Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

Vergelijkbare documenten
Codex over het welzijn op het werk. Boek I.- Algemene beginselen. Titel 2. Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid

Welzijn en opleidingen

Welzijnsbeleid - Risicoanalyse

Het kader van het Welzijn op het Werk Toelichting bij de wet van 4 augustus 1996

27 MAART KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET BELEID INZAKE HET WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK

Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S

Inhoudsopgave TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN. HOOFDSTUK IV: Maatregelen in verband met ernstige arbeidsongevallen

Inhoudsopgave TITEL II: ORGANISATORISCHE STRUCTUREN TITEL I: ALGEMENE BEGINSELEN. HOOFDSTUK I: Welzijnswet werknemers

Focus op de Codex welzijn op het werk 2017/1

Risicoanalyse (RA) Overzicht. = Risico inventarisatie en evaluatie (RIE) 1. Risicoanalyse en het wettelijk kader. 2.

Focus op collectieve beschermingsmiddelen 2013/5

Toezicht op het Welzijn op het Werk

Opstellen GPP en JAP op basis van verslagen. Els Fias

ARAB + Welzijnswet Elektrisch materieel in 82/130/EEG( ) PBL-L 59( )

Arborisico s bij politie (Nederland) Arbeidsveiligheid als opdracht voor de werkgever. Morele plicht

Concordantietabel boek V Omgevingsfactoren en fysische agentia van de codex welzijn op het werk

Hulpverleningszones: tijd voor een zonaal verhaal 21 november 2016

ONTHAAL EN BEGELEIDING VAN BEGINNENDE WERKNEMERS

Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S

VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ UITVOERING VAN WELZIJNSWET EN IN HET BIJZONDER VAN DE HIERARCHISCHE LIJN

Welzijn op het Werk in 2017

Opleiding niveau Brandweerman. Hoofdstuk 3 Arbeidsveiligheid. Kapt. Jean-Paul Heyens

Pijn aan mijn lijf! Praktische tools ter voorkoming van overbelastingsletsels in de bouwsector

Codex over het welzijn op het werk. Boek I.- Algemene beginselen. Titel 1. Inleidende bepalingen

Veiligheidswetboek ARAB en Codex 2013

KB van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk

Codex over het welzijn op het werk. Boek IX.- Collectieve bescherming en individuele uitrusting. Titel 1. Collectieve beschermingsmiddelen

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 72 VAN 30 MAART 1999 BETREFFENDE HET BELEID TER VOORKOMING VAN STRESS DOOR HET WERK

Vereniging van externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

Concordantietabel boek III Arbeidsplaatsen van de codex welzijn op het werk

Concordantietabel boek III Arbeidsplaatsen van de codex welzijn op het werk

Wat is de rol van een Externe Dienst voor Technische Controles/Erkend Organisme binnen het kader van het Koninklijk Besluit van

Tabel B: Omzetting van de Richtlijnen "Veiligheid en gezondheid van de werknemers" (artikel 137)

KB van 28 maart 2014 Brandpreventie op de arbeidsplaatsen

Collectieve beschermingsmiddelen Wetgevende nota

Communicatiekanalen in bedrijven

Circulaire BRANDPREVENTIE

Preventie en wetgeving. Focus op de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities

Circulaire BRANDPREVENTIE

Interimarbeid - Wettelijk kader betreffende het welzijn van de uitzendkracht

Vreemde talen op de bouwplaats

Persoonlijke Beschermingsmiddelen

Globaal preventieplan

Consensus Beleidsadvies

REGLEMENTERING VAN HET WELZIJN OP HET WERK

Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S )

Jongeren en stagiairs: wettelijk kader

Verplichtingen inzake opleidingen - Welzijn op het werk

Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (B.S )

Focus op onthaal van nieuwe werknemers

OMSTANDIG VERSLAG ERNSTIG ONGEVAL (volgens KB )

Bescherming van stagiairs

Vademecum Welzijn op het werk

CO-PREV. Vereniging van externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

INNI publishers. Division of INNI group 11/10/2016. Juridische en professionele publicaties. Overheden, juristen, bedrijven, preventieadviseurs,...

Identificatiedocument Groep C- / D 1

Preventie en welzijn. Kris De Troyer 8/12/2017. w w w. c r e s e p t. b e. All rights reserved"

24 APRIL Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen inzake welzijn op het werk (1)

Codex over het welzijn op het werk. Boek X.- Werkorganisatie en bijzondere werknemerscategorieën. Titel 2. Uitzendarbeid

Identificatiedocument Groep C- / D 1

Omstandig verslag ernstig arbeidsongeval (KB )

De definities die hier gegeven zijn slaan enkel op deze projecten voor niet particuliere doelen

Vademecum Welzijn op het werk 3

Ilonka Sommen Groep IDEWE

Ontwerp-KB: periodiciteit van medisch toezicht

Concordantietabel boek I Algemene beginselen van de codex welzijn op het werk

4 AUGUSTUS Wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Belgisch Staatsblad 18 september 1996

Focus op de melding en de registratie van arbeidsongevallen

PROVIKMO DYNAMISCH RISICOBEHEERSINGSMODEL: HANDLEIDING

Welzijn van uitzendkrachten: nieuwe bepalingen

Dienst belast met medisch Niet noodzakelijk C., T.IV, H.VII, art. 27

IPV - Opleidingsadviseur van de voedingssector

Focus op werken met derden 2008/2

Inhoudsopgave. Titel document 2

Koninklijk besluit van 15 december 2010 tot vaststelling van maatregelen betreffende het welzijn op het werk van uitzendkrachten (B.S

Identificatiedocument Groep A / B / C+ 1

Concordantietabel boek II Organisatorische structuren en sociaal overleg van de codex welzijn op het werk

JAARVERSLAG VAN DE IDPB DEEL VII Bis : Inlichtingen betreffende de preventie van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

SENSIBILISERING M.B.T. VERANTWOORDELIJKHEDEN EN AANSPRAKELIJKHEDEN WAT ZOU ER ALLEMAAL KUNNEN VERKEERD (AF)LOPEN?

