Samen werken aan water Wateragenda Zuid-Holland 2012-2015 3 jaar later, effecten en ervaringen Een gezamenlijk document van de provincie Zuid-Holland en de Zuid-Hollandse waterschappen: Hoogheemraadschap van Delfland Waterschap Hollandse Delta Hoogheemraadschap van Rijnland Waterschap Rivierenland Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Samenwerken kun je niet alleen Medio 2012 is de Wateragenda vastgesteld door de besturen van de provincie en de zes waterschappen. Het pad hiervoor was geëffend door de bestuurlijke en ambtelijke bijeenkomsten in café Hoppe, eind 2011 en begin 2012. De unanieme vaststelling van de Wateragenda bewees dat de intentie en het basisvertrouwen om constructief samen te werken bij alle partijen aanwezig was. Daarmee is een belangrijke eerste stap gezet! De dijkgraven (Vereniging Zuid-Hollandse Waterschappen) en de gedeputeerde voor Groen, Water, Cultureel Erfgoed en Media hebben, samen met de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, jaarlijks één of tweemaal overlegd over de voortgang van de Wateragenda en andere actuele ontwikkelingen. ing. J.M. (Jan) Geluk, dijkgraaf van waterschap Hollandse Delta: We hebben in de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet op weg naar een doelmatig waterbeheer en een doelmatig waterbestuur. Conform het Bestuursakkoord Water heeft de provincie meer de rol van gebiedsregisseur opgepakt en hebben de waterschappen de taken vertaald in een uitvoeringsgericht beleid en beheer. De samenwerking in de Wateragenda heeft het ons mogelijk gemaakt de transitie op een innovatieve wijze aan te pakken. Door deze professionaliseringsslag kunnen we de grote opgaven voor de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Daarbij zullen we blijven samenwerken en ieder vanuit onze eigen taak zorgen voor een waterrijk Zuid-Holland. mr. J.F. (Han) Weber, gedeputeerde Zuid-Holland voor Groen, Water, Kust en Cultureel Erfgoed en Media: De Wateragenda Zuid-Holland 2012-2015 was een primeur in Nederland en van grote betekenis voor de relatie tussen de waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Tegelijkertijd omvat de Wateragenda hoofdzakelijk procesafspraken. Op diverse dossiers waar provincie en waterschap elkaar ontmoeten zijn resultaten geboekt die een daadkrachtige en effectieve samenwerking mogelijk maken. Te denken valt aan de aangepaste Verordening waterbeheer op de thema s wateroverlast en peilbesluiten en de verbeterde afstemming tussen ruimtelijke planvorming en waterbeleid. Tegelijkertijd ligt er een uitdaging om de samenwerking te verbreden, niet alleen met andere overheden, maar juist ook met maatschappelijke partners en met bedrijven.
1. Samenwerking en verantwoording Het thema Samenwerking en verantwoording vormt de kern van de Wateragenda. Voor provincie en waterschappen in Zuid-Holland lag er immers een flinke uitdaging om eensgezind, transparant en met vertrouwen in elkaar aan de slag te gaan. In de Wateragenda zijn de afspraken uit het landelijke Bestuursakkoord Water 2011 (BAW) vertaald naar een passende regionale aanpak. Deze aanpak is gepresenteerd aan waterschappen en provincies op de landelijke Conferentie Bestuursakkoord Water in 2013. De Wateragenda heeft de verhoudingen tussen provincie en waterschappen en de onderlinge samenwerking sterk verbeterd. Vanuit heldere procesafspraken en met respect voor elkaars verantwoordelijkheden is op tal van inhoudelijke doelen voortgang geboekt. De provincie hecht groot belang aan een sobere en doelmatige invulling van haar toezichthoudende taak. Het uitgangspunt is: vertrouwen vooraf, verantwoording achteraf. De kern van het provinciaal toezicht bestaat sinds 2012 naast het financieel toezicht uit een jaarlijks voorgangsgesprek tussen dijkgraaf en gedeputeerde. De gesprekken verlopen in een informele, open en constructieve sfeer. Uit diverse interviews bleek onder de bestuurders veel overeenstemming te bestaan over de uitgangspunten voor planstructuren en beleidsvorming in de periode 2016-2021. Algemene waterbeleidskaders zijn nu zoveel mogelijk geïntegreerd in de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (zie Water en Ruimtelijke Ordening). Specifiekere zaken worden vastgelegd in een apart beleidsdocument of in de Waterverordening, met ruimte voor thematisch en gebiedsgericht maatwerk. Jaarlijks wordt een relatiebeheerdag georganiseerd voor de algemene besturen van provincie en waterschappen. De bijeenkomsten in de Kunsthal te Rotterdam en op raderstoomboot De Majesteit kenden een grote opkomst. De geanimeerde discussies hebben sterk bijgedragen aan het onderlinge contact, wederzijds begrip en waardering. Voortzetting van dergelijke jaarlijkse relatiebeheerdagen zal de bestuurlijke samenwerking en verhouding tussen waterschappen en provincie verder versterken.
