Brochure Hoogleraren

Vergelijkbare documenten
Hoogleraar. Doel. College van van Bestuur. Decaan. Voorzitter Capaciteitsgroep. Dir. Dir. Onderzoeksinstituut. Hoogleraar UHD UD UD.

Brochure Hoogleraren

Universitair docent. Doel

Docent. Doel. College van van Bestuur. Decaan. Voorzitter Capaciteitsgroep. Dir. Dir. Onderzoeksinstituut. Hoogleraar UHD UD UD. Onderzoeker.

Doel. Context VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK UNIVERSITAIR DOCENT VERSIE 3 JULI 2017

Universitair hoofddocent

Directeur onderzoeksinstituut

Directeur onderwijsinstituut

Hooglerarenbeleid. April Bij ons leer je de wereld kennen

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut

Functieprofiel: Lector Functiecode: 0101

Doel. Context VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE MANAGEMENT & BESTUURSONDERSTEUNING DIRECTEUR BEDRIJFSVOERING VERSIE 3 APRIL 2017

Hooglerarenbeleid. Februari 2013

Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica

Doel. Context VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE MANAGEMENT & BESTUURSONDERSTEUNING AFDELINGSHOOFD VERSIE 4 APRIL 2017

besluit voor de procedure voor de instelling van leerstoelen en de benoeming van gewoon en bijzonder hoogleraren de volgende regeling vast te stellen:

3.1 Samenstelling Benoemingsadviescommissie Rol medezeggenschap Interne instroom Procedure... 6

Doel. Context VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS- & ONDERZOEKSONDERSTEUNING VAARDIGHEIDSDOCENT VERSIE 3 APRIL 2017

De Universitair Hoofddocent (UHD) 5. De Universitair Hoofddocent (UHD). 1 (Associate professor) 1. Algemeen:

Functieprofiel: Teamleider Onderwijs Functiecode: 0108

Medewerker onderwijsontwikkeling

Hooglerarenbeleid. universitaire beleidsnotities

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Checklists voor openstellen van een leerstoel, (her)benoemingsvoorstellen hoogleraren en wijziging benoeming hoogleraar

Onderwijs Criteria Junior Universitair Docent

Functieprofiel: Docent Functiecode: 0104

Functieprofiel: Directeur Service Eenheid Functiecode: 0206

P&O-adviseur. Context. Doel

Ius promovendi UHD. Universiteit Twente-HR In opdracht van het College van Promoties 6 december 2017 Versie 5 CvP 2017/1098

De Hoogleraar (HGL) De Hoogleraar (HGL)

P&O-adviseur. Context. Doel

Opleider. Context. Doel

Tenure track. ingangsdatum 1 september herziene versie september 2014

Functieomschrijving Hoofd Huisartsopleiding UMCG

(Studie)loopbaanadviseur

Tenure track. ingangsdatum 1 september herziene versie september 2014

Functieprofiel: Teamleider Functiecode: 0203

Gezocht: Krachtige Stafmanager Financiën en Bedrijfsvoering. Voel jij je aangetrokken tot de dynamische ontwikkelingen binnen Primair Onderwijs?

HBO onderzoeker. Doel functie

rendement van talent aanbevelingen voor motiverend en stimulerend loopbaanbeleid advies

Functieprofiel: Hogeschoolhoofddocent Functiecode: 0102

Hooglerarenbeleid KNAW

Redacteur. Context. Doel

Criteria voor Junior Docent Beroepspraktijk

Titel in het Engels: Administrative Law Publiekrecht, sectie Bestuursrecht (in oprichting)

Tenure track. ingangsdatum 1 september herziene versie november 2012

Hooglerarenbeleid 2019

Medewerker mobiliteit

Functieprofiel: Projectleider Functiecode: 0302

BIJLAGE: PROFIEL WETENSCHAPPELIJKE FUNCTIES

Functieprofiel: Hogeschooldocent Functiecode: 0103

Medewerker audiovisuele technieken (regie)

Facilitair accountmanager

Arbo- en Milieudeskundige

Functieprofiel: Beleidsmedewerker Functiecode: 0301

De Universiteit Antwerpen wenst een positief en geïntegreerd personeelsbeleid te voeren. Dit personeelsbeleid is gericht op de ontwikkeling en de

Tandtechnicus. Context. Doel. Rapporteert aan/ontvangt hiërarchische richtlijnen van: Directeur dienst Afdelingshoofd

REGLEMENT DIRECTIE - De directie van de stichting: Stichting SOS-Kinderdorpen Nederland, statutair gevestigd te Amsterdam (hierna: "de stichting");

Jurist. Doel. Context

Richtlijn benoeming wetenschappelijk personeel. Universiteit Leiden

De Universitair Docent (UD) De Universitair Docent (UD). 1 (Assistant professor)

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ONDERZOEKSCHOOL Huizinga Instituut

profiel Open Universiteit Voorzitter en leden raad van toezicht

Functiebeschrijving Manager Kwaliteitsbeleid

Faculteitsreglement. van de. Faculteit Construerende Technische Wetenschappen Faculty of Engineering Technology

Medewerker wetenschapswinkel

GOVERNANCE CODE WONINGCORPORATIES

Functieprofiel voor de functie van Directeur Meester Duisterhoutschool

Medewerker bureau buitenland

Profiel. Opleidingsmanager HBO-Rechten. 10 mei Opdrachtgever Hogeschool van Amsterdam Faculteit Maatschappij en Recht

Functieprofiel Beleidsadviseur Functieprofiel titel Functiecode 00

Functieprofiel: Studentenconsultant Functiecode: 0402

Regeling Bescherming Wetenschappelijke Integriteit VU en VUmc

Ondersteuner ICT. Context. Doel

Medewerker Studium Generale/ Cultuur

Medewerker administratieve processen en systemen

Secretaresse. Context. Doel

Functieprofiel: Instructeur Functiecode: 0105

Vertaler/Tolk. Context. Doel

Reglement Raad van Toezicht. Stichting Hogeschool Leiden CONCEPT ALGEMEEN

REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT FULDAUERSTICHTING

Opleidingsreglement van de PhD-opleiding Graduate School of Natural Sciences Faculteit Bètawetenschappen, Universiteit Utrecht

Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601

Richtlijn benoeming en bevordering Wetenschappelijk Personeel. Faculteit Governance and Global Affairs

VISIE OP TOEZICHT LAVERHOF

Regeling Universitair Functie ordenen Universiteit Twente 2015

Transcriptie:

Brochure Hoogleraren Universiteit Twente Dit is een bewegend document. Kijk voor de meest actuele versie op https://www.utwente.nl/hr/loopbaan/talent ontwikkeling/2213-hooglerarenbrochure.pdf Kenmerk: CvB UIT - 2213 Auteur: R.E.M de Sousa 1 Datum: 20 oktober 2016

Table of Contents Voorwoord... 3 Beleid... 4 1. Typen hoogleraren... 4 1.1 Regulier hoogleraar... 4 1.2 Adjunct hoogleraar... 4 1.3 Bijzonder hoogleraar... 5 2. Benoemingsbeleid... 5 2.1 Werving... 5 2.2 Vrouwelijk talent... 5 3. Benoemingsvereisten... 6 4. Benoemingsprocedures... 7 4.1 Tenure Track... 7 4.2 Aanstelling hoogleraren... 8 4.3 Introductiebijeenkomst voor hoogleraren... 8 5. Loopbaanbeleid... 8 5.1 Bevordering hoogleraren... 8 6. Leiderschap... 9 Leergang Academisch Leiderschap... 9 7. Kwaliteitsbewaking... 10 8. Wetenschappelijke integriteit... 10 8.1 Nevenwerkzaamheden... 10 8.2 Intellectueel eigendom... 10 9. Emeritibeleid... 11 Bijlagen... 12 2

Voorwoord De Universiteit Twente heeft zich in zijn strategische visie VISION2020 ten doel gesteld een sterke maatschappelijke impact na te streven van zijn onderwijs-, onderzoek- en valorisatie-activiteiten, gebaseerd op excellentie in de aan de UT vertegenwoordigde disciplines en de unieke kracht van hun combinaties: High Tech Human Touch. Ons hooglerarenkorps vormt het professionele fundament voor de realisatie van deze ambities. De hoogleraren belichamen het academisch leiderschap dat noodzakelijk is voor de benodigde hoge kwaliteit van het onderwijs en onderzoek binnen de leerstoelen, de verwezenlijking van de gewenste bestuurlijke en maatschappelijke impact en internationale erkenning, en het verder vergroten van de wervingskracht van de UT. De UT wil een klimaat scheppen waarin hoogleraren worden uitgenodigd en uitgedaagd om deze hoog gespannen verwachtingen waar te maken. En de voorwaarden en omstandigheden creëren die nodig zijn om dit te kunnen doen. Het is daarom belangrijk dat we alle procedures en omstandigheden zodanig inrichten dat we uitstekende hoogleraren aantrekken en zij excellent kunnen presenteren. In deze brochure wordt aangegeven met welke bouwstenen het hooglerarenbeleid bijdraagt aan het creëren van de mogelijkheden om te excelleren. Er is aandacht voor het loopbaanbeleid en leiderschapsontwikkeling, maar ook voor de context waarbinnen de hoogleraren moeten opereren zoals wetenschappelijke integriteit en kwaliteitsbewaking. Tot slot zijn ook alle relevante procedures opgenomen. Deze brochure is bedoeld voor (toekomstige) bestuurders en ondersteuners met het idee alle relevante informatie rondom de hoogleraar op één plek samen te brengen. Prof. Dr. H. Brinksma Rector Magnificus 3

