Bouwhistorisch onderzoek BOUWHISTORISCHE VERKENNING (aanvulling) Adres : Poelestraat 45 kelder en achterhuizen Status : Gemeentelijk Monument Periode : januari 2009 Onderzocht door : Taco Tel en Jermo Tappel Auteur : Taco Tel Datum : Groningen, 21 januari 2009 Inleiding Het pand Poelestraat 45 is in 2003 bouwhistorische verkend en daarvan is een rapport opgesteld 1. Tijdens deze verkenning was het niet mogelijk alle ruimtes van het huis te bezichtigen, de kelder en een deel van het achterhuis waren niet toegankelijk. Inmiddels is het huis in andere handen overgegaan en deze nieuwe eigenaar wil het pand verbouwen. Om een compleet beeld te krijgen van het huis is een aanvullend onderzoek uitgevoerd en hiervan wordt in dit rapport verslag gedaan. 1 F.J. van der Waard, Bouwhistorische verkenning Poelestraat 45 (rapport), Groningen februari 2005.
Aanvullende verkenning Schets van de kelderplattegrond. Kelder voorhuis Onder de achterste helft van het voorhuis en onder het zuidoostelijke gedeelte van het eerste achterhuis is een kelder. (zie tekening). De kelder onder het voorhuis bestaat uit de restanten van een vertrek, met langs de westmuur en noordmuur een verhoogde zone. De begane grondvloer boven dit keldergedeelte moet aanvankelijk, toen het vertrek nog in gebruik was, aanzienlijk hoger hebben gelegen. Vermoedelijk dateert de deze vloer uit 1903 toen het pand ingrijpend werd verbouwd naar het ontwerp van architect A. Th van Elmpt. De kelder onder het achterste gedeelte van het voorhuis naren voren gezien met links de linker zijgevel (west). Het vertrek heeft een rode plavuizenvloer in halfsteens verband gelegd. Rondom zijn plinttegels aangebracht in de vorm van witjes. Aan de voorzijde (noord) en linker zijde (oost) zijn grote delen van de muur bekleed met witjes. Langs de voorkant van de verhoogde zone rechts ligt een houten regel die de onderregel is geweest van een kasten- en bedstedewand. 2
Het plafond (de onderkant van de begane grondvloer) bestaat uit twee delen. De voorste zone is gemaakt van gemetselde troggewelfjes op stalen binten uit de tweede helft van de 19 de eeuw of de vroege 20 ste eeuw. De binten liggen haaks op de straat en steunen voor in de muur en achter op een houten balk. Hierachter heeft de kelder een betonnen dek waarin stalen binten liggen die eveneens haaks op de straat liggen. Dit dateert uit de eerste de eerste helft van de 20 ste eeuw. Een haardplaats is niet gevonden zodat het onzeker is of het vertrek als keuken heeft gediend. Kelder achterkamer Een rechthoekig gedeelte rechts voor onder de achterkamer de achterkamer is niet onderkelderd maar bestaat uit een kruipruimte. Hiernaast en achter bevindt zich de kelder die in hoofdlijnen een L- vormige plattegrond heeft. Rechts achter zijn in de kelder twee verhoogde vloervlakken die door muurdammen worden gescheiden. Beide vloeren zijn met plavuizen belegd. De kelder onder de achterkamer naar achteren gezien. Het plafond van de kelder bestaat uit een eikenhouten balklaag waarop een grenenhouten vloer ligt van vrij brede delen die aan de onderkant grijs-groen zijn geschilderd. De eiken balken zijn hergebruikt en hebben een bijna vierkante doorsnede (circa 20 22 cm). In de achterste balk is een pengat gevonden met afgezaagde pen en drie toognagels. Aan de rechter kant ligt een kort eiken balkje met een leeg pengat waarvan een zijde schuin loopt met twee toognagelgaten. Dit kan een hergebruikt deel van een dekbalk van een kapconstructie zijn. De muren zijn grotendeels wit gepleisterd. Een gedeelte van het baksteenwerk van de rechter muur naast de kruipruimte is zichtbaar en dit heeft een vijflagenmaat van ongeveer 34 cm. Vooraan is een doorbraak in de achtergevel van het voorhuis waardoor de twee kelderruimtes met elkaar verbonden zijn. In de linker zijmuur zitten op regelmatige afstand van elkaar drie keldervensters waarvan de kozijnen zware hardstenen onderdorpels hebben. Het middelste venster heeft nog het originele raam dat van twee verticale roeden is voorzien. De kelderbalken zijn op de muurdammen opgelegd. De keldervensters zijn even breed als de drie erboven gelegen vensters van de begane grond. De vloer van de kelder is van cement of beton. Aan de achterkant is ter plaatse van de achtergevel de keldertoegang via een luik. Het is opmerkelijk dat op de begane grond de muur tussen de achterkamer en het eerste achterhuis niet boven de achtermuur van de kelder staat maar iets daar voor. De balklaag boven de kruipruimte is van naaldhout en minder zwaar dan de eikenhouten balken van de naastgelegen kelderruimte. 3