2. Overdracht van taken: zwemwater, grondwater, vaarwegen Zwemwater De verkenning naar een efficiënte en effectieve organisatie van de uitvoerende provinciale zwemwatertaken is afgerond. Hiermee is een helder, gedeeld beeld ontstaan. Conclusie is echter dat overdracht van zwemwatertaken van provincie naar waterschappen op dit moment niet haalbaar is. Belangrijke overwegingen zijn de recente overdracht van een deel van de provinciale zwemwatertaken aan de Omgevingsdienst Midden-Holland en de positie van Rijkswaterstaat, die qua taakverdeling landelijk één lijn wil aanhouden. Grondwater Gezamenlijk is verkend hoe de huidige uitvoerende taken voor het grondwater in Zuid-Holland zo efficiënt en effectief mogelijk georganiseerd kunnen worden. Er is een boeiende werksessie belegd met ambtelijke vertegenwoordigers van alle waterschappen en provincie. Daarbij is in beeld gebracht wat de taken inhouden en wat de overwegingen zijn om ze bij provincie of juist bij de waterbeheerder (of elders) onder te brengen. De gedeelde conclusie is dat er op dit moment geen reden is om vooruitlopend op landelijke discussies taken over te dragen. Wel wordt op onderdelen (nieuwe generatie Stroomgebiedbeheerplan, Natura 2000 beheerplannen, programma STRONG) de afstemming/ samenwerking verbeterd. Vaarwegen In 2012 zijn bestuurlijk gezamenlijke uitgangspunten voor het beheer van de recreatieve vaarwegen vastgelegd. De interpretatie en uitwerking van regelgeving, kostenverrekening en overeenkomsten was een complex proces. De voorstellen over het beheer zijn vrijwel gereed voor besluitvorming. Het beheer wordt hiermee praktisch en eenduidig geregeld. Definitieve vaststelling is voorzien in 2015. De overdracht van provinciale beroepsvaarwegen naar de waterschappen lijkt vooralsnog niet doelmatig. De provincies werken in IPO verband aan een notitie over het nautisch beheer. Deze kan worden gebruikt bij een nadere afweging binnen Zuid-Holland.
3. Water en Ruimtelijke Ordening De waterbelangen zijn altijd onderdeel van een breder maatschappelijk belang. Intensivering van de samenwerking tussen waterschappen en provincie op het gebied van ruimtelijke ordening is dan ook noodzakelijk om opgaven te verbinden en de uitwerking ervan te optimaliseren. De inzet bij dit thema was om de waterschappen aan het begin van door de provincie gestarte planprocessen op het gebied van ruimtelijke ordening te betrekken en de samenwerking te intensiveren. Daarbij blijft het van belang om samen met andere partijen zoals gemeenten en belangen organisaties te zoeken naar synergiekansen, en die te benutten. De afgelopen periode is vooral veel energie gestoken in de afstemming en inbreng in de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM). Hiervoor hebben de nodige gemeenschappelijke ambtelijke workshops en bestuurlijke bijeenkomsten plaatsgevonden. De waterschappen hebben in hun zienswijze op de ontwerp VRM begin 2014 aangegeven in algemene zin tevreden te zijn over de behandeling van de strategische en ruimtelijke wateronderwerpen in de VRM, zoals zij deze in de werksessies van de VRM naar voren hebben gebracht. In 2015 beleggen waterschappen en provincie een netwerkbijeenkomst om de Goed dat de beleidsmatige aandacht wordt verankerd in een wateragenda en dat de huidige overlegstructuur wordt gecontinueerd. inbreng en aandacht voor het water bij de ruimtelijke planprocessen ambtelijk en bestuurlijk verder vorm te geven.