Beleid 1. Typen hoogleraren De universiteit onderscheidt drie typen hoogleraren: regulier, adjunct en bijzonder hoogleraren. 1.1 Regulier hoogleraar De regulier hoogleraar vormt de kern van ons hooglerarenkorps. De positie van hoogleraar (fullprofessor) is de standaard invulling van de functie hoogleraar als bedoeld in art. 9.19 van de WHW. Een regulier hoogleraar draagt zorg voor onderzoek en onderwijs op een bepaald wetenschapsterrein. De hoogleraar is aangesteld bij de Universiteit Twente. De taken en verantwoordelijkheden van een regulier hoogleraar zijn beschreven in het standaard Universitair Functie Profiel (bijlage 1). In de regel vindt bij nieuwe benoemingen een inschaling plaats als hoogleraar 2. De bevordering naar hoogleraar 1 wordt besproken in paragraaf 5 Bevordering hoogleraren op pagina 9. In het Universitair Functie Profiel is een apart profiel opgenomen voor de hoogleraar 1-functie. Een bijzondere subcategorie is de Universiteitshoogleraar. Universiteitshoogleraar De positie van de universiteitshoogleraar is formeel gelijk aan die van de hoogleraar als bedoeld in art. 9.19 van de WHW, maar verschilt erin dat de UT speciaal voor deze persoon (top-onderzoekers zoals -potentiële- Spinozaprijswinnaars) een leerstoel instelt. Bij deze benoeming hoort ook een extra stimuleringsbudget voor het verder uitbouwen van het betreffende wetenschapsgebied van de hoogleraar. 1.2 Adjunct hoogleraar Om onze aantrekkingskracht als werkgever te vergroten en om talentvolle wetenschappers optimaal uit te dagen en te faciliteren heeft de UT besloten om met ingang van 2009 het Tenure Tracksysteem te implementeren ten behoeve van de loopbaanontwikkeling van wetenschappelijke stafleden. De Tenure Trackpositie staat open voor zeer getalenteerde wetenschappers van wie de verwachting bestaat (naar het oordeel van de benoemingsadviescommissie) dat die kandidaat kan uitgroeien tot hoogleraar. Een Tenure Track heeft (indicatief) een duur van 10 jaar bij instroom op het niveau van UD-2 naar uiteindelijk bevordering tot hoogleraar-2. Een Tenure Track kenmerkt zich door helder geformuleerde individuele prestatieafspraken per loopbaanstap afgestemd op het eigen werkveld. Indien een Tenure Tracker voldoet aan de prestatieafspraken zoals gesteld in de Tenure Track dan kan hij/zij bevorderd worden tot adjunct-hoogleraar. De positie van adjunct-hoogleraar is een loopbaanstap volgend op een positie als associate-professor (UHD 2, zonder promotierecht) en voorafgaand aan de positie van full-professor (Hoogleraar 2). De adjunct-hoogleraar is een hoogleraar zoals bedoeld in art. 9.19 van de WHW en heeft het ius-promovendi. Het ius-promovendi wordt door de adjunct-hoogleraar echter alleen uitgeoefend voor die promovendi die rechtstreeks toegewezen zijn aan de adjunct-hoogleraar. De adjunct-hoogleraar mag de titel professor voeren en in toga deelnemen aan officiële gelegenheden voor hoogleraren (bv. opening academisch jaar). De oratie vindt echter plaats bij bevordering naar hoogleraar-2. Het adjunct-hoogleraarschap is alleen mogelijk voor UHD s uit de tenure track. De adjuncthoogleraar (salarisschaal UHD-1) is in vaste dienst van de UT en wordt benoemd voor een maximale termijn van 5 jaar. Hij krijgt 5 jaar de tijd om zijn/haar eigen onderzoekslijn verder uit te bouwen. Het doel is dat de Tenure Tracker doorstroomt naar de positie van hoogleraar-2. Zie ook de Regeling adjunct-hoogleraren UT 2011 https://www.utwente.nl/hr/loopbaan/talentontwikkeling/tenure_track/tenure-track/tenure_track_ut.pdf. 4

1.3 Bijzonder hoogleraar Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt een hoogleraar benoemd als bijzonder hoogleraar. Doorgaans alleen wanneer de leerstoel wordt ingesteld vanuit ideële overwegingen of religieuze grondslag. In alle andere gevallen gaat het om een gewone leerstoel. Uitgangspunt is inbedding als reguliere leerstoel in het bestaande profiel van de faculteit. De positie van de bijzonder hoogleraar is vastgelegd in art. 9.53 van de WHW. De bijzondere hoogleraar is niet in dienst van de UT maar is in dienst van een externe rechtspersoon en wordt ook benoemd door deze externe rechtspersoon. De bijzonder hoogleraar heeft promotierecht en dient aan de kwaliteitscriteria voor een UT-hoogleraar te voldoen, zowel voor onderzoek als onderwijs. Bijzondere leerstoelen worden ingesteld vanwege contacten met buitenuniversitaire instanties die bereid zijn tot financiering van een leerstoel met als doel de bevordering van het wetenschappelijke onderwijs en onderzoek op een bepaald terrein. Het college kan een rechtspersoon op verzoek bevoegd verklaren een bijzondere leerstoel te vestigen. Bij het verzoek moeten de statuten van de rechtspersoon en het reglement betreffende de oprichting van de leerstoel worden overlegd. Het college besluit, net als bij reguliere leerstoelen, na raadpleging door het college van promoties. De benoeming is altijd tijdelijk en van beperkte omvang, doorgaans voor drie jaar en in principe slechts eenmaal verlengbaar. 2. Benoemingsbeleid 2.1 Werving De Universiteit Twente wil toptalent werven. Dit vraagt bij aanvang van het wervingsproces een brede en open kijk op mogelijke kandidaten, zowel nationaal als internationaal. De werving van hoogleraren vindt zoveel mogelijk plaats middels open werving. Echter kan er bij het aantrekken van toptalent soms reden zijn om een andere route te bewandelen die recht doet aan de realiteit van het langdurige proces van oriëntatie en verkenning. In die gevallen kan bij het College van Bestuur een onderbouwd verzoek worden ingediend voor een gesloten wervingsprocedure. In het geval van benoeming tot hoogleraar voortvloeiend uit een Tenure Track vindt er geen open werving plaats, het gaat dan altijd om gesloten werving. In het kader van succession planning is er één voorgesorteerde kandidaat. 2.2 Vrouwelijk talent Diversiteit is een belangrijke waarde van de Universiteit Twente. We streven naar een cultuur waarin kansen worden geboden aan alle studenten en medewerkers, ongeacht hun herkomst of geslacht. Deze waarde helpt ons in ons streven naar excellentie. Het College van Bestuur heeft afspraken gemaakt met iedere faculteit over het streefpercentage vrouwen in hogere functies. Zolang vrouwen in deze functies ondervertegenwoordigd zijn, geldt een aantal maatregelen rond de werving en benoeming van hoogleraren. Zo wordt verwacht dat: er tenminste één wetenschappelijk gekwalificeerde vrouw in de benoemingsadviescommissie zitting heeft; de benoemingsadviescommissie zich actief inzet voor de werving en scouting van vrouwelijke kandidaten voor de leerstoel en hierover verslag uitbrengt in haar advies. Op zowel de long list als de short list komen vrouwelijke kandidaten voor (minimaal 1). Indien een mannelijke kandidaat voorgedragen wordt, licht de benoemingsadviescommissie in haar advies toe waarom niet gekozen is voor een vrouwelijke kandidaat. 5

