Instructie veldonderzoek muizen Onderzoek opzetten 1 Gebiedskeuze Selecteer in overleg met de terreinbeheerder een te onderzoeken gebied (contactpersoon voor Natuurmonumenten is Erwin de Hoop). 2 Duur en data van het onderzoek 3 Omvang van het onderzoek 4 Inventarisatieschema (zie bijlage) De beste vangstresultaten worden verkregen in de maanden oktober, november en december. Het onderzoek kan eventueel ook in augustus of september worden gehouden. Minimale duur van een onderzoek: 4 dagen. Voorkeur duur van een onderzoek: 7 dagen. Bepaal hoeveel vallen waar geplaatst zullen worden (afhankelijk van de biotopen die voorkomen). De vallen worden in rijen van 10 vallen op een onderlinge afstand van ca 10 meter geplaatst (of in een raster van 5 x 5 meter). Let op: het prepareren en plaatsen van de vallen kost ca 3 minuten per val; het controleren van een rij kost 10 á 20 minuten (afhankelijk van de vangst). Bij het plaatsen van de vallen zijn bij voorkeur alle deelnemers aanwezig (i.v.m. terugvinden). De controlerondes worden gehouden om 8.00, 15.00 en 23.00 uur. Elke controleronde wordt gelopen met bij voorkeur ten minste 2 personen (ivm veiligheid). Neem een mobiele telefoon mee. Namen en mobiele telefoonnummers opnemen in een afsprakenlijst voor het onderzoek (zie bijlage). Denk er aan om te regelen dat het onderzoeksmateriaal wordt overgedragen aan de volgende groep. 5 Overige afspraken Diverse afspraken vastleggen (zie bijlage Afspraken) 6 Toestemmingen regelen Onderzoek voorbereiden Toestemming van de beheerder (wordt in feite geregeld bij punt 1) Vergunning Flora- en faunawet (kan gebruik worden gemaakt van de ontheffing van de terrein-beheerder?) Afhankelijk van het gebied: informeren bewoners en politie (in verband met nachtelijke activiteit) 7 Vallen regelen Afspreken waar de vallen kunnen worden afgehaald en na afloop kunnen worden ingeleverd (aantal, plaats, datum en tijd) versie van 20 december 2011 1
8 Benodigde materialen 9 Prepareren van de vallen zaklamp per deelnemer hoofdlamp (per deelnemer) onderzoeksmateriaal: o bewaardoos met gemengde granen en schep (1 volle doos is goed voor ca 70 vallen) o brood (vooraf 1 á 2 sneetjes besmeerd met pindakaas en dichtgevouwen) o reservebrood en pindakaas / mesje o bewaarpotje met meelwormen (1 portie/schep meelwormen is goed voor ca 30 vallen) o klein schaartje aan koord zodat deze om de nek kan worden gehangen o schrijfmap o inventarisatieformulier (zie bijlage 1); per ronde een formulier gebruiken. o vangzak (grote stevige doorzichtige plastic zak met rechte onderkant) o kleine plastic zak om muis in te kunnen wegen o veerunster o kleine witte stickertjes o pen/potlood Vallen uitzetten Nummeren 11 t/m 20 (voor lijn 1, van 1 t/m 10), 21 t/m 30 (voor lijn 2, val 1 t/m 10) enz. Gebruik kleine stickers (let op: soms eten slakken de stickers op). In elke val een beetje pijpestrootje (droog, soepel en wat in elkaar gevouwen) doen Voedsel toevoegen: o stukje brood met pindakaas erbij (1 x snee brood dichtgevouwen is voldoende voor 10 vallen), o een maatschepje gemengde granen (bv Kenner gemengde granen voor kippen), o 5 á 10 meelwormen. Zorg dat het materiaal goed achterin de val zit zodat de loopbrug vrij kan bewegen. 10 Wegzetten Veldkenmerk van het startpunt vastleggen. Ondergrond vlak maken met schoen. Bij iedere val een herkenningsteken aanbrengen; bijvoorbeeld: tak tegen een boom plaatsen, pijpestrootje bijeenbinden, dennetak ophangen enz. Val camoufleren met strooisel, bladeren, takjes zodat de ingang van de val een natuurlijke aanblik heeft en de val voor passanten niet direct in het oog springt. versie van 20 december 2011 2
