Aandrijfelektronica \ Aandrijfautomatisering \ Systeemintegratie \ Service Montage- en technische handleiding Industriële tandwielkasten Haakse tandwielkast serie X.. Elevatoraandrijvingen Koppelklassen van 6,8 270 knm Uitgave 09/2012 20031807 / NL
SEW-EURODRIVE Driving the world
Inhoudsopgave 1 Algemene aanwijzingen... 7 1.1 Gebruik van de technische handleiding... 7 1.2 Opbouw van de veiligheidsaanwijzingen... 7 1.3 Garantieaanspraken... 8 1.4 Beperking van aansprakelijkheid... 8 1.5 Auteursrechtelijke opmerking... 8 2 Veiligheidsaanwijzingen... 9 2.1 Inleidende opmerking... 9 2.2 Algemeen... 9 2.3 Doelgroep... 9 2.4 Reglementair gebruik... 10 2.5 Relevante documenten... 10 2.6 Veiligheidssymbolen aan de tandwielkast... 11 2.7 Symbolen op de verpakking... 14 2.8 Transport... 15 2.9 Opslag- en transportvoorwaarden... 18 3 Opbouw elevatoraandrijving... 20 3.1 Elevatoraandrijving... 20 3.2 Hulpaandrijving... 21 3.3 Vrijloopkoppeling... 23 3.4 Toerentalbewaking... 24 3.5 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing... 25 3.6 Overbrenging van de terugloopblokkering... 26 3.7 Positie van de motorklemmenkast en de kabelinvoer... 27 3.8 Typeplaatje... 28 3.9 Typeaanduidingen... 29 3.10 Ruimtelijke posities... 32 3.11 Ruimtelijke posities en standaardmontagevlakken... 33 3.12 Vaste en variabele zwenkende uitvoeringen... 34 3.13 Aandrijfas en uitgaande as... 37 3.14 Asposities, draairichtingen, terugloopblokkeringen, hulpaandrijvingen... 39 3.15 Afhankelijkheid van de draairichting... 40 3.16 Coating- en oppervlaktebeschermingsystemen... 41 3.17 Smering... 42 3.18 Accessoires... 43 4 Opbouw opties en extra voorzieningen... 44 4.1 Aseindpomp /SEP... 44 4.2 Motorpomp /ONP... 45 4.3 Reactiearm /T... 45 4.4 Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC... 46 4.5 Terugloopblokkering... 47 4.6 Motoradapter /MA... 48 4.7 V-riemaandrijvingen /VBD... 49 4.8 Aandrijfpakketten op een staalconstructie... 50 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 3
Inhoudsopgave 4.9 Soorten koeling... 52 4.10 Ventilator /FAN... 53 4.11 Waterkoelingsdeksel /CCV... 55 4.12 Waterkoelpatroon /CCT... 56 4.13 Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC... 58 4.14 Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC... 58 4.15 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP... 58 4.16 Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP... 58 4.17 Olieverwarming /OH... 59 4.18 Drukschakelaar /PS... 60 4.19 Temperatuursensor /PT100... 60 4.20 Temperatuurschakelaar /NTB... 60 4.21 Temperatuurschakelaar /TSK... 60 4.22 Diagnose-eenheid DUV30A (trillingsdiagnose)... 61 4.23 Diagnose-eenheid /DUO10A... 62 5 Installatie/montage... 63 5.1 Benodigde gereedschappen/hulpmiddelen... 63 5.2 Toleranties... 63 5.3 Belangrijke aanwijzingen... 64 5.4 Voorwaarde voor de montage... 66 5.5 Opstellen van de elevatoraandrijving... 66 5.6 Toerentalbewaking... 68 5.7 Haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter met olie vullen... 71 5.8 Tandwielkasten af fabriek met olievulling (optie)... 74 5.9 Tandwielkast met volle as... 75 5.10 Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC... 76 5.11 Flenskoppelingen met spiebaan... 85 5.12 Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A... 91 5.13 Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H... 104 5.14 Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V... 120 5.15 Terugloopblokkering/draairichting veranderen... 127 5.16 Vrijloopblokkering/draairichting veranderen... 130 5.17 Reactiearm /T... 132 5.18 Koppelingen... 135 5.19 Motoradapter /MA... 137 5.20 V-riemaandrijvingen /VBD... 144 5.21 Fundatieframe /BF... 154 5.22 Motorbasis /SB... 154 5.23 Ventilator /FAN... 155 5.24 Waterkoelingsdeksel /CCV... 155 5.25 Waterkoelpatroon /CCT... 157 5.26 Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC... 162 5.27 Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC... 162 5.28 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP... 162 5.29 Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP... 162 4 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inhoudsopgave 5.30 Olieverwarming /OH... 163 5.31 Drukschakelaar /PS... 175 5.32 Temperatuursensor /PT100... 176 5.33 Temperatuurschakelaar /NTB... 177 5.34 Temperatuurschakelaar /TSK... 178 5.35 Rem... 179 6 Inbedrijfstelling... 180 6.1 Aanwijzingen... 180 6.2 Volgorde bij inbedrijfstelling... 181 6.3 Aseindpomp /SEP... 184 6.4 Motorpomp /ONP... 184 6.5 Waterkoelingsdeksel /CCV... 185 6.6 Waterkoelpatroon /CCT... 186 6.7 Olie-water-koeler met motorpomp bij spatsmering /OWC... 187 6.8 Olie-lucht-koeler met motorpomp bij spatsmering /OAC... 187 6.9 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP... 187 6.10 Olie-lucht-koeler met motorpomp bij druksmering /OAP... 187 6.11 Olieverwarming /OH... 188 6.12 Terugloopblokkering /BS... 189 6.13 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing... 189 6.14 Aanlopen van de tandwielkast bij lage omgevingstemperaturen... 190 6.15 Buitenbedrijfstelling/conservering van de tandwielkast... 191 7 Inspectie/onderhoud... 193 7.1 Voorbereiding voor inspectie en onderhoud... 193 7.2 Inspectie- en onderhoudsintervallen... 194 7.3 Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast... 195 7.4 Olie verversen bij de haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter... 201 7.5 Ontluchting controleren en reinigen... 204 7.6 Afdichtingsvet bijvullen... 204 7.7 Motorpomp /ONP... 205 7.8 Ventilator /FAN... 205 7.9 Waterkoelingsdeksel /CCV... 205 7.10 Waterkoelpatroon /CCT... 207 7.11 Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC... 210 7.12 Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC... 210 7.13 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP... 211 7.14 Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP... 211 7.15 Olieverwarming /OH... 211 7.16 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing... 212 8 Smeermiddelen... 214 8.1 Smeermiddelkeuze... 214 8.2 Smeermiddelentabel... 214 8.3 Vulhoeveelheid smeermiddel... 216 8.4 Afdichtingsvet / wentellagervet... 218 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 5
Inhoudsopgave 9 Bedrijfsstoringen/oplossingen... 219 9.1 Aanwijzingen voor het vaststellen van storingen... 219 9.2 Klantenservice... 219 9.3 Mogelijke storingen/oplossingen... 220 9.4 Afvoeren... 222 10 Adressenopgave... 223 Index... 235 6 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Algemene aanwijzingen Gebruik van de technische handleiding 1 1 Algemene aanwijzingen 1.1 Gebruik van de technische handleiding Deze technische handleiding maakt deel uit van het product en bevat belangrijke aanwijzingen voor het bedrijf en de service. De technische handleiding is geschreven voor alle personen die montage-, installatie-, inbedrijfstellings- en onderhoudswerkzaamheden aan het product uitvoeren. De technische handleiding moet leesbaar en toegankelijk zijn. Zorg ervoor dat personen die verantwoordelijk zijn voor de installatie en het bedrijf, alsmede personen die zelfstandig aan de installatie werken de technische handleiding helemaal gelezen en begrepen hebben. Neem bij onduidelijkheden of behoefte aan meer informatie contact op met SEW-EURODRIVE B.V. 1.2 Opbouw van de veiligheidsaanwijzingen 1.2.1 Betekenis van de signaalwoorden De volgende tabel laat de ernst van het gevaar en de betekenis van de signaalwoorden zien voor veiligheidsaanwijzingen, waarschuwingen voor materiële schade en overige aanwijzingen. Signaalwoord Toelichting Gevolgen bij niet-inachtneming GEVAAR! Onmiddellijk gevaar Dood of zwaar lichamelijk letsel WAARSCHUWING! Mogelijk gevaarlijke situatie Dood of zwaar lichamelijk letsel VOORZICHTIG! Mogelijk gevaarlijke situatie Licht lichamelijk letsel LET OP! Mogelijke materiële schade Beschadiging van het aandrijfsysteem of zijn omgeving AANWIJZING Nuttige aanwijzing of tip: vereenvoudigt de bediening van het aandrijfsysteem. 1.2.2 Opbouw van de thematische veiligheidsaanwijzingen De thematische veiligheidsaanwijzingen gelden niet alleen voor één speciale handeling, maar voor meerdere handelingen binnen een thema. De gebruikte pictogrammen duiden op een algemeen of specifiek gevaar. Hieronder ziet u de formele opbouw van een thematische veiligheidsaanwijzing: SIGNAALWOORD! Soort gevaar en bron van het gevaar. Mogelijke gevolgen bij niet-inachtneming. Maatregel(en) ter voorkoming van het gevaar. 1.2.3 Opbouw van de geïntegreerde veiligheidsaanwijzingen De geïntegreerde veiligheidsaanwijzingen zijn direct in de handelingsinstructies vóór de gevaarlijke handeling ingebed. Hieronder ziet u de formele opbouw van een geïntegreerde veiligheidsaanwijzing: SIGNAALWOORD! Soort gevaar en bron van het gevaar. Mogelijke gevolgen bij niet-inachtneming. Maatregel(en) ter voorkoming van het gevaar. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 7
1 Algemene aanwijzingen Garantieaanspraken 1.3 Garantieaanspraken De naleving van de technische handleiding is een voorwaarde voor een storingvrij bedrijf en de honorering van eventuele garantieaanspraken. Lees daarom eerst de technische handleiding vóór u met het apparaat gaat werken! 1.4 Beperking van aansprakelijkheid De naleving van de technische handleiding is een basisvoorwaarde voor het veilige bedrijf van de tandwielkasten van de serie X en voor het behalen van de opgegeven producteigenschappen en vermogensspecificaties. SEW-EURODRIVE is niet aansprakelijk voor persoonlijk letsel, schade aan installaties of eigendommen die ontstaan door het niet naleven van deze technische handleiding. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid voor defecten. 1.5 Auteursrechtelijke opmerking 2012 SEW-EURODRIVE. Alle rechten voorbehouden. De (gedeeltelijke) verveelvuldiging, bewerking, verspreiding en overig gebruik zijn in welke vorm dan ook verboden. 8 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Veiligheidsaanwijzingen Inleidende opmerking 2 2 Veiligheidsaanwijzingen De volgende fundamentele veiligheidsaanwijzingen dienen ter voorkoming van persoonlijk letsel en materiële schade. De gebruiker moet garanderen dat de fundamentele veiligheidsaanwijzingen worden gelezen en opgevolgd. Verzekert u zich ervan dat personen die verantwoordelijk zijn voor de installaties en de werking, en personen die zelfstandig aan het apparaat werken de documentatie helemaal gelezen en begrepen hebben. Neem bij onduidelijkheden of behoefte aan meer informatie contact op met SEW-EURODRIVE. 2.1 Inleidende opmerking De volgende veiligheidsaanwijzingen hebben in eerste instantie betrekking op de toepassing van reductoren. Let bij de toepassing van motorreductoren ook op de veiligheidsaanwijzingen voor motoren in de desbetreffende technische handleiding. Houd ook rekening met de aanvullende veiligheidsaanwijzingen in de verschillende hoofdstukken van deze technische handleiding. 2.2 Algemeen WAARSCHUWING! Tijdens het bedrijf kunnen tandwielkasten bewegende of roterende delen en hete oppervlakken hebben. Dood of zwaar lichamelijk letsel Alle werkzaamheden ten behoeve van transport, opslag, opstelling en montage, aansluiting, inbedrijfstelling en onderhoud mogen alleen door gekwalificeerd vakpersoneel worden verricht met de onvoorwaardelijke inachtneming van: de bijbehorende uitvoerige technische handleiding(en) waarschuwings- en veiligheidslabels op de tandwielkast alle andere bij de aandrijving horende configuratiedocumenten, inbedrijfstellingsvoorschriften en schakelschema's de voor de installatie specifieke bepalingen en eisen de nationale/regionale voorschriften voor veiligheid en ongevallenpreventie Installeer nooit beschadigde producten. Meld beschadigingen direct bij het transportbedrijf. Bij niet-toegestane verwijdering van de vereiste afdekking, ondeskundig gebruik, bij onjuiste installatie of bediening bestaat gevaar voor ernstig persoonlijk letsel of ernstige schade aan installaties. In de documentatie vindt u meer informatie. 2.3 Doelgroep Mechanische werkzaamheden mogen alleen door geschoold personeel worden verricht. Geschoold personeel zijn volgens deze fundamentele veiligheidsaanwijzingen personen die vertrouwd zijn met de opbouw, de mechanische installatie, het verhelpen van storingen en de reparatie van het product, en de volgende kwalificaties hebben: succesvol afgesloten scholing op het gebied van mechanica (bijvoorbeeld als mecanicien of mechatronicus) Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 9
2 Veiligheidsaanwijzingen Reglementair gebruik kennis van deze technische handleiding Elektrotechnische werkzaamheden mogen alleen door een geschoolde elektricien worden verricht. Elektriciens zijn volgens deze fundamentele veiligheidsaanwijzingen personen die vertrouwd zijn met de elektrische installatie, de inbedrijfstelling, het verhelpen van storingen en de reparatie van het product, en de volgende kwalificaties hebben: succesvol afgesloten scholing op het gebied van elektrotechniek (bijvoorbeeld als elektronicus of mechatronicus) kennis van deze technische handleiding Alle werkzaamheden in de overige afdelingen transport, opslag, bedrijf en afvoer mogen uitsluitend worden uitgevoerd door goed opgeleide personen. Het vakpersoneel dient beschermende kleding te dragen die geschikt is voor de uit te voeren handelingen. 2.4 Reglementair gebruik De elevatoraandrijvingen zijn door motoren aangedreven tandwielkasten voor industriele installaties. Toegestane toerentallen en vermogens moeten conform de technische gegevens resp. het typeplaatje in acht worden genomen. Als de tandwielkastbelastingen afwijken van de toegestane waarden of als andere toepassingsgebieden dan industriële installaties zijn voorzien, mogen de tandwielkasten alleen na overleg met SEW-EURODRIVE B.V. worden gebruikt. Conform de EG-richtlijn voor machines 2006/42/EG zijn de elevatoraandrijvingen componenten die bestemd zijn voor inbouw in machines en installaties. In het geldigheidsgebied van de EG-richtlijn is het niet toegestaan het systeem in gebruik te nemen, voordat is vastgesteld dat de conformiteit van het eindproduct voldoet aan machinerichtlijn 2006/42/EG. 2.5 Relevante documenten Let ook op de volgende documenten: Technische handleiding: "Draaistroommotoren" Technische handleiding: Reductoren typeseries R..7, F..7, K..7, S..7, SPIROPLAN Technische handleidingen van eventueel aangebouwde opties Catalogus: rechte en haakse tandwielkasten serie X.. Catalogus: haakse tandwielkasten van de serie X.. Elevatoraandrijvingen 10 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Veiligheidsaanwijzingen Veiligheidssymbolen aan de tandwielkast 2 2.6 Veiligheidssymbolen aan de tandwielkast VOORZICHTIG! In de loop van de tijd kunnen de veiligheidssymbolen en borden vervuild raken of op een andere manier onleesbaar worden. Gevaar voor letsel door onleesbare symbolen. Houd alle veiligheid-, waarschuwings- en bedieningsaanwijzing steeds in een goed leesbare toestand. Vervang de beschadigde veiligheidssymbolen of borden. De op de tandwielkast aangebrachte veiligheidssymbolen dienen in acht genomen te worden. Zij hebben de volgende betekenis: Veiligheidssymbolen Toelichting Markeert de luchtaftapschroef. Oil Markeert het olievulpunt. Dient tegelijkertijd als juiste ontluchting bij de olieverversing. Oil Markeert het olieaftappunt. Markeert de positie van de ontluchter. Dient voor het voorkomen van de fouten oliemeetpositie en ontluchtingspositie. Markeert de positie van de nasmeerpunten en vereenvoudigt het vinden van de te smeren punten. Helpt bij het voorkomen van schade aan de lagers. H 2 O Markeert de watertoevoer en helpt bij het vinden van de aansluitmogelijkheid. H 2 O Markeert de waterafvoer en helpt bij het vinden van de aansluitmogelijkheid. Oil Markeert de olietoevoer en helpt bij het vinden van de aansluitmogelijkheid. Oil Markeert de olieafvoer en helpt bij het vinden van de aansluitmogelijkheid. C Markeert de positie van de temperatuursensor / temperatuurschakelaar. Markeert de vetaftapschroef en helpt bij het vinden van de vetaftapmogelijkheid. Helpt bij het voorkomen van schade aan de tandwielkast. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 11
2 Veiligheidsaanwijzingen Veiligheidssymbolen aan de tandwielkast Veiligheidssymbolen Toelichting Dient voor het voorkomen van fouten door gebrek aan informatie. Neem de aanwijzingen in de technische handleiding in acht! Markeert op de informatiesticker bij zwenkende uitvoeringen de ruimtelijke positie van de reductor voor de oliecontrole. Voorzichtig: gevaar voor verbranding door hete oppervlakken. STOP Voorzichtig: schade aan de tandwielkast als oliepeilstok tijdens bedrijf eruit gedraaid wordt. Voorzichtig: gevaar voor verbranding door hete tandwielkastolie. Oil De volgende etiketten op de tandwielkast kunnen na de inbedrijfstelling van de tandwielkast worden verwijderd. Toelichting Rem is niet af fabriek ingesteld VORSICHT NOTICE ATTENTION PRECAUCIÓN VOORZICHTIG OSTROŻNIE X 18855199 DE Die Bremse ist ab Werk nicht eingestellt. Mögliche Sachschäden! Bremse vor der Inbetriebnahme gemäß Betriebsanleitung einstellen F Le frein n'est pas réglé d'usine Risque de dommages matériels! Avant la mise en service, régler le frein conformément aux instructions de la notice d'exploitation. NL De rem is niet af fabriek ingesteld. Mogelijke materiële schade! Rem voor de inbedrijfstelling conform technische handleiding instellen. EN The brake has not been set at the factory Potential damage to property! Prior to startup, set the brake according to the operating instructions. ES El freno no viene ajustado de fábrica. Posibles daños materiales! Antes de la puesta en marcha, ajustar el freno según las instrucciones de funcionamiento. PL Hamulec nie jest ustawiony fabrycznie. 12 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Veiligheidsaanwijzingen Veiligheidssymbolen aan de tandwielkast 2 Toelichting Koppeling wordt zonder vet geleverd VORSICHT NOTICE ATTENTION PRECAUCIÓN VOORZICHTIG OSTROŻNIE DE EN Kupplung wird ohne Fett geliefert. Coupling delivered without grease Mögliche Sachschäden! Possible damage to property. Vor der Inbetriebnahme Kupplung mit Fett befüllen. Fill coupling with grease prior to startup. F L accouplement est livré sans graisse. Risque de dommages matériels! Avant la mise en service, remplir l accouplement de graisse. ES El acoplamiento se suministra sin grasa. Posibles daños materiales! Llenar el acoplamiento con grasa antes de la puesta en marcha. 18977405 NL Koppeling wordt zonder vet geleverd. Mogelijke materiële schade! Koppeling vóór de inbedrijfstelling met vet vullen. PL Sprzęgło dostarczane jest bez smaru. Możliwe szkody materialne! Przed uruchomieniem należy wypełnić sprzęgło smarem. Koppeling wordt zonder olie geleverd VORSICHT NOTICE ATTENTION PRECAUCIÓN VOORZICHTIG OSTROŻNIE Oil DE Kupplung wird ohne Öl geliefert. Mögliche Sachschäden! Vor der Inbetriebnahme Kupplung mit Öl befüllen. F L accouplement est livré sans huile. Risque de dommages matériels! Avant la mise en service, remplir l accouplement d huile. EN Coupling delivered without oil ES Possible damage to property. Fill coupling with oil prior to startup. El acoplamiento se suministra sin aceite. Posibles daños materiales! Llenar el acoplamiento con aceite antes de la puesta en marcha. 18977413 NL Koppeling wordt zonder olie geleverd. Mogelijke materiële schade! Koppeling vóór de inbedrijfstelling met olie vullen. PL Sprzęgło dostarczane jest bez oleju. Możliwe szkody materialne! Przed uruchomieniem należy wypełnić sprzęgło olejem. Tandwielkast met VCI tegen corrosie beschermd VORSICHT NOTICE ATTENTION PRECAUCIÓN VOORZICHTIG OSTROŻNIE 18977421 VCI DE F Getriebe ist mit VCI rostgeschützt. Nicht öffnen! Mögliche Sachschäden! Vor der Inbetriebnahme Vorarbeiten gemäß Betriebsanleitung durchführen. Keine offene Flamme! Réducteur protégé contre la corrosion avec VCI. Ne pas ouvrir Risque de dommages matériels! Avant la mise en service, réaliser les travaux préliminaires indiqués dans la notice d'exploitation. Pas de flammes ouvertes! EN ES NL Tandwielkast is met VCI tegen PL corrosie beschermd. Niet openen! Mogelijke materiële schade! Vóór de inbedrijfstelling voorbereidingen conform technische handleiding uitvoeren. Geen open vuur! Gear unit with VCI corrosion protection. Do not open! Potential damage to property! Prior to startup, perform preliminary work according to operating instructions No open flames! Reductor está protegido con VCI contra la corrosión. No abrir! Posibles daños materiales! Antes de la puesta en marcha, efectuar los trabajos preparatorios según las instrucciones de funcionamiento. No debe haber fuego abierto. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 13
2 Veiligheidsaanwijzingen Symbolen op de verpakking Toelichting Tandwielkast zonder olie geleverd VORSICHT NOTICE ATTENTION PRECAUCIÓN VOORZICHTIG OSTROŻNIE Oil DE Getriebe wird ohne Öl geliefert. F Mögliche Sachschäden! Vor der Inbetriebnahme Ölbefüllung gemäß Betriebsanleitung durchführen. Le réducteur ne contient pas d'huile à la livraison. Dommages matériels possibles! Avant la mise en service, effectuer le remplissage d'huile conformément à la notice d'exploitation. EN Gear unit is delivered without oil. Potential damage to property! Prior to startup, fill in oil according to operating instructions. ES El reductor se suministra sin aceite. Posibles daños materiales! Antes de la puesta en marcha, efectuar el llenado de aceite según las instrucciones de funcionamiento. 18977383 NL Tandwielkast wordt zonder olie geleverd. Mogelijke materië schade! Vóór de inbedrijfstelling olie conform technische handleiding bijvullen. PL 2.7 Symbolen op de verpakking De op de verpakking aangebrachte symbolen dienen in acht genomen te worden. Zij hebben de volgende betekenis: Breekbaar materiaal Tegen hitte beschermen Bevestigen Handhaak verboden Boven Tegen vocht beschermen Zwaartepunt 1811486091 14 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Veiligheidsaanwijzingen Transport 2 2.8 Transport 2.8.1 Algemene aanwijzingen WAARSCHUWING! Er kunnen zwevende lasten omlaagvallen. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Zorg ervoor dat u zich niet onder de zwevende last bevindt. Zet de gevarenzone af. VOORZICHTIG! Gevaar voor uitglijden door uittredend smeermiddel van beschadigde afdichtingen. Licht letsel. Controleer of er smeermiddel uit de tandwielkast en de aanbouwcomponenten komt. LET OP! Door ondeskundig transport kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let op de volgende aanwijzingen. Controleer de levering direct na ontvangst op mogelijke transportschade. Stel het transportbedrijf hiervan direct op de hoogte. De inbedrijfstelling moet eventueel worden uitgesteld. Het gewicht van de tandwielkast staat vermeld op het typeplaatje (vermelding zonder olie) of het maatblad. Houd u aan de daar genoemde belastingen en voorschriften. Let op het zwaartepunt van de tandwielkast. Gebruik geschikte, voldoende bemeten en onbeschadigde transportmiddelen. Bij het aanslaan van last aan de oogbouten mag geen schuine trekkracht ontstaan. Borg de spieën, zodat deze er niet uit kunnen vallen. Transporteer de tandwielkast zo mogelijk zonder olievulling. Als dit niet mogelijk is, let er dan op dat de vermelding van het gewicht op het typeplaatje alleen betrekking heeft op het lege gewicht van de tandwielkast en vervang de ontluchter door een afsluitschroef. De tandwielkast moet zo getransporteerd worden dat schade aan de tandwielkast voorkomen wordt. Door schokken en stoten tegen de vrije aseinden kan schade aan de tandwielkast ontstaan. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 15
2 Veiligheidsaanwijzingen Transport Gebruik voor het transport van de tandwielkast alleen de daarvoor bestemde transportogen [1]. Let erop dat de hulpaandrijving [2] en de adapter van de hulpaandrijving [3] niet als bevestigingspunten voor de last mogen worden gebruikt. De volgende afbeelding laat een voorbeeld voor het transport zien. [1] [3] [2] 16 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
90 90 Veiligheidsaanwijzingen Transport 2 2.8.2 Tandwielkast op motorbasis/fundatieframe Tandwielkasten op motorbasis/fundatieframe mogen alleen met vertikaal aangeslagen hijskabels [1] of hijskettingen worden getransporteerd. Onderstaande afbeelding laat een voorbeeld zien van het transport van de tandwielkast. [1] [1] [1] 181714571 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 17
2 Veiligheidsaanwijzingen Opslag- en transportvoorwaarden 2.9 Opslag- en transportvoorwaarden Afhankelijk van de opslag- en transportvoorwaarden kunnen de tandwielkasten met de volgende conserveringsmiddelen en verpakkingen uitgevoerd worden. 2.9.1 Inwendige conservering Standaardconservering Na de test wordt de testolievulling uit de tandwielkast verwijderd. Door de achtergebleven oliefilm is de tandwielkast enige tijd tegen corrosie beschermd. Langdurige conservering Na het proefdraaien wordt de testolievulling uit de tandwielkast verwijderd en wordt de binnenruimte met een dampfaseremmer gevuld. Het ventilatiefilter wordt door een afsluitschroef vervangen en bij de tandwielkast meegeleverd. 2.9.2 Uitwendige conservering Over het algmeen worden de volgende maatregelen voor de uitwendige conservering getroffen: De blanke, niet gelakte functionele oppervlakken van assen, flenzen, aanbouw- en voetvlakken op de behuizing worden van een corrosiewerend middel voorzien. Dit mag alleen worden verwijderd met een geschikt oplosmiddel, dat onschadelijk is voor de lipseal-afdichting. Kleine reserveonderdelen en losse onderdelen, zoals bouten en moeren, worden in corrosiewerende zakjes van kunststof (corrosiewerende VCI-zakjes) verpakt. Tapgaten en blinde gaten worden met kunststof pluggen afgesloten. Als de tandwielkast langer dan zes maanden wordt opgeslagen, moeten de beschermlaag van de ongelakte oppervlakken en de lak regelmatig worden gecontroleerd. Indien nodig, moeten de plekken waar de beschermlaag of laklaag beschadigd is, opnieuw van een bescherm- of laklaag worden voorzien. 2.9.3 Verpakking Standaardverpakking De tandwielkast is op een pallet bevestigd en wordt zonder afdekking geleverd. Toepassing: bij transport over land Langdurige verpakking De tandwielkast wordt geleverd in een beschermende houten kist die ook geschikt is voor overzees transport. Toepassing: bij overzees transport en/of voor langdurige opslag 18 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Veiligheidsaanwijzingen Opslag- en transportvoorwaarden 2 2.9.4 Opslagomstandigheden LET OP! Door ondeskundige montage kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: De tandwielkast moet gedurende de opslagtijd tot aan de inbedrijfstelling trillingsvrij worden opgeslagen om beschadigingen aan de geleiders van de wentellagers te voorkomen! De uitgaande as moet om de zes maanden met minstens één omwenteling worden gedraaid, zodat de positie van de wentellichamen in de lagers van de in- en uitgaande as verandert. AANWIJZING De tandwielkasten worden standaard zonder olievulling geleverd; afhankelijk van de opslagperiode en de opslagcondities zijn volgens de onderstaande tabel verschillende beschermingssystemen vereist. Conservering + verpakking Opslagplaats Opslagduur Standaardconservering + standaardverpakking Langdurige conservering + standaardverpakking Langdurige conservering + langdurige verpakking Overdekt en gesloten bij constante temperatuur en luchtvochtigheid (5 C < â < 60 C, < 50 % relatieve luchtvochtigheid). Geen plotselinge temperatuurschommelingen en gecontroleerde ventilatie met filter (vuil- en stofvrij). Geen agressieve dampen en geen trillingen. Overdekt en gesloten bij constante temperatuur en luchtvochtigheid (5 C < â < 60 C, < 50 % relatieve luchtvochtigheid). Geen plotselinge temperatuurschommelingen en gecontroleerde ventilatie van de opslagruimte met filter (vuil- en stofvrij). Geen agressieve dampen en geen trillingen. Overdekt, beschermd tegen regen, trillingsvrij. Max. zes maanden bij onbeschadigde oppervlaktebescherming. Max. drie jaar bij regelmatige inspectie en controle op beschadiging. Max. drie jaar bij regelmatige inspectie en controle op beschadiging. AANWIJZING Let bij het opslaan in tropische gebieden op voldoende bescherming tegen insectenvraat. Neem bij afwijkende vereisten contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 19
3 Opbouw elevatoraandrijving Elevatoraandrijving 3 Opbouw elevatoraandrijving 3.1 Elevatoraandrijving De elevatoraandrijving is een drietraps haakse tandwielkast van de serie X [1] met terugloopblokkering [2] en een hulpaandrijving [5]. De koppeling van de hulpaandrijving vindt plaats via een hulpaandrijvingsadapter [4] en een vrijloopkoppeling [3]. AANWIJZING De drietraps haakse tandwielkasten [1] worden zonder smeermiddelvulling geleverd. De hulpaandrijving [2] is reeds met smeermiddel gevuld. [1] [5] [4] [3] [2] [1] Drietraps haakse tandwielkasten X.K.. [2] Hulpaandrijving [3] Hulpaandrijvingsadapter met vrijloopkoppeling en impulsencoder voor de toerentalbewaking [4] Terugloopblokkering 9007199739595787 20 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Hulpaandrijving 3 3.2 Hulpaandrijving LET OP! De hulpaandrijving dient tegen overbelastingen te worden beschermd. Mogelijk materiële schade. De aandrijving van de elevatoraandrijving via de hulpaandrijving mag alleen in nullastbedrijf, d.w.z. met lege bekers plaatsvinen! De aangebouwde hulpaandrijving [2] kan in de uitvoeringen "lege beker" (uitsluitend voor onderhoudsdoeleinden) of "volle beker" geleverd worden. De hulpaandrijving wordt via een hulpaandrijvingadapter [3] op de haakse tandwielkast [1] bevestigd. Raadpleeg de orderspecificaties voor de juiste koppels aan de uitgaande as bij het bedrijf via de hulpaandrijving. De hoofd- en hulpaandrijving dienen onderling zodanig elektrisch vergrendeld te worden dat slechts één van beide motoren ingeschakeld kan worden. De hulpaandrijving is voorzien van een eigen oliecircuit, die gescheiden is van het circuit van de haakse tandwielkast. Bij de levering is de hulpaandrijving met olie gevuld. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 21
3 Opbouw elevatoraandrijving Hulpaandrijving 3.2.1 IEC-motornorm IE1 en IE2 De DR-motor ondersteun alle wereldwijde normen en voldoet nu al aan de nieuwe vereisten van de IEC-motornorm. De hulpaandrijving kan naar keuze met een van de twee uitvoeringen van de energiezuinige motoren (IE1 of IE2) worden gecombineerd. In de tabellen hieronder worden deze beschreven. Standaard zijn de DRS-motoren ingebouwd. IE1-motornorm: Standard Efficiency Verbeterde rendementen Draaistroommotoren van het type DRS (standaardmotor) Rotorkooi van gespoten aluminium of koper Bedrijfsmodus: S3 / 75 Optioneel kunnen de DRE-motoren worden ingebouwd: IE2-motornorm: High Efficiency Zeer hoge rendementen Draaistroommotoren van het type DRE (energiezuinige motoren) Rotorkooi van gespoten aluminium of koper Bedrijfsmodus: S3 / 75 AANWIJZING Aangezien de typische toepassing van de hulpaandrijving niet overeenkomt met de toepassing van het continubedrijf S1, wordt de motor uitgevoerd met de bedrijfsmodus S3 / 75. Dat betekent dat de inschakelduur (ID) in een periode van tien minuten maximaal 7,5 minuten of minder (ID max. 75 %) bedraagt. Daardoor kan een IE1-motor bijvoorbeeld ook worden gebruikt in landen waar een IE1-motor in S1-bedrijf vanwege de rendementvoorschriften niet meer is toegestaan (bijv. EU- Europa). Neem bij andere bedrijfsmodi contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Op de homepage van SEW (www.sew-eurodrive.nl) vindt u meer informatie over de DR-motoren. Neem bij onduidelijkheden of behoefte aan meer informatie direct contact op met de medewerkers van SEW-EURODRIVE B.V. De motoruitvoeringen DRS en DRE hoeven qua vermogen niet dezelfde bouw te hebben. De afmetingen in de catalogus Elevatoraandrijvingen hoofdstuk 11 laten de maximale motorgrootten zien. 22 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Vrijloopkoppeling 3 3.3 Vrijloopkoppeling De vrijloopkoppeling [1] is ingebouwd in de hulpaandrijvingsadapter [1] en staat tijdens het bedrijf van de hulpaandrijving [3] één draairichting toe. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee bedrijfsmodi: Bedrijf via de hoofdaandrijving: de vrijloopkoppeling [1] koppelt de hulpaandrijving [3] los en voorkomt zo dat de hulpaandrijving [3] meedraait. De vrijloopkoppeling bevindt zich in vrijloopbedrijf. Bedrijf via de hulpaandrijving: de vrijloopkoppeling [2] blokkeert en drijft zo de rondselas van de tandwielkast aan. Er is sprake van meeneembedrijf: de aandrijfas van de haakse tandwielkast [1] draait in dit geval langzaam mee. De draaibeweging van de aandrijfas van de haakse tandwielkast [4] mag niet gehinderd worden. Bij het bedrijf met een hulpaandrijving [3] moet een aan de aandrijfzijde in de hoofdaandrijving [5] aangebrachte rem [6] worden gelicht. De vrijloopkoppeling [1] is in het oliecircuit van de haakse tandwielkasten [4] geïntegreerd. Het onderhoud en het vervangen van de olie vinden hierbij gelijktijdig plaats. [3] [1] [5] [3] [6] [4] [2] 6144242571 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 23
3 Opbouw elevatoraandrijving Toerentalbewaking 3.4 Toerentalbewaking LET OP! Bij een functiestoring van de vrijloopkoppeling kan de hulpaandrijving door te hoge toerentallen beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. De vrijloopkoppeling moet om veiligheisredenen absoluut van een toerentalbewaking zijn voorzien! AANWIJZING Als voor de toerentalbewaking andere dan de hier vermelde componenten worden toegepast, neem dan contact op met SEW-EURODRIVE B.V. De impulsencoder wordt standaard meegeleverd. Het toerentalbewakingsrelais maakt geen deel uit van de levering, maar kan optioneel bij SEW-EURODRIVE B.V. besteld worden. [3] [2] [1] 485755787 [1] Schakelnok [2] Inductieve opnemer [3] Toerentalbewakingsrelais (optioneel) Het toerental van de vrijloopkoppeling wordt met een schakelnok [1] en een inductieve opnemer [2] contactloos gemeten. De impulsen worden door het toerentalbewakingsrelais [3] vergeleken met een gedefinieerd toerental (hoofdstuk "Inbedrijfstelling" ( pag. 181)). Als het schakeltoerental overschreden wordt (bijv. door een functiestoring van de vrijloopkoppeling), wordt het uitgangsrelais (naar keuze verbreek- of maakcontact) geschakeld. De aansluiting moet zodanig worden uitgevoerd dat de hoofdaandrijfmotor in dit geval wordt uitgeschakeld. Te hoge toerentallen bij de hulpaandrijving worden zo voorkomen. 24 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Terugloopblokkering met koppelbegrenzing 3 3.5 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing [1] [2] [3] [4] [5] [6] 539377931 [1] Behuizing [4] Vrijloopkooi [2] Drukveren [5] Buitenring [3] Binnenring [6] Frictievoering Terugloopblokkeringen met koppelbegrenzing worden bij meervoudige aandrijvingen ingezet waarbij elke aandrijving met een eigen terugkoppeling is uitgerust. De koppelbegrenzing voorkomt een ongelijke verdeling van het terugwerkende koppel over de afzonderlijke terugloopblokkeringen. Dynamische koppelpieken tijdens het blokkeren worden eveneens verkleind. Net als bij een terugloopblokkering zonder koppelbegrenzing wordt het blokkeringskoppel via klemlichamen op de buitenring overgebracht. Bij de terugloopblokkering met koppelbegrenzing is de buitenring [5] echter niet vastgeschroefd aan de behuizing van de tandwielkast, maar wordt deze tussen twee frictievoeringen [6] vastgehouden. De frictievoeringen worden via een behuizing [1] met schroeven en drukveren [2] belast. AANWIJZING Het slipkoppel wordt in de fabriek ingesteld. Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen in het slipkoppel. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 25
3 Opbouw elevatoraandrijving Overbrenging van de terugloopblokkering 3.6 Overbrenging van de terugloopblokkering 6144189579 X3K.. i tot X3K.. i tot X3K.100 14-80 X3K.210 14-80 X3K.110 16-90 X3K.220 12,5-71 X3K.120 12,5-71 X3K.230 14-80 X3K.130 16-90 X3K.240 12,5-71 X3K.140 12,5-71 X3K.250 14-80 X3K.150 16-90 X3K.260 12,5-71 X3K.160 12,5-71 X3K.270 14-80 X3K.170 16-90 X3K.280 16-90 X3K.180 12,5-71 X3K.290 12,5-71 X3K.190 14-80 X3K.300 14-80 X3K.200 12,5-71 X3K.310 12,5-71 X3K.210 14-80 X3K.320 14-80 26 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Positie van de motorklemmenkast en de kabelinvoer 3 3.7 Positie van de motorklemmenkast en de kabelinvoer De positie van de motorklemmenkast wordt momenteel nog aangegeven met 0, 90, 180 of 270 kijkend naar de ventilatorkap (zie volgende afbeelding). De gewijzigde productnorm EN 60034 schrijft voor de toekomst de volgende aanduiding van de klemmenkastpositie voor voetmotoren voor: kijkend naar de uitgaande as = A-zijde aanduiding met R (right), B (bottom), L (left) en T (top) Deze nieuwe aanduiding geldt voor voetmotoren zonder reductor in ruimtelijke positie B3 (= M1). Bij motorreductoren blijft de huidige aanduiding gehandhaafd. De volgende afbeelding laat beide aanduidingen zien. Als de ruimtelijke positie van de motor verandert, worden R, B, L en T overeenkomstig meegedraaid. Bovendien kan de positie van de kabelinvoer gekozen worden. Mogelijk zijn "X" (= normale positie), "1", "2" of "3" (zie volgende afbeelding). AANWIJZING Zonder speciale vermelding van de klemmenkast wordt de uitvoering 0 (R) met kabelinvoer "X" geleverd. 2 180 L X X 3 180 (L) 3 1 X 270 T B 90 1 X 2 0 (R) X R 0 X 6065949067 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 27