Met andere woorden, faculteiten dienen er alles aan te doen om talentvolle vrouwelijke wetenschappers naar de UT te halen. Bij gelijke geschiktheid verdient de vrouwelijke wetenschapper de voorkeur. 3. Benoemingsvereisten In het standaard Universitair Functie Profiel (bijlage 1) is een overzicht gegeven van de kernactiviteiten van een hoogleraar. Een beoogd hoogleraar moet gepromoveerd zijn en beschikken over een uitstekende vakdeskundigheid en grote onderzoekservaring, blijkende uit publicaties, prijzen en andere externe erkenningen. Uit de externe erkenningen moet ook ervaring op internationaal terrein naar voren komen alsmede betrokkenheid bij conferenties en andere wetenschappelijke bijeenkomsten. Ook moet de Engelse taal op minimaal C1 niveau worden beheerst. Daarnaast moet de kandidaat over voldoende onderwijservaring beschikken en moet de onderwijskwaliteit van de kandidaat blijken uit onderwijsevaluaties. Het is hierbij een vereiste dat de kandidaat beschikt over de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO). Beleid van de Universiteit Twente is dat alle medewerkers 1 die onderwijs geven met een aanstelling > 0,2 fte, inclusief hoogleraren, over dit certificaat moeten beschikken (of voor instroom van buiten de bereidheid dit zo spoedig als mogelijk te behalen) https://www.utwente.nl/hr/loopbaan/docentprofessionalisering/bko/.naast onderwijservaring aan studenten is ook ervaring bij het begeleiden van promovendi onderdeel van de beoordeling. Naast uitstekende onderzoeks- en onderwijskwaliteiten moeten hoogleraren bij de Universiteit Twente beschikken over goede leidinggevende capaciteiten en bestuurlijke ervaring, onder meer om het personeelsbeleid binnen de eigen leerstoel op een goede manier te kunnen uitvoeren. Ook het vergroten van de werfkracht van de universiteit behoort tot de taken van de hoogleraar. De benoemingsadviescommissie selecteert daarom op aantoonbare resultaten wat betreft het werven van externe middelen. Alle leerstoelen aan de Universiteit Twente worden in principe ingedeeld in de functie van Hoogleraar 2. Voor de algemene typering van de werkzaamheden voor de functie van hoogleraar 2 en 1 wordt verwezen naar het betreffende standaard Universitair Functie Profiel (bijlage 1). Aanvullend op de UFO-criteria heeft de UT de volgende benoemingsvereisten voor benoeming tot hoogleraar-2. 1. Onderzoek De kandidaat is autoriteit op zijn of haar vakgebied binnen en buiten de organisatie. Ook internationaal wordt de kandidaat erkend op zijn/haar vakgebied onder andere blijkend uit uitnodigingen om als keynote te spreken op internationale conferenties. De kandidaat is verantwoordelijk voor de acquisitie en uitvoering van onderzoek binnen de leerstoel dat vanzelfsprekend aansluit bij het onderzoeksprogramma van de vakgroep of instituut. De kandidaat vertaalt ontwikkelingen in het eigen onderzoeksgebied naar (inter)nationale onderzoeksprogramma s en realiseert onderzoeksresultaten in vooraanstaande onderzoeksverbanden. 2. Onderwijs De kandidaat is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs binnen de leerstoel (kwaliteitszorg, curriculumontwikkeling, samenhang en uitvoering). Kandidaat is daarnaast verantwoordelijk voor de adequate vertegenwoordiging van zijn of haar vakgebied binnen één of meer onderwijsprogramma s aan de UT en de impactvolle vernieuwing van het 1 Bij het invoeren van het BKO beleid is eenmalig ontheffing verleend aan docenten met meer dan 20 jaar onderwijservaring. 6

onderwijs(onderdeel). De kandidaat levert een actieve bijdrage aan het onderwijs en is een enthousiast en effectief docent blijkend uit studentevaluaties en beoordelingen van opleidingsinstituten en is in het bezit van de BKO/UTQ. De kandidaat levert een aantoonbare bijdrage aan het (peer-) leren in de onderwijsorganisatie (inhoudelijke werkgroepen, commissies of project/moduleteams in het onderwijs). 3. Organisatie Kandidaat vertegenwoordigt de organisatie naar buiten toe als boegbeeld van zijn of haar vakgebied en de UT. De kandidaat vervult leidinggevende rollen (inhoudelijk, functioneel, hiërarchisch) zowel binnen als buiten de organisatie in (internationale) wetenschappelijke context. 4. Benoemingsprocedures Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor en besluit over de benoemingen tot hoogleraar. De basis voor beslissingen over benoeming vormt de beschrijving van de functie en taken van de hoogleraren uit het Ufo functieprofiel. Zoals beschreven in de procedure benoeming hoogleraren (bijlage 2 en 3) is de benoemingsadviescommissie belast met de werving en selectie van kandidaten voor de benoeming van een hoogleraar. De commissie hanteert criteria die in elk geval betrekking hebben op vakdeskundigheid, blijkend uit publicaties en prijzen, onderzoek- en onderwijservaring, leidinggevende capaciteiten en bestuurlijke ervaring, aantoonbare resultaten wat betreft het werven van externe middelen, ervaring op internationaal terrein alsmede betrokkenheid bij conferenties en andere wetenschappelijke bijeenkomsten. Uiteindelijk doet de decaan een voordracht aan het College, op basis van het advies van de benoemingsadviescommissie. De benoeming van een bijzonder hoogleraar wijkt af van de benoemingsprocedure van een gewoon hoogleraar, onder andere aangezien een externe rechtspersoon de hoogleraar benoemt. Dit wel pas na goedkeuring door het College van Bestuur. Zie voor een gedetailleerde uitwerking van de benoemingsprocedure voor de bijzonder hoogleraar bijlage 4. De benoeming van een Tenure Tracker wijkt, beperkt, af van de benoemingsprocedure van een gewoon hoogleraar, zie de hierop volgende paragraaf. 4.1 Tenure Track De UT-Tenure Track wordt succesvol afgerond wanneer de Tenure Tracker van Adjunct-hoogleraar bevorderd wordt tot Hoogleraar-2. Het doel van de Tenure Track is immers het aanstellen van excellent presterende wetenschappers die zich ontwikkelen tot hoogleraar. Benoeming tot Hoogleraar-2 De benoeming van een Tenure Tracker tot Hoogleraar-2 is zoveel mogelijk analoog aan de reguliere hoogleraarbenoeming. Er zijn echter twee verschillen die in acht worden genomen, te weten: - De benoeming van een tenure tracker betreft altijd een gesloten benoemingsprocedure; - De structuurrapportage vervalt en derhalve is er geen rol voor de faculteitsraad. In het geval van de voordracht van een Tenure Tracker gaat het altijd om een gesloten benoemingsprocedure (i.t.t. open werving/competitie). In het kader van succession planning is er namelijk één voorgesorteerde kandidaat. Een ander gegeven is dat met de ontwikkeling van het wetenschappelijk profiel van de Tenure Tracker er tevens voorgesorteerd is op de invulling van het (soms nieuwe) domein/leerstoel. De faculteitsraad heeft instemmingsrecht op het domeinenplan/leerstoelenplan van de faculteit. Via die weg hebben zij invloed op de strategische 7

keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de kennisdomeinen en waar Tenure Trackposities gevestigd worden. Bij de bevordering van een Tenure Tracker van Adjunct-hoogleraar naar Hoogleraar-2 vervalt het structuurrapport. Dien ten gevolge vervalt het advies van de faculteitsraad op het structuurrapport bij de benoeming tot Hoogleraar-2. Uiteraard wordt de faculteitsraad geïnformeerd over de invulling van de hoogleraarposities na de besluitvorming in benoemingsprocedure. Voorwaarden voor voordracht benoeming Hoogleraar-2 De kandidaat is reeds Adjunct-hoogleraar. Er zijn prestatieafspraken gemaakt met de kandidaat voor een bevordering tot Hoogleraar-2 en naar het oordeel van de decaan is hieraan voldaan. Er is tenminste twee jaar verstreken sinds de benoeming tot Adjunct-hoogleraar Voordracht maximaal vier jaar na benoeming Adjunct-hoogleraar (promotierecht geldt voor vijf jaar) Indien aan de voorwaarden is voldaan kan de decaan het CvB verzoeken de Adjunct-hoogleraar te bevorderen tot Hoogleraar-2 (zie bijlage 3). Het moment van voordracht van een Tenure Tracker naar hoogleraar-2 wordt bepaald door de decaan. Het is niet noodzakelijk dat de facultaire Tenure Trackcommissie het behalen van de prestatieafspraken beoordeelt voor de voordracht. Benoemingsadviescommissie De samenstelling van de benoemingsadviescommissie bij de bevordering van een Tenure Tracker naar Hoogleraar-2 is analoog aan de bac in de reguliere hoogleraarprocedure. (Let op: is aanpassing nav TT-evaluatie, externe referenten inzetten/zusterfaculteiten) 4.2 Aanstelling hoogleraren In de regel krijgt een nieuwe voltijds regulier hoogleraar een dienstverband voor onbepaalde tijd. Een deeltijdhoogleraar kan een onbezoldigde aanstelling worden verleend om hen aan de universiteit te verbinden terwijl zij elders al een bezoldigde aanstelling hebben, die van wezenlijk belang wordt geacht voor een bijdrage aan het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De UT streeft er naar met deze werkgever een detacheringsovereenkomst te sluiten. In de overeenkomst worden de voorwaarden opgenomen waaronder de beoogd hoogleraar bij de UT werkzaam zal zijn. Indien een detachering niet tot de mogelijkheden behoort, wordt de deeltijd hoogleraar aangesteld op de grond van een eenmalig tijdelijke aanstelling. 4.3 Introductiebijeenkomst voor hoogleraren Het College van Bestuur heeft het beleid dat ze met alle nieuwe hoogleraren persoonlijk kennis willen maken. Dit kan zijn tijdens een gezamenlijk diner of in een individueel gesprek met de Rector Magnificus. Tijdens de ontmoeting wordt gesproken over de strategische visie van de universiteit, maar ook onderwerpen als wetenschappelijke integriteit en nevenwerkzaamheden zullen aan de orde komen. 5. Loopbaanbeleid 5.1 Bevordering hoogleraren Bevordering naar hoogleraar 1 kan plaatsvinden als betrokkene uitmuntende prestaties levert op het gebied van onderzoek, onderwijs en organisatie. 8

