bij tomaat, maar met een vierde minder magnesium 1 (EC = 2,-2,2 ms/cm). Het aantal druppelbeurten werd geregeld op basis van de lichtintensiteit. Er werd gestreefd naar 25% drain. Resultaten Opbrengst en kwaliteit Tijdens de tweede vlucht begon de opbrengst van het veldje Dicht + bladpluk in de vooraan gelegen parallel sterk af te wijken van deze in parallel 2. De planten in dit veldje leken wat minder goed te groeien. De oorzaak hiervan is niet duidelijk. Het gevolg is echter dat de gemiddelde opbrengst van dit object niet volledig betrouwbaar is. 1 Op basis van Voedingsoplossingen voor groenten en bloemen geteeld in water of substraten, C. Sonneveld en A. Bik, 1983. Informatiereeks Proefstation voor tuinbouw onder glas te Naaldwijk, N 69. 2
Opbrengst (kg/m²) Tabel 1. Opbrengst over de ganse teeltperiode, met verdeling over de sorteerklassen en vruchtgewicht Opbrengst (g/m²) aantal gewicht per Object bonen Flandria + Flandria A1 Krom Totaal per m² boon in g Wijd + bladpluk 2522 1862 1883 329 6599 34 21,7 Wijd geen 263 1774 1951 331 666 35 21,8 Dicht + bladpluk 2176 171 251 368 63 289 21,8 Dicht geen 2344 1779 256 34 6516 3 21,7 7 6 5 4 3 2 1 wijd wijd geen dicht + +bladpluk bladpluk dicht+ geen wijd wijd geen dicht + +bladpluk bladpluk dicht+ geen Parallel 1 Parallel 2 Flandria + Flandria A1 Krom Figuur 2. Totale opbrengst per object en per parallel Figuur 3 toont het opbrengstverloop. Typisch voor de bonenproductie is het voorkomen van vluchten, namelijk periodes van sterke productie onderbroken door een tussenperiode met lage productie. In deze proef deed de dode zone zich voor tussen 6 mei en 18 mei. 3
Arbeied (uren/1 m²) Opbrengst (g/m²) 8 7 6 5 4 3 2 1 wijd + bladpluk wijd geen dicht + bladpluk dicht geen Figuur 3. Opbrengstverloop Arbeid Figuur 4 en tabel 2 geven de geregistreerde arbeidsuren aan voor de handelingen per object. Door de kleine veldjes zijn de werkelijk gepresteerde uren per object wellicht niet representatief voor de praktijksituatie. Wel moet vooral worden gelet op de verhouding tussen de verschillende objecten. 7 6 5 4 3 2 1 wijd + bladpluk wijd geen dicht + bladpluk dicht geen zaaien Planten Indraaien Toppen Bladpluk kuisen onderkant Oogst Afsnijden stengels Ruimen gewas Figuur 4. Verrichte arbeid voor de verschillende teeltsystemen gedurende de volledige teelt. 4
Tabel 2. Verrichte arbeid (uren/1m²) voor de verschillende teeltsystemen gedurende de volledige teelt. Handeling Wijd+ bladpluk wijd geen Dicht+ bladpluk dicht geen Zaaien 1 1 1 1 Planten 5 4 6 6 Indraaien 8 8 14 14 Toppen 26 26 29 3 Bladpluk 52 76 Kuisen onderkant (1) 14 14 21 21 Oogst 418 47 445 461 Afsnijden stengels 1 1 2 2 Ruimen gewas 9 9 9 9 Totaal 533 533 64 544 % 1 1, 113,3 12, (1) Tijdens de teelt werd er soms onderaan de planten gekuist. Dit houdt in dat bij de onderste 2 cm van de planten alle scheuten en bladeren werden verwijderd. Dit werd gedaan omdat de onderste bonen altijd krom groeiden langs de grond. Bespreking Opbrengst Er was geen groot verschil in opbrengst tussen de objecten. Wel bleek de opbrengsten bij de objecten met bladpluk telkens lichtjes lager dan in de objecten zonder bladpluk. De stengeldichtheid en de intensiteit van bladpluk hadden geen invloed op het verloop van de vluchten. Dit is duidelijk af te leiden uit figuur 3. De vruchtsortering leek iets beter voor de wijde standdichtheid dan voor de dichte: de som van de klassen Flandria+ en Flandria was hiervoor telkens wat hoger. Arbeid De huidige proef bevestigt de bevindingen van 214 (zie Fig. 4 en tabel 2), nl. dat een grotere stengeldichtheid extra arbeid meebrengt. Dit is vooral het geval bij bladpluk. Bladpluk zorgt wel voor een veel snellere oogst. De objecten zonder bladpluk wekten bij de oogsters vaak wrevel op over het moeilijk vinden van de vruchten. Wel lijkt dit voordeel van bladpluk kleiner bij de hoge stengeldichtheid dan bij de lage. Misschien was de bladmassa bij dicht ook na het bladplukken nog steeds vrij dicht, en zou in dit object eigenlijk meer blad moeten weggenomen zijn dan bij wijd. Financieel De extra arbeid en de lagere opbrengst bij dichte stengeldichtheid zorgt ervoor dat deze stengeldichtheid minder opbrengt dan de wijde stengeldichtheid. Besluit De proef geeft aan dat de lagere stengeldichtheid van ong. 2 stengels/m² de voorkeur verdient boven één van 3,1 st./m². De opbrengst en vruchtkwaliteit zijn beter, en de nodige arbeid is lager. Bij de lage stengeldichtheid kan bladplukken overwogen worden. Opbrengst en vruchtkwaliteit lijken hierdoor weinig beïnvloed, maar het oogsten verloopt veel vlotter, zodat de totale hoeveelheid werk ongeveer gelijk blijft. 5