3 Opbouw elevatoraandrijving Typeplaatje 3.8 Typeplaatje Het onderstaande voorbeeld laat zien hoe het typeplaatje is opgebouwd. De vermelde oliehoeveelheid op het typeplaatje heeft alleen betrekking op de basistandwielkast. X3FSB190/B Made in Germany 6115589387 Type Typeaanduiding Nr. 1 Productienummer P K1 [kw] Vermogen op de aandrijfas (HSS) M K2 [Nm] Uitgaand koppel tandwielkast n 1 [1/min] Aandrijftoerental (HSS) n 2 [1/min] Uitgaand toerental (LSS) norm. Normaal werkpunt min. Werkpunt bij minimumtoerental max. Werkpunt bij maximumtoerental i Exacte overbrengingsverhouding F S Bedrijfsfactor F R1 [N] Werkelijke radiale kracht op aandrijfas F R2 [N] Werkelijke radiale kracht op uitgaande as F A1 [N] Werkelijke axiale kracht op aandrijfas F A2 [N] Werkelijke axiale kracht op uitgaande as Mass [kg] Gewicht van de tandwielkast Qty of greasing points Aantal nasmeerpunten Fans Aantal geïnstalleerde ventilators Oliesoort en viscositeitsklasse/hoeveelheid olie Year Bouwjaar IM Ruimtelijke positie en montagevlak 28 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Typeaanduidingen 3 3.9 Typeaanduidingen 3.9.1 Tandwielkast Het volgende voorbeeld laat zien hoe de typeaanduiding is opgebouwd: X 3 K S B 260 /HH /B Bevestiging van de tandwielkast: /B = voet /T = reactiearm /F = flens Uitvoering behuizing vanaf bouwgrootte 260: /HH = horizontale behuizing /HU = universele behuizing Reductorgrootte: 100...320 Toepassing: B = elevatoraandrijving Type uitgaande as: S = volle as met spie R = volle as in gladde uitvoering L = volle as met splinesvertanding A = holle as met spiebaan H = holle as met krimpschijf V = holle as met splinesvertanding Uitvoering tandwielkast: F = rechte tandwielkast K = haakse tandwielkast T = haakse tandwielkast Aantal tandwielkasttrappen: 2 = 2-traps 3 = 3-traps 4 = 4-traps Serie industriële tandwielkasten Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 29
3 Opbouw elevatoraandrijving Typeaanduidingen 3.9.2 Oliesmeerinstallaties De tandwielkast kan worden uitgerust met een oliesmeerinstallatie voor de koeling en smering. Het volgende voorbeeld laat zien hoe de typeaanduiding is opgebouwd. O W C 020-0 0 /M Soort montage: M = gemonteerd op de tandwielkast S = voor afzonderlijke opstelling Optie: 0 = 50 Hz 1 = 60 Hz 9 = speciale constructie Ruimtelijke positie: 0 = M1 / M2 / M3 / M4 1 = M5 / M6 Grootte: 010... 070 Type: C = circuitkoeling P = druksmering Koelmiddel: A = lucht W = water N = zonder Oliesmeerinstallatie 3.9.3 Flenskoppelingen Het volgende voorbeeld laat zien hoe de typeaanduiding is opgebouwd. FC 530 / 175 S M Soort centrering: M = uitwendige centrering F = inwendige centrering Soort as-naafverbinding: S = cilindrische persverbinding K = spieverbinding T = persverbinding met kegel Boringsdiameter Buitendiameter flens Flenskoppeling 30 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Typeaanduidingen 3 3.9.4 Afkortingen voor optionele accessoires Deze tabel laat de gebruikte afkortingen en hun betekenis zien. Afkorting Toelichting /BF Fundatieframe /BS Terugloopblokkering /BSL Koppelbegrensde terugloopblokkering /CCV Waterkoelingsdeksel /CCT Waterkoelpatroon /F Montageflens /FC Flenskoppeling /FAN Ventilator /FAN-ADV Ventilator in uitvoering Advanced /ET Olie-expansievat /HH Horizontale behuizing /HU Universele behuizing /HSST Doorlopende aandrijfas /LSST Doorlopende uitgaande as /MA Motoradapter /SB Motorbasis /SEP Aseindpomp /T Reactiearm /OAC Circuitkoeling olie-lucht-koeler met motorpomp /OWC Circuitkoeling olie-water-koeler met motorpomp /OAP Circuitkoeling olie-lucht-koeler met druksmering en motorpomp /OWP Circuitkoeling olie-water-koeler met druksmering en motorpomp /ONP Druksmering en motorpomp /OD Oliepeilstok /ODV Olieaftapkraan /OLG Oliepeilglas /OH Olieverwarming /VBD V-riemaandrijving Behalve de montageflens, reactiearm, horizontele en universele behuizing maken alle opties geen deel uit van de typeaanduiding. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 31
3 Opbouw elevatoraandrijving Ruimtelijke posities 3.10 Ruimtelijke posities De ruimtelijke positie, gekenmerkt door de aanduidingen M1... M6, definieert de plaats van de tandwielkastbehuizing in de ruimte. Bij de andere ruimtelijke posities kunnen voor bepaalde uitvoeringsopties beperkingen gelden. Overleg in dat geval met SEW-EURODRIVE B.V. M1 M6 M2 M4 M5 M3 6068016395 32 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Ruimtelijke posities en standaardmontagevlakken 3 3.11 Ruimtelijke posities en standaardmontagevlakken Aan elke ruimtelijke positie is een bepaald standaardmontagevlak toegewezen: AANWIJZING De ruimtelijke positie en/of het montagevlak mag niet afwijken van de bestelling. Afwijkingen van ±1 zijn toegestaan. Andere montagevlakken zijn mogelijk in combinatie met een bepaalde ruimtelijke positie. Zie de orderspecifieke tekening. Onderstaande afbeelding laat een overzicht zien van ruimtelijke posities en standaardmontagevlakken. M6 3 0 4 M1 3 0 F1 4 M2 F6 F3 3 4 M4 0 0 4 0 4 3 4 3 M5 F3 F6 F2 0 3 M3 6068024587 AANWIJZING Let er bij de montage van de tandwielkast in ruimtelijke positie M2 op dat zich op de aanbouwconstructie bij de klant uitsparingen voor het ontluchtingsventiel en de oliepeilstok bevinden. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 33
3 Opbouw elevatoraandrijving Vaste en variabele zwenkende uitvoeringen 3.12 Vaste en variabele zwenkende uitvoeringen Tussen de inbouwposities die van de ruimtelijke standaardposities afwijken, wordt onderscheid gemaakt in vaste en variabele zwenkende uitvoeringen. AANWIJZING Bij vaste en variabele zwenkende uitvoeringen kunnen zich eventueel beperkingen m.b.t. de accessoires en de technische gegevens en langere levertijden voordoen. Overleg met SEW-EURODRIVE B.V. Vaste en variabele zwenkende uitvoeringen zijn alleen mogelijk na overleg met SEW-EURODRIVE B.V. Neem de bij de order inbegrepen documenten zoals het maatblad in acht. 3.12.1 Vaste zwenkende uitvoering Tandwielkasten met een vaste zwenkende uitvoering hebben een van de standaardpositie afwijkende, maar vaste ruimtelijke positie. De tandwielkast verandert zijn ruimtelijke positie niet tijdens het bedrijf. Het volgende voorbeeld laat zien hoe de benaming is opgebouwd. M1-M2/20 M1 = ruimtelijke uitgangspositie M2 = zwenkrichting 20 = vaste zwenkhoek De volgende afbeelding laat twee voorbeelden voor vaste ruimtelijke uitvoeringen zien. M1-M4/20 M1 0-20 M1-M2/20 0-20 M4 M2 5490474123 34 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Vaste en variabele zwenkende uitvoeringen 3 3.12.2 Variabele zwenkende uitvoering Tandwielkasten met een variabele ruimtelijke uitvoering kunnen tijdens het bedrijf de ruimtelijke positie in het aangegeven bereik max./min. variabel aannemen. Het volgende voorbeeld laat zien hoe de benaming is opgebouwd: M1-M4/-5...20 M1 = ruimtelijke uitgangspositie M2 = zwenkrichting 20 = max. variabele zwenkhoek 5 = min. variabele zwenkhoek De volgende afbeelding laat twee voorbeelden voor variabele ruimtelijke uitvoeringen zien: M1-M4/0...20 M1 20 M1-M2/ 5...20 5 0-20 M4 M2 5457091083 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 35
3 Opbouw elevatoraandrijving Vaste en variabele zwenkende uitvoeringen 3.12.3 Variabele en vaste zwenkende uitvoering Combinaties van vaste en variabele zwenkende uitvoeringen zijn mogelijk. Het volgende voorbeeld laat zien hoe de benaming is opgebouwd: M1 = ruimtelijke uitgangspositie M4 = zwenkinrichting 1 20 = max. variabele zwenkhoek 8 = min. variabele zwenkhoek M5 = zwenkinrichting 2 30 = vaste zwenkhoek De volgende afbeelding laat een voorbeeld voor variabele en vaste ruimtelijke uitvoeringen zien: M1-M4/ 8...20 M1-M5/30 20-8 30 4767202955 36 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Aandrijfas en uitgaande as 3 3.13 Aandrijfas en uitgaande as Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten assen: snel draaiende as (HSS) langzaam draaiende as (LSS) HSS LSS 6065865995 3.13.1 Aandrijfas De aandrijfas is voorzien van een gesloten spiebaan volgens DIN 6885/T1 en een centreerboring volgens DIN 332. Bij de levering is de bijpassende spie volgens DIN 6885/T1 vorm A inbegrepen. 6065882891 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 37
3 Opbouw elevatoraandrijving Aandrijfas en uitgaande as 3.13.2 Uitgaande as als volle as met spie /..S De uitgaande as is voorzien van een gesloten spiebaan volgens DIN 6885/T1 en een centreerboring volgens DIN 332. Bij de levering is een spie volgens DIN 6885/T1 - vorm B inbegrepen. Om de montage van overbrengingscomponenten, zoals een koppelingsnaaf, te vereenvoudigen, heeft de as een invoeropening met een kleinere doorsnede. 6065885579 3.13.3 Uitgaande as in gladde uitvoering /..R Voor de bevestiging van krachtsluitende overbrengingscomponenten, zoals flenskoppelingen met een cilindrische dwarspersverbinding, kunnen de tandwielkasten met een gladde uitgaande as worden geleverd. De as is aan de voorzijde voorzien van een centreerboring volgens DIN 332. Door de verkleinde diameter van de invoeropening is de montage van overbrengingscomponenten eenvoudiger. 6065888267 38 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Asposities, draairichtingen, terugloopblokkeringen, hulpaandrijvingen 3 3.14 Asposities, draairichtingen, terugloopblokkeringen, hulpaandrijvingen De volgende afbeeldingen laten de standaarduitvoeringen van de elevatorreductoren zien. De hulpaandrijvingen zijn hierbij in ruimtelijke positie M4A met uitvoering motorklemmenkasten 0 uitgevoerd. De weergegeven asposities (03 en 04) en afhankelijkheid van de draairichting gelden voor uitgaande assen (LSS) in volle en holle asuitvoering. Aspositie 03 / X.KS.. Aspositie 03 / X.KH.. / X.KA.. CCW 03 CCW 03 3 3 CW CW 0 0 CCW CW CCW CW 6065934347 6065936011 Aspositie 04 / X.KS.. 04 Aspositie 04 / X.KH.. / X.KA.. 04 CW 4 0 CW 0 CCW 4 CCW CW CCW CCW CW 6065937675 6065939339 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 39
3 Opbouw elevatoraandrijving Afhankelijkheid van de draairichting 3.15 Afhankelijkheid van de draairichting 3.15.1 Standaard Aspositie 03 04 1) 034 Positie eindtandwiel 4 3 3 043 1) 4 X2K... X3K... X4K... 3.15.2 Omkering draairichting Aspositie 1) 03 1) 04 Positie eindtandwiel 3 4 X2K... X3K... X4K... = positie van terugloopblokkering = alternatieve positie van de terugloopblokkering (afhankelijk van bouwgrootte en overbrengingsverhouding) * = neem bij gebruik van een terugloopblokkering contact op met SEW-EURODRIVE B.V. 1) Let op de beperkingen m.b.t. externe krachten op de LSS. 40 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Coating- en oppervlaktebeschermingsystemen 3 3.16 Coating- en oppervlaktebeschermingsystemen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de coating- en oppervlaktebeschermingssystemen. SEW-uitvoering OS 1 geringe milieubelasting OS 2 gemiddelde milieubelasting OS 3 hoge milieubelasting Gebruik als oppervlaktebescherming bij typische omgevingsvoorwaarden Corrosiviteitscategorieën DIN EN ISO 12944-2 Voorbeeldtoepassingen Geschikt voor omgevingen met condensatie en geringe vochtigheid of vervuiling. Bijv. toepassingen buiten met overkapping of bescherming, onverwarmde gebouwen waarin condensatie kan optreden: Overeenkomstig corrosiviteitscategorie: C2 (gering) Installaties in zagerijen Meng- en roerinstallaties Geschikt voor zeer vochtige omgevingen of middelsterke luchtverontreiniging. Bijv. toepassingen buiten onder directe weersinvloed. Overeenkomstig corrosiviteitscategorie: C3 (matig) Toepassingen in grindfabrieken Kabelbanen Geschikt voor omgevingen met een hoge vochtigheid en af en toe sterke lucht- en chemische verontreinigingen. Incidentele zuur- en looghoudende natte reiniging. Ook voor toepassingen in kustgebieden met matige zoutbelasting. Overeenkomstig corrosiviteitscategorie: C4 (sterk) Havenkranen Zuiveringsinstallaties Installaties voor de dagbouw Condensatietest ISO 6270 120 h 120 h 240 h Zoutsproeitest ISO 7253 240 h 480 h Kleur deklaag 1) RAL 7031 RAL 7031 RAL 7031 Kleuren volgens RAL ja ja ja Blanke delen aseinde/flens Voorzien van een water- en zweetbestendig, roestwerend middel voor uitwendige conservering 1) Standaardkleur AANWIJZING Metalen delen (bijv. beschermkappen, ventilatorkappen) zijn in RAL 1003 gelakt. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 41
3 Opbouw elevatoraandrijving Smering 3.17 Smering 3.17.1 Soorten smering Spatsmering Het oliepeil is laag; vertandings- en lagerdelen die niet in het oliebad worden gedompeld, worden door wegspattende olie gesmeerd. Standaardsmering voor horizontale ruimtelijke posities (M1 of M3). Badsmering De tandwielkast is (bijna) volledig met olie gevuld; alle vertandings- en lagerdelen worden geheel of gedeeltelijk in het oliebad ondergedompeld. Standaardsmeringssoort met olie-expansievat bij: ruimtelijke zwenkposities bij horizontale tandwielkasten vanaf een bepaalde hellingshoek (afhankelijk van het soort tandwielkast, de uitvoering en de bouwgrootte) verticale tandwielkasten (ruimtelijke positie M5) staande ruimtelijke positie (M4) bij X.K..-tandwielkasten Standaardsmeringssoort zonder olie-expansievat bij: staande ruimtelijke positie (M4) bij X.F.. / X.T..-tandwielkasten Druksmering De tandwielkast is uitgerust met een pomp (aseindpomp of motorpomp). Het oliepeil is laag en vergeleken met de spatsmering eventueel nog minder. De vertandingen en lagerpunten die niet in het oliebad worden ondergedompeld, worden via smeerleidingen van olie voorzien. Druksmering wordt gebruikt als: spatsmering niet mogelijk is (zie de desbetreffende ruimtelijke posities en varianten bij "Badsmering") in plaats van badsmering, indien dit niet gewenst en/of om thermische redenen niet voordelig is een Drywell-afdichtingssysteem vereist is (alleen bij een verticale uitgaande as met LSS naar beneden) er sprake is van hoge aandrijftoerentallen en het grenstoerental voor de andere smeringssoorten wordt overschreden (afhankelijk van de tandwielkastgrootte, de uitvoering en het aantal trappen). 42 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw elevatoraandrijving Accessoires 3 3.18 Accessoires In deze paragraaf worden de accessoires voor de verschillende smeringssoorten beschreven. AANWIJZING De positie van de accessoires varieert in relatie tot de uitvoering en grootte van de tandwielkast. 3.18.1 Algemene accessoires De onderstaande afbeelding laat het algemene toebehoren als voorbeeld zien. [1] [2] [3] [4] 2671413899 [1] Oliepeilstok (optioneel) [2] Ontluchting van de reductor [3] Oliepeilglas [4] Olieaftapping Visuele controle van het oliepeil Ontluchting van de reductor Olieaftapping Voor tandwielkasten in ruimtelijke positie M1 met spatsmering zijn er standaard de volgende uitvoeringen: Oliepeilstok voor tandwielkastgrootte X.100 tot X.170 Oliepeilglas voor tandwielkastgrootte X.180 tot X.320 Voor andere ruimtelijke posities en smeringssoorten heeft de tandwielkast standaard een oliepeilstok. Met een tandwielkastontluchting wordt ontoelaatbare druk die door opwarming tijdens het gebruik ontstaat, vermeden. De tandwielkasten zijn standaard uitgerust met een hoogwaardig ontluchtingsfilter met een filterfijnheid van 2 µm. De reductor is standaard uitgerust met een olieaftapschroef. Optioneel kan een olieaftapkraan worden aangebracht. Hierop kan eenvoudig een afvoerleiding voor het verversen van de tandwielkastolie worden gemonteerd. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 43
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Aseindpomp /SEP 4 Opbouw opties en extra voorzieningen 4.1 Aseindpomp /SEP Onderstaande afbeelding laat als voorbeeld de aseindpomp in ruimtelijke positie M5 zien. [5] [4] [3] [1] [2] 9007199962408331 [1] [2] [3] Aseindpomp Drukschakelaar Olieaftapping [4] [5] Ontluchting van de reductor Oliepeilstok Bij druksmering worden alle lagerpunten en vertandingen boven het oliebad via een buizensysteem in de tandwielkast van olie voorzien door een draairichtingsonafhankelijke aseindpomp [1]. De aseindpomp [1] wordt extern op de tandwielkast gemonteerd en via een koppeling aangedreven door de aandrijfas of de tussenas van de tandwielkast. Hierdoor is de pompfunctie zeer betrouwbaar. De aseindpomp [1] kan in vijf verschillende pompgrootten worden uitgevoerd. De transporthoeveelheid die geschikt is voor de betreffende toepassing, wordt bepaald door de volgende factoren: vereiste oliehoeveelheid voor de voorziening van de smeerpunten positie van de pomp (met aandrijfas of tussenas verbonden) reductoroverbrengingsverhouding voor een toerental van de tandwielkast uitgevoerd AANWIJZING Een aangebouwde drukschakelaar controleert of de aseindpomp correct functioneert. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Drukschakelaar" ( pag. 60). Neem voor de selectie van de passende pompgrootte contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Voor de correcte werking van de aseindpomp is een minimumtoerental vereist. Bij variabele toerentallen (bijv. bij aandrijvingen met een regelaarbesturing) of als het toerentalbereik van een reeds geleverde tandwielkast met aseindpomp wordt gewijzigd, is overleg met SEW-EURODRIVE B.V. daarom noodzakelijk. 44 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Motorpomp /ONP 4 4.2 Motorpomp /ONP AANWIJZING De beschrijvingen voor de opbouw van het apparaat vindt u in de documentatie van de fabrikant en in de aanvulling op de technische handleiding "Motorpomp /ONP". 4.3 Reactiearm /T Bij tandwielkasten in opsteekuitvoering is voor de afsteuning van het reactiekoppel een optionele reactiearm beschikbaar. De reactiearm is berekend op zowel trek- als drukbelasting. De lengte ervan kan worden ingesteld op waarden binnen een bepaald bereik. De reactiearm bestaat uit een gaffelkop met bouten [1], schroefdraadbouten [2], onderhoudsvrije scharnierkop [3] en gaffelplaat met bouten [4]. De constructie met scharnierkop maakt het mogelijk de montagetoleranties en de tijdens de werking optredende verschuivingen te compenseren. Zo worden reactiekrachten op de uitgaande as voorkomen. 0 1 ±1 [1] [2] [3] [1] [2] [3] [4] -5 90 +5 [4] Gaffelkop met bout Schroefdraadbout met moer Scharnierkop Gaffelplaat met bout 359126795 AANWIJZING De ventilatoruitvoering X.K.. Advanced is niet mogelijk in combinatie met een reactiearm, omdat de ventilatorkap op het aanslagpunt van de reactiearm wordt bevestigd. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 45
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 4.4 Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC Flenskoppelingen [1] zijn starre koppelingen voor de verbinding van twee assen [2]. Zij zijn geschikt voor het bedrijf in beide draairichtingen, maar kunnen geen asafwijkingen opheffen. Het koppel tussen de as en de koppeling wordt via een cilindrische dwarspersverbinding overgebracht. De twee koppelingshelften worden met hun flenzen aan elkaar vastgeschroefd. De koppelingen heeft aan de buitenkant meerdere demontageboringen [3] die bestemd zijn voor de hydraulische demontage van de persverbinding. [2] [1] [2] [3] 9007200206609291 46 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Terugloopblokkering 4 4.5 Terugloopblokkering De terugloopblokkering dient ter voorkoming van ongewenste draairichtingen. Tijdens het bedrijf is alleen nog de vastgelegde draairichting mogelijk. De terugloopblokkering werkt met centrifugaallichtende klemelementen. Als het lichttoerental bereikt is, komen de klemlichamen helemaal los van het contactvlak van de buitenring. De terugloopblokkering wordt met tandwielkastolie gesmeerd. [1] [1] CCW CW 527646219 De draairichting wordt, kijkend naar de uitgaande as (LSS), als volgt gedefinieerd: CW = rechtsom CCW = linksom De toegestane draairichting [1] wordt op de behuizing aangegeven. AANWIJZING Bij aandrijvingen met een doorlopende uitgaande as moet de draairichting van de terugloopblokkering, kijkend naar aspositie 3, worden aangegeven. Neem bij afwijkende vereisten contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Let erop dat bij het bedrijf onder het lichttoerental slijtage in de terugloopblokkering kan optreden. Neem altijd contact op met SEW-EURODRIVE B.V. om de onderhoudsintervallen vast te stellen bij: toerentallen aan de aandrijfas n 1 < 950 rpm of bij onderstaande tandwielkastuitvoeringen: n 1 [rpm] 950...1150 1150...1400 > 1400 X100...130 X140...170 X180...280 X100...110 X120...130 X140...170 X180...280 X100...130 X140...170 Bouwgrootte X3K.. alle i nom i nom 31,5 i nom 50 i nom 25 i nom 40 i nom 50 i nom 63 i nom 35,5 i nom 63 n 1 = aandrijftoerental (HSS) i nom = nominale overbrengingsverhouding van de tandwielkast Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 47
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Motoradapter /MA 4.6 Motoradapter /MA De motoradapters [1] zijn verkrijgbaar voor de montage van: IEC-(B5-)motoren van bouwgrootte 100 tot 355 NEMA-("C"-face-)motoren van bouwgrootte 182 tot 449 Alle motoradapters kunnen voor twee- en drietraps tandwielkasten met een ventilator worden uitgerust. Bij de levering is een elastische klauwkoppeling inbegrepen. De volgende afbeeldingen laten zien hoe de motoradapter op de tandwielkast wordt gemonteerd: [1] X.F.. [1] X.K.. [1] X.T.. 1397425803 [1] Motoradapter 48 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen V-riemaandrijvingen /VBD 4 4.7 V-riemaandrijvingen /VBD WAARSCHUWING! Neem de maximale omtreksnelheid volgens de gegevens van de fabrikant in acht. Dood of zwaar lichamelijk letsel. De riemschijf kan door een te hoog toerental beschadigd raken. AANWIJZING V-riemaandrijvingen kunnen in de standaarduitvoering niet met een montageflens of ventilator worden gecombineerd, omdat deze opties tegen elkaar botsen. V-riemaandrijvingen worden over het algemeen toegepast als de totale overbrengingsverhouding moet worden aangepast, of als de bouwkundige randvoorwaarden een bepaalde motormontage vereisen. Bij de standaardlevering zijn de motorconsole, riemschijven, V-riemen en V-riembeschermingskap inbegrepen. De aandrijving kan naar keuze ook als compleet gemonteerde eenheid met motor worden geleverd. De volgende afbeeldingen laten de basisopbouw van een tandwielkast met V-riemaandrijving zien. X.F.. X.K.. 953104395 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 49
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Aandrijfpakketten op een staalconstructie 4.8 Aandrijfpakketten op een staalconstructie Voor horizontaal uitgevoerde tandwielkasten zijn voorgemonteerde aandrijfpakketten op een staalconstructie (motorbasis of fundatieframe) verkrijgbaar. 4.8.1 Motorbasis /SB Een motorbasis is een staalconstructie [1] voor de gemeenschappelijke opbouw van tandwielkast, (vloeistof-)koppeling en motor (evt. ook de rem) inclusief beveiligingsvoorzieningen zoals een kap. Over het algemeen gaat het hierbij om: holle-astandwielkasten of volle-astandwielkasten met een vaste flenskoppeling aan de uitgaande as De staalconstructie [1] steunt op een reactiearm [2]. Voorbeeld: motorbasis met koppeling [5] [4] [3] [1] [2] 216568971 [1] Motorbasis [2] Reactiearm (optie) [3] Haakse tandwielkast [4] Koppeling met beschermkap [5] Motor 50 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Aandrijfpakketten op een staalconstructie 4 4.8.2 Fundatieframe /BF Voor tandwielkasten in een horizontale ruimtelijke positie zijn voorgemonteerde aandrijfpakketten op een fundatieframe verkrijgbaar. Een fundatieframe is een staalconstructie [1] voor de gemeenschappelijke opbouw van tandwielkast, (vloeistof-)koppeling en motor (evt. ook de rem) inclusief beveiligingsvoorzieningen zoals een kap. De staalconstructie wordt door meerdere voetbevestigingen ondersteund [2]. In de regel gaat het daarbij om tandwielkasten met volle as met een elastische koppeling aan de uitgaande as. Voorbeeld: fundatieframe met koppeling [5] [4] [3] [1] [1] Fundatieframe [2] Voetbevestiging [3] Haakse tandwielkast [4] Beschermkap voor koppeling [5] Motor [2] 219858571 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 51
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Soorten koeling 4.9 Soorten koeling 4.9.1 Ventilatorkoeling Op de aandrijfas van de tandwielkast is een ventilator gemonteerd waarvan de luchtstroom de warmteovergang van tandwielkastoppervlakte naar omgeving verbetert. Zie voor informatie het hoofdstuk "Ventilator". 4.9.2 Inbouwkoeling Hierbij gaat het om het direct in de tandwielkastbehuizing ingebouwde of direct gemonteerde koelsysteem, bijv. waterkoelingsdeksels of waterkoelpatronen. 4.9.3 Circuitkoeling De tandwielkastolie wordt door middel van een pomp (motorpomp of aseindpomp) uit de tandwielkast naar een externe warmtewisselaar getransporteerd. In het algemeen gaat het daarbij om oliesmeerinstallaties met een olie-water- of olie-lucht-warmtewisselaar. 52 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Ventilator /FAN 4 4.10 Ventilator /FAN 4.10.1 X.K.. ventilator (standaard) /FAN Ter verhoging van het warmtegrensvermogen of bij wijzigingen in de omgevingsvoorwaarden na inbedrijfstelling van de tandwielkast kan achteraf een ventilator worden aangebracht. De draairichting van de tandwielkast is niet van invloed op het functioneren van de ventilator. De volgende ventilatorvarianten zijn verkrijgbaar: 30 [1] [1] [1] Vrij te houden luchttoevoer 674450059 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 53
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Ventilator /FAN 4.10.2 X3K.. Advanced (optie) /FAN-ADV Bij de uitvoering X3K.. Advanced kan het aansluitelement, bijv. een hydraulische aanloopkoppeling, vlak tegen de ventilatorkap worden gemonteerd. De vrij te houden luchttoevoer is in de ventilatorkap geïntegreerd. 30 [1] [1] [1] Vrij te houden luchttoevoer 674455435 AANWIJZING De ventilatoruitvoering X3K.. Advanced is niet mogelijk in combinatie met een reactiearm, omdat de ventilatorkap op het aanslagpunt van de reactiearm wordt bevestigd. 54 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Waterkoelingsdeksel /CCV 4 4.11 Waterkoelingsdeksel /CCV 4.11.1 Opbouw Het waterkoelingsdeksel bevindt zich in de montageopening van de tandwielkast en wordt via een wateraansluiting gevoed. De wateraansluiting vindt plaats bij de klant. De hoeveelheid warmte die afgevoerd kan worden, is afhankelijk van de inlaattemperatuur en het doorstroomvolume van het koelmiddel. De in de technische specificatie aangegeven gegevens moeten in acht worden genomen. AANWIJZING Neem bij gebruik van agressieve koelmiddelen, zoals brak of zout water, contact op met SEW-EURODRIVE B.V. [2] [1] [3] [1] [1] [2] Waterkoelingsdeksel Toevoer [3] Afvoer 313740683 Het waterkoelingsdeksel [1] bestaat uit een corrosiebestendige aluminiumlegering. Voor de aansluiting op het koelcircuit staan de volgende twee boringen met pijpschroefdraad ter beschikking. Bouwgrootte X100-130: G3/8" Bouwgrootte X180-210: G1/2" De leidingen worden niet meegeleverd. De tandwielkast in de uitvoering met het waterkoelingsdeksel wordt volledig gemonteerd geleverd. Een waterkoelingsdeksel kan achteraf worden ingebouwd. Overleg met SEW- EURODRIVE B.V. 4.11.2 Aanwijzingen voor aansluiting en bedrijf Om de in de catalogus vermelde warmtegrensvermogens te behalen is, afhankelijk van de bouwgrootte, een doorstroomvolume van het koelwater (waterinlaattemperatuur van 15 C) conform de volgende tabel vereist. Bij een afwijkende koelwaterhoeveelheid of koelwatertemperatuur of bij gebruik van speciale koelmiddelen verandert het koelvermogen van de waterkoelingsdeksel. Neem, indien nodig, contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Doorstroomvolume koelwater [l/min] Bouwgrootte Bouwgrootte Doorstroomvolume koelwater [l/min] X100-110 4 X180-190 8 X120-130 5 X200-210 11 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 55
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Waterkoelpatroon /CCT 4.12 Waterkoelpatroon /CCT De waterkoelpatroon is in het oliebad van de tandwielkast aangebracht en wordt via een wateraansluiting gevoed. De wateraansluiting vindt plaats bij de klant. De afvoerbare warmtehoeveelheid is afhankelijk van de inlaattemperatuur en het doorstroomvolume van het doorstromende koelmiddel. Raadpleeg de technische specificatie voor het aantal waterkoelpatronen. De in de technische specificatie aangegeven gegevens moeten in acht worden genomen. AANWIJZING Neem bij gebruik van agressieve koelmiddelen, zoals brak of zout water, contact op met SEW-EURODRIVE B.V. 4.12.1 Opbouw [3] [4] [3] [4] [1] [2] 313751819 [1] [2] Koelpijp Onderkant pijp met aansluitstuk [3] [4] Afvoer Toevoer De waterkoelpatroon bestaat uit drie hoofdbestanddelen: koelpijp (CuNi-legering) onderkant (messing) aansluitstuk (messing, gietijzer, staal) Voor de aansluiting op het koelcircuit staan er twee boringen met pijpschroefdraad G1/4" voor bouwgrootte X140-170 pijpschroefdraad G1/2" voor bouwgrootte X180-320 ter beschikking. De leidingen worden niet meegeleverd. De tandwielkast in de uitvoering met de waterkoelpatroon wordt volledig gemonteerd geleverd. De waterkoelpatronen kunnen achteraf met beperkingen worden ingebouwd. Overleg met SEW-EURODRIVE B.V. AANWIJZING Bij tandwielkasten met twee waterkoelpatronen moet het koelcircuit parallel worden aangesloten. Neem het hoofdstuk "Inbouwkoeling waterkoelpatroon" ( pag. 157) in acht. 56 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Waterkoelpatroon /CCT 4 4.12.2 Aanwijzingen voor aansluiting en bedrijf Om de in de keuzetabellen van de catalogus Industriële tandwielkasten serie X.. vermelde warmtegrensvermogens te behalen, zijn afhankelijk van bouwgrootte, ruimtelijke positie en soort smering verschillende doorstroomvolumes van het koelwater nodig. In de volgende tabel staan als voorbeeld voor ruimtelijke positie M5 benaderingswaarden voor de benodigde doorstroomvolume van het koelwater (inlaattemperatuur water 15 C). Bij een afwijkend doorstroomvolume van het koelwater, een afwijkende koelwatertemperatuur, gebruik van speciale koelmiddelen (het koelvermogen van de waterkoelpatroon verandert), gebruik van agressieve koelmiddelen zoals brak of zout water dient u met SEW-EURODRIVE B.V. te overleggen. De koelwaterhoeveelheid moet voor elke koelpatroon afzonderlijk worden gemeten. Voor twee waterkoelpatronen is het dubbele doorstroomvolume van het koelwater nodig. Bouwgrootte Doorstroomvolume koelwater [l/min] / koelpatroon X3K140-150 8 X3K160-170 10 X3K180-190 13 X3K200-210 15 X3K220-230 19 X3K240-250 21 X3K260-270 16 X3K280-300 18 X3K310-320 22 Max. doorstroomvolume van het koelwater [l/min] 15 28 25 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 57
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC 4.13 Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC AANWIJZING De beschrijvingen voor de opbouw van het apparaat vindt u in de documentatie van de fabrikant en in de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC". 4.14 Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC AANWIJZING De beschrijvingen voor de opbouw van het apparaat vindt u in de documentatie van de fabrikant en in de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC". 4.15 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP AANWIJZING De beschrijvingen voor de opbouw van het apparaat vindt u in de documentatie van de fabrikant en in de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler bij druksmering /OWP". 4.16 Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP AANWIJZING De beschrijvingen voor de opbouw van het apparaat vindt u in de documentatie van de fabrikant en in de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP". 58 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Olieverwarming /OH 4 4.17 Olieverwarming /OH Om bij een koude start en lagere omgevingstemperaturen voor een goede smering van de tandwielkast te zorgen, is er eventueel een olieverwarming vereist. 4.17.1 Opbouw De olieverwarming bestaat uit twee hoofdelementen: 1. verwarmingselement in het oliebad ("olieverwarming") met aansluiteenheid 2. thermostaat met geïntegreerde temperatuurvoeler [2] [1] 181714571 [1] Olieverwarming [2] Thermostaat met geïntegreerde temperatuurvoeler AANWIJZING De positie van de thermostaat varieert al naargelang de uitvoering en ruimtelijke positie van de tandwielkast. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 59
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Drukschakelaar /PS 4.18 Drukschakelaar /PS Alle tandwielkasten met druksmering zijn voor de functiebewaking uitgerust met een drukschakelaar. De drukschakelaar moet zodanig aangesloten en in de installatie ingebouwd worden dat de tandwielkast alleen kan werken als de oliepomp druk opbouwt. Tijdens de aanloopfase is daarbij een kortstondige overbrugging (max. 20 s) toegestaan. De elektrische aansluiting en de verwerking van het schakelsignaal vinden plaats bij de klant. 4.19 Temperatuursensor /PT100 De temperatuursensor PT100 kan worden gebruikt om de temperatuur van de tandwielkastolie te meten. De temperatuursensor bevindt zich in het oliebad van de tandwielkast. De exacte positie hangt af van de uitvoering van de tandwielkast en de positie van de as. 4.20 Temperatuurschakelaar /NTB Om de temperatuur van de tandwielkastolie te bewaken is er een temperatuurschakelaar met vooraf ingestelde schakeltemperaturen van 70, 80, 90 of 100 C verkrijgbaar. Bij sommige functies wordt de temperatuurschakelaar ook als grenswaardeschakelaar gebruikt, bijvoorbeeld: een vooralarm of een hoofdalarm om de hoofdmotor uit te schakelen. Voor een lange levensduur en goede werking onder alle omstandigheden wordt geadviseerd om in plaats van een directe verbinding door de temperatuurschakelaar een relais op te nemen in de stroomkring. De temperatuurschakelaar bevindt zich in de oliebak van de tandwielkast. De exacte positie hangt af van de uitvoering van de tandwielkast en de positie van de as. 4.21 Temperatuurschakelaar /TSK De temperatuurschakelaar TSK wordt in combinatie met oliesmeerinstallaties toegepast voor de circuitkoeling. Deze heeft twee vaste schakelpunten van 40 C en 90 C om de installatiefunctie te besturen en te bewaken. De temperatuurschakelaar wordt als volgt geïntegreerd in de schakeling van de oliesmeerinstallaties. bijschakeling van de koelinstallatie als er een olietemperatuur van 40 C wordt bereikt waarschuwingssignaal of uitschakeling van de tandwielkast bij een overschrijding van een olietemperatuur van 90 C (in de regel een teken van een storing in de oliesmeerinstallatie) Voor een lange levensduur en goede werking onder alle omstandigheden wordt geadviseerd om in plaats van een directe verbinding door de temperatuurschakelaar een relais op te nemen in de stroomkring. De temperatuurschakelaar bevindt zich in de oliebak van de tandwielkast. De exacte positie hangt af van de uitvoering van de tandwielkast en de positie van de as. 60 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Opbouw opties en extra voorzieningen Diagnose-eenheid DUV30A (trillingsdiagnose) 4 4.22 Diagnose-eenheid DUV30A (trillingsdiagnose) De diagnose-eenheid DUV30A levert een diagnosewaarde voor de trilling door op basis van de frequentieanalysemethode trillingssignalen uit de tandwielkast te analyseren. Als sensor dient een micromechanische acceleratiemeter die in de diagnose-eenheid is geïntegreerd. Met dit apparaat kunnen maximaal vijf verschillende objecten (lagers enz.) of twintig afzonderlijke frequenties (onbalans, tandingrijpfrequentie) worden bewaakt. Verder kan als stoot- of trillingsmonitor een frequentie-onafhankelijke niveaumonitor worden geactiveerd. De diagnoseobjecten worden met behulp van externe software gedefinieerd en via een RS232-interface aan de diagnose-eenheid overgedragen. De voortgang van de schade wordt via een led-indicatie weergegeven op de diagnoseeenheid DUV30A. Voor de verbinding van de diagnose-eenheid zijn er twee schakeluitgangen: Vooralarm: Het vooralarm geeft aan dat een vooraf ingestelde drempel van het vooralarm voor een van de objecten (lager enz.) wordt overschreden en waarschuwt zo voor het ontstaan van schade. Hoofdalarm: Het hoofdalarm geeft aan dat een vooraf ingestelde drempel van het hoofdalarm voor een van de objecten (lager enz.) wordt overschreden en waarschuwt zo direct voor schade. Na de inbedrijfstelling van de te bewaken aandrijving en de diagnose-eenheid wordt een vergelijkende meting (teach-in) uitgevoerd en in de diagnose-eenheid opgeslagen. Tijdens het bedrijf worden de actuele meetwaarden vergeleken met de waarden van de teach-in en wordt er een trendanalyse uitgevoerd. Wijzigingen in deze verhouding (meetwaarde: waarde van teach-in) duiden op mogelijke schade in een vroeg stadium. Het maximale bedrijfsbereik bedraagt 120 tot 10000 rpm of 12 tot 3500 rpm (astoerental) per instelling bij een minimale meettijd van 0,8 of 8 seconden per object. De diagnose-eenheid kan zowel bij een constant als bij een variabel toerental worden gebruikt. De eigenlijke meting kan alleen bij een constant toerental plaatsvinden. AANWIJZING Meer informatie over de verwerkingseenheid en de accessoires vindt u in het handboek "Diagnose-eenheid DUV30A", artikelnr. 16710088. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 61
