1
Delta-ingenieurs Ir F. Spaargaren (penvoerder) Prof.ir. K. d Angremond Ir. A.J. Hoekstra Ir. J.H. van Oorschot Ing. C.J. Vroege Prof.drs. Ir. H. Vrijling 2
Stormvloedkering Oosterschelde Brief aan de Tweede Kamer dd. 27 augustus 2013. Waterbouwkundige kennis en ervaring is bij RWS door afslanking verloren gegaan. Bij het Deltaprogramma zijn geen ervaren waterbouwkundigen ingezet. Laten wij nu gedacht hebben dat het Deltaprogramma gaat over de veiligheid tegen overstromingen. 3
Maaslantkering 4
Sluizen 5
Motie Geurts (CDA) De Kamer, Gehoord de beraadslaging, Verzoekt de regering, de variant om sluizen aan te leggen in de Nieuwe Waterweg op korte termijn beter te onderzoeken, waarbij eventuele verlaging van de waterstanden achter de sluis en de effecten op het tegengaan van verzilting worden meegenomen, en de voor- en nadelen, ook t.a.v. de kosten, voor te leggen aan de Tweede Kamer. 6
Onderzoek motie Geurts RWS heeft onderzoek motie Geurts uitgevoerd. Situatie 2100. Interpretatie en conclusies in brief aan de Tweede Kamer. Samenvatting van de brief. 7
Afweging deels tegenstrijdige belangen Veiligheid Zoetwater Verzilting Economische belangen: Havenbedrijf Ecologie Ruimtelijke kwaliteit Vraag: Wegen deze belangen allemaal even zwaar? 8
Veiligheid Basis uitgangspunt in de waterbouwkunde: Houdt de waterstanden zo laag mogelijk. Onze grootste zorg is dat bij storm de keringen zijn gesloten en het rivierwater niet naar zee kan worden afgevoerd. Het Rijnmond-Drechtsteden gebied loopt dan vol als een badkuip zonder afvoer. 9
Waterstanden (I) Hoe wordt de waterstand zo laag mogelijk gehouden? Maeslantkering: de inzet van het Volkerak- Zoommeer als extra bergingsgebied. Sluizen: de inzet van gemalen en de inzet van de Oosterschelde als extra bergingsgebied. 10
Waterstanden (II) Hoe werkt dat uit op de maatgevende waterstanden in 2100 bij een zeespiegelrijzing van 0,85 m? De maatgevende waterstanden achter sluizen zijn in 2070 aanzienlijk lager dan achter de Maeslantkering. Bij Rotterdam: Bij Dordrecht: Bij Moerdijk: 1,90 m 0,80 m 0,65 m 11
MHW Alblasserdam Maatgevende hoogwaterstanden Alblasserdam: Huidige norm 2.000 : Nieuwe norm 30.000: N.A.P. + 3,0 m N.A.P. + 3,3 m Gevolgen klimaatontwikkeling: 2050 2100 Maeslantkering N.A.P. + 3,6 m N.A.P. + 4,1 m Sluizen N.A.P. + 2,9 m N.A.P. + 3,3 m 12
Faalkans Maeslantkering (I) Van iedere 100 sluitingen faalt de kering 1 keer. In 2015 sluit de kering gemiddeld 1 keer per 5 jaar. In 2100 sluit de kering gemiddeld 5 keer per jaar. De kans dat de kering in 2100 niet sluit wordt dus per jaar 25 keer zo groot. De nieuwe Maeslantkering heeft een faalkans 1/1.000 13
Faalkans Maeslantkering (II) Ons standpunt is: Een dergelijk kleine faalkans kan theoretisch alleen worden gehaald met twee nieuwe Maeslantkeringen achter elkaar. Deze moeten dan ieder voor zich beter zijn dan de huidige kering. Sluizen hebben een faalkans nul. 14
Ons oordeel over veiligheid in 2100 De zekerheid waarmee voldoende veiligheid kan worden geboden is omgeven door een forse bandbreedte. Met Sluizen is de veiligheid voldoende verzekerd, al blijft de kans bestaan dat de natuur ons onaangenaam verrast. Wij kunnen onvoldoende aannemelijk maken dat een dubbele Maeslantkering op den duur de noodzakelijke zekerheid biedt. Wij staan op het standpunt dat het niet de vraag is of er sluizen moeten komen, maar wanneer. 15
Havenbedrijf (I) Het Havenbedrijf staat voor een open toegang. Door frequenter sluiten van de Maeslantkering zijn de stagnatie effecten voor de haven op termijn in orde van grootte gelijk aan die van sluizen. De beeldvorming van een open toegang met de Maeslantkering houdt geen stand. 16
Havenbedrijf (II) Wij nemen een principieel standpunt in: Het commerciële (deel) belang van een onderneming is ondergeschikt aan de veiligheid van een miljoen mensen. Eén Groningen situatie is er al één te veel. 17
Risico s buitendijkse gebieden Het overstromingsrisico van de buitendijkse gebieden is tot dusver sterk onderbelicht gebleven. Het betreft het woongebied van 600.000 mensen en industriële gebieden, zoals de 1 ste en 2 de Petroleum Haven en de Botlek. De schade kan oplopen tot enkele miljarden. De sociale ontwrichting en de milieuschade zal groot zijn. Het zo vroeg mogelijke aanleg van sluizen beperkt dit risico sterk. Het veilig stellen van de buitendijkse gebieden achter de Maeslantkering is ingrijpend en zal hoge kosten met zich meebrengen. 18
Ecologie en Ruimtelijke kwaliteit Ecologie: Achter sluizen verdwijnt het zoute getij milieu. Ruimtelijke kwaliteit: Er zijn zeer omvangrijke dijkverzwaringen nodig met ingrijpende gevolgen voor bewoners en bedrijven. 19
Kosten Rijkswaterstaat: De kosten van de Maeslantkering en van Sluizen zijn even groot: rond de 8 miljard. Wij: Maeslantkering: 9,5 10,5 miljard Sluizen: 6,0 7,0 miljard De verschillen betreffen: Vervanging van de Maeslantkering door dubbele kering: 1,0-1,5 miljard hoger. Sluizen, gemalen: 0,5-1,0 miljard lager. Veiligstellen buitendijkse gebieden bij Maeslantkering: 0,5-1,0 miljard hoger. Dijkverzwaringen bij sluizen: 0,5-1,0 miljard lager. 20
Samenvatting (I) Veiligheid: Met sluizen voldoende verzekerd Met Maeslantkering twijfels na 2050 Zoetwater: Met sluizen optimaal verzekerd Met Maeslantkering na 2050 vraagtekens Verzilting: Met sluizen sterk teruggedrongen Met Maeslantkering toenemend probleem 21
Samenvatting (II) Havenbedrijf: Geen doorslaggevend verschil tussen sluizen en Maeslantkering. Ecologie en Ruimtelijke kwaliteit: Met sluizen gaat zoutwater getij verloren Met sluizen dijkverzwaringen minder ingrijpend. 22