RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ DE REGENBOOG/DE WINGERD Plaats: Terneuzen BRIN-nummer: 05HS Onderzoeksnummer: 117281 Onderzoek uitgevoerd op: 12 mei 2009 Conceptrapport verzonden op: 29 juni 2009 Rapport vastgesteld te Breda op: 15 september 2009 Reproductie van het rapport zonder toestemming van de inspectie of de school/instelling vindt niet plaats anders dan in zijn volledige vorm. HB2742988/7
1. INLEIDING De Inspectie van het Onderwijs heeft op 12 mei 2009 een onderzoek uitgevoerd op De Regenboog/De Wingerd om na te gaan of er sprake is van tekortkomingen in de kwaliteit van het onderwijs en/of de naleving van wet- en regelgeving. Aanleiding De aanleiding voor dit onderzoek is het volgende. Tijdens het bestuursgesprek dat plaatsvond op 2 maart 2009 is vastgesteld dat het toezichtarrangement dat aan de school is toegekend, gebaseerd is op het onderzoek dat de inspectie in december 2007 op de school heeft uitgevoerd. Dat onderzoek resulteerde in een basisarrangement. Dat betekent dat de inspectie in beginsel binnen of uiterlijk na vier jaar - in 2011 - opnieuw een kwaliteitsonderzoek uitvoert, tenzij uit informatie blijkt dat zich risico's voordoen waarvoor de inspectie eerder een onderzoek moet uitvoeren. Ook is het mogelijk dat de inspectie in het kader van thematisch onderzoek of ter verificatie van door de scholen aangeleverde gegevens voor het Onderwijsverslag een onderzoek uitvoert. Tijdens het onderzoek in 2007 deed zich op De Regenboog/De Wingerd een risico voor bij het systeem van leerlingenzorg (indicator 3.8). Dit risico had destijds geen gevolgen voor de vaststelling van een basisarrangement. Daarnaast is het bevoegd gezag niet in staat de opbrengsten van het onderwijs te verantwoorden. Het bevoegd gezag heeft de inspectie gemeld dat bij het kwaliteitsaspect leerlingenzorg, na het vaststellen van het arrangement, positieve ontwikkelingen hebben plaatsgevonden maar heeft niet voldoende informatie kunnen geven om te kunnen vaststellen dat de tekortkomingen op indicator 3.8 zijn weggewerkt. In goed overleg met het bestuur is tijdens het bestuursgesprek afgesproken dat de inspectie nader proportioneel onderzoek uitvoert op de school naar de kwaliteit van indicator 3.8 en daarbij de indicatoren 3.2 en 3.5 betrekt. Deze laatste twee indicatoren zijn bij het onderzoek betrokken omdat het bevoegd gezag een geïntegreerd leerlingvolgsysteem in gebruik heeft waarmee zij de opbrengsten wil verantwoorden en dat uitgaat van het bepalen van het ontwikkelingsperspectief en een daarop gebaseerde handelingsplanning. Omdat het bevoegd gezag niet in staat is de opbrengsten te verantwoorden, onderzoekt de inspectie ook indicator 11.4. In dit onderzoek wordt tevens nagegaan of de school aan enkele wettelijke voorschriften voldoet. - 3 -
Onderzoeksopzet De inspectie heeft onderzoek naar de kwaliteit uitgevoerd aan de hand van de volgende indicatoren: 3.2 De commissie voor de begeleiding bepaalt bij instroom het ontwikkelingsperspectief van de leerling. 3.5 De school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen van de vorderingen en ontwikkeling van de leerlingen. 3.8 De commissie voor de begeleiding evalueert de uitvoering van het handelingsplan. 