4 Opbouw opties en extra voorzieningen Diagnose-eenheid /DUO10A 4.23 Diagnose-eenheid /DUO10A Afhankelijk van de opdracht kan de tandwielkast met diagnose-eenheid DUO10A uitgerust worden. Met de diagnose-eenheid DUO10A kunnen de intervallen voor de olieverversing worden gepland. De diagnose-eenheid bestaat uit een temperatuursensor PT100 en een verwerkingseenheid. De in de tandwielkast aangebouwde temperatuursensor registreert de actuele temperatuur van de tandwielkastolie. Aan de hand van de gemeten olietemperaturen berekent de diagnose-eenheid de verwachte resterende levensduur van de tandwielkastolie. Deze berekende waarde wordt continue op het display van de verwerkingseenheid weergegeven. Indien nodig, kan de weergave op de actuele temperatuur van de tandwielkastolie gezet worden. AANWIJZING Meer informatie over de verwerkingseenheid vindt u in het handboek "Diagnoseeenheid DUV10A", artikelnr. 11425075. 62 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Benodigde gereedschappen/hulpmiddelen 5 5 Installatie/montage 5.1 Benodigde gereedschappen/hulpmiddelen Niet bij de levering inbegrepen zijn: set ring- of steeksleutels momentsleutel optrekhulpstuk evt. uitvulmateriaal (schijven, afstandsringen) bevestigingsmateriaal voor overbrengingscomponenten glijmiddel, bijv. NOCO -Fluid van SEW behalve bij holle-astandwielkasten voor holle-astandwielkasten hulpmiddelen voor montage/demontage op de machine-as bevestigingsonderdelen voor de tandwielkastfundatie 5.2 Toleranties Let op de volgende toleranties. 5.2.1 Aseinden Diametertolerantie volgens DIN 748: Ø 50 mm ISO k6 Ø > 50 mm ISO m6 Centreerboringen volgens DIN 332, deel 2 (vorm D..): Ø > 16...21 mm M6 Ø > 50...85 mm M20 Ø > 21...24 mm M8 Ø > 85...130 mm M24 Ø > 24...30 mm M10 Ø > 130...225 mm 1) M30 Ø > 30...38 mm M12 Ø > 225...320 mm 1) M36 Ø > 38...50 mm M16 Ø > 320...500 mm 1) M42 1) Afmetingen niet conform DIN 332, de schroefdraaddiepte inclusief beveiligingsverzinking bedraagt minstens het dubbele van de nominale diameter van de schroefdraad. Spieën volgens DIN 6885 (hoge uitvoering) 5.2.2 Holle as Diametertolerantie: Ø Ø ISO H7 bij holle assen voor krimpschijven ISO H8 bij holle assen met spiebaan 5.2.3 Montageflens Centreerrandtolerantie: ISO f7 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 63
5 Installatie/montage Belangrijke aanwijzingen 5.3 Belangrijke aanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Schakel de motor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de motor tegen onbedoelde inschakelingen. WAARSCHUWING! Een onvoldoende geborgde klantmachine kan bij het uit- en inbouwen van de tandwielkast omlaagvallen. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Borg de klantmachine bij het uit- en inbouwen van de tandwielkast tegen onbedoelde bewegingen. WAARSCHUWING! Verbrandingsgevaar door hete reductor en hete reductorolie. Zwaar lichamelijk letsel. Laat de tandwielkast vóór de werkzaamheden afkoelen. Draai de oliepeilschroef en olieaftapschroef er altijd voorzichtig uit. VOORZICHTIG! Gevaar door niet-geborgde aanbouwcomponenten zoals spieën. Licht letsel. Breng geschikte beveiligingsinrichtingen aan. VOORZICHTIG! Gevaar voor uitglijden door uittredend smeermiddel van beschadigde afdichtingen. Licht letsel. Controleer of er smeermiddel uit de tandwielkast en de aanbouwcomponenten komt. VOORZICHTIG! Gevaar door uitstekende delen. Licht letsel. De tandwielkast en aanbouwcomponenten mogen niet over het gangpad uitsteken. LET OP! Door ondeskundige installatie en montage kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let op de volgende aanwijzingen. Zorg er vóór het losmaken van de asverbindingen voor dat er geen astorsiemomenten meer actief zijn (verspanning in de installatie). Let erop dat de componenten die bij de klant worden aangebouwd, berekend zijn op de belasting. De tandwielkasten worden standaard zonder olievulling geleverd. 64 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Belangrijke aanwijzingen 5 Wijzigingen van de ruimtelijke positie zijn alleen toegestaan na overleg met SEW- EURODRIVE B.V. Zonder voorafgaand overleg vervalt de garantie. Op het typeplaatje staan de belangrijkste technische gegevens vermeld. Aanvullende gegevens voor het bedrijf worden vermeld in de tekeningen, orderbevestiging of een orderspecifiek document. Zonder overleg met SEW-EURODRIVE B.V. mogen de tandwielkast en zijn aanbouwcomponenten niet worden gewijzigd. Beveilig de draaiende onderdelen van de aandrijving, zoals koppelingen, tandwielen of riemaandrijvingen, door middel van passende aanraakbeveiligingen. De tandwielkast mag alleen in de aangegeven ruimtelijke positie op een vlakke, trillingsdempende en torsiestijve fundatie worden opgesteld of gemonteerd. De voeten van de behuizing en de montageflenzen mogen hierbij niet ten opzichte van elkaar worden verspannen! Let erop dat de oliepeil- en olieaftapschroeven en de ontluchtingsventielen vrij toegankelijk zijn! Let erop dat als er een filter in de OAP en OWP van de koeleenheid wordt ingebouwd dat de vereiste uitbouwhoogte om het filterelement en het filterinzetstuk te verwijderen aanwezig is. Gebruik bij gevaar voor elektrochemische corrosie tussen de reductor en de machine vulmateriaal van kunststof (verbinding van verschillende metalen zoals gietijzer/ roestvrij staal)! Voorzie de bouten eveneens van vlakke sluitringen van kunststof. De behuizing van de tandwielkast moet altijd geaard zijn. Let erop dat de aanbouwtandwielkasten alleen door geautoriseerd personeel aan motoren of adapters mogen worden gemonteerd. Overleg met SEW-EURODRIVE B.V! Er mogen geen laswerkzaamhden aan de aandrijving uitgevoerd worden. Gebruik de aandrijvingen niet als massapunt voor laswerkzaamheden. Door het lassen kunnen de onderdelen van de vertanding en het lager beschadigd raken. Direct zonlicht is bij opstelling in de buitenlucht niet toegestaan. Breng desbetreffende beschermingsconstructies aan, zoals afdekkingen en overkappingen! Hierbij dient warmteconcentratie voorkomen te worden. De exploitant dient ervoor te zorgen dat de werking van de tandwielkast beperkt wordt niet door vreemde voorwerpen (bijv. door vallende voorwerpen of gemorste vloeistof). Bescherm de tandwielkast tegen directe aanvoer van koude lucht. Condensatie kan ertoe leiden dat de olie met water wordt vermengd. Voor het gebruik in vochtige ruimten of in de buitenlucht worden de tandwielkasten met een geschikte laklaag geleverd. Werk eventuele lakbeschadiging bij (bijv. bij de ontluchtingsschroef). De aanwezige leidingen mogen niet gewijzigd worden. Controleer bij tandwielkasten met af fabriek bijgevulde olie of de ontluchtingsschroef vóór de inbedrijfstelling gemonteerd is. Neem de veiligheidsaanwijzingen in de afzonderlijke hoofdstukken in acht! Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 65
5 Installatie/montage Voorwaarde voor de montage 5.4 Voorwaarde voor de montage Controleer of aan de volgende voorwaarden is voldaan: De specificaties op het typeplaatje van de motor komen overeen met het elektriciteitsnet. Tijdens het transport en de opslag is de aandrijving niet beschadigd. De omgevingstemperatuur komt overeen met de gegevens in de orderspecificaties. Geen gevaarlijke oliën, zuren, gassen, dampen, stralingen, etc. in de omgeving. Uitgaande assen en flensvlakken moeten grondig gereinigd worden van corrosiewerende middelen, vuil en dergelijke. Gebruik een in de handel verkrijgbaar oplosmiddel. Oplosmiddelen mogen niet in aanraking komen met de afdichtingslippen van de lipseal-afdichtingen materiële schade! 5.4.1 Langdurige opslag bij tandwielkasten Let op: bij opslagtijden van één jaar of langer wordt de vetgebruiksduur van de lagers korter (dit geldt alleen voor lagers met vetsmering). Vervang het meegeleverde ontluchtingsfilter door de afsluitschroef. 5.5 Opstellen van de elevatoraandrijving LET OP! Door ondeskundige installatie/montage kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. De elevatoraandrijving is ontworpen voor een horizontale montagepositie. Neem bij afwijkende montageposities contact op met SEW-EURODRIVE B.V.! 5.5.1 Bevestiging van de tandwielkast bij voetuitvoering De volgende tabel laat de schroefdraadgrootten en de aanhaalmomenten voor de voetbevestiging van de afzonderlijke tandwielkastgrootten zien. Bouwgrootte Bout/moer Aanhaalmoment Sterkteklasse 8.8 [Nm] X100-110 M20 464 X120-130 M24 798 X140-150 M30 1597 X160-170 X180-190 M36 2778 X200-230 M42 3995 X240-280 M48 6022 X290-320 M56 9650 AANWIJZING De bouten mogen bij de montage niet worden gesmeerd. 66 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Opstellen van de elevatoraandrijving 5 5.5.2 Aanhaalmomenten voor bevestigingsbouten Haal de bouten van tandwielkastonderdelen en de bescherm- en afdekkappen met het volgende aanhaalmoment aan. AANWIJZING De aanhaalmomenten gelden niet voor bevestigingen zoals flenskoppeling, reactiearm, montageflens, holle as met krimpschijf. Deze vindt u in de desbetreffende hoofdstukken. Aanhaalmoment Bout/moer Sterkteklasse 8.8 [Nm] M6 11 M8 27 M10 54 M12 93 AANWIJZING De bouten mogen bij de montage niet worden gesmeerd. 5.5.3 Fundatie Voorwaarde voor een snelle en betrouwbare montage van de tandwielkast is de keuze van het juiste type fundatie en een grondig ontwerp, inclusief de vervaardiging van adequate plattegrondtekeningen met alle vereiste constructie- en maataanduidingen. Om schadelijke trillingen en oscillaties te vermijden moet er bij de montage van de tandwielkast op een staalconstructie vooral op worden gelet dat deze constructie voldoende stijf is. Het ontwerp van de fundatie moet in overeenstemming zijn met het gewicht en het koppel met inachtneming van de op de tandwielkast werkende krachten. Bevestigingsbouten of- moeren moeten met het voorgeschreven koppel worden aangehaald. Zorg voor bouten en aanhaalmomenten conform het hoofdstuk "Bevestiging van de tandwielkast" ( pag. 66). LET OP! Door een ondeskundige fundatie kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: De fundatie moet waterpas en vlak zijn; de tandwielkast mag bij het aantrekken van de bevestigingsbouten niet worden verspannen. Oneffenheden dienen vakkundig opgevuld te worden. Let op de gewichtsgegevens op het typeplaatje. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 67
5 Installatie/montage Toerentalbewaking 5.5.4 Uitlijnen van de as WAARSCHUWING! Asbreuken bij niet-inachtneming van de uitlijnnauwkeurigheid van de as. Dood of zwaar lichamelijk letsel. De vereisten voor de koppelingen staan vermeld in de afzonderlijke technische handleidingen! De levensduur van de assen, lagers en koppelingen hangt grotendeels af van de nauwkeurigheid waarmee de assen onderling zijn uitgelijnd. Daarom moet altijd naar een nulafwijking worden gestreefd. Daarvoor vindt u bijvoorbeeld ook de vereisten voor de koppelingen in de speciale technische handleidingen. 5.6 Toerentalbewaking 5.6.1 Toerentalbewakingsrelais Het toerentalbewakingsrelais is niet bij de levering inbegrepen. De beschrijving hieronder geldtd voor het SEW-toerentalbewakingsrelais. Elektrische aansluiting [5] - [4] + - [3] + 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 [1] L1 LN [2] 486893707 [1] Relaisuitgang [2] Voedingsspanning AC 110 V, AC 230 V (47...63 Hz) [3] Voedingsspanning DC 24 V [4] Signaal [5] Encoder 68 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Toerentalbewaking 5 Maatschets 55 110 8.75 37.5 1.5 75 33.5 61.2 [1] [1] Bevestiging op draagrail 4.5 8.75 487119371 Technische gegevens Bedrijfsspanning: AC 220 V of DC 24 V (artikelnummer 106 710 9) Bedrijfsspanning: AC 110 V (artikelnummer 106 781 8) Maximaal schakelvermogen van het uitgangsrelais: 1250 VA (max. AC 8 A) Referentietoerental, aanloopoverbrugging en schakelhysterese kunnen op het toerentalbewakingsrelais worden ingesteld ( hoofdstuk "Inbedrijfstelling toerentalbewakingsrelais") Beschermingsgraad: IP 40 (aansluitklemmen IP 20) Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 69
5 Installatie/montage Toerentalbewaking 5.6.2 Inductieve opnemer De inductieve opnemer wordt meegeleverd en is af fabriek aan de hulpaandrijvingsadapter gemonteerd. Elektrische aansluiting 2 1 1 4 L+ 3 4 3 L- 488732811 Sluit de door UL geregistreerde inductieve opnemer als volgt op het toerentalbewakingsrelais aan: met een drieaderige kabel met een lengte van maximaal 500 m met een doorsnede van 1,5 mm 2 signaalleidingen gescheiden leggen (niet in meeraderige kabels) en eventueel afschermen AANWIJZING De kabel tussen opnemer en toerentalbewakingsrelais alsmede de M12-aansluitbus van de opnemer maken geen deel uit van de levering van het toerentalbewakingsrelais. Maatschets M12x1 76 67 55 50 M18x1 LED 24 4 488739723 Technische gegevens Elektrische uitvoering DC PNP Schakelafstand [mm] 5 ± 10 % Uitgangsfunctie Maakcontact Werkafstand [mm] 0...4,05 Bedrijfsspanning [V DC ] 10...36 Schakelfrequentie [Hz] 500 Stroombelastbaarheid [ma] 250 Omgevingstemperatuur [ C] 25...+80 Spanningsverlies [V] < 2,5 Beschermingsgraad, beschermingsklasse IP 67 Stroomverbruik [ma] < 15 (24 V) EMC EN 60947-5-2; EN 55011 klasse B 70 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter met olie vullen 5 5.7 Haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter met olie vullen 5.7.1 Aanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Schakel de hoofdmotor en motorreductor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de hoofdmotor en motorreductor tegen onbedoelde inschakelingen. LET OP! Door een verkeerde olievulling kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let op de volgende aanwijzingen. Vul de haakse tandwielkast als deze zich in de definitieve inbouwpositie bevindt. De vrijloopkoppeling en ce haakse tandwielkast X.K.. hebben een gemeenschappelijke oliekamer. Het onderhoud en het vervangen van de olie vinden hierbij gelijktijdig plaats. De haakse tandwielkast X.K.. en hulpaandrijving hebben een gescheiden oliekamer. Vul de tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter met oliesoorten en -hoeveelheden volgens het typeplaatje en het hoofdstuk "Olie verversen" ( pag. 201). Bij tandwielkasten met een externe voedingsleiding, bijv. olie-lucht-koelers, moeten de aansluitingen vóór het vullen van de olie worden aangebracht. Let erop dat de olietemperatuur bij het vullen gelijk is aan de omgevingstemperatuur. Let op de aanvullende aanwijzingen m.b.t. de soort smering in de volgende hoofdstukken. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 71
5 Installatie/montage Haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter met olie vullen 5.7.2 Tandwielkast met aseindpomp /SEP LET OP! Door ondeskundige installatie en montage van de aseindpomp [1] kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let op de volgende aanwijzingen. Vul de tandwielkast met oliesoorten en -hoeveelheden volgens het typeplaatje, zie het hoofdstuk "Olie verversen" ( pag. 201). Controleer het oliepeil met het oliepeilglas, de oliepeilstok of het oliekijkgas. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Oliepeil controleren" ( pag. 195). Open de afsluitschroef [3] direct vóór de eerste inbedrijfstelling en vul de aseindpomp [1] helemaal met olie. Na het vullen moet de afsluitschroef [3] worden afgesloten. Na een stilstandtijd van meer dan zes maanden of een olieverversing moet deze procedure worden herhaald. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Tandwielkast met druksmering" ( pag. 184) en de documentatie van de fabrikant. De afbeeldingen hieronder laten de tandwielkasten in de ruimtelijke posities M1, M4 en M5 zien met de overeenkomstige afsluitschroeven [3] en drukschakelaar [2]. 72 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter met olie vullen 5 Ruimtelijke positie M1 Bouwgrootte XF/XK160-320 [3] Bouwgrootte X4T160-210 [3] [1] [2] [2] [1] Bouwgrootte X4T220-250 5186956299 5428635659 [3] [1] [2] 5490776843 Drukschakelaar Tandwielkasten met een aseindpomp [1] zijn voor de functiebewaking standaard uitgerust met een drukschakelaar [2]. De klant is verantwoordelijk voor de aansluiting. Neem het hoofdstuk "Drukschakelaar" ( pag. 175) in acht. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 73
5 Installatie/montage Tandwielkasten af fabriek met olievulling (optie) 5.8 Tandwielkasten af fabriek met olievulling (optie) LET OP! Door een ondeskundige inbedrijfstelling kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let er bij tandwielkasten met een aseindpomp, motorpomp of klantzijdige koelinstallatie tijdens de eerste inbedrijfstelling op dat deze vóór de inbedrijfstelling worden ontlucht. Bij een tandwielkast die af fabriek met een olie gevuld is, moet het ontluchtingsventiel vóór de inbedrijfstelling worden gemonteerd. Deze is bij de levering inbegrepen. De volgende afbeelding laat een voorbeeld zien. De positie van het ontluchtingsventiel staat vermeld in de orderspecificaties. [1] 4688864907 1. Verwijder de afsluitstop. 2. Plaats het ontluchtingsventiel [1] erin. 3. Controleer het oliepeil. Neem het hoofdstuk "Oliepeil controleren" ( pag. 195) in acht. 74 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Tandwielkast met volle as 5 5.9 Tandwielkast met volle as 5.9.1 Montage van overbrengingscomponenten LET OP! Door ondeskundige montage kunnen het lager, de behuizing of de assen beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Monteer de aandrijf- en overbrengingscomponenten alleen met een optrekhulpstuk. Gebruik bij het aanbrengen de in het aseinde aanwezige centreerboring met schroefdraad. Monteer de riemschijven, koppelingen, rondsels etc. in geen geval met hamerslagen op het aseinde. Mogelijke gevolgen zijn schade aan lagers, behuizing en as! Houd bij riemschijven de juiste riemspanning (volgens opgave van de fabrikant) aan. De volgende afbeelding laat een optrekhulpstuk zien voor het monteren van koppelingen of naven op de aseinden van reductoren of motoren. Eventueel kan het axiale lager op het optrekhulpstuk achterwege blijven. [1] [2] [4] FX1 FX1 [4] [3] X1 A X1 B 356867979 651876363 [1] Aseinde A Ongunstig [2] Axiaal lager B Juist [3] Koppelingsnaaf [4] Naaf Om ontoelaatbaar hoge radiale krachten te voorkomen: tand- of kettingwielen volgens afbeelding B monteren. AANWIJZING De montage is eenvoudiger als u de overbrengingscomponent vooraf insmeert met een glijmiddel en/of kortstondig verwarmt (tot 80... 100 C). Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 75
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 5.10 Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 5.10.1 Afmetingen van de machine-as AANWIJZING Zorg ervoor dat de afmetingen van de machine-as overeenkomen met de SEWspecificaties. 1658359563 ø D35 ø D36 ø D37 FA K15 L DIN 332 D.M.. DIN 509 X..R100 85 h9 85 v6 90 2 9 131 M20 E2.5x0.4 X..R110 85 h9 85 v6 100 2 9 131 M20 E2.5x0.4 X..R120 115 h9 115 v6 120 2 9 165 M24 E2.5x0.4 X..R130 115 h9 115 v6 130 2 9 165 M24 E2.5x0.4 X..R140 135 h9 135 v6 140 3 11 202 M30 E2.5x0.4 X..R150 135 h9 135 v6 160 3 11 202 M30 E2.5x0.4 X..R160 165 h9 165 v6 170 2 11 222 M30 E2.5x0.4 X..R170 165 h9 165 v6 170 2 11 222 M30 E2.5x0.4 X..R180 175 h9 175 v6 180 3 14 253 M30 E2.5x0.4 X..R190 175 h9 175 v6 180 3 14 253 M30 E2.5x0.4 X..R200 195 h9 195 v6 200 3 14 283 M30 E2.5x0.4 X..R210 195 h9 195 v6 200 3 14 283 M30 E2.5x0.4 X..R220 235 h9 235 v6 240 3 14 298 M36 E2.5x0.4 X..R230 235 h9 235 v6 240 3 14 298 M36 E2.5x0.4 X..R240 275 h9 275 v6 280 4 14 318 M36 E2.5x0.4 X..R250 275 h9 275 v6 280 4 14 318 M36 E2.5x0.4 X..R260 275 h9 275 v6 280 4 14 318 M36 E2.5x0.4 X..R270 295 h9 295 v6 300 4 19 343 M36 E2.5x0.4 X..R280 295 h9 295 v6 300 4 19 343 M36 E2.5x0.4 X..R290 315 h9 315 v6 320 4 19 373 M36 E2.5x0.4 X..R300 315 h9 315 v6 320 4 19 373 M36 E2.5x0.4 X..R310 355 h9 355 v6 360 4 19 413 M42 E2.5x0.4 X..R320 355 h9 355 v6 360 4 19 413 M42 E2.5x0.4 76 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 5 5.10.2 Montage van de koppeling op de machine-as 1. Reinig de as en de boring van de flenskoppeling zorgvuldig en ontvet deze. Ook de boringen voor de demontage van de koppeling dienen vrij te zijn van vervuiling. LET OP! Door ondeskundige montage kan de koppeling beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let erop dat de as en de boring absoluut vetvrij zijn, zodat de persverbinding goed werkt. Gebruik daarom geen montagepasta's bij de montage. 2. Verwarm de flenskoppeling tot een voegtemperatuur van 230 C mits er geen speciale, orderspecifieke voegtemperatuur is aangegeven. VOORZICHTIG! De vereiste montagespeling wordt alleen verkregen door de koppeling te verwarmen. Voorzichtig: verbrandingsgevaar tijdens het gehele montageproces. Bescherm hete onderdelen tegen onbedoelde aanrakingen! LET OP! Door de stralingswarmte van de flenskoppeling kunnen aangrenzende elementen beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Bescherm aangrenzende elementen (bijv. lipseal-afdichtingen) met passende hitteschilden. 1153862283 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 77
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 3. Voer de montage van de flenskoppeling op de as snel uit tot deze tegen de aanslag op de asborst zit. AANWIJZING! Bereid de montagegereedschappen en de procedure zorgvuldig voor, zodat de koppeling snel op de as kan worden geplaatst. Tijdens het afkoelen moet de koppeling op de as worden geborgd. AANWIJZING! Besproei de demontageboringen na het afkoelen van de koppeling met zuivere minerale olie en sluit deze af met de meegeleverde afsluitschroeven. 1153865867 78 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 5 5.10.3 Montage van de flensverbinding LET OP! Door ondeskundige montage kan de koppeling beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let er bij de montage op dat de flenskoppeling niet in staat is om de asafwijkingen te compenseren. 1. Reinig de flensvlakken [1] van de koppelingshelften [2]. [2] [1] 992697355 2. Richt de boorsjablonen van de twee koppelingshelften [2] onderling uit en verbind de flenskoppeling. [2] 992700555 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 79
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 3. Monteer de bouten [3] en haal deze volgens de aanhaalmomenten in onderstaande tabel kruislings aan. AANWIJZING! De bouten [3] mogen bij de montage niet worden gesmeerd. 8 15 4 14 6 16 13 1 9 5 10 3 11 2 12 7 [3] 15 14 16 1 2 3 4 13 5 12 11 10 9 8 7 6 992703755 Bouwgrootte Schroefgrootte Aanhaalmoment Sterkteklasse 10.9 [Nm] X100-110 M20 661 X120-130 M24 1136 X140-150 M30 2274 X160-170 X180-190 M36 3957 X200-230 M42 5610 X240-280 M48 8475 X290-320 M56 13583 80 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 5 5.10.4 Demontage van de koppeling van de as Aanwijzingen VOORZICHTIG! Gevaar voor klemraken en beknellling door ondeskundige demontage van zware onderdelen. Mogelijk gevaar voor letsel. Demonteer de flenskoppeling op een vakkundige manier. Let op de onderstaande demontageaanwijzingen. LET OP! Door ondeskundige demontage kan het lager van de uitgaande as beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Tussen de koppeling en de reductorbehuizing mag geen gereedschap worden geplaatst. Om de koppeling [1] te demonteren moet de persverbinding eerst hydraulisch opgerekt worden. Daarna moet de resterende houdkracht met een aftrekhulpstuk [2] worden overwonnen. De volgende afbeelding laat een voorbeeld zien van de opbouw van een hydraulisch aftrekhulpstuk. [1] [2] 1071755147 Voor de demontage is per demontageboring een oliepomp nodig. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 81
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC Bouwgrootte X100-110 De benodigde gegevens voor de dimensionering van het aftrekhulpstuk staan in de volgende tabel. Vereiste oliedruk voor de demontage [bar] Aantal demontageboringen/aantal benodigde oliepompen 2 Aansluitdraad van de drukolieboringen aan de flenskoppeling Vereiste axiale kracht van het aftrekhulpstuk [kn] X120-130 2 115 X140-150 2 160 X160-170 2 190 X180-190 3 220 X200-210 1600 3 G 1/4" 280 X220-230 3 360 X240-260 3 420 X270-280 3 490 X290-300 3 550 X310-320 3 670 85 Procedure 1. Draai de bouten [1] los en verwijder de flenskoppeling. Haal vervolgens de afsluitschroeven [2] uit de demontageboringen. AANWIJZING! Bereid de demontagegereedschappen en de procedure zorgvuldig voor, zodat de flenskoppeling snel van de as kan worden gehaald. [2] [1] 1105822859 82 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 5 2. Sluit de eerste oliepomp [3] aan op de demontageboring [4] die zich het dichtstbij de flens bevindt en zet er druk op, totdat er olie uit de tweede demontageboring [5] treedt. Afhankelijk van de bouwgrootte kan deze boring zich ook aan de voorzijde op het flensvlak van de koppeling bevinden. AANWIJZING! Tijdens de demontage dient u beslist op de veiligheidsaanwijzingen van de fabrikanten van de hydraulische apparaten te letten. [3] [4] [4] [5] 1000632331 3. Sluit de volgende oliepomp [6] aan op deze boring [5] en pers er weer olie bij tot er olie uit de volgende demontageboring [7] treedt. [7] [6] [5] 1002542475 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 83
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding /FC 4. Herhaal deze procedure totdat alle demontageboringen op een oliepomp zijn aangesloten en met druk worden belast. Op de laatste demontageboring [7] moet de druk zo lang worden verhoogd, totdat de olie aan de beide voorzijden van de koppeling [8] ringvormig eruit treedt. AANWIJZING! De demontage kan ook met slechts één oliepomp worden uitgevoerd. De afzonderlijke demontageboringen moeten in dat geval overeenkomstig de optredende druk worden vergrendeld. Door regelmatig olie bij te persen kan de druk in het systeem tijdens de gehele demontageprocedure constant worden gehouden. AANWIJZING! Houd de oliedruk vóór het lostrekken van de koppeling ca. 30 minuten constant, zodat zich in de persverbinding een gelijkmatige olielaag kan vormen. De druk op de boringen dient gedurende deze periode en tijdens de verdere demontage constant gehouden te worden. [7] [8] 1002549387 5. Monteer het aftrekhulpstuk [3]. Trek de koppeling van de as. Aangezien de oliedruk na het bereiken van de laatste demontageboring wegvalt, neemt de kracht die nodig is om de koppeling eraf te trekken tegen het einde aanzienlijk toe. [3] [4] 1000624651 6. Controleer de toestand van de as en de koppelingsboring na de demontage. Beschadigde onderdelen moeten worden vervangen. 84 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met spiebaan 5 5.11 Flenskoppelingen met spiebaan 5.11.1 Afmetingen van de machine-as AANWIJZING Zorg ervoor dat de afmetingen van de machine-as overeenkomen met de SEWspecificaties. 5.11.2 Montage van de koppeling op de machine-as 1. Zorg ervoor dat de afmetingen van de machine-as overeenkomen met de SEWspecificaties. 2. Reinig de as en de boring van de flenskoppeling zorgvuldig en ontvet deze. LET OP! Door ondeskundige montage kan de koppeling beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let erop dat de as en de boring absoluut vetvrij zijn, zodat de persverbinding/ pasverbinding goed werkt. Gebruik daarom geen montagepasta's bij de montage. 3. Verwarm de flenskoppelingshelft [1] tot een voegtemperatuur van 130 C mits er geen speciale, orderspecifieke voegtemperatuur is aangegeven. VOORZICHTIG! De vereiste montagespeling wordt alleen verkregen door de koppeling te verwarmen. Voorzichtig: verbrandingsgevaar tijdens het gehele montageproces. Bescherm hete onderdelen tegen onbedoelde aanrakingen! LET OP! Door de stralingswarmte van de flenskoppelingshelft [1] kunnen aangrenzende elementen beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Bescherm aangrenzende elementen (bijv. lipseal-afdichtingen) met passende hitteschilden. [1] 4349544459 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 85
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met spiebaan 4. Monteer de flenskoppelingshelft [1] snel tot de aanslag van de asborst [2] op de reductoras. AANWIJZING! Bereid de montagegereedschappen en de procedure zorgvuldig voor, zodat de koppeling snel op de as kan worden geplaatst. Tijdens het afkoelen moet de koppeling op de as worden geborgd. [1] [2] 4355233675 86 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met spiebaan 5 5.11.3 Montage van de flensverbinding LET OP! Door ondeskundige montage kan de flenskoppeling beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let er bij de montage op dat de flenskoppeling niet in staat is om de asafwijkingen te compenseren. 1. Reinig de flensvlakken [1] van de flenskoppelingshelften [2]. [2] [1] 4349540107 2. Monteer de eindplaat [3] met bouten [4] op de reductoras [5]. [4] [3] [5] 4364607755 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 87
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met spiebaan 3. Lijn de boorsjablonen van de twee flenskoppelingshelften [6] ten opzichte van elkaar uit en verbind de flenskoppeling. [7] [6] 4349546635 4. Monteer de bouten [7] en haal deze volgens de aanhaalmomenten in onderstaande tabel kruislings aan. AANWIJZING! De bouten [3] mogen bij de montage niet worden gesmeerd. 8 15 4 14 6 16 13 1 9 5 10 3 11 2 12 7 [7] 15 14 13 16 1 2 3 4 5 12 11 10 9 8 7 6 4355231243 Bouwgrootte Schroefgrootte Aanhaalmoment Sterkteklasse 10.9 [Nm] X100-110 M20 661 X120-130 M24 1136 X140-150 M30 2274 X160-170 X180-190 M36 3957 X200-230 M42 5610 X240-280 M48 8475 X290-320 M56 13583 88 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Flenskoppelingen met spiebaan 5 5.11.4 Demontage van de koppeling van de as VOORZICHTIG! Gevaar voor klemraken en beknellling door ondeskundige demontage van zware onderdelen. Mogelijk gevaar voor letsel. Demonteer de flenskoppeling op een vakkundige manier. Let op de onderstaande demontageaanwijzingen. LET OP! Door ondeskundige demontage kan het lager van de uitgaande as beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Tussen de koppeling en de reductorbehuizing mag geen gereedschap worden geplaatst. 1. Draai de bouten [7] los en verwijder de flenskoppeling [6]. AANWIJZING! Bereid de demontagegereedschappen en de procedure zorgvuldig voor, zodat de flenskoppeling snel van de as kan worden gehaald. [7] [6] 4349546635 2. Draai de bouten [4] los en haal de eindplaat [3] van de reductoras [5] af. [4] [3] [5] 4364607755 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 89
5 Installatie/montage Flenskoppelingen met spiebaan 3. Monteer het aftrekhulpstuk [8]. Trek de flenskoppelingshelft [6] van de as [5] af. [6] [5] [8] 4349542283 4. Controleer de toestand van de as en de flenskoppeling na de demontage. Beschadigde onderdelen moeten worden vervangen. 90 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 5.12 Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5.12.1 Algemene aanwijzingen Het materiaal van de machine-as alsmede de spieverbinding moeten door de klant conform de optredende belastingen worden gedimensioneerd. Het asmateriaal moet een minimumtrekgrens van 320 N/mm 2 hebben. De in het maatblad (zie volgende pagina) aangegeven spielengte moet minimaal worden aangehouden. Als er een langere spie wordt gebruikt, moet deze symmetrisch ten opzichte van de holle as worden geplaatst. Bij een doorlopende machine-as of bij axiale krachten adviseert SEW-EURODRIVE u de machine-as met een aanslagkraag uit te rusten. Om te voorkomen dat de bevestigingsbout van de machine-as bij omkering van de lastrichting loskomt, dient deze van een adequate schroefborging te worden voorzien. Eventueel kunnen er twee excentrische bevestigingsschroeven worden gebruikt. 5.12.2 Draadgrootten/aanhaalmomenten SEW-EURODRIVE adviseert de volgende draadgrootten en aanhaalmomenten: Bouwgrootte Afdrukbout [8] 1) (schroefdraad in de eindplaat) Aanbevolen draadgrootten Draadeind [2] 1) Moer (DIN 934) [5] 1) Bevestigingsbout [6] 1) Sterkteklasse 8.8 Aanhaalmoment [Nm] Bevestigingsbout [6] 1) Sterkteklasse 8.8 X..A100 M24 M20 464 X..A110-150 M30 M24 798 X..A160-230 M36 M30 1597 X..A240-300 M42 M36 2778 X..A310-320 M48 M42 3995 1) zie de volgende pagina's Bouwgrootte Draadgrootte voor 6 x bevestigingsbouten [3] 1) Sterkteklasse 10.9 Montage/bedrijfstoestand [Nm] Aanhaalmoment Demontage [Nm] 2 x borgring (boring) DIN 472 X..A100 - - - 75x2,5 X..A110 - - - 85x2,5 X..A120 - - - 95x3 X..A130 - - - 105x4 X..A140 - - - 115x4 X..A150 - - - 125x4 X..A160 - - - 135x4 X..A170-190 M10x30 48 handvast aantrekken - X..A200-230 M12x30 86 handvast aantrekken - X..A240-300 M16x40 210 handvast aantrekken - X..A310-320 M20x50 410 handvast aantrekken - 1) zie volgende pagina's Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 91
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5.12.3 Afmetingen van de machine-as X.F/X.K X.T C1 C2 ø D2 ø D14 ø D15 FA K1 K2 K3 L14 N OA Rmax. S6 T2 T3 U2 U3 X..A100 25 12 75 H8 75 h11 75 js7 2 312 47,5 81 90 205 173 1,6 M24 80,4 80 20 JS9 20 h9 M20 X..A110 30 14 85 H8 85 h11 85 js7 2 312,5 45 84 100 210 176 1,6 M24 90,4 90 22 JS9 22 h9 M20 X..A120 30 14 95 H8 95 h11 95 js7 2 342 53 92 140 244,5 190,5 1,6 M30 100,4 100 25 JS9 25 h9 M24 X..A130 30 14 105 H8 105 h11 105 js7 2 347 68 109 160 258 194 1,6 M30 111,4 111 28 JS9 28 h9 M24 X..A140 30 14 115 H8 115 h11 115 js7 2 403 61 102 200 306 222 1,6 M30 122,4 122 32 JS9 32 h9 M24 X..A150 30 14 125 H8 125 h11 125 js7 3 408 76 117 200 308,5 224,5 1,6 M30 132,4 132 32 JS9 32 h9 M24 X..A160 36 16 135 H8 135 h11 135 js7 3 465 80 127 250 361 256 1,6 M36 143,4 143 36 JS9 36 h9 M30 X..A170 36 17 150 H8 150 h11 150 js7 3 493 96 115 280 377 256 1,6 M36 158,4 158 36 JS9 36 h9 M30 X..A180 36 17 165 H8 165 h11 165 js7 3 565 109 128 300 423 292 2 M36 174,4 174 40 JS9 40 h9 M30 X..A190 36 17 165 H8 165 h11 165 js7 3 565 109 128 300 423 292 2 M36 174,4 174 40 JS9 40 h9 M30 X..A200 36 17 180 H8 180 h11 180 js7 3 620 130 149 320 460,5 319,5 2 M36 190,4 190 45 JS9 45 h9 M30 X..A210 36 17 190 H8 190 h11 190 js7 3 620 130 149 320 460,5 319,5 2 M36 200,4 200 45 JS9 45 h9 M30 X..A220 36 17 210 H8 210 h11 210 js7 3 686 133 152 370 518,5 352,5 2,5 M36 221,4 221 50 JS9 50 h9 M30 X2KA220 36 17 210 H8 210 h11 210 js7 3 756 133 152 370 554 388 2,5 M36 221,4 221 50 JS9 50 h9 M30 X..A230 36 17 210 H8 210 h11 210 js7 3 686 133 152 370 518,5 352,5 2,5 M36 221,4 221 50 JS9 50 h9 M30 X2KA230 36 17 210 H8 210 h11 210 js7 3 756 133 152 370 554 388 2,5 M36 221,4 221 50 JS9 50 h9 M30 X..A240 45 22 230 H8 230 h11 230 js7 3 778 147 170 370 562,5 400,5 2,5 M42 241,4 241 50 JS9 50 h9 M36 X2KA240 45 22 230 H8 230 h11 230 js7 3 853 147 170 370 600 438 2,5 M42 241,4 241 50 JS9 50 h9 M36 X..A250 45 22 240 H8 240 h11 240 js7 3 778 147 170 370 562,5 400,5 2,5 M42 252,4 252 56 JS9 56 h9 M36 X2KA250 45 22 240 H8 240 h11 240 js7 3 853 147 170 370 600 438 2,5 M42 252,4 252 56 JS9 56 h9 M36 X..A260 45 22 240 H8 240 h11 240 js7 3 851 143 166 450 639 437 2,5 M42 252,4 252 56 JS9 56 h9 M36 X..A270 45 22 275 H8 275 h11 275 js7 4 877 158 181 450 652 450 5 M42 287,4 287 63 JS9 63 h9 M36 X..A280 45 22 275 H8 275 h11 275 js7 4 877 158 181 500 677 450 5 M42 287,4 287 63 JS9 63 h9 M36 X..A290 45 22 290 H8 290 h11 290 js7 4 961 160 183 500 719 492 5 M42 302,4 302 63 JS9 63 h9 M36 X..A300 45 22 290 H8 290 h11 290 js7 4 961 160 183 500 719 492 5 M42 302,4 302 63 JS9 63 h9 M36 DIN 332 D.M.. X..A310 55 28 320 H8 320 h11 320 js7 4 1030 170 197 560 781,5 528,5 5 M42 334,4 334 70 JS9 70 h9 M36 X..A320 55 28 320 H8 320 h11 320 js7 4 1030 170 197 560 781,5 528,5 5 M42 334,4 334 70 JS9 70 h9 M36 92 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 5.12.4 Montage van de tandwielkast op de machine-as AANWIJZING Zorg ervoor dat de afmetingen van de machine-as overeenkomen met de SEWspecificaties ( zie vorige pagina). Bouwgrootte X100-160 AANWIJZING Bij de levering zijn inbegrepen: 2 x borgring [8]/[9] en eindplaat [4] Niet bij de levering inbegrepen zijn: schroefdraadeind [2], moer [5], bevestigingsbout [6], afdrukbout [8] 1. Breng NOCO -Fluid aan op de holle as [7] en het aseinde van de machine-as [1]. NOCO FLUID [1] NOCO FLUID NOCO FLUID [7] 18014398819829899 [1] Machine-as [7] Holle as Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 93
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 2. Breng de binnenste borgring [8] aan op de holle as [7]. Borg de eindplaat [4] met de buitenste borgring [9]. Schroef het draadeind [2] in de machine-as [1]. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 91). AANWIJZING! De montage is eenvoudiger als u het schroefdraadeind en de moer vooraf insmeert met een glijmiddel. [1] [8] [4] [9] [2] [7] 2888325003 [1] Machine-as [2] Schroefdraadeind [4] Eindplaat [7] Holle as [8] Borgring, binnen [9] Borgring, buiten 3. Haal de machine-as [1] met de moer [5] aan tot het aseinde van de machine-as [1] en de eindplaat [4] elkaar raken. 0mm [1] [4] [5] 2879305611 [1] Machine-as [4] Eindplaat [5] Moer 94 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 4. Draai de moer [5] los. Schroef het schroefdraadeind [2] los. [2] [5] 2887985163 [2] Schroefdraadeind [5] Moer 5. Borg de machine-as [1] met de bevestigingsbout [6]. Bovendien moet de bevestigingsbout met een geschikte schroefborging worden vastgezet. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 91). [1] [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout [6] 2879305611 LET OP! De ondeskundige montage van de beschermkap levert gevaar voor letsel op door draaiende onderdelen. Bovendien kunnen binnendringend stof en vuil het afdichtingssysteem van de tandwielkast beschadigden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Let erop dat de beschermkap na voltooiing van de montage correct en stofdicht wordt aangebracht. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 95