Transcriptie:

Preventie en wetgeving Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 2008/4 actualisatie juni 2015

Inhoud 1 Wettelijk kader... 5 1.1 Referentie... 5 1.2 Historiek... 5 1.2.1 ARAB... 5 1.2.2 Europese richtlijn... 6 1.2.3 Wet welzijn en KB Beleid... 6 2 Krachtlijnen... 8 2.1 Kader... 8 2.1.1 Preventieprincipes... 8 2.1.2 Het domein... 9 2.1.3 Systeembenadering... 9 2.2 Risicoanalyse... 11 2.2.1 Drie niveaus... 11 2.2.2 Drie stappen... 11 2.2.3 Vele onderwerpen... 12 2.3 Preventiemaatregelen... 14 2.4 Globaal preventieplan en jaarlijks actieplan... 16 2.4.1 Globaal preventieplan... 16 2.4.2 Jaarlijks actieplan... 16 2.5 Taakverdeling... 16 2.5.1 Werkgever... 16 2.5.2 Hiërarchische lijn... 16 2.5.3 Werknemers... 18 2.5.4 Diensten voor preventie en bescherming op het werk... 18 2.5.5 Comité voor preventie en bescherming op het werk... 18 2.6 Evaluatie van het dynamisch risicobeheersingssysteem... 18 3 Bijkomende informatie... 19 3.1 Literatuurreferenties... 19 3.2 Interessante websites... 19 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 3

1 Wettelijk kader 1.1 Referentie De bepalingen i.v.m. het dynamisch risicobeheersingssysteem zijn hoofdzakelijk opgenomen in de wet welzijn op het werk (wet van 4 augustus 1996, BS 18 september 1996) en in het KB betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (KB Beleid, KB van 27 maart 1998, BS 31 maart 1998, Codex welzijn op het werk, titel I, hfst. 3). 1.2 Historiek In het ARAB waren reeds bepalingen terug te vinden die te maken hadden met het systematisch beheer van risico's maar het is vooral onder invloed van de Europese richtlijnen dat de bepalingen hun intrede deden in de Belgische wetgeving en een plaats kregen in de wet welzijn en de bijhorende uitvoeringsbesluiten. 1.2.1 ARAB De bepalingen over risicobeheer en risicoanalyse zijn geen uitvinding van de Europese richtlijnen. Reeds vroeger bevatte de Belgische wetgeving bepalingen i.v.m. het beheren van risico's. Risico's bestrijden aan de bron In 1975 deed het art. 54quater zijn intrede in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB). Dit betekende een belangrijke mijlpaal in de arbeidsveiligheid omdat het een algemene verplichting inhoudt om elk risico te vermijden dat de veiligheid en gezondheid van de werknemers kan schaden. Artikel 54quater 2 uit het ARAB legde immers aan de werkgever de algemene verplichting op om ieder risico dat aanleiding kan geven tot de aantasting van de veiligheid of de gezondheid van de werknemers uit het bedrijf te weren en om de nodige maatregelen te nemen om de arbeid aan te passen aan de mens (ergonomie). Dit artikel lag aan de basis van de verplichting om een preventiebeleid te voeren. Het introduceerde de notie van een globale aanpak. Er werd geen verband gelegd met een specifieke omschrijving van een risico maar verwezen naar elk risico. Het was aan de werkgever om elk risico te vermijden en de nodige maatregelen te nemen zodat het werk veilig en gezond kon uitgevoerd worden. Artikel 54quater 1 en 2 werden opgeheven bij de verschijning van het KB Beleid. Het dynamisch risicobeheersingssysteem maakte de algemene verplichting uit artikel 54quater overbodig. Aankoopprocedure Artikel 54quater bevatte zoals gezegd voor het eerst een globale verplichting om risico's aan te pakken. Toch werd het vooral geassocieerd met de aankoopprocedure. Het toepassen van een aankoopprocedure is inderdaad een manier om op een systematische manier te vermijden dat risico's hun intrede doen. Daarom was de aankoopprocedure erop gericht om in een zo vroeg mogelijk stadium rekening te houden met de risico's voor de veiligheid en gezondheid. Deze procedure, ook wel de procedure van de drie groene lichten genoemd, voorziet de tussenkomst van de preventiedienst bij de bestelling, de levering en de indienststelling. Het volgen van deze aankoopprocedure was in ieder geval verplicht voor het bestellen van machines, installaties, gemechaniseerde werktuigen en ook voor individuele en collectieve beschermingsmiddelen. Deze artikelen zijn ondertussen ook opgeheven en de verplichtingen voor het toepassen van een aankoopprocedure zijn overgeheveld naar de Codex (zie kader 1). Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 5