In uitzonderlijke gevallen van excellentie op één van de gebieden kan, in het kader van de wens voor het waarderen van excellente de mogelijkheid voor loopbaandifferentiatie, afgeweken worden van de eis dat de betrokkene op alle criteria uitmuntend dient te functioneren. Vereist is dan echter wel dat de hoogleraar minder uitmuntende prestaties op een bepaalde indicator op een andere indicator compenseert. Aanvullend op de UFO-criteria heeft de UT de volgende benoemingsvereisten voor benoeming tot hoogleraar-1. 1. Onderzoek Kandidaat heeft een voortrekkersrol in de ontwikkeling van het vakgebied, blijkend uit gezaghebbende theorieën en concepten, baanbrekende onderzoeksresultaten en maatschappelijk impact. Ook heeft de kandidaat internationale bekendheid en waardering en een vooraanstaande positie tussen vakgenoten blijkend uit (bestuurs)lidmaatschappen, vakgenootschappen en/of tijdschriftredacties, key note speaker op conferenties, publicaties in hoogwaardige internationale tijdschriften en verworven 2 e en 3 e geldstroomsubsidies. 2. Onderwijs De kandidaat heeft een vooraanstaande positie op het gebied onderwijs, blijkend uit een aansprekende visie op wetenschappelijk onderwijs die recht doet aan de multidisciplinaire ambities van de UT (HTHT) en uit het vermogen om sturing te geven aan ontwikkeling en innovatie van het UT onderwijsprogramma overstijgend aan het eigen vakgebied. De kandidaat toont een voortrekkersrol in het versterken van onderwijskwaliteit, blijkend uit het aansturen van curriculum herziening en -herontwerp, het opzetten van strategische partnerschap op het gebied van onderwijs binnen en buiten de UT en het versterken van onderwijskwaliteitszorg op UT niveau. 3. Organisatie Kandidaat heeft bestuurlijke impact die het belang van het eigen vakgebied overstijgt (bestuurlijk functioneren in (inter)nationale verbanden) en is vanuit persoonlijk leiderschap in staat de medewerkers binnen zijn of haar omgeving te motiveren tot het leveren van excellente prestaties op het gebied van onderzoek, onderwijs en valorisatie. 6. Leiderschap Lange tijd werden leiderschapsposities in wetenschappelijke kring voornamelijk verworven op grond van wetenschappelijke kwaliteiten. Dat is intussen niet meer het geval. Op alle aspecten van leiderschap zijn er nieuwe impulsen geweest. De dagelijkse aansturing van onderwijs en onderzoek vraagt om profilering van de groep, faculteit en universiteit. Aan academische leiders worden eisen gesteld in verschillende domeinen: het strategisch domein (visiebepaling en -ontwikkeling), het domein van dagelijks management als het gaat om personeelszaken, financiën en ICT, en het domein van netwerken: relaties leggen en onderhouden met de buitenwereld. Leergang Academisch Leiderschap Elke (nieuwe) hoogleraar wordt de mogelijkheid geboden deel te nemen aan de leergang Academisch Leiderschap. De leergang richt zich op situationeel leiderschap. De focus ligt op inzicht in de eigen leiderschapsstijl, effectieve gespreksvoering, het implementeren van veranderingen en inzicht in de politieke arena. 9

7. Kwaliteitsbewaking De medewerkers zijn één van de kritische succesfactoren in het streven van de universiteit naar een toonaangevende positie in de wetenschappelijke wereld en in de samenleving. De kwaliteit van de medewerkers is daarbij bepalend. De universiteit draagt bij aan die kwaliteit door een stimulerende en inspirerende werkomgeving te bieden en door regelmatig contact tussen medewerker en leidinggevende over resultaten en ontwikkeling. In dat kader vindt ten minste één maal per jaar een jaargesprek plaats waarin teruggekeken wordt naar de resultaten en ontwikkeling van het afgelopen jaar. Daarbij wordt een beoordeling gegeven. Ook worden in dit gesprek afspraken voor de komende periode gemaakt en vastgelegd, zowel over resultaten als over ontwikkeling. 8. Wetenschappelijke integriteit De Universiteit Twente hecht grote waarde aan de integriteit van alle UT medewerkers en studenten, zie de Code of Ethics / gedragscode Universiteit Twente: https://www.utwente.nl/hr/arbeidsvoorwaarden/cao_regelingen_gedragscodes/gedragscodes/inte griteitscode.pdf. Daarnaast is er speciale aandacht voor wetenschappelijke integriteit en transparantie in nevenwerkzaamheden. Dit krijgt vorm in de manier waarop we met elkaar onderzoek bedrijven, maar ook meer praktisch in de vorm van een aantal richtlijnen en regelingen. De Universiteit Twente onderschrijft de richtlijnen voor wetenschappelijke integriteit, zoals die zijn vastgelegd in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Ook relevant zijn de Europese gedragscode en het Singapore statement on research integrity. Daarnaast wijzen wij op het advies van de KNAW over correct citeren en de gedragscodes en richtlijnen voor onderzoekspublicaties zoals wereldwijd vastgelegd door de Committee on Publication Ethics (COPE). Ter bescherming en waarborging van de wetenschappelijke integriteit heeft het College van Bestuur de Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit vastgesteld. Deze regeling voorziet in een procedure voor melding en behandeling van mogelijke schendingen van de wetenschappelijke integriteit. Deze regeling sluit aan bij het landelijke LOWI reglement. Genoemde regelingen zijn te vinden op de website van de Universiteit Twente (https://www.utwente.nl/organisatie/structuur/bestuur/goed-bestuur/). 8.1 Nevenwerkzaamheden Het verrichten van nevenwerkzaamheden, zoals externe advisering of bestuurswerk, heeft doorgaans een positief effect op de verbindingen die een wetenschapper legt met de samenleving. Dit type werkzaamheden past dus uitstekend bij de ondernemende attitude die de Universiteit Twente wil stimuleren onder haar wetenschappelijke staf. Om hierover duidelijke afspraken te maken en wetenschappelijke integriteit te garanderen, heeft de UT een regeling nevenwerkzaamheden. Transparantie staat daarbij hoog in het vaandel, daarom heeft de Universiteit Twente een openbaar register nevenfuncties ingesteld. De hoogleraar is zelf verantwoordelijk voor een correcte en actuele registratie van zijn nevenwerkzaamheden, middels de daarvoor bestemde webapplicatie. Kijk voor een volledig overzicht van de UT-hoogleraren en hun nevenfuncties op de website van de Universiteit Twente (https://www.utwente.nl/organisatie/structuur/bestuur/goed-bestuur/). 8.2 Intellectueel eigendom Wetenschappelijk onderzoek leidt tot nieuwe kennis. Deze kennis vormt de basis voor toekomstig onderzoek en onderwijs. Het intellectueel eigendom van nieuwe kennis en uitvindingen ligt volgens de Nederlandse wetgeving bij de werkgever van diegene die de kennis heeft gegenereerd. De medewerker heeft hierbij de verplichting om een potentiële uitvinding in een zo vroeg mogelijk 10

stadium aan de werkgever te melden. Wanneer kennis wordt vertaald in beelden of geschriften als boeken en publicaties, ligt het auteursrecht op die publicaties hiervan krachtens universitaire traditie in beginsel bij de maker; dit heeft echter geen invloed op het eigendomsrecht. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Uitvoeringsregeling Intellectuele Eigendomsrechten (zodra deze formeel is vastgesteld link toevoegen); daarnaast zijn de artikelen 1.20 t/m 1.23 van de CAO Nederlandse Universiteiten van toepassing. 9. Emeritibeleid Na zijn of haar emeritaat kan een hoogleraar als emeritus voor een afgesproken periode bij de universiteit betrokken blijven. Het is aan de decaan om te bepalen in welke vorm dat gebeurt. Als de verbintenis wordt gecontinueerd op verzoek van de betrokken hoogleraar zelf, is een gastmedewerkerschap de geëigende vorm. Voor de gastmedewerker is een universitair voorzieningenpakket beschikbaar, zoals een voortzetting van de ICT-faciliteiten, toegangspas Universiteitsbibliotheek en uitnodigingen voor academische plechtigheden en alumnibijeenkomsten. In geval de verbintenis mede door de faculteit wordt gewenst ligt een onbezoldigde benoeming meer in de rede. Voorwaarde is dat er een duidelijk omschreven takenpakket is. Afspraken met een emeritus worden bekrachtigd door de decaan waarna benoeming volgt door het College van Bestuur. Uitgangspunt is dat de benoeming in principe wordt afgesloten voor één jaar, met een mogelijke verlenging voor maximaal nog een jaar. Eervol ontslagen hoogleraren behouden nog 5 jaar na hun ontslag het recht als promotor op te treden (art. 9.19 WHW). Dit geldt zowel voor de emeritus hoogleraar als de hoogleraar die voor de pensioengerechtigde leeftijd uit dienst treedt. Het ius promovendi is bedoeld om lopende promoties af te ronden, er worden geen nieuwe promoties opgestart. 11

Bijlagen Bijlage 1: UFO profiel hoogleraar Bijlage 2: Procedure benoeming hoogleraren, open werving Bijlage 3: Procedure benoeming hoogleraren, gesloten werving (incl. TT) Bijlage 4: Procedure benoeming bijzonder hoogleraar Bijlage 5: Richtlijnen structuurrapport 12

Hoogleraar BIJLAGE 1 1. Doel Zorgdragen voor de ontwikkeling, samenhang en verzorging van toegewezen wetenschappelijke onderwijsonderdelen vanuit de leerstoel binnen het facultaire onderwijsprogramma, teneinde de leerdoelen behorende bij de eindtermen van de onderwijsonderdelen ten aanzien van kennis, inzichten, vaardigheden, competenties en attitudes bij studenten te realiseren. Zorgdragen voor de acquisitie en uitvoering en valorisatie van wetenschappelijk onderzoek, binnen het onderzoeksprogramma van de capaciteitsgroep/ het instituut, teneinde erkende wetenschappelijke kennis en inzichten (binnen de leerstoel) te ontwikkelen, toe te passen en tot waarde te brengen voor wetenschap, maatschappij en -waar mogelijk- overheid en bedrijfsleven. Context Rapporteert aan/ontvangt hiërarchische richtlijnen van een van de volgende functionarissen: - College van Bestuur - Decaan - Voorzitter capaciteitsgroep Geeft leiding aan: - Universitair Hoofddocent - Universitair Docent - Onderzoeker - Docent - Promovendus 1 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