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A Bouwgrootte X170-320 AANWIJZING Bij de levering zijn inbegrepen: bevestigingsbouten [3] en eindplaat [4] Niet bij de levering inbegrepen zijn: schroefdraadeind [2], moer [5], bevestigingsbout [6], afdrukbout [8] 1. Breng NOCO -Fluid aan op de holle as [7] en het aseinde van de machine-as [1]. NOCO FLUID NOCO FLUID [1] NOCO FLUID O [7] 9007202133994251 [1] Machine-as [7] Holle as 2. Breng de eindplaat [4] centrisch aan op de holle as [7] met de bevestigingsbouten [3] en schroef het draadeind [2] in de machine-as [1]. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 91). AANWIJZING! De montage is eenvoudiger als u het schroefdraadeind en de moer vooraf insmeert met een glijmiddel. [7] [1] [4] [2] [3] 310352011 [1] Machine-as [2] Schroefdraadeind [3] Bevestigingsbouten [4] Eindplaat [7] Holle as 96 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 3. Haal de machine-as [1] met de moer [5] aan tot het aseinde van de machine-as [1] en de eindplaat [4] elkaar raken. 0mm [1] [1] Machine-as [4] Eindplaat [5] Moer [4] [5] 310407307 4. Draai de moer [5] los. Schroef het schroefdraadeind [2] los. [2] [5] [2] Schroefdraadeind [5] Moer 310655244 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 97
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5. Borg de machine-as [1] met de bevestigingsbout [6]. Bovendien moet de bevestigingsbout met een geschikte schroefborging worden vastgezet. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 91). [1] [6] [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout 310415883 LET OP! De ondeskundige montage van de beschermkap levert gevaar voor letsel op door draaiende onderdelen. Bovendien kunnen binnendringend stof en vuil het afdichtingssysteem van de tandwielkast beschadigden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Let erop dat de beschermkap na voltooiing van de montage correct en stofdicht wordt aangebracht. 98 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 5.12.5 Demontage van de tandwielkast van de machine-as LET OP! Als de tandwielkast niet goed van de machine-as wordt verwijderd, kunnen de lagers en andere componenten beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Bij de demontage mag uitsluitend op de holle as worden afgesteund. Let erop dat het afsteunen op andere delen van de tandwielkast tot beschadigingen kan leiden. Bouwgrootte X100-160 1. Draai de bevestigingsbout [6] los. Verwijder de buitenste borgring [8] en haal de eindplaat weg [4]. [4] [8] [6] 2851177867 [4] Eindplaat [6] Bevestigingsbout [8] Borgring 2. Draai ter bescherming van de centreerboring de bevestigingsbout [6] in de machineas [1]. [1] [6] [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout 2851180299 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 99
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 3. Draai de eindplaat [4] om en bouw deze met de buitenste borgring [8] weer in. [4] [8] 2851183627 [4] Eindplaat [8] Borgring 4. Draai de afdrukbout [8] in de eindplaat [4] om de tandwielkast van de machine-as [1] te demonteren. AANWIJZING! De demontage is eenvoudiger als u de afdrukbout [8] en de schroefdraad in de eindplaat [4] vooraf insmeert met een glijmiddel. [8] [1] [4] 2851187595 [1] Machine-as [4] Eindplaat [8] Afdrukbout 100 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 Bouwgrootte X170-320 1. Draai de bevestigingsbout [6] los. [6] Bevestigingsbout [6] 310460043 2. Verwijder de bevestigingsbouten [3] en haal de eindplaat eraf [4]. [4] [3] Bevestigingsbout [4] Eindplaat [3] 310464523 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 101
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 3. Draai ter bescherming van de centreerboring de bevestigingsbout [6] in de machine-as [1]. [1] [6] 310470027 [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout 4. Breng voor de demontage van de tandwielkast de omgekeerde eindplaat [4] met de bevestigingsbouten [3] centrisch aan op de holle as [7]. De bevestigingsbouten [3] dienen handvast te worden aangedraaid. [7] [4] Eindplaat [3] Bevestigingsbout [7] Holle as [4] [3] 310474123 102 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met spieverbinding /..A 5 5. Draai de afdrukbout [8] in de eindplaat [4] om de tandwielkast van de machine-as [1] te demonteren. AANWIJZING! De demontage is eenvoudiger als u de afdrukbout [8] en de schroefdraad in de eindplaat [4] vooraf insmeert met een glijmiddel. [1] [8] [4] 310478219 [1] Machine-as [4] Eindplaat [8] Afdrukbout Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 103
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5.13 Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5.13.1 Algemeen Het materiaal van de machine-as dient door de klant conform de optredende belastingen te worden gedimensioneerd. Het asmateriaal moet een minimumtrekgrens van 320 N/mm 2 hebben. 5.13.2 Draadgrootten/aanhaalmomenten SEW-EURODRIVE adviseert de volgende draadgrootten en aanhaalmomenten: Bouwgrootte Afdrukbout [8] 1) (schroefdraad in de eindplaat) Aanbevolen draadgrootten Draadeind [2] 1) Moer (DIN 934) [5] 1) Bevestigingsbout [6] 1) Sterkteklasse 8.8 Aanhaalmoment [Nm] Bevestigingsbout [6] 1) Sterkteklasse 8.8 X..H100-150 M30 M24 798 X..H160-230 M36 M30 1597 X..H240-300 M42 M36 2778 X..H310-320 M48 M42 3995 1) zie volgende pagina's Bouwgrootte Draadgrootte voor 6 x bevestigingsbouten [3] 1) Sterkteklasse 10.9 Montage/bedrijfstoestand [Nm] Aanhaalmoment [Nm] Demontage [Nm] 2 x borgring (boring) DIN 472 X..H100 - - - 80x2,5 X..H110 - - - 90x2,5 X..H120 - - - 100x3 X..H130 - - - 110x4 X..H140 - - - 120x4 X..H150 - - - 130x4 X..H160 - - - 140x4 X..H170-190 M10x30 48 handvast aantrekken - X..H200-230 M12x30 86 handvast aantrekken - X..H240-300 M16x40 210 handvast aantrekken - X..H310-320 M20x50 410 handvast aantrekken - 1) zie volgende pagina's 104 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 5.13.3 Afmetingen van de machine-as X.F.. X.K.. X.T.. C1 C2 ø D5 ø D6 ø D17 ø D18 ø D19 ø D20 FA K4 K5 K6 MD OH R S6 9007199906389771 X..H100 30 14 80 H7 81 H9 80 H6 80 h11 81 m6 95 2 394,5-1 46 42-1 261 173 3 M24 M20 DIN 332 D.M.. X..H110 30 14 90 H7 91 H9 90 h6 90 h11 91 m6 105 2 400,5-1 46 42-1 265 176 3 M30 M24 X..H120 30 14 100 H7 101 H9 100 h6 100 h11 101 m6 115 2 437-1 51 52-1 286,5 190,5 3 M30 M24 X..H130 30 14 110 H7 111 H9 110 h6 110 h11 111 m6 125 2 449-1 55 52-1 297 194 3 M30 M24 X..H140 30 14 120 H7 121 H9 120 h6 120 h11 121 m6 135 2 509-1 59 62-1 329 222 3 M30 M24 X..H150 30 14 130 H7 131 H9 130 h6 130 h11 131 m6 145 3 520-1 66 62-1 337,5 224,5 3 M30 M24 X..H160 36 16 140 H7 141 H9 140 h6 140 h11 141 m6 155 3 583-1 66 73-1 375 256 4 M36 M30 X..H170 36 17 150 H7 151 H9 150 h6 150 h11 151 m6 165 3 600-1 83 73-1 364 256 4 M36 M30 X..H180 36 17 165 H7 166 H9 165 g6 165 h11 166 m6 180 3 672-1 83 83-1 400 292 4 M36 M30 X..H190 36 17 165 H7 166 H9 165 g6 165 h11 166 m6 180 3 672-1 83 83-1 400 292 4 M36 M30 X..H200 36 17 180 H7 181 H9 180 g6 180 h11 181 m6 195 3 750-1 101 83-1 450,5 319,5 4 M36 M30 X..H210 36 17 190 H7 191 H9 190 g6 190 h11 191 m6 205 3 753-1 106 83-1 453,5 319,5 4 M36 M30 X..H220 36 17 210 H7 211 H9 210 g6 210 h11 211 m6 230 3 830-1 118 108-1 497,5 352,5 5 M36 M30 X2KH220 36 17 210 H7 211 H9 210 g6 210 h11 211 m6 230 3 900-1 118 108-1 532,5 387,5 5 M36 M30 X..H230 36 17 210 H7 211 H9 210 g6 210 h11 211 m6 230 3 830-1 118 108-1 497,5 352,5 5 M36 M30 X2KH230 36 17 210 H7 211 H9 210 g6 210 h11 211 m6 230 3 900-1 118 108-1 532,5 387,5 5 M36 M30 X..H240 45 22 230 H7 231 H9 230 g6 230 h11 231 m6 250 3 948-1 140 108-1 571,5 400,5 5 M42 M36 X2KH240 45 22 230 H7 231 H9 230 g6 230 h11 231 m6 250 3 1023-1 140 108-1 609 438 5 M42 M36 X..H250 45 22 240 H7 241 H9 240 g6 240 h11 241 m6 260 3 948-1 140 108-1 571,5 400,5 5 M42 M36 X2KH250 45 22 240 H7 241 H9 240 g6 240 h11 241 m6 260 3 1023-1 140 108-1 609 438 5 M42 M36 X..H260 45 22 250 H7 255 H9 250 g6 250 h11 255 m6 280 4 1021-1 140 108-1 608 437 5 M42 M36 X..H270 45 22 280 H7 285 H9 280 g6 280 h11 285 m6 310 4 1056-1 146 143-1 630 450 5 M42 M36 X..H280 45 22 280 H7 285 H9 280 g6 280 h11 285 m6 310 4 1056-1 146 143-1 630 450 5 M42 M36 X..H290 45 22 300 H7 305 H9 300 g6 300 h11 305 m6 330 4 1147-1 152 143-1 679 492 5 M42 M36 X..H300 45 22 300 H7 305 H9 300 g6 300 h11 305 m6 330 4 1147-1 152 143-1 679 492 5 M42 M36 X..H310 55 28 320 H7 325 H9 320 g6 320 h11 325 m6 350 4 1241-1 165 143-1 740,5 528,5 5 M42 M36 X..H320 55 28 320 H7 325 H9 320 g6 320 h11 325 m6 350 4 1241-1 165 143-1 740,5 528,5 5 M42 M36 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 105
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5.13.4 Montage van de tandwielkast op de machine-as AANWIJZING Zorg ervoor dat de afmetingen van de machine-as overeenkomen met de SEWspecificaties zie vorige pagina. Neem de documentatie van de fabrikant over de krimpschijf in acht. Bouwgrootte X100-160 AANWIJZING Bij de levering zijn inbegrepen: 2 x borgring [8]/[9] en eindplaat [4] Niet bij de levering inbegrepen zijn: schroefdraadeind [2], moer [5], bevestigingsbout [6], afdrukbout [8] 1. Ontvet de holle as [7] en de machine-as [1] voordat de tandwielkast wordt gemonteerd, en breng wat NOCO -Fluid aan op de machine-as [1] in de buurt van de bus [11]. LET OP! NOCO -Fluid nooit direct op de bus [11] aanbrengen, omdat de pasta bij het plaatsen van de aandrijfas op het te klemmen gedeelte van de krimpschijf kan komen. Mogelijk materiële schade: Het klemgedeelte van de krimpschijf tussen de machine-as [1] en de holle as [7] dient absoluut vetvrij te blijven! [1] NOCO FLUID [11] [7] [1] [7] [1] Machine-as [7] Holle as [11] Bus 9007199565225355 106 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 2. Breng de binnenste borgring [8] aan op de holle as [7]. Borg de eindplaat [4] met de buitenste borgring [9]. Schroef het draadeind [2] in de machine-as [1]. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 104). AANWIJZING! De montage is eenvoudiger als u het schroefdraadeind en de moer vooraf insmeert met een glijmiddel. [1] [8] [4] [9] [2] [7] 2879298827 [1] Machine-as [2] Schroefdraadeind [4] Eindplaat [7] Holle as [8] Borgring, binnen [9] Borgring, buiten 3. Haal de machine-as [1] met de moer [5] aan tot het aseinde van de machine-as [1] en de eindplaat [4] elkaar raken. 0mm [1] [4] [5] 2888427147 [1] Machine-as [4] Eindplaat [5] Moer Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 107
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 4. Draai de moer [5] los. Schroef het schroefdraadeind [2] los. [2] [5] 2879303435 [2] Schroefdraadeind [5] Moer 5. Borg de machine-as [1] met de bevestigingsbout [6]. Bovendien moet de bevestigingsbout met een geschikte schroefborging worden vastgezet. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 104). [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout [6] 2888331147 108 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 6. Schuif de krimpschijf [9] ongespannen op de holle as [7] en plaats de binnenring van de krimpschijf [9b] op maat A. VOORZICHTIG! In ongespannen toestand kan de krimpschijf wegglijden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Borg de krimpschijf, zodat deze niet wegglijdt. LET OP! Het aanhalen van de spanbouten zonder een ingebouwde as kan tot vervormingen van de holle as leiden. Mogelijk materiële schade: Haal de spanbouten alleen aan als de as is gemonteerd. A [9] [7] [9b] [9a] 2886265099 [7] Holle as [9] Krimpschijf [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) Bouwgrootte A [mm] XH100 37,5 XH110 38 XH120 39 XH130-140 41 XH150 42 XH160 48 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 109
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 7. Spanbouten [10] met de hand aandraaien en daarbij de kegel (buitenring) [9a] parallel uitlijnen t.o.v. de kegelbus (binnenring) [9b] van de krimpschijf. Draai de spanbouten [10] na elkaar met een ¼-omwenteling vast met de wijzers van de klok mee (niet kruislings). Draai de spanbouten [10] niet kruislings vast. AANWIJZING! Bij krimpschijven waarvan de kegelbus (binnenring) [9b] een inkeping heeft, draait u de spanbouten [10] links en rechts van de inkeping na elkaar aan en draait u de overige bouten gelijkmatig verdeeld in meerdere slagen vast. 6 1 5 2 4 3 [9a] [9b] [10] 2886267275 [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) [10] Spanbouten 8. Haal de spanbouten [10] in meerdere omlopen net zolang verder aan (gelijkmatig, telkens met een ¼-omwenteling) totdat de kegel (buitenring) [9a] en de klembus (binnenring) [9b] aan de kant met de bouten een lijn vormen zoals in de volgende afbeelding. S > 0 [L1] [9a] S = 0 [L2] 90 [9b] [10] 6 1 5 2 [10] 4 3 2886269451 [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) [10] Spanbouten [L1] Toestand op het moment van de levering (voorgemonteerd) [L2] Kant-en-klaar gemonteerd (bedrijfsgereed) 110 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 AANWIJZING Als de kegel (buitenring) en de kegelbus (binnenring) aan de kant met de bouten niet in één lijn gemonteerd kunnen worden, demonteer de krimpschijf dan nog een keer en reinig of smeer deze zorgvuldig zoals beschreven in het volgende hoofdstuk. LET OP! De ondeskundige montage van de beschermkap levert gevaar voor letsel op door draaiende onderdelen. Bovendien kunnen binnendringend stof en vuil het afdichtingssysteem van de tandwielkast beschadigden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Let erop dat de beschermkap na voltooiing van de montage correct en stofdicht wordt aangebracht. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 111
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H Bouwgrootte X170-320 AANWIJZING Bij de levering zijn inbegrepen: bevestigingsbouten [3] en eindplaat [4] Niet bij de levering inbegrepen zijn: schroefdraadeind [2], moer [5], bevestigingsbout [6], afdrukbout [8] 1. Ontvet de holle as [7] en de machine-as [1] voordat de tandwielkast wordt gemonteerd, en breng wat NOCO -Fluid aan op de machine-as [1] in de buurt van de bus [11]. LET OP! NOCO -Fluid nooit direct op de bus [11] aanbrengen, omdat de pasta bij het plaatsen van de aandrijfas op het te klemmen gedeelte van de krimpschijf kan komen. Mogelijk materiële schade: Het klemgedeelte van de krimpschijf tussen de machine-as [1] en de holle as [7] dient absoluut vetvrij te blijven! [1] NOCO FLUID [11] [7] [1] Machine-as [7] Holle as [11] Bus [1] [7] 9007199565225355 112 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 2. Breng de eindplaat [4] centrisch aan op de holle as [7] met de bevestigingsbouten [3]. Schroef het draadeind [2] in de machine-as [1]. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 104). [1] [7] [4] [3] [2] 356508428 [1] Machine-as [2] Schroefdraadeind [3] Bevestigingsbouten [4] Eindplaat [7] Holle as 3. Draai de machine-as [1] met de moer [5] aan tot de borst van de machine-as en de holle as [7] elkaar raken. 0mm [1] [7] [1] Machine-as [5] Moer [5] 310501387 [7] Holle as Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 113
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 4. Draai de moer [5] los. Schroef het schroefdraadeind [2] los. [2] [5] 310506251 [2] Schroefdraadeind [5] Moer 5. Borg de machine-as [1] met de bevestigingsbout [6]. Bovendien moet de bevestigingsbout met een geschikte schroefborging worden vastgezet. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 104). [1] [6] [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout 310510731 114 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 6. Schuif de krimpschijf [9] ongespannen op de holle as [7] en plaats de binnenring van de krimpschijf [9b] op maat A. VOORZICHTIG! In ongespannen toestand kan de krimpschijf wegglijden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Borg de krimpschijf, zodat deze niet wegglijdt. LET OP! Het aanhalen van de spanbouten zonder een ingebouwde as kan tot vervormingen van de holle as leiden. Mogelijk materiële schade: Haal de spanbouten alleen aan als de as is gemonteerd. A [9] [7] [9b] [9a] 9007199565261323 [7] Holle as [9] Krimpschijf [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) Bouwgrootte A [mm] XH170-190 37 XH200-210 38 XH220-230 39 XH240-260 48 XH270-300 49 XH310-320 60 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 115
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 7. Spanbouten [10] met de hand aandraaien en daarbij de kegel (buitenring) [9a] parallel uitlijnen t.o.v. de kegelbus (binnenring) [9b] van de krimpschijf. Draai de spanbouten [10] na elkaar met een ¼-omwenteling vast met de wijzers van de klok mee (niet kruislings). Draai de spanbouten [10] niet kruislings vast. AANWIJZING! Bij krimpschijven waarvan de kegelbus (binnenring) [9b] een inkeping heeft, draait u de spanbouten [10] links en rechts van de inkeping na elkaar aan en draait u de overige bouten gelijkmatig verdeeld in meerdere slagen vast. 6 1 5 2 [9a] [9b] [10] 4 3 [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) [10] Spanbouten 8. Haal de spanbouten [10] in meerdere omlopen net zolang verder aan (gelijkmatig, telkens met een ¼-omwenteling) totdat de kegel (buitenring) [9a] en de klembus (binnenring) [9b] aan de kant met de bouten een lijn vormen zoals in de volgende afbeelding. S > 0 [L1] [9a] S = 0 [L2] 90 [9b] [10] 6 1 5 2 [10] 4 3 [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) [10] Spanbouten [L1] Toestand op het moment van de levering (voorgemonteerd) [L2] Kant-en-klaar gemonteerd (bedrijfsgereed) AANWIJZING Als de kegel (buitenring) en de kegelbus (binnenring) aan de kant met de bouten niet in één lijn gemonteerd kunnen worden, demonteer de krimpschijf dan nog een keer en reinig of smeer deze zorgvuldig zoals beschreven in het volgende hoofdstuk. 116 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 LET OP! De ondeskundige montage van de beschermkap levert gevaar voor letsel op door draaiende onderdelen. Bovendien kunnen binnendringend stof en vuil het afdichtingssysteem van de tandwielkast beschadigden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Let erop dat de beschermkap na voltooiing van de montage correct en stofdicht wordt aangebracht. 5.13.5 Demontage van de tandwielkast van de machine-as Bouwgrootte X100-160 LET OP! Als de tandwielkast niet goed van de machine-as wordt verwijderd, kunnen de lagers en andere componenten beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Bij de demontage mag uitsluitend op de holle as worden afgesteund. Let erop dat het afsteunen op andere delen van de tandwielkast tot beschadigingen kan leiden. Demonteer de krimpschijf op een vakkundige manier. Draai de spanbouten er nooit helemaal uit, omdat de krimpschijf er anders af zou kunnen springen en er ongelukken kunnen gebeuren! Krimpschijven van meerdere tandwielkasten alsmede hun afzonderlijke onderdelen mogen niet onderling worden verwisseld. 1. Draai de spanbouten [10] na elkaar met ¼-omwentelingen los, zodat de verbindingsvlakken niet kunnen kantelen. AANWIJZING! Als de kegel (buitenring) [9a] en de klembus (binnenring) [9b] niet vanzelf los komen van elkaar: Neem het vereiste aantal spanbouten en draai deze gelijkmatig in de demontageboringen. Draai de spanbouten in een aantal stappen vast tot de klembus van de kegelring gescheiden is. [9a] [10] [9b] [10] [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) [10] Spanbouten 2886271627 2. Trek de krimpschijf van de holle as af. Demonteer de tandwielkast van de machineas zoals beschreven in het hoofdstuk "Demontage van de tandwielkast van de machine-as" ( pag. 99). Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 117
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H Bouwgrootte X170-320 LET OP! Als de tandwielkast niet goed van de machine-as wordt verwijderd, kunnen de lagers en andere componenten beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Bij de demontage mag uitsluitend op de holle as worden afgesteund. Let erop dat het afsteunen op andere delen van de tandwielkast tot beschadigingen kan leiden. Demonteer de krimpschijf op een vakkundige manier. Draai de spanbouten er nooit helemaal uit, omdat de krimpschijf er anders af zou kunnen springen en er ongelukken kunnen gebeuren! Krimpschijven van meerdere tandwielkasten alsmede hun afzonderlijke onderdelen mogen niet onderling worden verwisseld. 1. Draai de spanbouten [10] na elkaar met ¼-omwentelingen los, zodat de verbindingsvlakken niet kunnen kantelen. AANWIJZING! Als de kegel (buitenring) [9a] en de klembus (binnenring) [9b] niet vanzelf los komen van elkaar: Neem het vereiste aantal spanbouten en draai deze gelijkmatig in de demontageboringen. Draai de spanbouten in een aantal stappen vast tot de klembus van de kegelring gescheiden is. [10] [9a] [9b] [10] 419020555 [9a] Kegel (buitenring) [9b] Kegelbus (binnenring) [10] Spanbouten 2. Trek de krimpschijf van de holle as af. Demonteer de tandwielkast van de machineas zoals beschreven in het hoofdstuk "Demontage van de tandwielkast van de machine-as" ( pag. 101). 118 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met krimpschijf /..H 5 Reinigen en smeren van de krimpschijf Voor de hermontage moet de krimpschijf worden gereinigd en gesmeerd. AANWIJZING Om ervoor te zorgen dat de krimpschijf probleemloos functioneert, moeten de volgende stappen zorgvuldig worden uitgevoerd. Er mogen alleen producten worden gebruikt die vergelijkbaar zijn met het smeermiddel. Als de conische vlakken van de krimpschijf beschadigd zijn, mag deze niet meer worden gebruikt en moet deze worden vervangen. [10] [9a] 1526385163 [9a] Kegel (buitenring) [10] Spanbouten 1. Na de demontage moeten verontreinigingen en de resten van achterblijvende smeermiddelen zorgvuldig van de krimpschijf worden verwijderd. 2. Smeer de spanbouten [10] aan de schroefdraad en onder de kop in met een MoS 2 - houdende pasta, bijv. "gleitmo 100" van FUCHS LUBRITECH (www.fuchslubritech.com). 3. Smeer het conische vlak van de kegel (buitenring) [9a] eveneens gelijkmatig in met een dunne laag MoS 2 -houdende pasta, bijv. "gleitmo 100" van FUCHS LUBRITECH (www.fuchs-lubritech.com). Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 119
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 5.14 Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 5.14.1 Algemeen Het materiaal van de machine-as alsmede de spieverbinding moeten door de klant conform de optredende belastingen worden gedimensioneerd. Het asmateriaal moet een minimumtrekgrens van 320 N/mm 2 hebben. 5.14.2 Draadgrootten/aanhaalmomenten SEW-EURODRIVE adviseert de volgende draadgrootten en aanhaalmomenten: Bouwgrootte Afdrukbout [8] 1) (schroefdraad in de eindplaat) Aanbevolen draadgrootten Draadeind [2] 1) Moer (DIN 934) [5] 1) Bevestigingsbout [6] Sterkteklasse 8.8 Aanhaalmoment [Nm] Bevestigingsbout [6] 1) Sterkteklasse 8.8 X..V100-150 M30 M24 798 X..V160-230 M36 M30 1597 X..V240-300 M42 M36 2778 X..V310-320 M48 M42 3995 1) zie volgende pagina's Bouwgrootte Draadgrootte voor 6 x bevestigingsbouten [3] 1) Sterkteklasse 10.9 Montage/bedrijfstoestand [Nm] Aanhaalmoment Demontage [Nm] 2 x borgring (boring) DIN 472 X..V100 - - - 80x2,5 X..V110 - - - 90x2,5 X..V120 - - - 100x3 X..V130 - - - 110x4 X..V140 - - - 125x4 X..V150 - - - 130x4 X..V160 - - - 140x4 X..V170-190 M10x30 48 handvast aantrekken - X..V200-230 M12x30 86 handvast aantrekken - X..V240-300 M16x40 210 handvast aantrekken - X..V310-320 M20x50 410 handvast aantrekken - 1) zie volgende pagina's 120 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 5 5.14.3 Afmetingen van de machine-as X.F.. X.K.. X.T.. C1 C2 ø D25 ø D26 DIN ø D27 ø D28 ø D29 Dm FA K7 K8 K9 Me OV R S6 332 D.M.. 9007200017836427 X..100 30 14 81 H9 74,4 h10 73 81 m6 95 6 3 306-1 81 42-1 -0.069 81.326-0.125 173 3 M24 M20 X..110 30 14 91 H9 84,4 h10 83 91 m6 105 6 3 311,5-1 81 42-1 -0.068 91.092-0.123 176 3 M24 M20 X..120 30 14 101 H9 94,4 h10 93 101 m6 115 6 3 341-1 91 52-1 -0.068 101.141-0.122 190,5 3 M30 M24 X..130 30 14 111 H9 109,4 h10 108 111 m6 125 6 3 346-1 86 52-1 -0.078 116.076-0.139 194 3 M30 M24 X..V140 30 14 121 H9 119,4 h10 118 121 m6 135 6 3 402-1 101 62-1 -0.078 126.095-0.138 222 3 M30 M24 X..150 30 14 131 H9 129,4 h10 128 131 m6 145 6 3 407-1 101 62-1 -0.081 136.329-0.144 224,5 3 M30 M24 X..160 36 16 141 H9 139,4 h10 138 141 m6 155 6 3 464-1 111 73-1 -0.080 146.167-0.143 256 4 M36 M30 X..170 36 17 151 H9 149,4 h10 148 151 m6 165 6 3 492-1 121 73-1 -0.079 156.172-0.141 256 4 M36 M30 X..180 36 17 166 H9 159 h10 158 166 m6 180 10 5 564-1 166 83-1 -0.086 170.009-0.152 292 4 M36 M30 X..190 36 17 166 H9 159 h10 158 166 m6 180 10 5 564-1 166 83-1 -0.086 170.009-0.152 292 4 M36 M30 X..200 36 17 191 H9 179 h10 178 191 m6 205 10 5 619-1 176 83-1 -0.087 190.090-0.155 319,5 4 M36 M30 X..210 36 17 191 H9 179 h10 178 191 m6 205 10 5 619-1 176 83-1 -0.087 190.090-0.155 319,5 4 M36 M30 X..220 36 17 211 H9 199 h10 198 211 m6 230 10 5 685-1 -0.088 201 108-1 210.158-0.157 352,5 5 M36 M30 X2K220 36 17 211 H9 199 h10 198 211 m6 230 10 5 755-1 -0.088 201 108-1 210.158-0.157 387,5 5 M36 M30 X..230 36 17 211 H9 199 h10 198 211 m6 230 10 5 685-1 -0.088 201 108-1 210.158-0.157 352,5 5 M36 M30 X2K230 36 17 211 H9 199 h10 198 211 m6 230 10 5 755-1 -0.088 201 108-1 210.158-0.157 387,5 5 M36 M30 X..240 45 22 231 H9 219 h10 218 231 m6 250 10 5 777-1 -0.102 216 108-1 230.215-0.179 400,5 5 M36 M30 DIN 5480 W 75x3x30x24x8f N 75x3x30x24x9H W 85x3x30x27x8f N 85x3x30x27x9H W 95x3x30x30x8f N 95x3x30x30x9H W 110x3x30x35x8f N 110x3x30x35x9H W 120x3x30x38x8f N 120x3x30x38x9H W 130x3x30x42x8f N 130x3x30x42x9H W 140x3x30x45x8f N 140x3x30x45x9H W 150x3x30x48x8f N 150x3x30x48x9H W 160x5x30x30x8f N 160x5x30x30x9H W 160x5x30x30x8f N 160x5x30x30x9H W 180x5x30x34x8f N 180x5x30x34x9H W 180x5x30x34x8f N 180x5x30x34x9H W 200x5x30x38x8f N 200x5x30x38x9H W 200x5x30x38x8f N 200x5x30x38x9H W 200x5x30x38x8f N 200x5x30x38x9H W 200x5x30x38x8f N 200x5x30x38x9H W 220x5x30x42x8f N 220x5x30x42x9H Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 121
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V X.F.. X.K.. X.T.. C1 C2 ø D25 ø D26 DIN ø D27 ø D28 ø D29 Dm FA K7 K8 K9 Me OV R S6 332 D.M.. X2K240 45 22 231 H9 219 h10 218 231 m6 250 10 5 852-1 -0.102 216 108-1 230.215-0.179 438 5 M36 M30 X..250 45 22 241 H9 219 h10 218 241 m6 260 10 5 777-1 216 108-0.102-1 230.215-0.179 400,5 5 M36 M30 X2K250 45 22 241 H9 219 h10 218 241 m6 260 10 5 852-1 -0.102 216 108-1 230.215-0.179 438 5 M36 M30 X..260 45 22 255 H9 239 h10 238 255 m6 275 10 5 850-1 216 108-0.102-1 250.264-0.180 437 5 M42 M36 X..270 45 22 285 H9 258,4 h10 258 285 m6 305 16 8 876-1 248 143-0.101-1 276.230-0.177 450 5 M42 M36 X..280 45 22 285 H9 258,4 h10 258 285 m6 305 16 8 876-1 248 143-0.101-1 276.230-0.177 450 5 M42 M36 X..290 45 22 305 H9 278,4 h10 278 305 m6 325 16 8 960-1 268 143-0.105-1 297.014-0.184 492 5 M42 M36 X..300 45 22 305 H9 278,4 h10 278 305 m6 325 16 8 960-1 268 143-0.105-1 297.014-0.184 492 5 M42 M36 X..310 55 28 325 H9 298,4 h10 298 325 m6 345 16 8-0.102 1029-1 318 143-1 316.655-0.180 528,5 5 M42 M36 X..320 55 28 325 H9 298,4 h10 298 325 m6 345 16 8-0.102 1029-1 318 143-1 316.655-0.180 528,5 5 M42 M36 DIN 5480 W 220x5x30x42x8f N 220x5x30x42x9H W 220x5x30x42x8f N 220x5x30x42x9H W 220x5x30x42x8f N 220x5x30x42x9H W 240x5x30x46x8f N 240x5x30x46x9H W 260x8x30x31x8f N 260x8x30x31x9H W 260x8x30x31x8f N 260x8x30x31x9H W 280x8x30x34x8f N 280x8x30x34x9H W 280x8x30x34x8f N 280x8x30x34x9H W 300x8x30x36x8f N 300x8x30x36x9H W 300x8x30x36x8f N 300x8x30x36x9H 5.14.4 Montage van de tandwielkast op de machine-as AANWIJZING Zorg ervoor dat de afmetingen van de machine-as overeenkomen met de SEWspecificaties ( zie vorige pagina). Bouwgrootte X100-160 AANWIJZING Bij de levering zijn inbegrepen: 2 x borgring [8]/[9] en eindplaat [4] Niet bij de levering inbegrepen zijn: schroefdraadeind [2], moer [5], bevestigingsbout [6], afdrukbout [8] Breng wat NOCO -Fluid aan op de machine-as rondom de bus en de splinesvertanding. Monteer de tandwielkast op de machine-as zoals beschreven in het hoofdstuk "Montage van de tandwielkast aan de machine-as" ( pag. 93). 122 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 5 Bouwgrootte X170-320 AANWIJZING Bij de levering zijn inbegrepen: bevestigingsbouten [3] en eindplaat [4] Niet bij de levering inbegrepen zijn: schroefdraadeind [2], moer [5], bevestigingsbout [6], afdrukbout [8] 1. Breng wat NOCO -Fluid aan op de machine-as [1] in de buurt van de bus [11] en van de splinesvertanding. [11] NOCO FLUID NOCO FLUID [1] 9007202116906123 [1] Machine-as [11] Bus 2. Schuif de tandwielkast op de machine-as. De splinesvertandingen van de holle- en de machine-as moeten hierbij in elkaar grijpen. Breng de eindplaat [4] centrisch aan op de holle as [7] met de bevestigingsbouten [3] en schroef het draadeind [2] in de machine-as [1]. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 120). [1] [7] [1] [4] [3] [2] 771692555 [1] Machine-as [2] Schroefdraadeind [3] Bevestigingsbouten [4] Eindplaat [7] Holle as Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 123
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 3. Draai de machine-as [1] met de moer [5] aan tot de borst van de machine-as en de holle as [7] elkaar raken. 0mm [1] [7] [1] Machine-as [5] Moer [7] Holle as [5] 771696651 4. Draai de moer [5] los. Schroef het schroefdraadeind [2] los. [2] [5] 771752587 [2] Schroefdraadeind [5] Moer 124 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 5 5. Borg de machine-as [1] met de bevestigingsbout [6]. Bovendien moet de bevestigingsbout met een geschikte schroefborging worden vastgezet. Let op de aanhaalmomenten in het hoofdstuk "Draadgrootten/aanhaalmomenten" ( pag. 120). [1] [6] [1] Machine-as [6] Bevestigingsbout 771756683 LET OP! De ondeskundige montage van de beschermkap levert gevaar voor letsel op door draaiende onderdelen. Bovendien kunnen binnendringend stof en vuil het afdichtingssysteem van de tandwielkast beschadigden. Mogelijk persoonlijk letsel en materiële schade. Let erop dat de beschermkap na voltooiing van de montage correct en stofdicht wordt aangebracht. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 125
5 Installatie/montage Uitgaande as als holle as met splinesvertanding /..V 5.14.5 Demontage van de tandwielkast van de machine-as LET OP! Als de tandwielkast niet goed van de machine-as wordt verwijderd, kunnen de lagers en andere componenten beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Bij de demontage mag uitsluitend op de holle as worden afgesteund. Let erop dat het afsteunen op andere delen van de tandwielkast tot beschadigingen kan leiden. Bouwgrootte X100-160 Demonteer de tandwielkast van de machine-as zoals beschreven in het hoofdstuk "Demontage van de tandwielkast van de machine-as" ( pag. 99). Bouwgrootte X170-320 Demonteer de tandwielkast van de machine-as zoals beschreven in het hoofdstuk "Demontage van de tandwielkast van de machine-as" ( pag. 101). 126 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Terugloopblokkering/draairichting veranderen 5 5.15 Terugloopblokkering/draairichting veranderen 5.15.1 Aanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving en onder belasting staande assen resp. aandrijflijn. Dood of zwaar letsel. Schakel de motor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de motor tegen onbedoelde inschakelingen. Voordat de asverbindingen worden losgemaakt, dient u ervoor te zorgen dat er geen torsiemomenten meer actief zijn (verspanningen in de installatie). WAARSCHUWING! Verbrandingsgevaar door hete reductor en hete reductorolie. Zwaar lichamelijk letsel. Laat de reductor afkoelen, voordat u met de werkzaamheden begint! Draai de oliepeilschroef en olieaftapschroef er altijd voorzichtig uit. LET OP! Door de ondeskundige keuze en vulling van smeermiddelen kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijke materiële schade! Na een verandering van de draairichting moet de tandwielkast via de olievulschroef tot aan de oliepeilmarkering worden gevuld met de reeds gebruikte oliesoort. Het is niet toegestaan om oliën van verschillende soorten en/of fabrikanten te mengen. AANWIJZING Neem tevens de technische handleiding van de desbetreffende fabrikant van de terugloopblokkering in acht. Bij aandrijvingen met een hulpaandrijving en vrijloopkoppeling moet zowel de terugloopblokkering als de vrijloopblokkering worden gewijzigd als de draairichting wordt veranderd. Gebruik bij de daaropvolgende montage van aanbouwcomponenten aan de behuizing van de tandwielkast een afdichtingsmiddel voor oppervlakken, bijv. Loctite 5208. 5.15.2 Aanhaalmomenten Neem de volgende aanhaalmomenten in acht. Schroefgrootte Aanhaalmoment [Nm] Sterkteklasse 8.8 Schroefgrootte Aanhaalmoment [Nm] Sterkteklasse 8.8 M5 6 M16 206 M6 10 M20 402 M8 25 M24 696 M10 48 M30 1420 M12 84 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 127
5 Installatie/montage Terugloopblokkering/draairichting veranderen 5.15.3 Procedure 1. Laat de olie uit de tandwielkast vloeien tot het oliepeil tot onder de lagerboring van de terugloopblokkering is gezakt. Neem het hoofdstuk "Aanwijzingen voor de montage" ( pag. 64) in acht. 2. Draai de bevestigingsbouten [1] van de terugloopblokkering los en haal het afsluitdeksel [2] eraf. [5] [4] [3] [2] [6] [1] 1622023819 3. Verwijder de buitenring [3]. Om de demontage te vergemakkelijken draait u daarbij de buitenring [3] licht in de vrijlooprichting. 4. Demonteer de borgring [4] en de binnenring [5] met kooi en klemlichamen. De bij het aanhalen optredende krachten mogen alleen via de binnenring [5] en niet via de kooi met de klemlichamen worden geleid. Gebruik de draadgaten [6] aan de binnenring [5] van de terugloopblokkering. 5. Draai de binnenring [5] met de klemlichamen 180 en monteer deze er weer. 180 [5] 1622187787 6. Zet de binnenring [5] met de borgring [4] in axiale richting vast op de as. 128 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Terugloopblokkering/draairichting veranderen 5 7. Monteer de buitenring [3] en het afsluitdeksel [2] weer met de bevestigingsbouten [1]. Draai de buitenring [3] bij de montage lichtjes in de vrijlooprichting; de ring kan zo makkelijker over de klemlichamen worden geschoven. Dicht de naden tussen het lagerdeksel en de buitenring [3] van de terugloopblokkering en het afsluitdeksel [2] weer zorgvuldig af. AANWIJZING! Voor een eenvoudigere montage kunt u de klemlichamen van de terugloopblokkering ook tijdelijk met een rubbertje of een kabelbinder vastzetten. De buitenring kan zo makkelijker over de klemlichamen worden geschoven. 8. Verander de draairichtingspijl op de behuizing van de tandwielkast. 9. Vul de tandwielkast weer met olie en controleer het oliepeil. 10.Controleer na de montage of de terugloopblokkering rustig loopt. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 129
5 Installatie/montage Vrijloopblokkering/draairichting veranderen 5.16 Vrijloopblokkering/draairichting veranderen 5.16.1 Aanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving en onder belasting staande assen resp. aandrijflijn. Dood of zwaar letsel. Schakel de motor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de motor tegen onbedoelde inschakelingen. Voordat de asverbindingen worden losgemaakt, dient u ervoor te zorgen dat er geen torsiemomenten meer actief zijn (verspanningen in de installatie). WAARSCHUWING! Verbrandingsgevaar door hete reductor en hete reductorolie. Zwaar lichamelijk letsel. Laat de reductor afkoelen, voordat u met de werkzaamheden begint! Draai de oliepeilschroef en olieaftapschroef er altijd voorzichtig uit. LET OP! Door de ondeskundige keuze en vulling van smeermiddelen kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijke materiële schade! Na een verandering van de draairichting moet de tandwielkast via de olievulschroef tot aan de oliepeilmarkering worden gevuld met de reeds gebruikte oliesoort. Het is niet toegestaan om oliën van verschillende soorten en/of fabrikanten te mengen. AANWIJZING Neem tevens de technische handleiding van de desbetreffende fabrikant van de terugloopblokkering in acht. Bij aandrijvingen met een hulpaandrijving en vrijloopkoppeling moet zowel de terugloopblokkering als de vrijloopblokkering worden gewijzigd als de draairichting wordt veranderd. Gebruik bij de daaropvolgende montage van aanbouwcomponenten aan de behuizing van de tandwielkast een afdichtingsmiddel voor oppervlakken, bijv. Loctite 5208. 5.16.2 Aanhaalmomenten Neem de volgende aanhaalmomenten in acht. Schroefgrootte Aanhaalmoment [Nm] Sterkteklasse 8.8 Schroefgrootte Aanhaalmoment [Nm] Sterkteklasse 8.8 M5 6 M16 206 M6 10 M20 402 M8 25 M24 696 M10 48 M30 1420 M12 84 130 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Vrijloopblokkering/draairichting veranderen 5 5.16.3 Procedure [6] [5] [3] [1] [4] [2] 1626311947 1. Laat de olie uit de hulpaandrijvingsadapter vloeien. Neem het hoofdstuk "Aanwijzingen voor de montage" ( pag. 64) in acht. 2. Draai de verbindingsbouten [2] tussen de hulpaandrijving [3] en de hulpaandrijvingsadapter [1] los en haal de hulpaandrijving [3] met de vrijloopkoppeling [4] eruit. 3. Verwijder de borgring [5] en de binnenring [6] met kooi en klemlichamen. De bij het aanhalen optredende krachten mogen alleen via de binnenring [6] en niet via de kooi met de klemlichamen worden geleid. Gebruik de draadgaten aan de binnenring [6] van de terugloopblokkering. 4. Draai de binnenring [6] met de klemlichamen 180 en monteer deze er weer. 180 [6] 1626316555 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 131
