Re-integratie langdurig arbeidsongeschikten Op 1 december 2016 traden twee KB s in werking die beiden voorzien in een re-integratietraject voor langdurig arbeidsongeschikten. Ieder KB heeft een ander front: een re-integratietraject voor werknemers en daarnaast een re-integratietraject voor uitkeringsgerechtigden die niet meer tewerkgesteld zijn. Op 30 december 2016 werd de wettelijke basis gepubliceerd voor enerzijds de re-integratieregeling en anderzijds voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op grond van overmacht die in werking treedt op 9 januari 2017. Hoofddoel van het re-integratietraject voor werknemers is het weer aan het werk krijgen van langdurig arbeidsongeschikte werknemers via tijdelijk of definitief aangepast of ander werk, bij voorkeur in de onderneming. Langdurige arbeidsongeschiktheid verhoogt immers de kosten van de sociale zekerheid, aangezien de werknemer terugvalt op een (geplafonneerde) arbeidsongeschiktheidsuitkering. In de praktijk kiezen vele werkgevers ervoor om langdurig arbeidsongeschikten gewoon op de loonlijst te laten staan, omdat zij toch niets meer kosten na de periode van gewaarborgd loon. Deze visie moet genuanceerd te worden: de indirecte kosten blijven doorlopen (o.a. de kosten voor loonadministratie), de teller van de anciënniteit blijft ook doorlopen én de werknemer telt mee om het gemiddelde personeelsbestand te bepalen voor de sociale verkiezingen. Ook het problematische juridische kader voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door medische overmacht maakte dat werknemers zonder uitzicht op herstel op lange termijn deel bleven uitmaken van het personeelsbestand. Vanaf 1 januari 2017 krijgt de werkgever in deze wat meer het heft in handen: hij kan de re-integratieprocedure opstarten voor arbeidsongeschiktheden vanaf 1 januari 2016, vanaf vier maanden arbeidsongeschiktheid of vanaf het ogenblik dat de werknemer hem een attest aflevert van zijn behandelend geneesheer waaruit zijn definitieve arbeidsongeschiktheid om het overeengekomen werk uit te voeren blijkt. Dat was tot nu toe verboden: werkgevers mochten de arbeidsgeneesheer niet inschakelen tijdens de ziekteperiode. Indien de arbeidsgeneesheer heeft geoordeeld dat de werknemer definitief ongeschikt is, dat hij niet in staat is om aangepast of ander werk uit te voeren en dat zijn beroepsmogelijkheden zijn uitgeput, is het reïntegratietraject ten einde. Indien de arbeidsgeneesheer beslist dat het om tijdelijke arbeidsongeschiktheid gaat, heeft de werkgever 55 werkdagen om een re-integratieplan op te maken. Bij definitieve arbeidsongeschiktheid heeft de werkgever maximum 12 maanden om een dergelijk plan op te maken. Het door de werkgever op te maken re-integratieplan beschrijft zo concreet en gedetailleerd mogelijk de maatregelen om de desbetreffende werknemer aan het werk te houden en dient inhoudelijk bepaalde elementen te bevatten. De werknemer heeft vijf werkdagen de tijd om al dan niet met het plan in te stemmen. Wanneer de werknemer op gemotiveerde wijze niet instemt met het re-integratieplan naar aanleiding van de definitieve arbeidsongeschiktheid, wordt het re-integratietraject definitief beëindigd. Van de werkgever die na overleg en in een verslag kan motiveren dat een dergelijk plan voor een definitief ongeschikte werknemer, technisch of objectief onmogelijk is, of omwille van gegronde redenen, wordt de opmaak van een re-integratieplan niet geëist. Het re-integratietraject is dan ook beëindigd wanneer de werkgever dit verslag aan de arbeidsgeneesheer heeft bezorgd. Dat de werkgever de re-integratieprocedure kan opstarten én het nieuwe juridische kader bij medische overmacht (einde re-integratietraject) hebben in de media tot ophef geleid. Er is echter behoefte aan een regeling die komaf maakt met de situatie waarin een arbeidsovereenkomst bestendigd blijft waarvan beide partijen weten dat de werknemer er geen uitvoering meer aan kan geven omwille van zijn definitieve ongeschiktheid. De opdracht van de werkgever om te peilen naar tijdelijke of definitieve maatregelen om de herinschakeling van tijdelijk arbeidsongeschikte werknemers is uitdagend, maar moet positief bejegend worden omdat de nadruk gelegd wordt op wat de werknemer nog wel kan. Daarbij moet rekening worden gehouden met het voornemen van de regering om de werkgevers die onvoldoende inspanningen leveren