RESULTAATGEBIEDEN Kernactiviteit Kader Resultaat Activiteiten 1. Faculteitsplan/capaciteitsgroepsplan Input leveren, alsmede verzamelen en vastleggen van ideeën en prioriteiten vanuit de leerstoel 2. Bestuur van onderwijs en onderzoek Leiding en sturing geven aan onderwijs en onderzoek behorende tot de leerstoel 3. HRM-beleid Uitvoeren van het door de Decaan vastgestelde HRM-beleid binnen de eigen leerstoel 4. Onderwijsontwikkeling Zorgdragen voor het ontwikkelen van wetenschappelijke, op de behoeften van de maatschappij en studenten afgestemde onderwijsprogramma's Onderwijs- en onderzoeksprogramm a Onderwijs- en onderzoeksprogramma van het instituut Capaciteitsgroepsplan CAO Centrale richtlijnen van de instelling Doelen van het facultaire onderwijsprogramma Samenhang met andere onderwijsonderdelen daarbinnen Bijdrage aan een onderzoeksen onderwijsprogramma van de faculteit/ het instituut en capaciteitsgroepsplan Bijdrage aan de realisatie van deze programma's Kwantitatieve en kwalitatieve bezetting van personeel voor de uitvoering van de onderwijs- en onderzoeksprogramma s Inhoud, didactiek, toetsingsmethode(n) en vormgeving van toegewezen onderwijsonderdelen - Uitstippelen van het langetermijnbeleid voor de leerstoel, zoals vakinhoudelijk (onderzoek, onderwijs) als ten aanzien van haar maatschappelijke betekenis en toegevoegde waarde (valorisatie) - Analyseren van de beschikbare middelen (in- en extern) voor onderzoek en onderwijs in termen van fte voor het komende collegejaar - Lezen van vakbladen, bezoeken van congressen en onderhouden van contacten met collegaonderzoekers - Onderhouden en ontwikkelen van contacten binnen de wetenschappelijke netwerken - Bevorderen van (inter)nationale samenwerking met andere faculteiten, universiteiten en overige partners in de samenleving - Overleg voeren met de Voorzitter capaciteitsgroep inzake voortgang van onderwijs en onderzoek binnen de leerstoel en op basis hiervan actie ondernemen tot bijsturing - Bijdragen aan de werving en selectie van medewerkers - Voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken met medewerkers van de leerstoel - Ontwikkelen van talenten en professionaliseren van medewerkers - Coachen en aansturen van medewerkers van de leerstoel - Informatie overdragen vanuit de verschillende overlegorganen aan de medewerkers van de leerstoel - Bijhouden van relevante (inter)nationale ontwikkelingen op het eigen onderwijsgebied - (Laten) analyseren van maatschappelijke onderwijsbehoeften en de leerbehoeften van studenten - Zorgdragen voor selectie van relevante literatuur en onderwijsmethodieken - Zorgdragen voor de vertaling van relevante ontwikkelingen tot één of een aantal onderwijsonderdelen en deze ter vaststelling neerleggen bij de Opleidingscommissie - Zorgdragen voor het opstellen van lesmateriaal, studieopdrachten, opgaven voor tentamens en examens 2 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

RESULTAATGEBIEDEN Kernactiviteit Kader Resultaat Activiteiten 5. Acquisitie contractonderwijs en -onderzoek Acquireren en ontwikkelen van contractonderwijs en -onderzoek en representeren van de leerstoel 6. Onderwijsuitvoering Zorgdragen voor de uitvoering en kwaliteit van toegewezen onderwijsonderdelen van de leerstoel 7. Begeleiding studenten Zorgdragen voor de begeleiding van studenten, alsmede het beoordelen van studenten bij de uitvoering en de voortgang van studieopdrachten 8. Promovendibeleid Aanstellen, begeleiden en beoordelen van promovendi als promotor bij de uitvoering en voortgang van het promotieonderzoek Faculteits- en capaciteitsgroepspla n In overleg met de directeuren Facultaire onderwijsprogramma Leerdoelen Afspraken over studiebegeleiding/ studentenbegeleiding CAO Faculteitsbeleid Contracten met potentiële (inter)nationale partners en financiers voor inhoudelijke en financiële participatie Realisatie van de vastgestelde leerdoelen inzake kennis, inzichten, competenties, vaardigheden en attitudes, als bijdrage aan de positie van de leerstoel Studenten zijn in staat om binnen de gestelde periode de opleiding af te ronden Bijdrage aan kwalitatief hoogwaardig onderzoek en het tijdig kunnen afronden van de dissertatie door de Promovendus; onderzoekspotentieel is behouden voor de leerstoel - Initiëren van ontwikkeling van niet-initieel onderwijs - Verkennen van de externe markt voor financiering en de eisen van externe potentiële partners of financiers - Onderhandelen met externe partijen over de eisen aan contractonderzoek en -onderwijs en opstellen en indienen van voorstellen bij externe partijen - Ontwikkelen en onderhouden van contacten met richtingbepalende onderzoekers en financiers van onderwijs en onderzoek - Stimuleren van medewerkers van de leerstoel tot aanvragen externe financiering - Onderhandelen met externe partijen over de eisen aan contractonderzoek en -onderwijs en opstellen en indienen van voorstellen bij externe partijen - Ontwikkelen en onderhouden van contacten met richtingbepalende onderzoekers en financiers van onderwijs en onderzoek - Stimuleren van medewerkers van de leerstoel tot aanvragen externe financiering - Zorgdragen voor de voorbereiding en uitvoering van toegewezen onderwijsonderdelen - Zorgdragen voor evaluatie en indien nodig bijstelling van toegewezen onderwijsonderdelen - Zorgdragen voor integratie van onderzoeksresultaten in het onderwijs - Zorgdragen voor de toepassing van het kwaliteitssysteem - Afstemmen met de Directeur onderwijsinstituut over de te leveren formatie voor de uitvoering van de toegewezen onderwijsonderdelen - Bespreken van mogelijke studieopdrachten met studenten - Bespreken van de opzet, uitvoering en voortgang van de studieopdracht met studenten - Beoordelen van de studieopdracht van de studenten en aanleveren van de beoordeling aan de Examencommissie - Voorlichten van promovendi over mogelijke promotieonderwerpen - Aannemen van promovendi voor een promotieonderzoek - Begeleiden en bespreken van de voortgang van de (deel)onderzoeken met promovendi - Beoordelen van de dissertatie van de Promovendus - Toetsen van door promovendi opgestelde opleidingsprogramma s aan de eisen van het promovendibeleid en de eisen van de landelijke onderzoeksschool indien hierin wordt geparticipeerd 3 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

RESULTAATGEBIEDEN Kernactiviteit Kader Resultaat Activiteiten 9. Onderzoeksontwikkeling Initieren en ontwikkelen van wetenschappelijke onderzoeksprogramma's op basis van ontwikkelingen in het eigen vakgebied en in aansluiting op maatschappelijke behoeften en mogelijkheden tot valorisatie van de te ontwikkelen kennis Onderzoeksbeleid van de instelling/ de faculteit/ het instituut Inhoud en methodologie van een onderzoeksprogramma - Bijhouden van relevante (inter)nationale wetenschappelijke ontwikkelingen op onderzoeksgebied van de leerstoel - Verkennen en beoordelen van de maatschappelijke behoefte aan onderzoek en de mogelijkheden voor valorisatie daarvan - Op basis van afweging van de verschillende ontwikkelingen (wetenschappelijk inhoudelijk, maatschappelijke behoeften, mogelijkheden tot valorisatie) initiëren van opzetten van een nieuw onderzoeksprogramma in afstemming met relevante (inter) nationale collega s (en externe partijen) - Zorgdragen voor vertaling van een onderzoeksprogramma in onderzoeksprojecten 10. Onderzoeksuitvoering Zorgdragen voor de uitvoering en kwaliteit van onderzoek binnen de eigen leerstoel Capaciteitsgroepsplan 11. Verantwoording contractonderwijs en -onderzoek Toetsen en bijsturen van de realisatie(wijze) van contractonderzoek en -onderwijs 12. Patiëntenzorg Zorgdragen voor het opstellen en uitvoeren van een behandelplan (specialistische tandheelkundige zorg, specialistische diergeneeskundige zorg) In het contract vastgelegde eisen Na doorverwijzing door een externe behandelaar (tandarts, dierenarts) Nieuwe inzichten die in erkende wetenschappelijk media zijn uitgedragen. Vakgenoten hebben hiervan kennis genomen Onderzoeks- en onderwijsuitvoering conform de gemaakte afspraken met de opdrachtgevers Behandelvaardigheden zijn ontwikkeld en/of de gezondheid van patiënten is bevorderd - Uitvoeren van onderzoek - Aan- en bijsturen van wetenschappelijk en onderzoeksondersteunend personeel - Zorgdragen voor de toepassing van het kwaliteitssysteem ten aanzien van het onderzoek - Monitor the academic integrity of research vis-a-vis external stakeholders - Bewaken van de wetenschappelijke integriteit van het onderzoek vis a vis extern belanghebbenden - Opstellen van publicaties en houden van voordrachten op (inter)nationale conferenties - Overleg voeren met de Voorzitter capaciteitsgroep inzake voortgang van onderzoek binnen de leerstoel en op basis hiervan actie ondernemen tot bijsturing - Afstemmen met de Directeur onderzoeksinstituut over de te leveren formatie voor de uitvoering van onderzoek - Verantwoording afleggen aan de opdrachtgever omtrent uitvoering en resultaten - Bespreken van voortgang(srapportages) met uitvoerders van contractonderwijs en -onderzoek - Bijsturen van contractonderzoek en -onderwijs indien sprake is van discrepanties ten opzichte van contracteisen in termen van financiën, tijdsduur, planning en doelstellingen - Superviseren van specialisten/tandartsen in opleiding met betrekking tot hun patiëntenzorgtaken in het betreffende onderzoeksgebied - Zorgen voor de implementatie en evaluatie van de voor de diagnostiek en/of behandeling geschikt geachte werkwijzen - Verlenen van zorg - Deelnemen aan of leiden van patiëntbesprekingen - Bijhouden van medische verslagen 4 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