Kader 1 Artikelen in de Codex welzijn op het werk die de verplichtingen mb.t. aankoop uit art. 54quater hernemen - KB van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen, BS 28 september 1993, Codex, Titel VI, Hoofdstuk 1, art. 8 - KB van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, BS 14 juli 2005, Codex, Titel VII, Hoofdstuk 2, art. 13-14 - KB van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene bepalingen betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen, BS 7 oktober 2013, Codex, Titel VII, Hoofdstuk 3, art. 12-15 1.2.2 Europese richtlijn Kaderrichtlijn De kaderrichtlijn veiligheid en gezondheid op het werk (89/391/EEG van 12 juni 1989, PB 29 juni 1989) bevat de basisprincipes inzake de bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers. De richtlijn handelt niet enkel over de technische veiligheid maar omvat ook de organisatorische en de sociale aspecten van het werk. Het is de belangrijkste Europese wettekst i.v.m. veiligheid en gezondheid op het werk en omvat tevens de aanpak van risicobeheer. De richtlijn omschrijft een reeks verplichtingen en procedures zoals het vermijden van risico's, het analyseren van risico's, het informeren en consulteren van werknemers,... Risicoanalyse wordt trouwens door de richtlijn naar voren geschoven als de basis voor een preventiebeleid. De kaderrichtlijn is de basisrichtlijn voor een aantal bijzondere richtlijnen die thema's verder uitdiepen zoals arbeidsplaatsen, arbeidsmiddelen, persoonlijke beschermingsmiddelen. Zowel de kaderrichtlijn als de bijzondere richtlijnen streven dezelfde doelstelling na: het beschermen van de werknemers bij hun werk. De richtlijnen hanteren ook dezelfde aanpak: een systematische aanpak van risico's gebaseerd op een risicoanalyse (knelpunten inventariseren, werkposten analyseren) en vervolgens aangepaste preventiemaatregelen bepalen die bij voorkeur de risico's aan de bron uitschakelen of het risico verminderen. Omzetting in Belgische wetgeving De bepalingen uit de kaderrichtlijn (89/391/EEG van 12 juni 1989) werden omgezet in de Belgische wetgeving via het KB van 14 september 1992 (BS 30 september 1992). Dit KB voegde een artikel 28bis toe aan het ARAB. Dit artikel legde een aantal verplichtingen op aan de werkgever inzake het preventiebeleid: het voeren van een beleid, het nemen van preventiemaatregelen op basis van algemene preventieprincipes, het analyseren van risico's, het nemen van maatregelen en het vastleggen van de resultaten van de risicoanalyse. 1.2.3 Wet welzijn en KB Beleid De bepalingen van het artikel 28bis werden vervolgens opgenomen en verder aangevuld in de wet welzijn op het werk (wet van 4 augustus 1996, BS 18 september 1996). Deze wet bevat immers de basisverplichtingen inzake veiligheid en gezondheid op het werk. De verdere uitwerking van de wet is terug te vinden in uitvoeringsbesluiten (KB's). Het dynamisch risicobeheersingssysteem De algemene verplichting om preventie systematisch aan te pakken en te beheren is terug te vinden in de wet welzijn. De invulling van deze verplichting is opgenomen in de verschillende koninklijke besluiten. Het KB betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (KB Beleid, KB van 27 maart 1998, Codex welzijn op het werk, titel I, hfst. 3) is één van de eerste uitvoeringsbesluiten dat genomen werd op basis van de wet welzijn. Het verscheen in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 1998 samen met twee andere besluiten die respectievelijk de interne en externe diensten voor preventie en bescherming op het werk regelden. Het KB Beleid introduceerde het concept dynamisch risicobeheersingssysteem. Het KB verplicht werkgevers om het preven- 6 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

tiebeleid in hun onderneming planmatig aan te pakken en volgens een bepaald systeem: het dynamisch risicobeheersingssysteem. Twee geschreven documenten leggen het dynamisch risicobeheersingssysteem schriftelijk vast: het vijfjaarlijkse globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan. Specifieke onderwerpen Naast het KB Beleid omvat de Codex welzijn op het werk heel wat andere besluiten. Het gaat vooral om besluiten die ingaan op specifieke thema's zoals beeldschermen, manueel hanteren van lasten, gevaarlijke producten,... In elk van deze besluiten is telkens het principe hernomen om risico's systematisch op te sporen en te beheren. Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 7

2 Krachtlijnen De activiteiten die de werkgever op touw zet om het welzijn op het werk te verbeteren, moeten kaderen in een beleid: het dynamisch risicobeheersingssysteem. Dit systeem is gebaseerd op gekende managementprincipes. Het laat dan ook toe om de preventie in de onderneming op een systematische manier aan te pakken en daarbij rekening te houden met de aard en de activiteiten van de onderneming. Op die manier kan het preventiebeleid geïntegreerd worden in het algemeen preventiebeleid. Om het dynamisch karakter van het beleid te vrijwaren, is een goede opvolging en een geregelde evaluatie vereist. Dit laat toe om in te spelen op wijzigingen (nieuwe uitrusting, nieuwe technieken, nieuwe werknemers, een andere omgeving,...) en het beleid hieraan aan te passen. 2.1 Kader 2.1.1 Preventieprincipes De werkgever is verplicht om een preventiebeleid op te zetten. Voor de uitvoering van het beleid zijn echter een aantal principes vastgelegd die de werkgever moet volgen (Wet welzijn op het werk, art. 5). Het opsporen en evalueren van risico's behoort tot deze preventieprincipes (zie kader 2). De eerste zes principes zijn overigens terug te vinden in de Europese kaderrichtlijn (a tot f). De andere principes (g tot l) zijn er aan toegevoegd door de Belgische wetgeving. De preventieprincipes leggen de nadruk op het vermijden of het verminderen van risico's aan de bron. Als dat niet kan, dan moeten de risico's zoveel mogelijk beperkt worden door het nemen van organisatorische of materiële maatregelen (aangepaste uitrusting kiezen, collectieve bescherming, persoonlijke bescherming). Verder blijft ook het informeren en opleiden van werknemers belangrijk. Geen enkel werk is immers zonder risico. Tabel 2 Preventieprincipes a) risico's voorkomen; b) de evaluatie van risico's die niet kunnen worden voorkomen; c) de bestrijding van de risico's bij de bron; d) de vervanging van wat gevaarlijk is door dat wat niet gevaarlijk of minder gevaarlijk is; e) voorrang aan maatregelen inzake collectieve bescherming boven maatregelen inzake individuele bescherming; f) de aanpassing van het werk aan de mens, met name wat betreft de inrichting van de werkposten, en de keuze van de werkuitrusting en de werk- en productiemethoden, met name om monotone arbeid en tempogebonden arbeid draaglijker te maken en de gevolgen daarvan voor de gezondheid te beperken; g) zo veel mogelijk de risico's inperken, rekening houdend met de ontwikkelingen van de techniek; h) de risico's op een ernstig letsel inperken door het nemen van materiële maatregelen met voorrang op iedere andere maatregel; i) de planning van de preventie en de uitvoering van het beleid met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk met het oog op een systeembenadering waarin onder andere volgende elementen worden geïntegreerd: techniek, organisatie van het werk, arbeidsomstandigheden, sociale betrekkingen en omgevingsfactoren op het werk; 8 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