Vallen controleren 11 Controle Gesloten vallen controleren op aanwezigheid van een (of meer) muizen. Vallen zo mogelijk niet openen in aanwezigheid van publiek. 12 Uitnemen Val legen in doorzichtige plastic vangzak. Muis voorzichtig in hoek drijven. Muis van onderuit vastpakken zodat hij in je hand zit. Duim achter de kop plaatsen. Daarna met andere hand tussen duim en wijsvinger ruim in zijn nekvel beetpakken en uithalen. Als de muis zeer beweeglijk is even op je jas of broek zetten. 13 Vastleggen gegevens Op soort brengen, sexe bepalen, merken en in een boterhamzakje doen om te wegen met de veerunster. Daarna vrijlaten.gegevens aangetroffen muizen noteren op inventarisatieformulier (zie bijlage). Als vallen gesloten zijn zonder dat er een muis wordt aangetroffen, of een val is open terwijl er voer uit verdwenen is dan dit noteren bij bijzonderheden. 14 Terugzetten Gesloten vallen opnieuw prepareren en terugzetten (inhoud kan hergebruikt worden). 15 Afloop Na afloop van iedere ronde de materialen zonodig overdragen zodat de volgende ploeg haar werk kan doen. Tijdens de laatste ronde de vallen leegmaken, verzamelen en afleveren op het afgesproken inleveradres (schoonmaken is niet nodig). Rapporteren 16 Kaartgegevens Lokatie van de vallen op gebiedskaart zetten. 17 Vangstgegevens Vangstgegevens statistisch bewerken. 18 Concept-rapport maken 19 Conceptrapport afstemmen Gegevens rapporteren; gebruik hiervoor het basisrapport van IVN Oisterwijk. Concept verspreiden onder de deelnemers. Deelnemers geven reactie op de inhoud. Rapporteur verwerkt commentaar. 20 Definitief rapport Rapport verspreiden onder de deelnemers. Rapport versturen naar de secretaris van de vereniging met het verzoek het rapport toe te sturen naar de opdrachtgever (= terreinbeheerder). Rapport toesturen aan de PR-werkgroep met het verzoek deze te plaatsen op de website, hierover een persbericht te versturen en aandacht te besteden in de nieuwsbrief. versie van 20 december 2011 3
versie van 20 december 2011 4
Inventarisatieformulier veldonderzoek muizen datum: weer: valnummer tijd (bij start nieuwe rij) soort geslacht merk hadmerk gewicht in gram bijzonderheden versie van 20 december 2011
valnummer tijd (bij start nieuwe rij) soort geslacht merk hadmerk gewicht in gram bijzonderheden rw = rosse woelmuis ow = ondergrondse woelmuis bm = bosmuis dm = dwergmuis vm/am = veldmuis of aardmuis vs = veldspitsmuis ws = waterspitsmuis bs = gewone bosspitsmuis 2bs = 2kleurige bosspitsmuis = vrouw = man 0 = geen 1 = rugmerk 2 = linkerflank 3 = rechterflank hadmerk = terugvangst versie van 20 december 2011
Afspraken veldonderzoek muizen Onderzoeksperiode Onderzoeksgebied Ophalen vallen (persoon, tijd en plaats) Inleveren vallen (persoon, tijd en plaats) Vertrekpunt Kopen lokvoer Foto s maken Materiaal meenemen Rapport opstellen Ophalen vallen (persoon, tijd en plaats) Inleveren vallen (persoon, tijd en plaats) Contactgegevens naam nr mobiele telefoon e-mailadres Diwi Nieboer 06-30 59 70 50 dieuwke_nieboer@hotmail.com Ellen van Rijn 06-16 30 51 84 ellenrijn@hetnet.nl Esther Hamels 06-16 36 02 75 hadomaju@wanadoo.nl Jan Fonken 06-43 72 54 03 jan.fonken@planet.nl Loes Pasteuning 06-50 50 08 02 halopasteuning@planet.nl Frans Kapteijns 06-54 29 53 30 kapteijns.proost@wxs.nl Rob Wolfs 06-49 20 99 28 rjchwolfs@home.nl Oswald Remery oeeoremery@hotmail.com Erwin de Hoop z.o.z. versie van 20 december 2011
Inventarisatieschema datum tijd aanwezig op startpunt.. meenemen materialen versie van 20 december 2011