RESULTAATGEBIEDEN Kernactiviteit Kader Resultaat Activiteiten 13. Uitdragen van wetenschappelijke kennis en inzichten Representeren, alsmede stimuleren van het uitdragen van kennis en inzichten op het eigen kennisgebied naar wetenschap, maatschappij, overheid en bedrijfsleven 14. Werkgroepen en commissies Deelnemen en/of leiding geven aan commissies of werkgroepen, zowel intern als extern, alsmede uitvoeren van toegewezen beheer- en bestuurstaken, als vertegenwoordiger van de leerstoel Instellingsbeleid Faculteitsbeleid Faculteitsbeleid Wetenschappelijke kennis die inzichtelijk, begrijpelijk en toepasbaar is voor een breed publiek, alsmede bijdrage aan de maatschappelijke functie en positie van de instelling Bijdrage aan de ontwikkeling en/of positionering van de faculteit - Initieren en bevorderen van netwerken voor de disseminatie van kennis en inzichten - Initiëren van (inter)nationale samenwerkingsmogelijkheden met andere faculteiten, universiteiten en overige partners in de samenleving - Actief leveren van bijdragen aan actuele maatschappelijke discussies - Stimuleren en geven van lezingen - Stimuleren en geven van interviews voor verschillende media - Voorbereiden van te bespreken onderwerpen binnen werkgroepen of commissies - Deelnemen of leiding geven aan vergaderingen van commissies en werkgroepen - Uitwerken van bepaalde onderwerpen ter voorbereiding van een volgende vergadering - Medewerkers binnen de leerstoel op de hoogte houden van zaken die besproken worden in de werkgroepen 5 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

2. Indelingscriteria Hoogleraar Functieniveau Hoogleraar 1 Hoogleraar 2 Indelingscriteria Onderwijs Uitdragen van een duidelijke en aansprekende visie op onderwijs en onderwijsontwikkeling, gericht op vernieuwing van het facultair onderwijsprogramma en optimalisatie van het onderwijsrendement. Onderzoek Vertalen van ontwikkelingen in het onderzoeksgebied naar internationale onderzoeksprogramma's. Verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs binnen de eigen leerstoel. Doet strategische voorstellen en implementeert facultair onderwijsbeleid binnen de eigen leerstoel. Vertalen van ontwikkelingen in het onderzoeksgebied naar landelijke onderzoeksprogramma s. (Inter)nationale autoriteit op het eigen onderzoeksgebied waarmee de instelling wordt gepositioneerd, blijkend uit: - relevantie en zichtbaarheid van eigen onderzoek voor wetenschap, maatschappij, overheid en bedrijfsleven; - wetenschappelijke publicaties in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften, die regelmatig geciteerd worden door vooraanstaande wetenschappers; - redactielidmaatschap van een van de tien meest toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften; - baanbrekende onderzoeksresultaten in vooraanstaande onderzoeksverbanden; Autoriteit op het eigen onderzoeksgebied waarmee de faculteit wordt gepositioneerd, blijkend uit: - relevantie en zichtbaarheid van eigen onderzoek voor wetenschap, maatschappij, overheid en bedrijfsleven; - wetenschappelijke publicaties in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften; - redactielidmaatschap van wetenschappelijke tijdschriften; - onderzoeksresultaten in vooraanstaande onderzoeksverbanden; - optreden als spreker op seminars. Organisatie - optreden als key note speaker op seminars waar de state of the art op het onderzoeksgebied wordt vastgesteld. Geven van leiding aan een leerstoel, capaciteitsgroep, of instituut met 10 fte wetenschappelijk personeel. Geven van leiding aan landelijke of internationale commissies of werkgroepen, waarmee tevens de instelling wordt gepositioneerd. Geven van leiding aan een leerstoel, capaciteitsgroep, of instituut met < 10 fte wetenschappelijk personeel. Geven van leiding of deelnemen aan commissies of werkgroepen, gericht op bestuur van de faculteit of instelling. 6 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

Indelingsregels Hoogleraar Hoogleraar 2 is van toepassing indien tenminste aan alle criteria wordt voldaan zoals omschreven bij Hoogleraar 2 Hoogleraar 1 is van toepassing indien tenminste wordt voldaan aan het criterium Onderzoek of indien tenminste wordt voldaan aan de criteria Onderwijs én Organisatie zoals omschreven bij Hoogleraar 1 Functiegebonden toelichting Werkgroepen en commissies De bedoelde werkgroepen en commissies hebben altijd betrekking op de inhoud van de functies. Het betreft hier dus niet werkgroepen en commissies in het kader van de medezeggenschap en evenmin het werkoverleg van de eigen afdeling. Patiëntenzorg Het resultaatgebied Patiëntenzorg kan van toepassing zijn binnen specifieke faculteiten zoals geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde, gezondheidswetenschappen etc. Er is gekozen voor een generiek resultaatgebied Patiëntenzorg. Verschillen in accenten en diepgang op het resultaatgebied Patiëntenzorg zijn niet onderzocht. Ten behoeve van de herkenbaarheid is enige differentiatie aangebracht bij de Hoogleraar en UHD ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de overige profielen waar dit resultaatgebied voorkomt. Het resultaatgebied Patiëntenzorg is niet verzwarend ten opzichte van de overige resultaatgebieden binnen de betreffende functies. 7 VSNU UFO/INDELINGSINSTRUMENT FUNCTIEFAMILIE ONDERWIJS & ONDERZOEK HOOGLERAAR VERSIE 3 JUNI 2015

BIJLAGE 2 Procedure Benoeming Hoogleraren Open Werving * * Deze procedure geldt niet voor zgn. tenure trackers waarmee sluitende schriftelijke loopbaanafspraken zijn gemaakt rond een hoogleraarbenoeming. Voor de benoeming van bijzondere hoogleraren geldt een afzonderlijke procedure (zie 389.841/PA&O). 1. Inleiding Decanen (als bedoeld in artikel 18 lid 1 BBR UT 2014 en Wetenschappelijk Directeuren (als bedoeld in artikel 22 lid 1 juncto artikel 5 BBR UT 2014) nemen in overeenstemming het initiatief een vacante leerstoel opnieuw in te vullen of een nieuwe leerstoel in te richten op basis van een goedgekeurd leerstoelenplan van de faculteit en het door het SB goedgekeurd kader voor senior hoogleraren. A. Voorbereiding werving 1. De decaan benoemt een Structuurcommissie die belast wordt met het opstellen van: een structuurrapport* (inclusief profielschets) en een advertentietekst. De structuurcommissie rapporteert aan de decaan. * Voor richtlijnen zie 389.842/PA&O. 2. De decaan legt het structuurrapport voor advies voor aan de Faculteitsraad (FR). 3. De decaan maakt een voorstel over de samenstelling van de Benoemingsadviescommissie* (BAC). * De BAC bestaat in meerderheid uit hoogleraren. Minimaal één hoogleraar is werkzaam bij een andere universiteit. In de BAC heeft een student zitting en ten minste één vrouwelijke wetenschapper. Deskundigen op het desbetreffende wetenschapsgebied, niet zijnde hoogleraren, kunnen in de BAC zitting hebben. Ten minste twee leden van de BAC zijn werkzaam buiten de UT. 4. De decaan stuurt alle stukken (structuurrapport, profielschets, advertentietekst, advies FR) naar het CvB met het verzoek tot werving te mogen overgaan. 5. Het CvB neemt een voorgenomen besluit over het verzoek tot werving en raadpleegt het CvP. 6. Het CvB neemt een besluit en bericht de decaan over het besluit. 7. De decaan benoemt de leden van de BAC in overeenstemming met het besluit van het CvB. B. Werving kandidaten 8. Na toestemming CvB start de decaan de werving van kandidaten. De decaan nodigt zusterfaculteiten uit de BAC te attenderen op mogelijk geschikte kandidaten. Daarnaast werft de BAC mogelijke kandidaten door onder meer het plaatsen van een advertentie 9. De BAC stelt een rapport op van haar werkzaamheden inclusief gemotiveerd voorstel over de in aanmerking komende kandidaat en inclusief de wijze waarop naar een vrouw is gezocht en stuurt dit BAC-rapport naar de decaan. 10. De decaan bespreekt de kandidaat met de rector magnificus* en vraagt aansluitend zusterfaculteiten om advies over de voorgestelde kandidaat**. *Indien de rector gereserveerdheid ervaart ten aanzien van de kwaliteit van de kandidaat en decaan en rector worden het niet eens dan schakelt de rector, na overleg met de overige CvB-leden, het CvP in voor advies. Het CvP is het College voor Promoties. Dit college bestaat uit de decanen en de rector. De laatste is voorzitter. **De raadplegingsplicht van de zusterfaculteiten kan achterwege blijven als de omvang van de beoogde aanstelling gelijk of kleiner is dan 0,2 fte en tenminste 2 zusterinstellingen vertegenwoordigd zijn in de BAC. De raadplegingsplicht kan eveneens achterwege blijven als de kandidaat reeds elders hoogleraar is tenzij er twijfel bestaat rond de betreffende universiteit. Dit ter beoordeling van de rector. Procedure benoeming hoogleraren open werving 29-5-2015 1 401.180/HR

