www. Fysica 1997-1 Vraag 1 Een herdershond moet een kudde schapen, die over haar totale lengte steeds 50 meter lang blijft, naar een 800 meter verderop gelegen schuur brengen. Door steeds van de kop van de kudde naar het einde ervan (en omgekeerd) te hollen met een snelheid waarvan de grootte 5 m/s is, slaagt het trouwe dier erin de kudde te verplaatsen met een gemiddelde snelheid van 1 m/s. Indien hij aan de kop van de kudde vertrekt en samen met de eerste dieren in de schuur aankomt, dan is de afstand die de herdershond afgelegd heeft gelijk aan: A. 1600 m, B. 3200 m. C. 4000m. D. 8000m. Vraag 2 Men laat een appel vallen vanop een 100 meter hoge toren. Tegelijkertijd met het loslaten van de appel vertrekt van op een hoogte van 20 meter van de begane grond eeri pijl verticaal gericht op de appel, De positie van appel en pijl zijn hieronder weergegeven in een (x,t)-diagram. De luchtweerstand mag verwaarloosd worden. De pijl treft de appel dan op het tijdstip t: A. 2 s B. 4 s C. 4,47 s D. 8,47 s Vraag 3 Een bol met een massa van 2 kg hangt in rust aan een touw tegen een vertikale muur (zie figuur). De wrijving tussen de muur en de bol is verwaarloosbaar.
www. Als men de bol als een massapunt mag beschouwen, dan kan men de krachten die op de bol inwerken best voorstellen door figuur: Vraag 4 Een voorwerp met massa m komt in A voorbij met een horizontale snelheid v. Het schuift de helling op tot in punt B waar het tot stilstand komt om daarna terug omlaag te schuiven. Het punt B ligt op een hoogte h boven A. Een tweede voorwerp met massa m/2 komt in A voorbij met een horizontale snelheid v/2. De maximale hoogte die het tweede voorwerp bereikte vooraleer terug naar beneden te schuiven is dan (Verwaarloos de wrijvingskrachten): A. h B. h/2 C. h/4
www. D. h/8 Vraag 5 Een fietser neemt een bocht waarbij de snelheid in grootte constant blijft. De fiets maakt daarbij een hoek met het horizontale wegdek. De figuur geeft het vooraanzicht weer. Het zwaartepunt van fiets en fietser samen is gelegen in het punt z. De contactpunten van de banden met het wegdek worden in het vooraanzicht weergegeven door het punt k. De resulterende kracht die het wegdek in de contactpunten k op de fietsband uitoefent is dan best voor te stellen in het vooraanzicht door figuur: Vraag 6 De onderstaande grafiek stelt de elastische vervorming voor van een veer onder invloed van een kracht F. Hierbij stelt x de uitrekking van de veer voor.
www. De verhouding van de arbeid geleverd bij de uitrekking van P tot Q tot de geleverde arbeid bij de uitrekking van 0 tot P is dan : A. 1 B. 2 C. 3 D. 4 Vraag 7 Onderstaande figuur toont de veldlijnen van een elektrisch veld van de ladingen A,B en C. Deze ladingen liggen op een rechte en kunnen niet van plaats veranderen. Als q een bepaalde hoeveelheid positieve lading voorstelt, dan geldt dat: Q A Q B Q C Antwoord A q q q Antwoord B -q q -q Antwoord C -2q q -2q Antwoord D -q 2q -q Vraag 8 Gegeven is een schakeling zoals weergegeven door het onderstaande schema. Door de weerstand van 5,0 Q vloeit een stroom van 2,0 A. De stroomsterkte in de weerstand van 2,0 Q is dan gelijk aan : A. 2,OA B. 2,5A C. 3,6A D. 4,5A Vraag 9 Men meet het potentiaalverschil over en de stroom door een weerstand. De meetpunten zijn aangegeven op de onderstaande grafiek.
www. Welke van de volgende uitspraken is dan correct? A. De waarde van de weerstand is eerst constant maar wordt kleiner bij hogere spanningen. B. De waarde van de weerstand neemt eerst toe en wordt constant bij hogere spanningen. C. De waarde van de weerstand is eerst constant maar wordt zeer groot bij hogere spanningen. D. De waarde van de weerstand is eerst constant maar wordt nul bij hogere spanningen. Vraag 10 Van vier draden a, h, c en d zijn volgende gegevens gegeven. draad Lengte Doorsnede Specifieke weerstand A L S ρ B 2L S 2 ρ C L 2S ρ D 2L 2S 2 ρ De draad ( draden) met de grootste weerstand is ( zijn) dan : A. A B. B C. C D. A en D Vraag 11 Twee zeer lange draden zijn evenwijdig opgesteld. De stroom door de linkse draad (zie figuur ) is in grootte gelijk aan 30 A en de zin ervan wordt aangegeven door de pijl.
www. We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan nul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan : A. 10 A en gericht van A naar B B. 7,5 A en gericht van B naar A. C. 10 A en gericht van B naar A. D. 30 A en gericht van A naar B Vraag 12 Een bepaalde hoeveelheid van een als ideaal te beschouwen gas ondergaat de toestandsveranderingen van A B C weergegeven op de onderstaande grafiek. In C is het volume 3,0 liter. In de toestand A is het volume dan gelijk aan : A. 1,5 liter B. 2,5 liter C. 3 liter
www. D. 5 liter Vraag 13 Men verwarmt een hoeveelheid ijs, met als gevolg dat de temperatuur ervan gaat stijgen. Na enige tijd verschijnen de eerste waterdruppels. Nadat al het ijs gesmolten is, merkt men dat de temperatuur terug oploopt. De grafiek geeft het verband tussen temperatuur en toegevoegde warmtehoeveelheid weer. De hoeveelheid ijs (uitgedrukt in gram) waarmee men het experiment uitvoerde is dan : A. 100 g B. 500 g C. 250 g D. 625 g In tabellen vindt men: De specifieke warmtecapaciteit van ijs: 2,059 De specifieke smeltwarmte van ijs: 332,7 De specifieke warmtecapaciteit van water: 4,185 Vraag 14 Een U-vormige buis bezit gelijke verticale benen van 60 cm lang. De U-buis is tot op halve hoogte gevuld met water. De verlikale buisuiteinden zijn beide open. Dit is in de onderstaande figuur weergegeven.
www. Men giet één been tot aan de rand vol met olie (ρ= 800 kg/m³). Dan is de lengte van de oliekolom in de buis gelijk aan: A. 24 cm. B. 30 cm. C. 37,5 cm. D. 50 cm. Vraag 15 In bijgaande figuur is een eendimensionaal lopende golf voorgesteld voor t=0. Het punt op 1m van de oorsprong (x=1) krijgt na 0,01 s voor het eerst een maximale uitwijking. Deze is negatief. Welke uitspraak is juist? A. Het is linkslopende golf en de frequentie is gelijk aan 100 Hz. B. Het is rechtslopende golf en de frequentie is gelijk aan 100 Hz. C. Het is linkslopende golf en de frequentie is gelijk aan 25 Hz. D. Het is rechtslopende golf en de frequentie is gelijk aan 25 Hz.