5 Installatie/montage Reactiearm /T 5. Zet de binnenring [6] met de borgring [5] in axiale richting vast op de as. 6. Monteer de hulpaandrijving [3] met de bevestigingsbouten [2] weer aan de hulpaandrijvingsadapter [1]. Draai de hulpaandrijving [3] bij de montage, indien mogelijk, lichtjes in de vrijlooprichting; de buitenring van de vrijloopkoppeling [4] kan zo makkelijker over de klemlichamen worden geschoven. Om beschadiging van de vrijloopkoppeling [4] te voorkomen dient u erop te letten dat de hulpaandrijving [3] niet gekanteld wordt bij de montage. Dicht de naden tussen de hulpaandrijving [3] en de hulpaandrijvingsadapter [1] weer zorgvuldig af. 7. Verander de draairichtingspijl op de behuizing van de tandwielkast [3]. 8. Vul de hulpaandrijvingsadapter [1] weer met olie en controleer het oliepeil van de tandwielkast. 9. Controleer na de montage of de vrijloopkoppeling rustig loopt. 5.17 Reactiearm /T WAARSCHUWING! Onvoldoende geborgde tandwielkasten kunnen bij de demontage en montage omlaagvallen. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Borg de tandwielkast bij de demontage en montage. Steun de tandwielkast af met een geschikt hulpmiddel. LET OP! Het vastzetten van de reactiearm leidt tot een forcering van de uitgaande as, wat de levensduur van de lagering van de uitgaande as negatief kan beïnvloeden. Mogelijk materiële schade. De reactiearm mag niet worden verspannen. LET OP! Door de verspanning van de reactiearm kan de behuizing breken. Mogelijk materiële schade. Neem de gegevens over de boutgrootte, aanhaalmomenten en vereiste sterkte van de bouten in acht. 132 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Reactiearm /T 5 1. Om de buigmomenten op de machine-as zo klein mogelijk te houden dient u de reactiearm [1] steeds aan de kant van de aangedreven machine te monteren. De reactiearm [1] kan onder of boven aan de tandwielkast worden gemonteerd. [1] [1] 9007199613871883 2. Lijn de tandwielkast horizontaal uit met behulp van de draadstift en de moeren van de reactiearm. 0 1 ±1 [1] [2] [3] -5 90 +5 [4] 359126795 [1] [2] [3] [4] Gaffelkop met bout Draadstift met moeren Scharnierkop Gaffelplaat met bout LET OP! Let erop dat de draadstift [2] gelijkmatig in de gaffel- [1] en scharnierkop [3] is geschroefd. Mogelijk materiële schade: De draadstift [2] moet minstens één keer met de schroefdraaddiameter en gelijkmatig in de gaffelkop [1] en scharnierkop [3] zijn geschroefd. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 133
5 Installatie/montage Reactiearm /T [1] min. = Ø Ø [2] [3] [1] [2] [3] Gaffelkop met bout Draadstift met moeren Scharnierkop 1154061707 3. Na het uitlijnen moeten de moeren worden aangehaald met de in onderstaande tabel vermelde koppels. Borg deze met een geschikte schroefborging (bijv. Loctite 243). Bouwgrootte Bout/moer X100-110 M20 Aanhaalmoment [Nm] X120-130 M24 140 X140-150 M24 X160-190 M36 200 X200-230 M42 350 X240-280 M48 500 X290-320 M56 700 134 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Koppelingen 5 5.18 Koppelingen AANWIJZING Neem de technische handleidingen van de desbetreffende fabrikanten van de koppeling in acht. 5.18.1 Montagetoleranties Voer bij de montage van koppelingen de volgende compensatie conform de specificaties van de fabrikant uit. a) Maximum- en minimumafstand b) Asafwijking c) Hoekafwijking a) b) c) 211395595 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 135
5 Installatie/montage Koppelingen De volgende tabel laat verschillende methoden zien om de verschillende toleranties te meten. Meetmethode Hoekafwijking Asafwijking a1 D a a b Voelermaat a2 Deze meetmethode levert alleen een nauwkeurig resultaat op als de afwijking van de voorvlakken van de koppelingen wordt verholpen door beide koppelingshelften 180 te draaien en daarna de gemiddelde waarde van het verschil (a1 - a2) te berekenen. f2 Op de afbeelding ziet u het meten van de asafwijking met een richtlineaal. De toegestane waarden voor de asafwijking zijn in de regel zo klein dat het aanbeveling verdient met een meetklokje te werken. Draait u een koppelingshelft samen met het meetklokje en halveert u de maatafwijkingen, dan geeft de op het meetklokje weergegeven afwijking de verplaatsing (maat "b") aan, waarin de asafwijking van de andere koppelingshelft is inbegrepen. f1 a1 D a a b Meetklokje f2 f1 a2 f2 f1 Voorwaarde bij deze meetmethode is dat de aslagers tijdens het draaien van de as geen axiale speling hebben. Als aan deze voorwaarde niet is voldaan, moet de axiale speling tussen de rechte vlakken van de koppelingshelften worden verholpen. Bij wijze van alternatief kunnen twee meetklokjes op de tegenover elkaar liggende zijden van de koppeling worden gebruikt (voor de berekening van het verschil van de meetklokjes bij het draaien van de koppeling). De afbeelding toont een nauwkeuriger meetmethode voor het meten van de asafwijking dan hierboven beschreven. De koppelingshelften worden samen gedraaid zonder dat de punt van de meetklok over het meetvlak glijdt. Door de op het meetklokje weergegeven afwijking te halveren verkrijgt u de asafwijking (maat "b"). 136 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Motoradapter /MA 5 5.19 Motoradapter /MA 5.19.1 Maximaal toelaatbaar motorgewicht Bij de montage van een motor op de tandwielkast moeten twee criteria worden gecontroleerd. 1. Maximaal motorgewicht afhankelijk van tandwielkastuitvoering en montagetype 2. Maximaal motorgewicht afhankelijk van de grootte van de motoradapter AANWIJZING Het motorgewicht mag deze twee criteria niet overschrijden. 1. Maximaal motorgewicht afhankelijk van tandwielkastuitvoering en montagetype Horizontale tandwielkast AANWIJZING De volgende tabellen gelden alleen voor stationaire applicaties. Neem bij mobiele toepassingen (zoals rijaandrijvingen) contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Neem bij afwijkende ruimtelijke posities of montagevlakken contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Voor alle tabellen geldt: G M = gewicht van de motor G G = gewicht van de tandwielkast Montagetype Ruimtelijke positie M. / montagevlak F. M1 / F1 en M3 / F2 X.F.. X.K.. X.T.. Voetuitvoering X../ B G M 1,5 G G G M 1,75 G G G M 2,0 G G Opsteekuitvoering X../ T G M 0,5 G G G M 1,5 G G G M 1,5 G G Flensuitvoering X../ F G M 0,5 G G G M 0,5 G G G M 0,5 G G Verticale tandwielkast AANWIJZING Overleg bij opsteekuitvoeringen met SEW-EURODRIVE B.V. Tandwielkast met ruimtelijke positie M. / montagevlak F.: M5 / F4 en M6 / F3 overleggen met SEW-EURODRIVE B.V. Montagetype Ruimtelijke positie M. / montagevlak F. M5 / F3 en M6 / F4 X.F.. X.K.. X.T.. Voetuitvoering X../ B G M 2,0 G G G M 1,5 G G G M 1,75 G G Flensuitvoering X../ F G M 1,5 G G G M 0,75 G G G M 1,25 G G Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 137
5 Installatie/montage Motoradapter /MA Rechtopstaande tandwielkast Ruimtelijke positie M. / montagevlak F. M4 / F6 Montagetype X.F.. X.K.. X.T.. Voetuitvoering X../ B G M 1,25 G G G M 1,75 G G G M 1,5 G G Opsteekuitvoering X../ T G M 0,75 G G G M 1,0 G G G M 0,75 G G Flensuitvoering X../ F G M 1,0 G G G M 1,25 G G G M 1,0 G G 2. Maximaal motorgewicht afhankelijk van de grootte van de motoradapter De onderstaande belastingen op de motoradapter mogen niet worden overschreden. X [1] [2] G M 9007199611271819 [1] Zwaartepunt van de motor X = zwaartepuntafstand [2] Motoradapter G M = gewicht van de aangebouwde motor AANWIJZING De tabel geldt alleen voor stationaire applicaties. Neem bij mobiele toepassingen (zoals rijaandrijvingen) contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Motoradapter G M X IEC NEMA [kg] [mm] 100/112 182/184 60 190 132 213/215 110 230 160/180 254/286 220 310 200 324 280 340 225 326 400 420 250 / 280 364-405 820 480 315S-L 444-449 1450 680 315 2000 740 355 2500 740 Als de zwaartepuntafstand X wordt vergroot, moet het maximaal toelaatbare gewicht G M lineair worden gereduceerd. G M kan niet worden verhoogd als de zwaartepuntafstand wordt verlaagd. 138 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Motoradapter /MA 5 5.19.2 Klauwkoppeling ROTEX -koppeling AANWIJZING Neem de technische handleidingen van de desbetreffende fabrikanten van de koppeling in acht. [3] [5] [1] [5] [2] [4] [5] 5816894987 1. Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk "Aanwijzingen voor de installatie/montage" ( pag. 64) in acht. 2. Monteer de naven [1] [2] op de assen van de aandrijvende en de uitgaande zijde [3] [4]. LET OP! Door ondeskundige montage kunnen de naven [1] [2] beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Verwarm de naaf tot ca. 80 C om de montage te vereenvoudigen. 3. Plaats de tandkrans [5] en de DZ-elementen in het nokdeel van de naaf aan de aandrijvende en uitgaande aszijde [1] [2]. 4. Verschuif de tandwielkast/motor in axiale richting tot maat E bereikt is. Als de tandwielkast en de motor reeds gemonteerd zijn, moet maat E worden ingesteld door de naven [1] [2] op de aandrijvende en uitgaande as [3] [4] axiaal te verschuiven. LET OP! Door ondeskundige montage kunnen de koppelingen [1] [2] beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Let er bij de montage op dat maat E wordt aangehouden, zodat de tandkrans tijdens bedrijf zich axiaal kan blijven bewegen. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 139
5 Installatie/montage Motoradapter /MA De volgende tabel laat maat E zien. L 1 G Ød H Ød W s E s 5815628427 Montagematen Borgbout E [mm] s [mm] d H [mm] G 14 13 1,5 10 M4 1,5 19 16 2 18 M5 2 24 18 2 27 M5 2 28 20 2,5 30 M8 10 38 24 3 38 M8 10 42 26 3 46 M8 10 48 28 3,5 51 M8 10 55 30 4 60 M10 17 65 35 4,5 68 M10 17 75 40 5 80 M10 17 90 45 5,5 100 M12 40 100 50 6 113 M12 40 110 55 6,5 127 M16 80 125 60 7 147 M16 80 140 65 7,5 165 M20 140 160 75 9 190 M20 140 180 85 10,5 220 M20 140 Koppelingsgrootte Aanhaalmoment [Nm] 5. Borg de naven door de draadstiften [5] aan te draaien. 140 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Motoradapter /MA 5 Verplaatsingen - uitlijnen van de koppeling LET OP! Door ondeskundige montage van de koppeling kan deze beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Om voor een lange levensduur van de koppeling te zorgen moeten de aseinden precies worden uitgelijnd. De in het volgende hoofdstuk voorgeschreven verplaatsingswaarden dienen absoluut aangehouden te worden. Bij een overschrijding van de waarden raakt de koppeling beschadigd. Hoe preciezer de koppeling wordt uitgelijnd, des te hoger is de levensduur. Let op: De in de tabel (zie volgende pagina) vermelde verplaatsingswaarden zijn maximumwaarden die niet tegelijkertijd mogen optreden. Als de radiale en axiale hoekafwijking gelijktijdig optreden mogen de toegestane verplaatsingswaarden slechts proportioneel worden benut. Controleer met een meetklok, lineaal of voelermaat of de toegestane verplaatsingswaaren uit de tabel (zie volgende pagina) worden aangehouden. L max. Kw Kr L min. E E L (-) (+) Ka Hoekverplaatsingen Radiale verplaatsingen Axiale verplaatsingen Δ K w = L 1max. - L 1min. [mm] L max = L + Δ K a [mm] 5989511307 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 141
5 Installatie/montage Motoradapter /MA Voorbeeld voor de vermelde verplaatsingscombinaties (zie diagram): Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: ΔK r = 30 % ΔK r = 60 % ΔK w = 70 % ΔK w = 40 % ΔK totaal = ΔK r + ΔK w < 100 % 100% 90% 80% 70% Hoekafwijking ΔK w % 60% 50% 40% 30% 20% 10% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Radiale afwijking ΔK r % 5989508747 Verplaatsingswaarden De volgende tabel laat de verplaatsingswaarden zien. ROTEX -grootte 14 19 24 28 38 42 48 55 65 75 90 100 110 125 140 160 180 Max. axiale verplaatsing ΔK a [mm] -0,5-0,5-0,5-0,7-0,7-1,0-1,0-1,0-1,0-1,5-1,5-1,5-2,0-2,0-2,0-2,5-2,5 1,0 1,2 1,4 1,5 1,8 2,0 2,1 2,2 2,6 3,0 3,4 3,8 4,2 4,6 5,0 5,7 6,4 Max. radiale 1500 rpm 0,17 0,20 0,22 0,25 0,28 0,32 0,36 0,38 0,42 0,48 0,50 0,52 0,55 0,60 0,62 0,64 0,68 verplaatsing ΔK r [mm] 1800 rpm 0,11 0,13 0,15 0,17 0,19 0,21 0,25 0,26 0,28 0,32 0,34 0,36 0,38 - - - - ΔK w [graden] hoekverplaatsing 1,2 1,2 0,9 0,9 1,0 1,0 1,1 1,1 1,2 1,2 1,2 1,2 1,3 1,3 1,2 1,2 1,2 bij n = 1500 rpm ΔK w [mm] 0,67 0,82 0,85 1,05 1,35 1,7 2,0 2,3 2,7 3,3 4,3 4,8 5,6 6,5 6,6 7,6 9,0 ΔK w [graden] hoekverplaatsing 1,1 1,1 0,8 0,8 0,8 0,8 0,9 1,0 1,0 1,0 1,1 1,1 1,1 - - - - bij n = 3000 rpm ΔK w [mm] 0,62 0,7 0,75 0,84 1,1 1,4 1,6 2,0 2,3 2,9 3,8 4,2 5,0 - - - - 142 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Motoradapter /MA 5 5.19.3 Montage van de motor op de motoradapter 1. Reinig de motoras en de flensvlakken van motor en motoradapter. Deze moeten droog en vetvrij zijn! AANWIJZING! Om passingsroest te voorkomen adviseert SEW-EURODRIVE om vóór de montage van de koppelingshelft NOCO -Fluid op de motoras aan te brengen. 2. Schuif de koppelingshelft op de motoras en positioneer deze. Let daarbij op de informatie in hoofdstuk "Klauwkoppeling" ( pag. 139) en de volgende afbeelding. De grootte van de koppeling en het type staan op de koppeling. X A X M [2] E X M = X A E 9007199705735691 [1] Motoradapter X A = afstand van de koppeling tot het flensvlak van de motoradapter E = montagemaat X M = afstand van de koppeling tot het flensvlak van de motor 3. Borg de koppelingshelft met de draadstift. 4. Monteer de motor op de adapter. Daarbij moeten de klauwen van de koppeling in elkaar grijpen. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 143
5 Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5.20 V-riemaandrijvingen /VBD 5.20.1 Maximaal toelaatbaar motorgewicht Let bij de selectie van een motor op het toelaatbare motorgewicht, op de uitvoering van de tandwielkast en op het soort tandwielkastbevestiging overeenkomstig de volgende tabellen: De tabel geldt alleen voor stationaire applicaties. Neem bij mobiele toepassingen (zoals rijaandrijvingen) contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Montagetype X.F.. Uitvoering van de tandwielkast X.K.. Voetuitvoering X../ B G M 1,75 G G G M 1,75 G G Opsteekuitvoering X../ T G M 1,5 G G G M 1,5 G G Voor de tabel geldt: G M = gewicht van de motor G G = gewicht van de tandwielkast 5.20.2 Montage van de V-riemaandrijving 1. Monteer de motor [1] op de fundatieplaat [2] (de bevestigingsbouten zijn niet bij de levering inbegrepen). 2. Reinig en ontvet de assen [4], taperbussen [5] en riemschijven [6]. [5] [4] [6] 1022665099 144 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5 3. Bevestig de riembeschermingskap [3] op de daarvoor bestemde houders. Let hierbij op de benodigde ruimte voor het plaatsen en spannen van de riemen en op de gewenste openingsrichting van de kap. [1] [3] [2] 9007200277402251 4. Monteer de met taperbussen afgeronde riemschijven [6] op de tandwielkast- en motoras [4]. De schroeven van de taperbussen zijn eenvoudig te smeren; niet gebruikte boringen met vet vullen ter bescherming tegen vuil. Haal de spanbouten van de taperbussen [5] gelijkmatig aan. Sla bij het maken van de verbinding tijdens het aanhalen zachtjes tegen de naaf. [4] [5] [6] [6] [6] [4] 9007200277411851 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 145
5 Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5. Plaats de riemschijven [7] zo dicht mogelijk bij de asborst [8]. Als de kransbreedte van de twee schijven van elkaar afwijkt, moet dit bij de plaatsing worden meeberekend. Controleer voor en na het aanhalen van de taperbussen of de riemschijven in één lijn liggen door middel van een richtlineaal [9] of een geschikt uitrichttoestel. De maximaal toegestane afwijking van de uitlijning staat vermeld in de volgende tabel. [7] [9] [8] D 1 X 1 X 2 [8] D 2 [7] Schijfdiameter D 1, D 2 [mm] Maximaal toegestane afstand X 1, X 2 112 0,5 224 1,0 450 2,0 630 3,0 Voor andere schijfdiameters moeten de tussenwaarden voor X 1, X 2 worden geïnterpoleerd. 146 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5 6. Plaats de V-riemen [8] op de riemschijven en span deze voor door de fundatieplaat met de draadstiften [9] af te stellen. LET OP! Monteer de V-riem altijd zonder veel kracht uit te oefenen. Mogelijk materiële schade: Het monteren met behulp van een schroevendraaier of iets dergelijks veroorzaakt uitwendige en inwendige beschadigingen aan de V-riem. VOORZICHTIG! Monteer de V-riem altijd zonder veel kracht uit te oefenen. Mogelijk gevaarlijke situatie. Let erop dat uw vingers bij het verstellen en draaien van de V-riemschijf niet tussen de schijf en de V-riem komen. [8] [9] 9007200277448075 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 147
5 Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 7. Controleer de voorspanning van de riemspanning met een geschikt meettoestel. Als er geen speciaal meettoestel beschikbaar is, kan de voorspanning volgens de hieronder beschreven methode worden geschat. Bepaal aan de hand van de volgende tabel de testkracht [f] waarmee de riem, indien correct voorgespannen, in het midden van de vrije riemlengte met de indrukdiepte [E a ] kan worden afgebogen. Vergelijk de gemeten waarden met de in de tabel aangegeven waarden (zie volgende pagina). Corrigeer de riemspanning tot de tabelwaarden zijn bereikt. β L 2 L f Trum E a S a 1068875787 8. Draai alle bouten en moeren vast en controleer dan nogmaals of de riemschijven goed uitgelijnd zijn en of de correcte riemspanning is aangehouden. 9. Controleer de bevestiging van de riembeschermingskap. Sluit de kap en schroef deze volgens de aanwijzingen aan de daarvoor bestemde boringen. 10.Controleer de riemvoorspanning na een bedrijfsduur van ca. 24 uur om de beginrek van de V-riemen te compenseren. Controleer dan ook direct of de taperbussen en hun spanbouten goed vastzitten. 148 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5 X.K.. XK100-110 XK120-130 1,25 1,4 1,6 1,8 1,25 1,4 1,6 Motorvermogen [kw] Bouwgrootte Overbrenging Testkracht [N] Indrukdiepte (mm) Indrukdiepte (mm) Frequentie (1/s) Frequentie (1/s) Eerste montage Gebruikte riemen Eerste montage Gebruikte riemen 4 25 9,4 10,7 64 56 5,5 25 8,2 9,4 67 59 7,5 25 8,1 9,4 70 62 9,2 25 8,2 9,4 68 59 11 25 8,1 9,4 70 61 15 25 7,0 9,5 73 64 18,5 50 11,0 13,0 64 57 4 25 9,5 10,8 63 55 5,5 25 8,2 9,5 67 59 7,5 25 8,1 9,4 71 62 9,2 25 8,2 9,4 67 59 11 25 8,1 9,4 70 61 15 25 7,0 9,5 73 64 18,5 50 11,2 13,2 66 58 4 25 9,5 10,7 64 56 5,5 25 8,2 9,4 68 59 7,5 25 8,0 9,3 71 63 9,2 25 8,3 9,5 67 59 11 25 8,0 9,3 71 62 15 50 12,0 13,2 63 55 18,5 50 11,1 13,1 67 58 4 25 9,5 10,7 64 56 5,5 25 8,2 9,5 67 59 7,5 25 8,1 9,4 71 62 9,2 25 8,1 9,3 69 60 11 25 8,1 9,4 70 61 15 50 11,9 13,0 64 56 18,5 50 11,0 12,9 68 60 5,5 25 9,6 11,0 57 50 7,5 25 9,5 11,0 60 53 9,2 25 9,6 11,1 57 50 11 25 9,5 11,0 60 52 15 25 8,2 11,1 62 55 18,5 50 13,0 15,3 57 50 22 50 12,1 13,9 59 52 30 25 8,2 11,1 62 55 37 75 14,0 16,2 52 46 45 75 14,7 18,5 45 40 5,5 25 9,6 11,1 57 50 7,5 25 9,6 11,1 60 52 9,2 25 9,6 11,0 58 51 11 25 9,6 11,1 59 52 15 25 8,2 11,1 63 55 18,5 50 13,0 15,4 57 50 22 50 12,0 13,9 59 52 30 25 8,2 11,1 63 55 37 75 13,9 16,1 53 46 45 75 14,1 19,0 46 40 5,5 25 9,5 11,0 58 51 7,5 25 9,5 11,0 60 53 9,2 25 9,6 11,1 57 50 11 25 9,5 11,0 59 52 15 50 13,9 15,3 54 48 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 149
5 Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD XK120-130 XK140-150 1,6 1,8 1,25 1,4 1,6 1,8 Motorvermogen [kw] Bouwgrootte Overbrenging Testkracht [N] Indrukdiepte (mm) Indrukdiepte (mm) Frequentie (1/s) Frequentie (1/s) Eerste montage Gebruikte riemen Eerste montage Gebruikte riemen 18,5 50 13,0 15,3 57 50 22 50 11,9 13,8 60 53 30 75 12,7 15,9 56 49 37 50 11,1 12,8 64 57 45 75 13,4 18,1 48 42 5,5 25 9,5 11,0 58 51 7,5 25 9,4 10,8 61 54 9,2 25 9,4 10,9 59 51 11 25 9,4 10,8 61 53 15 50 14,0 15,4 54 47 18,5 50 12,9 15,1 58 51 22 50 11,9 13,8 60 53 30 75 13,1 16,3 54 48 15 25 8,2 11,1 62 55 18,5 50 15,8 18,6 47 41 22 50 14,6 16,9 49 43 30 25 9,9 13,4 51 45 37 75 17,0 19,7 43 38 45 75 14,7 18,5 45 40 55 75 15,5 19,4 42 37 75 75 16,9 21,3 40 35 90 75 13,6 18,2 44 38 15 25 8,2 11,1 62 55 18,5 50 15,8 18,6 47 41 22 50 14,6 16,9 49 43 30 25 9,9 13,4 51 45 37 75 17,0 19,7 43 38 45 75 14,7 18,5 45 40 55 75 15,5 19,4 42 37 75 75 16,9 21,3 40 35 90 75 13,6 18,2 44 38 15 25 8,2 11,1 62 55 18,5 50 15,8 18,6 47 41 22 50 14,6 16,9 49 43 30 25 9,9 13,4 51 45 37 75 17,0 19,7 43 38 45 75 14,7 18,5 45 40 55 75 15,5 19,4 42 37 75 75 16,9 21,3 40 35 90 75 13,6 18,2 44 38 15 25 8,2 11,1 62 55 18,5 50 15,8 18,6 47 41 22 50 14,6 16,9 49 43 30 25 9,9 13,4 51 45 37 75 17,0 19,7 43 38 45 75 14,7 18,5 45 40 55 75 15,5 19,4 42 37 75 75 16,9 21,3 40 35 90 75 13,6 18,2 44 38 150 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5 XK160-170 XK180-190 1,25 1,4 1,6 1,8 1,25 1,4 1,6 Motorvermogen [kw] Bouwgrootte Overbrenging Testkracht [N] Indrukdiepte (mm) Indrukdiepte (mm) Frequentie (1/s) Frequentie (1/s) Eerste montage Gebruikte riemen Eerste montage Gebruikte riemen 22 50 14,6 16,9 49 43 30 25 9,9 13,4 51 45 37 75 17,0 19,7 43 38 45 75 16,5 20,8 40 35 55 75 15,5 19,4 42 37 75 75 16,9 21,3 40 35 90 75 13,6 18,2 44 38 110 75 12,4 16,5 46 41 132 75 11,2 12,0 56 49 22 50 14,6 16,9 49 43 30 25 9,9 13,4 51 45 37 75 16,7 19,4 44 39 45 75 16,5 20,7 42 37 55 75 14,9 18,6 44 39 75 75 16,1 20,3 42 37 90 75 13,0 17,4 46 40 110 75 13,3 17,8 45 40 132 75 10,8 11,1 57 50 22 50 14,5 16,8 49 43 30 75 15,9 19,8 45 39 37 50 13,8 15,9 52 45 45 75 16,0 21,6 40 35 55 75 16,5 20,9 41 36 75 75 16,8 21,2 41 36 90 75 13,5 18,2 44 39 110 75 16,1 17,2 47 41 132 75 13,9 14,6 51 45 22 50 14,9 17,2 48 42 30 75 16,1 20,1 44 39 37 50 13,7 15,8 52 46 45 75 19,7 22,8 38 33 55 75 16,1 20,3 42 37 75 75 15,8 19,9 44 38 90 75 12,7 17,0 47 41 110 75 15,1 15,8 49 43 132 75 12,6 13,7 53 47 30 75 18,3 21,2 42 37 37 75 20,5 23,7 36 31 45 75 17,4 22,0 38 33 55 75 16,7 20,8 39 34 75 75 20,2 25,5 34 30 90 75 18,7 23,3 35 31 110 75 15,5 20,7 39 34 132 75 12,2 16,7 42 37 30 50 15,9 18,7 47 41 37 75 20,8 24,0 35 31 45 75 17,8 22,5 39 34 55 75 16,0 19,9 41 36 75 75 19,8 25,0 35 30 90 75 17,2 23,1 36 32 110 75 16,5 22,2 37 32 132 75 13,1 17,9 40 35 30 75 15,9 19,8 45 39 37 50 16,3 18,7 44 38 45 75 16,0 21,6 40 35 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 151
5 Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD XK180-190 XK200-210 1,6 1,8 1,25 1,4 1,6 1,8 Motorvermogen [kw] Bouwgrootte Overbrenging Testkracht [N] Indrukdiepte (mm) Indrukdiepte (mm) Frequentie (1/s) Frequentie (1/s) Eerste montage Gebruikte riemen Eerste montage Gebruikte riemen 55 75 17,0 21,4 39 35 75 75 20,3 25,6 34 30 90 75 17,4 23,3 36 32 110 75 15,7 19,6 39 34 132 75 12,4 17,0 42 37 30 75 16,1 20,1 44 39 37 50 16,1 18,6 44 39 45 75 20,3 23,4 37 32 55 75 17,2 21,7 39 34 75 75 19,8 24,9 35 30 90 75 17,5 23,4 36 31 110 75 15,0 20,0 38 33 132 75 12,7 17,4 41 36 30 50 20,1 23,8 36 32 37 50 18,8 22,1 40 35 45 75 18,7 23,4 38 33 55 75 18,3 22,8 36 31 75 75 20,2 25,5 34 30 90 75 18,7 23,3 35 31 110 75 19,8 25,0 34 30 132 75 17,2 23,1 37 32 160 125 19,1 23,2 32 28 200 125 16,6 20,5 35 31 30 75 23,4 27,1 33 29 37 75 20,2 25,3 36 31 45 75 17,2 21,7 39 34 55 75 17,5 23,4 36 32 75 75 19,8 25,0 35 30 90 75 17,2 23,1 36 32 110 75 19,4 24,5 35 31 132 75 16,9 22,6 37 33 160 125 18,2 22,1 34 30 200 125 15,8 19,6 37 32 30 75 22,4 27,8 33 29 37 75 19,1 23,9 36 32 45 75 16,0 21,6 40 35 55 75 19,9 25,1 34 30 75 75 20,3 25,6 34 30 90 75 17,4 23,3 36 32 110 75 19,6 24,7 35 30 132 75 17,0 22,8 37 33 160 125 18,2 22,1 34 30 200 125 15,8 19,6 37 33 30 75 21,9 27,2 34 30 37 75 18,8 23,4 37 33 45 75 20,3 23,4 37 32 55 75 17,4 21,6 36 32 75 75 19,8 24,9 35 30 90 75 17,5 23,4 36 31 110 75 20,0 25,3 34 30 132 75 17,4 21,6 36 32 160 125 18,9 23,0 33 29 200 125 16,4 20,4 36 31 152 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage V-riemaandrijvingen /VBD 5 XK220-230 1,25 XK220-230 1,25 1,4 1,6 1,8 Motorvermogen [kw] Bouwgrootte Overbrenging Testkracht [N] Indrukdiepte (mm) Indrukdiepte (mm) Frequentie (1/s) Frequentie (1/s) Eerste montage Gebruikte riemen Eerste montage Gebruikte riemen 37 50 18,8 22,1 40 35 45 75 18,7 23,4 38 33 55 75 18,3 22,8 36 31 75 75 20,2 25,5 34 30 90 75 18,7 23,3 35 31 110 75 19,8 25,0 34 30 132 75 17,2 23,1 37 32 160 125 19,1 23,2 32 28 200 125 16,6 20,5 35 31 30 75 23,4 27,1 33 29 37 75 20,2 25,3 36 31 45 75 17,2 21,7 39 34 55 75 17,5 23,4 36 32 75 75 19,8 25,0 35 30 90 75 17,2 23,1 36 32 110 75 19,4 24,5 35 31 132 75 16,9 22,6 37 33 160 125 18,2 22,1 34 30 200 125 15,8 19,6 37 32 30 75 22,4 27,8 33 29 37 75 19,1 23,9 36 32 45 75 16,0 21,6 40 35 55 75 19,9 25,1 34 30 75 75 20,3 25,6 34 30 90 75 17,4 23,3 36 32 110 75 19,6 24,7 35 30 132 75 17,0 22,8 37 33 160 125 18,2 22,1 34 30 200 125 15,8 19,6 37 33 30 75 21,9 27,2 34 30 37 75 18,8 23,4 37 33 45 75 20,3 23,4 37 32 55 75 17,4 21,6 36 32 75 75 19,8 24,9 35 30 90 75 17,5 23,4 36 31 110 75 20,0 25,3 34 30 132 75 17,4 21,6 36 32 160 125 18,9 23,0 33 29 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 153
5 Installatie/montage Fundatieframe /BF 5.21 Fundatieframe /BF Let op de volgende aanwijzingen: De fundatie van de voetbevestiging moet voldoende gedimensioneerd en star zijn. Het fundatieframe mag alleen op de daarvoor bestemde bevestigingsplaatsen op de tandwielkastfundatie zijn vastgeschroefd. Zorg ervoor dat het fundatieframe daarbij niet verspannen is (gevaar voor schade aan tandwielkast en koppeling). Het fundatieframe mag niet verspannen worden als de uitgaande as van de tandwielkast verkeerd t.o.v. de machine-as is uitgericht. 5.22 Motorbasis /SB Let op de volgende aanwijzingen: Om het koppel van de reactiearm te kunnen opnemen moet de constructie van de installatie voldoende gedimensioneerd zijn. De motorbasis mag bij de montage niet worden verspannen (gevaar voor schade aan tandwielkast en koppeling). 154 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Ventilator /FAN 5 5.23 Ventilator /FAN Let op de volgende aanwijzingen. Bij tandwielkasten met een ventilator moet bij het aanbrengen van de beveiligingsinrichting voor de koppeling o.i.d. voldoende afstand overblijven als aanzuigdiameter voor de koellucht. Raadpleeg de maatschets in de catalogus of orderspecificaties voor de vereiste afstand. Stel de tandwielkast nooit zonder beschermende behuizing in bedrijf. Bescherm de ventilatorkap tegen beschadigingen van buiten. Houd de luchttoevoer van de ventilator vrij. Let bij de montage van de ventilatorkap op onderstaande aanhaalmomenten. Aanhaalmomenten Bouten/moeren Sterkteklasse 8.8 [Nm] M8 5 5.24 Waterkoelingsdeksel /CCV 5.24.1 Aanwijzingen voor de aansluiting/montage LET OP! Door ondeskundige montage van het waterkoelingsdeksel kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let op de volgende aanwijzingen. Als op de pijpschroefdraden afdichtingsband wordt gebruikt, is de weerstand tussen de aangesloten delen hoger en wordt het gevaar voor scheurvorming in het waterkoelingsdeksel groter. De schroefdraad mag niet te stevig vastgedraaid worden. Het waterkoelingsdeksel is niet uitgerust met een wateraftappunt. Om het koelwater bij reparaties naar behoren te kunnen aftappen dient aan de koelwaterafvoer een aftappunt te worden geïnstalleerd. Sluit de waterkoelingsdeksel aan op het aanwezige koelcircuit. De richting van de doorstroming is willekeurig. Koelwatertemperatuur en doorstroomhoeveelheid conform orderspecificaties. Let erop dat de koelwaterdruk niet hoger is dan 6 bar. Bij vorst of langere stilstandtijden moet het koelwater uit het koelcircuit worden afgetapt. Verwijder eventuele resthoeveelheden met perslucht. Neem voor de toegelaten koelmiddelen het hoofdstuk "Koelmiddelen" hierna in acht. Om voor de juiste werking in verschillende systemen te zorgen kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: Veiligheidsventiel in de inlaatleiding voor het koelwater inbouwen ter bescherming tegen sterke schommelingen in de doorstroming en de druk. Filter in de inlaatleiding voor het koelwater inbouwen om de warmtewisselaar tegen verontreiniging en slib te beschermen, vooral als het koelwater niet uit de openbare watervoorziening komt. Automatische smoorspoelklep in de desbetreffende inlaatleiding installeren om te hoge druk te reduceren. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 155
5 Installatie/montage Waterkoelingsdeksel /CCV 5.24.2 Demonteren Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Inspectie/onderhoud" ( pag. 205). 5.24.3 Koelmiddelen AANWIJZING Bedenk dat de levensduur, het rendement en de onderhoudsintervallen van de warmtewisselaar in hoge mate afhangen van de kwaliteit en de bestanddelen van het koelmiddel. Let erop dat bij het gebruik van zeewater en brak water speciale maatregelen getroffen dienen te worden. Overleg met SEW-EURODRIVE B.V. Toegestane koelmiddelen Het toegestane koelmiddel is puur water. Het gebruik van koelwatertoevoegingen, bijv. vorst- of corrosiewering, kan tot negatieve invloeden op het koelvermogen en de materiaalverdraagzaamheid leiden. Neem contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Koelwatertemperatuur en doorstroomvolume van olie en koelwater conform orderspecificaties. Verontreiniging Het gehalte aan gesuspendeerde vaste stoffen (rond, deeltjesgrootte < 0,25 mm) dient minder dan 10 mg/l te zijn. Draadvormige verontreinigingen verhogen het risico van drukverlies. Corrosie Grenswaarden: vrij chloor < 0,5 ppm, chloorionen < 200 ppm, sulfaat < 100 ppm, ammoniak < 10 ppm, vrij CO < 10 ppm, ph-waarde 7-9. De volgende ionen werken onder normale omstandigheden niet corroderend: fosfaat, nitraat, nitriet, ijzer, mangaan, natrium, kalium. 156 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Waterkoelpatroon /CCT 5 5.25 Waterkoelpatroon /CCT 5.25.1 Aanwijzingen voor de aansluiting/montage LET OP! Door de ondeskundige aansluiting van de waterkoelpatroon kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let op de volgende aanwijzingen: Als op de pijpschroefdraden afdichtingsband wordt gebruikt, is de weerstand tussen de aangesloten delen hoger en wordt het gevaar voor scheurvorming in de waterkoelpatroon groter. De schroefdraad mag niet zo vast aangedraaid worden. De waterkoelpatronen zijn niet uitgerust met een wateraftappunt. Om het koelwater bij reparaties naar behoren te kunnen aftappen dient aan de koelwaterafvoer een aftappunt te worden geïnstalleerd. Gebruik voor de aansluiting van de waterkoelpatroon alleen pijpen en armaturen van hetzelfde of bij elkaar passende materiaal. Controleer de waterkoelpatroon op verontreiniging en vreemde deeltjes in de aansluitstukken om ervoor te zorgen dat de media vrije doorgang hebben. Bij de aansluiting op het buisleidingsysteem moet worden voorkomen dat er spanningen op de aansluitpunten komen te staan. Indien nodig, moeten de buisleidingen naar behoren worden ondersteund. Leg de koelwaterafvoer zo dat de waterkoelpatroon steeds in het koelwater is ondergedompeld. Neem voor de toegelaten koelmiddelen het hoofdstuk "Koelmiddelen" ( pag. 156) in acht. Koelwatertemperatuur en doorstroomhoeveelheid conform orderspecificaties. Let erop dat de koelwaterdruk niet hoger is dan 6 bar. Bij vorst of langere stilstandtijden moet het koelwater uit het koelcircuit worden afgetapt. Verwijder eventuele resthoeveelheden met perslucht. Er wordt een filtering met 100 μm aanbevolen. Sluit de waterkoelpatroon aan op het aanwezige koelcircuit. De richting van de doorstroming is willekeurig. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 157
5 Installatie/montage Waterkoelpatroon /CCT Sluit het koelcircuit bij tandwielkasten met twee waterkoelpatronen parallel aan, zie volgende afbeelding. Toevoer (koud water) Afvoer (warm water) 370075915 Om voor de juiste werking in verschillende systemen te zorgen kunnen de volgende maatregelen worden getroffen: Veiligheidsventiel in de inlaatleiding voor het koelwater inbouwen ter bescherming tegen sterke schommelingen in de doorstroming en de druk. Filter in de inlaatleiding voor het koelwater inbouwen om de warmtewisselaar tegen verontreiniging en slib te beschermen, vooral als het koelwater niet uit de openbare watervoorziening komt. Automatische smoorspoelklep in de desbetreffende inlaatleiding installeren om te hoge druk te reduceren. 5.25.2 Demonteren Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Inspectie/onderhoud" ( pag. 205). 158 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Waterkoelpatroon /CCT 5 5.25.3 Vereisten voor de waterkwaliteit AANWIJZING Let erop dat bij gebruik van zeewater en brak water speciale maatregelen getroffen dienen te worden. Overleg met SEW-EURODRIVE B.V. De volgende gegevens m.b.t. de vereisten voor de waterkwaliteit zijn aanbevelingen. In uitzonderlijke gevallen kunnen er door bepaalde concentraties van bestanddelen onverwachte reacties optreden. Bij de beoordeling van het aanwezige koelwater voor de toepassing van waterkoelpatronen zijn de waterkwaliteit en de bestanddelen belangrijk. De waterkwaliteit wordt bepaald door de hardheid en de ph-waarde van het water. Hardheid van het water Met de hardheid van het water wordt het gehalte aan hardheidvormers (carbonaten en bicarbonaten) aangegeven. De hardheidvormers zetten zich vooral bij hogere temperaturen aan het oppervlak van de waterkoelpatroon af en zorgen ervoor dat het vermogen kleiner wordt. Bij zeer hard water moeten deze afzettingen bij het configureren van de waterkoelpatroon in acht worden genomen. De volgende tabel laat de indeling van de waterkwaliteit op basis van de Duitse hardheid dh zien: Hardheidsgraad 1) Waterkwaliteit 0 5 dh zeer zacht water 5 10 dh zacht water 10 20 dh gemiddeld water 20 30 dh hard water > 30 dh zeer hard water 1) 10 mg/l hardheidsvormers komen overeen met 1 dh ph-waarde De waterkoelpatroon bestaat voor een deel uit een legering van koper en nikkel. Hierbij geldt: corrosieproblemen bij ph-waarde < 6 Bij alkalisch water geldt: corrosieproblemen bij waterhardheid < 6 dh Bij lagere waarden kan door de aanwezigheid van vrij koolzuur corrosie ontstaan. De volgende tabel laat de indeling van de waterkwaliteit op basis van ph-waarden zien: ph-waarde Waterkwaliteit 4,5 zeer zuur 4,5 6,0 zuur 6,0 6,8 licht zuur 7,0 neutraal 7,2 7,7 licht alkalisch 7,7 8,2 alkalisch 8,2 zeer alkalisch Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 159
5 Installatie/montage Waterkoelpatroon /CCT Beoordeling van het koelwater op basis van bestanddelen De volgende tabel geeft een overzicht van de bestendigheid van koperen buizen tegen bestanddelen van water in niet drinkbaar water. Beoordelingscriterium ph-waarde Chloride Sulfaat Nitraat Vrij (agressief) koolzuur Zuurstof Ammonium IJzer (opgelost) Mangaan (opgelost) Concentratie bij benadering [mg/l] Evaluatie CuNi10Fe1Mn < 6 0 6 tot 9 + > 9 0 tot 1000 + > 1000 + (< 25000 mg/l) tot 70 + 70 tot 300 + > 300 + (< 25000 mg/l) tot 100 + > 100 0 tot 20 + 20 tot 50 0 > 50 tot 2 + > 2 + tot 2 + 2 tot 20 + > 20 tot 10 0 > 10 tot 1 0 > 1 Vrij chloor tot 5 continu < 0,5 mg/l > 5 tijdens pieken < 3,0 mg/l Sulfide 0 Ammoniak + (< 15 mg/l) Legenda 0 = in het algemeen goede bestendigheid + = corrosieproblemen kunnen ontstaan, vooral als meerdere factoren een beoordeling van 0 hebben = gebruik wordt afgeraden 160 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Waterkoelpatroon /CCT 5 Soorten koelwater/bijzonderheden Let op de volgende voorwaarden: Industrieel water Over het algemeen onbehandeld water (geen drinkwater) Vertoont vaak sterke verontreiniging Voor de beoordeling is een wateranalyse nodig Koper, messing en staal hebben een goede bestendigheid tegen industrieel water Beek- en rivierwater Het gebruik van buizen van koper en nikkel wordt aanbevolen Gietijzeren delen moeten met een geschikte coating tegen corrosie worden beschermd Over het algemeen onbehandeld water (geen drinkwater) Vertoont vaak sterke verontreiniging Voor de beoordeling is een wateranalyse nodig Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 161
5 Installatie/montage Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC 5.26 Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler met motorpomp bij spatsmering /OWC", voordat u met de installatie/montage begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 5.27 Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC", voordat u met de installatie/montage begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 5.28 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler bij druksmering /OWP", voordat u met de installatie/montage begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 5.29 Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP", voordat u met de installatie/montage begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 162 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Olieverwarming /OH 5 5.30 Olieverwarming /OH WAARSCHUWING! Gevaar door elektrische schok! Dood of zwaar lichamelijk letsel! Schakel de olieverwarming spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de olieverwarming tegen onbedoelde inschakelingen. LET OP! Door ondeskundige montage van de olieverwarming kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Zorg ervoor dat de verwarmingselementen volledig in het oliebad zijn ondergedompeld om beschadigingen te voorkomen. LET OP! De ondeskundige wijziging van de ruimtelijke positie kan storingen in de verwarming van de tandwielkast veroorzaken. Mogelijk materiële schade. Wijzigingen van de ruimtelijke positie zijn alleen toegestaan na overleg met SEW- EURODRIVE B.V. Zonder voorafgaand overleg vervalt de garantie. AANWIJZING De verwarmingselementen en de thermostaat mogen alleen door vakpersoneel en in overeenstemming met de plaatselijke omstandigheden van de stroomvoorziening elektrisch aangesloten worden. De aansluitspanning en het schakelvermogen van de thermostaat dienen in acht genomen te worden. Door een ondeskundige of verkeerde bekabeling kunnen de elektrische onderdelen beschadigd raken. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 163