j) de werknemer voorlichten over de aard van zijn werkzaamheden, de daaraan verbonden overblijvende risico's en de maatregelen die erop gericht zijn deze gevaren te voorkomen of te beperken: 1 bij zijn indiensttreding; 2 telkens wanneer dit in verband met de bescherming van het welzijn noodzakelijk is; k) het verschaffen van passende instructies aan de werknemers en het vaststellen van begeleidingsmaatregelen voor een redelijke garantie op de naleving van deze instructies; l) het voorzien in of het zich vergewissen van het bestaan van de gepaste veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk, wanneer risico's niet kunnen worden voorkomen of niet voldoende kunnen worden beperkt door de collectieve technische beschermingsmiddelen of door maatregelen, methoden of handelswijzen in de sfeer van de werkorganisatie. Wet welzijn op het werk, art. 5 2.1.2 Het domein De doelstelling van het preventiebeleid voor de werkgever is om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te beschermen. Het begrip welzijn wordt echter afgebakend tot zeven domeinen. Het zijn deze zeven domeinen die het onderwerp uitmaken van het risicobeheer. 1) de arbeidsveiligheid; 2) de bescherming van de gezondheid van de werknemer op het werk; 3) de psychosociale aspecten van het werk; 4) de ergonomie; 5) de arbeidshygiëne; 6) de verfraaiing van de arbeidsplaatsen; 7) de maatregelen van de onderneming inzake leefmilieu, wat betreft hun invloed op de punten 1 tot 6 Wet welzijn, art. 4 Met deze 7 domeinen moet er rekening gehouden worden bij het opzetten en het uitvoeren van het dynamisch risicobeheersingssysteem. Het spreekt voor zich dat afhankelijk van het type onderneming de nadruk meer zal liggen op bepaalde domeinen. In een laboratorium zal de nadruk bijvoorbeeld liggen op de arbeidsveiligheid en de bescherming van de gezondheid terwijl in een kantoor de ergonomie meer aandacht zal krijgen. Toch mogen de domeinen niet totaal afzonderlijk bekeken worden. Een maatregel in één domein (bv. het aanbrengen van een beschermkap op een machine) kan trouwens een effect hebben in een ander domein (bv. negatief gevolg voor de ergonomie van de werkpost). 2.1.3 Systeembenadering De werkgever moet de preventie structureel en planmatig aanpakken door middel van een dynamisch risicobeheersingssysteem (KB Beleid, art. 3). Definities De wetgever heeft het over systeem omdat het dynamisch risicobeheersingssysteem zich richt naar de mens vanuit een totaal benadering; de mens functioneert in een systeem waarbij verschillende elementen (mens, uitrusting, omgeving, product, organiseren) elkaar beïnvloeden. Het systeem moet dynamisch zijn. De wet welzijn op het werk stelt duidelijk dat het preventiebeleid voortdurend moet aangepast worden aan wijzigingen in de situatie (nieuwe werkmethoden, een andere omgeving, andere producten,...) (wet welzijn op het werk, art. 5). Het is een permanent proces en voortdurend evolueert. Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 9

Het gaat uit van een beheer van risico's. De nadruk ligt dus op een gestructureerde aanpak waarbij de risico's in zijn geheel onder controle gehouden worden. De werkgever wordt aangezet om globale beheersmaatregelen te voorzien en niet zozeer punctuele maatregelen die enkel inspelen op specifieke risico's. Het systeem is erop gericht om risico's onder controle te houden. Het woord risico is in de wetgeving niet gedefinieerd. Doorgaans wordt risico echter als volgt omschreven: de kans dat een gevaar dat aanwezig is in de onderneming daadwerkelijk tot schade leidt. Elementen De elementen en stappen van het dynamisch risicobeheersingssysteem zijn omschreven in het KB Beleid (art. 3 en 4). Het dynamisch risicobeheersingssysteem bestaat uit vier elementen: uitwerking, programmatie, uitvoering en evaluatie/bijsturing (KB Beleid art. 5) (kader 3). Deze vier elementen zijn geïnspireerd op de vier basisstappen van de Plan-Do-Check-Act-cirkel. Deze cirkel is de basis van een beleid gericht op voortdurende verbetering. Het implementeren van dit cyclisch proces in (bedrijfs) activiteiten is een voorwaarde voor een kwaliteitsvolle organisatie en draagt bij tot het integreren van preventie in het algemene bedrijfsbeleid. Kader 3 - De elementen van het dynamisch risicobeheersingssysteem 1 de uitwerking van het beleid waarbij de werkgever inzonderheid de doelstellingen bepaalt evenals de middelen om deze doelstellingen te realiseren; 2 de programmatie van het beleid waarbij inzonderheid de toe te passen methodes en de opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen worden bepaald; 3 de uitvoering van het beleid waarbij inzonderheid de verantwoordelijkheden van alle betrokken personen worden bepaald; 4 de evaluatie van het beleid waarbij inzonderheid de criteria worden vastgesteld om het beleid te evalueren. KB Beleid, art. 5 Het steeds opnieuw doorlopen van de vier opeenvolgende fasen (schema 1) laat enerzijds toe om in te spelen op wijzigingen in de situatie en anderzijds om het beleid voortdurend te verbeteren (en dus het preventiebeleid op een hoger niveau te tillen). Deze systematische aanpak verloopt via gekende managementprincipes zodat het mogelijk wordt om het preventiebeleid te integreren in het algemeen beleid. Schema 1 - De systematische aanpak van de dynamisch risicobeheersingssysteem 10 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