11.4 De resultaten van de leerlingen aan het eind van de schoolperiode liggen ten minste op het niveau dat op grond van de kenmerken van de leerlingen mag worden verwacht. De inspectie heeft behalve de verplichte documenten en de documenten die eerder beschikbaar zijn gesteld, de volgende relevante documentatie ontvangen en bij het onderzoek betrokken: Zorg Voor De Leerlingen; Systematische leerlingenzorg ZMLK De Regenboog/De Wingerd. De inspectie heeft een gesprek met de commissie voor de begeleiding (cvb) gevoerd. Voorafgaand hieraan zijn voorafgaand aan het gesprek zeven leerlingendossiers geanalyseerd. Hierna heeft de inspectie op grond van de bevindingen uit de analyse van de leerlingendossiers zich een oordeel gevormd over de genoemde indicatoren van het kwaliteitsaspect leerlingenzorg. Hierbij is ook betrokken de informatie over de huidige werkwijze van de cvb en het digitale leerlingvolgsysteem. Toezichtkader De inspectie heeft zich bij haar onderzoek gebaseerd op het toezichtkader speciaal en voortgezet speciaal onderwijs 2005. In het jaarwerkplan 2009 verantwoordt de inspectie welke wettelijke aspecten zijn onderzocht. Al deze documenten zijn te vinden op www.onderwijsinspectie.nl. Opbouw rapport In hoofdstuk 2 staan de bevindingen uit het onderzoek op het gebied van de onderwijskwaliteit en de wettelijke voorschriften. Dit wordt gevolgd door een beschouwing waarin tekortkomingen worden toegelicht en waar mogelijk de schoolontwikkeling in samenhang wordt beschreven. Hoofdstuk 3 geeft het toezichtarrangement weer.
2. BEVINDINGEN 2.1 Kwaliteits- en nalevingsprofiel In onderstaande tabel vermeldt de inspectie welke indicatoren in dit onderzoek zijn betrokken en tot welke bevindingen het onderzoek heeft geleid. De nummering in de tabellen verwijst naar het volledige waarderingskader (voortgezet) speciaal onderwijs. De bevindingen zijn weergegeven in de vorm van een score. De score geeft aan in welke mate de betreffende indicator gerealiseerd is. De inspectie heeft daarnaast onderzocht of wordt voldaan aan de naleving van enkele wettelijke voorschriften. Legenda: 1. slecht 2. onvoldoende 3. voldoende 4. goed 5. niet te beoordelen (alleen bij opbrengsten) Systeem van leerlingenzorg 1 2 3 4 3.2 De commissie voor de begeleiding bepaalt bij instroom het ontwikkelingsperspectief van de leerling. 3.5 De school gebruikt een samenhangend systeem van instrumenten en procedures voor het volgen van de vorderingen en ontwikkeling van de leerlingen. 3.8 De commissie voor de begeleiding evalueert de uitvoering van het handelingsplan. Opbrengsten 11.4 De resultaten van de leerlingen aan het eind van de schoolperiode liggen ten minste op het niveau dat op grond van de kenmerken van de leerlingen mag worden verwacht. 1 2 3 4 5 Wet- en regelgeving De school heeft de vastgestelde schoolgids aan de inspectie toegestuurd (WEC, artikel 27 lid 3). De school heeft het vastgestelde schoolplan aan de inspectie toegestuurd (WEC, artikel 27 lid 3). De onderwijstijd voldoet aan de wettelijke voorschriften (WEC, artikel 11lid 4). ja nee - 5 -
2.2 Beschouwing Algemeen beeld De inspectie constateert dat de kwaliteit van de leerlingenzorg op De Regenboog/De Wingerd van voldoende kwaliteit en sterk in ontwikkeling is. De inspectie heeft twee van de onderzochte indicatoren (waarvan één geen normindicator is) als onvoldoende beoordeeld. De kwaliteit van het systeem van instrumenten en procedures voor het volgen van de vorderingen en ontwikkeling van de leerlingen is voldoende. Sterk punt van de school is dat de school de ouders actief en intensief bij de planning en de uitvoering van de zorg voor hun kind betrekt. De school heeft beleid ontwikkeld voor de verbetering van de leerlingenzorg en hiervoor speerpunten benoemd. Het ontbreekt echter aan een expliciete onderlinge cohesie tussen deze speerpunten en een duidelijke onderbouwing van de