4. Waterkeringen: primaire en regionale waterkeringen Primaire keringen In het Bestuurs Akkoord Water (2011) is vastgelegd dat het Rijk de beleidsmatige kaders bepaalt voor de primaire water keringen. De afspraken over de primaire keringen uit de Wateragenda zijn daarom meegenomen in het proces van het Deltaprogramma en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Bij de uitwerking van de dijkversterkingsplannen is helder geworden dat afstemming tussen waterschappen en provincies noodzakelijk blijft. Die afstemming richt zich dan hoofdzakelijk op behoud en verbetering van ruimtelijke kwaliteit bij dijkversterkingen. Regionale keringen Naar aanleiding van de toetsresultaten van de regionale keringen die begin 2013 zijn opgeleverd hebben de provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland met de acht ingelegen waterschappen de afspraken uit het Uitvoeringsbesluit regionale waterkeringen West-Nederland (2009) geëvalueerd. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het nieuwe Uitvoeringsbesluit dat in juni 2014 door GS is vastgesteld. De afspraken zijn tot stand gekomen door wederzijds goed naar de wensen en behoeften te luisteren. Zowel de waterschappen als de provincies zijn zeer tevreden over dit proces. Binnen Zuid-Holland is een onderzoek naar nut en noodzaak van compartimenteringsdijken opgestart. De Maasdijk is hier een mooi voorbeeld van: onderzoek heeft aangetoond dat de waterstaatkundige functie kan vervallen. Daarmee ontstaan nieuwe mogelijkheden voor de lokale ruimtelijke ordening. Samen met STOWA is een vervolg op het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen (periode 2015-2019) uitgewerkt. In dit samenwerkingsverband wordt gezamenlijk met de waterschappen De aanpak van de regionale waterkeringen is regionaal en landelijk opgepakt. en provincies in Nederland kennis ontwikkeld voor het normeren, toetsen en verbeteren van regionale keringen. Een speerpunt is het ontwikkelen van een nieuwe visie op de regionale keringen. Aanleidingen hiervoor zijn de nieuwe methodiek voor de normering van de primaire keringen uit het Deltaprogramma en voort schrijdende kennis en inzicht over de regionale keringen.
5. Schoon water en Zoet water Schoon water/krw Al sinds 2005 werken de provincies en waterschappen in het deelstroomgebied Rijn West intensief samen aan de uitvoering van de Europese Kaderricht lijn Water. Dit levert veel op! Het maatregelen pakket 2010-2015 is inmiddels grotendeels uitgevoerd. Het tweede Stroomgebiedbeheerplan (2016-2021) is in ontwerp vastgesteld, met de bijbehorende plannen van waterschap pen en provincie. Gezamenlijk is bevorderd dat Europese co-financiering (POP3) voor bepaalde KRW-maatregelen beschikbaar komt. Waterkwaliteit was het centrale thema op de bestuurlijke Relatiebeheerdag in 2013. De KRW-voortgangsnotitie 2013 is gezamenlijk opgesteld. GS en PS hebben besloten dat dit de laatste specifieke rapportage voor Zuid-Holland was. Voortaan wordt volstaan met de rapportages op het niveau van deelstroomgebied Rijn-West. Een uitdaging voor de komende jaren is het versterken van de gezamenlijke effectiviteit in de uitvoering, bijvoorbeeld via waterovereenkomsten. Provincie en waterschappen blijven zich inzetten om groene projecten te verbinden met waterkwaliteitsmaatregelen, en vice versa. Zoetwatervoorziening De provincies en de waterschappen hebben de afgelopen jaren intensief met elkaar samengewerkt aan de toekomstige zoetwatervoorziening. De afspraken uit de Wateragenda zijn grotendeels opgepakt in het kader van het Deltaprogramma, waarbinnen Zoetwater een belangrijk speerpunt vormde. Een robuuste zoetwatervoorziening vergt inzet van zowel overheden als watergebruikers. Ook stellen beperkingen in de beschikbaarheid van zoet water op termijn grenzen aan het grondgebruik en de ruimtelijke functietoekenning. Overheden en gebruikers hebben daarom inzicht nodig in de toekomstige zoetwater-situatie, zodat zij daarop tijdig kunnen inspelen. Hiertoe wordt binnen het Deltaprogramma het instrument Zoetwatervoorzieningenniveau ontwikkeld. De provincie en waterschappen in Zuid-Holland hebben, ondermeer door pilots, een voortrekkersrol gehad bij de ontwikkeling van dit beleidsinstrument. Rond het onderwerp duurzame gietwater voorziening zijn succesvolle innovaties en pilots gestart door Zuid-Hollandse waterschappen in samenwerking met ondermeer de provincie, zoals een onderzoek naar de mogelijkheden voor wateropvang op kasdaken in het gebied van Delfland en het innovatieve project AquaReUse. Deze innovaties waren respectievelijke winnaar en finalist in hun categorie voor de Waterinnovatieprijs 2014.