2.2 Risicoanalyse Aan de basis van het dynamisch risicobeheersingssysteem ligt de risicoanalyse: het systematisch opsporen van de gevaren en het evalueren van de risico's. 2.2.1 Drie niveaus Het dynamisch risicobeheersingssysteem gaat uit van een risicoanalyse die moet leiden tot het nemen van de gepaste preventiemaatregelen. Deze maatregelen situeren zich op drie niveaus: 1) de organisatie in zijn geheel, bv. de keuze van gepaste gereedschappen; 2) een groep van werkposten, bv. het inzetten van collectieve bescherming bij het werken op hoogte; 3) het individu, bv. het toedienen van een vaccin voor werknemers. 2.2.2 Drie stappen Net zoals het dynamisch risicobeheersingssysteem is de risicoanalyse een dynamisch proces. Het bestaat uit verschillende stappen die achtereenvolgens doorlopen worden. Maar wijzigingen in de situatie of het evalueren van de restrisico's leidt ertoe dat de stappen opnieuw doorlopen worden. De risicoanalyse bestaat uit drie stappen: het identificeren van de gevaren, het bepalen van de risico's en het evalueren van de risico's (KB Beleid, art. 8). Gevaren identificeren In deze stap worden alle gevaren opgespoord, dat wil zeggen alle aspecten en elementen van het werk die schadelijk kunnen zijn. Daarbij moet er niet lukraak gezocht worden maar systematisch tewerk gegaan worden, in functie van de plaats (gebouw, lokaal,...), in functie van het uitgevoerde werk (proces, functie, taak), of volgens andere criteria. Risico's bepalen Tijdens deze stap wordt vastgesteld of het gevaar een risico inhoudt: of de kans bestaat dat het gevaar daadwerkelijk tot schade zal leiden. Criteria hierbij zijn onder meer wettelijke voorschriften, normen, literatuurgegevens,... Ook bijna-ongevallen kunnen een aanduiding geven. Risico's evalueren De vastgestelde risico's moeten vervolgens geëvalueerd worden. Hierbij moet rekening gehouden worden met de aard van de activiteiten van de onderneming. De evaluatie vraagt een inschatting van het risico: hoe groot is de kans dat er schade zal optreden? Wat is de omvang van de eventuele schade? (Zie kader 4). Risico-evaluatie is geen eenmalige activiteit die enkel gericht is op het neerschrijven van een stand van zaken. Het is een dynamische activiteit om het nemen van preventiemaatregelen te onderbouwen en werkmethoden aan te passen. Op die manier kan het preventieniveau verbeterd worden. Voor het evalueren van risico's worden nogal eens kwantitatieve methoden gebruikt maar dit is geen wettelijke verplichting. Kader 4 - Vragen voor het inschatten van risico's - Komt het risico vaak voor? - Wat kunnen de gevolgen zijn? - Zijn er veel mensen aan blootgesteld (werknemers, klanten, )? Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 11

- Zijn er mensen die een verhoogd risico lopen (zwangeren, jongeren, )? - Zijn er meerdere werknemers die dit als een risico aanvoelen? - Is de mogelijke schade ernstig? - Is er een onmiddellijk, dreigend gevaar? - Is de kans op een ongeval of bijna-ongeval groot? -... 2.2.3 Vele onderwerpen In de wetgeving staat de algemene verplichting om een dynamisch risicobeheersingssysteem op te zetten op basis van een risicoanalyse. Dat houdt in ieder geval in dat de risicoanalyse de onderneming in zijn geheel moet bekijken met al zijn processen, werknemers en activiteiten. Daarnaast regelt de wetgeving verschillende specifieke thema's. Denken we maar aan beeldschermen, jongeren, gevaarlijke producten,... Voor elk van deze thema's wordt uitgegaan van dezelfde aanpak: een risicoanalyse moet uitwijzen welke preventiemaatregelen zich opdringen. Op die manier wordt elk van deze specifieke onderwerpen geïntegreerd in het globale dynamisch risicobeheersingssysteem. Tabel 1 geeft een opsomming van specifieke bepalingen uit de wetgeving waarvoor een risicoanalyse vereist is. Tabel 1 Onderwerpen waarvoor een risicoanalyse vereist is op basis van de Codex welzijn op het werk Onderwerp Wettelijke referentie Publicatiedatum Codex gezondheid KB van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht van werknemers BS 16 juni 2003 Titel I, Hfst 4 psychosociale risico s KB van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk BS 28 april 2014 Titel I, Hfst 5 arbeidsplaatsen signalisatie elektrische installaties brandpreventie opslag van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen KB van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden KB van 17 juni 1997 betreffende de veiligheid- en gezondheidssignalering KB van 2 juni 2008 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van bepaalde oude elektrische installaties op arbeidsplaatsen KB van 28 maart 2014 betreffende de brandpreventie op de arbeidsplaatsen KB van 13 maart 1998 betreffende de opslag van zeer licht ontvlambare, licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen BS 5 november 2012 Titel III, Hfst 1, afd. 1-7 BS 19 september 1997 Titel III, Hfst 1, afd. 8 BS 19 juni 2008 Titel III, Hfst 2 BS 23 april 2014 Titel III, Hfst 3 BS 15 mei1998 Titel III, Hfst 4, afd. 9 12 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

explosieve atmosferen tijdelijke of mobiele bouwplaatsen werkzaamheden in een hyperbare omgeving thermische omgevingsfactoren lawaai trillingen kunstmatige optische straling ioniserende straling chemische agentia kankerverwekkende en mutagene agentia biologische agentia asbest arbeidsmiddelen KB van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen KB van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen KB van 23 december 2003 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico s bij werkzaamheden in een hyperbare omgeving KB van 4 juni 2012 betreffende de thermische omgevingsfactoren KB van 16 januari 2006 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico s van lawaai op het werk KB van 7 juli 2005 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico s van mechanische trillingen op het werk KB van 22 april 2010 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico's van kunstmatige optische straling op het werk KB van 25 april 1997 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's voortkomende uit ioniserende straling KB van 11 maart 2002 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico s van chemische agentia op het werk KB van 2 december 1993 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene agentia op het werk KB van 4 augustus 1996 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's bij blootstelling aan biologische agentia op het werk KB van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico s van blootstelling aan asbest KB van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen BS 5 mei 2003 Titel III, Hfst 4, afd. 10 BS 7 februari 2001 Titel III, Hfst 5 BS 26 januari 2004 Titel III, Hfst 6 BS 21 juni 2012 Titel IV, Hfst 2 BS 15 februari 2006 Titel IV, Hfst 3 BS 14 juli 2005 Titel IV, Hfst 4 BS 6 mei 2010 Titel IV, Hfst 5 BS 12 juli 1997 Titel IV, Hfst 7 BS 14 maart 2002 Titel V, Hfst 1 BS 29 december 1993 Titel V, Hfst 2 BS 1 oktober 1996 Titel V, Hfst 3 BS 23 maart 2006 Titel V, Hfst 4 BS 28 september 1993 Titel VI, Hfst 1 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 13