5 Installatie/montage Olieverwarming /OH 5.30.1 Aanwijzingen voor de werking van de olieverwarming Het verwarmingselement is af fabriek in de tandwielkastbehuizing geschroefd en wordt door een thermostaat geregeld. De ingestelde grenstemperatuur op de thermostaat waaronder de olie moet worden verwarmd, wordt afhankeijk van het smeermiddel in de fabriek ingesteld. Het schakelpunt van de thermostaat, zie tabel "Instelling van de thermostaat af fabriek" ( pag. 166), van de olieverwarming wordt af fabriek ingesteld op een temperatuur van ca. 5 K boven de desbetreffende grenstemperatuur "Starttemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast", zie hoofdstuk "Grenstemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast" ( pag. 166). Bij deze temperatuur, zie tabel "Minimaal toegelaten starttemperatuur" ( pag. 166), schakelt de thermostaat de olieverwarming uit. Pas dan mag de tandwielkast in bedrijf worden gesteld. Als de temperatuur ca. 5 K onder het schakelpunt ligt, schakelt de thermostaat de olieverwarming weer in. Om ervoor te zorgen dat de olie bij het verwarmen niet verbrand, heeft het verwarmingselement een maximale oppervlaktebelasting bij de verwarmingsbuizen. Daarom duurt de verwarming van de koude tandwielkastolie tussen één en meerdere uren. De exacte duur van de verwarming vóór de start varieert afhankeiljk van de tandwielkastgrootte, uitvoering, ruimtelijke positie, oliehoeveelheid en omgevingstemperatuur. Daarom moet de thermostaat, ook als de aandrijving kort stilstaat, permanent van stroom worden voorzien. Als de aandrijving langere tijd stilstaat, bijvoorbeeld tijdens vakanties, en de thermostaat niet van stroom wordt voorzien, moet ervoor worden gezorgd dat de thermostaat ruime tijd vóór het aanlopen van de aandrijving weer is ingeschakeld. De thermostaat en olieverwarming zijn op de tandwielkast geïnstalleerd en bedrijfsklaar. Deze dienen vóór de inbedrijfstelling volgens de voorschriften bekabeld en op de stroomvoorziening aangesloten te worden. Bij afwijkende viscositeitsklassen en omgevingstemperaturen onder de aangegeven grenstemperatuur dient u contact op te nemen met SEW-EURODRIVE B.V. Controleer de instelling van de thermostaat tijdens de installatie conform het hoofdstuk "Thermostaat". 164 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Olieverwarming /OH 5 5.30.2 Thermostaat Elektrische aansluiting ϑ > 1 2 4 [1] [2] [4] 9007199705734027 Aansluiting op klemmen (1,2 en 4) conform aansluitschema uitvoeren Aardleiding op klem "PE" aansluiten AANWIJZING Neem de veiligheidsaanwijzingen van de fabrikant in acht. Technische gegevens Omgevingstemperatuur: 40 C tot +80 C Schaalwaarde: 50 C tot +100 C Max. schakelvermogen: AC 230 V, +10 %, 10 A DC 230 V +10 %, 0,25 A Kabelinvoer: M20x1,5 voor kabeldiameter van 5 tot 10 mm Beschermingsgraad IP65 volgens EN 60529 De volgende afbeelding laat het mogelijke instelbereik van de thermostaat zien. De indicator staat in it voorbeeld op 0 C. 40 60 20 80 0 100 50 5948400011 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 165
5 Installatie/montage Olieverwarming /OH 5.30.3 Grenstemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast De minimaal toegestane omgevingstemperatuur/olietemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast hangt af van de viscositeit van de gebruikte olie en de soort smering van de tandwielkast. LET OP! Bij het aanlopen van de tandwielkast onder de toegestane olietemperatuur kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let erop dat de olie vóór de inbedrijfstelling door de olieverwarming wordt verwarmd tot de aangegeven temperatuur "Starttemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast" (zie volgende tabellen). AANWIJZING De volgende tabellen laten de grenstemperaturen (minimale omgevingstemperaturen) voor het aanlopen van de tandwielkast zonder resp. met olieverwarming zien. 166 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Olieverwarming /OH 5 Minerale olie Fabrieksinstellingen van de thermostaat Smeermiddelen Soort smering ISO VG320 ISO VG220 ISO VG150 ingestelde temperaturen op de thermostaat af fabriek Spatsmering 7 C 10 C 15 C Minimaal toegestane starttemperaturen voor het aanlopen van de tandwielkast; minimaal toegestane omgevingstemperatuur Soort smering Spatsmering Smeermiddelen Uitvoering ISO VG320 ISO VG220 ISO VG150 Starttemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast 12 C 15 C 20 C (minimaal toegestane oliebadtemperatuur) minimaal toegestane omgevingstemperatuur (1 verwarmingselement) 1) 25 C 30 C 35 C minimaal toegestane omgevingstemperatuur (2 verwarmingselementen) 1) 40 C 40 C 40 C 1) Tandwielkast met 1 of 2 verwarmingselementen kunnen bij de minimaal toegestane omgevingstemperatuur na de desbetreffende opwarmtijd tot de starttemperatuur worden verwarmd. AANWIJZING De aangegeven temperaturen hebben betrekking op de gemiddelde waarden van de toegelaten smeerstoffen uit de smeerstoftabel (zie hoofdstuk 8.2). Bij een grensgeval moet de toegestane temperatuur van de feitelijk gebruikte smeerstof worden gecontroleerd. Let bij de configuratie van de motor op het verhoogde aanloopkoppel bij een lage temperatuur. Overleg eventueel met SEW-EURODRIVE B.V. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 167
5 Installatie/montage Olieverwarming /OH Synthetische olie Fabrieksinstellingen van de thermostaat Smeermiddelen Soort smering ISO VG320 ISO VG220 ISO VG150 ingestelde temperaturen op de thermostaat af fabriek Spatsmering 20 C 25 C 28 C Minimaal toegestane starttemperaturen voor het aanlopen van de tandwielkast; minimaal toegestane omgevingstemperatuur Soort smering Spatsmering Smeermiddelen Uitvoering ISO VG320 ISO VG220 ISO VG150 Starttemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast 25 C 30 C 33 C (minimaal toegestane oliebadtemperatuur) minimaal toegestane omgevingstemperatuur met verwarming (1 verwarmingselement) 1) 40 C 40 C 40 C minimaal toegestane omgevingstemperatuur met verwarming (2 verwarmingselementen) 1) 40 C 40 C 40 C 1) Tandwielkast met 1 of 2 verwarmingselementen kunnen bij de minimaal toegestane omgevingstemperatuur na de desbetreffende opwarmtijd tot de starttemperatuur worden verwarmd. AANWIJZING De aangegeven temperaturen hebben betrekking op de gemiddelde waarden van de toegelaten smeerstoffen uit de smeerstoftabel (zie hoofdstuk 8.2). Bij een grensgeval moet de toegestane temperatuur van de feitelijk gebruikte smeerstof worden gecontroleerd. Let bij de configuratie van de motor op het verhoogde aanloopkoppel bij een lage temperatuur. Overleg eventueel met SEW-EURODRIVE B.V. 168 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Olieverwarming /OH 5 5.30.4 Aansluitvermogen en elektrische aansluiting weerstandselement De tandwielkastbehuizing wordt geleverd met kabelwartel en schakelbruggen. Deze zijn bij de levering van de inschroefbare verwarmingselementen inbegrepen en reeds gemonteerd. De tandwielkastverwarming wordt via aansluitbouten aangesloten op de stroomvoorziening. Afhankelijk van de grootte van het verwarmingselement zijn deze altijd uitgevoerd met afsluitdraad M4. Hierbij wordt het gebruik van RKS4-ringkabelschoenen met een klein oog aanbevolen. Wisselspanning / 1-fasig / 230 V / serieschakeling De volgende afbeelding laat de bedrading bij levering zien (kijkend naar het aansluitbereik): [3] L1 N Kabelinvoer: 1xPg11 [1] PE N L1 [2] Neem de kengegevens van het regelgebied in acht. [1] Thermostaat [2] Verwarmingselement [3] Schakelbrug De volgende tabel laat het aangesloten vermogen van de installeerbare verwarming zien. P inst P inst Tandwielkast 1 verwarmingselement 2 verwarmingselementen Bouwgrootte [kw] [K/h] [kw] [K/h] X3K100 1 x 0,4 6 2 x 0,4 11 K/h P inst = verwarmingsvermogen [Kelvin/uur] = geïnstalleerd vermogen van het verwarmingselement Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 169
5 Installatie/montage Olieverwarming /OH Wisselspanning / 1-fasig / 230 V / parallelschakeling De volgende afbeelding laat de bedrading bij levering zien (kijkend naar het aansluitbereik): [3] L1 N Kabelinvoer: 1xPg11 N PE L1 [2] [1] Neem de kengegevens van het regelgebied in acht. [1] Thermostaat [2] Verwarmingselement [3] Schakelbrug De volgende tabel laat het aangesloten vermogen van de installeerbare verwarming zien. P inst P inst Tandwielkast 1 verwarmingselement 2 verwarmingselementen Bouwgrootte [kw] [K/h] [kw] [K/h] X3K110 1 x 0,6 6 - - X3K120 1 x 0,7 6 2 x 0,7 11 X3K130 1 x 0,7 5 - - X3K150 1 x 0,8 5 2 x 0,8 10 X3K150 1 x 0,9 5 - - X3K160 1 x 1,1 4 2 x 1,1 8 X3K170 1 x 1,1 4 - - K/h P inst = verwarmingsvermogen [Kelvin/uur] = geïnstalleerd vermogen van het verwarmingselement 170 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Olieverwarming /OH 5 Wisselspanning / 1-fasig / 230 V / parallelschakeling / I 10 A De volgende afbeelding laat de bedrading bij levering zien (kijkend naar het aansluitbereik): [3] L1 N L1 Kabelinvoer: 1xPg16 [1] N PE [2] Neem de kengegevens van het regelgebied in acht. [1] Thermostaat [2] Verwarmingselement [3] Schakelbrug De volgende tabel laat het aangesloten vermogen van de installeerbare verwarming zien. P inst P inst Tandwielkast 1 verwarmingselement 2 verwarmingselementen Bouwgrootte [kw] [K/h] [kw] [K/h] X3K180 1 x 1,6 5 - - X3K190 1 x 1,6 5 - - X3K200 1 x 1,8 4 - - X3K210 1 x 1,8 4 - - X3K220 1 x 2,2 4 - - X3K230 1 x 2,2 4 - - X3K240 1 x 2,2 3 - - K/h P inst = verwarmingsvermogen [Kelvin/uur] = geïnstalleerd vermogen van het verwarmingselement Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 171
5 Installatie/montage Olieverwarming /OH Wisselspanning / 1-fasig / 230 V / parallelschakeling / 10 A De volgende afbeelding laat de bedrading bij levering zien (kijkend naar het aansluitbereik): [4] L1 N PE L1 [1] Kabelinvoer: 1xPg16 K1 [2] N [3] PE Neem de kengegevens van het regelgebied in acht. [1] Thermostaat [2] Magneetschakelaar op de plaats van montage [3] Verwarmingselement [4] Schakelbrug De volgende tabel laat het aangesloten vermogen van de installeerbare verwarming zien. P inst P inst Tandwielkast 1 verwarmingselement 2 verwarmingselementen Bouwgrootte [kw] [K/h] [kw] [K/h] X3K180 - - 2 x 1,6 10 X3K200 - - 2 x 1,8 8 X3K220 - - 2 x 2,2 8 X3K240 - - 2 x 2,2 6 X3K250 1 x 2,6 3 - - K/h P inst = verwarmingsvermogen [Kelvin/uur] = geïnstalleerd vermogen van het verwarmingselement 172 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Olieverwarming /OH 5 Draaistroom / 3-fasig / 230/400 V / sterschakeling De volgende afbeelding laat de bedrading zien die ontstaat als de bij levering aangesloten schakelbruggen verwijderd worden (kijkend naar het aansluitbereik): L1 L2 L3 N PE L1 L2 L3 K1 [2] [1] Kabelinvoer: 1xPg16 N [3] [4] PE 9007201665362955 Neem de kengegevens van het regelgebied in acht. [1] Thermostaat [2] Magneetschakelaar op de plaats van montage [3] Verwarmingselement [4] Schakelbrug (door wijziging van de bedrading bij levering) De volgende tabel laat het aangesloten vermogen van de installeerbare verwarming zien. P inst P inst Tandwielkast 1 verwarmingselement 2 verwarmingselementen Bouwgrootte [kw] [K/h] [kw] [K/h] X3K180 1 x 1,6 5 2 x 1,6 10 X3K190 1 x 1,6 5 - - X3K200 1 x 1,8 5 2 x 1,8 8 X3K210 1 x 1,8 4 - - X3K220 1 x 2,2 4 2 x 2,2 8 X3K230 1 x 2,2 4 - - X3K240 1 x 2,2 3 2 x 2,2 6 X3K250 1 x 2,6 3 - - K/h P inst = verwarmingsvermogen [Kelvin/uur] = geïnstalleerd vermogen van het verwarmingselement Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 173
5 Installatie/montage Olieverwarming /OH Wisselspanning / 2-fasig / 400 V / parallelschakeling De volgende afbeelding laat de bedrading bij levering zien (kijkend naar het aansluitbereik): L1 [1] L1 L2 Kabelinvoer: 1xPg16 PE [2] K1 [3] [4] L2 Neem de kengegevens van het regelgebied in acht. [1] Thermostaat [2] Magneetschakelaar op de plaats van montage [3] Verwarmingselement [4] Schakelbrug De volgende tabel laat het aangesloten vermogen van de installeerbare verwarming zien. P inst P inst Tandwielkast 1 verwarmingselement 2 verwarmingselementen Bouwgrootte [kw] [K/h] [kw] [K/h] X3K260 1 x 3,8 4 2 x 3,8 8 X3K270 1 x 3,8 4 - - X3K280 1 x 4,2 4 - - X3K290 1 x 4,2 3 2 x 4,2 6 X3K300 1 x 4,2 3 - - X3K310 1 x 5,0 3 2 x 5,0 6 X3K320 1 x 5,0 3 - - K/h P inst = verwarmingsvermogen [Kelvin/uur] = geïnstalleerd vermogen van het verwarmingselement 174 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Drukschakelaar /PS 5 5.31 Drukschakelaar /PS AANWIJZING Alle tandwielkasten met druksmering zijn voor de functiebewaking uitgerust met een drukschakelaar. De drukschakelaar moet zodanig aangesloten en in de installatie ingebouwd worden dat de tandwielkast alleen kan werken als de oliepomp druk opbouwt. Tijdens de aanloopfase is daarbij een kortstondige overbrugging (max. 20 s) toegestaan. 5.31.1 Maten 9 92 51 Ø 34.4 SW 27 50.7 33.5 G 1/4" 721994635 5.31.2 Elektrische aansluiting P 2 4 1 722003723 [1] [2] Verbreekcontact [1] [4] Maakcontact 5.31.3 Technische gegevens Schakeldruk 0,5 ± 0,2 bar Maximaal schakelvermogen 4 A - V AC 250; 4 A - V DC 24 Stekerverbinding DIN EN 175201-803 Aanhaalmoment voor de bevestigingsbout aan de achterkant van de stekerverbinding voor de elektrische aansluiting = 0,25 Nm. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 175
5 Installatie/montage Temperatuursensor /PT100 5.32 Temperatuursensor /PT100 5.32.1 Maten Ø8 A 24 PG9, PG11 35 G1/2 34 9007199613895435 A [mm] 50 150 5.32.2 Elektrische aansluiting 3 2 1 359158539 [1] [2] Aansluiting weerstandselement 5.32.3 Technische gegevens Uitvoering met dompelhuls en verwisselbaar meetgedeelte Sensortolerantie [K] ± (0,3 + 0,005 x T) (komt overeen met DIN IEC 751, klasse B), T = olietemperatuur [ C] Stekerverbinding: DIN EN 175301-803 PG9 (IP65) Aanhaalmoment voor de bevestigingsbout aan de achterkant van de stekerverbinding voor de elektrische aansluiting = 0,25 Nm. 176 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Temperatuurschakelaar /NTB 5 5.33 Temperatuurschakelaar /NTB 5.33.1 Maten 14 1.5 17 60 51 Ø 26.8 G1/2" 366524939 5.33.2 Elektrische aansluiting Om een lange levensduur en goede werking te waarborgen wordt geadviseerd een relais in de stroomkring op te nemen en een directe verbinding via de temperatuurschakelaar te vermijden. [1] [2] [3] 366532491 [1] [3] Verbreekcontact NC (zonder onderdruk) [2] Aardklem 6,3 x 0,8 5.33.3 Technische gegevens Uitschakeltemperatuur: 70 C, 80 C, 90 C, 100 C ± 5 C Contactbelasting: 10 A - AC 240 V Stekerverbinding: DIN EN 175301-803 PG9 (IP65) Aanhaalmoment voor de bevestigingsbout aan de achterkant van de stekerverbinding voor de elektrische aansluiting = 0,25 Nm. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 177
5 Installatie/montage Temperatuurschakelaar /TSK 5.34 Temperatuurschakelaar /TSK 5.34.1 Maten L=80 16 57 Ø20 G3/4 SW36 893872779 5.34.2 Elektrische aansluiting Om een lange levensduur en goede werking te waarborgen wordt geadviseerd een relais in de stroomkring op te nemen en een directe verbinding via de temperatuurschakelaar te vermijden. TKS 40 C 1 2 TKÖ 90 C 3 PE [1] [2] Schakelaar 40 C maakcontact [1] [3] Schakelaar 90 C verbreekcontact PE Aardklem 893878155 5.34.3 Technische gegevens Schakeltemperaturen: 40 C en 90 C Contactbelasting: 2 A - AC 240 V Stekerverbinding: DIN EN 175301-803 PG11 (IP65) Aanhaalmoment voor de bevestigingsbout aan de achterkant van de stekerverbinding voor de elektrische aansluiting = 0,25 Nm. 178 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Installatie/montage Rem 5 5.35 Rem AANWIJZING De rem is niet af fabriek ingesteld! Neem tevens de technische handleidingen van de desbetreffende remfabrikant in acht. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 179
6 I 0 Inbedrijfstelling Aanwijzingen 6 Inbedrijfstelling 6.1 Aanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor zware beschadiging van hulpaandrijving door te hoog toerental. Dood of zeer zwaar letsel. Neem bij het wijzigen van de draairichting altijd contact op met SEW-EURODRIVE B.V. LET OP! Door een ondeskundige inbedrijfstelling kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: Neem bij de inbedrijfstelling de veiligheidsaanwijzingen in hoofdstuk 2 en de veiligheidsaanwijzingen in de in hoofdstuk 1 aangegeven technische handleidingen in acht. Let op de volgende aanwijzingen. Controleer vóór de inbedrijfstelling of het oliepeil correct is! De hoeveelheden smeermiddel vindt u op het desbetreffende typeplaatje ( hoofdstuk "Vulhoeveelheid smeermiddel"). Controleer de juiste draairichting van de haakse tandwielkasten en controleer of de hulpaandrijving niet meedraait in de bedrijfsdraairichting. Bepaal voor het aansluiten van de hoofd- en hulpaandrijfmotor altijd het draaiveld van het draaistroomnet met behulp van een draaiveldrichtingsmeter. Controleer of beide motoren overeenkomstig de draairichting aangesloten zijn. Controleer of de hoofdaandrijfmotor niet tegen de blokkeerrichting van de haakse tandwielkasten van worden aangedreven. Let altijd op de draairichtingsindicatie op de haakse tandwielkast. Vergrendel de hoofd- en hulpaandrijfmotor elektrisch zodanig met elkaar dat alleen één van beide motoren ingeschakeld kan worden. Controleer de uitschakelfunctie van de toerentalbewaking. Controleer of de hulpaandrijving niet overbelast wordt. De hulpaandrijving mag alleen op de in de orderspecificaties aangegeven koppels aan de uitgaande as belast worden. Controleer of bij bedrijf met de hulpaandrijving (bijv. onderhoud) de draaibeweging van de aandrijfas van de haakse tandwielkast niet gehinderd wordt. Een rem aan de aandrijfzijde van de hoofdaandrijving moet bij bedrijf met de hulpaandrijving gelicht worden. 180 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inbedrijfstelling Volgorde bij inbedrijfstelling I 0 6 6.2 Volgorde bij inbedrijfstelling LET OP! Door een ondeskundige inbedrijfstelling kan de reductor beschadigd raken. Mogelijk materiële schade:neem de volgorde bij inbedrijfstelling altijd in acht. Dit is de voorwaarde voor een veilige inbedrijfstelling. Let bij inbedrijfstelling op onderstaande volgorde: 1. Inbedrijfstelling hulpaandrijving 2. Inbedrijfstelling toerentalbewaking 3. Inbedrijfstelling hoofdaandrijving 6.2.1 Inbedrijfstelling hulpaandrijving Controleer of bij bedrijf met de hulpaandrijving de draaibeweging van de aandrijfas van de haakse tandwielkast niet gehinderd wordt. Een rem aan de aandrijfzijde van de hoofdaandrijving moet bij bedrijf met de hulpaandrijving gelicht worden. 6.2.2 Inbedrijfstelling toerentalbewaking Het toerentalbewakingsrelais is niet bij de levering inbegrepen. De beschrijving hieronder geldt voor het SEW-toerentalbewakingsrelais. Instellen van de functies [3] [4] LED 1 [1b] [1a] 24V= LED 2 LED 3 [2] 488815115 [1a] [1b] Schakeltoerental Led 1 = brandt, als relais bekrachtigd is [2] Schakelfunctie Led 2 = meldt ingangsimpuls [3] Aanloopvertraging Led 3 = geeft correcte bedrijfsspanning weer [4] Hysteresis Led 1 = brandt, als relais bekrachtigd is Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 181
6 I 0 Inbedrijfstelling Volgorde bij inbedrijfstelling Functie Beschrijving Instelling Schakeltoerental [1a] [1b] Schakelfunctie [2] Aanloopvertraging [3] Hysterese [4] Maakt exacte instelling van de gewenste waarde mogelijk Grove instelling met stappenschakelaar (1, 10, 100) Fijne instelling met potentiometer (schaal 5... 50) Definitie van de schakelfunctie: Over- of onderschrijding van het schakeltoerental Stand van het relais bij overof onderschrijding Mogelijkheid tot overbrugging van signaalanalyse tijdens aanloop (bij schakelfunctie IV niet relevant) Verschil tussen in- en uitschakelpunt van het relais. Stappenschakelaar [1a] "10" Potentiometerinstelling [1b] "7" Schakeltoerental = 10 x 7 = 70 impulsen/min Schakelfunctie IV Op kleinste waarde (= 0,5 s) instellen Op kleinste waarde (= 5 %) instellen Overzicht van de mogelijke schakelfuncties: Stand van het relais Schakelfunctie [2] bij toerental bij normaal bedrijf en overschreden onderschreden aanloopoverbrugging I II III IV 14 13 12 14 13 12 14 13 12 14 13 12 14 13 12 14 13 12 14 13 12 14 13 12 LET OP! Door een ondeskundige inbedrijfstelling kan de reductor beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Installeer de toerentalbewaking op dergelijke wijze in de schakeling van de installatie dat bij overschrijding van het ingestelde schakeltoerental de stroomvoorziening van hoofd- en hulpaandrijving onderbroken wordt. 182 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inbedrijfstelling Volgorde bij inbedrijfstelling I 0 6 Functiecontrole van de toerentalbewaking 24V= [1a] 508095755 1. Schakel de hulpaandrijving van de elevatoraandrijving in. 2. Stel de stappenschakelaar voor de instelling van het schakeltoerental [1a] kortdurend in van "10" op "1" (het schakeltoerental wordt daardoor verminderd van 70 tot 7 impulsen/min). 3. Het toerentalbewakingsrelais herkent een overschrijding van het toerental, het uitgangsrelais reageert de functiecontrole is succesvol als de stroomvoorziening van de hoofd- en hulpaandrijving daardoor wordt onderbroken. 4. Stel de stappenschakelaar voor de instelling van het schakeltoerental [1a] na een succesvolle functiecontrole weer in op de instelling "10" (het schakeltoerental wordt daardoor weer verhoogd van 7 tot 70 impulsen/min). 6.2.3 Inbedrijfstelling hoofdaandrijving Bepaal voor de inbedrijfstelling van de hoofdaandrijfmotor het draaiveld van het draaistroomnet met behulp van een draaiveldrichtingsmeter. Controleer of de hoofdaandrijfmotor niet tegen de blokkeerrichting van de haakse tandwielkasten van worden aangedreven. Let altijd op de draairichtingsindicatie op de haakse tandwielkast. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 183
6 I 0 Inbedrijfstelling Aseindpomp /SEP 6.3 Aseindpomp /SEP LET OP! Door een ondeskundige inbedrijfstelling van tandwielkasten met druksmering kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. De tandwielkast mag niet zonder aangesloten drukschakelaar in bedrijf gesteld worden. Let er op dat de tandwielkast vanaf het begin voldoende gesmeerd wordt! Als de pomp niet binnen twintig seconden na het aanlopen van de tandwielkast druk opbouwt, neem dan contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Voor de correcte werking van de aseindpomp moet de pomp een minimumtoerental van 400 rpm hebben. Bij variabele toerentallen (bijv. bij aandrijvingen met een regelaarbesturing) of als het toerentalbereik van een reeds geleverde tandwielkast met aseindpomp wordt gewijzigd, is overleg met SEW-EURODRIVE B.V. daarom noodzakelijk. Let erop dat tandwielkasten met een aseindpomp bij lagere omgevingstemperaturen alleen met een olieverwarming mogen worden gebruikt. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Grenstemperatuur voor het aanlopen van de tandwielkast". Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Olie bijvullen". 6.4 Motorpomp /ONP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Motorpomp /ONP", voordat u met de inbedrijfstelling begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 184 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inbedrijfstelling Waterkoelingsdeksel /CCV I 0 6 6.5 Waterkoelingsdeksel /CCV LET OP! Gevaar voor schade aan de installatie door vermogensverlies. Mogelijk materiële schade: Vermogensverlies kan worden veroorzaakt door kalkafzettingen aan de binnenkant van de buizen. Lees hiervoor het hoofdstuk "Inspectie/onderhoud". LET OP! Gevaar voor materiële schade aan componenten door agressieve koelmiddelen zoals zee- of brak water. Mogelijk materiële schade: Zee- of brak water en andere irriterende vloeistoffen mogen niet als koelmiddelen in de standaardmodellen worden gebruikt. Bij het gebruik van deze agressieve koelmiddelen zijn speciale materialen nodig. Het waterkoelingsdeksel kan na de montage in het systeem zonder verdere voorbereidende maatregelen in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Na de inbedrijfstelling dient gecontroleerd te worden of het waterkoelingsdeksel correct werkt. Zorg voor de volgende instellingen. Controleer de aansluitpunten op dichtheid. Controleer, indien nodig, of de ventielen, armaturen en filters vrij doorgankelijk zijn en naar behoren werken. Controleer of het waterkoelingsdeksel de juiste functie uitvoert. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 185
6 I 0 Inbedrijfstelling Waterkoelpatroon /CCT 6.6 Waterkoelpatroon /CCT LET OP! Gevaar voor schade aan de installatie door vermogensverlies. Mogelijk materiële schade. Vermogensverlies kan worden veroorzaakt door kalkafzettingen aan de binnenkant van de buizen. Lees hiervoor het hoofdstuk "Inspectie/onderhoud". LET OP! Gevaar voor materiële schade aan componenten door agressieve koelmiddelen zoals zee- of brak water. Mogelijk materiële schade. Zee- of brak water en andere irriterende vloeistoffen mogen niet als koelmiddelen in de standaardmodellen worden gebruikt. Bij het gebruik van deze agressieve koelmiddelen zijn speciale materialen nodig. De waterkoelpatroon kan na de montage in het systeem zonder verdere voorbereidende maatregelen in bedrijf gesteld en gebruikt worden. Na de inbedrijfstelling dient gecontroleerd te worden of de waterkoelpatroon correct werkt. Zorg voor de volgende instellingen: Controleer de aansluitpunten op dichtheid. Controleer, indien nodig, of de ventielen, armaturen en filters vrij doorgankelijk zijn en naar behoren werken. Controleer of de waterkoelpatroon de juiste functie uitvoert. 186 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inbedrijfstelling Olie-water-koeler met motorpomp bij spatsmering /OWC I 0 6 6.7 Olie-water-koeler met motorpomp bij spatsmering /OWC AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler met motorpomp bij spatsmering /OWC", voordat u met de installatie/montage begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 6.8 Olie-lucht-koeler met motorpomp bij spatsmering /OAC AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler met motorpomp bij spatsmering /OAC", voordat u met de inbedrijfstelling begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 6.9 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler bij druksmering /OWP", voordat u met de inbedrijfstelling begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. 6.10 Olie-lucht-koeler met motorpomp bij druksmering /OAP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler met motorpomp bij druksmering /OAP", voordat u met de inbedrijfstelling begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 187
6 I 0 Inbedrijfstelling Olieverwarming /OH 6.11 Olieverwarming /OH De olieverwarming wordt geleverd met kabelwartel en schakelbruggen. Deze zijn bij de levering van de verwarmingselementen inbegrepen en reeds gemonteerd. De olieverwarming wordt via aansluitbouten aangesloten op de stroomvoorziening. Afhankelijk van de grootte van het verwarmingselement zijn deze altijd uitgevoerd met afsluitdraad M4. Hierbij wordt het gebruik van RKS4-ringkabelschoenen met een klein oog aanbevolen. LET OP! Storing in de olieverwarming door wijziging van de ruimtelijke positie. Mogelijke materiële schade! Ruimtelijke positie van de aandrijving alleen wijzigen na overleg met SEW- EURODRIVE B.V., omdat de werking van de olieverwarming anders niet meer kan worden gegarandeerd. 6.11.1 Thermostaat positioneren Afhankelijk van de inbouwomstandigheden van de aandrijving moet de thermostaat eventueel van positie worden veranderd. Ga als volgt te werk om de thermostaat te positioneren: 1. Draai de klemschroeven [2] open. 2. Draai de thermostaat in de gewenste positie. Let bij de montage op de positie van de kabelwartel. Monteer deze zo dat er geen vocht kan binnendringen. 3. Draai de klemschroeven [2] weer vast. [1] [2] [3] [4] [1] Inschroefhuls [3] Thermostaat [2] Klemschroef [4] Kabelwartel 2338432139 Er kan geen olie uittreden, omdat dit wordt voorkomen door de schuthuls. De meetvoeler van de thermostaat is in de thermostaat gestoken en met de twee klemschroeven vastgezet. 188 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inbedrijfstelling Terugloopblokkering /BS I 0 6 6.12 Terugloopblokkering /BS LET OP! Het aandrijven in de blokkeerrichting kan de terugloopblokkering vernielen! Mogelijke materiële schade De motor mag niet in de blokkeerrichting aanlopen. Let op een juiste stroomvoorziening van de motor om de juiste draairichting te verkrijgen! Het aandrijven in de blokkeerrichting kan de terugloopblokkering vernielen! Neem bij wijziging van de blokkeerrichting de "Aanvulling op de technische handleiding" in acht! De draairichting wordt kijkend naar de uitgaande as (LSS) gedefinieerd: rechtsom (CW) linksom (CCW) De toegestane draairichting [1] wordt op de behuizing aangegeven. [1] [1] CCW CW 199930635 6.13 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing LET OP! Het slipkoppel mag om veiligheidsredenen nooit worden veranderd. Mogelijk materiële schade. Het gevaar bestaat dat de last na uitschakeling van de motor niet veilig op haar plaats wordt gehouden en versneld kan terugdraaien. LET OP! Door aandrijving in de blokkeerrichting kan de terugloopblokkering vernield worden! Mogelijk materiële schade: De motor mag niet in de blokkeerrichting aanlopen. Let op een juiste stroomvoorziening van de motor om de juiste draairichting te verkrijgen! Door aandrijving in de blokkeerrichting kan de terugloopblokkering vernield worden! Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 189
6 I 0 Inbedrijfstelling Aanlopen van de tandwielkast bij lage omgevingstemperaturen 6.14 Aanlopen van de tandwielkast bij lage omgevingstemperaturen LET OP! Bij het aanlopen van de tandwielkast onder de toegestane omgevingstemperatuur kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let er vóór de inbedrijfstelling van de tandwielkast op dat de olie door de olieverwarming tot de aangegeven temperatuur in de tabellen "Minimaal toegestane starttemperaturen voor het aanlopen van de tandwielkast; minimaal toegestane omgevingstemperatuur" ( pag. 166) wordt verwarmd. 190 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inbedrijfstelling Buitenbedrijfstelling/conservering van de tandwielkast I 0 6 6.15 Buitenbedrijfstelling/conservering van de tandwielkast WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Schakel de motor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de motor tegen onbedoelde inschakelingen. AANWIJZING Onderbreek de koelwatertoevoer bij tandwielkasten met waterkoeling en tap het water in het koelcircuit af. Neem bij oliesmeerinstallaties contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Als de tandwielkast gedurende een langere periode stilgezet wordt, zijn extra conserveringsmaatregelen vereist. Let hierbij op de plaats van opstelling, de omgevingscondities en de toestand van het smeermiddel in de tandwielkast, omdat de conservering al naargelang deze factoren al na enkele weken nodig kan zijn. 6.15.1 Inwendige conservering In nieuwe toestand of na een korte bedrijfsduur van de tandwielkast: Voor de inwendige conservering van de tandwielkast adviseert SEW- EURODRIVE de VCI-conserveringsmethode. Vul hiervoor de vereiste hoeveelheid van het corrosiewerende VCI-middel in de tandwielkast bij (bijv. Anticorit VCI UNI IP-40 van FUCHS LUBRITECH, www.fuchs-lubritech.com). De hoeveelheid hangt af van het vrije volume in de tandwielkast. Bijgevulde olie kan hierbij over het algemeen in de aandrijving blijven. Vervang het ontluchtingsfilter door een afsluitschroef en sluit de tandwielkast luchtdicht af. Vóór de inbedrijfstelling moet het ontluchtingsfilter weer volgens de voorschriften gemonteerd worden. Na een langere bedrijfsduur van de tandwielkast: Na een langere bedrijfsduur kan zich vuil (zoals oliebezinksel, water) in de olie bevinden. Tap de olie voor de inwendige conservering af en spoel de binnenruimte van de tandwielkast grondig met verse olie. Let hierbij eveneens op de aanwijzingen in de technische handleiding in het hoofdstuk "Olie verversen". Vervolgens kan de binnenruimte van de tandwielkast zoals hierboven beschreven geconserveerd worden. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 191
6 I 0 Inbedrijfstelling Buitenbedrijfstelling/conservering van de tandwielkast AANWIJZING Neem bij tandwielkasten met contactloze afdichtingssystemen contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Bij tandwielkasten zonder contactloze afdichtingssystemen kan de inwendige conservering ook met de op het typeplaatje vermelde oliesoort worden uitgevoerd. De tandwielkast moet in dat geval volledig gevuld worden met schone olie. Vervang hiervoor het ontluchtingsfilter door een afsluitschroef en vul de olie op het hoogste punt van de tandwielkast bij. Om voor voldoende conservering te zorgen moeten alle vertandingsonderdelen en lagerpunten geheel met olie bedekt zijn. Vóór de inbedrijfstelling moet het ontluchtingsfilter weer volgens de voorschriften gemonteerd worden. De oliesoort en -hoeveelheid dienen conform het typeplaatje aangehouden te worden. 6.15.2 Uitwendige conservering Reinig de te conserveren oppervlakken. Om de afdichtingslippen van de lipseal-afdichting en het conserveermiddel van elkaar te scheiden dient de as rondom de afdichtingslippen met vet ingesmeerd te worden. Voer de uitwendige conservering uit op aseinden en ongelakte oppervlakken door een beschermlaag op wasbasis aan te brengen (bijv. Hölterol MF 1424 van Herm. Hölterhoff, www.hoelterhoff.de). AANWIJZING Overleg met de desbetreffende leverancier over de precieze uitvoering, de compatibiliteit met de gebruikte olie en de periode van corrosiebescherming. Let hierbij eveneens op de aanwijzingen in de technische handleiding in het hoofdstuk "Opslag- en transportvoorwaarden". Hier vindt u richtwaarden voor de mogelijke opslagduur in combinatie met een geschikte verpakking, afhankelijk van de plaats van opslag. Als u de inbedrijfstelling opnieuw uitvoert, dient u zich aan de aanwijzingen in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling" te houden. 192 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Voorbereiding voor inspectie en onderhoud 7 7 Inspectie/onderhoud 7.1 Voorbereiding voor inspectie en onderhoud Let op de volgende aanwijzingen, voordat u met de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden begint. WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Schakel de motor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de motor tegen onbedoelde inschakelingen. WAARSCHUWING! Een onvoldoende geborgde klantmachine kan bij het uit- en inbouwen van de tandwielkast omlaagvallen. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Borg de klantmachine bij het uit- en inbouwen van de tandwielkast tegen onbedoelde bewegingen. WAARSCHUWING! Verbrandingsgevaar door hete reductor en hete reductorolie. Zwaar lichamelijk letsel. Laat de reductor afkoelen, voordat u met de werkzaamheden begint! Draai de oliepeilschroef en olieaftapschroef er altijd voorzichtig uit. LET OP! Door het bijvullen van de verkeerde tandwielkastolie kunnen de eigenschappen van het smeermiddel verloren gaan. Mogelijk materiële schade. Synthetische smeermiddelen niet onderling en niet met minerale smeermiddelen mengen! LET OP! Door ondeskundig onderhoud kan de reductor beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let op de volgende aanwijzingen. Houd er rekening mee dat de bedrijfsveiligheid alleen kan worden gewaarborgd als de inspectie- en onderhoudsintervallen worden aangehouden. Neem voor de voorgeschakelde motorreductoren tevens de onderhoudsaanwijzingen voor de motor en voorgeschakelde reductor in de bijbehorende technische handleidingen in acht. Zorg er vóór het losmaken van de asverbindingen voor dat er geen astorsiemomenten meer actief zijn (verspanning in de installatie). Er mogen alleen originele reserveonderdelen overeenkomstig de meegeleverde lijst met reserve- en slijtonderdelen worden gebruikt. Als het tandwielkastdeksel wordt verwijderd, moet er nieuw afdichtingsmateriaal op het afdichtingsvlak worden aangebracht. Anders is de dichtheid van de tandwielkast niet gegarandeerd! Overleg in dit geval met SEW-EURODRIVE B.V.! Voorkom bij onderhouds- en inspectiewerkzaamheden dat er vreemde voorwerpen in de reductor komen. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 193