11. De decaan verzoekt daarna het CvB toestemming te verlenen om de kandidaat uit te nodigen voor een arbeidsvoorwaardengesprek. De decaan zendt met het verzoek ook het BAC-rapport en de reacties van de zusterfaculteiten. Het BAC rapport dient voorzien te zijn van ondertekening door alle leden van de BAC. (Een schriftelijk akkoord of een akkoord per mail als bijlage volstaat ook). 12. Het CvB neemt een voorgenomen besluit en zendt het verzoek ter raadpleging aan het CvP.. 13. Na ontvangst van een positief CvP-advies bericht het CvB de decaan dat het arbeidsvoorwaardengesprek met de kandidaat kan plaatsvinden. C. Benoeming 14. Na het arbeidsvoorwaardengesprek stelt de decaan een voorstel tot benoeming op van de kandidaat. 15. De decaan zendt een benoemingsvoorstel, met het verslag van het arbeidsvoorwaardengesprek, naar het CvB. 16. Het CvB beslist over het benoemingsvoorstel en zendt de decaan zijn besluit. Bovendien zendt het CvB aan de betrokken persoon een brief waarin wordt vermeld dat hij/zij is benoemd en dat de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden separaat volgen. 17. HR (van de faculteit) bevestigt namens de decaan schriftelijk het dienstverband (invoering in Oracle HR / akte van aanstelling) aan de betrokken persoon met onder meer vermelding van de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden. D. Herbenoeming 1. Het verzoek tot verlenging is een schriftelijk verzoek van de decaan, waarin de decaan beargumenteert waarom herbenoeming gewenst is. Tevens staat beschreven op welke wijze de verlenging gefinancierd zal worden. De decaan zendt de volgende stukken mee: - Een CV van de hoogleraar; - Evaluatie van de behaalde resultaten. - Activiteiten- en resultaatoverzicht (Onderwijs, Onderzoek, Organisatie) van de voorafgaande periode; - Een plan van aanpak voor de komende jaren, met een beschrijving van de activiteiten beoogde resultaten; 2. Het CvB beslist over het herbenoemingsvoorstel en zendt de decaan zijn besluit. Tevens zendt het CvB aan de betrokken persoon een brief waarin wordt vermeld dat hij/zij is herbenoemd onder vermelding van de omvang en de periode. 3. HR (van de faculteit) bevestigt namens de decaan schriftelijk de verlenging van het dienstverband (invoering mutatie in Oracle HR) aan de betrokken persoon met eventuele vermelding van de van de gewijzigde arbeidsvoorwaarden. Procedure benoeming hoogleraren open werving 29-5-2015 2 401.180/HR

BIJLAGE 3 Procedure Benoeming Hoogleraren Gesloten Werving * * Voor de benoeming van bijzondere hoogleraren geldt een afzonderlijke procedure (zie 389.841/PA&O). 1. Inleiding Decanen (als bedoeld in artikel 18 lid 1 BBR UT 2014 en Wetenschappelijk Directeuren (als bedoeld in artikel 22 lid 1 juncto artikel 5 BBR UT 2014) nemen in overeenstemming het initiatief een vacante leerstoel opnieuw in te vullen of een nieuwe leerstoel in te richten op basis van een goedgekeurd leerstoelenplan van de faculteit en het door het SB goedgekeurd kader voor senior hoogleraren. Uitgangspunt is open werving. Indien reeds een geschikte kandidaat geïdentificeerd is, kan deze procedure gehanteerd worden. Tenure Track In het geval van de voordracht van een adjunct-hoogleraar uit de Tenure Tracker voor Hoogleraar-2 wordt deze gesloten benoemingsprocedure gebruik (i.t.t. open werving/competitie). In het kader van succession planning is er namelijk één voorgesorteerde kandidaat. Een ander gegeven is dat met de ontwikkeling van het wetenschappelijk profiel van de Tenure Tracker er tevens voorgesorteerd is op de invulling van het (soms nieuwe) domein/leerstoel. De faculteitsraad heeft instemmingsrecht op het domeinenplan/leerstoelenplan van de faculteit. Via die weg hebben zij invloed op de strategische keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de kennisdomeinen en waar Tenure Trackposities gevestigd worden. Bij de bevordering van een Tenure Tracker van Adjunct-hoogleraar naar Hoogleraar-2 vervalt het structuurrapport. Dien ten gevolge vervalt het advies van de faculteitsraad op het structuurrapport bij de benoeming tot Hoogleraar-2 (stap 2 in deze procedure). Uiteraard wordt de faculteitsraad geïnformeerd over de invulling van de hoogleraarposities na de besluitvorming in benoemingsprocedure. A. Voorbereiding werving 1. De decaan benoemt een Structuurcommissie die belast wordt met het opstellen van een structuurrapport* (inclusief profielschets). De structuurcommissie rapporteert aan de decaan. * Voor richtlijnen zie 389.842/PA&O. 2. De decaan legt het structuurrapport voor advies voor aan de Faculteitsraad (FR). * Bij de bevordering van een Tenure Tracker van Adjunct-hoogleraar naar Hoogleraar-2 vervalt het structuurrapport. Dien ten gevolge vervalt het advies van de faculteitsraad op het structuurrapport bij de benoeming tot Hoogleraar-2. 3. De decaan maakt een voorstel over de samenstelling van de Benoemingsadviescommissie* (BAC). * De BAC bestaat in meerderheid uit hoogleraren. Minimaal één hoogleraar is werkzaam bij een andere universiteit. In de BAC heeft een student zitting en ten minste één vrouwelijke wetenschapper. Deskundigen op het desbetreffende wetenschapsgebied, niet zijnde hoogleraren, kunnen in de BAC zitting hebben. Ten minste twee leden van de BAC zijn werkzaam buiten de UT. 4. De decaan stuurt alle stukken (structuurrapport, brief met het advies van de FR), inclusief het CV van de kandidaat naar het CvB met het verzoek te mogen werven met ontheffing van de advertentieplicht. Tevens verzoekt de decaan aansluitend over te mogen gaan tot het voeren van een arbeidsvoorwaardengesprek met de kandidaat. In het verzoek wordt beargumenteerd vermeld waarom reeds een kandidaat geïdentificeerd is en derhalve niet gekozen wordt voor een open wervingsprocedure. 5. De decaan bespreekt de kandidaat met de rector magnificus* en vraagt aansluitend zusterfaculteiten om advies over de voorgestelde kandidaat**. *Indien de rector gereserveerdheid ervaart ten aanzien van de kwaliteit van de kandidaat en decaan en rector worden het niet eens dan schakelt de rector, na overleg met de overige CvB-leden, het CvP Procedure benoeming hoogleraren gesloten werving 29-5-2015 1 401.181/HR