onderlinge prioritering in de aanpak. De school loopt hiermee het risico dat de activiteiten niet resulteren in een samenhangend en doeltreffend verbetertraject. Toelichting Leerresultaten De school dient te kunnen aantonen dat de resultaten van de leerlingen aan het einde van de schoolperiode tenminste op het niveau liggen dat op grond van de kenmerken van de leerlingen mag worden verwacht. De school kan de opbrengsten van haar onderwijs niet verantwoorden. Op dit moment heeft deze tekortkoming geen gevolgen voor het toekennen van het arrangement, aangezien de vigerende beslisregels zich vooralsnog beperken tot het kwaliteitsaspect 'systeem van leerlingenzorg'. De school verkeert nog niet in de fase waarin zij eindresultaten kan meten. Bovendien ontbreken de wettelijke en schooleigen normen om tot conclusies over opbrengsten te komen. Leerlingenzorg De inspectie heeft in het periodiek kwaliteitsonderzoek van 18 december 2007 al vastgesteld dat de leerlingenzorg voldoende is met uitzondering van de evaluatie van de uitvoering van het handelingsplan. In deze situatie is geen wijziging gekomen. Positieve punten zijn dat de school haar systeem van zorg in een beleidsplan heeft vastgelegd waarin ook alle gehanteerde werkprocessen en formats zijn opgenomen. Er is daarnaast een (geautomatiseerd) leerlingvolgsysteem in gebruik dat de school in staat stelt de vorderingen en de ontwikkeling van de leerlingen zichtbaar te maken en systematisch te evalueren. Verder blijkt uit het gesprek met de cvb dat de school in voldoende mate ouders betrekt bij de ontwikkeling van hun kind door hen een eigen inbreng te geven in de verschillende stappen van de leerlingenzorg. Een eerste verbeterpunt betreft het bepalen van het ontwikkelingsperspectief. Voor alle leerlingen stelt de cvb een beginsituatie vast, die zij in het handelingsplan vastlegt. Aan het handelingsplan gaat een dossieranalyse vooraf waarin de cvb de hulpvraag en handelingsadviezen vastlegt. Hierin benoemt zij een ontwikkelingsperspectief in termen van wonen, werk / vervolgonderwijs en vrije tijd. Wat hierbij nog ontbreekt, is een indicatie van de te bereiken leerdoelen op de vastgestelde leerlijnen. Een dergelijke aanscherping zou bovendien een goede eerste aanzet kunnen zijn om tot de verantwoording van opbrengsten te komen.
Een tweede verbeterpunt is de evaluatie van de handelingsplanning. De neerslag hiervan in de dossiers geeft op dit moment onvoldoende blijk van analyses waarbij de belemmerende en bevorderende factoren van de leerling in relatie tot zijn ontwikkelingsperspectief zijn betrokken. Bovendien blijkt onvoldoende dat en hoe de resultaten van de toetsen bij de evaluatie benut worden. Daarmee loopt de school het risico dat de inrichting van het onderwijs onvoldoende of niet aansluit op de leerbehoeften van de leerlingen. Bovendien laat de school hiermee de gegevens ongebruikt die zij verzamelt met behulp van het leerlingvolgsysteem. - 7 -
3. TOEZICHTARRANGEMENT Geen belangrijke tekortkomingen in de onderwijskwaliteit De waardering op de normindicatoren is nog steeds van toepassing. De inspectie continueert het basisarrangement voor De Regenboog/De Wingerd. Dit betekent dat de inspectie op dit moment geen reden heeft om het toezicht te intensiveren. Het basistoezicht bestaat uit een jaarlijkse risicoanalyse en, eventueel, een onderzoek in het kader van het Onderwijsverslag of themaonderzoeken of een vierjaarlijks bezoek. Tekortkomingen in de naleving Er zijn geen tekortkomingen in de naleving van wettelijke voorschriften vastgesteld. - 9 -