om aangepast werk te voorzien voor hun zieke werknemers, in de eerste zes maanden 10% van de ziekteuitkering te laten betalen. Hierover bestaat nog veel onduidelijkheid: komt er een vrijstelling voor KMO s en wat met chronisch zieken? 1. Het re-integratietraject 1.1. Arbeidsongeschikte werknemers in de eigen onderneming De wetgever stelt dat het de voorkeur verdient om eerst te focussen op de re-integratiemogelijkheden bij de eigen werkgever. De werknemer kan worden geïntegreerd in een voor hem vertrouwde professionele omgeving. Een belangrijke rol wordt daarbij weggelegd voor de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die de re-integratie zal moeten beoordelen. Fase 1 - opstart van de procedure De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer start een reintegratietraject op verzoek van 1 : - ofwel de werknemer ofwel zijn behandelend geneesheer met instemming van de werknemer en dit ongeacht de duurtijd van de arbeidsongeschiktheid; - ofwel de adviserend geneesheer van het ziekenfonds die uiterlijk twee maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid zal nagaan of de zieke werknemer in aanmerking komt voor re-integratie. Is dat volgens hem het geval, dan zal hij het dossier van de zieke werknemer overmaken aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer; - ofwel de werkgever en dit ten vroegste vanaf vier maanden arbeidsongeschiktheid of vanaf het ogenblik dat de werknemer hem een attest aflevert van zijn behandelend geneesheer waaruit zijn definitieve arbeidsongeschiktheid om het overeengekomen werk uit te voeren blijkt. Het is (nog) niet duidelijk wie de kosten van het reintegratietraject zal dragen als de werknemer of de adviserend geneesheer van het ziekenfonds het initiatief nemen. De startdatum waarop een re-integratieprocedure kan beginnen, hangt af van de persoon die hiervoor het initiatief neemt: - werknemers beschikken over de mogelijkheid om een re-integratietraject op te starten vanaf 1 januari 2017, 1 Art. 73/2, 1 KB 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers, BS 16 juni 2003 (hierna KB 28 mei 2003). 2 Art. 3 KB 28 oktober 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers wat de reongeacht de aanvangsdatum van hun arbeidsongeschiktheid. - werkgevers beschikken over de mogelijkheid om een re-integratietraject op te starten vanaf: 1 januari 2017 voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten vanaf 1 januari 2016; 1 januari 2018 voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten vóór 1 januari 2016 2. De procedure is evewel niet van toepassing op werknemers die het slachtoffer zijn van een arbeidsongeval of aan een beroepsziekte lijden 3. Fase 2 de re-integratiebeoordeling Indien het verzoek niet van de werkgever komt zal de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de werkgever verwittigen en de mogelijkheid tot re-integratie van de werknemer onderzoeken binnen een termijn van 40 werkdagen 4 in samenspraak met de werknemer en, mits toestemming van de werknemer, diens behandelend geneesheer en de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Ook de preventieadviseur psychosociale aspecten of ergonomie kunnen betrokken worden mits toestemming van de werknemer in indien er sprake is van bepaalde gezondheidsproblemen, bv. stress, burn-out, rug- en nekproblemen, 5. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer kan de volgende beslissingen nemen: 1. de werknemer kan op termijn zijn overeengekomen functie hervatten. Tussentijds aangepast of ander werk is mogelijk. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt de modaliteiten voor aangepast of ander werk en wanneer een re-evaluatie plaatsvindt. De werkgever heeft 55 werkdagen om een re-integratieplan op te maken; 2. de werknemer kan op termijn het overeengekomen werk hervatten. Tussentijds werken is onmogelijk. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt wanneer een re-evaluatie gebeurt en verwittigt de adviserend geneesheer. 3. de werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten. Aangepast of ander werk bij dezelfde werkgever is mogelijk. De integratie van arbeidsongeschikte werknemers betreft (1), BS 24 november 2016. 3 Art. 73/1, tweede lid KB 28 mei 2003. 4 Art. 73/2, 5 KB 28 mei 2003. 5 Art. 73/2, 3, tweede lid KB 28 mei 2003.
preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalt de modaliteiten voor aangepast of ander werk. De werkgever heeft maximaal 12 maanden de tijd om een re-integratieplan op te stellen; 4. de werknemer is definitief ongeschikt om het overeengekomen werk te hervatten en is evenmin in staat om aangepast of ander werk uit te voeren. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verwittigt de adviserend geneesheer. Het re-integratietraject wordt niet voortgezet. 5. de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer oordeelt dat het om medische redenen niet opportuun is om een re-integratietraject op te starten. Om de twee maanden houdt de preventieadviseurarbeidsgeneesheer een re-evaluatie. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verwittigt de adviserend geneesheer 6. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer noteert zijn beslissing op het formulier voor de reintegratiebeoordeling en bezorgt binnen een termijn van 40 werkdagen een kopie van dit formulier aan de werknemer en de werkgever en, wanneer hij geen aangepast of ander werk voorstelt, aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds 7. Het formulier moet worden toegevoegd aan het gezondheidsdossier van de desbetreffende werknemer 8. Oordeelt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer dat de werknemer definitief arbeidsongeschikt is en (niet) in staat is om aangepast of ander werk uit te voeren, dan beschikt de werknemer over een termijn van zeven werkdagen om via een aangetekend schrijven tegen deze beslissing beroep aan te tekenen bij de bevoegde geneesheer sociaal inspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het werk, waarbij hij ook de werkgever verwittigt. Binnen de 31 dagen na ontvangst van het aangetekend beroep moeten de geneesheer-sociaal inspecteur, de behandelende arts en de preventieadviseurarbeidsgeneesheer bij meerderheid een beslissing nemen. Het resultaat wordt onmiddellijk meegedeeld aan de werknemer en de werkgever 9. EERSTE BEEINDIGINGSGROND Het re-integratietraject is definitief gedaan wanneer de werkgever het formulier met de re-integratiebeslissing heeft ontvangen waarin de preventieadviseur-geneesheer heeft geoordeeld dat de werknemer definitief ongeschikt is, dat hij niet in staat is om aangepast of ander werk uit te voeren en dat de beroepsmogelijkheden zijn uitgeput 10. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst als gevolg van overmacht bij definitieve ongeschiktheid is dus enkel mogelijk nadat het volledige re-integratietraject is doorlopen, inclusief de beroepsprocedure. Fase 3 - re-integratieplan De werkgever die de re-integratiebeslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer heeft ontvangen die een tijdelijke of een definitieve maatregel vergt, moet in overleg met de werknemer, de preventieadviseurarbeidsgeneesheer en andere actoren die kunnen bijdragen tot het welslagen van de re-integratie, een reintegratieplan opmaken 11. Dit plan moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk de te nemen maatregelen bevatten: de omschrijving van de aanpassing van de werkpost, de omschrijving van het aangepast werk of ander werk (volume van het werk, het uurrooster en eventueel de progressiviteit van de maatregelen), de aard van een voorgestelde opleiding en de geldigheidsduur van het plan 12. Wanneer de arbeidsgeneesheer een tijdelijke maatregel voorstelt kan de werkgever aan de opmaak van zijn plan beginnen na de ontvangst van de re-intgratiebeoordeling. Indien de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een deinitieve maatregel heeft voorgesteld kan de werkgever aan de opmaak van het plan beginnen ofwel na het verstrijken van de beroepstermijn van zeven werkdagen tegen een beslissing tot definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk ofwel na de ontvangst van de beslissing in beroep. Opgelet! De werkgever is niet verplicht om een langdurig arbeidsongeschikte werknemer in alle gevallen een nieuwe functie aan te bieden. Wel moet in overleg bekeken worden welke concrete mogelijkheden er zijn voor aangepast of ander werk binnen de onderneming (dus ofwel een aangepaste werkpost ofwel ander werk). Zeer concreet moet het gaan om redelijke aanpassingen die beoordeeld moeten worden in functie van het aanpassingsvermogen en de draagkracht van de onderneming. Het spreekt voor zich dat de verwachtingen hoger gespannen zijn voor een grote onderneming Het re-integratieplan moet voorgelegd worden aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds die een beslissing neemt over de progressieve werkhervatting en de arbeidsongeschiktheid in het kader van de ziekte- en 6 Art. 73/2, 4 juncto art. 73/4, 3 KB 28 mei 2003. 7 Art. 73/2, 5 KB 28 mei 2003. 8 Art. 73/2, 5, 3 KB 28 mei 2003. 9 Art. 73/9 KB 28 mei 2003. 10 Art. 73/5, 1, 1 KB 28 mei 2003. 11 Art. 73/3, 1, 1 en 2 KB 28 mei 2003. 12 Art. 73/3, 2 KB 28 mei 2003.
invaliditeitswetgeving. Indien nodig, moet de werkgever op zijn verzoek het plan aanpassen 13. Tot slot wordt het plan voorgelegd aan de werknemer (55 werkdagen of 12 maanden na de ontvangst van de reintegratiebeoordeling: zie hierboven) die binnen de vijf werkdagen met het plan kan instemmen of het plan op gemotiveerde wijze kan weigeren 14. TWEEDE BEEINDIGINGSGROND Een werkgever die voor een werknemer die definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk uit te voeren, na overleg met de werknemer en de preventieadviseurarbeidsgeneesheer geen re-integratieplan opmaakt omdat hij meent dat het technisch of objectief onmogelijk is, of omwille van gegronde redenen niet kan worden geëist, moet dit motiveren in een verslag 15. Het re-integratietraject is beëindigd wanneer de werkgever aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het hierboven vermeld verslag heeft bezorgd. DERDE BEEINDIGINGSGROND Wanneer de werknemer op gemotiveerde wijze niet instemt met het re-integratieplan naar aanleiding van de definitieve arbeidsongeschiktheid, wordt het reintegratietraject definitief beëindigd 16. De uitvoering van het re-integratieplan wordt op regelmatige wijze opgevolgd door de preventieadviseurarbeidsgeneesheer in overleg met de werkgever en de werknemer. Het plan moet in de onderneming ter beschikking gehouden worden van de inspectiediensten 17. De werkgever moet regelmatig en ten minste éénmaal per jaar met het comité voor preventie en bescherming op het werk overleg plegen over de mogelijkheden op collectief vlak voor aangepast of ander werk en een aanpassing van de werkposten en dit in aanwezigheid van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de overige preventieadviseurs. Jaarlijks wordt het collectief reintegratiebeleid ook geëvalueerd op basis van een verslag van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Indien nodig, wordt het re-integratiebeleid aangepast in functie van deze evaluatie 18. De werknemer kan zich gedurende het re-integratietraject laten bijstaan door een werknemersafgevaardigde binnen het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of bij ontstentenis, door een vakbondsafgevaardigde van zijn keuze 19. De werkgever neemt de verplaatsingskosten verbonden aan het re-integratietraject van de werknemer voor zijn rekening 20. 