beeldschermen KB van 27 augustus 1993 betreffende het werken met beeldschermapparatuur BS 7 september 1993 Titel VI, Hfst 2, afd. I mobiele arbeidsmiddelen KB van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen BS 4 juni 1999 Titel VI, Hfst 2, afd. II hijsen of heffen van lasten KB van 4 mei 1999 betreffende het gebruikvan arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten BS 4 juni 1999 Titel VI, Hfst 2, afd. III tijdelijke werkzaamheden op hoogte KB van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte BS 15 september 2005 Titel VI, Hfst 2, afd. V werkkledij KB van 6 juli 2004 betreffende de werkkledij BS 3 augustus 2004 Titel VII, Hfst 1 persoonlijke beschermingsmiddelen collectieve beschermingsmiddelen moederschapsbescherming jongeren stagiairs uitzendkrachten manueel hanteren van lasten nacht- en ploegenarbeid KB van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen KB van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene bepalingen betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen KB van 2 mei 1995 inzake moederschapsbescherming KB van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk KB van 21 september 2004 betreffende de bescherming van stagiairs KB van 15 december 2010 tot vaststelling van maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid op het werk van uitzendkrachten KB van 12 augustus 1993 betreffende het manueel hanteren van lasten KB van 16 juli 2004 betreffende bepaalde aspecten van nacht- en ploegenarbeid die verband houden met het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk BS 14 juli 2005 Titel VII, Hfst 2 BS 7 oktober 2013 Titel VII, Hfst 3 BS 18 mei 1995 Titel VIII, Hfst 1 BS 3 juni 1999 Titel VIII, Hfst 2 BS 4 oktober 2004 Titel VIII, Hfst 3 BS 28 december 2010 Titel VIII, Hfst 4 BS 29 september 1993 Titel VIII, Hfst 5 BS 9 augustus 2004 Titel VIII, Hfst 7 2.3 Preventiemaatregelen De preventiemaatregelen om de veiligheid en gezondheid van de werknemers te beschermen worden genomen op basis van de resultaten van de risicoanalyse. Niet alle preventiemaatregelen zijn even efficiënt en de wetgever stelt duidelijk dat de voorkeur moet gegeven worden aan de maatregelen die het risico vermijden. De maatregelen die erop gericht zijn om schade te vermijden of te verminderen komen respectievelijk op de tweede en derde plaats (KB Beleid, art. 9). Het kan gaan om uiteenlopende maatregelen die inwerken op verschillende aspecten van het werk. De wetgeving geeft een niet-exhaustieve opsomming (zie kader 5). 14 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

Kader 5 - Preventiemaatregelen: thema's - organisatie van de onderneming en van het werk (werk- en productiemethoden, werktijden,...) - arbeidsplaats (inrichting) - werkposten (concept, inrichting) - arbeidsmiddelen (keuze, gebruik) - chemische stoffen of preparaten (keuze, gebruik) - chemische, biologische en fysische agentia (bescherming tegen risico's) - collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen (keuze, gebruik) - werkkledij (keuze, gebruik) - veiligheids- en gezondheidssignalering (aangepast aan de risico's, omgeving, situatie) - gezondheidstoezicht (medische onderzoeken) - de bescherming tegen de psychosociale risico's op het werk - bekwaamheid, de vorming en de informatie van alle werknemers, ook aangepaste instructies - de coördinatie op de arbeidsplaats (in geval van werken met derden, meerdere werkgevers op 1 arbeidsplaats, op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen) - de noodprocedures (maatregelen in geval van situaties van ernstig en onmiddellijk gevaar, eerste hulp, de brandbestrijding en de evacuatie) KB Beleid, art. 9 Ook de preventiemaatregelen mogen niet ontsnappen aan het dynamisch karakter van het risicobeheer. Maatregelen die genomen worden op een bepaald moment zijn geenszins definitief. De preventiemaatregelen moeten regelmatig geëvalueerd worden om na te gaan of ze nog wel aangepast zijn aan de omstandigheden: - zijn er andere, efficiëntere preventiemaatregelen beschikbaar (nieuwe technieken)? - werkt de preventiemaatregel in de praktijk (daadwerkelijk toegepast, ervaringen van de gebruikers)? - is het risico voldoende beheerst? - is de situatie veranderd? Soms kunnen ook voorlopige preventiemaatregelen genomen worden. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om op korte termijn persoonlijke bescherming te voorzien maar op langere termijn te werken aan preventiemaatregelen die het risico aan de bron aanpakken. Bronmaatregelen scoren immers lager in de preventiehiërarchie. De preventiemaatregelen moeten immers gekozen worden op basis van de resultaten van de risicoanalyse en rekening houdend met de preventiehiërarchie: - op de eerste plaats komen maatregelen die het risico voorkomen (primaire preventie), bijvoorbeeld een gevaarlijk product vervangen door een minder gevaarlijk, werken in een gesloten productieproces; - als het niet mogelijk is om het risico aan te pakken met primaire preventiemaatregelen dan kan men kiezen voor maatregelen die de schade vermijden (secundaire preventie), bijvoorbeeld een leuning of een vangnet plaatsen bij dakwerken (het risico, val vanop hoogte blijft maar de mogelijke gevolgen van de val worden vermeden); - als ook dergelijke maatregelen niet mogelijk zijn, dan zijn maatregelen die de schade beperken aangewezen (tertiaire preventie), bijvoorbeeld de organisatie van de eerste hulpverlening. Bij het nemen van maatregelen moet steeds nagegaan worden of de maatregelen een efficiënte bescherming bieden voor het risico in kwestie en of de maatregel geen nieuwe risico's met zich meebrengt. In dat laatste geval moet ofwel gekozen worden voor een andere maatregel ofwel bijkomende maatregelen getroffen worden. Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 15