in voor advies. Het CvP is het College voor Promoties. Dit college bestaat uit de decanen en de rector. De laatste is voorzitter. **De raadplegingsplicht van de zusterfaculteiten kan achterwege blijven als de omvang van de beoogde aanstelling gelijk of kleiner is dan 0,2 fte en tenminste 2 zusterinstellingen vertegenwoordigd zijn in de BAC. De raadplegingsplicht kan eveneens achterwege blijven als de kandidaat reeds elders hoogleraar is tenzij er twijfel bestaat rond de betreffende universiteit. Dit ter beoordeling van de rector. 6. Het CvB neemt een voorgenomen besluit en zendt het verzoek aan het CvP voor advies. 7. Na ontvangst van een positief CvP-advies bericht het CvB de decaan toestemming te verlenen tot werving voor de leerstoel met ontheffing van de advertentieplicht, en bij een positief advies van de BAC, toestemming te verlenen tot het voeren van een arbeidsvoorwaardengesprek met de kandidaat. 8. De decaan benoemt de leden van de BAC in overeenstemming met het besluit van het CvB. 9. De BAC stelt een rapport op van haar werkzaamheden inclusief gemotiveerd voorstel over de in aanmerking komende kandidaat en stuurt dit BAC-rapport naar de decaan. 10. De decaan nodigt de kandidaat uit voor een arbeidsvoorwaardengesprek en stelt een verslag op van dit gesprek. B. Benoeming 11. De decaan zendt een benoemingsvoorstel, het rapport van de BAC, de reacties van de zusterfaculteiten en het verslag van het arbeidsvoorwaardengesprek naar het CvB. Het BAC-rapport dient voorzien te zijn van ondertekening door alle leden van de BAC (een schriftelijk akkoord of een akkoord per mail als bijlage volstaat ook). 12. Het CvB beslist over het benoemingsvoorstel en zendt de decaan zijn besluit. Bovendien zendt het CvB aan de betrokken persoon een brief waarin wordt vermeld dat hij/zij is benoemd en dat de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden separaat volgen. 13. HR (van de faculteit) bevestigt namens de decaan schriftelijk het dienstverband aan de betrokken persoon met onder meer vermelding van de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden. C. Herbenoeming 1. Het verzoek tot verlenging is een schriftelijk verzoek van de decaan, waarin de decaan beargumenteert waarom herbenoeming gewenst is. Tevens staat beschreven op welke wijze de verlenging gefinancierd zal worden. De decaan zendt de volgende stukken mee: - Een CV van de hoogleraar; - Evaluatie van de behaalde resultaten. - Activiteiten- en resultaatoverzicht (Onderwijs, Onderzoek, Organisatie) van de voorafgaande periode; - Een plan van aanpak voor de komende jaren, met een beschrijving van de activiteiten en beoogde resultaten; 2. Het CvB beslist over het herbenoemingsvoorstel en zendt de decaan zijn besluit. Tevens zendt het CvB aan de betrokken persoon een brief waarin wordt vermeld dat hij/zij is herbenoemd onder vermelding van de omvang en de periode. 3. HR (van de faculteit) bevestigt namens de decaan schriftelijk de verlenging van het dienstverband (invoering mutatie in Oracle HR) aan de betrokken persoon met eventuele vermelding van de van de gewijzigde arbeidsvoorwaarden. Procedure benoeming hoogleraren gesloten werving 29-5-2015 2 401.181/HR

BIJLAGE 4 Procedure benoeming bijzondere hoogleraren 1. Inleiding Decanen (als bedoeld in artikel 18 lid 1 BBR UT 2007) en Wetenschappelijk Directeuren (als bedoeld in artikel 22 lid 1 juncto artikel 5 BBR UT 2007) nemen in overeenstemming het initiatief een vacante bijzondere leerstoel opnieuw in te vullen of een nieuwe bijzondere leerstoel in te richten. A. Voorbereiding werving 1. De decaan benoemt een Structuurcommissie die belast wordt met het opstellen van: een structuurrapport 1 (inclusief een profielschets) en een advertentietekst. De structuurcommissie rapporteert aan de decaan. 2. De decaan legt het structuurrapport voor advies voor aan de Faculteitsraad (FR). 3. De externe rechtspersoon dient bij het CvB een aanvraag in voor bevoegdverklaring tot vestiging van een bijzondere leerstoel. 4. Het CvB neemt een voorgenomen besluit en hoort het CvP 2. 5. Het CvB neemt een beslissing en bericht de decaan en de externe rechtspersoon 3. 6. De decaan benoemt, na overleg met de externe rechtspersoon, de leden van de Benoemingsadviescommissie (BAC) 4 in overeenstemming met het besluit van het CvB. B. Werving kandidaten 7. Na ontvangst bevoegdverklaring van het CvB start de decaan, in overleg met de externe rechtspersoon, de werving van kandidaten. De decaan nodigt de zusterfaculteiten uit de BAC te attenderen op mogelijk geschikte kandidaten. Daarnaast werft de BAC mogelijke kandidaten door onder meer het plaatsen van een advertentie 5. 8. De BAC stelt een rapport op van haar werkzaamheden inclusief gemotiveerd voorstel over de in aanmerking komende kandidaat en inclusief de wijze waarop naar een vrouw is gezocht en stuurt dit BAC-rapport naar de decaan. 9. De decaan bespreekt de kandidaat met de rector magnificus 6 en vraagt aansluitend de zusterfaculteiten om advies over de voorgestelde kandidaat 7. 10. De decaan verzoekt daarna, na overleg met de externe rechtspersoon, het CvB toestemming om de kandidaat uit te nodigen voor een arbeidsvoorwaardengesprek. De decaan zendt met het verzoek ook het BAC-rapport en de reacties van de zusterfaculteiten. 11. Het CvB neemt een voorgenomen besluit en zendt het verzoek aan het CvP voor advies. 12. Na ontvangst van een positief CvP-advies bericht het CvB de decaan en de externe rechtspersoon dat het arbeidsvoorwaardengesprek met de kandidaat kan plaatsvinden 8 9. C. Benoeming 13. Na het arbeidsvoorwaardengesprek stelt de decaan, na overleg met de externe rechtspersoon, een voorstel tot benoeming op van de kandidaat. 14. De decaan zendt een benoemingsvoorstel, met het verslag van het arbeidsvoorwaardengesprek, naar het CvB. 15. Het CvB beslist over het benoemingsvoorstel en zendt de decaan en de externe rechtspersoon zijn besluit. 16. Het bestuur van de externe rechtspersoon stuurt een afschrift van het benoemingsbesluit aan het CvB en de decaan. 1 Voor richtlijnen zie bijlage (389.842/PA&O). 2 CvP: College voor Promoties. Dit college bestaat uit de decanen en de rector. De laatste is voorzitter. De raadpleging is voorgeschreven in art. 9.53 WHW en art. 27 van het BBR UT 2007. 3 In geval sprake is van een positief advies volstaat een CvB-besluit indien voorzien van parafen van de CvB-leden. 4 De BAC bestaat in meerderheid uit hoogleraren. Minimaal één hoogleraar is werkzaam bij een andere universiteit. In de BAC heeft een student zitting en ten minste één vrouwelijke wetenschapper. Deskundigen op het desbetreffende wetenschapsgebied, niet zijnde hoogleraren, kunnen in de BAC zitting hebben. Ten minste twee leden van de BAC zijn werkzaam buiten de UT. 5 Als de kandidaat bekend is dan vervalt dit punt. In dit geval bespreekt de decaan terstond de kandidaat met de rector. 6 Indien de rector gereserveerdheid ervaart ten aanzien van de kwaliteit van de kandidaat en decaan en rector worden het niet eens dan schakelt de rector, na overleg met de overige CvB-leden, het CvP in voor advies. Het CvP is het College voor Procedure benoeming bijzondere hoogleraren 4-2-10 1 389.841/PA&O/HR

Promoties. Dit college bestaat uit de decanen en de rector. De laatste is voorzitter. 7 De raadplegingspicht kan achterwege blijven als de omvang van de beoogde aanstelling gelijk of kleiner is dan 0,2 fte en ten minste 2 zusterinstellingen vertegenwoordigd zijn in de BAC. 8 In geval sprake is van een positief advies volstaat een CvB-besluit indien voorzien van parafen van de CvB-leden. 9 Het bericht van het CvB aan de externe rechtspersoon geschiedt onder verantwoordelijkheid van de decaan. Procedure benoeming bijzondere hoogleraren 4-2-10 2 389.841/PA&O/HR

Richtlijnen Structuurrapport BIJLAGE 5 Het structuurrapport bevat de volgende onderdelen: 1. Algemeen Korte beschrijving inhoud vakgebied en eventuele deelgebieden; Plaats van het vakgebied binnen de discipline(s); Taakverdeling met aanpalende leerstoelen binnen de faculteit en op de UT; Wijze waarop leerstoel bijdrage levert aan versterking profiel UT. 2. Onderzoek Beschrijving lopend onderzoek dat binnen de leerstoel zal worden gesitueerd; Voorgenomen onderzoek en onderzoek dat in wetenschappelijke instituten/onderzoekscholen is of wordt gesitueerd; Beschrijving onderzoeksontwikkeling en relatie met instituutsprogramma s; Wijze waarop onderzoek van de leerstoel de wetenschappelijke uitstraling van welk masteronderwijs gaat versterken; Relatie met andere vakgebieden binnen de faculteit. 3. Onderwijs Inhoud, omvang, plaats en betekenis van het onderwijs dat de hoogleraar zal verzorgen. 4. Aard leerstoel Senior hoogleraar, hoogleraar, Universiteitshoogleraar of bijzondere hoogleraar. 5. Inbedding Vakgroep waar leerstoel wordt ingepast; Andere HGL- en UHD-plaatsen in de vakgroep; Functionaris waaraan leerstoelhouder rapporteert. 6. Managementtaken van de hoogleraar Globale opgave van: Taken op het gebied van management van onderwijs en onderzoek (aard, omvang); Taken op het gebied van 2 e en 3 e geldstroomonderzoek en kennisvalorisatie; Samenwerking met bedrijven en instanties buiten de UT; vertaald in termen van realisatie van facultair en universitair beleid; Taken op het niveau van de leerstoelgroep; Taken op facultair niveau zoals vakgroepvoorzitter, OLD of andere functies. 7. Dubbelbenoeming Is er sprake van een benoeming in meer dan een faculteit? Zo ja, waarom? 8. Interuniversitaire samenwerking/taakverdeling Bestaat met een of meer universiteiten een concrete samenwerking op het vakgebied? Zo ja, wat houdt deze samenwerking in, en hoe is de taakverdeling? Zo nee, is samenwerking wenselijk/noodzakelijk? Richtlijnen structuurrapport 4-2010 1

9. Consequenties instelling leerstoel Personeel, apparatuur, en andere financiële gevolgen. 10. Leerstoelenplan Is de leerstoel opgenomen in een goedgekeurd senior hooglerarenkader en zo ja, welk? Richtlijnen structuurrapport 4-2010 2