6. Wateroverlast en peilbesluiten Normering Het gecombineerde proces rond wateroverlastnormering en peilbesluiten heeft geleid tot een aanpassing van de Waterverordening die aansluit bij de geest van de tijd: meer op hoofdlijnen, transparant over rollen en verantwoordelijkheden. Om rekening te kunnen houden met specifieke situaties is het uitgangspunt verschoven van normgericht naar doelgericht. Waar nodig kunnen dus gemotiveerd gebiedsgerichte normen voor bescherming tegen wateroverlast worden vastgesteld. Inmiddels is dit ondermeer toegepast in de polder Aarlanderveen, in het gebied van Rijnland. Bodemdaling De voortgaande bodemdaling vraagt om duidelijke keuzes. Op voorstel van de themagroep zijn daarom in de Visie Ruimte en Mobiliteit zogeheten knikpuntgebieden voor bodemdaling benoemd. Dit zijn gebieden waar op afzienbare termijn het huidige of toekomstige peilbeheer uit technische overwegingen en/of op basis van een kosten-baten analyse onverantwoord is. Voor dergelijke gebieden moeten oplossingen worden gevonden in ande re functietoekenningen, aangepast grondgebruik en inrichting. Er zijn of worden gebiedsprocessen opgestart om met alle betrokkenen tot oplossingen te komen. Peilbesluiten Over de totstandkoming van peil besluiten heeft de themagroep Wateroverlast en Peilbesluiten procesafspraken gemaakt, met heldere rollen en verantwoordelijkheden. De eerste praktijkervaringen zijn positief. Het principe van normgericht naar doelgericht wordt inmiddels al veelvuldig toegepast in het beleid. De proces afspraken worden te zijner tijd formeel vastgelegd. Vanwege de goede ervaringen heeft de themagroep afgesproken om eens per half jaar bij elkaar te blijven komen om op hoofdlijnen de voortgang te bewaken en de afstemming te evalueren.
Blik naar de toekomst Wat zijn de gezamenlijke uitdagingen voor de komende jaren? Provincie en waterschappen zullen blijven samenwerken op tal van terreinen, zoals: - de uitvoering van waterkwaliteitsmaatregelen uit het Stroomgebiedbeheerplan 2016-2021; - de regionale uitwerking en doorwerking van de Deltabeslissingen, onder meer in de Alblasserwaard, de Krimpenerwaard en het Groene Hart: de Zuid-Hollandse Delta en de kustregio; - de voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet; - de verbinding van waterbeheer met ruimtelijke, economische en bestuurlijke ontwikkelingen. De samenwerking vraagt blijvend aandacht voor de wederzijdse belangen, investeren in onderling vertrouwen, het benutten van kansen en het delen van successen. De uitdaging is om vast te houden wat we hebben bereikt en dit verder uit te bouwen, op zoek naar nieuwe oplossingen en allianties in een continu veranderende maatschappelijke omgeving. Foto s: Romar LED
Dit is een uitgave van de Zuid-Hollandse waterschappen en de provincie Zuid-Holland, 16 februari 2015 Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan Lemkes (Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard), Jeroen Delmeire (Provincie Zuid-Holland), Annelies Wegenwijs (Provincie Zuid-Holland) Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Postbus 4059 3006 AB Rotterdam www.schielandendekrimpenerwaard T 010 4537200 Provincie Zuid-Holland Postbus 90602 2502LP Den Haag www.zuid-holland.nl T 070 4416611 Fotografie en productbegeleiding: Bureau Mediadiensten, provincie Zuid-Holland Ontwerp: Haagsblauw, Den Haag 266678