1.2. Arbeidsongeschikten zonder een arbeidsovereenkomst Naast een re-integratietraject voor werknemers komt er tevens een traject die integratie van uitkeringsgerechtigden die niet meer tewerkgesteld zijn door hen te begeleiden naar een andere job. Dit traject wordt opgestart door de adviserend geneesheer van de mutualiteit die uiterlijk twee maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid een eerste inschatting van de restcapaciteiten van de betrokkene maakt. Als de adviserend geneesheer oordeelt dat de uitkeringsgerechtigde opnieuw een job kan uitoefenen op de gewone arbeidsmarkt, eventueel na herscholing of beroepsopleiding, dan voert hij binnen de maand een medisch-sociaal onderzoek uit om de mogelijkheden van wedertewerkstelling te onderzoeken 21. Zijn bevindingen worden meegedeeld aan de behandelend geneesheer van de uitkeringsgerechtigde 22. Vervolgens stelt hij een aanbod van re-integratieplan op na overleg met de behandelend geneesheer en wordt de VDAB/Actiris geraadpleegd 23. Tot slot wordt het aanbod meegedeeld aan de uitkeringsgerechtigde en wordt hij uitgenodigd voor een gesprek. Gaat de uitkeringsgerechtigde akkoord met de inhoud van het re-integratieplan, dan wordt de inhoud ervan opgenomen in een overeenkomst die door beide partijen wordt ondertekend 24. Het re-integratieplan wordt door de adviserend geneesheer op driemaandelijkse basis opgevolgd 25. 2. Arbeidsrechtelijke aspecten verbonden aan het volgen van een re-integratietraject van arbeidsongeschikte werknemers 2.1. Voorrang aan het behoud van de initiële arbeidsovereenkomst 13 Art. 73/3, 2, laatste lid KB 28 mei 2003. 14 Art. 73/4 KB 28 mei 2003. 15 Art. 73/5, 1, 2 KB 28 mei 2003. 16 Art. 73/5, 1, 3 KB 28 mei 2003. 17 Art. 73/5, 2 KB 28 mei 2003. 18 Art. 73/8 KB 28 mei 2003. 19 Art. 73/7 KB 28 mei 2003. 20 Art. 73/10 KB 28 mei 2003. 21 Art. 215decies KB 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 31 juli 1996 (hierna KB 3 juli 1996). 22 Art. 215terdecies KB 3 juli 1996. 23 Art. 215quaterdecies KB 3 juli 1996. 24 Art. 215quinquies-decies KB 3 juli 1996. 25 Art. 215sexies-decies KB 3 juli 1996.
Met het akkoord van de werkgever en de toelating van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds kan de werknemer tijdelijk aangepast of ander werk uitvoeren. De werknemer behoudt de ongeschiktheidsuitkering van het ziekenfonds, die hij geplafonneerd kan cumuleren het het loon dat hij voor zijn beroepsactiviteit ontvangt. Wat met de arbeidsovereenkomst bij een toegestane tijdelijke hervatting van aangepast of ander werk? De arbeidsovereenkomst wordt niet geschorst tijdens de periode van toegestane hervatting van aangepast of ander werk 26 en er is een weerlegbaar vermoeden dat de vroegere arbeidsrelatie behouden blijft 27. Dit heeft als gevolg dat de opzeggingstermijn niet geschorst wordt indien de werknemer nog gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en dat de oorspronkelijk voltijds tewerkgestelde werknemer niet als een deeltijdse werknemer beschouwd wordt in deze periode. Tijdens de periode van uitvoering van het aangepast of ander werk behoudt de werknemer dus alle voordelen die hij bij de werkgever had verworven. De partijen kunnen van dit principe afwijken (via een bijlage aan de arbeidsovereenkomst) waarin zij tijdens de periode van toegestane tijdelijke hervatting