7 Inspectie/onderhoud Inspectie- en onderhoudsintervallen Het is niet toegestaan de reductor te reinigen met een hogedrukreinigingsapparaat. Het gevaar bestaat dat er water in de reductor komt en dat afdichtingen beschadigd raken. Vervang de beschadigde afdichtingen. Voer na afloop van alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden een veiligheidsen functiecontrole uit. Neem bij extern geleverde onderdelen zoals koelinstallaties de afzonderlijke inspectie- en onderhoudsintervallen in de documentatie van de fabrikant in acht. Neem de veiligheidsaanwijzingen in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. 7.2 Inspectie- en onderhoudsintervallen Tijdsinterval Dagelijks Vereiste actie Temperatuur van de behuizing controleren: bij minerale olie: max. 90 C bij synthetische olie: max. 100 C Geluid van de tandwielkast controleren Tandwielkast controleren op lekkages Maandelijks Oliepeil controleren Na 500 bedrijfsuren Eerste keer olie vervangen na eerste inbedrijfstelling Om de 3000 bedrijfsuren, minstens halfjaarlijks Al naargelang bedrijfsomstandigheden, minstens om de 12 maanden Afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden (zie grafiek op volgende pagina), uiterlijk om de drie jaar Afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden (zie grafiek op volgende pagina), uiterlijk om de vijf jaar Verschillend (afhankelijk van externe factoren) Oliekwaliteit controleren Afdichtingsvet bij nasmeerbare afdichtingen bijvullen Controleren of de bevestigingsbouten stevig vastzitten Toestand van de olie-water-koeler controleren Oliefilter reinigen, evt. filterelement vervangen Slijtage van de remvoering van terugloopblokkering met koppelbegrenzing controleren Minerale olie verversen Synthetische olie verversen Ontluchtingsschroef controleren, evt. vervangen Buitenkant tandwielkastbehuizing en ventilator reinigen Uitlijning aandrijfas en uitgaande as controleren Oppervlaktebescherming of corrosiewerende verf bijwerken of opnieuw aanbrengen Terugloopblokkering vervangen Met name bij bedrijf onder het lichttoerental kan slijtage optreden in de terugloopblokkering. Overleg daarom met SEW-EURODRIVE B.V. over het vaststellen van de onderhoudsintervallen bij: toerentallen aan de aandrijfas n 1 < 1400 rpm uitvoering X4K.. met i tot 200 Inbouwkoeling (bijv. waterkoelingsdeksel/waterkoelpatroon) onderzoeken op afzettingen Olieverwarming controleren (gelijk met het vervangen van de olie) Zijn alle aansluitleidingen en -klemmen goed vastgedraaid en niet geoxideerd? Verkorste verwarmingselementen reinigen, eventueel vervangen 194 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast 7 7.3 Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast 7.3.1 Algemene aanwijzingen Let op de volgende aanwijzingen: LET OP! Door een ondeskundige controle van het oliepiel kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Controleer het oliepeil alleen als de tandwielkast stilstaat. Als zich op de tandwielkast een oliepeilstok en een oliekijkglas bevindt, is het oliepeil van de oliepeilstok van doorslaggevend belang. Het oliepeil van het oliekijkglas dient alleen als richtwaarde. Neem bij de tandwielkastuitvoering in vaste en variabele zwenkende uitvoering de aanwijzingen in het hoofdstuk "Procedure bij zwenkende uitvoeringen". Elementen voor de controle van het oliepeil, olieaftapkraan en olievulopeningen zijn op de tandwielkast gekenmerkt met veiligheidssymbolen. Haakse tandwielkasten en hulpaandrijvingen hebben een gescheiden oliekamer. Voor de hulpaandrijving dient u de aanwijzingen en procedures in de technische handleiding in acht te nemen: tandwielkasten typeseries R..7, F..7, K..7, S..7, SPIROPLAN. 7.3.2 Standaardprocedure Oliepeilstok 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Schroef de oliepeilstok los en trek deze eruit. 3. Reinig de oliepeilstok en draai deze weer stevig tot aan de aanslag in de tandwielkast. 4. Draai de oliepeilstok eruit en controleer het oliepeil. [1] [1] Het oliepeil moet binnen deze grenzen liggen. 460483852 5. Ga als volgt te werk als het oliepeil te laag is: Open de olievulschroef. Vul via de olievulschroef nieuwe olie van dezelfde soort bij tot aan de markering [1]. Controleer het oliepeil opnieuw. 6. Draai de oliepeilstok er in. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 195
7 Inspectie/onderhoud Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast Oliepeilglas 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Controleer het oliepeil volgens onderstaande afbeelding. [1] 460483724 [1] Het oliepeil moet binnen deze grenzen liggen. 3. Ga als volgt te werk als het oliepeil te laag is: Open de olievulschroef. Vul via de olievulschroef nieuwe olie van dezelfde soort bij tot aan de markering [1]. Controleer het oliepeil opnieuw. 4. Schroef de olievulschroef er weer in. Oliekijkglas 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Controleer het oliepeil via het oliekijkglas volgens onderstaande afbeelding. [1] 460483980 [1] Het oliepeil moet binnen deze grenzen liggen. 3. Ga als volgt te werk als het oliepeil te laag is: Open de desbetreffende olievulschroef. Vul via de olievulschroef nieuwe olie van dezelfde soort bij tot aan de markering [1]. Controleer het oliepeil opnieuw. 4. Schroef de olievulschroef er weer in. 196 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast 7 7.3.3 Aanwijzingen voor de procedure bij vaste en variabele zwenkende uitvoeringen Neem de gegevens op het typeplaatje en in de orderspecificaties in acht. Vaste zwenkende uitvoeringen Procedure Controleer het oliepeil in de vaste eindpositie. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Standaardprocedure" ( pag. 195). De volgende afbeelding laat in een voorbeeld zien hoe het oliepeil wordt gecontroleerd. M1-M2/8 M1-M5/30 [1] [1] 8 4722150027 30 9007203976893195 [1] Oliepeilstok Olie Variabele zwenkende uitvoeringen Procedure Voordat u bij tandwielkasten met een variabele zwenkende uitvoering het oliepeil controleert, zet u de tandwielkast in de ruimtelijke positie die in de orderspecificaties is gedefinieerd. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Standaardprocedure" ( pag. 195). De volgende afbeelding laat in een voorbeeld zien hoe het oliepeil wordt gecontroleerd. M1-M2/20 /V [1] [1] 0-20 0 4722330891 [1] Oliepeilstok Olie Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 197
7 Inspectie/onderhoud Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast Informatiesticker Let op de extra informatiesticker op de tandwielkast. Controleer het oliepeil in de op de informatiesticker aangegeven ruimtelijke controlepositie. De volgende afbeelding laat als voorbeeld de informatiesticker voor de ruimtelijke controlepositie 0 zien. 01.1234567812.0001.06 M1-M2 [0 ] 1897 737 5 5689406987 De volgende afbeelding laat als voorbeeld de informatiesticker voor de ruimtelijke controlepositie 20 zien. 01.1234567812.0001.06 M1-M2 [20 ] 1897 737 5 5689420683 198 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast 7 Combinatie van vaste en variabele zwenkende uitvoeringen Procedure Bij de combinatie van vaste en variabele zwenkende uitvoeringen dient u de volgende procedure in acht te nemen. Voordat u bij tandwielkasten met een variabele/vaste zwenkende uitvoering het oliepeil controleert, zet u de tandwielkast in de ruimtelijke positie die in de orderspecificaties is gedefinieerd. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Standaardprocedure" ( pag. 195). De volgende afbeelding laat in een voorbeeld zien hoe het oliepeil wordt gecontroleerd. M1-M4/ 8...20 M1-M5/30 20-8 30 [1] 30 4725461515 [1] Oliepeilstok Olie Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 199
7 Inspectie/onderhoud Oliepeil controleren bij de haakse tandwielkast Informatiesticker Let op de extra informatiesticker op de tandwielkast. Controleer het oliepeil in de op het typeplaatje aangegeven ruimtelijke controlepositie. Hieronder als voorbeeld de informatiesticker voor de ruimtelijke controlepositie 30 01.1234567812.0001.06 M1-M5 [30 ] 1897 737 5 5689445387 Hieronder als voorbeeld de informatiesticker voor de ruimtelijke controlepositie 30 01.1234567812.0001.06 M1-M2 [20 ] 1897 737 5 M1-M5 [30 ] 5689447563 200 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Olie verversen bij de haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter 7 7.4 Olie verversen bij de haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter 7.4.1 Aanwijzingen LET OP! Door een ondeskundige olieverversing kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let op de volgende aanwijzingen. Voer de olieverversing snel na het uitschakelen van de tandwielkast uit om afzettingen van vaste deeltjes te voorkomen. De olie dient hierbij, indien mogelijk, afgetapt te worden als deze nog warm is. Voorkom dat de olietemperatuur significant hoger wordt dan 50 C. Vul de tandwielkast in principe altijd met het voorheen gebruikte type olie. Het is niet toegestaan om oliën van verschillende soorten en/of fabrikanten te mengen. Met name synthetische oliën mogen niet met minerale oliën of andere synthetische oliën gemengd worden. Bij omschakeling van minerale olie naar synthetische olie en/of van synthetische olie op een bepaalde basis naar een synthetische olie op een andere basis, moet de tandwielkast grondig doorgespoeld worden met de nieuwe oliesoort. Raadpleeg de smeermiddelentabel (zie technische handleiding Industriële tandwielkasten serie X) voor de te gebruiken olie van de verschillende fabrikanten van smeermiddelen. Raadpleeg het typeplaatje voor gegevens zoals oliesoort en vereiste oliehoeveelheid van de tandwielkast. De op het typeplaatje aangegeven oliehoeveelheid is als richtwaarde bedoeld. Bepalend voor de bij te vullen oliehoeveelheid zijn de markeringen op het oliepeilglas of de oliepeilstok. Bij een olieverversing moet de binnenruimte van de tandwielkast grondig door middel van een oliespoeling worden gereiningd van oliebezinksel, slijpsel en oude olieresten. Gebruik hierbij dezelfde soort olie die ook voor het bedrijf van de tandwielkast gebruikt wordt. Pas als alle resten verwijderd zijn, mag de verse olie worden bijgevuld. Raadpleeg de orderspecificaties voor de positie van de oliepeilschroef, olieaftapschroef en ontluchtingsschroef. Voer de afgewerkte olie volgens de geldende voorschriften af. Als het oliepeil boven de markering Max staat, kan dat op binnengedrongen vloeistof duiden (bijv. water). Als het oliepeil onder de markering min staat, kan dat een teken van lekkage zijn. Bepaal de oorzaak en verhelp deze vóór de nieuwe vulling. Indien nodig, nevenapparatuur (bijv. filter) en leidingen legen. Beschadigde afdichtingen aan de olieaftapschroef vervangen. Haakse tandwielkasten en hulpaandrijvingen hebben een gescheiden oliekamer. Voor de hulpaandrijving dient u de aanwijzingen en procedures in de technische handleiding in acht te nemen: tandwielkasten typeseries R..7, F..7, K..7, S..7, SPIROPLAN Leeg het olievoerende systeem bij tandwielkasten met olieomloopsmering en oliesmeerinstallaties volgens de voorschriften van de fabrikant in de onderhoudshandleiding. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 201
7 Inspectie/onderhoud Olie verversen bij de haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter 7.4.2 Procedure [3] [5] [4] [2] [1] 9007199764450187 [1] Olieaftapschroef van de haakse tandwielkasten [2] Olieaftapschroef van de hulpaandrijvingsadapter [3] Olievulschroef van de haakse tandwielkasten [4] Olievulschroef van de hulpaandrijvingsadapter 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Plaats een vat onder de olieaftapschroeven [1/2] van de haakse tandwielkast en de hulpaandrijvingsadapter. 3. Verwijder de olievulschroeven [3/4] en de olieaftapschroeven [1/2] van de haakse tandwielkast en de hulpaandrijvingsadapter. 4. Tap de olie volledig af. 5. Schroef de olieaftapschroeven van de haakse tandwielkast [1] en de hulpaandrijvingsadapter [2] weer vast. 6. Vul de hulpaandrijvingsadapter via de olievulschroef [4] bij met de voorgeschreven deelhoeveelheid olie. AANWIJZING! De op het typeplaatje opgegeven oliehoeveelheid is een richtwaarde en geeft de volledige hoeveelheid van de bij te vullen olie weer. De hulpaandrijvingsadapter moet met een voorgeschreven deelhoeveelheid gevuld worden. Bouwgrootte X3K.. Hulpaandrijvingsadapter "Lege beker" "Volle beker" liter liter X3K100 / 110 1 1 X3K120 / 130 1 2 X3K140 / 150 1 2 X3K160 / 170 1 3 X3K180 / 190 1 4 202 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Olie verversen bij de haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter 7 Hulpaandrijvingsadapter "Lege beker" "Volle beker" Bouwgrootte X3K.. liter liter X3K200 / 210 2 5 X3K220 / 230 1 7 X3K240 / 250 1 9 X3K260 / 270 2 12 X3K280 2 12 Gebruik bij de olievulling een olievulfilter (filterfijnheid max. 25 µm). 7. Vul de haakse tandwielkast via de olievulschroef [3] bij met de resterende olie. X3K.. Oliehoeveelheid [liter] X3K.. Oliehoeveelheid [liter] X3K100 13 X3K200 100 X3K110 14 X3K210 100 X3K120 20 X3K220 130 X3K130 21 X3K230 130 X3K140 33 X3K240 170 X3K150 34 X3K250 170 X3K160 60 X3K260 255 X3K170 60 X3K270 255 X3K180 75 X3K280 325 X3K190 75 Gebruik bij de olievulling een olievulfilter (filterfijnheid max. 25 µm). 8. Controleer met behulp van het oliekijkglas/de oliepeilstok [5] het juiste oliepeil. 9. Reinig het oliefilter, vervang eventueel het filterelement (bij toepassing van een externe olie/lucht- of olie/water-koeler). AANWIJZING Eventueel langsstromende olie moet onmiddellijk met een bindmiddel voor olie verwijderd worden. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 203
7 Inspectie/onderhoud Ontluchting controleren en reinigen 7.5 Ontluchting controleren en reinigen LET OP! Door een ondeskundige reiniging van de ontluchting kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Bij vervolgwerkzaamheden dient voorkomen te worden dat vreemde voorwerpen de tandwielkast binnendringen. 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Verwijder de afzettingen rondom de ontluchtingsschroef. 3. Vervang de verstopte ontluchtingsschroeven door nieuwe schroeven. 7.6 Afdichtingsvet bijvullen WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door draaiende onderdelen. Dood of zwaar letsel. Let er bij het nasmeren op dat er voldoende veiligheidsmaatregelen zijn getroffen. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). Nasmeerbare afdichtingssystemen kunnen met vet op basis van lithiumzeep ( pag. 218) worden bijgevuld. Spuit er per smeerpunt ca. 30 g vet met matige druk in, totdat er nieuw vet uit de afdichtingsspleet treedt. Het oude vet wordt daardoor samen met het vuil en zand uit de afdichtingsspleet geperst. AANWIJZING Verwijder het uitgetreden oude vet onmiddellijk. 204 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Motorpomp /ONP 7 7.7 Motorpomp /ONP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Motorpomp /ONP", voordat u met de inspectie/het onderhoud begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 7.8 Ventilator /FAN 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Demonteer de ventilatorkap. 3. Verwijder vasthechtend vuil bijvoorbeeld met harde kwast van het ventilatorwiel, de ventilatorkap en het beschermrooster. 4. Voordat de ventilator opnieuw in bedrijf gesteld wordt, moet gecontroleerd worden of de ventilatorkap correct gemonteerd is. De ventilator mag niet in contact komen met de ventilatorkap. 7.9 Waterkoelingsdeksel /CCV 7.9.1 Veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor verbranding door onder druk staande middelen en hete componenten. Zwaar lichamelijk letsel. Schakel alle systemen drukloos, voordat u demontagewerkzaamheden aan het waterkoelingsdeksel uitvoert. Beveilig deze systemen overeenkomstig de geldende veiligheidsvoorschriften. Bij het aanraken van verwarmde componenten (bijv. toevoerleidingen) van het waterkoelingsdeksel kunnen er verbrandingen optreden. Voordat u het waterkoelingsdeksel en de toevoerleidingen demonteert, moeten de componenten eerst afgekoeld zijn. LET OP! Gevaar voor beschadiging van componenten van het waterkoelingsdeksel. Mogelijk materiële schade. Neem voor het gebruik van geschikte reinigingsmiddelen contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Vóór de herinbedrijfstelling moeten het waterkoelingsdeksel en de aangesloten systemen volgens de voorschriften worden ontlucht. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 205
7 Inspectie/onderhoud Waterkoelingsdeksel /CCV LET OP! Gevaar voor vervuiling van het medium. Mogelijk materiële schade. Zoals de ervaring leert, is het niet mogelijk het reinigingsmiddel compleet te verwijderen. Let er daarom bij de keuze van reinigingsmiddelen op dat de verdraagzaamheid van reinigingsmiddelen en media gegarandeerd is. LET OP! Gevaar voor vernieling van componenten van het waterkoelingsdeksel. Mogelijk materiële schade. Om schade door de verkeerde behandeling van functionele componenten te voorkomen dient u vóór het gebruik van andere vergelijkbare agressieve reinigingsmiddelen altijd contact op te nemen met SEW-EURODRIVE B.V. LET OP! Gevaar voor besmetting door afgetapte middelen. Mogelijk materiële schade. Bij het aftappen van de middelen mogen deze niet in de grond of de riolering terechtkomen. Zij dienen in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften in beveiligde reservoirs opgevangen en afgevoerd te worden. 7.9.2 Demontage 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding" over "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Maak de koelwatertoevoer en -afvoer los van de waterkoelingsdeksel. 3. Open het inspectiedeksel. 4. Haal het waterkoelingsdeksel met de afdichting eraf. 5. Controleer de waterkoelingsdeksel op afzettingen. Reinig lichte verontreinigingen op de waterkoelingsdeksel met een geschikt reinigingsmiddel. Bij zeer sterke verontreinigingen vervangt u het waterkoelingsdeksel door een nieuw deksel. Neem contact op met SEW-EURODRIVE B.V. 6. Plaats het waterkoelingsdeksel in de behuizing van de tandwielkast. 7. Breng Loctite 5188 over het hele oppervlak van de rand van het koelingsdeksel aan. 8. Plaats de afdichting. 9. Plaats het inspectiedeksel en richt deze uit. 10.Schroef de schroeven erin en haal deze in twee rondes van binnen naar buiten aan. Neem het hoofdstuk "Aanhaalmomenten" in acht. 11.Sluit de koelwatertoevoer en -afvoer weer aan op het waterkoelingsdeksel. 206 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Waterkoelpatroon /CCT 7 7.10 Waterkoelpatroon /CCT AANWIJZING Alleen in noodgevallen moeten de buizenbundels van de waterkoelpatroon worden gerepareerd. Neem hiervoor contact op met SEW-EURODRIVE B.V. Analyseer de omstandigheden tijdens de uitval en geef eze door. 7.10.1 Onderhoudsintervallen De standtijd van de waterkoelpatroon hangt grotendeels af van de kwaliteit van de middelen en hun bestanddelen. De exploitant is verantwoordelijk voor het vastleggen van de onderhoudsintervallen. Gebruik hiervoor de tijdens het bedrijf bepaalde vermogensparameters en vermogensgegevens. Leg de onderhoudsintervallen zodanig vast dat het bedrijf van de installatie niet in gevaar komt door een vermogensverlies van de waterkoelpatroon. 7.10.2 Reiniging Gebruik de tijdens het bedrijf bepaalde vermogensparameters en vermogensgegevens om de onderhoudsintervallen vast te leggen. De intervallen dienen zodanig vastgelegd te worden dat het bedrijf van de installatie niet in gevaar komt door een vermogensverlies van de waterkoelpatroon. Veiligheidsaanwijzingen WAARSCHUWING! Gevaar voor verbranding door onder druk staande middelen en hete componenten. Zwaar lichamelijk letsel. Schakel alle systemen drukloos, voordat u demontagewerkzaamheden aan de waterkoelpatroon uitvoert. Beveilig deze systemen overeenkomstig de geldende veiligheidsvoorschriften. Bij het aanraken van verwarmde componenten (bijv. toevoerleidingen) van de waterkoelpatroon kunnen er verbrandingen optreden. Voordat u de waterkoelpatroon en de toevoerleidingen demonteert, moeten de componenten eerst afgekoeld zijn. WAARSCHUWING! Het reinigen van de waterkoelpatroon met reinigingsmiddelen zoals zoutzuur en vergelijkbare reinigingsmiddelen kan irritaties op lichaamsdelen en oogbeschadigingnen veroorzaken als de geldende arbeidsvoorschriften worden veronachtzaamd. Zwaar lichamelijk letsel. Houd u bij de omgang met reinigingsmiddelen daarom strikt aan de geldende arbeidsvoorschriften. Draag tijdens het werken met agressieve reinigingsmiddelen beschermende werkkleding, veiligheidshandschoenen en, indien nodig, een veiligheidsbril en adembescherming. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 207
7 Inspectie/onderhoud Waterkoelpatroon /CCT LET OP! Gevaar voor vernieling van componenten van de waterkoelpatroon. Mogelijk materiële schade. Om schade door de verkeerde behandeling van de waterkoelpatroon te voorkomen dient u vóór het gebruik van andere vergelijkbare agressieve reinigingsmiddelen altijd contact op te nemen met SEW-EURODRIVE B.V. LET OP! Gevaar voor vervuiling van het medium. Mogelijk materiële schade. Zoals de ervaring leert, is het niet mogelijk het reinigingsmiddel compleet te verwijderen. Let er daarom bij de keuze van reinigingsmiddelen op dat de verdraagzaamheid van reinigingsmiddelen en media gegarandeerd is. LET OP! Gevaar voor beschadiging van componenten van de waterkoelpatroon. Mogelijk materiële schade. Vóór de herinbedrijfstelling moeten de waterkoelpatroon en de aangesloten systemen volgens de voorschriften worden ontlucht. LET OP! Gevaar voor besmetting door afgetapte middelen. Mogelijk materiële schade. Bij het aftappen van de middelen mogen deze niet in de grond of de riolering terechtkomen. Zij dienen in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften in beveiligde reservoirs opgevangen en afgevoerd te worden. Demontage 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Schakel de waterkoelpatroon en de aangesloten systeemleidingen drukloos. Blokkeer deze met de juiste ventielen. 3. Tap de tandwielkastolie volledig af. 4. Tap het koelmiddel via de daarvoor bestemde aftapschroeven en/of aftappunten volledig af. 5. Maak de waterkoelpatroon alleen los met de zeskantschroef aan de onderkant en demonteer deze. 6. Verwijder de vlakke afdichting. De afdichtingsvlakken dienen grondig gereinigd te worden, zodat er geen resten van afdichtingsmateriaal achterblijven. LET OP! De afdichtingsvlakken mogen niet beschadigd worden. Mogelijk materiële schade. Beschadigingen aan de afdichtingsvlakken kunnen lekkage veroorzaken. 208 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Waterkoelpatroon /CCT 7 7. Voer de reiniging van de waterkoelpatroon uit. 8. Plaats een nieuwe afdichting en let er hierbij op deze goed zit. Vervang, indien aanwezig, de O-ring. 9. Smeer twee draadgangen met LOCTITE 577 in en schroef de waterkoelpatroon alleen vast met de zeskantschroef aan de onderkant. 10.Sluit de koelwatertoevoer en -afvoer weer aan op de waterkoelpatroon. 11.Vul de nieuwe olie van dezelfde soort bij via de olievulschroef (anders overleggen met de serviceafdeling). Gebruik bij het vullen een olievulfilter (filterfijnheid max. 25 µm). Vul de oliehoeveelheid overeenkomstig de gegevens op het typeplaatje bij. De op het typeplaatje aangegeven oliehoeveelheid is een richtwaarde. Controleer of het oliepeil correct is. 12.Ontlucht de leidingen, voordat u de installatie weer inschakelt. Inwenidge reiniging van de waterkoelpatroon Let op de aanwijzingen in het vorige hoofdstuk. LET OP! Gevaar voor corrosie door krassen. Mogelijk materiële schade. Krassen aan de binnenkant van de buisbundel kunnen tot versterkte corrosie leiden. Gebruik bij de inwendige reiniging een borstel met zachte haren. LET OP! Gevaar voor beschadiging van componenten van het waterkoelingsdeksel. Mogelijk materiële schade. Neem voor het gebruik van geschikte reinigingsmiddelen contact op met SEW- EURODRIVE B.V. Voor de reiniging worden de volgende maatregelen aanbevolen: Om kalkafzettingen te verwijderen kan aan de binnenkant van de buis een mengsel van 50% zoutzuur met inhibitoren en 50 % water worden gebruikt. De inwendige reiniging van de buisbundel kan bij een buisdiameter van > 5 mm met een borstel plaatsvinden. Zorg er hierbij voor dat u een borstel met zachte haren gebruikt, zodat het oppervlak van de buiswanden niet bekrast wordt. Om kalkafzettingen met andere reinigingsmiddelen te verwijderen dient u contact op te nemen met SEW-EURODRIVE B.V. Zorg er na voltooiing van de reinigingswerkzaamheden voor dat alle reinigingsmiddelen volledig verwijderd worden en dat er geen resten achterblijven op de buizen, voordat de waterkoelpatroon weer in bedrijf wordt gesteld. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 209
7 Inspectie/onderhoud Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC 7.11 Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler bij spatsmering /OWC", voordat u met de inspectie/het onderhoud begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 7.12 Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler bij spatsmering /OAC", voordat u met de inspectie/het onderhoud begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 210 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Olie-water-koeler bij druksmering /OWP 7 7.13 Olie-water-koeler bij druksmering /OWP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-water-koeler bij druksmering /OWP", voordat u met de inspectie/het onderhoud begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 7.14 Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP AANWIJZING Lees eerst de aanvulling op de technische handleiding "Olie-lucht-koeler bij druksmering /OAP", voordat u met de inspectie/het onderhoud begint. Hierin staan de documenten van de fabrikant. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 7.15 Olieverwarming /OH WAARSCHUWING! Gevaar door elektrische schok! Dood of zwaar lichamelijk letsel! Schakel de olieverwarming spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de olieverwarming tegen onbedoelde inschakelingen. 1. Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). 2. Laat de olie vóór de demontage van de olieverwarming volledig weglopen. 3. Demonteer de olieverwarming. 4. Reinig de buisvormige verwarmingselementen met oplosmiddel. Vervang eventueel defecte verwarmingselementen. LET OP! Door een ondeskundige reiniging van de verwarming kunnen de verwarmingselementen beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Beschadig de verwarmingselementen niet door krassen of schuren! 5. Smeer twee draadgangen met LOCTITE 577 in en schroef de olieverwarming alleen met de zeskantschroef vast. 6. Draai de olieaftapschroef er weer in. 7. Vul de nieuwe olie van dezelfde soort bij via de olievulschroef (anders overleggen met de serviceafdeling). Gebruik bij het vullen een olievulfilter (filterfijnheid max. 25 µm). Vul de oliehoeveelheid overeenkomstig de gegevens op het typeplaatje bij. De op het typeplaatje aangegeven oliehoeveelheid is een richtwaarde. Controleer of het oliepeil correct is. 8. Sluit de olieverwarming aan. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 211
7 Inspectie/onderhoud Terugloopblokkering met koppelbegrenzing 7.16 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing AANWIJZING Neem tevens de technische handleiding van de desbetreffende fabrikant van de terugloopblokkering in acht. Het volgende hoofdstuk geeft een beschrijving van de procedure bij de terugloopblokkering van RINGSPANN GmbH. 7.16.1 Slijtage van de remvoering controleren WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Stopzetting van de aandrijvingen bij lege transportband, d.w.z. geen terugwerkend koppel door het transportmateriaal bij de terugloopblokkering. Controleer of er geen draaimoment aan de terugloopblokkering actief is. WAARSCHUWING! Verbrandingsgevaar door hete reductor en hete reductorolie. Zwaar lichamelijk letsel. Laat de tandwielkast vóór de werkzaamheden afkoelen. LET OP! Door ondeskundig onderhoud van de terugloopblokkering kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade: RINGSPANN GmbH heeft bepaald dat de werking van de koppelbegrenzer niet meer gegarandeerd kan worden als de afstand "X" gelijk aan of kleiner is dan 0,8 mm. Overleg met SEW-EURODRIVE B.V. 212 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Inspectie/onderhoud Terugloopblokkering met koppelbegrenzing 7 X X [2] [1] 539297547 [1] Terugloopblokkeerflens [2] Behuizing Let op de aanwijzingen in het hoofdstuk "Voorbereiding van inspectie-/onderhoudswerkzaamheden" ( pag. 193). Controleer de slijtage van de remvoering door controlemaat "X" tussen de vaste terugloopblokkeerflens [1] en de onderkant van de ingedraaide sleuf van de behuizing [2] van de terugloopblokkering te meten. De afstand mag niet minder dan 0,8 mm zijn. Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 213
8 Smeermiddelen Smeermiddelkeuze 8 Smeermiddelen 8.1 Smeermiddelkeuze LET OP! Door een ondeskundige selectie van smeermiddelen kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Let op de volgende aanwijzingen. De te gebruiken olieviscositeit en oliesoort (mineraal/synthetisch) worden door SEW- EURODRIVE orderspecifiek vastgelegd en in de orderbevestiging alsmede op het typeplaatje van de tandwielkast vermeld. Als u daarvan wilt afwijken, dient u beslist met Vecctor Aandrijftechniek te overleggen. De aanbeveling voor deze smeermiddelen vormt geen vrijstelling in de zin van een garantie voor de kwaliteit van het door de betreffende leverancier geleverde smeermiddel. De fabrikant van het smeermiddel is altijd zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn product! Zorg er vóór de inbedrijfstelling van de tandwielkast voor dat deze met de juiste soort en hoeveelheid olie gevuld is. Raadpleeg het typeplaatje van de tandwielkast en de smeermiddelentabel in het volgende hoofdstuk voor de betreffende gegevens. Synthetische smeermiddelen niet onderling en niet met minerale smeermiddelen mengen! Controleer de compatibiliteit van het vet met de gebruikte olie. 8.2 Smeermiddelentabel LET OP! Door een ondeskundige selectie van smeermiddelen kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. Bij extreme omstandigheden, zoals koude, hitte of veranderingen van de bedrijfsomstandigheden na de configuratie, dient u contact op te nemen met SEW- EURODRIVE B.V. De smeermiddelentabel geeft de toegelaten smeermiddelen weer voor de industriële tandwielkasten van SEW-EURODRIVE. Let op de gebruikte afkortingen, de betekenis van de schaduwmarkering en de aanwijzingen. CLP = minerale olie CLP HC = synthetische polyalfaolefine E = esterolie (vervuilingsklasse oppervlaktewater WGK 1) = mineraal smeermiddel = synthetisch smeermiddel 3) = smeermiddelen mogen alleen gebruikt worden als servicefactor F s 1,3 4) = kritisch aanloopgedrag bij lage omgevingstemperaturen in acht nemen 6) = omgevingstemperaturen = smeermiddel voor de voedingsmiddelenindustrie (geschikt voor levensmiddelen) Oil Oil = biologische olie (smeermiddel voor landbouw, bosbouw en waterhuishouding) 214 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Smeermiddelen Smeermiddelentabel 8 470490405 Oil C 3) 3) 4) 3) 3) 6) ISO,NLGI Mobil -50 0 +50 +100 DIN (ISO) -10 +40 CLP CC VG 320 Mobilgear 600XP 320-20 +20 CLP CC VG 150 Mobilgear 600XP 150-15 +30 CLPCC VG 220 Mobilgear 600XP 220-5 +45 CLP CC VG 460 Mobilgear 600XP 460 0 +50 CLP CC VG 680 Mobilgear 600XP 680 +5 +60 CLP CC VG 1000-25 +40 CLP HC VG 320 Mobil SHC Gear 320 Mobil SHC 632-40 +10 CLP HC VG 68 Mobil SHC 626-20 +20 +50-10 +60 VG 150 Mobil SHC Gear 150 Mobil SHC 629 Mobil SHC Gear 220 Mobil SHC 630 Mobil SHC Gear 460 Mobil SHC 634 Mobil SHC Gear 680 Mobil SHC 636 Mobil SHC Gear 1000 Mobil SHC 639-10 -20 CLP HC NSF H1-40 -10-20 E Sh e ll Shell Omala F 320 Shell Omala F 220 Shell Omala F 460 Shell Omala S4 GX 320 Shell Omala S4 GX68 Shell Omala S4 GX 150 Shell Omala S4 GX 220 Shell Omala S4 GX 460 Shell Omala S4 GX 680 Shell Naturelle Gear Fluid EP 460 bp BP Energol GR-XP-320 BP Energol GR-XP-150 BP Energol GR-XP-220 BP Energol GR-XP-460 BP Energol GR-XP-680 BP Enersyn EP-XF-320 BP Enersyn EP-XF-68 BP Enersyn EP-XF-150 BP Enersyn EP-XF-220 BP Enersyn EP-XF-460 BP Enersyn EP-XF-680 LUBRICATION Klüberoil GEM 1-320 N Klüberoil GEM 1-150 N Klüberoil GEM 1-220 N Klüberoil GEM 1-460 N Klüberoil GEM 1-680 N Klübersynth GEM 4-320 N Klübersynth GEM 4-68 N Klübersynth GEM 4-150 N Klübersynth GEM 4-220 N Klübersynth GEM 4-460 N Klübersynth GEM 4-680 N Klübersynth GEM 4-1000 N Klüberöl 4UH1-460 N Klüberöl 4UH1-220 N Klüberöl 4UH1-68 N Klüberbio CA2-460 ARAL FUCHS TEXACO Tribol Optimol Meropa 320 Alpha SP 320 Tribol 1100/320 Optigear BM 320 Renolin CLP 320 Plus Renolin High Gear 320 Meropa 150 Alpha SP 150 Tribol 1100/150 Optigear BM 150 Renolin CLP 150 Plus Renolin High Gear 150 Meropa 220 Alpha SP 220 Tribol 1100/220 Optigear BM 220 Renolin CLP 220 Plus Renolin High Gear 220 Meropa 460 Alpha SP 460 Tribol 1100/460 Optigear BM 460 Renolin CLP 460 Plus Renolin High Gear 460 Meropa 680 Alpha SP 680 Tribol 1100/680 Optigear BM 680 Renolin CLP 680 Plus Renolin High Gear 680 Tribol 1100/1000 Pinnacle EP 320 Alphasyn EP 320 Optigear Synthetic X 320 Renolin Unisyn CLP 320 Renolin High Gear Synth 320 Pinnacle EP 150 Pinnacle EP 220 Pinnacle EP 460 Pinnacle EP 680 Alphasyn EP 150 Alphasyn EP 220 Alphasyn EP 460 Optigear Synthetic X 68 Optigear Synthetic X 150 Optigear Synthetic X 220 Optigear Synthetic X 460 Optigear Synthetic X 680 Reolin Unisyn CLP 68 Reolin Unisyn CLP 150 Renolin Unisyn CLP 220 Renolin High Gear Synth 220 Renolin Unisyn CLP 460 Renolin High Gear Synth 460 Reolin Unisyn CLP 680 Optileb GT 460 Cassida Fluid GL 460 Optileb GT 220 Cassida Fluid GL 220 Optileb HY 68 Cassida Fluid GL 68 Q8 Goya NT 320 Goya NT 150 Goya NT 220 Goya NT 460 Goya NT 680 El Greco 320 El Greco 150 El Greco 220 El Greco 460 El Greco 680 TO T A L Carter EP 320 Carter EP 220 Carter EP 460 Carter EP 680 Carter SH 320 Carter SH 150 Carter SH 220 Carter SH 460 Carter SH 680 Oil 3)4) 3)4) -40-10 CLP HC VG 32 Mobil SHC 624-35 -30 +30 0 +70 CLP HC CLP HC CLP HC CLP HC VG 220 VG 460 VG 680 CLP HC VG 1000 +30 +20 VG 460 VG 220 VG 68 +40 VG 460 Plantogear 460 S Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 215
8 Smeermiddelen Vulhoeveelheid smeermiddel 8.3 Vulhoeveelheid smeermiddel LET OP! Door de verkeerde hoeveelheid van het smeermiddel bij te vullen kan de tandwielkast beschadigd raken. Mogelijk materiële schade. In de hulpaandrijvingsadapter worden bij de uitvoering "Lege beker" of "Volle beker" verschillende oliehoeveelheden bijgevuld. Neem de gegevens uit de volgende tabel in acht. De aangegeven vulhoeveelheden zijn richtwaarden. De exacte waarden variëren afhankelijk van de overbrengingsverhouding. Bepalend voor de bij te vullen oliehoeveelheid zijn de markeringen op het oliepeilglas en/of de oliepeilstok. 8.3.1 Haakse tandwielkast met hulpaandrijvingsadapter De volgende tabel laat de vulhoeveelheden van het smeermiddel voor de haakse tandwielkast en hulpaandrijvingsadapter zien. Deelhoeveelheid Bouwgrootte [ltr.] Hulpaandrijvingsadapter "Lege beker" Hulpaandrijvingsadapter "Volle beker" [ltr.] [ltr.] X3K.100 13 1 1 X3K.110 14 1 1 X3K.120 20 1 2 X3K.130 21 1 2 X3K.140 33 1 2 X3K.150 34 1 2 X3K.160 60 1 3 X3K.170 60 1 3 X3K.180 75 1 4 X3K.190 75 1 4 X3K.200 100 2 5 X3K.210 100 2 5 X3K.220 130 1 7 X3K.230 130 1 7 X3K.240 170 1 9 X3K.250 170 1 9 X3K.260 255 2 12 X3K.270 255 2 12 X3K.280 325 2 12 216 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Smeermiddelen Vulhoeveelheid smeermiddel 8 8.3.2 Hulpaandrijving De volgende tabel laat de vulhoeveelheden van het smeermiddel voor de hulpaandrijving zien. Hulpaandrijving "Lege beker" Hulpaandrijving "Volle beker" Tandwielkast Type Vulhoeveelheid [ltr.] Type Vulhoeveelheid [ltr.] X3K.100 KF37 1,5 KF57 3,15 X3K.110 KF37 1,5 KF57 3,15 X3K.120 KF47 2,2 KF77 5,9 X3K.130 KF47 2,2 KF77 5,9 X3K.140 KF57 3,15 KF77 5,9 X3K.150 KF57 3,15 KF77 5,9 X3K.160 KF67 3,7 KF87 11,9 X3K.170 KF67 3,7 KF87 11,9 X3K.180 KF77 5,9 KF97 21,5 X3K.190 KF77 5,9 KF97 21,5 X3K.200 KF77 5,9 KF97 21,5 X3K.210 KF77 5,9 KF97 21,5 X3K.220 KF87 11,9 KF107 35,1 X3K.230 KF87 11,9 KF107 35,1 X3K.240 KF87 11,9 KF127 55 X3K.250 KF87 11,9 KF127 55 X3K.260 KF87 11,9 KF127 55 X3K.270 KF87 11,9 KF127 55 X3K.280 KF87 11,9 KF127 55 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 217
8 Smeermiddelen Afdichtingsvet / wentellagervet 8.4 Afdichtingsvet / wentellagervet Deze tabel laat de door SEW-EURODRIVE aanbevolen smeervetten voor een bedrijfstemperatuur van 40 C tot 100 C zien. Fabrikant Vetten ARAL ARALUB HLP 2 BP Energrease LS-EPS Castrol Spheerol EPL2 Fuchs Renolit CX TOM 15 OEM Klüber Centoplex EP2 Kuwait Q8 Rembrandt EP2 Mobil Mobilux EP 2 Shell Alvania EP2 Texaco Mulifak EP 2 Total Multis EP 2 Castrol Obeen FS2 Fuchs Plantogel 2S Oil Oil AANWIJZING Als de gebruiker een niet-vermeld vet wil gebruiken, is hij zelf verantwoordelijk voor de geschiktheid van het vet in de desbetreffende toepassing. 218 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Bedrijfsstoringen/oplossingen Aanwijzingen voor het vaststellen van storingen 9 9 Bedrijfsstoringen/oplossingen 9.1 Aanwijzingen voor het vaststellen van storingen Let op de volgende aanwijzingen, voordat u begint met het vaststellen van storingen. WAARSCHUWING! Gevaar voor beknelling door onbedoeld aanlopen van de aandrijving. Dood of zwaar lichamelijk letsel. Schakel de motor spanningsloos, voordat u met de werkzaamheden begint. Beveilig de motor tegen onbedoelde inschakelingen. WAARSCHUWING! Verbrandingsgevaar door hete reductor en hete reductorolie. Zwaar lichamelijk letsel. Laat de reductor afkoelen, voordat u met de werkzaamheden begint! Draai de oliepeilschroef en olieaftapschroef er altijd voorzichtig uit. LET OP! Onvakkundig uitgevoerde werkzaamheden aan de reductor en de motor kunnen schade veroorzaken. Mogelijk materiële schade. Het scheiden van aandrijving en motor alsook reparaties aan SEW-aandrijvingen mogen alleen door gekwalificeerd vakpersoneel worden uitgevoerd. Overleg met de klantenservice van SEW-EURODRIVE B.V. 9.2 Klantenservice Mocht u de hulp van onze klantenservice nodig hebben, dan verzoeken wij u de volgende gegevens te verstrekken: Alle gegevens van het typeplaatje Aard en omvang van de storing Tijdstip van de storing en bijkomende omstandigheden Vermoedelijke oorzaak Voor zover mogelijk digitale foto's Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 219