2.4 Globaal preventieplan en jaarlijks actieplan Het dynamisch risicobeheersingssysteem wordt vastgelegd in twee documenten: het vijfjaarlijkse globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan (KB Beleid, art. 10 en 11). 2.4.1 Globaal preventieplan Het globaal preventieplan is een plan waarin de preventie-activiteiten voor de volgende vijf jaren zijn vastgelegd en geprogrammeerd. De werkgever stelt het op, in overleg met de hiërarchische lijn en de preventie- en beschermingsdiensten. Het plan geeft de doelstellingen aan en op die manier wordt duidelijk gemaakt waar de onderneming wil staan over vijf jaar. Het is een planning op langere termijn. Het globaal preventieplan omvat: - de resultaten van de risicoanalyse; - de vast te stellen preventiemaatregelen; - de te bereiken prioritaire doelstellingen; - de activiteiten en opdrachten om de doelstellingen te bereiken. Net zoals het risicobeheersingssysteem is het globaal preventieplan dynamisch. Het behelst een planning over vijf jaar maar het moet wel aangepast worden aan de gewijzigde omstandigheden. In ieder geval is er elke vijf jaar een nieuw plan vereist zodat de resultaten van de risicoanalyse en de geplande maatregelen strategisch gepland worden. 2.4.2 Jaarlijks actieplan Het jaarlijks actieplan is gebaseerd op het globaal preventieplan en wordt jaarlijks opgesteld. Het jaarlijks actieplan omvat de prioritaire doelstellingen in het kader van het preventiebeleid voor het volgende jaar en de aanpassingen aan het globaal preventieplan (gewijzigde omstandigheden, ongevallen, incidenten, adviezen). 2.5 Taakverdeling De werkgever, de leden van de hiërarchische lijn, de preventieadviseurs, de werknemers en het comité voor preventie en bescherming op het werk zijn alle betrokken bij het dynamisch risicobeheersingssysteem. Iedereen heeft een specifieke rol en taak en draagt bij tot de uitvoering van het systeem in de onderneming. 2.5.1 Werkgever De werkgever is verantwoordelijk voor het preventiebeleid in de onderneming. Het is aan hem om het beleid te voeren en iedereen in het bedrijf te betrekken en te informeren. Meer bepaald is hij verantwoordelijk voor de structurele aanpak en planning van preventie door het implementeren van het dynamisch risicobeheersingssysteem. Hij moet het initiatief nemen om het systeem op te zetten. Hij draagt de verantwoordelijkheid. Dit wordt trouwens nadrukkelijk in de verf gezet door het KB Beleid dat stelt dat de verplichtingen die meegegeven worden aan de hiërarchische lijn en de werknemers geen afbreuk doen aan het verantwoordelijkheidsprincipe van de werkgever (art. 15). 2.5.2 Hiërarchische lijn De hiërarchische lijn omvat alle leidinggevenden in een onderneming en dat op alle niveaus. Het gaat dus zowel over managers als meestergasten, groepsleiders, diensthoofden, supervisors,... De hiërarchische lijn speelt een belangrijke rol in het dynamisch risicobeheersingssysteem. De werkgever moet de hiërarchische lijn betrekken bij de uitwerking, programmatie, uitvoering 16 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

en evaluatie van het dynamisch risicobeheersingssysteem en ook bij het opstellen van het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan (KB Beleid, art. 12). Het feit dat zij zo'n belangrijke rol toebedeeld krijgen, is logisch. De hiërarchische lijn speelt een centrale rol is onderneming en het is dan ook aan hen om het preventiebeleid en het risicobeheersysteem toe te passen in de praktijk. Ze zijn bijvoorbeeld belast met het analyseren van ongevallen en het voorstellen van maatregelen om dergelijke ongevallen te voorkomen, het controleren van de uitrusting waarmee gewerkt wordt en eventuele problemen (defecten, mankementen,...) tijdig bij te sturen. Belangrijk zijn ook hun taken die te maken hebben met het aansturen van de werknemers. Zo moeten ze de nodige instructies geven, de taken goed verdelen, zorgen voor het onthaal van nieuwkomers,... (KB Beleid, art. 13). Deze taken leveren de nodige informatie op om het dynamisch risicobeheersingssysteem bij te sturen en te verbeteren. Zo kunnen ze dan ook de nodige voorstellen en adviezen geven (KB Beleid, art. 13, 1 ). Hun positie is ook strategisch erg belangrijk. Ze kunnen niet alleen een bijdrage leveren om het beleid en de informatie naar de werkvloer te brengen maar ook omgekeerd ervoor zorgen dat informatie van de werkvloer doorstroomt naar de directie. 2.5.3 Werknemers De bijdrage van de werknemers is essentieel voor het dynamisch risicobeheersingssysteem. Hun rol vloeit voort uit de algemene verplichtingen die elke werknemer toebedeeld is in het kader van het preventiebeleid (zie kader 6). Kader 6 - Verplichtingen van de werknemers Iedere werknemer moet in zijn doen en laten op de arbeidsplaats, overeenkomstig zijn opleiding en de door de werkgever gegeven instructies, naar zijn beste vermogen zorg dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en deze van de andere betrokken personen. Daartoe moeten de werknemers vooral, overeenkomstig hun opleiding en de door de werkgever gegeven instructies: 1) op de juiste wijze gebruik maken van machines, toestellen, gereedschappen, gevaarlijke stoffen, vervoermiddelen en andere middelen; 2) op de juiste wijze gebruik maken van de persoonlijke beschermingsmiddelen die hun ter beschikking zijn gesteld en die na gebruik weer opbergen; 3) de specifieke veiligheidsvoorzieningen van met name machines, toestellen, gereedschappen, installaties en gebouwen niet willekeurig uitschakelen, veranderen of verplaatsen en deze voorzieningen op de juiste manier gebruiken; 4) de werkgever en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk onmiddellijk op de hoogte brengen van iedere werksituatie waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid en de gezondheid met zich brengt, alsmede van elk vastgesteld gebrek in de beschermingssystemen; 5) bijstand verlenen aan de werkgever en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, zolang dat nodig is om hen in staat te stellen alle taken uit te voeren of aan alle verplichtingen te voldoen die met het oog op het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk zijn opgelegd; 6) bijstand verlenen aan de werkgever en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, zolang dat nodig is, opdat de werkgever ervoor kan zorgen dat het arbeidsmilieu en de arbeidsomstandigheden veilig zijn en geen risico's opleveren voor de veiligheid en de gezondheid binnen hun werkterrein; 7) op positieve wijze bijdragen tot het preventiebeleid dat wordt tot stand gebracht in het kader van de bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, zich onthouden van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk en zich onthouden van elk wederrechtelijk gebruik van de procedures. Wet welzijn op het werk, art. 6 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 17