van aangepast of ander werk zelf afspraken kunnen maken over het verschuldigde loon en andere aspecten zoals het arbeidsvolume, de uurroosters, de inhoud van het aangepast of ander werk, de geldigheidsduur van de bijlage,. De bijlage eindigt onmiddellijk wanneer de werknemer niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toegestane werkhervatting. Van zodra de werknemer niet meer voldoet aan deze voorwaarden informeert hij zijn werkgever over deze toestand 28. Opgelet! De werknemer die een aangepaste functie uitoefent, ontvangt in principe niet meer zijn vroegere loon. Zoals hierboven omschreven valt het aan te bevelen de nieuwe loonvoorwaarden overeen te komen via een bijlage van de arbeidsovereenkomst: het behoud van de vroegere, maar een lagere tewerkstellingsduur vergt een pro rata de effectief gepresteerde uren, een aangepaste functie vergt (in de meeste gevallen) dat partijen een ander loon zullen overeenkomen. 2.2. Berekening opzeggingsvergoeding Wanneer een einde wordt gemaakt aan de arbeidsovereenkomst tijdens een periode van uitvoering van een aangepast of ander werk, dan geldt als berekeningsbasis voor de ontslagvergoeding, het loon waarop de werknemer recht zou hebben indien hij zijn arbeidsprestaties, met akkoord van de werkgever, niet had aangepast 29. 2.3. Gewaarborgd loon Tijdens de periode van uitvoering van aangepast of ander werk is de werkgever geen loon verschuldigd bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte (andere dan beroepsziekte) of ongeval (geen arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar of van het werk) 30. 2.4. Aanpassing procedure ingevolge medische overmacht Overmacht is een onvoorziene gebeurtenis die onafhankelijk van de wil van de partijen plaatsvindt en voor de werkgever en werknemer een onoverkomelijk obstakel vormt dat eerstgenoemde verhindert om arbeid te verschaffen en de tweede om arbeid uit te voeren 31. De arbeidsovereenkomst ingevolge van ziekte of ongeval heeft enkel tot gevolg dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst wordt. Het Hof van Cassatie stelt dat een arbeidsongeschiktheid evenwel overmacht kan uitmaken en de onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot gevolg kan hebben zonder opzegging of vergoeding, wanneer de arbeidsongeschiktheid permanent wordt en de werknemer definitief verhinderd is de overeengekomen arbeid te hervatten 32. Het Hof van Cassatie beoordeelt de overmacht enkel ten opzichte van het werk dat de werknemer in het kader van zijn arbeidsovereenkomst moet verrichten. De werkgever kan zich op overmacht beroepen indien de werknemer het overeengekomen werk definitief niet meer kan doen. De werkgever is niet verplicht de werknemer ander werk aan te bieden, ook al zijn er mogelijk in de onderneming nog andere taken die de werknemer wel aankan. De werkgever is evenmin verplicht de werkpost aan te passen, waarna de werknemer mogelijk kan blijven werken. De toenmalige ARAB-wetgeving legde de werkgever, indien mogelijk, de verplichting op om aan de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst met een aangepast werk tegen eventuele andere loonvoorwaarden aan te bieden. De werknemer kon dan op deze aanbieding ingaan. Het Hof van Cassatie bleef echter bij zijn standpunt dat een definitieve onmogelijkheid ten gevolge van ziekte of ongeval om het overeengekomen werk uit te voeren een geval van overmacht is waardoor de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt, maar stelde wel 26 Art. 31/1, 1 Arbeidsovereenkomstenwet. 27 Art. 31/2, 2 Arbeidsovereenkomstenwet. 28 Art. 31/2, 3 Arbeidsovereenkomstenwet. 29 Art. 39, 2 Arbeidsovereenkomstenwet. 30 Art. 52, 5 Arbeidsovereenkomstenwet. 31 F. VERBRUGGE, Gids voor sociale reglementering in ondernemingen, Mechelen, Kluwer, 2016, 2014. 32 Cass. 5 januari 1981, RW 1980-81, 2401; Cass. 21 april 1986, TSR 1986, 372; Cass. 13 februari 1989, RW 1988-89, 1298; Cass. 13 maart 1989, RW 1989-90, 46.