9 Bedrijfsstoringen/oplossingen Mogelijke storingen/oplossingen 9.3 Mogelijke storingen/oplossingen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Abnormale, gelijkmatige loopgeluiden Abnormale, ongelijkmatige loopgeluiden Abnormale geluiden bij de bevestiging van de tandwielkast Te hoge bedrijfstemperatuur Te hoge temperatuur bij de lagers Verhoogde bedrijfstemperatuur bij de terugloopblokkering. Defecte blokkeerfunctie Uittredende olie 1) bij montagedeksel bij het tandwielkastdeksel bij het lagerdeksel bij montageflens bij lipseal-afdichting aan de in- of uitgaande as Olielekkage bij ontluchtingsschroef Rollend/malend geluid: lagerbeschadiging Kloppend geluid: onregelmatigheid in vertanding Verspanning van de behuizing bij de montage Geluidsimpulsen door gebrekkige stijfheid van de tandwielkastfundatie Olie controleren, lager vervangen Contact opnemen met klantenservice Tandwielkastbevestiging controleren op verspanning en evt. corrigeren Tandwielkastfundatie versterken Vreemde voorwerpen in de olie Olie controleren Aandrijving stoppen, contact opnemen met de serviceafdeling Bevestiging van de tandwielkast is losgegaan Te veel olie Olie is te oud Sterk vervuilde olie Omgevingstemperatuur te hoog Bij tandwielkasten met ventilator: luchttoevoeropening/behuizing tandwielkast sterk vervuild Bij tandwielkasten met ingebouwde koeling: doorstroomhoeveelheid koelvloeistof te klein, temperatuur koelvloeistof te hoog, afzettingen in het koelsysteem Storingen aan de olie-lucht- of olie-water-koeler Storing in het waterkoelingsdeksel Storing in de waterkoelpatroon Te weinig olie Olie is te oud Lager beschadigd Beschadigde/defecte terugloopblokkering Afdichting bij montage-/tandwielkast-/lagerdeksel of montageflens lek Afdichtingslip van lipseal-afdichting is omgedraaid Lipseal-afdichting beschadigd/ versleten Te veel olie Aandrijving wordt gebruikt in de verkeerde ruimtelijke positie Veelvuldig koud gestart (olie schuimt) en/of een hoog oliepeil Bevestigingsbouten/-moeren met het voorgeschreven koppel aanhalen Beschadigde/defecte bevestigingsbouten/ -moeren vervangen Oliepeil controleren, evt. corrigeren Controleren wanneer de olie voor het laatst ververst is; evt. olie vervangen Tandwielkast beschermen tegen externe warmte-invloeden (bijv. overkappen) Luchttoevoeropening controleren; evt. reinigen, tandwielkastbehuizing reinigen Waterkoelpatroon: doorstroming van koelwater controleren, inlaattemperatuur van koelwater controleren en evt. reinigen Waterkoelingsdeksel: doorstroming van koelwater controleren, inlaattemperatuur van koelwater controleren en evt. reinigen Oliepeil controleren, evt. corrigeren Controleren wanneer de olie voor het laatst ververst is; evt. olie vervangen Lager controleren; evt. vervangen, contact opnemen met klantenservice Terugloopblokkering controleren, evt. corrigeren Contact opnemen met klantenservice Bouten van desbetreffende deksel natrekken en tandwielkast observeren. Blijft er olie uittreden: Contact opnemen met klantenservice Tandwielkast ontluchten, tandwielkast observeren. Blijft er olie uittreden: contact opnemen met klantenservice Lipseal-afdichtingen controleren en evt. vervangen Contact opnemen met klantenservice Oliehoeveelheid corrigeren Ontluchtingsschroef goed aanbrengen en oliepeil corrigeren (zie typeplaatje, hoofdstuk "Smeermiddelen") 220 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Bedrijfsstoringen/oplossingen Mogelijke storingen/oplossingen 9 Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Olielekkage Afdichting niet dicht bij afsluitschroef Fittings zitten los Olieaftapkraan Tandwielkast bereikt Olieverwarming verkeerd aangesloten of defect koudestarttemperatuur niet Warmteafvoer door ongunstige klimaatomstandigheden te groot Verhoogde temperatuur bij de terugloopblokkering. Ontbrekende blokkeerfunctie Hoofdaandrijfmotor loopt niet aan Hulpaandrijfmotor loopt niet aan Versleten remvoering, slijtagemarkering "X" onder 0,8 mm Beschadigde/defecte terugloopblokkering Hoofdaandrijfmotor defect Overbelasting aan de aandrijving Verkeerde motordraairichting, motor draait tegen de blokkeerrichting van de terugloopblokkering Kooi met klemlichamen van de terugloopblokkering verkeerd ingebouwd of defect Vrijloopkoppeling geblokkeerd (kooi met klemlichamen van de vrijloopkoppeling verkeerd ingebouwd of vrijloopkoppeling defect) Elektrische vergrendeling tussen hoofd- en hulpaandrijfmotor verkeerd geschakeld Toerentalbewaking van vrijloopkoppeling verkeerd ingesteld Hulpaandrijfmotor defect Overbelasting aan de aandrijving Hulpaandrijving draait tegen de blokkeerrichting van de terugloopblokkering Het steeds in- en uitschakelen resp. het aandrijven in de blokkeerrichting van de installatie leidt tot het in- en uitkoppelen van de terugloopblokkeringen en de koppelbegrenzer. Dat kan bij de koppelbegrenzer tot ongebruikelijke warmte-ontwikkeling en slijtage van de remvoering leiden. De warmte-ontwikkeling kan beschadiging van de remvoering veroorzaken. Bij normaal bedrijf verdeelt de koppelbegrenzer het koppel door relatief kleine draaibewegingen. Hierbij treedt slechts weinig slijtage aan de remvoering op. Schroeven vastdraaien Fitting en schroeven aanhalen Aansluiting/werking van de olieverwarming controleren en evt. vervangen Tandwielkast gedurende de opwarmtijd beschermen tegen afkoeling Instelling van de thermostaat controleren Terugloopblokkering controleren, event. vervangen Contact opnemen met de klantenservice Reparatie van de motor in de werkplaats Belasting verminderen Motordraairichting veranderen (twee fasen uitwisselen) Kooi van de terugloopkoppeling 180 gedraaid inbouwen of vernieuwen Kooi van de vrijloopkoppeling 180 gedraaid inbouwen of vrijloopkoppeling vernieuwen Instelling van de toerentalbewaking controleren Contact opnemen met de klantenservice Reparatie van de motor in de werkplaats Belasting verminderen Kooi van de vrijloopkoppeling 180 gedraaid inbouwen resp. vernieuwen of draairichting van hulpaandrijfmotor veranderen Contact opnemen met de klantenservice Stuur de koppelbegrenzer ter reparatie op naar RINGSPANN GmbH 1) Bij de lipseal-afdichting uittredend(e) olie/vet (in kleine hoeveelheden) kan tijdens de inloopfase (gedurende 24 uur) als normaal worden beschouwd (zie ook DIN 3761). Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 221
9 Bedrijfsstoringen/oplossingen Afvoeren 9.4 Afvoeren De reductoren dienen al naar gelang de aard en de bestaande voorschriften te worden afgevoerd, bijv. als: staalschroot behuizingsonderdelen tandwielen assen wentellagers Afgewerkte olie dient verzameld en conform de voorschriften afgevoerd te worden. 222 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Adressenopgave 10 10 Adressenopgave Duitsland Hoofdkantoor Fabriek Verkoop Fabriek / Industriële tandwielkast Service Competence Center Drive Technology Center Bruchsal Bruchsal Mechanics / Mechatronics Elektronisch Noord Oost Zuid SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Ernst-Blickle-Straße 42 D-76646 Bruchsal Postfach 3023 D-76642 Bruchsal SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Christian-Pähr-Str.10 D-76646 Bruchsal SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Ernst-Blickle-Straße 1 D-76676 Graben-Neudorf SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Ernst-Blickle-Straße 42 D-76646 Bruchsal SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Alte Ricklinger Straße 40-42 D-30823 Garbsen (bij Hannover) SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Dänkritzer Weg 1 D-08393 Meerane (bij Zwickau) SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Domagkstraße 5 D-85551 Kirchheim (bij München) West SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG Siemensstraße 1 D-40764 Langenfeld (bij Düsseldorf) Drive Service Hotline / 24 uurs-service Andere adressen van service-werkplaatsen in Duitsland op aanvraag. Tel. +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 http://www.sew-eurodrive.de sew@sew-eurodrive.de Tel. +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-2970 Tel. +49 7251 75-1710 Fax +49 7251 75-1711 sc-mitte@sew-eurodrive.de Tel. +49 7251 75-1780 Fax +49 7251 75-1769 sc-elektronik@sew-eurodrive.de Tel. +49 5137 8798-30 Fax +49 5137 8798-55 sc-nord@sew-eurodrive.de Tel. +49 3764 7606-0 Fax +49 3764 7606-30 sc-ost@sew-eurodrive.de Tel. +49 89 909552-10 Fax +49 89 909552-50 sc-sued@sew-eurodrive.de Tel. +49 2173 8507-30 Fax +49 2173 8507-55 sc-west@sew-eurodrive.de +49 180 5 SEWHELP +49 180 5 7394357 Frankrijk Fabriek Verkoop Service Haguenau SEW-USOCOME 48-54 route de Soufflenheim B. P. 20185 F-67506 Haguenau Cedex Fabriek Forbach SEW-USOCOME Zone industrielle Technopôle Forbach Sud B. P. 30269 F-57604 Forbach Cedex Assemblage Verkoop Service Bordeaux Lyon Nantes SEW-USOCOME Parc d'activités de Magellan 62 avenue de Magellan - B. P. 182 F-33607 Pessac Cedex SEW-USOCOME Parc d'affaires Roosevelt Rue Jacques Tati F-69120 Vaulx en Velin SEW-USOCOME Parc d activités de la forêt 4 rue des Fontenelles F-44140 Le Bignon Tel. +33 3 88 73 67 00 Fax +33 3 88 73 66 00 http://www.usocome.com sew@usocome.com Tel. +33 3 87 29 38 00 Tel. +33 5 57 26 39 00 Fax +33 5 57 26 39 09 Tel. +33 4 72 15 37 00 Fax +33 4 72 15 37 15 Tel. +33 2 40 78 42 00 Fax +33 2 40 78 42 20 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 223
10 Adressenopgave Frankrijk Paris SEW-USOCOME Zone industrielle 2 rue Denis Papin F-77390 Verneuil I'Etang Andere adressen van service-werkplaatsen in Frankrijk op aanvraag. Tel. +33 1 64 42 40 80 Fax +33 1 64 42 40 88 Algerije Verkoop Algiers REDUCOM Sarl 16, rue des Frères Zaghnoune Bellevue 16200 El Harrach Alger Tel. +213 21 8214-91 Fax +213 21 8222-84 info@reducom-dz.com http://www.reducom-dz.com Argentinië Assemblage Verkoop Buenos Aires SEW EURODRIVE ARGENTINA S.A. Ruta Panamericana Km 37.5, Lote 35 (B1619IEA) Centro Industrial Garín Prov. de Buenos Aires Tel. +54 3327 4572-84 Fax +54 3327 4572-21 sewar@sew-eurodrive.com.ar http://www.sew-eurodrive.com.ar Australië Assemblage Verkoop Service Melbourne SEW-EURODRIVE PTY. LTD. 27 Beverage Drive Tullamarine, Victoria 3043 Tel. +61 3 9933-1000 Fax +61 3 9933-1003 http://www.sew-eurodrive.com.au enquires@sew-eurodrive.com.au Sydney SEW-EURODRIVE PTY. LTD. 9, Sleigh Place, Wetherill Park New South Wales, 2164 Tel. +61 2 9725-9900 Fax +61 2 9725-9905 enquires@sew-eurodrive.com.au België Assemblage Verkoop Service Brussel SEW-EURODRIVE n.v. Researchpark Haasrode 1060 Evenementenlaan 7 BE-3001 Leuven Tel. +32 16 386-311 Fax +32 16 386-336 http://www.sew-eurodrive.be info@sew-eurodrive.be Service Competence Center Industriële tandwielkast SEW-EURODRIVE n.v. Rue de Parc Industriel, 31 BE-6900 Marche-en-Famenne Tel. +32 84 219-878 Fax +32 84 219-879 http://www.sew-eurodrive.be service-wallonie@sew-eurodrive.be Brazilië Fabriek Verkoop Service São Paulo SEW-EURODRIVE Brasil Ltda. Avenida Amâncio Gaiolli, 152 - Rodovia Presidente Dutra Km 208 Guarulhos - 07251-250 - SP SAT - SEW ATENDE - 0800 7700496 Tel. +55 11 2489-9133 Fax +55 11 2480-3328 http://www.sew-eurodrive.com.br sew@sew.com.br Assemblage Verkoop Service Rio Claro SEW-EURODRIVE Brasil Ltda. Rodovia Washington Luiz, Km 172 Condomínio Industrial Conpark Caixa Postal: 327 13501-600 Rio Claro / SP Tel. +55 19 3522-3100 Fax +55 19 3524-6653 montadora.rc@sew.com.br Joinville SEW-EURODRIVE Brasil Ltda. Rua Dona Francisca, 12.346 Pirabeiraba 89239-270 Joinville / SC Tel. +55 47 3027-6886 Fax +55 47 3027-6888 filial.sc@sew.com.br Indaiatuba SEW-EURODRIVE Brasil Ltda. Estrada Municipal Jose Rubim, 205 Rodovia Santos Dumont Km 49 13347-510 - Indaiatuba / SP Tel. +55 19 3835-8000 sew@sew.com.br 224 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Adressenopgave 10 Bulgarije Verkoop Sofia BEVER-DRIVE GmbH Bogdanovetz Str.1 BG-1606 Sofia Tel. +359 2 9151160 Fax +359 2 9151166 bever@bever.bg Canada Assemblage Verkoop Service Toronto Vancouver SEW-EURODRIVE CO. OF CANADA LTD. 210 Walker Drive Bramalea, ON L6T 3W1 SEW-EURODRIVE CO. OF CANADA LTD. Tilbury Industrial Park 7188 Honeyman Street Delta, BC V4G 1G1 Montreal SEW-EURODRIVE CO. OF CANADA LTD. 2555 Rue Leger Lasalle, PQ H8N 2V9 Andere adressen van service-werkplaatsen in Canada op aanvraag. Tel. +1 905 791-1553 Fax +1 905 791-2999 http://www.sew-eurodrive.ca l.watson@sew-eurodrive.ca Tel. +1 604 946-5535 Fax +1 604 946-2513 b.wake@sew-eurodrive.ca Tel. +1 514 367-1124 Fax +1 514 367-3677 a.peluso@sew-eurodrive.ca Chili Assemblage Verkoop Service Santiago SEW-EURODRIVE CHILE LTDA. Las Encinas 1295 Parque Industrial Valle Grande LAMPA RCH-Santiago de Chile Casilla 23 Correo Quilicura - Santiago - Chile Tel. +56 2 75770-00 Fax +56 2 75770-01 http://www.sew-eurodrive.cl ventas@sew-eurodrive.cl China Fabriek Assemblage Verkoop Service Assemblage Verkoop Service Tianjin Suzhou Kanton Shenyang Wuhan Xi'An SEW-EURODRIVE (Tianjin) Co., Ltd. No. 46, 7th Avenue, TEDA Tianjin 300457 SEW-EURODRIVE (Suzhou) Co., Ltd. 333, Suhong Middle Road Suzhou Industrial Park Jiangsu Province, 215021 SEW-EURODRIVE (Guangzhou) Co., Ltd. No. 9, JunDa Road East Section of GETDD Guangzhou 510530 SEW-EURODRIVE (Shenyang) Co., Ltd. 10A-2, 6th Road Shenyang Economic Technological Development Area Shenyang, 110141 SEW-EURODRIVE (Wuhan) Co., Ltd. 10A-2, 6th Road No. 59, the 4th Quanli Road, WEDA 430056 Wuhan SEW-EURODRIVE (Xi'An) Co., Ltd. No. 12 Jinye 2nd Road Xi'An High-Technology Industrial Development Zone Xi'An 710065 Andere adressen van service-werkplaatsen in China op aanvraag. Tel. +86 22 25322612 Fax +86 22 25323273 info@sew-eurodrive.cn http://www.sew-eurodrive.cn Tel. +86 512 62581781 Fax +86 512 62581783 suzhou@sew-eurodrive.cn Tel. +86 20 82267890 Fax +86 20 82267922 guangzhou@sew-eurodrive.cn Tel. +86 24 25382538 Fax +86 24 25382580 shenyang@sew-eurodrive.cn Tel. +86 27 84478388 Fax +86 27 84478389 wuhan@sew-eurodrive.cn Tel. +86 29 68686262 Fax +86 29 68686311 xian@sew-eurodrive.cn Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 225
10 Adressenopgave Colombia Assemblage Verkoop Service Bogotá SEW-EURODRIVE COLOMBIA LTDA. Calle 22 No. 132-60 Bodega 6, Manzana B Santafé de Bogotá Tel. +57 1 54750-50 Fax +57 1 54750-44 http://www.sew-eurodrive.com.co sewcol@sew-eurodrive.com.co Denemarken Assemblage Verkoop Service Kopenhagen SEW-EURODRIVE A/S Geminivej 28-30 DK-2670 Greve Tel. +45 43 9585-00 Fax +45 43 9585-09 http://www.sew-eurodrive.dk sew@sew-eurodrive.dk Egypte Verkoop Service Cairo Copam Egypt for Engineering & Agencies 33 EI Hegaz ST, Heliopolis, Cairo Tel. +20 2 22566-299 +1 23143088 Fax +20 2 22594-757 http://www.copam-egypt.com/ copam@datum.com.eg Estland Verkoop Tallin ALAS-KUUL AS Reti tee 4 EE-75301 Peetri küla, Rae vald, Harjumaa Tel. +372 6593230 Fax +372 6593231 veiko.soots@alas-kuul.ee Finland Assemblage Verkoop Service Lahti SEW-EURODRIVE OY Vesimäentie 4 FIN-15860 Hollola 2 Tel. +358 201 589-300 Fax +358 3 780-6211 http://www.sew-eurodrive.fi sew@sew.fi Fabriek Assemblage Karkkila SEW Industrial Gears Oy Valurinkatu 6, PL 8 FI-03600 Karkkila, 03601 Karkkila Tel. +358 201 589-300 Fax +358 201 589-310 sew@sew.fi http://www.sew-eurodrive.fi Gabon Verkoop Libreville ESG Electro Services Gabun Feu Rouge Lalala 1889 Libreville Gabun Griekenland Verkoop Athene Christ. Boznos & Son S.A. 12, K. Mavromichali Street P.O. Box 80136 GR-18545 Piraeus Tel. +241 741059 Fax +241 741059 esg_services@yahoo.fr Tel. +30 2 1042 251-34 Fax +30 2 1042 251-59 http://www.boznos.gr info@boznos.gr Groot-Brittannië Assemblage Verkoop Service Normanton SEW-EURODRIVE Ltd. Beckbridge Industrial Estate Normanton West Yorkshire WF6 1QR Tel. +44 1924 893-855 Fax +44 1924 893-702 http://www.sew-eurodrive.co.uk info@sew-eurodrive.co.uk Drive Service Hotline / 24 uurs-service Tel. 01924 896911 Hong Kong Assemblage Verkoop Service Hong Kong SEW-EURODRIVE LTD. Unit No. 801-806, 8th Floor Hong Leong Industrial Complex No. 4, Wang Kwong Road Kowloon, Hong Kong Tel. +852 36902200 Fax +852 36902211 contact@sew-eurodrive.hk 226 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Adressenopgave 10 Hongarije Verkoop Service Budapest SEW-EURODRIVE Kft. H-1037 Budapest Kunigunda u. 18 Tel. +36 1 437 06-58 Fax +36 1 437 06-50 http://www.sew-eurodrive.hu office@sew-eurodrive.hu Ierland Verkoop Service Dublin Alperton Engineering Ltd. 48 Moyle Road Dublin Industrial Estate Glasnevin, Dublin 11 Tel. +353 1 830-6277 Fax +353 1 830-6458 info@alperton.ie http://www.alperton.ie India Geregistreerd Bureau Assemblage Verkoop Service Vadodara SEW-EURODRIVE India Private Limited Plot No. 4, GIDC POR Ramangamdi Vadodara - 391 243 Gujarat Tel. +91 265 3045200, +91 265 2831086 Fax +91 265 3045300, +91 265 2831087 http://www.seweurodriveindia.com salesvadodara@seweurodriveindia.com Assemblage Verkoop Service Chennai SEW-EURODRIVE India Private Limited Plot No. K3/1, Sipcot Industrial Park Phase II Mambakkam Village Sriperumbudur - 602105 Kancheepuram Dist, Tamil Nadu Tel. +91 44 37188888 Fax +91 44 37188811 saleschennai@seweurodriveindia.com Israël Verkoop Tel-Aviv Liraz Handasa Ltd. Ahofer Str 34B / 228 58858 Holon Tel. +972 3 5599511 Fax +972 3 5599512 http://www.liraz-handasa.co.il office@liraz-handasa.co.il Italië Assemblage Verkoop Service Solaro SEW-EURODRIVE di R. Blickle & Co.s.a.s. Via Bernini,14 I-20020 Solaro (Milano) Tel. +39 02 96 9801 Fax +39 02 96 799781 http://www.sew-eurodrive.it sewit@sew-eurodrive.it Ivoorkust Verkoop Abidjan SICA Société Industrielle & Commerciale pour l'afrique 165, Boulevard de Marseille 26 BP 1173 Abidjan 26 Tel. +225 21 25 79 44 Fax +225 21 25 88 28 sicamot@aviso.ci Japan Assemblage Verkoop Service Iwata SEW-EURODRIVE JAPAN CO., LTD 250-1, Shimoman-no, Iwata Shizuoka 438-0818 Tel. +81 538 373811 Fax +81 538 373855 http://www.sew-eurodrive.co.jp sewjapan@sew-eurodrive.co.jp Kameroen Verkoop Douala Electro-Services Rue Drouot Akwa B.P. 2024 Douala Tel. +237 33 431137 Fax +237 33 431137 electrojemba@yahoo.fr Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 227
10 Adressenopgave Kazachstan Verkoop Alma-Ata ТОО "СЕВ-ЕВРОДРАЙВ" пр.райымбека, 348 050061 г. Алматы Республика Казахстан Kenia Verkoop Nairobi Barico Maintenances Ltd Kamutaga Place Commercial Street Industrial Area P.O.BOX 52217-00200 Nairobi Тел. +7 (727) 334 1880 Факс +7 (727) 334 1881 http://www.sew-eurodrive.kz sew@sew-eurodrive.kz Tel. +254 20 6537094/5 Fax +254 20 6537096 info@barico.co.ke Kroatië Verkoop Service Zagreb KOMPEKS d. o. o. Zeleni dol 10 HR 10 000 Zagreb Tel. +385 1 4613-158 Fax +385 1 4613-158 kompeks@inet.hr Letland Verkoop Riga SIA Alas-Kuul Katlakalna 11C LV-1073 Riga Libanon Verkoop Libanon Beirut Gabriel Acar & Fils sarl B. P. 80484 Bourj Hammoud, Beirut After Sales Service Verkoop Jordanië / Koeweit / Saoedi- Arabië / Syrië Beirut Middle East Drives S.A.L. (offshore) Sin El Fil. B. P. 55-378 Beirut After Sales Service Litouwen Verkoop Alytus UAB Irseva Statybininku 106C LT-63431 Alytus Tel. +371 6 7139253 Fax +371 6 7139386 http://www.alas-kuul.com info@alas-kuul.com Tel. +961 1 510 532 Fax +961 1 494 971 ssacar@inco.com.lb service@medrives.com Tel. +961 1 494 786 Fax +961 1 494 971 info@medrives.com http://www.medrives.com service@medrives.com Tel. +370 315 79204 Fax +370 315 56175 irmantas@irseva.lt http://www.sew-eurodrive.lt Luxemburg Assemblage Verkoop Service Brussel SEW-EURODRIVE n.v. Researchpark Haasrode 1060 Evenementenlaan 7 BE-3001 Leuven Tel. +32 16 386-311 Fax +32 16 386-336 http://www.sew-eurodrive.lu info@sew-eurodrive.be Madagaskar Verkoop Antananarivo Ocean Trade BP21bis. Andraharo Antananarivo. 101 Madagascar Tel. +261 20 2330303 Fax +261 20 2330330 oceantrabp@moov.mg Maleisië Assemblage Verkoop Service Johor SEW-EURODRIVE SDN BHD No. 95, Jalan Seroja 39, Taman Johor Jaya 81000 Johor Bahru, Johor West Malaysia Tel. +60 7 3549409 Fax +60 7 3541404 sales@sew-eurodrive.com.my 228 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Adressenopgave 10 Marokko Verkoop Service Mohammedia SEW-EURODRIVE SARL 2 bis, Rue Al Jahid 28810 Mohammedia Tel. +212 523 32 27 80/81 Fax +212 523 32 27 89 sew@sew-eurodrive.ma http://www.sew-eurodrive.ma Mexico Assemblage Verkoop Service Quéretaro SEW-EURODRIVE MEXICO SA DE CV SEM-981118-M93 Tequisquiapan No. 102 Parque Industrial Quéretaro C.P. 76220 Quéretaro, México Tel. +52 442 1030-300 Fax +52 442 1030-301 http://www.sew-eurodrive.com.mx scmexico@seweurodrive.com.mx Namibië Verkoop Swakopmund DB Mining & Industrial Services Einstein Street Strauss Industrial Park Unit1 Swakopmund Tel. +264 64 462 738 Fax +264 64 462 734 sales@dbmining.in.na Nederland Assemblage Verkoop Service Rotterdam SEW-EURODRIVE B.V. Industrieweg 175 NL-3044 AS Rotterdam Postbus 10085 NL-3004 AB Rotterdam Tel. +31 10 4463-700 Fax +31 10 4155-552 Service: 0800-SEWHELP http://www.sew-eurodrive.nl info@sew-eurodrive.nl Nieuw-Zeeland Assemblage Verkoop Service Auckland SEW-EURODRIVE NEW ZEALAND LTD. P.O. Box 58-428 82 Greenmount drive East Tamaki Auckland Tel. +64 9 2745627 Fax +64 9 2740165 http://www.sew-eurodrive.co.nz sales@sew-eurodrive.co.nz Christchurch SEW-EURODRIVE NEW ZEALAND LTD. 10 Settlers Crescent, Ferrymead Christchurch Tel. +64 3 384-6251 Fax +64 3 384-6455 sales@sew-eurodrive.co.nz Nigeria Verkoop Lagos EISNL Engineering Solutions and Drives Ltd Plot 9, Block A, Ikeja Industrial Estate (Ogba Scheme) Adeniyi Jones St. End Off ACME Road, Ogba, Ikeja, Lagos Nigeria Tel. +234 (0)1 217 4332 team.sew@eisnl.com http://www.eisnl.com Noorwegen Assemblage Verkoop Service Moss SEW-EURODRIVE A/S Solgaard skog 71 N-1599 Moss Tel. +47 69 24 10 20 Fax +47 69 24 10 40 http://www.sew-eurodrive.no sew@sew-eurodrive.no Oekraïne Assemblage Verkoop Service Dnjepropetrovsk ООО «СЕВ-Евродрайв» ул.рабочая, 23-B, офис 409 49008 Днепропетровск Тел. +380 56 370 3211 Факс. +380 56 372 2078 http://www.sew-eurodrive.ua sew@sew-eurodrive.ua Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 229
10 Adressenopgave Oostenrijk Assemblage Verkoop Service Wien SEW-EURODRIVE Ges.m.b.H. Richard-Strauss-Strasse 24 A-1230 Wien Tel. +43 1 617 55 00-0 Fax +43 1 617 55 00-30 http://www.sew-eurodrive.at sew@sew-eurodrive.at Pakistan Verkoop Karachi Industrial Power Drives Al-Fatah Chamber A/3, 1st Floor Central Commercial Area, Sultan Ahmed Shah Road, Block 7/8, Karachi Tel. +92 21 452 9369 Fax +92-21-454 7365 seweurodrive@cyber.net.pk Peru Assemblage Verkoop Service Lima SEW DEL PERU MOTORES REDUCTORES S.A.C. Los Calderos, 120-124 Urbanizacion Industrial Vulcano, ATE, Lima Tel. +51 1 3495280 Fax +51 1 3493002 http://www.sew-eurodrive.com.pe sewperu@sew-eurodrive.com.pe Polen Assemblage Verkoop Service Łódź SEW-EURODRIVE Polska Sp.z.o.o. ul. Techniczna 5 PL-92-518 Łódź Service Tel. +48 42 6765332 / 42 6765343 Fax +48 42 6765346 Tel. +48 42 676 53 00 Fax +48 42 676 53 49 http://www.sew-eurodrive.pl sew@sew-eurodrive.pl Linia serwisowa Hotline 24H Tel. +48 602 739 739 (+48 602 SEW SEW) serwis@sew-eurodrive.pl Portugal Assemblage Verkoop Service Coimbra SEW-EURODRIVE, LDA. Apartado 15 P-3050-901 Mealhada Tel. +351 231 20 9670 Fax +351 231 20 3685 http://www.sew-eurodrive.pt infosew@sew-eurodrive.pt Roemenië Verkoop Service Bucureşti Sialco Trading SRL str. Brazilia nr. 36 011783 Bucuresti Tel. +40 21 230-1328 Fax +40 21 230-7170 sialco@sialco.ro Rusland Assemblage Verkoop Service St. Petersburg ZAO SEW-EURODRIVE P.O. Box 36 RUS-195220 St. Petersburg Tel. +7 812 3332522 +7 812 5357142 Fax +7 812 3332523 http://www.sew-eurodrive.ru sew@sew-eurodrive.ru Senegal Verkoop Dakar SENEMECA Mécanique Générale Km 8, Route de Rufisque B.P. 3251, Dakar Servië Verkoop Beograd DIPAR d.o.o. Ustanicka 128a PC Košum, IV sprat SRB-11000 Beograd Tel. +221 338 494 770 Fax +221 338 494 771 senemeca@sentoo.sn http://www.senemeca.com Tel. +381 11 347 3244 / +381 11 288 0393 Fax +381 11 347 1337 office@dipar.rs 230 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Adressenopgave 10 Singapore Assemblage Verkoop Service Singapore SEW-EURODRIVE PTE. LTD. No 9, Tuas Drive 2 Jurong Industrial Estate Singapore 638644 Tel. +65 68621701 Fax +65 68612827 http://www.sew-eurodrive.com.sg sewsingapore@sew-eurodrive.com Slovenië Verkoop Service Celje Pakman - Pogonska Tehnika d.o.o. UI. XIV. divizije 14 SLO - 3000 Celje Tel. +386 3 490 83-20 Fax +386 3 490 83-21 pakman@siol.net Slowakije Verkoop Bratislava SEW-Eurodrive SK s.r.o. Rybničná 40 SK-831 06 Bratislava Žilina Banská Bystrica Košice SEW-Eurodrive SK s.r.o. Industry Park - PChZ ulica M.R.Štefánika 71 SK-010 01 Žilina SEW-Eurodrive SK s.r.o. Rudlovská cesta 85 SK-974 11 Banská Bystrica SEW-Eurodrive SK s.r.o. Slovenská ulica 26 SK-040 01 Košice Tel. +421 2 33595 202 Fax +421 2 33595 200 sew@sew-eurodrive.sk http://www.sew-eurodrive.sk Tel. +421 41 700 2513 Fax +421 41 700 2514 sew@sew-eurodrive.sk Tel. +421 48 414 6564 Fax +421 48 414 6566 sew@sew-eurodrive.sk Tel. +421 55 671 2245 Fax +421 55 671 2254 sew@sew-eurodrive.sk Spanje Assemblage Verkoop Service Bilbao SEW-EURODRIVE ESPAÑA, S.L. Parque Tecnológico, Edificio, 302 E-48170 Zamudio (Vizcaya) Tel. +34 94 43184-70 Fax +34 94 43184-71 http://www.sew-eurodrive.es sew.spain@sew-eurodrive.es Swaziland Verkoop Manzini C G Trading Co. (Pty) Ltd PO Box 2960 Manzini M200 Tel. +268 2 518 6343 Fax +268 2 518 5033 engineering@cgtrading.co.sz Thailand Assemblage Verkoop Service Chonburi SEW-EURODRIVE (Thailand) Ltd. 700/456, Moo.7, Donhuaroh Muang Chonburi 20000 Tel. +66 38 454281 Fax +66 38 454288 sewthailand@sew-eurodrive.com Tjechische Republiek Verkoop Hostivice Assemblage Service Drive Service Hotline / 24 uurs-service SEW-EURODRIVE CZ s.r.o. Floriánova 2459 253 01 Hostivice HOT-LINE +420 800 739 739 (800 SEW SEW) Tel. +420 255 709 601 Fax +420 235 350 613 http://www.sew-eurodrive.cz sew@sew-eurodrive.cz Servis: Tel. +420 255 709 632 Fax +420 235 358 218 servis@sew-eurodrive.cz Tunesië Verkoop Tunis T. M.S. Technic Marketing Service Zone Industrielle Mghira 2 Lot No. 39 2082 Fouchana Tel. +216 79 40 88 77 Fax +216 79 40 88 66 http://www.tms.com.tn tms@tms.com.tn Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 231
10 Adressenopgave Turkije Assemblage Verkoop Service Istanbul SEW-EURODRIVE Hareket Sistemleri Sanayi Ticaret Limited Şirketi Gebze Organize Sanayi Bölgesi 400.Sokak No:401 TR-41480 Gebze KOCAELİ Tel. +90-262-9991000-04 Fax +90-262-9991009 http://www.sew-eurodrive.com.tr sew@sew-eurodrive.com.tr Venezuela Assemblage Verkoop Service Valencia SEW-EURODRIVE Venezuela S.A. Av. Norte Sur No. 3, Galpon 84-319 Zona Industrial Municipal Norte Valencia, Estado Carabobo Tel. +58 241 832-9804 Fax +58 241 838-6275 http://www.sew-eurodrive.com.ve ventas@sew-eurodrive.com.ve sewfinanzas@cantv.net Verenigde Arabische Emiraten Verkoop Sharjah Service Copam Middle East (FZC) Sharjah Airport International Free Zone P.O. Box 120709 Sharjah Tel. +971 6 5578-488 Fax +971 6 5578-499 copam_me@eim.ae Verenigde Staten Fabriek Assemblage Verkoop Service Assemblage Verkoop Service Zuidoosten Noordoosten Middenwesten Zuidwesten Westen SEW-EURODRIVE INC. 1295 Old Spartanburg Highway P.O. Box 518 Lyman, S.C. 29365 SEW-EURODRIVE INC. Pureland Ind. Complex 2107 High Hill Road, P.O. Box 481 Bridgeport, New Jersey 08014 SEW-EURODRIVE INC. 2001 West Main Street Troy, Ohio 45373 SEW-EURODRIVE INC. 3950 Platinum Way Dallas, Texas 75237 SEW-EURODRIVE INC. 30599 San Antonio St. Hayward, CA 94544 Andere adressen van service-werkplaatsen in de Verenigde Staten op aanvraag. Tel. +1 864 439-7537 Fax Sales +1 864 439-7830 Fax Manufacturing +1 864 439-9948 Fax Assembly +1 864 439-0566 Fax Confidential/HR +1 864 949-5557 http://www.seweurodrive.com cslyman@seweurodrive.com Tel. +1 856 467-2277 Fax +1 856 845-3179 csbridgeport@seweurodrive.com Tel. +1 937 335-0036 Fax +1 937 332-0038 cstroy@seweurodrive.com Tel. +1 214 330-4824 Fax +1 214 330-4724 csdallas@seweurodrive.com Tel. +1 510 487-3560 Fax +1 510 487-6433 cshayward@seweurodrive.com 232 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Adressenopgave 10 Vietnam Verkoop Ho Chi Minhstad Alle branches behalve haven, staal, steenkool en offshore: Nam Trung Co., Ltd 250 Binh Duong Avenue, Thu Dau Mot Town, Binh Duong Province HCM office: 91 Tran Minh Quyen Street District 10, Ho Chi Minh City Hanoi Haven en offshore: DUC VIET INT LTD Industrial Trading and Engineering Services A75/6B/12 Bach Dang Street, Ward 02, Tan Binh District, 70000 Ho Chi Minh City Haven en offshore: Thanh Phat Co Ltd DMC Building, L11-L12, Ward3, Binh Thanh Dist, Ho Chi Minh City Nam Trung Co., Ltd R.205B Tung Duc Building 22 Lang ha Street Dong Da District, Hanoi City Wit-Rusland Verkoop Minsk SEW-EURODRIVE BY RybalkoStr. 26 BY-220033 Minsk Zambia Verkoop Kitwe EC Mining Limited Plots No. 5293 & 5294,Tangaanyika Road, Off Mutentemuko Road, Heavy Industrial Park, P.O.BOX 2337 Kitwe Tel. +84 8 8301026 Fax +84 8 8392223 namtrungco@hcm.vnn.vn truongtantam@namtrung.com.vn khanh-nguyen@namtrung.com.vn Tel. +84 8 62969 609 Fax +84 8 62938 842 totien@ducvietint.com Tel. +84 835170381 Fax +84 835170382 sales@thanh-phat.com Tel. +84 4 37730342 Fax +84 4 37762445 namtrunghn@hn.vnn.vn Tel.+375 17 298 47 56 / 298 47 58 Fax +375 17 298 47 54 http://www.sew.by sales@sew.by Tel. +260 212 210 642 Fax +260 212 210 645 sales@ecmining.com http://www.ecmining.com Zuid-Afrika Assemblage Verkoop Service Johannesburg SEW-EURODRIVE (PROPRIETARY) LIMITED Eurodrive House Cnr. Adcock Ingram and Aerodrome Roads Aeroton Ext. 2 Johannesburg 2013 P.O.Box 90004 Bertsham 2013 Tel. +27 11 248-7000 Fax +27 11 494-3104 http://www.sew.co.za info@sew.co.za Kaapstad SEW-EURODRIVE (PROPRIETARY) LIMITED Rainbow Park Cnr. Racecourse & Omuramba Road Montague Gardens Cape Town P.O.Box 36556 Chempet 7442 Cape Town Tel. +27 21 552-9820 Fax +27 21 552-9830 Telex 576 062 cfoster@sew.co.za Durban SEW-EURODRIVE (PROPRIETARY) LIMITED 2 Monaco Place Pinetown Durban P.O. Box 10433, Ashwood 3605 Tel. +27 31 700-3451 Fax +27 31 700-3847 cdejager@sew.co.za Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 233
10 Adressenopgave Zuid-Afrika Nelspruit SEW-EURODRIVE (PTY) LTD. 7 Christie Crescent Vintonia P.O.Box 1942 Nelspruit 1200 Tel. +27 13 752-8007 Fax +27 13 752-8008 robermeyer@sew.co.za Zuid-Korea Assemblage Verkoop Service Ansan SEW-EURODRIVE KOREA CO., LTD. B 601-4, Banweol Industrial Estate #1048-4, Shingil-Dong, Danwon-Gu, Ansan-City, Kyunggi-Do Zip 425-839 Tel. +82 31 492-8051 Fax +82 31 492-8056 http://www.sew-korea.co.kr master.korea@sew-eurodrive.com Busan SEW-EURODRIVE KOREA Co., Ltd. No. 1720-11, Songjeong - dong Gangseo-ku Busan 618-270 Tel. +82 51 832-0204 Fax +82 51 832-0230 master@sew-korea.co.kr Zweden Assemblage Verkoop Service Jönköping SEW-EURODRIVE AB Gnejsvägen 6-8 S-55303 Jönköping Box 3100 S-55003 Jönköping Tel. +46 36 3442 00 Fax +46 36 3442 80 http://www.sew-eurodrive.se jonkoping@sew.se Zwitserland Assemblage Verkoop Service Basel Alfred lmhof A.G. Jurastrasse 10 CH-4142 Münchenstein bei Basel Tel. +41 61 417 1717 Fax +41 61 417 1700 http://www.imhof-sew.ch info@imhof-sew.ch 234 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Index Index A Aanhaalmomenten...67 Aanlopen van de tandwielkast bij lage omgevingstemperaturen...190 Aanwijzingen aanduiding in de documentatie...7 Accessoires...31 Accessoires, afkortingen...31 Afdichtingsvet...218 Afdichtingsvet bijvullen...204 Afgewerkte olie...222 Afvoeren...222 Aseindpomp drukschakelaar...73 inbedrijfstelling...184 olie vullen...72 opbouw...44 Asposities...39 Auteursrechtelijke opmerking...8 B Badsmering...42 Bevestiging van de tandwielkast...66 C Circuitkoeling...52 Coatingsystemen...41 D Diagnose-eenheid DUO10A...62 Diagnose-eenheid DUV10A...61 Draairichtingen...39 DRE...22 DRP...22 DRS...22 Drukschakelaar...73 elektrische aansluiting...175 inbedrijfstelling...184 maten...175 opbouw...60 technische gegevens...175 Druksmering... 42, 72 E Elevatoraandrijving...20 F Flenskoppeling demontage... 81, 89 montage op as... 77, 85 montage van de flensverbinding... 79, 87 opbouw... 46 Flenskoppelingen met een cilindrische persverbinding... 76 afmetingen machine-as... 76 demontage... 81 montage... 77 Flenskoppelingen met spiebaan afmetingen van de machine-as... 85 demontage... 89 montage... 85 Fundatie... 67 Fundatieframe...51, 154 G Geïntegreerde veiligheidsaanwijzingen... 7 H High Efficiency... 22 Hulpaandrijving draairichting... 39 IEC-motornorm IE1 en IE2... 21 inbedrijfstelling... 181 motorklemmenkast positie en kabelinvoer.. 27 opbouw... 20 I IEC... 48 IEC-motornorm... 22 IEC-motornorm IE1 en IE2... 21 Inductieve opnemer... 70 Inspectie-intervallen... 194 Inwendige conservering... 18 K Klantenservice... 219 Koppelingen... 135 montagetoleranties... 135 Krimpschijf montage... 104 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 235
Index M Motoradapter montage...137 opbouw...48 Motorbasis...154 opbouw...50 Motorklemmenkast positie en kabelinvoer...27 Motorpomp inbedrijfstelling...184 opbouw...45 N NEMA...48 NTB...60 O Olie bijvullen bij druksmering...72 Olie verversen...201 Olie-lucht-koeler bij druksmering mechanische aansluiting...162 onderhoud...211 opbouw...58 Olie-lucht-koeler bij spatsmering inspectie...210 opbouw...58 Olie-lucht-koeler met motorpomp bij druksmering inbedrijfstelling...187 Olie-lucht-koeler met motorpomp bij spatsmering inbedrijfstelling...187 Olie-water-koeler bij druksmering mechanische aansluiting...162 onderhoud...211 opbouw...58 Olie-water-koeler bij spatsmering koelmiddel...156 mechanische aansluiting...162 onderhoud...210 opbouw...58 Olie-water-koeler met motorpomp bij druksmering inbedrijfstelling...187 Olie-water-koeler met motorpomp bij spatsmering inbedrijfstelling...187 Olieaftapkraan... 43 Olieaftapschroef... 43 Oliepeil controleren... 195 aanwijzingen voor de procedure bij vaste en variabele zwenkende uitvoeringen... 197 standaard... 195 Oliepeilglas... 43 Oliepeilstok... 43 Olieverwarming aanwijzing voor werking... 164 elektrische aansluiting... 169 grenstemperatuur voor aanlopen tandwielkast... 166 inbedrijfstelling... 188 onderhoud... 211 opbouw... 59 thermostaat... 165 Onderhoudsintervallen... 194 Ontluchting controleren en reinigen... 204 Ontluchting van de reductor... 43 Opbouw... 20 Opbouw van de tandwielkast... 20 Opslagomstandigheden... 18, 19 Opstellen van de elevatortandwielkast... 66 OS1, OS2, OS3... 41 OWC... 58 P Pictogrammen op de tandwielkast... 11 Premium Efficiency... 22 PT100...60, 176 R Reactiearm montage... 132 opbouw... 45 Ruimtelijke positie... 32 Ruimtelijke positie en standaardmontagevlak... 33 S SEP... 44 Signaalwoorden in veiligheidsaanwijzingen... 7 Slijtage van de remvoering van door koppel begrenste terugloopblokkering... 212 Smeermiddelen... 214 Smeermiddelentabel... 214 236 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
Index Smeervetten...218 Smering...42 Soorten koeling...52 Soorten smering...42 Spatsmering...42 Stickers op de tandwielkast...11 Symbolen op de tandwielkast...11 T Tandwielkast buiten bedrijf stellen...191 Temperatuurschakelaar NTB...60 elektrische aansluiting...177 maten...177 technische gegevens...177 Temperatuurschakelaar TSK...60 elektrische aansluiting...178 maten...178 technische gegevens...178 Temperatuursensor PT100...60 elektrische aansluiting...176 maten...176 thermische gegevens...176 Terugloopblokkering...47 Terugloopblokkering met koppelbegrenzing...25 onderhoud...212 opbouw...25 Terugloopblokkeringen...39 Thematische veiligheidsaanwijzingen...7 Toerentalbewaking functiecontrole...183 inbedrijfstelling...181 opbouw...24 Toerentalbewakingsrelais elektrische aansluiting...68 maatschets...69 technische gegevens...69 Toleranties...63 Transport...15 Transportvoorwaarden...18 TSK...60 Typeaanduiding oliesmeerinstallatie...30 Typeaanduiding tandwielkast...29 Typeplaatje...28 U Uitgaande as als holle as met krimpschijf montage... 104 Uitgaande as als holle as met spiebaan montage... 91 Uitgaande as als holle as met splinesvertanding montage... 120 Uitgaande as gladde uitvoering... 38 Uitwendige conservering... 18 V V-riemaandrijving maximaal toelaatbaar motorgewicht... 144 montage... 144 opbouw... 49 Variabele zwenkende uitvoering definitie... 35 oiepeil controleren... 197 Vaste zwenkende uitvoering definitie... 34 oiepeil controleren... 197 Veiligheidsaanwijzingen... 9 aanduiding in de documentatie... 7 opbouw van de geïntegreerde... 7 opbouw van de thematische... 7 Ventilator... 53 installatie... 155 onderhoud... 205 X.K.. Advanced (optie)... 54 X.K.. ventilator (standaard)... 53 Ventilatorkoeler... 52 Verpakking... 18 Visuele controle van het oliepeil... 43 Volgorde bij inbedrijfstelling... 181 Voorbereiding... 66 Vrijloopkoppeling... 23 Vulhoeveelheid smeermiddel... 216 W Waarschuwingen op de tandwielkast... 11 Waterkoelingsdeksel aansluiting... 55 demontage... 206 demonteren... 156 montage... 155 onderhoud... 205 opbouw... 55 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen 237
Index Waterkoelpatroon aansluiten...157 demontage...208 demonteren...158 inbedrijfstelling... 185, 186 inwendige reiniging...209 montage...157 onderhoud...207 onderhoudsintervallen...207 opbouw...56 reiniging...207 soorten koelwater...161 vereisten voor de waterkwaliteit...159 Wentellagervetten...218 Wijziging van de uitvoering...188 Z Zwenkende uitvoering definitie...34 oiepeil controleren...197 238 Montage- en technische handleiding Elevatoraandrijvingen
SEW-EURODRIVE Driving the world SEW-EURODRIVE Driving the world SEW-EURODRIVE GmbH & Co KG P.O. Box 3023 D-76642 Bruchsal/Germany Phone +49 7251 75-0 Fax +49 7251 75-1970 sew@sew-eurodrive.com www.sew-eurodrive.com