Werknemers moeten zelf, volgens hun mogelijkheden en op basis van de informatie die ze gekregen hebben, instaan voor hun veiligheid en gezondheid. Bovendien wordt er van hun verwacht dat ze een bijdrage leveren tot het preventiebeleid en dat ze dus bijvoorbeeld meehelpen bij het opsporen en analyseren van risico's. 2.5.4 Diensten voor preventie en bescherming op het werk De interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (in kleinere bedrijven de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk) moet betrokken worden bij het uitwerken van het dynamisch risicobeheersingssysteem, het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan. Deze opdracht krijgt een prioritaire plaats in de taken die toegewezen worden aan de interne dienst (KB Interne dienst 1, art. 5). In de praktijk is het trouwens veelal de interne dienst die een sturende rol speelt. De preventieadviseur ondersteunt het proces en waakt erover dat iedereen betrokken blijft. 2.5.5 Comité voor preventie en bescherming op het werk Het Comité voor preventie en bescherming op het werk is het overlegorgaan inzake welzijn op het werk op het werk. Op het vlak van het dynamisch risicobeheersingssysteem is die rol duidelijk bevestigd. De werkgever moet het comité raadplegen bij de uitwerking, de programmatie, uitvoering en evaluatie van het systeem. Ook voor het globaal preventieplan (wijzigingen, aanpassingen) en het jaarlijks actieplan is het advies van het comité vereist (KB Beleid, art. 12) Bij de evaluatie van het dynamisch risicobeheersingssysteem houdt de werkgever rekening met de opmerkingen van het comité en zorgt voor de nodige bijsturing. Deze rol van het comité kadert in zijn algemene adviesverplichting zoals dit ook omschreven wordt in de wetgeving (wet welzijn op het werk, art. 65 en KB Comité 2 ). 2.6 Evaluatie van het dynamisch risicobeheersingssysteem De werkgever moet regelmatig het dynamisch risicobeheersingssysteem evalueren en nagaan of er geen bijsturing vereist is. Dit is eigenlijk inherent aan het systeem want het is dynamisch maar het wordt expliciet bepaald in de wetgeving (KB Beleid, art. 14). Deze evaluatie gebeurt in overleg met de hiërarchische lijn en de diensten voor preventie en bescherming op het werk. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met: 1) de jaarverslagen van de diensten voor preventie en bescherming op het werk; 2) de advies van het comité; 3) eventueel het advies de met het toezicht belaste ambtenaar (inspectie); 4) de gewijzigde omstandigheden die een aanpassing van de strategie in verband met het verrichten van een risicoanalyse op basis waarvan preventiemaatregelen worden vastgesteld noodzakelijk maken; 5) de ongevallen, incidenten incl. incidenten van psychosociale aard die zich in de onderneming of instelling hebben voorgedaan. 1 Koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (BS 31 maart 1998, Codex, Titel II, hfst. 1) (KB Interne dienst) 2 Koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdracht en de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk (BS 10 juli 1999, Codex, titel II, hoofdstuk 4) 18 Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem

3 Bijkomende informatie Wie meer wil weten over dit onderwerp, vindt in onderstaande referenties verwijzingen naar artikelen die verschillende aspecten van de problematiek belichten. Het lijstje met websites biedt een overzicht van sites waar u terecht kan voor praktische ondersteuning. 3.1 Literatuurreferenties - Het belang van een specifieke risicoanalyse, PreventActua, 18/2008 - Dynamisch risicobeheersingssysteem: krachtlijnen van de wetgeving, PreventActua, 18/2008 - Leiderschap en participatie: wetgeving, PreventFocus, 08/2012 - Risicoanalyse en risicopreventie vanuit het standpunt van de arbeidsinspectie, PreventActua, 22/2012 3.2 Interessante websites Op volgende websites staan interessante informatie en documenten i.v.m. risicoanalyse. - SOBANE-strategie en opsporingsmethode DEPARIS: http://www.werk.belgie.be/publicationdefault.aspx?id=4212 - Online Interactive Risk Assessment: http://www.oiraproject.eu Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem 19

Focus op het dynamisch risicobeheersingssysteem is een gezamenlijke uitgave van: en Kolonel Begaultlaan 1A/51, B-3012 Leuven T +32 16 910 910 F +32 16 910 901 www.prevent.be E prevent@prevent.be Industrielaan 5, B-8501 Heule T +32 56 36 32 00 F +32 56 35 60 96 www.innipublishers.com E abonn@innipublishers.com Copyright Prevent -