dat de werkgever zich aan de desbetreffende ARABverplichtingen diende te houden. Een werkgever die dat niet deed riskeerde strafsancties en/of mogelijk een schadevergoeding te moeten betalen aan de werknemer 33. Deze ARAB-wetgeving werd vervangen door het strengere KB van 28 mei 2003 dat de werknemer het recht geeft op een procedure tot re-integratie voor werknemers die door hun behandelend geneesheer definitief arbeidsongeschikt werden verklaard 34. De werkgever moet aan een werknemer die definitief arbeidsongeschikt werd verklaard door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, volgens de procedure die het KB daarvoor voorziet, ander werk geven volgens de aanbevelingen van de arbeidsgeneesheer. Deze verplichting valt alleen weg wanneer dat technisch of objectief onmogelijk is of wanneer dat om gegronde redenen redelijkerwijs niet kan worden geëist 35. Het Burgerlijk Wetboek stelt: Alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, strekken degenen die deze hebben aangegaan, tot wet. Sommige juristen vonden het dan ook problematisch dat een KB en niet een wet, partijen kan verplichten om een andere overeenkomst te sluiten als de eerste overeenkomst niet kan worden uitgevoerd door overmacht 36. Daarom werd de art. 34 Arbeidsovereenkomstenwet aangepast: een definitieve arbeidsongeschiktheid kan uit zichzelf geen einde maken aan de overeenkomst wegens overmacht. De definitieve arbeidsongeschiktheid kan vastgesteld worden door de behandelende geneesheer of door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. In het eerste geval moet de vaststelling van de behandelende geneesheer bevestigd worden door de preventieadviseurarbeidsgeneesheer. Bij KB kunnen nadere procedureregels bepaald worden voor de vaststelling van de definitieve arbeidsongeschiktheid. Problematisch is dat deze laatste procedureregels nooit in werking zijn getreden waardoor de hierboven vermelde rechtspraak van het Hof van Cassatie tot op heden de grond vormde voor de beëindiging van de overeenkomst op grond van overmacht. Meer concreet moet er vanaf 9 januari 2017 een reintegratietraject worden aangevat om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst wegens overmacht in geval van definitieve ongeschiktheid van de werknemer. De startdatum waarop een re-integratieproject van start kan gaan, hangt af van de persoon die hiervoor het initiatief neemt: - werknemers beschikken over de mogelijkheid om een re-integratietraject op te starten vanaf 1 januari 2017, ongeacht de aanvangsdatum van hun arbeidsongeschiktheid. - werkgevers beschikken over de mogelijkheid om een re-integratietraject op te starten vanaf: 1 januari 2017 voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten vanaf 1 januari 2016; 1 januari 2018 voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten vóór 1 januari 2016 38. Opgelet! De partij die de arbeidsovereenkomst wil beëindigen moet uitdrukkelijk vaststellen dat de arbeidsrelatie op grond van overmacht wordt beëindigd. Gebeurt dit niet, dan blijft de arbeidsovereenkomst verder lopen (zie Infobulletin 05-2016). Er werd daarom besloten om hetzelfde artikel wederom aan te passen en het einde van een arbeidsovereenkomst op grond van medische overmacht enkel mogelijk te maken nadat het nieuwe re-integratietraject (inclusief de beroepsprocedure) is beëindigd 37. 33 Cass. 2 oktober 2000, JTT 2000, 476. 34 Art. 39 e.v. KB 28 mei 2003. 35 Art. 72 KB 28 mei 2003. 36 V. DE SAEDELEER, K.B. betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers: een impressie, Or 2003, 277-291. 37 Art. 34 Arbeidsovereenkomstenwet. 38 KB 28 oktober 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers wat de reintegratie van arbeidsongeschikte werknemers betreft (1), BS 24 november 2016.