Begane grond achterhuis Het achterhuis is erg groot en bestaat in feite uit twee delen. Het achterste deel dateert in hoofdzaak uit het begin van de 20 ste eeuw en heeft drie bouwlagen die bestaan uit grote ongedeelde ruimten met een moderne afwerking (inclusief trappen). De derde bouwlaag is over het voorste (oudere) deel van het achterhuis heen gebouwd. Hieronder wordt het interieur van dit voorste deel, dat uit twee bouwlagen bestaat, beschreven. De begane grond bestaat uit een kamer, een L-vormige gang met daarachter en links een kamer. De begane grond van de achterkamer met rechts de aftekening van de voormalige gang. De kamer voor heeft een ongedeelde ruimte met in het midden een forse rechte trap naar de verdieping. De ruimte wordt overdekt door een enkelvoudige balklaag van forse grenen balken met een kwart bolle profilering. Het vloerhout bestaat uit delen van ongelijke breedte Het geheel maakt een 18 de eeuwse indruk. Duidelijk zichtbaar zijn de bouwsporen van de vroegere gangmuur aan de rechterkant. Ter plaatse van de afdruk van de gangmuur is de onderkant van de balklaag niet geschilderd. De gang heeft een iets donkerder afwerking dan de crème kleurige schildering van de kamer. Onder deze verflaag zit een rode kleurlaag. Ter plaatse van de vroegere gang is de achterste balk omkist. Aan de linkerkant (oost) van de trap is het vloerhout in de tweede helft van de 20st eeuw vernieuwd en vervangen door dwarsbalkjes waarop het nieuwe vloerhout is aangebracht. De muren hebben een wit gepleisterde afwerking met diverse bouwsporen van latere wijzingen, veelal uit de tweede helft van de 20 ste eeuw. In de linker gevel zitten twee moderne vensters met bovenlichten. Geheel vooraan zit vlak boven de vloer een klein vierkant venster dat oorspronkelijk bij de kelder van het eerste achterhuis heeft gehoord. Door het verplaatsen van de tussenmuur lijkt het nu bij het tweede achterhuis te horen. Het deel van de vloer dat eigenlijk bij de achterkamer hoort ligt twee treden hoger. De trap naar de verdieping is van staal en dateert uit de tweede helft van de 20st eeuw. De muur tussen de voorste kamer en de gang heeft rechts van het midden een verdikking. Dit is de plaats waar een haardpartij heeft gezeten en op de verdieping is het forse schoorsteenkanaal dat hierbij hoort, te vinden. De gang die dwars door het achterhuis loopt gaat rechts met een haakse bocht naar achteren en komt achter uit bij de wc. Achter de wc versmalt het achterhuis zich enigszins. In de gang voor de wc is een stuk van de balklaag in het zicht. Dit is een forse grenenhouten balklaag met een rode afwerking. De 4
balken hebben een rechthoekige doorsnede en maken een 17 de eeuwse indruk. Ook de onderkant van de bijbehorende vloerdelen zijn rood geschilderd. Deze delen zijn behoorlijk breed. De achterkamer (met een inloopkast rechts voor) heeft een geheel moderne afwerking zodat geen bijzonderheden zijn geconstateerd. De verdieping bestaat uit een kamer rechts voor met daarnaast en erachter een ruimte die verder niet is onderverdeeld. De stalen trap komt in de ruimte rechts voor uit. Beide ruimtes worden overdekt door een enkelvoudige balklaag. Dit zijn forse naaldhouten balken met vellingkanten. De balken vertonen forse droogtescheuren. De datering van de balklaag is onzeker maar is waarschijnlijk 19 de eeuws. De balkvakken zijn met gipskarton afgewerkt. Beide ruimtes vertonen verder geen bijzonderheden. Conclusie Dit aanvullende onderzoek levert voldoende informatie op om de bouwgeschiedenis aan te vullen. Het verschil in karakteristiek van de balklagen in het voorste deel van het achterhuis geeft aan dat dit in fasen is gebouwd. Vermoedelijk is het deel achter de voorkamer van het achterhuis ouder dan het deel daarvoor en mogelijk ook ouder dan de achterkamer en kan uit de tweede helft van de 17 de eeuw dateren. Echter, omdat het muurwerk bijna nergens goed bekeken kan worden is deze bouwvolgorde nog niet met zekerheid vastgesteld. In de 18 de eeuw werd het achterhuis naar voren uitgebreid en in de 19 de eeuw werd het geheel met een verdieping verhoogd. Voor 1830 (kadastrale minuut) werd het achterhuis vergroot tot de erfgrens achter. Verder is het opmerkelijk dat de achterkamer slechts gedeeltelijk is onderkelderd, wellicht was het niet onderkelderde gedeelte aanvankelijk een binnenplaats. Dit moet al voor circa 1830 zijn dichtgebouwd omdat op de kadastrale minuut uit dat jaar het gehele perceel als bebouwd oppervlak is weergegeven. 5